DOSP-VHR-002931 | Gezondheidspromotie via sociale media (SHARE)

Bewerk Dossier Terug

Details

Business Unit
DOSP-APH
Kennisgroep
Gezondheid en Wetenschap
Beschrijving (Original)

PROBLEEMSTELLING Misinformatie omtrent gezondheid en preventie is een actuele bekommernis voor zowel gezondheidsprofessionals, maar ook vanuit een maatschappelijk perspectief. Daarnaast blijkt gezondheid één van de topics waar het vaakst misinformatie over verspreid wordt via sociale media. Ook kreeg onderzoek rond misinformatie in de gezondheidsdomeinen nog maar recent aandacht (i.e. eerste studie 2013), maar dit is in stijgende lijn. Desondanks is er een kennislacune rond de impact van deze misinformatie op individuele attitudes en bijbehorend (gezondheids)gedrag.

Vaccinatie blijkt één van de topics waarover vaak misinformatie wordt verspreid op sociale media, waarvan het grootste aandeel over vaccinatie bij kinderen. Onderzoek wijst uit dat ‘verzet’ tegen evidence-based zorg, zoals bijvoorbeeld vaccinatie, een groter bereik kent bij de ‘anti-bewegingen’ dan diegene die neutraal gebalanceerde informatie verstrekken. Vaak zijn het ook commerciële partijen (e.g. Farma-industrie) die onder de vlag van ‘gezondheidsinformatie’ reclame maken voor hun eigen product. Beiden illustreren hoe de objectiviteit van informatie over preventie en gezondheid in het gedrang komen en afhankelijk zijn van de doelstelling van de berichtgever.

Professionele zorgverleners hebben een belangrijke rol in het verstrekken van neutraal gebalanceerd en evidence-based informatie over preventie en gezondheid. Sociale media zijn één van de kanalen die zij kunnen hanteren om deze informatie te verstrekken. Hiervoor is er nood aan ‘Digitale wijsheid’ bij zorgverleners zodat zij in staat zijn om digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen hiervan kritisch te beoordelen. Zelf geven zorgverleners aan dat het niet altijd eenvoudig is om desinformatie te herkennen (bevraging ergotherapie, jan ‘24).

Ouders gebruiken steeds vaker sociale media als informatiebron rond gezondheid, ook specifiek voor de gezondheid van hun kinderen. De groep ouders met kinderen jonger dan 5 jaar percipieert de informatie op sociale media significant minder accuraat dan ouders van oudere kinderen. In het kader van preventie zoeken ouders voornamelijk naar topics als ‘vaccinatie’, ‘wiegendood’, ‘babyvoeding’, ‘normale stoelgang’, ‘groei en ontwikkeling’, ‘slaap’ en ‘gedragsverandering’. Daarnaast gebruiken ouders ook vaak sociale media wanneer hun kind een bepaalde diagnose kreeg en mogelijks keuzes moeten maken omtrent de behandeling hiervan. Het gebruik van sociale media voor gezondheidsinformatie wordt geassocieerd met zich sociaal ondersteund voelen en empowerment onder zwangere vrouwen en jonge moeders.

Vroedvrouwen en ergotherapeuten zijn experten bij uitstek wanneer het gaat om de ondersteuning van (transitie naar) ouderschap en de normale ontwikkeling van het jonge kind (0-6 jaar). Ook zij erkennen het belang van sociale media als een ‘tool’ om kennis te verspreiden, toch geven sommigen aan nood te hebben aan educatie hoe zij sociale media op een slimme en correcte manier kunnen inzetten.

Het ‘SHARE’ project wil concrete tools aanreiken aan zorgverleners om ouders van jonge kinderen enerzijds te behoeden voor misinformatie rond gezondheid op sociale media en anderzijds hen ondersteunen in het maken van gezondheid gerelateerde keuzes in de zorg voor hun kind.

ONDERZOEKSVRAGEN Werkpakket (WP) 1 Onderzoeksvraag (OV) 1-2

  1. Op welke manier kunnen zorgverleners sociale media gebruiken om op een correcte manier advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?
  2. Welke goede praktijken zijn er waarbij zorgverleners sociale media gebruiken om advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?

WP2 - OV 3-4 3. Hoe gebruiken zorgverleners momenteel sociale media om advies rond gezondheidspromotie te geven aan ouders van jonge kinderen? 4. In welke mate putten zorgverleners uit sociale media om zichzelf te informeren om adviezen op te baseren die ze geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar)?

WP3 - OV 5 5. Wat is de inhoud en het bereik van content op sociale media gericht op ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) rond gezondheidspromotie?

WP4 - OV 6 6. Welke zijn de determinanten van neutraal gebalanceerde evidence-based adviezen rond gezondheidspromotie in sociale media content en hoe worden deze het best verspreid via sociale media?

METHODOLOGIE

  • WP1 (OV1-2) Deskresearch en kwalitatief onderzoek Door middel van deskresearch (literatuurstudie) wordt onderzocht hoe ouders van jonge kinderen het best bereikt worden in het kader van gezondheidsadvies voor hun kinderen. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van purposive sampling om semigestructureerde interviews af te nemen bij experten op vlak van sociale media gebruik in kader van gezondheid in de Vlaamse context. Het doel van WP1 is om theorie en good practices in kaart te brengen, om concrete adviezen te verlenen voor de specifieke doelgroep en bijhorende gezondheidsinformatie en adviezen.
  • WP2 (OV3-4) Mixed methods Door een cross-sectionele bevraging van het werkveld (zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen) worden OV3-4 beantwoord. Resultaten worden kwantitatief en kwalitatief geanalyseerd. Vervolgens worden deze resultaten in focusgroepen verder uitgediept tot een beter begrip van inzichten. Resultaten worden thematisch geanalyseerd volgens thematische analyse.
  • WP3 (OV5) Verdiepend deskresearch Een selectie van sociale media content gericht aan ouders van jonge kinderen wordt methodologisch geanalyseerd op bereik, impact en inhoudelijke correctheid (evidence-based informatie). Het onderzoeksteam gebruikt de READ methode als strategie voor verzameling en analyse. Deze benadering bestaat uit 4 stappen, namelijk: (1) Voorbereiding (Ready your materials); (2) Data-Extractie; (3) Data-Analyse en (4) het beschrijven (Distilleren) van de resultaten.
  • WP4 (OV6) Ontwikkeling van een online ‘how to’ guide’ met best practices voor zorgverleners (= toolkit)

Gebaseerd op de resultaten uit WP1-3 wordt een online toolkit voor zorgverleners ontwikkeld, de bruikbaarheid van de toolkit wordt afgetoetst door de integratie hiervan in het onderwijsaanbod voor de studenten, vb. door interdisciplinaire eindwerken (vroedkunde en ergotherapie). Ook wordt de toolkit toegepast door één interdisciplinaire studentengroep voor enkele weken van een specifieke sociale media account te voorzien van content gericht aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud). Deze studentengroep monitort het bereik en bevraagt achteraf de doelgroep in het kader van impact (begrijpbaarheid, toepasbaarheid en mate van gedragsverandering). Verder wordt de toolkit voorgesteld en gebruikt door zorgverleners, een tweede interdisciplinaire studentengroep zal hen bevragen omtrent de bruikbaarheid van de online toolkit (bijkomende noden, duidelijkheid, toepasbaarheid). Op basis van de resultaten wordt de online toolkit bijgewerkt. De onderzoekers uit dit PWO zullen ook de hand reiken naar andere gezondheidsopleidingen die geïnteresseerd zijn in interdisciplinaire eindwerken te organiseren in het kader van dit project.

Beschrijving (Enhanced)
Ouders zoeken op sociale media vaak naar gezondheidsinformatie voor hun jonge kinderen. Het 'SHARE' project biedt zorgverleners tools om misinformatie te vermijden en ouders te ondersteunen bij gezondheidskeuzes. Het onderzoek focust op hoe zorgverleners sociale media kunnen gebruiken voor advies aan ouders, met als doel neutraal gebalanceerde informatie te verspreiden.
Beschrijving (Cleaned)

PROBLEEMSTELLING

Misinformatie omtrent gezondheid en preventie is een actuele bekommernis voor zowel gezondheidsprofessionals, maar ook vanuit een maatschappelijk perspectief. Daarnaast blijkt gezondheid één van de topics waar het vaakst misinformatie over verspreid wordt via sociale media. Ook kreeg onderzoek rond misinformatie in de gezondheidsdomeinen nog maar recent aandacht (i.e. eerste studie 2013), maar dit is in stijgende lijn. Desondanks is er een kennislacune rond de impact van deze misinformatie op individuele attitudes en bijbehorend (gezondheids)gedrag.

Vaccinatie blijkt één van de topics waarover vaak misinformatie wordt verspreid op sociale media, waarvan het grootste aandeel over vaccinatie bij kinderen. Onderzoek wijst uit dat ‘verzet’ tegen evidence-based zorg, zoals bijvoorbeeld vaccinatie, een groter bereik kent bij de ‘anti-bewegingen’ dan diegene die neutraal gebalanceerde informatie verstrekken. Vaak zijn het ook commerciële partijen (e.g. Farma-industrie) die onder de vlag van ‘gezondheidsinformatie’ reclame maken voor hun eigen product. Beiden illustreren hoe de objectiviteit van informatie over preventie en gezondheid in het gedrang komen en afhankelijk zijn van de doelstelling van de berichtgever.

Professionele zorgverleners hebben een belangrijke rol in het verstrekken van neutraal gebalanceerd en evidence-based informatie over preventie en gezondheid. Sociale media zijn één van de kanalen die zij kunnen hanteren om deze informatie te verstrekken. Hiervoor is er nood aan ‘Digitale wijsheid’ bij zorgverleners zodat zij in staat zijn om digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen hiervan kritisch te beoordelen. Zelf geven zorgverleners aan dat het niet altijd eenvoudig is om desinformatie te herkennen (bevraging ergotherapie, jan ‘24).

Ouders gebruiken steeds vaker sociale media als informatiebron rond gezondheid, ook specifiek voor de gezondheid van hun kinderen. De groep ouders met kinderen jonger dan 5 jaar percipieert de informatie op sociale media significant minder accuraat dan ouders van oudere kinderen. In het kader van preventie zoeken ouders voornamelijk naar topics als ‘vaccinatie’, ‘wiegendood’, ‘babyvoeding’, ‘normale stoelgang’, ‘groei en ontwikkeling’, ‘slaap’ en ‘gedragsverandering’. Daarnaast gebruiken ouders ook vaak sociale media wanneer hun kind een bepaalde diagnose kreeg en mogelijks keuzes moeten maken omtrent de behandeling hiervan. Het gebruik van sociale media voor gezondheidsinformatie wordt geassocieerd met zich sociaal ondersteund voelen en empowerment onder zwangere vrouwen en jonge moeders.

Vroedvrouwen en ergotherapeuten zijn experten bij uitstek wanneer het gaat om de ondersteuning van (transitie naar) ouderschap en de normale ontwikkeling van het jonge kind (0-6 jaar). Ook zij erkennen het belang van sociale media als een ‘tool’ om kennis te verspreiden, toch geven sommigen aan nood te hebben aan educatie hoe zij sociale media op een slimme en correcte manier kunnen inzetten.

Het ‘SHARE’ project wil concrete tools aanreiken aan zorgverleners om ouders van jonge kinderen enerzijds te behoeden voor misinformatie rond gezondheid op sociale media en anderzijds hen ondersteunen in het maken van gezondheid gerelateerde keuzes in de zorg voor hun kind.

ONDERZOEKSVRAGEN

Werkpakket (WP) 1 Onderzoeksvraag (OV) 1-2

  1. Op welke manier kunnen zorgverleners sociale media gebruiken om op een correcte manier advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?
  2. Welke goede praktijken zijn er waarbij zorgverleners sociale media gebruiken om advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?

WP2 - OV 3-4 3. Hoe gebruiken zorgverleners momenteel sociale media om advies rond gezondheidspromotie te geven aan ouders van jonge kinderen? 4. In welke mate putten zorgverleners uit sociale media om zichzelf te informeren om adviezen op te baseren die ze geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar)?

WP3 - OV 5 5. Wat is de inhoud en het bereik van content op sociale media gericht op ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) rond gezondheidspromotie?

WP4 - OV 6 6. Welke zijn de determinanten van neutraal gebalanceerde evidence-based adviezen rond gezondheidspromotie in sociale media content en hoe worden deze het best verspreid via sociale media?

METHODOLOGIE

  • WP1 (OV1-2) Deskresearch en kwalitatief onderzoek Door middel van deskresearch (literatuurstudie) wordt onderzocht hoe ouders van jonge kinderen het best bereikt worden in het kader van gezondheidsadvies voor hun kinderen. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van purposive sampling om semigestructureerde interviews af te nemen bij experten op vlak van sociale media gebruik in kader van gezondheid in de Vlaamse context. Het doel van WP1 is om theorie en good practices in kaart te brengen, om concrete adviezen te verlenen voor de specifieke doelgroep en bijhorende gezondheidsinformatie en adviezen.
  • WP2 (OV3-4) Mixed methods Door een cross-sectionele bevraging van het werkveld (zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen) worden OV3-4 beantwoord. Resultaten worden kwantitatief en kwalitatief geanalyseerd. Vervolgens worden deze resultaten in focusgroepen verder uitgediept tot een beter begrip van inzichten. Resultaten worden thematisch geanalyseerd volgens thematische analyse.
  • WP3 (OV5) Verdiepend deskresearch Een selectie van sociale media content gericht aan ouders van jonge kinderen wordt methodologisch geanalyseerd op bereik, impact en inhoudelijke correctheid (evidence-based informatie). Het onderzoeksteam gebruikt de READ methode als strategie voor verzameling en analyse. Deze benadering bestaat uit 4 stappen, namelijk: (1) Voorbereiding (Ready your materials); (2) Data-Extractie; (3) Data-Analyse en (4) het beschrijven (Distilleren) van de resultaten.
  • WP4 (OV6) Ontwikkeling van een online ‘how to’ guide’ met best practices voor zorgverleners (= toolkit)

Gebaseerd op de resultaten uit WP1-3 wordt een online toolkit voor zorgverleners ontwikkeld, de bruikbaarheid van de toolkit wordt afgetoetst door de integratie hiervan in het onderwijsaanbod voor de studenten, vb. door interdisciplinaire eindwerken (vroedkunde en ergotherapie). Ook wordt de toolkit toegepast door één interdisciplinaire studentengroep voor enkele weken van een specifieke sociale media account te voorzien van content gericht aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud). Deze studentengroep monitort het bereik en bevraagt achteraf de doelgroep in het kader van impact (begrijpbaarheid, toepasbaarheid en mate van gedragsverandering). Verder wordt de toolkit voorgesteld en gebruikt door zorgverleners, een tweede interdisciplinaire studentengroep zal hen bevragen omtrent de bruikbaarheid van de online toolkit (bijkomende noden, duidelijkheid, toepasbaarheid). Op basis van de resultaten wordt de online toolkit bijgewerkt. De onderzoekers uit dit PWO zullen ook de hand reiken naar andere gezondheidsopleidingen die geïnteresseerd zijn in interdisciplinaire eindwerken te organiseren in het kader van dit project.

Resultaatsbeschrijving

GEPLANDE RESULTATEN • Een online toolkit voor zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud) (WP1, 2, 3 en 4). De toolkit bevat een stapsgewijze gids met antwoord op: (1) ‘Wat is de evidentie rond online communicatie naar ouders’? en (2) ‘Hoe maak ik een evidence-based post voor ouders’? • Disseminatie van de onderzoeksresultaten door:

  • Een verwijzing op de website van ‘mediawijsheid’ en CEBAM
  • Flyers en posters in het netwerk van zorgorganisaties en eerstelijns zorgverleners van AP Hogeschool
  • Presentaties (oral/poster) op congressen zoals CARE4, ICM, EMA, WFOT, OTEurope
  • Een artikel in het tijdschrift voor vroedvrouwen van de VBOV (Vlaamse Beroepsorganisatie voor Vroedvrouwen), tijdschrift voor verloskundigen van de KNOV (Nederlandse beroepsorganisatie) en in ErgoWerkt (Ergotherapie Vlaanderen). • Publicatie in een peer reviewed tijdschrift (WP2 – OV 3&4): Resultaten van mixed-methods study (cross-sectionele bevraging; focusgroepen) worden gepubliceerd.
Resultaatsbeschrijving (Cleaned)

GEPLANDE RESULTATEN

• Een online toolkit voor zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud) (WP1, 2, 3 en 4). De toolkit bevat een stapsgewijze gids met antwoord op: (1) ‘Wat is de evidentie rond online communicatie naar ouders’? en (2) ‘Hoe maak ik een evidence-based post voor ouders’?

• Disseminatie van de onderzoeksresultaten door:

  • Een verwijzing op de website van ‘mediawijsheid’ en CEBAM
  • Flyers en posters in het netwerk van zorgorganisaties en eerstelijns zorgverleners van AP Hogeschool
  • Presentaties (oral/poster) op congressen zoals CARE4, ICM, EMA, WFOT, OTEurope
  • Een artikel in het tijdschrift voor vroedvrouwen van de VBOV (Vlaamse Beroepsorganisatie voor Vroedvrouwen), tijdschrift voor verloskundigen van de KNOV (Nederlandse beroepsorganisatie) en in ErgoWerkt (Ergotherapie Vlaanderen).

• Publicatie in een peer reviewed tijdschrift (WP2 – OV 3&4): Resultaten van mixed-methods study (cross-sectionele bevraging; focusgroepen) worden gepubliceerd.

Start Datum
16-09-2024
Eind Datum
19-09-2027
Verification Status
Not verified