We can't find the internet
Attempting to reconnect
Something went wrong!
Hang in there while we get back on track
DOSP-VHR-002737 | Afval in de publieke ruimte - verbindende interventies (Trash Project Antwerpen)
Details
- Business Unit
- DOSP-APH
- Kennisgroep
- Stadskracht
- Beschrijving (Original)
-
PROBLEEMSTELLING
Zwerfvuil en sluikstort vormen een grote uitdaging voor stedelijke beleidsmakers, omdat vuile straten en pleinen de indruk kunnen wekken dat de overheid de leefomgeving niet voldoende beschermt of controleert. Dit kan leiden tot een negatieve impact op hoe bewoners elkaar zien en betrokken zijn bij hun buurt, en zelfs tot gevoelens van onveiligheid (Blokland, 2009) en een toename van anti-sociaal gedrag en criminaliteit (Sampson & Raudenbush, 2004; Wilson & Kelling, 1982). Afval in de publieke ruimte zendt sterke sociale signalen uit die verder reiken dan alleen fysieke vervuiling en echte implicaties hebben voor de stedelijke omgeving en haar bewoners (Liu & Sibley, 2004).
Deze zorgen creëren een breed draagvlak voor overheidsinvesteringen in afvalbeheer. Steden worden geconfronteerd met aanzienlijke kosten voor het opruimen van afval in de publieke ruimte, zoals blijkt uit de cijfers van Antwerpen in 2022, die consequent boven het Vlaamse gemiddelde liggen (Stad Antwerpen, 2023). Ondanks de inspanningen van de stad op het gebied van infrastructuur, sensibilisering en handhaving, blijven er uitdagingen bestaan, met name voor mensen in kwetsbare posities. Het beleid rond afval treft bewoners op verschillende manieren en is niet altijd aangepast aan hun behoeften. Daarnaast wordt in de communicatie rond het gevoerde beleid ook beroep gedaan op de morele kwaliteiten en het groepsgevoel van inwoners. De bevoegde schepen verklaarde al meermaals in de media dat “hardleerse” vervuilers met een “vetzakkenmentaliteit” hard aangepakt zullen worden.
Zowel op structureel als op sociaal-cultureel niveau zijn echter andere verklaringen te vinden. Ten eerste treft het gevoerde beleid rond afval bewoners op verschillende manieren, en is het niet steeds op maat van met mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. Voor wie klein woont zonder terras of tuin, is het binnenshuis stockeren en sorteren van huishoudelijk afval is niet altijd evident door plaatsgebrek. Nieuwe bewoners kunnen voorts tijd, informatie en hulp nodig hebben om nieuwe regels te leren en specifieke gewoonten te ontwikkelen (Al-mosa et al., 2022). Ten tweede is het binnenshuis bijhouden en sorteren van afval, om vervolgens te betalen voor het afvoeren ervan door de overheid, geen vanzelfsprekend gegeven. Het veronderstelt specifieke relaties tussen overheden en burgers, en tussen mensen onderling, waaraan een collectief leerproces voorafgaat. Deelname aan collectieve afvalophaling kan vanuit dit perspectief gezien worden als een vorm van solidariteit: de bereidheid om te delen vanuit een zeker gevoel van lotsverbondenheid of loyaliteit (Stjerno, 2005). Die bereidheid wordt sterk beïnvloedt door hoezeer iemand zich betrokken voelt bij de (ingebeelde) gemeenschap. Aansluiting voelen bij (een deel van) de samenleving die deze inspanning voorleeft, is dus een belangrijke motivatie om deel te nemen aan collectief afvalbeheer: het maakt je vatbaar voor de formulering van gedeelde belangen, voor sociale verwachtingen, rolmodellen, sociale controle en -sancties. Bij armoede is echter sprake van een web van uitsluitingen; ze veroorzaakt een kloof met de rest van de samenleving, die mensen in armoede niet op eigen kracht kunnen overbruggen (Raeymaeckers et al., 2018). Ook tijdelijkheid kan daarbij een rol spelen: in transitiewijken voelen mensen zich soms weinig betrokken op hun (als tijdelijk gepercipieerde) leefomgeving.
Het valt op dat armoedeverenigingen en sociaal werk met name inzetten op zeer concrete drempels. In het werk dat zij doen rond het herstellen van vertrouwen en verbinding in de samenleving, spelen publieke ruimte en afval slechts een marginale rol. In onderzoek en beleid zien we, naast het verlagen van drempels, dan weer een focus op vooral individuele mentaliteits- en gedragsveranderingen. De benadering van afval in de publieke ruimte als een ruimtelijke manifestatie van sociale uitsluiting blijft vooralsnog onderbelicht.
In dit project onderzoeken we daarom afval in de publieke ruimte als sociaal probleem. Vanuit dit perspectief gaan we samen met stedelijke actoren, sociaal werk en bewoners, op zoek naar manieren om het probleem van afval in de stedelijke publieke ruimte op te lossen die tegelijk bijdragen aan gezonde leefomgevingen, met oog voor veiligheid, buurtbetrokkenheid, sociale cohesie, en solidariteit (Loopmans et al., 2011).
ONDERZOEKSVRAAG
Hoofdonderzoeksvraag: Hoe kan afval in de stedelijke publieke ruimte worden aangepakt op een manier die sociale uitsluiting tegengaat? Deelonderzoeksvraag 1 (DOV1): Welke interventies rond afval in de publieke ruimte zijn er en hoe zien ze eruit? • Hoe ontstaan probleemdefinities rond vervuilde publieke ruimtes en wie is daarin betrokken? (DOV1a) • Welke interventies vinden plaats en waarom? (DOV1b) • Wie is betrokken bij interventies, en op welke manier? (DOV1c) Deelonderzoeksvraag 2 (DOV2): Hoe beïnvloeden bestaande interventies processen van sociale uitsluiting? • Hoe beleven mensen in maatschappelijk kwetsbare posities het stedelijke afvalbeheer en het publieke discours rond zwerfvuil en sluikstort in de wijk? (DOV2a) • Welke stigmatiserende discours en narratieven hangen samen met heersende probleemdefinities in afvalinterventies? (DOV2b) • Hoe kunnen we de impact van afval(beleids)interventies op sociale uitsluiting evalueren? (DOV2c) Deelonderzoeksvraag 3 (DOV3): Welke sociaal-ruimtelijke interventies tegen sluikstort en zwerfvuil kunnen nieuwe, positieve buur(t)belevingen stimuleren? • Welke praktijken kunnen we identificeren waarvan verschillende groepen omwonende aangeven dat die buurtbeleving positief stimuleren? (DOV3a) • Wat zijn de werkzame principes van deze praktijken? (DOV3b) • Welke perspectieven en narratieven kunnen stigmatiserende denkbeelden over het kruispunt armoede en afval counteren? (DOV3c) • Wat zijn de werkzame principes van zulke counternarratieven? (DOV3d)
METHODE
Dit onderzoek is kwalitatief van aard, en maakt gebruik van verschillende methoden:
- Desk Research, expertinterviews en discoursanalyse. We starten het onderzoek hiermee om de relatie afval(beleid) en armoede en sociale uitsluiting verder scherp te stellen , stock taking van bestaande interventies te doen, en best practices op te lijsten. Daarnaast vatten we in dit deel een discoursanalyse aan van beleidsdocumenten en media-artikelen rond betrokken wijken en groepen, om bestaande narratieven en heersende opvattingen te detecteren.
- Casestudie onderzoek volgt op specifieke plekken in stad Antwerpen waar de problematiek van zwerfvuil en sluikstort als hardnekkig en ernstig wordt ervaren. • Caseselectie: In overleg met de verantwoordelijken voor stadsreiniging en handhaving van Stad Antwerpen wordt een variatie aan cases geselecteerd die verschillen in schaalgrootte, historiciteit en complexiteit (dit engagement is bevestigd). Afhankelijk van de aard en complexiteit van de cases, bestuderen we 4 tot 7 plekken. Deze selectie wordt doorgesproken met de stuurgroep van het onderzoek. • Dataverzameling: Gebruikmakend van documentanalyse, stakeholderanalyse, observaties en diepte-interviews zullen we per case het fenomeen en zijn verschillende probleemdefinities in kaart brengen, betrokken stakeholders identificeren, de voorgeschiedenis en huidige aanpak analyseren, en de beleving en effecten daarvan onderzoeken. Het aantal interviews is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de case, maar een minimum van 8 interviews en 3 observatiemomenten per case is voorzien.
- Beleidsevaluatie: aan de hand van verzamelde data, evalueren we de impact van maatregelen uit het afvalbeleid op mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. De analyses worden doorgesproken met sociaal werkers en ervaringsdeskundigen in een focusgroepen.
- Participatief Actie Onderzoek (PAR) • Co-creatieve interventies: Uit de bestudeerde cases volgt een selectie van minimaal drie plekken waar we samen met de betrokkenen een afvalinterventie op maat ontwerpen, uitvoeren en evalueren. • Workshops met stakeholders: per interventie voorzien we minimaal drie workshops om de interventie uit te werken we starten met de onderzoeksresultaten, de beleidsevaluatie en best practices. • Onderzoeksjournalistiek in samenwerking met derdejaars studenten journalistiek van AP worden multimediale rapportages gecreëerd die verbindende narratieven en nieuwe perspectieven aanbrengen.
- Beschrijving (Enhanced)
- Zwerfvuil en sluikstort vormen een uitdaging voor steden door de negatieve impact op buurtbetrokkenheid en veiligheid. Dit project onderzoekt sociale oplossingen voor afvalbeheer, met focus op inclusiviteit en solidariteit. Gebruikmakend van kwalitatieve methoden en participatief onderzoek, streven we naar duurzame verandering in stedelijke publieke ruimtes.
- Beschrijving (Cleaned)
-
PROBLEEMSTELLING
Zwerfvuil en sluikstort vormen een grote uitdaging voor stedelijke beleidsmakers, omdat vuile straten en pleinen de indruk kunnen wekken dat de overheid de leefomgeving niet voldoende beschermt of controleert. Dit kan leiden tot een negatieve impact op hoe bewoners elkaar zien en betrokken zijn bij hun buurt, en zelfs tot gevoelens van onveiligheid (Blokland, 2009) en een toename van anti-sociaal gedrag en criminaliteit (Sampson & Raudenbush, 2004; Wilson & Kelling, 1982). Afval in de publieke ruimte zendt sterke sociale signalen uit die verder reiken dan alleen fysieke vervuiling en echte implicaties hebben voor de stedelijke omgeving en haar bewoners (Liu & Sibley, 2004).
Deze zorgen creëren een breed draagvlak voor overheidsinvesteringen in afvalbeheer. Steden worden geconfronteerd met aanzienlijke kosten voor het opruimen van afval in de publieke ruimte, zoals blijkt uit de cijfers van Antwerpen in 2022, die consequent boven het Vlaamse gemiddelde liggen (Stad Antwerpen, 2023). Ondanks de inspanningen van de stad op het gebied van infrastructuur, sensibilisering en handhaving, blijven er uitdagingen bestaan, met name voor mensen in kwetsbare posities. Het beleid rond afval treft bewoners op verschillende manieren en is niet altijd aangepast aan hun behoeften. Daarnaast wordt in de communicatie rond het gevoerde beleid ook beroep gedaan op de morele kwaliteiten en het groepsgevoel van inwoners. De bevoegde schepen verklaarde al meermaals in de media dat "hardleerse" vervuilers met een "vetzakkenmentaliteit" hard aangepakt zullen worden.
Zowel op structureel als op sociaal-cultureel niveau zijn echter andere verklaringen te vinden. Ten eerste treft het gevoerde beleid rond afval bewoners op verschillende manieren, en is het niet steeds op maat van met mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. Voor wie klein woont zonder terras of tuin, is het binnenshuis stockeren en sorteren van huishoudelijk afval niet altijd evident door plaatsgebrek. Nieuwe bewoners kunnen voorts tijd, informatie en hulp nodig hebben om nieuwe regels te leren en specifieke gewoonten te ontwikkelen (Al-mosa et al., 2022). Ten tweede is het binnenshuis bijhouden en sorteren van afval, om vervolgens te betalen voor het afvoeren ervan door de overheid, geen vanzelfsprekend gegeven. Het veronderstelt specifieke relaties tussen overheden en burgers, en tussen mensen onderling, waaraan een collectief leerproces voorafgaat. Deelname aan collectieve afvalophaling kan vanuit dit perspectief gezien worden als een vorm van solidariteit: de bereidheid om te delen vanuit een zeker gevoel van lotsverbondenheid of loyaliteit (Stjerno, 2005). Die bereidheid wordt sterk beïnvloed door hoezeer iemand zich betrokken voelt bij de (ingebeelde) gemeenschap. Aansluiting voelen bij (een deel van) de samenleving die deze inspanning voorleeft, is dus een belangrijke motivatie om deel te nemen aan collectief afvalbeheer: het maakt je vatbaar voor de formulering van gedeelde belangen, voor sociale verwachtingen, rolmodellen, sociale controle en sancties. Bij armoede is echter sprake van een web van uitsluitingen; ze veroorzaakt een kloof met de rest van de samenleving, die mensen in armoede niet op eigen kracht kunnen overbruggen (Raeymaeckers et al., 2018). Ook tijdelijkheid kan daarbij een rol spelen: in transitiewijken voelen mensen zich soms weinig betrokken op hun (als tijdelijk gepercipieerde) leefomgeving.
Het valt op dat armoedeverenigingen en sociaal werk met name inzetten op zeer concrete drempels. In het werk dat zij doen rond het herstellen van vertrouwen en verbinding in de samenleving, spelen publieke ruimte en afval slechts een marginale rol. In onderzoek en beleid zien we, naast het verlagen van drempels, dan weer een focus op vooral individuele mentaliteits- en gedragsveranderingen. De benadering van afval in de publieke ruimte als een ruimtelijke manifestatie van sociale uitsluiting blijft vooralsnog onderbelicht.
In dit project onderzoeken we daarom afval in de publieke ruimte als sociaal probleem. Vanuit dit perspectief gaan we samen met stedelijke actoren, sociaal werk en bewoners, op zoek naar manieren om het probleem van afval in de stedelijke publieke ruimte op te lossen die tegelijk bijdragen aan gezonde leefomgevingen, met oog voor veiligheid, buurtbetrokkenheid, sociale cohesie, en solidariteit (Loopmans et al., 2011).
ONDERZOEKSVRAAG
Hoofdonderzoeksvraag: Hoe kan afval in de stedelijke publieke ruimte worden aangepakt op een manier die sociale uitsluiting tegengaat? Deelonderzoeksvraag 1 (DOV1): Welke interventies rond afval in de publieke ruimte zijn er en hoe zien ze eruit? • Hoe ontstaan probleemdefinities rond vervuilde publieke ruimtes en wie is daarin betrokken? (DOV1a) • Welke interventies vinden plaats en waarom? (DOV1b) • Wie is betrokken bij interventies, en op welke manier? (DOV1c) Deelonderzoeksvraag 2 (DOV2): Hoe beïnvloeden bestaande interventies processen van sociale uitsluiting? • Hoe beleven mensen in maatschappelijk kwetsbare posities het stedelijke afvalbeheer en het publieke discours rond zwerfvuil en sluikstort in de wijk? (DOV2a) • Welke stigmatiserende discours en narratieven hangen samen met heersende probleemdefinities in afvalinterventies? (DOV2b) • Hoe kunnen we de impact van afval(beleids)interventies op sociale uitsluiting evalueren? (DOV2c) Deelonderzoeksvraag 3 (DOV3): Welke sociaal-ruimtelijke interventies tegen sluikstort en zwerfvuil kunnen nieuwe, positieve buur(t)belevingen stimuleren? • Welke praktijken kunnen we identificeren waarvan verschillende groepen omwonenden aangeven dat die buurtbeleving positief stimuleren? (DOV3a) • Wat zijn de werkzame principes van deze praktijken? (DOV3b) • Welke perspectieven en narratieven kunnen stigmatiserende denkbeelden over het kruispunt armoede en afval counteren? (DOV3c) • Wat zijn de werkzame principes van zulke counternarratieven? (DOV3d)
METHODE
Dit onderzoek is kwalitatief van aard, en maakt gebruik van verschillende methoden:
- Desk Research, expertinterviews en discoursanalyse. We starten het onderzoek hiermee om de relatie afval(beleid) en armoede en sociale uitsluiting verder scherp te stellen, stock taking van bestaande interventies te doen, en best practices op te lijsten. Daarnaast vatten we in dit deel een discoursanalyse aan van beleidsdocumenten en media-artikelen rond betrokken wijken en groepen, om bestaande narratieven en heersende opvattingen te detecteren.
- Casestudie onderzoek volgt op specifieke plekken in stad Antwerpen waar de problematiek van zwerfvuil en sluikstort als hardnekkig en ernstig wordt ervaren. • Caseselectie: In overleg met de verantwoordelijken voor stadsreiniging en handhaving van Stad Antwerpen wordt een variatie aan cases geselecteerd die verschillen in schaalgrootte, historiciteit en complexiteit (dit engagement is bevestigd). Afhankelijk van de aard en complexiteit van de cases, bestuderen we 4 tot 7 plekken. Deze selectie wordt doorgesproken met de stuurgroep van het onderzoek. • Dataverzameling: Gebruikmakend van documentanalyse, stakeholderanalyse, observaties en diepte-interviews zullen we per case het fenomeen en zijn verschillende probleemdefinities in kaart brengen, betrokken stakeholders identificeren, de voorgeschiedenis en huidige aanpak analyseren, en de beleving en effecten daarvan onderzoeken. Het aantal interviews is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de case, maar een minimum van 8 interviews en 3 observatiemomenten per case is voorzien.
- Beleidsevaluatie: aan de hand van verzamelde data, evalueren we de impact van maatregelen uit het afvalbeleid op mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. De analyses worden doorgesproken met sociaal werkers en ervaringsdeskundigen in focusgroepen.
- Participatief Actie Onderzoek (PAR) • Co-creatieve interventies: Uit de bestudeerde cases volgt een selectie van minimaal drie plekken waar we samen met de betrokkenen een afvalinterventie op maat ontwerpen, uitvoeren en evalueren. • Workshops met stakeholders: per interventie voorzien we minimaal drie workshops om de interventie uit te werken we starten met de onderzoeksresultaten, de beleidsevaluatie en best practices. • Onderzoeksjournalistiek in samenwerking met derdejaars studenten journalistiek van AP worden multimediale rapportages gecreëerd die verbindende narratieven en nieuwe perspectieven aanbrengen.
- Resultaatsbeschrijving
-
GEPLANDE RESULTATEN
Resultaten van het onderzoek • Beter begrip van sociale aspecten van de zwerf-en sluikstortproblematiek die bijdragen aan een effectiever beleid op maat van verschillende bewonersgroepen in de stad. • Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting beinvloeden. • Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting tegengaan. • Uit de interdisciplinaire samenwerking met de onderzoeksgroep Media, Design en IT van AP versterken we elkaar op het gebied van inclusieve communicatiestrategieën voor duurzaamheid en onze respectievelijke onderzoeksprojecten, klankbordgroepen en toekomstige projecten. Voor het project werken we samen met studenten en docenten van de bachelor journalistiek. Output • D1: Een toegankelijk eindrapport voor het werkveld met de verworven inzichten, richtlijnen voor interventies die bijdragen aan positieve wijkbelevingen, met beleidsaanbevelingen voor afvalbeheer op maat van mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. • D2: Praktijkbeschrijvingen: voor ontwikkelde interventies uit het actieonderzoek worden toegankelijke fiches opgesteld die beschikbaar worden gemaakt aan de verschillende stakeholders. • D3: Advies rond inclusieve duurzaamheidscommunicatie aan onderzoeksgroep Media, Design en IT (ten voordele van hun curricula hoger onderwijs communicatie en productontwikkeling). • D4: Een sociale uitsluiting toets: evaluatierichtlijnen om de impact van beleidsinterventies rond afvalbeheer op maatschappelijk kwetsbare doelgroepen te toetsen. • D5: Multimediale reportages: dit omvat tekst, film en audio om alternatieve perspectieven en nieuwe verhalen te ontwikkelen die heersende discours nuanceren en uitdagen. • D6: een wetenschappelijk, peer-reviewed artikel over de resultaten • D7: een wetenschapspopulariserend artikel over de resultaten (bv. sociaal.net) • D8: Bijdrage aan een wetenschappelijke conferentie • D9: Stadskrachtdiscussiepaper
- Resultaatsbeschrijving (Cleaned)
-
GEPLANDE RESULTATEN
Resultaten van het onderzoek
• Beter begrip van sociale aspecten van de zwerf- en sluikstortproblematiek die bijdragen aan een effectiever beleid op maat van verschillende bewonersgroepen in de stad.
• Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting beïnvloeden.
• Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting tegengaan.
• Uit de interdisciplinaire samenwerking met de onderzoeksgroep Media, Design en IT van AP versterken we elkaar op het gebied van inclusieve communicatiestrategieën voor duurzaamheid en onze respectievelijke onderzoeksprojecten, klankbordgroepen en toekomstige projecten. Voor het project werken we samen met studenten en docenten van de bachelor journalistiek.
Output
• D1: Een toegankelijk eindrapport voor het werkveld met de verworven inzichten, richtlijnen voor interventies die bijdragen aan positieve wijkbelevingen, met beleidsaanbevelingen voor afvalbeheer op maat van mensen in maatschappelijk kwetsbare posities.
• D2: Praktijkbeschrijvingen: voor ontwikkelde interventies uit het actieonderzoek worden toegankelijke fiches opgesteld die beschikbaar worden gemaakt aan de verschillende stakeholders.
• D3: Advies rond inclusieve duurzaamheidscommunicatie aan onderzoeksgroep Media, Design en IT (ten voordele van hun curricula hoger onderwijs communicatie en productontwikkeling).
• D4: Een sociale uitsluitingstoets: evaluatierichtlijnen om de impact van beleidsinterventies rond afvalbeheer op maatschappelijk kwetsbare doelgroepen te toetsen.
• D5: Multimediale reportages: dit omvat tekst, film en audio om alternatieve perspectieven en nieuwe verhalen te ontwikkelen die heersende discours nuanceren en uitdagen.
• D6: een wetenschappelijk, peer-reviewed artikel over de resultaten.
• D7: een wetenschapspopulariserend artikel over de resultaten (bv. sociaal.net).
• D8: Bijdrage aan een wetenschappelijke conferentie.
• D9: Stadskrachtdiscussiepaper.
- Start Datum
- 16-09-2024
- Eind Datum
- 19-09-2027
- Verification Status
- Not verified