We can't find the internet
Attempting to reconnect
Something went wrong!
Hang in there while we get back on track
DOSP-VHR-002745 | Energie-(dis)balans in de duursport (FuelFit)
Details
- Business Unit
- DOSP-APH
- Kennisgroep
- Gezondheid en Wetenschap
- Beschrijving (Original)
-
PROBLEEMSCHETS LEA (Low Energy Availability) wordt door het International Olympic Committee gedefinieerd als “any mismatch between dietary energy intake and energy expended in exercise that leaves the body’s total energy needs unmet, that is, there is inadequate energy to support the functions required by the body to maintain optimal health and performance”. Met andere woorden: een disbalans tussen de energie-inname en het energieverbruik. Het energieverbruik is hoger dan de energie-inname. Bij langdurige LEA functioneert het lichaam minder goed fysiologisch met op lange termijn een negatief effect op de gezondheid en prestaties van de atleet. Het leidt o.a. tot een verstoorde glycogeenopslag en hormoonbalans, verminderde concentratie en spierkracht, verhoogd risico op blessures en verstoord eetgedrag en een verhoogd stressniveau. Relative Energy Deficiency in Sport (RED-s) is een gevolg van langdurige LEA en brengt dan weer extra mentale en fysieke gevolgen met zich mee.
LEA kan bewust of onbewust tot stand komen. Onbewust door een gebrek aan kennis over gezonde (sport)voeding. De atleet heeft onvoldoende zicht op hoeveel, wanneer en welke voeding nodig is voor zijn sportprestatie. Sociale media worden het meest gebruikt om voedingsinformatie op te zoeken. Deze info is vaak incorrect en werkt het probleem in de hand. Het identificeren van LEA vormt een uitdaging voor zowel coaches als atleten, omdat de symptomen subtiel kunnen zijn en overlappen met die van overtraining. Ook de tijdsdruk waaronder coaches en atleten presteren bemoeilijkt het proces van screening en herkenning. In een omgeving waar prestaties en resultaten centraal staan, bestaat het risico dat onvoldoende tijd en aandacht besteed wordt aan het nauwkeurig evalueren van de energiebalans van de atleet. LEA kan ook een bewuste keuze van de atleet (of coach) zijn. Deze keuze kan voortkomen uit het streven naar een ideaal lichaamsgewicht, wat de atleet als belangrijk beschouwt omdat hij denkt dat een lager lichaamsgewicht leidt tot een betere sportprestatie of omdat hij druk ervaart vanuit de maatschappij en het sportteam om een atletische lichaamsbouw te bereiken en behouden. LEA kan weliswaar op korte termijn een positief effect hebben op de sportprestatie en gewicht van de atleet. Maar op lange termijn heeft het echter een negatief effect. Bovendien wordt de invloed van het lichaamsgewicht op de sportprestatie zowel door de atleet als zijn entourage vaak overschat. Andere factoren zoals trainingsvolume en eerdere sportprestaties hebben een grotere invloed. Deze misperceptie bij coaches is te wijten aan een gebrek aan kennis en bewustzijn over de invloed van voeding en gewicht op de prestatie van de atleet. De vaardigheden van coaches om te communiceren over gewicht zijn daarnaast momenteel inadequaat.
Een hoger risico op LEA stelt men in het bijzonder vast bij sporten die een indeling een gewichtsklassen hanteren (bijv. gewichtheffen of judo) of waarbij een esthetische beoordeling op basis van het gewicht en de lichaamssamenstelling wordt gemaakt (bijv. gymnastiek of synchroonzwemmen). Ook duursporters (bijv. wielrennen of afstandslopen) behoren tot de risicogroep, want hun sportprestatie kan beperkt worden door de zwaartekracht of verhoogde ervaren weerstand die gepaard gaan met een hoger lichaamsgewicht. Het energieverbruik in deze sporten ligt vaak hoger door het hoge trainingsvolume. Dit wordt vaak onvoldoende opgevangen door de energie-inname. Prevalentiecijfers bij niet-Belgische duursporters tonen aan dat 20 – 90% van de atleten een verhoogd risico heeft op of lijden aan LEA. Specifieke cijfers voor Belgische duursporters ontbreken.
Het IOC pleit in zijn consensus statement van 2023 voor een bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de atleet als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de atleet en de zin van sportvoeding. Het betrekken van de sportdiëtist wordt aanbevolen. Eetexpert raadt aan om de focus niet te leggen op gewicht en eerder de ALLES-methode toe te passen in de communicatie rond gewicht bij sporters.
ONDERJZOEKSVRAGEN OV1: Wat is prevalentie van LEA bij Vlaamse duursporters die onder begeleiding zijn van een coach? OV2: Wat is de houding van de Vlaamse duursporter tegenover zijn lichaamsgewicht en voedingsgewoonten in functie van zijn sport? OV3: Wat is de houding van coaches van Vlaamse duursporters tegenover het lichaamsgewicht en voedingsgewoonten van de atleet in functie van zijn sport? OV4: Hoe kan een podcast worden ingezet om kennis en bewustwording over LEA bij duursporters en coaches te vergroten? Welke onderwerpen en benaderingen zijn het meest impactvol voor het bevorderen van preventie, herkenning en behandeling?
METHODOLOGIE 1.1 Desk research (OV1, 2, 3 en 4) Literatuurstudie naar oorzaken, gevolgen, prevalentie, diagnose en oplossingen voor LEA in de duursport. Waar hechten de coach en duursporter belang aan voor een betere sportprestatie?
1.2 Prevalentie LEA duursporters (OV1 en OV2) Deze fase bestaat uit 2 delen. Deel 1 omvat een reeks kwantitatieve metingen om de energiebeschikbaarheid van duursporters in kaart te brengen. De energiebeschikbaarheid wordt via volgende formule berekend: energiebeschikbaarheid = (Energie-inname (kcal) - energievebruik door sport (kcal)) / vetvrije massa (kg)
Bovenstaande variabelen worden via volgende objectieve methoden gemeten: • Energie-inname: via het voedingspatroon aan de hand van een voedingsdagboek. • Energieverbruik: aan de hand van het rustmetabolisme en de mate van beweging. o Rustmetabolisme gemeten via indirecte calorimetrie. o De mate van beweging gemeten via de ActivPal, een valide en betrouwbare methode voor het meten van het activiteitsniveau. De ActivPal wordt gedragen gelijktijdig met het invullen van het voedingsdagboek. • Vetvrije massa: gemeten via de huidplooien en de BOD POD. Deze methodes worden beschouwd als betrouwbaar en valide. Het gewicht brengen we niet in kaart. Dit is geen predictor voor LEA. Mensen met een normaal gewicht (en BMI) kunnen ook lijden aan LEA.
Wanneer de energiebeschikbaarheid lager is dan 30 kcal/kg vetvrije massa spreken we van LEA.
Het 2de deel bestaat uit een kwalitatief luik waarbij er d.m.v. semigestructureerde interviews wordt gepeild naar de attitude van de duursporter ten opzichte van gewicht en (sport)voeding.
Inclusiecriteria duursporter: Duursporter wordt in dit onderzoek gedefinieerd als een atleet die >6 uur per week loopt/zwemt en/of >10 uur per week fietst. Daarnaast moet de duursporter >18 jaar en onder begeleiding zijn van een coach. We beogen minimum 50 duursporters te meten. Deze metingen nemen (ongeveer) een halve dag per persoon in beslag.
1.3 Attitude coaches (OV3) De attitude van coaches ten opzichte van gewicht en belang van voeding voor de prestatie van de duursporter wordt, net zoals bij de duursporters, gemeten aan de hand van semigestructureerde interviews. Ook hiervoor wordt tijdens het project een leidraad opgesteld.
1.4 Ontwikkelen podcasts (OV4) Op basis van de resultaten uit bovenstaande metingen wordt een podcastreeks ontwikkeld. Er wordt gekozen voor een podcast om zo een breed mogelijk publiek te bereiken. Deze worden gepubliceerd op Spotify en verspreid via onze samenwerkingspartners.
- Beschrijving (Enhanced)
- Marketing samenvatting: Leer over de gevolgen van Low Energy Availability (LEA) bij atleten. Ontdek hoe onbewuste LEA kan leiden tot gezondheidsproblemen en verminderde prestaties. Podcasts worden ingezet om bewustwording te vergroten. Onderzoek focust op prevalentie en attitudes van duursporters en coaches.
- Beschrijving (Cleaned)
-
PROBLEEMSCHETS LEA (Low Energy Availability) wordt door het International Olympic Committee gedefinieerd als "any mismatch between dietary energy intake and energy expended in exercise that leaves the body's total energy needs unmet, that is, there is inadequate energy to support the functions required by the body to maintain optimal health and performance". Met andere woorden: een disbalans tussen de energie-inname en het energieverbruik. Het energieverbruik is hoger dan de energie-inname. Bij langdurige LEA functioneert het lichaam minder goed fysiologisch met op lange termijn een negatief effect op de gezondheid en prestaties van de atleet. Het leidt o.a. tot een verstoorde glycogeenopslag en hormoonbalans, verminderde concentratie en spierkracht, verhoogd risico op blessures en verstoord eetgedrag en een verhoogd stressniveau. Relative Energy Deficiency in Sport (RED-s) is een gevolg van langdurige LEA en brengt dan weer extra mentale en fysieke gevolgen met zich mee.
LEA kan bewust of onbewust tot stand komen. Onbewust door een gebrek aan kennis over gezonde (sport)voeding. De atleet heeft onvoldoende zicht op hoeveel, wanneer en welke voeding nodig is voor zijn sportprestatie. Sociale media worden het meest gebruikt om voedingsinformatie op te zoeken. Deze info is vaak incorrect en werkt het probleem in de hand. Het identificeren van LEA vormt een uitdaging voor zowel coaches als atleten, omdat de symptomen subtiel kunnen zijn en overlappen met die van overtraining. Ook de tijdsdruk waaronder coaches en atleten presteren bemoeilijkt het proces van screening en herkenning. In een omgeving waar prestaties en resultaten centraal staan, bestaat het risico dat onvoldoende tijd en aandacht besteed wordt aan het nauwkeurig evalueren van de energiebalans van de atleet. LEA kan ook een bewuste keuze van de atleet (of coach) zijn. Deze keuze kan voortkomen uit het streven naar een ideaal lichaamsgewicht, wat de atleet als belangrijk beschouwt omdat hij denkt dat een lager lichaamsgewicht leidt tot een betere sportprestatie of omdat hij druk ervaart vanuit de maatschappij en het sportteam om een atletische lichaamsbouw te bereiken en behouden. LEA kan weliswaar op korte termijn een positief effect hebben op de sportprestatie en gewicht van de atleet. Maar op lange termijn heeft het echter een negatief effect. Bovendien wordt de invloed van het lichaamsgewicht op de sportprestatie zowel door de atleet als zijn entourage vaak overschat. Andere factoren zoals trainingsvolume en eerdere sportprestaties hebben een grotere invloed. Deze misperceptie bij coaches is te wijten aan een gebrek aan kennis en bewustzijn over de invloed van voeding en gewicht op de prestatie van de atleet. De vaardigheden van coaches om te communiceren over gewicht zijn daarnaast momenteel inadequaat.
Een hoger risico op LEA stelt men in het bijzonder vast bij sporten die een indeling een gewichtsklassen hanteren (bijv. gewichtheffen of judo) of waarbij een esthetische beoordeling op basis van het gewicht en de lichaamssamenstelling wordt gemaakt (bijv. gymnastiek of synchroonzwemmen). Ook duursporters (bijv. wielrennen of afstandslopen) behoren tot de risicogroep, want hun sportprestatie kan beperkt worden door de zwaartekracht of verhoogde ervaren weerstand die gepaard gaan met een hoger lichaamsgewicht. Het energieverbruik in deze sporten ligt vaak hoger door het hoge trainingsvolume. Dit wordt vaak onvoldoende opgevangen door de energie-inname. Prevalentiecijfers bij niet-Belgische duursporters tonen aan dat 20 – 90% van de atleten een verhoogd risico heeft op of lijden aan LEA. Specifieke cijfers voor Belgische duursporters ontbreken.
Het IOC pleit in zijn consensus statement van 2023 voor een bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de atleet als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de atleet en de zin van sportvoeding. Het betrekken van de sportdiëtist wordt aanbevolen. Eetexpert raadt aan om de focus niet te leggen op gewicht en eerder de ALLES-methode toe te passen in de communicatie rond gewicht bij sporters.
ONDERZOEKSVRAGEN OV1: Wat is prevalentie van LEA bij Vlaamse duursporters die onder begeleiding zijn van een coach? OV2: Wat is de houding van de Vlaamse duursporter tegenover zijn lichaamsgewicht en voedingsgewoonten in functie van zijn sport? OV3: Wat is de houding van coaches van Vlaamse duursporters tegenover het lichaamsgewicht en voedingsgewoonten van de atleet in functie van zijn sport? OV4: Hoe kan een podcast worden ingezet om kennis en bewustwording over LEA bij duursporters en coaches te vergroten? Welke onderwerpen en benaderingen zijn het meest impactvol voor het bevorderen van preventie, herkenning en behandeling?
METHODOLOGIE 1.1 Desk research (OV1, 2, 3 en 4) Literatuurstudie naar oorzaken, gevolgen, prevalentie, diagnose en oplossingen voor LEA in de duursport. Waar hechten de coach en duursporter belang aan voor een betere sportprestatie?
1.2 Prevalentie LEA duursporters (OV1 en OV2) Deze fase bestaat uit 2 delen. Deel 1 omvat een reeks kwantitatieve metingen om de energiebeschikbaarheid van duursporters in kaart te brengen. De energiebeschikbaarheid wordt via volgende formule berekend: energiebeschikbaarheid = (Energie-inname (kcal) - energievebruik door sport (kcal)) / vetvrije massa (kg)
Bovenstaande variabelen worden via volgende objectieve methoden gemeten: • Energie-inname: via het voedingspatroon aan de hand van een voedingsdagboek. • Energieverbruik: aan de hand van het rustmetabolisme en de mate van beweging. o Rustmetabolisme gemeten via indirecte calorimetrie. o De mate van beweging gemeten via de ActivPal, een valide en betrouwbare methode voor het meten van het activiteitsniveau. De ActivPal wordt gedragen gelijktijdig met het invullen van het voedingsdagboek. • Vetvrije massa: gemeten via de huidplooien en de BOD POD. Deze methodes worden beschouwd als betrouwbaar en valide. Het gewicht brengen we niet in kaart. Dit is geen predictor voor LEA. Mensen met een normaal gewicht (en BMI) kunnen ook lijden aan LEA.
Wanneer de energiebeschikbaarheid lager is dan 30 kcal/kg vetvrije massa spreken we van LEA.
Het 2de deel bestaat uit een kwalitatief luik waarbij er d.m.v. semigestructureerde interviews wordt gepeild naar de attitude van de duursporter ten opzichte van gewicht en (sport)voeding.
Inclusiecriteria duursporter: Duursporter wordt in dit onderzoek gedefinieerd als een atleet die >6 uur per week loopt/zwemt en/of >10 uur per week fietst. Daarnaast moet de duursporter >18 jaar en onder begeleiding zijn van een coach. We beogen minimum 50 duursporters te meten. Deze metingen nemen (ongeveer) een halve dag per persoon in beslag.
1.3 Attitude coaches (OV3) De attitude van coaches ten opzichte van gewicht en belang van voeding voor de prestatie van de duursporter wordt, net zoals bij de duursporters, gemeten aan de hand van semigestructureerde interviews. Ook hiervoor wordt tijdens het project een leidraad opgesteld.
1.4 Ontwikkelen podcasts (OV4) Op basis van de resultaten uit bovenstaande metingen wordt een podcastreeks ontwikkeld. Er wordt gekozen voor een podcast om zo een breed mogelijk publiek te bereiken. Deze worden gepubliceerd op Spotify en verspreid via onze samenwerkingspartners.
- Resultaatsbeschrijving
-
GEPLANDE RESULTATEN
Een bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de duursporter als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de duursporter en de zin van sportvoeding. Dit bereiken we via een podcastreeks waarin verschillende topics worden besproken met gasten (duursporter, diëtist, coach, inspanningsfysioloog, ...). De podcast wordt verspreid via het platform Spotify. We voorzien ook een onderzoeksrapport, 1 publicatie in een vaktijdschrift en 2 posterpresentaties op congressen. Opties tot externe financiering en dienstverlening worden tijdens het project bekeken. Het antropometrielabo wordt door dit onderzoek gekend bij coaches en atleten. Dit vormt een opportuniteit tot het uitbouwen van een dienstverleningsactiviteit waar sporters zich volledig en professioneel kunnen laten opmeten en zo een inzicht krijgen in bv. hun energiebeschikbaarheid.
- Resultaatsbeschrijving (Cleaned)
-
GEPLANDE RESULTATEN
Een bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de duursporter als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de duursporter, en de zin van sportvoeding. Dit bereiken we via een podcastreeks waarin verschillende topics worden besproken met gasten (duursporter, diëtist, coach, inspanningsfysioloog, ...).
De podcast wordt verspreid via het platform Spotify. We voorzien ook een onderzoeksrapport, 1 publicatie in een vaktijdschrift en 2 posterpresentaties op congressen. Opties tot externe financiering en dienstverlening worden tijdens het project bekeken.
Het antropometrielabo wordt door dit onderzoek bekend bij coaches en atleten. Dit vormt een opportuniteit tot het uitbouwen van een dienstverleningsactiviteit waar sporters zich volledig en professioneel kunnen laten opmeten en zo een inzicht krijgen in bijvoorbeeld hun energiebeschikbaarheid.
- Start Datum
- 16-09-2024
- Eind Datum
- 19-09-2027
- Verification Status
- Not verified