DOSP-VHR-003012 | Onderzoek naar toxische dampen waaraan zeevarenden blootgesteld worden aan boord van tankers tijdens de normale operaties

Bewerk Dossier Terug

Details

Business Unit
DOSP-AMA
Kennisgroep
Duurzaam Transport
Beschrijving (Original)

Vooreerst hebben we getracht een algemeen beeld te krijgen over de gemiddelde concentraties van BTEX dampen aan boord van gas- en chemicaliëntankers. Een beeld hiervan werd bekomen door gebruik te maken van de Radiello diffusieve staalname. De staalname zelf gebeurde door de HZS, de analyse van de monsters nadien gebeurde door het departement scheikunde van de UA. De blootstellingsduur werd bepaald door de duur van de reis. Telkens bij aankomst of vertrek uit een haven werd een nieuwe bemonstering gestart. Dit resulteerde in gemiddelde concentraties voor zowel de gemaakte zeereizen als voor het verblijf in de verschillende havens. Voor de binnenruimte geldt dat voor de producten waar een richtlijn voor bestaat, deze nergens werd overschreden, enkel voor tolueen werd de maximale Belgische richtlijn bereikt. Voor de buitenwaarden ligt de gemiddelde tolueen concentratie net boven de toegelaten waarde van 260 µg/m³ die vooropgesteld werd door de World Health Organisation. De maximaal gemeten tolueen waarde ligt ruim 5 maal boven de voorgeschreven grenswaarde. Anderzijds werd getracht om naast deze gemiddelde waarden, ook piekwaarden te registreren. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de PAC – III van Draeger. Dit toestel gebruikt een OV-sensor of ‘organic vapour’ sensor, die via een elektrochemische reactie de concentratie van bepaalde organische gassen onder atmosferische omstandigheden kan opmeten. Voordeel is dat de uitlezing ervan direct aan een datalogger kan gekoppeld worden, nadeel ervan is ‘cross-sensivity’, waardoor het in bepaalde gevallen moeilijk wordt om de aanwezige producten te identificeren. Aan boord van de gastanker gaf dit niet echt problemen, gezien er gedurende de meetperiode slechts één product gelijktijdig vervoerd werd. Aan boord van de chemicaliëntankers was dit toestel meestal niet bruikbaar gezien er zich hier meerdere (6-8) producten gelijktijdig aan boord bevonden. De uitlezing hier was dan ook de som van de aanwezige concentraties. In dit geval dient de Pac III dan ook gezien te worden als een detectietoestel, eerder dan een meettoestel. Indien de OV-sensor niets registreert, wil dit zeggen dat de mogelijk aanwezige concentraties van vluchtige organische dampen lager zijn dan de detectielimiet van 0.5 ppm van het toestel. Dit toestel was wel bruikbaar bij bijvoorbeeld controle van een tank na het reinigen ervan, omdat we hier met zekerheid kunnen zeggen dat de gemeten concentraties afkomstig zijn van het laatst vervoerde product in deze tank. Dit toestel registreerde meestal relatief lage waarden, nabij de detectielimiet van het toestel, maar gaf duidelijk hogere waarden naarmate men de manifold naderde. De manifold bevindt zich nabij het midden van het schip en is de plaats waar de leidingen van het schip met deze van de wal verbonden worden. Aan dek bleek duidelijk dat de gemeten concentraties plaatsgerelateerd zijn, en dat de manifold hierbij de hoogste waarden aangaf. De meest interessante metingen met dit toestel werden gedaan tijdens de tankinspectie. Een tankinspectie wordt uitgevoerd na het wassen van de tanks, om na te gaan of de tank voldoet aan de vereisten om de volgende lading te kunnen laden. Tijdens een van deze controles werd onmiddellijk de maximale waarde gemeten die het toestel kan meten (200ppm). Waarschijnlijk was de werkelijk aanwezige concentratie in de tank nog hoger. Hetzelfde resultaat werd bekomen in 3 andere tanks. Het betrof hier tanks die ethanol bevat hadden, en waarin na lossing 4 uur geventileerd werd.

Verdere analyse van de resultaten gaf volgende opmerkelijke vaststellingen:

  • Er werd een groot verschil vastgesteld tussen de absolute waarden gemeten respectievelijk aan de aanzuiging van de lucht voor de accommodatie en de aanzuiging van de lucht voor de machinekamer. De eerste bevindt zich op ongeveer 13 meter boven het zeeoppervlak en iets meer naar voren, de laatstgenoemde op ongeveer 3 meter boven het zeeoppervlak. . Deze belangrijke verschillen hebben te maken met de overheersende windrichting en luchtstroom rond de opbouw. Wanneer de aanzuiging van de machinekamer benedenwinds ligt ten opzichte van de schouw, werd een veel hogere concentratie van verbrandingsgerelateerde polluenten gemeten aan de aanzuiging van de machinekamer ten opzichte van de aanzuiging van de accommodatie. In deze situatie verdwijnen ook de correlaties tussen de concentraties van de gemeten producten aan de aanzuigingen. De twee aanzuigingen worden hier door een verschillende bron beïnvloed. Doordat de verhoogde concentraties polluenten aan de inlaat van de machinekamer verbrandingsgerelateerd zijn, zijn deze waarschijnlijk afkomstig van de emissies van de schouw. Verder onderzoek zou dit kunnen bevestigen. De huidige gegevens laten enkel toe dit fenomeen vast te stellen, maar zijn onvoldoende om een verklaring hiervoor te geven.
  • Er is een duidelijk verband tussen de absolute concentraties en de vervoerde ladingen. Dampen van de lading verhogen over het ganse schip de concentratie, en niet enkel aan dek. Dampen van de lading dringen door tot in de machinekamer en tot in de verblijven. Zoals eerder besproken zonder de geldende grenswaarden te overschrijden.
  • Afhankelijk van de heersende relatieve windrichting hebben de uitlaatgassen van de schouw onze metingen beïnvloed. In hoeverre precies hebben we niet kunnen afleiden uit onze metingen en vraagt verder onderzoek.
  • In de machinekamer is er duidelijk een aanrijking van de concentratie polluenten. Dit blijkt duidelijk uit de indoor – outdoor verhouding in een relatief zuivere omgeving. Om de bron hiervan te localiseren beschikken we over te weinig data voor de machinekamer. Het is zeker nuttig dat verder onderzoek zich hierop toespitst.
  • Een andere opmerkelijke vaststelling is het feit dat de indoor-outdoor verhouding voor verschillende polluenten in de accommodatie dikwijls groter is dan 1. De kans dat er zich een pollutiebron in de accommodatie bevindt is klein. Tabaksrook en dampen uit de keuken zijn mogelijke vervuilers. De verbinding tussen de machinekamer en de accommodatie is een mogelijke bron, maar dan zou de concentratie beneden in de accommodatie, waar deze verbinding aanwezig is, hoger moeten zijn dan bovenaan. Dit is in de meeste gevallen echter niet zo. Accummulatie zou een belangrijke rol kunnen spelen, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van vast tapijt, gordijnen, linoleum,… Gezien er echter een actief ventilatiesysteem aanwezig is, is ook dit weinig waarschijnlijk, tenzij deze ventilatie onvoldoende efficiënt zou zijn. Onze dataset liet niet toe om hierover meer specifieke uitspraken te doen.
Beschrijving (Enhanced)
Marketingcommunicatie-samenvatting: Gemiddelde BTEX-dampconcentraties aan boord van tankers onderzocht. Resultaten tonen overschrijding Belgische richtlijn voor tolueen. PAC-III gebruikt voor piekwaardenregistratie. Concentraties hoger nabij manifold. Belangrijk verschil in luchtconcentraties tussen accommodatie en machinekamer. Verband tussen ladingen en concentraties over schip. Onderzoek nodig naar bronnen van polluenten in machinekamer en accommodatie.
Beschrijving (Cleaned)

Vooreerst hebben we getracht een algemeen beeld te krijgen over de gemiddelde concentraties van BTEX dampen aan boord van gas- en chemicaliëntankers. Een beeld hiervan werd bekomen door gebruik te maken van de Radiello diffusieve staalname. De staalname zelf gebeurde door de HZS, de analyse van de monsters nadien gebeurde door het departement scheikunde van de UA. De blootstellingsduur werd bepaald door de duur van de reis. Telkens bij aankomst of vertrek uit een haven werd een nieuwe bemonstering gestart. Dit resulteerde in gemiddelde concentraties voor zowel de gemaakte zeereizen als voor het verblijf in de verschillende havens.

Voor de binnenruimte geldt dat voor de producten waar een richtlijn voor bestaat, deze nergens werd overschreden, enkel voor tolueen werd de maximale Belgische richtlijn bereikt. Voor de buitenwaarden ligt de gemiddelde tolueen concentratie net boven de toegelaten waarde van 260 µg/m³ die vooropgesteld werd door de World Health Organisation. De maximaal gemeten tolueen waarde ligt ruim 5 maal boven de voorgeschreven grenswaarde.

Anderzijds werd getracht om naast deze gemiddelde waarden, ook piekwaarden te registreren. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de PAC – III van Draeger. Dit toestel gebruikt een OV-sensor of ‘organic vapour’ sensor, die via een elektrochemische reactie de concentratie van bepaalde organische gassen onder atmosferische omstandigheden kan opmeten. Voordeel is dat de uitlezing ervan direct aan een datalogger kan gekoppeld worden, nadeel ervan is ‘cross-sensivity’, waardoor het in bepaalde gevallen moeilijk wordt om de aanwezige producten te identificeren. Aan boord van de gastanker gaf dit niet echt problemen, gezien er gedurende de meetperiode slechts één product gelijktijdig vervoerd werd. Aan boord van de chemicaliëntankers was dit toestel meestal niet bruikbaar gezien er zich hier meerdere (6-8) producten gelijktijdig aan boord bevonden. De uitlezing hier was dan ook de som van de aanwezige concentraties.

In dit geval dient de Pac III dan ook gezien te worden als een detectietoestel, eerder dan een meettoestel. Indien de OV-sensor niets registreert, wil dit zeggen dat de mogelijk aanwezige concentraties van vluchtige organische dampen lager zijn dan de detectielimiet van 0.5 ppm van het toestel. Dit toestel was wel bruikbaar bij bijvoorbeeld controle van een tank na het reinigen ervan, omdat we hier met zekerheid kunnen zeggen dat de gemeten concentraties afkomstig zijn van het laatst vervoerde product in deze tank.

Dit toestel registreerde meestal relatief lage waarden, nabij de detectielimiet van het toestel, maar gaf duidelijk hogere waarden naarmate men de manifold naderde. De manifold bevindt zich nabij het midden van het schip en is de plaats waar de leidingen van het schip met die van de wal verbonden worden. Aan dek bleek duidelijk dat de gemeten concentraties plaatsgerelateerd zijn, en dat de manifold hierbij de hoogste waarden aangaf.

De meest interessante metingen met dit toestel werden gedaan tijdens de tankinspectie. Een tankinspectie wordt uitgevoerd na het wassen van de tanks, om na te gaan of de tank voldoet aan de vereisten om de volgende lading te kunnen laden. Tijdens een van deze controles werd onmiddellijk de maximale waarde gemeten die het toestel kan meten (200ppm). Waarschijnlijk was de werkelijk aanwezige concentratie in de tank nog hoger. Hetzelfde resultaat werd bekomen in 3 andere tanks. Het betrof hier tanks die ethanol bevatten hadden, en waarin na lossing 4 uur geventileerd werd.

Verdere analyse van de resultaten gaf volgende opmerkelijke vaststellingen: - Er werd een groot verschil vastgesteld tussen de absolute waarden gemeten respectievelijk aan de aanzuiging van de lucht voor de accommodatie en de aanzuiging van de lucht voor de machinekamer. De eerste bevindt zich op ongeveer 13 meter boven het zeeoppervlak en iets meer naar voren, de laatstgenoemde op ongeveer 3 meter boven het zeeoppervlak. Deze belangrijke verschillen hebben te maken met de overheersende windrichting en luchtstroom rond de opbouw. Wanneer de aanzuiging van de machinekamer benedenwinds ligt ten opzichte van de schouw, werd een veel hogere concentratie van verbrandingsgerelateerde polluenten gemeten aan de aanzuiging van de machinekamer ten opzichte van de aanzuiging van de accommodatie. In deze situatie verdwijnen ook de correlaties tussen de concentraties van de gemeten producten aan de aanzuigingen. De twee aanzuigingen worden hier door een verschillende bron beïnvloed. Doordat de verhoogde concentraties polluenten aan de inlaat van de machinekamer verbrandingsgerelateerd zijn, zijn deze waarschijnlijk afkomstig van de emissies van de schouw. Verder onderzoek zou dit kunnen bevestigen. De huidige gegevens laten enkel toe dit fenomeen vast te stellen, maar zijn onvoldoende om een verklaring hiervoor te geven.

Resultaatsbeschrijving
Resultaatsbeschrijving (Cleaned)
Start Datum
01-01-2005
Eind Datum
31-12-2006
Verification Status
Not verified