We can't find the internet
Attempting to reconnect
Something went wrong!
Hang in there while we get back on track
DOSP-VHR-002739 | Sociale professionals in de geestelijke gezondheidszorg met ervaringskennis
Details
- Business Unit
- DOSP-APH
- Kennisgroep
- Mens en Maatschappij
- Beschrijving (Original)
-
PROBLEEMSCHETS In 2022 meldt 29,4% van de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder een slechte geestelijke gezondheid zoals gemeten via de Mental Health Inventory 5 (Fiers & Braekman, 2023). Uit gesprekken met hulpverleners en studenten blijkt dat ook heel wat hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) een psychische kwetsbaarheid ervaren. Onderzoek in Nederland bij studenten verpleegkunde die de optie GGZ kiezen, toont aan dat er een significant verband is tussen de keuze voor deze optie en ervaring met psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving (Van Gijsel, Westen & Peeters, 2022).
Ervaringsdeskundigheid wordt al enige tijd ingezet in de GGZ. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die een eigen ervaring hebben met psychische kwetsbaarheid en deze, al dan niet na een opleiding tot ‘ervaringsdeskundige’, inzetten om anderen te helpen. Dit wordt als een meerwaarde benoemd omdat ervaringsdeskundigen iets kunnen bieden wat hulpverleners niet kunnen: hoop, een perspectief, herkenbaarheid… (Leen Michiels, persoonlijke communicatie, 29 augustus 2023; GGZ Nederland et al, 2013).
Het bewust en doordacht inzetten van eigen ervaring in de rol van hulpverlener is volgens Peeters & Westen (2021) echter een relatief nieuw fenomeen. In een beperkte studie (15 participanten) merkten Karbouniaris et al. (2021) dat het hebben van ervaringsdeskundigheid invloed heeft op het eigen welbevinden en op de manier van werken. Ook Alie Weerman et al. (2022) deden onderzoek over het zinvol inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid door hulpverleners. Al bij al blijft het onderzoek en de kennis rond dit thema echter zeer beperkt.
Uit persoonlijke gesprekken met ervaringsdeskundigen, studenten en hulpverleners in de GGZ blijkt dat er een grote wens is om de eigen ervaringsdeskundigheid in te zetten maar ook veel terughoudendheid en handelingsverlegenheid.
De actiegroep Ervaringsdeskundige hulpverleners gaf aan dat door niet transparant te kunnen zijn, hulpverleners het gevoel hebben dat ze zichzelf en degenen die ze begeleiden iets ontzeggen. Daarnaast ervaren hulpverleners in hun werkomgeving dat kwetsbaarheid nog steeds eerder als risico wordt gezien dan als kracht. Er ontstaat schaamte en zelfstigma, waardoor de eigen competentie als hulpverlener in twijfel wordt getrokken.
Het niet inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid als hulpverlener wordt ervaren als een dubbel verlies voor alle partijen. Waar dat wel kan, geeft het mensen hoop en normaliseert het de ervaring van kwetsbaarheid. Hulpverleners worstelen echter met de verschillende rollen en weten niet altijd goed wanneer en hoe ze deze ervaringskennis kunnen inzetten (Weerman & Abma, 2018). In de literatuur zijn geen tegenargumenten te vinden om ervaringskennis in te zetten. Sociale professionals ervaren echter dat dit nog niet in elke werkomgeving zo is en dat soms in vraag gesteld wordt of ze hun eigen ervaringskennis wel mogen inbrengen als ze professioneel willen blijven.
ONDERZOEKSVRAGEN Wat hebben sociale professionals in de GGZ nodig om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Wat zegt de literatuur over het professioneel inzetten van ervaringskennis?
- Welke drempels ervaren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Welke elementen ondersteunen of stimuleren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Hoe kan het beleid van een organisatie sociale professionals ondersteunen bij het inzetten van ervaringskennis?
METHODOLOGIE Het betreft een exploratief onderzoek, gebaseerd op de principes van participatief onderzoek. Deze onderzoeksmethode wil door het gezamenlijk onderzoeken van de situatie en het perspectief van betrokkenen, kijken waar kansen liggen voor positieve verandering (Eelderink, 2021). Bij participatief onderzoek bevraagt men de stakeholders waarover het gaat (Abma, z.d.). In het voorliggend project zijn dit de sociale professionals met ervaringskennis en de beleidsmedewerkers.
Er wordt een onderzoeksteam samengesteld waarbij sociale professionals met ervaringskennis gecoacht worden tot interviewers, deelnemen aan de analyse van gegevens en meewerken aan de output van het onderzoek. Participatief onderzoek zal er immers toe leiden dat de implementatie van de vergaarde kennis beter gaat (Abma, z.d.).
Bij het begin van het project wordt een onderzoeksteam samengesteld. Er wordt immers voor gekozen om te werken met mede-onderzoekers, vanuit de responsieve methodologie (Nierse et al, 2009). In dit project zijn de mede-onderzoekers sociale professionals met ervaringskennis. Werken met mede-onderzoekers kan ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderzoek stijgt en dat respondenten zich comfortabeler voelen bij interviewers met gelijkaardige ervaringskennis (Devotta et al, 2016). Om een aantal valkuilen van participatief onderzoek te voorkomen, volgen deze mede-onderzoekers een coachingstraject o.a. rond deontologie, omgaan met eigen ervaring en gevoelens, gesprekstechnieken,…
De mede-onderzoekers worden als gelijkwaardige partners betrokken bij het opstellen van de interviewleidraad, het afnemen van de interviews en de analyse en conclusie. Ook de output wordt samen met hen uitgewerkt. De principes van co-creatie, waarbij vertrokken wordt van de waarden en noden van de deelnemers en waarbij verschillende mogelijkheden met hun voor- en nadelen worden voorgesteld (Bødker, 2021), zijn hierbij sturend.
Er wordt een gefaseerde onderzoeksaanpak gehanteerd: • In een eerste fase wordt er via een literatuurstudie een antwoord geformuleerd op deelvraag 1. Dit antwoord wordt later afgetoetst in interviews met sociale professionals en beleidsmedewerkers. Ook voor de andere deelvragen wordt in de literatuur gezocht naar bestaande kennis, die richting kan geven aan wat volgt. • In de tweede fase wordt er een antwoord gezocht op de verschillende deelvragen door het bevragen van sociale professionals met ervaringskennis via 10 à 20 semi-gestructureerde interviews. Deze interviews worden zo veel mogelijk door de gecoachte mede-onderzoekers afgenomen. De analyse wordt uitgevoerd door thematisch coderen. Terugkerende thema’s worden gecategoriseerd (claims, concerns, issues), gelabeld en voorzien van citaten. Deze analyse wordt teruggekoppeld naar de mede-onderzoekers en er worden samen conclusies getrokken. • In een derde fase worden (door de mede-onderzoekers) ook semi-gestructureerde interviews afgenomen van beleidsmedewerkers. De analyse wordt op dezelfde manier uitgevoerd en teruggekoppeld. • In een laatste fase wordt al deze informatie door de onderzoekers en mede-onderzoekers verwerkt in passende output die verandering in het werkveld teweeg kan brengen.
- Beschrijving (Enhanced)
- In 2022 ervaart bijna 30% van de Vlaamse volwassenen slechte geestelijke gezondheid. Ervaringsdeskundigheid in de GGZ groeit, maar wordt nog niet volledig benut. Een onderzoeksteam van sociale professionals met ervaringskennis voert participatief onderzoek uit om kansen voor verbetering te identificeren en implementeren.
- Beschrijving (Cleaned)
-
Probleemschets
In 2022 meldt 29,4% van de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder een slechte geestelijke gezondheid zoals gemeten via de Mental Health Inventory 5 (Fiers & Braekman, 2023). Uit gesprekken met hulpverleners en studenten blijkt dat ook heel wat hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) een psychische kwetsbaarheid ervaren. Onderzoek in Nederland bij studenten verpleegkunde die de optie GGZ kiezen, toont aan dat er een significant verband is tussen de keuze voor deze optie en ervaring met psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving (Van Gijsel, Westen & Peeters, 2022).
Ervaringsdeskundigheid wordt al enige tijd ingezet in de GGZ. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die een eigen ervaring hebben met psychische kwetsbaarheid en deze, al dan niet na een opleiding tot ‘ervaringsdeskundige’, inzetten om anderen te helpen. Dit wordt als een meerwaarde benoemd omdat ervaringsdeskundigen iets kunnen bieden wat hulpverleners niet kunnen: hoop, een perspectief, herkenbaarheid… (Leen Michiels, persoonlijke communicatie, 29 augustus 2023; GGZ Nederland et al, 2013).
Het bewust en doordacht inzetten van eigen ervaring in de rol van hulpverlener is volgens Peeters & Westen (2021) echter een relatief nieuw fenomeen. In een beperkte studie (15 participanten) merkten Karbouniaris et al. (2021) dat het hebben van ervaringsdeskundigheid invloed heeft op het eigen welbevinden en op de manier van werken. Ook Alie Weerman et al. (2022) deden onderzoek over het zinvol inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid door hulpverleners. Al bij al blijft het onderzoek en de kennis rond dit thema echter zeer beperkt.
Uit persoonlijke gesprekken met ervaringsdeskundigen, studenten en hulpverleners in de GGZ blijkt dat er een grote wens is om de eigen ervaringsdeskundigheid in te zetten maar ook veel terughoudendheid en handelingsverlegenheid.
De actiegroep Ervaringsdeskundige hulpverleners gaf aan dat door niet transparant te kunnen zijn, hulpverleners het gevoel hebben dat ze zichzelf en degenen die ze begeleiden iets ontzeggen. Daarnaast ervaren hulpverleners in hun werkomgeving dat kwetsbaarheid nog steeds eerder als risico wordt gezien dan als kracht. Er ontstaat schaamte en zelfstigma, waardoor de eigen competentie als hulpverlener in twijfel wordt getrokken.
Het niet inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid als hulpverlener wordt ervaren als een dubbel verlies voor alle partijen. Waar dat wel kan, geeft het mensen hoop en normaliseert het de ervaring van kwetsbaarheid. Hulpverleners worstelen echter met de verschillende rollen en weten niet altijd goed wanneer en hoe ze deze ervaringskennis kunnen inzetten (Weerman & Abma, 2018). In de literatuur zijn geen tegenargumenten te vinden om ervaringskennis in te zetten. Sociale professionals ervaren echter dat dit nog niet in elke werkomgeving zo is en dat soms in vraag gesteld wordt of ze hun eigen ervaringskennis wel mogen inbrengen als ze professioneel willen blijven.
Onderzoeksvragen
Wat hebben sociale professionals in de GGZ nodig om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Wat zegt de literatuur over het professioneel inzetten van ervaringskennis?
- Welke drempels ervaren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Welke elementen ondersteunen of stimuleren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?
- Hoe kan het beleid van een organisatie sociale professionals ondersteunen bij het inzetten van ervaringskennis?
Methodologie
Het betreft een exploratief onderzoek, gebaseerd op de principes van participatief onderzoek. Deze onderzoeksmethode wil door het gezamenlijk onderzoeken van de situatie en het perspectief van betrokkenen, kijken waar kansen liggen voor positieve verandering (Eelderink, 2021). Bij participatief onderzoek bevraagt men de stakeholders waarover het gaat (Abma, z.d.). In het voorliggend project zijn dit de sociale professionals met ervaringskennis en de beleidsmedewerkers.
Er wordt een onderzoeksteam samengesteld waarbij sociale professionals met ervaringskennis gecoacht worden tot interviewers, deelnemen aan de analyse van gegevens en meewerken aan de output van het onderzoek. Participatief onderzoek zal er immers toe leiden dat de implementatie van de vergaarde kennis beter gaat (Abma, z.d.).
Bij het begin van het project wordt een onderzoeksteam samengesteld. Er wordt immers voor gekozen om te werken met mede-onderzoekers, vanuit de responsieve methodologie (Nierse et al, 2009). In dit project zijn de mede-onderzoekers sociale professionals met ervaringskennis. Werken met mede-onderzoekers kan ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderzoek stijgt en dat respondenten zich comfortabeler voelen bij interviewers met gelijkaardige ervaringskennis (Devotta et al, 2016). Om een aantal valkuilen van participatief onderzoek te voorkomen, volgen deze mede-onderzoekers een coachingstraject o.a. rond deontologie, omgaan met eigen ervaring en gevoelens, gesprekstechnieken,…
De mede-onderzoekers worden als gelijkwaardige partners betrokken bij het opstellen van de interviewleidraad, het afnemen van de interviews en de analyse en conclusie. Ook de output wordt samen met hen uitgewerkt. De principes van co-creatie, waarbij vertrokken wordt van de waarden en noden van de deelnemers en waarbij verschillende mogelijkheden met hun voor- en nadelen worden voorgesteld (Bødker, 2021), zijn hierbij sturend.
Er wordt een gefaseerde onderzoeksaanpak gehanteerd:
- In een eerste fase wordt er via een literatuurstudie een antwoord geformuleerd op deelvraag 1. Dit antwoord wordt later afgetoetst in interviews met sociale professionals en beleidsmedewerkers. Ook voor de andere deelvragen wordt in de literatuur gezocht naar bestaande kennis, die richting kan geven aan wat volgt.
- In de tweede fase wordt er een antwoord gezocht op de verschillende deelvragen door het bevragen van sociale professionals met ervaringskennis via 10 à 20 semi-gestructureerde interviews. Deze interviews worden zo veel mogelijk door de gecoachte mede-onderzoekers afgenomen. De analyse wordt uitgevoerd door thematisch coderen. Terugkerende thema’s worden gecategoriseerd (claims, concerns, issues), gelabeld en voorzien van citaten. Deze analyse wordt teruggekoppeld naar de mede-onderzoekers en er worden samen conclusies getrokken.
- In een derde fase worden (door de mede-onderzoekers) ook semi-gestructureerde interviews afgenomen van beleidsmedewerkers. De analyse wordt op dezelfde manier uitgevoerd en teruggekoppeld.
- In een laatste fase wordt al deze informatie door de onderzoekers en mede-onderzoekers verwerkt in passende output die verandering in het werkveld teweeg kan brengen.
- Resultaatsbeschrijving
-
GEPLANDE RESULTATEN
Er is een overzicht van de drempels en ondersteunende elementen in verband met het professioneel inzetten van ervaringskennis door sociale professionals in de GGZ. Output:
- publicatie in een vaktijdschrift over drempels en mogelijkheden wat betreft het inzetten van ervaringskennis
- presentatie op een (inter)nationaal congres
- tool of thema’s om mee aan de slag te gaan in (bestaande of nieuwe) intervisiegroepjes van hulpverleners in de GGZ
- white paper t.a.v. beleidsmedewerkers met mogelijkheden om sociale professionals te ondersteunen bij het inzetten van hun ervaringskennis.
- Resultaatsbeschrijving (Cleaned)
-
GEPLANDE RESULTATEN
Er is een overzicht van de drempels en ondersteunende elementen in verband met het professioneel inzetten van ervaringskennis door sociale professionals in de GGZ.
Output:
- Publicatie in een vaktijdschrift over drempels en mogelijkheden wat betreft het inzetten van ervaringskennis.
- Presentatie op een (inter)nationaal congres.
- Tool of thema’s om mee aan de slag te gaan in (bestaande of nieuwe) intervisiegroepjes van hulpverleners in de GGZ.
- White paper t.a.v. beleidsmedewerkers met mogelijkheden om sociale professionals te ondersteunen bij het inzetten van hun ervaringskennis.
- Start Datum
- 16-09-2024
- Eind Datum
- 20-09-2026
- Verification Status
- Not verified