DOSP-VHR-003650 | Engagementsverklaring Lerarenopleiding

Bewerk Dossier Terug

Details

Business Unit
DOSP-WST
Kennisgroep
Onderzoeksgroep Secundair Onderwijs
Beschrijving (Original)

Het belang van sterke leerkrachten kan niet overschat worden. De herwaardering van het lerarenberoep, aantrekkelijke en kwaliteitsvolle lerarenopleidingen en een sterke instroom van kandidaat-leerkrachten zijn cruciaal voor onze onderwijskwaliteit en de aanpak van het lerarentekort. Er bestaat niet één allesomvattende wonderoplossing, maar een waaier aan maatregelen, die allen bijdragen aan hetzelfde doel, is noodzakelijk: samen naar een hogere onderwijskwaliteit.Met deze engagementsverklaring willen we zowel de onderwijskwaliteit versterken als het lerarentekort aanpakken. Door in de lerarenopleiding de lat hoger te leggen, dragen we bij tot de opwaardering van de opleiding en van de job van leerkracht.De lerarenopleidingen van de universiteiten en hogescholen zijn een cruciale partner voor iedereen die de onderwijskwaliteit wil opkrikken. Zij leggen de basis voor een sterk leraarschap waar leraren gedurende hun loopbaan verder op kunnen bouwen. Daarom slaan de Vlaamse minister van Onderwijs en alle lerarenopleidingen de handen in elkaar. Bouwend op de al genomen beleidsinitiatieven en de aanbevelingen van de Commissie Beter Onderwijs, willen we samen blijven zorgen voor een sterke start voor de leraren van morgen.

Beschrijving (Enhanced)
Versterk het lerarenberoep met kwaliteitsvolle opleidingen en instroom van leraren. Samen bouwen we aan hogere onderwijskwaliteit en lossen we het lerarentekort op.
Beschrijving (Cleaned)

Het belang van sterke leerkrachten kan niet overschat worden. De herwaardering van het lerarenberoep, aantrekkelijke en kwaliteitsvolle lerarenopleidingen en een sterke instroom van kandidaat-leerkrachten zijn cruciaal voor onze onderwijskwaliteit en de aanpak van het lerarentekort.

Er bestaat niet één allesomvattende wonderoplossing, maar een waaier aan maatregelen, die allen bijdragen aan hetzelfde doel, is noodzakelijk: samen naar een hogere onderwijskwaliteit.

Met deze engagementsverklaring willen we zowel de onderwijskwaliteit versterken als het lerarentekort aanpakken. Door in de lerarenopleiding de lat hoger te leggen, dragen we bij tot de opwaardering van de opleiding en van de job van leerkracht.

De lerarenopleidingen van de universiteiten en hogescholen zijn een cruciale partner voor iedereen die de onderwijskwaliteit wil opkrikken. Zij leggen de basis voor een sterk leraarschap waar leraren gedurende hun loopbaan verder op kunnen bouwen.

Daarom slaan de Vlaamse minister van Onderwijs en alle lerarenopleidingen de handen in elkaar. Bouwend op de al genomen beleidsinitiatieven en de aanbevelingen van de Commissie Beter Onderwijs, willen we samen blijven zorgen voor een sterke start voor de leraren van morgen.

Resultaatsbeschrijving

Concreet zal de komende vijf jaar gewerkt worden aan duidelijke beleidsprioriteiten met het oog op de gerichte en structurele versterking van de kwaliteit van de lerarenopleidingen.1. We versterken de instroom in de lerarenopleidingen: vanaf het academiejaar 2023-2024 dient men de starttoets met bindende remediëring af te leggen alvorens zich te mogen inschrijven voor de educatieve bacheloropleidingen. De starttoets is een screening bij de ingang, maar ook een signaal: over de lerarenopleiding, over de hoge eisen die we als samenleving hanteren voor de leerkrachten van morgen. 2. We versterken en actualiseren het curriculum in de educatieve bacheloropleidingen met een focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Hierbij gaat specifieke aandacht uit naar het vak Nederlands in alle opleidingen: Elke leerkracht wordt een ‘taalleerkracht’. Voor het basisonderwijs voegen we daar ook wiskunde, Frans, wetenschappen en techniek aan toe. De lerarenopleidingen bieden hierover transparantie via de ECTS-fiches.- Er wordt steeds onderzoeks-geïnformeerd1 tewerk gegaan bij zowel de vakinhoud, de vakdidactiek als bij het klasmanagement waarbij wordt gekeken naar robuust, kwaliteitsvol, gerepliceerd, overdraagbaar onderzoek dat geldt voor de Vlaamse context.- De lerarenopleidingen stemmen hun curriculum af op de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs en op de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs, met een grotere focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Kennisverwerving bij leerlingen is cruciaal.Onder ‘onderzoeks-geïnformeerd’ wordt het volgende verstaan: rigoureus gehanteerde internationale maatstaven zoals geformuleerd bij EEF (Verenigd Koninkrijk), IES (USA), NRO (NL) en het Leerpunt (Vlaanderen).- De curricula worden afgestemd met het werkveld waaronder minstens met de koepels, directies en leerkrachten. Het werkveld wordt betrokken bij de ontwikkeling en kwaliteitsregie. 3. Het aantrekkelijker maken van de educatieve opleidingen:- In het academiejaar 2022-2023 vonden de visitaties door NVAO plaats bij de educatieve masteropleidingen. De universiteiten gaan aan de slag met de aanbevelingen uit de betreffende rapporten.- In het najaar van 2023 zullen de educatieve graduaatsopleidingen worden gevisiteerd door NVAO. De hogescholen zullen vervolgens aan de slag gaan met de aanbevelingen.- De educatieve opleidingen doen bijkomende inspanningen ten bate haalbare en aantrekkelijke trajecten voor zij-instromers. Hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met de eerder verworven competenties en ervaringen van zij-instromers.- Voor zij-instromers die reeds een lesopdracht hebben en in een LIO-traject stappen, wordt het lesgeven tijdens het LIO-traject zoveel als mogelijk meegeteld als stage.- De mogelijkheden om als zij-instromer een educatieve opleiding te volgen, worden communicatief in de verf gezet.- In de schoot van de VLHORA wordt m.b.t. de eerder verworven kwalificaties van wie instroomt in de verkorte educatieve bacheloropleiding een afsprakenkader voor het vrijstellingenbeleid in de educatieve bacheloropleidingen ontwikkeld. Alle hogescholen dienen dit afsprakenkader ten laatste in het academiejaar 2024-2025 te respecteren.- Voor wie reeds een masterdiploma op zak heeft en zich inschrijft in een educatieve masteropleiding, wordt de masterthesis aangepast naar een praktijkproef waarbij de praktijkgerichte component en de meerwaarde voor de klas- en schoolpraktijk in de verf komen te staan. Hiervoor zullen de betreffende decretale bepalingen worden aangepast. De benaming van deze masterthesis wordt aangepast naar ‘masterpraktijkproef’ om het verschil met een eerste algemeen gangbare masterproef communicatief in de verf te zetten. 4. Een sterke start, ook voor zij-instromers: het schooljaar start op 1 september, terwijl het academiejaar pas eind september van start gaat. Daarnaast kunnen nieuwe leerkrachten en gastleraren op elk moment van het schooljaar aangeworven worden. Om ervoor te zorgen dat gastleraren en leraren in opleiding toch met een allereerste basis voor de klas komen te staan, bieden de lerarenopleidingen een EHBO pakket met praktische richtlijnen inzake o.a. klasmanagement en didactiek aan. 5. We brengen nieuwe expertise in de basisschool: we richten een masteropleiding basisonderwijs in door middel van een structurele en duurzame samenwerking tussen de hogescholen en universiteiten. De overheid voorziet hiervoor de nodige functieclassificatie en vergoedingsregels. De universiteiten en hogescholen engageren zich om in co-creatie samen te werken bij de inrichting van de master basisonderwijs.- Aan de hand van het principe van ritsen kunnen studenten zowel vanuit de professionele als vanuit een academische bacheloropleiding instromen, waarbij het accent in het schakelprogramma of voorbereidingsprogramma respectievelijk op academische competenties of praktijkgerichte competenties ligt.- Er zal ook een traject op maat worden ontwikkeld voor werkstudenten.- De instellingen geven een concretisering van deze intenties aan de minister van Onderwijs tegen uiterlijk 1 januari 2024.- Bij de uitwerking van de master basisonderwijs wordt rekening gehouden met het SONO- onderzoek “Review master basisonderwijs”. Zo dient vooral gekeken te worden naar de inhoudelijke competenties waarover leraren moeten beschikken en in welke mate eenmasteropleiding hiertoe kan bijdragen. De meerwaarde van het masterdiploma situeert zich in het optimaliseren van de inhoudelijke expertise en draagt bij aan de adequaatheid van het pedagogisch-didactisch handelen van leraren. De plaats van een leraar met een masterdiploma is vooral in de klas zelf; een master basisonderwijs werkt voortdurend op het snijvlak van theorie en praktijk. Een andere belangrijke troef van de tewerkstelling van masters in het basisonderwijs is dat zij een bijdrage leveren aan het omvormen van scholen tot professionele leergemeenschappen waarbij scholen meer evidence-based en evidence-informed werken. Uit onderzoek blijkt dat de master basisonderwijs bovendien kan bijdragen aan het verbeteren van het imago van het lerarenberoep. Een complementair en divers lerarenteam zal bijdragen aan de onderwijskwaliteit van het basisonderwijs en de maatschappelijke waardering van het lerarenberoep, wat dan weer een positief effect zal hebben op het wegwerken van het lerarentekort. Een belangrijke meerwaarde is ook dat deze piste meer mogelijkheden geeft voor een nieuwe groep leerlingen uit het secundair onderwijs die anders niet voor deze opleiding zouden kiezen.- De overheid voorziet een uitzonderingsmogelijkheid om de programmatie van de nieuwe master basisonderwijs op korte termijn mogelijk te maken, dus zonder de weg via de macrodoelmatigheidsbeoordeling. Instellingen kunnen een toets nieuwe opleiding aan de NVAO bezorgen vanaf 1 september 2024, zodat de opleiding (rekening houdend met een schakel- en voorbereidingsprogramma en heldere communicatie van het nieuwe aanbod) van start kan gaan in het academiejaar 2025-2026. 6. Lesgeven moet je leren. Met als motto: “iedereen oefenschool”, bevorderen we structurele en duurzame partnerschappen tussen lerarenopleidingen en onderwijsinstellingen, met prioriteit voor de stagebegeleiding van (LIO-)studenten. Stages in de lerarenopleidingen dienen voldoende lang te zijn zodat een reële werkervaring in een school zoveel als mogelijk wordt gesimuleerd. Dit verkleint de zogenoemde praktijkshock. In tweede orde kunnen de lerarenopleidingen, in samenwerking met ook de pedagogische begeleidingsdiensten, een rol opnemen in de aanvangsbegeleiding van startende leraren. Om de praktijkshock te verkleinen, intensifiëren de opleidingen en scholen hun samenwerking door studenten lerarenopleiding ruime praktijkmogelijkheden te bieden, de voeling met het werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep en door ook LIO’s sterker te begeleiden.- We stimuleren scholen en lerarenopleidingen om te connecteren waarbij een belangrijke wisselwerking tot stand komt voor beide. Modelovereenkomsten voor deze partnerschappen zullen worden opgesteld binnen VLIR en VLHORA, in samenwerking met vertegenwoordigers van het afnemend veld waarbij wederzijdse verwachtingen naar elkaar toe helder worden gesteld. Het staat de instellingen vrij om van deze modelovereenkomsten af te wijken.- Studenten uit de lerarenopleidingen kunnen bezoldigd ingezet worden voor reguliere vervangingen van leerkrachten als zij beschikken over een bekwaamheidsbewijs van ten minste de categorie ‘andere’. Daarnaast kunnen studenten ook worden ingezet voor (niet-reguliere) vervangingen op volgende manieren:▪ via een zelfstandige stage;▪ Via een vervanging als vrijwilliger;▪ via een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten;▪ via een opdracht als gastleraar. 7. Om de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en de scholen nog verder te intensiveren, de voeling met het reële werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep, werken de lerarenopleidingen in overleg met de scholen een opleidingsaanbod uit voor stagementoren enaanvangsbegeleiders. Het aanbod wordt uitgewerkt tegen academiejaar 2025-2026 om deze professionals te ondersteunen. 8. Ook de lerarenopleidingen zelf zetten in op verdere professionalisering van hun docentenkorps, die ook – mede door o.a. de geconnecteerde scholen - nauwe voeling houdt met de actuele klaspraktijk.- De hogescholen en universiteiten zullen opleidingsmodules uitwerken in het academiejaar 2025-2026 en deze vanaf het academiejaar 2026-2027 gezamenlijk inrichten. Deze opleidingsmodules omvatten onderzoeksgeïnformeerde professionalisering. Ze zetten in op lerende gemeenschappen, met mogelijkheid tot connectie met het werkveld. Tegen ten laatste 2028 zal een aanzienlijk deel van de docenten in de lerarenopleiding deel uitmaken van een lerende gemeenschap waarvan ook het wer

Resultaatsbeschrijving (Cleaned)

Concreet zal de komende vijf jaar gewerkt worden aan duidelijke beleidsprioriteiten met het oog op de gerichte en structurele versterking van de kwaliteit van de lerarenopleidingen. We versterken de instroom in de lerarenopleidingen: vanaf het academiejaar 2023-2024 dient men de starttoets met bindende remediëring af te leggen alvorens zich te mogen inschrijven voor de educatieve bacheloropleidingen. De starttoets is een screening bij de ingang, maar ook een signaal: over de lerarenopleiding, over de hoge eisen die we als samenleving hanteren voor de leerkrachten van morgen.

We versterken en actualiseren het curriculum in de educatieve bacheloropleidingen met een focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Hierbij gaat specifieke aandacht uit naar het vak Nederlands in alle opleidingen: Elke leerkracht wordt een ‘taalleerkracht’. Voor het basisonderwijs voegen we daar ook wiskunde, Frans, wetenschappen en techniek aan toe. De lerarenopleidingen bieden hierover transparantie via de ECTS-fiches. Er wordt steeds onderzoeks-geïnformeerd tewerk gegaan bij zowel de vakinhoud, de vakdidactiek als bij het klasmanagement waarbij wordt gekeken naar robuust, kwaliteitsvol, gerepliceerd, overdraagbaar onderzoek dat geldt voor de Vlaamse context. De lerarenopleidingen stemmen hun curriculum af op de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs en op de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs, met een grotere focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Kennisverwerving bij leerlingen is cruciaal. Onder ‘onderzoeks-geïnformeerd’ wordt het volgende verstaan: rigoureus gehanteerde internationale maatstaven zoals geformuleerd bij EEF (Verenigd Koninkrijk), IES (USA), NRO (NL) en het Leerpunt (Vlaanderen). De curricula worden afgestemd met het werkveld waaronder minstens met de koepels, directies en leerkrachten. Het werkveld wordt betrokken bij de ontwikkeling en kwaliteitsregie.

Het aantrekkelijker maken van de educatieve opleidingen: In het academiejaar 2022-2023 vonden de visitaties door NVAO plaats bij de educatieve masteropleidingen. De universiteiten gaan aan de slag met de aanbevelingen uit de betreffende rapporten. In het najaar van 2023 zullen de educatieve graduaatsopleidingen worden gevisiteerd door NVAO. De hogescholen zullen vervolgens aan de slag gaan met de aanbevelingen. De educatieve opleidingen doen bijkomende inspanningen ten bate haalbare en aantrekkelijke trajecten voor zij-instromers. Hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met de eerder verworven competenties en ervaringen van zij-instromers. Voor zij-instromers die reeds een lesopdracht hebben en in een LIO-traject stappen, wordt het lesgeven tijdens het LIO-traject zoveel als mogelijk meegeteld als stage. De mogelijkheden om als zij-instromer een educatieve opleiding te volgen, worden communicatief in de verf gezet. In de schoot van de VLHORA wordt m.b.t. de eerder verworven kwalificaties van wie instroomt in de verkorte educatieve bacheloropleiding een afsprakenkader voor het vrijstellingenbeleid in de educatieve bacheloropleidingen ontwikkeld. Alle hogescholen dienen dit afsprakenkader ten laatste in het academiejaar 2024-2025 te respecteren. Voor wie reeds een masterdiploma op zak heeft en zich inschrijft in een educatieve masteropleiding, wordt de masterthesis aangepast naar een praktijkproef waarbij de praktijkgerichte component en de meerwaarde voor de klas- en schoolpraktijk in de verf komen te staan. Hiervoor zullen de betreffende decretale bepalingen worden aangepast. De benaming van deze masterthesis wordt aangepast naar ‘masterpraktijkproef’ om het verschil met een eerste algemeen gangbare masterproef communicatief in de verf te zetten.

Een sterke start, ook voor zij-instromers: het schooljaar start op 1 september, terwijl het academiejaar pas eind september van start gaat. Daarnaast kunnen nieuwe leerkrachten en gastleraren op elk moment van het schooljaar aangeworven worden. Om ervoor te zorgen dat gastleraren en leraren in opleiding toch met een allereerste basis voor de klas komen te staan, bieden de lerarenopleidingen een EHBO pakket met praktische richtlijnen inzake o.a. klasmanagement en didactiek aan.

We brengen nieuwe expertise in de basisschool: we richten een masteropleiding basisonderwijs in door middel van een structurele en duurzame samenwerking tussen de hogescholen en universiteiten. De overheid voorziet hiervoor de nodige functieclassificatie en vergoedingsregels. De universiteiten en hogescholen engageren zich om in co-creatie samen te werken bij de inrichting van de master basisonderwijs. Aan de hand van het principe van ritsen kunnen studenten zowel vanuit de professionele als vanuit een academische bacheloropleiding instromen, waarbij het accent in het schakelprogramma of voorbereidingsprogramma respectievelijk op academische competenties of praktijkgerichte competenties ligt. Er zal ook een traject op maat worden ontwikkeld voor werkstudenten. De instellingen geven een concretisering van deze intenties aan de minister van Onderwijs tegen uiterlijk 1 januari 2024. Bij de uitwerking van de master basisonderwijs wordt rekening gehouden met het SONO-onderzoek “Review master basisonderwijs”. Zo dient vooral gekeken te worden naar de inhoudelijke competenties waarover leraren moeten beschikken en in welke mate eenmasteropleiding hiertoe kan bijdragen. De meerwaarde van het masterdiploma situeert zich in het optimaliseren van de inhoudelijke expertise en draagt bij aan de adequaatheid van het pedagogisch-didactisch handelen van leraren. De plaats van een leraar met een masterdiploma is vooral in de klas zelf; een master basisonderwijs werkt voortdurend op het snijvlak van theorie en praktijk. Een andere belangrijke troef van de tewerkstelling van masters in het basisonderwijs is dat zij een bijdrage leveren aan het omvormen van scholen tot professionele leergemeenschappen waarbij scholen meer evidence-based en evidence-informed werken. Uit onderzoek blijkt dat de master basisonderwijs bovendien kan bijdragen aan het verbeteren van het imago van het lerarenberoep. Een complementair en divers lerarenteam zal bijdragen aan de onderwijskwaliteit van het basisonderwijs en de maatschappelijke waardering van het lerarenberoep, wat dan weer een positief effect zal hebben op het wegwerken van het lerarentekort. Een belangrijke meerwaarde is ook dat deze piste meer mogelijkheden geeft voor een nieuwe groep leerlingen uit het secundair onderwijs die anders niet voor deze opleiding zouden kiezen. De overheid voorziet een uitzonderingsmogelijkheid om de programmatie van de nieuwe master basisonderwijs op korte termijn mogelijk te maken, dus zonder de weg via de macrodoelmatigheidsbeoordeling. Instellingen kunnen een toets nieuwe opleiding aan de NVAO bezorgen vanaf 1 september 2024, zodat de opleiding (rekening houdend met een schakel- en voorbereidingsprogramma en heldere communicatie van het nieuwe aanbod) van start kan gaan in het academiejaar 2025-2026.

Lesgeven moet je leren. Met als motto: “iedereen oefenschool”, bevorderen we structurele en duurzame partnerschappen tussen lerarenopleidingen en onderwijsinstellingen, met prioriteit voor de stagebegeleiding van (LIO-)studenten. Stages in de lerarenopleidingen dienen voldoende lang te zijn zodat een reële werkervaring in een school zoveel als mogelijk wordt gesimuleerd. Dit verkleint de zogenoemde praktijkshock. In tweede orde kunnen de lerarenopleidingen, in samenwerking met ook de pedagogische begeleidingsdiensten, een rol opnemen in de aanvangsbegeleiding van startende leraren. Om de praktijkshock te verkleinen, intensifiëren de opleidingen en scholen hun samenwerking door studenten lerarenopleiding ruime praktijkmogelijkheden te bieden, de voeling met het werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep en door ook LIO’s sterker te begeleiden. We stimuleren scholen en lerarenopleidingen om te connecteren waarbij een belangrijke wisselwerking tot stand komt voor beide. Modelovereenkomsten voor deze partnerschappen zullen worden opgesteld binnen VLIR en VLHORA, in samenwerking met vertegenwoordigers van het afnemend veld waarbij wederzijdse verwachtingen naar elkaar toe helder worden gesteld. Het staat de instellingen vrij om van deze modelovereenkomsten af te wijken. Studenten uit de lerarenopleidingen kunnen bezoldigd ingezet worden voor reguliere vervangingen van leerkrachten als zij beschikken over een bekwaamheidsbewijs van ten minste de categorie ‘andere’. Daarnaast kunnen studenten ook worden ingezet voor (niet-reguliere) vervangingen op volgende manieren: via een zelfstandige stage; Via een vervanging als vrijwilliger; via een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten; via een opdracht als gastleraar.

Om de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en de scholen nog verder te intensiveren, de voeling met het reële werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep, werken de lerarenopleidingen in overleg met de scholen een opleidingsaanbod uit voor stagementoren en aanvangsbegeleiders. Het aanbod wordt uitgewerkt tegen academiejaar 2025-2026 om deze professionals te ondersteunen. Ook de lerarenopleidingen zelf zetten in op verdere professionalisering van hun docentenkorps, die ook – mede door o.a. de geconnecteerde scholen - nauwe voeling houdt met de actuele klaspraktijk. De hogescholen en universiteiten zullen opleidingsmodules uitwerken in het academiejaar 2025-2026 en deze vanaf het academiejaar 2026-2027 gezamenlijk inrichten. Deze opleidingsmodules omvatten onderzoeksgeïnformeerde professionalisering. Ze zetten in op lerende gemeenschappen, met mogelijkheid tot connectie met het werkveld. Tegen ten laatste 2028 zal een aanzienlijk deel van de docenten in de lerarenopleiding deel uitmaken van een lerende gemeenschap waarvan ook het werkv

Start Datum
01-09-2024
Eind Datum
31-08-2026
Verification Status
Not verified