{"metadata":{"description":"Export of enhanced dossiers with summary and description","exported_at":"2026-04-14T07:15:30.954695Z","total_records":2213},"dossiers":[{"description":"Europees onderzoek (ELAN 2006, Pimlico 2011) heeft extensief aangetoond dat het aanwenden van vreemde talen een belangrijke sleutel is tot handelssucces voor kmo’s. De Europese Commissie heeft bijgevolg verschillende initiatieven gelanceerd om de economische groei te vergroten door kmo’s te stimuleren bij het hanteren van een goed gedefinieerde taalstrategie.\n\nEen taalstrategie wordt in dit opzicht gedefinieerd als de geplande aanname van een reeks taalmaatregelen om doeltreffende communicatie met buitenlandse klanten en leveranciers te bevorderen. Deze initiatieven zijn echter onvoldoende doorgesijpeld naar de nationale, regionale en operationele niveaus, waar ze nochtans van het grootste belang zijn, zoals ook blijkt uit de recente wetenschappelijke literatuur (Grin 2010, Gazzola 2016, Ginsburgh 2016). Sommige taalmaatregelen lijken bovendien niet haalbaar voor de doorsnee kmo.\n\nOm tegemoet te komen aan deze nood, willen wij de competitiviteit van de bedrijven in de grensregio België-Frankrijk vergroten door het ontwikkelen van een reeks oplossingen die zich situeren op het vlak van de taalkunde, de interculturele communicatie en human resources. Er is in deze grensregio namelijk heel wat gemeenschappelijke deskundigheid aanwezig, maar dit potentieel wordt door taalkundige en regionale grenzen onvoldoende gevaloriseerd.\n\nDit projectvoorstel kadert in het Europees grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen (Prioriteit 2: Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de KMO’s, met de volgende programmadoelstelling: gezamenlijk voorzieningen creëren, valoriseren en met elkaar delen om de KMO’s te ontwikkelen en te begeleiden bij het zoeken naar toegang tot de markten). Het onderzoek sluit ook nauw aan bij de strategische onderzoeksagenda van de HoGent, met name bij de achtste duurzame ontwikkelingsdoelstelling van de Verenigde Naties (SDG 8): ‘Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen’.\n\nDe onderzoeksvraag sluit rechtstreeks aan op de programmadoelstelling van het Interreg-programma en luidt als volgt: Hoe kunnen we een taalstrategie op een duurzame manier implementeren om de markttoegang van de kmo’s te bevorderen, met name aan de andere kant van de (taal)grens?","summary":"Europees onderzoek toont aan: taal is cruciaal voor kmo's succes. Ons project in België-Frankrijk grensregio bevordert handel door taalkunde, HR en interculturele communicatie oplossingen te ontwikkelen. Dit past in Interreg-programma en HOGENT's duurzame doelen. Onderzoek richt zich op voedingssector met enquêtes, audit-tool, taalactieplannen, interculturele gids, taalplatform en taalstages.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001004","result_description":null},{"description":"In Start-2-Charge verlagen we de drempel voor bedrijven om inductief draadloos opladen te implementeren. Immers, heel wat ondernemingen ondervinden hindernissen om deze nieuwe technologie toe te passen in hun gamma of werkomgeving.\n\nWe realiseren dit door het uitbouwen van een modulair testplatform en de ontwikkeling van een praktijkgerichte handleiding met ontwerprichtlijnen om een eigen draadloze toepassing uit te bouwen.\n\nOp de website van onze onderzoekskern UCE (www.uce-odisee.be) vind je meer info over hoe wij je kunnen ondersteunen.","summary":"Start-2-Charge maakt draadloos opladen makkelijker voor bedrijven. Ontdek ons modulair testplatform en praktische handleiding op www.uce-odisee.be.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001005","result_description":null},{"description":"De ontwikkeling van intelligente beheersinstrumenten voor aquaponicssystemen. De grensoverschrijdende regio Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen is één van de meest verstedelijkte regio's ter wereld. Deze situatie veroorzaakt dagelijks massale stromen van landbouwproducten, water en energie door de conventionele landbouwsystemen. Deze systemen produceren veel CO2, afvalwater en ander afval. \n\nDe uitbouw van grensoverschrijdende netwerken voor Onderzoek & Innovatie waarin goede praktijken in de groene sector, en meer bepaald in de land- en tuinbouw, worden kenbaar gemaakt en verspreid, is noodzakelijk voor de ontwikkeling van innovatieve oplossingen die aan deze grensoverschrijdende problematiek beantwoorden en de voedselzekerheid en de duurzaamheid (economisch, ecologisch en sociaal) verbeteren.\n\nAquaponics is een geïntegreerd teeltsysteem voor planten en vis, dat zowel in stadslandbouw als in professionele landbouw wordt gebruikt. Het is een duurzaam productiesysteem van verse en gezonde groenten en vis dat een oplossing kan bieden voor de grensoverschrijdende problemen van waterbeheer en voedselzekerheid. \n\nDe doelstelling van het SMART AQUAPONICS project is deze landbouwtechniek te promoten en te implementeren in de grensoverschrijdende economie. Het project wil de hinderpalen die de ontwikkeling van aquaponics beletten, wegwerken door de implementatie en demonstratie van een intelligent beheerssysteem voor aquaponics, en ook door de creatie van nieuwe producten om de ontwikkeling in de grensoverschrijdende regio te bevorderen (softwareprogramma's, serious game). Dit alles dient gepaard te gaan met een organisatorische en sociale innovatie en de introductie en verspreiding van goede praktijken.\n\nHet grensoverschrijdend partnerschap vertegenwoordigt de volledige keten wat noodzakelijk is om een goede uitvoering van het project, alsook een brede en doeltreffende verspreiding van de projectresultaten in de socio-economische sector (bedrijven, overheden, openbare ondernemingen) in de grensoverschrijdende regio te verzekeren. De intersectorale samenwerking in het kader van dit project zal de vernieuwing en de concurrentiepositie van de grensoverschrijdende bedrijven, die partner zijn van dit project en bij uitbreiding alle actoren uit de professionele en stadslandbouw, bevorderen.","summary":"Promoot en implementeer aquaponics voor duurzame voedselproductie in stedelijke en professionele landbouw. SMART AQUAPONICS ontwikkelt intelligente beheersinstrumenten en nieuwe producten om grensoverschrijdende problemen aan te pakken en de voedselzekerheid te verbeteren. Samenwerking en innovatie in de groene sector dragen bij aan economische, ecologische en sociale duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001006","result_description":null},{"description":"Het algemeen doel is de Vlaamse kmo bewust te maken van het potentieel en een fundament te bieden van de combinatie van Internet-of-Things en indoor positioning services-metingen (eventueel met 5G-communicatie) gekoppeld aan op artificiële intelligentie gebaseerde methodes voor anomaliedetectie en gerapporteerd via klantvriendelijke augmented reality interfaces bij metingen in opslagruimtes in de breedste zin.\n\nDe end-to-end oplossingen worden ‘iSTorage’ genoemd: intelligente inzet van deze vernieuwende technologieën ter bevordering van de kwaliteit van het bewaartraject van goederen. De doelgroep bestaat uit Vlaamse IT- en elektronica-integratoren en kmo’s die opslag en/of transport van goederen als werkterrein hebben. De prioritaire groep hierbinnen zijn de bedrijven die deze methoden in en rond de voedingsketen uitvoeren.\n\nHowest-TI onderzoekt welke technologische oplossingen voor indoor positioning services-metingen, anomaliedetectie en klantvriendelijke augmented reality interfaces best - en in welke mate - praktisch inzetbaar zijn door de Vlaamse KMO (in het bijzonder in en rond de voedingsketen).\n\nDaarnaast onderzocht Howest hoe men de Vlaamse kmo bewuster kan maken van het potentieel van deze technologieën en wordt een iSTORAGE tool ontwikkeld als betrouwbaar en betaalbaar tool voor de Vlaamse kmo ter controle van de bewaaromstandigheden in grote opslagruimten en tijdens transport om optimale bewaarcondities te garanderen.","summary":"Vlaamse kmo's worden bewust gemaakt van iSTORAGE: slimme technologie voor optimale bewaaromstandigheden van goederen, met IoT, indoor positioning, AI en AR-interfaces. Onderzoek door Howest-TI richt zich op praktische toepassingen in voedingsketen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001009","result_description":null},{"description":"In dit project brengen we XAI in kaart voor ontwikkelaars, beslissingsnemers en eindgebruikers. Gezien de bruikbaarheid, begrijpelijkheid (ook wel 'intelligibility' genoemd) en controle van een AI-gebaseerd systeem in belangrijke mate bijdragen aan de acceptatie en het nut van deze technologie, is het belangrijk dat de Vlaamse industrie deze aspecten eenvoudig kan optimaliseren binnen hun AI-oplossingen.\n\nTeneinde een werkbare scope te verkrijgen, focussen we op een aantal specifieke klassen van AI-algoritmes. Initieel beogen we oplossingen voor software die gebruik maakt van neurale netwerken, statistische modellen, of beslissingsbomen. Afhankelijk van de cases die door de industriële partners van dit project worden aangeleverd, kunnen andere klassen van algoritmes beoogd worden.","summary":"Optimaliseer eenvoudig bruikbaarheid en controle van AI-systemen voor Vlaamse industrie. Focus op neurale netwerken, statistische modellen en beslissingsbomen. Aanpassingen mogelijk afhankelijk van industriële cases.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001010","result_description":"In de eerste fase van het project werd een verzameling gemaakt van papers met betrekking tot het gebruik van (X)AI. Deze is raadpleegbaar via Airtable, https://airtable.com/shrnwfAjA2jaCn8MO/tblVOq7iFktArwTYY/viwkHwVXpbpeqZiLd?blocks=hide\n\nOnze eerste demonstrator betreft scheepsdata van een haven, waar grote schepen in de haven geleid moeten worden met sleepboten. De data bevat verschillende scheepskarakteristieken en externe factoren, zoals windrichting en -snelheid, die invloed kunnen hebben op hoeveel sleepboten nodig zijn om een schip te begeleiden. AI kan hier advies bieden over het aantal benodigde sleepboten. XAI zorgt voor extra informatie, zoals welke karakteristieken het meeste invloed hadden op dit advies, zodat er een geïnformeerde beslissing genomen kan worden. Op deze manier kunnen overtrusten undertrust in het systeem vermeden worden.\n\nOnze tweede demonstrator betreft beeldgegevens, waarbij een AI model beelden classificeert als een ‘normaal’ beeld of een beeld dat artefacten (storingen) bevat. Met XAI krijgen eindgebruikers en ontwikkelaar hier meer inzicht door de aanduiding van welke pixels de meeste impact hebben gegeven bij de classificatie. Dit in meerdere vormen, waarbij een eerste aanduiding gegenereerd wordt volgens een model explanation approach dat de werking van het globale complexe model probeert de benaderen en anderzijds via model inspection, dat heatmaps van pixels of interest genereert voor het oorspronkelijk beeld.\n\nDaarnaast werd er ook ingezet op een unsupervised learning sidetrack, waarbij een autoencoder getraind werd met juiste beelden, waarna artefacten met een te grote reconstructiefout als artefact gelabeld konden worden. Explainability werd toegevoegd door de latent space te verkennen (typische eigenschap van autoencoders) en hoe alle samples in een 2D-ruimte worden geprojecteerd.\n\nOnze derde demonstrator betreft de chatbot dAIsy, om met een zichzelf verklarende NLP-chatbot de database aan papers te verkennen. Dit om eindgebruikers die op zoek zijn naar welbepaalde papers de meest op de vraag aansluitende papers aan te raden. Bovendien verkrijgt de eindgebruiker de optie om een NLP-gegenereerde samenvatting van een paper te lezen, om te bepalen of het aansluit bij wat de gebruiker zoekt. Deze gegenereerde samenvatting wordt op haar beurt ook verklaarbaar gemaakt, door aan te duiden welke termen in de paper het meest hebben bijgedragen tot het genereren van de samenvatting.\n\nTijdens het project werd eveneens een Summer School rond Explainable AI georganiseerd. Hiervoor werd het nodige workshopmateriaal ontwikkeld, dat deels ook ingezet wordt binnen het hoger onderwijs.\n\nDe projectwebsite is beschikbaar via https://www.explainableai.be/\n\nMeer info via Steven Palmaers (PXL) of Mieke Haesen (UHasselt-EDM)."},{"description":"Voor veel werkende mensen is het een uitdaging om een evenwicht te vinden tussen gaan werken, het huishouden, de zorg voor de kinderen, hobby’s, vrienden en familie, gaan sporten, …\n\nWerknemers schipperen ook vaak tussen meerdere veeleisende rollen: ouder, partner, buur, vriend(in), …\n\nEén op drie van de 18- tot 64-jarigen ervaart moeilijkheden om werk en gezin te combineren (Statbel, 2019). Een goede balans vinden tussen werk en privé is een grote uitdaging voor zowel de werknemer (vrouwen én mannen, werknemers met (jonge) kinderen, eenoudergezinnen, alleenstaanden, …), de organisatie als voor de maatschappij.\n\nNaast genderverschillen willen we ook kijken naar verschillen in werk-privébalans op het vlak van leeftijd, gezinssamenstelling, zorgverantwoordelijkheid, …\n\nDe bestaande maatregelen en initiatieven zijn nog te veel gefocust op probleemanalyse en sensibilisering, en te weinig op de implementatie en integratie van de concrete acties zelf.","summary":"Vind balans tussen werk en privé: Een uitdaging voor velen. Hoe combineren werkende mensen alle rollen? Focus op acties, niet alleen op sensibilisering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001011","result_description":null},{"description":"Ondanks het groeiende (online) sportaanbod beweegt 4 op 5 jongeren tussen 16 en 23 jaar te weinig. Actoren uit de sport- en beweegsector, zoals lokale besturen, sportfederaties en mutualiteiten, kunnen deze groep met gewijzigd mediagebruik moeilijk bereiken.\n\nDit project onderzoekt hoe sport- en beweegactoren commerciële influencer marketing concepten en -technieken kunnen toepassen om sedentaire jongeren tussen 16 en 23 jaar tot bewegen te stimuleren. Het project omvat literatuuronderzoek, interviews met influencer(s) (marketeers) en case study onderzoek rond influencer marketing.\n\nOok wordt de doelgroep bevraagd om tot een proefcampagne te komen, in samenwerking met Studentenvoorzieningen Howest/Stuvo. Het doel is de ontwikkeling van een influencer marketing toolbox met handvaten en stappenplan voor actoren binnen de non-profit en social profit sport- en beweegsector. \n\nDe vraag komt uit de sport- en beweegsector en krijgt een unieke invalshoek door de combinatie met communicatie- en bedrijfsmanagement.","summary":"Onderzoek hoe sport- en beweegactoren influencer marketing kunnen inzetten om jongeren tussen 16-23 jaar te motiveren om meer te bewegen. Ontwikkel een toolbox voor non-profit en social profit sectoren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001012","result_description":null},{"description":"Er is een groeiende kloof tussen de competenties verwacht bij de jobs op de arbeidsmarkt en de competenties aanwezig bij werkenden en werkzoekenden. Vergrijzing en jobrotatie verhinderen borging en transfer van kennis binnen de organisaties. Tenslotte wijzigt de taakinhoud van de jobs steeds sneller, waardoor er nood is aan efficiëntere manieren om opleidingen en on-the-job begeleiding te ontwikkelen, evalueren en aan te bieden.\n\nIn het Tetra project ExpertGaze onderzoeken we hoe het meten van gedrag, visuele aandacht en stressniveaus bij mensen tijdens het uitvoeren van een taak, een meerwaarde kan bieden bij het opbouwen van competenties en het ondersteunen van mensen tijdens het uitoefenen van hun job. We onderzoeken hoe metingen van experts kunnen bijdragen bij het opleiden, begeleiden en/of accrediteren van niet-experts. Met ExpertGaze maken we de vertaalslag van reeds opgebouwde en beschikbare kennis rond meettechnologieën naar concrete uitdagingen bij onze werkveldpartners en de bredere arbeidsmarkt. Het algemeen doel van dit project is om vraag- en aanbodzijde van training en on-the-job ondersteuning applicaties in staat te stellen om nieuwe technieken te implementeren die de ontwikkeling van dergelijke applicaties versnelt en de effectiviteit ervan verhoogt.\n\nDe aanbodzijde, primaire doelgroep, bestaat uit een honderdtal kleine en middelgrote Vlaamse ondernemingen met een traditie in de gaming sector die actief zijn in, of zich heroriënteren naar, het ontwikkelen van trainings- en ondersteuningsapplicaties. ExpertGaze zal hen zowel inhoudelijk als technisch ondersteunen om hun producten en diensten te innoveren op basis van de vertaalde kennis die we samen met hen toepassen op relevante use cases voor de secundaire doelgroep.\n\nDe vraagzijde, secundaire doelgroep, bestaat uit een uitgebreide groep bedrijven uit diverse sectoren waar deze meettechnologie meerwaarde biedt. ExpertGaze zal hen (1) in staat stellen om vanuit geïnformeerde beslissingen in te zetten op de technologie, (2) zelf aan de slag laten gaan met beschikbare tools, (3) begeleiden in hun vraagarticulatie en (4) het vinden van en (5) het communiceren met de geschikte partners waar nodig.","summary":"Vergroot competenties en efficiëntie in training en ondersteuning met ExpertGaze. Onderzoek naar meten van gedrag en stressniveaus voor betere jobprestaties. Innoveer met nieuwe technologieën en breng vraag- en aanbodzijde samen voor effectieve applicaties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001017","result_description":null},{"description":"Uitgaande van de wetgeving Preventie-Bescherming en welzijn op het werk (PBW), visietekst omtrent Weerbaar werk van minister Kris Peeters, de regelgeving vervat in cao 104 en cao 100, en het KB 24-11-2016 re-integratie van De Block & Peeters werd tijdens het focusproject 'Ergotherapeutische interventie binnen de profitsector i.f.v. duurzaamheid op de werkvloer' (Code: 2/ DWO/ 2016/ HD/FR016 + 2/DWO/2016/HD/FO016) \n\n1) de inzetbaarheid onderzocht van ergotherapeuten binnen de profit-sector (bedrijven), \n\n2) en werden aanvullende elementen (organisatorisch en financieel) afgetoetst op basis van proefprojecten in verschillende bedrijven in eerdere jaren.\n\nUitgaande van resultaten van het focusproject (inclusief de interviews) kunnen twee tendensen gedetecteerd worden die voor het beroep een interessant toekomstperspectief openen in combinatie met het invullen van de - bij bedrijven groeiende - nood aan/verplichting tot inzetten van adequaat personeel ten behoeve van bescherming, preventie en welzijn op het werk: \n\n1) de beroeps-specifieke competenties van de ergotherapeut leveren een meerwaarde bij concrete implementatie van het preventiebeleid (dat wordt geadviseerd door externe preventiediensten - EDPBW). Dit past binnen het vigerende wettelijk kader (zie hoger) en binnen de modaliteiten die door de wetgever voor het realiseren en vergoeden van deze diensten zijn voorgeschreven \n\n2) een interne werving van een ergotherapeut ten behoeve van de procesmatige opvolging van preventieve maatregelen (ergonomie, psychosociale aspecten, gezondheidsbevordering) kan kaderen binnen het preventie-/ welzijnsbeleid van het bedrijf zoals dat wordt uitgewerkt en gerealiseerd door de interne preventie-dienst (IDPBW). Ook daar kan sprake zijn van een ROi door terugdringen van verzuim, behoud van menselijk kapitaal in de organisatie bij toenemende leeftijd, ondersteuning in loopbaanbegeleiding van -ouder wordende - werknemers, proactief advies en ondersteuning van medewerkers met tijdelijke en/ of langdurige beperkingen....\n\nUit het focusproject bleek ook dat er verder onderzoek nodig is om na te gaan hoe het in zetten van een ergotherapeut een meerwaarde ('Return on lnvestment' - ROi) kan realiseren als onderdeel van implementatie van welzijns-en personeelsbeleid binnen de structuur van een profit-bedrijf \n\nHet voorliggend project gaat hierop en en zich op het exploreren en concretiseren van de meerwaarde (door inzetten van ergotherapeuten) bij het opzetten en realiseren van het welzijnsbeleid in ondernemingen (profit-sector). De win -win relatie die de samenwerking van een ergotherapeut binnen het ontwikkelen en realiseren van een preventiebeleid (intern of extern) tot stand kan brengen, kan - zo blijkt uit voorgaand onderzoek - geconcretiseerd worden vanuit \n\n1) advisering op de 3 preventieniveaus binnen de bedrijven m.b.t. gezondheid, ergonomie en psychosociale aspecten; \n\n2) de uitbreiding van het praktijkgerichte dienstverleningsaanbod van de EDPBW en \n\n3) het inspelen op de \"vraagmarkt\" (nood aan bekwame medewerkers bij EDPBW) in combinatie met een \"aanbodmarkt\" (ergotherapeuten die aantoonbaar de competenties hebben om op de vraag in te gaan). \n\nConcreet betekent dit dat bij bedrijven (en met oog voor hun verplichte samenwerkingen met hun externe preventiepartners) het inzetten van een ergotherapeut, i.f.v. welzijn- en preventiebeleid, de doelstellingen van dit project zullen worden nagestreefd via 2 onderzoekspistes: \n\n1) het ontwikkelen van een digitale tool die gestandaardiseerde screening toelaat van primaire preventie (risicoanalyse, via secundaire preventie (job­ matrix) tot tertiaire preventie (re-integratiematrix), nauw aansluitend bij de (voor werkgevers verplichte) risico -inventarisatie, - evaluatie en - analyse (RIE&A) en \n\n2) het concretiseren en valoriseren van het mogelijke takenpakket van de ergotherapeut binnen de samenwerking met de EDPBW en/of IDPBW d.m.v. het uitwerken van een organigram.","summary":"Op basis van wetgeving en onderzoek is aangetoond dat ergotherapeuten in profitbedrijven waardevol zijn voor het welzijns- en preventiebeleid. Door hun specifieke competenties dragen ze bij aan preventieve maatregelen en de gezondheid van werknemers. Dit leidt tot een ROI door verzuim te verminderen en menselijk kapitaal te behouden. Verder onderzoek is nodig om hun meerwaarde te concretiseren en te integreren in bedrijfsbeleid.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001018","result_description":null},{"description":"Toerisme in Vlaanderen groeit, bezoekersaantallen zitten in de lift, maar de bezettingsgraad van Vlaamse logies kan nog omhoog. Volgens Toerisme Vlaanderen was de bezettingsgraad van Vlaamse logies in 2018 gelijk aan 64%. Inclusief toerisme biedt heel wat mogelijkheden om dit percentage te verbeteren.\n\nDe naar schatting 1 op de 6 Vlamingen die aangeven een beperking en/of zorgnood te hebben, de demografische trends zoals de vergrijzing, maar ook de (zorg)noden voor familievakanties vormen een diverse maar aanzienlijke doelgroep.\n\nMet een ruime begeleidingsgroep van 30 hotel- en kleinschalige logiesuitbaters, interieurontwerpers, architecten en toeleveranciers uit heel Vlaanderen brengen we in kaart hoe zij hun businessmodel kunnen transformeren, inspelend op toegankelijk en inclusief toerisme in Vlaanderen.","summary":"Verbeter de bezettingsgraad van Vlaamse logies door in te spelen op toegankelijk en inclusief toerisme. Samen met een diverse groep experts onderzoeken we hoe logiesuitbaters hun businessmodel kunnen transformeren.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001020","result_description":"Bestaande UD-principes werden geïmplementeerd bij logiesverstrekkers en toeleveringsbedrijven op basis van een UD-opportuniteitenscreening & businesstransformatie-oefening. Zo leren logiesverstrekkers en toeleveringsbedrijven om UD-opportuniteiten te herkennen, te integreren en te vermarkten. We verkregen de resultaten door in te zetten op volgende doelen:\n\nOntwikkeling van een UD-scan voor logiesverstrekkers & toeleveringsbedrijven\nBegeleiding en implementatie van de UD-aanpak (met beschikbare templates)\nValidatie van de UD-aanpak via een roadmap\nHet creëren van een dialoog, interactie en samenwerking tussen alle actoren\n\nDe tools werden opgebouwd rond drie belangrijke bouwstenen:\n\nDrie businesslevels van inclusie, namelijk groeimindset, management en infrastructuur\nEen inclusieve customer journey\n12 doelgroepen en 26 gebruikersnoden\n\nDe tools én bouwstenen werden geïntegreerd in een begeleidingstraject waarbij we inclusief toerisme als businesstransformator toepasten op logies en toeleveranciers. Dat vraagt een grondige herwerking van het businessplan op verschillende vlakken. Een gestructureerde aanpak is dan ook belangrijk. De begeleidingstrajecten van de toeleveranciers en de logiesuitbaters startten parallel maar het traject van de logiesuitbaters werd doorgetrokken tot een implementatie en vervolgmeting.\n\nBij de toeleveranciers zetten we vooral in op inspireren en meer bewustzijn creëren in hun belangrijke rol in het streven naar meer inclusief toerisme. Daarnaast geeft het traject van de toeleveranciers een eerste inzicht in mogelijke opportuniteiten naar een inclusiever product of dienst. Naast inspiratie opdoen en inzichten verwerven ondernemen de 17 logiesuitbaters ook concrete implementatie-acties binnen het begeleidingstraject om hun businesstransformatie stap voor stap vorm te geven.\n\nVoor beide trajecten geldt dit onderzoek niet als een eindpunt maar als de eerste cruciale stappen waarin we ondernemers handvaten aanreiken om zelf verder aan de slag te gaan. Inclusie is namelijk een iteratief proces en dus nooit eindig.\n\nTijdens het project werd eveneens ingezet op het betrekken van studenten en lectoren waarbij zij ook het gebruik van de ontwikkelde tools leren kennen en toepassen.\n\nDe projectwebsite is beschikbaar via TETRA: Inclusief toerisme als businesstransformator voor logiesverstrekkers en bedrijven - UD Woonlabo\n\nMeer info via Evi Knuts (PXL) of Jan Vanrie (UHasselt Arck)."},{"description":"Mensen met executief dysfunctioneren (ED) ondervinden vaak problemen met instrumentele activiteiten van het dagelijkse leven (ADL) zoals het bereiden van maaltijden en huishoudelijke taken. Gezien het beperkt aantal middelen in de zorgsector, de toenemende zorgvraag en de tendens om mensen langer thuis te laten wonen, is er nood aan hulpmiddelen om ADL zelfstandig uit te kunnen voeren.\n\nOm hierop een antwoord te bieden, ontwikkelde Hogeschool PXL via user-centred design een cliëntgericht, digitaal hulpmiddel (app) genaamd m-Assist. Deze app kan mensen met ED stapsgewijs en gepersonaliseerd begeleiden doorheen de deelvaardigheden van ADL. Een usability- en pilotstudie bij personen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) toonde aan dat m-Assist een bruikbare en gebruiksvriendelijke tool is die mensen met ED in staat stelt taken zelfstandig uit te voeren.\n\nVerder toonde een exploratieve studie aan dat deze tool veel potentieel heeft binnen de doelgroepen jongeren met Autisme Spectrum Stoornis (ASS) en jongeren met een verstandelijke beperking (VB), maar dat er nog een aantal specifieke features toegevoegd moeten worden. Vanuit het werkveld (zorgprofessionals en eindgebruikers) is er grote vraag om deze tool te gebruiken. Echter, de tool is nog niet marktklaar.\n\nDe doelstelling van deze aanvraag is enerzijds een marktstudie en een businessmodel uit te werken om m-Assist in de markt te zetten en te valideren. Anderzijds wenst men m-Assist functioneel/inhoudelijk marktklaar te maken voor de 3 doelgroepen (NAH - ASS - VB).","summary":"Hogeschool PXL heeft m-Assist ontwikkeld, een digitale app gericht op mensen met executief dysfunctioneren. De app begeleidt stapsgewijs en gepersonaliseerd bij dagelijkse activiteiten. Onderzoek toont aan dat m-Assist bruikbaar is voor NAH, ASS en VB, maar verdere aanpassingen nodig zijn voor optimale functionaliteit. Momenteel wordt gewerkt aan marktintroductie en aanpassingen voor volledige marktklaarheid.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001021","result_description":null},{"description":"Goede software is niet alleen foutvrije software, maar vooral ook software die doet wat de klant nodig heeft. Dit lijkt voor de hand liggend, maar blijkt in de praktijk vaak één van de grootste struikelblokken te zijn. De klant denkt dat zijn vraag duidelijk is, de software-ontwikkelaar denkt te weten wat de klant wil, en op het moment dat men erachter komt dat niet iedereen op één lijn zat, is er al veel tijd, geld en goede wil verloren.\n\nBehavior Driven Development (BDD) is een recente benadering die probeert de kloof tussen de verschillende partijen te dichten door van bij het begin heel nauw samen te werken. De vereisten voor de software worden door klant en softwareontwikkelaar samen vastgelegd in een duidelijke taal die door alle belanghebbenden begrepen wordt, met veel voorbeelden zodat er geen ruimte meer is voor misverstanden. Dit betekent een intensievere start van een project, maar het is ondertussen bewezen dat deze extra inspanning loont in vergelijking met de kost om de verkeerde keuzes achteraf recht te trekken.\n\nHet gebruik van een eenduidige taal met veel voorbeelden heeft een bijkomend voordeel: het opent mogelijkheden om specificaties die op deze manier vastgelegd zijn uitvoerbaar te maken. De vastgelegde specificaties worden vertaald naar een soort script dat uitgevoerd kan worden als test om te controleren of de uiteindelijke software werkt zoals verwacht. Op die manier verloopt ook de testfase efficiënter.\n\nIn het werkveld groeit – zeker vanuit de test- en de agile community – het besef dat dit een interessante piste is. Het biedt immers een antwoord op de dubbele uitdaging: ‘building the software right’ (foutvrij) en ‘building the right software’ (datgene wat de klant ook nodig heeft). Door de expertise van de klant actiever te betrekken bij het uitwerken van de specificaties, verhoogt de kwaliteit van de software.\n\nIn België is BDD momenteel echter nog onvoldoende gekend bij de ondernemingen. Daar waar wel al pogingen zijn ondernomen loopt het regelmatig mis. Vaak ligt de focus op het gebruiken van de specifieke tools, dus eerder het technische aspect, waarbij te weinig aandacht wordt besteed aan de kern van de zaak: de kwaliteit van de specificaties. Andere ondernemingen hebben er dan weer moeite mee om BDD te integreren in hun bestaande proces.\n\nVoorliggend project heeft tot doel ondernemingen te helpen de stap te zetten naar deze meer klantgerichte aanpak. We willen enerzijds BDD meer kenbaar maken bij de ondernemingen in België en anderzijds willen we de ondernemingen die het wel al interesse tonen helpen ondersteunen in hoe ze dit best aanpakken en integreren in hun bestaand ontwikkelingsproces.\n\nWe focussen enerzijds op start-ups en anderzijds op kmo’s. We willen startups helpen bij het implementeren van BDD. Door kwalitatieve software te leveren die hun opdrachtgever verwacht, vermijden startups niet alleen om veel geld en geloofwaardigheid te verliezen, maar bouwen ze vanaf het begin van de samenwerking een vertrouwensrelatie op met hun klanten. Voor kmo’s die reeds ervaring opgebouwd hebben is het de uitdaging om de uitvoerbare specificaties in te passen in hun bestaande test-automation stack.","summary":"\"Ontdek hoe BDD helpt bij het bouwen van software die voldoet aan de klantbehoeften door nauwe samenwerking vanaf het begin. Wij ondersteunen Belgische bedrijven, vooral start-ups en kmo's, bij het implementeren van BDD voor kwalitatieve software en vertrouwensrelaties met klanten.\" (199 tekens)","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001027","result_description":null},{"description":"Onderzoek in het domein van psychopathologie en persoonlijkheid in samenwerking met KU Leuven, Professor Laurence Claes.","summary":"Onderzoek psychopathologie en persoonlijkheid met KU Leuven prof Laurence Claes.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001044","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om een proof of concept te bouwen van een intelligent tutoring-systeem waarmee niet-deskundige gebruikers inzicht kunnen krijgen in hun gegevens.\n\nHet systeem zal toegankelijk zijn via een intelligente chatbot-interface, die de gebruiker op een transparante en intuïtieve manier begeleidt bij het verkennen van verschillende data science-technieken.\n\nOmdat hierdoor geen geavanceerde kennis van programmeertalen en data science tools nodig is, wordt de drempel verlaagd voor gebruikers die zelf met data-analyse willen beginnen.\n\nHet project zal gerealiseerd worden door een combinatie van complementaire expertise aan VUB en EhB.","summary":"Ontwikkel een slim tutoring-systeem via chatbot om niet-deskundigen inzicht te geven in data, zonder programmeerkennis. Samenwerking tussen VUB en EhB.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-001064","result_description":null},{"description":"Het project wil een proof-of-concept ontwikkelen rond wetenschapsdidactiek in Peru. Het doel is om leerkrachten op te leiden om de wetenschappelijke attitude bij studenten aan te wakkeren en te stimuleren. Dit gebeurt specifiek aan de hand van het praktijkvoorbeeld van de detectie en analyse van watervervuiling door gebruik van biotechnologie, zoals biosensoren.","summary":"Leerkrachten in Peru worden opgeleid om studenten te inspireren in wetenschap, met focus op watervervuiling en biotechnologie.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-001065","result_description":null},{"description":"Wil je meer halen uit je data door deze te verrijken met data verkregen via externe partijen? Of zie je een opportuniteit in het verhandelen van je eigen data?\n\nIn dit project zoeken we uit hoe dit privacyvriendelijk kan. Dit project Privacy Preserving Data sharing (DASH) van Odisee en KU Leuven richt zich tot ondernemingen, non-profit organisaties, overheden, … uit de zorgsector en de logistieke sector.\n\nSommige actoren exploreren opportuniteiten om data te delen. Anderen willen net externe data aanwenden om eigen activiteiten te optimaliseren. Nog anderen, bijvoorbeeld technologiebedrijven, leveren algoritmes en/of infrastructuur om gedistribueerde samenwerkingen te ondersteunen.\n\nData van externe bronnen (derde partijen en overheidsdiensten) kan de ontwikkelde machine-learning (ML)-modellen verder uitbreiden en verfijnen en de bedrijfsactiviteiten verder optimaliseren.\n\nDaarnaast zien bedrijven ook een extra bron van inkomsten in het verhandelen van hun waardevolle data aan derden. Dit kunnen zowel persoonsgegevens als gevoelige bedrijfsgegevens zijn.\n\nWaar dit meestal op technisch vlak geen obstakel blijkt te zijn, blijft het in veel gevallen onduidelijk hoe en met welke technologieën dit op een privacyvriendelijke manier kan gebeuren.\n\nBinnen dit project worden de projectresultaten gedemonstreerd in twee domeinen: de zorgsector en de logistieke sector.\n\nHet doel van dit project is om de Vlaamse kmo te ondersteunen bij het opzetten van samenwerkingen waarbij gevoelige gegevens worden gedeeld en verwerkt.\n\nDit omvat het selecteren en integreren van o.a. kwalitatieve anonimiseringsstrategieën, waardevolle verwerkingsalgoritmen, en technologieën voor het uitbouwen van een gedistribueerde infrastructuur.","summary":"Unlock the potential of your data through secure sharing with external parties for enhanced insights and business opportunities. Join the DASH project by Odisee and KU Leuven to explore privacy-friendly data collaborations in healthcare and logistics. Optimize operations with enriched machine learning models and monetize valuable data assets while ensuring privacy compliance.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001094","result_description":"Het project heeft significante impact gehad door bedrijven te voorzien van de middelen en kennis voor het veilig delen van data. Centraal hierbij staat de Data Sharing Gids, een gebruikersvriendelijk hulpmiddel dat diepgaande inzichten biedt in o.a. Federated Learning en anonimisatie- en pseudonimisatietechnieken.\n\nDeze gids is online beschikbaar via https://dash-knowledge-base.readthedocs.io en kan daardoor bijgewerkt worden met de nieuwste ontwikkelingen, waardoor het een waardevolle bron voor bedrijven blijft. \n\nDe praktische, interactieve sessies waren een belangrijk onderdeel van het project, waarbij deelnemers waardevolle kennis en ervaring opdeden door middel van demonstraties en praktijkgerichte oefeningen. \n\nTen slotte hebben de ontwikkeling van een Python Library voor Federated Learning en een Privacy-Friendly Toolkit bijgedragen aan het verlagen van de drempel voor KMO's om deze geavanceerde technologieën toe te passen. De bibliotheek biedt modulaire functies en modellen, terwijl de toolkit Federated Learning tastbaar maakt voor bedrijven zonder diepgaande technische achtergrond."},{"description":"Dit project heeft als globaal doel na te gaan op welke manier brouwers alternatieve ongemoutte (pseudo)graansoorten kunnen implementeren in hun brouwproces en wat ze kunnen verwachten aan algemene kwaliteit, smaak en smaakstabiliteit van deze innovatieve bieren.\n\nDe alternatieve granen zijn de oertarwes emmer, eenkoorn, spelt en khorasan, de pseudogranen amarant, quinoa, sorghum en boekweit en andere granen zoals tritordeum en teff. Hun brouwerij technologische en sensorische eigenschappen bij verwerking in bier worden onderzocht.","summary":"Ontdek hoe brouwers innovatieve bieren kunnen creëren met alternatieve granen zoals oertarwe, pseudogranen en andere varianten. Onderzoek richt zich op kwaliteit, smaak en brouwtechnologie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001095","result_description":"De projectdoelstellingen werden bereikt."},{"description":"In Vlaanderen worden preventiemaatregelen met betrekking tot de introductieroutes van invasieve uitheemse soorten (IAS) geïdentificeerd en aangepakt, risicobeoordelingen worden uitgevoerd en er wordt aandacht besteed aan vroegtijdige detectie en snelle uitroeiing. Het beheer van gevestigde populaties is echter veel gecompliceerder en vereist speciale coördinatie en methoden. Succesvol beheer van wijdverspreide populaties, zoals die van de Amerikaanse stierkikker (*Lithobates catesbeianus*) in de vallei van de Grote Nete, is moeilijk te controleren met de huidige middelen.\n\nDe Amerikaanse stierkikker is geïntroduceerd in Europa en België voor consumptie en ornamentale (tuinvijvers) doeleinden. Tsiamis et al. (2017) vermelden populaties van Amerikaanse stierkikkers in België, Frankrijk, Italië, Duitsland, Slovenië, Griekenland (Kreta) en het Verenigd Koninkrijk. In Vlaanderen in de vallei van de Grote Nete is de soort aanwezig over een afstand van meer dan 50 km, in meer dan 400 vijvers en een gebied van 152.000 ha. De verspreiding in opwaartse en neerwaartse richting vordert nog steeds snel. Naast deze grote metapopulatie zijn er verschillende geïsoleerde populaties aanwezig in Kasterlee, Arendonk, Hoogstraten en Huldenberg.\n\nIn de voorbereiding van dit project is de techniek van het produceren van steriele triploïde individuen van de Amerikaanse stierkikker uitgewerkt. De ontwikkeling van de innovatieve techniek begon binnen het Intereg INVEXO-project (2009 - 2012). Het projectrapport omvat een literatuurstudie over de ecologie en impact, de verspreiding in Vlaanderen en Nederland, de beste beheeropties en protocollen en aspecten van preventie en communicatie. De techniek werd verder verfijnd in een project gefinancierd door de PXL Hogeschool (2013-2016) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)/Provincie Antwerpen (2016-2018). Om de methode van steriele triploïden succesvol te laten zijn, zou 90% van behandelde legsels moeten resulteren in onvruchtbare triploïden. Dit doel is bereikt en de steriele triploïde mannetjes zijn seksueel actief en roepen.\n\nDe implementatie van de methode zal beginnen in het projectgebied Balen-Olmen (Scheps) waar ongeveer 17 vijvers sterk geïnfecteerd zijn met de Amerikaanse Stierkikker (46 volwassenen/ha) en zich naar beneden verplaatsen in de vallei. Het projectgebied maakt deel uit van het 'Grote Netewoud', dat gelegen is in het SBZ BE2100040 Vallei van de Grote Nete. De vijvers in Scheps zijn voornamelijk eigendom van en beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bosbeheer (ANB) en in Griesbroek door de NGO Natuurpunt. Er zijn ook enkele privévijvers aanwezig.\n\nDe pilot zal worden geïntegreerd in de lopende inspanningen om populaties van de Amerikaanse stierkikker in Vlaanderen te controleren of uit te roeien. Informatiecampagnes worden regelmatig georganiseerd door de partners. Burgers zijn geïnformeerd en worden nog steeds geïnformeerd en de verspreidingsroutes binnen Vlaanderen en Nederland zijn geïdentificeerd en onder controle gebracht. Pogingen om geïsoleerde populaties in Vlaanderen uit te roeien, met voortplanting in minder dan 5 vijvers, zijn het afgelopen decennium onsuccesvol gebleken.","summary":"Prevent, assess, detect, and eradicate invasive species like American bullfrogs in Flanders. Innovative sterile triploid method successfully developed for management. Implementation starting in highly infected ponds to control spread.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001097","result_description":null},{"description":"Pluimveeteelt moet duurzaam verlopen, op een diervriendelijke manier. Geïmporteerde soja als voornaamste eiwitbron in diervoeder strookt hier niet mee. Daarom is er hoge nood aan lokaal geteelde eiwitrijke gewassen, zoals erwten en veldbonen.\n\nIn deze gewassen kunnen anti-nutritionele factoren (ANFs) echter sterk aanwezig zijn, met nadelige effecten op de prestaties van eenmagige dieren (o.a. pluimvee en varkens). Er zijn momenteel verwerkingstechnieken voorhanden om de gehaltes aan ANFs te reduceren (via toasten, expanderen of inkuilen), maar meer uitgebreide kennis hieromtrent is nodig - vooral voor de mengteelt van deze eiwithoudende gewassen met granen.\n\nDe verwerking van geoogste zaden zal in het kader van dit project gematcht worden aan het gebruik ervan bij pluimvee, in zowel conventionele als biologische productiesystemen. Verder zal het potentieel onderzocht worden om de gewasresten die overblijven na oogst van de zaden te valoriseren d.m.v. fermentatie door witrotschimmels, om zo een bijkomende hoogwaardige eiwitbron te creëren.\n\nDe algemene doelstelling van het OPTIPLUIM project is om vanuit een ketenperspectief aan Vlaamse akkerbouwers, pluimveehouders en de veevoederindustrie handvaten aan te reiken voor de teelt, de verwerking en het gebruik van vlinderbloemige gewassen als alternatieve eiwitbron voor pluimvee, via nieuwe inzichten en aangepaste teelt- en verwerkingstechnieken.\n\nNaast de valorisatie van de gewasresten zal ook onderzoek gedaan worden naar interacties tussen voedersamenstelling en kwaliteit van dierlijke eindproducten en naar effecten op stikstofexcretie door pluimvee. Er zullen tevens duurzaamheidsanalyses uitgevoerd worden ter vergelijking van het gebruik van lokaal geproduceerde vlinderbloemige gewassen met soja (al dan niet lokaal geproduceerd). Finaal doel is om verbeterstrategieën en adviezen in de praktijk te implementeren en het brede publiek te informeren over de bekomen kennis.","summary":"Verbeter de duurzaamheid van pluimveeteelt met lokale eiwitrijke gewassen als alternatief voor geïmporteerde soja. Het OPTIPLUIM project biedt inzichten en technieken voor teelt, verwerking en gebruik, met focus op kwaliteit en duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001102","result_description":null},{"description":"In het kader van behoud en herstel van biodiversiteit proberen natuur- en landschapsbeheerders op voormalig bemeste gronden biodivers grasland te creëren of te herstellen, maar graslandherstel blijkt een werk van lange adem.\n\nOm biotisch herstel (toename in soortenrijkdom) mogelijk te maken, moet eerst abiotisch herstel plaatsvinden (afname nutriëntenrijkdom bodem). Met een uniek veldexperiment (opgestart in 2017 tijdens het PWO-project HERBIOGRAS) onderzoeken we de invloed van verschillende hersteltechnieken.\n\nEen biodivers grasland is niet alleen soortenrijk; het levert heel wat diensten aan de maatschappij, ook tijdens het herstelproces. In dit vervolgproject (HERBIOGRAS+) gaan we het herstel verder opvolgen en bijkomend onderzoeken of de gekozen hersteltechniek invloed heeft op de levering van vier ecosysteemdiensten met lokaal tot globaal belang.\n\nWe meten (i) de kwantiteit en kwaliteit van het maaisel (= beheerrest uit natuurbeheer) voor gebruik als diervoeder, (ii) de koolstofopslag in de bodem, (iii) de aantrekkelijkheid van het grasland als voedselbron voor bestuivers en (iv) de appreciatie van recreanten voor biodivers grasland.\n\nVervolgens identificeren we synergiën en trade-offs tussen de ecosysteemdiensten voor de verschillende hersteltechnieken. Om de resultaten te laten doorstromen naar een brede groep stakeholders en zo het draagvlak voor biodiversiteit en natuurbeheer te vergroten, organiseren we workshops en maken heldere factsheets voor natuur- en landschapsbeheerders, landbouwers en natuurgidsen.\n\nWe organiseren een overkoepelende studiedag en publiceren de resultaten online op de kennisdelingswebsite van de Vlaamse Overheid: Ecopedia. We maken een laagdrempelig animatiefilmpje over graslandherstel en laten studenten agro- en biotechnologie in een Living Lab werken rond ecosysteemdiensten.","summary":"Met HERBIOGRAS+ onderzoeken we hersteltechnieken voor biodivers grasland en hun impact op ecosysteemdiensten. Resultaten delen we via workshops, factsheets en online publicaties op Ecopedia. Ook betrekken we studenten in een Living Lab voor graslandherstel.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001103","result_description":null},{"description":"Het doel van Altevas is om op een economisch haalbare manier spuiwater uit de glastuinbouw te zuiveren met een microalgen systeem gecombineerd met fysico-chemische technieken. Hierbij wordt hergebruik van het gezuiverd water beoogd. Bovendien worden extra inkomsten voor de teler gecreëerd doordat de microalgen op hun economische waarde geselecteerd worden.\n\nOmdat de samenstelling van het spuiwater bedrijfsafhankelijk en teeltafhankelijk is, dient telkens de meest geschikte microalgen species geselecteerd te worden. De projectresultaten zullen ertoe leiden dat in de toekomst een volledige zuiveringsinstallatie aan de glastuinbouwtelers kan worden aangeboden.\n\nBovendien zullen de bedrijven die het systeem implementeren, opgevolgd moeten worden om optimaal rendement te blijven bekomen. Ook dient onze expertise aangewend te worden in geval van bijvoorbeeld calamiteiten of teeltwissel. Deze diensten kunnen op termijn aangeboden worden via bijvoorbeeld de oprichting van een spin-off. Op langere termijn kan de doelgroep verder uitgebreid worden naar andere sectoren die kampen met gelijkaardige reststromen.","summary":"Altevas zuivert spuiwater uit glastuinbouw met microalgen en technieken, met focus op waterhergebruik en inkomstengeneratie voor telers. Toekomst: zuiveringsinstallatie aanbieden, opvolging voor optimaal rendement en uitbreiding naar andere sectoren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001104","result_description":null},{"description":"Luchtverontreiniging veroorzaakt het belangrijkste milieu-gerelateerde gezondheidsrisico in Europa. Recente schattingen van de Wereld Gezondheidsorganisatie (World Health Organisation; WHO) suggereren dat luchtverontreiniging aan de basis ligt van tot 80% van de vroegtijdige sterfgevallen, longaandoeningen en longkanker.\n\nAstma is een chronische inflammatoire aandoening van de luchtwegen die terugkerende episodes van piepende ademhaling, kortademigheid, beklemmend gevoel op de borst en hoesten kan veroorzaken. Deze symptomen zijn het meest ernstig tijdens de nacht of in de vroege ochtend bij het ontwaken. In gans Europa lijden naar schatting 30 miljoen mensen (4.0%) aan astma en de prevalentie in België ligt zelfs nog wat hoger, nl. 4.4%. Hoewel luchtverontreiniging alle populaties kan schaden, spreekt het voor zich dat sommige mensen – zoals astmapatiënten – gevoeliger zijn aan een hogere vervuilingsgraad.\n\nTijdens dit project worden drukknoppen ontwikkeld die gemonteerd worden op de inhalatoren (puffers) van astmapatiënten om met behulp van o.a. gps-signalen de frequentie van gebruik alsook de locatie bij gebruik van deze inhalatoren in kaart te brengen. Om de bekomen data uit dit Citizen Science project te verifiëren en te versterken, worden tevens een aantal vaste meetpunten – “snuffelpalen” – doorheen de stad Hasselt geplaatst. Op deze manier kunnen “respiratoire hotspots” binnen de stad gelokaliseerd worden. \n\nOm dit te realiseren is het project onderverdeeld in 6 deelactiviteiten (werkpakketten):\n- Een eerste activiteit bestaat uit een literatuurstudie waarbij alle benodigde elektronica voor zowel drukknop als snuffelpaal gescreend worden en de finale selectie ervan op basis van o.a. prijs/kwaliteit, meetbereik, flexibiliteit, etc.\n- Binnen de tweede activiteit wordt de drukknop die op de inhalatoren dient geplaatst te worden, ontworpen en geproduceerd. Parallel hiermee wordt ook een eenvoudige gebruikers-app ontwikkeld om éénmalig relevante demografische gegevens van gebruikers te verzamelen.\n- De derde activiteit bestaat uit het ontwerp en de ontwikkeling van de vaste meetpunten, waarbij gestreefd wordt naar duurzame, robuuste en stand-alone meetpunten die relevante luchtkwaliteitssensoren bevatten.\n- De vierde activiteit loopt in parallel met de tweede activiteit, gezien hierbij het rekruteren van de gebruikers - astmapatiënten - van de drukknoppen centraal staat.\n- De vijfde activiteit bestaat uit het verzamelen van alle meetdata en de uitgebreide analyse hiervan teneinde de lokale luchtkwaliteit van de stad in kaart te brengen en het identificeren van respiratoire hotspots.\n- Tenslotte zal de zesde activiteit de terugkoppeling en rapportering van alle resultaten aan de betrokken partners omvatten.\n\nDe doelgroepen van dit project zijn enerzijds de astmapatiënten die met behulp van de bekomen data een beter self-management van hun ziekte kunnen realiseren. Hierdoor wordt astma-medicatie efficiënter gebruikt en is er minder kans op complicaties. Anderzijds kan de participerende stad een gedetailleerder beeld van de lokale luchtkwaliteit verkrijgen en wordt het mogelijk om effecten van maatregelen op specifieke locaties en op specifieke momenten te monitoren.\n\nHet belangrijkste eindresultaat van het project is de visualisatie van de mogelijks geïdentificeerde respiratoire hotspots binnen de stad en de daarbij horende sensibilisering naar zowel de astmapatiënten alsook alle inwoners van de stad toe. Wanneer de data real-time zichtbaar zijn voor de beleidsmakers – en eventueel ook voor de burgers – ontstaat hierdoor een link met Smart City en het opzetten van een open data beleid.","summary":"Luchtvervuiling leidt tot ernstige gezondheidsrisico's. Een project in Hasselt ontwikkelt drukknoppen voor inhalatoren van astmapatiënten om luchtkwaliteit te monitoren en hotspots te identificeren. Dit initiatief bevordert self-management van astma en biedt inzicht in lokale luchtkwaliteit.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001105","result_description":null},{"description":"Dit PWO-project zal door het combineren van twee volwassen technologieën (Building-Integrated PhotoVoltaic of BIPV en draadloze energieoverdracht) een BIPV plug-and-play module ontwikkelen en bouwen met off-the-shelf en dus goedkope standaardcomponenten.","summary":"Met een combinatie van BIPV en draadloze energieoverdracht wordt een betaalbare BIPV plug-and-play module ontwikkeld, gebouwd met standaardcomponenten voor dit PWO-project.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001106","result_description":null},{"description":"De elektronicamarkt kent momenteel een groei in betaalbare, betrouwbare en makkelijk te gebruiken biosensoren en wearables zoals EEG headsets (hersenactiviteit) en polsbandjes (hartslag en huidgeleiding).\n\nDecennialang onderzoek heeft aangetoond dat deze veelbelovend zijn om cognitieve en psychologische processen als vermoeidheid, stress en mentale belasting te meten. Zeker vanuit de training- en opleidingssector en binnen bedrijven waar opleiding snel, veiliger en efficiënter moet, is hier zeer veel interesse in.\n\nHet probleem is echter dat de individuele verschillen in menselijke fysiologie zo groot zijn dat een kalibratieprocedure aan het begin van een training noodzakelijk is om betrouwbare interpretaties te kunnen maken voor een enkel individu. Absolute baseline waarden en variantie van de signalen moeten correct worden ingeschat zodat een gepersonaliseerd model kan gebruikt worden om de cognitieve en emotionele toestand van de gebruiker tijdens de training correct in te schatten.\n\nVia dit ConnecTT-project willen we een tool bouwen die toelaat om biosensoren correct en betrouwbaar te integreren in VR/AR/MR trainingsapplicaties. Een dergelijke tool is tot op heden nog niet beschikbaar.\n\nConcreet zal deze oplossing de vorm aannemen van een SDK (software development kit), die door ontwikkelaars geïntegreerd kan worden in hun trainingsapplicatie. Deze SDK zal toelaten om individuele profielen te genereren vanuit de trainingsapplicatie door het oproepen van een kalibratieprotocol. Deze profielen bestaan uit metrieken (markers) die indicatief zijn voor cognitieve toestanden (zoals vermoeidheid, stressreacties of hoge cognitieve belasting), en worden gekoppeld aan statistieken die de individuele variabiliteit van deze markers beschrijven.\n\nElk profiel kan opgeslagen worden voor toekomstig gebruik, zodat de kalibratie niet nodeloos herhaald moet worden. Bovendien kan de trainingsapplicatie, via de SDK, de profielinformatie opvragen en benutten tijdens de training.","summary":"Innovatieve tool integreert biosensoren in trainingapps voor gepersonaliseerde VR/AR/MR-ervaringen. Kalibratieprotocol voor nauwkeurige metingen van cognitieve toestanden zoals vermoeidheid en stress. Gemakkelijk te integreren SDK voor ontwikkelaars.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001108","result_description":null},{"description":"Het ELGAS-project (Effecten van Luchtkwaliteit op de Gezondheid in Accommodaties van Schepen) heeft tot doel de gezondheid van de bemanning te verbeteren door de blootstelling aan omgevingspolluenten in accommodaties continu te monitoren, te evalueren, met een zelf ontworpen risico-index te communiceren, en concrete remediërende acties voor te stellen. De focus ligt op het monitoren van chemische agentia, potentieel aanwezig op binnenschepen en met gekende gezondheidsrisico’s zoals fijn stof of ozon.\n\nDe continue opvolging van omgevingspolluenten zal gebeuren door lage-kost sensoren op hyperlokaal niveau in te zetten, waardoor (1) het effect van vaar- en woongedrag (e.g., bepaalde operaties, vaargedrag, koken en eten, roken) op het binnenmilieu en op de bemanning in real-time wordt gevisualiseerd, en (2) het mogelijk wordt om concrete, gevalideerde aanbevelingen te kunnen doen die de binnenluchtkwaliteit verbeteren. Met deze informatie wil het project de gezondheid van de bemanning verbeteren, betrokkenen sensibiliseren, bestaande diensten optimaliseren, nieuwe doelgroepen voor bestaande diensten identificeren, en de transportsector beter bestand maken tegen toegenomen duurzaamheidsvereisten in de transportsector.\n\nDe multidisciplinaire samenwerking in ELGAS baseert zich op een quadrupel helix. Hierbij vloeit technologische innovatie voort uit interacties tussen onderwijs (2 partners) & onderzoek (2 deelnemers), ondernemers (10 deelnemers), overheidsgerelateerde organisaties (1 deelnemer) en de burger (2 deelnemers). De risicocommunicatiecyclus die dankzij het ELGAS meetplatform in het werkveld zal worden uitgerold, brengt meerdere doelgroepen samen: (1) binnenvaart en baggersector, (2) toeleveranciers van diensten en producten aan de scheepvaartsector (e.g., aangepast onderhoud, chemische analyses van lucht, medisch advies), (3) bedrijven gespecialiseerd in Internet of Things en Machine Learning, en (4) koepelorganisaties en subsidiegevers. Alle gebruikers kunnen een aspect van de collectieve projectresultaten onmiddellijk in hun werking integreren.\n\nConcrete doelen Via de opgelegde KPI’s zal de quadrupel helix tijdens de uitvoering van het project gestaag blijven groeien (uitbreiding gebruikersgroep met 20; geïnteresseerden naar 50). Via 10 real life case studies zal er naar concrete antwoorden op vragen worden gezocht die gebruikers tijdens het intensieve voorbereidingsproces van het projectvoorstel ons hebben gesteld. Bovendien wil het project een meetplatform uitrollen dat het ELGAS-team in staat stelt om de luchtkwaliteit op 6 schepen simultaan te analyseren. Het platform laat toe om een geautomatiseerde risicocommunicatiecyclus betreffende gezondheidsrisico’s in de accommodaties van schepen te introduceren en bemanning te sensibiliseren.\n\nVerwachte resultaten en impact De brede waaier aan doelgroepen in de quadrupel helix zal via de toegang tot eenvoudig leesbare gezondheidsrisico’s en de leverbaarheden met TRL 7, een substantiële kennissprong maken. De projectresultaten bieden hen mogelijkheden om nieuwe vragen (e.g., suggesties voor toekomstige subsidiemaatregelen) of markten (e.g., aangepaste gasanalyses, nieuwe retrofitdiensten) te exploreren die omwille van de toenemende duurzaamheidsvereisten binnen de transportsector aan belang zullen winnen. Het meetplatform is na afloop van het project onmiddellijk en breed inzetbaar binnen de scheepvaartsector omdat de werking ervan in reële, complexe situaties op zowel binnenwateren als op zee zal worden getest. Bovendien zijn er tal van aspecten van de risicocommunicatiecyclus die door een brede waaier aan doelgroepen voor hun activiteiten bruikbaar zijn. De vergaarde kennis zal in meerdere hogeschoolopleidingen worden opgenomen. De impact van het project is groot omdat onderstaande resultaten zullen worden gerealiseerd:\n\n• Meetplatform bestaande uit 3 onderdelen: De meetdoos integreert de relevante sensoren en meet hiermee meerdere omgevingsparameters. De communicator verbindt meetdoos en visualisator met de Cloud en laat toe om het platform van updates te voorzien. De visualisator verwerkt de metingen aan boord van schepen in real-time en zet deze om in een eenvoudig leesbare luchtkwaliteitsindex (i.e., in termen van goed, matig en slecht). De bemanning kan hiermee direct op momenten met slechte luchtkwaliteit reageren;\n\n• Real life case studies: Het meetplatform zal worden gebruikt om de meest risicovolle momenten of operaties op vaarroutes te identificeren, om gezondheidsrisico’s van verschillende schepen objectief met elkaar te vergelijken, en om concrete adviezen te valideren. De gedocumenteerde cases zullen via een webpagina van de participerende instellingen na afloop van het project beschikbaar blijven;\n\n• Economische impact op bedrijven: De analyse van gezondheidsrisico’s resulteert in de versterking van bestaande en nieuwe diensten binnen de sector van onderhoudswerken, herstellingen en conversies. Het verhoogt de tevredenheid van klanten, die een hoge luchtkwaliteit eisen, omdat garanties over luchtkwaliteit met objectieve, begrijpbare informatie kan worden aangeleverd. En het vergroot de veerkracht van de scheepvaartsector t.o.v. de steeds strenger wordende wetgeving.","summary":"Het ELGAS-project verbetert de gezondheid van scheepsbemanning door continue monitoring van omgevingspolluenten en het bieden van concrete oplossingen. Het project bevordert risicocommunicatie en samenwerking tussen diverse belanghebbenden, waaronder de transportsector. Verwachte impact omvat een meetplatform voor betere luchtkwaliteit en economische voordelen voor bedrijven in de scheepvaartsector.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001112","result_description":"Impact van het projectresultaat op onderwijs\n\nHet ELGAS-project heeft voor de Hogere Zeevaartschool meerdere resultaten opgeleverd, met name naar de verwerking van signalen via filters om ruis en uitbijters te onderdrukken. Hierover werd een syllabus geschreven. Ook zijn er algoritmes beschikbaar die de bepaling van polluentconcentraties naar een risico voor gezondheid kunnen omzetten, alsook grafische methoden om dit risico met de metingen te combineren. De projectresultaten zijn beschikbaar voor verder scriptieonderzoek.\n\nIn het project werden studenten ingezet om meetcampagnes mee te helpen verwerken. Bovendien werd er via scriptieonderzoek een aantal zijpistes geëxploreerd. Zo heeft 1 student in de periode 2019-2021 een bachelorscriptie geschreven over de binnenluchtkwaliteit in de cabine op de oude RV Belgica. Daarna heeft hij een mobiel meetsysteem in een koffer gebouwd om luchtkwaliteit op een eenvoudige manier in situ te meten. Dit masteronderzoek werd reeds voorbereid door een voorgaand studentenonderzoek. Een andere student heeft in de periode 2020-2022 een bachelorscriptie geschreven over bioaerosolen op schepen en bereidt zijn masterthesis binnen dat onderwerp voor.\n\n• Dewez, Cyril, 2020, Mesure de la pollution de l’air à bord de navires avec le Libelium Plug & Sense Environment PRO, bachelorscriptie\n• Van der Borght, Lukas, 2020, Constructie en kalibratie van een toestel voor het meten van de luchtkwaliteit aan boord van zeeschepen, masterscriptie\n• Gröger, Arne, 2021, Ventilatiesystemen aan boord van schepen: Een broeihaard voor pathogenen?, bachelorscriptie\n• Dewez, Cyril, 2021, Designing a portable and autonomous air pollution measuring instrument, masterscriptie\n• Ingels, Jeff, 2021, Luchtkwaliteit aan boord van binnenschepen, bachelorscriptie\n\nImpact op de maatschappij\n\nHet project concentreerde zich op de analyse van de binnenluchtkwaliteit in schepen. Uit de analyses bleek dat de luchtkwaliteit als goed kan worden bestempeld maar dat er korte momenten zijn waar de luchtkwaliteit minder goed is. De luchtkwaliteit bleek in functie van de tijd sterk te fluctueren en wordt onder andere beïnvloed door uitlaatgassen die via het ventilatiesysteem naar binnen worden gezogen. Het ELGAS-project werd door een gebruikersgroep van 10 organisaties (Engine Deck Repair (EDR), Mediport, eu.reca, Kenniscentrum Binnenvaart Vlaanderen (KBV), Vlaamse Waterweg, Jan De Nul, General Bunkering Services (GBS), Genano Benelux, Atmosafe) gespecialiseerd in gezondheid en/of de scheepvaartsector en door 3 organisaties gespecialiseerd in Internet of Things (LCL, AllThingstalk, Telenet). De organisaties hebben kunnen vaststellen dat verbrandingsmotoren aan boord van schepen de binnenluchtkwaliteit beïnvloeden. Eén scheepseigenaar heeft als gevolg van de metingen de deur van de stuurhut aangepast zodat deze beter de polluenten in de buitenlucht kan tegenhouden.\n\nTijdens het project viel het op dat er tal van bedrijven in de scheepvaartsector actief zijn in het verzamelen van data via sensoren. Schepen kunnen tot meer dan 400 sensoren bevatten die continu worden gemonitord. Deze bedrijven vergaren zeer grote hoeveelheden data. Sommige van deze bedrijven weten niet zo goed hoe deze te verwerken. Het valt ook op dat sommige bedrijven de polluenten in uitlaatgassen willen laten zakken zodat motoren of schepen aan de steeds strenger wordende regelgeving kunnen voldoen. Bovendien willen sommige scheepseigenaars een pioniersrol in de energietransitie van de scheepvaart spelen. Voor hen zijn de binnenluchtkwaliteitsanalyses belangrijk omdat ze een leidraad zijn om hun vloot verder te verbeteren. Zo heeft een organisatie gevraagd om ook na het einde van het ELGAS-project bijkomende metingen uit te voeren.\n\nDe gesprekken met tal van bedrijven tijdens het ELGAS-project hebben aangetoond dat de rechtstreekse analyse van uitlaatgassen een grotere economische meerwaarde heeft dan de analyse van binnenluchtkwaliteit op zich. Zo trachten een aantal bedrijven uitlaatgassen met goedkopere sensoren te analyseren, sensoren die ook in het ELGAS-project voor binnenluchtanalyses zijn gebruikt. Hierbij koelen ze eerst de uitlaatgassen, verwijderen ze het condensvocht en verdunnen ze de uitlaatgassen voordat men de polluenten in aanraking brengt met de sensoren. De ervaring die tijdens het ELGAS-project is vergaard, is voor deze bedrijven een meerwaarde. Zo heeft de firma Multronic een onderzoek bij de HZS besteld om de performantie van een sensor voor het meten van SO2 te evalueren."},{"description":"Een vaak onderschatte bedreiging voor onze economie is corrosie. Een DNV-GL-rapport schat de kosten gelinkt aan corrosie op meer dan 500 miljard euro voor de Europese regio alleen al, oftewel +/- 3,8% van het Europese BBP. Eurostat-data schatten het bruto regionaal product van het 2 Zeeën gebied op 1,5 biljoen euro, wat leidt tot een schatting van ongeveer 57 miljard euro voor de kosten gelinkt aan corrosie.\n\nDe World Corrosion Organization schat dat “25 tot 30% van de jaarlijkse corrosiekosten kunnen worden bespaard bij optimaal corrosiebeheer” (bevestigd door het rapport 2016 NACE IMPACT), oftewel 13 miljard euro aan overtollige uitgaven voor ons gebied. Dat is de basislijn in dit project, en gezien het belang van de corrosie-gevoelige maritieme sector voor het gebied, is dit wellicht een onderschatting.\n\nDaarnaast blijkt dat de generieke aanpak van corrosiepreventie meestal uitgaat van algemene richtlijnen, terwijl de impact van corrosie vaak afhangt van lokale factoren die moeilijk te beïnvloeden zijn met behulp van algemene richtlijnen. Beslissingen met betrekking tot corrosiebescherming zijn daardoor vaak suboptimaal, wat kan leiden tot voortijdig falen.\n\nWat we dan ook nodig hebben, is een verandering van mindset om de bestaande corrosiepreventiemethodes effectief en efficiënt te verbeteren, via het principe 'check-do-act':\n1. Het risico op corrosie meten door middel van een set van omgevingsmerkers.\n2. Leren (en modelleren) hoe deze merkers corrosie beïnvloeden.\n3. Handelen, waarbij bedrijven de juiste corrosiepreventie- of onderhoudsstrategie kiezen.\n\nSOCORRO moet deze verandering in mindset ondersteunen en levert daartoe de industriële validatie van dit concept - hoe kunnen metingen en op big data gebaseerde sensoranalyses worden gepresenteerd aan de dagdagelijkse verantwoordelijken van industriële en/of maritieme infrastructuur?\n\nHierbij ondersteunen we de ontwikkeling van verdere, slimme specialisatie van bestaande communicatietechnologieën. Die slimme specialisatie zal ondersteund worden door een digitaal (online, real-time) monitoringsysteem voor corrosie. SOCORRO zal daarnaast bijdragen tot de inschatting van benodigde preventie en onderhoud van stalen constructies voor kustverdediging en onshore/offshore constructies, wat leidt tot een betere voorbereiding van het gebied voor global change en zeespiegelstijging. Ten slotte zal SOCORRO verschillende maatregelen voor real-time waterkwaliteitmetingen omvatten.","summary":"Corrosie kost Europa jaarlijks miljarden. SOCORRO biedt slimme oplossingen voor effectieve corrosiepreventie en monitoring voor maritieme en industriële infrastructuren, inclusief real-time data-analyse en maatregelen voor waterkwaliteitsmetingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001113","result_description":null},{"description":"Via de nieuwe testmotor, gekoppeld aan een big data approach voor de analyse van de performantie, is het mogelijk om een industriële opstelling rond het elektrostatisch filteren van fijn stof te testen op prestatie en efficiëntie.\n\nDit laat toe een model uit te werken voor het zuiveren van scheepsuitstoot in de binnenvaart.","summary":"Met behulp van een innovatieve testmotor en big data-analyse wordt de prestatie van elektrostatisch fijnstofilteren getest voor scheepsuitstootzuivering in de binnenvaart.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001114","result_description":"Het toestel voor elektrostatische filtratie van uitlaatgassen is ontworpen door Genano. Dit project kadert in een eerste kennismaking tussen HZS en dit bedrijf, en dient om verdere samenwerking te verkennen.\n\nEen tweede aspect dat in dit project moet worden uitgebouwd, is de data-analyse die aan deze testmotor hangt, waarbij alle parameters in kaart gebracht worden. Het Genano-toestel moet in de testopstelling geïncorporeerd worden. Om deze optimaal te laten functioneren dienen de uitlaatgassen die aan het Genano-toestel aangeboden worden, de temperatuur van 70 graden Celsius niet te overschrijden. Een koelcircuit werd hiervoor uitgedacht.\n\nAlle testen vereisen een nulmeting. Deze nulmeting bestaat erin om het pV diagram op te stellen voor een nulmeting, klassieke diesel, nullast-toerental en zonder belasting. Deze gegevens zullen gebruikt worden als referentiecurve bij verdere metingen. De standaard brandstof is klassieke diesel zoals die op het moment van de test verkrijgbaar is aan de pomp, waar via staalafname de eigenschappen van bepaald zullen worden.\n\nDeze brandstof zal een testrun in de motor doorlopen, waar een p/V diagram van wordt opgesteld. Dit op nullast toerental en zonder belasting. De samenstelling van de uitlaatgassen zal in een testrun gemeten worden bij het verlaten van de testmotor, bij het binnengaan van de Genano na de koeling en bij het verlaten van het Genano-toestel. Dit zal gebeuren bij nullast, deellast en vollast."},{"description":"Het TEAMS-project richt zich op het versnellen van innovatie in de maritieme sector door design thinking te stimuleren en ondernemerschap met 60 studenten in maritiem onderwijs, met relevante 21st-eeuwse vaardigheden in bestaande leerplannen.\n\nHet creëert ook een gestructureerd, permanent samenwerkingskader op het gebied van innovatie tussen de maritieme industrie en onderwijs. Er wordt een hiaatanalyse gemaakt van 21e-eeuwse vaardigheden in het maritieme onderwijsaanbod, waarbij de nadruk wordt gelegd op de correlatie tussen bestaande leerdoelen en ondernemers- en design thinking-competenties in het onderwijsaanbod in drie Noordzeebekkenlanden.\n\nEr wordt ook een blauwdruk gemaakt, gebaseerd op de principes van ondernemerschapsonderwijs die biedt en bevordert dit design thinking en ondernemerschap. 10 Docenten worden opgeleid tot TEAMS Coach, hun expertise uitbreiden om 60 studenten duurzaam op te leiden tot Teampreneurs. Een TEAMS-blauwdruk is uitgevoerd in de betrokken hogescholen.\n\nTen slotte verspreidt en promoot het project het TEAMS-concept door een duurzaam platform met actieve betrokkenheid van de maritieme industrie en maritiem onderwijs. Het platform presenteert de TEAM Blueprint, omvat jaarlijkse innovatiewedstrijden, presenteert een TEAMS-toolbox met cursus en beoordeling materiaal voor replicatie en aanpassing door maritieme onderwijsinstellingen in de EU en heeft tot doel multilateraal te beïnvloeden organisaties om wijzigingen aan te brengen in internationale afspraken over de ontwikkeling van 21st-eeuwse vaardigheden.\n\nDe Universiteit of Applied Sciences in Jyväskylä (Finland) zal deze aanpak op maat maken om te worden geïmplementeerd in de curricula van de onderwijsinstellingen van STC (Nederland), de HZS (België) en de NMCI (Ierland). De handelsvereniging Netherlands Maritime Technology en de Maritieme start-up accelerator PortXL vervullen de rol bij het tot stand brengen van de koppeling tussen (innovatieve) voorstellen van studenten en maritieme bedrijven. Samen vormen ze een sterk team het introduceren van echt ondernemerschap in het maritiem onderwijs.","summary":"Het TEAMS-project versnelt maritieme innovatie door design thinking en ondernemerschap te integreren in het onderwijs. Het creëert een samenwerkingskader tussen industrie en onderwijs, analyseert en implementeert 21e-eeuwse vaardigheden, traint docenten en promoot een duurzaam platform voor innovatie.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001115","result_description":null},{"description":"Het doel van het voorgestelde onderzoek is om een meer coherente benadering van maritieme vraagstukken te bieden, met verhoogde integratie tussen de volgende geselecteerde bouwstenen: beleid, bedrijfsstrategie, zakelijke praktijk en bestuur. Zoals weergegeven in onderstaande figuur, heeft het onderzoek rond integrale uitdagingen in de scheepvaart en havens een holistische en circulaire dimensie.\n\nNa vele jaren van verkokering van maritieme domeinen hebben beleidsmakers de traditionele bestuurskaders door het ontwikkelen van nationaal geïntegreerd maritiem beleid (GMP's) voor het duurzame gebruik van oceanen en zeeën. De potentiële voordelen van beleidsintegratie zijn onder meer helpen om het grote geheel over te brengen voor strategische vraagstukken, het realiseren van synergieën en het maximaliseren van de beleidseffectiviteit, het benutten van schaalvoordelen, het bieden van een kader voor het oplossen van potentiële conflicten en het maken van afwegingen, en het verbeteren van de dienstverlening.\n\nDe noodzaak tot integratie op beleidsniveau vloeit ook door in de bedrijfsstrategie. De laatste decennia ingrijpende veranderingen in het milieu en de markt hebben meegemaakt die scheepvaartmaatschappijen ertoe aanzetten te veranderen hun strategische aanpak en het herontwerpen van de reikwijdte van hun activiteiten in de richting van meer logistieke integratie. Door echt geïntegreerde logistiek te bieden, willen rederijen de volledige verantwoordelijkheid van een verlader op zich kunnen nemen bevoorradingsketen.\n\nDe integratie in de bedrijfsstrategie zelf vloeit door in de bedrijfspraktijk. Hoogtepunten van de zakelijke praktijk het belang van integratiemechanismen om capaciteitsbeperkingen en operationele uitdagingen te vermijden, zoals knelpunten, havencongestie en vertragingen in intermodale verbindingen om de efficiëntie van de maritieme transportketen.\n\nHuidige integratiebewegingen tussen de rederijen werken in concentrische cirkels naar buiten en versterken de kern capaciteit voor containervervoer in een steeds grotere uitbreiding van de perimeter van de activiteiten van de lijnvaart. Daarom ontwikkelen rederijen groene beheerplannen om rekening te houden met hun milieu externe effecten, ook al spelen de kwesties van openbaarmaking en transparantie een belangrijke remmende rol.\n\nIn deze context kan beleid ingrijpen door normen en regelgeving vast te stellen op basis van hard of zacht duurzaamheid benaderingen. Op deze manier wordt de research-loop gesloten na die verschillende hedendaagse aspecten verband met de uitdagingen van integratie in de scheepvaart en havens zijn onderzocht.","summary":"Onderzoek naar maritieme integratie voor duurzaamheid en efficiëntie in beleid, bedrijfsstrategie en praktijk. Betere synergieën en beleidseffectiviteit om operationele uitdagingen te vermijden. Rederijen passen groene beheerplannen toe voor milieuoverwegingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001116","result_description":null},{"description":"Sensor gebaseerde meetcampagnes in de accommodaties van schepen zijn in staat om tal van gebeurtenissen te identificeren. Helaas bevatten de meetgegevens onvoldoende informatie om de oorzaak van deze gebeurtenissen te achterhalen.\n\nSommige van deze oorzaken moeten in de onmiddellijke omgeving rondom het schip worden gezocht. Voorbeelden van dergelijke oorzaken zijn het schip dat een haven met slechtere luchtkwaliteit binnenvaart, een binnenvaartschip dat een fabriek passeert die vervuiling uitstoot, of meerdere schepen die voor of in een sluis wachten terwijl alle motoren draaien.\n\nWe weten dat een enorme hoeveelheid aan open data via de satellieten van het Copernicus-programma worden gegenereerd. Deze zouden gebruikt kunnen worden om de omgeving van een schip te analyseren. De satellietbeelden zullen gebruikt worden om verklaringen te vinden voor de gebeurtenissen die via luchtkwaliteitsmetingcampagnes in de accommodaties van schepen worden gedetecteerd.","summary":"Sensor-based ship accommodation measurement campaigns can identify events, but lack details for cause. Satellite data from Copernicus could analyze ship surroundings to explain detected events from air quality measurements.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001117","result_description":null},{"description":"In dit project onderzoeken we het perspectief en de ervaringen van mensen die bedelen, van terreinwerkers en van andere betrokkenen zoals winkeliers, politie of voorbijgangers. We doen dit omdat het maatschappelijk, beleids- en economisch belang van bedelen in contrast staan met het gebrek aan kennis over bedelen, en vooral ook met het gebrek aan een gedeelde visie op bedelen.\n\nWe volgen een aantal mensen die bedelen, luisteren naar hun verhalen en spreken met handelaars en wijkcomités.","summary":"Onderzoek naar perspectieven en ervaringen van bedelaars en betrokkenen om inzicht en visie te ontwikkelen. Volg bedelaars en praat met winkeliers en buurtcomités.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001119","result_description":null},{"description":"In het project SMART4MD (Support Monitoring and Reminder Technology for Mild Dementia) wordt een mHealth applicatie ontwikkeld voor personen met een cognitieve stoornis of beginnende dementie.\n\nDe tool zal bij deze personen en hun mantelzorger de kwaliteit van leven monitoren door hen te ondersteunen in hun dagelijkse activiteiten, hun aanwezigheid bij afspraken, en het nemen van medicatie. Op die manier tracht de tool de kwaliteit van leven te verbeteren door onder andere therapietrouw te vergroten en de overbelasting van mantelzorgers te vermijden.\n\nHet team van Health Innovation en Europese partners ontwikkelde een mHealth applicatie in samenspraak met mantelzorgers, personen met dementie en professionele zorgverleners. Vervolgens werd de applicatie op grote schaal getest in een klinische studie.","summary":"Ontwikkeling van mHealth app SMART4MD voor ondersteuning van mensen met beginnende dementie en hun mantelzorgers, met focus op verbetering van levenskwaliteit en therapietrouw. Ontwikkeld en getest in samenwerking met zorgverleners en mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001120","result_description":null},{"description":"E³UDRES² is de betrokken en ondernemende Europese universiteit die Europese slimme en duurzame regio's stimuleert. De universiteit bevordert de ontwikkeling van kleine en middelgrote steden en hun landelijke omgevingen tot slimme en duurzame Europese regio's. Hierdoor wordt een welvarende toekomst vormgegeven met de best mogelijke levenskwaliteit voor zelfbepaalde mensen in een vooruitstrevende Europese samenleving.\n\nOndanks geografische, economische en culturele diversiteit, staan Europese regio's voor veel gemeenschappelijke uitdagingen die door E³UDRES moeten worden aangepakt:\n(1) Sociale afstanden (demografische verandering, sociale inclusie, migratie, regionale, nationale en Europese identiteiten).\n(2) Ruimtelijke afstanden (mobiliteit in landelijke gebieden).\n(3) Technologische afstanden (traditie vs. innovatie, digitalisering vs. ambachten, disruptieve technologieën, digitale geletterdheid, mediageletterdheid).\n(4) Structurele afstanden (stedelijk vs. plattelandsgebieden, metropolen vs. kleine en middelgrote steden, globalisering vs. regionale kwesties).\n\nE³UDRES volgt het idee \"Van Europa – Voor Europa\" door Europese oplossingen te ontwikkelen voor regionale problemen in een wereldwijd verbonden wereld. Dit wordt bereikt door kennis, kerncompetenties en vaardigheden te bundelen en middelen te delen van de volgende zes instellingen voor hoger onderwijs:\n- St. Pölten Hogeschool (Oostenrijk)\n- Instituto Politécnico de Setúbal (Portugal)\n- Polytechnische Universiteit Timisoara (Roemenië)\n- Szent Istvan Universiteit Gödöllö (Hongarije)\n- UC Leuven Limburg (België)\n- Vidzeme Hogeschool (Letland)","summary":"E³UDRES², Europese universiteit voor slimme en duurzame regio's, bevordert welvaart en levenskwaliteit in Europese steden en plattelandsgebieden door uitdagingen aan te pakken met Europese oplossingen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001121","result_description":null},{"description":"Scholieren slijten uren op de schoolbanken, maar wat houden zij hieraan over? Naast een stevige dosis basiskennis en -vaardigheden binnen bepaalde vakgebieden, zijn ook de competenties om die basiskennis en -vaardigheden uit te breiden wanneer dat nodig is, van belang. Een leerling moet leren hoe hij zichzelf tot leren kan brengen, welke strategieën hij nodig heeft om hem hierin zelfredzaam en zelfvoorzienend te maken en dient inzicht te krijgen in waarom hij leert. Goede resultaten in de secundaire school zijn immers niet altijd een garantie op later studiesucces. Goede zelfregulerende vaardigheden zijn op dat vlak veel essentiëler (Hattie, 2015). Vanuit een nood die de recente ontwikkelingen van de hervorming in het secundair onderwijs met zich hebben meegebracht, waarbij zelfregulatie bij jongeren steeds meer aandacht krijgt, werd de tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' ontwikkeld. Deze tool heeft als doel de zelfregulatie van leerlingen in het secundair onderwijs te bevorderen (Mommaerts, Dumoulin & Verstappen, 2019). Binnen deze tool wordt zelfregulatie opgedeeld in drie componenten die voortdurend met elkaar in verbinding staan: (1) cognitieve, (2) metacognitieve en (3) affectieve leerstrategieën. Elk van de componenten van zelfregulatie is noodzakelijk, maar op zichzelf niet voldoende voor leren (Butler & Winne, 1995). Vanuit een kritische blik op deze tool liggen er echter nog drie noden die momenteel onderbelicht zijn en waarbij we aan de hand van collaboratief onderzoek een antwoord op geven:\n\n1) De tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' is ontwikkeld vanuit wetenschappelijk onderzoek en literatuur (zie referentielijst). Om de praktijkgerichte waarde van de tool te versterken, zal de tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' gevalideerd worden aan de hand van een delphi-methode. Deze methode is een vorm van onderzoek die erop is gericht om tot de meest betrouwbare, door deskundigen gedragen, consensus te komen (Dalkey & Helmer, 1962; Kezar & Maxey, 2016). We voorzien drie delphi-rondes; voor elke ronde wordt een groep samengesteld van zes tot zeven deskundigen. De inhoudelijke correctheid en gebruiksvriendelijkheid van de tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' wordt de inzet van de validering.\n\n2) In de tool beschrijven we drie componenten op klas- en schoolniveau. Zowel in de literatuur als in gesprekken met leerkrachten gaan er echter stemmen op dat de verhouding tussen de drie componenten in de weg naar zelfregulatie ook een belangrijke rol speelt (Kostons, Donker & Opdenakker, 2014). We zullen daarom meer inzicht krijgen in de weg naar zelfregulatie (verhouding tussen de drie componenten) door zowel leerkrachten als leerlingen te interviewen aan de hand van de fenomenologische methode om onze tool te verrijken.\na. Door in gesprek te gaan met leerkrachten zullen we inzicht krijgen in de verschillende wegen die leerkrachten nemen in de ontwikkeling van zelfregulatie bij leerlingen (op welke componenten zetten ze (niet) in, interactie, ...). Door deze wegen in kaart te brengen, krijgen we realistische praktijkverhalen over de drie componenten en hoe deze zich onderling verhouden. Door de verhalen te verbinden aan de drie componenten van de tool, krijgt onze tool meer concrete taal die andere leerkrachten kan helpen om de weg naar zelfregulatie te begrijpen en dit in de klas en op school te bevorderen.\nb. Door in gesprek te gaan met leerlingen zullen we inzicht krijgen in de verschillende wegen die leerlingen nemen in hun ontwikkeling tot zelfregulatie (op welke componenten zetten ze (niet) in, interactie, ...). Deze wegen kunnen leerlingen én leerkrachten helpen de weg naar zelfregulatie te begrijpen en wat ze kunnen doen om hierin verder te ontwikkelen. We hebben tijdens het ontwikkelproces van de tool fragmentarisch leerkrachten met onze tool laten erkennen, maar nog niet in een volledig dienstverleningstraject. Om scholen en leerkrachten te begeleiden in hun zoektocht naar het bevorderen van zelfregulatie bij leerlingen, zetten we een dienstverleningstraject op in drie secundaire scholen die een expliciete vraag hebben rond zelfregulatie. De tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' zal op die manier gebruikt worden om zelfregulatie te verankeren in het onderwijslandschap.\n\nDoor dit collaboratief zal de tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' verrijkt (weg naar zelfregulatie), versterkt (validering) en verankerd (begeleiding scholen en leerkrachten) worden om in de onderwijspraktijk in te zetten. Hierdoor verleggen we mee een steen om leerlingen te ondersteunen in hun ontwikkeling tot zelfsturende leerlingen.","summary":"Leerlingen leren zelfregulatie met tool 'Meer ZeG in je evaluatie?!' door validering en begeleiding. Onderzoek verrijkt tool voor praktijkgebruik.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001129","result_description":null},{"description":"De recente belangstelling voor kleinschalige thermische warmtekrachtkoppeling op zonne-energie viel samen met de groei van de vraag naar gedistribueerde elektriciteitsvoorziening. Een mogelijke technische benadering om aan deze vraag te voldoen, is de parabolische thermische zonnecollector in combinatie met een organische Rankine-cyclus (ORC) warmtemotor.\n\nDe economie van een Rankine-systeem is strikt gekoppeld aan de thermodynamische eigenschappen van de werkvloeistof. Eigenschappen van een goede vloeistof zijn: lage specifieke volumes, hoog rendement matige drukken in de warmtewisselaars, lage kosten, lage toxiciteit.\n\nSolar ORC's zijn zowel theoretisch (Davidson 1977, Probert et al., 1983) als experimenteel (Monahan, 1976) al in de jaren zeventig bestudeerd en met gerapporteerde algemene efficiënties variërend tussen 2,52% en 7%. Het is interessant om op te merken dat er geen enkele vloeistof is geïdentificeerd als optimaal voor de ORC. Dit komt vooral door de sterke onderlinge afhankelijkheid tussen de optimale werkvloeistof, de werkomstandigheden en de cyclusarchitectuur.\n\nHieruit volgt dat de studie van een werkvloeistofkandidaat moet worden geïntegreerd in het ontwerpproces van een ORC-systeem. Er zijn maar weinig studies die experimentele gegevens hebben opgeleverd van operationele zonne-ORC-systemen. Kane et al. (2003) bestudeerden de koppeling van lineaire Fresnel-collectoren met een gecascadeerde 9-kWe ORC, met R123 en R134a als werkvloeistoffen. Er werd een globaal rendement (van zonne-energie naar elektriciteit) van 7,74% bereikt, met een collectorrendement van 57%.\n\nManolakos et al. (2007) bestudeerden een 2kWe lage temperatuur zonne-ORC met R134a als werkvloeistof en geëvacueerde buiscollectoren, een algemeen rendement van minder dan 4% werd verkregen.","summary":"De interesse in kleinschalige thermische zonne-energie systemen voor elektriciteitsvoorziening groeit. Onderzoek naar de beste werkvloeistof voor efficiënte ORC-systemen is essentieel. Studies tonen rendementen tot 7,74% met verschillende werkvloeistoffen en collectorontwerpen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001130","result_description":null},{"description":"Toerisme is één van 's werelds grootste economische sectoren. In 2017 was toerisme goed voor 10,4% van het wereldwijde Bruto Binnenlands Product en meer dan 300 miljoen jobs. In de komende jaren verwacht men dat de sector nog verder zal groeien met een gemiddelde stijging van 3.8% per jaar. Ook in Vlaanderen is toerisme een belangrijke economische sector die sterke resultaten neerzet. Erfgoedtoerisme heeft een sterk aandeel in de economische groei van toerisme. Verdere investeringen in de toekomstige ontplooiing en innovatie binnen de erfgoedsector zijn nodig om een blijvende positieve impact te garanderen. \n\nAlgemeen doel\n\nHet doel van Scan4Stories is de ontwikkeling van een breed implementeerbare methodiek, gericht op toerisme en erfgoed, om via de kracht van verhalen en immersieve technologieën de toeristische ervaring sterker te maken, met economische return door middel van het bereiken van een groter publiek en stijging van de ratio van terugkerend bezoek.  \n\nDe impact van verhalen en verhaalvertellen (Eng: storytelling) op de menselijke ervaring is algemeen erkend in de wetenschappelijke literatuur. Alhoewel succesvolle toepassingen van verhalen in de toeristische sector op zich niet nieuw zijn, geeft rondvraag bij onze doelgroep de reële nood weer aan concrete tips en kennisvertaling, zowel rond de implementatie van storytelling zelf, alsook de economisch haalbare mogelijkheden tot visuele ondersteuning aan de hand van immersieve technologie. \n\nWe bestendigen het gerealiseerde resultaat na afloop van het project via de publicatie van een handboek voor storytelling in de toeristische sector. In dat handboek vinden toerisme- en erfgoedpartners niet alleen een state-of-the-art over storytelling en immersieve technologie, en meerdere best practices, maar ook diverse, direct implementeerbare workflows waarin deze state-of-the-art vertaald wordt naar erfgoed en toerisme. Deze workflows reiken, afhankelijk van de concrete context en het gewenste ambitieniveau, een selectie van de gepaste storytellingtechnieken en (waar relevant) immersieve technologieën aan voor het ontwerpen van kwalitatieve én betaalbare erfgoedbelevingen.  \n\nDit naslagwerk van de resultaten en bevindingen van het project heeft als doel een leidraad te zijn voor toeristische instellingen en bedrijven die reeds bestaande belevingen tot een hoger niveau willen tillen, of zelfs geheel nieuwe ervaringen willen creëren.","summary":"Toerisme is een belangrijke economische sector met groeipotentieel. Scan4Stories ontwikkelt een methodiek voor storytelling en immersieve technologieën om de toeristische ervaring te versterken en meer publiek te bereiken. Het handboek biedt praktische tips en workflows voor erfgoed- en toerismepartners om kwalitatieve en betaalbare erfgoedbelevingen te ontwerpen en bestaande ervaringen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001132","result_description":"De output van Scan4Stories kan worden opgedeeld in drie categorieën. Een eerste betreft de opgebouwde en vertaalde kennis betreffende storytelling en immersieve technologie, een tweede betreft de Use-cases en bijhorende Proof-of-Concepts en een derde omvat de validaties en valorisaties in de vorm van het projectboek en de e-learningmodule.\n\nKennis\nDe opgestelde stand van zaken betreft een theoretische grondslag op vlak van Storytelling en Immersieve Technologie, als een overzicht van verschillende best practices.\n\nStorytelling\n- Storytelling fundamentals\nOp basis van voornamelijk literatuurstudie, desk research en het uittesten van verschillende belevingen, werden de zogenaamde “storytelling fundamentals” geformuleerd. Deze benadrukken het belang van personages en de manier waarop deze kunnen worden vormgegeven. Alsook wordt de nood aan structuur uitgelicht. Hierbij werd voornamelijk gefocust op de drie-akten en vijf-aktenstructuur en “The Hero’s Journey”. Verder zijn conflicten en obstakels noodzakelijk als motor voor een goed verhaal. Deze fundamentals kunnen in verschillende media worden aangetroffen, alsook in de interactieve media zoals games en immersieve belevingen. Hoewel er enkele uitdagingen bestaan in relatie tot deze laatste, de interactieve media.\n\n- Interactive Storytelling\nImmersieve technologieën impliceren de mogelijkheid tot interactie. Ze geven de gebruiker/speler de kans om zelf keuzes te maken en eventueel het verhaal te beïnvloeden. Hier ontstaat de onvermijdelijke paradox tussen de kracht van de verteller die vasthoudt aan structuren om een goed verhaal te creëren en de invloed van de speler die zijn of haar verhaal wil neerzetten. Storytelling aan de hand van interactieve, immersieve technologie betekent bijgevolg een evenwichtsoefening tussen het vasthouden aan het verhaal en het toelaten van de speler.\n\nSpecifiek voor erfgoed en musea betekent dit dat er een evenwicht moet gevonden worden tussen het “historisch correcte” verhaal en de manier waarop de speler hier invloed op kan hebben door bepaalde keuzes te kunnen maken. Immersieve technologie kan hier op verschillende manieren op inspelen. Door bijvoorbeeld bepaalde game-mechanics te gaan gebruiken, door transmedia storytelling toe te passen, door bepaalde gestuurde verhaalvormen te gebruiken enzovoort. Deze mogelijkheden worden in het kader van de use-cases besproken.\n\nImmersieve Technologie\nVoor het opmaken van de stand van zaken van immersieve technologie, binnen de toeristische sector, werden op basis van het literatuuronderzoek, desk research en de uitgeteste belevingen vijf categorieën onderscheiden. Deze zijn de volgende: educatie – verbeteren - exploratie – reconstructie – virtuele musea. Binnen elk van deze categorieën kunnen verschillende toepassingen van Augmented, Virtual en Mixed Reality worden aangetroffen. De stand van zaken toont de mogelijkheden van de verschillende immersieve technologieën, kadert de belangrijkste, technische begrippen en werpt een blik op de nodige hardware. Verder toont deze aan dat immersieve technologie nog niet is ingeburgerd binnen de toeristische sector, binnen de musea- en erfgoedsector specifiek. De voorbeelden beperken zich tot de grotere instellingen met voldoende budget en middelen en maken slechts in enkele gevallen gebruik van de nieuwste mogelijkheden van de technologie.\n\nBrainstormsessies/co-creatiesessies\nVoorafgaand aan de eerste bijeenkomst van de begeleidingsgroep werden drie brainstormsessies of co-creatiesessies georganiseerd in samenwerking met het Innowiz-team van het Industrial Design Center binnen Howest. Deze sessies hadden plaats in januari 2020, voor de Covid-epidemie. Deze konden dus fysiek doorgaan. De vooraf vermeldde tweede bijeenkomst van de begeleidingsgroep ging reeds virtueel door.\n\nDe brainstormsessies waren noodzakelijk om de mogelijke use-cases te bepalen samen met de verschillende leden van de begeleidingsgroep. Elk lid van de doelgroep had namelijk zelf wel een persoonlijk idee/voorstel om in het kader van één van de use-cases uit te werken. Het collectief brainstormen over de mogelijke use-cases was in die zin nodig om ervoor te zorgen dat de finale use-cases door alle leden van de begeleidingsgroep zouden gedragen worden. Vooraf werd wel besloten om drie thema’s af te bakenen en om rond buitenlandse cases te brainstormen. Dit om voorkeuren voor bepaalde partners uit te sluiten. Elk lid van de begeleidingsgroep nam deel aan één van de drie sessies. Voor elke sessie werden drie personas uitgewerkt en werd een passend onderwerp geselecteerd. Aan de hand van de Innowiz-methodologie werden tijdens de sessies verschillende conceptideeën vormgegeven en gepresenteerd. De resultaten werden gebundeld in de verslagen en gebruikt als basis voor het uitwerken van de verschillende POC’s die in het kader van het project zouden uitgewerkt worden.\n\nUse-cases en POC’s\nOp basis van de resultaten van de brainstormsessies werden drie use-cases gedefinieerd. Er zou worden gewerkt rond het inschakelen van immersieve technologie om de ontoegankelijkheid van erfgoedobjecten te overkomen, er zou worden gewerkt rond het beleven van de verhalen van historische gebeurtenissen die niet noodzakelijk aan een museum of erfgoedsite zijn gebonden en er zou worden gezocht naar alternatieve manieren om bezoekers aan de hand van immersieve technologie op een erfgoedsite rond te leiden.\n\nBinnen de context van deze use-cases werden telkens verschillende POC’s gedefinieerd en ontwikkeld. Deze ontwikkelingen gebeuren in samenwerking met de leden van de begeleidingsgroep. Er werd vanzelfsprekend intenser samengewerkt met de partners die de historische content voor deze cases aanleverden. De verschillende POC’s worden op de projectwebsite (www.scan4stories.be) besproken.\n\nValidatie en valorisatie\nTijdens de ontwikkeling van de verschillende POC’s in het kader van de use-cases deden we als onderzoeksteam heel wat ervaring op met de verschillende technologieën en de uitdagingen van het vertellen van historische verhalen. Op basis van de stand van zaken, het literatuuronderzoek, bevindingen van andere onderzoeksprojecten en onze persoonlijke ervaringen, werd een workflow opgesteld die de doelgroep kan helpen bij het vormgeven van immersieve belevingen.\n\nEr werden twee versies uitgewerkt, één waarbij wordt gestart vanuit een situatie waarin een multidisciplinair team binnen het museum of de erfgoedsite aan de slag gaat met het creëren van de immersieve beleving. Het tweede framework baseert zich op het scenario waarin een erfgoedpartner samenwerkt met een externe technologiepartner. De eerste versie van het framework bestaat uit vier verschillende fases die telkens een viertal tussenstappen bevatten. In de eerste verkenfase bepaal je de doelstellingen, doelgroep en content die je gaat gebruiken en formuleer je meteen ook al één of meerdere mogelijke concepten. In de tweede vertelfase ga je op basis van het geformuleerde concept nadenken over de data, het verhaal en de technologie die je gaat gebruiken. In een ideale situatie ontwikkel je daarbij al een prototype om enkele elementen van de beleving te testen. In de derde concretiseerfase schrijf je een concreet verhaal uit aan de hand van een storyboard en flowchart. Hier denk je ook uitgebreid na over de verschillende acties en interacties die de gebruikers zullen uitvoeren per scène of deel van het verhaal. Deze acties en interacties test je in een ideale situatie aan de hand van een prototype om op het einde van deze fase een volledig zicht te hebben op de requirements voor deze beleving. In de laatste test- en ontwikkelfase ontwikkel je de beleving en test je die voor een publiek dat overeenkomt met de eerder bepaalde doelgroep. Indien nodig kan je hierbij nog aanpassingen doen voor je de beleving officieel in gebruik gaat nemen. Ook de tweede versie van het framework waarbij je samenwerkt met een externe technologiepartner bestaat uit vier verschillende fases met een viertal tussenstappen. In de eerste voorbereidingsfase ga je opnieuw de doelstellingen, doelgroep en data bepalen. Deze informatie bundel je in een designbrief waarmee de technologiepartner mee aan de slag kan in de tweede conceptgeneratie fase. Op basis van deze designbrief ontwikkel je als technologiepartner enkele mogelijke concepten die je gaat uitschrijven in een conceptnota. Deze conceptnota stel je voor aan de erfgoedpartner en pas je aan waar nodig volgens de gekregen feedback. In een ideale situatie test je hier opnieuw enkele elementen van de beleving aan de hand van een prototype. In de ontwikkelingsfase ontwikkel je de beleving zoals overeengekomen tussen de beide partners. Deze beleving ga je opnieuw testen voor een testpubliek dat overeenkomt met je doelgroep en aanpassen waar nodig vooraleer je doorgaat tot de finalisatie van de beleving. In de laatste nazorgfase ga je nadenken en duidelijk communiceren over het onderhoud, mogelijke aanpassingen en de mogelijke hulp bij problemen.\n\nDe theoretische grondslag van deze workflow, alsook hulpmiddelen voor de concrete invulling en vormgeving van de verschillende stappen, zijn terug te vinden in de e-learningtool van Scan4Stories. Deze kan als het ware als leidraad worden gebruikt door de doelgroep op het moment dat ze aan de slag gaan met storytelling en immersieve technologie. Deze e-learningtool werd opgeleverd samen met het projectboek aan het einde van het Scan4Stories-project. De uitrol hiervan moet dus nog worden aangevat.\n\nVoor een mooi overzicht van de resultaten kan worden verwezen naar de projectwebsite www.scan4stories.be. Hier kunnen de resultaten en een blik op het projectverloop worden teruggevonden."},{"description":"SAIRE heeft als doel het bekomen van een versnelde inzet van smart devices en AI in revalidatie en de gezondheidszorg in het algemeen. Dit wordt bereikt door: \n\n1) De zorgsector te informeren en bestaande drempels (zoals beperkte kennis, betrouwbaarheid, acceptatiegraad) weg te werken. \n\n2) Het vertalen, combineren en valideren van bestaande kennis die de technologische sector in staat stelt om samen software, hardware en afgewerkte producten te ontwikkelen op maat van zorginstellingen.","summary":"Versnelde inzet van smart devices en AI in revalidatie en gezondheidszorg. SAIRE informeert zorgsector en overwint drempels voor ontwikkeling van op maat gemaakte technologische oplossingen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-001140","result_description":"Het SAIRE"},{"description":"Het project wil de geschiedenis van het podiumtechnisch veld in kaart brengen met het oog op innovatie, identiteitsvorming en bewustmaking. De focus ligt daarbij op het valideren van bestaand onderzoek, het exploreren van verschillende invalshoeken (disciplines, geografisch) en het ontwikkelen van nieuwe lesmethodieken.","summary":"De marketingcommunicatiesamenvatting: Onderzoek naar podiumtechniek voor innovatie en bewustmaking, met focus op valideren, exploreren en lesmethodieken ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-001141","result_description":null},{"description":"DEEL A/ \nIn kaart brengen van de werken, kosten en baten die gepaard gaan met de vervanging van de verwarming op stookolie door verwarming via verschillende types warmtepompen. Dit omvat:\n* Een uitgebreide studie van actuele kosten voor het bepalen van kosten voor afbraakwerken, energie-efficiëntie maatregelen en plaatsing warmtepomp.\n* Doorrekenen van verschillende renovatiescenario's en de daarbij horende kosten. Opstellen van combinaties van maatregelen voor de referentiewoning(en) op vlak van energie-efficiëntie en gekoppeld aan 3 types warmtepompen.\n* Een overzicht van de kosten en baten voor de eigenaar en voor het energiesysteem van netondersteunende diensten.\n* Vergelijking van de CO2-uitstoot.\n\nDEEL B/ \nEen uitgebreide analyse van de huidige stand van zaken van het gebruik van warmtepompen en de flexibele inzet ervan.","summary":"Vervang stookolieverwarming door warmtepompen voor energie-efficiëntie en kostenbesparing. Analyseer kosten, baten, renovatiescenario's en CO2-uitstoot. Onderzoek flexibele inzet van warmtepompen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001144","result_description":null},{"description":"Het gebruik van IoT sensornetwerken neemt snel toe, en volgens de laatste prognoses zal deze trend nog versnellen. Het doel van deze netwerken is het verzamelen van (veel) lokale data via IoT-nodes, deze data te analyseren, en de gebruiker te waarschuwen indien actie moet worden ondernomen.\n\nEen belangrijke vraag is echter waar precies de analyse van de data gebeurt. Meestal wordt de ruwe data zeer frequent naar een backend server (“the cloud”) gezonden voor analyse en verwerking met artificiële intelligentie (AI). Dit heeft echter aantal belangrijke nadelen, o.a. een grote belasting van het communicatienetwerk, het introduceren van vertragingen, en het hogere energieverbruik.\n\n“Edge computing” biedt een oplossing voor deze problemen: single board computers voeren de analyse van de data uit aan de rand van het netwerk i.p.v. via een backend-server. In dit project zal een hub onder de vorm van een off-the-shelf single board computer de sensordata verwerken door gebruik te maken van lokaal embedded AI algoritmes.\n\nMet de hulp van een begeleidingsgroep van meer dan 20 Vlaamse bedrijven en kenniscentra, zal deze innovatieve technologie toegepast worden op twee verschillende applicatiescenario’s: healthcare en smart cities. Op die manier zullen we binnen dit project de implementatieflow van de snel ontwikkelende technologie van embedded AI verspreiden binnen de Vlaamse bedrijven.","summary":"Stijgende populariteit van IoT sensornetwerken voor data-analyse en waarschuwingen. Edge computing met lokale AI op single board computers vermindert netwerkbelasting en energieverbruik. Innovatief project in healthcare en smart cities verspreidt embedded AI technologie in Vlaamse bedrijven.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-001146","result_description":"De kennis die vergaard is binnen dit project, evenals de bestanden die gebruikt zijn bij de verschillende workshops, zijn publiekelijk toegankelijk via de AISiBoCo Knowledge Base (https://cloudedgefog.readthedocs.io).\n\nDeze tool kan gebruikt worden als leidraad en naslagwerk bij het ontwikkelen van nieuwe AI-applicaties op \"the edge\" of \"the cloud\". Het geeft een overzicht van mogelijke architecturen, software- en hardwareplatforms, en verduidelijkt de voor- en nadelen van deze verschillende oplossingen."},{"description":"Het project 'ArtiCULan' heeft als doel een kader op te zetten voor muzische workshops om kinderen in meertalige scholen (CLIL/immersie en vluchtelingenklassen) de kans te bieden muzisch te werken en te leren. Samen met lokale lagere scholen worden design-based workshops ontwikkeld. Er zullen goede praktijkvoorbeelden worden uitgewerkt binnen een internationale samenwerking tussen lerarenopleiders van de Hogeschool PXL (België), de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria (Spanje), de Universiteit van Porto (Portugal), de Universiteit van Istanbul (Turkije) en basisscholen in de verschillende deelnemende landen.\n\nDOEL. Met dit onderzoeksproject willen we een internationaal en interdisciplinair artistiek project opzetten dat kinderen met cultureel en taalkundig verschillende achtergronden een veilige omgeving biedt voor creatieve expressie en interactie. Het gebruik van de universele talen van beeldende kunst, muziek en drama zal meertalige kinderen in staat stellen om spontaan met hun medeleerlingen te communiceren zonder taalbarrière. Muzische workshops versterken de verbondenheid tussen leraar en leerling en zetten in op een krachtige leeromgeving dankzij cognitief stimulerende activiteiten ter bevordering van basisvaardigheden.\n\nVERWACHTE RESULTATEN. Het project zal het profiel versterken van (toekomstige) leraren die lesgeven in meertalige klassen. Het project zal evalueren of lokale evidence-based praktijken ook in andere Europese contexten werken. De sociale verbondenheid en de integratie van meertalige kinderen zal de groepsdynamiek versterken, de kinderen veerkrachtiger maken om open te staan voor verschillende culturen en sterke drijfveren creëren voor persoonlijke groei en gedeelde identiteit. De belangrijkste resultaten van het project zijn: het ontwerpen van een didactisch model, een gemeenschappelijke evaluatietool en goede praktijkvoorbeelden voor interdisciplinaire muzische workshops in meertalige klassen in de lagere school.","summary":"ArtiCULan' creëert muzische workshops voor meertalige scholen, waar kinderen via beeldende kunst, muziek en drama communiceren en leren. Een internationaal project tussen lerarenopleiders uit België, Spanje, Portugal, Turkije en lokale scholen versterkt de band tussen leraren en leerlingen, bevordert basisvaardigheden en culturele integratie. Resultaten omvatten een didactisch model, evaluatietool en praktijkvoorbeelden voor interdisciplinaire workshops.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001165","result_description":null},{"description":"Bij het ontwerpen van een softwareproject is de juiste keuze van de hardwareconfiguratie essentieel. Toch is er een groot gebrek aan onafhankelijke testdata en tools die toelaten hardwareconfiguraties in te schatten in termen van de behoeften van de eigen web- en databaseserver.\n\nHet project ‘sizing servers’ wil nieuwe methodologieën en softwaretools ontwikkelen die toelaten in te schatten welke hardware noodzakelijk is om het eigen softwareproject succesvol te laten zijn. \n\nEr wordt gestreefd naar de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke en performante tools die systeembeheerders toelaten een juiste hardwareconfiguratie te bepalen voor hun actuele en toekomstige softwaretoepassingen.","summary":"Ontdek nieuwe methoden en tools voor het schatten van de juiste hardwareconfiguratie van je softwareproject. Het project 'sizing servers' biedt gebruiksvriendelijke oplossingen voor systeembeheerders.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001173","result_description":null},{"description":"Bij het ontwerpen van een softwareproject is de juiste keuze van de hardwareconfiguratie essentieel. Toch is er een groot gebrek aan onafhankelijke testdata en tools die toelaten hardwareconfiguraties in te schatten in termen van de behoeften van de eigen web- en database server.\n\nHet project 'sizing servers' wil nieuwe methodologieën en softwaretools ontwikkelen die toelaten in te schatten welke hardware noodzakelijk is om het eigen softwareproject succesvol te laten zijn. Er wordt gestreefd naar de ontwikkeling van gebruiksvriendelijke en performante tools die systeembeheerders toelaten een juiste hardwareconfiguratie te bepalen voor hun actuele en toekomstige softwaretoepassingen.","summary":"Optimaliseer je softwareproject met 'sizing servers': nieuwe tools om hardwareconfiguraties voor web- en database servers te schatten. Gebruiksvriendelijk en performant voor succesvolle projecten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001174","result_description":null},{"description":"Van nieuwe trends bij bewuste en in sommige (Franstalige) landen zeer combattieve consumenten tot maatschappelijke uitdagingen rond ons klimaat en onze gezondheid: ze pushen de cosmeticaproducenten om vandaag te investeren in de natuurlijke en lokale producten van morgen.\n\nHet bredere doel van dit project beoogt de introductie van appelhoutextract als een natuurlijk ingrediënt op basis van een ruim beschikbare en lokale reststroom in de cosmeticasector ter vervanging van (maatschappelijk en internationaal) meer en meer gecontesteerde parabenen en andere chemische antioxidanten en bewaarmiddelen. Hierbij kan de industrie aansluiten op 'clean label' trend en de 'green deal' (EU) waar eliminatie van kunstmatige ingrediënten kan leiden tot een toegevoegde waarde van een product of uitbreiding van het gamma.\n\nConcrete doelstellingen:\n1. Het verfijnen van de karakterisering van appelhoutextract dat finaal een nieuw natuurlijk ingrediënt wordt voor de cosmeticasector.\n2. Testen en valideren van het bewarend en antioxiderend vermogen van ecologisch verantwoord appelhoutextract in een stijgende graad van complexiteit.\n\nVerwachte resultaten en impact van het project (binnen Vlaanderen): transitie van de ontwikkelde kennis en succesverhalen naar een breed spectrum aan overige Vlaamse stakeholders:\n1. de cosmeticasector krijgt nieuwe mogelijkheden (of wapent zich op zijn minst tegen een bestaande en groeiende bedreiging).\n2. de extractiesector creëert extra activiteit die perfect past binnen een nakende technologische omslag naar ultrasone extractie.\n3. de telers en de verwerkers van houtafval zien een relatief waardeloos restproduct structurele meerwaarde krijgen.","summary":"Cosmeticaproducenten investeren in natuurlijke en lokale producten door appelhoutextract te introduceren als vervanging voor omstreden chemische ingrediënten. Dit project beoogt nieuwe mogelijkheden voor de cosmeticasector en creëert meerwaarde voor de extractiesector en houtafvalverwerkers in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001177","result_description":"In een tijdperk waarin consumenten steeds bewuster keuzes maken en maatschappelijke uitdagingen met betrekking tot klimaat en gezondheid steeds urgenter worden, wordt er een beroep gedaan op de cosmetica-industrie om zich aan te passen aan deze trends. Dit project, gericht op appelhoutextract, speelt in op deze vraag door een duurzaam ingrediënt van lokale oorsprong aan te bieden dat chemische conserveringsmiddelen zoals parabenen kan vervangen. Het hoofddoel van het project was om appelhoutextract te introduceren als een natuurlijk ingrediënt in de cosmeticasector, door gebruik te maken van een gemakkelijk beschikbaar lokaal bijproduct.\n\nOnderzoek uitgevoerd door Odisee, Technologiecampus Gent, meer bepaald de BIT-O onderzoeksgroep (departement scheikunde) en de BLT-afdeling, toonde aan dat de extractie van appelhout op pilootschaal haalbaar is en een levensvatbare techniek vormt voor industriële toepassing. Het extract vertoonde antioxiderende eigenschappen die kunnen helpen bij het stabiliseren van cosmetische formules, waarbij de werkzaamheid afhankelijk is van de concentratie polyfenolen. Het bleek dat 200 mg polyfenolen per liter cosmetisch preparaat een optimale hoeveelheid is voor het stabiliseren van emulsies.\n\nHoewel het appelhoutextract geen antimicrobiële eigenschappen vertoonde, bleek het wel effectief als stabiliserend ingrediënt voor het vertragen van oxidatie. Daarnaast werkt het als een enzymremmer, waardoor het een veelbelovend ingrediënt is voor anti-verouderingscosmetica. Het extract werd ook onderworpen aan verschillende veiligheidstests, die bevestigden dat het geen irritatie veroorzaakt en vrij is van schadelijke stoffen, waardoor het veilig gebruikt kan worden in een groot aantal cosmetische producten.\n\nDe impact van dit project reikt verder dan de cosmeticasector. Het biedt nieuwe kansen voor de industrie en versterkt de lokale economie door waarde toe te voegen aan een voorheen onderbenutte afvalstroom van appelhout. Bovendien draagt het bij tot de verschuiving naar duurzamere en milieuvriendelijkere productiemethoden, zoals het gebruik van ultrasone extractie.\n\nIn de bredere context van Vlaanderen speelt dit project een belangrijke rol in het versterken van de positie van de regio in de ontwikkeling van natuurlijke cosmetica-ingrediënten en vertegenwoordigt het een belangrijke stap in de richting van een meer duurzame en circulaire toekomst voor de industrie."},{"description":"Digitale werkinstructies laten doelgroepondernemingen, zoals maatwerkbedrijven, toe om meer in te zetten op massacustomisatie: kleinere series van producten aangepast aan de specifieke eisen van de klant. Dit verhoogt de wendbaarheid en competitiviteit van de ondernemingen om meer in te zetten op duurzame en circulaire bedrijfsactiviteiten.\n\nZowel binnen de reguliere economie als de sociale economie leveren digitale werkinstructies de mogelijkheid om in te zetten op een divers menselijk kapitaal. Binnen de sociale economie gaat het om een grotere diversiteit dan nu het geval is. Dit project legt de focus op de implementatie (acceptatie technologie, proces en economisch) van digitale werkinstructies (informed, augmented) in diverse contexten voor de ondersteuning van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt om de kansen van deze doelgroep op de arbeidsmarkt te verhogen. De contexten variëren in functie van de doelgroepswerknemers en hun noden volgens de participatieladder.\n\nUit het jaarrapport Sociale Economie uit 2019 van de Vlaamse Overheid blijkt dat er in Vlaanderen 156 collectieve maatwerkbedrijven zijn die in totaal 23.447 doelgroepwerknemers tewerkstellen. Daarnaast zijn er nog 178 lokale diensteneconomiebedrijven waar 2.635 doelgroepwerknemers werken (Vlaamse overheid, 2020). Zij zouden na het project rechtstreeks baat kunnen hebben bij de projectresultaten.","summary":"Digitale werkinstructies bevorderen massacustomisatie voor doelgroepondernemingen, verhogen wendbaarheid en competitiviteit. Dit project richt zich op implementatie van digitale instructies voor divers menselijk kapitaal en het versterken van kansen op de arbeidsmarkt voor personen met afstand tot de arbeidsmarkt.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001182","result_description":"Het onderzoek naar de adoptie van digitale werkinstructies (DWI) in maatwerkbedrijven en dagbestedingscentra toont aan dat deze technologieën een aanzienlijke meerwaarde bieden. DWI helpen organisaties inspelen op groeiende complexiteit en hoge kwaliteitseisen.\n\nInterviews met early adopters toonden de voordelen aan, zoals efficiëntere workflows, minder fouten en betere inclusie van minder sterke profielen. Het project leverde praktische hulpmiddelen op, zoals een leidraad voor de adoptie van DWI en een technologiescan en instrument om een geschikte oplossing te selecteren.\n\nDe samenwerking met technologiebedrijven werd versterkt via persona’s en netwerkevents, wat leidde tot een betere afstemming van technologie op de sociale economie. In proeftuinen werd het gebruik van DWI getest en verfijnd. De digitale instructies hielpen medewerkers zelfstandiger en effectiever werken, en maakten complexere taken toegankelijker voor bredere doelgroepen.\n\nTegelijk leerden organisaties dat innovatie ook interne veranderingen vraagt, zoals de oprichting van kernteams om technologie duurzaam te integreren. Successen werden breed gedeeld via onderwijs, congressen en publicaties, en vormen de basis voor verdere ontwikkeling in nieuwe projecten. Dit project laat zien dat DWI niet alleen processen optimaliseren, maar ook bijdragen aan inclusie en competentieontwikkeling binnen de sociale economie.\n\nDe projectresultaten zijn terug te vinden op de projectpagina: https://www.odisee.be/onderzoeksprojecten/digitale-werkinstructies"},{"description":"Het hoofddoel van GrowthFundMe is het vergroten van sociale inclusie, inzetbaarheid en ondernemersinitiatief bij kansarme mensen en gemeenschappen door het bevorderen van nieuwe vormen van zelforganisatie, solidariteit en burgerschap, met crowd building, crowdfunding en crowdsourcing als instrumenten voor sociale netwerken, communicatie en participatie. Het project combineert de expertise van een divers samenwerkingsverband van vijf organisaties uit vier landen onder leiding van Odisee (België).\n\nUitvoering: Welke activiteiten gaan jullie uitvoeren?\nGrowthFundMe zal een verscheidenheid aan duurzame resultaten opleveren, opgebouwd rond een uitgebreid programma van 4 werkpakketten:\nWP1: Projectbeheer\nWP2: Op de gemeenschap gebaseerd trainingsprogramma voor ondernemers, geleverd aan kansarme gemeenschappen\nWP3: Crowdfund Your Community-based Enterprise / Project - Trainingsprogramma voor gemeenschapsleiders\nWP4: GrowthFundMe - E-learning en Civic Crowdfunding Platform voor community-based ondernemingen/initiatieven/projecten.\n\nResultaten: Welke projectresultaten en andere uitkomsten verwacht u van uw project?\nGrowthFundMe zal civic crowdfunding en business training met elkaar verbinden, met alle bonussen betreffende mobilisatie van de lokale middelen en netwerkvaardigheden die daarbij horen. Het project zal capaciteit opbouwen en gemeenschappen betrekken door de lancering van crowdfundingcampagnes, waarbij wordt gewerkt aan het versterken van de digitale vaardigheden en actieve betrokkenheid met het oog op het bevorderen van gemeenschapsgebaseerd ondernemerschap en verandering binnen hun regio's en gemeenschappen.","summary":"GrowthFundMe bevordert sociale inclusie en ondernemersinitiatief door crowd building, crowdfunding en crowdsourcing. Het project biedt trainingen en een crowdfunding platform voor gemeenschappen, gericht op capaciteitsopbouw en lokale betrokkenheid voor duurzame groei.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001183","result_description":null},{"description":"Het project zet in op het maatschappelijke thema Renovatie (met aandacht voor multi-technologie). Het project is opgesplitst in drie subthema’s. Allen zijn organisch tot stand gekomen tijdens het initiële, verkennend overleg bij ESF in Brussel op maandag 17 oktober 2022 en vervolgens tijdens opvolggesprekken tussen de kandidaat-deelnemers en vanuit hun vastgestelde opleidingsnoden in de sector.\n\nHet eerste subthema, ‘Bouwketen – ontwerp en uitvoering’ (verder ‘Bouwketen’ genoemd), werd voorgesteld vanuit een nood vanuit de sector aan opleidingen die inspelen op evoluties die zorgen voor grote veranderingen in de bouw- en renovatiesector en die wijzigende competentievereisten bij (toekomstig) werkenden veroorzaken. Ook in deze sector is (hogere) opleiding en levenslang leren een realiteit én noodzaak. Onder dit subthema zullen we de volgende opleidingsvernieuwingstrajecten uitwerken, die bij de volgende vragen verder worden toegelicht: \nA) Digitalisering \nB) Circulariteit en Duurzaamheid \nC) LEAN – Ketensamenwerking – Soft skills \nD) Bouwschil & Bouwknopen\n\nHet tweede subthema, ‘Energetische renovatie-scan vóór aankoop van en bij beheer van residentieel vastgoed’, werd voorgesteld omdat er uitbreiding/verschuiving van de rol van vastgoedmakelaar aan het plaatsvinden is, voortkomend uit het groeiend belang van renovaties in het domein wonen. Bijgevolg is er nood aan opleidingen die hierop inspelen. Binnen dit subthema zal één opleiding ontwikkeld worden.\n\nHet derde subthema ‘Binnenklimaat’ focust op de steeds toenemende context van binnenklimaat binnen de renovatiesector. Het binnenklimaat heeft sinds CORONA meer aandacht gekregen. Kantoormedewerkers, leraren, en mensen in de zorg zijn geconfronteerd met CO2-waarden in hun werkomgeving. De energiecrisis heeft, vooral in oude gebouwen, geleerd dat ventileren niet altijd evident is bij koude buitencondities. \n\nNaast ventileren is er ook meer aandacht gegeven aan luchtreiniging en de impact daarvan op de overdraagbaarheid van infecties. Het project Luchtreiniging in de klas, met Marc Van Ranst, Bert Blocken en Leen Peeters, heeft daar een sterke boost aan gegeven. Vanuit het brede politieke veld, en vanuit de schooldirecties en zorgcentra is de vraag gesteld naar opleidingen. Die opleidingen moeten helpen met dimensioneren, keuze van de plaats van de toestellen in het lokaal, type toestellen, binnenluchtkwaliteitsmetingen, akoestische impact, onderhoud, en de impact op thermische verliezen. De combinatie van ventilatie en luchtreiniging moet aan bod komen. Daarnaast dienen installateurs en veiligheidscoördinatoren uitleg te kunnen geven aan de leraren, het verplegend personeel, en ouders van kinderen of familie van zorgbehoevenden. \n\nDe doelgroepen van de opleiding zijn ondermeer: bouwvakkers die decentrale ventilatie plaatsen, onderhoudspersoneel dat filters komt vervangen en reinigen, veiligheidscoördinatoren en technisch personeel in scholen, zorgcentra en kantoren, schooldirecties, ploegbazen en planningsverantwoordelijken, studenten technieken en architectuur, en diegenen die opleiding verschaffen aan deze doelgroep. Er zal ook aandacht zijn voor het overdragen van kennis aan de leraren en het zorgpersoneel, opdat zij weten hoe ze met luchtreiniging, ventilatie, en verwarming moeten omgaan en hoe ze dat uitleggen aan de kinderen of zorgbehoevenden.\n\nDe maatschappelijke thema’s waar dit project op werkt zijn: \n• Renovatie (het gaat om het inbrengen van technieken voor binnenluchtkwaliteit in bestaande gebouwen, het gaat daarbij ook over het samengaan van luchtreiniging met ventilatie en met verwarming); \n• Het aspect soft skills komt ook aan bod. Een belangrijk gegeven is hoe je de technologie en keuzes uitlegt aan leraren, ouders, zorgbehoevenden, zorgpersoneel, kantoormedewerkers, en kinderen.","summary":"Dit project richt zich op het maatschappelijke thema Renovatie met aandacht voor multi-technologie. Het omvat drie subthema's: Bouwketen, Energetische renovatie en Binnenklimaat. Focus ligt op opleidingen voor evoluties in de bouw- en renovatiesector, luchtkwaliteit in gebouwen en het belang van soft skills in het uitleggen van technologie aan verschillende doelgroepen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001184","result_description":null},{"description":"Het algemeen doel van ‘Draf in galop’ is om een hoogwaardige valorisatie te bekomen van bierdraf ('brewers spent grain'). We willen dit doen door de ontwikkeling van nieuwe voedingsproducten, met draf als grondstof, te faciliteren. In dit project wordt de keten – van brouwerij tot voedingsproducent – samengebracht om er samen voor te zorgen dat het bierdraf van (kleinere en grotere) brouwers bruikbaar wordt als ingrediënt voor voedingsbedrijven.\n\nEen belangrijke uitdaging hierbij wordt het voldoende fijn vermalen van draf en dit op een in de praktijk haalbare en betaalbare manier. Om de innovatie in de volledige keten te ondersteunen en te versnellen is de doelgroep breed en divers: brouwers die hun bierdraf hoogwaardiger willen valoriseren (België: ca. 340 brouwerijen, 80% microbrouwerijen, ca. 230.000 ton bierdraf per jaar); producenten van halffabrikaten die nieuwe grondstoffen en voedingsingrediënten kunnen ontwikkelen; retailers en transporteurs; voedingsbedrijven die nieuwe producten met draf kunnen ontwikkelen, of bestaande aanpassen, en aandacht hebben voor circulair ondernemen.\n\nDit project focust op ambachtelijke bakkerijen (ca. 2500), industriële bakkerijen (ca. 500), koekjesproducenten (ca. 150) en producenten van vegetarische producten. Het project zal enerzijds samenwerkingen tussen industriële spelers faciliteren. Anderzijds zal ook ingezet worden op lokale samenwerkingen tussen kleinere brouwers en lokale voedingsproducenten (korte keten).","summary":"Valorisatie van bierdraf door ontwikkeling van nieuwe voedingsproducten. Samenbrengen van brouwerijen en voedingsproducenten voor circulaire innovatie. Focus op verbeterde verwerking van bierdraf en samenwerking tussen diverse industrieën voor duurzame ketens.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001185","result_description":"Het project 'Draf in Galop' onderzocht de valorisatie van bierdraf in humane voeding. Om dit te bewerkstelligen was het noodzakelijk dat alle onderdelen van de keten uitgebreid onderzocht werden. Hierdoor werd dus zowel gekeken naar alle bedrijven die in contact kunnen komen met draf, gaande van de brouwerij, logistieke partners, verwerker van halffabrikaten en verwerker van eindproducten met draf.\n\nEr werden zowel uitdagingen als veelbelovende resultaten geïdentificeerd op het gebied van verwerking en productontwikkeling. Het project kan opgedeeld worden in 2 grote delen:\n\n1. Verwerking van draf als ingrediënt\n\n1.1 Economische haalbaarheid\nDe verwerking van natte draf vereist ofwel snelle verwerking ofwel snelle stabilisatie door bijvoorbeeld koeling of invriezen vanwege de beperkte houdbaarheid (2–5 dagen). De keten van brouwer naar eindverwerker is hier van belang. Bij droge draf is de houdbaarheid geen struikelblok, maar de energie-intensieve droogprocessen vormen een uitdaging. Oplossingen zoals het gebruik van restwarmte en zonnepanelen kunnen de kosten reduceren. Deze verwerking kan zowel op de brouwerij als bij een externe verwerker plaatsvinden.\n\n1.2 Food grade verwerking\nVoor gebruik in humane voeding moeten brouwerijen voldoen aan strenge voedselveiligheidsnormen. Dit omvat een food grade opslag en transport van draf in geschikte recipiënten, evenals HACCP geschikte verwerking voor de voedingsproductie. Het FAVV moet hierin vroeg worden betrokken, en er moet worden overgeschakeld van de autocontrolegids voor brouwerijen naar de gids autocontrole aardappelen groenten fruit verwerkende industrie en handel.\n\n1.3 Nutritionele en technologische variabiliteit\nDe samenstelling van draf varieert afhankelijk van het type bier, brouwerij en seizoen. Bij analyses van pilsbieren werden verschillen in eiwit-, vezel- en koolhydraatgehalte vastgesteld. Standaardisatie is essentieel voor grote verwerkers, terwijl lokale producten meer variabiliteit kunnen tolereren. De gebruikte schroot- en mouttechniek beïnvloeden eveneens de vezelgrootte en samenstelling van draf, wat directe gevolgen heeft voor de verwerking en functionaliteit.\n\n1.4 Verschillende verwerkingsmethoden\na. Natte draf: De evaluatie van vermaaltechnieken voor natte draf toont aan dat de colloïd molen geschikt is om natte draf te vermalen, mits er water wordt toegevoegd. Bij gebruik van de Fryma Koruma colloïd molen zijn verhitting en vezelophoping aandachtspunten, en is ook watertoevoeging noodzakelijk. De kogelmolen bleek ongeschikt voor natte draf vanwege de flexibiliteit van de vezels en inefficiënte verwerking. Een gewone cutter leverde onvoldoende vermaling op, met storende vezels als gevolg. Procesoptimalisatie, zoals temperatuurcontrole en pre-vermalingsstappen, kan de efficiëntie en kwaliteit verder verbeteren.\n\nb. Droge draf:\nVoor het verwerken van draf tot een droge grondstof zijn verschillende stappen onderzocht. Een schroefpers bleek effectief om het vochtgehalte van verse draf te verlagen van 75% naar 60%, wat energie bespaart tijdens het drogen en transport beperkt, hoewel fijn geschrootte draf minder geschikt is. Er werden verschillende droogtechnieken getest: Vriesdrogen (laboschaal), microgolfdrogen, hete lucht oven, fluidized bed, flash droger. Een fluidized bed en flash droger bleken zeer geschikt te zijn om draf te drogen en zijn industrieel opschaalbaar.\n\n2. Ontwikkeling van eindproducten met draf\na. Vleesanalogen\nDraf werd getest in twee soorten vleesanalogen: kookworst en burger. Bij het type kookworst is er snel textuurverlies, waardoor draf geen geschikt alternatief blijkt te zijn voor eiwitconcentraat. Bij burgers waren de resultaten veel positiever: tot 30% vervanging van getextureerd eiwit door draf verbeterde zelfs de textuur en verlaagde de bakverliezen. Hogere vervangingspercentages kunnen echter een droog mondgevoel veroorzaken, wat verdere optimalisatie vereist.\n\nb. Koekjes\nVoor koekjes werd tot 10% van de bloem succesvol vervangen door drafbloem, zonder negatieve impact op de verwerkbaarheid van het deeg. Bij 20% werd het deeg droger en minder hanteerbaar. Een kleinere partikelgrootte maakte het deeg sneller droog, maar had weinig invloed op de smaak. Bij de koekjes zelf bleef de smaak acceptabel tot 30% draf, hoewel een droger mondgevoel en sterkere drafsmaak werden waargenomen. Smaakverschillen tussen brouwerijen waren aanwezig, maar niet tussen partikelgroottes.\n\nc. Brood\nNatte en droge draf werden gebruikt in een modelsysteem voor brood. Het gebruik van draf in brood heeft een invloed op de smaak en rijseigenschappen van het brood. Dit zou in een optimalisatie via productontwikkeling kunnen aangepakt worden.\n\nd. Wafels\nVoor de ontwikkeling van het wafelrecept werd een deel van de bloem vervangen door gedroogde drafbloem (10-30%), afkomstig van twee brouwerijen en in verschillende vermalingsgraden. Het deeg werd bruiner en steviger naarmate meer draf werd toegevoegd, met merkbare verschillen tussen brouwerijen. Bij de onvermalen stalen konden de grovere vezels als storend worden ervaren. Wafels met tot 20% drafbloem bleken zonder grote receptuuraanpassingen acceptabel, hoewel een droger mondgevoel en broosheid werden waargenomen.\n\nNutritioneel biedt draf voordelen zoals verhoogde vezel- en eiwitgehaltes en een verbeterde Nutri-Score. Het onderzoek toont aan dat draf een waardevolle, duurzame toevoeging kan zijn aan wafelrecepturen, met potentie voor verdere optimalisatie.\n\nConclusies\nHet project toont het potentieel van draf als duurzaam ingrediënt, mits economische, technologische en logistieke uitdagingen worden aangepakt. Natte draf vraagt om een efficiënte keten voor snelle verwerking, terwijwijl bij droge draf kostenreductie centraal staat. Productontwikkeling bevestigde dat draf succesvol kan worden ingezet in bakkerijproducten en vleesanalogen, met name burgers, die tot 30% vervanging toelaten zonder kwaliteitsverlies. Standaardisatie is noodzakelijk voor grootschalige toepassingen, terwijl lokale producten meer flexibiliteit toestaan. Met verdere optimalisaties kan draf een waardevolle grondstof worden voor de voedingsindustrie."},{"description":"Dit project ambieert:\n\n1) De ontbrekende kennis met betrekking tot de impact van drone transport op de kwaliteit van de vervoerde medische producten te vervolledigen;\n2) De ontwikkeling van een hands-on draaiboek voor het toepassen van point-to-point drone transport en de implementatie van de respectievelijke logistieke setup voor het vervoer van hoogwaardige en/of tijd kritische goederen in de medische sector.\n\nDe beoogde bedrijven uit de hoofddoelgroep, zijnde de logistieke sector, zijn veeleer kmo’s. Ze zien een grote meerwaarde in het aanbieden van drone transport in hun portfolio van diensten, maar hebben te weinig expertise en financiële middelen om deze innovatieve technologie uit te testen en als complementaire dienst mogelijks aan hun klanten aan te bieden. De gerealiseerde inzichten en concrete resultaten van het project zullen in eerste instantie deze kmo’s ten goede komen door hen een innovatieve ruggensteun te geven en aan te moedigen bij de diversificatie van hun activiteiten.\n\nTegelijkertijd zullen deze inzichten en resultaten de basis vormen om het goederenvervoer per drone verder te ontwikkelen in functie van een meer veralgemeende toepassing, die dan ook door de grotere logistieke spelers actief in de B2B en B2C markt kan worden opgepikt.\n\nDe hoofddoelgroep van dit project is de logistieke sector die ten dienste staat van de medische sector en die gebruik maakt van bedrijven uit de drone/technologiesector. Hierdoor is het totaal potentieel bereik zo’n 24.000 bedrijven waarvan 13.000 uit de transport en logistieke sector.","summary":"Dit project biedt kmo's in de logistieke sector een kans om drone transport te integreren in hun diensten voor medische goederen. Het draaiboek en expertise helpen hen bij diversificatie en innovatie, met potentieel voor bredere toepassing en groei in de logistieke markt.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001186","result_description":"Er zijn binnen het project twee use-cases uitgevoerd:\n\nUse-case 1: Woonzorgcentrum De Zon – AZ Groeninge\nDeze use-case richtte zich op het transport van bloedstalen tussen Woonzorgcentrum De Zon in Bellegem en het laboratorium van AZ Groeninge in Kortrijk. Dit was in het kader van het Onco@Home-project, waarbij drones werden gebruikt om de logistiek van bloedstalen te verbeteren voor ambulante oncologische zorg. Binnen deze use-case werd in aparte droneoperatie de kwaliteit van bloedplaatjes vergeleken met baantransport.\n\nUse-case 2: Ziekenhuisapotheek Zuid-Oost Limburg (ZOL) – Campus Kinder- en Jeugdpsychiatrie\nHier werden drones ingezet voor het transport van farmaceutische producten, specifiek temperatuurgevoelige medicatie zoals vitamine C-ampules, tussen de ziekenhuisapotheek en de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van ZOL.\n\nHieronder volgt een korte uiteenzetting van de verworven inzichten door het uitvoeren en evalueren van de use-cases:\n\n• Aanpak voorbereiding van een zorginstelling ifv de implementatie van medisch dronetransport: Zorginstellingen moeten een grondige analyse uitvoeren van hun huidige logistieke processen, waarbij knelpunten in de transportketen worden geïdentificeerd. De voorbereiding omvat het bepalen van de beste opstijg- en landingslocaties, logistieke ketens herzien, en samenwerking met lokale overheden en drone-operators. Een multidisciplinaire aanpak is essentieel, waarbij juridische, logistieke, en IT-afdelingen samenwerken om de integratie van drones soepel te laten verlopen.\n\n• Stappenplan voor het opleiden van personeelsleden Het stappenplan voor training omvat: - Analyse van de kennis en bereidheid van medewerkers via een acceptatievragenlijst. - Ontwikkeling van een e-learning module en instructiefilm over de praktische aspecten van dronetransport. - Hands-on training met simulaties van dronevluchten. - Feedback en evaluatie om continu verbeteringen aan te brengen. - Certificering van personeel, inclusief verplichtingen rondom gevaarlijke goederen.\n\n• Wetgevend kader: luchtvaart, goederen en verzekering Dronetransport valt onder strikte regelgeving van luchtvaartautoriteiten, zoals het verkrijgen van exploitatievergunningen via SORA (Specific Operations Risk Assessment). Daarnaast zijn er eisen rond het vervoer van gevaarlijke goederen, zoals bloedstalen, en de verpakking. Ziekenhuizen moeten ook verzekeringen afsluiten voor zowel de goederen als het transport.\n\n• Realisatie medische-logistiek dronemodel Een succesvol dronemodel vereist een specifieke logistieke set-up, waarbij rekening wordt gehouden met goederenstromen, integriteit van producten (bijv. bloed), en betrouwbare transporttijden. Elk logistiek proces moet zorgvuldig worden afgestemd op de dronevluchten, met gestandaardiseerde procedures en een nauwkeurige planning voor elke stap, van voorbereiding tot aflevering.\n\n• Kostenanalyse bij implementatie Het wordt duidelijk dat een zorginstelling twee opties heeft, nl. uitbesteden aan een gespecialiseerde drone-operator of interne uitvoering van dronevluchten.\n\nTot slot een opsomming van het verwezenlijkt materiaal die kan dienen voor het verspreiden van kennis omtrent medisch dronetransport:\n\n• Projectwebsite - kennisplatform: https://www.vives.be/nl/onderzoek/medros-wat-medros\n• Voorbeeld instructiefilmpje: Onderzoeksproject MeDroS: instructievideo dronetransport - Hogeschool VIVES\n• Aanbod dienstverlening binnen Vives Hogeschool\n• Integratie in de opleiding van Vives Hogeschool en Ku Leuven\n• Publicatie wetenschappelijk artikel: \"Limited impact of drone transport of blood on platelet activation\" has been successfully submitted online and is presently being given full consideration for publication in Clinical Chemistry and Laboratory Medicine (CCLM). ID is CCLM.2024.1156.\n• White paper: Medical Drones Supplies\n• Rapport: attitude, kennis en bereidheid van medewerkers in een zorgcontext inzake medisch dronetransport"},{"description":"In Deep Learning wordt een algoritme ontwikkeld op een grote set data, typisch op een rekenkrachtige server. Vervolgens wordt het getrainde netwerk in een applicatie geladen die met de echte data werkt. Deze stap wordt “inference” genoemd.\n\nInference hoeft echter niet toegepast te worden op het computersysteem dat voor de training gebruikt werd. Hierdoor wordt het mogelijk om deep learning toe te passen op systemen die minder krachtig, meer energiezuinig, en minder afhankelijk van een netwerk zijn.\n\nIn dit project zal men verschillende Deep Learning applicaties voor low-cost embedded systemen bestuderen, enerzijds op vlak van haalbaarheid voor dergelijke applicaties en anderzijds de toegevoegde waarde van de artificiële intelligentie in embedded systemen, zoals microcontrollers en systeemprocessoren.","summary":"Ontwikkel deep learning toepassingen voor low-cost embedded systemen om de haalbaarheid en toegevoegde waarde van artificiële intelligentie te onderzoeken, zonder afhankelijkheid van krachtige servers.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001187","result_description":"Tijdens de exploratie van dit project werden verschillende tools geïdentificeerd waarmee Deep Learning algoritmes gebouwd kunnen worden. Het werd al snel duidelijk dat Tensorflow de meest gebruikte tool is binnen verschillende frameworks. Binnen het project werd voornamelijk Tensorflow gebruikt aangezien deze kant-en-klare functies heeft om het netwerk te optimaliseren voor embedded systemen. Tensorflow wordt ondersteund door verschillende programmeertalen, binnen dit project werd vooral gefocust op de uitwerking in Python.\n\nBedrijven die Deep Learning willen toepassen hebben niet altijd de programmeurs of ervaring in-house om dit uit te voeren. Daarom werd ook onderzocht of er high-level tools bestaan om mee van start te gaan. Aan de hand van Edge Impulse, een online framework om AI toe te passen op embedded systemen, kan de volledige workflow om een AI-netwerk op een embedded systeem te krijgen uitgevoerd worden. Men gaat van start met datacaptatie, data-analyse, pre-processing, opbouw van een netwerk, validatie en optimalisatie tot het deployen op een ondersteund embedded systeem, dit zonder één letter code te schrijven.\n\nDaarnaast bestaan er ook nog andere tools om Deep Learning op embedded systemen te krijgen (zoals oplossingen van STM), maar deze zijn niet gratis en dus minder toegankelijk voor bedrijven. Naast de high-level tools werden de verschillende uitgewerkte studies uitgewerkt in Python. De optimalisatietechnieken werden sterk bestudeerd en gebruikt in de workshops en gevalstudies zoals het kwantiseren van de modelparameters, het verkleinen van het model aan de hand van pruning en het optimaliseren van de compiler specifiek voor het embedded systeem.\n\nDe drie proof-of-concepts die uitgewerkt zijn bestaan uit:\n1) het detecteren van het schrijven van tekens met een pen waar een microcontroller met Inertial Measurement Unit (IMU) op bevestigd werd,\n2) het detecteren van de bezettingsgraad van een lokaal aan de hand van bewegingssensoren bevestigd aan stoelen, en\n3) het automatisch aansturen van een garagepoort door het detecteren met een camera van een wagen voor de poort.\n\nDeze academische gevalstudies evolueerden in drie hands-on workshops. De eerste workshop is een kennismaking met het framework Edge Impulse waar de schrijfdetectie case uitgewerkt wordt. In de tweede en derde workshop wordt de garage-detectie case toegepast op verschillende niveaus. Enerzijds laagdrempelig als STEM sessie aan de hand van het Edge Impulse framework, anderzijds als een low-level hands-on sessie waarbij programmeren in Python en C++ een must is. Voor deze workshops werd een handleiding uitgeschreven, daarnaast worden de workshops na het einde van het project nog verder georganiseerd.\n\nTijdens de loopduur van het project werden vijf industriële gevalstudies uitgewerkt. De relevante gevalstudies werden gedestilleerd uit de voorstellen, interesse en vragen van de gebruikersgroep zodat deze voor alle gebruikers enige relevantie hebben. Deze gevalstudies hebben verschillende toepassingen zoals visie-gebaseerd met verschillende soorten camera’s als sensor-gebaseerd aan de hand van IMUs, touch sensoren, Time Of Flight (TOF) sensoren. Uit deze gevalstudies werd een handleiding met best-practices gegenereerd.\n\nDaarnaast werden de resultaten uit dit project ook op verschillende manieren gepubliceerd, via doctoraats-, master-, en bachelor-thesissen. Uiteindelijk werd het project afgesloten met een slotsymposium voor het brede publiek."},{"description":"Vanaf de jaren 70 werden massaal KMO-gebouwen opgetrokken met nieuwe, snelle bouwmethodes (systeembouw). Intussen zijn deze doosvormige gebouwen verouderd en voldoet de gebouwschil niet meer aan de huidige eisen op vlak van energetische prestatie, comfort en esthetiek. Renovatie van deze gebouwen vormt dan ook een nieuwe businessopportuniteit.\n\nHet huidige gebrek aan theoretische en praktische kennis over renovatiemogelijkheden van dit type gebouwen, op maat van bouwbedrijven, leidt tot een suboptimale uitvoeringspraktijk.\n\nHierbij komen zowel bouwtechnische vragen aan bod, zoals de structurele draagkracht en integriteit van de huidige toestand, als meer bouwfysische en praktische aspecten zoals risico’s op (inwendige) condensatie, garanderen van de luchtdichtheid en in de praktijk uitvoerbare detailleringen.\n\nKMO Reno focust zich op de kwalitatieve renovatie van KMO-gebouwen. Vanaf de jaren 70 werden deze massaal opgetrokken met nieuwe, snelle bouwmethodes (systeembouw). Intussen zijn deze doosvormige gebouwen verouderd en voldoet de gebouwschil niet meer aan de huidige eisen op vlak van energetische prestatie, comfort en esthetiek. Renovatie van deze gebouwen vormt dan ook een nieuwe businessopportuniteit. Het huidige gebrek aan theoretische en praktische kennis over renovatiemogelijkheden van dit type gebouwen, op maat van bouwbedrijven, leidt tot een suboptimale uitvoeringspraktijk.","summary":"KMO Reno biedt kwalitatieve renovatieoplossingen voor verouderde KMO-gebouwen uit de jaren 70. Verbeter energetische prestaties, comfort en esthetiek met onze expertise. Optimaliseer de uitvoering met bouwtechnische en praktische knowhow.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001188","result_description":"KMO Reno ondersteunt de sector door de ontwikkeling van een renovatiegids, specifiek gericht op de gebouwschil. De bouwprofessional kan deze gebruiken van bij het eerste gebouwbezoek tot aan de voltooiing van de werkzaamheden.\n\nDeze renovatiegids bevat onder andere een snel uit te voeren screeningsprotocol dat toelaat kritische punten te analyseren, een compatibiliteitsmatrix die op basis van de bouwmethode van dak en/of gevel aangeeft welke renovatiemethodes mogelijk zijn en wat eventuele beperkingen zijn, uitvoeringsleidraden met richtlijnen voor kwalitatieve uitvoering van zowel de wandopbouw als bouwknopen/bouwdetails. Daarnaast worden 10 case study’s uitgevoerd en gedocumenteerd.\n\nDe technische oplossingen worden in een test-box getest op luchtdichtheid, plaatsbaarheid, waterdichtheid, … Dit levert concreet bruikbare informatie op voor de bouwprofessionelen.\n\nIn het eerste jaar werd een theoretisch overzicht gemaakt van mogelijke technische oplossingen voor de renovatie van de gebouwschil. Op basis hiervan werd een testprogramma opgesteld. De resultaten werden gepubliceerd op de website en in vaktijdschriften."},{"description":"De doelgroep omvat de gehele keten van bedrijven actief in extrusie. In eerste instantie is dit onderzoek voornamelijk gericht op kunststofextrusie, andere productietechnieken die gebruik maken van extrusie kunnen echter ook voordeel halen uit de opgedane kennis en behoren tot de ruimere doelgroep. Deze doelgroep bevat:\n\n- Leveranciers van metaal onderdelen op basis van laser beam melting, de zogenaamde LBM technologie. (Deze groep wordt nog uitgebreid met ondernemingen die naast deze printing services ook consulting en engineeringservices aanbieden specifiek rond het gebruik van AM).\n- Matrijzenbouwers: in enkele gevallen hebben zij de LBM technologie zelf in huis (of overwegen zij sterk de investering te maken) in andere gevallen, bij lagere capaciteiten, zullen zij dit aan de vorige groep uitbesteden.\n- Toeleveranciers van matrijzenbouwers: Deze bedrijven verzorgen bijvoorbeeld specifieke nabehandelingen op matrijsonderdelen.\n- Kunststofverwerkende bedrijven, hier meerbepaald bedrijven actief in de kunststof profielextrusie\n- Productontwikkeling, kennis van nieuwe ontwerpmogelijkheden voor extrusieproducten\n- Softwareontwikkeling voor ontwerp en simulatie van extrusietooling met AM onderdelen.\n\nTetra project AM4XT heeft als voornaamste doelstellingen:\n\n1. Een betere kennis bij de volledige doelgroep over gebruik van AM voor productie van extrusiematrijzen en/of koelkalibers\n2. Een betere kennis over procesoptimalisatie bij gebruik van extrusietooling geproduceerd via AM, bij de volledige doelgroep\n\nTetraproject AM4XT, voluit innovatieve toolingconcepten voor kunststof extrusie mbv additive manufacturing, onderzoekt hoe het inzetten van Metal AM (metaal 3D printen dmv Laser Beam Meltingtechnologie) kan bijdragen tot het vereenvoudigen van matrijsontwikkeling en het verbeteren van het kunststof extrusieproces. Op basis van een aantal cases wordt gevalideerd hoe nieuwe concepten, mogelijk gemaakt door Metal AM, een antwoord kunnen bieden op de uitdagingen binnen de sector van kunststofextrusie.","summary":"Het Tetra project AM4XT richt zich op bedrijven in extrusie, inclusief leveranciers van metaalonderdelen, matrijzenbouwers, toeleveranciers, kunststofverwerkers en softwareontwikkelaars. Het doel is om kennis te vergroten over het gebruik van AM voor extrusiematrijzen en procesoptimalisatie met extrusietooling via AM.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001189","result_description":"Praktijkonderzoek naar de implementatie van additieve metaalproductie in extrusie toepassingen is uitgevoerd door VIVES Hogeschool en KULeuven ProPolis in België.\n\nIn polymeer extrusielijnen wordt gesmolten plastic door een mal geperst om de ruwe vorm van plastic profielen te definiëren. Kalibratie-units zijn direct achter de matrijs geplaatst; hun functie is om de kunststof profielen af te koelen zodat ze hun definitieve en exacte vorm krijgen. Dit koelproces moet zo uniform mogelijk plaatsvinden om geometrische vervorming te voorkomen, en zo snel mogelijk om hogere productiesnelheden te behouden.\n\nOm dit te bereiken beschikken kalibratie-units over zeer complexe koelkanalen en vacuümsleuven. Deze vaak ingewikkelde kanalen en sleuven zijn zeer uitdagend om te creëren met conventionele gereedschappen zoals CNC-frees- en EDM-technologie, wat resulteert in suboptimale koelprocessen en complexere koelblokassemblages.\n\nWaar bovenstaande subtractieve technologieën tegen hun grenzen aanlopen, opent additive manufacturing nieuwe mogelijkheden voor ontwerpers en ingenieurs vanwege de geometrische vrijheid van de technologie. Deze mogelijkheden werden in dit project verkend aan de hand van een aantal praktijkcases voor Belgische extrusiebedrijven.\n\nDoor middel van thermische simulaties worden kalibratie-eenheden die zijn gemodelleerd voor conventionele CNC-bewerking/EDM vergeleken met nieuwe ontwerpen die speciaal zijn gemaakt voor additieve fabricage. Deze simulaties geven inzicht in drukverliezen en warmteoverdracht van extrusieprofiel naar koelwater en helpen zo bij het optimaliseren van de lay-out van koelkanalen.\n\nEenmaal geoptimaliseerd, werd het nieuwe ontwerp geprint met selectieve lasersmelttechnologie en getest in productie. Metingen op warmteoverdracht werden uitgevoerd en vergeleken met de conventionele koelunits, wat veelbelovend is voor additive manufacturing als alternatieve productiemethode voor kalibratie-units in polymeerextrusie."},{"description":"Veel uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en gezondheid zijn voedingsgerelateerd. In de komende decennia zal het ontwikkelen van duurzame en gezonde levensmiddelen die blijven beantwoorden aan de hoogste kwaliteitsstandaarden, technisch en economisch haalbaar zijn en meer en meer tegemoetkomen aan de noden van het individu ongetwijfeld de belangrijkste 'driver' zijn voor product- en procesinnovaties in de voedingsindustrie.\n\nDe voedingsindustrie is zeer belangrijk in Vlaanderen en vooral in West-Vlaanderen. Bijgevolg is voeding een van de focuspunten in de beleidsdoelstellingen van de provincie wat reeds geleid heeft tot verschillende voedingsgerelateerde initiatieven in de provincie.\n\nOm de strategische positie van de Associatie KU Leuven te waarborgen in het voedingsdomein in West-Vlaanderen, willen VIVES (Expertisecentrum Agro- en Biotechnologie) en KU Leuven (Food & Lipids en TQAP) samenwerken om enerzijds hun onderlinge samenwerking en anderzijds deze met industriële partners te versterken en samen belangrijke stappen te zetten in de ontwikkeling van duurzame en gezonde levensmiddelen.\n\nDeze samenwerking focust vooral op de technologische, kwaliteit gerelateerde aspecten van het ontwikkelen van gezonde en duurzame levensmiddelen.","summary":"In West-Vlaanderen is de voedingsindustrie cruciaal. VIVES en KU Leuven bundelen krachten om duurzame en gezonde voedingsinnovaties te realiseren, met focus op kwaliteit en technologie. Samen met industriële partners streven ze naar vooruitgang in deze sector.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001190","result_description":null},{"description":"De grondlegging van de Machinebouw & Mechatronica (M&M) industrie vindt zijn plaats in West-Vlaanderen. Verder gaan digitaliseren, robotiseren en automatiseren binnen de M&M sector is noodzakelijk om de productie te verhogen, de afhankelijkheid van loonkost te verminderen en om de schaarste aan goede professionals te vermijden.\n\nSamen willen KU Leuven en VIVES de plaats bij uitstek worden voor bedrijven (klein en groot) binnen dit vakgebied. Dit traject beoogt dit doel te bereiken door de samenwerking tussen de KU Leuven en VIVES te intensiveren en aanzienlijk uit te breiden.\n\nGedurende de voorziene twee jaar zal de mandaathouder de gezamenlijke roadmap van KU Leuven Campus Brugge en VIVES verder verfijnen. Ook zal hij regelmatig interne matchmaking-evenementen organiseren, onderzoekssamenwerking bevorderen en concrete samenwerkingsverbanden met bedrijven initiëren.\n\nDe gezamenlijke roadmap zal bij voorkeur gericht zijn op initiatieven volgens twee onderwerpen: 'autonome mechatronicasystemen' en 'machine upgrading & IoT, smart-sensornetwerken'.","summary":"The Machinebouw & Mechatronica (M&M) industry in West-Vlaanderen drives digitalization, robotics, and automation for increased production and skilled workforce. KU Leuven and VIVES aim to lead in this sector through collaboration, events, research, and partnerships with companies.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001191","result_description":null},{"description":"Insecten worden een alsmaar belangrijkere eiwitbron, niet alleen voor menselijke voeding maar ook als veevoeder. Ze vormen dan ook een duurzamer alternatief. Vervanging van soja-eiwitten in veevoeder of vleeseiwitten in humane voeding zal echter maar haalbaar zijn als die insecten tegen dezelfde of een lagere prijs kunnen worden gekweekt. Hiervoor is schaalvergroting nodig.\n\nHeel wat ondernemers hebben momenteel kleine installaties waar meelwormen of larven worden gekweekt. In dit project wordt gekeken hoe deze installaties kunnen worden geautomatiseerd en hoe tonnen meelwormen kunnen worden gekweekt in plaats van kilo’s.","summary":"Insecten zijn een duurzamer alternatief voor eiwitbronnen in voeding en veevoeder. Automatisering van kleine kweekinstallaties kan schaalvergroting mogelijk maken voor betaalbare productie van meelwormen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001192","result_description":"De algemene doelstellingen van dit project zijn enerzijds het kweekproces van de meelwormen te optimaliseren en anderzijds de werkdruk in deze arbeidsintensieve kweek te reduceren aan de hand van diverse automatisatiemogelijkheden. Als hoofdfocus wordt er gewerkt aan een automatische voederlijn voor het kweken van meelwormen.\n\nEetbare insecten worden sinds enkele jaren gezien als een duurzame alternatieve eiwitbron in Europa. Echter, het kweken van insecten zit nog in de opstartfase en kan op tal van vlakken verbeterd worden om een kwaliteitsvol en betaalbaar eindproduct te bekomen. Het projectconsortium, onder leiding van Hogeschool VIVES diende hiervoor een projectaanvraag in bij het VLAIO. Na goedkeuring werd in oktober 2016 van start gegaan met het Entomatisation project.\n\nDankzij de steun van VLAIO werden de optimale kweekomstandigheden van de meelwormen onderzocht waardoor er advies kan gegeven worden om een hogere opbrengst te realiseren door rekening te houden met de temperatuur, luchtvochtigheid en licht in de kweekruimtes, maar ook met de populatiedichtheid en levensfase van de meelwormen. Er werd ook onderzoek gedaan naar de optimale werkomstandigheden in de kweekruimtes van de meelwormen aangezien deze nieuwe sector bij een risicogroep een allergie kan uitlokken.\n\nHet ganse kweekproces van de meelworm werd ook overlopen om na te gaan welke processen het meest tijdrovend zijn. Op basis hiervan werden de scheiding van de verschillende levensfases van de meelworm aangepakt, gebruik makende van bestaande en aangepaste technieken. Als kers op de taart werd er een automatische voederlijn voor meelwormen ontwikkeld in nauw overleg met kwekers en automatisatie bedrijven waarbij een gemiddelde productie van 50 à 100 ton meelwormen per jaar beoogd wordt."},{"description":"Dit project ambieert om alle recent beschikbare kennis en innovatieve technologie omtrent het brandstofcelsysteem in een laagvermogen testinstallatie/proeftuin samen te brengen. \n\nDeze proeftuin zal bestaan uit een experimenteer- en demonstratieomgeving waarbij ondernemingen geïnformeerd en begeleid zullen worden om in de toekomst de conversie naar een applicatie met brandstofcellen in hun bedrijf mogelijk te maken. \n\nElke vervanging van een fossiele verbranding naar een brandstofcel toepassing is een CO2-molecule minder om de opwarming te beperken. Op deze manier beoogt dit project bij te dragen aan de maatschappelijke uitdaging om Vlaanderen CO2 neutraal te krijgen.\n\nDit project richt zich op een heel brede doelgroep met heel diverse toepassingsgebieden. In alle gelederen van alle sectoren zal er een transitie moeten gebeuren naar een koolstofarme maatschappij. \n\nDe bouwsector, machinebouwers, voertuigbouwers, groot- en kleinhandelaars, consultancybureaus, steden en gemeenten, enz. Deze omvatten meer dan 400.000 ondernemingen en tellen samen meer dan een miljoen werknemers (Statbel, 2019) waaronder heel wat kmo’s die aangewezen zijn op de steun van kennisinstellingen en projecten als deze om te kunnen innoveren. \n\nOok al bereikt dit project na 2 jaar slechts een percentage hiervan, toch kunnen we stellen dat de potentiële doelgroep heel omvangrijk is.","summary":"Dit project brengt kennis en innovatieve technologie samen om bedrijven te begeleiden bij de overstap naar brandstofceltoepassingen, met als doel bij te dragen aan een CO2-neutraal Vlaanderen. Het richt zich op een brede doelgroep over verschillende sectoren heen, waaronder meer dan 400.000 bedrijven en een miljoen werknemers, om de transitie naar een koolstofarme maatschappij te versnellen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001193","result_description":"Tijdens het project zijn de technische vereisten met betrekking tot de opbouw van een brandstofcelsysteem dat werkt met waterstof gebundeld. Dit heeft geresulteerd in een praktische handleiding voor bedrijven om de omschakeling van aandrijvingen met fossiele brandstoffen naar emissievrije aandrijvingen te versnellen en te implementeren.\n\nIn het project zijn verschillende aspecten van waterstof in kaart gebracht. Er is onderzoek gedaan naar de chemische, fysische, regulerende, materiële, leveranciers- en controlesysteemaspecten. De gebruikte brandstofcel is een HyPM 8 van Hydrogenics, nu Cummins. Om alle nevenstromen in kaart te brengen, zijn diverse sensoren ingebouwd die via gegevensverzameling en visualisatie inzicht geven in de werking van brandstofcelsystemen.\n\nHet systeem is verbonden met een programmeerbare load bank, zodat vermogensprofielen van de gebruikersgroep konden worden getest. Daarnaast is er een elektromagnetisch compatibiliteitsonderzoek uitgevoerd om eventuele mogelijke interferenties in kaart te brengen.\n\nDe resultaten van dit project zijn op verschillende manieren gepubliceerd, waaronder in doctoraats-, master- en bachelortheses. Om de kennis te verspreiden, is een evenement georganiseerd, namelijk het Hydrogen Technology Event, waar diverse keynotes, workshops en demonstraties te zien waren."},{"description":"Voor vele industriële sectoren staat het productieproces centraal. Hierbij is het afregelen van dit proces uitermate belangrijk voor de doorvoer (‘throughput’) en de kwaliteit van het product. Typisch wordt in deze sector een veelheid van industriële PID-regelaars aangewend (en heel af en toe een MPC-regelaar) om zo een proces aan te sturen. Omwille van diverse redenen raken deze regelaars dikwijls mettertijd slecht ingesteld. Meerdere studies handelen hierover en wijzen op verlies van kwaliteit, maar duiden daarnaast ook op een verkwisting van energie en grondstoffen.\n\nTypisch gerapporteerde meerwaarden die bekomen worden bij goed afgestelde regellussen zijn de reductie van (i) slijtage, (ii) energiekost (5-15%), (iii) taktijden en (iv) spreiding op productparameters, naast de verhoging van (v) winst (5-10%), (vi) productiecapaciteit (10%) en tot slot (vii) de uniformiteit van de kwaliteit (25-50%). VIVES en de M-Group KU Leuven Campus - beide met ruime ervaring in zowel de theoretische als de praktische regeltechniek – krijgen regelmatig de vraag vanuit de industrie om opleidingen rond procescontrole te organiseren, maar ook om hulp te leveren bij het afstellen of verbeteren van installaties. Het is in dit licht dat het VLAIO TETRA-project OptiPID+ van start ging teneinde een duurzaam antwoord te kunnen bieden op de concrete noden rond procesregelaars binnen alle takken van de industrie.\n\nWAT ZIJN DE NODEN VAN DE INDUSTRIE?\nOm de economische slagkracht te verhogen, streeft de industrie ernaar om met dezelfde installaties grotere productiehoeveelheden te halen, minder spreiding op de kwaliteit te bekomen en nieuwe complexere producten te vervaardigen. De fabrikant heeft hierbij vooral nood aan (i) een verhoogde performantie wanneer er gewerkt wordt nabij de systeemgrenzen van het productieproces en (ii) een toegenomen robuustheid tegen storingen te wijten aan, bijvoorbeeld, omgevingsveranderingen zoals de temperatuur, of door aanpassingen in het productieproces, of door kwaliteitsschommelingen in de grondstoffen, enz.","summary":"Verbeter de prestaties en kwaliteit van industriële processen met OptiPID+. Optimaliseer regelaars voor minder energieverbruik, hogere productiviteit en uniforme kwaliteit. VIVES en M-Group KU Leuven bieden expertise en training voor de industrie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001194","result_description":"Dit project beoogde het bundelen en het breed dissemineren van de theoretische en praktische kennis aanwezig binnen de kennisinstellingen (KU Leuven M-Group en VIVES) over het beoordelen, modelleren en afstellen van (i) klassieke PID regelaars en (ii) complexere regelaars die gecombineerd moeten worden met de industrieel vertrouwde PID regelaars voor het sturen van de meer uitdagende processen (hier verder vermeld als PID+ regelaars).\n\nInhoudelijk werd de nadruk gelegd op applicaties die worden aangereikt uit bedrijven die meestappen in de gebruikersgroep. Bedrijven in de gebruikersgroep werden als geprefereerde partners behandeld binnen het project doordat ze (i) de mogelijkheid kregen usecases voor te leggen waar de kennisinstellingen rechtstreeks bij werden betrokken en (ii) als eerste de toegang bekwamen tot de werkpakketten en leverbaarheden binnen het project, die zowel technische als economische aspecten belichten, wat onmiddellijke concurrentiële voordelen kan bieden."},{"description":"Het TETRA-project MV4QC wil de implementatie van machinevisietechnieken voor kwaliteitscontroles bij ondernemingen versnellen. Dit door de beschikbare kennis en innovatieve technologie hieromtrent samen te brengen, te structureren en op een gangbare en pragmatische manier aan te reiken aan de ondernemingen uit de doelgroep. Dit moet hen toelaten om te bepalen welke hardware en software er nodig zijn voor het uitwerken van hun beoogde toepassingen die zullen zorgen voor het oplossen van hun problemen.\n\nDit project richt zich op een heel brede doelgroep van zowel grote als kleine vooral niet O&O-intensieve ondernemingen uit heel diverse sectoren, gezien het transversale belang van kwaliteitscontrole. De procesindustrie, maakbedrijven, industriële automatiseringsbedrijven, machinebouwers, consultancybureaus, land- en tuinbouwbedrijven, onderzoeksinstellingen, enz. omvatten meer dan 500 ondernemingen waaronder heel wat kmo’s die aangewezen zijn op de steun van kennisinstellingen en projecten als deze om te kunnen innoveren.\n\nVia overzichtsrapporten, laagdrempelige workshops, verdiepende seminaries en de uitwerking van demonstratoren ter validatie, heeft MV4QC het potentieel een belangrijk aantal ondernemingen in Vlaanderen te bereiken. Er wordt geschat dat zeker 50% van deze ondernemingen rechtstreeks baat hebben bij de resultaten uit dit project in een tijdspanne tot 2 jaar na het project.","summary":"MV4QC versnelt de implementatie van machinevisie technieken voor kwaliteitscontroles bij ondernemingen door het delen van kennis en technologie. Dit project bereikt een brede doelgroep van bedrijven, waaronder kmo's, met workshops en seminaries om innovatie te stimuleren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001195","result_description":"Het project Machine Vision for Quality Control (MV4QC) richtte zich op de ontwikkeling en toepassing van innovatieve machinevisietechnieken voor kwaliteitscontrole in diverse industriële sectoren. Het werd uitgevoerd door KU Leuven en VIVES en liep van oktober 2022 tot september 2024. Het hoofddoel was het versnellen van de implementatie van machinevisieoplossingen door bestaande kennis te bundelen, nieuwe technieken te ontwikkelen en deze op een toegankelijke manier aan te bieden aan ondernemingen, variërend van grote bedrijven tot kleine ondernemingen met beperkte onderzoekscapaciteit.\n\nTijdens het project werden verschillende kernactiviteiten gerealiseerd. Er werd een uitgebreide cursus ontwikkeld, samen met interactieve Jupyter-notebooks, waarmee bedrijven en studenten praktische kennis konden opdoen over machinevisie. Deze cursus werd tevens ingezet in onderwijsprogramma’s en bij workshops. Naast het theoretische kader werden zes industriële use-cases uitgewerkt, waaronder defectdetectie op vlakke platen, vetgehaltebepaling van donuts en vislengte-analyse. Voor elk van deze cases werden prototypes en praktische toepassingen ontwikkeld in nauwe samenwerking met technologie-integratoren en de betrokken bedrijven.\n\nDaarnaast werden twee demonstratoren gebouwd: een industriële opstelling en een datagedreven systeem. Deze opstellingen werden gebruikt om bedrijven de mogelijkheden van machinevisie te tonen en dienen ook als educatieve hulpmiddelen binnen onderzoeks- en opleidingsprogramma’s.\n\nDe kennis en resultaten werden breed gedeeld via diverse initiatieven. Er werden succesvolle workshops en masterclasses georganiseerd, waarin de basisprincipes van machinevisie werden toegelicht en deelnemers konden kennismaken met zowel hardware- als softwareaspecten. Tijdens het slot-symposium werden de projectresultaten uitgebreid gepresenteerd, inclusief demonstraties en een keynote van een expert op het gebied van multispectrale beeldvorming. De combinatie van theoretische sessies, praktijkvoorbeelden en netwerkmomenten zorgde voor een sterke betrokkenheid van meer dan 70 ondernemingen.\n\nNaast kennisdeling werd ook aandacht besteed aan de economische evaluatie van de ontwikkelde oplossingen. Voor elk van de use-cases werd een gedetailleerde kosten-batenanalyse uitgevoerd. De resultaten toonden aan dat machinevisiesystemen niet alleen bijdragen aan verbeterde productkwaliteit, maar ook zorgen voor lagere kosten en verhoogde efficiëntie. Bedrijven rapporteerden bovendien een significante reductie van productiefouten en afval.\n\nHet project heeft niet alleen zijn doelstellingen behaald, maar ook de basis gelegd voor vervolgtrajecten. Enkele bedrijven hebben aangegeven verder te willen werken aan de implementatie van machinevisietechnieken in hun bedrijfsprocessen. Bovendien werden nieuwe innovatieprojecten gestart, zoals een Flanders Make project en ICON Blauwe Cluster project, waarin de opgedane kennis en ervaring verder worden toegepast.\n\nMet het MV4QC-project heeft Vlaanderen een belangrijke stap gezet richting de integratie van machinevisie in industriële kwaliteitscontrole, wat zowel de technologische vooruitgang als de economische competitiviteit van de regio ten goede komt. Meer informatie over het project en de resultaten is te vinden op mv4qc.be."},{"description":"Het project heeft tot doel het toepassen en het bewustmaken van de toegevoegde waarde van AI voor monitoring (en predictie) van gereedschapsslijtage binnen de maakindustrie.\n\nDe aangewende data hierbij zijn het elektrisch vermogen van de bewerkende machine gecombineerd met informatie uit het verleden. De gebruikte algoritmes in de cases zijn niet het belangrijkste resultaat, wel de weg ernaartoe.\n\nNa het project moeten maakbedrijven, geassisteerd door softwarehuizen, in staat zijn om het proces te herhalen in een andere (voor hen van toepassing zijnde) context. De maakindustrie is de primaire doelgroep en heeft rechtstreeks baat bij de projectresultaten.\n\nDe integratoren en installateurs, machinebouwers en gereedschapsfabrikanten zijn de tweede doelgroep met een ondersteunende rol voor de maakbedrijven. Tot slot hebben ook IT-bedrijven als de derde doelgroep baat bij de resultaten van het project in hun rol als ontwikkelaars en implementators.\n\nDeze doelgroepen omvatten meer dan 600 bedrijven. De bedrijven uit de beschreven doelgroepen zijn typisch KMO’s met gemiddeld 47 werknemers per bedrijf.","summary":"Ontdek de waarde van AI voor monitoring en voorspelling van gereedschapsslijtage in de maakindustrie. Dit project ondersteunt maakbedrijven en hun partners met innovatieve data-analyse. Bereid je voor op efficiëntie en succes in een nieuwe context.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001196","result_description":"Het project heeft als doel bewustwording en bekendheid te creëren door middel van cases bij bedrijven, trainingen en studiedagen.\n\nEr zijn 7 cases uitgewerkt, waarvan 3 met een academische achtergrond als demo en 4 bij bedrijven in de stuurgroep. De academische cases worden gebruikt om data te genereren voor opleidingen of proof of concepts.\n\nDe cases bij bedrijven zijn bedoeld om de stap te zetten naar optimalisaties in hun snijgereedschappen en het gebruik van AI-technieken in hun productieomgeving.\n\nNa afloop overwegen twee bedrijven om verder te werken aan de proof of concepts en zijn er gesprekken gaande met twee bedrijven buiten de cases om mogelijk soortgelijke projecten bij hen op te starten.\n\nOm de mogelijkheden van deze technieken extra te benadrukken, zijn er 2 trainingsreeksen en 2 studiedagen georganiseerd, waarbij we de deelnemers hebben ingedeeld op voorkennis en verwachte resultaten.\n\nDe eerste reeks had tot doel om mensen kennis te laten maken met de technieken, met de focus op besluitvormers en geïnteresseerden in de technologie. Kortom: \"wat kan AI betekenen voor uw bedrijf?\".\n\nDe tweede reeks richtte zich op personen uit de industrie met basiskennis van programmeren die betrokken zullen zijn bij een mogelijke implementatie.\n\nHier werd dieper ingegaan op de tools en technieken, met effectieve cases als centraal thema. Het doel was om tools aan te reiken die zij kunnen gebruiken in hun praktijk en om de communicatie met eventuele IT-partners te vergemakkelijken.\n\nVerder is de kennis geïntroduceerd bij studenten van VIVES en KU Leuven door integratie in het curriculum via onderzoekers met gedeelde lesopdrachten en via eindwerken en bachelorproeven.\n\nTot slot zijn de resultaten gepubliceerd in enkele relevante vakbladen (Metallerie en IA-online), naast onze standaard kanalen."},{"description":"Waterstof gebruiken als brandstof voor interne verbrandingsmotoren kan een snelle reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen teweeg brengen.\n\nEen hoge efficiëntie kan verkregen worden door het waterstofgas rechtstreeks in te spuiten in de verbrandingskamer. Deze technologie zal onderzocht worden in dit project.\n\nDit project is een samenwerking tussen KU Leuven en VIVES smart mobility, en combineert de sterktes van beide werelden: het academische onderzoek en het praktijkgericht onderzoek.\n\nEen verbrandingsmotor met generator zal in dit project omgebouwd worden voor deze technologie. Met data acquisitie en visualisatie wordt het volledige proces gemonitord en geanalyseerd, om zodoende verschillende inspuitstrategieën toe te kunnen passen.","summary":"Gebruik waterstof als brandstof voor meer efficiëntie en minder fossiele brandstoffen. Onderzoek van KU Leuven en VIVES combineert academische en praktijkgerichte benaderingen voor verbeterde verbrandingsmotoren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001197","result_description":null},{"description":"Digitale ontwikkelingen staan niet stil. Industrie 4.0 is langzamerhand een begrip aan het worden en vindt toepassingen in predictief onderhoud, training met behulp van virtuele en augmented reality, inschakeling van cobots, digitale communicatie tussen alle machines, enz. Maar hoe transformeer je naar een industrie 4.0? Welke stappen een bedrijf concreet moet volgen om deel uit te maken van dit digitale sprookje is in de meeste gevallen nog onduidelijk.\n\nEr zijn verschillende redenen waarom de transformaties van vandaag eerder een verlenging zijn van de derde industriële revolutie. De voornaamste reden is de impact van deze transformatie. Deze is voelbaar in het complete industriële systeem (productie, management, …). Deze impact werkt voor veel bedrijven verlammend. Het project wil daarom aantonen dat de transformatie in de industrie ook mogelijk is met kleine stappen en met bestaande infrastructuur.\n\nModel Based Definition (MBD), waarbij 3D‐modellen in plaats van traditionele 2D‐tekeningen worden gebruikt als enige bron voor ontwerp, engineering, productie en kwaliteitscontrole is een eerste logische stap in de transformatie die de maakbedrijven kunnen maken. In het project wensen we bedrijven te ondersteunen hoe ze MBD, inclusief de Product and Manufacturing Information (PMI), moeten implementeren. Het project heeft tevens ook de ambitie om alle downstreamgebruikers te ondersteunen hoe ze met deze gegevens aan de slag kunnen. Dit kan zonder grote investeringen want de meeste geavanceerde Computer Aided Manufacturing (CAM)software en software voor Coordinate Measuring Machines (CMM), die u misschien nu al in huis hebt, kunnen daarmee aan de slag.\n\nWaarschijnlijk zijn deze mogelijkheden van het nieuwe digitale tijdperk nog onderbelicht, ook in uw bedrijf. Ook de werknemers van morgen moeten ondergedompeld worden in deze nieuwe ontwikkelingen om ze direct inzetbaar te maken voor de industrie. Daarom slaan alle Ontwerp‐ en ProductieTechnologie (OPT) opleidingen van Vlaanderen (Vives, Thomas More en Odisee), de handen in elkaar om zowel hun opleidingen als industriële partners op die digitale kaart te zetten.\n\nDe opleidingen OPT willen met behulp van een TETRA‐project (TEchnologie TRAnsfert), dat zal worden ingediend bij Vliao, bedrijven ondersteunen in de onderstaande thema’s:\n- Gebruik van MBD, inclusief PMI, in CAD‐software\n- MBD Export naar neutrale gegevensuitwisselingsstandaard, STEP AP 242\n- CAM op basis van MBD‐Ready‐Model, inclusief PMI data van het onderdeel\n- CMM programma opbouwen aan de hand van MBD‐Ready‐Model\n- Terugkoppeling realiseren naar een 3D CAD model vanuit CMM en CAM: hoe stuur ik mijn design bij op basis van informatie uit meetrapport en productiegegevens.","summary":"Ontdek de mogelijkheden van Industrie 4.0 en transformeer met kleine stappen. Leer hoe MBD en PMI de industrie kunnen veranderen zonder grote investeringen. Opleidingen OPT ondersteunen bedrijven en werknemers in de digitale revolutie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001198","result_description":"Digitale ontwikkelingen staan niet stil. Industrie 4.0 is langzamerhand een begrip aan het worden en vindt toepassingen in predictief onderhoud, training met behulp van virtuele en augmented reality, inschakeling van cobots, digitale communicatie tussen alle machines, enz. Maar hoe transformeer je naar een industrie 4.0? Welke stappen een bedrijf concreet moet volgen om deel uit te maken van dit digitale sprookje is in de meeste gevallen nog onduidelijk.\n\nEr zijn verschillende redenen waarom de transformaties van vandaag eerder een verlenging zijn van de derde industriële revolutie. De voornaamste reden is de impact van deze transformatie. Deze is voelbaar in het complete industriële systeem (productie, management, …). Deze impact werkt voor veel bedrijven verlammend. Het project wil daarom aantonen dat de transformatie in de industrie ook mogelijk is met kleine stappen en met bestaande infrastructuur.\n\nModel Based Definition (MBD), waarbij 3D-modellen in plaats van traditionele 2D-tekeningen worden gebruikt als enige bron voor ontwerp, engineering, productie en kwaliteitscontrole is een eerste logische stap in de transformatie die de maakbedrijven kunnen maken.\n\nIn het project hebben 3 Vlaamse hogescholen de handen in elkaar geslagen om Vlaamse maak­bedrijven te ondersteunen bij een digitale upgrade van hun productie­methodieken a.d.h.v. MBD. De focus lag vooral op volgende thema’s:\n\n· Gebruik van MBD, inclusief PMI, in CAD-software\n\n· MBD Export naar neutrale gegevensuitwisselingsstandaard, STEP AP 242\n\n· CAM op basis van MBD-Ready-Model, inclusief PMI data van het onderdeel\n\n· CMM programma opbouwen aan de hand van MBD-Ready-Model\n\n· Terugkoppeling realiseren naar een 3D CAD model vanuit CMM en CAM: hoe stuur ik mijn design bij op basis van informatie uit meetrapport en productiegegevens\n\nDe opgedane kennis is verzameld in laagdrempelig inzetbaar opleidingsmateriaal en verankerd in het onderwijsaanbod in alle Vlaamse Ontwerp- en ProductieTechnologie (OPT) opleidingen.\n\nBij alle 3 de hogescholen leeft het verlangen tot verdere dienstverlening rond dit onderwerp. Dit biedt aan de Vlaamse industrie de mogelijkheid om ook na het einde van het project de resultaten te valoriseren."},{"description":"Eetbare insecten zijn een van de oplossingen voor de groeiende afhankelijkheid van Europa van geïmporteerd eiwit. Door hun vermogen om biologische laagwaardige reststromen om te zetten in een voedingsrijk product kunnen ze ingezet worden als duurzame en lokaal geproduceerde hoogwaardige eiwitbron.\n\nOndanks de wettelijke goedkeuring komt het gebruik van eetbare insecten bijna niet voor in voeding voor honden en katten. De implementaties van eetbare insecten zijn vrij nieuw in Europa, dus er zijn nog enkele fundamentele vragen voordat de brede toepassing van start gaat. De focus van Petsect ligt op het vergaren van kennis over de fundamentele baselines van het gebruik van insecten als ingrediënten voor petfood en nieuwe gezondheidstoepassingen, zoals verwerkingstechnieken, voedingswaarde, verteerbaarheid en vooral het effect op het immuunsysteem.\n\nEr is meer onderzoek nodig om een smakelijk diervoeder op basis van insecten met een hoge voedingswaarde te ontwikkelen. Petsect zal zich richten op het gebruik van gele meelwormen (YMW) en zwarte soldatenvlieglarven (BSFL), aangezien deze productieprocessen momenteel het verst ontwikkeld zijn, wat een directe impact heeft op de massabeschikbaarheid en de prijs.\n\nHet algemene doel van Petsect is het creëren van uitgebalanceerde voeding, met een extra voordeel voor de gastro-intestinale gezondheid, voor zowel katten als honden met insectenlarven (fracties) als belangrijkste eiwitbron of functioneel (op chitine, lipiden of eiwit gebaseerd) ingrediënt. De genivelleerde ingrediëntenbenadering voor het selecteren van veelbelovende voeringrediënten omvat 1) voedingsanalyses 2) in vitro verteerbaarheid en bioactiviteitsevaluatie. 3) in vivo verteerbaarheid en smakelijkheid met 4) monitoring van gastro-intestinale gezondheidseffecten door middel van microbioom- en metaboloomanalyses.\n\nDaarnaast wordt de duurzaamheid van het hele proces van het kweken van de insecten tot aan de ontwikkeling van het huisdiervoer beoordeeld om een duurzaam eindproduct te garanderen.","summary":"Eetbare insecten als duurzame eiwitbron voor petfood. Onderzoek naar voedingswaarde en gezondheidseffecten op immuunsysteem van honden en katten. Focus op gele meelwormen en zwarte soldatenvlieglarven voor evenwichtige voeding en gastro-intestinale gezondheid.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001199","result_description":null},{"description":"Klanten willen snelheid en gemak en worden steeds veeleisender. Hun verwachtingsniveau gaat omhoog en dus moet je als bedrijf klantgerichtheid vooropstellen. Generatie Z (de digital natives) vormt binnenkort de grootste bevolkingsgroep en voor hen is het personaliseren van content aan de hand van inzichten in klantgegevens en voorspellingen een vanzelfsprekendheid.\n\nDe grote (vaak buitenlandse) spelers zetten dan ook al een tijdje in op slimme AI (voorspellende) algoritmen om o.a. hun klanten beter te profileren en persoonlijke aanbiedingen te kunnen doen. Bij kleinere spelers is er echter vaak nog onvoldoende kennis over welke opportuniteiten AI precies kan bieden voor hen en op welke manier ze ermee van start kunnen gaan.\n\nIn dit project willen we een ‘Start 2 AIM’ traject opzetten op maat van de Vlaamse KMO waarbij deze de mogelijkheden leert van AI gedreven marketing automation met als specifiek doel de customer experience te optimaliseren. Het beoogde eindresultaat is het opzetten van een coaching traject (zowel op business als op technologisch vlak) rond AI en marketing automation.\n\nConcreet willen we KMO’s op een laagdrempelige manier laten starten met AIM en beogen we dat agentschappen, AI als innovatieve technologie bij hun klanten kunnen uitrollen. Laagdrempelige, herkenbare good practices moeten het idee dat leeft bij veel KMO’s dat zij ‘te klein zijn’ of ‘te weinig data hebben’ om AI te kunnen toepassen, wegnemen. https://start2aim.be/","summary":"Verbeter de klantgerichtheid en optimaliseer de customer experience met AI-gedreven marketing automation. Leer als KMO de mogelijkheden kennen en start eenvoudig met ons 'Start 2 AIM' traject op maat. Ontdek hoe AI innovatie kan stimuleren. Bezoek start2aim.be.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001200","result_description":"Het e-book met projectresultaten is raadpleegbaar via https://start2aim.be/e-book/"},{"description":"Dit project heeft als doel zorgverleners, organisaties, studenten en docenten in de gezondheidszorg voor te lichten en te sensibiliseren over beginnende dementie. Het richt zich specifiek op kennisoverdracht over aspecten van preventie en aanpak van angst, stress en slaapproblemen bij mensen met beginnende dementie. Dit gebeurt door middel van een psychosociaal en gedragsprogramma.","summary":"Voor zorgverleners, organisaties en studenten/docenten in de gezondheidszorg: voorlichting en sensibilisering over beginnende dementie, met focus op preventie en aanpak van angst, stress en slaapproblemen via psychosociaal en gedragsprogramma.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001201","result_description":null},{"description":"Het gebruik van IoT-sensornetwerken neemt snel toe, en volgens de laatste prognoses zal deze trend nog versnellen. Het doel van deze netwerken is het verzamelen van (veel) lokale data via IoT-nodes, deze data te analyseren, en de gebruiker te waarschuwen indien actie moet worden ondernomen. Een belangrijke vraag is echter waar precies de analyse van de data gebeurt. Meestal wordt de ruwe data zeer frequent naar een backend server (“the cloud”) gezonden voor analyse en verwerking met artificiële intelligentie (AI). Dit heeft echter aantal belangrijke nadelen, o.a. een grote belasting van het communicatienetwerk, het introduceren van vertragingen, en het hogere energieverbruik. \"Edge computing\" biedt een oplossing voor deze problemen: single board computers voeren de analyse van de data uit aan de rand van het netwerk i.p.v. via een backend-server.\n\nIn dit project zal een hub onder de vorm van een off-the-shelf single board computer de sensordata verwerken door gebruik te maken van lokaal embedded AI-algoritmes. Met de hulp van een begeleidingsgroep van meer dan 20 Vlaamse bedrijven en kenniscentra, zal deze innovatieve technologie toegepast worden op twee verschillende applicatiescenario’s: healthcare en smart cities.\n\nHet healthcare scenario vertegenwoordigt een typische toepassing waar laag energieverbruik primeert waar er weinig en met lage frequentie data wordt verstuurd. Concreet is in dit scenario een slimme rolstoel ontwikkeld die gegevens verzamelt en verwerkt, over de rolstoel en de gebruiker, aan de hand van onder andere druk-, temperatuur-, hartslag- en bewegingssensoren.\n\nHet smart cities scenario is gebruikt om een toepassing voor te stellen waarbij netwerkbelasting primeert en waar er veel en frequent data verstuurd wordt, in dit project is dit een dashcamtoepassing die de omgeving analyseert en segmenteert.\n\nDeze twee scenario’s zijn gebruikt om gedurende het project de implementatieflow van de snel ontwikkelende technologie van embedded AI te verspreiden binnen de Vlaamse bedrijven. De kennis die werd vergaard binnen dit project, alsook de bestanden die gebruikt zijn bij de verschillende workshops, zijn publiek toegankelijk via de AISiBoCo Knowledge Base (https://cloudedgefog.readthedocs.io). Deze tool kan gebruikt worden als leidraad en naslagwerk bij het ontwikkelen van nieuwe AI-applicaties op \"the edge\" of \"the cloud\". Het geeft een overzicht over de mogelijke architecturen, software- en hardwareplatformen, en verduidelijkt de voor- en nadelen van deze verschillende oplossingen.","summary":"Ontdek hoe edge computing met off-the-shelf single board computers lokale IoT-data analyseert voor efficiëntie en energiebesparing. Innovatieve technologie toegepast op healthcare en smart cities scenario's, ondersteund door 20+ Vlaamse bedrijven. Leer meer via AISiBoCo Knowledge Base.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001202","result_description":null},{"description":"Hoog tijd voor de volgende stap. Gebouwen hebben een grote impact op ons milieu en slorpen massa’s energie op. Er is niet enkel het energieverbruik voor verwarmen en koelen maar er zit ook een grote hoeveelheid ingebedde energie in de toegepaste materialen.\n\nIn de evolutie om op energetisch vlak steeds performanter te (ver)bouwen daalt de milieu-impact van de primaire energie voor verwarmen/koelen en weegt de milieu-impact van de toegepaste materialen steeds meer door. Een groot potentieel in de verantwoorde omgang met ons klimaat zit hem dus in de reductie van de milieu-impact van bouwmaterialen en in het bijzonder de isolatiematerialen. Minder warmteverliezen zijn onder andere het gevolg van dikkere isolatiepakketten. Er is een groeiende bewustwording vanuit de sector om te bouwen met een kleinere milieu-impact. Ook de eindgebruiker kiest vandaag meer bewust voor materialen met een geringe impact.\n\nDit onderzoeksproject richt zich op isolatiematerialen met een lage milieu-impact. Bio-gebaseerde materialen uit hernieuwbare grondstoffen hebben in veel gevallen een gunstiger milieu-impact dan petroleum-gebaseerde tegenhangers. Kennis en inzichten vanuit de recent uitgerolde tool TOTEM (3/2018) laten toe om de milieuprestaties te evalueren en te optimaliseren.\n\nVandaag is echter de kennis over bio-gebaseerde isolatiematerialen versnipperd wat een afweging tegenover gekende isolatiematerialen belemmert. Anderzijds ontbreken de uitvoeringsleidraden omtrent de praktische toepassing ervan. Er heerst onduidelijkheid over de kenmerken, prestaties, uitvoeringsmethodes, etc. Ondanks het bestaan van goede voorbeelden, mist de bouwsector de nodige kennis en vertrouwen om met deze materialen aan de slag te gaan.\n\nHet is de doelstelling van voorliggende aanvraag om de kennis over bio-gebaseerde isolatiematerialen te verhogen, de materialen te situeren tegenover gekende alternatieven, hands-on output te ontwikkelen, en zo drempels weg te werken en aan de bouwsector meer vertrouwen te geven om met deze materialen aan de slag te gaan.\n\nDe doelgroep van dit project bestaat hoofdzakelijk uit niet-R&D intensieve KMO’s: architecten, bouwpromotoren en studiebureaus, aannemers, verdelers en producenten van (bio-gebaseerde) isolatiematerialen. De ruime doelgroep wordt geschat op 25.000 ondernemingen, het effectief bereik van de resultaten 2 jaar na afloop van het project wordt begroot op 400 bedrijven (reële doelgroep).\n\nConcreet zet dit project in op een verhoging en verspreiding van kennis over bio-gebaseerde isolatiematerialen door:\n\n- Naast de bouwfysische en energetische kenmerken, milieu-impact, kostprijs, plaatsingsgemak, etc. van klassieke én bio-gebaseerde isolatiematerialen op een objectieve manier in kaart te brengen zodat een meer gefundeerde afweging mogelijk wordt;\n- Het formuleren van uitvoeringsleidraden omtrent de inzetbaarheid en toepassing van bio-gebaseerde materialen, met het oog op het uitsluiten van schadegevallen.\n- De opgebouwde kennis op een laagdrempelige manier te vertalen naar de brede bouwsector.\n\nDoor de milieu-impact mee te nemen in deze integrale benadering draagt voorliggende aanvraag bij tot de maatschappelijke uitdaging van een duurzaam materialenbeheer. De resultaten verschaffen inzicht in de milieu-impact van bouwoplossingen en hierdoor wordt de bouwsector verder gesensibiliseerd en aangemoedigd om te kiezen voor oplossingen met een geringe impact. Producenten worden gestimuleerd richting productverbetering en innovatie.","summary":"Dit project promoot bio-gebaseerde isolatiematerialen met lage milieu-impact om duurzamer te bouwen. Kennis en richtlijnen zullen de bouwsector helpen deze materialen te begrijpen en te gebruiken. Beoogd resultaat: meer vertrouwen en gebruik van duurzame isolatiematerialen in de bouwindustrie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001203","result_description":"De resultaten van dit project zijn raadpleegbaar via milieubewustisoleren.be."},{"description":"Digitale ontwikkelingen staan niet stil. Industrie 4.0 is langzamerhand een begrip aan het worden en vindt toepassingen in predictief onderhoud, training met behulp van virtuele en augmented reality, inschakeling van cobots, digitale communicatie tussen alle machines, enz.\n\nMaar hoe transformeer je naar een industrie 4.0? Welke stappen een bedrijf concreet moet volgen om deel uit te maken van dit digitale sprookje is in de meeste gevallen nog onduidelijk. Er zijn verschillende redenen waarom de transformaties van vandaag eerder een verlenging zijn van de derde industriële revolutie. De voornaamste reden is de impact van deze transformatie. Deze is voelbaar in het complete industriële systeem (productie, management, …). Deze impact werkt voor veel bedrijven verlammend.\n\nHet project wil daarom aantonen dat de transformatie in de industrie ook mogelijk is met kleine stappen en met bestaande infrastructuur. Model Based Definition (MBD), waarbij 3D‐modellen in plaats van traditionele 2D‐tekeningen worden gebruikt als enige bron voor ontwerp, engineering, productie en kwaliteitscontrole, is een eerste logische stap in de transformatie die de maakbedrijven kunnen maken.\n\nIn het project wensen we bedrijven te ondersteunen hoe ze MBD, inclusief de Product and Manufacturing Information (PMI), moeten implementeren. Het project heeft tevens ook de ambitie om alle downstreamgebruikers te ondersteunen hoe ze met deze gegevens aan de slag kunnen. Dit kan zonder grote investeringen want de meeste geavanceerde Computer Aided Manufacturing (CAM) software en software voor Coordinate Measuring Machines (CMM), die u misschien nu al in huis hebt, kunnen daarmee aan de slag.\n\nWaarschijnlijk zijn deze mogelijkheden van het nieuwe digitale tijdperk nog onderbelicht, ook in uw bedrijf. Ook de werknemers van morgen moeten ondergedompeld worden in deze nieuwe ontwikkelingen om ze direct inzetbaar te maken voor de industrie. Daarom slaan alle Ontwerp‐ en ProductieTechnologie (OPT) opleidingen van Vlaanderen (Vives, Thomas More en Odisee), de handen in elkaar om zowel hun opleidingen als industriële partners op die digitale kaart te zetten.\n\nDe opleidingen OPT willen met behulp van een TETRA‐project (TEchnologie TRAnsfert), dat zal worden ingediend bij Vlaio, bedrijven ondersteunen in de onderstaande thema’s:\n- Gebruik van MBD, inclusief PMI, in CAD‐software\n- MBD Export naar neutrale gegevensuitwisselingsstandaard, STEP AP 242\n- CAM op basis van MBD‐Ready‐Model, inclusief PMI data van het onderdeel\n- CMM programma opbouwen aan de hand van MBD‐Ready‐Model\n- Terugkoppeling realiseren naar een 3D CAD model vanuit CMM en CAM: hoe stuur ik mijn design bij op basis van informatie uit meetrapport en productiegegevens.","summary":"Ontdek de mogelijkheden van Industrie 4.0 met Model Based Definition en digitale training. Transformeer stap voor stap met bestaande infrastructuur en ondersteuning voor implementatie. Bereid werknemers voor op de toekomst van de industrie met OPT-opleidingen en TETRA-projecten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001204","result_description":null},{"description":"SAIRE heeft als doel het bekomen van een versnelde inzet van smart devices en AI in revalidatie en de gezondheidszorg in het algemeen. Dit wordt bereikt door de zorgsector te informeren en bestaande drempels (zoals beperkte kennis, betrouwbaarheid, en acceptatiegraad) weg te werken. Daarnaast wordt bestaande kennis vertaald, gecombineerd en gevalideerd, wat de technologische sector in staat stelt om op maat gemaakte software, hardware en afgewerkte producten te ontwikkelen voor zorginstellingen.","summary":"SAIRE versnelt de inzet van smart devices en AI in revalidatie en gezondheidszorg door drempels in de zorgsector weg te nemen en kennis te vertalen voor op maat gemaakte technologische oplossingen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001205","result_description":null},{"description":"De organisatie van een Vlaanderenbrede opleiding voor medewerkers van dierenasielen.","summary":"Vlaanderenbrede opleiding voor dierenasielmedewerkers organiseren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001206","result_description":null},{"description":"Het doel van dit nieuwe project is de ontwikkelde visie op kinderen & gezinnen in de opvang (verder) te operationaliseren vanuit de kennis van vorige projecten, & de stapsgewijze realisatie ervan te ondersteunen in de periode 2023-2025.","summary":"Dit project ondersteunt de ontwikkeling van een nieuwe visie op kinderen & gezinnen in de opvang door voort te bouwen op eerdere kennis en stapsgewijze uitvoering tot 2023-2025.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001207","result_description":null},{"description":"Dit project bouwt verder op het huidige PWO-project (AHAA, 2019-2021) waarin een levensstijlprogramma werd ontwikkeld voor mobiele ouderen in kwetsbare situaties, om actief en gezond ouder te worden. In het voorbije AHAA-project werd duidelijk dat ouderen in maatschappelijk kwetsbare situaties nog steeds erg onzichtbaar blijven voor lokale dienstencentra (LDC). Ook bleek een kleinschalige uitrol van het programma in de LDC’s onvoldoende om het effect van het programma te kunnen evalueren.\n\nTenslotte uiten de bestaande lokale organisaties voor ouderen hun nood aan eenvoudig implementeerbare programma’s in de praktijk die ingebed kunnen worden in hun programmering. Daarom zal de focus van dit vervolgproject liggen op (1) het buurtversterkend werken door het in kaart brengen en bereiken van ouderen in sociaal kwetsbare situaties in de lokale buurten van de medewerkende LDC’s, wijkgezondheidscentra en organisaties voor buurtzorg in Aalst, Brussel, Mechelen, Gent, Sint-Truiden en Aunove; (2) het grootschalig uitrollen en evalueren van het groepsprogramma in deze zes centra in Brussel en Vlaanderen; en (3) het uitwerken en aanbieden van een train-the-trainer module en interactieve studiedag aan de coördinatoren, medewerkers, vrijwilligers van de werkveldpartners en studenten zodat het programma kan integreren in het bestaande aanbod.\n\nNaast publicatie van de resultaten via formele en informele kanalen, wordt een informatieve studienamiddag aangeboden waarop de resultaten van het programma kenbaar worden gemaakt aan ouderen, geïnteresseerde professionals, werkveldpartners en andere organisaties, studenten en andere burgers.","summary":"Dit project bouwt voort op een levensstijlprogramma voor mobiele ouderen in kwetsbare situaties. Het richt zich op het bereiken van ouderen in sociaal kwetsbare buurten, het uitrollen en evalueren van het programma, en het trainen van medewerkers. De resultaten zullen gedeeld worden via diverse kanalen en een informatieve studienamiddag.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001208","result_description":null},{"description":"Het doel van het project is om de effectiviteit en kosteneffectiviteit te testen van het innovatieve ACTIVE AGE@home functioneel oefenprogramma in twee versies (een onder leiding van professionals en een onder leiding van getrainde vrijwilligers) in vergelijking met een controlegroep die de gebruikelijke zorg kreeg om het leven van gemeenschapswonen kwetsbare ouderen in alle domeinen (bio-psycho-sociaal) en daarmee de maatschappelijke zorgkosten.\n\nOns onderzoek beantwoordt een dringende oproep om meer kennis te vergaren over welke interventiestrategieën effectief zijn voor kwetsbaarheid, en om te bepalen of ze haalbaar en kosteneffectief zijn. Wat de maatschappelijke en economische voordelen betreft, wezen verschillende studies erop dat de gemiddelde extra kosten in verband met kwetsbaarheid wanneer gecontroleerd voor veroudering en multimorbiditeit variëren van 1.500 tot 5.000 euro per persoon per jaar.\n\nVoor Vlaanderen betekent dit een mogelijke kostenbesparing van 787.500.000 euro tot 3.000.000.000 euro per jaar als alle kwetsbare ouderen zouden deelnemen aan dit project.\n\nDe wetenschappelijke doelstelling van dit project is het valideren en realiseren van een cultureel geaccepteerd programma dat: speelt in op de persoonlijke doelen van kwetsbare ouderen door bewijs te verzamelen voor de effectiviteit van professioneel opgesteld programma en bewijs voor de effectiviteit van het vrijwilligersprogramma.\n\nIn aanvulling op dit project moet een synergetische relatie tot stand brengen tussen alle belangrijke belanghebbenden om het programma in de gezondheidszorg, welzijn en onderwijs.","summary":"Test de effectiviteit en kosteneffectiviteit van het ACTIVE AGE@home oefenprogramma voor ouderen, geleid door professionals of vrijwilligers, in vergelijking met gebruikelijke zorg. Mogelijke kostenbesparing van €787.5M-€3B/jaar in Vlaanderen. Valideer en implementeer een effectief programma voor kwetsbare ouderen, met focus op persoonlijke doelen en synergie tussen belanghebbenden in de gezondheidszorg, welzijn en onderwijs.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001209","result_description":null},{"description":"Dit project onderzoekt de oorzaken van de in 2021 vastgestelde microbiële corrosie in de jachthaven van Zelzate en bij uitbreiding het kanaal Gent-Terneuzen.\n\nHet project COMIC wil het risico op schade door MIC (Microbiological Induced Corrosion) in de Kanaalzone Gent-Terneuzen in kaart brengen en zo meer leren over de oorzaken van het optreden van een uitbraak van de betrokken bacteriën. Dit moet toelaten om het risico op MIC-gerelateerde problemen verder in te schatten. Deze data bieden de betrokkenen de mogelijkheid om aansluitend aan gerichtere monitoring te doen.\n\nDaarnaast toont het project in vijf testcases met welke technologie, de schepen en de infrastructuur van bedrijven het best kunnen worden beschermd tegen schade. De doelgroep omvat zowel scheepseigenaars, als uitbaters van waterwegen, als bedrijven gelokaliseerd langs deze waterwegen (o.a. North Sea Port associatie met 550 leden bedrijven in diverse wateren), met als eerste focus het kanaal Gent-Terneuzen.\n\nInzake doelgroepen richt dit project zich in eerste instantie op het industriële ecosysteem rond het kanaal Gent-Terneuzen. Daartoe behoren niet alleen de haven en de maritieme bedrijven, maar ook elk bedrijf dat gebruik maakt van een aanlegkade of koelwater oppompt uit het kanaal. North Sea Port schat het aantal direct met de havens en het kanaal verbonden bedrijven op 550. Ook sportverenigingen en toeristische instanties met activiteiten rond het kanaal maken deel uit van de doelgroep.\n\nTot slot zijn de verantwoordelijke overheden (havens, gemeenten, provincie, VMM) een laatste tak: zij staan in voor de opvolging van de kwaliteit van het water. Doordat het project gebruik maakt van de best beschikbare technologieën, maken ook bedrijven die coatings of opofferingsanodes produceren, deel uit van de doelgroep. De technische methoden en de resultaten van de testcases zijn tenslotte ook elders in Vlaanderen inzetbaar.","summary":"Project COMIC onderzoekt microbiele corrosie in de jachthaven van Zelzate en het kanaal Gent-Terneuzen. Het doel is het risico op schade door bacteriën te verminderen en beschermingstechnologieën te testen voor schepen en bedrijfsinfrastructuur langs waterwegen. De doelgroep omvat scheepseigenaars, waterwegexploitanten en bedrijven in de regio, met focus op het kanaal Gent-Terneuzen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-001210","result_description":"Met het project wordt een concreet en toepasbaar antwoord geleverd op de bezorgdheden bij de 550 bedrijven in de regio beheerd door North Sea Port, waaronder deze in de Kanaalzone Gent Terneuzen en bij uitbreiding aan deze in de havens van Oostende en Antwerpen.\n\nVermits MIC een fenomeen is dat ook in zoet water kan voorkomen, zijn de resultaten bij uitbreiding nuttig voor de hele binnenvaartsector, langsheen alle Vlaamse kanalen. Daartoe worden de resultaten en leverbaarheden verspreid via rapporten en infosessies bij de demonstraties.\n\nDe betrokken bedrijven worden bereikt via de brede vertegenwoordiging in de begeleidingsgroep (havens als “landlords”, koepelorganisaties naar hun leden, overheden naar andere departementen, gemeenten…).\n\nHet project voorziet ten slotte een hotline voor bedrijven die nood hebben aan een expertbezoek ter plaatse of aan begeleiding bij het gebruik van de beslissingsboom."},{"description":"Extended reality (XR) zien we als een sterke opkomende technologie met een toenemende integratie van sensoren. Deze technologie is bij uitstek geschikt om verschillende processen, waar menselijke interacties centraal staan, op een goedkope, efficiënte en schaalbare manier te simuleren in realistische omgevingen.\n\nDit staat in contrast met de huidige realiteit: vooralsnog is XR een onderbenutte tool binnen de Vlaamse industrie. Via dit project willen we onze expertise rond het ontwerpen en uitvoeren van een veelvoud aan XR-gedreven experimenten, op behapbare wijze aan industrie spelers voorleggen. Dit zien we vooral toepasbaar binnen gesimuleerde gebruikerservaringen, namelijk (1) gebruikerstesten en (2) opleidingen en training.\n\nWe merken dat het voor veel bedrijven en organisaties niet evident is om die stap te maken en dat het opzetten van nieuwe XR testen of trainingen of het integreren van XR binnen hun bestaande processen moeilijk verloopt of dat ze de meerwaarde (nog) niet zien.\n\nUit eigen onderzoek zien we dat XR technologie hier veel potentieel biedt, om snel bepaalde productervaringen te modelleren, waar een eerste gebruiksscenario mee geanalyseerd kan worden (gebruikerstesten). Daarnaast kunnen trainingsprocessen vertaald worden naar virtuele omgevingen, met bijzondere aandacht voor zintuiglijk realisme. In beide gevallen kan deze ‘digitale’ gebruikerservaring, dat wil zeggen de prille interactie met een prototype of het verloop van een training, uitgebreid in kaart gebracht worden dankzij het toenemende aantal ingebouwde sensoren, en de absolute controle over de virtuele digitale omgeving en alle onderdelen daarbinnen.\n\nHet algemeen doel van dit project is om de Vlaamse bedrijven kennis te laten maken met nieuwe XR-technologieën en deze samen met hen in concrete use-cases te implementeren.\n\nWe mikken hierbij op 2 doelgroepen:\n1. De technologiebedrijven (kleine en middelgrote Vlaamse ondernemingen met een traditie in simulatie en ICT) die in opdracht van andere bedrijven (B2B) immersieve trainingen, assessments of andere virtuele belevingen aanbieden. In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Supportsquare, The Park Entertainment, Dynamic Dimensions of XRintelligence. Deze benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Integratoren.\n2. Een uitgebreide groep bedrijven uit diverse sectoren waar gebruikerstesting (user-centered) services meerwaarde bieden, zoals bedrijven in productdesign, marktonderzoek of bedrijven die zelf mensen willen testen (= gebruikersonderzoek) of intern opleiden (= training). In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Orsi Academy, Rhinox, Voxdale of George Fischer Pipelines. Deze groep benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Afnemers.\n\nExperienceTwin zal beide groepen zowel inhoudelijk als technisch ondersteunen om hen (1) in staat te stellen om vanuit geïnformeerde beslissingen in te zetten op de technologie, (2) zelf aan de slag te laten gaan met beschikbare tools, (3) te begeleiden in hun vraagarticulatie en (4) het vinden van en (5) het communiceren met de geschikte partners waar nodig.","summary":"Ontdek de kracht van Extended Reality (XR) voor simulatie van menselijke interacties in realistische omgevingen. Wij helpen Vlaamse bedrijven met het implementeren van XR-technologieën voor gebruikerstesten en trainingen. Ervaar de voordelen van XR voor immersive experiences en gebruikersonderzoek in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001211","result_description":"Technologie-exploratie via minimaal 7 thematische workshops met thema's omtrent:\n- Tools om immersieve omgevingen efficiënt en goedkoop op te zetten waarin gebruikerstesten kunnen plaatsvinden.\n- XR platformen die toelaten om tijdens de virtuele gebruikerstest een groot aantal objectieve metrieken van gebruikerservaring te genereren.\n- Methodes om objectieve gebruikersdata te vertalen naar concrete industry-standard (ISO standards) rapportering van gebruikerservaring.\n\nTechnologie-adaptatie via minimaal 3 integrale design trajecten en minimaal 8 concrete demonstrators.\n\nNetwerk opbouwen door het verbinden van partners uit aanbod- en vraagzijde en verbreding van netwerk door kruisbestuiving via de bijeenkomsten van de begeleidingsgroep, seminaries, demo’s, workshops en tijdens sessies van de XR academy van Howest, alsook bij de marktplaats en matchmaking sessie in het slotevent.\n- Brede actieve verspreiding rond het inzetten van XR technologieën die toelaten om op een efficiënte en innovatieve manier omgevingen voor gebruikerstesten en trainingen op te zetten, via de begeleidingsgroep en de bredere doelgroep in het netwerk van participerende koepel- en netwerkorganisaties (Essenscia, XRValley, Hangar K, Imec, Ugent, Howest).\n- Aanbieden van verder advies en dienstverlening betreffende XR user testing vanuit de onderzoeksgroepen in samenwerking met IOF AUGent.\n- Verbeterde kostenefficiëntie zowel door het sneller, goedkoper en schaalbaar ontwikkelen van gebruikerstesten als meer toegevoegde waarde te creëren voor bedrijven.\n- Economische impact door groei van de werkgelegenheid in bedrijven die gebruikerstesten ontwikkelen en commercialiseren door het als B2B-service aan te bieden."},{"description":"Hoe evolueerde het Vlaamse kustlandschap de afgelopen 5000 jaar op zee en op land? Welke gebieden raakten overstroomd en geërodeerd bij stormvloeden? Welke archeologische sporen van vroegere bewoning en exploitatie liggen bewaard op land en in zee?\n\nDeze vragen wil een interdisciplinair team van onderzoekers van de VUB, KU Leuven, Howest en VLIZ beantwoorden in ‘Testerep’. Het project dankt zijn naam aan het deels door de zee verzwolgen schiereiland Testerep, dat ooit voor de Vlaamse kust lag tussen Nieuwpoort en Bredene.\n\nDaarom zal de wetenschappelijke data en kennis verworven binnen het project doorstromen naar diverse belanghebbenden uit het beleid, de bedrijfswereld en het brede publiek. De projectpartners zetten sterk in op de vertaling van de opgedane kennis naar visualisaties en communicatieproducten. Testerep kan het brede publiek sensibiliseren rond kustdynamiek en kwetsbaarheid, toerisme stimuleren, erfgoedbeheer ondersteunen en inzichten leveren voor een duurzaam kustmanagement.\n\n'Testerep: De evolutie van het Vlaamse kustlandschap (5000 BP - nu)' is onderdeel van het SBO programma van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek en loopt van 1 oktober 2021 tot 30 september 2025.","summary":"Ontdek de evolutie van het Vlaamse kustlandschap in 'Testerep', een onderzoeksproject van VUB, KU Leuven, Howest en VLIZ. Leer over overstroomde gebieden, archeologische vondsten en de impact op beleid, bedrijven en het publiek. Sensibiliseer en stimuleer toerisme met visualisaties en inzichten voor duurzaam kustmanagement.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001212","result_description":"Beoogde eindgebruikers zijn Vlaamse en provinciale overheden, kustgemeentes, toeristische diensten en bedrijven uit de baggerwereld en consultancy.\n\nDoor een historisch perspectief te bieden op de huidige vraagstukken rond kustverdediging in tijden van zeespiegelstijging en klimaatverandering willen we bijdragen aan een beter kustbeschermingsbeleid."},{"description":"De Sportinnovatiecampus is een open kennis- en innovatiecampus van Sport Vlaanderen en Howest (Hogeschool West-Vlaanderen), gelegen op het Sport Vlaanderen domein in Brugge.\n\nSamen met relevante actoren, werkveldpartners, studenten, docenten, onderzoekers, vakexperts én eindgebruikers verkennen we aan de hand van experimentele innovatieprojecten hoe we mensen in de toekomst kunnen (blijven) aanzetten tot sporten en bewegen.\n\nWe zetten projecten op binnen 4 grote pijlers: exergames, digital coaching, active design en new sports.","summary":"Ontdek de Sportinnovatiecampus in Brugge, waar we samenwerken aan experimentele projecten om mensen te motiveren om te sporten en bewegen met focus op exergames, digital coaching, active design en new sports.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001213","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van dit IMINOGENE-project is om een microbieel productieplatform te ontwikkelen dat nieuwe iminosuikers op de markt brengt, maar dat ook de huidige iminosuikermarkt verstoort. Het gebruiksperspectief ligt bij de iminosuikers zelf die een veelzijdige applicatie vinden voor verschillende (chronische) ziektes.\n\nDe toepassing van iminosuikers is echter niet beperkt tot de farmaceutische en veterinaire markten, maar ook in de agro-industrie. Iminosuikers zijn nuttig gebleken bij de afweer van planten tegen bepaalde micro-organismen en predatoren. Ten slotte zijn er ook speculaties over iminosuikers als antioxidanten of ontstekingsremmende middelen voor voedsel, voeder en cosmetica.\n\nHet IMINOGENE-project richt zich op de microbiële productie van iminosuikers. Deze speciale koolhydraten worden onderzocht in planten, maar weinig met betrekking tot hun microbiële natuurlijke bronnen. Daarom worden in het IMINOGENE-project de blauwdrukken van hun microbiële biosynthese ontrafeld met geavanceerde bio-informatica-tools en een high-throughput-screen op basis van functionaliteit om de genomische informatie te achterhalen. Dat laatste leidt tot de productie van deze koolhydraten.","summary":"Ontwikkelingsproject IMINOGENE: creëert microbieel platform voor innovatieve iminosuikers met breed scala toepassingen in farmaceutica, agro-industrie en cosmetica. Microbiële biosynthese ontrafeld voor productie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001214","result_description":"De finaliteit van dit SBO is economisch en heeft tot doel te leiden tot de oprichting van een spin-off genaamd \"Iminogen\". Daarom zal wetenschappelijke knowhow met betrekking tot de biosynthese van iminosuikers geheimgehouden worden, zal methodologie om met succes nieuwe clusters van iminosuikergenen te identificeren (geoptimaliseerde genoom mining en screening) alleen intern gebruikt worden en zal de microbiële productie van iminosuikers met een heterologe gastheer gepatenteerd worden.\n\nHet gebruiksperspectief ligt dus volledig bij de iminosuikers zelf die een veelzijdige applicatie vinden voor verschillende (chronische) ziektes. De toepassing van iminosuikers is echter niet beperkt tot de farmaceutische en veterinaire markten, maar ook in de agro-industrie. Iminosuikers zijn nuttig gebleken bij de afweer van planten tegen bepaalde micro-organismen en predatoren.\n\nTen slotte zijn er ook speculaties over iminosuikers als antioxidanten of ontstekingsremmende middelen voor voedsel, voeder en cosmetica."},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling. Binnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren. In het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren.\n\nHet doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen zodat ze hun producten zo ontwerpen waardoor ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"Ontwikkelde methode vereenvoudigt manueel assemblageproces en optimaliseert voor diverse bedrijfscontexten en producten. Helpt Vlaamse kmo's om intuïtiever en efficiënter te assembleren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001215","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren. Ze ontwerpen en produceren deze producten zelf. Het doel is om hen te helpen bij het ontwerpen van producten die intuïtiever geassembleerd kunnen worden. Hierdoor zullen er minder assemblagefouten optreden en zal er minder behoefte zijn aan instructies. Dit initiatief speelt ook in op de nood aan competentie en autonomie, wat op zijn beurt voordelen oplevert voor het assemblageproces, de efficiëntie van de operator en zijn werkmotivatie.\n\nDe methodiek richt zich niet alleen op de behoeften binnen een normale assemblagecontext, maar slaat ook een brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. Hierbij kunnen operatoren ondersteund worden via Augmented Reality (AR) en is monitoring van het assemblageproces mogelijk."},{"description":"De klinische oogheelkundige praktijk wordt dagelijks geconfronteerd met de beperkingen van de beschikbare visuele assessment en revalidatietools. Oogheelkundigen stoten telkens opnieuw op uitdagingen bij het verkrijgen van betrouwbare resultaten van visustesten bij kinderen.\n\nVroegtijdige opsporing en behandeling van meerdere visuele stoornissen zijn echter alleen effectief tijdens de kindertijd. Om behandelingen voor kinderen op de markt te kunnen brengen, moeten de werking en veiligheid van de experimentele geneesmiddelen worden bewezen.\n\nEr is behoefte aan betrouwbare, gevoelige en aantrekkelijke visuele testen voor kinderen van verschillende leeftijdsgroepen en met verschillende visuele, cognitieve, aandachts- en fysieke capaciteiten.\n\nHowest onderzoekt in hoeverre gametechnologie kan helpen om een assessment tool te bouwen om visusbeperkingen bij kinderen en mensen met een mentale beperking in kaart te brengen. Het Interactive Visual Assessment & Rehabilitation Tool (IVART) bestaat uit drie componenten in één digitale omgeving. Wij zijn ervan overtuigd dat deze drie componenten de flexibiliteit bieden die nodig is om tekortkomingen in de huidige pediatrische visuele testen aan te pakken.","summary":"Innovatieve tool IVART van Howest biedt betrouwbare visuele assessments voor kinderen en mensen met beperkingen. Gametechnologie helpt uitdagingen in visustesten aan te pakken, voor vroegtijdige detectie en effectieve behandeling van visuele stoornissen in de kindertijd.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001216","result_description":"De output van dit project is een applicatie voor Interactive Visual Assessment & Rehabilitation, die verder kan worden gevalideerd. De outcome is een applicatie te kunnen aanbieden aan oogartsen, zodat mensen waarbij het nu zeer moeilijk is, toch een goede assessment kunnen doorlopen. Hierdoor kunnen artsen een goede inschatting krijgen van de zichtkwaliteit in relatie tot behandelingen en revalidatie."},{"description":"Bedrijven beseffen dat een verdere digitalisering nodig is om te blijven innoveren, groeien en hun processen efficiënter te maken. Vanuit bedrijven groeit wel de vraag over hoe ze ondersteund kunnen worden in de energietransitie, zonder dat dit grote kosten meebrengt.\n\nArtificiële Intelligentie (AI) kan hierin een oplossing zijn, maar door onwetendheid wordt dit als te complex ervaren. Tevens hebben kmo’s de kennis niet aan boord of geen tijd. Hierdoor kan de meerwaarde van AI-tools niet correct ingeschat worden en gebeurt er niets mee.\n\nWij willen kmo's ondersteunen en in staat stellen correcte keuzes te formuleren in de digitale transitie. Meer specifiek willen we de kenniskloof dichten tussen de onderzoeks- en bedrijfswereld.\n\nNa gesprekken met bedrijven blijkt er grote interesse in dit thema. Verschillende ondernemingen stappen mee in het EnergAI project omdat ze diepere inzichten willen vergaren rond AI-integratie en de ondersteuning die hiervoor nodig is.","summary":"Help bij digitale transitie en AI-integratie voor bedrijven, specifiek kmo's. Dicht de kenniskloof en bied ondersteuning zonder hoge kosten. EnergAI project biedt diepere inzichten en praktische hulp.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001217","result_description":"Door de uitwerking van 5 usecases en 2 demonstratoren heeft Howest zoveel mogelijk praktijkervaring opgedaan met de beschikbare AI-modellen. Hierdoor zijn de moeilijkheden in kaart gebracht en verspreid over de gebruikersgroep en de doelgroep. Op de netwerkevents werden de resultaten besproken. Deze resultaten zijn verzameld in een handleiding (AI gids) waarmee bedrijven met meer voorkennis de investering kunnen aangaan en met minder problemen de AI-adoptie mogelijk kunnen maken.\n\nDe opgedane projectkennis werd gedissemineerd via verschillende publicaties, workshops en events. Daarnaast werd deze kennis verspreid in het onderwijs via diverse opleidingen binnen Howest die allemaal een luik AI en energie in het programma hebben geïmplementeerd.\n\nVia de websites van AI Laben van Energie Lab wordt de visibiliteit van het project en de resultaten zo groot mogelijk gemaakt. Technologieaanbieders en -gebruikers (Vlaamse kmo's) gaan versneld aan de slag met AI-tools voor energietoepassingen."},{"description":"Media in Vlaanderen staan voor uitdagingen als het gaat om de interesse van Gen Z voor nieuws. Ze lijken de connectie met jongeren te verliezen.\n\nNewZ Lab onderzoekt daarom mogelijkheden om deze doelgroep toch te bereiken. Zo wordt ingespeeld op het actuele mediagebruik van jongeren. Gen Z consumeert nieuws vooral via 'side-door' bronnen (zijdeurtoegangen), zoals Instagram en TikTok, en steeds minder via de klassieke kanalen. Ze gaan minder actief op zoek naar nieuws. Het zit gewoon in hun feed naast alle andere berichten.\n\nOm in die stroom aan informatie relevant te blijven, wil NewZ Lab aangepaste content creëren op maat van Gen Z. Denk bijvoorbeeld aan nieuws brengen via AR-filters en effecten voor Instagram. Dit alles met twee belangrijke doelstellingen. Het productieproces moet voor redacties laagdrempelig en werkbaar blijven én er wordt bekeken hoe actuele verdienmodellen de financiële levensvatbaarheid van de media in Vlaanderen kunnen blijven garanderen.","summary":"NewZ Lab onderzoekt hoe Vlaamse media Gen Z kunnen bereiken via populaire kanalen zoals Instagram en TikTok. Ze willen relevante content op maat creëren, zoals nieuws met AR-filters voor Instagram, om jongeren te blijven boeien. Tevens streven ze naar toegankelijke productieprocessen en duurzame verdienmodellen voor de media in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001218","result_description":"NewZ Lab heeft de volgende output gerealiseerd:\n\nOnderzoekswebsite met daarin een onderzoeksrapport over het mediagebruik en de nieuwsgaring van Gen Z.\n\nOnderzoekswebsite met daarin inzichten over de ontwikkeling van een succesvolle AR-ervaring met input van Vlaamse redactiemedewerkers en AR-experten uit binnen- en buitenland.\n\nOnderzoekswebsite met daarin een rapport over verdienmodellen voor de mediasector conform het gebruik van AR-filters als nieuwscontent met input van Vlaamse redactiemedewerkers en experten uit binnen- en buitenland.\n\n3 prototypes die exemplarisch zijn voor het AR-ontwikkelingsproces in de context van nieuwsredacties.\n\nVormingstraject voor redactiemedewerkers van media in Vlaanderen met begeleidende digitale handleiding. Het vormingstraject krijgt ook in het curriculum van de opleidingen Communicatie, Journalistiek en MCT een plaats om op die manier Howest studenten klaar te stomen voor een future-proof job in de media.\n\nDe doelstellingen die NewZ Lab wil bereiken:\n\nVlaamse en regionale media alle tools in handen te geven om redactionele content op een succesvolle manier tot bij Gen Z te krijgen.\n\nHet organiseren van een vormingstraject (workshops) op maat van de doelgroep om de methodologie te illustreren.\n\nDe integratie van de onderzoeksresultaten in de opleidingsprogramma’s van de betrokken opleidingen.\n\nHowest studenten klaarstomen voor een future-proof job in een steeds sneller evoluerende mediasector.\n\nHet opbouwen van een duurzaam netwerk van Vlaamse en regionale mediaspelers, digital content creators, distributiepartners en Gen Z.\n\nEen positieve economische impact op middellange termijn voor de Vlaamse en regionale media ten gevolge van een groter en duurzamer publieksbereik.\n\nMaatschappelijke meerwaarde creëren door Gen Z in contact te brengen met betrouwbaar nieuws van kwaliteitsvolle Vlaamse en regionale mediabedrijven."},{"description":"Het succes van online shopping en de invloed van COVID zetten de Vlaamse retail en detailhandel onder druk. Online shoppen zal naar verwachting blijven groeien, en daarom wordt er gekeken naar technologische en businessmodelinnovaties die mogelijk zijn met Metaverse en Web3. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor winkeleigenaars. Zij moeten zich herorganiseren als pick-upmagazijn voor online shoppers of zelfs overwegen hun fysieke winkel te sluiten.\n\nDe verwachting is dat online shopping blijft groeien, en nieuwe technologieën zoals de Metaverse en Web3 zullen deze trend naar verwachting verder versterken. Binnen de Vlaamse context vormt dit een sterke bedreiging. De uitdaging ligt in het vertalen van deze trends op het gebied van digitale transformatie naar concrete commerciële opportuniteiten.\n\nHet doel is om te identificeren welke technologische en businessmodelinnovaties mogelijk zijn met Metaverse en Web3, welke daarvan al levensvatbaar zijn en hoe deze op grote schaal kunnen worden geïmplementeerd. We kunnen hierbij vertrouwen op de expertise die is opgebouwd bij Howest op het gebied van IT-technologieën (zoals cyber security, machine learning, internet-of-things, virtual reality, blockchain, gaming), digitale transformatie en een uitgebreid netwerk van kmo-partners voor experimenten en implementatie.","summary":"De groei van online shopping en de impact van covid bedreigen de Vlaamse retail. Winkeliers moeten zich aanpassen aan nieuwe technologieën zoals Metaverse en Web3 om te overleven. De digitale transformatie biedt commerciële kansen, met steun van Howest's expertise en kmo-partners voor implementatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001219","result_description":"Dit onderzoeksproject heeft zich gericht op de verkenning van de Metaverse en Web3-technologieën binnen de retail- en designsector, met specifieke focus op toepassingen die relevant zijn voor Vlaamse KMO’s. Het doel was om een gedetailleerd overzicht te geven van bestaande toepassingen, de technologieën achter de Metaverse en Web3, en concrete handvatten te bieden voor bedrijven die deze technologieën willen implementeren. Dit werd ondersteund door de documentatie van gedane validaties en de ontwikkeling van praktische use cases, draaiboeken voor technologie- en businessmodellen, en andere waardevolle hulpmiddelen.\n\nEen belangrijk onderdeel van dit project was de opzet van awareness-sessies en informatieve video’s. Deze sessies waren bedoeld om op een toegankelijke manier kennis te maken met de Metaverse en Web3, en gaven inzicht in de achterliggende technologieën, evenals in de voordelen en uitdagingen van verschillende toepassingen. De sessies gingen niet alleen in op de theoretische achtergrond, maar brachten ook concrete en real-life voorbeelden aan die de praktische waarde van de technologieën benadrukten. De video’s, beschikbaar via de kanalen van Howest, boden KMO’s een snelle en informatieve blik op de mogelijkheden, kansen en uitdagingen die de Metaverse biedt.\n\nDaarnaast werd er in een reeks webinars dieper ingegaan op specifieke onderwerpen, zoals het virtualiseren van fysieke objecten door 3D-scanning en het ontwikkelen van businessmodellen in de Metaverse. Deze webinars werden niet alleen extern gepresenteerd, bijvoorbeeld bij Flanders DC, maar ook intern bij Howest, waar experts vanuit verschillende disciplines hun kennis deelden.\n\nEen ander belangrijk hulpmiddel was de opzet van een website en kennisdatabank. Via de projectsite konden deelnemers niet alleen alle relevante documentatie terugvinden, maar ook toegang krijgen tot een uitgebreid overzicht van gebruikte technologieën en voorbeelduse-cases. Dit stelde KMO’s in staat om zichzelf verder te verdiepen in de specifieke technologieën en toepassingen die het beste bij hun bedrijfsbehoeften pasten.\n\nDaarnaast werden er podcasts gepubliceerd die op een toegankelijke manier uitleg gaven over de Metaverse en Web3. Deze podcasts behandelden onder andere de basisprincipes van de technologieën, maar ook hoe deze in de praktijk toegepast kunnen worden. De podcasts werden gepresenteerd door verschillende experts en waren bedoeld om het onderwerp breder toegankelijk te maken voor een algemeen publiek.\n\nHet project resulteerde in drie concrete use-cases die als voorbeelden dienden voor het implementeren van Metaverse- en Web3-technologieën in de retail- en designsector. De eerste use-case richtte zich op het creëren van een virtuele winkel, die via Unity stabiel draait en kan worden gekoppeld aan bestaande webshops en ERP-systemen. Deze virtuele winkel biedt gebruikers de mogelijkheid om een winkelervaring in een digitale omgeving te ervaren, wat kan bijdragen aan een vernieuwde klantenbeleving. Bovendien werd de virtuele winkel ook interoperabel gemaakt met populaire platformen zoals Roblox, Spatial en Fortnite, wat extra kansen biedt voor interactie met een breed publiek.\n\nDe tweede use-case richtte zich op de toepassing van Web3-technologieën om klantenervaringen te differentiëren door middel van NFT’s en tokengating. Hierbij werden NFT’s gebruikt als digitale toegangspunten voor exclusieve ervaringen en content, waarmee bedrijven klanten meer gepersonaliseerde en waardevolle aanbiedingen kunnen doen. De toepassing van NFT’s werd verder onderzocht in de context van loyaliteitsprogramma’s en de bescherming van intellectueel eigendom, wat een belangrijke meerwaarde bood voor de sector. KMO’s kregen handvatten aangereikt om eenvoudig met NFT’s te experimenteren en ze toe te passen binnen bestaande platforms zoals Shopify en WooCommerce.\n\nDe derde use-case breidde de virtuele winkel uit door de integratie van Augmented Reality (AR) voor het passen van brilmonturen en kleding. AR-technologie bleek bijzonder toegankelijk en effectief, aangezien het zonder problemen werkt op veel gangbare smartphones. Dit opende nieuwe mogelijkheden voor bedrijven om hun klanten een interactieve en realistische ervaring te bieden. Het projectteam ontwikkelde ook richtlijnen voor het creëren van AR-filters en het publiceren van deze filters op sociale media en webshops.\n\nEen ander belangrijke activiteit binnen het project was de organisatie van een hackathon, de Decentralized Autonomous Hackathon, waarbij acht teams tegen elkaar streden om proof-of-concept toepassingen te ontwikkelen rond de Metaverse, Web3, en kunstmatige intelligentie. Deze hackathon bood niet alleen een kans voor teams om hun vaardigheden te tonen, maar resulteerde ook in innovatieve concepten die verder onderzocht konden worden. De winnaars ontvingen tickets voor de European Blockchain Convention, wat hen de mogelijkheid gaf om hun ideeën verder te presenteren op internationaal niveau.\n\nIn lijn met de onderzoeksresultaten werden er ook twee whitepapers gepubliceerd. De eerste richtte zich op Web3 en de mogelijkheden die het biedt voor de decentralisatie van internetdiensten, terwijl de tweede whitepaper inging op de synergie tussen Metaverse-technologieën en kunstmatige intelligentie. In deze laatste paper werd onderzocht hoe AI kan bijdragen aan een verbeterde gebruikerservaring in de Metaverse door middel van real-time interacties, gepersonaliseerde winkelervaringen, en geoptimaliseerde grafische weergaven. De samenwerking tussen deze technologieën biedt veelbelovende mogelijkheden voor de toekomst.\n\nHet projectteam produceerde verschillende demovideo’s en instructievideo’s, die de werking van de virtuele winkel, AR-integraties en 3D-scanning voor objecten toelichtten. Deze video’s gaven praktische aanwijzingen en gebruiksvoorbeelden, wat de implementatie van de technologieën voor KMO’s vereenvoudigde. Bovendien werd er een video opgenomen over het bouwen van virtuele werelden in het platform Spatial, wat bedrijven zonder diepgaande programmeerkennis in staat stelde om zelf aan de slag te gaan met het ontwikkelen van een metaverse-ervaring.\n\nIn de workshops die tijdens het project werden georganiseerd, werden verschillende technieken toegepast om bedrijven te helpen bij het verkennen van de Metaverse. De Design Thinking-sessies, gefaciliteerd door het Howest-team, boden bedrijven de mogelijkheid om vanuit hun specifieke behoeften te brainstormen over metaverse-toepassingen. De workshops gaven bedrijven concrete handvatten en inzichten over hoe ze hun bedrijfsactiviteiten konden afstemmen op metaverse-technologieën.\n\nHet projectteam ontwikkelde ook een uitgebreid business draaiboek en een technisch draaiboek. Het business draaiboek bevatte niet alleen een gedetailleerde beschrijving van de verschillende use-cases, maar ook strategische aanbevelingen voor het starten van metaverse-pilots en experimenten binnen organisaties. Het draaiboek benadrukte het belang van een solide pilotfase, de opzet van KPI’s, en het testen van verschillende businessmodellen. Het technische draaiboek ging in op de specifieke tools en technologieën die werden gebruikt in de verschillende use-cases en legde uit hoe KMO’s deze konden implementeren in hun eigen bedrijfsvoering. Beide draaiboeken fungeerden als waardevolle handleidingen voor het succesvol implementeren van metaverse- en Web3-technologieën.\n\nSamenvattend biedt dit project een uitgebreid en praktisch overzicht van de Metaverse en Web3 voor KMO’s in de retail- en designsector. Het biedt niet alleen inzicht in de technologieën zelf, maar ook concrete tools, voorbeelden en draaiboeken die bedrijven helpen om deze technologieën effectief te implementeren en te integreren in hun bedrijfsmodellen. Door middel van use-cases, webinars, workshops en andere informatieve middelen werden KMO’s in staat gesteld om de mogelijkheden van de Metaverse te ontdekken en op een risicoloze manier te experimenteren met nieuwe technologieën.\n\nDe kennisopbouw zal breed verspreid worden via de gebruikelijke kanalen (artikels, websites, blogs, workshops, studiedagen etc) maar ook via heel wat intermediaire organisaties.\n\nHet project geeft door het hoge innovatieve karakter een nieuw momentum aan de opleidingen Toegepaste Informatica, Bedrijfsmanagement, Industrieel Product Ontwerp en een belangrijke bijdrage voor een Postgraduaat Fintech.\n\nHet project realiseert en test enkele use-cases die zullen resulteren in innovatieve businessmodellen en betaalbare technologie oplossingen.\n\nEr wordt verwacht om ongeveer 1500 studenten en 45 lectoren te bereiken met projectresultaten via cursussen, bachelor proeven, infosessies en studiedagen in o.a. de opleidingen Bedrijfsmanagement, Toegepaste Informatica en Industrieel Product Ontwerp.\n\nBedrijven zullen in staat zijn om correct geïnformeerde beslissingen te nemen alvorens in te stappen in Web3 en Metaverse."},{"description":"Met MimiQgame willen we een technische proof of concept (TPOC) van een facial retraining game ontwikkelen als ondersteuning in de revalidatie van personen met een perifere aangezichtsverlamming.\n\nDe game biedt een antwoord op de internationale vraag van therapeut en patiënt naar een meer innovatief, interactief format van facial retraining (mimetherapie). Via MimiQgame krijgt de patiënt binnen een spelcontext gevarieerde en individueel aanpasbare oefeningen aangeboden. Instelbare feedbackopties worden voorzien.\n\nMimiQgame wil zo de therapietrouw van patiënten verhogen en therapeuten toelaten veel meer tijdsefficiënt en kosteneffectief te werken. De TPOC die wordt ontwikkeld, zal via user testing iteratief worden geëvalueerd en bijgestuurd. Daarnaast worden valorisatiepistes verder verkend en uitgewerkt.","summary":"Ontwikkeling van MimiQgame: innovatieve facial retraining game ter ondersteuning van revalidatie bij aangezichtsverlamming. Verbeter therapietrouw en efficiëntie met gevarieerde oefeningen en instelbare feedbackopties. Evaluatie en valorisatie in iteratieve user testing.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001220","result_description":"Technisch prototype van een game die zich focust op enkele mondoefeningen bij faciale retraining mimetherapie. Aantonen of de huidige state of the art binnen facial mocap klaar is om te gebruiken binnen mimetherapie."},{"description":"De gezondheidszorg in België staat onder druk door de toenemende vergrijzing. Daarnaast zijn er ook een aantal limieten aan wat bereikt kan worden met standaard therapie.\n\nHet gebruik van Extended Reality, zoals Virtual, Augmented, of Mixed Reality, kan hier mogelijk een meerwaarde betekenen. Via dit TETRA project XRehab willen HOWEST HITLab, HOWEST Ergotherapie en UZ Gent Smart Space hun expertise bundelen om de toepassingsmogelijkheden van XR-technologie in functie van de revalidatiesector grondig te verkennen.\n\nVia XR workshops en een gids rond gebruik en ontwikkeling van XR zullen zorgprofessionals ingewijd worden in de mogelijkheden van deze technologie. Via co-creatie met zorgprofessionals en XR bedrijven zullen tevens zes use cases ontwikkeld worden die de relevantie kunnen aantonen voor gebruik in de revalidatiesector.","summary":"Ontdek met TETRA project XRehab hoe Extended Reality de gezondheidszorg in België transformeert. Experts van HOWEST HITLab, Ergotherapie en UZ Gent bundelen krachten om XR-technologie te verkennen voor revalidatie, met workshops en een gids voor zorgprofessionals en ontwikkeling van zes use cases.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001221","result_description":"1. Inventarisatie van XR Hardware en Software voor de revalidatiesector\n\nIn de eerste fase van XRehab werd XR hardware en software die geschikt is voor de revalidatiesector geïnventariseerd. Deze werden gedocumenteerd in een draaiboek met handleiding over gebruik, ontwikkeling en implementatie van XR voor de revalidatiesector.\n\n2. XR Workshops\n\nWe organiseerden 10 hands-on XR workshops om zorgprofessionals in te wijden in de mogelijkheden en uitdagingen van diverse XR-oplossingen voor therapie en revalidatiedoeleinden. Deze workshops dienden ook om feedback te verzamelen voor de ontwikkeling van eigen use cases.\n\n3. Brainstorm en Use Cases in co-creatie met de gebruikersgroep\n\nGedurende de eerste stuurgroep werden in een brainstormsessie met de stuurgroep enkele use cases vastgelegd op basis van vragen en noden in de klinische praktijk. Deze use cases (UC) bestonden uit diverse XR prototypes ontwikkeld door HOWEST HitLab. Deze XR prototypes werden vervolgens getest met eindgebruikers in diverse zorgsettings. Testgegevens werden gebruikt voor documentatie en iteraties tijdens prototyping.\n\nUC 1 Gebruik van Dashboards in Revalidatie\n\nHet XRehab-dashboard biedt therapeuten een krachtige tool om de revalidatie van patiënten mee te volgen en bij te sturen. Met realtime data monitoring, aanpasbare instellingen en visuele feedback verbetert het dashboard de effectiviteit en efficiëntie van de therapie. Uit onze online bevraging bij 161 zorgprofessionals uit het XRehab netwerk bleek dat 98% van de bevraagde zorgprofessionals het belang van zo'n dashboard in hun praktijk erkent.\n\nUC 2 Cognitieve en Visuele Revalidatie met VR en Eye Tracking\n\nDeze use case is specifiek gericht op patiënten die na hersenbeschadiging niet adequaat meer kunnen reageren op een deel van hun visuele veld. VR met geïntegreerde eye-tracking kan op verschillende manieren ingezet worden bij deze doelpopulatie, namelijk (i) als fixatiecontrole, (ii) om real-time oogbewegingen mee te volgen en (iii) als invoermethode om te interageren met de virtuele realiteit zonder controllers (gaze interaction). Deze use case bestaat uit drie prototypes waarin we deze mogelijkheden integreren. Het eerste prototype bevat een gezichtsveldmeting. Het tweede prototype bevat het invoeren van 360° foto’s en video’s waarop je in real-time mee kan volgen waar een patiënt naar kijkt. Het derde prototype bevat een aandachtstaak die aangestuurd wordt met gaze interaction.\n\nUC 3 Motorische Revalidatie met VR en Motion Tracking\n\nHet VR-prototype Reach Beyond Limits werd opgemaakt voor patiënten met motorische beperkingen ter hoogte van de bovenste ledematen en dit voor de Quest 3 met inside-out tracking in combinatie met het XRehab dashboard. Hierbij ligt de nadruk op een innovatieve aanpak waarbij de interactie van de patiënt met een fysieke tafel visueel wordt geïntegreerd in de virtuele omgeving. Het doel is om het revalidatieproces te verbeteren door real-time visualisatie van het actieve bewegingsbereik (AROM) in het bovenste lidmaat. Hierdoor krijgen zowel de patiënt als de therapeut onmiddellijke feedback over prestaties en vooruitgang. Op basis van deze AROM worden voorbeeldoefeningen gegenereerd, op maat gemaakt om de huidige mogelijkheden van de proefpersoon uit te dagen en verbetering te stimuleren. Deze oefening is zo ontworpen dat ze herhaalbaar is, zodat proefpersonen ernaar kunnen streven hun vorige beste prestaties te overtreffen, waardoor een gevoel van progressie en prestatie ontstaat.\n\nUC 4 Multi-user VR voor Telerevalidatie\n\nEen virtueel beweegplatform kan fysieke activiteit stimuleren, wat essentieel is voor gezondheid en economische waarde. Motivatie blijft echter een uitdaging. Een oplossing is een platform dat real-time begeleiding biedt zonder fysieke verplaatsing. HOWEST Sport en Bewegen ontwikkelde samen met HitLab het VR prototype Remote Coaching. Dit is een multi-user VR platform dat het mogelijk maakt voor meerdere mensen om vanuit verschillende locaties in dezelfde virtuele ruimte te zijn, wat voordelen biedt voor educatie, samenwerking, entertainment en tele-revalidatie. Het stelt patiënten in staat om vanuit huis deel te nemen aan revalidatiesessies, wat vooral handig is voor mensen in afgelegen gebieden of met mobiliteitsproblemen. Kinesisten kunnen via VR nauwkeurige gepersonaliseerde therapieën aanbieden, waardoor patiënten in een veilige omgeving kunnen oefenen en interactie hebben met therapeuten en medepatiënten.\n\nUC 5VR in Combinatie met Biofeedback\n\nEen andere succesvolle use case was het gebruik van VR in combinatie met biofeedback. Deze technologie bood patiënten directe feedback over hun fysiologische reacties tijdens de therapie, wat een positieve invloed had op hun motivatie en betrokkenheid bij het revalidatieproces.\n\n4 Draaiboek: bundeling van projectresultaten\n\nDe resultaten van deze use cases en de feedback van gebruikers werden gedocumenteerd in een gids 'Gebruik en ontwikkeling van XR-technologie in de revalidatiesector'. Deze gids is gratis online beschikbaar op de website www.xrehab.be/downloads. De projectresultaten werden uiteindelijk gepresenteerd op het slotevent Immersive Innovations in Healthcare: Bridging Rehabilitation, Science & Technology, diverse symposia en internationale congressen. Het project streeft de volgende doelstellingen na: Faciliteren van XR gebruik in de gezondheidszorg dmv generiek draaiboek. Brede verspreiding rond het inzetten van XR in verschillende revalidatie contexten via de begeleidingsgroep en de bredere doelgroep in het netwerk van participerende koepelorganisaties. Betere kennis bij studenten, (ergo-)therapeuten en game devs in het werkveld voor het implementeren van nieuwe technologie binnen de zorg en revalidatie. Samenwerking tussen deze gezondheidsmedewerkers, kennisinstellingen alsook bedrijven faciliteren waardoor nieuwe applicaties kunnen ontwikkeld worden die relevant zijn voor alle stakeholders in het revalidatieproces. Dit bij voorkeur door iteratieve cocreatieprocessen. Ontwikkelen van meer gepersonaliseerde zorgprocessen met een duidelijke link naar de thuissituatie."},{"description":"Palliatieve zorg start bij de diagnose van een levensbedreigende ziekte en heeft als doel om de levenskwaliteit van zowel de patiënt als diens naasten te borgen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is palliatieve zorg dus niet hetzelfde als levenseindezorg.\n\nHelaas krijgen zorgvragers in de praktijk vaak pas te maken met deskundigen op het gebied van palliatieve zorg wanneer hun levensverwachting slechts nog enkele weken omvat. Deze laattijdige opstart van palliatieve zorg is deels het gevolg van onvoldoende kennis, competenties en zelfeffectiviteit bij zorgverstrekkers.\n\nMet dit project zet ons team in om, samen met de Vlaamse netwerken palliatieve zorg en werkveldpartners, innovatieve vormingsmaterialen en coachingstrajecten te ontwikkelen. Dit om zorgverstrekkers in woonzorgcentra en de thuiszorgsector te ondersteunen in het verwerven van een palliatieve zorghouding. Door het verbeteren van hun vaardigheden in communicatie, vroegtijdige zorgplanning, en het adresseren van holistische noden van patiënten en hun naasten, zullen zij beter voorbereid zijn om de tijdige palliatieve zorg te bieden waar iedereen recht op heeft.","summary":"Verbeter de kwaliteit van palliatieve zorg door vroegtijdige interventie en holistische ondersteuning voor patiënten en hun naasten. Ons project ontwikkelt materialen en coaching om zorgverstrekkers te helpen in woonzorgcentra en thuiszorg.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001222","result_description":"**Indexeren – Proces – Netwerken palliatieve zorg**  \nIndexeren was een voorbereidende stap in het project waarbij tijdens de kick-off, in samenwerking met de begeleidingsgroep, een overzicht werd gemaakt in rastervorm van bestaande evidence-informed vormingsinitiatieven op het vlak van integratie van vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg in de dagelijkse zorgpraktijk.\n\n**Cocreëren – Product – Netwerken palliatieve zorg, woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties**  \nEen ruim aanbod aan vormingsmateriaal rond zeven specifieke palliatieve zorgthema’s werd ontwikkeld voor de doelgroep 'professional met een signaleerfunctie': 14 e-learnings, 10 syllabi, 2 video’s, 2 brochures, 5 infographics, 12 tutorials, 4 simulatiescenario's, 6 escape games en twee ondersteunende materialen.  \n\nAlle materialen zijn te raadplegen en te downloaden via de toolspagina van de projectwebsite: [https://vancurenaarcare.be/tools](https://vancurenaarcare.be/tools/).  \n\nDe Palliabox omvat 16 hands-on materialen ter ondersteuning van de vormingsmaterialen en voor het geven van workshops en live infosessies voor 20 personen. Deze bevat: 3 infographics, de PICT, reflective debriefing, 5 beeldverhalen, knipperlichtenkaarten, levenswenskaarten, VZP+ gesprekskaarten, knipperlichten post-its, Van Cure naar Care-bierkaartjes en 2 notitieblokken. Voor verdere informatie over de Palliabox kan je terecht bij danny.vereecke@howest.be.\n\n**Validatie – Dienst – Woonzorgcentra en thuiszorgorganisaties**  \nDe effectiviteit van de implementatie van de vormingsmaterialen op het vergroten van kennis en self-efficacy en in het faciliteren van gedragsveranderingen naar een betere palliatieve zorgcultuur werd getest tijdens diverse vormingssessies. Deze werden georganiseerd door zowel het projectteam als leden van de begeleidingsgroep en door zes studenten tijdens hun bachelor- of masterproef.  \n\nDe materialen werden zo gevalideerd in diverse settings zoals woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties, ziekenhuizen en het onderwijs, en voor doelgroepen zoals verpleegkundigen, zorgkundigen, referenten palliatieve zorg en dementie, logistiek personeel, huisartsen, lectoren en studenten.  \n\nHet effect van het inzetten van coachende vaardigheden, verkregen via het coachingsprogramma, werd getest en gevalideerd tijdens veranderingstrajecten in woonzorgcentra en de thuiszorg. Deze trajecten startten met het opstellen van een actieplan, gebaseerd op een nodenanalyse aan de hand van de scan van Palliatieve Zorg Vlaanderen.\n\n**Lanceren – Product en Dienst – Netwerken palliatieve zorg, woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties**  \nHet online platform waarop alle vormingsmaterialen in aanpasbare en logo-vrije vorm beschikbaar zijn, is de website [www.vancurenaarcare.be](https://www.vancurenaarcare.be).  \n\nTijdens het project werd actief ingezet op disseminatie, zowel door het projectteam als door de begeleidingsgroep. De materialen werden gepromoot via vormingen, publicaties in vaktijdschriften, presentaties en workshops op congressen, 'Van Cure naar Care' lunchwebinars, webinars van GBO en Mederi, en posts op LinkedIn.  \n\nZo werden talrijke stakeholders bereikt: woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties, ziekenhuizen, eerstelijnszones, zorgbedrijven, vrijwilligersorganisaties, OCMW’s, mutualiteiten, steden, hogescholen, universiteiten en centra voor volwassenenonderwijs. Ook een brede waaier aan zorgprofessionals werd bereikt: verpleegkundigen, zorgkundigen, referenten, logistiek personeel, huisartsen, geriaters, directies, lectoren, docenten, studenten en zorginnovators.\n\n**Bekrachtigen – Product en Dienst – Netwerken palliatieve zorg, woonzorgcentra, thuiszorgorganisaties**  \nEr werd een vijfdaags coachingsprogramma uitgewerkt, getest en geoptimaliseerd tot een gevalideerd eindproduct. 25 coaches binnen de begeleidingsgroep werden opgeleid om zorgorganisaties te begeleiden in verandertrajecten naar betere integratie van vroege palliatieve zorg en vroegtijdige zorgplanning.\n\n**Futureproof maken – Product en Dienst – Zorgopleidingen**  \nImplementatie van de projectresultaten in diverse settings, twee workshops en een studiedag, vormen de basis voor het futureproof maken van de betrokken stakeholders.  \n\nDe materialen worden ingezet in de bacheloropleiding Verpleegkunde van Howest, in de postgraduaten palliatieve zorg van Howest en Arteveldehogeschool, en in het volwassenenonderwijs voor zorgkundigen. Ook de leden van de begeleidingsgroep zetten de materialen in binnen hun basisopleidingen palliatieve zorg en referentenopleidingen.  \n\nDaarnaast worden de materialen ook gebruikt in opleidingen voor referentiepersonen dementie, en in vormingen voor zorgkundigen en verpleegkundigen in ziekenhuizen.  \n\nTijdens de workshop ‘Meet your buddy’ worden onderwijs en netwerken palliatieve zorg samengebracht om samenwerkingsopportuniteiten te verkennen. In de workshop ‘Hoezo coaching?’ worden drempels besproken om coaching structureel te implementeren, en mogelijke oplossingen getest.  \n\nOp de studiedag ‘Activerend leren in de zorg – De kracht van educatieve mixologie’ worden activerende vormingsmethodieken toegelicht en toegepast, waaronder ook de 'Van Cure naar Care'-materialen.\n\n**Betrekken – Product en Dienst – Studenten van zorgopleidingen**  \nTijdens het project werden vijf bachelorstudenten betrokken bij het testen en doorontwikkelen van de projectresultaten.\n\n- **Femke Degrande** en **Vienna Geldof** (Verpleegkunde Howest) onderzochten het effect van innovatieve vorming op kennis en zelfeffectiviteit bij zorgverstrekkers inzake vroegtijdige zorgplanning. Hun interventies in een thuiszorgorganisatie en een woonzorgcentrum hadden een positieve impact op kennis, self-efficacy en sensibilisering.\n\n- **Chelsey Kennes** (Verpleegkunde Howest) ontwikkelde een educatieve game en affiche voor het herkennen van palliatieve zorgnoden bij ouderen met een verstandelijke beperking.\n\n- **Fleur Vanden Broecke** (Toegepaste Psychologie Howest) onderzocht de kennis en self-efficacy rond vroegtijdige zorgplanning in een woonzorgcentrum. Ze vertaalde de VZP+ gesprekswijzer naar toegankelijke gesprekskaarten met een bijhorende tutorial.\n\n- **Marilène Vronicks** (Toegepaste Psychologie Howest) ontwikkelde een interactieve vorming van 3 uur, getiteld ‘Als je dagelijks over het leven praat, waarom niet over het levenseinde?’, om self-efficacy rond VZP te verbeteren.\n\n- **Machteld Vandermeersschen** (Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde, VUB/UGent), huisarts in opleiding, test in haar masterproef het gebruik van de projecttools in de huisartsenpraktijk en meet de impact op arts en patiënt. De masterproef loopt nog tot 2026.\n\nAlle bachelorproeven kunnen gedownload worden via de items op de *Nieuws & Events*-pagina van [www.vancurenaarcare.be](https://www.vancurenaarcare.be), en de beroepsproducten zijn beschikbaar op de [toolspagina](https://vancurenaarcare.be/tools/) onder de thema’s 'Vroegtijdige zorgplanning' en/of 'Palliatieve zorg'.\n\n**Indexeren**  \nIn kaart brengen van de huidige stand van zaken omtrent beschikbaar vormingsmateriaal, identificeren van ontbrekende informatie en nood aan vernieuwing, evaluatie van het materiaal naar inhoud en vorm, en vaststellen van noden en drempels van de gebruikersgroep.\n\n**Cocreëren**  \nSamen met de begeleidingsgroep en een productdesigner beschikbare wetenschappelijke instrumenten vertalen naar aantrekkelijk, innovatief en inspirerend sensibiliserings- en vormingsmateriaal. Dit materiaal heeft een helder en herkenbaar design, en is aanpasbaar aan de noden van verschillende zorgprofessionals.\n\n**Validatie**  \nDe instrumenten worden verder verfijnd volgens de wensen van de doelgroepen, met als doel een brede implementatie. Op korte termijn wordt hun effectiviteit op het verminderen van morele stress bij zorgverstrekkers aangetoond, en op middellange termijn wordt gestreefd naar een betere integratie van vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en levenseindezorg, evenals meer tevreden bewoners en patiënten."},{"description":"Het algemeen doel van het AI-PathFinder project is om te onderzoeken hoe de Vlaamse voedingsbedrijven moeten worden ondersteund om hun AI-strategie uit te werken en zo de AI-adoptie kunnen versnellen. Hierdoor worden de voedingsbedrijven veel sterker gewapend voor de toekomst waardoor competitiviteit en groei behouden blijven.\n\nOm dit te realiseren, wordt een duale aanpak gevolgd: enerzijds wordt op basis van onderzoeksresultaten een kennisplatform opgebouwd waarmee zal worden ingezet op demystificatie en het concretiseren van wat AI kan betekenen voor voedingsbedrijven. Anderzijds wordt onderzocht welke belemmeringen voedingsbedrijven ondervinden en welke stappen nodig zijn voor een succesvolle AI-implementatie.\n\nVia generieke use cases wordt het stappenplan en de complexiteit van AI-implementaties ontrafeld en gedemonstreerd in de pilot plant VEG-i-TEC. Beide sporen komen samen in de ontwikkeling van een AI-draaiboek waarmee bedrijven aan de slag kunnen om hun eigen ontwikkelingstraject naar AI-implementatie uit te stippelen.\n\nDe projectpartners verschaffen de generieke bouwstenen zodat er een solide basis is om op verder te bouwen in een bedrijfsspecifieke context.","summary":"Het AI-PathFinder project ondersteunt Vlaamse voedingsbedrijven bij het ontwikkelen van hun AI-strategie voor toekomstige groei en competitiviteit. Een kennisplatform demystificeert AI en helpt bij implementatie, inclusief stappenplan en use cases in de pilot plant VEG-i-TEC. Dit resulteert in een AI-draaiboek voor bedrijven om hun ontwikkelingstraject naar AI-implementatie te plannen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001223","result_description":"Door het project AI-PathFinder zullen voedingsbedrijven op een doordachte manier inzicht krijgen in hun behoeften met betrekking tot data en kunnen ze een stappenplan voor AI uitwerken.\n\nHowest Energiemanagement zal vooral verantwoordelijk zijn voor het onderzoek en de demonstratie van het AI-potentieel voor voedingsbedrijven aan de hand van proof-of-concept toepassingen in de Veg-i-tec pilot plant. Daar zijn al energie sensoren (water, elektriciteit, enz.) en PLC’s (Programmable Logic Controllers) geïnstalleerd, waaruit de data wordt vastgelegd, geanalyseerd en gevisualiseerd. Voor AI-toepassingen zal Howest, in samenwerking met de andere partners, de bestaande data-infrastructuur uitbreiden met de ontwikkelde begeleidingstools.\n\nDaarna zal Howest Energiemanagement een beschrijvend model opstellen om onder andere correlaties te vinden tussen variabelen van het proces, conditiemonitoring en KPI’s. Via het living lab VEG-i-TEC worden 2 innovatieve AI-cases onderzocht die worden gekozen op basis van kennis die is opgedaan uit voorgaande projectactiviteiten: een AI-detectie case (anomalie-, fout-, eventdetectie of eventvoorspelling) en een AI-control case (automatisch aanpassen van sturing afhankelijk van eventdetectie (AI-detectie case)).\n\nAan de hand van deze cases zal de maturiteitscan worden geëvalueerd om inzicht te geven in de complexiteit van de implementatie. Naast het brengen van domeininnovatie zullen deze cases ook inspirerend werken met betrekking tot het potentieel van AI voor het voedingsbedrijvenconsortium (technologische impuls) en aanleiding geven tot het definiëren van extra verdiepende en/of verbredende use cases en/of AI-innovaties en uitdagingen die in zijprojecten zullen worden aangepakt."},{"description":"Hoe kunnen we de industriële netwerken beschermen tegen cyberaanvallen door het inzetten van AI om het gedrag van hackers te voorspellen? Op die vraag probeert GAICIA (Gedrag gebaseerde Artificiële Intelligentie inzetten tegen Cyber Industriële Aanvallen) een antwoord te bieden.\n\nHet doel is om de Vlaamse kmo pasklare aanpakken te bieden (vaak via hun systeemintegrator) voor het succesvol uitrollen van een OT-netwerk monitoring tool en het toepassen van artificiële intelligentie met het oog op detectie van cyberaanvallen in een industrieel proces.\n\nWe zullen de verworven kennis doorgeven aan de Vlaamse maakbedrijven en hiervoor ook de systeemintegratoren die voor hen werken opleiden en meenemen in het project.\n\nDe niet O&O intensieve bedrijven zullen dankzij de verworven kennis en open source software componenten in staat zijn zich te wapenen tegen cyberaanvallen.","summary":"GAICIA biedt Vlaamse kmo's een oplossing om industriële netwerken te beschermen tegen cyberaanvallen met behulp van AI. Door gedragsgebaseerde AI in te zetten, kunnen cyberaanvallen worden voorspeld en gedetecteerd. Het project richt zich op het succesvol implementeren van OT-netwerk monitoring tools en het trainen van systeemintegratoren en maakbedrijven om zich te wapenen tegen cyberdreigingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001224","result_description":"GAICIA realiseert tijdens het project enkele test cases en binnen de 12 maanden na het einde van het onderzoek voor het bredere Vlaamse KMO-weefsel en de systeemintegratoren een betrouwbare, betaalbare en eenvoudig in te zetten technologie en aanpak. Dit zorgt ervoor dat de Vlaamse KMO zijn OT-processen optimaal kan beschermen tegen cyberaanvallen.\n\nBovendien stroomt de GAICIA-kennis ook naar het onderwijs in HOWEST. Er wordt gedacht aan de oprichting van een nieuwe Bachelor Toegepaste Artificiële Intelligentie, een Postgraduaat Advanced Cyber Security en een Postgraduaat Industriële Security (samen met UGent). Naar verwachting zullen ongeveer 500 studenten en 50 lectoren worden bereikt met de projectresultaten via cursussen, bachelorproeven, infosessies en studiedagen in de bekende opleiding Toegepaste informatica, traject Cyber Security Professional. Dit laatste traject wordt vanaf 2021 ook in het Engels aangeboden voor internationale studenten.\n\nOnze kennis wordt ook verspreid naar het buitenland. De masteropleiding Machine- en Productieautomatisering (MPA) aan de UGent voorziet in bachelorproeven en masterproeven. De technologie en aanpak zijn betrouwbaar, betaalbaar en eenvoudig in te zetten door de Vlaamse KMO om zijn OT-processen optimaal te beschermen tegen cyberaanvallen. Dit omvat de Bachelor Toegepaste Artificiële Intelligentie, het Postgraduaat Advanced Cyber Security en het Postgraduaat Industriële Security."},{"description":"Internationaal worden steeds vaker cross-over samenwerkingen tussen de game-industrie en de muzieksector opgezet, waarbij er geëxperimenteerd wordt met virtuele producties. Hoewel de eerste experimenten dateren van voor covid, zagen we dit toenemen door de pandemie en de snelle opkomst van de “metaverse”-hype.\n\nVirtuele muziekbelevingen bereiken fans in allerhande vormen: van videostreams tot immersieve producties met geanimeerde avatars die digitaal performen in een game-omgeving of digital twins van beroemde concertzalen. Bekende artiesten treden op in gameplatformen zoals Fortnite, Minecraft, .. of eigen gecreëerde omgevingen. En ook tv-en radiozenders, zoals StuBru, experimenteren met virtuele producties.\n\nHeel wat initiatieven, en toch blijkt uit gesprekken met het werkveld dat deze nieuwe vormen van digitale muziekbeleving nog veel vragen oproepen. Er ontbreekt basiskennis over hoe men in deze metaverses geraakt, welk duurzaam creatief potentieel ligt te wachten voor de artiesten en hoe men hiermee een groter publiek kan bereiken.\n\nHowest zal daarom een online tool publiceren voor de muzieksector en de opportuniteiten aantoonbaar maken.","summary":"Ontdek de opkomende trend van virtuele muziekbelevingen in samenwerking met de game-industrie. Leer meer over de mogelijkheden en kansen voor artiesten en bereik een breder publiek met de nieuwe online tool van Howest.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001225","result_description":"Een interactieve, online tool/matrix publiceren op basis van de beschikbare state-of-the-art waarmee de muzieksector creatief aan de slag kan. Deze tool beschrijft stap voor stap welke technologie en bouwblokken nodig zijn voor verschillende virtuele experimenten in de metaverse, hoe dergelijke producties uit te voeren en welke pipelines nodig zijn. Ook wordt aandacht besteed aan de werkveldpartners die je daarvoor nodig hebt en wat je zelf kan opzetten, met duidelijke budgetramingen per optie. Dit alles met oog voor een breed bereik van low- tot hightech producties.\n\nEen blog bijhouden die een overzicht biedt van bestaande (inter)nationale initiatieven als inspiratiebron voor de sector.\n\nHet wegwerken van de huidige desinformatie en kennisgap door de lange-termijn valorisatiemogelijkheden aan te tonen van innovatieve digitale en virtuele muziekbeleving in \"metaverses\", met het oog op stabiele en duurzame economische meerwaarde in het post-COVID tijdperk.\n\nHet aantonen van opportuniteiten voor de Vlaamse muzieksector door zes concrete use cases uit te werken in co-creatie met diverse stakeholders en creatieve input van de artiesten. Deze use cases dienen als inspiratievoorbeelden bij de interactieve tool.\n\nHowest DAE Research richt zich voornamelijk op game-technologie en PXL Music op immersive audio.\n\nDe Vlaamse muzieksector versnelt de focus op virtuele muziekbeleving in de metaverse.\n\nDe projectpartners verwachten dat:\n- 85% van de deelnemende organisaties minstens 2 workshops uit de reeks zal volgen met meerdere werknemers. Ook wordt verwacht dat een 20-tal alumni, werkzaam in de game- en muzieksector, aan deze reeks nascholingen zullen deelnemen.\n- De helft van de begeleidingsgroep al met een deel van de projectresultaten aan de slag zal gaan voor afloop van het project.\n- Na afloop wordt verwacht dat minstens 15 werkveldpartners uit de sector de kennis uit de TETRA zullen hebben toegepast of plannen toe te passen.\n- De online tool/matrix zal gedurende 2 jaar na afloop van het project door 3000 unieke bezoekers worden geraadpleegd.\n- De resultaten van dit project zullen aanleiding geven om 8 zijtrajecten op te starten, zowel met bedrijven uit de primaire doelgroep als daarbuiten in toepassingsgebieden zoals bredere podiumkunsten, eventsector, erfgoed, enz.\n- Synergie met bedrijven uit het project van de Howest onderzoeksgroepen Toegepaste Informatica en Business Management om verdienmodellen voor de metaverse te ontwikkelen, gebaseerd op elkaars onderzoeksresultaten.\n- Deelresultaten en workshops van dit project zullen worden opgenomen in diverse vakken van het ISP curriculum van DAE en binnen de Bachelors Muziektechniek en Muziekmanagement van PXL-Music. Deze zullen worden aangeboden aan het werkveld via Howest Academy en PXL Congres."},{"description":"Doelstellingen van het project:\nHet project zal de haalbaarheid onderzoeken van het gebruik van een MDU voor runderen, schapen en varkens. Het project moet duidelijkheid scheppen over:\n- de technische en praktische haalbaarheid van het mobiel doden.\n- de haalbaarheid op vlak van voedselveiligheid en vergunningen: de drempels en mogelijke oplossingen\n- de economische haalbaarheid: kostprijs van het mobiel doden in vergelijking met de huidige praktijk.\n- de verbetering op vlak van dierenwelzijn: in kaart brengen en evalueren van de relevante kennis.","summary":"Dit project onderzoekt de haalbaarheid van het gebruik van een MDU voor runderen, schapen en varkens. Het richt zich op technische, voedselveiligheid, economische en dierenwelzijnsaspecten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001226","result_description":null},{"description":"Met het project NieuwsWijsNeuzen! maken we kinderen (8-12 jaar) weerbaarder tegen desinformatie door in te zetten op nieuwswijsheid, zowel aan de zijde van (jeugd)journalisten als aan de zijde van kinderen.\n\nTen eerste werken we voor journalisten in cocreatie een child policy en conversatiegids uit: aanbevelingen voor verantwoorde berichtgeving rond desinformatie op maat van kinderen. Deze aanbevelingen omvatten onder meer ethische richtlijnen over hoe te berichten over nepnieuws op maat van kinderen en hoe te reageren op vragen die binnenkomen rond desinformatie.\n\nTen tweede voorzien we innovatief educatief materiaal voor kinderen, gericht op het kennismaken met journalistiek, het de-bunken van desinformatie en het kritisch denken over media. Dit materiaal is inzetbaar in de Leerlijn Mediawijsheid in het lager onderwijs.\n\nTen derde omvat het project een checkpunt voor desinformatie op sociale media, waar kinderen berichten waarover ze twijfelen, naartoe kunnen sturen. Dit checkpunt ondersteunt zowel journalisten, kinderen als onderzoekers, omdat het toelaat desinformatie te monitoren en te counteren.\n\nDit project is een samenwerking tussen onderzoeksgroepen (Arteveldehogeschool, Odisee, Universiteit Antwerpen), de nieuwsmediasector (VVJ), het mediawijsheidsveld (imec-Mediawijs), kennisinstellingen (Scivil, KeKi) en ontwikkelingspartners (gameWise en Het Geluidshuis).","summary":"Project NieuwsWijsNeuzen! bevordert nieuwswijsheid bij kinderen (8-12 jaar) en journalisten. Het omvat een child policy, educatief materiaal en een checkpunt voor desinformatie op sociale media. Samenwerking met diverse partijen in de nieuws- en mediawijsheidssector.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001227","result_description":null},{"description":"Kwaliteitsvol kleuteronderwijs is van groot belang voor alle kinderen in Vlaanderen. Onderzoek toont namelijk aan dat hoe sterker kinderen aan de start van het formele onderwijs komen, hoe kleiner de kans is dat zij in de loop van hun schoolloopbaan problemen op schools vlak ondervinden.\n\nDit geldt voor alle kinderen, maar bij uitstek voor kinderen die thuis en in andere buitenschoolse contexten weinig ontwikkelingskansen krijgen. Voor hen is kwaliteitsvol kleuteronderwijs essentieel om tot voldoende leren te komen en gelijke onderwijskansen te krijgen. Daarbij dient onderwijskwaliteit breed opgevat te worden, met zowel structurele als proces- en curriculumfactoren die van tel zijn.\n\nHoewel er niet bijzonder veel onderzoek voorhanden is dat rechtstreeks zicht geeft op het onderwijs dat in de Vlaamse kleuterklassen gegeven wordt, zijn er toch redenen om aan te nemen dat er heel wat vooruitgang te boeken valt op vlak van de kwaliteit van het Vlaamse kleuteronderwijs. Daarbij is onder andere de vraag in hoeverre recente wetenschappelijke inzichten rond effectief kleuteronderwijs al geïntegreerd zijn in de onderwijspraktijk in de Vlaamse kleuterscholen.\n\nZo is er steeds meer betrouwbare onderzoeksevidentie dat een gebalanceerde onderwijsaanpak - met voldoende evenwicht tussen aandacht voor het welbevinden en de brede ontwikkeling van jonge kinderen en gerichte instructiemomenten voor onder andere taal en wiskunde - kleuters de beste leerkansen biedt.\n\nIn dit onderzoeksproject willen we een overzicht maken van de (kenmerken van) praktijken die volgens de internationale wetenschappelijke literatuur bewezen effectief zijn in het versterken van kleuters in de leergebieden taal en wiskundige initiatie en op vlak van executieve functies. Daarnaast willen we nagaan in hoeverre deze praktijken in de Vlaamse kleuterklassen worden toegepast en welke (rand)voorwaarden er gelden voor de implementatie van deze praktijken.\n\nOm het eerste onderzoeksdoel te realiseren, plannen we een systematisch literatuuronderzoek naar effectieve praktijken rond de bovenvermelde onderwerpen. Daarnaast gaan we in de literatuur op zoek naar bewezen effectieve interventies die we vervolgens uitgebreid met elkaar vergelijken via een common elements analyse. Deze techniek laat ons toe om over succesvolle interventies heen de werkende elementen en mechanismen alsook randvoorwaarden te identificeren.\n\nIn functie van het bereiken van het tweede onderzoeksdoel plannen we een tweeledige empirische dataverzameling. Ten eerste voeren we een gefocust vragenlijstonderzoek uit bij een representatieve, gestratificeerde steekproef van een 100-tal Vlaamse kleuterscholen. Daarbij willen we een betrouwbaar globaal zicht krijgen op de mate waarin bewezen effectieve interventies reeds worden toegepast in het Vlaamse kleuteronderwijs. Ten tweede betrekken we een selectieve steekproef van een 12-16 kleuterscholen in een diepte-onderzoek, waarbij we via observaties en interviews een dieper inzicht willen verkrijgen op de reële onderwijspraktijk en randvoorwaarden.\n\nHet onderzoeksproject resulteert in verschillende eindproducten, namelijk (1) een wetenschappelijk eindrapport, (2) aanbevelingen voor diverse actoren in het Vlaamse onderwijsveld en (3) praktijkgerichte valorisatieproducten. Deze praktijkgerichte valorisatieproducten zullen geconcretiseerd en ingevuld worden in nauw overleg met de klankbordgroep valorisatie en omvatten onder andere een inspiratiegids (met onderverdelingen voor leergebied taal, leergebied wiskundige initiatie en executieve functies), inspiratieclips, postermateriaal en een studiedag.","summary":"Kwaliteitsvol kleuteronderwijs is cruciaal voor alle kinderen in Vlaanderen. Het is essentieel voor gelijke onderwijskansen, vooral voor kinderen met beperkte ontwikkelingskansen. Onderzoek toont aan dat een gebalanceerde aanpak met aandacht voor welbevinden en gerichte instructie in taal en wiskunde het beste leerkansen biedt. Dit onderzoeksproject richt zich op effectieve praktijken in Vlaamse kleuterklassen en zal resulteren in aanbevelingen voor het onderwijsveld, inclusief praktijkgerichte materialen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001228","result_description":null},{"description":"Virtuele realiteit is een technologie die gebruikers laat onderdompelen in een virtuele wereld door middel van een multisensorische ervaring. Het is aangetoond dat VR pijn, stress en angst vermindert bij kinderen tijdens verplegingsprocedures. Daarom wordt VR meer en meer toegepast in ziekenhuizen.\n\nRelatief weinig studies hebben de perceptie en acceptatie van gezondheidstechnologie door verpleegkundigen onderzocht. Het is dus onduidelijk in welke mate VR aanvaard is bij verpleegkundigen. Bovendien is de literatuur omtrent toepassing en/of integratie van VR in verpleegkundig onderwijs beperkt.\n\nHet is grotendeels onbekend in welke mate VR een onderdeel is van verpleegkundig onderwijs en of studenten verpleegkunde leren hoe ze VR moeten implementeren in de praktijk. De doelstellingen zijn het vergroten van kennis, competenties en vaardigheden van (aankomende) studenten verpleegkunde ten aanzien van VR, alsmede hun intentie en acceptatie om VR te gebruiken in de klinische praktijk.\n\nHet doel is om de kwaliteit van het verpleegkundeonderwijs te verbeteren door de cursus VR structureel in te bedden in hun programma.","summary":"Virtual Reality wordt steeds meer gebruikt in ziekenhuizen vanwege de bewezen vermindering van pijn, stress en angst bij kinderen tijdens verplegingsprocedures. Er is echter nog weinig bekend over de perceptie en acceptatie van VR door verpleegkundigen. Dit onderzoek richt zich op het vergroten van kennis en vaardigheden van studenten verpleegkunde met betrekking tot VR, om zo de kwaliteit van het verpleegkundeonderwijs te verbeteren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001229","result_description":null},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling. Binnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren. In het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren.\n\nHet doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen. Dit zodat ze hun producten zo ontwerpen dat deze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"Ontwikkelde methodiek vereenvoudigt en optimaliseert manuele assemblageprocessen in diverse bedrijfscontexten. Doel: ondersteuning van Vlaamse kmo's bij intuïtievere productie met minder fouten en instructies.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001231","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren. Ze ontwerpen en produceren deze producten zelf. Het doel is om hen te helpen bij het ontwerpen van producten die intuïtiever geassembleerd kunnen worden, met minder assemblagefouten en minder behoefte aan instructies. Hierbij wordt rekening gehouden met de nood aan competentie en autonomie.\n\nDe voordelen van dit project zijn talrijk voor het assemblageproces, de efficiëntie van de operator en zijn werkmotivatie. De methodiek richt zich niet alleen op de behoeften binnen een normale assemblagecontext, maar slaat ook een brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. In deze context kunnen operatoren worden ondersteund via Augmented Reality (AR) en is monitoring van het assemblageproces mogelijk."},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling. Binnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter te leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren. In het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren.\n\nHet doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen zodat ze hun producten zo ontwerpen waardoor ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"Ontwikkeling van een methodiek in design.nexus groep UGent om manueel assemblageproces te vereenvoudigen. Implementatie in diverse bedrijfscontexten en producten, optimalisatie en kwantificatie van impact voor Vlaamse kmo-maakbedrijven.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001232","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren. Ze ontwerpen en produceren deze producten zelf. Het doel is om hen te helpen bij het ontwerpen van producten die intuïtiever geassembleerd kunnen worden, met minder assemblage fouten, minder nood aan instructies en meer focus op competentie en autonomie.\n\nDeze aanpak biedt diverse voordelen voor het assemblageproces, de efficiëntie van de operator en zijn werkmotivatie. De methodiek richt zich niet alleen op de behoeften binnen een standaard assemblagecontext, maar slaat ook de brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. Hierbij kunnen operatoren worden ondersteund door Augmented Reality (AR) en is monitoring van het assemblageproces mogelijk."},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling. Binnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter te leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren. In het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren.\n\nHet doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen zodat ze hun producten zo ontwerpen waardoor ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"Simpel en intuïtief manueel assemblageproces voor bedrijven optimaliseren en implementeren in diverse contexten en producten. Ondersteuning voor Vlaamse kmo-maakbedrijven om intuïtievere productie mogelijk te maken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001233","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren. Ze ontwerpen en produceren deze producten zelf. Het doel is om de producten zo te ontwerpen dat ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden. Dit moet leiden tot minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en het tegemoetkomen aan de behoefte aan competentie en autonomie.\n\nDe voordelen van dit project zijn talrijk voor het assemblageproces, de efficiëntie van de operator en zijn werkmotivatie. De methodiek richt zich niet alleen op de behoeften binnen een normale assemblagecontext, maar vormt ook de brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. In deze context kunnen operatoren worden ondersteund via Augmented Reality (AR) en is het mogelijk om het assemblageproces te monitoren."},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling. Binnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren. In het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren.\n\nHet doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen zodat ze hun producten zo ontwerpen waardoor ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"Ontwikkelde methodiek vereenvoudigt en optimaliseert manuele assemblageprocessen tijdens productontwikkeling. Implementatie in diverse bedrijfscontexten en producten om bedrijfsspecifieke factoren te begrijpen en impact te kwantificeren. Demonstrator cases en opleidingstools voor eenvoudige implementatie. Ondersteuning voor Vlaamse kmo-maakbedrijven om intuïtiever te assembleren en fouten te verminderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001235","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren. Ze ontwerpen en produceren deze producten zelf. Het doel is om de bedrijven te helpen bij het ontwerpen van producten die intuïtiever geassembleerd kunnen worden. Dit zou moeten leiden tot minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en meer nadruk op competentie en autonomie.\n\nDe voordelen van dit project zijn talrijk voor het assemblageproces en de efficiëntie van de operator, evenals zijn werkmotivatie. De methodiek is niet alleen gericht op de behoeften binnen een normale assemblagecontext, maar vormt ook een brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. In deze context kunnen operatoren ondersteund worden via Augmented Reality (AR) en is monitoring van het assemblageproces mogelijk."},{"description":"In de onderzoeksgroep design.nexus van UGent werd tijdens een doctoraat een methodiek ontwikkeld om het manuele assemblageproces te vereenvoudigen en intuïtiever te maken, al tijdens de productontwikkeling.\n\nBinnen dit Tetra-project zal de methodiek worden geïmplementeerd in diverse bedrijfscontexten en op diverse producten. Op deze manier willen de projectpartners de bedrijfsspecifieke factoren beter te leren kennen, de methodiek in functie van deze factoren optimaliseren, alsook de impact van de methodiek in diverse bedrijfscontexten kwantificeren.\n\nIn het project zullen demonstrator case(s) en opleidingstool(s) worden uitgewerkt die ontwerpers in bedrijven in staat stellen de methodiek eenvoudig en op maat te implementeren. Het doel is om Vlaamse kmo-maakbedrijven, die veel manuele assemblage inzetten om een grote variëteit aan verschillende producten te produceren en die zelf ook deze producten ontwerpen en maken, te ondersteunen zodat ze hun producten zo ontwerpen waardoor ze intuïtiever geassembleerd kunnen worden met minder assemblagefouten, minder nood aan instructies en inspelend op de nood aan competentie en autonomie.","summary":"UGent's design.nexus research group developed a methodology to simplify and make manual assembly processes more intuitive during product development. This Tetra project aims to implement the methodology in various business contexts and products, optimizing it based on company-specific factors and quantifying its impact. Demonstrator cases and training tools will assist designers in easily customizing the methodology. Targeting Flemish SME manufacturing companies, the goal is to support intuitive product assembly, reducing errors, instructions, and addressing competence and autonomy needs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001236","result_description":"Dit project heeft als doel Vlaamse KMO-maakbedrijven te ondersteunen. Deze bedrijven zetten veel manuele assemblage in voor een grote variëteit aan producten die ze zelf ontwerpen en produceren. Het doel is om deze bedrijven te helpen bij het ontwerpen van producten die intuïtiever geassembleerd kunnen worden, met minder fouten en minder behoefte aan instructies. Dit initiatief speelt in op de behoefte aan competentie en autonomie, wat diverse voordelen oplevert voor het assemblageproces, de efficiëntie van de operator en zijn werkmotivatie.\n\nDe methodiek van dit project richt zich niet alleen op de behoeften binnen een standaard assemblagecontext, maar slaat ook een brug naar een industrie 4.0 assemblagecontext. In deze context kunnen operatoren worden ondersteund via Augmented Reality (AR) en kan het assemblageproces worden gemonitord."},{"description":"Extended reality (XR) zien we als een sterke opkomende technologie met een toenemende integratie van sensoren. Deze technologie is bij uitstek geschikt om verschillende processen, waar menselijke interacties centraal staan, op goedkope, efficiënte en schaalbare manier te simuleren in realistische omgevingen. Dit staat in contrast met de huidige realiteit: vooralsnog is XR een onderbenutte tool binnen de Vlaamse industrie.\n\nVia dit project willen we onze expertise rond het ontwerpen en uitvoeren van een veelvoud aan XR-gedreven experimenten, op behapbare wijze aan industrie spelers voorleggen. Dit zien we vooral toepasbaar binnen gesimuleerde gebruikerservaringen namelijk (1) gebruikerstesten en (2) opleidingen en training. We merken dat het voor veel bedrijven en organisaties niet evident is om die stap te maken en dat het opzetten van nieuwe XR testen of trainingen of het integreren van XR binnen hun bestaande processen moeilijk verloopt of dat ze de meerwaarde (nog) niet zien.\n\nUit eigen onderzoek zien we dat XR technologie hier veel potentieel biedt, om snel bepaalde product-ervaringen te modelleren, waar een eerste gebruiksscenario mee geanalyseerd kan worden (gebruikerstesten). Daarnaast kunnen trainingsprocessen vertaald worden naar virtuele omgevingen, met bijzondere aandacht voor zintuiglijk realisme. In beide gevallen kan deze ‘digitale’ gebruikerservaring, d.w.z. de prille interactie met een prototype of het verloop van een training, uitgebreid in kaart gebracht worden dankzij het toenemende aantal ingebouwde sensoren, en de absolute controle over de virtuele digitale omgeving en alle onderdelen daarbinnen.\n\nHet algemeen doel van dit project is om de Vlaamse bedrijven kennis te laten maken met nieuwe XR-technologieën en deze samen met hen in concrete use-cases te implementeren.\n\nWe mikken hierbij op 2 doelgroepen:\nDe technologiebedrijven (kleine en middelgrote Vlaamse ondernemingen met een traditie in simulatie en ICT) die in opdracht van andere bedrijven (B2B) immersieve trainingen, assessments of andere virtuele belevingen aanbieden. In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Supportsquare, The Park Entertainment, Dynamic Dimensions of XRintelligence. Deze benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Integratoren.\n\nEen uitgebreide groep bedrijven uit diverse sectoren waar gebruikerstesting (user-centered) services meerwaarde bieden, zoals bedrijven in product design, marktonderzoek of bedrijven die zelf mensen willen testen (= gebruikersonderzoek) of intern opleiden (= training). In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Orsi Academy, Rhinox, Voxdale of George Fischer Pipelines. Deze groep benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Afnemers.\n\nExperienceTwin zal beide groepen zowel inhoudelijk als technisch ondersteunen om hen (1) in staat te stellen om vanuit geïnformeerde beslissingen in te zetten op de technologie, (2) zelf aan de slag te laten gaan met beschikbare tools, (3) te begeleiden in hun vraagarticulatie en (4) het vinden van en (5) het communiceren met de geschikte partners waar nodig.","summary":"Maak kennis met XR-technologie voor simulatie en training. Implementeer samen met ons concrete use-cases voor technologiebedrijven en bedrijven die gebruikstesting en training willen verbeteren. Ervaar de voordelen van immersive experiences.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001237","result_description":"Technologie-exploratie via minimaal 7 thematische workshops met thema's omtrent:\n- Tools om immersieve omgevingen efficiënt en goedkoop op te zetten waarin gebruikerstesten kunnen plaatsvinden\n- XR platformen die toelaten om tijdens de virtuele gebruikerstest een groot aantal objectieve metrieken van gebruikerservaring te genereren\n- Methodes om objectieve gebruikersdata te vertalen naar concrete industry-standard (ISO standards) rapportering van gebruikerservaring.\n\nTechnologie-adaptatie via minimaal 3 integrale design trajecten en minimaal 8 concrete demonstrators.\n\nNetwerk opbouwen door het verbinden van partners uit aanbod- en vraagzijde en verbreding van netwerk door kruisbestuiving via de bijeenkomsten van de begeleidingsgroep, seminaries, demo’s, workshops en tijdens sessies van de XR academy van Howest, alsook bij de marktplaats en matchmaking sessie in het slotevent.\n\nBrede actieve verspreiding rond het inzetten van XR technologieën die toelaten om op een efficiënte en innovatieve manier omgevingen voor gebruikerstesten en trainingen op te zetten, via de begeleidingsgroep en de bredere doelgroep in het netwerk van participerende koepel- en netwerkorganisaties (Essenscia, XRValley, Hangar K, Imec, Ugent, Howest). Aanbieden van verder advies en dienstverlening betreffende XR user testing vanuit de onderzoeksgroepen in samenwerking met IOF AUGent. Verbeterde kostenefficiëntie zowel door het sneller, goedkoper en schaalbaar ontwikkelen van gebruikerstesten als meer toegevoegde waarde te creëren voor bedrijven. Economische impact door groei van de werkgelegenheid in bedrijven die gebruikerstesten ontwikkelen en commercialiseren door het als B2B-service aan te bieden."},{"description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nHier komt de beschrijving.","summary":"Samenvatting marketingcommunicatie: Korte, krachtige boodschap die direct aanspreekt en aanzet tot actie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001238","result_description":"Workshop en cursus."},{"description":"Verbetering en modernisering van het beroepsonderwijs en -opleiding in de Westelijke Balkan landen. Dit omvat de bevordering van mobiliteitsactiviteiten ter verbetering van de vaardigheden en competenties van docenten, studenten en managers in beroepsonderwijs en -opleiding, evenals het versterken van de beroepsperspectieven van jonge studenten.","summary":"Verbetering van beroepsonderwijs in Westelijke Balkanlanden door mobiliteitsactiviteiten voor docenten, studenten en managers, ter bevordering van vaardigheden en beroepsperspectieven van jonge studenten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001239","result_description":null},{"description":"Doelstelling van het project is om de dialoog tussen partners over gedeeld en betrokken ouderschap te stimuleren. Hiertoe ontwikkelen en testen we een digitaal webplatform in samenwerking met organisaties met expertise in vaderschap, gezinnen en relaties. In het webplatform worden methodieken aangereikt om vaders en moeders in dialoog te laten gaan op een manier die erkennend en waarderend is voor hun rol en bijdrage aan de opvoeding, en worden vaders en moeders gestimuleerd om een actieve en gelijkwaardige rol op te nemen.\n\nGelijkwaardig ouderschap krijgt vorm in de dialoog tussen partners. We maken gebruik van het concept ‘coparenting’. Coparenting komt voor wanneer individuen overlappende of gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor het opvoeden, en omvat de steun en coördinatie (of het gebrek hieraan) die ouders vertonen in de zorg en het opvoeden van kinderen (Feinburg, 2003). Coparenting hangt samen met de kwaliteit van de partnerrelatie van ouders. Koppels die goed onderling kunnen communiceren, samenwerken en conflicten oplossen, hebben een grotere kans dat ze op een effectieve manier samen kunnen opvoeden (Grych, 2002). De band tussen gelijkwaardig ouderschap en de partnerrelatie kent een genderdimensie. Een sterke partnerrelatie, gesteund op vertrouwen en acceptatie, stimuleert vaders om een actieve en betrokken ouderrol op te nemen. Wel is het zo dat mannen zich meer dan vrouwen terugtrekken uit de opvoeding wanneer er zich relatieproblemen voordoen (Grych, 2002). Met andere woorden, het verband tussen coparenting en relationeel conflict is sterker aanwezig bij vaders dan moeders (Pruett, Ebling & Cowan, 2011). Soms wordt de betrokkenheid van vaders in de opvoeding bepaald door de mate waarin de moeder dit toelaat (maternal gatekeeping). Ook de steun en aanmoediging van de moeder kunnen ertoe bijdragen dat mannen hun rol als vader opnemen (Parke, 2002). Anderzijds evolueert de taakverdeling na de komst van kinderen bij veel gezinnen in een meer traditionele richting en dit leidt vooral bij moeders tot ontevredenheid in de partnerrelatie (Glenn, 1990; Parke, 2002; Kluwer, 2018). De perceptie van een oneerlijke verdeling leidt tot conflicten in de partnerrelatie (Pina & Bengtson, 1993). Na de geboorte van het eerste kind gaat er veel energie en tijd naar kinderzorg en vermindert de kwaliteit van de onderlinge communicatie tussen de partners (Kluwer, 2018).\n\nVaders en moeders vinden het niet steeds gemakkelijk om het gesprek over het ouderschap, de opvoeding en de taakverdeling aan te gaan. Het aanbod dat laagdrempelig inzet op het stimuleren van dialoog tussen partners, zonder dat daarbij reeds sprake hoeft te zijn van problemen, is beperkt en vaak nog weinig gekend. De campagne “Maak van donderdag date-dag” in 2016 wou dat aanbod beter bekend maken en relatieproblemen bespreekbaar te maken. Uit ons evaluatieonderzoek van deze campagne (Emmery & Van Houdenhove, 2017) blijkt dat deze doelstelling slechts beperkt werd bereikt. Eén vierde van de respondenten heeft naar aanleiding van de campagne met zijn of haar partner gesproken en één vijfde heeft de partnerrelatie met anderen besproken. Het gaat uiteraard slechts om een eenmalige campagne. Respondenten geven evenwel aan dat er méér nodig is dan enkele tips om het gesprek met de partner aan te gaan.\n\nHet werkveld ziet mogelijkheden in online en blended initiatieven om grote groepen ouders en nieuwe doelgroepen te bereiken (Emmery, 2013). Onlinehulp is laagdrempelig, zeker wanneer het over thema’s gaat in de partnerrelatie die moeilijker bespreekbaar zijn. Het is minder stigmatiserend, en financieel en logistiek aantrekkelijker dan face-to-face hulp (Cicilia, Georgia & Doss, 2014). Heel wat organisaties experimenteren, mede naar aanleiding van de coronacrisis, met een blended aanbod: men zoekt hoe online toepassingen aanvullend kunnen zijn t.a.v. het face-to-face aanbod.\n\nEen voorbeeld is het aanbod dat de Gezinsbond in het voorjaar van 2021 lanceerde onder de naam ‘Even met twee’, om jonge ouders te ondersteunen in hun zoektocht naar een nieuw evenwicht tussen ouderschap en partnerschap (zie https://www.gezinsbond.be/Opvoeding/Paginas/Even-met-twee.aspx). Het bestond uit een online inspiratieavond, vijf webinars, 14 podcasts, artikels via platformen van de Gezinsbond en in bredere media. De evaluatie van dit aanbod geeft ons aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een webplatform dat de dialoog stimuleert over gelijkwaardig ouderschap. Via een enquête bij 273 deelnemers (Fagardo & Emmery, 2021) zien we dat het grote merendeel het “Even met twee”-aanbod als positief evalueert. Het is een manier om het gesprek met de partner te stimuleren. Tegelijkertijd zien we dat het merendeel van de deelnemers het aanbod nog te beperkt vindt. Ze hebben nood aan een toekomstig (verdiepend) aanbod (zie verder “doelpubliek”). In het huidig project willen we via een webplatform nieuwe inhoud en nieuwe methodieken ontwikkelen, geïnspireerd door voorbeelden vanuit het buitenland. In het buitenland vinden we voorbeelden van online cursussen, downloadbare spellen of apps die het gesprek met de partner (over ouderschap, opvoeding en partnerrelaties) stimuleren. Dergelijk aanbod kan echter niet zonder aanpassingen worden vertaald naar de Vlaamse context (zie bv. De Vos & Debbaut, 2019). Binnen dit project willen we een digitaal webplatform ontwikkelen dat rekening houdt met de noden van hedendaagse gezinnen in Vlaanderen.\n\nTevens is het belangrijk om een webplatform op te zetten dat toegankelijk is voor de diversiteit van deze hedendaagse gezinnen. We weten dat het moeilijker is om bepaalde groepen met ouderschaps- en relatieondersteuning te bereiken. We betrekken verschillende organisaties die expertise hebben over het bereiken van vaders, personen met verschillende levensbeschouwelijke en culturele achtergronden en gezinnen in armoede. We gaan een nauwe samenwerking aan met vzw De Brug, een organisatie met expertise in het aanbieden van workshops over opvoeding voor vaders met migratieachtergrond.\n\nWe testen het aanbod uit in verschillende organisaties en contexten, waardoor het breed inzetbaar wordt. Het webplatform wordt aangeboden op verschillende manieren: 1) met video’s, oefeningen en stories waardoor partners samen het gesprek kunnen aangaan, 2) als online of blended aanbod geïntegreerd in de werking van een organisatie, 3) als ondersteuning voor groepswerkingen en face-to-face hulpverlening, waarbij het platform ondersteunend is voor (groeps)gesprekken. Daarnaast zijn we ervan overtuigd dat de uitwisseling tussen organisaties met verschillende expertise bijdraagt aan de afstemming, netwerking en samenwerking op het terrein, en waarbij de sterktes van elke organisatie inspirerend kunnen zijn voor andere werkingen.","summary":"Stimuleren van gelijkwaardig ouderschap en partnercommunicatie via een digitaal webplatform met methodieken voor vaders en moeders. Samenwerking met experts en diverse organisaties om dialoog te bevorderen en relationele conflicten te verminderen. Toegankelijk en breed inzetbaar aanbod voor hedendaagse gezinnen, inclusief diverse doelgroepen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001240","result_description":null},{"description":"BioBeo is een tweejarig project van 2 miljoen euro met 15 partners dat een brug slaat tussen theorie en praktijk. Het algemene doel is een onderwijsprogramma te ontwikkelen en uit te voeren om het begrip en de betrokkenheid in de hele samenleving te vergroten met betrekking tot levensstijl, circulariteit en bio-economie, aan de hand van 5 bio-economische thema's: onderlinge verbondenheid, leren in de buitenlucht, bosbouw, leven onder water en de voedselkringloop.\n\nEen netwerk dat het concept van de bio-economie wil promoten, zal het programma samenstellen en uitvoeren. BioBeo zal zorgen voor een betere coördinatie tussen biowetenschap en onderwijs in scholen door de ontwikkeling van de boodschap \"Circulaire economie, wetenschap en samenleving\" met bijzondere aandacht voor circulaire levensstijl/gedrag, en een governancekader voor maatschappelijke betrokkenheid bij het beleid inzake bio-economie. BioBeo zal sociale kwesties zoals gendervooroordelen, kansarme jongerengroepen, migranten en leden van de samenleving met extra behoeften aanpakken.\n\nWe zullen:\n1. het bewustzijn van de ecologische, sociale en economische voordelen van een duurzame en circulaire bio-economie bij jongeren op kleuter-, basis- en middelbaar onderwijsniveau vergroten\n2. institutionele en culturele barrières identificeren\n3. innovatieve benaderingen en digitale toolkits voor onderwijs- en voorlichtingsmateriaal ontwikkelen\n4. het Biobeo-onderwijsprogramma testen en daarbij 35 scholen, 1.000 universiteitsstudenten, 1.800 ouders/voogden en 100 leerkrachten in Ierland, België, Nederland en Duitsland bereiken\n5. een gemeten toename aantonen van de betrokkenheid van jongeren en hun intentie om onderwijs en een loopbaan te volgen in biowetenschappen, technologie en bio-economie\n6. de governance van processen in verband met de bio-economie in de samenleving verbeteren door Europese burgers van jong tot oud te betrekken bij actieve beleidsvorming\n7. de communicatie en verspreiding coördineren om het bereik en de zichtbaarheid voor studenten, docenten, beleidsmakers en ouders te optimaliseren.\n\nBioBeo zal bijdragen aan de overgang naar een duurzame circulaire bio-economie in de EU door het bewustzijn in de hele samenleving te vergroten en de Europese jeugd te inspireren tot een bèta/technische loopbaan.","summary":"BioBeo promoot circulaire bio-economie via educatief programma voor scholen in EU, gericht op vergroten begrip en betrokkenheid bij jongeren. Met innovatieve aanpak en partnerschap wil BioBeo sociale kwesties aanpakken en betrokkenheid bij biowetenschappen stimuleren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001241","result_description":null},{"description":"Jonge kinderen die sterk zijn in taal, ondervinden hiervan heel wat voordelen tijdens hun schoolloopbaan. Uiteraard doen ze het goed voor de taalvakken. Zo zijn kleuters die goed zijn in begrijpend luisteren, later beter in begrijpend lezen, en speelt daarnaast ook de ontwikkeling van de voorbereidende technische leesvaardigheden op kleuterleeftijd (klankbewustzijn en letterkennis) een rol bij het latere begrijpend lezen (Hjetland et al., 2020).\n\nMaar de taalvaardigheid beïnvloedt ook andere leergebieden. Zo is er bijvoorbeeld een duidelijke link tussen woordenschat en wetenschappelijke kennis (Westerberg et al., 2021), en tussen taalvaardigheid en wiskunde (via wiskundetaal: Purpura et al., 2017). Daarnaast speelt de taalvaardigheid een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de executieve functies (Slot et al., 2018), en hindert een beperkte taalvaardigheid de ontwikkeling van sociale vaardigheden (Curtis et al., 2018).\n\nIn het Vlaamse onderwijssysteem is de beheersing van de onderwijstaal Nederlands erg belangrijk. Om uiteenlopende redenen kunnen heel wat jonge kinderen hiertoe extra ondersteuning gebruiken. We denken in eerste instantie aan de steeds groter wordende groep van kinderen die meertalig opgroeien. Volgens de cijfers van Agodi voor het schooljaar 2020-2021 spreken 23% van alle leerlingen in de basisschool thuis niet de onderwijstaal. Uiteraard hebben die kinderen niet allemaal nood aan extra taalondersteuning.\n\nDat is wel het geval bij de kinderen met een andere thuistaal die de onderwijstaal nog volop aan het verwerven zijn, of de kinderen die meer moeite hebben bij de verwerving van de onderwijstaal. Daarnaast hebben sommige leerlingen een taalontwikkelingsachterstand omdat ze te weinig taalleerkansen kregen. Op basis van het opleidingsniveau van hun moeder schatten we dat 21% van alle leerlingen in de basisschool een verhoogd risico hebben op een dergelijke blootstellingsachterstand (cijfers Agodi). Verder zijn er ook leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en leerlingen met (een risico op) lees- en spellingsproblemen.\n\nOm te voorkomen dat een beperkte taalvaardigheid in de onderwijstaal het schoolsucces zou hinderen, lanceerde de Vlaamse overheid het initiatief van de verplichte taalscreening in de derde kleuterklas. De opzet is dat scholen extra taalondersteuning in de vorm van een taalintegratietraject bieden aan kinderen die volgens de screening onvoldoende taalvaardig blijken. Daarnaast moet de taalscreening basisscholen ook stimuleren om vanaf de intrede in de kleuterschool preventieve taalondersteuning aan te bieden aan jongere kleuters die daar nood aan hebben.\n\nOnlangs werd ook een oproep voor een prioritaire nascholing gelanceerd, met de focus op taalondersteuning voor jonge kinderen vanaf de peuterklas tot en met het tweede leerjaar. Er is immers nog heel wat groeimarge om jonge kinderen in het onderwijs beter te ondersteunen bij hun taalontwikkeling (bijv. Rogde et al., 2019).\n\nMet de projectaanvraag Expeditie Taal spelen we in op deze oproep met een nascholingstraject waarin schoolteams samen op een avontuurlijke expeditie gaan om hun praktijken inzake taalondersteuning te versterken. Om deze avontuurlijke reis voor scholen optimaal te begeleiden heeft het projectteam heel wat onderzoeksachtergrond en expertise voorhanden rond taalinterventies bij jonge kinderen. Daarnaast kunnen we ook voortbouwen op de ervaringen van de partnerorganisaties Odisee en AP om tijdens de prioritaire nascholing PRO-LEZEN samen met schoolteams aan hun taalbeleid te sleutelen.","summary":"Ontwikkel de taalvaardigheid van jonge kinderen voor schoolsucces. Expeditie Taal biedt avontuurlijke nascholing aan schoolteams om taalondersteuning te versterken. Beheersing van de onderwijstaal Nederlands essentieel in Vlaams onderwijssysteem.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001242","result_description":null},{"description":"De Magnetic Resonance Safety Officer (MRSO) is een nieuwe rol in het radiografisch beroep. Daarom zal dit project leerresultaten en een studentgericht curriculum ontwikkelen om deze rol te ondersteunen.\n\nDe ontwikkeling en implementatie van dit curriculum zal evidence-based zijn. Daarom begint dit project met onderwijsonderzoek voordat wordt begonnen met de curriculumontwikkeling.\n\nHet voorgestelde curriculum zal een modulaire structuur hebben met cursusmodules voor basale magnetische MRI-veiligheid (± 10 ECTS) en geavanceerde MRSO-opleiding en training (± 20 ECTS).\n\nDe inhoud van alle cursusmodules zal worden geïntegreerd in een e-learningomgeving. In het laatste jaar van dit project zal een pilot van alle cursusmodules worden afgerond in elk van de partnerlanden.\n\nTijdens dit proefproject zullen de cursusmodules worden gegeven in een gemengde leeromgeving, waarbinnen de leeractiviteiten een zeer divers karakter en formaat zullen hebben. De leeractiviteiten voor studenten op het gebied van MR-veiligheid zullen bestaan uit colleges, praktische training, afstandsonderwijs via het e-learning platform, transnationaal online leren in samenwerkingsverband, journal clubs, stages en onderzoeksactiviteiten.\n\nAfhankelijk van de individuele onderwijs- en leervoorkeuren van de cursisten, zullen zij de mogelijkheid hebben om hun eigen leertraject binnen deze gemengde leeromgeving vorm te geven.\n\nMomenteel is het voor instellingen voor hoger onderwijs zeer belangrijk om flexibele leertrajecten aan te bieden, aangezien studenten steeds vaker hun studie combineren met een voltijdse of deeltijdse baan, of zij op grote afstand van de onderwijsinstelling wonen, met alle reisproblemen van dien.\n\nDaarom willen zij de mogelijkheid hebben om op een meer tijd- en plaatsonafhankelijke manier te leren. Er zijn echter ook studenten die genieten en baat hebben bij de sociale kenmerken van persoonlijk leren en als zodanig de voordelen zien van betrokkenheid bij persoonlijk leren in een onderwijsinstelling.\n\nDoor het creëren van deze flexibele leertrajecten in een blended learning wil dit project actief prioriteit geven aan inclusie en diversiteit. Om dit te bereiken zullen de projectpartners een digitale pedagogische strategie ontwikkelen waarin we de meest geschikte digitale instrumenten zullen identificeren en gebruiken voor het leveren van inhoud, betrokkenheid van studenten, interactieve samenwerking en online beoordeling.\n\nTen slotte zijn zowel de proeffase van de cursusmodules voor dit project als het aanbod op langere termijn gericht op zowel pre- als postdoctorale niveaus. Tijdens de proeffase zullen zowel bachelor- als masterstudenten zich kunnen inschrijven als cursist, naast professionele radiologen die hun kennis over MR-veiligheid willen opfrissen en actualiseren om hun beroepsuitoefening te verbeteren en de patiëntenzorg en -veiligheid in de complexe MRI-omgeving te optimaliseren.\n\nNa de proeffase zal de voltooiing van de modules van de cursus leiden tot micro-certificering.","summary":"Ontwikkeling van een modulair curriculum voor MRSO-opleiding met focus op MRI-veiligheid. Inclusief e-learning en diverse leeractiviteiten voor studenten op bachelor- en masterniveau en professionals in de radiologie. Prioriteit voor inclusie en diversiteit in blended learning.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001243","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van het ENTRNET-project is de ontwikkeling van nieuwe nationale netwerken van aanbieders van volwasseneneducatie in Griekenland, Italië, België en Roemenië te ondersteunen. Dit om hun betrokkenheid bij de Europese samenwerking te vergemakkelijken en de Europese samenwerking tussen hen op het gebied van ondernemerschap te bevorderen. Het uiteindelijke doel is om alle bovengenoemde uitdagingen met succes aan te gaan en het bovengenoemde EU-beleid inzake volwasseneneducatie en ondernemerschap te bevorderen.","summary":"Het ENTRNET-project ondersteunt nieuwe nationale netwerken van volwasseneneducatieaanbieders in Griekenland, Italië, België en Roemenië om Europese samenwerking te vergemakkelijken en ondernemerschap te bevorderen, ter ondersteuning van EU-beleid.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001244","result_description":null},{"description":"Via dit XheaRt-project willen hogescholen UC Leuven Limburg, VIVES en Thomas More hun expertise bundelen om de toepassingsmogelijkheden van de XR-technologie in functie van patiënteducatie grondig te verkennen. Dit zal gebeuren aan de hand van een specifieke case van hartfalen. In Vlaanderen is hartfalen één van de meest voorkomende oorzaken van ziekenhuisopnames en overlijdens. De noodzaak voor drastische levensstijlveranderingen en het consequent innemen van medicatie blijven vaak te onduidelijk voor patiënten. Ongeveer 20% van de patiënten worden dan ook 30 dagen na ontslag opnieuw opgenomen en 26% overlijdt datzelfde jaar. Huisartsen, cardiologen en gespecialiseerde hartfalenverpleegkundigen erkennen dit probleem en zijn sterk vragende partij om innovatieve transmurale educatiemogelijkheden te introduceren. Het ontbreekt hen echter aan R&D-capaciteit om de haalbaarheid (economisch en praktisch) van nieuwe ondersteunende XR-technologieën te verkennen.\n\nHet project beoogt de haalbaarheid en het nut van XR-technologie in functie van patiënteducatie aan te tonen via verschillende ‘Proof of Concepts’ (PoC’s). De PoC’s (AR, VR en screenbased) beogen een concrete samenwerking tussen de zorgorganisaties (als XR-opdrachtgevers) en de XR-aanbieders in Vlaanderen. De generieke kennis die hieruit voortvloeit wordt gebundeld voor technologiebedrijven om hen meer slagkracht te bieden om hun afzetmarkt te vergroten richting de zorg en voor zorgorganisaties om XR-toepassingen rond educatie van patiënten te implementeren binnen hun dagelijkse werking. Op die manier beogen we ook algemeen bij te dragen aan kwaliteitsverbetering in de gezondheidszorg, zowel voor patiënten door ziekte-inzicht en therapietrouwheid te verhogen als voor de zorgverleners door hen deels te ontlasten zodat meer tijd vrijkomt voor andere zorgtaken.","summary":"Dit project bundelt expertise van hogescholen voor XR-technologie in patiënteducatie, gericht op hartfalen. Het wil innovatieve educatiemogelijkheden introduceren om ziekte-inzicht te verhogen en therapietrouwheid te verbeteren, met als doel de kwaliteit van de gezondheidszorg te verhogen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001246","result_description":null},{"description":"De helft van de zorgverleners in woonzorgcentra (WZC) kreeg al ooit te maken met probleemgedrag bij personen met dementie (PmD), zo blijkt uit het PWO Agressie in de zorg. Aangezien het aantal PmD in de toekomst zal toenemen, kan men veronderstellen dat dit fenomeen zich vaker en vaker zal voordoen. Vlaanderen en het Brusselse Gewest tellen momenteel zo’n 141.000 mensen met dementie. Dit aantal zal volgens prognoses meer dan verdubbelen tot 283.000 in 2070. Meer dan 90% van de PmD vertoont gemoedsveranderingen en bij 65% van hen is sprake van probleemgedrag.\n\nAlhoewel zorgverleners in WZC dit vaak beschouwen als ‘part of the job’, zorgt dit probleemgedrag voor stresserende zorgmomenten en leidt het tot verhoogde werkdruk, emotionele belasting en verminderde werktevredenheid. Anderzijds heeft het ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven en het welbevinden van de PmD. ConnectAble zet in op (1) deskundigheidsverhoging rond het gebruik van producten bij zorgverleners in WZC tijdens een negatieve gemoedstoestand en/of probleemgedrag bij PmD, en biedt (2) productproducenten de kans om hun aanbod evidence-based uit te testen in een living lab context.\n\nAlgemeen doel\nDe hoofddoelstelling van dit project is drieledig: ten eerste worden evidence-based producten ingezet tijdens probleemgedrag bij PmD in WZC en zal een methodiek ontwikkeld worden waarmee het effect van deze producten op de gemoedstoestand van PmD vastgesteld kan worden. Ten tweede zal ook het effect van de producten op de werktevredenheid bij de zorgverleners gemeten worden. Ten derde biedt dit project producenten handvatten om hun producten te optimaliseren voor de doelgroep PmD.","summary":"Verhoog deskundigheid en test evidence-based producten in WZC om stress en werkdruk bij zorgverleners te verminderen en de gemoedstoestand van PmD te verbeteren. Win-win voor alle betrokkenen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-001247","result_description":null},{"description":"Pleegzorgdiensten in heel Europa geven aan dat er een enorme nood is aan therapeutische zorg – in de breedste zin van het woord: zorg en ontwikkelingsgericht – voor deze jongeren en pleeggezinnen. Therapeutische pleegzorg wordt dikwijls behandelingspleegzorg genoemd.\n\nPleegzorgdiensten melden ook de nood om de moeilijkheden waarmee jongeren, hun pleegouders en de begeleidingsnetwerken worden geconfronteerd te delen, alsook het delen van handvaten en benaderingen die zij ter beschikking hebben om op een therapeutische basis te werken met deze families.\n\nIn ons project willen we kennis en ervaringen in deze context samenbrengen en we willen a) een model uitwerken - te gebruiken door professionele pleegzorgwerkers - voor het verlenen van therapeutische zorg aan deze groep minderjarige vluchtelingen en hun pleeggezinnen; een model dat gebaseerd is op onderzoek en dat zeer praktijkgericht is, een model dat gedeeld kan worden met alle pleegzorgactoren in de EU.\n\nEr zal een opleiding over dit model worden opgesteld, samen met een kennisbasis over onderzoek en beste praktijken op het gebied van pleegzorg voor de UMR.","summary":"Pleegzorgdiensten in Europa benadrukken de behoefte aan therapeutische zorg voor jongeren en pleeggezinnen. Ons project richt zich op het ontwikkelen van een praktijkgericht model voor professionele pleegzorgwerkers, gebaseerd op onderzoek en beste praktijken, om therapeutische zorg te bieden aan minderjarige vluchtelingen en hun pleeggezinnen in de EU.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001248","result_description":null},{"description":"Om in de toekomst elektrisch aangestuurde thermische installaties (zoals warmtepompen en warmwaterboilers) flexibel aan te sturen, heeft de sector nood aan meer inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van deze installaties. Hierbij dient rekening gehouden te worden met randvoorwaarden zoals comfort- en systeemeisen en gebouwtypologie. Thermi-Var zal de kennis rond flexibel aansturen van elektrisch aangedreven thermische installaties voor verwarmen, sanitair warm water en koeling bij de doelgroep verhogen. Daarnaast zullen praktische handvaten worden aangereikt bij de keuze en het ontwerp van de installatie met het oog op flexibiliteit.\n\nWarmtepompen worden gezien als de toekomst, maar met de toenemende vraag naar energiebesparing en comfort in woningen worden installateurs ook geconfronteerd met nieuwe uitdagingen. Een van deze uitdagingen is het optimaliseren van de werking van een warmtepomp, vooral wanneer de energietarieven schommelen, er overschotten aan zonne-energie zijn of de warmtevraag varieert door kloksturing. Thermi-Var biedt inzichten in hoe deze technieken in de praktijk werken en wat de gevolgen zijn voor de installatie, het comfort van bewoners en de efficiëntie van de warmtepomp. Om deze inzichten te delen, zijn praktische fiches ontwikkeld en is er een didactische tool beschikbaar waarmee variaties in een systeem kunnen worden geëvalueerd met betrekking tot de economische en ecologische impact van de installaties.\n\nOnderzoeksvraag:\n\nOp welke manier kunnen elektrisch aangestuurde thermische installaties bijdragen aan de stijgende nood om variabel in te spelen op veranderingen aan de aanbodzijde, met aandacht voor comfort- en systeemeisen en gebouwtypologie?","summary":"Ontdek hoe Thermi-Var helpt installateurs om elektrisch aangestuurde thermische installaties flexibel te optimaliseren voor energiebesparing en comfort, door praktische inzichten en tools aan te reiken. Verbeter efficiëntie en comfort met kennis van variabele energietarieven en warmtevraag.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001249","result_description":"Er is een grondige marktstudie uitgevoerd om tot een totaaloverzicht te komen van sturingen en communicatieprotocollen die geschikt zijn voor de slimme aansturing van warmtepompen. Daarnaast is ook informatie verzameld over gedetailleerde warmtepompdata om zo tot een realistisch warmtepompmodel te komen dat gebruikt werd als input voor de simulatiemodellen. Deze marktstudie resulteerde in de identificatie van de meest relevante interfaces voor het huidige en toekomstige slimme beheer van warmtepompen.\n\nDe reële cases en de labometingen, waarin technieken in verschillende omstandigheden werden gedemonstreerd en geanalyseerd, werden uitgebreid gedocumenteerd. De data kunnen in detail geraadpleegd worden, en in sommige gevallen ook real-time. Voor de labometingen zijn er verschillende opstellingen gebouwd in het thermisch labo ter demonstratie van verschillende (slimme) regelingen en hun koppeling met een fysieke warmtepomp. Het thermisch labo is bovendien uitgebreid met nieuwe en recente warmtepompen, waarvan de prestaties in kaart gebracht zijn ter ondersteuning van de simulaties.\n\nEr is ook een RC-model ontwikkeld waarin verschillende bouwtechnische parameters kunnen variëren. In combinatie met het afgiftesysteem van het labo kunnen hiermee analyses van een warmtepomp in een reële omgeving worden uitgevoerd.\n\nDe verschillende analyses, ondersteund door simulaties, zijn vertaald in een aantal praktische fiches waarin de mogelijkheden en beperkingen van verschillende regelstrategieën werden samengevat.\n\nEr is een didactische tool ontwikkeld waarmee het thermische potentieel aangetoond kan worden bij variërende inputparameters. Zo is de buffercapaciteit in het gebouw en het bijbehorende comfort bekeken aan de hand van het RC-model van het gebouw. Er kan een vergelijking gemaakt worden tussen radiatoren en vloerverwarming. Specifieke verschillen in strategie, kostprijzen en concept kunnen vergeleken worden tussen een referentie- en alternatief scenario, waardoor op maat van specifieke vragen antwoorden kunnen worden gevalideerd.\n\nAlle resultaten zijn tot slot gebundeld op de website www.thermi-var.be."},{"description":"Deze actie heeft tot doel de kennis van het groeiende, snel veranderende fenomeen en de dynamiek van transnationale gezinnen (TNF) te verdiepen door onderzoekers en belanghebbenden uit verschillende disciplines en landen samen te brengen. Dit om tegemoet te komen aan de behoefte aan transnationale inzichten en ook om beleids- en praktijkgerichte aanbevelingen op te stellen met een impact op internationale, nationale, sub-lokale en lokale praktijken.\n\nDeze actie zal de huidige trends op het gebied van migratie, technologie en politiek nauwlettend volgen en een intensieve dialoog aangaan met beleid en praktijk, en zo tegemoet te komen aan de noodzaak om het wetenschappelijk en beleidsgericht begrip van TNF te verdiepen en te verbreden. De actie zal een systematische uitwisseling van kennis en van innovatieve interdisciplinaire en internationale perspectieven op TNF ontwikkelen en tastbare aanbevelingen voor belanghebbenden en beleidsmakers opstellen.\n\nOm dit te bereiken is de Action is gestructureerd in 4 thematische werkgroepen (WG's), die zich bezighouden met domeinen die belang aan het winnen zijn in onderzoek, praktijk en beleid. Ze vereisen daarom aanzienlijke theoretische en empirische ontwikkeling: WG 1: Kinkeeping binnen TNF in een mondiaal en digitaal tijdperk; WG 2: Integratie van het perspectief van kwetsbare kinderen en jongeren in maatschappelijk welzijn en beleid; WG 3: Sociale rechten en sociale bescherming van transnationale gezinnen; WG 4: Gezondheid en welzijn van TNF. \n\nDaarnaast zal WG 5 een methodologische vooruitgang stimuleren en WG 6 zal de aanbevelingen van de andere 5 werkgroepen consolideren in duidelijke en tastbare aanbevelingen voor belanghebbenden en beleidsmakers.","summary":"Verdiep kennis over transnationale gezinnen door onderzoekers en belanghebbenden samen te brengen. Ontwikkel aanbevelingen voor beleidsmakers op basis van actuele trends.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001250","result_description":null},{"description":"Een van de uitdagingen waarmee hoger onderwijsinstellingen tegenwoordig worden geconfronteerd, is het bevorderen van gelijke kansen voor afgestudeerden om hun inzetbaarheid te vergroten. Sinds de pandemie zijn digitale vaardigheden een prioriteit geworden. Bovendien behoren transversale vaardigheden, waaronder intellectuele vaardigheden, zelfmanagementvaardigheden, communicatievaardigheden, ethiek, internationalisering en onderzoeksgerichtheid tot de kernelementen van het onderwijs waarover alle studenten zouden moeten beschikken.\n\nAls studenten meer transversale vaardigheden verwerven, zullen zij zich meer bewust worden van de maatschappelijke behoeften en in staat zijn deze het hoofd te bieden. Een ander belangrijk element om de opkomende uitdagingen van de samenleving het hoofd te bieden is de internationalisering van het hoger onderwijs. Bovendien geeft internationalisering in eigen land studenten die niet in het buitenland kunnen studeren de kans om interculturele samenwerking te leren.\n\nHet ontwerpen van meer internationale curricula zal een bredere impact hebben op afgestudeerden en instellingen voor hoger onderwijs, en niet alleen op degenen die deelnemen aan mobiliteitsprogramma's (slechts 5% van de studenten kan de Erasmus+ ervaring opdoen).\n\nHet EHECADI-project is gericht op het co-ontwerpen van een digitaal, internationaal en collaboratief model, een kennishub, waarin een virtuele praktijkgemeenschap is ondergebracht, die door Europese instellingen voor hoger onderwijs wordt gebruikt om bestaande gezondheidszorgcurricula in 4 gezondheidsdisciplines (verpleegkunde, fysiotherapie, ergotherapie en menselijke voeding en diëtetiek) te versterken om maatschappelijke gezondheidsuitdagingen aan te pakken door middel van internationale afstudeeronderzoeken.\n\nDe ontwikkeling van de curricula, in de richting van een internationaal afstudeeronderzoek, zal onze studenten, allemaal (ongeacht hun herkomst, cultuur of sociaaleconomische achtergrond), in staat stellen de komende mondiale professionele uitdagingen aan te gaan als antwoord op de maatschappelijke behoeften.","summary":"Hoger onderwijs instellingen bevorderen gelijke kansen en transversale vaardigheden voor studenten om hun inzetbaarheid te vergroten. EHECADI-project ontwikkelt internationale curricula in gezondheidsdisciplines om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en studenten voor te bereiden op mondiale professionele uitdagingen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001251","result_description":null},{"description":"We zetten in op thema ZORG. De gezondheidszorg en de brede zorg- en welzijnssector in Vlaanderen zijn in transformatie. De vraag naar (gezondheids)zorg wordt steeds groter en verschuift onder meer van een acute, kortdurende zorg naar een chronische, langdurige (thuis)zorg in een zeer gefragmenteerd en vaak hoogtechnologisch digitaal zorglandschap.\n\nDeze trend vereist:\n1) Digitale vaardigheden van zorgverleners op alle niveaus om interdisciplinair te kunnen samenwerken over de eerste, tweede en derdelijns zorg heen (subthema 1)\n2) Kennis van de beschikbare (opkomende) zorgtechnologieën om de kwaliteit van de zorg te kunnen blijven garanderen (subthema 2)\n3) Psychosociale vaardigheden om de wendbaarheid van de zorgverleners te verzekeren in een landschap dat te kampen heeft met een gebrek aan arbeidskrachten en hoge burn-outrisico's (subthema 3)\n\nBinnen dit project staat de ontwikkeling van een aantal opleidingen centraal die in elk subthema een aantal competentieverschuivingen beogen zoals gedefinieerd in de ondersteunende SCOPE papers en het ZORO-onderzoek. Deze competentieverschuivingen ondersteunen de realisatie van een optimale aansluiting tussen opleidingen van studenten en werknemers en de maatschappelijke, organisatorische en technologische evoluties in de zorgsector.\n\nDe opleidingstopics werden gekozen op basis van:\n1) de relevantie binnen het subthema\n2) de gekende noden in het werkveld en hiaten in het opleidingsaanbod\n3) de interesse en expertise van het partnernetwerk.","summary":"Transformation in healthcare demands digital, technological, and psychosocial skills for quality care delivery amidst workforce challenges. Our project focuses on developing training programs to address these evolving needs in the sector.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001252","result_description":null},{"description":"Impac³t wil het toepassen van circulaire bouwoplossingen in collectieve stadsvernieuwingstrajecten versnellen. Het voorgestelde Living Lab zal bestaande strategieën en oplossingen inzake circulariteit verbreden en verdiepen naar stadsvernieuwing op wijkniveau en daarbij de Benovatiegolf (2050) van het bestaand patrimonium versnellen op een future-proof en dus circulaire manier, en dat voor en met een diversiteit aan doelgroepen, van de meest kwetsbaren tot de sterkste schouders. Het voorgestelde Living Lab bouwt verder op de resultaten uit:\n(1) het Europese Interreg 2 Zeeën project CBCI (Circular Bio-based Construction Industry) project. Als output werd hier een modulair, losmaakbaar, multi-inzetbaar CBCI-gebouwconcept ontwikkeld voor zowel renovatie- als vervang- en nieuwbouwscenario’s op gebouwniveau\n(2) de Vlaamse proeftuin RenoseeC die een draaiboek voor collectieve wijkrenovaties ontwikkelde, en RenoseeC vzw die - bij wijze van opschaling – het draaiboek in de markt heeft gezet.\nHet project ImpaC³t wenst in Gent, Brugge en Tienen in ten minste één wijk een aantal bouwblokken te renoveren via een collectieve aanpak. Het project zal een beslissingskader voor het hanteren van circulaire oplossingen bij collectieve renovaties ontwikkelen en voor de toekomst verankeren. Het doet dat middels co-creatie met relevante quintuple helix stakeholders en een mix van doelgroepen met zowel particuliere eigenaars-bewoners, eigenaars-verhuurders, vastgoedontwikkelaars, autonome gemeentebedrijven voor stadsontwikkelingen, en huisvestingsmaatschappijen. Het project zal maximaal inzetten op complementariteit tussen technische, financiële en juridisch oplossingen om circulaire economie in collectieve stadsvernieuwingsprojecten een boost te geven. De nodige kennis wordt gehaald bij de expertengroep van het consortium en uit verschillende real-life cases. Concreet wordt in diverse reeds geïnitieerde stadsvernieuwingsprojecten (in Brugge, Gent en Tienen) de in ontwikkeling zijnde aanpak afgetoetst, en dat op drie mogelijke niveaus namelijk: (1) punctuele verbouwingsmaatregelen (vocht, dak, gevel, cv), (2) totaalrenovatie en uitbreiding door uitbreiding achteraan of optopping en (3) nieuwbouw/vervangbouw. Impac³t wil met deze cases of good practice met en door waardeketen-actoren een springplank zijn voor een verbrede en versnelde toepassing van circulaire stadsvernieuwing; het zal de opgedane kennis borgen in het beslissingskader dat na het project verder uitgedragen zal worden door de betrokken steden en de bij de co-creatie workshops betrokken stakeholders.","summary":"Impac³t versnelt circulaire bouwoplossingen in stadsvernieuwingstrajecten met diversiteit aan doelgroepen. Living Lab in Gent, Brugge en Tienen renoveert bouwblokken via co-creatie met stakeholders voor circulaire economieboost. Beslissingskader verankert circulaire oplossingen in collectieve renovaties voor toekomstige toepassing.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001253","result_description":null},{"description":"Dit is een test.","summary":"Korte en krachtige marketingcommunicatie-samenvatting: Test uw grenzen en ontdek nieuwe mogelijkheden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001254","result_description":null},{"description":"Via dit project willen de expertisecentra \"Mobilab & Care\" en \"Health and Care Challenges\" van Thomas More de zorgsector ondersteunen. Dit omvat zorginstellingen variërend van ziekenhuisgroepen tot psychiatrische centra en bedrijven actief in de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast willen ze ook de ontwikkelaars en distributeurs van ImT en biofeedback ondersteunen. Deze partijen zijn vaak bedrijven met beperkte onderzoekscapaciteit.\n\nDe ondersteuning richt zich op drie belangrijke uitdagingen:\n\n1) Het bundelen, vertalen en verspreiden van kennis over het potentieel van ImT in combinatie met biofeedback. Dit gebeurt naar zorginstellingen, technologiebedrijven met focus op zorg en bedrijven die immersieve toepassingen en/of biofeedback ontwikkelen.\n\n2) Het versterken van de relaties tussen deze partijen en hun toepassingen.\n\n3) Het introduceren van onderbouwde methodieken die gebruikmaken van dergelijke toepassingen in de zorgcontext.","summary":"Dit project ondersteunt de zorgsector en ImT/biofeedback bedrijven met kennisdeling en samenwerking om innovatieve toepassingen te introduceren in de zorgcontext.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001255","result_description":null},{"description":"De logistieke sector staat onder druk. De fileproblematiek, de klimaatuitdagingen, de concurrentie uit het buitenland, het nijpend tekort aan chauffeurs, de schaarste van overig personeel in de logistieke sector en de toenemende eisen van consumenten zetten de bestaande businessmodellen onder druk. Om relevant te blijven in de toekomst dienen logistieke (transport)bedrijven hun werking en hun bedrijfsmodellen te innoveren. Bestaande goederenstromen zullen efficiënter moeten worden georganiseerd om een antwoord te bieden aan bovenstaande problemen en om aan de steeds stijgende vraag naar meer capaciteit tegemoet te kunnen komen.\n\nEen bekend model uit de literatuur om de logistieke sector aan te passen aan de noden van de toekomst en een antwoord te bieden aan bovenstaande problemen is het Physical Internet. Binnen het Physical Internet is een shift van unimodale naar multimodale en synchromodale goederenstromen een belangrijke stap. Deze transitie vormt het onderwerp van dit TETRA-project.\n\nDe overstap naar multi- en synchromodaliteit maakt het nemen van beslissingen en het opstellen van vervoersplanning significant complexer. Veel logistieke KMO’s gebruiken reeds een (voornamelijk administratief) softwarepakket om beslissingen bij te houden. Het is de ambitie van dit project om de steeds complexer wordende beslissingsprocessen bij logistieke KMO’s verder te ondersteunen en de administratieve softwarepakketten te verrijken met AI-technieken om te komen tot volwaardige decision support tools.\n\nOm de transitie naar multi- en synchromodaliteit bij logistieke KMO’s te ondersteunen en te versnellen zijn de volgende acties nodig: (1) voor de logistieke KMO’s dienen er duidelijke businessmodellen en transitieplannen aangeboden te worden, (2) om complexe synchromodale transportplanning mogelijk te maken dienen de nodige softwaretools aangereikt te worden, (3) softwarebedrijven hebben inzicht nodig in AI-expertsystemen en -algoritmen om de complexe planningsproblematiek aan te pakken met een decision support tool.\n\nConcreet beogen we in dit TETRA project volgende doelstellingen:\n\n- Een tool die nauw aansluit bij de werking van de bedrijven en die het uitbouwen van multi- en synchromodaliteit ondersteunt en versnelt\n- Inzicht in state-of-the-art algoritmen voor optimalisatieproblemen binnen synchromodaliteit\n- Praktische vertaling van state-of-the-art onderzoek omtrent de synergie van AI/machine learning, tunen van algoritmen en optimalisatieproblemen\n- Logistieke dienstverleners activeren omtrent multi-/synchromodaliteit door middel van opleiding en businessplannen","summary":"De logistieke sector staat onder druk door diverse uitdagingen. Innovatie in bedrijfsmodellen is essentieel om te blijven concurreren en tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar efficiëntie en capaciteit. Het Physical Internet model bevordert een shift naar multimodale en synchromodale goederenstromen. Dit project ondersteunt logistieke KMO's met tools en AI-technieken om complexe beslissingsprocessen te verbeteren en de transitie naar multi- en synchromodaliteit te versnellen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001256","result_description":"Het innovatiedoel in dit project was tweeledig: (i) een aanzet geven voor concrete business- en transitieplannen voor logistieke bedrijven om de verandering richting transport en logistiek in een synchromodale setting door te voeren en (ii) een proof-of-concept planningsapplicatie maken om steeds complexer wordende beslissingen in een synchromodale setting te ondersteunen.\n\nOp vandaag zijn de meeste logistieke bedrijven nog unimodaal georganiseerd. Bedrijven staan dus voor een keuze en de transitie – welke ze ook kiezen te maken – zal een meerstappenproces zijn. Er werd een maturiteitsmodel ontwikkeld bestaande uit vijf maturiteitsniveaus, gaande van unimodaal, over ad hoc en structureel intermodaal, tot situationeel en uiteindelijk real-time synchromodaal. De overstap van één maturiteitsniveau naar het volgende vereist steeds aanpassingen op verschillende dimensies. Als stappenplan identificeerden we per maturiteitsniveau de kritische succesfactoren die voldaan moeten zijn alvorens de stap naar het volgende maturiteitsniveau kan worden gezet.\n\nHet is echter niet zo dat in een synchromodale toekomst enkel plaats is voor spelers van de hoogste maturiteitsniveaus. Unimodale transporteurs blijven een rol spelen, al zal deze rol evolueren naar een puur uitvoerende rol ten dienste van het netwerk van de logistieke regisseur. Maar zelfs voor die puur uitvoerende spelers geldt dat ze enkel zullen kunnen meespelen in het synchromodale spel wanneer ze voldoende gedigitaliseerd en geconnecteerd zijn met het netwerk.\n\nVoor de meeste bedrijven wordt het dus kiezen tussen unimodaal blijven en minimaal investeren in digitalisering en connectiviteit om zich te kunnen inschakelen in het ruimere, synchromodale netwerk versus de opstap maken richting intermodaliteit, samen met de nodige inspanningen voor het verruimen van het netwerk en de nog uitgebreidere investeringen in extra infrastructuur.\n\nEen extra complexiteit, zo blijkt, is dat maturiteitsniveaus ook kunnen verschillen binnen hetzelfde bedrijf. Voor bepaalde klanten of trajecten staan bedrijven soms veel verder dan voor andere. Op basis van bestaande maturiteitstesten is het dan moeilijk om het bedrijf eenduidig toe te wijzen aan een maturiteitsniveau. Omwille van die reden vertrekken we bij de classificatie niet van uiteindelijke resultaten van bedrijfsacties (WAT-vraag), maar van de acties zelf (HOE-vraag). Door de manier van werken en de operationele processen centraal te zetten is het eenvoudiger om het maturiteitsniveau van de verschillende deelprocessen binnen bedrijven te classificeren en zo zichtbaar te maken op welke vlakken er nog inspanningen dienen geleverd te worden.\n\nWe concludeerden dan ook dat voor een bedrijf de transitie richting volgende het maturiteitsniveau best gefragmenteerd en evenwichtig gebeurt. Concreet betekent dit dat bedrijven hun activiteiten opsplitsen in corridors en vervolgens alle nodige processen op het gewenste maturiteitsniveau brengen, en dit corridor per corridor in plaats van meteen voor het alle bedrijfsactiviteiten tegelijk. Begeleiding van bedrijven om dergelijke transitieplannen op te stellen en te implementeren is mogelijk via dienstverleningstrajecten.\n\nTijdens het project werd de volledige planningsproblematiek bij logistieke dienstverleners in kaart gebracht. De grootste uitdaging voor de bedrijven is het plannen of her-plannen op korte termijn: extra orders moeten op het laatste moment (ad hoc) worden ingepland, (een deel van) de oorspronkelijke planning kan niet (meer) worden nageleefd, er worden problemen voorzien tijdens het transport, levertijden kunnen niet (meer) worden gehaald, orders worden geannuleerd of aangepast. Dergelijke laatste moment aanpassingen kunnen, samen met vragen voor transport die binnen een heel korte tijdspanne moeten worden uitgevoerd, beschouwd worden als korte termijn orders. Het inplannen van dergelijke korte termijn orders, hierbij rekening houdend met mogelijke beperkingen, de vereisten van de klant, het bundelen van volumes en het combineren met orders die reeds zijn ingepland is voor een planner zeer complex en tijdrovend. Er werd een optimalisatiealgoritme ontworpen en een proof-of-concept planningsapplicatie geïmplementeerd om aan deze problematiek tegemoet te komen. Op aanvraag kunnen bedrijven deze applicatie uittesten."},{"description":"Een grote en actuele problematiek in het onderwijs is het lerarentekort, wat onder andere te wijten is aan de grote uitval van startende leerkrachten. Het aantrekken van nieuwe leerkrachten is één zaak, maar inzetten op ondersteuning van startende leerkrachten opdat ze in het onderwijs blijven, is minstens even belangrijk.\n\nUit voorgaand onderzoek werd een gevalideerd professionaliseringsinstrument ontwikkeld op basis van de noden die startende leerkrachten ervaren gedurende hun eerste jaren. Dit instrument kent veel bijval in de praktijk, ook bij leerkrachten in opleiding. Echter geven startende leerkrachten aan dat zij nood hebben aan een digitale versie.\n\nAansluitend kan dit instrument inzicht geven in de professionaliseringsnoden binnen een school of scholengroep. De doelstelling is het ontwikkelen en valideren van een minimum viable product van het digitaal platform voor professionalisering van startende leraren, met daarbij een strategie om dit platform te vermarkten.","summary":"Het lerarentekort in het onderwijs vraagt om meer ondersteuning voor startende docenten. Een professionaliseringsinstrument is ontwikkeld op basis van hun behoeften, maar er is vraag naar een digitale versie. Het doel is om een digitaal platform te ontwikkelen en te vermarkten voor de professionalisering van startende leraren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001257","result_description":null},{"description":"Extended reality (XR) zien we als een sterke opkomende technologie met een toenemende integratie van sensoren. Deze technologie is bij uitstek geschikt om verschillende processen, waar menselijke interacties centraal staan, op goedkope, efficiënte en schaalbare manier te simuleren in realistische omgevingen. Dit staat in contrast met de huidige realiteit: vooralsnog is XR een onderbenutte tool binnen de Vlaamse industrie.\n\nVia dit project willen we onze expertise rond het ontwerpen en uitvoeren van een veelvoud aan XR-gedreven experimenten, op behapbare wijze aan industrie spelers voorleggen. Dit zien we vooral toepasbaar binnen gesimuleerde gebruikerservaringen namelijk (1) gebruikerstesten en (2) opleidingen en training. We merken dat het voor veel bedrijven en organisaties niet evident is om die stap te maken en dat het opzetten van nieuwe XR testen of trainingen of het integreren van XR binnen hun bestaande processen moeilijk verloopt of dat ze de meerwaarde (nog) niet zien.\n\nUit eigen onderzoek zien we dat XR technologie hier veel potentieel biedt, om snel bepaalde product-ervaringen te modelleren, waar een eerste gebruiksscenario mee geanalyseerd kan worden (gebruikerstesten). Daarnaast kunnen trainingsprocessen vertaald worden naar virtuele omgevingen, met bijzondere aandacht voor zintuiglijk realisme. In beide gevallen kan deze ‘digitale’ gebruikerservaring, d.w.z. de prille interactie met een prototype of het verloop van een training, uitgebreid in kaart gebracht worden dankzij het toenemende aantal ingebouwde sensoren, en de absolute controle over de virtuele digitale omgeving en alle onderdelen daarbinnen.\n\nHet algemeen doel van dit project is om de Vlaamse bedrijven kennis te laten maken met nieuwe XR-technologieën en deze samen met hen in concrete use-cases te implementeren. We mikken hierbij op 2 doelgroepen:\n\nDe technologiebedrijven (kleine en middelgrote Vlaamse ondernemingen met een traditie in simulatie en ICT) die in opdracht van andere bedrijven (B2B) immersieve trainingen, assessments of andere virtuele belevingen aanbieden. In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Supportsquare, The Park Entertainment, Dynamic Dimensions of XRintelligence. Deze benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Integratoren.\n\nEen uitgebreide groep bedrijven uit diverse sectoren waar gebruikerstesting (user-centered) services meerwaarde bieden, zoals bedrijven in product design, marktonderzoek of bedrijven die zelf mensen willen testen (= gebruikersonderzoek) of intern opleiden (= training). In ons consortium gaat het onder andere over bedrijven als Orsi Academy, Rhinox, Voxdale of George Fischer Pipelines. Deze groep benoemen we in dit dossier als de doelgroep van de Afnemers.\n\nExperienceTwin zal beide groepen zowel inhoudelijk als technisch ondersteunen om hen (1) in staat te stellen om vanuit geïnformeerde beslissingen in te zetten op de technologie, (2) zelf aan de slag te laten gaan met beschikbare tools, (3) te begeleiden in hun vraagarticulatie en (4) het vinden van en (5) het communiceren met de geschikte partners waar nodig.","summary":"Extended reality (XR) biedt Vlaamse bedrijven de kans om menselijke interacties te simuleren in realistische omgevingen. ExperienceTwin ondersteunt technologiebedrijven en diverse sectoren bij het implementeren van XR-technologieën voor immersieve trainingen en gebruikerstesting. Dit project streeft naar het creëren van concrete use-cases en het vinden van passende partners voor succesvolle integratie van XR.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001259","result_description":"Technologie-exploratie vindt plaats via minimaal 7 thematische workshops met de volgende onderwerpen:\n- Tools om immersieve omgevingen efficiënt en goedkoop op te zetten, waarin gebruikerstesten kunnen plaatsvinden.\n- XR-platformen die tijdens virtuele gebruikerstesten een groot aantal objectieve metrieken van gebruikerservaring kunnen genereren.\n- Methodes om objectieve gebruikersdata te vertalen naar concrete industry-standard (ISO-standaarden) rapportages van gebruikerservaring.\n\nTechnologie-adaptatie omvat minimaal 3 integrale ontwerptrajecten en minimaal 8 concrete demonstraties.\n\nNetwerkopbouw wordt gerealiseerd door het verbinden van partners uit de aanbod- en vraagzijde. Dit netwerk wordt verbreed door kruisbestuiving tijdens bijeenkomsten van de begeleidingsgroep, seminaries, demo's, workshops, en sessies van de XR Academy van Howest. Dit gebeurt ook tijdens de marktplaats- en matchmakingsessie tijdens het slotevenement.\n\nBrede actieve verspreiding van informatie over het gebruik van XR-technologieën die efficiënte en innovatieve manieren bieden om omgevingen voor gebruikerstesten en trainingen op te zetten. Dit gebeurt via de begeleidingsgroep en het bredere doelpubliek in het netwerk van participerende koepel- en netwerkorganisaties (Essenscia, XRValley, Hangar K, Imec, UGent, Howest).\n\nVerder wordt advies en dienstverlening aangeboden met betrekking tot XR-gebruikerstesten vanuit de onderzoeksgroepen in samenwerking met IOF AUGent.\n\nVerbeterde kostenefficiëntie wordt gerealiseerd door snellere, goedkopere en schaalbaardere ontwikkeling van gebruikerstesten, evenals het toevoegen van meer waarde voor bedrijven.\n\nEconomische impact wordt bereikt door groei van werkgelegenheid in bedrijven die gebruikerstesten ontwikkelen en commercialiseren door ze als B2B-service aan te bieden."},{"description":"Formatieve evaluatie en feedback (assessment for learning) wordt steeds meer gezien als een middel om effectief, gedifferentieerd onderwijs vorm te geven (Tomlinson, 2014 in Van den Branden, Ko et al., 2013).\n\nIn praktijk zien we dat, ondanks de aanwezige data en de vele mogelijkheden om deze te verwerken, functioneel informatiegebruik (data-based decision-making) weinig ingeburgerd is in scholen en zelden leidt tot concrete veranderingen (Van Gasse et al., 2015, Heitink et al., 2016).\n\nLiteratuur zowel als observaties van de onderwijspraktijk tonen aan dat er nog veel ruimte voor verbetering is inzake assessment for learning (Kippers et al., 2018 in De Wiest & Windels; Vlaams Ministerie van Onderwijs, 2019).\n\nDe geringe mate waarin leerkrachten tools, die beogen evaluatiedata in kaart te brengen, ervaren als gebruiksvriendelijk en nuttig voor de lespraktijk zijn volgens het Technology Acceptance Model (TAM) mogelijke belemmeringen voor de integratie in de praktijk (Davis, Bagozzi & Warshaw, 1989; Park, S.Y, 2009; Scherer, 2019).\n\nMet dit onderzoek willen we hierop een antwoord geven door het optimaliseren/creëren van een methode die het voor leerkrachten SO mogelijk maakt om competenties van leerlingen over sleutelcompetenties heen transparant in kaart te brengen teneinde deze in te zetten voor assessment for learning.","summary":"Ontdek hoe we met een geoptimaliseerde methode leerkrachten kunnen helpen om leerlingencompetenties transparant in kaart te brengen voor effectieve assessment in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001260","result_description":null},{"description":"Het project Brugge Beweegt is een structurele samenwerking tussen Howest en Stad Brugge om studenten in te zetten om alle Bruggelingen aan te zetten tot bewegen.\n\nBrugge Beweegt focust op initiatieven rond beweging, gezondheid en sport en dit wordt ingekleurd door studenten, docenten, stadsmedewerkers en Bruggelingen. De afzonderlijke beweegprojecten hebben een meerwaarde in het leerproces van de student en zijn een aanvulling op het gedifferentieerd beweegaanbod van Stad Brugge. Beide partijen geloven in de kracht van bewegen en willen het laagdrempelig, informeel, en anders georganiseerd beweegaanbod uitbreiden.\n\nVanuit het verbindende beleidsplan van Stad Brugge wil Brugge Beweegt de komende jaren anticiperen op het belang van beweging in de maatschappij. Bewegen is het middel waarmee we onze doelstellingen willen halen. Innovatie en participatie zijn kernwaarden die doorheen al de projecten lopen. We selecteerden 4 pijlers waarop de komende jaren wordt ingezet: Doelgroepen activeren. Sociale verbinding stimuleren. Prikkelende publieke ruimtes. Duurzaam verplaatsen in en rond de stad.\n\nMet het oog op de toekomst kijken we uit naar trends en opportuniteiten om elkaar blijvend te versterken. Behoeftes van de verschillende staddiensten, lectoren, studenten en Bruggelingen worden steekproefgewijs afgecheckt, in kaart gebracht en vertaald naar concrete acties. Dat alles doen we met éénzelfde doel voor ogen: alle Bruggelingen aan het bewegen krijgen.","summary":"Brugge Beweegt: Howest en Stad Brugge werken samen om alle Bruggelingen te inspireren tot bewegen. Studenten, docenten en stadsmedewerkers zetten in op beweging, gezondheid en sport. Innovatief en participatief, met focus op doelgroepen, sociale verbinding, publieke ruimtes en duurzame mobiliteit.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001261","result_description":"Voor dit project werken we nauw samen met de Brugse stadsdiensten, partners van Stad Brugge. Het is de bedoeling over de diensten heen (dus niet enkel de sportdienst) vragen & behoeftes te beantwoorden rond 'bewegen', hen te ontzorgen in een aantal acties en innovatie & inspiratie binnen te brengen in betrokken diensten rond het thema 'beweging'.\n\nIn een eerste fase worden er voornamelijk studenten Sport & Bewegen ingezet. Naarmate het project vordert, willen we ook meer en meer studenten van de opleidingen SW, LO, TGW en TP inzetten."},{"description":"Tijdens dit project wordt een online leerplatform ontwikkeld waar kan worden gewerkt aan de onderwijsdoelen op het vlak van digitale competenties.\n\nDat digitale geletterdheid belangrijke competenties zijn die je weerbaar maken in de maatschappij werd opnieuw pijnlijk duidelijk tijdens de coronacrisis. Bovendien is digitale geletterdheid een hot topic in de hedendaagse maatschappelijke en onderwijskundige vraagstukken (Crevits, 2014; PIRLS, 2016; PISA, 2019; Mediawijs, 2019).\n\nDigital natives grijpen dan wel snel naar technologie, het ontbreekt hen aan knowhow om bewust en doelgericht met online-informatie om te gaan (Ng & Gunstone, 2003; Ng, 2012). Ook leraren dienen voldoende onderlegd te zijn. Belangrijk is om via dit project enerzijds de kloof tussen de digital natives en anderzijds de digital immigrants te verkleinen (Hermans, Tondeur, van Braak, & Valcke, 2008; Kramarski & Michalsky, 2009; Ng; 2012).\n\nConcreet willen we een online leerplatform ontwikkelen met leerpaden waarop op een gedifferentieerde manier gewerkt kan worden aan de onderwijsdoelen op het vlak van digitale competenties.","summary":"Ontwikkeling van een online leerplatform om digitale competenties te versterken en de kloof tussen generaties te verkleinen in onderwijs en maatschappij.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001262","result_description":"Creatie van kennis:\nJongeren worden aangemoedigd om gebruik te maken van het internet en worden erop gewezen dat digitale vaardigheden essentieel zijn om hun weg te vinden in de informatiemaatschappij. Een intensiever gebruikspatroon betekent onvermijdelijk ook meer blootstelling aan risico’s, en het zijn die risico’s waar overheden, scholen, ouders en andere betrokkenen zich zorgen over maken.\n\nHet heeft geen zin om deze onlinerisico’s te negeren of al te sterk te minimaliseren. Restrictief optreden biedt evenmin de gewenste impact omdat jongeren zich niet steeds houden aan restricties en omdat dit meteen ook een beperking legt op de online kansen waar jongeren gebruik van kunnen maken. Het lijkt ons meer zinvol om jongeren te ondersteunen zodat ze stevig in hun schoenen staan wanneer ze op de digitale snelweg navigeren en in staat zijn om online risico’s op een gepaste manier het hoofd te bieden.\n\nVanuit onze hogeschool en eerder opgedane expertise kunnen we hiertoe zelfreguleringsmechanismen stimuleren door het ontwikkelen van doordachte leerpaden, vertrekkend vanuit éénieders unieke beginsituatie. Dit geldt ook voor de doelgroep leraren; die we willen versterken zodat zij zich meer comfortabel voelen in het begeleiden en ondersteunen van onderzoekscompetenties, competenties inzake mediawijsheid en basisgeletterdheid inzake technologie en ICT.\n\nToepassen van kennis:\nHet gedifferentieerde en remediërende karakter van het product dat wordt ontwikkeld binnen dit project zorgt ervoor dat kennis en vaardigheden die dienen ontwikkeld te worden op maat kunnen worden bereikt. Binnen dit onderzoek willen we ons niet enkel richten op een zekere knopvaardigheid, ook kritisch denkvermogen en inschatten om welke informatie het gaat, achten we even belangrijk.\n\nVerspreiden en transfer van kennis naar andere domeinen:\nDe focus van het leerplatform zal liggen op de eindtermen inzake digitale competenties, mediawijsheid en onderzoeksvaardigheden. Echter zien wij een hefboom om doelgericht content te creëren dat ook inzet op de burgerschapscompetenties en economische competenties (basisdoelen omtrent online bankieren bijvoorbeeld); tevens sleutelcompetenties die idealiter in een vakoverschrijdende manier aangeboden worden.\n\nWe zien ons project ook als een professionaliseringsinitiatief naar leraren toe die zich onzeker voelen in het vakoverschrijdende ondersteunen van computer- en digitale competenties; alsook mediawijsheid. Ze dragen hiervoor een zekere verantwoordelijkheid doordat het vak informatica niet meer apart wordt ingericht."},{"description":"Howest en Sport Vlaanderen hebben vanuit de Sportinnovatiecampus expertise opgebouwd in de niche 'exergames' of 'interactieve beweeggames'. Vanuit deze samenwerking richten we samen een ruimte in voor onderzoek, opleiding en dienstverlening rond dit thema.\n\nVanuit Howest willen we inzetten op:\n\n1) Research: verder ontwikkelen van prototypes (met DAE, MCT, ...) en correcte bewegingscontent creëren en testen + experimenteren in authentieke context.\n\n2) Opleiding geven: intern futureproof opleiden en opleiding voorzien voor Sport Vlaanderen, externe leerkrachten & coaches.\n\n3) Rapporteren & verder valoriseren: in de eerste fase is het de bedoeling om samen een aparte ruimte op het domein van Sport Vlaanderen Brugge (recreazaal) in te richten met unieke exergames en onderzoeksinfrastructuur.\n\nHet is aan Howest om bovenstaande zaken te realiseren. Sport Vlaanderen staat in voor beheer & exploitatie.","summary":"Howest en Sport Vlaanderen werken samen aan de ontwikkeling van exergames in de Sportinnovatiecampus voor onderzoek, opleiding en dienstverlening. Howest focust op het ontwikkelen van prototypes, opleiding geven en valorisatie, terwijl Sport Vlaanderen voor beheer en exploitatie zorgt.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001263","result_description":"Voor Sport Vlaanderen zullen wij als kennispartner instaan voor de ontwikkeling van nieuwe technische content, opleiding en het onderbouwen van exergames als tool in trainings- & lescontext.\n\nSamen met bedrijven / start-ups zoeken we verdere opportuniteiten naar valorisatie van ontwikkelde prototypes.\n\nDaarnaast willen wij onze opgebouwde kennis & expertise naar buiten toe vertalen en zowel opleiding als kennisdisseminatie voorzien voor leerkrachten, coaches & trainers."},{"description":"Quindo is een broeinest waar Kortrijkse jongeren de tools krijgen om crossmediale vaardigheden aan te leren en aan te scherpen. Het is een plaats waar ze onder begeleiding content kunnen produceren en presenteren op een online platform, waarvan streaming radio de kern vormt.\n\nDaarvoor werden de oude Radio 2-studio’s omgebouwd tot state-of-the-art radiostudio. De ruimtes worden vandaag gebruikt voor onderzoek, mediaproductie, workshops en praktijklessen van enkele Howest-opleidingen.\n\nDe doelgroep zijn jongeren tussen 16 en 30, zowel studenten als andere leeftijdsgenoten. De werking van Quindo wordt volledig gedragen door een 70-tal vrijwilligers en studenten onder leiding van een divers team. Als inclusief medialab experimenteert Quindo permanent met de versterkende en verbindende functies van mediaproductie. Zo ontwikkelde het team de 'Editorial Board Simulation', een workshop waarin kwetsbare jongeren zelf aan het stuur van een radioshow staan en daarbij heel wat sociale en digitale vaardigheden ontwikkelen.\n\nQuindo werkt samen met heel wat verschillende opleidingen van Howest en een dertigtal externe partners, vooral uit de sociale sector en het culturele veld.","summary":"Quindo is een creatief platform in Kortrijk voor jongeren (16-30) om crossmediale vaardigheden te ontwikkelen. Met een state-of-the-art radiostudio biedt Quindo begeleiding en workshops voor contentproductie en streaming radio. Samen met vrijwilligers en studenten, experimenteert Quindo met inclusieve mediaproductie en verbindt diverse partners uit het sociale en culturele domein.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001264","result_description":null},{"description":"Het algemene doel van het ICON-project is kennisverwerving over actuele uitdagingen in de varkensproductie en -verwerkingsketen in Vlaanderen en de samenwerking doorheen de keten verhogen.\n\nEr worden strategieën ontwikkeld om:\n1) het dierenwelzijn te verbeteren.\n2) verliezen te verminderen, zowel op dierniveau (voor slachten) als op karkasniveau (na slachten).\n3) het verbeteren van de smaak en kwaliteit van vers varkensvlees en gedroogde ham.\n4) nieuwe inzichten over de weerbaarheid van vleesvarkens ten opzichte van variatie in het voeder.\n5) het potentieel van blockchaintechnologie in de varkensproductie en -verwerkingsketen met het oog op meer transparantie.\n\nVoor de Howest is de onderzoeksgroep Security and Privacy betrokken. In dit project staat de onderzoeksgroep in voor de studie en de ontwikkeling van blockchain toepassingen in de vleessector. De resultaten worden op maat van de kmo gemaakt.\n\nBedrijfspartner Dekeyser-Ossaer zorgt voor de verdere ontwikkeling van digitale diensten (B2B en B2C) op basis van de door Howest ontwikkelde blockchain toepassingen en het creëren van win-win-bedrijfsmodellen met leveranciers en klanten en ten voordele van de consument versnellen.","summary":"Het ICON-project in Vlaanderen verhoogt ketensamenwerking in de varkensindustrie, met focus op dierenwelzijn, verliesreductie, productkwaliteit en blockchain-technologie. Onderzoeksgroep Security and Privacy van Howest ontwikkelt op maat gemaakte blockchain-toepassingen voor kmo's, in samenwerking met bedrijfspartner Dekeyser-Ossaer. Samen streven ze naar win-win-bedrijfsmodellen voor leveranciers, klanten en consumenten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001265","result_description":"In het kader van dit ICON-project worden door Howest blockchaintoepassingen ontwikkeld om de samenwerking in de waardeketen van de Vlaamse varkensvleesproductie beduidend te verbeteren, meer traceerbaar en betrouwbaar te maken en beter te connecteren met de consumenten.\n\nHowest is in dit project de blockchainexpert en overbrugt de kloof tussen baanbrekend fundamenteel onderzoek in verschillende domeinen (beveiliging, kunstmatige intelligentie, blockchain en innovatieve webplatformen) en de concrete toepassingen die beantwoorden aan de behoeften en eisen van zowel grote als kleine bedrijven en de overheid.\n\nMits dit project kan Howest ook haar netwerk zowel op vlak van bedrijven, alsook op vlak van kennisinstellingen verder uitbreiden en haar bekendheid voor uitstekend praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek met concrete applicatie in de industrie verhogen."},{"description":"DAE, Skate Vlaanderen en DAE Studio's slaan de handen in elkaar om een indoor half-pipe uit te rusten met interactieve projectie en tracking. Door deze AR-laag laten we ervaren skaters strijden tegen elkaar tijdens minigames en verhogen we het eyecatchgehalte van de skatescene.\n\nDaarnaast kan de opstelling op termijn gebruikt worden voor promotiedoeleinden door bijvoorbeeld organisaties die skateboarden willen promoten en leden willen werven.\n\nIn een vervolgproject kan deze RIDE-AR setup uitgebreid worden met het aanleren van correcte technieken aan beginnende skaters via gamification.\n\nDoor de toenemende media-aandacht in het kader van de Olympische Spelen wordt skaten ook populairder buiten de skate community, wat opportuniteiten met zich meebrengt op het gebied van nieuwe wervingen.\n\nBinnen de scope van deze Sport Vlaanderen AR-oproep wordt gefocust op de skateboard discipline. Aangezien half-pipes ook worden gebruikt door BMX’ers, steppers en inline skaters, is er ook daar verdere valorisatie voor RIDE-AR.","summary":"DAE, Skate Vlaanderen en DAE Studio's bundelen krachten voor interactieve AR-laag op indoor half-pipe. Verhoog eyecatchgehalte skatescene, bied promotiemogelijkheden en techniektraining voor skaters. Kansen voor werving door toenemende populariteit skaten, ook buiten skate community. Potentieel voor valorisatie bij BMX’ers, steppers en inline skaters.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001266","result_description":"Er zijn al eerder experimenten geweest waarbij een halfpipe wordt geprojecteerd, maar waarbij gegokt wordt waar de skater is op basis van gsm signaal of camerabeeld.\n\nOf waarbij met een tracker op de helm vastzet / stuur bmx ... Die prototypes zijn meestal niet succesvol wegens te grote foutenmarge positie speler vs input/output game."},{"description":"Zuidwest-Vlaanderen staat bekend als de productieregio in België. Eén op de drie productiebedrijven in België bevindt zich in deze regio. Voor veel van deze organisaties is er een dwingende vraag om te transformeren naar een industrie die duurzamer omgaat met de beschikbare materialen en grondstoffen.\n\nDe Circulaire Co-creatie hub (CICO HUB) brengt organisaties en bedrijven uit de Zuidwest-Vlaamse regio samen rond de thema's circulaire economie en afvalvalorisatie.\n\nIn een eerste stap worden de reststromen uit de maakindustrie in kaart gebracht en geanalyseerd. In een volgende fase zullen de maakindustrie, de sociale arbeidsbedrijven, ontwerpstudenten en professionele ontwerpers nieuwe producten en businessmodellen co-creëren die een win-win genereren voor de sociale arbeidsbedrijven (extra werkgelegenheid) en de maakindustrie (nieuwe economische valorisatie van reststromen).","summary":"Zuidwest-Vlaanderen, de leidende productieregio in België, staat voor een duurzame transformatie. De CICO HUB brengt bedrijven samen om reststromen te analyseren en circulaire economie te bevorderen voor win-winsituaties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001267","result_description":"Extra werkgelegenheid voor sociale bedrijven en nieuwe economische valorisatie van reststromen in de maakindustrie."},{"description":"De sportinnovatiecampus is dé Vlaamse innovatieproeftuin voor sport- en beweegstimulering. We doen marktverkenning naar en experimenteren met innovatieconcepten voor sport- en beweegstimulering.\n\nWe inspireren door onze opgedane expertise actief uit te dragen en stimuleren het werkveld om doelgericht met innovatie aan de slag te gaan.","summary":"Vlaamse sportinnovatiecampus stimuleert sport en beweging met innovatieve concepten en expertise, inspirerend en doelgericht.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001268","result_description":null},{"description":"Dit project heeft tot doel bedrijven goed opgeleide junior werknemers aan te bieden die de technische en zachte vaardigheden die in de logistieke sector nodig zijn, hebben geleerd. Er wordt in dat kader een virtueel bedrijf opgezet volgens de PE-methode.\n\nDe logistieke sector heeft hooggekwalificeerde profielen nodig. Deze bestaan nog niet, waardoor de bedrijven nieuwe medewerkers moeten opleiden, wat veel tijd en geld kost. Dit Erasmus+ project beoogt de ontwikkeling van een leerprogramma dat Europese studenten voorbereidt op een logistieke opleiding in het hoger onderwijs of op een job binnen een logistiek bedrijf. Hiervoor wordt een virtueel bedrijf opgezet volgens de PE-methode. Elke PE ontplooit activiteiten, zowel nationaal als internationaal, met andere bedrijven binnen het PE-netwerk. Vandaag maken meer dan 40 landen en 7000 PE's wereldwijd deel uit van het netwerk. Door logistieke virtuele bedrijven te creëren, zal dit project de mismatch tussen de competenties die studenten worden aangeleerd en de skills die de sector vraagt, verkleinen.\n\nOnze coördinator: CONNECTIEF vzw – COFEP (Belgium), www.cofep.be\n\nOnze partners: PEN WORLDWIDE EV (Germany), www.penworldwide.org\nFUNDACIO PRIVADA INFORMINSTITUT PER A LA FORMACIO DE JOVES VERS L’ADMINISTRACIO D’EMPRESES (Spain), www.inform.es\nSINT-JOZEF SINT-PIETER (Belgium), www.sjsp.be\nINSTITUT EL CALAMOT (Spain), www.ieselcalamot.com","summary":"Dit Erasmus+ project biedt bedrijven goed opgeleide junior werknemers voor de logistieke sector. Het programma bereidt Europese studenten voor op logistieke opleidingen en banen, door middel van een virtueel bedrijf opgezet volgens de PE-methode. Mismatch tussen studentencompetenties en sectorvereisten wordt verkleind.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001269","result_description":"Dit project heeft tot doel bedrijven goed opgeleide junior werknemers aan te bieden die de technische en zachte vaardigheden die in de logistieke sector nodig zijn, hebben geleerd en ingeoefend. Het gaat erom mensen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt en arbeidskrachten te bieden die het werkveld nodig heeft, maar op dit moment niet kunnen vinden.\n\nBinnen de modernisering van de derde graad in het Belgisch secundair onderwijs, gaat de dubbele eindterm \"Internationale Handel en Logistiek\" van start vanaf september 2023. Deze dubbele eindterm bereidt voor op ofwel een vervolgopleiding in een hoger onderwijs, ofwel een baan in de logistieke sector. Een derde van deze nieuwe opleiding zal uit praktijkopleiding bestaan. Tegen het einde van dit project zullen we een op werk gebaseerd opleidingsprogramma voor de logistiek hebben dat aansluit bij de nieuwe onderwijsdoelstellingen voor de 3de graad secundair onderwijs, goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 10 februari 2021.\n\nVoor het wereldwijde PE-netwerk, EUROPEN-PEN International, zou het een enorme toegevoegde waarde zijn om een innovatief model voor een logistieke PE te creëren dat vervolgens kan worden geïmplementeerd in alle andere landen die lid zijn van de vereniging.\n\nWerkmethode en leerprogramma voor de setup van een virtueel praktisch logistiek bedrijf (virtual logistics practice enterprise = VLPE) in het PEN netwerk.\n\nProjectlokaal voor VLPE P0025 in Howest."},{"description":"Tijdens Digihubs worden West-Vlaamse kmo's uit alle sectoren op een laagdrempelige manier ondersteund in hun digitaal transformatiepad. Howest ondersteunt hen met een zeer uitgebreid gamma aan expertise en infrastructuur.\n\nVele Vlaamse kmo's hebben nog substantiële stappen te zetten in het digitaliseringsproces. Tegelijkertijd stellen we vast dat er heel wat organisaties ondersteuning aanbieden bij dit digitaliseringsproces en dit op verschillende momenten van het transformatiepad. Deze organisaties opereren te veel in silo’s, zijn te fragmentarisch en er is te weinig transparantie in het digitaliseringslandschap.\n\nDe Laagdrempelige Digitale Experimenteerruimte (LDE) DIGIHUB wil de digitalisering bij kmo's versnellen via begeleiding en toegankelijke aanpak (customer journey) en door een breed consortium aan complementaire kennispartners. Kmo's uit alle sectoren die bereid zijn te investeren in digitale transformatie krijgen op een eenvoudige manier toegang tot begeleiding voor hun projecten rond nieuwe (datagedreven) digitale technologieën en voor de integratie en toepassing in hun concrete bedrijfsrealiteit.\n\nVoka neemt de rol van SPOC op en heeft hiervoor een ruim consortium aan partners samengesteld die de concrete begeleiding van de bedrijven op zich zullen nemen.","summary":"Digihubs versnelt digitalisering bij West-Vlaamse kmo's met expertise, infrastructuur en begeleiding. Voka en partners bieden laagdrempelige ondersteuning.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001270","result_description":"West-Vlaamse kmo's uit alle sectoren worden op een laagdrempelige manier ondersteund in hun digitaal transformatiepad.\n\nHowest ondersteunt met een zeer uitgebreid gamma aan expertise en infrastructuur."},{"description":"Uganda is een speerpuntland in de noord-zuid-werking van Howest, waarbij de outreach zich verbreedt in studiegebieden en verdiept in duurzame partnerschappen.\n\nIn antwoord op een uitdrukkelijke vraag van het Holy Family Virika Hospital als MoU-partner, en dankzij onze domeinexpertise op het vlak van energiemanagement, willen we met de investering in een zonne-energievoorziening zowel een antwoord bieden op de lokale medische nood, er Howest-gebaseerde techno-economisch research uitvoeren en voldoen aan de globale duurzame ontwikkelingsdoelen.\n\nNaast de beoogde return voor de Virika-gemeenschap in het zuiden biedt dit project ook een Howest-gebaseerde research opportuniteit en de beduidende versterking van een gewaardeerde stagegever voor vele Vlaamse universiteits- en hogeschoolstudenten, in het bijzonder ook voor Vives en Howest verpleegkundestudenten.","summary":"Howest investeert in zonne-energie bij Holy Family Virika Hospital in Uganda om medische noden te ondersteunen, onderzoek te doen en duurzame doelen te behalen. Dit creëert kansen voor studenten en versterkt partnerschappen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001271","result_description":"29 november 2021 - Product: Het installatiebestek voor het realiseren van de techno-economische research wordt aangeboden aan een lijstje Europese installateurs.\n\n10-14 juli 2022 – Product: Het gelaagde prospectierapport voor de installatie annex research, ten dienste van HF Virika hospitaal en partner CEE.\n\n01 november 2022 – Product: De gedetailleerde en finale installatie-componentenlijst, voor gefaseerde aankoop door Howest en CEE.\n\n01 februari 2023 – Product: Alle verworven installatie-componenten, bestemd voor de Howest-gebaseerde research en het HF Virika hospital-eigenaarschap.\n\n01 maart - 01 mei 2023 – Dienst: Transport vanuit Antwerpse haven naar de Virika-site van de integrale installatie in samenwerking met projectpartner Polytra, ten behoeve van de Virika-gemeenschap.\n\n10-28 juli 2023 - Proces: De totale installatie van de zonne-energievoorziening in samenwerking met CEE en Softmat, ten behoeve van de Virika-gemeenschap.\n\n01 oktober 2023 - Proces: Het opstarten van de zonne-energievoorziening en het capteren van de gegevensstroom ervan, ten behoeve van de Howest-gebaseerde research ten bate van het Virika hospitaal.\n\nAJ 2023-24 Dienst: Didactische ontsluiting van dezelfde gegevensstroom via een educatieve website voor het West-Vlaams secundair onderwijs (3de graad).\n\nWe voorzien een werkende zonne-energievoorziening uiterlijk tegen oktober 2023, en wel zodanig gedimensioneerd dat het een maximale onafhankelijkheid van het Oegandees elektriciteitsnetwerk biedt en minstens de belangrijkste functionele eenheden van het hospitaal afdekt: operatie- en verloskwartieren en de tandartspraktijk.\n\nWe willen deze zonne-energievoorziening tevens na een overgangsjaar tegen oktober 2024 zelfonderhoudend georganiseerd overlaten. Dit zowel financieel door het overlegde duurzaamheidsplan als logistiek door Howest verkort opleiden van minimaal 2 lokale technische medewerkers tot onderhoudstechnicus voor de eigen zonne-energievoorziening."},{"description":"Tijdens SIOPA (Smart Immersive Occupational Performance Assessment) worden virtual reality-applicaties ontwikkeld voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel en visuele moeilijkheden. Het SIOPA-team bestaat uit onderzoekers van verschillende disciplines: ergotherapeuten, gameontwikkelaars, ICT-experten en psychologen.\n\nDit resulteerde al in de realisatie van een aantal applicaties dat wordt getest. Om de projecten verder te realiseren, is er nood aan bijkomende onderzoeksinfrastructuur. Met deze aanvraag kopen we XR-materiaal aan voor onderzoek in ergotherapie, om zo de uitdagingen van de technologische innovatie in deze sector te kunnen aanpakken.\n\nMet deze infrastructuur kan onderzoek gebeuren over de ontwikkeling, de implementatie en de effectiviteit van applicaties in een immersieve omgeving. De infrastructuur die wordt aangekocht, zijn HDM-sets (Head Mounted Display) met en zonder eye-tracking om op locatie in te zetten. Vervolgens ook een mobiele immersive room of Inflatable VR-dome met projectie die het mogelijk maakt om ook zonder HDM met applicaties onderzoek te doen.","summary":"Ontwikkeling van VR-applicaties voor personen met hersenletsel en visuele moeilijkheden. Het SIOPA-team creëert en test applicaties en vraagt infrastructuur aan voor verder onderzoek in ergotherapie. Aankoop van XR materiaal voor immersief onderzoek.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001272","result_description":"Uit de contacten met het werkveld en de verschillende stakeholders wordt duidelijk dat onderzoek naar effectieve en efficiënte behandelingen best wordt uitgevoerd met en in de omgeving van de cliënt, hetzij woon- of behandelomgeving.\n\nHet onderzoek dat zal worden uitgevoerd met de infrastructuur, kan letterlijk deze brug vormen: er wordt naar de zorgverstrekker toegestapt en het materiaal wordt in de zorgomgeving uitgetest binnen onderzoek, gezien het ook in de toekomst daar zal worden geïmplementeerd.\n\nErgotherapeuten worden op deze manier meer tools aangereikt om toe te werken naar Quality of Life op een holistische en client-centered centrale wijze. Het onderzoek waarvoor de gevraagde infrastructuur wordt ingezet, kent als overkoepelende doelen het streven naar autonomie en betekenisvolle participatie van de persoon met zorgnood.\n\nZo kan men binnen de immersieve wereld op een veilige wijze activiteiten uitvoeren op basis de individuele hulpvraag van de cliënt, zoals op micro-niveau koffiezetten, maar ook participatieve activiteiten zoals wandelen in de stad, boodschappen doen.\n\nHet stapsgewijs opbouwen van vaardigheden door gebruik van technologie kan de patiënt preventief voorbereiden op het effectief participeren in de maatschappij. Fysieke en cognitieve aspecten worden hierbij onderzocht.\n\nOm de diversiteit van dit aanbod te kunnen realiseren is het gebruik van virtuele technologie uitermate geschikt en efficiënt."},{"description":"Een student kan op verschillende manieren een kwalificatiebewijs op niveau 5 verkrijgen: dit kan via een onderwijskwalificatie (diploma hoger onderwijs in een graduaatsopleiding) als via beroepskwalificerende trajecten (BKT, gebaseerd op een beroepskwalificatiedossier en erkend door het Departement Werk en Sociale Economie).\n\nDe hogescholen hebben de bevoegdheid en expertise inzake de graduaatsopleidingen en de Syntra’s (i.c. Syntra West en Syntra Limburg) hebben ervaring met beroepskwalificerende trajecten op hetzelfde niveau. Beide types opleidingstrajecten hebben hun eigen kenmerken en spreken specifieke doelgroepen aan. BKT’s worden vaker gevolgd door werkenden, waar onderwijskwalificerende trajecten vaker worden gevolgd door generatiestudenten.\n\nDe hogescholen en Syntra-vestigingen willen nog meer kansen creëren ifv levenslang leren en zoeken naar curricula waarbij beide trajectvormen (met wederzijdse erkenning van kwalificatiebewijzen) kunnen worden gecombineerd. Op die manier kan er een nog flexibeler opleidingsaanbod voor werkstudenten aangeboden worden.\n\nZowel Howest als Hogeschool PXL hebben reeds een strategische samenwerking met respectievelijk Syntra West en Syntra Limburg (SyntraPXL). Binnen deze samenwerking zullen door dit nieuw project diverse pilots voor aansluiting tussen onderwijskwalificerende en beroepskwalificerende trajecten uitgewerkt en geëvalueerd worden.","summary":"Haal een niveau 5 kwalificatie met onderwijs- of beroepstraject. Hogescholen en Syntra willen flexibele opleidingen combineren voor werkenden en generatiestudenten. Strategische partnerschappen stimuleren levenslang leren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001273","result_description":"Kwalitatieve KPI’s:\n\n1) Analyse- en adviesrapport flexibele leerwegen voor werkstudenten en zij-instromers tot een onderwijskwalificatie niveau 5:\nAnalyserapport van:\n- de kenmerken en noden van de doelgroep van de werkstudenten en de zij-instromers,\n- de relevante reglementaire bepalingen,\n- de financiële implicaties,\n- de praktische belemmeringen bij het volgen van een opleidingstraject op niveau 5.\n\nOp basis van deze analyse formuleren we een adviesrapport over\n- hoe deze flexibele leerwegen te organiseren voor deze doelgroep,\n- hoe dergelijke trajecten gecommuniceerd kunnen worden aan de doelgroep,\n- welke reglementaire bepalingen eventueel aangepast dienen te worden,\n- met welke financiële implicaties en praktische belemmeringen er rekening dient worden gehouden.\n\n2) Leidraad curriculum-mapping op niveau 5: een handleiding met aanpak, methodiek en best practices om een inhoudelijke afstemming van onderwijskwalificerende en beroepskwalificerende trajecten te verkrijgen. Het gaat om een diepgaande inhoudelijke analyse van beide opleidingstrajecten. We onderzoeken hierbij o.a.:\n- de leerdoelen,\n- de leerinhouden,\n- werk- en evaluatievormen,\n- de leeromgeving,\n- de organisatie van het werkplekleren,\n- de mogelijkheden tot EVK en EVC en vrijstellingen die hieruit voortvloeien,\n- de organisatie van het academiejaar met bv. gemeenschappelijke scharniermomenten, meerdere instapmomenten.\n\nKwantitatieve KPI’s:\n\n3) Toename en optimalisatie van het aanbod van graduaatsopleidingen in Howest op maat van werkstudenten – zij-instromers: op basis van het analyse- en adviesrapport de leidraad curriculum-mapping, zal de hogeschool aan de slag gaan met het huidig aanbod van graduaatsopleidingen met als doel een hogere flexibiliteit te bieden voor werkstudenten en zij-instromers en zo meer leerkansen te bieden voor een onderwijskwalificatie op niveau 5 voor deze doelgroep.\n\n4) Publicatie en disseminatie van de projectresultaten in het brede onderwijsveld (vb. white paper, artikel in vaktijdschrift, voorstelling op een studiedag)\n\n5) Extra tussentijdse rapportering: via een bijkomende tussentijdse rapportering aan het kabinet van de minister van onderwijs en de administratie (oktober 2022) bieden we volledige transparantie in de tussentijdse resultaten en adviezen van dit project."},{"description":"CyberSecurity4.0 ontwikkelt een laagdrempelig kader, richtlijnen en tools, een demonstrator en leeromgeving voor de cyberbeveiliging van kmo's in Industrie 4.0. Dit stelt kmo's in staat om hun geconnecteerde productiesystemen en Industrie 4.0-toepassingen te beveiligen.\n\nHet project richt zich op de meest kwetsbare en minst geadresseerde domeinen van cyberbeveiliging voor Industrie 4.0: 1) OT-technologie (de link met het productiesysteem), 2) gegevensuitwisseling en 3) beveiliging van de toeleveringsketen.\n\nDe resultaten dragen bij tot het Vlaams Beleidsplan Cybersecurity door het beveiligingsbewustzijn, de beveiligingsstrategie en de beveiligingsimplementatie te ondersteunen met een oplossing die kan worden afgestemd op de specifieke situatie van een kmo.\n\nCyberSecurity4.0 is gericht op de waardeketen van kmo-maakbedrijven in discrete productie. De reële doelgroep omvat 498 maakbedrijven, 198 leveranciers van productietechnologie en 100 leveranciers van cybersecurity technologie en diensten. De doelgroep omvat 75% kmo's.","summary":"Ontwikkeling van laagdrempelig kader en tools voor cyberbeveiliging van kmo's in Industrie 4.0. Focus op OT-technologie, gegevensuitwisseling en beveiliging van toeleveringsketen. Ondersteunt Vlaams Beleidsplan Cybersecurity voor kmo's in discrete productie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001274","result_description":"De valorisatiestrategie is gericht op een stapsgewijze hands-on aanpak: Breed kennis verspreiden via begrijpbare publicaties, events, presentaties en collectieve sessies. Gericht kennisniveau verhogen via de leeromgeving en hands-on workshops met oefeningen en experimenten zodat KMOs zelf aan de slag gaan met het ontwikkelde raamwerk en tools. Implementeren, ondersteunen en versnellen: praktische richtlijnen en tools laten bedrijven toe om tijdens de verschillende fases van hun implementatietraject juiste keuzes te maken.\n\nVanuit de kennisverhoging door het project worden volgende implementaties verwacht: Scan om voor de AS-IS situatie de veiligheidsrisico’s in te schatten en voor de TO-BE situatie het vereiste CS maturiteitsniveau van de beveiliging en de haalbaarheid hiervan te bepalen. Haalbaarheidsstudie om de strategie en onderliggende opties voor een veilige OT te evalueren (technologische en economisch). Opstellen actieplan voor implementatie van cyberbeveiliging in de bedrijfsspecifieke context. Investeringen in opleiding van medewerkers, cyberbeveiliging en connectiviteit. Het integreren van cyberbeveiliging voor Industrie 4.0 in toepassingen (bij technologieaanbieders) Opleidingen en implementatietraject om Cybersecurity verhogen bij KMO's."},{"description":"Binnen dit project ligt de focus op het versterken van de 21st century skills in de curricula van Howest. Hierbij zullen binnen 3 verschillende Howest-studiedomeinen (design & technologie, bedrijf & organisatie, mens & welzijn) zowel de noden van het werkveld als de skills die reeds aangebracht worden binnen graduaat en bachelor opleidingen onderzocht worden.\n\nHierdoor zal er een duidelijk beeld gevormd kunnen worden van de “expectancy gap” tussen de competenties van uitstromende studenten en verwachtingen van het werkveld. Hieruit volgt in de onderzoeksfase een nieuw te scheppen kader hetgeen verder tijdens de implementatie fase zal leiden tot concrete handvaten om de verschillende (deels) ontbrekende skills aan te brengen binnen de opleidingen van Howest.\n\nDe resultaten zullen verder gebruikt worden voor verdere professionalisering van de opleidingsteams.","summary":"Dit project focust op het versterken van 21st century skills in Howest-curricula. Onderzoek naar werkveldbehoeften en bestaande vaardigheden leidt tot nieuwe kaders en concrete handvaten voor skillontwikkeling binnen de opleidingen, met als doel verdere professionalisering van het onderwijsteam.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001275","result_description":"Kwalitatieve output:\n\nWerkpakket 1: Onderzoek\n- KPI1: Een analysedocument waarin de expectancy gap tussen het werkveld en het curriculum van een opleiding verhelderd en vergeleken wordt.\n- KPI2: Een framework waarin de nodige basisskills en de eventuele gevorderde skills in relatie tot elkaar weergegeven worden.\n\nWerkpakket 2: Implementatie\n- KPI3: Thematische bouwblokken en guidelines rond de 21st century skills met best practices, werkvormen en evaluatie-instrumenten. Deze worden zoveel mogelijk gespecifieerd per domein.\n  - Met de betrokken opleidingen wordt een plan van aanpak uitgewerkt in samenspraak met de opleidingsmanager en/of -coördinator.\n  - Ondersteunende kaders voor de dienst onderwijs voor toekomstige opleidingen of voor wijzigingen in curricula.\n  - Realisatie van workshops voor opleidingsteams en opvolging gedurende de eerste periode van implementatie.\n\nWerkpakket 3: Disseminatiefase\n- KPI4: Per domein een stand van zaken en actieplan die de verdere uitdagingen terugkoppelt.\n  - Interne en externe thematische studiedag in functie van expertisedeling (onder andere met de UPHO-hogescholen).\n\nKwantitatieve output:\n\nWerkpakket 1, 2 en 3\n- Binnen elk domein worden minstens 3 opleidingen betrokken in dit proces.\n- Voor elke betrokken opleiding wordt een workshop aangeboden om de resultaten terug te koppelen.\n- Elke betrokken opleiding formuleert een plan van aanpak om de kloof in de expectancy gap te verkleinen.\n\nWerkpakket 3\n- KPI4: Minstens 1 studiedag in functie van expertisedeling."},{"description":"Het project ‘Level Up’ onderzoekt hoe een blended begeleidingstraject voor leraren (teams) kan worden ontwikkeld met als doel het verbeteren van digitale competenties en mediawijsheid bij leerlingen in het secundair onderwijs.\n\nDit traject omvat een samenwerking met kernteams en lerarenteams, waarbij de focus ligt op school- en curriculumorganisatie en didactiek.\n\nDe materialen die tijdens dit traject worden ontwikkeld, zullen ook na afronding van het project op verschillende manieren kunnen worden toegepast in diverse contexten.","summary":"Level Up' project ontwikkelt blended begeleiding voor leraren om digitale competenties en mediawijsheid van leerlingen te verhogen in het secundair onderwijs. Samen met kernteams en lerarenteams wordt gewerkt aan schoolorganisatie, curriculum en didactiek, met duurzame materialen als resultaat.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001276","result_description":"Het project verhoogt de impact via differentiatie. De kennis van de verschillende partners in dit project maakt het mogelijk om begeleidingstrajecten te ontwikkelen die elke school gericht begeleiden op basis van haar behoeften.\n\nEr kan binnen dit project op verschillende snelheden gewerkt worden. ‘Level-Up’ zet sterk in op co-creatie met scholen en duurzaamheid van de verworven inzichten na het project.\n\nNaast externe professionalisering van de leerkrachten krijgt daarom ook competentieverhoging via interne professionalisering, zoals peer-learning, veel aandacht. We betrekken ook de scholengemeenschap als belangrijke actor in het ecosysteem."},{"description":"Vanuit het project Level-Up werd een vervolg opgezet dat gericht is op het professionaliseren van leerkrachten 3de graad secundair onderwijs uit arbeidsmarkt en dubbele finaliteit, zodat zij de digitale competenties en datageletterdheid van hun leerlingen kunnen verhogen.\n\nHiervoor worden twee trajecten ontwikkeld:\nEen voorbereidingstraject dat inzet op het verhogen van de digitale en datageletterdheid van leraren.\nEen co-creatietraject voor en met leerkrachten uit arbeidsmarkt en dubbele finaliteit dat zowel het ontwikkelen als het realiseren van een interdisciplinair leerlingenproject omvat en dat de digitale competenties, kritisch denken en ondernemingszin bij hun leerlingen 3de graad stimuleert. Inhoudelijk ligt het accent op authentieke uitdagingen binnen het thema energie (transitie).\n\nCentraal staan de learning parks. Het is een fysiek trefpunt waar de partners elkaar ontmoeten en waar het co-creatie traject gerealiseerd zal worden. Voorbeelden zijn de Mind- And Makerspace (Brugge) en de T2-campus (Genk).\n\nDit project resulteert in een blauwdruk van hoe kennisinstellingen, bedrijven, leerkrachten en leerlingen vakoverschrijdend kunnen samenwerken rond een maatschappelijk thema.","summary":"Professionaliseer leerkrachten 3de graad secundair onderwijs in digitale en datageletterdheid via voorbereidings- en co-creatietrajecten. Stimuleer leerlingen met interdisciplinaire projecten over energietransitie. Samenwerken in learning parks zoals Mind- And Makerspace (Brugge) en T2-campus (Genk) bevordert kennisdeling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001277","result_description":"De leerlingenprojecten en professionaliseringsinitiatieven worden verankerd in bestaande systemen (digisnap, klascement). Een draaiboek ('blauwdruk') waarin het proces, de samenwerking en rolverdeling van de verschillende partners wordt omschreven (scholen, begeleidende organisaties, learning parcs, bedrijven/organisaties en onderzoeksinstellingen).\n\nProfessionalisering op vlak van digitalisering op maat voor alle leraren. Pedagogisch-didactische visie van leraren 3de graad en directie ontwikkelen en op punt zetten in functie van het co-creatietraject. Digitaal-technologische competenties van leraren 2de en 3de graad SO verdiepen en verbreden. Pedagogisch-didactische visie van leraren 3de graad en directie ontwikkelen en op punt zetten in functie van het co-creatietraject en leerkrachtenteams in staat stellen om zelfstandig een interdisciplinair project te ontwikkelen binnen de eigen school aan de hand van een concrete tool of methodiek.\n\nDe leerlingenprojecten en professionaliseringsinitiatieven verankerd in bestaande systemen (digisnap, klascement). De partners integreren de trajecten in hun reguliere werking, toegankelijk voor alle scholen met dubbele en arbeidsgerichte finaliteit in Vlaanderen."},{"description":"De samenwerking tussen de partners met technische know-how werd al opgestart in de proeftuinprojecten AR4Industry en ConstructionSiteVision. In beide proeftuinen die nog lopen tot en met 2022 werden demonstratoren met VR en AR ontwikkeld voor respectievelijk de voedings/biotech sector en de bouwsector.\n\nHoewel veel bedrijven betrokken waren in die proeftuinen en basiskennis en mogelijkheden van de technologie al ruim werden gedeeld, stroomt in de praktijk de implementatie van de technologie nog onvoldoende door naar de werkvloer. \n\nDeze oproep van ESF en Vlaio richt zich op het in kaart brengen van extra drempels naar implementatie van de technologie én deze proberen weg te nemen bij bedrijven aan de hand van begeleidingstrajecten en dus het beter inzetten op menselijk kapitaal.","summary":"Partners met technische know-how werkten samen aan AR/VR demo's in proeftuinen tot 2022. Oproep van ESF en Vlaio focust op drempels naar implementatie van technologie en begeleiding bedrijven.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001278","result_description":"Dit project kan bijdragen aan een snellere implementatie van XR door begeleidingstrajecten bij KMO's die actief zijn in sectoren zoals de bouw, biotechnologie, voeding en maakindustrie."},{"description":"Begrijpend lezen is een belangrijke vaardigheid voor leerlingen. Het belangrijkste doel van het project is het vergroten van de leesvaardigheid en het leesplezier van leerlingen in beroepsgeoriënteerde opleidingen.\n\nOm hen te motiveren meer te lezen, zal de methodiek van Close Reading worden gebruikt. Door de training van de docenten zullen zij de methodiek van Close Reading leren. Er zijn nieuwe inzichten (Fisher, Frey & Hattie, 2016) die laten zien dat begrijpend luisteren en lezen anders kan worden aangepakt door het gebruik van interessante, maar complexe prentenboeken en teksten voor kinderen. Dit wordt close-reading genoemd.\n\nJongeren leren hoe ze het lezen van zo'n tekst moeten aanpakken, zodat ze de tekst ook echt begrijpen. Ook zal de ontwikkeling van een op game gebaseerd leerplatform (gamificatie) leerlingen motiveren om meer te lezen. Op een leuke en interactieve manier lezen, stimuleert jongeren om door een spel, op een toegankelijke manier, beter en meer te lezen. Een innovatief leesonderwijs zal een positieve impact hebben en de leesvaardigheid en het leesplezier van leerlingen verhogen.","summary":"Vergroot de leesvaardigheid en -plezier van leerlingen in beroepsgeoriënteerde opleidingen met Close Reading. Docenten worden getraind in deze methode voor effectiever begrijpend lezen. Gamificatie en complexe teksten stimuleren jongeren om meer te lezen op een leuke en interactieve manier, wat leidt tot een positieve impact op hun leesvaardigheid.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001279","result_description":"De belangrijkste uitkomst van het project is de toename van leesvaardigheid en leesplezier voor leerlingen in het mbo (secundair onderwijs).\n\nOm hen te motiveren en uit te dagen om meer en beter te lezen, zal een game-based leerplatform worden ontwikkeld. Leerlingen worden uitgedaagd om alle leessterren te verzamelen door alle teksten in het spel te lezen en de juiste antwoorden te geven. Leerlingen die meer lezen, worden betere lezers.\n\nOnderzoek heeft aangetoond dat beter lezen resulteert in beter leren, wat een positief effect zal hebben op hun dagelijks leven.\n\nOp het niveau van leraren wil het samenwerkingsverband een nieuwe leraar in het leesonderwijs creëren. Na het project komt er een online toolbox waar docenten alles kunnen vinden wat ze nodig hebben voor effectieve leeslessen: goede voorbeelden, tips en trucs, een forum om ideeën en ervaringen uit te wisselen.\n\nLeraren worden getraind in het ontwikkelen van lessen, met behulp van de methodiek van close reading, in een e-cursus. Dit traject van professionalisering zal hen stap voor stap begeleiden bij het ontwikkelen van leeslessen. Daarnaast zullen ze ook getraind worden in het gebruik van het game-based platform.\n\nTijdens de disseminatie zullen zoveel mogelijk educatieve stakeholders worden uitgenodigd om de resultaten van het project te laten zien."},{"description":"In dit project ontwikkelen we een aantrekkelijke en kwaliteitsvolle opleiding die mentoren in het werkveld op maat ondersteunt en versterkt in hun opdracht als begeleider en medebeoordelaar van de student tijdens het werkplekleren.","summary":"Ontwikkeling van op maat gemaakte opleiding voor mentoren in werkplekleren om hun rol te versterken als begeleider en beoordelaar van studenten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001280","result_description":"Kwalitatieve output:\n\nEen gemeenschappelijk ontwikkelde mentorenopleiding op maat van de noden van het werkveld bestaande uit diverse thema’s/onderdelen met divers materiaal (kennisclips, oefeningen, …) die individueel per hogeschool wordt geïmplementeerd met respect voor de eigenheid van respectievelijk Howest, AP en Hogeschool PXL. Een brochure en ruimte op de website van elke hogeschool betreffende de mentorenopleiding. Klankbordgroep Intervisie UPHO. Een stabiel netwerk van deskundige mentoren in zowel Howest, AP als Hogeschool PXL per sector. Verslagen van de focusgesprekken per sector en participant aan de pilots. Samenwerking met de sectororganisaties en werkgeversorganisatie VOKA. Een learning community per sector. Aanbevelingen naar de overheid toe omtrent mogelijke financiële en andere incentives en/of verankering in het Vlaanderenbrede beleid.\n\nIn de betrokken hogescholen kunnen we een impact vaststellen omdat het project zal leiden tot een systematische manier om mentoren kwaliteitsvol te vormen. Er zal meer duidelijkheid ontstaan in het verwachte competentieprofiel van mentoren op pedagogisch-didactisch en coachend vlak. Ook zullen de hogescholen scherper de verschillen en eigenheden tussen opleidingen in het begeleiden van het werkplekleren inzien. De opleiding zal tegelijk een voorbeeld vormen voor wat betreft digitale en vernieuwende vormen van levenslang leren. We maken immers maximaal gebruik van de mogelijkheden m.b.t. onderwijstechnologie om deze opleiding vorm te geven. Aangezien de betrokken hogescholen zich engageren om de opleiding enkele jaren te blijven aanbieden kunnen we spreken van een systemische impact. We menen bovendien te kunnen spreken van een kwaliteitsinjectie in het werkplekleren in de opleidingen, omdat er steeds meer mentoren over een adequate pedagogisch-didactische en coachende basis beschikken. Een neveneffect is bovendien dat we meer ‘binding’ creëren tussen werkplekken en de hogescholen en het netwerk op die manier versterken.\n\nOmdat we de opleiding zullen ontwikkelen in co-creatie met opleidingen, sectororganisatie en werkgeversorganisaties, met ondernemingen en hun mentoren kunnen we spreken van een ‘gedragen’ opleiding die sterk aanleunt bij de inhoudelijke behoeften en organisatorische mogelijkheden van de mentoren. We zullen ook andere hogescholen inspireren met deze mentoropleiding, in de eerste plaats de twee andere hogescholen die tot het UPHO-netwerk behoren. De verdere verspreiding/deling van de mentorenopleiding binnen het UPHO-netwerk zal worden onderzocht.\n\nKwantitatieve output:\n\nDe aanwezigheid van één gemeenschappelijke mentorenopleiding die wordt aangeboden in Howest, AP en Hogeschool PXL. Het doorlopen van een implementatietraject van de mentorenopleiding in iedere betrokken hogeschool. De aanwezigheid van een brochure van de mentorenopleiding. Het verdelen van de brochure naar alle reeds betrokken mentoren in de opleidingen van de betrokken instellingen + algemene promotie-acties. Een bereik van tenminste 50 deelnemers aan de opleiding per instelling. In totaal gaat het om 150 deelnemers. Tevredenheid van meer dan 3/5 bij deelnemende mentoren (via bevraging – likert scale). Gepercipieerde deskundigheid van meer dan 3/5 bij deelnemende mentoren (self-efficacy - via bevraging – likert scale)."},{"description":"Productie van hernieuwbare energie bij landbouwers wordt alsmaar belangrijker, zowel naar verduurzaming als voor het onder controle houden van de kosten. Er is recent ook heel veel nieuwe wetgeving geïmplementeerd of wordt binnenkort geïmplementeerd, die van invloed is op de productie van de hernieuwbare energie en/of de kosten die ermee gepaard gaan.\n\nIedere landbouwer wordt geconfronteerd met het energievraagstuk. Er zijn verschillen naargelang de sector, maar alsmaar meer maakt de energiekost een belangrijk deel uit van de kosten voor een landbouwer. Tegelijkertijd is onze energiemarkt alsmaar complexer aan het worden. Recent is er het verdwijnen van de terugdraaiende teller. De voorbije maanden komen er alsmaar meer vragen binnen van landbouwers omtrent welke acties men kan nemen om de nefaste financiële invloed van het verdwijnen van de terugdraaiende teller (TDT) te ondervangen. Vanaf volgend jaar is er ook het invoeren van het capaciteitstarief (CT). Concreet betekent dit dat het verbruik niet meer enkel gaat verrekend worden op basis van het volume aan elektriciteit die verbruikt wordt, maar ook op basis van de piekbelasting die op het net veroorzaakt wordt. Daarnaast is er ook nog de gewijzigde wetgeving rond de integratie van hernieuwbare productie en opslagmogelijkheden (synergrid C10/11, TRDE,…).\n\nEen tweede aspect voor de landbouw is het verduurzamen. Vanuit de overheid probeert men het inzetten van hernieuwbare energie in de landbouw te stimuleren. Zo start binnenkort Enerpedia 4.0. Enerpedia is een platform van alle landbouwpraktijkcentra van Vlaanderen. De Vlaamse overheid ondersteunt dit om zoveel mogelijk kennis te verspreiden omtrent de implementatie van hernieuwbare energietechnieken. Heel veel landbouwers hebben op de één of andere manier al geïnvesteerd in de productie van hernieuwbare energie. Dit kan zowel via zonne-energie, windenergie, pocketvergisting,… zijn. Een vaststelling is dat het opwekkingsprofiel en verbruiksprofiel niet altijd goed overeenstemmen. De hernieuwbare energie wordt niet noodzakelijk opgewekt op het moment dat het verbruik het grootste is. Dit maakt dat de landbouwer zich vaak gaat beperken tot het vermogen waarvoor er een voldoende match is met het verbruiksprofiel, teneinde een sluitend businessplan te hebben.\n\nTenslotte komen er ook nog mogelijkheden in het kader van de lokale energiegemeenschappen (Local Energy Communities \"LECs\"). Dit komt van Europa uit en dient verder vertaald te worden naar het regionaal niveau. Dit kan sterk van invloed zijn op de mogelijkheden voor de integratie van hernieuwbare energie.\n\nBinnen het project is het dan ook de bedoeling om te kijken hoe de integratie van hernieuwbare energie kan geoptimaliseerd worden. Hiertoe wordt er gekeken naar opslag in batterijen, thermische opslag en het toepassen van Demand Side Management. Om dit te bereiken worden er metingen en doorrekeningen gedaan bij een aantal voorbeeldbedrijven. De resultaten worden bekendgemaakt via studiedagen en tevens verwerkt in een beslissingstool die na afloop van het project ter beschikking zal blijven voor de geïnteresseerde landbouwers.","summary":"Hernieuwbare energie cruciaal voor landbouwers vanwege stijgende kosten en regelgeving. Enerpedia 4.0 stimuleert implementatie van groene energie. Project focust op optimalisatie met batterijopslag en Demand Side Management voor efficiëntie. Resultaten en tools beschikbaar voor geïnteresseerde landbouwers.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001281","result_description":"Met dit project willen we onderzoeken hoe we door het toepassen van innovatieve technieken de integratie van hernieuwbare energie in de landbouw kunnen verbeteren.\n\nWe zullen de gevolgen in kaart brengen van veranderende wetgeving met betrekking tot de terugdraaiende teller en het capaciteitstarief. Een belangrijk doel is het optimaliseren van de eigen productie van hernieuwbare energie.\n\nDaarnaast zullen we de productie van hernieuwbare energie voor en door het platteland verkennen als een vorm van samenwerking. Een innovatief aspect van dit project is de focus op het beter benutten van reeds gedane of nog uit te voeren investeringen in hernieuwbare energie, samen met de visualisatie van productie en verbruik in een digitaal platform.\n\nWe zullen ons niet opnieuw richten op de implementatie van hernieuwbare energie, aangezien er al vele projecten zijn uitgevoerd en er bestaande initiatieven zoals Enerpedia beschikbaar zijn."},{"description":"Welke hulpmiddelen hebben mensen met een beperking nodig om hun beperking deels op te vangen of zelfs te verhelpen bij het uitvoeren van bepaalde circustechnieken? Op die vraag zoeken Howest, HOGENT en Circusatelier Woesh een antwoord.\n\nWoesh wil mensen met een beperking warm maken voor circus. In Roeselare, Kortrijk en Oostende wordt een opleiding op maat tot circusassistent uitgerold, en dit telkens in samenwerking met een lokale voorziening.\n\nGelijklopend wordt een traject doorlopen met D4E1 (co-designlab van Howest) om hulpmiddelen op maat te maken die deze circusassistenten met een beperking kunnen inzetten bij de workshops of toonmomenten. Voor de effectieve creatie wordt samengewerkt met de makerscommunity van de Mind and Makerspace MaM.\n\nAlle resultaten (handleiding opleiding & gedetailleerde productfiches hulpmiddelen) worden finaal gedeeld met andere circusateliers en -werkplaatsen. Het totaalproject verbindt circustechnieken, open design assistieve technologie, makerscommunities en een maatschappelijk werking voor mensen met een beperking/ondersteuningsnood.","summary":"Ontdek hoe Howest, HOGENT en Circusatelier Woesh samenwerken om mensen met een beperking warm te maken voor circus. Ze ontwikkelen op maat gemaakte hulpmiddelen en delen deze resultaten met andere circusateliers en -werkplaatsen. Herdefinieer circustechnieken met innovatieve assistieve technologieën.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001282","result_description":"Realisatie van 3 opleidingstrajecten voor circusassistenten met een beperking/ondersteuningsnood (circusassistenten).\n\nRealisatie van 6 hulpmiddelen (inclusief bouwplannen) voor de circusassistenten.\n\nRealisatie van een duurzaam netwerk met de voorzieningen voor de verdere inzet van de circusassistenten.\n\nKennisdeling met andere circusateliers en -werkplaatsen. Sociaal circus werking ondersteunen en toegankelijk maken voor burgers met een beperking.\n\nIn juni 2025 voorziet Circus Woesh een inspiratiedag voor andere erkende circusateliers en -werkplaatsen, met 2 doeleinden:\n\nHet voorstellen van een draai- en werkboek voor de opleiding circusassistenten. CW ontwikkelt een draaiboek waarmee andere circusorganisaties ook zelf het opleidingstraject circusassistenten als procesbegeleider kunnen doorlopen. Het werkboek is bedoeld als tool voor de toekomstige circusassistenten en brengt de kijkwijzers uit de 3 trajecten samen met spelletjes, evaluatiemethodieken.\n\nHet verdelen van de ontwikkelde series van de verschillende hulpmiddelen, inclusief productiehandleidingen."},{"description":"Om de groei en ontwikkeling van de economisch belangrijke sector 'Blue Energy' te ondersteunen, wordt - samen met POM West-Vlaanderen - een state-of-the-art opleidingscentrum uitgebouwd in Bluebridge in het Ostend Science Park.\n\nDaar worden digitale skills (i.c. de analyse, interpretatie en gebruik/verwerking van big data) en technische skills (i.c. operations & maintenance van een windmolenturbine) in een gesimuleerde, maar realistische omgeving aangeleerd.","summary":"In Bluebridge, Ostend Science Park, a cutting-edge training center is being developed to support the growth of the economically important 'Blue Energy' sector. The center will provide training in digital skills and technical skills related to wind turbine operations and maintenance in a simulated yet realistic environment, in collaboration with POM West-Flanders.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001283","result_description":"De behoefte aan opleidingen voor de sector van 'Blue Energy' in een aangepast training lab is aanzienlijk veelzijdig: gesimuleerde control room, digital skills, big data, ... stuk voor stuk elementen die op zich toegevoegde waarde kunnen creëren in deze sector.\n\nDe consortiumleden bieden elk apart, maar niet in het minst in de toekomst gezamenlijk, opleidingen, trainingen en leerformules die de kennisopbouw en skills development inzake Blue Energy op tal van onderwijs- en opleidingsniveaus in onze regio garanderen. Dit training lab zal ook ten goede komen aan de visibiliteit van deze sector en de opportuniteiten voor zowel opleidingsinstituten als voor bedrijven.\n\nDe vier consortiumleden (Syntra West, Howest, VIVES, UGent) zijn allen gevestigd en verankerd in West-Vlaanderen, met vestigingen in Brugge, Oostende, Roeselare, Ieper en Kortrijk. Dit ecosysteem zal uiteindelijk ook leiden tot nieuwe innovaties en mogelijke spin-offs.\n\nMet de geplande investeringen worden de volgende doelgroepen beoogd:\n- Studenten hoger onderwijs die een Bachelor, Master of Ma-na-Ma volgen, die kan toeleiden naar een job in de blauwe economie waar het gebruik van big data nu of in de nabije toekomst een belangrijk onderdeel vormt;\n- Toekomstige professionals (ondernemers en ondernemende medewerkers) die straks aan de slag gaan in de blauwe economie (inclusief heroriënteerders, zij-instromers en leerlingen van secundaire scholen);\n- Werknemers van bedrijven actief in de blauwe economie die, hetzij op eigen initiatief, hetzij op aangeven van hun werkgever een (bedrijfsinterne) vorming of opleiding volgen om hun kennis van big data, digitale en/of technische skills te versterken."},{"description":"EDIH DIGITALIS biedt ondersteuning aan lokale bedrijven op het vlak van AI, digitalisatie van de industrie en cybersecurity.\n\nIn het kader van Digital Europe werd een oproep gelanceerd voor het oprichten van European Digital Innovation Hubs (EDIH). DIGITALIS wil fungeren als een \"one-stop shop\" voor productiebedrijven die hun producten en processen willen digitaliseren. Flanders Make is de lead partner.\n\nDIGITALIS helpt: Traditionele kmo's met de invoering van nieuwe digitale technologieën. Technologie kmo's met het verbinden van nieuwe digitale technologieën. Via een \"ecosysteem\" zullen we beide groepen kmo's ook samenbrengen om een marktplaats voor digitale oplossingen te creëren en de traditionele kmo's te laten leren van hun gelijken.","summary":"EDIH DIGITALIS ondersteunt lokale bedrijven op het gebied van AI, digitalisatie en cybersecurity. Als European Digital Innovation Hub helpt het productiebedrijven met digitalisering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001284","result_description":"De belangrijkste doelstellingen zijn: \n\n1. De toepassing van digitale technologieën op de werkvloer van kleine en middelgrote productiebedrijven vergroten.\n2. Het niveau van digitale vaardigheden op de werkvloer verhogen.\n3. Een actieve rol spelen in het Europese netwerk van digitale innovatiecentra.\n4. Actief bijdragen aan de Europese Green Deal-doelstellingen.\n\nHet belangrijkste resultaat van DIGITALIS is het aanpakken van de kernelementen van de oproep voor een netwerk van Europese digitale innovatiecentra. We zullen de digitale transformatie van industriële ecosystemen in de EU ondersteunen, het niveau van industriële digitalisering verhogen, de beroepsbevolking bijscholen en kritieke digitale capaciteiten versterken."},{"description":"Hoe beïnvloedt muziek luisteren de hersenontwikkeling? Het KidBeats-project beschouwt muziek als een belangrijke factor in de ontwikkeling van kinderen, hoewel de technologie niet helemaal is voorbereid om een brug te slaan tussen musici en kinderen.\n\nHet internationale partnerschap bouwt een project op voor het creëren van een methodologie om de jongste generaties te bereiken door middel van een onschadelijke en innovatieve digitale oplossing. De methodologie is gericht op muzikanten die met kindermuziek te maken hebben en richt zich op 3 pijlers: onderzoek, testen en een mobiele toolproductie die een op geluid gebaseerd mediaspel mogelijk maakt voor kinderen die rekening houden met milieubewuste materialen en oplossingen van de 21ste eeuw.\n\nOm de doelstellingen te bereiken, roept KidBeats een internationaal partnerschap op uit de volgende velden: Muziekproductie (GRYLLUS), Psychologie, Gedragswetenschappen (ELTE Babylab), Milieubescherming (Hongaarse ornithologische Association), Design gericht op onderwijs en kinderen (Museo dei Bambini – IT), Open design en productie met digitale oplossingen van de 21e eeuw (HOWEST), uitgeverij van kinderboeken – (MÓRA).","summary":"KidBeats-project bevordert de hersenontwikkeling door kinderen te betrekken bij muziek via een innovatieve digitale oplossing. Internationaal partnerschap richt zich op onderzoek, testen en mobiele toolproductie voor milieubewuste kindermedia.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001285","result_description":"Een fysiek object met een hybride karakter. Dit object combineert de sterke punten van zowel digitale als tastbare componenten met als doel een functionele verificatie.\n\nHet object zal worden ontworpen volgens de regels van productie in kleine volumes, waarvoor we Fablab-productietechnieken en open hardware zullen gebruiken. Deze open benadering zal worden gedocumenteerd in een instructie- of bouwplan dat kan worden gedeeld onder een Creative Commons-licentie.\n\nDit houdt in dat alle informatie die betrokken is bij het maken van het object of systeem op internet beschikbaar wordt gesteld, zoals tekst, tekeningen, foto's en 3D computer-aided design (CAD) modellen. Bovendien worden alle productietechnieken toegankelijk gemaakt zodat andere mensen het vrijelijk kunnen namaken of kunnen bijdragen aan de verdere evolutie ervan."},{"description":"Gen Z (jongeren geboren tussen 1995 en 2009) is de toekomst. Als burger, als consument, als werknemer. Maar Gen Z laat niet in de kaarten kijken. Ondanks de beschikbare kennis en (online) tools blijft het voor KMO’s, steden en gemeenten, social profit en non-profit organisaties een uitdaging om Gen Z te begrijpen en te bereiken.\n\nHet Gen Z Lab wil een expertisecentrum worden dat merken en organisaties helpt om digital natives te begrijpen en erop in te haken, door enerzijds Gen Z kennis op te bouwen en anderzijds Gen Z activatie te bewerkstelligen. Via literatuuronderzoek, best practice mapping rond activatie, Gen Z bevragingen en testcases, streeft het Gen Z Lab naar de ontwikkeling van een methodiek (inclusief professioneel uitgewerkte toolbox, coachingstrajecten en een digitaal Gen Z kennis- en activatieplatform) om merken en organisaties te helpen interageren en co-creëren met Gen Z.","summary":"Gen Z Lab helpt merken en organisaties om Gen Z te begrijpen en te bereiken. Via onderzoek en testcases ontwikkelen ze een methodiek en toolbox voor interactie en co-creatie met digital natives.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001286","result_description":"Primaire doelgroep: KMO’s, social profit en non-profit organisaties die Gen Z jongeren (leeftijd ’95 – ‘09) willen begrijpen, bereiken, activeren of tot gedragsverandering aanzetten.\n\nMethodiek in de vorm van een toolbox (product) + coachingstraject (dienst) die organisaties in staat stelt om inzicht te krijgen in:\n(1) Wie is Gen Z voor het merk/de organisatie (= kwalitatieve bevraging van Gen Z, inzichten in relevante trends, en opmaak van persona's op concrete situatie/merkgericht)?\n(2) Hoe speel je in op Gen Z’s behoeften en wensen en wat motiveert Gen Z (= co-creatie met Gen Z a.d.h.v. product innovation sheets, hackatons, brainstorming, cases)?\n(3) Hoe zet je communities op en hou je communities levendig (met aandacht voor storytelling techniques en content creatie met influencers & ambassadeurs)?\n\nProces: Dynamisch digitaal kennisplatform opzetten rond Gen Z die informatie uit literatuur én uit (test)cases met het werkveld verzamelt en ontsluit.\n\nProces: Testcases met social profit, non-profit en/of for-profit actoren die op Gen Z willen inhaken. Voorbeeld: studiekiezers activeren voor Howest, employer branding voor een bouwbedrijf, imago-onderzoek voor verzekeringsmaatschappij, jongere bezoekers aantrekken naar een museum, campagnes opzetten rond stoppen met roken.\n\nHet uiteindelijke doel van het PWO is de ontwikkeling van een methodiek om via een toolbox en coachingstraject KMO’s, social en non-profit actoren te helpen concreet in te haken op Gen Z, rond een topic naar keuze. De uitbouw van een digitaal Gen Z kennis- en activatieplatform ondersteunt deze methodiek. \n\nIdealiter bestaat de toolbox zowel in fysieke als in digitale versie. Zo’n toolbox bestaat onder meer uit allerhande templates en (doe-)opdrachten die organisaties en merken kunnen doorlopen om Gen Z te leren begrijpen, bereiken en activeren. Voor een groot deel van deze opdrachten zal rechtstreekse interactie met Gen Z van belang zijn (door Gen Z Lab medewerkers gefaciliteerd). De opdrachten worden dus samen met Gen Z aangepakt, voornamelijk door co-creatie. Aan de hand van een coachingstraject kunnen Gen Z Lab medewerkers de merken en organisaties hierbij assisteren. De digitale versie van de toolbox, inclusief een digitaal coachingstraject, komt terecht op het kennis- en activatieplatform. Dit platform is in se een site waarop kennis (Gen Z studies, white papers,…) wordt gegroepeerd, waar de digitale versie van de toolbox met templates en oefeningen te vinden is én waar een online forum of online interactieruimte is voor organisaties en Gen Z. Hoe dit alles exact vorm krijgt én aantrekkelijk wordt gemaakt voor merken en organisaties vormt een belangrijk vraagstuk binnen het PWO."},{"description":"De onderzoeksgroep Vital Cities zal in samenwerking met de onderzoekers van het Howest Sizing Servers Lab (MCT) een mobiele tool ontwikkelen die gebruikt kan worden als participatie-, onderzoeks- en educatietool.\n\nHet consortium, bestaande uit de onderzoeksgroepen Vital Cities en Sizing Servers Lab van Howest, Stad Brugge en het Sint-Franciscus-Xaverianeninstituut Brugge, onderzoekt in dit project in welke mate en op welke wijze een mobiele tool het draagvlak en de betrokkenheid van jongeren (12-18 jaar) kan verhogen bij het gebruik van beschikbare ruimte in Vlaanderen. We betrekken de doelgroep bij het creatieproces van een mobiele tool (smartphone of tablet app) via de methodiek van co-creatie. Op deze manier geven jongeren zelf vorm aan de manier waarop ze graag betrokken worden en staat het eindresultaat nog niet vast.\n\nDe mobiele tool moet jongeren in staat stellen om:\n1) informatie te delen over hun gebruik van de leefomgeving\n2) hun ideeën, verzuchtingen, competenties, droombeelden… in te zetten om de leefomgeving vorm te geven\n3) in dialoog te treden met beleidsmakers, planners, praktijkwerkers, ondernemers\n4) zich een beeld te vormen over de manier waarop we in Vlaanderen (beter) aan verschillende ruimtebehoeften kunnen voldoen.\n\nDe effectief gekozen technologie is afhankelijk van de door jongeren gevraagde functionaliteiten, resulterend uit het onderzoek in de eerste fase van het project.","summary":"Ontwikkeling van mobiele tool door Vital Cities en Howest Sizing Servers Lab voor jongeren in Vlaanderen om participatie, onderzoek en educatie te bevorderen, in samenwerking met Stad Brugge en SFX-instituut.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001287","result_description":"De onderzoekgroep Vital Cities zal in samenwerking met de onderzoekers van het Howest Sizing Servers Lab (MCT) een mobiele tool ontwikkelen die kan gebruikt worden als participatietool, onderzoeksinstrument en educatietool.\n\nAls participatietool: dit zowel bij een buurtverkenning of project gerelateerde workshop als in langdurige participatietrajecten met jongeren. De mobiele tool heeft als doel om zowel te versterken, maar ook invloed te hebben. Een participatief traject kan een krachtig middel zijn tot een betere analyse-aansluiting-implementatie-evaluatie van het beleid.\n\nAls onderzoeksinstrument: om inzicht te krijgen in hoe de jongeren spelen, hangen of zich verplaatsen, welke mogelijkheden en beperkingen zij in de ruimte ervaren, wat hun noden en behoeften zijn, en hoe de planning van de ruimte daar het best op kan inspelen.\n\nAls educatietool: die kan bijdragen tot kennis vergaren, waarden ontwikkelen en keuzes leren maken om jongeren te laten opgroeien tot een jongvolwassene die bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van onze planeet. Op deze manier kan de tool ook bijdragen tot het creëren van een krachtige leeromgeving voor educatie voor duurzame ontwikkeling en kunnen onderwijsinstellingen deze activerende werkvorm inzetten binnen hun onderwijsprogramma meer specifiek voor het behalen van volgende sleutelcompetenties (EDO-portaal, departement Omgeving):\n\n• competenties inzake duurzaamheid.\n• competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn.\n• leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatie-denken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken.\n• zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid.\n• burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven."},{"description":"Circulair gedreven innovatie creëert kansen om nieuwe materialen uit industriële reststromen optimaal in te zetten in nieuwe producten. In het Circular Solution Lab onderzoekt Industrieel Productontwerpen continu de mogelijkheden hierover.\n\nNog te vaak worden de reststromen van kleinere productiebedrijven gesorteerd, gestockeerd en getransporteerd voor recyclage, verwerking of verbranding in plaats van deze duurzaam in te zetten. Binnen het Circular Solution Lab onderzoekt IPO continu de mogelijkheden van deze alternatieve strategie en proberen ze deze via demo’s terug te koppelen naar industrieel product ontwikkelingsactiviteiten in de industrie.\n\nOm de ondersteuning van productiebedrijven verder te optimaliseren, wil IPO het Circular Solution Lab uitbreiden en vervolledigen op vlak van onderzoek naar hergebruik van afval- en reststromen binnen bedrijven. Er is een focus op thermoplastische kunststoffen in mogelijke combinatie met andere materialen. Het gaat erom reststromen om te zetten in een verwerkbare vorm zoals pellets en granulaat om op basis hiervan een verwerking te doen tot nieuwe producten en/of halffabricaten.\n\nCirculair gedreven innovatie creëert kansen om nieuwe materialen uit industriële reststromen optimaal in te zetten in nieuwe producten. Op deze manier wordt de levensduur van materialen verlengd en kunnen ze zelfs in opeenvolgende productiecycli ingezet worden. Ook de milieu-impact van anders af te danken materialen wordt hierdoor fel teruggeschroefd. De nieuwe materialen gecreëerd uit reststromen zullen de kern worden van innovatie en kunnen niet alleen impact op de industrie, maar ook op de samenleving en zelfs op culturele waarden.","summary":"Ontdek hoe circulaire innovatie reststromen transformeert in nieuwe producten, verlengt levensduur materialen en vermindert milieu-impact. Het Circular Solution Lab van IPO onderzoekt en demonstreert deze duurzame strategieën voor industrieel productontwerp.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001288","result_description":"Een experimentele en transdisciplinaire aanpak van materiaalontwerp zorgt ervoor dat nieuwe innovatieve producten worden gecreëerd door onderzoekers samen met ontwerpstudenten, zelfstandig ontwerpers en R&D van maakbedrijven. Door praktische kennisopbouw en actieve beheersing van deze nieuwe circulaire materialen kunnen deze inzichten vertaald worden tot industriële toepassingen.\n\nDoor materiaal-gedreven innovatie kunnen nieuwe industrieën worden ontwikkeld, duurzamere oplossingen worden gevonden en creatievere ontwerpprocessen worden ingevoerd.\n\nDe onderzoeksgroep industrieel productontwerpen van Howest onderzoekt het hergebruik van afval- en reststromen binnen bedrijven, door selectie van geschikte industriële reststromen, de creatieve verwerking ervan, het ontwerp van aangepaste tooling en de verkenning van de afzetmarkt.\n\nOm dit onderzoek nog beter te kunnen uitvoeren en te demonstreren naar het werkveld staat Howest in voor de aankoop van onderzoeksinfrastructuur voor thermoplastische kunststoffen, zoals shredder, sheetpress, thermoformmachine, lastoestel voor kunststoffen, een dipmouldingtoestel en 3D-printer."},{"description":"ODIN staat voor Oplossingsgericht Denken en INnoveren en verwijst naar een Germaanse God. ODIN is niet alleen de god van de wijsheid, kennis en de geneeskunde, maar ook van de strijd en de magie. Allemaal elementen die met verandering en innovatie in verband kunnen worden gebracht.\n\nHet ODIN-project initieert bottom-up zorginnovatie met ondersteuning van technologie binnen de dagelijkse werking van drie zorgorganisaties, namelijk: het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen, Familiehulp en de Lovie vzw. Het doel is een duurzame attitude/cultuurverandering te realiseren waarbij de 8 Caring Technology Principles (8 CTP) als leidmotief dienen om zowel intern als met externe partners innovatieprojecten te realiseren. (zie https://www.fondsdanieldeconinck.be/initiative/caring-technology/)\n\nHowest staat in voor het faciliteren van participatieve innovatie met, voor en door zorgprofessionals aan de hand van medical fablab technieken.","summary":"ODIN, geïnspireerd door de Germaanse god van wijsheid en strijd, bevordert zorginnovatie bij Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen, Familiehulp en de Lovie vzw. Het project stimuleert cultuurverandering en samenwerking met 8 CTP-principes. Howest ondersteunt innovatie met medische fablab technieken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001289","result_description":"Het project richt zich op de duurzame verankering van kennisopbouw in het werkveld. Dit omvat het bestendigen en uitbouwen van een permanente werking rond bottom-up innovaties. Dit wordt gerealiseerd door het creëren van een community van \"changemakers\" met expertise in innovatieprincipes en methodieken.\n\nEen belangrijk aspect van het project is de kennisdeling en disseminatie van de innovatieprincipes en methodieken (blueprint) naar nieuwe (zorg)partners. Het doel hiervan is om innovaties binnen de (eerstelijns)zorg te realiseren door middel van een learning community.\n\nHowest IDC is verantwoordelijk voor de organisatie van webinars en workshops die vergelijkbaar zijn met de Makerhealth-methodiek."},{"description":"Software op maat laten ontwikkelen is een duur en tijdrovend proces. Veel organisaties behelpen zich met de MS Office of Google suite, maar de wereld van no-code biedt veel meer mogelijkheden dan de standaard kantoortoepassingen.\n\nNo-code platformen laten je toe om zelf volledige webapplicaties en mobile apps te ontwikkelen. De doelstellingen van dit onderzoek zijn:\n\n- Een overzicht bieden van het no-code landschap\n- Een no-code community oprichten in België\n- Partners uit de active health sector aan de slag laten gaan met no-code platformen om zo hun eigen digitale transformatie in handen te nemen.","summary":"Ontwikkel snel en betaalbaar webapplicaties en mobile apps met no-code platformen. Ontdek meer dan MS Office en Google suite. Onderzoek naar no-code landschap en community in België. Active health partners kunnen eigen digitale transformatie realiseren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001290","result_description":"Het project zal twee producten opleveren: \n\n1. Een blog die gedurende het hele onderzoek up-to-date wordt gehouden. Het primaire doel van de blog is om verschillende use cases te verzamelen om de mogelijkheden van no-code platformen te illustreren aan verenigingen en zelfstandige coaches binnen de actieve gezondheidssector. De blog zal ook dienen als communicatiemiddel naar de stuurgroep en andere belanghebbenden toe. \n\n2. Een interactieve tool die het landschap van no-code platformen in kaart brengt en verenigingen en zelfstandige coaches binnen de actieve gezondheidssector in staat stelt om zelfstandig hun technologiestack op te bouwen op basis van hun specifieke situatie. \n\nDaarnaast worden er ook drie diensten aangeboden: \n\n1. Hands-on workshops waar verenigingen en zelfstandige coaches binnen de actieve gezondheidssector kennis kunnen maken met verschillende no-code platformen. Het doel van een workshop is om deelnemers te helpen hun eventuele terughoudendheid te overwinnen en hen een eerste ervaring met een platform te bieden. Tijdens de workshop zal voornamelijk verwezen worden naar bestaande online tutorials van goede kwaliteit voor verdere opleiding. De workshops worden ook opgesplitst op basis van het niveau van digitale vaardigheden en het type applicatie dat men wil ontwikkelen. \n\n2. Een hackathon waar verenigingen en zelfstandige coaches binnen de actieve gezondheidssector in teamverband met studenten van Howest van de deelnemende opleidingen via no-code platformen een eerste versie van hun gewenste digitaal product zullen bouwen. Tijdens deze hackathon wordt de interactieve tool gebruikt om het juiste platform te selecteren en zullen verschillende experts aanwezig zijn om deelnemers te ondersteunen in een participatief ontwerpproces. Met experts worden professionele gebruikers van no-code platformen bedoeld. \n\n3. Een community of gebruikersgroep die zowel professionele als niet-professionele gebruikers van no-code platformen samenbrengt door regelmatig evenementen te organiseren. Het uiteindelijke doel van deze community is om het onderzoek op termijn voort te zetten door middel van dienstverlening binnen een uitgebreid netwerk. \n\nHet doel van dit onderzoek is om het landschap van no-code platformen in kaart te brengen en de doelgroep in staat te stellen via gerichte opleidingen om hun processen op een mensgerichte en duurzame manier te optimaliseren door zelf hun eigen digitale producten te ontwikkelen en te onderhouden."},{"description":"In urban sports zijn opvallend minder meisjes en vrouwen actief. Tijdens Urban Meiden wordt onderzocht waarom dit zo is en hoe we de ruimte en het aanbod kunnen ontwerpen, samen met de meiden. Zo kunnen we een plek creëren waar zij elkaar kunnen ontmoeten voor urban sports.\n\nUit onderzoek blijkt dat sociaal sportieve praktijken empowerend werken en bijdragen tot een positieve beeldvorming over jongeren in kansarme buurten. Jonge meiden haken echter af vanaf 12 jaar en zijn minder zichtbaar in de openbare ruimte voor sport en vrije tijd. Ook in urban sports zijn er opvallend minder meisjes en vrouwen actief. We willen onderzoeken waarom dit zo is en hoe we de ruimte en het aanbod kunnen ontwerpen samen met die meiden zodat ze hun plek vinden om elkaar te ontmoeten voor urban sports.\n\nGedurende twee jaar zullen we meiden (12-18 jaar) uit twee maatschappelijk kwetsbare buurten (Roeselare, Kortrijk en/of Ronse) een plek voor urban sports laten creëren, dit in nauwe samenwerking met lokale partners. Het onderzoeksteam van Howest ondersteunt en documenteert dit proces enerzijds via een participatief actieonderzoek en anderzijds via ontwikkelingsgerichte evaluatiemethodes en impactonderzoek. Alle inzichten over het gedrag van jonge meiden in de publieke ruimte, de lokale transities en de aanpak zullen worden gedeeld in Vlaanderen via het expertisecentrum Vital Cities van Howest en in het internationale netwerk van Vital Cities en de betrokken opleidingen.","summary":"Urban Meiden onderzoekt waarom er minder meisjes en vrouwen actief zijn in urban sports en hoe we samen met hen ruimte en aanbod kunnen ontwerpen om een ontmoetingsplek te creëren. Via participatief actieonderzoek en evaluatie willen we jonge meiden (12-18 jaar) uit kansarme buurten in Roeselare, Kortrijk en/of Ronse betrekken en hun sportieve empowerment en positieve beeldvorming bevorderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001291","result_description":"De tastbare uitkomsten van de PWO:\n\n· Twee praktijken rond urban sports voor meiden in twee verschillende kansarme buurten in de regio.\n\n· Een white paper over meiden in kwetsbare buurten met inzichten over hun gedrag, noden en wensen in de openbare ruimte. (product)\n\n· Een white paper met beschrijving van goeie (internationale) praktijken met betrekking tot activeren meiden in de openbare ruimte\n\n· Een white paper over ontwerpprincipes met meisjes in de openbare ruimte (product ifv procesondersteuning)\n\n· Een artikel in sociaal.net met een samenvatting van de 3 papers en de resultaten van de lokale veranderingsprocessen\n\n· Hoofdstukken in 2de deel van de Praktijkgids sociaal-sportieve praktijken (Zie literatuurlijst)\n\n· Een toolbox met informatie en instrumenten ter inspiratie voor andere lokale besturen en organisaties (product ifv procesondersteuning)\n\n· Een product (podcast/video… nog te bepalen met de doelgroep tijdens het project) waarin de jonge meiden zelf getuigen over het transitietraject en wat dit betekent voor hen.\n\n· Een demonstratiemoment van de inzichten en producten op het einde van de PWO in de vorm van een studiedag, inspiratiemoment en/of workshops gericht naar alle actoren in Vlaanderen (en Nederland) die bezig zijn met de thema’s urban sports, sociaal sportieve praktijken, meiden in de openbare ruimte, in het bijzonder in kansarme buurten.\n\nDe primaire doelgroep zijn praktijkwerkers, lokale besturen en studenten die in cocreatie willen ontwerpen om meisjes meer te laten participeren in de openbare ruimte via urban sports. Daarnaast zijn er in het brede werkveld onderzoekers, docenten, lokale besturen, stafmedewerkers, praktijkwerkers op zoek naar praktische informatie en instrumenten om te werken rond één van de subthema’s van deze PWO: meiden, gebruik openbare ruimte en claimgedrag, participatief ontwerpen, buurtonderzoek, evalueren en bijsturen, impactonderzoek.\n\nAllen merken ze dat er goedbedoelde initiatieven zijn maar meiden en andere specifieke doelgroepen bereiken, blijft moeilijk. Er is nood aan eenvoudige methodieken om inzichten over het gedrag van die meiden (en andere doelgroepen) te verwerven en meer ervaring met het betrekken van de doelgroep bij het ontwerpen van sociale praktijken en inzichten om bij te sturen tijdens de implementatie van die praktijken. Deze PWO moet die inzichten bieden en verspreiden bij praktijkwerkers, lokale besturen en studenten."},{"description":"In dit project wordt het prototype van de VR-training (ontwikkeld in de PWO SPRINT EDU XR) geoptimaliseerd en uitgebreid. Deze VR-training is gericht op leerlingen uit het secundair onderwijs (arbeidsmarktfinaliteit) die leren werken met complexe houtbewerkingsmachines.\n\nDeze VR-training biedt de leerlingen extra mogelijkheden om op een veilige manier hun vaardigheden in te oefenen. Om de VR-training optimaal en laagdrempelig te integreren in het onderwijs, worden adaptiviteit en learning analytics als hefboom gebruikt in het vervolgproject.\n\nEen adaptieve VR-training kan flexibel ingezet worden in het onderwijsleerproces en laat de leerlingen toe zelfgestuurd aan de slag te gaan met de VR-training. Een learning dashboard gebaseerd op leerdata geeft de leerkracht de mogelijkheid om het onderwijsleerproces waar nodig bij te sturen.\n\nIn dit project wordt de VR-applicatie ook uitgebreid met twee andere complexe (houtbewerkings)machines.","summary":"Optimalisatie en uitbreiding van VR-training voor secundair onderwijs, gericht op veilig oefenen met houtbewerkingsmachines. Integratie van adaptiviteit en learning analytics om flexibel en zelfgestuurd leren te bevorderen. Uitbreiding met meer complexe machines.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001292","result_description":"Product: Gepersonaliseerde VR-training voor het bedienen van een 3-tal complexe machines. De VR-trainingen zorgen ervoor dat de eindgebruikers op een veilige en zelfstandige manier de vaardigheden en procedures kunnen inoefenen.\n\nProduct: Learning dashboard dat een overzicht geeft van de leerprestaties van degenen die de VR-trainingen doorlopen.\n\nProduct-proces: een blauwdruk van het onderwijskundig ontwerp en het proces dat is doorlopen om de VR-training technisch te ontwerpen. Deze blauwdruk kan de uitbreiding van de VR-training met andere applicaties of virtuele machines vereenvoudigen (bijvoorbeeld voor een andere sector, een ander doelpubliek, enz.).\n\nProduct-proces: een blauwdruk van het proces dat is doorlopen om na te gaan welke leerdata zinvol is om inzicht te krijgen in het leerproces van de eindgebruiker.\n\nProduct: Rapport van de effectiviteitsstudie. Een wetenschappelijke publicatie over het onderwijskundig ontwerpen van een VR-training.\n\nDiensten voor externen: aanbod van infosessies, train-de-trainers (voor leerkrachten, ICT-coördinatoren, pedagogische begeleiders, eventuele edtech- en industriële partners, enz.), seminaries en/of lezingen rond de VR-leeromgeving met als doel de verspreiding, integratie en commercialisatie van de VR-trainingen in het werkveld.\n\nInterne diensten: train-de-trainers voor BASO/postgraduaat digitale didactiek, educatieve verkorte bachelor, workshops voor studenten rond onderwijskundig ontwerpen, learning analytics voor studenten in de lerarenopleidingen en de postgraduaat digitale didactiek, demo’s in open-labomomenten voor studenten.\n\nDoelstellingen EduMac XR\n• Het prototype (ontwikkeld in het EDU-XR project) zal in het vervolgproject eerst geoptimaliseerd worden om sterker aan te sluiten bij het onderwijsleerproces. Dit gebeurt door het uitbreiden van opdrachten, het personaliseren van de leeromgeving en het uitbreiden van de VR-training met een learning dashboard.\n• Een tweede doelstelling van het vervolgproject is om de VR-applicatie uit te breiden met een tweetal complexe en gevaarlijke (houtbewerkings-)machines om zo het onderwijs optimaal te ondersteunen. De leerkrachten benadrukken ook het belang van het opnemen van diverse houtbewerkingsmachines (virtueel machinepark) om zo de integratie van de VR-applicatie in houtopleidingen te verankeren als educatieve tool.\n• Een derde doelstelling is het afstemmen van de VR-applicatie op eventuele andere eindgebruikers: volwassenen, anderstaligen, studenten IPO, enz. om het bereik van de applicatie te vergroten."},{"description":"Metagenomics of metagenoom analyse is de studie van al het aanwezige DNA afkomstig uit een geïsoleerd staal. Het omvat het gelijktijdig identificeren van meerdere (micro-)organismen voor tal van toepassingen, zoals de detectie van pathogenen of resistentie.\n\nDNA-sequeneringstechnologieën hebben het mogelijk gemaakt om het volledige DNA te verkrijgen van niet-gecultiveerde micro-organismen (mo’s). Echter blijft de identificatie van organismen uit gemengde populaties door middel van traditionele short-read sequencing technologieën een uitdaging.\n\nDe recentste nanopore sequencing technologie bestaat uit realtime, long read sequencing die beperkingen van deze methodes kan overkomen. In dit project zullen we met verschillende werkveldpartners nieuwe metagenomics toepassingen door middel van nanopore sequencing uitwerken.\n\nVerder zal ook automatisatie van staalvoorbereiding en artificiële intelligentie (AI) voor data-analyse onderzocht worden.","summary":"Metagenomics is het bestuderen van al het DNA in een staal om meerdere organismen te identificeren voor diverse toepassingen, zoals pathogeen detectie. Innovatieve nanopore sequencing technologie maakt identificatie van organismen uit gemengde populaties mogelijk. Een project met werkveldpartners zal nieuwe toepassingen van metagenomics via nanopore sequencing verkennen, inclusief automatisatie van staalvoorbereiding en AI voor data-analyse.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001293","result_description":"Product\n\nDit project zal leiden tot de ontwikkeling van verschillende workflows voor praktische toepassingen in metagenomics. Hierdoor zullen vragen van verschillende werkveldpartners beantwoord worden. Verder zullen er verschillende databanken ontwikkeld worden die online beschikbaar gesteld zullen worden voor werkveldpartners. Ook zal er gefocust worden op de ontwikkeling van een webapplicatie voor automatisering van de dataverwerking (zoals bijvoorbeeld de MARTI tool, https://marti.readthedocs.io/en/latest/). De introductie van een OT-2 pipetteer robot zal toelaten om een groter aantal stalen geautomatiseerd te verwerken en kan gebruikt worden door studenten, onderzoekers en werkveldpartners van het nanopore lab.\n\nProces\n\nDit project zal leiden tot het genereren van inzichten betreffende de ontwikkeling van de verschillende workflows voor toepassingen in metagenomics. De verschillende stappen die geoptimaliseerd zullen worden per vraag of toepassing van een werkveldpartner en zullen leiden tot een complete workflow om te implementeren, omvatten: DNA extractie uit een bepaald type staal, staalvoorbereiding (gekoppeld aan automatisering), nanopore sequencing en specifieke data-analyse afhankelijk van de toepassing (eventueel gekoppeld aan AI).\n\nDienst\n\nVia de expertise die in dit PWO project gegenereerd wordt, wensen we Howest verder op de kaart te zetten, met in het bijzonder een verdere uitgebreide knowhow omtrent ONT sequencing voor het toepassen van metagenomics gekoppeld aan de automatisering van de staalvoorbehandeling. Dankzij dit nieuwe PWO project kunnen we naast onze expertise en dienstverlening van eenvoudige stalen (één organisme, PWO NanoDeTech) ook expertise en dienstverlening aanbieden omtrent “complexere” metagenomics stalen (meerdere organismen).\n\nIn het 2de jaar van dit PWO project wensen we een workshop aan te bieden voor het werkveld en andere onderzoeksinstellingen. Tijdens deze betalende workshop kan men, al dan niet met een eigen staal, onder begeleiding het ganse proces van staalvoorbereiding, nanopore sequencing tot data-analyse meevolgen. Het uiteindelijke doel is om dit verder uit te breiden naar het breder publiek, waarbij mensen hun eigen stalen kunnen meebrengen ter analyse (e.g. waterput of aquarium stalen). Dit zorgt voor uitgebreide disseminatie van het nanopore lab naar de buitenwereld toe, en zorgt ervoor dat de opleidingen BLT/BIT en de Howest in het algemeen in de kijker worden gezet.\n\nTenslotte kan de webapplicatie als dienst beschikbaar gesteld worden aan het werkveld/onderzoeksveld. Tijdens dit project zullen nieuwe technologieën ingezet worden voor het uitvoeren van whole genome metagenomics om zo specifieke vragen vanuit het werkveld te beantwoorden, namelijk Oxford Nanopore Technologies (ONT, derde generatie DNA technologie), automatisatie van de staalvoorbereiding door middel van een pipetteerrobot en implementatie van AI voor de analyse van de complexe data."},{"description":"Het doel van het sociaal-creatief project 'Kapitein Werkgeluk' is om werkgeluk sterker te verankeren in het secundair onderwijs. Leerkrachten gelukkig aan boord houden, vormt het leidmotief. Inzetten op werkgeluk levert op en is nog een onderschat terrein dat meer aandacht verdient in retentiebeleid. Zo leidt het tot minder uitstroom, meer instroom, meer welbevinden en draagt het bij aan kwalitatief onderwijs.\n\nHet is onze missie om te sensibiliseren rond het belang en de betekenis van werkgeluk als een gedeelde verantwoordelijkheid en (startende) leerkrachten en scholen te informeren en te begeleiden naar meer werkgeluk. Dit doen we aan de hand van concreet uitgewerkte tools en dienstverlening, rekening houdend met de eigenheid van elke schoolcontext en de economische realiteit. Hierbij hanteren we een positieve en creatieve insteek, met focus op positieve verandering, gebaseerd op de principes van Appreciative Inquiry (AI).\n\nIn dit project gaan we in zee met verschillende partners: VDAB, Tryangle, Warme Scholen, Stad Brugge, Impact Scholengroep, … om meer impact te realiseren. Samen varen we op één kompas en gaan we voor een gelukkig en welvarend onderwijsklimaat!\n\nHeb je vragen? Contact: sarah.daniels@howest.be & laura.de.blaere@howest.be","summary":"Project 'Kapitein Werkgeluk' bevordert werkgeluk in het secundair onderwijs door leerkrachten te ondersteunen. Ons doel is sensibilisatie en begeleiding van scholen en leerkrachten naar meer welzijn. Partnerships en tools op maat zorgen voor positieve verandering en een gelukkig onderwijsklimaat. Voor meer info: sarah.daniels@howest.be & laura.de.blaere@howest.be.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001294","result_description":"Product\nLaagdrempelige materialen die helpen bij het inzichtelijk en werkbaar maken van werkgeluk.\n\nDienst\nEen werkgeluk workshop die medewerkers begeleidt naar een taal van werkgeluk, en tegelijkertijd inspireert en verbindt.\n\nDoelgroep\n(Startende) leerkrachten en ankerfiguren in medewerkerswelzijn.\n\nRelevantie\nDoor werkgeluk als focus te nemen, spelen we in op verschillende uitdagingen in de onderwijssector en op een brandend actueel thema. Dit blijkt ook uit verschillende recente evenementen die rond dit onderwerp plaatsvinden.\n\nHet primaire doel is om startende leerkrachten te begeleiden bij het waarmaken van hun motivatie om voor het lerarenberoep te kiezen, hoe ze maximaal geluk kunnen halen uit hun werkwaarden en welke competenties daarbij cruciaal zijn. Hier halen ze niet alleen zelf voordelen uit.\n\nHet inzetten op werkgeluk staat ook in verband met de kwaliteit van het onderwijs. Het kan helpen om de snelle uitstroom van starters uit de sector tegen te gaan, het risico op burn-out of uitval te beperken en in het beste geval zelfs te voorkomen. Door enkele belangrijke lessen uit het programma te delen, ondersteunen we ook de begeleiding bij het begin van de loopbaan.\n\nHet vergroten van de kennis over werkgeluk in het onderwijslandschap, en het begeleiden van (startende) leerkrachten en scholen SO bij het bespreekbaar en werkbaar maken van werkgeluk.\n\nBovendien hopen we met onze aanpak een duurzame onderzoekslijn 'werkgeluk' te ontwikkelen, met implementatie in verschillende sectoren."},{"description":"Binnen dit project willen we met de Howest Academy inzetten op het stimuleren van levenslang leren op de werkvloer én het actief verbreden van de toegang tot de kennis & expertise van de hogeschool vanuit de open science-gedachte.\n\nZo zullen we resultaten uit Howest-onderzoek toegankelijk maken op de werkvloer via ‘bite size - online learning snacks’. Deze vragen slechts 1 tot 15 minuten tijd per snack. Dit kan leren ‘on the go’, op de werkvloer mee ondersteunen via een ‘mobile’ website en/of via social media-apps. Up-to-date onderzoekskennis en -expertise komt zo binnen via de smartphone op de werkvloer en helpt deelnemers any where & any time bij te leren.\n\nIn dit onderzoek wordt bekeken welke educatieve technologie zich het best laat lenen voor het snel en efficiënt opmaken van online learning snacks.\n\nOok is instructional design nodig. Vragen zoals \"Welke leeractiviteiten werken engagementsverhogend?\" en \"Welke platformen hebben het grootste bereik?” worden verkend. Aan de hand van 4 proefprojecten zullen we dit instructional design in orde zetten. We beogen te komen tot learning scenario’s voor het ontwikkelen van learning snacks ofwel korte, maar betekenisvolle leerervaringen.","summary":"Stimuleren van levenslang leren op de werkvloer met bite size online learning snacks. Toegang tot Howest-onderzoek via smartphone, social media-apps en mobile website. Onderzoek naar educatieve technologie en instructional design voor efficiënte learning scenarios.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001295","result_description":"Kwalitatieve output:\n- KPI 1: Marktonderzoek naar authoring-tools en selectie van de tool.\n- KPI 2: Selectie van de onderzoeksgroepen en de onderzoeksresultaten voor de pilootprojecten.\n- KPI 3: Trainingsessies voor onderzoekers en een train-the-trainer pakket.\n- KPI 4: Learning dashboard met bijbehorende toolkit en scenario’s.\n- KPI 5: Toekomstnota op basis van impactbevraging en evaluatie.\n\nKwantitatieve output:\n- KPI 6: Vier pilootprojecten (uit diverse sectoren)."},{"description":"PWO Smart Immersive Occupational Performance Interventions (SIOPI) is een voortzetting van Smart Immersive Occupational Performance Assessments (SIOPA). SIOPA ontwikkelt drie VR-assessments. Een volgende fase in het ergotherapeutisch proces zijn VR-interventies.\n\nMet SIOPI zullen een aantal use cases worden opgezet om via een iteratief ontwikkelproces tot een Proof of Concept (PoC) van VR-interventies te komen die effectief als therapeutische tool bij de doelgroep CVA hemineglect kunnen worden gebruikt. Het toevoegen van biometrische parameters en sensoren garandeert het persoonlijk meten en doelgericht trainen van patiënten.\n\nVervolgens worden nieuwe domeinen verkend en VR-interventies binnen ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg ontwikkeld, getest en aangepast voor ergotherapeutisch gebruik.\n\nIn een tweejarige samenwerking met projectmedewerkers van Ergotherapie, HITlab, MCT en DAE zullen zowel de VR-interventies als de verkenning van andere domeinen worden uitgevoerd.","summary":"SIOPI ontwikkelt VR Interventies voor therapeutisch gebruik bij CVA hemineglect, met focus op biometrische metingen voor persoonlijke en effectieve training. Ook worden VR interventies uitgebreid naar ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg in samenwerking met verschillende disciplines.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001296","result_description":"Bij het uitwerken van ONDERZOEKSVRAAG 1 worden producten als outcome verkregen:\n\nEen aantal PoC VR Interventie Apps voor de doelgroep personen met een CVA en neglect/hemianopsie worden ontwikkeld om binnen het ergotherapeutische behandelproces te hanteren. Een selectie van use cases inzetbaar in het werkveld bij het trainen op dagelijkse activiteiten.\n\nDe VR interventie Apps zijn producten waarbij ook eigenschappen, gedrags- en biometrische parameters in kaart gebracht worden. Deze parameters geven inzicht in het stapsgewijs bereiken van doelen, bieden de mogelijkheid de Apps persoonlijk aan te passen aan de doelen en wensen van de patiënt binnen het behandelplan. Ze zijn een meerwaarde om in te zetten in het behandelproces, zowel vanuit perspectief van de therapeut als van de patiënt.\n\nEr werden 9 opeenvolgende doelstellingen geformuleerd voor OV 1:\nOV1 DS 1. Het bepalen van drie interventies binnen de ergotherapeutische fysieke revalidatiecontext die omgezet kunnen worden naar een VR Applicatie.\nOV1 DS 2. Het bevestigen van de drie interventies binnen de ergotherapeutische fysieke revalidatiecontext en analyseren omtrent geschiktheid ifv omzetting naar VR.\nOV 1 DS 3. Het iteratief ontwikkelen van de interventie in VR.\nOV 1 DS 4. Het in kaart brengen van de kwaliteit, efficiëntie, effectiviteit en inzetbaarheid van de ontwikkelde applicatie.\nOV 1 DS 5. Het iteratief ontwikkelen van de applicatie in VR.\nOV 1 DS 6. Het in kaart brengen van de kwaliteit, efficiëntie, effectiviteit en inzetbaarheid van de ontwikkelde applicatie alsook de bereidheid van de cliënten, ergotherapeuten en zorginstellingen in het ontwikkelen en gebruiken van de applicatie.\nOV 1 DS 7. Het iteratief ontwikkelen van een dashboard waarop de gemeten parameters op een overzichtelijke manier worden weergegeven en opgeslagen.\nOV 1 DS 8. Het in kaart brengen van de kwaliteit, efficiëntie, effectiviteit en inzetbaarheid van de ontwikkelde applicatie alsook de bereidheid van de cliënten, ergotherapeuten en zorginstellingen in het ontwikkelen en gebruiken van de applicatie.\nOV 1 DS 9. Het finaal afwerken van de ontwikkelde applicatie en het in kaart brengen van integratie van deze VR app binnen een therapieplan.\n\nBij het uitwerken van ONDERZOEKSVRAAG 2 wordt een product als outcome verkregen:\n\nPoC van een inzetbare interventie-applicatie bij de doelgroepen personen met een probleem in de ouderenzorg en geestelijke gezondheidszorg. In kaart brengen van de noden omtrent het inzetten van VR bij het meten en trainen van het uitvoeren van dagelijkse handelingen, biedt zicht op perspectief. Via een iteratief proces wordt een PoP bereikt.\n\nEr werden 7 opeenvolgende doelstellingen geformuleerd voor OV 2:\nOV 2 DS 1. Exploreren van VR in de geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg.\nOV 2 DS 2. Bepalen en analyseren van één interventie die geschikt is ifv omzetting naar VR voor geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg.\nOV 2 DS 3. Het iteratief ontwikkelen van een Proof of Principle (PoP) voor geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg in VR.\nOV 2 DS 4. Het in kaart brengen van de kwaliteit, efficiëntie, effectiviteit en inzetbaarheid van de ontwikkelde applicatie voor de geestelijke gezondheidzorg en ouderenzorg.\nOV 2 DS 5. Het iteratief ontwikkelen van een PoC voor de applicatie inzetbaar in geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg.\nOV 2 DS 6. Het in kaart brengen van de kwaliteit, efficiëntie, effectiviteit en inzetbaarheid van de ontwikkelde applicatie voor geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg alsook de bereidheid van de ergotherapeuten en zorginstellingen (eventueel patiënten) in gebruik van de VR applicatie.\nOV 2 DS 7. Finaliseren en disseminatie.\n\nOntwikkeling van VR toepassingen in de ergotherapeutische praktijk."},{"description":"Het Blue BALANCE-project wil draagvlak creëren onder burgers en toeristen voor duurzame economische activiteiten langs de kust, zoals kustbescherming, blauwe voeding, hernieuwbare energie, havens en toerisme.\n\nGezien de kustregio al tal van communicatie- en burgerparticipatietrajecten heeft doorlopen over duurzame transitie, tracht het project een goed inzicht te verkrijgen in de sterkten en zwakten van deze lopende en voorbije processen, projecten en initiatieven. Het project zal de bestaande belangenverenigingen samenbrengen om na te gaan hoe deze optimaal ingezet kunnen worden om draagvlak te genereren voor economische activiteiten langs de kust, variërend van topics als alternatieve voeding, kustbescherming tot hernieuwbare energie en duurzaam toerisme.\n\nDaarnaast zullen de lokale en historische omstandigheden en behoeften, gewoonten en waarden van de verschillende kustgemeenten en hun inwoners onderzocht en in kaart gebracht worden. Hierbij wordt onderzocht hoe kustbewoners en toeristen kijken naar duurzame innovaties, projecten en industrieën. Deze kennis vormt samen een stevige basis voor de ontwikkeling van succesvolle communicatiestrategieën voor duurzame interventies en bewustmaking.","summary":"Het Blue BALANCE project versterkt draagvlak voor duurzame activiteiten langs de kust door inzicht te krijgen in lokale behoeften en waarden. Het brengt belangenverenigingen samen en ontwikkelt effectieve communicatiestrategieën voor duurzame economische initiatieven.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001297","result_description":"Versterken van de markt voor duurzame blauwe economie: Door het maatschappelijk middenveld te betrekken via geschikte overtuigende communicatietechnieken zal een 'social licence to operate' worden ontwikkeld voor duurzame (economische) activiteiten. Een positief bijkomend effect is dat de markt voor duurzame (economische) activiteiten zal vergroot worden. Bovendien kan het integreren en revitaliseren van deze activiteiten met de toeristische sector alle lagen van de bevolking naar deze unieke locaties lokken die rijk zijn aan verschillende economische ontwikkelingen en hen hiervoor engageren.\n\nOntwikkeling van duurzaam blauw toerisme: Biedt innovatieve mogelijkheden om belanghebbenden te betrekken en het publieke bewustzijn voor duurzame blauwe economische activiteiten te verhogen. Toerisme kan via maritieme verhaallijnen en ervaringen een bindmiddel worden tussen lokale gemeenschappen, hun (economische) activiteiten en blauwe economische activiteiten. Lokale overheden, bedrijven en bewoners houden de sleutel om de positieve kracht van toerisme in hun regio te benutten en toe te passen zodat bezoekers de kans krijgen om te worden ontroerd, verrijkt, geanimeerd en betoverd door de unieke geest van deze regio.\n\nInformeren, sensibiliseren en engageren: Bouwend op een goed gefundeerd begrip van burgers, hun behoeften en wensen zullen verschillende interventies worden ontwikkeld die een co-creërende atmosfeer faciliteren waar belanghebbenden en burgers werken aan de duurzame transitie van onze Vlaamse kustlijn. Bovendien wordt het publiek geïnformeerd en betrokken, om na te denken en te reageren over de duurzame ontwikkelingen langs onze kust aan de hand van meeslepende en interactieve toepassingen. De wetenschappelijke kennis van het project zal open dialogen over specifieke 'blauwe' aangelegenheden mogelijk maken en meten hoe gebruikers op weg zijn naar een duurzamere overgang. De begeleidingscommissie bestaat uit Vayamundo Holiday Club, Holiday Suites, Colruyt Group, Antea Group, Haven Zeebrugge, Seascape Belgium, Brevisco, Vlaamse Visveiling, Westtoer, Toerisme Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, en Stad Oostende."},{"description":"Graduaatopleidingen behoren tot het hoger beroepsonderwijs (HBO5) en zijn praktijkgericht. Ze bereiden voor op een welbepaald beroep en richten zich op de arbeidsmarkt.\n\nDe studenten in deze opleidingen zijn vaak noch geprikkeld door taal, noch hebben ze er een goede beginsituatie voor. Toch verwacht het werkveld van de afgestudeerden vaak een gepaste taalvaardigheid in hun beroepssituatie.\n\nUit onderzoek is bovendien geweten dat taalvaardigheid een belangrijke factor is voor studiesucces. In dit onderzoek wordt nagegaan welke talige vaardigheden graduaatstudenten nodig hebben voor opleiding en beroep en hoe we eraan kunnen werken.\n\nVoor beide doelstellingen wordt gekozen voor een duurzame aanpak, voor de implementatie van een structureel taalbeleid waar de graduaatstudenten op hun niveau, voor hun noden via de diverse stakeholders, rekening houdend met het curriculum en de beroepsspecifieke competenties taalvaardiger worden.","summary":"Graduaatopleidingen in het HBO5 bereiden studenten praktijkgericht voor op specifieke beroepen. Onderzoek focust op het ontwikkelen van taalvaardigheid voor studiesucces en de arbeidsmarkt. Duurzaam taalbeleid wordt geïmplementeerd om studenten te ondersteunen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001298","result_description":"Product\nTools die ingezet kunnen worden in opleiding of werkveld: rubrics, checklists, handleidingen, charters ...\n\nStrategieën die implementeerbaar zijn in diverse contexten: een strategie die bruikbaar is bij een bestaande taaltool, een strategie om een leerlijn te implementeren ...\n\nProces\nBegeleiding van docenten, coaches, studenten tijdens de uitvoer van het project. Serve- en careprincipe: bij ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe instrumenten lever je als projectuitvoerder een basis die je samen met de opleiding/coach/... verfijnt tot een werkbare tool.\n\nDienst\n· Training van docenten, coaches (duurzaam!) over strategieën en instrumenten\n· Training van studenten over strategieën en instrumenten bij wijze van voorbeeld voor de docenten en coaches; bij voorkeur niet zonder hen erbij, om duurzaamheid te garanderen na afloop van het project\n· Workshops aan bedrijven die onze studenten in dienst hebben waarin de methodiek en de instrumenten voorgesteld en getraind worden\n· Workshops aan andere hogescholen waarin de methodiek en de instrumenten voorgesteld en getraind worden\n· Workshops in secundaire scholen waarin de methodiek en de instrumenten voorgesteld en getraind worden\n\nVoor dit project wordt gekozen voor een duurzame aanpak, voor de implementatie van een structureel taalbeleid waar de graduaatstudenten op hun niveau, voor hun noden via de diverse stakeholders, rekening houdend met het curriculum en de beroepsspecifieke competenties taalvaardiger worden. Bedoeling is de projectresultaten te verspreiden binnen Howest, maar ook naar andere hogescholen Vlaanderen breed alsook internationaal (onder meer via Forumdag Taal)."},{"description":"In dit project wordt nagegaan hoe groot het potentieel is om de Leie te gebruiken als warmtebron om toekomstige gebouwen van Howest en de stad Kortrijk te verwarmen op een zo slim en energie-efficiënt mogelijke manier.\n\nHet doel van Waterwarmth is het combineren van kennis, denkkracht en organisatiekracht, verspreid over de Noordzeeregio, om gezamenlijk de uitdagingen rond energietransitie te overwinnen en een sociaal rechtvaardige overgang naar koolstofvrije verwarming en koeling te versnellen.\n\nDit zal gebeuren door het onaangeboorde potentieel van aquathermie onder de aandacht te brengen, de implementatie te demonstreren van aquathermiesystemen die netwerkcongestie kunnen verlichten door flexibiliteit te bieden en buiten het centrale netwerk om te werken.\n\nRepliceerbare voorbeelden van de ontwikkeling van grootschalige aquathermiesystemen en beheersstructuren zullen algemeen beschikbaar worden gesteld in een routekaart voor energiecommunities.\n\nEr zal een Europees netwerk voor aquathermie worden opgericht dat de aanzet zal geven tot vele projectontwikkelingen in de Noordzeeregio.","summary":"Ontdek het potentieel van aquathermie voor duurzame verwarming en koeling van gebouwen in de Noordzeeregio. Waterwarmth versnelt de energietransitie met innovatieve systemen, netwerkflexibiliteit en koolstofvrije oplossingen voor een rechtvaardige toekomst.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001299","result_description":"Repliceerbare voorbeelden van de ontwikkeling van grootschalige aquathermie-systemen en beheersstructuren zullen algemeen beschikbaar worden gesteld in een routekaart voor energie communities. Er zal een Europees netwerk voor aquathermie worden opgericht dat de aanzet zal geven tot vele projectontwikkelingen in de Noordzee regio.\n\nHet Waterwarmth-project is gericht op de identificatie van het regionale/lokale potentieel voor AE en op de bevordering van het lokale gebruik van dit potentieel door de energie communities. Daartoe moet i) het potentieel van AE worden bepaald en aangetoond, ii) zijn voorbeelden van real-life toepassingen nodig en iii) is aanvullende integrale kennis nodig over technologie, systeemintegratie, beleid, bestuur, financiering en het betrekken van burgers is nodig en moet beschikbaar worden gesteld."},{"description":"Het is bekend dat het gebruik van XR leidt tot betere resultaten van leerlingen en dat de technologie het leerproces beter kan ondersteunen. Leerlingen kunnen dankzij XR op een veilige manier situaties inoefenen die anders moeilijk tot niet mogelijk zijn door financiële of veiligheidsredenen.\n\nEen investering in XR biedt ook perspectieven voor praktijklessen. Met een VR-bril kunnen leerlingen virtueel kennismaken met de nieuwste assemblagetechnieken of levensechte brandoefeningen doen.\n\nIn Vlaanderen is heel wat expertise over de implementatie van XR in het onderwijs. Het is belangrijk om die optimaal te benutten. Daarom werd dit Lerend Netwerk in het leven geroepen zodat i) meer scholen bereikt kunnen worden, ii) meer vorming en netwerking kan worden georganiseerd in scholen en iii) er meer informatiedoorstroming kan gebeuren binnen de scholen.\n\nScholen kunnen ook hun noden aangeven. Daarna kan het netwerk, samen met de school, op maat bepalen welke XR-toepassing ze kunnen gebruiken en/of welke bestaande XR-toepassing ze moeten aanpassen. Het doel van dit project is om voor specifieke cases binnen het secundair onderwijs een XR-implementatie uit te werken.","summary":"Verbeter leerresultaten en ondersteun praktijklessen met XR-technologie in het onderwijs. Ontdek innovatieve toepassingen en expertise in Vlaanderen via het Lerend Netwerk voor een optimale implementatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001300","result_description":"Leverbaarheden:\nAct 1: jaarverslag, financieel verslag (beide 31 augustus van academiejaar 2022-2023 en 2023-2024) + communicatiekanaal online community (actieve betrokkenheid van minstens 1 x week tot minstens 31 augustus 2024)\nAct 2: netwerkmomenten, projectfiche als good practice van elke deelnemende school op portaalsite (30 juni 2024)\nAct 3: aanbod van inspiratie-, demo- en on-demandsessies en workshops voor 100 scholen\nAct 4: didactische fiches voor minstens 20 XR-applicaties (30 juni 2024)\nAct 5: aanbod van begeleidings-, inspiratie-, demo-, on-demand sessies en workshops in werking van RTC’s en KACD\nAct 6: feedback op rapport met aanbevelingen naar het beleid en alle partners binnen het XR-actieplan (30 november 2024)\n\nXR leidt tot betere leerresultaten van je leerlingen en kan het leerproces beter ondersteunen. Leerlingen kunnen dankzij XR op een veilige en gecontroleerde manier situaties inoefenen die anders moeilijk tot niet mogelijk zijn door financiële of veiligheidsredenen.\n\nEen investering in XR biedt ook perspectieven. Het heeft bijvoorbeeld een potentieel voor praktijklessen. Met een VR-bril kunnen leerlingen onder meer virtueel kennismaken met de nieuwste assemblagetechnieken of levensechte brandoefeningen doen. Het is belangrijk om ook de bestaande kennis optimaal te benutten. Daarom wordt het lerend netwerk verder ondersteund om:\n\n- Meer scholen te bereiken.\n- Meer vorming en netwerking te organiseren in scholen.\n- Te zorgen voor meer informatiedoorstroming binnen de scholen.\n\nVia het lerend netwerk kunnen scholen hun noden aangeven. Nadien kan het netwerk, samen met de school, op maat bepalen welke XR-toepassing ze kunnen gebruiken en/of welke bestaande XR-toepassing ze moeten aanpassen."},{"description":"De European blockchain services infrastructure (EBSI) bestaat uit een peer-to-peer netwerk waarop een op blockchain gebaseerde diensteninfrastructuur draait. De doelstelling van het consortium is het ondersteunen van de ontwikkeling van het EBSI netwerk op Europees niveau. Dit door middel van het aantal validator nodes in het productie netwerk te vergroten en ondersteunende diensten te verlenen aan alle relevante EBSI stakeholders.\n\nHet consortium bestaat uit 24 organisaties uit 15 Europese landen, waaronder overheidsinstanties, openbare instellingen en de academische wereld, die ruime ervaring hebben met Distributed Ledger Technologies en eerdere EBSI-ecosysteeminitiatieven, waaronder de inzet van preproductieknooppunten. \n\nVoorts hebben alle consortiumleden die een EBSI-productieknooppunt zullen exploiteren, steun gekregen van de vertegenwoordiger van het European Blockchain Partnership van hun respectieve landen.","summary":"Het EBSI consortium bevordert de groei van het Europese blockchain-netwerk door validator nodes toe te voegen en support te bieden aan stakeholders. Met 24 organisaties uit 15 landen, waaronder overheden en academici, wordt een solide ecosysteem opgebouwd.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001301","result_description":"Ontwikkeling en adoptie van het European blockchain services infrastructure. Deze acties zullen de robuustheid en de rijpheid van het productienetwerk van het EBSI vergroten, waardoor de ontwikkeling van de geprioriteerde grensoverschrijdende EBSI-gebruiksgevallen mogelijk wordt."},{"description":"Er is een hoge werkloosheidsgraad bij jongeren in Uganda (83%, UBOS 2018). Dit komt door een grote skills gap en school drop-outs. Er zijn ook heel wat afgestudeerden (bachelors en masters) die geen job vinden door beperkte vaardigheden. De curricula van de universiteiten zijn te theoretisch en te weinig geënt op de arbeidsmarkt. Bovendien moeten er meer meisjes aangetrokken worden om te studeren.\n\nHet IUC (interuniversity cooperation) - opgezet door Vlir-UOS met VUB als projectmanager langs Belgische zijde en MUST (Mbarara University of Science and Technology) langs Ugandese zijde - wil de capaciteit van de docenten opbouwen. De innovaties die ontwikkeld worden in de universiteit bereiken te weinig de markt, laat staan dat er werkgelegenheid mee gecreëerd wordt. De studenten zelf worden te weinig gestimuleerd om ondernemend te zijn. Entrepreneurship, maar ook intrapreneurship zijn begrippen die sterker aan bod moeten komen in hun opleiding.\n\nZodra ze afgestudeerd zijn, is het de bedoeling om de MARPs (Most At Risk Populations) te versterken, en dit in de rurale gebieden. Er zijn 6 subprojecten binnen dit IUC, het vijfde over jeugdondernemerschap is met Howest als teamleider.","summary":"In Uganda, high youth unemployment due to skills gap and outdated curricula. IUC initiative by Vlir-UOS aims to enhance teacher capacity, promote entrepreneurship in education, and empower graduates for job creation. Howest leads youth entrepreneurship subproject.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001302","result_description":"Howest zal zorgen voor uitwisseling van kennis op het vlak van jeugdondernemerschap, stageplatform, inzetbaarheid van ICT, ontwikkelen van hackathon, netwerkcafés, community activiteiten en overdracht van kennis naar de doelgroep toe op digitale wijze.\n\nDoel is om MUST sterker te maken op vlak van innovatie, onderzoek, ICT en onderwijs. De afgestudeerde studenten zouden sneller een job moeten kunnen vinden op de arbeidsmarkt. Indien dit niet lukt, zou een eigen bedrijf opstarten een vanzelfsprekende gedachte moeten zijn. Op die manier kunnen ze van hun kant zorgen voor werkgelegenheid in hun regio."},{"description":"Het D4E1-lab (design for everyone) binnen het Industrial Design Center (IDC) is met de succesvolle Makerhealth en Makeability-projecten een van de pioniers op het vlak van mensgerichte en participatieve zorginnovatie in Vlaanderen.\n\nBinnen deze projecten werd in samenwerking met grote en kleine zorgorganisaties een framework uitgewerkt dat aansluit bij het nieuwe zorgmodel. Hierbij staat de zorgprofessional/patiënt centraal en is het zorgaanbod afgestemd op specifieke behoeften in de samenleving.\n\nMet het project \"Toekomstige zorgprofessional zet STEM-petje op!\" willen we de vertaalslag maken van dit framework naar een voorbereidend traject rond zorginnovatie. Dit traject is bedoeld voor leerlingen van de 3e graad secundair onderwijs uit zorgopleidingen.\n\nHet doel van het project is om zowel leerkrachten, leerlingen, pedagogisch begeleiders, ouders als zorginstellingen kennis te laten maken met innovatie in de zorg. Tegelijkertijd willen we hen enthousiast maken voor wetenschap, technologie en ontwerpend- en oplossingsgericht werken.\n\nVerder willen we ook inzetten op het verbreden en verhogen van kennis bij leerkrachten met betrekking tot innovatieprocessen en -methodieken. Dit stelt hen in staat om dit concreet aan te pakken binnen de opleidingen.","summary":"Het D4E1-lab binnen het IDC is een pionier in mensgerichte zorginnovatie met projecten zoals Makerhealth en Makeability. Projecten richten zich op centrale rol van zorgprofessional/patiënt en op specifieke behoeften in de samenleving. Met Toekomstige zorgprofessional zet STEM-petje op! willen we leerlingen en zorginstellingen betrekken bij zorginnovatie en hen warm maken voor wetenschap, technologie en oplossingsgericht werken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001303","result_description":"Output op twee niveaus:\n\n(1) Abstract niveau: Leerkrachten(teams) nog efficiënter en effectiever in dialoog laten gaan met elkaar en met de betrokken zorginstellingen. Aanreiken van diverse handvaten om hun leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden doorheen het project.\n\n(2) Concreet niveau: Door de uitgewerkte projectflow wordt het volledige project gevisualiseerd. Het draaiboek én de templates bieden de nodige houvast om vlot (en met een veilig gevoel) het project te kunnen begeleiden.\n\nOnze jarenlange ervaring, kennis en expertise omtrent:\n- Mensgericht ontwerpen adv design thinking & creativiteitstechnieken\n- Blikverruiming aanbieden rond bestaande technologie zowel binnen als buiten de sector\n- Het faciliteren van open design (mindset, documentatiestrategie, ontwerpmethode)\n\nTransfereren naar zorgopleidingen binnen de 3de graad secundair onderwijs. Het project ‘Toekomstige zorgprofessional zet STEM-petje op!’ focust op drie van de vier kerndoelstellingen van het flankerend onderwijsbeleid.\n\n1) Het versterken van de competenties met het oog op het bevorderen van gekwalificeerde uitstroom. Door de complexiteit van de cases worden zowel leerlingen als leerkrachten gestimuleerd om op een transversale wijze te gaan samenwerken met het werkveld waardoor ze een beter zicht krijgen op de verschillende profielen (én hun jobinhoud). Naast de bewustmaking van de relevantie van technologie binnen de zorgsector, willen we ook STEM-talent bij deze leerlingen (verder) ontwikkelen.\n\n2) Het optimaliseren van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Technologie hoort op een positieve wijze een oplossing te bieden voor problemen in de zorg. Dat vraagt om nieuwe competenties en vaardigheden. Met dit project willen we bewustzijn creëren rond de noodzaak om te innoveren en de manier waarop dit kan.\n\n3) Het verhogen van de geletterdheid. Willen we leerlingen leren omgaan met snelle veranderingen, onzekerheid en complexiteit dan moeten we naast kennis en praktische vaardigheden ook inzetten op kritisch, creatief en probleemoplossend denken, teamwerk, communicatie en zelfregulering. Binnen dit project bepalen we in co-creatie welke handvaten nodig zijn om te werken aan deze 21ste-eeuwse vaardigheden.\n\nAangezien het merendeel van de leerlingen meisjes zijn, pakken we met dit project ook één van de grootste uitdagingen aan binnen de STEM-context. Namelijk meer meisjes warm maken voor wetenschap en technologie."},{"description":"Uit gesprekken met partners uit de bouwsector bleek dat er nog veel potentieel voor het aansluiten van STEM bij de bouwsector onbenut blijft. Het TEENie Tiny Houses project zet daarom expliciet in op het aantonen dat bouwprofielen een enorm spectrum aan talenten omvatten via een uitdagende, duurzame en geïntegreerde bouw challenge.\n\nConcreet creëren de jongeren (14 – 18 jaar) samen met elkaar en onder begeleiding van een jeugdwerker van een van de partnerorganisaties modulaire huisjes. De basis waaruit ze vertrekken is een pallet van 2 meter bij 80 centimeter. Ze kunnen hierbij hun ondernemingszin, creativiteit en inspiratie de vrije loop laten gaan. De enige vereiste is dat het huisje duurzaam is en dat er voor een korte tijd ook effectief in gewoond kan worden. Het traject culmineert in een slotevenement gekoppeld aan een bestaand festival/evenement dat uitgaat van de stadsdiensten of de partner jeugdorganisaties.\n\nCentraal tijdens dit traject staan: de co-creatie tussen de jongeren en ondernemingszin, het op een inspirerende en informele manier doen kennismaken met STEM en doen nadenken over belangrijke maatschappelijke kwesties.","summary":"Toon bouwprofielen als talentrijk met TEENie Tiny Houses: jongeren bouwen modulaire huisjes van 2m x 80cm, stimuleren ondernemingszin en creativiteit. Event met stadsdiensten/partnerorganisaties. Focus op co-creatie, STEM en maatschappelijke kwesties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001304","result_description":"Het project TEENie Tiny Houses streeft ernaar om verschillende output te leveren. Het omvat gedocumenteerde tiny houses die door diverse teams van jongeren zullen worden gemaakt. De huisjes zijn echter niet alleen een doel op zich, maar vormen ook het symbolische eindresultaat van een traject van ondernemerschap, co-creatie en samenwerking tussen de jongeren en verschillende partners.\n\nEen van de producten is een gedetailleerd, gebruiksvriendelijk en visueel aantrekkelijk draaiboek. Het bevat foto’s, praktische tips, coaching, voorbeelden van successen en mislukkingen. Dit draaiboek zal digitaal beschikbaar worden gesteld en ook in beperkte oplage in fysieke vorm verschijnen.\n\nDaarnaast zullen de doorlopen trajecten ter inspiratie online beschikbaar worden gesteld via de website van STEAMhive, die speciaal voor dit project is gemaakt, en op sociale media. Organisaties die overwegen om aan het project deel te nemen of er al mee gestart zijn, kunnen via deze kanalen voorbeelden en inspiratie vinden.\n\nHet traject zal tweemaal worden getest en er zullen nog eens twee uitrollen worden voorbereid, die zelfstandig door de organisaties zullen worden uitgevoerd. Een duidelijke disseminatiestrategie wordt opgezet om deze trajecten te verspreiden onder STEM-academies, STEM-partnerschappen en andere organisaties.\n\nHet project heeft de volgende doelstellingen:\n- Jongeren met een STEM-profiel positief belichten.\n- Jongeren zonder STEM-profiel toch kennis laten maken met STEM.\n- Bouwprofielen en bouwgerelateerde vaardigheden positief benadrukken.\n- Een cross-over tussen verschillende profielen stimuleren, van technisch en klassiek tot kunstig geschoolde jongeren.\n- SDG’s, transitieprioriteiten en 21ste-eeuwse vaardigheden positief benaderen.\n- Gestuurde vrijheid bieden: jongeren op een indirecte manier laten kennismaken met vier domeinen (technologie, ontwerpproces, onderzoekproces en integratie van wetenschappelijke concepten).\n- Een bredere kijk op STEM-profielen positief belichten, zowel voor de jongeren, betrokken actoren als de toeschouwers van de uiteindelijke modulaire huisjes."},{"description":"Scholen engageren zich steeds meer voor duurzame initiatieven. Daarom zal de Noord-Zuid dienst van Brugge scholen ondersteunen met het platform SDGeneration. De Mind- and Makerspace van Howest en SDG.tv zullen de scholen educatief te ondersteunen en te inspireren.\n\nOm duurzame initiatieven zichtbaar te maken én om een kompas te bieden aan scholen om met de veelheid aan aspecten van duurzaamheid om te gaan, wilt de Noord-Zuid dienst van Brugge scholen ondersteunen met het platform SDGeneration. Daarnaast beoogt dit project de inzet van de deelnemende scholen jaarlijks te erkennen door het uitreiken van SDG-labels. Dit project zal maken dat scholen op een overeenkomstige manier hun duurzame initiatieven met elkaar kunnen meten, vergelijken en van elkaar leren. Zo draagt het dus bij aan een duurzame schoolbeweging.\n\nAangezien de SDG's een universeel en eenduidig verhaal bieden, en steeds meer gemeenten samenwerken richting een duurzame toekomst, werd voorgesteld dit aanbod intergemeentelijk uit te werken.","summary":"Scholen worden ondersteund door de Noord-Zuid dienst van Brugge met het platform SDGeneration, in samenwerking met Howest en SDG.tv. Doel is duurzame initiatieven te ondersteunen, belonen en scholen te helpen met duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001305","result_description":"Beoogde output binnen dit project:\nDienst: het voorzien van de locatie: het MaM voorziet de locatie voor de verschillende vormingen en workshops.\nDienst: vormingen voor leerkrachten: het MaM heeft als streefdoel samen Scholengroep Impact 10 vormingen of infomomenten voor leerkrachten te voorzien per projectjaar.\nDienst: Klasbezoeken: het MaM heeft als streefdoel 10 à 15 klasbezoeken te organiseren per projectjaar\nProduct: Eenduidig SDG-concept aan alle scholen over netten heen.\n\nIn het kader van de ‘SDGeneration’ werken Stad Brugge en de Mind- and Makerspace (Howest) samen ter realisatie van onderstaande subdoelen:\nDoor het bundelen van de expertises binnen de deelnemende partners krijgen scholen erkenning en kunnen SDG's, die in de eindtermen zitten, toegepast worden in de lessen.\nAanbieden van het eenduidig SDG-concept van de SDGeneration aan alle scholen over de netten heen. Op die manier kunnen ze hun duurzame initiatieven met elkaar meten, vergelijken en van elkaar leren. Zo maken ze deel uit van een duurzame schoolbeweging.\nLeerlingen zien dat duurzaamheid het werk is van velen en dat samenwerking over de grenzen heen cruciaal is om een mondiale impact te maken.\nInspireren van leerkrachten en leerlingen inspireren via SDG-tv. Op SDG-tv en het YouTube-kanaal van SDG-tv worden reportages en tools van de duurzame initiatieven zelf in de kijker gezet.\nAanbieden van vormingen en workshops voor leerlingen en leerkrachten. In deze vormingen van Mindand Makerspace kunnen leerkrachten en leerlingen de eigen leerdoelen aan de SDG’s koppelen."},{"description":"Er wordt met een groep 14-plussers aan de slag gegaan om de SDG’s (duurzame ontwikkelingsdoelstellingen) in de kijker te zetten via een artistieke-technologische interventie in hun stad/gemeente. In samenwerking met lokale jeugdorganisaties wordt een traject opgezet. De concrete SDG’s en het type interventie (een reeks acties, activiteiten of een installatie) worden samen met de jongerenbegeleider bepaald.\n\nDe gekozen SDG’s fungeren als het kompas voor de stadguerrilla. Er wordt een methodiek uitgewerkt die maakt dat de jongeren locaties, organisaties, ondernemingen en bedrijven in de stad ontdekken met een link naar enkele SDG's. Ze gaan deze onderzoeken, analyseren en vertalen in een artistiek-technologische installatie.\n\nMet hun installatie of actie trachten de jongeren hun medeburgers bewust te maken van de mogelijkheden en uitdagingen van een duurzame samenleving. Het beoogde doel van dit STEM-traject is de ontwikkeling van een methodiek die in de vorm van een draaiboek die kan worden uitgerold door STEM-academies, jeugdwerkorganisaties of jeugddiensten in elke stad/gemeente.","summary":"Promoten van SDG's met jongeren via artistieke interventie in stad. Samenwerking met jeugdorganisaties, ontdekken van stad met SDG's, bewustwording duurzaamheid. Doel: methode ontwikkelen voor bredere implementatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001306","result_description":"Het project SDGuerrillARTs streeft naar de volgende resultaten:\n\nProduct + proces: Gedocumenteerde technologisch-artistieke installaties zullen gemaakt worden door verschillende jongeren. De afgewerkte installaties zijn niet alleen het eindresultaat van een traject van ondernemerschap en co-creatie, maar hebben ook een performatief aspect dat een positieve impact creëert op de omgeving waar ze staan.\n\nProduct: Een gedetailleerd, gebruiksvriendelijk en visueel aantrekkelijk draaiboek met foto’s, praktische tips, coaching, voorbeelden van successen en mislukkingen wordt geproduceerd. Het draaiboek zal digitaal beschikbaar gesteld worden en ook in beperkte oplage in fysieke vorm beschikbaar zijn.\n\nProduct: De doorlopen trajecten zullen online beschikbaar gesteld worden via de website van STEAMhive, een website die specifiek voor het project is gemaakt, en via sociale media. Organisaties die twijfelen om het project te starten of er net mee zijn begonnen, kunnen via deze kanalen voorbeelden en inspiratie vinden.\n\nProces: Het traject wordt tweemaal getest en er worden nog eens twee uitrollen voorbereid die zelfstandig door de organisaties uitgevoerd zullen worden. Een duidelijke disseminatiestrategie wordt opgezet om deze trajecten te verspreiden onder STEM-academies, STEM-partnerschappen en andere organisaties.\n\nHet project heeft de volgende doelstellingen:\n\n- Jongeren met een STEM-profiel positief belichten.\n- Jongeren met een niet-STEM-profiel laten kennismaken met STEM.\n- Cross-over tussen verschillende profielen stimuleren (van technisch tot kunstig geschoolde jongeren).\n- SDG's op een positieve en constructieve manier benaderen.\n- Gestuurde vrijheid bieden: jongeren indirect laten kennismaken met technologie, ontwerpproces, onderzoek en integratie van wetenschappelijke concepten.\n- Positieve profilering van een breder perspectief op STEM-profielen voor jongeren, betrokken actoren en kijkers van de uiteindelijke interventies."},{"description":"Er bestaan al een aantal initiatieven in Afrikaanse landen, maar de echte uitdaging ligt erin om de grootste Afrikaanse bedrijven AI te laten gebruiken voor hun bedrijfsprocessen.\n\nDe technologische revolutie gaat dermate snel dat we elke dag nieuwe toepassingen zien. Twee belangrijke innovaties die de wereld rondom ons veranderen, zijn ‘Internet of Things’ (IoT) en ‘Artificial Intelligence’ (AI). Terwijl IoT sensorgegevens produceert, helpt de AI om deze gegevensbulk op een bevattelijke manier te interpreteren en er semi-automatische beslissingen op te baseren.\n\nDe wereldwijde concurrentieslag wordt pas duidelijk voor degenen die volop investeren in het creëren van wisselwerking tussen overheid, bedrijfsleven en academisch onderzoek in deze sector.\n\nEr bestaan al een aantal initiatieven in Afrikaanse landen, maar de echte uitdaging ligt erin om de grootste Afrikaanse bedrijven AI te laten gebruiken voor hun bedrijfsprocessen. Echter moet het Afrikaanse AI-ecosysteem zich positioneren als een aantrekkelijke partner voor de mondiale digitale reuzen, die graag de Afrikaanse markt willen betreden.\n\nHet doel van het AHUMAIN-project is daarom om de IoT- en AI-specialisaties met elkaar te verbinden in één consistent curriculum, afgestemd op de Oost-Afrikaanse situatie.","summary":"Ontdek de potentie van AI voor Afrikaanse bedrijven! AHUMAIN-project verbindt IoT en AI voor efficiëntere bedrijfsprocessen en aantrekkelijke partnerschappen met mondiale digitale reuzen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001307","result_description":"Het project engageert zich tot het ontwikkelen van twee leermodules ('IoT based Data Science & AI' en 'Labour Market Skills') en het investeren in de bijbehorende labo-uitrustingen (hardware) voor de projectpartners.\n\nDaarnaast wordt ingezet op het produceren van promomaterialen, waaronder een website, in aanvang voor de projectpartners en in opvolging voor disseminatie en educatie van hun respectieve regio's.\n\nTer facilitering van de onderscheiden leerprocessen staan een Moodle leerplatform ten dienste van de projectpartners en een inclusieplan ten dienste van enkele beoogde minderheidsgroepen (anti-discriminatie t.o.v. gender en lage-inkomens).\n\nHet project genereert een drietal processen: trainingen (leermodules, Moodle, ...), studentenmobiliteiten en een vijfjarig opvolgplan na de officiële uitfasering van AHUMAIN.\n\nTijdens het project loopt simultaan eraan het (tussentijds) rapporteringsproces t.a.v. de funder Erasmus+.\n\nHet project beoogt van algemeen naar specifieker de volgende globale doelstellingen: een kwalitatiever IoT-, Data Science- en AI-onderricht (in het bijzonder in de Oostafrikaanse regio) via een capaciteitsopbouw aan leermiddelen en beter getraind personeel (eventueel via innovatieve leermethoden), dat op zijn beurt beter getrainde studenten dient te garanderen.\n\nWegens het marktrelevante onderwerp, wil het project ook expliciet bijdragen aan de regionale tewerkstelling annex ondernemerschap (in het bijzonder in de Oostafrikaanse regio van het huidige Uganda en Tanzania).\n\nTenslotte wil dit project zowel de overzeese netwerking alsook de inclusie van minderheidsgroepen (gender, low-income, ...) bewerkstelligen."},{"description":"Hoe kan Onlinehulp Vlaanderen hét expertisenetwerk worden voor online en blended hulpverlening en welzijn in Vlaanderen? Hoe kunnen noden uit het werkveld op vlak van onderzoek en ontwikkeling gekoppeld worden aan praktijkgericht onderzoek?\n\nHoe kunnen beleidsmakers ondersteund worden bij het ontwikkelen van een e-inclusief online- en blended aanbod binnen het domein welzijn, volksgezondheid en gezin? Welke inspirerende praktijken over online en blended werken kunnen we beschikbaar stellen via www.onlinehulp-vlaanderen.be?\n\nWelke noden zijn er op vlak van training en opleiding voor sociale en zorgprofessionals, en hoe kunnen we daaraan tegemoet komen vanuit Onlinehulp Vlaanderen? Welke apps en websites voor welzijn en geestelijke gezondheid zijn voldoende betrouwbaar, helder en toegankelijk?\n\nHoe kunnen organisaties ondersteund worden bij het ontwikkelen van visie, opstarten en implementeren van blended en online hulp?","summary":"Word hét expertisenetwerk voor online en blended hulpverlening in Vlaanderen. Ondersteun praktijkgericht onderzoek, inspireer met online werken en bied betrouwbare apps en trainingen aan via onlinehulp-vlaanderen.be.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001308","result_description":"Onderzoeks- en ontwikkelingsportaal op www.onlinehulp-vlaanderen.be (dienst; doelgroep: werkveld) Vormingsportaal op www.onlinehulp-vlaanderen.be (dienst; doelgroep: werkveld) Verdere uitbreiding en updating van de mediatheek op www.onlinehulp-vlaanderen.be (dienst; doelgroep: werkveld) Afgewerkt trainings- en opleidingsaanbod (voor Howest: met focus op GGZ) (product; doelgroep: werkveld) Ten minste 20 nieuw gescreende apps/websites op www.onlinehulp-apps.be (dienst; doelgroep: burgers en werkveld) Ten minste 20 nieuwe favorietenpagina's op www.onlinehulp-apps.be (dienst; doelgroep: werkveld) \n\nOnlinehulp Vlaanderen is gekend bij sociale, welzijns- en zorgprofessionals (in spé) als expertisenetwerk voor online en blended werken in Vlaanderen. Vraag en aanbod op vlak onderzoek en ontwikkeling van online en blended hulp worden gematcht zodat praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe toepassingen en methodieken voor online en blended hulppraktijken worden gestimuleerd. Beleidsmakers zijn ondersteund bij het ontwikkelen van een e-inclusief online- en blended aanbod binnen het domein welzijn, volksgezondheid en gezin. \n\nInspirerende praktijken, praktische handreikingen en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek over online- en blended werken zijn beschikbaar voor het brede werkveld via www.onlinehulp-vlaanderen.be. Training en opleiding van sociale en zorgprofessionals in online en blended hulp worden aangeboden via een vormingsportaal en een vormingskalender op www.onlinehulp-vlaanderen.be. Het leeraanbod is uitgebreid met nieuwe train de trainer opleidingen en met een aangepast leeraanbod “blended zorg”. \n\nGescreende websites en apps voor online en blended hulp voor de burger én voor de sociale, welzijns- en zorgprofessionals worden aangeboden via www.onlinehulp-apps.be. Expertise op vlak van begeleiding en advies aan organisaties bij de visieontwikkeling, de opstart en de implementatie van online- en blended dienst-, hulp en zorgverlening wordt verder geoptimaliseerd en op elkaar afgestemd en begeleiding wordt tegen betaling aangeboden aan het werkveld."},{"description":"Heel wat scholen hebben de ambitie om Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR) of overkoepelend eXtended Reality (XR) te implementeren in hun aanbod. Zeker voor de leerlingen voor wie het trainen van vaardigheden tot de kerntaken behoort, kunnen toepassingen met XR een meerwaarde betekenen.\n\nHet steeds groeiende aanbod aan devices en toepassingen vormt echter een uitdaging voor vele scholen, die voornamelijk struikelen over praktische implementatie in de klascontext.\n\nDe behoefte leidde tot een consortium van 10 scholen die zich richtten tot Howest om als procesbegeleider hun vragen mee te nemen in een onderzoekstraject. Concreet zullen ervaringen met praktische organisatie, succeservaringen én valkuilen gebundeld worden en de onderzoeker brengt de technische tools waarmee wordt gewerkt in kaart.\n\nDit project beoogt de deelnemende leerkrachten te ondersteunen op het vlak van XR-toepassingen in hun lespraktijk en via de onderzoeksresultaten ondersteuning te bieden aan leerkrachten van A-fin scholen (buiten het consortium), die worstelen met dezelfde obstakels en vragen.","summary":"Scholen streven naar implementatie van Virtual Reality, Augmented Reality en eXtended Reality in hun aanbod. Howest begeleidt een consortium van 10 scholen in een onderzoekstraject om praktische implementatie, succesverhalen en valkuilen te delen. Het project ondersteunt leerkrachten met XR-toepassingen en biedt hulp aan andere scholen die met dezelfde uitdagingen kampen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001309","result_description":"Proces: De onderzoeksmedewerker heeft bij het afsluiten van het project de deelnemende scholen ondersteund door het bieden van antwoorden op hun praktische vragen en het opstellen van experimenten die de praktische implementatie van XR beogen te vergemakkelijken.\n\nProduct: De onderzoeksresultaten worden gebundeld en beschikbaar gesteld via een digitaal platform, en zo gedeeld binnen de scholen die deel uitmaken van het consortium. De resultaten worden ook gepresenteerd op een evenement over XR in het onderwijs.\n\nDit project beoogt de deelnemende leerkrachten te ondersteunen op het vlak van XR-toepassingen in hun lespraktijk en via de onderzoeksresultaten ondersteuning te bieden aan leerkrachten van A-fin scholen buiten het consortium die worstelen met dezelfde obstakels en vragen."},{"description":"Kmo’s hebben vaak niet de nodige expertise in huis om cyberdreigingen te herkennen en zijn in het nadeel ten opzichte van grote organisaties qua kosten, impact, enz.\n\nBovendien hebben maar weinigen cyberstrategieën of “cyberreflexen” ontwikkeld. Daarom is het noodzakelijk om bedrijven en werknemers bewust te maken van het belang van cyberbeveiliging en hen te ondersteunen bij het vergroten van hun cyberweerbaarheid.","summary":"Verhoog cyberweerbaarheid van KMO's door bewustzijn en ondersteuning te bieden voor cyberbeveiliging. Voorkom kosten en impact van cyberdreigingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001310","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen worden ruim 5,5 miljoen varkens gehouden en in 2021 werden er ongeveer 10,8 miljoen varkens geslacht (bron: Statbel). Dit houdt onvermijdelijk ook in dat er dieren vroegtijdig moeten worden gedood wegens bijvoorbeeld zware letsels, ziekte of ongeschiktheid voor transport. Dit maakt euthanasie een noodzakelijke management tool om individueel dierenleed te voorkomen. Het verzekeren van een humane dood voor noodlijdende dieren vormt dan ook een opportuniteit om het dierenwelzijn op varkensbedrijven nog te verbeteren (Husheer et al., 2020, Çavuşoğlu et al., 2020).\n\nWanneer na objectieve evaluatie besloten wordt om een noodlijdend varken te euthanaseren, dan dient dit op een snelle en effectieve manier te gebeuren. Een humane methode is stress- en pijnloos, en leidt tot een snel bewustzijnsverlies. Vervolgens moet de dood snel en consistent intreden (Husheer et al., 2020). Euthanasie van varkens dient te gebeuren volgens de richtlijnen uit de Europese verordening Nr. 1099/2009, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen bedwelmings- en dodingsmethodes.\n\nTer preventie van de varkenspest zijn noodslachtingen voor varkens niet toegestaan. Een dodelijke injectie mag enkel door een dierenarts gegeven worden. Andere toegestane methodes, onderverdeeld in mechanische, elektrische en gasmethodes, mogen door de varkenshouder zelf toegepast worden, mits de nodige bekwaamheid en apparatuur. Naast de effectiviteit, spelen natuurlijk ook de economische en praktische haalbaarheid van de methodes een grote rol. Momenteel bestaat er echter nog veel onduidelijkheid over de toepasbaarheid van de toegestane methodes op praktijkbedrijven in Vlaanderen.\n\nBovendien zijn er ook weinig opleidingen beschikbaar om bedwelmings- en dodingsmethodes correct aan te leren. Dit is nochtans essentieel, want het niet juist uitvoeren van een methode kan nog meer dierenleed veroorzaken. Dit alles leidt mogelijk tot een aanzienlijke terughoudendheid bij de Vlaamse varkenshouders om hun noodlijdende dieren tijdig te euthanaseren.\n\nHet doel van dit project is om de Vlaamse varkenshouders een opleiding aan te reiken om de methodes correct aan te leren en varkenshouders te motiveren deze technieken toe te passen.","summary":"Verbeter het dierenwelzijn op varkensbedrijven door Vlaamse varkenshouders op te leiden in humane euthanasiepraktijken voor noodlijdende dieren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001311","result_description":"VR training voor varkenshouders, waarin ze leren om bedwelmings- en dodingsmethodes correct toe te passen.\n\nOnderzoeksrapport over stressmeting bij varkenshouders die de training hebben gevolgd.\n\nMet dit project streven we ernaar om een training te ontwikkelen. Enerzijds om varkenshouders op te leiden in het correct toepassen van bedwelmings- en dodingsmethodes, en anderzijds om de 'drempel' te verlagen om deze technieken daadwerkelijk toe te passen."},{"description":"Veel hogescholen, laboratoria en bedrijven hebben niet de kennis, expertise of middelen om een fulltime bio-informaticus aan te nemen. Het Bio-informatica Kenniscentrum (BiKC) speelt hierop in met praktijkgericht onderzoek en dienstverlening. Op maat gemaakte applicaties kunnen worden ontworpen om biomedische en biotechnologische gegevens te analyseren en visualiseren, al dan niet in combinatie met databases voor gegevensopslag en gegevensbeheer en/of AI voor gegevensverwerking.\n\nIn samenwerking met de opleiding Biomedische Laboratoriumtechnologie (BLT) beschikt het kenniscentrum over een nanopore lab voor nanopore technologie. Deze nieuwste generatie sequencing technologie laat toe in realtime de code van DNA en RNA in elk soort staal te analyseren. Afhankelijk van de toepassingen kunnen er totaaloplossingen geboden worden voor zowel wet lab als dry lab analyses.\n\nOm de staalanalyses voor bedrijven, ziekenhuizen en andere hogescholen te blijven garanderen en zelfs uit te breiden, wordt - met de steun van VLAIO - in 2023 een high performance server aangekocht om big data van experimenten en staalanalyses te bewaren en verwerken. Daarnaast komt er nog extra labo apparatuur.","summary":"Het Bio-informatica Kenniscentrum biedt praktijkgericht onderzoek en diensten voor hogescholen, laboratoria en bedrijven zonder fulltime bio-informaticus. Maatwerk applicaties worden ontwikkeld voor analyse en visualisatie van biomedische en biotechnologische data, inclusief realtime DNA/RNA-analyse met nanopore technologie. Met nieuwe server en labo-apparatuur worden staalanalyses uitgebreid en geoptimaliseerd in 2023 dankzij VLAIO-steun.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001312","result_description":"De onderzoeksinfrastructuur zal gehuisvest worden in het Nanopore Lab en het Bio-informatica kenniscentrum (BiKC) op de Howest campus Brugge Station en zal in werking gesteld, beheerd en onderhouden worden door de vier onderzoeksmedewerkers van het BiKC.\n\nDe Vlaamse hogescholen bouwen hun kennis en expertise uit via praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) en brengen innovaties in de praktijk in samenwerking met hun werkveld. De voorbije twee jaar heeft het BiKC via het PWO NanoDeTech reeds ingezet op nanopore sequencing. De focus hierbij lag op targeted sequencing en microbiële identificatie, waarvan beide toepassingen hebben binnen de (gepersonaliseerde) gezondheidszorg.\n\nTer navolging van dit onderzoek aan Howest, werd in september 2022 gestart met een nieuw PWO project MetaTec. Hierbij wordt opnieuw ingezet op nanopore sequencing, maar met complexere stalen, namelijk metagenomics stalen (stalen die meerdere organismen bevatten om te identificeren). Hierdoor kunnen ook meerdere toepassingen en sectoren worden aangesproken (e.g. klinische stalen uit de medische sector, water- en bodemstalen binnen de agro- en biotechnologie en ecologie- en milieusector). Door de complexiteit van de stalen en data wensen we een verdere verbetering van de apparatuur voor het nanopore lab.\n\nDe extra toestellen laten toe om relevante micro-organismen zoals bacteriën beter te kunnen cultiveren, stalen beter te bewaren, om beter DNA te kunnen extraheren uit deze stalen en om uiteindelijk ook de capaciteit van DNA bepalingen door middel van de nieuwste generatie nanopore sequencing technologie te verhogen. Het nanopore lab investeert zelf in automatisatie van de staalvoorbereiding door de aankoop van een OT-2 open source pipetteer robot. De extra thermocycler module die we aanvragen voor de robot laat toe dat deze ingezet kan worden op meerdere praktische toepassingen.\n\nBinnen de Howest PWO projecten zijn onder andere meerdere Vlaamse ziekenhuizen partner. Met de uitbreiding van de onderzoeksinfrastructuur in het BiKC zullen we de innovatieve waarde van de nanopore sequencing technologie voor diagnostiek binnen de gezondheidszorg nog beter en vooral sneller kunnen onderzoeken en ondersteunen.\n\nDe onderzoeksinfrastructuur wordt ook gebruikt in het praktijkgericht onderzoek van andere hogescholen waarmee we samenwerken. Het onderzoekcentrum Health and Water Technology aan HoGent gebruikt nanopore sequencing voor hun faagonderzoek en voor karakterisering van de fagen, bacteriën en micro-algen in het kader van onder andere faagtherapie en biologische waterzuivering. Het BiKC zal hen helpen bij hun staalvoorbereidingen en data analyses. Aan de Karel de Grote Hogeschool (KdG) wordt praktijkgericht onderzoek verricht naar optimalisatie van cryopreservatie. Via de bio-informatica analyse van publiek beschikbare data helpen we hen merkers te identificeren die binnen hun onderzoek kunnen getest worden. Het expertisecentrum Agro- en Biotechnologie van hogeschool Vives maakt voor hun genetische analyses van yacon gebruik van de onderzoeksinfrastructuur van het BiKC.\n\nDe komende jaren zal binnen het PWO project MetaTec ook een workshop georganiseerd worden waarbij werkveldpartners met hun staal naar het nanopore lab van het BiKC kunnen komen om onder begeleiding de ganse workflow zelf te doorlopen. Bedrijven kunnen bij het BiKC terecht met hun onderzoeksvragen waarbij er momenteel al samenwerkingen zijn met Emma.health/Leadlife, Poulpharm, Belgisch Diabetes Register en Brouwerij B. Het bedrijf Emma.health/Leadlife geeft lifestyle advies op basis van persoonlijke data zoals biomerkers en DNA. Het BiKC onderzoekt via quality- en cross checks de wetenschappelijke onderbouwing van de genetische DNA variaties. Het Belgisch Diabetes Register (BDR) is een nationaal samenwerkingsverband tussen pediaters, endocrinologen en patiëntenverenigingen die nieuwe type 1 diabetespatiënten registreren en aan risicobepaling doen bij eerstegraadsverwanten. In samenwerking met het BDR onderzoekt het BiKC een snellere, meer kost-efficiënte en accurate genotypering via targeted nanopore sequencing om zo DNA variaties gelinkt aan type 1 diabetes beter in kaart te brengen."},{"description":"Howest bouwt een Integrated Security Operations Center (ISOC) uit. Een ISOC is een uitbreiding van het beter bekende SOC (Security Operations Center, de fysieke locatie van een informatiebeveiligingsteam).\n\nEen van de grote voordelen van een ISOC is dat het niet alleen de beveiliging van de IT-omgeving garandeert, maar ook die van de industriële en fysische omgeving consolideert. Het is een integratie van hardware, software en diensten. Een ISOC brengt geïsoleerde monitoring- en responsfuncties samen in een uniform kader.\n\nHet ISOC van Howest zal bestaan uit vier servers die zullen instaan voor de logging en gegevensbeheerslaag, en vier servers met grafische verwerkingskracht om analyses uit te voeren door middel van AI.","summary":"Howest breidt uit met een Integrated Security Operations Center (ISOC) dat zorgt voor beveiliging van IT, industriële en fysische omgeving. Het ISOC integreert hardware, software en diensten voor monitoring, respons en analyses met AI.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001313","result_description":"Integrated Security Operations Center (integratie van hardware, software en diensten)\n\nDe ISOC onderzoeksinfrastructuur zal zijn eigen afgesloten en beveiligd lokaal krijgen in de campus Brugge Station van Hogeschool West-Vlaanderen en beheerd en onderhouden worden door onderzoekers van de Security & Privacy onderzoeksgroep. \n\nDe Security & Privacy onderzoeksgroep van de Hogeschool West-Vlaanderen is ontstaan vanuit het opleidingstraject ‘Computer & Cyber Crime Professional’ en dit opleidingstraject was de eerste van z’n soort binnen Vlaanderen. De onderzoeksgroep heeft dan ook een langdurige en ruime ervaring met onderzoek, dienstverlening en het organiseren van opleidingen binnen het cybersecurity domein.\n\nOnderzoek met bedrijven en andere kennisinstellingen voor geïntegreerde operationele veiligheid."},{"description":"Digital Arts & Entertainment wil de studio-infrastructuur uitbreiden naar een Virtuele Productie Studio (VP). Typerend daarvan is dat alle filmcamera’s worden uitgerust met trackingsystemen, waardoor men altijd de exacte positie kent ten opzichte van de virtueel getoonde omgeving.\n\nDe opleiding beschikt over een professionele greenkey filmset, inclusief kraansysteem en randapparatuur. Hieraan is een geavanceerde set-up voor motion capture technologie (20 Optitrack camera’s) bevestigd, waarmee de bewegingen van 3 tot 4 personen tegelijkertijd gecapteerd kunnen worden.\n\nNu zou de studio-infrastructuur worden uitgebreid naar een VP-studio. Typerend daarvan is dat alle filmcamera’s worden uitgerust met trackingsystemen, waardoor men steeds een exacte positie kent ten opzichte van de virtueel getoonde omgeving. Hierdoor kunnen allerlei shots gemaakt worden die voorheen compleet onmogelijk waren. De VP studiotechnieken zijn relatief nieuw, maar evolueren wel in snel tempo omdat ook andere technologie - waaronder AI - de werkwijzen nog kan optimaliseren.\n\nEr zal meer werk worden uitgevoerd in de voorbereidingsfase en minder na de opnames. De mantra in de VFX-industrie was lange tijd \"we'll fix it in post\", met andere woorden, \"wat we gefilmd hebben was niet perfect, maar dat lossen we later wel op met special effects\". Dit is een heel frustrerende manier van werken; \"VP” draait dit volledig om.","summary":"Digital Arts & Entertainment breidt studio uit met Virtuele Productie Studio voor innovatieve filmtechnieken. Trackingsystemen en motion capture technologie zorgen voor exacte posities en unieke shots. VP verandert werkwijze in VFX-industrie naar efficiëntere pre-productie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001314","result_description":"De onderzoeksinfrastructuur voor een Virtuele Productie Studio zal gehuisvest zijn in de hoofdcampus van de Howest opleiding Digital Arts and Entertainment, namelijk op campus Kortrijk Weide The Level, Botenkoperstraat 2, 8500 Kortrijk. De aangevraagde infrastructuur zal zoals hierboven beschreven in de bestaande studio geïnstalleerd worden.\n\nDe nieuwe VP infrastructuur zal heel wat interesse en enthousiasme opwekken bij technical artists van bedrijven uit binnen- en buitenland. De VP studio zal zo dienst doen als showroom van state of the art technologie en pipelines."},{"description":"De coördinatie van de Vlaamse Stuurgroep - Flankerend Beleid Cybersecurity wordt toegewezen aan KUL en Howest. Dit past in het uitvoeren van het Vlaamse Cybersecurity Beleidsplan Luik 3, zijnde communicatieprogramma en opleidingsprogramma.\n\nDe doelstelling van het beleidsplan is om de bewustmaking, kennis en opleiding rond cyberveiligheid voor bedrijven en werknemers te verhogen.","summary":"Coördinatie van Vlaamse Stuurgroep Cybersecurity door KUL en Howest. Ondersteunt Vlaams beleidsplan voor cyberveiligheid met focus op bewustmaking en opleiding voor bedrijven en werknemers.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001315","result_description":"3 open oproepen organiseren voor de beide programma's: contentcreatie ontwikkelen en vaktermen aanleveren. Ook zal er 1 Kompas bijdrage worden gepubliceerd en een blauwdruk voor IT CS Fundamentals worden aangeleverd. Daarnaast staat er een event op de planning. Alle informatie wordt verspreid via https://cybersecurity-bites.be/.\n\nHet doel is om de maturiteit van CS in Vlaanderen te verhogen door middel van het organiseren van een concreet flankerend beleid."},{"description":"Met dit project willen we leercultuur en leergoesting creëren in de Westhoek. Howest treedt op als kennispartner bij het definiëren van een matrix met LLL-formats en zal samen met Syntra een lerend netwerk van bedrijven vormgeven.\n\nDe focus ligt op:\n- Meer samenwerking tussen partners actief in de Westhoek\n- Integratie van innovatieve leervormen (bijvoorbeeld hybride leervormen, afstandsonderwijs)\n- Ontwikkeling van leercultuur en leergoesting bij de burger\n- Het in kaart brengen van de regionale infrastructuur en de huurvoorwaarden\n\nDe uiteindelijke doelstellingen zijn het creëren van meer regionaal aanbod en meer deelname aan levenslang leren onder de bevolking van de Westhoek.","summary":"Creëer leercultuur in de Westhoek door samenwerking tussen partners en innovatieve leervormen. Doel: meer regionaal aanbod en deelname aan levenslang leren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001316","result_description":"In het project zelf zullen we focussen op:\n\nMeer samenwerking tussen partners actief in de Westhoek\nIntegratie van innovatieve leervormen (bv. hybride leervormen, afstandsonderwijs…) in het aanbod als potentiële oplossing voor meer deelname.\nInzet op persuasieve communicatie in functie van gedragsverandering (leercultuur en leergoesting ontwikkelen bij de burger)\nHet in kaart brengen van de bestaande regionale infrastructuur en de huurvoorwaarden\n\nVoor Howest is het interessant om te kijken hoe de diverse opleidingsverstrekkers (Syntra – CVO – Ligo – Hogescholen) zich situeren in zo’n satellietenmodel en bij uitbreiding in het aanbieden van levenslang leren. Daarnaast is het interessant om in te haken op de expertise van Syntra m.b.t. ‘iedereen leert’ (lerende netwerken voor bedrijven) en onze eigen expertise inzake ‘doelgroepenanalyse’ en ‘innovatieve werkvormen’ binnen te brengen.\nDe uiteindelijke doelstellingen zijn het creëren van meer regionaal aanbod en meer deelname aan levenslang leren onder de bevolking van de Westhoek."},{"description":"Om succesvol in te spelen op het veranderende, steeds meer versnipperde mediagebruik van jongeren en op de steeds sterkere internationale concurrentie, is een digitale transformatie nodig. Deze transformatie moet een vernieuwend multimediaal aanbod kunnen genereren over alle mogelijke platformen, merken en touchpoints heen. Het vereist een fundamentele shift om de game- en mediasector dichter bij elkaar te brengen. Op die manier kunnen kennis, digitale tools, workflows en state-of-the-art technologieën uit de media-, VR- en game-industrie (zoals AI, MOCAP, 3D design, Unreal 5, enz.) worden gedeeld tussen de stakeholders. Dit alles met als doel een performant innovatief digitaal productieproces te ontwikkelen.\n\nHet project maakt deel uit van de oproep 'Digitaal transformatieprogramma Media' van het Vlaams Departement Cultuur, Jeugd en Media en wordt geleid door de VRT. Andere partners binnen dit project zijn Howest, Sputnik, Uncanny en The Pack.","summary":"Digitale transformatie van mediaspelers voor vernieuwend multimediaal aanbod. Samenwerking tussen game- en mediasector voor innovatief productieproces. Project van VRT en partners in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001317","result_description":"Media en gametechnologie, storytelling en kennis samenbrengen. Het gebruik van future-proof tools in verschillende creatieve ruimtes van democratische mediabedrijven en mediatechnologie spelers faciliteren. Het ondersteunen van de ontwikkeling van nieuwe multimediale formats. \n\nCreative hubs/spaces bij de diverse partners die mediabedrijven en gamebedrijven inzicht geven in elkaars wereld, zowel op het gebied van processen, cultuur als technologie. Inzicht verschaffen in democratische digitale technologieën uit de media-, game- en VR-industrie. Een digitaal innovatief en efficiënt productieproces opzetten waarvan de pipeline en workflows zijn afgestemd op de nieuwe tools en technologieën. \n\nHet verbeteren van de manier waarop jongeren (GenZ en Genα) en andere specifieke eindgebruikers worden bereikt."},{"description":"Zien we straks (nog meer) virtual reality opduiken tijdens de traditionele nieuwsuitzendingen op tv? Krijgen we de statistieken van de voetballers in realtime tijdens de match op onze smartphone voorgeschoteld? Of verschijnt er binnenkort een juichend slijmmonster in beeld als jouw favoriete voetbalploeg een goal heeft gescoord? Het zou zo maar eens kunnen.\n\nIn het kader van het relanceplan ‘Digitale transformatie en innovatie Vlaamse Media’ verleent de Vlaamse regering via VLAIO (Agentschap Innoveren en Ondernemen) steun aan het proeftuinproject ‘Media XR en 5G’, dat de mediasector moeten helpen om te innoveren met digitale technologieën.\n\nDe Hogeschool West-Vlaanderen rolt het project uit samen met AP Hogeschool Antwerpen. Binnen Howest werken de opleiding Digitals Arts & Entertainment – al meermaals bekroond tot de beste gameschool ter wereld – en de opleiding Toegepaste Informatica hieraan mee.","summary":"Ontdek de toekomst van media met Vlaamse regering's steun aan project 'Media XR en 5G' van Hogeschool West-Vlaanderen en AP Hogeschool Antwerpen. Innovatie in digitale technologieën voor de mediasector.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001318","result_description":"5 inspirerende en innovatieve cases voor de mediasector.\n\nDe doelstellingen worden na de projectduur behaald via 7 KPI's:\n\nBehoefteanalyse: 55 bedrijven die meewerken aan deze bevraging.\n\nBusiness cases: ontwikkeling van 5 business cases; illustraties van mogelijke cases (zie D3).\n\nBegeleidingsgroep: 30 deelnemende bedrijven (partners Begeleidingsgroep).\n\nBegeleiding: maximaal 30 individuele adviesgesprekken (partners Begeleidingsgroep).\n\nImplementatie: 15 implementaties bij bedrijven.\n\nActiviteiten: 600 deelnemers aan activiteiten, 30 rondleidingen in de 2 Proeftuinen.\n\nKennisdeling: 60 blogposts, 3 persberichten en 15 persvermeldingen."},{"description":"Dit project wil 'Oral Literature for Development' (OL4D) introduceren als een nieuwe denkrichting. Het is gebaseerd op de overtuiging dat cultuur en creativiteit centraal staan in de ontwikkeling van alle mensen.\n\nAls team zien we potentieel in de cultuurhistorische manieren waarop mensen door hun geschiedenis van literaire expressie met crisissituaties zijn omgegaan. Tegelijkertijd merken we dat vooral urbanadolescenten in Kenia en Ethiopië geen aansluiting vinden bij deze literaire geschiedenis wanneer ze geconfronteerd worden met crisissituaties.\n\nDoor middel van leerprocedures willen we jonge mensen in staat stellen om deel te nemen aan levende mondelinge tradities van verhalen vertellen. Hierbij willen we hen laten nadenken over de mogelijkheden van het omgaan met crisissituaties.","summary":"OL4D introduceert cultuur en creativiteit als sleutel tot ontwikkeling. We willen jongeren in Kenia en Ethiopië verbinden met mondelinge tradities om veerkracht te ontwikkelen in crisissituaties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001319","result_description":"Door middel van performatieve leerprocedures willen we jonge mensen in staat stellen om deel te nemen aan levende mondelinge tradities van verhalen vertellen, en daarbij nadenken over de mogelijkheden van het omgaan met crisissituaties.\n\nStorytelling van oude verhalen en jonge mensen om te leren omgaan met crises: mondelinge verhalen en crisisbeheersing in Kenia en Ethiopië."},{"description":"Start@K3 is het vervolgproject van Start@K2. Het heeft als doelstelling het ondersteunen en promoten van jong ondernemerschap in Kortrijk.","summary":"Promoot jong ondernemerschap in Kortrijk met Start@K3, het vervolgproject van Start@K2.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001320","result_description":"Verdere uitbouw van student-ondernemerschap op de Kortrijkse campussen en toegang van studenten tot een breder netwerk via Hangar K. Ook ondersteuning van de opleidingen rond de promotie van ondernemerszin in het curriculum.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"Met het project Turbo 5 wil men een overkoepelend ecosysteem opzetten rond jong ondernemerschap en op die manier de ondernemingszin bij jongeren (studenten en niet-studenten) in en rond Brugge stimuleren en toegankelijk maken. TURBO is een initiatief van Stad Brugge, in samenwerking met VIVES, HOWEST, KU Leuven Campus Brugge, De Republiek, Het Entrepot en Ondernemerscentrum Brugge, met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen én de Provincie West-Vlaanderen.\n\nIntrapreneurs dragen bij aan innovatie en vooruitgang. In deze VUCA wereld hebben we profielen nodig die probleemoplossend, creatief en flexibel zijn. Entrepreneurs zorgen voor economische groei en ontwikkeling van een stad. Door ondernemende jongeren in contact te brengen met het Brugse netwerk gaan we brain drain tegen en bevorderen we brain gain.\n\nHet aanbod van TURBO concentreert zich steeds op 4 zaken: inspireren, informeren, ontmoeten en het learning by doing principe. Deze 4 dimensies komen specifiek tot uiting in inspirerende keynotes, bootcamps, workshops, netwerkmomenten, ondernemercafé’s, coachingsessies, hackathons, summer schools…","summary":"Stimuleer ondernemingszin bij jongeren met Turbo 5. Inspirerende keynotes, workshops, en netwerkmomenten in Brugge om innovatie en ontwikkeling te bevorderen. #marketing","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001321","result_description":"Output is een kennisbank over intrapreneurship en entrepreneurship en een community van jonge ondernemers en TURBO-ambassadeurs.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"De hoofdfocus van dit project is het creëren van meer algemeen bewustzijn binnen de Vlaamse industrie en logistiek over de reële risico’s op het vlak van cyberveiligheid en vervolgens deze doelgroep activeren om hun cyberveiligheidscapaciteit te verhogen.\n\nDe Proeftuin ICIL 4.0 is een vervolg op de Proeftuin ICI 4.0. Die laatste heeft aangetoond dat een vertaling van een wettekst van een regulering, zoals de NIS, in 2 fases moet verlopen, namelijk eerst zorgen voor een businessaanpak, met aandacht voor wat het opbrengt voor het bedrijf en dan een technologie-aanpak uitwerken.\n\nDaarnaast is er een tekort aan cyber security (CS) kennis bij de bedrijven. Er is een wezenlijk verschil tussen CS in de OT-netwerken en IT-netwerken (OT = operationele technologie, de hard- en software in een bedrijf). De EU wil met regelgeving de problemen rond CS oplossen, maar kmo's begrijpen de wetteksten van deze reguleringen niet. Bovendien zien de kmo's prominent aanwezig in de industriële en logistieke supply chain, investeren in CS als extra kosten. Men onderschat de meerwaarde. Ook spreken de medewerkers van IT en OT niet dezelfde taal.\n\nEen demonstrator zoals uitgewerkt in de Proeftuin ICI 4.0 voor een OT-netwerk kan worden gebruikt om de CS-problematiek van de connectiviteit tussen IT, OT en de waardeketen aan te tonen zodat de bedrijven/kmo's deze beter leren kennen.","summary":"Verhoog cyberveiligheid in de Vlaamse industrie en logistiek door bewustzijn te creëren en bedrijven te activeren. Demonstrator toont connectiviteitsproblemen tussen IT, OT en waardeketen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001322","result_description":"KPI-1: Gebouwde demonstratoren en/of wezenlijke uitbreidingen: 3\n\nKPI-2: Collectieve acties, bijvoorbeeld evenementen en masterclasses, webinars: 50\n\nKPI-3: Deelnemers aan alle acties (exclusief nieuwsbrieven, algemene conferenties, …): 3000\n\nKPI-4: Bedrijven die concreet en individueel advies hebben ontvangen: 120\n\nKPI-5: Implementaties bij bedrijven als gevolg van de proeftuinacties: 30\n\nKPI-6: Gedocumenteerde publieke cases, als voorbeeld voor anderen: 5\n\nDe hoofdfocus van dit proeftuinproject is het verhogen van het algemene bewustzijn binnen de Vlaamse Industrie en Logistiek over de reële risico’s op het gebied van cyberveiligheid en vervolgens het activeren van deze doelgroep om hun cyberveiligheidscapaciteit te vergroten. Hierbij wordt aandacht besteed aan zowel de technische aspecten van cyberbeveiliging, het beveiligingsbeleid als de relevante reguleringen. De doelgroep die dit project wil bereiken omvat de volledige sector. Om echter een significante impact te kunnen garanderen binnen deze diverse groep, moet er een onderscheid worden gemaakt op basis van de maturiteit van het bedrijf op het gebied van industriële en logistieke beveiliging."},{"description":"In dit project worden 13 dorpen langs de Suriname en Saramacca rivieren voorzien van klimaatbestendige decentrale drinkwaterproductie door zuivering van rivierwater. Dat gebeurt door de Q-Drop units op zonne-energie van BOSAQ en de distributie door het dorp via standpijpen.\n\nHierdoor zullen jaarlijks minstens 2.300 ton CO2-emissies gemitigeerd worden. Door de opzet van een uniek partnerschap tussen BOSAQ, het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen in Suriname, Howest en VITO wordt kennistransfer verzekerd alsook eigenaarschap over de klimaatadaptieve drinkwatervoorziening gestimuleerd.\n\nHowest focust hierbij op duurzame gedragsverandering in watergebruik en -hergebruik, hygiëne en sanitatie door middel van gezondheidsbevordering met als einddoel het verminderen van watergerelateerde ziekten en een toekomstgericht waterbeleid op dorpsniveau.\n\nHet rechtstreeks betrekken van de Surinaamse overheid als projectpartner bewijst dat de decentrale drinkwatervoorziening op zonne-energie past binnen het Nationale AdaptatiePlan (NAP) en wordt op die manier naast de ecologische duurzaamheid ook een institutionele, financiële en technologische duurzaamheid verkregen.","summary":"Verbeterde samenvatting: 13 dorpen langs Suriname en Saramacca rivieren krijgen klimaatbestendig drinkwater via Q-Drop zonne-energie units van BOSAQ. Partnerschap met Surinaamse overheid, Howest en VITO zorgt voor CO2-besparing en duurzame wateroplossingen op dorpsniveau.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001323","result_description":"Resultaat R1: BOSAQ\nToekomstbestendige drinkwatervoorziening met capaciteit tussen 0,5-2,5 m³/u geïnstalleerd in 13 dorpen in het binnenland die bestand is tegen veranderende waterstanden en weersomstandigheden, en in extremis overstromingen, door gedecentraliseerde zuivering van rivierwater.\n\nIndicatoren:\nI.10. Operationele drinkwaterproductieapparatuur voor het hele jaar (up-time efficiëntie > 98%): de drinkwaterproductie stopt niet vanwege veranderende waterstanden\n\nVerificatiebronnen:\nV.11. Aantal operationele dagen zoals geregistreerd via het cloud monitoringplatform\nV.12. Analyse en verslagen van de drinkwaterkwaliteit\n\nDeliverable 1.1: Scope rapport voor elk dorp\nDeliverable 1.2: FAT (fabriekstest) rapport voor alle installaties\nDeliverable 1.3: SAT (on-site test) rapport voor alle installaties\n\nResultaat R2: BOSAQ\nCO2-emissiebeperking van 2300 ton per jaar in verband met drinkwatervoorziening door volledige off-grid-werking op zonne-energie van gedecentraliseerde waterzuiveringseenheden, die een minimale voetafdruk hebben, lokaal werken en daarom een netto koolstofvrije oplossing zijn.\n\nIndicatoren:\nI.11. Hoeveelheid geproduceerde liter per jaar per installatie en van daaruit de berekende CO2-emissiereductie\nI.12. 95% CO2-reductie per m3 geleverd drinkwater ten opzichte van de huidige methode\n\nVerificatiebronnen:\nV.13. Uitlezing van fysieke watermeters ter plaatse en verificatie via online cloud platform\n\nDeliverable 2.1: rapport van CO2-impactstudie\n\nResultaat R3: HOWEST\nGezondheidsbevordering - duurzame gedragsverandering in watergebruik en -hergebruik, hygiëne en sanitatie door stuurgroep met voldoende bereik binnen de gemeenschap\n\nIndicatoren:\nI.13. Oprichting stuurgroep per dorp die continuïteit voorziet\nI.14. Uitrol van 1 sensibiliseringscampagne, 1 workshop en 1 train-de-trainer per dorp\nI.15. Omgevingsveranderingen m.b.v. nudgingtechnieken in elk dorp\n\nVerificatiebronnen:\nV.14. aantal uitgerolde sensibiliseringscampagnes, uitgevoerde workshops en train-de-trainers, aantal nudging-acties, aantal opgerichte stuurgroepen\n\nDeliverable 3.1: uitrol 1 sensibiliseringscampagne, 1 workshop en 1 train-de-trainer per dorp\nDeliverable 3.2: oprichting stuurgroep per dorp voor continuïteit\n\nResultaat R4: VITO\nOnderzoek en innovatie - gedemonstreerde innovatieve oplossingen voor energieopslag en geoptimaliseerde laad-/belastingsprofielen ter ondersteuning van duurzame off-grid drinkwatervoorziening en elektrische, communicatie- of andere diensten in klimaatgevoelige gemeenschappen\n\nIndicatoren:\nI.16. Ontwerp van de energievoorziening en operationele richtsnoeren voor gedecentraliseerde drinkwaterproductie in off-grid of zwakke netsituaties\nI.17. Identificeer haalbare scenario's voor uitgebreide water- en energiediensten: verlichting op strategische punten, ...\n\nVerificatiebronnen:\nV.15. Richtlijnen voor goede praktijken voor lokale productie van hernieuwbare energie met elektrische opslagtechnologieën voor de behandeling van drinkwater\nV.16. Workshop en verslag over het optimaliseren van oplossingen voor gedecentraliseerde drinkwaterproductiesystemen en andere diensten\n\nDeliverable 4.1: Technische review paper over het combineren van hernieuwbare energieproductie en -opslag met drinkwaterproductie\nDeliverable 4.2: Fysieke workshop over praktische richtlijnen voor gedecentraliseerde oplossingen voor drinkwaterproductie\nDeliverable 4.3: Roadmap om water en energiediensten uit te breiden om zo weerbaarheid tegen klimaatverandering te verhogen\n\nResultaat R5: NH\nCapaciteitsopbouw in de Dienst Watervoorzieningen, verantwoordelijk voor het binnenland, om kennisoverdracht van de klimaatbestendige drinkwatervoorzieningstechnologie mogelijk te maken: opgeleid personeel voor langdurige exploitatie en onderhoud in de 13 dorpen. Potentieel ook een betalingssysteem / schema om de werking en het onderhoud te financieren.\n\nIndicatoren:\nI.18. Drie opgeleide technici/ingenieurs voor de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden om de werking op lange termijn van de gedecentraliseerde off-grid drinkwaterproductie-eenheden te waarborgen\nI.19. Drie ingenieurs/projectmanagers om het volledige project in Suriname te beheren (project > 0,1% van het BBP van Suriname)\nI.20. Strategie voor drinkwaterverkoop in de dorpen. Indien mogelijk reeds geïnstalleerd betaalsysteem.\n\nVerificatiebronnen:\nV.17. Logboek van trainingen door BOSAQ aan personeel van NH en logboek van onderhoudstaken uitgevoerd door het opgeleide personeel van NH\nV.18. Mensen op de loonlijst van NH die aan het project werken\nV.19. Langdurige stabiele werking van geïnstalleerde gedecentraliseerde drinkwaterproductie-eenheden geverifieerd via cloudmonitoringplatform\n\nDeliverable 5.1: Succesvolle opleiding/kennistransfer van BOSAQ naar 3 technische en 3 coördinerende profielen van NH (DWV)\n\nResultaat R6: Opschaling en Disseminatie - Alle partners\nVerspreiding van best practice richtlijnen om drinkwater en bijkomend energie, communicatie en andere diensten te leveren aan plattelandsgemeenschappen in Suriname en andere tropische gebieden om hen zo bestendig te maken tegen klimaatverandering.\n\nIndicatoren:\nI.21. Inhuldigingsceremonie met overheidsfunctionarissen en potentiële samenwerkingspartners.\nI.22. Technische workshop in Suriname over best practices voor gedecentraliseerde off-grid drinkwaterproductie-installaties in klimaatgevoelige gemeenschappen (bereikbaar voor ten minste 20 instellingen)\nI.23. Regionale en/of internationale workshop (bereikbaar voor ten minste 50 instellingen uit 4 verschillende landen) om de beste praktijken op te schalen en/of te repliceren naar andere plattelandsgemeenschappen\n\nVerificatiebronnen:\nV.21. Deelnemerslijst van ambtenaren bij inhuldigingsceremonie in Suriname\nV.22. Uitnodigingen voor nationale en internationale workshops\n\nDeliverable 6.1: Succesvolle inauguratie met aanwezigheid minimum één minister van Suriname\nDeliverable 6.2: Publicatie in nationale pers Suriname en publicatie in Vlaams vakblad\n\nAlgemene doelstelling:\nVergroten van de weerbaarheid tegen klimaatverandering van gemeenschappen in het binnenland van Suriname (regio Boven-Suriname) door duurzame drinkwatervoorziening in een klimaat-robuuste, decentrale aanpak, in lijn met de klimaatadaptatie doelstellingen van Suriname.\n\nSpecifieke doelstellingen:\nSpecifieke doelstelling SD1 (BOSAQ)\nVoorzien van 13 afgelegen gemeenschappen in het Surinaamse binnenland met een toekomstgerichte klimaatbestendige drinkwatervoorziening door middel van 100% off-grid gedecentraliseerde Q-Drop drinkwaterproductie-eenheden vanuit rivierwater.\n\nSpecifieke doelstelling SD2 (HOWEST)\nDuurzame gedragsverandering in watergebruik en -hergebuik, hygiëne en sanitatie door middel van gezondheidsbevordering met als einddoel het verminderen van watergerelateerde ziekten en een toekomstgericht waterbeleid op dorpsniveau.\n\nSpecifieke doelstelling SD3 - Onderzoek en Innovatie (VITO)\nVerken innovaties in koolstofneutrale, gedecentraliseerde drinkwaterproductie- en energieopslagsystemen om de robuustheid en CO2-emissiereductie te maximaliseren.\n\nSpecifieke doelstelling SD4 - (NH)\nDe werking op lange termijn verzekeren door middel van lokaal beheer, exploitatie en onderhoud van de geïnstalleerde Q-Drop-units en de introductie van een waterverkoopstructuur."},{"description":"Voor steden is het een uitdaging om de energiefactuur betaalbaar te houden. Howest helpt de stad Kortrijk hierbij. Vanuit proeftuinen op Kortrijk Weide en Transfo Zwevegem ontwikkelt Smart Technology Energy lab data-architectuur voor slimme sturing van de energiesystemen.\n\nDe energietransitie en energiecrisis dagen steden uit om hun factuur onder controle te houden. Een weg daarnaartoe is het optimaliseren van energiestromen aan de hand van slimme real-time sturingen. Flexibiliteit via Energie Management Systemen (EMS) staat echter nog in zijn kinderschoenen en vindt quasi nog geen ingang bij steden.\n\nVanuit de proeftuinprojecten site Kortrijk Weide en site Transfo Zwevegem ontwikkelt dit project een data-architectuur voor slimme sturing van energiesystemen van volledige sites. De hardware is er al grotendeels. De uitdaging omvat zowel het opbouwen van EMS-systemen waaronder het verknopen van talrijke bronnen met real-time energiedata op gebouw- en installatieniveau (productie, verbruik, opslag) en contextdata (energieprijzen, klimatologisch, bezetting en gebruik, binnenklimaat, ventilatie...). De data wordt eerst gevisualiseerd in functie van de noden van de gebruikers. Na het ontwerpen van slimme algoritmes en controle-strategieën kan het EMS “beslissingen nemen”. Via artificiële intelligentie kan het systeem tenslotte patronen herkennen en verder optimaliseren.\n\nVanuit de proeftuinprojecten maken we de vertaalslag naar het openbaar patrimonium. Een eerste pakket gebouwen in Harelbeke en Kortrijk wordt voorzien van hardware en ingekoppeld in het EMS-platform. Er wordt een business model voor energiemanagement via EMS ontwikkeld.","summary":"Howest helpt steden zoals Kortrijk betaalbare energiefacturen te behouden door slimme energiesturingssystemen te ontwikkelen op sites zoals Kortrijk Weide en Transfo Zwevegem. Dit project focust op het optimaliseren van energiestromen en het implementeren van Energy Management Systemen in stedelijke gebouwen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001324","result_description":"Proeftuinprojecten in Zuid-West-Vlaanderen, waardoor verder gestapt kan worden. Zo kan aan de slag gegaan worden met de infrastructuur die dankzij de EU op site Transfo Zwevegem gerealiseerd wordt. Zo verzekeren we dat dit project niet bij theorie en modellen zal blijven, maar dat het om real life toepassing zal gaan.\n\nDeze aanpak is nodig, gezien het relatief korte tijdsbestek van EMS DOE: vb. de realisatie van het smart microgrid op Transfo op zich vergt al meer dan 3 jaar. Starten vanaf nul heeft het risico om te weinig resultaat te boeken. Ook op Kortrijk Weide wordt verder gebouwd op de bestaande infrastructuur.\n\nMaar EMS DOE gaat verder dan louter voort borduren op de beide proeftuinprojecten. EMS DOE verbindt ze functioneel door de ontwikkeling van een overkoepelende EMS data-architectuur, en legt zo het fundament van een brede uitrol voor EMS in Zuid-West-Vlaanderen. En dat is de echte inzet van het project EMS DOE.\n\nImmers, deze EMS data-architectuur wordt zo ontworpen dat andere stadswijken en stadsgebouwen ingekoppeld kunnen worden. Zo wordt EMS plots “haalbaar” en laagdrempelig voor alle 13 steden en gemeenten in Zuid-West-Vlaanderen. Binnen EMS DOE worden dan ook de eerste openbare gebouwen ingekoppeld, als test en demonstratie.\n\nBovendien, EMS DOE moet zorgen voor de nodige standaarden (cfr. OSLO en VLOCA), zodat ook andere slimme steden in Vlaanderen deze benadering kunnen overnemen: op stedelijk niveau en/of op intercommunaal niveau. EMS DOE brengt de fine fleur uit Zuid-West-Vlaanderen samen in een krachtige coalitie: enerzijds zijn er de steden die vooroplopen op het vlak van Smart Cities, energiedatabeheer en inspanningen op het vlak van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie (Kortrijk en Harelbeke), de sleutelactoren binnen de proeftuinprojecten Transfo en Kortrijk Weide (Leiedal, Stad Kortrijk, HoWest), en een kennispartner die via andere onderzoekservaring enorm veel expertise rond EMS ontwikkelde én een opleiding Energiemanagement aanbiedt.\n\nEMS DOE zal het verschil maken door de ontwikkeling van vier key outputs die we cruciaal achten om de omslag te maken naar energiemanagement via EMS binnen een smart city: 1. Ontwikkelen van een data-architectuur voor een EMS voor Zuid-West-Vlaanderen: een blueprint, de datastructuur, het bepalen van de standaarden, etc. tot het ontwikkelen van een Proof of Concept (PoC). 2. Ontwikkelen, testen en implementeren van de POC worden op 2 operationele proeftuinsites: Kortrijk Weide en Transfo Zwevegem 3. Ontwikkelen van slimme algoritmes, controle-strategieën, incl. gebaseerd op AI. 4. Inkoppeling van een eerste set openbare gebouwen in het EMS, In Harelbeke en Kortrijk, testen en implementeren van het EMS, en het ontwikkelen van een business model voor het energiemanagement van openbare gebouwen via EMS i.f.v. verdere opschaling.\n\nDit project, ‘EMS DOE’, wil bijdragen aan een aantal maatschappelijke uitdagingen: - Het openen van markten en toepassingsvelden voor EMS-systemen, in het bijzonder voor het type stedelijke omgevingen zoals in de 2 proeftuinen, als voor alle openbare gebouwen. Deze markt moet geopend worden aan verschillende zijden: De aanbodzijde; de technologie-aanbieders: hardware, software, expertise & services De vraagzijde; de steden en gemeenten bewust laten worden dat EMS-toepassingen binnen de scope van het stedelijke beleidsveld vallen. Denk bijvoorbeeld aan “energie positieve wijken” en het faciliteren van energiegemeenschappen, maar dus ook aan een datagedreven facilitybeheer. Opleidingen en vorming van professionals. EMS DOE wenst nauw samen te werken met kennisinstellingen die specifiek inzetten de ontwikkeling van knowhow van EMS, als op de vorming van studenten.\n\n- De realisatie van meer energie-efficiëntie en meer hernieuwbare energieproductie op site- en gebouwniveau, het reduceren van sluimerverbruiken, het optimaliseren van het gebruik van de installaties, etc. Maar bovenal: zorgen dat de energietransitie maatschappelijk goedkoper wordt door een optimalere benutting van de bestaande infrastructuur. Dit zal geverifieerd/gedemonstreerd worden in de proeftuinprojecten, maar eveneens in de uitrol naar openbare gebouwen toe.\n\n- Een stap zetten richting smart city, door een data-architectuur te bouwen die real-time data kan verknopen. De toepassing binnen EMS-DOE is geënt op energie, maar de architectuur moet ook ontworpen zijn voor het verknopen met real-time data rond vb. mobiliteit in de stad, watergebruik in gebouwen, etc. Dus de kiemen voor een potentiële verbreding zullen reeds ingebouwd worden."},{"description":"XR-factor wil Vlaamse secundaire scholen met dubbele finaliteit en/of arbeidsmarktfinaliteit met uiteenlopende XR-expertise bevragen. Om een volledig systeembeeld te krijgen, treden we ook in gesprek met externe stakeholders van de XR-implementaties in de scholen.\n\nHerhaalde afnames van een te ontwikkelen ‘XR-factor tool’ bij een voldoende aantal scholen laten ons toe de effectiviteit van de pijlers van het actieplan en de daaraan gerelateerde succesfactoren in kaart te brengen. Het eindproduct is een onderzoeksrapport dat tegelijk als inspiratiegids fungeert voor scholen en XR-stakeholders.\n\nHet onderzoeksproject kadert binnen de VLAIO-oproep 'Relance middelen' en wordt getrokken door de UGent. De andere partners binnen dit project zijn Howest HITlab, HOGENT, Thomas More Hogeschool, Hogeschool PXL, UCLL.","summary":"Onderzoek naar XR-expertise in Vlaamse scholen voor secundair onderwijs, gericht op effectiviteit en succesfactoren van XR-implementaties. Uitkomst: inspiratiegids voor scholen en stakeholders. Uitgevoerd binnen VLAIO-oproep 'Relance middelen' door UGent en partners.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001325","result_description":"Een assessment tool die de state-of-the-art van de scholen in kaart brengt op vlak van XR-technologie: beleidsniveau, schoolniveau en klasniveau.\n\nEen leidraad over hoe scholen een XR-beleid kunnen voeren.\n\nScholen ondersteunen in het implementeren en integreren van XR-technologie."},{"description":"We werken samen met referentieverpleegkundigen palliatieve zorg om escape games te ontwikkelen die later vrij beschikbaar worden gesteld in de sector. De games vormen een innovatieve manier om te interageren, het probleemoplossend vermogen te testen en uitdagingen aan te gaan.\n\nOns doel is om kennis en inzicht te creëren, goesting te geven om samen te werken rond het levenseinde en zelfvertrouwen te geven aan zorgprofessionals en mantelzorgers. In een escape game brengen we deelnemers in een bepaalde ruimte en werken ze in teams samen in het oplossen van raadsels en opdrachten.\n\nAls examenopdracht presenteren onze studenten van het postgraduaat palliatieve zorg jaarlijks een praktijkcasus (geanonimiseerd) waarbij ze een persoon met palliatieve zorgnoden uitgebreid beschrijven met aandacht voor het levensverhaal, de eigenheid van de persoon en de naasten. Daarna werken ze de casus verder uit volgens de stappen van klinisch redeneren. De focus ligt daarbij niet alleen op fysieke aspecten (pijn- en symptoomcontrole), maar ook op sociale aspecten (rouw, mantelzorg, contextuele zorg,...), aspecten rond zingeving (spirituele zorg, ethiek, moreel overleg, vroegtijdige zorgplanning,...) en psychologische aspecten komen aan bod.\n\nDeze casussen vormen het vertrekpunt om escape games uit te werken voor diverse doelgroepen in diverse settings.","summary":"Ontwikkel samen met referentieverpleegkundigen palliatieve zorg innovatieve escape games voor de zorgsector. Creëer kennis en samenwerking rond levenseinde met praktijkcasussen en teamopdrachten. Stimuleer zelfvertrouwen van zorgprofessionals en mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001326","result_description":"We werken samen met de afgestudeerden van de postgraduaatsopleiding \"Verpleegkundige gespecialiseerd in palliatieve zorg\". Zij vertrekken op basis van hun inhoudelijke kennis en praktijkervaring vanuit reële casussen als basis van minstens 4 escape games: 1 voor burgers/mantelzorgers, 1 voor mantelzorgers en professionals, 1 voor het hele zorgteam in het WZC en 1 voor interdisciplinaire samenwerking in de thuiszorg. Alle games worden i.f.v. de betaalbaarheid in een papieren vorm ontwikkeld.\n\nIn 10 sessies begeleiden we 12-16 referentieverpleegkundigen in het construeren van de escape games. Howest neemt hierin een faciliterende rol op én deelt ook de kennis i.v.m. het ontwikkelen van escape games. Na afwerking van de games zorgt Howest voor een mooi design, een goede print en een afgewerkt draaiboek. Daarna gaan de referenten in hun eigen zorgsetting de games testen. Tot slot worden de laatste aanpassingen gedaan waarna de games vrij beschikbaar worden gesteld voor de hele sector.\n\nWe willen verandering creëren op 3 vlakken. Een eerste doel is om zowel bij personen met palliatieve zorgnoden, burgers/mantelzorgers als bij zorgprofessionals kennis en inzicht te creëren in wat palliatieve zorg écht is. De focus ligt daarbij vooral op het belang van vroege integratie van palliatieve zorg, het bespreken van zorgdoelen en het samenwerken tussen de diverse actoren.\n\nDaarnaast willen we goesting geven om rond het thema palliatieve zorg en wensen rond het levenseinde samen te werken. Om dit thema een plaats te geven in de dagelijkse praktijk. Om een \"reflex\" te ontwikkelen waarin het denken vanuit de levenskwaliteit van de persoon zelf centraal staat. Tot slot voegen we bij zorgprofessionals en mantelzorgers ook graag een snuifje self-efficacy toe. Dat zelfvertrouwen blijkt immers dé bepalende factor te zijn om open te staan voor gesprekken rond het levenseinde en om op een actieve manier palliatieve zorgnoden bespreekbaar te maken."},{"description":"Door de uitrol van een hoogwaardig 5G-netwerk wordt de Westhoek een echte smart region. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de geïntegreerde, economische streekvisie van de Westhoek, ‘Het Westhoek Impuls Plan’.\n\nIn dit project wordt 5G ingezet voor een efficiëntere hulpverlening, openbare veiligheid en zorgverstrekking. Er wordt onderzocht hoe drones veiliger en efficiënter kunnen worden ingezet voor medisch transport van onder meer bloedstalen en Automatische Externe Defibrillators (AED). \n\nReal-time video-ondersteuning van een verpleegkundige door een arts vanop afstand kan worden opgezet voor de paramedische interventieteams (PIT’s), via een geconnecteerd interventievoertuig met meerdere camera’s, bodycams en AR-brillen. Daarbovenop kan met een geconnecteerd voertuig ook heel wat cruciale data real-time uitgewisseld worden.\n\nEen betere patiëntenbeleving en -begeleiding kan worden gerealiseerd door gebruik te maken van VR-headsets, gekoppeld aan een 360-gradencamera op locatie. Langdurig zieke kinderen en palliatieve patiënten kunnen zo meevolgen met de les of met familieaangelegenheden alsof ze zelf aanwezig zijn. Ook assistentie door een verpleegkundige in het ziekenhuis bij nierdialyse in een thuisomgeving behoort tot de mogelijkheden.\n\nEen lokaal, ultra-betrouwbaar communicatienetwerk kan worden opgezet voor ondersteuning van de hulpdiensten in geval van calamiteiten of grote evenementen.","summary":"Met 5G-netwerk wordt Westhoek slimme regio voor efficiëntere hulpverlening, veiligheid en zorg. Drones medisch transport, real-time video-ondersteuning en VR-headsets voor patiëntenbegeleiding. Ultra-betrouwbaar communicatienetwerk voor hulpdiensten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001327","result_description":"Usecase 1: 5G voor transport van labostalen, medisch materiaal en medicatie via drone\n\n• Haalbaarheidsstudie\n• Opstelling van een Drone Cargo Port\n• Integratie met de buizenpost van het ziekenhuis\n• Integratie met de softwareplatformen van het ziekenhuis\n• Integratie op het 5G netwerk\n• Uitvoeren van meerdere geautoriseerde dronevluchten\n• Demonstratie AED delivery\n\nUsecase 2: 5G fixed wireless access voor VR-beleving voor langdurig zieke kinderen, palliatieve patiënten en ondersteuning van thuisbehandelingen op afstand\n\nHet project wil het gebruik van de VR-bril uitbreiden naar toepassingen bij de patiënt “te velde”.\n\nUsecase 3: Remote assistance for 5G connected emergency response vehicles\n\n• Architectuur uitwerking van mobiele commando unit\n• Samenstelling van een mobiele kit die als Cell on Wheels kan fungeren (incl. bodycams)\n• 5G compliance validatie van mobiele kit\n• Integratie op het 5G netwerk\n• Connectiviteit van COW naar data center\n• Meerdere field testen met backhauling naar centrale control unit\n• Documentatie en disseminatie van resultaten\n\nDoor gebruik te maken van 5G-dekking over een groot landelijk gebied kan dit project pionieren met 5G-toepassingen te velde in plaats van op één site. De open ruimte en lage dichtheid in de regio is een enorm voordeel voor het experimenteren met toepassingen die niet gebonden zijn aan een specifieke locatie, zoals drones en interventievoertuigen en voor hulp op afstand. Daarom zullen de resultaten van dit project een referentie zijn voor de invoering van 5G-toepassingen in andere plattelandsgebieden.\n\nWe maken hiermee van de Westhoek een \"state-of-the-art” referentie voor soortgelijke regio’s in België en daarbuiten. Het directe voordeel is natuurlijk het verhoogde dienstenniveau naar de gemeenschap toe, met een betere prehospitalisatie en thuiszorgmogelijkheden, een sneller en efficiënter stalentransport en het faciliteren van hoogkwalitatief afstandsonderwijs vanuit het ziektebed."},{"description":"Dit project zet 5G in op onbemande vaart op de binnenwateren en focust op semiautonome binnenvaart met ondersteuning via 5G-connectiviteit. Howest onderzoekt de mogelijkheden van een 360-gradencamera en VR-toepassingen op de boot en zal ook fieldtesten uitvoeren.\n\nNa succesvolle proefvaarten in 2018 op de IJzer wil de partner Seafar dit concept verder uitwerken. Een grote uitdaging in onze landelijke regio is een stabiele netwerkconnectiviteit om de veiligheid van het op afstand aansturen te garanderen. 5G-connectiviteit kan de drie noodzakelijke elementen (dekking, bandbreedte en latency) versterken. Semiautonoom varen kan het vrachtvervoer over de waterwegen stimuleren en efficiënter maken. Vooral in de Westhoek zijn er kleine vaarwegen die geschikt kunnen zijn voor semiautonome binnenvaart.\n\nHet doel van dit onderzoek is de ontwikkeling van een betrouwbaar communicatiesysteem tussen het controlecentrum en het geautomatiseerde schip. Howest staat in voor het ontwikkelen en valideren van de VR-immersive experience van, voor en met de kapitein. Het onderzoekt wat de mogelijkheden zijn van een 360-gradencamera en VR-toepassingen op de boot. Tot slot onderzoekt Howest in real life of alles goed functioneert en gaat onder meer na wat de effecten zijn van een VR-bril op de kapitein.\n\nHet gebruik van autonome vaartuigen biedt heel wat toekomstmogelijkheden voor de (kleine) binnenvaart: lagere operationele kosten, hogere veiligheid, minder kans op menselijke fouten, lagere brandstofkosten, optimalisatie van onderhoud, oplossing voor de arbeidsmarktkrapte (tekort aan kapiteins en bemanning). Dankzij het project kan de binnenvaart in de Westhoek, en bij uitbreiding Vlaanderen, opnieuw een belangrijke economische speler worden.","summary":"Dit project ontwikkelt semiautonome binnenvaart met 5G-connectiviteit, VR-toepassingen en 360-gradencamera's voor veilig en efficiënt transport over waterwegen. Het doel is betrouwbare communicatie tussen controlecentrum en schip.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001328","result_description":"Semiautonoom varen kan het vrachtvervoer over de waterwegen stimuleren en efficiënter maken. Vooral in de Westhoek zijn er kleine vaarwegen die geschikt kunnen zijn voor semiautonome binnenvaart. Het gebruik van autonome vaartuigen biedt heel wat toekomstmogelijkheden voor de (kleine) binnenvaart: vermindering van de operationele kosten, verhogen van de veiligheid, vermijden van menselijke fouten, vermindering brandstofkosten, optimalisatie onderhoud, oplossing voor de arbeidsmarktkrapte (tekort aan kapiteins en bemanning), ... Dankzij het project kan de binnenvaart in de Westhoek, en bij uitbreiding Vlaanderen, opnieuw een belangrijke economische speler worden.\n\nHet doel van dit onderzoek is de ontwikkeling van een zeer betrouwbaar communicatiesysteem tussen het controlecentrum en het geautomatiseerde schip. Zij zal zich met name richten op de omgeving van kritieke gebieden (bij sluizen, aanlegplaatsen, bruggen ...) waar de nauwkeurigheid en stabiliteit van het communicatiekanaal belangrijk zijn, aangezien deze gebieden meestal op afstand worden bediend.\n\nIn het onderzoek wordt een communicatienetwerk voor het controlecentrum van de binnenvaart theoretisch geanalyseerd, gespecificeerd, ingezet en getest, waarbij gebruik wordt gemaakt van een van de volgende alternatieven: 4G/LTE-privénetwerken in vergelijking met 5G in hun URLLC-component (Ultra Reliable Low Latency Communication). Dit werk zal in perspectief worden geplaatst met betrekking tot technische prestaties (beschikbaarheid, latentie & cyberveiligheid) die superieur zijn aan de huidige eigen oplossingen (4G operator / VHF / satellietcommunicatie) en operationaliteit (kosten, gemak, controle, wettelijke operationaliteit, ...).\n\nEen belangrijk aspect in dit project is dat de Watertrucks onbemand op het traject Diksmuide-Oostende opereren, dit vraagt om een verhoogde vorm van veiligheid (daar draagt dit onderzoek tot bij met de VR-toepassing en de compliance testen)."},{"description":"Generatieve AI is met een enorme opmars bezig. AI-optimisten zien eindeloze opportuniteiten, terwijl onheilsprofeten de ondergang van de creatieve beroepen en de ontwrichting van het onderwijs voorspellen. Dit onderzoek richt zich op de rol van AI-toepassingen in de creatieve sector.\n\nWelke generatieve AI-tools zijn momenteel beschikbaar en hoe verhouden deze zich tot elkaar? Welke skills zijn er nodig om te experimenteren met AI-tools? Welke concrete voordelen biedt AI? Hoe kan dit bijdragen aan een efficiëntere workflow voor creatieve professionals?\n\nHoe kan het gebruik van generatieve AI worden ingezet binnen creatieve ontwerpprocessen, met specifieke focus op de ideation, concepting en (visuele) exploratiefase? Met welke ethische en maatschappelijke overwegingen moet rekening gehouden worden? \n\nOnze doelgroepen sluiten aan bij het werkveld van de opleidingen: creatieve agencies, ontwerpbureaus, marketing- en communicatiebureaus. Finaal ontwikkelen we een interactief stappenplan (framework) dat het potentieel van generatieve AI-toepassingen aanboort via workshops en hackathons, om zo nieuwe mens-machine samenwerkingen te faciliteren.","summary":"Discover the impact of generative AI in the creative sector. Explore available tools, necessary skills, benefits, and improved workflow for professionals. Enhance creative processes with ethical considerations. Targeting creative agencies, design firms, and marketing/communication agencies. Develop an interactive framework to foster innovative human-machine collaborations.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001329","result_description":"Producten:\n\nEen website waarin de bevindingen van het onderzoek worden bijgehouden. Het doel van de blog is tweeledig: enerzijds stelt het ons in staat onze resultaten en usecases direct te kunnen delen met het werkveld, en anderzijds zal het ook gebruikt worden als communicatiemiddel naar de stuurgroep en onze stakeholders. Via de website zullen we ook onze (werkveld)partners, vakorganisaties en externe expertise highlighten. Learnings worden ook volgens het communicatieplan (WP5) op social media gedeeld.\n\nEen interactieve database (nocode) waarbij KMO’s uit de creatieve sector een selectie van generatieve AI-tools relaterend aan het framework aangeboden krijgen. Hierin kunnen gebruikers de capaciteiten en relevantie voor hun project inzien aan de hand van specifieke filtermogelijkheden (nog te valideren met het werkveld) zoals:\n\nDoel: idea- of concept generation, visual concept generation, UI pattern generation, copywriting ideation, copywriting improvements, asset generation, …\n\nType tool: text-to-image, image-to-image, text-based only, workshop-tool, …\n\nKostprijs: Kostprijs per gebruik (aantal credits), Kostprijs-per-credit, free-tiers, …\n\nComplexiteit: welke skills zijn nodig om met het platform aan de slag te gaan\n\nGebruik in context: in design-sprint, team workshop, alleen, …\n\nFramework:\n\nEen framework / interactief stappenplan dat op eenvoudige wijze het potentieel aanboort van generatieve AI toepassingen die nieuwe human-machine collaborations in design en copywriting mogelijk maken, waarbij een ethisch-correcte houding en begrip van de mogelijke bias in generatieve AI algoritmen in acht wordt genomen.\n\nDiensten:\n\nHands-on workshop: Gebruikmakend van het framework en de interactieve database bieden we interactieve workshops aan waarin creatieve professionals, KMO’s en freelancers hun creatieve processen te upskillen door het gebruik van generatieve AI-tools. De workshops zullen toegespitst worden op het type KMO (creative agencies, copywriters, communicatiebureaus en marketingbedrijven) en hun digitale maturiteit. De workshops zullen ook een ethisch-correcte houding tegenover AI-tools aanreiken. Deze workshop kan ook intern aangeboden worden aan docenten en studenten bij de verschillende opleidingen van Howest.\n\nHackathon workshop: In de hackathon gaan we aan de hand van een case van de klant (een onderdeel van) het creatieve proces doorlopen gebruikmakend van generatieve AI-tools. Verschillende experten zullen aanwezig zijn bij deze sessies om de deelnemers te ondersteunen en ook te wijzen op het hanteren van een ethisch-correcte houding bij het inzetten van AI. Deze hackathon kan ook intern ingezet worden bij de verschillende opleidingen van Howest."},{"description":"Door de stijgende vergrijzing en bijbehorende maatschappelijke uitdagingen wint het inzetten op gezond en actief ouder worden aan belang. Lokale overheden kunnen hierin een belangrijke rol spelen door het voeren van een leeftijdsvriendelijk beleid.\n\nDit project wil lokale besturen ondersteunen in de uitbouw van een leeftijdsvriendelijke gemeente aan de hand van een methodiek gebaseerd op het age-friendly cities framework van de WHO. Dit framework wordt vertaald naar de Vlaamse context en zal bestaan uit een digitale screenings- en monitoringstool. Op basis van de beschikbare data zal die tool een scan maken van de leeftijdsvriendelijkheid van de gemeente met daaraan gekoppeld een actieplan.\n\nAan de hand van literatuurstudie, deskresearch en bijkomend praktijkgericht onderzoek bij lokale overheden en relevante werkveldpartners wordt een proof of concept (POC) ontwikkeld van de screenings- en monitoringstool. Vervolgens worden deze in twee proeftuingemeenten uitgetest en geëvalueerd. Bij een positieve evaluatie kan de methodiek ruimer verspreid worden en kunnen lokale overheden verder begeleid worden om met de methodiek aan de slag te gaan.","summary":"Lokale overheden spelen een cruciale rol in het creëren van leeftijdsvriendelijke gemeenten. Dit project biedt een methodiek, gebaseerd op het WHO-framework, met een digitale tool voor het beoordelen en verbeteren van de leeftijdsvriendelijkheid van gemeenten. Na ontwikkeling en testen in proeftuingemeenten, kan deze aanpak breder worden ingezet om lokale overheden te begeleiden in het creëren van een gezonde en actieve ouderomgeving.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001330","result_description":"Het project zal diverse uitkomsten genereren. Na afloop van het project worden drie producten verwacht, bestemd voor de finale eindgebruiker, namelijk de lokale besturen.\n\nDe LV (leeftijdsvriendelijkheid) monitor: dit betreft de digitale screenings- en monitoringstool gebaseerd op het age-friendly city framework van de WHO. Voor de operationalisatie van de indicatoren wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande beschikbare data.\n\nDe LV-scan: dit betreft de scan die gegenereerd wordt na het invullen van de digitale screenings- en monitoringstool. Deze scan geeft in één oogopslag weer hoe leeftijdsvriendelijk een gemeente is. Op basis van deze scan kan een lokaal bestuur actiepunten op vlak van leeftijdsvriendelijkheid definiëren.\n\nHet LV-actieplan: hierbij wordt een overzicht gegeven van mogelijke acties die een gemeente kan ondernemen om de leeftijdsvriendelijkheid van de gemeente te verbeteren. Deze acties zijn afkomstig van de toolkit en zijn gekoppeld aan de resultaten van de LV-scan.\n\nComplementair aan de bovenstaande producten, zal na afloop ook begeleiding (dienst) worden opgezet voor de lokale besturen. Lokale besturen die dat wensen kunnen beroep doen op Howest om het proces van leeftijdsvriendelijk maken van een gemeente mee te begeleiden. De implementatie van het actieplan (de concrete acties uit de toolkit) in de gemeente wordt mee begeleid en ondersteund. Deze dienst wordt aangeboden aan de finale eindgebruiker, lokale besturen.\n\nDaarnaast worden volgende drie producten verwacht na afloop van het project:\n\nRapport literatuurstudie: dit betreft een schriftelijke neerslag van de gevoerde literatuurstudie over o.a. het age-friendly framework van de WHO, de mogelijke indicatoren voor de verschillende dimensies van het framework, een overzicht van de bestaande beschikbare data en gebruiksrechten.\n\nRapport actieplan: hierbij wordt een schriftelijk overzicht gemaakt van de best practices en inspirerende voorbeelden gevonden in de literatuur; alsook een schriftelijke neerslag van het aanvullend praktijkgericht onderzoek waarin stakeholders worden bevraagd rond best practices en inspirerende voorbeelden in functie van het actieplan (toolkit). Bovenstaande twee producten worden voornamelijk aangeboden aan werkveldpartners werkzaam met lokale besturen.\n\nOrganisatie van een slotevent met diverse stakeholders: hierbij wordt ter afronding van het project een eindevent georganiseerd waarbij zowel lokale besturen als andere werkveldpartners een terugkoppeling krijgen van de resultaten van de afgelopen onderzoeksperiode.\n\nTijdens het project worden twee workshops georganiseerd voor lokale besturen (dienst). Hierbij wordt de digitale screenings- en monitoringstool gedemonstreerd en uitgeprobeerd."},{"description":"Dit onderzoek bewandelt twee sporen die gerelateerd zijn aan Artificiële Intelligentie (AI). Het eerste spoor richt zich op het interpreteren van resultaten om leerlingen beter en individueler te begeleiden, en op het onderzoeken van welke AI-toepassingen interessant kunnen zijn voor het onderwijs.\n\nIn het eerste spoor worden de mogelijkheden onderzocht van AI om vanuit een learning dashboard (Naviskore) leerlingen en leerkrachten te begeleiden in het interpreteren van de resultaten. Het doel is om te ondersteunen bij het detecteren van studieresultaten die eruit springen en bij het analyseren van deze data om slaagcijfers in de toekomst te kunnen genereren. Op basis van deze gegevens worden scholen en leraren beter in staat gesteld om leerlingen op individueel niveau te begeleiden, hun differentiatiebeleid aan te passen en te remediëren waar nodig.\n\nHet tweede spoor richt zich op het onderzoeken van welke toepassingen AI in het secundair- en lager onderwijs kunnen hebben. Dit omvat zowel de implementatie van bestaande tools (ChatGPT 4, Dall-E, ...) als het ontwikkelen van AI-toepassingen, zoals het aanleren van computationeel denken en schrijfvaardigheid. De nadruk ligt hier op het ondersteunen en opleiden van leraren in het aanpassen van hun didactisch handelen, niet op het maken van lessen waarin AI verwerkt zit.\n\nTot slot wordt vanuit beide sporen een eerste aanzet gedaan om de ethische implicaties van AI in onderwijssystemen in kaart te brengen. Beide sporen zullen verder worden gevalideerd binnen het onderwijsveld.","summary":"Dit onderzoek verkent AI in onderwijs. Het helpt leerlingen individueel begeleiden en onderzoekt AI-toepassingen zoals ChatGPT 4 en Dall-E. Het richt zich op leraarstraining en ethische implicaties van AI in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001331","result_description":"Spoor 1: AI & Learning Dashboard\n\nProduct: Implementatie van AI in Naviskore om de doelen te behalen die zijn vastgesteld na onderzoek met betrekking tot de voorspellende eigenschappen van AI. Dienst/product: Vergrote performantie van de tool Naviskore om leraren en scholen bij te staan in de studiebegeleiding van hun leerlingen. Product: State-of-the-art overzicht van de opties van AI in een learning dashboard.\n\nSpoor 2: AI & Tools\n\nProduct: Overzicht van didactische handvatten om AI efficiënt en zinvol in te zetten in het onderwijs (lager- en secundair onderwijs). Product: Meerdere didactische fiches, handvatten, sites over AI in meerdere onderwijsvakken en toepassingen. Dienst: Kennis rond AI kan verder gedeeld worden met het onderwijsveld via artikels, studiedagen en begeleidingstrajecten. Ethisch kader/richtlijn om AI in de onderwijspraktijk te implementeren. Visie op de rol van de leraar bij de implementatie van AI in de klas.\n\nDe doelstellingen van dit project zijn om na te gaan hoe AI kan worden ingezet om de lespraktijk te versterken en op welke vlakken het een gevaar kan vormen. Bovendien is het doel om te onderzoeken hoe AI leraren kan ondersteunen in hun feedbackcyclus, wat kan en mag worden gedeeld met AI, en hoe we jongeren leren omgaan met AI en het gebruik van AI voor hun eigen onderwijspraktijk."},{"description":"Dit projectvoorstel beoogt een betaalbare energietransitie mogelijk te maken voor laagspanningsklanten in een ruimere omgeving, zoals een wijk.\n\nDoor de toenemende groei van weersafhankelijke hernieuwbare energiebronnen bij klanten met een aansluitcapaciteit lager dan 56kVA en de sterk stijgende elektrificatiegraad door warmtepompen, elektrische voertuigen, stijgt ook de noodzaak voor extra flexibiliteit. Dit is een manier om verbruik en opbrengst zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen - hoe stuur je een warmtepomp aan als het mooi weer is of als de energieprijzen laag zijn? Europa dringt erop aan om die flexibiliteit ter beschikking te stellen via het laagspanningsnet.\n\nEr zal onderzocht worden hoe flexibiliteit als extra dienst kan worden aangeboden door energieleveranciers op een energiemanagementsysteem (EMS) in een gebouw. Het extra verdienmodel dat hierdoor ontstaat, zal gevaloriseerd worden. Voorspellende AI-modellen zullen hier een belangrijke ondersteunende rol spelen. Dit alles zal in samenwerking met het werkveld in realistische use cases gevaloriseerd worden om de haalbaarheid te evalueren.","summary":"Dit projectvoorstel richt zich op het faciliteren van een betaalbare energietransitie voor laagspanningsklanten in woonwijken door flexibiliteit aan te bieden via een energiemanagementsysteem. Het doel is om extra inkomsten te genereren door het aanbieden van flexibele diensten, ondersteund door voorspellende AI-modellen en realistische use cases.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001332","result_description":"Dit onderzoek loopt deels parallel met het lopende TETRA-project EnergAI. De conclusies van beide projecten moeten de mogelijkheden van enerzijds voorspelling, anderzijds aanbieden van flexibiliteit verder ontplooien. Dit moet leiden tot nieuwe onderzoeksinzichten voor projectvoorstellen, een verdere uitbreiding van het dienstverleningsaanbod, ondersteuning naar bedrijven, alsook een verdere professionalisering van de opleidingen binnen de Smart Technology cluster (bachelor, master evenals postgraduaat opleidingen) om te allen tijde high-end profielen aan de markt aan te kunnen leveren. De uitkomsten van dit project zijn dus meerledig en worden hieronder dieper uitgeschreven:\n\nProduct:\nEen eerste belangrijke uitkomst van het onderzoek is het vernieuwd lesmateriaal binnen de bachelor opleidingen ENM, BE, MCT, IOT, de masteropleiding SESyM - en postgraduaatopleiding energiemonitoring en energietransitie dat heel nauw aansluit bij de noden van het werkveld. Hiermee kunnen studenten kennis opdoen over de inzet van flexibiliteit op het elektriciteitsnetwerk en worden zij voorbereid op de ontwikkeling van innovatieve producten die het verdienmodel van slim energiebeheer ondersteunen. Uitbreiding en verdere professionaliseren van de landingspagina van de STAER onderzoeksgroep. Hierop zullen zowel praktische gidsen, artikels alsook event op aangekondigd worden. Daarnaast zet dit project ook sterk in op POC’s rond het uitbreiden van producten die het werkveld op de markt brengt (zie 4.2 – Betrokkenheid werkveld). Bestaande EMS-systemen worden uitgerust met extra intelligentie voor sturingen op de flexibiliteitsmarkt als laagspanningsklanten mogelijk te maken. Dit product kan worden gebruikt om energieopwekkers en -verbruikers flexibel in te zetten. Hierdoor wordt het mogelijk om meer duurzame energie op te wekken en het elektriciteitsnetwerk stabiel te houden. Deze productontwikkelingen zullen het aanbod van EMS aanbieders uitbreiden en zal zichtbaar zijn via de landingspagina Flux50 speerpuntcluster (www.maakjemeterslim.be). Als uitbreiding op de extra EMS sturingen worden AI-softwaretools ontwikkeld die het gedrag van gebruikers, zowel opbrengst- als verbruiksprofielen, kan voorspellen aan de hand van AI-modellen. Deze software kan enerzijds helpen om de inzet van flexibiliteit op het laagspanningsnet nauwkeurig te voorspellen en daarmee de behoefte aan dure submetering te verminderen en anderzijds kan het helpen inspelen op welk moment men een bepaalde asset zou gaan aansturen en afstemmen op de beschikbaarheid van de asset voor de flexibiliteitsmarkt.\n\nProces:\nHoewel dit project niet als primaire focus het proces beoogt, zal wel een opvolging gerealiseerd worden ifv de ontwikkelde producten. Doordat flex op laagspanningsnet nieuw is, moet het wetgevend kader hieromtrent ook nog volledig geadopteerd worden vanuit Europa. Zo zal naast het technisch aspect ook het juridisch aspect mee opgevolgd worden, dusdanig de proof of concept producten te allen tijde voldoen aan de vereisten die vanuit Europa en later Vlaanderen zouden opgelegd worden. Dus het proces zal voornamelijk een ondersteunende rol spelen voor zowel het product als de dienst die via dit projectvoorstel zal geleverd worden.\n\nDienst:\nDoor dit projectvoorstel zal de STÆR onderzoeksgroep (= Smart Technology AI & Energy research lab) de huidige dienstverlening naar bedrijven verder kunnen uitbreiden. Op vandaag biedt het lab advies met een focus op energieaspecten. Dit projectvoorstel zal het mogelijk maken dat we de expertise van het STAER onderzoekslab verder kunnen professionaliseren naar het werkveld op het thema energie en IT (AI/ML). Dit zal enerzijds resulteren in extra dienstverlening naar het werkveld alsook aan het onstaan liggen van nieuwe onderzoeksprojecten die zullen ingediend worden ifv de opgedane projectkennis. Daarnaast zullen we andere opleidingen/partners vanuit het werkveld/… een ondersteuning kunnen aanleveren als spreker of organisator van studiedagen, infodagen, workshops, lezingen, .. en zal er op regelmatige basis gepubliceerd worden in hun vakbladen. Voorbeeld van een dienst: EMS aanbieders worden ondersteund in het integreren van extra software om assets slim aan te sturen, de koppeling te maken tussen EMS en energieleverancier,…. Deze EMS aanbieders zullen eveneens ondersteuning krijgen omtrent het implementeren van AI om verbruiks- en opbrengstprofielen te voorspellen en de juiste AI modellen te gebruiken om een zo nauwkeurig mogelijke voorspelling te verkrijgen. Tot slot zullen tijdens en na afloop van het project veel aanbevelingen/ondersteuning kunnen gegeven worden aan het werkveld. Dankzij de informatie die verzameld wordt tijdens dit project omtrent flexibiliteit op het laagspanningsnet kunnen zowel relevante aanbeveling gedaan worden voor vb. Synergrid/Fluvius/VREG adhv hun werkingsplatformen. Dit projectvoorstel wil een realistisch/betaalbare energietransitie mogelijk maken voor laagspanningsklanten en zal onderzoeken hoe flexibiliteit als extra dienst kan aangeboden worden door energieleveranciers op een energiemanagementsysteem (EMS) die in een gebouw, aangesloten op het laagspanningsnet, wordt geïntegreerd."},{"description":"Ervaringsleren in én met de natuur is een krachtige benaderingswijze om mensen te versterken in hun welzijn. De holistische benadering kan preventief en curatief ingezet worden. Ze geeft ook een antwoord op de roep om kracht- en herstelgericht te handelen in diverse contexten.\n\nNiettegenstaande is het ervaringsleren in en met de natuur nog beperkt in zijn aanbod en vaak wordt er twijfelend gereageerd op deze benaderingswijze. Diverse drempels werden al gedetecteerd.\n\nHet doel van dit project is om een verhoogd inzicht te krijgen in drempels en facilitators om het ervaringsleren in en met de natuur duurzaam te implementeren in diverse contexten en sectoren, alsook in wat er nodig is om de drempels te verlagen en de facilitators te versterken. Ten slotte worden deze inzichten vertaald in kwaliteitsvolle oplossingen die via een stapsgewijs proces ontwikkeld worden.","summary":"Ervaringsleren in de natuur is een krachtige aanpak voor welzijnsversterking. Dit project richt zich op het identificeren van drempels en facilitators om deze aanpak duurzaam te implementeren in verschillende contexten en sectoren, met focus op het verlagen van drempels en versterken van facilitators. Inzichten zullen leiden tot kwaliteitsvolle oplossingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001333","result_description":"De verwachte uitkomsten linken we aan de vier hoofdonderzoeksvragen van het project.\n\nHoofdonderzoeksvraag 1: Wat is het aanbod van ervaringsleren in en met de natuur in diverse sectoren in Vlaanderen en welke vormen neemt dit aan?\nEen overzicht van de huidige stand van zaken van het ervaringsleren in en met de natuur in Vlaanderen. Een selectie van ‘sectoren’ en ‘vormen’ die verder meegenomen worden binnen dit onderzoeksproject.\n\nProduct en proces\nDoelgroep: nuttige kennis voor de opleidingen, het werkveld, onderzoekers en beleid\nDoor hier beter zicht op te hebben, kan er hier beter op ingespeeld worden\n\nHoofdonderzoeksvraag 2: Wat zijn drempels en facilitators om het ervaringsleren in en met de natuur te implementeren in diverse contexten?\nEen rapport met inzichten omtrent de verschillende drempels en facilitators om het ervaringsleren in en met de natuur in diverse contexten duurzaam te implementeren. Typologieën of persona’s die de diversiteit aan drempels en facilitators illustreren. Deze knowhow kan intern en extern gevaloriseerd worden.\n\nProduct en proces\nDoelgroep: nuttige kennis voor de opleidingen, het werkveld, onderzoekers en beleid\nDoor hier beter zicht op te hebben kunnen de opleidingen, het werkveld en de overheid hier beter op inspelen\n\nHoofdonderzoeksvraag 3: Wat zijn good practices die de drempels verminderen en die facilitators versterken om het ervaringsleren in en met de natuur te implementeren in diverse contexten?\nEen overzicht en documentatie (bv. inspiratiebord, video getuigenissen) van good practices om het ervaringsleren in en met de natuur in diverse contexten duurzaam te implementeren. Als conclusie zal er een overzicht gegeven worden van welke drempels onvoldoende opgelost worden en/of welke facilitators onvoldoende versterkt worden. Een selectie van oplossingen die op maat aangepast moeten worden en/of ontwikkeld moeten worden zal gebeuren. Deze knowhow kan intern en extern gevaloriseerd worden.\n\nProduct en proces\nDoelgroep: nuttige kennis voor de opleidingen, het werkveld, onderzoekers en beleid\nDoor hier beter zicht op te hebben kunnen de opleidingen, het werkveld en de overheid hier beter op inspelen\n\nHoofdonderzoeksvraag 4: Wat zijn kwaliteitsvolle oplossingen om het ervaringsleren in en met de natuur duurzaam te implementeren in diverse contexten?\nIteratief ontwikkelde oplossingen die een duurzaam antwoord bieden op de gedetecteerde noden. De oplossingen zullen gebundeld worden in een roadmap met bijhorende toolboxes voor de verschillende typologieën of persona’s van drempels en facilitators die gedetecteerd werden in hoofdonderzoeksvraag 2. Daarnaast zal er ook een beschrijving van het iteratief proces, een argumentatie van de gemaakte keuzes en een evaluatie door de stakeholders (product en proces) gerealiseerd worden. Handleidingen die het gebruik van de roadmap en toolboxes ondersteunen zullen tenslotte ontwikkeld worden.\n\nProduct en proces\nDoelgroep: de opleidingen, het werkveld, onderzoekers en beleid\nDeze producten zullen het duurzaam implementeren van het ervaringsleren in en met de natuur ondersteunen.\n\nHet verhogen van het inzicht met betrekking tot het implementatieproces van het ervaringsleren in en met de natuur in verschillende contexten. Het ontwikkelen van kwaliteitsvolle oplossingen om het implementeren van het ervaringsleren in en met de natuur te ondersteunen."},{"description":"In dit project onderzoeken we hoe het mogelijk wordt om een virtueel beweegplatform te ontwikkelen waar bewegingen ‘echt’ worden aangevoeld in real-time. Er is namelijk een hoge drop-out om, na de opstart met een coach, een beweegprogramma alleen of op afstand te volgen.\n\nMeer/beter bewegen verbetert de gezondheid. Dit leidt tot minder zorgkosten en betere arbeidsprestaties en is dus economisch interessant. Er is echter een hoge drop-out als gevraagd wordt om, na een opstart met de coach, een beweegprogramma alleen of op afstand te volgen.\n\nVanuit motivationeel oogpunt is het interessant om mensen vaker samen te brengen met een personal coach of in groep te laten bewegen. Het samen oefenen bevredigt de drie basisnoden (aan autonomie, betrokkenheid en competentie) die essentieel zijn om bewegen langer/beter vol te houden. Deze oplossing brengt op zijn beurt echter een hoge tijdsinvestering en ook kosten met zich mee, wat opnieuw een drempel creëert die mensen ervan weerhoudt om meer te bewegen.\n\nHiervoor willen we een technologische oplossing ontwikkelen: een virtueel beweegplatform waar mensen in real-time onder begeleiding kunnen oefenen in hun privécontext of waar we mensen samen kunnen laten bewegen zonder de last van verplaatsing.","summary":"Ontwikkeling van virtueel beweegplatform om real-time begeleid oefenen mogelijk te maken, bevordert gezondheid en economische voordelen door vermindering van zorgkosten en verbetering van arbeidsprestaties. Oplossing biedt motivatie door samen oefenen met coach of in groep, waardoor basisnoden vervuld worden voor langdurige beweging zonder tijds- en kostenbarrières.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001334","result_description":"Deliverable 1: Een nodenanalyse van gebruikers (coach en coachee). Een overzicht van de noden en randvoorwaarden die coach en coachee formuleren voor het ontwikkelen van de functionaliteiten van een virtueel beweegplatform.\n\nDeliverable 2: Een virtuele ruimte waar gebruikers (coach en coachee) elkaars bewegingen gemakkelijk kunnen zien. Dit omvat de ontwikkeling van de 3D-omgeving, interactieve functies, bewegingssensoren en software-integratie met andere systemen afgestemd op de noden gedetecteerd in Deliverable 1. Het gaat over een minimum buyable product of een proof of concept van het virtueel beweegplatform. Dit is een beta-systeem die nog niet alle functionaliteiten heeft maar waarbij de kern van het systeem ‘het samen bewegen in de virtuele ruimte’ mogelijk is. Dit functioneert als een opzet tot een commercialiseerbaar product in een tweede fase van het onderzoek (welke niet deelmaakt van deze PWO-aanvraag).\n\nDeliverable 3: Een analyse van de piloottesting van het virtueel beweegplatform prototype met een overzicht van verbeterpunten, om het prototype bij te werken naar een commercialiseerbaar product (welke niet deel uitmaakt van deze PWO-aanvraag).\n\nDeliverable 4: Een overzicht van implementatienoden, kostprijs en tijdsinvestering om het virtueel beweegplatform ‘commercieel’ operationeel te krijgen als aanzet naar een volgende fase (welke niet meer deel uitmaakt van de huidige PWO-aanvraag), namelijk ‘het operationaliseren van het prototype tot een product aangepast aan de noden van verschillende gebruikersgroepen (personal trainer, kinesitherapeut, gezondheidscoaches binnen bedrijven, grote fitnesscentra)’. Hierbij zal er aandacht zijn voor de benodigde soft- en hardware, visualiseringsnoden en bewegingsanalysenoden en gebruikersdoeleinden die vorm moeten krijgen om het prototype verder te operationaliseren en te kunnen commercialiseren.\n\nHet trainen in een virtuele ruimte biedt veel voordelen voor organisaties en deelnemers, waaronder flexibiliteit, kostenbesparing, interactieve leerervaringen, gebruiksgemak, realtime feedback en milieuvriendelijkheid (zie hieronder). Echter, virtueel bewegen met elkaar in real-time, is op dit moment nog niet mogelijk. We missen de toepassing om vooral real-time beweging van de ander voor ons te zien wanneer we ons tegelijkertijd verplaatsen in de ruimte tijdens het bewegen, oefenen, trainen. Door met dit PWO in te spelen op deze gap, boren we nieuwe trainingsmogelijkheden aan ‘het trainen op afstand’ (oftewel ‘remote coaching’) aan waarvan we vermoeden dat dit na een initiële implementatie een grote groeimarge kan creëren aan toepassingsmogelijkheden. Naast het ontwikkelen van een prototype virtueel beweegplatform, verkennen we ook deze verschillende toepassingsmogelijkheden in een brede waaier van sport- en bewegingssector zijnde: personal coaching, kinesitherapie, gezondheidscoaching in bedrijven, toepassing in fitnesscentra, …"},{"description":"Met dit onderzoek willen we de AI-geletterdheid en -vaardigheid van lectoren en studenten binnen Howest bevorderen. De focus ligt op de implementatie en het gebruik van AI-tools door docenten en studenten en op het effect hiervan op de lespraktijk.\n\nHet doel is tweeledig: ten eerste wordt onderzocht hoe docenten AI-tools kunnen inzetten om het leerproces van studenten te bevorderen en hen op een correcte manier te leren omgaan met deze technologieën. Ten tweede wordt geanalyseerd hoe docenten potentieel misbruik van AI-tools door studenten kunnen detecteren en vooral hun evaluatiepraktijken kunnen aanpassen of diversifiëren om dergelijke fraude aan de bron te vermijden.\n\nIn een eerste fase zal worden gefocust op literatuuronderzoek en specifieke doelgroepbepaling (in eerste instantie binnen de hogeschool, maar waar geschikt ook binnen de diverse gelieerde werkvelden). Vervolgens zal via workshops, interviews en/of observaties, worden getracht een heel concreet beeld te krijgen op de huidige praktijken met de bedoeling diverse 'good practices' en transitiepaden te ontwikkelen.\n\nAls eindresultaat worden een aantal producten en diensten beoogd: een personaliseerbare toolkit bestaande uit een introcursus rond gebruik van AI in de lespraktijk binnen Howest, gevalideerde workshops voor lectoren per interessegebied, een door Howest Academy vermarktbare cursus rond het gebruik van specifiek relevante tools in een onderwijscontext, in eerste instantie gericht op de in de voorbereidende fase gedetecteerde meest geaffecteerde werkvelden (zoals journalistiek, communicatie, onderwijs, ...).\n\nVia deze tools probeert dit onderwijskundig onderzoek de AI-geletterdheid van zowel personeel als studenten te verankeren en uit te dragen naar het bredere werkveld.","summary":"Verbeter de AI-vaardigheden van docenten en studenten bij Howest met behulp van AI-tools. Verbeter het leerproces en detecteer fraude door AI-tools. Ontwikkel workshops en cursussen om goede praktijken te delen. Versterk AI-geletterdheid binnen en buiten de hogeschool.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001335","result_description":null},{"description":"De opzet van het onderzoek Digital Coach richt zich op het ontwikkelen van een open methodiek voor personal trainers en gezondheidscoaches om hun eigen digitaal platform op maat te kunnen samenstellen met behulp van no-code tools en bestaande platformen.\n\nDe opkomst van no-code biedt nieuwe opportuniteiten. Dergelijke platformen laten toe dat de klant actief meewerkt aan de ontwikkeling van zijn digitaal product. Dit maakt dat projecten in een kortere tijd kunnen worden opgeleverd.\n\nDe focus van dit project is het ontwikkelen van een stappenplan dat door organisaties in de Active Health sector als handleiding wordt gebruikt om een proces van samenwerking/coaching met de klant op te zetten.","summary":"Ontwikkel een open methodiek voor personal trainers en gezondheidscoaches om digitaal platform op maat te bouwen zonder codering. Verbeter samenwerking en coaching met klanten in Active Health sector.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001336","result_description":"Dit project zal resulteren in twee producten:\n\nEen manual voor digital agencies die beschrijft hoe de co-creatie met de klant kan worden opgezet door gebruik te maken van no-code en low-code platformen. Deze manual omvat:\n\nEen technisch luik: welke platformen komen in aanmerking hiervoor rekening houdende met integratiemogelijkheden, beveiliging, schaalbaarheid, licentiemodellen, … Het uiteindelijke resultaat zal een toolbox zijn waar digital agencies samen met de klant uit kiezen.\n\nEen projectmatig luik: welke technische en niet-technische skills heeft de klant minimum nodig om vlot samen te werken. Wat is het minimale maturiteitsniveau? Bij welke onderdelen van het project kan de klant zelf ontwikkelen? Ook de mogelijke valkuilen worden hier vermeld.\n\nVerdere uitbreiding van het YouTube kanaal nocodesbasicity. Hier worden tutorials gepost gericht op de klanten. Deze tutorials zullen niet zozeer focussen op een bepaald no-code platform, maar wel op basisprincipes van software development binnen een no-code context en op de implementatie van de agile methodologie in een softwareproject.\n\nHet project zal ook twee diensten opleveren:\n\nDe uitwerking van verschillende case studies waarbij digital agencies en hun klanten effectief samenwerken in een co-creatieproces met behulp van no-code en low-code platformen. De resultaten van deze case studies zullen waardevolle informatie opleveren voor het opstellen van de manual. Gezien de korte looptijd van dit onderzoek zal het hier vooral om kleinere projecten gaan.\n\nHet aanbieden van verschillende interactieve workshops waarbij opleiding wordt voorzien aan de klanten om met no-code aan de slag te gaan. Deze workshops zullen grotendeels gebaseerd zijn op de tutorials van het YouTube kanaal. De meerwaarde zit hem echter in de interactie."},{"description":"Studies tonen aan dat een goede nachtrust zowel werknemers als organisaties vitaler maakt. Daarom wordt in dit project een veelzijdige opleiding ontwikkeld voor welzijnsprofessionals op de werkvloer.\n\nEen degelijke slaap is essentieel voor een algemeen goed en gezond functioneren, met impact op zowel fysiek, psychisch als cognitief niveau. Binnen het kader van welzijn en preventieve gezondheid wint het onderwerp slaap in Vlaanderen aan belang, vooral gezien de toenemende cijfers van werkgerelateerde stress.\n\nHet implementeren van slaapinterventies op het werk vereist een op maat gemaakte, geïntegreerde aanpak, rekening houdend met het type en de omvang van de organisatie, evenals sectorale verschillen. Het hoofddoel van dit project is om een veelzijdige opleiding (train-de-trainer) te ontwikkelen voor welzijnsprofessionals op de werkvloer.\n\nDe onderzoeksvraag is welke randvoorwaarden en accenten op levenslang leren moeten worden toegevoegd aan deze opleiding om de veelzijdigheid en duurzaamheid ervan te waarborgen. Dit zal worden onderzocht door middel van een online marktonderzoek in combinatie met focusgroepen. Op basis van doelgerichte steekproeven worden proeftuinorganisaties geselecteerd om samen deze opleiding co-creërend vorm te geven, te testen en te evalueren.","summary":"Ontwikkeling van breed inzetbare vorming voor welzijnsprofessionals gericht op slaapinterventies op het werk, om vitaliteit en gezondheid te bevorderen en werkstress te verminderen. Met focus op maatwerk en duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001337","result_description":"Volgende concrete uitkomsten zullen het resultaat zijn bij het afsluiten van het project en hebben als doelgroep welzijnsexperts op het werk:\n\nProces:\nOverzicht van analyse van bestaande opleidingen/vormingen rond het thema slaap: wat zijn de ‘missed opportunities’ van het bestaande aanbod en hoe kan deze nieuwe vorming hieraan tegemoetkomen, met oog op succesvolle implementatie in het werkveld.\nOverzicht van randvoorwaarden en overtuigende argumenten voor een effectieve en efficiënte train-de-trainer naar organisaties/welzijnswerkers op het werk: interessant voor toekomstige onderzoeksprojecten die hun resultaten willen verduurzamen via Howest Academy of de ontwikkeling van een levenslang leren (LLL) aanbod of vorming.\nOverzicht van eigen concrete acties, praktijkvoorbeelden en “learnings” rond slaapbevordering, die aan bod kunnen komen binnen de train-de-trainer. Hiervoor baseren we ons op al eerder gedane en verdere toekomstige dienstverlening:\n- Pilotering sleepcoach (Howest)\n- Infosessies slaap (Concertgebouw Brugge en OCMW Brugge)\n- Workshops slaap (CM Gezondheidsacademie)\nOverzicht van onze “learnings” met betrekking tot preventie, gezond werken, aandachtspunten en uitdagingen na pilotering en evaluatie van de train-de-trainer bij de proeftuinorganisaties.\n\nProduct:\nOntwikkeling van een kwalitatief train-de-trainer traject, met de (voorlopige) titel ‘Als welzijnsprofessional op het werk aan de slag met slaap. Leer hoe je slaap integreert in een duurzaam welzijnsbeleid’.\nOntwikkeling van een eigen website sleepcoach met inlogsysteem waar de train-de-trainer werkmaterialen worden aangeboden, cijfers of nieuwe praktijkvoorbeelden (good practices) van andere, gelijkaardige organisaties als inspiratie gedeeld worden.\n\nDienst:\nVerdere dienstverlening (infosessies, workshops, advies, …) naar organisaties vanuit sleepcoach.\nPilotering en evaluatie van de train-de-trainer bij organisaties."},{"description":"Zijn AI-modellen in staat om realistische conversaties te voeren met mensen en complexe taken uit te voeren (zich gedragen als persona, bv. cliënt bij psycholoog)? En hoe kunnen we de generatie AI-tools combineren om een geloofwaardige embodied conversational agent te creëren?\n\nEr is zeer recent een historisch hoog momentum ontstaan voor Natural Language Learning (NLL) en Conversational AI, met als speerpunt de populaire GPT4-technologie, die de limieten van het eerste SPACE-project (PWO 2018-2020) kan wegwerken. In samenwerking met andere revolutionaire AI-tools die de creatie van geloofwaardige realistische avatars vereenvoudigen, kan dit een revolutie betekenen voor gespreksvaardigheidstrainingen en digitale rollenspelwerkvormen in onderwijs en leven lang leren.\n\nDit zal de onderzoekers van DAE en TP in staat stellen om de eerder gestelde, ambitieuze doelstellingen van het SPACE-project niet alleen te behalen, maar ook te verbreden. We verwachten in SPACE 2.0 met de nieuwste NLL- en AI-tools op korte tijd een beter werkende en geloofwaardige demo te kunnen aanbieden die door zijn nieuwe pipeline snel schaalbaar zal zijn naar meerdere werkvelden en domeinen.","summary":"AI-modellen voeren realistische conversaties en complexe taken uit als persona. GPT4 en andere AI-tools maken geloofwaardige embodied conversational agents mogelijk, wat revolutie brengt in gespreksvaardigheids-trainingen en rollenspellen voor onderwijs en leven lang leren. Met SPACE 2.0 zullen onderzoekers ambitieuze doelstellingen verwezenlijken en uitbreiden met nieuwe NLL en AI-tools voor snel schaalbare demos in diverse domeinen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001338","result_description":"De uitkomst van dit onderzoekproject is in de eerste plaats een neerslag van het proces om nieuwe generatie Conversational AI & NLL tools (zoals GPT4) in te zetten voor het trainen van gespreksvaardigheden, gecombineerd met realistische ECA’s.\n\nAfhankelijk van uitkomsten uit de gebruikersstudies en kwaliteit van beschikbare technologie resulteert dit in een inzetbaar product* en tegelijk ook in een dienst** voor studenten die in hun opleiding verwacht worden om goede gespreksvaardigheden te beheersen.\n\nDe ontwikkeling van de ECA is bij positieve evaluatie potentieel breed inzetbaar. In dat geval zal de tool voor heel wat Howest-opleidingen relevant zijn om het trainen van communicatievaardigheden deels docentonafhankelijk te maken, zodat de docent efficiëntere en effectievere begeleiding kan bieden.\n\nOok naar het brede werkveld zien we veel opportuniteiten in het op maat en blended trainen (online en face-to-face) van therapeuten en consulenten (bv. specifieke training bij suïcidaliteit), maar ook naar HR toepassingen (bv. trainen van een sollicitatiegesprek, een evaluatiegesprek, een slecht nieuws gesprek, dit zowel voor werkgevers als werknemers) of elke vorm van training waar een ”slimme avatar” een conversatie kan voeren met de lerende.\n\nBovendien zorgt de ontwikkeling – en het proces tot ontwikkeling – van de ECA voor verschillende valorisatiemogelijkheden in andere Howest opleidingen waar simulatieonderwijs en gespreksvaardigheden aan bod komen (bv office management, communicatiemanagement, journalistiek, verpleegkunde etc.). De verkregen kennis en vaardigheden bieden daarnaast de mogelijkheden om ook in hun bredere werkveld deze virtual client te implementeren. We plannen dus om alles gedetailleerd te documenteren (WP4).\n\n*Product: prototype van een digitale tool die 1) als demo voor het werkveld ingezet kan worden om de state-of-the-art en mogelijkheden van GPT4 aan te tonen (vervolgprojecten binnenhalen); 2) als ondersteunende trainingstool in het onderwijs van 1e jaarstudenten toegepaste psychologie Howest ingezet zal kunnen worden.\n\n**Dienst: afhankelijk van de resultaten van het project willen we aantonen dat het proces om dergelijke tool te maken als dienst voor andere bedrijven/hogescholen in licentie kunnen verdelen of via een spin-off binnen DAE Studio’s verder in de markt zetten.\n\nSowieso verwachten we met de behaalde resultaten een doorbraak te krijgen in diverse toepassingen van NLL en conversational AI voor NPC’s die we in kaart willen brengen om naar vervolgtrajecten ism het werkveld te kijken (denk aan tetra, O&O, EU funding) en ons als expertisecentrum rond geloofwaardige NPC’s en conversational AI te profileren."},{"description":"In het project De Leesscan 2.0 ontwikkelen we een Leesscan, een digitale tool waarmee we leerkrachten basisonderwijs ondersteunen om hun leesonderwijs te versterken.\n\nRecente onderzoeksresultaten wijzen immers op een daling van leesvaardigheid én leesmotivatie van leerlingen in alle onderwijsniveaus (PISA, 2018, PIRLS, 2016). Met De Leesscan 2.0 willen we schoolteams en pedagogische begeleiders op weg helpen naar een duurzaam leesbeleid vanuit een gerichte beginsituatie-analyse met concrete tips op maat.\n\nVerder leggen we bloot wat Vlaamse scholen zelf aangeven als noden en uitdagingen in hun leesonderwijs. Wil je meer weten over de Leesscan of zelf reflecteren over de huidige stand van zaken van je leesonderwijs, neem dan een kijkje op www.leesscan.be.","summary":"Ontdek De Leesscan 2.0: een digitale tool die leerkrachten in het basisonderwijs ondersteunt bij het versterken van hun leesonderwijs. Analyseer en verbeter jouw leesbeleid met concrete tips op maat. Bezoek www.leesscan.be voor meer informatie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001339","result_description":null},{"description":"In de transitie naar een duurzame en gezonde levensstijl zet de (West-)Vlaamse voedingssector steeds meer in op duurzame verpakkingen. Europa heeft als doelstelling om tegen 2030 alle verpakkingen 100% herbruikbaar of recycleerbaar te maken. Door de recente coronacrisis (meer leveringen van maaltijden aan huis) en de Brexit (langere transporttijden door douaneformaliteiten) is de nood aan nieuwe verpakkingen en langer houdbare levensmiddelen toegenomen.\n\nDe (West-)Vlaamse voedings- en verpakkingssector, veelal kmo's, worden gedwongen tot het verduurzamen van verpakkingsconcepten, maar vaak hebben ze die mogelijkheden niet binnenshuis. Dit project wil de bedrijven begeleiden in de transitie naar duurzame verpakkingen door te investeren in proefinfrastructuur die nodig is om testen uit te voeren voor karakterisering van materialen en onderzoek te doen naar de impact van het gebruik van innovatieve verpakkingen op de levensmiddelen.\n\nDeze infrastructuur moet het mogelijk maken om op schaal nieuwe, duurzamere verpakkingsconcepten uit te testen zodat een grondige validatie op hun veiligheid en houdbaarheid kan gebeuren.","summary":"De (West-)Vlaamse voedingssector streeft naar duurzame verpakkingen om te voldoen aan EU-doelen voor 2030. Het project begeleidt bedrijven bij de overgang naar innovatieve verpakkingen voor langer houdbare producten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001340","result_description":"A1.1 | Apparatuur voor karakterisering van grondstoffen voor duurzame verpakkingen\n\nIn het onderzoek naar alternatieve grondstoffen voor innovatieve (bio-gebaseerde) verpakkingen is karakteriseringsapparatuur essentieel. Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie betreffende materialen en voorwerpen van kunststof bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, stelt dat potentiële gezondheidsrisico's in de uiteindelijke voedselverpakkingsproducten of -artikelen door de fabrikant moeten worden beoordeeld in overeenstemming met internationaal erkende beginselen van risicobeoordeling.\n\nInfrastructuur voor onderzoek naar de samenstelling van innovatieve en duurzame materialen voor inzetbaarheid in voedselverpakkingen worden in het kader van dit project aangekocht en geïnstalleerd door UGent, KULeuven en Vives.\n\nA1.2 | Pilootinfrastructuur om de inzetbaarheid van deze duurzame verpakkingen te testen en valideren\n\nBij het overschakelen naar duurzame verpakkingsconcepten is onderzoek naar de impact ervan op de verpakte levensmiddelen, bijvoorbeeld op het vlak van houdbaarheid en voedselveiligheid, essentieel. De infrastructuur die in deze activiteit wordt aangekocht laat toe om op pilootschaal innovatieve, duurzame verpakkingsconcepten uit te testen zodat een grondige validatie betreffende hun houdbaarheid en veiligheid kan gebeuren.\n\nInfrastructuur voor onderzoek naar de inzetbaarheid van duurzame verpakkingen worden in het kader van dit project aangekocht door Flanders' FOOD en Howest. Beide partners zullen hun infrastructuur installeren in de VEG-i-TEC hal op de Campus Kortrijk. Flanders' FOOD zal een pilootverpakkingstoestel voor (semi)vloeibare levensmiddelen installeren. Howest onderzoeksgroep Energiemonitoring en de Privacy & Security Research group zullen op de verschillende proces- en verpakkingslijnen van VEG-i-TEC sensoren en andere meetapparatuur installeren om onder andere het energieverbruik in de verschillende stappen in het verwerken en verpakken van groenten te monitoren en met behulp van blockchain technologie het delen van (meer) data tussen de verschillende actoren in de supply chain mogelijk te maken.\n\nOnderzoeksinfrastructuur, waarmee Howest onderzoekers de (West-)Vlaamse voedingsindustrie (voornamelijk kmo’s) kunnen ondersteunen om de doelstellingen van Europa: 100% herbruikbare of recycleerbare verpakkingen te behalen. Hiervoor kunnen zowel onderzoeks- als validatietesten worden uitgevoerd met de onderzoeksinfrastructuur. Howest zal hieraan bijdragen door de (West-)Vlaamse voedingsindustrie te ondersteunen op vlak van energiemonitoring, impact tracebility doorheen het productieproces en de waardeketen op basis van de nodige sensoren, AI en blockchain technologie."},{"description":"Dit project beantwoordt aan de derde prioriteit van de oproep, Migratie. Het project richt zich op de subprioriteiten 'integratie van migranten', 'migratiegovernance' en een 'longitudinale/historische blik op de asielcrisissen'.\n\nHet Belspo-programma vraagt om: \n\na) onderzoek naar 'de levens- en werkpaden die voor migranten moeten worden opgebouwd', rekening houdend met de positie van migranten die via gezinshereniging binnenkomen;\n\nb) hoe migratie 'de sociale bescherming' en het 'psychologisch welzijn' van 'recent aangekomen bevolkingsgroepen' beïnvloedt;\n\nen c) hoe 'de asielcrisis in 2014/2015 wordt/is beheerd', 'in termen van korte- en middellangetermijnondersteuning van de doelpopulaties'.\n\nDit project beantwoordt aan deze prioriteiten door de impact te onderzoeken van asiel- en integratiegovernance op het psychosociale welzijn van vluchtelingengezinnen en hun toegang tot kerndomeinen van integratie zoals werk, onderwijs en huisvesting.\n\nTen eerste nemen we vluchtelingengezinnen als de centrale sociale analyse-eenheid. Als een onderbestudeerde sociale eenheid worden vluchtelingengezinnen gekenmerkt door een complexe dynamiek die bepaalt hoe ze reageren op het beleid en hun nieuwe omgeving.\n\nTen tweede onderzoeken we hoe de leden van vluchtelingengezinnen verschillend worden beïnvloed door het migratieproces in termen van psychosociaal welzijn en toegang tot in/formele vormen van ondersteuning. Meer bepaald zoomen we in op de federale opvangvoorwaarden en procedures voor vluchtelingengezinnen (d.w.z. de asielprocedure en het proces van gezinshereniging), en op de overgang van vluchtelingengezinnen naar het integratiedomein, dat een regionale bevoegdheid is.\n\nEn ten derde onderzoeken we hoe dit asiel- en integratiebeleid uiteindelijk vorm geeft aan de gedifferentieerde toegang van gezinsleden tot kerngebieden van integratie zoals werk, huisvesting en onderwijs.\n\nHet project heeft een sterk interdisciplinair onderzoeksdesign dat bestaat uit 3 onderling verbonden delen, die elk gebruik maken van verschillende disciplinaire benaderingen en methoden. Dit omvat een juridisch-politieke benadering van de institutionele configuratie van het Belgische asiel- en integratiebeleid; een psychosociale benadering van het mentale welzijn; en een ruimtelijk-sociologische benadering van de integratieroutes van vluchtelingengezinnen.\n\nDeze 3 disciplinaire benaderingen worden elk geleid door een van de projectpartners, die methodologische en actuele expertise hebben binnen deze domeinen.","summary":"Dit project onderzoekt de impact van asiel- en integratiegovernance op het psychosociale welzijn van vluchtelingengezinnen en hun toegang tot integratiedomeinen zoals werk, onderwijs en huisvesting. Het interdisciplinaire onderzoeksdesign omvat juridisch-politieke, psychosociale en ruimtelijk-sociologische benaderingen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001341","result_description":null},{"description":"Via dit XheaRt project willen hogescholen UC Leuven Limburg, VIVES en Thomas More hun expertise bundelen om de toepassingsmogelijkheden van de XR-technologie in functie van patiënteducatie grondig te verkennen. Dit zal gebeuren aan de hand van een specifieke case van hartfalen.\n\nHet project behandelt een relevant maatschappelijk probleem, namelijk modernisatie van patiëntenvoorlichting. Het project beoogt de haalbaarheid en het nut van XR technologie in functie van patiënteducatie aan te tonen via verschillende ‘Proof of Concepts’ (PoC’s).\n\nDe mogelijkheden van de technologie worden initieel onderzocht binnen de toepassingscase hartfaleneducatie maar kunnen doorgetrokken worden naar andere patiëntengroepen met een chronische aandoening (diabetes, chronisch nierfalen, oncologie, etc.).","summary":"Hogescholen bundelen expertise voor XR-technologie in patiënteducatie, start met hartfalen. Doel: modernisatie van patiëntenvoorlichting via 'Proof of Concepts'. Potentieel voor diverse patiëntengroepen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001342","result_description":"Het project streeft de volgende concrete doelstellingen na:\n\n1. State-of-the-art evidence-based en patient-centered toepassingsmogelijkheden van XR-technologie in functie van patiënteducatie bundelen en vertalen in een overzichtsrapport.\n\n2. Drie proof-of-concepts (AR, VR en screenbased) opzetten in de praktijk, gebaseerd op de case van hartfaleneducatie, die generaliserend zijn voor de probleemstellingen uit de doelgroep en die het socio-economische potentieel van XR-technologie i.f.v. patiënteducatie uittesten.\n\n3. Inschakelen van minimum 6 (bachelor en master) studenten bij de ontwikkeling van deze 3 PoC’s.\n\n4. Twee roadmaps opstellen als praktische handvaten met good-practices en keuzewijzers om de technologie in de praktijk te kunnen implementeren.\n\n5. De opgedane kennis uitrollen naar de brede doelgroep via overzichtsrapporten, artikels, studiedagen, presentaties/gastcolleges, demonstraties en een white paper. Het project brengt zo kennis samen, past deze toe en brengt deze over naar de doelgroep."},{"description":"Het energieverbruik van bedrijven en huishoudens stijgt, de energiekost gaat pijlsnel de hoogte in en de druk van de overheid om hier iets aan te doen is groot. Vandaar dat we vanuit vele van onze partnerbedrijven en stagebedrijven vragen krijgen zoals: Hoe de energie-efficiëntie verhogen van bestaande toestellen? Hoe domme toestellen slim en zuiniger maken?\n\nEen mogelijke oplossing is de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke \"Artificiële Intelligentie plug-in stopcontact\" om zo sluimerverbruik tegen te gaan en de netbalancering te optimaliseren.\n\nOnze maatschappij wordt ook steeds meer gedomineerd door elektronische apparaten, zonnepanelen, elektrische voertuigen, enz. Met het \"Artificiële Intelligentie plug-in stopcontact\" meten en werken we dus rond twee topics:\n\nSluimerverbruik: energie-efficiëntie, ook in stand-by modus, is een andere factor tot duurzamer omgaan met energie.\nNetbalancering: moet mee een oplossing bieden voor de uitdagingen van de decentrale energie-opwekking met bestaande toestellen.\nDankzij dit project ontstaat er voor de studenten en docenten een samenwerking tussen twee opleidingen, namelijk Elektronica-ICT en Energietechnologie. Er wordt ook toegewerkt naar het aankoppelen van andere elementen in het grotere smart grid verhaal. Het resultaat moet zijn dat Vives IWT een gedegen kennis in huis haalt, een meerwaarde creëert voor onze studenten en in staat is hierover opleiding en dienstverlening te organiseren.","summary":"Ontwikkeling van AI plug-in stopcontact om sluimerverbruik te verminderen en netbalans te optimaliseren. Interdisciplinaire samenwerking tussen Elektronica-ICT en Energietechnologie voor duurzamer energiegebruik en educatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001343","result_description":null},{"description":"Digitale leermiddelen zijn niet meer weg te denken uit het onderwijslandschap. Onderwijsinstellingen investeren sterk in technologie en verwachten dan ook terecht een ‘return on investment’. Leerprocessen efficiënter en effectiever maken is een van de voordelen die wordt nagestreefd. Dit project wil het rendement van gemaakte investeringen in onderwijstechnologie vergroten door de integratie van artificiële intelligentie (AI) in digitaal onderwijs.\n\nAI-technieken worden ingezet om inzicht te krijgen in het leerproces dat studenten doorlopen. Een geautomatiseerde (artificieel intelligente) vorm van learning analytics moet docenten informatie verschaffen over het leergedrag van hun studenten die ze nodig hebben om leeractiviteiten effectiever en efficiënter te maken. De beoogde finaliteit bestaat uit een laagdrempelig stappenplan voor leraren om met AI aan de slag te gaan en een goed functionerende ‘back end’ die dit mogelijk maakt. Dit project is in de eerste plaats relevant voor al het onderwijzend personeel van hogeschool VIVES. De vertaling naar andere onderwijsinstellingen, zowel op associatie KU Leuven-niveau als daarbuiten, kan snel worden gemaakt.","summary":"Integratie van AI in digitaal onderwijs vergroot rendement investeringen. Leerprocessen efficiënter maken door inzicht in studentenleergedrag. Relevant voor onderwijzend personeel VIVES met potentieel voor bredere toepassing.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001344","result_description":null},{"description":"De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan rond Artificiële Intelligentie (AI) en Machine Learning technieken. Dit heeft geresulteerd in veel beschikbare modellen en open-source code die vrij te gebruiken is. In dit project willen we bekijken hoe AI kan worden gebruikt om de toekomstige sales beter te voorspellen voor Vlaamse Kmo's. Dit laat hen toe om hun productie- en capaciteitsplanning te verbeteren, maar ook het inkoopbeleid en voorraadbeheer te optimaliseren. Meestal heeft AI echter erg veel data nodig om voorspellingen te doen. Terwijl dit geen probleem is voor grote bedrijven zoals bijvoorbeeld Amazon, Bol.com of Coolblue, vormt dit vaak - naast modelkennis en IT-infrastructuur - een grote drempel voor Kmo's om met AI aan de slag te gaan.\n\nMet de steeds toenemende globalisering strijden de Kmo's met ongelijke wapens tegen de concurrentie van multinationals. Dit onderzoeksproject wil AI-technieken toepassen om goede verkoopvoorspellingen te maken, ook waar er weinig data is. We willen modellen implementeren die de hiërarchische (verborgen) structuur van de data uitbuiten in combinatie met data-arme modellen en ensemble methoden.\n\nIn de bedrijfscases willen we het AI-model domeinspecifieke kennis laten opbouwen door human-in-the-loop learning om zo een gecombineerd algoritme te ontwikkelen.\n\nWe willen de expertise opgebouwd met dit project in het expertisecentrum Business Management uitdragen naar bedrijfswereld door publicaties, projecten en navorming in de context van Levenslang Leren. Verder kan dit project bijdragen tot het verrijken van data en AI-vakken binnen VIVES, en studenten klaarmaken voor een praktijkomgeving die vaak weinig bedrijfsdata voor handen heeft.","summary":"Dit onderzoeksproject verkent hoe AI kan helpen bij salesvoorspellingen voor Vlaamse Kmo's, zelfs met beperkte data. Het doel is om bedrijven te ondersteunen in planning en concurrentie met multinationals door AI-technieken te implementeren en expertise te delen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001345","result_description":null},{"description":"Er is binnen de Europese markt een toenemende aandacht voor de milieu-impact, voedselveiligheid en transparantie van productieprocessen. De sterke verstedelijking in Vlaanderen verhoogt bovendien de druk op het landbouwareaal. Een transitie naar meer verticale teeltsystemen kan hier een rol in spelen.\n\nDe toepassingsmogelijkheden van meerlagenteelt zijn enorm breed, maar momenteel nog onderbenut. Daarom is er nood aan onderzoek die toelaat om opportuniteiten voor meerlagenteelt in Vlaanderen te verkennen. Binnen dit project zullen we aan de hand van een mobiel, laagdrempelig prototype-teeltsysteem onderzoek voeren naar het potentieel van open meerlagenteelt in de tuinbouw.\n\nHet ontwerp en de opbouw van het prototypesysteem vergt een nauwe samenwerking met technologieleveranciers, maar ook telers. Het teeltsysteem zal in een eerste fase geplaatst worden in het serrecompartiment van VIVES in Agrotopia. Hierbij ligt de focus van het onderzoek op het in kaart brengen van ruimtelijke heterogeniteit van groei- en klimaatparameters van enkele modelgewassen bij meerlagenteelt in een open serre-omgeving en hoe deze kunnen bijgestuurd worden om een goede teeltuniformiteit te bekomen.\n\nIn een tweede fase wordt er on-farm onderzoek uitgevoerd. Dit zal ons toelaten om een praktische vergelijking te maken met de traditionele teelt van de modelgewassen. Deze demo-opstelling biedt mogelijkheden om zowel op als voor bedrijven onderzoek uit te voeren naar de toepasbaarheid van meerlagenteelt voor specifieke teelten.\n\nTen slotte zal er tijdens dit onderzoeksproject sterk worden ingezet op kennisuitwisseling tussen Belgische en Nederlandse onderzoeksinstellingen.","summary":"In Europa groeit de interesse voor milieu-impact, voedselveiligheid en transparantie in productie. Verticale teeltsystemen kunnen helpen in Vlaanderen. Onderzoek naar meerlagenteelt in tuinbouw, met focus op ruimtelijke groei- en klimaatparameters.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001346","result_description":null},{"description":"Tijdens dit PWO-project willen we nagaan in welke mate in-line microgolf regenereren en/of garen een kwalitatief en economisch vergelijkbaar of beter alternatief kan vormen voor de huidige, op grote schaal toegepaste regeneratie- en gaartechnieken. Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van de nieuwe in-line microgolf die, dankzij het GTI-project MicroWavePilot, in 2022 operationeel zal zijn.\n\nBijgevolg zullen er enerzijds geoptimaliseerde regeneratie- en gaarprocessen op de in-line microgolf ontwikkeld worden, rekening houdend met maximalisatie van de laagdikte, bandsnelheid en bekomen eindkwaliteit en minimalisatie van het verbruikte vermogen (of elektriciteit). Anderzijds zullen zowel deze ontwikkelde regeneratie- en gaarprocessen als de kwaliteit van de bekomen eindproducten vergeleken worden tussen de in-line microgolf en de stoomoven (steamer).\n\nProcesparameters die met elkaar vergeleken zullen worden zijn: productiesnelheid, productiecapaciteit, energieverbruik, arbeidskost en investeringskost.\n\nKwaliteitsparameters die met elkaar vergeleken zullen worden zijn: egale temperatuurverdeling (afwezigheid van hotspots en coldspots), kleurbehoud, vochtbehoud, visuele afwijkingen, behoud van organoleptiek (geur, smaak, textuur, uitzicht) en behoud van nutriënten (vitamine C, polyfenolen, vitamine B12).\n\nVoor het regenereren zal gewerkt worden met drie basiscomponenten van een maaltijd: eiwitbron (voorgegaarde hamburgers), koolhydraatbron (aardappelpuree) en groenten (preischijfjes). Voor het garen zal gewerkt worden met preischijfjes.","summary":"Dit project onderzoekt of in-line microgolf regenereren en garen een efficiënt alternatief is voor traditionele methoden. Vergelijkingen worden gemaakt op gebied van proces- en kwaliteitsparameters met focus op energie-efficiëntie en productkwaliteit.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001347","result_description":null},{"description":"Tot op heden is er in Vlaanderen nog maar weinig bekend rond de bodemkwaliteit van stadsboomspiegels. Men heeft het in het werkveld vaak over ondermaatse groeiruimtes en deze zijn intuïtief empirisch zichtbaar maar er zijn geen onderbouwde objectieve criteria om deze stelling kracht bij te stellen. Er bestaat geen benchmark waaraan we stadsbodems kunnen toetsen. Dit is nodig om het beleid te overtuigen om meer te investeren in groeiplaatskwaliteit, zeker met de huidige klimaatproblematiek waarbij de kwetsbaarheid van het stedelijke bos door droogte, hitte en waterlast duidelijk zichtbaar wordt.\n\nNaast objectieve criteria is het gebruik van een brede inzetbare monitoringstool aangewezen om een beleid te voeren tegen de bovengenoemde kwetsbaarheid van het stedelijke bos. Met de opkomst en toegankelijkheid van Internet of Things (IoT) met goedkope sensoren en microcontrollers ligt het automatisch loggen en visualiseren van omgevingsdata meer dan ooit binnen handbereik.\n\nTwee doelstellingen worden in dit PWO-project naar voren geschoven. Enerzijds zullen het Urban Forestry Lab en de IoT-incubator van VIVES de handen in elkaar slaan om een proof of concept te realiseren voor een open source, real-time bodemmonitornetwerk op basis van low-cost sensoren. Een dergelijk systeem zal toelaten aan steden, aannemers, telers, maar evenzeer particuliere citizen scientists om de evolutie van de bodemvochttoestand en -temperatuur op te volgen via een open platform en desgevallend tijdig acties te ondernemen door standplaatsverbetering of (tijdelijke) irrigatie. Anderzijds zal het Urban Forestry Lab een urban soil index opstellen waarbij stedelijke straatboomspiegels via objectieve criteria gescreend worden.","summary":"Ontdek de onbekende bodemkwaliteit van stadsboomspiegels in Vlaanderen en de impact op het stedelijke bos. Een innovatief project van Urban Forestry Lab en VIVES zal een open source, real-time bodemmonitor netwerk opzetten met low-cost sensoren om groeiplaatskwaliteit te verbeteren en kwetsbaarheid tegen klimaatverandering aan te pakken.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001348","result_description":null},{"description":"Om een optimale groei en gezondheid van landbouwdieren te bekomen, is er in iedere levensfase een verschillende hoeveelheid/verhouding aan essentiële aminozuren in het voeder noodzakelijk. Kennis over welke aminozuren essentieel zijn en in welke hoeveelheden/verhoudingen ze het best worden toegediend heeft de varkens- en pluimveesector al heel erg vooruit geholpen en wordt op de dag van vandaag nog steeds vergaard.\n\nVoor de nog jonge, zich volop ontwikkelende, insectensector zou deze kennis een grote stap voorwaarts richting kweekoptimalisatie kunnen betekenen. Daarom worden in dit project de behoeftes van de 2 commercieel meest gekweekte insectensoorten, zijnde meelwormen (Tenebrio molitor) en zwarte soldatenvlieglarven (Hermetia illucens), onderzocht. Er wordt gefocust op behoeftes aan lysine, methionine, threonine, fenylalanine en tryptofaan gebaseerd op aanwijzingen uit de literatuur en de behoeftes van varkens.\n\nVermits aminozuren heel belangrijk zijn voor groei hebben jonge dieren vaak behoefte aan meer verschillende aminozuren in hun voeder dan oudere dieren. Daarom zal ook dit onderzocht worden gedurende het project. Bovendien hebben jonge insecten veel minder voeder nodig dan oudere. Op die manier kunnen meerfasenvoeders ontwikkeld worden die een aanzienlijke economische optimalisatie van de insectenkweek kunnen betekenen.\n\nUiteindelijk zal er een rapport worden opgesteld met formulering van normen en richtlijnen waarbij er speciale aandacht is voor de vertaling van het onderzoek naar de praktijk met aandacht voor duurzaamheid.","summary":"Optimaliseer de groei en gezondheid van landbouwdieren met essentiële aminozuren. Onderzoek naar behoeften van meelwormen en zwarte soldatenvlieglarven voor kweekoptimalisatie. Ontwikkeling van meerfasenvoeders voor economische groei in de insectensector. Focus op duurzaamheid en praktijkgerichte richtlijnen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001349","result_description":null},{"description":"De sociale vaardigheden van honden en de mate waarin honden omgaan met zowel inter- als intraspecies conflictsituaties zijn het resultaat van genetische- en omgevingsfactoren zoals vroege socialisatie en moederzorg. Kennis van de individuele mogelijkheden van een pup met betrekking tot zijn sociale vaardigheden kan enerzijds bijdragen tot een betere match tussen pup en toekomstige eigenaar, anderzijds kunnen ze een hulp zijn bij de selectie van fokdieren met het oog op het verhogen van de sociale vaardigheden binnen een populatie.\n\nEen goede vroege socialisatie (tussen 4 en 8 weken) is cruciaal voor het welzijn van pups. Het is in belangrijke mate bepalend voor het goed functioneren van pups in onze maatschappij. Het beoordelen van de socialisatiegraad van pups bij de fokker kan deel uitmaken van het beoordelen van de kwaliteit van het fokgebeuren.\n\nTijdens het project wordt een eenvoudige test ontwikkeld met de focus op het in kaart brengen van de sociale vaardigheden van pups. Tijdens de test wordt geobserveerd hoe pups omgaan met banale acties en interacties van mensen zoals de statische en dynamische aanwezigheid van mensen, aaien van de pup en een eenvoudige manipulatie van de pup. Er wordt nagegaan welke eenvoudige, objectief meetbare parameters relevant zijn voor het beoordelen van de sociale vaardigheden. Dit behelst zowel kwalitatieve opmetingen (hoe gaat de pup in interactie met persoon, welke stresssignalen vertoont de pup,...) als kwantitatieve opmetingen (zoals hoe lang snuffelt de pup, hoe lang duurt het voordat hij contact maakt,...).\n\nHet doel is om een eenvoudig werkbaar instrument te ontwikkelen voor zowel fokkers, overheid, als de particulier die zich een pup wenst aan te schaffen, passend bij zijn gezinssituatie.","summary":"Discover the genetic and environmental factors influencing dogs' social skills and conflict management. Early socialization is key to a pup's well-being and integration into society. A simple test is being developed to assess pups' social abilities for better matchmaking and breeding selection.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001350","result_description":null},{"description":"Een van de vele uitdagingen bij het verouderingsproces is het progressief verlies van spiermassa en -kracht. Dit fenomeen, gekend als 'sarcopenie', kan leiden tot functionele en mobiliteitsbeperkingen waardoor ouderen meer kans hebben om te vallen en/of immobiel te worden.\n\nOm sarcopenie bij thuiswonende ouderen tegen te gaan werden in het voorgaande PWO-project FitFood+ (2019-2021) richtlijnen ontwikkeld voor het optimaliseren en afstemmen van het voedings- en bewegingsbeleid in de Vlaamse lokale dienstencentra (LDC's).\n\nTijdens de uitvoering van het project bleek dat er grote verschillen zijn tussen de LDC’s onderling op vlak van werking en organisatiemogelijkheden. In een vervolgproject wensen we te onderzoeken hoe we aan deze verscheidenheid tegemoet kunnen komen. Dit, zodat dienstencentra een optimaal voedings- en bewegingsbeleid kunnen implementeren in hun werking, rekening houdend met hun eigen mogelijkheden. Hiervoor worden pilootacties opgezet in overleg met de LDC’s. Deze acties kunnen betrekking hebben op screeningsmethodieken voor sarcopenie, het voedingsbeleid, het bewegingsbeleid of een combinatie van beide.\n\nOp basis van de uitvoering en evaluatie van de verschillende pilootacties worden de richtlijnen uit het voorgaande FitFood+ project uitgebreid en aangepast om de Vlaamse lokale dienstencentra te ondersteunen in het opzetten van een optimaal voedings- en bewegingsbeleid ter preventie van sarcopenie.","summary":"Help ons sarcopenie bij ouderen te bestrijden door richtlijnen voor voeding en beweging in lokale dienstencentra te optimaliseren. Samen met LDC's ontwikkelen we pilootacties voor screenings en beleidsimplementatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001351","result_description":null},{"description":"Lokale besturen in Vlaanderen hebben nood aan meer juridische ondersteuning bij de opmaak van hun lokale besluiten, die zowel belangrijke regelgeving als individuele beslissingen inhouden. De juridische complexiteit van de lokale besluiten neemt steeds toe en ook de verwachtingen voor kwaliteitsvolle besluiten op juridisch en datagenererend vlak stijgen.\n\nIn dit project onderzoeken we welke hulpmiddelen de juridische kwaliteit van lokale besluiten kunnen verbeteren. Via een juridische analyse van lokale besluitvorming en wetgevingstechniek willen we functioneel inzicht krijgen in: de kernelementen van kwaliteitsvolle lokale besluitvorming; de besluitvormingselementen waarmee verschillende types lokale besturen worstelen. Via focusgroepgesprekken en individuele bevragingen willen we concreet inzicht krijgen in: de ondersteuningsnoden bij de opmaak van lokale besluiten; de verwachtingen annex bezorgdheden over de verplichte inzet van juridische technologie; mogelijke oplossingen om de noden te lenigen. Respondenten zijn medewerkers van lokale besturen zoals algemeen directeurs en andere besluitvormingsmedewerkers en de use cases in de tweede ronde zijn gebaseerd op de resultaten uit de eerste bevragingsronde en de oplossingen zijn gebaseerd op de juridische analyse.\n\nDit onderzoek leidt tot een praktisch inzicht in de noden van lokale besturen en burgers op het vlak van kwaliteitsvolle lokale regelgeving en stelt concrete oplossingen ter verbetering van de lokale besluitkwaliteit voor.","summary":"Lokale besturen in Vlaanderen zoeken juridische ondersteuning voor kwaliteitsvolle lokale besluiten. Onderzoek richt zich op verbetering van besluitvorming via juridische analyse en feedback van medewerkers. Doel: praktische oplossingen voor betere lokale regelgeving en besluitkwaliteit.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001352","result_description":null},{"description":"Bemiddeling is een alternatieve conflictoplossingsmethode (ADR) waarbij conflicterende partijen buiten de rechtbank maar onder deskundige begeleiding van een professionele bemiddelaar zelf een oplossing zoeken voor het geschil. Dat bemiddeling een plaats moet krijgen naast de traditionele rechtspraak is vandaag een bijna algemeen aanvaarde stelling en een duidelijke beleidsoptie van de recente ministers van Justitie. Bemiddeling is immers niet alleen sneller en goedkoper maar kan bijdragen tot het wegwerken van de gerechtelijke achterstand en leidt tot meer gedragen en nageleefde akkoorden.\n\nDesondanks is ook in ons land de zogenaamde \"bemiddelingsparadox\" overeind gebleven: ook al staat de meerwaarde van bemiddeling buiten kijf, toch geraakt de bemiddelingspraktijk maar moeilijk van de grond. Dit geldt ook (en zelfs in sterkere mate) voor de bemiddeling in interpersoonlijke arbeidsconflicten.\n\nIn dit onderzoek nemen we die bemiddelingsparadox in sociale zaken onder de loep en bekijken we hoe de doorverwijzing naar bemiddeling door de daarbij betrokken professionals geoptimaliseerd kan worden. Professionele doorverwijzing is immers een belangrijk hulpmiddel om de weg naar bemiddeling te vinden, gezien conflictpartijen zelf zelden of nooit de stap naar bemiddeling zetten.\n\nVia kwantitatieve en kwalitatieve analyse willen we achterhalen hoe de doorverwijzing door professionals zoals advocaten, magistraten, sociale partners en preventiediensten momenteel gebeurt en welk potentieel er bestaat voor een versterking daarvan, en dit zowel in de prejustitiële fase (waar het conflict nog niet de rechtbank heeft bereikt) als in de justitiële fase (waar wel al een juridische procedure werd opgestart of overwogen).\n\nWe willen dat potentieel ook onderzoeken door de bemiddelbaarheid van arbeidszaken zelf te analyseren en good practices te bestuderen van bemiddelingsinitiatieven in andere rechtbanken. Met dit project proberen we tot een aantal beleidsaanbevelingen te komen alsook tot een aantal praktische tips en tricks die als geïntegreerd geheel het uitgangspunt zouden kunnen vormen voor een concreet pilootproject in de arbeidsrechtbanken.","summary":"Efficiënt en kostenbesparend: bemiddeling als oplossing voor conflicten. Onderzoek richt zich op verbetering doorverwijzing naar bemiddeling in sociale zaken. Beleidsaanbevelingen en praktische tips voor pilotproject in arbeidsrechtbanken.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001353","result_description":null},{"description":"Het binnenhalen van externe kennis en competenties via een Raad van Advies (RvA) begint langzaam maar zeker doorgang te vinden binnen de Vlaamse startups en kmo’s. Ondernemers gebruiken een RvA typisch als sparring partner bij het nemen van strategische beslissingen of om een neutrale kijk te krijgen op zaken waar ze zelf \"te diep\" in zitten om ze nog onbevooroordeeld te kunnen bekijken. In theorie lijkt dit een mooi verhaal. In werkelijkheid echter, blijkt dat een disproportioneel groot aantal RvA’s vroegtijdig worden ontbonden, wat voor ondernemers behalve een grote financiële kost ook steeds opnieuw een opstartkost met zich meebrengt.\n\nIn dit onderzoek willen we zicht krijgen op de factoren die aanleiding geven tot succes dan wel tot het mislukken van RvA. Aan de hand van diepte-interviews en focusgroepen met bedrijfsleiders, adviseurs en organisaties gespecialiseerd in de samenstelling en evaluatie van RvA, worden de succesfactoren en de kritische falingsfactoren geïdentificeerd. Het doel is om te komen tot een leidraad voor startups en kmo’s die zowel bij de samenstelling, als bij de evaluatie van de werking van RvA gebruikt kan worden.\n\nDe eindbetrachting van de leidraad is om de kans op slagen van een RvA te verhogen en de kosten van mislukking te minimaliseren. Binnen de opleidingen bedrijfsmanagement en ondernemerschap wordt momenteel nog geen aandacht besteed aan de rol van een RvA. Een lacune, omdat ze potentieel een grote meerwaarde kunnen betekenen, zowel binnen startende als binnen meer mature bedrijven. De resultaten van dit PWO-onderzoek zullen daarom in een kant-en-klare lesmodule worden gegoten die ter beschikking zal worden gesteld aan de docenten die instaan voor de diverse OPO’s rond ondernemerschap binnen de verschillende studiegebieden van VIVES.","summary":"Ontdek hoe een Raad van Advies (RvA) Vlaamse startups en kmo's kan versterken. Leer succesfactoren en valkuilen kennen om de kans op slagen te vergroten en kosten te minimaliseren. Een nieuwe lesmodule wordt ontwikkeld voor ondernemerschapsonderwijs bij VIVES.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001354","result_description":null},{"description":"Werk speelt een dominante rol in ons leven. Statistiek Vlaanderen geeft aan dat de voltijdse werknemer in 2019 gemiddeld 43 uur per week spendeerde aan zijn/haar job.\n\nHoewel België binnen Europa goed scoort op vlak van engagement, geluk en tevredenheid op het werk, blijkt er toch ruimte voor verbetering op vlak van gezondheid en welzijn.\n\nHet uitgebreid academisch onderzoek kan hierbij een verschil maken. Uit gesprekken met ondernemingen blijkt echter dat de translatie van de onderzoeksresultaten naar het werkveld moeilijk verloopt, wat ook aangehaald wordt in de literatuur.\n\nVia dit project zal de translatie van bestaand onderzoek gefaciliteerd worden naar ondernemingen. De focus van dit onderzoek zal hierbij liggen op een gezonde(re) werkomgeving aan de hand van praktijkgerichte interventies binnen het thema voeding.\n\nInterventies met betrekking tot gezonde(re) voeding zullen opgezet en geëvalueerd worden in een aantal organisaties. De resultaten van de interventies zullen gedocumenteerd worden in een handleiding die beschikbaar wordt gesteld voor andere organisaties.","summary":"Verbeter de gezondheid en welzijn op het werk met praktijkgerichte voedingsinterventies. Onderzoek resultaten worden vertaald naar bruikbare handleidingen voor bedrijven.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001355","result_description":null},{"description":"Artificial intelligence is in volle ontwikkeling en brengt heel wat ethische uitdagingen met zich mee. Naarmate de marktpenetratie van AI stijgt, zullen ook deze ethische uitdagingen toenemen. Daarom is het van belang dat de ontwikkeling van Artificial intelligence gebeurt op een ethisch verantwoorde manier.\n\nMomenteel worden er heel wat initiatieven genomen om het ethische aspect bij de ontwikkeling van artificial intelligence in rekening te brengen. Toch ontbreken er op dit moment essentiële bouwstenen om het proces dat AI-systemen vormgeeft ethisch te onderbouwen. Bovendien gebeurt heel wat van de ethische reflectie op dit moment achteraf.\n\nHeel concreet zijn er een aantal zaken die in de weg staan. De gebrekkige implementatie van de ethiek heeft onder andere te maken met de moeilijkheid om een theoretisch filosofisch kader om te zetten naar designerstaal. De deductieve kaders die door de Europese overheid en door een aantal grote bedrijven werden ontwikkeld laten zich niet gemakkelijk vertalen naar de concrete werkvloer. Op die manier blijft er een soort gap bestaan tussen de ethiek en de werkvloer. Deze gap is vooral ten koste van de kleinere bedrijven die niet de middelen hebben om iemand vrij te stellen om die vertaalslag te maken in elk concreet geval.\n\nDaarom wil dit project op een inductieve manier in kaart brengen waar de ethische knooppunten liggen. Daartoe zullen een aantal casussen worden geanalyseerd, samen met de manier waarop nu met ethiek wordt omgegaan op de werkvloer. Van daaruit wordt een soort overkoepelend kader gecreëerd dat als basiscommunicatie-instrument rond ethiek kan dienen. Op die manier kan ethiek gekoppeld worden aan verschillende elementen in het ontwikkelingsproces. Daartoe worden geen deductieve concepten vertaald naar de werkvloer, maar wordt een methodiek ontwikkeld om met de ethische knooppunten die men onderweg tegenkomt aan de slag te gaan.\n\nNa het in kaart brengen van de ethische knooppunten in een ontwikkelingsproces wil dit project één concrete tool aanreiken om met die knooppunten aan de slag te gaan. Een dergelijke tool bestaat uit twee elementen. Ten eerste is het de bedoeling om de 'standaardknooppunten' in het ontwikkelingsproces in kaart te brengen. Ten tweede willen we deze standaardknooppunten via een stappenplan koppelen met reeds bestaande oplossingen in het veld. Daarmee kan iemand die technisch geschoold is op een heel concrete en praktische manier detecteren welke vragen zich aandienen in een particulier project en kiezen op welke manier met deze vragen aan de slag kan worden gegaan.\n\nEn hoewel dit projectvoorstel haar innovativiteit eerder haalt uit de integratie van ethiek in het technische proces, is het ook relevant voor de opleiding van technici binnen de hogeschool. De output in de vorm van een stappenplan (en in de vorm van nieuw cursusmateriaal) kan een nieuwe manier zijn om het ethisch bewustzijn van studenten aan te wakkeren die betrokken zijn bij de ontwikkeling van AI.","summary":"De ontwikkeling van Artificial Intelligence brengt ethische uitdagingen met zich mee die essentieel zijn om aan te pakken. Dit project analyseert en creëert een kader om ethische knooppunten in kaart te brengen en biedt concrete tools om hiermee om te gaan. Het stappenplan dat wordt ontwikkeld, integreert ethiek in technische processen en is relevant voor zowel professionals als studenten in de AI-ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001356","result_description":null},{"description":"Door talloze uitdagingen in onze samenleving (bv. klimaatverandering, genderongelijkheid, vergrijzing, radicalisering en polarisatie...) is er een grote nood dat jonge mensen sociale, interculturele en burgerschapscompetenties verwerven met oog voor democratische waarden, sociale inclusie en actief burgerschap en kritisch denken (Eurydice, 2016). Uit onderzoek blijkt dat burgerschap op school vaak nog beperkt blijft tot kennisoverdracht over bijvoorbeeld democratie, terwijl actieve participatie weinig aandacht krijgt (Sampermans, et al., 2017). Daarnaast voelen leerkrachten zich onzeker over wat burgerschapsparticipatie inhoudt en is er weinig didactisch ondersteuningsaanbod beschikbaar (De Brie, 2016).\n\nIn dit project proberen we hier een antwoord op te bieden door de methodiek ‘Ontwerpers van een duurzame toekomst’ te ontwikkelen waarbij via human-centered design kinderen in het basisonderwijs de kans krijgen om de actiecomponent van burgerschapsparticipatie te oefenen. Actief burgerschap is immers gebaat bij ervaringen vanuit het dagelijkse leven en bij actieve leerstrategieën die de complexiteit van de maatschappij weerspiegelen. De methodiek focust op participatiemogelijkheden voor kinderen in de eigen school als mini-samenleving, met aandacht voor interpersoonlijke competenties en met inbegrip van het stimuleren van de onderzoekende houding van kinderen tegenover hun rol in de eigen omgeving (en in de samenleving).\n\nDit willen we realiseren via ontwerponderzoek waarbij we via co-creatie met enkele pilootscholen de methodiek vormgeven en testen. We willen hierbij burgerschapsparticipatie bij leerlingen in kaart brengen en willen onderzoeken hoe de methodiek leerkrachten hierbij kan ondersteunen. Good practices van pilootscholen zullen dienen als praktijkvoorbeelden van het implementatieproces van de methodiek op klas- en schoolniveau. Daarnaast worden ‘lessons learned’ verzameld over professionalisering van leerkrachten (teams) in actieve burgerschapsparticipatie.","summary":"Dit project ontwikkelt de methodiek 'Ontwerpers van een duurzame toekomst' om actief burgerschap bij kinderen in het basisonderwijs te bevorderen. Via co-creatie met pilootscholen wordt de methodiek getest om leerlingen te ondersteunen in participatie en leerkrachten te helpen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001357","result_description":null},{"description":"Computer Supported Collaborative Learning of kortweg CSCL, sluit aan bij de nood aan aangepaste lesmethoden in het hoger, het middelbaar en het lager onderwijs waarin de lerende centraler wordt gesteld en waarin er meer aansluiting is met de hedendaagse 'genetwerkte' samenleving. Het gaat dan bijvoorbeeld om leeromgevingen waar lerenden samen programmeren, samen schrijven, samen kennis en informatie uitwisselen door middel van chatlijnen, websites, apps, leerplatformen, enz.\n\nEchter, het is onduidelijk onder welke voorwaarden toepassingen van CSCL het meest effectief zijn. In de huidige studie worden daarom didactische principes opgesteld, ontworpen en uitgetest in diverse fysieke en virtuele CSCL-omgevingen binnen het hoger, het secundair en het lager onderwijs.\n\nIn het hoger onderwijs (lerarenopleiding Kortrijk en Torhout) krijgen studenten herhaaldelijk lessen in een collaboration room en dit vanuit hun regulier programma, maar aangepast aan de specifieke CSCL-omgeving. Voor leerlingen uit het secundair en het lager onderwijs worden CSCL-activiteiten op maat ontworpen in co-creatie met betrokken leerkrachten.\n\nDoor middel van gebruikersbevindingen en door middel van een longitudinale studie bij hogeschoolstudenten wordt teruggekoppeld naar de ontworpen CSCL-didactiek. Binnen de longitudinale studie wordt verder nagegaan in welke mate regelmatige deelnames aan CSCL-activiteiten bijdragen tot de ontwikkeling van cognitieve en sociale competenties over de tijd. Hiervoor wordt gewerkt met een pre-en posttest-design met controlegroep. Door middel van videoanalyses, multiplechoicetests en vragenlijsten worden vorderingen voor cognitieve en sociale vaardigheden opgevolgd. Door middel van een website en diverse bijscholings- of professionaliseringsmomenten wordt de CSCL-didactiek verspreid onder docenten, leerkrachten en andere onderwijsprofessionals.","summary":"CSCL bevordert samenwerkend leren in onderwijs op alle niveaus door aangepaste lesmethoden en technologieën te integreren. Onderzoek richt zich op effectieve toepassingen, met didactische principes getest in diverse omgevingen. Resultaten worden gedeeld via gebruikersfeedback en longitudinale studies om cognitieve en sociale competenties te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001358","result_description":null},{"description":"Uit doorlichtingsverslagen van de onderwijsinspectie (Onderwijsspiegel 2020) blijkt dat veel leraren kleuter- en lager onderwijs er niet in slagen om kwaliteitsvolle kunst te beschouwen in het leergebied 'muzische vorming'. Hoewel er duidelijke beschouwingsdoelen in de leerplannen van de verschillende onderwijsnetten staan, kijken en luisteren leerkrachten met hun klas nog onvoldoende gericht naar kunst in de domeinen beeldende kunst, muziek, drama en dans.\n\nZe voorzien weinig tijd, vinden de weg niet naar kwalitatieve audiovisuele bronnen en weten niet hoe ze kunstzinnige bronnen doelgericht moeten inzetten in hun onderwijspraktijk. Ze zoeken ook naar mogelijkheden om via kunstzinnige bronnen linken te leggen met andere leergebieden (integratie).\n\nAnderzijds beschikt de culturele wereld over een schat aan onontsloten digitaal audiovisueel materiaal in archieven van musea, podiumkunstenorganisaties, erfgoed- en media-instellingen. MEEMOO, Vlaams instituut voor het archief, kan via haar beeldbank 'Het Archief voor Onderwijs' die unieke beeld- en geluidsfragmenten tot in de klas brengen.\n\nIn het onderzoek verbinden we de onderwijswereld met de culturele wereld. Vanuit een literatuurstudie en analyse van de noden komen we tot een kader (didactische tool) om kwaliteitsvol en duurzaam kunst te beschouwen in de klas. De inhoudelijke inspiratie en content komen uit de rijke archieven van verschillende culturele instellingen.\n\nIn het onderzoek maken we een selectie van kwalitatieve fragmenten uit de archieven en contextualiseren we die in thematische collecties op maat van leraren basisonderwijs. Daarbij ontwerpen we digitale inspiratiepagina’s die leraren (in opleiding) in staat stellen om samen met de ontwikkelde didactische tool zelfstandig het culturele bewustzijn, de culturele expressie en de digitale geletterdheid van hun leerlingen te versterken. In het ontwerpdesign voorzien we testmomenten in 4 pilootscholen van de verschillende netten. Op regelmatige basis toetsen we het proces bij een heterogene resonantiegroepen; aan het eind van het project is er aandacht voor disseminatie via diverse kanalen.","summary":"Veel leraren in het kleuter- en lager onderwijs hebben moeite met het kwaliteitsvol beschouwen van kunst in het leergebied 'muzische vorming'. Er is behoefte aan betere begeleiding en toegang tot hoogwaardig audiovisueel materiaal uit culturele archieven om kunsteducatie te versterken en integreren met andere vakgebieden. MEEMOO's 'Het Archief voor Onderwijs' brengt unieke kunstfragmenten naar de klas, terwijl ons onderzoek een didactisch kader en digitale inspiratiepagina's ontwikkelt om leraren te ondersteunen bij het bevorderen van cultureel bewustzijn en digitale geletterdheid bij leerlingen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001359","result_description":null},{"description":"In dit PWO-project werd praktijkonderzoek uitgevoerd vanuit de hypothese dat STEM-onderwijs ideale leercontexten biedt voor functioneel veeltalig leren, die meertalige leerlingen de kans bieden om volwaardig te participeren en hun werkelijke competenties in te zetten.\n\nIn Vlaanderen blijven we zoekende om het schoolsucces van leerlingen met een migratieachtergrond te verbeteren (vb. Bex, 2015). Tegelijkertijd zorgt meertaligheid op school nog steeds voor verdeeldheid: enerzijds wordt vaak gepleit voor eentalig onderwijs en anderzijds wordt soms meertalig onderwijs aangeprezen. Het recente MARS-onderzoek (Van Avermaet, et al., 2015) benadrukt dat er nood is aan nuancering en stuurt aan op functioneel veeltalig leren, wat betekent dat er sprake is van een geïntegreerde didactiek in de meertalige klaspraktijk. Het gaat over het positief benaderen van thuistalen om welbevinden en motivatie te verhogen en zo te werken aan goede onderwijsprestaties bij de leerlingen (Sierens & Van Avermaet, 2010). Hierbij blijft Nederlands de instructietaal, maar krijgen leerlingen de kans om hun thuistaal te gebruiken. (Van Praag, et al., 2016). De focus ligt op de creatie van een krachtige leeromgeving met taaldiversiteit als ingrediënt, maar ook interactie en samenwerking evenals betekenisvol leren.\n\nDeze laatste uitgangspunten zijn inherent aan de STEM-didactiek die het Expertisecentrum Onderwijsinnovatie reeds ontwikkelde, namelijk vanuit een betekenisvolle context kinderen kansen geven tot interactie en reflectie om problemen op te lossen.\n\nDit realiseerden we via ontwerponderzoek (“design-based research”) waarbij we via co-creatie met enkele pilootscholen de veeltalige STEM-didactiek vormgeven en testen. Er werden een aantal activiteiten ontwikkeld waarbij de veeltalige STEM-aanpak toegepast werd. Hierbij hadden we enkele aandachtspunten: vertrekken vanuit betekenisvolle contexten, steeds gebruik maken van dezelfde terminologie, leerlingen met dezelfde thuistaal laten samenwerken en deze thuistaal ook toelaten, de werkbladen visueler maken zodat leerlingen met een korte instructie snel aan de slag kunnen… Tijdens de activiteiten werd de betrokkenheid van meertalige leerlingen in kaart gebracht en werd er in gesprek gegaan met de leerlingen en leerkrachten.\n\nBijkomend hebben we in het project sterk ingezet op de valorisatie van de veeltalige STEM-didactiek. Aan de hand van podcastafleveringen werden de projectresultaten vormgegeven. Doorheen de verschillende afleveringen bespreken we concrete ingrepen die je als leerkracht kan doen om je leerlingen sterker te betrekken in de les. De basis van deze aanpak ligt steeds binnen de STEM-didactiek rond onderzoekend leren. Om dit te duiden vertrekken we steeds vanuit concrete verhalen van leerlingen in de klas.\n\nDe projectresultaten, voorbeeldactiviteiten en podcastafleveringen kunnen bekeken en beluisterd worden op de website van STERK in STEM (https://vivesweb.be/sterkinstem/). De podcastafleveringen kan je ook terugvinden op Spotify. Bekijk ook zeker deze kennisclip over 'Leren leerlingen minder omdat de meester te veel praat?'","summary":"Dit PWO-project onderzoekt hoe STEM-onderwijs meertalige leerlingen kan ondersteunen. Door functioneel veeltalig leren in te zetten, wordt de participatie en competenties van deze leerlingen bevorderd. Ontdek de resultaten en activiteiten op de website van STERK in STEM. Luister ook naar de podcastafleveringen voor praktische tips om leerlingen meer te betrekken in de les.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001360","result_description":null},{"description":"CLIL is aan een opmars bezig in het secundair onderwijs. In West-Vlaanderen alleen al biedt één school op drie CLIL-lessen aan. Niet alleen worden leerlingen sterker in het gebruik van de moderne vreemde talen; ook hun kennis van de leerstof, concentratie en participatie gaan erop vooruit. Zowel uit nationaal als uit internationaal onderzoek blijkt dat het een efficiënte manier is om leerlingen taalcompetenter te maken (Martens en Van De Craen 2017).\n\nMeertaligheid wint ook aan aandacht in de lagere school. Naast de taallessen Frans wordt er her en der al ingezet op taalinitiatie Frans en Engels om de vreemde taalverwerving van jonge kinderen te stimuleren. De CLIL-didactiek leunt mooi aan bij de principes van taalinitiatie: kinderen spelenderwijs laten proeven van de taal, een taal bijbrengen door er effectief iets mee te doen. De bedoeling van het project is dan ook om CLIL-activiteiten voor de lagere school uit te werken, gaande van korte begroetingsmomenten in het Engels tot een lesje wereldoriëntatie in het Frans.\n\nIn academiejaar 2019-2020 hebben we al enkele basisscholen uit de buurt ondersteund bij het experimenteren met CLIL. Samen met de partnerhogescholen UCLL, Erasmushogeschool en Francisco Ferrer zijn we momenteel Vlaanderenbreed leergemeenschappen aan het opzetten. In samenwerking met leraren en directies, die de kern van deze leergemeenschappen vormen, ontwikkelen we materiaal dat in de praktijk wordt uitgetest om op basis van ervaring dit opnieuw bij te sturen en te optimaliseren. Bovendien bieden we de scholen ook begeleiding op maat aan. Zo gaan we met de scholen op zoek welke leergebieden en thema's het meest wenselijk zijn om via de CLIL-didactiek te geven.","summary":"CLIL wint terrein in basis- en secundair onderwijs in West-Vlaanderen. Onderzoek toont aan dat het leerlingen sterker maakt in moderne vreemde talen en hun kennis, concentratie en participatie verbetert. We werken samen met scholen en hogescholen om CLIL-activiteiten te ontwikkelen en implementeren, met aandacht voor taalinitiatie en leergebieden.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001361","result_description":null},{"description":"De aanleiding voor dit project zijn de verschillende vragen naar aangepaste spellen om in te zetten bij jongeren en volwassenen, vanuit BuSO scholen en voorzieningen voor personen met een verstandelijke beperking.\n\nDeze vragen komen op regelmatige basis binnen in VIVES SpellenLab. Hierbij is men voornamelijk op zoek naar geschikte spellen om executieve functies te oefenen / stimuleren. Wanneer we deze vragen in detail bekijken, merken we vaak dat de spellen, die qua concept het nauwst aansluiten bij de mogelijkheden van hun doelgroep dit qua lay-out helemaal niet doen (zowel de vormgeving als duurzaamheid) en omgekeerd.\n\nOm deze reden zouden we een methodiek willen ontwikkelen om enerzijds spellen te selecteren die geschikt zijn om executieve functies te oefenen / stimuleren. Anderzijds willen we deze spellen, aan de hand van educational design research, op een doordachte wijze aanpassen en meteen ook testen (of laten testen door studenten) bij de doelgroep. \n\nAangezien dit project een samenwerking is tussen de studiegebieden onderwijs en paramedische beroepen, willen we in eerste plaats inzetten op het aanpassen van spellen die gebruikt kunnen worden in het buitengewoon onderwijs en voorzieningen voor jongeren - volwassenen met een verstandelijke beperking. \n\nNaast een aantal BuSO scholen en voorzieningen voor personen met een verstandelijke beperking, die als testlabo zullen fungeren, kunnen we eveneens samenwerken met onder andere Smartgames en het Maaklab (VIVES Kortrijk). Zij zullen ons helpen met de praktische uitwerking van de prototypes. In een laatste fase is het dan ook de bedoeling om deze uit te testen in de verschillende ‘testlabo’s’ op hun bruikbaarheid (en misschien kunnen ze op termijn op markt gebracht worden). Echter, we voorzien om dit protocol snel uit te breiden naar andere doelgroepen, zo bijvoorbeeld jongere kinderen met een verstandelijke beperking, personen met (beginnende) dementie, personen met een niet-aangeboren hersenletsel, kinderen en jongeren met een (meervoudige) motorische beperking. We willen bij uitstek dus de Design for All-gedachte als basis nemen.\n\nDit project zal resulteren in\n\neen bruikbare methodiek om spellen te screenen die bruikbaar zijn om executieve functies te oefenen bij jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking een selectie van bruikbare spelconcepten voor het oefenen van Executieve functies bij deze doelgroep verschillende prototypes van aangepaste spellen en spelmateriaal om deze executieve functies te oefenen in het werkveld bij de doelgroep. Met dit project beogen we ook om in nauwe samenwerking met het werkveld en met het betrekken van studenten uit verschillende studiegebieden, de expertise van het SpellenLab verder uit te bouwen en te versterken.","summary":"Ontwikkeling van spellen om executieve functies te oefenen bij jongeren en volwassenen met een verstandelijke beperking. Samenwerking met scholen en bedrijven voor prototypes en testen in diverse doelgroepen, met als doel bruikbare spellen op de markt te brengen en Design for All-gedachte te omarmen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001362","result_description":null},{"description":"De Peiling Nederlands 2018 maakte duidelijk hoe een goede schrijfvaardigheid van lagereschoolkinderen niet als een evidentie beschouwd kan worden. Een effectieve didactische aanpak van leraren, gestoeld op recent wetenschappelijk onderzoek, blijkt van cruciaal belang. Die aanpak, gekenmerkt door een doordachte instructie in schrijfstrategieën, voldoende schrijfkansen en schrijftijd en kansen tot samenwerkend schrijven, is nog niet in elke klaspraktijk vanzelfsprekend.\n\nTen eerste wil dit project nagaan hoe de concrete vertaling van recent (inter)nationaal schrijfonderzoek naar de onderwijspraktijk er moet en kan uitzien. Via een onderwijskundig ontwerponderzoek en in co-creatie met leraren wil dit project een didactisch kader ontwikkelen dat leraren helpt bij het geven van effectieve schrijflessen en het maximaliseren van de schrijfkansen. Educatieve tools kunnen een hefboom zijn om een van de kenmerken van die effectieve schrijfdidactiek, het samenwerkend schrijven, te implementeren.\n\nDit onderzoek wil daarom als tweede luik onderzoeken hoe die, voor een basisschool toegankelijke, educatieve tools bij het schrijven ingezet kunnen worden.\n\nHet onderzoek resulteert in een schrijfpakket waarin een effectieve didactiek en maximale oefenkansen, ondersteund door educatieve tools, vorm krijgt. Door middel van een pre-en posttest wordt nagegaan of dit schrijfpakket een impact heeft op de schrijfkwaliteit van teksten van basisschoolkinderen.","summary":"De Peiling Nederlands 2018 toont aan dat goede schrijfvaardigheid bij lagereschoolkinderen niet vanzelfsprekend is. Dit project ontwikkelt een effectieve aanpak gebaseerd op recent onderzoek, om leraren te helpen bij het geven van schrijflessen en het maximaliseren van schrijfkansen. Het onderzoek resulteert in een schrijfpakket met educatieve tools, met als doel de schrijfkwaliteit van basisschoolkinderen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001363","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject \"Stardust smart grid\" beoogt het uitbouwen van een smart grid installatie op VIVES waarin onderzoek kan worden gedaan naar dimensionering, beheer en efficiënte inzetbaarheid van de verschillende technologieën, energiestromen en gebruikers in een smart grid.\n\nHierbij wordt gestreefd naar een compleet beeld waarin zowel met het elektrotechnische aspect, opslagsystemen, slimme gebruikers en beheerssystemen als met mogelijke koppeling met waterstofsystemen en warmtenettenrekening wordt gehouden.\n\nIn dit project wordt specifiek onderzoek gedaan naar de opbouw en werking van het gedeelte nodig voor het koppelen van een smart grid met lokale energieopslag, vermogenelektronische omvormersen synchrone gebruikers en bronnen. In aanloop naar dit project is via de call Muyters een subsidie bekomen voor de investering in de nodige componenten hiervoor.\n\nIn het project wordt, samen met projectpartner ATS, onderzocht hoe een dergelijke installatie het beste kan worden uitgebouwd en hoe deze componenten het beste kunnen worden aangestuurd.\n\nHet project omvat als eerste de expertiseopbouw voor het opbouwen van dit gedeelte van het smart grid, de engineering en de effectieve opbouw. Eenmaal gerealiseerd, wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en beperkingen van deze opstelling en worden destuurparameters voor diverse omstandigheden onderzocht en geoptimaliseerd. Er wordt toegewerkt naar het aankoppelen van andere elementen in het grotere smart grid verhaal.\n\nHet resultaat is dat het expertisecentrum Smart Technologies van VIVES een gedegen kennis in huis haalt over dergelijke installaties en in staat is hierover opleiding en dienstverlening te organiseren.","summary":"Onderzoeksproject 'Stardust smart grid' bij VIVES focust op opbouw en beheer van smart grid installatie, inclusief energieopslag en koppeling met diverse technologieën voor efficiënt energiegebruik. Subsidie ontvangen voor investering in nodige componenten. Samen met ATS wordt onderzoek gedaan naar optimale uitbouw en aansturing. Expertisecentrum Smart Technologies van VIVES verwerft kennis voor opleiding en dienstverlening.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001364","result_description":null},{"description":"Het project 'Smart Industry in bestaande productieomgevingen' wil Industrie 4.0 toegankelijk maken voor kmo’s zonder eigen IT- of serviceafdeling. Hiervoor beoogt het project een didactische demonstratie- en opleidingsopstelling te realiseren, best practices op te stellen voor implementatie van Industrie 4.0 op een bestaande industriële machine of productie-eenheid en het opzetten van opleiding over het implementeren van Industrie 4.0 in een bestaande productieomgeving.\n\nNiettemin er al veel initiatief genomen wordt in Vlaanderen tot introductie van Industrie 4.0 in de industrie, moeten we, bijvoorbeeld bij bachelorproeven, vaststellen dat deze stap voor kmo’s zonder inhouse IT-ondersteuning niet vaak succesvol genomen kan worden. De industrie-ervaring van de onderzoekers en de praktijkgerichte aanpak die ze bij onderzoek en onderwijs hanteren, maakt VIVES een goede actor om dit aan te pakken.\n\nDe resultaten uit dit onderzoek zullen ook rechtstreeks in het reguliere onderwijs worden geïntegreerd, zodat de toekomstige technici op deze nood zijn voorbereid. Dit project wordt ook afgestemd op het onderzoeksproject 'Secure Industrial Networks'. De upgrade van de didactische installatie zal in overleg met SIN gebeuren, zodat op een veilige manier (netwerksecurity) wordt gewerkt in Smart Industry enerzijds, anderzijds zal Smart Industry als testcase fungeren voor SIN, waarbij zal worden gemonitord hoe de aanbevelingen van SIN werkbaar en aanvaardbaar zijn voor de automatiseringswereld waar Smart Industry en deze onderzoekers deel van uitmaken.","summary":"Project 'Smart Industry' maakt industrie 4.0 toegankelijk voor kmo’s zonder IT-afdeling. VIVES implementeert best practices en opleidingen voor industrie 4.0 in productieomgevingen, met focus op praktijkgerichte aanpak en integratie in regulier onderwijs.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001365","result_description":null},{"description":"Industrie 4.0 biedt heel wat nieuwe mogelijkheden alsook bijhorende uitdagingen. Door machines onderling en met het IT-netwerk te verbinden ontstaat de noodzaak om de nodige maatregelen voor cybersecurity bij industriële netwerken toe te passen. Met het Secure Industrial Networks (SIN) project richten wij ons op industriële KMO’s.\n\nOnze strategie is \"reducing the attack surface\" met focus op \"low hanging fruit\" bij industriële processen. Hierdoor kan de stap naar geavanceerde digitalisering van het industrieel proces genomen worden zonder vermijdbare cybersecurityproblemen te introduceren of hieromtrent risico’s te nemen.\n\nHet doel van het SIN-project is vooreerst KMO’s bewust te maken van de noodzaak van cybersecurity en vervolgens een overzicht van veel voorkomende gevaren en bijhorende best practices samen te stellen om automatiseringsexperten op te leiden om zelf cybersecurityproblemen te identificeren, correct in te schatten en weg te werken.","summary":"Industrie 4.0 brengt nieuwe mogelijkheden en uitdagingen met zich mee. Het Secure Industrial Networks (SIN) project richt zich op industriële KMO's om cybersecurityrisico's te minimaliseren en bewustzijn te vergroten. Het doel is om automatiseringsexperten op te leiden om cybersecurityproblemen te identificeren en op te lossen, waardoor geavanceerde digitalisering veilig kan plaatsvinden.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001366","result_description":null},{"description":"Welzijnsorganisaties staan voor een moeilijke oefening in hun werkveld: we zien de laatste decennia een ver doorgedreven specialisatie in de sector als gevolg van toenemende complexiteit van de cliëntennoden. De keerzijde van deze specialisatie is de verregaande versnippering in het werkveld die de problematiek van onderbescherming bij mensen in multiproblemsituaties dreigt te vergroten. Welzijnsorganisaties worden uitgedaagd om zich hierop te reorganiseren.\n\nOm tegemoet te komen aan de complexe en multidimensionele hulpverleningsnoden van mensen in armoede is een gezamenlijke aanpak en inzet van specialistische én generalistische hulpverlening vereist. In de praktijk zien we dat veel welzijnsorganisaties vandaag de dag experimenteren met organisatiestructuren om de combinatie generalistisch-specialistisch werken te realiseren binnen hun eigen organisatie. Sommigen installeren een nieuw generalistisch team naast de reeds aanwezige specialistische teams, anderen gooien het roer volledig om door werknemers uit voormalige specialistische diensten te heroriënteren naar generalistische wijkteams, maar ook tal van andere combinaties zijn terug te vinden.\n\nDoor middel van literatuurstudie en case studies beoogt dit onderzoek inzicht te bieden in de mogelijkheden om generalistisch en specialistisch werken te realiseren in één organisatie, welke uitdagingen dit creëert en hoe welzijnsorganisaties hiermee kunnen omgaan.\n\nDit onderzoek resulteert in een roadmap die welzijnsorganisaties in staat moet stellen alvorens dergelijke vernieuwing in dienstverlening te implementeren, gefundeerd na te denken over de mogelijke dynamieken of spanningsvelden die de combinatie van generalistische en specialistische hulpverlening met zich meebrengt, en hoe men hierop kan anticiperen.","summary":"Welzijnsorganisaties passen zich aan door generalistisch en specialistisch werken te combineren, om onderbescherming bij mensen in multiproblemsituaties te vermijden. Onderzoek biedt inzicht in uitdagingen en oplossingen voor deze complexe hulpverleningsnoden, wat resulteert in een implementeerbare roadmap voor vernieuwing.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001367","result_description":null},{"description":"In vergelijking met een aantal decennia terug spelen kinderen vandaag minder vaak buiten, minder vaak zonder toezicht van volwassenen, en is de manier waarop kinderen spelen vaker 'gestript van risico's', waardoor het 'avontuurlijke' element eruit verdwijnt.\n\nDit is zorgwekkend omdat studies het belang van avontuurlijk spelen – met inbegrip van de risico's die hiermee vasthangen – voor de fysieke, sociale en socio-emotionele ontwikkeling van kinderen benadrukken. De verandering in speelgedrag heeft meerdere oorzaken waaronder veranderingen in de tijdsspanne waarbinnen kinderen kunnen spelen, ruimtelijke veranderingen en veranderingen in het cultureel normatieve klimaat m.b.t. de opvoeding van kinderen.\n\nOuders spelen hierin een sleutelrol. In tal van Europese landen proberen organisaties die ijveren voor het belang van het (spelende) kind het 'tij te keren', het thema op de agenda te zetten en een omslag te creëren in het denken. In Vlaanderen trekt de speelcoalitie 'Goe Gespeeld!' aan de kar. Dit netwerk van organisaties heeft echter nood aan tools om gerichter en effectiever te communiceren met ouders (maar ook beleidsmakers en andere stakeholders) over het belang van avontuurlijk spelen.\n\nOns project speelt in op deze vraag en (i) onderzoekt hoe ouders (van kinderen tussen 6 en 12 jaar) in het algemeen kijken naar de verhouding tussen risico's en voordelen van avontuurlijk spelen en (ii) ontwikkelt instrumenten die in eerste plaats het netwerk 'Goe Gespeeld' en in tweede instantie andere stakeholders (lokale overheden, pedagogische opleidingen...) beter helpen communiceren over het belang van avontuurlijk spelen.","summary":"Kinderen spelen vandaag minder buiten en met minder risico's, wat hun ontwikkeling kan beïnvloeden. Een project onderzoekt hoe ouders en belanghebbenden beter kunnen communiceren over het belang van avontuurlijk spelen voor de jeugd.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001368","result_description":null},{"description":"Het hoger onderwijs zou een weerspiegeling moeten zijn van de samenleving (VLOR, 2018), maar vandaag de dag vinden nog altijd relatief weinig studenten met een migratieachtergrond hun weg naar het hoger onderwijs (Noppe et al., 2018; Unia, 2018). Dit lage aandeel is problematisch, aangezien een hogere opleiding een belangrijke hefboom is voor onder andere emancipatie en opwaartse sociale mobiliteit (Lamberts, 2011).\n\nHoewel er op verschillende domeinen acties worden ondernomen, blijkt uit verkennende gesprekken met experten dat deze acties over het algemeen gefragmenteerd zijn en dat er weinig zicht is op de effectiviteit van de acties. Ook zijn de acties vaak top-down opgezet zonder dat er een duidelijk beeld is van de drempels en faciliterende factoren die studenten met een migratieachtergrond op het gebied van instroom en doorstroom in het hoger onderwijs ervaren.\n\nDit PWO-project stelt voor om middels een kwalitatief onderzoeksluik, d.w.z. interviews en focusgroepen met (oud-)studenten hoger onderwijs, docenten en diversiteitsmedewerkers, en een kwantitatief onderzoeksluik, d.w.z. enquêtes onder leerlingen in het secundair en (oud-)studenten hoger onderwijs, kennis en inzicht te genereren over de mechanismen (bewust en onbewust) die de instroom en doorstroom van studenten met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs belemmeren en faciliteren, zodat gerichte interventies kunnen worden ontwikkeld. Innovatief in dit project is het co-creatie aspect. Vaak nog komt diversiteitsbeleid top-down tot stand.\n\nHet nadenken over omgaan met etnisch culturele diversiteit binnen de context van het hoger onderwijs is echter enkel zinvol als de betrokken doelgroep hier ook bij betrokken is (VLOR, 2018). Dit PWO zal samen met studenten met een migratieachtergrond, docenten, studie-en trajectbegeleiders en diversiteitsmedewerkers uit het secundair en hoger onderwijs in dialoog op zoek gaan naar creatieve en vernieuwende oplossingen om drempels die de instroom en doorstroom belemmeren – zoals uit de onderzoeksfase zal blijken - weg te werken, maar ook om succesvolle factoren verder te versterken. Dit onderzoek zal resulteren in een onderzoeksrapport over drempels en opportuniteiten van studenten met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs en concrete aanbevelingen, en een publicatie in een vaktijdschrift. Tevens zal tijdens een slotevent de onderzoeksresultaten en aanbevelingen worden voorgesteld.\n\nDe Raad van Inspiratie is een onderdeel van dit project. De Raad van Inspiratie zijn een groep geëngageerde (ex-)studenten met een oog voor het opvangen van signalen, samenwerking rond diversiteit en sociale cohesie binnen VIVES hogeschool.\n\nOok zal er een vervolgproject (tot augustus 2023) komen waarin de focus zal liggen op\n1) Drop-out bij eerstejaarsstudenten\n2) Verduurzamen van de leergemeenschappen, de Raad van Inspiratie\n3) Digitale toolkit - praktische handvaten omtrent diversiteit in het hoger onderwijs","summary":"Onderzoek naar diversiteit in hoger onderwijs: bevorderen instroom & doorstroom van studenten met migratieachtergrond. Co-creatie met stakeholders voor gerichte interventies. Vervolgproject tot 2023: focus op drop-out, duurzame leergemeenschappen, en digitale toolkit.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001369","result_description":null},{"description":"Veiligheid is niet meer weg te denken uit de (internationale) actualiteit en is een belangrijke bekommernis van lokale besturen. Vanuit de federale overheid wordt verwacht dat steden en gemeenten 'integraal' en 'geïntegreerd' de veiligheid van hun burgers verzorgen. Heel kort samengevat impliceert dit dat veiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is, die in 'partnerschap' met alle maatschappelijke organisaties dient te worden ingevuld.\n\nOok voor de burger is hier in theorie een belangrijke rol weggelegd. In de praktijk is de verantwoordelijkheid van burgers in het veiligheidsdomein minder vanzelfsprekend. Zo is niet helemaal duidelijk in hoeverre burgers verantwoordelijkheid willen of kunnen opnemen, noch in welke mate verschillende overheidsinstanties daarvoor openstaan. De laatste publicaties rond burgerparticipatie in het veiligheidsdomein in België dateren bovendien van een tiental jaar geleden (Gelders et al., 2009; Moor et al., 2011). De samenleving is sedertdien sterk gediversifieerd en gedigitaliseerd, met belangrijke gevolgen.\n\nMet dit praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek wil het Expertisecentrum Sociale Innovatie nagaan op welke manier burgerparticipatie in veiligheid concreet vorm kan krijgen op lokaal niveau.\n\nFASE 1.\nIn een eerste fase (september 2019 - augustus 2021) voerden we een analyse uit van het draagvlak voor burgerparticipatie bij burgers en lokale veiligheidsactoren. We deden hiervoor kwalitatieve interviews met sleutelfiguren en kwantitatieve interviews met burgers (voornamelijk afgenomen door studenten uit de Bachelor Maatschappelijke Veiligheid). Daarnaast maakten we een geactualiseerd overzicht van inspirerende praktijken in binnen- en buitenland, aan de hand van desk research en een literatuurstudie.\n\nWe concluderen dat veiligheid, de bescherming van burgers, een kerntaak van (lokale) overheden is en blijft. Het betrekken van burgers bij die taak is geen evidentie, maar daarom zeker niet minder waardevol. Overheidsactoren zijn soms bezorgd dat burgerparticipatie hun formele gezagspositie op het vlak van veiligheid in het gedrang zou brengen. Echter, burgers duurzaam betrekken in het lokaal veiligheidsbeleid kan die gezagspositie net versterken. Met de ontwikkelde producten willen we lokale overheden inspireren om burgerparticipatie ter harte te nemen.\n\nFASE 2.\nIn een volgende fase (september 2021 - augustus 2023) bekijken we op welke manier moeilijker bereikbare doelgroepen een rol kunnen spelen bij het veiligheidsbeleid. Een belangrijke bevinding van de eerste onderzoeksfase is namelijk dat bepaalde groepen burgers, en dan voornamelijk reeds mondige en actieve burgers, makkelijker participeren aan het beleid dan andere groepen, die over het algemeen nochtans meer voordeel kunnen halen uit beleidsparticipatie (ook wel de 'participatieparadox' genoemd). Op het vlak van veiligheid houdt dit het gevaar in dat bepaalde groepen reeds actieve en betrokken burgers macht krijgen om veiligheid te definiëren in het nadeel van minder mondige groepen, zoals jongeren en mensen met een migratieachtergrond.","summary":"Lokale overheden moeten samenwerken met burgers en maatschappelijke organisaties voor een veilige samenleving. Onderzoek toont aan dat betrokkenheid van burgers bij veiligheidsbeleid waardevol is. Het Expertisecentrum Sociale Innovatie inspireert overheden om burgerparticipatie te omarmen, ook bij moeilijker bereikbare groepen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001370","result_description":null},{"description":"De textielindustrie is niet duurzaam: bij de verwerking van de voornaamste grondstoffen (polyester en katoen) worden enorme hoeveelheden niet-hernieuwbare middelen verbruikt en afval geproduceerd dat vaak niet wordt gerecycleerd. In de context van toenemende beleidsdruk en verwachtingen van de consument bieden hennepvezels een uitstekende opportuniteit als duurzamer en economisch competitief alternatief.\n\nIndustriële hennep is een wereldwijde groeimarkt met veel industriële toepassingen. Het volle Europese marktpotentieel voor henneptextiel werd echter nog niet benut. Dit is voornamelijk te wijten aan technologische beperkingen in specifieke fasen van de lange en complexe waardeketen van hennep.\n\nMomenteel worden de korte hennepvezels (50% van het totaal volume aan vezels) verwerkt tot vrij grove garens die enkel geschikt zijn voor technische toepassingen met een beperkte marktwaarde. Fijnere garens worden verkregen uit mengsels met maximum 50% hennep. Hemp4Future beoogt een proces te ontwikkelen voor de valorisatie van grote volumes van korte vezels in garen voor kleding met een hoge marktwaarde. Dit zal de verdere ontwikkeling van de hennepindustrie in Europa versterken.\n\nIn eerste instantie zal een vezelbehandeling ontwikkeld worden die optimale vezelkwaliteit en efficiënte verwerkbaarheid garandeert. Optimalisatie van de daaropvolgende textielprocessen zal gericht zijn op garens met geschikte eigenschappen die voor 100% uit hennep bestaan of uit mengsels met andere duurzame vezels. De TPoC wordt gerealiseerd op veelzijdige apparatuur op pilootschaal wat, in een later stadium, snelle adoptie en opschaling verzekert naar industriële technologie die breed beschikbaar is in Europa, met minimale investeringskosten.\n\nDe belangrijkste belanghebbenden (i.e. vezelverwerkers en spinnerijen) zullen bij de procesontwikkeling worden betrokken en technische, esthetische en economische verwachtingen van klanten zullen in rekening gebracht worden bij het ontwerp van het prototype. Verschillende valorisatiepaden zullen verkend worden, met een initiële voorkeur voor patentlicenties. Daarom zal het IP-landschap grondig onderzocht worden.","summary":"Ontwikkeling van duurzame hennepvezels voor hoogwaardige kleding. Hemp4Future streeft naar optimalisatie van hennepverwerking, resulterend in garens met 100% hennep of duurzame vezelmengsels. Samenwerking met belanghebbenden voor innovatieve technologie en marktgroei in Europa.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001371","result_description":null},{"description":"Arteveldehogeschool voert samen met UGent een onderzoek uit naar de implementatie van Smart Glasses binnen eerstelijnsorganisaties, meer bepaald thuiszorgorganisaties en woonzorgcentra.\n\nDe Vlaamse eerstelijnsgezondheidszorg ervaart de laatste jaren een steeds toenemende druk. Naast de vergrijzing en een verschuiving van complexe zorgen naar extramurale diensten i.p.v. een langere ziekenhuisopname, is de krapte in de arbeidsmarkt en de vraag naar behoud en ondersteuning van zorgend personeel een kreet die steeds luider klinkt. De nood aan andere, meer tijdsefficiënte vormen van coaching en begeleiding van deze doelgroep is groot.\n\nEen oplossing voor het beter implementeren van het werkplekleren ligt bij de adoptie en implementatie van Smart Glasses. Dit zijn webgeconnecteerde draagbare computers in de vorm van een conventionele bril. Via Augmented Reality kan back-log info (dossiers, tekeningen, foto’s) via de lens bekeken worden, foto/video-opnames gemaakt, gedeeld en gestreamd worden.\n\nMet dit project willen Arteveldehogeschool en UGent het slimme gebruik van Smart Glasses i.f.v. een effectieve realisatie van werkplekleren faciliteren en realiseren. Het toepassingsgebied situeert zich binnen drie diverse processen: (1) expertise-inzet op afstand (bij complexe zorgtaken, bv wondzorg), (2) coaching van (nieuwe) werknemers (bv onboarding) en (3) interprofessioneel overleg rond complexe zorgdossiers (bv casuïstiekbespreking).","summary":"Arteveldehogeschool en UGent onderzoeken de implementatie van Smart Glasses in thuiszorgorganisaties en woonzorgcentra om efficiënter werkplekleren te realiseren en zorgtaken te ondersteunen door middel van Augmented Reality.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001372","result_description":null},{"description":"In tijden van kortere ziekenhuisopnames en vergrijzing van de bevolking komt de nadruk steeds meer te liggen op de eerstelijnsgezondheidszorg. Dagelijks gaan duizenden zorgverleners de baan op om zorg aan huis te verlenen. Thuiszorgorganisaties botsen bij de planning van deze activiteiten op hun grenzen: het is een complex gegeven dat vaak nog manueel gebeurt. Bovendien dient er rekening te worden gehouden met individuele voorkeuren, logistieke en zorgspecifieke parameters. Huidige manieren van plannen zijn dan ook kostelijk en tijdsintensief. Zorgorganisaties bevestigden de behoefte aan digitale hulpmiddelen om hen te ondersteunen bij deze planningsactiviteiten om de kwaliteit van de zorg die zij leveren te verbeteren.\n\nHet doel van het PREPCA.I.RE-project is om zowel thuiszorgorganisaties als IT-bedrijven te versterken bij de ontwikkeling, het gebruik en de implementatie van artificiële intelligentie (AI)-tools om de planning van thuiszorgactiviteiten te verbeteren.\n\nMeer specifiek willen we (1) de behoeften en verwachtingen van zowel thuiszorgorganisaties als IT-bedrijven definiëren voor een effectieve en efficiënte thuiszorgplanning, en (2) thuiszorgorganisaties en IT-bedrijven ondersteunen bij de implementatie van AI-planningstools. Daarom zullen AI-demonstrators worden ontwikkeld en gedemonstreerd om beide doelgroepen te inspireren, sensibiliseren en stimuleren om AI-tools te ontwikkelen en te implementeren in de dagelijkse praktijk. Deze demonstrators kunnen worden getest in een living lab-omgeving.","summary":"Verbeter de thuiszorgplanning met AI-tools voor efficiëntere zorgverlening. Het PREPCA.I.RE-project versterkt organisaties en IT-bedrijven door AI-innovatie te implementeren voor het plannen van zorgactiviteiten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001373","result_description":"Het planningsproces binnen zowel de thuisverpleegkunde als de gezinszorg blijkt uiterst complex te zijn en is afhankelijk van verschillende parameters zoals afstand, zorg, persoonlijke voorkeuren en de match tussen zorgverlener en cliënt.\n\nGezien het onderscheid in planningsnoden en organisatie van thuisverpleegkunde en gezinszorg, werden twee verschillende AI-demonstratoren ontwikkeld. Deze demonstratoren en bijbehorende rapporten illustreren hoe een ideale planningstool eruit kan zien, alsook hoe de data bij deze actoren gecapteerd kunnen worden.\n\nDe slimme planningen die door deze twee demonstratoren gegenereerd werden, tonen in vergelijking met de huidige manuele planningen veelbelovende resultaten en mogelijkheden voor zowel de optimalisatie binnen de organisatie van de thuiszorg als voor de (door)ontwikkeling van bestaande en nieuwe planningstools."},{"description":"HOGENT heeft de afgelopen jaren gewerkt aan de ontwikkeling van een digitale tool genaamd LifeCity voor het faciliteren van begeleidingsgesprekken in de jeugdhulpverlening voor kinderen (6 – 12 jaar). Daarnaast is er een gedeeltelijk prototype ontwikkeld van een vergelijkbare tool voor jongeren van 12 jaar en ouder, genaamd LifeTree.\n\nIn dit project is het doel om beide apps verder te ontwikkelen en een marktstudie uit te voeren met als doel marktuitbreiding. Er wordt gestreefd naar een duurzame vermarkting door het afsluiten van één of meerdere licentie- en samenwerkingsovereenkomsten met bestaande SAAS-providers in relevante sectoren. Deze providers zullen de apps aanbieden via sublicentie.","summary":"HOGENT heeft digitale tools ontwikkeld voor begeleidingsgesprekken in jeugdhulpverlening (LifeCity voor kinderen 6-12 j en LifeTree voor 12+). We willen deze apps verder ontwikkelen, marktonderzoek doen en licentieovereenkomsten sluiten met SAAS-providers voor duurzame groei.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001374","result_description":null},{"description":"Ondersteuning bij de uitbouw van een BOA decreet.","summary":"Ondersteuning bij marketingcommunicatie voor BOA decreet.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001375","result_description":null},{"description":"Het in ons project voorgestelde onderwijsvoorstel is een flexibel proces gebaseerd op drie fasen die rechtstreeks met de studenten worden doorlopen:\nEerste beoordeling - om het gedrag van de studenten te controleren als een zelfbeoordeling met behulp van de APP Leerproces - samengesteld uit een reeks educatieve activiteiten met verschillende opties, afhankelijk van de context, het tijdstip en de SDG's waarmee u wilt werken;\nEindbeoordeling - om de gedragsverandering te controleren die optreedt in het leven van de student tijdens en na het leerproces met behulp van de APP;\nStairway to SDG 3.0 wil het voorstel en het methodologische kader van het Stairway to SDG-project behouden en bevorderen (Good Practice), maar wil tegelijkertijd innovatieve instrumenten creëren en geven aan de leerkracht om het leerproces te ontwikkelen (New Output).\nWij willen multidisciplinaire, interdisciplinaire en technologische benaderingen aanmoedigen om leraren in beroepsonderwijs en -opleiding voor te bereiden en op te leiden. Bovendien plannen we in de tweede fase van het project een proefproject in een beroepsopleidingscentrum waarin we ons nieuwe resultaat testen door een diepgaande ervaring op te doen op basis van onze aanpak en methodologie.","summary":"Ons flexibele onderwijsvoorstel begeleidt studenten door drie fasen, met focus op zelfbeoordeling en gedragsverandering. Stairway to SDG 3.0 bevordert innovatieve tools voor leerkrachten en moedigt multidisciplinaire benaderingen aan in beroepsonderwijs. Proefprojecten gepland voor testfase.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001376","result_description":null},{"description":"Net als vele andere wereldsteden wordt Brussel vandaag geconfronteerd met een dubbele socio-technische lock-in op het vlak van asiel en migratie: (1) een grote en gevarieerde groep van tot 100.000 mensen zit letterlijk socio-ruimtelijk opgesloten in de hoofdstad zonder duidelijke toekomstperspectieven of legitieme bewegingsmogelijkheden omwille van hun precair burgerschap, (2) tegelijkertijd kan de Brusselse regering, omwille van de effecten van de nationale migratiegovernance, niet verder gaan dan louter crisismanagement aangezien migratie en asiel nationale bevoegdheden zijn. Deze dubbele lock-in in combinatie met de diepe politieke gevoeligheden rond migratie leiden tot een verlammend effect, waardoor steden zoals Brussel geconfronteerd worden met \"een crisis van de verbeelding\". ATLAS (Access To sheLter And Social infrastructure) tracht deze gelaagde crisis te ontrafelen door in detail te onderzoeken, in kaart te brengen en te ontwerpen hoe een stedelijke overheid met meerdere schaalniveaus zoals Brussel, via het bouwen en ter beschikking stellen van woningen en sociale infrastructuur, het precaire burgerschap van een toenemend aantal mensen in haar stad zou kunnen herschrijven.\n\nDrie jaar intensief veldwerk in Brussel naar het vaak verborgen 'infrastructureringswerk' van een veelheid aan actoren in dit domein zal leiden tot een ATLAS van scenario's waarin diverse vormen van het voorzien in huisvesting en sociale infrastructuur het precaire burgerschap van mensen kunnen herschrijven.\n\nHet ATLAS-team van antropologen, architecten, stedenbouwkundigen, geografen en maatschappelijk werkers (ondersteund door een denktank van lokale en internationale experts) zal in een multidisciplinair en in Brussel gevestigd co-creatielab fijnmazige, maar open scenario's co-produceren met een verscheidenheid aan lokale en internationale belanghebbenden. Het resulterende ATLAS zal worden tentoongesteld in een aantal Brusselse openbare centra en zal online beschikbaar worden gemaakt om de dringend noodzakelijke dialoog en het herschrijven van precair burgerschap in Brussel te stimuleren.","summary":"Brussels faces challenges in asylum and migration, with a large group stuck due to citizenship issues. ATLAS project aims to address this crisis by researching and designing housing solutions. A multidisciplinary team will create scenarios through collaboration, leading to an exhibition to foster dialogue and reshape citizenship in Brussels.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001377","result_description":null},{"description":"Van klimaatsceptici tot klimaatontkenners, de opkomst van sociale media zorgt voor een steeds snellere verspreiding van misinformatie en nepnieuws over wetenschap en klimaatopwarming, ook bij leerlingen.\n\nEen kritische en geïnformeerde houding tegenover wetenschap en technologie vormt een gezonde buffer tegenover misleidende berichten en versterkt de ontvankelijkheid van jongeren voor wetenschap. Een didactiek met oog voor ‘Nature of Science’ (NOS) is beloftevol om deze kritische en geïnformeerde houding op te wekken. NOS richt zich op de ‘aard van wetenschap’ en dit omvat inzicht in de betrouwbaarheid van wetenschappelijke uitspraken en hoe wetenschappelijke kennis wordt geconstrueerd.\n\nIn dit onderzoeksproject ontwikkelen we een methodiek gericht op het wapenen van jongeren tegen misinformatie over klimaat. Hierbij laten we jongeren via dialoog en reflectie stilstaan bij de eigenheden van wetenschap. We ontwerpen, evalueren en herontwerpen hiertoe de methodiek volgens een ‘educational design research’ opzet.\n\nWe werken hiervoor samen met een professionele leergemeenschap van lerarenopleiders, (aspirant-)leraren en experten. Via vormingen, implementatie in de lerarenopleiding, nascholingen en een artikel in een onderwijsgericht tijdschrift verspreiden we de ontwikkelde aanpak naar het werkveld.","summary":"De opkomst van sociale media verspreidt misinformatie over klimaat onder jongeren. Ons onderzoeksproject ontwikkelt een methode om hen kritisch te leren denken over wetenschap en klimaatverandering, in samenwerking met leraren en experts.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001378","result_description":null},{"description":"Via EF-boost onderzoeken we op welke manier leerkrachten secundair onderwijs de executieve functies (EF) van leerlingen in 1B en 2B kunnen ondersteunen.\n\nDeze EF zijn verantwoordelijk voor de zelfsturing en hebben een sterke connectie met het cognitieve, het affectieve en het metacognitieve functioneren.\n\nAan de hand van een onderwijskundig ontwerponderzoek zullen we in samenwerking met leerkrachten en studenten tools ontwikkelen.\n\nWe vertrekken vanuit de opgebouwde expertise binnen het educatieve bachelor lager onderwijs (https://www.lannoo.be/nl/groeien-executievefuncties-hoe-zo) en de leervragen van de leerkrachten in het werkveld.\n\nDe resultaten zullen verder gedissemineerd worden via de website www.ef-bril.be, congressen, artikels in academische en werkveldgerichte tijdschriften en het uitwerken van vormingen.","summary":"We onderzoeken hoe leerkrachten secundair onderwijs EF van 1B en 2B leerlingen kunnen ondersteunen. Samen met leerkrachten en studenten ontwikkelen we tools via educatief ontwerponderzoek, gebaseerd op expertise en leervragen. Resultaten worden gedeeld via website, congressen en artikels. Bezoek www.ef-bril.be voor meer informatie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001379","result_description":null},{"description":"Eén op de vijf gewestbruggen in Vlaanderen en Brussel is in slechte tot zeer slechte staat: renovatie blijft vaak uit. Naar aanleiding van dit recente mediabericht trachten we binnen DUBiT een antwoord te bieden op de prangende vraag: hoe kan de schade aan de betonbruggen op een duurzame manier aangepakt worden?\n\nOngeveer 70 tot 80% van de schade aan betonnen bruggen is in min of meerdere mate te linken aan corrosie van het staal in het betonnen element. Corrosieschade treedt op wanneer het staal zich afwisselend in een vochtige en droge omgeving bevindt (zoals een buitenomgeving) én wanneer blootgesteld aan CO2 en/of chloriden (bijvoorbeeld aanwezig in dooizouten of in kustomgeving). \n\nHet is voornamelijk deze chlorideverontreiniging, vooral vast te stellen ter hoogte van kritieke zones zoals oplegzones, voegen en waterdoorvoeren van bruggen, die tot ernstige schade en instabiliteit van de constructie kan leiden. Bovendien wordt er heden een golf van betonherstelprojecten verwacht: in de jaren ’60‐’70 was er een enorme toename in het betongebruik en de gemiddelde ontwerplevensduur van een betonconstructie is 50 jaar.\n\nHoe pakt men deze schade aan, hoe verlengt men de levensduur? Als chloriden schade veroorzaken in een gewapende betonconstructie, dan moet kathodische bescherming (KB) steeds een mogelijke én duurzame hersteloptie zijn. Binnen deze techniek bestaan er twee systemen: (i) het passieve systeem met behulp van opofferanodes (galvanic cathodic protection GCP) en (ii) actieve kathodische bescherming via opgedrukte stroom (impressed current cathodic protection ICCP). \n\nVia deze techniek wordt de elektrochemische potentiaal van het wapeningsstaal zodanig verlaagd dat corrosie ervan niet langer kan optreden, en is men mits goed ontwerp en uitvoering in staat om de levensduur van de beschermde (brug)constructie met minstens 25 jaar te verlengen. Bij klassiek betonherstel is het behalen van zo’n levensduurverlenging nagenoeg onmogelijk.\n\nEen eerste prospectie heeft echter aangetoond dat KB, en meer in het bijzonder het ICCP systeem, maar heel moeilijk van de grond komt in België: in 2015 waren er slechts een 20‐tal cases bekend. Men grijpt al te vaak terug naar klassiek herstel, wat bij het geval van chloride‐verontreinigd beton tot herstelschade kan leiden op relatief korte termijn (minder dan 5‐10 jaar). Gebrek aan kennis en ervaring, een te hoge kostprijs, en een eerder conservatieve denkwijze binnen de betonherstelwereld worden als voornaamste redenen aangehaald.\n\nBinnen het onderzoeksproject ‘A Bridge Too Far?’ tracht DUBiT, in samenwerking met Sanacon en DuEL, hieraan tegemoet te komen: (i) via een kwalitatief marktonderzoek, open conversatie met de betonherstelwereld en verdere inventarisatie en na‐calculatie/inspectie van bestaande KB‐ICCP cases in België, (ii) via een experimenteel proefprogramma waarbij de efficiëntie van het KB‐systeem, en meer in het bijzonder de stroomverdeling binnen het te beschermen betonelement, gesimuleerd (eindige elementen modellering) en gevalideerd (proefstukken op labo‐schaal) zal worden, (iii) via de ontwikkeling van een KB‐installatie (ICCP) op de campus Aalst op werkelijk schaal en (iv) via een hands‐on praktische opleiding voor de betonherstelwereld, uniek in België.\n\nOp deze manier wil DUBiT voortrekker zijn om kathodische bescherming als duurzame betonhersteltechniek op de kaart te zetten in België, met als strategie: sensibiliseren ‐> informeren ‐> adviseren ‐> activeren.","summary":"Duurzame oplossing voor betonbruggen: kathodische bescherming verlengt levensduur met 25 jaar. DUBiT tracht Belgische markt te informeren en sensibiliseren voor deze innovatieve techniek. Join the movement towards sustainable bridge repair!","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001380","result_description":null},{"description":"Met dit actie-onderzoek, in samenwerking met de doelgroep van mensen in sociaal isolement, willen we Brusselse organisaties (welzijn, cultuur, jeugd, sport, onderwijs, …) handvaten aanreiken om toegang te krijgen tot de groep van mensen in sociaal isolement, meer inzicht laten krijgen in de binnenkant van deze problematiek, de eigen werking van organisaties meer verbinden met deze mensen en een structureel beleid uit te bouwen dat aansluit op en sensitief is voor de drempels en hefbomen die mensen in sociaal isolement zelf formuleren op vlak van participatie en inclusie.\n\nDoor in te zetten op ervaringen, ervaringskennis en -deskundigheid van de doelgroep zelf, willen we de huidige ‘missing link’ in onze (sociale) werkpraktijk in Brussel overbruggen en een aanbod genereren dat nog beter is afgestemd op deze doelgroep. We geloven daarbij in de kracht van de verhalen van mensen.\n\nHiertoe werken we in verschillende fasen:\n\n1. We doen een online bevraging bij (sociale) professionals naar de vraagstukken, dilemma’s, uitdagingen, die zij ervaren bij het benaderen en ondersteunen van deze doelgroep. Het resultaat van deze bevraging vormt de insteek voor fase 2.\n\n2. We gaan in één op één gesprekken met een diverse groep van mensen in sociaal isolement (armoede, migratie, langdurig werkloos, leeftijd, gezondheid, alleenstaande, …) op zoek naar antwoorden op de vragen die voortkomen uit fase 1. We gaan op zoek naar de hefbomen en drempels die deze mensen naar voren schuiven in het connecteren met andere Brusselaars en met het bestaande Brusselse netwerk van organisaties allerhande. Deze gesprekken worden verwerkt in geluidsfragmenten / podcast, die op de website van Resokit komen, maar ook in organisaties en media kunnen gebruikt worden. Het werken met podcasts kan een formule zijn die we later hernemen voor andere doelgroepen, thematieken, …\n\n3. Via een interactief ontmoetingsmoment brengen we de antwoorden van de doelgroep terug bij het werkveld. We trachten dit op te zetten in dialoog met de doelgroep zelf en leren hier ook lessen uit. We laten ons hierin ondersteunen door organisaties die de ervaring hebben om met deze doelgroep te werken (bv. TAO de Link, Diogenes, IC, straathoekwerk JES, e.a.).\n\n4. We formuleren de voornaamste krachtlijnen en handvaten in een gids voor organisaties. Deze gids wordt ter beschikking gesteld van de verschillende sectoren. We streven doorheen het proces en bij afronding ervan, naar de uitbouw van een intersectorale samenwerking rond dit thema.\n\n5. Hiermee samengaand, blikken we vooruit naar de mogelijkheid tot een meer mediagenieke actie (brieven aan Brusselaars, portrettentoonstelling, stadswandelingen door de ogen van, podcasts op Bruzz, …) die als doel heeft taboedoorbrekend te zijn en te sensibiliseren, opdat er meer verbinding en ontmoeting ontstaat in onze grootstad met mensen in sociaal isolement.\n\n6. We streven er ook naar de (in)formele ondersteuning die we doorheen ons traject aan organisaties en professionals bieden, verder te zetten.","summary":"Samen met mensen in sociaal isolement werken we aan het verbinden van Brusselse organisaties met deze doelgroep. We verzamelen inzichten en ervaringen om een inclusief beleid te ontwikkelen en bieden handvaten aan professionals. Door gebruik te maken van podcasts en interactieve momenten streven we naar meer verbinding en sensibilisering in de stad.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001381","result_description":null},{"description":"Van nieuwe trends bij bewuste consumenten tot maatschappelijke uitdagingen rond ons klimaat en onze gezondheid: ze pushen de voedingsproducenten om vandaag te investeren in de voeding van morgen.\n\nDit project beoogt de introductie van natuurlijke antioxidanten op basis van appelhoutextract in de voedingssector ter vervanging van courant gebruikte synthetische antioxidanten (SAO) met aandacht voor ecologische, economische en circulaire aspecten.\n\nDe toepassing van natuurlijke extracten zal getest worden in een eenvoudige matrix op basis van olie en water (emulsie), representatief voor de voedingsindustrie, en dit in 3 fasen van stijgende complexiteit.\n\nIn fase 1 wordt de matrix bereid in het labo en vormt deze de basis voor de volgende fasen 2 (en 3).\n\nIn een tweede fase worden voedingsmatrices (emulsies in de vorm van mayonaise en paté) op semi-conform de industriële wijze normen geproduceerd op pilootschaal.\n\nIndien de resultaten in fase 1 en 2 succesvol zijn zal er in een derde fase getest worden op industriële schaal.\n\nConcreet worden in iedere fase diverse emulsies gemaakt: een blanco, referenties en emulsies met additie van appelhoutextract.\n\nDe oxidatie van de emulsies wordt in functie van de tijd opgevolgd, zodoende de anti-oxidatieve werking van de extracten te vergelijken t.o.v. de referenties.\n\nDe algemene output van dit project is het creëren van een ingrediënt in de vorm van een natuurlijk antioxidant naar wens van de consument én producent die de rol van kunstmatige antioxidanten kan overnemen.","summary":"Ontdek de toekomst van voeding met natuurlijke antioxidanten uit appelhoutextract. Dit project richt zich op ecologische en economische aspecten om synthetische antioxidanten te vervangen. Testen in verschillende fasen tonen de anti-oxidatieve werking aan, gericht op consumenten- en producentenbehoeften.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001382","result_description":null},{"description":"De roodschaarkreeft is een tropische zoetwaterkreeft afkomstig uit Australië. Deze soort beschikt over een aantal eigenschappen die haar interessant maken voor commerciële aquacultuur in Vlaanderen. De teelt van roodschaarkreeften kan een duurzame diversificatiemogelijkheid vormen voor onder meer viskwekers en glastuinbouwtelers.\n\nIn dit onderzoeksproject willen we een aantal marktgerelateerde en teelttechnische zaken onderzoeken. Het doel is om ontbrekende informatie te verzamelen die nodig is voor de uitvoering van een accurate rendabiliteitsstudie en die de opschaling van kweekinstallaties op pilootschaal naar een commerciële schaal moet toelaten. Enerzijds zullen we een marktonderzoek uitvoeren om het marktpotentieel en de mogelijke marktprijs van deze kreeft te bepalen.\n\nDaarnaast zullen we de teeltmethode optimaliseren, waarbij we focussen op het voederregime, het gebruik van schuilplaatsen in de kweektanks en het bepalen van de vereiste mechanische en biologische filtercapaciteit in een kweekinstallatie. Tot slot wordt onderzocht hoe roodschaarkreeften het efficiëntst geoogst en gesorteerd kunnen worden. Hierbij zullen we zelf een prototype ontwikkelen van een automatische oogst- en sorteermachine, en deze vergelijken met bestaande oogst- en sorteertechnieken.\n\nDe resultaten uit de verschillende werkpakketten zullen uiteindelijk gebruikt worden om de economische haalbaarheid van de teelt van roodschaarkreeften te evalueren. Om dit multidisciplinair project tot een goed einde te brengen, voorzien we een samenwerking tussen vier Odisee-opleidingen, met name agro- en biotechnologie, marketing, accountancy-fiscaliteit en elektromechanica.\n\nDaarnaast worden twee commerciële bedrijven uit de Vlaamse aquacultuur sector - Aqua4C NV en BVBA Bewust - nauw betrokken bij het project, alsook de land- en tuinbouwschool PTI Kortrijk, die al jaren ervaring heeft met de kweek van roodschaarkreeften op pilootschaal.","summary":"Ontdek de commerciële potentie van de roodschaarkreeft uit Australië voor Vlaanderen. Samenwerking tussen 4 Odisee-opleidingen en 2 bedrijven om de teelt te optimaliseren en de economische haalbaarheid te evalueren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001383","result_description":null},{"description":"Samen met verschillende partners werken we naar duurzame krachten in de kinderopvang. Begeleidingstraject voor toekomstige kinderbegeleiders. Het project werkt toe naar duurzame krachten in de kinderopvang door een geïntegreerd en kwalificerend begeleidings- en opleidingstraject voor toekomstige kinderbegeleiders voor baby’s en peuters. De focus ligt op ‘werkplekleren’. De doelgroep van dit project zijn kwetsbare werkzoekenden en niet-beroepsactieven waarvoor er in de bestaande opleidingen (soms) te veel drempels zijn.\n\nBegeleidingtraject in samenwerkingsverband. In samenwerking met Stad Gent, CVO Groeipunt, VDAB en organisatoren uit de kinderopvang stimuleren en begeleiden we de deelnemers. Die begeleiding bestaat uit een mix van ondersteuning door Stad Gent, opleiding door CVO Groeipunt en coaching voor de organisatoren door Arteveldehogeschool. Vanuit het samenwerkingsverband willen we drempels signaleren en aanpakken om meer kansen te creëren voor zowel deelnemers, opleiding alsook voor de organisaties die werkplekleren aanbieden.","summary":"Partners werken samen voor duurzame krachten in kinderopvang. Begeleidingstraject voor toekomstige kinderbegeleiders, focus op werkplekleren. Doel: kwetsbare werkzoekenden helpen. Samenwerking met Stad Gent, CVO Groeipunt, VDAB en kinderopvang. Begeleiding door verschillende partijen om drempels aan te pakken en kansen te creëren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001384","result_description":null},{"description":"Moeten we vluchtelingen uit Oekraïne en Afghanistan op dezelfde manier behandelen? Mogen twee mannen een kind adopteren? Mag je geweld gebruiken om aandacht voor een goed doel op te eisen? \n\nMaatschappelijke kwesties zoals gender, oorlog of (de)kolonisering veroorzaken steeds regelmatiger spanningen in de klas of tijdens klasuitstappen naar musea. De botsende waardenkaders die de spanning veroorzaken samen onderzoeken, biedt jongeren de kans om te werken aan burgerschapscompetenties, met name het waardegeladen kritisch denken.\n\nWaardegeladen kritisch denken omvat (i) andermans waardenperspectief leren begrijpen, (ii) verschillende meningen respectvol en kritisch onderzoeken en (iii) een weloverwogen en onderbouwd waardenstandpunt vormen. Dit project wil waardegeladen kritisch denken bij jongeren stimuleren door in te zetten op dialoog en reflectie over waardegeladen maatschappelijke thema’s.\n\nDe methodiek richt zich zowel op leerlingen uit de eerste graad van de A-stroom als de B-stroom, met specifieke aandacht voor jongeren uit een meertalige grootstedelijke context. Daarnaast ontwikkelen we een vormingspakket om leerkrachten en museumeducatoren te leren hoe de methodiek te hanteren.\n\nWe onderzoeken hoe de methodiek het waardegeladen kritisch denken van jongeren beïnvloedt en hoe het vormingspakket leerkrachten en educatoren in staat stelt waardegeladen kritische denkactiviteiten te begeleiden. In samenwerking met de partners wordt de finale methodiek geïmplementeerd binnen musea, scholen, de lerarenopleidingen en opleiding orthopedagogie van Odisee en partners.","summary":"Stimuleer waardegeladen kritisch denken bij jongeren door dialoog en reflectie over maatschappelijke thema's. Ontwikkeling van methodiek voor A- en B-stroom leerlingen, met focus op meertalige grootstedelijke context. Vormingspakket voor leerkrachten en museumeducatoren om methodiek te hanteren. Implementatie in musea, scholen en lerarenopleidingen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001385","result_description":null},{"description":"Tijdens renovatiewerken worden er geen risico's genomen wanneer het op funderingen of vloerplaten aankomt. Men kiest steevast voor een ingreep waarin beton de hoofdrol speelt. Voor de stabiliteit en waterdichtheid van een gebouw is dit ook een verantwoorde keuze.\n\nMaar wat gebeurt er als de vloer er terug uit moet voor ingrijpende aanpassingen of als het gebouw gesloopt wordt? Alles moet losgebroken worden en een degradatie van de materialen is onvermijdelijk. Het scheiden van de verschillende materialen is daarenboven tijdrovend en arbeidsintensief. Dat dit hele proces een hoge milieu-impact heeft, is extra nadelig en dringt een toekomstbestendige oplossing op.\n\nOnderzoek naar de circulaire en energetische renovatie van de funderingsaanzet en het aansluitende vloerpakket is noodzakelijk om enerzijds wettelijk te voldoen aan de eisen geschreven binnen het Renovatiepact en anderzijds tegemoet te komen aan de Europese ambities beschreven in de Green Deal. Momenteel zijn vooral zwaar milieubelastende technieken algemeen aanvaard in de bouwsector.\n\nGelukkig zijn er alternatieven. Pioniers in circulair bouwen focussen zich reeds jarenlang op de losmaakbaarheid en herinzetbaarheid van de bouwmaterialen. Binnen het project ontwerpt een multidisciplinair team wetenschappelijk verantwoorde en duurzame alternatieven. We houden verschillende cases onder de loep, bouwen verschillende mock-ups na in het labo van de hogeschool en evalueren de uitvoeringspraktijk.\n\nDe resultaten worden gebundeld in een ontwerpgids met oplossingen die rechtstreeks inzetbaar zijn op de bouwwerf.","summary":"Beton speelt een cruciale rol bij renovaties, maar degradatie bij demontage is onvermijdelijk. Onderzoek naar circulaire renovatie biedt duurzame alternatieven die voldoen aan wettelijke en Europese eisen. Ontwerp van herinzetbare materialen en praktische oplossingen voor de bouwsector.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001386","result_description":null},{"description":"Het houden van mensapen in dierentuinen is steeds vaker onderwerp van discussie. Een centrale vraag hierbij is of dierentuinen mensapen een leven kunnen bieden dat het waard is om te leven. Welzijnsonderzoek bij landbouwhuisdieren maakte de voorbije jaren grote conceptuele en methodologische sprongen, en dierentuinen kunnen moeilijk de huidige trends bijhouden.\n\nEr is nood aan een onafhankelijk en multidisciplinair onderzoeksteam dat moderne inzichten en technieken gebruikt om het welzijn van mensapen in gevangenschap te onderzoeken. Vanuit Odisee willen we dit platform bieden en op basis van de moderne inzichten welzijnsevaluatieprotocollen voor mensapen ontwikkelen die praktisch zijn, inspelen op de vragen van de sector en eenvoudig te implementeren door de eindgebruikers (verzorgers).\n\nHiertoe inventariseren we eerst het huidige beheer van mensapen in dierentuinen aan de hand van questionnaires. Vervolgens identificeren we op basis van literatuuronderzoek en focusgesprekken in co-creatie met diverse belangengroepen (dierentuinpersoneel, dierenrechtenorganisaties, publiek) de belangrijkste parameters van welzijn voor mensapen. Hierbij houden we rekening met specifiek innovaties rond 1) voedingsmanagement; 2) keuze en controle; 3) maten van positief welzijn.\n\nWe werken een welzijnsevaluatie protocol uit met inbegrip van een Qualitative Behavioural Assessment (QBA) uit als prototype. Dit prototype testen we uit in Vlaamse dierentuinen en valideren we door gedragsobservaties samen met studenten uit de opleiding Dierenzorg. Aan het einde van het tweede jaar organiseren we een symposium om terug te koppelen naar het werkveld.\n\nDit project zal resulteren in praktisch bruikbare welzijn assessments / QBA die kunnen worden gebruikt door dierentuinen in de Benelux, maar ook op bredere schaal in Europa. De resultaten zullen worden samengevat in wetenschappelijke publicaties (bv Animals) en in vaktijdschriften (bv de Harpij) en worden via sociale mediakanalen van Odisee verspreid.","summary":"Onderzoek naar welzijn van mensapen in dierentuinen: Odisee ontwikkelt welzijnsevaluatieprotocollen met moderne inzichten en technieken. Het project resulteert in praktische assessments die dierentuinen in de Benelux en Europa kunnen gebruiken.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001387","result_description":null},{"description":"Met het project Kadet ontwikkelen we een intergenerationele ondersteuningstool voor grootouders en brussen. Deze tool richt zich op de rol die grootouders opnemen ten aanzien van een kleinkind met een ernstig of langdurig zieke broer of zus.\n\nUit onderzoek blijkt dat ouders bezorgd zijn om te weinig aandacht te besteden aan de noden van deze brussen. Verder blijkt dat grootouders goed geplaatst zijn om de tekortkomingen in emotionele en praktische steun op te vangen.\n\nAan de hand van kwalitatief onderzoek worden de noden van grootouders, brussen en ouders in kaart gebracht. Daarna zal in samenwerking met onze werkveldpartners een tool ontwikkeld worden.\n\nDeze tool wordt uitgetest en zal tenslotte geïmplementeerd worden in verschillende settings zoals pediatrische afdelingen van ziekenhuizen, gezins-, ouder-, patiënten- en grootouderverenigingen.\n\nHeeft u interesse in dit project? Neem contact op met liesbet.coopman@odisee.be.","summary":"Ontwikkeling van intergenerationele ondersteuningstool Kadet voor grootouders en brussen van zieke kinderen. Onderzoek toont tekortkomingen aan in steun voor brussen, waar grootouders kunnen helpen. Neem contact op voor meer informatie: liesbet.coopman@odisee.be.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001388","result_description":null},{"description":"Tijdens dit onderzoeksproject wordt nagegaan hoe kombucha optimaal kan geproduceerd worden in gesloten fermentatietanks. De traditionele fermentatie in open tanks duurt lang en kan resulteren in een afwijkend en/of niet constant eindproduct.\n\nDoor fermentatieparameters te optimaliseren, en aanvullend de invloed van diverse grondstoffen en micro-organismen te vergelijken, wordt het proces in kaart gebracht. \n\nDe bestudeerde innovatieve fermentatie/productietechniek wordt vervolgens beschikbaar gesteld aan kombucha-producenten. \n\nWil je meer weten over het project, neem dan contact op met jannes.vanhoucke@odisee.be.","summary":"Dit onderzoeksproject richt zich op het optimaliseren van kombucha productie in gesloten fermentatietanks voor consistente kwaliteit. Innovatieve technieken worden ontwikkeld en gedeeld met producenten. Voor meer informatie, contacteer jannes.vanhoucke@odisee.be.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001389","result_description":null},{"description":"Leerlingen in een superdiverse klas constructief met elkaar laten praten over Mohammedcartoons of dekolonisatie is een uitdaging. Hoe reageer je als leerkracht op uitspraken van leerlingen die ingaan tegen jouw eigen waarden? Leerkrachten die hun leerlingen burgerschapscompetenties willen bijbrengen, staan voor deze vragen.\n\nHet leren argumenteren over maatschappelijke thema's is een prioriteit in het onderwijs sinds de vernieuwde onderwijsdoelen, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Onderzoek toont aan dat Vlaamse leerlingen laag scoren op het vlak van burgerschapscompetenties en dat leerkrachten zich onvoldoende bekwaam voelen om dialogen te faciliteren. Ze voelen zich onzeker en vermijden soms belangrijke onderwerpen, zelfs als die kansen bieden.\n\nEen succesvolle dialoog over maatschappelijke thema's kan de 'sense of belonging' van jongeren uit minderheidsgroepen vergroten, evenals hun identificatie met de schoolcultuur en de maatschappij. Deze 'sense of belonging' is cruciaal om tolerantie te bevorderen en democratische vaardigheden aan te leren.\n\nOm tegemoet te komen aan de behoeften van zowel leerlingen als leerkrachten, ontwikkelen wij een aanpak met twee pijlers. Allereerst is er de BurgerschapsReflex-methodiek om burgerschapsdialogen in superdiverse klassen te voeren, gebaseerd op bestaande dialoogmodellen zoals de Socratische dialoog en interculturele communicatie. Daarnaast is er het BurgerschapsReflex-vormingstraject om leerkrachten te trainen in dialogische vaardigheden en om te gaan met hun onzekerheid.\n\nIn samenwerking met professionele leergemeenschappen ontwikkelen we deze aanpak door verschillende onderzoekscycli te doorlopen met behulp van 'Education Design Research'. We onderzoeken de impact van het professionaliseringstraject op de dialogische vaardigheden van leerkrachten en factoren die verband houden met hun onzekerheid. Ook bestuderen we hoe deze aanpak de 'sense of belonging' van jongeren uit superdiverse klassen beïnvloedt.\n\nDe implementatie van deze aanpak gebeurt in samenwerking met diverse partners uit het werkveld. Deze partners zijn betrokken als expert, als brug naar scholen, als lid van de professionele leergemeenschap of als co-auteur van onderzoeks- of praktijkgerichte publicaties.","summary":"Leerkrachten worstelen met het faciliteren van burgerschapsdialogen in superdiverse klassen. Onze aanpak omvat een BurgerschapsReflex-methodiek en vormingstraject om leerkrachten en leerlingen te ondersteunen in het voeren van constructieve dialogen en het vergroten van 'sense of belonging'. Met behulp van professionele leergemeenschappen ontwikkelen we deze aanpak en onderzoeken we de impact op dialoogbegeleiding en 'sense of belonging'.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001390","result_description":null},{"description":"Zorgverleners geven aan dat het aantal bewoners met een psychiatrische kwetsbaarheid in WZC toeneemt. Hierbij gaat het niet alleen om bewoners met neurocognitieve stoornissen omwille van dementie, maar ook om bewoners met depressieve-stemmingsstoornissen, schizofrenie en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, impulsbeheersings- en gedragsstoornissen, verslavingsstoornissen, enzovoort.\n\nTot op heden is er geen duidelijk beeld over het aantal bewoners met een psychiatrische kwetsbaarheid en specifieke zorgnoden. Zowel zorgverleners als de aanbevelingen uit het KCE-rapport over de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen in België, geven de nood aan van specifieke opleidingen en gespecialiseerde ondersteuning voor zorgverleners in de zorg voor bewoners met een psychiatrische kwetsbaarheid.\n\nDit onderzoeksproject richt zich op de professionalisering en ondersteuning van zorgverleners in WZC in de zorg voor bewoners met een psychiatrische kwetsbaarheid.","summary":"Zorgverleners in WZC ervaren een stijging van bewoners met psychiatrische kwetsbaarheid. Dit project focust op opleiding en ondersteuning voor betere zorg.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001391","result_description":null},{"description":"Er wordt door bedrijven geïnvesteerd in gehoorbescherming en toch wordt deze niet altijd (consequent) gedragen op de werkvloer. Dit heeft een negatieve impact op het individu (gehoorverlies, oorsuizen, hart- en vaatziekten, vermoeidheid, ...), de onderneming (groter risico op ongevallen, stijgend absenteïsme, dalende productiviteit en werknemerstevredenheid, ...) en de maatschappij (belasting gezondheidszorgsysteem).\n\nHet algemeen doel van dit project is in co-creatie met Vlaamse KMO’s en grote bedrijven een onderbouwde tijdsefficiënte interventie te ontwikkelen vanuit de inzichten uit de gedragswetenschappen om de non-use van gehoorbescherming aan te pakken.\n\nAan de hand van een gebruiksvriendelijke en laagdrempelige implementatiegids wordt een duurzame gedragsverandering geïnitieerd bij werknemers die blootgesteld worden aan lawaai.","summary":"Bedrijven investeren in gehoorbescherming, maar werknemers dragen deze niet consistent. Dit heeft negatieve gevolgen voor individu (gehoorverlies), bedrijf (ongevallenrisico, absenteïsme) en maatschappij. Project ontwikkelt interventie om gedragsverandering te stimuleren bij werknemers blootgesteld aan lawaai.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001392","result_description":"In co-creatie met 20 ondernemingen van verschillende grootte en sector en andere relevante organisaties werd tijdens het 2-jarig project EarCovered at work een inspiratiegids ontwikkeld om het dragen van gehoorbescherming in een onderneming te stimuleren. Alle relevante informatie en de gids zelf zijn terug te vinden op de projectwebsite: www.earcoveredatwork.be.\n\nDe gids biedt inspiratie voor een mogelijke aanpak die je stapsgewijs kan doorlopen in jouw onderneming:\n\nSTAP 1: Waarom wordt gehoorbescherming wel/niet gedragen? Vertrek vanuit de 13 statistisch significante verbanden die we konden identificeren.\n\nSTAP 2: Welke doelen stel je voorop?\n\nSTAP 3: Selecteer mogelijke toepassingen om tot een duurzame verandering te komen.\n\nBij de deelnemende bedrijven werd reeds na enkele maanden een eerste significante verbetering opgemerkt."},{"description":"Dit project richt zich op alle aspecten van het professioneel implementeren van beeldbellen in de brede welzijns- en gezondheidszorgsector en meer bepaald de mogelijkheden en (het wegwerken van) de drempels voor het implementeren van (bestaande) beeldbeltools in ambulant blended welzijnswerk en gezondheidszorg. Het Business Model Canvas (BMC) dient hierbij als kader om organisaties in staat te stellen om: relevante netwerken en strategische partners in kaart te brengen, te bepalen waar beeldbellen een meerwaarde kan zijn, deontologische vragen bij het inzetten van beeldbellen uit te zuiveren, scherp te krijgen wat medewerkersvertrouwen in beeldbellen inhoudt, de keuze voor een beeldbeltool te argumenteren, de meerwaarde voor de hulpvrager of cliënt hard te maken, na te gaan of en hoe de relatie met de cliënt wijzigt, te bepalen hoe beeldbellen kan gecombineerd worden met andere communicatievormen, te bepalen bij welke cliëntensegmenten beeldbellen kan 'werken', de kostenstructuur van de implementatie van beeldbellen op te maken.\n\nIn samenwerking met meer dan 40 werkveldpartners werden ontwerpkaders, checklists, sjablonen, do’s en don’ts, overzichten, infographics en presentaties uitgewerkt om op bovenstaande aspecten een antwoord te geven. Het eindproduct van dit Tetraproject is een Massive Open Online Course – een e-learningplatform dat te raadplegen is via https://elearning-onlinehulp.be/simba/ Dit e-learningpakket bestaat uit 13 modules met hulpmiddelen om op een succesvolle manier beeldbellen in welzijns- en zorgorganisaties te integreren.","summary":"Dit project focust op professioneel implementeren van beeldbellen in welzijns- en zorgsector. Met BMC als kader, biedt het hulpmiddelen en e-learning via https://elearning-onlinehulp.be/simba/ voor succesvolle integratie van beeldbellen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001393","result_description":null},{"description":"Met MOoiZO!? willen we een digitaal platform creëren, gebaseerd op artificiële intelligentie, ter ondersteuning van het poetsgedrag en de mondgezondheid van adolescenten tijdens hun orthodontische behandeling.\n\nVoor deze patiënten is een juiste poetstechniek erg belangrijk, maar deze wordt momenteel enkel opgevolgd tijdens de consultaties. Via de MOoiZO!? app zullen de gebruikers wekelijks drie gebitsfoto’s, genomen met hun smartphone, kunnen uploaden die door middel van artificiële intelligentie (AI) geanalyseerd en gescoord zullen worden op vorming van tandplak, aanleg tot gingivitis (ontsteking van het tandvlees) alsook het voorkomen van white spots (de precursor van cariës).\n\nOp basis van deze scores zullen de gebruikers passende feedback krijgen, waardoor ze gerichter kunnen gaan poetsen en hun mondgezondheid op pijl kunnen houden tijdens hun behandeling. Het gebruik van deze applicatie zal er voor zorgen dat de behandelende mondgezondheidsspecialist (orthodontist, tandarts of mondhygiënist) efficiënter te werk kan gaan tijdens de consultaties en minder tijd moet spenderen aan het steeds opnieuw herhalen van de juiste poetstechniek bij de patiënt (i.e stijging van het aantal patiënten per uur), en sluit tevens helemaal aan bij de huidige tendens waarbij maximaal ingezet wordt op teleconsulting in de gezondheidszorg.\n\nTevens zou de behandeling van de patiënt efficiënter kunnen verlopen, daar het gebruik van de applicatie kan leiden tot een daling van het aantal progressie-remmende mondgezondheidsproblemen. MOoiZO!? kan op die manier de nodige ondersteuning bieden aan zowel de mondgezondheidsspecialist als de patiënt.","summary":"MOoiZO!? is een digitaal platform met AI-ondersteuning voor adolescenten met orthodontische behandelingen. Gebruikers kunnen wekelijks gebitsfoto's uploaden voor analyse op tandplak, gingivitis en cariëspreventie, waardoor gerichte feedback wordt gegeven. Dit helpt poetsgedrag te verbeteren en mondgezondheid te behouden. Efficiëntie van mondgezondheidsspecialisten wordt verhoogd en behandelingen kunnen effectiever verlopen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001394","result_description":null},{"description":"Het doel van dit concept is om de noodzaak te onderbouwen van een universele geluidsdosimetrie-applicatie voor MP3-spelers die rekening houdt met leeftijdsspecifieke en individuele correcties.","summary":"Deze samenvatting kan worden gebruikt voor een marketingcommunicatie:\n\nOntdek de essentie van ConcepTT: een innovatieve geluidsdosimetrie-app voor MP3-spelers met leeftijdsspecifieke en individuele correcties. Ervaar geluid op een veilige manier.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001395","result_description":null},{"description":"Aan de AUGent werd een project goedgekeurd voor een IOF-mandaat: \"liaison hogescholen\". Binnen dit project werd een IOF-mandataris aangesteld die zal werken voor/samenwerken met de drie hogescholen (Artevelde, HOGENT en HOWEST) en de UGent. Naast een aantal vaste doelstellingen die gelden voor elke IOF-mandataris (aanspreekpunt TTO, overzicht beschikbare expertise, detecteren valorisatiemogelijkheden, uitbouwen van een netwerk, ...) heeft deze mandataris ook een aantal specifieke doelstellingen. Daaronder vallen o.a. een aanspreekpunt zijn voor onderzoekers van de drie hogescholen bij IOF-oproepen (onderzoeksapparatuur, projecten, consortia,...) en samenwerkingen tussen alle AUGENT-associatiepartners (hogescholen en UGent) stimuleren, met een bijzondere focus op economische valorisatie van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek aan de hogescholen.\n\nDit IOF-mandaat werd toegekend aan Hendrik De Cooman.","summary":"Bij AUGent is Hendrik De Cooman aangesteld voor het IOF-mandaat \"liaison hogescholen\", gericht op samenwerking tussen Artevelde, HOGENT, HOWEST en UGent voor economische valorisatie van praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001396","result_description":null},{"description":"In eerder onderzoek hebben we baanbrekend werk verricht met soundscapes om gedragsproblemen van rusthuisbewoners met dementie te verminderen.\n\nDeze gedragsproblemen staan bekend als Behavioural and Psychologic Symptoms of Dementia (BPSD).\n\nOm onze technologie te valideren, beschrijven we een valorisatietraject dat kan leiden tot de oprichting van een spin-off of tot in licentieverlening van onze technologie.","summary":"Ontdek hoe onze soundscapes baanbrekend werk verrichten om gedragsproblemen van rusthuisbewoners met dementie te verminderen. Onze technologie kan leiden tot een spin-off of licentiegeving.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-001397","result_description":null},{"description":"Artificiële Intelligentie is een technologische prioriteit voor West-Vlaanderen. Momenteel ontstaat in West-Vlaanderen een unieke AI-biotoop die kennisopbouw, kennisvalorisatie en kennisverspreiding omvat.\n\nHet innovatietraject in deze toepassing wordt ingebed in deze biotoop en verfijnt en implementeert verder de gezamenlijke roadmap binnen het domein van AI tussen KU Leuven Campus Kulak Kortrijk en Campus Brugge, en Hogeschool Vives.\n\nDoor samen te werken en elkaars sterke punten uit te spelen, en door de bedrijfsnetwerken van beide instellingen, die bestaan uit zowel grote industriële bedrijven als KMO's, in synergie te brengen, wordt er meerwaarde gecreëerd voor zowel de kennisinstellingen als voor de industrie.\n\nHet doel is om het aantal valorisatieprojecten met het bedrijfsleven en de industrie aanzienlijk te verhogen om de integratie van nieuwe wetenschappelijke kennis en technologie in nieuwe producten en diensten te versnellen en zo het internationale concurrentievermogen te versterken.","summary":"In West-Vlaanderen wordt Artificiële Intelligentie geprioriteerd met een focus op kennisopbouw, -valorisatie en -verspreiding. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven stimuleert innovatie en valorisatieprojecten voor een sterker internationaal concurrentievermogen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001398","result_description":null},{"description":"Dit is een project om DOSP te testen.","summary":"Test DOSP in dit project om effectieve marketingcommunicatie te creëren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001399","result_description":null},{"description":"Dit is een abstract.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Kort en krachtig overzicht van promotieactiviteiten om merkbekendheid en verkoop te stimuleren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001400","result_description":null},{"description":"Testproject rechten.","summary":"Marketingcommunicatie voor het testproject rechten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001401","result_description":null},{"description":"Hier is de opgekuisde tekst:\n\nLaatste testpoging.","summary":"Optimaliseer je marketingcommunicatie met succesvolle strategieën voor een blijvende impact.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001402","result_description":null},{"description":"Een testproject voor DOSP en FRiS.","summary":"Test DOSP en FRiS in een marketingcommunicatieproject.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001403","result_description":null},{"description":"Dit project richt zich op kort- en middengeschoolde profielen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Personen met een afstand tot de arbeidsmarkt definiëren we als personen met een probleem van deelname aan het arbeidsleven dat te wijten is aan een samenspel van persoonlijke (mentale, psychische, lichamelijke) en sociale achterstellingsfactoren.\n\nDe basisbemiddeling is voor deze personen onvoldoende, extra acties zijn nodig om hun afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Eén van de grootste werkgevers van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt is de sociale economie (SE). Hoewel het project niet uitsluitend gericht is op de sociale economie, wordt er hier een belangrijke focus op gelegd.\n\nDoorstroom vanuit de sociale economie naar een duurzame, betaalde job (in het reguliere circuit) is en blijft een grote uitdaging. Ook na invoering van de decreten ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’ en ‘Lokale diensteneconomie’, waarin deze doorstroom werd verankerd. Terwijl op het terrein grote inspanningen worden geleverd, tonen cijfers – hoewel nog niet officieel – aan dat deze decreten voorlopig tot weinig concrete resultaten hebben geleid.\n\nOok andere vormen van tewerkstelling voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt leveren niet altijd duurzame resultaten op. We denken hierbij aan Tijdelijke Werkervaring (TWE), Wijk-Werken (WW), beroepsinlevingsstage (BIS), etc. We treden met de verruiming van de doelgroep van medewerkers in de sociale economie naar kort- en middengeschoolde personen met een afstand tot de arbeidsmarkt bovendien tegemoet aan de wensen van de deelnemers aan de focusgroepen.\n\nBinnen dit project kijken we naar nieuwe opportuniteiten om deze doelgroep te (her)activeren op de (reguliere) arbeidsmarkt en hun kansen op een duurzame job te verhogen. Deze vinden we o.a. in de groeiende circulaire economie.","summary":"Dit project focust op kort-en middengeschoolde profielen met afstand tot arbeidsmarkt, met speciale aandacht voor sociale economie. Het doel is om hun kansen op duurzame banen te vergroten, o.a. door nieuwe kansen in circulaire economie te benutten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001404","result_description":null},{"description":"Sinds de nieuwe eindtermen en leerplannen staat historisch denken centraal in het geschiedeniscurriculum. Actief inzetten op het historisch denken van jongeren is makkelijker gezegd dan gedaan. Vooral het gebruik van structuurbegrippen ligt niet voor de hand.\n\nStructuurbegrippen zijn begrippen die niet aan een bepaalde leerstof zijn gebonden, maar kenmerkend zijn voor het beoefenen van dit vak, zoals causaliteit en agency. Vooral de omgang met begrippen die naargelang de context een andere betekenis kunnen krijgen is uitdagend.\n\nIn de literatuur rond conceptverwerving en filosofiedidactiek bestaat er een lange traditie om jongeren te laten focussen op abstracte begrippen. Gebaseerd op leeractiviteiten uit deze context ontwikkelen we een aanpak om het verwerven van structuurbegrippen bij leerlingen te ondersteunen.\n\nWe ontwikkelen deze methodiek aan de hand van een education-based-research opzet waarop we in verschillende cycli materiaal ontwerpen, evalueren en aanpassen in samenwerking met een professionele leergemeenschap.","summary":"Het bevorderen van historisch denken bij jongeren, met de focus op structuurbegrippen zoals causaliteit en agency, is een uitdaging. We ontwikkelen een aanpak gebaseerd op conceptverwerving en filosofiedidactiek in samenwerking met een professionele leergemeenschap.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001405","result_description":null},{"description":"DIVERSI-DATE creëert een veilige, respectvolle en inclusieve leeromgeving waarin leerlingen elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen over wereldbeelden en Europese waarden. Dit gebeurt door middel van creatieve en digitale leermethoden, met de steun van hogeschoolstudenten. Het doel is om jongeren te versterken en hun weerbaarheid te vergroten, creativiteit in het onderwijs te stimuleren en de weerbaarheid van de creatieve sector te versterken in een uitdagende en veranderende maatschappelijke context.\n\nWe leven in een snel veranderende samenleving met tal van maatschappelijke uitdagingen, zoals polarisatie, klimaatverandering en recent de Covid-crisis. Spelers op het gebied van onderwijs, jeugdwerk en de creatieve sector worstelen om op een duurzame manier met deze uitdagingen om te gaan. Daarnaast erkennen zij dat jongeren versterkt moeten worden op het gebied van weerbaarheid, burgerschapscompetenties, creatieve coping en bewustzijn van Europese waarden in deze uitdagende sociale context.\n\nAan de andere kant merken we bij al deze spelers ook veel energie, creativiteit en bereidheid tot samenwerking om deze uitdagingen aan te gaan. Diversi-Date creëert een internationaal platform waarin de creatieve en artistieke sector, middelbare scholen en hogescholen samenwerken om creatieve en innovatieve methoden te ontwikkelen die aangepast zijn aan een uitdagende en digitaliserende sociale context.\n\nDe doelgroepen en belangrijkste doelstellingen zijn als volgt:\n- Leerlingen/jongeren: leren om creatieve en digitale methoden toe te passen bij het omgaan met sociale risico's, en hun weerbaarheid, burgerschapscompetenties en bewustzijn van Europese waarden te versterken.\n- Studenten (hoger onderwijs): versterken van burgerschapscompetenties en competenties met betrekking tot cultuurgevoelig en inclusief groepswerk door het toepassen van creatieve methoden.\n- Docenten en jongerenwerkers: versterken van burgerschapscompetenties en competenties met betrekking tot cultuursensitief en inclusief professioneel werk door het toepassen van creatieve methoden.\n- Creatieve partners: innoveren, aanpassen, toepassen en delen van methoden in interactie met scholen, instellingen voor hoger onderwijs en andere creatieve partners nationaal en internationaal. Deze methoden zullen hun positie versterken in een uitdagende en digitaliserende maatschappelijke context.","summary":"DIVERSI-DATE bevordert ontmoeting en dialoog tussen leerlingen via creatieve en digitale leermethoden, ondersteund door hogeschoolstudenten. Het doel is om jongeren te versterken, creativiteit te bevorderen en de weerbaarheid in een veranderende maatschappij te vergroten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001406","result_description":null},{"description":"We onderzoeken hoe we (zorg)leerkrachten van het eerste leerjaar via de professionalisering ‘Kaatje Klank in het eerste leerjaar’, aansluitend bij de taaldidactiek ‘Kaatje Klank’, kunnen ondersteunen bij het realiseren van een effectieve lees- en schrijfstart.\n\nWe zetten bewust in op een geleidelijke en duidelijke overgang tussen het voorbereidend werken aan technisch lezen en spellen in de kleuterschool en het aanvankelijk lezen en spellen in het eerste leerjaar.\n\nWe zorgen ervoor dat de leestijd effectief en efficiënt benut wordt. We zetten in op aanvankelijk spellen en functioneel schrijven. We hebben expliciete aandacht voor de ondersteuning van risicolezers.\n\nWe willen op die manier de motivatie van de kinderen om te leren lezen en schrijven behouden/verhogen. We meten de (voorbereidende) technische lees- en spelvaardigheden in het eerste leerjaar na het professionaliseringstraject ‘Kaatje Klank in het eerste leerjaar’ en vergelijken deze met een controlegroep zonder deze interventie.","summary":"Ontdek hoe we eerste leerkrachten ondersteunen met 'Kaatje Klank' voor effectieve lees- en schrijfstart. Focus op overgang kleuter naar eerste leerjaar, effectieve leestijd en motivatie van kinderen. Meet resultaten na professionaliseringstraject.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001407","result_description":null},{"description":"Dit project bouwt verder op de basis, methodieken en resultaten van het eerste succesvolle Crosscare-traject (2016-2021) en wil opnieuw, vanuit een nauwe samenwerking tussen zorgproeftuinen, zorgorganisaties en innovatie-ontwikkelaars, innovaties in de ruime zorg- en welzijnssector in Vlaanderen en Nederland stimuleren, versnellen en versterken.\n\nCrosscare 2.0 faciliteert de ontwikkeling en implementatie van de innovaties in zorg door het aanbieden van financiële steun en zorgproeftuinsettings. Bedrijven en zorgorganisaties die een zorginnovatie (product, dienst of concept) willen uitwerken, kunnen hun innovatievoorstel indienen.\n\nZorgproeftuinen langs beide zijden van de grens coachen, ondersteunen en stimuleren daarna de geselecteerde bedrijven-ontwikkelaars en testen, evalueren en demonstreren hun innovaties bij eindgebruikers. Het doel is om zo de vooruitgang in wetenschap en technologie zo doel- en praktijkgericht mogelijk in te zetten in de ruime zorg- en welzijnssector en tegelijk een economische meerwaarde te creëren voor Vlaamse en Nederlandse bedrijven.\n\nDe focus ligt op de ondersteuning van KMO/MKB's.","summary":"Crosscare 2.0 stimuleert en versnelt innovaties in de zorg- en welzijnssector in Vlaanderen en Nederland door financiële steun en zorgproeftuinsettings aan te bieden. Bedrijven en zorgorganisaties kunnen innovatievoorstellen indienen om samen met zorgproeftuinen hun innovaties te ontwikkelen, testen en demonstreren bij eindgebruikers. Focus op ondersteuning van KMO/MKB's en creëren van economische meerwaarde.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001408","result_description":null},{"description":"Door zich aan te sluiten bij het Pact voor Vaardigheden over Nabijheid en Sociale Economie, draagt de European Social Innovation Campus (ESIC) bij aan de uitdaging van de bijscholing en omscholing van 5% van de beroepsbevolking en ondernemers van de sector elk jaar om de groene en digitale transities aan te pakken in de sociale economie. Dit wordt gedaan door sociale innovatiecapaciteiten te stimuleren.\n\nDe Alliantie brengt hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, organisaties en ondernemingen uit de sociale economie uit verschillende Europese landen en actoren op Europees niveau samen. Op basis van feitenmateriaal met betrekking tot de vaardigheidsbehoeften van beroepsprofielen, stimuleert de Alliantie het aanbod van nieuwe vaardigheden en pakt mismatches in vaardigheden aan door het creëren van een nieuw algemeen kerncurriculum voor de sociale economie en curricula op verschillende EQF-niveaus.\n\nDe alliantie ontwerpt en levert transnationale onderwijs- en trainingsinhoud en coproduceert onderwijs- en trainingsmethodologieën voor een snelle invoering van de inhoud op regionaal en lokaal niveau en voor opkomende beroepsprofielen. Daarnaast zal het project een sterk communicatie- en verspreidingsnetwerk opzetten, dat de sociale economie promoot als beroepskeuze en de ontwikkeling ondersteunt van initiatief en ondernemersgeest in de EU.\n\nDe Alliantie zal het European Social Innovation Campus platform opzetten en onderhouden dat de projectresultaten verspreidt (beoogd aantal bezoekers: +10 000). De dynamische Skills Monitor die in het platform is geïntegreerd, zal gegevens over vaardigheden in een open gegevensformaat hosten en zal toegankelijk zijn voor alle belanghebbenden en onderzoekers. Evenementen, bijeenkomsten en co-creatie zullen diverse actoren bij het proces betrekken en de resultaten helpen verspreiden.\n\nHet beoogde aantal organisaties in de comités voor onderzoek en lokale belanghebbenden is +70, aantal cursisten in de trainingsprogramma's pilots: +375, en aantal mensen dat de verspreidingsevenementen bijwoont: +500.","summary":"ESIC draagt bij aan bijscholing van beroepsbevolking en ondernemers voor groene en digitale transities in sociale economie. Alliantie stimuleert nieuwe vaardigheden, ontwerpt educatieve inhoud en promoot sociale economie in EU. Platform verspreidt projectresultaten en host Skills Monitor. Diverse evenementen betrekken stakeholders en verspreiden resultaten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001409","result_description":null},{"description":"Bacteriofagen, of fagen, zijn virussen die enkel bacteriële cellen infecteren. Fagen worden momenteel gecommercialiseerd als biologische middelen voor het desinfecteren van voedsel en voedsel-gerelateerde omgevingen, en voor gerichte biologische bescherming van gewassen.\n\nNaast deze toepassingen, worden fagen ook beschouwd als veelbelovend alternatief voor traditionele antibiotica. Ongeacht of deze fagen gebruikt worden voor bescherming van mensen, dieren, voedsel of gewassen is er één cruciale stap tijdens het productieproces voor alle faag-gebaseerde toepassingen, namelijk het accuraat kwantificeren van de faagconcentratie.\n\nDe huidige alom gebruikte techniek voor de kwantificering van een faagstock is de zeer arbeidsintensieve double agar overlay (DAO) methode. Wij hebben een alternatieve microfluïdische methode ontwikkeld, genaamd PMD4U, die goedkoper, minder arbeidsintensief, minder vervuilend en vooral: sneller is.\n\nIn dit project willen we een geïntegreerd demonstrator toestel ontwikkelen met een geautomatiseerd data-acquisitie- en analysesoftwarepakket.","summary":"Fagen zijn virussen die bacteriële cellen infecteren en gebruikt worden voor desinfectie en biologische bescherming van voedsel, gewassen en als alternatief voor antibiotica. Onze PMD4U microfluïdische methode biedt een snellere, betaalbare en efficiënte manier om fagen te kwantificeren voor diverse toepassingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001410","result_description":null},{"description":"Inagro en Thomas More bundelen de krachten om de insectenteelt te introduceren in de primaire sector. Hiervoor vragen de promotoren financiering via een Landbouwtraject bij Vlaio.\n\nIn dit project wordt na een uitgebreide literatuurstudie, insectenteelt geïmplementeerd bij verschillende landbouwbedrijven. Hierbij wordt de nadruk gelegd op reststroomverwerking, kweekoptimalisatie en klimatisatie van bestaande landbouwinfrastructuur.\n\nDe mest (frass) die insecten uitscheiden zal gevalideerd worden als meststof of bodemverbeteraar.","summary":"Inagro en Thomas More werken samen om insectenteelt te introduceren in de landbouwsector, met focus op reststroomverwerking en kweekoptimalisatie. Financiering wordt gezocht via een Landbouwtraject bij Vlaio voor implementatie bij landbouwbedrijven.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001431","result_description":"Door advies en intensieve begeleiding in het kweken en vermarkten van insecten via bedrijfsspecifieke cases zullen 75 landbouwbedrijven na afloop van het project voldoende knowhow en aangepaste infrastructuur hebben om op een duurzame manier insecten te kweken (KPI 1.1).\n\nBinnen het project zullen minimaal 15 landbouwbedrijven intensief begeleid worden door de projectpartners om het kweken van insecten effectief te implementeren in hun bedrijf (KPI 1.3).\n\nMet behulp van deze bedrijven als casestudy en aan de hand van advies zullen meer landbouwbedrijven (35) overgaan tot het implementeren van insectenkweek op het bedrijf (KPI 1.2). \n\nDoor insectenkweek effectief te implementeren als activiteit op het bedrijf (KPI 2.1) zullen deze landbouwbedrijven bovendien eigen restromen kunnen verwerken als voeder voor de insecten (KPI 2.2) en het frass (=insectenmest) kunnen inzetten, waardoor bespaard kan worden op bodemverbeteraar (KPI 2.3). \n\nBovendien zal dit project leiden tot vervolgtrajecten in de vorm van nieuwe samenwerkingen in de insectenkweeksector (KPI 3.1), VLIF-innovatiedossiers (KPI 3.2) en samenwerkingen tussen consortium en leden van de gebruikersgroep (KPI 3.3)."},{"description":"Binnen 2 jaar willen we twee duurzame, circulaire ketens opzetten voor eiwitrijke producten op basis van microalgen. Deze ketens zullen lopen van de teler tot de consument.","summary":"Binnen 2 jaar twee duurzame, circulaire ketens opzetten voor eiwitrijke producten van microalgen, van teler tot consument.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001432","result_description":"De hoofddoelstelling van het MAESTRO project is het opschalen van de microalgenketen in Vlaanderen. Er zal getracht worden om minstens voor twee producten een algenketen uit te werken.\n\nDit zal bereikt worden door enerzijds het netwerk van alle stakeholders te versterken, dialoog te creëren, het draagvlak voor de producten met microalgen te verbreden en tegelijk de knelpunten in de keten te identificeren zodat oplossingsgericht aan de toekomst kan gewerkt worden.\n\nHet MAESTRO project zal enkel focussen op microalgen."},{"description":"ValoReSect heeft als doel om in Vlaanderen een hub voor de valorisatie van restsubstraat van insecten op te zetten om het ontstaan van verwerkingsketens te faciliteren. Door de sector via casestudies te informeren over de wettelijke vereisten, financiële en praktische haalbaarheid om het restsubstraat van insecten tot duurzame grondstof voor de productie van bodemverbeteraar of meststoffen te verwerken, beoogt dit project de verschillende schakels in de valorisatieketen aan elkaar te koppelen.\n\nDe valorisatieketen start bij insectenkwekers, als producent van het restsubstraat, en gaat via gespecialiseerde transportfirma’s, verwerkers en producenten van bodemverbeteraars en meststoffen tot bij de eindgebruikers. Ook toeleveranciers van insectenkwekers en verschillende verwerkingstechnieken worden hierin opgenomen.\n\nDe projectresultaten kunnen rechtstreeks geïmplementeerd worden door de verschillende schakels van de keten en de betrokkenheid van deze actoren in de begeleidingsgroep is daar een voorbeeld van. Bovendien zorgt de aanwezigheid van BIIF (Belgium Insect Industry Federation, 50 leden), IPIFF (International Platform of Insects for Food and Feed, 80 leden), VCM (34 leden) en de Vlaamse overheid (SPI (20 leden), OVAM, FAVV) er voor dat al de Vlaamse ondernemingen van de betrokken sectoren alsook de bevoegde overheden bereikt zullen worden en input kunnen geven voor de verwezenlijking van de projectdoelstellingen.","summary":"ValoReSect zet een hub op in Vlaanderen om restsubstraat van insecten te valoriseren tot duurzame grondstoffen. Het project verbindt schakels in de valorisatieketen, van insectenkwekers tot eindgebruikers, met focus op wettelijke, financiële en praktische haalbaarheid. Belangrijke spelers zoals BIIF, IPIFF, VCM en de Vlaamse overheid zijn betrokken, waardoor de projectresultaten breed geïmplementeerd kunnen worden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001433","result_description":"Om het algemene doel te bereiken, zal in dit project gewerkt worden rond 3 subdoelstellingen:\n\nDoelstelling 1: Financiële en praktische haalbaarheid van 3 alternatieve verwerkingstechnieken op pilootschaal.\n\nDoelstelling 2: Conformiteit (verwerkt) restsubstraat aan de wetgeving.\n\nDoelstelling 3: (Meer)waarde van het restsubstraat als grondstof voor de productie van bodemverbeteraar of meststoffen."},{"description":"Voor de maakindustrie binnen de kunststofsector is het een uitdaging om het verschil tussen prototype en productie zo klein mogelijk te krijgen. Howest wil handvaten bieden aan bedrijven om eindproductgerichte prototypes te bouwen en zo betere ontwerpbeslissingen te kunnen nemen.\n\nPrototypes die zo nauw mogelijk bij de realiteit aansluiten, zijn vaak de overtuigende factor om tijd, budget en ruimte vrij te maken voor de productievoorbereiding. In het geval van kunststof gaat dit gepaard met de goedkeuring voor de bouw van matrijzen en specifieke tooling voor productie, wat meteen een heel grote drempel vormt.\n\nSinds de komst van een nieuwe generatie 3D-printers die werken op basis van granulaat (= pellets), kan er voor bepaalde kunststoffen het juiste prototype geprint worden. De fabrikanten Arburg (Duitsland) en Pollen (Frankrijk) zijn unieke pioniers als machinebouwer. Hun 3D-printers hebben het grote voordeel met identiek hetzelfde materiaal als in productie te kunnen prototypen. Deze technologie kent echter ook technische beperkingen en vergt een grote investering.\n\nHet doel van dit project is om te onderzoeken hoe bedrijven, die met de nieuwe PAM 3D-technologie aan de slag willen in het ontwerpproces om meer eindproductgerichte prototypes te bouwen en bijgevolg betere onderbouwde ontwerpbeslissingen kunnen nemen. Tot de doelgroep van dit project behoren (1) kmo's en go's die kunststofonderdelen of -producten maken en deze producten zelf ontwerpen en produceren, of hiervoor een beroep doen op (2) externe bedrijven zoals ontwerp- en engineeringbureaus, assemblagebedrijven, en kunststofexperten zoals kunststofleveranciers, spuitgietbedrijven, 3D-printbedrijven.","summary":"Howest helpt maakindustrie in kunststofsector met eindproductgerichte prototypes door innovatieve 3D-printtechnologie. Onderzoek naar betere ontwerpbeslissingen voor kmo's en externe bedrijven in productie van kunststofonderdelen en -producten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001434","result_description":"Verlagen van de onkost voor het maken van realistische demonstrators/test-prototypes. Versnellen van de time-to-market: door het vroeger kunnen testen/valideren/certificeren op basis van de 3D-prints. Verlagen van het risico bij dure investeringsprojecten (overmoulding, elastische spuitgietprocessen, recyclaten). Het verlagen van de kunststof afvalberg door (1) fouten in productie te elimineren door vroegtijdig de juiste test te kunnen uitvoeren en (2) helpen de drempels bij een overstap naar recyclaat te verlagen door de know-how van prototypes in recyclaat op te bouwen.\n\nDe afstand tussen prototype en geproduceerd eindresultaat verkleinen voor de materialengroepen in het dossier beschreven. De beperkingen en moeilijkheden rond recyclaat kunststof beter te begrijpen, om zo ook de opportuniteiten te ontdekken. De nog steeds overblijvende verschilpunten kunnen definiëren, en ontwerpregels opstellen hoe hiermee in de ontwerp- en/of engineeringsfase mee om te gaan. Zowel de risico’s te verkleinen op het laatste go/nogo-moment ter afsluit van het ontwerptraject, als de time-to-market in de daaropvolgende productie-opstart te verkorten. Alle betrokken partijen beter laten samenwerken op concrete R&D-uitdagingen uit de kunststof-maakindustrie."},{"description":"Mobility-As-A-Service (MaaS) is een nieuw mobiliteitsconcept waarbij reizigers niet langer zelf hun vervoersmiddelen bezitten, maar overal en op verzoek toegang krijgen tot een gevarieerd mobiliteitspakket, aangeboden door de interface van één mobiliteitsregisseur.\n\nDe interface is vaak opgebouwd vanuit een multimodale routeplanner die de mogelijkheden toont om met gebruik van meerdere vervoersmiddelen op de gewenste bestemming te komen. Daarna kan de gebruiker volgens de gekozen route een vervoersmiddel boeken en tickets kopen op datzelfde platform.\n\nVoor Vlaamse autobus- en autocarbedrijven bleek het niet evident te zijn om de sprong te wagen naar een MaaS-applicatie, ondanks hun grote troeven wat betreft collectief transport. Met dit project reikten we busbedrijven enkele handvaten aan om in een MaaS-verhaal te stappen door nieuwe of bestaande vervoersdiensten binnen dergelijk platform te integreren.\n\nAan de hand van deskresearch, drie praktijktesten en stakeholder meetings in zowel binnen- als buitenland ontwikkelde team BUSaanZET een eigen visie en aanpak om met de huidige mobiliteitsevolutie aan de slag te gaan en toe te passen op de activiteiten van autobus en autocar.","summary":"Ontdek Mobility-As-A-Service: toegang tot divers vervoersaanbod via één platform. Wij helpen busbedrijven met integratie in MaaS voor betere mobiliteit.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001435","result_description":"Bekijk de projectresultaten op: https://www.busaanzet.be/projectresultaten/"},{"description":"Het doel van het project is het ontwikkelen, uittesten, redigeren en evalueren van een open, gedeeld kennisplatform. Op dit platform kunnen Vlaamse hulpverleners (i) gelokaliseerde informatie omtrent gezondheidsthema's opladen, uitwisselen met elkaar of gebruiken voor eigen doeleinden, (ii) e-learning modules opladen en consulteren en (iii) een overzicht van bestaande digitale tools in Vlaanderen vinden.\n\nWe hanteren het principe van een one-stop-shop: zorgorganisaties vinden op één platform gerelateerde en gelokaliseerde gezondheidsinformatie die ze vervolgens voor de eigen noden kunnen inzetten, bijvoorbeeld het ontwikkelen van een meertalige app op maat van de organisatie. Het kennisplatform biedt als vernieuwende, toegevoegde meerwaarde dat het niet enkel eenzijdig informeert, maar ook opereert op basis van een open-bronmodel. Het bronmateriaal is vrij toegankelijk en bewerkbaar door leden voor eigen gebruik.\n\nSamenwerken tussen leden gebeurt op basis van het principe peer-to-peer. Om dit doel te bereiken, slaat het project een brug tussen drie consortiumpartners met erkende onderzoeksexpertise over meertalige communicatie in de zorgsector en een gebruikersdoelgroep die bestaat uit social profit organisaties, overheidsondernemingen, ziekenhuizen, wijkgezondheidscentra en belangenverenigingen binnen de zorgsector.","summary":"Ontwikkeling van een gedeeld kennisplatform voor Vlaamse hulpverleners met gezondheidsinformatie, e-learning modules en digitale tools. One-stop-shop voor lokale informatie, met open-bronmodel en peer-to-peer samenwerking tussen zorgorganisaties en onderzoekspartners.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001436","result_description":"De resultaten worden weergegeven op https://www.matchen.org/"},{"description":"In het kader van behoud en herstel van biodiversiteit proberen natuur- en landschapsbeheerders op voormalig bemeste gronden biodivers grasland te creëren of herstellen. Graslandherstel blijkt echter een werk van lange adem. Om biotisch herstel (toename in soortenrijkdom) mogelijk te maken, moet eerst abiotisch herstel plaatsvinden (afname nutriëntenrijkdom bodem).\n\nMet een uniek veldexperiment, opgestart in 2017 tijdens het PWO-project HERBIOGRAS, onderzoeken we de invloed van verschillende hersteltechnieken. Een biodivers grasland is niet alleen soortenrijk; het levert ook heel wat diensten aan de maatschappij, zelfs tijdens het herstelproces.\n\nIn dit vervolgproject (HERBIOGRAS+) gaan we het herstel verder opvolgen en bijkomend onderzoeken of de gekozen hersteltechniek invloed heeft op de levering van vier ecosysteemdiensten met lokaal tot globaal belang. We meten:\n\n1) De kwantiteit en kwaliteit van het maaisel (= beheerrest uit natuurbeheer) voor gebruik als diervoeder,\n2) De koolstofopslag in de bodem,\n3) De aantrekkelijkheid van het grasland als voedselbron voor bestuivers, en\n4) De appreciatie van recreanten voor biodivers grasland.\n\nVervolgens identificeren we synergiën en trade-offs tussen de ecosysteemdiensten voor de verschillende hersteltechnieken. Om de resultaten te laten doorstromen naar een brede groep stakeholders en zo het draagvlak voor biodiversiteit en natuurbeheer te vergroten, organiseren we workshops en maken heldere factsheets voor natuur- en landschapsbeheerders, landbouwers en natuurgidsen.\n\nWe organiseren een overkoepelende studiedag en publiceren de resultaten online op de kennisdelingswebsite van de Vlaamse Overheid: Ecopedia. Daarnaast maken we een laagdrempelig animatiefilmpje over graslandherstel en laten studenten agro- en biotechnologie in een Living Lab werken rond ecosysteemdiensten.","summary":"In HERBIOGRAS+, we study grassland restoration techniques' impact on ecosystem services delivery, measuring feed quality, soil carbon storage, pollinator attraction, and visitor appreciation. Results will be shared through workshops, fact sheets, a conference, and online publication to enhance support for biodiversity conservation.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001438","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van het project is om de evenementensector te ondersteunen met de integratie van AI in hun bedrijfsprocessen. Dit kan als hefboom dienen om weer op te starten, te versnellen en een duurzame toekomst op te bouwen. Starten met AI vergt vaak een grote inspanning en brengt initieel hoge kosten en/of onzekerheden met zich mee. Dit maakt de aanpassing moeilijker en trager. Bedrijven weten vaak niet aan welke (data-)eisen ze moeten voldoen voordat ze met AI kunnen beginnen, en welke investeringen hiermee gepaard gaan (zowel financiële aankopen van hardware en/of software als opleidingen voor medewerkers).\n\nNa afloop van het project wordt er een duidelijke roadmap aangeboden. Doelgroepbedrijven kunnen na een eenvoudige selectie inzichten verwachten over welke AI-tools voor hen relevant kunnen zijn. Hier zal ook een handleiding bij zitten om met de tools aan de slag te kunnen gaan. Daarnaast zal het platform aangevuld worden met inspirerende praktijkcases uit de sector en zal er een aanbod aan bijscholing ontwikkeld worden om effectief met AI aan de slag te kunnen gaan.","summary":"Ontdek hoe AI de evenementensector kan transformeren en versnellen voor een duurzame toekomst. Krijg inzicht, begeleiding en praktijkcases voor een vlotte start met relevante AI-tools.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001439","result_description":"Het resultaat van dit onderzoeksproject is een hands-on roadmap / platform in de vorm van een website, dat kan worden geconsulteerd door iedereen in de sector en erbuiten.\n\nDe roadmap geeft een visuele voorstelling weer van de belangrijkste fasen in het evenementenproces waarop een matching is gebeurd met de meest relevante, behapbare tools per fase (zowel AI-tools als algemene digitale tools die op weg zijn om AI te integreren). Er kan gefilterd worden op kenmerken van de tools, origine, en fase in het evenementenproces.\n\nVan elke tool is er een beschrijving, korte handleiding, prijsindicatie en potentiële return on investment beschreven, alsook een duidelijke use case van hoe de tools kunnen gebruikt worden in de praktijk.\n\nBovendien is er een forum beschikbaar op het platform waar gebruikers hun ervaringen kunnen uitwisselen met elkaar omtrent deze en andere tools, nieuwe tools kunnen aldus gesuggereerd worden. Providers van nieuwe tools kunnen zich ook aanmelden op het platform en moeten eerst worden goedgekeurd door de administrator. Op die manier wordt het platform levende gehouden en wordt de continuïteit bewaard."},{"description":"De oplossingen voorgesteld in dit project zullen ervoor zorgen dat Vlaamse maakbedrijven meer inzichten en methodieken krijgen omtrent de kwaliteit van hun masterdata en het belang dat daaraan moet gegeven worden. Het project richt zich specifiek op kleine en middelgrote ondernemingen die over de jaren heen grote hoeveelheden masterdata hebben gecreëerd.\n\nMasterdata zijn de niet-transactionele kerngegevens die essentieel zijn voor een organisatie met product- en materiaalinformatie en klant- en leveranciergegevens als voornaamste voorbeelden. Mede door de digitalisering nemen ook de complexiteit en de hoeveelheid te beheren masterdata-attributen toe. Dit stelt bedrijven voor de uitdaging het gebruik van masterdata beter te organiseren: nu is dit dikwijls een traag en arbeidsintensief proces waarbij vaak voor honderden velden een waarde moet worden ingegeven of waarbij data uit verschillende niet altijd onderling consistente bronnen wordt gecombineerd waardoor kwaliteitsproblemen ontstaan.\n\nMet dit project willen we meer inzichten creëren in het belang van kwalitatieve masterdata en willen we met behulp van gratis beschikbare oplossingen een aanzet geven om foutieve masterdata automatisch op te sporen én bovendien een correctie voorstellen voorzien van een begrijpbare reden hiervoor. Dit laatste moet het vertrouwen van de gebruiker in de oplossing garanderen en kadert in de context van explainable AI waarbij AI systemen aangeven hoe ze tot een bepaalde conclusie zijn gekomen.\n\nMeer uitgebreide info over dit project en zijn resultaten kan je vinden op http://ai-assisted-mdm.be/AI-Assisted Master Data Management is een onderzoeksproject van het onderzoekscentrum Centre for Applied Data Science.","summary":"Dit project helpt Vlaamse maakbedrijven met kwalitatieve masterdata door inzichten en gratis oplossingen te bieden voor het automatisch opsporen en corrigeren van foutieve data. Bezoek http://ai-assisted-mdm.be voor meer info.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001440","result_description":"Binnen het project \"AI-Assisted Master Data Management\" is een applicatie ontwikkeld met behulp van Python die eenvoudig kan worden geïnstalleerd op zowel Windows als Linux.\n\nDe applicatie bestaat uit verschillende onderdelen die samenwerken om een dataset op te schonen, zonder dat er enige programmeerkennis vereist is. De applicatie omvat de volgende onderdelen:\n\n- Data profiling: dit geeft inzicht in de verdeling van waarden in de verschillende kolommen. Ook kunnen potentiële verbanden (correlaties) tussen de kolommen worden waargenomen.\n\n- Data cleaning: hier wordt gekeken naar de structuur van waarden in een enkele kolom (\"structure detection\"), kunnen duplicaten (vergelijkbare maar niet identieke waarden) worden opgespoord in een enkele kolom. Verder is er de mogelijkheid om verschillende standaard \"data cleaning\" operaties op één kolom te combineren tot een \"cleaning pipeline\".\n\n- Deduplicatie: de Zingg-bibliotheek wordt gebruikt om duplicaten te detecteren op het niveau van volledige records. Duplicaten zijn records die vergelijkbaar zijn maar niet identiek en verwijzen naar dezelfde entiteit in de fysieke wereld, zoals dubbel aangemaakte producten of meerdere vermeldingen van dezelfde persoon in de contactendatabase.\n\n- Rule Learning: in dit onderdeel van de tool worden zowel bestaande bedrijfsregels ontdekt in de data als nieuwe bedrijfsregels gegenereerd om mogelijke foutieve waarden in de dataset te identificeren.\n\nDe bedrijfsregels kunnen worden gezocht met behulp van een eigen ontwikkeld algoritme (gebaseerd op het FP-growth algoritme) en vervolgens worden de \"interessante\" regels getoond op basis van de C-metriek die de kwaliteit van een regel aangeeft. Als alternatief kunnen de bedrijfsregels ook worden gezocht met behulp van het Pyro-algoritme, waarvoor een bestaande implementatie wordt gebruikt.\n\nNa het vinden van bedrijfsregels kunnen deze worden toegepast om foutieve waarden te detecteren. Om te bepalen welke regel het meest geschikt is wanneer regels elkaar tegenspreken, is een eigen algoritme ontwikkeld dat op een rationele manier de juiste regel selecteert. De gebruiker ziet in de tool welke regel is gebruikt om een suggestie te doen, samen met de oude en nieuwe waarden. De eindbeslissing om een waarde al dan niet aan te passen ligt bij de gebruiker.\n\nNa het aanpassen van waarden biedt de tool een manier om de gevonden bedrijfsregels bij te werken op basis van de nieuwe waarden. Dit zorgt voor een iteratief proces waarmee de gebruiker de data kan blijven opschonen."},{"description":"Veel Belgische brouwers proberen reeds diverse mogelijkheden uit voor meer productdiversificatie en nieuwe flavours. Hierbij staat hop vaak centraal, evenals het gebruik van gemengde gistingstechnieken en unieke stammen van wilde gisten. Daarnaast experimenteren steeds meer brouwers met oude technieken, zoals het toevoegen van kruiden of het gebruik van houtlagering.\n\nConsumenten en brouwers willen alternatieven op het gebied van smaakbeleving, waarbij wordt getracht om zo dicht mogelijk bij de natuurlijke grondstoffen (eigen aan het brouwproces) te blijven. Het gebruik van alternatieve (pseudo)granen in ongemoute vorm is dan ook een interessante en natuurlijke piste voor productdiversificatie en past in deze trend. Hiermee wordt ingespeeld op het verlangen van de consument naar nieuwe ervaringen, met een knipoog naar het verleden voor inspiratie.\n\nDe stijgende vraag naar authentieke levensmiddelen en dranken heeft de aandacht voor oude granen reeds opnieuw aangewakkerd. Specifiek voor de graanteelt wordt in diverse Europese landen, en sinds een aantal jaren ook in Vlaanderen en Nederland, onderzoek verricht naar het teeltpotentieel van niet-courante of alternatieve granen, met potentiële voordelen zoals lagere bemesting, hoge aanpasbaarheid en klimaatbestendigheid, alsook de belangrijke genetische diversiteit.\n\nOnder alternatieve granen verstaan we de oertarwes zoals eenkoorn, emmer, khorasan (Kamut®), en spelt, de pseudogranen amarant, quinoa, boekweit, alsook andere granen zoals sorghum, tritordeum en teff.\n\nDe impact van deze specifieke graankorrels op de technologische aspecten van het brouwproces, zoals de vermaling, versuikering, maïschfiltratie, en op de fermentatie, alsook hun invloed op de visuele kenmerken en organoleptische kwaliteit van het finale bier, zijn echter nog grotendeels onervaren. Als brouwer anticiperen op het idee om met een variabele hoeveelheid van alternatieve oer- en pseudogranen als zetmeelbron een nieuwe bierstijl te kunnen creëren, wordt bijgevolg niet of louter op empirische basis gedaan, wat vaak tot een onvoorspelbaar resultaat leidt (bijvoorbeeld brouwtechnologische problemen) of niet tot het gewenste resultaat, namelijk een aangename, reproduceerbare flavour.\n\nHoe in de praktijk met deze ongemoute granen gebrouwen moet worden en wat hun potentieel is met betrekking tot product- en meer bepaald flavourdiversificatie, maakt het centrale thema uit van het voorgestelde project.","summary":"Belgische brouwers experimenteren met hop, gemengde gisting en wilde gisten voor nieuwe smaken. Oude granen en kruiden worden toegevoegd voor natuurlijke productdiversificatie, terwijl onderzoek naar alternatieve granen zoals spelt en quinoa potentieel aantoont voor nieuwe bierstijlen. Onderzoek focust op de impact van deze granen op het brouwproces en de smaakkwaliteit, om zo innovatieve en consistente smaken te creëren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001441","result_description":"De granen werden gekarakteriseerd op macronutriënten (koolhydraten, eiwitten en vetten), micronutriënten (metaalionen en beta-glucanen) en enzymatische (diastatisch vermogen, alfa-amylase en beta-amylase) samenstelling. De deeltjesgrootteverdeling na het malen, gelatiniseringstemperatuur, algemene smaakprofilering en aldehydegehalte werden bepaald.\n\nOp experimentele schaal werd gebrouwen met 40% van de ongemoute granen en pseudogranen, waarbij indien nodig een voorgelatinisatiestap werd toegevoegd (sorghum, teff en amarant). De verkregen experimentele wort- en biermonsters werden analytisch gekarakteriseerd om de impact van de toevoeging van de alternatieve grondstoffen rationeel te beoordelen. Na een beschrijvende sensorische evaluatie van de bieren werd de voorkeur gegeven aan eenkorn, khorasan en teff.\n\nBij het opschalen naar pilotschaal werden zowel een conventionele lauter tun als een dunbedfilter gebruikt. Het gedrag van de granen tijdens het brouwproces werd gecontroleerd in vergelijking met referentiebrouwsels. Na verschillende proeven met eenkorn, khorasan en teff werden op elke installatie goede bieren met een goed rendement verkregen. Een te grote hoeveelheid kaf (eenkorn) resulteerde in lagere opbrengsten met de lauter tun. Teff was erg moeilijk te malen vanwege de kleine korrelgrootte, zowel via droge vermaling (lauter tun) als via natte vermaling (dunbedfilter). Alle verse bieren werden analytisch en sensorisch gekarakteriseerd. Er werd ook inzicht verkregen in de bewaring van bier, wat vooral belangrijk is voor de export.\n\nOp basis van de verkregen kennis en ervaring op pilotschaal konden de alternatieve graansoorten met relatief gemak op industriële schaal worden geïmplementeerd, wat resulteerde in innovatieve bieren van hoge kwaliteit met veel commercieel potentieel. Brouwervaringen werden gebundeld in de vorm van informatiebladen in een gedetailleerde handleiding voor brouwers om mee aan de slag te gaan."},{"description":"Het doel van dit valorisatieproject is het aantonen van de effectiviteit van de Altevastechnologie. Deze technologie streeft ernaar om op een economisch haalbare manier spuiwater uit de glastuinbouw te zuiveren. Dit wordt gerealiseerd door gebruik te maken van microalgen in combinatie met fysio-chemische technieken.\n\nBinnen dit project is er ook aandacht voor het onderzoeken van de octrooieerbaarheid van dit systeem. Daarnaast wordt er gekeken naar de mogelijke valorisatiepistes die hieruit voortkomen.","summary":"Ontdek de effectieve Altevastechnologie voor zuivering van spuiwater in de glastuinbouw. Onderzoek naar octrooimogelijkheden en valorisatiekansen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001461","result_description":null},{"description":"De laatste jaren zien we een ernstige toename in de problematiek en plaagdruk van bladluizen en koolwittevlieg in de koolteeltgebieden, onder meer door de toenemende droogte. Bovendien verdwijnen binnenkort enkele belangrijke gewasbeschermingsmiddelen van de markt. In dit project wordt een geïntegreerde beheersingsstrategie (IPM) ontwikkeld voor bladluizen en koolwittevliegen in koolteelten in open lucht.\n\nIn het project BREVAL onderzoeken we welke alternatieven er zijn voor het wegvallen van middelen die een sleutelrol spelen in de huidige beheersing van bladluis en koolwittevlieg. Zo anticiperen we op toekomstige problemen om kooltelers de komende jaren teelt- en afzetzekerheid voor zowel verse markt als industrie te blijven bieden.","summary":"Ontdek onze innovatieve IPM-strategie voor effectieve beheersing van bladluizen en koolwittevliegen in koolteelten. Project BREVAL biedt duurzame oplossingen voor de uitdagingen door veranderende marktomstandigheden en gewasbeschermingsmiddelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001462","result_description":null},{"description":"Dit project wil de aanpak van klauwproblemen op de Vlaamse melkveebedrijven sterk verbeteren: zowel de curatieve behandeling van manke koeien als periodieke preventieve klauwverzorging.\n\nDeze verbetering wordt bereikt op verschillende niveaus:\n• De ontwikkeling van een zelflerende beeldverwerkingssoftware om de (onzichtbare) probleemzones of klauwletsels te lokaliseren bij manke (of zelfs nog niet manke) koeien op basis van thermale beelden.\n\n• Een grondige evaluatie en bijsturing van de preventieve klauwverzorging met het oog op het verkrijgen van een ideale drukverdeling binnen de klauw en de ideale zooldikte. Deze evaluatie wordt grotendeels ondersteund door het inzetten van innovatieve hightech technieken zoals een RSscan drukmat en een ultrasoon scanner.\n\n• Tenslotte zullen er ook nog objectieve testen van klauwbadmiddelen met een sterke focus op Mortellaro uitgevoerd worden en zal alle informatie gebundeld en verspreid worden via een kenniscentrum.","summary":"Dit project verbetert de aanpak van klauwproblemen op Vlaamse melkveebedrijven door zelflerende software voor het lokaliseren van klauwletsels, evaluatie van preventieve klauwverzorging met innovatieve technieken en objectieve testen van klauwbadmiddelen. Informatie wordt gedeeld via een kenniscentrum.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001463","result_description":null},{"description":"De behoefte aan bescherming en prestaties in verschillende werk- en sportomgevingen heeft geleid tot de ontwikkeling van functioneel textiel en kleding met complexe ontwerpen. Comfort is een belangrijk aspect voor hoogwaardige sportkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's) omdat het de gezondheid, sportprestaties en de werkefficiëntie van atleten en werknemers beïnvloedt. Helaas is het comfort van deze kleding, die bestaat uit complexe structuren en speciale materialen, vaak slecht. In veel gevallen zijn klanten tevreden over de functionaliteit (bijv. bescherming tegen regen, kou, etc.) maar teleurgesteld over het gebrek aan comfort.\n\nProbleem en innovatiedoel: geen van de bestaande geavanceerde comforttestmethoden is ideaal. Ze vereisen meestal talrijke fysieke prototypes, gespecialiseerde testapparatuur, langdurige en dure draagproeven, enz. Fysiologische parameters, zoals de huidtemperatuur (Tsk), zijn gekoppeld aan thermische sensaties en het comfort van de proefpersoon en kunnen nauwkeurig worden beoordeeld met infraroodthermografie (IR). Comfort is een complexe aangelegenheid die wordt beïnvloed door de intensiteit van de activiteit, klimatologische omstandigheden, eigenschappen van textielmateriaal, kledingontwerp en pasvorm. Kunstmatige intelligentie, in het bijzonder Deep Learning (DL), kan worden gebruikt om om te gaan met deze talrijke parameters die het comfort beïnvloeden.\n\nDoel en doelstellingen: ComforTex-AI zal helpen om deze comfortproblemen op te lossen en heeft als doel om algoritmen te ontwikkelen die zullen resulteren in een betaalbare, snelle en gebruiksvriendelijke methodologie om het comfort van kledingstukken te optimaliseren. Comfortkenmerken van de stof (Ret/Rct), fysiologische parameters (d.w.z. Tsk), omgevingsfactoren (d.w.z. luchttemperatuur/luchtvochtigheid), werkintensiteit en de pasvorm van het kledingstuk zullen worden gebruikt als input voor de AI Neurale Netwerken (NN) die comfortpercepties zullen voorspellen.\n\nHet belangrijkste verwachte resultaat is een nieuwe algoritmegedreven methodologie in de vorm van een gebruiksvriendelijke tool voor bedrijven om te helpen bij het ontwerpen van comfortabele functionele kleding. Verdere resultaten omvatten onder andere: (1) Grote bibliotheek met kwantitatieve gegevens (bijv. Tsk, stofeigenschappen Ret/Rct) getest met geavanceerde apparatuur en kwalitatieve gegevens (d.w.z. comfortsensaties van menselijke proefpersonen) verzameld in verschillende draagscenario's; (2) AI-algoritme om kledingcomfort te beoordelen en optimaliseren (op een schaal van 5 punten); (3) op gegevens gebaseerde productclassificatie voor specifieke gebruiksomstandigheden; (4) gevalideerde cases voor sportkleding, werkkleding en PBM's voor specifieke doeleinden.\n\nEconomische impact: de implementatie van de nieuwe methodologie zal bedrijven helpen bij het maken van geoptimaliseerde materiaal- en kledingontwerpkeuzes tijdens de ontwikkelingsfase. Dit zal resulteren in een stijging van hun omzet als gevolg van (1) kortere en goedkopere ontwikkelingskosten door minder fysieke prototypes en tests, (2) lagere productiekosten door efficiënter materiaalgebruik en (3) merchandising van kwalitatieve en comfortabele kleding die voldoet aan de behoeften van de drager. Dit zal bovendien de vroegtijdige ontlading, overproductie en overconsumptie beperken, die momenteel grote zorgen baren in de textiel- en kledingsector.\n\nDankzij het sterke multidisciplinaire karakter van ComforTex-AI kunnen nieuwe vaardigheden en kennis worden opgedaan en kan de marktpositie van de textiel- en kledingsector worden versterkt. De specifieke doelgroep bestaat uit fabrikanten van werkkleding, PBM's en sportkleding (20 tot 25 bedrijven in België en 30 bedrijven in Duitsland) en ook producenten van stoffen (11 weverijen en 21 breierijen in België en 15 breierijen in Duitsland). Het projectconsortium bestaat uit twee sectorverenigingen (FKT als globale coördinator en CREAMODA) en vier RTO's met complementaire expertise in materialen en kledingcomfort (HOGENT en Hohenstein Instituut), IR-thermografie en AI-technieken (UAntwerpen en FITT/htw Saar). Het gebruikerscomité (UC) bestaat uit Belgische en Duitse bedrijven die alle segmenten van de waardeketen vertegenwoordigen.","summary":"Ontwikkeling van ComforTex-AI: een innovatieve methode met AI om comfort van kleding te optimaliseren. Verhoogt omzet bedrijven dankzij efficiëntere ontwikkeling en productie, resulterend in kwalitatieve en comfortabele kleding. Versterkt marktpositie textiel- en kledingsector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001464","result_description":null},{"description":"Het project streeft naar een corona-veiligere omgeving voor Vlaamse socialprofitorganisaties in de zorgsector en anderstalige burgers die een beroep doen op hun diensten.\n\nHet beantwoordt aan een door socialprofitorganisaties vertolkte nood om de diversiteit aan bestaande initiatieven die meertalig informeren over COVID-19 te centraliseren, optimaliseren en breder kenbaar te maken.\n\nHet doel van het project is het implementeren en valoriseren van een gecentraliseerd kennisplatform dat Vlaamse socialprofitorganisaties in de zorgsector toelaat om meertalige gezondheidsinformatie over COVID-19 te vertalen, op te laden, uit te wisselen of te gebruiken voor eigen doeleinden.","summary":"Dit project creëert een corona-veilige omgeving voor Vlaamse socialprofitorganisaties en anderstalige burgers in de zorgsector. Het centraliseert meertalige gezondheidsinformatie over COVID-19 om te delen, vertalen en verspreiden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001465","result_description":"Connect - output:\n\n- DRUPAL is een opensource kennisplatform.\n- Er is informatie vertaald naar Arabisch, Engels, Farsi, Frans en Turks.\n- Er is een brede valorisatie, met onder andere workshops en educatief materiaal."},{"description":"COVVID-PBM heeft tot doel informatie te verspreiden over materialen, processen en regelgeving met betrekking tot het maken van mondmaskers en medische jassen. Het doel is ervoor te zorgen dat deze veilig en comfortabel zijn, zodat werknemers en burgers ze langdurig kunnen dragen. Het project wil richtlijnen bieden voor de productie van veilige, comfortabele mondmaskers en medische jassen.\n\nHet project richt zich enerzijds op aankopers binnen ziekenhuizen, woonzorgcentra, overheden, preventieadviseurs, werknemers en burgers. Anderzijds is het gericht op designers, producenten en confectiemakers van beschermingsmiddelen. Zo worden producenten geïnformeerd over comfort, pasvorm, de meest geschikte materialen, processen en wetgeving. Daarnaast zullen decontaminatie- en onderhoudsrichtlijnen worden opgesteld voor gebruikers, wasserijen, zorgcentra en ziekenhuizen.\n\nUiteindelijk zal Vlaanderen zelf kunnen voorzien in de benodigde COVID-beschermingsmiddelen, zodat burgers en werknemers zich veilig en comfortabel kunnen voelen in de maatschappij en op het werk. Dit zal zowel een economische als maatschappelijke impact hebben. De betrokken populatie omvat alle ondernemingen, horeca, winkels, woonzorgcentra, ziekenhuizen en burgers. De geschatte investeringen per producent variëren van tientallen/honderden duizenden euro (machineaanpassingen) tot enkele miljoenen euro (nieuwe machines).","summary":"COVVID-PBM verspreidt informatie over veilige en comfortabele mondmaskers en medische jassen voor langdurig gebruik door werknemers en burgers. Het project richt zich op aankopers, producenten en gebruikers om zelf te voorzien in COVID-beschermingsmiddelen, met economische en maatschappelijke impact.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001466","result_description":null},{"description":"De Belgische textiel- en kledingsector wordt gedreven om op zoek te gaan naar grondstoffen en processen die economische en ecologische voordelen combineren om enerzijds conventioneel katoen te vervangen en anderzijds potentieel bieden voor de uitbreiding van hun portfolio. In dit kader merken we een sterk groeiende interesse voor Europees geteelde natuurlijke vezels zoals hennep. Deze vezel heeft zijn appreciatie vooral te danken aan zijn duurzaam karakter, zijn inherent antimicrobiële en absorberende eigenschappen en een hoog potentieel voor interieurtextiel en technische toepassingen zoals functionele kledij en composieten. De revival van hennep als textielvezel wordt nog afgeremd door de lage uniformiteit van de vezels en problemen met de reproduceerbaarheid van de vezelkwaliteit. Beide parameters zijn sterk gerelateerd aan de methode voor vezelextractie en de processen om de vezel te reinigen en geschikt te maken voor het verven en veredelen.\n\nHemp4All wil duurzame voorbehandelingsprocessen met een minimale impact op het water- en energieverbruik en de restafvalwaters ontwikkelen, die een goed rendement van de daaropvolgende verf- en veredelingsprocessen en hoge en consistente hennepkwaliteit garanderen. De aldus bekomen hennep zal dankzij zijn nobele karakteristieken kunnen ingezet worden als een alternatieve kwaliteitsvezel naast vlas (lange vezels), maar ook als duurzame substituant voor het milieubelastende katoen (korte (gecottoniseerde) vezels).","summary":"De Belgische textiel- en kledingsector evolueert naar duurzamere materialen zoals Europees geteelde hennep. Hemp4All ontwikkelt milieuvriendelijke processen voor hoogwaardige hennepvezels, die een alternatief vormen voor katoen en vlas, met focus op kwaliteit en duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001591","result_description":null},{"description":"Dit project wil onderzoeken hoe de vezelopbrengst en -kwaliteit van hennep kan worden aangestuurd voor gebruik in hoogwaardige textieltoepassingen. De nadruk ligt op het optimaliseren van de teelttechniek, oogstmethodiek en het rotingsproces.\n\nDe herintroductie van industriële hennep als multifunctioneel gewas is wereldwijd aan een opmars bezig. Hierbij worden stengels kriskras door elkaar geoogst en verhakseld, wat de lange bastvezels herleidt tot een kort vezelproduct, bruikbaar o.a. voor de productie van papier en biobased composieten.\n\nDirecte afzetmogelijkheden voor deze “korte vezel” zijn niet aanwezig in onze regio, terwijl er vanuit de economisch sterke, lokale vlasverwerkende industrie wel expliciete vraag is naar de “lange” hennepvezel als aanvullende natuurlijke vezel, analoog aan de vlasvezel. Naast het voordeel van de lokale afzet zijn ook de economische perspectieven bij teelt voor textieltoepassingen veelbelovend door de gunstige, stabiele prijs voor lange vezels, en valorisatiemogelijkheden van de reststromen.\n\nDit project wil teelttechniek, oogstmethode, roting en primaire verwerking optimaliseren voor lange-vezeldoeleinden. Optimalisatie van deze productie- en verwerkingsstappen in functie van verwerkbaarheid, kwaliteit en vezelopbrengst van hennep op de vlaszwingellijn is noodzakelijk om een constante en hoge vezelkwaliteit te garanderen. Dit is een basisvoorwaarde om op relatief korte termijn een rendabele en duurzame, lokale productieketen mogelijk te maken.","summary":"Dit project richt zich op het optimaliseren van hennepvezels voor hoogwaardige textieltoepassingen door teelt, oogst en verwerking te verbeteren. Het doel is om lange hennepvezels te produceren voor lokale afzet en economische groei in de regio.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001626","result_description":null},{"description":"Multidimensionele hyperspectrale beeldvorming wordt toegepast voor de determinatie en kwantificatie van plantfenotypes in de land- en tuinbouw, met behulp van een hyperspectrale cameramodule.\n\nHet onderzoeksproject van de onderzoekscentra FTILab+ en AgroFoodNature richt zich op de ontwikkeling van de hyperspectrale cameramodule.","summary":"Ontdek plantfenotypes in land- en tuinbouw met onze hyperspectrale camera unit van FTILab+ en AgroFoodNature voor gedetailleerde beeldvorming en analyse.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001627","result_description":null},{"description":"Het onkruid knolcyperus (Cyperus esculentus) komt sinds de eerste waarneming op Vlaamse bodem midden jaren '80 intussen overal in Vlaanderen voor. Toch bestaan er nog tal van vragen rond de verspreiding en remediëring van dit moeilijk te bestrijden onkruid. In dit project wordt een antwoord gezocht op alle vandaag bestaande vragen rond knolcyperus.\n\nKnolcyperus (Cyperus esculentus) is een moeilijk te bestrijden onkruid dat ondanks verschillende maatregelen in Vlaanderen nog steeds aan een opmars bezig is. De voornaamste maatregelen opgenomen in de IPM-checklist zijn een verbod op het telen van wortel-, knol- en bolgewassen en een melding van het probleemonkruid bij het ter beschikking stellen van het perceel voor seizoenspacht. Het probleem wordt echter vaak verzwegen omdat het de mogelijk te telen gewassen op een besmet perceel hypothekeert. Bijgevolg neemt de verspreiding van knolcyperus nog steeds toe.\n\nIn dit VLAIO LA-traject wordt een antwoord gezocht op alle nog openstaande vragen rond de verspreiding en de remediëring van knolcyperus. Gebeurt de voornaamste verspreiding ervan via knollen of spelen ook zaden ervan een rol? Zijn alle klonen en zaden van knolcyperus even gevoelig voor bodem- en bladherbiciden? Heeft de genetische verscheidenheid een impact op deze gevoeligheid? Welke factoren hebben een grote impact op de verspreiding van het onkruid? Spelen dieren of de mens een rol in verdere verspreiding? Zijn er naast bodem- en bladherbiciden ook alternatieve of innovatieve bestrijdingsmogelijkheden? Hoe worden alle bevindingen het best geïmplementeerd in het veld? Waar kan alle informatie rond dit onkruid worden teruggevonden?\n\nDe resultaten van dit project zullen breed worden verspreid onder landbouwers en andere belanghebbenden.","summary":"Onderzoek naar verspreiding en bestrijding van knolcyperus in Vlaanderen. Belangrijke vragen over aanpak en impact van dit hardnekkige onkruid worden beantwoord. Resultaten zullen gedeeld worden met landbouwers en belanghebbenden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001628","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject heeft de ambitie inzicht te verwerven in de levenscycluskost van gebouwen om de lange termijn waarde significant te verbeteren. Op vandaag wordt bij het beheer van gebouwen dikwijls ad hoc gewerkt waarbij enkel rekening wordt gehouden met dringende herstellingen, dwingende eisen en occasioneel een afweging van de energiekosten tegenover de investeringskosten. In de praktijk resulteert dit daarom enkel in het uitvoeren van louter instandhoudingswerken. Een dergelijke aanpak leidt tot een systematische degradatie van het gebouw en op langere termijn globaal tot een sterk verouderd patrimonium. Op niveau van de individuele eigenaar leidt dit tot waardevermindering van het geïnvesteerde kapitaal.\n\nDaarom hebben wij een praktische rekentool hiervoor ontwikkeld. De functionaliteit van de tool is toegespitst op gebruik door de syndicus die de toekomstige kosten van de exploitatie van een gebouw enerzijds en het onderhoud van een gebouw anderzijds op efficiënte wijze in kaart moet brengen en vertalen naar aan te leggen reserves. In de praktijk is het overtuigen van de bewoners van een gebouw afdoende reserves aan te leggen in verhouding tot de werkelijk te verwachten kosten niet altijd eenvoudig. Deze tool kan hierbij helpen.","summary":"Verbeter de waarde van gebouwen op lange termijn door efficiënt beheer met onze praktische rekentool. Syndici kunnen toekomstige exploitatie- en onderhoudskosten nauwkeurig in kaart brengen en reserves aanleggen, wat waardevermindering voorkomt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001629","result_description":null},{"description":"De verkoop van non- en laagalcoholische bieren (NABLAB) neemt jaar na jaar toe. Toch zijn er nog een aantal belangrijke sensorische tekortkomingen bij deze bieren, die worden gebrouwen met commercieel beschikbare NABLAB-gisten.\n\nHet project NABLAB gaat na hoe deze tekortkomingen kunnen worden vermeden of verbeterd. Hiertoe worden alternatieve granen geïncorporeerd in het brouwproces. Specifiek gaat het om de granen spelt, rogge en haver (ruwe en gemoute vorm), en eenkoorn en khorasan (enkel ruwe vorm).\n\nBovendien wordt onderzocht hoe het klassieke brouwproces kan worden aangepast op maat van deze bierstijl. De globale doelstelling is de brouwer kennis aan te reiken en een gedetailleerde praktijkhandleiding ter beschikking te stellen waarmee een kwalitatief, karaktervol NABLAB ontwikkeld kan worden dat als volwaardig alternatief voor normaal bier kan worden gezien. Dit biedt de brouwer de kans om een toegankelijke plaats in te nemen in dit sterk groeiende marktsegment, zonder grote investeringen en risico’s.","summary":"Verkoop van NABLAB stijgt jaarlijks. Project NABLAB verbetert sensorische tekortkomingen met alternatieve granen en aangepast brouwproces. Doel: brouwers helpen kwalitatief NABLAB te ontwikkelen als volwaardig alternatief voor normaal bier, zonder grote investeringen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001642","result_description":"In het project werd onderzocht wat de belangrijkste hiaten zijn voor NABLAB productie bij de doelgroep. Hieruit bleek dat een gebrek aan knowhow, te hoge investeringskosten voor fysische methoden en sensorische tekortkomingen van de eindproducten brouwers tegenhielden om toe te treden tot dit groeiende marktsegment.\n\nOm brouwers kennis bij te brengen over de productie van NABLAB via een alternatieve, goedkopere biologische methode waarbij alcoholproductie tijdens de fermentatie wordt beperkt, werden 10 verschillende commercieel beschikbare niet-conventionele gisten verzameld. Met deze maltose/maltotriose-negatieve gisten werden testbieren (100% gerstemout; 6,5°P) geproduceerd. Hierbij werd de wortproductie aangepast zodat er minder fermenteerbare suikers (te hoge zoetheid en alcoholgehalte) en meer dextrines werden gevormd. Voor maltose-negatieve gisten werd ingemaischt bij 72°C en voor maltotriose-negatieve gisten bij 82°C om respectievelijk niet-alcoholische bieren (<0,5 %ABV) en laag-alcoholische bieren (<1,2 %ABV) te verkrijgen.\n\nDeze testbieren werden chemisch-analytisch, microbiologisch en sensorisch gekarakteriseerd. Hieruit bleek dat de maltose-negatieve gisten weinig FAN consumeren en nagenoeg geen pH-daling vertonen tijdens fermentatie. De alternatieve gisten vertoonden grote verschillen in flavourprofilering. Door sensorische en chemisch-analytische karakterisering van de geproduceerde testbieren kunnen brouwers nu inschatten wat ze kunnen verwachten van deze gisten en een doelgerichte keuze maken afhankelijk van het gewenste flavourprofiel/bierstijl.\n\nSaccharomyces cerevisiae var. chevalieri, Torulaspora delbrueckii en Pichia kluyveri werden aangewezen als meestbelovende gisten. Vervolgens werden 14 alternatieve grondstoffen (40% toevoeging) geïncorporeerd in de wortproductie via aangepaste maischschema's. De vier geselecteerde gisten werden gecombineerd met respectievelijk 40% roggemout, havervlokken, boekweit, eenkoorn en khorasan om te onderzoeken hoe deze alternatieve granen/mouten een rol kunnen spelen in de verdere verbetering en diversificatie van NABLAB.\n\nHieruit bleek dat door de keuze van de grondstof enkele zeer vernieuwende en kwalitatieve NABLAB kunnen worden geproduceerd met onder andere extra volmondigheid, verbeterde schuimstabiliteit, troebelheid, kleur, opgelost eiwitgehalte, lager alcoholgehalte en zelfs verminderde wortflavour. Door de succesvolle implementatie van deze alternatieve granen/mouten en gisten op piloot- en industriële schaal werden de laboschaalresultaten gevalideerd."},{"description":"Lokaal geteelde eiwitrijke gewassen vormen een duurzaam alternatief voor geïmporteerde soja als eiwitbron in de pluimveeteelt. In dit project worden handvaten aangereikt voor teelt, verwerking en gebruik van vlinderbloemigen als alternatieve eiwitbron.\n\nGeïmporteerde soja als voornaamste eiwitbron strookt niet met een duurzame pluimveeteelt. Daarom is er in Vlaanderen nood aan meer uitgebreide kennis rond lokaal geteelde eiwitrijke gewassen, zoals erwten en veldbonen.\n\nIn dit project worden teelttechnieken geoptimaliseerd met het oog op het bekomen van maximale eiwitproductie via mengteelten, met minimaal gebruik van pesticiden en andere chemicaliën. Verder worden verwerkingstechnieken onderzocht die de gehaltes aan anti-nutritionele factoren (ANFs) reduceren, zoals inkuilen, toasten en expanderen/extruderen.\n\nOogst en verwerking van mengteelten worden gematcht met het gebruik ervan bij leghennen en vleeskippen, zowel in conventionele als biologische productiesystemen. Daarnaast worden mogelijkheden onderzocht om gewasresten te valoriseren door fermentatie met witrotschimmels, om zo een bijkomende hoogwaardige eiwitbron te creëren.\n\nInteracties worden bepaald tussen het gebruik van een alternatieve eiwitbron, de kwaliteit van de eindproducten en de stikstofexcretie door pluimvee. Duurzaamheidsanalyses worden uitgevoerd ter vergelijking van lokaal geproduceerde vlinderbloemige gewassen met al dan niet lokaal geproduceerde soja.\n\nVerbeterstrategieën en adviezen worden geïmplementeerd op 16 praktijkbedrijven representatief voor de verschillende productiesystemen (conventionele en biologische landbouw; leghennen en vleeskippen). Zo worden vanuit een ketenperspectief handvaten aangereikt aan Vlaamse akkerbouwers, pluimveehouders en de veevoederindustrie voor de teelt, de verwerking en het gebruik van vlinderbloemige gewassen als alternatieve eiwitbron voor pluimvee.","summary":"Lokaal geteelde eiwitrijke gewassen bieden duurzaam alternatief voor geïmporteerde soja in pluimveeteelt. Project optimaliseert teelt, verwerking en gebruik van vlinderbloemigen als eiwitbron, met focus op maximale productie, ANF-reductie en duurzaamheid. Handvaten voor akkerbouwers, pluimveehouders en veevoederindustrie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001643","result_description":null},{"description":"Peulvruchten bieden heel wat potentieel bij de ontwikkeling van bakkerijproducten met een gebalanceerd nutritioneel profiel en duurzaam karakter. Bovendien kunnen ze gebruikt worden als een plantaardig alternatief voor melk en ei.\n\nIn het project Pulsebake onderzoeken we welke barrières er bestaan voor het gebruik van peulvruchten in de graan- en bakkerijsector, en hoe die kunnen worden weggenomen. Enkele gekende barrières zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van anti-nutritionele factoren in peulvruchten, hun sensorische en technologische eigenschappen, en de acceptatie door de consument.\n\nHet project PulseBake heeft als doel de beschikbare kennis over peulvruchten en hun afgeleiden te vertalen op maat van de maalderijen, ingrediëntenleveranciers en bakkerijen. Zij kunnen deze kennis aanwenden om een divers, gezond en duurzaam aanbod van bakkerijproducten te ontwikkelen.\n\nWe onderzoeken specifiek het potentieel van Pisum sativum, Vicia faba, Cicer arietinum, Phaseolus vulgaris en Lens culinaris.","summary":"Ontdek het potentieel van peulvruchten voor gebalanceerde, duurzame bakkerijproducten en plantaardige alternatieven. Project Pulsebake breekt barrières voor gebruik in graan- en bakkerijsector, met focus op kennisdeling voor divers, gezond en duurzaam aanbod.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001648","result_description":null},{"description":"Het ontwikkelen van kleding gebeurt aan de hand van matentabellen die gebaseerd zijn op de gemiddelde lichaamsmaten van de bevolking. Hierdoor zal deze kledij niet goed passen voor bevolkingsgroepen met lichaamsverhoudingen die sterk afwijken van het gemiddelde (bv. atleten in verschillende disciplines, personen met een lichamelijke beperking, of nog personen met een specifiek beroep zoals brandweerlui). Dit is niet enkel nadelig op niveau van esthetiek en het comfort van de drager, maar heeft ook desastreuze gevolgen voor de werkzaamheid van specifieke producten zoals orthesen, compressiekleding, beschermkledij en sommige intelligente textielproducten gebruikt voor monitoring van bv. vitale functies. Dergelijke producten vereisen een perfecte pasvorm teneinde hun functionaliteit niet te verliezen.\n\nDe projectdoelstellingen zijn tweeledig. In eerste instantie betreft het de ontwikkeling van een tool waarmee bedrijven zelfstandig gepersonaliseerde matentabellen en patronen kunnen opstellen voor bevolkingsgroepen waarvan de lichaamsverhoudingen sterk afwijken van de gemiddelde bevolking. Hierdoor zullen de bedrijven in staat zijn om comfortabele, goed passende sportkledij en orthesen te ontwikkelen voor diverse toepassingen en doelgroepen waarvan de werkzaamheid gegarandeerd is. Deze tool zal ook bedrijven actief in meer algemene kledij en beschermkledij toelaten om gemakkelijker tegemoet te komen aan de steeds grotere vraag aan gepersonaliseerde kledij. Daarnaast willen we het concept van compressie, ondersteuning en restrictie van bepaalde bewegingen door gebruik van elastische materialen exploreren. Hierbij wordt ook het aspect draagcomfort in beschouwing genomen. De testen om comfortparameters zoals luchtdoorlaatbaarheid, waterdampdoorlaatbaarheid, warmtegeleidbaarheid (isolerend vermogen) en vochttransport te bepalen, worden uitgevoerd op materialen in relaxte toestand. In uitgerekte toestand zullen de waarden fel veranderen. Er is dus nood aan aangepaste testprotocols om comfort in uitgerekte toestand te bepalen.\n\nIn dit project zullen volgende onderzoeksvragen beantwoord worden:\n\n1. Wat zijn de typische antropometrische karakteristieken en de biomechanica van atleten in relatie tot hun discipline en werknemers in relatie tot hun job?\n\n2. Kunnen de meetresultaten met een tablet + mobiele web App gevalideerd worden t.o.v. de meetresultaten met standaard 3D bodyscanners?\n\n3. Op welke manier kunnen we de functionaliteit van compressiekleding en orthesen optimaliseren (pasvorm, materiaalconstructie, positionering van elastisch materiaal)\n\n4. Op welke manier dient het testprotocol opgesteld te zijn om comfortparameters zoals luchtdoorlaatbaarheid, waterdampdoorlaatbaarheid, warmtegeleidbaarheid (isolerend vermogen) en vochttransport van elastische materialen te bepalen in uitgerekte toestand?\n\nOm de projectdoelstellingen te bereiken zullen volgende punten worden onderzocht/uitgevoerd:\n\n1. 3D body scanning van groepen met afwijkende lichaamsproporties\n\n2. 3D body scanning in specifieke houdingen en analyse van de verschillen in omtrekken en lengtes met de basishouding\n\n3. Paired difference test op de 3D meetresultaten (bodyscanner versus tablet met en zonder kleren)\n\n4. PCA analyse van de 3D bodyscan resultaten gekoppeld met een paired difference test t.o.v. de gemiddelde populatie\n\n5. Verwerking van de statistische analyse en opstellen van een methodologie voor de ontwikkeling van kledingmaten en patronen voor deze groepen\n\n6. Optimaliseren van functionaliteit van compressieartikelen in functie van de materiaalconstructie, pasvorm en positionering op het lichaam van de elastische materialen.\n\n7. Ontwikkeling van testprotocols om comfortparameters van elastische materialen in uitgerekte toestand te bepalen.\n\n8. Ontwikkeling van een virtueel model waarmee de druk die wordt uitgeoefend op het lichaam door compressiekleding kan gesimuleerd worden\n\n9. Uitwerken van case studies (prototypes).\n\nDe doelgroepen van dit onderzoek zijn in eerste instantie textiel- en kledingbedrijven die materialen, sportkledij, beschermkledij, compressiekousen en -kledij en ondersteunende kledij en orthesen voor revalidatie ontwikkelen. Daarnaast richten we ons ook tot bedrijven die gecustomizeerde kledij (bloezen, hemden, rokken, broeken, kleedjes, vesten) op de markt (willen) brengen. De belangrijkste meerwaarde voor deze bedrijven zal bestaan in de kennis van de maten en morfologie van hun doelgroep, de kennis om specifieke matentabellen en patronen te ontwikkelen, de kennis van nieuwe materialen voor compressie en de verwerking hiervan en de kennis van nieuwe methodes om compressie en comfort van elastische materialen te evalueren.","summary":"Het ontwikkelen van kleding voor diverse lichaamstypes is cruciaal voor comfort en functionaliteit. Ons project richt zich op het creëren van gepersonaliseerde matentabellen en patronen voor afwijkende lichaamsverhoudingen. Door innovatieve tools en testprotocollen zullen bedrijven in staat zijn om sportkledij, orthesen en compressiekleding te optimaliseren voor maximale prestaties en comfort. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten en methodologieën voor textiel- en kledingbedrijven die zich toeleggen op maatwerk en innovatie in kledingproducten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001649","result_description":null},{"description":"Europees onderzoek (ELAN 2006, Pimlico 2011) heeft uitgebreid aangetoond dat het aanwenden van vreemde talen een belangrijke sleutel is tot handelssucces voor kmo’s. De Europese Commissie heeft bijgevolg verschillende initiatieven gelanceerd om de economische groei te vergroten door kmo’s te stimuleren bij het hanteren van een goed gedefinieerde taalstrategie. Een taalstrategie wordt in dit opzicht gedefinieerd als de geplande aanname van een reeks taalmaatregelen om doeltreffende communicatie met buitenlandse klanten en leveranciers te bevorderen. Deze initiatieven zijn echter onvoldoende doorgesijpeld naar de nationale, regionale en operationele niveaus, waar ze nochtans van het grootste belang zijn, zoals ook blijkt uit de recente wetenschappelijke literatuur (Grin 2010, Gazzola 2016, Ginsburgh 2016). Sommige taalmaatregelen lijken bovendien niet haalbaar voor de doorsnee kmo.\n\nOm tegemoet te komen aan deze nood, willen wij de competitiviteit van de bedrijven in de grensregio België-Frankrijk vergroten door het ontwikkelen van een reeks oplossingen die zich situeren op het vlak van de taalkunde, de interculturele communicatie en human resources. Er is in deze grensregio namelijk heel wat gemeenschappelijke deskundigheid aanwezig, maar dit potentieel wordt door taalkundige en regionale grenzen onvoldoende gevaloriseerd. Dit projectvoorstel kadert in het Europees grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma Interreg Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen (Prioriteit 2: Versterken van het grensoverschrijdende concurrentievermogen van de KMO’s, met de volgende programmadoelstelling: gezamenlijk voorzieningen creëren, valoriseren en met elkaar delen om de KMO’s te ontwikkelen en te begeleiden bij het zoeken naar toegang tot de markten). Het onderzoek sluit ook nauw aan bij de strategische onderzoeksagenda van de HOGENT, met name bij de achtste duurzame ontwikkelingsdoelstelling van de Verenigde Naties (SDG 8): ‘Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen’. De onderzoeksvraag sluit rechtstreeks aan op de programmadoelstelling van het Interreg-programma en luidt als volgt: Hoe kunnen we een taalstrategie op een duurzame manier implementeren om de markttoegang van de kmo’s te bevorderen, met name aan de andere kant van de (taal)grens?\n\nHoewel dit project een multisectorale insteek heeft, zal ons onderzoek zich voornamelijk toespitsen op een speerpuntsector voor de grensregio, namelijk de voedingssector. Deze keuze is tot stand gekomen op basis van een dwarsdoorsnede van gemeenschappelijke criteria (belang van sectoren, noden op het terrein, aanbevelingen van Interreg, etc.) van de betrokken regio’s. Wij voorzien de volgende werkpakketten in ons projectvoorstel:\n1) het afnemen van een kwalitatieve (interviews) en kwantitatieve (online) enquête bij kmo’s langs beide kanten van de taalgrens (BE/FR)\n2) de ontwikkeling van een audit-tool, geïntegreerd in het digitaal platform van het project, zodat bedrijven hun taalstrategie kunnen screenen\n3) de uitwerking en implementatie van een individueel taalactieplan in functie van de noden en het niveau van de verschillende medewerkers, gekoppeld aan het HR-beleid van de onderneming (taalstrategie als people management)\n4) het opstellen van een interculturele gids als houvast voor zakendoen over de grens\n5) het ontwikkelen van een online taalplatform met communicatieve en terminologische modules toegespitst op een aantal knelpuntberoepen waar talenkennis een belangrijke rol speelt\n6) het uitbouwen van een netwerk van korte, professionele taalstages (immersie) voor deze profielen (WP5) in combinatie met taalcoaching op de werkvloer (werkplekleren)","summary":"Europees onderzoek toont aan: taal is cruciaal voor kmo's succes. Ons project in België-Frankrijk grensregio bevordert handel door taalkunde, HR en interculturele communicatie oplossingen te ontwikkelen. Dit past in Interreg-programma en HOGENT's duurzame doelen. Onderzoek richt zich op voedingssector met enquêtes, audit-tool, taalactieplannen, interculturele gids, taalplatform en taalstages.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001650","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van het project was het ontwikkelen van slimme, functionele naden - sensoren en/of actuatoren - voor toepassing in verschillende kledingstukken. Dit omvatte naden voor sportkleding (spanningsgevoelige naden), ondergoed (vochtigheidsgevoelige naden), en persoonlijke beschermende kleding (lichtgevende naden).\n\nDe methodologie omvatte het definiëren van inputmateriaal, garenstructuur, naadontwerp en specificaties. Vervolgens werden de specificaties van demonstrators vastgesteld in samenwerking met HOGENT, FTB & het Gebruikerscomité. \n\nNaast het definiëren van specificaties, omvatte het project ook het ontwerp en de ontwikkeling van geleidende hybride garens door middel van holle spindel- en ringspin-technologieën. Er werd een selectie gemaakt van commercieel beschikbare geleidende (hybride) garens voor gebruik in de naden. \n\nVerder werden sets van verschillende soorten smartseams ontwikkeld met behulp van de ontwikkelde geleidende (hybride) garens door naaitechnologie. Dit resulteerde in de creatie van functionele kledingdemonstrators. \n\nVerschillende resultaten werden behaald, waaronder het verkrijgen van kennis over de productie van elektrisch geleidende hybride garens en het ontwerpen van spanningsgevoelige, lichtgevende en vochtgevoelige naden. Daarnaast werd kennis opgedaan over testmethoden om de geleidende hybride garens en sensorische naden te karakteriseren.\n\nTot slot werden er 3 demonstratoren ontwikkeld, geconfectioneerd en gekarakteriseerd: een vest met actieve lichtgevende naden, een sportshirt met capacitieve of resistieve sensornaden om de beweging van het bovenlichaam te meten, en een onderkledingstuk om de vochtigheid en lichaamstemperatuur te meten.","summary":"Ontwikkeling van slimme naden voor sport, ondergoed en beschermende kleding. Resultaten omvatten geleidende hybride garens, sensorische naden en smartseams. 3 demonstratoren: vest met lichtgevende naden, sportshirt met sensornaden, en onderkleding voor vocht- en temperatuurmetingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001651","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van dit project is de implementatie van een duurzame beheersingsstrategie voor koolvlieg. De focus ligt op het optimaal gebruik van natuurlijke plaagbeheersing en de toepassing van preventieve teelt-technische maatregelen. Hierdoor wordt het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen opgevangen en het gebruik ervan verder gereduceerd. Om dit te bereiken wordt sterk ingezet op voorlichting, demo en communicatie.\n\nKoolvlieg (Delia radicum L.) wordt beschouwd als een veel voorkomende, moeilijk beheersbare plaag bij koolgewassen. Deze vlieg legt haar eitjes nabij de plantvoet af waarna de larven in de wortels binnendringen. De larven vormen er al voedend gangen, met verrotting en kwaliteitsschade tot gevolg. Door hun verdoken levenswijze is de plaag moeilijk te bereiken en het beheersen ervan niet eenvoudig.\n\nRecente evoluties in de gewasbescherming en de stijgende vraag naar residuvrije fruit- en groenteproducten zetten de telers onder druk. Inzetten op natuurlijke plaagbeheersing en teelt-technische maatregelen als onderdeel van een duurzaam teeltsysteem zou een uitweg kunnen bieden.\n\nIn dit project werd een duurzame beheersingsstrategie voor koolvlieg uitgewerkt. De focus lag hierbij op een optimaal gebruik van natuurlijke plaagbeheersing en de toepassing van preventieve teelt-technische maatregelen. Zo werd het toepassen van een tussenteelt met nectarplanten als maatregel om natuurlijke vijanden te stimuleren, getest. Ook verschillende uitzetmethoden van natuurlijke vijanden zoals kortschildkevers en nematoden werden onder de loep genomen. Hiernaast werd de toepasbaarheid van preventieve teelt-technische maatregelen waaronder het gebruik van afdekmateriaal en mechanische ei-verwijdering onderzocht.","summary":"Implementatie duurzame beheersingsstrategie voor koolvlieg met focus op natuurlijke plaagbeheersing en preventieve teeltmaatregelen. Voorlichting, demo en communicatie cruciaal.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001652","result_description":"HOGENT, Inagro, PSKW en Viaverde hebben de handen in elkaar geslagen voor de zoektocht naar een duurzame beheersingsstrategie. Alle onderzoeksresultaten zijn gebundeld tot een duurzame beheersingsstrategie voor koolvlieg.\n\nDe handleiding bevat de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen na 4 jaar praktijkonderzoek. Het plaag-vijandcomplex is in kaart gebracht en er worden 6 strategieën voorgesteld voor preventie en beheersing van koolvlieg.\n\nDe handleiding is te vinden op de webpagina van het project ‘https://www.hogent.be/projecten/suscabfly/’."},{"description":"Binnen kmo's is de kennis over cybersecurity beperkt, wat leidt tot een groot risico op het vlak van beveiliging van bedrijfsprocessen en -data. CyberActive onderzoekt welke kennis ontbreekt en hoe we opleidingen kunnen opzetten om de cyberveiligheid voor kmo's te garanderen.\n\nDe opleidingen zijn opgedeeld in drie trajecten, namelijk “een voortraject”, “een hoofdtraject” en een “natraject” in het kader van het Belgisch Herstel- en Veerkrachtplan.","summary":"Verhoog cyberveiligheid voor kmo's met CyberActive's opleidingstrajecten. Ontdek en vul kennisleemtes in voor optimale bescherming van bedrijfsprocessen en data volgens Belgisch Herstel- en Veerkrachtplan.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001656","result_description":"Voornaamste output van het project zijn de leermodules en ondersteuningsaanpak rond cybersecurity voor KMO's die kunnen worden gebruikt in verdere dienstverlening of in onderwijsopdrachten.\n\nLeermodules op verschillende niveaus voor verschillende doelgroepen binnen de KMO's:\nLevel 1: Leer over cybersecuritybedreigingen, kwetsbaarheden, incidentdetectie, beperkingen, herstel en preventieve maatregelen voor de KMO's.\nLevel 2: Begrijp welke vaardigheden nodig zijn voor de preventie, detectie, beperking en herstel van cybersecurityincidenten.\nLevel 3: Pas de cybersecurityvaardigheden toe in een realistische situatie om cyberaanvallen te voorkomen, detecteren, reageren en herstellen."},{"description":"Howest fungeert met STEAMhive als een echte gangmaker in het landschap van STEM in de vrije tijd. Binnen STEAMhive III biedt Howest vanuit de Mind- and Makerspace en The Enterprise ondersteuning aan organisaties die buitenschoolse STEM-activiteiten (willen) opzetten.\n\nDe missie: van STEAM in de vrije tijd een volwaardige hobby maken, STEM-academies vernieuwend/toegankelijk maken en zo de doelstellingen van de STEM-agenda 2030 mee verwezenlijken.\n\nBinnen Steamhive III wordt onderzocht hoe bestaande know-how, netwerk en faciliteiten, buitenschoolse STEM-activiteiten in Vlaanderen kunnen stimuleren en versterken.","summary":"STEAMhive van Howest ondersteunt organisaties bij het opzetten van buitenschoolse STEM-activiteiten. Doel: STEM in vrije tijd tot hobby maken en STEM-academies vernieuwen voor STEM-agenda 2030.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001657","result_description":"Te verwachten output:\nDienst: begeleiden (op maat) van organisaties die STEM-activiteiten willen opzetten in een vrijetijdscontext.\n\nDienst: actoren binnen het STEAMhive netwerk verbinden en kruisbestuiving mogelijk maken (via (netwerk)events, één-op-één ontmoetingen…).\n\nProces: proactief nieuwe jeugd- en jongerenorganisaties bereiken en prikkelen.\n\nDienst: actieve deelname, organisatie aan of faciliteren van gemeenschappelijke initiatieven en evenementen binnen het ecosysteem van gangmakers van de Vlaamse Overheid.\n\nProduct: De afgewerkte trainingen voor STEM-begeleiders zijn deelbare producten in de vorm van een draaiboek en ten dienste van het ecosysteem en eigen netwerk.\n\nProduct: (Prototype van) een uniek digitaal leerplatform dat op een laagdrempelige en inspirerende manier een brede doelgroep kan bereiken en motiveren om STEM-vaardigheden aan te leren of bestaande skills te verdiepen.\n\nProduct: Netwerkkaart van STEM-actoren in Vlaanderen, terug te vinden op de STEAMhive website (https://steamhive.be/netwerk-2/).\n\nDoelstelling 1: Blijven inzetten op veldwerk. STEAMhive III zet de trend van de vorige twee projectperiodes verder en blijft investeren in het uitbouwen en op de kaart zetten van STEAM-actoren in Vlaanderen en het aanbieden van begeleiding (op maat) aan deze actoren die opgenomen worden in het STEAMhive netwerk.\n\nDoelstelling 2: Proactief bijdragen aan het ecosysteem van STEM-gangmakers van de Vlaamse Overheid door deel te nemen aan de verschillende activiteiten, samenkomsten en initiatieven én de schouders te zetten onder 'de duikboot' train-the-trainer die het gemeenschappelijke professionaliseringsaanbod voor begeleiders van STEM-activiteiten naar een hoger niveau wil tillen.\n\nDoelstelling 3: het STEAMhive professionaliseringsaanbod uitbreiden met een digitaal platform voor STEM-aanbieders. In het eerste jaar richten we ons voornamelijk op het ontwikkelen van een technisch prototype in samenwerking met een IT-partner. Contentcreatie krijgt meer aandacht na de lancering van het prototype."},{"description":"Er is een hoge werkloosheidsgraad bij jongeren in Oeganda (83%, UBOS 2018). Tijdens dit onderzoek wordt bekeken hoe MUST (Mbarara University of Science and Technology) worden versterkt op het vlak van innovatie, technologie en ondernemerschap.\n\nDe werkloosheidscijfers bij jongeren in Oeganda zijn zeer hoog. Er zijn ook heel wat afgestudeerden (bachelors en masters) die geen job vinden door beperkte vaardigheden. Bovendien moeten er meer meisjes aangetrokken worden om te studeren.\n\nHet IUC (interuniversity cooperation) - opgezet door Vlir-UOS met VUB als projectmanager langs Belgische zijde en MUST langs Ugandese zijde - wil de capaciteit van de docenten opbouwen. De innovaties die ontwikkeld worden in de universiteit bereiken te weinig de markt, laat staan dat er werkgelegenheid mee gecreëerd wordt. De studenten zelf worden te weinig gestimuleerd om ondernemend te zijn. Entrepreneurship, maar ook intrapreneurship zijn begrippen die sterker aan bod moeten komen in hun opleiding.\n\nZodra ze afgestudeerd zijn, is het de bedoeling om de MARPs (Most At Risk Populations) te versterken, en dit in de rurale gebieden. Er zijn 6 subprojecten binnen dit IUC, het vijfde over jeugdondernemerschap is met Howest als teamleider. In dit kader wordt er een ondernemerschapscentrum gebouwd, vergelijkbaar met de incubatoren aan Howest.","summary":"Dit project richt zich op het versterken van MUST in Oeganda op het gebied van innovatie, technologie en ondernemerschap om de hoge werkloosheid onder jongeren aan te pakken. Samenwerking met VUB en Howest om docenten te capaciteren en jongeren te stimuleren tot ondernemerschap en innovatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001658","result_description":"Howest zal zorgen voor uitwisseling van kennis op het vlak van jeugdondernemerschap, stageplatform, inzetbaarheid van ICT, ontwikkelen van hackathon, netwerkcafés, communityactiviteiten en overdracht van kennis naar de doelgroep toe op digitale wijze. Dit niet enkel door het helpen bij de bouw van het ondernemerschapscentrum, maar ook door het delen van kennis en begeleiden van de invulling van de activiteiten binnen dit centrum.\n\nDoel is om MUST sterker te maken op vlak van innovatie, onderzoek, ICT en onderwijs. De afgestudeerde studenten zouden sneller een job moeten kunnen vinden op de arbeidsmarkt. Indien dit niet lukt, zou een eigen bedrijf opstarten een vanzelfsprekende gedachte moeten zijn. Op die manier kunnen ze van hun kant zorgen voor werkgelegenheid in hun regio.\n\nHet bouwen van het ondernemerschapscentrum zal ondernemerschap faciliteren."},{"description":"Doel van dit project is om (i) een prototype van een ‘smart sock’ met geïntegreerde sensoren te ontwikkelen voor de detectie van bewegingspatronen bij jonge kinderen. \n\nHet tweede doel van het project is (ii) een algoritme te ontwikkelen voor de automatische interpretatie van de sensordata in functie van de detectie van autismespectrumstoornis bij jonge kinderen.","summary":"Ontwikkeling van een 'smart sock' met sensoren voor bewegingsdetectie en algoritme voor autisme detectie bij jonge kinderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001659","result_description":null},{"description":"Art-IE brengt Vlaamse en Nederlandse kleine en middelgrote ondernemingen in contact met de nieuwste toepassingen van artificiële intelligentie. Het project biedt praktijkgerichte samenwerking met hogescholen via inspirerende events, open labdagen en drie gespecialiseerde AI-labs. Zo wordt AI concreet en toegankelijk gemaakt, met het oog op duurzame innovatie in diverse sectoren.\n\nHet project biedt een antwoord op de groeiende nood aan toegankelijke kennis over AI-toepassingen en stimuleert samenwerking met hogescholen. Drie thema’s staan centraal: federated machine learning, robotica & AI en applied AI. Binnen deze kennisdomeinen worden bedrijven ondersteund om technologie op een praktijkgerichte manier in te zetten. AI biedt kansen om maatschappelijke en economische uitdagingen aan te pakken. Denk aan betere cyberveiligheid, geautomatiseerde processen in productieomgevingen of gepersonaliseerd gezondheidsadvies.\n\nArt-IE helpt bedrijven deze mogelijkheden te verkennen via open labdagen, themadagen, inspirerende talks en een samenwerkingstraject in een van de drie AI-labs. In deze labs werken bedrijven aan een eigen innovatievraagstuk, ondersteund door de expertise en infrastructuur van hogescholen.\n\nDe eerste projectresultaten tonen aan dat de aanpak werkt. Diverse kortlopende innovatietrajecten zijn afgerond, en elk lab ontwikkelde demonstratoren en generieke toepassingen. Zo werd in het Applied AI Lab een AI-assistent gebouwd die studenten en docenten helpt bij het verwerken van cursusmateriaal. De technologie wordt ook toegepast voor bedrijven, oa met LLM’s, RAG of agentic AI op eigen data. De resultaten vinden hun weg naar het onderwijs, de maakindustrie, dienstensector, landbouw en de zorg.","summary":"Art-IE verbindt Vlaamse en Nederlandse KMO's met de nieuwste AI-toepassingen via praktijkgerichte samenwerking en gespecialiseerde AI-labs, voor duurzame innovatie in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001660","result_description":"In dit project worden 3 grensoverschrijdende AI labs uitgebouwd: \n\n- AI Federated Machine Learning Lab (Fontys en Odisee)\n- AI Robotica Lab (Breda Robotics, Avans en VIVES)\n- Applied AI Lab (Avans en Howest) \n\nIn deze labs kunnen kmo's/mkb's samen met de hogescholen technologieën, methodes en apparatuur in een labomgeving en op kleine schaal uittesten alvorens grote investeringen te doen en de technologie in het bedrijf zelf te implementeren. \n\nHiermee geven we mee uitvoering aan het Vlaamse beleidsplan Artificiële Intelligentie dat inzet op versterking van strategisch basisonderzoek rond AI, het stimuleren van bedrijven om AI te gebruiken en bewustmaking, opleiding en ethische omkadering rond AI. \n\nWe spelen ook in op de adviezen uit het Nederlandse WWR rapport 105 Opgave AI."},{"description":"Het project beoogt de oprichting en uitbouw van het Digital Health Lab in West-Vlaanderen, met als hoofdthema digitale preventieve gezondheid.\n\nHet Digital Health Lab zal bestaan uit drie grote luiken:\ni) Demonstratieluik waar bedrijven, zorgpartners (en burgers) worden geïnspireerd door state-of-the-art digitale tools, mede afkomstig uit het valorisatieluik en/of innovatieluik van het Digital Health Lab.\nii) Innovatieluik waar in overleg en samenwerking met de bedrijven preventieve digitale tools voor de zorgsector worden onderzocht, evidence based getest en ontwikkeld. Hier worden nieuwe technologische evoluties binnen de preventieve digitale gezondheid gedetecteerd en opgevolgd en wordt de toepasbaarheid ervan binnen zorgorganisaties bekeken.\niii) Valorisatieluik waar samen met de bedrijven nieuwe preventieve digitale tools worden gevaloriseerd. Bedrijven worden begeleid in de uitwerking van diverse aspecten van het go-to-market proces van hun product.\n\nHet Digital Health Lab is een gecoördineerde samenwerking tussen Howest (als kennisinstelling) en POM West-Vlaanderen (als overheidsinstelling) in functie van netwerking en connectie met de bedrijven en zorgpartners.","summary":"Digital Health Lab in West-Vlaanderen bevordert digitale preventieve gezondheid. Het omvat demonstratie, innovatie en valorisatie van digitale tools voor bedrijven en zorgpartners, in samenwerking met Howest en POM West-Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001661","result_description":"Het project bouwt hiermee een Vlaams verankerd expertisecentrum ten behoeve van de lokale bedrijven uit. Deze kennisbasis wordt vervolgens ingezet om in overleg en samenwerking met de sector de onderzoeksresultaten en applicaties te vertalen naar nieuwe producten en diensten bij de Vlaamse ondernemingen.\n\nVia verschillende vervolgprojecten zal inhoudelijke invulling worden gegeven aan het innovatie- en valorisatieluik, wat finaal moet leiden tot:\n\nEen verhoging van de samenwerking tussen bedrijven en zorgactoren\nVerhoging van de implementatie van digitale tools in de zorg wat finaal bijdraagt aan de transitie van curatief naar preventief waar mogelijk, en wat resulteert in minder zorgend personeel\nEen verhoging van bedrijfsgerichte onderzoekscapaciteit in West-Vlaanderen"},{"description":"Tijdens het project Offshore for Sure (O4S) worden innovatieve energieoplossingen ontwikkeld. Howest draagt dankzij haar kennis in cybersecurity bij tot het ontwerp van slimme en veilig onderhoudssystemen. Verder zal Howest optreden als educatiepartner.\n\nOnze kusten zijn gezegend met een overvloed aan energiebronnen, waaronder getijden- en golfenergie. Vijf ontwikkelaars van offshore energieoplossingen bundelen daarom hun krachten in het project Offshore for Sure, ondersteund door specialisten uit België en Nederland.\n\nDe ontwikkeling van een CO2-vrij energiesysteem met minder afhankelijkheid van gas is een vraag die speelt op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau. We voelen de urgentie om onze innovaties te versnellen en om gezamenlijk de condities te creëren voor opschaling, om zo een serieuze bijdrage te leveren aan een duurzame energietransitie, die ook offshore zal plaatsvinden. De doelstelling is het versnellen van de regionale energietransitie en het stimuleren van de duurzame blauwe economie door de demonstratie van vijf offshore hernieuwbare energieoplossingen in een samenwerking tussen Belgische en Nederlandse technologieontwikkelaars, dienstverleners, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.\n\nDe projecten zijn innovatieve oplossingen en duidelijk plan voor uitrol op het gebied van getijdenenergie, golfenergie, offshore drijvende zonne-energie en energieopslag. Howest zal voornamelijk bijdragen aan het ontwerp van slimme en veilige onderhoudssystemen dankzij haar kennis op het vlak van cybersecurity. Verder is Howest als educatiepartner betrokken bij initiatieven voor de uitwisseling van studenten, het organiseren van gastcolleges, site visits en summer trainings.","summary":"Offshore for Sure project bundelt krachten voor CO2-vrije offshore energieoplossingen met focus op getijden-, golf- en zonne-energie. Howest draagt bij met cybersecuritykennis en educatiepartnerschap voor duurzame energietransitie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001662","result_description":"De volgende Outputs worden beoogd:\n\nProducten/oplossingen: vijf innovaties doorontwikkeld van TRL5 naar TRL 8.\n\nDiensten rondom digitalisering, onderhoud, certificering en testen van innovatieve hernieuwbare energie bij testinstellingen.\n\nHet ontsluiten van kennis via publicaties, beleidsaanbevelingen en verbeterde standaarden voor de sector.\n\nInvesteringen in technologie en projecten door de validatie van business cases door drie verschillende launching customers: 1) overheid, 2) projectontwikkelaars en 3) burgercoöperaties.\n\nHet opzetten van een duurzaam grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen educatiepartners om (toekomstige) werknemers met de juiste vaardigheden voor de sector op te leiden en aan te trekken.\n\nLeveringszekerheid van energie en een betaalbaar energiesysteem zijn belangrijke uitdagingen op weg naar een CO2-vrij energiesysteem in 2050. Offshore energieoplossingen kunnen bijdragen aan leveringszekerheid, omdat deze bronnen 1) voorspelbaar en 2) op jaarlijkse en dagelijkse basis complementair zijn met windenergie. Offshore hernieuwbare energie kan ons energiesysteem ook betaalbaar houden, omdat voorspelbare energie minder energieopslag of regelbaar back-up vermogen nodig heeft, waardoor de totale systeemkosten laag kunnen blijven.\n\nVerder is een combinatie van verschillende vormen van offshore hernieuwbare energie en opslag een belangrijke voorwaarde voor de rendabele productie van 100% duurzame waterstof. Tenslotte maakt bredere inzet op Offshore Renewable Energy (ORE) ons minder afhankelijk van energie uit andere landen."},{"description":"Hoewel verpleegkundigen de grootste groep zorgprofessionals zijn die betrokken zijn bij het verlenen van de palliatieve zorg (PC), is er nog steeds niet voldoende aandacht voor in de basisopleiding verpleegkunde. Daarom werkt Howest aan de projecten NursEduPal uit.\n\nVerpleegkundigen zijn de belangrijkste zorgverleners op het gebied van palliatieve zorg en spelen een sleutelrol in de coördinatie van deze interdisciplinaire zorg. Echter, schiet de basisopleiding verpleegkunde in PC tekort en is er dringend verbetering nodig.\n\nInternationaal onderzoek toont aan dat onderwijs in PC de competenties verhoogt en een directe impact heeft op de kwaliteit van de zorg. Het opleiden van zorgprofessionals is dus een middel om de toegang tot hoogwaardige PC te verbeteren. Bovendien zorgt de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en klinische medici ervoor dat het onderwijs gebaseerd is op de competentievereisten binnen het vakgebied.\n\nIn het vorige NursEduPal@Euro project werden innovatieve leermiddelen ontwikkeld om verpleegkundeopleiders in staat te stellen onderwijs te bieden dat de complexiteit van PC aanpakt. Het NursEduPal@IMPACT project zal nu onderzoeken welke leer-/trainingsmaterialen noodzakelijk zijn om de deelnemers te empoweren, zodat ze collega's kunnen begeleiden en veranderingen in gang kunnen zetten die de integratie van kwaliteit van palliatieve zorg in hun dagelijkse praktijk verbeteren.","summary":"Howest werkt aan projecten om de basisopleiding verpleegkunde in palliatieve zorg te verbeteren, omdat verpleegkundigen een essentiële rol spelen in het coördineren van deze zorg. Onderwijs in palliatieve zorg verhoogt competenties en verbetert de kwaliteit van zorg, waardoor toegang tot hoogwaardige zorg wordt bevorderd. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen en medici zorgt voor competentiegericht onderwijs. In het NursEduPal@IMPACT project worden materialen ontwikkeld om deelnemers te empoweren en de integratie van kwalitatieve palliatieve zorg te verbeteren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001663","result_description":"Het NursEduPal@IMPACT project zal een blended leertraject creëren voor hun Community of Practice. Deze groep lerenden bestaat uit verpleegkundestudenten, opleiders en verpleegkundigen uit verschillende klinische settings. Door middel van e-cursussen, levenstrainingen en mentorsessies van het concentrische cirkelprogramma zullen de deelnemers kennis, zelfredzaamheid en beïnvloedingsvaardigheden verwerven. Ze transformeren tot professionals met klinisch, moreel-ethisch en professioneel leiderschap in de palliatieve zorg.\n\nHet NursEduPal@IMPACT leertraject, inclusief alle leer-/trainingsmaterialen, zal vrij beschikbaar zijn en verspreid worden via de website van het project. Door de deelnemers aan ons programma te empoweren, zullen de beïnvloeders in de palliatieve zorg collega's begeleiden, anderen binnen hun invloedssfeer beïnvloeden en veranderingen in gang zetten die de integratie verbeteren van kwaliteit van palliatieve zorg in hun dagelijkse praktijk. Dit resulteert in goede zorg voor patiënten met een levensbeperkende aandoening en hun naasten.\n\nDe behoefte aan palliatieve zorg begint al vroeg in de loop van een levensbedreigende ziekte. Alleen wanneer deze op tijd wordt geïmplementeerd, kan de positieve invloed van palliatieve zorg voor de patiënten, hun naasten en de samenleving volledig tot zijn recht komen. De doelstelling van het NursEduPal@IMPACT project is het verbeteren van de toegang tot kwalitatief goede palliatieve zorg door middel van onderwijs. Verpleegkundigen en hun opleiders tonen leiderschap en treden op als beïnvloeders van palliatieve zorg. Ze promoten deze goede praktijken in hun omgeving."},{"description":"Het DiGaMe-project heeft als doel binnen het wiskundeonderwijs op maat gemaakte instructies te bieden, afgestemd op de individuele behoeften van elke student, en tegelijkertijd de betrokkenheid en motivatie te verhogen.\n\nIn het kader van het DiGaMe-project wordt onderzocht hoe adaptieve leerpaden geïmplementeerd kunnen worden ter ondersteuning van het differentiatieaspect. Deze leerpaden zijn ontworpen om studenten te voorzien van het best mogelijke traject, afgestemd op hun specifieke behoeften en capaciteiten.\n\nHet platform streeft ernaar om inclusieve leeromgevingen te ontwikkelen die het potentieel van alle studenten optimaliseren. Het platform is gebaseerd op de bestaande FXMath-tool, die is ontwikkeld om online wiskundeonderwijs te ondersteunen en momenteel wordt ingezet binnen de opleiding Digital Arts en Entertainment.","summary":"DiGaMe biedt op maat gemaakte wiskunde-instructies, verhoogt betrokkenheid en motivatie door adaptieve leerpaden te implementeren en optimaliseert het potentieel van alle studenten. Gebruikt FXMath-tool voor online wiskundeonderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001664","result_description":"Werkbare tool.\n\nDemonstraties of showcases van de applicatie voor belanghebbenden.\n\nWorkshops, trainingen of webinars om docenten vertrouwd te maken met de applicatie en hen te ondersteunen bij de integratie ervan in hun lessen.\n\nEvaluatierapporten of case studies die de impact en effectiviteit van de applicatie in verschillende onderwijscontexten documenteren, en die kunnen dienen als basis voor verdere ontwikkeling en implementatie van innovatieve onderwijsvormen.\n\nVia dit project is het de bedoeling digitale tools te ontwikkelen en te testen met het oog op gedifferentieerd onderwijs."},{"description":"BRIDGES by MENTORS onderzoekt welke voorwaarden nodig zijn om studenten van hogeronderwijsinstellingen te motiveren en te mentoren om contact te leggen met studenten uit andere landen.\n\nHet project biedt \"Internationalisation at Home\" voor de regio, door internationale studenten in contact te brengen met burgers met een andere achtergrond. Begeleide interactie stellen internationale hogeschool-studenten, groepen en individuen in de regio in staat om contact te maken en samen te werken in de mentoractiviteiten.\n\nDe impact zal veel verder gaan dan de duur van het project: de deelnemers hebben gemeenschappelijke waarden en verschillende perspectieven kunnen bespreken en hebben soft skills verworven in communicatie en interculturele gevoeligheid. Tegelijkertijd werden hun verhalen gehoord en stimuleerde deelname aan dit project gelijkheid en het gevoel van welzijn. Deze invloeden zullen de mentaliteit van individuen veranderen. Organisaties worden beïnvloed omdat ze met dit mentorprogramma kunnen werken aan participatie en sociale inclusie in hun regio en integratie van internationale studenten. De resultaten worden gedeeld, zodat alle instellingen voor hoger onderwijs in Europa kunnen werken aan het overbruggen van kloven tussen groepen in een regio door mentoring.\n\nEr is een consortium samengesteld van vijf instellingen voor hoger onderwijs, een mentororganisatie en een kwaliteitsborgingsorgaan uit België, Bulgarije, Cyprus, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Nederland. Er nemen 30 universiteitsdocenten, 240 internationale studenten, 180 vertegenwoordigers van organisaties en 30 directeuren/managers deel.","summary":"BRIDGES by MENTORS bevordert interculturele interactie tussen internationale en lokale studenten in hoger onderwijs. Het project versterkt communicatie, soft skills en interculturele gevoeligheid. Hierdoor worden mentoren, studenten en organisaties aangemoedigd tot participatie, sociale inclusie en integratie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001665","result_description":"Het driejarige programma biedt een Service Delivery Manual voor hoger onderwijsinstellingen om te starten met een mentorprogramma in hun regio's. Het produceert richtlijnen met trainingsmethodologie voor internationale studenten die mentor willen worden. Daarnaast levert het een mentorprogramma voor internationale studenten en groepen in een regio voor gezamenlijke activiteiten met mentoring als belangrijkste aanpak. Ook organiseert het verspreidingsevenementen in regio's en deelt de voortgang via een website en sociale media.\n\nTijdens het project zullen veel deelnemers betrokken zijn, ten minste: 30 universiteitsdocenten, deskundigen op het gebied van studentenondersteuning, beleidsmakers en management. Verder zullen 240 internationale studenten, 180 vertegenwoordigers van organisaties in regio's, en 30 directeuren/managers deelnemen.\n\nHet project biedt Internationalisation at Home voor de regio, door internationale studenten in contact te brengen met burgers met een andere achtergrond. Hierdoor wordt een internationale impuls gegeven aan individuen die niet altijd geneigd zijn om jongeren uit een ander land te ontmoeten. Diepgaande en begeleide interactie, ondersteund door voorbereiding, interventie en debriefing, stellen internationale hogeschoolstudenten, groepen en individuen in de regio in staat om echt contact te maken en samen te werken in de mentoractiviteiten.\n\nDe impact zal veel verder gaan dan de duur van het project. De deelnemers aan het project hebben gemeenschappelijke waarden en verschillende perspectieven kunnen horen en bespreken in een veilige en positieve context. Ze hebben soft skills verworven in communicatie en interculturele gevoeligheid. Tegelijkertijd werden hun persoonlijke verhalen gehoord en stimuleerde deelname aan dit project gelijkheid en het gevoel van welzijn. Deze invloeden zullen de mentaliteit van individuen veranderen. Organisaties worden beïnvloed omdat ze met dit mentorprogramma op structurele basis kunnen werken aan participatie en sociale inclusie in hun regio en integratie van internationale studenten. De resultaten worden breed gepresenteerd en gedeeld, zodat alle instellingen voor hoger onderwijs in Europa kunnen werken aan het overbruggen van kloven tussen groepen in een regio door mentoring."},{"description":"Het voorgestelde gebruikersonderzoek heeft als doel om de mate van afleiding te beoordelen tijdens het rijden en het gebruik van schermen te evalueren, zoals een smartphone of een carkit.\n\nTijdens het rijden worden fysiologische reacties geregistreerd, zoals oogbewegingen, huidgeleidingsrespons, hartslag (variabiliteit) en ademhalingsfrequentie. Via deze metingen willen we de cognitieve belasting en stressniveaus beoordelen terwijl de bestuurders verschillende manoeuvres uitvoeren, zoals noodstops en rijden met een bepaalde snelheid.","summary":"Onderzoek naar afleiding tijdens het rijden en schermgebruik met fysiologische metingen om cognitieve belasting en stressniveaus te beoordelen bij verschillende rijmanoeuvres.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001666","result_description":"Schriftelijk en mondeling rapport:\nInzicht krijgen in de cognitieve belasting en stressbeleving wanneer bestuurders worden afgeleid door mobiele apparaten en/of schermen."},{"description":"Het EdHub CoRio-onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een tool die leerlijnen en competenties van studenten binnen de hogeschool zichtbaar maakt voor alle stakeholders binnen de opleiding.\n\nHet startpunt is de tool Naviskore, die in het kader van een eerder onderzoek werd ontwikkeld in cocreatie met een scholengroep op maat van het secundair onderwijs. De logica van deze tool is naadloos vertaalbaar naar andere onderwijsniveaus en andere scholen. De specificiteit van de hogeschoolcontext vraagt evenwel dat een aantal inhoudelijke elementen dienen aangepast te worden en de voorziene procedures dienen herwerkt te worden om tot een efficiënte tool voor Howest te komen. Het vernieuwde curriculum BaSO, dat gebouwd is op duidelijke leerlijnen, wordt gezien als de ideale omgeving om de tool te proefdraaien en meteen te voorzien van features die voor alle opleidingen binnen Howest belangrijk zijn.\n\nUit onderzoek blijkt dat in de onderwijspraktijk feedback en assessment for learning omarmd worden als een middel om effectief, gedifferentieerd onderwijs vorm te geven (Tomlinson, 2014 in Van den Branden, Ko et al., 2013). Onderzoek stelt ook vast dat, ondanks de aanwezige data en de vele mogelijkheden om deze te verwerken, functioneel informatiegebruik (data-based decision-making) weinig ingeburgerd is in scholen (Van Gasse et al., 2015, Heitink et al., 2016).","summary":"Ontwikkeling van EdHub CoRio-tool voor zichtbare studentencompetenties binnen hogeschool. Vertaalbare Naviskore-tool aangepast voor Howest-curriculum. Feedback en assessment essentieel voor gedifferentieerd onderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001667","result_description":"Tool die competenties van studenten en leerlijnen binnen opleiding(en) visualiseert en monitort.\n\nOpgedane kennis met betrekking tot competentiegericht evalueren en leerlijnen dissemineren.\n\nTrainingsaanbod in het gebruik van de tool.\n\nDe doelstelling van dit project is de tool Naviskore, die werd ontwikkeld voor het secundair onderwijs, te vertalen naar de context van hoger onderwijs. Deze tool is gericht op meer gedifferentieerd onderwijs."},{"description":"In dit project wordt gestreefd om sociaal-emotionele vaardigheden, zoals leergierigheid, doorzettingsvermogen, flexibiliteit en stressbestendigheid, op een wetenschappelijk onderbouwde manier in kaart te brengen.\n\nSociaal-emotionele vaardigheden worden steeds belangrijker in onze maatschappij, gekenmerkt door VUCA (Volatility, Uncertainty, Complexity en Ambiguity). Verschillende stakeholders, waaronder overheidsinstanties, de arbeidsmarkt, onderwijsinstellingen en hun studenten, ervaren een groeiende behoefte om rond deze thema's te werken en de vaardigheden verder te ontwikkelen. Een voorbeeld is het Vlaamse actieplan Levenslang Leren, waarin leergierigheid als essentiële vaardigheid wordt benadrukt om individuen in staat te stellen zich aan te passen aan maatschappelijke veranderingen en hun persoonlijke ontwikkeling te bevorderen.\n\nHet project streeft ernaar om de maatschappelijk relevante vaardigheden op een wetenschappelijk onderbouwde manier in kaart te brengen binnen de opleidingen Toegepaste Psychologie, Orthopedagogische Begeleiding en Devine. Door samen te werken met deze opleidingen worden niet alleen de validiteit en bruikbaarheid van de instrumenten getest, maar wordt ook inzicht verkregen in welke rol deze vaardigheden spelen doorheen de opleiding en voor professionals in het werkveld.\n\nDe inzichten uit dit onderzoek zullen worden ingebed in de opleidingen door een gedeelde taal te ontwikkelen voor deze vaardigheden en concrete instrumenten aan te reiken om deze vaardigheden te meten in functie van het ontwikkelproces van de student. De resultaten worden gedissemineerd binnen het hoger onderwijs.","summary":"Meet sociaal-emotionele vaardigheden wetenschappelijk in kaart gebracht voor maatschappelijke relevantie. Samenwerking met opleidingen geeft inzicht in vaardigheden voor studenten en professionals in de praktijk. Ontwikkeling van meetinstrumenten voor adaptatie en groei. Verspreiding van resultaten in hoger onderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001668","result_description":"Een testbatterij van 4 meetinstrumenten om 5 sociaal-emotionele vaardigheden te meten: Likert, forced choice, situationele beoordelingstesten en Leho rubrics. De instrumenten kunnen gebruikt worden als formatieve tool om studenten te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling.\n\nEen draaiboek of 'competentiewoordenboek' met een omschrijving van de sociaal-emotionele vaardigheden op contextniveau van de betrokken opleidingen. Deze draagt bij aan de ontwikkeling van een gedeelde taal.\n\nVoor studenten ontwikkelen we ook een online leerpad en syllabus over sociaal-emotionele vaardigheden. Dit omvat een theoretische omschrijving van deze vaardigheden gekoppeld met een praktische terugkoppeling naar welke rol deze vaardigheden spelen binnen de werkvelden relevant voor de betrokken opleidingen. Dit leerpad kan ook relevant zijn voor docenten om zicht te krijgen op deze vaardigheden.\n\nDaarnaast worden via inspirerende video's en testimonials van docenten en professionals voorbeelden geboden van hoe opleidingen rond deze vaardigheden werken en welk belang zij hebben voor de latere professionele loopbaan.\n\nStudenten hebben bij het afstuderen (bv. Future Days) de kans om een vragenlijst af te nemen waarbij sociaal-emotionele vaardigheden aan bod komen. Er is een optie om een geïndividualiseerd verslag te genereren die de vaardigheden visueel laagdrempelig weergeeft en concrete tips aan studenten geeft om hiermee aan de slag te gaan tijdens het betreden van de arbeidsmarkt (ifv. sollicitatie, sterktes, en groeikansen). Het gebruik van deze tool wordt gemonitord.\n\nEen adviesrapport over verschillende bestaande coachingstools die momenteel werken rond sociaal-emotionele vaardigheden. Dit op basis van enkele criteria. Dit wordt gekoppeld met inzichten die verzameld werden uit de focusgroep met studenten omtrent hun behoeften en wensen over het ontwikkelen van hun eigen sociaal-emotionele vaardigheden.\n\nDit project streeft ernaar om sociaal-emotionele vaardigheden op een wetenschappelijk onderbouwde manier in kaart te brengen. Er worden diverse tools ontwikkeld (zie output) om lectoren en studenten in het hoger onderwijs te ondersteunen."},{"description":"De regelgeving met betrekking tot de Brexit evolueert snel. Dit vraagt een doorgedreven specialisatie die zeer tijdsintensief is. Via dit project gaan we na welke update de opleidingen moeten krijgen.\n\nTijdens BAR Brexit zal een analyse worden gedaan van de bestaande lesmodules binnen de opleidingen Bedrijfsmanagement en Transport en Logistiek. Ook het werkveld zal worden bevraagd. Daarna zal het curriculum worden aangepast aan de continu wijzigende regelgeving met betrekking tot de Brexit, zodat de studenten de meest accurate kennis van de Brexit-problematiek hebben.\n\nEr wordt ook een infosessie voor het werkveld georganiseerd. Zo kunnen bedrijven nagaan wat de impact van Brexit is op hun bedrijfsvoering.","summary":"Analyse en aanpassing van opleidingen Bedrijfsmanagement en Transport & Logistiek voor Brexit-regelgeving. Inclusief infosessie voor bedrijven over Brexit-impact.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001669","result_description":"Met dit onderzoeksproject zullen 10 cursussen worden aangepast en in totaal 250 studenten per jaar zullen worden bereikt. Het aangepaste cursusmateriaal zal blijvend worden gebruikt (doelstelling: bereik van 1000 studenten in 4 jaar).\n\nDit project heeft als doelstelling om de lesinhouden gerelateerd aan de Brexit continu te kunnen upgraden. Studenten dienen op de hoogte te zijn van de huidige regelgeving met betrekking tot de Brexit en moeten futureproof zijn wanneer zij gaan werken bij bedrijven die internationaal georiënteerd zijn. Het bijbrengen van deze competenties zal een duurzame en krachtige impact hebben op het implementeren van de Brexit-regelgeving bij hun toekomstige werkgevers.\n\nHet project zal resulteren in de volgende output:\n\n- Aanpassen van bestaand cursusmateriaal voor studenten: een analyse en aanpassing van bestaande modules binnen de opleidingen Bedrijfsmanagement en Transport en Logistiek. Het gaat om de volgende afstudeerrichtingen en modules die zullen worden onderzocht: Supply Chain Management (Douane fundamentals, Douane advanced, Vervoersrecht en goederenvervoer), International Business Management (International marketing, International business, International trade), Marketing (E-commerce), Transport en logistiek (Inleiding tot douane, Specialisatie douane, Marketing en e-commerce).\n\n- Organisatie van infosessie voor het werkveld: In december wordt een infosessie georganiseerd voor het werkveld. Hierin zullen bovenstaande bevindingen worden gebundeld tot één workshop. Bedrijven kunnen gratis inschrijven om na te gaan wat de impact van de Brexit is op hun bedrijfsvoering. Om de laagdrempeligheid te garanderen, wordt deze workshop online georganiseerd."},{"description":"Dit project heeft tot doelstelling het oprichten van een Impact Lab.\n\nDe samenleving wordt geconfronteerd met enorme uitdagingen die veranderingen meebrengen én actie vereisen. Zowel lokaal, regionaal, nationaal als Europees worden beleidskaders ontwikkeld om transities op verschillende domeinen te definiëren, voor te bereiden en te activeren. Kennisinstellingen (her)oriënteren zich om een belangrijke speler te zijn in dit transitieproces.\n\nHowest wil inzetten op deze processen via zowel onderwijs als onderzoek. Missiegedreven onderzoek, waarbij impactmonitoring, -evaluatie en impactgericht handelen op de voorgrond treden, is hiervoor een geschikt kader. Daartoe wordt een 'Impact Lab' uitgebouwd die onderzoekers binnen en buiten Howest alsook het werkveld wil ondersteunen.\n\nVerder is Howest coördinator van het RUN-EU Impact Observatory (RIO), waar kaders voor impact ontwikkeld worden en de impact van deze Europese Universiteit in kaart gebracht wordt.","summary":"Howest lanceert Impact Lab voor missiegedreven onderzoek en impactgericht handelen op verschillende beleidsniveaus. Ook coördineert Howest het RUN-EU Impact Observatory voor het definiëren en meten van impact.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001670","result_description":"Oprichting Impact Lab Howest\n\nUitwerking missiegedreven onderzoek Howest Aanzet impact instellingsprofiel Coachingaanbod voor onderzoekers van projectidee tot projectuitvoering en -evaluatie. Ondersteunen van het werkveld bij impactgericht werken. Beleidsmatige input voor Howest Uitwerken dienstverleningsaanbod en kennisdiffusie buiten Howest\n\nOprichting RUN-EU Impact Observatory (RIO)\n\nImpact kader voor RUN EU Meetinstrumenten en methodieken voor het monitoren en evalueren van impact Impact rapportage en events\n\nRIO heeft als taak de impact van RUN-EU in zijn geheel en specifieke werkpakketten in het bijzonder in kaart te brengen. Daartoe wordt een impactkader ontwikkeld, wordt data verzameld, en teruggekoppeld naar alle belanghebbenden. Kwantitatieve en kwalitatieve gegevens worden op een aantrekkelijke, toegankelijke en sprekende manier gecommuniceerd. De doelgroep van RIO bestaat uit alle RUN-EU partners, maar er wordt eveneens gedissemineerd buiten het consortium van deze Europese universiteit. Partners van RUN-EU, zowel uit de onderzoekswereld als het werkveld, behoren eveneens tot de doelgroep. Ten slotte wordt ook gemikt op overdracht naar andere Europese universiteiten.\n\nDit project heeft als doelstelling missiegedreven en impactgericht werken binnen de context van een hogeschool en in een Internationale context te bevorderen.\n\nDoelstellingen groeperen zich enerzijds rondom kennisinstellingen in Vlaanderen en anderzijds zijn die gericht op de realisatie van impact van Europese Universiteiten.\n\nHet Impact Lab Howest, met als doelgroep onderzoekers binnen en buiten Howest, heeft als doelstelling onderzoekers op een haalbare structurele manier te ondersteunen bij hun impactgericht evalueren en handelen. Het is tevens de bedoeling nauw met elkaar verbonden begrippen die actuele trends weergeven, zoals transities, missiegedreven werken, impact en valorisatie, in een duidelijk kader te plaatsen.\n\nHet RUN-EU Impact Observatory heeft als doelstelling de impact van RUN-EU in zijn geheel en specifieke werkpakketten in het bijzonder in kaart te brengen. Daartoe wordt een impactkader ontwikkeld, wordt data verzameld, en teruggekoppeld naar alle belanghebbenden. Kwantitatieve en kwalitatieve gegevens worden op een aantrekkelijke, toegankelijke en sprekende manier gecommuniceerd. De doelgroep van RIO bestaat uit alle RUN-EU partners, maar er wordt eveneens gedissemineerd buiten het consortium van deze Europese universiteit. Partners van RUN-EU, zowel uit de onderzoekswereld als het werkveld, behoren eveneens tot de doelgroep. Ten slotte wordt ook gemikt op overdracht naar andere Europese universiteiten."},{"description":"Het doel van ERGO XR is het ontwikkelen van een Mixed Reality-app waarmee leerlingen op een correcte en wetenschappelijk onderbouwde manier technieken leren om te tillen en heffen. De oefeningen zijn relevant voor de opleidingen hout, bouw, elektriciteit, mechanica en zorg.\n\nIn de app krijgt de leerling door tracking van de bewegingen onmiddellijk feedback als het tillen/heffen op een (on)juiste manier gebeurt. Er wordt gewerkt met verschillende niveaus: van geleide instructies tot een virtuele oefening en feedback. Leerlingen kunnen op hun eigen tempo oefenen tot ze de houding perfect onder de knie hebben (UDL). De app zou ons ook in staat moeten stellen om het leerproces (aantal pogingen, progressie, …) van de leerling continu te monitoren door middel van een 'learning dashboard'.\n\nIn de app krijgt de leerling door tracking van de bewegingen onmiddellijk feedback als het tillen/heffen op een (on)juiste manier gebeurt. Gezien het belang van ergonomie binnen de verschillende beroepsgerichte richtingen wordt meteen ook een enorm schaalbare applicatie ontworpen. Tiloefeningen zijn relevant voor de opleiding hout, bouw, elektriciteit, mechanica en zorg.\n\nOm de bewegingen in kaart te brengen, maken we gebruik van sensoren (gyroscopen zitten in de MR-brillen). Maar het kan ook zinvol zijn om extra sensoren te integreren. Hoe accurater de registratie van bewegingen, hoe beter we feedback kunnen voorzien. De app is adaptief aan de individuele morfologie van de leerling en aan het interesseveld/studies. Door de adaptieve voorwerpen sluiten de situaties beter aan bij de leefwereld van de leerlingen en zien ze ook beter de noodzaak van het gebruik van correcte technieken.\n\nWe willen objecten en oefeningen voor de harde sector, maar ook voor de zorg.","summary":"ERGO XR ontwikkelt een Mixed Reality-app voor het leren van til- en heftechnieken in diverse vakgebieden. Leerlingen krijgen directe feedback op hun bewegingen via tracking, met aanpasbare oefeningen en monitoring van leerprogressie. Ergonomie en schaalbaarheid staan centraal, met adaptieve functies voor individuele behoeften.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001671","result_description":"Om onze doelstelling te bereiken bestaat de adaptieve applicatie uit:\n\nStap voor stap uitleg over hoe te tillen en te heffen, met instructies over het correct uitvoeren van de beweging en onmiddellijke, geautomatiseerde feedback (deel van een tiloefening).\n\nVirtueel heffen van een item met feedback. Bijvoorbeeld het heffen van een elektrische kast, het opnemen van een persoon uit een rolstoel, …\n\nEen echt object opheffen met controle van de beweging. De veranderende moeilijkheidsgraad maakt een verval in oude (slechte) gewoontes zeer verleidelijk.\n\nMogelijkheid tot het instellen van extra moeilijkheidsgraden (creëren van een afleiding, bewegend voorwerp, muziek,…)\n\nMixed reality applicatie met koppeling van sensoren voor goede tracking van de bewegingen. Met in de applicatie hef en til oefeningen in 3 fases."},{"description":"De projecten van Tope Sterk hebben als doel de kansen voor jongeren in kwetsbare situaties te vergroten. Dat gebeurt aan de hand van student tutoring. Studenten uit het hoger onderwijs treden op als begeleider om leerlingen uit het basis- of secundair onderwijs te ondersteunen bij het leerproces. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat tutoringprogramma’s positieve effecten hebben op de leerresultaten in basis- en secundair onderwijs.\n\nIn een grootschalige meta-analyse (Nickow, A., Oreopoulos, P. & Quan, V. (2020) - The Impressive Effects of Tutoring on PreK-12 Learning: A Systematic Review and Meta-Analysis of the Experimental Evidence - NBER Working Paper No. 27476 July 2020 JEL No. 12, J24) werd een aantal tendensen aangetoond: positieve effecten zijn gelijk voor rekenen als voor taal, positieve effecten zijn sterker in basisonderwijs.\n\nHowest bouwt tijdens Tope Sterk 4 de structurele samenwerking met de volgende organisaties verder uit:\n- Vzw De Katrol organiseert studie- en gezinsondersteuning in Oostende en elders in West- en Oost-Vlaanderen.\n- 't Scharnier organiseert studieondersteuning aan huis in Brugge en Blankenberge.\n- Komerbi wil een veilige plek bieden voor maatschappelijk kwetsbare jongeren, met zowel een leerplatform als vrijetijdsaanbod.\n\nHowest zet in het schooljaar 2023-2024 het lerend netwerk op met deze organisaties en zal onderzoek doen naar, én expertise uitwisselen rond de thema’s: kwaliteitsvolle coaching van studenten (tutoren), uitwerken methodieken voor intervisie met studenten, impactmeting bij de betrokken leerlingen (tutees) en hun gezinnen.","summary":"Tope Sterk verhoogt kansen voor jongeren via student tutoring. Bewezen positieve effecten op leerresultaten in basis- en secundair onderwijs. Howest bouwt samenwerking uit met vzw De Katrol, 't Scharnier en Komerbi voor lerend netwerk en expertise-uitwisseling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001672","result_description":"Er is een ondersteuningsaanbod voor impactgericht werken in social profit organisaties.\n\nEr is een operationeel lerend netwerk waarin nieuwe kennisopbouw en kennisdeling plaatsvindt.\n\nOnderwijscultuur versterken in maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Kennisopbouw, kennisdeling en uitwisseling van expertise tussen organisaties faciliteren.\n\nOp een wetenschappelijk onderbouwde manier impact van social profitorganisaties aantonen."},{"description":"Innovatiedoel\nNa een eerste grote uitdaging voor de uitvoerder, met name die van het energiebewust bouwen (in praktijk omzetten van de EPB-regelgeving), staat deze uitvoerder op dit moment voor een volgende uitdaging, met name het milieubewust bouwen.\nIn de evolutie om op energetisch vlak steeds performanter te (ver)bouwen daalt de milieu-impact van de primaire energie voor verwarmen/koelen en weegt de milieu-impact van de toegepaste materialen steeds meer door. Een groot potentieel in de verantwoorde omgang met ons klimaat zit dus in de reductie van de milieu-impact van bouwmaterialen en bouwmethoden. Vandaag situeren onderzoeksresultaten binnen circulair bouwen zich in hoofdzaak rond ontwerp- en aanbestedingsgerichte aspecten; LCA, tools voor het bepalen van de ambitieniveaus, circulaire bestekken, enz. De beoogde circulaire ambities hebben echter enkel impact op ons klimaat en leefomgeving bij een correcte uitvoering ervan. Hier ontbreekt vandaag gebundelde, praktijkgerichte kennis over. We richten ons in voorliggende aanvraag op de gebouwschil omdat hier, op materiaalniveau, de bestaande wetgeving omtrent energie-efficiëntie (EPB-regelgeving) en de nieuwe circulaire materialen elkaar ontmoeten. Bij de uitvoering van een bouwwerk is een bouwknoop (= aansluiting tussen schildelen bv. de aansluiting tussen gevel en dak) het meest complex omwille van zijn 3 dimensionele vormgeving. Vandaag is de kennis over de circulaire aspecten van bouwcomponenten versnipperd: over hun (al dan niet) biologische afkomst, hun recyclagecontent losmaakbaarheid prijs DIt gebrek aan overzicht bemoeilijkt directe, technische of financiële vergelijking met de gekende materialen klassieke verbindingsmethoden Wat zijn de uitdagingen voor een uitvoerder van een circulaire gebouwen? - Materiaalkennis; de uitvoerder moet kennis hebben van de kenmerken, inzetbaarheid en plaatsingsvoorschriften van zowel nagegroeide materialen als gerecycleerde materialen. Nagroeibare materialen zijn immers, qua grondstofvoorraad, oneindig en nemen CO2 op tijdens hun groei en herbruikte en gerecycleerde materialen hebben een positieve invloed op de milieu-impact van het materiaal. - Technische vaardigheden: Naast montage worden demontage en remontage belangrijk om hergebruik of selectieve sloop te faciliteren. De uitvoerder moet kennis hebben van verschillende montage en demontabele systemen, wat de impact is op de demontagegraad en hoe deze toegepast kunnen worden in de gebouwschil. - Financiële calculatie: Wat is de kostprijs die verbonden is aan de toepassing van circulaire bouwmethoden en circulaire bouwmaterialen? Hoe verhouden ze zich ten opzichte van de uitvoering volgens klassiek gekende bouwmethoden en bouwmaterialen? En zijn er financiële voordelen op lange termijn? Dit met als doel succesvol deel te nemen aan een circulaire aanbesteding (met Total Cost of Ownership als criterium, of in bouwteam) en succesvolle uitvoering van het project. Het is de doelstelling van voorliggende aanvraag om de praktijkgerichte kennis over bio-gebaseerde en gerecycleerde materialen te verhogen, verbindingsmethoden met een hoge demontage potentieel te documenteren en situeren tegenover gekende alternatieven, een financiële calculatie mogelijk te maken. In de loop van het project zullen we hands-on output ontwikkelen, om zo drempels weg te werken (risico-aversie) en aan de bouwsector meer vertrouwen te geven om met deze circulaire materialen en losmaakbare verbindingen aan de slag te gaan.","summary":"Verbeter de milieu-impact van bouwprojecten door praktijkgerichte kennis over circulaire materialen te vergroten. Focus op materiaalkennis, technische vaardigheden en financiële calculatie voor succes in circulaire aanbestedingen en projectuitvoering.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001811","result_description":null},{"description":"Dit project wil de Vlaamse landbouw- en textielsector de nodige concrete handvatten en richtlijnen verschaffen om een gerichte hennepteelt en verwerking tot kwalitatieve textielproducten mogelijk te maken op industriële schaal en de verschillende schakels in de keten op elkaar afstemmen.\n\nDe herintroductie van hennep als multifunctioneel, ecologisch, duurzaam gewas is wereldwijd in opmars. In Europa is de hennepindustrie sterk gericht op het telen van hennep voor 'laagwaardige' korte hennepvezels, maar hennepteelt gericht op het bekomen van lange vezels, verwerkbaar in hoogwaardige textieltoepassingen, zou economisch gezien meer perspectieven kunnen bieden aan de telers. Een kwaliteitsvolle hennepteelt voor textieltoepassingen komt bovendien tegemoet aan de vraag van de Vlaamse textielsector naar natuurlijke vezels afkomstig van lokale, traceerbare en duurzame teelt en verwerking. Het gebrek aan kennis omtrent de opschaalbaarheid van hennepteelt en verwerking tot textielproduct staat de introductie van hennepteelt voor textielvezel in Vlaanderen en Europa echter (nog) in de weg.\n\nDit project wil de Vlaamse landbouw- en textielsector de nodige concrete handvatten en richtlijnen verschaffen om een gerichte hennepteelt en verwerking tot kwalitatieve textielproducten mogelijk te maken op industriële schaal en de verschillende schakels in de keten op elkaar afstemmen. Op die manier beoogt het project de productie en het gebruik van henneptextieltoepassingen te realiseren als onderdeel van een lokale 'bio-based economy'. Daarnaast zal ook de eindconsument geïnformeerd worden over de duurzaamheidsaccenten van dit gewas en zijn toepassingen.","summary":"Dit project stimuleert de Vlaamse landbouw- en textielsector om hennepteelt te optimaliseren voor hoogwaardige textielproducten op grote schaal. Het richt zich op duurzaamheid, lokale productie en kennisdeling voor een bloeiende bio-based economy met aandacht voor de eindconsument.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001812","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om de toekomstige lancering van een spin-off rond maatvoering van zadels voor moderne sportpaarden voor te bereiden. De aanvragers willen nieuwe en bestaande kennis en technologie op het gebied van de lichaamsbouw van paarden (meetsysteem), zadelpassing en de interactie tussen paard, zadel en ruiter valoriseren.\n\nHorSize: \"Naar een spin-off rond maatvoering voor paardentuig\" is een onderzoeksproject van de onderzoekscentra FTILab+ en het Centre for Applied Data Science.","summary":"Dit project bereidt een spin-off voor over maatvoering van zadels voor moderne sportpaarden, gebaseerd op kennis en technologie van paardenlichaamsbouw en zadelfitting. Samenwerking tussen FTILab+ en het Centre for Applied Data Science.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001813","result_description":null},{"description":"Aan de AUGent werd een project goedgekeurd voor een IOF-mandaat genaamd \"liaison hogescholen\". Binnen dit project werd een IOF-mandataris aangesteld die zal werken voor en samenwerken met de drie hogescholen (Artevelde, HOGENT en HOWEST) en de UGent.\n\nNaast een aantal vaste doelstellingen die gelden voor elke IOF-mandataris, zoals aanspreekpunt TTO, overzicht beschikbare expertise, detecteren valorisatiemogelijkheden en uitbouwen van een netwerk, heeft deze mandataris ook specifieke doelstellingen. Hieronder vallen onder andere het fungeren als aanspreekpunt voor onderzoekers van de drie hogescholen bij IOF-oproepen (onderzoeksapparatuur, projecten, consortia, enz.) en het stimuleren van samenwerkingen tussen alle AUGENT-associatiepartners (hogescholen en UGent), met een speciale focus op de economische valorisatie van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek aan de hogescholen.\n\nDit IOF-mandaat is toegekend aan Hendrik De Cooman.","summary":"Een IOF-mandataris bij AUGent zal fungeren als liaison hogescholen, samenwerken met Artevelde, HOGENT, HOWEST en UGent. Focus op economische valorisatie van praktijkgericht onderzoek. Hendrik De Cooman is de aangewezen mandataris.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001828","result_description":null},{"description":"Momenteel bestaat er in België geen eenduidige en erkende methode voor het ontwerp en de dimensionering van de sanitair-warmwaterproductie-installaties (SWW-productie-installaties). Uit recente enquêtes in het kader van deze projectaanvraag binnen de groep van de sanitaire installateurs is duidelijk gebleken dat er vraag is naar een dergelijke methode en dat er bovendien ook nood is aan gebruiksvriendelijke tools en opleidingen die helpen om deze methode in de praktijk toe te passen.\n\nSWW 2.0 heeft tot doel om een eenduidige en erkende methode voor het ontwerp en de dimensionering van de SWW-productie-installaties, gedifferentieerd in functie van het type installatie en zijn hydraulische componenten, vast te leggen. Deze methode zal toelaten om te komen tot optimale installaties op alle vlakken (comfort, energie, gezondheid).\n\nDaarnaast zal het project de sector eveneens de nodige hulpmiddelen (dimensioneringstool, ontwerpgids,…) aanreiken voor de toepassing van deze methode. SWW 2.0 wil de ontbrekende schakel vormen tussen de bestaande algemenere aanpak uit voorgaande projecten en een brede adoptie ervan in de praktijk.\n\nDe primaire doelgroep van het project zijn de ontwerpers (installateurs, studiebureaus) van SWW-productie-installaties en dit voor de residentiële sector (80% van het gebouwenpark). Het betreft een brede groep niet O&O-intensieve KMO’s, die door SWW 2.0 een beperkte innovatiesprong zullen maken. We ambiëren een reëel bereik van deze doelgroep van 30% voor het einde van het project, m.a.w. ongeveer 2275 (30% van 7585) installateurs.\n\nDaarnaast richt het project zich tot de fabrikanten van dergelijke installaties en softwareontwikkelaars van dimensioneringsprogramma’s als secundaire doelgroep. Dit is een beperktere groep van innovatietrekkers waarbij verdere ontwikkeling van nieuwe processen, producten en/of diensten binnen het bedrijf zal plaatsvinden.","summary":"SWW 2.0 introduceert een nieuwe methode voor het ontwerp en de dimensionering van SWW-productie-installaties in België. Het project voorziet gebruiksvriendelijke tools en opleidingen voor installateurs en studiebureaus, met als doel optimale installaties te realiseren op gebieden zoals comfort, energie en gezondheid. Ook fabrikanten en softwareontwikkelaars worden betrokken om innovatie te stimuleren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001837","result_description":"Uitwerken van een ontwerp- en dimensioneringsmethode die differentieert in functie van het type installatie en zijn hydraulische componenten, zoals de hoogte van de temperatuursonde en de manier van opladen van de boiler. \n\nOntwikkelen van een software-tool voor de dimensionering. \n\nOntwikkelen van hulpmiddelen ter ondersteuning van het ontwerp, zoals een online ontwerpgids met hydraulische schema’s, vademecum, animaties, enzovoort. \n\nDeze hulpmiddelen zullen worden geïmplementeerd door middel van bedrijfsspecifieke cases tot een jaar na de duur van het project. \n\nDeze elementen zullen samen leiden tot optimale installaties op alle vlakken, waaronder comfort, energie en gezondheid."},{"description":"In het project KlimOp worden technieken uit de artificiële intelligentie (AI) gebruikt om de Vlaamse tuinder een beter inzicht te geven in zijn serreklimaat en zo de klimaatregeling te verbeteren. Hiervoor worden data uit de klimaatcomputer geanalyseerd en gecombineerd met plantinzichten bekomen via plantsensoren. Dit project richt zich op verwarmde teelten, waaronder tomaat, sla, paprika en aardbei, maar de resultaten zullen ook hun toepassing vinden bij andere teelten.\n\nDit is een vierjarig LA-traject dat start op 1 september 2021. Dit project wordt uitgevoerd door twee partners. Het KennisCentrum Energie van de Thomas More hogeschool neemt het klimaattechnische deel voor zijn rekening en het laboratorium voor Plantecologie van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, Universiteit Gent zal de interactie tussen klimaat en plant en de communicatie met de plant via plantsensoren uitwerken. Het project wordt opgevolgd door een uitgebreide begeleidingsgroep, bestaande uit onder andere 11 telers, 8 toeleveranciers en teeltvoorlichters en 7 onderzoekscentra.\n\nVerbeteren van de klimaatregeling in de serre\nAI zal zorgen voor nieuwe inzichten in de klimaatregeling van de serre. Dit zal de individuele teler helpen om klimaatonregelmatigheden te detecteren en beslissingsvragen te beantwoorden om de regeltechniek van de serre aan te passen. Dit leidt tot betere plantcondities, energiebesparing en emissiereducties.\n\nHet project zal starten met bedrijfsspecifieke analyses samen met 24 individuele tuinders. Naast het verbeteren van de klimaatregeling, zullen deze analyses demonstreren wat de mogelijkheden zijn van AI-technieken, al dan niet aangevuld met bijkomende plantmetingen. Indien nodig worden ook bijkomende experimenten opgezet in de nieuwe klimaatkamers bij Thomas More.\n\nDe generieke adviezen die uit deze individuele analyses worden gehaald, zullen bovendien voor de brede groep van tuinders toegankelijk gemaakt worden. Ook tuinders die zelf niet actief aan de slag gaan met hun klimaatdata, zullen op die manier gebruik kunnen maken van de projectresultaten.","summary":"Verbeter de serreklimaatregeling met AI voor Vlaamse telers. Data-analyse en plantinzichten optimaliseren klimaat, besparen energie en verminderen emissies. Laat AI individuele telers helpen hun serre optimaal te regelen en breng de voordelen naar de hele tuindersgemeenschap.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001838","result_description":"Wetenschappelijk onderbouwde bedrijfsspecifieke analyses en adviezen zijn toegepast bij 24 individuele tuinders. Deze groep bestond uit 9 pilootbedrijven en 15 implementatiebedrijven. Het doel was om de klimaatsturing te optimaliseren, gebaseerd op een analyse van de historische gegevens van het serreklimaat en gevalideerd met plantgegevens. Dit zal resulteren in een hogere productie, lagere ziekte- en plaagdruk, lagere productiekosten, lager energieverbruik en lagere CO2-uitstoot.\n\nEr is gebruik gemaakt van plantsensoren om het gewenste klimaat van de plant te achterhalen. Dit heeft geleid tot een efficiënter gebruik van klimaatinfrastructuur, energie en CO2-uitstoot.\n\nGenerieke adviezen op het gebied van klimaatregeling binnen de ruime verwarmde glastuinbouwsector zijn afgeleid en breed verspreid. Dit wordt onder andere bereikt door het geven van infosessies, het integreren van richtlijnen op de website van Thomas More en via publicaties.\n\nDe introductie van AI in de glastuinbouwsector is gerealiseerd door de werkwijze die is toegepast bij de 24 praktijksituaties te gebruiken als voorbeeld. Dit zorgt ervoor dat bedrijven in de toekomst meer openstaan voor ondersteuning door AI.\n\nDeze doelstellingen vertalen zich in de volgende KPI's aan het einde van het project: KPI1 'unieke bedrijven': 104, KPI2 'aantal implementaties': 150, KPI3 'vervolgtrajecten': 5."},{"description":"De huidige generatie studenten (Generatie Z) wil praktische en relevante informatie en wenst dat leren gepersonaliseerd, onmiddellijk, spannend, boeiend, technologisch geavanceerd en visueel gebaseerd is (Chicca & Shellenbarger, 2018). Studenten gezondheidszorg kunnen daarnaast niet alles meer aanleren op de werkvloer zelf (Waxman et al., 2019). Ook situaties zoals de COVID-19-pandemie brengen het leren op de werkvloer (bv. via fysieke/traditionele stage) in het gedrang. Serious games kunnen een leervorm zijn om zorgverleners in het werkveld, maar ook studenten, interprofessioneel op te leiden.\n\nVoordelen van het aanleren van interprofessioneel samenwerken via gamification zijn onder meer dat het op elk moment en vanuit elke plaats kan doorgaan en dat het ook gericht is op levenslang en levensleuk leren. Echter, de mogelijkheden die de digitale educatieve spellen kunnen bieden op vlak van het versterken van interprofessioneel leren en samenwerken van studenten gezondheidszorg en zorgverleners zijn onvoldoende gekend, zowel binnen het onderwijs als in het professionele werkveld.\n\nHet doel van dit project is om bestaande serious games te exploreren die interprofessioneel leren versterken, zowel bij studenten gezondheidszorg als bij zorgverleners vanuit diverse disciplines in het werkveld. Reeds bestaande digitale educatieve spellen voor interprofessioneel opleiden zullen in kaart gebracht worden via literatuurstudie, alsook via marktonderzoek. Vervolgens is het de bedoeling de efficiëntie, gebruiksvriendelijkheid en de potentiële inzetbaarheid van deze digitale educatieve spellen uit te diepen binnen interprofessionele teams van studenten uit de gezondheidszorg (paramedische beroepen waaronder logopedie, ergotherapie en voedings- en dieetkunde en verpleegkunde) en binnen interprofessionele teams van zorgverleners (pilootstudie).\n\nDit project verkent serious gaming als methodiek om interprofessioneel samenwerken aan te leren en/of te versterken zowel in het werkveld als in het onderwijs. Eveneens schetst dit wetenschappelijk onderzoek de hiaten in het huidig vormingsaanbod dat aanzet tot interprofessioneel leren. Om de mogelijke gap in de literatuur te overbruggen, kunnen we op termijn nagaan of het wenselijk is om een aangepaste game te ontwikkelen.","summary":"Verkenning van digitale spellen voor interprofessioneel leren in de gezondheidszorg. Onderzoek naar efficiëntie en inzetbaarheid binnen teams. Doel: versterken van samenwerking en identificeren van hiaten in vormingsaanbod. Potentieel voor ontwikkeling van aangepaste game.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001839","result_description":null},{"description":"Steeds meer koppels kampen met fertiliteitsproblemen. Een deel van de vruchtbaarheidsproblemen kan toe te schrijven zijn aan het gegeven dat steeds meer koppels hun kinderwens uitstellen. Jonge mensen zijn onvoldoende geïnformeerd rond de invloed van leeftijd op de vruchtbaarheid. Binnen dit project willen we een platform ontwikkelen met ondersteunend materiaal voor leerkrachten en hulpverleners. Daarnaast zal op het platform eveneens informatie terug te vinden zijn voor personen op reproductieve leeftijd.\n\n#fertiliteit #vruchtbaarheid #fertiliteitsproblemen #kinderwens #seksueleopvoeding #onderwijsdoelen\n\nUit studies die de fertility awareness nagaan bij de algemene bevolking blijkt dat jonge mensen onvoldoende op de hoogte zijn van de invloed van leeftijd op vruchtbaarheid. Bij het uitstellen van de kinderwens neemt men dus geen geïnformeerde beslissing. In de literatuur rond fertility education beveelt men aan om jonge mensen beter te informeren via verschillende wegen: via de school en via actieve hulpverleners in de eerste lijn gezondheidszorg.\n\nGezondheidsopvoeding en seksuele opvoeding komen momenteel al aan bod in de secundaire scholen. Momenteel ligt de focus echter volledig op preventie van ongewenste zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen. Het is ons doel dat 18-jarigen in de toekomst ook voldoende kennis hebben over de invloed van leeftijd (en andere leefstijlfactoren) op de vruchtbaarheid.\n\nWe hanteren binnen dit project een human centered design, wat betekent dat de eindgebruikers betrokken zijn bij het ontwerp van ons product.\n\nHuidige fase van het onderzoek: afronding\n\nDit project resulteerde in de website www.allesovervruchtbaarheid.be met een luik voor leerkrachten, voor personen met een potentiële kinderwens en voor hulpverleners. Het luik voor leerkrachten staat gebundeld volgens de nieuwe onderwijsdoelen en bevat een mix aan leermateriaal en methodieken om in de lessen te integreren. Het leermateriaal bestaat uit nieuw gemaakt materiaal in het kader van dit project en verwijzingen naar bestaand materiaal waar dit voorhanden was. Het luik voor personen met een potentiële kinderwens bestaat uit informatie rond relevante topics, podcasts en links naar relevante organisaties.","summary":"Platform voor fertility awareness en educatie. Informeert jongeren over invloed van leeftijd op vruchtbaarheid. Website met info voor leerkrachten, hulpverleners en mensen met kinderwens. Human centered design. Bezoek www.allesovervruchtbaarheid.be.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001840","result_description":null},{"description":"Binnen de gezondheidszorg stijgt de vraag naar e-learning rond Crew/Crisis Resource Management (CRM). Binnen CRM worden niet-technische vaardigheden aangeleerd die noodzakelijk zijn voor effectief teamwerk in crisissituaties.\n\nAchtergrond: Door stijging van complexe zorgvragen en hieraan gekoppelde zorgprocessen, is teamwork niet meer weg te denken in het zorglandschap. Interprofessionele samenwerking behoeft niet alleen technische vaardigheden, maar ook niet-technische vaardigheden zoals leiderschap, teamlidmaatschap, effectieve communicatie en situationele bewustwording.\n\nDoelstelling: Het onderzoek heeft tot doel het ontwikkelen en evalueren van een e-learning rond human factors, patiëntveiligheid en CRM principes.\n\nDoelgroep: De ontwikkelde digitale module wordt uitgetest en geëvalueerd bij verpleegkundigen uit acute en niet-acute diensten binnen algemene ziekenhuizen (n=86).\n\nMethode: In de eerste fase van het onderzoek wordt de digitale module ontwikkeld. In fase twee doorlopen deelnemers de ontwikkelde e-learning waarbij de ervaring en de beleving alsook de opgedane kennis geëvalueerd worden. Om na te gaan of de e-learning leidt tot verandering in gedrag, nemen de deelnemers na het doorlopen van de e-learning deel aan een simulatie in een immersive room (270° project waarbij het mogelijk is de eigen omgeving te projecteren). In deze simulatie wordt een realistisch, afdelingsgebonden scenario gepresenteerd waarin de aangeleerde CRM principes toegepast kunnen worden.\n\nOutput: Er wordt een e-learning ontwikkeld die toepasbaar is in de gezondheidszorg. Hierdoor kan worden ingezet op effectiever teamwork in crisissituaties en verhoging van de patiëntveiligheid.","summary":"Ontwikkel en evalueer e-learning module voor verpleegkundigen om niet-technische vaardigheden te verbeteren in crisissituaties, gericht op effectiever teamwork en verhoging van patiëntveiligheid.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001841","result_description":null},{"description":"In SOLID4HEALTH wordt de recent ontwikkelde kennis over SOLID-technologie samengebracht. De doelstelling is om bestaande bouwstenen aan te reiken aan technologieontwikkelaars (aanbodzijde) enerzijds en aan dienstverleners (vraagzijde) - waaronder zorgverleners - anderzijds, om hen toegang te verschaffen tot gezondheids- en levensstijldata.\n\nDit maakt het mogelijk om innovatieve gepersonaliseerde toepassingen en advies te ontwikkelen binnen het domein van de preventieve gezondheidszorg. Dit project demonstreert hoe men op een ethische manier gepersonaliseerde gezondheidsdata kan hergebruiken voor de ontwikkeling, validatie en valorisatie van gezondheidstoepassingen door gebruik te maken van burgerbeheerde open data platformen.","summary":"SOLID4HEALTH brengt SOLID-technologie samen om innovatieve gezondheidstoepassingen te ontwikkelen. Het project biedt bouwstenen aan technologieontwikkelaars en zorgverleners om gepersonaliseerde advies en data-toepassingen te creëren voor preventieve gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001842","result_description":"In SOLID4HEALTH werken we concreet aan:\n\n1) Kennisverspreiding en toepassing van de SOLID-technologie bij technologieontwikkelaars van digitale gezondheidsapplicaties en -platformen en bij uitbreiding ontwikkelaars van wearables, sensoren en connected devices. Dit doen we via de opbouw van een demonstrator van een open data platform op basis van SOLID-technologie en door het geven van workshops (10) om de projectresultaten te verspreiden.\n\n2) Een beslisboom voor inzet van ethische en juridische principes bij datadeling in de preventieve gezondheidszorg. Deze blijft beschikbaar in de vorm van een online tool.\n\n3) Een Technologie Cookbook, die ontwikkelaars helpt om datastandaarden en -richtlijnen op hun maat te selecteren (bv. encryptie, consentmanagementsystemen, autorisatie en authenticatie).\n\n4) 4 proof-of-concepts die voortvloeien uit 4 use cases waarin SOLID-technologie ingezet werd om data-uitwisseling te demonstreren.\n\n5) 6 aangepaste opleidingsonderdelen, door de intense betrokkenheid van 20 studenten en een bereik van ca 800 studenten in totaal uit 6 Bachelor-opleidingen van Thomas More."},{"description":"De textielsector staat voor heel wat uitdagingen, waaronder de snelgroeiende vraag naar producten zonder negatieve gevolgen voor het milieu (d.w.z. grote watervoetafdruk in geval van katoen, vervuiling door microplastics, enz.). Een verschuiving in de markt van petrochemische naar biobased vezels vereist nieuwe verwerkingstechnologieën en de acceptatie in de consumentenmarkt van andere natuurlijke materialen dan katoen, wol en zijde.\n\nProject SUSTEX zal een inventarisatie maken van commercieel beschikbare duurzame textielmaterialen van verschillende oorsprong en zal hun eigenschappen en economische toegankelijkheid evalueren ten opzichte van hun “conventionele” tegenhangers. Bovendien zullen lokale plantaardige reststromen worden gescreend en zullen vezelrijke kandidaten verder worden verkend met het oog op een efficiënte, economische en milieuvriendelijke vezelextractie en verwerking tot nieuwe textielgarens, bij voorkeur via bestaande textielverwerkingstechnologieën.\n\nHet project zal een online database en fysieke catalogus opleveren van duurzame textielmaterialen voor gebruik door onderzoekers, studenten en andere belanghebbenden. Studenten zullen worden betrokken bij het maken van verschillende demonstrators van functionele textiel- en kledingproducten gebruikmakend van geselecteerde duurzame materialen en “ontwerp voor recycling” principes en ze zullen hun functionaliteit, comfort, esthetiek, aanvaardbaarheid en kostprijs beoordelen.\n\nSUSTEX zal uiteindelijk nieuwe kennis genereren over vezelextractie uit lokale plantaardige reststromen en zal richtlijnen opleveren voor de verdere verwerking via textieltechnologieën of aanbevelingen voor andere toepassingen dan textiel (bv. biocomposieten).","summary":"De textielsector staat voor uitdagingen door groeiende vraag naar milieuvriendelijke producten. Project SUSTEX onderzoekt duurzame textielmaterialen voor efficiënte, economische en milieuvriendelijke verwerking en productie van nieuwe textielgarens. Het project biedt een database en catalogus van duurzame materialen en betrekt studenten bij het ontwikkelen van functionele kledingproducten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001843","result_description":null},{"description":"Op 10 maart 2020 legde de Europese Commissie de basis voor een industriële strategie. Deze strategie moet de dubbele transitie naar een groene en digitale economie ondersteunen die moet leiden tot de verwezenlijking van de Green Deal.\n\n14 industriële ecosystemen werden geselecteerd op basis van hun strategisch belang om volledige steun van de EU te krijgen. De textielindustrie is één van deze sectoren. Volgens de visie van de EU betekent dit onder andere dat textielproducten die op de Europese markt komen, grotendeels uit biogebaseerde en/of gerecycleerde vezels moeten bestaan.\n\nOnderzoek naar de inzetbaarheid van dergelijke vezels is daarom ook noodzakelijk om deze doelstelling mogelijk te maken. De verschillende projecten rond de valorisatie van hennep, die sinds 2017 uitgevoerd worden aan FTILab+ en AgroFoodNature, passen perfect binnen deze strategie en ook binnen één van de strategische innovatiethema’s van het European Technology Platform for textiles & clothing, namelijk 'Durable, circular and biobased materials and processes', die deze groene transitie moeten ondersteunen.\n\nDaarnaast vraagt de conventionele verwerking van vezels tot textielproducten nog steeds een hoge energiekost, gepaard gaande met gebruik van grote hoeveelheden water en chemicaliën. Het is daarom noodzakelijk om alternatieve voorbehandelingsmethodes uit te testen en te valoriseren, en ook de verwerkbaarheid van de bekomen vezels in kaart te brengen. FTILab+ heeft als ambitie om verdere competenties uit te bouwen op het vlak van de ontwikkeling en inzetbaarheid van duurzame textielmaterialen, en onderzoekt daarom ook de valorisatiemogelijkheden van lokale plantaardige reststromen voor textieltoepassingen.\n\nIn het afgelopen PWO-project SUSTEX werden stengels van hop, soja en netels als vezelrijke gewassen met potentieel voor textieltoepassingen geïdentificeerd. SUSTEX 2.0 wil de kwaliteit van de vezels uit die gewassen beter in kaart brengen, en de verspinbaarheid tot garens verder onderzoeken. Om de uiteindelijke inzetbaarheid van natuurlijke garens op basis van hop, netels en soja voor hoogwaardige textielproducten in te schatten, zullen er ook weef- en breitesten plaatsvinden.\n\nHet project heeft verder ook aandacht voor de recycleerbaarheid van de bekomen stoffen, en zal innovatieve voorbehandelingsmethodes toepassen om tot verspinbare vezels te komen.","summary":"De Europese Commissie steunt de groene en digitale economie met focus op textielindustrie. Onderzoek naar biogebaseerde en gerecycleerde vezels is essentieel voor duurzame textielmaterialen. Projecten zoals SUSTEX 2.0 onderzoeken hop, soja en netels als vezelrijke gewassen voor hoogwaardige textielproducten met aandacht voor recycleerbaarheid en innovatieve voorbehandelingsmethodes.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001844","result_description":null},{"description":"Dit project maakt gebruik van een innovatieve methodiek waarbij kansengroepen, actieve burgers en dienstverleners elkaar inspireren, verbinden en versterken in de regio Antwerpen. Specifiek richt het project zich op Turnhout, Lier en Borgerhout.\n\nDe stuyfplek-methodiek wordt ingezet om mensen te laten samenwerken aan het co-creëren van initiatieven die directe impact hebben op henzelf, hun directe omgeving en het lokale netwerk. Door een brug te slaan tussen verschillende werelden, biedt dit project een veilige omgeving om buiten de comfortzone van traditionele dienstverlening te treden.\n\nDe effectiviteit van deze methodiek is reeds bewezen in de regio West-Vlaanderen en vormt een perfecte aanvulling op de dagelijkse activiteiten van de drie projectpartners. Het uiteindelijke doel is dat de deelnemers (zowel doelgroep als dienstverleners) zich vanuit de vertrouwde omgeving van de stuyfplek op een nieuwe manier kunnen presenteren, nieuwe vaardigheden en oplossingen kunnen ontdekken, en daardoor een daadwerkelijke impact kunnen hebben op henzelf, de buurt en het lokale netwerk.","summary":"Dit innovatieve project in Antwerpen verbindt kansengroepen, burgers en dienstverleners in Turnhout, Lier en Borgerhout. De stuyfplek-methodiek stimuleert co-creatie van initiatieven met directe impact, overbrugt verschillende werelden en biedt een veilige ruimte voor groei en vernieuwing.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001845","result_description":null},{"description":"Het EdHub CoRio-onderzoek is gericht op het ontwikkelen van een tool die leerlijnen en competenties van studenten binnen de hogeschool zichtbaar maakt voor alle stakeholders binnen de opleiding.\n\nHet startpunt is de tool Naviskore, die in het kader van een eerder onderzoek werd ontwikkeld in cocreatie met een scholengroep op maat van het secundair onderwijs. De logica van deze tool is naadloos vertaalbaar naar andere onderwijsniveaus en andere scholen. De specificiteit van de hogeschoolcontext vraagt evenwel dat een aantal inhoudelijke elementen dienen aangepast te worden en de voorziene procedures dienen herwerkt te worden om tot een efficiënte tool voor Howest te komen.\n\nHet vernieuwde curriculum BaSO dat gebouwd is op duidelijke leerlijnen, wordt gezien als de ideale omgeving om de tool te proefdraaien en meteen te voorzien van features die voor alle opleidingen binnen Howest belangrijk zijn.\n\nUit onderzoek blijkt dat in de onderwijspraktijk feedback en assessment for learning omarmd wordt als een middel om effectief, gedifferentieerd onderwijs vorm te geven (Tomlinson, 2014 in Van den Branden, Ko et al., 2013). Onderzoek stelt ook vast dat, ondanks de aanwezige data en de vele mogelijkheden om deze te verwerken, functioneel informatiegebruik (data-based decision-making) weinig ingeburgerd is in scholen (Van Gasse et al., 2015, Heitink et al., 2016).","summary":"Ontwikkeling van EdHub CoRio-tool voor zichtbare leerlijnen en competenties van studenten in hogeschool. Vertaalbare tool voor diverse onderwijsniveaus en scholen, met focus op efficiëntie en feedback.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001846","result_description":"Tool die competenties van studenten en leerlijnen binnen opleiding(en) visualiseert en monitort.\n\nOpgedane kennis met betrekking tot competentiegericht evalueren en leerlijnen dissemineren.\n\nTrainingsaanbod in het gebruik van de tool.\n\nDe doelstelling van dit project is de tool Naviskore, die werd ontwikkeld voor het secundair onderwijs, te vertalen naar de context van hoger onderwijs. Deze tool is gericht op meer gedifferentieerd onderwijs."},{"description":"In het kader van het Vlaams Energie- en Klimaatplan werden verschillende maatregelen opgenomen die betrekking hebben op circulaire economie. Hoewel de transitie in de bouwwereld traag gaat, is de shift naar circulair bouwen onvermijdelijk. De bouwsector is immers verantwoordelijk voor 30% van de wereldwijde CO2-uitstoot, 38% van het primaire energiegebruik, 50% van de ontgonnen natuurlijke hulpbronnen en 33% van de afvalproductie. Het is van essentieel belang om verantwoord om te springen met bouwmaterialen en de ingebedde energie zo goed mogelijk te benutten. In eerste instantie moeten onze ontwerpen toelaten dat bouwmaterialen zo lang mogelijk hun primaire functie kunnen uitoefenen en in de bouwkringloop blijven circuleren. Dit is de essentie van het circulair gedachtengoed.\n\nDe noden van huisvesting veranderen in de tijd: mensen worden ouder, gezinssamenstellingen veranderen, mensen gaan vaker in de stad wonen,... We zien dat een gebouw na 15 jaar bijvoorbeeld een totaal andere functie kan vervullen dan waarvoor het initieel werd ontworpen. En dat is goed. Bouwen volgens een methodiek van veranderingsgericht bouwen, zorgt voor een flexibele functievervulling van een gebouw.\n\nMaar wat gebeurt er als het gebouw gesloopt wordt? Uit het onderzoek van WTCB – Urban mining in Vlaanderen – blijkt dat er nog heel wat hordes te nemen zijn om hergebruik van gerecupereerde bouwmaterialen op grote schaal mogelijk te maken. De aanbevelingen vanuit de onderzoeksgroep zijn:\na. Nu (ver)bouwen om later te oogsten Het werfonderzoek toont aan dat het Urban Mining-potentieel van de bestaande gebouwen in Vlaanderen/België beperkt wordt door de manier waarop ze ontworpen en opgebouwd zijn. Hieruit kunnen we lessen trekken om het beter te doen.\nb. Toekomstige gebouwen en hun onderdelen zullen (her)ontworpen moeten worden, zodat ze\ni. langer gebruikt kunnen worden\nii. gemakkelijk gedemonteerd en selectief ontmanteld/gesloopt kunnen worden\niii. eenvoudig hersteld kunnen worden om ze opnieuw te kunnen gebruiken.\n\nIn dit onderzoek focussen we op item b.ii: Het gemakkelijk demonteren, selectief ontmantelen en slopen mogelijk maken. Door reeds in de ontwerpfase alle mogelijke kringlopen te bekijken en conceptueel rond de scheidbaarheid van de materialen te werken, kan er in de toekomst grote winst worden geboekt in het hoogwaardig hergebruik van bouwmaterialen. Om gefundeerde keuzes te kunnen maken in de ontwerpfase, dient er een houvast te zijn die de demonteerbaarheid van de bouwsystemen bepaalt. De losmaakbaarheid dient gekwantificeerd te worden aan de hand van een meetmethode zodat verschillende bouwsystemen zo objectief mogelijk met elkaar kunnen worden vergeleken. We gaan de bestaande methodieken toepassen op verschillende bouwsystemen en ze laten uitvoeren door verschillende bouwprofessionals.\nOp die manier verkrijgen we een duidelijk beeld over de verschillende systemen die gebruikt worden om de losmaakbaarheid te bepalen en hoe we die in de praktijk kunnen toepassen. Hiervoor gaan we verschillende rekenmethodes toepassen op de bestaande maquettes van de mobiele unit – circulair bouwen en op de bouwknopen ontwikkeld binnen het onderzoeksproject ‘to bio or not to bio’.\nHet doel is de totale milieukost van de bouwsector te reduceren en een mindset-verandering bij de professionals te bewerkstelligen door de principes van circulair bouwen toe te passen. Door de exorbitante prijsstijgingen van bouwmaterialen tijdens de voorbije maanden, is de nood naar een meer circulaire benadering van leven en wonen een must voor iedereen.","summary":"Ontdek hoe circulair bouwen de bouwsector transformeert door efficiënt gebruik van materialen en energie, en het hergebruik van bouwmaterialen stimuleert. Ontwerp gebouwen met oog op flexibiliteit en demonteerbaarheid voor duurzaamheid en lagere milieukosten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001847","result_description":null},{"description":"Het probleem en de aanleiding van dit MiniPWOproject - Een stage in het academiejaar 2021-2022 heeft de aandacht naar dit onderwerp getrokken. Tubifex tubifex worm, ook bekend als de slibworm of afvalworm, is een gesegmenteerde wormsoort die wordt aangetroffen in de bodemsedimenten van rivieren, meren, rioolleidingen en afvoeropeningen over de hele wereld. De wormen variëren in lengte van 1 cm tot 8,5 cm. Het vaakst komen ze voor met hun kopsegment in het sediment en achterste zwaaiend (staartbeweging) om de opgeloste zuurstof in het water te verzamelen. Deze manier van voorkomen heeft ervoor gezorgd dat ze, in de stage van vorig academiejaar, onderzocht zijn gerelateerd aan ontwateren van slib [1]. Tubifex tubifex wormen zijn daarnaast ook proteïnerijk. Ze worden gebruikt als supplement bij de voeding van aquariumvissen. Deze aquatische oligochaeten hebben enerzijds een potentieel als supplement bij visvoeding, en anderzijds als ingrediënt in commercieel visvoer om vismeel te vervangen. Om de duurzame groei van de aquacultuurindustrie te ondersteunen is er een enorme behoefte aan alternatieve eiwitbronnen wegens het steeds nijpender aanbod van vismeel. Vismeel is momenteel een belangrijke eiwitbron in de aquacultuur, maar dit kwalitatieve ingrediënt van visvoeder komt de duurzaamheid van de sector niet ten goede: er wordt vis gekweekt met vis. Andere alternatieven zoals soja-eiwitten hebben eveneens een negatieve impact op het milieu omwille van de ontbossing die veroorzaakt wordt om in de vraag naar soja te voldoen. Een mogelijke oplossing bestaat uit de kweek van laag trofische en minder complexe organismen zoals aquatische wormen. Deze aquatische wormen hebben een eenvoudige levenscyclus en zijn qua aminozuursamenstelling vergelijkbaar met vismeel. Aangezien ze gekweekt worden met behulp van waterige reststromen, worden de reeds aanwezige en vaak onbenutte nevenstromen van andere sectoren opgewaardeerd tot een hoogwaardig ingrediënt dat toegepast kan worden in de productie van visvoeder. Hierdoor bekomt men een circulaire bio-economie.\n\nEén van de pijnpunten die tijdens de stage van vorig academiejaar werd blootgelegd, is de beschikbaarheid van Tubifex tubifex wormen in Europa. Naar aanleiding van de resultaten van deze stage hebben de grote baggeraars in Vlaanderen (Jan De Nul en DEME) reeds interesse getoond in de methodologie van het ontwateren. Voorlopig zetten zij echter niet verder in op deze technologie omdat de Tubifex tubifex wormen onvoldoende beschikbaar zijn. Tubifex tubifex wormen worden nu vooral als een proteïnerijk supplement voor aquariumvissen commercieel verdeeld in Vlaanderen via aquariumspeciaalzaken. De levende Tubifex komt wekelijks in kleine hoeveelheden ofwel via een leverancier die ze in Belgische waterlichamen in het wild gaat collecteren; ofwel komen ze uit Oost-Europa via een verdeler. Enerzijds is de aanvoer via lokale collecte heel klein (minder dan 1 kg per week); anderzijds is de Oost-Europese aanvoer afkomstig van sterk verontreinigende stromen. Om ze als supplement of ingrediënt in visvoeding toe te passen of te onderzoeken, zijn ze dus ook onvoldoende beschikbaar.\n\nDe innovatie in dit MiniPWOproject – Een gecontroleerde ecologische kweek van Tubifex tubifex, bestaat nog niet. Particulieren kweken deze wormen op allerlei manieren op kleine schaal (max 10 liter), met als doel ze rechtstreeks te voeden aan hun aquariumvissen. Deze info is voornamelijk terug te vinden op YouTube, gepost door Aziaten. De kennis die dus bij deze MiniPWO zal ontstaan, is nieuwe kennis. Op dit ogenblik heeft Odisee nood aan een proof of concept dat de Tubifex tubifex wormen op commerciële schaal gekweekt kunnen worden. Deze nieuwe kennis is nodig om vervolgens bij een volgend (extern) gefinancierd project het ruime werkveld (kwekers, baggeraars, ontwateringsbedrijven en visvoerproducenten) te betrekken bij de verdere upscaling van de kweektechniek en de toepasbaarheid in beide sectoren. Hierbij zal verder worden samengewerkt tussen de twee aanvragende partijen (Chemie/Bit-O en Agro- en biotechnologie/Aqua-erf). De uitkomst van de innovatie van dit MiniPWOproject ligt (1) bij het kweekprotocol voor Tubifex tubifex op commerciële schaal; en (2) bij het koppelen van de kweek aan lokale nevenstromen, zodat een circulair economisch model kan worden opgesteld, met aandacht voor de ecologische impact door het wegnemen van deze nevenstromen uit het milieu.","summary":"Nieuwe innovatie: kweek van proteïnerijke Tubifex wormen op commerciële schaal ontwikkelen. Duurzame oplossing voor visvoederindustrie en circulaire bio-economie. Potentieel voor samenwerking met sectoren zoals baggeraars en visvoerproducenten voor opschaling.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001848","result_description":null},{"description":"De aanhoudende crisis in Brusselse OCMW’s doet de spanning tussen rechthebbenden en maatschappelijk werkers toenemen. Naast politiserende acties door middenveld actoren, is er nood aan een serene ontmoeting tussen Brusselaars met leefloon, maatschappelijk werkers en hun leidinggevenden.\n\nWat op dit moment ontbreekt in de ondernomen acties, is de directe aanwezigheid van de ervaring, leefwereld en ervaringskennis van de sleutelactoren wier waardigheid in het geding is. Wat op dit moment ontbreekt zijn serene, ritualiserende praktijken waarin gebroken waardigheid van rechthebbenden en maatschappelijk werkers op een verbindende manier kan herinnerd en verwerkt worden.\n\nVoortbouwend op het vorige onderzoeksproject en de daarin ontwikkelde methodiek rond digital storytelling, leesateliers en expo-dialogen wil voorliggend projectvoorstel dit manco helpen opvullen aan de hand van twee clusters van onderzoeksvragen.\n\n1. Welke verbindende werking heeft genoemde methodiek wanneer rechthebbenden op een leefloon en maatschappelijk werkers bij OCMW’s daarin een gezamenlijke actieve rol in opnemen? En hoe kan die verbindende werking verbeterd worden? (AGOGISCHE VRAAGSTELLING)\n\n2. Welke rituele betekenissen krijgen de genoemde methodieken doorheen het verloop van het actieonderzoek? En hoe kunnen die methodieken dan de (gebroken) menswaardigheid van rechthebbenden en maatschappelijk werkers herstellen? (HERMENEUTISCHE VRAAGSTELLING).\n\nVoorliggend projectvoorstel beoogt deze vragen te beantwoorden via een 8 tal expo-dialogen die telkens worden onderzocht in hun herstellende, rituele dimensie. De bevraging gebeurt via reflectie door de deelnemende co-onderzoekers van het actie-onderzoek en door focusgroepen gehouden met andere deelnemers van de expo-dialogen. De verworven inzichten zullen telkens in de inhoud en aanpak van de daaropvolgende expo-dialogen verwerkt worden.\n\nHet expomateriaal en de gehanteerde methodiek zullen deels beschikbaar gemaakt worden op de website Insjalet en in een tweetalige toolbox. Op die manier kan de know-how ook door andere organisaties worden benut.","summary":"Innovatief project onderzoekt impact van methodiek op verbinding tussen rechthebbenden en maatschappelijk werkers in Brusselse OCMW's. Rituele expo-dialogen en digital storytelling dragen bij aan herstel van waardigheid. Resultaten gedeeld via website en toolbox.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001849","result_description":null},{"description":"De opzet van dit project is om een lokaal, biologisch en circulair alternatief te ontwikkelen voor de Hematoxyline-Eosinekleuring, een histologische kleurtechniek die tot op heden de standaard is bij het microscopisch onderzoek van menselijk en dierlijk weefsel.\n\nDe Hematoxyline-Eosinekleuring combineert het gebruik van twee kleurstoffen. Enerzijds Hematoxyline, een kleurstof die wordt geëxtraheerd uit houtschilfers van de Centraal Amerikaanse boomsoort Haematoxylum campechianum of Campêche boom. Anderzijds de synthetische kleurstof Eosine Y, een chemisch derivaat van fluoresceïne dat wordt gevormd door bromering.\n\nEen ecologisch alternatief voor deze kleurstoffen werd gevonden in anthocyaan, een kleurstof die onder andere voorkomt in rodekool. De kleurstof kan eenvoudig worden geëxtraheerd uit de buitenste, niet voor consumptie bruikbare bladeren van rodekool die worden aangeleverd door een lokale bioboerderij. De adequaatheid van het bekomen extract als kleurstof voor histologisch materiaal werd reeds experimenteel vastgesteld tijdens een experimentele onderzoeksfase (eerste helft 2022).\n\nAlvorens de anthocyaankleuring een wetenschappelijk en circulair-economisch volwaardig alternatief kan bieden als standaard histologische kleurtechniek, dienen echter nog een aantal essentiële stappen worden genomen, zoals daar zijn:\n\n- Opschaling van de aanlevering van rodekoolafval: maximalisatie van inzameling van niet consumeerbare rodekoolbladeren bij huidige bioboerderij De Wassende Maan en mogelijks uitbreiding van partnerschappen met andere lokale bioboerderijen (reeds contacten met bioboerderij ’t Schaaphof in Landegem).\n\n- Optimalisatie van het extractieproces: onderzoek naar het limiteren van het alcoholpercentage van het extractiemiddel met als doel het bereiken van een maximaal evenwicht tussen rendement en biologische afbreekbaarheid van het extractiemiddel, in partnerschap met BIT-O (PBa chemie van Odisee).\n\n- Validatie van het kleurproces: vergelijkende kwaliteitsstudie van anthocyaankleuring met huidige HE-kleuring in partnerschap met AZ Sint-Lucas.\n\n- Economische haalbaarheidsstudie: onderzoek van economische haalbaarheid in partnerschap met CenSE (PBa bedrijfskunde van Odisee).","summary":"Het project ontwikkelt een lokaal, biologisch en circulair alternatief voor Hematoxyline-Eosinekleuring in histologisch onderzoek. Anthocyaan uit rodekool wordt als kleurstof gebruikt na experimenteel onderzoek. Verdere stappen omvatten opschaling van rodekoolafvalinzameling, optimalisatie van extractieproces, validatie van kleurproces en economische haalbaarheidsstudie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001850","result_description":null},{"description":"In 2008 berekende CEBUD voor het eerst referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie. Deze referentiebudgetten geven aan hoeveel inkomen een gezin minimaal nodig heeft om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Deze budgetten worden op vele plaatsen gebruikt, bijvoorbeeld voor de toekenning van financiële steun door OCMW’s, hogescholen en universiteiten. Maar ook binnen de schuldhulpverlening bewijzen deze budgetten hun nut: ze vormen een leidraad bij het opstellen van het verzoekschrift en het onderhandelen van een afbetalingsplan, en bij het beheren van het budget van de schuldenaar.\n\nOm de sector daarin te ondersteunen, ontwikkelde CEBUD MELISA: een rekentool voor schuldbemiddelaars om een menswaardig leefgeld te berekenen op maat van elke schuldenaar. Daarnaast ontwikkelden we tools die focussen op het gedrag en de financiële vaardigheden van schuldenaars. Alle informatie werd door de onderzoekers gebundeld op www.effectieveschuldbemiddeling.be.","summary":"In 2008 introduceerde CEBUD referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie. Deze budgetten bepalen het minimale inkomen voor deelname aan het sociale leven en worden o.a. gebruikt door OCMW's, hogescholen en schuldhulpverlening. MELISA, een rekentool van CEBUD, ondersteunt schuldbemiddelaars bij het berekenen van menswaardig leefgeld en het bevorderen van financiële vaardigheden. Bezoek www.effectieveschuldbemiddeling.be voor meer informatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001851","result_description":null},{"description":"Doel van dit Vlaio Tetra-project door de Media School van Thomas More Mechelen was de verkenning, vertaling en verspreiding van kennis over 360 graden video. Op het moment van indiening van dit projectvoorstel was 360° video nog een relatief nieuwe, opkomende technologie om videocontent te maken en te tonen waarbij de kijker als het ware virtueel deel uitmaakt van een scène en 360 graden om zich heen kan kijken. De belofte van de technologie was om aan bedrijven en organisaties uit verschillende sectoren (media en entertainment, toerisme, marketing, training en HR, ...) de mogelijkheid te bieden om klanten, bezoekers of medewerkers een rijkere, virtuele beleving te bieden. De eerste jaren ontbrak bij heel wat organisaties echter de nodige kennis over de technische en narratieve mogelijkheden en beperkingen van 360 graden video, over de noden en ervaringen van gebruikers en het economisch marktpotentieel. Dit project wilde deze kennis naar verschillende sectoren overdragen en laten indalen binnen de aanverwante opleidingen van Thomas More. Aan het project namen meer dan 20 bedrijven en (sector)organisaties deel.\n\nHet eerste jaar van het project was voornamelijk gericht op technologieverkenning, gebruikersonderzoek en onderzoek naar businessmodellen. Daarnaast hebben we ook de piloten voorbereid. In het gebruikersonderzoek gingen we door middel van onder meer een enquête na of er kennis was van en belangstelling voor 360° video. En zo ja, hoe groot die interesse was en in welke domeinen die zich vooral situeerde. Zoals bij de camera’s en softwaretoepassingen, zagen we ook hier dat de technologie nog vrij pril was, en dus niet zo heel goed bekend bij de doorsnee gebruiker. Vandaar ook dat de belangstelling in het algemeen vrij beperkt bleef. Nauw hierop aansluitend leerde het businessmodelonderzoek onder meer dat er weinig tot geen betalingsbereidheid is, en dat er maar in bepaalde domeinen (marketing, opleiding, ...) echt economisch potentieel zit in de technologie. Vanuit het standpunt van de leveranciers hebben we gekeken naar mogelijke businessmodellen. In workshops hebben we deze businessmodellen afgetoetst en voorgesteld aan de leden van de gebruikersgroep zodat ze er zelf mee aan de slag konden.\n\nHet tweede jaar stond dan voornamelijk in het teken van het opzetten en uitwerken van piloten. We hebben piloten gedaan op het vlak van marketing, journalistiek, toerisme en training. Niet alle piloten waren even makkelijk om uit te voeren, maar we hebben wel veel geleerd uit het proces.\n\nWat 360° video op zich betreft, hebben we tijdens het project, onder meer door het gebruikersonderzoek maar ook door de piloten, wel geleerd dat het een medium is dat waarschijnlijk niet zo breed gaat doorbreken als eerder verwacht werd. Slechts in bepaalde niches zal de technologie waarschijnlijk wel blijven bestaan. Maar 360° video verdient binnen de brede waaier aan immersieve technologieën die er zijn zeker zijn plaats.\n\nDe resultaten van dit project zijn te vinden via http://360zone.be","summary":"Dit Vlaio Tetra project van Thomas More Mechelen verkende en verspreidde kennis over 360 graden video voor diverse sectoren. Onderzoek toonde beperkte interesse en economisch potentieel in de technologie, maar benadrukte wel de waarde ervan in specifieke domeinen. Piloten in marketing, journalistiek, toerisme en training werden uitgevoerd om inzichten te vergaren. Resultaten van het project zijn beschikbaar op http://360zone.be.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001852","result_description":null},{"description":"Doelstellingen van het project\n\nIn dit project willen we in kaart brengen hoe immersieve technologie door bedrijven en organisaties ingezet kan worden voor opleidingen en training, zodat er een optimaal resultaat bereikt kan worden met maximale efficiëntie en met aandacht voor economische kosten/baten.\n\nConcreet:\n\n- We inventariseren en testen welke technisch en financieel laagdrempelige technologieën ingezet kunnen worden om immersieve training op te zetten.\n\n- We onderzoeken de (economische) ROI van trainingen/opleiding via immersieve technologie: hoe verhoudt de productiekost zich tegenover de kosten van klassieke training of e-learning? Levert dit eventueel besparingen op of andere baten?\n\n- We gaan na voor welke leerdoeleinden deze media het meest geschikt zijn en we onderzoeken hoe leereffecten zich verhouden tot de leereffecten van andere vormen van opleiding.\n\n- We testen hoe een training/opleiding via immersieve technologie inhoudelijk/didactisch opgesteld moet zijn.\n\n- We onderzoeken of studenten, werknemers en opleiders klaar zijn om met deze nieuwe vormen om te gaan, en hoe zij zich eventueel moeten aanpassen.","summary":"Dit project onderzoekt het gebruik van immersieve technologieën voor efficiënte trainingen met aandacht voor kosten en baten. Het focust op inventariseren, testen en evalueren van de ROI en effectiviteit van immersieve trainingen, en identificeert geschikte toepassingen en benodigde aanpassingen voor gebruikers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001854","result_description":null},{"description":"In een samenleving die razendsnel evolueert, zijn Vlaamse ondernemingen uit diverse sectoren op zoek naar nieuwe manieren om klanten te werven, de klantbeleving te versterken of hen duurzaam aan zich te binden, zowel B2C als B2B. Recente ontwikkelingen op vlak van Augmented Reality (AR), een immersieve technologie waarbij een digitale laag wordt toegevoegd aan de fysieke omgeving, bieden hiervoor opportuniteiten omdat ze de drempel en kost voor ontwikkeling en gebruik verlagen (vb. WebAR). De inzet van AR voor het realiseren van een sterkere klantenwerving en -binding komt zo voor steeds meer en kleinere ondernemingen, waaronder Vlaamse KMO’s, binnen handbereik.\n\nMet dit project willen onderzoekers van de groep Creative & Innovative Business van Thomas More Mechelen-Antwerpen recent beschikbare AR technologieën introduceren bij Vlaamse KMO’s als driver voor het verbeteren van de klantenwerving en -binding, zowel voor, tijdens als na de verkoop van een product of dienst en dat zowel in een B2B als B2C context, met als finale doel het verhogen van de omzet of het reduceren van kosten. Diverse spelers uit de waardeketen met een verschillend kennisniveau hebben vragen die we willen beantwoorden via een interactie tussen AR tech spelers, MarCom professionals, web ontwikkelaars, AI ontwikkelaars, onderzoekers en studenten.\n\nMeer concreet willen we de kennis rond AR vertalen naar de Vlaamse ondernemingscontext door de ontwikkeling van (1) best practices en how-to guides over de ontwikkeling, implementatie en het gebruik van verschillende types AR toepassingen, zowel voor marketing/reclame, verkoop als dienst-na-verkoop en (2) vier proof of concepts die in de praktijk worden geïmplementeerd en getest naar nodige skills, functionaliteit, effectiviteit en gebruikservaring bij verschillende doelgroepen.","summary":"Ontdek hoe Augmented Reality Vlaamse KMO’s kan helpen bij het versterken van klantenbinding en werving, zowel B2B als B2C. Onderzoekers van Thomas More introduceren recente AR technologieën om omzet te verhogen en kosten te verlagen. Ontwikkeling van best practices en proof of concepts voor effectieve implementatie en gebruikservaring.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001855","result_description":"Het onderzoek 'Augmented Customer Involvement' concludeert dat Augmented Reality een impact kan hebben op klantwerving en -binding binnen marketing, sales en dienst na verkoop. Er zijn tal van mogelijkheden: van gimmicks ter ondersteuning van marketingactiviteiten (campagnes, advertising, socialAR, ...) tot functionele toepassingen (bijv. wayfinding, productannotaties, extra visualisaties, virtuele pasruimtes, ...). Het biedt de mogelijkheid om de consument op een innovatieve manier jouw product of dienst te laten ervaren. Meer nog, het kan een nieuwe dimensie of functionaliteit toevoegen, zowel in de verkoopfase als in je marketing- en communicatieactiviteiten.\n\nIn het project zijn we steeds aan de slag gegaan met het perspectief van de consument, het bedrijf en de technologie. Inzichten zijn verzameld door middel van marktonderzoek, deskresearch, kwalitatieve en co-creatieve onderzoeksmethodes, kwantitatieve bevragingen en het testen van 4 Proof of Concepts. Wat we hieruit hebben geleerd herleiden we tot 5 cruciale bouwstenen voor een succesvol AR-project. Het zijn aandachtspunten die je in acht neemt bij het bepalen van je project en die bepaalde drempels kunnen wegnemen.\n\nHet onderzoek toont dus aan dat er veel mogelijk is en dat dit een toegevoegde waarde kan bieden voor bedrijven (ook Vlaamse KMO’s), maar met de kanttekening dat er nog te weinig gebruik wordt gemaakt van het potentieel van de unieke kenmerken van AR. Verklaringen daarvoor vinden we zowel bij de snel veranderende technologie als bij de onervaren consument. Anderzijds blijft het een uitdaging om een businessmodel te creëren dat de kosten kan rechtvaardigen. Meer kennis bij de consument en een betere toepassing van AR kunnen de adoptie vergroten en zo ook een betere ROI genereren.\n\nHet projectteam ervaart dat het technologische AR-landschap nog steeds snel evolueert en dat de expertise om goede AR-ervaringen en interacties te ontwerpen nog groeiende is. Een kwalitatief resultaat begint met het maken van een geïnformeerde technologiekeuze en daarvoor bleek een continue technologie-exploratie noodzakelijk. Voor de PoC’s is er bewust vertrokken vanuit welk businesspotentieel er is, om dan in de markt de mogelijkheden te bepalen.\n\nDesondanks dat we niet vanuit ‘de technologie’ zijn vertrokken, is er telkens wel gestreefd naar ontwikkeling met nieuwe technologie of technologische architectuur om zo ook de technologische expert bedrijven in de begeleidingsgroep van voldoende uitdaging en kennisoverdracht te voorzien. WebAR is telkens als mogelijkheid overwogen maar bleek niet altijd de juiste keuze te zijn. WebAR en Native AR-ontwikkeling hebben beiden hun voor- en nadelen, mogelijkheden en beperkingen. Om die aspecten correct af te wegen, moet het gewenste doel van de AR bekend zijn. De keuze moet dus enerzijds in lijn liggen met de gewenste functionaliteit van de bedrijven die ermee aan de slag gaan, maar zeker ook met de technische expertise waarover men kan beschikken.\n\nHet ontbreken van de juiste 3D-content is nog een grote drempel of uitdaging voor bedrijven. Er zijn veel middelen op de markt die de stap om voor AR te kiezen kleiner kunnen maken en hiermee zijn we bewust ook aan de slag gegaan. Ze kunnen een deel van de complexiteit wegnemen door 3D-content beschikbaar te maken.\n\nAls niet-technisch AR-expert blijkt het erg moeilijk om de mogelijkheden correct in te schatten. Een AR-project vereist specifieke expertise en dit geldt niet enkel voor de ontwikkeling van de apps. Ook 3D-content, UX/UI en het bepalen van een goed concept is een vak apart. Om een AR-project te begeleiden is het wel belangrijk om de AR-context goed te begrijpen om ervoor te zorgen dat de meerwaarde van AR optimaal wordt benut. Specifieke kennisoverdracht aan deze ondersteunende profielen kan enerzijds de kwaliteit van de AR-apps verhogen en hierdoor ook de adoptie vergroten. Maar dit is zeker ook nodig om de verwachtingen juist te krijgen en afstemming tussen expertises vlotter te laten verlopen. Een ecosysteem waarin kennis wordt verzameld en geslaagde toepassingen binnen de Vlaamse context worden gedeeld kan dan ook een belangrijke katalysator vormen in Vlaanderen. De experiencehub.be is 1 van de initiatieven die hieraan kan bijdragen door de bevindingen uit dit onderzoek mee uit te dragen en het Vlaamse landschap haalbare use cases in marketing en verkoop te tonen.\n\nWe sluiten graag af met 4 aandachtspunten die voor ons als onderzoeker centraal staan: content, change management, maak het FUNctioneel en zet de context/omgeving optimaal in. En ook… durf te experimenteren. De tools en ideeën zijn voorhanden!\n\nNaar aanleiding van het slotevent zijn de kerninzichten na 2 jaar onderzoek gebundeld in een video en rapport.\n\nLink naar video: https://youtu.be/iVxEm-vOaBA Link naar rapport: https://experiencehub.be/sites/default/files/2022-12/Kerninzichten%20Augmented%20Customer%20Involvement_011222_versie%20web.pdf"},{"description":"Het algemeen doel van dit project is om de procesketen voor gerobotiseerde kunststof AM (Additive Manufacturing) te optimaliseren en de toepasbaarheid voor Vlaamse bedrijven in kaart te brengen. Hierbij wordt aandacht besteed aan het verhogen van de betrouwbaarheid en doorlooptijd te verkorten van alle componenten in de procesketen.\n\nIndividuele component van de procesketen zijn reeds voor handen: materiaal, printkoppen, robots, CAD/CAM systemen en enkele buitenlandse spelers hebben reeds de toepasbaarheid aangetoond. Binnen dit project worden alle componenten samengevoegd. Vertrekkende van materiaalselectie, CAM-programmatie, productie (en productiesimulatie) en ten slotte kwaliteitscontrole van het afgewerkte onderdeel.\n\nDeze procesketen wordt getest aan de hand van verschillende case studies komende van de gebruikersgroep, welke bestaat uit: eindgebruikers, serviceproviders, materiaalleveranciers, CAD/CAM-leveranciers en hardwareleveranciers (robotproducenten, printkopverdelers, etc.). De meeste van deze bedrijven zijn kmo's. Zo zijn er naast de grote spelers in Vlaanderen (Materialise, LayerWise, etc.) een groot aantal kleine AM-bedrijven. Daarnaast zijn er ook materiaal- en CAD/CAM-toeleveranciers welke hun afzetmarkt zien vergroten, en ook hier zien we voornamelijk kmo's in de Vlaamse markt. De robotmarkt is waarschijnlijk de enige link in de procesketen welke gedomineerd wordt door grote spelers.\n\nEr wordt geschat dat binnen een tijdsbestek van 2 jaar 16 Vlaamse bedrijven baat zullen hebben bij de resultaten van dit project, hiervan zullen meer dan 10 bedrijven kmo's zijn.","summary":"Dit project optimaliseert de procesketen voor gerobotiseerde kunststof AM, gericht op Vlaamse bedrijven. Door alle componenten te integreren en testen met case studies, zullen naar schatting 16 Vlaamse bedrijven, voornamelijk KMO's, binnen 2 jaar profiteren van verbeterde betrouwbaarheid en efficiëntie in additive manufacturing.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001856","result_description":"Binnen het RoMuPAM-project werd gewerkt op basis van case studies om de toepasbaarheid van gerobotiseerd 3D-printen van kunststoffen aan te tonen in een industriële context. Binnen elke case werd een object gefabriceerd door middel van een robotarm waarop een printkop voor kunststoffen staat gemonteerd. Om relevantie voor het werkveld te garanderen, werden cases vastgelegd in samenspraak met een begeleidingsgroep bestaande uit 12 ondernemingen.\n\nHet hele proces startend bij printbaan generatie, vervolgens optimalisatie van printparameters, en tot slot metingen op het afgewerkte product werden voor elke case geanalyseerd. Hieruit werden zowel generieke als case-specifieke conclusies getrokken voor het robot 3D-printen. Er werden in totaal 6 cases uitgevoerd waaruit inspiratie geput kan worden voor (nieuwe) toepassingen voor kunststof 3D-printen. De technische beschrijving hiervan is ook een goede houvast voor de technische haalbaarheid van de productie van andere onderdelen met robot printing of kan richting geven welke stappen best gevolgd worden naar het produceren van andere producten.\n\nTijdens het project werden verschillende workflows voor het kunststof 3D-printen met een robotarm in kaart gebracht en gedocumenteerd. Dit omvatte oplossingen voor het genereren van printbanen voor het robot 3D-printen, het interfacing van een printkop met de sturing van een robot, en het afstemmen van de printparameters en 3D-ontwerpen voor robot printing.\n\nBij de start van het project werd al snel duidelijk dat de toepassingen voor robot 3D-printing liggen in de productie van grootschalige objecten. De voornaamste reden is de materiaalkost die steeds meer doorweegt bij grootschalige onderdelen. Zo kan vanwege de grote bewegingsvrijheid van een robotarm steunmateriaal achterwege gelaten worden, en kan met minder materiaal toch een grote stijfheid of sterkte behaald worden door printbanen gecurved neer te leggen.\n\nHet grootschalig 3D-printen vraagt ook het gebruik van een hoge debiet printkop, wat extra uitdagingen met zich meebrengt. Daarom werd ook op niveau van het printproces aan kennisverhoging gedaan. Er werden namelijk 2 simulatiemodellen opgesteld. Een eerste model simuleert het materiaalgedrag in de printkop, een tweede model simuleert de afkoeling van het materiaal tijdens en na depositie uit de printkop. Dit tweede model werd ook gevalideerd door infrarood beeldvorming (IR camera) en thermokoppels. De resultaten van beide modellen geven richting naar instellingen (temperaturen en snelheden) en limieten van het printproces, zonder dat er printtesten hoeven uitgevoerd te worden.\n\nVoor ondernemingen of individuen die zelf aan de slag willen gaan met 3D robot printing is onze gebruikersgids waarschijnlijk de meest waardevolle output van dit project. Hierin worden op begrijpelijke en toegankelijke wijze de stappen van en benodigdheden voor het robot 3D-printen met kunststoffen toegelicht. Ook worden heel wat praktische tips en tricks gegeven en wordt gewaarschuwd voor mogelijke valkuilen."},{"description":"Het FROSTinno project was gericht op het verbeteren van vorstbestrijding in de fruitteelt, rekening houdend met kosten- en energie-efficiëntie, milieu-impact en toepasbaarheid. Het project richtte zich zowel op de fruitteler als op producenten, verdelers en installateurs van bestaande en potentieel nieuwe vorstbestrijdingstechnieken en de resultaten hebben gezorgd voor een kennisstap van beide doelgroepen.\n\nIn het project werden enerzijds nieuwe vorstbestrijdingstechnieken onderzocht. Na een eerste theoretische analyse van een groot aantal alternatieve technieken, werden een aantal daarvan weerhouden om in de praktijk te testen naar haalbaarheid en mogelijkheden toe. Voorbeelden hiervan zijn geavanceerde overkappingstechnieken, het gebruik van schuim, stralingsverwarming, verschillende detectie- en waarschuwingssystemen en elektrische verwarmingslinten al dan niet gecombineerd met andere technieken. Veldtesten gebeurden in lente 2019 en 2020.\n\nNaast deze nieuwe technieken werd ook gekeken naar hoe bestaande technieken konden worden geoptimaliseerd en vooral gecombineerd om tot betere resultaten te komen. Een voorbeeld hiervan is het sluiten van kersenkappen in combinatie met beregening of heteluchtkanonnen.\n\nVoor de veldtesten werd een sensorsysteem ontwikkeld waarbij tot in de bloemknop gemeten kan worden. Deze meettechniek zal ook bij verder onderzoek in de toekomst gebruikt kunnen worden. Daarnaast toonden de analyses van het FROSTinno project duidelijk het belang aan van lokale temperatuursopvolging, al dan niet gekoppeld aan een lokaal sensorsysteem, wat voor aanbieders van monitoringsystemen zeker een kans is.\n\nTot slot werd ook een economische rekentool gemaakt die het mogelijk maakt om - op perceelniveau - een analyse te maken van verschillende potentiële systemen maar ook de impact ervan onder verschillende scenario’s. Deze tool geeft leveranciers de mogelijkheid om hun product beter te kaderen en nieuwe klanten het potentieel van vorstbestrijdingstechnieken duidelijk te maken.\n\nSamen met de begeleidingsgroep is gedurende de projectperiode zeer veel kennis opgebouwd over vorstbestrijdingstechnieken, maar zijn zeker ook de inzichten rond vorst in de fruitteelt breder geworden. Om in te spelen op de aanwezige nood aan een bundeling van alle informatie rond vorstbestrijding, ontwikkelde het project een algemeen toegankelijk online “Kennisplatform Vorstbestrijding”. Ook de resultaten van het FROSTinno project werden in dit platform geïntegreerd.\n\nMeer informatie: http://www.pcfruit.be/vorstbescherming","summary":"FROSTinno project verbetert vorstbestrijding in fruitteelt met focus op efficiëntie en milieu. Nieuwe en bestaande technieken geoptimaliseerd en gecombineerd voor betere resultaten. Ontwikkeling van sensorsysteem en economische rekentool. Kennisplatform Vorstbestrijding gelanceerd.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001857","result_description":null},{"description":"Personen met een beperking, bijvoorbeeld ten gevolge van een hersenaandoening zoals een herseninfarct (CVA), reumatoïde artritis en patiënten met een matige, ernstige tot diepe verstandelijke handicap met een bijkomende fysieke handicap hebben vaak nood aan een (ergotherapeutisch) hulpmiddel voor hun functioneren in het alledaagse leven.\n\nWanneer een patiënt nood heeft aan een hulpmiddel zoals een aangepaste bekerhouder, schrijfhulpmiddelen of aanpassingen aan sportmateriaal, wordt door therapeuten bijna enkel gebruik gemaakt van beschikbare prefab-hulpmiddelen. Echter, deze prefab-hulpmiddelen blijken vaak niet of onvoldoende te passen. Hierdoor worden patiënten niet of onvoldoende geholpen, en blijft een ruim potentieel binnen deze populatie onderbenut. Een hulpmiddel op maat kan hier een oplossing bieden. De productie van hulpmiddelen op maat is momenteel een zeer arbeidsintensief en bijgevolg duur proces. Het produceren van hulpmiddelen met complexe anatomische vormen doet de prijs alleen maar toenemen. Dit alles zorgt ervoor dat echt patiënt-specifieke hulpmiddelen eerder uitzonderlijk zijn. Vernieuwende maatname- en productietechnieken zoals 3D-scannen en 3D-printen zijn uitermate geschikt voor het vervaardigen van unieke producten met zeer complexe vormen.\n\nHet Assist3D project streeft ernaar om vernieuwende productietechnieken (3D-scannen, -ontwerpen en -printen) te introduceren in het ergotherapeutische werkveld. Op deze manier willen we de ergotherapeuten en orthopedisch technologen in staat stellen om patiënten beter en sneller te helpen met een optimaal hulpmiddel op maat, waardoor ook de levenskwaliteit en participatie van de patiënt verbetert.\n\nOm de projectdoelstellingen te realiseren hebben we binnen het project:\n\n- een digitale workflow opgesteld voor het aanmeten, ontwerpen en produceren van patiënt-specifieke 3D geprinte hulpmiddelen\n\n- 39 case studies uitgewerkt in nauwe samenwerking met patiënten, therapeuten, zorginstellingen en technologische bedrijven. Deze 39 cases betreffen hulpmiddelen waarvoor er een reële behoefte bestaat binnen de zorgorganisaties\n\n- voor elk van deze cases hebben we volgende stappen doorlopen: intakegesprek voor het leren kennen van de noden en vastleggen van de specificaties, 3D-maatname (indien nodig), keuze van de benodigde materiaaleigenschappen en afwerkingsgraad, 3D-ontwerpen, 3D-printen, nabewerking (indien nodig), gebruikerstesten en evaluatie m.b.v. een gevalideerde vragenlijst\n\n- workshops georganiseerd en richtlijnen en codes van goede praktijk opgesteld om disseminatie van de projectresultaten naar onderwijs en werkveld te garanderen","summary":"Assist3D project introduceert innovatieve 3D-printtechnieken in ergotherapie. Maatwerk hulpmiddelen verbeteren patiëntenzorg en levenskwaliteit. Workflow om patiënt-specifieke hulpmiddelen te produceren, met 39 cases en workshops voor resultaatverspreiding.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001858","result_description":null},{"description":"Het juist aanleren en toepassen van ademhalingstechnieken is erg belangrijk in vele (preventieve) therapieën, zoals ademhalingskinesitherapie, inhalatietherapie, stress- en burn-out behandeling en logopedie. Hierin is het controleren van specifieke ademhalingsparameters volgens een bepaald protocol van cruciaal belang om de therapiedoelen te behalen.\n\nMomenteel leren ademhalingstherapeuten en -coaches hun cliënten ademhalingstechnieken aan met behulp van gesproken instructies. Om de prestaties van de cliënt tijdens de therapie te evalueren, gebruikt de therapeut zijn natuurlijke zintuigen (zien, voelen, horen) en kunnen ze momenteel onvoldoende beschikken over intelligente hulpmiddelen die helpen om de uitvoering van ademhalingstechnieken kwantitatief te beoordelen.\n\nDe therapeuten zijn gebaat met hulpmiddelen die ademhalingsparameters objectief kunnen opnemen en die helpen om patiënten efficiënter te kunnen begeleiden en opvolgen (bv. deels van op afstand). Daarnaast zijn zij gebaat met educatieve tools om de soms complexe therapieën efficiënt aan te leren.","summary":"Leer en pas ademhalingstechnieken correct toe voor effectieve therapieën zoals ademhalingskinesitherapie en stressbehandeling. Gebruik intelligente hulpmiddelen voor kwantitatieve evaluatie en efficiënte patiëntbegeleiding op afstand.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001859","result_description":"In dit onderzoeksproject werd kennis over ademhalingsoefeningen, -algoritmes en -sensoren vertaald en gedemonstreerd in een ademhalingstoolbox. De toolbox bestaat uit educatieve tools, meetsystemen, software applicaties en richtlijnen. Deze ademhalingstoolbox ondersteunt therapeuten en coaches bij het efficiënt aanleren, beoordelen en opvolgen van diverse ademhalingstherapieën. Bovendien verlaagt het de drempels voor technologische bedrijven bij het ontwikkelen van zorgtechnologie voor ademhalingstoepassingen.\n\nIn nauwe samenwerking met het werkveld werd een toolbox met operationele demonstratoren ontwikkeld en getest in vier use cases: \n1) autogene drainage technieken voor slijmverwijdering \n2) inhalatie- en verneveltechnieken \n3) ademhalingshertraining voor astma en hyperventilatie \n4) stressreductie met behulp van HRV biofeedback."},{"description":"Dit project streeft ernaar de wetenschappelijke kennis en de evidencebased praktijk aangaande steunzolen te verhogen bij (startende) orthopedisch technologen en Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk (EDPBW's). Hoewel deze kennis beschikbaar is, vereist het patiëntspecifiek ontwerpen van steunzolen en het identificeren van biomechanische klachten die opgelost kunnen worden met steunzolen een grote expertise. Deze expertise wordt traag opgebouwd. Voor bedrijven die patiëntspecifieke steunzolen aanmeten en maken (orthopedisch technologen, podologen en bandagisten) betekent dit een lang opleidingstraject en verminderde productiviteit bij startende werknemers. Voor de EDPBW's betekent dit een suboptimaal aanreiken van diensten aan hun klanten indien biomechanische problemen niet vlug of inadequaat ondervangen worden. Om hier een oplossing aan te bieden werd de kennis omtrent steunzolen en hun relatie met biomechanische klachten vertaald in twee praktisch bruikbare instrumenten:\n\n1) enerzijds werd de kennis over het patiënt-specifiek opbouwen van steunzolen geïntegreerd in een “Insoletool” (http://www.intoactiontools.eu/) die studenten en orthopedisch technologen ondersteunt bij het aanmeten en ontwerpen van steunzolen. De Insoletool bevat een enorme hoeveelheid gegevens met (voet)kenmerken, pathologieën, zoolconcepten en het verband ertussen. De gegevens werden gebundeld vanuit de wetenschappelijke literatuur en vanuit een bevraging van de common practice bij de orthopedische bedrijven uit de gebruikersgroep.\n\n2) anderzijds werd er voor arbeidsgeneesheren en EDPBW's een “Screeningstool” (Android en iOS app) gebouwd waarmee ze niet-sedentaire werknemers kunnen screenen op voetgerelateerde klachten. De tool bestaat uit een pre-screeningstool die de werknemer zelfstandig kan invullen. Daarnaast is er de screeningstool die gebruikt dient te worden door de expert en een uitgebreidere screening toelaat indien de pre-screeningstool dit adviseerde.\n\nIn een validatiestudie, in samenwerking met leden van de gebruikersgroep, werden met de pre-screeningstool 400 staande werknemers gescreend op risico's op voetgerelateerde problemen. Hiervan werden 31% werknemers doorverwezen voor een uitgebreidere screening met de screeningstool. Naast een screening werden er ook automatisch adviezen gegenereerd voor de werknemers om de klachten te verminderen of te voorkomen.\n\nVia de bedrijfsimplementaties en gebruikersfeedback werden de tools iteratief verbeterd.\n\nNaast de ontwikkeling van beide tools werd er ook een biomechanische studie uitgevoerd om na te gaan welk type sensoren of laagdrempelige meetapparatuur gekoppeld kunnen worden aan de screeningstool. Bepaalde vragen kunnen aldus objectief (kwantitatief) opgemeten worden i.p.v. via subjectieve bevraging. De bevindingen werden gebundeld in codes van goede praktijk. Bij de biomechanische studie werden de technologische bedrijven van de gebruikersgroep nauw betrokken.\n\nTijdens het project werden er workshops georganiseerd voor het onderwijs en het werkveld.\n\nMeer informatie is te vinden op http://www.intoaction-project.be.","summary":"Dit project verhoogt kennis over steunzolen voor orthopedisch technologen en EDPBW's. Tools helpen bij patiëntspecifieke ontwerpen en screening op voetproblemen. Validatiestudie toont succes, met feedback voor continue verbetering. Workshops en info: http://www.intoaction-project.be.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001860","result_description":null},{"description":"Geen van de testmethoden die vandaag worden toegepast om het comfort van een kledingstuk te meten, is ideaal. Geen enkele methode houdt rekening met alle invloedsparameters (o.a. de activiteitsgraad, de klimatologische omstandigheden, het materiaal, de stijl en de pasvorm van de kleding) en ze vereisen talrijke fysieke prototypes, gespecialiseerde testapparatuur, langdurige en kostbare draagtesten met proefpersonen en multidisciplinaire kennis.\n\nHet hoofddoel van dit project is om een snelle, gebruiksvriendelijke en betaalbare methode te ontwikkelen om het draagcomfort van een kledingstuk te voorspellen en te optimaliseren. Daarvoor zullen onder andere infrarood (IR) thermografie en Kunstmatige Intelligentie (AI) gecombineerd worden. Kleding heeft namelijk een significante invloed op onder andere de huidtemperatuur (Tsk) en IR-thermografie is een geschikte technologie om deze veranderingen te monitoren. Bovendien is AI, met name Deep Learning (DL), het ideale instrument voor complexe toepassingen zoals het voorspellen van kledingcomfort. Om effectief te zijn, vereisen de AI-algoritmes een aanzienlijk grote databank. De datacollectie is tijdrovend en vereist een groot aantal testen met proefpersonen volgens een nauwkeurig gekozen, complex protocol.\n\nFashionTex-AI heeft de volgende doelstellingen: (1) het ontwikkelen van het testprotocol en het ethische dossier, (2) de aanschaf van kledingstukken en apparatuur voor het meten van fysiologische parameters, (3) het starten van de dataverzameling, (4) het opzetten van een databank en (5) de ontwikkeling van een eerste versie van het DL-algoritme. De ontwikkelde DL-algoritmes zullen bedrijven in staat stellen om tijdens de ontwikkelingsfase de juiste keuzes te maken op het gebied van materialen en design, wat zowel het draagcomfort voor de eindgebruiker zal verbeteren als de ontwikkelingskosten voor de producent aanzienlijk zal verminderen.\n\nDe volgende resultaten werden behaald bij de afronding van het project:\n\n(1) een beschikbaar testprotocol met gedetailleerde richtlijnen om zowel (i) lichaamseigen fysiologische parameters (o.a. huidtemperatuur, kerntemperatuur en hartslag van de proefpersoon) te monitoren als (ii) een kwalitatieve evaluatie van het kledingstuk met betrekking tot comfort, via een e-template\n\n(2) een dossier, inclusief bijkomende documenten zoals een toestemmingsformulier en een datamanagementplan (DMP). Het dossier werd goedgekeurd door het ethisch comité van UGent, Faculteit van Ingenieurswetenschappen en Architectuur\n\n(3) beschikbaarheid van verschillende sets van relevante standaardkledingstukken (in verschillende maten, materialen en pasvormen) die door proefpersonen zullen worden beoordeeld\n\n(4) beschikbaarheid van testapparatuur, sensoren, 2 loopbanden en een ingericht testlab\n\n(5) promotiemateriaal voor het werven van proefpersonen met het gewenste profiel\n\n(6) een online platform voor het plannen van testsessies\n\n(7) start van de databank (proof-of-concept).\n\nDeze resultaten zullen verder worden gebruikt in het project ComforTex-AI, dat gefinancierd wordt door VLAIO CORNET/TETRA en waaraan meerdere onderzoekspartners uit België en Duitsland deelnemen.","summary":"We ontwikkelen een innovatieve methode met IR thermografie en AI om draagcomfort van kleding te voorspellen en optimaliseren. Ons project heeft testprotocol, databank, DL-algoritme en testlabo opgeleverd voor betere materialen en designkeuzes, met positieve impact op comfort en productiekosten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001861","result_description":null},{"description":"Het concept van strain sensing naden die lichaamsbewegingen kunnen monitoren is ontwikkeld en gedemonstreerd in het kader van het project: Sensing and Actuating Functional Seams Applying Hybrid Yarns for the FashionTech Industry (Project nr. HBC.2019.2679 (478) (CORNET-2020).\n\nIn het kader van het project werd ook een controller ontwikkeld die de processor, batterij en draadloze communicatie bevat. Deze werd geïntegreerd in een sportkledingprototype om een zelfstandige eenheid van slimme textiele kleding te presenteren.\n\nEr is behoefte om deze technologie dichter bij de gebruiker te brengen door verder te werken aan deze ontwikkeling. Het prototype moet verder ontwikkeld en geëvalueerd worden om het ontwerp, de respons, de nauwkeurigheid en de stabiliteit van het systeem te verbeteren.\n\nDit onderzoek zal dus het drukmeetsysteem verder verbeteren: naden, verbindingen, de besturingseenheid, de software en het algemene slimme kledingprototype. Het detectiesysteem zal worden geëvalueerd onder verschillende omstandigheden.\n\nDe sensoren zullen worden geproduceerd op geschikte basisstoffen voor de fietskleding en de sensorposities zullen worden ontworpen en nauwkeurig worden geplaatst op de vereiste posities volgens de maat van het kledingstuk.\n\nDe verbinding tussen de controller en de sensoren wordt bepaald op basis van geschiktheid en stabiliteit voor de werking van het systeem. De besturingseenheid wordt kleiner en compacter en wordt gebruiksvriendelijk \"plug and play\".\n\nDe software wordt verder verbeterd voor een snelle respons en stabiliteit. Tot slot moet het hele systeem worden geëvalueerd op stabiliteit, betrouwbaarheid, duurzaamheid en reproduceerbaarheid, naast andere wenselijke aspecten.\n\nDe opgedane kennis zal via verschillende kanalen worden gedeeld met de industrie en het grote publiek, onder andere door updates van de curricula van studenten.\n\nDe resultaten van dit project zullen een grote stap zijn in de richting van volledige integratie van de sensorsystemen in de kleding, waardoor het comfort en de productiviteit van de gebruiker worden gegarandeerd.\n\nDe sensoren worden gemaakt met beproefde processen en beschikbare materialen. Bedrijven kunnen deze technologie dus gemakkelijk oppikken.\n\nBovendien zijn deze reksensoren potentieel gemakkelijker aan te sluiten op de elektronische componenten voor uitlezing en verwerking en kunnen ze dus gemakkelijk worden gedemonteerd en weggegooid aan het einde van de levensduur van het product als textielrecycling nodig is.\n\nDe integratie van deze sensoren in kleding tegen het einde van het productieproces biedt duidelijke voordelen op het gebied van flexibiliteit en productiekosten.","summary":"Ontwikkeling van slimme textiele kleding met geïntegreerde strain sensing technologie voor monitoring van lichaamsbewegingen. Verbetering van ontwerp, respons en stabiliteit voor comfort en productiviteit. Gemakkelijk te integreren en recyclen, biedt voordelen in flexibiliteit en productiekosten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001862","result_description":null},{"description":"Voor de maakindustrie is spuitgieten waarschijnlijk de belangrijkste productietechniek als het gaat om het produceren van grote series kunststofproducten. De Vlaamse spuitgietsector staat echter al enkele decennia onder druk door concurrerende landen buiten de EU, zoals China en India. Daar worden producten aan lagere kosten geproduceerd en heeft de kwaliteit van afgeleverde producten de laatste jaren een serieuze inhaalbeweging gemaakt.\n\nVlaamse spuitgietbedrijven dienen daarom te blijven innoveren en kosten te drukken door in te zetten op automatisatie, het sneller stellen van spuitgietlijnen, het reduceren van operator interventies en het blijven garanderen van een hoge productkwaliteit. Dit project beoogt hieraan bij te dragen door een component van artificiële intelligentie (AI) toe te voegen aan het spuitgietproces.\n\nConcreet worden er binnen dit project 3 doelen vooropgesteld: \n- Automatisch detecteren van onderdelen met spuitgietfouten of onderdelen buiten specificatie (bijvoorbeeld dimensies, oppervlaktekwaliteit, enz.).\n- Voorspellen wanneer spuitgietfouten, onderdelen buiten specificaties of machineproblemen zullen optreden (predictive maintenance).\n- Nieuwe inzichten verschaffen in het spuitgietproces door verklaringen te vinden voor spuitgietfouten.\n\nHoe werkt AI in het spuitgietproces? Binnen dit project zullen sensoren in de matrijs of metingen op de spuitgietmachine gebruikt worden om druk, debiet en temperatuur te meten tijdens injectie, nadrukken en koelen van het geïnjecteerde materiaal. Deze gemeten inputcurves worden gekoppeld aan outputgegevens zoals spuitgietfouten, dimensies en oppervlakteruwheid. \n\nZowel de input- als outputgegevens worden gebruikt voor het trainen van een lerend netwerk, een zogenaamd neuraal netwerk. Eenmaal dit netwerk getraind is op basis van data uit de eerste 1000 shots, kan het worden ingezet om de output te voorspellen aan de hand van nieuw gemeten druk-, debiet- of temperatuurcurves. Deze inputgegevens kunnen ook gebruikt worden om de productkwaliteit op langere termijn te voorspellen, waardoor vroegtijdig ingrijpen mogelijk is om uitval te vermijden.\n\nBinnen dit project zal ook een specifieke AI-techniek worden geëxploreerd, explainable AI. In tegenstelling tot de traditionele benadering waarbij AI als een black-box wordt beschouwd, geeft explainable AI een verklaring waarom een neuraal netwerk specifieke stukken van inputdata koppelt aan de output. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten voor spuitgietingenieurs en hen helpen bij het verbeteren van het spuitgietproces.","summary":"In de maakindustrie is spuitgieten essentieel voor Vlaamse bedrijven, die concurreren met lageloonlanden. Innovatie en kostenbesparing zijn cruciaal. Een project voegt AI toe aan het spuitgietproces om fouten te detecteren, onderhoud te voorspellen en inzichten te verschaffen. Sensoren meten druk, debiet en temperatuur voor training van een neuraal netwerk, waardoor kwaliteit op lange termijn voorspeld kan worden en gericht kan worden ingegrepen. Explainable AI biedt verklaringen voor beslissingen, wat nieuwe inzichten kan opleveren voor spuitgietingenieurs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001863","result_description":"Voor de maakindustrie is spuitgieten waarschijnlijk de belangrijkste productietechniek als het gaat om produceren van grote series kunststofproducten. De Vlaamse spuitgietsector staat echter al enkele decennia onder druk door concurrerende landen buiten de EU zoals China en India, waar producten aan lagere kost geproduceerd worden en waar de laatste jaren een serieuze inhaalbeweging gebeurde op vlak van kwaliteit van afgeleverde producten.\n\nDaarom is het voor Vlaamse spuitgietbedrijven belangrijk om te blijven innoveren en kosten te drukken door onder andere in te zetten op automatisatie (bijvoorbeeld automatische assemblage vlak na het spuitgieten), snellere spuitgietlijnen om te stellen (flexibelere omschakeling), operatorinterventies te reduceren en een hoge productkwaliteit te blijven garanderen.\n\nHet AI4IM-project draagt hieraan bij door het introduceren en valideren van machine learning (ML) in het spuitgietproces van de Vlaamse industrie aan de hand van 4 reële casestudies. De veelbelovende resultaten kunnen Vlaamse spuitgietbedrijven aanmoedigen om deze technieken zelf ook te gebruiken, en de bronnen op de website geven hen effectief de tools om hiermee aan de slag te gaan.\n\nMeer informatie kan worden gevonden op de website https://ai4im551107933.wordpress.com/thomas-more/"},{"description":"Additive Manufacturing service providers, matrijzenbouwers, spuitgieters en productontwikkelaars zijn bekend met industriële cases rond additive manufacturing kunststof matrijzen. Er is echter weinig kennis over hoe additive manufacturing kunststof matrijzen zich verhouden tot conventionele metalen matrijzen. Het hoofddoel van het project is om de toepasbaarheid van deze matrijzen te onderzoeken aan de hand van industriële cases.\n\nOp basis van bedrijfscases worden matrijzen ontworpen, spuitgiettesten uitgevoerd en eindproducten gecontroleerd. Belangrijke technische output omvat dimensionele en mechanische parameters van zowel de matrijs als het eindproduct, zoals dimensionele nauwkeurigheid, oppervlaktekwaliteit, mechanisch gedrag, standtijden en duurzaamheid van de matrijs. Daarnaast wordt de economische haalbaarheid onderzocht, vergeleken met metalen matrijzen en additive manufacturing, en worden implementatiestrategieën binnen bestaande bedrijfsstructuren uitgewerkt.\n\nDe maakindustrie en productontwikkelaars worden geconfronteerd met de uitdaging om snel kleine series te produceren van complexe onderdelen, aangezien producten snel evolueren en klanten vaak wijzigingen vragen in productontwerpen. Hoewel Additive Manufacturing (3D-printen) geschikt is voor enkele stuks, mass-customized onderdelen en micro-series (< 20 stuks), biedt het nog geen volwaardige oplossing voor het kostenefficiënt produceren van kleine series (enkele honderden onderdelen). Spuitgieten is daarentegen geschikt voor het produceren van grote series, maar de hoge kosten en lange doorlooptijd voor de productie van een matrijs maken het ongeschikt voor kleine series.\n\nEr blijft een kloof bestaan tussen het produceren van micro- en grote series voor veel producten. Additive manufacturing technologieën laten zelden productie toe in het finale materiaal. Recentelijk is er echter vooruitgang geboekt in additive manufacturing technologie en materialen, waardoor kunststof matrijsonderdelen geproduceerd kunnen worden voor het spuitgieten. Deze matrijsonderdelen kunnen binnen enkele dagen worden geproduceerd en kosten aanzienlijk minder dan metalen matrijzen. Het nadeel is dat ze niet dezelfde duurzaamheid hebben als metalen matrijzen en alleen geschikt zijn voor kleine series.\n\nVoor sommige bedrijven is kostenefficiënt produceren van kleine series niet het belangrijkste voordeel, maar eerder de voordelige productie in traditionele kunststoffen. Hierdoor kunnen producten op de markt worden gebracht tijdens de productie van de metalen mallen of voor massaproductie getest worden.","summary":"Discover how additive manufacturing is revolutionizing plastic mold production for small series. Cut costs and lead times significantly while maintaining quality. Ideal for quick customization and testing before mass production.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001864","result_description":null},{"description":"Minder geldstress, meer welzijn op het werk. Dat is de ambitie. We tekenden voor en met ondernemingen een pad uit naar (nog) beter ondernemen door het financieel welzijn van medewerkers te versterken.\n\nBedoeling van het project was om een aanbod aan concrete producten en diensten te ontwikkelen en te testen die ondernemingen kunnen inzetten om geldzorgen bij medewerkers te voorkomen, vroeg te detecteren en aan te pakken. Zo verhoogt het financieel welzijn van medewerkers en vermindert de doorwerking van geldzorgen op de werkvloer.\n\nDoelstellingen:\nHet aanbod FinWel sensibiliseert over de impact van geldzorgen op de werkvloer, diagnosticeert het financieel welzijn van medewerkers en bevat inzetbare opleidingen en tools om financieel welzijn te versterken. Door het verhogen van het financieel welzijn worden de negatieve gevolgen verbonden met geldstress doorbroken. Dit verbetert de arbeidsprestaties en het functioneren, vermindert het werkverzuim en vermindert voor de werkgever de daarmee gepaard gaande kosten. Voor medewerkers uiten de voordelen zich in het verhogen van hun financieel welzijn.\n\nWe onderscheiden deze concrete doelstellingen:\n(1) er is een gevalideerd meetinstrument waarmee het financieel welzijn van medewerkers gemeten kan worden;\n(2) het aanbod FinWel bevat diensten en producten die het financieel welzijn op de Vlaamse werkvloer bevorderen;\n(3) de inzet van het aanbod FinWel in ondernemingen en non-profitorganisaties verhoogt het financieel welzijn van medewerkers en bevordert op ondernemingsniveau de arbeidsprestaties van medewerkers;\n(4) de verworven kennis, het aanbod FinWel en tips & tricks zijn breed verspreid naar dienstverleners en ondernemingen;\n(5) de verworven kennis, het aanbod FinWel en tips & tricks zijn via (gast)colleges, eindwerken en projectwerking verankerd in het onderwijs- en navormingsaanbod van Thomas More en VUB.\n\nMet FinWel vertaalden we wetenschappelijke kennis over financieel welzijn naar inzetbare producten en diensten voor de werkvloer. FinWel bevat een gevalideerd meetinstrument om het financieel welzijn van medewerkers te diagnosticeren en een werkzaam ondersteuningspakket van opleidingen, tools en tips & tricks om het financieel welzijn van medewerkers te versterken. FinWel zorgt er zo voor dat geldzorgen bij medewerkers worden voorkomen, vroeg worden gedetecteerd en worden aangepakt.\n\nDoelpubliek/voor wie?:\n- Dienstverleners die diensten bieden aan ondernemingen, werkgevers, zelfstandigen op vlak van preventie en bescherming op het werk, loonadministratie, hr-beleid, welzijn, coaching of opleiding\n- Koepelorganisaties, federaties, belangenorganisaties\n- Ondernemingen, werkgevers, zelfstandigen\n- Medewerkers","summary":"FinWel bevordert financieel welzijn op het werk door geldstress te verminderen. Het aanbod omvat diagnostische tools en ondersteunende producten voor medewerkers en ondernemingen. Dit leidt tot verbeterde arbeidsprestaties en vermindert werkverzuim en kosten. Bestemd voor dienstverleners, ondernemingen en medewerkers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001865","result_description":"We streefden ernaar om het financieel welzijn van de helft van de deelnemers te verbeteren, een ambitie die grotendeels werd waargemaakt.\n\nBinnen de groep medewerkers met ondersteuningsbehoeften (getest in maatwerkbedrijven) en de groep medewerkers die zelfstandig met nieuwe informatie kunnen werken (getest in reguliere bedrijven), zijn er enkele verschillen. In de laatste groep geeft 33% aan minder geldzorgen te hebben na deelname aan het programma en zegt 34% beter geïnformeerd te zijn over beschikbare hulpbronnen. Ondanks dat de sessies voor deze groep minder interactief waren en voornamelijk gericht waren op kennisoverdracht, ervaren de deelnemers toch een sterke positieve impact.\n\nVoor de deelnemers met ondersteuningsbehoeften stond het oefenen en aanleren van nieuwe vaardigheden centraal, met een nog grotere impact: maar liefst 58% van hen voelt meer controle over hun financiën na afloop van de sessies, 50% vertoont verbetering in financiële competenties, 58% weet beter waar ze hulp kunnen krijgen bij financiële problemen, en bijna de helft van hen verbetert hun kennis over financiën. De toegenomen ervaren controle is van cruciaal belang, aangezien een verhoogd gevoel van controle in combinatie met kennis en competentie kan leiden tot minder stress en zorgen over financiële zaken."},{"description":"Hoofddoelstelling: Het creëren van een vraaggestuurde verticale ketensamenwerking voor het produceren en verwerken van zwarte soldatenvlieglarven op landbouwschaal.\n\nOnderzoeksvraag: Hoe moeten de verschillende schakels samenwerken om te komen tot een economisch rendabele, vraaggestuurde productie en verwerking van zwarte soldatenvlieglarven?\n\nInsecten zijn een veelbelovend duurzaam alternatief voor conventionele eiwitbronnen. Ze voldoen aan de eisen van een duurzamere samenleving doordat ze met een lagere ecologische impact gekweekt kunnen worden. Zo kunnen larven van de zwarte soldatenvlieg laagwaardige organische nevenstromen omzetten tot hoogwaardige biomassa met een eiwitgehalte van meer dan 40%. Echter, het kweken van insecten is nog een relatief nieuw concept in de landbouwsector terwijl de productie van conventionele eiwitten kan rekenen op jarenlange kennis en ervaring. Startende producenten worden vaak geconfronteerd met heel wat risico’s die het haast onmogelijk maken om een economisch rendabele onderneming uit te bouwen. Zo is momenteel de vraag naar insecten nog heel onregelmatig en tegelijkertijd wordt er vaak gevraagd om grote volumes in één keer aan te leveren. Dit is voor startende producenten onmogelijk zonder grote en risicovolle investeringen. Bovendien werken de bedrijven die reeds actief zijn in deze sector zeer individueel en houden hun deuren vaak gesloten voor starters en andere bedrijven. Bij de meeste veehouderijsystemen is er decentralisatie van vermeerderen, vetmesten en slachten van de dieren. Dit heeft als voordeel dat deze handelingen zeer efficiënt kunnen gebeuren, maar het onevenwicht tussen vraag en aanbod is ook hier vaak een pijnpunt. In de agrovoedingssector komt ketensamenwerking steeds vaker voor. In deze samenwerking worden de krachten gebundeld van producent tot afnemer om te komen tot een economisch rendabel, duurzaam en kwalitatief eindproduct. Dit concept wordt momenteel niet toegepast voor de productie van insecten. Door zich te organiseren in een cluster waarbij de leden zich gaan specialiseren in de verschillende activiteiten van productie tot verwerking en waarbij winst en risico evenredig verdeeld worden onder de leden, kan de productie en verwerking van zwarte soldatenvlieglarven efficiënter en haalbaarder gemaakt worden. In het AIC-project willen de verschillende partners met elk hun eigen expertise en specialisatie in productie en verwerking van insecten, automatisatie en datamanagement hun krachten bundelen om een duurzame ketensamenwerking te creëren voor de productie en verwerking van zwarte soldatenvlieglarven als hoogwaardige eiwitrijke grondstof voor diervoeders.","summary":"Door ketensamenwerking te creëren, wil het AIC-project efficiënt en haalbaar de productie en verwerking van zwarte soldatenvlieg larven als hoogwaardige eiwitrijke grondstof voor diervoeders realiseren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001866","result_description":null},{"description":"Het AlgMobil project beoogt een antwoord te bieden op de informatienood over de rentabiliteit en de efficiëntie van verschillende kweeksystemen voor microalgen in uiteenlopende omgevingen.\n\nHet kweken van microalgen zal gebeuren op zorgvuldig geselecteerde locaties in het Vlaams Gewest met als zwaartepunt de Kempen. De focus zal hierbij voornamelijk liggen op leegstaande bedrijfsgebouwen die voor herbestemming in aanmerking komen. Binnen de land- en tuinbouw zijn dit stallen, serres en loodsen. Maar ook gelijkaardige infrastructuur zoals leegstaande industriële panden komen in aanmerking.\n\nTijdens het project zal een zo groot mogelijke verscheidenheid aan locaties geselecteerd worden om aldus een zo breed mogelijke dataset te bekomen op het einde van het project. Deze locaties zullen geselecteerd worden op basis van een aantal, op voorhand gedefinieerde, criteria die belangrijk zijn voor de kweek van microalgen (zie ook sectie Projectdoelstellingen en activiteiten).","summary":"Het AlgMobil project onderzoekt de rentabiliteit en efficiëntie van diverse microalgen kweeksystemen in verschillende omgevingen in het Vlaams Gewest, met focus op herbestemming van leegstaande bedrijfsgebouwen zoals stallen, serres en industriële panden. Verschillende locaties worden zorgvuldig geselecteerd op basis van vooraf bepaalde criteria voor een breed dataset.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001867","result_description":"Het AlgMobil project omvat drie specifieke doelstellingen:\n\n* De informatienood wegwerken over de rentabiliteit en efficiëntie van verschillende kweeksystemen in uiteenlopende omgevingen\n* Een demofunctie vervullen om geïnteresseerde partijen voeling te laten krijgen met de kweek van microalgen\n* Disseminatie van de resultaten met het oog op de introductie van een innovatieve en duurzame microalgenkweek\n\n1. Afronden samenstelling en opstart werking stuurgroep 30/10/2020\n2. Blauwdruk van informatiebundel 30/06/2021\n3. Finale selectie van testlocaties 30/06/2021\n4. Reactoren klaar voor gebruik 30/09/2021\n5. Afronden kweek op geselecteerde locaties 30/09/2022\n6. Disseminatie projectresultaten en informatiebundel 31/12/2022"},{"description":"Het project zet in op de ontwikkeling van 100% bio-gebaseerd en niet-toxisch polyurethaan voor eindproducten in de textiel- en synthetisch rubberindustrie. Hiermee versterken kennisinstellingen en bedrijven uit de grensregio hun leidende positie in het ontwikkelen en inzetten van bio-gebaseerde materialen.\n\nDe productie van biopolymeren voor commerciële toepassingen neemt jaar na jaar toe. Ook binnen de synthetisch rubber- en textielindustrie is de transitie naar bio-gebaseerde materialen ingezet. Zo wil de textielsector haar producten tegen 2030 voor minstens 20% uit biomateriaal vervaardigen. Biopolymeren voor textielcoatings en synthetisch rubber (elastomeren), zoals polyurethaan, zijn echter slechts voor een beperkt aantal toepassingen beschikbaar en niet volledig bio-gebaseerd.\n\nHet project Bio NIPU zet daarom in op onderzoek naar alternatieve, niet-toxische bouwstenen voor de synthese van polyurethaan. Volledig hernieuwbare grondstoffen – zoals reststromen uit suikerraffinage en de productie van biodiesel en natuurlijke oliën en vetten – worden gebruikt om bio-gebaseerde polyurethanen te ontwikkelen.","summary":"Ontwikkeling van 100% bio-gebaseerd en niet-toxisch polyurethaan voor textiel- en rubberindustrie. Onderzoek naar hernieuwbare grondstoffen voor bio-gebaseerde materialen. Versterking van leidende positie in innovatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001868","result_description":"PU worden geproduceerd uit aardolie. Daarbij worden isocyanaten als bouwsteen gebruikt. Deze worden in verband gebracht met astma en andere chronische ziektes waardoor er een restrictievoorstel is van ECHA (European Chemicals Agency) voor diisocyanaten. De wetgeving en lagere beschikbaarheid van (di)isocyanaten kan resulteren in een phase-out van (di)isocyanaten waardoor onderzoek moet gedaan worden naar nieuwe bouwstenen voor PU synthese.\n\nIn dit project worden niet-toxische bio NIPU ontwikkeld op basis van hernieuwbare grondstoffen waarmee hernieuwbare eindproducten gerealiseerd kunnen worden. De grondstoffen voor synthese van bio NIPU zijn niet competitief met de voedselketen. De bouwstenen worden afgeleid uit biomassa zoals afvalstromen uit suikerraffinage en nevenproducten uit oleo- en biodieselindustrie.\n\nHet project resulteert in bio NIPU voor textielcoating/elastomeren. In de 1e fase wordt op laboschaal onderzoek gedaan naar de synthese van bio NIPU, waarbij diverse routes en bouwstenen worden onderzocht om de gewenste eigenschappen te bekomen. De duurzaamheid van de bio NIPU wordt via levenscyclusanalyse (LCA) geëvalueerd. Het onderzoek naar de toepasbaarheid in elastomeren en coatings wordt geëvalueerd. Na evaluatie wordt bepaald welke PU het meest geschikt is voor grootschalige productie van coatings/elastomeren. In het 2e deel van het project wordt bio NIPU op pilootschaal geproduceerd en onderzoek gedaan naar elastomeer- en coatingapplicaties.\n\nIn het Interreg VL-NL project “Puur natuur: 100% biobased”, worden biobased additieven ontwikkeld voor PLA garen/coatings. Additieven die hierin ontwikkeld worden, kunnen voor functionalisatie aan bio NIPU toegevoegd worden waardoor er synergetische meerwaarde is. In het project “BioPU” ontwikkelt Centexbel biogebaseerde 2K PU uitgaande van polyolen en isocyanaat. Centexbel ontwikkelt dus biogebaseerde PU maar niet isocyanaatvrij.\n\nDWI doet een studie op laboschaal naar isocyanaatvrije PU met andere bouwstenen en via andere syntheseroutes. Het project focust zich naar andere solventvrije toepassingen op laboschaal terwijl de focus in Bio NIPU is om biogebaseerde en isocyanaatvrije solventarme PU op grote schaal (pilootschaal) te ontwikkelen voor coatings en elastomeren. Expertise en kennis uit het Bio PU project zal gebruikt worden in het Bio NIPU project."},{"description":"In Vlaanderen produceren supermarkten naar schatting jaarlijks zo’n 48.000 ton eetbare voedselreststromen. 95% hiervan wordt als afval afgevoerd. Toch kunnen heel wat van deze stromen gevaloriseerd worden als voeder voor insecten. Insecten kunnen immers gekweekt worden op een bredere waaier van voedselreststromen. Ze kunnen zo deze laagwaardige voedselreststromen omzetten in hoogwaardige biomassa die gebruikt kan worden voor de productie van voedsel of voeders.\n\nIn het project SuperInsect bundelen Buurtsuper.be, Renewi en Thomas More hogeschool de krachten om samen een nieuwe ketensamenwerking op te te zetten en zo aan te tonen dat voedselrestromen van supermarkten als voeder voor insecten gebruikt kunnen worden. Deze keten zal bestaan uit (1) supermarkten die selectief voedselrestromen verzamelen, (2) voedselrecyclagebedrijven die er voeders van maken en (3) insectenkwekers die deze voeders aan hun insecten geven, die vervolgens als voedsel of voeder gebruikt kunnen worden. Aan de hand van een casestudie wordt nagegaan of deze nieuwe keten voor elk van de schakels economisch haalbaar is. Zo tracht dit project voedselreststromen te valoriseren richting voeder en voedsel.","summary":"Supermarkten in Vlaanderen verspillen jaarlijks 48000 ton voedselresten, maar een nieuw project genaamd SuperInsect wil deze reststromen omzetten in hoogwaardige biomassa door insecten te kweken. Samenwerking tussen supermarkten, voedselrecyclagebedrijven en insectenkwekers toont aan dat dit mogelijk is, met focus op economische haalbaarheid en waardebehoud van voedselresten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001869","result_description":null},{"description":"(FWO-SBO van 01/01/2019 tot 31/12/2022). Black Soldier Fly larven (BSFL) zijn larven van het insect de zwarte soldatenvlieg. Ze worden momenteel op industriële schaal wereldwijd gekweekt als voeringrediënt. Ze kunnen worden gekweekt op een breed scala aan neven- en afvalstromen van de voedingsindustrie en de landbouw, waarbij ze deze stromen omzetten in waardevolle biomassa. Gezien de strijd van ons voedselsysteem om duurzaam te voldoen aan de eiwitbehoefte van de groeiende wereldbevolking, biedt BSFL-opfok een innovatief, biogebaseerd alternatief dat bijdraagt aan een circulaire economie. Aangezien de insectenproductie een nieuwe tak van de veehouderij is, is het aan (academische) onderzoekers om dezelfde diepgaande kennis te vergaren die beschikbaar is voor andere landbouwhuisdieren over productieveiligheid en -optimalisatie. Zo is de impact van de chemische en microbiële samenstelling van het voer op de zoötechnische prestaties en op de microbiële veiligheid van BSFL vrijwel onbekend. Bovendien wijst voorlopig onderzoek op hoogwaardige toepassingen voor andere industriële sectoren, zoals de farma- en afvalverwerkingssector, die meer winst kunnen opleveren voor de insectenproductiesector.\n\nDit project heeft tot doel meer fundamentele kennis te genereren die de insectensector, de wetgeving en de samen opkomende voedselwaardeketen kan ondersteunen om wetgevende en technische hindernissen bij de kweek en valorisatie weg te nemen. Meer specifiek zullen we de nauwelijks onderzochte interacties tussen de BSFL, hun substraat en hun darmflora onderzoeken. Dergelijke interacties zijn naar verwachting afhankelijk van het substraat en beïnvloeden (i) de groei van de larven, (ii) hun microbiële veiligheid en (iii) hun chemische veiligheid. Het algemene doel van dit project is het definiëren en karakteriseren van een reeks micro-organismen die kunnen worden gebruikt om de darmmicrobiota van BSFL te manipuleren om de prestaties in elk van de drie bovengenoemde domeinen te verbeteren en hun economische waarde te vergroten.\n\nHet project wordt gecoördineerd door KU Leuven, Lab4Food. Partners zijn UAntwerpen, Thomas More Kempen en Inagro. Het project wordt begeleid door een gebruikersgroep van bedrijven (insectenkwekers, voederproducenten, farmaceutische bedrijven,...) en instituten.","summary":"Black Soldier Fly larvae (BSFL) offer a sustainable, bio-based alternative for protein production from food and agricultural waste. This FWO-SBO project aims to deepen knowledge on BSFL production, safety, and optimization for various industries. Coordinated by KU Leuven, Lab4Food, with partners UAntwerpen, Thomas More Kempen, and Inagro, the research will enhance the insect sector and food value chain.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001870","result_description":null},{"description":"IDEA beoogt de ontwikkeling en uitrol van economisch levensvatbare waardeketens voor micro-algen in Noordwest-Europa. Er zijn partners betrokken uit België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Ierland, waar een gelijkaardig klimaat heerst dat sterk verschilt van dat in Zuid-Europa.\n\nDe groeiende wereldpopulatie heeft behoefte aan nieuwe duurzame bronnen voor gezonde (vee)voeding en chemicaliën. Algen produceren een breed scala aan componenten via omzetting van CO2, nutriënten en licht, en hebben potentieel als zulke duurzame bron. Hoewel de lichtintensiteiten en temperaturen in Noordwest-Europa lager zijn dan in Zuid-Europa, is er potentieel voor algengroei. Voor bepaalde algen zijn de omstandigheden in Noordwest-Europa zelfs gunstiger, en kan een waardeketen haalbaar zijn wanneer er wordt gemikt op hoogwaardige componenten (ten opzichte van bio-energie).\n\nMomenteel zijn er weinig tot geen gevestigde waardeketens, ondanks de beschikbare vrije ruimte in de serrebouw in Noordwest-Europa. IDEA streeft naar innovatie en een versnelling van procesontwikkelingen die individuele oplossingen samenvoegen tot een levensvatbare keten met eindproducten voor onder andere (vee)voeding en cosmetica.\n\nOp termijn zullen meer dan 60 KMO's in de regio hierbij betrokken zijn. Een multidisciplinair team is samengesteld met partners (onderzoekers, KMO's, sectorgroepen, overheden, ...) die gezamenlijk de hele waardeketen bestrijken, van algengroei, oogst en verwerking van algenbiomassa (inclusief bioraffinage) tot nieuwe verhandelbare producten.\n\nIDEA zal innovaties realiseren rond: (1) algensoorten die goed gedijen in het Noordwest-Europese klimaat en cultiveringsmethoden om het groeiseizoen te verlengen tot 360 dagen per jaar, (2) marktintroductie van geïntegreerde oogst, waterrecirculatietechnologie en duurzame CO2-bronnen, (3) opslag, bewaring en logistieke aspecten, (4) regionale verwerking van algenbiomassa analoog aan de melkindustrie, (5) meer dan 15 hoogwaardige, verhandelbare op algen gebaseerde producten. IDEA bouwt voort op beschikbare kennis en infrastructuur.","summary":"IDEA ontwikkelt duurzame waardeketens voor micro-algen in NWEuropa om te voorzien in gezonde voeding en chemische behoeften. Partners streven naar innovaties voor algengroei, oogst en verwerking tot hoogwaardige producten, met betrokkenheid van >60 KMOs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001871","result_description":"IDEA zal innovaties realiseren rond:\n\n(1) Algenspecies die goed groeien in het Noordwest-Europese klimaat en cultivatiemethoden voor verlenging van het groeiseizoen tot 360 dagen per jaar.\n\n(2) Marktintroductie van geïntegreerde oogst, waterrecirculatietechnologie en duurzame CO2-bronnen.\n\n(3) Opslag, bewaring en logistieke aspecten.\n\n(4) Regionale verwerking van algenbiomassa analoog aan de melkindustrie.\n\n(5) Meer dan 15 hoogwaardige, vermarktbare op algen gebaseerde producten.\n\nIDEA bouwt voort op beschikbare kennis en infrastructuur."},{"description":"De output van dit project is sector overstijgend. Insecten worden geïntroduceerd in de duurzame chemie en na het finaliseren van dit project kunnen bedrijven vanuit verschillende sectoren de ontwikkelde kennis valoriseren. De insectenvetten kunnen gebruikt worden voor verschillende toepassingen, zoals grondstof voor surfactanten, cosmetica, smeermiddelen. De groene surfactanten zelf zijn breed toepasbaar bv. cosmetica, huishoudproducten, agro-industrie, lijmen, inkten en verven en het gebruik ervan draagt bij tot een duurzamer en verminderd gebruik van palmpitolie. Om het draagvlak en de mogelijke impact van het project te illustreren werd geopteerd om bedrijven, die actief zijn binnen de hele keten, van afvalstroom tot afgewerkt product, op te nemen in de gebruikersgroep van dit TETRA-project, zodat de interesse en betrokkenheid van al deze actoren duidelijk wordt aangetoond.\n\nHet innovatiedoel van dit project is de introductie van de zwarte wapenvlieg als een nieuwe hoogwaardige en duurzame bron van vetten, waaruit groene surfactanten worden geproduceerd met behulp van groene en minder vervuilende chemische synthesewegen. Om dit project uit te voeren worden volgende concrete acties gedefinieerd: (1) Opzuivering van insectenvetten (solventextractie opgevolgd met traditionele degumming methodes en een innovatieve enzymatische degumming route); (2) Productie van groene surfactanten (3 cases werden in samenspraak met het bedrijven in de gebruikersgroep gedefinieerd, waarbij telkens een surfactant of surfactantmengsel wordt gesynthetiseerd; (3) Karakterisatie van de geproduceerde surfactanten en (4) Perceptiemeting van consumenten naar het gebruik van insectenvetten in niet-voedingsproducten.\n\nResultaten:\n\nKPI 1: In het kader van dit project zijn we erin geslaagd om deze erg verschillende sectoren kennis met elkaar te laten maken en hebben we aangetoond dat de zwarte soldaatvlieg effectief gebruikt kan worden voor technische toepassingen. Commerciële ontwikkeling van de zwarte wapenvlieg zal vooral afhangen van beschikbaarheid van materialen, competitieve prijs en regelgeving. Daar zal op gefocust moeten worden om een insecten-industrie mogelijk te maken.\n\nKPI 2: naast de consumentenbevraging die succesvol werd uitgevoerd, werden surfactanten geleverd aan de bedrijven, die als case worden uitgewerkt. De nauwste samenwerking was met Mylène, waardat zowel de glycine-surfactant en de lysine-surfactant in een aantal cosmetische formuleringen werden getest.\n\nCase 1: Consumentenperceptiestudie: een bevraging rond het gebruik van insectenmaterialen voor technische toepassingen werd georganiseerd. De bevraging omvatte zowel persoonlijke interviews als bevraging via online survey. In samenwerking met Mylène werd een ruime groep van ongeveer 1300 mensen bereikt. De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in een peer-reviewed internationale journal.\n\nCase 2: gebruik van gly-BSF en lys-BSF surfactant als primair surfactant in een douchefoam. In samenwerking met Mylène werden een aantal formuleringen uitgetest waarin zowel gly-als lys-surfactanten werden vergeleken. Stabiliteit en schuimcapaciteit werden onderzocht. Uit de resultaten bleek dat geen van beide surfactanten geschikt is om als primair surfactant te dienen in deze toepassing.\n\nCase 3: gebruik van gly-BSF en lys-BSF surfactant als secundair surfactant in een crème. Ook hier is het belangrijk dat de crème stabiel is en dat de textuur/gevoel goed is. Na uittesten van een aantal formuleringen werd aangetoond dat de glycine-BSF surfactant een stabiele crème kan leveren.\n\nCase 4: De glycine-surfactant werd eveneens geleverd aan EOC, Christeyns, Oleon en Eastman. De evaluatie van deze surfactant binnen die bedrijven is gaande en zal extra cases leveren.\n\nCase 5: De lysine-surfactant werd geleverd aan Globachem en Tajinomoto-Omnichem en de evaluatie van deze surfactant is ongoing en levert ook extra cases. Deze cases zullen verder worden opgevolgd.","summary":"Dit project introduceert insectenvetten in duurzame chemie voor diverse toepassingen zoals cosmetica en smeermiddelen. Door samenwerking met bedrijven uit verschillende sectoren wordt innovatie gestimuleerd en wordt de potentie van zwarte wapenvliegen als bron van groene surfactanten benut.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001872","result_description":null},{"description":"In de toekomst zullen duurzame manieren van koeling sterk aan belang toenemen. Er zijn echter nog heel wat vragen naar de prestaties van deze systemen in de praktijk en voor velen ontbreekt het nog aan ervaring om tot het plaatsen van deze installaties over te gaan. Hoe kunnen deze correct geselecteerd en gedimensioneerd worden, waarop moet je letten bij de keuze en installatie van deze systemen, welke toestellen zijn er op de markt, …\n\nOm hier meer inzicht in te krijgen, werden in het SCoolS-project de prestaties van verschillende systemen in detail onderzocht m.b.v. in situ metingen, labotesten en simulaties. De resultaten van de simulaties werden bovendien verwerkt in een interactieve online tool, waar op basis van enkele ingestelde gebouw- en systeemparameters een voorspelling gemaakt wordt van de verwachte prestaties (energieverbruik en comfort) van verschillende systemen voor duurzaam koelen. https://www.cornet-scools.com/online-tool.html\n\nIn residentiële gebouwen hebben passieve koelstrategieën een belangrijke impact. Dit op voorwaarde dat ze goed gebruikt worden. Een combinatie van buitenzonnewering en intensieve ventilatie zorgt in bijna alle gevallen op zijn minst voor een aanvaardbaar comfort. Willen we echt goed comfort garanderen, dan is het vooral in de slaapkamers soms nodig om een laag vermogen koelsysteem toe te voegen, zoals bijvoorbeeld een koelbatterij op de ventilatie.\n\nDe impact van passieve koelstrategieën is duidelijk groter dan die van andere parameters zoals gebouwisolatie en inertie. Inertie heeft vooral een positief effect in combinatie met intensieve ventilatie. Isolatie kan zowel een positief als negatief effect hebben op indoor zomercomfort.\n\nVentilo-convectoren en vloerkoeling aangesloten op een verticale geothermische bron slagen erin om in de meeste gevallen zelfs zonder passieve koelstrategieën een goed comfort te garanderen. Slechts in 8% van de gevallen blijken ventilo-convectoren met nominaal vermogen van 15W/m² (want gedimensioneerd op de warmtevraag) ontoereikend. Vloerkoeling met nominaal vermogen van 20 à 30W/m² doet het nog beter.\n\nDeze laatste resultaten lijken opmerkelijk, aangezien de piekvraag volgens de simulaties gemiddeld 30W/m² bedraagt. Dit is het vermogen dat een koelsysteem moet kunnen leveren om op elk moment de ogenblikkelijke warmtelasten weg te koelen en zo de gewenste binnentemperatuur van bv 24°C te behouden. Indien we echter toestaan dat er zich een kleine temperatuurstijging voordoet tijdens deze piekmomenten – zonder de comfortlimiet van 26°C of 28°C voor respectievelijk nacht- en dagzone te overschrijden - dan verlaagt het benodigde vermogen aanzienlijk (dimensionering). Er is dan wel een aangepaste sturing nodig die de systemen vroeger in- en later uitschakelt. Deze strategie zorgt ervoor dat er meer duurzame koelsystemen in aanmerking komen om goed zomercomfort te bieden, ondanks hun typisch beperkter vermogen.\n\nHoewel de hydronische koelsystemen in residentiële toepassingen op zichzelf doorgaans voldoende comfort kunnen garanderen, is een combinatie met passieve koelstrategieën nog steeds voordelig omwille van de lagere koellasten/koelvermogens (makkelijker ontwerp, meer mogelijkheden voor laag vermogen/hoge temperatuur koelsystemen, kleinere impact op het elektriciteitsnet, (nog) lager energieverbruik).\n\nTypisch voor kantoren is de hogere bezettingsgraad overdag en de voelbare en latente warmtewinsten die daarbij horen. Zonder passieve maatregelen slaagt zelfs de actieve koeling van 100–150 W/m² er niet in om continu goed comfort te garanderen (slechts in 75% van de gevallen). In combinatie met buitenzonnewering kunnen vloer – of plafondkoeling discomfort vermijden. Indien hier bovenop nog intensieve ventilatie wordt toegepast, dan slagen ook de minder performante koelsystemen in dat opzet. Indien men binnen dit toepassingsgebied echter in alle gevallen goed comfort wil garanderen, dan moet er gekeken worden naar een combinatie van buitenzonnewering, intensieve (nacht-)ventilatie en plafondkoeling of actieve koeling.\n\nDe hoge latente warmtewinsten in een kantooromgeving beperken echter het gebruik van koelsystemen op hoge temperatuur: er is een dauwpuntsregeling nodig om condensatie te vermijden. Een hygrostatische aan/uit regeling met één vaste, veilige grens voor de relatieve vochtigheid is te vermijden. In de onderzochte cases zien we omwille van deze beperking een stijging van de binnentemperatuur van maximaal 2K op de warmste momenten van de dag.\n\nUit praktijkcases blijkt het belang van een goed ontwerp en regeling, zeker wanneer verschillende systemen gecombineerd worden (bijvoorbeeld werking van de bypass van een ventilatiesysteem dat bijkomend uitgerust is met een koelsysteem). Het energieverbruik van duurzame koelsystemen is typisch laag, maar kan vaak nog geoptimaliseerd worden, bijvoorbeeld door het beperken van het aantal pompen in het hydraulische ontwerp of aantal draaiuren van ventilatoren bij free cooling.\n\nTenslotte blijkt de beoordeling van binnencomfort bij toepassing van duurzame koelsystemen geen evidentie. Voor alfa gebouwen is er een tendens naar adaptieve comfortcriteria, waarbij de temperatuurlimieten afhangen van de buitentemperatuur van de dag zelf en van de afgelopen dagen. Voor residentiële toepassingen lijken deze limieten bij hoge buitentemperaturen echter zeer hoog, zeker voor slaapkamers. Bij lage buitentemperaturen zijn de limieten dan weer relatief laks, wat een aangepaste regeling veronderstelt van het koelsysteem. Voor residentiële toepassingen lijkt het gebruik van statische temperatuurgrenzen met een maximaal aantal overschrijdingsuren meer toepasselijk (bijvoorbeeld in de dagzone maximaal 32h overschrijding van de statische limiet van 28°C om nog tot de hoogste categorie te behoren).","summary":"Duurzame koelsystemen worden steeds belangrijker. Het SCoolS-project onderzoekt systeemprestaties en biedt een online tool voor voorspellingen. Passieve koelstrategieën, zoals buitenzonnewering en ventilatie, zijn effectief in residentiële gebouwen. Hydronische systemen en combinaties met passieve strategieën bieden comfort en energiebesparing. Voor kantoren zijn passieve maatregelen cruciaal om comfort te garanderen. Optimale regeling en ontwerp zijn essentieel voor duurzame koelsystemen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001873","result_description":"Residentiële gebouwen hebben passieve koelstrategieën een belangrijke impact, op voorwaarde dat ze goed gebruikt worden. Een combinatie van buitenzonnewering en intensieve ventilatie zorgt in bijna alle gevallen op zijn minst voor een aanvaardbaar comfort. Willen we echt goed comfort garanderen, dan is het vooral in de slaapkamers soms nodig om een laag vermogen koelsysteem toe te voegen, zoals bijvoorbeeld een koelbatterij op de ventilatie.\n\nDe impact van passieve koelstrategieën is duidelijk groter dan die van andere parameters zoals gebouwisolatie en inertie. Inertie heeft vooral een positief effect in combinatie met intensieve ventilatie. Isolatie kan zowel een positief als negatief effect hebben op indoor zomercomfort.\n\nVentilo-convectoren en vloerkoeling aangesloten op een verticale geothermische bron slagen erin om in de meeste gevallen zelfs zonder passieve koelstrategieën een goed comfort te garanderen. Slechts in 8% van de gevallen blijken ventilo-convectoren met nominaal vermogen van 15W/m² (want gedimensioneerd op de warmtevraag) ontoereikend. Vloerkoeling met nominaal vermogen van 20 à 30W/m² doet het nog beter.\n\nDeze laatste resultaten lijken opmerkelijk, aangezien de piekvraag volgens de simulaties gemiddeld 30W/m² bedraagt. Dit is het vermogen dat een koelsysteem moet kunnen leveren om op elk moment de ogenblikkelijke warmtelasten weg te koelen en zo de gewenste binnentemperatuur van bv 24°C te behouden. Indien we echter toestaan dat er zich een kleine temperatuurstijging voordoet tijdens deze piekmomenten – zonder de comfortlimiet van 26°C of 28°C voor respectievelijk nacht- en dagzone te overschrijden - dan verlaagt het benodigde vermogen aanzienlijk (dimensionering). Er is dan wel een aangepaste sturing nodig die de systemen vroeger in- en later uitschakelt. Deze strategie zorgt er voor dat er meer duurzame koelsystemen in aanmerking komen om goed zomercomfort te bieden, ondanks hun typisch beperkter vermogen.\n\nHoewel de hydronische koelsystemen in residentiële toepassingen op zichzelf doorgaans voldoende comfort kunnen garanderen, is een combinatie met passieve koelstrategieën nog steeds voordelig omwille van de lagere koellasten/koelvermogens (makkelijker ontwerp, meer mogelijkheden voor laag vermogen/hoge temperatuur koelsystemen, kleinere impact op het elektriciteitsnet, (nog) lager energieverbruik).\n\nTypisch voor kantoren is de hogere bezettingsgraad overdag en de voelbare en latente warmtewinsten die daarbij horen. Zonder passieve maatregelen slaagt zelfs de actieve koeling van 100–150 W/m² er niet in om continu goed comfort te garanderen (slechts in 75% van de gevallen). In combinatie met buitenzonnewering kunnen vloer – of plafondkoeling discomfort vermijden. Indien hier bovenop nog intensieve ventilatie wordt toegepast, dan slagen ook de minder performante koelsystemen in dat opzet. Indien men binnen dit toepassingsgebied echter in alle gevallen goed comfort willen garanderen, dan moeten er gekeken worden naar een combinatie van buitenzonnewering, intensieve (nacht-)ventilatie én plafondkoeling of actieve koeling.\n\nDe hoge latente warmtewinsten in een kantooromgeving beperken echter het gebruik van koelsystemen op hoge temperatuur: er is een dauwpuntsregeling nodig om condensatie te vermijden. Een hygrostatische aan/uit regeling met één vaste, veilige grens voor de relatieve vochtigheid is te vermijden. In de onderzochte cases zien we omwille van deze beperking een stijging van de binnentemperatuur van maximaal 2K op de warmste momenten van de dag.\n\nUit praktijkcases blijkt het belang van een goed ontwerp en regeling, zeker wanneer verschillende systemen gecombineerd worden (bv werking van de bypass van een ventilatiesysteem dat bijkomend uitgerust is met een koelsysteem). Het energieverbruik van duurzame koelsystemen is typisch laag, maar kan vaak nog geoptimaliseerd worden, bijvoorbeeld door het beperken van het aantal pompen in het hydraulische ontwerp of aantal draaiuren van ventilatoren bij free cooling.\n\nTenslotte blijkt de beoordeling van binnencomfort bij toepassing van duurzame koelsystemen geen evidentie. Voor alfa gebouwen is er een tendens naar adaptieve comfortcriteria, waarbij de temperatuurlimieten afhangen van de buitentemperatuur van de dag zelf en van de afgelopen dagen. Voor residentiële toepassingen lijken deze limieten bij hoge buitentemperaturen echter zeer hoog, zeker voor slaapkamers. Bij lage buitentemperaturen zijn de limieten dan weer relatief laks, wat een aangepaste regeling veronderstelt van het koelsysteem. Voor residentiële toepassingen lijkt het gebruik van statische temperatuurgrenzen met een maximaal aantal overschrijdingsuren meer toepasselijk (bv in de dagzone maximaal 32h overschrijding van de statische limiet van 28°C om nog tot de hoogste categorie te behoren)."},{"description":"Immersieve technologieën (ImT) zoals virtual reality (VR), immersive room (IR) en Mixed Reality (MR) zijn recent in een stroomversnelling gekomen. Deze technologieën zorgen voor een gevoel van onderdompeling (immersie) in een kunstmatige omgeving die de werkelijke omgeving vervangt of aanpast, zodat gebruikers zich laten meeslepen door de nieuw gecreëerde omgeving. ImT werken omdat virtuele omgevingen, net zoals de werkelijke omgeving, een zeer sterke invloed hebben op de gezondheid en het welbevinden van mensen (Won, 2017; Wright, 2013).\n\nZo hebben Tommaso et al. (2013) aangetoond dat pijnperceptie bij zorgvragers met chronische migraine sterk kan verbeteren door hen een aangename virtuele ervaring aan te bieden (bv. een virtueel terras met zicht op zee). Het gebruik van ImT in de zorg is internationaal in opmars (Lohse et al., 2014), maar het potentieel ervan blijft nog onderbenut in Vlaanderen. Enerzijds hebben bedrijven met technologische know-how rond ImT onvoldoende inzicht in hoe zorgvragers ImT ervaren, welke impact dit heeft op hun welbevinden, hoe deze impact kan worden gemeten en in welke mate ImT kan worden ingezet als deel van een behandeling (bv. pijn/angst verlagen).\n\nAnderzijds hebben zorginstellingen onvoldoende kennis over de mogelijkheden van ImT voor een betere dienstverlening, aanvullend op het bestaande zorgaanbod (bv. projectie huiskamer in ziekenhuiskamer kan zorgvrager het gevoel geven thuis verzorgd te worden).\n\nAlgemeen doel\nDe opleiding Verpleegkunde en expertisecellen ‘Psychologie, Technologie, & Samenleving’ (PsyTS), Mobilab en Memori van Thomas More willen via dit project tegemoetkomen aan drie belangrijke noden binnen de Vlaamse zorgcontext: 1) kennisdisseminatie over ImT binnen de zorgcontext naar zorginstellingen (ziekenhuizen, woonzorgcentra (WZC) en revalidatiecentra), technologische bedrijven met een zorginsteek en bedrijven die ImT ontwikkelen; 2) een versterking van de relaties tussen deze partijen en 3) een introductie van praktijkgerichte ImT toepassingen in de zorgcontext.\n\nDaarnaast zal de opgedane kennis ook terugvloeien naar minstens 6 opleidingen van Thomas More en hiermee bereiken we minstens 300 studenten. In de periode tot 2 jaar na het project zullen ongeveer 50 ImT ontwikkelaars (voornamelijk KMO’s), 81.000 ouderen in 816 WZC en bijna 2,5 miljoen patiënten in 124 ziekenhuizen (verschillende campussen) baat hebben bij de projectresultaten.","summary":"Ontdek de kracht van Immersieve Technologieën (ImT) zoals VR en Mixed Reality voor de zorg. Ons project brengt kennis over ImT naar zorginstellingen en technologiebedrijven, versterkt relaties en introduceert praktijkgerichte toepassingen. Profiteer mee: 300 studenten, 50 ImT ontwikkelaars, 81.000 ouderen en bijna 2,5 miljoen patiënten zullen baat hebben!","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001874","result_description":"Immersieve technologieën (ImT) zoals virtual reality (VR), augmented reality (AR) en mixed reality (MR) zijn recent in een stroomversnelling gekomen. Deze technologieën zorgen in meer of mindere mate voor een gevoel van onderdompeling (immersie) in een kunstmatige omgeving die de werkelijke omgeving vervangt of aanpast, zodat gebruikers zich laten meeslepen door de nieuw gecreëerde omgeving.\n\nImT kunnen, net zoals de werkelijke omgeving, een zeer sterke invloed hebben op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Het gebruik van ImT in de zorg is internationaal in opmars, maar het potentieel ervan blijft nog onderbenut in Vlaanderen. Enerzijds hebben bedrijven met technologische knowhow rond ImT onvoldoende inzicht in hoe zorgvragers ImT ervaren, welke impact dit heeft op hun welbevinden, hoe deze impact kan worden gemeten en in welke mate ImT kan worden ingezet als deel van een behandeling. Anderzijds hebben zorginstellingen onvoldoende kennis over de mogelijkheden van ImT voor een betere dienstverlening, aanvullend op het bestaande zorgaanbod.\n\nThomas More beoogde via dit project tegemoet te komen aan drie belangrijke noden binnen de Vlaamse zorgcontext: 1) kennisdisseminatie over ImT binnen de zorgcontext naar zorginstellingen, technologische bedrijven met een zorginsteek en bedrijven die ImT ontwikkelen; 2) een versterking van de relaties tussen deze partijen en 3) een introductie van praktijkgerichte ImT-toepassingen in de zorgcontext. Thomas More Mechelen-Antwerpen en Thomas More Kempen werkten hiervoor samen met een begeleidingsgroep bestaande uit 16 zorgorganisaties en technologieondernemingen.\n\nBij de start van het project werd geïnventariseerd welke vormen van ImT beschikbaar waren, welke ImT-producten voor de zorg reeds beschikbaar waren, wat de noden in de zorg zijn en wat de mogelijkheden reeds waren langs de technologiekant. Deze kennis werd vergaard aan de hand van literatuuronderzoek, deskresearch, marktonderzoek en bevragingen bij de begeleidingsgroep. Een overzicht van beschikbare (inter)nationale ImT-toepassingen voor de zorg is beschikbaar op de projectwebsite (www.immersivecare.be).\n\nVervolgens werden aan de hand van een gezamenlijke brainstormsessie, gevolgd door gesprekken in kleinere groepen, verschillende use cases vormgegeven gebaseerd op de interesses en noden van de zorgpartners en de interesses en technologische mogelijkheden van de technologieondernemingen.\n\nAan de hand van 9 use cases verspreid over 4 zorgsettings (pediatrie, revalidatie, woonzorgcentra en personen met een verstandelijke beperking) werd de reeds vergaarde kennis geïmplementeerd in de praktijk en werd nieuwe kennis opgedaan op basis van deze praktijkervaring. Zo konden we tevens de connectie tussen technologiebedrijven en het zorglandschap verbeteren. De resultaten van het uitgevoerde gebruikersonderzoek en de effectiviteitsmetingen tijdens deze use cases zijn te vinden op de projectwebsite. \n\nDe kennis vergaard uit de use cases en voorgaande stappen (bijvoorbeeld literatuuronderzoek, marktonderzoek) werd vertaald naar verschillende tools om de implementatie van ImT in de zorgcontext te faciliteren (bijvoorbeeld handleidingen, implementatiehandleiding, hygiëne infographic). Deze tools zijn te vinden op de projectwebsite. De vergaarde kennis werd ook verspreid naar de doelgroepen, onderwijs en de algemene bevolking via lezingen, workshops, posters en vakpublicaties. Studenten van de bacheloropleidingen verpleegkunde, toegepaste psychologie, ergotherapie, en de bachelor-na-bacheloropleiding toegepaste audiovisuele communicatie werden betrokken in het project aan de hand van bachelorproeven en projectwerk. Daarnaast werden ook workshops voor docenten georganiseerd, opdat de kennis kan doorstromen naar het onderwijs."},{"description":"De focus van dit project lag op een grondige afstemming met leden van de gebruikersgroep uit de sector van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de technologische sector rond toepassingsmogelijkheden en aandachtspunten van de toepassing van wearables, verder onderzoek rond het potentieel en de betrouwbaarheid van bestaande draagbare technologie en het ontwikkelen en testen van twee interventieprogramma’s voor een specifiek type draagbare technologie, met name een gevalideerde kerninterventiestrategie in bedrijfscontext, aangevuld met een ondersteunende, exploratieve klinische interventie.\n\nBij het van start gaan van het project werd eerst de huidige state of the art in kaart gebracht door de onderzoekspartners. Zo werd er een overzicht gemaakt van beschikbare commerciële wearables, hun technologische mogelijkheden en kostprijs. Dit overzicht werd tijdens het project voortdurend bijgewerkt gezien de beschikbaarheid en mogelijkheden van de toestellen op korte termijn veel veranderingen kennen. Daarnaast werd er nagegaan welke fysiologische en gedragsmatige indicatoren die gemeten kunnen worden door wearables, er door wetenschappelijk onderzoek onderbouwd zijn als gekoppeld aan welzijn op het werk en psychische klachten. Op basis van deze literatuur werd er gekozen om te focussen op 3 indicatoren: stress (gemeten door huidgeleiding (EDA) en hartritme (PPG), gecontroleerd voor beweging), fysieke activiteit (op basis van accelerometer data) en hartritmevariabiliteit (berekend op basis van PPG sensordata).\n\nNadat deze inhoudelijke kennis verworven werd, kon er gestart worden met het uitbouwen van de drie componenten die nodig waren voor de interventieprogramma’s. Onderzoekers van Mobilab & Care schreven en testten algoritmes om stress, fysieke activiteit en hartritmevariabiliteit te bepalen op basis van ruwe sensordata van wearables. Onderzoekers van Toegepaste Psychologie werkten een extensieve handleiding uit waarin GGZ-professionals konden leren op welke manier wearables ingezet konden worden om de nadelige effecten van stress tegen te gaan, fysieke activiteit te promoten en hartritmevariabiliteit op te volgen in het kader van depressieve en stress-gerelateerde klachten. Daarnaast bouwde COMmeto het platform waar professionals en cliënten hun data konden consulteren. Dit platform werd gebouwd op basis van input van de onderzoekspartners en op basis van data verzameld in co-creatiesessies.\n\nOm de parameters te kunnen berekenen met de algoritmes waren er wearables nodig die data aan een hoge sampling rate konden verzamelen en de ruwe data volledig ter beschikking stelden aan de onderzoekers. Nadat een eerste versie van de tools (algoritmes, platform & handleidingen) beschikbaar was, werden deze getest en geëvalueerd door gebruikersgroepsleden. Er werd op basis hiervan een tweede versie van de tools ontwikkeld die vervolgens in de use cases met eindgebruikers geïmplementeerd konden worden. Meer informatie is te vinden op www.carewear.be","summary":"Dit project focuste op afstemming met gebruikers uit GGZ en technologie sector, onderzoek naar wearables, ontwikkeling interventieprogramma's en tools voor stress, activiteit en hartritme. Algoritmes werden getest en geëvalueerd door gebruikers voor implementatie. Bezoek www.carewear.be.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001875","result_description":null},{"description":"De digitaliseringsgolf overspoelt ons dagelijks handelen. Ook de consument past zich hieraan razendsnel aan. Hij hoeft zich immers niet langer naar een fysieke winkel te verplaatsen om zijn aankopen te doen.\n\nEen gevolg hiervan is dat het aantal bezoekers in de binnensteden daalt. Ook het aantal winkels in Vlaanderen blijft dalen (van 53.950 in 2010 naar 46.362 in 2018). De leegstand bedraagt momenteel 9,3% in Vlaanderen.\n\nEen retailer zal dus steeds inventiever uit de hoek moeten komen en zal slim moeten investeren in nieuwe technologieën en kanalen om zijn omzet te bestendigen en om kostenefficiënter te ondernemen. Dit wordt bevestigd in het Vlaams beleidsplan artificiële intelligentie waar gesteld wordt dat digitalisering en AI bestaande businessmodellen zullen transformeren.\n\nDit plan ijvert voor het inzetten op digitalisering van het Vlaamse bedrijfsleven. Het 2-jarige onderzoeksproject wordt gefinancierd door VLAIO in het kader van een TETRA-project. PXL zal ervoor samenwerken met Unizo, RetailDetail, 200 handelaars en 25 technologiebedrijven. Ook eigen PXL-Business- en IT-studenten zullen mee worden ingeschakeld in het onderzoek. Op die manier wil de hogeschool een boost geven aan de Limburgse en Vlaamse retaileconomie.","summary":"De digitalisering verandert de retailsector snel. Winkels sluiten in Vlaanderen door online shopping. Om te overleven, moeten retailers slim investeren in technologieën en kanalen volgens het Vlaams beleidsplan AI. PXL lanceert een onderzoeksproject met partners om de retailsector te versterken.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001876","result_description":"Ingeburgerd zijn de technologische toepassingen zeker niet in de Vlaamse retailsector, zo bracht onze bevraging bij 369 Vlaamse retailers in november 2020 aan het licht.\n\nOm de beginsituatie bij retailers in kaart te brengen, ontwikkelden we de ‘digitale transformatie’-maturiteitsscan. Met 25% starters en 58% verkenners staan de winkels in Vlaanderen nog in hun kinderschoenen. De misvatting bij vele retailondernemers is nog steeds dat digitale transformatie uitsluitend voor grote spelers met megabudgetten is. We toonden met dit project aan dat dit geen voorwaarde is. De ontwikkelde tools zijn hierbij een belangrijk hulpmiddel.\n\nZo werd de retail scan al bijna 500 keer ingevuld sinds de lancering. Een rapport met waardevolle tips wordt automatisch na invullen gestuurd. De meerwaarde, learnings en mogelijke hindernissen van ieder van de 11 gerealiseerde retaillab werden telkens in business cases verwerkt.\n\nVoor tips, tools, retailscan en businesscases: https://retailinnovatie.pxl.be/"},{"description":"Autonomous Mobile Robots (AMRs) zijn robots die (volledig) autonoom rondrijden om een of meerdere complexe of relatief eenvoudige taken uit te voeren, dit kan zowel in een indoor omgeving als een outdoor omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de last mile delivery op een grote campus, of het verdelen van medicatie, of voeding in een zorgcentrum. Het zijn de perfecte werkpaarden om in dynamische omgevingen te zorgen voor automatisatie.\n\nTraditioneel zijn AMRs rijdende voertuigen voorzien van wielen. UAVs (beter gekend onder de term Drones) en AMRs gebruiken onderliggend dezelfde technologieën. Daardoor zijn er heel wat raakvlakken tussen deze domeinen. In dit project willen we de focus leggen op mobiele onbemande voertuigen. Een van de belangrijkste onderzoeksgebieden in dit domein is de zelflokalisatie in een omgeving.\n\nIn dit project kijken we niet enkel naar de geometrie van een omgeving. De meerwaarde wordt bereikt door het uitwerken van state-of-the-art objectherkenning en computervisie. Hierdoor wordt de betekenis van de omgeving waargenomen, zodat de lokalisatie en kaartopbouw sneller en robuuster verloopt.\n\nDaarnaast is de interactie met de omgeving en de integratie met bestaande systemen een tweede pijler van dit project.","summary":"Autonomous Mobile Robots (AMRs) zijn perfecte werkpaarden voor automatisatie in dynamische omgevingen, zoals last mile delivery of medicatieverdeling. Dit project richt zich op mobiele onbemande voertuigen met focus op zelflokalisatie, objectherkenning en integratie met bestaande systemen voor efficiëntie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001877","result_description":"Het Vlaio TETRA AMOROSO2 project heeft door middel van bevragingen inzicht verkregen in de behoeften, verwachtingen, uitdagingen en opportuniteiten van en bij bedrijven om Autonome Mobile RObotS in te zetten in Onzekere Omgevingen. Een verzameling van mogelijke use cases is bekomen via gesprekken en enquêtes. Een inventaris - van sensoren, robots en software algoritmen om AMR oplossingen uit te werken - is samengesteld en beschikbaar in een online catalogus. Deze is toegankelijk via de projectwebsite.\n\nEr zijn twee modulaire sensor platformen ontwikkeld voor verschillende AMR toepassingen, zoals voor legged robots en semi-autonoom transport van medische karren. Daarnaast zijn stappen gezet in het ontwikkelen van simulatieomgevingen, veiligheidscontrollers voor AMRs en interactie met schuifdeuren. Dit om de drempel voor bedrijven om aan AMR projecten te beginnen zo veel mogelijk te verlagen. Verschillende simulatie omgevingen zijn publiekelijk beschikbaar gesteld. Om geïnteresseerde bedrijven nog meer te ondersteunen staan op de website van de online catalogus ook instructievideo's, lesmateriaal en informatie over veiligheidsrichtlijnen en ontwikkelomgevingen.\n\nUit de verzameling van use cases zijn enkele, zoals bezoekers begeleiding met legged robots, multi-agent rolstoelen, en verschillende (semi-)autonoom transport cases, geselecteerd en geïmplementeerd als Proof-of-Concept. Daarbij werd zowel bestaande software getest als nieuwe stukken software ontwikkeld voor verscheidene AMR aspecten waaronder: indoor en outdoor autonome navigatie, spraakbesturing, pose tracking (o.a. Improved Approach to 6D Object Pose Tracking in Fast Motion Scenarios), 3D mapping (o.a. NeRF, Gaussian Splatting), Dynamic object-level SLAM, Reinforcement Learning application for autonomous pallet picking, etc. Daarnaast zijn ook meerdere datasets gecreëerd, gaande van elementen van onzekere omgevingen tot volledige sites zoals een campus of een grote agrarische omgeving. Deze zijn succesvol gebruikt om verschillende algoritmen te valideren in een gesimuleerde omgeving.\n\nHet project richtte workshops in om bedrijven te informeren en te demonstreren hoe ze snel met AMRs aan de slag kunnen gaan.\n\nMeer informatie: https://amoroso.pxl.be/"},{"description":"Momenteel werkt Vlaanderen aan een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie. Met de vernietiging van de terugdraaiende teller door het Grondwettelijk Hof, de invoering van de \"slimme meter\" en het nieuwe elektriciteitstarief, het zogenaamde capaciteitstarief, staat er veel te veranderen in het Vlaamse energielandschap - de zogenaamde energietransitie.\n\nHet project Digital Energy ondersteunt de Vlaamse bedrijven in dit groene, digitale en veerkrachtige herstel door hen te helpen bij het inzetten van de energietransitie met behulp van Kunstmatige Intelligentie (AI).\n\nDoor de toenemende elektrificatie aan de consumptiezijde (bijvoorbeeld elektrische auto's, warmtepompen, etc.) en de groeiende lokale productie (voornamelijk door fotovoltaïsche (PV) installaties), ontstaat er een onbalans op het elektriciteitsnet. Flexibele energieopslag op basis van batterij- en vehicle-to-grid (V2G) technologie is een oplossing hiervoor, met de zogenaamde Battery Energy Storage Systems (BESSs).\n\nBESSs vereisen AI-algoritmes met kennis van het regionale elektriciteitstarief en moeten in staat zijn om het lokale energieverbruik en de lokale hernieuwbare energieopbrengst te voorspellen. In dit project wordt een nieuw Energy Management System (EMS) ontwikkeld, toegepast en geïmplementeerd binnen het kader van het nieuwe Vlaamse capaciteitstarief om de zelfconsumptie te maximaliseren en de elektriciteitsrekening te minimaliseren. Het nieuwe EMS zal worden geïntegreerd op een embedded controller met aandacht voor de toestand van het batterijsysteem.\n\nhttps://www.digitaletoekomst.be/nl/artificiele-intelligentie/projecten/ai-algoritmen-zetten-energie-zonnepanelen-slim-in","summary":"Vlaanderen werkt aan groen, digitaal herstel van de economie met focus op energietransitie. Project Digital Energy ondersteunt bedrijven met AI voor slimme inzet van hernieuwbare energieopwekking en flexibele opslag, zoals Battery Energy Storage Systems (BESSs). Nieuw Energy Management System (EMS) wordt ontwikkeld voor maximaliseren zelfconsumptie en minimaliseren elektriciteitsfactuur. Meer info: digitaletoekomst.be.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001878","result_description":"De energietransitie zal hand in hand gaan met de digitale transitie in de energiesector. De invoering en uitrol van de digitale meter bij particulieren en bij bedrijven is hier het voornaamste instrument.\n\nNaast de evidente voordelen voor de netbeheerder en energieleveranciers, bijvoorbeeld: energieverbruik opvolgen van op afstand, automatisch en nauwkeurigere facturatie, geeft dit de eindgebruiker ook een gedetailleerd inzicht in hun verbruik.\n\nEen belangrijke stap in duurzaam omspringen met energie is het ontwikkelen van nieuwe producten, processen en diensten die gebruikmaken van deze digitale transformatie in de energiesector. \n\nIn dit onderzoek hebben we aangetoond dat er een groot innovatiepotentieel aanwezig is. We hebben aangetoond dat de inzet van Artificiële Intelligentie (AI) een grote meerwaarde heeft bij het automatisch sturen van energiebuffers door een optimalisatie van de energiefactuur."},{"description":"Samen met architecten, aannemers, studiebureaus, groenmanagers, vergunnende overheden wil dit project de broodnodige transitie van de Vlaamse bouwsector versnellen. Een transitie die zal leiden tot meer transparantie, kwaliteit, teamsamenwerking, efficiëntieverbetering en innovatie in de bouwsector en een algehele kostenreductie voor zowel de leden van een Design-and-Build bouwteam als voor de bouwheer zelf. Deze algehele kostenreductie wordt verkregen door doorlooptijdverkorting (minder wachten) en minder onnodig uitgevoerd werk, door faalkostenreductie (verminderen van dubbel werk en minder fouten maken) en door een vergroting van de cashflow omdat gebouwen sneller opgeleverd zullen worden.\n\nVE 4.0 streeft concreet de realisatie van 3 doelstellingen na:\n\nteamversterkende technieken en lean tools uitrollen bij de leden van de bouwteams\n\nspecifiek bij voorbereidingsprojecten van Design-and-build bouwprojecten in 7 verschillende cases\n\nwijzigingstrajecten transparanter en beheersbaarder maken bij voorbereidingstrajecten van Design-and-Build bouwprojecten door het opmaken van onderbouwde ‘job done description’ richtlijnen en ‘Model update’ protocollen\n\ntechnologieverkenning naar virtuele technieken welke toepasbaar zijn als monitortool in voorbereidingsprojecten van Design-and-Build\n\nDe verwachte realisaties uit dit project kunnen samengevat worden als:\n\nverhoogde medewerkerstevredenheid door verbeterde communicatie en samenwerking tussen leden van bouwteams (tot 10%)\n\ndoorlooptijdverkorting (tot 15%) door voortgangsmonitoring en gestructureerder werken in voorbereidingstrajecten\n\nfaalkostenreductie (tot 10%) door beter doordachte ontwerpen welke zich voornamelijk uiten in uitvoeringsfase\n\nuniforme job done description en eenduidig model update protocol geaccordeerd door de bouwsector zelf\n\nDoor in te zetten op LEAN management technieken versterkt met teaminzichtelijke instrumenten in bedrijfsgrensoverschrijdende teams draagt dit project bij aan de tegemoetkoming van de hedendaagse noden en behoeften van (Design-and-Build) bouwteams.","summary":"Dit project versnelt de transitie van de Vlaamse bouwsector door verbeterde samenwerking en efficiëntie. Het resulteert in kostenbesparingen, kortere doorlooptijden en minder fouten, met focus op teamversterking en innovatie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001879","result_description":null},{"description":"Beslissingen in de muziekindustrie worden vaak genomen op basis van buikgevoel. Organisatoren boeken bands die ze zelf goed vinden, in de hoop dat het publiek hun mening deelt. Verantwoordelijken geven platencontracten aan bands waarvan ze geloven dat ze zullen doorbreken. Festivalorganisatoren moeten beslissingen nemen over catering, security, personeel, logistiek, enzovoort. Helaas schiet buikgevoel vaak tekort. In de muzieksector kan een kleine misstap al genoeg zijn om een KMO fataal te worden; een teleurstellende festivaleditie kan al snel leiden tot diepe schulden. Daarom zouden veel spelers in onze sector baat hebben bij een toepassing die hun beslissingen ondersteunt op basis van objectieve data.\n\nGelukkig zijn de tijden veranderd. Dankzij de opkomst van social media, streamingdiensten en technologische vooruitgang in datacollectie en -verwerking zijn de beschikbare databronnen voor besluitvorming aanzienlijk toegenomen. In andere sectoren, zoals automotive en telco, zien we een groot aantal toepassingen die zijn gebaseerd op de nieuw beschikbare dataverzamelings- en -verwerkingstechnieken. Tot op heden slaagt de muzieksector in Vlaanderen er niet in om deze nieuwe methodologie te integreren in hun dagelijkse werking.\n\nUit een door ons uitgevoerde bevraging onder 30 respondenten in de sector, bleek dat 90% het belang inzag van data om beslissingen te onderbouwen. Slechts 15% gaf aan te beschikken over de benodigde kennis, tijd of middelen om deze technologie toe te passen. Dit resulteert in een aanzienlijk onbenut potentieel binnen onze muzieksector. In een PWO-traject sloeg de onderzoeksgroep PXL-Music Research de handen ineen met Ancienne Belgique en Clubcircuit om een proof of concept te ontwikkelen dat organisatoren in staat stelt zelf aan de slag te gaan met hun data. Door kwalitatieve focusgesprekken met de partners en toegepast data science-onderzoek hebben we een methodologie ontwikkeld om organisatoren te helpen objectievere beslissingen te nemen.\n\nDe muzieksector in Vlaanderen heeft geen traditie van wetenschappelijk onderzoek. Met dit Tetra-project willen we een eerste stap zetten in een verbindingstraject tussen wetenschap en praktijk op basis van de onderzoeksresultaten van het PWO-project. Op die manier hopen we in de toekomst de interactie tussen wetenschap en sector te versterken.","summary":"In de muziekindustrie is het nemen van beslissingen op basis van buikgevoel niet altijd effectief. Gelukkig biedt data-gedreven besluitvorming een oplossing. Een samenwerking tussen PXL-Music Research, Ancienne Belgique en Clubcircuit resulteerde in een methodologie om organisatoren te helpen bij het maken van objectievere beslissingen. Dit Tetra project is een eerste stap naar een nauwere samenwerking tussen wetenschap en de muzieksector in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001880","result_description":"Beslissingen in de muziekindustrie zijn vaak gebaseerd op buikgevoel. Organisatoren boeken een band die ze zelf goed vinden in de hoop dat het publiek hun mening deelt. A&R-verantwoordelijken geven platencontracten aan bands waarvan ze geloven dat ze zullen doorbreken. Festivalorganisatoren moeten beslissingen maken over catering, security, personeel, logistiek, enzovoort. Jammer genoeg schiet buikgevoel vaak tekort.\n\nIn de muzieksector is één misstap vaak voldoende om een KMO de das om te doen; een tegenvallende festivaleditie laat al snel een diepe schuldenput achter. Daarom zouden veel spelers in de muzieksector baat hebben bij een toepassing die hun beslissingen ondersteunt op basis van objectieve data. Dankzij de opkomst van social media, streamingdiensten en technologische vooruitgang in datacollectie en -verwerking zijn het aantal databronnen om beslissingen op te baseren radicaal toegenomen.\n\nDe muzieksector in Vlaanderen slaagt er voorlopig niet in deze nieuwe methodologie in hun dagelijkse werking te integreren. Uit een door ons uitgevoerde bevraging (n=30) bleek dat 90% van de respondenten uit de sector het belang wel inzag, maar slechts 15% gaf aan te beschikken over de benodigde kennis, tijd of middelen om data science toe te passen.\n\nBinnen dit TETRA-project wil PXL-Music Research de muzieksector helpen om die eerste stappen te zetten. We identificeerden 5 pijlers waarvan we geloofden dat we de sector konden helpen: data verzamelen, verwerken, analyseren, visualiseren en voorspellen.\n\nWe overtuigden stakeholders uit de muzieksector om de krachten te bundelen: van non-profitorganisaties als Publiq, mediarte, VI.BE tot beheersvenootschappen PlayRight en Sabam, platenfirma’s Universal Music en News, Ultratop, Clubcircuit (organisatie van 14 Vlaamse concerthuizen als AB, Het Depot, MOD, etc.) en artiesten werden vertegenwoordigd door Greenhouse Talent en Gentle Management.\n\nIn 2017 startten we al met het verzamelen van publiek beschikbare data en werd M.I.D.G.E. ontwikkeld. Onze music intelligence data gathering engine schuimt sindsdien vrolijk het wereldwijde web af naar artiestendata (bijv. metadata, social media handles, data van streamingplatformen en radio airplay). Het beginpunt was MusicBrainz, een open muziekencyclopedie, waar artiesten over een unieke ID beschikken.\n\nGaandeweg ontdekten we echter dat minder bekende en/of lokale artiesten ontbraken, een issue dat gelijkaardige (internationale, commerciële) diensten als Chartmetric en Soundcharts ook ervaren. Wat rustig begint te bewegen in Vlaanderen, verschijnt niet op hun radars. Enter VI.BE, ook user-generated, maar hét platform waarop lokale artiesten zich in een vroeg stadium inschrijven om te kunnen deelnemen aan talentenjachten als bijvoorbeeld Humo’s Rockrally of de Nieuwe Lichting van Studio Brussel.\n\nNaast deze meer granulaire aanpak, onderscheidt dit project zich van andere initiatieven door het samenbrengen van de publiek beschikbare data en de privédata van onze partners. De gesloten data wordt uiteraard enkel teruggekoppeld naar de partners, terwijl de inzichten en de analyses - hetzij anoniem en geaggregeerd - wel gebruikt kunnen worden door de volledige sector.\n\nDe resultaten zijn ontsloten naar de sector op 3 manieren:\n\nDe verzamelde data wordt via API beschikbaar gesteld. Deze is niet full-blown met de laatste specificaties, maar in dezelfde geest van laagdrempelige en toegankelijke open-source software (R, Python). Het gebruiken van betalende software is bewust vermeden om een eenvoudige en economische implementatie te verzekeren.\n\nDoorheen het project hebben we, in een iteratief en vraaggestuurd proces met bovengenoemde partners, verschillende proof-of-concepts ontwikkeld. Deze werden als modules in 2 webapplicaties gebundeld: enerzijds A.D.A.M. die de publiek beschikbare data visualiseert en anderzijds V.I.P. die gereserveerd is voor partners die ons toegang hebben verleend tot hun ticketing data.\n\nDit project liep in grote mate synchroon met de coronacrisis die de uitdagingen van de muzieksector nog verder op de spits dreef. Na 2 jaar van gedwongen sluitingen en tijdelijke werkloosheid geloven we nog sterker in de toekomst van data science in de muzieksector. Noodzaak is immers een onderschatte stimulus voor innovatie. Of, never waste a good crisis."},{"description":"Het doel van het 'AI by Example' project is om de onzekerheid bij logistieke bedrijven rond AI te verminderen, in eerste instantie binnen de voedingssector (ruime doelgroep van 5.000 Belgische kmo’s). Dit door concreet aan te tonen waar en hoe AI gebruikt kan worden om specifieke problemen gerelateerd aan voorraadbeheer op te lossen.\n\nDe aanvragers willen zo de abstracte, technische concepten van AI concretiseren en dichter bij de Vlaamse kmo brengen. De Enterprise Resource Planning (ERP) en AI-technologiebedrijven kunnen dankzij dit project hun diensten en producten aanpassen aan de digitale noden van deze kmo’s en worden daarom nauw betrokken bij het onderzoek.","summary":"Het 'AI by Example' project vermindert onzekerheid over AI in de logistiek, initieel gericht op de voedingssector. Het toont concreet aan hoe AI voorraadbeheerproblemen kan oplossen voor Belgische kmo's, waardoor technische concepten van AI toegankelijker worden. ERP en AI-bedrijven worden nauw betrokken om diensten aan te passen aan digitale behoeften van kmo's.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001881","result_description":"De toenemende mogelijkheden van Artificiële Intelligentie (AI) worden door vooruitstrevende bedrijven ingezet om competitieve voordelen te behalen. Het is belangrijk dat de kmo’s in de voedingssector het potentieel van AI kunnen vertalen naar hun eigen bedrijfscontext.\n\nOnder de noemer “AI by Example” had dit project als basisdoelstelling de onzekerheid bij bedrijven rond AI te verminderen. Dit door concreet te tonen waar en hoe AI gebruikt kan worden om specifieke bedrijfsproblemen op te lossen. We zochten de abstracte, technische concepten van AI te concretiseren en dichter bij de Vlaamse kmo te brengen.\n\nDit hebben we gedaan door onder andere een kennisplatform op te zetten (www.aibyexample.be), één hackathon te organiseren, een ideathon te organiseren waarvoor we speciaal het AI-dee canvas hebben ontwikkeld, alsook drie voorbeeldcases hebben uitgewerkt. De samenwerking met voedingsbedrijven tijdens dit project heeft ons geloof versterkt dat deze bedrijven reeds over meer mogelijkheden beschikken om AI-toepassingen te realiseren dan ze zelf beseffen.\n\nMet de beschikbare gestelde tools kunnen ze deze mogelijkheden nu ook daadwerkelijk benutten."},{"description":"Met de steun van Agentschap Innoveren & Ondernemen (www.vlaio.be).\n\nGroendaken zijn zeer breed toepasbaar en de vraag naar groendaken is sterk gestegen. Een logisch gevolg hiervan is dat er de laatste decennia verschillende ondernemingen mee op de kar van deze groendak 'revolutie' zijn gesprongen.\n\nDe groendaksector kaart aan dat de groendakrevolutie heeft geleid tot een sterke versnippering van de beschikbare kennis. Er is geen uniformiteit meer qua materialen, geen overzicht en te weinig kwaliteitsbewaking van de producten op de markt. De bestaande richtlijnen zijn verouderd en laten te weinig ruimte voor innovatie.\n\nEen tweede probleem is dat veelal geopteerd wordt voor de meest goedkope oplossing, namelijk een extensief groendak met vetplanten op een zo dun mogelijke laag substraat. Dit systeem heeft zeker zijn plaats in het marktaanbod, vooral wanneer de draagkracht van het gebouw beperkt is. In het kader van klimaatrobuustheid van steden zijn er alternatieve groendaksystemen (o.a. dikker substraat, meer biodiversiteit) die meer uitgesproken voordelen bieden, zeker wat betreft wateropvang, temperatuurmitigatie en afvang fijn stof!\n\nLast but not least stelt de groendaksector ook de duurzaamheid van zijn eigen materialen in vraag. Zo bestaat het substraat grotendeels uit poreus gesteente (vaak lavagesteente) afkomstig uit Duitsland. Dit is niet duurzaam te noemen omdat het materiaal niet lokaal ontgonnen is en dus duurder is. Bovendien dreigt er een naderende uitputting van de groeves. Er is dus dringend nood aan alternatieve, lokale materialen voor gebruik in groendaksubstraat, die liefst ook nog eens passen binnen het verhaal van de circulaire economie.\n\nHet project GREEN ROOFS UP! heeft als globaal doel om een transitie teweeg te brengen die zal zorgen voor meer kwaliteit, uniformiteit en innovatie in de groendaksector. Dit willen we realiseren met maximale samenwerking en uitwisseling van bestaande kennis en expertise met de sector.","summary":"Met steun van Agentschap Innoveren & Ondernemen werkt GREEN ROOFS UP! aan een kwaliteitsvolle, innovatieve en duurzame transitie in de groendaksector. Samen streven we naar uniformiteit en circulaire materialen voor optimale stedelijke klimaatbestendigheid.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001882","result_description":"Het project GREEN ROOFS UP! wil een transitie teweeg brengen die zal zorgen voor meer kwaliteit, uniformiteit en innovatie in de groendaksector. Zowel de ondernemingen als het stadsklimaat en milieu zullen positief beïnvloed worden door toepassing van goed onderbouwde richtlijnen en kennisverhoging rond alternatieve groendaksystemen en duurzamere substraatmaterialen. Kennisuitwisseling tussen ondernemingen en onderzoekers staat in deze transitie centraal.\n\nHet project omvatte 3 grote delen:\n\nThematische workshops met de groendaksector, die de basis moeten leggen om de richtlijnen uit de TV229 van het WTCB (2006) te updaten. Zoektocht naar potentiële alternatieven voor het minerale gedeelte van groendaksubstraat. Demonstratie groendaksystemen i.k.v. klimaatrobuustheid.\n\nIllustratie van de behaalde resultaten:\n\nEindrapport deel 1: advies met betrekking tot verschillende thema’s: groendaksystemen, vegetatie, substraat, onderhoud, opbouw platte daken, dakafwerking en lekdetectie. Ieder thema eindigt met enkele concrete aanbevelingen die in de vernieuwde TV229 kunnen opgenomen worden.\n\nEindrapport deel 2: Naast de technische kenmerken van klassiek substraatmateriaal en de motivatie voor de selectie van 4 alternatieve materialen (WTCB), omvat dit document ook een LCA studie van de groendaksubstraten (WTCB), waaruit blijkt dat transport toch wel de grootste milieu-impact heeft en dat het dus zeker van belang is om naar lokale alternatieven te zoeken. Tot slot bevat dit rapport de marktstudie waarbij van alle geselecteerde materialen de vraag, het aanbod en de prijs werden onderzocht (UHasselt).\n\nEindrapport deel 3: dit rapport behandelt de opbouw van het demodak op de Corda Campus te Hasselt, alsook de methodiek en de resultaten van de vegetatieopnames. Daarnaast omvat dit document een overzicht van verschillende rekentools, bruikbaar om het effect van groendaken op de klimaatrobuustheid van steden na te gaan.\n\nNaast de eindrapporten vermelden we de projectwebsite www.greenroofsup.be, waarop info uit het project werd gebundeld en waarop de eindrapporten terug te vinden zullen zijn.\n\nDe projectresultaten werden voorgesteld in september 2022 tijdens het DAKkan festival en de Green Expo 2022.\n\nHet project heeft wel degelijk een transitie op gang gebracht. We merken de afgelopen jaren een groeiende interesse in het belang van groen in steden, en in en rond gebouwen in het algemeen. Enerzijds zijn steden en gemeenten vragende partij voor meer concrete informatie rond groendaken, om zo gericht advies te kunnen geven en beslissingen te kunnen doen in het belang van een betere klimaatrobuustheid in de bebouwde omgeving. Anderzijds is de sector ook zelf op zoek naar eenduidigheid wat betreft informatieverstrekking, en een meer controleerbare kwaliteit. Een aantal aandachtspunten kwamen doorheen het project aan het licht, en daar kan nu verder op gebouwd worden. Een voorbeeld hiervan is de nood aan certificering/kwaliteitseisen aan het groendaksubstraat.\n\nVerder dient zich ook de nood op voor een verplichting tot groendaken met specifieke kwaliteitsvereisten; men kiest in bouwprojecten namelijk nog steeds voor de groendaksystemen (en voor de firma die deze aanlegt) met de laagste prijs, en hieraan gekoppeld dus ook de laagste kwaliteit. Daarom dat in dit project de medewerking van beleidsinstanties ook een grote meerwaarde heeft betekend. Ze zien effectief de noodzaak in van kwaliteitsvereisten, en zullen hier in hun lastenboeken etc. rekening mee houden. Het feit dat WTCB de aanbevelingen effectief zal gebruiken om de TV 229 te vernieuwen, houdt de transitie die we op gang brachten in stand."},{"description":"Changing Minds: Op weg naar levenslang zorgeloos wonen.\n\nHet kruispunt tussen bouw en zorg.","summary":"Ontdek Changing Minds: de perfecte balans tussen wonen en zorg voor een zorgeloos leven. Het ultieme kruispunt van bouw en zorg.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001883","result_description":null},{"description":"Het gebruik van artificiële intelligentie in hedendaagse software groeit pijlsnel. Voor allerlei taken, zoals automatische classificatie van beelden, het capteren en interpreteren van allerlei signalen van de gebruiker (bijvoorbeeld bewegingen en interacties met objecten), het aansturen van automatische chatbots en het uitvoeren van machine translation, wordt er gebruik gemaakt van complexe algoritmes uit domeinen als machine learning, computer vision, planning en knowledge reasoning.\n\nDit leidt echter tot twee prominente problemen: (1) voor softwareontwikkelaars zonder diepgaande expertise in deze domeinen is het moeilijk om de juiste algoritmes te kiezen en zeer uitdagend om een algoritme op de juiste manier aan te sturen (bijvoorbeeld feature selection uit sensor data), en (2) voor gebruikers van de software gedragen de algoritmes zich vaak als \"black boxes\" die gebruik maken van allerlei gebruikersdata zonder de gebruikers daarover te informeren.\n\nBeide problemen zijn uiteraard sterk gelinkt aan elkaar: de gebruiker van een AI algoritme - of dat nu een ontwikkelaar is of een eindgebruiker van de software - moet bewust gemaakt worden van de werking van het achterliggende AI algoritme en de juiste handvatten aangeboden krijgen om er controle over te verwerven. Een recent onderzoeksdomein dat hierop inspeelt is eXplainable Artificial Intelligence (XAI).","summary":"Ontdek hoe artificiële intelligentie wordt ingezet in moderne software en de uitdagingen die daarbij komen kijken, zoals het kiezen van de juiste algoritmes en het begrijpen van complexe processen. Leer meer over eXplainable Artificial Intelligence (XAI) voor transparantere AI-ervaringen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001884","result_description":"In de eerste fase van het project werd een verzameling gemaakt van papers over het gebruik van (X)AI. Deze is raadpleegbaar via Airtable: https://airtable.com/shrnwfAjA2jaCn8MO/tblVOq7iFktArwTYY/viwkHwVXpbpeqZiLd?blocks=hide\n\nOnze eerste demonstrator betreft scheepsdata van een haven, waar grote schepen met sleepboten worden geleid. De data bevat scheepskarakteristieken en externe factoren, zoals windrichting en -snelheid, die invloed kunnen hebben op het aantal benodigde sleepboten. AI kan advies geven over het aantal sleepboten. XAI biedt extra informatie, zoals welke karakteristieken het meest van invloed waren op het advies, zodat er een geïnformeerde beslissing kan worden genomen. Zo kunnen over- of onderschatting van het systeem worden vermeden.\n\nOnze tweede demonstrator behandelt beeldgegevens, waarbij een AI-model beelden classificeert als 'normaal' of met artefacten (storingen). Met XAI krijgen gebruikers en ontwikkelaars meer inzicht door te laten zien welke pixels het meest hebben bijgedragen aan de classificatie. Dit wordt gedaan op verschillende manieren, met een eerste aanduiding volgens een modeluitlegbenadering die probeert het complexe model te begrijpen en anderzijds via modelinspectie, waar heatmaps van interessante pixels worden gegenereerd voor het oorspronkelijke beeld.\n\nEr werd ook aandacht besteed aan een onbegeleide leertechniek, waarbij een auto-encoder werd getraind met correcte beelden. Artefacten met een te grote reconstructiefout konden zo als zodanig worden gelabeld. Verklaarbaarheid werd toegevoegd door de latent space te verkennen (een typische eigenschap van auto-encoders) en door te tonen hoe alle samples in een 2D-ruimte worden geprojecteerd.\n\nOnze derde demonstrator is de chatbot dAIsy, een zelfverklarende NLP-chatbot om de database aan papers te verkennen. Dit helpt gebruikers die op zoek zijn naar specifieke papers de meest relevante aanbevelingen te doen. Gebruikers kunnen ook een NLP-generieerde samenvatting van een paper lezen om te bepalen of het aan hun behoeften voldoet. De gegenereerde samenvatting wordt ook verklaarbaar gemaakt door aan te geven welke termen het meest hebben bijgedragen aan de samenvatting.\n\nTijdens het project werd ook een Summer School over Explainable AI georganiseerd. Hiervoor werd workshopmateriaal ontwikkeld dat deels wordt gebruikt in het hoger onderwijs.\n\nDe projectwebsite is te vinden op: https://www.explainableai.be/\n\nVoor meer informatie kunt u contact opnemen met Steven Palmaers (PXL) of Mieke Haesen (UHasselt-EDM)."},{"description":"Toerisme in Vlaanderen groeit, met stijgende bezoekersaantallen, maar de bezettingsgraad van Vlaamse logies kan nog omhoog. Volgens Toerisme Vlaanderen was de bezettingsgraad van Vlaamse logies in 2018 gelijk aan 64%. Inclusief toerisme biedt heel wat mogelijkheden om dit percentage te verbeteren.\n\nDe naar schatting 1 op de 6 Vlamingen die aangeven een beperking en/of zorgnood te hebben, de demografische trends zoals de vergrijzing, maar ook de (zorg)noden voor familievakanties vormen een diverse maar aanzienlijke doelgroep. Met een ruime begeleidingsgroep van 30 hotel- en kleinschalige logiesuitbaters, interieurontwerpers, architecten en toeleveranciers uit heel Vlaanderen brengen we in kaart hoe zij hun businessmodel kunnen transformeren inspelend op toegankelijk en inclusief toerisme in Vlaanderen.\n\nPresentatie Kick off: https://www.udwoonlabo.be/portfolio-items/tetra-inclusief-toerisme-als-businesstransformator-voor-logiesverstrekkers-en-bedrijven/\n\nVoor de output van dit project: TETRA: Inclusief toerisme als businesstransformator voor logiesverstrekkers en bedrijven - UD Woonlabo","summary":"Toerisme in Vlaanderen groeit, maar bezettingsgraad van logies kan omhoog. Project bevordert inclusief toerisme voor betere businessmodellen. Meer info: https://www.udwoonlabo.be","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001885","result_description":"Bestaande UD-principes werden geïmplementeerd bij logiesverstrekkers en toeleveringsbedrijven op basis van een UD-opportuniteitenscreening & businesstransformatie-oefening. Zo leren logiesverstrekkers en toeleveringsbedrijven om UD-opportuniteiten te herkennen, te integreren en te vermarkten. We verkregen de resultaten door in te zetten op volgende doelen:\n\nOntwikkeling van een UD-scan voor logiesverstrekkers & toeleveringsbedrijven\nBegeleiding en implementatie van de UD-aanpak (met beschikbare templates)\nValidatie van de UD-aanpak via een roadmap\nHet creëren van een dialoog, interactie en samenwerking tussen alle actoren\n\nDe tools werden opgebouwd rond drie belangrijke bouwstenen:\n\nDrie businesslevels van inclusie, namelijk groeimindset, management en infrastructuur\nEen inclusieve customer journey\n12 doelgroepen en 26 gebruikersnoden\n\nDe tools én bouwstenen werden geïntegreerd in een begeleidingstraject waarbij we inclusief toerisme als businesstransformator toepasten op logies en toeleveranciers. Dat vraagt een grondige herwerking van het businessplan op verschillende vlakken. Een gestructureerde aanpak is dan ook belangrijk. De begeleidingstrajecten van de toeleveranciers en de logiesuitbaters startten parallel maar het traject van de logiesuitbaters werd doorgetrokken tot een implementatie en vervolgmeting.\n\nBij de toeleveranciers zetten we vooral in op inspireren en meer bewustzijn creëren in hun belangrijke rol in het streven naar meer inclusief toerisme. Daarnaast geeft het traject van de toeleveranciers een eerste inzicht in mogelijke opportuniteiten naar een inclusiever product of dienst. Naast inspiratie opdoen en inzichten verwerven ondernemen de 17 logiesuitbaters ook concrete implementatie-acties binnen het begeleidingstraject om hun businesstransformatie stap voor stap vorm te geven.\n\nVoor beide trajecten geldt dit onderzoek niet als een eindpunt maar als de eerste cruciale stappen waarin we ondernemers handvaten aanreiken om zelf verder aan de slag te gaan. Inclusie is namelijk een iteratief proces en dus nooit eindig.\n\nTijdens het project werd eveneens ingezet op het betrekken van studenten en lectoren waarbij zij ook het gebruik van de ontwikkelde tools leren kennen en toepassen.\n\nDe projectwebsite is beschikbaar via TETRA: Inclusief toerisme als businesstransformator voor logiesverstrekkers en bedrijven - UD Woonlabo\n\nMeer info via Evi Knuts (PXL) of Jan Vanrie (UHasselt Arck)."},{"description":"Zowel op Europees, Vlaams als sectoraal niveau bestaat de consensus dat digitalisatie het komende decennium een grote impact gaat hebben op de transportsector. In een voorstudie identificeerden wij samen met de sector de opkomst van de digitale vrachtbrief (e-CMR) en de vraag van klanten naar real-time informatie (Information-on-Demand) als de twee belangrijkste innovatietrajecten binnen de sector op korte en middellange termijn. De invoering van e-CMR en Information-on-Demand (IoD) heeft echter ook een grote impact op de bedrijfsprocessen binnen de transportbedrijven. Zo zullen de activiteiten binnen de interne processen afgestemd moeten worden met de stroom van digitale informatie (e-CMR). Ook zal de markt steeds sterker verwachten dat de transportsector zijn processen efficiënt organiseert, digitaliseert en openstelt naar de klant (IoD). Een van de grootste risico’s van beide innovatietrajecten is dan ook dat de IT-innovaties niet gepaard gaan met de bijbehorende procesverbeteringen. Dit risico is reëel omdat de Vlaamse transportsector slechts beperkt vertrouwd is met procesgeoriënteerd denken en de werkwijze om processen digitaal te verbeteren sterk gefocust is op grote multinationals, terwijl de Vlaamse transportsector een KMO-markt is.\n\nDit project zal een methodologie en digitalisatiebarometer ontwikkelen op maat van de Vlaamse transportsector, waarmee de bedrijven in staat zullen zijn hun bedrijfsprocessen en onderliggende systemen te analyseren in het kader van e-CMR en IoD. Dit project richt zich in de eerste plaats op de Vlaamse KMO transportsector. Naast de transportsector zal dit project ook een meerwaarde leveren voor verticale partners in de keten van deze transportbedrijven, met name hun klanten en de IT Service Providers.","summary":"Digitalisatie zal de transportsector de komende jaren sterk beïnvloeden. Onze voorstudie identificeerde e-CMR en Information-on-Demand als belangrijke innovatietrajecten. We ontwikkelen een digitalisatiebarometer voor Vlaamse transportbedrijven om processen te verbeteren en klantverwachtingen te overtreffen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001886","result_description":null},{"description":"In het kader van het speerpunt project SMART online tool om trainingsbelasting binnen voetbal te kwantificeren en het trainingsproces te optimaliseren (PWO) van Hogeschool PXL binnen de expertisecentra Onderwijsinnovatie en SMART ICT werd een online tool ontwikkeld die voetbalcoaches helpt om:\n\n(1) voor de training een goed beeld te krijgen van de fysieke en mentale paraatheid van de spelers\n(2) en om na de training de subjectieve interne trainingsbelasting van de spelers beter in te schatten.\n\nBinnen deze IOF-CONCEPT financiering zal een externe expert geconsulteerd om na te gaan wat het marktpotentieel van de tool is en op welke manier deze in de markt kan gezet worden. Eerst en vooral zal een marktanalyse uitgevoerd worden om de grootte van de afzetmarkt, de prijssetting/willingness to pay, de concurrentie en mogelijke (valorisatie)partners te identificeren.\n\nDaarnaast zullen, na evaluatie van verschillende business modellen, de business haalbaarheid en strategische roadmap bepaald worden met als resultaat een volledig uitgewerkt business plan.","summary":"Ontwikkeling van SMART online tool voor voetbalcoaches om trainingsbelasting te meten en optimaliseren. Marktanalyse en businessplan voor lancering op de markt.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001887","result_description":"Aan de hand van IOF-CONCEPT financiering werd een externe expert geconsulteerd om advies in te winnen en na te gaan wat het marktpotentieel van de tool is. Ook werd onderzocht welke verdere stappen kunnen worden ondernomen voor de valorisatie."},{"description":"Hoewel in verschillende fases van een bouwproject digitale tools worden ingezet, worden zeker nog niet alle mogelijkheden ten volle benut. In de onderhouds- en uitbatingsfase (operate & maintain) is er nog een belangrijke nood aan juiste, actuele, volledige, digitaal raadpleegbare informatie in as-built dossiers.\n\nAangezien de kosten van die onderhouds- en uitbatingsfase 3x hoger liggen dan de initiële bouwkosten van een gebouw en 60x hoger dan de ontwerpkosten, zal iedere verbetering in die fases leiden tot een verhoogd economisch rendement en een lagere total cost of ownership (TCO).\n\nDit project zal nagaan hoe augmented reality (AR) - met name BIM-modellen verrijkt met digitale informatie - gebruikt kan worden als communicatietool in de onderhouds- en uitbatingsfase van een gebouw en op die manier de efficiëntie en het economisch rendement kan verhogen.\n\nDe primaire doelgroepen voor dit project zijn (kleine en middelgrote) ondernemingen: als uitbater: facilitymanagementbedrijven, huisvestingsmaatschappijen, makelaars, aannemers DBMO, energy service companies (ESCO's), overheden enz.; in een onderhoudsfunctie: facilitymanagementbedrijven, poetsfirma’s, firma’s die inspecties of onderhoud uitvoeren; dienstverleners die de bovengenoemde professionele rollen kunnen faciliteren en optimaliseren.","summary":"In de bouwsector is er behoefte aan betere digitale informatie voor efficiënt onderhoud en beheer van gebouwen. Dit project onderzoekt hoe augmented reality kan helpen om de kosten te verlagen en het rendement te verhogen. Belangrijke doelgroepen zijn facilitymanagementbedrijven, aannemers en overheden.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001888","result_description":"We kunnen niet meer om digitalisering heen. Welke voordelen kunnen organisaties halen uit de digitale transformatie? Wij zien opportuniteiten om de efficiëntie te verhogen, het werkcomfort voor medewerkers te verbeteren en een betere service te bieden aan de klant. Voor de bouw betekent dit concreet dat het bouwproces sneller kan verlopen, bouwfouten verminderen en een efficiënter en duurzamer onderhoud van gebouwen mogelijk is.\n\nDe manier hoe we samenwerken en de tools die we daarvoor gebruiken zijn aan verandering toe. Binnen de bouwsector is dit niet anders, er liggen heel wat uitdagingen op tafel. We zien niet alleen de noodzaak naar duurzame bouwprocessen en materialen. De grootste kost van een gebouw zit in het onderhoud. Een doordachte en futureproof digitalisering kan bijdragen aan meer duurzaamheid, kostenefficiëntie en ontzorging. Digitalisering is dus geen doel op zich maar ondersteunt de bedrijfsprocessen naar betere gebouwen, gelukkigere werknemers en tevreden klanten.\n\nBIM (Building Information Model), een 3D-model (verrijkt met informatie) kan hier een blijvende meerwaarde bieden. Het 3D-model van de architect kan door de aannemer ingezet worden om het bouwproces (BAM = Building Assembly Model) te stroomlijnen en extra informatie toe te voegen. Tijdens de onderhoudsfase (BOOM = Building Operation Optimisation Model) kan het model gebruikt worden als een managementtool, bijvoorbeeld voor het verzamelen van meldingen, het bijhouden van garanties en het plannen van onderhoud.\n\nBouwinformatie die ter beschikking komt tijdens het bouwproces wordt steeds uitgebreider. Er komen steeds nieuwe technieken en meer regelgeving.\n\nDe bouwheer ontvangt de informatie tijdens het bouwproces via meerdere kanalen (mail, stick, papier, enz.) van de verschillende bouwpartners met elk een eigen systeem of methode. De meest voorkomende problemen die hier uit voortvloeien zijn: overvloed aan e-mails, foutieve versies, moeilijk vindbare documenten, bouwfouten en extra kosten.\n\nDe grootste uitdaging voor een goede communicatie tussen de bouwpartners is het optimaliseren van het Bouw Informatie Proces zodat de bouwpartners centraal aangestuurd kunnen worden waarbij de juiste informatie op het juiste moment ter beschikking is."},{"description":"In de bouwsector worden faal- en verspilkosten - geschat tussen 8 en 13% - nog vaak ten onrechte als onvermijdbare of onbeheersbare verlieskosten ingerekend. Met de crisis van de afgelopen jaren en de marges die onder druk komen te staan, is dit niet langer houdbaar.\n\nIn dit project ontwikkelen we een methodiek om faalkosten terug te dringen in het bouwproces door LEAN technieken te introduceren met BIM als versterkende factor, wat een positieve impact heeft op de winstmarges. Hierdoor kan de slagkracht van de bedrijven vergroot worden om meer te innoveren.\n\nIn Nederland past men sinds enkele jaren de LEAN-principes ook in de bouw toe, maar in België staat dit nog in zijn kinderschoenen.\n\nHet project richt zich tot drie groepen gebruikers binnen de doelgroep van de kmo’s (10 tot 250 medewerkers): \n- Uitvoering: aannemers, installateurs,…\n- Ontwerpen en controle op de uitvoering: architecten en studiebureaus\n- Ondersteuning: software & applicatie integrators.\n\nMet dit project beogen we:\n- Het bundelen en vertalen van kennis omtrent LEAN en BIM.\n- Sensibilisering en kennisverspreiding rond LEAN- en BIM-implementatie.\n\nOp het einde van het project verwachten we dat er een technologietransfer op gang is gekomen rond de implementatie van LEAN met BIM als versterkende factor, zodat:\n- de bouwbedrijven die willen starten met de implementatie van LEAN in bouwprocessen voldoende resources aangereikt krijgen om de juiste beslissingen te nemen;\n- de bouwbedrijven die, na de eerste implementatie van LEAN, de LEAN-strategie verder willen uitdiepen een duidelijke visie kunnen opbouwen rond “meer” LEAN;\n- er een theoretisch BIM-model ontwikkeld is dat de LEAN-technieken maximaal faciliteert en dat gebruikt kan worden om de BIM-software die aangeboden wordt aan de markt, op een objectieve wijze te vergelijken met betrekking tot LEAN-opportuniteiten;\n- de implementatie van LEAN-technieken met ondersteuning van BIM leidt tot een faalkostenreductie.\n\nZowel tijdens het project als op het einde zullen sensibiliserings- en inzichtverwervende workshops georganiseerd worden die breed toegankelijk zijn.\n\nVoor de volledige gebruikersgroep zullen nulmetingen georganiseerd worden om de LEAN-volwassenheid in kaart te brengen en zal er een directe terugkoppeling van de tussentijdse resultaten van de behandelde real cases plaatsvinden.\n\nMet de inzet van LEAN- en BIM-technieken streven we ernaar om het percentage faal- en verspillingskosten met min. 1% te verlagen bij min. 1% van de ca. 20.000 bouwbedrijven. Economisch betekent dit een geschat efficiëntievoordeel van €1.600.000/jaar.\n\nDaarnaast richt de LEAN-benadering en BIM-implementatie zich op het verkorten van de doorlooptijd van het gehele proces van ontwerp tot uitvoering. Hierdoor wordt het geïnvesteerde vermogen in de volledige keten teruggebracht. Dit betekent een aanzienlijke besparing op het werkkapitaal waardoor de bedrijven meer slagkracht krijgen om verder te innoveren.","summary":"Door LEAN en BIM te combineren, wordt in de bouwsector een methodiek ontwikkeld om faal- en verspilkosten te verminderen, de winstmarges te verhogen en innovatie te stimuleren. Het project richt zich op kmo's en beoogt kennisdeling en sensibilisering. Verwachte voordelen zijn faalkostenreductie, efficiëntievoordeel van €1.600.000/jaar en verkorting van doorlooptijd voor meer innovatie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001889","result_description":null},{"description":"Bedrijven geven aan dat hun producten en diensten in zorgtechnologie moeizaam hun weg vinden naar de thuiszorgmarkt, ondanks de voordelen zoals langer zelfstandig kunnen thuis wonen, efficiënter gebruik van middelen en personen in de zorg.\n\nHet algemene doel van dit TETRA-project is om bedrijven specifieke expertise bij te brengen om producten en diensten beter af te stemmen op de noden van de doelgroep personen met lichte dementie zodat ze beter inzetbaar zijn. Dit gebeurt enerzijds via het ontwikkelen van een aantal methodieken voor het hele proces van ontwerp tot vermarkting en anderzijds door het toepassen van deze methodieken in de praktijk. Dit bevordert de implementatie van deze specifieke zorgtechnologie met als doel personen met lichte dementie langer zelfstandig en veilig thuis te laten wonen.\n\nDe resultaten uit het TETRA-project kunnen gebruikt worden door verschillende grote doelgroepen die ook vertegenwoordigd worden in de gebruikersgroep: bedrijven in de zorgtechnologiesector (reeds bestaande zorgtechnologie-aanbieders), bedrijven die zich richten op de ontwikkeling van nieuwe producten en/of de integratie van bestaande producten en installatiebedrijven en systeemintegratoren, zorg- en dienstverlenende bedrijven en eindgebruikers (personen met dementie, mantelzorgers en familie en professionele zorgverleners).\n\nDe resultaten worden bekomen via volgende concrete doelen:\n- Het creëren van een permanente dialoog, interactie en samenwerking tussen ondernemingen, zorgactoren, kenniscentra en overheidsinstanties die de kennis zullen toepassen in hun onderneming.\n- Het uitwerken van een roadmap die op basis van behoeften/noden en randvoorwaarden komt tot een eisenpakket waaraan zorgtechnologie moet voldoen.\n- Het faciliteren en ondersteunen van bedrijventeams met complementaire businessactiviteiten voor het bouwen van demonstrators aan de hand van interactieve co-creatiesessies met bedrijven, zorgactoren en experten en het aanreiken van reële testruimte.\n- Het testen en valideren van de demonstrators in een labosetting.\n- Het implementeren en testen van de demonstrators in de thuissituatie bij alleenstaande personen met lichte dementie.\n- Het opstellen van 3 werkwijzers: ‘werkwijzer demonstrator zorgtechnologie’ (toepassen van de roadmap in de praktijk), ‘werkwijzer business modeling zorgtechnologie’ ter validatie van de demonstrators op de economische haalbaarheid en potentieel marktbereik, en ‘werkwijzer implementatie zorgtechnologie’.\n\nDit project beoogt een economische meerwaarde te creëren door ondernemers te faciliteren om innovatieve producten te ontwikkelen die inspelen op de noden van de zorgvrager. Hierdoor kunnen producten beter afgestemd worden op de markt en levert dit bedrijven een grotere afzetmarkt, hetgeen kan leiden tot nog meer innovatie, meer tewerkstelling en meer investeringen. Het betrekken en opleiden van jonge onderzoekers, studenten (junior collega’s) en mensen uit de zorgsector stimuleert ook de economische ontwikkeling gezien zij in het werkveld deze innovatie verder zullen uitdragen. Voor zorg- en dienstbedrijven voorziet dit project een efficiëntere inzet van personeel (en dus meer omzet) zonder een vermindering van de kwaliteit van zorg en een potentiële kostenreductie bij de ziekteverzekering.\n\nDe maatschappelijke impact situeert zich bij de personen met dementie die liefst in hun eigen vertrouwde huiselijke omgeving willen blijven wonen en bij mantelzorgers (door een vermindering van subjectieve stress en verminderde belasting). Verder spelen deze resultaten in op de vermaatschappelijking van de zorg.\n\nVoor meer informatie: Stay@homewithdementia_wegwijzers","summary":"Dit TETRA-project brengt bedrijven expertise bij om zorgtechnologie beter af te stemmen op personen met lichte dementie voor langer zelfstandig wonen. Resultaten worden gedeeld met zorg- en dienstverlenende bedrijven en eindgebruikers voor innovatie, economische groei en verbeterde zorgkwaliteit. Bezoek Stay@homewithdementia_wegwijzers voor meer info.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001890","result_description":"De beoogde resultaten zijn:"},{"description":"De Europese Green Deal en het daaruit voortvloeiende beleidsprogramma ‘Op weg naar circulair bouwen 2022-2030’ van de Vlaamse regering zijn ambitieus en dwingen de bouwsector om op zeer korte termijn te transformeren naar een circulaire sector. Het beleidsprogramma vereist dat tegen 2030 25% van de (ver)bouwwerken in Vlaanderen op een circulaire manier gebeurt, en erkent dat een systemische verandering in de bouwsector noodzakelijk is.\n\nIn samenwerking met bedrijven uit de bouwsector biedt Expertisecentrum PXL Bouw & Industrie een concreet, geïntegreerd en implementeerbaar antwoord via het project 'Circulaire Conceptbouw'. Hierin worden zes principes samengevoegd tot één systemische aanpak, nl. standaardisatie en modularisatie, circulariteit, losmaakbaarheid van materialen, flexibiliteit van een gebouw, modulariteit in een digital twin-model, en ketensamenwerking.\n\nHet onderzoeksproject Circulaire Conceptbouw streeft naar een systemische verandering in de Vlaamse bouwketen. Het project brengt circulariteit, ketensamenwerking, bouwindustrialisatie en digitalisering samen voor zowel opdrachtgevers als uitvoerders van bouwprojecten.","summary":"Transformeer de Vlaamse bouwsector naar circulair met 'Circulaire Conceptbouw'. Een integrale aanpak voor circulair bouwen in samenwerking met bedrijven, gericht op systemische verandering en innovatie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001891","result_description":null},{"description":"De Belgische arbeidsmarkt staat onder druk, met veel bedrijven die moeite hebben om geschikt personeel te vinden en te behouden. Door vergrijzing zullen ervaren werknemers binnenkort met pensioen gaan, waardoor er behoefte is aan vervanging. Het vinden van nieuw en deskundig personeel is momenteel een grote uitdaging voor werkgevers. Daarnaast vinden veel kandidaten vacatures te vaag omschreven en willen meer inzicht in bedrijfscultuur en randvoorwaarden. Het sollicitatiegesprek zelf is ook zeer traditioneel.\n\nHet project stelt voor om (immersieve) video's te gebruiken om potentiële kandidaten concreet te informeren over jobinhoud en hen te begeleiden naar nieuwe jobkansen. Het gebruik van (immersieve) video's in werving en selectie is nog niet veelvoorkomend in de Vlaamse arbeidscontext, en het project wil deze aanpak toegankelijk maken voor bedrijven.\n\nHet doel van het project is om bedrijven kennis te geven over het gebruik van 2D en 360° video's, evenals metaverse-technologie, om wervings- en selectieprocedures te vernieuwen. Hierdoor kunnen bedrijven hun vacatures en bedrijfscultuur visueel aantrekkelijk maken en een vernieuwde manier van solliciteren introduceren.","summary":"De Belgische arbeidsmarkt staat onder druk door vergrijzing. Bedrijven hebben moeite met werving en behoud van personeel. Een project stelt voor om (immersieve) video's te gebruiken voor betere jobcommunicatie en werving. Dit vernieuwt selectieprocedures met 2D, 360° video's en metaverse-technologie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-001892","result_description":null},{"description":"In dit participatief actieonderzoek gaan we aan de slag met 5 organisaties uit de jeugdhulp. We onderzoeken hoe startende leefgroepbegeleiders hun job ervaren. Samen met werknemers en werkgevers onderzoeken we welke interventies in de privé- en werksituatie kunnen leiden tot meer veerkracht, meer werkbaar werk en een betere retentie.\n\nAls uitkomst van dit traject willen we aan het einde van het project een aantal laagdrempelige, toegepaste instrumenten uitwerken die bruikbaar zijn voor werknemers (het verhogen van veerkracht) en werkgevers (het voeren van een geïntegreerd HR-beleid).\n\nIn een eerste stap rekruteren we vijf organisaties. In een tweede stap zetten we in elke organisatie een projectteam op, bestaande uit medewerkers van verschillende lagen van de organisatie (directie, middenkader, uitvoerend personeel).\n\nIn een derde stap vindt in elke organisatie een verkennende analyse plaats via bevragingen op de verschillende niveaus van de organisatie. Parallel zetten we een zelfbegeleidingstraject op voor werknemers.\n\nIn een vierde stap wordt samen met de organisaties een actieplan opgezet voor het installeren van een geïntegreerd HR-beleid. In de vijfde stap analyseren we de afgelegde trajecten, formuleren we algemene conclusies en beleidsaanbevelingen en leggen we de laatste hand aan het uitwerken van instrumenten op maat van werknemers (veerkracht) en werkgevers (geïntegreerd HR-beleid).","summary":"We onderzoeken de ervaring van startende leefgroepbegeleiders in de jeugdhulp om veerkracht en werkbaar werk te verbeteren. Samen met organisaties werken we aan instrumenten voor werknemers en werkgevers.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001893","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nZo'n 2 tot 3% van de bevolking heeft te kampen met een voedselallergie, maar de courante detectiemethodes (huidpriktesten en/of bloedanalyses) zijn ontoereikend. Dubbelblinde placebogecontroleerde provocatietesten (DBPCFC) worden aanzien als de gouden standaard, maar worden tot op heden in de praktijk weinig toegepast door een gebrek aan standaardisatie van het testprotocol.\n\nBinnen het PWO-project 'Universele matrix voor double-blind voedingsallergietest' werd een eerste stap richting standaardisatie gezet door de ontwikkeling van een universele matrix (lees: testvoeding) waarin meerdere allergenen kunnen gemaskeerd worden.\n\nInhoud\n\nBinnen dit vervolgtraject zetten de projectaanvragers de ontwikkelde matrix in bij een brede en multidisciplinaire omkadering voor de praktische uitvoering van DBPCFC's. Hiertoe wordt er voor elke stap van de DBPCFC's gestandaardiseerde protocollen ontwikkeld. De haalbaarheid ervan wordt vervolgens afgetoetst via klinische testen met echte patiënten in samenwerking met UZ Gent. Er zal bovendien onderzocht worden welke andere ziekenhuizen betrokken kunnen worden bij de klinische studies.\n\nTen slotte worden de projectresultaten gedissemineerd naar zowel het brede publiek als de betrokken stakeholders (zorgverleners en patiënten).\n\nOutput\n\nHet finale doel van het project is een gestandaardiseerd protocol voor dubbelblind placebogecontroleerde provocatietesten (incl. gebruik van de ontwikkelde testvoedingen) dat werd gevalideerd door de betrokken eindgebruikers, i.e. de patiënten en zorgverleners. Disseminatie van de methodiek naar relevante testcentra en opleidingen brengt vervolgens de bal aan het rollen richting implementatie van de gouden standaard in de praktijk.","summary":"Ontwikkeling van universele matrix voor voedingsallergietesten, standaardisatie van DBPCFC's met protocollen en klinische testen voor validatie. Implementatie van gouden standaard in samenwerking met UZ Gent en andere ziekenhuizen. Disseminatie naar stakeholders en breed publiek.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001894","result_description":null},{"description":"De opzet van dit project is om een lokaal, biologisch en circulair alternatief te ontwikkelen voor de Hematoxyline-Eosinekleuring (HE-kleuring), een histologische kleurtechniek die tot op heden de standaard is bij het microscopisch onderzoek van menselijk en dierlijk weefsel. De HE-kleuring combineert het gebruik van twee kleurstoffen. Enerzijds hematoxyline, een kleurstof die wordt geëxtraheerd uit houtschilfers van de Centraal-Amerikaanse boomsoort Haematoxylum campechianum of Campêche boom. Anderzijds de synthetische kleurstof eosine Y, een chemisch derivaat van fluoresceïne dat wordt gevormd door bromering. Een ecologisch alternatief voor deze kleurstoffen werd gevonden in anthocyaan, een kleurstof die onder andere voorkomt in rodekool. De kleurstof kan relatief eenvoudig worden geëxtraheerd uit de buitenste, niet voor consumptie bruikbare bladeren van rodekool die worden aangeleverd door een lokaal landbouwcoöperatief. De adequaatheid van het bekomen extract als kleurstof voor histologisch materiaal werd reeds experimenteel vastgesteld tijdens een experimentele onderzoeksfase ter voorbereiding van dit project.\n\nAlvorens de anthocyaankleuring een wetenschappelijk en circulair-economisch volwaardig alternatief kan bieden als standaard histologische kleurtechniek, dienen echter nog een aantal essentiële stappen worden genomen, zoals daar zijn:\n- Opschaling van de aanlevering van de plantaardige reststroom: maximalisatie van inzameling van niet consumeerbare rodekoolbladeren bij bioboerderij ’t Schaaphof te Landegem en uitbreiding van partnerschappen met andere lokale biologische landbouwbedrijven;\n- Optimalisatie van het extractieproces: onderzoek naar het limiteren van het alcoholpercentage van het extractiemiddel met als doel het bereiken van een maximaal evenwicht tussen rendement en biologische afbreekbaarheid van het extractiemiddel, in partnerschap met BIT-O (PBa Chemie van Odisee);\n- Validatie van het kleurproces: vergelijkende kwaliteitsstudie van anthocyaankleuring met huidige HE-kleuring in partnerschap met AZ Sint-Lucas te Gent;\n- Economische haalbaarheidsstudie: onderzoek van economische haalbaarheid van het alternatieve kleurprotocol in partnerschap met CenSE (PBa Bedrijfskunde van Odisee).","summary":"Ontwikkeling van een lokaal, biologisch en circulair alternatief voor de HE-kleuring met anthocyaan uit rodekool. Essentiële stappen omvatten opschaling aanlevering rodekoolbladeren, optimalisatie extractieproces, validatie kleurproces en economische haalbaarheidstudie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001895","result_description":null},{"description":"Uit de peilingstoetsen in Vlaanderen, het vergelijkend onderzoek Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS) en het Programme for International Student Assessment onderzoek (PISA) blijkt dat de Vlaamse wiskunderesultaten een negatieve evolutie ondergaan (Steunpunt Toetsontwikkeling en Peiling, 2022; Vlaams ministerie van onderwijs en vorming, 2020; Faddar et al, 2020; De Meyer, Janssens en Warlop, 2018).\n\nVan alle kenmerken die een samenhang vertonen met de negatieve resultaten, zijn er slechts enkele die we binnen de beperkte tijd van dit onderzoek kunnen beïnvloeden. Het gaat hierbij om de motivatie op vlak van wiskunde, een positieve houding tegenover wiskunde en het zelfvertrouwen in wiskunde. Het zijn dan ook deze specifieke kenmerken waarop er gefocust zal worden binnen dit onderzoek.\n\nVia dit onderzoek willen we nagaan welke didactische handvaten op vlak van omgang, voorbereiding, uitvoering en aanpak we kunnen aanreiken aan leerkrachten om motiverend en betrokken aan de slag te gaan met hun huidige wiskundemethodiek.\n\nDaarnaast zal onderzocht worden of deze didactische aanpak invloed heeft op de wiskundeprestaties van de leerlingen uit de 3de graad lager onderwijs.","summary":"Uit onderzoek blijkt dat Vlaamse wiskunderesultaten dalen. Focus op motivatie, positieve houding en zelfvertrouwen in wiskunde om leerkrachten te ondersteunen en de prestaties van leerlingen te verbeteren. Onderzoek naar effectieve didactische aanpak.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001896","result_description":null},{"description":"De digitalisering is alomtegenwoordig in onze maatschappij. Het stijgende gebruik van sociale media en andere digitale tools – versneld door de coronapandemie – deed het buurtwerk ook meer en meer de digitale switch maken. Tegelijkertijd dient men aandacht te hebben voor specifieke valkuilen.\n\nDe belangrijkste focus van dit exploratief onderzoek ligt dan ook op de vraag hoe digitaal buurtwerk op een doordachte manier kan worden ingezet, met daarnaast ook aandacht voor reeds bestaande vormen van digitaal buurtwerk en het draagvlak voor digitaal buurtwerk. Hiervoor werd een mixed method design uitgevoerd. In het kwantitatief onderzoeksluik werden zowel buurtwerkers als bezoekers van buurtwerk bevraagd a.d.h.v. respectievelijk een online survey en face-to-face bevragingen. Voor het kwalitatief onderzoeksluik werden casestudies uitgevoerd waarbij verschillende digitale praktijken werden bestudeerd.\n\nUit het onderliggende onderzoek blijkt dat het buurtwerk een unieke positie heeft als het gaat om digitalisering doordat ontmoeting er centraal staat. Dankzij de laagdrempeligheid bereikt men een kwetsbare doelgroep, waardoor bijvoorbeeld reeds wordt ingezet op initiatieven rond digitale inclusie in het buurtwerk. Er zijn echter randvoorwaarden aan verbonden om tot een structureel digitaal buurtwerk te kunnen komen. Eén van de belangrijkste bevindingen hierin is dat een duidelijk kader en handvaten ontbreken voor buurtwerkers en andere praktijkwerkers.","summary":"Ontdek hoe digitale tools het buurtwerk transformeren en de inclusie bevorderen. Onderzoek toont de unieke positie van buurtwerk in digitalisering, met aandacht voor randvoorwaarden en behoefte aan duidelijke richtlijnen voor praktijkwerkers.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001897","result_description":null},{"description":"De shift van traditioneel naar online en blended leren wordt volop gemaakt. Ook de digitale vaardigheden van de zorgverleners in het werkveld worden meer en meer aangewend om in permanente vorming de kaart van digitaal leren te trekken. De vraag om het aanleren en onderhouden van praktijkvaardigheden online te laten verlopen dringt zich op.\n\nIn dit project wordt samengewerkt met 2 regionale werkveldpartners (Wit-Gele Kruis Brugge en Mintus Brugge) om een online vaardigheidstraining te ontwikkelen.\n\nNa een uitgebreide research over zowel de inhoudelijke als de technische mogelijkheden, wordt een online leermodule ontwikkeld waarin kennis, oefening en evaluatie van de vaardigheid zijn opgenomen. De zorgverlener doorloopt deze module op eigen tempo, op een moment naar keuze, op een plaats naar keuze. In de uitvoeringsfase wordt nagegaan op welke manier de online vaardigheidstraining een invloed heeft op de kennis van de zorgverlener en op het aanwenden van de aangeleerde vaardigheden.\n\nDe ervaringen van alle actoren worden bevraagd en de inzetbaarheid wordt in kaart gebracht om toekomstige implementatie van online en blended onderwijsvormen in de basisopleidingen en het navormingsaanbod van de hogeschool te faciliteren.\n\nMet alle verzamelde informatie wordt een handboek opgesteld dat zal kunnen worden gebruikt voor het online trainen van vaardigheden. Dit handboek overloopt de stappen die nodig zijn om tot een succesvolle e-learning te komen. Om de handleiding en dan meer bepaald het stappenplan praktisch te kunnen toelichten, is ook een online versie uitgewerkt.","summary":"De zorgverleners verschuiven naar online leren en digitale vaardigheden worden ingezet voor permanente vorming. Een online vaardigheidstraining wordt ontwikkeld met regionale partners. Zorgverleners kunnen op eigen tempo en locatie kennis en vaardigheden opdoen. De impact van de training wordt geëvalueerd voor verdere integratie van online onderwijsvormen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001898","result_description":null},{"description":"In België is de geboortezorg doorheen de jaren gemedicaliseerd. Ondanks de positieve effecten van die evolutie, heeft de medicalisering er ook toe geleid dat vrouwen minder autonomie en minder betrokkenheid ervaren bij hun geboorte-ervaring. Hierdoor is er wereldwijd een toenemende vraag naar een meer ‘respectvolle geboortezorg’.\n\nSITUERING\nDit onderzoeksproject bouwt verder op twee eerder uitgevoerde projectmatige wetenschappelijke onderzoeken aan Hogeschool VIVES. Uit het project ‘Shared decision making, een meerwaarde in de verloskundige praktijk?’ blijkt dat vrouwen onvoldoende inspraak krijgen in de geboortezorg. Onderzoek toont echter aan dat gedeelde besluitvorming belangrijke voordelen kan bieden. Wanneer men in de praktijk streeft naar gedeelde besluitvorming ervaren vrouwen meer autonomie en betrokkenheid tijdens de perinatale periode. Verder hebben ze een positievere geboorte-ervaring, ervaren ze betere kwaliteit van zorg, leidt dit tot betere gezondheidsresultaten voor moeder en kind en een betere toegang van de zorg.\n\nDe methodiek van actieleren (action learning teams) die gebruikt werd binnen dit onderzoeksproject, werd ontwikkeld in het PWO-project ‘Emothiek: naar een zorgethische dialoog’. De methodiek is gebaseerd op reflectie op de eigen praktijk, waarbij de focus gelegd wordt op het proces en de mogelijke opportuniteiten. Dit alles binnen een veilig klimaat, waarin de verschillende deelnemers in verbinding komen door beter zicht te krijgen op elkaars visie en drijfveren.\n\nPROJECTVERLOOP\nDit onderzoeksproject kan opgedeeld worden in twee grote luiken. Binnen het eerste luik werden de criteria van gedeelde besluitvorming in kaart gebracht. Zowel de literatuur als de (groeps)interviews met vroedvrouwen, gynaecologen, recent bevallen vrouwen en partners tonen dat het moeilijk is om tot een eenduidige definitie voor gedeelde besluitvorming te komen. Het is vooral belangrijk om te vertrekken vanuit het idee dat zorgverleners expert zijn op medisch vlak, en vrouwen en hun partner expert zijn in wat voor hen belangrijk is.\n\nIn de dagdagelijkse praktijk wordt gedeelde besluitvorming nog te vaak verward met, of herleid tot, het vragen van geïnformeerde toestemming. Kiezen voor gedeelde besluitvorming betekent echter dat een zorgverlener samen met een vrouw en haar partner op pad gaat. Samen op pad gaan houdt in dat er wisselwerking mogelijk is, dat er dialoog ontstaat rond de verkregen info. De ouders worden aangesproken in hun autonomie om zelf een keuze te maken, maar in het maken van die keuze kunnen ze rekenen op ondersteuning van de zorgverlener doorheen de perinatale periode. De zorgverlener probeert op die manier zicht te krijgen op de context van de ouders (wat is voor hen belangrijk?) en in dialoog op zoek te gaan naar een consensus.\n\n“Ik vind wel dat elke mama recht heeft op dat geboorteverhaal (...) dat is iets dat je levenslang meedraagt. En ik heb niet het gevoel dat de ziekenhuizen daar op die manier ... dat op die manier behandelen.\" – Moeder\n\nTijdens het tweede luik van dit onderzoek gingen we samen met twee verloskundige teams aan de slag om gedeelde besluitvorming in hun dagelijkse praktijk te versterken. Hiervoor werd een samenwerking aangegaan met Centre Hospitalier de Mouscron en AZ Zeno Knokke. Voor dit onderdeel werd de methodiek van actieleren toegepast. Het traject startte met de probleemdefinitie door de huidige praktijk in kaart te brengen. Vervolgens selecteerden de teams acties met betrekking tot gedeelde besluitvorming waaraan ze wilden werken. Deze acties werden geconcretiseerd, uitgetest en al dan niet geïmplementeerd in hun dagelijkse praktijk. Beide teams hebben twee verschillende trajecten afgelegd met verschillende focus. Dit is eigen aan de methodiek, waarbij alle input en richting vanuit het team komt om tot gedragen oplossingen te komen.\n\n“Jullie hebben een goed evenwicht gevonden in tijd laten om te ventileren, maar ons toch op tijd terug te brengen naar de vraag. Jullie zeiden vaak: ‘we gaan niet alles kunnen veranderen’.” – Deelnemer ALT","summary":"Steeds meer vraag naar respectvolle geboortezorg. Onderzoek toont voordelen van gedeelde besluitvorming voor vrouwen: meer autonomie, betrokkenheid en positieve ervaring. Samen met verloskundige teams werd dit versterkt in de praktijk.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001899","result_description":"Als eerste werd er een implementatiegids opgesteld die alle resultaten uit dit onderzoeksproject omvat. De data werden verzameld uit de (groeps)interviews, de action learning teams en de expertise van de stuurgroep, en dit alles werd onderbouwd vanuit de literatuur. De focus in de implementatiegids ligt op het ondersteunen van zorgverleners om gedeelde besluitvorming in de praktijk te optimaliseren. De gids bestaat uit concrete aanbevelingen, tools en reflectievragen om gedeelde besluitvorming te implementeren in de verloskundige praktijk. De implementatiegids kan hieronder gedownload worden.\n\nNaast de implementatiegids ontwikkelden we een workshop voor zorgverleners rond gedeelde besluitvorming via de methodiek van actieleren. Jullie kunnen een workshop aanvragen van anderhalf uur waarin we jullie laten kennismaken met het werken in een actie-leren team. De bedoeling van de workshop is om het verloskundig team warm te maken om gedeelde besluitvorming te optimaliseren in de praktijk: Waarom is gedeelde besluitvorming belangrijk? Wat is gedeelde besluitvorming? We gaan via een aantal didactieken die we gewoonlijk gebruiken tijdens een ALT-traject al voor een eerste keer ervaringen delen in het team en samen reflecteren. We laten jullie aanvoelen wat we bedoelen met de principes ‘veiligheid’ en ‘positiviteit’. De workshop is een ideale ‘check’ om te zien of de actieleren-methodiek past bij jullie team. Mocht er interesse zijn in een actie-leren traject binnen jouw verloskundige praktijk, kan er vrijblijvend gemaild worden naar Lisa.Kerckhof@vives.be voor meer informatie.\n\nNaast de nood bij zorgverleners werd eveneens een nood gedetecteerd bij ouders. Hiervoor werd, op basis van hun noden kenbaar gemaakt tijdens de (groeps)interviews, een video uitgewerkt. Vrouwen en hun partner zijn, vaak bij hun eerste zwangerschap, onvoldoende op de hoogte van wat ze kunnen en mogen verwachten. Het gaat over het kennen van mogelijke opties (bv. kiezen voor een NIPT of niet, verschillende bevallingshoudingen,…). Als een koppel niet weet dat er verschillende opties zijn, is het moeilijk om hierover te beslissen. Vrouwen geven aan verschillend te handelen bij een volgende zwangerschap ten opzichte van de eerste zwangerschap op basis van de ervaringen die ze meegemaakt hebben. Aan de andere kant zijn koppels voorzichtig in de communicatie met hun zorgverlener (gynaecoloog/vroedvrouw) en komen ze niet altijd tot een dialoog. Ze zijn zich niet altijd bewust dat ze hun wensen kunnen en mogen bespreken met hun gynaecoloog of vroedvrouw. De video is een eerste aanzet om koppels richting te geven bij het begin van de zwangerschap in een voor hen onbekende wereld vol informatie en hen de durf geven om in dialoog te gaan met hun zorgverlener. We zien een mogelijkheid om, vertrekkende vanuit de noden van de ouders en deze video, een sensibiliseringscampagne uit te werken kaderend binnen een ander onderzoeksproject."},{"description":"Ondanks een steeds grotere focus op 'patiëntenempowerment' en 'patiëntenbetrokkenheid' blijken het gebruik van dwang en het toepassen van dwangmaatregelen nog steeds manifest voor te komen in alle domeinen van de zorg- en welzijnssector. Het gebruik van dwang komt in vele variaties en gradaties naar voren in zorgrelaties.\n\nIn de literatuur en media is er vooral aandacht voor de meer fysieke en expliciete vormen van dwang, waar subtielere vormen van gebruik van dwang in zorgrelaties soms aan de aandacht ontsnappen. Ook deze minder zichtbare vormen kunnen nochtans een grote impact hebben op de autonomie en het zelfbeschikkingsrecht van de patiëntencontext.\n\nTegen de achtergrond van deze realiteit willen we aan de hand van een vignetstudie nagaan hoe hulpverleners omgaan met situaties die gebruik van dwang kunnen rechtvaardigen in hun zorgpraktijk. Door hulpverleners zo realistisch mogelijke situaties voor te leggen (in interviews met hen en in simulatiesituaties), willen we nagaan hoe ze handelen en redeneren in deze situaties en willen we begrijpen welke factoren hen bewegen in de richting van het gebruik van dwang, of welke redeneringen hen juist wegbrengen van het gebruik van dwang.\n\nDe bekomen inzichten worden vervolgens afgetoetst aan de literatuur en bij een welgekozen samengestelde resonantiegroep. Finaal kan zo een reflectief kader ontwikkeld worden dat zorgverleners ondersteunt in situaties die hen zouden kunnen toeleiden tot het gebruik/toepassen van dwang.\n\nIn de disseminatiefase van dit project wordt ingezet op een brede en maximale integratie van de opgedane inzichten.","summary":"Ondanks focus op patient empowerment, komt dwang nog veel voor in zorgsector. Studie onderzoekt hoe hulpverleners dwang rechtvaardigen en handelen. Resultaten leiden tot kader voor ondersteuning zorgverleners. Project streeft naar brede integratie van inzichten.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001900","result_description":null},{"description":"Binnen de residentiële ouderenzorg staan kwaliteitsvolle zorgverstrekking en kwaliteitsvol werken onder druk. Woonzorgcentra en haar medewerkers opereren in een continu veranderende context en proberen met de beschikbare middelen hun werking in die mate te transformeren om de kwaliteit van leven, wonen en werken te optimaliseren.\n\nPrincipes van een Innovatieve Arbeidsorganisatie (IAO), zoals teamgericht werken en een indeling van bewoners in leefgroepen, worden daarom in toenemende mate geïmplementeerd binnen woonzorgcentra. Bij deze ‘zorg in transitie’ gaat het echter niet alleen over hoe de interne werking van een woonzorgcentrum procesmatig te organiseren, maar ook over de sociale relaties onder en tussen bewoners en medewerkers. Kwaliteitsvol leven, wonen én werken kan namelijk enkel gerealiseerd worden als bewoners én medewerkers vertoeven in een sociale omgeving waarin ze zich gewaardeerd en persoonlijk erkend voelen. Daarom dat inzetten op een gevoel van verbondenheid onder en tussen bewoners, familie en medewerkers cruciaal is voor woonzorgcentra die een optimale zorgverstrekking én werkplek willen realiseren.\n\nMet dit praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek verwerft Hogeschool Vives inzicht in hoe de kwaliteit van leven, wonen én werken kan geoptimaliseerd worden binnen woonzorgcentra. Daarbij gaat vooral aandacht naar het aspect ‘zich verbonden voelen met anderen’, zowel tussen als onder bewoners en medewerkers, en welke factoren die verbondenheid versterken of bemoeilijken.\n\nAangezien verschillende tendensen de nood verhogen om als woonzorgcentrum anders te gaan werken, brengen we eveneens in kaart hoe ver de West-Vlaamse woonzorgcentra staan in het doorvoeren van IAO-gebaseerde organisatietransities. Om dit alles te realiseren, baseert het onderzoek zich in een eerste fase enerzijds op een online enquête voor alle West-Vlaamse woonzorgcentra en anderzijds op methodieken van kwalitatief onderzoek binnen vier casestudies om inzichten in het thema te vergroten. In een tweede fase worden in vier woonzorgcentra via actie-onderzoek medewerkers, bewoners, familie en mantelzorgers betrokken om initiatieven uit te werken die de verbondenheid in het woonzorgcentrum kunnen ondersteunen.\n\nUit een eerste fase van dit onderzoek kunnen we concluderen dat meer verbondenheid realiseren in een woonzorgcentrum vraagt om relationeel vakmanschap. Bewoners en personeelsleden vertelden ons dat verbondenheid begint bij een goede zorg op maat. Tegelijkertijd gaat het ook om veel meer. Verbondenheid creëren met bewoners vraagt om een aantal specifieke competenties van personeelsleden die verder gaan dan zorg zoals (1) een authentieke interesse voor de bewoner, zijn/haar levensverhaal, familie…, (2) een empathische ingesteldheid met aandacht voor inspraak van bewoners en (3) een engagement vanuit intrinsieke motivatie om zorg te dragen voor ouderen. Het relationeel klimaat is ook gekenmerkt door wederkerigheid waarin de bewoner eveneens mee investeert. Verbondenheid wordt ten slotte door medewerkers en bewoners ook gedefinieerd als een “interpersoonlijke klik”. Naast de relationele competenties van de medewerker en de investering van de bewoner, wordt dit proces dus ook voor een stuk gestuurd door individuele kenmerken.\n\nDeze eerste fase resulteerde in een inspiratiegids met inbegrip van volgende beleidsadviezen:\n\nVoorzie voor nieuwe bewoners een korte inloopperiode om te bepalen met welke medewerker een goede klik bestaat en betrek die medewerker maximaal in de zorg voor die bewoner. Creëer een nauw contact tussen die medewerker en de bewoner. Evalueer dit regelmatig.\nDoe zoveel mogelijk dingen samen met de bewoners en beperk je daarbij niet enkel tot de zorgtaken. Stimuleer hen om hun mening te delen en geef hen inspraak in verschillende aspecten van het wonen en leven (vb. inrichting eigen kamer, inrichting gemeenschappelijke leefruimte, samen koken, samen uitstap organiseren…). Want verbinding is een wederkerig proces. Leer dus ook zien op welke manier niet alleen medewerkers, maar ook bewoners investeren in dit proces.\nPlan elke dag tijd en ruimte vrij in de planning van de medewerkers om informeel met bewoners om te gaan en zorg ervoor dat daarnaast ook nog steeds plaats is voor eigen pauzemomenten. Spring flexibel om met de beschikbare tijd.\nZet maximaal in op een positieve teamsfeer aangezien deze rechtstreeks de kwaliteit van wonen en leven van bewoners beïnvloedt.\nZorg dat medewerkers over de juiste vaardigheden (blijven) beschikken om op een goede manier te communiceren en relaties aan te gaan. Dit zowel met bewoners als binnen een team. Bied hiervoor regelmatig vormingen (vb. rond verbindende communicatie), teambesprekingen, intervisies, enz. aan.\nToon jezelf als leidinggevende. Wees zichtbaar en aanwezig op de afdeling en neem een coachende rol aan waarbij je de relationele benadering van je teamleden stimuleert door zelf op een goede manier te communiceren.\nOnze inspiratiegids en aanbevelingen om verbondenheid binnen woonzorgcentra te versterken kan je onderaan deze pagina downloaden.\n\nIn een tweede fase van het project ligt de focus op actie-onderzoek via het aan de slag gaan met bewoners, mantelzorgers, familie en medewerkers vanuit co-creatieve design-thinking methodieken. De doelstelling hiervan was het initiëren en implementeren van bottom-up ontwikkelde acties of veranderingen binnen het woonzorgcentrum die het relationele klimaat versterken. Dit alles vanuit een multi-actor werkgroep waarbij inspraak en eigenaarschap vanwege bewoners, mantelzorgers, familie en personeel centraal staat. Vier woonzorgcentra werkten daarbij als casestudie nauw samen met de onderzoekers:\n\nWZC Amphora, Wingene\nWZC De Korenbloem, Kortrijk\nWZC Sint-Bernardus, De Panne\nWZC Ter Linden, Veurne\nAls vertrekpunt komen directie en coördinatie van de vier deelnemende woonzorgcentra samen binnen een professioneel lerend netwerk. Zij selecteren gezamenlijk een aanbeveling (cf. projectfase 1) waaraan ze vanuit de werking van een multi-actor werkgroep in hun eigen organisatie verdere innovatieve acties willen koppelen. De vier woonzorgcentra hebben samen ingezet op actie nemen omtrent onze eerdere aanbeveling “Doe zoveel mogelijk dingen samen met de bewoners en beperk je daarbij niet enkel tot de zorgtaken.” Vooraleer hierrond actie te nemen, werd de aanbeveling in het eigen woonzorgcentrum door de werkgroep uitgediept en hertaald naar een scherpgestelde uitdaging.\n\nEen reeks multi-actor workshops – met bewoners, familie, mantelzorgers en medewerkers – werden in elk van de vier woonzorgcentra georganiseerd. Deze dienden uit te monden in gewijzigde handelingen of nieuw-geïmplementeerde praktijken met een positieve invloed op het relationele klimaat in het woonzorgcentrum. In elke workshop werd gestreefd naar een mix van aanwezigen vanuit verschillende rollen in de organisatie. Een aanwezigheid van een 10 tot 15-tal deelnemers per sessie werkte prima. De workshops werden om de vier à vijf weken georganiseerd en elk woonzorgcentrum realiseerde minstens zeven samenkomsten. Verschillende co-creatieve methodieken die democratische inspraak en eigenaarschap bij de workshop-deelnemers stimuleren, werden binnen deze workshops toegepast om gezamenlijk tot een actie te komen die de verbondenheid versterkt. Procesmatig werd de double diamond vanuit design thinking gevolgd. Dit komt erop neer dat binnen elke werkgroep de opeenvolgende stappen ‘ontdekken-inzien-ontwikkelen-realiseren’ werden gevolgd om uiteindelijk tot een gewenste actie te komen. Tussen de workshops door gingen medewerkers van de woonzorgcentra informatie uitwisselen in het professioneel lerend netwerk om elkaar met inspirerende ideeën en handelingen aan te steken. Dit alles onder begeleiding van Vives workshop-facilitatoren.\n\nDe co-creatieve multi-actor workshops resulteerden in onderstaande realisaties. Voor elke case kan je onderaan deze pagina een fiche downloaden die het doorlopen proces, inclusief enkele toegepaste co-creatieve tools, beschrijft. Laat je inspireren en ga er gerust zelf mee aan de slag!","summary":"Binnen de ouderenzorg is de focus op kwaliteit van zorg en werken essentieel. Innovatieve arbeidsorganisatie wordt toegepast om verbondenheid te versterken en de levenskwaliteit in woonzorgcentra te optimaliseren. Onderzoek en aanbevelingen benadrukken relationeel vakmanschap en praktische acties om de banden tussen bewoners, medewerkers en familie te versterken. Download de inspiratiegids voor adviezen en lees over succesvolle implementaties in vier woonzorgcentra.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001901","result_description":null},{"description":"Sarcopenie is een skeletspieraandoening die wordt geassocieerd met een verhoogd risico op vallen, fracturen, lichamelijke beperkingen en sterfte. De aandoening wordt veroorzaakt door veroudering, ziekte, lichamelijke inactiviteit, sedentair gedrag en onvoldoende inname van energie en eiwit.\n\nLichaamsbeweging in combinatie met voldoende eiwitinname wordt aanbevolen als de beste strategie om sarcopenie te voorkomen en te behandelen. De meest recente Europese consensusdefinitie (EWGSOP2, 2019) omvat een stroomschema voor diagnostiek in de praktijk, met cutoff-waarden voor lage spierkracht, lage spiermassa of -kwaliteit en laag fysiek functioneren.\n\nHet is belangrijk om sarcopenie in een vroeg stadium op te sporen om het verloop van de ziekte te vertragen en ongunstige uitkomsten te voorkomen. Momenteel wordt de screeningsprocedure voor sarcopenie in het Vlaamse zorglandschap weinig of niet uitgevoerd door het gebrek aan duidelijke en eenvoudige richtlijnen. Hierdoor blijven risicopersonen onder de radar.\n\nDit onderzoeksproject heeft tot doel om abstracte, theoretische concepten voor de screening op sarcopenie te vertalen naar eenvoudige en haalbare praktijkrichtlijnen voor de thuiszorg. Via deskresearch en in co-creatie met thuiszorgorganisaties wordt een eenvoudige screeningsmethode ontwikkeld voor sarcopenie.\n\nAan de hand van een teststudie wordt nagegaan of de ontwikkelde screeningsmethode een goede voorspeller is van sarcopenie. Eenvoudige richtlijnen voor screening worden opgesteld, vervolgens uitgetest in de praktijk en waar nodig geoptimaliseerd.\n\nOm de screeningsmethode in de basiswerking van de betrokken organisaties in te bedden, wordt aan het eind van dit project een opleiding ‘sarcopenie, een stapje voor’ ontwikkeld en aan het werkveld aangeboden via levenslang leren.","summary":"Sarcopenie, een ernstige spieraandoening, vergroot het risico op vallen en fracturen. Onvoldoende beweging en eiwitinname zijn oorzaken. Dit project ontwikkelt eenvoudige screeningstools en trainingen voor thuiszorg om sarcopenie vroegtijdig op te sporen en te behandelen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001902","result_description":null},{"description":"Stress is een uitdaging waarmee onze samenleving in toenemende mate geconfronteerd wordt. In het bijzonder heeft de zorg- en welzijnssector hier al lang mee te kampen. De COVID-19-pandemie versterkte dit effect (Peters et al., 2021a). Kwetsbaarheden werden duidelijk zichtbaar en zowel binnen de algemene bevolking als bij de zorgverleners zorgden quarantainemaatregelen, ongerustheid over de eigen gezondheid, thuiswerken en/of werken in uitdagende omstandigheden voor een sterke toename van stress en stressgerelateerde klachten (Peters et al., 2021b). Structurele oplossingen – ook na de pandemie – zijn van belang voor het omgaan met (chronische) stress, zoals bijkomend investeren in de (geestelijke) gezondheidszorg en welzijn. Dat kan door traditionele hulpverlening, zoals 1-op-1 gesprekken te versterken, maar ook door het bestaande digitale aanbod uit te breiden. Dat is nog schaars, maar is meer schaalbaar en zal daardoor een grote positieve impact hebben.\n\nEen belangrijke pijler in dat digitale aanbod is begeleide zelfhulp. Wie met stressklachten kampt krijgt op die manier tools aangereikt om er zelf mee aan de slag te gaan. Bij milde klachten kan dat vrij zelfstandig, maar ook bij meer ernstige klachten kunnen hulpverleners begeleide zelfhulp combineren met 1-op-1 gesprekken. Vaak zijn die tekstueel (geschreven tekst of websites) of soms multimediaal (instructiefilmpjes, ingesproken audiofragmenten). Immersieve technologie (ImT), zoals virtual reality (VR), gecombineerd met biofeedback (wearable), zoals in literatuur beschreven, zal een verrijking betekenen van dat bestaande aanbod (Rockstroh et al., 2019; Blum et al., 2019; Fominykh et al., 2021; Weerdmeester et al., 2021). De rustgevende ademhalings- en relaxatieoefeningen worden in die omgeving gestuurd door het meten van stressgerelateerde psychofysiologische parameters (zoals o.a. hartslag, ademhaling en huidgeleiding) met behulp van een wearable. Waarom wordt dit potentieel dan (nog) niet benut in Vlaanderen? Enerzijds is er wel uitgebreide technologische kennis aanwezig rond het ontwikkelen van immersieve en biofeedback technologie, maar hebben ondernemingen onvoldoende kennis over het combineren van beide technologieën. De synergie van beide technologieën zorgt voor een bijkomende toegevoegde waarde die in Vlaanderen nog ongekend is. Anderzijds hebben zorg- en welzijnsinstellingen een duidelijke interesse in de mogelijkheden van ImT, maar ontbreekt een aanbod afgestemd op Vlaamse gebruikers.","summary":"Our society faces increasing challenges with stress, especially in the healthcare sector. The COVID-19 pandemic exacerbated this issue, highlighting the need for structural solutions to address stress-related issues. Enhanced digital self-help tools, incorporating immersive technology and biofeedback, offer scalable solutions for managing stress effectively. However, untapped potential remains in Vlaanderen due to a lack of knowledge and tailored offerings.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001903","result_description":null},{"description":"Wegens de toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica, is onderzoek naar andere antibacteriële strategieën van levensbelang. Faagtherapie speelt in dit kader een belangrijke rol.\n\nSinds enkele jaren hebben de Belgische mucocentra te kampen met een epidemische stam van Achromobacter xylosoxidans. Deze bacterie wordt gekenmerkt door een uitgebreid antibiotisch resistentiepatroon. Om die reden bestaat er hernieuwde interesse in therapeutische toepassing van bacteriofagen. Dit zijn virussen die specifiek bacteriën infecteren en geen menselijke of dierlijke doelwitten hebben.\n\nBij de behandeling van patiënten is het evenwel van cruciaal belang om het aantal fagen te kunnen bepalen in zowel de faagcocktail die men toedient, als in het klinisch staal dat men afneemt bij de patiënt.\n\nHet Labo voor Bacteriologie Research (LBR, UGent, prof. Dr. Mario Vaneechoutte) beschikt via een samenwerking met de onderzoeksgroep van het Leibniz Institute DSMZ (Duitsland) binnen de campus van het UZ Gent inmiddels over fagen gericht tegen Achromobacter xylosoxidans.\n\nVanuit het mucoviscidosecentrum (Dr. Eva Van Braeckel, dienst Longziekten) op de campus UZ Gent wordt geëxploreerd of faagtherapie kan toegepast worden bij een specifieke patiëntengroep van mucoviscidosepatiënten die gekoloniseerd zijn met Achromobacter xylosoxidans.\n\nIn het onderzoek van deze MucoPhage PWO aanvraag is het de bedoeling een specifieke en kwantitatieve test te ontwikkelen voor de detectie van de Achromobacter xylosidans fagen, die de follow-up mogelijk maakt van eventuele faagtherapie bij longinfecties van mucopatiënten met Achromobacter xylosoxidans. Deze test kan de eerder toegepaste plaque assay test, die meer tijd en arbeid vereist, vervangen.","summary":"Onderzoek naar faagtherapie voor Achromobacter xylosoxidans bij mucoviscidosepatiënten in UZ Gent. Ontwikkeling van een snelle test voor fagendetectie ter ondersteuning van faagtherapie bij longinfecties. Samenwerking LBR UGent en Leibniz Institute DSMZ.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001904","result_description":null},{"description":"Due to societal, ecological, and health concerns, there is a current trend to, at least partly, replace animal protein in the diet with vegetable protein or other alternative protein sources.\n\nHereby, not only the consumption of ‘meat analogues’ or ‘meat substitutes’ is on the rise, but also the consumption of ‘hybrid meat products’ is gaining popularity.\n\nThe production of protein fractions that are suitable for use in meat analogues or hybrid meat products requires sequential processing steps. The extent to which these respective processing steps affect the oxidative stability, nutrient concentration, and nutrient digestion/bio-accessibility has been poorly investigated so far.","summary":"Embrace the trend of swapping animal protein for plant-based or alternative sources due to various concerns. Discover rising popularity in 'meat analogues' and 'hybrid meat products'. Learn about the impact of processing on quality and nutrition.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001905","result_description":"SPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 1: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their techno-functional properties. More specifically, the impact of processing techniques on properties especially relevant for meat analogues and hybrid meat products will be investigated; thermal protein stability, protein solubility, water holding capacity, viscosity, and emulsifying and gelling properties. In addition, the structuring of protein will be studied from the molecular, over microstructural up to macrostructural level.\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 2: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their nutritional quality. More specifically, the effect of processing techniques on the contents of essential nutrients (AAs, minerals, vitamins), and various ANFs will be investigated. Today, it is known that nutritional quality evaluation should go beyond measuring compound concentrations only. Also, the fate of nutrients within the digestive tract is of major importance. In this work, the digestive hydrolysis pattern of proteins during in vitro digestion will be simulated. Since meat is an excellent source of various B-vitamins and minerals (Fe, Zn, Se, P), a comparison of the absorption of these specific compounds into the bloodstream will be made, following consumption of 100% meat versus various hybrid meat products using a pig model. In addition, the effect of processing on allergenicity of pea protein will be investigated.\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 3: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their oxidative stability. Initially, an UHPLC method for the analysis of specific protein oxidation products will be optimized. By using this optimized UHPLC-method, in addition to more commonly described markers for protein oxidation (thiols, protein carbonyls), protein oxidative stability will be assessed during processing of alternative protein sources as well as during simulated GI digestion.\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 4: \nGain insight into how different processing techniques of alternative protein sources impact human health. Diet impacts human health through many different pathways. This project will focus on the effects of alternative protein processing techniques on several aspects of intestinal health."},{"description":"PROMISED is een innovatief onderzoeksproject dat middelbare schooldocenten helpt om de ontwikkeling van wetenschappelijke, digitale, groene en taalkundige competenties in een tweede taal op een inclusieve en geïntegreerde manier aan te pakken.\n\nHet belangrijkste doel van PROMISED is het onderzoeken en implementeren van een nieuw didactisch model voor efficiënt, geïntegreerd en inclusief STEAM-onderwijs in tweetalige contexten voor het voortgezet onderwijs. Het project zal een authentieke leeromgeving bevorderen die lijkt op de echte wereld, waar verschillende kennisgebieden vaak met elkaar verweven zijn.\n\nEr wordt een internationale virtuele gemeenschap opgezet voor leraren, student-leraren en experts, evenals een trainingsactiviteit met leraren en een afsluitend evenement voor de gehele doelgroep om alle resultaten van het project te delen en te promoten.","summary":"PROMISED ondersteunt docenten in het voortgezet onderwijs bij het integreren van wetenschappelijke, digitale, groene en taalkundige competenties in een tweede taal. Het project ontwikkelt een nieuw didactisch model voor inclusief STEAM-onderwijs in tweetalige contexten, met focus op efficiëntie en integratie. Daarnaast bevordert het project een authentieke leeromgeving en internationale samenwerking voor leraren en studenten, met een afsluitend evenement om resultaten te delen en te promoten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001906","result_description":"Dit onderzoeksproject zal leiden tot de ontwikkeling van een pedagogisch kader. De structuur van dit kader zal tot stand komen met de deelname van leraren en onderzoekers via co-ontwerpactiviteiten. Het eerste document zal fungeren als gids voor de gezamenlijke creatie van de kaderinhoud, coördinatie van partnersintegratie in verschillende onderwijssystemen en specifiek voor de uitvoering van interventies op Europees niveau in middelbare scholen.\n\nHoewel de inhoud ter consultatie beschikbaar zal zijn voor leraren en onderzoekers, zal het pedagogisch kader pedagogische grondslagen, specifieke methodologieën voor het helpen van studenten bij het verwerven van STEAM-, digitale en groene vaardigheden, aanpassingsmogelijkheden aan verschillende onderwijssystemen van partners, richtlijnen voor samen lesgeven en competentiebeoordeling omvatten. Dit omvat ook de validatie van het kader met nadruk op haalbaarheid en bruikbaarheid, evenals aanpassing en vertaling naar de definitieve versie in verschillende talen van de partners. De definitieve versie zal worden geüpload naar de projectwebsite en verspreid via sociale netwerken van het project en internationale belanghebbenden.\n\nDe algemene doelstellingen van dit onderzoeksproject zijn:\n- Het verbeteren van tweetalige vaardigheden in STEAM-onderwijs\n- Het bevorderen van arbeidskansen in Europa en begrip van verschillende schoolsystemen\n- Het ontwikkelen van lesmateriaal dat duurzaamheid en digitalisering benadert vanuit interdisciplinaire benaderingen\n- Het uitwerken van lesmateriaal dat leraren voorbereidt op de introductie van digitale tools in hun lessen en de verbetering van de innovatievaardigheden van studenten\n- Het ontwikkelen van lesmateriaal dat rekening houdt met overwegingen zoals geslacht, sociale rechtvaardigheid en gelijkheid in STEAM-onderwijs, met specifieke aandacht voor diversiteit, onrechtvaardigheid, conflict en sociale rechtvaardigheid binnen een schoolcontext\n- Het ontwikkelen van richtlijnen die voortbouwen op de sterke punten van elke partner om leraren en belanghebbenden in staat te stellen effectief en competent te werken in verplicht onderwijs en informele omgevingen."},{"description":"De elektronicamarkt kent een groei in betaalbare, betrouwbare en makkelijk te gebruiken biosensoren en wearables zoals EEG headsets (hersenactiviteit) en polsbandjes (hartslag en huidgeleiding). Decennialang onderzoek heeft aangetoond dat deze veelbelovend zijn. Onder meer om cognitieve en psychologische processen als vermoeidheid, stress en mentale belasting te meten. \n\nZeker vanuit de training- en opleidingssector en binnen bedrijven waar opleiding snel, veiliger en efficiënter moet, is er veel interesse in. De accuraatheid en betrouwbaarheid van de interpretatie van de psychofysiologische signalen voor een bepaald individu is echter vaak nog ondermaats. Dit heeft te maken met interindividuele verschillen die niet in rekening worden gebracht, omdat er geen individuele ijking of kalibratie plaatsvindt voor de training/simulatie begint.\n\nVia dit ConnecTT-project willen we een tool bouwen die toelaat om biosensoren correct en betrouwbaar te integreren in VR/AR/MR trainingsapplicaties. Concreet zal de oplossing de vorm aannemen van een SDK (software development kit), die door ontwikkelaars geïntegreerd kan worden in hun trainingsapplicatie. Deze SDK zal toelaten om individuele profielen te generen vanuit de trainingsapplicatie door het oproepen van een kalibratieprotocol.\n\nDeze profielen bestaan uit metrieken (markers) die indicatief zijn voor cognitieve toestanden (zoals vermoeidheid, stressreacties of hoge cognitieve belasting), en worden gekoppeld aan statistieken die de individuele variabiliteit van deze markers beschrijven. Elk profiel kan opgeslagen worden voor toekomstig gebruik, zodat de kalibratie niet nodeloos herhaald moet worden. Bovendien kan de trainingsapplicatie, via de SDK, profiel informatie opvragen en benutten tijdens de training.","summary":"De elektronicamarkt biedt groeiende mogelijkheden voor betaalbare biosensoren en wearables zoals EEG headsets en polsbandjes. Het ConnecTT-project ontwikkelt een SDK om deze te integreren in VR/AR/MR trainingsapplicaties, waardoor individuele profielen met cognitieve markers en statistieken gegenereerd kunnen worden voor nauwkeurige en betrouwbare metingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001908","result_description":"Na decennia van ontwikkeling is de technologie zowel op hardware- als softwarevlak eindelijk betaalbaar, performant en gebruiksvriendelijk genoeg om buiten onderzoekslaboratoria en op de werkvloer te gaan gebruiken.\n\nEr is een grote interesse in onze oplossing vanuit de snel groeiende sector van immersieve training applicaties en opleidingen."},{"description":"Het CyberHubs-project heeft als doel het ecosysteem van cybersecurityvaardigheden in Europa te verbeteren door een netwerk van 7 Cybersecurity Skills Hubs op te zetten in België, Estland, Griekenland, Hongarije, Litouwen, Slovenië en Spanje.\n\nDe doelstellingen van het project omvatten:\n\n- Het in kaart brengen van aanbieders van cybersecurityonderwijs en -training in EU-lidstaten.\n- Het ontwikkelen van een nationale strategie voor cybersecurityvaardigheden in elk partnerland.\n- Het organiseren van een Europese Hackathon om innovatie te bevorderen.\n- Het tot stand brengen van partnerschappen tussen Cybersecurity Skills Hubs.\n- Het bevorderen van samenwerking tussen de onderwijs- en industriesectoren.\n\nHet project zal een brede doelgroep ten goede komen, onder hen studenten, professionals, beleidsmakers en het grote publiek, die toegang zullen hebben tot verschillende cybersecuritybronnen en trainingsmogelijkheden. Verwachte resultaten van het project zijn de oprichting van een duurzaam netwerk van Cybersecurity Skills Hubs, de ontwikkeling van nationale strategieën voor cybersecurityvaardigheden, de creatie van innovatieve cybersecurityoplossingen via de Hackathon, de totstandbrenging van langetermijnsamenwerkingsverbanden en partnerschappen, en de verspreiding van projectresultaten via diverse communicatiekanalen.\n\nHet project wordt gecoördineerd door DIGITALEUROPE, de Europese overkoepelende organisatie van de digitale industrie, en omvat 21 volledige partners uit 11 Europese lidstaten.","summary":"Verbeteren van cybersecurityvaardigheden in Europa met CyberHubs-project. 7 Skills Hubs in 7 landen, Hackathon, partnerschappen en training voor brede doelgroep. Gestuurd door DIGITALEUROPE.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001909","result_description":"Doelstelling 1: De doorstroming en gezamenlijke ontwikkeling van kennis tussen hoger onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, onderzoek, de publieke sector en het bedrijfsleven vergemakkelijken.\n\nDoelstelling 2: De oprichting van incubatoren binnen onderwijs- en opleidingsinstellingen in heel Europa bevorderen.\n\nDoelstelling 3: Verbeteren van de kwaliteit en relevantie van vaardigheden die zijn ontwikkeld en gecertificeerd door onderwijs- en opleidingsstelsels (waaronder nieuwe vaardigheden en aanpakken van de mismatch tussen vraag en aanbod van vaardigheden).\n\nDoelstelling 4: Ondersteunen van de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van geavanceerde technologie; ondersteunen van de innovatiecapaciteit van Europa door de talentenpool in deze nieuwe, ontwrichtende technologieën te verbreden.\n\nHet CyberHubs-project heeft het potentieel om een aanzienlijke impact te hebben op het EU-gebied door de dringende behoefte aan meer geschoolde cybersecurityprofessionals aan te pakken. Het project streeft ernaar bij te dragen aan de weg van de EU naar een digitaal getransformeerde economie en samenleving, evenals aan de verwezenlijking van de ambitieuze doelstellingen van het Digital Europe Programme om de kwaliteit van onderwijs- en trainingsinstellingen in de EU op het gebied van digitale vakgebieden, met name cybersecurity, te versterken.\n\nDoor het cybersecurity-vaardighedentekort in de EU aan te pakken, kan het project helpen het aantal geschoolde cybersecurityprofessionals te vergroten en het risico op cyberaanvallen op kritieke infrastructuur te verminderen. Dit kan de algehele cybersecurity-positie van de EU versterken, wat cruciaal is voor het behoud van de beveiliging en veerkracht van haar digitale toeleveringsketens en het beschermen van ondernemingen en burgers binnen haar grenzen.\n\nBovendien kan de nadruk van het project op het bevorderen van samenwerking tussen academische instellingen en bedrijven de stroom en co-creatie van kennis vergemakkelijken, wat essentieel is voor het bevorderen van innovatie op het gebied van cybersecurity. Dit kan de EU helpen concurrerend te blijven op de wereldmarkt en meer investeringen en kansen op het gebied van cybersecurity aan te trekken.\n\nTot slot kan de nadruk van het project op het ondersteunen van vaardighedenontwikkeling in de diepe technologiedomeinen de talentenpool in Europa verbreden op het gebied van nieuwe, disruptieve technologieën, wat een positieve invloed kan hebben op de innovatiecapaciteit van de EU en de algehele economische groei."},{"description":"Binnen de Europese Universiteit RUN (Regional University Network) zal werkpakket 2 zich focussen op onderwijs. De European Programmes Academy (EPA) krijgt input van RUN-ERA (zie werkpakket 3) en RUN-ESEC (zie werkpakket 4).\n\nZo zal EPA kunnen werken rond de future skills nodig om de sociaal-economische uitdagingen van de regio's aan te pakken.","summary":"EPA van Europese Universiteit RUN richt zich op future skills voor sociaal-economische uitdagingen, met input van RUN-ERA en RUN-ESEC.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001911","result_description":"Er wordt verwacht dat RUN-EPA 140 gezamenlijke leermogelijkheden zal creëren gedurende de vier jaar van deze financieringscyclus. De te ontwikkelen programma's omvatten korte onderwijsprogramma's, waaronder SAP's, BIP's, COIL's en MOOC's, die micro degrees kunnen opleveren, en volledige onderwijsprogramma's zoals double degrees en programma's voor gezamenlijke Europese degrees.\n\nHet identificeren, bevorderen en ontwikkelen van nieuwe gezamenlijke onderwijsprogramma's die zullen gedeeld worden in RUN-EU is de missie van werkpakket 2 (EPA). Deze programma's zullen gericht zijn op verschillende doelgroepen: studenten, docenten, onderzoekers, staff, en andere belanghebbenden. De thema's waarrond er gewerkt zal worden, houden verband met de digitale en groene transitie en huidige en toekomstige sociaaleconomische uitdagingen binnen de EU.\n\nEPA heeft verschillende hubs waaronder:\n\nFAPSA: Future and Advanced Pedagogical Skills Academy. Zij ondersteunt en traint docenten in het pedagogische ontwerpproces van nieuwe onderwijstechnieken. Door middel van het aanbieden van pedagogische trainingen, ontwikkelings- en ondersteuningsactiviteiten voor ons onderwijzend personeel zullen docenten innovatievere lesmethodieken gebruiken.\n\nEDUHUB: Education Hub. Door middel van SAP's, BIP's, COIL's, MOOC's, summer & winter schools zullen studenten de kans krijgen om in een internationale setting in multidisciplinaire teams kortlopende mobiliteiten te lopen."},{"description":"Het doel van werkpakket 5 is om mobiliteiten te bevorderen. Dit zal gebeuren in het European Mobility Innovation Centre (EMIC):\n\ni) Het promoten, meten en bevorderen van mobiliteiten.\n\nii) Het promoten en bevorderen van awareness rond EU-waarden en normen.","summary":"Bevorder mobiliteit en EU-waarden in het European Mobility Innovation Centre door mobiliteiten te promoten, meten en awareness te vergroten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001912","result_description":"Een handleiding om groener te reizen naar alle partners.\n\nEen catalogus met alle virtuele mogelijkheden tot internationalisering voor studenten en onderzoekers.\n\nMobiliteitstrajecten binnen bestaande opleidingen en modules uitvoeren als onderdeel van de RUN-EU-mobiliteitsstrategie, en deze verder ontwikkelen.\n\nEen plan van aanpak opstellen om op een milieuvriendelijke manier te reizen naar de verschillende partners.\n\nHet opzetten van COIL's en MOOC's als vormen van virtuele mobiliteit, vanwege hun minimale of beperkte ecologische voetafdruk.\n\nHet ontwikkelen van het RUN-EU Values Awareness-programma.\n\nHet starten van het RUN-EU Ambassadors-programma."},{"description":"Het hoofddoel van dit werkpakket is het versterken van de onderzoeks- en innovatieopdracht van RUN-EU. Voor de algemene missie zie project WP1. Dit wordt bereikt door de oprichting van een gemeenschappelijke onderzoeksruimte genaamd RUN-ERA, wat staat voor RUN - European Research Area.","summary":"Versterk de onderzoeks- en innovatieopdracht van RUN-EU met de oprichting van RUN-ERA als gemeenschappelijke onderzoeksruimte.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001913","result_description":"Student Research Colloquia stellen onderzoeksstudenten in staat om hun onderzoeksprojecten en ervaringen te presenteren en te delen.\n\nInnovation meets Regions evenementen bieden de gelegenheid om gezamenlijke innovatiehubs en hun gezamenlijke expertise te laten zien aan belanghebbenden uit het bedrijfsleven, de industrie, de samenleving en regionale overheden in onze regio's van de partners van RUN-EU.\n\nDe jaarlijkse ICARUS-conferentie biedt de hele onderzoeksgemeenschap van RUN-EU en stakeholders uit het bedrijfsleven, de industrie en de samenleving de gelegenheid om jaarlijks bijeen te komen. Dit om alle onderzoeks- en innovatieactiviteiten van RUN-EU te delen en toekomstige gezamenlijke RDI-activiteiten in onze hogeronderwijsgemeenschappen onder de aandacht te brengen.\n\nRUN-ERA bestaat uit drie pijlers:\nRUN Immersive Research Institute (RUN-IRI)\nRUN Discovery (RUN-DIS)\nRUN European Innovation Hubs (RUN-EIH)"},{"description":"RUN-EU wil gebruik maken van alle missie-elementen van een universiteit, waaronder onderwijs, onderzoek, innovatie en dienstverlening aan de samenleving, om haar visie te bereiken om de duurzame economische, sociale, culturele en ecologische vooruitgang van haar regio's en belanghebbenden te waarborgen door het creëren van een nieuwe multinationale interregionale alliantie, een European Zone for Interregional Development (EZ-ID).\n\nOm de verdere ontwikkeling van de EZ-ID en de betrokkenheid en maatschappelijke dienstverlening van RUN-EU te ondersteunen, zullen we in dit werkpakket een European Stakeholder Engagement Centre (ESEC) oprichten dat systemische betrokkenheid stimuleert bij belangrijke externe belanghebbenden in het bedrijfsleven, de industrie, de samenleving en regionale overheden door het opzetten van studentgerichte samenwerkingsinitiatieven met regionale belanghebbenden op alle campussen van onze Europese universiteit op gebieden als ondernemerschap, open wetenschap & innovatie en maatschappelijke dienstverlening.","summary":"RUN-EU zet zich in voor duurzame vooruitgang door een nieuwe interregionale alliantie te creëren. Met het European Stakeholder Engagement Centre stimuleren we betrokkenheid van belanghebbenden via samenwerkingsinitiatieven op diverse campussen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001914","result_description":"Opleidingen, brainstormsessies, trainingen voor student-ondernemers en middelbare scholieren.\n\n1 lokaal ondernemerschapsfestival\n\n1 internationaal ondernemerschapsfestival\n\nSTEAM-promotieprogramma\n\nInitiatieven op het gebied van onderwijs die gezamenlijk worden ontwikkeld door leden van de alliantie en met externe belanghebbenden om SAP's aan te bieden voor studentondernemers op gebieden zoals het genereren van ideeën, bedrijfsontwikkeling en netwerken.\n\nOndersteunende activiteiten voor opkomende student-ondernemers in RUN-EU, waaronder de ontwikkeling van een op maat gemaakt mentorprogramma voor RUN-EU-student-ondernemers, ontwikkeld in samenwerking met externe belanghebbenden.\n\nOndernemerschapsevenementen ter ondersteuning van samenwerkingsactiviteiten op het gebied van ondernemerschap tussen student-ondernemers en belangrijke externe belanghebbenden in alle regio's die lid zijn van RUN-EU. Dit wordt bereikt door het organiseren van nationale en internationale ondernemerschapsfestivals waar RUN-EU-studenten ondernemerschapsbenaderingen ontwikkelen voor het oplossen van problemen die worden aangedragen door belanghebbenden uit het bedrijfsleven, de industrie, de samenleving en de regionale overheid.\n\nDe oprichting van een RUN-EU-netwerk van opleiders en praktijkmensen op het gebied van ondernemerschap tussen de leden van RUN-EU en externe belanghebbenden, dat de verdere ontwikkeling van het RUN-Entrepreneurship-programma zal begeleiden en eens in de twee jaar bijeen zal komen op de internationale ondernemerschapsfestivals.\n\nDe RUN-Future Innovation Labs (FILS) hebben als doel het systematisch promoten van STEAM-activiteiten, -kansen en -loopbanen bij jongeren (6-17 jaar) in alle regio's waar universiteiten van RUN-EU actief zijn. Het werkprogramma van dit onderdeel omvat:\n\nDe ontwikkeling van een netwerk van fysieke leerruimtes aan de universiteiten van RUN-EU om STEAM-promotieprogramma's, -activiteiten en -evenementen te bieden in onze regio's. Bestaande centra zoals het Mind and maker is een goed voorbeeld van het type en niveau van de benodigde faciliteiten.\n\nDe organisatie van Open Science evenementen waaronder Young Innovators wedstrijden vallen.\n\nDe ontwikkeling van trainingsprogramma's, inclusief SAP's, voor personeel en studenten in het voorbereiden en uitvoeren van STEAM-promotieprogramma's, -activiteiten en -evenementen voor burgers van onze regio's en in het bijzonder voor kinderen van 6 tot 14 jaar."},{"description":"Het hoofddoel van dit werkpakket van RUN-EU is het bevorderen van de ambitie van onze alliantie om een Europese universiteit te creëren die een wettelijke status heeft. De universiteit moet in staat zijn om haar eigen awards toe te kennen, gedeelde en inclusieve bestuurs- en managementregelingen te hebben, en gedeelde entiteiten en systemen te beheren.\n\nDit zal resulteren in een interuniversitaire campus die de creatie van naadloze mobiliteitsmogelijkheden vergemakkelijkt. De campus zal studenten in staat stellen om deel te nemen aan de nieuwe gezamenlijke, flexibele en innovatieve curricula. Deze curricula zijn gericht op het leveren van toekomstige en geavanceerde vaardigheden voor maatschappelijke transformatie binnen de EU-regio's van onze alliantie.","summary":"Creëer een Europese universiteit met gedeelde regelingen en systemen voor naadloze mobiliteit en innovatieve curricula, gericht op toekomstige vaardigheden voor maatschappelijke transformatie binnen EU-regio's.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001915","result_description":"Een van de belangrijkste doelstellingen is het ontwerpen van een gedeelde bestuursstructuur die de diversiteit en autonomie van elke instelling voor hoger onderwijs respecteert en tegelijkertijd bijdraagt met de nodige middelen en capaciteiten om een onderling verbonden leer- en onderzoekskader op te bouwen, dat een overvloed aan mogelijkheden voor gezamenlijk onderwijs kan bieden, samen met verschillende modaliteiten voor de mobiliteit van studenten en personeel.\n\nEen ander belangrijk doel is het bereiken van een volwassen werkingsniveau dat een wettelijke status voor RUN-EU mogelijk maakt, gebaseerd op een transnationaal bestuurs- en managementmodel, maar nog steeds werkend binnen de grenzen van nationale wettelijke kaders om gezamenlijke diploma's uit te reiken, erkend op Europees niveau.\n\nHet WP ontwikkelt ook gemeenschappelijke universitaire systemen die gebruik maken van gedeelde middelen van elke partner om de leer-, onderzoeks- en engagementsactiviteiten te ondersteunen. Deze systemen zijn ontworpen als een gemeenschappelijke interface van de enkele entiteit om te voldoen aan de specifieke functionele structuren van elke deelnemende partner.\n\nNaast academische diensten en diensten voor studenten zal er ook een gezamenlijke bibliotheekdienst worden ontwikkeld, samen met IT-systemen die nodig zijn om de virtuele infrastructuur van RUN-EU te ondersteunen. Dit is een gezamenlijke inspanning voor de ontwikkeling van een uniforme academische entiteit die wordt ondersteund door digitale besturingssystemen gebaseerd op de innovatieve leer- en onderzoeksmogelijkheden die in WP2, WP3 en WP4 zijn ontwikkeld."},{"description":"Met dit werkpakket zal de communicatie, disseminatie en impact opgezet worden voor RUN-EU. Dit houdt in dat de interne en externe communicatielijnen zullen ontwikkeld worden, alsook de disseminatie van alle activiteiten.\n\nDaarnaast zal het RUN-EU Impact Observatory (RIO) door Howest worden opgestart en uitgerold.","summary":"Opzetten van communicatie, disseminatie en impact voor RUN-EU, inclusief ontwikkeling van communicatielijnen, disseminatie van activiteiten en oprichting van RUN-EU Impact Observatory (RIO) door Howest.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001916","result_description":"Op het einde van de 2e cyclus van RUN-EU zal er een RUN-EU impact dissemination event georganiseerd worden op Howest. Hierin worden alle resultaten van alle werkpakketten getoond met de nadruk op de impact die gerealiseerd werd.\n\nDe reeds bestaande Central Communications Office (CCO) zal worden voortgezet bij de RUN-partner IP Leiria. Deze zal een Communication and Dissemination Strategy (C&DS) voorbereiden.\n\nElke partner zal een Dissemination and Cooperation Office (DCO) opstarten.\n\nHowest zal een RUN-EU Impact Observatory (RIO) opstarten en ervoor zorgen dat er bij elke partner een RIO-hub van start gaat.\n\nIn RIO zal de onderzoeker van het ImpactLab van Howest RUN-EU als case beschouwen. Zo zal onderzoek rond impact meteen kunnen worden toegepast in de realiteit."},{"description":"Howest streeft naar de ontwikkeling en openstelling van geavanceerde onderzoeksinfrastructuur om Vlaamse ondernemingen, overheden, organisaties en burgers te ondersteunen tijdens hun digitalisering. Howest gaat in dat kader een WEB3 & MetaverseExperience Lab oprichten.\n\nHet WEB3 & Metaverse Experience Lab zal een state-of-the-art platform bieden voor onderzoekers en bedrijven om blockchain-, Solid- en Metaverse-projecten uit te voeren, voortbouwend op de uitgebreide expertise van de Howest-onderzoeksgroep Security & Privacy en Business Management. Het lab zal de verspreiding van deze technologieën bevorderen, waarbij kennis met andere onderzoeksinstellingen en partners wordt gedeeld om digitale interacties veiliger, efficiënter en privacyvriendelijker te maken.\n\nDeze technologieën kunnen door de naadloze integratie met de blockchaininfrastructuur ook onmiddellijk gedecentraliseerd aangeboden worden. De infrastructuur zal niet alleen bestaande onderzoeksprojecten en toepassingen faciliteren (zoals projecten Future Flemish Pig en Businessmodellen in de metaverse, deelname aan European Blockchain Service Infrastructure netwerk, aan EBSI-NE en DC4EU), maar ook nieuwe projecten en mogelijkheden bieden voor innovatie en samenwerking tussen onderzoeksgroepen binnen en buiten Howest (zoals CitiVerse en secuweb-SOLID).","summary":"Howest lanceert WEB3 & MetaverseExperience Lab om onderzoek en samenwerking te bevorderen, en veilige digitale interacties te faciliteren met blockchain- en Metaverse-projecten. Dit initiatief integreert state-of-the-art technologieën voor innovatie en samenwerking.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001917","result_description":"Geïnstalleerde en bruikbare geavanceerde onderzoeksinfrastructuur voor lopend en toekomstig onderzoek naar Web 3 en de Metaverse door de onderzoeksgroep van Toegepaste Informatica en Business Management. Deze infrastructuur is ook opengesteld voor andere Howest onderzoeksgroepen, onderzoeksgroepen van andere kennisinstellingen, bedrijven, overheden en burgers.\n\nBeschikbaarheid van geavanceerde onderzoeksinfrastructuur voor onderzoek naar Web 3 en de Metaverse."},{"description":"In dit project doen het Howest AI Lab en het Howest Energy Lab een gezamenlijke inspanning om hun bestaande AI-onderzoeksinfrastructuur uit te breiden, met als doel het kunnen ontwikkelen en trainen van de nieuwe generatie AI-modellen.\n\nDe opkomst van generatieve AI, zoals Transformers en Diffusion modellen, heeft geleid tot een grotere vraag naar krachtige grafische rekenkracht (GPU) en bijbehorend video geheugen (vRAM). De huidige AI-infrastructuur van de labs voldoet niet meer aan deze eisen en biedt ook niet de capaciteit die nodig is om het groeiende aantal onderzoekers te bedienen. De nieuwe infrastructuur zal dit tekort aan rekenkracht oplossen en zal onderzoekers in staat stellen om nieuwe AI-gerelateerde onderwerpen te verkennen, wat op zijn beurt zal leiden tot kennisoverdracht naar het onderwijs en het werkveld.\n\nBinnen Howest is er nog geen onderzoeksinfrastructuur die in staat is om Generatieve AI op een efficiënte manier te onderzoeken. Alternatieven zoals Cloud-infrastructuur of het Vlaams Supercomputer Center zijn ofwel minder kostenefficiënt ofwel minder flexibel voor de doeleinden van de labs. Dit maakt de nieuwe infrastructuur van grote waarde voor zowel de hogeschool als de bedrijven waarmee de onderzoekslabs samenwerken. Er worden twee interactiemomenten voor kennisoverdracht voorzien.","summary":"Howest AI Lab en Howest Energy Lab breiden hun AI-infrastructuur uit om generatieve AI te onderzoeken. Nieuwe GPU's en vRAM zullen meer onderzoekers ondersteunen en kennisoverdracht stimuleren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001918","result_description":"Verbeterd onderzoek rond AI-gerelateerde onderwerpen die zowel de kennis verhogen van enerzijds de Howest-onderzoekers, de Howest lectoren en studenten alsook het werkveld en de onderzoekers van andere kennisinstellingen.\n\nUitbreiding van het AI Lab en het Energy Lab met verbeterde infrastructuur voor het ontwikkelen en trainen van nieuwe generatie AI-modellen, generatieve AI en andere AI-gerelateerde onderwerpen."},{"description":"Dit project onderzoekt de faciliterende condities voor het definiëren en ontwikkelen van korte internationale leertrajecten die voor diverse doelgroepen worden uitgetekend met het oog op het stimuleren van interdisciplinair en internationaal leren.\n\nAls eerste focuspunt wordt onderzocht hoe en via welke methodieken het werkveld kan worden betrokken bij het definiëren van korte leertrajecten en de bijbehorende leeruitkomsten. Dit perspectief ontbreekt nogal vaak binnen het huidige curriculumonderzoek.\n\nAls tweede focuspunt wordt onderzocht op welke manier een facilitator internationale teacher design teams kan ondersteunen in (a) praktisch samenwerken op afstand, (b) het expliciteren van interculturele opvattingen rond leren & instructie, en (c) het ontwerpen en ontwikkelen van blended leertrajecten met aandacht voor interdisciplinariteit en internationale competenties.\n\nHet project wil bovenstaande onderzoeksvragen aanpakken in co-creatie met Howest docenten die deel uitmaken van een internationaal teacher design team. Via praktijkgericht actieonderzoek zullen docenten helpen bij het verfijnen van de onderzoeksvragen, het vormgeven van de onderzoeksresultaten en het bijsturen ervan.","summary":"Onderzoek naar internationale leertrajecten voor interdisciplinair leren met focus op betrokkenheid werkveld en ondersteuning design teams. Co-creatie met Howest docenten voor praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001919","result_description":"Het RUN EPA+ project beoogt de volgende uitkomsten.\n\nOnderzoeksvraag 1: Hoe kunnen we de co-creatie faciliteren bij het definiëren en selecteren van korte leertrajecten op zo'n manier dat er rekening wordt gehouden met de opleidingsnoden in het regionale weefsel en de wensen en noden van een welomschreven doelgroep?\n\nProduct: Een train-the-trainer aanpak voor het begeleiden van co-creatieve sessies gericht op het definiëren en selecteren van korte trajecten in een internationale context rekening houdend met de doelgroep en het werkveld.\n\nDienst: Training van de procesbegeleider in het hanteren/begeleiden van deze co-creatieve sessies.\n\nOnderzoeksvraag 2: Welke ontwerpkenmerken zijn cruciaal voor het ontwerpen en ontwikkelen van internationale korte leertrajecten?\n\nEen product: Een template voor het begeleiden/ondersteunen van internationale teacher design teams in het praktisch samenwerken/overleggen tijdens het proces van trajectontwikkeling.\n\nEen product: Een blauwdruk voor procesbegeleiding van internationale teacher design teams met aandacht voor diverse 'ontwerpsessies' met duidelijke doelstellingen en gelinkt aan de volgende thema's (a) teamvorming, (b) interculturele dimensie van lesgeven en (c) het ontwerpen van interdisciplinair en internationaal leren in een blended/online context.\n\nEen dienst: gerichte procesbegeleiding van internationale teacher design teams met het oog op de ontwikkeling van korte internationale leertrajecten.\n\nEen product: Een uitgebreide methodiek 'blended leren' met twee plug-ins gericht op (a) interdisciplinair en internationaal leren stimuleren (inter²) en (b) interdisciplinair en internationaal leren stimuleren in een 100% online context (synchroon en asynchroon) (coil).\n\nEen dienst: ontwerpsessies gefocust op het ontwerpen van blended leeromgevingen gericht op interdisciplinair en internationaal leren.\n\nZie hierboven voor de onderzoeksvragen, de output - gelinkt aan de onderzoeksvragen - zie puntje 5."},{"description":"De Howest-onderzoeksgroepen DAE Research en Business en Media willen met AI-UPD8 een levend kennis- en expertisecentrum zijn en blijven voor elke Vlaamse kmo die met vragen zit rond generatieve AI, geïnspireerd wil worden of begeleiding nodig heeft bij de implementatie.\n\nElke dag verschijnen er nieuwe tools die alternatieve manieren aanbieden om het creatieve productieproces bij game-, film-, media-, communicatie- en marketingbedrijven te automatiseren, vernieuwen en/of versnellen. Dat brengt bij onze Vlaamse bedrijven uit de creatieve sector naast mogelijkheden ook veel vragen en onzekerheden mee. Om het potentieel van generatieve AI optimaal te benutten, zal elk bedrijf op maat van zijn creatieve productieprocessen moeten beslissen wat bruikbaar is en op basis van zijn beleid wat wenselijk, verantwoord is.\n\nDaarvoor is er dringend nood aan een overzicht van alle soorten tools zodat bedrijven wegwijs raken in de wildgroei, moet er genoeg kennis over die tools beschikbaar zijn én zijn praktische voorbeelden wat je er wel/niet mee kan bereiken in de dagelijkse werking noodzakelijk.\n\nAI-UPD8 wil elke Vlaamse kmo ondersteunen die met vragen zit rond generatieve AI, met inspiratie en begeleiding. We ontsluiten inzichten online, organiseren inspirerende events en verwelkomen je in een leergierige community. De primaire doelgroep is de creatieve sector (game-, film-, media-, communicatie- en marketingbedrijven). De secundaire doelgroep is een bredere groep kmo's uit andere sectoren met nieuwsgierigheid/interesse voor de toepassing van generatieve AI in marketing of ontwerp en gebruik van spraak, tekst, beeldbewerking, video, chatbots, ….","summary":"AI-UPD8, een levend kenniscentrum voor Vlaamse kmo's, ondersteunt met inspiratie en begeleiding bij generatieve AI-vragen. Praktische inzichten en events helpen bedrijven in de creatieve sector en andere sectoren om optimaal gebruik te maken van AI-tools.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001920","result_description":"Website met gecureerd, levend overzicht van tools voor generatieve AI inclusief voorbeelden.\n\nLerend netwerk van bedrijven uit de creatieve sector die generatieve AI gebruiken.\n\nAdviesverlening over combinatie en toepassing van generatieve AI tools in context van een bedrijf.\n\nCollectieve acties voor bedrijven opzetten om hen basis en advanced kennis over generatieve AI tools bij te brengen.\n\nIndividuele acties opzetten voor bedrijven om hen aan te leren met bepaalde tools om te gaan in hun eigen pipelines en werking.\n\nEen lerend netwerk van bedrijven uit de creatieve sector opzetten die AI gebruiken en kennis met elkaar delen."},{"description":"Start@K4 is het vervolgproject van Start@K3. Het doel is het ondersteunen en promoten van jong ondernemerschap in Kortrijk. Jonge ondernemers zijn een belangrijke motor voor nieuwe bedrijven in de regio en voor innovatie binnen het regionale socio-economische weefsel. Dit leidt op termijn tot een aantrekkelijke dynamiek, een hogere welvaart en weerbaarheid, en een sterkere uitstraling van de regio. Het is dan ook cruciaal om studenten met ondernemersideeën goed te ondersteunen en hen te verankeren in het regionale ecosysteem zodat ze na hun studies niet wegtrekken.\n\nEr is de voorbije jaren al een eerste kentering in de braindrain ingezet en er werd een uitnodigend startersklimaat uitgebouwd. Dit wordt de komende jaren verder versterkt. Niet alleen zijn jonge ondernemers als eindresultaat een doel, ondernemende werknemers die kiezen voor intrapreneurship zijn even belangrijk.\n\nDe stad Kortrijk, Hangar K en de vier hogeronderwijsinstellingen in Kortrijk blijven, mede met de financiële steun van VLAIO, de krachten bundelen en vormen de kern van een breder ecosysteem rond jong ondernemerschap. Binnen dat ecosysteem kunnen jongeren en studenten intekenen op diverse acties en trajecten, van brede sensibilisering over inspireren tot gespecialiseerde begeleiding. Dankzij dit ecosysteem worden jongeren ondernemender, krijgen startersideeën sneller kansen, en kunnen start-ups meteen doorgroeien richting scale-ups.","summary":"Start@K4 promoot jong ondernemerschap in Kortrijk, ondersteunt studenten met ondernemersideeën en versterkt het regionale ecosysteem voor meer welvaart en innovatie. Bouwt voort op eerdere successen en focust op zowel start-ups als intrapreneurs. Stad Kortrijk, Hangar K en hogeronderwijsinstellingen bundelen krachten met VLAIO om jongeren te begeleiden van idee tot scale-up.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001921","result_description":"Verdere uitbouw van student-ondernemerschap op de Kortrijkse campussen en toegang van de studenten tot een breder netwerk via Hangar K. Ondersteuning van de opleidingen rond de promotie van ondernemerszin in het curriculum.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"Turbo 6 (vervolg op Turbo 5) is een overkoepelend ecosysteem rond jong ondernemerschap. Het streeft ernaar om ondernemingszin bij jongeren (zowel studenten als niet-studenten) in en rond Brugge te stimuleren en toegankelijk te maken.\n\nIntrapreneurs dragen bij aan innovatie en vooruitgang, terwijl entrepreneurs zorgen voor economische groei en de ontwikkeling van een stad. Door ondernemende jongeren in contact te brengen met het Brugse netwerk, wil Turbo braindrain tegengaan en braingain bevorderen.\n\nHet aanbod van Turbo richt zich op vier kernzaken: inspireren, informeren, ontmoeten en het principe van learning by doing. Deze dimensies komen specifiek tot uiting in inspirerende keynotes, bootcamps, workshops, netwerkmomenten, ondernemercafé's, coachingsessies, hackathons en summer schools.\n\nTurbo is een initiatief van de stad Brugge, in samenwerking met HOWEST, VIVES, KU Leuven Campus Brugge, De Republiek, Het Entrepot en Ondernemerscentrum Brugge. Het wordt gesteund door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).","summary":"Turbo 6 bevordert ondernemerschap bij jongeren in Brugge door inspirerende keynotes, workshops en netwerkmomenten. Een initiatief van de stad Brugge, gesteund door VLAIO.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001922","result_description":"Output is een kennisbank over intrapreneurship en entrepreneurship en een community van jonge ondernemers en TURBO-ambassadeurs.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"Met Rethink Energy 4 Food wil het projectconsortium de energietransitie in de Vlaamse voedingsindustrie versnellen. Er worden nieuwe technologieoplossingen ontwikkeld bij voedingsbedrijven die zo bijdragen tot de Vlaamse 2030 doelstellingen.\n\nNaast pure energietechnologie wordt in het project ook bijzondere aandacht besteed aan voedingsprocestechnologieën die energietransitiedoelstellingen weten te combineren met productkwaliteitswinst en/of productierendementsverhogingen. Dergelijke win-win mogelijkheden verlagen de implementatiedrempel aanzienlijk en van daaruit kan bijgevolg de snelste introductie van de technologie en de kennis verwacht worden.\n\nHet projectconsortium zet in op toepassingsgerichte kennisopbouw, vertaalonderzoek, kennisverspreidingsactiviteiten en een platformwerking om de valorisatiekansen zo hoog mogelijk te krijgen.","summary":"Rethink Energy 4 Food versnelt energietransitie in de Vlaamse voedingsindustrie met nieuwe technologieën die bijdragen aan de 2030 doelstellingen. Focus op energie- en voedingsprocestechnologieën voor win-win oplossingen, verlaagt drempel voor implementatie en versnelt technologie-introductie. Toepassingsgerichte kennisopbouw en kennisverspreiding maximaliseren valorisatiekansen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001923","result_description":"Inventarisatie van specifieke energienoden en -opportuniteiten in en voor de voedingsindustrie en kanalisering naar 4 focustrajecten voor een doorgedreven multi-innovatiebenaderingsaanpak: die onderzoek voor verdere kennisopbouw, vertaalonderzoek, kennisverspreiding en complementaire platformwerkingsacties omvat. Één door alle partners opgebouwde en voor alle partners beschikbare 'RE4F database'.\n\nDoorontwikkeling en toepassen van methodieken/modellen voor de analyse, selectie, evaluatie en optimalisatie van innovatieve technologieën met betrekking tot relevantie, performantie en techno-economische toepasbaarheid, specifiek voor de geïdentificeerde uitdagingen van de voedingsindustrie op het gebied van energie. Techno-economische analyse, selectie en evaluatie van hernieuwbare warmtetechnieken (uitwerking voor 5 generieke warmtevraagcases) (focustraject 2). Techno-economische analyse, selectie en evaluatie van energieopslagtechnologieën (validering voor 2 generieke cases) (focustraject 3). CFD-modellering van ventilatiekoelprocessen om de meest optimale ventilatiekoelingsinstellingen en opstellingen te realiseren (uitwerking voor 3 voedingsproductcategorieën en 2 types koelsystemen) (focustraject 4). Uitbreiding van EnergyVille BE-TIMES model voor het uitvoeren van macrotrendanalyses in het energiesysteem voor de voedingsindustrie ter bepaling van kostenoptimale investeringen, identificering van toekomstbestendige technologieën en beoordeling van de impact van regelgeving rond klimaat- of beleidsambities (met bijkomende inclusie van 2 in het project onderzochte innovatieve procestechnologieën uit de voedingssector) (focustraject 3).\n\nExperimenteel onderbouwde potentieelstudies en potentieelversterkende ontwikkelingen van duurzame innovatieve vergroeningsmogelijkheden voor de voedingsindustrie op piloot- en operationele schaal, en aansluitend, uitwerking van demonstratoren om de match tussen geselecteerde (best passende) of aangepaste innovaties op het vlak van energietechnologieën en de energienoden zichtbaar te maken. 1 piloot-demonstrator voor in-line microgolftechnologie (evt. + IR en convectie) (voor 3 modelproducten) (focustraject 1). 2 operationele demonstratoren voor industrieel hernieuwbare warmtetechnieken (doelbereik 100-150°C en max 300°C) en hun monitoring (focustraject 2). 2 piloot-demonstratoren voor thermische opslag (focustraject 3). 3 piloot-demonstratoren voor slim (AI-gebaseerd) flexibel energiebeheer (incl. energieopslag) (focustraject 3). 1 piloot-demonstrator voor vacuümkoeling (voor 2 bakkerij- en 3 maaltijdmodelproducten) (focustraject 4).\n\nInzichtverwerving met betrekking tot de inzet van innovatieve energietechnologieën en -benaderingen en de impact ervan op productiezekerheid, -efficiëntie en proces- en productkwaliteit (geborgd in rapporten en publicaties, op een projectsharepointplatform). Inzichten rond de inzet van in-line microgolfverhitting en zijn combinatie met infrarood en convectietechnologie. Inzichten rond de inzet van hernieuwbare warmtetechnieken. Inzichten rond flexibel energiebeheer door inzet van energieopslagtechnologieën en energiemanagementsystemen. Inzichten rond koelprocesoptimalisatie en het inzetten van hernieuwbare koeltechnologieën.\n\nBrede kennisverspreiding naar de ruime doelgroep en collectieve valorisatieacties met het oog op korte termijn vervolg/nevenacties en middellange termijn implementaties bij bedrijven.\n\nPlatformwerking gericht op (i) brede technology watch binnen het verruimde thema, (ii) complementaire innovatieacties (bijv. kennisdeling door externe partijen, partnermatching) en (iii) netwerkuitbouw met het oog op valorisatie via vervolgtrajecten op Vlaams en Europees niveau.\n\nSuccesindicatoren KPI 1: het cumulatief aantal punten voor de collectieve acties gelinkt aan deel A van het COOCK-project en uitgevoerd voor het einde van deel A: 25, 75, 150, 300, in respectievelijk het 1e, 2e, 3e, 4e jaar van deel A. KPI 2: aantal unieke ondernemingen die minstens 1 ondernemingsspecifieke actie opstarten, gelinkt aan deel A van het COOCK-project, tijdens of tot twee jaar na het einde van deel A: 5, 15, 35, 60 in respectievelijk het 1e, 2e, 3e, 4e jaar van deel A en tot twee jaar na deel A. KPI 3: het cumulatief aantal punten voor de opgestarte ondernemingsspecifieke acties, tijdens of tot twee jaar na het einde van deel A: 10, 60, 180, 300 in respectievelijk het 1e, 2e, 3e, 4e jaar van deel A en tot twee jaar na deel A.\n\nDe algemene doelstelling van het project is om Vlaamse voedingsbedrijven in staat te stellen versneld de energietransitie door te voeren door (i) een algemene kennisverhoging rond en (ii) een vertrouwensopbouw in nieuwe duurzame, innovatieve energie- en procestechnologieën die gepast ingezet kunnen worden in hun productieprocessen. Daartoe worden technologieoplossingen met toepassingspotentieel in kaart gebracht en hun techno-economische haalbaarheid en afstelbaarheid onderzocht, gedemonstreerd en gedissemineerd.\n\nHet vertaalonderzoek legt de focus op het aanbrengen van verbeteringen aan de innovatieve energie- en procestechnologieën om deze beter af te stemmen op de noden van de voedingsindustrie. Bijkomend zal, als belangrijk criterium, de voorwaarde zijn dat de voedselkwaliteit en -veiligheid van verwerkte eindproducten (minstens) behouden moeten blijven. Toeleverende technologiebedrijven worden nauw, en samen met voedingsbedrijven, bij de projectactiviteiten betrokken met als doel dat zij kennis oppikken om marktklare toepassingen op maat van voedingsbedrijven te ontwikkelen en aan te kunnen bieden. Om de implementatie ervan te stimuleren omvat de platformwerking onder meer sectoroverschrijdende partnermatchingsactiviteiten.\n\nDe reële doelgroep van dit project omvat voedingsbedrijven en hun toeleverende energietechnologiebedrijven, energieconsultancybedrijven, machinebouwers, procesintegratoren en sensor- en softwarebedrijven.\n\nHet potentieel op economische impact zit in een kostenreductie bij voedingsbedrijven en in investeringen in nieuwe energietechnologie en -diensten (met impact op bedrijven uit de voedingsindustrie én de technologiebedrijven). De potentiële kostenreductie die het project genereert bij voedingsbedrijven door vervolgimplementaties van de projectresultaten wordt op jaarlijks 1 miljoen euro geschat, het ruimere potentieel (met een termijn tot 2030) op 50 miljoen euro. De investeringen die gepaard gaan met vervolgimplementaties worden geraamd op 15 miljoen euro, het ruimere potentieel op 422 miljoen euro.\n\nDe Vlaamse voedingsindustrie behoudt hiermee vooral zijn competitief voordeel maar kan ook toekomstgericht groeien door een 'groen' imago op te bouwen bij de consument en zich ten opzichte van zijn afnemers beter te positioneren in de markt als de aanbieder van 'klimaatneutralere' voedingsproducten. Voor de technologiebedrijven leiden de toenemende investeringen door de voedingsindustrie uiteraard tot verdere groeimogelijkheden met een directe bijdrage tot omzetstijgingen en de verdere uitbouw van de markt van de innovatieve duurzame energietechnologieën en -diensten, wat gepaard gaat met een tewerkstellingscreatie van 75 extra VTE's door toedoen van het project en een ruimer potentieel van jaarlijks 211 werknemers op een langere termijn van 10 jaar. Verder creëert dit op zijn beurt spillovereffecten.\n\nOp maatschappelijk vlak is er een grote potentiële bijdrage mogelijk tot de 2030 CO2-emissiereductiedoelstellingen: een volledige vergroening van het aardgasverbruik van de voedingsindustrie (13,4 PJ) zou 0,755 megaton CO2-emissiereductie bewerkstelligen. Ook draagt dit project bij aan de transitie naar een klimaatneutralere productie van voeding. Energie-efficiëntere productie en lagere productiekosten komen de voedselprijzen, en dus de consument, ten goede. Het project zet in op meerdere 'Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen': SDG 7 (Betaalbare en duurzame energie), SDG 9 (Veerkrachtige duurzame industrie, innovatie en infrastructuur), SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie)."},{"description":"\"The best is YET to come\" bouwt verder op het onderzoeksproject YET (Youth Environment & engagement Tool) dat in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Omgeving werd uitgevoerd en paste in de subsidie-oproep \"Samen verbeelden we ruimte\". \n\nIn dit project werd in cocreatie met jongeren van Brugse middelbare scholen en studenten Howest een werkend prototype van een applicatie ontwikkeld. Het ontwerp vertrekt vanuit het verhaal van de jongeren, hun leefwereld en speelt in op hun gedrag, beleving, noden en behoeften voor het gebruik van de ruimte. Tijdens dit traject werd aangetoond dat een digitale tool een grote meerwaarde kan leveren bij het betrekken van jongeren in het ontwerpen van de publieke ruimte. Er werden daarom ook concrete pistes uitgewerkt voor de doorontwikkeling van het prototype met de financiële steun van het Departement Omgeving en Departement Jeugd en in samenwerking met de opleiding Toegepaste Informatica.\n\nVoor de onderzoeksgroep Vital Cities ligt er een kans om YET als tool te implementeren in methodieken (design sprints, rapid prototyping, hackathons,…). Deze methodieken zullen uitgewerkt worden op basis van de principes van diepe democratie, waarderend onderzoek en design thinking. Op die manier kunnen we samen met de doelgroep tot innovatieve ideeën en concepten komen voor het ontwerp van de publieke ruimte. Hierbij wordt onderzocht hoe deze methodieken kunnen worden omgezet in concrete dienstverleningspakketten.\n\nNieuwe technologieën zoals AR, VR en XR kunnen de toepassingsmogelijkheden van de applicatie verder uitdiepen en versterken. Dit willen we graag verkennen binnen een groeitraject samen met de onderzoeksgroep TI en Hitlab.","summary":"Ontwikkeling van een jeugdgerichte app voor publieke ruimten, ondersteund door diepe democratie en innovatieve technologieën. Samen met jongeren en onderzoeksgroepen creëren we unieke ruimte-ervaringen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-001924","result_description":"Ontwikkeling applicatie:\n\nHet prototype zal in het project worden doorontwikkeld naar een werkende en volwaardige applicatie die voor iedereen vrij te downloaden is. Bedoeling van de app is jongeren de kans te bieden om hun eigen ideeën rond publieke ruimte vorm te geven en te delen met elkaar én beleidsmakers. Tegelijk is de applicatie een bruikbare beleidstool/participatietool die beleidsmakers kan helpen om betere beslissingen te nemen i.f.v. duurzame publieke ruimte van hun stad of gemeente.\n\nOpstellen van een onderhoud- en ondersteuningsmodel om de applicatie live te houden op de App- en Play Store gedurende x-aantal jaar. Rapportage van de resultaten van 2 testcases waarin de applicatie werd gebruikt. Marketing/communicatie/implementatieplan om de app bekend te maken onder jongeren.\n\nParticipatiemethodiek:\n\nVernieuwende participatiemethodieken op basis van de principes van diepe democratie, waarderend onderzoek en design thinking om samen met de doelgroep te komen tot innovatieve ideeën en concepten voor het ontwerp van de publieke ruimte. Dienstverlening en businessmodel: Participatie & co-creatie trajecten waarin YET als tool wordt gebruikt, op maat van verschillende doelgroepen en afhankelijk van het gewenste eindresultaat (van het genereren van ideeën tot effectieve uitvoeringsprojecten). Methodologie voor trajectbegeleiding en consulting. Primaire doelgroep zijn overheden, steden en gemeenten, scholen en verenigingen die op zoek zijn naar instrumenten om jongeren te betrekken in de ontwikkeling van een duurzame leefomgeving (variërend van speelplaatsen tot pleinen en parken). Secundaire doelgroep zijn jongeren; jongeren worden te weinig betrokken bij de invulling van publieke ruimte en binnen participatietrajecten. Er is ook interesse vanuit de private sector. Via congressen bereiken ons vragen omtrent het inrichten van buitenruimte rondom bedrijven, ten behoeve van de gezondheid van de eigen werknemers. Ook hiervoor zou de applicatie een handige en bruikbare tool kunnen zijn.\n\nGroeitraject:\n\nEen onderzoeksrapport waarbij de nieuwste technologieën - toepasbaar op een mobiele applicatie - onderzocht en besproken worden in functie van de YET applicatie. Draagt technologie bij tot een verbetering van de UX? Mogelijke obstakels/beperkingen van de technologie (bij gebruik in de applicatie)? Leidt de technologie tot eenvoudigere, snellere en kwalitatievere ontwerpen/resultaten? Uit het haalbaarheidsrapport zal waarschijnlijk blijken dat een of meerdere technologieën een meerwaarde kunnen vormen voor het groeitraject van de applicatie. Experimenten in de vorm van het ontwikkelen van een POC-applicatie met integratie van een nieuwe technologie en mogelijke zijtrajecten gekoppeld aan de applicatie kunnen hieruit voortvloeien. Interne kennis- en ervaringsuitwisseling met andere onderzoeksgroepen. Experimenten en mogelijke zijtrajecten gekoppeld aan de applicatie.\n\nDit project wil inspelen op het verhogen van de participatie van jongeren bij het herontwerpen van een (publieke) ruimte. Hiertoe worden zowel een participatiemethodiek als digitale tool (door)ontwikkeld."},{"description":"Het Biochemical Innovation Team maakt deel uit van de onderzoeksgroep Technologie van Odisee en verricht onderzoek naar biochemische aspecten van de valorisatie van biomassa/reststromen. De onderzoeksgroep vertrekt vanuit concrete praktijkproblemen en benadert deze uitdagingen vanuit een duurzaam perspectief. Waardevolle componenten worden uit biomassa geëxtraheerd, waarbij via ultrasone trillingen op een ecologische wijze een extract bekomen wordt.\n\nDe combinatie van de unieke reeds aanwezige expertise met de nieuwe onderzoeksinfrastructuur voor continue extractie draagt bij aan het tot stand brengen van technologische vooruitgang en innovaties bij de onderzoeksgroep en - dus later ook - bij verschillende ondernemingen. Het opent het toekomstperspectief van bioraffinage van bioactieve componenten. De bioactieve componenten in het extract worden geïdentificeerd en gekwantificeerd.\n\nHet investeringsproject draagt bij aan het uitbreiden van de bestaande onderzoeksinfrastructuur. Door het toevoegen van een bijkomende detector worden meer bioactieve componenten geïdentificeerd. Vervolgens wordt, voor toepassing in cosmetische producten, met een bijkomende microtiterplaatlezer met fluorescentiedetector het irriterend potentieel van het extract in kaart gebracht.\n\nDankzij deze aanvullingen kan de onderzoeksgroep (1) bovenop de houtreststromen (waarop nu de nadruk ligt), ook andere biomassa zoals voedselreststromen en reststromen van groen- en landschapsbeheer extraheren en analyseren, en (2) bijkomende toepassingsmogelijkheden in voeding, cosmetica of materialen valoriseren.","summary":"Het Biochemical Innovation Team van Odisee onderzoekt duurzame valorisatie van biomassa. Door continue extractie met ultrasone trillingen worden waardevolle bioactieve componenten geïdentificeerd en gekwantificeerd voor toepassing in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001925","result_description":null},{"description":"In het kader van dit project beoogt de opleiding Ontwerp en Productietechnologie (OPT) op de technologiecampus van Odisee in Gent een Computed Tomography-toestel (CT) te verwerven ter vervanging van het aanwezige analoge röntgenapparaat.\n\nDit toestel werkt op een oud procedé dat gebruik maakt van een röntgenbuis, grote negatieven en bijhorende ontwikkelvloeistoffen om na ongeveer één uur één 2D beeld te genereren waar met behulp van in het beeld aanwezige meetdraden een schatting gemaakt kan worden van bijvoorbeeld de grootte van lasinsluitingen in een gemaakte las.\n\nEen CT-toestel maakt een digitaal beeld door verschillende foto’s met verschillende settings te gaan uitvoeren zonder het produceren van afval en met als resultaat een digitaal 3D-beeld waarop gemeten kan worden.\n\nHet CT-toestel dat OPT wil aanschaffen moet een sterk modulerende bron hebben zodat stukken opgebouwd uit verschillende materialen (combinatie plastic/metaal) bekeken kunnen worden. Zowel aluminium als stalen proefstukken met wanden tot 1 cm dik moeten gemeten kunnen worden. Ook buislassen moeten gemeten kunnen worden. Gewicht van de objecten wordt beperkt tot 50 kg en qua volume moet er binnen een cilinder van diameter 25 cm en hoogte 30 cm gebleven worden.\n\nDe hier voorgestelde investering zal de slagkracht van de opleiding OPT op gebied van additive manufacturing (AM) verhogen omdat de steeds complexer wordende onderdelen zowel extern als intern op hun kenmerken zullen kunnen worden gecontroleerd. Het gebruik van 3D-geprinte stukken in industriële toepassingen, zeker waar falen kritisch is, zal de noodzaak naar het keuren van een geprint stuk alleen maar groter maken. Met een CT-toestel kunnen non-destructief geprinte stukken gekeurd worden.\n\nDit laat toe om een door het werkveld gestelde vraag naar de directe inzetbaarheid van 3D-geprinte reserve-onderdelen te gaan evalueren. Naast AM wordt het keuren van lassen een stuk eenvoudiger en minder arbeidsintensief. Dit zal zowel naar het onderwijs als het ondersteunen van bedrijven in de omgeving een grote toegevoegde waarde hebben en als dienstverlening kunnen worden ingezet.\n\nConcrete vragen vanuit het werkveld naar het analyseren van de werking van een laserlassysteem dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen die vooropgesteld waren, tonen aan dat dit CT-toestel zich onmiddellijk gaat lenen tot praktijkgericht onderzoek.","summary":"Odisee's OPT program aims to acquire a CT scanner for advanced imaging, enhancing additive manufacturing capabilities and weld inspection services for industry.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001926","result_description":null},{"description":"Aqua-ERF is het onderzoeks- en opleidingscentrum voor aquacultuur van de Odisee hogeschool. Alle onderzoek vindt plaats in Aquaculture Recirculating Systems (RAS) waarbij het vervuilde water afkomstig van de vistanken in verschillende stappen gezuiverd (mechanisch en biologisch) en geconditioneerd (zuurstof, temperatuur) wordt alvorens terug naar de vistanken gepompt te worden.\n\nAqua-ERF beschikt over onderzoek RAS A1, A2, A3 (3 identieke RAS met elk 4 tanken van 17 m²), B en C (nagenoeg identieke RAS met elk 18 tanken van 130-150 liter), RAS AK (24 tanken van 100L voor kreeftenonderzoek), RAS D (5 tanken voor larvale teelt van Lota) en KC1, KC2 en KC3 (koelcellen voor huisvesting Lota ouderdieren en ei-incubatie). De voorgestelde investeringen zijn uitbreidingen van bestaande RAS met als doel het uitbreiden van de onderzoeksmogelijkheden enerzijds en anderzijds de bestaande RAS optimaliseren (bijkomende automatisatie, meer energiezuinig maken, capaciteit verhogen).","summary":"Aqua-ERF, Odisee's aquacultuurcentrum, onderzoekt en traint in geavanceerde Recirculating Systems. Investeringen worden gedaan om onderzoeksmogelijkheden uit te breiden en bestaande systemen te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001927","result_description":null},{"description":"Het FACCE Surplus project ‘Upwaste’ richt zich op de ontwikkeling van een flexibel systeem voor de omzetting van residuen uit de agrovoedingsketen in biomassa van heterotrofe microalgen (Galdieria sulphuraria) en insecten (Hermetica illucens - zwarte soldatenvlieg (ZSV).\n\nHet project adresseert de uitdagingen van de landbouw, evenals de duurzame intensivering van de landbouwsector, het efficiënt gebruik van hulpbronnen en lagere emissies van broeikasgassen.","summary":"Het FACCE Surplus project 'Upwaste' ontwikkelt een flexibel systeem om agrovoedingsresiduen om te zetten in biomassa van microalgen en insecten. Het project draagt bij aan duurzame landbouw, efficiënt gebruik van hulpbronnen en vermindering van broeikasgasemissies.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001928","result_description":"De economische meerwaarde voor Vlaanderen van dit project zal tot uiting komen in een toename van het geproduceerde volume insecten. Momenteel wordt er bij kleinere kwekers een 100 kg insecten per maand geproduceerd. Wanneer men in staat is om het voedersubstraat te optimaliseren kan dit volume verhoogd worden tot 1 ton per maand zonder al te grote bijkomende investeringen van de insectenkweker.\n\nDaarnaast zal er ook een toename zijn in het aantal kwekers. Er wordt verwacht dat er na het beëindigen van het project 5 nieuwe kwekers gestart zullen zijn.\n\nVoor de primaire sector resulteert dit in een toename van de afzet van nevenstromen en daarmee gepaard gaand de reductie van afval. Dit zorgt voor een economische winst: het inzetten van deze nevenstromen in de insectenteelt maakt dat de kosten van afhalen en verwerken van de nevenstromen vervallen.\n\nDaarnaast vormen insecten een nieuwe, alternatieve teelt voor de land- en tuinbouwbedrijven zelf die op zoek gaan naar een verbreding van hun landbouwactiviteit. Insectenteelt biedt hiermee potentieel tot het economisch rendabeler maken van het landbouwbedrijf. Er is voornamelijk interesse vanuit akkerbouw, champignonteelt, witloofteelt, pluimvee- en varkenshouderijen (4321 bedrijven in totaal).\n\nOp het vlak van afzetmogelijkheden zijn er verschillende opportuniteiten die momenteel bekeken worden. In de huisdiervoeding of petfood (vogels, reptielen en honden) is men continu op zoek naar nieuwe eiwitbronnen. Sinds 1 juli 2018 is het binnen de EU officieel toegestaan om zeven insectensoorten te gebruiken als voeder in de aquacultuur (EU 2017/893).\n\nABN Amro (2016) berekende dat er in Europa een groeipotentieel is van minimaal 80 000 ton/jaar als 10% van het vismeel vervangen wordt door insecteneiwitten. Dat is vergelijkbaar met de volledige huidige varkenskweek in België. Naar verwachting zal in 2020 het gebruik van verwerkte insecten in pluimveevoeders eveneens toegelaten worden. Bovendien zoeken voederfabrikanten momenteel intensief naar alternatieve eiwitten, gezien de problematiek met het anti-ecologische karakter van bijvoorbeeld sojaschroot en vismeel.\n\nDeze nieuwe ontwikkelingen creëren nieuwe markten en daardoor mogelijkheden voor (nieuwe) insectenkwekers."},{"description":"1. Situering: Het personeelstekort is een uitdaging waar onze gezondheidszorg reeds geruime tijd mee kampt, maar die uitvergroot werd door de COVID-19 gezondheidscrisis (UNRIC, 2021). Een recent onderzoek door de HR dienstengroep Liantis (2022) bij directies van 73 zorginstellingen toonde aan dat maar liefst acht op de tien zorgorganisaties op dit moment een kritiek personeelstekort ervaren, in het bijzonder op vlak van verpleegkundigen. Oorzaken zijn onder andere een toenemende en meer complexe zorgvraag bij de patiënt, een verouderende beroepsbevolking, een toenemend aantal zorgverleners die door werkdruk en gebrek aan autonomie de sector verlaat en een afnemend aantal jongeren dat de arbeidsmarkt instroomt (Adriaansen, 2018).\n\nAanvullend evolueert de gezondheidszorg voortdurend en neemt medische kennis exponentieel toe (Densen, 2011; Corish, 2018; Chuang, 2021). Een deel van de oplossing om de uitstroom van verpleegkundigen te verminderen bestaat uit bijscholing. Verpleegkundigen zichzelf laten bijscholen, laat hen niet alleen toe om essentiële kennis en vaardigheden aan te scherpen, maar blijkt ook sterk motiverend te werken (Europese Commissie, 2022).\n\nImmersive Technology in Healthcare Training focust daarom op het aanbieden van een vormingsaanbod voor verpleegkundigen met behulp van immersieve technologie (ImT). ImT, zoals virtual, augmented en mixed reality, biedt opportuniteiten in het kader van opleiding binnen de zorg. Zo laat het toe om specifieke vaardigheden te oefenen in een veilige leeromgeving. Dit leidt niet alleen tot een betere kennisoverdracht (Woon et al., 2021), maar ook tot een hogere tevredenheid, zelfeffectiviteit en betrokkenheid wanneer ImT in het kader van bijscholing binnen de zorg wordt ingezet (Ryan et al., 2022).\n\nHoewel ook verpleegkundigen baat kunnen hebben bij bijscholing met ImT, wordt deze technologie vooral ingezet en onderzocht bij artsen (95%), in vergelijking met verpleegkundigen (slechts 3%) (Tang et al., 2021). Niettemin blijkt uit gesprekken met de begeleidingsgroep een grote vraag naar ImT-training wat betreft verpleegtechnische handelingen en communicatievaardigheden voor verpleegkundigen. Waarom benutten verpleegkundigen dit potentieel van ImT dan (nog) niet in Vlaanderen? Er is uitgebreide technische kennis aanwezig rond het ontwikkelen van ImT-trainingsmodules, maar ImT-ontwikkelaars hebben weinig voeling met de vereisten voor de vorming van verpleegkundigen.\n\nEr zijn dan wel vormingsorganisaties die zich toespitsen op bijscholing binnen de zorg, maar hen ontbreekt het dan weer aan kennis over ImT. Bijgevolg hebben zorg- en welzijnsinstellingen met een duidelijke interesse in bijscholing voor hun verpleegkundigen via ImT nog geen afgestemd aanbod beschikbaar. Synergie creëren tussen deze drie actoren is dan ook essentieel.\n\n2. Algemeen doel: Met dit project ondersteunde Thomas More zorg- en welzijnsinstellingen, ImT-ontwikkelaars en vormingsorganisaties binnen de zorg in drie belangrijke uitdagingen: 1) het bundelen, vertalen en verspreiden van kennis over ImT voor training van verpleegkundigen rond verpleegtechnische handelingen en communicatieve vaardigheden, 2) het versterken van de synergie tussen deze partijen en hun toepassingen om toekomstige ontwikkelingen beter op elkaar te kunnen afstemmen en 3) het introduceren van een onderbouwd plan van aanpak op maat van elke doelgroep.\n\n3. Onderzoeksplan: Naast het creëren van een overzicht van de in Vlaanderen beschikbare XR-opleidingen in de zorg volgens een beoordelingsmatrix, richtte het project zich voornamelijk op het ontwikkelen, implementeren en evalueren van drie opleidingsmodules voor zorg- en verpleegkundigen. Deze modules richtten zich op (1) klinisch redeneren, (2) omgaan met agressie en (3) wondzorg.\n\nAan de hand van co-creatie en kwalitatief onderzoek werd eerst de bestaande opleidingscontext van zorgprofessionals in kaart gebracht. In nauwe samenwerking met technologische partners werden vervolgens prototypes ontworpen en getest en iteratief aangepast. In een volgende stap werden de 3 modules verspreid over 12 zorginstellingen: Deelnemers (n= 150) kregen 30 dagen de tijd om met de training aan de slag te gaan, waarbij een minimum van drie sessies werd vereist. Zelfbeoordelingen en prestatiegegevens werden kwantitatief geanalyseerd via repeated measures ANOVA, op basis van vier vragenlijsten in combinatie met externe beoordelingsscores afkomstig uit de XR-software.\n\nOpen kwalitatieve vragen boden aanvullende inzichten in ervaren facilitatoren en barrières bij de implementatie. Bovenop het onderzoek naar de leereffecten, werd bijkomend ook nog een kwalitatief onderzoek gevoerd naar de redenen van drop-out onder voormalige deelnemers en een kwalitatieve studie naar de implementatie van XR-opleidingen onder studenten. Alle details van het onderzoek kan je terugvinden in het resultatenrapport op de projectpagina: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht","summary":"Tekort aan zorgpersoneel door COVID-19 crisis vraagt om innovatieve oplossingen. Thomas More project focust op ImT-opleiding voor verpleegkundigen. Synergie tussen partijen cruciaal. Meer info: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001929","result_description":"Het onderzoek laat zien dat XR-training in de zorg zowel leerwinst als haalbare implementatie oplevert. Bij klinisch redeneren stegen de objectieve simulatorscores na drie sessies overtuigend, terwijl de zelfinschatting (DNCR) stabiel bleef, wat wijst op echte vaardigheidsgroei zonder overschatting. In de wondzorg-module namen dan weer de geschatte eigen vaardigheden na één maand trainen en drie maanden retentie significant toe. De agressiehanterings-VR verhoogde het zelfvertrouwen om incidenten te de-escaleren met bijna één punt op de 11-punts CCPAI-schaal, een effect dat drie maanden later nog aanhield. Al verbeterde de gemeten DABS-vaardigheid trager en daalden trainingsscores uit de app licht na extensief experimenteren.\n\nOver alle modules heen bleken het informatieve, de geloofwaardigheid, het interactieve, het innovatieve en vooral ook het plezier om op deze manier te leren de sterkste drijfveren. Tijdsdruk tijdens shiftdiensten en de nood aan lokale ondersteuning voor zowel hard- als software vormden de belangrijkste obstakels. Duurzame uitrol vraagt ook een aparte trainingsruimte, stabiele wifi, voldoende brillen en een toegewezen XR-verantwoordelijke. Simulator-sicknessscores bleven overwegend laag en geen van de geanalyseerde covariaten (leeftijd, ervaring, misselijkheid, presence) beïnvloedde de leerresultaten significant.\n\nHet project bevestigt dat korte, plezierige en technisch goed ondersteunde XR-sessies zowel objectieve prestatieverbetering als duurzame motivatie kunnen genereren bij Vlaamse zorgprofessionals. Alle details van het onderzoek zijn te vinden in het resultatenrapport, dat te downloaden is op de projectpagina: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht."},{"description":"Zorgverleners vervullen een essentiële taak in onze maatschappij. Dat toont de huidige coronacrisis nogmaals aan. Maar een overdaad aan bijkomende, secundaire taken zoals goederenlogistiek en administratie verhoogt de tijds- en werkdruk van het zorgberoep nodeloos.\n\nHet project LogiCare AI beoogt het vereenvoudigen, automatiseren en optimaliseren van de logistieke keten binnen de zorginstelling door het inzetten van slimme technologie en voorspellende algoritmes.","summary":"Zorgverleners verdienen meer tijd voor zorg, niet administratie. LogiCare AI helpt de logistiek in zorginstellingen te vereenvoudigen en optimaliseren met slimme technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001930","result_description":"Resultaten\n\nDe resultaten zijn tweedelig. Ten eerste ontwikkelden we een implementatieplan met vier onderdelen: inspiratiegids, scan en benchmark datamaturiteitsmeting, ROI calculator en stappenplan voor implementatie. Ten tweede hebben we binnen drie Proof-of-concepts de potentiële kracht van data en AI binnen de zorglogistieke context verkend.\n\nEr werden vier tools vormgegeven:\n\n1) Inspiratiegids: een gids die de inzichten rond de mapping van goederenstromen, mapping van technologische mogelijkheden en de drempels en drijfveren van zorgmedewerkers. De inspiratiegids dient als eerste laagdrempelige kennismaking met AI die de ziekenhuismedewerkers kan inspireren rond wat AI voor hun en hun job kan betekenen.\n\n2) Scan & Benchmark datamaturiteit: binnen het project stelden we een datamaturiteitsscan op, maar konden we ook een benchmark uitvoeren binnen de Vlaamse ziekenhuizen. 28 van de 52 Vlaamse ziekenhuizen namen deel aan de studie (54% van de Vlaamse populatie). De profielen die zijn bevraagd bestaan voornamelijk uit IT-managers, dataverantwoordelijken en logistiek directeurs. Hieruit bleek dat ruim 7/10 bevraagde ziekenhuizen een centraal systeem hadden om data te ontsluiten maar dat nog niet alles hierin is opgenomen. 5 zorginstellingen hadden een volledig geïntegreerd systeem. De ziekenhuizen werden gescoord op drie grote dimensies: organisatie, cultuur en mensen.\n\n3) Business case & ROI calculator: Deze dynamische rekentool biedt drie manieren om de kosten van een AI-project in kaart te brengen. Ten eerste is er een basis kostenmodel dat doorrekent met deterministische schattingen. Ten tweede is er een kostenmodel dat opgebouwd is uit minimale en maximale verwachtingswaarden. Ten derde is er een Monte Carlo techniek toegepast om 1000 iteraties te genereren vertrekkende van de min/max waarden uit model twee. De ingestelde waarden zijn gebaseerd op deskresearch en interviews met experts. Daarnaast is ook een visuele weergave terug te vinden die de kosten uitzet ten opzichte van de opbrengsten.\n\n4) Implementatiegids: de implementatiegids is een stappenplan waarin tien stappen door een AI-project binnen de zorglogistiek wordt gelopen. Onderstaande stappen worden in de gids behandeld. Per stap worden de aanpak, leerlessen en aanbevelingen en gelinkte Logicare Tools besproken.\n\nDrie Proof-of-Concepts\n\nEr is bewust gekozen om voor het invullen van de PoC’s te vertrekken vanuit noden en opportuniteiten vanuit de verschillende spelers uit de BG (zorg/logistiek/technisch) en niet de technologie aan zich als leidende parameter te gebruiken. We wilden vermijden om een POC op te zetten die louter op technologische innovatie zou focussen. Elk lid van de Begeleidingsgroep vulde een matrix in waarbij een gebrainstormde longlist van mogelijke use cases werd gescoord op haalbaarheid en wenselijkheid. De meerwaarde voor iedere stakeholder hebben we als uitgangspunt genomen voor het definiëren van de PoC’s. Zo kwamen we tot de beschrijving van vier geselecteerde PoC’s.\n\n1) Optimalisatie van het operatiekwartier: Binnen deze PoC onderzoeken we de mogelijkheid van het automatisch genereren van de bill of material (BOM) of klaarzetlijsten bij een operatie in functie van de arts, patiënt, type ingreep, etc.\n\n2) Optimalisatie van de uitleendienst van bijzondere medische materialen: Hier gingen we na of medische hulpmiddelen van de uitleendienst voorspeld kunnen worden op basis van historisch gebruik en planning van opnames.\n\n3) Optimalisatie van stockbeheer van verdovende middelen: Hier onderzochten we of we kosten kunnen verlagen van de voorraadkost door middel van efficiënt aankoopbeleid dankzij historische data, actuele trends en zelflerende algoritmes.\n\nMeer resultaten zijn hier te vinden op https://thomasmore.be/nl/logicare."},{"description":"Dit project komt tot stand naar aanleiding van een groeiende trend die al enkele jaren aan de gang is. Namelijk, de steeds nauwere verweving van de wereld van Operationele Technologie (OT) en Informatie Technologie (IT). Deze ontwikkeling, in combinatie met de groeiende vraag naar IT-personeel en engineers, dwingt bedrijven om naar alternatieven te zoeken.\n\nEen van de mogelijke oplossingen die bedrijven momenteel aan het verkennen zijn, is het gebruik van Low-Code Application Platforms (LCAPs). De afgelopen jaren zijn verschillende LCAPs op de markt gekomen, elk met hun eigen voor- en nadelen. Sommige LCAPs zijn volledig gratis, maar hebben beperkingen of veiligheidsaspecten waar bedrijven rekening mee moeten houden. Aan de andere kant zijn er LCAPs met een prijskaartje, maar deze worden geleverd met een uitgebreide bibliotheek aan tools. Dit maakt het voor bedrijven die willen starten met LCAPs moeilijk om de juiste keuze te maken.\n\nVia dit TETRA-project zouden bedrijven een beter inzicht moeten krijgen in de verschillende mogelijkheden die LCAPs bieden. Ze kunnen ontdekken welk LCAP het meest interessant is op basis van prijs-kwaliteitverhouding voor hun Proof-Of-Concept (POC) of nieuwe applicatie.","summary":"Dit project speelt in op de toenemende convergentie tussen Operationele Technologie (OT) en Informatie Technologie (IT), en de groeiende vraag naar IT-personeel. Bedrijven experimenteren met Low-Code Application Platforms (LCAPs) om deze uitdagingen aan te gaan. Het TETRA-project biedt bedrijven inzicht in de verschillende LCAPs en helpt bij het selecteren van de meest geschikte op basis van prijs/kwaliteit voor hun projecten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001931","result_description":"Het doel van dit project was om bedrijven te ondersteunen bij het verkennen en toepassen van Low-Code Application Platforms. Dit gebeurde door kennis te verzamelen, te vertalen en breed te delen, aangevuld met praktische richtlijnen voor implementatie in diverse sectoren.\n\nHet project bestond uit drie onderdelen:\n1. Kennisinventarisatie: Vier relevante Low-Code platformen (Node-RED, PowerApps, Mendix en een open-source alternatief) werden geselecteerd en geanalyseerd. Drie platformen werden diepgaand onderzocht op technische mogelijkheden, economische impact, schaalbaarheid en compatibiliteit met OT-omgevingen. Dit gebeurde via deskresearch, praktijkervaringen en samenwerking met bedrijven, waarbij sterktes en zwaktes in kaart werden gebracht.\n2. Use cases: De verzamelde kennis werd toegepast in zes concrete use cases, die de inzet van Low-Code in verschillende bedrijfscontexten aantonen, zoals data-integratie, procesautomatisering en dashboardontwikkeling. Low-Code bleek effectief voor eenvoudige taken, maar complexere toepassingen vereisten aanvullende IT-kennis.\n3. Kennisverspreiding: De resultaten werden gedeeld via een projectwebsite, workshops en een beslissingsmatrix. De matrix helpt bedrijven bij het kiezen van een platform op basis van gebruiksvriendelijkheid, kosten en integratiemogelijkheden. Workshops boden hands-on ervaring met basis- en geavanceerde functionaliteiten van de platformen.\n\nResultaten zijn beschikbaar via https://thomasmore.be/nl/lowcode"},{"description":"De doelgroep van het MAESTRO project is hoofdzakelijk de Vlaamse Algensector, inclusief de mogelijke afnemers (verwerkers & consumenten).\n\nOp korte termijn zal het project duidelijk maken hoe de algenketen op een duurzame manier kan worden opgezet en met welke partners. Het netwerk dat verder zal worden onderzocht en uitgebreid binnen het VAP zal hierin een belangrijke rol spelen, aangezien via dit platform contacten tussen de verschillende schakels direct en eenvoudig worden gemaakt.\n\nDaarnaast wordt ook onderzoek gevoerd naar en gewerkt aan het verbreden van het draagvlak voor producten met microalgen. Door het identificeren van de knelpunten en het formuleren van beleidsadviezen, zullen de bevoegde instanties over een beter inzicht beschikken om een gunstig(er) klimaat voor de algensector te creëren. Daarnaast zal ook een breder draagvlak bij de consument en in de landbouw ervoor zorgen dat de afzetmarkt groeit. Parallel kan dan ook het aanbod (kweek en productie) opgeschaald worden.\n\nOp langere termijn zal in Vlaanderen de kennis over microalgen toenemen, hetgeen de biotech-industrie zal stimuleren om de ontwikkeling van technologie ook hier te laten plaatsvinden.","summary":"Het MAESTRO project richt zich op de Vlaamse Algensector en potentiële afnemers. Het project streeft naar een duurzame algenketen, samenwerking en draagvlak voor microalgen producten. Dit zal de groei van de afzetmarkt bevorderen en de biotech-industrie in Vlaanderen stimuleren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001932","result_description":null},{"description":"Sense to eXion is een project waarin we ondernemingen helpen om fysieke overbelasting te voorkomen bij hun werknemers. We zetten enerzijds in op sensibilisering en anderzijds op draagbare technologie zoals exoskeletons, preventieve orthesen en sensoren.\n\nHet hoofddoel is om bedrijven te sensibiliseren over fysieke overbelasting op de werkvloer. Daarbij leren we hen hoe ze slimme sensoren en exoskeletons kunnen inzetten om overbelasting op te sporen en aan te pakken. Bovendien willen we ondernemingen hun kennis vergroten over fysieke overbelastingen en over preventie met draagbare technologie. Dat doen we door hen actief te betrekken bij het uitvoeren van enkele cases. We geven ook advies over het ontwerp en de ontwikkeling van preventieve orthesen en exoskeletons. Daarnaast willen we werkposten matchen met hun risico’s én met mogelijke inzetbare technologieën om die risico’s te verminderen. Daarvoor ontwikkelen we een evidence-based productonafhankelijk keuze-instrument. Het zal ondernemingen helpen bij het maken van de juiste technologiekeuze. We willen ook studenten betrekken door de projectresultaten en tools te integreren in lessen en projecten en door workshops te organiseren.\n\nFysieke overbelasting leidt vaak tot musculoskeletale aandoeningen en die zijn de belangrijkste oorzaak van arbeidsongeschiktheid en verzuim op het werk. Bedrijven waar werknemers door zwaar werk, repetitieve handelingen of oncomfortabele statische houdingen gevoelig zijn voor musculoskeletale aandoeningen, zijn op zoek naar oplossingen om hun werknemers te helpen. De laatste jaren worden er veel exoskeletons en sensoren op de markt gebracht, maar de kennis over het gebruik en de inzetbaarheid is nog heel klein in het werkveld.\n\nDaarom is dit project relevant voor:\n• Ondernemingen die willen inzetten op de fysieke gezondheid van hun werknemers.\n• Ondernemingen waar risicovolle professionele activiteiten worden uitgevoerd zoals zwaar werk, repetitieve handelingen of oncomfortabele statische houdingen.\n• Verdelers en ontwikkelaars van slimme sensoren, exoskeletons of preventieve technologie.\n• Ondernemingen en organisaties die diensten aanbieden ter preventie van fysieke overbelasting.","summary":"Sense to eXion helpt bedrijven fysieke overbelasting bij werknemers te voorkomen met sensibilisering en draagbare technologie. Ons project vergroot kennis, biedt advies en keuze-instrumenten. Relevant voor bedrijven en ontwikkelaars van preventieve technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001933","result_description":"Binnen dit project zijn praktische tools en een matchmakingsinstrument op basis van een graafdatabase ontwikkeld om technologieën (zoals exoskeletons en sensoren) te koppelen en te implementeren in professionele activiteiten waar ze van toepassing zijn.\n\nDe tools zijn op maat gemaakt voor verschillende doelgroepen (preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, distributeurs, fabrikanten) en helpen bij:\n\n- Het in kaart brengen van risico's op de werkvloer\n- Het kiezen tussen mogelijke oplossingen (ergonomische aanpassingen, verhoging van belastbaarheid, gebruik van sensoren of exoskeletons)\n- Het selecteren van de passende technologie (exoskelet of sensor) voor jouw activiteit\n- Het implementeren van de technologie op de werkvloer en het verzamelen van feedback\n\nHet matchmakingsinstrument omvat een graafdatabase waarbij parameters van professionele activiteiten (zoals de kinematica van de werknemer, risico's, werkplekfactoren, organisatorische factoren) en parameters van de exoskeletten en sensoren (zoals gewrichtsfunctie, beperkingen, volume, afmetingen, enz.) met elkaar worden verbonden. Dit helpt bij het maken van een weloverwogen keuze voor de juiste technologie in elke situatie.\n\nDe tools en het matchmakingsinstrument zijn getest en gevalideerd aan de hand van casestudies op de werkvloer in Vlaanderen."},{"description":"Bij verspanen wordt overtollig materiaal van een ruwe vorm verwijderd om een product vorm te geven. Het is tot op heden een van de meest gebruikte productiemethoden in de maakindustrie.\n\nLaatste jaren ondervinden verspanende bedrijven steeds meer concurrentie van andere opkomende technieken (3D printing etc.). Hoewel verspanen an sich geen nieuwe technologie is, laten recente innovaties toe het proces te versnellen en verder te digitaliseren zodat Vlaamse bedrijven competitief blijven en hun winstmarges kunnen handhaven of vergroten.\n\nDit project wil inspelen op het versnellen van het proces en het reduceren van de gereedschapskost door slijtage te verminderen. Hoog Efficiënt Verspanen (HEV) is een recent ontwikkelde methode voor het plannen van freesbanen, die bovengenoemde doelen mogelijk maken.","summary":"Ontdek Hoog Efficiënt Verspanen (HEV) - versnelt en digitaliseert het verspaningsproces, verlaagt gereedschapskosten en verbetert winstmarges voor Vlaamse bedrijven. Innovatieve methode voor frezen in de maakindustrie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001934","result_description":null},{"description":"Dit project komt tegemoet aan de vraag van orthopedische bedrijven en zorginstellingen om het gebruik van hulpmiddelen op te volgen en te verbeteren. Met behulp van sensoren kunnen objectieve parameters opgemeten worden, waardoor eventuele problemen met hulpmiddelen vroegtijdig gedetecteerd worden. Dit leidt tot een optimale werking en gebruik van de hulpmiddelen en zo tot een verhoogde tevredenheid van de zorgvrager.\n\nDoor de interactie tussen technologische en klinische organisaties, zijn beide doelgroepen beter op de hoogte van elkaars noden en mogelijkheden wat de drempel verlaagt om geïnstrumenteerde hulpmiddelen te gebruiken. De doelgroep van voorliggend project bestaat uit orthopedische bedrijven, technologische bedrijven, artsen, ziekenhuizen en zorgvoorzieningen.\n\nDe toepassing van sensoren e.d. in medische, voornamelijk orthopedische, hulpmiddelen wordt binnen het project in eerste instantie ingezet om de therapietrouw bij patiënten te monitoren en verhogen. Dit is een belangrijk aspect in het gehele medisch proces, met potenties in de toekomst voor toepassingen in andere hulpmiddelen die eerder inzetten op de zelfstandigheid van patiënten, en voor uitbreiding naar de ontwikkeling van predictieve modellen die onder meer inspelen op de motivatie van patiënten.","summary":"Dit project verbetert het gebruik van medische hulpmiddelen door sensoren die problemen vroegtijdig detecteren. Het verhoogt de tevredenheid van zorgvragers en bevordert samenwerking tussen technologische en klinische organisaties. Therapietrouw wordt verbeterd en er zijn toekomstige mogelijkheden voor uitbreiding.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001935","result_description":null},{"description":"Koelsystemen werden tot voor kort zoveel mogelijk gemeden bij duurzaam bouwen in Noordwest-Europa, maar ook hier vormt zomercomfort garanderen met louter passieve maatregelen steeds meer een uitdaging.\n\nTen gevolge van de klimaatopwarming worden hittegolven tijdens de zomer immers minder en minder een uitzondering. Na dergelijke zomer zien we dan ook telkens meer airco’s op daken verschijnen, die op hun beurt de omgeving in dichte gebieden opwarmen.\n\nBovendien zijn er conflicten met andere duurzaamheidsstreven, zoals die naar compactere woonvormen, waarbij de stijgende interne warmtelasten leiden tot oververhitting. Blind blijven voor de toenemende comfort-gedreven vraag naar koeling in gebouwen is daarom niet duurzaam en geeft vrije baan aan inefficiënte en milieubelastende koelsystemen.\n\nIn dit project hebben we daarom de installatiewereld handvaten aangereikt om duurzame en correct ontworpen gebouwkoeling in de praktijk te brengen.\n\nEen uitdaging bij koelinstallaties is het beperken van de hoeveelheid koelmiddel met oog op de bijhorende milieu- en/of veiligheidsrisico’s. Door centrale koudeproductie en -distributie door indirecte (hydronische) koelsystemen kan dit in veel gevallen gerealiseerd worden.\n\nHet biedt bovendien de mogelijkheid om duurzame koelbronnen efficiënt in te passen en heeft potentieel om verwarming- en koelfunctie te combineren in distributie en afgiftesystemen (bv. oppervlaktesystemen, klimaatbalken, ventilo’s, …).\n\nDoor de flexibiliteit die hydronische systemen kenmerken, kunnen kosten gereduceerd worden of kan extra waarde gecreëerd worden voor bepaalde technieken.\n\nOm in de toekomst efficiënte en duurzame systemen voor gebouwkoeling te kunnen realiseren, heeft de installatiesector nood aan concrete handvaten. Koeling 2.0 heeft hiervoor praktische richtlijnen en gebruiksvriendelijke hulpmiddelen ontwikkeld voor selectie en dimensionering van de afgifte-, de distributie-, en de opwekkingscomponenten van koelinstallaties.\n\nDe focus lag hierbij op systemen met een centrale opwekking en (ijs)water als distributiemedium.","summary":"Efficiënte en duurzame gebouwkoeling is essentieel in Noordwest-Europa vanwege toenemende zomerhitte. Koeling 2.0 biedt praktische richtlijnen voor milieuvriendelijke koelsystemen met centrale koudeproductie en hydronische distributie. Dit vermindert koelmiddelgebruik en bevordert flexibiliteit en waardecreatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001936","result_description":"Producten en concepten voor afgifte, distributie en opwekking van koeling werden uitgebreid geëvalueerd op basis van bevragingen, metingen en simulaties met betrekking tot geleverde comfort, energiegebruik en complementariteit.\n\nDe reële cases en de labometingen waarin technieken in verschillende omstandigheden werden gedemonstreerd en geanalyseerd, werden uitgebreid gedocumenteerd. De data kunnen in detail geraadpleegd worden, in sommige gevallen ook real-time.\n\nDe verschillende analyses werden vertaald in een aantal uitgebreide infogidsen waarin de mogelijkheden en beperkingen van verschillende systemen voor opwekking, afgifte en distributie worden samengevat.\n\nNaast de selectietool voor koelsystemen, waar op basis van enkele ingestelde gebouw- en systeemparameters een voorspelling gemaakt wordt van de verwachte prestaties van verschillende systemen voor duurzaam koelen, werd een dimensioneringsmethodiek voor koeling ontwikkeld en doorvertaald naar een vereenvoudigde dimensioneringstool. Vernieuwend aan de methodiek is dat deze, doordat er laagdrempelig mee aan de slag gegaan kan worden, toegankelijk gemaakt werd voor installateurs. Dit kan door de sterk vereenvoudigde aanpak, het beperken van de inputgegevens en het combineren van verschillende aparte methoden, en dit met aandacht voor een aanvaardbare correctheid.\n\nAlle resultaten werden tot slot gebundeld op de website duurzamekoeling.be, waar ook de resultaten vanuit ander onderzoek werden geïntegreerd."},{"description":"In onze huidige belevingseconomie worden consumenten steeds veeleisender en het valt op dat zij een relevante en contextspecifieke benadering verwachten.\n\nIn de wereld van digitale marketing, gericht op klantervaring en merkperceptie, ligt de nadruk momenteel op het meten van impact na de campagne en zichtbaarheid, terwijl emoties en onbewuste reacties van klanten vaak worden verwaarloosd. Klanten verwachten om emotioneel betrokken te worden, wat marketeers motiveert om geavanceerde technologieën, zoals neuromarketing, te omarmen om een dieper inzicht te krijgen in (potentiële) klanten en hun ervaringen.\n\nNeuromarketing, ooit het terrein van fundamenteel onderzoek en multinationals, wordt nu toegankelijker door recente wetenschappelijke inzichten en geavanceerde technologieën. Toch blijft de toegankelijkheid en kennis over deze technologieën beperkt bij niet-R&D-intensieve marketingbureaus en KMO's.","summary":"Consumenten verwachten een relevante benadering in de digitale marketingwereld. Neuromarketing biedt dieper inzicht in klanten en hun ervaringen, maar de toegang tot deze technologieën blijft beperkt buiten R&D-intensieve bedrijven.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001937","result_description":"- 4 proof of concepts (PoCs)\n- Evaluatieverslag van elk van de PoCs (incl. kosten, technologische vereisten, vaardigheden, mogelijkheden en optimale implementatiemethoden)\n- Selectiematrix neuromarketingtechnieken ifv return on investment\n- Beslissingsboom ter ondersteuning van de juiste keuze qua techniek gebaseerd op de (onderzoek)svraag en beschikbare middelen\n- Checklists per geteste techniek (De checklists helpen bedrijven om de juiste vragen te stellen, inzicht te krijgen in de werkwijze van een agency en een samenwerking te kiezen die perfect aansluit bij hun doelen.)\n\nDisseminatie:\n- Begeleidingsgroep vergaderingen\n- Demo’s en workshops (op congressen)\n- Gastlessen en seminaries\n- Publicatie (4 artikels in vakbladmagazines)\n- Marktonderzoekbureaus, marketingbureaus, reclamebureaus en onderneming en eindgebruikers met elkaar in contact brengen rond het thema neuromarketing (netwerking)\n- Doorstroom van de resultaten naar de verschillende opleidingen binnen Thomas More\n\nZie ook: https://thomasmore.be/nl/neuromarketing"},{"description":"In november 2022 is het onderzoeksproject 'Presence' gestart bij Thomas More Research. Dit onderzoek, gesteund door Vlaio en de Presence-begeleidingsgroep, bestaande uit meer dan 20 bedrijven uit de Vlaamse mediasector, richt zich op het onderzoeken van digitale representaties van objecten, personen en verhalen en hoe deze in een virtuele omgeving kunnen worden gebracht.","summary":"Ontdek het 'Presence' onderzoeksproject van Thomas More Research, gesteund door Vlaio en 20+ bedrijven uit de Vlaamse mediasector. Verken digitale representaties in virtuele omgevingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001938","result_description":"KPI 1: Het project mikt op 12 (6) bedrijven die na afloop van het project (resp. na het eerste jaar) aangeven de bevindingen van het project te kunnen toepassen.\n\nKPI 2: 5 à 7 gedocumenteerde (3-4) validatie op basis van de pilootprojecten na afloop (na 1 jaar).\n\nKPI 3: Na afloop willen we dat er minstens 80 studenten (na het eerste jaar 40) van Thomas More bij het project betrokken zijn geweest.\n\nKPI 4: Ten slotte willen we dat de medewerkers actief deelnemen aan minstens 8 (4 na het eerste jaar) workshops, seminaries en dergelijke, al dan niet zelf georganiseerd."},{"description":"Wat is het doel van SIZE ZERO WASTE?\n\nHet doel van SIZE ZERO WASTE is om de slaagkansen van circulaire initiatieven bij Vlaamse kmo's in de kledingsector te vergroten. Dit door inzichten in de perceptie en acceptatie van duurzame en/of circulaire mode bij Vlaamse consumenten om te zetten in strategische communicatie en marktbenaderingsadviezen.\n\nWaarom SIZE ZERO WASTE?\n\nHet is duidelijk dat niet elke circulaire campagne even goed zal resoneren met jouw specifieke klant. Als er onvoldoende rekening wordt gehouden met consumenten en hun 'bereidheid om te betalen of mee te doen', is de kans groot dat veel circulaire initiatieven na tegenvallende resultaten weer in de prullenbak worden gegooid. Om dit tegen te gaan, wil SIZE ZERO WASTE de Vlaamse modeondernemers versterken in de ontwikkeling en uitvoering van hun circulaire initiatieven.\n\nWat is het plan van aanpak?\n\nThomas More Research en de Universiteit Antwerpen hebben expertise opgebouwd in duurzaam consumentengedrag, segmentatie en communicatievoorkeuren binnen duurzaamheid, ROI-berekeningen. Die kennis willen ze delen en uitwisselen met Vlaamse modeondernemers via het SIZE ZERO WASTE project.","summary":"SIZE ZERO WASTE verhoogt succes circulaire initiatieven Vlaamse kmo's door consumenteninzichten om te zetten in communicatieadvies. Samen met Thomas More Research en Universiteit Antwerpen worden modeondernemers gesteund in circulaire ontwikkelingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001939","result_description":null},{"description":"Situering\n\nJournalisten in mediabedrijven, content marketeers en communicatiemedewerkers worden als content makers met een gelijkaardige uitdaging geconfronteerd. Ze moeten omgaan met krappere budgetten voor content creatie en tegelijkertijd met voldoende kwaliteitscontent hun doelpubliek aantrekken en blijvend engageren. Dat is geen evidentie, des te meer omdat je vandaag als onderneming aanwezig moet zijn op een veelheid aan mediaplatformen om voldoende zichtbaar te zijn.\n\nHet efficiënter maken van de creatie en distributie van multiplatform content biedt in deze context voor zowel mediabedrijven als content marketing en communicatie-agentschappen een belangrijke opportuniteit. We zien een aantal gebieden waar technologie hierop inspeelt door het hergebruik van content ('content repurposing') op verschillende mediakanalen te ondersteunen. Dit doet het door bepaalde tijdrovende, weinig creatieve taken te automatiseren (bv. transcriptie, uploaden over verschillende kanalen) of ondersteuning te bieden in het creatief proces (bv. door contentsuggesties of het aanreiken van templates) zodat ook zonder uitgebreide technische of design expertise hoogwaardige content kan gemaakt worden.\n\nMediabedrijven zijn overtuigd zijn van een crossmediale benadering, maar velen zijn op zoek naar een manier om dit efficiënter en effectiever aan te pakken zowel op het vlak van creatie als beheer. Ze ontberen daarbij de tijd om nieuwe tools te ontdekken en leren gebruiken. Sommigen zijn zoekende in hoe deze tools strategisch in te zetten, anderen willen dan weer actief kennis uitwisselen rond multiplatform content marketing en strategie.\n\nDoelstelling\n\nMet UNTAPPED willen we ondernemingen en organisaties ondersteunen bij multiplatform content creatie en distributie door kennisopbouw en transfer over technologie die het hergebruik van mediainhoud (in een nieuw format en/of voor een nieuw publiek) en de publicatie ervan via diverse kanalen vereenvoudigt. Doelgroep zijn mediabedrijven (redacties, uitgeverijen, ...) die hun workflow willen optimaliseren, agentschappen actief in storytelling, content marketing en communicatie die hierrond kennis willen uitwisselen, ondernemingen en publieke organisaties met een marketing en/of communicatieteam dat zich verder wil professionaliseren.","summary":"UNTAPPED ondersteunt mediabedrijven en communicatie-agentschappen met efficiënte multiplatform content creatie en distributie via technologie. Doel: optimaliseren van workflow en kennisdeling voor hoogwaardige content.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001940","result_description":"Resultaten\n\nIn UNTAPPED realiseerden we twee belangrijke hulpmiddelen voor multiplatform publishing en contenthergebruik: de inspiratiegids en toolwijzer. Verder zetten we vier pilootprojecten op waarin we onderzochten hoe technologie multiplatform publishing en contenthergebruik kan. We leverden tot slot ook een trendrapport af waarin we inzoomen op het gebruik van en de interesse in AI-gedreven tools voor contentproductie, -distributie en -hergebruik.\n\nInspiratiegids\n\nIn de inspiratiegids maken we met voorbeelden, observaties en aanbevelingen inzichtelijk hoe organisaties via storytelling over verschillende mediakanalen connectie kunnen leggen met hun publiek en impact kunnen maken, hoe de organisatie een voedingsbodem vormt voor multiplatformprojecten en contenthergebruik, en hoe AI-gedreven tools hierbij van pas komen. Deze gids inspireert organisaties bij het op punt stellen, voeden of herzien van hun multiplatformstrategie.\n\nToolwijzer\n\nDe toolwijzer biedt dan weer een helder overzicht van tools voor contenthergebruik binnen de interessegebieden die we in het project hebben geselecteerd, nl. (1) het aanpassen van het format van content (interessant wanneer uitgebreid materiaal moet worden herwerkt naar kortere content voor online blogs en socials), (2) het schakelen tussen modaliteiten (interessant om content te verrijken voor online gebruik of content naar een ander kanaal te brengen, bv. blogtekst naar video voor socials), (3) tekstoptimalisatie (op punt stellen van je tekst voor online gebruik of een bredere doelgroep), (4) multiplatform publishing (workflow om op meerdere kanalen te publiceren faciliteren).\n\n4 pilootprojecten\n\nIn samenwerking met de begeleidingsgroep en de opleidingen binnen onze media & business school realiseerden we vier piloottrajecten waarbij we telkens vertrokken van een specifieke uitdaging in de praktijk: Hoe kan technologie ons helpen om…\n1. Longform content naar shortform te brengen?\n2. Te schakelen tussen modaliteiten, meerbepaald van tekst naar video?\n3. Teksten inclusiever te schrijven?\n4. Multiplatform workflows te vereenvoudigen en meer kosten-effectief te maken?\n\nDe gekozen interessegebieden vormen een selectie van een longlist van interessegebieden die voorafgaand werd opgesteld samen met high-level gebruikersvereisten voor de betrokken technologie. Deze worden op de website gerapporteerd. Voor elke piloot is ook een draaiboek opgemaakt.\n\nTrendrapport\n\nHet trendrapport ‘AI in publishing’ is een resultaat van een bevraging van organisaties die in België Nederlandstalige kranten, magazines of gratis pers uitgeven, met twee onderdelen:\n• Multiplatform publishing: Welke platformen en in het bijzonder digitale kanalen gebruiken zij om het doelpubliek te bereiken, en hoe zetten zij digitale kanalen in?\n• AI: Waar in de content workflow wordt AI ingezet? Voor welke doeleinden (gerelateerd aan contentproductie, -distributie en -hergebruik) wordt AI ingezet? En in welk stadium zit de implementatie (indien van toepassing)?"},{"description":"Draadloze communicatie wordt steeds vaker ingezet om snel en flexibel data te transfereren. Op technologisch vlak is een belangrijk aspect bij de ontwikkeling van IoT apparaten met draadloze interface, de balans tussen: energieverbruik, data rate en verbindingsafstand.\n\nVaak moet hier een compromis gesloten worden met de courant commercieel beschikbare chipsets voor draadloze communicatie of vallen bepaalde applicaties uit de boot. De technisch meest geschikte oplossing is vaak kostelijk in aankoop of gebruik. \n\nBovendien is het niet altijd mogelijk om de data binnen betrouwbare en vertrouwbare infrastructuur de houden.","summary":"Ontdek hoe draadloze communicatie IoT-apparaten efficiënter maakt met optimale balans tussen energie, data en bereik. Kies betaalbare oplossingen voor betrouwbare connectiviteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001941","result_description":"Het WiSLEEP-project heeft belangrijke stappen gezet in de introductie en validatie van WiFi HaLow-technologie voor IoT-toepassingen. Hiervoor werden diverse cases uitgewerkt.\n\nHet project leverde de volgende concrete resultaten op: \n\n(1) Trendwatching overzichtsrapporten; \n\n(2) Proof of concepts (PoCs): NewRaCom based sensor node, Development kit, NB-IOT demo, ESP32 WiFi NOW sensor to Cloud, MM6108 demo, IMX8 met NRC7394 in hostmode, NRC7394 Development bord; \n\n(3) Evaluatie- en analyserapporten: Verslagen van prestaties en energieverbruik bij real-world toepassingen, inclusief case-specific resultaten zoals bereik, betrouwbaarheid en datatransmissie; Vergelijkingen technologieën: Analyse van de balans tussen WiFi HaLow, NB-IoT, en Zigbee voor specifieke toepassingen. \n\n(4) Educatie en Kennisdeling: Projectwerk met studenten en begeleiding van bachelorproeven die aansluiten op de projectdoelen, Integratie van projectresultaten in opleidingsonderdelen.\n\nDe belangrijkste resultaten zijn beschikbaar via de projectwebsite: https://thomasmore.be/nl/wisleep"},{"description":"In dit project zetten we in op de kwantiteit en kwaliteit van individuele spreekkansen bij kinderen die baat hebben bij extra taalondersteuning. Spreekkansen zijn niet gelijk verdeeld in veel klassen. Dat ontneemt sommige kinderen kansen om aan hun taalvaardigheid te werken.\n\nVia heel gerichte observaties en handelingsplannen na die observaties willen we elk kind in de klas aan het woord laten komen en op die manier de taalvaardigheid opbouwen.\n\nDe observatietools die we ontwikkelen (observatietool voor kleuteronderwijs, observatietool voor eerste graad van het lager onderwijs, zelfreflectiescan voor kleuteronderwijs en zelfreflectiescan voor lager onderwijs) wakkeren het urgentiebesef aan en geven houvast aan leerkrachten om de interactiekwaliteit met en tussen de kleuters te verhogen.","summary":"We focussen op het verbeteren van spreekkansen voor kinderen die extra taalondersteuning nodig hebben. Onze observatietools helpen leerkrachten om de taalvaardigheid van elk kind te stimuleren en de interactiekwaliteit te verhogen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001942","result_description":null},{"description":"In onze hoogtechnologische Vlaamse kennismaatschappij is er nood aan wetenschappelijk geletterde burgers. Wetenschappelijke geletterdheid wordt in PISA (Programme for International Student Assessment) gedefinieerd als de vaardigheid om wetenschappelijke kennis te gebruiken om problemen te herkennen, nieuwe kennis te verwerven, wetenschappelijke fenomenen te verklaren en wetenschappelijke bewijzen te gebruiken om conclusies te trekken in verband met wetenschappelijke onderwerpen. Uit internationaal vergelijkend onderzoek naar wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid (PISA, 2018; TIMMS, 2019, Fadar et al., 2020) blijkt dat het Vlaamse onderwijs in vergelijking met andere OESO-landen zwak scoort. De kloof tussen de sterkst en de zwakst presterende leerlingen is in Vlaanderen groot. Onder zwakst presterende leerlingen merken we vooral leerlingen met lage SES en/of migratieachtergrond. Uit internationaal onderzoek blijkt dat cultuurresponsief lesgeven (CRL) leidt tot toenemende wetenschappelijke geletterdheid, vooral bij leerlingen met een lage SES en/of migratieachtergrond.\n\nCRL steunt op 4 pijlers zoals op de figuur hiernaast weergegeven. Eenvoudig vertaald en kort samengevat kunnen deze omschreven worden als volgt:\n- de leerkracht stelt hoge verwachtingen naar alle leerlingen en maakt die expliciet\n- de leerkracht maakt gebruik van het cultureel kapitaal van leerlingen\n- de leerkracht maakt ruimte voor de input van leerlingen\n- de leerkracht is zich bewust van zijn/haar eigen cultuur, heeft kennis van de cultuur van de leerlingen en promoot een kritische houding bij de leerlingen.\n\nFiguur 1: CRL – pijlers volgens Wallace et al. (2022)\nIn dit project ontwikkelen we didactisch (beeld)materiaal om leerkrachten te ondersteunen in het gebruik van CRL. We gaan na in welke mate leerkrachten zich bekwaam voelen in het toepassen van CRL en onderzoeken het effect ervan op de wetenschappelijke geletterdheid bij leerlingen met een lage SES en/of migratieachtergrond.","summary":"In onze kennismaatschappij is wetenschappelijke geletterdheid cruciaal. We ontwikkelen didactisch materiaal om leerkrachten te ondersteunen bij cultuurresponsief lesgeven, wat leidt tot verbeterde wetenschappelijke geletterdheid, vooral bij leerlingen met lage SES en/of migratieachtergrond.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001943","result_description":null},{"description":"Hoe beleven bi-culturele koppels hun relatie? Waarom zijn relaties van bi-culturele koppels kwetsbaarder? Hoe kunnen we – in co-creatie met het werkveld – komen tot een meer divers-sensitieve hulpverlening aan de groeiende groep van bi-culturele koppels? Die vragen staan centraal in dit project.\n\nOnderzoek leert dat het aantal en aandeel koppels met minstens één partner van niet-Belgische origine groeit, in België net zoals in andere EU-lidstaten. Koppels met minstens één partner van niet-Belgische origine kennen een hoger risico op echtscheiding.\n\nDit PWO-voorstel onderzoekt de duurzaamheid van relaties en de ondersteuningsnoden van bi-culturele koppels. Hiermee bedoelen we gemengde koppels met één partner van niet-Belgische origine en koppels waar beide partners een migratieachtergrond hebben. Deze koppels combineren meerdere culturele referentiekaders (“biculturaliteit”), ontwikkelen zo diversiteitscompetenties en kunnen zich meerdere culturele repertoires eigen maken. Dit stelt hen ook voor belangrijke uitdagingen.\n\nBi-culturele koppels en gezinnen geven aan dat er weinig informatie voorhanden is over het omgaan met meertaligheid, met verschillende verwachtingen vanuit de familie, keuzes in de opvoeding van de kinderen, ...\n\nBovendien ervaren ze soms weinig begrip en steun van hun omgeving bij het vormgeven van hun relatie en sluit hulpverlening nog onvoldoende aan bij de realiteit van bi-culturele koppels. Te vaak worden problemen toegedicht aan culturele verschillen. Hulpverleners en gezinsbeleid hebben nood aan een beter zicht op de toename van bi-culturele gezinnen, op de diversiteit binnen deze groep en op hun noden.\n\nMet dit PWO-project willen we de (diversiteits)competenties, veerkracht, uitdagingen, kwetsbaarheden en (ondersteunings)noden van koppels met minstens één partner van niet-Belgische origine onderzoeken. Vanuit deze inzichten willen we in co-creatie komen tot een breder, gerichter en divers-sensitiever aanbod aan gezinsondersteuning vanuit het werkveld. Dat doen we door een combinatie van:\n\n- kennisopbouw, om mensen in het werkveld meer inzicht te geven in bi-culturele gezinsdynamieken;\n- methodiekontwikkeling, in co-creatie met divers-sensitieve gezinsondersteuners, en\n- vormingen, uitwisseling en intervisies, om bij te dragen aan een meer divers-sensitief aanbod van gezinsondersteuning voor gezinnen met minstens één partner van niet-Belgische origine.","summary":"Dit project onderzoekt relaties van bi-culturele koppels en hun noden in hulpverlening. Het wil divers-sensitieve ondersteuning bieden door inzichten te delen en methodieken te ontwikkelen met stakeholders.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-001944","result_description":null},{"description":"In een tijd van stijgende bevolking en afnemende hulpbronnen, vooral in een zeer dichtbevolkt gebied als Noordwest-Europa, zijn duurzame alternatieven voor hulpbronnen voor voedsel nodig. Insecten kunnen er ook een van zijn. Als onderdeel van Interreg North-West Europe wil het ValuSect-consortium de transnationale samenwerking en exploitatie van onderzoek naar insecten als middelen voor de ontwikkeling van (half) afgewerkte voedingsproducten versterken.\n\nMomenteel voornamelijk gedreven door de vraag van gemigreerde gemeenschappen of door de ontwikkeling van nichemarkten, is de handel in insecten als voedsel in westerse landen beperkt, maar zou breed kunnen worden uitgebreid dankzij het ValuSect-consortium. De leidende partnerorganisatie is de Thomas More Hogeschool. Samen met deze leider maken 9 volwaardige leden en 8 geassocieerde partners uit 7 landen deel uit van dit transnationale project.\n\nOngeveer 30% van de EU-consumenten is bereid voedsel op basis van insecten te eten, een praktijk die ook wel entomofagie wordt genoemd. Het ValuSect-consortium wil een dergelijk niveau van perceptie verbeteren door de kwaliteit van de insectenproductie en -verwerking te verbeteren, inclusief de impact op het milieu. Er zal onderzoek worden gedaan naar de uitstoot van broeikasgassen, naar de impact van het substraat, naar voedselveiligheid en naar de houdbaarheid van het voedingsproduct.\n\nHet project zal gebruik maken van insectensoorten die het onderwerp zijn van een novel food dossier. Het zal zich richten op de ontwikkeling van een acceleratorprogramma voor voedselproducten op basis van insecten. In de vorm van verschillende bedragen aan vouchers voor het MKB, zal dit programma kennis overdragen aan bedrijven en actoren uit de hele toeleveringsketen. Dergelijke kennisoverdracht tussen belanghebbenden zal essentieel zijn voor de ontwikkeling van deze markt.\n\nHet verbeteren van de insectenproductie en de houding van de consument vormen de kern van het project dat ernaar streeft insecten een cruciaal onderdeel te maken van het duurzamere dieet van Noordwest-Europa van morgen.\n\nVanaf april 2021 ondersteunt het ValuSect-project niet alleen de ontwikkeling van insecten voor voedsel, maar breidt het ook zijn onderzoek en kennisoverdracht uit naar voer. Eind 2021 wordt een extra voucheroproep voor voer gelanceerd, waarmee MKB-bedrijven in de sector insecten als voer de kans krijgen om ook hun business een boost te geven.","summary":"In Noordwest-Europa stimuleert het ValuSect-consortium de acceptatie van insecten als duurzame voedsel- en voerbronnen. Onderzoek en kennisoverdracht bevorderen de marktgroei voor insectenproducten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001945","result_description":null},{"description":"De huidige populatie- en consumptiegroei drijft een groeiende stijging in de vraag naar voedselproductie in de landbouw. Tegelijkertijd doet een groeiend milieubewustzijn bezorgdheid rijzen over de impact van diverse landbouwpraktijken op biodiversiteit en ecosysteemfuncties.\n\nOmdat de nood om te voldoen aan die eisen verder benadrukt wordt door de onderlinge verbonden impact van klimaatsverandering, wordt de landbouwsector uitgedaagd om te beantwoorden aan de groeiende vraag naar voedsel via klimaat-geadapteerde methodes die de impact van de landbouw op de natuurlijke omgeving verlichten en de weerbaarheid tegen klimaatsverandering verhogen.\n\nOmgaan met deze uitdaging vereist een veelzijdige benadering, inclusief een geoptimaliseerd gebruik van nutriënten en een hogere tolerantie van gewassen tegen omgevingsstress. Hiertoe kunnen microalgbiostimulanten gebruikt worden als een innovatieve, bio-gebaseerde technologie om de landbouwopbrengst te verbeteren en gelijktijdig de ecologische voetafdruk van landbouw te verminderen.\n\nEchter, het beperkte wetenschappelijke draagvlak dat microalg-biostimulanten doeltreffend de landbouwefficiëntie verhogen, inclusief een tekort aan kennis over de onderliggende werkingsmechanismen, en dat microalg-biostimulanten geen risico’s met zich meebrengen voor de natuurlijke omgeving, belemmert de verdere ontwikkeling en vestiging van deze technologie.\n\nBovendien hangt het commercieel succes van microalg-biostimulanten af van een geoptimaliseerd kweekproces om een hoge opbrengst en een gestandaardiseerde samenstelling van microalg-producten te verzekeren. Het VIGOROUS onderzoek consortium speelt in op deze hiaten om een op bewijs-gebaseerde toepassing van microalg-biostimulanten toe te laten en om een wetenschappelijk-onderlegde biostimulant industrie te ondersteunen die de landbouwproductie op een duurzame wijze en met een toegenomen weerbaarheid tegen klimaatsverandering kan intensiveren.","summary":"De groeiende vraag naar voedselproductie in de landbouw vereist klimaat-geadapteerde methodes om impact op biodiversiteit te verminderen. Microalg-biostimulanten bieden innovatieve oplossingen, maar meer onderzoek is nodig voor effectiviteit en milieubescherming. VIGOROUS onderzoek ondersteunt duurzame landbouwproductie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001946","result_description":"Het algemene doel van VIGOROUS is het bevorderen van de praktische toepassing van microalgen in gewaswetenschappen. Daarnaast streeft het project naar het tot stand brengen van een op wetenschap gebaseerde biostimulantensector."},{"description":"De life course approach is een perspectief om gezondheid en welzijn te begrijpen en te bevorderen over de hele levensduur van een persoon. Men onderscheidt verschillende sleutelmomenten voor gezondheidsbevordering, waaronder bijvoorbeeld de eerste 1000 dagen van een kind, de adolescentie en preconceptieperiode.\n\nDe adolescentie is een periode waar veel ongezond gedrag ontstaat, waar de invloed van marketing, peer en sociale druk groot is en waar de ontwikkeling van bepaalde gewoontes tot problematisch gedrag kan leiden in de toekomst. Met dit project willen we via cocreatie inzetten op bewustwording en gezondheidsvaardigheden op vlak van gezondheidspreventie bij adolescenten.\n\nWe richten ons specifiek op leerlingen secundair onderwijs uit de B-stroom (1ste graad) en het BSO (2de en 3de graad), gezien uit onderzoek blijkt deze doelgroep veel extra winst kan halen met betrekking tot gezondheidspreventie en gezondheidsvaardigheden.\n\nIn het kader van dit onderzoek willen we vooreerst het huidige landschap rond gezondheidspreventie bij adolescenten via het onderwijs in kaart brengen. Vervolgens willen we inzicht krijgen in de noden op vlak van gezondheidspreventie bij leerlingen en leerkrachten in de B-stroom en het BSO.\n\nDaarna zullen bestaande preventiemethodieken en praktijkvoorbeelden geëvalueerd worden met behulp van Human Centered Design. Hierbij worden leerlingen en sleutelfiguren uit het onderwijs en het werkveld betrokken.\n\nDe resultaten van dit proces zullen gedissemineerd worden binnen het werkveld, binnen onderzoek, binnen het onderwijs en bij het brede publiek. In een vervolgproject kan op basis van de resultaten aanvullend en/of nieuw materiaal ontwikkeld en geïmplementeerd worden in de praktijk.","summary":"Bewustwording en gezondheidsvaardigheden bij adolescenten bevorderen via cocreatie in het onderwijs. Focus op B-stroom en BSO, met evaluatie van preventiemethodieken en betrokkenheid van leerlingen en leerkrachten.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001948","result_description":null},{"description":"Jonge kinderen kunnen hun klachten en symptomen moeilijk beschrijven of vragen om de zorg die ze nodig hebben. Daarbij heeft elke leeftijdscategorie specifieke aandachtspunten en kunnen kinderen sneller dan volwassenen decompenseren wanneer hun symptomen laattijdig worden opgemerkt.\n\nVerpleegkundigen die in hun dagelijkse praktijk slechts sporadisch in contact komen met kinderen, geven aan zich onvoldoende vertrouwd te voelen in de zorg aan het zieke kind. Uitgebreide training en het toepassen van een systematische aanpak rond de zorg voor een potentieel vitaal bedreigd kind is hierbij van cruciaal belang.\n\nDit onderzoeksproject heeft als doel een realistische leerervaring te ontwikkelen voor zorgprofessionals, werkzaam op een niet-pediatrische afdeling binnen een algemeen ziekenhuis aan de hand van een in situ simulatietraining.\n\nBij aanvang van het onderzoek wordt een literatuurstudie en werkveldbevraging uitgevoerd. Aan de hand van de vertaalde Pediatric Ward Nurses’ Caring Self-Efficacy Scale wordt een pretest en posttest van de self-efficacy voor de zorg aan het kind uitgevoerd bij verpleegkundigen op niet-pediatrische afdelingen.\n\nVerder wordt, in nauwe samenwerking met het werkveld, een in situ simulatietraining (ISS) ontwikkeld, bestaande uit een pre-learning, scenario’s en debriefing. Vervolgens wordt een praktische leidraad uitgewerkt voor de ontwikkeling en implementatie van in situ simulatietrainingen, dat door het werkveld, onderwijs en onderzoek gebruikt kan worden.\n\nBij afsluiting van het project zal een modulair trainingspakket ontwikkeld zijn om in situ simulatie toe te passen rond de systematische aanpak van de zorg voor een potentieel vitaal bedreigd kind op niet-pediatrische afdelingen. Dit pakket zal kunnen worden aangeboden via dienstverlening en mits enige aanpassingen breed toepasbaar zijn op verschillende settings en bij andere disciplines.\n\nDaarnaast zal het pakket gebruikt kunnen worden binnen het verpleegkundig onderwijs en voor de inscholing van nieuwe medewerkers. Er wordt verwacht dat door het gebruik van het trainingspakket de verpleegkundige zorg aan het kind geoptimaliseerd kan worden.","summary":"Verbeter de zorg voor zieke kinderen door verpleegkundigen op niet-pediatrische afdelingen te trainen met realistische in situ simulaties. Dit project ontwikkelt een modulair trainingspakket om de zorg voor potentieel vitaal bedreigde kinderen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001949","result_description":null},{"description":"Additive Manufacturing (AM) heeft de afgelopen 30 jaar zijn nut bewezen in diverse sectoren. Voornamelijk voor onderdelen in kleine oplagen, prototypes en op maat gemaakte onderdelen is dit vaak een kostenefficiënte oplossing. Een uitdaging waar de AM-sector mee kampt, is het beperkte materiaalportfolio. Daarnaast wordt het volledige potentieel om multi-materiaal componenten te produceren nog niet benut door Vlaamse ondernemingen.\n\nDit werd ook duidelijk in het recente CORNET-project Ad-Proc-Add I, waar de procesketen voor metalen AM-onderdelen wordt geoptimaliseerd. Echter, er werden alleen gangbare AM-materialen gebruikt. Maakbedrijven geven aan dat deze materialen niet altijd voldoen aan de eisen van hun klanten, vooral als het gaat om bedrijven die oorspronkelijk niet gespecialiseerd zijn in AM in de metaalverwerkende sector (bijv.: CNC- en lasbedrijven), die momenteel hun productieportfolio uitbreiden met AM.","summary":"Additive Manufacturing (AM) heeft in diverse sectoren bewezen een kostenefficiënte oplossing te zijn voor kleine oplagen, prototypes en op-maat-gemaakte onderdelen. Echter, Vlaamse bedrijven benutten nog niet volledig het potentieel van multi-materiaal componenten. Het CORNET project Ad-Proc-Add I optimaliseert de procesketen voor metalen AM-onderdelen, maar bedrijven ervaren beperkingen in het beschikbare materiaalportfolio.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001950","result_description":"Communicatie en bewustzijn: De projectresultaten zullen worden gecommuniceerd naar de gebruikersgroep tijdens en na het eindigen van het project. Dit door middel van 4 workshops, technologiebeurzen, opendeurdagen en direct contact met bedrijven. Casestudies geïmplementeerd in de gebruikersgroep van dit project zullen worden toegepast om de potentiële toepassingen en voordelen van de ontwikkelde ASM-procesketen te tonen.\n\nToepassingsgebied: Binnen twee jaar na afronding van het project zullen minstens 5 cases voor levensvatbaarheidsstudies worden afgerond. Op Campus De Nayer zullen kleine casestudies worden uitgevoerd en zullen de kosten/baten worden berekend en gedeeld met bepaalde bedrijven voordat ze aan grotere investeringen beginnen.\n\nImplementatie: Tegen het einde van het project zullen minstens 16 Vlaamse bedrijven een kennistoename over ASM hebben en hebben ze aangegeven die kennis in hun bedrijf te integreren. Ondersteuning voor implementatie op proces- en componentniveau in een bedrijf kan worden aangevraagd via VLAIO-projecten (bv. Ontwikkelingsproject)."},{"description":"Burnout van zorgverleners is een sterk onderschat probleem. Naast werkdruk, blijkt morele stress een belangrijke rol te spelen bij burnout. De ervaring dat je zorg niet overeenstemt met wat je zelf onder goede zorg begrijpt, de ervaring ook dat je team en je organisatie druk uitoefenen om die zorg te verlenen die je zelf niet oké vindt, zorgt voor sluipend gif dat werkplezier aantast, dat leidt tot het verlies van engagement en tot burnout.\n\nNochtans begint het proces van je aanpassen aan die ‘andere’ normen al van bij opleiding. Toch zien we zorgverleners die zich op een spontane manier (blijven) verbinden met collega’s en met zorgontvangers, een ‘manier van doen’ die sterk wordt gekenmerkt door speelsheid, onbevangenheid en vanzelfsprekendheid. Dankzij deze spontaniteit ontwikkelen zorgverleners een professionele identiteit die een sterk beschermende factor is voor burnout.\n\nDe belangrijke vraag is: hoe zorgen we ervoor dat zorgverleners hun spontaniteit kunnen behouden en behoeden, zelfs kunnen terugkrijgen? Nog een belangrijke vraag: hoe cultiveren we een ethiek van spontane morele actie in zorgverlening? Via actie-onderzoek willen we een vormingsmodule ontwikkelen die zorgverleners bewust maakt van het belang van spontaniteit en van hun aandeel in een teamklimaat dat hiervoor ruimte biedt.\n\nDeze interventietool versterkt vaardigheden m.b.t. ‘onbevangen kijken’, communicatie, (het gebruik van) humor en speelsheid om de kansen tot ‘spontane morele actie’ te vergroten. Samen met deze interventietool worden ook aanbevelingen uitgewerkt voor leidinggevenden die een belangrijke rol te spelen hebben in het creëren van de juiste randvoorwaarden hiertoe. Deze aanbevelingen worden geformuleerd op basis van focusgroepgesprekken waarin zorgverleners in gesprek gaan over socialiseringsprocessen en andere (groeps)dynamieken die spontaniteit belemmeren of net bevorderen.\n\nDaarnaast vinden ook interviews plaats met zorgverleners die blijk geven van spontaniteit. Door deze kwalitatieve onderzoeksresultaten te verbinden met filosofisch-ethische inzichten, willen we in de aanbevelingen ook schetsen wat er nodig is om een ethiek van spontane morele actie te vrijwaren en zelfs te versterken.","summary":"Zorgverleners ervaren burnout door morele stress en werkdruk. Spontaniteit en professionele identiteit zijn beschermend. Interventietool en leidinggevenden spelen cruciale rol bij behoud en bevordering van spontaniteit.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001951","result_description":null},{"description":"Circulair ontwerpen is een complex vraagstuk dat invloed heeft op alle facetten tijdens het ontwerpproces van een interieurproject. Het is cruciaal om de gepaste vragen te stellen op de juiste momenten tijdens het ontwerpproces.\n\nIn dit project ontwikkelen en testen we een begeleidingstraject dat interieurarchitecten ondersteunt bij hoe ze het ontwerpproces van een interieurproject meer circulair kunnen maken. We bieden ondersteuning in de vorm van step-by-step guides, individuele begeleiding, worksheets, ideation tools, enzovoort.\n\nHierbij focussen we op alle facetten waarmee een interieur te maken krijgt: zowel de losstaande producten in een interieur, de ruimtelijke omgeving als de niet-tastbare diensten/elementen gekoppeld aan het interieur.\n\nDe leerlessen die we in dit project capteren, delen we op een opensource online leerplatform specifiek voor de interieursector. Het hoofddoel van dit leerplatform is om de ontwerper te voeden met achtergrondkennis om juiste circulaire beslissingen te nemen, aangeboden op cruciale momenten tijdens het ontwerpproces. We willen inspireren met best practices zowel binnen als buiten de sector en verbinden met potentiële nieuwe partners om zo een optimalere circulaire waardeketen te bekomen.","summary":"Dit project ontwikkelt een begeleidingstraject voor interieurarchitecten om circulair ontwerpen te bevorderen. Leerlessen worden gedeeld op een online platform om kennis te delen, inspireren met best practices en partners te verbinden voor een optimale circulaire waardeketen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001952","result_description":"Er bestaat reeds een grote hoeveelheid aan informatie die zowel kwalitatief als kwantitatief circulaire strategieën vertaalt specifiek naar de bouwsector. Toch is het niet altijd even duidelijk voor een interieurarchitect/vormgever waar welke informatie te vinden is, en of deze bruikbaar is in het speelveld van de interieursector.\n\nMet dit project trachten we specifiek voor deze sector de nodige informatie te bundelen en te vertalen naar hun specifieke ontwerpproces. Om deze informatie zo optimaal als mogelijk in te werken in het ontwerpproces berusten we ons op reeds bewezen design thinking principes. Hiervoor leggen we de focus op 3 verschillende hoofddoelen:\n\nSensibiliseren\nWe bieden de ontwerper een format aan die de nodige achtergrondkennis aanreikt omtrent de circulaire economie en aan de hand van gepaste kritische vragen op het juiste moment tijdens het ontwerpproces zijn ontwerp stuurt naar een circulairder alternatief. Aan de hand van bijvoorbeeld worksheets, checklists, ideation tools, individuele begeleiding, ...\n\nInspireren\nBelangrijk is dat de aangeboden informatie en tools op een gepaste wijze worden bijgestaan door inspirerende good-practices (zowel in de interieursector als hierbuiten). Deze hebben het potentieel om het toch wat theoretischer luik van de circulaire economie te vertalen naar concrete cases. Deze hebben anderzijds ook het potentieel om de meerwaarde en de haalbaarheid van bepaalde circulaire strategieën na te gaan.\n\nVerbinden\nSamenwerking vormt de sleutel tot circulaire economie. Om de circulaire economie te doen slagen is het belangrijk om de gehele waardeketen in het ontwerp te definiëren en al de verschillende stakeholders optimaal te betrekken in het ontwerpproces. Aan de hand van worksheets wordt de ontwerper geholpen met het in kaart brengen van zijn specifieke waardeketen en ondersteund in het opnemen van nieuwe contacten."},{"description":"Met het project Immersive Mental Health onderzoeken we hoe virtual reality gecombineerd met wearables kan worden ingezet om zowel cliënten, patiënten als zorgprofessionals te helpen ontspannen.\n\nHet Immersive Mental Health-project wordt uitgevoerd door onderzoekers van het expertisecentrum Zorg en Welzijn (onderzoeksgroep Mobilab & Care en de onderzoeksgroep Mens en Welzijn) met steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (Tetra-programma). Tijdens het project werken we nauw samen met organisaties en bedrijven die het mentaal welbevinden van zorgvragers én hulpverleners willen verbeteren door gebruik te maken van immersieve technologieën, zoals virtual reality, en van draagbare technologieën (wearables) voor het meten van hartslag, ademhaling en andere biofeedback tijdens hun beleving.\n\nImmersieve technologie omvat elke vorm van technologie die de realiteit uitbreidt of een nieuwe realiteit creëert, bijvoorbeeld virtual reality (VR), augmented reality (AR), 360° video, mixed reality (MR) en immersive room of cave VR. Deze technologieën zorgen als het ware voor een gevoel van onderdompeling (immersie) in een kunstmatige omgeving, die de werkelijke omgeving vervangt of aanpast, zodat gebruikers zich laten meeslepen door de nieuw gecreëerde omgeving. In dit project werken we met VR en 360° video die ervaren worden aan de hand van een VR-bril (headset).","summary":"Ontdek hoe virtual reality en wearables in het Immersive Mental Health-project cliënten, patiënten en zorgprofessionals kunnen helpen ontspannen. Onderzoekers van Zorg en Welzijn werken samen met bedrijven om het mentaal welzijn te verbeteren met immersieve technologieën zoals VR en wearables.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001953","result_description":"- Trendwatching:\nOverzichtsrapport via projectsite en projectblog, presentaties op gebruikersgroep, artikel in vakblad\n\n- PoC co-creatie:\nOverzicht van de vier cases met bondige omschrijving van de case en de contexten waarin deze geïmplementeerd zullen worden\nFunctionele specificatie en top level architectuur van een VR relaxatie applicatie met biofeedback\nRisico assessment verslag met design aanbevelingen volgens ISO 14791\nHigh-end en low-end VR relaxatie toepassing met biofeedback voor de PoCs\n\n- Pilots zorgverleners en patiënten:\nImplementatiehandleiding\n2 SMEC-aanvragen, MEC aanvraag\n\n- Effectiviteit:\nEvaluatieverslagen\n\n- Disseminatie & valorisatie:\nBelangrijkste projectresultaten worden verspreid via website en projectblog (www.immersivementalhealth.be) voor ruim publiek\nPublicaties in (inter)nationale journals en vaktijdschriften\nLezingen op (inter)nationale congressen en symposia (netwerking)\nWorkshops, bijscholingen of gastcolleges (netwerking)\nCommunicaties via online media\nProjectwerk met studenten, begeleiding van bachelorproeven, integratie van projectresultaten in opleidingsonderdelen binnen de verschillende opleidingen"},{"description":"Met het INFINITEX-project streven we naar een zichtbare en meetbare vooruitgang op het gebied van het verlengen van de levensduur of het intensiever gebruik van consumententextiel. Dit omvat dames-, heren-, kinder- en huishoudlinnen. We willen dit realiseren door het opzetten, testen en verbeteren van nieuwe businessmodellen. Voorbeelden hiervan zijn terugname en herverkoop, verhuur-, leen- en deelmodellen, en het aanbieden van services zoals sorting-aaS, washing-aaS en repair-aaS. Hierbij ligt de focus met name op de volledige ontzorging van de reverse logistics.\n\nOm dit doel te bereiken, gaan 7 Vlaamse textielondernemingen een samenwerking aan met de koepel van de sociale economie. Hierbij worden ze ondersteund door flankerende technologieondernemers en Thomas More Hogeschool. Samen zetten zij een Living Lab op om kennis te delen met het ecosysteem en de bredere samenleving.","summary":"Met INFINITEX willen we consumententextiel langer laten meegaan door nieuwe businessmodellen en services te testen, zoals terugname, verhuur en repair. 7 Vlaamse textielbedrijven, sociaal-economische koepel en technologiepartners werken samen in een Living Lab.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001954","result_description":"Hieronder vindt u de gecorrigeerde tekst:\n\nPresentatie CBM in de mode en casestudies best practices.\nProcestekening circulaire businessmodellen.\nRapport over de rol van sociale economie bij levensduurverlengende businessmodellen.\nService blueprint en businessmodel canvas logistieke hub (ism KWA).\nService blueprint en businessmodel canvas wasstraat (ism Alternatief).\nService blueprint circulaire businessmodellen (repair, takeback & resale en rental).\nOntwikkeling Circle scan met een aanbevelingen rapport (inclusief systeem-map, product-analyse, verkoopkanaal-map).\nOntwikkeling technologiewijzer en software bij elke schakel (WP2 + bevindingen uit WP3).\nOntwikkeling communicatiewijzer adhv onderzoek koopgedrag."},{"description":"Situering\n\nDe creatieve industrie is voortdurend op zoek naar manieren om efficiënter en sneller content van hogere kwaliteit te produceren. De opkomst van generatieve Artificiële Intelligentie (AI) is in dit opzicht een gamechanger. Maar is Vlaanderen klaar voor deze stormgolf? Een aantal kritische obstakels kunnen de adoptie van generatieve AI bemoeilijken, er is nood aan bewustzijn over de mogelijkheden en beperkingen van de technologie, technische en praktische kennis om de technologie te benutten, inspiratie en use cases om deze creatief toe te passen, en een kader om deze economisch duurzaam en maatschappelijk verantwoord in te zetten.\n\nDoelstelling\n\nMediaGenie wenst Vlaamse media & entertainment organisaties en professionals de nodige inzichten en instrumenten te geven om generatieve AI op een innovatieve, effectieve en efficiënte manier in te zetten. We richten ons daarbij in het bijzonder op media- en digital entertainmentbedrijven, uitgeverijen en eventsorganisatoren.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\n• Hoe zal generatieve AI vorm geven aan creatief werk en de waardeperceptie beïnvloeden van content zowel bij makers als het publiek?\n• Hoe kunnen we media- en entertainmentprofessionals praktisch ondersteunen om in interactie te gaan met deze AI modellen en tot optimale resultaten te komen?\n• Waarin ligt de meerwaarde van deze technologie voor de sector? En hoe kunnen we deze op een economisch duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier toepassen?\n\nMethodiek/werkplan\n\nIn WP1 worden de beschikbare generatieve modellen geïnventariseerd en de huidige workflows binnen de kerndomeinen (media, entertainment, publishing en events) in kaart gebracht. Zo identificeren we opportuniteiten die we samen met de begeleidingsgroep herleiden tot vier interessegebieden. WP2 richt zich op de implementatiestrategie en het inzichtelijk maken van menselijke, commerciële, technologische, ethische en juridische overwegingen rond het implementeren van generatieve AI binnen organisaties aan de hand van expertinterviews en trendanalyse. In WP3 werken we samen met de begeleidingsgroep om vier proof-of-concepts (PoC’s) te definiëren op basis van de interessegebieden uit WP1.","summary":"Ontdek hoe generatieve AI de creatieve industrie kan transformeren en meerwaarde kan bieden. MediaGenie ondersteunt Vlaamse media & entertainment professionals met inzichten en tools voor innovatief en efficiënt gebruik van deze technologie. Samen verkennen we mogelijkheden en implementatiestrategieën voor een duurzame en verantwoorde inzet.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001955","result_description":"4 gevalideerde piloten. Prompting Toolkit en stappenplan ter ondersteuning. Toolwijzer. Implementatiegids.\n\nInzichten te verspreiden via online kennishub, roadshow, talks, projectwerk met de opleiding."},{"description":"De residentiële ouderenzorg kampt met een personeelstekort, wat een negatieve invloed heeft op de motivatie en tevredenheid van medewerkers. Dit leidt tot ziekteverzuim, burn-out en hoge personeelsverloop. Hierdoor is de toekomst van de sector onzeker en soms zelfs angstaanjagend. Het vinden en behouden van geschikt personeel is een grote uitdaging voor woonzorgcentra, mede door het negatieve imago van de sector.\n\nHet doel van het project is om woonzorgcentra te inspireren en ondersteunen bij het behouden van bestaand talent en aantrekken van nieuw talent. Het is essentieel dat woonzorgcentra inzicht krijgen in de behoeften en positieve aspecten van hun medewerkers om hun personeelsbeleid daarop af te stemmen.\n\nOm te beginnen zullen good practices in kaart worden gebracht, waarbij gekeken wordt naar hoe woonzorgcentra momenteel omgaan met hun personeel en hoe ze zich profileren. Dit gebeurt door middel van een online enquête bij alle West-Vlaamse woonzorgcentra, met focus op leiderschap, ontwikkeling, training en interprofessionele samenwerking.\n\nVervolgens zullen in vier West-Vlaamse woonzorgcentra interdisciplinaire dialogen plaatsvinden via workshops om inzicht te krijgen in de redenen waarom medewerkers blijven ('intentions to stay'). Daarnaast wordt de motivatie en overtuiging van nieuwe medewerkers in kaart gebracht, evenals van studenten in zorgopleidingen.\n\nDe resultaten van het onderzoek zullen nieuwe inzichten en aanbevelingen opleveren voor woonzorgcentra om een stabiel personeelsbeleid te voeren, gericht op duurzame inzetbaarheid en retentie. Door beter in te spelen op de behoeften van het personeel kunnen woonzorgcentra niet alleen huidige medewerkers behouden, maar ook nieuw talent aantrekken, wat leidt tot hogere jobtevredenheid en een betere zorgkwaliteit.\n\nHet valoriastieplan zal het werkveld prioriteren en de aanbevelingen zullen worden gedeeld via artikelen en onderzoeksrapporten. Een praktische toolbox zal organisaties ondersteunen bij veranderingen. De inzichten kunnen dienen als basis voor verder onderzoek en worden geïntegreerd in onderwijsactiviteiten.\n\nDe onderzoeksresultaten zullen ook verspreid worden via kennisclips, storytelling, video's en podcasts om het werkveld en de buitenwereld te bereiken. Dit zal niet alleen inspireren, maar ook een positieve invloed hebben op de beeldvorming van de sector, waardoor woonzorgcentra actief aan de slag kunnen met de resultaten en thematiek.","summary":"De ouderenzorg lijdt onder personeelstekort met negatieve gevolgen. Project wil inspireren en ondersteunen om talent te behouden en aantrekken. Onderzoek leidt tot aanbevelingen voor stabiel personeelsbeleid en verbeterde zorgkwaliteit. Inzichten verspreid via diverse kanalen om sector positief te profileren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001956","result_description":null},{"description":"Waterstof wordt steeds vaker als een belangrijke drager van duurzame energie beschouwd. Dit vereist dat waterstof op duurzame wijze wordt geproduceerd door elektrolyse van water met behulp van hernieuwbare energiebronnen zoals wind- of zonne-energie. Helaas is dit proces momenteel beperkt door de lage energie-efficiëntie van huidige elektrolyse-installaties (Younas et al., 2022)[1], wat leidt tot hoge productiekosten, beperkte productiecapaciteit en een minder aantrekkelijke businesscase voor waterstofproducenten. Dit beperkt tevens de mogelijkheden voor gebruikers om deze groene waterstof te adopteren en de transitie in te zetten naar een waterstofeconomie.\n\nOm deze uitdagingen het hoofd te bieden, onderzoekt dit PWO-project het procesoptimalisatiepotentieel van elektrolyse-apparatuur door het hergebruik van nevenstromen, zoals energie (elektriciteit en warmte) en massa (zuurstof, waterstof, water, …). Dit wordt uitgewerkt op de Solyzer, de waterstofproductie-installatie van VIVES. In de eerste fase worden de nevenstromen gekwantificeerd en wordt gezocht naar manieren om deze efficiënt in te zetten. In de tweede fase worden deze verbetermogelijkheden doorgevoerd in de installatie en in de derde fase getest en geëvalueerd aan de hand van gebruikersprofielen.\n\nNaast het optimaliseren van het elektrolysetoestel is het doel eveneens om de kennis en integratie van energiezuinige oplossingen te vergroten door middel van demonstraties met de geoptimaliseerde Solyzer. De opgedane kennis en expertise worden gedeeld met bedrijven, organisaties en het brede publiek om waterstof als duurzame energiebron te promoten. Studenten en docenten zijn ook betrokken bij het project om hen voor te bereiden als toekomstige experts op het gebied van innovatieve technieken.","summary":"Optimalisatie van elektrolyse voor duurzame waterstofproductie, met focus op efficiëntie en kostenbesparing. Project deelt kennis en promoot waterstof als groene energiebron.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001957","result_description":null},{"description":"Waterstof kan dienen als brandstof voor verbrandingsmotoren (H2 ICE) en is een realistisch alternatief om toepassingen met hoge vermogens te verduurzamen. Dit geldt met name voor lange-afstandsgoederenvervoer en off-road voertuigen zoals constructie- en landbouwmachines, waarbij elektrische aandrijvingen niet aan de specifieke eisen kunnen voldoen.\n\nHet doel van dit project is om de technische haalbaarheid van deze technologie voor dergelijke toepassingen te onderzoeken en de opgedane kennis te gebruiken voor educatie, testmogelijkheden en demonstratie van waterstofverbrandingsmotoren. Dit zal worden gedaan door een overzicht te geven van bestaande technologieën en hun ontwikkelingsfase, het ontwikkelen van een praktische demonstratie opstelling en het onderzoeken en testen van deze nieuwe technologie in reële situaties.\n\nDe kennis die wordt opgedaan, zal worden gebruikt om cursussen en practica te ontwikkelen voor studenten en technici, zodat opleidingen en trainingen op dit gebied kunnen worden verzorgd. De opstelling kan ook worden gebruikt als testoptelling voor bedrijven, zodat technici de motor kunnen begrijpen en leren integreren in hun toepassing. Het systeem kan tenslotte ook dienst doen als demonstratiemodel voor zowel professionals als het brede publiek, om de voordelen van waterstofverbrandingsmotoren te ontdekken.","summary":"Waterstof als duurzame brandstof voor krachtige voertuigen. Onderzoek, educatie en demonstratie van waterstofverbrandingsmotoren voor lange-afstandsgoederenvervoer en off-road voertuigen. Ontwikkeling van praktische opstelling en trainingen voor studenten en technici.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001958","result_description":null},{"description":"Europese en Vlaamse beleidsstrategieën, versneld door klimaatverandering, zetten sterk in op leefbare steden. Stedelijke groeninfrastructuur, met bomen als belangrijkste component, draagt bij aan deze leefbaarheid door middel van ecosysteemdiensten die toenemen naarmate bomen groter worden. Echter, de stedelijke omgeving maakt het vaak moeilijk om bomen zowel groot te laten groeien als optimaal te laten gedijen, waardoor het gewenste effect in de praktijk uitblijft. De essentie is dat stedelijke bomen maximaal moeten renderen om een goede en blijvende investering te zijn. De bomen moeten dus gezond zijn. De kern van dit verschil tussen beleid en praktijk ligt in een gebrek aan structurele organisatie en communicatie.\n\nTen eerste vereist groeioptimalisatie data en indicatoren die tot op heden niet structureel zijn geïntegreerd in het beheer, waardoor het moeilijk is om te beoordelen of bomen goed groeien of niet. Ten tweede is het voor het beleid lastig om de positieve effecten van bomen minder abstract te communiceren naar burgers en interne en externe diensten.\n\nHet Internet of Trees (IoTrees) platform wil een oplossing bieden voor de uitdagingen van groeioptimalisatie en de abstracte communicatie van de voordelen van bomen. Het IoTrees platform is een modulair platform dat stedelijke bossen slimmer en toegankelijker wil maken voor beleid, beheer en de maatschappij, inclusief burgerwetenschappers. Modulair betekent dat het kan worden toegepast op verschillende schaalniveaus, variërend van kleine projectlocaties tot hele steden. Door het verzamelen van data via sensoren (real-time logging) komt optimalisatie van de ecosysteemdiensten van het stedelijke bos binnen handbereik.\n\nHet project omvat drie casestudies waarbij de opgedane kennis wordt gecombineerd met een valorisatietraject om te komen tot een IoTrees platform waarbij de meerwaarde voor belanghebbenden wordt aangetoond. Het valorisatietraject is in overleg met de sector ontwikkeld. Het project rolt IoTrees uit in:\n\n- Een bemalingscasus waarbij automatische irrigatie wordt toegepast, aangestuurd door de boom zelf. Het doel is om zowel de meerwaarde van automatische irrigatie aan te tonen als te laten zien dat IoTrees kan worden ingezet bij kleine projecten. Deze casus richt zich vooral op de technische aspecten van IoTrees.\n\n- Een businesscasus waarbij de nadruk ligt op het kwantificeren en monetariseren van de toegevoegde waarde van IoTrees bij het planten van jonge bomen. De onderzochte toegevoegde waarde is drievoudig:\n\n1. Maakt IoTrees efficiënter gebruik van water?\n2. Verlaagt IoTrees het aantal bomen dat sterft (effectiviteit)?\n3. Vermindert IoTrees de kosten voor nazorg (efficiëntie)?\n\n- Een monitoringscasus waarbij de focus ligt op het opschalen van IoTrees om het stedelijke bos te monitoren voor onderzoeksdoeleinden. Hierbij worden 50 sensoren van PWO DUST bij 50 monitoringsbomen geplaatst. Deze casus richt zich met name op de toegevoegde waarde van gegevensverzameling en -verwerking op grote schaal en moet leiden tot inschrijvingen op onderzoeksoproepen.","summary":"Europese en Vlaamse beleidsstrategieën zetten in op leefbare steden met groeninfrastructuur. IoTrees platform optimaliseert groei en communiceert voordelen van bomen. Modulair platform voor stedelijke bosbeheer en monitoring op verschillende schaalniveaus. Drie casestudies tonen meerwaarde aan voor stakeholders. Efficiëntie, effectiviteit en kostenbesparing bij gebruik van IoTrees.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001959","result_description":null},{"description":"De Vlaamse overheid heeft in het kader van het ruimtelijk beleid het basisprincipe van ruimteneutraliteit tegen 2040 vooropgesteld. Doelstelling is om tegen 2040 de dagelijkse inname van open ruimte door onze moderne samenleving stapsgewijs terug te dringen tot 0 ha. Deze stand-still in bijkomende ruimteinname wordt ook wel betonstop genoemd.\n\nOm deze ruimteneutraliteit concreet te kunnen realiseren, is een absolute afbouw van de ruimteinname vereist, waar deze momenteel 6 ha/dag bedraagt. Dit impliceert een graduele reductie van juridisch erkende maar ongebruikte en overtollige bouwgronden. Gelet op de juridische erkenning van deze gronden, mag verwacht worden dat de neutralisatie van dit aanbod aanzienlijke eisen tot planschadevergoeding met zich zal meebrengen.\n\nHOGENT werkt een ruimtelijke en financiële simulatie uit van hoe een betonstop zou kunnen worden doorgevoerd tegen 2040. Daarbij wordt het historisch ontstaan van het overaanbod aan bestemde grond geanalyseerd, de actuele problematiek van de nog bebouwbare ruimte nader in beeld gebracht en de effectiviteit van een aantal grondbeleidsinstrumenten aan de hand van toekomstsimulaties uitgevoerd.","summary":"Tegen 2040 streeft de Vlaamse overheid naar ruimteneutraliteit door de betonstop, met als doel de dagelijkse inname van open ruimte tot 0 ha te verminderen. HOGENT voert simulaties uit om dit te realiseren door afbouw van ruimteinname en analyse van bestemde gronden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001960","result_description":null},{"description":"Dit project houdt het onderzoek naar en de ontwikkeling van een ruimtelijk-economisch vastgoedmodel in dat met voldoende nauwkeurigheid en ruimtelijke resolutie de waarde van vastgoed berekent voor een bepaald deelgebied.\n\nRuimte in Vlaanderen is schaars. Dit is een eigenschap van alle economische goederen en brengt een prijsdynamiek met zich mee. Aangezien vastgoedwaarde een niet te weerleggen impact heeft op de vastgoedkeuzes die een burger of overheid maakt, is grondig inzicht in deze dynamiek onontbeerlijk voor adequaat beleid en correcte vastgoedkeuzes. Thema’s zoals betaalbaar wonen en mobiliteit zijn hier nauw mee verbonden en vormen de hoofdthema’s van het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit (DRUM).\n\nEchter, vastgoeddata zijn niet transparant. In tegenstelling tot veel landen ontbreekt het in Vlaanderen aan openbaar beschikbare transactieprijzen van woningen, bouwgronden, nijverheidsgebouwen, landbouwgronden… Als resultaat zetten toezichthouders, overheden en de publieke opinie steeds meer vraagtekens bij de betrouwbaarheid van waarderingen. Dit bemoeilijkt bijvoorbeeld accurate waardebepalingen van een woning of grond, kosten-batenanalyses, simulaties en politiek-bestuurlijke afwegingen zoals het uitwerken van een planschaderegeling in het kader van de bouwshift in Vlaanderen. Het antwoord op deze vraag naar objectiviteit en kwaliteit biedt zich aan in de vorm van een ruimtelijk-economisch vastgoedmodel, het REM. Het opzet is een model dat de relatie legt tussen locatie, perceel en vastgoedwaarde binnen de Vlaamse vastgoedmarkt. Anders gezegd is het doel om het verband tussen enerzijds vastgoedwaarde en anderzijds waardebepalende determinanten te bepalen. Deze determinanten worden opgedeeld in drie categorieën. Ten eerste zijn er structurele eigenschappen van het vastgoedobject. Dit is het microniveau. Voorbeelden zijn oppervlakte, afwerkingsgraad, aantal kamers. Ten tweede wordt ook het mesoniveau in rekening gebracht. Dit zijn de kenmerken van de buurt waarin het object is gelegen. Zo kunnen toegang tot openbaar vervoer, criminaliteit, nabijheid van voorzieningen een rol spelen bij de waardebepaling. Ten derde beïnvloedt de economische context waarbinnen een transactie zou plaatsvinden de waarde. Op dit macroniveau spelen elementen zoals wetgeving, registratierechten, leenrente en de verhouding tussen vraag en aanbod een rol.\n\nDe manier waarop deze determinanten gedefinieerd en gekwantificeerd worden, wordt vastgelegd in een taxonomie. Deze verduidelijkt bijvoorbeeld hoe criminaliteit, mobiliteitsscore of werkgelegenheid in een buurt berekend wordt, welke (open) databronnen hiervoor aangesproken kunnen worden en waarom deze relevant zijn voor de waardebepaling van een woning, handelszaak of grond. De data waarop deze taxonomie betrekking heeft, worden bewaard in een centrale databank. Deze kan ter beschikking gesteld worden van de vastgoedsector.\n\nDe data in deze databank komen samen in een statistisch onderbouwd model. Dit is de concrete, monetaire uitdrukking van de impact van bijvoorbeeld een hogere mobiliteitsscore of een kleinere grondoppervlakte op de waarde van vastgoed. Dit is met andere woorden een formule waarin aan iedere relevante determinant een bedrag gekoppeld wordt. Zo is er maximale transparantie met betrekking tot de totstandkoming van een waardebepaling.\n\nDe combinatie van een uniforme vastgoedtaxonomie en een transparante formule vormt de basis van een automated valuation model (AVM) die automatisch en efficiënt de waarde van vastgoed kan bepalen binnen een bepaalde prijsvork. Daarenboven is het AVM ruimtelijk opgezet. Zo zijn alle datalagen ruimtelijk opgebouwd voor gans Vlaanderen en houdt het model rekening met de locatie van een woning of grond. Als resultaat kan het AVM ingezet worden op verschillende schaalniveaus (in functie van het beleidsdoel). Zo kan de waarde van vastgoed uitgedrukt worden per gemeente, per statistische sector, per cel van 1 km² of 1 ha of zo mogelijk op perceelsniveau.","summary":"Onderzoek en ontwikkeling van ruimtelijk-economisch vastgoedmodel voor waardebepaling in Vlaanderen. Belangrijk voor beleidsvorming en vastgoedkeuzes. Transparantie en objectiviteit geboden door ruimtelijk-economisch vastgoedmodel (REM) met uniforme taxonomie en transparante formule. Automated Valuation Model (AVM) voor efficiënte waardebepaling op verschillende schaalniveaus.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001961","result_description":null},{"description":"Dit project houdt het onderzoek naar, en ontwikkeling van, een ruimtelijk-economisch vastgoedmodel in dat met voldoende nauwkeurigheid en ruimtelijke resolutie de waarde van vastgoed berekent voor een bepaald deelgebied.\n\nRuimte in Vlaanderen is schaars. Dit is een eigenschap van alle economische goederen en brengt een prijsdynamiek met zich mee. Aangezien vastgoedwaarde een niet te weerleggen impact heeft op de vastgoedkeuzes die een burger of overheid maakt, is grondig inzicht in deze dynamiek onontbeerlijk voor adequaat beleid en correcte vastgoedkeuzes.\n\nEchter, vastgoeddata zijn niet transparant. In tegenstelling tot veel landen ontbreekt het in Vlaanderen aan openbaar beschikbare transactieprijzen van woningen, bouwgronden, nijverheidsgebouwen, landbouwgronden … Als resultaat zetten toezichthouders, overheden en de publieke opinie steeds meer vraagtekens bij de betrouwbaarheid van waarderingen.\n\nHet antwoord op deze vraag naar objectiviteit en kwaliteit biedt zich aan in de vorm van een ruimtelijk-economisch vastgoedmodel, het REM. Het opzet is een model dat de relatie legt tussen locatie, perceel en vastgoedwaarde binnen de Vlaamse vastgoedmarkt. Anders gezegd is het doel om het verband tussen enerzijds vastgoedwaarde en anderzijds waardebepalende determinanten te bepalen.\n\nDe manier waarop deze determinanten gedefinieerd en gekwantificeerd worden, wordt vastgelegd in een taxonomie. Deze verduidelijkt bijvoorbeeld hoe criminaliteit, mobiliteitsscore of werkgelegenheid in een buurt berekend wordt, welke (open) databronnen hiervoor aangesproken kunnen worden en waarom deze relevant is voor de waardebepaling van een woning, handelszaak of grond. De data waarop deze taxonomie betrekking heeft, wordt bewaard in een centrale databank. Deze kan ter beschikking gesteld worden van de vastgoedsector.\n\nDe data in deze databank komen samen in een statistisch onderbouwd model. Dit is de concrete, monetaire uitdrukking van de impact van bijvoorbeeld een hogere mobiliteitsscore of een kleinere grondoppervlakte op de waarde van vastgoed. Dit is met andere woorden een formule waarin aan iedere relevante determinant een bedrag gekoppeld wordt. Zo is er maximale transparantie met betrekking tot de totstandkoming van een waardebepaling.\n\nDe combinatie van een uniforme vastgoedtaxonomie en een transparante formule vormt de basis van een automated valuation model (AVM) die automatisch en efficiënt de waarde van vastgoed kan bepalen binnen een bepaalde prijsvork. Daarenboven is het AVM in opzet ruimtelijk. Zo zijn alle datalagen ruimtelijk opgebouwd voor gans Vlaanderen en houdt het model rekening met de locatie van een woning of grond. Als resultaat kan het AVM ingezet worden op verschillende schaalniveaus (in functie van het beleidsdoel). Zo kan de waarde van vastgoed uitgedrukt worden per gemeente, per statistische sector, per cel van 1 km² of 1ha of zo mogelijk op perceelsniveau.","summary":"Het ruimtelijk-economisch vastgoedmodel, REM, biedt objectief inzicht in vastgoedwaarde in Vlaanderen. Door uniforme taxonomie en transparante formule, kan het AVM efficiënt waarde bepalen op verschillende schaalniveaus in de regio.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001962","result_description":null},{"description":"Uit klimaatstudies (UNESCO, 2012) komen voorspellingen voor de nabije toekomst van toenemende droogte en waterschaarste. Voor gerst, dat wereldwijd veel geteeld wordt, liggen er nog heel wat uitdagingen wat droogtetolerantie betreft. Daarbij is er een toenemende interesse om in droogtegevoelige gebieden gerst te telen die voldoet aan de eisen rond moutkwaliteit. De uitdaging bestaat er in om gerst ook onder droogte zijn potentiële opbrengst en kwaliteit te laten bereiken.\n\nDit onderzoek wil een significante bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een genenpool waarbij droogteresistentie van gerst gecombineerd wordt met moutkwaliteit. Hierbij zal een phenotype-to-genotype approach worden gevolgd. Dat zal de veredeling van gerst verschuiven van een toegepaste naar een meer wetenschappelijk onderbouwde benadering.\n\nDe studie hoopt daarnaast bij te dragen aan een beter begrip van de genetische basis van het complexe gegeven droogtestress. In eerste instantie zal de beschikbare collectie leiden tot een samenstelling van een genenpool, op basis van twee belangrijke criteria: enerzijds droogtegevoeligheid en anderzijds moutkwaliteit. Vervolgens wordt deze genenpool gekarakteriseerd. Dit gebeurt door proeven op te zetten in een serre onder verschillende droogteregimes. Hierbij worden de planten fenotypisch gekarakteriseerd door plantenmetingen en technologische metingen. Na deze stap zal er een moleculaire analyse worden uitgevoerd op deze genenpool met behulp van SSR data, dit zal door een statistische analyse leiden tot een clustering van groepen genotypes aan fenotypische kenmerken. Op basis van de clustering worden veldproeven uitgevoerd en vervolgens kruisingen gemaakt. Om tijd te winnen in F1 worden er via antherencultuur verdubbelde haploïden aangemaakt, die vervolgens kunnen worden getest op hun droogtetolerantie en moutkwaliteit. De kruisingen gebeuren door eerst te demasculeren in het baardstadium en vervolgens te bestuiven met pollen op het ogenblik dat de stempels receptief zijn. Het einddoel zijn kruisingen die een kwalitatieve opbrengst combineren met droogtetolerantie.","summary":"Onderzoek naar droogteresistentie en moutkwaliteit bij gerst om opbrengst te optimaliseren in droogtegevoelige gebieden. Genenpoolontwikkeling met focus op droogtestress, fenotype-genotype benadering voor veredeling en kruisingen voor kwalitatieve opbrengst en tolerantie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001963","result_description":null},{"description":"Dit praktijkgericht onderzoek heeft als doel het potentieel van deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten in stationsomgevingen te bestuderen en onder de aandacht te brengen.\n\nDuurzaam ruimtegebruik is nauw verweven met duurzame mobiliteit. Vlaanderen wil volgens de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen ingrijpen in haar bestaande ruimtelijke structuur door extra ontwikkelingskansen te bieden in de buurt van knopen van collectief vervoer. Bij de doorvertaling van deze strategische visie missen lokale beleidsmakers momenteel concrete handvaten en hebben projectontwikkelaars af te rekenen met een inefficiënt juridisch kader (oa. parkeernormering).\n\nDit praktijkgericht onderzoek heeft als doel het potentieel van deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten in stationsomgevingen te bestuderen en onder de aandacht te brengen. Om de transitie naar een duurzame mobiliteit te faciliteren, wordt vaak in de richting van een multimodaal mobiliteitsaanbod als alternatief voor autobezit gekeken.\n\nDit onderzoeksproject wil opportuniteiten en knelpunten voor gedeelde mobiliteit in beeld brengen en een prototype van een kwantitatieve, samengestelde index ontwikkelen die kansen voor deelmobiliteit (en dus ook ruimtewinst) objectief kwantificeert. De index wordt gevalideerd op basis van casestudies. De index zal de dialoog tussen lokale besturen en projectontwikkelaars op gang brengen en het maatschappelijk debat over woonwensen in relatie tot mobiliteit voeden.","summary":"Onderzoek naar deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten in stationsomgevingen om duurzame mobiliteit te bevorderen en ruimte efficiënt te benutten. Ontwikkelen van index voor gedeelde mobiliteit en dialoog tussen beleidsmakers en projectontwikkelaars stimuleren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001964","result_description":null},{"description":"De verbreding en verdieping van het aflopende PWO-onderzoek ‘Ruimtelijke en financiële simulatie Betonstop 2020-2040’ kan in verschillende dimensies van het onderzoeksthema van de Bouwshift, of ruimer gesteld: een duurzaam landgebruik voor Vlaanderen. Meer en meer doelstellingen vanuit het Europese niveau vatten de Europese lidstaten die het vraagstuk van duurzaam landgebruik in kader biodiversiteitsverlies, waterbeleid en klimaatwijziging prangender maken.\n\nVlaanderen lijkt hier niet op voorbereid en zet weinig stappen in verhouding tot de hoge doelstellingen en urgentie tot het nemen van actie. Het gaat concreet om de doelstellingen van de ruimteneutraliteit tegen 2040 (BRV, de Bouwshift), de onthardingsdoelstelling van 2050 (BRV), de Europese klimaatdoelstelling voor landgebruik tegen 2030 (LULUCF) en de 30% natuuroppervlakte doelstelling van de VN en EU tegen 2030 (30x30 doelstelling voor beschermde gebieden) en de landdegradatie-neutraliteit van de VN (SDG 15). Deze klimaat en natuurdoelstellingen hebben zeer vergaande ruimtelijke gevolgen voor onze regio, maar deze worden in het ruimtelijk beleid en ruimtelijk onderzoek niet op een integreerde manier benaderd tot een visie en overkoepelende doelstelling van toekomstig landgebruik voor Vlaanderen. \n\nEr is in Vlaanderen op dit moment weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar de concrete gevolgen voor het landgebruik van de Europese Green Deal-doelstellingen en de Klimaatdoelstellingen. Wel zijn er deelonderzoeken over de verschillende landgebruiken en sectoren (energie, landbouw, water, natuur,…), maar deze zijn niet geïntegreerd in een overkoepelende benadering van klimaatrobuust en duurzaam landgebruik voor de 21ste eeuw.\n\nOnderzoeksvragen zijn dan ook: naar welke landgebruiksverdeling dient Vlaanderen te streven in de komende decennia, in welke mate moet het huidig landgebruik wijzigen, voldoet het formuleerde ruimtelijk beleid aan de doelstellingen uit het milieu- en natuurbeleid? , welke conflicten van landgebruik doen zich voor bij de implementatie van een nieuwe landgebruiksverdeling voor Vlaanderen, welke zijn de instrumenten uit het ruimtelijk beleid (actief en passief grondbeleid) om een klimaatrobuust landgebruik voor Vlaanderen op te zetten? \n\nDit onderzoeksproject bouwt dus voort op het verrichte onderzoek over de Betonstop/Bouwshift en positioneert ze verder binnen een nog breder maatschappelijk project van klimaatrobuust landgebruik. HOGENT DRUM wenst op drie pijlers haar onderzoek op landgebruik verder uit te bouwen:\n\n1. Het onderzoeksprogramma over een klimaatrobuust en duurzaam landgebruik voor Vlaanderen met ruimtelijke implicatie en integratie van de diverse klimaat- en natuurdoelstellingen.\n2. Internationale samenwerking rond duurzaam en klimaatrobuust landgebruik.\n3. Dienstverlening aan overheidsinstanties die gerelateerd, beleidsvoorbereidend onderzoek nodig heeft en daartoe beroep doet op de expertise van DRUM.","summary":"Onderzoek naar duurzaam landgebruik voor Vlaanderen in het kader van Europese doelstellingen. HOGENT DRUM bouwt voort op Betonstop-onderzoek en focust op klimaatrobuust landgebruik met internationale samenwerking en dienstverlening aan overheidsinstanties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001965","result_description":null},{"description":"Vele publieke organisaties waar vastgoed(beheer) geen kerntaak is, maar een middel om hun kerntaak te realiseren, worstelen met de uitdaging tot een meer professionele en innovatieve vastgoedexploitatie. Vele publieke organisaties hebben veel vastgoed op de balans staan. Vaak ontbreekt het aan een duidelijke visie of strategie op hun vastgoed. Inzicht in de bestaande en toekomstige vastgoedexploitatie is essentieel om een portefeuillestrategie uit te werken. Op die manier kunnen goede exploitatie-, dispositie- en acquisitieprocessen worden gevoerd vanuit duidelijk gemaakte vastgoedkeuzes. Dit alles kadert binnen het brede domein van het vastgoedmanagement. Vastgoedmanagement omschrijven we als het sturen van beheer- en exploitatieprocessen in het vastgoed op een vooraf bepaald financieel en/of maatschappelijk resultaat.\n\nHet aansluiten van de vastgoedinvesteringsvraagstukken op de organisatiedoelstellingen is hierbij essentieel. Daarom spreken we over Corporate Real Estate Management. Benchmarking is de methode om bedrijfsprocessen en prestatiegegevens te vergelijken met de aanverwante en vergelijkbare organisatie. Grotere consultants leveren op kwartaalbasis marktonderzoeksrapporten af voor kantoren, industrie en logistiek en wonen, maar dit ontbreekt voor ‘publiek’ of ‘vastgoed voor publieke organisaties’.\n\nDergelijke benchmark zal publieke organisaties helpen om keuzes in vastgoedbeleid te verantwoorden. Op basis van data en dashboards kunnen vastgoedprestaties vergeleken worden met peers. Op die manier kan inzicht gegeven worden in (cfr. benchmark gemeentelijk vastgoed in Nederland):\n- Beschikbaarheid: totale gebruikte oppervlakte, oppervlakte per werkplek, …\n- Beleid: valorisatie tov portefeuille, onderhoudskost,….\n- Duurzaamheid: CO2-uitstoot, energieverbruik,…\n\nDe vroegere reactieve facilitaire beheerder evolueert naar een proactieve vastgoedbeheerder die de ganse levenscyclus van een gebouw en een portefeuille beheert met een multifunctioneel team en veelal netwerk van uiteenlopende externe partners.\n\nEen kennisplatform is hiervoor noodzakelijk.\n\nVanuit deze probleemstelling wil DRUM werken aan het ontwikkelen van een businesstool om publieke overheden te helpen met actiever vastgoedbeleid. Dit op niveau van gebouw, campus en/of vastgoedportefeuille.","summary":"DRUM ontwikkelt een businesstool voor publieke organisaties zonder vastgoedexpertise om professionele vastgoedexploitatie te realiseren. Het doel is om met inzicht in vastgoedprestaties en benchmarking keuzes te onderbouwen en te evolueren naar proactief vastgoedbeheer.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001966","result_description":null},{"description":"Met het onderzoeksproject WiSH wordt de kwaliteit van woning- en woonomgeving in Vlaamse sociale huisvestingswijken onder de loep genomen. Het project draagt bij aan een oplossing voor een deelprobleem binnen de huidige wooncrisis.\n\nNaast toegang tot en betaalbaarheid van huurwoningen op de private en sociale huisvestingsmarkt is de kwaliteit ervan een aspect dat aandacht door onderzoek verdient. De intentie is te komen tot een bewuster en praktischer beleid om sociaal wonen op een kwaliteitsvolle manier te organiseren.\n\nEr is een kennislacune over hoe kwaliteit van woning en woonomgeving wordt ervaren door bewoners, in het bijzonder bij Vlaamse sociale huisvestingswijken. Op basis van drie concrete casussen worden bewoners nauw betrokken bij dit onderzoek.\n\nOok huisvestingsmaatschappijen, het middenveld en lokale en bovenlokale overheden zijn als belangrijke stakeholders nauw betrokken bij ontwerp, bouw en beheer van sociale huisvestingsprojecten. Het actief betrekken van alle belanghebbenden bij dit onderzoek komt de kwaliteit van het onderzoek en onderzoeksresultaat ten goede.\n\nMet dit onderzoek willen we een bijdrage leveren aan de visie op en organisatie van sociaal wonen in Vlaanderen vanuit het lokale en bovenlokale beleid.","summary":"Onderzoek WiSH verbetert kwaliteit sociale huisvesting in Vlaanderen. Bewoners en belanghebbenden nauw betrokken bij onderzoek. Doel: bewuster beleid voor kwaliteitsvol sociaal wonen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001967","result_description":null},{"description":"Vlaanderen heeft het grootste ruimtebeslag van Europa. De Vlaamse overheid heeft in het kader van haar transitiebeleid het basisprincipe van ruimteneutraliteit tegen 2040 vooropgesteld. Doelstelling is om tegen 2040 de bijkomende ruimtelijke impact van onze moderne samenleving terug te dringen tot een situatie van ruimteneutraliteit, dus tot een stand-still van het bijkomend ruimtebeslag (de zogenaamde betonstop).\n\nIn dit onderzoek wordt een analyse gemaakt van de knelpunten van de huidige instrumenten in het grond- en pandenbeleid en onderzoek verricht naar mogelijke andere instrumenten. Daarbij worden voorbeelden uit het buitenland geanalyseerd en vergeleken met de Vlaamse context. Het onderzoek wilt een academische bijdrage leveren tot het actuele, publieke debat en de Vlaamse overheid inspiratie en ondersteuning bieden in het bewerkstellingen van de zogenaamde ‘betonstop’ of ‘bouwshift’.\n\nOnderzoeksvragen in dit project zijn:\n• op welk gebied mist het huidig instrumentarium van het Vlaamse grond- en pandenbeleid haar doel om de ruimteneutraliteit te ondersteunen en te stimuleren?\n• welk instrumentarium is er nodig om de ruimteneutraliteit zo spoedig mogelijk te realiseren? Welk bestuurlijk organisatiemodel is er nodig om de uitwisseling van vastgoed en/of vastgoedwaarde te managen?\n• hoe kan de waardering van planbaten en planschade op diverse types vastgoed op een meer gefundeerde manier bepaald worden? Hoe kan deze benadering actueel gehouden worden bij concrete toepassing van verhandelbare rechten of uitbetaling?\n• welke modellen van grondvereffening bestaan er in het buitenland en zijn deze toepasbaar op de Vlaamse situatie? Welke modellen van grondvereffening zouden daarnaast nog denkbaar zijn voor Vlaanderen?\n• kan de ruimteneutraliteit budgetneutraal gehouden worden voor de overheid of zal een betere ruimtelijke ordening onvermijdelijk ook bijkomende een maatschappelijke kost met zich meebrengen?","summary":"De Vlaamse overheid streeft naar ruimteneutraliteit tegen 2040 door de betonstop en bouwshift. Onderzoek focust op verbeteringen in grond- en pandenbeleid om dit te bereiken, met aandacht voor instrumenten, bestuurlijke modellen en kosten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001969","result_description":null},{"description":"Het publiek debat over de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur is actueel. Veel kunst- en cultuurpraktijken zijn op zoek naar wat ze teweegbrengen bij de deelnemers, het publiek, en ruimer: de samenleving. Welke betekenissen worden eraan ontleend? Welke discussies wakkert het aan? Welke reflecties levert het op? Of ruimer gesteld: Wat zijn de rimpels of de sporen op langere termijn? Heel wat kunst- en cultuurpraktijken zijn op zoek naar verantwoording en trachten uit te drukken hoe en waarom ze doen wat ze doen, en wat de impact is van hun praktijk.\n\nDit onderzoek richt zich op participatieve kunstpraktijken, als de meest sprekende culturele praktijken in sociaal werk. Deze praktijken worden gezien als hybride praktijken die sociale vraagstukken bevragen, en die in en met de publieke ruimte aan de slag gaan. Het doel van dit onderzoek is elementen van impact van participatieve kunstpraktijken in beeld te brengen die blootleggen ‘hoe het werkt’ en ‘wat het doet’. \n\nOnderzoek naar de impact van participatieve kunstpraktijken gebeurt voornamelijk vanuit economische, rationele en utilitaristische benaderingen. In dit onderzoek wordt impact daarentegen begrepen als een open notie (i.p.v. een intentionele) waarbij individuele en collectieve processen van betekenisverlening blootgelegd worden. Het team richtte zich enerzijds op het zichtbaar maken van de processen die worden opgezet door cultureel werkers met participanten en betrokkenen, en anderzijds op het in kaart brengen van de impact op het sociocultureel weefsel.\n\nIn een co-operatief en interpretatief onderzoeksdesign legden de onderzoekers samen met de praktijken deze processen en sociale impact bloot, via multiple casestudies, exemplarische veldanalyse en lerende netwerken. Er werd ook samengewerkt met studenten en lesgevers uit de bachelor- en masteropleidingen sociaal werk. Het team organiseerde een interactief toonmoment in de stadsbibliotheek De Krook en rondde af met een publicatie over “momenten van impact bij participatieve kunstpraktijken”.","summary":"Dit onderzoek belicht de impact van participatieve kunstpraktijken op sociale processen en het sociocultureel weefsel. Via casestudies en veldanalyse worden betekenisvolle momenten blootgelegd, met focus op samenwerking en impact in de samenleving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001970","result_description":null},{"description":"Binnen het sociaal werk ontwikkelt zich een sociaal-ruimtelijk perspectief, waarbij er oog is voor ruimtelijke elementen, sociale processen en de interactie ertussen. Het onderzoek heeft als doelstelling de betekenis van dit sociaal-ruimtelijk perspectief in sociaal werk te concretiseren, zowel in literatuur, praktijk als onderwijs.\n\nAan de slag gaan met de (stedelijke) ruimte vraagt om een multidisciplinaire aanpak. Enerzijds omwille van de inherente gelaagdheid van het ruimtebegrip als gebouwde, beleefde en sociaal-politieke ruimte. Anderzijds omwille van de uiteenlopende claims en behoeften van verscheidene ruimtegebruikers die op eenzelfde plek samen komen.\n\nVertrekkende vanuit een democratische visie op de inrichting van stedelijke ruimte, ontwikkelt zich in het sociaal werk een sociaal-ruimtelijk perspectief, waarbij men oog heeft voor ruimtelijke elementen, sociale processen en de interactie ertussen. Dit onderzoek heeft als doelstelling de betekenis van dit sociaal-ruimtelijk perspectief in sociaal werk te concretiseren, zowel in literatuur, praktijk als onderwijs.\n\nNa het inventariseren van de betekenissen en noden van dit sociaal-ruimtelijk perspectief wordt, via een design thinking proces, vormgegeven aan een ondersteunende opleidings- en trainingsmodule voor docenten en studenten sociaal werk.","summary":"Ontdek het opkomende sociaal-ruimtelijk perspectief in het sociaal werk, met aandacht voor ruimtelijke elementen en sociale interacties. Onderzoek en implementeer dit perspectief in literatuur, praktijk en onderwijs voor een multidisciplinaire aanpak en democratische stedelijke ruimte.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001971","result_description":null},{"description":"Wat hedendaagse steden met elkaar gemeen hebben is het vormgeven van transitieprocessen en het zoeken naar een nieuwe balans tussen rollen, bevoegdheden en investeringen van diverse stakeholders. Het onderzoeksproject Trans-Form wil daarop een antwoord bieden en streeft naar sociaal rechtvaardige stedelijke innovatie door analyse en reflectie in lokale praktijken op gang te brengen en een ondersteuningsaanbod voor diverse stakeholders bij stadsvernieuwing en -ontwikkeling. Het onderzoek beoogt dit te doen vanuit een sterke focus op (1) concrete lokale praktijken, (2) een multistakeholdersperspectief en (3) actie en reflectie.\n\nEen eerste werkpakket omvat een analyse van stedelijke innovatie in actuele lokale praktijken, waarbij antwoorden worden gezocht op de vragen hoe stedelijke innovatie actueel vorm krijgt en welke plaats sociale rechtvaardigheid daarbij heeft, welke elementen hierbinnen inspirerend kunnen zijn voor andere contexten, hoe binnen deze contexten multidisciplinair wordt samengewerkt rond stedelijke vraagstukken en hoe lokale praktijken hier flexibel op proberen in te spelen.\n\nEen tweede werkpakket omvat het uitwerken van een ondersteuningsaanbod van stedelijke innovatie. Hiermee beoogt het project antwoord te bieden op de vraag hoe een kwaliteitsvol ondersteuningsaanbod vormgegeven kan worden i.f.v. duurzame en sociaal rechtvaardige stedelijke innovatie. Doorheen de twee werkpakketten loopt een onderwijsspoor waarbinnen verbinding wordt gelegd met lesinhouden en -opdrachten.","summary":"Trans-Form onderzoekt en bevordert sociaal rechtvaardige stedelijke innovatie door analyse en ondersteuning voor diverse stakeholders bij stadsvernieuwing. Focus op lokale praktijken, multistakeholdersperspectief en actie. Verbinding met onderwijs voor duurzame innovatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001972","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject wil op basis van casestudieonderzoek de toegankelijkheid van sociaal-sportieve praktijken in kaart brengen, nagaan hoe relaties tussen lokale systeemactoren invloed hebben op toegankelijkheid en hoe de ecosystemen waarvan sociaal-sportieve praktijken deel uitmaken maximaal ingezet kunnen worden om toegankelijkheid te bevorderen.\n\nDoor hun hybride karakter slagen sociaal-sportieve praktijken erin om invulling te geven aan toegankelijkheidsvraagstukken ten aanzien van groepen in kwetsbare situaties. Op lokaal niveau blijft het potentieel van sociaal-sportieve praktijken echter onbenut en/of onzichtbaar door de manier waarop interacties en relaties tussen systeemactoren (sociaal-sportieve praktijken, middenveldspelers, sociale professionals, lokale besturen, …) al dan niet vorm krijgen.\n\nSociaal-sportieve praktijken vormen dan ook een exemplarische context voor het ruimere vraagstuk hoe overheid, middenveld en burgers kunnen samenwerken om welzijn, gemeenschap en leefbaarheid op lokaal niveau te versterken.\n\nVanuit een systeemperspectief beogen we aan de hand van een casestudieonderzoek (1) de toegankelijkheid van sociaal-sportieve praktijken in kaart te brengen, (2) na te gaan hoe relaties en interacties tussen lokale systeemactoren invloed hebben op integrale toegankelijkheid (in het bijzonder ten aanzien van groepen in kwetsbare situaties) en (3) op welke wijze de ecosystemen waarvan sociaal-sportieve praktijken deel uitmaken maximaal ingezet kunnen worden om integrale toegankelijkheid te bevorderen (zowel binnen sociaal-sportieve praktijken alsook binnen het ruimere ecosysteem).\n\nZodoende beoogt het onderzoek inspirerend te werken ten aanzien van lokale praktijk- en beleidsactoren teneinde integrale toegankelijkheid te bevorderen.","summary":"Dit onderzoeksproject analyseert de toegankelijkheid van sociaal-sportieve praktijken en de invloed van lokale systeemactoren op dit aspect. Het onderzoekt hoe ecosystemen rondom deze praktijken kunnen bijdragen aan een betere toegankelijkheid voor kwetsbare groepen, met als doel lokale welzijn, gemeenschap en leefbaarheid te versterken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001973","result_description":null},{"description":"Mensen kunnen na een beroerte verschillende stoornissen ervaren. Naast sensorimotorische problemen hebben personen na een Cerebro Vasculaire Aandoening (CVA) vaak ook cognitieve stoornissen. Deze stoornissen omvatten desoriëntatie in tijd en ruimte, verminderde informatieverwerking en aandachtsproblemen. Een van deze aandachtstoornissen na een beroerte is visuospatieel neglect (VSN), gekenmerkt door een verminderd bewustzijn voor visuele stimuli aan de contralesionale kant van de ruimte.\n\nMensen met VSN ervaren aanzienlijke houdingsstoornissen en een hoog valrisico. Praktisch gezien kunnen patiënten met aandachtsproblemen moeite hebben met alledaagse taken, zoals het herkennen van verkeerslichten of het vinden van producten in supermarkten. Deze cognitieve stoornissen bemoeilijken activiteiten van dagelijks leven (ADL) en gemeenschapsparticipatie, waardoor zelfstandig thuis wonen moeilijk wordt.\n\nHelaas is er momenteel geen effectieve manier om VSN te beoordelen met goede klinimetrische eigenschappen. Behandelingsopties richten zich voornamelijk op compensatie, omdat het moeilijk is om oogbewegingen te kwantificeren met conventionele pen-en-papier-taken. Dit belemmert patiënten om thuis te trainen met monitoring op afstand (telerevalidatie). Als gevolg hiervan blijven patiënten grotendeels afhankelijk van spontaan herstel van hun neurale systeem na een beroerte.\n\nDit project streeft ernaar een oplossing te bieden voor deze problemen met behulp van een Virtual Reality (VR) applicatie. VR kan een realistische omgeving bieden, waardoor de beoordeling van neglect ecologischer wordt. Een assessmentmodule met eye-tracking in een zoek- en gaze game kan een heatmap genereren van het gezichtsveld van de patiënt, waarin gebieden met mild of ernstig neglect zichtbaar zijn. Deze heatmap kan worden gebruikt in een gepersonaliseerde behandelmodule.\n\nMet de recente technologische ontwikkelingen rond VR-brillen is Virtual Reality een volwassen, betrouwbare en betaalbare technologie geworden. Hierdoor kunnen patiënten de applicatie thuis gebruiken en op hun eigen tempo een behandeling ondergaan, waardoor telerevalidatie mogelijk wordt. Professionele zorgverleners op het gebied van neurologische revalidatie zijn de voornaamste gebruikers van deze applicatie, zoals neuropsychologen, fysiotherapeuten en ergotherapeuten. Sommige patiënten kunnen de applicatie zelfstandig gebruiken, zowel binnen zorginstellingen als thuis (telerevalidatie).","summary":"Virtual reality-applicatie voor cognitieve stoornissen na beroerte biedt ecologisch valide assessments en behandelmodules, waardoor patiënten thuis of in zorginstellingen zelfstandig kunnen trainen. Gebruiksvriendelijk voor zorgverleners en patiënten.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-001974","result_description":"In dit project werd een VR-app ontwikkeld voor het in kaart brengen en behandelen van 'visual neglect'. Dit is een verminderd bewustzijn voor visuele stimuli dat vaak optreedt na een CVA."},{"description":"In het project SORE werd onderzocht of en hoe invulling wordt gegeven aan ‘sociale rechtvaardigheid’ in lokale (verstedelijkte) praktijken enerzijds en in opleidingen sociaal werk anderzijds. Daarover ging de onderzoeksgroep in gesprek met beleidsmensen, praktijkwerkers/sters, bewoners, docenten, onderzoekers/sters, studenten, …\n\nDe lokale verstedelijkte context is daarbij exemplarisch om het thema sociale rechtvaardigheid te behandelen. De verzamelde inzichten werden samengebracht tot een groep van ‘inspiratiebeelden’ die bruikbaar zijn voor zowel opleidingen als praktijken sociaal werk.","summary":"Het project SORE onderzoekt sociale rechtvaardigheid in lokale praktijken en opleidingen sociaal werk. Verzamelde inzichten resulteren in 'inspiratiebeelden' voor zowel opleidingen als praktijken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001975","result_description":null},{"description":"Opportunitijdelijkheid is een onderzoek naar de sociale rechtvaardigheid in/van tijdelijke invullingen.\n\nHet onderzoek verkent hoe tijdelijke invullingen en gebruiken van leegstaande gebouwen en terreinen opportuniteiten bieden voor (sociaal) rechtvaardige en duurzame verstedelijking. Tijdelijkheid wordt daarbij geïnterpreteerd als een in tijd beperkte staat-van-zijn tussen twee andere situaties: een (voorgaande) oorspronkelijke en een geplande, toekomstige staat. Invulling wordt daarbij begrepen als een programma dat in deze tijdelijkheid bewust georganiseerd wordt op deze plek.\n\nDoor middel van literatuurstudie, interviews en case-studies, onderzoeken we op welke manieren de context van tijdelijkheid mogelijkheden biedt voor experiment en onderzoek naar gewenste toekomstbeelden. Hoe houden tijdelijke invullingen rekening met bestaande sociale realiteiten en problematieken van de plaats zelf, en hoe gaan ze daarmee aan de slag? Het onderzoek werkt dus steeds plaatsgebonden, zowel fysiekruimtelijk als sociaal. Er worden daarnaast steeds diverse actoren op en rond de site betrokken: van het beleid en initiators tot gebruikers en omwonenden. Hoe gaan zij om met die bestaande fysiekruimtelijke en sociale realiteiten en welke rollen zijn weggelegd voor ieder van hen.\n\nHet centrale thema – opportuniteiten van tijdelijke invullingen - daagt dan ook uit om in beeld te brengen en te analyseren hoe opportuniteiten effectief vertaald kunnen worden naar realiteiten. Daarbij zoeken we antwoord op diverse uitdagende vragen. Welke fysiekruimtelijke, sociale en beleidsmatige contexten zijn van belang? Waar liggen potentiële moeilijkheden en valkuilen? Welke rollen kunnen er weggelegd worden voor diverse betrokken professionals, overheden en burgers? En op welke manieren kunnen processen van tijdelijke invulling best (beleidsmatig) ondersteund worden?","summary":"Onderzoek naar sociale rechtvaardigheid en duurzame stedelijke ontwikkeling via tijdelijke invullingen van leegstaande gebouwen en terreinen. Het verkent mogelijkheden voor experimenten en gewenste toekomstbeelden, met aandacht voor sociale realiteiten en betrokken actoren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001976","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek wil inzicht verkrijgen in hoe praktijken van kunst- en cultuurbemiddeling zich ontwikkelen in de diepstedelijke contexten zoals Brussel, Gent en Antwerpen. Het richt zich op experimentele 'praktijken van kunst- en cultuurbemiddeling'. Bijzondere aandacht gaat naar het blootleggen van artistieke en (ped)agogische processen van mediatie en hoe deze worden vormgegeven. Deze processen worden gesitueerd in netwerken van betekenisvorming die zich in en rond deze praktijken ontvouwen.\n\nOp basis van deze inzichten wil het onderzoek handvatten aanreiken aan culturele organisaties en praktijken, evenals aan studenten kunst- en cultuurbemiddeling in spe uit bachelor- en masteropleidingen.","summary":"Dit onderzoek richt zich op de ontwikkeling van kunst- en cultuurbemiddeling in stedelijke contexten zoals Brussel, Gent en Antwerpen. Het legt de focus op artistieke en pedagogische mediatieprocessen en biedt handvatten voor culturele organisaties en studenten kunst- en cultuurbemiddeling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001977","result_description":null},{"description":"De klimaatcrisis, de toenemende ongelijkheid en de wooncrisis tonen ons dat we op de grenzen gebotst zijn van wat onze wereld aankan. Deze problemen komen voort uit hoe wij onze maatschappelijke systemen (van produceren, werken, organiseren, wonen, …) hebben ingericht. Daarom is er nood aan transities: grote en ingrijpende veranderingen richting een duurzaam systeem. \n\nCommunity Landtrust Gent is een poging tot antwoord hierop. Het wil werk maken van “duurzame en kwalitatieve woningen tegen betaalbare prijzen op gemeenschapsgronden voor kwetsbare groepen volgens een vernieuwend, buurtgericht en participatief model”. Hiermee is het ook een voorbeeld van werken aan duurzaamheid op een manier die niet verengd wordt tot het ecologische, maar die ook het economische en sociale ten volle meeneemt. \n\nCommunity Land Trust Gent speelt zich nu nog af in een niche. Het is een experiment waaruit veel te leren valt. En dat is precies wat we met dit onderzoek willen doen: welke kansen liggen er in het Community Land Trust model voor een rechtvaardige en duurzame stadstransitie? Maar ook: met welke uitdagingen wordt het geconfronteerd om dit waar te maken? \n\nWe willen dit onderzoeken door deel te nemen aan activiteiten van CLT Gent. Door bewoners, medewerkers, buurtorganisaties en beleidsactoren te vragen naar de betekenis van het project voor hen. En door literatuuronderzoek en documentanalyse om de geleerde lessen breder te kaderen. Met wat we leren willen we, samen met CLT Gent, zowel overheden, lokaal en Vlaams, als andere initiatiefnemers informeren en inspireren. Zodat Community Land Trusts meer en gemakkelijker opgezet kunnen worden.","summary":"Ontdek hoe Community Land Trust Gent werkt aan duurzame en betaalbare woningen op gemeenschapsgronden voor kwetsbare groepen. Onderzoek toont kansen en uitdagingen voor een rechtvaardige en duurzame stadstransitie. Samen informeren en inspireren we overheden en initiatiefnemers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001978","result_description":null},{"description":"Er is toenemende aandacht zowel lokaal, Vlaams, Europees als internationaal voor de spanning tussen de ecologische en de sociale dimensie van duurzaamheid. De noodzaak van een sociaal rechtvaardige transitie & van ecologische / milieurechtvaardigheid wordt meer en meer beklemtoond – zowel in academische kringen als in beleidskringen. Specifiek in dit onderzoeksproject is dat we in lokale stedelijke contexten in beeld brengen:\n• of en hoe sociale rechtvaardigheid in stedelijke praktijken met een ecologische dimensie aan bod komt en omgekeerd\n• of en hoe dimensies van ecologische rechtvaardigheid aan bod komen in sociale praktijken\n• welke contouren een geïntegreerde visie op sociaal-ecologische rechtvaardigheid zou kunnen aannemen voor praktijkontwikkelingen rond stedelijke natuur.","summary":"Toenemende aandacht voor spanning tussen ecologische en sociale duurzaamheid op lokaal, Vlaams, Europees en internationaal niveau. Onderzoek focust op integratie van sociale en ecologische rechtvaardigheid in stedelijke praktijken voor duurzame ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001979","result_description":null},{"description":"In dit onderzoek vertrekken we vanuit de vaststelling dat de positie van jongeren in verstedelijkingsprocessen nog te vaak gedefinieerd wordt door bepaalde groepen volwassenen, in plaats van te vertrekken vanuit de posities die jongeren zelf innemen in de stedelijke ruimte.\n\nWe starten met een analyse van jongerenwerkingen in cultuur (ook uit de humuslaag in de diepstedelijke samenleving) en verbreden in de volgende jaren naar de context van sociaal-sportieve praktijken, beleidsparticipatie van jongeren in vrije tijd (Platform C) en co-creatie en commons (Living Lab).\n\nWe stellen de vraag hoe praktijkwerkers en beleidsmakers jongeren kunnen ondersteunen in het realiseren van hun burger-zijn? Hoe kunnen zij een participatieklimaat of -cultuur als startpunt van hun praktijk en beleid zien?\n\nVanuit deze analyse zetten we via de design-thinking-methode experimenten op die mogelijk leiden tot nieuwe partnerschappen, organisatiestructuren en beleidsmodellen die verschuivingen in verantwoordelijkheden en verantwoording blootleggen.\n\nDaarbij ontwikkelen we een manier om de impact hiervan in kaart te brengen, in diverse lagen en ook op lange termijn.","summary":"Dit onderzoek focust op de positie van jongeren in stedelijke omgevingen en pleit voor een benadering die hun eigen perspectieven centraal stelt. Door middel van analyses en experimenten met design thinking, worden nieuwe partnerschappen en beleidsmodellen verkend om de participatie en burgerzin van jongeren te ondersteunen en te meten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001980","result_description":null},{"description":"Studies tonen aan dat basisschoolkinderen de voorgeschreven internationale norm voor fysieke activiteit niet halen, ondanks de waslijst aan voordelen die daarmee zouden gepaard gaan. Kinderen actiever maken is dus een belangrijke uitdaging voor de toekomst.\n\nDe school, met in het bijzonder de lessen Lichamelijke Opvoeding (LO), kunnen hier een centrale rol in spelen. In Nederland wordt reeds getracht hier op in te spelen door bobbelbanen, m.a.w. zachte hindernisbanen, tijdens lessen LO uit te zetten. Dit concept sluit aan bij de nieuwste theorieën over motorisch leren m.n. foutloos leren, leren met externe focus en differentieel leren.\n\nHet doel van dit onderzoek is kinderen aanzetten tot beweging om de minimumnorm te halen. De belangrijke stakeholders zijn daarbij de leerkrachten LO. Door een vertaalslag te maken naar Vlaanderen en de effecten van het zelf ontdekkend leren te meten vanuit de visie van de zelfdeterminatie theorie zullen deze doelen worden nagestreefd.\n\nDit zal gebeuren a.d.h.v. een lessenreeks waarin de turnzaal wordt verdeeld in drie zones, waarin per les drie verschillende leerlijnen worden aangeboden met aandacht voor bewegen op verschillende niveaus, inclusief de bobbelbaan. Hierbij krijgen kinderen steeds de kans om doelmatig en op eigen manier te bewegen en stijgt bovendien de actieve bewegingstijd aanzienlijk.\n\nVia pre-, tussentijdse en postmetingen bij controle- en interventiescholen zal nagegaan worden bij 5-12 jarigen welk effect deze lessenreeks heeft op het motorisch leerresultaat en de bewegingsmotivatie. Op lange termijn wordt een algemene implementatie van deze visie beoogd in alle lessen LO in het basisonderwijs in Vlaanderen binnen de drie onderwijsnetten. Een kant-en-klare lessenreeks zal voorzien worden en ook bijscholingen op aanvraag.","summary":"Onderzoek toont aan dat basisschoolkinderen internationale normen voor fysieke activiteit niet halen. Een innovatieve aanpak met bobbelbanen in LO lessen stimuleert actieve beweging op verschillende niveaus, met focus op motorisch leren en zelf ontdekkend leren. Dit project streeft naar verhoogde bewegingsmotivatie en motorische leerresultaten bij kinderen, met als doel algemene implementatie in alle LO lessen in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001981","result_description":null},{"description":"Dit interprofessioneel onderzoeksproject bekijkt hoe een effectieve 'brede basiszorg' op klasniveau gerealiseerd kan worden, uitgaande van Universal Design for Learning (UDL) en in functie van het ontwikkelen van een inclusieve leeromgeving die kwalitatief reken- en leesonderwijs aanbiedt aan alle lerenden.\n\nHet doel is om expliciet de good practices waar veel leerkrachten en scholen vandaag reeds over beschikken in kaart te brengen en te bekijken welke maatregelen die momenteel gelinkt worden aan de begeleiding van leerlingen met reken- en leesmoeilijkheden (cf. fase 1 in het zorgcontinuüm) al ingezet kunnen worden in de basisdidactiek van rekenen en lezen (fase 0).\n\nWij willen dit aantonen door aan scholen – een op literatuur én praktijk gebaseerde – criterialijst voor te leggen met de vraag aan te duiden “hoe UDL” hun reken- en leesleeromgevingen zijn. Bovendien willen we via observatie aftoetsen hoe dit concreet gemaakt wordt in de klas en die ‘good practices’ documenteren, zodat ze inspirerend kunnen werken voor andere leraren.\n\nWe verwachten als output: \n1) een lijst met criteria waaraan krachtig UDL reken- en leesonderwijs voldoet; \n2) een overzicht van welke scholen in Vlaanderen op dit moment reeds aan (bepaalde van) deze criteria voldoen; en \n3) een passende documentatie/illustratie (‘good practice’) voor elk van die criteria om krachtig UDL reken- en/of leesonderwijs te realiseren.\n\nOp die manier willen we positievere attitudes t.a.v. inclusief onderwijs bewerkstelligen bij alle betrokken stakeholders (leerlingen, ouders, leerkrachten, directies, ondersteuners, ...), de competenties van leerkrachten en ondersteuners wat betreft krachtig UDL reken- en leesonderwijs verhogen en al deze inzichten ‘uit eerste hand’ meegeven aan onze eigen studenten lerarenopleiding, orthopedagogie, logopedie en ergotherapie. Er zullen eventueel ook aanbevelingen geformuleerd worden van wat in welke fase van het zorgcontinuüm thuishoort.\n\nHet versterken van de brede basiszorg zou op korte termijn kunnen resulteren in een minder grote nood aan zorg op niveaus 1 en 2. Op termijn streven we ook naar het bewerkstelligen van positievere attitudes t.a.v. inclusief onderwijs bij alle betrokken stakeholders (leerlingen, ouders, leerkrachten, directies, ondersteuners, ...).","summary":"Dit project onderzoekt hoe effectieve 'brede basiszorg' op klasniveau kan worden gerealiseerd met Universal Design for Learning (UDL) om een inclusieve leeromgeving te creëren voor kwalitatief reken- en leesonderwijs. Het doel is om goede praktijken van scholen te identificeren, maatregelen te integreren in basisdidactiek en criteria vast te stellen voor krachtig UDL onderwijs. Dit zal leiden tot positievere attitudes t.a.v. inclusief onderwijs en verhoogde competenties van leraren en ondersteuners. Op lange termijn beoogt het project een verminderde nood aan zorg op niveaus 1 en 2.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001982","result_description":null},{"description":"Een meer gelijke toegang tot het hoger onderwijs kan bereikt worden als meer kinderen van ouders die niet gestudeerd hebben hogere studies beginnen. Met dit onderzoek zal nagegaan worden welke drempels deze jongeren te nemen hebben en uit welke krachten ze kunnen putten op hun weg naar het hoger onderwijs.\n\nDaarna zal deze kennis omgezet worden in concrete tools die de sociale omgeving (gezin en school) van deze jongeren krachtiger zou kunnen maken zodat hun kansen om door te stromen naar het hoger onderwijs toenemen.\n\nParticipatie aan het hoger onderwijs in België is nog steeds gekenmerkt door ongelijkheid. Deze participatie wordt sterk bepaald door sociaal-economische factoren waaronder het opleidingsniveau van de ouders. Wie ouders heeft die gestudeerd hebben, heeft een hogere kans om zelf ook hoger onderwijs aan te vatten.\n\nIn een vorig onderzoek gingen we op zoek naar krachten en drempels die pioniersstudenten (studenten die als eerste in hun gezin hoger onderwijs aanvatten) binnen hun sociale omgeving ervaren. Dit onderzoek is hier een vervolg op. Ditmaal richten we onze aandacht op kinderen van ouders die zelf geen hoger onderwijs gedaan hebben en die in de derde graad secundair onderwijs zitten.\n\nDoor middel van semigestructureerde interviews willen we in kaart brengen welke krachten en drempels deze jongeren binnen hun gezin ervaren op weg naar het hoger onderwijs. Dit proces van overgang van het middelbaar naar het hoger onderwijs benoemen we als ‘grenswerk’. We zullen ook met enkele ouders en leerkrachten spreken om na te gaan hoe zij de rol van het gezin hierbij zien.\n\nHet doel van dit onderzoek is enerzijds deze krachten en drempels in kaart te brengen en anderzijds willen we ook een bijdrage leveren aan het krachtiger maken van de thuiscontext van deze jongeren.","summary":"Onderzoek naar drempels en krachten voor kinderen zonder studerende ouders in hun weg naar hoger onderwijs. Ontwikkelen van tools voor versterking van hun sociale omgeving. Doel: gelijke toegang tot hoger onderwijs bevorderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001983","result_description":null},{"description":"Met dit onderzoeksproject willen we een bijdrage leveren aan het (tot nu beperkte) wetenschappelijk pedagogisch onderzoek naar duale trajecten. We willen nagaan of duaal leren een efficiënte en duurzame leervorm is, voor welke studenten/opleidingen/sectoren dit het geval is en wat de randvoorwaarden zijn voor optimaal duaal hoger onderwijs, zowel voor studenten, lesgevers als werkveld. Met deze kennis kunnen alle hoger onderwijsinstellingen onderbouwd middelen inzetten en/of opleidingsprogramma's ontwikkelen die beantwoorden aan de noden van toekomstige studenten, alsook aan de noden van het werkveld.\n\nDe laatste decennia is er een duidelijke internationale tendens om ook binnen het hoger onderwijs leren op de werkplek te stimuleren en faciliteren en dit trekt zich door naar de Vlaamse context.\n\nEr bestaat vrij veel wetenschappelijke evidentie voor de efficiëntie van leren op de werkplek (in tegenstelling tot het formele leren binnen opleidingsprogramma’s) (Gear et al (1994), Eraut & Hirsch (2007), Felstead et al (2005)). Wetenschappelijke evidentie voor de efficiëntie van duaal leren als specifieke vorm van werkplekleren binnen het hoger onderwijs is veel moeilijker te vinden (Costley & Dikerdem, 2011).\n\nBinnen HOGENT werd een pilootproject gestart waarin kwantitatief en kwalitatief onderzoek gevoerd werd naar de efficiëntie van duale leertrajecten en naar de kritische succesfactoren voor goede duale trajecten, zowel voor studenten, lesgevers als werkveld. Dit pilootproject gaf aanleiding tot een aanvraag bij het Europees Sociaal Fonds, waar dit onderzoek momenteel gecontinueerd en uitgebreid wordt in het project 'Effectief én efficiënt duaal leren in het hoger onderwijs'.","summary":"Dit onderzoeksproject onderzoekt de efficiëntie en duurzaamheid van duaal leren in hoger onderwijs. Het identificeert succesfactoren en randvoorwaarden voor optimaal duaal onderwijs, om zo instellingen te helpen programma's te ontwikkelen die voldoen aan studenten- en werkveldbehoeften.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001984","result_description":null},{"description":"In dit project in een Gentse proeftuinschool wordt geëxperimenteerd met een co-teachingsvorm waarin verschillende experten samenwerken in de klas, met als doel effectiever inclusiever onderwijs te realiseren. Alle ervaringen en praktijken worden gedocumenteerd en gedeeld met andere scholen om de impact van het onderzoek te verbreden.\n\nConcreet wordt een participatief actieonderzoek (PAO) opgezet in een school voor gewoon basisonderwijs in Gent (nl. het François Laurentinstituut). Leerkrachten kleuter- en lager onderwijs zullen via een complementair model van co-teaching samenwerken met een zorgprofessional in opleiding, meer bepaald studenten uit de opleidingen orthopedagogie en ergotherapie van HOGENT.\n\nDe leerkrachten en studenten zullen samen en proactief, vanuit het kader van Universal Design for Learning (Rose, Meyer & Hitchcock, 2005), een curriculum (lesmateriaal, evaluatie, methode,....) ontwerpen dat voor iedereen uit de klas toegankelijk is (i.e. dus onafhankelijk van noden en beperkingen van de leerling).\n\nIn een eerste kwalitatief luik wordt de complementaire co-teaching toegepast in vier klassen (twee kleuter- en twee lager onderwijs) en worden de ervaringen in kaart gebracht. In een tweede kwantitatief luik zal exploratief het effect gemeten worden van deze vernieuwde klaspraktijk op leerlingen, zowel op cognitief (taal en rekenen) als op non-cognitief vlak (welbevinden).\n\nBinnen dit participatief actieonderzoek zullen ook de leerkrachten en studenten optreden als mede-onderzoekers. Via participerende observaties, groepsdialogen en dagboeknotities zullen ze data verzamelen en analyseren. Hierdoor is er continu dialoog en reflectie over hun handelen in de praktijk. Op die manier zet het project niet enkel in op kennisverwerving maar brengt het ook effectief verandering teweeg in de praktijk: de co-teachers leren dat en hoe ze een inclusieve leeromgeving kunnen creëren en de studenten worden zich bewust van de rol die zij vanuit hun expertise kunnen opnemen binnen het onderwijs.\n\nWil je graag het uitgebreide onderzoeksrapport lezen? Vul dan het formulier in en dan komt het rapport digitaal jouw richting uit.\n\nWil je graag op de hoogte blijven van het vervolgonderzoek waarbij we enerzijds nagaan op welke manier de output van dit onderzoeksproject, namelijk ‘de routeplanner’, de invulling van de rol van een zorgprofessional in opleiding die als co-teacher stage loopt in een klas faciliteert? En waar we anderzijds willen nagaan welke impact deze routeplanner heeft op de leerkrachtvaardigheden voor effectief onderwijs én of die impact dan ook duurzaam is. Hou dan zeker de webpagina in de gaten van het onderzoeksproject ‘Samen op weg. Een routeplanner waarmee leerkracht en zorgprofessional in opleiding via complementaire co-teaching op pad gaan naar meer effectief en inclusief onderwijs.’","summary":"Dit project in een Gentse proeftuinschool bevordert inclusief onderwijs door co-teaching met diverse experten in de klas. Er wordt actieonderzoek uitgevoerd om effecten te meten en kennis te delen. Leerkrachten en studenten ontwikkelen samen toegankelijk curriculum. Blijf op de hoogte van het vervolgonderzoek via de webpagina.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001985","result_description":null},{"description":"De groep studenten met een leerstoornis die hogere studies aanvangt, groeit elk jaar. Dat komt omdat deze jongeren tijdens hun middelbare schooljaren gestimuleerd worden om hoger onderwijs te proberen om zo hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Ongeveer 10% van de studentenpopulatie heeft te kampen met een functiebeperking en heeft dus ondersteuningsbehoeften en deze kunnen enorm variëren in aard en mate. Onder de verschillende functiebeperkingen weerhouden we zowel zichtbare als onzichtbare (ontwikkelings)stoornissen zoals motorische, visuele, en auditieve beperkingen, maar eveneens ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD, autisme/ASS, DCD (coördinatiestoornis), dyslexie, dyscalculie. Dyslexie en dyscalculie vormen samen de grootste groep, nl. bijna de helft van alle studenten die individuele onderwijs- en examenmaatregelen aanvragen. Uit verschillende onderzoeken (Waters & Torgerson, 2020; Firth e.a., 2013) is gebleken dat de mate waarin studenten met leerstoornissen begrip en ondersteuning kregen vanuit de school een belangrijke factor was bij het slagen in het hoger onderwijs.\n\nDoel van het onderzoeksproject is het in kaart brengen van de kennis en attitudes van lesgevers aan HOGENT ten aanzien van studenten met leerstoornissen. Hebben ze kennis over leerstoornissen en de impact ervan op het studeren? Hanteren onze lesgevers een inclusieve attitude of zijn ze terughoudend ten aanzien van studenten met leerstoornissen? Ook willen we achterhalen of er gedragenheid is om aan de slag te gaan met het ontwerpen van een universeel onderwijsdesign zodat we een brede basiszorg kunnen aanbieden aan alle studenten en studenten met leerstoornissen hierdoor minder individuele redelijke aanpassingen moeten aanvragen en zich dus ook minder sterk geviseerd zullen voelen. Op die manier kunnen we eveneens aanbevelingen doen naar professionaliseringsinitiatieven voor lesgevers.","summary":"Elk jaar groeit de groep studenten met leerstoornissen die hogere studies aanvangen. Ongeveer 10% van de studenten heeft een functiebeperking, variërend van zichtbare tot onzichtbare stoornissen. Het onderzoeksproject bij HOGENT focust op kennis en attitudes van lesgevers t.o.v. studenten met leerstoornissen, om inclusief onderwijsdesign te bevorderen en individuele redelijke aanpassingen te verminderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001986","result_description":null},{"description":"Zelfregulerend leren is het cyclisch proces waarbij een lerende zijn gedrag, gedachten, gevoelens en motivatie zelf richting geeft met het oog op het bereiken van zijn leerdoelen. Van studenten die een opleiding hoger onderwijs aanvatten, wordt verwacht dat zij reeds een grote mate van zelfstandigheid bezitten qua studieplanning en het verwerken en toepassen van leerinhouden. Echter bezit niet iedere instromende student reeds ten volle de daartoe vereiste zelfregulerende vaardigheden. Talrijke onderzoeken naar zelfregulatie voor het leren in het hoger onderwijs resulteren dan ook in de aanbeveling dat docenten actief zouden moeten inzetten op het ondersteunen van hun verdere ontwikkeling.\n\nVoorliggend onderzoek stelt zich als doel de (evolutie van) zelfregulerende vaardigheden van instromende studenten aan HOGENT in kaart te brengen door een nieuw ontwikkeld meetinstrument op drie meetmomenten doorheen het academiejaar voor te leggen aan een zo groot mogelijke steekproef. De validiteit en betrouwbaarheid van het instrument zullen worden nagegaan op basis van de via de vragenlijst verkregen data. Bovendien wil deze studie een bijdrage leveren aan het ondersteunen van de ontwikkeling van deze vaardigheden. Een interventie die speciaal voor dit onderzoek is ontwikkeld, zal na randomisatie van de studentengroepen van de opleiding Orthopedagogie binnen het opleidingsonderdeel Persoonlijke en professionele ontwikkeling in de praktijk aan de interventiegroepen worden aangeboden. De effectiviteit van de interventie zal ook worden geëvalueerd.\n\nDe beoogde impact binnen HOGENT richt zich op de studenten, docenten en studie(traject)begeleiders, evenals op het opleidings- en departementaal management. Buiten HOGENT wordt gestreefd naar impact binnen de Vlaamse hogescholencontext en breder, inclusief de algemene onderwijs- en onderzoekscommunity.","summary":"Onderzoek bij HOGENT analyseert zelfregulerend leren van studenten en ontwikkelt interventies om vaardigheden te verbeteren. Impact reikt tot studenten, docenten en hogescholen in Vlaanderen en daarbuiten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001987","result_description":null},{"description":"De bedoeling is om bedrijven kennis te laten maken met nieuwe cutting-edge technologie rond remote production via realistische demo-omgevingen. Dit zal een rechtstreeks gevolg hebben op hun bedrijfsstrategie en het versnellen van de adoptie van nieuwe, geavanceerde remote production technologieën.\n\nDeze proeftuin bouwt voort op binnen Thomas More aanwezige expertise en infrastructuur rond virtual production en virtual tv-studios.\n\nVoor deze proeftuin willen we samenwerken met bedrijven uit de hele keten: grote en kleine mediabedrijven, video captatiebedrijven, facilitaire bedrijven, technologieleveranciers, maar zeker ook organisaties en bedrijven die zich profileren als mediabedrijf door zelf opnames of videostreams ter beschikking te stellen.","summary":"Ontdek cutting-edge remote production technologie via realistische demo's om bedrijfsstrategieën te versterken en adoptie te versnellen. Samenwerking met diverse mediabedrijven en technologieleveranciers om virtual production en tv-studio's te verkennen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001988","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\n- Opzetten van demo's\n- Gebruikersonderzoek, user acceptance en businessmodellen\n\n- Technologieverkenning en trendwatching\n\n- Disseminatie en communicatie"},{"description":"Sociale ondernemingen streven ernaar om via het verhandelen van goederen of diensten maatschappelijke of sociale problemen aan te pakken. Ze worden beschouwd als hybride organisaties omdat ze voor de uitdaging staan dat ze zowel financieel leefbaar moeten zijn als hun sociale doelstellingen moeten proberen te realiseren.\n\nWegens dat hybride karakter wordt verondersteld dat sociale ondernemers specifieke hindernissen ondervinden bij het opstarten van een onderneming, zoals het aantrekken van de nodige financiële middelen en het opbouwen van legitimiteit bij mogelijke afnemers en partners.\n\nZowel in de literatuur als in het werkveld wordt het uitbouwen van een sociaal netwerk als cruciaal beschouwd voor succesvol sociaal ondernemerschap. Men spreekt in deze context ook vaak over het 'social capital' van de sociale ondernemer. Ondanks de consensus over het belang van social capital voor sociale ondernemers, is onderzoek tot op heden beperkt.\n\nMet dit onderzoeksproject willen we inzicht verwerven in het belang en de rol van social capital bij startende sociale ondernemers. In samenwerking met begeleiders van sociale ondernemers en op basis van kwalitatief en kwantitatief onderzoek bestuderen we hoe social capital bijdraagt tot het succesvol opstarten en ontwikkelen van een sociale onderneming.\n\nRekening houdend met de individuele kenmerken van de sociale ondernemer onderzoeken we wat een optimale mix van social capital is. Het projectvoorstel heeft belangrijke implicaties voor zowel de literatuur over sociale ondernemingen als de bredere managementliteratuur. Bovendien willen we een antwoord bieden op vragen vanuit de praktijk rond het opbouwen van sociale netwerken voor jonge, startende sociale ondernemers.","summary":"Sociale ondernemingen streven naar het aanpakken van maatschappelijke problemen door goederen of diensten te verhandelen. Dit onderzoek bekijkt hoe social capital bijdraagt aan het succesvol opstarten en ontwikkelen van sociale ondernemingen, met aandacht voor de optimale mix van sociale netwerken voor startende ondernemers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001989","result_description":null},{"description":"Met dit onderzoek focust het onderzoeksteam op een groot domein binnen HR: feedback en prestatiemanagement. In de contacten met het werkveld merkten we een vraag naar expertise over feedback.\n\nEen inleidende literatuurstudie en een pre-stuurgroep toonden de nood van het werkveld aan voor een nieuwe feedbackcultuur. De traditionele evaluatie- en feedbacksystemen met een formele jaarlijkse evaluatie worden zowel in de literatuur als in de praktijk bekritiseerd en blijken ook niet effectief te zijn.\n\nMeer en meer pleit de wetenschap om meer aandacht te besteden aan het ontwikkelen van een ondersteunende feedbackomgeving: een continu proces met informele, eerlijke, frequente en just-in-time feedback, gelinkt aan duidelijke verwachtingen en prestatiedoelstellingen, coaching en ontwikkeling van medewerkers.\n\nEr is nood aan een vertaling van talrijke wetenschappelijke inzichten naar de praktijk. De overgang naar een nieuw evaluatiemodel is echter complex. We willen middelgrote KMO’s hierin ondersteunen door een feedbackmonitor te ontwikkelen bestaande uit een online tool om de feedbackcultuur te meten, een stappenplan met vormingsmateriaal om alle betrokkenen in de organisatie te sensibiliseren over het belang van feedback, en een boek.\n\nMeten, sensibiliseren en het aanreiken van een gefundeerde aanpak aan het werkveld staan centraal.","summary":"Het onderzoeksteam richt zich op feedback en prestatiemanagement in HR, waarbij de noodzaak van een nieuwe feedbackcultuur benadrukt wordt. Ze willen middelgrote KMO's ondersteunen met een feedbackmonitor, inclusief een online tool, vormingsmateriaal en een boek, om een ondersteunende feedbackomgeving te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001990","result_description":null},{"description":"Hoe kan de inzet van schenkerspersona’s non- en social profit organisaties ondersteunen in de ontwikkeling van een gerichte communicatiestrategie naar de schenkers toe?\n\nBelgische fondsenwervers kampen met een financieel verlies door een terugval in de structurele overheidsfinanciering en een stagnatie in projectsubsidies. Daarnaast moet de donateursmarkt verdeeld worden over een groeiend aantal non-profit en social profit organisaties. Dit heeft tot gevolg dat de bestaande schenkers overbevraagd worden en bijgevolg dreigen uit te vallen.\n\nHet benaderen van nieuwe doelgroepen is daarom urgenter dan ooit. Maar fondsenwervers geven aan dat het definiëren en bereiken van nieuwe segmenten via een gerichte communicatie heel moeilijk is. Met dit onderzoeksproject spelen we in op deze specifieke nood vanuit de sector.\n\nDit doen we door via een grootschalige online bevraging bij Belgen het geefgedrag in België en de kenmerken van Belgische schenkers in kaart te brengen. Met behulp van geavanceerde statistische technieken willen we uit deze data schenkersprofielen distilleren en deze vertalen naar schenkerspersona’s. Iedere persona (of archetype) staat symbool voor een segment van soortgelijke schenkers aan goede doelen.\n\nBinnen deze verzameling schenkerspersona’s willen we de link leggen met de sector en analyseren welke types interesse tonen voor welke sector(en): sociaal-cultureel, gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking,… . Door de organisatie van homogene focusgroepen per type willen we de schenkerspersona’s verder verfijnen en een zicht krijgen op de meest geschikte communicatiestrategie (boodschap, kanaal, tijdstip,…) per schenkerspersona.\n\nVia een verknoping van alle informatie doorgronden we welk schenkerpersona geïnteresseerd is in welke sector(en) en wat de specifieke communicatievoorkeuren zijn. Op een praktische en visueel overzichtelijke wijze willen we de schenkerspersona’s toelichten in een (online) praktische gids voor de sector.","summary":"Onderzoek naar Belgische schenkers: ontwikkeling van schenkerspersona's om communicatiestrategieën te verfijnen en nieuwe doelgroepen te bereiken in non- en social profit sectoren. Geavanceerde data-analyse leidt tot persona's die sectorinteresses en communicatievoorkeuren onthullen voor effectieve marketingcampagnes.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001991","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich naar een generalistisch of integratief HR-perspectief, waarbij wordt nagegaan hoe verschillende deeldomeinen van HR op elkaar zijn afgestemd. Hierbij wordt HR idealiter beschouwd als strategische partner, die er mede voor zorgt dat een integratief HR-beleid is afgestemd op andere organisatieprocessen.\n\nDe war for talent woedt hevig, en bedrijven hebben het alsmaar moeilijker om getalenteerde mensen aan te trekken en te behouden. Daarbovenop zien we dat KMO’s moeilijkheden ervaren om het welzijn van hun werknemers te garanderen. Een van de tools die hierbij kunnen helpen, is het opzetten van een consistent HR-perspectief.\n\nDe wetenschap biedt veel ondersteuning voor de positieve gevolgen van een dergelijk integratief perspectief en voor de effecten ervan op werknemerswelzijn. Er is echter nood aan een vertaling van talrijke wetenschappelijke inzichten naar de praktijk, met als voornaamste doel organisaties te helpen met het verhogen van het welzijn van hun medewerkers. We willen de wetenschappelijke inzichten praktisch vertalen op maat van KMO’s zodat ze snel aan de slag kunnen met het ontwikkelen van een consistente organisatieomgeving.","summary":"Dit onderzoek benadrukt de noodzaak van een integratief HR-perspectief als strategische partner, gericht op het optimaliseren van organisatieprocessen en het welzijn van medewerkers, vooral relevant voor KMO’s in de strijd om talent. Wetenschappelijke inzichten worden praktisch vertaald om organisaties te helpen bij het verbeteren van werknemerswelzijn.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-001992","result_description":null},{"description":"De onderzoeksinfrastructuur die wordt aangevraagd, bestaat uit twee apparaten voor het scannen, meten en digitaliseren van objecten/onderdelen. Enerzijds via optische sensoren (optische 3D-profilometer) en anderzijds via tactiele sensoren (CNC coördinaatgestuurde meetmachine). Beide toestellen zijn bedoeld voor onderzoek en dienstverlening, om snel en accuraat kwaliteitscontroles uit te voeren op maakonderdelen.\n\nDeze apparaten zullen helpen bij het verbeteren van maakprocessen door efficiënt grote datasets (big data) te verzamelen van producten. Zo kunnen data-analyses (o.a. met AI) worden uitgevoerd om inzichten te verkrijgen. Daarnaast zullen de apparaten ook worden gebruikt om objecten te digitaliseren voor herstel of herbestemming, met als doel bij te dragen aan de circulaire economie.","summary":"Verbeter maakprocessen en kwaliteitscontrole met onze onderzoeksinfrastructuur: optische 3D profilometer en CNC coördinaatgestuurde meetmachine. Verzamel big data voor efficiënte analyse en digitaliseer objecten voor circulaire economie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001993","result_description":"Infrastructuur integreren en functioneel maken in de labo-omgeving van het speerpunt duurzame en flexibele productie van het expertisecentrum ontwerp en technologie bij Thomas More, campus De Nayer.\n\nInzetten van de meetinfrastructuur in het kader van lopende en toekomstige projecten en dienstverleningsopdrachten bij Thomas More maar ook bij universiteiten, hogescholen, kennisinstellingen en bedrijven."},{"description":"Via het XheaRt-project willen hogescholen UC Leuven Limburg, VIVES en Thomas More hun expertise bundelen om de toepassingsmogelijkheden van XR-technologie in functie van patiënteducatie grondig te verkennen. Dit zal gebeuren aan de hand van een specifieke case van hartfalen.\n\nHet project behandelt een relevant maatschappelijk probleem, namelijk modernisatie van patiëntenvoorlichting. Het beoogt de haalbaarheid en het nut van XR-technologie in functie van patiënteducatie aan te tonen via verschillende ‘Proof of Concepts’ (PoC’s).\n\nDe mogelijkheden van de technologie worden initieel onderzocht binnen de toepassingscase hartfaleneducatie maar kunnen doorgetrokken worden naar andere patiëntengroepen met een chronische aandoening zoals diabetes, chronisch nierfalen, oncologie, enz.","summary":"Drie hogescholen bundelen expertise in XR-technologie voor patiënteducatie. Project focust op hartfalen, met potentieel voor andere chronische aandoeningen. Haalbaarheid en nut worden aangetoond via diverse 'Proof of Concepts'.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001994","result_description":"Het project streeft de volgende concrete doelstellingen na:\n\n1. State-of-the-art evidence-based en patiëntgerichte toepassingsmogelijkheden van XR-technologie in functie van patiënteducatie bundelen en vertalen in een overzichtsrapport.\n\n2. Drie proof-of-concepts (AR, VR en screenbased) opzetten in de praktijk, gebaseerd op de casus van hartfaleneducatie. Deze proof-of-concepts dienen generaliserend te zijn voor de problemen van de doelgroep en testen het socio-economische potentieel van XR-technologie voor patiënteducatie.\n\n3. Het inschakelen van minimaal 6 (bachelor en master) studenten bij de ontwikkeling van deze 3 proof-of-concepts.\n\n4. Twee roadmaps opstellen als praktische handvatten met best practices en keuzegidsen om de technologie succesvol in de praktijk te implementeren.\n\n5. De opgedane kennis verspreiden naar een breed publiek via overzichtsrapporten, artikelen, studiedagen, presentaties/gastcolleges, demonstraties en een whitepaper. Het project brengt op deze manier kennis samen, past deze toe en deelt deze met de doelgroep."},{"description":"In de initiële PWO-studie (2021-2023) werd een didactisch model ontworpen en afgetoetst aan de praktijk van het digitaal leren voor het hoger, het secundair en het lager onderwijs. Het generieke didactische model steunt op 5 pijlers met een focus op samenwerkend leren, ondersteund door middel van technologie.\n\nHierbij werd een aantal good practices beschreven en werd ook een tool ontwikkeld (binnen pijler 3) om de kwaliteit van de sociale interacties in groepen te kunnen beoordelen (zie beoordelingsinstrument voor samenwerkend leren, BSL). In het huidige PWO-voorstel zal dit beoordelingsinstrument worden gedigitaliseerd zodat het kan worden geïmplementeerd in een digitaal leerpad of een leertraject.\n\nZo'n leerpad is immers een uitstekende aanpak om leeractiviteiten te sturen en te begeleiden volgens de 5 pijlers van de ontworpen didactiek. Zo kunnen lesgevers gemakkelijk systemen voor evaluatie en feedback voorzien, kunnen ze autonomie bij lerenden maximaal stimuleren, kunnen ze reflecties op sociale interacties en groepsprocessen bewaken, enzovoort.\n\nBinnen de huidige studie zullen er 5 leerpaden worden ontworpen met een focus op samenwerkend leren en die aansluiten bij het onderwijsprogramma van de betrokken onderwijsinstellingen. De leerpaden zullen worden ontworpen in het eerste projectjaar en getest in het daaropvolgende jaar.\n\nDrie klassen uit de 3de graad van de lagere school en 2 klassen uit de 1ste of 2de graad van het secundair onderwijs zullen worden betrokken in de studie. Er zal worden nagegaan door middel van vragenlijsten en reflecties op groepsprocessen, welke sociale en cognitieve competenties kunnen worden ondersteund om het samenwerkend leren van groepen en lerenden te optimaliseren.\n\nResultaten zullen worden aangewend om de reeds ontworpen CSCL-didactiek uit te breiden of verder te verfijnen. De aanpak moet leiden tot algemene, generieke, didactische principes voor het opzetten van leertrajecten met een focus op samenwerkend leren.\n\nBinnen het nieuwe PWO-voorstel wordt ook de good-practice-bibliotheek op de reeds gepubliceerde website verder uitgebreid voor het hoger, het secundair en het lager onderwijs zodat de drempel om CSCL op een effectieve en efficiënte manier in te zetten in de klaspraktijk van het hoger, het secundair en het lager onderwijs, verder wordt verlaagd.","summary":"Ontwerp van didactisch model voor digitaal leren in onderwijs, met focus op samenwerkend leren en technologie. Beoordelingstool wordt gedigitaliseerd voor implementatie in leerpaden. Studie richt zich op optimaliseren van samenwerkend leren in lagere en secundaire scholen. Resultaten verfijnen en uitbreiden van CSCL-didactiek voor effectieve inzet in onderwijspraktijk. Good-practice-bibliotheek wordt uitgebreid voor hoger, secundair en lager onderwijs.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001995","result_description":null},{"description":"Het doel van het FootPath-project is om gepersonaliseerde steunzolen voor de behandeling van pathologische bewegingspatronen en drukpathologieën op grote schaal te introduceren in de markt.\n\nHet ontwerpen en vervaardigen van de gepersonaliseerde steunzolen moet evidence-based en kosteneffectief gebeuren. Additive Manufacturing zal worden gebruikt om de steunzolen te produceren.\n\nScantechnologie zal gecombineerd worden met klinische/orthopedische kennis van het ontwerpproces en zal ondersteund worden door artificiële intelligentie om het ontwerpproces te automatiseren.\n\nHieruit komen bouwstenen voor het zoolontwerp die voldoende maatwerk toelaten om aan de behoeften van de patiënt te voldoen.","summary":"Introduceer gepersonaliseerde steunzolen op grote schaal met evidence-based ontwerp en productie, gebruikmakend van Additive Manufacturing en AI-ondersteuning voor maatwerk en kosteneffectiviteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-001996","result_description":"Resultaten/deliverables Mobilab & Care:\n\n- Inbreng van kennis op vlak van evidence-based klinische praktijken\n- Het mechanische testen van steunzolen"},{"description":"Ons voedselsysteem staat onder druk door klimaatverandering, ziektes en oorlog. Tegelijk zijn duizenden zeldzame gewassen met uitsterven bedreigd. De agrobiodiversiteit is op enkele decennia verdwenen. De achteruitgang van de agrobiodiversiteit is een probleem erkend binnen het biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro en ‘the sustainable development goals of the United Nations’. Er zijn maatregelen nodig om al die diversiteit terug op het veld (en in het groenterek) te krijgen, willen we in de toekomst voldoende buffermogelijkheden hebben bij een onvoorspelbaar klimaat.\n\nDit kan aangepakt worden door lokale veredelingsprogramma’s op te richten en de burger bij dit proces te betrekken. Het huidige yacobat project (www.yacobat.be) vormt de basis voor de realisatie van een lokale community based (of participatief) veredelingsproject. Hier zijn groepen van liefhebbers, telers, scholen en wetenschappers opgezet rond de veredeling en verwerking van bataat en yacon. Recent werd met enkele partners ook een veredelingsprogramma voor robuuste plaagresistente buitentomaten opgestart.\n\nOndanks de sterke betrokkenheid van heel wat partijen is wetenschappelijke bijstand nodig om bepaalde parameters in het veredelingsproces op te volgen en het selectieproces gerichter uit te voeren. Bij tomaat is er heel wat aandacht naar ziekteresistentie tegen Phytophthora, bij yacon is de inhoud aan fructo-oligosacchariden (FOS) een van de belangrijkste parameters.\n\nDe focus van dit project is dan ook tweeledig: optimalisatie van een test om Phytophthora resistentiegenen in tomatenplanten op te sporen gebaseerd op moleculaire merkers, en HPLC optimalisatie om binnen Vives de FOS gehaltes van nieuwe yacon selecties te kunnen bepalen.","summary":"Revitaliseer agrobiodiversiteit door lokale veredelingsprojecten te steunen. Ontdek het yacobat project voor gemeenschapsgerichte veredeling van gewassen. Samen creëren we veerkrachtige teeltoplossingen voor een onvoorspelbaar klimaat.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001997","result_description":null},{"description":"De grote heterogeniteit van de intensive care unit populatie (ICU) heeft ertoe geleid dat de nood aan kennis over de individuele energiebehoefte van elke patiënt gegroeid is. Bij ziekte of trauma verandert het metabolisme waardoor het noodzakelijk is om de voeding aan te passen. Ziekenhuizen gebruiken indirecte calorimeters om de resting energy expenditure (REE) in kaart te brengen. De output van deze meting ligt aan de basis van de voedingstherapie en wordt aanschouwd als de gouden standaard op de ICU. Op die manier worden de nadelige effecten van onder- en overvoeding voorkomen.\n\nDaar de indirecte calorimetrie aan kracht gewonnen heeft binnen de ICU, is de vraag of deze methodiek ook voordelen biedt voor andere doelgroepen, voor wie de afstemming tussen de energiebehoefte en de energie-inname belangrijk is. De mogelijkheid bestaat dat de indirecte calorimeter kan worden ingezet bij oncologische patiënten die een kankerbehandeling krijgen. Voedingsadvies op maat kan de gezondheidstoestand en de kwaliteit van leven van een individu verbeteren. Daarnaast speelt het een rol in de preventie van een terugval van kanker.\n\nBinnen ziekenhuizen wordt momenteel een vast protocol gevolgd. Zo nemen ze een korte anamnese af bij de patiënt, waarbij gepeild wordt naar de klachten en de voeding(sgewoonten). Patiënten die verbonden zijn aan de afdelingen Gastro-intestinale problematiek, Oto-rhino-laryngologie (ORL) en longtumoren hebben volgens experten het meeste baat aan een specifiek voedingsadvies op maat. De meerwaarde van het inzetten van indirecte calorimeter berust zich op een meer aangepast voedingsadvies voor deze doelgroepen.\n\nOp deze manier hebben dieetkundigen binnen de afdelingen een beter inzicht in de werkelijke noden en behoeften van hun patiënten. Het effect van het voedingsadvies kan in kaart gebracht worden aan de hand van een DEXA-scan, wat in ziekenhuizen aanwezig is, om op deze manier de gezondheidsvoordelen te meten.\n\nBinnen dit onderzoek wordt de inzetbaarheid van indirecte calorimetrie nagegaan in een klinische setting. Deze meetmethodiek is gevalideerd en is de gouden standaard binnen ICU in het ziekenhuis. Het veelvuldig gebruik van dit meettoestel bij oncologische patiënten in de klinische zorg, werd tot op heden nog niet nagegaan. Daar oncologische patiënten nood hebben aan geïndividualiseerd voedingsadvies, kan de vraag gesteld worden of de indirecte calorimetrie hier een meerwaarde en ondersteuning kan bieden ten opzichte van de reeds gebruikte protocollen voor het geven van voedingsadvies.\n\nIndien de gezondheidsparameters tussen beide significant verschillend zijn, kan het gebruik van de indirecte calorimeter eventueel uitgebreid worden naar meerdere sectoren. Daarnaast zal er een zorgpad ontwikkeld worden voor oncologische patiënten en diëtisten. Dit zorgpad kan een leidraad vormen voor diëtist in het kader van het geven van voedingsadvies. Verder kan het een houvast bieden voor oncologische patiënten tijdens hun behandelingstraject.","summary":"Optimaliseer de voedingszorg met indirecte calorimetrie voor diverse patiëntengroepen, waaronder oncologie. Verbeter individuele behoeften en preventie, met meetbare gezondheidsvoordelen en aangepaste voedingsadviezen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-001998","result_description":null},{"description":"Naast evenementenbureaus, voor wie het organiseren van evenementen uiteraard de core business is, zijn ook de 308 gemeenten in Vlaanderen belangrijke spelers bij het organiseren van publieksevenementen. Omwille van de grote maatschappelijke impact van publieksevenementen, groeit het marktaandeel van de lokale overheden als evenementenorganisator gestaag en dit ondanks de toenemende financiële overheidsdruk. Ook voor de gemeenten is het kunnen inschatten en meten van het aantal mensen die een evenement bezoeken belangrijk.\n\nHoeveel bezoekers telt een publieksevenement? Of liever, hoe tel je best het aantal bezoekers tijdens publieksevenementen? De onderzoekers wensen de bestaande expertise omtrent bezoekerstellingen, die vandaag voornamelijk aanwezig is in de retailsector, verder uit te bouwen naar de evenementensector. Met behulp van de uiteindelijke onderzoeksresultaten zullen de organisatoren van evenementen efficiënter en effectiever het aantal bezoekers kunnen inschatten en meten.\n\nHet project zal naar voren brengen welke methode, of combinatie van methodes, voor bezoekerstellingen het meest geschikt is om uit te voeren per type publieksevenement. Doel is dan ook om de veelal onbetrouwbare wijzen van schatten te kunnen vervangen door uniform in te zetten op afwegingskaders die door de evenementensector aangewend kunnen worden, zodat ook benchmarking en een verdere optimalisering van het gemeentelijk evenementenbeleid mogelijk is. Het juist inschatten van het aantal mensen dat een evenement zal bezoeken of aanwezig is, is belangrijk voor zowel de organisator als de vele andere bij een evenement betrokken partijen.","summary":"Lokale overheden spelen een groeiende rol in het organiseren van publieksevenementen in Vlaanderen. Onderzoekers werken aan betere methodes voor het meten van bezoekersaantallen, waardoor evenementen efficiënter en effectiever kunnen worden georganiseerd. Dit zal leiden tot een verbeterd gemeentelijk evenementenbeleid en meer betrouwbare bezoekersschattingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-001999","result_description":"Het doel van het TETRA-voorbereidingstraject ‘Bezoekerstellingen bij publieksevenementen’ was enerzijds het in kaart brengen van de behoeften van de evenementensector wat betreft bezoekerstellingen (vraagzijde) en anderzijds het verkennen van bestaande bezoekerstelmethoden (aanbodzijde).\n\nEen andere doelstelling was het indienen van een tweejarig TETRA-project in 2018. Dit project werd op januari 2018 ingediend, maar werd afgekeurd in juni 2018. Een herindiening van dit TETRA-project gebeurde in januari 2020.\n\nDeze aanvraag werd goedgekeurd en liep van september 2020 tot juni 2022."},{"description":"Industrie 4.0 en digitalisering bieden zeer interessante mogelijkheden om te worden ingezet in de (na-)vorming van medewerkers en duaal onderwijs. De technologische ontwikkelingen gaan snel en zijn zeer talrijk. De toepassingen ervan voor nieuwe, innovatieve methodes voor opleiding en training worden niet voldoende of nauwelijks benut binnen bedrijven in de chemie-, kunststof- of procesindustrie. Dit heeft meerdere oorzaken zoals: de beperkte kennis van de technologieën en hun potentiële toepassingen in industriële opleiding, de hoge kost gepaard met het in huis halen van de technologieën voor kennismaking en testen, de onduidelijkheid van de effecten van de nieuwe methodes op de kwaliteit van het leerproces, enz.\n\nHet algemene innovatiedoel van de proeftuin Opleiden 4.0 is het demonstreren en valideren van de meerwaarde van industrie 4.0 technologie in nieuwe, innovatieve opleiding- en trainingsmethodes. Door de doelgroep, meer bepaald HR en opleiding verantwoordelijken en (aankomende) procesoperators en onderhoudstechnici, in de proeftuin te laten kennismaken en experimenteren met deze nieuwe methodes en de resultaten te delen zal de invoering van op industrie 4.0 gebaseerde leermethoden sneller verspreid en omarmd worden. Het verzekeren van een kwalitatieve, goed opgeleide personeelsbestand is immers van cruciaal belang voor het behoud van industrie en tewerkstelling in onze regio.\n\nDe proeftuin Opleiden 4.0 biedt een open, toegankelijke omgeving aan bedrijven (en andere organisaties), waar ze in contact kunnen komen met de nieuwe technologieën en hun toepassingen voor opleiding en training. De proeftuin zal het potentieel en de meerwaarde van de technologieën in de context van innovatieve opleiding en trainingsmethodes demonstreren en valideren. Naast de brede, collectieve demonstratie aan de doelgroep, zal er ook begeleiding gegeven worden aan specifieke cases en bedrijven die deze nieuwe methodes zelf willen inzetten en hanteren.","summary":"Ontdek de meerwaarde van industrie 4.0 technologieën in innovatieve opleidingsmethoden. Proeftuin Opleiden 4.0 helpt bedrijven deze nieuwe tools te benutten en te verspreiden voor beter opgeleid personeel en behoud van industrie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002000","result_description":"In dit project werd een VR-app ontwikkeld voor het trainen van procestechnici in chemische bedrijven."},{"description":"De complexe logistieke transportketens waarmee we elke dag bewust of onbewust in aanraking komen, spelen een sleutelrol in onze welvaart. Deze transportketens maken gebruik van vrachtwagens, treinen en schepen, waarbij de bijdrage van zeevaart (36.8%) en binnenscheepvaart (3.7%) in het goederentransport substantieel is.\n\nEen belangrijk verschil tussen scheepsvaart en andere transportvormen is het lange verblijf van varend personeel op hun schip. Hierdoor kunnen deze personen niet alleen tijdens het werk in contact met uitlaatgassen of cargodampen komen, maar mogelijks ook tijdens hun vrije tijd.\n\nHet ELGAS-project, Effecten van Luchtkwaliteit op de Gezondheid in Accommodaties van Schepen, richt zich op de bezorgdheid van varend personeel rond luchtkwaliteit en hun gezondheid.","summary":"Transportketens zijn essentieel voor onze welvaart, met zeevaart en binnenscheepvaart die een grote rol spelen. Het ELGAS-project onderzoekt de impact van luchtkwaliteit op de gezondheid van varend personeel.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002001","result_description":"Impact van het projectresultaat op onderwijs\n\nHet ELGAS-project heeft voor de Hogere Zeevaartschool meerdere resultaten opgeleverd, met name naar de verwerking van signalen via filters om ruis en uitbijters te onderdrukken. Hierover werd een syllabus geschreven. Ook zijn er algoritmes beschikbaar die de bepaling van polluentconcentraties naar een risico voor gezondheid kunnen omzetten, alsook grafische methoden om dit risico met de metingen te combineren. De projectresultaten zijn beschikbaar voor verder scriptie onderzoek.\n\nIn het project werden studenten ingezet om meetcampagnes mee te helpen verwerken. Bovendien werd er via scriptie onderzoek een aantal zijpistes geëxploreerd. Zo heeft 1 student in 2019-2021 een bachelor scriptie geschreven over de binnenluchtkwaliteit in de cabine op de oude RV Belgica. Daarna heeft hij een mobiel meetsysteem in een koffer gebouwd om luchtkwaliteit op een eenvoudige manier in situ te meten. Dit masteronderzoek werd reeds voorbereid door een voorgaand studentenonderzoek.\n\nEen andere student heeft in de periode 2020 – 2022 een bachelor scriptie geschreven over bioaerosolen op schepen en wordt zijn masterthesis binnen dat onderwerp voorbereid.\n\n• Dewez, Cyril, 2020, Mesure de la pollution de l’air à bord de navires avec le Libelium Plug & Sense Environment PRO, bachelor scriptie\n• Van der Borght, Lukas, 2020, Constructie en kalibratie van een toestel voor het meten van de luchtkwaliteit aan boord van zeeschepen, master scriptie\n• Gröger, Arne, 2021, Ventilatiesystemen aan boord van schepen: Een broeihaard voor pathogenen?, bachelor scriptie\n• Dewez, Cyril, 2021, Designing a portable and autonomous air pollution measuring instrument, master scriptie\n• Ingels, Jeff, 2021, Luchtkwaliteit aan boord van binnenschepen, bachelor scriptie\n\nImpact op de maatschappij\n\nHet project concentreerde zich op de analyse van de binnenluchtkwaliteit in schepen. Uit de analyses bleek dat de luchtkwaliteit als goed kan worden bestempeld maar dat er korte momenten zijn waar de luchtkwaliteit minder goed is. De luchtkwaliteit bleek in functie van de tijd sterk te fluctueren en wordt onder andere beïnvloed door uitlaatgassen die via het ventilatiesysteem naar binnen worden gezogen.\n\nHet ELGAS-project werd door een gebruikersgroep van 10 organisaties (Engine Deck Repair (EDR), Mediport, eu.reca, Kenniscentrum Binnenvaart Vlaanderen (KBV), Vlaamse Waterweg, Jan De Nul, General Bunkering Services (GBS), Genano Benelux, Atmosafe) gespecialiseerd in gezondheid en/of de scheepvaartsector en door 3 organisaties gespecialiseerd in Internet of Things (LCL, AllThingstalk, Telenet). De organisaties hebben kunnen vaststellen dat verbrandingsmotoren aan boord van schepen de binnenluchtkwaliteit beïnvloeden. Eén scheepseigenaar heeft als gevolg van de metingen de deur van de stuurhut aangepast zodat deze beter de polluenten in de buitenlucht kan tegenhouden.\n\nTijdens het project viel het op dat er tal van bedrijven in de scheepvaartsector actief zijn in het verzamelen van data via sensoren. Schepen kunnen tot meer dan 400 sensoren bevatten die continu worden gemonitord. Deze bedrijven vergaren zeer grote hoeveelheden data. Sommige van deze bedrijven weten niet zo goed hoe deze te verwerken. Het valt ook op dat sommige bedrijven de polluenten in uitlaatgassen willen laten zakken zodat motoren of schepen aan de steeds strenger wordende regelgeving kunnen voldoen. Bovendien willen sommige scheepseigenaars een pioniersrol in de energietransitie van de scheepvaart spelen. Voor hen zijn de binnenluchtkwaliteitsanalyses belangrijk omdat ze een leidraad zijn om hun vloot verder te verbeteren. Zo heeft een organisatie gevraagd om ook na het einde van het ELGAS-project bijkomende metingen uit te voeren.\n\nDe gesprekken met tal van bedrijven tijdens het ELGAS-project hebben aangetoond dat de rechtstreekse analyse van uitlaatgassen een grotere economische meerwaarde heeft dan de analyse van de binnenluchtkwaliteit op zich. Zo trachten een aantal bedrijven uitlaatgassen met goedkopere sensoren te analyseren, sensoren die ook in het ELGAS-project voor binnenluchtanalyses zijn gebruikt. Hierbij koelen ze eerst de uitlaatgassen, verwijderen ze het condensvocht en verdunnen ze de uitlaatgassen voordat men de polluenten in aanraking brengt met de sensoren. De ervaring die tijdens het ELGAS-project is vergaard, is voor deze bedrijven een meerwaarde. Zo heeft de firma Multronic een onderzoek bij de HZS besteld om de prestaties van een sensor voor het meten van SO2 te evalueren."},{"description":"'Reverse engineering' is een term die al langer bekend is bij ingenieurs en technici. Dit omschrijft het proces waarbij van een bestaand product of onderdeel terug wordt gegaan naar een ontwerp (digitaal model).\n\n'Reverse engineering' in combinatie met 'additive manufacturing' kan ook worden ingezet in een circulaire context om sub-componenten van assemblies te herstellen. Op deze manier kan men de levensduur van producten verlengen of onderdelen in een andere context plaatsen om ze een andere bestemming te geven.\n\nGedurende de looptijd van dit project zal de focus liggen op mechanische producten die seriewerk toelaten. Het de-assembleren van producten en her-digitaliseren van onderdelen vraagt op dit moment echter heel wat handenarbeid. Niet alleen het 3D scannen van onderdelen, maar ook het post-processen van 3D-scandata vraagt doorgaans ad-hoc werk waar het vereiste personeel voor nodig is.\n\nHet goede nieuws is dat er behoorlijk wat hard- en softwaretools beschikbaar zijn die steeds gebruiksvriendelijker worden. Binnen dit project zal de kennis rond 'reverse engineering' en 'additive manufacturing' worden overgedragen naar maatwerkbedrijven. In een aantal pilootstudies zal worden nagegaan in hoeverre de medewerkers van deze ondernemingen betrokken kunnen worden, wat de technische haalbaarheid is en wat mogelijke nieuwe verdienmodellen zijn voor sociale ondernemingen.","summary":"Reverse engineering en additive manufacturing worden gecombineerd om productlevensduur te verlengen en circulaire oplossingen te bieden. Dit project richt zich op overdracht van kennis naar maatwerkbedrijven voor nieuwe verdienmodellen en technische haalbaarheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002002","result_description":"Als resultaat van dit project tracht men voor een kennisverhoging rond ‘reverse engineering’ als circulaire strategie te zorgen binnen sociale ondernemingen. Voor deze kennisoverdracht zal men instructievideo’s en bijhorende workshops hanteren, afgestemd op maatwerkbedrijven, rond digitalisatie (3D scannen), post-processen van 3D scans en selecteren van productiemethodes (3D printen, schrijnwerkerij of CNC-bewerkingen). Hieraan worden duidelijke leerdoelen gekoppeld.\n\nAan de hand van enkele pilootstudies (samenwerking tussen kennisinstelling Thomas More, GS Technologie (KMO) en sociale onderneming ECOSO) zal het mogelijk zijn om zowel de technische haalbaarheid als de leerdoelen van het project te valideren. De meetbaarheid van de behaalde resultaten zal voornamelijk afhankelijk zijn van de doorlooptijd voor de herstelling van een product. Op basis van deze factor zal het mogelijk zijn om de ‘return on investment’ te berekenen en een inschatting te maken naar het replicator effect. Het is namelijk belangrijk om te weten hoeveel onderdelen men op jaarbasis kan herstellen met een bepaald aantal werknemers ter beschikking. Daarbovenop zal men een verdienmodel opstellen voor sociale ondernemingen.\n\nDe kennis is niet alleen geschikt voor sociale projectpartner(s), maar zal ook gedeeld worden met andere sociale ondernemingen en partijen die hiermee aan de slag kunnen. Het project is misschien lokaal, maar men hoopt een leereffect op grotere schaal te bekomen. Dit zal mogelijk zijn door de multipliceerbaarheid van het project en zal uiteindelijk zorgen voor een bredere meerwaarde aan de sociale economie."},{"description":"De meubelsector is een geglobaliseerde industrie die door de extractie, productie en distributie van meubelproducten een wereldwijde impact heeft. In het spoor van de mode-industrie wordt de meubelindustrie steeds trendgevoeliger, waardoor de gebruiksduur steeds korter wordt. Bijgevolg worden minder kwalitatieve materialen gebruikt, wat vervolgens reparatie en duurzaam hergebruik van het meubilair verhindert.\n\nDe globale schaal van de meubelsector zorgt ervoor dat makers, ontwerpers en gebruikers van meubilair meer en meer gedistantieerd raken van elkaar. Ontwerpers creëren meubelconcepten op basis van generieke trends voor fictieve persona’s, producenten maken producten zonder hun eindgebruikers echt te kennen en eindgebruikers consumeren meubilair om ze steeds sneller tot afval te reduceren.\n\nOm deze lineaire keten te doorbreken, dienen er nieuwe verbindingen tot stand te komen tussen ontwerpers, makers en gebruikers van meubilair. Dat kan door te focussen op een regionale schaal waar afstand tussen verschillende actoren in de meubelketen kleiner wordt. Zo kan er een netwerk van ecosystemen ontstaan dat niet enkel aandacht vestigt op meubelproductie, maar ook op recuperatie van materialen, hergebruik, reparatie, in een circulaire waardeketen.\n\nOm deze systeemwijziging te realiseren, moeten we op zoek naar systeemoplossingen die voortvloeien uit het capteren van ambities, knelpunten en randvoorwaarden in de waardeketen. Het samenbrengen van de gehele waardeketen (ontwerpers, makers, verkopers, logistieke spelers en gebruikers) is essentieel om tot innovatieve oplossingen te komen.","summary":"De meubelsector evolueert naar een meer trendgevoelige en globale industrie, wat de kwaliteit en duurzaamheid van meubels beïnvloedt. Om deze lineaire keten te doorbreken, is het essentieel om nieuwe verbindingen te creëren op regionale schaal en te focussen op circulaire waardeketens. Door samenwerking tussen ontwerpers, makers en gebruikers kunnen innovatieve oplossingen worden ontwikkeld voor een duurzamere meubelsector.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002003","result_description":"TransFormMaker wil een circulaire transitie in de meubelindustrie bewerkstelligen door het uitbouwen van een netwerk van meubel-maak-regio's waarbinnen circulaire ecosystemen grondstoffen doen circuleren en (sociale) tewerkstelling genereren.\n\nDe focus ligt op regio Genk en regio Mechelen waarbinnen we labs organiseren in samenwerking met lokale bedrijven, beleid, burgers en kennisinstellingen. Hierbij leggen we de focus op 4 verschillende labs die telkens een knelpunt in de waardeketen tackelen.\n\nOverkoepelende ambities van het living lab zijn het ontwikkelen van circulaire vaardigheden, circulaire storytelling en uitbouwen van circulaire hubs in Genk en Mechelen. Het doel is om circulaire strategieën te ontwikkelen die opgeschaald kunnen worden naar de volledige meubelindustrie om de Vlaamse en Europese klimaatdoelstelling te bereiken."},{"description":"Vlaanderen telt vandaag zo’n 122.000 personen met dementie, waarvan 30% verblijft in woonzorgcentra.\n\nWetenschappelijk onderzoek toont de effectiviteit aan van niet-farmacologische interventies in het kader van het persoonsgerichte zorgmodel bij personen die leven met dementie. Reminiscentietherapie, muziektherapie, het gebruik van biografische informatie over de persoon met dementie tijdens de communicatie en zorgverlening, het inkleden van de leefomgeving met herkenbare foto’s en objecten zijn succesvolle voorbeelden die psychologische en gedragsmatige symptomen bij personen met dementie reduceren en de levenskwaliteit verbeteren.\n\nTevens is er sterke wetenschappelijke bewijskracht voor opleidingen die zorgverleners betrekken bij de uitvoering van deze interventies in het persoonsgerichte zorgmodel.\n\nOndanks de toegenomen wetenschappelijke en klinische evidentie blijkt de praktische toepassing van persoonsgerichte interventiestrategieën momenteel nog geen ‘standaardzorg’ in de woonzorgcentra in Vlaanderen. Zorgverleners hebben vaak niet de nodige kennis over persoonsgerichte zorg of weten onvoldoende hoe persoonsgerichte zorg te vertalen naar de dagelijkse realiteit. Professionele zorgverleners zoals zorgkundigen, verpleegkundigen, ergotherapeuten maar ook informele zorgverleners zoals mantelzorgers en vrijwilligers hebben daarom baat bij een instrument dat hen gidst bij de zorg van een persoon met dementie.\n\nOm tegemoet te komen aan de vraag uit het werkveld, ontwikkelen en valideren we samen een praktische e-zorgtool die het persoonsgerichte zorgmodel vertaalt op maat van de persoon met dementie, hun naasten en zorgverleners. Met de ontwikkeling van de e-zorgtool willen we zorgen dat zorgverleners met de beschikbare tijd op een persoonsgerichte wijze zorg kunnen verlenen in hun interactie met de persoon met dementie.\n\nSamen met de zorgverleners onderzoeken we aan welke voorwaarden de e-zorgtool zowel inhoudelijk als technisch moet voldoen. We analyseren de economische en maatschappelijke relevantie van de tool, en de impact op zorgverleners. Tenslotte voeren we een verkennende studie uit naar markttoepassingen, afzetpotentieel en de economische impact voor andere organisaties in de gebruikersgroep, zoals softwareontwikkelaars.","summary":"Ontwikkeling van praktische e-zorgtool voor persoonsgerichte zorg bij dementie in Vlaanderen. Onderzoek naar effectieve interventies en training voor zorgverleners om de levenskwaliteit te verbeteren en symptomen te reduceren. Impact op zorgverleners en economische relevantie wordt geanalyseerd voor breder gebruik.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002004","result_description":"Om tegemoet te komen aan de vraag uit het werkveld, hebben we samen een praktische e-zorgtool ontwikkeld en gevalideerd. Deze tool vertaalt het persoonsgerichte zorgmodel op maat van de persoon met dementie, hun naasten en zorgverleners.\n\nMet de ontwikkeling van de e-zorgtool streven we ernaar dat zorgverleners met de beschikbare tijd op een persoonsgerichte wijze zorg kunnen verlenen in hun interactie met de persoon met dementie."},{"description":"Cryopreservatie is een faciliterende technologie die tegenwoordig niet meer weg te denken is uit het (bio)medische en farmaceutische werkveld. In zowel onderzoek als behandelingen zoals celtherapie, regeneratieve geneeskunde, fertiliteit, weefselontwikkeling etc., wordt cryopreservatie als belangrijk hulpmiddel ingezet, waardoor op biologisch niveau de tijd tijdelijk kan worden stilgezet. Hoewel het zeer frequent gebruikt wordt, blijft het toch een snelheidsbeperkende stap die vaak resulteert in lage opbrengsten na het ontdooien.\n\nOndanks het feit dat cryopreservatie zo wijd verspreid is, wordt weinig aandacht besteed aan het optimaliseren van vries-dooi protocollen. In dit project willen we de nodige kennis ontwikkelen en protocollen uitwerken die de cryopreservatie van cellen vergemakkelijkt. Momenteel wordt vaak gebruik gemaakt van één standaardprotocol geformuleerd door de Amerikaanse type culture collection (ATCC). Door te werken met een Design of Experiments aanpak (DoE) worden te testen punten in een meerdimensionale ruimte zo geselecteerd dat een maximum aan statistisch relevante data geput wordt uit een relatief beperkte dataset.\n\nHet optimaliseren van cryopreservatieprotocols kan op verschillende vlakken leiden tot kostendrukkende of duurzamere oplossingen voor de klant en voor het milieu. Het aantal experimenten dat uitgevoerd moet worden om een statistisch relevante dataset te bekomen ligt drastisch lager door de aanpak van DoE, waardoor minder materiaal gebruikt en aangekocht moet worden (minder kosten) en de resulterende afvalstroom ook kleiner is (beter voor het milieu). Het efficiënter invriezen van stalen in kleinere volumes vereist minder invriescapaciteit, waardoor de bestaande capaciteit doeltreffender kan worden ingezet of verkleind, wat leidt tot verminderd verbruik van materiaal en energie. Vermindering in cellulaire stress als gevolg van een geoptimaliseerd protocol kan leiden tot snellere recuperatie van celmateriaal, waardoor tijdsverlies wordt geminimaliseerd en materiaalverbruik tijdens de recuperatie wordt gereduceerd.\n\nHet gebruik van DoE, gecombineerd met een experimentele infrastructuur die bestaat uit een controlled rate freezer en een ontdooi-opstelling, de kennis en ervaring inzake celcultuur en cryopreservatie, en de resulterende geoptimaliseerde protocollen van strategisch gekozen celtypes, zijn de ideale combinatie voor de toekomstige opstart van een dienstverleningsplatform.\n\nEr wordt gefocust op het vooraf vergaren van een portfolio van geoptimaliseerde protocollen van strategische celtypes, waarna deze commercieel worden aangeboden. Via licentie kan een gestandaardiseerd geoptimaliseerd protocol aangekocht worden. Indien gewenst kan ook een volledig gepersonaliseerd protocol aangeleverd worden. Hierbij worden extra labotesten uitgevoerd om een protocol aan te leveren dat volledig voldoet aan de wensen van de klant, bijvoorbeeld wat betreft het te gebruiken cryoprotectant. Daarnaast is er de piste om op vraag van de klant het vries-dooi-protocol te optimaliseren voor een celtype dat nog niet in ons portfolio werd opgenomen.\n\nIn dit project worden volgende experimentele doelstellingen geformuleerd om de afstand naar valorisatie te verkorten: 1) uitvoeren optimalisaties van strategisch interessante celtypes ter opbouw van een commercieel interessant portfolio en 2) valideren van geoptimaliseerde protocollen. Volgende commerciële doelstellingen zijn opgenomen in het project: 1) bestuderen van bijkomende marktsegmenten, huidige marktinschatting verfijnen, 2) waardeproposities valideren bij potentiële klanten en 3) deze omvormen tot willingness to pay om zo 4) het businessplan te verfijnen en een correct financieel model op te stellen.","summary":"Cryopreservatie is essentieel in (bio)medische en farmaceutische toepassingen. Ons project optimaliseert vries-dooi protocollen met Design of Experiments aanpak voor verbeterde resultaten. Dit leidt tot kostenefficiëntie, duurzaamheid en klantgerichte diensten voor celbewaring.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002005","result_description":null},{"description":"Elke afvalwaterzuiveringsinstallatie brengt een nieuwe afvalstroom met zich mee: spuislib. Waterzuiveringsbedrijven laten dit spuislib meestal tegen betaling verwijderen. In 2 afgelopen PWO projecten (VaSA en DemoVaSA) werd bestudeerd hoe deze afvalstroom gevaloriseerd kan worden. Er werd een extractieprocedure op punt gesteld om EPS te extraheren uit dit slib. Deze EPS bestaan voornamelijk uit polysacchariden en eiwitten, hierdoor kunnen ze gebruikt worden in verschillende industriële applicaties.\n\nIn dit project zullen de geëxtraheerde EPS gevalideerd worden in 2 applicaties. Als eerste applicatie zal er een nabehandelingsproduct voor beton aangemaakt worden waarin de geëxtraheerde EPS verwerkt zitten. Het voordeel van dit nabehandelingsproduct ten opzichte van commercieel beschikbare producten is het feit dat dit product op water gebaseerd is en niet op een organisch solvent. Er zijn al een aantal producten op de markt die ook op water gebaseerd zijn, maar deze bevatten vaak producten afkomstig uit aardolie (vb. paraffine). Naast het gebruik van EPS in een nabehandelingsproduct voor beton kunnen de EPS ook dienen als additief in lijmen. De geëxtraheerde EPS kunnen tot 70% uit eiwitten bestaan. Momenteel worden er aan sommige lijmen al eiwitten toegevoegd. Het is echter zo dat deze eiwitten vaak van plantaardige oorsprong zijn (vb. soja, camelina), hierdoor kan er een conflict ontstaan omdat deze gewassen ook gebruikt worden in food en feed. De geëxtraheerde EPS zijn afkomstig van een afvalstroom en zijn vrij eenvoudig te extraheren, hierdoor is de kost om ze te verkrijgen beperkt.\n\nLangs de ene kant willen bedrijven die beschikken over een afvalwaterzuiveringsinstallatie graag van hun slib af omdat ze nu dikwijls betalen om het slib te laten verwijderen. Langs de andere kant zijn er bedrijven die op zoek zijn naar innovaties op vlak van beton en lijmen. Op vlak van valorisatie wordt er gekeken naar 2 kanten de market needs: langs de ene kant zal er dienstverlening opgezet worden rond de extractie van EPS uit spuislib, langs de andere kant kunnen de toepassingen in beton en lijm die in dit project ontwikkeld worden gepatenteerd worden.","summary":"Valoriseer spuislib uit afvalwaterzuiveringsinstallaties door EPS te extraheren voor innovatieve beton- en lijmtoepassingen. Bespaar kosten voor installaties en bied duurzame producten aan de industrie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002006","result_description":"In dit project werden verschillende formulaties ontwikkeld. Hierbij werden extracten uit spuislib gebruikt als kleefstof voor hout, vezelplaten en isolatiemateriaal."},{"description":"Op plaatsen waar mensenmassa's samenkomen is het zeker voor organisatoren van evenementen belangrijk om een goede inschatting te kunnen maken van het aantal aanwezigen. \n\nOm te investeren in een bepaalde methode is een eerlijke vergelijking van de telmethodes noodzakelijk. Ons eerder onderzoek wees sterk op de nood aan ijkingen voor verschillende telmethodes, en een bundeling en exploitatie van kennis en expertise bij deze organisatoren om verder te kunnen professionaliseren en (verdere) groei mogelijk te maken. \n\nHet project zal resulteren in een beter inzicht in technologieën voor bezoekerstellingen door middel van een beslissingsschema op basis van een eerlijke vergelijking naar (1) het aantal aanwezigen op een gegeven moment en (2) op het aantal unieke bezoekers gedurende het evenement dat bovendien richtlijnen biedt voor het extrapoleren van de tellingen. \n\nHet beslissingsschema zal resulteren in onder meer accuratere voorspellingen, impactanalyses, inzet van middelen en een betere keuze van bezoekerstellingen op basis van nauwkeurigheid.","summary":"Voor organisatoren van evenementen is een eerlijke vergelijking van telmethodes essentieel voor professionele groei. Ons project biedt inzicht en richtlijnen voor nauwkeurige bezoekerstellingen, waardoor betere voorspellingen en inzet van middelen mogelijk zijn.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002007","result_description":"Binnen het TETRA-project ‘Accuraatheid van bezoekerstelmethoden op evenementen’ werd een grondige literatuurstudie uitgevoerd en intensief samengewerkt met organisatoren van evenementen, aanbieders en leveranciers van verschillende telmethoden.\n\nOp basis van deze inzichten werden geschikte en niet-geschikte methoden voor bezoekerstellingen van evenementen gescreend. De screening was gericht op: praktische inzetbaarheid, organisatorische haalbaarheid en toepasbaarheid binnen de evenementensector.\n\nVervolgens werden zes geschikte telmethodes ingezet op elf testcases, evenementen van verschillende types en groottes, met als doel om de accuraatheid van de verschillende telmethoden te berekenen en met elkaar te vergelijken.\n\nDe resultaten van het onderzoek zijn samengebracht in de Telwijzer. Deze wordt gratis ter beschikking gesteld in de Toolkit op de onderzoekswebsite van het expertisecentrum (www.publiekeimpact.be) en via de websites www.telwijzer.be en www.crowdcounter.be."},{"description":"Het doel van dit project is de Proof-of-Concept van het Connected Mobility Ecosysteem (CME). Dit systeem laadt data van personenwagens op via een BlackBox device naar de cloud. Vervolgens wordt deze data ontcijferd en ter beschikking gesteld aan bestuurders via een mobiele app en aan B2B-klanten via een dashboard.","summary":"Dit project ontwikkelt een Connected Mobility Ecosysteem dat data van personenwagens verzamelt, analyseert en deelt met bestuurders en B2B-klanten via een BlackBox device en mobiele app.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002008","result_description":"Dit project resulteerde in de oprichting van KdG's eerste spin-off, het bedrijf LinkedCar."},{"description":"De investeringsaanvraag betreft de aankoop van infrastructuur die nodig is voor het ontwikkelen van een AI-dataLab. Deze infrastructuur zal de onderzoekers van het KdG Onderzoekscentrum \"Duurzame Industrie\" en onderzoekers van de opleidingen Toegepaste Informatica en Multimedia- en Communicatietechnologie ondersteunen. Zij werken rond artificiële intelligentie, zoals machine learning en deep learning, en hebben voldoende rekencapaciteit en opslagcapaciteit nodig voor hun onderzoeks- en dienstverleningsprojecten.\n\nMet de toenemende hoeveelheid beschikbare data, stuit het KdG-onderzoek naar data driven design en toegepaste AI op de limieten van de huidige infrastructuur wat betreft reken- en opslagcapaciteit. Het is noodzakelijk om de capaciteit uit te breiden om aan de behoeften te voldoen. Dit vereist tevens een upgrade van de benodigde hard- en software en het bijbehorende beheer.","summary":"Investeer in infrastructuur voor AI-dataLab van KdG Onderzoekscentrum. Vergroot rekencapaciteit en opslag voor onderzoekers in AI, machine learning en deep learning. Efficiënter data driven design en toegepaste AI.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002009","result_description":"Het project is momenteel lopend."},{"description":"Dit project combineert praktijkgericht met beleidsinformerend onderzoek. Het doel is dan ook tweeledig. Ten eerste willen we samenwerkingspraktijken ontwikkelen en onderzoeken tussen organisaties die werken met kinderen op de vlucht en hun families. Ten tweede willen we kennis die toekomstig beleid kan informeren over de opvang van kinderen op de vlucht en hun families.\n\nGeïnspireerd door de principes van Children Zones en sociaal-geografische differentiatie, zetten we een actie-onderzoek op in twee settings: een in de Antwerpse metropool en een in het voorstedelijke Lint. In elke setting brengen we een intersectoraal netwerk tot stand, waarin medewerkers van opvangcentra samenwerken met medewerkers van scholen en van vrijetijdsvoorzieningen. De netwerken zullen:\n- De medewerkers uit de betrokken sectoren ondersteunen om te zien hoe kinderen hun schooltijd, vrijetijdsactiviteiten en het dagelijkse leven in het opvangcentrum ervaren (met behulp van resultaten uit het project ‘Onderweg’ – 2018-2021) en om intersectorale dialoog en samenwerking tot stand te brengen over die ervaring.\n- Een ouderonderzoeksgroep tot stand te brengen waarin ouders onderzoeken welke rollen zij kunnen spelen voor hun kinderen. De deelnemers van het netwerk begeleiden de groep, het onderzoeksteam documenteert, observeert en analyseert het proces.\n- De samenwerking in het netwerk onderzoeken, samen met de manier waarop kinderen en hun families die samenwerking ervaren. Dit moet leiden tot innovaties én tot beleidsaanbevelingen.\n\nHet onderzoeksgebaseerde karakter van het actie-onderzoek garanderen we door:\n- Een solide literatuurstudie uit te voren over inclusieve en ondersteunende praktijken voor kinderen op de vlucht;\n- De bevindingen te incorporeren uit het PWO-project ‘Onderweg’ (2018-2020) dat de ervaringen van kinderen op de vlucht analyseerde in opvangcentra, scholen en vrijetijdsorganisaties\n\nWe voorzien vier valorisatieroutes:\n- De participatieve aanpak en het actieve engagement van de stakeholders zal inclusieve, intersectorale praktijken tot stand brengen en dus meteen voelbaar zijn voor kinderen op de vlucht en hun families.\n- Een expertenpanel van beleidsorganisaties zoals het Kinderrechtencommissariaat, het Vlaams Departement Onderwijs en lokale ngo’s, onder meer actief in de vrijetijdssector, zal het project opvolgen en de beleidsaanbevelingen checken op haalbaarheid.\n- We dragen bij aan het publieke debat over kinderen op de vlucht, hun families en over de mensen die in verschillende sectoren met hen werken door een essay te publiceren en een opiniestuk.\n- De resultaten van het actie-onderzoek vormen het uitgangspunt om een Europese projectaanvraag voor te bereiden, waarvan de precieze focus zal afhangen van de toekomstige calls. Mogelijke onderwerpen, die allemaal verband houden met dit projectvoorstel, zijn: netwerkvorming om kinderen op de vlucht en hun families beter op te vangen, een zinvolle vrije tijd op maat voor kinderen die in kwetsbare omstandigheden leven, sociale innovatieprojecten voor families op de vlucht en voor de teams die zich voor deze families inzetten.","summary":"Dit project bevordert samenwerking tussen organisaties voor kinderen op de vlucht, met als doelen: kennisontwikkeling voor toekomstig beleid en ondersteuning van kinderen en families. Actie-onderzoek in Antwerpen en Lint zal intersectorale netwerken opzetten, ouders betrekken en beleidsaanbevelingen formuleren.Valorisatie omvat inclusieve praktijken, beleidsopvolging, publiek debat en Europese projectaanvragen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002010","result_description":"Diverse online sessies en real-life workshops behandelen de ervaringen van kinderen in asielcentra tijdens hun vrije tijd. Er zijn ook twee pilots over intersectorale netwerken met asielcentra. Het doel hiervan is om de vrije tijd van kinderen die daar verblijven te verrijken."},{"description":"Bomen spelen een belangrijke rol in het openbaar groen vanwege hun diverse bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Helaas kunnen ze soms een bron van ergernis vormen wanneer bladluizen de bomen infecteren en naast zuigschade ook honingdauw produceren. Deze plakkerige substantie is sterk vervuilend en hinderlijk voor mensen.\n\nDaarnaast groeien er roetdauwschimmels op de honingdauw die de sierwaarde van de planten sterk verminderen. Met andere woorden, bladluizen vormen een probleem op boomkwekerijen, in tuinen, parken en ander openbaar groen.\n\nDe hoofddoelstelling van dit project is het vergaren van kennis om bladluizen in de groensector (zoals boomkwekerijen, openbaar groen, enz.) op een duurzame, milieuvriendelijke manier te beheersen. Door praktijkstudies zal het efficiënte gebruik van natuurlijke vijanden om bladluizen te bestrijden worden onderzocht. Ook zal er aandacht worden besteed aan het voorkomen van bladluizen door de gevoeligheid van boomsoorten voor bladluizen in kaart te brengen.\n\nAls gevolg hiervan wordt verwacht dat de groensector meer gebruik zal maken van natuurlijke vijanden om bladluizen op (grote) bomen te beheersen en zo hinder door honingdauw te voorkomen.","summary":"Leer hoe bladluizen in bomen de leefomgeving beïnvloeden en ontdek duurzame oplossingen in de groensector. Beheers bladluizen op een milieuvriendelijke manier door natuurlijke vijanden te benutten en cultivargevoeligheid te begrijpen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002011","result_description":null},{"description":"Vanwege beleidsmaatregelen, ziekten en plagen, en het streven naar meer veerkracht in de ruwvoederbevoorrading, zijn rundveehouders op zoek naar een derde teelt. Voederbiet als derde teelt biedt talrijke voordelen in termen van opbrengstpotentieel, voedertechnische aspecten en milieuoverwegingen. Het areaal voederbieten is de laatste twee jaar jaarlijks met ongeveer 8% toegenomen. Deze uitbreiding vindt vaak plaats op bedrijven met een nauwe vruchtwisseling met maïs en gras, wat risico's met zich meebrengt voor de beheersing van de bodempathogeen Rhizoctonia solani.\n\nEr is echter onvoldoende kennis over de exacte populatie van Rhizoctonia solani op deze Vlaamse bedrijven en de impact ervan op verschillende waardplanten. Hierdoor kan het risico en de aanpak niet voldoende worden uitgewerkt. Hoewel er in de literatuur veel beheersmaatregelen worden beschreven, is de praktische toepasbaarheid ervan onder Vlaamse omstandigheden onvoldoende bekend.\n\nHet onderzoeksplan omvat in eerste instantie het verzamelen van isolaten uit de praktijk, gevolgd door karakterisering op basis van astomosegroep en waardplantspecificiteit. Dit heeft tot doel passende vruchtwisselingsscenario's te ontwikkelen. Vervolgens wordt onderzocht welke mogelijke beheersingsstrategieën kunnen worden toegepast. Hierbij wordt gekeken naar de praktische haalbaarheid van groenbedekkers (biofumigatie), biologische controle-organismen via zaaizaadbehandelingen en het tolerantieniveau van voederbietrassen onder laboratorium- en veldomstandigheden. De focus ligt op een benadering zonder het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit biedt mogelijkheden voor de groeiende biologische rundveehouderij.\n\nHet uiteindelijke doel is om een geïntegreerde beheersingsstrategie te ontwikkelen om de druk van Rhizoctonia solani in een gewasgevoelige rotatie te verminderen en de voederbietenteelt op een duurzame manier een plek in de vruchtwisseling te geven.","summary":"Rundveehouders kiezen voor voederbiet als derde teelt vanwege opbrengstpotentieel en milieuoverwegingen. Onderzoek richt zich op karakterisering van Rhizoctonia solani en ontwikkeling van beheersingsstrategieën voor duurzame voederbietteelt zonder chemische middelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002012","result_description":null},{"description":"Bij korte-keten-initiatieven rond broodproducten met lokaal geteelde bakgranen zorgt het gebrek aan gefundeerde begeleiding voor wisselend succes: identificeren van de succesparameters (ketenbreed) is nodig. Daarnaast is meer kennis vereist omtrent teelt en bakkwaliteit van oude bakgranen: hiermee zouden landbouwer, molenaar en bakker de juiste keuze kunnen maken naar soorten, verwerkingscondities en vermarkting.\n\nDit project inventariseert succesfactoren voor het tot stand komen van een duurzame korte keten voor brood(producten) met speciale aandacht voor oude bakgranen. Drie nieuwe korte-keten-broodinitiatieven worden opgezet en dienen als input voor sensibilisatie van broodconsumenten omtrent duurzame aspecten van de agro-voedingsketen. Inzichten over productiefacetten en klantpercepties en -verwachtingen leiden tot het ontwikkelen van succesvolle nieuwe business-modellen voor korte-ketenbrood.\n\nKetenbreed worden bestaande initiatieven onderzocht via diepte-interviews. Synchroon wordt een platform voor korte-keten-broodinitiatieven gecreëerd. Een selectie van graanrassen wordt gescreend op vlak van teelt en verwerkingspotentieel en sensorisch deelonderzoek op de broden. Drie nieuwe initiatieven van akker tot bakker worden proof of concept. Grootschalig kwantitatief consumentenonderzoek zal het marktpotentieel van een duurzame korte keten voor brood(producten) bepalen. De succesfactoren om dit te realiseren worden bepaald door kwalitatief consumentenonderzoek en door toepassing van ‘case study research’ methodologie op de nieuwe initiatieven. Een publicatie bundelt succesfactoren en kwantitatieve resultaten van de nieuwe initiatieven. Ze fungeert als leidraad voor de korte-ketenactoren om een succesvol business-model voor lokaal brood te introduceren. Alle expertise wordt verder gevaloriseerd binnen een gepast opvolgkanaal: het blijvend aanspreekpunt voor toekomstige duurzame initiatieven voor lokaal korte-ketenbrood.","summary":"Dit project identificeert succesfactoren voor duurzame korte ketens voor lokaal brood met oude granen. Nieuwe initiatieven worden opgezet voor consumentensensibilisatie en ontwikkeling van business-modellen. Onderzoek en publicatie dienen als leidraad voor actoren in de korte keten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002013","result_description":null},{"description":"De voorbije twintig jaar is er in de wetenschappelijke literatuur overweldigend bewijs geleverd dat groen positieve effecten heeft op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Groen kunnen waarnemen en contact met groen reduceert stress, verhoogt de aandacht, verhoogt de pijndrempel en blijkt genezing te versnellen.\n\nIn Vlaanderen maken gezondheidsinstellingen nauwelijks of niet expliciet gebruik van deze kennis om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Een goed uitgedachte groene omgeving rond zorgcentra biedt echter kansen om de zorg te verbeteren, en de interactie tussen zorgbehoevenden en de maatschappij aan te moedigen.\n\nDe restoratieve capaciteit van groen blijkt daarbij gerelateerd te zijn aan de biodiversiteit van het groen. In ons intensief gebruikte Vlaanderen staat de biodiversiteit echter sterk onder druk. Tuinen kunnen een belangrijke rol spelen om op landschapsschaal de biodiversiteit op te krikken en stapstenen te creëren voor migratie van soorten, onder andere naar aanleiding van klimaatverandering.\n\nNature-based solutions zoals biodiverse restoratieve zorgtuinen kunnen in sterk verstedelijkte regio's als Vlaanderen helpen om de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst aan te pakken, en zo een win-win betekenen voor zowel de zorgsector als de natuursector.\n\nOm te komen tot concrete aanbevelingen voor de praktijk is echter kennis en een multidisciplinaire benadering nodig. Via bevragingen en het creëren van pop-up tuinelementen willen we, samen met studenten en partners, (i) in kaart brengen wat momenteel aanwezig is aan biodivers groen rond zorgcentra, (ii) nagaan wat het therapeutisch effect kan zijn van biodivers groen en (iii) groenconcepten voor biodiverse restoratieve zorgtuinen technisch en therapeutisch ontwerpen.","summary":"Ontdek de positieve impact van groen op gezondheid en welzijn. Onderzoek toont aan dat groene omgevingen stress verminderen, genezing versnellen en interactie bevorderen. Biodiverse zorgtuinen kunnen helpen bij maatschappelijke uitdagingen en bieden win-win voor zorg- en natuursector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002014","result_description":null},{"description":"Bedrijven zijn wettelijk verplicht om het geproduceerde afvalwater vóór lozing te zuiveren. Vele bedrijven staan zelf in voor zuivering en verwerking van hun afvalwater. Het meest voorkomende type waterzuivering is de aerobe zuivering waarbij slib wordt geproduceerd. Dit slib wordt in veel gevallen afgevoerd naar een slibverwerkend bedrijf. Hoe beter het slib ontwatert, hoe meer gezuiverd water er geproduceerd wordt en hoe efficiënter de zuivering is waardoor er minder energie vereist is voor de daaropvolgende slibverwerking.\n\nDe slibbezinking wordt negatief beïnvloed door een veel voorkomend probleem, namelijk draadvormige bacteriën. Een algemeen gebruikte oplossing is het behandelen van het slib met chemicaliën. Deze methode heeft echter een hoge kost en een negatieve milieu-impact tot gevolg. Het PWO-project Enzubel (2016-2019) toonde daarbij aan dat draadvormige bacteriën tot een slechte zuurstofoverdracht in aerobe bekkens leiden, waardoor de beluchting tot wel 57% bijkomende energie vereist.\n\nIn dit project willen we geschikte fagen of faagcocktails selecteren die specifiek de draadvormige bacteriën vernietigen als kosteneffectief én milieuvriendelijk alternatief. Men heeft als doel een faagbehandeling te ontwikkelen voor het verbeteren van de slibkwaliteit met een positieve impact op het energieverbruik van de waterzuivering.","summary":"Bedrijven moeten afvalwater zuiveren voor lozing. Efficiënte slibontwatering verhoogt zuiveringsrendement en vermindert energieverbruik. Fagen als milieuvriendelijk alternatief voor draadvormige bacteriën kunnen slibkwaliteit verbeteren en energie-efficiëntie bevorderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002015","result_description":null},{"description":"Experimenten uitgevoerd in het Altevasproject worden gefinaliseerd. Een extra microalg wordt getest op inzetbaarheid en efficiëntie. \n\nDe biochemische samenstelling van de bekomen biomassa wordt in kaart gebracht, aangezien dit zeer belangrijk is voor het bepalen van het valorisatiepotentieel. \n\nTenslotte worden preliminaire testen rond de biomassa als biostimulant uitgevoerd.","summary":"In het Altevasproject worden experimenten afgerond met een nieuwe microalg. De biochemische samenstelling van de biomassa wordt geanalyseerd voor valorisatiepotentieel en tests als biostimulant uitgevoerd.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002016","result_description":null},{"description":"Jaarlijks gaat 1/3 van het voedsel verloren. Zo wordt brood vaak verspild. Bakkerijen en retailers zullen steeds broodverlies hebben ondanks preventiemaatregelen. Nu worden broodresten voor een kleine som verkocht aan de veevoedersector/vergisting. Dit is een typevoorbeeld van downcycling. Het omzetten van broodverlies in hoogwaardige producten voor humane consumptie is mogelijk, maar kent een aantal bottlenecks (traceerbaarheid, etikettering, allergenen, economische haalbaarheid, voedselveiligheid, logistiek en duurzaamheid). De hoofddoelstelling van dit project is om onvermijdbare broodverliezen in bakkerijen en supermarkten te reduceren a.d.h.v. een duurzaam valorisatietraject in innovatieve biersoorten en bakkerijproducten.\n\nBinnen dit project wordt broodverlies in Vlaamse bakkerijen en supermarkten in kaart gebracht. Bestaande initiatieven, literatuur en wetgeving worden geïnventariseerd. Via casestudies wordt nagegaan hoe bedrijven broodverlies voedselveilig kunnen verzamelen, triëren en opslaan. In het bakkerij- en brouwerijlaboratorium wordt onderzocht welke bewerkingen op “verloren” brood zinvol zijn met oog op toepassing in bier en bakkerijproducten. Er worden biersoorten en bakkerijproducten op pilootschaal geproduceerd, geanalyseerd en geoptimaliseerd. Resultaten worden omgezet in de industriële praktijk. Elk deelonderzoek gaat gepaard met een economische, logistieke en duurzaamheidsanalyse.\n\nDe output omvat:\n- Literatuurstudie.\n- Nulmeting van broodverlies in Vlaamse bakkerijen en supermarkten.\n- Procedures om broodverlies voedselveilig te verzamelen en op te slaan.\n- Aanbevelingen en richtlijnen inzake voorbewerkingen van broodverlies.\n- 3 innovatieve broodbieren.\n- 5 innovatieve brood-gebaseerde bakkerijproducten.\n- Praktijkgids.\n- Commercialisatievoorwaarden voor de vermarkting van brood-gebaseerd bier en bakkerijproducten in Vlaanderen.\n- Logistieke oplossingen en kostenraming binnen de waardeketen van broodvalorisatie.\n- Duurzaamheidstoets voor bier en bakkerijproducten o.b.v. broodverlies.","summary":"Jaarlijks gaat veel voedsel verloren, waaronder brood. Dit project richt zich op het verminderen van broodverlies in bakkerijen en supermarkten door innovatieve biersoorten en bakkerijproducten te ontwikkelen. Resultaten omvatten o.a. broodbieren, bakkerijproducten en praktijkgidsen voor een duurzame en economische aanpak.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002017","result_description":null},{"description":"Het is een complexe uitdaging om teeltsystemen te ontwikkelen die voldoende en kwalitatieve voeding produceren in een veranderend klimaat en tegelijkertijd natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit beschermen. In dit project wordt de duurzaamheid van twee verschillende teeltsystemen getest.\n\nNiet-duurzame praktijken dienen steeds meer achterwege te worden gelaten, waarbij teeltsystemen moeten evolueren van ‘input-gedreven’ naar ‘kennis-gedreven’ productiemethoden. Het huidig landbouwonderzoek zet intensief in op deze evolutie, maar de meeste studies zijn monodisciplinair en bekijken slechts deelaspecten van teeltsystemen. Een systeembenadering is echter essentieel om het functioneren en de duurzaamheid van teeltsystemen te onderzoeken.\n\nIn het project AgriSus wordt de duurzaamheid getest van 2 teeltsystemen: enerzijds een conventioneel productiesysteem dat steunt op geïntegreerde gewasbescherming en maximaal behoud van bodemkwaliteit, en anderzijds een biologisch productiesysteem. Beide systemen hebben als doel de omgevingsimpact en externe inputs te minimaliseren en tegelijkertijd een kwalitatieve en kwantitatieve opbrengst te verzekeren.\n\nIn een meerjarige veldproef worden binnen de 2 teeltsystemen telkens 3 gewasrotaties met elkaar vergeleken door opvolging van (i) bodemvruchtbaarheid, (ii) diversiteit van nuttige organismen, ecosysteemdiensten en hun impact op plagen, ziekten en onkruiden, (iii) klimaatbestendigheid, en (iv) de kwalitatieve en kwantitatieve opbrengstparameters van elke rotatie binnen elk systeem.\n\nHet project brengt op een holistische en praktijkgerichte manier de duurzaamheid van beide teeltsystemen en de drie gewasrotaties in kaart. Er wordt beoogd met de proefresultaten wijzigingen in attitude, kennis en vaardigheden teweeg te brengen, om zo te komen tot duurzamere agrosystemen en biodiversere, klimaatvriendelijkere groene ruimtes.","summary":"In project AgriSus worden duurzaamheid van 2 teeltsystemen getest om klimaatverandering het hoofd te bieden. De focus ligt op minimaliseren van impact en externe inputs voor een optimale opbrengst en biodiversiteit in groene ruimtes.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002018","result_description":null},{"description":"Tuinen beslaan een groter deel van het Vlaamse grondgebied (8%) dan beheerde natuurgebieden (6,5%) en bieden daarom een belangrijk strategisch natuurpotentieel. In natuurvriendelijk aangelegde en beheerde tuinen kan immers een opmerkelijke hoeveelheid biodiversiteit aanwezig zijn.\n\nVeel Vlamingen kiezen in de tuin echter voor een kortgeschoren, weinig biodivers gazon. Verschillende initiatieven zoals de campagne #MaaiMeiNiet in Vlaanderen en het Europese burgerinitiatief 'ByeByeGrass' sporen de burger aan om 'het gras te laten groeien' en zo te zorgen voor klimaatvriendelijke en bloemrijke graslandjes in de tuin. Bloemrijke graslanden zijn interessant voor insecten en kwamen ooit talrijk voor in het Vlaamse landschap. Maar klopt het dat minder maaien zorgt voor een hogere biodiversiteit en een klimaatvriendelijke tuin? Hoe komt het dat door mijn gras te laten groeien ik wel of niet de gewenste bloemen krijg in mijn tuin? Wat kan ik doen om toch een divers bloemrijk graslandje en daardoor meer leven in mijn tuin te krijgen? Met welk beheer kan ik als tuinier een steentje bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit en van het klimaat?\n\nMet het burgerwetenschapsproject FLOWERPOWER DE TUIN zoeken we antwoorden op deze vragen en wordt de tuin een Living Lab waarin burgers experimenteren met hun gazon. Burgers doen metingen van bodem, vegetatie en insecten waardoor ze meer inzicht krijgen in de praktische do's en don'ts en de maatschappelijke betekenis van een graslandje in hun tuin. Bij een breed publiek peilen we bovendien naar de motivatoren en barrières om te kiezen voor een traditioneel versus een bloemrijk grasland, en naar de esthetische voorkeur en kennis over bloemrijk grasland.\n\nWe werken workshops en lespakketten uit voor lagere en secundaire scholen, leggen demo-tuintjes aan en werken aan een communicatieplan om burgers te overtuigen. FLOWERPOWER DE TUIN wil met dit alles wetenschappelijke kennis vergaren, kennis delen en sensibiliseren over bloemrijke graslanden en over het belang van tuinen voor de biodiversiteit en zorg voor het klimaat.","summary":"Ontdek hoe je jouw gazon kan transformeren in een biodivers bloemrijk grasland met FLOWERPOWER DE TUIN. Meet, experimenteer en leer in dit burgerwetenschapsproject om bij te dragen aan biodiversiteit en klimaatzorg in jouw tuin. #MaaiMeiNiet #ByeByeGrass.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002019","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen wordt jaarlijks een enorme hoeveelheid landbouwafval (bladeren, wortelstokken en stengels) geproduceerd na de oogst van gewassen, waarvan het merendeel niet of laagwaardig wordt gevaloriseerd. In de transitie naar een biogebaseerde kringloopeconomie speelt hoogwaardige valorisatie van organische reststromen een belangrijke rol.\n\nGrondstoffen worden steeds schaarser en duurder en de globale vraag naar ecologische grondstoffen in de materiaal- en textielindustrie is stijgende. Upcycling van natuurlijke vezels uit landbouwafval kan hier een oplossing bieden.\n\nHet project RestMatch 2 wil onderzoeken wat het potentieel is van natuurlijke vezels uit plantaardige stengelnevenstromen als grondstof voor de productie van biogebaseerde materialen. Hiertoe worden stengelnevenstromen verzameld, de vezels eruit geëxtraheerd en de chemische samenstelling en kwaliteitseigenschappen van de vezels worden bepaald en vergeleken met deze van belangrijke natuurlijke vezels zoals katoen en vlas.\n\nDit project zorgt voor kennisopbouw over alternatieve natuurlijke vezels uit reststromen.","summary":"Jaarlijks wordt in Vlaanderen veel landbouwafval niet optimaal benut. RestMatch 2 onderzoekt de waarde van natuurlijke vezels uit plantenafval voor duurzame materialen, belangrijk in een circulaire economie. Oplossing voor schaarse grondstoffen en stijgende vraag naar ecologische materialen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002020","result_description":null},{"description":"Door klimaatverandering heeft Vlaanderen te kampen met meer extreme weersomstandigheden, waarbij droge en warme zomers frequenter voorkomen. In regio's met lichte gronden staat de kuilmaïsteelt hierdoor ernstig onder druk. In dit project wordt het potentieel van duurzame, kwaliteitsvolle en klimaat-robuuste alternatieven voor kuilmaïs onderzocht.\n\nDe warme, droge zomers van de laatste jaren zorgen in maïs voor ondermaatse plant- en kolfontwikkeling. Bijgevolg daalt de opbrengst, en vaak is de voederwaarde van deze kuilmaïs ook laag. Bovendien geeft de beperkte vruchtwisseling met vooral gras en maïs ernstige problemen qua onkruidbestrijding, en zetten bemestingsnormen de maïsteelt verder onder druk. Dit maakt het voor rundveehouders steeds moeilijker om een evenwichtig en tevens betaalbaar ruwvoeder-rantsoen samen te stellen.\n\nIn het project Climacrop onderzoeken we in eerste instantie het potentieel van wintergranen, al dan niet in combinatie met vlinderbloemigen. Lokaal geproduceerde vlinderbloemigen zoals veldbonen en erwten zijn uitstekende eiwitbronnen en kunnen de afhankelijkheid van soja-import reduceren. Deze teelten kunnen dus een duurzaam, kwaliteitsvol en klimaat-robuust alternatief voor kuilmaïs vormen, zoals ook beoogd wordt in de Europese Green Deal en de Vlaamse Eiwitstrategie.  \n\nVan de granen in reinteelt of in mengteelt met vlinderbloemigen kunnen droog geoogste zaden, deegrijp ingekuilde zaden of gehele-plant silage (GPS) benut worden als rundveevoeder. Wintergranen in rein- of mengteelt worden in het najaar gezaaid en als GPS geoogst in juni - dus vóór de zomermaanden die extreem warm en/of droog kunnen zijn – waardoor ze in se als droogte-tolerant beschouwd kunnen worden. Ook andere gewassen zoals sorghum komen aan bod.\n\nHet project heeft als doel om de teelt én de inkuiltechniek van deze alternatieve gewassen te optimaliseren met het oog op een goede kuilkwaliteit als GPS. Qua teelt zullen o.a. vruchtwisseling en gewasbescherming onderzocht worden, terwijl naar kuilkwaliteit toe o.a. het effect van kuiladditieven en van het gewasstadium bij oogst nagegaan wordt. Alle bevindingen zullen vanuit een systeembenadering gefinetuned worden om rundveehouders bij te staan in hun zoektocht naar een geschikt alternatief voor kuilmaïs.","summary":"Ontdek duurzame, kwaliteitsvolle alternatieven voor kuilmaïs in Vlaanderen met Climacrop project. Wintergranen en vlinderbloemigen als eiwitbronnen bieden klimaat-robuuste oplossing. Optimaliseer teelt en inkuiltechniek voor een evenwichtig en betaalbaar ruwvoeder-rantsoen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002021","result_description":null},{"description":"Met dit project wordt de focus gelegd op het verminderen van de afvalberg in de meubelsector door de ontwerpwijze van designers. Onderzoek naar traditionele Japanse vouw- en montagetechnieken worden geïntegreerd in de Westers moderne ontwerpwijze voor duurzaam ontwerpen. Bijgevolg zal het langdurig gebruik, vlotte montage en demontage geactiveerd worden, en het bedenken van innovatieve, herstelbare en duurzame vormgeving van deelelementen de gezochte meerwaarde inhouden.\n\nEr zijn in Japan veel traditionele vouw- en montagetechnieken te vinden zoals bijvoorbeeld: ‘Origami’, het ontwerpen met papier zonder lijm, dat door deelelementen in elkaar gestoken wordt, ‘Sashimono’, het ontwerpen van houten meubel- en interieurconstructies met verbindingstechnieken zonder industrieel meubelbeslag en ‘Furoshiki’, het ontwerpen van draagbare verpakking uit textiel die vlot open en dicht kan geplooid worden.\n\nDe belangrijkste aspecten van al deze Japanse informatie zal in kaart worden gebracht en toegankelijk gemaakt worden voor ontwerpers in België. Geïnspireerd door deze data en geïntegreerd met de Westerse methoden van duurzaam ontwerpen worden nieuwe concepten van duurzaam interieur- en meubelproducten tot stand gebracht. Tevens wordt de ontwerpmethode voor duurzaam ontwerpen geoptimaliseerd in samenwerking met KASK, en de Universiteit Antwerpen en lokale designers.\n\nKanazawa (Japan) en zusterstad van Gent is de plaats waar de Japanse cultuur en traditionele technieken eeuwenlang wordt beoefend en KASK, HOGENT heeft met ‘Kanzawa College of Art’ sinds 1971 een uitwisselingsprogramma. Van deze relatie wordt gebruik gemaakt in dit onderzoeksproject.","summary":"Dit project integreert traditionele Japanse vouw- en montagetechnieken in Westers modern design voor duurzame meubels. Door samenwerking met Belgische ontwerpers worden innovatieve en herstelbare elementen gecreëerd. Geïnspireerd door Japanse methoden wordt duurzaam interieurdesign bevorderd in samenwerking met KASK en de Universiteit Antwerpen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002022","result_description":null},{"description":"Landschaps- en tuinarchitectuur heeft met zijn proces en praktijk een belangrijke ambitie op het vlak van duurzaamheid. We stellen echter vast dat vooral fysieke en ecologische aspecten van duurzaamheid aan bod komen, maar veel minder sociale duurzaamheid, met aspecten zoals rechtvaardigheid, sociale gelijkheid, aandacht voor mensenrechten, participatie en in- of exclusiemechanismen, toegankelijkheid, rechtvaardigheid en armoede. Dit geldt zowel binnen het onderwijs als binnen de praktijk.\n\nDit onderzoeksproject wenst het debat te activeren over het integreren van sociale duurzaamheid in de praktijk en de opleiding van de landschaps- en tuinarchitectuur. Met interviews en observaties van de praktijk sinds de jaren ’70 reconstrueren we hoe en welke sociale duurzaamheidsprincipes binnen de landschaps- en tuinarchitectuur aandacht krijgen en hoe maatschappelijke veranderingen hier impact op hebben.\n\nDaarnaast reflecteren, sensibiliseren en activeren we in nauwe samenwerking met de beroepsverenigingen en de opleidingen landschaps- en tuinarchitectuur van Hogeschool Gent en Erasmushogeschool Brussel over sociale duurzaamheid door middel van workshops, discussietafels, ontwerpoefeningen en lessen. Doorheen dit gedeeld leerproces streven we naar een praktisch bruikbaar referentiekader rond sociale duurzaamheid.\n\nSensibilisering hieromtrent zal gebeuren in praktijk en opleiding door middel van een manifest, lesbijdragen, een startnota voor de opleiding, vlogs, een film en een studiedag. Gezien de directe impact van landschaps- en tuinarchitectuur als ontwerpende discipline van de fysieke en sociale ruimte, heeft het op de voorgrond plaatsen van sociale aspecten als rechtvaardigheid, toegankelijkheid, inclusie etc. rechtstreekse gevolgen voor de duurzaamheid van de Vlaamse ruimte zelf.","summary":"Ontdek hoe sociale duurzaamheid wordt geïntegreerd in landschaps- en tuinarchitectuur. Onderzoek, reflectie en samenwerking met Hogeschool Gent en Erasmushogeschool Brussel creëren een praktisch referentiekader. Sensibilisering via manifest, workshops, vlogs en meer voor een duurzamere Vlaamse ruimte.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002023","result_description":null},{"description":"Binnen dit onderzoek gaan we na hoe het stimuleren van gedeeld eigenaarschap via co-design een instrument kan vormen om landgoederen terug tot het centrum van culturele en materiële productie te maken. Co-design is als ontwerpmethodiek immers uiterst geschikt om de netwerken van menselijke en niet-menselijke actoren in kaart te brengen en te activeren.\n\nHelaas is de kennis van en expertise in deze methode nog te zeer versnipperd over de verschillende ontwerpdisciplines. Door binnen dit onderzoek ontwerpers uit landschapsontwerp, interieurvormgeving en digital design te laten samenwerken, ontstaat er een unieke mogelijkheid om doorheen de praktijkgerichte toepassing op concrete landgoederen deze kennis en expertise gedeeld verder op te bouwen.\n\nHet onderzoeksproject beoogt daarmee zowel een concrete bijdrage te leveren aan de revitalisering van het ‘landgoedmodel’ en aan een mentaliteitsverandering in de ontwerppraktijk, waarbij meer aandacht gaat naar (im)materiële, procesgerelateerde resultaten op het vlak van attitude- en gedragsveranderingen.","summary":"Dit onderzoek benadrukt het belang van co-design voor het stimuleren van gedeeld eigenaarschap op landgoederen. Door samenwerking tussen verschillende ontwerpdisciplines wordt expertise gedeeld en toegepast, wat leidt tot revitalisering van het 'landgoedmodel' en verandering in ontwerpmentaliteit.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002024","result_description":null},{"description":"In dit onderzoeksproject ontwikkelen en valideren de onderzoekers een ontwerpmethodiek die de gemeenschap van mens, dier en plant centraal in het ontwerpproces plaatst. Door de aandacht te leggen op het perspectief van de andere actoren verschuiven ze zo de focus van de mens naar de interacties die de mens binnen deze gemeenschap aangaat.\n\nBinnen de Westerse cultuur zijn we gewoon om het menselijk perspectief en handelingsvermogen centraal te stellen in het begrijpen en vormgeven van onze omgeving en maatschappij. Dit reduceert de ‘anderen’ tot passieve actoren. Hierdoor gaan we vaak voorbij aan de wederkerige en vormende relaties die de mens onderhoudt met de niet-menselijke actoren in zijn omgeving.\n\nDoor in het ontwerpproces de mens te decentreren, en dus niet langer centraal te plaatsen, brengen de onderzoekers hier verandering in.\n\nIn dit project werken de onderzoekers het decentering design concept uit tot een volwaardige ontwerpmethodiek. Dit doen ze via een iteratief proces van real life testing. Deze methodiek zal in een 2de fase gebruikt worden om workshops te ontwikkelen die zowel ruimtelijke professionals als artistieke en ontwerpmatige disciplines helpen om in hun werking aandacht te hebben voor de totale gemeenschap van mens, dier en plant.\n\nVerder wordt er onderzocht hoe er een educatief programma kan ontwikkeld worden ingebed in de opleidingen van de School of Arts en gericht op zowel interne studenten als externe professionals.\n\nEen publicatie zal de ontwerpmethodiek en achterliggende concepten naar een breder internationaal publiek dissemineren.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op een ontwerpmethodiek die de gemeenschap van mens, dier en plant centraal stelt. Door de mens te decentreren en interacties te benadrukken, willen de onderzoekers de focus verschuiven. De methodiek zal workshops en educatieve programma's ontwikkelen voor professionals en studenten, met als doel aandacht voor de totale gemeenschap te bevorderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002025","result_description":null},{"description":"Voedselbossen spelen in op een steeds luider klinkende maatschappelijke behoefte om landbouw en natuur opnieuw in elkaar te schuiven. Het zijn systemen die een grote diversiteit aan voedsel produceren en in verschillende gradaties zorgen voor koolstofvastlegging, waterberging, de opvang van fijn stof, de buffering van natuurgebieden tegen bijvoorbeeld hoge stikstofconcentraties, een hogere biodiversiteit in vergelijking met andere vormen van landbouw of het samenbrengen van lokale gemeenschappen. Bovendien zijn voedselbossen door hun waterbufferend vermogen, regeneratieve fertiliteit en minimale input van externe middelen (meststoffen, bestrijdingsmiddelen en fossiele brandstoffen) voorbeelden van quasi gesloten kringlopen. Toch zijn er nog vele onbenutte kansen voor de voedselbosbouw om een bijdrage te leveren aan de circulaire bio-economie. In dit project verkennen we het potentieel van hoogwaardige biomassa vanuit voedselbossen als materiaal voor de ontwerp- en de maakpraktijken waaronder meubelmakerij, interieurontwerp, instrumentenbouw en textielontwerp. Hierbij onderzoeken we zowel het potentieel van hout en textielvezels in hun oorspronkelijke extractievorm, als ook de innovatieve toepassingen zoals biocomposieten, bioplastics en 3D-printfilament met organische materialen uit het voedselbos. Anderzijds verkennen we hoe biomassastromen vanuit een voedselbos ook een hefboom kunnen zijn in de verduurzaming van een ruimer landbouwbedrijf, landgoed of landschap.\n\nOm hier een beter beeld van te krijgen start dit exploratief onderzoek met kansen in kaart te brengen voor voedselbossen om naast voedselproductie ook een bijdrage te leveren aan de circulaire bio-economie. Dit doen we door (1) een screening van pilootprojecten uit binnen- en buitenland, (2) een screening van kansrijke meerdoelsoorten, (3) een stakeholdermapping en (4) een stromenanalyse die de (potentiële) bijdrages van voedselbossen aan de circulaire bio-economie in kaart brengt. Het exploratieonderzoek dient als basis voor een transdisciplinair vervolgproject.","summary":"Voedselbossen zijn divers en duurzaam, met potentieel voor circulaire bio-economie. Onderzoek focust op biomassa voor materialen zoals hout, textiel en bioplastics, en op bijdragen aan duurzame landbouw en gemeenschappen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002026","result_description":null},{"description":"Er is wereldwijd een tekort aan verpleegkundigen. De WHO becijferde een tekort van 7,6 miljoen verpleegkundigen tegen 2030. Daarnaast is tevens het aantrekken en behouden van verpleegkundigen een enorme uitdaging.\n\nOok in België blijkt een chronisch tekort aan verpleegkundig en verzorgend personeel binnen de verschillende sectoren in de zorg. De gezondheidszorg wordt daarnaast geconfronteerd met een verhoogde activiteit en een meer complexe zorgvraag. Er is nood aan voldoende, gekwalificeerd en grondig opgeleid verpleegkundig en verzorgend personeel dat flexibel ingezet kan worden in een veranderende omgeving.\n\nGezien de hoge nood trachten overheden de instroom in de zorgberoepen te verhogen. Uit onderzoek blijkt echter dat het verhogen van de instroom onvoldoende is om de tekorten aan te pakken. Er is namelijk ook aandacht nodig voor het behouden van verpleegkundig en verzorgend personeel.\n\nZorginstellingen hebben vandaag geen tot weinig instrumenten voorhanden om de werking van zorgteams op een objectieve wijze in kaart te brengen. De samenstelling van zorgteams in instellingen gebeurt aan de hand van een inschatting van de zorgvragen. Er bestaan verschillende methoden om de zorgvraag van de patiënt in kaart te brengen maar deze vragen alsnog een uitgebreide contextuele interpretatie of bijsturing om personeel optimaal in te zetten.\n\nDoor het chronisch tekort aan verpleegkundigen stellen organisaties de vraag of de huidige skill-mix in het zorgteam niet beter kan georganiseerd worden. Verpleegkundigen nemen in sommige situaties taken op die eventueel kunnen overgenomen worden door andere disciplines. Daarnaast blijft het echter wel belangrijk om een optimale proportie hoogopgeleide verpleegkundigen te behouden om de kwaliteit van zorg te verzekeren.\n\nHet verkrijgen van een optimaal samengesteld zorgteam, met als doel de retentie van zorgverleners en de kwaliteit van zorg te waarborgen, is een complex vraagstuk. Een recent rapport van de Ierse overheid geeft als aanbeveling dat er nood is aan een softwarepakket voor de planning van personeel in de zorg dat rekening kan houden met evidence-based factoren zoals de zorgvraag, skill-mix, werklast, etc.\n\nUit veelvuldige contacten met het werkveld en via onze nauwe betrokkenheid in de werkgroep van directieleden patiëntenzorg Zorgnet-Icuro, een Vlaamse ledenorganisatie van 94 ziekenhuizen en 332 woonzorgcentra, blijkt een sterke behoefte voor een gestandaardiseerde methode die de toewijzing en opvolging van verpleegkundige zorgteams objectiveert en onderbouwt vanuit het voor iedere instelling toegewezen budget van financiële middelen van de overheid (Vlaams of Federaal).\n\nDe doelstelling van dit project betreft het ontwikkelen en evalueren van een Digitaal Decision Support Instrument, Balance Nursing Teams of BNUT, als een proof of concept (A). Het instrument zal beslissingen rond de toewijzing, opvolging en benchmarking van de samenstelling van verpleegkundige zorgteams ondersteunen voor wat betreft aantal, kwalificatie en competenties (skill-mix) en bijkomende functies in relatie tot de zorgvraag.\n\nDe toepassing zal uitgewerkt worden voor de acute en psychiatrische ziekenhuiszorg, woonzorgcentra en eerstelijnszorg met als doel zorgteams in balans voor wat betreft vraag en aanbod van zorg. BNUT discrimineert en voorspelt de mate waarin zorgteams in balans zijn, in een continuüm van negatief uit balans, in balans tot positief uit balans, voor wat betreft capaciteit, efficiëntie en bedrijfszekerheid van zorgteams in relatie tot de vraag en zorguitkomsten.\n\nIn een conceptuele fase wordt BNUT momenteel ontwikkeld tot Technology Readiness Level 4 (Juni 2020) met externe financiering. De volgende fase (proof of concept A) betreft de implementatie van BNUT in de praktijk, met een interne en externe technologische en wetenschappelijke validatie, tot Technology Readiness Level 7 (pre-commercieel product).\n\nDaarnaast wordt de informaticatoepassing geïntegreerd als een Software as a Service (SaaS) product ten einde de beschikbaarheid en verspreiding in de gezondheidszorg te verzekeren. Tenslotte zal BNUT klaargemaakt worden voor internationale commerciële verspreiding (Technology Readiness Level 9).","summary":"Er is wereldwijd een tekort aan verpleegkundigen. Het ontwikkelen van een Digitaal Decision Support Instrument, Balance Nursing Teams (BNUT), kan helpen om verpleegkundige zorgteams effectief te organiseren en te behouden. BNUT ondersteunt besluitvorming en benchmarking voor een gebalanceerde samenstelling van zorgteams, wat cruciaal is voor optimale zorgkwaliteit en personeelsbehoud.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002027","result_description":"Het decision support systeem instrument Balance Nursing Team (BNuT) ondersteunt geïnformeerde beslissingen rond de toewijzing, opvolging en benchmarking van de samenstelling van verpleegkundige zorgteams voor wat betreft aantal, kwalificatie en competenties (skill-mix) en bijkomende functies in relatie tot de zorgvraag en andere relevante factoren.\n\nIn een conceptuele fase werd BNuT ontwikkeld tot Technology Readiness Level 4 of een prototype in laboversie (juni 2020) met externe financiering. Binnen dit IOF project werd via een IOF-POC financiering BNuT, een software as a service toepassing, ontwikkeld en getest met data van vijf ziekenhuizen (technology readiness level of TRL5) en marktintrede werd voorbereid met een sales en market plan (commercial readiness level of CRL 6) (december 2021)."},{"description":"Sinds september 2019 zijn de nieuwe eindtermen van kracht in de eerste graad secundair onderwijs. De eindtermen worden hierbij niet meer aan onderwijsvakken gekoppeld, waardoor een variëteit aan mogelijkheden ontstaat waarin ook de vakken aardrijkskunde, natuurwetenschappen en techniek apart of geïntegreerd aangeboden kunnen worden.\n\nDaarnaast zijn er ook de transversale eindtermen die met de inhoudelijke sleutelcompetenties geïntegreerd moeten worden. Hoe pak je deze nieuwe integratiemogelijkheden aan als individuele leerkracht of als leerkrachtenteam? Het wordt zeer moeilijk voor een leerkracht om als individu deze vakken geïntegreerd te geven. Geen enkele leerkracht is zo breed opgeleid in zowel vakkennis als didactische vaardigheden. Werken in team lijkt de oplossing, maar hoe moet dit dan praktisch en concreet verlopen? Dit zijn allemaal vragen waar het volledige werkveld mee worstelt en waar dit onderzoek concrete antwoorden op wil geven.\n\nOm te komen tot een antwoord hierop wordt eerst in de literatuur onderzocht hoe integratie van onderwijsvakken en transversale eindtermen het best gebeurt en in het geval op dit moment reeds integratie gebeurt, hoe dit wordt aangepakt. Aan de hand van de resultaten zal een kader voor integratie ontwikkeld worden.\n\nDit kader zal tijdens de ontwikkelfase ook in de praktijk getest worden. Het eindresultaat wordt een praktische gids gericht naar leerkrachten aardrijkskunde, natuurwetenschappen en techniek in de eerste graad: “geïntegreerd wetenschapsonderwijs: lijden of leiden”. Deze bevat het kader en instrumenten om de erin vervatte visie te implementeren in de klaspraktijk, de bijhorende valkuilen te vermijden, indien mogelijk aangevuld met uitgewerkte praktijkvoorbeelden.","summary":"Ontdek hoe leerkrachten in de eerste graad secundair onderwijs geïntegreerd wetenschapsonderwijs kunnen implementeren met de praktische gids \"Geïntegreerd wetenschapsonderwijs: lijden of leiden\". Deze gids biedt een kader en instrumenten om integratie van vakken en transversale eindtermen succesvol aan te pakken in de klas.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002028","result_description":null},{"description":"In dit onderzoeksproject nemen we de impact van de modernisering van het Secundair Onderwijs op de lerarenopleidingen in Vlaanderen onder de loep. We onderzoeken hoe bacheloropleidingen toekomstige leraren secundair onderwijs kunnen opleiden tot veranderingsbekwame onderwijsprofessionals die startklaar zijn om te functioneren binnen een gemoderniseerd en meer divers secundair onderwijs.\n\nDit is een PWO project geïnitieerd door University Colleges Leuven-Limburg (UCLL), waaraan wij als Research Centre for Learning in Diversity onderzoeksmatig meewerken. Concreet buigen we ons samen over de onderzoeksvraag: Welke impact heeft de modernisering van het secundair onderwijs op de lerarenopleiding? Of meer specifiek: Op welke manier kunnen lerarenopleidingen studenten opleiden tot veranderingsbekwame onderwijsprofessionals die startklaar zijn om te functioneren binnen een gemoderniseerd en meer gediversifieerd secundair onderwijs?\n\nDe bacheloropleidingen Secundair Onderwijs (BASO) en Verkorte Educatieve Bachelors (VEB) van 8 Vlaamse hogescholen stapten mee in dit project. Met de verschuivingen die de modernisering met zich mee bracht, kwam ook de nood aan veranderingsbekwame onderwijsprofessionals sterker op de voorgrond.\n\nIn dit project onderscheiden we twee componenten in het begrip veranderingsbekwaam. Enerzijds dienen leraren-in-opleiding een persoonlijk interpretatiekader te ontwikkelen van waaruit ze kritisch betekenis kunnen geven aan vernieuwingen. Anderzijds lijkt inzicht in de grammar of schooling – of de impact van schoolstructuren op onderwijsvisie - opportuun.\n\nOm hierop in te zetten, wensen de deelnemende lerarenopleidingen hun opleidingen kritisch onder de loep te nemen en evidence based interventies op te zetten en te evalueren. Zo kunnen opleidingen inzetten op het versterken van de samenhang in het curriculum; op congruent opleiden; op het uitwerken van een aangepast stageconcept; op het verdiepen van de reflectieleerlijn en/of op een brede verkenning van diverse onderwijsconcepten.\n\nHet project verloopt via acht designteams in de acht deelnemende hogescholen die zich als partner engageerden. Deze acht designteams zullen samen komen tot een ‘Inspiratiegids voor lerarenopleidingen’ (OP1). Daarnaast fungeert ook het projectteam als designteam. Dit team is verantwoordelijk voor het ‘Handboek voor leraren-in-opleiding’ (OP2).\n\nIn elke deelnemende opleiding wordt een coach aangesteld die enerzijds het aanspreekpunt van het designteam is en anderzijds optreedt als de verbindingsfiguur met het projectteam. Het project werkt met de vier fases van de double diamand van design thinking. In een eerste fase komen de projectmedewerkers via enquêtes en focusgesprekken tot een nodenanalyse.\n\nVan daaruit zullen de acht designteams komen tot een dream-scenario, een contextgebonden actieplan en interventies. Parallel zal het projectteam materialen voor studenten ontwerpen die op een collaboratieve manier zullen worden geïmplementeerd en geëvalueerd in de opleidingen. Op een derde niveau zal de opvolgingscommissie fungeren als een professioneel netwerk, waar beleidsaanbevelingen op meso- en macroniveau zullen geformuleerd worden.","summary":"Dit onderzoek bekijkt impact modernisering Secundair Onderwijs op lerarenopleidingen in Vlaanderen. Doel is leraren startklaar maken voor diverse en gemoderniseerde onderwijsomgeving. Project omvat samenwerking met hogescholen en focus op veranderingsbekwaamheid en curriculumverbeteringen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002029","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject sluit aan bij de finale doelstelling van het onderzoekscentrum. Het doel is duurzame organisaties te helpen bij de overgang naar een structuur en werkwijze die een optimale, positieve impact hebben op ecologisch, economisch en sociaal vlak.\n\nDuurzame organisaties worden beschouwd als complexe en adaptieve systemen. Het project richt zich op een integrale, interdisciplinaire systeembenadering. Hierbij worden de complexe interacties tussen domeinen en processen binnen een organisatie geanalyseerd als onderdeel van grotere systemen.","summary":"Dit onderzoeksproject draagt bij aan duurzame organisaties die streven naar optimale impact op ecologie, economie en samenleving. Met focus op integrale systeembenadering en complexe interacties voor structurele verandering.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002030","result_description":null},{"description":"Er wordt een cascade systeem opgezet waarin volgende stappen gevolgd worden:\n\n1. Extractie van hoogwaardige organische componenten, gebruikmakend van innovatieve, groene extractietechnieken (superkritische CO2-extractie, waterige extractie, microgolf-geassisteerde extractie, extractie in natuurlijke diep eutectische solventen, …);\n\n2. Biochemische omzetting van het resterende product naar hoogwaardige basisgrondstoffen voor de chemische industrie;\n\n3. Conversie van de left-overs na biochemische omzetting tot producten die op het land kunnen worden gebracht (bemesting).\n\nHet generieke karakter van dit systeem wordt afgetoetst aan de hand van een aantal case studies zoals bijvoorbeeld afval van pompoenen en pulp van de drankindustrie (wijnbouw en fruitsappen).","summary":"Hoogwaardige organische componenten worden geëxtraheerd met groene technieken, omgezet naar basisgrondstoffen en overgebleven resten worden gebruikt voor bemesting. Case studies tonen de bruikbaarheid van het systeem aan.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002031","result_description":"Tijdens dit project werd de Horizon Europe-aanvraag ECOLEUM voorbereid. Het betreft een projectvoorstel over een zero waste valorisatieaanpak van diverse agrarische reststromen."},{"description":"Dit onderzoeksproject sluit aan bij de finale doelstelling van het onderzoekscentrum: organisaties helpen om een transitie te maken naar een structuur en manier van werken die een optimale, positieve impact op ecologisch, economisch en sociaal vlak genereren. Dit doen we via een integrale, interdisciplinaire systeembenadering, waarbij de complexe interacties tussen domeinen en processen in een organisatie als deel van grotere systemen geïnterpreteerd worden. Om bij te dragen aan deze algemene doelstelling willen we in dit specifiek project de sector van de jeugdhulp als beginpunt nemen. Dit project bouwt dus voort op de algemene fiche en omvat enkel de elementen die specifiek zijn voor dit project ten opzichte van de algemene fiche.\n\nDe verschillende domeinen en processen die we binnen dit specifieke project willen gaan bekijken spelen dus in op zowel het sociale, het economische als het ecologische niveau. Zo willen we zicht krijgen op welke acties er al genomen worden in de sector van de jeugdhulp rond duurzaam ondernemen en welke moeilijkheden en mogelijkheden zij ervaren. Daarbij willen we onderzoeken welke businessmodellen steun kunnen bieden om die optimale positieve impact te genereren. Ook de mate waarin er gerapporteerd wordt over deze impact zit daar onlosmakelijk aan verbonden. En als laatste domein is het ook belangrijk om het potentieel tot verduurzamen in de brede sector te analyseren om deze te kunnen optimaliseren.","summary":"Dit project onderzoekt duurzaam ondernemen in de jeugdhulpsector om positieve impact te maximaliseren via integrale systeembenadering en businessmodellen. Het analyseert bestaande acties, uitdagingen en kansen, en streeft naar optimalisatie van duurzaamheid in de sector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002032","result_description":null},{"description":"Binnen inkoop en risicomanagement bestaan verschillende modellen die gebruikt kunnen worden om respectievelijk leveranciers en risico's te beoordelen. Deels werden die ook al aangepast aan actuele bekommernissen, onder meer door het toevoegen van duurzame criteria of het kwantificeren van risico’s in aankoopmodellen.\n\nToch blijft in de literatuur een grote leemte bestaan wat betreft risicomodellen die een duurzaam inkoopbeleid op een kwantitatieve manier ondersteunen. Ook vanuit de praktijk is er nood aan dergelijke modellen: uit eerder onderzoek blijkt dat slechts een minderheid van de bedrijven kwantitatieve meetsystemen gebruikt om aan risico-assessment te doen.\n\nHet doel van dit doctoraatsonderzoek is in de eerste plaats te onderzoeken welke risico’s bepalend zijn voor een duurzaam inkoopproces en hoe deze risico’s gepercipieerd worden door ondernemingen. Daarenboven zullen een model en bijhorende tool ontwikkeld worden waardoor ondernemingen op een eenvoudige manier een kwantitatief risico-assessment kunnen uitvoeren ter ondersteuning van een duurzaam inkoopbeleid.\n\nHet model en de tool maken ondernemingen bewuster van de interne en externe risico’s verbonden aan inkoop en ondersteunen beslissingsprocessen vanuit een duurzaamheidsperspectief. Het project combineert kwantitatief en kwalitatief onderzoek in drie grote fasen.\n\nFase 1 is een beschrijvend onderzoek en exploratief onderzoek met als doel de afbakening van een kader en de mogelijke criteria voor een inkooprisico-assessmentmodel. Een diepgaande literatuurstudie gaat een kwantitatief onderzoek vooraf. Het onderzoek zal peilen naar o.a. leveranciers- en risico-assessment en de gebruikte tools bij ondernemingen.\n\nHet exacte steekproefkader zal bepaald worden aan de hand van experteninterviews. Parallel hiermee zal een meta-analyse de geïnventariseerde leveranciers- en risicomodellen met elkaar vergelijken.\n\nFase 2 bestaat uit een instrumenteel onderzoek om een model en ook gebruiksvriendelijke tool te creëren die door ondernemingen gebruikt kunnen worden. Hierbij wordt de Delphi-methode gehanteerd om de criteria van het model vast te leggen. Via de Multiple-criteria decision analysis (MCDA) zullen complexe, onderling conflicterende criteria op een gestructureerde manier voorgesteld worden.\n\nMet behulp van een evaluatieonderzoek bij Vlaamse ondernemingen, zowel met als zonder importervaring, wordt het model getest en bijgesteld.\n\nHet project eindigt in fase 3 met een toetsend onderzoek dat aan de hand van casestudies peilt naar het gebruik van het model als hefboom voor een duurzaam inkoopbeleid. De tool zal hiervoor aangepast worden aan de specifieke noden van bepaalde ondernemingen.\n\nHet doel is verdere verfijning van de tool, maar ook onderzoeken hoe en in welke mate deze ondernemingen de tool gebruiken ter ondersteuning van een duurzaam inkoopbeleid.","summary":"Dit onderzoek ontwikkelt een model en tool voor kwantitatieve risico-assessment in duurzaam inkoopbeleid. Het project omvat literatuuronderzoek, modelontwikkeling met de Delphi-methode en testen in Vlaamse bedrijven. Casestudies volgen om het gebruik en impact van de tool te onderzoeken voor duurzaam inkoopbeleid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002033","result_description":null},{"description":"Het financieel plan heeft tot doel de haalbaarheid van een op te starten onderneming in te schatten en de koers van de onderneming na de opstart tijdig bij te sturen indien nodig. Ondanks het grote belang ervan, blijken ondernemers in vele gevallen slechts een rudimentair financieel plan op te stellen louter om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen.\n\nDit onderzoeksproject zal analyseren in welke mate starters een (kwaliteitsvol) financieel plan opstellen, dat hen in staat stelt hun onderneming adequaat op te volgen. Aan de hand van een online bevraging zal de manier waarop het financieel plan opgemaakt wordt en de door ondernemers gepercipieerde meerwaarde ervan in kaart gebracht worden. Bovendien zullen de criteria waaraan een kwaliteitsvol financieel plan moet voldoen, geïdentificeerd en gebundeld worden in een toetsingslijst. \n\nStudenten Accountancy-Fiscaliteit en KMO-Management zullen aan de hand van de toetsingslijst financiële plannen van starters beoordelen, zodat ze optimaal voorbereid worden op hun adviesverlenende rol als boekhouder/accountant en/of ondernemerscoach. Een tweede cluster van onderzoeksvragen brengt de kennis van en het inzicht in het beheer van het werkkapitaal door Vlaamse starters in kaart. Bovendien zal de rol van de boekhouder/accountant bij het opstartproces en tijdens de eerste levensjaren van ondernemingen geanalyseerd worden, waarbij eventuele belemmeringen voor ondernemers in kaart gebracht zullen worden. Diepte-interviews bij starters zullen hier duidelijkheid in brengen.\n\nNa de volledige looptijd van het project zal er een antwoord geformuleerd worden op de hamvraag: in welke mate is de kwaliteit van het financieel plan een predictor voor de overlevingskansen van een onderneming? Gezien het grote maatschappelijke belang van ondernemingen, is het uitermate belangrijk om noden van ondernemers ten aanzien van planning, opvolging en beheer van financiële parameters te onderkennen. De bevindingen van het onderzoek zullen adviesverleners en boekhouders/accountants ondersteunen in de optimalisatie van hun dienstverlening. De grote interesse uit het werkveld bewijst bovendien de praktische relevantie van dit onderwerp.\n\nDaarnaast bestaat er nog een leemte in de academische literatuur. In de 'business planning theory' wordt aangegeven dat onderzoek naar de financiële component van het business plan nodig is.","summary":"Dit onderzoek richt zich op de kwaliteit en impact van financiële planning voor startende ondernemingen. Het doel is om de overlevingskansen van een bedrijf te voorspellen aan de hand van een goed financieel plan. De bevindingen zullen adviesverleners en accountants helpen bij het optimaliseren van hun dienstverlening en de praktische relevantie van het onderwerp benadrukken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002034","result_description":null},{"description":"Vanuit praktijk, opleiding en wetenschappen zijn er discussies over de professionele identiteit van de jongste generatie sociaal werkers. Ze handelen over een overwicht aan geïndividualiseerde oriëntatie, vertechnisering en depolitisering in het beroep. Deze kritieken passen in een ruimere discussie over de afnemende aandacht voor structurele aspecten van sociale problemen. In dit doctoraatsonderzoek wordt dieper ingegaan op het concept professionele identiteit vanuit een generatieperspectief. Het heeft tot doel de statische discussies te verdiepen en de verschillende perspectieven hierop te onderbouwen met wetenschappelijke inzichten vanuit generatietheorie.\n\nOnderzoeksvragen:\n1) Welke verschillen in opvattingen over professionele identiteit vinden we terug in praktijk en theorie van sociaal werk? Met deze vraag worden wetenschappelijke inzichten met betrekking tot aspecten van de professionele identiteit van sociaal werkers beoogd, met name op het vlak van eigenschappen, complexiteit en verscheidenheid in theorie en praktijken.\n2) Wat is de relatie tussen professionele identiteit en generaties? Het doel is aan de hand van generatietheorie huidige discussies over professionele identiteiten wetenschappelijk te duiden en een uitweg te bieden op een vastlopende discussie. Daartoe wordt het concept 'intergenerationeel perspectief' in verband gebracht met levensfase, anciënniteit, maatschappelijke achtergrond, tijdsgeest, opvoeding, opleiding, socialisatie op de werkvloer, aansturing in de organisatie…\n3) Welke implicaties heeft dit voor huidige en toekomstige sociaal werkpraktijken? Het doel is vanuit empirische vaststellingen (praktijkvragen en kwesties op de werkvloer) concrete sociaal werkpraktijken te inspireren om discussies over professionele identiteiten te ontknopen. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van instrumenten om in groepen en teams positief te werken vanuit generatieverschillen aan doelstellingen, probleemdefinities, werkvormen, … om de dialoog en wederzijds begrip tussen generaties sociaal werkers te versterken.\n4) Wat zijn de implicaties hiervan voor beleid in sociaal werk? Met deze onderzoeksvraag wordt gepeild naar de condities, mogelijkheden en de gevolgen van de bevindingen op het niveau van beleidsaspecten van sociaal werkpraktijken. Daartoe is het noodzakelijk om aspecten van veranderingen, vereiste ondersteuning en aansturing, werkprocessen, strategische doelstellingen, aspecten van personeelsbeleid, enz. te onderzoeken. Het doel is beleidsmatige en organisatorische aspecten van sociaal werkpraktijken te ondersteunen bij de implementatie van inzichten uit het onderzoek.\n\nHet project bestaat uit 3 clusters met eigen methodieken: literatuurstudie, casestudie en (focusgroep)interview. De literatuurstudie speelt in op de noodzaak aan theoretische onderbouw voor de huidige discussies in sociaal werk en ter ondersteuning van de uitbouw van de verdere onderzoeksmethodiek. De casestudies operationaliseren het theoretisch kader, eerst op kleine schaal door pilootprojecten in bepaalde afdelingen van OCMW Gent, waarna uitbreiding naar andere afdelingen en organisaties aan de orde is. De focusgroepinterviews hebben een dubbele functie. Enerzijds vormen ze de verbinding tussen de onderzoeksbevindingen en het beleid, anderzijds leiden ze tot informatie over de benodigde kennis, aanpak en implementatie om beleidsmatig om te gaan met diverse professionele identiteiten in organisaties.","summary":"Dit onderzoek richt zich op de professionele identiteit van jonge sociaal werkers en de invloed van generatieverschillen. Het doel is om discussies te verdiepen en beleidsaspecten te ondersteunen met wetenschappelijke inzichten. Methodieken omvatten literatuurstudie, casestudies en focusgroepinterviews.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002035","result_description":null},{"description":"Door de COVID-19-pandemie kwam het gebruik van e-werken in een stroomversnelling terecht. Het Research Centre for Sustainable Organizations heeft onderzocht welke wetenschappelijke inzichten er al bestaan over telewerken en deze gecombineerd met goede praktijkvoorbeelden. Zo hebben ze een uitgebreid naslagwerk ontwikkeld over telewerken en de grote invloed op alle aspecten van het werkleven.\n\nBedrijven die op zoek zijn naar wetenschappelijk onderbouwde handvatten zijn hier aan het juiste adres!","summary":"Ontdek hoe telewerk een cruciale rol speelt in de evolutie van werken na COVID-19. Ons naslagwerk biedt wetenschappelijk onderbouwde inzichten en praktijkvoorbeelden voor bedrijven die effectief willen inspelen op deze veranderingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002036","result_description":null},{"description":"De aanvraag betreft een uitbreiding van de laboratoriumapparatuur van FTILab+ met de volgende drie toestellen: een benchtop SEM (Scanning Electron Microscope) met EDX functionaliteit voor chemische element mapping, een fibertec toestel voor geautomatiseerde bepaling van de vezelsamenstelling en een infraroodspectrometer (FT-IR). Deze toestellen zijn complementair met de reeds aanwezige infrastructuur en zullen ons in staat stellen om natuurlijke en gerecycleerde textielvezels te karakteriseren.\n\nVerder zal de infrastructuur ingezet worden om de samenstelling (vezels, garens en stoffen) en de oppervlaktekarakteristieken van functionele textielmaterialen (zoals water/vuilafstotend, brandwerend, geleidend,…) te onderzoeken. Deze uitbreiding moet ook toelaten om duurzame productieprocessen en veredelingstechnieken te selecteren, en de levensduur van voor- en nabehandelingen in kaart te brengen.\n\nIn die zin zal de infrastructuur de bedrijven in de textielindustrie ondersteunen bij hun circulaire innovaties en de mogelijkheid tot samenwerking met andere onderzoeksgroepen verhogen. Bovendien zal deze uitbreiding ons in staat stellen om van vezel tot afgewerkt geconfectioneerd product te werken, waardoor we ons verder kunnen profileren als onderzoekscentrum, en ondersteuning kunnen bieden bij elk stadium van een innovatief textielproduct.\n\nDe aanvraag van deze infrastructuur past binnen het speerpunt duurzaamheid, met ook de blijvende focus van FTILab+ om lokale, vezelrijke afval- en reststromen uit verschillende sectoren te valoriseren voor textieltoepassingen en composietmaterialen, om kringlopen te sluiten en in te zetten op circulaire oplossingen.","summary":"Uitbreiding van laboratoriumapparatuur bij FTILab+ voor karakterisering van textielvezels, verbetering van textielmaterialen en ondersteuning van circulaire innovaties in de textielindustrie. Duurzaamheid en samenwerking met onderzoeksgroepen staan centraal.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002037","result_description":null},{"description":"Het doel is om innovatieve natuurlijke en hybride garens en gerecycleerde garens te ontwikkelen. Bedrijven worden geconfronteerd met uitdagingen op het gebied van duurzame en functionele materialen en circulaire economie. Zij kunnen gebruik maken van de infrastructuur voor innovatieve oplossingen.\n\nDe infrastructuur zal deel uitmaken van het FTILab+ MDF (Manufacturing Demonstration Facility). Dit centrum voor open innovatie en co-creatie stelt haar infrastructuur ter beschikking van bedrijven uit de textielsector en ontwerpers. Samen met HOGENT onderzoekers en/of studenten kunnen zij nieuwe producten en/of processen ontwikkelen die een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar een duurzame/circulaire economie.\n\nDe infrastructuur zal voornamelijk worden ingezet binnen de onderzoekslijn ‘Bio-based materials & Circular Economy’. Deze onderzoekslijn is een viertal jaar geleden gestart en sluit volledig aan bij het door de EU als prioritair gedefinieerde onderzoek naar het optimaliseren van de verwerking en toepassingen van textielvezels van Europese origine. Ook het hightech/high end recycleren van textielvezels voor circulaire economie concepten staat centraal. Daarnaast zal de infrastructuur ook worden toegepast in de onderzoekslijnen ‘Comfort & Protection’ en ‘Digitization & Flexibilization’.\n\nIn de digitale wereld zullen smart textiles en wearables een prominente plaats innemen bij het sporten en monitoren van de gezondheid en revalidatieprocessen. De ontwikkeling van hybride garens met geleidende en sensor/actuator capaciteiten speelt hierin een belangrijke rol.\n\nVandaag is in Vlaanderen geen infrastructuur beschikbaar voor het spinnen van kleine partijen. Bedrijven zijn hierdoor aangewezen op industriële infrastructuur die de aanvoer van grote hoeveelheden vezels vereist. Dit bemoeilijkt de ontwikkeling van innovatieve en/of gerecycleerde garens en maakt het duur. Door een beroep te doen op deze infrastructuur, kunnen bedrijven de snelheid van innoveren verhogen en de kosten aanzienlijk verlagen. De complementariteit met reeds beschikbare infrastructuur bij FTILab+ en Centexbel (extrusie) versterkt dit nog.","summary":"Develop innovative natural, hybrid, and recycled yarns with a focus on sustainability and circular economy. Access cutting-edge infrastructure at FTILab+ MDF for collaborative research and product development in line with EU priorities. Accelerate innovation, reduce costs, and enhance competitiveness in the textile sector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002038","result_description":null},{"description":"CITE zal een nieuw dynamisch en beweeglijk ecosysteem creëren dat de innovatie- en ondernemerschapscapaciteiten van zijn partners en belanghebbenden zal stimuleren.\n\nHet eerste thema is de circulaire economie in textiel. De resulterende resultaten in termen van startups, ideeën, pilots, demonstratieprojecten, initiatieven en netwerken zullen daarna worden opgeschaald naar andere disciplines, IHO's en Europese regio's.","summary":"CITE streeft ernaar een dynamisch ecosysteem te creëren dat innovatie en ondernemerschap bevordert, te beginnen met circulaire economie in textiel en uitbreiding naar andere domeinen en regio's.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002039","result_description":null},{"description":"Tieners zijn cruciaal voor de transitie naar duurzaam ruimtegebruik. Bepaalde tieners zijn zelfs voortrekker en aanjagers van deze transitie, bijvoorbeeld op vlak van klimaatbeleid. Toch blijkt dat zij op andere vlakken – vooral op vlak van dichter wonen en verwevenheid – vooral geneigd te zijn om een klassiek Vlaams woonideaal van ‘rustig wonen in een landelijke vrijstaande woning’ te reproduceren.\n\nIn het project Ruimtehelden werkt eCO-CITY samen met partners aan een opdracht van de Vlaamse Overheid, Departement Omgeving: Samen verbeelden we de ruimte! Ruimtehelden definieerde drie grote doelstellingen:\n• Het draagvlak voor de ruimtelijke uitdagingen in Vlaanderen en de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) bij kinderen en tieners verhogen;\n• Een kwalitatief leerpakket ontwikkelen voor ruimte-educatie en -participatie over de uitdagingen van het BRV;\n• Inzicht krijgen in de weerstand en bekommernissen van kinderen en tieners m.b.t. de principes van het BRV en samen met planners en ontwerpers naar manieren zoeken om met die weerstanden om te gaan in ontwerp en planning.\n\nHet project verloopt in vier fasen:\n• Verzamelen van bestaand materiaal en breed experimenteren met inhouden, methoden en technieken in klassen om de effectiviteit van de didactische middelen na te gaan en om de belangrijkste weerstanden bij tieners te detecteren;\n• Ontwikkeling en testen van een leerpakket voor ruimte-educatie voor en door het onderwijs;\n• Vorming, opleiding en gerichte communicatie naar het onderwijs en inspraakmedewerkers voor gebruik van het leerpakket;\n• Aanbevelingen, randvoorwaarden en ontwerpuitdagingen ontwikkelen voor planners en ontwerpers en communiceren naar deze doelgroep.","summary":"Tieners spelen een cruciale rol in duurzaam ruimtegebruik, vooral in klimaatbeleid. Ruimtehelden werkt aan ruimte-educatie en participatie bij kinderen en tieners voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het project focust op verhogen draagvlak, ontwikkelen leerpakket en omgaan met weerstanden van tieners.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002040","result_description":null},{"description":"De Gentse wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham wordt gekenmerkt door complexe, met elkaar gerelateerde problematieken die de leefbaarheid van de wijk onder druk zetten. De problematieken vereisen duurzame, geïntegreerde en (beleidsdomein)verbindende, proactieve ingrepen die de ruimtelijke hardware en de sociaal-maatschappelijke software van de wijk met elkaar verknopen.\n\nVanuit die vaststelling besliste de Stad Gent om voor deze wijk een gebiedsgericht en geïntegreerd stadsvernieuwingsprogramma uit te werken. Vooraleer de uitwerking van dit stadsvernieuwingsprogramma kan worden vormgegeven, is er nood aan bijkomende kennisopbouw om tot heldere doelstellingen en een duidelijk referentiekader te komen voor het programma. Daarnaast is ook een methodiek vereist om het programma te kunnen monitoren en evalueren.\n\nVanuit drie voor de wijk essentiële thema’s (1. wonen; 2. zorg, welzijn, sociaal-cultureel werk en samenlevingsopbouw en 3. publieke ruimte) worden drie deelopgaves geformuleerd:\n- Analyse van de woonbeleving in de wijk in relatie tot de feitelijke woonsituatie\n- Institutionele analyse van de wijkwerking rond zorg, welzijn, sociaal-cultureel werk en samenlevingsopbouw op wijkniveau\n- Analyse vanuit de kruisverbanden tussen de thema’s zorg, wonen en welzijn\n\nDeze analyses dienen het inzicht in de wijk te versterken om van daaruit doelstellingen te formuleren, een referentiekader voor het stadsvernieuwingsprogramma uit te werken en een monitoringstool in functie van de opvolging van deze doelstellingen te realiseren.","summary":"De Gentse wijk Sluizeken-Tolhuis-Ham ondergaat een stadsvernieuwingsprogramma om complexe problemen aan te pakken en de leefbaarheid te verbeteren. Het programma focust op wonen, zorg, welzijn en publieke ruimte door middel van analyses en monitoring voor effectieve ingrepen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002041","result_description":null},{"description":"Het VRAC project is een Europees project dat een gezinsgerichte geïntegreerde gemeenschapsdienst wil ontwikkelen in achterstandswijken. VRAC is gericht op het verminderen van schooluitval en vroegtijdig schoolverlaten bij kwetsbare kinderen en jongeren.\n\nKwetsbare kinderen en jongeren hebben immers meer kans op een schoolparcours vol hindernissen. Schooluitval en vroegtijdig schoolverlaten vormen een multidimensionele problematiek die een geïntegreerde aanpak vereist. Gebaseerd op de principes van enerzijds het Children’s Zone Model ontwikkeld in Harlem (en uitgetest in London, Manchester, Rotterdam en Antwerpen) en anderzijds het Wraparound Care Model (een geïntegreerd model binnen de gezondheidssector) wil VRAC een gemeenschap vormen rond het kind en zijn gezin. Leerkrachten, leden van de dienstensector en van organisaties die vrije tijdsbesteding voor kinderen aanbieden, kunstenaars en gezondheidswerkers kunnen daar deel van uitmaken.\n\nIn VRAC werkten acht projectpartners uit vier landen samen aan:\n- Een proefproject voor een bredere leeftijd waarin gezamenlijke activiteiten binnen en buiten de school het welbevinden van het kind en de jongere bevorderen. Kinderen zijn mede-eigenaar van dit programma en ouders worden bij het leerproces van hun kinderen betrokken.\n- Een proefproject voor gezondheids- en zorgteams voor kwetsbare kinderen en jongeren. Ouders, kinderen en professionals ontwikkelen samen het concept. Het eerstelijnsteam dat klaarstaat voor gezinnen, hanteert een algemene aanpak en in samenspraak wordt een gezinsgericht plan uitgewerkt. Zo ontwikkelt VRAC een geïntegreerd systeem dat de interpersoonlijke relaties versterkt.\n- Het opstellen van beleidsaanbevelingen om de innovatieve geïntegreerde aanpak te versterken en gezamenlijk het welzijn en de schoolprestaties van kinderen en jongeren te verbeteren.","summary":"VRAC project bevordert welzijn en schoolprestaties van kwetsbare kinderen en jongeren in achterstandswijken door gezinsgerichte gemeenschapsdiensten. Gebaseerd op succesvolle modellen uit Harlem en gezondheidszorg, integreert VRAC activiteiten binnen en buiten school, betrekt ouders actief en versterkt interpersoonlijke relaties. Samenwerking tussen projectpartners uit vier landen resulteert in proefprojecten en beleidsaanbevelingen voor een effectieve aanpak.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002042","result_description":"Rapport met een analysekader en beleidsaanbevelingen over de opbouw van netwerken die leerkansen bieden in de vrije tijd en eerstelijnssteun voor kinderen:\n\nhttps://www.kdg.be/sites/kdg.be/files/2022-11/Publicatie%20Expertisecentrum%20Pedagogische%20Ondersteuning%20NL.pdf"},{"description":"Een sterk en kwalitatief lokaal (jeugd- en kinderrechten-) beleid vraagt om een gedeelde mindset, visie en cultuur waarin participatie van alle burgers, en dus ook van kinderen en jongeren, als zinvol en noodzakelijk wordt gezien. Ondanks de vele beschikbare tools, methodieken en strategieën, geven partners uit het middenveld, lokale besturen en de academische wereld aan dat een dergelijke mindset nog te vaak ontbreekt.\n\nDe aanpak van de coronacrisis heeft deze uitdaging nog verscherpt. De participatieve reflex ten aanzien van kinderen en jongeren ging grotendeels verloren tijdens de uitrol van de coronamaatregelen. Met ‘Platform C’ willen Het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi), Bataljong, Schakel in lokaal cocreëren (Stichting Lodewijk de Raet), Netwerk Jeugdvriendelijk, UGent en HOGENT onderzoeken hoe we sterker op het evenwaardig burgerschap van kinderen en jongeren kunnen inzetten in Vlaanderen, België en Europa.\n\nDoelstellingen van Platform C\n• Met kinderen en jongeren zelf antwoorden genereren op de corona-uitdagingen.\n• De impact van een breed gedragen reflex in de structurele beleidsparticipatie van kinderen en jongeren aantonen (en dit geconcretiseerd binnen de context van de coronacrisis).\n• De factoren die de overtuiging en perceptie t.a.v. de beleidsparticipatie van kinderen en jongeren beïnvloeden onderzoeken en in beeld brengen en nagaan hoe we hierop kunnen inspelen.\n\nOnderzoeksactiviteiten en output\n1. Actieonderzoek: opzetten/ondersteunen van experimenten samen met kinderen en jongeren in 3 lokale cases: Stad Lokeren, Stad Kortrijk, regio Meetjesland; \n2. Platformdesign: opzetten van 3 lokale platformen en 1 overkoepeld platform van lokale actoren (lokale besturen, middenveld, kinderen en jongeren), met het oog op het creëren van gedeeld eigenaarschap en collectief leren;\n3. Missietekst: uitwerken van een missietekst die door alle leden van het platform, inclusief kinderen en jongeren, gedragen is en die het gedeeld belang van het project en de stakeholders beschrijft.","summary":"Platform C werkt aan participatie van kinderen en jongeren in beleidsprocessen, met focus op coronacrisis. Onderzoek en acties in Lokeren, Kortrijk en Meetjesland om mindset en reflex te versterken. Samen met lokale partners en jongeren streven naar evenwaardig burgerschap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002043","result_description":null},{"description":"In dit project wordt nieuw textiel ontwikkeld voor geavanceerde aerodynamica en thermoregulatie voor wielrennen.\n\nEen nieuw gezamenlijk meetplatform in de wielerwindtunnel in Beringen (België) zal gebouwd worden om gelijktijdig aerodynamische en thermoregulerende metingen uit te voeren.\n\nDe potentiële oplossingen zullen gemodelleerd worden aan de hand van design of experiments en wiskundige modellen om inzicht te krijgen in aerodynamica en thermoregulatie op microstructureel niveau.\n\nMet het nieuwe textiel zal een gepatcht ontwerp van een fietspak worden gemaakt en geëvalueerd.","summary":"Ontwikkeling van innovatief textiel voor geavanceerde aerodynamica en thermoregulatie in wielrennen. Nieuw meetplatform in wielerwindtunnel in Beringen voor gelijktijdige metingen. Modellering en evaluatie van potentiële oplossingen voor verbeterde prestaties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002044","result_description":null},{"description":"Dit project betreft de uitbreiding van de bestaande onderzoekinfrastructuur met een on-site waterzuiveringsinstallatie met labo waarbij verschillende analysetechnieken gecombineerd worden om waterzuivering te optimaliseren. Het testen met reëel afvalwater zorgt voor accurate resultaten. Dit project kan gerealiseerd worden dankzij een VLAIO-subsidie voor onderzoekinfrastructuur voor hogescholen.\n\nOm aan de opgelegde lozingsnormen te voldoen, dienen vele bedrijven hun water te zuiveren. Zolang de nodige waterkwaliteit behaald wordt, investeren deze bedrijven niet, of minimaal, in het optimaliseren van de waterzuivering, al kan door zo’n optimalisatie aardig wat energie bespaard worden.\n\nOnderzoeksvragen die het onderzoekscentrum ‘Health and Water Technology’ zich stelt, zijn: (1) hoe kunnen aerobe, actief slibsystemen energiezuiniger worden; (2) hoe kan bezinkbaarheid/ontwaterbaarheid van het slib geoptimaliseerd worden; (3) hoe kan afvalwater gevaloriseerd en hergebruikt worden; (4) hoe kan afvalwater efficiënter gezuiverd worden?\n\nMet het Move-it Lab willen we deze vragen aanpakken met een mobiele waterzuivering, annex labo. De opstelling en de labo-analyses zijn grotendeels ‘remote’ te sturen en op te volgen. De waterzuivering is oorspronkelijk van het SBR-type, maar kan uitgebreid worden naar andere types waterzuivering of naar opstellingen bruikbaar voor andere toepassingen. De combinatie van een ‘on-site’ waterzuiveringsinstallatie mét labo waarbij fysicochemische wateranalyses aangevuld worden met microscopische slibanalyses én moderne moleculaire identificatietechnologie is uniek. De mobiele unit is een meerwaarde voor het HOGENT onderzoek, de dienstverlening en, niet in het minst, het onderwijs. De nood aan een pilootopstelling die ‘on-site’ gevoed wordt met het reële bedrijfsafvalwater is groot: zo’n opstelling levert betrouwbare en meer realistische resultaten op dan wanneer on campus gewerkt wordt met artificieel afvalwater. Hierdoor kan de impact van de door ons voorgestelde aanpassingen op bijvoorbeeld zuiveringsefficiëntie en energiebesparing accurater bepaald worden. Bovendien zorgt de mobiele unit voor minder verplaatsingen met stalen van een bedrijf naar HOGENT en opent Move-it Lab mogelijkheden tot samenwerkingen met andere HOGENT onderzoekscentra, andere kenniscentra en bedrijven.","summary":"Optimaliseer waterzuivering met een unieke on site installatie en labo, dankzij VLAIO-subsidie. Onderzoeksvragen aangepakt met mobiele waterzuivering 'Move-it Lab', dat energie bespaart en samenwerkingen mogelijk maakt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002045","result_description":null},{"description":"Dit project betreft de uitbreiding van de bestaande onderzoeksinfrastructuur met een vriesdrooguitrusting, een geautomatiseerd eiwitzuiveringssysteem, en een diepvries van -80°C op basis van een VLAIO-subsidie voor onderzoekinfrastructuur voor hogescholen.\n\nIn het onderzoekscentrum Health and Water Technology (HWT) voert men praktijkgericht onderzoek naar enerzijds alternatieve afvalwaterzuivering met productie van biomassa en anderzijds faagtherapie. Fagen zijn virussen die zich specifiek richten op bacteriën en worden gebruikt in faagtherapie waar men dient ze toe aan patiënten met resistente bacteriële infecties. België behoort tot de pioniers op dit vlak.\n\nBinnen de onderzoekslijn van faagtherapie is er nood aan een vriesdroog toestel. Momenteel is het productieproces van therapeutische fagen heel arbeidsintensief. Na de productie worden deze fagen gestockeerd in een zoutoplossing bij 4°C, wat een beperkte bewaartijd van de fagen tot gevolg heeft. Het vriesdrogen van de fagen laat toe dat men ze langer en bij kamertemperatuur kan bewaren. Via onderzoek zal men de factoren bepalen die bij vriesdrogen van invloed zijn op de stabiliteit en de efficiëntie van de gevriesdroogde fagen. Dit biedt de mogelijkheid om grote faagcollecties aan te leggen. Een dergelijke uitgebreide collectie van zeer verschillende fagen is van groot belang om patiënten effectief te kunnen helpen met deze gepersonaliseerde therapie. Eens het vriesdroogproces op punt staat voor kwaliteitsvolle faagpreparaten, betekent dit een duidelijke meerwaarde voor de faagtherapie bij chronische infecties zoals bij sinusitis, bij brandwonden en mucovisidose.\n\nHet eiwitzuiveringssysteem en de -80°C diepvries zullen toegepast worden voor de opzuivering van specifieke eiwitten uit fagen en van specifieke componenten uit de biomassa gegenereerd uit biologische waterzuiveringsprocessen en reststromen. Deze eiwitten zal men onderzoeken op respectievelijk antimicrobiële eigenschappen en biostimulerende of onkruid bestrijdende kenmerken.\n\nDe uitrusting zal tevens ingezet worden voor dienstverlening. Zo kan het onderzoekscentrum op vraag van de klant vriesdroogprocessen uitvoeren en de zuivering van potentieel interessante eiwitten. De eiwitzuivering apparatuur sluit aan op de reeds aanwezige infrastructuur om vertrekkende van cDNA een recombinant eiwit te produceren en laat toe een zuiver eiwit af te leveren.","summary":"Het project omvat de uitbreiding van onderzoeksinfrastructuur met vriesdroog-, eiwitzuivering- en diepvriesapparatuur voor faagtherapie en waterzuivering. België is een pionier in faagtherapie, waarbij de nieuwe apparatuur zal helpen bij het vriesdrogen van fagen voor langere houdbaarheid en effectieve behandeling van infecties. De uitrusting zal ook dienstverlening bieden voor vriesdroogprocessen en eiwitzuivering voor klanten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002046","result_description":null},{"description":"Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het Frans bij (toekomstige) leerkrachten lager onderwijs en bij hun leerlingen verontrustend is. Dit project beoogt (toekomstige) leerkrachten Frans in de basisschool vakinhoudelijk en vakdidactisch te versterken om zo de kwaliteit van de lessen Frans te verbeteren.\n\nHiertoe wordt een blended leerpad (BL) voor leerkrachten en studenten ontwikkeld. Het BL focust op het inzetten van effectieve leerstrategieën in de lessen Frans (pedagogical knowledge) waarbij technologie ondersteunend wordt benut (technological knowledge) en waarbij een optimale beheersing van Frans als voertaal (content knowledge) nagestreefd wordt. Het BL ontwikkelt dus TPACK-skills (technological pedagogical and content knowledge) en speelt aldus in op vastgestelde lacunes bij studenten en leerkrachten.\n\nDe inhoud en aanpak van dit project zijn onderzoeksgeïnformeerd. Door tegelijk te focussen op het werkveld én de lerarenopleidingen wordt het hele professionele continuüm meegenomen in het projectverloop.\n\nZo wordt in projectjaar 1 het BL ontwikkeld en uitgetest door een Teacher Design Team bestaande uit twee vakdidactici Frans uit twee lerarenopleidingen (UCLL en VIVES), twee leerkrachten uit de 3e graad lager onderwijs als vertegenwoordigers van twee schoolteams, een expert instructional (blended) design (KUL) en een expert ICT-ondersteunend lesgeven (ExCEL). Tegelijkertijd wordt een stuurgroep als kritisch klankbord opgericht.\n\nIn projectjaar 2 doorlopen studenten educatieve bachelor lager onderwijs uit de twee betrokken lerarenopleidingen het BL als onderdeel van het curriculum Frans. Daarnaast wordt het geïmplementeerd in geselecteerde pilootscholen als gratis professionaliseringstraject. De impact van het BL op de TPACK-skills bij leerkrachten en studenten wordt gemeten en wetenschappelijk geanalyseerd via pre- en posttesten, bestaande uit een TPACK-survey (vragenlijst en video-based instrument) en observable behavior test.\n\nNa afloop zorgen twee professionaliseringsorganisaties (Art of Teaching UCLL en Eekhout Academy) voor de duurzame verankering door het BL op te nemen in hun navormingsaanbod. Het wordt ook ter beschikking gesteld aan de pedagogische begeleidingsdiensten.","summary":"Dit project versterkt (toekomstige) leerkrachten Frans in het lager onderwijs met een blended leerpad voor betere lessen Frans. De focus ligt op effectieve leerstrategieën en technologie om Frans als voertaal te verbeteren. Onderzoeksgestuurd en geïmplementeerd in lerarenopleidingen en pilootscholen, met metingen van impact op TPACK-skills. Duurzame verankering wordt nagestreefd door samenwerking met professionaliseringsorganisaties en pedagogische begeleidingsdiensten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002047","result_description":"Een kant-en-klaar blended leerpad (binnen de leeromgeving van Toledo) wordt gedurende de looptijd van het project geïmplementeerd in de twee betrokken lerarenopleidingen VIVES en UCLL. Het zal ook worden toegepast in minimum vier pilootscholen en na de projectperiode ter beschikking worden gesteld van geïnteresseerde pedagogische begeleidingsdiensten (netoverstijgend) en lerarenopleiders Frans van andere lerarenopleidingen.\n\nEen wetenschappelijke analyse wordt uitgevoerd op de pre-en posttesten, afgenomen bij de studenten van de Educatieve Bachelor Lager Onderwijs van VIVES en UCLL en bij de deelnemende leerkrachten van de vier pilootscholen. Deze testen meten de impact van het blended leerpad op de TPACK-skills van de deelnemende studenten en leerkrachten. De analyse van de verzamelde data leidt tot conclusies over de effectiviteit van het blended leerpad op de TPACK-skills. Hieruit kunnen aanbevelingen worden gedestilleerd om het leerpad verder te optimaliseren.\n\nEr zal een eindrapport worden opgesteld waarin het gehele proces wordt beschreven, zowel tijdens de ontwikkelingsfase als de implementatiefase. Dit rapport heeft als doel om andere instellingen te inspireren die een soortgelijk proces willen starten.\n\nEr wordt ook een disseminatie- en communicatieplan opgesteld voor het brede onderwijsveld. De twee betrokken professionaliseringsorganisaties, Art of Teaching UCLL en Eekhout Academy, ontwikkelen een duurzaam nascholingsplan voor na afloop van het project. Dit omvat het opstellen van een businessplan (gebaseerd op het canvas van Alex Osterwalder) met de waardepropositie, kostenstructuur en kernpartners voor de navorming. Indien nodig kunnen er extra lerarenopleiders Frans worden betrokken, afhankelijk van de schaalgrootte. Op deze manier wordt het blended leerpad geïntegreerd in het navormingsaanbod van Art of Teaching (UCLL) en Eekhout Academy, waardoor het een breder onderwijsveld kan bereiken.\n\nEr wordt een implementatieplan opgesteld voor de verankering van het blended leerpad in het curriculum van de betrokken lerarenopleidingen (UCLL en VIVES) na afloop van het pilootproject.\n\nTot slot zal er worden gezorgd voor de bestendiging van de bestaande netwerken (opgebouwd in andere onderzoeksprojecten waarbij Katrien Dewaele en Leen Van Craesbeek betrokken waren) met docenten Frans van diverse lerarenopleidingen."},{"description":"Hedendaagse personenwagens, bedrijfsvoertuigen en andere industriële applicaties zijn opgebouwd uit verschillende mechatronische componenten die samenwerken als één geheel. Puur mechanische onderdelen zijn geëvolueerd naar mechatronische componenten die moeten communiceren met elkaar over interne communicatienetwerken voor het delen van sensorinformatie, bedrijfstoestanden, commando’s en andere applicatie specifieke data. Deze noodzakelijke communicatie en verhoogde complexiteit van de onderdelen zorgt voor (toenemende) problemen bij het testen van deze componenten na herfabricatie.\n\nOm een kwaliteitswaarborging te kunnen geven aan de klant, wordt het bestaande herfabricatieproces dat opgebouwd is uit 5 standaard stappen, afgesloten door een “Final Testing” fase. Het is deze “Final Testing” fase waar de investeringen, angst voor de complexiteit en de gebrekkige kennis over de netwerksystemen voor problemen zorgen in het traditionele herfabricageproces. Het wordt voor vele bedrijven onmogelijk om deze kwaliteitscontrole van het geherfabriceerde onderdeel uit te voeren.\n\nOm deze kwaliteitscontrole terug mogelijk te maken zal er een eerste extra stap toegevoegd moeten worden in het proces. Deze stap bestaat uit het analyseren van de in- en outputs en de netwerkcommunicatie welke samen moeten leiden tot een in/output- en netwerksimulatie die het bench-testen van het geherfabriceerde onderdeel terug mogelijk maakt. Deze complexiteit met bijhorende problemen zorgen voor een duidelijke rem op de groei of de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in deze sector, bestaande uit bedrijven die reeds actief zijn of actief willen worden in de automotive herfabricage sector.\n\nHet voormalige expertisecentrum Duurzame Mobiliteit (EC DM), dat nu deel uitmaakt van het onderzoekscentrum Duurzame Industrie, zocht in een voorgaand PWO project “U-CANsim” naar een doelgerichte aanpak om deze problemen aan te pakken. De onderzoekers slaagden erin om via een simulatie van netwerkcommunicatie en de noodzakelijke analoge/digitale inputs, het te testen mechatronische onderdeel in een functionele staat te brengen ter validatie van een geslaagde herfabricatie. Een werkende demo case is uitgewerkt die het mogelijk maakt een commonrail motormanagementsysteem (motor-ECU) functioneel te gaan testen onafhankelijk van het voertuig.\n\nHet voorliggende project “CremAN” onderzoekt onder welke vorm deze opgebouwde expertise kan uitgewerkt worden tot een universele methode en hardware tool die breed inzetbaar is bij herfabricatie van mechatronische onderdelen. Er wordt voornamelijk gekeken naar de noden van het werkveld en de mate en/of vorm van gewenste ondersteuning. Dit zou kunnen gaan van het aanbieden van enkel een simulatie bestand en ondersteuning bij de aankoop van de noodzakelijke hardware en software, tot het aanbieden van volledige testbanken met optionele service en update contract voor nieuwe te herfabriceren onderdelen.","summary":"Het herfabriceren van mechatronische componenten voor auto's en industriële toepassingen vereist complexe testprocedures. Een innovatief project genaamd \"CremAN\" onderzoekt een universele methode en hardwaretool om kwaliteitscontrole te verbeteren, waardoor bedrijven efficiënter kunnen werken in de automotive herfabricagesector.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002048","result_description":null},{"description":"Het doel van \"FLAXIT\" is het ontwikkelen van zeer selectieve biokatalytische reacties voor het creëren van volledig hernieuwbare moleculen, waarbij vlaszaad als grondstof wordt gebruikt.\n\nVoor elke ton lange vlasvezels wordt in België 0,7 ton vlaszaad geproduceerd, dat als een nevenstroom wordt beschouwd, waarvan 30-40% olie is die voornamelijk wordt gebruikt voor technische toepassingen in het lagere marktsegment. De overige 60-70% wordt gebruikt als diervoeder.\n\nMet de bedoeling de vlasproductie te verdubbelen om aan de groeiende vraag naar vezels te voldoen, zullen de vlastelers in België grotere hoeveelheden vlaszaad als bijproduct produceren.\n\nIn dit project zullen we de diverse biomoleculen, namelijk olie (bestaande uit meervoudig onverzadigde vetzuren), koolhydraten en eiwitten die in vlaszaad aanwezig zijn, optimaal benutten. Met behulp van extractie en biokatalytische transformaties creëren we innovatieve waardeketens die nieuwe mogelijkheden bieden voor landbouwers, de industrie en de samenleving in België.\n\nDit project brengt een multidisciplinair team samen om enzymatische- en microbiële transformaties te gebruiken voor de productie van (i) methyl-, ethyl- en polyglycerolesters uit vlaszaadolie voor gebruik in persoonlijke verzorging en cosmetische toepassingen, (ii) dicarbonzuren met lange keten uit vlaszaadolie en koolhydraten voor bijvoorbeeld nieuwe polymeren en cosmetische toepassingen, en (iii) eiwitten/peptiden & water oplosbare voedingsvezels uit de ontvette vlaszaadkoek voor techno-functionele toepassingen in voedingsmiddelen.\n\nOp deze manier streven wij naar een zero-waste proces voor de valorisatie van vlaszaad.","summary":"FLAXIT ontwikkelt biokatalytische reacties voor hernieuwbare moleculen uit vlaszaad, optimaliseert waardeketens en creëert nieuwe mogelijkheden voor landbouw en industrie in België. Het project benut diverse biomoleculen voor persoonlijke verzorging, polymeren en voedingsmiddelen, strevend naar zero-waste vlaszaadvalorisatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002049","result_description":null},{"description":"Dit project had als doel een wetenschappelijke analyse uit te voeren van de 22 Lezen op School-projecten. In een eerste stap hebben we een systematische metareview uitgevoerd over effectief leesonderwijs. Hierbij hebben we alle fases van het leesproces en andere belangrijke en relevante actoren buiten het onderwijs meegenomen.\n\nTegelijkertijd hebben we uitgebreid de individuele Lezen op School-projecten beschreven en een horizontale analyse over de projecten uitgevoerd. We hebben onderzocht in hoeverre de projecten overeenkwamen met de conclusies uit de metareview.\n\nTot slot hebben we in samenwerking met leraren en andere onderwijsactoren een praktijkrelevante inspiratiegids ontwikkeld over effectief leesonderwijs.","summary":"Dit project analyseerde 22 Lezen op School-projecten en voerde een metareview over effectief leesonderwijs uit. Het onderzocht de aansluiting van projecten bij conclusies en ontwikkelde een inspiratiegids met leraren voor effectief leesonderwijs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002050","result_description":"• Wetenschappelijk rapport: Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2022). Les in lezen. Umbrella review van effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.\n\n• Wetenschappelijk rapport: Bellens, K., De Clerck, S., Verachtert, P., Maesen, E., Van Mieghem, A., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2023). Les in lezen. Verticale en horizontale analyse van de Lezen-op-School-projecten. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.\n\n• Wetenschappelijk rapport: Verachtert, P., Tiebout, K., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2023). Les in lezen. Ontwikkeling van een praktijkgerichte inspiratiegids rond effectief leesonderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.\n\n• Praktijkgerichte inspiratiegids: Tiebout, K., Verachtert, P., Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2023). Les in lezen. Inspiratiegids voor effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen."},{"description":"Alle leerlingen kwaliteitsvol onderwijs bieden vormt voor de kwetsbare groep jongeren in de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs een bijzondere uitdaging. Recente onderzoeksresultaten tonen aan dat veel van deze leerlingen de minimumdoelstellingen niet behalen.\n\nEen algemene vorming is voor deze leerlingen nochtans cruciaal om te kunnen meedraaien in onze complexe maatschappij, en deze mee vorm te geven. Een basisgeletterdheid is noodzakelijk om volwaardig te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. De leraar en zijn team vormen de spilfiguur in de realisatie van die basisvorming. Daarom is er nood aan kennis over kenmerken van effectieve leeromgevingen in de B-stroom van de eerste graad secundair onderwijs en over de voorwaarden om dit te kunnen realiseren.\n\nMet dit onderzoek willen we (1) inzichten uit de wetenschappelijke literatuur in kaart brengen inzake effectieve didactische principes voor de diverse populatie in de B-stroom, (2) de huidige situatie in de B-stroom in kaart brengen, (3) toegepaste praktijken aftoetsen aan de effectieve principes zoals blijkt uit de literatuur en (4) een selectie van praktijken kritisch analyseren wat betreft hun effectiviteit en voorwaarden.\n\nDe resultaten van deze vier luiken worden vervolgens gebundeld in een kleinschalig professionaliseringstraject. Dit onderzoek zal resulteren in direct hanteerbare wenken voor lerarenteams ter ondersteuning van de verdere implementatie van de eindtermen en de eindtermen basisgeletterdheid en zal input leveren voor de uitwerking van professionaliseringsinitiatieven.","summary":"Voor kwetsbare jongeren in de B-stroom is kwaliteitsvol onderwijs cruciaal. Dit onderzoek richt zich op effectieve didactische principes, praktijken en professionalisering voor leraren om basisvorming te optimaliseren en eindtermen te behalen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002051","result_description":"Wetenschappelijke rapportage\n\nWebsite met een digitale toolkit, inclusief inspirerende voorbeelden, concrete materialen en tools (bv. observatietools, kijkwijzers).\n\n(Digitaal) handboek voor (aspirant)leraren in de B-stroom.\n\nStudiedag\n\nProfessionaliseringstraject voor leraren, directies,…\n\nBijdragen op wetenschappelijke en praktijkgerichte congressen en studiedagen"},{"description":"In Gent zijn tal van (burger)organisaties actief in de circulaire economie, van foodsavers en repair cafés tot deelplatformen zoals Peerby. Het bestuursakkoord van 2019-2024 van de Stad Gent legt een sterke nadruk op de circulaire economie, en de Stad heeft plannen om zelf circulaire pilootprojecten op te starten.\n\nOok de Gentse sociale economie streeft naar circulair ondernemerschap omdat dit aansluit bij hun waardenkader en om nieuwe banen te creëren die passen bij de doelgroep. Op dit moment ontstaan deze initiatieven echter vrij geïsoleerd, met weinig uitwisseling van kennis en samenwerking tussen hen.\n\nDoor het opzetten van een hub kunnen verbindingen worden gelegd tussen de circulaire en sociale economie, en tussen circulaire ondernemers (en mogelijk particulieren) onderling. De hub kan dienen als platform voor het delen van kennis en ervaringen, zowel positieve als negatieve, tussen sectoren en over verschillende sectoren heen.\n\nNieuwe ideeën kunnen worden gestimuleerd en nieuwe initiatieven kunnen worden gelanceerd met de ondersteuning van de hub. Zowel technische expertise als concrete werkafspraken kunnen bijdragen aan een verdere samenwerking en groei in deze sectoren.","summary":"In Gent worden diverse circulaire initiatieven gesteund door de Stad en de sociale economie, maar er is behoefte aan meer samenwerking en kennisdeling. Een hub kan de brug slaan tussen circulaire en sociale ondernemers voor het delen van ervaringen en het stimuleren van nieuwe initiatieven.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002052","result_description":null},{"description":"De Keet wil de sociaal-circulaire economie in de ruime regio Aalst stimuleren en ondersteunen via de oprichting van een fysieke hub. Deze hub treedt op als regionale katalysator voor sociaal én circulair ondernemerschap. De nadruk ligt daarbij op netwerking, kennisdeling en het stimuleren van nieuwe circulaire waardeketens met potentieel voor sociale tewerkstelling.\n\nDe unieke positie van De Keet is om maximaal de link te leggen tussen circulaire transitie en opportuniteiten voor tewerkstelling voor mensen uit kansengroepen. Finaal wil De Keet zorgen voor extra (sociale) tewerkstelling en economische meerwaarde in de regio.","summary":"De Keet bevordert sociaal-circulaire economie in Aalst met een hub die ondernemerschap stimuleert, nieuwe waardeketens creëert en sociale tewerkstelling bevordert. Focus op circulaire transitie en kansen voor kansengroepen, met als doel extra tewerkstelling en economische groei in de regio.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002053","result_description":null},{"description":"Om de wereldwijde biodiversiteitscrisis tegen te gaan, worden ook in Vlaanderen maatregelen getroffen om de Vlaamse biodiversiteit te beschermen en te ondersteunen. Deze operationele groep onderzoekt hoe boomkwekers de biodiversiteit op hun percelen kunnen verhogen.\n\nOp Vlaamse boomkwekerijen met vollegrondsteelten zou 1400 à 1700 ha aangewend kunnen worden in het kader van biodiversiteit, een potentieel dat momenteel niet of nauwelijks benut wordt. Er is vooral ruimte op:\n• het areaal dat met groenbemester aangelegd wordt tussen twee teeltcycli\n• de stroken die aangelegd worden tussen de beplante rijen\n\nBoomtelers zijn bereid dit areaal aan te wenden om biodiversiteit te boosten, maar de huidige bloemenmengsels zijn niet of te weinig aangepast aan de eisen van de telers om de kwaliteit van de bodem en hun teelten te garanderen. De telers zijn dus op zoek naar mengsels die hun diensten bewijzen op vlak van biodiversiteit en bovendien aan de nodige kwaliteitseisen voldoen.\n\nDoor binnen deze Operationele Groep de expertise van de partners samen te brengen en verder kennis te vergaren, willen de telers voor beide locaties komen tot kant-en-klare bloemenmengsels die aan de hand van demonstratie en uitgebreide disseminatie ingang zullen vinden binnen de Vlaamse vollegrondboomkwekerijen.","summary":"In Vlaanderen wordt gewerkt aan het beschermen van de biodiversiteit op boomkwekerijen. Telers willen 1400-1700 ha inzetten voor biodiversiteit, maar hebben aangepaste bloemenmengsels nodig. Een operationele groep brengt expertise samen om kant-en-klare mengsels te ontwikkelen voor vollegrondboomkwekerijen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002054","result_description":null},{"description":"Voor baanbrekend onderzoek naar veerkrachtige en klimaatvriendelijke landbouwsystemen is er nood aan hoogtechnologische onderzoeksapparatuur. Daarom beschikt AgroFoodNature binnenkort over een klimaatkamer met robot voor het onderzoek naar kuilvoeders.\n\nIn lijn met de Europese Green deal en de Vlaamse eiwitstrategie voert AgroFoodNature steeds meer onderzoek uit naar o.a. de teelt en de verwerkbaarheid van eiwitgewassen in rein- of mengteelt. Deze gewassen zijn zowel bestemd voor humane voeding als voor veevoeders. Om die laatste optimaal en duurzaam te bewaren worden voedergewassen in Vlaanderen doorgaans ingekuild. Kennis over en inzicht in het fermentatieproces tijdens de kuilbewaring is essentieel, zeker bij minder courante gewassen.\n\nBinnen AgroFoodNature hebben we een sterke expertise in inkuilexperimenten op miniatuurschaal d.m.v. microkuilen. Met middelen van VLAIO investeren we nu in een geklimatiseerde kamer uitgerust met een robot voor automatische weging van microkuilen en beeldvorming van ruwvoeders voor en na inkuilen. De beeldvorming komt tot stand via hyperspectrale en thermale camera’s. De thermale camera laat opvolging van broei toe, terwijl de hyperspectraalcamera detectie van o.a. mycotoxinen mogelijk maakt.\n\nDe gegenereerde data worden verwerkt in samenwerking met het HOGENT-onderzoekscentrum Centre for Applied Data Science (CADS).","summary":"AgroFoodNature investeert in hoogtechnologische apparatuur voor baanbrekend onderzoek naar klimaatvriendelijke landbouwsystemen, zoals een robotkamer voor kuilvoederonderzoek. Samen met partners werken ze aan innovatieve oplossingen voor duurzame opslag en verwerking van voedergewassen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002055","result_description":null},{"description":"In dit project willen we de transitie van klassiek hoogproductief grasland naar biodiverse gras-klaver-kruidenmengsels stimuleren door ontbrekende praktijkkennis weg te werken.\n\nIn Vlaanderen is hoogproductief grasland met overwegend Engels raaigras nog steeds de norm, maar dit staat ernstig onder druk door enerzijds de klimaatverandering (aangezien deze graslanden niet goed bestand zijn tegen lange periodes van droogte) en anderzijds het strenger wordende stikstofbeleid. Productieve mengsels van gras, klaver en kruiden bieden een klimaat-robuust alternatief voor het klassieke grasland: ze zijn droogtetoleranter, door de N-fixatie van de klaver kan de bemesting gereduceerd worden én ze verhogen de agrobiodiversiteit.\n\nEr is echter nog onvoldoende praktijkkennis beschikbaar over dergelijke mengsels, zodat vele landbouwers nog weigerachtig staan tegenover kruidenrijk grasland. Het project HERBgrass wil hier verandering in brengen door uitgebreide kennis te verzamelen en zo praktische implementatie te faciliteren binnen zowel de biologische als de conventionele landbouw.\n\nVerschillende gras-klaver-kruidenmengsels zullen geobserveerd worden op vlak van droogtetolerantie en naar de invloed van uitbating op de soortensamenstelling van de mengsels toe. Ook de voederwaarde en de inkuilbaarheid van deze eiwitrijkere mengsels worden onderzocht, evenals hun bijdrage tot Integrated Pest and Pollination Management (IPPM) door het bevorderen van bestuivers en andere nuttige insecten.","summary":"Stimuleren van biodiverse gras-klaver-kruiden mengsels als klimaat-robuust alternatief voor klassiek grasland. Project HERBgrass verzamelt praktijkkennis en faciliteert implementatie in zowel biologische als conventionele landbouw voor droogte-tolerantie, agrobiodiversiteit en voederwaarde.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002056","result_description":null},{"description":"Landbouwers en bedrijven zijn regelmatig op zoek naar nieuwe gewassen om te telen en te verwerken, om zo hun bedrijfsvoering te verbreden. In dit project onderzoeken we het potentieel van verschillende teelten om hen te inspireren. De teelttechnische eigenschappen, duurzaamheidskenmerken en economische haalbaarheid van verschillende innovatieve teelten worden onderzocht.\n\nEnerzijds wordt bestaande kennis gebundeld op een manier die toelaat de data onderling te vergelijken. Via nieuwe analyses wordt zo ontbrekende kennis toegevoegd. Anderzijds wordt een netwerk gecreëerd tussen landbouwers en de industrie via het kennisplatform. Het unieke is dat er een systematiek zal zijn waardoor gegevens onderling vergelijkbaar zijn, wat niet het geval is als landbouwers gefragmenteerd informatie opzoeken (en vinden) over diverse teelten. Op die manier zal de landbouwer via het kennisplatform een grondig doordachte gewaskeuze kunnen maken.\n\nIn een tweede luik van het project zullen van 3 potentiële gewassen (hennep, yacon en deder) de teelt, naoogst en de technologische transformatie tot bio-gebaseerd product verder geoptimaliseerd en gedemonstreerd worden. De connectie tussen de landbouwers en de verwerkers vormt hier de rode draad. HOGENT zal bestaande expertise aanwenden binnen de hennepcase en o.a. onderzoek voeren naar de valorisatie van nevenproducten zoals henneptoppen.","summary":"Ontdek nieuwe gewassen en verbreed uw bedrijfsvoering met ons project. Onderzoek naar teelteigenschappen, duurzaamheid en haalbaarheid om inspiratie te bieden aan landbouwers en bedrijven. Optimalisatie en demonstratie van hennep, yacon en deder als bio-gebaseerde producten, samen met een netwerk tussen landbouwers en industrie voor een doordachte gewaskeuze.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002057","result_description":null},{"description":"Momenteel worden peulvruchten slechts in beperkte mate in Vlaanderen geteeld, en dan vaak nog als veevoeder. Er is nochtans een stijgende interesse voor lokaal geteelde peulvruchten voor humane consumptie. Het project Leg-O onderzoekt hoe een aantal knelpunten in de lokale teelt van peulvruchten kunnen worden weggenomen.\n\nVanuit de verwerkende industrie is er steeds meer interesse om lokaal geteelde peulvruchten aan te kopen voor humane voeding. De lokale keten is echter nog zeer beperkt ontwikkeld en kent een aantal belangrijke knelpunten. De teelt is momenteel nog risicovol, en een hogere opbrengststabiliteit onder extreme weersomstandigheden is noodzakelijk om van peulvruchten een aantrekkelijk gewas te maken. Nochtans zijn peulvruchten interessant in de gewasrotatie.\n\nHet project Leg-O onderzoekt de rendabiliteit van een teeltrotatie met gewassen gericht op humane voeding waarin de peulvrucht centraal staat. Er wordt gefocust op 3 types peulvruchten waarvan de droge boon wordt onderzocht: erwten, veldboon en boon.","summary":"Ontdek de groeiende interesse in lokale teelt van peulvruchten in Vlaanderen. Project Leg-O werkt aan oplossingen voor knelpunten om peulvruchten aantrekkelijker te maken voor humane consumptie en de verwerkende industrie. Onderzoek naar teeltrotatie met focus op erwten, veldbonen en bonen voor stabiele opbrengsten en duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002058","result_description":null},{"description":"Door strengere bemestingsnormen in het wijzigende klimaat wordt het in Vlaanderen steeds moeilijker om met de huidige aanpak op een rendabele manier tarwe te telen. De wettelijke bepalingen samen met de veranderende teeltomstandigheden creëren de noodzaak en aanzet om tot een aangepaste en meer flexibele stikstofbemesting te komen.\n\nMomenteel worden op perceelsniveau stikstofbemestingsadviezen opgesteld door middel van een N-index. Die index geeft weer hoeveel minerale stikstof er in de loop van het groeiseizoen beschikbaar zal komen voor een bepaalde teelt. Er wordt hierbij geen rekening met de groei en -weersomstandigheden tijdens het groeiseizoen. Door het wijzigende klimaat en de daarmee gepaard gaande verandering in teeltomstandigheden wordt het steeds moeilijker om geschikte bemestingsadviezen op te stellen.\n\nOm de stikstofbemesting verder te optimaliseren is er bijgevolg nood aan een meer flexibel adviessysteem dat op elk moment rekening houdt met de actuele groei- en weersomstandigheden. Voor een optimalisatie is er ook bijkomende kennis nodig over de mate waarin verschillende biostimulanten, meststofformuleringen en variëteiten kunnen bijdragen tot een hogere stikstofopname-efficiëntie.\n\nHet project richt zich niet alleen tot de meer dan 8000 Vlaamse landbouwers die tarwe telen, maar tot alle betrokken schakels in de tarwe-keten. Dit gaat van de zaaizaadsector, producenten van biostimulanten en meststoffen tot de afzetmarkt zoals de maalderij- en bakkerijsector.","summary":"In Vlaanderen wordt het door strengere bemestingsnormen en veranderend klimaat steeds lastiger om tarwe rendabel te telen. Een flexibeler stikstofbemestingsadvies, aangepast aan groei- en weersomstandigheden, is essentieel. Dit project betrekt alle schakels in de tarwe-keten voor een optimale stikstofbemesting.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002059","result_description":null},{"description":"Een dalende bodemkwaliteit en -veerkracht zorgt voor een verminderde opbrengst en kwaliteit van ruwvoer op melkveebedrijven, zeker in een wijzigend klimaat. Een hogere teeltdiversificatie, bijvoorbeeld door granen en vlinderbloemigen in te brengen in de gewasrotatie, kan de opbrengststabiliteit en de duurzaamheid verhogen.\n\nHiervoor is echter een betere kennis nodig over de inzetbaarheid van hakselgranen en mengteelten met vlinderbloemigen. In dit project willen we nagaan wat de waarde is van hakselgranen, al dan niet in combinatie met vlinderbloemigen, op het melkveebedrijf. Dit met het oog op behoud van of verbetering in organische bodemkoolstof, minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest en een hogere gewasdiversiteit.\n\nVia inpassing van deze hakselgranen in het melkveerantsoen streeft het project bovendien naar een betere balans tussen hoge melkproducties en diergezondheid via het verminderen van het optreden van subklinische pensacidose. Deze optimalisatie zal leiden naar verbetering van het economisch rendement van de melkveebedrijven via uitgespaarde teelt-, voeder-, en veekosten.","summary":"Ontdek de waarde van hakselgranen en vlinderbloemigen op melkveebedrijven voor verbeterde bodemkwaliteit, duurzaamheid en economisch rendement. Verminder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest voor een gezonde balans tussen productie en diergezondheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002060","result_description":null},{"description":"De walsenmolen vermaalt granen zoals tarwe, spelt, rogge, gerst en rijst tot bloem/meel, terwijl de snijmolen grondstoffen met uiteenlopende eigenschappen verkleint.\n\nDe toestellen worden ingezet in onderzoek naar hoogwaardige valorisatie van voedselreststromen, de verwerking van granen en andere eiwitgewassen (zoals leguminosen) en de ontwikkeling van plantaardige voeding op basis van lokaal geteelde eiwitgewassen en biogebaseerde materialen. Verkleinen is vaak een noodzakelijke stap om plantaardige grondstoffen of reststromen (zoals bonen, zaden, pitten, fruitreststromen, groentereststromen, schroten, etc.) te verwerken.\n\nDoor de toevoeging van verkleinapparatuur kan in het voedingstechnologisch labo een volledige verwerkingsproceslijn op laboschaal worden opgezet. Hierbij kunnen ook de reeds aanwezige toestellen beter worden benut. De apparatuur past ook volledig binnen de systeembenadering van het onderzoekscentrum AgroFoodNature (AFN), waarbij ketenbreed onderzoek wordt uitgevoerd.\n\nEr is reeds veel kennis opgebouwd rond de lokale teelt van eiwitgewassen. Door ook de kennis rond de verwerking van plantaardige grondstoffen verder uit te bouwen, kan onderzoek naar duurzame ketens worden ondersteund. AFN heeft ook al kennis opgebouwd met betrekking tot logistieke, wetgevende, economische en duurzaamheidsaspecten die gekoppeld zijn aan voedselreststroomvalorisatie.\n\nMet de uitbreiding van deze apparatuur bouwt de onderzoeksgroep ook de technologische kennis verder uit, waardoor bedrijven vanuit een multidisciplinaire benadering kunnen worden ondersteund. De complementariteit met andere onderzoeksinstanties en bedrijven op het gebied van maaltechniek en schaalgrootte biedt ook mogelijkheden voor de vorming van een netwerk rond deze onderzoeksthema's.","summary":"De walsenmolen en snijmolen worden ingezet voor onderzoek naar voedselreststromen, granen, eiwitgewassen en plantaardige voeding. Deze verwerkingsapparatuur in het voedingstechnologisch labo ondersteunt duurzame ketens en technologische kennisopbouw voor bedrijven en onderzoeksgroepen binnen het AFN-onderzoekscentrum.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002061","result_description":null},{"description":"Melige koolluis (Brevicoryne brassicae) maakt deel uit van het complex aan plaaginsecten dat koolgewassen belaagt en wordt door heel wat (bio)-kooltelers beschouwd als een belangrijke en moeilijk beheersbare plaag.\n\nNatuurlijke vijanden kunnen hun steentje bijdragen aan de beheersing maar komen op het foute moment, blijven niet in de buurt wanneer de plaagdruk lager is of vertrekken te vroeg uit het perceel. Een bankerplant-systeem zou soelaas kunnen bieden. Dit systeem bestaat uit een plantensoort die alternatieve prooisoorten (die geen plaag vormen voor het gewas) bevat als voedsel voor natuurlijke vijanden. Dit stelt hen in staat een populatie op te bouwen waardoor plaagonderdrukking gedurende de hele teeltperiode kan gegarandeerd worden.\n\nIn dit project beogen we de eerste stappen te zetten met oog op de ontwikkeling van een bankerplant-systeem. Een eerste stap in dit proces is het screenen van verschillende plantensoorten op hun geschiktheid hiervoor. In een tweede stap wordt de toepassing van de meest geschikte plantensoorten gevalideerd op perceelsniveau.\n\nTijdens dit project wordt de verworven kennis maximaal naar de sector verspreid door sterk in te zetten op demonstraties en door diverse communicatiekanalen te gebruiken. Dit met als doel een groot aantal land- en tuinbouwers kennis te laten maken met deze veelbelovende en innovatieve plaagbeheersingstechniek.","summary":"Bankerplant-systeem voor effectieve plaagbeheersing bij koolgewassen. Onderzoek naar geschikte plantensoorten en validatie op perceelsniveau. Verspreiding van kennis via demonstraties en communicatiekanalen voor land- en tuinbouwers. Innovatieve oplossing voor melige koolluis.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002062","result_description":null},{"description":"Wijzigende klimaatomstandigheden hebben de laatste jaren geleid tot tegenvallende gewasopbrengsten en een lagere kwaliteit van ruwvoeder. Dit project beoogt de monocultuur van maïs te doorbreken door diversificatie in de gewasrotatie met voedersorghum en kuilmaïs-klimboon.\n\nTegenvallende gewasopbrengsten van ruwvoeder met een lagere kwaliteit waren de afgelopen jaren een realiteit op vele landbouwpercelen. De veranderende klimaatomstandigheden met langere droge en warme periodes tijdens het voorjaar en de zomer hebben veel veehouders doen inzien dat ze grote risico's nemen door hun ruwvoederproductie grotendeels te baseren op maïs en gras.\n\nDit LA-traject heeft als doel de monocultuur van maïs op bepaalde percelen te doorbreken met een aantal specifieke gewassen, namelijk voedersorghum en de mengteelt kuilmaïs-klimboon. Door deze diversificatie in gewasrotatie wordt niet alleen een risicospreiding voor de melkveehouder nagestreefd, maar ook een verhoging van de bodemkwaliteit, een betere stikstofbenutting en een gunstigere ruwvoederaanvoer en -samenstelling.","summary":"Dit project bevordert diversificatie in gewasrotatie door monocultuur van maïs te doorbreken met voedersorghum en kuilmaïs-klimboon. Doel: verbeterde gewasopbrengsten, bodemkwaliteit en ruwvoederkwaliteit onder veranderende klimaatomstandigheden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002063","result_description":null},{"description":"Het project Enerpedia 4.0 is één van drie complementaire koepelinitiatieven in Vlaanderen rond het thema ‘Energie in de land- en tuinbouw’. Samen met andere initiatieven bieden ze de kans om een sterk en onderling goed afgestemd actieplan m.b.t. ‘Energie in Vlaamse land- en tuinbouw’ uit te werken.\n\nDit omvat ook het optimaal inzetten van de diverse beleidsinstrumenten van de overheid, zoals onderzoek & innovatie, investeringssteun, sensibilisering en demonstratie, adviesverlening, en het invullen van het beoogde beleid.","summary":"Ontdek Enerpedia 4.0, een toonaangevend initiatief in Vlaanderen voor duurzame energie in de land- en tuinbouw. Samen met andere partners zorgen we voor een geïntegreerd actieplan en optimale inzet van beleidsinstrumenten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002064","result_description":"Sensibiliseren en informeren van de sector.\n\nDoorgedreven analyses op bedrijfsniveau van een alternatieve energie-invulling. Voor een aantal voorbeeldbedrijven wordt onderzocht welke doorgedreven innovatieve renovaties mogelijk zijn. Dit onderzoek dient als basis van de meer algemene studie om ook generieke aanbevelingen te kunnen formuleren.\n\nBeleidsadvies.\n\nDe wetenschappelijke fiches die het resultaat waren binnen Enerpedia 3.0, dienen verder te worden vervolledigd en waar nodig aangevuld met bijkomend onderzoek. De resultaten van dit onderzoek kunnen vervolgens opnieuw vertaald worden in beleidsadvies."},{"description":"Met dit project willen we criteria voor kwaliteitsvol kleuteronderwijs met betrekking tot taal, wiskunde en executieve functies in kaart brengen.","summary":"Dit project richt zich op het vaststellen van criteria voor hoogwaardig kleuteronderwijs gericht op taal, wiskunde en executieve functies.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002065","result_description":"Hier is de verbeterde tekst:\n\nInspiratiegids, inspiratieclips, posters en blogberichten zijn beschikbaar. Er wordt ook een afsluitende studiedag georganiseerd. Daarnaast zijn er zelfscans, observatiekaders en vragenlijsten ter ondersteuning."},{"description":"De toenemende vergrijzing, het nijpende (zorg)personeelstekort, de administratieve belasting en de hoge ziektekosten benadrukken de dringende behoefte aan een andere organisatie van de zorg. Door zorg op afstand te organiseren op basis van continue telemonitoring in plaats van momentopnames, kan men in dialoog met patiënten en zorgverleners werken aan een meer betaalbare, holistische en patiëntgerichte zorg.\n\nOndanks het potentieel van telemonitoring wordt het bestaande aanbod aan oplossingen slechts moeizaam en beperkt geïmplementeerd. Verschillende barrières liggen hieraan ten grondslag, zoals wetgeving, terugbetaling, nomenclatuur, kostprijs, alsook het gebrek aan kennis en ervaring bij zorgverleners. Daarom is er behoefte aan synergie en afstemming tussen bedrijven in de digitale gezondheidstechnologie en de gezondheidszorg.\n\nDit TETRA-project heeft als doel technologiebedrijven en zorgorganisaties te ondersteunen bij de implementatie van telemonitoring in de transmurale zorg. De doelgroep van het project bestaat uit ontwikkelaars van digitale gezondheidstechnologie (IoT-integratoren, applicatieontwikkelaars, data science consultants), zorginstellingen in de 1e, 2e, 3e en 4e lijn (waaronder thuisverpleging en ziekenhuizen) en netwerkpartners.","summary":"Zorg voor betere zorg: implementeer telemonitoring in de zorgsector voor efficiënte en patiëntgerichte zorg. Samenwerking tussen technologiebedrijven en zorginstellingen is essentieel.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002066","result_description":null},{"description":"Implementatie van MaxiPAC-procedure in Vlaanderen:\n\nDe MaxiPAC-procedure wordt momenteel geïmplementeerd in Vlaanderen. Dit proces is gericht op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de procedures die worden gevolgd in de gezondheidszorgsector. Het doel van de implementatie is om de kwaliteit van zorg te verhogen en tegelijkertijd de kosten te verlagen. \n\nHet MaxiPAC-proces omvat verschillende stappen, waaronder het identificeren van knelpunten in bestaande procedures, het ontwikkelen van verbeteringsmaatregelen en het testen van deze maatregelen in de praktijk. Door deze gestructureerde aanpak kunnen zorginstellingen hun processen optimaliseren en betere resultaten behalen voor hun patiënten. \n\nDe implementatie van de MaxiPAC-procedure vereist een nauwe samenwerking tussen verschillende belanghebbenden in de gezondheidszorgsector, waaronder zorgverleners, beleidsmakers en patiënten. Door gezamenlijk aan dit proces te werken, kunnen zij de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg verbeteren en de uitdagingen waarmee de sector wordt geconfronteerd, het hoofd bieden.","summary":"Implementatie van MaxiPAC-procedure in Vlaanderen om efficiëntie te verhogen en kosten te verlagen. Bouw aan succes met MaxiPAC in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002067","result_description":"SWOT-analyse van de implementatie van MaxiPAC aan de Vlaamse universiteiten en hogescholen."},{"description":"Digitale zorg en ondersteuning hebben de afgelopen jaren een groot deel van de fysieke hulpverlening overgenomen. Vandaag heeft het merendeel van de zorg- en welzijnswerkers kennis gemaakt met online zorg en ondersteuning.\n\nOm de mogelijkheden hiervan te benutten, maar ook om te waarborgen dat de kwaliteit van deze hulpverlening op een hoog niveau staat, moet de ondersteuning voor opleidingen en vorming of ondersteuning op het terrein worden geïntensiveerd.\n\nIn dit kader kent de Vlaamse Regering op 22 april 2022 een subsidie van een half miljoen euro toe aan SAM, steunpunt Mens en Samenleving voor de uitbouw van Onlinehulp Vlaanderen. Onlinehulp Vlaanderen wordt het aanspreekpunt voor online en blended hulp- en dienstverlening in Vlaanderen.\n\nThomas More draagt hieraan bij door aan de hand van onderzoek de werking van deze organisatie van de nodige wetenschappelijke onderbouwing te voorzien.","summary":"Digitale zorg en ondersteuning groeien sterk, met meer zorgprofessionals die online hulp gebruiken. De Vlaamse Regering steunt SAM met €500.000 voor Onlinehulp Vlaanderen, het toekomstig aanspreekpunt voor online en blended hulpverlening.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002068","result_description":"Verder uitbouw van www.onlinehulp-apps.be en www.onlinehulp-vlaanderen.be op basis van evidence-based content en inzichten."},{"description":"Het doel van dit project is om een innovatieve technologie voor de productie van strijkinstrumenten uit vlas, deels ontwikkeld aan HOGENT, verder te ontwikkelen en opschaalbaar te maken. Daarnaast wordt er gewerkt aan de voorbereiding van de toekomstige opstart van een spin-off, waarbij activiteiten zoals marktonderzoek en het opstellen van een business model centraal staan.","summary":"Het project beoogt verdere ontwikkeling en opschaling van innovatieve vlastechnologie voor strijkinstrumenten, met oog op spin-off lancering en marktvoorbereiding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002069","result_description":null},{"description":"Vlaanderen heeft de ambitie om een hotspot te worden op vlak van kennis, productie en verwerking van nieuwe eiwitbronnen. Er zijn echter nog enkele uitdagingen die de doorbraak van lokale eiwitketens in Vlaanderen vertragen.\n\nDit project focust zich op de teelt en verwerking van de gele erwt. De doelstelling van het PeaPact-project is om duurzame en lokale eiwitketens (zowel biologisch als gangbaar) te ontwikkelen voor Vlaamse gele erwt op basis van een ketenbreed partnerschap.\n\nEr wordt onderzocht wat de succesfactoren zijn voor een duurzame keten voor lokale gele erwt, en de betrokken ketenactoren worden met elkaar gekoppeld:\n\n• Landbouwers telen succesvol gele erwt als beloftevol eiwitgewas in hun teeltrotatie en ontvangen hiervoor een eerlijke prijs. Het areaal aan gele erwt voor humane consumptie wordt uitgebreid.\n\n• Verwerkers hebben toegang tot kwalitatieve lokale gele erwt en spelen in op de wensen van de consument.\n\n• Consumenten hebben toegang tot een meer divers aanbod aan gezonde en duurzame plantaardige voeding.\n\n• Overheden ontvangen advies inzake haalbare en ambitieuze beleidsmaatregelen gelinkt aan de eiwitshift.","summary":"Vlaanderen streeft naar een leidende positie in kennis en productie van nieuwe eiwitbronnen. Het PeaPact-project focust op duurzame lokale eiwitketens met gele erwten, waarbij boeren eerlijk worden beloond, verwerkers kwaliteitsproducten leveren, consumenten toegang hebben tot gezonde plantaardige voeding en overheden geadviseerd worden over beleidsmaatregelen voor de eiwitshift.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002070","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om een innovatieve technologie voor de assemblage van meubels, ontwikkeld aan HOGENT, verder te ontwikkelen voor markttoepassing. Hierbij wordt gestreefd naar implementatie in een circulair business model en wordt de basis gelegd voor de toekomstige oprichting van een spin-off of licentiëring aan de meubelindustrie.","summary":"Het project streeft naar verdere ontwikkeling van een innovatieve technologie voor meubel-assemblage, met focus op circulaire business modellen en mogelijke spin-off creatie of licentiëring aan de meubelindustrie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002071","result_description":null},{"description":"FoodForward is een partnerschap tussen landbouwers, onderzoekers en andere facilitators. De focus ligt op voedselbossen als inspirerend en innovatief verdienmodel dat landbouw en variabele ecosysteemdiensten verenigt. Ons netwerk vertrekt vanuit een aantal uitdagingen en actuele noden.\n\nConcreet plannen we:\n\n(1) Een marktonderzoek naar een interactief online platform waar marktopportuniteiten, vraag en aanbod samenkomen. We spreken over uitwisseling van eindproducten maar evenzeer diensten, verwerkingsmogelijkheden, grondstoffen, plantgoed en kennis die bij voedselbossen komen kijken;\n\n(2) Een economische analyse, via het kwantificeren en delen van inzichten op het vlak van logistiek, arbeid, kosten en baten;\n\n(3) Knelpunten en onduidelijkheden op het vlak van wet- en regelgeving inzake voedselbossen verder in kaart te brengen én aan te pakken samen met de betrokken actoren;\n\n(4) Een praktisch draaiboek te ontwikkelen en toepassers professioneel bij te staan bij de opmaak van concrete plannen voor de aanleg van een voedselbossysteem (min. 3 tijdens de projectperiode);\n\n(5) Principes van voedselbossen te gebruiken als inspiratiebron op het vlak van diversifiëring voor een ruimere groep landbouwers uit diverse sectoren, via bedrijfsbezoeken en communicatie.","summary":"FoodForward is een partnerschap dat landbouwers, onderzoekers en facilitators samenbrengt om voedselbossen te promoten als innovatief verdienmodel. Het initiatief omvat marktonderzoek, economische analyse, wetgevingskwesties, draaiboekontwikkeling en diversifiëring voor landbouwers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002072","result_description":null},{"description":"De textielsector in Vlaanderen vraagt naar lokaal geteelde, lange hennepvezels. Ook landbouwers zijn geïnteresseerd en willen hun teeltrotatie verruimen met hennep. Tot enkele jaren geleden was de teelt van hennep voor de extractie van lange vezels voor textiel niet mogelijk, maar de laatste jaren waren er succesvolle ontwikkelingen in oogsttechnologie zodat dit wel mogelijk wordt. Dit verandert de situatie in Vlaanderen.\n\nBinnen deze operationele groep werken we de resterende vraagtekens en kennishiaten bij telers en verwerkers weg en stemmen we de belangen van de verschillende stakeholders op elkaar af. Dit gebeurt door actief overleg met de verschillende betrokkenen waarbij ervaringen worden uitgewisseld, waarbij successen en tegenslagen worden gedeeld.\n\nConcreet willen we dat er op grotere schaal hennep geteeld wordt in Vlaanderen. Dit realiseren we door landbouwers te ondersteunen met advies tijdens de teelt, oogst en roting om zo een optimale opbrengst te realiseren (1), door oogst, keren en persen te coördineren (2) en door hen te linken aan verwerkers voor de afzet van hun stro (3). Aangezien het economisch aspect (4) een doorslaggevende factor is voor de ingang van een teelt wordt dit ook in kaart gebracht binnen deze operationele groep.","summary":"De textielsector in Vlaanderen wil lokale hennepvezels van lange kwaliteit. We stimuleren hennepteelt door telers te begeleiden voor optimale opbrengst en afzet. Samen met stakeholders overwinnen we uitdagingen en kansen voor een grootschalige hennepindustrie in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002073","result_description":null},{"description":"Het doel van deze studie is het ontwikkelen van een methodologie voor landschapskarakterisatie. Deze methodologie integreert de kennis van en over het landschap en geeft inzicht in zowel het functioneren van het landschap als de beleving ervan.","summary":"Deze studie creëert een methodologie voor landschapskarakterisatie die inzicht biedt in zowel de functionaliteit als de beleving van het landschap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002074","result_description":null},{"description":"De organisatie van het Vlaamse zorglandschap bevindt zich volop in de transitie van intramurale zorg naar gemeenschapsgerichte zorg. Deze overgang vraagt nieuwe competenties van professionals in de zorg-, hulp en dienstverlening.\n\nDe huidige zorgprofessionals in de GGZ (geestelijke gezondheidszorg), met verpleegkundigen, orthopedagogen, sociaal werkers en ergotherapeuten als belangrijkste disciplines, werden immers tot nu toe vooral opgeleid volgens een ‘instellingslogica’ waarbij vanuit de eigen discipline gewerkt wordt met de cliënt die op een afdeling is opgenomen. In de gemeenschapsgerichte GGZ wordt zorg daarentegen vooral vanuit een multidisciplinaire samenwerking gerealiseerd, waarbij de functiedifferentiatie volgens discipline minder scherp is afgebakend dan in de klassieke intramurale zorg.\n\nToch vindt deze transitie in werkwijze plaats zonder dat er hiervoor een kader bestaat, noch om zorgprofessionals die reeds actief zijn in de intramurale zorg hierin te begeleiden noch om studenten en afgestudeerden hierop voor te bereiden. Uit deze discrepantie vloeit de centrale onderzoeksvraag van dit project voort: “Welke ondersteuning kunnen onderwijs en zorgorganisaties bieden aan (toekomstige) zorgprofessionals om hen zo optimaal mogelijk te laten functioneren in een multidisciplinaire en maatschappijgerichte zorgcontext?”.\n\nHierbij gaat de aandacht uit naar de rol van generieke en disciplinegebonden competenties. Als valorisatie van het project werd een online competentieverkenner ontwikkeld, die zich richt op werkgevers uit de GGZ-sector. De toepassing is in eerste instantie bedoeld om belangrijke competenties die uit het onderzoek zijn gebleken in kaart te brengen. De tool combineert praktijksituaties met een kwalitatieve en kwantitatieve meting. Dit stelt de werkgever in staat om een realistische inschatting te maken van de competenties waarover de participant beschikt. De competentieverkenner kan helpen om hiaten in het gewenste competentieprofiel te remediëren binnen de organisatie.\n\nDaarnaast werd een train de trainer module ontwikkeld voor (toekomstige) zorgprofessionals in de GGZ met betrekking tot praktische vaardigheden in de omgang met suïcidale ideaties en vragen rond levenseinde.","summary":"Het zorglandschap in Vlaanderen evolueert naar gemeenschapsgerichte zorg, vereist nieuwe competenties van zorgprofessionals. Onderzoek en online tool helpen werkgevers in de GGZ-sector om competenties te identificeren en te ontwikkelen voor multidisciplinaire zorgverlening. Aanvullend is er een train-de-trainer module voor suïcidepreventie en levenseindevraagstukken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002075","result_description":null},{"description":"Scholen worden in toenemende mate geconfronteerd met maatschappelijke uitdagingen en welzijnsnoden. Om de groeiende kansarmoedeproblematieken op en rond de school aan te pakken, ontstaan samenwerkingen tussen scholen, CLB's, welzijnsorganisaties en brugfiguren. Deze samenwerkingen zijn noodzakelijk, maar niet vanzelfsprekend. Daarom doet HOGENT onderzoek naar de samenwerking tussen onderwijs en het ruime welzijnsveld met als doel gezinnen in kwetsbare situaties te ondersteunen.\n\nSKI-Tool: Screenings-, kwaliteits- en inspiratietool voor welzijns- en onderwijsactoren voor de uitrol en implementatie van een integrale samenwerking i.f.v. ondersteuning van kinderen in maatschappelijk kwetsbare gezinnen op school.\n\nDe cijfers van de laatste armoedebarometer liegen er niet om, kinderarmoede in Vlaanderen is in stijgende lijn. Eén van de vaststellingen uit het jaarboek over kinderarmoede is het gebrek aan een echt kinderarmoedebeleid en een gebrekkige samenwerking tussen instellingen. Men geeft aan dat sociaal werkers hun multiperspectiviteit kunnen versterken en betreurt ondanks de vele acties dat de sociale ongelijkheid in onderwijs nog steeds groot is.\n\nIn de Vlaamse onderwijscontext leiden verschillende maatschappelijke uitdagingen binnen de school tot een transversale en integrale aanpak. Steeds vaker zetten scholen hun deuren open voor welzijnswerkers, waardoor netwerken ontstaan in functie van de zorg voor kinderen uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Vandaag is zo’n netwerk niet duidelijk: welke soorten contacten zijn er, hoeveel, hoe intens, en regelmatig zijn ze? Daarnaast rijst de vraag hoe deze actoren met elkaar werken om een kwaliteitsvolle ondersteuning te bieden aan kwetsbare gezinnen. Dit onderzoek wil het aanwezige netwerk van basisscholen in kaart brengen (netwerkkaart) én de kwaliteit ervan bevragen vanuit het perspectief van alle actoren, ook ouders.\n\nDe output van het project is een inspiratiegids waarin alle onderzoeksresultaten toegankelijk opgetekend werden. Bovendien kan de inspiratiegids dienen als een reflectie-instrument voor school- en welzijnsactoren om samenwerkingen op te zetten.","summary":"Scholen en welzijnsorganisaties bundelen krachten om gezinnen in kwetsbare situaties te ondersteunen. HOGENT onderzoekt samenwerkingen om kinderen in maatschappelijk kwetsbare gezinnen te helpen. De SKI-Tool faciliteert integrale samenwerking tussen onderwijs en welzijn. Het project resulteert in een inspiratiegids voor het opzetten van effectieve samenwerkingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002076","result_description":null},{"description":"Ondanks aanzienlijke progressie in preventie en behandeling in Sub-Sahara-Afrika het voorbije decennium, werden zichtbaar minder inspanningen geleverd voor de langetermijnondersteuningsnoden van jongeren met HIV/aids. Dit is het gevolg van het opgroeien met deze chronische conditie onder normatieve druk en de indirecte gevolgen op diverse levensdomeinen, waaronder onderwijs.\n\nVoorliggend multidisciplinair onderzoeksproject (orthopedagogiek, lerarenopleiding, ergotherapie, sociaal werk en maatschappelijke gezondheidskunde) in partnerschap met Mountains of the Moon University (Oeganda), hanteert een gemeenschapsgerichte benadering om uitdagingen in het leven met HIV/AIDS in schoolgemeenschappen te onderzoeken en aan te pakken. Dit project beoogt een duurzaam internationaal en multidisciplinair partnerschap uit te bouwen waarin onderzoekers, studenten en professionals samenwerken voor het ontwikkelen van brede schoolgemeenschappen die leerlingen in kwetsbare situaties adequaat kunnen ondersteunen.\n\nHiertoe worden ook een interdisciplinair theoretisch kader en onderzoekstraining uitgewerkt, met oog op het versterken van capaciteiten van academische en praktijkinstellingen om multidisciplinair en gemeenschapsgericht te werken. Dit legt bovendien de basis voor participatief actieonderzoek met jongeren en diverse belanghebbenden, waaronder gemeenschapsleden, schoolpersoneel en gezondheidswerkers.\n\nOp basis van verscherpt inzicht in ondersteuningsnoden en -potentieel in deze gemeenschappen, ontwikkelt en implementeert het team van onderzoekers en participanten een innovatieve en context-sensitieve interventie. Nauwe samenwerking tussen de disciplines vertegenwoordigd in zowel het onderzoeksteam als de steekproef resulteert in een uitgebreide en allesomvattende aanpak.\n\nDe multidisciplinaire methodologie, kennis en interventie uitgebouwd rond deze specifieke casus beoogt duurzame resultaten te leveren die transfereerbaar zijn naar gelijkaardige uitdagingen wereldwijd. De projectresultaten worden bijgevolg gevaloriseerd en gedissemineerd ten aanzien van (school)gemeenschappen in Oeganda, Vlaanderen en wereldwijd.","summary":"Dit onderzoeksproject in partnerschap met Mountains of the Moon University in Oeganda onderzoekt en pakt uitdagingen aan rond leven met HIV/AIDS in schoolgemeenschappen. Het doel is een duurzaam internationaal partnerschap op te bouwen voor het ontwikkelen van ondersteunende schoolgemeenschappen. Met een multidisciplinaire aanpak wordt een innovatieve interventie ontwikkeld en geïmplementeerd, met als doel duurzame resultaten wereldwijd te bereiken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002077","result_description":null},{"description":"Mensen in armoede kunnen vaak hun meest essentiële basisbehoeften onvoldoende bevredigen, zoals het voorzien in voldoende en gezonde voeding.\n\nDit project onderzoekt de positie van de sociale restaurants als een duurzame praktijk in het armoedebestrijdingsbeleid, in het kader van de realisatie van het recht op voeding. Voor de uitvoering van dit onderzoek wordt samengewerkt met het netwerk van sociale restaurants in Gent, op wiens vraag dit onderzoeksproject vorm kreeg.\n\nEr wordt in beeld gebracht hoe de sociale restaurants zich verhouden tot andere voedselinitiatieven. Na een literatuurstudie om een conceptueel kader te ontwikkelen, wordt sociale cartografie als onderzoeksmethode ingezet om de sociale restaurants en hoe die zich verhouden tot andere voedselinitiatieven in kaart te brengen.\n\nOnderzoek naar het bereik van sociale restaurants en in het bijzonder naar het bereik van de meest kwetsbare doelgroepen kan een beter inzicht bieden in de rol van sociale restaurants. Met het etnografisch onderzoek wordt de positie in beeld gebracht die sociale restaurants vervullen in het kader van armoedebestrijdingsbeleid.\n\nDoorheen het volledige traject wordt met een lerend netwerk gewerkt. Op basis van de bevindingen wordt een profielscan ontwikkeld, een praktijkgericht instrument voor het netwerk van sociale restaurants in Gent om hun traject naar positionering en verdere profilering in het werkveld voort te zetten.\n\nDe ontwikkelde inzichten zijn niet alleen relevant voor de restaurants van het Gentse netwerk, maar ook andere sociale restaurants in Gent en Vlaanderen kunnen baat hebben bij de scan.","summary":"Dit onderzoek analyseert de rol van sociale restaurants in armoedebestrijding, met focus op voedselvoorziening. Samenwerking met Gentse sociale restaurants resulteert in inzichten en een profielscan voor verbeterde positionering en profilering. Relevant voor alle sociale restaurants in Gent en Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002078","result_description":null},{"description":"Het tekort aan geconcentreerde eiwitbronnen voor de veehouderij maakt dat Vlaanderen nog te veel afhangt van de invoer van overzeese soja om het binnenlandse vee te voeden. Lokaal geteelde eiwithoudende gewassen bieden een alternatief, maar hun toepassingen zijn tot op heden nog onvoldoende gekend. \n\nDit project onderzoekt hoe vraag en aanbod van lokaal geteelde veldbonen beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Veldbonen kunnen hoge eiwitopbrengsten opleveren en gedijen goed onder de Vlaamse klimaatomstandigheden. Ook op economisch vlak is dit een veelbelovende teelt. Toch is het areaal veldbonen in Vlaanderen vandaag nog beperkt.\n\nHet ‘Van Veld tot Voer’-project onderzoekt hoe de Vlaamse zelfvoorzieningsgraad voor eiwithoudende producten in de (melk)veehouderij kan worden verhoogd. Er wordt onderzocht hoe vraag en aanbod van lokaal geteelde veldbonen beter op elkaar kunnen worden afgestemd, om zo de opschaling en ontwikkeling van de keten te stimuleren. \n\nBestaande knelpunten worden aangepakt en samenwerkingsverbanden tussen akkerbouwers en veehouders worden gestimuleerd. Op die manier wordt onderzocht of veldbonen de geïmporteerde soja in het veevoeder (gedeeltelijk) kunnen vervangen, en of dit leidt tot een toename in het areaal veldbonen.","summary":"Onderzoek naar lokale veldbonen voor zelfvoorziening in eiwitrijke veevoeding in Vlaanderen. Stimuleren van samenwerking tussen akkerbouwers en veehouders om import van soja te verminderen en areaal veldbonen te vergroten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002079","result_description":null},{"description":"In België leeft een grote groep mensen in onderbescherming. Zij maken geen gebruik van hulp- en dienstverlening waar ze wel aanspraak op kunnen maken. Onderbescherming is hoger bij specifieke groepen mensen in kwetsbare leefsituaties: mensen in armoede, alleenstaande ouders, gezinnen met een migratieachtergrond of mensen met beperkte vaardigheden.\n\nHet Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) is een nieuw samenwerkingsverband in de hulp- en dienstverlening op de eerste lijn dat tot doel heeft onderbescherming tegen te gaan en toegankelijke sociale hulp- en dienstverlening wil realiseren. Dit project richt zich op de vraag hoe mensen in kwetsbare situaties mee vorm kunnen geven aan de uitbouw van het GBO. Het project draagt bij aan één van de grootste pijnpunten die benoemd werden in de evaluatie van de pilootprojecten rond GBO, namelijk het bottom-up uitwerken van een GBO, waarbij volwaardige participatie van mensen in kwetsbare situaties centraal staat.\n\nDe centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: “Hoe kan het Geïntegreerd Breed Onthaal worden uitgebouwd vanuit de bouwstenen ‘gemeenschapsgerichte zorg’ en ‘ervaringskennis’ om bij te dragen aan toegankelijke zorg- en dienstverlening en onderbescherming tegen te gaan?” Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van arts-based research (digital storytelling) en het opzetten van lerende netwerken (zowel landelijk als stedelijk) vanuit de principes van codesign. Dit zal resulteren in een website rond vermaatschappelijking van de zorg (met inbegrip van de ontwikkelde digital stories); een werkboek rond werkzame factoren van gemeenschapsgerichte zorg en ervaringskennis; een inspiratiedag rond arts-based research en een sectoroverschrijdende navorming rond vermaatschappelijking van de zorg.","summary":"In België is onderbescherming een probleem voor kwetsbare groepen. Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) bevordert toegankelijke hulp voor hen door participatie en ervaringskennis. Het project omvat digital storytelling, workshops en een website over vermaatschappelijking van de zorg.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002081","result_description":null},{"description":"Actuele mondiale migratieontwikkelingen en toenemende etnisch-culturele differentie in onze samenleving maken dat toekomstbestendig welzijnswerk en hulpverlening zich dienen te heroriënteren naar een superdivers doelpubliek. Gent – waar momenteel 1/5 inwoners een migratieachtergrond heeft – evolueert gaandeweg naar een ‘majority minority city’ waarin de meerderheid van de bevolking zal bestaan uit minderheden van zowel nieuwkomers als van de tweede en derde generatie landgenoten met een migratiehistoriek.\n\nBovendien vormen de wereldwijde conflictsituaties en de influx van vluchtelingen momenteel een erg actuele uitdaging in Vlaanderen en voor het Vlaamse hulpverleningslandschap in het bijzonder. Met betrekking tot opvoeding, ouderschap en kinderwelzijn, worden gezinnen met een recente of langere migratiehistoriek geconfronteerd met een aantal bijzondere uitdagingen, naast de opvoedingsvragen en –uitdagingen die ze met andere gezinnen delen. Deze uitdagingen dienen gesitueerd te worden binnen bredere welzijnsvraagstukken en sociale ongelijkheid in de samenleving.\n\nEr blijken echter incompatibiliteiten te bestaan tussen het formele aanbod en de noden van deze gezinnen. Bovendien spelen informele actoren zoals sleutelfiguren, sociaal-culturele en religieuze verenigingen in op dit hiaat en vormen zij een bijkomende maar vaak nog onbekende steunstructuur voor deze gezinnen in de gemeenschap. Het DIVERCITY team onderzocht hoe sociale professionals, sleutelfiguren uit de gemeenschap en ouders ondersteuning trachten te bricoleren, in het zoeken naar betere aansluiting tussen noden en hulp.\n\n‘Bricoleren’ ontstaat wanneer men hulp, doorgaans van heel verschillende aard en uit heel uiteenlopende hoeken, probeert te mobiliseren en combineren tot zinvolle ondersteuningstrajecten. Dat bricoleren ontstaat in antwoord op schaarste of ontoereikendheid van hulp (of van mogelijkheden om deze hulp te benutten), en levert daarom belangrijke inzichten rond zowel de huidige breuklijnen als het diversifiëren en innoveren van ondersteuningspraktijken ten behoeve van superdiverse populaties.\n\nDe resultaten van dit onderzoek zijn informatief voor overheidsdiensten, professionele en informele actoren die tot doel hebben het welzijn van gezinnen te promoten.","summary":"Future-proof welfare and support services need to adapt to a super-diverse audience due to global migration trends. In Gent, evolving into a 'majority minority city,' challenges arise in addressing the unique needs of families with migration backgrounds. The DIVERCITY team explores how professionals and community figures innovate support practices to bridge gaps. Valuable insights for promoting family well-being.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002082","result_description":null},{"description":"Scholen worden in toenemende mate geconfronteerd met maatschappelijke uitdagingen en welzijnsnoden. Om de groeiende kansarmoedeproblematieken op en rond de school aan te pakken, ontstaan samenwerkingen tussen scholen, CLB's, welzijnsorganisaties en brugfiguren. Deze samenwerkingen zijn noodzakelijk, maar niet vanzelfsprekend. Daarom doet HOGENT onderzoek naar de samenwerking tussen onderwijs en het ruime welzijnsveld met als doel gezinnen in kwetsbare situaties te ondersteunen. \n\nBinnen dit vervolgonderzoek willen de onderzoekers een beter zicht krijgen op het gebruik en de beleving van ouders bij de verschillende samenwerkingsinitiatieven gericht op laagdrempelig en outreachend werken naar gezinnen toe. Daarnaast streven de onderzoekers naar een beter begrip van de rol van het CLB en willen ze de ervaringskennis van de ouders blootleggen. Die nieuwe onderzoeksdata toetsen de onderzoekers af bij verschillende professionals (brugfiguren, maatschappelijk werkers, CLB-medewerkers, …) via interprofessionele dialoogtafels. \n\nDit resulteert in een poster/folder bruikbaar als reflectietool voor betrokken professionals in samenwerkingen tussen onderwijs en welzijn.","summary":"Scholen werken samen met CLB's en welzijnsorganisaties om kansarmoede aan te pakken. HOGENT doet onderzoek naar deze samenwerking om gezinnen in kwetsbare situaties te ondersteunen. Nieuwe data en reflectietool voor professionals worden ontwikkeld voor effectieve samenwerkingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002083","result_description":null},{"description":"In het sociale domein wordt ervaringskennis meer en meer erkend als derde bron van kennis, naast professionele en wetenschappelijke kennis. Dit project ontwikkelt en coördineert acties zowel binnen onderzoek, onderwijs als de ondersteuning van studenten waarbij het (h)erkennen van ervaringskennis centraal staat. De afgelopen decennia wordt ervaringskennis meer en meer erkend als derde bron van kennis, naast professionele en wetenschappelijke kennis. Die evolutie vertaalt zich in de toegenomen (professionele) inzet van ervaringsdeskundigen in het sociale domein, onderzoek en onderwijs. Dit project bestaat dan ook uit 2 deelniveaus:\n\n> Niveau onderwijs (incl. ondersteuning van studenten): De opleidingen binnen het sociaal-agogisch departement aan de HOGENT staan niet los van ruimere maatschappelijke ontwikkelingen én specifieke ontwikkeling binnen het werkveld. Deze opleidingen zijn daarbij ook cruciaal in de professionalisering van sociale professionals van de toekomst. En dat vraagt een voortdurende reflectie op de maatschappelijke rol van deze sociale professionals. Verder zien we ook dat het hoger onderwijs een belangrijke rol speelt in het (re)produceren van sociale (on)gelijkheid. Niet iedereen heeft dezelfde kansen om de stap naar het hoger onderwijs te zetten en dat tot een goede einde te brengen. In datzelfde licht zien we dan ook dat de vraag naar psychologische ondersteuning toeneemt, samen met het aantal studenten dat kampt met vragen rond geestelijke gezondheid. Sociale en structurele omstandigheden (bijv. Werk, financiële problemen) hebben een grote impact op de geestelijke gezondheid, wat resulteert in ongelijkheid tussen verschillende 'groepen' studenten. Al deze ontwikkelingen leiden dan ook tot de vraag hoe ervaringskennis meer kan (h)erkend en ingebed worden in het departement sociaal-agogisch werk en dus ook in de uitbouw van de opleidingen sociaal werk en orthopedagogie. We onderscheiden hier drie belangrijke vraagstukken: - Hoe (h)erkennen we ervaringskennis binnen het onderwijs? - Hoe gaan we aan de slag met ervaringskennis van studenten? - Hoe ondersteunen we studenten met een 'rugzak'?\n\n> Niveau onderzoek: Daarnaast stelt deze maatschappelijke evolutie ook enkele vragen naar hoe we onderzoek doen en welke kennis daar meer wordt gewaardeerd dan andere. Het centrale idee is dat onderzoek in het sociale domein eveneens processen van sociale (on)rechtvaardigheid (re)produceert. Binnen dit project gaan we via concrete acties (vb. rondetafelgesprekken met cliëntorganisaties, in kaart brengen inspirerende praktijken, lerende netwerken met ervaringsdeskundigen,…) ervaringskennis op een gelijkwaardige manier proberen uitbouwen in het collectief EQUALITY//ResearchCollective, waarbij uitwisseling en kruisbestuiving tussen verschillende vormen van kennis centraal staat met het oog op het streven naar meer sociale rechtvaardigheid. Daarnaast kunnen er op basis van de opgebouwde kennis ad hoc projecten uitgewerkt worden met het werkveld rond de inbedding van ervaringskennis in het brede sociaal domein.","summary":"Dit project bevordert de erkenning van ervaringskennis in het sociale domein door acties op gebied van onderzoek, onderwijs en studentenondersteuning. Het doel is om gelijkwaardigheid te creëren tussen verschillende kennisbronnen en streven naar meer sociale rechtvaardigheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002084","result_description":null},{"description":"Vanuit de hulp- en dienstverlening waar professionals bezorgd zijn over de impact die ze hebben op de meest kwetsbare leefsituaties van hun cliënten, gaan we via een procesonderzoek na hoe ze die impact kunnen vormgeven en vergroten. Dit project krijgt vorm in samenwerking met vzw Oranjehuis en circusschool Woesh.\n\nDaarnaast wordt binnen dit project toegewerkt naar een impactkader, geënt op de centrale pijlers binnen EQUALITY//ResearchCollective. Welke zaken werken in op de impact die ze ervaren en wat is nodig om te komen tot een gedragen en verantwoordbare impactevaluatie?\n\nWe vertrekken binnen dit procesonderzoek vanuit de discretionaire ruimte. Via narratief onderzoek gaan we in op hoe hulpverleners hun discretionaire ruimte beleven en benutten, in wederzijds leren met hun - meest kwetsbare - cliënten. We bekijken welke rol de discretionaire ruimte speelt en kan spelen in het zoeken naar impact en hoe ze kan ingezet worden in het vergroten van impact.","summary":"Dit project onderzoekt hoe professionals vanuit hulp- en dienstverlening hun impact op kwetsbare leefsituaties kunnen vergroten. In samenwerking met vzw Oranjehuis en circusschool Woesh wordt gewerkt aan een impactkader, gericht op EQUALITY//ResearchCollective. Het procesonderzoek richt zich op de discretionaire ruimte van hulpverleners en de rol ervan in het vergroten van impact.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002085","result_description":null},{"description":"Mensenrechten vormen een fundamentele bouwsteen voor het sociaal werk. Sociaal werkers worden verondersteld menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid na te streven en sociale ongelijkheid te bestrijden. Dit staat ook in de internationale definitie van sociaal werk.\n\nMensenrechten in het sociaal werk kunnen echter op diverse manieren gelezen en geïnterpreteerd worden. Deze lezingen en interpretaties komen voort uit de positie die het sociaal werk inneemt in relatie tot een aantal spanningsvelden.\n\nIn voorliggend onderzoeksproject worden mensenrechten gezien als een “individueel en collectief leerproces”. Met de focus op het leerproces wordt gewezen op het feit dat hoe mensenrechten kunnen worden begrepen en geïnterpreteerd niet van tevoren vast ligt, maar dat een besef van menswaardig bestaan slechts vorm krijgt in de interactie van mensen met hun leefwereld.\n\nDe visie op mensenrechten als een individueel en collectief leerproces sluit nauw aan bij de notie ‘samenlevingsopbouw’. Beide begrippen (mensenrechten en samenlevingsopbouw) hanteren een contextueel perspectief waarbij het sociaal werk werkt in en met lokale samenlevingsverbanden werkt om sociale grondrechten te realiseren.\n\nVoorliggend onderzoek sluit aan bij de vernieuwde aandacht voor een grondrechtenbenadering in samenlevingsopbouw en stelt volgende onderzoeksvraag centraal: hoe geeft het sociaal werk vorm aan samenlevingsopbouw vanuit een mensenrechtenperspectief?\n\nAan de hand van een interpretatief onderzoekskader, waarbij een case-study design wordt uitgetekend gebruik makend van etnografische onderzoeksmethodes, zullen 2 kernthema’s uit het opbouwwerk worden onderzocht: ‘onderwijsopbouwwerk’ en ‘wonen’.\n\nNaast het verwerven van inzicht in hoe mensenrechten doorwerken in de praktijk van het sociaal werk, zal in dit onderzoek ook een leerboek ‘sociaal werk en mensenrechten’ worden ontwikkeld dat kan gebruikt worden in de opleiding en in de praktijk.","summary":"Mensenrechten als fundament van sociaal werk: onderzoeksvraag centraal hoe sociaal werk samenlevingsopbouw vormgeeft vanuit mensenrechtenperspectief. Studie focust op onderwijsopbouwwerk en wonen, met oog op ontwikkelen van leerboek voor opleiding en praktijk.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002086","result_description":null},{"description":"Hoe krijgt een integrale zorgbenadering vorm in de wijkgezondheidscentra tegen de achtergrond van vermaatschappelijking van de zorg?\nOnze maatschappij staat voor grote uitdagingen op het vlak van welzijn en gezondheid door gewijzigde zorg- en ondersteuningsnoden. Integraal werken, waarbij verschillende zorgdisciplines ‘ambachtelijk’, elk vanuit het eigen vakmanschap nauw samenwerken, vormt een instrument om die uitdagingen het hoofd te bieden. Elke professional kijkt anders.\nWat zijn de mogelijke hindernissen, maar waar kunnen juist ook de verbindingen worden gelegd? Twee werelden verbinden vraagt ambachtelijk samenwerken.\nHet onderzoek streeft ernaar volgende doelstellingen te realiseren:\nKennisdoelstelling:\nInzicht verschaffen in de wijze waarop integrale zorg vorm krijgt op het snijvlak tussen welzijn en gezondheid op de eerste lijn, met bijzondere aandacht voor interdisciplinaire samenwerking. Deze kennisdoelstelling komt voort uit de vaststelling dat er een gebrek aan inzicht bestaat op basis van empirische gegevens over de wijze waarop een integrale zorgbenadering vorm krijgt en hoe daarbinnen multidisciplinair wordt gewerkt. De kennisdoelstelling is zeer specifiek gericht op de ontwikkeling van praktijkkennis, i.e. inzichten en ervaringen van praktijkwerkers in hun dagdagelijks handelen die relevant zijn voor praktijkwerkers.\nHandelingsdoelstelling:\nOntwikkelen van een reflectiekader voor integrale zorgverlening en interdisciplinaire samenwerking die relevant kan zijn voor zowel de praktijk als voor de opleidingen binnen de faculteit mens en welzijn van de HOGENT. Er bestaat vandaag weinig leermateriaal gericht naar praktijkwerkers met een verschillende disciplinaire achtergrond dat handvatten aanreikt om vorm te geven aan een integrale zorgbenadering, met aandacht voor interdisciplinaire samenwerking. Het onderzoek wil deze leemte vullen. Het te ontwikkelen reflectiekader zal vorm krijgen als een leerboek met theoretische kaders, verhalen uit de praktijk en bouwstenen om aan de slag te gaan in een integraal zorgkader.","summary":"Ontdek hoe integrale zorg in wijkgezondheidscentra vorm krijgt en hindernissen overwint door ambachtelijke samenwerking tussen zorgdisciplines. Onderzoek richt zich op kennisvergaring en ontwikkeling van een reflectiekader voor praktijkwerkers en opleidingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002087","result_description":null},{"description":"De huidige evoluties in het welzijnslandschap zetten meer en meer in op vermaatschappelijking van zorg en ondersteuning van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. Art. 107 binnen de geestelijke gezondheidszorg). Het ondersteunen van deze mensen in de samenleving is hierbij het uitgangspunt. Nochtans zien we dat deze vermaatschappelijking vaak beperkt blijft tot het fysieke aspect (aanwezig zijn), maar zelden leidt tot 'inclusief burgerschap' (deel uitmaken van').\n\nIn dit project werd ingezet op verschillende niveaus: \na) inzicht verwerven in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. verslaving, psychische problemen, kansarmoede) rond inclusief burgerschap, \nb) inzicht krijgen in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van stakeholders rond inclusief burgerschap, \nc) knelpunten en faciliterende factoren uitwerken om inclusief burgerschap te bevorderen, \nd) sensibilisering van de HoGent, betrokken partners en de ruimere samenleving.\n\nOm bovenstaande doelstellingen te bereiken, werd een internationale literatuurstudie uitgevoerd, focusgroepen en rondetafels opgezet, diepte-interviews afgenomen en een photovoicetraject opgezet met mensen met een psychische kwetsbaarheid. De valorisatie van dit project kwam tot stand onder de vorm van een foto- en verhalenboek en een reizende fototentoonstelling.\n\nHet foto- en verhalenboek is gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van mensen met een psychische kwetsbaarheid omtrent hun rol in de samenleving, de perspectieven van belangrijke stakeholders omtrent inclusief burgerschap aan de hand van focusgroepen en een aantal concrete beleidsaanbevelingen die vorm kregen samen met professionals, ervaringswerkers en beleidsmedewerkers. Daarnaast werd er verder ingezet op de verspreiding en inbedding van de onderzoeksresultaten via deelname aan (inter)nationale congressen, het schrijven van een aantal wetenschappelijke artikels en de organisatie van drie debatavonden rond het thema vermaatschappelijking.","summary":"De huidige focus op vermaatschappelijking van zorg en inclusief burgerschap voor maatschappelijk kwetsbare groepen wordt ondersteund door een project dat inzichten en aanbevelingen biedt, met als resultaat een foto- en verhalenboek en fototentoonstelling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002088","result_description":null},{"description":"Participatief werken met jongeren en hun context wordt gezien als een kritisch vertrekpunt van kwaliteitsvolle jeugdhulp. De inspanningen die zijn geleverd in de richting van een meer participatieve jeugdhulp hebben de afgelopen jaren bijgedragen aan een groeiende waardering en interesse voor ervaringskennis als cruciale kennisbron voor het beter begrijpen en vormgeven van de jeugdhulp.\n\nHet project \"ErvaringsVuur\" is geboren uit de overtuiging dat ervaringskennis een krachtige bron is en een transformatieve rol kan spelen in de ondersteuning van jongeren in de grote stap naar zelfstandigheid. Zo blijken traditionele ondersteuningsstructuren met een focus op formeel-professionele kennis vanuit het oogpunt van jongeren niet altijd genoeg te zijn en in bepaalde situaties zelfs tekort te schieten.\n\nHoewel er de voorbije jaren vooruitgang is geboekt met betrekking tot het benutten van ervaringskennis in de jeugdhulp, is er nog aanzienlijk werk te verrichten om samen de rol en positie ervan in dit speelveld verder te versterken en borgen. Het project beoogt zo mee de weg te effenen voor een ondersteuningsstructuur die niet enkel de stem en positie van jongeren (en hun context) erkent en waardeert, maar ook durft omarmen en inzetten als fundamentele pijler en gelijkwaardig principe.\n\nIn dit project gaan we via desk research en intensief (participatief) veldonderzoek niet alleen meer bewustwording creëren over de noodzaak van ervaringskennis in de jeugdhulp, maar ook samen met belanghebbenden actief zoeken naar manieren waarop de kloof tussen intentionele erkenning van deze kennis en het daadwerkelijk benutten ervan kan overbrugd worden. We gaan daarvoor op zoek naar de verschillende percepties van belanghebbenden met betrekking tot ervaringskennis, met een uitdrukkelijke focus op de doorleefde ervaringen vanuit het jongerenperspectief.\n\nSamen gaan we verder op zoek naar kritische randvoorwaarden, werkzame factoren, mogelijke obstakels voor het succesvol inzetten van ervaringskennis in de ondersteuning van jongeren in hun stap naar zelfstandigheid. In de laatste fase gaan we door middel van participatieve actietrajecten in lokale praktijken kennis opbouwen rond het uitwerken en implementeren van verworven inzichten rond ervaringskennis in de ondersteuning van jongeren in de stap naar zelfstandigheid.","summary":"ErvaringsVuur project zet in op cruciale rol van ervaringskennis in jeugdhulp. Streven naar betere ondersteuning voor jongeren op weg naar zelfstandigheid door brug te slaan tussen theoretische en ervaringskennis. Samenwerking met belanghebbenden en focus op jongerenperspectief om impact te vergroten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002089","result_description":null},{"description":"Binnen het project \"Samen sterk Op en rond de School\" nemen we twee deelonderzoeksprojecten samen:\n(1) De school als een ontmoetingsplaats waarbinnen allerlei actoren in interactie gaan of samengebracht worden in het kader van het realiseren van brede gelijke (onderwijs)kansen. Hoewel er initiatieven lopen zoals brugfigurenwerkingen of brede scholen, of bepaalde pedagogische visies van scholen die streven naar een school waar veel ontmoeting mogelijk is, is deze school geen realiteit in het onderwijslandschap. Het project komt voort uit de inzichten van voorgaande onderzoeken binnen de lijn Onderwijs & Welzijn (integraal werken).\n(2) Een vlotte studie- en schoolkeuze op scharniermomenten zoals de overgang van basisonderwijs naar de eerste graad van het secundair onderwijs én de stap van de eerste naar de tweede graad van het secundair onderwijs. Het project komt voort uit Transbaso en de inzichten van voorgaande onderzoeken binnen de lijn Onderwijs & Welzijn (integraal werken).\n\nWe zien beide projecten vallen onder de onderzoekslijn \"kruispunt tussen welzijn – onderwijs\", dat vertrekt vanuit een integrale benadering op en rond scholen met als doel de leerkansen van kinderen te verhogen. Centraal in zo'n integrale benadering staat het interprofessioneel samenwerken, samen met de gemeenschap, buurten, informele netwerken en mensen in kwetsbare leefsituaties om een breed zorgbeleid uit te kunnen rollen. Een gedeelde verantwoordelijkheid van vele partijen is wat een kind nodig heeft.\nWe focussen ons hierbij op zij die uit de boot vallen, we werken in beide projecten met alle betrokken partijen en zorgen ervoor dat diverse perspectieven & kennisvormen aan bod komen. Als output mikken we op mens-, praktijk- en beleidsgerichte resultaten.","summary":"Project 'Samen sterk Op en rond de School' richt zich op brede gelijke kansen en vlotte schoolkeuzes. We werken samen met diverse actoren om leerkansen te verhogen en kinderen in kwetsbare situaties te ondersteunen. Focus op inclusiviteit en integrale aanpak.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002090","result_description":null},{"description":"Door de klimaatveranderingen treden steeds meer temporele watertekorten en wateroverschotten op. Water is het nieuwe goud en waterkwaliteit is hierin primordiaal.\n\nAQUALITY bundelt de interne onderzoeksprojecten van HWT-Water Technology. We zetten in op twee aspecten: Afvalwaterzuivering (AQUALITY-A) enerzijds en oppervlaktewater (AQUALITY-B) anderzijds.\n\nAQUALITY-A omvat Phage4Water, WAVERR, Move-it-lab, ReWater4Farms.\n\nOpmerking: Tijdens het academiejaar 2023-2024 is er een Chinese onderzoeker (YingYing Yang) in België die onderzoek zal uitvoeren op de valorisatie van alginaten uit verschillende slibs/biomassa van afvalwaterzuivering. Dit onderzoek is een samenwerking met Prof. Stijn Van Hulle (UGent). Het onderzoek heeft als doel het uitvoeren van eerste testen met mogelijk vervolg tot een doctoraatsonderzoek. Het onderzoek zal deels uitgevoerd worden in het milieulab en deels aan de Universiteit Gent, campus Kortrijk.\n\nOnder AQUALITY-B vallen de projecten AlgaePredict, Care+, en WIJ-Water.","summary":"AQUALITY focust op waterkwaliteit en -tekorten door interne onderzoeksprojecten van HWT-Water Technology. Onder AQUALITY-A vallen Phage4Water, WAVERR, Move-it-lab, ReWater4Farms. AQUALITY-B omvat AlgaePredict, Care+ en WIJ-Water. Ac. jaar 2023-2024 samenwerking met Chinese onderzoeker YingYing Yang op valorisatie van alginaten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002091","result_description":null},{"description":"Probleemstelling en doelstelling: \nMet het project ‘Arts-Based-Research’ exploreren we hoe performatief onderzoek (nl. creatieve of kunst gebaseerde onderzoeksmethoden) binnen EQUALITY//ResearchCollective ingezet kan worden om antwoord te bieden op vraagstukken zoals sociale ongelijkheid en uitsluiting. De performatieve onderzoeksbenadering sluit sterk aan bij de kernwaarden en doelstellingen van het collectief om specifieke aandacht te hebben voor het betrekken van de ‘lived experiences’ van mensen in sociale kwetsbare situaties en naar het opzetten van participatieve benaderingen waarbij co-creatie met deelnemers als de sleutel wordt beschouwd om machtsverhoudingen in de samenleving aan te pakken. \n\nIn twee actiegerichte participatieve onderzoeksprojecten zullen we diverse op kunst gebaseerde methodologieën inzetten om dit doel te bereiken. Terzelfdertijd is het ook de bedoeling om onze onderzoekservaringen te beschrijven en te documenteren en zo andere onderzoekers binnen het collectief mee te nemen in deze onderzoeksmethode.\n\nImpact op Stakeholders: \nStakeholders zoals EQUALITY//ResearchCollective onderzoekers, gemeenschappen in kwetsbare situaties en bredere samenlevingen zullen profiteren van deze aanpak. Het project bevordert inclusieve onderzoekspraktijken en biedt een platform om stemmen te laten horen. Het beoogt een duurzame impact te hebben op maatschappelijke structuren door bewustwording te vergroten en beleidsveranderingen te stimuleren.","summary":"Arts-Based-Research project van EQUALITY//ResearchCollective gebruikt performatief onderzoek om sociale ongelijkheid aan te pakken. Met kunstmethoden betrekken we 'lived experiences' van mensen in kwetsbare situaties. Impact: inclusieve onderzoekspraktijken en beleidsverandering.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002092","result_description":null},{"description":"Hand in Hand, Erigent en Solentra voeren samen het project 'Missing Link' uit, gefinancierd door de Koning Boudewijnstichting. Het project richt zich op cultuursensitieve psychosociale zorg voor jongeren (15-24 jaar) met een vluchtelingenachtergrond in Oost-Vlaanderen.\n\nOnderzoekers van EQUALITY//ResearchCollective en 360° Zorg en welzijn hebben gezamenlijk een verkennend praktijkgericht onderzoek uitgevoerd naar de rol van de Missing Link bij het waarborgen van cultuursensitieve psychosociale zorg voor jongeren met een vluchtelingenachtergrond.\n\nDit onderzoek heeft onderzocht welke factoren onderbescherming kunnen voorkomen bij jongeren met een vluchtelingenachtergrond die te maken hebben met psychosociale problemen.\n\nAls resultaat is een dialooginstrument ontwikkeld op basis van inzichten verkregen uit interviews met jongeren, (vrijwillige) medewerkers van burgerorganisaties en medewerkers van reguliere organisaties. Het perspectief van de jongere staat centraal in dit dialooginstrument, dat tot doel heeft de psychosociale zorg voor jongeren met een vluchtelingenachtergrond te versterken.","summary":"Samenwerking tussen Hand in Hand, Erigent en Solentra resulteert in het 'Missing Link' project, gefinancierd door de Koning Boudewijnstichting. Dit project biedt cultuursensitieve psychosociale zorg aan jongeren met vluchtelingenachtergrond in Oost-Vlaanderen. Onderzoekers ontwikkelden een dialooginstrument om de zorg voor deze jongeren te verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002093","result_description":null},{"description":"Crustatieve zorg is een nieuwe zorgbenadering voor mensen met een ernstige en persisterende psychiatrische aandoening (EPPA), gebaseerd op de palliatieve filosofie. Het doel is om de kwaliteit van leven van deze kwetsbare groep te verbeteren, rekening houdend met hun wensen en behoeften. Crustatieve zorg wil zowel zorgvragers als zorgverleners een identiteit en een taal geven, en een relationeel kader creëren waarin de zoektocht naar kwaliteit van leven centraal staat.\n\nSinds 2020 wordt crustatieve zorg verder ontwikkeld en geoperationaliseerd vanuit een forum bestaande uit ervaringsdeskundigen, leidinggevenden, academici en studenten. Er zijn kwaliteitsindicatoren en intervisiegroepen ontwikkeld om de crustatieve zorg te meten en te ondersteunen. Er is echter nood aan het uitdiepen van het cliëntperspectief, dat moeilijk geïntegreerd wordt in de bestaande initiatieven. Daarom wil dit project de wensen van de cliënt met betrekking tot kwaliteit van leven en zorgbeleving verder exploreren en expliciteren. Ook de beleving van cliënten ten aanzien van inclusie en maatschappelijke participatie zal verder worden uitgediept.\n\nBinnen dit project wensen we de bevindingen snel te laten doorstromen naar het werkveld, o.a. via de bestaande intervisiegroepen, het opstarten van een nieuwe intervisiegroep met therapeuten werkzaam in de ruimere GGZ en het opzetten van lerende netwerken in het werkveld.","summary":"Crustatieve zorg verbetert de levenskwaliteit van mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen door aandacht voor hun behoeften. Het project betrekt ervaringsdeskundigen en zorgverleners om de zorg te meten en cliëntperspectief te versterken. Inclusie en maatschappelijke participatie worden hierbij benadrukt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002094","result_description":null},{"description":"Aan de hand van de POS (Personal Outcomes Scale) wordt de kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking op acht verschillende domeinen in kaart gebracht. Dit gesprek resulteert in een kwantitatieve en kwalitatieve uitkomst.\n\nHet aggregeren en analyseren van de kwalitatieve data vraagt veel tijd. Dit maakt dat het niet vanzelfsprekend is dat de stem van de mensen ook daadwerkelijk bij het management gehoord wordt.\n\nVoices That Count en EQUALITY//ResearchCollective willen samen onderzoeken hoe het huidige POS traject/tool kan verrijkt worden met de SenseMaker methodiek als antwoord op deze uitdagingen.","summary":"Met POS worden kwaliteit van leven van mensen met verstandelijke beperking gemeten op 8 domeinen. Stem van mensen moet gehoord worden door management. Voices That Count en EQUALITY//ResearchCollective onderzoeken integratie van SenseMaker methodiek in POS traject.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002095","result_description":null},{"description":"Organisaties die streven naar duurzame gedragsverandering, kunnen hun impact vergroten door het gebruik van de juiste gedragsveranderings- en marketingtechnieken. Maar hoe kunnen zij meten of de beoogde gedragsverandering het resultaat is van hun inspanningen?\n\nDit onderzoek heeft als doel om impactgedreven ondernemers te voorzien van praktische en eenvoudige tools waarmee zij de juiste marketingstrategieën kunnen toepassen om zo hun positieve impact te vergroten. Deze tools helpen hen om de juiste doelgroepen op de juiste manier te bereiken, zodat deze doelgroepen hun gedrag duurzaam veranderen. Bovendien zullen deze tools meer inzicht verschaffen aan ondernemers over de impact van hun eigen marketinginterventies.","summary":"Ontdek hoe impactgedreven ondernemers duurzame gedragsverandering kunnen stimuleren door effectieve marketingstrategieën toe te passen en hun impact te meten. Praktische tools helpen bij het bereiken van de juiste doelgroepen en het vergroten van positieve impact.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002096","result_description":null},{"description":"In het huidige klimaat van grote overheidsuitgaven en begrotingstekorten, dreigen initiatieven van grote maatschappelijke waarde of voor kansarme groepen moeilijker financierbaar of zelfs uit de boot te vallen. Nieuwe kapitaalmarkten die maatschappelijk verantwoord investeren, sociale outcome contracting (SOC) zoals resultaatsfinanciering en Social Impact Bonds (SIB), met doorgedreven impactevaluaties dringen zich op om tegemoet te komen aan de heersende sociale en economische behoeften.\n\nOm zulke publiek-private partnerschappen te rentabiliseren is er nood aan nieuwe configuraties. Met dit onderzoeksproject spelen we in op deze nood. We onderzoeken hoe vanuit vereende krachten van de academische instelling, investeerders, sociale organisaties, beoogde doelgroepen en overheden, in binnen- en buitenland, een krachtige samenwerking om maatschappelijk verantwoord geoptimaliseerd impactuitkomst gedreven beleid in praktijk te optimaliseren.\n\nDit gaat zeer breed: een aanbesteding-mindshift: van inkoopbeleid naar partnerschapsbeleid, varianten van SIB modellen, outcome- en garantiefondsen, nieuwe investering opportuniteiten en stakeholders, ...om te streven naar de structurele vormgeving van een toekomstproof financieringsmechanisme, complementair aan de bestaande financieringsvormen, dat makkelijk implementeerbaar is om de huidige problematieken het hoofd te kunnen bieden.\n\nDit praktijkgericht onderzoek werkt met concrete cases, i.s.m. lokale besturen, om de barrières tot implementatie bloot te leggen en parallel op systeembasis, i.s.m. beleidsmakers, om vorm te geven aan een structuur die de implementatie van het financieringsmechanisme vereenvoudigt.\n\nNaar het einde van de onderzoeksperiode toe willen we maximaal kennis kunnen delen en advies verstrekken.","summary":"Ontdek nieuwe financieringsmodellen voor maatschappelijke impact, met focus op publiek-private samenwerkingen en concrete cases om implementatie te vergemakkelijken. Samen streven we naar een toekomstbestendig financieringsmechanisme.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002097","result_description":null},{"description":"Via integrated reporting laten organisaties zien hoe zij waarde creëren. Naast financiële waarde brengen ze ook hun impact op het milieu en de maatschappij in kaart. Door deze duurzaamheidsinformatie ook als waardevol kapitaal te zien, zijn bedrijven in staat om op een integrale manier de organisatie aan te sturen.\n\nMondiale vraagstukken zoals klimaat, ethiek, mensenrechten en schaarste, en hun impact op de strategie en risico's van bedrijven, leiden tot een grotere/bredere informatiebehoefte bij stakeholders van een organisatie. Zij wensen inzicht in zowel financiële als niet-financiële informatie. Als gevolg hiervan is de belangstelling voor geïntegreerde rapportering aanzienlijk toegenomen. De vraag stelt zich echter, hoe organisaties deze niet-financiële informatie kunnen rapporteren.\n\nDe Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) hebben tot doel meer transparantie en inzicht te creëren in de duurzaamheidsprestaties van grote ondernemingen én beursgenoteerde kmo’s. De regelgeving biedt een kader, maar de concrete vertaling naar een geïntegreerd jaarverslag is voor veel (kleinere) organisaties nog onduidelijk.\n\nEr is nood aan ondersteuning om relevante materialiteiten te identificeren, betekenisvolle kpi’s te formuleren, en meer algemeen een stappenplan te ontwikkelen voor kleinere organisaties om met duurzaamheidsrapportering aan de slag te gaan. Dit onderzoeksproject heeft dan ook tot doel te analyseren (1) hoe Belgische kmo’s op dit moment hun waardecreatie in kaart brengen, en (2) welke stappen zij kunnen zetten om hun duurzaamheidsrapportering op een betekenisvolle manier verder uit te bouwen.","summary":"Organisaties tonen via integrated reporting hun waardecreatie, inclusief milieu- en maatschappelijke impact. Belangstelling voor geïntegreerde rapportering groeit door toenemende informatiebehoefte van stakeholders. Ondersteuning is nodig voor kleinere organisaties om duurzaamheidsrapportering effectief aan te pakken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002098","result_description":null},{"description":"Met GEN-SON zetten we in op gender-sensitieve ondersteuning van vrouwen in de alcohol- en drughulpverlening (ADH) als opstap naar optimale herstelkansen voor vrouwen met een middelenproblematiek.\n\nEerder onderzoek in België (i.e. GEN-STAR) legt enkele hiaten bloot wat betreft vrouwen in de ADH: een gebrek aan kennis en vorming over ondersteuningsnoden van vrouwen in de ADH, het ontbreken van een aanbod aan gender-sensitieve diensten en een beperkte inzet van vrouwelijke ervaringsdeskundigen in ADH (hoewel de waarde hiervan algemeen wordt erkend).\n\nWereldwijd zijn een aantal specifieke gender-sensitieve ondersteuningsvormen van vrouwen in de ADH bekend. In dit project brengen we deze in kaart. I.s.m. een learning community van ervaringsdeskundigen en hulpverleners selecteren we enkele ondersteuningsvormen die we, na een grondige aanpassing aan de context en noden, implementeren in vier ADH-voorzieningen (De Kiem, Sint-Jozef Kliniek, Free Clinic vzw en CGG Eclips).\n\nAan de hand van een procesevaluatie door de betrokken vrouwelijke gebruikers, ervaringsdeskundigen en hulpverleners worden de geselecteerde ondersteuningsvorm geëvalueerd, en waar nodig geoptimaliseerd.\n\nOm de gender-sensitieve ondersteuning van vrouwen in de ADH zo breed mogelijk te implementeren, worden richtlijnen voor hulpverleners opgesteld en wordt samen met de ervaringsdeskundigen een vormingsaanbod uitgewerkt dat in tandem met de onderzoeker kan worden gegeven in verschillende voorzieningen.\n\nTen slotte wordt de duurzaamheid van het project gegarandeerd via de structurele inbedding van een learning community binnen de werking van VAD (Vlaams expertisecentrum voor alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen en tevens koepel van de Vlaamse organisaties die werken rond alcohol en andere drugs).","summary":"GEN-SON bevordert gender-sensitieve steun voor vrouwen in alcohol- en drughulp. Onderzoek onthult tekortkomingen die worden aangepakt, met implementatie van ondersteuningsvormen en training voor hulpverleners. Duurzaamheid wordt verzekerd door integratie binnen VAD.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002099","result_description":null},{"description":"HOGENT heeft reeds 6 edities van de navorming fondsenwerving bij particulieren achter de rug. Via Blikopener verlenen we ook meer en meer één-op-één adviesgesprekken over de start én strategische aanpak van fondsenwerving bij particulieren.\n\nIn bijna elke sessie komt de vraag naar voren om ook vorming en advies te verschaffen over fondsenwerving bij bedrijven: corporate fundraising – en ruimer – duurzame partnerships met bedrijven en andere non- of socialprofitorganisaties. Ook vanuit het werkveld is er een stijgende belangstelling van organisaties om duurzaam te werken en zo tegemoet te komen aan de Sustainable Development Goals. Via giften aan organisaties of partnerships met financiële uitkomsten voor de organisatie kunnen bedrijven namelijk een positieve impact maken op de 5 P’s.\n\nTot nu hebben we echter geen goed beeld van welk soort partnerships wenselijk zijn voor non- en socialprofitorganisaties in Vlaanderen, wat zij daarvan verwachten en welke meerwaarde ze hier uithalen.\n\nDaarnaast weten we weinig over waarom (kleine, middelgrote en grote) Vlaamse bedrijven of hun bedrijfsleiders zich engageren in dergelijke partnerships, naar welke samenwerkingen zij precies op zoek zijn en hoe zij non- of socialprofitorganisaties kiezen om mee in zee te gaan. Daarom voeren we een nulmeting uit waarbij we het ‘hoe en wat’ van partnerships voor fondsenwerving bij Vlaamse non- en socialprofitorganisaties in kaart brengen.\n\nMeer bepaald luidt de algemene onderzoeksvraag: “Welke partnerships bestaan er tussen Vlaamse non- of socialprofitorganisaties en bedrijven, welke verwachtingen staan er centraal bij beide partners, en wat zijn hun motieven om te participeren in deze partnerships?”. De focus van het onderzoek ligt steeds op partnerships met financiële uitkomsten die bijdragen aan de werking van de non-of socialprofitorganisatie.\n\nDoor middel van een kwalitatief onderzoek bij zowel non-/socialprofitorganisaties als bedrijven proberen we diepgaande inzichten te verschaffen die een antwoord bieden op de onderzoeksvraag. Deze resultaten testen we vervolgens met kwantitatieve onderzoeksmethoden om na te gaan wat de generaliseerbaarheid ervan binnen de ruimere non-/socialprofitsector is.\n\nHet onderzoek zal één van de eerste in Vlaanderen zijn, recente resultaten opleveren en geeft opportuniteiten om op geregelde tijdstippen (bv. tweejaarlijks) de meting opnieuw uit te voeren en evolutie op te volgen.\n\nDit onderzoek kan een meerwaarde bieden voor verschillende stakeholders in de non- en socialprofit sector. Onder andere een vakartikel ‘Duurzame partnerships en fondsenwerving’ en een naslagwerk dat de resultaten van het onderzoek samenvat zullen hierop gericht zijn. Om onze output op een toegankelijke manier te verspreiden met het bredere publiek maken we een korte informatievideo en infographic.\n\nVerder wensen we met de output van het onderzoek een navormingenreeks “How to start met corporate fundraising en duurzame partnerships” te ontwikkelen. Deze navorming zal jaarlijks aangeboden worden aan non- en socialprofitorganisaties om hen te introduceren met de voordelen die duurzame partnerships te bieden hebben en zal hen praktische tips meegeven om hier effectief mee aan de slag te gaan.\n\nDoor een gebrek aan informatie zetten zij vaak de stap niet naar partnerships, en onze navorming zal hen hierin ondersteunen. Het uitgewerkt lessenpakket zal ook gebruikt worden in het opleidingsonderdeel Non-profitmarketing in de bachelor Bedrijfsmanagement (afstudeerrichting Marketing) en het vak Sociaal Ondernemen uit het nieuwe curriculum van de bachelor Orthopedagogie.\n\nWe zijn ook een postgraduaat Fondsenwerving aan het oprichten waarvoor deze input extra waardevol zal zijn.","summary":"HOGENT biedt expertise in fondsenwerving bij bedrijven en non-profitorganisaties. Een onderzoek naar duurzame partnerships en corporate fundraising zal diepgaande inzichten bieden om effectieve samenwerkingen te bevorderen. Resultaten zullen worden gedeeld via vakartikelen, naslagwerken, en een navormingenreeks, om zo de non-profitsector te ondersteunen en te informeren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002100","result_description":null},{"description":"Vanuit het Onderzoekscentrum Substance Use and Psychosocial Risk Behaviours (SUPRB) richt het GENDRES-project zich op de ondersteuning en behandeling van personen met problematisch middelengebruik én kenmerken van een eetstoornis. Bij een mogelijke dubbeldiagnose bestaat het risico dat drughulpverlening verstoord eetgedrag triggert, terwijl in eetstoorniszorg de kans bestaat dat cliënten tijdens het hulptraject problematisch middelengebruik ontwikkelen.\n\nHet project onderzoekt hoe beide stoornissen zich tot elkaar verhouden, hoe ze elkaar beïnvloeden en welke impact deze comorbiditeit heeft op de hulpverlening. Er wordt daarbij expliciet ingezoomd op beschermende en risicofactoren. Het doel is om beide zorgsettings te ondersteunen met een praktische tool: een informatieve klapper die samenwerking op een meer integratieve manier bevordert.\n\nLiteratuurstudie: Prevalentie, kenmerken en onderliggende factoren\n\nOp basis van literatuur werd een overzicht opgesteld van de prevalentie van beide stoornissen en hun comorbiditeit. Er werd stilgestaan bij diagnostische criteria en symptomen, met bijzondere aandacht voor onderliggende kenmerken zoals identiteitsontwikkeling, emotieregulatie en lichaamsbeeld.\n\nDaarnaast werden relevante beschermende vaardigheden besproken, zoals interoceptief bewustzijn, intuïtief eten, en ondersteunende programma’s rond zelfzorg, waaronder self-support en self-compassion.\n\nOnderzoeksopzet: Kwantitatieve en kwalitatieve benadering\n\nHet GENDRES-project omvat zowel een kwantitatief als een kwalitatief luik. De kwantitatieve data werden verzameld via een zelfontwikkelde vragenlijst die werd afgenomen bij 100 cliënten uit de drughulpverlening. De vragenlijst integreerde (sub)schalen uit bestaande meetinstrumenten.\n\nIn het kwalitatieve luik werden 20 respondenten uit de klinische groep geïnterviewd via een semigestructureerd interview. De voorbereiding en analyse van de data werd ondersteund door collega’s van het Centre for Applied Data Science (CADS).\n\nResultaten: Risico’s en signalen van comorbiditeit\n\nDe resultaten tonen aan dat 46% van de respondenten die in behandeling zijn voor problematisch middelengebruik, ook risico vertonen op één of meerdere symptomen van een eetstoornis zoals gedefinieerd in de EDI-III. Zo scoort 38% hoog op het item ‘najagen van dunheid’, vertoont 15% kenmerken van boulimia, en rapporteert 30% ontevredenheid over het lichaam. Daarnaast toont 54% van deze groep neiging tot perfectionisme.\n\nOpvallend is dat ook in de gezonde referentiegroep 35% een verhoogd risico op eetstoornissen vertoont, terwijl 30% kenmerken van perfectionisme rapporteert. Uit de praktijk en literatuur blijkt dat perfectionisme en inschikkelijkheid belangrijke risicofactoren zijn voor de ontwikkeling van eetstoornissen.\n\nEen opvallend inzicht is dat de EDI-II vooral stereotype eetstoornisbeelden in kaart brengt, met een sterke focus op typisch vrouwelijke lichaamskenmerken. Hierdoor voelen personen met een andere genderidentiteit zich vaak niet aangesproken door de vragenlijst. Ook de mentale aspecten van eetstoornissen worden onvoldoende bevraagd.\n\nErvaringen uit de interviews: omgaan met kwetsbaarheid\n\nUit de interviews blijkt dat veel respondenten moeilijkheden ervaren in het omgaan met uitdagende situaties. Gebrek aan emotieregulatie leidt vaak tot vluchtgedrag in middelengebruik of verstoord eetgedrag. Sommigen startten met druggebruik vanuit rebellie of vervreemding van de samenleving, anderen uit nieuwsgierigheid of experimenteerdrang die uit de hand liep.\n\nRespondenten benadrukken het belang van praktische tools om met moeilijke situaties om te gaan, duidelijke begeleiding, een gelijkwaardige relatie met hulpverleners, en waardering voor lotgenoten en ervaringsdeskundigheid.\n\nAanbevelingen: herstelgericht werken met aandacht voor zelfcompassie\n\nVoor hulpverleners is het van belang om middelengebruik en eetstoornissen te begrijpen als mogelijke copingmechanismen. Effectieve hulpverlening richt zich dan ook best op verschillende belevingsaspecten, met ruimte voor herstel op maat van de hulpvrager.\n\nBinnen dit onderzoek komt zelfcompassie duidelijk naar voren als een belangrijke beschermende factor. Respondenten met een hoge mate van zelfcompassie vertonen significant minder risico op het ontwikkelen van een eetstoornis. Mildheid voor zichzelf, het aanvaarden van imperfectie en het erkennen dat problemen deel uitmaken van het mens-zijn, blijken cruciaal in het voorkomen van herval of bijkomende problematiek.","summary":"Het GENDRES-project onderzoekt dubbeldiagnoses van middelengebruik en eetstoornissen. Het doel is om zorgsettings te ondersteunen met een tool voor integratieve samenwerking. Resultaten tonen risico's, zoals perfectionisme, en benadrukken zelfcompassie als beschermende factor.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002101","result_description":null},{"description":"We leven vandaag in een snel veranderende wereld, en dit wordt ook weerspiegeld in onze werkomgevingen: De war for talent woedt hevig, en bedrijven hebben het alsmaar moeilijker om getalenteerde mensen aan te trekken en te behouden. Daarbovenop zien we dat vmo's moeilijkheden ervaren om het welzijn van hun werknemers te garanderen. Van organisaties wordt dan ook verwacht dat ze wendbaar zijn, en dat ze mee het hoofd bieden aan deze en andere uitdagingen. In een snel veranderende werkomgeving is het essentieel om flexibele en duurzame HR-praktijken te ontwikkelen, waarbij we talent benutten en verspilling minimaliseren.\n\nOns onderzoek omvat een veelzijdige benadering van hedendaagse organisaties (voornamelijk kmo's), waarbij we ons richten op vier kernonderwerpen die cruciaal zijn voor moderne bedrijven: circulaire HR, het recht op deconnectie, het welzijn van medewerkers en de prestatieparameters van een organisatie.\n\nMet ons onderzoek richten we ons op het bieden van niet alleen nieuwe inzichten, maar ook praktische oplossingen waar organisaties vlot mee aan de slag kunnen. We willen bedrijven en bedrijfsleiders helpen bij het creëren van veerkrachtige, mensgerichte, en duurzame werkomgevingen die zowel werknemers als werkgevers ten goede komen, en die zich aanpassen aan de eisen van de moderne wereld. De ontwikkelde inzichten zullen dan ook relevant zijn voor een breed scala aan organisaties en sectoren: van kleine tot (middel)grote organisaties, in de profit en non-profit sector, openbare besturen, enz… met als ultieme doel om deze bedrijven te helpen zich aan te passen aan de behoeften van de moderne wereld.","summary":"In een snel veranderende wereld strijden bedrijven om talent en welzijn van werknemers. Ons onderzoek focust op circulaire HR, deconnectierecht, welzijn en prestatieparameters. We bieden praktische oplossingen voor veerkrachtige en duurzame werkomgevingen die zowel werknemers als werkgevers ten goede komen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002102","result_description":null},{"description":"Unplugged is een evidence-based programma ter preventie van alcohol en andere drugs dat wordt geïmplementeerd in de schoolsetting. De leerkracht voert dit zelf uit in de klas en krijgt daarvoor een driedaagse training. \n\nBinnen dit project onderzoeken we in hoeverre een online training de on-site training kan aanvullen of vervangen. Op het einde van het project verwachten we een draaiboek voor de online training in Unplugged, dat is uitgetest en geëvalueerd.","summary":"Ontdek Unplugged: een evidence based preventieprogramma voor alcohol en drugs in scholen. Onderzoek naar online training ter aanvulling van on-site training. Resultaat: een getest en geëvalueerd online trainingsdraaiboek.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002103","result_description":null},{"description":"Discoursanalyse media is een exploratief onderzoeksproject over de portrettering van (1) drugs en (2) voeding en gezondheid (i.h.b. eetstoornissen) in de Vlaamse media.\n\nIn het eerste projectjaar lag de focus op de portrettering van drugs, druggebruik en druggebruikers in populaire fictie en hoe dit discours spoort en/of verschilt met het (semi)officiële discours over drugs(gebruik)(ers).\n\nOnderzoek wijst uit dat framing van drugs(gebruik) (mee) bepaalt hoe drugs(gebruik)(ers) gepercipieerd worden door zowel buitenstaanders als betrokkenen zelf (beleid, hulpverleners, gebruikers). De social imaginary rond drugs(gebruik)(ers) wordt gevormd door enerzijds de (semi)officiële discours vanuit de overheid en (para)overheidsinstanties (het drugsbeleid, zorgorganisaties, preventie-organisaties…) en anderzijds de (social) media, fictie (literatuur, series, films, muziek…) en andere artistieke uitingen die bepaalde discours rond drugs(gebruik) in het sociale veld brengen. Er is al heel wat discours-analystisch onderzoek naar deze topics gedaan maar nog niet expliciet naar hoe beide discours zich tot elkaar verhouden.\n\nIn dit onderzoeksproject worden drie hypotheses onderzocht: (1) het discours in fictie is een symptoom voor het officiële discours, (2) de discours in fictie kunnen een aanvulling, kritiek of alternatief zijn voor het officiële discours en (3) het fictionele discours rond drugs(gebruik)(ers) kan door een alternatieve framing van drugs(gebruik) kansen bieden om stereotypering en stigmatisering tegen te gaan en dus een horizon te openen voor alternatieve en potentieel emancipatorische sociaal-subjectieve identificaties en positioneringen van betrokkenen.\n\nIn het tweede projectjaar ligt de focus op de kritische discoursanalyse van voeding en gezondheid (i.h.b eetstoornissen). Hoe brengt de Vlaamse media dit thema rechtstreeks en onrechtstreeks in taal en beeld.","summary":"Het project Discoursanalyse Media onderzoekt de portrettering van drugs en voeding/gezondheid in de Vlaamse media. Het focust op hoe het discours in fictie en media het beeld van deze thema's beïnvloedt en mogelijk stereotypes en stigmatisering kan tegengaan.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002104","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen de bezorgdheden en noden van hulp- en dienstverleners ingepast worden in een kwaliteitsvolle en toegankelijke praktijk? De Vlaamse zorg- en dienstverlening in residentiële instellingen is in volle afbouw. In de plaats wordt gestreefd naar een maximale integratie van zorgvragers in de maatschappij. Deze transitie is ook van toepassing op de zorg- en re-ïntegratietrajecten van forensische (al dan niet psychiatrische) cliënten. Bijgevolg komen steeds meer hulp- en dienstverleners binnen een steeds groter wordende diversiteit aan sectoren in contact met dergelijke justitiabelen.\n\nOver welke zorgprofessionals en dienstverleners het precies gaat werd echter nog nooit onderzocht. Het is evenmin bekend op welke manier ze deze contacten beleven en welke vragen en bezorgdheden zij hierbij al dan niet hebben. Over bijvoorbeeld pedofilie en druggerelateerde misdrijven is goed bekend dat ze de kwaliteit van de professionele relatie negatief kunnen beïnvloeden en zelf de doorstromingskansen in het zorgtraject van justitiabelen kunnen belemmeren.\n\nDit onderzoek wil praktijkgerichte antwoorden bieden op de bezorgdheden die leven bij eenieder die professioneel in contact komt met justitiabelen. Het respect voor zowel de positie van professionals als justitiabelen staat hierbij centraal.\n\nIn een eerste fase wordt onderzocht wie de professionals zijn die in contact komen met justitiabelen en worden hun ervaringen, noden en suggesties in kaart gebracht.\n\nEen tweede fase focust op praktijkgerichte ondersteuning in functie van de verbetering van de werkomstandigheden, vorming en begeleiding van professionals.\n\nIn een derde fase worden de resultaten en conclusies afgetoetst aan een representatieve groep justitiabelen en wordt het aanbod voor praktijkgerichte ondersteuning van de professionals bijgestuurd en aangevuld.","summary":"Onderzoek biedt antwoorden op bezorgdheden van professionals in contact met justitiabelen, om de werkomstandigheden te verbeteren en professionele relaties te versterken. Met focus op praktijkgerichte ondersteuning en feedback van zowel professionals als justitiabelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002105","result_description":null},{"description":"Onderzoek toont aan dat vrouwelijke gevangenen in de Belgische gevangenissen (5% van de totale gevangenispopulatie) vaker psychologische problemen ervaren die gerelateerd zijn aan eerder opgelopen trauma’s. Daarenboven staat vast dat een verblijf in de gevangenis een trauma in de hand kan werken.\n\nVanuit het werkveld kwam dan ook de concrete vraag naar vorming over traumasensitief omgaan met vrouwelijke gevangenen. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe waarborgen we een trauma-informed en genderspecifieke aanpak van vrouwelijke gedetineerden? De onderzoekers willen een zicht krijgen op (1) de impact van ingrijpende gebeurtenissen bij vrouwelijke gedetineerden en hoe hiermee wordt omgegaan in detentie, (2) de kennis en het referentiekader van beambten en hulpverleners in het omgaan met trauma van vrouwelijke gedetineerden en (3) op de behoeften en noden van vrouwelijke gedetineerden op vlak van ondersteuning en van beambten en hulpverleners op vlak van trauma-informed en genderspecifiek omgaan met vrouwen in detentie.\n\nNa een literatuurstudie zullen semi-gestructureerde interviews afgenomen worden van vrouwelijke gedetineerden, beambten en hulpverleners in de gevangenis van Hasselt. Op basis van de resultaten zal een vorming trauma-informed en gendersensitieve ondersteuning van vrouwelijke gedetineerden ontwikkeld worden.","summary":"Onderzoek toont aan dat vrouwelijke gedetineerden in België vaak psychologische problemen hebben door trauma's. Ons project onderzoekt hoe we een trauma-informed en genderspecifieke aanpak kunnen waarborgen door middel van interviews in de gevangenis van Hasselt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002106","result_description":null},{"description":"De duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties vormen sinds 2015 een breed gedragen veranderingsambitie en -agenda op economisch, sociaal en ecologisch vlak. De ontwikkeling die de duurzaamheidsdoelstellingen nastreven tegen 2030, zijn universeel en wereldwijd geörienteerd vanuit een evenwaardige aandacht voor mens, planeet, welvaart, samenwerking en vrede. De duurzaamheidsdoelstellingen wijzen beleid en overheid op hun verantwoordelijkheid tot deze verandering. Lokale besturen zetten steeds meer in op duurzaamheidsrapportage, sociale organisaties aligneren hun uitkomsten en impact met de duurzaamheidsdoelstellingen. Evenzeer worden organisaties en onderlinge partnerschappen tussen organisaties aanzien als actor in verandering. Sinds 2020 spreekt men over de “decade of action” waarbij actie tot en implementatie van verandering urgent wordt geacht. \n\nOrganisaties ondergaan transities op economisch, ecologisch, sociaal en technologisch vlak én sturen ze tegelijkertijd mee aan. Sociaal-circulair ondernemen leidt niet enkel tot minder afval in de onderneming en de omgeving. Op maatschappelijk vlak levert het een bijdrage tot een inclusievere maatschappij en dringt het uitsluiting terug. Tegelijkertijd zal een inclusief personeelsbeleid rechtstreeks positieve effecten hebben op de levenskwaliteit bij hun personeelsleden. \n\nSteeds meer organisaties brengen de maatschappelijke impact van hun activiteiten in kaart aan de hand van een veranderingstheorie. Er is daardoor ook steeds meer aandacht voor een holistische kijk op het businessmodel. De klassieke denkwijze waarbij organisaties in één organisatiepijler veranderingen opzetten, leidt in veel gevallen tot negatieve effecten op andere domeinen in de organisatie (of daarbuiten), die het beoogde resultaat tenietdoen. Bijgevolg dienen organisaties hun businessmodellen te herdenken op duurzame wijze. \n\nUit literatuuronderzoek en stakeholderbevragingen blijkt dat er nood is aan een praktisch inzetbaar framework om het duurzame transformatieproces in kaart te brengen, te objectiveren en te onderbouwen. Om te verduurzamen, hebben organisaties nood aan een leidraad gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen om hen in hun transitie naar 'the next step' te begeleiden. Het uitwerken van een dergelijk framework is niet evident, omdat duurzaamheid verbonden is aan een grote hoeveelheid variabelen, uit zowel de ecologische, sociale als economische dimensie. Dit wordt nog versterkt door het gegeven dat al deze variabelen ook onderling verbonden zijn. Een effectief framework voor duurzaamheid, erkent deze afhankelijkheid van sociale en economische factoren, ingebed in ecologische systemen binnen planetaire grenzen. \n\nHoewel sustainable businessmodels (SBM) een duidelijke meerwaarde kunnen bieden om de impact op verschillende domeinen op te sporen en in kaart te brengen, is dit geen tool voor effectieve impact analyse en ‘integrated reporting’. Een vergelijking en aftoetsing van verschillende tools voor impact analyse en ‘integrated reporting’, waarbij vooral zal geëvalueerd worden naar de praktische bruikbaarheid voor de organisatie in kwestie, vormt een essentieel luik van het onderzoeksproject. Het is evident dat er een duidelijke link moet bestaan tussen de manier waarop de werking van een organisatie in kaart wordt gebracht via een SBM, en de manier waarop die organisatie rapporteert over de gegenereerde impact. \n\nOm op een objectieve manier organisaties te kunnen vergelijken en positioneren in duurzaamheid, zien we ook een duidelijke meerwaarde in het opstellen van een veranderingstheorie. Een veranderingstheorie zet een aantal assumpties uit over de wijze waarop de organisatie een bijdrage levert tot maatschappelijke effecten in relatie tot het businessmodel. Ook hier is het belangrijk dat de input en criteria rond vormgeving en positie van een organisatie, sterk samenhangen met SBM en rapportering, zodat deze drie tools (veranderingstheorie, SMB, impactmeting) één coherent en logisch geheel vormen.","summary":"De duurzaamheidsdoelstellingen van de VN stimuleren wereldwijde verandering op economisch, sociaal en ecologisch gebied. Organisaties moeten hun businessmodellen herzien en transities omarmen voor een inclusievere maatschappij. Een praktisch framework is nodig om duurzame transformatie te ondersteunen en impact te meten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002107","result_description":null},{"description":"Fysieke activiteit heeft heel wat gezondheidsvoordelen, zoals een lager risico op cardiovasculaire aandoeningen, verbeterde cognitie en een positieve impact op de mentale gezondheid. Toch is er ook bewijs dat beweging obsessief, compulsief of zelfs verslavend kan worden, waardoor negatieve psychosociale en psychologische symptomen ervaren worden.\n\nDeze beweging wordt beschreven als 'verplichte beweging', 'compulsieve beweging', 'beweegdrang', 'exercise addiction (EA)' of 'beweegverslaving' (Trott et al., 2020) of 'problematic use of physical activity (PPA)' (Rizk et al., 2020). Bij personen met een eetstoornis komt EA voor bij 30.7% tot 80% (Trott et al., 2020).\n\nDe richtlijnen rond beweging bij eetstoornissen zijn voornamelijk gebaseerd op het absentieprincipe en zijn daardoor sterk gerelateerd aan veranderingen in gewicht. Over het algemeen wordt aangenomen dat meer beweging resulteert in meer energieverbruik (calorieën), waardoor beweging bij mensen met een eetstoornis wordt beschouwd als een belemmerende factor in de behandeling.\n\nOnderzoek toont aan dat deze benadering leidt tot een verhoogd risico op terugval, minder gunstig herstel, ernstigere psychopathie en een chronisch verloop van de eetstoornis (SEES, 2020). Desondanks blijkt uit de literatuur dat beweging positief kan zijn bij het herstel van een eetstoornis. Therapeutische vormen van cardio, massage, basic body awareness therapy en yoga kunnen de algemene conditie positief beïnvloeden. Verlaagde depressieve klachten worden ook waargenomen wanneer 'beweegtherapie' wordt gecombineerd met een andere therapie, zoals CGT (Minano-Garrido et al., 2022).\n\nMOV-ED+ richt zich op de vraag 'Op welke manier kan een positief bewegingsmodel duurzaam geïntegreerd worden binnen de ambulante zorg bij personen met kenmerken van een eetstoornis in de verschillende fasen (acuut en chronisch)?' Samen met hulpverleners, experts en bestaande good practices zal een praktijkgericht kader ontwikkeld worden rond een positieve, gewichtsneutrale aanpak met betrekking tot beweging om deze stakeholders te ondersteunen in het contact met personen met kenmerken van een eetstoornis. MOV-ED+ is een onderzoeksproject van het onderzoekscentrum Substance Use and Psychosocial Risk Behaviours.","summary":"Physical activity has numerous health benefits but can also lead to negative psychosocial and psychological symptoms when taken to extremes. MOV-ED+ focuses on integrating a positive movement model in treating individuals with eating disorder traits, aiming for sustainable impact at all stages of care.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002108","result_description":null},{"description":"Indrinken is het fenomeen waarbij jongeren elkaar ontmoeten voor het uitgaan om alcohol te drinken. Motieven hiervoor zijn onder andere dronken worden en goedkoper drinken. Uit onderzoek blijkt echter dat degenen die indrinken ook meer drinken als ze uitgaan. Dit is op verschillende vlakken problematisch. Indrinken is namelijk onderhevig aan sterke groepsdruk, verhoogt het risico op alcoholgerelateerde gezondheidsproblemen, ondermijnt het wettelijk kader rond de minimumleeftijd waarop alcohol mag worden geconsumeerd en heeft ook een negatieve impact op het nachtleven.\n\nDit actieonderzoek streeft ernaar de verschillende risico’s verbonden aan het fenomeen indrinken te verminderen door:\n\n1. Een systematische literatuurstudie uit te voeren om de bestaande evidentie rond risicovol drinkgedrag bij adolescenten en de invloed van ouders op alcoholconsumptie te identificeren.\n2. De impact van ouders op indrinkgedrag verder bloot te leggen aan de hand van een survey die zowel ouders als adolescenten bevraagt.\n3. Een interventie te ontwikkelen gericht op ouders van 10-13-jarigen om het risico op indrinken te verlagen en bijgevolg ook de gerelateerde risico’s te beperken.\n\nInterventies gericht op het voorkomen van alcoholgebruik bij minderjarigen zijn het meest effectief als ze gericht zijn op 10- tot 13-jarigen (UNODC/WHO, 2018). Hierbij spelen ouders nog een belangrijke rol in het normen- en waardenkader van de jongere. Onderzoek suggereert namelijk dat ouderlijk gedrag van invloed zou zijn op risicodrinkgedrag bij adolescenten, maar verder onderzoek is noodzakelijk om tot een gerichte interventie te komen.","summary":"Jongeren die voor het uitgaan indrinken lopen meer risico op problematisch alcoholgebruik. Dit onderzoek richt zich op het verminderen van deze risico's door ouders te betrekken. Ouders spelen een cruciale rol in het voorkomen van indrinken en gerelateerde gezondheidsproblemen bij adolescenten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002109","result_description":null},{"description":"Gerst is de traditionele grondstof voor de productie van bier. Opbrengst en kwaliteit van gerst worden echter negatief beïnvloed door klimaatverandering, en dat heeft een effect op de productiecapaciteit en kwaliteit van het finale bier. MaltLess onderzoekt alternatieven voor gerst en gerstemout.\n\nHet gebruik van ongemoute granen heeft duidelijke voordelen: een verminderd energie- en waterverbruik, vermindering van de koolstofvoetafdruk, de productie van innovatieve beer-like fermented cereal drinks met de gewenste eigenschappen om aan de eisen van de consument te voldoen (bv. laag-alcoholisch, glutenvrij, functioneel), en een veelbelovende flavourstabiliteit van deze eindproducten.\n\nBrouwen met exogene enzymen en 100% ongemoute alternatieve granen blijft echter grotendeels onbekend terrein. Het ontbreekt de brouwer aan kennis over welke enzymen en brouwparameters nodig zijn voor het werken met deze grondstoffen, wat de sensorische eigenschappen van deze beer-like fermented cereal drinks zijn, en wat verwacht kan worden van de finale productkwaliteit en -stabiliteit.\n\nHet project MaltLess wil de volledige brouwerijsector de nodige kennis aanreiken om de uitdagingen van het brouwen met 100% ongemoute alternatieve granen of pseudogranen aan te gaan. Door de vernieuwde flexibiliteit in de wortproductie en -samenstelling wordt de weg vrijgemaakt voor procesoptimalisatie en ontwikkeling van nieuwe producten, zoals beer-like fermented cereal drinks.","summary":"MaltLess onderzoekt alternatieven voor gerst en gerstemout vanwege klimaatverandering. Het project biedt kennis en flexibiliteit voor brouwen met 100% ongemoute granen, wat resulteert in innovatieve dranken met gewenste eigenschappen en verbeterde productkwaliteit.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002110","result_description":null},{"description":"In de jeugdhulp is een intensieve, individuele opvolging en begeleiding van elk kind en elke jongere van levensbelang. Een onderdeel van deze begeleiding is het houden van individuele begeleidingsgesprekken. Toch is de motivatie voor deelname aan individuele gesprekken niet altijd even groot bij jongeren die vaak nood hebben aan opvolging.\n\nDaarenboven is voor veel kinderen en jongeren het aangaan van een gesprek rond beladen thema's geen evidentie. Vanuit het werkveld wordt dan ook actief gezocht naar methodieken en tools om deze begeleidingsgesprekken te motiveren en te faciliteren.\n\nDeze studie heeft als doel om te onderzoeken of IT een rol kan spelen bij het ontwikkelen van een digitale tool (die we verder als vertelinstrument benoemen) die ondersteunend kan werken binnen individuele gesprekken met kinderen en jongeren binnen de jeugdhulp. Een kwalitatieve individuele begeleiding vormt immers een noodzakelijke voorwaarde voor een constructieve hulpverlening.\n\nEen gespreksinstrument dat zowel motiverend als faciliterend werkt voor het voeren van individuele begeleidingsgesprekken betekent een duidelijke meerwaarde voor de hulpverlening. Het gespreksinstrument kan gesprekken rond moeilijke onderwerpen faciliteren, daar er gewerkt zal worden met beeldend en metaforisch materiaal.\n\nGezien hun affiniteit met de digitale wereld motiveert het digitaal karakter van het instrument kinderen en jongeren om het gesprek aan te gaan. Het gespreksinstrument kan tevens gegevens bewaren, wat bijdraagt tot continuïteit in het hulpverleningsproces.\n\nHet gespreksinstrument wordt opgebouwd vanuit het werkveld, zowel vanuit de kinderen en jongeren als vanuit hun begeleiders. Zij leveren de input aan om de tool op maat uit te bouwen. Drie organisaties hebben zich geëngageerd om actief deel te nemen aan dit praktijkgericht participatief handelingsonderzoek: Vzw Martens-Sotteau, MFC Binnenstad en MFC Sint-Gregorius. De eerste twee organisaties in de jeugdzorg worden erkend en gesubsidieerd door het agentschap Jongerenwelzijn. MFC Gregorius valt onder het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap).\n\nBinnen MFC Gregorius gaan we enkel aan de slag met de leefgroepen type 3, namelijk kinderen en jongeren met een GES problematiek (gedrags- en/of emotionele stoornis). Deze leefgroepen type 3 sluiten immers qua profiel aan bij de leefgroepen die deelnemen binnen de jeugdhulp.\n\nWe krijgen inzicht in de struikelblokken maar ook positieve elementen van dergelijke individuele begeleidingsgesprekken. Er wordt een gedegen inzicht verworven in het gebruik van IT als taal: hoe kan IT zowel motiverend als faciliterend werken in een gesprekscontext.","summary":"Digitale tool voor individuele begeleidingsgesprekken in jeugdhulp, ontwikkeld met input van kinderen en begeleiders. Motiveert en faciliteert gesprekken met beeldend materiaal en digitale affiniteit, bevordert continuïteit en inzicht in IT-gebruik als motiverende en faciliterende factor in gesprekscontext.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002111","result_description":null},{"description":"Ongeveer 1 op 700 kinderen wordt geboren met een schisis of een andere craniofaciale afwijking. Ze lopen risico op allerlei vlakken, onder meer op het vlak van de spraak- en taalverwerving. De meeste kinderen worden in de Westerse wereld behandeld in een gespecialiseerd multidisciplinair team. Logopedisten spelen hierbij een belangrijke rol.\n\nUit wetenschappelijk onderzoek is immers gebleken dat kinderen met schisis al heel vroeg in de communicatieve ontwikkeling een achterstand oplopen. Via de ‘Parent Focused Approach’ kunnen we ouders effectief leren hoe ze hun kind kunnen helpen in de opbouw van correcte spraak- en taalpatronen tijdens dagelijkse sociale interacties (zoals voeding, verzorging en spel enz.).\n\nDoor vroege stimulering kunnen we ernstige afwijkende spraakpatronen voorkomen. Als er op de leeftijd van 3 à 4 jaar toch nog problemen zijn, zijn ze veel makkelijker te behandelen na vroege interventie via de PFA. Veel logopedisten voelen zich echter onvoldoende opgeleid om enerzijds de ouders vroegtijdig te begeleiden en anderzijds om de compensatoire articulatiestoornissen te behandelen.\n\nDaarom willen we vanuit HOGENT samen met onze ‘werkgroep schisis’ een coachingtraject en de nodige didactische materialen ontwikkelen, op maat van de logopedisten. Via bevraging van de ouders zelf en in samenwerking met de verschillende schisisteams, willen we er tevens voor zorgen dat de aangeboden logopedische zorg aansluit bij de noden van de gezinnen zelf en dat de logopedisten een nauwe samenwerking kunnen opbouwen met het behandelend team van elk kind.","summary":"Ongeveer 1 op 700 kinderen wordt geboren met een schisis of craniofaciale afwijking, met risico op spraak- en taalproblemen. Onze 'Parent Focused Approach' helpt ouders om kinderen te ondersteunen voor een gezonde communicatieve ontwikkeling. HOGENT werkt aan coaching en materialen voor logopedisten om vroegtijdige interventie te bevorderen en optimale zorg te bieden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002112","result_description":null},{"description":"Decubitusletsels (doorligwonden) zijn een frequente hospitalisatiecomplicatie, geassocieerd met nefaste fysieke en psychische gevolgen, en substantiële meerkosten voor gezondheidszorg. Ondanks het uitgesproken risicoprofiel van intensievezorgen (IZ) patiënten is decubitus bij deze populatie een weinig geëxploreerd probleem. Van talrijke factoren die geassocieerd zijn met kritieke ziekte is de onafhankelijke invloed op het ontstaan van decubitus nog ongekend, waardoor valide risicopredictiemodellen heden ontbreken. Gebrek aan kwaliteitsvolle grootschalige data verhindert echter dieperliggende inzichten te verwerven en accurate risicoschalen te ontwikkelen. Daarom voerden we op 15/5/2018 een wereldwijde prospectieve puntprevalentiemeting van decubitus bij volwassen IZ-patiënten, resulterend in 13.311 geïncludeerde patiënten (1.167 IZ-afdelingen - 90 landen - alle continenten vertegenwoordigd).\n\nDoelstellingen\nVia de gecollecteerde gegevens:\n(a) populatiespecifieke risicopredictiemodellen ontwikkelen, en hun pilot-implementatie evalueren;\n(b) duurzame positieve wijzigingen bekomen in attitudes, kennis en praktijkvoering bij IZ-clinici wereldwijd;\n(c) het draagvlak voor patiënten-/familieparticipatie in decubituspreventie objectiveren.\n\nVerwachte impact\nDe risicopredictiemodellen worden verwacht significant bij te dragen tot reductie van de prevalentie, tot een meer onderbouwd, efficiënt, effectief en duurzaam gebruik van (schaarse) geldelijke en materiële resources, en een toename van kwaliteit en veiligheid van de zorgprocessen op IZ. Wereldwijde sensibilisering/educatiecampagnes worden verwacht duurzame positieve attitudes, betere kennis en onderbouwde wijzigingen in de praktijkvoering qua decubituspreventie te creëren, en vervolgonderzoek te initiëren. Identificatie van het draagvlak voor patiënten-/familieparticipatie zal aantonen of hiervoor toekomst is in (Vlaamse) zorginstellingen.","summary":"Decubitusletsels vormen een frequent en kostbaar probleem in de gezondheidszorg, vooral bij intensievezorgpatiënten. Ons wereldwijd onderzoek richt zich op het ontwikkelen van risicopredictiemodellen en het bevorderen van preventieve maatregelen, met als doel de prevalentie te verminderen en de zorgkwaliteit te verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002113","result_description":null},{"description":"Het positieve effect van dieren op de mentale gezondheid van mensen is algemeen aanvaard. Omgekeerd zijn er potentieel nadelige effecten op het dierenwelzijn.\n\nGezien de populariteit van geiten en schapen op zorg- en kinderboerderijen, focust dit project zich op het welzijn van deze kleine herkauwers dewelke vaak gebruikt worden in interventies met dieren in therapie, onderwijs en recreatie. Het doel van dit onderzoeksproject is het ontwikkelen van een praktische tool om het dierenwelzijn van geiten en schapen op een zorgbedrijf te optimaliseren.\n\nHiertoe zal het huidige niveau van het dierenwelzijn aan de hand van het AWIN-protocol*, gedragsobservaties en de bepaling van glucocorticoïden, biomerkers voor acute en chronische stress bij vertebraten, bij geiten en schapen op kinder-, leef- en zorg-boerderijen nagegaan worden. Daarnaast zal het huidige niveau van kennis van de werknemers in deze bedrijven rond het natuurlijk gedrag en de welzijnsbehoeften van deze dieren nagegaan worden door focusgroep gesprekken en een enquête.\n\nNa identificatie van de voornaamste werkpunten zullen maatregelen voorgesteld worden om het welzijn van geiten en schapen te verbeteren, hierbij rekening houdend met de financiële impact op het zorgdoel. Deze oplossingen zullen geïmplementeerd en opgevolgd worden op de deelnemende bedrijven. Na 1 jaar zullen bovenstaande welzijnsevaluaties herhaald worden.\n\nDe resultaten zullen verwerkt worden in een wetenschappelijke publicatie, een handboek gericht op het optimaliseren van het welzijn van het welzijn van geiten en schapen binnen de zorgsector, workshops en de oprichting van een dienstverleningsplatform rond dierenwelzijn in AAI**.\n\n* Animal Welfare Indicators welfare assessment protocol\n\n** Animal Assisted Interventions","summary":"Dit project richt zich op het verbeteren van het welzijn van geiten en schapen op zorg- en kinderboerderijen door onderzoek en praktische interventies. Het doel is om een tool te ontwikkelen om het dierenwelzijn te optimaliseren, rekening houdend met financiële impact. De resultaten zullen leiden tot publicaties, workshops en een dienstverleningsplatform voor dierenwelzijn in AAI.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002114","result_description":null},{"description":"EBSOLLICT zet in op het toepassen van ICT en artificiële intelligentie om de kwaliteit en efficiëntie van de zorg te verbeteren.\n\nIn de zorg en welzijnssector wordt steeds meer gebruik gemaakt van ICT-toepassingen en artificiële intelligentie om de kwaliteit en de efficiëntie binnen de zorg te verbeteren.\n\nIn dat verband werd recent geïnvesteerd in een simulatielab en een ‘360° interprofessioneel zorglab’ op campus Vesalius.\n\nIn dit project exploreren we onder welke vorm en in welke mate de op de markt zijnde ICT-toepassingen kunnen leiden tot evidence-based innovaties voor de zorg en welzijnsopleidingen en het werkveld.","summary":"EBSOLLICT verbetert zorgkwaliteit met ICT en AI. Investeert in labs voor innovatieve zorgtoepassingen. Onderzoekt impact op zorg en welzijn.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002115","result_description":null},{"description":"De constante werkdruk in de zorg- en welzijnssector zorgt voor toenemende psychische problemen onder formele zorgverleners. Ook informele zorgverleners, in het bijzonder mantelzorgers, ervaren een hoge psychosociale belasting. De COVID-19-pandemie heeft deze druk nog versterkt. Dit onderzoeksproject wil concrete oplossingen zoeken om het psychosociaal welzijn van formele en informele zorgverleners te garanderen/verbeteren.\n\nDe zorg- en welzijnssector staat voor grote uitdagingen. Eén ervan is het psychosociaal welzijn van formele en informele zorgverleners. We focussen op vier werkpakketten. Het eerste werkpakket zal bestaande instrumenten voor 'vroegdetectie' van overbelasting en rolconflicten bij mantelzorgers optimaliseren. Het tweede werkpakket focust op het psychosociaal welzijn van mantelzorgers die zorg dragen voor ouderen met cognitieve problemen. Hierbij zullen wij verder exploreren welke ondersteuning formele zorgverleners, vanuit een netwerkperspectief, kunnen bieden aan mantelzorgers van zorgvragers met cognitieve problemen. Het derde werkpakket focust op studerende mantelzorgers. Voor deze doelgroep zullen acties ontwikkeld worden om het psychosociaal welzijn te verhogen en de combinatie mantelzorg-studeren te faciliteren. Het vierde werkpakket zal focussen op het psychosociaal welzijn van formele zorgverleners. Hierbij besteden we speciale aandacht aan 'sociale steun' en op wat formele zorgverleners zelf kunnen ondernemen om hun psychosociaal welzijn te optimaliseren. Daarnaast werken we in dit vierde werkpakket aan competenties rond zelfzorg en sociale steun van studenten uit de zorg- en welzijnsopleidingen zodat ze future proof het werkveld kunnen instappen.\n\nDE COVID-19-pandemie heeft grote gevolgen voor het psychosociaal welzijn van zorgverstrekkers (formeel en informeel). Naast bovenstaande werkpakketten heeft 360° Zorg en Welzijn een onderzoek uitgevoerd die de beleving van de lockdown door mantelzorgers in kaart brengt en de impact van deze lockdown op het psychosociaal welzijn van mantelzorgers.","summary":"De zorg- en welzijnssector kampt met toenemende psychische belasting bij formele en informele zorgverleners, versterkt door COVID-19. Dit project focust op oplossingen voor hun welzijn via instrumenten, ondersteuning en competentieontwikkeling. 360° Zorg en Welzijn onderzoekt ook de impact van de lockdown op mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002116","result_description":null},{"description":"Groen doet goed, biodivers nog beter. Een biodiverse zorgtuin betekent een meerwaarde voor zowel mens als natuur. Binnen het PWO Biodivers Zorggroen werd de website www.biodiverszorggroen.be ontwikkeld, die gelanceerd werd in mei 2022. Hier wordt aan de hand van 8 ontwerpkwaliteiten voor een biodiverse zorgtuin een kapstok aangereikt om zowel biodiversiteit als zorg een volwaardige en elkaar versterkende plaats te geven in de buitenruimte van zorgvoorzieningen. Dit wordt geïllustreerd in vier biodiverse zorggroenmodellen en met inspirerende zorggroenactiviteiten.\n\nMet dit vervolgproject beogen we verschillende doelen. Ten eerste willen we achterhalen wat de meest werkzame elementen zijn van biodivers zorggroen. We onderzoeken hoe algemene modellen en activiteiten doorvertaald kunnen worden naar concrete adviezen rond inrichting en gebruik van zorgtuinen en zorgactiviteiten, afgestemd op een specifieke doelgroep, type voorziening of tuin. Zelfs voor doelgroepen waarbij al vrij veel geweten is op vlak van therapeutische tuinen is immers nog onduidelijk welke ontwerpkenmerken en welke tuinactiviteiten het meeste effect hebben of de grootste meerwaarde betekenen voor zorgvragers en zorgverleners (Murroni e.a., 2021). Op basis hiervan kunnen we zorgvoorzieningen evidence based richtlijnen en adviezen aanreiken met betrekking tot het inrichten en benutten van hun biodiverse zorgtuin en helpen bij het eventueel maken van keuzes in het ontwerp- en implementatieproces. Zorgvoorzieningen krijgen op die manier aanbevelingen voor het inzetten van een biodiverse tuin en/of biodiverse zorgactiviteiten meer ‘op maat’ aangeleverd.\n\nTen tweede zetten we in op verdere analyse van data verzameld binnen het PWO Biodivers Zorggroen met betrekking tot de impact van biodivers groen op zorg en welzijn. In het pilootproject “Blok Je Groen” werd het effect van studeren in een groene omgeving bij studenten nagegaan, en daarnaast werden ook data verzameld tijdens wandelingen in een groene biodiverse omgeving ten opzichte van wandelingen in een verstedelijkte omgeving.\n\nTen derde onderzoeken we hoe natuurverbondenheid gestimuleerd kan worden en welke tools daarvoor bruikbaar kunnen zijn. Tijd doorbrengen in de natuur of ‘natuurcontact’ betekent immers niet automatisch dat je je met de natuur verbonden voelt. Natuurverbondenheid verhoogt het positieve effect van natuur op het welzijn van de mens en het draagvlak voor natuurbehoud. Het versterken van deze verbondenheid is dan ook een waardevolle win-win voor zowel mens als natuur (Lammens & Simoens, 2022; Lumber, Richardson & Sheffield, 2017).\n\nOverkoepelend zetten we in op valorisatie door het verder opvolgen en up-to-date houden van de website, het uitbouwen van promomaterialen en een dienstverleningsaanbod, en door het onderhouden van contacten met partners in het kader van de Green Deal.","summary":"Ontdek de meerwaarde van biodiverse zorgtuinen voor mens en natuur op biodiverszorggroen.be. Richtlijnen en adviezen voor een op maat gemaakte biodiverse tuin en zorgactiviteiten. Onderzoek naar impact van groen op welzijn en natuurverbondenheid. Valorisatie via website en promomaterialen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002117","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen leven meer dan 140.000 mensen met dementie. Zo’n 70% daarvan woont thuis en wordt verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving. Personen met dementie maken ook een belangrijk deel uit van de patiëntenpopulatie binnen het ziekenhuis.\n\nEen ziekenhuisverblijf is vaak een stresserende ervaring voor mensen met dementie én hun naasten. Verschillende ziekenhuizen leveren dan ook inspanningen voor een dementievriendelijk beleid. Het betrekken van naasten/mantelzorgers tijdens het verblijf van een persoon met dementie in het ziekenhuis speelt hierin een belangrijke rol.\n\nIn dit project analyseren we beschikbare data met het oog op een customer journey van de persoon met dementie en zijn mantelzorger, inventariseren we de huidige good practices in Vlaanderen en ontwikkelen we scenario’s voor het opleiden van (toekomstige) zorgprofessionals.","summary":"In Vlaanderen wonen veel mensen met dementie die thuis worden verzorgd. Ziekenhuizen werken aan een dementievriendelijk beleid en betrekken mantelzorgers in de zorg. Dit project analyseert data voor een betere zorgervaring en ontwikkelt opleidingsscenario's voor zorgprofessionals.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002118","result_description":null},{"description":"De hoofdfocus binnen ‘Zorgzaam samenleven met honden’ ligt op het verzekeren, ondersteunen en verbeteren van het welzijn van alle betrokken partijen: mens, dier en hun omgeving. Dit doen we via onderstaande werkpakketten.\n\n(1) Gebeten om te weten naar minder hondenbeten bij kinderen.\nBinnen dit werkpakket willen we inzetten op de preventie van hondenbeten bij kinderen. Deze sensibilisatie focust op de 3 doelgroepen: kinderen, begeleiders van de kinderen en begeleiders van de honden. Dit doen we via informatieve momenten georganiseerd voor kinderen waarbij het leereffect van deze momenten wordt nagegaan. In deze lesmomenten leren de kinderen hoe ze een boze, blije en bange hond kunnen herkennen en hoe ze deze honden kunnen benaderen. De invulling van dit leermoment varieert van een lesnamiddag op de lagere school, spelnamiddagen in de jeugdbeweging of i.s.m. een hondenschool, het voorlezen van boeken tot de ontwikkeling van spelboxen voor leerkrachten van de lagere school of voor ouders zodat ze samen met hun kinderen aan de slag kunnen gaan rond dit topic. Daarnaast gaan we ook op zoek naar de risicosituaties waarin kinderen het slachtoffer worden van hondenbeten. Deze informatie willen we halen bij de burgers zelf (de kinderen, de begeleiders van de kinderen (ouders/grootouders) en de begeleiders van de honden). Door de vragenlijst participatief op te stellen met deze 3 belangrijke doelgroepen en nauw samen te werken met een netwerk van kind-hond-professionals, mikken we op een groot draagvlak. Zo kunnen we ook in een latere fase binnen dit werkpakket heel effectief gaan sensibiliseren.\n(2) Snuffeltuinen & sociaal spel\nSnuffeltuinen zijn de nieuwe manier om honden te laten ontspannen in een veilige omgeving. Via eigen onderzoek en het plattelandsproject i.s.m. gemeente Zwalm onderzoeken we welke elementen en geuren belangrijk zijn voor de honden en op welke manier we deze kunnen aanbieden in de snuffeltuinen. Honden onderling laten spelen is heel waardevol voor hun ontwikkeling en welzijn maar moet wel heel doordacht gebeuren. Steeds meer zetten asielen, hondenpensions, hondenscholen hierop in via begeleide speelsessies. Hierbij wordt het spel begeleid en kunnen de eigenaars leren wat wel en geen goed spelgedrag is. In de toekomst bekijken we of ook rond dit onderwerp een lerend netwerk kunnen opzetten rond dit topic. Het hoofddoel is dan vooral leren van elkaar en een portfolio bekomen van spelgedrag dat op termijn kan gebruikt worden als richtlijn voor eigenaars en professionals. Sensibiliseren is ook hier een belangrijke pijler.\n(3) Hartslagmetingen bij honden als indicator van stress\nIn dit werkpakket willen we onderzoeken of hartslagmetingen bij honden kan gebruikt worden om de eigenaars te informeren over het opwindingsniveau of het stressniveau van hun pup of volwassen hond met als doel de honden nog beter te gaan begeleiden.\nHerplaatsen van honden\nIn dit pilootproject onderzoeken we waarom de meeste honden afgestaan worden voor herplaatsing. In een eerste fase via studentenprojecten in Vlaamse asielen en door samenwerking met VZW Helping Dogs in het digitaliseren van hun herplaatsingsdossiers.\n(4) Herplaatsen van honden\nIn dit werkpakket onderzoeken we waarom de meeste honden afgestaan worden voor herplaatsing. In een eerste fase via studentenprojecten in Vlaamse asielen en door samenwerking met VZW Helping Dogs in het digitaliseren van hun herplaatsingsdossiers.","summary":"Zorgzaam samenleven met honden\" bevordert het welzijn van mens en dier door preventie van hondenbeten bij kinderen, het creëren van snuffeltuinen en het meten van hartslag als stressindicator bij honden. Daarnaast wordt onderzocht waarom honden worden herplaatst, met focus op sensibilisering en begeleiding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002119","result_description":null},{"description":"Urine-incontinentie (UI) wordt door de International Continence Society gedefinieerd als een klacht over elk onvrijwillig verlies van urine. Het is een gevoelige en stigmatiserende toestand voor degenen die het ondervinden aangezien het een gebrek aan zelfcontrole suggereert. UI komt het meest voor bij ouderen en kwetsbare ouderen. De prevalentie en de ernst van urinaire klachten nemen toe met de leeftijd.\n\nBij personen met dementie verblijvend in woonzorgcentra wordt de hoogste prevalentie van UI vastgesteld. Exacte cijfers voor België zijn niet gekend. Bovendien zijn er tot op heden geen onderzoeken gepubliceerd waarin de vullings- en ledigingsfase van de blaas en het circadiaans ritme van de diurese werden onderzocht bij geïnstitutionaliseerde ouderen met dementie. Bij deze personen wordt UI niet gediagnosticeerd noch bij opname noch bij verslechtering van de UI. UI leidt tot discomfort voor de betrokkene en kosten voor de instelling.\n\nIn de aanpak van UI bepaalt de mate van cognitieve achteruitgang en gedragsstoornissen de keuze van de beschikbare mogelijkheden. Het gebruik van een smart diaper kan de diagnostiek en aanpak van de UI bij deze doelgroep faciliteren. Doelstelling van het onderzoek is het optimaliseren van de diagnostiek en de incontinentiezorg voor urine-incontinente geïnstitutionaliseerde dementerende ouderen met score C-dement op de Katz-schaal door gebruik te maken van niet-invasieve technologie.\n\nDe resultaten van deze studie bieden verpleegkundigen in het WZC de mogelijkheid om in de toekomst diagnostiek inzake UI uit te voeren in de vertrouwde omgeving van de bewoner. Om hieraan tegemoet te komen is het noodzakelijk dat verpleegkundigen enerzijds over voldoende kennis beschikken inzake UI en anderzijds de mogelijkheid krijgen om de theorie om te zetten in de praktijk en hiervoor zijn nieuwe diagnostische middelen noodzakelijk.\n\nDit onderzoek biedt voor de vakgroep Verpleegkunde de mogelijkheid om het klinisch onderzoek uit te breiden en dit specifiek voor het vakgebied geriatrie en heeft gezien de trend van de toenemende vergrijzing een impact op de samenleving en op de gezondheid en het welzijn van mensen.","summary":"Urine-incontinentie is een gevoelige aandoening die vooral voorkomt bij ouderen en dementerende patiënten. Een smart diaper kan helpen bij de diagnostiek en zorg. Dit onderzoek met niet-invasieve technologie optimaliseert de aanpak en biedt verpleegkundigen in woonzorgcentra nieuwe mogelijkheden voor diagnostiek en zorg.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002120","result_description":null},{"description":"Communiceren met anderstalige diabetici kan een hele uitdaging zijn voor hulpverleners. Ervaar jij dit ook in je dagelijkse praktijk? Dan ben je hier op het juiste adres. Welkom! \n\nTaal- en cultuurbarrières hebben een enorme impact op de gezondheidszorg van anderstalige diabetespatiënten. Op basis van wetenschappelijk onderzoek ontwikkelden we daarom concrete handvaten en tools om de culturele en talige kloof tussen hulpverleners en anderstalige diabetici te verkleinen.\n\nVia de online module kan je bijleren over cultuursensitief en meertalig communiceren en motiverende gespreksvoering in het algemeen.\n\nHet communicatiemateriaal voor anderstalige diabetici is specifiek gericht op Turkse, Marokkaanse en Indiase patiënten. Per cultuur voorzien we 9 recepten die stap voor stap zijn uitgeschreven met aandacht voor de nutritionele info. Je kan de recepten downloaden en meegeven aan de patiënten, zowel in het Nederlands als de eigen taal (Turks, Arabisch, Hindi, Punjabi) of laten beluisteren via een audio-opname. Daarnaast vind je ook informatie over voedingsstoffen en de voedingsdriehoek én koolhydraatwijzers per cultuur.\n\nIn samenwerking met de diabetesliga ontwikkelden we een video voor patiënten met zwangerschapsdiabetes.","summary":"Communiceren met anderstalige diabetici is een uitdaging. Ontdek onze tools voor cultuursensitieve communicatie en recepten aangepast aan Turkse, Marokkaanse en Indiase patiënten. Leer via online modules en video's. Samen verkleinen we de kloof in de gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002121","result_description":null},{"description":"Heel wat jongeren kampen met psychische problemen. De afgelopen periode bracht dit nogmaals aan het licht. Zeker jongeren met een ervaring in de jeugdhulp hebben vaak geen stabiele thuissituatie waar ze kunnen op terugvallen, wat het probleem nog vergroot. Willen we hen alle kansen geven om op te groeien tot stabiele volwassenen, dan is een individuele opvolging en begeleiding van levensbelang.\n\nBegeleiders van kinderen en jongeren zijn doorlopend op zoek naar methodieken om met hen in gesprek te gaan. De afgelopen drie jaar werd aan de HOGENT in co-creatie met kinderen en jongeren en hun begeleiders in de jeugdhulp de app LifeCity ontwikkeld. Gezien kinderen en jongeren hun affiniteit met de digitale wereld mogen we ervan uitgaan dat het digitale karakter van het instrument zal motiveren om in gesprek te gaan. Bovendien kan de app het gesprek over moeilijke onderwerpen faciliteren doordat er gewerkt wordt met beeldend en metaforisch materiaal. De digitale tool kan tevens gegevens bewaren wat bijdraagt aan de continuïteit in het hulpverleningsproces.\n\nIn een vervolgproject wordt de app nu intensief getest in verschillende voorzieningen om het gebruik ervan te optimaliseren. Het is nu al duidelijk dat de interesse vanuit het werkveld voor de app bijzonder groot is. Er worden vanuit het werkveld ook nieuwe onderzoeksvragen gesteld en er dienen zich concrete extra valorisatiemogelijkheden aan, zoals het toegankelijk maken van de app op andere devices, het gebruik ervan voor andere leeftijdsgroepen en in nieuwe toepassingsdomeinen.\n\nHet vervolgproject FAITH 2.0 wil ook op die onderzoeksvragen een antwoord formuleren. Bovendien wordt ook een coachingstraject uitgewerkt om een optimaal gebruik van de app te garanderen.","summary":"LifeCity app helpt jongeren in jeugdhulp met psychische problemen. Digitale tool ondersteunt gesprekken met beeldend materiaal en bevordert continuïteit in hulpverlening. Getest en geoptimaliseerd voor breder gebruik. FAITH 2.0 project verbetert app verder.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002122","result_description":null},{"description":"Interprofessionele eerstelijnspraktijken kennen tal van opportuniteiten tot nieuwe samenwerkingsvormen waarbij zowel de overbevraagde huisarts zich meer kan focussen op kerntaken, als waarbij de verpleegkundige en andere paramedische disciplines verdere professionalisering en inhoudelijke verbreding en verdieping kennen. Ook de patiënt krijgt betere en meer toegankelijke zorg. Daarenboven resulteert goed uitgebouwde en veilige complementaire zorg in een grotere (job)tevredenheid van elke partij. Innovatieve praktijkvoering binnen de eerstelijn is nodig in het licht van de actuele uitdagingen voor de eerstelijn.\n\nMet dit onderzoek willen we toekomstbestendige interprofessionele samenwerking in inspirerende eerstelijnssettings verder exploreren en in kaart brengen.\n\nDe innovatieve praktijk wordt niet alleen inhoudelijk bestudeerd, er wordt ook onderzoek gedaan naar succesfactoren en randvoorwaarden om de shift van “taakdelegatie” naar “complementaire zorg” te maken. Het profiel, de opleiding, de rol en de taken van de verpleegkundige in de eerstelijn worden daarbij extra onder de loep genomen. Daarnaast worden andere disciplines met relevante rollen in de interprofessionele eerstelijnszorg mee beschouwd wanneer het gaat over innovatieve praktijkvoering.\n\nHet is de bedoeling de resultaten van deze exploratie te structureren en terug naar de praktijk en het onderwijs te brengen. Zo kan enerzijds de opleiding van de toekomstige eerstelijnsprofessionals zich verder ontwikkelen en anderzijds de praktijk zich verder duurzaam ontplooien.\n\nDeze explorerende fase biedt mogelijk perspectief op verder (participatief actie)onderzoek waarbij de uitwerking van opgedane inspiratie concreet in de eerstelijnspraktijk wordt vertaald en geëvalueerd.","summary":"Ontdek hoe innovatieve interprofessionele samenwerking in eerstelijnszorg leidt tot betere zorg, meer tevredenheid en professionele groei. Onderzoek richt zich op succesfactoren en opleiding van zorgprofessionals voor duurzame praktijkontwikkeling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002123","result_description":null},{"description":"Het is een open deur intrappen dat taal en communicatie een cruciale rol spelen bij de realisatie van kwalitatieve zorgverlening. Als er taal- en culturele verschillen bestaan, is de rol van communicatie des te belangrijker en potentieel een groot struikelblok.\n\nCOM-POWER 2.0 zet in op het versterken van communicatie binnen de diabeteszorg met bijzondere aandacht voor anderstalige patiënten. In een eerder onderzoeksproject, COM-Power (2021-2023), ontwikkelde een multidisciplinair onderzoeksteam verschillende digitale bruginstrumenten die zorgprofessionals kunnen inzetten in hun consultaties met anderstalige patiënten.\n\nEen e-learning module over zwangerschapsdiabetes is ontwikkeld, samen met communicatiemateriaal voor anderstalige diabetici gericht op Turkse, Marokkaanse en Indiase patiënten. Dit materiaal bevat 9 recepten per cultuur met aandacht voor nutritionele informatie, telkens voorzien van een audio-opname. Daarnaast zijn cultuursensitieve en meertalige animatievideo’s over zwangerschapsdiabetes ontwikkeld in samenwerking met de Diabetes Liga.\n\nIn COM-Power 2.0 worden deze digitale bruginstrumenten van COM-Power 2021-2023 verder ontwikkeld en wordt hun efficiëntie getoetst in het werkveld. Tegelijkertijd wordt het werkveld bevraagd naar mogelijke thema’s voor een nieuwe e-learning module. Daarnaast worden de projectresultaten gevaloriseerd via mondelinge en schriftelijke bijdragen die zullen worden gedeeld met studenten, onderzoekers en zorgprofessionals. Dit moet een constructieve en cultuursensitieve dialoog bevorderen tussen zorgvragers, mantelzorgers en zorgprofessionals.","summary":"COM-POWER 2.0 versterkt communicatie in diabeteszorg met focus op anderstalige patiënten. Digitale tools uit eerdere projecten worden geoptimaliseerd en getest in de praktijk. Ook wordt input verzameld voor nieuwe e-learning modules en resultaten gedeeld met studenten, onderzoekers en zorgprofessionals voor een betere interculturele dialoog.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002124","result_description":null},{"description":"Simulatiegestuurd leren wordt in de gezondheidszorg naar voren geschoven als manier om zich (verder) te professionaliseren en (levenslang) te ontwikkelen. Het betreft een leer- en feedbackmethode waarbij reële acties worden uitgevoerd in een gesimuleerde – maar reëel aanvoelende – omgeving. Via deze werkvorm wordt ingezet op de vijf kerncompetenties binnen niet-technische vaardigheden: omgevingsbewustzijn, communicatie, teamwerk, leiderschap en besluitvorming. Daarnaast bieden simulaties een veilige leeromgeving om te oefenen in vaardigheden die in de werkelijke wereld (nog) te riskant of kostbaar zouden zijn. Door middel van simulatiegestuurd leren kunnen specifieke, vaak uitzonderlijke of bedreigende situaties worden gesimuleerd. Hierdoor kunnen studenten getraind worden voor gevaarlijke scenario's, zoals branden of ongevallen, nog voordat ze in hun latere carrière daarmee geconfronteerd worden. Simulatiegestuurd leren is een zeer effectieve aanpak en helpt studenten vertrouwen te krijgen in hun kennis en vaardigheden. Daarnaast stimuleert de debriefing tot reflectie en leidt deze tot ‘diep leren’.\n\nIn 2021 werd op campus Vesalius van HOGENT het 360° Interprofessioneel Zorglab ingericht, met steun van VLAIO. Het centrum biedt een hoogtechnologische setting met veel faciliteiten op het vlak van IT, van video-opname en analysesoftware, over sensoren tot virtuele realiteit (VR). Binnen het onderzoeksproject EBSOLLICT2.0 zetten we in op de verdere uitbouw van het Zorglab en het vergroten van toepassingsmogelijkheden, zowel voor onderwijs, onderzoek als dienstverlening. We werken daarbij samen met experten Toegepaste informatica om o.a. de mogelijkheden van 5G te verkennen en een optimale testomgeving te creëren voor digitale innovaties.\n\nIn dit onderzoek exploreren we de effectiviteit van verschillende modaliteiten om simulatiegestuurd leren aan te bieden. Het gaat om simulatie (in het 360° Zorglab en op locatie), digitale simulatie (online, VR-brillen en immersive Room) of om een mix van deze 2 modaliteiten.","summary":"In de gezondheidszorg wordt simulatiegestuurd leren benadrukt voor professionele ontwikkeling en veilige oefening van cruciale vaardigheden. Het 360° Interprofessioneel Zorglab van HOGENT biedt een geavanceerde leeromgeving met focus op IT en innovatieve simulatiemodaliteiten, waaronder VR. Onderzoek richt zich op het optimaliseren van simulatietechnieken voor effectief en diepgaand leren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002125","result_description":null},{"description":"De noodkreet naar zorgprofessionals klinkt vandaag luider dan ooit. Het is dan ook van groot belang dat wie kiest om in de zorg te werken, dat ook kan blijven volhouden. Startende zorgprofessionals worden geconfronteerd met tal van uitdagingen, zowel op persoonlijk, werkgerelateerd als maatschappelijk vlak. Deze omstandigheden kunnen lonend, maar ook uitdagend en zelfs uitputtend zijn, wat het voor hen extra moeilijk maakt. Vooral in de eerste tien jaar van hun carrière blijken zij het meest vatbaar voor psychosociale risico’s.\n\nVia exploratief onderzoek willen we faciliterende en belemmerende factoren identificeren die een impact hebben op het psychosociaal welzijn van de startende zorgprofessional in de gezondheidszorg. We onderscheiden hierbij persoonsgebonden, werkgerelateerde en maatschappelijke factoren. Op basis van de verkregen resultaten wordt een inspiratiebundel ontwikkeld om toekomstige zorgverleners voor te bereiden op het ‘nieuwe werken’ in een alsmaar sneller evoluerende VUCA-maatschappij. Dit kan zorgopleidingen ondersteunen in het voorbereiden van hun studenten en in het faciliteren van de transitie van studeren naar werken. Eveneens kan deze bundel ter inspiratie dienen voor het onthaalbeleid van zorgorganisaties.\n\nOp die manier willen we met dit onderzoek een positieve bijdrage leveren aan het psychosociaal welzijn van startende zorgprofessionals en in bredere zin aan de uitvalpreventie van zorgprofessionals. Dit heeft een positieve impact op de zorg voor de patiënt, de samenwerking op de werkvloer (zorgteam/werkomgeving) en de maatschappij.","summary":"Onderzoek naar psychosociaal welzijn van startende zorgprofessionals in de gezondheidszorg om hen voor te bereiden op het nieuwe werken en uitval te voorkomen. Positieve impact op zorg, samenwerking en maatschappij.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002126","result_description":null},{"description":"Vergrijzing, het toenemende aandeel ouderen ten opzichte van jongeren in de samenleving, wordt veroorzaakt door factoren als stijgende levensverwachting en afnemend geboortecijfer. Hoewel sommigen het als een positieve ontwikkeling zien, brengt vergrijzing complexe uitdagingen met zich mee voor de samenleving. Ouderen en ouderenzorg worden vaak negatief belicht, ondanks de bijdrage die ouderen aan de maatschappij leveren.\n\nDe vergrijzing dwingt tot reflectie over de aanpak van de veranderende demografie en de gevolgen ervan. Ouderenzorg staat voor diverse problemen, zoals de uitstroom van zorgende babyboomers, een beperkte instroom in de sector, en uitdagingen zoals ziekteverzuim en werkdruk.\n\nOm hierop te reageren, hebben overheden het beleid van \"vermaatschappelijking van de zorg,\" \"desinstitutionalisering,\" en \"ageing in place\" geïntroduceerd. Echter, dit beleid wordt geconfronteerd met uitdagingen zoals eenzijdig verwachtingsmanagement over informele zorgnetwerken. Internationaal wordt er aandacht besteed aan \"Healthy Ageing,\" met nadruk op levensomgeving, bestrijding van leeftijdsdiscriminatie en geïntegreerde zorg.\n\nTechnologische hulpmiddelen, hoewel talrijk, zijn vaak niet co-creërend met ouderen ontwikkeld. Serviceflats zijn aangepast tot assistentiewoningen, maar leegstand is een opvallend probleem. Het onderzoekscentrum 360° Zorg en Welzijn streeft naar antwoorden op deze uitdagingen, met ervaring in diverse onderzoeksgebieden met betrekking tot ouderen en ouderenzorg.\n\nDe conclusie is dat vergrijzing en ouderenzorg serieuze uitdagingen vormen die aandacht en oplossingen vereisen. Binnen dit project wordt gefocust op het verbeteren van het imago van ouderenzorg en onderzoek naar kwaliteitsvol wonen en leven in assistentiewoningen.\n\nHet onderzoek omvat de volgende vragen:\n\n1. Imago van ouderenzorg:\n• Factoren die het imago bepalen.\n• Impact van het imago op personeelstekort.\n• Mogelijkheden om het imago te verbeteren, inclusief het gebruik van technologie.\n\n2. Kwaliteit van leven in assistentiewoningen:\n• Kwaliteit van leven van bewoners.\n• Ervaringen met de verhuizing naar assistentiewoningen.\n• Tevredenheid over assistentiewoningen.\n\n3. Invloed van technologie op het dagelijks leven van ouderen:\n• Effecten van technologie op bio-psychosociale gezondheid.\n• Rol van technologie in het bevorderen van zelfstandig wonen.\n• Impact van technologie op sociale contacten.\n• Bijdrage van technologie aan de betrokkenheid van ouderen in de samenleving.","summary":"Vergrijzing brengt complexe uitdagingen met zich mee voor de samenleving, waaronder ouderenzorg en personeelstekorten. Om hierop te reageren, wordt \"vermaatschappelijking van zorg\" en \"Healthy Ageing\" toegepast. Het onderzoek richt zich op het verbeteren van het imago van ouderenzorg, kwaliteit van leven in assistentiewoningen en de invloed van technologie op ouderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002127","result_description":null},{"description":"Na de geboorte van het (eerste) kind krijgen kersverse ouders een nieuwe rol toebedeeld. Succesvolle integratie van deze ouderrol in het dagelijks leven zal leiden tot een gevoel van occupational balance, welzijn en kwaliteit van leven. Dit hangt onlosmakelijk samen met het welzijn van de kind(eren). Ouders met een kind met specifieke ondersteuningsnoden voelen zich vaak onzeker, hebben extra verzorgingstaken, ervaren stress, wat een negatieve invloed kan hebben op de ervaren occupational balance. Stilstaan bij de eigen occupational balance geeft zicht op mogelijke energiegevers en energievreters. Ouders willen grip hebben op de situatie en verliezen minder energie wanneer ze weten wat te doen en het gevoel hebben efficiënt om te gaan met hun kind.\n\nDit project richt zich op eerstelijnszorgprofessionals die, naast de gebruikelijke therapie aan kinderen, ook tijd maken om de ouders te ondersteunen in hun rol als ouder van een kind met specifieke ondersteuningsnoden. Dit betekent dat het project bijdraagt aan het versterken/behouden van de occupational balance van deze ouders. De centrale onderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: Hoe kunnen we eerstelijns zorgprofessionals (zelfstandige kiné, ergo, logo) versterken om het gesprek en de begeleiding aan te gaan met ouders van kinderen met specifieke ondersteuningsnoden om hun Occupational Balance te behouden/faciliteren?","summary":"Help ouders van kinderen met speciale behoeften om hun balans te behouden. Project ondersteunt eerstelijnszorgprofessionals om ouders te begeleiden. Hoe versterken we deze professionals in het ondersteunen van ouders?","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002128","result_description":null},{"description":"Klimaatjongeren stappen door de straten en discussies over kernenergie en luchtkwaliteit domineren het nieuws. Maatschappelijke uitdagingen op de snijlijn van technologie, wetenschap en maatschappij krijgen een steeds prominentere plaats in het publieke debat.\n\n(Inter)nationale overheden, wetenschappers, leerlingen en politici roepen op tot een duurzame benadering van deze vraagstukken, een aanpak waarmee we aan onze behoeften kunnen voorzien zonder die van toekomstige generaties te hypothekeren. Maar een duurzame benadering is makkelijker gedefinieerd dan gespecifieerd. Duurzaamheidsvraagstukken hebben immers geen eenduidige antwoorden, maar berusten op een genuanceerde afweging van mogelijkheden, conflicterende waarden en diverse inzichten.\n\nEducatie Duurzame Ontwikkeling (EDO) ambieert jongeren voor te bereiden op het maken van keuzes in verband met duurzaamheid. Drie EDO-competenties staan hierin bij leerlingen centraal: systeemdenken (denken vanuit een groot kader), waardenontwikkeling (in vraag stellen van eigen waardenkader) en duurzaamheidsattitude-ontwikkeling.\n\nHoewel heel wat duurzaamheidsvraagstukken inherent gelieerd zijn met wetenschap en technologie, is aandacht voor EDO een weinig betreden pad in het Vlaamse STEM-onderwijs (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Deze duurzaamheidsaanpak in het STEM-onderwijs is nochtans beloftevol, want een maatschappelijke insteek kan de motivatie van jongeren voor STEM-onderwijs vergroten en zal duurzaamheidsvraagstukken inzichtelijker maken.\n\nMet EcoZoo willen we onderzoeken hoe de EDO-competenties van leerlingen in een STEMcontext succesvol kunnen worden gestimuleerd. We doen hiervoor beroep op een dialoogtechniek die eerder is ontwikkeld met aandacht voor filosoferen in wetenschaps- en STEM-onderwijs (FilZoo en STEM3D). Doordat deze aanpak inzet op nieuwe manieren om de denkvaardigheden van kinderen te versterken, is er ook de mogelijkheid om duurzaamheidsvraagstukken in het STEMonderwijs te integreren.\n\nWe willen onderzoeken in welke mate de EcoZoo-aanpak, mits de nodige adaptaties, het systeemdenken, de waarden- en attitudeontwikkeling omtrent duurzaamheid kan stimuleren in de STEMklas (lessen wereldoriëntatie in lager en STEM in secundair onderwijs).\n\nWe richten ons op 10- tot 14-jarigen in scholen (wereldoriëntatie, STEM) en natuureducatieve centra en musea (NECM). De te ontwikkelen EcoZoo-methodiek zal een handleiding en ontwerprichtlijnen omvatten, alsook uitgewerkt voorbeeldleermateriaal om in te zetten in de STEM-klas en NECM.\n\nDe methode wordt in verschillende onderzoekscycli en in nauwe samenwerking met een interdisciplinair team van leerkachten basisonderwijs en secundair onderwijs en educatoren ontwikkeld, uitgetest, geëvalueerd en aangepast aan de hand van een Education-Design-Research-opzet.\n\nDe ontwikkelde methodiek en het leermateriaal willen we via navormingen, een website en op de onderzoekswereld en het werkveld gerichte publicaties verspreiden. We zullen deze ook implementeren in het vakdidactiekonderwijs voor studenten uit de bachelor lager onderwijs en secundair onderwijs en in lopende wetenschapscommunicatie-projecten.","summary":"Jongeren voorbereiden op duurzaamheid is cruciaal. Met EcoZoo willen we EDO-competenties in STEM-onderwijs stimuleren, door een innovatieve dialoogtechniek te gebruiken. Ons doel is om duurzaam denken te bevorderen bij 10- tot 14-jarigen in scholen en natuureducatieve centra.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002129","result_description":null},{"description":"Dit project biedt de opportuniteit om de STEM-vlag te planten in de Kempen.\n\nBinnen het project wordt er gewerkt rond drie specifieke pijlers: digitalisering, circulaire economie, energie & klimaat.","summary":"Dit project zet de STEM-vlag in de Kempen met focus op digitalisering, circulaire economie en energie & klimaat.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002130","result_description":"De ontwikkeling van naschoolse sessies is gericht op de eerder genoemde STEM-pijlers. Deze sessies zijn bedoeld voor leerlingen uit het 5e leerjaar."},{"description":"Interesse wekken bij zo veel mogelijk lagere schoolkinderen rond STEM, met als doel een grotere uitstroom van studenten en personeel in de STEM-richtingen en in het wetenschapsveld.","summary":"We willen de interesse van lagere schoolkinderen in STEM vergroten om meer studenten en personeel naar STEM-richtingen en wetenschap te leiden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002131","result_description":"STEM-opleiding voor onze studenten (Balo); zij geven de sessies binnen de STEM-academies op verschillende plaatsen in Vlaanderen."},{"description":"In de Leren Thuis Leren-projecten begeleiden de studenten in opleidingsfase drie van de Educatieve Bachelor Lager Onderwijs (campussen Turnhout en Vorselaar) een kwetsbare leerling in zijn thuisomgeving.\n\nOp campus Turnhout, binnen de Educatieve Bachelor Lager Onderwijs, loopt daarnaast een tweede project in opleidingsfase twee, namelijk 'Kind in Beeld'. Dit Kind in Beeld-project heeft tot doel de studenten via tutoring startklaar te maken voor de brede basiszorg, door ze te leren inspelen op specifieke onderwijsbehoeften in een realistische onderwijscontext.\n\nBeide projecten zetten in op het vergroten van de sociale betrokkenheid en dragen bij tot duurzaamheid.","summary":"Studenten begeleiden kwetsbare leerlingen in hun thuisomgeving om sociale betrokkenheid te vergroten en duurzaamheid te bevorderen in de Educatieve Bachelor Lager Onderwijs projecten op campussen Turnhout en Vorselaar. Er is ook een 'Kind in Beeld'-project om studenten voor te bereiden op brede basiszorg.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002132","result_description":"Studenten van de lerarenopleiding voeren een begeleidingstraject uit voor een kwetsbare leerling. Dit traject omvat inhoudelijke sessies, intervisiesessies en supervisiesessies."},{"description":"Ongeveer 2 tot 3% van de bevolking lijdt aan voedselallergie, maar er is ruimte voor verbetering in de manier waarop testen worden uitgevoerd. Dubbelblinde, placebogecontroleerde tests (DBPCFC) worden beschouwd als de gouden standaard omdat ze zowel vroege als late responsallergieën kunnen opsporen, een onmiddellijk beeld geven van de ernst van de allergie en elke vooringenomenheid van de patiënt en de zorgverlener elimineren.\n\nDBPCFC's worden tegenwoordig zelden gebruikt omdat de beschikbare methoden erg uiteenlopend zijn en de testreagentia niet commercieel verkrijgbaar zijn. Een DBPCFC bestaat altijd uit een mengsel van ingrediënten (of matrix) waaraan een allergeen wordt toegevoegd. De matrix moet de aanwezigheid van het te testen allergeen verbergen.\n\nOm de DBPCFC te standaardiseren en mogelijk commercieel interessant te maken, zou het logisch zijn dat dezelfde matrix niet één, maar een arsenaal aan allergenen kan maskeren. In dit project willen de aanvragers een belangrijke stap zetten in de richting van een universele, breed inzetbare matrix voor DBPCFC allergeentesten door een groot smaakpanel het maskerende vermogen van een matrix te laten bepalen en een blauwdruk van een protocol te ontwikkelen om de bereidingswijze te beschrijven, als eerste horde die genomen moet worden in de richting van commercialisatie.\n\nOp deze manier zetten we een belangrijke stap naar standaardisatie in het ontwerp van de DBPCFC.","summary":"Verbeter testen voor voedselallergie met DBPCFC voor accurate resultaten zonder vooringenomenheid. Onderzoek naar universele maskerende matrix voor commerciële toepassing.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002133","result_description":null},{"description":"Het inzetten van mossen om een stad te vergroenen is een nieuwe trend en wordt ingezet voor betere luchtkwaliteit, het aantrekken van insecten, enzovoort.\n\nMossen bezitten bovendien ook waardevolle moleculen die kunnen worden ingezet als bioactieve bestanddelen in cosmetica, (bio)herbiciden en (bio)fungiciden.\n\nOm geen roofbouw te plegen op de natuur en in te spelen op de reeds groeiende vraag naar mos, is er een state-of-the-art in vitro technologie ontwikkeld voor de industriële productie van mossen.\n\nDit productieproces is viermaal sneller dan de natuurlijke vegetatieve of generatieve mosculturen. Dit project beoogt de bijkomende mogelijkheden van lokaal in-vitro gekweekte mossen te bepalen.\n\nNadat de mossen onderworpen zijn aan een extractie, worden de aanwezige biomoleculen, o.a. flavonoïden en terpenoïden, in kaart gebracht.\n\nMosweefselkweek is genetisch stabiel over lange perioden terwijl plantencelculturen een hoge mate van genetische instabiliteit vertonen. Deze stabiele genetische karakterisering zorgt voor eenvoudigere biotechnologische karakterisering. Hierdoor bezitten mossen het potentieel deze in te zetten als alternatief voor synthetische actieve ingrediënten.\n\nIn dit onderzoek wordt een efficiënte in-house ultrasone extractietechniek toegepast om de bioactieve moleculen te onttrekken uit beschikbare Belgische mossen met bijbehorende karakterisatie van de extracten.\n\nIn een daaropvolgende fase wordt de efficiëntie van de bekomen extracten getest als actief ingrediënt in gewasbeschermingsmiddelen (herbicide, fungicide) en cosmetica.","summary":"Inzetten van mossen voor groenere steden en bioactieve moleculen voor cosmetica en gewasbescherming via in vitro technologie. Extractietechniek en karakterisatie van Belgische mossen voor alternatieve ingrediënten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002134","result_description":null},{"description":"Door de vergrijzing van de bevolking zal het aandeel patiënten met chronische wonden, waaronder ernstige decubitusletsels (= doorligwonden), in de toekomst aanzienlijk toenemen. Naast een stijging van het aantal patiënten (en dus een zwaardere druk op het gezondheidszorgsysteem) zal dit ook extra kosten voor de gezondheidszorg met zich meebrengen.\n\nOm dit te vermijden, is het van belang om in te zetten op multidisciplinaire behandeling van deze wonden. Gepaste nutritionele ondersteuning van patiënten is hiervan een essentieel onderdeel. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat adequate, evidence-based nutritionele zorg met een verscheidenheid aan strategieën een belangrijk aspect is in de behandeling van patiënten met chronische wonden, aangezien een toestand van ondervoeding een belangrijke negatief beïnvloedende factor is in het wondgenezingsproces.\n\nEchter tonen prevalentiecijfers aan dat in België 33% van de gehospitaliseerde patiënten, 16% van de bewoners in woonzorgcentra en 13% van de thuiswonende ouderen ondervoed zijn. Hierdoor heeft deze patiëntenpopulatie aanzienlijk meer kans op een slechtere outcome bij de behandeling/genezing van chronische wonden. Ondanks dat behoeftegebaseerde voedselverrijking als onderdeel van de behandeling van patiënten met ernstige decubitusletsels in eerder onderzoek werd aangetoond als zijnde effectief én kostenbesparend in het bevorderen van de wondgenezing, hebben deze in de praktijk nog geen ingang gevonden op grote schaal.\n\nBinnen dit PWO-project zal dan ook gefocust worden op implementatieonderzoek met betrekking tot interventies voor (eiwit-)behoeftegebaseerde voedselverrijking als onderdeel van de behandeling van patiënten met ernstige decubitusletsels teneinde het wondgenezingsproces te bevorderen. Hierbij willen we concreet het probleem exploreren, een implementatieproces en -strategie bepalen, deze ook effectief implementeren, én nadien evalueren.","summary":"Multidisciplinaire aanpak en voedingsondersteuning essentieel voor behandeling van chronische wonden en decubitus. Implementatie van behoeftegebaseerde voedselverrijking cruciaal voor bevordering van wondgenezing en kostenbesparing in de gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002135","result_description":null},{"description":"De zorgsector staat onder enorme druk. Door het stijgende personeelstekort en de toenemende verantwoordelijkheden is het absenteïsme hoog en het verloop aan personeel in stijgende lijn. Dat maakt dat de handen aan het bed eerder uitdunnen dan aangroeien.\n\nDoor een gestegen werkdruk, ervaren zorgverleners en studenten vaak stress, wat gepaard kan gaan met slaapproblemen en een gedaald welbevinden en bevlogenheid in het werk. Desondanks de huidige inzet op retentie en re-integratie van zorgverleners, wordt er nog te weinig ingezet op het mentale kapitaal van de zorgverleners (van de toekomst).\n\nDit project wil daarom inzetten op een grootschalige (subjectieve en objectieve) exploratie van stress en slaap bij bedside zorgverleners in ploegendiensten (verpleegkundigen, zorgkundigen en vroedvrouwen). Vervolgens zal dit onderzoek inzetten op de samenstelling en implementatie van een laagdrempelig en toegankelijk programma ter versterking van mentale gezondheid (Heart Core) van zorgverleners en studenten.\n\nA.d.h.v een RCT zullen de effecten van het programma Heart Core in kaart gebracht worden en zal het programma worden geëvalueerd. Vervolgens zullen bestaande good practices van retentie en re-integratiebeleid in de zorg en andere sectoren onderwerp worden van een samenvattend literatuuronderzoek wat de basis zal vormen voor de kruisbestuiving tussen dit onderzoek en de zorgwerkgevers.\n\nIn de laatste fase is er ruimte voor valorisatie en kennisoverdracht naar (toekomstige) zorgverleners, zorgwerkgevers, zorgbeleid en andere werkgevers(organisaties) buiten de zorgsector.","summary":"Onderzoek en implementatie van programma 'Heart Core' om mentale gezondheid van zorgverleners te versterken en stress te verminderen. Evaluatie en kennisoverdracht voor betere zorgsector en werkgevers.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002136","result_description":null},{"description":"Het project COntent is gericht op het ondersteunen van communicatie- en contentagentschappen bij hun contentgeneratie activiteiten door middel van gebruik generatieve AI. Marketeers kunnen profiteren van de kracht van NLP en generatieve AI om gepersonaliseerde content te genereren door middel van co-creatie. Het doel is om de contentgeneratie sneller en eenvoudiger te maken, zodat marketeers zich beter kunnen concentreren op andere belangrijke aspecten van hun werk. COntent wil de marketeer voorzien van relevante en op maat gemaakte content, waardoor zij hun doelgroep effectiever kunnen bereiken.\n\nBovenstaande paragraaf werd niet geschreven door de projectaanvragers zelf, maar werd gegenereerd op basis van bovenvermelde trefwoorden en titel van deze projectaanvraag door ChatGPT, een AI creatietool die recent werd gelanceerd door Open AI. Ondanks het enthousiaste onthaal van deze technologie, is er ook veel onduidelijkheid over hoe dit ons werk maar ook onze samenleving gaat beïnvloeden. Binnen dit project bekijken we deze vraag vanuit het standpunt van communicatie- en contentagentschappen. Hun taak is om relevante, persoonlijke content te creëren waardoor Vlaamse bedrijven hun doelpubliek beter kunnen bereiken en behouden. Dit is echter heel arbeidsintensief en vraagt de nodige creativiteit. We onderzoeken hoe AI hen hierin kan ondersteunen.\n\nDit project zal de Vlaamse bedrijven enerzijds sensibiliseren rond de mogelijkheden van AI-gedreven contentgeneratie en tonen hoe mens en machine in co-creatie kunnen samenwerken. We willen de mogelijke drempels rond de acceptatie en adoptie van AI binnen deze context identificeren en wegnemen. We bekijken deze problematiek daarom zowel vanuit strategisch, technologisch, juridisch als ethisch standpunt. Anderzijds zullen concrete contentgeneratiecases uitgewerkt worden die tonen hoe Vlaamse marketeers zelf aan de slag kunnen met de technologie bij het produceren van content. Alle uitgewerkte cases zullen ruim gedissemineerd worden onder de vorm van onder andere praktische digitale fiches en een podcast.","summary":"Project COntent ondersteunt communicatie- en contentagentschappen met AI voor snellere, eenvoudigere contentgeneratie. Marketeers kunnen gepersonaliseerde content co-creëren, waardoor ze zich beter kunnen concentreren op andere taken. Het project sensibiliseert bedrijven over AI-mogelijkheden en demonstreert samenwerking tussen mens en machine voor contentgeneratie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002137","result_description":null},{"description":"Kombucha is een niet- of laag-alcoholische sprankelende drank op basis van een gefermenteerde thee-oplossing. Naar analogie met de bierfermentatie, wordt vermoed dat de mineralensamenstelling van het water voor de theebereiding en de hoeveelheid aanwezige stikstofcomponenten een effect hebben op het verloop van de fermentatie en het eindproduct.\n\nBij kombucha gebeurt de fermentatie met een symbiotische cultuur van gisten en bacteriën of SCOBY. Stikstofcomponenten en mineralen zijn belangrijke factoren bij een fermentatie door gist enerzijds en door azijnzuurbacteriën anderzijds. De fermentatie is een metabolisch proces waarbij honderden reacties plaatsvinden in de cellen van gisten en bacteriën.\n\nElke reactie wordt beïnvloed door andere factoren zoals pH, temperatuur, druk, en aanwezige suikers. De voedingsstoffen die ter beschikking zijn van de gist- en bacteriecellen, waaronder mineralen en stikstofcomponenten, behoren ook tot deze factoren. Deze nutriënten bepalen hoe een cel stoffen opneemt en metaboliseert, om vervolgens via allerlei reacties ervoor te zorgen dat de cel groeit en overleeft.\n\nAls de cellen onvoldoende nutriënten opnemen, zullen ze de reacties die bij de fermentatie horen niet kunnen uitvoeren. Dit wordt aangeduid met de termen trage of slepende fermentatie. De fermentatie komt te traag op gang en zorgt voor een verstoorde vorming van metabolieten, wat kan leiden tot te weinig, te veel of verkeerde smaak- en aromacomponenten in kombucha.\n\nIndien een fermentatie vlot verloopt, kennen de bacteriën en gisten een vlotte groei en hebben ze een goede vitaliteit (activiteit). Er is echter geen data of literatuur beschikbaar voor kombucha over (1) de optimale mineralensamenstelling van het water en (2) de noodzakelijke stikstofcomponenten voor de fermentatie met een SCOBY. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag bij producenten van kombucha: Welke mineralen en stikstofcomponenten kunnen een vlotte fermentatie bij kombucha bevorderen? Op welke manier kunnen deze toegevoegd worden? Wat is hun effect op het eindproduct?\n\nDe globale output van het project is het verkrijgen van een vlot en snel fermentatieverloop door de SCOBY via een watercorrectie en/of toevoeging van bijkomende ingrediënten zoals mineralen en stikstofcomponenten bij de theebereiding.","summary":"Discover the secrets behind kombucha fermentation for optimal results. Improve mineral and nitrogen composition for a smoother process and enhanced end product. Achieve a swift SCOBY fermentation through water adjustment and ingredient enhancements.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002138","result_description":null},{"description":"Eén op drie Belgen kampt met slaapproblemen, de helft van de bewoners in woonzorgcentra (WZC) neemt slaapmedicatie en één op drie van de bewoners met dementie vertoont nachtelijke onrust. Een goede nachtrust is niet vanzelfsprekend.\n\nGoed slapen verbetert de levenskwaliteit. Maar hoe realiseer je dat in een woonzorgcentrum bij bewoners die even uniek zijn als hun slaapproblemen? \n\nIn dit PWO gaat het onderzoeksteam op zoek naar inzichten om de overtuigingen die medewerkers in WZC hebben over goede slaap en slaapproblemen bij oudere volwassenen te verbeteren. Na het aanbieden van educatie over slaap en slaapproblemen ontwikkelen ze in co-creatie met de medewerkers een implementatiestrategie die hen ondersteunt in het verbeteren van de slaapconsolidatie en de slaaphygiëne, het optimaliseren van de stimuli controle en het toepassen van relaxatietechnieken bij bewoners met slaapproblemen.\n\nOnderzoekers van dit project verwachten dat hierdoor de subjectieve slaapkwaliteit van bewoners verbetert en het gebruik van slaapmedicatie vermindert.","summary":"Een op drie Belgen heeft slaapproblemen. In woonzorgcentra neemt de helft slaapmedicatie en een op drie demente bewoners heeft nachtelijke onrust. Dit onderzoek verbetert de slaapkwaliteit van bewoners door educatie en implementatiestrategieën voor medewerkers.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002139","result_description":null},{"description":"Goed dierenwelzijn is een groeiend maatschappelijk topic dat ook steeds meer impact heeft op commerciële activiteiten met productiedieren. Ook bij aquacultuur komt dierenwelzijn meer op de voorgrond, maar valt een inhaalslag te behalen. De variatie in vissoorten en hun ecologische behoeften maakt dat soort specifieke welzijnsprotocols nodig zijn. Twee verschillende speerpunten aan expertise worden gecombineerd: aquacultuur en dierenwelzijn.\n\nDe lota of zoetwaterkabeljauw (Lota lota) is nog betrekkelijk nieuw in het veld van aquacultuur, maar in volle opgang. Het op deze soort verrichte onderzoek situeert zich vooral in ecologische studies, het optimaliseren van kweekomstandigheden en groei van de jonge vissen. Het is een soort met een complexe natuurhistorie, zoals een nachtactieve en bentische levenswijze. De lota sector bestaat uit verschillende (kleine tot middelgrootte) viskwekerijen verspreid over Europa, met zwaartepunt in Duitstalige gebieden.\n\nIn Vlaanderen is er één pootvisproducent (Aqualota) die pootvis aan al deze verschillende kwekerijen toelevert. Er is in Vlaanderen wel veel interesse in visteelt in recirculatiesystemen. Relevant hier is de interesse van een grote retailer om lotakwekerijen op te richten in Vlaanderen.\n\nIn dit project willen we een dergelijk welzijnsprotocol voor de zoetwaterkabeljauw ontwikkelen, gebaseerd op moderne inzichten vanuit dierenwelzijnswetenschap en versterkt door de onderzoeksresultaten van gedragsexperimenten (fase 1). Het opgestelde welzijnsprotocol wordt in fase 2 van het project in de praktijk gevalideerd op het niveau van kwekerijen: zowel in Vlaanderen als in het buitenland. Hierbij zullen studenten ons assisteren in het evalueren van het welzijn van de vissen op de verschillende kwekerijen.\n\nIn een derde fase van het project worden 2 experimenten op Aqua-ERF uitgevoerd om 2 welzijn gerelateerde praktijkvragen te onderzoeken. Er wordt doorheen het onderzoek veel belang gehecht aan de praktische toepasbaarheid van het welzijnsevaluatieprotocol, zodanig dat het inspeelt op de vragen vanuit de sector en eenvoudig kan geïmplementeerd worden. Het werkveld wordt, reeds vanaf het begin, nauw betrokken door verschillende feedbackmomenten in te lassen.","summary":"Ontwikkeling van welzijnsprotocol voor zoetwaterkabeljauw in aquacultuur, met focus op praktische toepasbaarheid en sectorbetrokkenheid. Onderzoek en validatie in kwekerijen, ondersteund door gedragsexperimenten en studentenassistentie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002140","result_description":null},{"description":"Hoe maak je jongeren weerbaar tegenover wetenschappelijke mis- en desinformatie? Leerkrachten en educatoren stellen zich deze vraag steeds vaker. Ook de Vlaamse onderwijsdoelen verwachten dat scholen een antwoord bieden op deze uitdaging op de snijlijn tussen mediawijsheids- en STEM-onderwijs.\n\nVlaamse leerlingen scoren relatief laag op het herkennen van nepnieuws en zowel leerkrachten als educatoren in musea voelen zich handelingsverlegen in de omgang met de problematiek. Theoretisch onderzoek duidt op (1) het belang van specifieke aandacht voor mediawijsheid in een wetenschapscontext, (2) de nood leerlingen te laten reflecteren over begrippen zoals betrouwbaarheid, (3) het belang van reflectie over de eigen informatieverwerving en (4) de nood aan een veilige context die leerlingen toelaat fundamentele ideeën over wetenschap te bevragen.\n\nIn dit ontwikkelingsonderzoek vertalen we deze theoretische ideeën samen met een professionele leergemeenschap naar de Vlaamse praktijk van het formele en informele wetenschapsonderwijs. We ontwikkelen hiertoe een methodiek met oog voor dialoog in een veilige ruimte en reflectieoefeningen gericht op kennis over wetenschappelijke kennis.\n\nHierbij onderzoeken we of en hoe de aanpak bij jongeren uit de tweede graad van het secundair onderwijs het vertrouwen in wetenschap en de weerbaarheid tegenover mis-/desinformatie versterkt. Ook brengen we in kaart of deze aanpak het handelingsvertrouwen van leerkrachten en educatoren vergroot om in te spelen op deze problematiek.\n\nWe verspreiden de methodiek via vormingen, een e-book, publicaties voor de onderzoeksgemeenschap en het werkveld (onderwijs, wetenschapscommunicatie, wetenschapsmusea).","summary":"Leerkrachten en educatoren worstelen met weerbaarheid van jongeren tegen wetenschappelijke misinformatie. Ontwikkelingsonderzoek naar methodiek om dit aan te pakken in Vlaams onderwijs, met focus op mediawijsheid en STEM. Onderzoek richt zich op versterken van vertrouwen in wetenschap en handelingsvertrouwen van leerkrachten. Verspreiding van methodiek via vormingen, e-book en publicaties.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002141","result_description":null},{"description":"Uit eerder onderzoek en vormingen (Groeninck et al., 2019; Fournier et al., 2022) weten we dat hulpverleners betrokken bij vluchtelingengezinnen veel vragen stellen over 'parentificatie'; een term die verwijst naar gezinsdynamische veranderingen waarbij kinderen emotionele, praktische en logistieke verantwoordelijkheden overnemen van hun ouders, en de grenzen tussen ouder en kind vervagen (Boszormanyi-Nagy & Spark, 2014; Lutman, 2019). Hulpverleners maken zich zorgen over de ontwikkeling, identiteit en het welzijn van minderjarigen, die ouderlijke taken opnemen zoals zorgen voor brussen, vertalen in contact met officiële instanties, en gezinsleden (op afstand) financieel ondersteunen. Deze zorgen worden gevoed door de bestaande kennis over parentificatie, die ontstond in een Westerse context, en die vooral de negatieve gevolgen voor het kind op de lange termijn beschrijft (Jurkovic, 1997).\n\nMet dit project willen we hulpverleners kennis en handvaten bieden in het omgaan met rolverschuivingen bij vluchtelingengezinnen. Het project bestaat uit drie fasen, die we zullen doorlopen in nauwe samenwerking met Fedasil (formele partner van dit project) en met een intervisiegroep van psychosociale begeleiders en therapeuten uit verschillende organisaties.\nIn een eerste fase ontwikkelen we leefwereldlijke kennis over hoe vluchtelingengezinnen zelf ouderschap en opgroeien invullen, en welke betekenis ze bijgevolg geven aan rolverschuivingen na migratie. Dit doen we door middel van gerichte en langdurige participatieve observatie bij gezinnen waarbij we regelmatige gesprekken hebben met ouders, kinderen én begeleiders.\nIn een tweede fase vertalen we de ontwikkelde kennis naar een divers-sensitieve benadering van ouderschap en rolverschuivingen in de opvang. Ook ontwikkelen en implementeren we op basis van deze benaderingswijze enkele betekenisvolle ondersteuningsvormen, die werkzaam zijn voor ouders en kinderen in hun omgang met rolverschuivingen. We testen en evalueren ondersteuningsvormen binnen de context van opvangcentra, en documenteren de leer- en onderhandelingsprocessen die optreden.\nIn een derde fase delen we de ontwikkelde kennis en methodieken met opvangmedewerkers van het hele opvangnetwerk, met andere professionals betrokken bij vluchtelingengezinnen, en bij uitbreiding gezinnen na (gedwongen) migratie. We verspreiden de leefwereldlijke inzichten en divers-sensitieve (onder)handelingstactieken die relevant kunnen zijn voor een pertinente benadering en, waar wenselijk, ondersteuning van gezinnen na (gedwongen) migratie, en verspreiden dit in de vorm van navorming en een inspiratiegids. Specifiek voor Fedasil formuleren we concrete beleidsaanbevelingen voor de dagelijkse ondersteuning van gezinnen in opvangcentra.","summary":"Hulpverleners maken zich zorgen over 'parentificatie' bij vluchtelingengezinnen, waar kinderen ouderlijke taken overnemen. Dit project biedt kennis en tools aan hulpverleners in samenwerking met Fedasil. Het omvat fases van kennisontwikkeling, divers-sensitieve benadering en kennisdeling voor een effectieve ondersteuning van gezinnen na migratie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002142","result_description":null},{"description":"Naar schatting leven 400.000 Vlamingen samen met iemand die de afgelopen 12 maanden aan zelfdoding heeft gedacht. Tot op heden is de aandacht voor deze naasten zowel vanuit de wetenschappelijke literatuur, het beleid als de hulpverlening beperkt.\n\nUit eigen onderzoek blijkt dat deze naasten een zeer zware negatieve en langdurige impact ervaren op alle domeinen van het leven. Desondanks ondervinden de naasten van een suïcidaal gezinslid heel wat drempels om formele en informele ondersteuning te vragen en te krijgen.\n\nDit project bouwt verder op eerder onderzoek naar ervaringen en noden van naasten van een suïcidaal gezinslid met een bijzondere focus op de gezinsdynamiek en intra-familiale relaties. Op basis van de verworven inzichten ontwikkelen we een state-of-the-art digitale tool ter ondersteuning van naasten van een suïcidaal gezinslid.\n\nVoorliggende voorstel omvat 7 Work packages (WP): WP1 onderzoek naar de noden en ervaringen van gezinnen met een suïcidaal gezinslid; WP 2 het ontwikkelen van een prototype voor een ondersteunende digitale tool; WP3-4-5 betreffen de privacy/weiligeheid, failure mode analysis en de evaluatie van de effectiviteit en gebruiksvriendelijkheid van de tool en; WP6 de valorisatie van de tool en WP7 het disseminatieplan.\n\nVoor dit project werken we samen met het Vlaamse Expertise Centrum Suïcidepreventie; PAika UZ Brussel, Zorgnet Icuro, Familieplatform en Bru-Stars.","summary":"Samenleven met iemand die aan zelfdoding dacht heeft zware impact op Vlamingen. Dit project focust op ondersteuning met digitale tool, ontwikkeld na onderzoek. Samenwerking met expertisecentra en zorginstellingen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002143","result_description":null},{"description":"In dit project focussen we op sociaal werk met gezinnen zonder wettig verblijf. Volgens recent onderzoek van de VUB schat men het aantal mensen zonder wettig verblijf in België op 112.000. De ondersteuning van mensen zonder wettig verblijf – en in het bijzonder gezinnen – brengt heel wat uitdagingen met zich mee, zowel voor formele en informele sociaalwerkorganisaties als voor diverse overheden. Niet alleen de cijfers, maar ook publieke voorvallen zoals de bezetting van de Begijnhofkerk, gevallen van manifeste uitbuiting op de werkvloer van mensen zonder wettig verblijf zoals bij de firma Borealis in de Antwerpse haven, manifestaties van mensen zonder wettig verblijf en het terugkeerbeleid tout court – vrijwillige of gedwongen terugkeer –, doen stof opwaaien.\n\nIn dit onderzoek over “sociaal werk met gezinnen zonder wettig verblijf” vertrekken we vanuit zes specifieke cases van (in)formele sociaalwerkpraktijken die gezinnen zonder wettig verblijf ondersteunen. We selecteren daarbij twee initiatieven die vooral sociale en juridische omkadering bieden (JRS Belgium & Dokters van De Wereld), gericht op wat men in de praktijk en literatuur “toekomstoriëntatie” noemt. Daarnaast focussen we op drie initiatieven die “toekomstoriëntatie” koppelen aan opvang van gezinnen zonder wettig verblijf (EHVV VZW, De Loodsen VZW & Pigment VZW). En ten slotte betrekken we één Brusselse case waar gezinnen zonder wettig verblijf (de VSP family groep) zichzelf organiseren (Coördination des Sans Papiers (CSP)/ VSP Family-groep).\n\nIn elk van deze zes experimentele praktijken volgen we een selectie van gezinnen en hun hulpverleners. Op basis hiervan formuleren we werkzame (micro)praktijken, interventies en strategieën voor toekomstoriëntatie en ondersteuning van gezinnen zonder wettig verblijf. Dit mondt uit in een vormingsmodule voor sociaal werkers en opleidingen. We gebruiken deze twee jaar als een voortraject om verder onderzoek naar gezinnen zonder wettig verblijf te ontwikkelen.","summary":"Onderzoek naar sociaal werk met gezinnen zonder wettig verblijf in België, met focus op ondersteuning en uitdagingen. Praktijken en strategieën voor toekomstoriëntatie worden ontwikkeld, resulterend in vormingsmodule voor sociaal werkers en verdere onderzoeksplannen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002144","result_description":null},{"description":"Een traject voor kwaliteitsontwikkeling opzetten samen met het schoolteam vormt een grote uitdaging voor schoolleiders (Devos, 2019). Het recentste jaarrapport van de Vlaamse onderwijsinspectie (2023) benadrukt deze uitdagingen op het vlak van het beleidsvoerend vermogen van scholen. In de doorlichtingen en jaarlijkse rapportages via de Onderwijsspiegel is het onderwijskundig beleid van scholen een terugkerend knipperlicht waarin maar weinig evolutie is vast te stellen. Het wijst op de noodzaak van voldoende professionalisering voor schoolleiders en beleidsteams en het belang van externe ondersteuning op dit vlak (Onderwijsinspectie, 2023).\n\nOok Brinckman & Versluys (2021) pleiten voor het sterker ondersteunen van Vlaamse schoolleiders in het opnemen van onderwijskundig leiderschap. We stellen ons dan ook de vraag of het doorlopen van een gevalideerd begeleidingsprogramma, zoals aangeboden door Stichting LeerKRACHT (Jong, 2021), kan gezien worden als een extern ondersteuningsinitiatief dat enerzijds professionalisering van de schoolleiders, ingebed in en vertrekkende vanuit de eigen schoolcontext, beoogt en anderzijds bijdraagt tot een positieve evolutie inzake het onderwijskundig en transformationeel leiderschap van de betrokken schoolleiders.\n\nStichting Leerkracht (https://stichting-leerkracht.nl/) werkte in Nederland een door de Universiteit van Utrecht gevalideerd (De Jong, 2021) begeleidingsprogramma uit voor basis- en secundaire scholen om toe te werken naar een verbetercultuur waarin het hele schoolteam verantwoordelijkheid opneemt. 1300 scholen volgden intussen het programma in Nederland. In een intensief begeleidingstraject in vier stappen worden de ambities van de school scherp gesteld en krijgt het schoolteam tools aangeleerd waarmee ze hun onderwijskwaliteit samen tot op de klasvloer ontwikkelen.\n\nVoor schoolleiders is het dus een grote uitdaging om de kwaliteitszorg met het schoolteam uit te bouwen. Daartoe missen onze scholen de noodzakelijke ondersteuning en professionalisering op teamniveau (Poortman & Schildkamp, 2016) (Van Gasse, Vanhoof, Mahieu, & Van Petegem, 2016). Zoals hierboven vermeld ontwikkelde Stichting LeerKRACHT op teamniveau een begeleidingsprogramma en materialen. We kregen alvast de toezegging tot volledige toegang en gebruik van alle componenten van het programma.","summary":"Samenvatting: Ontvang externe ondersteuning met het gevalideerde begeleidingsprogramma van Stichting LeerKRACHT voor schoolleiders om kwaliteitsontwikkeling en leiderschap binnen het schoolteam te verbeteren. Begeleidingstraject in vier stappen om schoolambities scherp te stellen en onderwijskwaliteit te ontwikkelen op teamniveau.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002145","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen verlenen naar schatting minstens 600.000 mensen een vorm van mantelzorg (Braeckman et al., 2018). In de zorgenquête van het steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bleek zelfs dat 34% van de Vlaamse bevolking van 18 jaar en ouder mantelzorg verleende in het afgelopen jaar (Bracke et al., 2022). In datzelfde onderzoek zien we dat bijna 70% van de Vlamingen met een hulpnood (omwille van een langdurige ziekte, gezondheidsprobleem of beperking) mantelzorg ontvangt. Deze mantelzorgers nemen een belangrijke rol op in de zorg en ondersteuning voor hun naaste.\n\nWanneer personen met een zorg- en ondersteuningsnood in het ziekenhuis worden opgenomen, heeft dit ook een impact op de mantelzorger. Sommige Vlaamse ziekenhuizen zetten reeds stappen om de mantelzorgers ook in het ziekenhuis te betrekken en waar mogelijk te ondersteunen. Dit werd eveneens opgenomen als actiepunt in het Vlaams Mantelzorgplan 2022-2024: “Actie 1.2.5: We sensibiliseren professionele zorginstellingen om mantelzorgers te betrekken bij scharniermomenten”.\n\nNiet alleen de mantelzorger heeft de wens om betrokken en aanwezig te zijn in het ziekenhuis, ook de persoon zelf is vaak vragende partij. De mantelzorger vormt de brug tussen de thuissituatie en het ziekenhuis, brengt rust en zorgt voor continuïteit in de zorg. Echter kan de impact op de mantelzorger ook dermate groot zijn, dat het opnemen van zorg te belastend wordt. Een eenzijdige visie op mantelzorgparticipatie waarbij gefocust wordt op het opnemen van zorgtaken is dan juist erg nadelig voor de draagkracht van de mantelzorger.\n\nIn dit project onderzoeken we hoe mantelzorgparticipatie in een ziekenhuiscontext optimaal georganiseerd kan worden zodat de meerwaarde voor zowel de patiënt, de mantelzorger als de medewerker zo groot mogelijk is. Daarnaast gaan we na hoe het ziekenhuisinterieur hierin een rol kan spelen.","summary":"In Vlaanderen verlenen vele mantelzorgers zorg aan hun naasten. Onderzoek toont aan dat betrokkenheid van mantelzorgers in ziekenhuizen essentieel is. Het Vlaams Mantelzorgplan zet in op ondersteuning en betrokkenheid van mantelzorgers bij scharniermomenten, zoals ziekenhuisopnames.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002146","result_description":null},{"description":"Tijdens het project PSYWELL en het Alliantieproject “Zorg en studie combineren aan HOGENT en EHB: naar een mantelzorgvriendelijk studentenbeleid”, brachten we de noden in kaart omtrent mantelzorg binnen het hoger onderwijs. In 2021 werden studenten-mantelzorgers, trajectbegeleiders en lectoren bevraagd om inzicht te krijgen in de impact van een zorgtaak op het mentaal welzijn, de combinatie van studie en mantelzorg en de studieresultaten van studenten in het hoger onderwijs. Uit de resultaten blijkt hoe groot de nood aan bijkomende ondersteuning en sensibilisering is. We koppelden deze informatie terug naar de eigen onderwijsinrichtingen en naar de studenten via enkele gerichte sensibiliseringsacties.\n\nIn dit project werken we verder aan de analyse van de eerder verzamelde data en de verspreiding van de onderzoeksresultaten. Ten tweede zullen we informatie verzamelen over mogelijke maatregelen binnen een geïntegreerd beleid en ook toepassingsvoorstellen uitwerken op basis van binnen- en buitenlandse good practices. We gaan in de literatuur en via het netwerk van bijvoorbeeld Eurocarers op zoek naar interventies die bewezen impact hebben om de combinatie tussen mantelzorg en studie te faciliteren. Ten derde zetten we deze kennis in binnen verschillende werkgroepen rond erkenning en herkenning van jonge mantelzorgers in het onderwijs. We werken als expert mee aan de ontwikkeling en verspreiding van een inspiratiegids voor hoger onderwijs, in opdracht van het Vlaams mantelzorgplatform in uitvoering van het Vlaamse mantelzorgbeleid.","summary":"We onderzochten noden en impact van mantelzorg bij studenten in hoger onderwijs. Resultaten tonen behoefte aan meer ondersteuning en sensibilisering. We werken aan data-analyse, beleidsmaatregelen en verspreiding van onderzoeksresultaten, met focus op faciliteren van studie en mantelzorg. We zijn betrokken bij ontwikkeling van inspiratiegids voor hoger onderwijs gericht op jonge mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002147","result_description":null},{"description":"Uit empirisch bewijs blijkt dat de voordelen van genderdiversiteit in raden van bestuur voor de waarde en duurzaamheid van bedrijven toenemen als vrouwen een grotere stem krijgen in de raden van bestuur. Daarom moet het vraagstuk van het vergroten van de voordelen van de vertegenwoordiging van vrouwen in besturen verder gaan dan cijfers en quota.\n\nDe verplichte en vrijwillige regelgeving maakt gebruik van externe corporate governance-mechanismen als regulering. Als genderdiversiteitskwesties echter uitsluitend worden bevorderd door externe mechanismen, zouden de voordelen beperkt zijn. Er is nog geen grondig onderzoek geweest naar de interne corporate governance-mechanismen die genderdiversiteit in besturen bevorderen.\n\nGenderdiversiteit in corporate decision making zou leiden tot een ontwikkeling in economisch en sociaal welzijn. In dit project zullen interne corporate governance-mechanismen en best practices die gemeenschappelijk zijn voor verschillende culturen binnen Europa en die genderdiversiteit bevorderen, worden geïdentificeerd en gepromoot via volwasseneneducatiemodules.\n\nDe behoeften die het project wil op inspelen, kunnen als volgt worden omschreven: 1) Corporate board genderdiversiteit is een internationaal vraagstuk dat moet worden aangepakt, aangezien het gemeenschappelijke en culturele elementen heeft over landen heen. 2) Er zijn verschillende benaderingen geweest om boarddiversiteit in Europa te bevorderen die zich voornamelijk richten op externe corporate governance-mechanismen als regulatie. Echter, gemeenschappelijke interne corporate mechanismen moeten ook worden onderzocht.\n\nGenderdiversiteit is een belangrijk onderzoeksgebied over de structuur van besturen. Diverse besturen zijn nodig om aan de behoeften van belanghebbenden te voldoen. Door mannen gedomineerde besturen nemen beslissingen over de behoeften van een diverse arbeidskracht en belanghebbenden. Het vraagstuk van genderdiversiteit in de arbeidskracht moet worden aangepakt door verschillende groepen te targetten. Vrouwen betrokkenheid in besluitvormingsprocessen is niet alleen een weg naar gendergelijkheid, maar ook een weg naar sociale ontwikkeling en welzijn voor alle partners.","summary":"Genderdiversiteit in besturen verhoogt bedrijfswaarde en duurzaamheid. Interne corporate governance-mechanismen zijn essentieel voor het bevorderen van genderdiversiteit. Dit project identificeert en promoot best practices voor diversiteit via educatiemodules binnen Europa. Gendergelijkheid in besluitvorming leidt tot economische en sociale ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002148","result_description":null},{"description":"Vroeggeboorte verwijst naar alle geboorten vóór 37 weken zwangerschap en vormt de belangrijkste oorzaak van perinatale morbiditeit en mortaliteit (Blencowe et al, 2012).\n\nIn België wordt ongeveer 8% van alle baby's te vroeg geboren (Goemaes et al, 2022).\n\nDe geboorte van een prematuur kind is een kritische, stressvolle gebeurtenis in het leven van ouders en het gezin (Dol & Richardson, 2019).\n\nOuders ervaren een hoge nood aan informatie en communicatie (De Rouck & Leys, 2009), maar informatie, ondersteuning en zorg blijken gefragmenteerd en zijn vaak onbekend bij ouders.\n\nDaarom werd een digitaal platform 'Te vroeg' ontwikkeld om relevante, kwalitatieve, betrouwbare en evidence-based informatie rond prematuriteit te bundelen.\n\nEen webpagina over borstvoeding van de premature baby ontbreekt echter op dit moment, maar is wel wenselijk, gezien de voordelen van borstvoeding voor moeders en de gezondheid, groei en ontwikkeling van premature baby’s (Ericson & Palmér, 2019; Wilson et al, 2018).","summary":"8% van Belgische baby's wordt te vroeg geboren, met grote impact op ouders. 'Te vroeg' digitaal platform biedt info, maar mist nog pagina over borstvoeding voor premature baby's.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002149","result_description":null},{"description":"TEACH4SD richt zich op de ambities van de Europese Green Deal om klimaat- en milieugerelateerde uitdagingen aan te pakken. Het doel van TEACH4SD is het mobiliseren van industriële, onderzoeks- en innovatiecapaciteiten en deze op nieuwe en innovatieve manieren te koppelen aan de onderwijs- en opleidingssector.\n\nOm duurzaamheidstransities tot een succes te maken, is het leidende principe voor TEACH4SD om leerkrachten in staat te stellen en op te leiden om een leidende rol op zich te nemen als veranderaars en zo bij te dragen aan de Europese ambitie van een sociaaleerlijke en rechtvaardige groene transitie. TEACH4SD zal vijf regionale Centra voor Professionele Uitmuntendheid lanceren, die elk inspelen op de behoeften en uitdagingen van een van de vijf sectoren die deel uitmaken van de ruggengraat van de Europese arbeidsmarkt: gezondheid, handel, ondernemerschap, kleding & textiel en de bouw.\n\nDe link tussen de vijf CoVE's bestaat uit een Europees Platform van Centre of Vocational Excellence met daarin een Digital Hub voor samenwerking, netwerken en mobiliteit. Extern stelt de Digital Hub de duurzaamheidscompetenties beschikbaar door het opzetten van een Digitale ESD-Academie voor de vijf CoVE's om onderwijs en opleiding te activeren, om bij- en nascholing te bevorderen en uitwisseling van beste praktijken in EU-netwerken te vergemakkelijken.\n\nDeze regionale en digitale knooppunten van kennis over duurzaamheid en het bereik ervan naar 400 leerkrachten zullen een instrument worden om de toekomstige bestuurssystemen voor vaardigheden vorm te geven door regionale ontwikkelingsstrategieën te activeren en vooruit te helpen in nauwe samenwerking met de vijf arbeidsmarktsectoren van TEACH4SD. De TEACH4SD-aanpak zal leerkrachten en jongeren in de groene transitie en een ESD-beweging voor scholen in Europa vormgeven via de regionaal georiënteerde kennisknooppunten en de European Digital Hub, die bijscholingsactiviteiten en permanente educatie aanbiedt.\n\nTEACH4SD bestaat uit 16 partners uit vijf landen op EQF-niveau 3-8, evenals vertegenwoordigers van de industrie en het beleid.","summary":"TEACH4SD verbindt onderwijs met duurzame industrie en innovatie om leraren op te leiden als leiders in de groene transitie. 5 regionale Centra zullen sectoren zoals gezondheid en handel ondersteunen, met een Europees Platform voor samenwerking en kennisdeling.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002150","result_description":null},{"description":"‘Be Coming Home’ is een initiatief van Solentra, Odisee Co-Hogeschool en Huis der Gezinnen. We focussen op de wijken Hallepoort en Bosnië, een aankomst- en transitbuurt in Sint-Gillis waar mensen gemiddeld 5 jaar wonen.\n\nUit de buurtanalyse blijkt een grote nood aan verbondenheid tussen de bewoners, formele en informele ondersteuningsnetwerken. Het project richt zich tot alle bewoners met bijzondere aandacht voor jonge gezinnen, nieuwkomers en bewoners in sociaal isolement.\n\nVerbondenheid en informele steun in alle domeinen versterken de levenskwaliteit, vandaar een multidisciplinair stakeholdernetwerk. Door aanwezigheid in de wijk willen we de bewoners mobiliseren, informeren en geïnformeerd worden over hun noden.\n\nWe willen hun veerkracht aanspreken en zo komen tot gezamenlijke oplossingen die leiden tot het doorbreken van sociaal isolement, betere integratie en een buurt die zorgzaam wordt en blijft. In het project verwijzen we naar de 8 bouwstenen van een zorgzame buurt met ‘BS + cijfer’","summary":"\"Be Coming Home\" bevordert verbondenheid en steun in Hallepoort en Bosnië, Sint-Gillis. Het project richt zich op bewoners voor betere integratie en veerkracht.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002151","result_description":null},{"description":"Steeds meer medische apparaten maken gebruik van batterijen als energiebron om draagbaarheid en flexibiliteit in de gezondheidszorg mogelijk te maken. Deze batterijen worden momenteel hoogstens gerecycleerd. Omdat ze vaak kortstondig gebruikt worden, herbergen ze potentieel om hergebruikt te worden in nieuwe toepassingen.\n\nDaarnaast zien we een nood aan universele types batterijen die multi-inzetbaar zijn, aan elkaar gekoppeld kunnen worden voor zwaardere toepassingen én hersteld kunnen worden. Om deze reden ligt de focus van ons project op het hergebruik van de batterijen van deze medische apparaten.\n\nEr is nog geen oplossing in Vlaanderen om deze medische apparaten te ontmantelen en de batterijen te hergebruiken in een nieuwe toepassing. Gezien de nodige handelingen (testing, demontage, sortering, productie, …) biedt dit tewerkstellingskansen voor de sociale economie.\n\nBinnen een brede samenwerking met partners uit de maatschappelijke vijfhoek gaan we op zoek naar opportuniteiten om nieuwe oplossingen te creëren met deze batterijen. Om dit te kunnen realiseren wordt een sociaal-circulaire keten samengesteld.","summary":"Ons project richt zich op het hergebruik van batterijen van medische apparaten, met focus op duurzaamheid en tewerkstellingskansen in Vlaanderen. Samenwerking met diverse partners zal leiden tot nieuwe oplossingen en een sociaal-circulaire keten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002152","result_description":null},{"description":"Rodeland is een landschapsproject op het grondgebied van de gemeenten Gavere, Melle, Merelbeke en Oosterzele. Overheden, natuur- en landbouworganisaties en onderzoeksinstellingen werken er samen om het landschap te versterken en verder te ontwikkelen.\n\nEén van de doelstellingen binnen het Rodeland-project is het ondersteunen en begeleiden van lokale landbouwers bij hun rol in het beheer en de ontwikkeling van het landschap. De landbouwsector is een belangrijke partner in thema’s als ruimte voor water, landschapsontwikkeling en klimaatadaptatie op de weg naar een duurzaam en klimaatrobuust platteland. De voorbije jaren werd voldoende input en draagvlak gevonden voor een aantal acties die het Rodelandproject binnen deze thema’s wil ondernemen. Ook werden de eerste contacten gelegd met de lokale landbouwers.\n\nDit deelproject wil de uitvoering van de acties effectief mogelijk maken dankzij financiering verkregen via LEADER PDPO III. Het project zal acties financieren die focussen op het verspreiden van kennis en verdere bewustmaking, via artikels, brochures, demodagen, etc. en adviesverlening op maat van lokale landbouwers rond de thema’s bodemkwaliteit, bloemenranden en kleine landschapselementen.","summary":"Rodeland werkt samen met overheden, natuur- en landbouworganisaties om het landschap te versterken. Lokale landbouwers worden ondersteund in landschapsbeheer en -ontwikkeling. Financiering via LEADER PDPO III maakt kennisverspreiding en advies mogelijk voor duurzaam platteland.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002153","result_description":null},{"description":"Het PROCOM-project voorziet in financiering van uitgebreide analysecapaciteit voor proteïnes, aminozuren en compost. Deze investeringen betekenen een significante meerwaarde voor het toegepast wetenschappelijk onderzoek aan het expertisecentrum Sustainable Resources van hogeschool UCLL.\n\nDoor de groeiende wereldbevolking en stijgende levensstandaard neemt de vraag naar (dierlijke) proteïnes enorm toe wat de druk op reeds beperkte natuurlijke grondstoffen en landgebruik aanzienlijk verhoogt. Fermentatie van laagwaardige afval- en reststromen met micro-organismen die een hoog proteïnegehalte bevatten, biedt een mogelijke oplossing. Deze proteïnes worden gebruikt in humane voeding en veevoeder, maar andere niet-voedingsgerelateerde toepassingen zijn ook mogelijk.\n\nAnalyse van de hoeveelheid en samenstelling van deze proteïnes is dan ook een essentieel deel van dit onderzoek. Het huidig landbouwsysteem is sterk afhankelijk van de aanvoer van meststoffen om de bodem vruchtbaar te houden wat nefaste gevolgen heeft op de bodemkwaliteit en -gezondheid en bovendien versterkt wordt door klimaatverandering.\n\nEuropa lanceerde recentelijk een programma om de bodemkwaliteit en -gezondheid te verbeteren. Binnen deze context werkt het expertisecentrum aan projecten waarbij bedrijfseigen afval- en reststromen omgevormd worden tot een hoogwaardige compost. Om de kwaliteit van deze compost te analyseren en de impact ervan op de bodem in te schatten is het essentieel om deze grondig te kunnen analyseren.","summary":"Financiering voor PROCOM-project verhoogt analysecapaciteit voor proteïnes, aminozuren en compost. Belangrijk voor duurzaam onderzoek.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002154","result_description":null},{"description":"HOGENT en het Plattelandscentrum werken samen aan educatieve pakketten voor kinderen tussen 8 en 12 jaar over omgevingsimpact en dierenwelzijn op een veeteeltbedrijf.\n\nEr wordt vaak ongefundeerde negatieve informatie verspreid over dierlijke productie, waar momenteel weinig weerwoord op komt vanuit de sector. Deze negatieve berichtgeving leidt tot vervreemding en een negatieve perceptie van dierlijke productie in de samenleving.\n\nDit project streeft ernaar om de uitdagingen en inspanningen van de hedendaagse veeteelt op een evenwichtige manier te belichten en onder de aandacht te brengen.\n\nHet openstellen van landbouwbedrijven voor landbouweducatie, zowel letterlijk als figuurlijk, vergroot het vertrouwen tussen boeren en buurtbewoners, versterkt de sociale cohesie in plattelandsgemeenschappen, verbetert het imago van de dierlijke sector en maakt duurzame landbouwinitiatieven toegankelijker.\n\nDit project ontwikkelt in een co-creatief proces met 5 stappen, minstens 5 aantrekkelijke, activerende educatieve pakketten die direct kunnen worden gebruikt op een landbouwbedrijf of in de klas.","summary":"Ontdek educatieve pakketten voor kinderen over dierenwelzijn en omgevingsimpact op veeteeltbedrijven. Project belicht uitdagingen en inspanningen van moderne veeteelt en versterkt vertrouwen tussen boeren en gemeenschappen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002155","result_description":null},{"description":"Het project zet in op duurzame economische valorisatie van de meertalige app HET KLIKT! en exploreert het potentieel voor vermarkting via licentie in de Vlaamse zorgsector.\n\nHET KLIKT! laat zorgverleners toe om vlot en helder te communiceren met anderstalige ouders over gezondheidsonderwerpen voor kinderen, bijvoorbeeld medicatie-inname en zindelijk worden. De app biedt gezondheidsinformatie aan in verschillende talen zoals Arabisch, Engels, Farsi, Frans, Nederlands en Turks, en ondersteunt zorgverleners bij het vraaggestuurd werken.\n\nDe app werd in de huidige vorm ontwikkeld in een VLAIO TETRA project MATCHeN door UGent en HOGENT.","summary":"Ontdek het potentieel van HET KLIKT! app voor heldere communicatie met anderstalige ouders in de zorgsector. Ontwikkeld door UGent en HOGENT voor vraaggestuurde zorgverlening.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002156","result_description":null},{"description":"Epidemiological studies assessing disease prevalence are critically important to both the identification and control of pathogens in humans and animals (including zoonosis and foodborne outbreaks).\n\nHowever, countries typically collect data in a way that is best suited for their specific needs. Non-standardized sampling strategies and diagnostic methods produce prevalence estimates that cannot be directly compared. Hence, the need for harmonization, which has been often highlighted in reports of relevant EU institutions like the ECDC and EFSA.\n\nDespite the availability of appropriate statistical methods - Bayesian Latent Class Models (BLCMs) - that adjust for the imperfect accuracy of the diagnostic process and produce comparable prevalence estimates, the number of research studies and scientific reports that use them is small compared to the number of instances that the use of such methods would have been optimal.\n\nThe objective of this proposal is to coordinate and promote the implementation of BLCMs through networking and knowledge transfer between BLCM experts and researchers working in statistics, epidemiology, diagnostics, and population health.\n\nSpecifically, we will:\n(a) increase the visibility and collaboration of BLCM researchers\n(b) promote stakeholder engagement\n(c) provide training and networking opportunities for ECIs and ITC researchers\n(d) create separate training opportunities for policymakers and stakeholders\n(e) establish a free online BLCMs repository\n(f) set up an International society for BLCMs\n(g) organize the first international conference of this society.\n\nThe strongest asset of this proposal is its strong interdisciplinary nature and broad network of proposers.","summary":"Epidemiological studies are crucial for disease control. Harmonization is needed for accurate comparisons. This proposal aims to promote Bayesian Latent Class Models (BLCMs) through networking, training, and an online repository. Interdisciplinary collaboration is a key strength.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002157","result_description":null},{"description":"Gezien de veranderende zorgnoden van de Belgische bevolking wil de Primary Care Academy (PCA) een bijdrage leveren aan het creëren van een optimale eerstelijnszorgervaring voor zorgontvangers. Het PCA is een onderzoeks- en onderwijsnetwerk van vier Vlaamse universiteiten, zes hogescholen, het Wit-Gele Kruis en patiëntenvertegenwoordigers, met bijzondere aandacht voor rechtvaardigheid in Vlaanderen.\n\nDe PCA richt zich op het bouwen van een meer omvattende en interdisciplinaire eerstelijnszorg voor populaties met matig complexe zorgbehoeften. Dit om vermijdbare verslechtering en toenemende complexiteit te voorkomen. De PCA promoot doelgerichte zorg als innovatieve strategie voor proactieve en persoonsgerichte zorg in een interprofessioneel samenwerkingsmodel.\n\nEr wordt ook aandacht besteed aan het zelfmanagement ondersteunend vermogen van de mantelzorggemeenschap door het ontwikkelen van een toolbox die de duurzame implementatie van zelfmanagementondersteuning in de eerste lijn bevordert. Het PCA draagt bij aan een hoge kwaliteit van zorg door interdisciplinaire zorg en samenwerking uit te breiden. Dit omvat het betrekken en verenigen van formele en informele zorgverleners, zorgontvangers, ervaringsdeskundigen, maatschappelijke en (lokale) beleidsmakers.\n\nOm de persoonsgerichte en gemeenschapsgerichte benadering te bevorderen en tegelijkertijd rekening te houden met de sociale determinanten van gezondheid, zullen nieuwe modellen van interprofessionele zorgnetwerken en samenwerking worden ontwikkeld, getest en geïmplementeerd. Op basis van wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek ontwikkelt PCA optimale roadmaps en hands-on toolkits voor beleid, praktijk en onderwijs in de eerste lijn.\n\nDeze strategieën en hulpmiddelen vergemakkelijken de implementatie van proactieve en persoonsgerichte eerstelijnszorg voor de bevolking met matig complexe problemen. PCA zorgt ook voor substantiële input voor innovatieve opleidingsstrategieën op bachelor- en masterniveau en voor permanente educatie van beroepen in de gezondheidszorg en de sociale zorg. PCA heeft vanaf het begin contact met beleidsmakers.","summary":"PCA bevordert optimale eerstelijnszorgervaring in Vlaanderen door interdisciplinaire zorg en samenwerking te versterken. Het richt zich op proactieve, persoonsgerichte zorg met focus op zelfmanagement en sociale gezondheidsdeterminanten. PCA ontwikkelt innovatieve zorgnetwerken en toolkits voor beleid en onderwijs, waardoor implementatie van hoogwaardige zorg voor matig complexe problemen wordt vergemakkelijkt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002158","result_description":null},{"description":"Secundaire school IVG Gent heeft vastgesteld dat differentiatie op cognitief niveau niet langer voldoende is om een optimaal leerrendement te behalen bij elke leerling. Daarom wil de school co-teaching tussen vakleerkrachten uitbreiden naar co-teaching met zorgprofessionals. In dit project werken IVG school Gent en onderzoekers van het HOGENT Research Centre for Learning in Diversity samen in de vorm van een begeleidings- en professionaliseringstraject voor de betrokken leerkrachten en zorgprofessionals. Het doel is om door een versterkte samenwerking tussen deze actoren in de klas, binnenklasdifferentiatie gerichter te kunnen aansturen.\n\nHet begeleidings- en professionaliseringstraject bestaat concreet uit een initiële groepssessie en daaropvolgende coachingsmomenten met de betrokken co-teachers. Het primaire doel van deze coachingsmomenten is het optimaliseren van de samenwerking tussen de co-teachers, waarbij ze elkaars competenties leren kennen en onderzoeken hoe ze hun pedagogische vaardigheden kunnen bundelen. Daarnaast streven ze ernaar om samen een handelingsgerichte aanpak te ontwikkelen binnen de klasgroepen waar ze gezamenlijk lesgeven. Dit traject bevordert een onderzoekende houding bij alle betrokkenen, wat een belangrijke pijler is in het professionaliseringsbeleid van de school.","summary":"IVG Gent school en HOGENT Research Centre werken samen aan co-teaching met zorgprofessionals om binnenklasdifferentiatie te verbeteren. Coachingsessies versterken samenwerking en pedagogische aanpak voor optimale leerrendement.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002159","result_description":null},{"description":"Industriële hennep of kemp omvat diverse variëteiten van Cannabis sativa L. die een laag THC-gehalte bevatten en voor de productie van grondstoffen (vezel, scheven en zaad) worden geteeld. In Europa werd hennep tot in het begin van de 20ste eeuw veelvuldig gebruikt om onder andere kleding, papier, touwen, voeding en medicijnen te maken.\n\nDaarna werd hennep (en vlas) verdrongen door houtpulp, goedkopere geïmporteerde vezels zoals katoen, en later door synthetische vezels (nylon). In veel industrielanden bestaat momenteel een vernieuwde en sterk groeiende interesse voor hennep vanwege zijn milieuvriendelijke teelt, duurzamere verwerking en de uiterst veelzijdige toepassingen van zowat alle plantendelen.\n\nNa de sterke terugval in het wereldwijde teeltareaal wordt er opnieuw op grotere schaal hennep geteeld. In Europa voornamelijk in coöperatief verband, met name in Frankrijk, en ook in België neemt het areaal jaarlijks toe (respectievelijk circa 11.500 ha en 200 ha in 2012). Deze revival wordt echter nog afgeremd doordat er geen homogene vezelkwaliteit kan worden gegarandeerd (onder andere als gevolg van de variabele, natuurlijke roting) en er daarom tot nu toe vooral is ingezet op relatief laagwaardige bulktoepassingen (bio-energie, stalbedding, bouwstenen, isolatie- en composietmaterialen).\n\nGespecialiseerde verwerkers die in staat zijn om hoogwaardige vezel- en textieltoepassingen te ontwikkelen met hennep zijn verdwenen of beschikken niet (meer) over de aangepaste apparatuur. Machines die vroeger werden ontwikkeld voor vlasverwerking bieden echter mogelijkheden.\n\nEigen Kweek wil onderzoeken hoe de vezelkwaliteit van hennep kan worden aangestuurd voor het ontwikkelen van hoogwaardige textieltoepassingen en hoe de verschillende schakels in de waardeketen met dit doel voor ogen beter op elkaar afgestemd kunnen worden. In de teelt lijken de keuze van de hennepvariëteit, de zaaidichtheid en de zaai- en het oogsttijdstip doorslaggevende factoren.\n\nIn de voorbehandeling zijn de roting en een slimme veredeling cruciale stappen. Ze bepalen namelijk in grote mate het spinproces van garens en de eindtoepassing van de weefsels. Dit project zal onder andere de volgende concrete onderzoeksvragen aankaarten: Is najaarsteelt mogelijk, en wat zijn de effecten ervan op de vezelkwaliteit? Wat zijn de verwachte netto-opbrengsten voor henneptelers (vezel- versus dubbeldoelgewas)? En wat is de kosten-batenbalans verder in de keten, in een optiek van gecascadeerde verwerking? \n\nWelke mechanische oogsttechnieken zijn het meest aangewezen, in functie van andere stappen in de keten? Kunnen we meer controle verwerven over het roten, in dit geval via enzymatische processen? Hoe kunnen we zowel korte als lange vezels optimaal valoriseren in textieltoepassingen? Kunnen we met reeds beproefde technieken bepaalde ondermaatse vezeleigenschappen gericht verbeteren, dat wil zeggen de (ruwe) hennepvezels, de garens of de eindproducten veredelen? Worden methodes voor vlasverwerking hierdoor eenvoudig bruikbaar voor hennepverwerking, en vice versa?","summary":"Ontdek de hernieuwde interesse in industriële hennep: milieuvriendelijke teelt, duurzame verwerking en veelzijdige toepassingen. Onderzoek naar vezelkwaliteit voor hoogwaardige textiel en optimalisatie van de waardeketen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002160","result_description":null},{"description":"Het creëren van digitale content (marketingcampagnes, websites, apps en VR/AR-applicaties) vereist een grondig begrip van de ervaringen en reacties van de eindgebruiker. Traditionele methoden zoals surveys geven waardevolle inzichten, maar missen vaak de onbewuste reacties. Geavanceerde data-analytische technieken bieden diepere inzichten in de ervaringen van gebruikers.\n\nHet onderzoek bij HITlab richt zich op het combineren van impliciete en expliciete technieken om bedrijven te helpen de gebruikers van hun digitale content beter te begrijpen. We willen benchmarks opbouwen per sector door data te verzamelen en samen te werken met bedrijven. Het doel is om te bepalen hoe verschillende elementen in content de emotionele en cognitieve reacties van gebruikers beïnvloeden.\n\nDaarnaast zal er aandacht zijn voor het verzamelen van uitgebreide data en het optimaliseren van algoritmes.","summary":"Bij HITlab onderzoeken we hoe geavanceerde data-analyse bedrijven kan helpen om diepere inzichten te verkrijgen in de reacties van gebruikers op digitale content. We combineren impliciete en expliciete technieken om benchmarks per sector te creëren en de emotionele en cognitieve reacties van gebruikers te begrijpen en te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002161","result_description":"Verslagen van brainstormsessies en bedrijfsbezoeken. Overzicht van bestaande methoden en onderzoek. Selectie van potentiële use cases voor toepassing van de ontwikkelde testbatterij. Geselecteerde metrieken. Benchmarks en clusteringalgoritmes op basis van uitgebreide dataverzameling.\n\nRapportages van testprocedures. Feedbackverslagen van bedrijven. Geoptimaliseerde algoritmes en benchmarks op basis van testing in real-life settings. Menukaart van het aanbod. Organisatie van testdagen.\n\nOpbouw en optimalisatie van AI-modellen en benchmarks door per sector data te verzamelen en intense samenwerking met bedrijven. Bepalen hoe verschillende elementen in aangeboden digitale content de emotionele reacties van gebruikers beïnvloeden. Uitrol van een modulair aanbod gericht op contractonderzoek."},{"description":"In het R3Pack project wordt onderzocht hoe we vanuit West-Vlaanderen een ecosysteem kunnen bouwen voor het demonstreren van oplossingen betreffende design en recyclage van niet-huishoudelijke verpakkingen.\n\nConcrete acties zijn:\n- Het uitbouwen van infrastructuur voor design in het Circular Solution Lab van Howest.\n- Het uitbouwen van een pilootlijn rond geavanceerde wasprocessen voor hoogwaardige recyclage bij UGent.\n- Het verder uitbouwen van de karakterisatie en verwerkingsinfrastructuur voor nieuwe productdesigns bij Centexbel en Howest.\n\nDaarnaast werken we in R3Pack rond minstens 4 à 5 case studies, waarin we aan de West-Vlaamse bedrijven oplossingen willen onderzoeken en demonstreren die tonen dat de Packaging & Packaging Waste Regulation geen bedreiging, maar een opportuniteit kan bieden. Deze cases lopen telkens over de hele cyclus van design voor hergebruik en recyclage, met bijbehorende nieuwe businessmodellen, bijvoorbeeld door gepersonaliseerde duurzame verpakkingen te ontwikkelen die waardevoller zijn en hergebruikt worden, tot en met de ontwikkeling van betere recyclagetechnieken die toelaten om recycled content te implementeren in hoogwaardige niet-huishoudelijke verpakkingsapplicaties.","summary":"Onderzoek in het R3Pack project creëert een ecosysteem in West-Vlaanderen voor het demonstreren van innovatieve verpakkingsoplossingen. Dit omvat infrastructuur voor design, pilootlijnen voor recyclage en case studies die de kansen van regelgeving benadrukken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002162","result_description":"Naast infrastructuurwerken werken we in R3Pack rond minstens 4 à 5 case studies. Hierin willen we aan de West-Vlaamse bedrijven oplossingen demonstreren die aantonen dat de PPWR een opportuniteit kan bieden en geen bedreiging. Deze cases lopen telkens over de hele cyclus van design voor hergebruik en recyclage, met bijbehorende nieuwe businessmodellen. Een voorbeeld hiervan is het ontwikkelen van gepersonaliseerde duurzame verpakkingen die waardevoller zijn en hergebruikt kunnen worden. Ook richten we ons op de ontwikkeling van betere recyclagetechnieken die het mogelijk maken om gerecyclede materialen te implementeren in hoogwaardige niet-huishoudelijke verpakkingsapplicaties.\n\nVoorbeelden van potentieel geïnteresseerde bedrijven zijn Renasci, Vanheede, Veolia, Renewi, Vandemoortele, Libeert, Vitalo, Cabka, Coeman Packaging, Flandria Foods, Vereecke Bakery Products, Segers & Balcaen, DPL Group, STP, Van Hollebeke Plastics, MCC Verstraete, Boss Paints, AmcorGoodless, Beologic, enzovoort. Naast de verschillende winkelketens actief in West-Vlaanderen, zoals bijvoorbeeld Leonidas en Colruyt.\n\nOp heden komt er allerhande nieuwe Europese wetgeving af op onze bedrijven, waaronder de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR). In deze wetgeving zijn scherpe targets gedefinieerd met betrekking tot onder andere hergebruik, recycling rate en implementatie van gerecyclede materialen in verpakkingen. Met dit project willen we de West-Vlaamse bedrijven ondersteunen bij de implementatie van deze targets. De focus ligt hierbij op de niet-huishoudelijke verpakkingen, die vaak onder de radar blijven maar vanwege hun grote massa cruciaal zijn voor het behalen van de Europese recyclagetargets."},{"description":"Dronetransport is en blijft een van de belangrijkste toepassingen vanwege het logistieke potentieel, de kostenefficiëntie, milieuvriendelijkheid en inzetbaarheid voor risicovolle taken.\n\nMet Vertiports wordt West-Vlaanderen voorbereid op de evolutie naar onbemand luchtverkeer. Ook de automatisering van processen (zoals inspectie, bewaking, detectie, telling, gerichte behandeling met actieve sproeistoffen, enz.) met behulp van drones is een oplossing voor het tekort aan logistiek personeel op de arbeidsmarkt.\n\nHet project omvat drie grote pijlers:\n1. Het bestuderen en faciliteren van logistieke luchtbruggen voor onbemand luchtverkeer. Dit omvat het onderzoeken en opzetten van een inspectie/cargo luchtbrug vanuit de Internationale Luchthaven Oostende-Brugge naar een offshore windmolenpark met bijbehorende testvluchten. Ook wordt het potentieel van luchtbruggen vanuit de Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem onderzocht.\n2. Het opstellen van de nodige compliance protocollen voor luchtdrones, ondersteund door bijbehorende test- en onderzoeksinfrastructuur om een veilige inzetbaarheid in offshore condities te waarborgen.\n3. Het verder ontwikkelen en onderhouden van de ‘Drone Port West-Vlaanderen’, de provinciale dronecommunity-werking rond onbemande lucht-, water- en landsystemen. Voor de locatie waar dergelijke vliegende platformen opstijgen en landen wordt de term \"vertiport\" gebruikt, vandaar de naam van dit project.\n\nHowest biedt ondersteuning bij de ontwikkeling van AR/VR-trainingssoftware, evenals bij de ontwikkeling van software en hardware voor de aansturing van offshore drone-opdrachten met aandacht voor de (cyber)security van drones in de omgeving van gevoelige infrastructuur en mensen.","summary":"Dronetransport biedt logistieke efficiëntie, milieuvriendelijkheid en automatisering voor West-Vlaanderen. Project omvat luchtbruggen, compliance protocollen en Drone Port ontwikkeling, ondersteund door Howest voor AR/VR en drone technologie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002163","result_description":"Het project beoogt de volgende realisaties:\n1. Het kunnen beantwoorden aan de steeds diversere vraag naar specialistische UAS (Unmanned Aircraft Systems) testfaciliteiten in het kader van onshore, nearshore en offshore activiteiten met air-land-sea drones. Het doel is ook het faciliteren en valideren van BVLOS (Beyond Visual Line of Sight) operaties met UAS in West-Vlaanderen en onbemande vaartuigen op zee, vanuit de luchthavens van Oostende en Wevelgem.\n2. Het opzetten of voorbereiden van operationele luchtbruggen voor BVLOS onbemande systemen (eVTOL, multirotor en/of fixed wing) om een continu en structureel transport tussen meerdere vertiports en andere logistieke knooppunten mogelijk te maken.\n3. Het faciliteren van bovenstaande realisaties via gericht onderzoek naar UAS propulsie/energie, UAS logistiek en UAS hardware en software, inclusief hardware acceleratie en island-mode operaties.\n4. Het faciliteren van bovenstaande realisaties via de community werking van Drone Port West-Vlaanderen binnen de thema’s regelgeving, logistiek en technologie.\n\nMet het Vertiports project wordt West-Vlaanderen voorbereid op de evolutie naar onbemand luchtverkeer (EU Drone Strategie 2.0). Dit gebeurt door de realisatie van passende onderzoeks-, test- en demo-infrastructuur om nieuwe technologische en logistieke concepten te ontwikkelen. De luchthavens van Oostende (offshore en regio Noord-West-Vlaanderen) en Wevelgem (logistiek knooppunt regio Zuid-West-Vlaanderen) fungeren als ankerpunten, waarbij het gebruik van de snellere en efficiëntere fixed-wing drones profiteert van de beschikbaarheid van regionale luchthavens en de verdere uitbreiding daarvan in een dronenetwerk. Deze investering past ook in het Verduurzamingsplan van de Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem en de werking van Drone Hub Oostende."},{"description":"In dit project wordt onderzocht hoe, aan de hand van nieuwe vaste en mobiele infrastructuur, doorgedreven slim energie- en waterbeheer kan leiden tot water-, elektriciteit- en warmteoptimalisaties bij agro-voedingsbedrijven.\n\nVEG-i-TEC wil als smart food hub een accelerator zijn om voedingsbedrijven te helpen innoveren om hun energie- en watergerelateerde KPI’s te behalen, onafhankelijker te zijn van de energie- en waterprijzen, grondstoftekorten en de productiekosten onder controle te houden. Dit alles zonder in te boeten aan de kwaliteit/veiligheid van het afgewerkt product.\n\nVEG-i-TEC wil als smart food hub een accelerator zijn om voedingsbedrijven te helpen innoveren.\n\nVolgende zaken zullen worden onderzocht: Verhoogde energie-efficiëntie Verhoogde integratie van hernieuwbare energiebronnen Optimaal waterbeheer Slim energiebeheer","summary":"Versnel innovatie in agro-voedingsbedrijven met VEG-i-TEC smart food hub. Verbeter energie- en waterbeheer, verlaag kosten en blijf concurrerend zonder productkwaliteit te verliezen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002164","result_description":"Verhoogde energie-efficiëntie: Door valorisatie van het koude- en (rest)warmtepotentieel vanuit processen die ten dienste kunnen staan van elkaar of als gebouwverwarming kan worden benut.\n\nVerhoogde integratie van hernieuwbare energiebronnen: Door maximalisatie van de benutting van hernieuwbare energiebronnen (al dan niet aangevuld met elektrische buffering) met een geminimaliseerde impact ten opzichte van de procesvereisten en -continuïteit.\n\nOptimaal waterbeheer: Door het beperken van waterverbruik, het maximaliseren van duurzame en alternatieve waterbronnen door de juiste infrastructuur in te zetten op de meest kostenefficiënte manier.\n\nSlim energiebeheer: Energiemanagementsystemen (EMS) vormen een cruciale stap om doorgedreven energie-optimalisatie mogelijk te maken. Wat zijn de opportuniteiten/uitdagingen om slim sturen (aangevuld met AI-tools en machine learning (ML)-technieken) in de Vlaamse voedingsindustrie mogelijk te maken. EMS systemen moeten een oplossing vormen om (1),(2) en (3) als geheel aan te sturen en te optimaliseren.\n\nConcreet zal dit onderzoeksproject leiden tot de aankoop, implementatie en analyse van nieuwe investeringen: state-of-the-art energiemeters, thermische opslagbuffers, elektrische opslagtechnologieën, energiemanagementsystemen, upgrade van de huidige watertanks, etc. Eveneens zal een mobiele energiehub geïmplementeerd en gevalideerd worden.\n\nDe doelstellingen van dit onderzoeksproject zijn om agrovoedingssystemen 'energie- en waterslim' te maken om toekomstige uitdagingen op het gebied van voedsel, water en energie aan te gaan. Dit kan door in te zetten op (i) verbetering van de energie- en water-efficiëntie in agrovoedingssystemen, (ii) het vergroten van het gebruik van hernieuwbare energie en alternatieve waterbronnen in deze systemen en (iii) het verbeteren van de toegang tot moderne energiediensten door geïntegreerde voedsel- en energieproductie."},{"description":"'Upscaling Health Tech labs for Accelerating Innovations' beoogt de uitbouw van de kennisboulevard digital health vanuit Brugge. De vele digitale technologieën (MHealth, XR, AI big data, ...) vinden immers hun weg nog niet altijd naar de klant en de zorgprofessional.\n\nDigitalisering van zorgprocessen is noodzakelijk om de gezondheidszorg te blijven garanderen. 'Upscaling Health Tech labs for Accelerating Innovations' beoogt de uitbouw van de kennisboulevard digital health vanuit Brugge. In de demo-omgevingen worden bedrijven/zorgorganisaties uitgenodigd om in wetenschappelijk ondersteunde testomgevingen prototypes van nieuwe producten/diensten te testen en te vermarkten.\n\nDoor bedrijven/zorgorganisaties te laten participeren in gemeenschappelijke trajecten met de ondersteuning/expertise van de kennisinstellingen kan de omslag gemaakt worden naar een vernieuwd zorgmodel waarbij digitale ondersteuning een sleutelrol speelt. Zo worden de labs, inclusief mobiele infrastructuur met een duurzaam dienstverleningsmodel voor bedrijven en zorgorganisaties, verder uitgebouwd. Daarnaast is er de uitbouw van de Digital Health community met focus op het informeren over trends, innovatiepotentieel, mogelijke toepassingen en testimonials.\n\nEr wordt onderzocht hoe digitale innovaties ingezet kunnen worden in preventie, eerstelijnszorg én in tweede lijn om het personeel te ondersteunen en patiëntenervaring te optimaliseren. Het project is een samenwerking tussen KU Leuven Campus Brugge, Vives en Howest als kennisinstellingen, In4Care en POM West-Vlaanderen.\n\nDe uitbouw van de labs bij de kennisinstellingen vormt zo een springplank naar de uitbouw en activering van een regionaal ecosysteem met een Vlaams brede uitstraling rond digitale gezondheidszorg.","summary":"Verbeter de verspreiding van digitale gezondheidstechnologieën door 'Upscaling Health Tech labs for Accelerating Innovations' in Brugge. Test en vermarkt prototypes in demo-omgevingen, bevorder digitale zorgprocessen en creëer een regionaal ecosysteem voor innovatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002165","result_description":"Binnen dit project worden volgende zaken gerealiseerd: \n\ni) Realisatie mobiele testinfrastructuur & immersive simulatie unit, \nii) Communicatie & disseminatie activiteiten, \niii) Ontwikkeling reservatieplatform voor uitrusting en faciliteiten en de promotie van het aanbod binnen de kennisboulevard. \n\nDit project bouwt verder op de EFRO ‘We Lab for Health Technology and Movement’, de infrastructurele en operationele uitbouw van het Bewegingslabo van KU Leuven Campus Brugge en het Zorglab van Vives, alsook op EFRO project 1661 ‘digital health lab’ van Howest. \n\nDit project heeft als doelstelling om de kennisboulevard digital health in Brugge te vervolledigen, waarbij de krachten worden gebundeld om: \n(i) een ruimtelijke optimalisatie en integratie te realiseren, \n(ii) nieuwe algemeen en specifiek IT-gerelateerde expertise voor de zorgsector te ontwikkelen, \n(iii) het dienstenaanbod vanuit de kennisboulevard en binnen de cluster digital health uit te breiden en daarmee de attractiviteit van de kennisboulevard te verhogen. \n\nDit project is bedoeld om de kansrijke technologiesector extra USP’s te bezorgen, die bijdragen tot de kennisopbouw en valorisatie. Vervolgens hebben acties onder het werkpakket ‘uitbouw community digital health’ als doel toe te leiden naar het bestaande VLAIO instrumentarium (ontwikkelingstraject, onderzoeksproject, o&o haalbaarheidsstudie, innovatiemandaat, Baekeland mandaat, etc.) en naar het Interreg Vlaanderen/Nederland op te starten project CrossCare en CrossRoads."},{"description":"Om effectief te verbeteren, moeten bedrijven hun situatie kunnen inschatten en de juiste technologieën kunnen selecteren. Beide aspecten blijken niet evident voor kmo's.\n\nDit project beoogt de uitbouw van een onderzoeksinfrastructuur om demonstraties/validaties te kunnen opzetten. Het project heeft als hoofddoelstellingen:\n\n- De realisatie van een onderzoeksinfrastructuur die meet- en experimenteercampagnes bij kmo’s kan faciliteren ter validatie van productie-innovaties in hun specifieke bedrijfscontext.\n- Aantoonbaar kwantificeren wat de impact is van deze technologieën op de Manufacturing Excellence van de kmo.\n\nTijdens het project wordt een industriële adviesgroep geïnstalleerd om mee te helpen bepalen welke meetcampagnes en nieuwe technologieën aangekocht en uitgewerkt zullen worden. Industriële testcases worden uitgevoerd ter validatie van de onderzoeksinfrastructuur. Het doel is zo om mobiele onderzoeksinfrastructuur beschikbaar te hebben voor het begeleiden van kmo's.\n\nNaast de meet- en testcampagnes (bijv. energiemonitoring, visualisatie productstromen, operator effectiviteit, 3D scan productieomgeving) bij het bedrijf zelf, zullen ook verdergaande analyses (bijv. bepalen optimale technologie ter ondersteuning van de operator, uittesten van de impact van verschillende productie-aansturingsmethodes via simulatie) uitgevoerd worden in de operations en operator experience centers bij de kennispartners.","summary":"Verbeter bedrijfsprestaties met onderzoeksinfrastructuur voor kmo's. Meet impact technologie op Manufacturing Excellence en implementeer nieuwe innovaties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002166","result_description":"Realisatie 1: Vereistendefinitie voor de onderzoeksinfrastructuur, meetcampagnes en demonstratiescenario’s op basis van overleg met de industriële adviesgroep.\n\nRealisatie 2: Uitwerking van 1 mobiele terminal, 1 meetkit en 1 technologie testkit met bijhorende meetcampagne en demonstratiescenario.\n\nRealisatie 3: Validatie op basis van 1 industriële testcase. Start uitwerking van het operations en operator experience center.\n\nRealisatie 4: Duplicatie van de mobiele terminal en iteratief proces waarbij telkens extra meetkits en technologie testkits en meetcampagnes en demonstratiescenario’s uitgewerkt worden. Op basis van de reeds ontwikkelde componenten kunnen reeds bedrijfsbegeleidingen opgestart worden.\n\nRealisatie 5: Oplevering van de mobiele infrastructuur, uitgebreidere validatie op 2-tal industriële testcases waarbij ook verdergaande analyses uitgevoerd worden in de operations en operator experience centers bij de kennispartners.\n\nRealisatie 6: Officiële opening onderzoekswerf Manufacturing Excellence 4.0 en structureel inbedden in community werking Machinebouw&Mechatronica.\n\nHet project heeft als hoofddoelstellingen: (1) de realisatie van een onderzoeksinfrastructuur die meet- en experimenteercampagnes bij KMO’s kan faciliteren ter validatie van productie innovaties in hun specifieke bedrijfscontext door (2) aantoonbaar te kwantificeren wat de impact is van deze technologieën op de Manufacturing Excellence van de KMO."},{"description":"De Sportinnovatiecampus is een open kennis- en innovatiecampus van Sport Vlaanderen en Howest (Hogeschool West-Vlaanderen), gelegen op het Sport Vlaanderen domein in Brugge.\n\nBinnen deze samenwerking focust de Sportinnovatiecampus zich op vier innovatiedomeinen:\n- Exergaming & gamification\n- Digital coaching & testing\n- Active design\n- New sports\n\nDe Sportinnovatiecampus is de thuishaven voor:\n- een innovatief sportaanbod van Sport Vlaanderen\n- Innovatief sportonderwijs van Howest\n- Innovatief sportonderzoek van Howest\n- DE proeftuin voor Sportinnovatie van Howest & Sport Vlaanderen\n\nVia een veelzijdig inspiratieaanbod delen we onze kennis en stimuleren we het werkveld om doelgericht met innovatie aan de slag te gaan. De Sportinnovatiecampus is per definitie een 'Living lab'.","summary":"De Sportinnovatiecampus in Brugge is een kennis- en innovatiehub voor exergaming, digital coaching, active design en nieuwe sporten. Hier vind je innovatief sportaanbod, -onderwijs en -onderzoek, en een proeftuin voor sportinnovatie. Het is een 'Living lab' dat kennis deelt en innovatie stimuleert.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002167","result_description":"Enkele concrete realisaties:\nDe Sportscube for active gaming 2020\nDe Sportinnovatiemobiel 2021\nDe Hado-Arena 2022\nUitleensysteem van innovatieve tools/games voor collega's en studenten 2023\nIntegratie van nieuwe sporten en hypes (Pickleball, You.fo) on-going\nVerschillende prototypes van studenten MCT, DAE, IPO, TI in functie van Exergaming.\nIntegratie van de Sportscube en een Digital sports & testing lab in het masterplan van Howest en Sport Vlaanderen 2029?\n\nSpecifiek: Wij willen zoveel mogelijk mensen aan het bewegen krijgen, vandaag, maar ook in de toekomst. Daarvoor gebruiken we het centrum van Sport Vlaanderen Brugge en de Sportinnovatiecampus als proeftuin met als ultieme doel de integratie van onze vier onderzoekspijlers in het masterplan van het centrum.\n\nMeetbaar: Door de beschikbare data van bijvoorbeeld 'Sportscube', 'Hado-arena' en 'Equip boxen' te analyseren en door feedback te vragen aan de hand van user surveys.\n\nAcceptabel: Het ontstaan van een nieuw sportaanbod bij Sport Vlaanderen Brugge. Zie bijvoorbeeld de integratie van new sport 'Pickleball'. Hoe spelen we in op de hypes van morgen en hoe integreren we die concreet in een operationeel verhaal. De eerste stap is altijd de integratie van die innovatie pijlers in de opleiding van de studenten Sport & Bewegen.\n\nRealistisch: Jaarlijks minstens één trend integreren in de opleiding van de studenten Sport & Bewegen en eveneens zorgen voor integratie in het centrum van Sport Vlaanderen.\n\nTijdsgebonden: Binnen de vastgelegde beleidsperiode."},{"description":"Het hoofddoel van het living lab is het participatief uitdenken en ontwerpen van een klimaatadaptieve (= veerkrachtige) groeninfrastructuur rond de HOGENT Campus Schoonmeersen. Klimaatadaptieve inrichting van een gebied omvat maatregelen die trachten om de schade van klimaatverandering te beperken en/of de opportuniteiten ervan te benutten.\n\nMeer specifiek voor de site speelt het Ecolab Schoonmeersen in op de problematiek van hittestress en de beperkte aanwezigheid van refugia in de stad. Ecolab Schoonmeersen wil:\n1. Het stedelijk hitte-eiland effect verminderen door aanleg van groen;\n2. Bijdragen tot het creëren van verbindingen tussen de vier grote groenpolen rond Gent waardoor migratie van planten- en diersoorten mogelijk is;\n3. Refugia creëren voor planten, dieren en mensen;\n4. Sensibiliseren van studenten, personeel en bij uitbreiding de buurt over de klimaatproblematiek.\n\nBijkomende positieve gevolgen zijn een betere luchtkwaliteit, betere afwatering en het creëren van een waterbuffer, en het verhogen van de ecologische kwaliteit en de biodiversiteit op de campus.","summary":"Ontwerp van een klimaatadaptieve groeninfrastructuur rond HOGENT Campus Schoonmeersen om hittestress te verminderen, biodiversiteit te verhogen en bewustwording over klimaatproblematiek te vergroten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002168","result_description":null},{"description":"De duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties vormen sinds 2015 een breed gedragen veranderingsambitie en -agenda op economisch, sociaal en ecologisch vlak. De ontwikkeling die de duurzaamheidsdoelstellingen nastreven tegen 2030, zijn universeel en wereldwijd geörienteerd vanuit een evenwaardige aandacht voor mens, planeet, welvaart, samenwerking en vrede. De duurzaamheidsdoelstellingen wijzen beleid en overheid op hun verantwoordelijkheid tot deze verandering.\n\nLokale besturen zetten steeds meer in op duurzaamheidsrapportage, sociale organisaties aligneren hun uitkomsten en impact met de duurzaamheidsdoelstellingen. Evenzeer worden organisaties en onderlinge partnerschappen tussen organisaties aanzien als actor in verandering. Sinds 2020 spreekt men over de “decade of action” waarbij actie tot en implementatie van verandering urgent wordt geacht.\n\nOrganisaties ondergaan transities op economisch, ecologisch, sociaal en technologisch vlak én sturen ze tegelijkertijd mee aan. Sociaal-circulair ondernemen leidt niet enkel tot minder afval in de onderneming en de omgeving. Op maatschappelijk vlak levert het een bijdrage tot een inclusievere maatschappij en dringt het uitsluiting terug. Tegelijkertijd zal een inclusief personeelsbeleid rechtstreeks positieve effecten hebben op de levenskwaliteit bij hun personeelsleden.\n\nSteeds meer organisaties brengen de maatschappelijke impact van hun activiteiten in kaart aan de hand van een veranderingstheorie. Er is daardoor ook steeds meer aandacht voor een holistische kijk op het businessmodel. De klassieke denkwijze waarbij organisaties in één organisatiepijler veranderingen opzetten, leidt in veel gevallen tot negatieve effecten op andere domeinen in de organisatie (of daarbuiten), die het beoogde resultaat tenietdoen. Bijgevolg dienen organisaties hun businessmodellen te herdenken op duurzame wijze.\n\nUit literatuuronderzoek en stakeholderbevragingen blijkt dat er nood is aan een praktisch inzetbaar framework om het duurzame transformatieproces in kaart te brengen, te objectiveren en te onderbouwen. Om te verduurzamen, hebben organisaties nood aan een leidraad gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen om hen in hun transitie naar 'the next step' te begeleiden. Het uitwerken van een dergelijk framework is niet evident, omdat duurzaamheid verbonden is aan een grote hoeveelheid variabelen, uit zowel de ecologische, sociale als economische dimensie. Dit wordt nog versterkt door het gegeven dat al deze variabelen ook onderling verbonden zijn. Een effectief framework voor duurzaamheid, erkent deze afhankelijkheid van sociale en economische factoren, ingebed in ecologische systemen binnen planetaire grenzen.\n\nHoewel sustainable businessmodels (SBM) een duidelijke meerwaarde kunnen bieden om de impact op verschillende domeinen op te sporen en in kaart te brengen, is dit geen tool voor effectieve impact analyse en ‘integrated reporting’. Een vergelijking en aftoetsing van verschillende tools voor impact analyse en ‘integrated reporting’, waarbij vooral zal geëvalueerd worden naar de praktische bruikbaarheid voor de organisatie in kwestie, vormt een essentieel luik van het onderzoeksproject. Het is evident dat er een duidelijke link moet bestaan tussen de manier waarop de werking van een organisatie in kaart wordt gebracht via een SBM, en de manier waarop die organisatie rapporteert over de gegenereerde impact.\n\nOm op een objectieve manier organisaties te kunnen vergelijken en positioneren in duurzaamheid, zien we ook een duidelijke meerwaarde in het opstellen van een veranderingstheorie. Een veranderingstheorie zet een aantal assumpties uit over de wijze waarop de organisatie een bijdrage levert tot maatschappelijke effecten in relatie tot het businessmodel. Ook hier is het belangrijk dat de input en criteria rond vormgeving en positie van een organisatie, sterk samenhangen met SBM en rapportering, zodat deze drie tools (veranderingstheorie, SMB, impactmeting) één coherent en logisch geheel vormen.","summary":"De duurzaamheidsdoelstellingen van de VN sturen organisaties aan tot verandering voor mens, planeet en welvaart. Lokale besturen en sociale organisaties omarmen deze doelen met focus op inclusie en duurzame businessmodellen. Een praktisch framework is nodig voor duurzame transformatie en impactmeting.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002169","result_description":null},{"description":"De planning van kindvriendelijke stedelijke ruimtes vormt een uitdagende interdisciplinaire opgave voor iedereen die ruimtelijk, pedagogisch of sociaal meewerkt aan de toekomstige stad. De betrokkenheid van kinderen en tieners in deze processen wordt meer dan ooit gezien als een voorwaarde om tot een leefbare en duurzame stedelijke omgeving te komen. Deze betrokkenheid beperkt zich niet tot de rol van informant en/of participant in een planningsproces, maar vraagt een openheid en opgave om kinderen en tieners als medeonderzoekers en -planners van de stad van morgen te erkennen.\n\nIn het onderzoeksproject KIDS werd door een team van sociaal werkers en landschapsarchitecten een onderzoeks- en leerproces opgezet rond de betekenis van kindvriendelijke stedelijke ruimtes en de ontwerpimplicaties ervan. Er werden parallel vier onderzoekslijnen uitgewerkt waarbij kinderen zo veel mogelijk betrokken werden als mede-onderzoekers: (1) een literatuur- en bronnenonderzoek i.s.m. de Europese partners die resulteert in een internationaal publiceerbare state of the art rond het thema; (2) een beleidsreflectie-proces op basis van een ontwerpend Delphi-onderzoek; (3) een ontwerpend onderzoeksleerproces d.m.v. pilootprojecten in vier Gentse wijken; (4) ontwikkelingsproces van een onderzoeks- en reflectietool.\n\nDe onderzoeksresultaten zijn vertaald in de KIDS-GIDS. Deze tool combineert sociale, pedagogische en ruimtelijke inzichten in een innovatief denk- en doekader en wil op die manier bijdragen tot een interdisciplinaire kijk op en aanpak van kindvriendelijkheid. Een kindvriendelijke stad staat in deze gids voor een stad die kinderen en tieners betrekt in het nadenken over en uitwerken van de stad en stedelijkheid van morgen.\n\nDit boek reikt een set bruikbare tools aan die bijdragen tot een steviger burgerschapspositie van kinderen en jongeren in (kindvriendelijke) stedelijke plannings- en veranderingsprocessen. Deze tools werden ontwikkeld en uitgetest in de context van vier verschillende soorten stedelijke planningsprocessen: stadsvernieuwing, stadseducatie, stadsontwikkeling en stedelijke transitie. Ze helpen de positie van kinderen en tieners in de verschillende fasen van een planningsproces te versterken: kijken en onderzoeken, uitwisselen en ordenen, verbeelden en experimenteren, toetsen en selecteren, en tussenkomen en presenteren.\n\nDe KIDS-GIDS wil vooral stedelijke actoren aanzetten om het stedelijk burgerschap van kinderen en tieners bewuster als uitgangspunt te nemen in de planning van de stad. Niet enkel als een ethisch uitgangspunt, maar als een logisch en praktisch haalbaar principe van duurzame en democratische stedelijke planning.","summary":"Betrokkenheid van kinderen in stadsplanning cruciaal voor leefbare toekomstige steden. KIDS-GIDS biedt tools voor kindvriendelijke stedelijke ontwikkeling en versterkt positie van kinderen en jongeren in planningsprocessen. Promoot interdisciplinaire aanpak en stedelijk burgerschap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002170","result_description":null},{"description":"Een groeiende groep kinderen en tieners groeit op in één of andere vorm van stapelbouw: van grootschalige sociale hoogbouw, over private flats tot kleinschalige cohousing. Toch hebben we weinig zicht op hun ervaringen rond de leefbaarheid van stapelbouwomgevingen, de sociale en ruimtelijke beleving van hun woonomgeving, wat het ook moeilijk maakt om zicht te krijgen op volgens kinderen en tieners wenselijke ontplooiingsmogelijkheden die de omgeving van stapelbouw zou moeten aanreiken.\n\nDe centrale doelstelling van dit project was om aan de hand van sociaalruimtelijk belevingsonderzoek en ontwerpend onderzoek met kinderen en tieners beter zicht te krijgen op de betekenisgeving, leefbaarheid en ontplooiingskansen voor kinderen en tieners in verschillende contexten van stapelbouw, teneinde aandachtspunten aan te reiken aan ontwerpers en sociaal werkers om meer ondersteunende en kansrijke stapelbouwomgevingen te creëren.\n\nBinnen het onderzoek zien we kinderen en tieners als medeburgers. Ook zij zijn gebruikers en vormgevers van de ruimte en moeten dus betrokken worden bij processen over die ruimte. De focus verschuift hierdoor van de verschillende noden van verschillende bevolkingsgroepen naar de ruimte en de kwaliteit ervan als gedeeld goed.\n\nHet project bevatte verschillende onderzoekssporen: \n(1) Theoretisch literatuuronderzoek en praktijkgerichte state-of-the-art rond kinderen en stapelbouw; \n(2) Belevingsonderzoek met kinderen en tieners in Europark (Antwerpen), Lange Velden (Wondelgem, Gent) en diverse stapelbouwomgevingen in regio Meetjesland. \n(3) Ontwerpend onderzoek op concrete stapelbouwomgevingen of planningsprocessen in Gent (cases Watersportbaan en Lange Velden) met daaraan gekoppeld een onderwijsspoor met interdisciplinaire onderwijsactiviteiten die het thema binnen de opleidingen sociaal werk en landschaps- en tuinarchitectuur onder de aandacht moeten brengen.","summary":"Onderzoek naar kinderen en tieners in stapelbouw: begrijp hun belevingen en behoeften voor leefbare omgevingen. Betrek hen als medeburgers en creëer ondersteunende ruimtes. Het project omvat literatuur- en belevingsonderzoek, ontwerpactiviteiten en onderwijsinitiatieven voor betere stapelbouwomgevingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002171","result_description":null},{"description":"InterGenic wil een educatief kader ontwikkelen voor intergenerationeel leren ter ondersteuning van de digitale en groene transitie van de EU.\n\nDe doelstellingen zijn om de overdracht van digitale vaardigheden van jongeren naar senioren te verbeteren, duurzame praktijken die door senioren aan jongeren worden geleerd nieuw leven in te blazen, lokale oplossingen voor te stellen voor de dubbele overgang en het bewustzijn te vergroten terwijl de sociaal-epistemische kloof tussen generaties wordt overbrugd.","summary":"InterGenic bevordert intergenerationeel leren voor digitale en groene transitie in de EU. Doel: digitale vaardigheden jongeren naar senioren overdragen, duurzame praktijken nieuw leven inblazen, lokale oplossingen bieden, bewustzijn vergroten en generatiekloof overbruggen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002172","result_description":null},{"description":"Aardvlooien vormen een groeiende bedreiging voor de kool- en vlasteelt in Vlaanderen, met aanzienlijke schade en economische verliezen tot gevolg. Dit project heeft tot doel een systeemgerichte strategie te ontwikkelen om de aardvlo-druk in kool- en vlasteelt te verminderen. Het onderzoek richt zich op inzicht in migratie- en overwinteringspatronen en praktische beheersingsmaatregelen tijdens en na de teeltperiode. Zo zal de werkzaamheid van diverse biostimulantia, repellents en bioinsecticides tegen aardvlo onder de loep worden genomen. Hiernaast zullen ook verschillende teelttechnische maatregelen zoals het gebruik van vanggewassen worden gevalideerd. Ook het gebruik van biologische controle-organismen zoals entomopathogene nematoden en fungi als middel tegen aardvlo worden getest.\n\nDe bevindingen zijn relevant voor kool- en vlastelers, waarbij spill-over naar andere gewassen die met deze problematiek kampen mogelijk is. Het uiteindelijke doel is het uitwerken van een systeemaanpak voor deze opkomende plaag waarbij de veroorzaakte schade wordt geminimaliseerd.","summary":"Ontwikkeling van strategieën tegen aardvlooien in kool- en vlasteelt om schade en economische verliezen te verminderen. Onderzoek omvat biostimulantia, repellents, bioinsecticides en teelt-technische maatregelen. Relevant voor telers met potentieel voor andere gewassen. Doel: systeemaanpak voor minimale schade.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002173","result_description":null},{"description":"In het project Uncontroversial: Making teachers comfortable with controversial issues willen we met een Europees consortium van vijf partners uit Europa (Nederland, Bulgarije, Portugal en België) leerkrachten secundair onderwijs ondersteunen bij het werken rond controversiële topics in de klas.\n\nMomenteel geven leerkrachten immers aan te weinig te geloven in het eigen kunnen om dergelijke onderwerpen in de klas te behandelen en blijkt het moeilijk voor leerkrachten om de competenties van leerlingen te evalueren tijdens het bespreken van controversiële onderwerpen.\n\nNa het uitvoeren van focusgroepen met leerkrachten, het in kaart brengen van huidige evaluatiepraktijken en de ontwikkeling van een digitale Bias Awareness Meter (BAM) zal het project komen tot een professionaliseringsaanbod voor leerkrachten.\n\nDit aanbod bestaat uit een VR toolkit, een aanbod om leerkrachten te professionaliseren via lesplannen en trainingen en een digitaal leerplatform waarop alle materialen zullen worden ter beschikking gesteld.\n\nDoor in een veilige (school)omgeving respectvol te leren discussiëren over verschillen, op zoek te gaan naar overeenkomsten en samen een controversieel topic te behandelen, zijn leerlingen immers beter voorbereid op het leven in een diverse samenleving als een actieve en kritische burger.\n\nVia het digitaal leerplatform en de deelnemende leerkrachten van Uncontroversial zullen de tools en vaardigheden verder worden verspreid naar andere leerkrachten en organisaties toe.\n\nDe resultaten van dit project zullen daarnaast zowel in de Karel de Grote Hogeschool als in de universiteit van Rotterdam een plaats krijgen in de lerarenopleiding.\n\nVerder wordt de mogelijkheid verkend om het aanbod voor leerkrachten te accrediteren of een plaats te geven in het aanbod van KdG Academy.","summary":"Met Uncontroversial project ondersteunen we Europese leerkrachten secundair onderwijs bij controversiële onderwerpen. We ontwikkelen een professionaliseringsaanbod met VR toolkit, lesplannen en digitaal platform voor discussies en vaardigheden. Verspreiding van tools en skills naar andere leerkrachten en organisaties. Integreert in lerarenopleidingen van Karel de Grote Hogeschool en universiteit van Rotterdam.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002175","result_description":null},{"description":"XR-technologie (eXtended Reality) biedt heel wat kansen voor het onderwijs. Toch is onduidelijk welke factoren de effectiviteit van de implementatie bepalen.\n\nXR-factor wil scholen met uiteenlopende XR-expertise uit het technisch en beroepsgericht onderwijs in Vlaanderen bevragen om zo de gevonden factoren in een screeningstool te verwerken.\n\nMet die tool brengen we bij deze scholen de factoren in kaart op diverse tijdstippen om zo de tool te valideren én de effectiviteit van het XR-actieplan te meten.\n\nEindproduct is een inspiratiegids met best practices en onderbouwde aanbevelingen op alle onderwijsniveaus.","summary":"Ontdek de impact van XR-technologie in het onderwijs met XR-factor. Wij bevragen scholen in Vlaanderen om effectieve implementatiefactoren te identificeren en te meten. Onze screeningstool leidt tot een inspiratiegids met best practices en aanbevelingen op diverse onderwijsniveaus.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002176","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject (2022-2025) richtte zich op de training van prospectief geheugen bij 11-15-jarigen met leerstoornissen en/of ASS.\n\nMetacognitieve vaardigheden, prospectief geheugen en executieve functies zijn belangrijke vaardigheden die vaak moeilijk zijn voor kinderen met leerstoornissen en/of ASS. \n\nIn dit project werd een Toolkit getest om die vaardigheden te trainen bij 11-15 jarigen van die doelgroep. De toolkit werd getest door leerondersteuners en de ervaringen besproken. \n\nHet resultaat van dit onderzoek is een hoofdstuk uit een boek. Deze ‘monograph' bevat wetenschappelijke inzichten over metacognitieve vaardigheden (en de rol van prospectief geheugen daarin) gekoppeld aan de ervaringen van de diverse partners in dit Erasmus+project.","summary":"Onderzoek traint prospectief geheugen bij 11-15-jarigen met leerstoornissen/ASS. Toolkit getest door leerondersteuners, resulterend in monografie met wetenschappelijke inzichten en ervaringen van partners.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002177","result_description":null},{"description":"Het ADEPS-project heeft de ambitie om lichaamsvet te schatten op basis van een aantal eenvoudig te meten antropometrische lichaamsmaten om vergeleken met de body mass index (BMI) een accuratere schatting van lichaamsvet te maken.\n\nHet onderzoek maakt gebruik van lichaamsvolumebepalingen die toelaten om het lichaam op te delen volgens het twee-componenten model in vet- en vetvrije massa.\n\nIn een eerste fase werd gewerkt met een dataset van bestaande 3D bodyscans van proefpersonen. Op basis van antropometrische maten uit deze bodyscans werden via een design of experiments (DOE) aanpak twee kalibratiesets en een validatieset geselecteerd.\n\nEr werd een methode ontwikkeld om lichaamsvolumes te berekenen van de geselecteerde bodyscans en een protocol werd opgesteld om scanruis ter hoogte van het hoofd, handen en voeten te elimineren.\n\nDe tweede fase betreft een meetcampagne waarbij volwassen proefpersonen gemeten werden met een 3D bodyscanner en een luchtverplaatsing plethysmograaf (BodPod®, gouden standaard voor volumemetingen). Bijkomend werd een elektrische weerstandsmeting uitgevoerd om de hydratatietoestand te bepalen en werden enkele antropometrische maten manueel gemeten.","summary":"ADEPS-project streeft naar nauwkeurige lichaamsvetschatting door antropometrische metingen en 3D-scans te combineren. Onderzoek omvat kalibratie van lichaamsvolumes en validatie met BodPod®. Nieuwe methode elimineert scanruis voor betere metingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002178","result_description":"In totaal namen 248 proefpersonen (132 vrouwen) deel aan het veldwerk, waarvan 245 (129 vrouwen) beschikbaar waren voor analyse. Er werden per geslacht twee regressiemodellen gebouwd met lichaamsvetpercentage (LV%) en lichaamsvet (kg) verkregen uit de gouden standaard als afhankelijke variabelen. De selectie van de finale modellen gebeurde via een iteratief proces waarbij parameters van modelkwaliteit en resultaten van meetsysteemanalyses het selectieproces ondersteunden.\n\nVoor LV% bedraagt de verklaarde variantie (R2) en schattingsfout (RMSE) bij vrouwen en mannen respectievelijk 77% (RMSE 4,34%) en 78% (RMSE 4,94%). Ter vergelijking, de verklaarde variantie van de klassieke BMI voor LV% bedraagt slechts 65% (RMSE 5,3%) bij vrouwen en 58% (RMSE 6,4%) bij mannen. Voor lichaamsvet (kg) zijn de R2 waarden bij vrouwen en mannen respectievelijk 93% (RMSE 2,84 kg) en 88% (RMSE 3,87 kg).\n\nHet ADEPS-project werd bekendgemaakt via verschillende disseminatieactiviteiten, waaronder de oprichting van een projectwebsite (www.adeps.net), het ontwerp van een icoon cf. mediacampagne HOGENT, webadvertentie, vulgariserende artikels met brede internationale verspreiding, een wetenschappelijk artikel en deelname aan en presentaties op internationale congressen. Het valorisatiepotentieel wordt verder onderzocht onder begeleiding van TechTransfer en in samenwerking met de business developer van een IOF-valorisatieconsortium."},{"description":"Een belangrijke taak van de Europese Unie is het aanmoedigen van een gezonde en veilige levensstijl bij de bevolking. Voeding is een belangrijke factor bij de ontwikkeling en het behoud van een goede gezondheid gedurende de ganse levensloop en toenemend wetenschappelijk bewijs toont aan dat wijzigingen in voedingsgewoonten belangrijke effecten hebben op de gezondheid.\n\nMomenteel is er echter geen eenvormigheid in de manier waarop voedselconsumptiegegevens in de verschillende Europese landen verzameld wordt. Nochtans is toegang tot dergelijke uniforme gegevens van fundamenteel belang voor verschillende taken die de Europese overheden en andere belanghebbenden op zich dienen te nemen zoals het plannen uitvoeren en evalueren van een degelijk voedings- en gezondheidsbeleid. Bovendien vormen voedselconsumptiegegevens de basis voor het ontwerpen en evalueren van preventiecampagnes gericht op het terugdringen van ziekten zoals overgewicht en obesitas en diabetes type 2. Ze zijn tevens essentieel in het onderzoek naar de associaties tussen voedingsinname en eet- en leefgewoonten en het risico op het ontwikkelen van acute of chronische ziekten.\n\nIn België dateert de meest recente voedselconsumptiepeiling uit 2004. De methode die daarbij gebruikt werd voor het schatten van de voedselinname was toen al in overeenstemming met de aanbevelingen van het European Food Consumption Survey Methods (EFCOSUM) consortium. Deze aanbevolen methode omvat het verzamelen van twee niet-opeenvolgende 24-uurs voedingsnavragen (24-hour dietary recall 24-HDR) die peilen naar de voedselconsumptie gedurende de vorige dag aangevuld met een voedselfrequentie vragenlijst (food frequency questionnaire FFQ) dat de consumptiefrequenties van een selectie voedingsmiddelen gedurende het voorbije jaar in kaart brengt.\n\nDe voornaamste doelstelling van dit doctoraatsproject is de validiteit te onderzoeken van methoden die gebruikt worden voor het meten van voedselinname bij voedselconsumptiepeilingen.","summary":"De EU stimuleert een gezonde levensstijl door uniforme voedselconsumptiegegevens te verzamelen. In België wordt voedselinname gemeten volgens EFCOSUM aanbevelingen voor een effectief voedings- en gezondheidsbeleid. Dit doctoraatsproject onderzoekt de validiteit van voedselinname meetmethoden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002179","result_description":null},{"description":"In dit onderzoek willen we nagaan hoe de huidige situatie is in het Vlaams kleuteronderwijs: welke boeken worden op welke wijze gebruikt en met welk doel op vlak van wiskunde? Aan de hand van het gegeven dat leerwinst wordt geboekt bij het gebruik van prentenboeken, en deze leerwinst hoger ligt bij een hoger abstractieniveau van het boek zelf als bij een hoger abstractieniveau van de interactie van de leerkracht met de kleuter, willen we na een analyse als besluit zelf tips formuleren om de leerwinst te verhogen bij een aantal welgekozen situaties.\n\nHoofdonderzoeksvraag: welke prentenboeken gebruiken Vlaamse kleuterleerkrachten bij het vormgeven van wiskundige instructie, met welk doel en op welke wijze?\n\nDeelvragen voor het onderzoek:\n1. Welke boeken worden ingezet (voor wiskundige doeleinden versus voor niet-wiskundige doeleinden)?\n2. Indien voor wiskundige doeleinden ingezet: voor welke specifieke wiskundige doelen (en dus welke domeinen)? (vnl. doelen van het GO! bevragen)\n3. Bij het voorlezen van kleuterboeken: kwantiteit en kwaliteit van de vragen door de leerkracht\n4. Bij het voorlezen van kleuterboeken: verband tussen vragen leerkracht en antwoorden kleuters?\n\nWe geven door dit onderzoek een aanzet om niet alleen rijke prentenboeken te gebruiken (abstracter en hoger niveau in de taxonomie) maar ook en vooral om de didactische aanpak te verfijnen: het aantal en de kwaliteit van wiskundige vragen spontaan en in functie van specifieke wiskundige inhouden verhogen. Daardoor mikt men meer op de zone der naaste ontwikkeling van elk kind en is men voldoende ambitieus in de interactie met de kleuters.","summary":"Ontdek hoe Vlaamse kleuterleerkrachten prentenboeken inzetten voor wiskundige instructie. Ons onderzoek richt zich op het verhogen van leerwinst door het gebruik van abstracte boeken en verbeterde didactische aanpak.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002180","result_description":null},{"description":"Het belangrijkste doel van de COST-actie Ethiek bij Dementie (EDEM) is het verminderen van burn-out en moreel leed onder zorgverleners en het bevorderen van de waardigheid, autonomie en kwaliteit van leven van mensen met dementie.\n\nDementie is een groeiend gezondheidsprobleem. Het totale aantal mensen met dementie in Europa zal naar verwachting bijna verdubbelen van 1,57% van de bevolking in 2018 tot 3% in 2050. Voor geen van de 200 bekende dementieziekten bestaat een effectieve behandeling. Het is niet mogelijk om de cognitieve achteruitgang als gevolg van dementie te stoppen of terug te draaien.\n\nDaarom is zorg de belangrijkste gezondheidsinterventie voor mensen met dementie. De zorg voor mensen met dementie brengt echter grote ethische problemen met zich mee. Hun geleidelijke cognitieve verlies bemoeilijkt het behoud van autonomie en zeggenschap en veroorzaakt een aantal ethische dilemma's in de zorg, waaronder: een evenwicht vinden tussen veiligheid en vrijheid, beslissen wat in hun belang is en erkennen dat de behoeften van de persoon met dementie soms in strijd kunnen zijn met de behoeften van anderen die ook aandacht verdienen. Wettelijke kaders en richtlijnen zijn nuttig als leidraad voor de praktijk en besluitvorming, maar ze moeten geïnterpreteerd en toegepast worden op specifieke situaties.\n\nEDEM gaat deze uitdaging aan. Door een groot aantal belanghebbenden te betrekken bij de ontwikkeling van een ethisch kader, aanbevelingen en een educatieve toolkit die in heel Europa gebruikt kan worden, wil EDEM de waardigheid, autonomie en levenskwaliteit van mensen met dementie verbeteren en burn-out en moreel leed onder zorgverleners verminderen.","summary":"EDEM werkt aan ethische zorg voor mensen met dementie door het verminderen van burn-out bij zorgverleners en het bevorderen van waardigheid en autonomie. Met een Europees ethisch kader en educatieve toolkit wil EDEM de levenskwaliteit van mensen met dementie verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002181","result_description":null},{"description":"Lege of ongezonde brooddozen, in veel scholen is het helaas geen onbekend fenomeen. Een goed gevulde maag en gezonde en evenwichtige voeding zijn nochtans essentieel voor de goede ontwikkeling van kinderen.\n\nDaarom gingen de dienst Lokaal Sociaal Beleid en het Onderwijscentrum Gent in samenwerking met HOGENT en HIVA-KU Leuven in 2021 aan de slag met ‘Lekker(s) Op School’. Dit project wil armoede bestrijden van bij de schoolstart en gelijke (onderwijs)kansen bieden aan alle Gentse kleuters. Doel van het project is komen tot een flexibel en toegankelijk aanbod van gezonde, duurzame en betaalbare maaltijden in Gentse (kleuter)scholen.\n\nBinnen de proeftuin krijgen 665 kleuters, verspreid over 8 scholen, een goedkopere of gratis maaltijd gedurende vier schooldagen per week. Er worden verschillende scenario’s uitgetest: ofwel gaat het om een 10-uurtje, een warme maaltijd of een gezonde aanvulling op de eigen brooddozen die kleuters meebrengen naar school.\n\nHOGENT en HIVA-KU Leuven onderzoeken gedurende drie jaar hoe betaalbare en gezonde voeding op school het welbevinden en de ontwikkelingskansen van kleuters kan beïnvloeden. Daarnaast kijken de onderzoekers wat scholen nodig hebben om maaltijden te kunnen aanbieden. Hierbij wil stad Gent de praktische en administratieve belasting voor de scholen tot een minimum beperken.\n\nDe resultaten van het onderzoek worden verwacht eind 2023. De bedoeling is om haalbare scenario’s voor te stellen voor het Gentse (kleuter)onderwijs. Zo wil Gent zoveel mogelijk kleuters maximale kansen geven op school.","summary":"Project 'Lekker(s) Op School' biedt gezonde en betaalbare maaltijden aan 665 kleuters in Gentse scholen, om armoede te bestrijden en gelijke onderwijskansen te bevorderen. Onderzoek door HOGENT en HIVA-KU Leuven richt zich op welbevinden en ontwikkeling van kleuters, met resultaten verwacht in 2023.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002182","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek wil vanuit een holistische en interdisciplinaire visie het verband nagaan tussen het gebruik van psychofarmaca (voor probleemgedrag) en de impact hiervan op de kwaliteit van leven van deze personen.\n\nDe prevalentie van geestelijke gezondheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking wordt algemeen 3 tot 5 maal hoger geschat dan in de algemene populatie. Recente prevalentiecijfers spreken van 33,6% (Mazza, 2020).\n\nNaast psychotherapeutische en orthopedagogische methoden is farmacotherapie, ook in Vlaanderen, een veel gehanteerde behandelwijze. Zo zouden 32% van de mensen met een verstandelijke beperking anti-psychotica gebruiken. In een recente nulmeting bij 5 grote Oost-Vlaamse residentiële VAPH-voorzieningen voor volwassenen, bleek 66,5% van de populatie psychofarmaca te gebruiken, dikwijls ook toegediend voor management van probleemgedrag zonder onderliggende psychiatrische diagnose (zgn. ‘off-label’ voorschrijven).\n\nVoorliggend onderzoek wil vanuit een holistische en interdisciplinaire visie het verband nagaan tussen afname van gebruik van psychofarmaca (voor probleemgedrag) en de impact hiervan op de kwaliteit van leven van deze personen.\n\nHet onderzoek bestaat uit 3 werkpakketten: waarbij werkpakket 3 het eigenlijke onderzoek:\n\n1. Participatie aan onderzoek rond internationale evidence-based richtlijnen voor professionelen, inzake psychofarmacagebruik in de zorg voor personen met een verstandelijke beperking met probleemgedrag, binnen de Belgische context\n2. Participatie aan het ontwikkelen van een sensibiliserend en psycho-educatief pakket omtrent psychofarmaca bij deze doelgroep\n3. Toepassen/evalueren van hogergenoemde richtlijnen in een pilotstudie bij voorzieningen voor personen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag (n=30), teneinde tot een draaiboek te komen dat ook voor andere diensten en voorzieningen kan uitgerold worden.","summary":"Dit onderzoek onderzoekt het verband tussen psychofarmacagebruik en de kwaliteit van leven bij personen met een verstandelijke beperking. Het richt zich op het verminderen van medicatiegebruik en het evalueren van impact. Het omvat drie werkpakketten, waaronder het ontwikkelen van richtlijnen en een pilotstudie voor verbeterde zorgpraktijken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002183","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek heeft als doel een innovatieve leeromgeving rond transculturele samenwerking en competenties in de verpleegkunde te ontwikkelen.\n\nOm dit te realiseren focust TransCoCon op de ontwikkeling, het testen en de implementatie van Reusable Learning Objects (RLO) die tot doel hebben het aanscherpen van de culturele bewustwording en het promoten van de transculturele competentie in de professionele context van verpleegkunde.\n\nTransCoCon bestaat uit een internationaal partnerschap:\n- HOGENT (BE)\n- University of Nottingham (UK)\n- Fachhochschule Bielefeld (DE)\n- St. Angela’s College Sligo (IE)\n- Escola Superior de Enfermagem do Porto (PT)","summary":"TransCoCon ontwikkelt een innovatieve leeromgeving voor transculturele competenties in de verpleegkunde, met focus op Reusable Learning Objects. Het project omvat een internationaal partnerschap tussen HOGENT, University of Nottingham, Fachhochschule Bielefeld, St. Angela’s College Sligo en Escola Superior de Enfermagem do Porto.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002192","result_description":null},{"description":"In opdracht van het Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL) werken onderzoekers van HOGENT, als lid van de Academie voor de Eerste Lijn, aan de evaluatie van het Vlaams mantelzorgbeleid 2016-2020 in functie van een nieuw Vlaams mantelzorgbeleid.\n\nHet project bestaat uit een onderzoekstraject en een begeleidingstraject. Het onderzoekstraject evalueert het huidige mantelzorgbeleid en bepaalt toekomstige beleidsprioriteiten. Het begeleidingstraject richt zich op het ontwerpen van een nieuw mantelzorgplan. Beide trajecten worden uitgevoerd in cocreatie met de stakeholders van het Vlaams mantelzorgbeleid.\n\nIn het najaar 2020 werd het onderzoekstraject opgestart. Na een identificatieproces van de stakeholders en stakeholdergroepen, werden online focusgroepen georganiseerd rond het thema ‘wat is een succesvol mantelzorgbeleid?’. Er vonden zes focusgroepen plaats met mantelzorgers, mantelzorgverenigingen, verenigingen voor personen met een zorgnood, organisaties uit de formele zorgsector, beleidsmakers en onderzoekers.\n\nDe input vormde de basis voor een online enquête, die wijd werd verspreid binnen het zorg- en welzijnslandschap: mantelzorgers, vrijwilligers, professionele zorgverleners en welzijnswerkers, beleidsactoren op alle niveaus, … De bevraging omvatte 6 prioritaire thema’s. 1062 personen vulden deze in. De resultaten worden in het voorjaar van 2021 besproken en gevalideerd tijdens een aantal samenkomsten met beleidsactoren en experten uit het werkveld.\n\nIn juni 2021 startte een nieuwe fase: het begeleidingstraject dat gericht was op het ontwerpen van een nieuw mantelzorgplan. Na een nieuw identificatieproces van de stakeholders en stakeholdergroepen werden aan de hand van focusgroepen strategische doelen, beleidsprioriteiten en actieplannen bepaald. Op basis van de lijnen die uitgezet werden in het begeleidingstraject werd het nieuwe Vlaams mantelzorgplan gelanceerd.","summary":"Onderzoekers van HOGENT werken met VIVEL aan evaluatie en ontwerp van nieuw Vlaams mantelzorgbeleid. Stakeholders betrokken via focusgroepen en enquête. Resultaten in 2021 besproken en leiden tot lancering nieuw plan.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002193","result_description":null},{"description":"Europa kent een sterke vergrijzing en de gemiddelde levensverwachting stijgt jaar na jaar. Het vormt een enorme uitdaging, zowel voor individuen als voor beleidsmakers, om die latere levensjaren zo gezond en actief mogelijk te maken.\n\nNiettemin wordt het ouder worden vaak vergezeld van verlies op verschillende vlakken: verlies van fysieke of cognitieve functies, verlies van welzijn, verminderde sociale interacties, enz. Als dergelijke verliezen niet op tijd opgemerkt en opgevangen worden, gaat de levenskwaliteit van ouderen (en hun familie en omgeving) sterk achteruit. Daarbij nemen pathologieën en beperkingen toe, wat de oudere verzwakt.\n\nHoewel er al verschillende ondersteuningssystemen bestaan (zoals thuiszorg, welzijnszorg, enz.), ontbreekt enerzijds een vroege, efficiënte en systematische detectie van zwakte en anderzijds een actieve begeleiding naar 'empowerment' en juiste ondersteuning binnen de omgeving van de oudere.\n\nOm hieraan tegemoet te komen, wil dit project een ondersteuningstraject ontwikkelen voor zwakkere ouderen en hun omgeving.","summary":"Europa vergrijst snel en levensverwachting stijgt. Dit project biedt een ondersteuningstraject om ouderen en hun omgeving te helpen zwakte te detecteren en empowerment te bevorderen voor een gezondere en actievere oude dag.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002194","result_description":null},{"description":"Allerlei welzijnsproblemen komen de school binnen: lege brooddozen, onbetaalde schoolfacturen, opvoedingsproblematieken, slechte huisvestiging, te grote afstand tussen ouders en school, enz. Het is maar een greep uit de problematieken waarmee basisscholen geconfronteerd worden.\n\nScholen bevinden zich soms in de frontlinie van dit alles zonder goed te weten waartoe of waaraan. Dit vraagt heel wat van basisscholen. Vanuit verschillende hoeken – het lokale beleid, welzijnswerk én scholen – klinkt de roep naar meer samenwerking om complexe maatschappelijke uitdagingen zoals kinderarmoede het hoofd te bieden.\n\nSamenwerkingen met het CLB, brugfiguren of andere welzijnspartners kunnen ondersteuning bieden en dringen zich op. In het nieuwe decreet (2017) voor leerlingenbegeleiding wordt expliciet benoemd dat het CLB een draaischijffunctie heeft tussen scholen, ouders en verschillende sectoren.\n\nUit een vorig HOGENT-onderzoek blijkt echter dat het CLB een belangrijke, maar op heden soms onduidelijke actor is in de relatie tussen welzijn en onderwijs. In dit onderzoek willen we de rol van het CLB, maar ook de rol van andere betrokken (welzijns)actoren binnen en rond de school (brugfiguur/onderwijsopbouwwerker, maatschappelijk werker met zitdagen op school) onderzoeken.\n\nWat kan de draaischijffunctie van het CLB betekenen voor scholen? En voor ouders? En hoe kunnen outreachende initiatieven scholen en ouders ondersteunen? We willen met dit onderzoek zicht krijgen op hoe de draaischijffunctie van het CLB tegemoet kan komen aan welzijnsnoden van scholen en aan de ondersteuningsnoden van gezinnen.","summary":"Basisscholen staan voor diverse welzijnsproblemen zoals kinderarmoede en opvoedingsproblemen. Samenwerking met CLB en welzijnspartners is essentieel om scholen en gezinnen te ondersteunen. Onderzoek focust op de rol van CLB en welzijnsactoren in het aanpakken van welzijnsnoden en ondersteuningsbehoeften van scholen en gezinnen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002195","result_description":null},{"description":"Vanuit het Research Centre for Learning in Diversity werd een pilootproject opgezet, genaamd: “Complementaire co-teaching tussen een leerkracht en een zorgprofessional in opleiding: een proeftuin in een Gentse school voor basisonderwijs”. Hierin werd via een participatief actie-onderzoek geëxperimenteerd met complementaire co-teaching tussen een zorgprofessional in opleiding en een leerkracht, met als doel effectiever en inclusiever onderwijs te realiseren. Dit onderzoek legt de meerwaarde van een zorgprofessional in opleiding als co-teacher binnen een klascontext bloot, maar brengt ook een aantal uitdagingen met zich mee. \n\nTen eerste zagen we dat het een lange tijd duurt voordat een zorgprofessional in opleiding tot het invullen van een rol als co-teacher op de klasvloer kwam. Ten tweede gaven leerkrachten aan op zoek te zijn naar een co-teacher die zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele vaardigheden van de leerlingen ondersteunt. Zorgprofessionals in opleiding zijn echter nog zoekende naar welke evidence-informed acties binnen een specifieke context gepast en effectief zijn. \n\nTen derde werd opgemerkt dat de acties die de zorgprofessional in opleiding ondernam de leerkracht wel inspireerden, maar nog (te) weinig structureel verankerd werden in de klaspraktijk. Het vertrek van de zorgprofessional in opleiding door het aflopen van de stageperiode impliceerde dat de acties verdwenen of slechts sporadisch werden ingezet. \n\nOm een antwoord te bieden op deze uitdagingen, ontwikkelden we een ‘routeplanner’. Deze routeplanner is een werkinstrument dat bestaat uit 9 opdrachten waarmee leerkrachten en zorgprofessionals in opleiding die via complementaire co-teaching samen voor de klas staan, op pad gaan gedurende hun samenwerkingsperiode. Deze routeplanner focust enerzijds op de randvoorwaarden van co-teaching én anderzijds op het handelingsgericht met een klasgroep aan de slag gaan. \n\nVia het onderzoeksproject ‘Samen op weg’ willen we nagaan op welke manier deze routeplanner de invulling van de rol van een zorgprofessional in opleiding die als co-teacher stage loopt in een klas faciliteert. Anderzijds willen we nagaan welke impact deze routeplanner heeft op de leerkrachtvaardigheden voor effectief onderwijs én of die impact dan ook duurzaam is.","summary":"A pilot project at the Research Centre for Learning in Diversity explores complementaire co-teaching between a teacher and a trainee care professional to enhance inclusive education. Challenges include integration time, skill alignment, and sustainability. A 'route planner' tool with 9 tasks aims to address these issues and improve collaboration effectiveness.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002196","result_description":null},{"description":"Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is de meest voorkomende ontwikkelingsstoornis bij jonge kinderen. Het wordt omschreven als een neurobiologische aandoening die alle aspecten en modaliteiten van taalvaardigheid kan beïnvloeden. Ondanks deze impact wordt de invloed op dagelijks functioneren vaak over het hoofd gezien. Een brede benadering van TOS vanuit een neuropsychologische invalshoek is daarom belangrijk.\n\nIn de klas vertonen leerlingen met een TOS vaak storend gedrag, mogelijk als gevolg van gevoelens van machteloosheid. Problemen met executieve functies zijn ook frequent bij deze kinderen, mogelijk veroorzaakt door een trage informatieverwerking en onvoldoende functioneren van innerlijke taal. Internationale studies hebben de relatie tussen executieve functies en TOS onderzocht.\n\nKinderen met een TOS hebben vaak lagere scores op Quality of Life (QoL) vragenlijsten, maar psychotherapie en aangepast onderwijs kunnen hun QoL verbeteren. Om de impact van TOS te meten, is de vragenlijst ‘Impact TOS op kind / jongere’ ontwikkeld. Nu wordt deze vragenlijst ingezet binnen een schoolse context voor kinderen met een TOS uit lage SES- en/of multiculturele/meertalige achtergronden, met de focus op sociaal-emotioneel en executief functioneren.\n\nHet doel is om leerkrachten en ondersteuners concrete handvaten te bieden voor begeleiding, met meer geïndividualiseerde doelen voor psycho-educatie en betere ondersteuning van leerlingen met een TOS.","summary":"Ontdek de impact van taalontwikkelingsstoornis (TOS) bij kinderen en de nood aan een brede neuropsychologische benadering voor betere begeleiding in de klas. Verbeter de Quality of Life van kinderen met TOS door psychotherapie en aangepast onderwijs.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002197","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek analyseert de sociale determinanten van aspirant-pionierstudenten (jongeren die overwegen om verder te studeren en van wie beide ouders niet verder gestudeerd hebben). We brengen in kaart welke drempels en krachten deze jongeren in hun thuiscontext ervaren op weg naar hoger onderwijs. We gaan ook na welke ondersteunende rol andere sociale netwerken kunnen bieden. Om dit te bereiken:\n- interviewen we 15 à 20 aspirant pioniersstudenten uit de tweede graad middelbaar onderwijs.\n- interviewen we 10 à 15 jongeren die we in het eerdere project SMO-G interviewden.\n- doen we een kwantitatieve bevraging bij startende HOGENT-studenten.\nDe analyse van deze verschillende data zal inzichten opleveren ter ondersteuning van deze groep jongeren op verschillende domeinen. Op deze manier willen we bijdragen tot een vlotter traject naar het hoger onderwijs voor deze jongeren.","summary":"Dit onderzoek analyseert drempels en krachten voor aspirant-pionierstudenten zonder academische achtergrond, om hun pad naar hoger onderwijs te vergemakkelijken. Via interviews en kwantitatieve gegevens worden inzichten verkregen om ondersteuning te bieden en hun traject te verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002198","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich op de impact van leerstoornissen, zoals dyslexie en dyscalculie, bij leerlingen in het secundair onderwijs. Ongeveer 10% van de leerlingenpopulatie heeft leerstoornissen, wat specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften (SOB) met zich meebrengt.\n\nLeraren met specifieke scholing tonen positievere attitudes tegenover inclusief onderwijs, wat cruciaal is voor het succes van leerlingen met leerstoornissen. Het onderzoeksproject beoogt bij te dragen aan de professionalisering van leerkrachten door hun kennis en attitudes over leerstoornissen te meten en vervolgens een evidence-informed professionaliseringsworkshop te implementeren.\n\nOnderzoeksvragen omvatten het meten van de huidige kennis en attitudes van leerkrachten, hun kennis over redelijke aanpassingen, en het onderzoeken van de evolutie na de workshop. Hierbij zal ook de rol van demografische variabelen zoals geslacht, leeftijd en onderwijservaring worden geanalyseerd.\n\nHet uiteindelijke doel is meer inclusief onderwijs mee te helpen realiseren en de slaagkansen van leerlingen met leerstoornissen te verbeteren door bewustwording en kennis bij leerkrachten te vergroten.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op impact van leerstoornissen bij secundaire leerlingen en professionalisering van leerkrachten. Het beoogt inclusief onderwijs te bevorderen door kennis en attitudes te meten en te verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002199","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject gaat op zoek naar manieren om historische landgoederen op een duurzame manier in stand te houden. Daarnaast gaat aandacht naar de rol die de landschaps- en tuinarchitect kan spelen in deze revalorisaties en naar de passende beleidscontext die ze kan faciliteren. De nadruk ligt op het creëren van een maatschappelijke meerwaarde op cultuurhistorisch, ecologisch, esthetisch, sociaal of economisch vlak.\n\nHet project besteedt aandacht aan hedendaagse invullingen van historische beheertradities van historische landgoederen waaronder houtwinning, voedselvoorziening of wildbeheer. Ook nieuwe gebruiksmogelijkheden komen aan bod zoals natuurbegraafplaatsen, site-specifieke kunstparcours of andere activiteiten die inkomsten voor de instandhouding kunnen genereren.\n\nEen dertigtal ‘best-practices’ van meervoudig ruimtegebruik van historische landgoederen uit binnen- en buitenland worden eerst grondig bestudeerd om een beeld te krijgen van specifieke problematieken en kansen.\n\nVervolgens worden in een vijftal living labs toekomstscenario’s voor revalorisatie geëxploreerd met behulp van ontwerpend onderzoek en in nauwe interactie met landeigenaars, overheidsinstanties, ontwerpers en andere actoren die relevant zijn voor of betrokken zijn bij de specifieke landgoederen. De ‘living labs’ worden gekoppeld aan ontwerpateliers binnen de opleidingen landschaps- en tuinarchitectuur, landschapsontwikkeling, beeldbouwkunst en autonome vormgeving.\n\nDe combinatie van literatuuranalyse met de bevindingen uit de best-practices en de living labs zal aanleiding geven tot concreet implementeerbare voorstellen voor nieuwe gebruiksmogelijkheden, tot beleidsaanbevelingen om dit te faciliteren en tot reflecties over de mogelijkheden voor een verbrede rol van de landschaps- en tuinarchitectuur.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op duurzame behoud van historische landgoederen met aandacht voor maatschappelijke meerwaarde. Best practices en living labs verkennen toekomstscenario's voor revalorisatie met input van diverse stakeholders. Dit leidt tot implementeerbare voorstellen, beleidsaanbevelingen en reflecties over nieuwe gebruiksmogelijkheden en de rol van landschaps- en tuinarchitectuur.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002200","result_description":null},{"description":"Thema's als de klimaatopwarming, duurzaamheid en de circulaire economie beheersen de actualiteit. Ook in de designwereld hebben niet alleen jonge ontwerpers, maar ook grote huizen steeds meer oog voor het gebruik van alternatieve, meer duurzame materialen en het end of life-aspect van hun producten.\n\nHoewel dat zeker een stap in de goede richting is, zijn de onderzoekers in dit project nog verder gegaan. In een driejarig praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek werd gefocust op de emotionele, irrationele band die gebruikers met een meubel of object hebben, en de manier waarop deze relatie kan worden vormgegeven.\n\nOp basis van interviews met promotor Dirk Van Gogh en de andere onderzoekers - kunstenares en modeontwerpster Marina Yee, interieurarchitect Christophe Sonck, performance kunstenaar Helena Dietrich en biochemicus María Boto Ordóñez - bracht Elien Haentjens de bevindingen tekstueel samen in de publicatie 'Relational design. Het vormgeven van een emotionele band als katalysator voor duurzaamheid.'\n\nMeer dan te focussen op het product zelf gaat dit boek dieper in op de emotionele band. Op basis daarvan werden innovatieve parameters afgeleid om meubels te ontwerpen die mensen hun hele leven lang kunnen en willen gebruiken.","summary":"Ontdek hoe dit onderzoek de emotionele band tussen gebruikers en meubels vormgeeft voor duurzaamheid en levenslang gebruik. Leer meer over innovatieve designparameters in 'Relational design'.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002201","result_description":null},{"description":"Hoewel dieren alomtegenwoordig zijn in het landschap, worden ze nauwelijks direct betrokken bij de landschapsarchitectuur. Er wordt zelden ontworpen met het dier als medegebruiker van het landschap in het achterhoofd, laat staan dat het dier ruimte krijgt om het landschap mee te ontwerpen. Nochtans zijn dieren ontegensprekelijk meer dan alleen passieve medegebruikers: door hun activiteiten geven ze ook vorm aan het landschap. Mensen interageren op de meest diverse manieren met dieren en elk landschapsontwerp verandert net zo goed hun leefomgeving als de onze. De landschapsarchitectuur heeft daarbij een aantal belangrijke sleutels in handen om vorm te geven aan de verschillende relaties die mensen met dieren uit hun omgeving aangaan. Er is dan ook een duidelijke nood aan reflectie rond en een visie over de plaats van het dier in de landschapsarchitectuur.\n\nDit onderzoeksproject wil de rol die de landschapsarchitectuur speelt bij het vormgeven aan een gedeelde ruimte voor mens en dier onderzoeken. Door middel diepte-interviews, de studie van recente ontwikkelingen binnen de landschapstheorie, dierenfilosofie en dierstudies (animal studies) en een reeks Socratische gesprekken met studenten landschaps- en tuinarchitectuur, landschapsontwikkeling en groenmanagement willen we komen tot verscheidene filosofisch-prikkelende visies rond de betekenis die de landschapsarchitectuur kan en moet hebben in het vormen van een door mens en dier gedeelde ruimte.","summary":"Ontwerp landschappen met oog voor dieren als medegebruikers. Onderzoek naar gedeelde ruimte voor mens en dier in landschapsarchitectuur via diepte-interviews en filosofische visies.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002202","result_description":null},{"description":"Op basis van interviews is een regionale behoefteanalyse opgesteld om de communicatiedrempels van anderstaligen met diabetes in Gent in kaart te brengen. De conclusies van dit rapport waren richtinggevend maar vormden tevens de basis voor verder onderzoek.\n\nTen eerste werd besloten om de patiëntenpopulatie beter te leren kennen via focusgroepen om zo een scherper beeld te krijgen van hun concrete communicatieve noden. Hiervoor konden we perfect aansluiten bij de sessies diab(w)eet van wijkgezondheidscentrum Botermarkt. Tijdens deze sessies kregen mensen met diabetes type 2 informatie over diabetes. Nadien werd er samen gekookt en gegeten. Door observaties en contact met de doelgroep kregen we nog een helderder beeld van onze doelgroep.\n\nEen andere doelstelling in dit stadium van het onderzoek was om contacten uit te breiden en te versterken met zorgverleners van de tweede lijn (in ziekenhuizen) die werden bevraagd via interviews. Een derde doelstelling van dit onderzoek was om een vergelijkende analyse te maken van ondersteunende tools die ontwikkeld werden bij andere behandelingstrajecten om op basis van die kennis tot de meest doeltreffende oplossing te komen voor onze doelgroep.","summary":"Een regionale behoefteanalyse in Gent onderzocht communicatiedrempels van anderstaligen met diabetes. Focus op patiënten via focusgroepen en contact met zorgverleners voor effectieve oplossingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002203","result_description":null},{"description":"Ouder wordende mensen met een verstandelijke beperking zullen door een verhoogde levensverwachting langer leven en in absolute aantallen toenemen, waardoor nieuwe uitdagingen in de zorg ontstaan.\n\nReeds in 2000 wees de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) op een tekort aan georganiseerde (publieke of private) systemen die tegemoet komen aan de specifieke behoeften van ouder wordende mensen met een verstandelijke beperking. Bovendien herkennen gezondheidswerkers onvoldoende de specifieke problemen die voortvloeien uit het verouderingsproces bij deze doelgroep.\n\nIn Vlaanderen wordt de zorg en ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking gesubsidieerd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Echter, het specifieke aanbod volstaat vaak niet om deze doelgroep optimaal te laten verouderen. Ook de reguliere woonzorgcentra zijn onvoldoende uitgerust om een gepast antwoord te formuleren op de zorgvragen van specifieke doelgroepen.\n\nDaarenboven zou de kwaliteit van bestaan en het inclusieve denken, aspecten die centraal staat in de ondersteuning van mensen met een beperking, geen evidentie meer zijn wanneer de zorgvraag wijzigt omwille van ouderdom. Hoewel er op dit moment al, op het niveau van de individuele voorzieningen, initiatieven worden genomen om vanuit een intersectorale samenwerking tegemoet te komen aan bovenstaande problemen, bestaat er op dit moment geen inventaris van goede praktijken die andere voorzieningen op weg kan helpen.\n\nIn voorliggend onderzoek streven we daarom drie doelstellingen na. Als eerste doelstelling willen we zicht krijgen op de omvang en diversiteit van intersectorale samenwerkingsverbanden in Oost- en West-Vlaanderen. De tweede doelstelling is om de attitudes, kennis en vaardigheden van professionals m.b.t. ouder wordende mensen met een beperking in kaart te brengen.\n\nEen derde en laatste doelstelling is de ontwikkeling van enerzijds randvoorwaarden en anderzijds richtlijnen en protocollen voor een intersectorale samenwerking in het kader van de zorg en ondersteuning van ouder wordende mensen met een verstandelijke beperking.\n\nHet onderzoek bestaat uit vier, elkaar deels overlappende en op elkaar aansluitende onderzoeksfasen. In elk van deze fasen wordt gebruik gemaakt van een geëigende onderzoeksopzet. Het eindproduct, nl. een lijst met randvoorwaarden, richtlijnen en protocollen die de voorzieningen wensen na te streven ten voordele van een goede kwaliteit van leven van ouder wordende cliënten met een verstandelijke beperking, zal gedissemineerd worden d.m.v. een wetenschappelijke publicatie, het organiseren van een studiedag en bijkomende vormingsmomenten.","summary":"Onderzoek naar zorg voor ouder wordende mensen met verstandelijke beperkingen in Vlaanderen. Belang van intersectorale samenwerking, attitudes van professionals en ontwikkeling van richtlijnen. Streven naar optimale levenskwaliteit en disseminatie van resultaten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002204","result_description":null},{"description":"Belgische ouderen geven aan zo lang mogelijk in de eigen vertrouwde omgeving te willen blijven wonen. De Belgische overheid heeft zijn ouderenbeleid op deze voorkeur afgestemd en promoot dit \"aging in place\".\n\nGezien \"aging in place\" zowel voor de overheid als voor de oudere populatie een goede oplossing blijkt, is het onontbeerlijk en kan men verwachten dat de overheid zicht heeft op de levenskwaliteit van deze thuiswonende ouderen. Tot nu toe is er echter geen instrument voorhanden welke de domeinen van kwaliteit van leven bevraagt die ouderen zelf belangrijk vinden.\n\nDit onderzoek beoogt de ontwikkeling en validering van een schaal die de levenskwaliteit bij thuiswonende ouderen meet.","summary":"Ouderen verkiezen wonen in eigen omgeving. Overheid stemt beleid af op \"aging in place\" voor betere levenskwaliteit. Onderzoek ontwikkelt schaal om dit te meten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002205","result_description":null},{"description":"Wegens de toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica, is onderzoek naar andere antibacteriële therapieën cruciaal. Faagtherapie speelt in dit kader een belangrijke rol. Fagen zijn virussen die bacteriën infecteren op een zeer specifieke manier. De meeste fagen infecteren namelijk slechts één enkel bacterieel species en meestal ook nog maar enkele stammen binnen dat species.\n\nEen toenemend aantal artsen en onderzoekers erkent het potentieel van de faagbehandeling in de bestrijding van bacteriële infecties. In dit kader lopen er interventiestudies en zijn er nog talrijke studies gepland waarbij fagen toegediend worden aan patiënten voor de behandeling van specifieke bacteriële infecties. Binnen deze studies zijn methoden nodig om snel en nauwkeurig de verandering in bacteriële en virale load te bepalen om een kwalitatieve en kwantitatieve monitoring te kunnen uitvoeren van zowel de progressie van de infectie als van het therapeutisch agens, nl. de fagen.\n\nMomenteel wordt het faagaantal meestal bepaald op basis van cultuur gebaseerde titratie-methoden, een arbeidsintensieve methode met een beperkte nauwkeurigheid. In dit project willen we een methode ontwikkelen om de faag load te bepalen, gebaseerd op real time PCR of kwantitatieve PCR (qPCR). We zullen ons hiertoe richten op a) het optimaliseren van de DNA-extractie van fagen, omdat hiervoor momenteel geen commerciële kits beschikbaar zijn en b) op de optimalisatie van qPCR formats voor de 5 fagen aanwezig in de BacterioFaag2 cocktail die ontwikkeld is in het Koningin Astrid Militair Hospitaal voor de behandeling van majeure infecties bij brandwonden veroorzaakt door de bacteriën Acinetobacter baumanii, Pseudomonas aeruginosa en Staphylococcus aureus.","summary":"Onderzoek naar faagtherapie als alternatief voor antibiotica is essentieel vanwege toenemende resistentie. Er is erkenning voor potentieel van fagen in behandeling van bacteriële infecties. Ontwikkeling van een nauwkeurige faag load bepaling met qPCR is cruciaal voor monitoring en behandeling van infecties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002206","result_description":null},{"description":"Mucoviscidosepatiënten hebben vaak last van chronische longinfecties die veroorzaakt worden door multiresistente bacteriën. Hierdoor wordt de behandeling van deze infecties met antibiotica ernstig bemoeilijkt, maar faagtherapie is een belangrijk alternatief. Fagen zijn virussen die bepaalde bacteriën infecteren en doden, maar onschadelijk zijn voor het normale microbioom en de mens. Dit zorgt ervoor dat ze gebruikt kunnen worden voor de behandeling van een specifieke bacteriële infectie, maar eerst moet de gevoeligheid van de pathogeen voor verschillende fagen getest worden in vitro.\n\nDit gebeurt door de pathogeen te kweken en de gevoeligheid te testen aan de hand van een fagogram. Door het kweken van de bacterie is er een verschil tussen de situatie in vitro en in de longen van de patiënt, waar de bacteriën vaak aanwezig zijn in een biofilm.\n\nIn samenwerking met het Laboratory Bacteriology Research (LBR, UGent, prof. dr. Piet Cools) en het mucoviscidosecentrum (dr. Eva Van Braeckel, dienst Longziekten) op de campus van het UZ Gent wordt in deze studie onderzocht of de gevoeligheid van bacteriën voor fagen rechtstreeks op het sputum van de patiënt getest kan worden. Dit sputum is namelijk een betere voorstelling van de situatie in de longen dan het huidige fagogram. Hierdoor kan de werkzaamheid van faagtherapie verbeterd worden.","summary":"Onderzoek verbetert faagtherapie voor mucoviscidosepatiënten met chronische longinfecties. Nieuwe methode test bacteriële gevoeligheid voor fagen rechtstreeks op sputum, wat werkzaamheid kan verbeteren. Samenwerking met UZ Gent en UGent voor innovatieve behandeling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002207","result_description":null},{"description":"Traditionele biomonitoring van aquatische ecosystemen is tijdrovend, duur en vereist uitgebreide taxonomische kennis. Monitoring op basis van DNA heeft deze nadelen niet, maar er is wel een uitgebreide database nodig met DNA-sequenties van alle doelsoorten.\n\nIn dit project wordt zo'n database ontwikkeld voor macro-invertebraten, vissen en amfibieën in het Ecuadoraanse Amazonegebied, een van de meest diverse, maar ook bedreigde gebieden van Ecuador. Er wordt een op DNA gebaseerde monitoringtechniek ontwikkeld die gebruik maakt van Next Generation Sequencing (NGS). NGS kan een breder en completer beeld geven van het bemonsterde ecosysteem en de aanwezigheid van invasieve soorten of verstoringen van het ecosysteem in een vroeg stadium aangeven.\n\nOnze NGS-monitoringresultaten zullen vergeleken en gevalideerd worden met klassieke, op vangst gebaseerde monitoring. Bovendien zullen trekvissen gemerkt worden en zal hun aankomst in het studiegebied gedetecteerd worden via telemetrie. Tot slot zal dit project de capaciteit van zowel IKIAM als ESPOL aanzienlijk vergroten. Biodiversiteitsstudies zullen zeer efficiënt en kosteneffectief worden, waardoor frequentere monitoring mogelijk wordt.","summary":"Ontwikkeling van DNA-database voor biodiversiteit in Ecuadoraanse Amazone met NGS-monitoring voor efficiënte en kosteneffectieve resultaten. Vergelijking met traditionele methoden en telemetrie voor trekvissen. Capaciteitsvergroting voor IKIAM en ESPOL.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002208","result_description":null},{"description":"Traditionele biomonitoring van aquatische ecosystemen is tijdrovend, duur en vereist uitgebreide taxonomische kennis. Monitoring op basis van DNA heeft deze nadelen niet, maar er is wel een uitgebreide database nodig met DNA-sequenties van alle doelsoorten.\n\nWe stellen voor om een snel, op DNA gebaseerd monitoringsysteem te ontwikkelen, waarmee invasieve vissen en hun effecten op aquatische gemeenschappen in het Ecuadoraanse stroomgebied van de Amazone vroegtijdig kunnen worden opgespoord. Dit zal gedaan worden door het optimaliseren van de nanopore Next-Generation sequencing (NGS) techniek (MinION) die biomonitoring van tropische aquatische milieus mogelijk maakt. We streven ernaar om 1) een techniek te ontwikkelen op basis van snelle DNA-extracties, gecombineerd met de MinION-technologie voor de detectie van invasieve vissen in realtime en 2) nieuwe DNA-sequenties van amfibieën, macro-invertebraten en vissen op te nemen in de Ecuadoraanse DNA-database. We richten ons project op capaciteitsopbouw door het verbeteren van MinION-vaardigheden voor de vroege detectie van invasieve vissoorten en hun effect op aquatische gemeenschappen. We versterken de capaciteiten van personeel en studenten (lokaal en Belgisch) via thesis, praktische cursussen, veldwerk, trainingen en stages. Deze snelle detectie van invasieve soorten kan hun uitroeiing vergemakkelijken, de preventie van hun verdere verspreiding vergemakkelijken en effectievere acties voor het behoud van aquatische ecosystemen bevorderen.","summary":"Ontwikkeling van snel DNA-gebaseerd monitoringsysteem voor vroege detectie van invasieve vissen in Ecuadoraans Amazonegebied. Streven naar snelle DNA-extractie en MinION-technologie voor realtime detectie, uitbreiding van DNA-database en capaciteitsopbouw voor behoud van aquatische ecosystemen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002209","result_description":null},{"description":"De bescherming, het behoud en het herstel van aquatische ecosystemen en hun functies is van mondiaal belang. Voor Europese landen werd het vooral wettelijk bindend door de EU-Kaderrichtlijn Water (KRW).\n\nOm de ecologische toestand van een bepaald waterlichaam te beoordelen, worden gegevens over de aquatische biodiversiteit verzameld en vergeleken met een referentiewaterlichaam. De aldus verkregen gekwantificeerde wanverhouding bepaalt de omvang van potentiële beheersmaatregelen. De huidige aanpak voor de beoordeling van de biodiversiteit is gebaseerd op morfotaxonomie. Deze aanpak heeft veel nadelen, zoals tijdrovendheid, beperkte temporele en ruimtelijke resolutie en foutgevoelig vanwege de variatie in individuele taxonomische expertise van de analisten.\n\nNieuwe genomische instrumenten kunnen veel van de bovengenoemde problemen overwinnen en kunnen de traditionele bio-assessment aanvullen of zelfs vervangen. Toch is er een overvloed aan benaderingen die onafhankelijk van elkaar in verschillende instellingen worden ontwikkeld, waardoor een gecoördineerde routinetoepassing wordt belemmerd. Het doel van deze actie is het samenbrengen van een groep onderzoekers uit verschillende disciplines met als taak het identificeren van genomische instrumenten en nieuwe ecogenomische indices die aan de basis liggen van routinematige toepassing voor biodiversiteitsbeoordelingen van Europese waterlichamen.\n\nBovendien zal DNAqua-Net een platform bieden voor de opleiding van de volgende generatie Europese onderzoekers die hen voorbereidt op de nieuwe technologieën. Samen met waterbeheerders, politici en andere belanghebbenden zal de groep een conceptueel kader ontwikkelen voor de standaard toepassing van eco-genomische instrumenten als onderdeel van wettelijk bindende beoordelingen.","summary":"De EU-Kaderrichtlijn Water vereist het beoordelen van aquatische biodiversiteit voor waterbeheer. DNAqua-Net brengt onderzoekers samen om genomische instrumenten te identificeren en standaard eco-genomische toepassingen te ontwikkelen voor Europese waterlichamen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002210","result_description":null},{"description":"In België leven naar schatting 50.000 mensen met type 1 diabetes (T1D). Dit is een auto-immuunziekte waarbij het eigen afweersysteem de insuline-producerende cellen in de alvleesklier aanvalt. Hierdoor is er levenslang nood aan insulinetoediening via pen of pomp, wat aangepast moet worden aan factoren zoals voeding, lichaamsbeweging, stress en ziekte.\n\nOndanks de grote vooruitgang sinds de ontdekking van insuline 100 jaar geleden, blijft het voor veel mensen met T1D moeilijk om hun bloedsuikerspiegel onder controle te krijgen. Naast insuline is een gezonde leefstijl, met regelmatige lichaamsbeweging, een van de belangrijke pijlers binnen de diabetesbehandeling. De doeltreffendheid hiervan is door onderzoek en praktijk al meermaals aangetoond.\n\nMaar lichaamsbeweging bemoeilijkt ook de diabetesbehandeling omdat de bloedsuiker variabel reageert op verschillende soorten activiteiten. Hiervoor is zelfinzicht noodzakelijk. MAGDA speelt in op het inzicht dat een gezonde leefstijl, met regelmatige lichaamsbeweging, als medicijn, de patiënt en zorgverlener ten goede komt, en bovendien kostenbesparend werkt. Voor zelfinzicht wordt gebruik gemaakt van een machine-learning algoritme.\n\nMet de integratie in een dashboard krijgen patiënt en zorgverlener een bruikbare applicatie over de invloed van lichaamsbeweging op de diabetescontrole. MAGDA introduceert hiermee AI binnen diabeteszorg en speelt daarmee in op een duidelijk maatschappelijke vraag. Om de functies van MAGDA te ontwikkelen worden er focusgroepen georganiseerd waarbij patiënten en zorgverleners in de frontlinie staan om vereisten en vormgeving van MAGDA te bepalen, zodat dit in de praktijk bruikbaar zal zijn.\n\nBinnen AMAI zal het dashboard in een gecontroleerde setting worden opgezet en zal Proof-Of-Concept worden ontwikkeld. In een latere fase (buiten scope) wordt MAGDA uitgewerkt en medisch gevalideerd - wat ervoor zorgt dat de uitkomst van dit AMAI-project verder gebruikt zal worden om MAGDA tot bij de patiënt te brengen.","summary":"Met MAGDA, ontwikkeld voor mensen met type 1 diabetes, wordt een gezonde leefstijl en regelmatige lichaamsbeweging als medicijn benadrukt. Het gebruik van een machine-learning algoritme biedt zelfinzicht en kostenbesparende voordelen voor patiënten en zorgverleners, met focus op de invloed van activiteit op diabetescontrole.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002211","result_description":null},{"description":"De staat en inrichting van de Vlaamse fietspaden is al jaren een probleem, ook in de provincie Vlaams-Brabant. Belangrijker nog is het ontbreken van up-to-date inzicht in de staat van de vele duizenden kilometers aan fietspaden. Dit maakt het erg moeilijk om te prioritiseren waar verbeteringen moeten plaatsvinden. Open bAIcycle draagt bij aan een oplossing door te onderzoeken hoe fietsers kunnen helpen bij het in kaart brengen van de staat van fietspaden en fietswegen. Doel van het project is verder ontwikkelen van een algoritme, ontwikkeld in het voorloperproject bAIcycle, dat automatisch een classificatie van de wegdekwaliteit kan maken met enkel de data van een smartphone. Het onderzoek richt zich op het realiseren van een ‘proof-of-concept’ smartphone applicatie en het ontsluiten van de meetgegevens voor stakeholders zoals wegbeheerders en logistieke bedrijven.\n\nIn dit project werken kennisinstellingen, bedrijven, lokale besturen en burgers samen in een co-creatieproces. De verwachte output van het project is een mature proof of concept van de smartphone applicatie met achterliggend algoritme, uitgewerkt met use cases in de provincie Vlaams-Brabant. De publicatie van de gemeten fietspaden in geschikte Open Standaarden op bijvoorbeeld OpenStreetMap, maar ook middels kaartlagen compatibel met het kadaster, zal brede toepassingen van de projectresultaten mogelijk maken.","summary":"Open bAIcycle werkt aan een oplossing voor het in kaart brengen van fietspaden met behulp van smartphone data. Dit project betrekt burgers, bedrijven en overheden om een proof of concept smartphone applicatie te ontwikkelen voor het classificeren van wegdekken.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002212","result_description":null},{"description":"Plaaginsecten zoals engerlingen, emelten en taxuskevers vormen een steeds groter wordend probleem in de sierteelt- en groensector. Bovendien krimpt het aantal erkende gewasbeschermingsmiddelen jaar na jaar. In dit project werken we een kant-en-klare IPM-strategie uit voor de beheersing van schadelijke, ondergrondse larven van de taxuskever, bladsprietkevers (engerlingen) en langpootmuggen (emelten).\n\nOm tot een geïntegreerde aanpak voor problemen met bodemplagen te komen is de doelstelling van het project drieledig:\n\nHet op punt stellen van een monitoringsysteem voor elk van de 3 doelplagen.\nHet uitbreiden van praktijkkennis over de preventieve en curatieve beheersing van ondergrondse bodemplagen en hun bovengrondse levensfase.\nSensibilisering van telers en tuinaannemers over het belang van een betrouwbaar monitoringsysteem en de correcte toepassing van beheersingsmaatregelen.\nDe opgebouwde kennis en output wordt na afloop van het project breed verspreid.","summary":"Effectieve IPM-strategie ontwikkeld voor beheersing van bodemplagen in sierteelt. Monitoringsysteem en kennisuitbreiding voor optimale preventie en bestrijding. Sensibilisering van belang voor betrouwbaarheid en correctheid in toepassing. Wijdverspreide kennisdeling na project.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002213","result_description":null},{"description":"Het betreft een longitudinaal onderzoek van 4 jaar waarbij participanten op 3 verschillende tijdstippen geïnterviewd worden met behulp van de 'Persoonlijke Uitkomst-Schaal' (POS). Het doel van het onderzoek is tweeledig: verder optimalisering van het leerprogramma en in kaart brengen van de impact van de opleiding op het leven van de participanten.\n\nIn Vlaanderen kunnen jongvolwassenen met een cognitieve ondersteuningsnood of verstandelijke beperking na hun middelbare school moeilijk of zelfs niet doorstromen naar school of werk. In vergelijking tot de algemene bevolkingsgroep, hebben deze jongeren geen onderwijsaanbod of perspectief op een job. Na het afwerken van hun middelbaar blijven zij meestal nog heel lang thuis wonen waar ze vele eenzame uren doorbrengen met niks om handen. Deze jongeren hebben vaak geen idee wat werk voor hen kan betekenen en weten niet hoe ze werk moeten zoeken. Het leerprogramma Brake-out probeert deze cyclus te doorbreken door hen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun talenten, hen te helpen doelen te stellen, hun netwerk uit te breiden en actieve betekenisvolle rollen in de samenleving op zich te nemen.\n\nVia een longitudinaal onderzoek willen we de impact van een 3jaar durend leerprogramma ‘Brake-out’ op het leven van de participanten in kaart brengen. Hierbij werd gebruik gemaakt van de POS. Dit instrument meet de kwaliteit van leven op acht levensdomeinen en laat toe om zowel kwalitatieve als kwantitatieve data te verzamelen. De participanten werden tot op heden bevraagd bij de start van de opleiding (September-oktober 2018) en ongeveer 1,5 jaar later (januari-februari 2020). De eerste groep studenten zal afstuderen in juni 2021. In het voorjaar van 2022 voorzien we een laatste meting.","summary":"Ontdek de impact van het Brake-out leerprogramma op jongvolwassenen met cognitieve ondersteuningsnoden. Langdurig onderzoek toont verbeteringen in levenskwaliteit en toekomstperspectieven. Begeleiding bij talentontwikkeling en sociale integratie voor een betekenisvolle rol in de samenleving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002226","result_description":null},{"description":"Deze studie heeft als doel bewijs te verkrijgen voor convergente validiteit tussen twee instrumenten die de kwaliteit van leven bij kinderen en adolescenten met een verstandelijke beperking beoordelen: de Personal Outcomes Scale for Children and Adolescents (POS-CA) (Claes et al., 2015) en de Nederlandse versie van de KidsLife Scale (Gómez et al., 2016).\n\nBeide instrumenten zullen gelijktijdig gebruikt worden in een steekproef van Vlaamse kinderen en adolescenten tussen 6 en 18 jaar met een verstandelijke beperking of een verstandelijke beperking en geassocieerde aandoeningen (specifiek autismespectrumstoornis, Downsyndroom of Cerebrale Parese) en die onderwijs volgen of ondersteuning krijgen van onderwijs- of sociale diensten in Vlaanderen.\n\nDoor de beperkte steekproefgrootte werden enkel voorlopige analyses uitgevoerd. Toekomstig onderzoek zou moeten investeren in het rekruteren van een grotere steekproef om een gedetailleerde analyse van de convergente validiteit uit te voeren.","summary":"Onderzoek naar kwaliteit van leven bij kinderen met verstandelijke beperking. Vergelijking van twee meetinstrumenten in Vlaanderen. Aanbeveling voor grotere steekproef voor gedetailleerde validiteitsanalyse.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002228","result_description":null},{"description":"In onderzoek werd met 9 Europese partners gedurende 3 jaar opleidingsmateriaal ontwikkeld voor verschillende professionals die ondersteuning bieden aan oudere mensen met een verstandelijke beperking (opvoeders, zorgkundigen, verpleegkundigen, ergotherapeuten, orthopedagogen, psychologen, ...). Het opleidingsmateriaal bestaat uit verschillende elementen: \n\n1. “My New Inclusive Job\"\n• Werkboek en pedagogische handleiding voor trainers van professionals die werken met ouder wordende volwassenen met een verstandelijke beperking.\n• Cursus voor professionals\n• Massive Online Open Course (MOOC)\n\n2. Interactief trainingsprogramma “My New Ageing Me\"\n• 64 inspirerende oefeningen om te werken rond thema’s zoals ‘ouder worden’, ‘met pensioen gaan’, ‘verhuizen’, ‘relaties’, ‘sociale inclusie’, ‘activiteiten in de samenleving’, ‘gezondheid’, ‘levenseinde’, ….\n• Trainers MNAM platform gids om zo het meeste uit de 64 oefeningen te halen en zelf nieuwe oefeningen te produceren en te valideren.\n\n3. Het TRIADE 2.0 masterplan waarin het \"wat, waar, wanneer en hoe\" van de training en leeractiviteiten van het project worden uitgelegd.","summary":"Developed over 3 years with 9 European partners, this research created training materials for professionals supporting older individuals with intellectual disabilities. Includes \"My New Inclusive Job\" workbook, course, and MOOC, as well as the interactive program \"My New Ageing Me\" with 64 exercises.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002229","result_description":null},{"description":"De laatste jaren is er vanuit het beleid meer en meer aandacht voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid, met een focus op innovatieve zorg en ondersteuning. Dit onderzoeksvoorstel gaat in op het vraagstuk van gedeelde verantwoordelijkheid tussen ervaringswerkers en professionals als voorwaarde voor kwalitatieve zorg-, hulp- en dienstverlening. Vanuit de vaststelling dat professionele kennis vaak meer wordt gewaardeerd dan ervaringskennis lijkt een gedeeld eigenaarschap tussen ervaringswerkers en professionals nog veraf.\n\nCentraal staat de vraag hoe co-creatie van kennis tussen ervaringswerkers en professionals actueel vorm krijgt en verder kan worden vormgegeven in de zorg-, hulp- en dienstverlening aan mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Hiervoor wordt er vertrokken vanuit een aantal cases in drie zorgsectoren: de geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg en de jeugdhulp. In elke casestudie zullen ervaringswerkers en professionals samen aan de slag gaan als onderzoeksteam.\n\nOp die manier fungeert het project als een community of practice, waarbij verschillende stakeholders zich engageren in een collectief leerproces, met een focus op co-creatie van kennis. Photovoice, een visueel-etnografische methode zal gebruikt worden als artistieke methode om het proces van co-creatie in beeld te brengen. De valorisatie zal gebeuren via verschillende innovatieve disseminatietechnieken, namelijk: (1) een handboek rond de implementatie van ervaringsdeskundigheid, vertrekkende vanuit de principes van co-creatie, (2) een vorming rond co-creatie tussen professionals en ervaringsdeskundigen in de betrokken sectoren (met aandacht voor sectoroverschrijdende en sectorspecifieke aspecten) en tenslotte (3) een fototentoonstelling als sensibiliseringscampagne omtrent de kennis en sterktes van ervaringswerkers in relatie tot professionele kennis.","summary":"Verbeter de zorg door co-creatie tussen ervaringswerkers en professionals te stimuleren in geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en jeugdhulp. Dit onderzoek promoot gedeelde verantwoordelijkheid en innovatieve zorg via verschillende disseminatietechnieken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002230","result_description":null},{"description":"Het Europese Interreg-project Hemp4Circularity heeft tot doel om \"langvezelige\" textielhennep op industriële schaal toe te passen in de Europese textielwaardeketen. Het project volgt een nieuwe aanpak die gericht is op drie hoofddoelen. Allereerst legt het de basis voor een veelbelovende opkomende sector. Ten tweede wil het de circulaire economie in de textielsector versterken. En tot slot streeft het ernaar de groei en onafhankelijkheid van fabrikanten in Noordwest-Europa te versnellen.\n\nHet project is gebaseerd op alle schakels in de verwerkingsketen van hennep en vlas voor textieltoepassingen. Dit omvat het gehele proces, van de teelt tot het spinnen van de garens, en de fabricage en recycling van stoffen. Dit wordt gedaan volgens de principes van de circulaire economie.\n\nHemp4Circularity legt ook de nadruk op het delen van kennis en expertise door middel van transnationale samenwerking. Hierbij zijn bedrijven en belangenorganisaties betrokken uit vier Noordwest-Europese landen.","summary":"Hemp4Circularity bevordert de toepassing van textielhennep op industriële schaal in de Europese textielwaardeketen. Het project versterkt de circulaire economie, stimuleert groei en onafhankelijkheid van fabrikanten in Noordwest-Europa, en omvat de gehele verwerkingsketen van hennep en vlas voor textiel, met een focus op circulaire principes en transnationale samenwerking.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002231","result_description":null},{"description":"Vlaamse akkerbouwers zijn om verschillende redenen (economische, risicospreiding,…) zoekende naar alternatieve teelten zoals brouwgerst.\n\nOok vanuit de mouterij- en brouwerijsector is er een vraag naar lokaal geteelde brouwgerst.\n\nInitiatieven voor deze lokale teelt ondervinden echter diverse uitdagingen, zoals ongelijkmatige afrijping, eiwitgehalte, brouwkwaliteit en problemen met bewaring.\n\nHet project wil komen tot het optimaliseren van alle deelaspecten van de teelt van brouwgerst zodat graantelers de nodige tools in handen hebben om een kwalitatief hoogstaand product te kunnen leveren aan de mouterij- en brouwerijsector en zodoende een Vlaamse keten te ontwikkelen.\n\nOp deze wijze kan brouwgerst een volwaardige plaats innemen in het teeltplan van de graantelers en hen toelaten om hun vruchtwisseling te verruimen en duurzamer te werken.","summary":"Vlaamse akkerbouwers zoeken naar alternatieve teelten zoals brouwgerst. Het project wil de teelt optimaliseren zodat telers kwalitatief hoogstaand product kunnen leveren aan de lokale mouterij- en brouwerijsector, en zo een duurzame Vlaamse keten ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002232","result_description":null},{"description":"Het algemene doel van het project is de preventie en vroegtijdige detectie van voedingstekorten in het dieet van Europese individuen die een overwegend plantaardig voedingspatroon hebben aangenomen en in het bijzonder in de veganistische populatie.\n\nOm dit doel te bereiken ontwikkelen en valideren we een web- en app-gebaseerd voedingsscreeningsinstrument om de voedingsinname bij veganisten te beoordelen, en te monitoren en zetten we de eerste stappen naar toepassing door eindgebruikers.\n\nEen bijzondere uitdaging voor het uitvoeren van innameschatting bij veganisten is de consumptie van veganistische en vegetarische voedingsmiddelen, zoals plantaardige melk vleesalternatieven algen en calciumrijk mineraalwater. Naar deze voedingsmiddelen wordt onvoldoende gepeild in bestaande voedselfrequentievragenlijsten.\n\nOm de onderzoeksdoelstellingen van het project met betrekking tot de validatie van een nieuwe dieetscreener te bereiken zullen 400 veganisten in 4 Europese landen (België, Tsjechië, Duitsland, Spanje) gerekruteerd worden.\n\nVerder zullen nieuwe biomarkers, waaronder metabolomics, worden toegepast voor identificatie van veganistische subtypes. Ten slotte zullen als eerste stap naar een bredere aanvaarding door de eindgebruiker digitale toepassingen voor zorgverleners (informatieve en educatieve website) en veganisten (app om de dieetkwaliteit van veganisten zelf te beoordelen) worden ontwikkeld en getest op aanvaardbaarheid en bruikbaarheid.","summary":"Dit project richt zich op het ontwikkelen van een web- en app-gebaseerd voedingsscreeningsinstrument om voedingstekorten bij veganisten te detecteren en monitoren. Het omvat het valideren van een dieetscreener en het identificeren van veganistische subtypes met behulp van nieuwe biomarkers. Daarnaast worden digitale toepassingen ontwikkeld voor zowel zorgverleners als veganisten om de dieetkwaliteit te verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002233","result_description":null},{"description":"Een groot aantal adolescente meisjes in Sub-Sahara Afrika kampt met seksuele en reproductieve gezondheidsproblemen (SRH), waaronder HIV en AIDS, vroege huwelijken, tienerzwangerschappen en vroege geboorten. Deze problemen leiden tot slechte gezondheid en schooluitval, wat een negatieve impact heeft op de maatschappelijke positie van vrouwen in Oeganda.\n\nOm de adolescentie en de bijbehorende SRH-uitdagingen te navigeren, is de reproductieve autonomie (RA) van adolescente meisjes cruciaal. Aangezien RA sterk wordt beïnvloed door beleidskaders en contextuele ondersteuning, maken de huidige trends in de SRH van meisjes het noodzakelijk om deze top-down en bottom-up ondersteuningsprocessen te versterken.\n\nIn dit project streven we ernaar de capaciteit van het personeel van de afdeling Verpleegkunde en Verloskunde van de Mountains of the Moon University (MMU) en hun partners te versterken, zodat zij als drijvende krachten voor verandering in de SRH van adolescente meisjes kunnen fungeren door het contextuele raamwerk van hun RA te versterken.\n\nDit zal worden bereikt door:\n\n1) beleidsonderzoek en community-based research om barrières en bevorderaars van RA en de context waarin SRH-diensten worden aangeboden aan adolescente meisjes te bestuderen,\n\n2) het cultiveren van samenwerking tussen meerdere belanghebbenden om een leernetwerk op te zetten dat de huidige uitdagingen en steun voor RA van meisjes analyseert en manieren identificeert om zowel beleidsmatige als gemeenschapssteun voor RA van meisjes te verbeteren, en\n\n3) het verspreiden van de verworven kennis, eerst aan het personeel van de afdeling Verpleegkunde en Verloskunde van MMU, die wordt verwacht deze kennis in hun onderwijsactiviteiten te integreren, en aan beleidsmakers en praktijkmensen die deze kennis verder kunnen uitdragen.\n\nDe geplande activiteiten zullen resulteren in curriculuminhoud, conferentiepresentaties, peer-reviewed tijdschriftartikelen, korte infotainmentvideo’s en een beleidsaanbevelingsnota.","summary":"In Sub-Sahara Afrika ervaren adolescente meisjes SRH-problemen zoals HIV en AIDS, tienerzwangerschappen en vroege geboorten. Ons project versterkt de RA van deze meisjes door onderzoek, samenwerking en kennisdeling in Oeganda. Dit zal de gezondheid en positie van vrouwen verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002234","result_description":null},{"description":"Het 'Frontline Politeia' project is een Europees gefinancierd project met vijftien projectpartners verspreid over heel Europa. Het project bouwt verder op eerder gefinancierd Europees onderzoek waarbij er aan de slag wordt gegaan met internationale tools die de kwaliteit van drugpreventie centraal stelt. Deze tools zijn onder andere de Internationale drugpreventie standaarden van de Verenigde Naties en de Europese EDPQS (European Drug Prevention Quality Standards).\n\nHet project richt zich tot frontline preventiewerkers zoals leerkrachten, politie en sociaal werkers. Het project heeft tot doel een training aan te bieden aan deze doelgroep waarbij kernelementen van preventie en de implementatie van interventies centraal staan, met bijzondere aandacht voor de setting waarin zij preventief aan de slag gaan. Het project wil inzetten op lokale drugpreventie door na te gaan welke preventie-interventies reeds bestaan enerzijds, en welke lokale noden er bestaan anderzijds. De frontline preventiewerkers worden hierbij nauw betrokken. Zij worden gevraagd deel uit te maken van een interdisciplinair preventieteam dat de bestaande praktijken/noden onder de loep neemt. De training die hen vervolgens wordt aangeboden zal zowel fysiek als online plaatsvinden.\n\nDe naam 'Frontline Politeia' refereert naar:\n1. Plato's kritisch denken en het belang van een geschoold leiderschap\n2. het interactief e-learning platform van het Europees waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA).","summary":"Frontline Politeia: Europees project voor training van preventiewerkers in drugpreventie, gebaseerd op internationale standaarden van VN en EU. Focus op lokale behoeften en interventies, met nadruk op preventieve setting. Training voor leerkrachten, politie en sociaal werkers. Fysieke en online sessies. Geïnspireerd door Plato's kritisch denken en EMCDDA e-learning platform.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002235","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject onderzocht de beschikbaarheid van en de nood aan gendersensitieve preventie- en behandelingsbenaderingen in België, evenals de obstakels en uitdagingen die vrouwelijke druggebruikers ervaren bij het gebruik van deze diensten.\n\nHet onderzoek omvatte illegale middelen, alcohol, voorgeschreven geneesmiddelen en NPS. Belangrijk is dat gendergevoeligheid niet alleen werd bestudeerd in behandelingssettings, maar in het hele zorgcontinuüm, met inbegrip van preventie, vroegtijdige interventie, schadebeperking en instellingen voor voortgezette zorg.\n\nHet onderzoek maakte gebruik van een multi-method design en integreerde kwantitatieve en kwalitatieve gegevens.","summary":"Dit onderzoek analyseerde genderspecifieke behoeften van vrouwelijke druggebruikers in België, inclusief obstakels bij preventie en behandeling van verschillende soorten drugs. De studie omvatte illegale middelen, alcohol, voorgeschreven geneesmiddelen en NPS, met focus op gendergevoeligheid in het volledige zorgcontinuüm. Verschillende methoden werden gebruikt voor een diepgaande analyse.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002236","result_description":null},{"description":"Het POPHARS-project bouwt voort op het ALAMA-project rond het nachtleven, dat focuste op de dynamiek en de gevolgen van middelengebruik door jongvolwassenen in een Europese uitgaanscontext.\n\nMet het POPHARS-project willen de onderzoekers een beter zicht krijgen op de manier waarop festivalbezoekers – gebruikers in het bijzonder – en festivalstakeholders de druggerelateerde interventies op Belgische muziekfestivals percipiëren, om zo de implementatie van weloverwogen interventies te accommoderen. Daarnaast wordt gefocust op de percepties van (normen omtrent) middelengebruik op deze muziekfestivals, om zo de context van de interventies te schetsen.","summary":"Het POPHARS-project bouwt voort op ALAMA en onderzoekt druggerelateerde interventies en percepties van festivalbezoekers en stakeholders op Belgische muziekfestivals. Het doel is om weloverwogen interventies te implementeren en de context van middelengebruik te begrijpen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002237","result_description":null},{"description":"Elk jaar in november lanceert de Global Drug Survey zijn drugsonderzoek. Deze wereldwijde survey werd onder andere vertaald naar het Nederlands en wordt in België gecoördineerd door HOGENT.\n\nDe Global Drug Survey is een unieke en anonieme online vragenlijst over het druggebruik bij +16-jarigen. Door te luisteren naar de gebruikers van alcohol, tabak, medicatie en drugs brengen we het druggebruik in België in kaart in een internationaal perspectief. Er wordt onder andere gepeild naar de frequentie van het druggebruik, de aankoop van drugs, maatregelen die druggebruikers nemen om de schade te beperken, redenen om te starten en stoppen met drugs, opnames in het ziekenhuis… De resultaten geven preventiewerkers en hulpverleners correcte informatie om op lokale en globale trends te anticiperen en te reageren.","summary":"Jaarlijks in november lanceert de Global Drug Survey, vertaald naar het Nederlands en gecoördineerd door HOGENT in België. Deze anonieme online vragenlijst onderzoekt druggebruik bij +16-jarigen wereldwijd. Resultaten helpen preventiewerkers en hulpverleners om op lokale en globale trends in te spelen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002238","result_description":null},{"description":"SwaPol is een educatief project dat de ontmoeting tussen het sociaal werk en de politie wil bevorderen. In de publieke ruimte komen immers zowel politie als sociaal werk vaak in contact met kwetsbare groepen. Dit project wil een bijdrage leveren aan het vinden van manieren om enerzijds het welzijn van deze doelgroepen te garanderen en anderzijds de leefbaarheid van de publieke ruimte te bewerkstelligen.\n\nHet project bracht in het voorjaar 2020 studenten Sociaal Werk en politieambtenaren samen in de klaslokalen van de hogeschool Gent. De pilot-training bestond uit een 5-daagse opleiding en werd toen getest om daarna op een structurele manier ingebed te worden in de opleidingen Sociaal Werk en de Politieacademies.\n\nVolgende onderwerpen kwamen tijdens de 5-daagse opleiding aan bod:\n\n• Samenleven in de publieke ruimte: samenwerking tussen het sociaal werk en de politie met als thema’s: professionele cultuur Sociaal Werk/ Politie (cf. beroepsgeheim; gemeenschappelijkheden en verschillen; …); professionele structuur Sociaal Werk/ Politie (cf. internationale definitie Sociaal werk; ordehandhaving en wettelijke basissen;…) werkmethoden van het Sociaal Werk/ Politie (vb. social casework, groepswerk, outreachend werken, straathoekwerk, sociale omgevingsanalyse, probleem georiënteerd politiewerk, community policing, … ).\n\n• Preventie en harm-reductie t.a.v. middelengebruikende jongeren in het uitgaansleven (als kwetsbare doelgroep in de publieke ruimte): samenwerking tussen het sociaal werk en de politie met als thema’s: prevalentie van alcohol- en druggebruik; wat is preventie en harm-reductie; wetgeving rond middelen; recreatief versus problematisch gebruik; perspectieven op het nachtleven: standpunt jongeren, politie, sociaal werk; goede voorbeelden omtrent samenwerking van sociaal werk en politie in het nachtleven; … .\n\n• Dak- en thuislozen (als kwetsbare doelgroep in de publieke ruimte): samenwerking tussen het sociaal werk en de politie met als thema’s: multi-facetten concept van dak- en thuisloosheid; maatschappelijke ontwikkelingen zoals economische crisis en migratie die dak- en thuisloosheid beïnvloeden; de beperking in samenwerking tussen sociaal werk en politie en de mogelijke gezamenlijke aanpak via preventie, interventie en geïntegreerde community; … .","summary":"SwaPol bevordert ontmoeting tussen sociaal werk en politie in de publieke ruimte. Het project traint studenten en politieambtenaren om het welzijn van kwetsbare groepen te waarborgen en de leefbaarheid te verbeteren door samenwerking en preventie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002239","result_description":null},{"description":"Het project is gericht op het gebrek aan interventies in de Europese gevangenissen voor drugsverslaafden en het ontbreken van programma's die zijn afgestemd op de behoeften van gedetineerden en ex-gedetineerden.\n\nDe belangrijkste doelstellingen zijn de beoordeling van het drugs- en alcoholgebruik van de gedetineerden en ex-gedetineerden en, op basis van de resultaten van deze beoordeling, het ontwerpen van geschikte interventies voor de specifieke doelgroepen met als doel deze in de toekomst in een tweede oproep te implementeren en te evalueren.\n\nHet verwachte effect van de implementatie van dit project is de vermindering van het drugsgebruik in gevangenissen, het in kaart brengen van het drugsgebruik in gevangenissen en het ontwerpen van interventies gebaseerd op de behoeften van gedetineerden en ex-gedetineerden.\n\nMeer specifiek zullen de interventies gebaseerd zijn op behandeling en schadebeperking, alsook op voorstellen voor de sociale re-integratie van ex-gedetineerden.\n\nDe resultaten van de actie zijn het beoordelen van de behoeften van gedetineerden met behulp van bestaande instrumenten met een steekproef van ongeveer 400 gedetineerden en 50 ex-gedetineerden in elk land.\n\nDoor de implementatie van de instrumenten kunnen de deelnemende landen voor elke gedetineerde een persoonlijk dossier bijhouden en zo nodig gegevens aan de EU verstrekken. Ook kunnen ze de bestaande programma's in de gevangenissen evalueren met de bedoeling om passende interventies voor te stellen die voldoen aan de behoeften van de gevangenen.\n\nDaarnaast zal er een handleiding met beste praktijken worden geschreven op basis van de ervaringen en kennis die tijdens de actie zijn opgedaan.\n\nHet resultaat van de actie is de verbetering van de bestaande instrumenten op basis van de behoeften van elk land; het ontwerpen van interventies voor alle doelgroepen; de samenwerking met andere Europese landen voor de implementatie van best practices in het gevangenissysteem en de verspreiding van de resultaten door de publicatie van een handboek evenals artikelen in wetenschappelijke tijdschriften en presentaties op conferenties.","summary":"Dit project richt zich op het verbeteren van interventies voor drugsverslaafden in Europese gevangenissen en het ontwerpen van aangepaste programma's voor gedetineerden en ex-gedetineerden. Het doel is om het drugsgebruik te verminderen, gedetineerden te evalueren en geschikte interventies te ontwikkelen voor sociale re-integratie. De resultaten zullen leiden tot verbeterde instrumenten, samenwerking met andere landen en verspreiding van best practices via publicaties en conferenties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002240","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek is gericht op het voorkomen van ordeverstoring en het reduceren van de prevalentie van storend gedrag van leerlingen in het Vlaamse gewoon basis- en secundair onderwijs. Het project beoogt twee doelen.\n\nVooreerst maken we een wetenschappelijke analyse van belangrijke kenmerken van een klasklimaat dat leren ondersteunt en storend gedrag van leerlingen voorkomt. Daarbij hebben we ook aandacht voor de hefbomen en drempels voor de ontwikkeling van zulk een klasklimaat en op welke manier factoren op macro-, school- en klasniveau hierin een rol spelen.\n\nDaarnaast zetten we sterk in op praktijkgerichte valorisatie en werken we een praktijkboek uit. Voor de realisatie van het eerste doel, zetten we een uitgebreide literatuurstudie op (met drie fasen).\n\nWe toetsen het theoretische raamwerk op basis van dit cyclische proces werken we een eerste versie van het theoretisch raamwerk uit. Het theoretische raamwerk toetsen we af aan de Vlaamse en internationale praktijk. We zetten daarvoor focusgroepen op met relevante actoren in Vlaanderen (schoolteams, directies, ondersteuners, lerarenopleiders en wetenschappers). Daarnaast bespreken we het raamwerk en de uitdagingen die we ondervinden in Vlaanderen ook met actoren van onderwijssystemen in het buitenland waar – althans volgens TALIS-resultaten – minder problemen op het vlak van klasmanagement ervaren worden.\n\nNa bijsturing en toetsing van het theoretisch raamwerk, maken we een selectie van minstens tien concrete praktijken en zoeken we scholen waarin deze praktijk zinvol wordt toegepast. We streven naar concrete praktijken over diverse onderwijsniveaus en contexten heen, die verwijzen naar diverse essentiële kenmerken/bouwstenen en hefbomen uit het theoretisch raamwerk.\n\nWe voorzien één schoolbezoek per praktijk, waarbij we deze praktijk rijk beschrijven. We inventariseren ervaringen met deze praktijk van diverse stakeholders (schoolteams, leerlingen en externen) via diepte-interviews, focusgroepsgesprekken en indien zinvol observaties. We peilen in de gesprekken ook naar het voorafgaande proces en naar kritische succesfactoren en (Vlaamse) randvoorwaarden, met oog op het formuleren van aanbevelingen voor implementatie.","summary":"Dit onderzoek richt zich op het voorkomen van ordeverstoring en reduceren van storend gedrag in Vlaamse scholen. Het project analyseert klasklimaten die leren ondersteunen en ontwikkelt praktijken voor implementatie. Stakeholders worden betrokken voor feedback en aanbevelingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002241","result_description":"De inzichten uit dit casestudie-onderzoek vormen de basis voor het praktijkboek. Het project resulteert in twee wetenschappelijke rapporten, een praktijkgerichte gids en aanbevelingen voor implementatie in Vlaamse scholen, lerarenopleiding, professionalisering in het onderwijsveld (CLB, pedagogische begeleidingsdiensten, ondersteuningsnetwerken, …) en voor samenwerking met andere relevante actoren."},{"description":"BAIcycle gaat dankzij “de fietsende burgers” het comfort (inrichting, staat, gebruiksgemak) en de verkeersveiligheid van de Vlaamse fietspaden in kaart brengen. Smartphone-data, elektrische fiets-data en data van extra sensoren zoals een accelerometer worden op een slimme manier gecombineerd.\n\nDeze datastroom voedt een AI detectie- en classificatiealgoritme dat het Vlaamse fietsnetwerk automatisch in kaart brengt. Na een trainingsfase met de anoniem verzamelde burgerdata, die de inrichting, staat, gebruiksgemak en verkeersveiligheid van de fietspaden al fietsend beoordelen (classificeren), kan de toepassing vervolgens zelfstandig deze geleerde classificaties van het fietspad automatisch toekennen.","summary":"BAIcycle verbetert Vlaamse fietspaden met data van fietsende burgers en sensoren. AI-algoritme classificeert inrichting, staat en verkeersveiligheid voor automatische mapping.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002242","result_description":null},{"description":"Leerlingen die de schooltaal Nederlands nog niet beheersen ondervinden daarvan veel hinder. Het is moeilijk om de lessen te volgen, en vaak worden deze leerlingen (bv. OKAN – Onthaalonderwijs voor Anderstalige Kinderen) in aparte trajecten geplaatst waardoor ze maar moeilijk aansluiting vinden bij klasgenoten. Leerlingen die de schooltaal nog niet beheersen lopen een significant hoger risico op vroegtijdig schoolverlaten en het ongekwalificeerd betreden van de arbeidsmarkt.\n\nMet MyT stellen we een intelligente tool voor die de lessen in het klaslokaal live kan ondertitelen in het Nederlands. Door de combinatie van gesproken en geschreven input kunnen leerlingen sneller de schooltaal leren en stijgt de spreekdurf en het zelfvertrouwen van deze leerlingen. Sinds dit schooljaar wordt voor elke leerling op de middelbare school een laptop beschikbaar gesteld voor gebruik tijdens de les. Wij willen de MyT applicatie bouwen die draait op deze laptops, zodat uiteindelijk alle leerlingen hiervan gebruik kunnen maken.\n\nDe AI-technologie die hiervoor gebruikt zal worden is “Speech-to-Text”, het omzetten van gesproken taal naar een geschreven transcript. Dit is een uitdagend domein voor de Nederlandse taal zoals deze in Vlaanderen gesproken wordt, zeker met de bijkomende complexiteit van de vele vaktermen die tijdens een les zoals wiskunde gebruikt worden.\n\nMyT zorgt voor een inclusieve aanpak. De doelgroep vindt meer aansluiting bij klasgenoten doordat ze minder tijd in aparte taaltrajecten doorbrengen. Leerlingen met een meertalige achtergrond maken zo volwaardig deel uit van de klasgroep en bouwen samen met klasgenoten kennis en taal op tijdens de lessen. We onderzoeken en testen samen met leerkrachten en leerlingen wat MyT moet kunnen, hoe dit kan bijdragen aan het welbevinden en zelfvertrouwen van de leerlingen, hun schools presteren, hun motivatie tot leren en zo ook indirect tot het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en verbeteren van hun prestatie op de arbeidsmarkt.","summary":"Leerlingen die de schooltaal Nederlands nog niet beheersen ervaren hinder en lopen risico op vroegtijdig schoolverlaten. MyT is een slimme tool die lessen live ondertitelt, waardoor leerlingen sneller Nederlands leren en zelfvertrouwen opbouwen. Het bevordert inclusie en verbetert prestaties en motivatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002243","result_description":null},{"description":"Een evenwichtige participatie van mannen en vrouwen aan het maatschappelijke leven is een basisrecht. Desondanks is er een onevenwicht in de participatie aan sociale en culturele activiteiten, en evenementen in het bijzonder op vlak van gender.\n\nNochtans zijn evenementen een belangrijk onderdeel van het maatschappelijke leven. Dit blijkt uit de 77.000 evenementen die jaarlijks worden georganiseerd in België.\n\nDit project ambieert om samen met evenementenorganisatoren en vrouwen de toegankelijkheid van evenementen voor vrouwen te verhogen. Meer bepaald wil dit project 1) de drempels inzake toegankelijkheid van evenementen voor vrouwen in kaart brengen en 2) tools te voorzien (bv. een gender-toegankelijkheidsscan, maatregelen en adviezen en een communicatiegids) die evenementenorganisatoren in staat moet stellen de toegankelijkheid van hun evenement voor vrouwen te verhogen.","summary":"Gendergelijkheid in evenementen is cruciaal voor een evenwichtige samenleving. Dit project wil de toegankelijkheid van evenementen voor vrouwen verbeteren door drempels te identificeren en tools aan te reiken aan organisatoren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002244","result_description":"Binnen dit project hebben we zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek uitgevoerd, waaronder expertinterviews, groepsgesprekken en een online bevraging. Het doel was om de drempels en hefbomen voor de participatie van vrouwen aan evenementen in kaart te brengen. Op basis hiervan werden 7 centrale thema’s geïdentificeerd, zoals bereikbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid.\n\nDe belangrijkste data en inzichten met betrekking tot de factoren die de participatie van vrouwen (met migratieachtergrond) beïnvloeden, evenals praktische tips om evenementen aantrekkelijker en inclusiever te maken binnen de 7 thema’s, zijn samengebracht in een online beschikbare inspiratiegids genaamd 'Zij aan Zij' voor eventorganisatoren."},{"description":"Onderwijs zorgt voor de instroom op de arbeidsmarkt. Door de inzet van slimme technologie stijgt de onderwijskwaliteit en verhoogt dat het leerrendement van leerlingen.\n\nFaktion en KdG werken reeds samen aan een tool ‘MyT’ die live een Nederlandse ondertiteling maakt van de les, wat leerlingen met een andere thuistaal helpt om de schooltaal te verwerven.\n\nVertrekkende vanuit dezelfde basis willen Faktion en KdG verder innoveren en inzetten op een positieve wisselwerking van succesvolle leerlingen met succesvolle leerkrachten.\n\nDoor leerkrachten te ondersteunen met de ‘AI taalassistent’ ‘My Speech’ neemt het leerrendement toe en tankt de leerkracht zelfvertrouwen.\n\nZowel beginnende leerkrachten als meer ervaren leerkrachten kunnen met de AI-gebaseerde taalassistent zichzelf monitoren en permanent on the job groeien en verbeteren. De slimme technologie zal leerkrachten helpen hun lessen te benchmarken op uitspraak, grammatica, intonatie, tempo, tone of voice, taalfouten en stopwoorden.\n\nDeze ondersteuning zorgt dat het zelfvertrouwen en het richten van taaldoelen toeneemt. De aanname is dat leerkrachten door deze aanpak groeien naar meer zelf-effectiviteit (geloof in hun eigen capaciteiten om taalontwikkelend les te geven), wat resulteert in gedifferentieerde lessen (op maat) met meer leerwinst voor leerlingen.\n\nSterkere leerkrachten met meer impact, zorgen voor betere leerresultaten en meer kansen tot toegang tot de arbeidsmarkt voor hun leerlingen.\n\nMy Speech maakt het leren van de leerkracht zichtbaar op een eenvoudige manier die gericht is op groei. Leerkrachten monitoren het eigen taalontwikkelend lesgeven en ontvangen gerichte feedback waar ze mee aan de slag gaan. Het leren van leerling en leerkracht is verbonden en versterkt elkaar in het bereiken van de onderwijsdoelen.","summary":"Door slimme technologieën zoals 'MyT' en 'My Speech' ondersteunen Faktion en KdG leerkrachten in het verbeteren van hun taalonderwijs en vergroten zij het leerrendement van leerlingen. Met deze tools kunnen leerkrachten zichzelf monitoren en verbeteren, wat resulteert in meer zelf-effectiviteit en gedifferentieerde lessen. Dit leidt tot betere leerresultaten en meer kansen op de arbeidsmarkt voor leerlingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002245","result_description":"MijnT/MijnSpraak biedt ondertiteling in lessen voor leerlingen die Nederlands leren. De applicatie geeft feedback aan leerkrachten over taalontwikkelend lesgeven. Er is een gebruiksvriendelijke interface ontworpen voor zowel leerlingen als leerkrachten om met de software te werken.\n\nDaarnaast is er een AI-taalassistent beschikbaar om leerlingen te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof."},{"description":"Gezien de veranderende zorgbehoeften van de Belgische bevolking, wil de Academie voor Eerstelijnszorg (PCA) helpen om een optimale eerstelijnszorgervaring te creëren voor zorgontvangers, aangepast aan de context van de gemeenschap waarin ze leven, en met speciale aandacht voor rechtvaardigheid in Vlaanderen.\n\n● Wie? De Academie voor Eerstelijnsgeneeskunde (PCA) is een onderzoeks- en onderwijsnetwerk van vier Vlaamse universiteiten, zes hogescholen, het Wit-Gele Kruis en patiëntenvertegenwoordigers.\n\n● Wat? De PCA richt zich op het opbouwen van meer omvattende en interdisciplinaire eerstelijnszorg voor populaties met matig complexe zorgbehoeften om vermijdbare verslechtering en toenemende complexiteit te voorkomen. De PCA promoot doelgerichte zorg als een innovatieve strategie voor proactieve en persoonsgerichte zorg in een interprofessioneel samenwerkingsmodel. Er wordt ook aandacht besteed aan de zelfmanagementondersteunende capaciteit van de zorggemeenschap door een toolbox te ontwikkelen die de duurzame implementatie van zelfmanagementondersteuning in de eerstelijnszorg verbetert. De PCA draagt bij aan een hoge kwaliteit van zorg door het uitbreiden van interdisciplinaire zorg en samenwerking, het betrekken en verenigen van formele en informele zorgverleners. Om de persoonsgerichte en gemeenschapsgerichte aanpak te bevorderen, rekening houdend met de sociale determinanten van gezondheid, zullen nieuwe modellen van interprofessionele zorgnetwerken en samenwerking worden ontwikkeld, getest en geïmplementeerd.\n\n● Hoe? Op basis van academisch en praktijkgericht onderzoek ontwikkelt PCA optimale stappenplannen en praktische toolkits voor beleid, praktijk en onderwijs in de eerstelijnszorg. Deze strategieën en tools vergemakkelijken de implementatie van proactieve en persoonsgerichte eerstelijnszorg voor de populatie met matig complexe moeilijkheden. PCA creëert ook een aanzienlijke inbreng in innovatieve opleidingsstrategieën op bachelor- en masterniveau en in de voortgezette opleiding van beroepen in de gezondheidszorg en sociale zorg. PCA werkt vanaf het begin samen met beleidsmakers.","summary":"PCA bevordert innovatieve eerstelijnszorg voor de Belgische bevolking door interdisciplinaire samenwerking en proactieve zorgstrategieën te ontwikkelen. Met focus op zelfmanagementondersteuning en kwaliteit van zorg, biedt PCA praktische toolkits en opleidingen voor zorgverleners en beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002246","result_description":null},{"description":"TIMSS is een internationaal vergelijkend onderzoek over de prestaties voor wiskunde en wetenschappen van leerlingen in het vierde leerjaar. De dataverzameling gebeurt bij een representatieve steekproef en de resultaten vormen de basis voor beleidsaanbevelingen en een valorisatietraject.\n\nWe zoomen daarbij in op:\n(1) prestaties van Vlaamse leerlingen,\n(2) verklaren van verschillen door leerling-, klas- en schoolkenmerken,\n(3) vergelijken met andere landen, en\n(4) trends in de Vlaamse prestaties overheen de tijd.\n\nWe stellen ook een aantal bijkomende vragen voor:\n(5) welke is de differentiële effectiviteit (wat werkt voor wie)?,\n(6) hoe draagt gedifferentieerd handelen in de klas bij aan de leerlingprestaties,\n(7) welke professionaliseringsnoden ervaren Vlaamse leerkrachten om leerlingen te remediëren of laten excelleren voor wiskunde en wetenschappen?\n\nTen slotte (8) gaan we het mode-effect na van papieren versus digitale dataverzameling.\n\nParallel aan TIMSS 2023 zetten we met eigen financiering praktijkonderzoek op naar het implementeren van differentiatie in de lessen wiskunde en wetenschappen in de lagere school. De resultaten van TIMSS 2023 en van het praktijkonderzoek brengen we samen om (o.a.) een nascholing te ontwerpen en aan te bieden, om zo het wiskunde- en wetenschapsonderwijs in Vlaanderen te versterken.","summary":"TIMSS is een internationaal onderzoek naar prestaties in wiskunde en wetenschappen bij leerlingen. Resultaten leiden tot beleidsaanbevelingen en valorisatie. Focus: Vlaamse prestaties, vergelijking met andere landen, trends, differentiatie in de klas en professionaliseringsnoden van leerkrachten. Implementatie van differentiatie wordt onderzocht met oog op verbetering van wiskunde- en wetenschapsonderwijs in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002247","result_description":null},{"description":"Met een snel groeiende bevolking en binnen de context van agroklimatologische veranderingen is er een toenemende vraag naar duurzame productie van voedzaam voedsel. In Europa worden veel voedingsrijke voedingsmiddelen niet op grote schaal verbouwd en geconsumeerd, ondanks hun geschiktheid voor het Europese klimaat en milieu en hun levensvatbaarheid voor duurzame productie met lagere inputs.\n\nOnderbenutte gewassen die stressbestendig zijn, zoals rogge en peulvruchten, hebben het potentieel om belangrijke voedingsstoffen te leveren en diëten en het risico op voedingsgerelateerde ziekten te verbeteren. Dergelijke gewassen worden al lange tijd verbouwd op het hele continent en maken deel uit van de nationale, historische voedselidentiteit van verschillende Europese landen.\n\nDIVERSICROP pakt deze uitdagingen aan door middel van een innovatieve, sectoroverschrijdende en multidisciplinaire aanpak door de diepgaande geschiedenis van onderbenutte gewassen in Europa te analyseren, inzicht te krijgen in de genetische diversiteit en de aanpassing van germplasma van gewassen aan klimaatverandering, de huidige regionale trends in de consumptie van voedingsmiddelen te analyseren en door nationale en EU-beleidsmakers en belangrijke belanghebbenden erbij te betrekken om de productie van diverse gewassen nieuw leven in te blazen en de impact van Europa's duurzame landbouw te maximaliseren.\n\nDIVERSICROP is gericht op het harmoniseren van gefragmenteerde gegevens en het ontwikkelen van strategieën voor de duurzame teelt van doelgewassen, waarbij een balans wordt gevonden tussen duurzaamheid van de landbouw en voedingswaarde voor de mens. DIVERSICROP brengt een vakkundig en interdisciplinair netwerk samen om klimaat- en milieugegevens te identificeren.","summary":"In Europa groeit de vraag naar duurzame productie van voedzaam voedsel. DIVERSICROP analyseert onderbenutte, stressbestendige gewassen om voedingsstoffen te leveren en voedingsgerelateerde ziekten te verminderen. Met een innovatieve aanpak wil het project de impact van duurzame landbouw in Europa maximaliseren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002248","result_description":null},{"description":"CONTEXT COST-actie heeft tot doel een netwerk te creëren van Europese onderzoekers en de belangrijkste belanghebbenden om gezamenlijke ideeën en initiatieven te ontwikkelen die kunnen worden omgezet in geavanceerde slimme textielproducten.\n\nEen slim textielmateriaal is een \"functioneel textielmateriaal dat actief interageert met zijn omgeving, d.w.z. dat het reageert op veranderingen in de omgeving of zich daaraan aanpast\". Ze vinden toepassingen in alle sectoren en vooral in de gezondheidszorg en de medische sector; auto- en luchtvaart; persoonlijke beschermingsmiddelen; sport en wearables en gebouwen en interieurontwerp.\n\nHoewel er de afgelopen jaren verschillende O&O-projecten zijn uitgevoerd op dat gebied, hebben de meeste prototypes de markt niet bereikt vanwege vele redenen, zoals: betrouwbaarheid van het product, productiebesparingen, het ontbreken van een gedemonstreerde use case en/of waardepropositie.\n\nIn die zin is het doel van CONTEXT om onderzoeks- en innovatieprojecten op te starten (met een verwachte hoge TRL) door mensen met de juiste competenties en ervaring uit de academische en onderzoeksgebieden, de industriële sector en uit clusters samen te brengen in hetzelfde netwerk en via werkgroepen.\n\nCONTEXT bevordert de ontwikkeling van een gezamenlijke onderzoeksroutekaart voor slim textiel, stimuleert de overdracht van kennis tussen verschillende actoren om geschikte toepassingen te vinden in verschillende multidisciplinaire gebieden, fungeert als stakeholderplatform om behoeften en vereisten vanuit verschillende gezichtspunten te identificeren in een bottom-up benadering en bevordert netwerkactiviteiten om talent aan te trekken, meer en betere onderzoeksprojecten op te zetten met meer bewustzijn voor de doelstellingen om exploiteerbare resultaten te creëren.","summary":"CONTEXT COST-actie streeft naar een netwerk van Europese onderzoekers en belanghebbenden om geavanceerde slimme textielproducten te ontwikkelen en naar de markt te brengen door samenwerking en innovatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002249","result_description":null},{"description":"Veldtesting van nieuwe biostimulanten en biologische bestrijdingsmiddelen wordt uitgevoerd met behulp van een GPS en een computergestuurde proefveldspuitmachine.","summary":"Ontdek hoe innovatieve biostimulanten en biologische bestrijdingsmiddelen getest worden met geavanceerde GPS en computergestuurde spuitmachines.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002250","result_description":null},{"description":"Het project heeft als doelstelling de ontwikkeling van een prototype van een pak voor paarden waarmee een ECG kan geregistreerd worden. Tevens omvat het onderzoek naar het marktpotentieel en de meest geschikte valorisatiestrategie en IP-bescherming van dit prototype. Voor dit project is zowel expertise op het gebied van textiel (FTILab+, HOGENT) als op het gebied van sensoren en dataregistratie (CMST, UGent) vereist.\n\nMeer informatie over CMST is te vinden op: https://www.cmst.be/","summary":"Ontwikkeling paardenpak met ECG-registratie. Onderzoek naar marktpotentieel, valorisatiestrategie en IP-bescherming. Samenwerking FTILab+, HOGENT en CMST, UGent.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002251","result_description":null},{"description":"De Ecuadoraanse Daule Peripa-dam en de Daule-rivier, beide onderdeel van het Guayas River Basin (GRB), zijn van het grootste belang voor de lokale gemeenschappen. Zij zijn direct afhankelijk van deze waterlichamen voor hun drinkwater, het drinkwater van het vee en voor irrigatie.\n\nHet GRB kampt echter met vervuiling en schadelijke algenbloei, veroorzaakt door een overgroei aan giftige cyanobacteriën. Deze algenbloei heeft niet alleen gevolgen voor de lokale gemeenschappen, maar ook voor de waterbedrijven. De filters raken verstopt en er moeten extra kosten worden gemaakt om de giftige stoffen te verwijderen.\n\nTot nu toe zijn de factoren die tot deze HAB (Harmful Algae Blooms) leiden slechts gedeeltelijk bekend. Het is nooit onderzocht wanneer de algenbloei begint met het produceren van giftige stoffen en wat de drijvende krachten zijn. Inzicht in dit proces is nodig om HABs te voorspellen en actieplannen te formuleren.\n\nOm deze reden zullen we bepalen welke cyanobacteriën aanwezig zijn in de GRB en welke HABs veroorzaken. We zullen de algen isoleren, determineren en DNA-extracties uitvoeren voor sequentiebepaling. Deze genetische karakterisatie is essentieel voor op omgevings-DNA (eDNA) gebaseerde monitoring van waterstalen met behulp van biotechnologische technieken.\n\nHABs zullen geïnduceerd worden in het lab door specifieke parameters te veranderen. Ook zullen we de impact van klimaatverandering testen. Samen met de analyse van historische en nieuwe waterfysicochemische gegevens zullen de drijvende krachten achter HABs worden bepaald.\n\nDaarnaast zullen we de behandelingseffecten van bijvoorbeeld waterhyacinten in natuurlijke omgevingen controleren. Samen met HOGENT-studenten zullen optimale valorisatiepaden worden bepaald. Door middel van circulaire economie zal deze natuurlijke biomassa, die regelmatig geoogst moet worden, een grondstof worden.\n\nMitigatie zal plaatsvinden via sociale media, workshops, een academisch evenement, een informatieve folder en de creatie van een boekje voor kinderen. Op basis van alle inzichten zullen managementacties worden geformuleerd om HAB's te voorkomen, een betere waterkwaliteit en een betere gezondheid voor iedereen te creëren (One Health Theory).","summary":"The Daule Peripa dam and river in Ecuador's Guayas River Basin are vital for local communities reliant on them for drinking water, livestock, and irrigation. Harmful algal blooms pose challenges, yet understanding their causes and effects is key. Research will focus on identifying cyanobacteria, inducing blooms in lab settings, and exploring mitigation strategies. The goal is to prevent HABs, improve water quality, and promote overall health through sustainable practices.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002252","result_description":null},{"description":"XR4Health! Een trainingsplatform in virtual reality voor zorgverleners kan oplossingen bieden in het werkveld!\n\nEr is een enorme krapte op de arbeidsmarkt waardoor de werkbaarheid van zorgjobs een prioriteit is voor de sector. Tegen 2030 zijn er 54.000 extra werkkrachten in de zorg nodig. De meerwaarde van technologie om bestaand zorgpersoneel te ontlasten, efficiënt evidence-based bij te scholen én nieuwe medewerkers op te leiden, ligt daarom voor de hand. In de praktijk blijkt echter dat ziekenhuizen en opleidingscentra te weinig kennis hebben van de vele nieuwe mogelijkheden.\n\nOm klaar te zijn voor deze uitdaging heeft het Expertisecentrum Health Innovation aan de UCLL zich toegespitst op de combinatie technologie en zorg. Binnen de Expertisecel werd onder andere een VR-tool ontwikkeld om zorgverleners op een veilige, krachtige, efficiënte én evidence-based ondersteunde wijze te trainen in suïcidepreventie. Maar wij zijn niet de enige die de handen uit de mouwen wil steken. Flanders Make is hét Vlaams strategisch onderzoekscentrum voor de maakindustrie. Aangezien de maatschappelijke nood zo prangend is, hebben wij de primeur om mee te delen dat Flanders Make hun focus verbreedt naar de zorg. Samen willen we nadenken over hoe hun hoogtechnologische kennis, onderzoeksvaardigheden en innovatieve projecten gealigneerd kunnen worden met de noden in de zorg.\nDaarom tekenen Flanders Make en de UCLL in op de COOCK-oproep 2023.\n\nDeze oproep heeft als doel krachtige onderzoeksresultaten door te vertalen en te verbreden, door introductie van technologie en kennis bij zorginstellingen. Dit wil zeggen dat we via het COOCK-project onder andere een trainingsplatform in virtual reality kunnen ontwerpen. Dit om zorgverleners de kans te bieden in een veilige omgeving belangrijke vaardigheden, competenties en kennis te verwerven of op te frissen. Maar de ondersteuning met behulp van technologie gaat verder. Onder de noemer werkbaar werk kan er nagedacht worden over de ergonomiemonitoring en -bijsturing, tilhulpsystemen en werktafels, digitale werkinstructies, AI en remote assistance on the job…\nDe gedrevenheid is er, zowel vanuit de kennisinstellingen als de hoogtechnologische partners, om de handen in elkaar te slaan en samen na te denken over waar de noden liggen en hoe technologie hier een antwoord op kan bieden.","summary":"XR4Health biedt een VR-trainingsplatform voor zorgverleners om tekorten in de zorgsector aan te pakken. Expertisecentra en Flanders Make werken samen aan technologische oplossingen, zoals VR-suïcidepreventie training, om kennis en innovatie te integreren in de zorgpraktijk. Samen streven ze naar werkbaar werk en ergonomische ondersteuning voor zorgpersoneel.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002253","result_description":null},{"description":"Met TA²LK willen we een tPoC ontwikkelen van een AI-tool die een automatische en verbatim (d.i. zonder foutcorrectie) transcriptie en analyse toelaat van gesprekken met kinderen. Die zal logopedisten ondersteunen in een meer tijdsefficiënte en kosteneffectieve assessment van kindertaal bij het opmaken van een bilan voor taalstoornissen en prescreening op taal bij leerstoornissen. Daarnaast biedt het verbatim transcriberen op zich een breder en internationaal potentieel in de markt, o.a. voor bedrijven die zich focussen op educatieve en communicatieve software of Speech To Text (STT) toepassingen in e-health.\n\nDe AI-tool zal hybride zijn: expert knowledge m.b.t. taalontwikkeling bij kinderen (aanwezig bij Arteveldehogeschool) wordt gecombineerd met state of the art AI-technieken (aanwezig bij UGent).\n\nDe tPoC zal via een iteratief proces geëvalueerd en bijgestuurd worden. Daarnaast zullen potentiële valorisatiepistes via licentiëring en marktuitbreiding verkend worden.","summary":"Ontwikkeling van AI-tool TA²LK voor automatische en verbatim transcriptie van kindergesprekken, ondersteunend voor logopedisten en met potentieel voor educatieve en e-health toepassingen. Expertise Arteveldehogeschool en UGent gecombineerd voor optimale functionaliteit en marktuitbreiding.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002254","result_description":null},{"description":"Omtrent volgende onderwerpen worden werkgroepen opgestart die gedurende het academiejaar 2019-2020 per thema een plan van aanpak uitwerken en voorleggen ter validatie aan de stuurgroep. De werkgroepen koppelen op regelmatige basis terug aan de stuurgroep over de stand van zaken van het onderzoek.\n\nWerkgroep 1: evaluatieonderzoek centraal onthaalbureau (COB) Coevelt\nIn het COB kunnen nieuwkomers terecht met een hulpvraag. In het COB werken OCMW Antwerpen, VDAB en Atlas (Integratie en Inburgering Antwerpen) samen. Zo krijgen nieuwkomers in Antwerpen meteen een aangepast inburgerings- en activeringstraject.\nCentrale vraag: In hoeverre en op welke manier bereikt het COB Coevelt in Antwerpen met de geboden begeleiding de vooropgestelde doelen, namelijk de activering en inburgering van nieuwkomers? Wat zijn de werkzame principes van COB Coevelt in Antwerpen?\n\nWerkgroep 2: evaluatieonderzoek woonbegeleiding\nDe stad zet in op woonbegeleiding van klanten, zowel intern (eigen diensten) als extern (via partnerorganisaties). Het gaat onder andere over noodwoningen/doorgangswoningen met begeleiding op maat van de klant gericht op doorstroom naar een stabiele woonsituatie; (complexe) woonbegeleiding voor sociaal zwakkere bewoners of bewoners met drugs- en/of psychische problematiek de nodige ondersteuning bieden door de problematiek te stabiliseren en basis woonvaardigheden aan te leren om uithuiszetting te vermijden en zelfstandig wonen mogelijk te maken; en meer...\nCentrale vraag: In hoeverre en op welke manier bereikt de praktijk van woonbegeleiding in Antwerpen, met de geboden begeleiding de vooropgestelde doelen, namelijk bewoners voldoende basisvaardigheden aanleren om een uithuiszetting te vermijden en om zelfstandig te kunnen wonen? Wat zijn de werkzame principes van de praktijk van woonbegeleiding in Antwerpen?\n\nWerkgroep 3: voorbereiding van evaluatieonderzoeken met betrekking tot verschillende thema’s\n- één gezin één plan\n- geïndividualiseerd project maatschappelijke integratie\n- zelfredzaamheidsmatrix\n- geïntegreerd breed onthaal.","summary":"In het academiejaar 2019-2020 starten werkgroepen met evaluatieonderzoek op thema's als Centraal Onthaalbureau Coevelt en Woonbegeleiding in Antwerpen. Ze onderzoeken de impact en effectiviteit van de geboden begeleiding voor nieuwkomers en bewoners, met focus op activering, inburgering en basisvaardigheden. Daarnaast worden evaluatieonderzoeken voorbereid voor verschillende andere thema's.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002255","result_description":null},{"description":"TreatPaCS is een onderzoeksproject in samenwerking tussen de Thomas More Hogeschool, de Artevelde hogeschool, de Universiteit van Luik en het UZA. TreatPaCS staat voor 'Treatment of Preschool age Children who Stutter'. Het is een belangrijk, langlopend onderzoek (47 maanden) op grote schaal, zowel volgens Belgische als internationale normen. Dit onderzoeksproject [KCE-201257] wordt ondersteund door KCE (Belgian Heath Care Knowledge Center) gelinkt aan de federale overheid [What is KCE? | KCE (fgov.be)].\n\n249 stotterende kleuters tot 6 jaar zullen volgens de drie in België meest gebruikte directe stottertherapieën behandeld worden. Het Clinical Trial Centre van UZA staat in voor data management, voor randomisering en voor de statistische verwerking van alle data.","summary":"TreatPaCS is een grootschalig onderzoeksproject van 47 maanden, gericht op de behandeling van 249 stotterende kleuters tot 6 jaar. Samenwerking tussen meerdere hogescholen en universiteiten, ondersteund door KCE en UZA.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002256","result_description":null},{"description":"De gezondheidszorg en de brede zorg- en welzijnssector in Vlaanderen ondergaan een transformatie. De vraag naar (gezondheids)zorg groeit en verschuift van acute, kortdurende zorg naar chronische, langdurige (thuis)zorg. Dit gebeurt binnen een sterk gefragmenteerd en vaak hoogtechnologisch digitaal zorglandschap.\n\nDeze trend vereist specifieke competenties van zorgverleners op verschillende niveaus. Zo moeten zij digitale vaardigheden bezitten om interdisciplinair te kunnen samenwerken over de verschillende zorgniveaus heen (subthema 1). Daarnaast is kennis van de beschikbare (opkomende) zorgtechnologieën essentieel om de kwaliteit van de zorg te kunnen waarborgen (subthema 2). Ook psychosociale vaardigheden zijn cruciaal om de wendbaarheid van zorgverleners te verzekeren, gezien het landschap te maken heeft met een tekort aan arbeidskrachten en hoge burn-outrisico's (subthema 3).\n\nBinnen dit project staat de ontwikkeling van diverse opleidingen centraal. Deze opleidingen beogen competentieverschuivingen binnen elk subthema, zoals gedefinieerd in de ondersteunende SCOPE papers en het ZORO-onderzoek. Deze verschuivingen ondersteunen de optimalisatie van de aansluiting tussen de opleidingen van studenten en werknemers en de maatschappelijke, organisatorische en technologische ontwikkelingen in de zorgsector.","summary":"De zorgsector in Vlaanderen evolueert naar meer langdurige zorg in een digitaal landschap. Zorgverleners moeten interdisciplinair samenwerken, zorgtechnologieën kennen en psychosociale vaardigheden hebben. Opleidingen richten zich op deze competenties voor aansluiting met de sector.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002257","result_description":null},{"description":"In dit project onderzoeken drie projectpartners, onder leiding van Odisee hogeschool, hoe een reeds eerder ontwikkelde en in het opvangnetwerk gedragen visie op kind- en gezinsvriendelijke opvang kan worden geïmplementeerd en verdiept.\n\nOC PIP begeleidt en evalueert een traject over kindvriendelijke participatie en informatie in een opvangcentrum. Ze werken op basis van de evaluatie een analyse-instrument uit en verzorgen vorming over dit onderwerp in samenwerking met de andere partners.","summary":"Ontdek hoe een visie op kind- en gezinsvriendelijke opvang wordt geïmplementeerd en verdiept in een project onder leiding van Odisee hogeschool met drie partners. OC PIP begeleidt trajecten over kindvriendelijke participatie en informatie in opvangcentra.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002258","result_description":null},{"description":"In dit tweejarig project zetten we in op inclusieve, betekenisvolle en duurzame beleidsparticipatie van kinderen. We experimenteren met innovatieve technieken van kinderparticipatie en werken naar een manier om die in verschillende contexten bekend en haalbaar te maken.\n\nSamen met vier andere projectpartners organiseren en onderzoeken we piloottrajecten met basis- en secundaire scholen in België en Italië over de thema's van vrije tijd (BOA decreet) en burgerschapseducatie.\n\nDaarnaast organiseren we uitwisseling over kinderparticipatie met stakeholders op lokaal, nationaal en internationaal niveau.","summary":"Dit project richt zich op inclusieve en duurzame beleidsparticipatie van kinderen via innovatieve technieken in België en Italië. Samen met partners worden piloottrajecten georganiseerd met scholen over vrije tijd en burgerschapseducatie, en vindt uitwisseling plaats op verschillende niveaus.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002259","result_description":null},{"description":"MUST-a-Lab stelt een systemische en langetermijnbetrokkenheid van belanghebbenden in steden en gemeenschappen voor via de methodologie van Beleidslabs (PL's), waarin bestaande lokale integratiestrategieën worden besproken en verbeterd.\n\nDeze Labs brengen verschillende soorten lokale belanghebbenden samen: officiële belanghebbenden, die normaal gesproken betrokken zijn bij lokaal beleid, en belanghebbenden aan de basis, die dicht bij de uiteindelijke implementatie van beleid staan, evenals gevestigde migrantenbelanghebbenden en beïnvloeders in de migrantengemeenschappen.\n\nElk PL concentreert zich op specifieke onderwerpen in een van de twee gebieden die door het consortium zijn geselecteerd in overeenstemming met het Europese 'Actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027': 1) Onderwijs, een leven lang leren, rechten en professionalisering en 2) Zorg, evenwicht tussen werk en privéleven en gendergelijkheid.\n\nDe onderwerpen worden gekozen op basis van de ervaringen en behoeften van lokale belanghebbenden. Deze PL's zullen bestaande lokale strategieën bespreken, evalueren en verbeteren met behulp van input van alle deelnemers, de integratie-uitdagingen herdefiniëren en deelnemers uitnodigen om nieuwe maatregelen te bedenken en te testen en ten slotte de verbeterde of aangepaste multistakeholderstrategieën helpen implementeren.\n\nDe PL's zullen op vier manieren een langetermijnimpact hebben op lokale integratie: ten eerste worden migranten en asielzoekers actieve actoren in lokale integratiestrategieën, die de uitvoering van die strategieën kunnen beïnvloeden door hun standpunten en ervaringen te delen met relevante belanghebbenden. Ten tweede worden lokale belanghebbenden samenwerkingsactoren die over de nodige informatie beschikken om strategieën uit te voeren die werken. Ten derde stellen PL's belanghebbenden in staat om acties te ontwikkelen die complementair zijn aan die van andere belanghebbenden. Ten vierde stelt de praktijk van de PL's gemeenschappen in staat om hun integratiestrategieën te optimaliseren.\n\nBrede communicatie- en betrokkenheidsactiviteiten zullen ervoor zorgen dat de praktijk van de PL's door gemeenten zal worden overgenomen en dat ze tot buiten het partnerschap, op Europees niveau, wordt uitgebreid.","summary":"MUST-a-Lab bevordert betrokkenheid in steden en gemeenschappen via Beleidslabs. Lokale belanghebbenden komen samen om integratiestrategieën te bespreken en te verbeteren, gericht op onderwijs, zorg en gendergelijkheid. De Labs zullen impact hebben door actieve deelname van migranten, samenwerking tussen belanghebbenden en optimalisatie van integratiestrategieën, met brede communicatie en betrokkenheid voor verdere verspreiding op Europees niveau.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002260","result_description":null},{"description":"Zeewier is een gangbaar ingrediënt in de Aziatische keuken, maar het heeft de laatste jaren aan populariteit gewonnen in de Westerse keuken. De aandacht voor gezond en duurzaam voedsel groeit.\n\nSommige westerse koks zijn (lokaal) zeewier gaan verwerken in hun gerechten, bijvoorbeeld als garnering of in sauzen en dressings. Daarnaast is er ook een stijgende interesse in het gebruik van zeewier door de voedingsindustrie. Vandaag de dag wordt zeewier al gebruikt in sommige producten, zoals in snacks, kruidenmengelingen en plantaardige vleesalternatieven. Hoewel zeewier nog steeds niet zo wijdverspreid is als in de Aziatische keuken, wordt het geleidelijk aan populairder in de Westerse wereld.\n\nIn de bestaande producten met zeewier blijft het percentage zeewier beperkt en wordt zeewier vooral marketingmatig uitgespeeld. Het potentieel van het gebruik van zeewier als volwaardige nutritionele component, texturerend agens of unieke smaakmaker blijft tot op heden onderbenut. Bovendien kan zeewier in het kader van de eiwitshift en duurzame voedselstrategie een belangrijke rol spelen.\n\nIn het project ZWR worden de opportuniteiten van zeewier als macrocomponent in innovatieve voedingsmiddelen onderzocht. Enerzijds wordt gefocust op de invloed van voorbehandelingen (blancheren, drogen, vermalen) op de eigenschappen van zeewier in eindapplicaties. Tijdens dit project worden er drie verschillende modelproducten ontwikkeld en zullen inspirerend zijn voor de voedingsindustrie: een hybride burger, plantaardig vleesanaloog en spread. Hiermee wil men een hefboom creëren voor de voedingsindustrie om zeewieren te gebruiken in innovatieve voedingsproducten.","summary":"Zeewier wordt steeds populairder in de Westerse keuken vanwege de groeiende aandacht voor gezond en duurzaam voedsel. Het wordt gebruikt in gerechten, snacks en plantaardige vleesalternatieven. Project ZWR onderzoekt de mogelijkheden van zeewier in innovatieve voedingsmiddelen, zoals hybride burgers en spreads, om de voedingsindustrie te inspireren en te stimuleren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002261","result_description":null},{"description":"Het belang van Artificiële Intelligentie (AI) stijgt razendsnel in de bedrijfswereld. Dit was reeds bij de start van het originele PWO-project een centraal uitgangspunt en deze evolutie versnelt daarenboven nog verder.\n\nDoor AI te gebruiken om de toekomstige sales beter te voorspellen kunnen de Vlaamse KMO's hun productie- en capaciteitsplanning verbeteren, maar ook het inkoopbeleid en voorraadbeheer optimaliseren. Meestal heeft AI echter erg veel data nodig om voorspellingen te doen. Terwijl dit geen probleem is voor grote bedrijven zoals bijvoorbeeld Amazon, Bol.com of Coolblue, vormt dit vaak - naast modelkennis en IT infrastructuur - een grote drempel voor KMO's om met AI aan de slag te gaan.\n\nMet de steeds toenemende globalisering strijden de KMO's met ongelijke wapens tegen de concurrentie van multinationals. Dit onderzoeksproject wil AI-technieken toepassen om goede verkoopvoorspellingen te maken, ook wanneer er weinig data is. In het voorgaande PWO hebben we een framework ontwikkeld die de verborgen structuren (o.a. via data frequentie en hierarchische structuur) in de data kan uitbuiten in combinatie met data-arme modellen, en toegepast op verschillende bedrijfscases.\n\nIn dit vervolgproject willen we onderzoeken hoe we ook data-intensieve Deep Learning modellen kunnen gebruiken binnen dit bestaande framework. Deze hebben een betere voorspellingskracht en accuratere voorspellingen, wat belangrijk is voor KMO's aangezien minder accurate voorspellingen een grote impact kunnen hebben op de kosten. Deze modellen vereisen echter meer data, meer rekenkracht en zijn minder transparant.\n\nDeze punten geven aanleiding tot verschillende onderzoeksvragen op vlak van data groepering, explainability en economische trade-off om deze modellen bruikbaar te maken binnen een bedrijfscontext van KMO's. We willen de expertise opgebouwd met dit project uitdragen naar bedrijfswereld door publicaties, projecten en navorming in de context van Levenslang Leren.\n\nVerder kan dit project bijdragen tot het verrijken van data en AI-vakken binnen VIVES, en studenten klaarmaken voor een praktijkomgeving die vaak weinig bedrijfsdata voor handen heeft.","summary":"Het belang van AI stijgt in bedrijven. Dit project ontwikkelt AI-technieken voor betere sales voorspellingen, zelfs met weinig data. Onderzoek focust op integratie van data-arme en Deep Learning modellen voor accurate voorspellingen in KMO's. Expertise wordt gedeeld met bedrijven en VIVES om studenten voor te bereiden op praktijkomgevingen met beperkte data.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002262","result_description":null},{"description":"Interprofessioneel simulatieonderwijs bestaat uit een groep studenten geneeskunde (UA) en studenten verpleegkunde (KdG) die leren samenwerken om hun kennis en vaardigheden met betrekking tot collaboratieve zorg te verbeteren. Simulatieleren is een authentieke educatievorm die al verschillende jaren binnen de opleiding verpleegkunde van KdG wordt gebruikt.\n\nInterprofessioneel simulatieonderwijs omvat high fidelity simulatiescenario’s en debriefing. Deze aanpak creëert een veilige leeromgeving waarin studenten van beide gezondheidsdisciplines leren samenwerken en communiceren om een gezamenlijk doel te bereiken: het verlenen van hoogkwalitatieve zorg.","summary":"Leer samenwerken en communiceren in de zorg: Interprofessioneel simulatieonderwijs voor geneeskunde en verpleegkunde (UA/KdG) verbetert collaboratieve zorg via high fidelity scenario's en debriefing voor een veilige leeromgeving.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002263","result_description":null},{"description":"Brabantse Kastelen heeft als doelstelling om het erfgoedtoerisme in de regio te versterken en op te waarderen. Het project wil drie kasteelsites ontwikkelen en ontsluiten. Het gaat om kasteel Hof Ter Laken in Booischot, Oud Herlaar in Sint-Michielsgestel en het kasteel van Huizingen in Beersel. Vervolgens wil het deze sites inbedden in een grensoverschrijdend netwerk van Brabantse kasteeldomeinen en landgoederen voor kennisuitwisseling en de versterking van het toeristisch-recreatieve aanbod.\n\nZes partners uit de regio – Brabants Landschap, Kempens Landschap, provincie Antwerpen, provincie Vlaams-Brabant, Toerisme Vlaanderen en KdG Research – slaan de handen ineen om de Brabantse kastelen beter op de kaart te zetten als locaties voor erfgoedtoerisme. Interreg Vlaanderen-Nederland heeft de subsidieaanvraag voor het project “Brabantse Kastelen: BTW XTRA” goedgekeurd.","summary":"Brabantse Kastelen project versterkt erfgoedtoerisme door ontwikkeling van drie kasteelsites in regio. Partners bundelen krachten voor grensoverschrijdend netwerk en versterking toeristisch aanbod. Subsidie voor project 'Brabantse Kastelen: BTW XTRA' goedgekeurd.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002264","result_description":null},{"description":"De kwaliteit van taalstimulerende (TS) interacties in de kleuterklas heeft een belangrijke invloed op de academische taalvaardigheid van kleuters. Dit is een belangrijke voorspeller van schools succes. De aanwezigheid van schooltaal in de thuiscontext varieert echter sterk naargelang de socio-economische status (SES) van het gezin. Eéntalig en meertalig opgroeiende kinderen met een lage SES, verder beschreven als kwetsbare kinderen, worden thuis doorgaans minder blootgesteld aan schooltaal in vergelijking met andere kinderen. Dit maakt het moeilijker om die schooltaal onder de knie te krijgen en maakt hen bijzonder kwetsbaar voor processen van sociale ongelijkheid vanaf de eerste schooljaren.\n\nOok al weten we dat kwaliteitsvolle TS interacties cruciaal zijn voor de schoolse taalvaardigheid, toch wijst heel wat onderzoek op de relatief slechte kwaliteit en lage kwantiteit van TS interacties in de kleuterklas. Die zijn zelfs nog lager in de interacties met kwetsbare kinderen. Er is dus een kloof tussen de theorie en de interacties in de kleuterklas.\n\nVanaf schooljaar 2021-2022 is elke school in Vlaanderen verplicht om de vaardigheid Nederlands van hun 5-jarige kleuters te screenen. Op basis daarvan kunnen acties worden opgezet om hun taalvaardigheid te verhogen. Als gevolg van die verplichte taalscreening, zullen leerkrachten, directies en schoolgerelateerde organisaties nood hebben aan concrete tools om de interactiekwaliteit in ECE klassen te versterken.\n\nDit project wil anticiperen op het nieuwe taalscreeningbeleid en de nood van schoolactoren door een blended learning professionaliseringsinterventie (PI) te ontwikkelen die de TS competenties van (student-)leerkrachten versterkt. Onder competenties verstaan we het samenspel van disposities, situatie-specifieke vaardigheden en het feitelijke gedrag in de klas.\n\nDe PI wordt gekenmerkt door een combinatie van online en offline professionaliseringsbenaderingen die leren stimuleren. Door optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van online leeromgevingen en videotechnologie, zal de PI gebruiksvriendelijk zijn, flexibel, kosten-efficiënt, en aangepast aan de noden van leerkrachten. De online PI component biedt een innovatieve oefenomgeving via videogebaseerde simulatieoefeningen. De offline component richt zich op praktijkgericht onderzoek en innovatie door leerkrachten via gezamenlijke video reflecties, praktijkoefeningen en gepersonaliseerde feedback.\n\nHet project valt uiteen in een onderzoeks- en valorisatiegedeelte. De effecten van de PI worden in kaart gebracht via onderzoek. De valorisatie richt zich op de ontwikkeling van het professionaliseringsprogramma (PDP) en het optimaliseren van dit programma op basis van de onderzoeksresultaten. De integratie van het onderzoek en de valorisatie leidt tot een evidence-based PDP voor:\n\n- een duurzame verankering in de curricula van lerarenopleidingen (LO’s) kleuteronderwijs\n- Implementatie door coaches en procesbegeleiders van kleuterleraren\n- Implementatie in professionaliseringstrajecten van zelfregulerende kleuterlerarenteams\n\nOnderzoek\nHet onderzoek heeft als hoofddoel om de effecten van de PI op de TS-competenties van (student)leraren kleuteronderwijs in kaart te brengen. Het project onderscheidt 4 onderzoeksfoci (OF):\n- OF1: Onderzoek naar de state-of-the art wat betreft de TS-competentie van kleuterleerkrachten (= nulmeting)\n- OF2: Onderzoek naar de belangrijkste effecten van de PI op de TS-competenties van leerkrachten\n- OF3: Onderzoek naar de effecten van de PI op de onderlinge samenhang tussen de verschillende aspecten van de TS-competentie van leerkrachten\n- OF4: Onderzoek naar het implementatieproces van de PI\n\nElke OF besteedt bijzondere aandacht aan de ontwikkeling van TS-competentie bij leerkrachten, in het bijzonder in interactie met kwetsbare kleuters.","summary":"Verbeter de schoolse taalvaardigheid van kwetsbare kleuters met een innovatieve blended learning interventie. Screen en versterk Nederlands van 5-jarigen voor betere interacties in de kleuterklas.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002265","result_description":null},{"description":"Algemeen doel: ontwikkeling en evaluatie van een hoogwaardig natuurlijk extract van bioactieve stoffen uit koffiegruis en/of koffiegruis perskoek met aandacht voor ecologische, economische en circulaire aspecten.\nContext\nPostconsumer koffiegruis vertegenwoordigt in België een aanzienlijke afvalstroom van ca. 100.000 ton/jaar, die momenteel zeer beperkt en relatief laagwaardig wordt gevaloriseerd. Anderzijds biedt de specifieke samenstelling van koffiegruis (olie, eiwitten, vezels, bioactieve stoffen) interessante, nog onontgonnen opportuniteiten binnen de bioeconomie. Het potentieel van een circulaire economie rond koffiegruis in België werd de afgelopen jaren reeds een eerste maal geëxploreerd in het project \"Op weg naar vernieuwende oplossingen voor het hergebruik van koffie\" (2019-2021). De conclusies van dit traject, in samenwerking met de koffie-industrie en diverse bedrijven, werden gebundeld in een publicatie. Think In Circles (commerciële naam: More2Coffee) heeft het ambitieuze doel vooropgesteld om tegen 2028 jaarlijks 1000 ton koffiegruis te verwerken met maximaal waardebehoud, volgens de principes van een bioraffinaderij. Hoewel we via regionale partnerships en pilootprojecten op dit moment al producten op de markt aan het zetten zijn onder ons eigen merk, is onze kernactiviteit de verwerking van koffie-afval tot nieuwe hoogwaardige grondstoffen. In deze fase ligt de focus meer bepaald op kwalitatieve productie van koffie-olie en valorisatie binnen de cosmetica en personal care industrie. VLAIO heeft recent onze pioniersrol van More2Coffee binnen Vlaanderen op dit vlak bevestigd door het toekennen van een innovatieve starterssteun. Dit lopende project heeft tot doel de markt voor geüpcyclede koffie-olie te verkennen, en een roadmap uit te tekenen voor de inzameling en verwerking van koffiegruis op schaal.","summary":"More2Coffee valoriseert koffiegruis tot hoogwaardige grondstoffen met focus op circulaire economie. Innovatieve productie van koffie-olie voor cosmetica. Pioniersrol erkend met VLAIO starterssteun voor marktverkenning en roadmap.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002266","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van het project is om een hybride zorgpad te ontwikkelen - een nieuwe dienstverlening waarbij technologie een hulpmiddel is voor menselijkere zorg - voor zwangere vrouwen met hypertensie (en voorlopig geen andere, onderliggende gedetecteerde aandoeningen). Om dit te realiseren worden volgende doelstellingen vooropgesteld:\n• Definiëren parameters om hypertensie op afstand adequaat op te volgen\n• Definiëren kenmerken patiënt om in aanmerking te komen voor deze hybride zorgverlening (ernst hypertensie en mogelijke gevolgen)\n• Ontwikkelen zorginnovatie met integraties tussen zorginnovatie, ziekenhuis en alarmcentrale\n• Verhogen welzijn zwangere vrouwen door metingen aangaande gemoedsrust, deelname sociaal leven, impact op eigen gezin en werk en patiënt empowerment\n• Verlagen werkdruk vroedkundigen in het ziekenhuis door het wegvallen van repetitieve en tijdsrovende bloeddrukmetingen\n• Ontwikkelen duurzaam, hybride zorgpad (op basis van de data-analyses en kosten/baten analyse) met relevante stakeholders (met een gevalideerd escalatiesysteem)\n• Ontwikkelen doeltreffende communicatie voor de betrokken zwangere vrouwen binnen de hybride zorgverlening (Nederlandstalig, hoog- en laagopgeleid, anderstaligen, kwetsbare groepen, enz). Het is zeker niet de bedoeling de communicatie in alle mogelijke talen aan te bieden maar te trachten aan de hand van pictogrammen de uitleg van het project en de zelf uit te voeren handelingen thuis begrijpelijk uit te werken (los van taal).","summary":"Developing a hybrid care pathway for pregnant women with hypertension, integrating technology and human touch for better outcomes. Focus on remote monitoring, patient eligibility criteria, well-being improvement, nurse workload reduction, and effective communication strategies for diverse stakeholders.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002267","result_description":null},{"description":"Een traject voor kwaliteitsontwikkeling opzetten samen met het schoolteam vormt een grote uitdaging voor schoolleiders (Devos, 2019). Het recentste jaarrapport van de Vlaamse onderwijsinspectie (2023) benadrukt deze uitdagingen op het vlak van het beleidsvoerend vermogen van scholen.\n\nIn de doorlichtingen en jaarlijkse rapportages via de Onderwijsspiegel is het onderwijskundig beleid van scholen een terugkerend knipperlicht waarin maar weinig evolutie is vast te stellen. Het wijst op de noodzaak van voldoende professionalisering voor schoolleiders en beleidsteams en het belang van externe ondersteuning op dit vlak (Onderwijsinspectie, 2023).\n\nOok Brinckman & Versluys (2021) pleiten voor het sterker ondersteunen van Vlaamse schoolleiders in het opnemen van onderwijskundig leiderschap. We stellen ons dan ook de vraag of het doorlopen van een gevalideerd begeleidingsprogramma, zoals aangeboden door Stichting LeerKRACHT (Jong, 2021), kan gezien worden als een extern ondersteuningsinitiatief dat enerzijds professionalisering van de schoolleiders, ingebed in en vertrekkende vanuit de eigen schoolcontext, beoogt en anderzijds bijdraagt tot een positieve evolutie in zake het onderwijskundig en transformationeel leiderschap van de betrokken schoolleiders.\n\nStichting Leerkracht (https://stichting-leerkracht.nl/) werkte in Nederland een door de Universiteit van Utrecht gevalideerd (De Jong, 2021) begeleidingsprogramma uit voor basis- en secundaire scholen om toe te werken naar een verbetercultuur waarin het hele schoolteam verantwoordelijkheid opneemt. 1300 scholen volgden intussen het programma in Nederland. In een intensief begeleidingstraject in vier stappen worden de ambities van de school scherp gesteld en krijgt het schoolteam tools aangeleerd waarmee ze hun onderwijskwaliteit samen tot op de klasvloer ontwikkelen.\n\nVoor schoolleiders is het dus een grote uitdaging om de kwaliteitszorg mét het schoolteam uit te bouwen. Daartoe missen onze scholen de noodzakelijke ondersteuning en professionalisering op teamniveau (Poortman & Schildkamp, 2016) (Van Gasse, Vanhoof, Mahieu, & Van Petegem, 2016).\n\nZoals hierboven vermeld ontwikkelde Stichting LeerKRACHT op teamniveau een begeleidingsprogramma en materialen. We kregen alvast de toezegging tot volledige toegang en gebruik van alle componenten van het programma. Omdat Mieke Bogaerts op dit moment werkzaam is bij Stichting LeerKRACHT en ze in het academiejaar 2022-2023 reeds drie Brusselse basisscholen in een beperkt traject begeleidt, vertrekken we reeds van expertise en eerste ervaringen in onze onderwijscontext.","summary":"Verbeter de kwaliteit van onderwijs door schoolleiders te ondersteunen met een gevalideerd begeleidingsprogramma van Stichting LeerKRACHT. Positieve impact op onderwijskundig leiderschap en schoolcultuur.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002268","result_description":null},{"description":"Kinderen groeien op in een wereld met een steeds snellere digitale informatiestroom en zijn letterlijk één klik verwijderd van een veelheid aan informatie over alle mogelijk denkbare onderwerpen. Het is onmogelijk om kinderen af te schermen voor nepnieuws, maar we kunnen hen op jonge leeftijd wel kritisch leren omgaan met informatie en hen weerbaar maken voor nepnieuws.\n\nWat betreft mediawijsheid staan we in het Vlaamse onderwijs voor een uitdaging. De didactische kant blijkt onvoldoende uitgewerkt en leerkrachten voelen zich niet voldoende opgeleid. Uit onderzoek leren we dat educatieve programma’s van scholen met buitenschoolse instellingen rond mediawijsheid de beste resultaten opleveren.\n\nDaarom willen we een aanpak ontwikkelen om het kritisch denken over media te stimuleren en hierbij de samenwerking tussen scholen en hun partnerbibliotheken verder uitbouwen. Samen met Mediawijs, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en Cultuurconnect ontwikkelen we een laagdrempelig reflectiemodel waarin kinderen uit de lagere school in de bibliotheek en in de klas via verhalen en denkoefeningen kritisch leren reflecteren over (nep)nieuws.\n\nDe onderdompeling in de bibliotheek vormt een extra aanzet om in de klas hierrond te werken. Kritikat 2.0 zal uitgetest worden in verschillende Vlaamse en Brusselse scholen en bibliotheken en samen met Cultuurconnect onderzoeken we hoe we een digitale versie van Kritikat 2.0 kunnen implementeren in zoveel mogelijk scholen en bibliotheken.","summary":"Leer kinderen kritisch omgaan met informatie en nepnieuws door samenwerking tussen scholen en bibliotheken te stimuleren. Ontwikkel een reflectiemodel met Mediawijs om mediawijsheid in Vlaamse scholen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002269","result_description":null},{"description":"De aanhoudende crisis in Brusselse OCMW’s doet de spanning tussen rechthebbenden en maatschappelijk werkers toenemen. Naast politiserende acties door middenveld actoren, is er nood aan een serene ontmoeting tussen Brusselaars met leefloon, maatschappelijk werkers en hun leidinggevenden.\n\nWat op dit moment ontbreekt in de ondernomen acties, is de directe aanwezigheid van de ervaring, leefwereld en ervaringskennis van de sleutelactoren wier waardigheid in het geding is. Wat op dit moment ontbreekt zijn serene, ritualiserende praktijken waarin gebroken waardigheid van rechthebbenden en maatschappelijk werkers op een verbindende manier kan herinnerd en verwerkt worden.\n\nVoortbouwend op het vorige onderzoeksproject en de daarin ontwikkelde methodiek rond digital storytelling, leesateliers en expo-dialogen wil voorliggend projectvoorstel dit manco helpen opvullen aan de hand van twee clusters van onderzoeksvragen. \n\n1. Welke verbindende werking heeft genoemde methodiek wanneer rechthebbenden op een leefloon en maatschappelijk werkers bij OCMW’s daarin een gezamenlijke actieve rol in opnemen? En hoe kan die verbindende werking verbeterd worden? (AGOGISCHE VRAAGSTELLING)\n\n2. Welke rituele betekenissen krijgen de genoemde methodieken doorheen het verloop van het actieonderzoek? En hoe kunnen die methodieken dan de (gebroken) menswaardigheid van rechthebbenden en maatschappelijk werkers herstellen? (HERMENEUTISCHE VRAAGSTELLING).\n\nVoorliggend projectvoorstel beoogt deze vragen te beantwoorden via een 8 tal expo-dialogen die telkens worden onderzocht in hun herstellende, rituele dimensie. De bevraging gebeurt via reflectie door de deelnemende co-onderzoekers van het actie-onderzoek en door focusgroepen gehouden met andere deelnemers van de expo-dialogen. \n\nDe verworven inzichten zullen telkens in de inhoud en aanpak van de daaropvolgende expo-dialogen verwerkt worden. Het expomateriaal en de gehanteerde methodiek zullen deels beschikbaar gemaakt worden op de website Insjalet en in een tweetalige toolbox. Op die manier kan de know-how ook door andere organisaties worden benut.","summary":"Verbeter de interactie tussen rechthebbenden en maatschappelijk werkers in Brusselse OCMW's door expo-dialogen en digital storytelling. Verbindende methodiek bevordert herstel van menswaardigheid en kennisdeling. Bezoek Insjalet voor toolbox en meer informatie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002270","result_description":null},{"description":"Dit project focust zich op duurzame geboortezorg, meer bepaald op herbruikbare of wasbare babyluiers in het ziekenhuis als alternatief voor wegwerpluiers om zo de ecologische voetafdruk van pasgeborene te verkleinen.\n\nHerbruikbare luiers vonden tot op heden echter nog geen ingang in ziekenhuizen. Het doel van het project is enerzijds om inzicht te verwerven in de noden, knelpunten, barrières en uitdagingen om herbruikbare luiers te introduceren in het ziekenhuis via een kwalitatieve aanpak.\n\nEr wordt gebruikt gemaakt van een stakeholdersbevraging, vergelijkbare aanpakken in de kinderopvang en eerdere onderzoeksinzichten uit sociaal-circulaire hubs. Uit deze inzichten vloeit een kleinschalig pilootproject voort met de introductie van herbruikbare luiers op één van de Gentse materniteiten in samenwerking met het bedrijf Redapke, die de herbruikbare Daikys luier heeft ontwikkeld.\n\nDe inzichten uit het kwalitatief onderzoek en het pilootproject worden gebundeld in een eindrapport dat zowel als blueprint als beleidsaanbeveling kan dienen. Dit project wordt uitgewerkt door twee Onderzoeksgroepen binnen Odisee, nl. Gezondheidszorg en CenSE (Centre for Sustainable Entrepreneurship) in samenwerking met Redapke, die de Daikys herbruikbare babyluier recent heeft ontwikkeld en getest.\n\nEr vonden verschillende afstemmingsmomenten plaats met AZ Sint-Lucas in Gent om het pilootproject met herbruikbare luiers op hun materniteit te laten doorgaan. Zij ondersteunen dit project en zetten momenteel het proces intern in gang om te participeren aan dit project.","summary":"Introduceer duurzame babyluiers in ziekenhuizen om de ecologische impact te verminderen. Onderzoek, pilootproject en beleidsaanbevelingen worden uitgevoerd in Gent.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002271","result_description":null},{"description":"Taalleerstrategieën\n\nOp de vraag \"Wat kan de ex-OKAN-leerling?\" formuleren we een antwoord vanuit Jim Cummins' afhankelijkheidshypothese (1979). Het antwoord is \"een heleboel\". Leerlingen kunnen immers voortbouwen op fundamenten uit eerder geleerde talen, waaronder ook complexe cognitieve vaardigheden (zoals abstract denken, lezen, leerinhouden). Onze kijkwijzer met daarin de taalleerstrategieën waarop ingezet wordt in OKAN en in de eindtermen van de eerste en de tweede graad Frans, biedt mogelijkheden om heel bewust verder te bouwen op wat leerlingen al kunnen. Ten slotte bieden we een heel concreet antwoord op de vraag: \"Wat kan ik (als leerkracht Frans) met de ex-OKAN-leerling?\" Scholen die de ruimte hebben, kunnen een of twee extra lesuren per week aan de slag met de basismethode Frans A1 waarmee leerlingen zonder voorkennis of met een zeer beperkte voorkennis, onder begeleiding van een leerkracht Frans, in ongeveer 43u een basisniveau Frans kunnen bereiken (volgens het ERK en de eindtermen Frans van de eerste graad A-stroom). In deze niet-contrastieve, taakgerichte methode zit een sterke focus vervat op uitspraakonderwijs, spaced en retrieval practice, visuele en non-verbale ondersteuning en formatieve evaluatie. De methode biedt mogelijkheden tot remediëring van taalzwakke leerlingen in de eerste graad of in de arbeidsgerichte derde graad en zou ook ingezet kunnen worden bij sterkere leerlingen in OKAN of schakelklassen.\n\nFiches\n\nTegelijkertijd is het erg belangrijk voor de sociale integratie en het welbevinden van ex-OKAN-leerlingen dat ze geïntegreerd worden in de reguliere lessen Frans. Om dit te verwezenlijken kunnen onze vier fiches voor binnenklasdifferentiatie gebruikt worden. Ze geven suggesties voor differentiatietechnieken die geschikt zijn voor ex-OKAN-leerlingen en andere taalzwakke leerlingen, bijvoorbeeld leerlingen met een leerstoornis, voortbouwend op taalleerstrategieën en expliciet inzettend op activerende, coöperatieve werkvormen. Per fiche vind je op de website uitgewerkt lesmateriaal Frans dat meteen inzetbaar is in de tweede graad (doorstroom en dubbele finaliteit) of dat kan dienen ter inspiratie, om met de eigen methode aan de slag te gaan.\n\nNascholingen\n\nEen deel van ons materiaal (de fiches en de eerste twee modules van de methode) is vrij toegankelijk en kan online bekeken worden. Wie onze nascholing(en) volgt, krijgt meteen toegang tot het volledige pakket aan ontwikkeld materiaal. We gidsen jullie daarin graag doorheen het materiaal en geven jullie concrete tips om ermee aan de slag te gaan op school, met andere woorden om jullie startklaar te maken. Er is uiteraard ook ruimte voor het delen van goede praktijken en het bekijken van opties voor evaluatie en feedback.","summary":"Ontdek hoe ex-OKAN-leerlingen hun taalvaardigheden kunnen ontwikkelen met onze strategieën en differentiatietechnieken voor Frans. Gratis toegankelijk materiaal en nascholingen beschikbaar voor effectieve implementatie op school.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002272","result_description":null},{"description":"Context: Onderzoekscompetenties maken deel uit van de 21ste-eeuwse vaardigheden en zijn ingebed in de aan te leren competenties in het Vlaamse basis- en secundair onderwijs. Leerlingen leren onderzoekscompetenties het best in de context van authentiek wetenschappelijk onderzoek, wat geen eenvoudige opgave is voor leerkrachten. Hedendaags onderzoek in de exacte wetenschappen betrekt vaker en vaker burgers met als doelen de datacollectie op te schalen en de erkenning bij de bevolking te promoten. Steeds frequenter zien scholen in een deelname aan deze Citizen Science (CS)-projecten een kans om met hun leerlingen aan onderzoekscompetenties te werken. Hier kan echter een spanning ontstaan tussen de doelen die aanbieders (onderzoekers) en afnemers (scholen) van CS-projecten willen bereiken.\n\nProbleem/nood: CS-projectaanbieders (onderzoekers) hebben baat bij de regelmatige deelname van scholen, maar hebben vaak geen pedagogisch-didactische achtergrond. De projectafnemers, namelijk de scholen, moeten rekening houden met de prestatie- en tijdsdruk rond eindtermen- en leerplanrealisatie. Ze hebben ook nood aan studiecontexten waarin onderzoekscompetenties aangeleerd kunnen worden en moeten overtuigd worden van de meerwaarde van de deelname aan CS-projecten. We weten uit onderzoek dat leerwinst met betrekking tot onderzoekscompetenties toeneemt bij hogere leerlingenparticipatiegraad. Heden ten dage is deze eerder laag in Vlaamse CS-projecten, met andere woorden, leerlingen bekleden hierin vaak een voornamelijk uitvoerende rol. Beide stakeholders (projectaanbieders en -afnemers) kunnen voordelen halen uit de samenwerking binnen CS-projecten, maar het potentieel ervan wordt momenteel onvoldoende aangeboord.\n\nDoel van het project: Het huidig voorgestelde PWO-project beoogt de optimalisering van de participatie van lagere en secundaire scholieren in CS-projecten door concrete tools aan te reiken voor zowel afnemers (scholen) als aanbieders (kennisinstellingen) van dergelijke projecten.\n\nOnderzoeksaanpak: In dit mixed-method onderzoeksproject brengen we eerst de leerlingenparticipatiegraad bij huidige Vlaamse CS-projecten in kaart. Vervolgens worden factoren die de participatiegraad versterken of belemmeren opgelijst. Daarnaast worden motieven verzameld die de deelname van scholen aan CS-projecten beïnvloeden en wordt het belang van leerlingenparticipatie hierin bepaald.\n\nBeoogde output: In de co-creatiefase (ontwikkelfase) die daarop volgt zetten we volop in op disseminatie en valorisatie. We beogen, samen met onze partners en resonansgroep, de ontwikkeling van drie valorisatieproducten die de leerlingenparticipatie in CS-projecten bevorderen.","summary":"Optimaliseer leerlingenparticipatie in Citizen Science projecten met ons PWO-project. Ontdek factoren die participatie beïnvloeden en ontwikkel tools voor scholen en kennisinstellingen. Co-creatie leidt tot waardevolle producten voor een verhoogde betrokkenheid. #onderzoekcompetenties #Vlaanderen","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002273","result_description":null},{"description":"De mobiliteit van bezoekers van en naar de locatie van het evenement is een uitdaging. Deze verplaatsingen zorgen vaak voor sterke pieken in de in- en uitstroom van bezoekers, bovenop andere verplaatsingen. Bovendien gebeuren deze verplaatsingen vaak met weinig duurzame vervoersmiddelen. \n\nHoe kunnen bezoekers van evenementen gemotiveerd worden om zich op een duurzame manier te verplaatsen en te kiezen voor duurzamere alternatieven? \n\nDit onderzoek gaat op zoek naar haalbare maatregelen voor de brede evenementensector die kunnen leiden tot een duurzame modal shift. Meer specifiek wil dit onderzoek inzicht krijgen in welke maatregelen inspelen op de motivaties en het beslissingsproces van bezoekers. \n\nOrganisatoren, lokale overheden en andere event professionals kunnen deze maatregelen implementeren om de in- en uitstroom van bezoekers in de publieke ruimte te optimaliseren.","summary":"Verbeter de mobiliteit van evenementbezoekers met duurzame vervoersalternatieven. Onderzoek biedt inzicht in motivaties en maatregelen voor een duurzame modal shift in de evenementensector.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002274","result_description":null},{"description":"De kinderopvangsector is een sector in groei. Niet alleen breidt de sector uit in omvang, ook nemen de pedagogische verwachtingen en de maatschappelijke uitdagingen toe. Werken aan team- en organisatieontwikkeling behoort dus tot de orde van de dag en kunnen veranderen is voor elk opvangteam noodzakelijk. De VUCA (volatility, uncertainty, complexity en ambiguity)-context van vandaag vraagt om wendbaarheid van medewerkers en organisaties. Deze noodzakelijke wendbaarheid vormt een grote uitdaging voor de sector. Een aantal typische kenmerken van de zorgt daarvoor: kortgeschoolde medewerkers, veel ziekteverzuim, een groot personeelsverloop en tekort aan arbeidskrachten.\n\nDit onderzoek wil nagaan hoe de sector duurzame verandertrajecten succesvol kan vormgeven en welke materialen de veranderaars (onder andere coördinatoren, leidinggevenden, pedagogische ondersteuners) daarbij kunnen gebruiken. In een eerste fase ontwikkelen we een veranderrepertoire dat we baseren op literatuurstudie, deskresearch en diepte-interviews met veranderaars in kinderopvang. We stellen een programmatheorie op om te kunnen evalueren ‘wat werkt voor wie, onder welke omstandigheden’. Vervolgens toetsen we data uit eigen onderzoek af aan de programmatheorie en passen we het veranderrepertoire aan. Het resultaat hiervan leggen we met behulp van de delphi-methode voor aan een expertenpanel, waarna we het opnieuw bijstellen. Tot slot testen we het veranderrepertoire uit in verschillende kinderopvangorganisaties om zo tot een finale versie te komen.\n\nVERAKO zal een pakket ontwikkelen dat pedagogisch ondersteuners, coördinatoren en teams in de kinderopvang helpt om hun verandertrajecten te professionaliseren. Dat pakket bestaat uit een theoretisch kader en een handelingsrepertoire, die beide specifiek zijn ontwikkeld en geformuleerd om verandering te brengen in kinderopvangorganisaties.","summary":"De kinderopvangsector groeit en staat voor pedagogische en maatschappelijke uitdagingen. Onderzoek focust op duurzame verandertrajecten met experts en praktijktests. VERAKO ontwikkelt een pakket voor professionals in kinderopvang om verandering te stimuleren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002275","result_description":null},{"description":"Plantaardige oliën en vetten worden gebruikt in allerhande toepassingen, bijvoorbeeld in voeding en cosmetica. Oliën en vetten kunnen oxideren (slecht worden) door contact met de lucht in combinatie met verhoogde temperatuur en/of zonlicht. Er worden antioxidanten toegevoegd aan oliën en vetten om oxidatie te voorkomen. De antioxidanten die momenteel gebruikt worden zijn meestal van synthetische oorsprong. Bedrijven willen evolueren naar natuurlijke antioxidanten.\n\nIn dit onderzoek willen we op zoek gaan naar olie-oplosbare natuurlijke antioxidanten of bestaande natuurlijke antioxidanten zo te modificeren dat ze olie-oplosbaar worden. In overleg met de projectpartners worden natuurlijke grondstoffen (gewassen en nevenstromen uit voeding en landbouw) geselecteerd. Op deze grondstoffen worden via extractie antioxidanten gewonnen. Met de meest veelbelovende extracten worden applicatietesten uitgevoerd, bijvoorbeeld in spreads en in de stabilisatie van frituurolie. Op het einde van het project ligt er een rapport dat een overzicht geeft van natuurlijke, olie-oplosbare antioxidanten, de beschikbaarheid en de oorsprong ervan alsook mogelijke toepassingen. Daarnaast zullen er geoptimaliseerde reactieprocedures zijn om antioxidanten zo te modificeren dat ze olie-oplosbaar worden.","summary":"Ontdek natuurlijke antioxidanten voor oliën en vetten in voeding en cosmetica. Onderzoek naar olie-oplosbare varianten uit natuurlijke grondstoffen en optimalisatie van reactieprocedures. Rapport met beschikbaarheid, oorsprong en toepassingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002276","result_description":null},{"description":"Tijdens het zuiveringsproces van afvalwater wordt er slib geproduceerd. Omdat de hoeveelheid slib steeds toeneemt moet op geregelde tijdstippen een deel slib verwijderd worden, dit verwijderde slib wordt spuislib genoemd. Uit spuislib kunnen EPS (extracellular polymeric substances) geëxtraheerd worden. De geëxtraheerde EPS bestaan voornamelijk uit polysachariden en eiwitten. In sommige lijmen (bijvoorbeeld papier- en houtlijmen) worden momenteel al eiwitrijke grondstoffen gebruikt (bijvoorbeeld perskoek van deder). Er wordt onderzocht of de uit slib geëxtraheerde EPS een alternatieve eiwitbron kunnen zijn voor lijmen.\n\nDit project zal een oplossing bieden aan twee problemen die momenteel in de industrie aanwezig zijn.\n1) Spuislib wordt gezien als afvalproduct. Bedrijven die beschikken over een afvalwaterzuiveringsinstallatie zullen moeten betalen om hun spuislib te laten verwijderen. Indien dit spuislib gevaloriseerd kan worden door de extractie van EPS kunnen bedrijven de kost voor het verwijderen van het spuislib reduceren. Het spuislib zal niet langer gezien worden als afvalproduct, maar als grondstof.\n2) De meeste lijmen die momenteel commercieel beschikbaar zijn bevatten een organisch oplosmiddel. Organische oplosmiddelen zijn toxisch voor mens en milieu. EPS zijn wateroplosbaar, indien deze gebruikt worden in een lijmformulatie hoeft de lijm geen organische oplosmiddelen meer te bevatten.\n\nHet onderzoek heeft als doel een lijmformulatie te produceren die EPS, geëxtraheerd uit spuislib, bevat. Deze formulatie moet minstens dezelfde efficiëntie hebben als lijmen die momenteel commercieel beschikbaar zijn. Lijmformulaties op basis van EPS worden aangemaakt en worden getest op laboschaal. Indien de testen positief zijn zal overgeschakeld worden naar productie op pilootschaal. Na elke test zal er een terugkoppeling zijn naar de aanmaak van de formulatie. Parallel zal er gekeken worden welke soorten slib (uit welke sector) het meest gunstig zijn en hoe het zuiveringsproces aangepast kan worden om de samenstelling van de EPS gunstiger te maken voor het gebruik in lijm. Aan het einde van het project zal een lijmformulatie beschikbaar zijn en zal een rapport opgemaakt worden dat vermeldt welke soorten slib gunstig zijn voor EPS-extractie en welke aanpassingen er kunnen plaatsvinden tijdens het zuiveringsproces om de EPS-samenstelling te verbeteren.","summary":"Dit project onderzoekt het gebruik van EPS uit spuislib als alternatieve eiwitbron voor lijmproductie. Het doel is om een milieuvriendelijke lijmformulatie te ontwikkelen die de kost voor afvalverwijdering verlaagt en geen toxische oplosmiddelen bevat. Het proces omvat labotests en opschaling naar pilootproductie, waarbij feedback wordt gebruikt om de formulatie te optimaliseren. De resultaten zullen aangeven welke soorten spuislib het meest geschikt zijn en hoe het zuiveringsproces kan worden aangepast voor betere EPS-samenstelling.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002277","result_description":null},{"description":"Celtherapie is elke vorm van behandeling waarbij lichaamscellen worden ingezet om de patiënt te genezen of te ondersteunen. Het therapeutisch succes van celtherapie is afhankelijk van kwetsbaar biologisch materiaal: cellen. Bij celtherapie is het effectief en reproduceerbaar ter plaatse krijgen van voldoende therapeutische en levende cellen essentieel.\n\nOm de periode tussen het opgroeien van de therapeutische cellen en het toedienen te overbruggen worden de cellen ingevroren en bewaard in vloeibare stikstof. Na ontdooien bepaalt men de viabiliteit van de therapeutische cellen, zodat men bij elke injectie steeds een minimale dosis levende cellen injecteert. Het grote aantal cellen dat de vries-dooi procedure niet overleeft, onderging tevergeefs een dure en arbeidsintensieve opkweekprocedure.\n\nDe basis invriesprotocols bij celtherapie contrasteren met de complexiteit van de cryopreservatiewetenschap. Een succesvolle cryopreservatie is namelijk afhankelijk van verschillende variabelen: de keuze van het cryoprotectant, de concentratie van het cryoprotectant, het medium waarin het cryoprotectant wordt verdund, de invriessnelheid en de celdensiteit. Het doel van dit onderzoek is de kloof te dichten tussen de complexe cryopreservatiewetenschap en de basis invriesprotocols bij celtherapie. We willen de drempel verlagen voor celtherapiewetenschappers om alternatieve invriesprotocols te overwegen en uit te testen. Essentieel daarbij is dat de investering van tijd en middelen voorspelbaar is en liefst zo klein mogelijk, zodat zij de grootste focus op de celtherapie zelf kunnen houden.\n\nAls onderzoekaanpak hanteren we Design-of-Experiments, die de te testen punten in een multidimensionale ruimte statistisch selecteert om met een relatief kleine dataset het belang van verschillende variabelen in te schatten, interacties tussen belangrijke variabelen te onthullen en de optimale invriescondities te bepalen.\n\nDe beoogde output is een duidelijk omschreven en gebruiksklare DoE-procedure om met een minimaal en vaststaand aantal metingen voor een specifieke (therapeutische) cellijn condities te identificeren voor een invriesprotocol met maximale viabiliteit en minimale stress.","summary":"Celtherapie vereist zorgvuldige invriesprotocollen voor maximale cellevensvatbaarheid. Dit onderzoek gebruikt Design-of-Experiments om optimale invriescondities te bepalen, waardoor celtherapiewetenschappers efficiëntere alternatieven kunnen testen en implementeren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002278","result_description":null},{"description":"Vele industriële sectoren werken voor een grote verscheidenheid aan toepassingen met plantaardige vetten zoals kokos- en palmolie. Op vlak van duurzaamheid scoren de plantaardige vetten zoals kokos- en palmolie niet goed.\n\nAlternatieve vetten/oliën met een interessant vetzuurprofiel kunnen helpen om deze sectoren duurzamer te maken. In het PWO project Vivisect wil het EC DC insectenvetten extraheren en analyseren. Daarnaast is de valorisatie van de onderzoeksresultaten een belangrijk element.\n\nDe economische haalbaarheid van insectenvetten is momenteel een struikelblok voor bedrijven om ermee aan de slag te gaan. Door ook de restfractie die overblijft na vetextractie een eigen toepassing te geven kan de doorslag gegeven worden om dit verhaal rendabel te maken.\n\nDaarnaast willen we vanuit het project bedrijven ook actief informeren en sensibiliseren wat betreft het gebruik van insectenvetten in hun applicaties. Bij aanvang van het project gebeurt er een screening van de markt en de literatuur om interessante vervangers te vinden als ‘drop in’ alternatief van bijvoorbeeld kokosolie.\n\nOp basis van de screening en in samenspraak met de resonansgroep worden problematische vetten en hun toepassing geïdentificeerd. Voor deze geselecteerde toepassingen zal op zoek gegaan worden naar meer duurzame alternatieven op basis van insectenvet aan de hand van case studies.\n\nNa afloop van het project zal voor de case studies de volledige keten beschreven worden om tot het alternatieve ‘drop in’ insectenvet te komen: insectensoort, afdodingsmethode, droogmethode, optimale extractieprocedure, eventuele opzuiveringsstappen en industriële applicaties.","summary":"Innovatief PWO project Vivisect promoot duurzame insectenvetten als alternatief voor kokos- en palmolie in industriële sectoren. Bedrijven worden geïnformeerd en gesensibiliseerd om deze vetten te gebruiken.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002279","result_description":null},{"description":"In dit project onderzoekt de Belgian BioElectroMagnetics Group (BBEMG) de gevolgen van elektromagnetische velden op de gezondheid. Als wetenschappelijke partner bundelt AgroFoodNature de bestaande literatuur en onderzoekt het effect van niet-ioniserende straling op landbouwgewassen.\n\nDe Belgian BioElectroMagnetics Group (BBEMG) werd door Elia opgericht om gezondheidseffecten van elektrische velden en magnetische inductie te beoordelen. Het gaat hierbij specifiek om niet-ioniserende straling opgewekt door transport en gebruik van elektrische stroom in het dagelijks leven en op het werk (50 Hz).\n\nAgroFoodNature zal binnen het partnerschap met UGENT op de Proefhoeve Bottelare een breed literatuuronderzoek verrichten naar de effecten van niet-ioniserende straling op fauna, flora en biodiversiteit. Daarbij focussen we o.a. op het effect op landbouwgewassen met een overzicht van nieuw gepubliceerde studies op dit gebied. Daarnaast zal op geselecteerde velden van landbouwers onderzoek worden verricht om het effect van niet-ioniserende straling op akkerbouwgewassen te beoordelen.","summary":"De BBEMG en AgroFoodNature onderzoeken de impact van elektromagnetische velden op gezondheid en landbouwgewassen, in samenwerking met Elia en UGENT. Onderzoek richt zich op niet-ioniserende straling en effecten op fauna, flora en biodiversiteit, met focus op akkerbouwgewassen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002280","result_description":null},{"description":"Het Erasmus+ project ‘Structural embedding knowledge by experience in higher education through processes of co-creation’ (SEKEHE) richt zich op het structureel verankeren van ervaringskennis in opleidingen hoger onderwijs binnen het domein van sociaal-agogisch werk.\n\nDe specifieke doelstellingen van het project zijn als volgt:\n\n1) Het ontwikkelen en ondersteunen van co-teaching activiteiten door ervaringsdeskundigen in het hoger onderwijs en het structureel verankeren van hun perspectief in de academische wereld;\n\n2) Het creëren van een veilige en stimulerende leeromgeving door het gezamenlijk ontwikkelen van ondersteuningsvormen door ervaringsdeskundigen samen met onderwijzend personeel ten behoeve van huidige studenten in kwetsbare situaties;\n\n3) Het verkennen en beschrijven van barrières, uitdagingen en hulpbronnen voor (toekomstige) studenten in kwetsbare situaties om toegang te krijgen tot opleidingen hoger onderwijs binnen sociaal-agogisch werk, en op basis daarvan verdere acties voor te stellen om de toegang tot het hoger onderwijs voor sociaal achtergestelde groepen te democratiseren;\n\n4) Het ontwikkelen van een transnationaal methodologisch kader om ervaringskennis structureel te verankeren in het hoger onderwijs.","summary":"Het Erasmus+ project SEKEHE structureert ervaringskennis in sociaal-agogisch onderwijs door co-teaching, creëren van veilige leeromgeving, barrières te identificeren, en een methodologisch kader te ontwikkelen voor toegang tot hoger onderwijs.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002281","result_description":"Het SEKEHE-project zal resulteren in een 4-delig online handboek waarin verschillende praktijken, ondersteuningsvormen en obstakels in de betrokken partnerslanden worden beschreven.\n\nOok een methodologisch kader om ervaringskennis structureel te implementeren in de academische wereld in onze instellingen en transnationaal; wordt beschreven.\n\nOok worden vijf geactualiseerde curricula waarin ervaringskennis is opgenomen en vijf webinars over het \"stap voor stap\" implementeren van ervaringskennis in de academische wereld op nationaal en transnationaal niveau uitgewerkt.\n\nTenslotte wordt een zelfreflectie-instrument voor studenten i.s.m. ervaringsdeskundigen ontwikkeld alsook vier peer-to-peer ondersteuningsprogramma's voor studenten in kwetsbare situaties."},{"description":"De opleiding geeft een praktische vertaling van wetenschappelijke informatie rond dierenwelzijn en management. De opleiding is opgebouwd uit een hoofdmodule die focust op een brede basis en 8 diersoortspecifieke modules, namelijk: (1) herkauwers, (2) lama en alpaca, (3) varken, (4) konijn, (5) knaagdieren, (6) pluimvee, (7) ezels en (8) exotische erfdieren (o.a. loopvogels, wallaby's).","summary":"Leer praktische wetenschappelijke inzichten over dierenwelzijn en management in deze opleiding. Hoofd- en diersoortspecifieke modules bieden brede kennis, inclusief exotische dieren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002282","result_description":null},{"description":"De overgang naar een inclusieve samenleving dwingt dienstverleners uit verschillende vakgebieden om samen te werken en van elkaar te leren. In een inclusieve samenleving ondersteunen reguliere en gemeenschapsdiensten alle burgers, met of zonder handicap.\n\nDiensten voor ouderen moeten leren hoe ze ouderen moeten verzorgen en ondersteunen, ook als ze gehandicapt zijn: het personeel moet nieuwe aanvullende vaardigheden verwerven die verband houden met de behoeften van gehandicapten. Tegelijkertijd moeten diensten voor gehandicapten vaardigheden verwerven om gehandicapte ouderen de mogelijkheid te bieden om op de plaats van hun keuze oud te worden zolang zij dat willen en kunnen.\n\nDeze diensten moeten nieuwe vaardigheden verwerven die verband houden met 'veroudering'. Beide gebieden kunnen van elkaar leren, waardoor ze het niveau van sleutelcompetenties verbeteren die nodig zijn voor inclusieve ondersteuning. Dit project heeft tot doel bestaande opleidingsmethoden te evalueren die verband houden met de behoeften van ouderen en hun levenskwaliteit en de mate waarin deze methoden bijdragen aan de professionaliteit van het betrokken personeel om inclusie en levenskwaliteit te bevorderen.","summary":"In een inclusieve samenleving moeten dienstverleners uit verschillende vakgebieden samenwerken en van elkaar leren om alle burgers te ondersteunen, met of zonder handicap. Dit project evalueert opleidingsmethoden om de professionaliteit van personeel te verbeteren en inclusie te bevorderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002283","result_description":null},{"description":"Het onderzoekscentrum 360° Zorg en Welzijn is partner in dit Erasmus+ project. Met dit project willen de partners het bewustzijn en de kennis van studenten en docenten in de gezondheids- en sociale zorg met betrekking tot diversiteitgevoelige zorg vergroten.\n\nHet project zal een trainingsprogramma ontwikkelen, testen en verspreiden voor bachelor- en masterstudenten en voor professionals in de gezondheids- en sociale zorg. Ook zullen open leermiddelen, gebaseerd op dezelfde onderwerpen, ontwikkeld, getest en verspreid worden om de trainingsinhoud breed toegankelijk te maken voor studenten en professionals in Europa.\n\nBeleidsaanbevelingen voor regionale, nationale en Europese belanghebbenden en beleidsmakers zullen ontwikkeld worden met als doel de kwaliteit van de gezondheidszorg voor ouderen met een migrantenachtergrond in Europa te verbeteren.","summary":"Het onderzoekscentrum 360° Zorg en Welzijn werkt aan een Erasmus+ project om bewustzijn en kennis over diversiteitgevoelige zorg te vergroten bij studenten, docenten en professionals in de gezondheids- en sociale zorg in Europa. Ontwikkeling van trainingsprogramma's, leermiddelen en beleidsaanbevelingen staat centraal voor verbetering van de zorgkwaliteit voor ouderen met migrantenachtergrond.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002284","result_description":null},{"description":"Schapenhouders die hun dieren in natuurgebieden en op publieke gronden laten grazen, worstelen met een gebrek aan voedsel in de winter. Hierdoor moeten ze voedsel aankopen, wat de rendabiliteit en duurzaamheid van hun model ondermijnt.\n\nEen potentiële oplossing is winterbegrazing. Deze praktijk kan een meerwaarde bieden op graanakkers, in productiegraslanden, onder boomgaarden, in wijngaarden, op openbare terreinen en zelfs in natuurgebieden. Er is dus sprake van een win-winsituatie.\n\nHoewel de praktijk van winterbegrazing in onbruik is geraakt, wordt deze in andere regio's opnieuw opgepikt. In Vlaanderen is dit nog niet het geval, maar er bestaat wel interesse. Dit project heeft als doel een netwerk van geïnteresseerden op te bouwen, de verwachtingen en hindernissen te onderzoeken, en een voorstel te ontwikkelen voor een operationele groep die de praktijk van winterbegrazing opnieuw in het Vlaamse landschap kan integreren.\n\nDe aanwezigheid van schapen in het landschap kan dienen als een mooi uithangbord voor samenwerking tussen landbouw en natuur.","summary":"Verbeter rendabiliteit en duurzaamheid van schapenhouders door winterbegrazing te promoten op diverse terreinen. Creëer netwerk, onderzoek hindernissen en lanceer operationele groep voor herintroductie in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002285","result_description":null},{"description":"Het TETRA-project:\nEen open intelligent revalidatie framework (IRF) voor cliëntgerichte functionele therapie m.b.v. bewegingsdetectiesystemen; is een samenwerking tussen Hogeschool PXL, Universiteit Hasselt en Hogeschool West.\nFysieke revalidatie is belangrijk voor personen met neurologische en musculoskeletale aandoeningen om terug beter te functioneren in de maatschappij en kan een grote bijdrage leveren aan de mate van zelfredzaamheid en bijgevolg de levenskwaliteit. Binnen de fysieke revalidatie is de cliëntgerichte functionele benadering uitermate belangrijk omdat de patiënt betrokken wordt in het opstellen van doelen en de therapie individueel afgesteld is op de noden en activiteiten die de persoon zelf kiest. Er is nood aan een brede toepassing van de cliëntgerichte benadering in de revalidatie en zorgsector, hierbij is men echter op zoek naar methoden om extra cliëntgerichte therapie te creëren binnen de reguliere therapie zonder de inzet van therapeuten te vergroten. Vanuit de revalidatiesector groeit de bereidheid om technologie te gebruiken voor cliëntgerichte functionele revalidatie.\nDit project beoogt het ontwikkelen van een open IRF waarbij bestaande technologie gebruikt kan worden voor het aanbieden van cliëntgerichte functionele revalidatie. In dit project wordt het IRF, gekoppeld met de Microsoft Kinect, getest op haalbaarheid en trainingseffecten bij patiënten met neurologische en musculoskeletale aandoeningen, zowel in de klinische revalidatiesetting in ziekenhuizen als in de privé revalidatiesetting. Dit project richt zich op de revalidatiesector en op de technologiesector waarvan verschillende vertegenwoordigers deel uitmaken van de gebruikersgroep.","summary":"Ontwikkeling van open IRF voor cliëntgerichte revalidatie met bewegingstechnologieën, project van Hogeschool PXL, Universiteit Hasselt en Hogeschool West. Verbetering van zelfredzaamheid en levenskwaliteit bij neurologische en musculoskeletale patiënten door individueel afgestemde therapie. Gebruik van Kinect voor trainingseffecten in zowel klinische als privé revalidatiesetting.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002286","result_description":null},{"description":"In de veelheid van acties en onderzoeken die rond droogte en waterschaarste in Vlaanderen lopen wil LABO RUIMTE een zinvolle aanvulling leveren. Ontwerpend onderzoek wordt op verschillende manieren en schaalniveaus ingezet om cross-sectorale verbanden te begrijpen, in beeld te brengen en de opportuniteiten te verbeelden. Hierbij ligt de focus op een proactieve droogteaanpak – en oplossingen die gelinkt kunnen worden aan ruimtegebruik, ruimtelijke beleid of inrichting van de ruimte.\n\nDe ruimtelijke component van de droogte-uitdagingen wordt hierbij dus vanzelfsprekend centraal gezet. Deze overheidsopdracht heeft betrekking op een vervolg (fase 2) van een eerdere diagnosefase. LAMA landscape architects zal ontwerpend onderzoek uitvoeren rond één van de 3 casegebieden: de vallei van de Kleine Nete. HOGENT staat daarbij in voor de conversie van ontwerpschetsen en resultaten tot ruimtelijke data in een welbepaald coördinaat-referentiesysteem.\n\nVoor de verschillende ontwerpen zullen de nodige data worden aangeboden voor zover die beschikbaar zijn in Vlaamse, Belgische of andere open data repositories. De resulterende ruimtelijke databestanden zullen tot slot cartografisch worden vormgegeven volgens grafische semiologie.","summary":"LABO RUIMTE helpt Vlaanderen met ontwerpend onderzoek naar droogte en waterschaarste, gericht op proactieve oplossingen en ruimtelijke aspecten. LAMA landscape architects en HOGENT werken samen aan dit project.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002287","result_description":null},{"description":"Er zijn twee hoofddoelstellingen en twee nevendoelstellingen verbonden aan dit participatieproject.\n\nHoofddoelstellingen:\n1) Participatie van relevante stakeholders bij de invulling van campus Schoonmeersen op mobiliteitsvlak verzekeren als hefboom naar een meer duurzame mobiliteit.\n2) Verhoging van de maatschappelijke bewustwording rond duurzame mobiliteit in het bijzonder bij studenten.\n\nNevendoelstellingen:\n1) De ambitie is om van dit project een inspirerend voorbeeld te maken voor participatietrajecten bij gelijkaardige mobiliteitsintensieve en goed bereikbare plaatsen waar veel activiteiten en gebruikers samen komen.\n2) Dit project zal de bestaande LaMA-toolkit (Laboratoria Mobiele Alternatieven) uitbreiden met nieuwe tools op maat van andere mobiliteitsintensieve plaatsen (campussen bedrijventerreinen evenementlocaties etc.).\n\nIn september 2022 vond de opening plaats van het Revolteplein, het kloppend hart van de campus ontstaan door het nieuwe mobiliteitsplan.","summary":"Dit participatieproject bij campus Schoonmeersen bevordert duurzame mobiliteit en bewustwording, met inspirerende voorbeelden en uitbreiding van LaMA-toolkit. Revolteplein, het nieuwe kloppend hart, opende in september 2022.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002288","result_description":null},{"description":"Het project heeft als doel nieuwe en bestaande kennis en technologie op het vlak van voorbehandelen en spinnen van korte hennepvezels met als toepassing kledingstextiel te faciliteren. Het valorisatiedoel is te kijken waar de exploitatiemogelijkheden zijn. Zo zal men peilen naar de bereidheid van belanghebbenden om te veranderen naar duurzame alternatieven en zal de mogelijkheden tot bescherming worden onderzocht.\n\nVideo Hemp4Future is een onderzoeksproject van de onderzoekscentra FTILab+ en AgroFoodNature.","summary":"Ontdek hoe ons project korte hennepvezels transformeert voor duurzaam kledingtextiel. Hemp4Future onderzoekt exploitatiekansen en stimuleert belanghebbenden om te kiezen voor milieuvriendelijke alternatieven. Een initiatief van FTILab+ en AgroFoodNature.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002289","result_description":null},{"description":"Steeds meer bedrijven stappen over naar Industrie 4.0, maar worden geconfronteerd met een verouderd machinepark. Retrofitting is een kosteneffectieve en niet-ingrijpende strategie om oudere industriële machines in overeenstemming te brengen met de normen van Industrie 4.0 door extra technologische functies toe te voegen.\n\nDe M-Group aan de KU Leuven Campus Brugge heeft een conditiemonitoring-methodologie ontwikkeld met behulp van unsupervised anomaliedetectie met machine learning voor retrofitting-toepassingen. Dit resulterende model is ongeveer 50% kleiner dan de state of the art, maar even nauwkeurig als het gaat om het detecteren van fouten.\n\nDeze verkleinde omvang is een essentieel voordeel in vergelijking met concurrerende benaderingen, omdat het mogelijk maakt om daadwerkelijk foutdetectie uit te voeren op Micro-Controller Units (MCU) op edge devices. Dit project heeft tot doel de Retrokit te ontwikkelen, een flexibel en modulair conditiemonitoringsysteem dat de resulterende methodologie in een ingebed apparaat integreert.\n\nAls zodanig zal het generieke componenten bevatten voor gegevensverzameling, verwerking en classificatie, met de nadruk op een minimaal invasieve implementatie door de analyse van elektrische signaalgegevens. Het doel is om een modulair ontwerp te ontwikkelen dat kan worden aangepast aan de specifieke toepassing.\n\nDe M-Group zal nauw samenwerken met het IoT Lab aan de Hogeschool VIVES om hun hardware-expertise op het gebied van ingebedde apparaten te benutten.","summary":"Upgrade oud machinepark naar Industrie 4.0 met kosteneffectieve Retrofitting. Ontwikkeling van compact conditiemonitoringsysteem voor foutdetectie met machine learning. Flexibel en modulair ontwerp voor specifieke toepassingen in samenwerking met IoT Lab VIVES.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002290","result_description":null},{"description":"Sinds het woonzorgdecreet van 2009 dienen woonzorgcentra te werken aan samenwerking met en integratie in de buurt. In opdracht van het provinciaal overleg woonzorgcentra in Oost-Vlaanderen, voerden we een verkennend onderzoek uit naar de mogelijkheden en knelpunten die woonzorgcentra zelf aangeven in de uitvoering van deze opdracht.\n\nHet onderzoek vertrekt vanuit een brede luchtfoto van buurtgerichte praktijken die ontwikkeld zijn in en rond woonzorgcentra overheen de provincie, en de achterliggende visies op zorg, wonen en de buurt, om vervolgens in te zoomen op vier woonzorgcentra en hun specifieke omgeving. De betekenis en mogelijkheden van buurtgericht werken, en de randvoorwaarden en knelpunten in de uitvoering ervan zijn immers sterk afhankelijk van de context waarbinnen het woonzorgcentrum zich bevindt.\n\nIn de publicatie naar aanleiding van dit onderzoek wordt met behulp van onder meer foto’s, observatieverslagen van activiteiten in of rond het woonzorgcentrum, en citaten uit interviews met bewoners van woonzorgcentra, buurtbewoners, en allerhande professionals een gedetailleerde inkijk gegeven in de creatieve zoektocht van veel woonzorgcentra en/of buurvoorzieningen naar het bouwen van bruggen tussen de wereld van het woonzorgcentrum en de buitenwereld en naar het overkomen van de knelpunten die men daarbij tegenkomt.\n\nWe hebben zowel aandacht voor de wijze waarop de buurt binnengetrokken wordt in het woonzorgcentrum, als voor de wijze waarop woonzorgcentra zich opstellen als goede buren met een eigen bijdrage tot het welzijn in de buurt.\n\nWe stellen een inspiratiekader voor dat zich tegelijkertijd richt tot woonzorgcentra en andere buurtactoren. Hierin wordt stilgestaan bij de betekenis die een woonzorgcentrum kan krijgen in het uittekenen van lokale samenwerkingsverbanden. Ten aanzien van bovenlokale actoren biedt het handvatten in het mee waarborgen van de noodzakelijke randvoorwaarden.\n\nDe fundamenten voor dit kader worden gevormd door een grondige analyse van de eigen buurtcontext waarin men als woonzorgcentrum werkt, en dit zowel op sociaal, ruimtelijk, historisch als sociaal politiek vlak. Deze publicatie leert dat het begrijpen van de eigen omgeving een belangrijke succesfactor is in de ontwikkeling van buurtgerichte praktijken. Andere handvatten op het niveau van het woonzorgcentrum omvatten de waarde van het aangaan van buurtcoalities, de betekenis van vrijwilligerswerk als motor van buurtgericht werken, de kleinschaligheid van innovatieve praktijken en intergenerationele ontmoetingen als hefboom voor buurtgerichte praktijken.","summary":"Onderzoek naar buurtgerichte praktijken in woonzorgcentra in Oost-Vlaanderen onthult creatieve bruggenbouw met buurt en aanpak van knelpunten. Inspiratie voor lokale samenwerking met aandacht voor randvoorwaarden en buurtcontext.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002291","result_description":null},{"description":"Zowel in het buitenland als in Vlaanderen wordt de aanwerving van nieuwe schooldirecteurs eerder ad hoc en onsystematisch aangepakt. Naast het gegeven dat heel wat schooldirecteurs bijna op pensioen gaan, wordt het Vlaamse basisonderwijs ook geconfronteerd met een enorm verloop en uitval van schooldirecteurs. Hoewel er steeds meer aandacht is voor de rol van leraren in het beleidsvoerend vermogen van scholen en het idee van gedeeld leiderschap, blijft de stap naar een leidinggevende functie zeer groot.\n\nZowel internationaal als in Vlaanderen geven (basis)scholen aan dat het steeds moeilijker wordt om kandidaten te vinden voor de functie van schooldirecteur. Leraren twijfelen of ze de stap zouden wagen, of ze de functie van schoolleider zouden 'kunnen' en 'willen' uitvoeren. Ze hebben bovendien niet altijd een goed beeld van de job. Door een gebrek aan geïnteresseerden (bij het verschijnen van een vacature voor schoolleider) moeten schoolbesturen vaak genoegen nemen met een kandidaat van wie ze niet helemaal overtuigd zijn.\n\nWe willen bijdragen aan een systematisch, proactief loopbaanbeleid voor leerkrachten en potentiële schooldirecteurs in het basisonderwijs. We streven ernaar om de interesse voor de job van schoolleider (bepaald door het 'kunnen' en het 'willen') te verhogen. Op basis van vragenlijsten en interviews bij leraren en met behulp van de Social Cognitive Career Theory, brengen we hun interesse voor de job van schooldirecteur in kaart en verfijnen we het eerder ontwikkeld professioneel continuüm 'Van (student-)leraar tot schoolleider (en weer terug)'. Vervolgens ontwerpen we in co-creatie met onze partners acties om ons onderzoeksdoel te bereiken. We implementeren en evalueren deze acties in 6 basisscholen en onderzoeken de context-, proces en productvoorwaarden door middel van focusgroepen en interviews. Het effect van de acties zal nagegaan worden door een voor- en nameting op basis van een korte vragenlijst in combinatie met semi-gestructureerde interviews.","summary":"Het Vlaamse basisonderwijs kampt met een tekort aan schooldirecteurs door gebrek aan interesse en inzicht in de functie. Wij streven naar een proactief loopbaanbeleid om de interesse en voorbereiding van leerkrachten voor deze rol te vergroten.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002292","result_description":null},{"description":"Bij de zuivering van afvalwater ontstaan nieuwe afvalstromen. Dissolved air flotation (DAF) slib is één van deze afvalstromen. Deze afvalstroom bevat vaak een hoge concentratie aan olie of vet. Bedrijven met een afvalwaterzuiveringsinstallatie moeten momenteel betalen om hun slib te laten afvoeren. In sommige gevallen wordt het slib vergist waardoor biogas geproduceerd wordt, maar dit is een eerder laagwaardige toepassing voor een grondstofstroom die hoogwaardige componenten bevat.\n\nIn dit PWO-project wil het EC DC zoeken naar toepassingen voor olie/vet uit DAF slib. De valorisatie van de onderzoeksresultaten is hierbij een belangrijk element. Het vet of de olie zal dus niet enkel geëxtraheerd en eventueel opgezuiverd en/of gemodificeerd worden, maar ook de economische haalbaarheid van het gehele proces wordt in kaart gebracht. Eerst wordt de situatie in Vlaanderen in kaart gebracht: hoe zit het met het vetgehalte in DAF slib uit verschillende sectoren, wat is de zuiverheid van het geëxtraheerde vet, ... ? De extractieprocedure zal vervolgens geoptimaliseerd worden met het oog op de economische haalbaarheid van het proces. Samen met de extractieprocedure wordt ook de voorbehandeling, opzuivering en modificatie bestudeerd. Parallel aan het wetenschappelijk onderzoek wordt het valorisatieluik bestudeerd via een marktbevraging. Op basis van de resultaten van deze bevraging wordt een businessplan opgesteld.\n\nNa afloop van het project is er een overzicht van het vetgehalte en de samenstelling/zuiverheid van vet uit DAF slib afkomstig van verschillende industriële sectoren in Vlaanderen, alsook een overzicht van de potentiële toepassingen/afzetmogelijkheden van dit vet.","summary":"Onderzoek naar valorisatie van olie/vet uit DAF slib voor afvalwaterzuiveringsinstallaties in Vlaanderen. Optimalisatie van extractieproces en economische haalbaarheid met focus op diverse sectoren. Resultaten leiden tot business plan voor potentiële toepassingen/afzetmogelijkheden.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002293","result_description":null},{"description":"Burgerschap is een thema dat de voorbije jaren steeds hoger op de onderwijsagenda staat. In de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs zijn burgerschapscompetenties opgenomen als een aparte te realiseren set van sleutelcompetenties. Scholen moeten daarom hun inspanningen om rond burgerschap te werken aanzienlijk verhogen. De samenwerking tussen leerkrachten om burgerschap te integreren in het curriculum is een uitdaging. Werken rond burgerschapscompetenties gebeurt in veel scholen gefragmenteerd. Nochtans is een geïntegreerde, schoolbrede, benadering essentieel om tot het effectief verwerven van burgerschapscompetenties te komen. Het werkveld vraagt handvaten om schoolteams in dit proces te begeleiden.\n\nKennis inzetten rond teamgericht werken in het onderwijs om begeleidings- en reflectie-instrumenten te ontwikkelen die schoolteams versterken om burgerschapscompetenties kwaliteitsvol te implementeren. Onderwijskundig ontwerponderzoek wordt gebruikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden. In een eerste fase verfijnen we de probleemstelling samen met het werkveld. Tegelijk voeren we een verdiepende literatuurstudie uit over de thema’s teamgericht werken en burgerschap. Vervolgens kijken we naar good practices in verschillende scholen. We analyseren een aantal casestudies die inspireren voor de ontwikkeling van de begeleidings- en reflectie-instrumenten. Deze begeleidings- en reflectie-instrumenten ontwikkelen we in co-creatie met het werkveld. In een volgende stap testen een aantal scholen de ontwikkelde instrumenten uit. Ten slotte gaan we de bruikbaarheid van de instrumenten na en zorgen we voor een inbedding en verspreiding van de instrumenten in het werkveld.\n\nWe ontwikkelen een kader met succesvolle schoolteamkenmerken in de context van burgerschap, teamgerichte begeleidings- en reflectie-instrumenten om met burgerschap op school aan de slag te gaan. Daarnaast beogen we een onderzoeksartikel met casestudie-analyse uit te werken.","summary":"Schools are facing the challenge of integrating citizenship competencies effectively. Our project aims to develop tools to support school teams in implementing citizenship competencies through team collaboration. We refine the problem, conduct literature reviews, analyze case studies, and co-create tools with the field. Success factors and tools will be shared for school-wide impact.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002294","result_description":null},{"description":"Vlaanderen kent, net als de rest van de wereld, een toenemend aantal ouderen met dementie met een migratie-achtergrond. Psycho-sociale zorginterventies zoals reminiscentie worden steeds vaker ingezet bij personen met dementie om de levenskwaliteit te verbeteren. Toch ontbreekt het aan een migratie- en cultuursensitieve aanpak van reminiscentie die rekening houdt met de specifieke context van ouderen met migratieachtergrond en dementie. Deze lacune maakt deel uit van een bredere zoektocht naar cultuursensitieve dementiezorg voor deze ouderen.\n\nHet doel van dit onderzoek is het specificeren van instrumentele en procesmatige criteria die nodig zijn voor een migratie- en cultuursensitieve benadering van reminiscentie als betekenisvolle activiteit. Dit moet mogelijk maken dat het kan worden toegepast in de dementiezorg voor Vlaamse ouderen met (arbeids)migratieachtergrond.\n\nAan de hand van participatief actieonderzoek wordt reminiscentie als betekenisvolle activiteit geïntroduceerd bij ouderen met migratieachtergrond en dementie (begin- en middenstadium) in zowel een professionele (woonzorgcentrum) als een thuiscontext. In twee leercycli zetten professionele hulpverleners en mantelzorgers als co-onderzoekers reminiscentie in tijdens hun zorg voor ouderen met dementie en een migratieachtergrond. Deze vier à zes casussen worden longitudinaal gedurende een jaar gevolgd.\n\nDe leerpunten uit dit onderzoek zullen leiden tot een intersectioneel migratie- en cultuursensitief model van aanpak voor reminiscentie in de dementiezorg van Vlaamse ouderen met migratieachtergrond. Deze leerpunten zullen worden vertaald in een brede en wetenschappelijke publicatie en een creatief en laagdrempelig disseminatie-instrument. De uiteindelijke vorm van de output zal in overleg met de projectpartners worden bepaald.","summary":"Onderzoek naar migratie- en cultuursensitieve reminiscentie voor ouderen met dementie en migratieachtergrond in Vlaanderen. Het doel is criteria te specificeren voor een betekenisvolle activiteit in dementiezorg. Resultaten leiden tot een model van aanpak en publicaties voor brede verspreiding.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002295","result_description":null},{"description":"Sociale professionals worstelen in toenemende mate met gevoelens van onmacht en kwetsbaarheid in hun job (Van Robaeys, 2016). Werkveldpartners vertellen over terugkerende vragen: hoe omgaan met gevoelens van machteloosheid en morele stress? Hoe de pijn van cliënten benaderen en omgaan met lijden? Hoe zorg je voor jezelf? Hoe communiceer je in team over geraaktheid en kwetsbaarheid? Het zijn bij uitstek zingevingsvragen: trage, ambivalente, raadselachtige en waardegerichte vragen. Zinvragen zijn geen normale vragen waarop een antwoord mogelijk is, maar vragen die een behoefte aan zingeving uitdrukken.\n\nDe individueel zingevende dimensie (wat voor soort professional kan/wil ik zijn?) en de collectief zingevende dimensie (wat hebben wij als organisatie bij te dragen aan een betere toekomst voor onze cliënten?) zijn prioritaire vragen voor professionals (Kuiken, 2018). Hoe kunnen we professionals ondersteunen in het zoeken naar antwoorden op deze vragen? Een eerste doel is om, aan de hand van het werkconcept \"collectieve innerlijke handelingsruimte\", een leerruimte te ontwikkelen waar sociale professionals, vanuit verbinding met de individuele en collectieve zingevende dimensie, in team antwoorden kunnen zoeken op de praktijkuitdagingen die hen confronteren. Een tweede doel is om te onderzoeken wat de randvoorwaarden zijn voor implementatie van de methodiek.\n\nActie-onderzoek binnen verschillende organisaties en met diverse experts (professionals, leidinggevenden, kunstenaars), opgebouwd via de fases van Design Thinking en via de inzet van bewustzijnsversterkende, belichaamde, intuïtieve en op kunst-gebaseerde technieken. Een methodiekboek om zingevende vragen in het sociaal werk via een collectieve innerlijke handelingsruimte te onderzoeken, podcasts die de betekenis van het gelopen onderzoeksproces voor de deelnemende professionals overbrengen naar een ruim publiek van professionals in het sociaal werk, een publicatie gericht op leidinggevenden en HRM-professionals over de implementatievoorwaarden van de methodiek.","summary":"Professionals in het sociale werk ervaren toenemende gevoelens van onmacht en kwetsbaarheid. Hoe kunnen zij omgaan met deze uitdagingen en zingevende vragen beantwoorden? Een methodiek wordt ontwikkeld om collectief antwoorden te vinden, ondersteund door actie-onderzoek en diverse experts.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002296","result_description":null},{"description":"Digitale media in de opvang voor jonge kinderen: noodzakelijk kwaad, totaal te vermijden of leerrijk?\n\nDigitale media en technologie zijn alomtegenwoordig in de samenleving en dus ook in de levens van jonge kinderen. Er is veel enthousiasme over de mogelijkheden ervan. Jonge kinderen worden beschouwd als digital natives. Ze groeien op met digitale media en vinden er vaak veel plezier en zingeving in. Maar behalve enthousiasme is er bezorgdheid over de impact van digitale media op jonge kinderen. Dat stelt opvoeders, in de eerste plaats ouders, voor de vraag hoe ze willen omgaan met dit fenomeen. Die vraag hoe om te gaan met digitale media speelt ook in de opvang van jonge kinderen. Van beleid en onderzoek gaat een oproep uit om zo vroeg mogelijk jonge kinderen te begeleiden in de omgang met digitale media, om digitale educatie aan te bieden en om hen mediawijs te maken. Er is met andere woorden een verwachting dat pedagogische professionals de rol van mediamentor opnemen. Die oproep staat op gespannen voet met de dagelijkse praktijk van de opvang van jonge kinderen, waar in eerste instantie een tendens heerst om kinderen van digitale media weg te houden. Ondanks deze tendens, duiken digitale media wel op in de dagelijkse praktijk van de kinderopvang. Ze komen voor in het spel van kinderen, kinderbegeleiders zetten ze in om moeilijke momenten te overbruggen en ze spelen een rol in de dagelijkse registraties en in de communicatie tussen kinderopvang en ouders. De integratie van digitale media in de opvang van jonge kinderen is bovendien een onderzoeksthema op zich. De steeds terugkerende vaststelling dat digitale media eerder moeizaam geïntegreerd raken in de opvang van jonge kinderen, leidt tot de vraag hoe dat komt. Eén van de pistes om die vraag te beantwoorden bestaat uit onderzoek naar kennis, vaardigheden en motivatie van de professionals. Een andere piste ligt in het onderzoek naar de pedagogische opvattingen van de kinderopvang. Voor sommige onderzoekers schuilen in die pedagogische opvattingen zelf hindernissen voor een succesvolle integratie van digitale media in de opvang, andere onderzoekers bouwen verder op deze pedagogieën en vormen ze om naar de 21ste eeuw, met inbegrip van digitale media. Daar zijn mooie en inspirerende voorbeelden te vinden van een ‘spelgerichte of ervaringsgerichte pedagogie’ waarin digitale media een plaats hebben. Dit alles speelt zich af tegen de achtergrond van een behoorlijk complexe maatschappelijke discussie over het gebruik van digitale media. Aan de ene kant worden steeds meer risico’s en negatieve gevolgen duidelijk, aan de andere kant zijn er veel mogelijkheden. Daar komt bij dat digitale media steeds meer een rol krijgen in de praktische organisatie van het dagelijkse leven en in de communicatie tussen overheden en burgers of tussen instellingen en gebruikers. Wat wil dat alles zeggen voor de opvang? De kinderopvang worstelt met dit lastige pedagogische vraagstuk en heeft nood aan een uitbreiding van het handelingsrepertoire over digitale media. Digitale media zijn immers wel aanwezig in de opvang maar begeleiders weten niet goed hoe ze hiermee moeten omgaan. De regelgeving biedt bovendien weinig houvast. In het onderzoek DIGIPED verkenden we het thema digitale media en jonge kinderen in de opvang vanuit de verschillende invalshoeken hierboven. Zowel de ‘nee’stem als de ‘ja’stem heeft een plaats in dit debat. Samen met pedagogisch coaches en verantwoordelijken formuleerden we een mogelijke digitale pedagogie om met dit thema om te gaan. In die digitale pedagogie is het vooreerst van belang om met een kinderopvangteam visie te vormen over digitale media en jonge kinderen. Een aantal tegenstellingen zoals heden versus toekomst en begrenzing versus vrijheid bieden een houvast om te reflecteren over het thema en visie te vormen. Ten tweede biedt deze digitale pedagogie manieren aan om meer ruimte te geven aan digitale media in de kinderopvang door te kijken naar wat er gebeurt, vervolgens deze observaties te bespreken en te waarderen en ten slotte inspiratie te bieden om een omgang met digitale media uit te denken en verder uit te proberen. Last but not least is het in deze pedagogie belangrijk om het digitale mediagebruik in de opvang organisatorisch goed te omkaderen. Met deze aanpak helpen we de kinderopvang op weg naar een bewustere en doordachte omgang met digitale media.","summary":"Digitale media in kinderopvang: dilemma maar ook kans. Onderzoek toont noodzaak aan van begeleiding en educatie. Nieuwe pedagogieën nodig om digitale media succesvol te integreren. Aanpak DIGIPED biedt visie, observatie, reflectie en omkadering voor bewuste omgang.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002297","result_description":"Digitale media in de opvang voor jonge kinderen: noodzakelijk kwaad, totaal te vermijden of leerrijk?\n\nDigitale media en technologie zijn alomtegenwoordig in de samenleving en dus ook in de levens van jonge kinderen. Er is veel enthousiasme over de mogelijkheden ervan. Jonge kinderen worden beschouwd als digital natives. Ze groeien op met digitale media en vinden er vaak veel plezier en zingeving in.\n\nMaar behalve enthousiasme is er bezorgdheid over de impact van digitale media op jonge kinderen. Dat stelt opvoeders, in de eerste plaats ouders, voor de vraag hoe ze willen omgaan met dit fenomeen. Die vraag hoe om te gaan met digitale media speelt ook in de opvang van jonge kinderen.\n\nVan beleid en onderzoek gaat een oproep uit om zo vroeg mogelijk jonge kinderen te begeleiden in de omgang met digitale media, om digitale educatie aan te bieden en om hen mediawijs te maken. Er is met andere woorden een verwachting dat pedagogische professionals de rol van mediamentor opnemen. Die oproep staat op gespannen voet met de dagelijkse praktijk van de opvang van jonge kinderen, waar in eerste instantie een tendens heerst om kinderen van digitale media weg te houden.\n\nOndanks deze tendens, duiken digitale media wel op in de dagelijkse praktijk van de kinderopvang. Ze komen voor in het spel van kinderen, kinderbegeleiders zetten ze in om moeilijke momenten te overbruggen en ze spelen een rol in de dagelijkse registraties en in de communicatie tussen kinderopvang en ouders.\n\nDe integratie van digitale media in de opvang van jonge kinderen is bovendien een onderzoeksthema op zich. De steeds terugkerende vaststelling dat digitale media eerder moeizaam geïntegreerd raken in de opvang van jonge kinderen, leidt tot de vraag hoe dat komt. Eén van de pistes om die vraag te beantwoorden bestaat uit onderzoek naar kennis, vaardigheden en motivatie van de professionals.\n\nEen andere piste ligt in het onderzoek naar de pedagogische opvattingen van de kinderopvang. Voor sommige onderzoekers schuilen in die pedagogische opvattingen zelf hindernissen voor een succesvolle integratie van digitale media in de opvang, andere onderzoekers bouwen verder op deze pedagogieën en vormen ze om naar de 21ste eeuw, met inbegrip van digitale media.\n\nDit alles speelt zich af tegen de achtergrond van een behoorlijk complexe maatschappelijke discussie over het gebruik van digitale media. Aan de ene kant worden steeds meer risico’s en negatieve gevolgen duidelijk, aan de andere kant zijn er veel mogelijkheden.\n\nDaar komt bij dat digitale media steeds meer een rol krijgen in de praktische organisatie van het dagelijkse leven en in de communicatie tussen overheden en burgers of tussen instellingen en gebruikers.\n\nWat wil dat alles zeggen voor de opvang? De kinderopvang worstelt met dit lastige pedagogische vraagstuk en heeft nood aan een uitbreiding van het handelingsrepertoire over digitale media. Digitale media zijn immers wel aanwezig in de opvang maar begeleiders weten niet goed hoe ze hiermee moeten omgaan. De regelgeving biedt bovendien weinig houvast.\n\nIn het onderzoek DIGIPED verkenden we het thema digitale media en jonge kinderen in de opvang vanuit de verschillende invalshoeken hierboven. Zowel de ‘nee’stem als de ‘ja’stem heeft een plaats in dit debat. Samen met pedagogisch coaches en verantwoordelijken formuleerden we een mogelijke digitale pedagogie om met dit thema om te gaan.\n\nIn die digitale pedagogie is het vooreerst van belang om met een kinderopvangteam visie te vormen over digitale media en jonge kinderen. Een aantal tegenstellingen zoals heden versus toekomst en begrenzing versus vrijheid bieden een houvast om te reflecteren over het thema en visie te vormen.\n\nTen tweede biedt deze digitale pedagogie manieren aan om meer ruimte te geven aan digitale media in de kinderopvang door te kijken naar wat er gebeurt, vervolgens deze observaties te bespreken en te waarderen en ten slotte inspiratie te bieden om een omgang met digitale media uit te denken en verder uit te proberen.\n\nLast but not least is het in deze pedagogie belangrijk om het digitale mediagebruik in de opvang organisatorisch goed te omkaderen. Met deze aanpak helpen we de kinderopvang op weg naar een bewustere en doordachte omgang met digitale media."},{"description":"Sensorische eigenschappen (geur, smaak, textuur, uitzicht) zijn primordiaal voor het succes van een voedingsmiddel of cosmetische formulatie. Sensorische analyse krijgt een steeds belangrijkere rol in productontwikkeling en kwaliteitsbeoordeling in de Vlaamse (voedings)industrie. Bovendien is er een trend ontstaan bij bedrijven om in te zetten op 'custom made' producten.\n\nEr is nood aan een methode om op een snelle en betrouwbare manier de sensorische eigenschappen van een product te kunnen voorspellen, zonder dat er een panel nodig is. Dit kan de ontwikkeling van een nieuw product versnellen en goedkoper maken. Dit is noodzakelijk voor bedrijven die producten op maat willen ontwikkelen. In dit project willen we met behulp van AI software ontwikkelen die op basis van een eenvoudige GC-MS analyse in staat is om de sensorische eigenschappen (smaak en geur) van een product te voorspellen en die bovendien nieuwe recepturen kan suggereren op basis van een gewenst sensorisch profiel.\n\nNa het verzamelen van de nodige data (chemisch en sensorisch) en het programmeren van de software architectuur zal een deep learning model getraind worden. Met dit deep learning model wordt een 'receptengenerator' gekoppeld die werkt op basis van een clustermodel (SUSSOL). De software zal gevalideerd worden aan de hand van twee case studies: één in de voedingsindustrie en één in de cosmeticasector. De output van dit project bestaat uit software die op basis van een gewenst sensorisch profiel een nieuwe samenstelling van aromacomponenten kan genereren. In het bijbehorend businessplan wordt beschreven wat de beste valorisatieopties zijn voor de software.","summary":"Sensorische eigenschappen essentieel voor succes van voeding en cosmetica. Nieuwe AI-software voorspelt smaak en geur zonder panel. Versnelt en verlaagt kosten productontwikkeling. Software suggereert recepten op maat, gevalideerd in voeding en cosmetica. Software genereert aromacomponenten op basis gewenst profiel.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002298","result_description":null},{"description":"In de gehele maritieme transportsector, maar vooral in de binnenvaart, worden er steeds strengere milieu- en gezondheidseisen gesteld. Zo werd de sector de afgelopen jaren geconfronteerd met verschillende verstrengde reglementeringen: de NRMM Stage-V reglementering, uitwerking van LEZ’s voor binnenvaartschepen en de verklaring van Mannheim waar de overeenkomst gesloten is om de emissie door de binnenvaart van zowel broeikasgassen als milieuverontreinigende stoffen met 35% te reduceren in 2035 ten opzichte van 2015.\n\nOm te voldoen aan deze normen zijn er momenteel 2 gangbare oplossingen: plaatsen van een nieuwe Stage-V motor of het plaatsen van een retrofit nabehandelingssysteem. Bij retrofitting rijst de vraag of er rendement op de investering kan worden behaald. Uit het H2020-project PROMINENT1 blijkt dat de investeringen in uitlaatgasnabehandeling (SRC en SCR- en DPF-technologie) voor verschillende representatieve reizen in het Rijn- of Donaugebied in geen van de onderzochte businesscases wordt terugverdiend. Hierdoor is de investering en de verhoogde onderhoudskost voor een retrofit nabehandelingssysteem en/of een nieuwe motor met uitlaatgasnabehandelingssystemen te hoog voor de binnenvaartschippers.\n\nIn het PWO project MethOpt gaat het Expertisecentrum Duurzame Mobiliteit (ECDM) hun expertise in methanol als brandstof voor verbrandingsmotoren bundelen met: de maritieme logistiek-economische expertise van de Hogere Zeevaartschool en werkveldpartners met kennis van uitlaatgasnabehandelingssystemen. Samen optimaliseren ze een retrofit methanol injectiesysteem naar het behalen van een positieve economische inpakt voor de binnenschipper. De positieve impact van Methanol als hoofdbrandstof of dual-fuel, op de emissies bij dieselmotoren, is in voorgaand onderzoek al meermaals aangetoond. Altijd ligt de focus op een maximale emissiereductie zonder rekening te houden met de economische inpakt. Zonder het aantonen van dit economische voordeel, naast het ecologische, geraken vele van deze oplossingen uiteindelijk niet geïmplementeerd.\n\nMethOpt legt de focus van het onderzoek niet bij een systeemoptimalisatie naar maximale emissiereductie, maar bij een emissiereductie gefocust op technische haalbaarheid en economische meerwaarde voor de binnenschipper. De mogelijke economische voordelen gaan van brandstofbesparing, reducties in ligkosten in de havens, lagere toegangsprijzen tot Lage emissiezones, als een aankoop-, installatie- en onderhoudskostenreductie van retrofit nabehandelingssystemen. Door de data van de emissiemetingen op de state-of-the-art motorentestbank van het ECDM te koppelen aan een economische kosten/batensimulatie, wordt een optimaal economische methanolinjectiestrategie bepaald.","summary":"In de maritieme transportsector moeten binnenvaartschepen voldoen aan strengere milieu- en gezondheidseisen. Het MethOpt project richt zich op het optimaliseren van een economisch voordelig methanol injectiesysteem voor emissiereductie en kostenbesparing voor binnenvaartschippers.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002299","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen we veiligere evenementen organiseren? Dit onderzoek wil de evenementensector helpen om de verschillende veiligheidsrisico’s op een evenement in kaart te brengen, zodat ze beter beheerst kunnen worden. Denk aan de risico’s op het vlak van gezondheid, mobiliteit, crowds, safety, security en crisismanagement.\n\nVeiligheid = topprioriteit Veiligheid is door de coronacrisis meer dan ooit een absolute prioriteit geworden. Safety first is hét vertrekpunt voor de organisatie van alle evenementen, ongeacht het type en de grootte van het evenement. In dit onderzoek werken we intensief samen met partners actief in de evenementensector, de veiligheidssector, de medische sector en met lokale en regionale overheden.\n\nIntegraal veiligheidsmodel Het doel van dit onderzoek is de ontwikkeling van een integraal veiligheidsmodel voor evenementen. Het model zal niet enkel adviseren, informeren en inspireren, maar ook helpen te evalueren. Dat model wordt vertaald in een online platform met een veiligheidsscan. Deze scan zal concrete handvaten aanreiken op maat van alle event professionals in België.","summary":"Dit onderzoek ondersteunt de evenementensector bij het beheersen van veiligheidsrisico's, met focus op gezondheid, mobiliteit en crisismanagement. Samenwerking met partners resulteert in een integraal veiligheidsmodel en online platform voor evenementprofessionals in België.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002300","result_description":null},{"description":"Eventprofessionals staan steeds meer open om ecologisch duurzamere evenementen te organiseren. Ook de wetgeving wordt strenger en dwingt de sector om duurzamere keuzes te maken. Bovendien toont onderzoek van het onderzoekscentrum Publieke Impact (2019) aan dat ook bezoekers van evenementen een ecologisch duurzame aanpak willen. De vraag naar een tool die alle componenten van de ecologische duurzaamheid van een evenement in kaart kan brengen is groot. Specifiek voor de evenementensector bestaat zo'n alomvattende tool nog niet.\n\nDit onderzoek wil de evenementensector in staat stellen om de ecologische duurzaamheid van een evenement in kaart te brengen en te verbeteren. Dit moet leiden tot meer ecologisch georganiseerde evenementen. Via een participatieve aanpak betrekken we verschillende relevante stakeholders bij het onderzoek, waaronder duurzaamheidsexperten, kennisinstellingen, beleidsmakers en de evenementensector. Samen zoeken we naar de beste manier om de ecologische duurzaamheid van evenementen in kaart te brengen en te verbeteren.\n\nWe ontwikkelen een online platform met een scan die inschat hoe ecologisch duurzaam een evenement is per parameter. Naast een scan bevat het platform heel wat tips, checklists, inspiratievideo’s en cases die de eventprofessional zal inspireren, adviseren en informeren.","summary":"Eventprofessionals en bezoekers willen duurzamere evenementen. Een onderzoekcentrum werkt aan een tool om de ecologische duurzaamheid van evenementen te meten en verbeteren. Het online platform biedt scans, tips en inspiratie om de sector te helpen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002301","result_description":null},{"description":"Ziekenhuisverpleegkundigen in Vlaanderen hebben een hoog risico op emotionele uitputting, burn-out of het stoppen met de job. Ze ervaren echter een gebrek aan emotionele ondersteuning, zowel door rechtstreekse collega’s, als door familie en vrienden. Peersupportgroepen (PSG) kunnen hierop een antwoord bieden. Ze kunnen de weerbaarheid van deelnemers verbeteren en zijn uiterst geschikt voor thema’s die onderhevig zijn aan stigma.\n\nDit project beoogt daarom een implementatiegids te ontwerpen en te evalueren die ziekenhuizen ondersteunt om zelf het (reeds ontwikkelde) PSG-programma in te bedden binnen de eigen instelling om de emotionele weerbaarheid van de ziekenhuisverpleegkundigen te verhogen. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden in twee fasen. In de eerste fase wordt volgens het principe van Human Centered Design (HCD) een implementatiegids in 5 stappen ontwikkeld. De tweede fase omvat de pilotering en de evaluatie van de ontwikkelde implementatiegids door de eindgebruikers en de ziekenhuisverpleegkundigen die deelnamen aan PSG.\n\nDit project zal resulteren in een implementatiegids voor Vlaamse ziekenhuizen om zelf een PSG-programma voor hun verpleegkundigen te organiseren, in te bedden en te evalueren.","summary":"Dit project ontwikkelt een gids voor Vlaamse ziekenhuizen om peer support groepen te implementeren voor verpleegkundigen, ter verbetering van hun emotionele weerbaarheid en het aanpakken van stigma's.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002302","result_description":null},{"description":"Een baanbrekend project dat de infrastructuursector transformeert door een nieuw organisatiemodel voor efficiënte data- en informatie-uitwisseling. Dit model bevordert hogere rendementen en biedt nieuwe zakelijke kansen, terwijl het tegemoetkomt aan uitdagingen zoals arbeidskrapte en dalende vakkennis.\n\nDoel en Aanpak:\n\nDIMInfra integreert geavanceerde technologieën zoals IoT, VR, BIM-software en drones met een focus op rendabele inzet. Het project omvat 7 praktijkcases voor directe sectorbetrokkenheid en benadrukt de ROI in een realistische context.\n\nUitdagingen en Implementatie:\n\nGericht op het overwinnen van digitaliseringsuitdagingen in de infrastructuursector, maakt DIMInfra technologieën toegankelijk en praktisch toepasbaar. Het project bevordert kennisoverdracht en ondersteunt de implementatie van het DIM-model zonder nieuwe technologieën te ontwikkelen.\n\nImpact en Vooruitgang:\n\nDIMInfra richt zich op kennisopbouw en de implementatie van het DIM-model binnen de waardeketen van de infrastructuursector, met als doel de toepassing van innovatieve praktijken en duurzame bedrijfsmodellen.","summary":"DIMInfra transformeert de infrastructuursector met een efficiënt organisatiemodel voor data-uitwisseling, bevordert hogere rendementen en zakelijke kansen. Gebruikt geavanceerde technologieën en 7 praktijkcases voor directe sectorbetrokkenheid, gericht op digitaliseringsuitdagingen en implementatie zonder nieuwe technologieën te ontwikkelen. Streven naar innovatieve praktijken en duurzame bedrijfsmodellen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002303","result_description":null},{"description":"Beton bestaat voornamelijk uit drie elementaire hoofdbestanddelen: cement, water en granulaten. Het gebruik van beton is vandaag de dag niet meer weg te denken uit onze bouwwerken en infrastructuurwerken. De granulaten (zand en grind) worden nog steeds in groten getale onttrokken uit de bodem. Het aanbod van deze primaire bouwgrondstoffen wordt daardoor steeds schaarser.\n\nDe overheid laat daarom sinds enkele jaren toe om bij de aanleg van wegen 20% van de natuurlijke granulaten te vervangen door gerecycleerd betongranulaat.\n\nIn een eerder PWO-project (2012-2015) werd onderzocht welke invloed het gebruik van dit gerecycleerd hoogwaardig betongranulaat heeft op de kwaliteit van het beton. Als voornaamste conclusie kon gesteld worden dat het vervangingspercentage van 20% geen significante nadelige gevolgen heeft voor het wegenbeton.\n\nIn dit TETRA-project, in samenwerking met UHasselt, wordt de opgebouwde kennis verder uitgediept en omgezet in praktische richtlijnen. Hiervoor wordt er zeer nauw samengewerkt met de beton verwerkende sector.\n\nDe projectdoelstellingen zijn de volgende:\n\n• Het vastleggen van bruikbare methodes om betonpuin te catalogiseren als hoogwaardig betongranulaat.\n\n• Bepalen welke breekprocessen hoogwaardig betongranulaten opleveren.\n\n• De relatie vastleggen tussen de oorsprong van het hoogwaardig betongranulaat en de verwerkbaarheid, mechanische eigenschappen en duurzaamheid van wegenbeton.\n\n• Praktische doserings-, productie- en uitvoeringsrichtlijnen opstellen voor duurzame wegenbouwmengsels met toevoeging van hoogwaardig betongranulaat.\n\nOp het einde van het project wordt er verwacht dat:\n\n• De puinverwerkende nijverheid op een eenvoudige manier kan onderscheiden welke betongranulaten gebruikt kunnen worden in wegenbeton;\n\n• De opdrachtgevende besturen hun beleid rond het gebruik van betongranulaten aan de hand van de verkregen resultaten kunnen bijsturen;\n\n• De betoncentrales hun recepten voor duurzame wegenbetonmengsels met hoogwaardig betongranulaten kunnen opstellen aan de hand van de richtlijnen;\n\n• De wegenbouwers beschikken over instructies om een wegenbeton met bepaalde vervangingspercentages duurzaam te plaatsen.","summary":"Ontdek de voordelen van gerecycleerd betongranulaat in wegenbouw. Samen met UHasselt ontwikkelen we praktische richtlijnen voor duurzame wegenbetonmengsels. Verwacht: eenvoudige catalogisering, beleidsbijsturing en recepten voor betoncentrales.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002304","result_description":null},{"description":"De helft van de zorgverleners in woonzorgcentra (WZC) kreeg al ooit te maken met probleemgedrag bij personen met dementie (PmD), zo blijkt uit het PWO Agressie in de zorg. Aangezien het aantal PmD in de toekomst zal toenemen, kan men veronderstellen dat dit fenomeen zich vaker en vaker zal voordoen. Vlaanderen en het Brusselse Gewest tellen momenteel zo’n 141.000 mensen met dementie. Dit aantal zal volgens prognoses meer dan verdubbelen tot 283.000 in 2070. Dementie gaat gepaard met beperkingen op somatisch, cognitief, functioneel en maatschappelijk vlak. Meer dan 90% van de PmD vertoont gemoedsveranderingen en bij 65% van hen is sprake van probleemgedrag. Alhoewel zorgverleners in WZC dit vaak beschouwen als ‘part of the job’ zorgt dit probleemgedrag voor stresserende zorgmomenten en leidt het tot verhoogde werkdruk, emotionele belasting en verminderde werktevredenheid. Anderzijds heeft het ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven en het welbevinden van de PmD.\n\nEr bestaan vandaag de dag veel producten voor PmD die op dit probleemgedrag kunnen inspelen door in te spelen op de gemoedstoestand van de PmD, maar deze vinden nog te weinig hun weg naar de WZC in Vlaanderen. Vanuit de WZC is de keuze om bepaalde producten aan te kopen vaak moeilijk omdat ze te weinig kennis hebben over de effectieve meerwaarde en toepassing ervan binnen hun werkcontext bij PmD. Tijdens gesprekken met producenten van producten voor PmD geven zij aan moeite te ondervinden met het bereiken van PmD en WZC om hun producten uitgebreid te testen. Er wordt daarom vaak beroep gedaan op de expertise en het netwerk (zorgorganisaties) van kennisinstellingen om hun producten evidence based te testen bij de kwetsbare doelgroep PmD. Echter ligt het bedrag voor contractonderzoek vaak te hoog, waardoor er naar andere samenwerkingsmogelijkheden gezocht moet worden.\n\nConnectAble zet in op (1) deskundigheidsverhoging rond gebruik van producten bij zorgverleners in WZC tijdens een negatieve gemoedstoestand en/of probleemgedrag bij PmD en biedt (2) product producenten de kans om hun aanbod evidence based uit te testen in living lab context.\n\nAlgemeen doel\n\nDe hoofddoelstelling van dit project is drieledig: ten eerste worden evidence based producten ingezet tijdens probleemgedrag bij PmD in WZC en zal een methodiek ontwikkeld worden waarmee het effect van deze producten op de gemoedstoestand van PmD vastgesteld kan worden. Ten tweede zal ook het effect van de producten op de werktevredenheid bij de zorgverleners gemeten worden. Ten derde biedt dit project producenten handvatten om hun producten te optimaliseren voor de doelgroep PmD.\n\nConcrete doelen\n\nOm deze drieledige hoofddoelstelling te realiseren, zal ConnectAble:\n\n• De voorkennis van de projectpartners bundelen en vertalen naar enerzijds (WP2) een webapplicatie met een methodiek om de gemoedstoestand van PmD in kaart te brengen in op maat van de WZC, en om gepersonaliseerde bewonersprofielen uit te werken met bijhorende handleiding, templates, uitgewerkte voorbeelden en online tools en anderzijds (WP3) een procedure opzetten voor een ruime selectie van producten voor PmD die voldoen aan evidence based criteria om uit te testen in een Living Lab, hetgeen uiteindelijk vertaald wordt naar een concrete beslisboom voor zorgverleners als keuzehulp voor het inzetten van producten tijdens probleemgedrag bij PmD.\n\n• Een Living Lab opzetten (WP4) waarbij in de voorbereidende fase (a) de (1) de bewonersprofielen van PmD tijdens een multidisciplinair overleg met de zorgverleners en mantelzorgers opgesteld worden, (2) zorgverleners begeleid worden in het gebruik van de geselecteerde producten, de beslisboom en de methodiek om de gemoedstoestand van een PmD in kaart te brengen, en (3) een nulmeting gebeurt naar de werktevredenheid bij zorgverleners; in de uitvoeringsfase (b) zullen zorgverleners a.d.h.v. de beslisboom, de geselecteerde producten inzetten bij PmD met een negatieve gemoedstoestand om het effect van het product op de gemoedstoestand van de PmD met de webapplicatie in kaart te brengen en in de analysefase (c) zal (1) het effect van de producten op de gemoedstoestand van de PmD (verzameld in de webapplicatie) geanalyseerd worden. Daarnaast zal (2) een eindmeting de impact van de producten op de werktevredenheid bij de zorgverleners aantonen. Deze analyse zal worden meegedeeld aan de product producenten met aanvullend (3) ‘design support’ om hun producten te optimaliseren voor de doelgroep PmD. De resultaten van het Living Lab zullen gebundeld worden in een resultatenrapport.","summary":"Zorgverleners in woonzorgcentra ervaren stress door probleemgedrag bij personen met dementie. ConnectAble biedt oplossingen door producten evidence based te testen in een Living Lab, waardoor de gemoedstoestand van PmD verbetert en de werktevredenheid van zorgverleners stijgt.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002305","result_description":null},{"description":"In Europa is embedded intelligence een van de kritische technologieën en is Artificiële Intelligentie (AI) een strategische technologie. Voor Vlaanderen is een van de uitdagingen het real-time en energie-efficiënt informatie extraheren en verwerken aan de rand, 'the edge', door middel van AI. Momenteel wordt hiervoor vooral gewerkt met \"intelligente\" edge systemen.\n\nHeel recent is er een trend om machine learning (ML) uit te voeren op end-point devices. Deze devices bevinden zich op de uiterste rand, de extreme edge, op de grens tussen de analoge, fysische wereld, en de digitale wereld. Ze bestaan uit een of meerdere sensoren en een embedded resource constrained device, een device met een beperkte hoeveelheid geheugen, rekenkracht en energieverbruik. De uitdaging bestaat erin om nauwkeurige, energie-efficiënte ML-modellen te ontwikkelen. Dit kan verwezenlijkt worden door middel van tiny machine learning (tinyML), een sub-field in de machine learning.\n\nAI heeft toepassingen in tal van sectoren, zoals de gezondheidszorg. Willen we in de toekomst overschakelen naar een goedkope en comfortabele patiëntenmonitoring, dan hebben we nood aan draadloze en batterijgevoede systemen, werkend in een draagbaar draadloos netwerk, die gezamenlijk voorspellingen doen via ML. Gezondheidszorg is bijgevolg een van de domeinen waarin tinyML een belangrijke rol kan spelen.\n\nIn het onderzoeksproject wordt er gekeken hoe end-point devices en de tinyML technologie gebruikt kunnen worden in de ontwikkeling van een intelligent draagbaar monitoringsysteem. Een systeem dat ingezet kan worden binnen de gezondheidszorg. Er wordt gewerkt door middel van een use case, het op afstand opvolgen van een revalidatieproces, het real-time monitoren van beweging (stappatroon, beweging, activiteit, ...) bij patiënten in een thuisomgeving. Dergelijke systemen maken het onder andere mogelijk de revalidatie beter af te stemmen op de individuele noden van de patiënt. Er wordt aangetoond wat de mogelijkheden zijn van tinyML technologie. Een technologie waarmee ontwikkelaars intelligente devices kunnen ontwikkelen. Daarnaast wordt er nagegaan aan welke vereisten een toekomstig patiëntenmonitoringsysteem moet voldoen, dit vanuit het gebruikersstandpunt. Door deze kennis kunnen ontwikkelaars de draagbare intelligente monitoringsystemen beter afstemmen op de vereisten van de eindgebruikers.","summary":"Ontdek hoe tinyML technologie wordt ingezet in draagbare monitoringsystemen voor de gezondheidszorg. Verbeter de revalidatie door real-time bewegingsmonitoring en individuele patiëntvoorspellingen. Efficiënte AI-toepassingen voor een comfortabele zorgervaring.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002306","result_description":null},{"description":"De productie en het gebruik van zeewier is een opkomende sector in Europa. Samen met eencellige microalgen wordt meercellig zeewier door de Europese Commissie naar voren geschoven voor voedseltoepassingen.\n\nDe doelstellingen van dit project zijn (i) het opschalen van de productie en (ii) het ontwikkelen van markten, die reguliere toepassingen bestrijken. De focus op zeewier als voedselingrediënt voor de toekomst is, afgezien van de voedingswaarde, te danken aan de lage impact op het milieu. Dit maakt zeewier van grote waarde bij het behalen van de doelstellingen van de Europese Green Deal en de Farm to Fork-strategie.\n\nDaarom ondersteunen verschillende Europese financieringsprogramma's het gebruik van zeewier in voedsel. Hoewel zeewier in Europa een groot potentieel heeft voor gebruik in voeding, is de expertise op dit gebied beperkt. Veel bedrijven worden zich steeds meer bewust van de mogelijke voordelen van het gebruik van zeewier in hun voedingsproducten.\n\nOngeacht de voordelen brengt de introductie van een nieuw ingrediënt in voedingsproducten echter ook bepaalde uitdagingen met zich mee, zoals het beheren van de structuur, kleur en smaak van het voedingsproduct. Als gevolg hiervan zijn bedrijven op zoek naar expertise over hoe ze zeewier kunnen verwerken in voedingsproducten in Europese stijl.\n\nWe willen dit ‘C3weed’-project gebruiken als hefboom om de komende tien jaar de leidende Europese experts op het gebied van het gebruik van zeewier in voedsel te worden. We vertrekken vanuit onze diepgaande achtergrond in de voedingswetenschap en vertalen deze naar de implementatie van zeewier als nieuw ingrediënt in voedingsproducten.","summary":"Zeewier: de toekomst van voedsel! Ons 'C3weed'-project schaalt de productie op en ontwikkelt markten voor zeewier als duurzaam voedselingrediënt. Ontdek de voordelen en expertise voor Europese voedingsproducten.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002307","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen sterven jaarlijks ongeveer 1200 kinderen tijdens de zwangerschap (vanaf 13 weken) of kort na de geboorte. Elke zorgverlener binnen de moeder-kindzorg wordt bijgevolg tijdens zijn carrière geconfronteerd met de zorg voor ouders die een kind (gaan) verliezen of verloren zijn. Uit literatuur blijkt dat de communicatie die plaatsvindt rondom de meest cruciale momenten (bv. de boodschap van overlijden) door de meeste ouders tot lang nadien tot in detail herinnerd wordt en dus een grote impact heeft.\n\nOuders van sterrenkinderen geven aan dat zij nog te vaak op goedbedoelde maar ongepaste communicatie van zorgverleners stuiten. Zorgverleners geven op hun beurt aan te zoeken naar concrete handvaten om op een goede manier te communiceren met de ouders in deze moeilijke periode.\n\nDit onderzoek wil een communicatietool ontwikkelen voor zorgverleners die ouders begeleiden bij of na het verlies van een kind rondom de geboorte. In een eerste fase wordt bevraagd welke inhoudelijke aspecten geïntegreerd moeten worden in deze communicatietool (WAT moet erin?). Dat gebeurt aan de hand van een kwalitatief onderzoek op basis van diepte-interviews met ouders van sterrenkinderen en zorgverleners. In een tweede fase wordt nagegaan waaraan het concept en de vormgeving van de handvaten moeten voldoen (HOE ziet het eruit?). Hiervoor wordt een Human Centered Design gebruikt.\n\nDe beoogde output is een communicatietool voor zorgverleners die ouders van sterrenkinderen begeleiden bij of na de geboorte van hun kind. Deze tool zal eveneens in de opleiding vroedkunde geïmplementeerd worden.","summary":"Ontwikkeling van een communicatietool voor zorgverleners die ouders begeleiden na het verlies van een kind rondom de geboorte. Onderzoek gebaseerd op behoeften van ouders en zorgverleners. Implementatie in vroedkunde-opleiding.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002308","result_description":null},{"description":"Digitale gezondheidszorg is niet meer weg te denken uit het zorglandschap. De implementatie van technologie in de zorg draagt bij aan een toename van de zorgkwaliteit en -efficiëntie en creëert bovendien nieuwe zorgmogelijkheden (bv. digitale patiëntopvolging). Dit alles resulteert in een hoger comfort voor zowel patiënt als zorgverlener.\n\nDe toenemende vergrijzing, het nijpende (zorg)personeelstekort, de administratieve belasting en de hoge ziektekosten beklemtonen de hoge nood aan een andere organisatie van de zorg. Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, werden, in het kader van triage en zorgcontinuïteit, reeds verschillende verstrekkingen gecreëerd voor telefonische adviezen en telemonitoring, en dit voor verschillende zorgberoepen (bv. psychiaters, neuropediaters, tandartsen, kinesisten, logopedisten, vroedvrouwen, psychologen en diabeteseducatoren). Digitale technologie kan dus, door het organiseren van zorg op afstand (en aldus continue telemonitoring in de plaats van momentopnames (bv. in het kader van diabetes of hartfalen)), een oplossing bieden. In dialoog met patiënten en zorgverleners kan zo geëvolueerd worden naar een meer betaalbare, holistische en patiënt-gecentreerde zorg.\n\nOndanks het potentieel raakt het bestaande aanbod aan technologie en digitale oplossingen slechts moeizaam of beperkt geïmplementeerd, en dit zowel in de thuis- als in de residentiële context. Studies tonen aan dat verschillende barrières zoals wetgeving, terugbetaling, nomenclatuur, kostprijs, alsook gebrek aan kennis en ervaring bij zorgverleners hieraan ten grondslag liggen. Om het potentieel van digitale technologie voor de zorg ten volle te benutten is er daarom nood aan een synergie en afstemming tussen enerzijds bedrijven, actief binnen de digitale gezondheidstechnologie, en anderzijds de gezondheidszorg.\n\nDit TETRA-project heeft als doel om technologiebedrijven, alsook zorgorganisaties te ondersteunen bij de implementatie van telemonitoring in de transmurale zorg.\n\nConcrete doelen\n\nDe drie concrete doelstellingen van dit project zijn:\n\n1| kennisinjectie en -transfer van telemonitoring en zorg op afstand; \n2| ontwikkeling van een werkbaar kader voor bedrijven en de zorgsector; en \n3| implementatie, demonstratie en validatie van de richtlijnen aan de hand van een inspiratiecasus geënt op reeds beschikbare kennis.\n\nDe zorgsector krijgt een overzicht van wetenschappelijk onderbouwde technologie om een patiënt in de transmurale zorg te monitoren (rekening houdende met betaalbaarheid, toegankelijkheid, inhoud etc.), aan de hand van een interactieve catalogus (online beschikbaar na 1 projectjaar).\n\nTechnologiebedrijven en de zorgsector verkrijgen kennis over 1) technische voorwaarden betreffende telemonitoring en 2) randvoorwaarden (juridisch, ethisch, …) waarmee rekening gehouden dient te worden (raadpleegbaar na 1,5 projectjaar).\n\nTechnologiebedrijven en de zorgsector kunnen na 2 projectjaren concreet aan de slag met de implementatie van telemonitoring in de transmurale zorg, dankzij 1) een gevalideerde richtlijnenbundel (bestaande uit interactieve catalogus, technisch stappenplan, randvoorwaarden en praktijkgerichte inspiratiecasus) en 2) een opleidingsmodule voor zorgverleners (bestaande uit o.a. instructies betreffende de toepassing in de eigen organisatie, leerdoelstellingen en -plan en opzet van open source content).","summary":"Digitale zorginnovatie verbetert kwaliteit en efficiëntie, creëert nieuwe zorgkansen en verhoogt patiënt- en zorgverlenercomfort. TETRA-project faciliteert telemonitoring implementatie voor transmurale zorg met focus op kennisoverdracht, richtlijnontwikkeling en praktische toepassing.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002309","result_description":null},{"description":"Na de invoering van het nieuwe decreet (integrale) jeugdhulp is het stimuleren van samenwerkingsverbanden die uitgaan van de 1G1P een volgende en belangrijke stap in het netwerkversterkend en krachtgericht begeleiden binnen de jeugdhulp. De vertaling naar de praktijk is echter niet evident. Dit blijkt ook uit praktijkonderzoek in Nederland, waar men de werkwijze van 1G1P reeds langer toepast. Betrokken diensten over Vlaanderen zijn vragende partij naar wetenschappelijke ondersteuning. Het onderzoek van KDG - dat verder bouwt op bestaande expertise - kan de jeugdhulpsector hierbij ondersteunen.\n\nMet dit onderzoek willen we inzicht verkrijgen enerzijds in de meerwaarde van de organisatie van de regionale samenwerkingsverbanden en anderzijds van de toepassing van de werkwijze 1G1P. Via een praktijkvolgend onderzoek bij twee samenwerkingsverbanden volgen we de werking van het interprofessioneel team op. Met het onderzoekskader van de effectenladder als basis, bekijken en sturen we de effectiviteit van de werking. We volgen 6 begeleidingsprocessen om de implementatie van de methodiek 1G1P te analyseren en te ondersteunen. Door diepte-interviews bij begeleiders en hulpvragers brengen we de meerwaarde en de beperkingen van de werkwijze in beeld.\n\nWe verbreden de kijk naar de andere samenwerkingsverbanden. Studenten orthopedagogie en sociaal werk bevragen begeleiders en hulpvragers. Zij brengen de implementatie van de gehanteerde methodiek over de verschillende samenwerkingsverbanden in beeld. Zij hebben daarbij extra aandacht voor de zelfredzaamheid van de hulpvragers, de regie van de hulpvrager over het proces en de samenwerking tussen de betrokken partijen.","summary":"Onderzoek van KDG ondersteunt jeugdhulpsector met praktijkvolgend onderzoek naar samenwerkingsverbanden en werkwijze 1G1P. Resultaten brengen meerwaarde en beperkingen in beeld voor effectieve implementatie. Studenten brengen implementatie over verschillende samenwerkingsverbanden in kaart met focus op zelfredzaamheid en samenwerking.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002310","result_description":null},{"description":"In mei 2016 vond de derde peiling naar de eindtermen wiskunde in het lager onderwijs plaats. Zoals bij eerder internationaal vergelijkend onderwijsonderzoek bij andere leeftijdsgroepen, kwam ook uit deze peilingstoetsen duidelijk naar voren dat de wiskundeprestaties van Vlaamse leerlingen verzwakken (AHOVOKS, 2017). Wanneer we kijken naar achtergrondkenmerken van leerlingen, worden de peilingsresultaten zelfs nog negatiever: leerlingen uit lage sociaal-economische milieus maken significant minder kans om de eindtermen te halen dan kinderen uit een gemiddeld milieu, die op hun beurt ook minder kans maken dan kinderen met een hoge sociaal-economische achtergrond.\n\nMet dit PWO-onderzoek willen wij (toekomstige) leerkrachten de nodige kennis en ondersteuning bieden om dit probleem het hoofd te bieden. We richten ons op het zoeken naar oplossingen voor de tegenvallende peilingsresultaten, meer specifiek voor de inhouden rond herleidingen (domein meten en metend rekenen). Het zwakste peilingsresultaat van 2016 werd immers gevonden voor de toets “Betekenisvolle herleidingen”, waar slechts 39% van de leerlingen de eindtermen behaalt. In het onderzoeksproject reageren we op drie mogelijke verklaringen voor de zwakke resultaten op herleidingen en voor de grote sociaal-economische verschillen tussen leerlingen: geen goede aanpak van het werken met verhoudingstabellen, te weinig aandacht voor concrete meetervaringen en een te snelle overgang naar abstracte oefeningen, en keuzes voor referentiematen die niet afgestemd zijn op de leefwereld van de kinderen. We zetten in op het ontwikkelen van materialen die in de klascontext gebruikt kunnen worden om tegemoet te komen aan deze mogelijke oorzaken.","summary":"Ons PWO-onderzoek richt zich op het verbeteren van wiskundeprestaties van Vlaamse leerlingen, vooral op het gebied van herleidingen. We bieden leerkrachten kennis en ondersteuning om de eindtermen beter te halen, met focus op verhoudingstabellen, concrete meetervaringen en afgestemde referentiematen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002311","result_description":null},{"description":"De meeste landen in Europa hebben hun inspanningen op dit gebied opgevoerd, maar er moet nog meer worden gedaan om de samenwerking tussen de betrokken beleidsmakers en belanghebbenden te waarborgen.\n\nHet ENTRNET-project, dat is gericht op het aanpakken van de bovengenoemde uitdagingen, zal een reeks acties uitvoeren, zoals:\na) Ontwikkeling van nieuwe strategieën en instrumenten voor de oprichting en werking van de nationale netwerken tussen aanbieders van volwasseneneducatie en belanghebbenden op het gebied van volwasseneneducatie en ondernemerschap.\nb) Bevorderen van Europese samenwerking tussen hen.\nc) Ontwerpen en testen van specifieke actieplannen op te stellen en te testen voor het versterken van de samenwerking en netwerking op nationaal en Europees niveau op het gebied van ondernemerschap.\nd) Het ontwikkelen van online leercursussen om de capaciteit van aanbieders van volwasseneneducatie en opleiders te verbeteren om volwasseneneducatie van hoge kwaliteit te bieden aan alle jonge volwassenen, gebaseerd op het EntreComp Framework.\n\nDe belangrijkste doelgroepen van de projecten zijn:\na) Alle openbare en particuliere aanbieders van onderwijsaanbieders.\nb) Kamers, Vereniging van Jonge Ondernemers, sociale partners.\nc) Jongeren-, opleidings- en studentenverenigingen.\nd) Verantwoordelijke beleidsmakers op nationaal en Europees niveau.\ne) Maatschappelijke maatschappelijke organisaties.","summary":"ENTRNET-project bevordert Europese samenwerking in volwasseneneducatie en ondernemerschap. Nieuwe strategieën en online leercursussen versterken netwerken en capaciteit. Belangrijkste doelgroepen: onderwijsaanbieders, ondernemers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002312","result_description":null},{"description":"In deze volatiele en stressvolle tijden daagt het organisaties steeds meer dat de zorg voor en het welbevinden van de medewerkers niet alleen een speerpunt dient te zijn in hun visie, maar bovenal vraagt om een duurzame verankering hiervan in het DNA. Een mensgerichte bedrijfscultuur wordt belangrijker dan ooit. Om in de arbeidsmarkt - waar steeds meer krapte en uitval heerst - ervoor te zorgen dat mensen net omwille van dat mensgerichte DNA kiezen om aan boord te komen én te blijven.\n\nCentrale onderzoeksvraag in dit PWO is: Hoe creëren organisaties een organisatiecultuur waarin de mensgerichte kernwaarden vanuit missie en visie gedragen worden op alle niveaus? We staan hiervoor stil bij 1) wat is mensgerichte organisatiecultuur?, 2) hoe meet je een mensgerichte organisatiecultuur?, 3) wat zijn de actiepunten om tot een hoger maturiteitsniveau te komen in een mensgerichte organisatiecultuur?, 4) wat is ‘het gouden elixir’ om mensen in beweging te brengen en om organisatiebreed te komen tot een mensgerichte bedrijfscultuur?\n\nDe resultaten van deze onderzoeksvragen en methodologie worden telkens afgetoetst met drie Boards of focusgroepen: een B2B Board en Young Potentials Board enerzijds, en een BlinkOut Board anderzijds. Deze laatste Board bestaat uit ervaringsdeskundigen die langdurig uit het werkveld zijn geraakt en met vernieuwde (veer)kracht opnieuw in de arbeidsmarkt willen komen.\n\nOutput is een innovatieve oriëntatietool om het mensgerichte DNA organisatiebreed in beweging te brengen en te behouden.\n\nOnze SROI is om onzichtbare kwetsbaarheden maatschappij breed bespreekbaar te maken.","summary":"Organisaties moeten streven naar een duurzame mensgerichte bedrijfscultuur om medewerkers aan te trekken en te behouden in een competitieve arbeidsmarkt. Onderzoek focust op het creëren van een cultuur die de kernwaarden van missie en visie op alle niveaus belichaamt. De resulterende tool helpt het mensgerichte DNA te verankeren en onzichtbare kwetsbaarheden bespreekbaar te maken.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002313","result_description":null},{"description":"Er is al veel inkt gevloeid over waarom hulpverleners in de jeugdhulp de job of organisatie verlaten, en wat er nodig is om de sector in het algemeen, en de basiswerkers in het bijzonder, zuurstof te geven om de job goed te blijven doen. In dit onderzoek gaan we niet op zoek naar de belemmeringen in het werkveld, noch naar de structurele oplossingen. Zaken die bijdragen aan werktevredenheid enerzijds en uitstroom anderzijds zijn reeds uitgebreid bestudeerd (Aveners et al, 2022; Walgenbach, 2019). De structurele oplossingen kennen we: waardering van mensgerichte beroepen in scholing, beleid en middelen.\n\nIn ons onderzoek vertrekken we echter van de aanname dat we ons als professional in een mensgerichte sector in een niet-ideale situatie bevinden: de problematieken waarmee gewerkt moet worden zijn complex, de werkdruk is groot, de middelen zijn beperkt, de structuren zijn log en de theoretische visie strookt niet altijd met de realiteit. Eerder dan naar oplossingen te zoeken, en dus aan te duiden wat er allemaal anders moet, wil dit onderzoek luisteren naar de centrale actoren binnen de jeugdhulp: hulpverleners, organisatiemanagers, beleidsactoren en ervaringsdeskundigen: Hoe kijken zij naar impact? Waar proberen zij het verschil te maken? Wat drijft hen om in de sector te blijven en wat werkt om invloed uit te oefenen? Wat hebben ze nodig om impact te genereren en van wie? Nadenken over impact, en over methodieken en vormen van arbeidsorganisatie om die impact te bereiken en te vergroten, kan niet alleen versterkend en motiverend werken voor de individuele hulpverleners en de organisatie, maar creëert ook mogelijkheden en tools om die impact sterker zichtbaar te maken voor het beleid en de ruimere samenleving die een toenemende ‘verantwoording’ vraagt voor de inzet van schaarse middelen.\n\nHet onderzoek start met een gedegen literatuurstudie over de jeugdhulp in Vlaanderen en de succesfactoren en faalfactoren om verandering in gang te zetten in deze sector – en dit op het niveau van de cliënt, de organisatie, het beleid (Ag. Opgroeien) en de samenleving. In een tweede luik exploreren we de methodiek van storytelling in onderzoek als middel om thema’s bespreekbaar te maken en impact zichtbaar te maken voor een breder publiek. De dataverzameling zelf gebeurt aan de hand van dubbelinterviews tussen de verschillende stakeholders in het werkveld: basiswerkers, organisatiemanagers, beleidsactoren en ervaringsdeskundigen. De resultaten worden verwerkt tot een onderzoeksrapport met beleidsaanbevelingen over kansen en hefbomen om meervoudige impact te bekomen. Daarnaast willen we deze verhalen uit de jeugdhulp een plek geven in het maatschappelijk discours.","summary":"Dit onderzoek focust op de uitdagingen van hulpverleners in de jeugdhulp en hoe zij impact kunnen vergroten. Door storytelling en interviews met stakeholders willen we inzichten genereren voor beleidsaanbevelingen en maatschappelijke bewustwording.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002314","result_description":null},{"description":"Duurzame wat? Duurzame inzetbaarheid, van mensen op hun werk. Duurzaam werken dus, en wat dit zoal betekent en hoe het er op dat vlak uitziet voor KMO-medewerkers in West-Vlaanderen.\n\nEn hoe we KMO-werkgevers kunnen warm maken om in te zetten op een duurzaam medewerkersbeleid, vanuit de ontwikkelingsnoden die medewerkers aangeven.\n\nEn dit alles met een bijzondere focus op die KMO-medewerkers die hun loopbaan nog niet lang geleden zijn gestart.","summary":"Ontdek duurzame inzetbaarheid voor KMO-medewerkers in West-Vlaanderen. Leer hoe werkgevers kunnen investeren in een duurzaam medewerkersbeleid, met focus op nieuw gestarte medewerkers.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002315","result_description":null},{"description":"In opdracht van de stad Dendermonde deed onderzoekscentrum eCO-CITY in 2021 een participatief onderzoekstraject in vijf wijken van de stad. De onderzoekers gingen in gesprek met buurtbewoners, vrijwilligers, medewerkers van organisaties en stadsdiensten. Per buurt kwamen ze tot een contextanalyse, wijkkaart, beeldmateriaal en wijkspecifieke kernthema's.\n\nZe ontwikkelden duurzame methodieken om met burgers in dialoog te gaan over hun wijk/stad en legden zo de basis voor het buurtopbouwwerk Dendermonde.","summary":"Ontdek hoe eCO-CITY in 2021 een participatief onderzoek uitvoerde in vijf wijken van Dendermonde, resulterend in waardevolle inzichten en duurzame methodieken voor buurtopbouwwerk.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002316","result_description":null},{"description":"Het algemene doel van Cohousilience is het vergroten van de capaciteit van de projectpartners bij het versterken van kwetsbare EU-burgers die risico lopen op sociale marginalisatie, zodat ze gezond (sociaal en fysiek) kunnen blijven en autonoom kunnen leven in hun gemeenschappen, ter ondersteuning van het Actieplan van het Europese Sociale Rechtenkader.\n\nHet project beoogt het testen en evalueren van de mogelijkheden van cohousing om huisvestingsbeleid te innoveren als een alternatieve vorm van ondersteuning voor mensen die risico lopen op sociale isolatie.","summary":"Vergroot de capaciteit van projectpartners bij het versterken van kwetsbare EU-burgers. Test en evalueer cohousing als innovatief huisvestingsbeleid.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002317","result_description":null},{"description":"In het lopende PWO-project “Redeneerling” ontwerpen we een methodiek die leerkrachten uit de eerste graad secundair onderwijs toelaat het redeneren bij leerlingen te stimuleren. In Redeneerling² ontwikkelen we deze methodiek verder, aangepast aan de tweede graad van het secundair onderwijs.\n\nDe tweede graad vereist een hogere complexiteit en een meer uitgekiend programma om aan te sluiten bij de vernieuwde leerinhouden. We focussen hierbij op vier redeneervaardigheden, namelijk (1) het analyseren van bronnen, (2) onderzoekbare vragen herkennen en formuleren, (3) denkfouten herkennen en (4) argumenteren.\n\nRedeneerling2 zal deze methodiek toespitsen op 3 domeinen: taal, STEM en maatschappij. De Redeneerling²-methodiek ontwikkelen we aan de hand van een ‘educational design research’ (EDR)-methodologie waarbij in verschillende ontwikkelingscycli onderwijsmateriaal wordt ontworpen, getest en geïmplementeerd.\n\nTijdens deze ontwikkelingscycli zetten we in op drie aspecten: (1) we creëren teacher design teams (TDT’s) waarbij leerkrachten samen lessen ontwerpen en analyseren. Zo spelen we in op het vakoverschrijdend karakter van de methodiek, (2) we zetten in op werkvormen die gestructureerde dialoog toelaten en (3) op het systematisch expliciteren van de gebruikte redeneervormen. Deze drie aspecten zijn volgens de literatuur elementair voor het bevorderen van complexe cognitieve vaardigheden zoals redeneren.\n\nDe invloed van deze Redeneerling²-methode op de redeneervaardigheden van de leerlingen maar ook op hun vakkennis zal worden onderzocht via pre- en posttests die worden afgenomen in experimentele en controlescholen. Daarnaast is een methode maar zo goed als de implementatie in de praktijk toelaat. Daarom onderzoeken we ook de contextfactoren die succesvolle implementatie hinderen of faciliteren.\n\nDeze analyse verrichten we aan de hand van groepsinterviews met leerkrachten en leerlingen en door observatie van de Redeneerling2-lessen en de TDT-bijeenkomsten. We onderzoeken hoe we deze contextfactoren kunnen aanpassen om de implementatie te ondersteunen.","summary":"Stimuleer redeneervaardigheden in secundair onderwijs met Redeneerling². Focus op analyseren, vragen stellen, denkfouten herkennen en argumenteren in taal, STEM en maatschappij. Onderzoek via pre- en posttests en analyse van implementatie in de praktijk.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002318","result_description":null},{"description":"In vorige onderzoeksprojecten werden planningsmethodologieën en bijhorende tools ontwikkeld om enerzijds synchromodale logistiek te ondersteunen en anderzijds het plannen van collectief vervoer van mensen met een beperking te faciliteren.\n\nIn beide toepassingen om de menselijke planner te ondersteunen werden, zoals de state-of-the-art voorschreef, statische optimalisatiealgoritmen uitgewerkt. Die statische algoritmen brengen echter een aantal problemen met zich teweeg.\n\nDe planningscontext is dynamisch, de voorkeuren van één planner kunnen veranderen en verschillende planners hebben verschillende voorkeuren. Om aan deze problemen tegemoet te komen is momenteel manuele interventie van een (dure) expert noodzakelijk.\n\nVoor de softwareleverancier stelt zich hierdoor ook het probleem van schaalbaarheid. De software aanpassen voor een nieuwe klant is momenteel duur en arbeidsintensief. Om de tools echt bruikbaar en breed inzetbaar te maken moeten die in staat zijn zich automatisch aan te passen aan een veranderende context en voorkeuren.\n\nIn dit project worden technieken bestudeerd en gevaloriseerd om de transitie naar dynamische planningsalgoritmen mee te bewerkstelligen. Er worden voor de twee bovengenoemde toepassingen demoapplicaties ontwikkeld in nauwe samenwerking met het werkveld en met studenten.\n\nDe verworven kennis en de demonstratie ervan moeten een hefboom zijn om valorisatie- en dienstverleningstrajecten op te zetten.","summary":"Ontwikkeling van dynamische planningsalgoritmen voor synchromodale logistiek en collectief vervoer van mensen met een beperking. Demoapplicaties in samenwerking met werkveld en studenten voor bredere inzetbaarheid en schaalbaarheid van software.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002319","result_description":null},{"description":"Schrijven is ontzettend belangrijk. Het laat leerlingen toe te communiceren, te leren en deel te nemen aan de maatschappij. Toch blijkt, bijvoorbeeld uit de Peiling Nederlands 2018, hoe een goede schrijfvaardigheid van lagereschoolkinderen niet als een evidentie beschouwd kan worden. Schrijven is een complexe vaardigheid en de instructiekwaliteit van leraren is dan ook bijzonder belangrijk. Een effectieve didactische aanpak van leraren, gebaseerd op recent wetenschappelijk onderzoek, is van cruciaal belang. Meta-onderzoek toont aan hoe schrijfonderwijs vormgegeven moet worden: vooral expliciete instructie over tekststructuur en schrijfstrategieën, doelen met betrekking tot het schrijfproduct, feedback van een volwassene en samen schrijven zijn cruciaal voor effectief schrijfonderwijs (Graham et al., 2012). Modeleren van de schrijfaanpak door leraren en het gradueel afbouwen van die instructie is daarbij een krachtig instructieprincipe.\n\nHoewel veel onderzoek is gedaan naar effectieve schrijfdidactieken, blijkt er toch een kloof te bestaan tussen de wetenschap en de praktijk (Koster & Bouwer, 2016; Koster, Bouwer & Van den Bergh, 2017). Krachtige evidence-based interventies worden helaas niet of te weinig ingezet tijdens de schrijflessen (Harris et al., 2013). Uit het lopende PWO-onderzoek, SOS Schrijven op school, blijkt dat één van de meest effectieve evidence-based interventies, namelijk het inzetten op strategie-instructie via modelering, door leerkrachten niet of onvoldoende wordt ingezet. Het project legde een onwetendheid en handelingsverlegenheid bij de leerkrachten op dat vlak bloot. Hoewel leerkrachten uitdrukkelijk aangespoord werden om onder andere krachtig in te zetten op expliciete strategie-instructie via modelering, maakte de praktijk duidelijk dat ze enerzijds niet goed weten welke vormen deze strategie-instructie kan aannemen en welke de kwaliteitscriteria ervan zijn en anderzijds dat ze (te) weinig vertrouwen hebben in hun didactisch handelen om hierop in te zetten.\n\nMet een onderwijskundig ontwerponderzoek wil dit project hierop inspelen door inzicht te bieden in de mogelijke vormen van strategie-instructie via modelering, de kwaliteitskenmerken ervan te bepalen en leerkrachten te coachen om hun instructiekracht op dit vlak te vergroten. Uit onderzoek blijkt immers dat, naarmate het vertrouwen in de eigen instructiekracht van leerkrachten toeneemt, ook de schrijfresultaten van leerlingen toenemen (De Smedt, Van Keer & Merchie, 2016). Het is dus belangrijk dat leerkrachten, bijvoorbeeld door training of begeleiding, vertrouwen krijgen in hun didactisch handelen (Graham et al., 2001). Dat vertrouwen kan slechts ontstaan wanneer leerkrachten adequaat opgeleid zijn, inzicht hebben in effectieve didactische strategieën en geleerd hebben om deze toe te passen.\n\nHet onderzoek beoogt daarbij volgende resultaten, die voor het werkveld ter beschikking gesteld zullen worden via de bestaande SOS-website. Ten eerste wordt er een verdiepend luik voorzien om, onder meer in de vorm van een kijkwijzer, de kwaliteitskenmerken van krachtige modellen toe te lichten. Sterke praktijkvoorbeelden illustreren de verschillende vormen van modellen. Tot slot wil dit project een (hybride of online) professionaliseringstraject ontwerpen. Video coaching staat in dat traject centraal, als sterk instrument voor professionalisering. Een video coaching traject laat immers toe om theoretische inzichten te koppelen aan (de reflectie rond) het concreet handelen in de praktijk. Het versterkt niet enkel de competenties van leraren, maar bevordert ook de reflectiecultuur in de school en zorgt ervoor dat leerkrachten door het bekijken en bespreken van elkaars beeldmateriaal een gemeenschappelijke taal ontwikkelen voor het uitwisselen van ervaringen en voor het samen werken aan krachtig schrijfvaardigheidsonderwijs.","summary":"Het belang van effectieve schrijfvaardigheidsonderwijs voor leerlingen wordt benadrukt. Leraren spelen een cruciale rol door modelering van schrijfaanpak en strategie-instructie. Het project beoogt kwaliteitsverbetering door inzicht te bieden en coachen van leerkrachten. Dit resulteert in betere schrijfresultaten en verhoogd vertrouwen in didactisch handelen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002320","result_description":null},{"description":"Nu de urgentie en het belang van de energietransitie ook in de woningmarkt begint door te sijpelen, worden de spelers in de verwarmingssector overspoeld met praktische vragen van bouwheren. Tegelijk zijn technieken veel complexer geworden en kunnen ze niet meer los gezien worden van andere gebouwaspecten.\n\nVia verschillende kanalen krijgen we dan ook signalen van verwarmingsinstallateurs dat het steeds moeilijker wordt om een juist advies te geven aan de klant, rekening houdend met de huidige en toekomstige situatie van woning en gezin.\n\nDe bestaande analysetools en dimensioneringsmethodes om duurzame installatie-alternatieven uit te werken en selecteren, vergen (te) veel tijd en geld om voor elke individuele woning uit te voeren. Daarnaast hebben de verschillende spelers in de sector (installateurs, groothandel, fabrikanten, energie-deskundigen…) een gefragmenteerde kijk op de verschillende aspecten van deze problematiek.\n\nBovendien maken niet genoeg installateurs de stap van fossiele warmtebronnen naar duurzame technieken en is ook de instroom van nieuwe installateurs beperkt.\n\nDe sector heeft een duidelijke nood aan een overzichtelijk evaluatiekader, praktische richtlijnen die de installateur ondersteunt en gebruiksvriendelijke methodes die toelaten om een installatierenovatie voor te stellen op maat van de klant en passend binnen een volledig woningrenovatietraject.","summary":"De energietransitie in de woningmarkt brengt complexiteit voor verwarmingsinstallateurs. Er is behoefte aan praktische adviezen en gebruiksvriendelijke methodes om duurzame installatie-alternatieven te selecteren en klanten te begeleiden bij renovaties.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002321","result_description":"Algemeen zal RECOVER, door ondersteuning van de gehele sector, de kwaliteit én de kwantiteit van duurzame verwarmingsinstallaties in een renovatie-context op termijn doen toenemen.\n\nRECOVER beoogt een significante kennisverhoging bij de doelgroepen op gebied van duurzame thermische installaties in een renovatietraject en dit gaande van evaluatie van de huidige toestand tot gedetailleerde oplossingen. We werken infofiches uit en (online) tools op de projectwebsite.\n\nHierbij mikken we op een groot aantal bedrijven die we rechtstreeks bereiken, maar het toepassen van de inzichten, nieuwe kennis (al dan niet via de aangeboden tools vanuit het project of via commerciële aanbieders) zal ook leiden tot het verdieping en/of uitbreiden van het adviesaanbod aan klanten door geïdentificeerde doelgroepbedrijven 2 jaar na afloop van het project.\n\nVia de voorbeeldcases, de beslissingsboom en/of specifieke tools en de bijhorende randinformatie, maar ook door het toepassen van deze tools, zal de kennis op gebied van de installatie bij renovaties bij o.a. installateurs en energiedeskundigen sterk kunnen toenemen. Dit in de vorm van een verdieping (bv. kennis over correcte hydraulische schema’s voor de installateur, of betere kennis over de mogelijkheden en beperkingen van de bestaande installatie voor de adviseur/energiedeskundige), maar ook in de vorm van een verbreding van kennis en aanbod (bv. warmtepomp mee in portfolio van een ‘klassieke’ installateur, of aanbieden van een warmteverliesberekening op maat door de EPB- of EPC-adviseur).\n\nSoftwareontwikkelaars, groothandel en fabrikanten zullen met de resultaten hun aanbod verder kunnen uitbreiden en innoveren door beter in te spelen op de specifieke noden van hun afnemers op gebied van verwarmingsinstallaties bij een (trapsgewijze) renovatie."},{"description":"De selectie van een logistiek softwarepakket met de juiste functionele, budgettaire en culturele fit is een voorwaarde, maar geen garantie voor een succesvolle implementatie. Nieuwe software implementeren, zoals ERP (Enterprise Resource Planning), WMS (Warehouse Management System) en TMS (Transportation Management System), vereist veel van een onderneming. Hoewel het verloop van een implementatie verschilt per organisatie, gelden er wel enkele ongeschreven wetten die een voorwaarde zijn voor een succesvolle implementatie. Een goede voorbereiding is cruciaal voor het welslagen van het project.\n\nIn het kader van deze problematiek heeft de expertisecel Log-IC (Logistics Intelligence Center) van de hogeschool PXL zich samen met de Universiteit Hasselt en de projectpartners ingezet voor het onderzoeksproject ‘ProLog-IC: Professioneel omgaan met logistieke ICT’ (Informatie en Communicatie Technologie). Als resultaat van dit project is een implementatiemethodologie ontwikkeld met bruikbare werkinstrumenten. Deze methodologie zal kmo’s ondersteuning geven bij het implementeren van hun logistiek softwarepakket.","summary":"Een succesvolle implementatie van logistieke software vereist meer dan alleen de juiste selectie. De expertisecel Log-IC heeft een implementatiemethodologie ontwikkeld om kmo's te ondersteunen bij dit proces.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002322","result_description":null},{"description":"Binnen de wetenschappelijke literatuur werd het belang van externe adviseurs voor de groei en het voortbestaan van startups en KMO’s reeds uitgebreid aangetoond. Zo blijkt bijvoorbeeld dat het beroep doen op externe adviseurs leidt tot verbeterde besluitvormingskwaliteit, toegenomen strategische planning en hogere bedrijfsperformantie. Deze conclusies vonden ook breed ingang in de ondernemerswereld, mede dankzij het benadrukken van het belang van extern advies voor ondernemers in wijd verspreide codes van goed bestuur, zoals de Code Buysse II voor niet-beursgenoteerde ondernemingen en de UNIZO-code voor Goed Bestuur.\n\nDaar waar bedrijven in Vlaanderen voorheen eerder gesloten waren wanneer het op bedrijfsstrategie aankwam, lijkt men op vandaag meer en meer overtuigd van de waarde van extern advies. Langs aanbodzijde is het aantal opties zeer uitgebreid. De ondernemer kan voor extern advies beroep doen op consultants, mentoren (netwerken), ondernemerscoaches, trusted advisors, wingmen/-women, advisory boards, externe bestuurders, etc. Er kan zelfs gekozen worden om twee of meerdere adviesvormen te combineren.\n\nDe toegenomen vraag gecombineerd met de inflatie aan adviesvormen zorgt voor moeilijkheden, zowel langs vraag- als lange aanbodzijde. Langs vraagzijde geven ondernemers aan moeilijk het meest aangewezen adviesorgaan voor hun specifieke situatie of problematiek te kunnen selecteren. Langs aanbodzijde wordt zelden stilgestaan bij alternatieve (en potentieel betere) opties binnen het ruime advieslandschap. Er bestaat op dat vlak op vandaag dus nog geen doorverwijscultuur wat een potentieel optimalere matching tussen adviesvraag en -aanbod in de weg staat.\n\nBinnen dit project zullen we via een kwantitatieve bevraging en diepte-interviews met zowel de vraag- als de aanbodzijde een eerste licht werpen op hoe het keuzeproces voor bepaalde adviesvormen eruit ziet, welke de triggers van ondernemers zijn om een bepaald type extern advies in te winnen en welke adviesvormen voor welke specifieke contexten het meest bevredigend worden bevonden door de gebruikers. Daarnaast bevragen we ook de ervaringen van ondernemers rond de simultane inzet van verschillende adviesorganen. Welke types zijn complementair en/of kunnen elkaar potentieel versterken? Welke zijn substituten en/of kunnen potentieel conflicteren? Wat kan worden gedaan om versterking in de hand te werken en conflictering te voorkomen?\n\nDe doelstelling van dit project is om enerzijds ondernemers een beter begrip bij te brengen over het scala van adviesorganen dat ter beschikking is en hun te assisteren in een meer weloverwogen keuze. Anderzijds is het ook onze ambitie om de aanbodzijde of intermediairs een beter macro-overzicht te geven over het advieslandschap en de plaats/rol van hun organisatie/aanbod in dat landschap. Dit ruimer referentiekader moet hen toestaan om aanvragen van klanten beter te kunnen positioneren, te beslissen om op een vraag in te gaan of in eer en geweten door te verwijzen naar een meer geschikt adviesorgaan.","summary":"Ontdek de meerwaarde van extern advies voor startups en KMO's. Ons onderzoek onthult de impact op besluitvorming, strategische planning en bedrijfsprestaties. Leer hoe ondernemers het beste advies kunnen kiezen en hoe verschillende adviesvormen elkaar kunnen versterken. Onze ambitie is om zowel ondernemers als adviesverleners te begeleiden naar een weloverwogen keuze in het diverse advieslandschap.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002323","result_description":null},{"description":"Dit project betreft een vervolgproject van het PWO-onderzoek ‘spel op maat’. Dat onderzoek omvatte het selecteren en aanpassen van spellen voor het trainen van executieve functies bij jongeren met een verstandelijke beperking. Een literatuurstudie, bevraging van het werkveld en observaties van spelmomenten gaven aanleiding tot cyclisch ontwerponderzoek van vier spelprototypes geschikt voor onze doelgroep. Vanuit dit onderzoek concludeerden we dat de doelgroep heel heterogeen en divers is, wat leidt tot nog meer nood aan inclusief werken en universal design. Bovendien kwam ook de kracht van spel op vlak van andere vormingskansen expliciet naar boven.\n\nMet dit vervolgproject willen we daarom inzetten op het verbindende aspect van spellen in functie van betrokkenheid en het versterken van sociale vaardigheden, en dit voor iedereen. We willen participatorisch onderzoek voeren waarbij meerdere spelmomenten georganiseerd worden met bijhorende observaties alsook reflectiegesprekken met de stakeholders. Als output beogen we enerzijds een spellenwijzer met richtlijnen over het inzetten en aanpassen van spellen voor een heterogene doelgroep gericht op het oefenen van sociale vaardigheden en betrokkenheid van elke speler. Anderzijds willen we een spellenkoffer samenstellen met geschikt bestaand en ontwikkeld spelmateriaal dat hieraan gekoppeld is.\n\nHet onderzoek zal leiden tot versterking van het werkveld door integratie van de spellenwijzer en –koffer in het vormingsaanbod van VIVES SpellenLab en de mogelijkheid om de spellenkoffer te ontlenen voor een breed publiek. Verder is integratie mogelijk in curricula van de studiegebieden onderwijs, zorg en SAW.","summary":"Dit vervolgproject richt zich op het gebruik van spellen om sociale vaardigheden en betrokkenheid te versterken bij een heterogene doelgroep. Het doel is om een spellenwijzer en -koffer te ontwikkelen met richtlijnen en materialen voor dit doel. Integratie in vormingsaanbod en studiecurricula wordt nagestreefd voor bredere toepassing.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002324","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen zien we de afgelopen 20 jaar een sterk dalende trend op vlak van wiskundeprestaties binnen ons onderwijs. Dit terwijl de onderwijstijd voor het vak alleen maar is toegenomen (Faddar, J., 2020). PISA en TIMSS-resultaten tonen aan dat de achteruitgang zich strekt over verschillende leeftijden, alsook dat het effect het grootst is bij leerlingen met een lage sociaal economische status (SES). Vooral de resultaten op vlak van meten en metend rekenen zijn beneden alle peil bij leerlingen uit het lager onderwijs en de eerste graad B-stroom (Faddar, J., 2020). Tegelijkertijd geven leerkrachten aan dat ze met twijfels en onzekerheden zitten bij het aanbrengen van wiskundige concepten. Men spreekt over een zekere rekenangst, wat negatieve gevolgen heeft op de lesaanpak en bijgevolg ook de leerresultaten van jongeren (Burte et al, 2020; Mizala, Martinez & Martinez, 2015).\n\nGesteund op deze vaststellingen kunnen we concluderen dat er nood is aan nieuwe manieren om onze onderwijspraktijk te versterken. Wanneer we kijken naar praktijken die hoog effectief wiskundeonderwijs in de hand werken (NCTM, 2014), dan zien we hierin een grote overlap met de didactiek van onderzoekend lerend. Onderzoek op beperkte schaal toonde al aan dat een STEM-aanpak, waarin de didactiek een centrale plaats heeft, bijdraagt tot een hoger leerrendement voor wiskunde (Kong & Mohd Matore, 2021). Echter, er is op Vlaamse bodem nog weinig onderzoek naar gedaan.\n\nIn dit PWO-project willen we dan ook praktijkonderzoek uitvoeren vanuit de hypothese dat de didactiek van onderzoekend leren gunstig is voor het aanleren van wiskunde. Specifiek willen we de leerwinst nagaan voor de wiskundige concepten ‘meten en metend rekenen’ en dit bij jongeren uit de 3de graad BaO en 1ste graad SO B-stroom. Dit willen we realiseren via ontwerponderzoek (“design-based research”) waarbij we via co-creatie met enkele pilootscholen lesmateriaal ontwikkelen en uittesten. Door middel van een quasi-experiment vergelijken we het vernieuwde lesmateriaal en de aanpak met een traditionele vorm van lesgeven voor wat betreft leerwinst. De resultaten worden geanalyseerd en gecontroleerd op de SES-variabele. Ook de mate van bedrevenheid bij de leerkracht in de didactiek van onderzoekend leren worden geanalyseerd. De conclusies, inzichten en ontwikkelde praktijkvoorbeelden zullen gevaloriseerd worden met het oog op het versterken van de lespraktijk en het vertrouwen van leerkrachten, net als de leerresultaten van de leerlingen.","summary":"De wiskundeprestaties in Vlaanderen zijn sterk gedaald. Dit heeft vooral impact op leerlingen met een lage SES. Door onderzoekend leren te integreren in de wiskundeles, willen we de leerresultaten verbeteren. Dit project onderzoekt de effectiviteit van deze aanpak bij jongeren uit de 3de graad BaO en 1ste graad SO B-stroom, met focus op 'meten en metend rekenen'.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002325","result_description":null},{"description":"Voederbieten opnemen in de teeltrotatie en het rantsoen kan op vele vlakken voordelen opleveren. Weinig voedergewassen halen zulke hoge producties: een hoge droge stofopbrengst én de hoogste kVEM equivalent of voederwaarde opbrengst. Voederbieten zijn een smakelijk voer en kunnen deels krachtvoer vervangen.\n\nVoederbieten hebben zich de laatste jaren ook bewezen als een klimaatrobuust gewas gezien de mogelijkheid tot groei compensatie na een droogteperiode. De teelt zit dan ook terug in de lift, met jaarlijks een gestage stijging van het areaal. Er zijn heel wat redenen om voederbieten te telen, maar toch leven er bij heel wat landbouwers nog vooroordelen rond voederbieten, te beginnen met het arbeidsintensieve karakter.\n\nArbeid, zowel qua teelt als qua vervoedering, is in de meeste gevallen de voornaamste reden om niet aan de slag te gaan met voederbieten. Er is echter ook een uitgebreide groep voorstanders van voederbieten, die overtuigd zijn van de vele voordelen. Door de jaren heen hebben ze de teelt ingepast in hun teeltplan en rantsoen, en zij streven naar een verdere optimalisatie. De Facebookgroep “Voederbietenboeren” is een voorbeeld van deze dynamiek.\n\nDit project wil voederbieten terug meer in de kijker zetten, door gerichte demonstratie en voorlichtingsacties. Alle aspecten van de teelt, de bewaring en de vervoedering komen aan bod in dit project, met een speciale focus op rassenkeuze en weerstand tegen de veranderende weersomstandigheden enerzijds en op bewaring/vervoedering anderzijds.","summary":"Ontdek de voordelen van voederbieten in de teeltrotatie en het rantsoen: hoge opbrengst, vervanging van krachtvoer, klimaatrobuust en groeiende populariteit. Overwin vooroordelen met gerichte acties en focus op optimalisatie. #Voederbietenboeren","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002326","result_description":null},{"description":"In STEM-onderwijs is het moeilijk om zicht te krijgen op het beheersingsniveau bij leerlingen van complexe STEM-vaardigheden zoals bijvoorbeeld voorspellen, plannen, gegevens analyseren, concluderen. Hierdoor is het voor leerkrachten een uitdaging om hun begeleiding af te stemmen op het beheersingsniveau en leerproces van de leerlingen. Om hierop zicht te krijgen, kunnen de principes van formatief handelen toegepast worden. Door gegevens over het leerproces te verzamelen wordt snel, makkelijk en gericht gecheckt of het behandelde daadwerkelijk wordt beheerst, zodat duidelijk wordt wat de volgende stap in het leerproces kan zijn. Op basis hiervan kunnen er didactische beslissingen genomen worden door de leerkracht en kunnen leerlingen meer inzicht krijgen in hun eigen leerproces m.b.t. hun STEM-vaardigheden. Om die STEM-vaardigheden zichtbaar te maken, wordt educatieve technologie ingezet. Hierdoor krijgt de leerkracht zicht op het leerproces van de leerlingen en kan de leerkracht gericht feedback geven.\n\nDaarom ontwikkelen we in dit project via ontwerponderzoek een didactisch kader waarbij de principes van formatief handelen, STEM en educatieve technologie geïntegreerd worden. Aan de hand van dit didactisch kader worden enkele praktijkvoorbeelden ontwikkeld die uitgetest worden door pilootleerkrachten (2e en 3e graad lager onderwijs). Via semi-gestructureerde interviews en observaties wordt in kaart gebracht hoe formatief handelen de STEM-didactiek kan versterken en hoe met educatieve technologie STEM-vaardigheden in kaart kunnen worden gebracht. We peilen ook naar hoe leerkrachten dit begeleidingsproces ervaren. Dit project zal concrete handvaten bieden voor leerkrachten om de werkelijke STEM-vaardigheden van leerlingen in kaart te brengen en hun begeleiding hierop aan te passen.","summary":"Door formatief handelen, STEM en educatieve technologie te integreren, ontwikkelen we een didactisch kader om leerkrachten te helpen bij het beoordelen van complexe STEM-vaardigheden van leerlingen. Dit project biedt concrete handvaten voor aangepaste begeleiding.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002327","result_description":null},{"description":"In de didactiek van wereldoriëntatie staat de explorerende grondhouding centraal. Leerlingen worden in staat gesteld en gestimuleerd om de werkelijkheid zelf te onderzoeken. Als leerkracht creëer je situaties, aangepast aan het ontwikkelingsniveau van de leerlingen, die vragen oproepen en tot acties leiden waardoor leerlingen de inhouden zelf kunnen ontdekken. Dit gebeurt binnen een kader van thematisch werken en een multiperspectieve benadering van een thema.\n\nIn de praktijk ontbreekt het leerkrachten vaak aan tools die vraaggestuurd leren in goede banen leiden. Hoe komen kinderen tot kwalitatieve leervragen? Hoe bewaak je als leerkracht de inhouden die aan bod komen? Hoe ondersteun je leerlingen in het zoeken naar een antwoord op hun leervragen? Hierdoor spelen leerkrachten te vaak op veilig en worden werolessen leerkrachtgestuurde lessen. Er vindt kennisoverdracht plaats en te weinig kennisconstructie.\n\nVia dit onderzoek willen wij een antwoord bieden op de nood aan tools om met vraaggestuurd leren aan de slag te gaan. Dit project is relevant voor zowel leerkrachten (in spe) en leerlingen wiens betrokkenheid en explorerende grondhouding door deze aanpak wordt verhoogd.\n\nConcreet ontwikkelen we in dit implementatieonderzoek een digitale toolbox die leerkrachten ondersteunt tijdens de verschillende fases van het vraaggestuurd leren: het ontwerpen van een vraaggestuurd thema door de leerkracht, het stellen van kwalitatieve leervragen door leerlingen, het opbouwen van kennis door exploratie. We onderzoeken welke ondersteuning leerkrachten nodig hebben en hoe we die het best kunnen bieden. Daarnaast creëren we een leergemeenschap met deelnemende scholen. We ondersteunen deze scholen in het toepassen van de didactiek van vraaggestuurd leren en sturen op basis van hun ervaringen het materiaal bij.\n\nDe tools en scenario’s worden gebundeld op een website. Hier komen ook getuigenissen van deelnemende pilootscholen op. Verdere valorisatie situeert zich op het vlak van navormingen, implementatie in de lerarenopleiding en de publicatie van een handboek: Sterk in thematisch werken.","summary":"Leerkrachten worden ondersteund met een digitale toolbox voor vraaggestuurd leren in wereldoriëntatie. Het project verhoogt betrokkenheid en explorerende grondhouding van leerlingen en biedt concrete tools voor het ontwerpen van thema's, formuleren van leervragen en kennisopbouw.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002328","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek gaat in op de vraag 'Wat is de betekenis van de HerstelAcademie binnen de vermaatschappelijking van zorg en het huidige GGZ beleid van de Vlaamse overheid?'. We beogen als eerste in Vlaanderen te onderzoeken op welke manier de HerstelAcademies hun ambities waarmaken binnen de huidige organisatie van de geestelijke gezondheidszorg.\n\nWe starten met de ontwikkeling van een kwantitatief monitorings- en evaluatiesysteem dat het mogelijk maakt om zowel de voortgang als de impact van de herstelacademies te evalueren vanuit het perspectief van de cursisten. Terzelfdertijd voeren we een procesevaluatie uit bij de mensen die instaan voor de coördinatie en het dagelijks bestuur van de regionale Herstelacademies met als doel inzicht te verwerven in welke mechanismen en processen er een rol spelen in de uitbouw en continuering van de academies.\n\nDaarnaast willen we de beleving van de trainers in beeld brengen aan de hand van innovatieve arts-based research methoden. Tenslotte organiseren we een ontmoetingsdag waarbij we de diverse stakeholders van de HerstelAcademies willen meenemen in de onderzoeksbevindingen.","summary":"Dit onderzoek onderzoekt de rol van de HerstelAcademie in de geestelijke gezondheidszorg en het GGZ beleid van de Vlaamse overheid. Het richt zich op het evalueren van de impact en voortgang van de academies vanuit het perspectief van cursisten, coördinatoren en trainers. De bevindingen zullen gedeeld worden met stakeholders tijdens een ontmoetingsdag.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002329","result_description":null},{"description":"Dit project heeft als doel de oriëntering van de leerlingen basisonderwijs te Ronse naar het secundair onderwijs in kaart te brengen en te versterken. In het bijzonder wil het project een beter zicht krijgen op de drempels die kinderen uit de derde graad lager onderwijs (en hun ouders) ondervinden bij het maken van hun studiekeuze.\n\nDoor het in kaart brengen van die (lokale) drempels kunnen basis- en secundaire scholen in een netoverschrijdende samenwerking ondersteunende acties organiseren ter bevordering van studiekeuzeprocessen.","summary":"Dit project in Ronse versterkt de overgang van basisschool naar secundair onderwijs door drempels bij studiekeuzes te identificeren en ondersteunende acties te organiseren voor leerlingen en ouders.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002330","result_description":null},{"description":"In beleidsontwikkeling en onderzoek wordt de ondervertegenwoordiging van specifieke groepen van jongeren in het georganiseerde vrijetijdsaanbod geproblematiseerd. Het gevolg is dat er veelal wordt ingezet op toeleiding naar bestaande initiatieven eerder dan het bevragen en in beeld brengen wat vrije tijd betekent voor deze specifieke groepen.\n\nTegelijk wordt de vrijetijdsdiscussie van jongeren te vaak verengd tot een toeleiding naar het bestaande aanbod met weinig ruimte voor het ruimere bevragen van de betekenis van vrije tijd en wat jongeren zelf vooropstellen als betekenisvolle vrije tijd. Daarom gaat dit onderzoek in op hoe jongeren precies hun vrije tijd beleven en welke betekenis deze tijd krijgt binnen hun bredere leefwereld.\n\nMeer concreet wordt hier ook gekozen voor jongeren die verbonden zijn aan beroepssecundair onderwijs. Deze groep is ondervertegenwoordigd in actuele discussies over vrije tijd, het vrije tijdsaanbod en -beleving. Daarom wordt ingezet op volgende doelstellingen:\n\n1. De leefwereld van jongeren in het Gentse BSO in kaart brengen om op die manier de betekenis die vrije tijd hierin krijgt beter te begrijpen.\n2. Inzicht verwerven in hoe de jongeren tijdsregimes definiëren met een bijzondere focus op de vrije tijd. Kruispunten met andere tijdsregimes en hoe deze elkaar beïnvloeden genieten een bijzondere interesse.\n3. In kaart brengen welke actoren op welke manier betrokken zijn in de vrije tijd van de jongeren.\n4. De rol van de private, publieke en virtuele ruimte binnen die vrije tijd achterhalen.\n5. Onderzoeken hoe een vrijetijdsaanbod de deelname aan de samenleving van jongeren kan faciliteren.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar vrijetijdsbeleving van jongeren uit beroepssecundair onderwijs in Gent. Focus op definiëring van tijdsregimes, betrokken actoren en rol van ruimte in vrije tijd. Ondersteunt deelname aan samenleving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002331","result_description":null},{"description":"De snelle veranderingen in de wereld hebben gevolgen voor de economie en het onderwijsstelsel. Dankzij uitwisselingsprogramma's zoals Erasmus en Mevlana (Turkije) neemt het aantal buitenlandse studenten in het hoger onderwijs snel toe.\n\nDaarnaast zijn overheidsbeurzen online onderwijscursussen die door universiteiten worden aangeboden en ook de toename van het aantal vluchtelingen en asielzoekers andere factoren die het aantal buitenlandse studenten van verschillende religies, talen, culturen en etniciteiten doen toenemen.\n\nOm met deze situatie om te gaan en effectief kwalitatief hoogstaand inclusief en multicultureel onderwijs te bieden zijn de belangrijkste actoren in de universiteiten de \"docenten\". In deze context wil het project de vaardigheden en competenties van het academisch personeel ontwikkelen om in een multiculturele en meertalige omgeving te kunnen werken.\n\nOm dit doel te bereiken wordt in het kader van het project het volgende gedaan:\n\n1) Een innovatief curriculum en een methodologie voor bijscholing van docenten hoger onderwijs over het beheer van multiculturele klaslokalen ontwikkeld.\n\n2) Innovatief lesmateriaal opgesteld om de multiculturele dimensie van het onderwijsproces te verbeteren.\n\n3) Met de kortlopende personeelsopleiding die zal worden uitgevoerd zullen de docenten worden aangemoedigd hun vaardigheden voor het beheer van multiculturele klaslokalen te ontwikkelen.","summary":"De globalisering van het hoger onderwijs brengt uitdagingen met zich mee, zoals een groeiend aantal buitenlandse studenten en diversiteit op de campus. Dit project richt zich op het ontwikkelen van docenten om effectief te kunnen lesgeven in een multiculturele omgeving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002332","result_description":null},{"description":"Met dit project wordt beoogd het multidisciplinair team van eerstelijnsmedewerkers in het Fedasil opvangnetwerk te ondersteunen om personen met geestelijke gezondheidsnoden op een transculturele en systematische wijze op te volgen.\n\nTOPPSY is een onderzoeksproject van het onderzoekscentrum EQUALITY//ResearchCollective.","summary":"Dit project ondersteunt eerstelijnsmedewerkers bij Fedasil om personen met geestelijke gezondheidsnoden transcultureel en systematisch op te volgen. TOPPSY is een onderzoeksproject van EQUALITY//ResearchCollective.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002333","result_description":null},{"description":"Het belang van goede (geestelijke) gezondheidszorg in gevangenissen kan niet genoeg benadrukt worden. Gedetineerden hebben vaak een complexe gezondheidsgeschiedenis en hebben mogelijk beperkte toegang tot medische zorg. Het is daarom van cruciaal belang dat het personeel in gevangenissen goed opgeleid is om de gezondheidsbehoeften van gedetineerden te begrijpen en te kunnen aanpakken.\n\nEen team van SUPRB werkt aan de ontwikkeling van een nieuw en veelzijdig blended learning vormingspakket speciaal ontworpen voor het personeel van onze gevangenissen. Dit zal een reeks belangrijke onderwerpen bevatten waaronder (motiverende) gespreksvoering, drugpreventie, harm reduction, drugbeleid, suïcidepreventie, bestrijden van stigmatisering en nog veel meer.\n\nHet aanbod zal ter beschikking worden gesteld aan het personeel van vijf Franstalige en vijf Nederlandstalige Belgische gevangenissen in de vorm van online (e-learning) modules, real-life trainingssessies en hands-on tools.","summary":"Goed opgeleid gevangenispersoneel is essentieel voor de gezondheidszorg van gedetineerden. SUPRB biedt een nieuw vormingspakket met diverse onderwerpen, zoals gespreksvoering, drugpreventie en suïcidepreventie, voor Franstalige en Nederlandstalige Belgische gevangenissen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002334","result_description":null},{"description":"Hoewel de handel in illegale drugs via internet pas relatief recent onder de aandacht is gekomen van academici en het grote publiek, is de online transactie van drugs niet nieuw. Er wordt aangenomen dat de eerste transactie met cannabis plaatsvond in de jaren 1970. Van recentere datum is echter de opkomst van drugstransacties op het versleutelde darknet.\n\nEen darknet marktplaats, ook bekend als een cryptomarkt, kan worden gedefinieerd als een \"online forum waar goederen en diensten worden uitgewisseld tussen partijen die digitale encryptie gebruiken om hun identiteit te verbergen\". Tot voor kort waren er geen studies over cryptomarkten gericht op Belgische kopers en verkopers.\n\nWe hadden geen wetenschappelijk bewijs om de omvang, het bereik, het aandeel en de motieven van de Belgische bevolking die illegale drugs koopt op cryptomarkten te begrijpen. Daarom werd een kortlopend multidisciplinair project uitgevoerd om een eerste inzicht te krijgen in cryptomarkten vanuit Belgisch perspectief, gericht op zowel Belgische verkopers als kopers. Op deze manier werd een bewijsbasis voor dit fenomeen geleverd, wat wetenschappelijk onderbouwde (beleids)interventies mogelijk maakt.","summary":"Ontdek de opkomst van online drugstransacties op het darknet en de impact op Belgische kopers en verkopers, met een multidisciplinair onderzoek voor wetenschappelijk onderbouwde interventies.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002335","result_description":null},{"description":"De omgeving van de Watersportbaan bevindt zich ten zuidwesten van het Gentse stadscentrum. Het gebied had oorspronkelijk een grote ruimtelijke kwaliteit, waarbij het modernistische sociaal wonen, het omliggende landschap, de sportinfrastructuur en andere voorzieningen waren gevat in een samenhangend plan met allure.\n\nIn de laatste decennia kwam die kwaliteit echter steeds meer onder druk te staan, onder andere door een fragmentarische aanpak en weinig coherente keuzes op vlak van bestemming, publieke ruimte, mobiliteit, beeldkwaliteit, erfgoedwaarde en architectuur. Daarbovenop komt dat de maatschappelijke uitdagingen in dit gebied niet gering zijn.\n\nDeze conceptstudie ambieert een globale en geïntegreerde sociaal-ruimtelijke visie op het gebied, waarbij ruimte en mensen niet langer naast, maar met elkaar bestaan. Centraal staat de nood aan samenhang tussen (1) sport en recreatie, (2) open ruimte en groen, (3) energie en de transitie naar fossielvrij, (4) de sociale hoogbouw en de verschillende campussen, (5) diverse mobiliteitsingrepen en (6) sociale en economische voorzieningen.\n\nHet doel is te zoeken naar verbindingen tussen de verschillende werelden en de algemene kwaliteit van het leven in het gebied duurzaam te verhogen.","summary":"Ontdek de vernieuwde visie voor de Watersportbaan in Gent, met focus op samenhang tussen sport, groen, duurzaamheid, sociale voorzieningen en mobiliteit voor een verhoogde levenskwaliteit en verbeterde ruimtelijke beleving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002337","result_description":null},{"description":"Met de implementatie van het nieuwe GLB en de richtlijnen van IPM is de landbouwer verplicht om aan vruchtwisseling te doen op zijn percelen. Vruchtwisseling is een belangrijke maatregel om een landbouwbedrijf klimaatrobuust te maken: door een verbeterde bodemgezondheid krijgt men een stabielere opbrengst en de landbouwer doet aan risicospreiding.\n\nVooral voor veel Vlaamse melkveehouders, waarbij monocultuur mais nog vaak een algemene praktijk is, zal dit echter een moeilijke opdracht worden. Met dit project willen we hen de nodige handvaten aanreiken om tot een geslaagde rotatie te komen die past binnen hun bedrijfsvoering en binnen de randvoorwaarden van hun specifieke bedrijf. Samen met de landbouwers zoeken we naar antwoorden op vragen als “Heb ik met deze teeltkeuzes garantie op genoeg ruwvoer, met andere woorden klopt mijn ruwvoederbalans?”, “Wat mag ik als voederwaardopbrengst verwachten en hoe pas ik deze gewassen in in het melkveerantsoen?”, “Zal de loonwerkkost niet te sterk stijgen met een maaiteelt op mijn verder gelegen percelen?”, “Kan ik dit werkelijk compenseren met meer opbrengst en/of een lagere onkruiddruk en minder middelengebruik bij mijn maïs?” “Welke keuzes qua teeltrotatie hebben het meeste potentieel zodat mijn ruwvoerproductie beter is opgewassen tegen extreme droogte of hitte?”.\n\nNaast een intensieve begeleiding van 3 netwerken verspreid over Vlaanderen, wordt ingezet op de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijke rekentool om de melkveehouders te ondersteunen bij de uitwerking van het rotatieschema voor hun bedrijf. Verder demonstreren we 2 vruchtwisselingsproeven en zetten we actief in op communicatie via wintervergaderingen, de vakpers en sociale media.","summary":"Verbeter bodemgezondheid en opbrengststabiliteit door vruchtwisseling. Ons project ondersteunt melkveehouders in Vlaanderen bij het implementeren van succesvolle rotaties en biedt tools en begeleiding voor een klimaatbestendig bedrijf.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002338","result_description":null},{"description":"'Angst voor de schoolpoort' (2017-2020) was een PWO-project waarin het onbekende fenomeen 'schoolweigering' systemisch werd onderzocht. De focus in het project lag op onderwijsactoren. Na afloop van dit onderzoek werden vragen en noden naar aanpak binnen de andere betrokken systemen bij dit fenomeen, namelijk het gezin en de hulpverlening, niet beantwoord. Nog niet.\n\nOmdat inzetten op schoolweigering (en afwezigheden) een cruciale rol speelt in vroegdetectie en vroeginterventie van psychische problemen, wil dit onderzoeksproject ASPO-h zich richten op de niet-residentiële eerstelijnsjeugdhulpverlening en hoe die schoolweigeraars en hun context (het gezin) hulp biedt. De behandeling van schoolweigering vraagt om aanklampende en laagdrempelige hulpverlening (Van Driessche, Ameye & De Nys, 2022).\n\nHet AMBIT-model is een denk- en werkmodel dat een goed kader biedt om als hulpverlener, bijvoorbeeld in dit geval met de schoolweigeraar en het gezin, aan de slag te gaan. In dit model staat 'mentaliseren' centraal en vormt dit de as van het AMBIT-wiel, dat verder is opgebouwd uit vier kwadranten: werken met het team, werken met de cliënt, werken binnen het netwerk, leren op het werk.\n\nHet doel van dit onderzoek is om het AMBIT-model te concretiseren voor de professionele jeugdhulpverlener binnen diverse niet-residentiële hulpverleningsorganisaties in Oost-Vlaanderen. Door in co-creatie en via story dialogue met 5-10 hulpverleners te werken aan een specifiek werkmodel, wil dit onderzoek dergelijke hulpverleners een houvast bieden in de aanpak van schoolweigering en de ondersteuning van de schoolweigeraar en het gezin.","summary":"Onderzoek ASPO-h focust op vroeginterventie van schoolweigering en psychische problemen. AMBIT-model biedt hulpverleners kader voor laagdrempelige aanpak. Samenwerking met hulpverleners in Oost-Vlaanderen voor concretisering.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002339","result_description":null},{"description":"Met Art-IE, Artificiële Intelligentie Inspiratie en Innovatie, zetten we in op digitale innovatie en samenwerking bij en met kmo’s/mkb’s, twee belangrijke innovatiehinderpalen in de Grensregio.\n\nWe focussen op Artificiële Intelligentie, de kern van heel wat innovatieve digitale ontwikkelingen waarbij we ons richten op de volgende 3 thema’s: Federated Machine Learning, Robotica & AI en Applied AI.","summary":"Art-IE bevordert digitale innovatie en samenwerking bij kmo’s/mkb’s in de Grensregio door te focussen op Artificiële Intelligentie. Thema's omvatten Federated Machine Learning, Robotica & AI en Applied AI.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002340","result_description":"Tijdens het project bouwen we 3 grensoverschrijdende AI labs uit: een Federated Machine Learning Lab, een AI Robotica Lab en een Applied AI Lab.\n\nIn de labs gaan onderzoekers van de hogescholen aan de slag met de innovatievragen van kmo’s/mkb’s. Er worden samenwerkingen opgezet in de vorm van innovatietrajecten.\n\nWe focussen daarbij telkens op AI in verschillende facetten met toepassingen in verschillende domeinen zoals bijvoorbeeld Industry 4.0, Logistiek, Voeding of Zorg."},{"description":"Het ontwikkelen van curriculaire activiteiten waarbij studenten uit verschillende landen en disciplines in teamverband samenwerken aan projecten die relevante output genereren voor de lokale gemeenschap, verbetert het enthousiasme van studenten en ook hun kerncompetenties voor de arbeidsmarkt zoals teamwerk, ondernemerschap, kritisch denken en communicatievaardigheden.\n\nDe Europese universiteiten in het partnerschap creëerden en ontwikkelen zo'n opleidingsonderdeel sinds 2008 (BlendEd). Het doel van het ABC BlendEd project is om Afrikaanse landbouwuniversiteiten in staat te stellen om dergelijke cursussen op te zetten en uit te voeren en om het model uit te breiden naar andere gebieden in Afrika.\n\nDe doelstellingen van het project zijn het bevorderen van de inzetbaarheid van studenten en het genereren van toegevoegde waarde voor de lokale gemeenschappen, het stimuleren van de adoptie van BlendEd-cursussen door de belangrijkste belanghebbenden, studenten, docenten en begunstigde bedrijven en het bevorderen van multiplicatoreffecten om de adoptie van BlendEd-cursussen in Afrika te mainstreamen.\n\nHet ABC BlendEd werkplan is georganiseerd in drie technische werkeenheden (Ontwerp, Implementatie en Mainstream) plus een project management eenheid. De Design-eenheid is gewijd aan het analyseren van de specifieke omstandigheden van de Afrikaanse markt voor hoger onderwijs en het ontwerpen van een BlendEd-cursus door het model dat momenteel in Europa wordt gebruikt aan te passen; deze eenheid levert de syllabus en het didactisch materiaal voor de cursus.\n\nOp de Implement-eenheid zullen we drie proefedities van de cursus uitvoeren. Implement is verweven met Design in een iteratief en incrementeel proces om de BlendEd-cursus te ontwerpen, te testen, te evalueren en aan te passen gedurende drie academische jaren met als doel de cursus af te stemmen op de Afrikaanse realiteit.\n\nMainstream richt zich op verspreiding en duurzaamheid. In drie jaar verwachten we een effectieve BlendEd-cursus te hebben die relevante resultaten genereert op het gebied van landbouw, 10 voorbeelden van goede resultaten die door de cursus zijn geproduceerd en overgedragen aan de lokale gemeenschappen, een actieve Community of Practice die het BlendEd-paradigma in Afrika ontwikkelt.","summary":"Door samenwerking tussen Europese en Afrikaanse universiteiten ontwikkelen we BlendEd-cursussen voor studenten, gericht op teamwerk en essentiële vaardigheden. Ons doel is de inzetbaarheid te verbeteren en meerwaarde te creëren voor lokale gemeenschappen in Afrika.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002341","result_description":null},{"description":"Met dit project bekijken we op welke manier lokale besturen hun inwoners kunnen meekrijgen in projecten die een sterke maatschappelijke meerwaarde hebben, maar toch weerstand oproepen (ook wel ‘Not In My Back Yard’ of NIMBY genoemd). Asielcentra, detentiehuizen, circulatieplannen, fietsstraten, windmolenparken… allemaal dienen ze een gedeeld belang of creëren ze gedeelde ‘baten’ maar botsen ze potentieel met private belangen, of zijn of lijken de ‘kosten’ van het project ongelijk verdeeld over de bevolking.\n\nBurgers zijn mondiger en schrikken er minder voor terug om het bestaande arsenaal aan sociale, maar ook juridische middelen aan te spreken om hun ongenoegen te laten blijken, inspraak te eisen of het via juridische weg projecten te vertragen of stop te zetten. Dit leidt in sommige gevallen tot (breed) onbegrip in de samenleving en confronteert (lokale) besturen met nieuwe uitdagingen in het zoeken naar evenwichten tussen projecten waar private en collectieve belangen ogenschijnlijk niet in balans zijn.\n\nMet dit onderzoeksproject willen we lokale actoren, op basis van een diepgaande analyse van de belangen, bezorgdheden en verwachtingen die aan de basis liggen van een aantal NIMBY-projecten, innovatieve manieren aanreiken om processen van inspraak en dialoog te organiseren en te stroomlijnen, en lokale democratische besluitvormingsprocessen nieuw leven in te blazen.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op het betrekken van inwoners bij maatschappelijk waardevolle projecten die weerstand kunnen oproepen, zoals asielcentra of windmolenparken. Het biedt lokale besturen innovatieve manieren om inspraak en dialoog te organiseren en democratische besluitvormingsprocessen te versterken.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002342","result_description":null},{"description":"Wanneer kinderen in de basisschool geconfronteerd worden met ondersteuningsnoden kunnen ze zich beroepen op zowel schoolinterne als -externe ondersteuning. Dit ondersteuningsaanbod is geregeld via het M-decreet en krijgt binnen de schoolcontext vorm door de definitie van en afbakeningen binnen het zorgcontinuüm. Vanaf schooljaar 2023-2024 start het nieuwe decreet Leersteun. Toch vindt niet elk kind zijn/haar weg naar gepaste zorg of ondersteuning. Veel hangt af van de communicatie en partnerschap tussen ouder en schoolteam en deze loopt vaak minder vlot voor mensen met een lagere sociaal-economische status en/of met een migratieachtergrond. Ook de weg naar externe zorgondersteuning vertoont een sterke sociale bias.\n\nDit praktijkgericht onderzoek wil inzicht krijgen in de ervaringen en belevingen van ouders uit kansengroepen met (de toeleiding naar) schoolinterne en schoolexterne zorg binnen het basisonderwijs. We doen dit aan de hand van kwalitatieve interviews en mobiliseren hiervoor ook ‘community researchers’ om op die manier maximaal in te zetten op het werken in vertrouwen en het bereiken van ouders die voor vele actoren, ook voor ons dus als onderzoekers, buiten het blikveld blijven. Hoe definiëren ze deze nood en wie contacteren ze als eerste wanneer er zich een probleem voordoet op school? Gebruiken ze dezelfde labels als de school of het CLB of interpreteren ze de ondersteuningsnood helemaal anders? Welke kansen en drempels ervaren ze in de communicatie met het schoolteam? Enz. Om zicht te krijgen op de (mis)match, zullen ook onderwijsprofessionals worden bevraagd naar hun ervaringen met de doelgroep ouders. Daarnaast zullen we ook formele en informele sleutelfiguren uit het middenveld beluisteren over hun ervaringen in verband met de toeleiding naar zorg en ondersteuning van kinderen van ouders uit kansengroepen.\n\nDeze diverse getuigenissen willen we inzetten om een eerste deel van een toegankelijk en grafisch aantrekkelijk onderzoeksrapport te ontwerpen waarin we aandacht hebben voor zowel de kansen, obstakels en alternatieve pistes die ouders, professionals en sleutelfiguren naar voren schuiven. Met dit rapport willen we basisscholen en hun team sensibiliseren door hen inkijk te geven in het perspectief van de ouders en willen we ook suggesties doen om de ondersteuning en het toeleidingsproces toegankelijker te maken voor alle ouders, ook ouders uit kansengroepen. Dit kan gaan over het verbeteren van de communicatie tussen team en ouders, maar kan ook gaan over het trainen van soft skills. Welke verbetersuggesties we zullen voorstellen ligt open en hangt af van de inzichten die we op het spoor zullen komen.\n\nWe werken aan gedragenheid door te werken met ‘community researchers’, maar we gaan ook in overleg over onze onderzoeksresultaten met diverse actoren uit de schoolinterne- en externe zorgondersteuningsa. Dit resulteert in een tweede luik van de toegankelijke onderzoekspublicatie met daarin de reflecties op onze onderzoeksresultaten door de schoolinterne en schoolexterne zorgondersteuners en formele en informele intermediaire organisaties en actoren. Met deze twee jaar willen we een goede basis leggen om het partnerschap tussen ouders en schoolteams te versterken in de zoektocht naar gepaste zorg en ondersteuning voor kinderen uit de basisschool.","summary":"Ouders uit kansengroepen ervaren communicatieproblemen met schoolteams betreft zorg en ondersteuning voor hun kinderen. Onderzoek met diverse getuigenissen zal leiden tot aanbevelingen voor verbeterde toegankelijkheid en partnerschap tussen ouders en scholen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002343","result_description":null},{"description":"Spuitgieten is een fabricageproces waarbij gesmolten plastic in een matrijs wordt geïnjecteerd om een product te vormen. Dit proces wordt vaak gebruikt om grote aantallen onderdelen te maken voor verschillende producten, van speelgoed tot auto-onderdelen.\n\nHet dure en complexe productieproces van metalen matrijzen gaat steeds gepaard met een financieel risico. In dit project willen we onderzoeken hoe innovatief gebruik van gegoten kunststof matrijzen de inzet van metalen matrijzen kan vervangen bij productievolumes tussen 200 en 1000 stuks. Deze alternatieve productiemethode heeft als hoofddoel het verlagen van productiekost en versnellen van de productietijd.\n\nDe doelgroep zijn maakbedrijven die kleine series willen produceren (50-1000). Hetzij als prototypematrijs voor een eerste testserie of als alternatieve productiemethode voor producten die nu met duurdere productietechnieken worden geproduceerd. We mikken op bedrijven die produceren met eigen spuitgietmachine of die spuitgietwerk uitgeven (maar toch eigenaar zijn van de matrijs). Naast bedrijven die zich focussen op spuitgieten of kunststofverwerking richten we ons ook op maakbedrijven, mediabedrijven, ontwerpbureau’s...\n\nHet onderzoek zelf focust zicht op het maken van een demonstratiematrijs en selectie van de beste technieken om een matrijs te maken op basis van een proefproject. Dit door variatie van de ontwerpparameters op volgende onderdelen: materiaalkeuze van matrijs, van verwerkt materiaal, matrijsconstructie. Hierna wordt een analyse gedaan van de business case met deze productiemethode.\n\nDe outcome is een proof of concept van de techniek om de matrijzen te maken in combinatie met een handleiding en demo materiaal dat bedrijven in staat stelt om deze techniek in house te gaan toepassen. Het creëren van een draagvlak willen we doen startende van showcases van de techniek in workshops (inclusief een uitgewerkte business case) en verder gaan naar een guide voor best practices. Deze showcases worden geselecteerd op basis van input van het werkveld om zo zeker industrie-relevant te blijven. Via de reguliere opleidingen en het voorbereiden van hands-on trainingen wordt dit dan verder uitgedragen naar het werkveld en eigen studenten.","summary":"Ontdek een innovatieve benadering om metalen matrijzen te vervangen door gegoten kunststof matrijzen voor productievolumes tussen 200 en 1000 stuks. Verlaag kosten en versnel productietijd voor maakbedrijven die kleine series produceren. Ons onderzoek richt zich op het maken van demonstratiematrijzen en het ontwikkelen van een handleiding voor in-house toepassing. Maak kennis met deze nieuwe productiemethode via showcases en trainingen voor industrie-relevante implementatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002344","result_description":null},{"description":"Elke jongere heeft recht op een eigen ingevulde vrije tijd. Deelnemen aan vrijetijdsactiviteiten leert jongeren onder andere om beter in te schatten wat hun interesses en mogelijkheden zijn en heeft bovendien een positieve invloed op de gezondheid. Sport is één manier om dit in te vullen. Studies tonen duidelijk aan dat jongeren in armoede minder participeren in reguliere sportclubs dan leeftijdsgenoten.\n\nOm dit te ondervangen zien we verschillende doelgroepspecifieke initiatieven opduiken om jongeren in kwetsbare posities bij sport te betrekken. Uit onderzoek blijkt dat deze initiatieven de juiste jongeren bereiken en van grote meerwaarde zijn. Niettemin is het van belang dat jongeren de reële keuze blijven hebben om ook buiten die specifieke context aan sport deel te nemen.\n\nIn dit onderzoek willen we door middel van een casestudie nagaan hoe jongeren in armoede kijken naar het al dan niet doelgroepspecifiek aanbieden van sport, wat voor hen een reguliere sportclub tot een ‘veilige’ omgeving kan maken en wat ze hierbij verwachten van clubs en coaches? Ten tweede bevragen we het bestuur en de coaches binnen reguliere sportclubs: zien ze het als hun verantwoordelijkheid om in te zetten op inclusief sporten? Maar ook: is er effectief draagvlak om hun werking aan te passen in functie van de doelgroep? En wat hebben clubs nodig om hierin verder te ontwikkelen? Ten derde onderzoeken we welke rol de leerkracht LO kan spelen als verbindende figuur.\n\nDeze studie biedt inzicht in de reële noden, wensen/verwachtingen en mogelijkheden van de jongeren in armoede zelf en van het aanbod op het terrein. Door het hanteren van een oplossingsgerichte focus resulteert dit onderzoek in tips en tricks die het werkveld in staat stelt gegrond na te denken over inclusief sporten in regulier clubverband en hoe dit kan bevorderd worden.","summary":"Jongeren verdienen een gevarieerde vrijetijdsbesteding, waaronder sport. Initiatieven voor kwetsbare jongeren tonen meerwaarde, maar keuzevrijheid is essentieel. Onderzoek focust op inclusief sporten en noden van jongeren, clubs en coaches. Inzichten en tips bevorderen dit streven.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002345","result_description":null},{"description":"Het gebruik van onderwijstechnologie (EdTech) is de afgelopen decennia exponentieel toegenomen. Instellingen voor hoger onderwijs (zoals VIVES) volgen deze trend. Recente ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) genereren veel toepassingen voor het onderwijs. Lesgeven en leren met behulp van EdTech (bijvoorbeeld door gebruik te maken van online leeromgevingen) is een uitdaging voor docenten en studenten, maar heeft het potentieel om waardevolle datastromen te produceren die het lesgeven en leren kunnen ondersteunen.\n\nEén van de toepassingen van het gebruik van deze gegevens is het voorspellen van het succes van studenten. Een VIVES-onderzoeksteam heeft bijvoorbeeld met succes een AI-algoritme geïmplementeerd dat het voorspellen van scores voor verpleegkundestudenten op een online introductiecursus anatomie mogelijk maakt. Dit model voorspelde de resultaten van studenten ‘accuraat’, ‘vroeg’ (dus halverwege een semester) en ‘verklaarbaar’. Door de verklaarbare voorspelling van het succes van studenten konden docenten en studenten handelen op basis van de door AI gegenereerde informatie om de kans te vergroten dat studenten voor een cursus slagen.\n\nIn dit project willen we:\n\na) Meerdere datastromen over het gedrag van studenten (inclusief on- en offline activiteiten) vastleggen en combineren voor een breed scala aan cursussen in VIVES. Op die manier bouwen we een rijke datapool op om AI-modellen te trainen.\n\nb) Identificeren van betekenisvolle kenmerken die dienen als ‘verklaarbare voorspellers’ voor het succes van studenten.\n\nc) AI-technieken gebruiken (bijv. machinaal leren) om het succes van studenten tijdig, accuraat en verklaarbaar te voorspellen.\n\nd) Gebruik AI-output en Large Language Models (LLM) om leerlingen aan te sporen hun leergedrag te verbeteren en zo de succespercentages te vergroten.\n\nDe focus van dit project ligt op het generaliseren van ‘explainable AI’. We streven ernaar om AI-ondersteuning te implementeren over meerdere cursussen in verschillende domeinen. Dit betekent werken met verschillende docenten en grote studentenpopulaties. Door voorspellingen te doen over de prestaties van leerlingen, samen met verklaringen, willen we een black-box-fenomeen vermijden en het vertrouwen dat leerlingen en docenten hebben in door AI ondersteund onderwijs vergroten.\n\nDit project beoogt kwalitatief hoogstaand, AI-ondersteund onderwijs in passende opleidingen van Hogeschool VIVES. Het ondersteunen van onderwijs met verklaarbare AI heeft het potentieel om de succespercentages van studenten te vergroten, wat in Vlaanderen gekoppeld is aan universitaire financiering. Ook dragen we bij aan een wetenschappelijke onderzoeksbasis over het gebruik van AI in het onderwijs. Wij streven ernaar om zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte artikelen te publiceren en onze bevindingen aan een breed publiek te presenteren. Voorspellende AI-modellen kunnen worden verpakt, gepubliceerd en in licentie worden gegeven om beschikbaar te worden voor externe partners in verschillende domeinen die EdTech gebruiken (bijvoorbeeld hoger onderwijs, bedrijven die EdTech gebruiken voor training, bedrijven die EdTech creëren, enz.).\n\nTenslotte kunnen VIVES-studenten (geanonimiseerde) data gebruiken om van te leren en te helpen bij de ontwikkeling.","summary":"Het gebruik van EdTech in hoger onderwijs groeit snel. AI voorspelt studentensucces met een betrouwbaar algoritme. Door AI-ondersteund onderwijs in verschillende cursussen te implementeren, streven we naar verhoogde succespercentages en vertrouwen bij leerlingen en docenten.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002346","result_description":null},{"description":"In het praktijkwetenschappelijk onderzoek ‘Making Democracy Work’ verkennen we of creatieve werkvormen een interessant medium kunnen zijn om met burgerschapseducatie aan de slag te gaan in de klascontext. Onze hypothese is dat het inzetten van creatieve werkvormen jongeren niet alleen vlotter in beweging kan brengen en kan aanzetten tot persoonlijke reflectie en expressie maar ook dat ze drempels kunnen verlagen om tot collectieve actie te komen en om maatschappelijke thema’s die hen beroeren publiek te maken.\n\nIn een eerste fase gaan we op zoek naar good practices die artistieke expressievormen inzetten ter ondersteuning van democratische burgerschapsvaardigheden. We zoeken deze voornamelijk in het middenveld dat met jongeren werkt en hebben daarbij aandacht voor de diversiteit van dit middenveld. We werken met een snowball methode om op die manier initiatieven op het spoor te komen die initieel niet in ons blikveld zitten. Op basis van onze ontdekkingen wordt een inspiratiegids opgesteld waarin de werkvormen worden voorgesteld.\n\nIn een tweede fase werken we met een multi-actorgroep binnen een aantal schoolcontexten een traject op maat uit aan de hand van het design thinking proces. Hierin wordt onder andere besproken hoe ervaringskennis een plaats kan krijgen binnen de formele onderwijscontext. Er worden keuzes gemaakt voor het inzetten op bepaalde media (dans, theater, muziek, beeld, debat...) en in welk kader dit past. Daarbij zal worden rekening gehouden met de concrete institutionele onderwijscontext en de diversiteit onder de leerlingen. De inspiratiegids en de rijkdom aan goede praktijken uit fase 1 zullen het startpunt vormen van dit traject. We willen op die manier onderwijsactoren inspireren met praktijken uit het middenveld die ervaringskennis aanboren om jongeren mee te nemen in het verhaal over democratie, participatie en burgerschap.\n\nIn een derde fase wordt met dat traject op maat wordt aan de slag gegaan met co-creatieve leergemeenschappen waarin jongeren worden uitgedaagd om via creatieve media hun democratische burgerschapsvaardigheden aan te scherpen op basis van de keuzes die in de tweede fase werden gemaakt. Als slotstuk zullen we dit proces en de resultaten ervan documenteren om op die manier de ervaring en de kennis die in het proces wordt opgedaan intern te verankeren en daarna op te schalen en andere scholen ermee te inspireren.","summary":"Onderzoek 'Making Democracy Work' onderzoekt creatieve werkvormen voor burgerschapseducatie. Fase 1: good practices ontdekken en inspiratiegids maken. Fase 2: traject op maat voor schoolcontexten ontwikkelen. Fase 3: co-creatieve leergemeenschappen opzetten met focus op democratische vaardigheden van jongeren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002347","result_description":null},{"description":"Onderzoek leert dat meertalig onderwijs een positieve impact heeft op het leer- en ontwikkelingsproces van leerlingen. De leeftijd waarop kinderen worden blootgesteld aan een tweede (of derde) taal heeft een sterke invloed op het neurologische rijpingsproces van het kind (Van De Craen, 2009; Mondt et al., 2011). Hoe vroeger het kind een tweede taal leert, hoe groter de invloed op zijn hersenontwikkeling en hoe beter ook de taalverwerving als er voldoende taalcontact is. Op school kan je dat taalcontact en dus de effectiviteit van taalonderwijs vergroten via CLIL (Peters, 2021). Zowel uit nationaal als internationaal onderzoek blijkt dat de CLIL-methode veel betere resultaten oplevert ten opzichte van het 'traditionelere' vreemdetalenonderwijs. Een voorbeeld hiervan is een recent Zwitsers onderzoek dat aantoonde dat kinderen die in het lager onderwijs CLIL hadden gevolgd, een aanzienlijke voorsprong hadden in taalvaardigheid (Peters, 2021). Taalontwikkelend lesgeven, (inter)actieve werkvormen en communicatie spelen hierbij een sleutelrol. (Allain et al., 2005; Van de Craen, 2009; Van de Craen & Surmont, 2017; Lorenzo et al., 2010). Net omwille van de grote voordelen die de CLIL-didactiek biedt, kreeg het al in vele Europese lagere scholen een plaats. In tegenstelling tot het secundair onderwijs in Vlaanderen is er beleidsmatig nog geen kader om CLIL te implementeren in het lager onderwijs, ook al merken we in de praktijk dat leraren en directies vragende partij zijn. Ook de Europese Unie promoot meertalig onderwijs. Uit recent onderzoek blijkt dat de meeste lidstaten gehoor geven aan de oproep om steeds meer in te zetten op vroeg vreemdetalenonderwijs. Vlaanderen start volgens hetzelfde onderzoek hier vrij laat mee (Hooft et al., 2019).\n\nIn het PWO-project 'CLIL in het lager onderwijs' gingen we met een groep leraren aan de slag om CLIL te implementeren in het lager onderwijs in Vlaanderen. Hierbij brachten we hun percepties t.a.v. CLIL en hun bekommernissen in kaart (evenals die van hun leerlingen en ouders) en ondersteunden we hen bij het vormgeven en uittesten van lessen in CLIL. Uit de bevraging bleek onder meer de hoge nood aan ondersteuning voor brede evaluatie, wat beaamd wordt in de literatuur (Vanbuel, 2023).\n\nIn dit vervolgproject willen we dan ook tegemoet komen aan de nood van leraren aan een helder kader en een concrete aanpak om te evalueren binnen CLIL. Vragen als 'Op welke manier kunnen we zowel de inhoudelijke doelen als het taalverwervingsproces in kaart brengen? Hoe kunnen we breed evalueren binnen CLIL? Welke moeilijkheden ervaren leraren bij het evalueren in CLIL? Welke onzekerheden of belemmeringen hebben ze hierbij' staan centraal.\n\nWe reiken leraren bijgevolg concrete handvatten aan om te evalueren in CLIL. Hiertoe zetten we een professionele leergemeenschap op waarbij we op basis van 'joint learning' komen tot enkele good practices. Daarnaast ondersteunen we leraren en scholen bij het verder implementeren van CLIL in hun school. Verschillende studies bevestigen immers de noodzakelijkheid van een brede CLIL-didactische vorming van de leraren voor een sterk meertalig talenbeleid (Hilligsmann, 2017; Vanbuel, 2023). Ten slotte inventariseren we kwaliteitsvolle praktijkvoorbeelden vanuit een helder kader om breed te evalueren in CLIL. Dit zullen we verspreiden aan de hand van een publicatie zodat ook andere leraren geïnspireerd worden om met CLIL aan de slag te gaan.","summary":"Ontdek hoe meertalig onderwijs de hersenontwikkeling van kinderen verbetert en taalvaardigheid bevordert. Implementeer CLIL in het lager onderwijs voor betere resultaten. Ons project biedt leraren concrete hulpmiddelen voor evaluatie in CLIL en ondersteunt bij implementatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002348","result_description":null},{"description":"Jaarlijks dienen vele personen met een fysieke beperking een aanvraag in tot het bekomen van een assistentiehond. De wachttijd voor een erkende assistentiehond bedraagt momenteel echter drie à vier jaar. Dit komt doordat slechts een minderheid van de honden die starten aan de opleiding tot assistentiehond effectief slaagt en aldus kan ingezet worden als assistentiehond.\n\nOngeveer 40% van de pups die in België starten halen namelijk de eindmeet niet, maar vallen af door voornamelijk orthopedische problemen en/of gedragsproblemen, waarbij het voor die laatste vooral om problemen zoals sociale angst en agressie gaat. Naast de lange wachttijd voor de aanvrager, brengt deze uitval ook een negatief kostenplaatje met zich mee voor de assistentiehondenscholen.\n\nOp orthopedische problemen wordt reeds gescreend op een leeftijd van ongeveer 1 jaar via gestandaardiseerde beoordelingsprotocollen. Een vroege monitoring kan het aandeel uitval door orthopedische problemen aanzienlijk verminderen. Voor het gedragsaspect worden deze honden ofwel niet systematisch getest, ofwel getest via subjectieve, niet gestandaardiseerde methodes, eventueel aangevuld met een vragenlijst ingevuld door het gastgezin.\n\nHet ontbreekt aan een gestandaardiseerde test met objectieve parameters die gecorreleerd zijn met de slaagkansen als assistentiehond.\n\nIn dit onderzoeksproject wordt nagegaan welke objectieve parameters uit de eerder ontwikkelde gestandaardiseerde testprocedure voor het bepalen van de sociale vaardigheden van honden voorspellend kunnen zijn voor het al of niet slagen als assistentiehond. Hiertoe zullen gegevens verzameld worden voor 95 honden die starten of gestart zijn aan het traject tot assistentiehond.\n\nEr wordt opgevolgd of honden afvallen en waarom tijdens het traject, dus of ze uiteindelijk al dan niet slagen als assistentiehond. Deze informatie wordt gekoppeld worden aan de objectieve parameters van de gestandaardiseerde test.\n\nMet de resultaten kan een objectieve gedragsscreeningstool voor assistentiehonden worden ontwikkeld, die kan worden gebruikt, in combinatie met de testen over fysieke gezondheid, bij de beslissing tot al of niet starten van de intensieve trainingsperiode aan de assistentiehondenschool. Dit zal bijdragen tot een groter slaagpercentage van honden in de opleiding tot assistentiehond, een kostenreductie en een grotere garantie op beschikbare honden voor het doelpubliek.\n\nBijkomend kan deze tool op korte termijn het belang van sociale vaardigheden voor het al of niet slagen tot hulphond verduidelijken en kennis hieromtrent bij de verenigingen vergroten. Op langere termijn kan deze screening mee bijdragen aan de betere selectie van fokdieren voor enerzijds de organisatie die assistentiehonden opleiden maar ook voor de fokker van gezinshonden.","summary":"Ontwikkeling van objectieve gedragsscreeningstool voor assistentiehonden om slaagkansen te vergroten, kosten te reduceren en beschikbaarheid te verhogen. Verbetert selectie van fokdieren op lange termijn.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002349","result_description":null},{"description":"De laatste jaren spreekt de overheid graag en veel over gedeelde verantwoordelijkheid en (zelf)redzaamheid van burgers in relatie tot veiligheid en veiligheidszorg. Parallel aan de tendens om in het kader van criminaliteit of overlast in te zetten op diverse vormen van burgerparticipatie en zo de veiligheid in de woon- en leefomgeving te verbeteren, wordt de betrokkenheid van burgers ook steeds meer als een sleutelelement van efficiënt crisismanagement gezien.\n\nRecente voorbeelden, zoals de overstromingen in de Vesder-vallei, de COVID-19 pandemie, toonden reeds aan dat burgerhulp veel potentieel biedt tijdens (acute) crisissituaties. Zo kwam er een grote golf aan solidariteit op gang onder de burgers, wat resulteerde in tal van (in)formeel georganiseerde vrijwilligersnetwerken. Echter, het bleek voor zowel de lokale overheden, de betrokken disciplines als de bestaande vrijwilligersnetwerken moeilijk om alle hulp te coördineren en aan te sturen. Niet enkel de praktische organisatie van burgerhulp tijdens een crisissituatie wordt hierbij als een uitdaging gezien, maar -bij uitbreiding- ook hoe de zelfredzaamheid van de burger -los van een acute crisissituatie- kan worden verhoogd, vraagt verder onderzoek.\n\nIn dit onderzoek wordt niet alleen een inventaris gemaakt van de bestaande netwerken van burgers maar wordt ook via kwalitatief en kwantitatief onderzoek inzicht verworven in het draagvlak voor en de opportuniteiten van vrijwilligersnetwerken in het verhogen van de zelfredzaamheid en het aanpakken van (acute) crisissituaties. Er wordt via deze inzichten finaal gestreefd naar het ontwikkelen van een gedragen en duidelijk inzetkader om lokale overheden te ondersteunen in het faciliteren en borgen van dergelijke vrijwilligersnetwerken in de toekomst.","summary":"Onderzoek naar burgerhulp en zelfredzaamheid in crisissituaties met focus op efficiëntie en coördinatie. Hoe vrijwilligersnetwerken kunnen bijdragen aan veiligheid en crisismanagement. Streven naar ontwikkelen van inzetkader voor lokale overheden.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002350","result_description":null},{"description":"Het DigitalFashion-project stelt onderwijsaanbieders in staat om nieuwe digitale trainingsmethoden aan te bieden. Hierdoor kunnen studenten en professionals op een snelle en efficiënte manier een aantal sleuteltechnologieën aanleren. Dit stelt hen in staat om op maat gemaakte producten te ontwerpen en produceren in een virtuele omgeving. Bij dit proces kan gebruik worden gemaakt van kennis in de hele supply chain.\n\nDeze kennis richt zich voornamelijk op het gebied van digitalisering. Dit onderwerp is zowel gemeenschappelijk als belangrijk voor alle partnerlanden.","summary":"Doe mee met het DigitalFashion-project voor innovatieve digitale trainingsmethoden die studenten en professionals helpen bij het ontwerpen en produceren van op maat gemaakte producten in een virtuele omgeving. Ontwikkel kennis over digitalisering en supply chain. #Educatie #Innovatie","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002351","result_description":null},{"description":"De job van sociaal professionals is niet waardenvrij. Sociaal professionals willen een verschil maken: onrecht en discriminatie publiek maken, structurele verandering nastreven en de samenleving beter maken.\n\nMaar hoe kan je deze ‘politieke’ opdracht invullen? Welke positie nemen sociaal professionals en hun organisaties in ten aanzien van deze opdracht? Welk effect heeft die positie in hun dagdagelijkse praktijk?\n\nEn op welke manieren willen en kunnen ze bijdragen aan meer sociale rechtvaardigheid? Dit programma wil op deze vragen een antwoord zoeken. Daarom onderzoekt dit programma de politieke opdracht van sociaal professionals via twee benaderingen: beleidsgericht en politiserend werken.","summary":"Sociaal professionals streven naar verandering, willen onrecht aanpakken en de samenleving verbeteren. Dit programma onderzoekt hoe zij hun politieke opdracht kunnen invullen door beleidsgericht en politiserend te werken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002352","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van SUMHIT is het onderzoeken en beoordelen van de plaats van drugsgebruikers in de GGZ, de beschikbaarheid van generieke GGZ voor mensen met een verslavingsproblematiek en de capaciteit van zowel de generieke GGZ als de gespecialiseerde zorgsectoren voor middelengebruik om samen te werken in het kader van de dienstennetwerken die sinds 2010 in België bestaan.\n\nHet project behandelt onderzoeksvragen op drie studieniveaus.\n(1) Op het niveau van individuen heeft het tot doel de vervulde en onvervulde behoeften van mensen met stoornissen in het gebruik van middelen te beoordelen in termen van geestelijke gezondheidszorg, hun daadwerkelijke toegang tot en gebruik van diensten, zowel generieke als gespecialiseerde, en hun ervaringsbeleving van zorgtrajecten.\n\n(2) Op het niveau van de diensten heeft het tot doel de ervaring te beoordelen van clinici uit het volledige scala van generieke en gespecialiseerde diensten, in het bijzonder met mensen die middelengebruik en andere behoeften op het gebied van geestelijke gezondheidszorg hebben. Het wil ook de beschikbaarheid en toegankelijkheid van het zorgaanbod voor dergelijke patiëntenprofielen onderzoeken.\n\nTot slot (3) op het niveau van dienstennetwerken en het gehele zorgsysteem, heeft het tot doel de samenwerking / integratie van gespecialiseerde diensten in de generieke netwerken voor geestelijke gezondheidszorg te beoordelen en systemische mechanismen te bekijken (in termen van financiering, dienstverlening en governance) die een dergelijke samenwerking kunnen vergemakkelijken of belemmeren.\n\nHet project is gebaseerd op interdisciplinaire, gemengde methoden en tools. Het conceptuele kader van het project maakt vergelijking met buurlanden mogelijk. Evidence-based beleids- en zorgaanbevelingen zullen samen met belanghebbenden worden opgesteld om autoriteiten en netwerkbeheerders haalbare oplossingen te bieden om de continuïteit van zorg tussen sectoren te verbeteren, zorgtrajecten af te stemmen op specifieke profielen en een globale aanpak te ondersteunen van het persoonlijk herstel van patiënten.\n\nNaast beleid zal SUMHIT naar verwachting een grote impact hebben op de samenwerking en integratie van de zorgsectoren in de geestelijke gezondheidszorg en middelengebruik binnen de gevestigde dienstennetwerken, aangezien de kloof tussen deze zorgsectoren gebruikelijk is in veel zorgstelsels, maar niet tegemoet komt aan de behoeften van de meeste patiënten. Verwacht wordt dat verbeterde continuïteit van zorg en gepersonaliseerde zorg uiteindelijk de kwaliteit van de zorg in het algemeen en de kwaliteit van leven van patiënten zullen verhogen.","summary":"SUMHIT onderzoekt GGZ-plaats drugsgebruikers, generieke GGZ-toegankelijkheid, en samenwerking tussen GGZ-sectoren. Interdisciplinair project met beleidsaanbevelingen voor betere zorgcontinuïteit en patiëntenherstel. Beoogt impact op zorgintegratie en kwaliteit van leven.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002353","result_description":null},{"description":"Transculturele competenties in de westelijke Balkan (TCCWB) is een capaciteitsopbouwproject dat zich richt op het ondersteunen van hoger onderwijsinstellingen in Bosnië en Herzegovina (BiH) en Albanië. Het project is bedoeld om materiaal te ontwikkelen waarmee studenten verpleegkunde in de regio cultureel congruente (verpleegkundige) zorg kunnen verlenen aan alle zorgontvangers, inclusief degenen met een migratieachtergrond of op de migratieroutes door Europa.\n\nEU- en niet-EU-landen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om de rechten van migranten die onderweg zijn te beschermen, ongeacht hun wettelijke status. Transculturele competentie zal verpleegkundigen in staat stellen de menselijke waardigheid en de mensenrechten van migranten te respecteren. Samenwerking tussen EU- en niet-EU-landen is ook belangrijk om de integratie van migranten in hun gastsamenlevingen te vergemakkelijken.\n\nInzicht in de verschillen tussen culturele waarden, de moraal van mensen en nationale versus EU-wetgeving kan de kans op ethische problemen, teleurstellingen en illegale activiteiten verkleinen. Het doel van deze transculturele onderwijsprogramma's is het bevorderen van een humanere en duurzamere benadering van de verpleegkundige zorg en opleiding van migranten. Het doel van de programma's is ervoor te zorgen dat verpleegkundigen de kennis, houding en vaardigheden hebben om migranten eerlijk te behandelen wanneer ze basiszorg verlenen.","summary":"Verhoog transculturele competenties in de zorg voor migranten in de Balkan met EU-steun. Bevorder respect voor mensenrechten en integratie van migranten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002354","result_description":null},{"description":"Historische kastelen, landhuizen en landgoederen (HCME) hebben het potentieel om landelijke en regionale ontwikkeling en innovatie te stimuleren. Deze locaties liggen meestal in landelijke en afgelegen gebieden. Om dit potentieel te benutten, is een paradigmaverschuiving nodig op het gebied van bestuur en ondersteuning.\n\nDoor nieuwe beleidsinstrumenten te ontwikkelen om deze bezittingen te ontsluiten, kunnen HCME fungeren als motor voor het creëren van banen, beter onderwijs, het verbeteren van de levenskwaliteit en het verminderen van sociale ongelijkheid.\n\nHet partnerschap van Innocastle bestaat uit vier Europese regio's die elk één beleidsinstrument aanpakken. Dit partnerschap omvat het Nationaal Instituut voor Erfgoed in Roemenië, de provincie Gelderland in Nederland, de Hogeschool Gent in België en de provinciale regering van Badajoz in Spanje. National Trust uit het Verenigd Koninkrijk zal gedurende het hele proces optreden als kennispartner en alle partners ondersteunen bij het remodelleren van hun beleid.","summary":"Historische kastelen en landgoederen kunnen landelijke ontwikkeling stimuleren met innovatieve beleidsinstrumenten. Innocastle partners werken aan bestuurlijke verschuiving om banen te creëren, onderwijs te verbeteren en sociale ongelijkheid te verminderen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002355","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van het Grassification-project is om een multidimensionale benadering toe te passen voor het raffineren van weggrasmaaisel. Dit is bedoeld om het maaisel te optimaliseren tot een haalbare waardeketen voor de biobased en circulaire economie.\n\nHet project verbindt zich ertoe logistieke en technische aspecten van de toevoerketen en -verwerking van grasmaaisels te optimaliseren. Hierbij wordt gestreefd naar het aantonen van het marktpotentieel en het formuleren van beleids- en juridische aanbevelingen.\n\nDe beoogde resultaten van deze acties zijn het verhogen van het volume van bruikbaar materiaal, het verlagen van de kosten en het genereren van een hogere toegevoegde waarde voor zogenaamde 'afvalstromen'. Dit zal uiteindelijk resulteren in een hogere marktwaarde van de industrie.\n\nHet gebruik van grasresten langs de weg als hernieuwbare bron voor de productie van biobased producten wordt op deze manier aantrekkelijker gemaakt. Het raffineren van gras langs de kant van de weg vergemakkelijkt de overgang naar een circulaire economie.","summary":"Het Grassification-project optimaliseert weggrasmaaisel tot waardevolle biobased producten, verlaagt kosten en verhoogt de marktwaarde door logistiek en technologie te optimaliseren en beleidsaanbevelingen te doen. Deze aanpak bevordert de circulaire economie door grasresten te gebruiken als hernieuwbare bron voor biobased productie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002356","result_description":null},{"description":"Desinformatie is van alle tijden, maar nieuwe technologieën maken deze geraffineerder en sociale media versnelt de verspreiding ervan.\n\nJongeren zijn extra kwetsbaar, omdat sociale media hun voornaamste nieuwsbron zijn en ze moeite hebben om de betrouwbaarheid van informatie correct in te schatten.\n\nHoe gebruiken jongeren nieuws? En hoe schatten ze de betrouwbaarheid van informatie in? Hoe kunnen we hen weerbaar maken tegen desinformatie?\n\nWij onderzoeken hoe we hen kritischer kunnen leren omspringen met nieuws. Tegelijk geven we nieuwsmedia inzichten in hoe jongeren nieuws beleven.\n\nZo willen we jongeren nieuwswijzer maken, maar ook nieuwsmedia jongerenwijzer.","summary":"Nieuwe technologieën versnellen de verspreiding van desinformatie via sociale media, vooral onder jongeren. Ons onderzoek richt zich op het versterken van de weerbaarheid van jongeren tegen desinformatie en het bevorderen van kritisch denken over nieuws. We streven ernaar jongeren en nieuwsmedia bewuster te maken van nieuwsbronnen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002359","result_description":"In de eerste plaats willen we jongeren nieuwswijzer maken, zodat zij geïnformeerde keuzes kunnen maken over hun toekomst en die van de samenleving.\n\nDaarnaast willen we nieuwsmedia jongerenwijzer maken, door hen inzichten en tools aan te reiken om jongeren beter te bereiken en te betrekken."},{"description":"Het aanvoelen van textiel, vaak de touché van een stof genoemd, is een cruciaal element bij de aankoop van een textielproduct. Tot nu toe gebruiken Vlaamse bedrijven vooral subjectieve meetmethoden (bv. testpanel) om een idee te krijgen van de touché omdat objectieve methoden vaak complex en traag zijn.\n\nBovendien vereisen deze een hoge graad van expertise bij de operator en zijn de correlaties met de bevindingen van de testpanels vaak niet goed. Onder andere door de hogere eisen van klanten, globalisering, concurrentie met lagelonenlanden en toename van allergieën en huidaandoeningen winnen eenvoudige, objectieve en snelle evaluatiemethoden echter aan belang. Voor producenten en onderzoekers wordt het daardoor steeds belangrijker om te kunnen meten en voorspellen welke eigenschappen van het textiel de meest aangename touché geven voor de eindgebruiker. Ze willen hun innovaties meer wetenschappelijk kunnen onderbouwen, om te komen tot een beter comfort voor de consument.\n\nTOUCHÉ! richt zich tot drie belangrijke sectoren voor Vlaanderen: de textielsector, de confectiesector en design) en de producenten van chemicaliën (textielverzachters, detergenten en appreteermiddelen). Een secundaire doelgroep zijn de textielverzorgingsbedrijven (bv. droogkuis, wasserijen, linnenverhuurders).","summary":"Verbeter de textuur van textiel met objectieve meetmethoden voor een aangenamere touché. Belangrijk voor textiel-, confectie- en chemiesector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002366","result_description":null},{"description":"Dit project beoogt een optimale implementatie- en verbredingsstrategie voor duaal leren te ontwikkelen door te onderzoeken wat de minimale randvoorwaarden hiervoor zijn bij alle belanghebbende partijen en voor verschillende concepten van duaal leren. Hiertoe formuleren we twee grote leervragen (A en B):\n\nA) Wat is de effectiviteit van een duaal traject versus een regulier traject? We willen nagaan wat de impact van duaal leren is op de motivatie, het studierendement en de competentieontwikkeling van de student en wat de randvoorwaarden zijn voor het realiseren van een optimale studie-efficiëntie bij duale trajecten. We zullen hiervoor resultaten en bevindingen van studenten in een duaal traject vergelijken met de resultaten en bevindingen van studenten uit het parallelle reguliere traject (voor de opleidingen waar beide trajecten aangeboden worden: pba Biomedische Laboratoriumtechnologie, pba Chemie, grad Winkelmanagement). De resultaten van deze leervraag zullen de hogeschool (en bij uitbreiding ook andere hoger onderwijsinstellingen) toelaten om onderbouwd middelen in te zetten en/of opleidingsprogramma’s te ontwikkelen die beantwoorden aan de noden van toekomstige studenten, opleidingen en werkveldactoren.\n\nB) Hoe kunnen duale trajecten optimaal efficiënt georganiseerd worden? We willen nagaan wat er volgens de belanghebbende partijen (zowel studenten, lesgevers als werkveldactoren) nodig is om een duaal traject optimaal te organiseren en implementeren, dit in nieuwe én bestaande duale trajecten. We bouwen hiervoor verder op onze ervaring met duale trajecten uit een eerder ESF-project (Samen naar Duaal Leren in HO - ESF-oproep 451, project 8540) en ervaringen vanuit reeds gerealiseerde duale trajecten in verschillende opleidingen. We vullen deze ervaring aan door in het project de focus te leggen op een aantal organisatorische implementatievragen. Als resultaat van deze leervraag beogen we o.a. ook een elektronische leeromgeving te integreren. Via dit platform willen we voor bedrijven de drempel verlagen om in te stappen in een duaal traject.\n\nIn het project zullen duale trajecten opgestart worden zowel bij bachelor- als graduaatsopleidingen, zowel als regulier traject als alternatief traject, zowel voor reguliere studenten als voor werkstudenten. Door deze brede scope kunnen we de bovenstaande doelstellingen realiseren voor verschillende concepten van duale trajecten en creëren we brede toepassingsmogelijkheden van duaal leren binnen het hoger onderwijs, zowel voor HOGENT als voor andere hogeronderwijsinstellingen.","summary":"Dit project ontwikkelt een optimale implementatiestrategie voor duaal leren door effectiviteit van duale trajecten te onderzoeken en te organiseren volgens belanghebbenden. Met focus op studie-efficiëntie en elektronische leeromgeving, beoogt het project brede toepassingsmogelijkheden binnen het hoger onderwijs.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002375","result_description":null},{"description":"Het HorseBack project richt zich op de professionalisering van de sportbegeleiding in de paardensector, met speciale aandacht voor het zadelpassen.\n\nDe paardensector heeft, vooral in Vlaanderen, een grote maatschappelijke en economische waarde. Het is van cruciaal belang om te streven naar optimale (top)prestaties binnen een veilige en duurzame sport voor zowel mens als dier, door te zorgen voor 'een goed passend zadel voor elk paard'. Zowel in de topsport als in de recreatiesector is dit essentieel. \n\nTraditioneel werd het zadelpassen echter beschouwd als een subjectief ambacht. Er ontbreekt een praktische en nauwkeurige methode om de pasvorm van een zadel te evalueren en hierover te communiceren. Daarnaast is de (variatie in) rugconformatie van moderne sportpaarden onvoldoende beschreven. De sector heeft behoefte aan praktische tools die het mogelijk maken om de pasvorm van zadels nauwkeurig te evalueren en hierover duidelijk te communiceren.\n\nHet op 3D-scanning gebaseerde HorseBack project omvat twee belangrijke aspecten: 1) het digitaliseren en bestuderen van de rugconformatie van sportpaarden en hun zadels, en 2) de ontwikkeling van een applicatie die virtueel zadelpassen mogelijk maakt. Het doel is om een dieper inzicht te krijgen in de (variatie in) rugconformatie van moderne sportpaarden en om de communicatie hierover te verbeteren door middel van de ontwikkeling van een matentabel voor paarden. \n\nMet behulp van de app zal het mogelijk worden om ter plaatse de maten van een paardenrug te bepalen en te controleren of een gescand zadel geschikt is om aangepast te worden voor een specifiek paard.","summary":"Het HorseBack project verbetert sportbegeleiding en zadelpassen in de paardensector met 3D scanning en een app voor nauwkeurige evaluatie en communicatie over zadelmaten en rugconformatie bij sportpaarden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002376","result_description":null},{"description":"Het nachtleven is in de laatste decennia sterk gegroeid en wordt sterk geassocieerd met druggebruik. Ondertussen is er ook een ongezien aantal Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) opgedoken. De kracht van ecstasypillen is verdubbeld, en daarmee ook het aantal gezondheidsincidenten.\n\nEerdere studies slaagden er niet in om de dynamiek van het druggebruik in het nachtleven te vatten, op korte termijn (voor, tijdens en na het clubben) en op lange termijn (veranderingen doorheen de tijd). Een pan-Europees begrip van deze zaken is noodzakelijk om optimale beleidskeuzes te maken in verband met licenties in het nachtleven, drugcontroles en schadebeperking.\n\nDit onderzoeksproject combineert de nieuwste interdisciplinaire technieken (momentair of ‘real time’, langetermijn, subjectief, biologisch) met een vergelijking over landen heen, om op die manier inzicht te krijgen in de dynamiek en evolutie van druggebruik en de gevolgen ervan op korte en lange termijn.","summary":"Onderzoek naar druggebruik in nachtleven onthult stijging van Nieuwe Psychoactieve Stoffen en gezondheidsincidenten. Interdisciplinair project analyseert real-time en langetermijneffecten over landsgrenzen heen voor betere beleidskeuzes.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002377","result_description":null},{"description":"Met dit project willen wij inzetten op de gedragsverandering bij werkgevers in het kader van inclusieve werkvloeren. Via campagnevoering vanuit ‘echte’ verhalen en een aanbod van begeleiding op de werkvloer willen we de tewerkstellingsgraad van mensen met een beperking trachten te verhogen.\n\nMensen met een beperking worden nauw betrokken bij de opmaak van deze campagnes zodat we een correct en eerlijk beeld kunnen schetsen van talenten die nodig zijn op de arbeidsmarkt.","summary":"Verhoog de inclusie op de werkvloer door werkgevers bewust te maken van talenten van mensen met een beperking via campagnes en begeleiding.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002378","result_description":null},{"description":"Lichamelijke Opvoeding (LO) op school kan een optimale toegangspoort zijn voor het verbeteren van de motorische competentie (MC) en het bevorderen van de mate van fysieke activiteit (FA) bij kinderen.\n\nHindernissenparcoursen (alias bobbelbanen) zijn ontwikkeld vanuit recente wetenschappelijke inzichten zoals differentieel leren en autonomie-ondersteuning concepten die het motorisch leren ten goede komen.\n\nHet doel van dit project is het onderzoeken van de mogelijke lange termijn impact van een interventieprogramma (een LO curriculum met in elke les een bobbelbaan) op de MC FA en motivatie van basisschoolkinderen.\n\nBijzondere doctoraatsbeurs FWO - UGent.","summary":"Verbeter motorische competentie en bevorder fysieke activiteit bij kinderen met LO en hindernissenparcoursen op school. Onderzoek lange termijn impact van interventieprogramma op motoriek, activiteit en motivatie van basisschoolkinderen. Financiering: FWO - UGent.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002379","result_description":null},{"description":"\"Hennep uit de kast\" heeft als doel de heropleving van hennep in West-Europa te ondersteunen door een betere kennisondersteuning van landbouwers die het gewas willen telen, voor ondernemers/ontwerpers die het gewas willen gebruiken in toepassingen of voor studenten die dat in de toekomst willen doen.\n\nHandzame kennis zal zich vertalen in: een handboek (met bijlages en verwijzingen naar bestaande kennis), rekenmodellen (om de calculatie van ondernemers te ondersteunen), Massive Open Online Course op het niveau bachelor waarbij ook een Engelstalige versie wordt gemaakt.\n\nDit project ontvangt financiële steun vanuit de kennis- en innovatieagenda landbouw, water, voedsel (Nederland). Binnen de KIA werken bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid samen aan innovaties voor veilig en gezond voedsel (en een groene leefomgeving) voor 9 miljard mensen in een veerkrachtige wereld.","summary":"Ondersteuning voor hennep heropleving in West-Europa met kennis voor landbouwers, ondernemers, en studenten. Project gesteund door innovatieagenda voor veilig voedsel en groene leefomgeving.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002380","result_description":null},{"description":"In de internationale muzieksector zie je de laatste jaren een serieuze groei in experimenten met nieuwe technologie. Denk maar aan hybride concerten die verrijkt worden door gebruik van AR/VR en LED-schermen, immersieve muziek op streamingplatformen en in concertzalen, virtuele concerten in zogenaamde ‘metaverse’ gameplatformen, beeld en geluid gegenereerd door artificiële intelligentie, silent disco’s, producties op radio en tv met virtuele studio’s of avatars, en nog veel meer. Steeds vaker reikt de sector ook een hand uit naar naburige sectoren zoals de gamingindustrie en de IT-sector om hun krachten te bundelen.\n\nDe motivatie om aan de slag te gaan met nieuwe technologie is duidelijk. We trachten de emotie van de muziekbeleving te versterken door een extra ‘laag’ toe te voegen. Technologie kan de beleving toegankelijker maken, zodat we nieuwe doelgroepen kunnen bereiken. En artistiek kan jouw keuze van technologie een unieke invulling en identiteit geven aan jouw band, concertzaal, festival, bedrijf, …\n\nMaar er is veel om bij stil te staan. Het is vaak moeilijk om te weten welke technologie te kiezen, wat de levensduur ervan is, welke technische vereisten en financiële investeringen nodig zijn en of het wel compatibel is met je bestaande infrastructuur of setup. Vaak is er een leercurve en weet je niet goed hoe eraan te beginnen, of bij wie je terecht kan voor ondersteuning. Er is een duidelijke noodzaak om de technologie onder de loep te nemen en te onderzoeken wat die kan betekenen voor de toekomst van de Vlaamse muziek- en cultuursector.\n\nMet het doel verscheidene sectoren te inspireren en motiveren om gebruik te maken van al deze puzzelstukken, is de samenwerking tussen de opleidingen Digital Arts en Entertainment (Howest, Kortrijk) en PXL-Music (Hogeschool PXL, Hasselt) gestart. Zij brengen hun respectievelijke expertise in game technologie en immersive music samen en zullen gedurende 2 jaar kwalitatieve virtuele muziekbelevingen onderzoeken. In dat proces worden zoveel mogelijk artiesten, componisten, orkesten, concertzalen, platenfirma’s, opnamestudio’s, game tech bedrijven, festivalorganisatoren, enzovoort, betrokken. Deze organisaties zullen een basiskennis en inzicht in de technologieën meekrijgen en betrokken worden bij een aantal creatieve toepassingen ervan. Zo kunnen zij na het project zelf aan de slag om het Vlaamse cultuurlandschap verder te verrijken met nieuwe innovatieve toepassingen.\n\nHet onderzoekstraject loopt van oktober 2022 tot oktober 2024 en wordt mee mogelijk gemaakt door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).","summary":"Ervaar de opkomst van technologie in de internationale muzieksector met hybride concerten, immersive streaming, virtuele shows en AI-gestuurde ervaringen. Ontdek hoe nieuwe technologie de emotie van muziek versterkt en de toegankelijkheid vergroot. Samenwerking tussen Howest en PXL-Music brengt game en muziekexperts samen om innovatieve virtuele muziekervaringen te creëren, met steun van VLAIO van oktober 2022 tot oktober 2024.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002381","result_description":null},{"description":"Het ERASMUS-project “PULPIT” streeft ernaar om de opleiding in de gezondheidszorg voor studenten te verbeteren door te focussen op bestaande behoeften: het verbeteren van de interactie met patiënten in opleidingen en trainingen, het meer personaliseren van de zorg t.a.v. de patiënt, en het verduidelijken van de rollen van verschillende beroepen in de gezondheidszorg.\n\nHet project beoogt Patiënten- en Publieksparticipatie (PPI) in de klas en Interprofessioneel Onderwijs (IPE) voor studenten in de gezondheidszorg te bevorderen. Discussies worden gestimuleerd op basis van real-life cases aangaande de fysieke, mentale en sociale implicaties van ziektes. Dit zal worden bereikt door het bevorderen van \"live interacties\" tussen studenten in opleiding en patiënten, gemodereerd door docenten, lectoren en professoren.\n\nHet PULPIT-project is aldus gericht op het betrekken van de burger als patiënt in het hoger onderwijs. Deze onderlinge verbinding ondersteunt het streven naar maatschappelijke verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen, via tweerichtingsverkeer (active citizenship). Patiënten dragen bij aan de opleiding van studenten en professoren, terwijl studenten hun kennis delen tijdens evenementen georganiseerd door patiëntenorganisaties.\n\nWe zorgen voor een actief engagement van patiënten en de burger in de opleidingen d.m.v. het Patiënt Engagement Program (PEP). Dit PEP zorgt ervoor dat de belangen van deze groepen meegenomen worden in de opleiding voor professionals in de gezondheidssector. Een voorbeeld hiervan is dat studenten en patiënten discussiëren over de fysieke, mentale en sociale impact van een ziekte en wat voor hen persoonsgerichte zorg (PCC) betekent. Door de verschillende perspectieven te belichten streven we naar het bevorderen van \"gemeenschappelijke waarden\" en \"ontwikkeling van sleutelcompetenties\".\n\nIn een eerste fase zal dit project een overzicht maken van best practices en optimale werkmethodes op het gebied van PPI en IPE. Daarnaast zal een beoordeling worden gemaakt van de patiënten- en publieksparticipatie (PPI) in de opleiding van studenten in de gezondheidszorg. Hierbij zullen we de input van belanghebbenden verzamelen via enquêtes en focusgroepen.\n\nVervolgens zullen de resultaten van deze activiteiten als basis dienen voor een taakgroep van experts die op basis van deze studie aanbevelingen ontwikkelen. Deze aanbevelingen worden omgevormd tot het gezamenlijk ontwikkelen van een Massive Open Online Course (MOOC) en ander educatief materiaal. Dit wordt in een lesprogramma van 4 weken gegoten en deze methodiek zal getest worden in vier Europese landen, namelijk België, Nederland, Portugal en Slovenië.\n\nDe verwachte resultaten van PULPIT omvatten: een internationale consensusaanbevelingen voor het bevorderen van PPI en IPE, een MOOC en educatief materiaal (video's, podcasts, folders, quizzes), en de validatie van het PULPIT-project met een White paper voor een eenvoudigere implementatie in andere hoger onderwijsinstellingen. Dit materiaal zal ook beschikbaar zijn voor HO-instellingen buiten het consortium, waarbij innovatieve leer- en onderwijspraktijken worden gestimuleerd door een raamwerk en educatieve tools te bieden om het hele programma in heel Europa te benutten.\n\nHet PULPIT-project zal hoger onderwijsinstellingen -en systemen beter aan elkaar verbinden door de ontwikkeling van Internationale Aanbevelingen voor PPI in IPE van studenten in de gezondheidszorg. Experts binnen en buiten het consortium worden betrokken met de steun van geassocieerde partners: het European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN), EUPATI Europe en de European Medical Students' Association (EMSA). De projectwebsite zal een verbindende tool zijn voor hoger onderwijsinstellingen die geïnteresseerd zijn in dit onderwerp.\n\nDe beoogde uitkomsten zijn: verbeterde training van zorgprofessionals, betere communicatie en begrip tussen zorgprofessionals onderling, en een meer gepersonaliseerde patiëntenzorg in het algemeen.","summary":"Verbeter de gezondheidszorgopleiding met PULPIT: focus op patiëntinteractie, gepersonaliseerde zorg en duidelijke roldefinities. Bevorder PPI en IPE met real-life cases en patiëntenbetrokkenheid. Versterk training en begrip tussen zorgprofessionals voor persoonsgerichte zorg.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002382","result_description":null},{"description":"In 2015 evalueerden HOGENT, UGent en ULiège de verscherpte alcoholwetgeving van 2009. In dat jaar werd de toegang tot sterke drank voor alle minderjarigen (tot 18 jaar) en de toegang tot alle alcohol voor -16 jarigen verboden. Dit hield onder andere in dat jongeren niet in het bezit mochten zijn van alcohol en dat verkopers, bars en restaurants verboden werd om jongeren alcohol aan te bieden. Het onderzoek werd gefinancierd door Belspo, het federaal wetenschapsbeleid.\n\nDe studie werd afgerond in 2017 en resulteerde in een samenvattend rapport met 24 beleidsaanbevelingen.","summary":"In 2015 startten HOGENT, UGent en ULiège een onderzoek naar de impact van de strengere alcoholwetgeving van 2009. Het onderzoek, gefinancierd door Belspo, resulteerde in een samenvattend rapport met 24 beleidsaanbevelingen in 2017.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002383","result_description":null},{"description":"Het doel van dit onderzoek was om het proces van een Europees schoolinterventieprogramma, 'Unplugged', onder jongeren te evalueren en bij te dragen aan het terugdringen van de initiatie van tabak, alcohol en drugs door de invloed van mediërende factoren te meten.\n\nDe Unplugged-interventie van het EU-Dap Drugsgebruikpreventienetwerk is gebaseerd op een aanpak van sociale beïnvloeding van het middelengebruik door jongeren en is al uitgebreid getest in Europese landen, Latijns-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten.\n\nEr werden scholen geselecteerd in drie gebieden in het Verenigd Koninkrijk met een vastgesteld acuut probleem van alcohol- en drugsmisbruik (n= 214 leerlingen van 10 scholen). De gegevens werden vóór en drie maanden na de training verzameld. Deze studie was opgezet als een ééngroeps pre-test post-test design zonder controlegroep. De impact van de training werd geanalyseerd met behulp van beschrijvende statistieken en een gepaarde t-toets. Getrouwheids- en tevredenheidsformulieren werden gebruikt om het proces van het programma te evalueren.\n\nDeelnemers aan het programma vergrootten hun kennis en risicoperceptie over alle stoffen. Het aantal meisjes dat aangaf gedragsproblemen te hebben als gevolg van alcoholgebruik was lager tijdens de posttest, wat erop zou kunnen wijzen dat het effect van de interventie groter was voor meisjes dan voor jongens. De procesevaluatie gaf aan dat het programma haalbaar is op scholen in het Verenigd Koninkrijk, maar dat het moet worden aangepast voor speciale scholen zoals Pupil Referral Units.\n\nHet zeer kleine aantal (214) overeenkomende records impliceert dat de uitspraken in de database altijd relatief zijn; aangezien de prevalentie op 12- tot 14-jarige leeftijd laag is, hebben veel bevindingen slechts betrekking op een beperkt aantal individuen. Desalniettemin dragen deze bevindingen bij aan de noodzaak om systematisch schoolgebaseerde interventies te evalueren, hoewel er meer onderzoek nodig is om betrouwbare en valide resultaten te verkrijgen over de effectiviteit van het Unplugged schoolgebaseerde preventieprogramma voor jongeren in het Verenigd Koninkrijk.","summary":"Evaluatie van Europees schoolinterventieprogramma 'Unplugged' om tabak, alcohol en drugs bij jongeren te verminderen. Positieve impact op kennis en risicoperceptie over stoffen, vooral bij meisjes. Aanpassingen nodig voor speciale scholen. Onderzoek benadrukt noodzaak van systematische evaluatie van schoolgebaseerde interventies.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002384","result_description":null},{"description":"NPS (legal highs research chemicals ...) zijn een wereldwijd fenomeen geworden dat alle regio's van de wereld treft. De snel veranderende drugsmarkt, vooral op het gebied van NPS, kan gezondheids- en sociale risico's voor gemeenschappen met zich meebrengen.\n\nDoor het gebrek aan kennis over de gediversifieerde groep NPS is meer onderzoek nodig om trajecten voor gerichte interventies te identificeren. Dit onderzoek, na een secundaire analyse van alle beschikbare gegevensbronnen over NPS in België, richt zich op de 'antwoorden' die gegeven kunnen worden door de verschillende professionele actoren die in contact staan met NPS-gebruikers.\n\nDe bevindingen van het NPS-zorgonderzoek dragen bij tot de formulering van aanbevelingen met betrekking tot de organisatie en het aanbod van interventies gericht op NPS langs het zorgcontinuüm van preventie over schadebeperking tot behandeling.","summary":"NPS zijn een wereldwijd fenomeen met gezondheids- en sociale risico's. Onderzoek in België richt zich op interventies voor NPS-gebruikers, om zo effectieve zorgaanbevelingen te formuleren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002385","result_description":null},{"description":"Het ontwikkelen van een implementatiegids voor schoolinterventies gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl.\n\nDit project zet in op het bevorderen van een evenwichtig beweeg- en voedingspatroon bij kinderen en jongeren als toeleiding naar evenwichtige voeding en voldoende beweging.\n\nUit internationaal onderzoek blijkt dat heel wat jonge mensen te weinig bewegen en ongezond eten. Deze levensstijl vormt een risico voor obesitas en diabetes op jonge en latere leeftijd. Het is daarom belangrijk om op school reeds te starten met preventie.\n\nDit project bracht de interventies rond het bevorderen van een evenwichtig beweeg- en voedingspatroon in Vlaamse scholen in kaart aan de hand van de indicatoren van VIGeZ en veldwerkonderzoek. Omdat de implementatie van deze interventies op school soms onvolledig of niet volgens de vooropgezette methodiek gebeurt, werd aan de hand van een literatuurstudie, interviews met leerkrachten en ontwikkelaars van interventies en focusgroepen met ouders en kinderen ook gezocht naar de faciliterende en belemmerende factoren voor de implementatie van de interventies.\n\nHet onderzoek resulteerde in een implementatiegids voor intermediairen die aan de slag gaan met interventies die een evenwichtig beweeg- en voedingspatroon bevorderen.","summary":"Implementatiegids voor schoolinterventies ter bevordering van gezonde leefstijl. Onderzoek en praktische tips voor evenwichtig beweeg- en voedingspatroon bij kinderen en jongeren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002386","result_description":null},{"description":"**In het kort**\n\nDit project onderzoekt de optimale schaalgrootte en toepassingsmogelijkheden voor de teelt en verwerking van lokaal geteelde kikkererwten. Het doel is om de economische haalbaarheid voor de volledige keten te garanderen en de afzetzekerheid te verhogen.\n\n**De nood en relevantie**\n\nKikkererwten zijn een duurzame en eiwitrijke voedingsbron, maar de lokale productie staat nog in de kinderschoenen. Door de afhankelijkheid van import is er weinig zekerheid voor zowel telers als verwerkers. Dit project speelt in op de groeiende vraag naar lokale en duurzame eiwitbronnen en biedt een oplossing om de keten economisch rendabel te maken.\n\n**Van aanpak tot impact**\n\nDoor middel van praktijkonderzoek worden de ideale schaalgrootte en verwerkingsmogelijkheden in kaart gebracht. We analyseren economische, agronomische en technologische factoren om een werkbaar model te ontwikkelen voor telers, verwerkers en afnemers. De resultaten leiden tot concrete aanbevelingen om de productie en verwerking van kikkererwten in de regio te optimaliseren en de afzetmarkt te versterken.","summary":"Onderzoek naar optimale schaalgrootte en toepassingen voor lokale kikkererwten, met focus op economische haalbaarheid en afzetzekerheid. Samenwerking om lokale productie te stimuleren en keten rendabel te maken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002387","result_description":null},{"description":"Binnen dit project zal de app LifeCity worden ingezet in de begeleiding van kinderen in kwetsbare situaties.\n\nHOGENT voorziet training in het gebruik van de app en coaching aan medewerkers doorheen het project.\n\nDe projectpartners zullen hiervoor een aantal licenties aankopen (via projectbudget).","summary":"LifeCity app ondersteunt kinderen in kwetsbare situaties met training en coaching van HOGENT. Projectpartners kopen licenties aan voor begeleiding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002388","result_description":null},{"description":"Onderzoek toont aan dat consumenten vaak minder zorg dragen voor gehuurde producten, wat kosten meebrengt voor kmo's door snellere slijtage en verminderde klanttevredenheid (Tunn & Ackermann, 2020).\n\nBovendien kunnen nadelige ervaringen met productgebruik klanten doen besluiten om terug over te schakelen naar productbezit (i.e., uitdaging Green Deal rond toegankelijkheid). \n\nWeinig kmo’s beschikken echter over de kennis en middelen om productzorg te stimuleren. Daarom richten we ons op het sensibiliseren, inspireren en stimuleren van kmo’s om hun klanten meer zorg te laten dragen voor producten die ze gebruiken.","summary":"Help kmo's kosten besparen door klanten te inspireren om zorgvuldiger met gehuurde producten om te gaan.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002389","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van het project is om een hybride zorgpad te ontwikkelen (een nieuwe dienstverlening) voor zwangere vrouwen met hypertensie (en voorlopig geen andere, onderliggende gedetecteerde aandoeningen). Om dit te realiseren worden volgende doelstellingen vooropgesteld:\n- Definiëren parameters om hypertensie op afstand adequaat op te volgen\n- Ontwikkelen zorginnovatie met integraties tussen zorginnovatie, ziekenhuis en alarmcentrale\n- Verhogen welzijn zwangere vrouwen door metingen aangaande gemoedsrust, deelname sociaal leven, impact op eigen gezin en werk\n- Verlagen werkdruk vroedkundigen in het ziekenhuis\n- Ontwikkelen duurzaam, hybride zorgpad (op basis van de data-analyses en kosten/baten analyse) met relevante stakeholders\n- Ontwikkelen doeltreffende communicatie voor alle zwangere vrouwen (anderstaligen, kwetsbare groepen, enz.)","summary":"Ontwikkeling van hybride zorgpad voor zwangere vrouwen met hypertensie, met focus op remote monitoring, integraties en welzijn. Vermindert werkdruk vroedkundigen en bevordert duurzame zorg met doeltreffende communicatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002390","result_description":null},{"description":"De Vlaamse regering heeft in 2019 gekozen voor een ambitieus plan voor de buitenschoolse opvang en activiteiten, met een regiefunctie voor de steden en gemeenten. Elk kind moet zijn talenten kunnen ontplooien, gezinnen kunnen de combinatie maken van werk/opleiding en gezin en de sociale cohesie in de samenleving wordt gestimuleerd. Dit zijn duidelijke doelstellingen, waar een zeer breed draagvlak voor is.\n\nDe vertaling naar de praktijk is niet zo evident en kort verteld. Er is een zeer versnipperd landschap van opvangorganisatoren, scholen, vrijetijdsaanbieders, elk met een eigen focus op de kinderen.\n\nIn dit onderzoek worden twee actuele ontwikkelingen/uitdagingen in beleid en praktijk met elkaar gecombineerd: De Buitenschoolse Opvang en activiteiten én de doorgaande lijn. Er wordt onderzocht op welke manier diverse actoren in onderwijs, opvang en vrije tijd (en in hun onderlinge samenwerking) kunnen ondersteund worden om op mesoniveau (via bruikbare organisatiemodellen) als op microniveau (via een talentgerichte verbindende focus op kinderen) deze uitdagingen daadwerkelijk te realiseren in hun dagelijkse praktijk.\n\nHet resultaat is set van mogelijke trajecten met bouwstenen, die ambitieus, maar toch haalbaar zijn, in combinatie met een handleiding voor een proces dat lokaal samen kan gelopen worden, zodat er vanuit de huidige krachten verder gebouwd wordt. De trajecten worden vertaald in een visuele sterke voorstelling, zodat het proces goestinggevend is voor de praktijk die moet gemaakt worden.","summary":"De Vlaamse regering streeft naar een ambitieus plan voor buitenschoolse opvang en activiteiten, met focus op talentontwikkeling, werk-gezin balans en sociale cohesie. Dit initiatief ondersteunt diverse stakeholders om deze doelen te realiseren op lokaal niveau.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002391","result_description":null},{"description":"Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek naar de katalysatoren voor duurzame en kwalitatieve inschakeling van pedagogisch werkers in de opvang van baby’s en peuters.\n\nZowel uit de recente actualiteit als uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de kwaliteit en inrichting van de opvang baby’s en peuters in Vlaanderen op meerdere domeinen tekort schiet. Men erkent dat de inzet van pedagogisch werkers als belangrijke motor tot verandering in de praktijk naar voren geschoven moet worden.\n\nDit praktijkgericht onderzoek wil bijdragen tot deze innovaties in de sectoren door in te zetten op twee doelstellingen: bijdragen aan én bijleren over de kansen en noden in pedagogisch ondersteuning van de kinderopvang. Daarbij wordt gebruik gemaakt van focusgroepen, interviews en desk research. De vergaarde antwoorden dienen rechtstreeks tot het afleveren van pedagogisch werkers die nog beter kunnen inspelen op de noden van een van de sectoren waarin ze tewerkgesteld kunnen worden.\n\nDaarnaast ontstaat vanuit de opgebouwde onderzoekservaring naar deze pioniers in de kinderopvang een mogelijkheid tot ondersteuning van de coaches zelf en hun werkgevers. Deze opdracht is een uitbreiding van de lopende ‘vroege’ betrokkenheid bij hierboven omschreven projecten.\n\nTot slot wordt toegewerkt naar een jaarthema in de opleiding Pedagogie van het jonge kind en een studiedag gericht op pedagogisch coaches en hun werkgevers.","summary":"Onderzoek naar katalysatoren voor verbetering van kinderopvangkwaliteit door inzet van pedagogisch werkers. Focus op innovatie en ondersteuning van werkers en werkgevers voor betere sectorresultaten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002392","result_description":null},{"description":"Vandaag staat de kinderopvang onder grote druk. Zowel de opvang voor baby’s en peuters als de hele buitenschoolse kinderopvang kennen grote hervormingen.\n\nOns onderzoeksprogramma richt zich op het vinden van innovatieve oplossingen voor uitdagingen in de kinderopvang, met de nadruk op de kwaliteit van zorg. Vanuit het praktijkgericht onderzoek formuleren we concrete aanbevelingen en ontwerpen we tools voor praktijk en beleid.\n\nOns doel? Een sterke, kwaliteitsvolle kinderopvang die kinderen een sterke start geeft!","summary":"Ontdek onze innovatieve oplossingen en concrete aanbevelingen voor kwalitatieve kinderopvang, met focus op zorgkwaliteit en een sterke start voor kinderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002393","result_description":null},{"description":"Wij beschouwen het creëren van een inclusieve en verbindende samenleving niet langer als een utopie, maar gaan via een participatieve manier van werken samen met jou aan de slag om hier stappen in te zetten.\n\nWe vertrekken daarbij vanuit de specifieke behoeften die jouw organisatie, lokaal bestuur of buurt ervaart. Ons doel is om een leerproces van inclusie en versterking te stimuleren.\n\nOnze aanpak richt zowel op de sociale en fysieke omgeving als op de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Zo bouwen we aan een inclusieve en verbindende samenleving, waar diversiteit een meerwaarde is en iedereen zijn plek vindt.","summary":"Samen werken we aan een inclusieve samenleving door jouw behoeften centraal te stellen. Onze aanpak richt zich op sociale en persoonlijke ontwikkeling, met als doel versterking en diversiteit te omarmen voor een verbonden gemeenschap.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002394","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen we de motorische competentie en risicocompetentie van peuters ondersteunen? We brengen eerst hun actuele ontwikkeling in kaart. Dan cocreëren we samen met het werkveld en beleid initiatieven om peuters in de kinderopvang en thuis te ondersteunen. \n\nDe motorische competentie van Vlaamse peuters (1-3 jaar) lijkt achteruit te gaan. Daarom brengen we die samen met de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel in kaart. Ook onderzoeken we mogelijke beïnvloedende factoren. Denk aan andere kenmerken van deze peuters (bv. hun risicocompetentie) en hun gezinnen, de fysieke omgeving en de interacties tussen peuters en hun ouders of kinderbegeleiders.","summary":"Onderzoek naar motorische competentie van Vlaamse peuters om achteruitgang tegen te gaan. Samen met universiteiten initiatieven voor ondersteuning in kinderopvang en thuis.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002395","result_description":null},{"description":"We ontwikkelen een kwaliteitskader met minimaal vereiste criteria voor de ontwikkeling, het implementeren en het gebruik van ICT-technologie in het kader van online en blended hulp in de sectoren welzijn, volksgezondheid en gezin.\n\nWe onderscheiden daarbij maturiteitsniveaus naargelang verschillende soorten ICT-technologie. Daarbij zorgen we voor ondersteunende instrumenten voor relevante stakeholdergroepen om deze kwaliteit op te volgen.\n\nTenslotte formuleren we beleidsaanbevelingen om dit kwaliteitskader in het welzijnswerk en de geestelijke gezondheidszorg ingang te doen vinden.","summary":"Wij stellen een kwaliteitskader op voor ICT-technologie in online en blended hulp binnen welzijn en gezondheidszorg, met criteria en maturiteitsniveaus voor verschillende technologieën. We bieden ondersteunende instrumenten aan stakeholders en beleidsaanbevelingen voor implementatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002396","result_description":null},{"description":"In de hulpverleningssector is er reeds geruime tijd vraag naar onlinehulp-methodiekontwikkeling en ondersteuning bij implementatie. Tegelijk belemmert de digitale sneltrein toegang tot hulpverlening voor mensen die sociaal-economisch en cultureel kwetsbaar zijn.\n\nHet programma bouwt vanuit beschrijving, analyse-, actie- en ontwikkelingsonderzoek mee aan diverse aspecten van online en blended werken in welzijnswerk en gezondheidszorg. We ondersteunen organisaties bij implementatie, en verkennen de uitdagingen en kansen van AI toepassingen.\n\nWe hebben aandacht voor het vergroten van digitale inclusie en het ontwikkelen van de competenties van sociale professionals. Zo willen we online en blended zorg ondersteunen en versterken in het werkveld.","summary":"Ons programma helpt hulpverleningsorganisaties bij de ontwikkeling en implementatie van online en blended zorg. We verkennen AI-toepassingen en bevorderen digitale inclusie en competentieontwikkeling van professionals voor een sterkere online zorg.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002397","result_description":null},{"description":"In de voorbije jaren zijn verschillende steden gestart met stadsvernieuwings- en stadsontwikkelingsprojecten. Actuele beleidskeuzes geven aan dat dit beleid wordt voortgezet. Verwacht wordt dat nog veel sites in steden zullen worden gebruikt voor woon-, werk- en bedrijfsruimte. Deze ruimtelijke ingrepen hebben invloed op het sociale en culturele leven in de stad en op hoe mensen samenleven. Stadsontwikkelingen brengen vaak een influx van nieuwe bewoners met zich mee, die hun eigen netwerken, sociale en culturele praktijken en symbolen met zich meebrengen die mogelijk sterk verschillen van de bestaande praktijken en netwerken in de wijk.\n\nHet Wijk~k project heeft gezocht naar methodische en empirische antwoorden op vragen over de impact van stadsontwikkeling op de betekenissen van samenleven. Op welke manieren kunnen de betekenissen van processen van samenleven in en rond stadsontwikkelingsprojecten worden gemeten? Hoe kunnen de processen van samenleven in en rond stadsontwikkelingsprojecten optimaal worden ondersteund? Welke sociale en ruimtelijke praktijken ontwikkelen oude en nieuwe bewoners in en rond stadsontwikkelingsprojecten? Op welke manieren nemen oude en nieuwe bewoners in en rond stadsontwikkelingsprojecten de veranderende publieke ruimte in bezit?\n\nDe onderzoekers hebben een bruikbaar, praktisch en flexibel instrument ontwikkeld voor beleidsmakers, praktijkwerkers, ontwikkelaars en andere belanghebbenden om samenleven in een buurt in verandering te beschrijven en te beïnvloeden. Dit instrument is gevormd door elke stap te ontwikkelen, te testen, te herzien, opnieuw te testen, enzovoort, in een concrete case van stadsvernieuwing, namelijk de Gentse wijk Rabot-Blaisantvest. Deze wijk is het onderwerp van het grootschalige stadsvernieuwingsproject “Bruggen naar Rabot”, dat aanzienlijke gevolgen heeft voor de inrichting van de publieke ruimte, de sociale praktijken en relaties in de wijk, en de identiteit van de wijk.","summary":"Steden zetten in op stadsontwikkeling met impact op samenleven. Wijk~k project biedt instrument om sociale en ruimtelijke praktijken te meten en ondersteunen, getest in Gentse wijk Rabot-Blaisantvest.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002398","result_description":null},{"description":"Dit project vertrekt vanuit de veranderende genderrollen en -beleving van mannelijke en vrouwelijke nieuwkomers in Vlaanderen en de moeilijkheden en good practices die hiermee gepaard gaan. Deze mensen zijn volop op zoek naar een nieuwe betekenisvolle invulling voor hun genderrollen en -identiteitsbeleving. Onderzoek en praktijkervaring leren echter dat dit vaak moeizaam verloopt. Het op een succesvolle manier kunnen herdefiniëren van genderrollen leidt ertoe dat men veerkrachtiger zal functioneren in een stressvolle context en een groter welbevinden ervaart.\n\nDit onderzoeksproject wil tegemoet komen aan het gebrek aan wetenschappelijk onderbouwde inzichten in hoe nieuwkomers omgaan met deze veranderingen in hun genderrollen en wat hen helpt om opnieuw een betekenisvolle invulling aan hun genderrol te geven. Vanuit de vaststelling dat genderbeleving in transitie onder druk komt te staan en aanleiding kan geven tot het ervaren van psychosociale stress en daaraan gekoppelde ondersteuningsnoden, heeft dit project tot doel te onderzoeken: 1) hoe mannen en vrouwen die asiel en bescherming krijgen in ons land veranderende genderrollen en -verwachtingen beleven; 2) wat hen helpt om veerkrachtig om te gaan hiermee en hun welzijn te borgen in deze transitiefase.\n\nWe willen begrijpen en ontsluiten hoe gender in een migratietransitie geherdefinieerd wordt op de kruispunten met etniciteit, migratie, cultuur, macht en andere sociale categorieën en wat nieuwkomers helpt om met de contextuele invloeden op hun genderrol en -beleving om te gaan. Vervolgens beogen we deze inzichten aan te wenden in functie van een beter begrip van hoe dit van invloed kan zijn op ervaren ondersteuningsnoden en hoe ondersteuners hier op een sensitieve manier kunnen op inspelen.\n\nOm dit te onderzoeken wordt gebruik gemaakt van de Community-Based Participatory Research (CBPR) benadering in combinatie met een co-creatiemethodiek gericht op digital storytelling. De bedoeling is dat co-onderzoekers die we als ervaringsdeskundigen beschouwen samen met onderzoekers van HoGent een co-creatietraject opzetten waarin verhalen van participanten in beeld gebracht worden en verzameld worden aan de hand van digital storytelling. De valorisatie van dit traject en de resultaten die eruit voorvloeien gebeurt doorheen 1) een methodiek en dienstverleningstraject voor co-creatietrajecten rond migratie, gender en welzijn, 2) een interactieve voorstelling van de digital stories en een verhalenforum, 3) het inzetten van digital stories als ‘Reusable Learning Objects’, 4) een beleidsnota, en 5) een wetenschappelijke publicatie.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op genderrollen van nieuwkomers in Vlaanderen en hoe zij hiermee omgaan voor veerkracht en welzijn. Door middel van digital storytelling en co-creatie worden inzichten verzameld en gedeeld om ondersteuningsnoden beter te begrijpen en aan te pakken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002399","result_description":null},{"description":"Broeikas fungeert als trekker om de samenwerking tussen beide hoger onderwijsinstellingen en het lokaal beleid te versterken en samen in te zetten op meer ondernemingszin bij studenten (en jongeren) om op deze manier te zorgen voor een dynamiek van jong ondernemerschap. Rode draad doorheen het verhaal van Broeikas is het sterk lokaal partnerschap en verankering om een ondernemende context te creëren voor jongeren en hen te ondersteunen in alle aspecten van ondernemerschap.\n\nDe visie van Broeikas omvat dat alle studenten hoger onderwijs een ondernemend bad krijgen waardoor hun innoverend en ondernemend vermogen verhoogt (value creation entrepreneurship) en waardoor we jongeren met een idee ondersteunen in de ontwikkeling ervan naar een rendabel project of onderneming (corporate entrepreneurship).\n\nHet is de missie van Broeikas om hiervoor de juiste context en omkadering te creëren en te faciliteren. Broeikas wil dé lokale hub zijn ter ondersteuning van ondernemingszin bij jongeren van 18 tot 25 jaar. Broeikas bouwt bruggen tussen jongeren, ondernemers, lokale overheden en alle andere betrokken actoren die kunnen bijdragen aan bovenvermelde visie. Met creatieve en inspirerende communicatie en altijd klaar om te begeleiden vanuit een pak eigen expertise en ervaring, maar ook complementair samenwerkend met andere actoren, wil Broeikas ten dienste staan van alle jongeren in zijn doelgroep en bijdragen aan een creatieve en ondernemende regio Aalst.\n\nWe plaatsen hierbij een steeds sterkere focus op circulair en duurzaam ondernemen, digitalisering, robotisering, (meedenkend met de stad in het kader van de Innovatiehub) technologie, welzijn en zorg.\n\nDe rol als matchmaker binnen het ecosysteem werd al bewezen in het verleden en speelt steeds een cruciale rol in het versterken van het ecosysteem rond jong ondernemen en detecteren en creëren van opportuniteiten en nieuwe samenwerkingen.\n\nDoor onze sterke banden met onderwijs, (lokaal en nationaal) beleid en het ondernemersveld zijn we uitermate geschikt voor het doorverwijzen van studenten en jongeren naar de juiste partners, het signaleren en snel oppikken van tendensen, het creëren van samenwerking en synergieën en het doorgeven van best practices of geleerde lessen naar het beleid.","summary":"Broeikas versterkt samenwerking tussen hoger onderwijs en lokaal beleid, stimuleert ondernemingszin bij jongeren en biedt ondersteuning voor ondernemerschap. Focus op creëren van ondernemende context, ondersteunen van jongeren en faciliteren van samenwerking.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002400","result_description":null},{"description":"Wat is het lerend netwerk basisonderwijs?\nEen Vlaanderenbreed lerend netwerk dat bestaat sinds 2014 en georganiseerd wordt vanuit diverse lerarenopleidingen (VIVES, Artevelde, HOWEST, HOGent, Odisee, UCLL, Thomas More). De deelnemers zijn lerarenopleiders, leraren, pedagogische begeleiders van de verschillende netten, partners uit het informeel leren, vakdidactische onderzoekers en vertegenwoordigers van de bedrijfswereld.\n\nDoel van het netwerk is het ondersteunen van zowel de lerarenopleidingen als het werkveld (basisscholen, pedagogische begeleiding) bij de implementatie van STEM in het curriculum. Hiervoor zet het lerend netwerk in op het ontwikkelen van STEM-inzichten en de doorstroming ervan naar het werkveld, met zowel ondersteuning op leraar- als schoolniveau.\n\nHet lerend netwerk is zo georganiseerd dat er onderling expertise uitgewisseld wordt onder de vorm van praktijkvoorbeelden en onderzoeksbevindingen.\n\nBouwt voort op en operationaliseert de resultaten van heel wat onderzoekprojecten m.b.t STEM bij de verschillende partners van het netwerk. Op die manier fungeert het lerend netwerk als doorgeefluik van onderzoek en goede praktijkvoorbeelden naar de praktijk van het werkveld.\n\nDe werking van het netwerk leidt tot nieuwe inzichten over onderwijsvisie, didactiek en kansen voor alle kinderen met betrekking tot STEM in de basisschool. Zo werden reeds didactische handvatten ontwikkeld om met STEM aan de slag te gaan op klasniveau, werden sleutels afgebakend met als doel een STEM-geletterdheid te stimuleren bij alle kinderen en werd een draaiboek ontwikkeld om STEM duurzaam te implementeren op schoolniveau (www.stembasis.be).\n\nVoor de doorstroming naar de praktijk werd tot nu intensief samengewerkt met 100 basisscholen verspreid over gans Vlaanderen via de organisatie van 9 begeleidingstrajecten verspreid (www.stembasisnet.be) waarin de STEM-didactiek werd geconcretiseerd in ‘good practices’. Deze inzichten en ‘good practises’ vormen steeds de basis van verdere navormingstrajecten georganiseerd door de verschillende partners van het Lerend Netwerk.","summary":"Vlaanderenbreed lerend netwerk sinds 2014, ondersteunt lerarenopleidingen en werkveld bij implementatie van STEM in basisonderwijs. Expertise-uitwisseling en praktijkvoorbeelden. Resultaten van onderzoekprojecten worden operationeel gemaakt. Samenwerking met 100 basisscholen voor concrete STEM-didactiek.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002401","result_description":null},{"description":"We kunnen er niet omheen, de klimaatverandering laat zich meer dan ooit gelden: lange periodes van droogte, afgewisseld met hevige regenbuien. Dit in combinatie met klimaat- en milieudoelstellingen, verschuivende consumentenvraag, fluctuerende markten… maakt het er niet makkelijker op voor de Vlaamse land- en tuinbouwers. De uitdagingen zijn immens groot.\n\nDigitalisatie en efficiënte werking van datastromen bieden een grote stap vooruit, om te leren uit het verleden, om snel en flexibel in te spelen op wat er heerst in het heden en om rampscenario’s te vermijden in de toekomst. Daarom willen wij de landbouwers van vandaag en morgen, experten in klimaat en water, IT en digitalisatiestudenten, IT’ers, UX-specialisten, grafische designers en business analisten, samenbrengen zodat zij de heersende uitdagingen in de landbouw hands-on kunnen aanpakken door het ontwikkelen, verbeteren en/of slim combineren van digitale tools.\n\nDit doen we in de vorm van een hackathon, een 2-daags event waar boeren hun ideeën (of problemen) op vlak van digitalisering voorleggen aan een IT-team dat hiermee non-stop aan de slag gaat en zo een oplossing in de vorm van een (demo)app uitbouwt. Een hackathon is dus een snelle manier om iets op IT-vlak te realiseren.\n\nOp deze hackathons krijgen deze expertenteams met toestemming van de individuele landbouwers, toegang tot data via het datadeelplatform DjustConnect. Open data, overheids- en onderzoekdata en private data zullen paraat staan om mee aan de slag te gaan. De hackathons zijn tevens een warme oproep om extra data te delen, want meer data betekent het ontwikkelen van betere digitale tools en dus een grotere stap vooruit richting een digitale en in oplossingen denkende landbouw.","summary":"Hackathons verbinden landbouwexperts en IT-professionals om digitale tools te ontwikkelen voor klimaat- en wateruitdagingen. Gebruikmakend van datastromen via DjustConnect, stimuleren we innovatie en vooruitgang in de landbouwsector.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002402","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen we samen met jongeren duurzame leefplekken creëren? Binnen dit STEM-partnerschap onderzoeken we hoe we jongeren uit kwetsbare situaties de kans geven om STEM-vaardigheden te ontwikkelen en hun talenten te ontdekken in een inspirerende leeromgeving verbonden aan echte plekken en actuele uitdagingen.\n\nIn het kort, in het STEM-partnerschap ‘Nomadisch stadslab’ onderzoeken Arteveldehogeschool (Vrijplaats) samen met Ekoli en Dokano hoe jongeren (14 jaar en ouder) participatief kunnen betrokken worden bij STEM-trajecten die zijn verbonden aan echte plekken en actuele uitdagingen, zoals duurzaamheidsdoelen (SDG’s). We focussen op jongeren uit kwetsbare situaties, die vaak minder toegang hebben tot STEM-activiteiten. Door middel van een mobiel stadslab bieden we hen de kans om STEM-vaardigheden te ontwikkelen en hun talenten te ontdekken in een inspirerende leeromgeving.\n\nDe nood en relevantie, de nood aan jongeren met STEM-vaardigheden is groot in Vlaanderen, waar we onder het Europees gemiddelde blijven. Voor kwetsbare jongeren zijn STEM-trajecten vaak moeilijk toegankelijk door barrières als beperkte middelen en rolmodellen. Dit leidt tot gemiste kansen, niet alleen voor hen, maar ook voor de samenleving. Door deze jongeren te betrekken bij praktische, levensechte STEM-projecten kunnen we hen inspireren en empoweren, met een positieve impact op hun toekomstperspectief en de maatschappij.\n\nVan aanpak tot impact, we werken met de design thinking-methodiek, waarin jongeren samen met experten en lokale partners oplossingen zoeken voor concrete stedelijke vraagstukken (bijvoorbeeld waterbeheer). Door een mobiel stadslab kunnen we flexibel inspelen op verschillende locaties en thema’s. Dit hands-on leren versterkt hun zelfvertrouwen en betrokkenheid bij STEM. We ontwikkelen ook trainingen en tools voor begeleiders, zodat zij jongeren beter kunnen ondersteunen. Het project biedt zo een model voor inclusieve, impactvolle STEM-trajecten die navolging kunnen vinden binnen Vlaanderen.","summary":"Samen met jongeren uit kwetsbare situaties creëren we duurzame leefplekken via het STEM partnerschap 'Nomadisch stadslab'. Door hen te betrekken bij praktische STEM-projecten met een mobiel stadslab, ontwikkelen ze vaardigheden en ontdekken ze talenten, met positieve impact op hun toekomst en de maatschappij.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002407","result_description":null},{"description":"In Gent leidt het zoeken naar parkeerplaatsen door bestuurders vaak tot verkeerscongestie. Een mogelijke oplossing is het tonen van de voorspelde bezettingsgraad van ondergrondse parkeergarages op de stadsstraten.\n\nDeze casestudy onderzocht de bezettingsgegevens van de \"Vrijdagmarkt\" parkeergarage van 25 oktober 2018 tot 18 maart 2019, met behulp van diverse machine learning-tools. Het doel was om dagelijkse bezettingsprofielen te karakteriseren en een voorspellend model te ontwikkelen voor de parkeerbezetting in het volgende uur.","summary":"Verminder verkeerscongestie in Gent door voorspelde bezettingsgraad van parkeergarages op straat te tonen. Onderzoek met machine learning-tools.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002408","result_description":"Resultaten en Conclusies\n\nDe studie identificeerde met succes verschillende en specifieke dagelijkse bezettingstijdpatronen en observeerde een duidelijke evolutie van deze patronen gedurende de week.\n\nHet Hybride Neurale model bereikte een acceptabele voorspellingsnauwkeurigheid voor de parkeerbezetting in het volgende uur, waarbij 99,7% van de waargenomen bezettingspercentages binnen een marge van 10% van de voorspellingen lag.\n\nDeze casestudy toont het potentieel van machine learning-tools bij het analyseren en voorspellen van de bezetting van parkeerplaatsen, wat kan worden gebruikt om verkeerscongestie te verminderen door real-time informatie over de parkeerbezetting aan bestuurders te verstrekken."},{"description":"Het doel van dit project is de app LifeCity verder te ontwikkelen. De app is de afgelopen jaren ontwikkeld met interne HOGENT-middelen. Het doel is om de app te ondersteunen bij gesprekken met kinderen van 6 tot 12 jaar in jeugdvoorzieningen. Daarnaast wordt een analoge app voor 12+ jongeren ontwikkeld. Het streven is om de app geschikt te maken voor andere doelgroepen, het marktpotentieel uit te breiden en een duurzaam vermarktingsmodel uit te werken.","summary":"Ontwikkel de app LifeCity verder om nieuwe doelgroepen aan te spreken en het marktpotentieel te vergroten, met oog op een duurzaam vermarktingsmodel.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002409","result_description":null},{"description":"Participatieve muzikale activiteiten worden meer en meer buiten formele onderwijstrajecten en kunstscholen aangeboden aan groepen met sociale noden of tekortkomingen in diverse contexten. Deze Socially Impactful Music Making-activiteiten (SIMM) hebben het tweeledige doel om enerzijds mensen te helpen om artistiek waardevolle muzikale output (uitvoeringen) te genereren en anderzijds hen te helpen om specifieke sociale doelen te bereiken (zoals inclusie, empowerment, community building, activisme of burgerschap).\n\nIn het algemeen worden voor SIMM-activiteiten professionele muzikanten aangetrokken zoals leraren, trainers of facilitators. Resultaten zijn dus afhankelijk van wat deze praktijkleraren doen, van hun competenties, overtuigingen, motivatie, en van de interne en externe voorwaarden en beperkingen waaronder ze werken.\n\nDit project maakt een systematische en diepgaande analyse van praktijkleraren die SIMM-activiteiten ondernemen in verschillende landen (Colombia, Benelux, Finland, Verenigd Koninkrijk), en onderzoekt hoe hun achtergronden, training, overtuigingen en contexten de manier waarop ze hun werk uitvoeren beïnvloeden. De volgende elementen komen daarbij aan bod:\n• identiteit en achtergrond;\n• artistieke en pedagogische praktijken;\n• evaluatie en ontwikkeling;\n• professionele omgeving;\n• organisatorische en pedagogische implicaties.\n\nHet projectteam onderzoekt de drijfveren en spanningen die de praktijkleraren ondervinden en levert daarbij inzichten voor hun training, aanstelling en financiering, en voor de creatieve ontwikkeling van goede praktijken.","summary":"Socially Impactful Music Making (SIMM) activities aim to generate artistically valuable music while achieving social goals like inclusion and empowerment. A project analyzes SIMM practitioners worldwide to improve their training, support, and best practices.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002410","result_description":null},{"description":"De associatieonderzoeksgroep 'MYCOTOXINS and TOXIGENIC MOULDS' streeft ernaar de huidige mycotoxineproblemen op te lossen die endemisch zijn in menselijke voeding en diervoeder. Dit wordt gedaan door ze op te nemen in een globaal onderzoekskader, gebaseerd op 4 hoofdeenheden:\n\n• Toxigene schimmels\n• Mycotoxinen\n• Mycotoxinen en diergezondheid\n• Mycotoxinen en menselijke gezondheid","summary":"Onderzoeksgroep MYCOTOXINS & TOXIGENIC MOULDS werkt aan oplossingen voor mycotoxineproblemen in voeding en diervoeder. Globaal onderzoek omvat 4 hoofdeenheden: toxigene schimmels, mycotoxinen, diergezondheid, menselijke gezondheid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002411","result_description":null},{"description":"Nature Tomorrow is een onderzoeksplatform rond bos-, natuur- en groenbeheer van de Associatie Universiteit Gent.","summary":"Nature Tomorrow: onderzoeksplatform van Universiteit Gent voor bos-, natuur- en groenbeheer.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002412","result_description":null},{"description":"Het Associatieonderzoeksplatform MaaS Research Lab groepeert onderzoeksgroepen van de Associatie Universiteit Gent die actief zijn in het domein van Mobility-as-a-Service (MaaS).\n\nMaaS is een nieuw mobiliteitsconcept, waarbij voertuigbezit wordt vervangen door een dienstverlening, typisch aangeboden via een applicatie op de smartphone. MaaS-onderzoek heeft per definitie een multidisciplinair karakter.\n\nHet MaaS Research Lab wil de komende twee jaar de volgende doelstellingen realiseren:\n\nBestaande kennis rond MaaS bundelen: het bundelen van expertise komt het wetenschappelijk onderzoek ten goede en versterkt de competenties van de leden.\n\nZich gezamenlijk profileren ten opzichte van (i) andere onderzoekers; (ii) industriële partners; (iii) de overheid, met het oog op verwerven van bijkomende onderzoeksfinanciering.\n\nHet MaaS Research Lab als onderzoeksplatform binnen het Instituut voor Duurzame Mobiliteit (IDM) meer zichtbaar maken.","summary":"Het MaaS Research Lab van de Associatie Universiteit Gent bundelt expertise en wil kennis rond Mobility-as-a-Service versterken, zich profileren naar onderzoekers, partners en overheden, en zichtbaarder worden binnen het IDM.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002413","result_description":null},{"description":"In dit Associatieonderzoeksplatform (AOP) willen we alle krachten uit de associatie die onderzoek doen naar de lerarenopleiding en professionele ontwikkeling van leraren bundelen.\n\nDe onderzoekssamenwerking in het AOP tussen Universiteit Gent, Arteveldehogeschool, HOGENT en Howest (de 4 AUGent-partners) biedt de mogelijkheid om op een structurele manier samenwerkingsmodaliteiten tussen de partners te verankeren.\n\nConcreet focust dit AOP zich op onderzoek, curriculumontwikkeling en dienstverlening m.b.t. de lerarenopleiding en professionele ontwikkeling van leraren. Dankzij de betrokkenheid van de hogescholen en de universiteit, dekken we de educatieve graduaatsopleiding, educatieve bacheloropleidingen (al dan niet verkort), de educatieve masteropleidingen en verschillende bachelor-na-bacheloropleidingen en postgraduaten voor alle onderwijsniveaus (m.n. leraar kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs).\n\nDaarnaast zetten ook alle partijen in op initiatieven voor verdere professionalisering van leraren tijdens hun beroepsloopbaan.","summary":"Het Associatieonderzoeksplatform (AOP) bundelt onderzoekskrachten van 4 AUGent-partners voor lerarenopleiding en professionele ontwikkeling van leraren, met focus op onderzoek, curriculumontwikkeling en dienstverlening op alle onderwijsniveaus.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002414","result_description":null},{"description":"De zorg staat meer dan ooit onder druk. Sinds de komst van de COVID-19 crisis is de boog alleen nog strakker onder spanning komen te staan. Deze pandemie toonde enerzijds aan hoe kwetsbaar de Europese gezondheidsstelsels zijn, maar ook hoe krachtig ze kunnen terugveren, anderzijds.\n\nOok de provincie Limburg werd onnoemelijk hard getroffen door Corona. Deze crisismodus signaleerde duidelijk de nood van zorgprofessionals aan training en handvaten om in dit veranderende zorglandschap staande te blijven. Up-to-date kennis en betere digital, soft en hard skills zijn essentieel om de kwaliteit van zorg, structuur en capaciteit van ziekenhuissystemen te garanderen.\n\nHet doel is om de internationale samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg te stimuleren, de hiaten, noden, randvoorwaarden en ondersteunende faciliteiten vast te stellen inzake de competenties en competentieontwikkeling van zorgprofessionals, de nationale gezondheidszorgstelsels te versterken door de ontwikkeling van onderzoeksgebaseerde digitale hulpmiddelen en diensten, en de vaardigheden van klinische en niet-klinische gezondheidszorgprofessionals op Europees niveau te verbeteren.\n\nOm hieraan tegemoet te komen werd een Europees consortium samengesteld tussen tien kennis- en zorginstellingen uit 8 EU-lidstaten (Portugal, Letland, Litouwen, Italië, Noorwegen, Bosnië-Herzegovina, Spanje en België):\n\n- Hogeschool PXL (België)\n- Instituto Superior De Engenharia Do Porto (Portugal)\n- Centro Hospitalar Universitario Do Porto (Portugal)\n- Paulo Stardina Kliniska Universitates Slimnica (Letland)\n- Fundacio Eurecat (Spanje)\n- Hogskolen I Molde (Noorwegen)\n- Universita Degli Studi Di Napoli Federico II (Italië)\n- Universidade Nova De Lisboa (Portugal)\n- Viesoji Istaiga Vilniaus Universiteto Ligonine Santaros Klinikos (Litouwen)\n- Zavod Za Javno Zdravstvo Federacijebosne I Hercegovine (Bosnië-Herzegovina)","summary":"Europese samenwerking om zorgprofessionals te versterken en gezondheidszorg te verbeteren. Europees consortium van 10 instellingen uit 8 EU-landen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002415","result_description":null},{"description":"Het tekort aan financiële middelen is een Europees probleem. Als gevolg van de economische en financiële crisis hebben landen en gemeenten steeds minder middelen om al hun publieke verplichtingen na te komen.\n\nDaarom is het hoofddoel van deze COST-actie de ontwikkeling van een gemeenschappelijk kader voor waardevastlegging en de levering van innovatieve instrumenten voor publieke waardevastlegging op basis van vergelijkende analyse om de toewijzing van ontwikkelingskosten en -baten te optimaliseren en de overheidsbegroting te ontlasten.\n\nHoewel er een aanzienlijke database bestaat, vertoont deze toch grote hiaten in de gegevens en in sommige gevallen onenigheid tussen de gegevensbronnen. Door de verschillende termen van onverdiende incrementen en classificaties van waardevastlegging is het niet mogelijk om verschillende studies van verschillende landen met elkaar te vergelijken. Dit versterkt het idee om de Europese Unie te benaderen voor een studie gebaseerd op een netwerk van vertegenwoordigers van gespecialiseerde landen om een gemeenschappelijke terminologie en classificatie te krijgen.\n\nEen zeer belangrijk resultaat zal de implementatie zijn van een permanent Europees netwerk van experts op het gebied van landbeheer voor het uitwisselen van kennis met betrekking tot publieke waardevastlegging en de verspreiding ervan onder beleidsmakers en het grote publiek.\n\nDit netwerk maakt het mogelijk om bestaande instrumenten te verbeteren door middel van gedetailleerde discussies met deskundigen uit landen die over vergelijkbare instrumenten beschikken. Aan de andere kant kunnen stimulerende impulsen worden gegeven door landen die een totaal ander begrip hebben van waardecaptatie. Deelnemers uit meer dan 20 landen zijn bereid om te werken aan de sociaaleconomische doorbraak van publieke waardecaptatie.","summary":"Europees project bevordert efficiëntere publieke waardevastlegging en kostenoptimalisatie in reactie op financiële beperkingen. Expertnetwerk uit 20+ landen ontwikkelt gemeenschappelijk kader en innovatieve instrumenten voor betere besluitvorming en kennisdeling onder beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002416","result_description":null},{"description":"De apparatuur is geschikt om op kleine schaal (max. 1 kg/min) onderzoek te doen naar de mogelijkheden van (mechanische) recycling en het bio-based voorbehandelen, verven en veredelen van textiel, om het vervolgens op grote schaal opnieuw te produceren.\n\nDe pilootschaal vervezelaar transformeert industrieel textielafval (stoffen, garens, lonten, etc.) en afgedankte kleding terug in hun oorspronkelijke vezelvorm. Met de verfapparatuur kunnen eco-efficiënte voorbehandelings-, verf- en verdelingsprocessen voor textiel in de vorm van vezels, garens, stoffen en/of kleding ontwikkeld worden en kan in het bijzonder de verspinbaarheid van gerecyclede vezels met een gepaste voorbehandeling worden verbeterd.\n\nDe onderzoeksinfrastructuur is complementair met in Vlaanderen bestaande initiatieven rond het recyclen van thermoplastische polymeren en het ontwikkelen van bio-based polymeren voor textiel. Internationaal onderzoek naar textielrecycling richt zich enerzijds op mechanisch recyclen van grote volumes (+ 10 kg/min), vaak voor nonwoven toepassingen of op thermisch en (bio)chemisch recyclen.\n\nDeze infrastructuur zal de bedrijven helpen om in regel te zijn met de verplichte en geharmoniseerde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel in alle lidstaten van de EU door hun de mogelijkheid te bieden om in lijn met de afvalhiërarchie hun specifieke afvalstromen te recyclen volgens een textiel-naar-textiel systeem.","summary":"Onze onderzoeksinfrastructuur ondersteunt textielbedrijven bij het recyclen van textielafval op kleine schaal en het ontwikkelen van eco-efficiënte processen voor herproductie op grote schaal. Dit helpt bedrijven om te voldoen aan EU-voorschriften voor producentenverantwoordelijkheid en bevordert duurzame textielrecycling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002417","result_description":null},{"description":"Onderzoek naar de plaats en het belang van autonomie in de hedendaagse gezondheidszorg.","summary":"Autonomie: essentieel in moderne gezondheidszorg. Ontdek de impact op patiëntenzorg en welzijn.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002418","result_description":null},{"description":"In dit Associatieonderzoeksplatform worden resultaten van onderzoeken rond leerstoornissen uitgewisseld. Centraal staat het Opportunity Propensity-Model (OP-model).\n\nDit model bundelt predictoren van typisch en atypisch leren. Het stelt dat leren afhangt van kansen (opportunities) en van propensity-factoren.","summary":"Deel onderzoeksresultaten over leerstoornissen via het Opportunity Propensity-Model op het Associatieonderzoeksplatform. Kansen en propensity-factoren bepalen het leren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002419","result_description":null},{"description":"Associatieonderzoeksplatform tussen onderzoeksgroepen in verband met bioresources: herstelplatform.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Verbind onderzoeksgroepen met herstelplatform voor bioresources.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002420","result_description":null},{"description":"Oprichting van een associatieonderzoeksplatform genaamd \"Orthopedagogisch Onderzoek in Context (OOC)\".","summary":"Introductie van OOC, een associatieonderzoeksplatform voor orthopedagogisch onderzoek in context.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002421","result_description":null},{"description":"Herstelmodellen zijn goed ingeburgerd in het beleid en de behandelingspraktijk in het VK, maar beginnen pas op te duiken in het beleidsdiscours in Nederland en België.\n\nHet doel van dit project is om wegen naar herstel in kaart te brengen bij bevolkingsgroepen die zich bezighouden met verschillende herstelmodellen (wederzijdse hulp, peer-based ondersteuning, residentiële en gemeenschapsbehandeling, onderhoud en onthouding gericht) of via hun eigen 'natuurlijk herstel'-inspanningen, in verschillende stadia van hun verslavingscarrière. We rekruteren populaties in vroeg (<1 jaar), langdurig (1-5 jaar) en stabiel herstel (>5 jaar) in deze 3 landen en volgen deze individuen gedurende een jaar. De studie zal gemengde methoden gebruiken om herstelkapitaal, sociale netwerken en identiteit, betrokkenheid van de gemeenschap en maatschappelijke reacties te beoordelen, met bijzondere aandacht voor genderverschillen in trajecten en trajecten naar verandering. We zullen ook de klantervaring beoordelen van beleids- en praktijkverandering op het gebied van stigmatisering, uitsluiting en reïntegratie in de gemeenschap.","summary":"Dit project onderzoekt herstelwegen en -modellen in het VK, Nederland en België, met focus op individuen in verschillende stadia van verslavingsherstel. Het beoordeelt herstelkapitaal, sociale netwerken en identiteit, gemeenschapsbetrokkenheid en maatschappelijke reacties, met aandacht voor genderverschillen. De studie gebruikt gemengde methoden en evalueert beleids- en praktijkveranderingen rond stigmatisering, uitsluiting en reïntegratie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002429","result_description":null},{"description":"Bij ademhalingskinesitherapie worden specifieke ademhalingstechnieken (bv. autogene drainage, active cycle of breathing techniques) gebruikt om slijm uit de longen te verwijderen bij patiënten met chronische longaandoeningen (mucoviscidose, COPD, PCD, bronchiëctasieën, astma) of bij patiënten met verzwakte ademhalingsspieren (MS, ALS, Duchenne).\n\nDe sleutelconcepten binnen deze therapie zijn onder andere luchtstroom-modulatie en modulatie van het ademhalingsniveau (volume) om optimale luchtstromen (flow) te creëren op de beoogde plaats in de longen. Bij deze therapie is het controleren van specifieke ademhalingsparameters van cruciaal belang om de therapiedoelen te behalen.\n\nMomenteel moeten ademhalingstherapeuten vertrouwen op de moeilijke subjectieve waarneming van bijvoorbeeld borst-buikademhaling, lichaamspositie, ademhalingsdebiet en -volume, en daarnaast ook ademhalingsgeluiden. Als de slijmen in beweging komen gaat dit immers gepaard met specifieke ademhalingsgeluiden (crackles) die veel informatie bevatten en die door de therapeut aangewend/geïnterpreteerd worden om de slijmen te lokaliseren en de therapie aan te sturen tijdens de sessie, om de slijmen zo optimaal mogelijk te kunnen verwijderen.\n\nDit vraagt een grote expertise bij de therapeuten, maar ook voor de patiënten gaat dit gepaard met een lange leercurve. In dit onderzoeksproject krijgen demonstratoren een real-time terugkoppeling over het ademdebiet- en volume tijdens de ademhalingskinesitherapie, uitgebreid met een automatische detectie en classificatie van de crackles, geprojecteerd op de ademhalingscurves (debiet en volume). Dit zal leiden tot een verhoging van de efficiëntie van de therapie en tot een beter inzicht bij de patiënt.","summary":"Verbeter de effectiviteit van ademhalingskinesitherapie met real-time feedback over ademdebiet, automatische crackle-detectie en -classificatie voor gerichte behandeling van longaandoeningen en verzwakte spieren. Optimaliseer therapiedoelen en patiëntinzicht voor betere resultaten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002430","result_description":"Dit project heeft tot doel een tool te ontwerpen die ademgeluiden, luchtstroom en -volume visualiseert. Dit om objectieve feedback te geven aan therapeuten en patiënten over de effectiviteit van de vorige ademcyclus en de volgende ademhalingsactie die genomen moet worden.\n\nDit project stelt Thomas More in staat onderzoeksresultaten te laten doorstromen naar de industrie op nationaal en internationaal niveau."},{"description":"Ondanks aanzienlijke vorderingen op het gebied van hiv/aids-preventie en -behandeling in Oeganda, is er merkbaar minder geïnvesteerd in het aanpakken van moeilijke ervaringen en ondersteuningsbehoeften op langere termijn van jongeren met hiv/aids (YPLWHA).\n\nDe chronische en veelzijdige impact van hiv/aids overstijgt de contouren van elke afzonderlijke discipline en sector en vereist daarom een aanpak die zowel medische, sociale en pedagogische paradigma's als inspanningen op micro-, meso- en macroniveau combineert.\n\nDit project is gericht op het cultiveren van een praktijkgemeenschap met academici, praktijkmensen en beleidsmakers die met YPLWHA werken, om een interdisciplinair en intersectoraal partnerschap te vormen voor het ontwikkelen van expertise en het versterken van capaciteiten ter ondersteuning van de levenskwaliteit van YPLWHA.\n\nDeze resultaten worden gevaloriseerd door de professionalisering van beoefenaars vóór de dienst door de instellingen, de steun van de in-service beoefenaars aan YPLWHA en hun gemeenschappen, de hernieuwde versterking van het beleid om een nieuwe generatie jongeren met hiv/aids tegemoet te komen als een chronische aandoening en brede wetenschapscommunicatie naar gemeenschappen.","summary":"Verbetering van hiv/aids-ondersteuning voor jongeren in Oeganda door interdisciplinaire samenwerking tussen academici, praktijkmensen en beleidsmakers. Focus op capaciteitsopbouw en kwaliteit van leven.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002431","result_description":null},{"description":"Doelstellingen van het project\n\n(1) Het bevorderen van de uitwisseling van kennis en expertise op het vlak van het thema vermaatschappelijking overheen sectoren.\n\n(2) Het valideren van bestaande kennis. \n\nDe 'Academische werkplaats Vermaatschappelijking' beoogt een inhoudelijke verdiepingsslag te maken die de kwaliteit van leven, de ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties in hun thuissituatie en de verbinding met de ruimere samenleving ten goede komt.","summary":"De 'Academische werkplaats Vermaatschappelijking' bevordert kennisuitwisseling en expertise om de levenskwaliteit van kwetsbare groepen te verbeteren en de band met de samenleving te versterken.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002432","result_description":null},{"description":"Kinderen en jongeren verschillen op zoveel vlakken, dit in mogelijkheden, geslacht en gender. Ze hebben verschillende achtergronden op sociaal en cultureel vlak. Die zaken bepalen hoeveel kansen ze krijgen op school en in de maatschappij.\n\nLeerkrachten en andere professionals voelen zich niet altijd bekwaam om met al die verschillen in hun groep om te gaan. Dit onderzoek bekijkt wat nodig is voor een positieve kijk op diversiteit en voor een optimale ondersteuning van de klaspraktijk, mét aandacht voor het perspectief van leerlingen en ouders.\n\nOp die manier dragen we bij aan een gelijkwaardige participatie van alle leerlingen en aan een leeromgeving waarin iedereen zich goed voelt en tot leren kan komen.","summary":"Dit onderzoek focust op diversiteit in het onderwijs en hoe professionals kunnen zorgen voor een positieve en ondersteunende klaspraktijk. Het doel is gelijkwaardige participatie van alle leerlingen te bevorderen en een inclusieve leeromgeving te creëren waarin iedereen zich thuis voelt en optimaal kan leren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002433","result_description":null},{"description":"Here is the revised description:\n\nHoe kunnen professionals gezinnen in al hun diversiteit beter ondersteunen? Dit project ontwikkelt een professionaliseringsprogramma en tools voor een inclusief gezinsbeleid.\nIn het kort\nDit project helpt professionals in onderwijs, kinderopvang en gezinsondersteuning om een inclusief beleid uit te rollen voor gezinnen in een diverse samenleving. Het biedt een professionaliseringsprogramma aan, gericht op zowel individuele ondersteuning als organisatorische veranderingen.\nDe nood en relevantie\nHedendaagse gezinnen zijn divers, maar beleid sluit vaak niet aan op deze realiteit. Dit veroorzaakt een kloof tussen het juridisch kader en de sociale werkelijkheid van gezinnen. Professionals hebben nood aan tools en strategieën om deze kloof te overbruggen en alle gezinnen te betrekken.\nVan aanpak tot impact\nHet professionaliseringsprogramma ondersteunt:\n- Individuele professionals met referentiekaders, inzichten en praktische tools;\n- Organisaties met richtlijnen voor ouderbetrokkenheid en administratief-juridische ondersteuning.\nOndersteunende materialen, zoals factsheets, een gids met inspirerende praktijken en een leidraad voor gezinsinclusief beleid, worden ontwikkeld. Deze aanpak versterkt professionals en organisaties om inclusie te realiseren en gezinnen beter te ondersteunen.","summary":"Dit project biedt een professionaliseringsprogramma en tools aan voor professionals in onderwijs, kinderopvang en gezinsondersteuning om een inclusief gezinsbeleid te implementeren in een diverse samenleving. Het programma richt zich op individuele ondersteuning en organisatorische veranderingen, met als doel de kloof tussen beleid en de realiteit van gezinnen te overbruggen en alle gezinnen te betrekken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002434","result_description":null},{"description":"Gericht op leerlingen uit kansarme of kwetsbare gezinnen, die een verhoogd risico hebben op problematische schoolloopbanen en die behoefte hebben aan rolmodellen.\n\nDe Vlaamse overheid wil studenttutoring door instellingen voor hoger onderwijs ondersteunen. Ze definieert studenttutoring als een methodiek waarbij studenten uit het hoger onderwijs op een gestructureerde manier optreden als begeleider en rolmodel, met de bedoeling vooral leerlingen uit het secundair onderwijs of de derde graad basisonderwijs te ondersteunen bij het leer- en keuzeproces.\n\nDe focus ligt op studiebegeleiding voor kwetsbare tieners die, mogelijk in de nasleep van de coronamaatregelen, remediëring en coaching nodig hebben. De tutoring kan (ook) in de klas plaatsvinden.","summary":"Ondersteuning van kansarme leerlingen door hoger onderwijs studenten als rolmodellen. Begeleiding en coaching in studiekeuzes, met focus op kwetsbare tieners, ook in de klas mogelijk.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002435","result_description":null},{"description":"We willen de digitale competenties, met inbegrip van mediawijsheid, van de leerkrachten naar een hoger niveau tillen. Het uiteindelijke doel is het verhogen van de digitale vaardigheden van de leerlingen.","summary":"Verhoog digitale competenties leerkrachten voor verbetering van leerling vaardigheden.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002436","result_description":null},{"description":"Steeds meer scholen gebruiken een brede variatie aan moderne technologie bij hun (innovatieve) didactiek. Online leerplatformen, cloudtoepassingen, bookwidgets en blended leren behoren tot de dagelijkse onderwijspraktijk.\n\nEn dan is er nog de opkomst van artificiële intelligentie zoals ChatGPT. Al die zaken hebben invloed op elk aspect van school maken.\n\nOndanks de technologische veranderingen blijft de leerkracht cruciaal voor het leerproces van studenten. Hoe kan dit onderzoeksprogramma leerkrachten helpen groeien op het vlak van digitale transities?​","summary":"Ontdek de impact van moderne technologie op schoolpraktijken en leerkrachten. Hoe kan ons onderzoeksprogramma helpen bij digitale transities in het onderwijs?","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002437","result_description":null},{"description":"Regelmatig bewegen bevordert en beschermt zowel onze lichamelijke als geestelijke gezondheid. Het draagt bij aan een hogere levenskwaliteit en zorgt ervoor dat ieder individu beter kan deelnemen aan de maatschappij.\n\nBinnen dit onderzoeksprogramma leggen we de focus op meer lichaamsbeweging binnen de zorg, de werkplek en de school. Door samen met de eindgebruiker noden en drempels rond bewegen in kaart te brengen en door doelgerichte duurzame acties te ontwikkelen, willen we een impact hebben op de gezondheid en de levenskwaliteit van iedereen die nog onvoldoende lichaamsbeweging heeft.","summary":"Regelmatig bewegen verbetert gezondheid en levenskwaliteit. Ons programma richt zich op meer beweging in zorg, werk en school, om de maatschappelijke deelname te bevorderen. We identificeren noden en drempels, en ontwikkelen duurzame acties voor een gezondere levensstijl.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002438","result_description":null},{"description":"De STEM-partnerschappen GelijkgeSTEMd en Let’s STEM together bundelen de krachten en vormen samen GelijkgeSTEMd+. Dit gangmakerschap informeert, ondersteunt en verbindt iedereen die betrokken is bij de organisatie en uitvoering van STEM in de vrije tijd.\n\n1. We bouwen een Oost-Vlaams netwerk aan STEM-aanbieders, middenveldorganisaties, bedrijven, scholen, enz. om samenwerking te stimuleren.\n\n2. We pleiten voor inclusieve trajecten en ondersteunen hierin door te informeren, begeleiden, of de doelgroep te helpen bereiken.\n\n3. We bieden een opleiding voor trainers om de kwaliteit en laagdrempeligheid van het STEM-aanbod te verhogen.\n\n4. We werken samen aan het waarmaken van inclusieve STEM-trajecten (verkennen van subsidies, samenwerkingen, enz.).\n\n5. We versterken, samen met andere STEM-gangmakers, het inclusieve ‘STEM in de vrije tijd’-landschap in Vlaanderen.","summary":"GelijkgeSTEMd+ bevordert samenwerking en inclusiviteit in STEM door netwerken te bouwen, opleidingen aan te bieden en subsidies te verkennen voor vrijetijdsactiviteiten in Oost-Vlaanderen en heel Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002439","result_description":null},{"description":"**In het kort**\n\nDit project richt zich op het ontharden van schoolterreinen en het groenblauw inrichten van deze ruimtes. Door inheemse en bestuiversvriendelijke beplanting, watercaptatie en infiltratie via nature-based solutions, en klimaatadaptieve ingrepen wordt een gezonde en duurzame leefomgeving gecreëerd.\n\n**De nood en relevantie**\n\nVeel schoolterreinen zijn grotendeels verhard, wat bijdraagt aan wateroverlast, hittestress en een gebrek aan biodiversiteit. Door ontharding en een doordachte groenblauwe inrichting dragen scholen bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en een betere leefomgeving voor leerlingen en de bredere gemeenschap. Dit project ondersteunt scholen om deze transitie haalbaar en effectief te maken.\n\n**Van aanpak tot impact**\n\nWe werken samen met scholen om onthardingsplannen op te stellen en natuurgebaseerde oplossingen te implementeren. Door middel van strategische beplanting, waterbeheer en ecologische verbindingen worden schoolterreinen niet alleen groener, maar ook functioneler en klimaatrobuust. De inzichten uit dit project kunnen als voorbeeld dienen voor andere scholen en openbare ruimten, waardoor de impact verder reikt dan de individuele schoolomgeving.","summary":"Transformeer schoolterreinen met inheemse planten en wateroplossingen voor een duurzame en klimaatbestendige omgeving. Samen maken we groenere en functionelere terreinen voor een gezonde leefomgeving. #MarketingCommunicatie","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002440","result_description":null},{"description":"We staan voor grote uitdagingen die vragen om een nieuwe aanpak, zoals klimaatverandering en migratie. Het onderwijs speelt hierin een cruciale rol. Het gaat niet meer alleen om wat je leert, maar ook om hoe je leert. Daarom moeten we het onderwijs transformeren tot een plek waar we de ‘changemakers’ van morgen opleiden. Dit zijn mensen die echt een verschil kunnen maken in een wereld die snelle veranderingen ondergaat.\n\nDeze nieuwe benadering, bekend als ‘transformatief leren’, legt de nadruk op het ontwikkelen van 21ste-eeuwse vaardigheden en vraagt om een andere manier van onderwijzen. Het is een oproep voor een frisse kijk op hoe we leren en onderwijzen organiseren, zodat we beter voorbereid zijn op de uitdagingen van de toekomst.","summary":"Transformeer het onderwijs tot een broedplaats voor toekomstige 'changemakers' door te focussen op transformatief leren en 21ste-eeuwse vaardigheden. Bereid studenten voor op de uitdagingen van morgen in een wereld die snel verandert.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002441","result_description":null},{"description":"Professionaliseringsaanbod voor didactische en inhoudelijke bijscholing van leerkrachten. Operationalisering van nieuwe eindtermen. Focus op eerste graad, aso en tso. Ramping up in bso.\n\nSpecifieke focus op taalgerichte aanpak van diversiteit.","summary":"Ontdek ons aanbod voor bijscholing van leerkrachten, gericht op nieuwe eindtermen. Speciale aandacht voor taaldiversiteit in eerste graad, aso en tso, en groei in bso.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002442","result_description":null},{"description":"### **In het kort**\n\nDit project biedt begeleiding aan initiatieven die investeringssubsidies ontvangen voor ‘Kwaliteitsvolle basisvoorzieningen en inrichting van jeugdinfrastructuur’. Door ondersteuning op maat helpen we organisaties om hun projecten efficiënt en duurzaam te realiseren, met oog voor functionaliteit, toegankelijkheid en toekomstbestendigheid.\n\n### **De nood en relevantie**\n\nJeugdinfrastructuur speelt een cruciale rol in het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Veel voorzieningen hebben echter nood aan modernisering of herinrichting om beter aan te sluiten bij de huidige en toekomstige behoeften. Dankzij investeringssubsidies krijgen organisaties de kans om hun infrastructuur te verbeteren, maar een doordachte aanpak en expertise zijn essentieel om deze middelen optimaal te benutten.\n\n### **Van aanpak tot impact**\n\nWe begeleiden organisaties in elke fase van hun project, van conceptontwikkeling tot uitvoering. Dit omvat onder andere advies over duurzame materialen, inclusieve inrichting en efficiënte budgetbesteding. Door kennisdeling en praktijkgerichte ondersteuning zorgen we ervoor dat de gesubsidieerde projecten niet alleen voldoen aan de subsidievoorwaarden, maar ook een langdurige meerwaarde creëren voor kinderen, jongeren en de bredere gemeenschap.","summary":"Optimale begeleiding voor jeugdinfrastructuurprojecten met focus op efficiëntie en duurzaamheid. Van concept tot uitvoering, met expertise in materialen, inclusiviteit en budgettering voor langdurige impact.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002443","result_description":null},{"description":"Ondersteunen van zowel de lerarenopleidingen als het werkveld (basisscholen, pedagogische begeleiding) bij de implementatie van STEM in het curriculum.\n\nHiervoor zet het lerend netwerk in op het ontwikkelen van STEM-inzichten en de doorstroming ervan naar het werkveld, met zowel ondersteuning op leraar- als schoolniveau.","summary":"Ondersteuning bij implementatie van STEM in lerarenopleidingen en basisscholen. Ontwikkeling en doorstroming van STEM-inzichten naar het werkveld. Focus op leraar- en schoolniveau.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002444","result_description":null},{"description":"In peilingstoetsen en internationale vergelijkende onderzoeken doen de Vlaamse leerlingen het de laatste jaren minder goed op het vlak van taalvaardigheid. Ons onderwijsveld heeft op alle niveaus nood aan meer houvast om alle leerlingen te stimuleren in hun taalontwikkeling.\n\nIn dit programma onderzoeken we hoe we individuele leraren en schoolteams kunnen helpen om de taalvaardigheid van leerlingen te verbeteren via didactisch sterk taalonderwijs, een strategisch, doelgericht taalbeleid en een motiverende leesomgeving over de schoolmuren heen.\n\nHoe taalvaardiger kinderen en jongeren zijn, hoe groter hun kans op succes binnen én buiten de schoolmuren!","summary":"Programma bevordert taalvaardigheid Vlaamse leerlingen via sterk taalonderwijs, doelgericht taalbeleid en motiverende leesomgeving. Vergroot kans op succes in en buiten school.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002445","result_description":null},{"description":"### **In het kort**\n\nDit project versterkt het technisch lezen en spelling bij leerlingen, met een expliciete focus op leesmotivatie en leesbegrip. Het vormt een aanvulling op bestaande inspanningen rond voorbereidende lees- en spellingvaardigheden, mondelinge communicatie en begrijpend luisteren en lezen.\n\n### **De nood en relevantie**\n\nSterke lees- en spellingvaardigheden vormen de basis voor schoolsucces en latere maatschappelijke participatie. Toch hebben veel leerlingen moeite met technisch lezen en spelling, wat hun leesmotivatie en begrip kan ondermijnen. Door een geïntegreerde aanpak die techniek, motivatie en begrip combineert, zorgen we voor een duurzame versterking van de leesvaardigheid.\n\n### **Van aanpak tot impact**\n\nWe ontwikkelen en implementeren didactische strategieën die technisch lezen en spelling ondersteunen, met aandacht voor motivatie en begrip. Dit gebeurt via praktijkgerichte begeleiding van leerkrachten, evidence-based methodieken en inspirerende leermaterialen. De resultaten dragen bij aan een effectieve en duurzame leesaanpak in het onderwijs.","summary":"Versterk lees- en spellingvaardigheden met focus op motivatie en begrip. Begeleiding van leerkrachten en inspirerende leermaterialen voor duurzame leesaanpak in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002446","result_description":null},{"description":"Ruim één op de drie Vlamingen bezit een wearable voor continue monitoring van gedragen fysiologie. Weinig van deze algemeen beschikbare apparaten gebruiken wetenschappelijk gevalideerde algoritmen om stress te detecteren. Dit ontmoedigt bedrijven om deze technologie te integreren in de huidige toepassingen voor stress en geestelijke gezondheid. \n\nAangezien stress een complexe en individuele ervaring is die zowel het autonome zenuwstelsel als de subjectieve ervaring beïnvloedt, zal het combineren van datasets met multimodale gegevens uit het dagelijkse leven (fysiologisch en zelfbeoordeling) door middel van machine learning en datamining technieken nieuwe wetenschappelijke bewijzen opleveren voor het monitoren van stress met behulp van commerciële wearables. \n\nOngeveer 45% van de Vlaamse studenten ervaart regelmatige tot constante studiebelasting en 20% heeft een psychisch probleem met een ernstige impact op het dagelijks leven, daarom richten we ons in eerste instantie op het monitoren van studenten van de associatie KU Leuven. Daarnaast zullen we ook personeelsleden betrekken om de diversiteit en generalisatie van de bevindingen te verhogen. \n\nHet voorgestelde onderzoek zal bedrijven toelaten om de huidige toepassingen voor mentale gezondheid naar een hoger niveau te tillen door een nieuwe maar evidence-based datastroom voor stressidentificatie op te nemen.","summary":"Meer dan 1 op de 3 Vlamingen heeft een draagbare monitor voor fysiologische stress, maar weinig gebruiken wetenschappelijk gevalideerde algoritmen. Ons onderzoek combineert data van wearables en zelfbeoordeling voor betere stressdetectie, met focus op studenten van KU Leuven en personeel. Dit zal bedrijven helpen om evidence-based stressidentificatie te verbeteren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002447","result_description":null},{"description":"Deze aanvraag beoogt het indienen van een projectaanvraag in de two-stage call: Horizon Europe: Towards a holistic support to children and adolescents’ health and care provisions in an increasingly digital society. Dit vergt een zeer brede basis van zowel toepassingsgericht als fundamentele expertise om hierover een degelijk en onderbouwd projectvoorstel uit te werken.\n\nDaarom vertrekt deze aanvraag vanuit een zeer nauwe samenwerking tussen KU Leuven DigiSoc en Thomas More – Mobilab & Care. Niettegenstaande dat we kunnen vertrekken vanuit de goede samenwerking tussen DigiSoc en Mobilab & Care, een bestaand partnerconsortium van een eerdere aanvraag (ADAPT-ID), en een topic dat nog beter aansluit bij onze expertises zijn er enkele bijzondere uitdagingen die we willen aanpakken met deze aanvraag: \n\n1) Uitbreiding consortium, \n2) Concretisering project aanvraag, \n3) Externe expertise en \n4) Backup en risicobeheer.","summary":"Deze aanvraag streeft naar het ontwikkelen van een projectvoorstel voor Horizon Europe om kinderen en adolescenten in een digitale samenleving beter te ondersteunen op gebied van gezondheid en zorg. Samenwerking tussen KU Leuven DigiSoc en Thomas More - Mobilab & Care is essentieel voor een degelijk voorstel. Belangrijke uitdagingen zijn het uitbreiden van het consortium, concretiseren van het project, inzetten van externe expertise en risicobeheer.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002448","result_description":null},{"description":"Insecten bevatten verschillende commercieel relevante moleculen met toegevoegde waarde, zoals lipiden en eiwitten, die op industriële schaal kunnen worden geëxtraheerd.\n\nUit onderzoek blijkt dat insecten op duurzame wijze kunnen worden gekweekt, waarbij minder land en water wordt gebruikt en minder emissies worden uitgestoten dan in de veeteelt en de plantenteelt. Dit maakt dat insecten een enorm potentieel hebben om in de nabije toekomst een commerciële bron van gemakkelijk verkrijgbare, goedkope en duurzame lipiden te worden.\n\nDit project wil aantonen dat de productie van insectenlipiden haalbaar is op pilootschaal en dat een verdere opschaling technologisch en economisch mogelijk is.\n\nThomas More en KU Leuven bundelen hun krachten om de relevantie van insecten en insectenlipiden binnen een circulaire bio-economie te vergroten.\n\nDit project zal het potentieel van insectenlipiden bevestigen en toewerken naar de laatste valorisatiestappen om hun commercialisering in verschillende markten en sectoren te versnellen.","summary":"Insecten bieden waardevolle lipiden en eiwitten die duurzaam kunnen worden gekweekt voor commerciële doeleinden. Dit project toont aan dat opschaling van insectenlipiden technologisch en economisch haalbaar is, met potentieel voor grootschalige productie en commerciële toepassingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002449","result_description":"WP1: Industrial Relevance\n\nScientific objective 1: Selection of industry-relevant insect lipid applications\n\nDeliverables:\n\nD1.1: Overview of relevant industrial lipids, their specifications and analyses used in industry.\n\nD1.2: Recommended framework for WP2: two cases, specifications to optimize.\n\nD1.3: Recommended framework for WP3: definition of goal, scope and system boundaries, functional unit and resulting inventory requirements for the LCA and TEA.\n\nWP2 – Process Optimization\n\nScientific objective 2: Development of a process to produce lipids at pilot scale for 2 selected cases\n\nDeliverables:\n\nD2.1: Standard Operating Procedures (SOPs) for the different production processes.\n\nD2.2: SOPs for the lipid analyses for quality control and the steering of the production process.\n\nD2.3: Production of insect lipids at a pilot scale\n\nWP4 – Valorization Roadmap and Strategy\n\nSpecific objective 5: valorization roadmap and strategy\n\nDeliverables:\n\nD4.1: Development of a valorization roadmap\n\nD4.2: Identification of viable future valorization steps (strategy)"},{"description":"Een duurzame toekomst voor onze planeet vereist hernieuwbare chemicaliën voor nijverheden zoals de polymeerindustrie, cosmetica, enz. om de huidige fossiele grondstoffen te vervangen.\n\nCSCE Biocon en Expertisecentrum Duurzame Biomassa en Chemie (RADIUS) hebben jaren ervaring in het verwerking van biomassa (d.i. lignocellulose materialen, en insecten en microalgen, respectievelijk) om hoogwaardige producten te bekomen.\n\nEen sterke samenwerking zal deze expertise verder uitbreiden naar complexere biomassa’s en een breder assortiment aan bio gepasseerde chemicaliën voor de synthese van polymeren, cosmetica, smeermiddelen, enz.","summary":"Voor een duurzame toekomst zijn hernieuwbare chemicaliën nodig in diverse industrieën. CSCE Biocon en RADIUS hebben expertise in biomassa verwerking voor hoogwaardige producten. Samenwerking zal leiden tot uitbreiding naar complexere biomassa's en variatie in biochemische producten voor diverse toepassingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002450","result_description":"Het eerste doel van het project is om monomeren, prepolymeren en/of polymeren te genereren die zijn afgeleid van bouwstenen die zijn geraffineerd uit vertrouwde voeders, bijv. insectenvetten en lignineolie.\n\nHet tweede doel is om de basis te leggen voor een portfolio van verbindingen die zijn afgeleid van complexere grondstoffen die een combinatie bevatten van vetten, suikers, fenolen en eiwitten (bijv. bierbostel, perskoeken, tomatenbladeren, enz.) voor verschillende toepassingen (bijv. smeermiddelen, cosmetica, pigmenten, enz.)\n\nHet uiteindelijke doel is om een langdurige, duurzame relatie te ontwikkelen en de financiering te verwerven om deze voort te zetten."},{"description":"Hoe zorgen we dat leerlingen de belangrijkste doelen voor wiskunde en Nederlands halen? Het Steunpunt combineert centrale toetsen, digitale afnames en slimme analyses om onderwijs te verbeteren.\n\nIn het kort Het Steunpunt ontwikkelt hoogwaardige en wetenschappelijk onderbouwde informatie over het behalen van essentiële minimumdoelen voor wiskunde en Nederlands. Via centrale en digitale toetsen op vier momenten in de schoolloopbaan worden gegevens verzameld. Deze gegevens worden geanalyseerd en teruggekoppeld naar leerlingen, scholen en beleidsmakers. Het onderzoek richt zich op kwaliteitszorg, trendanalyses en het meten van leerwinst.\n\nDe nood en relevantie De centrale toetsen spelen een cruciale rol in het waarborgen van onderwijskwaliteit. Het project biedt beleidsmakers, scholen en leerlingen waardevolle inzichten in het behalen van leerdoelen. Dit helpt om leerachterstanden tijdig te signaleren en gerichte verbeteringen door te voeren.\n\nVan aanpak tot impact Door een combinatie van centrale en digitale toetsen, geautomatiseerde analyses en feedback op maat verbetert het Steunpunt de kwaliteitszorg in het onderwijs. Verwachte resultaten zijn verbeterd inzicht in trends en leerwinst, en een effectievere ondersteuning voor scholen en beleidsmakers. Hiermee levert het project een essentiële bijdrage aan het onderwijs in Vlaanderen.","summary":"Het Steunpunt verbetert onderwijskwaliteit door centrale en digitale toetsen te combineren voor wiskunde en Nederlands. Analyse en feedback helpen leerlingen, scholen en beleidsmakers bij het behalen van leerdoelen en het signaleren van leerachterstanden. Dit leidt tot verbeterd inzicht in trends en leerwinst, en effectievere ondersteuning voor het onderwijs in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002451","result_description":null},{"description":"Meer mensen wonen, werken en leven op een beperkte ruimte. De waarde van openbare en gedeelde ruimte neemt dus alleen maar toe, evenals de druk op die ruimte. Duurzaam ruimtegebruik, waarbij de verschillende functies gecombineerd worden zodat er tegemoetgekomen wordt aan de noden van de buurtbewoners, is de toekomst.\n\nMet dit project willen wij hieraan bijdragen door bijzondere aandacht te hebben voor bewoners in kansarmoede, van andere origine en van verschillende leeftijden, zowel jong als oud. We willen ervoor zorgen dat hun stem bij duurzaam ruimtegebruik gehoord wordt. Het zijn immers net die mensen waarvoor openbare ruimte belangrijk is in het dagelijkse leven. Het bepaalt hun levenskwaliteit, en net zij hebben minder invloed op de invulling ervan.\n\nIn dit project willen we met de wijkbewoners aan de slag gaan rond duurzaam ruimtegebruik in hun eigen buurt. We ontwerpen samen met de wijk en andere relevante stakeholders op twee niveaus: op niveau van de concrete authentieke casus in de wijk (Design Thinking) en op niveau van het onderzoek (Design Research).\n\nVoor de concrete casus vertrekken we van wat leeft bij de buurtbewoners. Tijdens co-creatieve activiteiten verkennen we samen met hen de noden in de buurt, waarbij zij mee de ontwerpvraag bepalen. Welke kansen zien ze om met de ruimte in de buurt aan de slag te gaan? Hoe kunnen we anders omgaan met ruimte? De oplossing, daar werken we in co-creatie met de hele buurt aan.\n\nVan bij de start betrekken we de buurtbewoners en lokale organisaties bij ons designonderzoek, waarbij we een antwoord zoeken op de onderzoeksvraag: Hoe kunnen we buurtbewoners, incl. bewoners in kansarmoede, van andere origine en van verschillende leeftijden, betrekken om de functies van de aanwezige ruimte samen mee in te vullen en zo betrokkenheid en draagvlak rond duurzaam ruimtegebruik in Vlaanderen (incl. 6 principes) te creëren?","summary":"Met dit project streven we naar duurzaam ruimtegebruik door bewoners in kansarmoede, van andere origine en verschillende leeftijden te betrekken bij het ontwerpen van openbare ruimtes in de buurt. Samen met de wijk en stakeholders werken we op twee niveaus: op buurtcasussen en onderzoeksniveau. Dit co-creatieproces zal de betrokkenheid en draagvlak rond duurzaam ruimtegebruik bevorderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002452","result_description":null},{"description":"Wendbare scholen met gedreven teams gaan vandaag veerkrachtig om met onderwijsuitdagingen. De sleutel? Samen werken en samen leren.\n\nMaar hoe stimuleer je dat? Welk soort leiderschap en schoolbeleid vraagt dat? En hoe hou je het werkbaar?\n\nMet ‘Samen leren en school ontwikkelen’ willen we begrijpen welke factoren bijdragen aan de groei en retentie in het onderwijs, zelfs in tijden van uitdagingen zoals beperkte instroom, vroegtijdige uitstroom, vlakke loopbanen en hoge stress- en burn-outcijfers.\n\nOns onderzoek zal niet alleen leiden tot wetenschappelijke inzichten, maar ook concrete tools en instrumenten aanreiken. Zo versterken we leerkrachten, teams én schoolleiders en gaan we voluit voor kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling!","summary":"Ontdek hoe wendbare scholen en gedreven teams samenwerken en samen leren om onderwijsuitdagingen aan te gaan. Ons onderzoek biedt inzichten en tools voor groei en retentie in het onderwijs, versterkt leerkrachten en schoolleiders en streeft naar kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002453","result_description":null},{"description":"Dit project ondersteunt de behoeften van erkende vluchtelingen om toeristische ondernemers te worden. We zullen casestudy's van goede voorbeelden zoeken, evenals drempels voor succes, casestudies en lessen die van toepassing zijn op de partnerlanden voor de EU die te maken hebben met de vluchtelingencrisis als gevolg van de invasie in Oekraïne. We ontwikkelen middelen om deze bevolkingsgroep te ondersteunen. Via dit innovatieve project willen we Oekraïense en andere vluchtelingen ondersteunen bij hun sociale integratie en toegang tot hoger onderwijs.\n\nHet project zal een gedetailleerd rapport opleveren op basis van primair en secundair veldwerk in Ierland, België, Kroatië, Turkije en Oekraïne. We zullen een gebruikersgids met goede praktijken opstellen voor erkende vluchtelingen, toeristische ondernemers. Dit zal ondersteund worden door cursusmateriaal, een website en een mobiele applicatie. Tenslotte zal een te raadplegen databank aangeboden worden aan erkende vluchtelingen, toeristische ondernemers, waardoor zij ondersteuning op het gebied van onderwijs en opleiding, financieringsopties, netwerken en zakelijke ondersteuning krijgen.\n\nHet projectresultaat zal bestaan uit 210 opgeleide erkende vluchtelingen, toeristische ondernemers, 300 downloads van onze gids, 300 downloads van onze mobiele applicatie en de oplevering van het project. We streven naar minimaal 1.000 hits op onze website. Het project zal worden verspreid via 5 internationale business netwerken. Het belangrijkste resultaat zal zijn dat we vluchtelingen trainen in het opstarten van een toeristisch bedrijf. Dit zal helpen bij de maatschappelijke integratie en zorgen voor een spin-off door training van NGO's en academisch personeel.","summary":"Dit project helpt erkende vluchtelingen om toeristische ondernemers te worden, met focus op sociale integratie en hoger onderwijs. Het resultaat omvat 210 opgeleide vluchtelingen, een gebruikersgids, website, mobiele app en databank voor ondersteuning. Verspreiding via 5 internationale netwerken, met als hoofddoel het trainen van vluchtelingen voor ondernemerschap en maatschappelijke integratie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002454","result_description":null},{"description":"Met dit project willen we het poldergebied in Noord-West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland klimaatresistenter maken door in te zetten op (1) een grensoverschrijdend waterbeheer en (2) grootschalige bovengrondse zoetwaterbuffering in bestaande kanalen (Schipdonkkanaal, Leopoldkanaal, Damse Vaart, Plassendaele, Nieuwpoort). \n\nWIJ-Water vertrekt van ontwerpend onderzoek en modelleringen waarbij de impact op de betrokken actoren voor de verschillende scenario's wordt onderzocht. Via grensoverschrijdende kennisuitwisseling en -opbouw bouwen we expertise op rond zoetwaterbuffering, waterkwaliteit (o.a. tegengaan verzilting) en dynamisch peilbeheer in functie van het watersysteem, landbouwgebruik en biodiversiteitsontwikkeling. \n\nIn samenspraak met lokale stakeholders leidt dit tot een gedragen grensoverschrijdende strategische visie op zoetwaterbuffering. Deze cocreatieve aanpak zorgt voor de integratie van lokale kennis en de ontwikkeling van verschillende waarden die bij verschillende stakeholders aanwezig zijn. Dit zal ook leiden tot een verhoging van écht waterburgerschap aan Nederlandse en aan Vlaamse zijde.","summary":"Dit project maakt het poldergebied in Noord-West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Zeeland klimaatresistenter door grensoverschrijdend waterbeheer en bovengrondse zoetwaterbuffering in kanalen. Het ontwerp en modelleringen onderzoeken de impact op actoren, bouwen expertise op en ontwikkelen een grensoverschrijdende strategische visie. Dit cocreatieve proces integreert lokale kennis en waarden, en verhoogt waterburgerschap aan beide zijden van de grens.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002455","result_description":null},{"description":"Via de Waddist-app kunnen jongeren van 12 tot en met 30 jaar elke dag delen wat ze denken, voelen en meemaken. Er wordt veel gesproken over jongeren, maar nog te weinig met hen. Waddist brengt daar verandering in.\n\nDe app stelt elke dag om 17u 3 korte vragen over verschillende thema’s, zoals social media, seksualiteit, mentaal welzijn, werk, drugs …\n\nAls ze de vragen beantwoorden krijgen ze een tip van de dag en zien ze ook wat andere gebruikers of Waddisters op de vragen van de dag ervoor antwoordden.\n\nJongeren kunnen ook zelf vragen insturen die ze graag aan andere Waddisters willen stellen.\n\nWaddist geeft dus elke dag:\n3 vragen waarbij jongeren hun mening delen\n3 resultaten waarbij jongeren kunnen vergelijken met andere Waddisters: hoe denken zij over bijvoorbeeld stemrecht, genderidentiteit of online pesten?\n1 tip waarbij ze meer info krijgen over de vragen of hun gedachten kunnen verzetten","summary":"Ontdek de Waddist-app voor jongeren van 12-30 jaar om dagelijks gedachten, gevoelens en ervaringen te delen. Beantwoord 3 vragen over diverse thema's, ontvang een tip en vergelijk jouw antwoorden met andere gebruikers. Stuur ook zelf vragen in en maak verbinding met andere Waddisters.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002456","result_description":null},{"description":"Leer-kracht voor morgen. Welke impact heeft de modernisering van het secundair onderwijs op de lerarenopleiding? \n\nOf meer specifiek: op welke manier kunnen lerarenopleidingen studenten opleiden tot veranderingsbekwame onderwijsprofessionals die startklaar zijn om te functioneren binnen een gemoderniseerd en meer gediversifieerd secundair onderwijs?","summary":"Ontdek de toekomst van lerarenopleidingen: Hoe bereiden we studenten voor op een dynamisch secundair onderwijs? Leer-kracht voor morgen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002457","result_description":null},{"description":"Dalende omzetten van handelaars in de retailsector veroorzaken voor het zesde jaar op rij meer leegstaande handelspanden in de Vlaamse steden (Locatus, 2014). Voor de structurele omzetdaling en leegstand van handelszaken in aanloopstraten en B-locaties zijn verschillende oorzaken te duiden, zoals bijvoorbeeld de economische crisis, (lokale) wetgeving met betrekking tot openingstijden en handelshuur, parkeerproblemen, concurrentie van shoppingcentra en baanwinkels, de prijskritische consument en steeds toenemende internetverkopen. Handelaars in de aanloopstraten en B-locaties hebben het meest te kampen met deze problematiek en juist deze straten met specialistische zaken kleuren het eigen en unieke karakter van een stad. De retailsector staat aan de vooravond van een herstructurering en samenwerking tussen verschillende partijen (wetgever, (lokale) overheid, vastgoed en de retailsector) is meer dan ooit nodig voor het behouden en bekomen van bruisende en leefbare steden.\n\nHoe kunnen wetgever, (lokale) overheid, vastgoed en retail duurzame toegevoegde waarde creëren om leegloop en leegstand te vermijden van commerciële uitbatingen in aanloopstraten en B-locaties van stedelijke centra? Om een antwoord te formuleren op de centrale onderzoeksvraag zijn drie deelonderzoeksvragen uitgewerkt:\n1) Welke initiatieven bestaan er reeds op verschillende fronten zoals wetgeving, (lokale) overheid, bedrijven en andere actoren om leegloop en leegstand aan te pakken en wat zijn de resultaten?\n2) Welke innovatieve businessconcepten kunnen geïmplementeerd worden in deze winkelgebieden?\n3) Op welke manier kunnen wetgever, (lokale) overheid, vastgoed en retail samenwerken aan duurzame oplossingsscenario’s om leegloop en leegstand tegen te gaan?\n\nDeze onderzoeksvragen beantwoorden we door het uitvoeren van een grondige literatuurstudie gecombineerd met (inter)nationale studiebezoeken, het in kaart brengen van de noden van de retailsector en winkelvastgoed (behoefteanalyse), welke we terugkoppelen met experts. Op basis van de vergaarde informatie worden, ook in samenwerking met studenten en experts, innovatieve businessconcepten ontwikkeld specifiek voor de activatie van de aanloopstraten en B-locaties in Gent en Aalst. De ontwikkelde concepten voor de aanloopstraten en B-locaties in deze steden worden afgetoetst met focusgroepen van consumenten, ondernemers en vastgoed. De bevindingen uit de focusgroepen leiden tot het vastleggen van een aantal concrete modellen, welke worden voorgelegd aan vertegenwoordigers van de lokale overheid, ondernemers en vertegenwoordigers van vastgoed uit het geselecteerde onderzoeksgebied. Hiermee willen we aftoetsen hoe deze drie partijen staan ten aanzien van de uitgewerkte businessconcepten en wat er concreet moet gebeuren om deze te implementeren of welke redenen er bestaan om dit niet te doen. De ontwikkelde kennis en ervaringen uit dit project worden gedeeld op een informatieplatform en de bevindingen willen we uitwerken via een interactieve toolbox, in samenwerking met relevante partners.","summary":"The retail sector in Flemish cities faces increasing challenges with declining sales leading to more vacant commercial properties. Collaboration between government, real estate, and retail sectors is crucial to revitalize shopping areas and prevent further decline. Research focuses on existing initiatives, innovative business concepts, and sustainable solutions to combat vacancies. Findings will inform the development of tailored strategies for specific city areas, involving stakeholders in the process for effective implementation and long-term success.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002458","result_description":null},{"description":"In dit onderzoeksproject wordt een kwalitatief onderzoek opgezet in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. De focus ligt op het bevragen van de sociale partners (scholen, OCMW, departement sociale zaken) van Pelicano.\n\nDe Pelicano Foundation heeft als doel kinderarmoede in België te bestrijden, met name door financiële bijstand te verlenen om aan basisbehoeften (maaltijden, kleding, schoolbenodigdheden, enz.) van kinderen te voldoen. De stichting wenst een kwalitatief onderzoek uit te voeren waarbij voornamelijk het perspectief van de sociale partners (scholen, OCMW, departement sociale zaken) centraal staat. Zij onderzoeken waarom ze voor Pelicano kiezen in plaats van publieke actoren/organisaties, hoe ze de tussenkomst van Pelicano ervaren, welke (sociale) impact deze heeft en welke opportuniteiten en uitdagingen ze identificeren.","summary":"De Pelicano Foundation voert kwalitatief onderzoek uit in België om kinderarmoede te bestrijden. Het project richt zich op sociale partners zoals scholen en OCMW, om inzicht te krijgen in hun perspectief en de impact van Pelicano's tussenkomst te evalueren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002459","result_description":null},{"description":"Dit project kreeg vorm binnen de alliantie tussen HOGENT en Erasmushogeschool Brussel en focust op diversiteit en inclusie in hoger onderwijscontexten. Het beoogt via verhalen van studenten een impuls te geven aan het diversiteitsbeleid van deze hoger onderwijsinstellingen.\n\nHoewel toegang tot hoger onderwijs een verworven recht is en de instroom aan hogescholen diverser wordt, zijn er jaarlijks heel wat jongeren die het hoger onderwijs niet aanvatten, het moeizaam door spartelen of het voortijdig verlaten. Een belangrijke factor daarin is het gebrek aan ervaring zich gewaardeerd en geïncludeerd te voelen als student.\n\nOnderzoek toont aan dat een inclusief klimaat erg bepalend is voor gunstige instroom en doorstroom van een diverse studentenpopulatie. Ondanks waardevolle inspanningen aan HOGENT en EhB om van deze hogescholen een plaats te maken voor alle studenten - ongeacht etnisch-culturele achtergrond, geloofsovertuiging, sociaal-economische klasse, gender, … - blijft dit inclusief klimaat over het algemeen een heikel punt in het hoger onderwijs.\n\nVia dit project worden studenten individueel en collectief uitgenodigd om hun verhaal te delen en als co-auteur mee te schrijven aan een script voor inclusief hoger onderwijs. Het project beoogt perspectieven van studenten te beluisteren, betekenisvolle verhalen te verbinden met diversiteitsbeleid en een platform te creëren van waaruit nauwer kan worden samengewerkt aan inclusieve hogeschoolcontexten.","summary":"Dit project van HOGENT en Erasmushogeschool Brussel zet in op inclusie in het hoger onderwijs met studentenverhalen als drijvende kracht. Het creëert een platform voor diversiteitsbeleid en samenwerking om een inclusief klimaat te bevorderen en studenten te ondersteunen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002460","result_description":null},{"description":"Het Re-Empower project combineert internationale mensenrechten- en veerkrachtperspectieven om meisjes en jonge vrouwen en hun sociale omgeving te empoweren door gebruik te maken van de positieve impact van gewoonten en tradities.\n\nTanzania heeft een van de hoogste kinderhuwelijken ter wereld. Het kindhuwelijk, dat onevenredig veel gevolgen heeft voor meisjes en jonge vrouwen, is een genderprobleem dat verschillende kaders, zoals de internationale mensenrechtenwetgeving en de Sustainable Development Goals, willen aanpakken.\n\nTerwijl juridische benaderingen zich vooral hebben gericht op het verbieden van kinderhuwelijken, vereist succesvolle preventie van kinderhuwelijken dat de achterliggende oorzaken en belangrijkste risicofactoren worden aangepakt en dat de capaciteiten en middelen van mensen worden versterkt en uitgebouwd.\n\nBestaande risicofactoren voor kindhuwelijken, waaronder voornamelijk sociaaleconomische factoren zoals armoede, gebrek aan onderwijskansen voor meisjes en alternatieven om een bestaan op te bouwen, zullen naar verwachting worden verergerd door milieurisico's veroorzaakt door klimaatverandering, zoals droogte of overstromingen. Het Re-Empower project bouwt voort op empirische bevindingen van de op mensenrechten gebaseerde benadering die werd gehanteerd in een eerder samenwerkingsproject over de gezondheidseffecten van kindhuwelijken in Tanzania en is gericht op het opbouwen van veerkracht onder meisjes en jonge vrouwen en hun sociale omgeving door hen te empoweren door gebruik te maken van de positieve invloed van gewoonten en tradities.","summary":"Het Re-Empower project versterkt meisjes en jonge vrouwen in Tanzania tegen kinderhuwelijken door een holistische aanpak vanuit mensenrechten- en veerkrachtperspectieven. Het project richt zich op het aanpakken van oorzaken en risicofactoren, zoals armoede en gebrek aan onderwijs, en versterkt capaciteiten door positieve tradities te benutten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002461","result_description":null},{"description":"Met MimiQgame willen we een technische proof of concept (TPOC) van een facial retraining game ontwikkelen als ondersteuning in de revalidatie van personen met een perifere aangezichtsverlamming. De game biedt een antwoord op de internationale vraag van therapeut en patiënt naar een meer innovatief, interactief format van facial retraining (mimetherapie).\n\nVia MimiQgame krijgt de patiënt binnen een spelcontext gevarieerde en individueel aanpasbare oefeningen aangeboden. Instelbare feedbackopties worden voorzien. MimiQgame wil zo de therapietrouw van patiënten verhogen en therapeuten toelaten veel meer tijdsefficiënt en kosteneffectief te werken.\n\nDe TPOC die wordt ontwikkeld, zal via user testing iteratief worden geëvalueerd en bijgestuurd. Daarnaast worden valorisatiepistes verder verkend en uitgewerkt.","summary":"Ontwikkeling van MimiQgame: een innovatief facial retraining game ter ondersteuning van revalidatie bij aangezichtsverlamming. Verbeter therapietrouw, efficiëntie van therapeuten en bied gepersonaliseerde oefeningen met feedbackopties. Iteratieve evaluatie en valorisatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002462","result_description":null},{"description":"Artificiële intelligentie (AI) is de wereld in een snel tempo aan het veranderen. We geloven in het potentieel, maar we willen ook dat er op een verantwoorde manier mee omgegaan wordt.\n\nIn dit onderzoeksprogramma bekijken we de veranderende jobs van designers, journalisten en communicatieprofessionals door de inzet van generatieve AI. We helpen intuïtieve en vertrouwenwekkende interfaces te ontwerpen.\n\nEn we brengen de ecosystemen en businessmodellen die veranderen door AI in kaart. Zo dragen we bij aan een efficiënte en verantwoorde aanvaarding van AI in het werkveld, zowel voor mediaorganisaties als voor individuele mediaprofessionals.","summary":"Ontdek hoe AI de wereld transformeert en bijdraagt aan verantwoorde innovatie in design, journalistiek en communicatie. Efficiënte interfaces en nieuwe businessmodellen staan centraal in ons onderzoek.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002463","result_description":"De vele kansen van AI nuttig inzetten en de mogelijkheden breed bekendmaken."},{"description":"De retail is een sector met een groot potentieel voor (technologische) innovatie, van verpakkingen tot de winkelomgeving zelf.\n\nWe onderzoeken aan de hand van prototyping en het Internet of Things hoe technologische innovaties ook voor kleine retailers haalbaar worden.\n\nWe focussen hierbij op twee innovatiedomeinen: ecologie en duurzaamheid enerzijds en het slimmer maken van de winkelervaring door technologie in te zetten anderzijds.\n\nTegelijk brengen we in kaart hoe consumenten daar tegenover staan.","summary":"Ontdek hoe technologische innovaties de retailsector transformeren. Wij richten ons op ecologie, duurzaamheid en het verbeteren van de winkelervaring met technologie, met aandacht voor kleine retailers. We onderzoeken consumentenreacties.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002464","result_description":"Door de inzet van het prototypinglab en het gebruiken van prototyping als onderzoeksmethode worden technologische innovaties voor kleinere spelers en zelfstandige winkels ontwikkeld, gedemonstreerd en haalbaar gemaakt."},{"description":"De centrale vraag van dit onderzoek is op welke manier sociaal-culturele tussenkomsten zich verhouden tot bestaande processen van gemeenschapsvorming in een veranderende stad.\n\nDe drie deelvragen weerspiegelen de drie centrale thema’s in de probleemstelling. Ledeberg als onderzoeksterrein van de veranderende stad, en de praktijken en vertogen van bewoners en sociaal-culturele beroepskrachten (community workers).\n\nHet onderzoek wil empirische gegevens verzamelen over feitelijke processen van gemeenschapsvorming in de veranderende stad en de positie en betekenis van sociaal-culturele tussenkomsten hierbinnen. Op basis van deze data worden er handvaten aangereikt voor het handelen en de positie van sociaal-cultureel werkers binnen de context van een veranderende stad.","summary":"Dit onderzoek analyseert hoe sociaal-culturele tussenkomsten bijdragen aan gemeenschapsvorming in een veranderende stad, met focus op Ledeberg. Het richt zich op de praktijken en visies van bewoners en community workers, om inzichten te bieden voor sociaal-cultureel werkers in deze context.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002477","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject ‘Beleidsondersteunende trajecten stadsvernieuwing’ – kortweg BOTS – is een vervolgproject op 'Gemeenschapsvorming in een veranderende stad'.\n\nIn dit project werkten we een sociaal-pedagogisch perspectief op stadsvernieuwing uit aan de hand van een reflectiekader en twee casestudies.\n\nSamengevat wordt stadsvernieuwing vanuit sociaal-pedagogisch perspectief opgevat als een gedeeld leerproces dat drie pijlers met elkaar verbindt: gebiedsanalyse, dialoog en integrale planning.\n\nEen gebiedsanalyse heeft aandacht voor de manier waarop bewoners en gebruikers van een gebied betekenis geven aan hun omgeving, er zich door bewegen en zich tot elkaar verhouden. Een gebiedsanalyse vertrekt dus van onderuit, vanuit de alledaagse leefwereld en heeft daarnaast ook aandacht voor de voorgeschiedenis van het gebied, en de bestaande maatschappelijke verhoudingen.\n\nStadsvernieuwing krijgt vorm aan de hand van een dialoog tussen bewoners, gebruikers, praktijkwerkers en bestuurders, die in essentie gaat over de onderhandeling tussen uiteenlopende individuele en collectieve verwachtingen en noden. Het collectieve leerproces verbindt deze dialoog ook met een proces van integrale planning, waarbij gelijktijdig en gelijkgericht wordt ingezet op fysiek-ruimtelijk, sociaal-cultureel en economisch vlak. Deze integrale planning start reeds bij het soort vragen en doelen op basis waarvan een stadsvernieuwingsproject wordt opgestart: draagt stadsvernieuwing bij tot een meer democratische en sociaal-rechtvaardige samenleving?\n\nDe eindpublicatie 'Stadsvernieuwing vanuit een sociaal-pedagogisch perspectief' bevat drie boekjes: een Reflectiekader, Casestudie Aalst en Casestudie Gent. (Klik op de afbeelding om de publicaties te doorbladeren)","summary":"BOTS project: stadsvernieuwing als leerproces met focus op gebiedsanalyse, dialoog en integrale planning. Publicatie met reflectiekader en casestudies.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002478","result_description":null},{"description":"Uitrol van STEM-academies in Vlaanderen.\n\nBasisscholen uit de brede omgeving weten dat ze met leraren en leerlingen in de lerarenopleiding terechtkunnen voor STEM-activiteiten. Ze erkennen de lerarenopleiding Thomas More Kempen als een expert op het gebied van STEM-onderwijs.","summary":"Basisscholen in Vlaanderen vertrouwen op Thomas More Kempen voor STEM-activiteiten, waardoor de school een expert wordt in STEM-onderwijs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002479","result_description":"Organisatie van naschoolse STEM-academies.\n\nOpleiden van STEM-vrijwilligers via het Navormingscentrum Onderwijs.\n\nUitlenen van WiWeTeRboxen om STEM-activiteiten te ondersteunen."},{"description":"WiWeTeR heeft als gangmaker 3 grote ambities. Ten eerste wil het een toonaangevend STEM-expertisecentrum zijn voor STEM-academies en -actoren. Het biedt een breed scala aan expertise, consulting, ondersteuning en coaching voor STEM-organisaties en -actoren die actief zijn in een buitenschoolse context.\n\nTen tweede streeft WiWeTeR ernaar een bekende STEM-community te worden in de regio's Antwerpen-Mechelen en Kempen, maar ook in heel Vlaanderen. Het wil een uitgebreide kennisdatabank en verbindingsmomenten bieden, waarbij samen met andere STEM-gangmakers en -partners gezocht wordt naar oplossingen voor uitdagingen die voortkomen uit de ambitie om STEM toegankelijk te maken voor kleuters, kinderen, jongeren en volwassenen. De focus ligt hierbij op inclusie en diversiteit, met als doel deze aspecten om te zetten in concrete acties binnen het Vlaamse ecosysteem.\n\nTot slot droomt WiWeTeR ervan een Vlaamsbrede pool van STEM-animatoren te creëren die beschikbaar zijn voor het aanbieden van STEM-trajecten in een buitenschoolse context. Dit initiatief omvat de maximale betrokkenheid van alle belanghebbenden uit de quadruple helix (STEM-academies, gemeenten, bibliotheken, bedrijven, doelgroeporganisaties, jeugdorganisaties) in beide regio's. Op deze manier draagt WiWeTeR niet alleen bij aan een sterk eigen netwerk, maar bevordert het ook samenwerking en kennisdeling over STEM op Vlaams niveau.","summary":"WiWeTeR streeft naar een toonaangevend STEM-expertisecentrum met breed aanbod aan diensten voor STEM-organisaties en -actoren. Ook wil het een bekende STEM-community worden in regio's Antwerpen-Mechelen, Kempen en Vlaanderen, met focus op inclusie en diversiteit. Daarnaast droomt WiWeTeR van een Vlaamsbrede pool van STEM-animatoren voor buitenschoolse STEM-trajecten, met betrokkenheid van alle stakeholders.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002480","result_description":"Als gangmaker streven wij naar de volgende concrete realisaties:\n\nWiWeTeR als expertisecentrum expliciet op de markt te zetten. We streven ernaar een duurzaam aanspreekpunt te worden voor alle STEM-academies en organisaties in de regio Mechelen-Antwerpen en de Kempen. Dit expertisecentrum staat ook ter beschikking van alle STEM-academies en organisaties in Vlaanderen.\n\nWe zullen het ondersteunende STEMnetwerk verder uitbouwen en verduurzamen door de rollen van facilitator, organisator en monitor van versterkende activiteiten op te nemen. Dit zal gebeuren in samenwerking met partners uit de quadruple helix.\n\nAls lid van het Vlaams ecosysteem zullen we een actieve, participerende en voortrekkende rol opnemen en zichtbaar zijn op grote externe evenementen."},{"description":"De projectaanvraag SDG-teacher helpt studenten in de lerarenopleiding met het verwerven van SDG kennis/competenties. Dit gebeurt met het oog op een multiplicatoreffect via een train-the-trainer leerpad. \n\nDe duurzaamheidscompetenties zullen bepaald worden in samenwerking met een stuurbordgroep. Vervolgens worden deze competenties gekoppeld aan concrete, praktijkgerichte werkvormen. Deze werkvormen zullen geïntegreerd worden in verschillende OPO’s.","summary":"SDG-teacher project bevordert SDG-kennis bij lerarenopleiding door duurzaamheidscompetenties te integreren in lesprogramma via train-the-trainer aanpak. Stuurbordgroep bepaalt competenties en praktijkgerichte werkvormen voor diverse vakken.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002481","result_description":"Herwerking van de leerlijn 'geïntegreerd werken' binnen Baso. Het gaat hierbij om 100 studie-uren te verdelen over 5 OPO's, die handelen over de volgende topics: duurzaamheid en SDG's, sociaal ondernemen, circulair ondernemen en digitalisering.\n\nHet gaat om de volgende OPO's:\n- Geïntegreerd werken 1: Big Idea\n- Geïntegreerd werken 2: STEM\n- Geïntegreerd werken 2: Society Based Learning\n- Geïntegreerd werken 3: STEM\n- Geïntegreerd werken: Society Based Learning."},{"description":"STEM-workshops ontwikkelen voor 14+ buiten de schooluren.\n\nDaarnaast willen we een eigen accent leggen; focus ook op kinderen die traditioneel niet naar een STEM-workshop geleid worden (kansarmen en sociaal kwetsbare kinderen) (wel binnen de schooluren). Workshops zijn niet gratis (maar er kan wel financieel worden tussengekomen, bv. terugbetaling van transportkosten).\n\nNeteland STEM-land wil challenges bij bedrijven uitwerken en jongeren via scholen hiervoor aanspreken. De focus ligt op de brede samenwerking binnen het project en is een interessant voorbeeld van hoe een intergemeentelijke samenwerking met STEM aan de slag kan gaan. De locaties bij bedrijven kunnen wel aantrekkelijk zijn voor de doelgroep. De challenges zullen in Neteland en mogelijks breder in de Kempen uitgerold worden.","summary":"Ontwikkel STEM-workshops voor 14+ buiten schooluren met focus op kansarmen. Werk samen met bedrijven voor uitdagende projecten en stimuleer intergemeentelijke samenwerking voor een breder bereik in Neteland en de Kempen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002482","result_description":"Uitwerking van 8 STEM-workshops voor de doelgroep van 14- tot 18-jarigen.\n\nUitwerking van een extra STEM-workshop voor kinderen BuO type 3 tot en met type 9."},{"description":"De glastuinbouwsector in de grensregio Vlaanderen-Nederland behoort tot de absolute wereldtop. De huidige energiecrisis zorgt er echter voor dat er in de glastuinbouw een grote nood is ontstaan om het energieverbruik te verminderen. Daarenboven heeft de Europese Unie de ambitieuze doelstelling om klimaatneutraal te zijn tegen 2050.\n\nOm deze klimaatdoelstelling te kunnen behalen is nog onderzoek nodig opdat nieuwe innovaties kunnen geïmplementeerd worden in de praktijk. In het Interreg Vlaanderen-Nederland project Energlik slaan de partners de handen in elkaar om de sector te ondersteunen in het besparen van energie met behulp van innovatieve technologieën.\n\nEen eerste innovatie, welke getrokken wordt door Thomas More, is de afvangst van CO2 uit de rookgassen van de verwarmingsinstallaties. Door dergelijke CO2-captatie en bijhorende opslag, kan de CO2-invulling worden losgekoppeld van de warmteproductie. Dit maakt het mogelijk slimmer CO2 te doseren tijdens uren met sterke fotosynthese.\n\nDe tweede innovatie is het ontwikkelen en inzetten van energy-balancing schermen. Hierbij wordt er ook buiten de sector gezocht naar folies met een hoge lichttransmissie en hoge isolerende eigenschappen. Het materiaal met het meeste potentieel wordt dan verder ontwikkeld tot een praktijkklaar scherm dat gedemonstreerd wordt in praktijkproeven.\n\nAls derde innovatie, onderzoekt het consortium verder het energiebesparende potentieel van actieve ontvochtiging in glasgroenteelt. Naast het toepassen van commercieel beschikbare ontvochtigingssystemen op praktijkcentra, zal ook een ontvochtigingssysteem op basis van een geconcentreerde zoutoplossing verder ontwikkeld worden.\n\nTen slotte, wordt de grens van het relatief vochtgehalte in de kas getracht op te trekken met behulp van sensortechnieken voor schimmelsporen. Een te hoog vochtgehalte in de kas gaat snel gepaard met optreden van ziektes zoals botrytis. Met behulp van de ontwikkelde sensor, kan bepaald worden wanneer de sporendruk laag is, ontvochtiging minder vereist is, dus ook energie bespaard kan worden.\n\nDeze vier innovaties worden telkens in de praktijk getest en gedemonstreerd om zo telers te helpen en ondersteunen in het maken van stappen richting energiebesparing.\n\nIn een laatste werkpakket wordt een evaluatie gemaakt van meetprotocollen, van de duurzaamheid van de verschillende innovatietechnieken en wordt een economische analyse gemaakt.","summary":"Glastuinbouwsector in Vlaanderen-Nederland werkt aan energiebesparing en klimaatneutraliteit. Innovaties zoals CO2-afvangst, energy-balancing schermen, ontvochtigingssystemen en sensortechnieken worden getest om telers te helpen energie te besparen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002483","result_description":"De globale doelstelling van het project is aan te tonen hoe een klimaatneutrale glastuinbouw en een economisch rendabele glastuinbouw kunnen samensporen.\n\nOm dit te realiseren, focussen we op vier innovatietrajecten die in de diepte geanalyseerd worden:\n(1) Captatie, opzuivering en opslag van CO2 uit rookgassen om op het juiste moment te kunnen doseren.\n(2) Doorontwikkeling van dag- en nachtschermen.\n(3) Optimalisatie van ontvochtiging.\n(4) Ontwikkeling en optimalisatie van sensortechniek om de aanwezige schimmeldruk op te volgen en de teelsturing te ondersteunen."},{"description":"'Subjective well-being', 'Quality of Life' en 'happiness' zijn begrippen die niet meer weg te denken zijn uit de dienst-, hulp- en zorgverlening. In verschillende sectoren wordt meer en meer belang gehecht aan het perspectief van de persoon zelf en komen diens wensen en doelen op verschillende levensdomeinen centraal te staan. De culturele, sociale en persoonlijke context zal hierbij bepalend zijn.\n\nDe laatste decennia is er steeds meer aandacht voor het meten en monitoren van het welbevinden van kinderen. Terwijl de eerste studies voornamelijk focusten op de overlevingskansen van kinderen of op negatieve gebeurtenissen in hun leven is er de laatste jaren een duidelijke shift merkbaar waarbij vooreerst een kinderrechtenperspectief wordt gehanteerd, maar waarbij de focus ook expliciet komt te liggen op het subjectief welbevinden van kinderen en niet langer het perspectief van de volwassenen maar wel die van het kind zélf centraal komen te staan (Asher, 2012). \n\nChildren’s Worlds was één van de eerste grootschalige vergelijkende studies die in 2008 werd opgezet die deze principes hanteerde en die zich ook tot doel stelde om zoveel mogelijk landen te betrekken in de studie om cross-culturele vergelijkingen mogelijk te maken voor wat betreft de leefwereld en het subjectief welbevinden van kinderen in de lagere schoolleeftijd, met name tussen 8 en 12 jaar (Rees & Martin, 2015). Deze overeenkomst betreft de uitvoering van de studie in België binnen wave 3 van de internationale studie.","summary":"Verbeter de kwaliteit van leven en welzijn van kinderen met focus op hun eigen perspectief en doelen. Meet en monitor hun welbevinden voor een betere zorgverlening.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002484","result_description":null},{"description":"Het internationale kernteam van ISCWeB (International Survey of Children's Well-Being) ontwikkelde een speciale ISCWeB-COVID-19 bevraging om de impact van de pandemie op het welbevinden van kinderen (leeftijd 10 tot 12 jaar) wereldwijd te onderzoeken. Het ISCWeB-COVID-19 onderzoek zal uit twee luiken bestaan: een kwantitatief surveyluik en een kwalitatief luik op basis van focusgroepgesprekken.\n\nHet ISCWeB onderzoek heeft tot doel het verzamelen van kwalitatief hoogstaande, representatieve gegevens over het leven en de dagelijkse activiteiten van kinderen, hun tijdsbesteding en in het bijzonder hun eigen percepties en evaluaties van hun welzijn.\n\nHet internationale ISCWeB onderzoek vertrekt vanuit een kinderrechtenperspectief en stelt dat het essentieel is om kinderen een omgeving te bieden waarin ze volledig tot bloei kunnen komen en hun hoogste potentieel kunnen bereiken. Kinderen hebben het recht om zich 'goed' te voelen en kennis over de perceptie van hun eigen subjectieve gevoel van welzijn is daarbij een fundamentele graadmeter. Ook op dit punt volgt het onderzoek het Kinderrechtenverdrag, waarin wordt gesteld (art. 12) dat kinderen het recht hebben om te participeren in de samenleving en het recht om hun mening te geven en vrij te uiten 'in alle aangelegenheden die het kind betreffen'. Het eigen welzijn is bij uitstek zo'n aangelegenheid, en dit kan ook best gebeuren door kinderen hierover rechtstreeks te bevragen.\n\nIn 2020, het jaar waarin we wereldwijd getroffen werden door de covid19 pandemie, werd herhaaldelijk en uit verschillende hoeken gewezen op de impact die deze pandemie (en de daaraan gekoppelde maatregelen) heeft op het leven van kinderen en jongeren. Met name vanuit die optiek is een speciale ISCWeB-COVID-19 bevraging over de impact van de pandemie op het welbevinden van kinderen, ook in Vlaanderen, van groot belang. Het internationale onderzoek bestaat uit een survey en een aantal focusgroepen bij jongeren uit het zesde leerjaar.","summary":"Het ISCWeB-COVID-19 onderzoek onderzoekt de impact van de pandemie op het welzijn van kinderen wereldwijd (10-12 jaar) door middel van kwalitatieve en kwantitatieve methoden. Het doel is om hoogwaardige gegevens te verzamelen over het welzijn van kinderen vanuit een kinderrechtenperspectief.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002485","result_description":null},{"description":"Opti-Energie heeft als hoofddoel om de Vlaamse glastuinbouwbedrijven energetisch rendabel en duurzamer te maken. Energetisch rendabel slaat op het minimaliseren van de energiekosten zonder kwaliteitsverliezen. Hierdoor wordt jaarrond productie in verwarmde teelten van sla, hydrocultuur, aardbei en tomaat weer mogelijk in Vlaanderen.\n\nEnergetisch duurzamer slaat op het feit dat de geconsumeerde energie van duurzame oorsprong is. Dit stelt de tuinbouwbedrijven in staat om de Vlaamse klimaatdoelstellingen tegen 2030 te realiseren. Tegen 2030 moet de Vlaamse landbouw een reductie van 44% van energetische emissies (t.o.v. 2005) realiseren in het kader van de Europese Green Deal.\n\nDeze klimaatdoelstelling kan behaald worden via energiebesparende teeltmaatregelen en de transitie naar alternatieve energiebronnen. In dit project onderzoeken we verschillende technologieën (windturbines, zonnepanelen, warmtepompen, geothermie, enz.) en informeren de telers over de mogelijkheden op hun bedrijf. Deze gecombineerde strategie zal bijdragen aan een duurzamere en rendabele Vlaamse glastuinbouw.","summary":"Opti-Energie helpt Vlaamse glastuinbouwbedrijven om energetisch rendabel en duurzamer te worden, waardoor ze de klimaatdoelstellingen van 2030 kunnen halen. Met focus op energiebesparing en alternatieve bronnen zoals wind en zon, wordt jaarrond productie mogelijk.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002486","result_description":"In dit project willen we oplossingen zoeken voor de hoge energiekosten en het behalen van klimaatdoelstellingen. Dit doen we door wetenschappelijk praktijkonderzoek uit te voeren op drie gewassen: sla hydrocultuur, aardbei en tomaat. De energiebesparing of -kost van teelttechnische maatregelen die de telers op korte termijn zonder extra investeringen snel kunnen implementeren.\n\nDaarnaast worden innovatieve teelttechnieken zoals actieve ontvochtiging en ventilatiesystemen, al dan niet in combinatie met dubbel schermen, getest. Het doel is om met deze maatregelen en technieken een energiebesparing van 20% te bereiken in de drie teelten.\n\nDe mogelijkheid tot de installatie van alternatieve energiebronnen in de glastuinbouw zal doorgerekend worden in haalbaarheidsstudies en bedrijfscases zodat de sector de tools krijgt om de klimaatdoelstellingen tegen 2030 te behalen. Zo wordt er zowel op korte als op lange termijn oplossingen aangeboden voor de energievragen die er vandaag bij de telers zijn."},{"description":"De zorgsector kampt met personeelstekorten en staat voor de uitdaging van een snel vergrijzende bevolking. Competente en toegewijde zorgverleners zijn van cruciaal belang.\n\nWe onderzoeken hoe we leiderschapscompetenties bij individuele zorgverleners kunnen ontwikkelen maar ook hoe we de context waaronder werkomgeving, leiderschapsstijl van de leidinggevende, professionele identiteit en teamdynamiek kunnen optimaliseren.\n\nWe ontwikkelen competentiekaders, stimuleren competentiegericht leren en streven naar een effectieve implementatie ervan in zorgorganisaties. Zo verbeteren we de kwaliteit van de zorg, werken we aan een goede patiëntervaring, bevorderen we kosteneffectiviteit en pakken we het personeelstekort aan.","summary":"Ontwikkeling van leiderschapscompetenties en optimalisatie van werkomgeving in de zorgsector om kwaliteit van zorg te verbeteren, patiëntervaring te optimaliseren en personeelstekort aan te pakken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002487","result_description":null},{"description":"Personeelstekorten, stijgende zorgvragen, GDPR en dataveiligheid, kostenbesparingen... De zorg en hulpverlening wordt steeds complexer en gespecialiseerder.\n\nTechnologische innovaties kunnen inspelen op uitdagingen in de gezondheidszorg. Binnen dit programma ontwikkelen we enerzijds nieuwe toepassingen die de zorg kunnen optimaliseren. Anderzijds onderzoeken we hoe allerlei vormen van technologie vlotter hun weg kunnen vinden in de dagelijkse praktijk van de zorg.\n\nTot slot leggen we de nadruk op levenslang leren via technologie. Op die manier werken we aan een hogere kwaliteit van zorg met mensen op de voorgrond: de burgers, zorgvragers en hun omgeving.","summary":"De zorgsector evolueert snel door personeelstekorten, GDPR en technologie. Ons programma ontwikkelt innovatieve oplossingen om de zorg te verbeteren en technologie beter te integreren voor een kwaliteitsvolle zorg met focus op levenslang leren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002488","result_description":null},{"description":"De doelstelling van dit onderzoek is het opstellen van een blauwdruk voor persoonsgerichte en doelgerichte zorg- en ondersteuningsplanning. Dit wordt gedaan aan de hand van 5 stappen, waaronder het formuleren van levens- en zorgdoelen, het bijhouden van zorgtaken en het samenstellen van een zorgteam.\n\nDe mate waarin Alivia (het nieuwe digitale zorg- en ondersteuningsplan) het handelen volgens deze blauwdruk faciliteert, zal worden onderzocht binnen twee pilootprojecten die de tool zullen testen. Hierbij zal specifieke aandacht worden besteed aan de trajecten van de cliënten, de adoptabiliteit, implementabiliteit en duurzaamheid van het gebruik van de tool (Alivia).","summary":"Dit onderzoek ontwikkelt een blauwdruk voor persoonsgerichte zorgplanning via 5 stappen met focus op Alivia, een digitaal zorg- en ondersteuningsplan. Pilootprojecten zullen de tool testen op cliënttrajecten en gebruiksvriendelijkheid.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002489","result_description":null},{"description":"De shift van intramurale zorg naar eerstelijnshulp is ingezet, maar er zijn nog aanzienlijke uitdagingen. Wereldwijd stijgt het aantal mensen met complexe zorgbehoeften. Drempels belemmeren de toegang tot zorg die te aanbodgericht blijft.\n\nEen academische werkplaats, waar we samen met alle zorgactoren praktijkgericht onderzoeken, vormt een stevige uitvalsbasis voor verder onderzoek en innovatieve projecten. We richten ons niet alleen op ziekte en genezing, maar ook op gezondheid en welzijn door preventie. \n\nWe brengen zorgtrajecten in kaart vanuit de ervaringen van zorgverleners én zorgvragers. Zo zetten we in op geïntegreerde, gepersonaliseerde zorg die voor iedereen toegankelijk is.","summary":"Ontdek hoe we de zorgtransformeren door uitdagingen aan te pakken en te focussen op preventie, gezondheid en welzijn. Samen met zorgactoren onderzoeken we praktijkgericht en streven naar geïntegreerde, gepersonaliseerde zorg voor iedereen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002490","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen produceren supermarkten naar schatting jaarlijks zo’n 48.000 ton eetbare voedselreststromen. 95% hiervan wordt als afval afgevoerd. Toch kunnen heel wat van deze stromen gevaloriseerd worden als voeder voor insecten. Insecten kunnen immers gekweekt worden op een bredere waaier van voedselreststromen. Ze kunnen zo deze laagwaardige voedselreststromen omzetten in hoogwaardige biomassa die gebruikt kan worden voor de productie van voedsel of voeders.\n\nIn het project SuperInsect bundelen Buurtsuper.be, Renewi en Thomas More hogeschool de krachten om samen een nieuwe ketensamenwerking op te zetten en zo aan te tonen dat voedselrestromen van supermarkten als voeder voor insecten gebruikt kunnen worden. Deze keten zal bestaan uit (1) supermarkten die selectief voedselrestromen verzamelen, (2) voedselrecyclagebedrijven die er voeders van maken en (3) insectenkwekers die deze voeders aan hun insecten geven, die vervolgens als voedsel of voeder gebruikt kunnen worden.\n\nAan de hand van een casestudie wordt nagegaan of deze nieuwe keten voor elk van de schakels economisch haalbaar is. Zo tracht dit project voedselreststromen te valoriseren richting voeder en voedsel.","summary":"Supermarkten produceren jaarlijks 48000 ton voedselafval in Vlaanderen. Project SuperInsect bundelt krachten om voedselresten om te zetten in hoogwaardige biomassa voor voedselproductie. Nieuwe ketensamenwerking toont aan dat voedselresten kunnen dienen als voeder voor insecten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002491","result_description":"In het project zal bekeken worden of het economisch en praktisch haalbaar is om diervoedergeschikte overschotten gescheiden te verzamelen in lokale buurtsupers.\n\nEen marktacceptatie zal daarnaast gecreëerd worden in de buurtsupers om overschotten apart te verzamelen en te laten ophalen.\n\nDe medewerkers van een supermarkt zullen de voedselreststromen niet langer als afval moeten beschouwen, maar als een waardevolle bron van voedingstoffen voor insecten, die gebruikt kunnen worden in voedsel en voeders.\n\nDe organisatie Buurtsuper heeft 2/3 van alle zelfstandige buurtsupers als lid en zou bij een positief resultaat van het project een grote overtuigingswaarde kunnen hebben om het model uit te breiden."},{"description":"We leven steeds langer, en het liefst op een gezonde, actieve en kwaliteitsvolle manier. We staan voor complexe uitdagingen in de samenleving, maar in de ouderenzorg in het bijzonder.\n\nMet dit onderzoek ontwikkelen we interventies die de levenskwaliteit van ouderen verbeteren. Daarbij ligt de focus ook op de ondersteuning van zorgverleners in de ouderenzorg.\n\nDoor samen met alle stakeholders onderzoek te doen, vinden we oplossingen voor een innoverende en duurzame ouderenzorg.","summary":"Verbeter de levenskwaliteit van ouderen door innovatieve interventies te ontwikkelen en zorgverleners te ondersteunen. Samen vinden we duurzame oplossingen voor complexe uitdagingen in de ouderenzorg.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002492","result_description":null},{"description":"Zowel vanuit het beleid als de maatschappij groeit de aandacht voor duurzame voeding en circulaire voedingssystemen.\n\nDit project richt zich op de kweek van insecten als bron van hoogwaardig dierlijk eiwit en waardevolle nutriënten. Insecten hebben de capaciteit om laagwaardige nevenstromen om te zetten in hoogwaardige stoffen met toepassingen in de humane voeding, diervoeder of industriële toepassingen.\n\nHet project tracht op een educatieve en participatieve manier leerlingen van het lagere- en middelbare onderwijs het potentieel van insecten bij te brengen door hen nauw te betrekken bij de kweek.\n\nMeer bepaald zullen insecten gekweekt worden op reststromen afkomstig van de schoolomgeving, de gekweekte insecten zelf zullen vervolgens gebruikt worden als voeder voor het pluimvee aanwezig op de schoolhoeve of Kinderboerderij.","summary":"Dit project focust op het kweken van insecten voor hoogwaardig eiwit en nutriënten. Het betrekt leerlingen van lagere en middelbare scholen op educatieve wijze bij de waarde van insecten als voedselbron. Insecten worden gekweekt op schoolresten en dienen als voer voor pluimvee op de schoolhoeve.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002493","result_description":"Door de groeiende wereldbevolking neemt de vraag naar voedsel en dierlijke eiwitten toe. De traditionele vleesproductie vraagt echter veel ruimte en natuurlijke hulpbronnen. Alternatieve, duurzame eiwitbronnen, zoals insecten, kunnen een oplossing bieden. Tevens kunnen nevenstromen, die nu nauwelijks of niet benut worden, dienst doen als voeder voor het kweken van insecten.\n\nIn tegenstelling tot conventionele landbouwhuisdieren is er amper kennis over het kweken van insecten en hoe zij bijdragen aan een circulair voedingssysteem. Waar jongeren in het lager- en middelbaar onderwijs leren over de werking van conventionele landbouwbedrijven, gaat er nog weinig aandacht naar het kweken van insecten en hun toepassingsmogelijkheden.\n\nDe doelstelling van het project is specifiek het onder de aandacht brengen van de opportuniteiten van insecten omtrent duurzame voeding en circulaire voedingssystemen bij kinderen en jongeren. Door het uitwerken van zowel theoretische als praktische lesmodules die gebruikt kunnen worden in de lagere- en middelbare scholen, wordt er getracht om kinderen en jongeren te informeren over insecten, de kweek ervan en hun toepassingsmogelijkheden.\n\nDoor middel van een participatief proces in samenwerking met leerlingen van de lagere- en middelbare school worden tijdens dit project enkele insectenkweken opgestart. Het project wil hiermee samen met de leerlingen de volgende vraag beantwoorden: Welke kweek van insecten zal praktisch haalbaar alsook veelbelovend zijn met oog op toepassingen in de verwerking van afvalstromen en als alternatieve hoogwaardige eiwitbron? Kan het restsubstraat van de insectenkweek, het zogenaamde frass, op zijn beurt weer gebruikt worden als meststof?\n\nDoor de kinderen en jongeren nauw te betrekken bij het proces wordt de beleving op het platteland verhoogd. Mensen worden op een participatieve manier geïnformeerd over de mogelijkheden en het toekomstperspectief van insecten."},{"description":"DIGITALIS is een Vlaamse 'European Digital Innovation Hub' (EDIH) gericht op de Vlaamse maakindustrie, met een partnerschap tussen Flanders Make, Hogeschool PXL, VOKA, Hogeschool West-Vlaanderen, IMEC, Sirris, LSEC en B-PHOT. Het past binnen het Digital Europe Programme; waarin men gespreid over de hele Europese Unie zulke hubs creëert met elk hun eigen thema. Voor Vlaanderen werd de EDIH 'Digitalis' met de eerste plaats goedgekeurd.\n\nDIGITALIS heeft als doel om de acceptatie van digitale technologieën in maakbedrijven te verhogen en de digitale vaardigheden van werkgevers en werknemers te versterken.\n\nDe Europese Commissie oordeelde dat DIGITALIS een overtuigende aanpak heeft om de kmo's te bereiken en de verwachte resultaten te behalen. De digitale volwassenheid van de bedrijven zal groeien naarmate ze de diensten van de EDIH benutten en ze zullen nieuwe markten voor digitale technologieën ontdekken en creëren. Het partnerschap zal samenwerken in een gestroomlijnd bestuursmodel en een breed scala aan diensten aanbieden waarvan ieder maakbedrijf gebruik kan maken:\n\n• Testen: productiebedrijven krijgen toegang tot de DIGITALIS-infrastructuren om nieuwe digitale technologieën op de werkvloer te kunnen testen voordat ze worden geïmplementeerd\n\n• Training: DIGITALIS zal het personeel in productiebedrijven opleiden en bijscholen in digitale vaardigheden. Om de voordelen van digitalisering volledig te benutten, zullen er verschillende trainingen worden aangeboden voor verschillende niveaus in de organisatie (arbeiders, maar ook management, engineering, ondersteuning)\n\n• Advies: adviseren op vlak van fondsen die nodig zijn voor de digitale transitie en voor het vinden van de meest geschikte financiële middelen voor de digitale projecten om de implementatie bij het bedrijf te versnellen\n\n• Ecosysteemversterking: peer-to-peer activiteiten zowel regionaal als op Europees niveau. Verbindingen leggen tussen kleine en middelgrote bedrijven om het digitale ecosysteem uit te breiden","summary":"DIGITALIS is een Vlaamse 'European Digital Innovation Hub' gericht op de maakindustrie. Het versterkt digitale vaardigheden en helpt bedrijven nieuwe markten te ontdekken. Met testen, training, advies en ecosysteemversterking biedt het een breed scala aan diensten.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002494","result_description":null},{"description":"Artificiële intelligentie (AI), waaronder het gebruik van big data, mobiele gezondheid, wearables en elektronische gezondheidsregistraties in gezondheidszorg en onderzoek, ontwikkelt zich snel en verandert in hoog tempo de medische praktijk. Ondanks indrukwekkende experimentele resultaten, is de concrete implementatie van AI in de routine patiëntenzorg nog geen veelvoorkomende praktijk. Innovatieve ideeën stranden vaak door een gebrek aan ondersteuningssystemen en kennis over valorisatie en businessontwikkeling binnen de instellingen voor hoger onderwijs. Kennis en ondersteuning zijn vereist met betrekking tot onder andere legale, ethische, financiële en business aspecten.\n\nHet hoofddoel van dit project is om de expertise op het gebied van innovatie en ondernemerschap binnen de instellingen voor hoger onderwijs, met name het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), Medical University Gdansk (MUG), PXL Hogeschool Hasselt (PXL) en Lisbon School of Nursing (ESEL), te verbeteren. Dit zal gebeuren door het ecosysteem met betrekking tot digitale gezondheidsinnovatie in de vier Europese regio's waar de betrokken instellingen zijn gevestigd te ontwikkelen en te versterken.\n\nDeze instellingen worden ondersteund door het bedrijf AI4MED en de start-up UtrechtIinc (UTINC). Dit doel sluit aan bij het specifieke doel van de nieuwe EIT SIA 2021-2027 om aanzienlijke impact te creëren in het hoger onderwijs op instellingsniveau, door de instellingen voor hoger onderwijs te ondersteunen bij het versterken van hun capaciteit op het gebied van innovatie en ondernemerschap en dit te integreren in en samen te werken met innovatieve ecosystemen. De visie van het InnovAId consortium voor 2030 is een meer digitale, betaalbare en inclusieve gezondheidszorg in Europa.","summary":"Artificial intelligence rapidly transforms healthcare with big data, wearables, and digital health records. Implementation challenges hinder progress, requiring support for innovation and entrepreneurship in higher education. The InnovAId project aims to enhance expertise and ecosystem for digital health innovation across European institutions. Supported by AI4MED and UTINC, the project aligns with EIT SIA goals for impactful higher education innovation towards a digital, affordable, and inclusive healthcare vision by 2030.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002495","result_description":null},{"description":"Het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) wil het beleid rond jongvolwassenen met (een vermoeden van) een beperking verder vormgeven en nagaan of bestaande ondersteuningsmogelijkheden toereikend zijn.\n\nIn dit project wordt onderzoek gedaan naar de toekomstwensen en ondersteuningsnoden van jongvolwassenen met een (vermoeden van) een beperking en de bestaande ondersteuningsmethoden en -instrumenten.\n\nEr worden daarmee drie doelstellingen nagestreefd: De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan het blootleggen van bestaande lacunes en uitdagingen op het vlak van toekomstplanning, voorbereiding en realisatie over alle levensdomeinen heen.\n\nOp deze manier wordt in kaart gebracht waar verder op ingezet moet worden om een brede inclusieve toekomstplanning, voorbereiding en realisatie voor alle jongvolwassenen met een (vermoeden van) beperking mogelijk te maken.\n\nHet onderzoek levert een bijdrage aan de interpretatie van de resultaten van de evaluatie van het PVB na jeugdhulp en suggereert mogelijke alternatieven/oplossingen die voor knelpunten op het vlak van toeleiding naar VAPH-ondersteuning (RTH & NRTH) geformuleerd kunnen worden.\n\nHet onderzoek biedt zicht op de vragen die leven bij jongvolwassenen met een (vermoeden van) beperking en laat toe de nodige aanpassingen, aanvullingen en doorverwijzingen te doen op de VAPH-website teneinde deze beter af te stemmen op hun noden.","summary":"Het VAPH onderzoekt toekomstwensen en ondersteuningsnoden van jongvolwassenen met een beperking. Resultaten helpen lacunes blootleggen voor inclusieve toekomstplanning en suggereren oplossingen voor toeleiding naar VAPH-ondersteuning. Dit verbetert de VAPH-website voor betere afstemming op behoeften van jongvolwassenen met een beperking.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002496","result_description":null},{"description":"De werkgroep diversiteit brengt studenten samen rond het thema \"je welkom voelen/jezelf kunnen zijn op HOGENT\". Door sensibiliserende activiteiten te organiseren en door verhalen van studenten te verzamelen wil de werkgroep hun ervaringskennis op een creatieve manier zichtbaar maken, met als bedoeling handvaten aan te reiken om van HOGENT een meer inclusieve en veilige plek te maken.\n\nDe werkgroep diversiteit brengt studenten samen – HOGENTbreed – die zich willen inzetten rond diverse thema’s. De rode draad overheen die thema’s situeert zich rond “jezelf zijn/je welkom voelen op HOGENT”. Elke student, ongeacht afkomst, gender(identiteit), moedertaal, religie, (functie)beperking, sociaal-economische achtergrond,… is welkom.\n\nEr zijn twee hoofdlijnen terug te vinden in de werkgroep: enerzijds willen we met de werkgroep een aantal sensibiliserende en informerende activiteiten organiseren (bvb. een event rond genderinclusief taalgebruik), anderzijds willen we verhalen verzamelen rond het overkoepelende thema “jezelf zijn/je welkom voelen op HOGENT”. Op die manier willen we vertrekken vanuit wat leeft bij studenten en hun ervaringskennis op een creatieve en inspirerende manier documenteren en zichtbaar maken. We willen deze verhalen gebruiken om ervaringen van studenten in beeld te brengen, constructieve dialoog op gang te brengen, en signalen en handvaten aan te reiken om van HOGENT een inclusieve en veilige plek te maken waar zoveel mogelijk studenten zich welkom voelen.\n\nDe werkgroep en de acties die hierbinnen gedaan worden groeien organisch: niet iedereens engagement is in evenveel mate vereist voor elke actie. Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden met subgroepjes of er kunnen studenten bijkomen of minder actief worden tijdens het academiejaar. Studenten nemen hier een volledig vrijwillig engagement voor op en de hoofddoelstelling is om te vertrekken vanuit wat leeft en wat eventuele ondersteuningsnoden zijn bij studenten eerder dan vooraf doelstellingen op te leggen.\n\nOverkoepelend voert de projectcoördinator ook gesprekken met verschillende interne stakeholders om mogelijke andere initiatieven m.b.t. diversiteit in kaart te brengen en eventueel met elkaar te verbinden.","summary":"Studenten bij HOGENT worden samengebracht door de diversiteitswerkgroep, met focus op inclusie en veiligheid. Sensibiliserende activiteiten en verhalen verzamelen creëren een meer diverse en gastvrije campus.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002497","result_description":null},{"description":"HOGENT en FdSS (FÉDÉRATION des SERVICES SOCIAUX) hebben samen beleidslijnen en actiepunten opgesteld om de sector van voedselhulp te verbeteren.","summary":"HOGENT en FdSS werken samen aan beleidslijnen voor verbetering van de voedselhulp sector.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002498","result_description":null},{"description":"NanoInformaTIX will create a sustainable multi-scale modelling framework. The framework integrates various validated NanoInformatics models including Materials modelling, Exposure modelling, and Bio-distribution modelling such as Physiologically-Based Pharmacokinetics (PBPK). Additionally, Dose-Response modelling like Quantitative-Structure-Activity Relation (QSAR) and Systems Biology modelling will be incorporated. These models aim to support the prediction of the potential (eco)-toxicity of ENM at every stage of their production.","summary":"NanoInformaTIX integrates various NanoInformatics models for sustainable multi-scale modeling to predict (eco)-toxicity of ENM at every production stage.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002499","result_description":"Dose-response modelling activities involve using top-down data mining methods and other quantitative approaches to develop models of the ENM dose-response relationship for (eco)-toxicity. This allows for linking ENM descriptors (WP3) to adverse outcomes. The goal is to extrapolate the dose-response from in vitro settings to in vivo scenarios, as well as to expand current systems biology models. Additionally, the aim is to group and classify ENMs based on their potential hazard.\n\nKey outcomes of these activities include validated, standardized, and implemented models of ENM dose-response relationships, in vitro/in vivo extrapolation, system biological models, and a system for predicting or grouping/classifying adverse outcomes using ENM descriptors."},{"description":"Polyethyleentereftalaat (PET) is wereldwijd een van de meest gebruikte synthetische polyesters en wordt toegepast als verpakkingsmateriaal.\n\nGezien hun veelvuldig gebruik, in combinatie met het ontbreken en/of falen van recyclingprogramma's, zijn deze kunststoffen en hun gefragmenteerde varianten, d.w.z. micro- en mesokunststoffen, alom aanwezig in organische zijstromen.\n\nZo zijn er PET-plastics gevonden in waardevolle restbiomassa afkomstig van de voedingsindustrie, supermarkten en restaurants. Mocht deze biomassa worden gebruikt als voer voor het kweken van insecten, dan kunnen deze PET-deeltjes de insectengroei en bioconversie aantasten of zich ophopen in de insectenbiomassa.\n\nTegelijkertijd kunnen deze kunststoffen terechtkomen in de insectenresten, ook wel frass genoemd, wat het gebruik als organische mest belemmert.\n\nOm deze verontreinigde waardevolle biomassastromen te valoriseren, willen we in dit project PET-hydrolasen op het celoppervlak van gist tot expressie brengen om PET af te breken.\n\nHet vermogen van deze geconstrueerde giststammen om resterende PET af te breken en zo te dienen als een voorbehandelingsmethode voor dergelijke met PET verontreinigde biomassa, voorafgaand aan het kweken van zwarte soldatenvliegen, zal worden beoordeeld.\n\nAls dit lukt, zal dit een waardevoller gebruik van dergelijke afvalstromen opleveren, waardoor een open kringloop in onze voedselketen wordt gesloten.","summary":"PET, een veelgebruikt verpakkingsmateriaal, vervuilt biomassa met microplastics. Ons project ontwikkelt giststammen met PET-hydrolasen om dit af te breken, waardoor waardevolle biomassa kan worden gerecycled en een duurzame voedselketen wordt gecreëerd.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002500","result_description":"Om de doelstellingen te bereiken, zijn in totaal vier werkpakketten gepland.\n\nWP1 zal zich richten op het genereren, karakteriseren en scheiden van post-consument PET microplastics. Dit zal een basislijn opleveren waarop de impact van de afbraak van PET door gist (en/of BSF-larven) verderop in het project kan worden bepaald. De gegevens gegenereerd in WP1 zullen ook licht werpen op de karakteristieken (kristalliniteit, molaire massa, polymeerstructuur) van zelf gegenereerde post-consument PET microplastics.\n\nIn het parallelle werkpakket (WP2) zal moleculaire engineering van S. cerevisiae worden uitgevoerd om een S. cerevisiae hele-celkatalysator met hoge PET-afbraakactiviteit te construeren. Dit zal onschatbare informatie opleveren over de ideale lay-out van deze constructen om een optimale PETase-activiteit van het FAST-PETase enzym te bereiken.\n\nEr kunnen echter nog betere enzymen bestaan, en in WP3 zal een zoektocht naar orthologen in een eiwitdatabank gecombineerd met een gene shuffling aanpak en high-throughput selectie gebruikt worden om het repertoire van PET hydrolyserende enzymen nog verder uit te breiden.\n\nNa de selectie van het meest krachtige S. cerevisiae isolaat in de werkelijke kunstmatige organische afvalstroom (=swill) (taak 2.4), zal ten slotte in WP4 het effect van de beste hele-celkatalysator op de prestaties van de BSF larven en de PET microplastics contaminatie worden onderzocht."},{"description":"Vanuit EQUALITY ResearchCollective zijn leertrajecten opgestart met jeugdhulporganisaties rond de implementatie van het concept kwaliteit van leven binnen de dagelijkse praktijk. Deze trajecten vloeien voort uit het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek ‘RETHINK’.\n\nIn de schoot van dit onderzoeksproject is de Quality of Life in Youth Services (QOLYSS) ontwikkeld, een handelingsgerichte tool om met jongeren tussen 12 en 18 jaar in de jeugdhulp de dialoog op te starten rond kwaliteit van leven. Met deze tool worden concrete handvaten aangereikt aan het werkveld om binnen begeleidingstrajecten persoonsgerichte kwaliteit van leven-uitkomsten van jongeren in beeld te brengen.\n\nDeze inzichten bieden praktijkwerkers vervolgens een basis van waaruit ze samen met jongeren aan de slag kunnen om waardevolle verbeteracties te installeren specifiek gericht op het versterken van de kwaliteit van leven. Het doel van het leertraject is om via een wederzijds leer- en inspiratietraject kennis en inzicht te verwerven rond: 1. het gebruik van de QOLYSS en de implementatie ervan in de praktijk; 2. de betekenis en waarde van kwaliteit van leven binnen het ruimere vraagstuk naar effect van jeugdhulp.","summary":"Leertrajecten met jeugdhulporganisaties om kwaliteit van leven te implementeren met behulp van de QOLYSS-tool voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Praktijkwerkers krijgen handvaten om persoonsgerichte kwaliteit van leven-uitkomsten te verbeteren en waardevolle acties te ondernemen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002501","result_description":null},{"description":"In onderzoek naar jeugdzorg en de dagelijkse praktijk is kwetsbaarheid een uitdagend concept. Kwetsbaarheid wordt overwegend gezien als een persoonlijke eigenschap. Jongeren worden als kwetsbaar beschouwd vanwege hun lage sociaaleconomische achtergrond of opleidingsniveau, geslacht, leeftijd, geestelijke gezondheidstoestand, enz. Deze kenmerken worden gezien als kritieke omstandigheden die hun kansen om zich te ontplooien beperken.\n\nTwee verwante zaken kunnen als problematisch worden beschouwd in deze conceptualisering van kwetsbaarheid. Ten eerste is het een extreem individualistische opvatting van kwetsbaarheid. Ten tweede negeert deze individualistische opvatting van kwetsbaarheid het belang van de sociale context. Door kwetsbaarheid als een persoonlijke eigenschap te beschouwen, lopen jongeren het risico om als onvermijdelijk en persoonlijk kwetsbaar te worden bestempeld.\n\nIn dit project dagen we deze reductionistische manier van kijken naar kwetsbaarheid uit. Gebaseerd op een kwaliteit van leven perspectief op jeugdzorg, beschouwen we kwetsbaarheid als een sociaal fenomeen. Kwaliteit van leven weerspiegelt een ecologische benadering die kinderen en jongeren ziet als individuen die het best begrepen kunnen worden binnen de context van de omgevingen die belangrijk voor hen zijn.\n\nVanuit dit perspectief van levenskwaliteit is kwetsbaarheid niet zozeer een persoonlijke eigenschap, maar eerder het resultaat van een interactie tussen individuen en hun omgeving. Sociale kwetsbaarheid ontstaat wanneer jongeren weinig voordeel halen uit maatschappelijke instellingen en voortdurend geconfronteerd worden met de negatieve effecten van deze structuren. Jongeren in jeugdzorg die in contact komen met bijvoorbeeld het onderwijs- of rechtssysteem lopen dus het risico om vooral de negatieve effecten van deze instellingen te ervaren, wat leidt tot stigmatisering, discriminatie en uiteindelijk uitsluiting uit de samenleving.","summary":"Jongeren in jeugdzorg ervaren sociale kwetsbaarheid door beperkte kansen en negatieve effecten van maatschappelijke instellingen. Ons project benadert kwetsbaarheid als sociaal fenomeen, niet slechts als persoonlijke eigenschap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002502","result_description":null},{"description":"Om de leefsituatie van kinderen en jongeren in Vlaanderen vanuit kinderrechten te kunnen monitoren, is er op Vlaams niveau nood aan een kwaliteitsvol en toegankelijk monitoringsinstrument. Het gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens is hiervoor van belang. De monitoring van kinderrechten dient niet enkel op zich te staan, maar moet een bijdrage kunnen leveren aan beleidsontwikkeling, uitvoering en evaluatie. De selectie van indicatoren moet hier dan ook op gericht zijn, ze moeten nuttig zijn voor beleidsmakers en het professioneel veld.\n\nIn functie van de ontwikkeling van een instrument voor effectieve beleidsondersteuning, dient de oefening rond de monitoring van kinderrechten verder te gaan dan het herdenken van indicatoren. De monitor moet als instrument in een groter geheel geplaatst worden van effectieve participatieve beleidsvoering in functie van realisatie en borgen van de rechten van het kind. Participatieve beleidsvoering versterkt leerprocessen, verbetert de kwaliteit van beslissingen, draagt bij aan empowerment en promoot democratisch burgerschap. Het verhoogt ook de publieke steun voor beleidsplannen, -beslissingen en -resultaten waardoor de implementatie van het beleid meer effectief en efficiënt is.\n\nMet dit onderzoek dragen we bij aan de uitbouw van een Vlaamse Kinderrechtenmonitor 2.0, aansluitend bij een participatieve beleidsvoering in het kader van het Vlaams kinderrechtenbeleid.\n\nWe streven met voorliggend onderzoek volgende doelstellingen na:\n1. Ontwikkelen van gedragen kwaliteitsvolle en valide indicatoren via een kwalitatieve aanpak: selectie van indicatoren kinderrechtenmonitor 2.0\n2. Realisatie van set indicatoren: kinderrechtenmonitor 2.0\n3. Realisatie van een toegankelijk monitoringsrapport met kwantitatieve indicatoren aangevuld met kwalitatieve informatie in functie van realisatie van kinderrechten (presentatie kinderrechtenmonitor 2.0)\n4. Ontwikkeling van een helder en haalbaar monitoringsproces voor kinderrechten\n5. Aanbevelingen in functie van het ideaal waar het Vlaams beleid naartoe zou moeten streven, waarbij we onder andere optie 2 en 3 uit het beleidsadvies van KeKi verder concretiseren.","summary":"Ontwikkeling Vlaamse Kinderrechtenmonitor 2.0 voor effectieve beleidsondersteuning en participatieve beleidsvoering. Realisatie van kwalitatieve en valide indicatoren, toegankelijk monitoringsrapport en haalbaar monitoringsproces. Aanbevelingen voor Vlaams kinderrechtenbeleid.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002503","result_description":null},{"description":"Het project onderzoekt hoe de integrale jeugdhulp het landschap van de jeugdhulpverlening transformeert door de nadruk te leggen op continuïteit en flexibiliteit in het hulpverleningstraject van jongeren. Het bevordert samenwerking tussen verschillende hulpverleningssectoren met de focus op de behoeften van jongeren en hun gezinnen. Het onderzoek richt zich op intersectorale samenwerking, met specifieke aandacht voor vijf sectoren. Het benadrukt de toenemende druk op organisaties binnen de jeugdhulp om verantwoording af te leggen en introduceert het concept Quality of Life (QOL) als een maatstaf voor effectieve jeugdhulpverlening.\n\nHet onderzoek omvat drie werkpakketten: het ontwikkelen van QOL-items en indicatoren, het ontwikkelen en valideren van een meetinstrument, en het integreren van de resultaten in de praktijk en het onderwijs. Het doel is om een instrument te creëren dat niet alleen pre- en postmetingen mogelijk maakt, maar ook als een praktisch werkinstrument fungeert, dat de dialoog tussen hulpverlener en jongere faciliteert. De focus op QOL stelt hulpverleners in staat om beter aan te sluiten bij de specifieke behoeften van jongeren en hun legitimiteit van handelen te versterken.\n\nHet onderzoek beoogt ook de integratie van verkregen inzichten in verschillende onderwijsprogramma's, om studenten voor te bereiden op ontwikkelingen binnen de jeugdhulpverlening. Het meetinstrument biedt kansen voor onderzoek, onderwijs, praktijk en beleid om het concept van uitkomstengericht werken in de jeugdhulpverlening te benaderen.","summary":"Dit project onderzoekt hoe integrale jeugdhulp het jeugdhulplandschap transformeert door focus op continuïteit, flexibiliteit en samenwerking tussen sectoren. Het ontwikkelt een meetinstrument gericht op Quality of Life en wil inzichten integreren in onderwijsprogramma's.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002504","result_description":null},{"description":"Sinds het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities, UNCRPD) werd opgesteld, is de vertaling van het Verdrag naar de praktijk moeilijk geweest.\n\nOm de implementatie van de UNCRPD te ondersteunen, was het doel van dit onderzoek om de artikelen van de UNCRPD af te stemmen op specifieke ondersteuningsstrategieën om de kwaliteit van leven (QoL) te bevorderen. De gekozen methodologie om internationale consensus te vinden bestond uit een literatuuronderzoek en twee internationale gemodificeerde Delphi-studies.\n\nHet doel van de eerste fase was het vinden van bewijs en het bereiken van consensus om de relatie te bepalen tussen artikelen uit het VN-Verdrag, QoL-domeinen en meetbare indicatoren door een groep experts. In een tweede fase werden ondersteuningsstrategieën op micro- en mesoniveau gegenereerd en geëvalueerd. Het proces impliceerde een gestructureerd onderzoeksplan waarbij verschillende Delphi-rondes werden doorlopen totdat consensus was bereikt.\n\nHet resultaat is dat 85 indicatoren en bijbehorende ondersteuningsstrategieën voor elk UNCRPD artikel/QOL domein een interculturele overeenkomst hebben bereikt.\n\nDit onderzoek is een eerste stap om meetbare indicatoren te verkrijgen van de UNCRPD artikelen binnen een QOL raamwerk. Individuen, dienstverleners en beleidsmakers zouden de ondersteuningselementen en -strategieën en de ondersteuningsstandaarden kunnen gebruiken om een gemeenschappelijke taal vast te stellen, een dialoog met de cliënten en hun familie te ontwikkelen om de keuze te oriënteren en de mogelijke routes te verkennen om te navigeren in de oceaan van dienstverlening naar de beoogde bestemming van een goede QOL door mensenrechten te respecteren.","summary":"Verbetering van de implementatie van het UNCRPD door het matchen van artikelen met ondersteuningsstrategieën voor een betere kwaliteit van leven. Onderzoek resulteerde in 85 indicatoren en strategieën voor elk UNCRPD artikel/QoL domein.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002505","result_description":null},{"description":"Het doel van deze exploratieve kwalitatieve studie is om inzicht te krijgen in de maatschappelijke percepties van jongeren (tussen 16 en 18 jaar) rond de thema's inclusief burgerschap en herstel bij personen met een ernstige psychiatrische problematiek. Dataverzameling zal gebeuren aan de hand van de story completion method.\n\nOndanks hoopvolle theorievorming rond inclusief burgerschap en herstel, krijgen personen met een ernstige psychiatrische problematiek nog vaak te maken met maatschappelijke uitsluiting en stigmatisering. Het doel van deze exploratieve kwalitatieve studie is om inzicht te krijgen in de maatschappelijke perceptie rond deze thema’s. Meer bepaald willen we de percepties van jongeren (tussen 16 en 18 jaar) rond inclusief burgerschap en herstel bij personen met een ernstige psychiatrische problematiek in kaart brengen.\n\nDataverzameling zal gebeuren aan de hand van de story completion method. In deze methode worden participanten gevraagd om een verhaal te schrijven gebaseerd op een hypothetisch verhaalbegin (story stem) dat opgesteld werd door de onderzoekers. Participanten (geschatte n=150) zullen gerekruteerd worden in Noorse en Vlaamse secundaire scholen. Meer bepaald zullen acht klasgroepen gerekruteerd worden (n=4 in Noorwegen; n=4 in Vlaanderen) uit verschillende onderwijstypes (bv. ASO, TSO en BSO).\n\nData zullen getrapt geanalyseerd worden (nl. eerst een analyse per land, daarna een overkoepelende analyse) aan de hand van thematische analyse.","summary":"Deze studie onderzoekt hoe jongeren denken over inclusief burgerschap en herstel bij ernstige psychiatrische problemen. Data wordt verzameld met de story completion method in Noorse en Vlaamse secundaire scholen. Het doel is inzicht te krijgen in maatschappelijke percepties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002506","result_description":null},{"description":"De Resource Library is een encyclopedie van hulpmiddelen in samenwerking met een internationaal netwerk van experts op verschillende gebieden. Het doel van de bibliotheek is het verzamelen en verspreiden van potentiële effectieve strategieën om typisch menselijk functioneren te ondersteunen met als doel de persoonlijke levenskwaliteit te verbeteren.\n\nDe strategieën zijn gericht op ondersteuning in verschillende fasen (kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen) van het leven van personen die in een sociaal kwetsbare situatie leven, zoals personen met ID/DD, geestelijke gezondheid, chemische afhankelijkheid en ouderen. Gebruikers van de bibliotheek zijn gebruikers, organisaties, professionals en academici die op zoek zijn naar effectieve ondersteuning.\n\nDe bibliotheek dient als platform voor productieve ontmoetingen en interactieve systeemkaders die samenwerking en toenemende verspreiding tussen onderzoekers en kennisgebruikers mogelijk maken. Ondersteunende middelen worden in de bibliotheek vermeld op basis van het effectiviteitsniveau volgens internationale normen voor bewijs (EBLIP Critical appraisal checklist) en beoordeeld op basis van hun effectiviteit.\n\nOndersteunende middelen worden gecategoriseerd in domeinen van kwaliteit van leven en ondersteuningsstrategieën om deze af te stemmen op persoonlijke resultaten. De bibliotheek is bedoeld om effectieve interventies te bieden en te verspreiden voor studenten, professionals en organisaties die samenwerken met HOGENT om onderzoek toegankelijk te maken om de kwaliteit van leven van onze gemeenschap te verbeteren.","summary":"Resource Library biedt effectieve strategieën voor persoonlijke ontwikkeling in sociaal kwetsbare situaties. Experts delen kennis voor verbetering van levenskwaliteit. Gebruikers vinden ondersteuning en innovatieve oplossingen voor diverse levensfasen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002507","result_description":null},{"description":"Het onderzoek maakte gebruik van de Personal Outcomes Scale om de kwaliteit van leven van cliënten te evalueren in relatie tot de geboden ondersteuning in Ierland.\n\nKwaliteit van leven (QoL) is een multidimensionaal fenomeen dat bestaat uit kerndomeinen die worden beïnvloed door persoonlijke kenmerken, waarden en bijdragen van de omgeving. Er zijn acht kerndomeinen van QoL die overeenkomen met zowel de Verenigde Naties als de International Association for the Scientific Study of Intellectual and Developmental Disabilities (IASSIDD). De Personal Outcome Scale (POS) is een semi-gestructureerd zelf- en volmachtinstrument dat specifiek deze aspecten van QoL meet voor mensen met een verstandelijke beperking.\n\nIn totaal namen 85 mensen met een verstandelijke beperking en hun belangrijkste begeleider (n = 85) deel aan dit onderzoek. Er werd gebruikgemaakt van een wervingsstrategie op basis van een gemakssteekproef om deelnemers te werven tijdens het kalenderjaar januari-december 2020. Deelnemers vulden de zelfrapportage en proxy POS in, en er werd ook gekeken naar klinische-demografische gegevens.\n\nQoL is hoger bij mensen met een toegewijde serviceplanner en ook bij mensen met een minder ernstige tot ernstige beperking. Mensen met betaald werk rapporteerden een significant hogere kwaliteit van leven, net als degenen die gebruik maakten van outreach- en residentiële diensten, bovenop de lokale diensten.\n\nDit onderzoek toont aan dat er verschillende en specifieke factoren zijn die verband houden met de kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking in de gemeenschapsvoorzieningen in Ierland. Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op het longitudinaal onderzoeken van deze factoren en specifiek hoe QoL samenhangt met cognitieve en functionele uitkomsten.\n\nHet onderzoek resulteerde in een artikel.","summary":"Onderzoek naar QoL bij mensen met een verstandelijke beperking in Ierland toont hogere kwaliteit van leven met toegewijde serviceplanners en betaald werk. Factoren en specifiek verband met QoL in gemeenschapsvoorzieningen zijn onderzocht voor toekomstig onderzoek.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002508","result_description":null},{"description":"De aanpassing van de schaal met persoonlijke uitkomsten in het Japans.\n\nDe Personal Outcomes Scale is een meetinstrument om de kwaliteit van leven te onderzoeken bij mensen met een verstandelijke beperking. Dit artikel onderzocht de validiteit en betrouwbaarheid van de Japanse versie van de schaal door gebruik te maken van zowel zelfrapportages als rapporten van anderen.\n\nEr werden gegevens verzameld van 128 mensen met een verstandelijke beperking (90 mannen en 38 vrouwen; leeftijd = 37,19 ± 11,90 (range = 19-69) jaar) en 27 begeleiders. Betrouwbaarheid werd onderzocht aan de hand van Cronbach's alfa coëfficiënten, interrespondent betrouwbaarheidscoëfficiënten en test-hertest betrouwbaarheid. Validiteit werd onderzocht door constructvaliditeit en criteriumgerelateerde validiteit.\n\nDe zelf- en andermans gerapporteerde versies vertoonden voldoende interne consistentie (α = 0,79); sommige domeinen hadden echter een relatief lage interne consistentie. Validiteitstesten toonden zwakke tot matige correlaties tussen de totaalscore en de domeinscores in beide versies.\n\nDe schaal is over het algemeen betrouwbaar; er moet echter rekening worden gehouden met culturele aspecten om de betrouwbaarheid voor praktische toepassing te versterken. De samenwerking aan het onderzoek resulteerde in een artikel.","summary":"Dit onderzoek beoordeelde de betrouwbaarheid en validiteit van de Japanse versie van de Personal Outcomes Scale bij mensen met een verstandelijke beperking. Resultaten tonen voldoende betrouwbaarheid en culturele aanpassingen zijn nodig voor praktische toepassing.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002509","result_description":null},{"description":"In onze geglobaliseerde samenleving wordt men ook in de zorg geconfronteerd met culturele diversiteit. Vandaag wordt van zorgverleners soms veel gevraagd om tot een goede communicatie te komen met patiënten die een andere culturele achtergrond hebben. Dit project onderzoekt hoe deze communicatie verloopt rond het thema pijn. Een niet onbelangrijk thema, want pijn wordt gebruikt als één van de vijf pijlers om de kwaliteit van leven te beoordelen.\n\nOmdat pijn per definitie subjectief is, spelen communicatieve en sociale vaardigheden juist een belangrijke rol om tot goede zorg te kunnen komen. Ethisch gezien is het een plicht van elke zorgverstrekker om pijnklachten te begrijpen, hoe cultureel divers de patiëntenpopulatie ook is. Pijn is bovendien een multidimensioneel gegeven dat biologische, psychologische en omgevingsfactoren omvat en daarom holistisch dient benaderd te worden. In de organisatie van de zorg van vandaag wordt die benadering steeds meer uitgebouwd. We zien dat onder meer aan de oprichting van Multidisciplinaire Algologische Teams (MAT) en Multidisciplinaire Pijn Centra (MPC) voor de behandeling van respectievelijk acute en chronische pijn.\n\nBinnen verschillende zorgsectoren blijkt er onvoldoende expertise aanwezig te zijn op diagnostisch en zorgvlak ten aanzien van pijnpatiënten met een cultureel diverse achtergrond. Dit gebrek aan expertise vergroot het risico op verkeerde/onderbehandeling. Het is daarom aangewezen die culturele dimensie in de pijnbeleving en de communicatie van pijn goed te onderzoeken. Uiteraard zal de “eindgebruiker” daarbij baat hebben, maar voor het zorgsysteem levert dit ook duurzame oplossingen op. De zorgverleners kunnen gerichter worden ingezet en het vermindert aanzienlijk het risico op chronificatie.\n\nOp onderzoeksgebied begeeft dit project zich op een weinig verkend gebied, waardoor het in zijn benadering innovatief is. Veel onderzoek rond deze thematiek spitst zich namelijk toe op raciale/etnische minderheden binnen cultureel diverse samenlevingen. Maar studies die gebeuren in samenwerking met de landen van herkomst van deze culturele minderheden zijn zeer schaars. Nochtans biedt dit voordelen op het gebied van uitwisseling van competenties en capacity building. Het levert inzichten op omtrent bepaalde segmenten in ons zorgsysteem die als het ware afkomstig zijn uit primaire bron.\n\nHet project wil de communicatie over pijn in een context van diversiteit zo optimaal als mogelijk ontwikkelen. Daarin wordt gekeken naar de verbetering van de zorgpraktijk in ons land enerzijds en naar de training/opleiding van zorgverleners anderzijds. Het project sluit daarbij aan op drie pijlers van het onderzoek binnen 360° Zorg & Welzijn, namelijk persoonsgericht, netwerkgericht en omgevingsgericht werken. Bovendien wordt in het project ingespeeld op de laatste technologische ontwikkelingen en wordt ICT gezien als een hefboom naar verdere competentieontwikkeling.","summary":"Dit project onderzoekt communicatie rond pijn bij culturele diversiteit in de zorg. Het benadrukt het belang van goede communicatie voor kwaliteitszorg, met focus op multidimensionele benadering van pijn. Innovatief onderzoek met potentieel duurzame oplossingen voor zorgsysteem en zorgverleners.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002510","result_description":null},{"description":"Het Expertisecentrum Duurzame Biomassa en Chemie (voorheen RADIUS) van Thomas More Kempen (TMK) werkt rond upcycling, alternatieve biomassa en biogebaseerde grondstoffen. Het expertisecentrum verricht onderzoek en dienstverlening en organiseert opleidingen rond de kweek en verwerking van insecten en microalgen met het oog op de duurzame productie van biomassa.\n\nVanuit het werkveld is er nood aan concrete oplossingen en op maat gemaakte adviezen met betrekking tot deze problematiek. De huidige infrastructuur laat toe om de kweek en/of verwerking van microalgen en insecten op labo- en pilootschaal te evalueren, maar om de chemische analyses uit te voeren is de uitbouw van een state-of-the-art analyselabo noodzakelijk.\n\nDe infrastructuur die in Start4Bio wordt aangekocht past in dit kader.","summary":"Expertisecentrum Duurzame Biomassa en Chemie van Thomas More Kempen biedt onderzoek, dienstverlening en opleidingen over duurzame biomassa, insecten en microalgen voor het werkveld. Upcycling en biogebaseerde grondstoffen zijn focuspunten voor concrete oplossingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002511","result_description":"De aankoop van een onderzoeksinfrastructuur, met het oog op direct gebruik, die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en niet-economische activiteiten, en niet louter voor commerciële activiteiten of dienstverlening.\n\nInzet in het kader van de verwerving en kennisdiffusie:\n- Coördinatie aankoopprocedure.\n- Bekendmaking van de (verwerving van de) onderzoeksinfrastructuur en haar onderzoeksmogelijkheden.\n- Opzetten van minimaal twee interactiemomenten met de doelgroep."},{"description":"Too many children experience sexual, psychological or physical violence during their participation in organized sport. Following painful disclosures and prevalence studies that can no longer be overlooked, child protection and safeguarding practices are being developed and implemented throughout European sport.\n\nHowever, to date, these initiatives lack solid evidence. Monitoring and evaluation data are barely existing, which compromises an evaluation of their effectiveness. Moreover, grassroots sport clubs seldom have designated staff to adequately implement the required procedures and practices.\n\nThis project will provide useful insights in developing, implementing and evaluating an intervention program to stimulate prosocial bystander behavior and safeguard children in grassroots sport clubs. By organizing national workshops and a European webinar, the educational materials will be disseminated into the wider EU sport community.","summary":"Many children face violence in organized sports. This project aims to develop, implement, and evaluate intervention programs to protect children in grassroots sport clubs. Workshops and webinars will spread educational materials across the EU sports community.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002512","result_description":"In this European collaborative partnership, we aim to take an evidence-based approach in setting up, implementing, and evaluating a bystander intervention. \n\nA multidisciplinary group of sport administrators, survivors, safeguarding practitioners, and researchers will develop an educational program for athletes, coaches, and parents, as well as a policy roadmap for club managers. \n\nTo test the effectiveness, a longitudinal evaluation study with an intervention and control group will be conducted in two countries.\n\n- SSA toolbox: script interventions, discussion cards, factsheets, animation video"},{"description":"In de zorg van morgen zijn zorgprofessionals en mantelzorgers partners in zorg. Deze evolutie, nodig in het kader van vermaatschappelijking van zorg, vereist inspanningen van zorgorganisaties. Vandaag bestaan er geen evidence-based tools die structuur en ondersteuning bieden aan zorgorganisaties bij deze processen. Hierdoor ontstaan versnipperde initiatieven, waardoor organisaties niet kunnen voortbouwen op bestaande expertise. Ook zijn de inspanningen niet altijd afgestemd op de reële noden van zorgverleners en mantelzorgers. Bovendien blijven bestaande One-size-fits-all oplossingen, zoals de samenspraakfiche, weinig gebruikt omdat ze geen rekening houden met de realiteit van de zorgsetting waarin ze gebruikt moeten worden.\n\nMantelzorgers en zorgprofessionals geven aan dat een betere afstemming van de noden en inspanningen op elkaar nodig is. Er bestaat een mismatch tussen inspanningen en behoeften (2018-2020).\n\nStructuur en begeleiding bieden bij de ontwikkeling van materiaal op maat van de eigen voorziening kan hierop een antwoord bieden. Er is een toolkit ontwikkeld op basis van de resultaten van voorgaand onderzoek You Care? We Care! II, die bij deze nood aansluit. Toepassing ervan zou de beleving van het mantelzorgbewuste beleid bij mantelzorgers en professionals positief kunnen beïnvloeden.\n\nOok de verzuchting van zorgprofessionals dat innovatie-initiatieven een werkbare vorm dienen te hebben is belangrijk. Het afstemmen van voorstellen voor zorgtools hierop is dan ook van essentieel belang bij deze en elke andere intentie tot innovatie in de zorg. Dit is een aspect dat in voorgaande buitenlandse initiatieven voor mantelzorgvriendelijk beleid uit het oog verloren werd (Bakker et al., 2015).","summary":"Zorgorganisaties moeten zich aanpassen aan veranderende zorgbehoeften van professionals en mantelzorgers. Een toolkit, gebaseerd op onderzoek, biedt structuur en begeleiding voor op maat gemaakte oplossingen. Innovatie in de zorg vereist werkbare tools die aansluiten bij de behoeften van zorgverleners en mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002513","result_description":"Deliverables\n\nToolbox 2.0\n\nTrain-the-trainer pakket (of ander begeleidingspakket)\n\nRapport op maat voor lesdoeleinden\n\nPersbericht voor vakwebsites\n\nUitrol deliverables\n\nIntegratie in lespaketten zorgopleidingen\n\nVorming voor docenten zorgopleidingen op basis van de onderzoeksresultaten\n\nVerspreiding persbericht aan specifieke doelgroepen\n\nAanbieden toolkit en train-the-trainer (of andere begeleiding) aan zorgvoorzieningen"},{"description":"Binnen de 4 onderzoekslijnen worden volgende onderzoeksvragen vooropgesteld:\n\nBlended hulpverlening: \n- Hoe kan de usability van de GGZ-app mPath geoptimaliseerd worden voor zowel therapeuten als cliënten?\n- Op welke manier kan @BC, attachment-focused blended care best geconceptualiseerd en vormgegeven in de praktijk?\n\nWearables: \n- Kunnen wearables bijkomende inzichten verschaffen in ervaren spanning van ouders tijdens een routineonderzoek op een neonatologie-afdeling?\n- Kunnen wearables bijkomende inzichten verschaffen in de ervaren spanning bij personen met een ernstige meervoudige beperking?\n\nImmersieve technologie: \n- Hoe ervaren participanten uit de algemene bevolking fotorealistische VR in vergelijking met 360° video? \n- Voegt een headset meer immersiviteit toe aan Phobos AR i.v.m. een smartphone?\n- Hoe wordt Phobos AR best ingezet in de behandeling van dierfobie?\n\nOnderbouwing trainingen: \n- Hoe wordt een internationale e-learning rond (technologie in) onderbouwde psychotherapie voor kinderen en jongeren best gepositioneerd in Vlaanderen en wat zijn inhoudelijke prioriteiten?\n- Op welke manier wordt tevredenheid, aanvaardbaarheid en effectiviteit van trainingsaanbod rond technologie binnen welzijn en zorg best geëvalueerd?","summary":"Ontdek onze onderzoekslijnen: Blended hulpverlening, Wearables, Immersieve technologie en Onderbouwing trainingen. Optimaliseer GGZ-app usability, verkrijg inzichten met wearables, ervaar fotorealistische VR en evalueer trainingsaanbod efficiënt.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002514","result_description":"Verschillende deliverables worden vooropgesteld. Deze omvatten 1) 4 peer-reviewed (inter)nationale publicaties, 2) het updaten van het bestaande vormingsaanbod voor hulpverleners in de GGZ rond het gebruik van nieuwe technologieën binnen de geestelijke gezondheidszorg. Dit gebeurt op basis van de inzichten uit het project: hoe kan technologie in specifieke begeleidingstrajecten binnen de geestelijke gezondheidszorg worden ingezet. Daarnaast wordt er gewerkt aan 3) een evaluatiemethodiek voor trainingen rond technologie in geestelijke gezondheid & welzijn en 4) het exploreren van 2 valorisatietrajecten met een KMO of kennisinstelling rond een van de onderzoekslijnen.\n\nInzichten en kennis worden breed verspreid via (minstens) 10 blogposts, 20 uitgenodigde lezingen of vormingen, 5 congrespresentaties en – in de context van de Experience Hub – verschillende activiteiten gelinkt aan Blikopener. Dit initiatief richt zich op het ontsluiten van innovatiekennis bij hogescholen voor Vlaamse organisaties en bedrijven."},{"description":"Stotteren is een spraakstoornis waarbij de spraakstroom wordt verstoord door onwillekeurige herhalingen van klanken, lettergrepen, woorden of zinnen, uitgerekte klanken of stille pauzes waarin de persoon niet in staat is om klanken en klankovergangen te produceren.\n\nHet behandelsucces is het grootst als stotteren wordt behandeld voor de leeftijd van 6 jaar, voordat het zich ontwikkelt tot \"hardnekkig\" stotteren. Behandelingsprogramma's voor stotteren die zich direct richten op de spraak van het kind, zoals het Lidcombe Programma, hebben aangetoond effectief te zijn in deze leeftijdsgroep.\n\nMini-KIDS is ook een behandeling die zich direct richt op de spraak van het kind. Het is mogelijk dat het vastleggen van de verhoogde hersenplasticiteit op deze leeftijd in combinatie met het creëren van optimale omstandigheden voor herstel ten grondslag ligt aan het succespercentage van deze behandelingen. Een behandeling die zich richt op de cognities, emoties en het gedrag van het kind, de sociaal cognitieve gedragsbehandeling (SCBT), wordt ook vaak gegeven in België.\n\nIn deze studie willen we deze drie behandelprogramma's vergelijken en gegevens verzamelen over de effectiviteit ervan: Mini-KIDS, SCBT en het Lidcombe Programma. 249 kinderen zullen worden toegewezen aan één van de drie behandelingsgroepen. Stottertherapeuten behandelen het kind (en begeleiden de ouders) met Mini-KIDS, SCBT of het Lidcombe Programma. Ze worden gerekruteerd in het Nederlandstalige en Franstalige deel van België. Ze zullen getraind worden om de programma's nauwgezet uit te voeren.\n\nOp 18 maanden na randomisatie wordt de spraakvloeiendheid van het kind en de houding van het kind en de ouder(s) ten opzichte van spraak gemeten. Er wordt verwacht dat de 3 programma's dezelfde (bijna) nul niveaus van stotteren zullen bereiken bij bijna alle kinderen en een positieve houding ten opzichte van spraak op 18 maanden na de start van de behandeling. Het aantal behandeluren om de (bijna) nul niveaus van stotteren te bereiken zal vergeleken worden tussen de verschillende programma's. Zowel voor gezinnen als voor de gezondheidszorg kan dit belangrijke informatie opleveren.","summary":"Behandel stotteren bij kinderen voor 6 jaar met effectieve programma's zoals Mini-KIDS, SCBT en het Lidcombe Programma. Vergelijk de effectiviteit na 18 maanden voor (bijna) nul niveaus van stotteren en positieve houding ten opzichte van spraak. Verzamel belangrijke informatie voor gezinnen en gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002515","result_description":"Primair eindpunt = Percentage gestotterde lettergrepen (%SS, gemeten in op video opgenomen spraaksamples) 18 maanden na aanvang van de behandeling.\n\nSecundaire eindpunt(en) = %SS en Severity Ratings (SR) 3-, 6-, 9-, 12- en 18-maanden na aanvang van de behandeling, QOL (EQ-5D-Y proxy 1) en Impact of Stuttering on Preschoolers and Parents (ISPP, Langevin et al., 2010) 3-, 9-, en 18-maanden na aanvang van de behandeling + KiddyCAT-scores (Communication Attitude Test, Vanryckeghem & Brutten, 2015) op 3-, 9- en 18-maanden na aanvang van de behandeling + KiddyCAT-scores (Communication Attitude Test, Vanryckeghem & Brutten, 2015) op 18-maanden na aanvang van de behandeling.\n\n%SS, SR en QOL (EQ-5D-Y proxy 1) op 2- en 5-jaar na start van de behandeling. Percentage kinderen met < 1%SS en ≤1SR 18 maanden na aanvang van de behandeling.\n\nAparte analyses van %SS en SR voor video's opgenomen thuis en tijdens de behandelingssessies op 18 maanden na aanvang van de behandeling. Behandelingsuren, weken en sessies tot einde behandeling (start onderhoudsfase).\n\nOuderrapport over stotterernst (gebaseerd op Onslow et al., 2021) en tevredenheid met dagelijkse communicatie (gebaseerd op Karimi et al., 2018) op 3-, 9-, en 18-maanden, 2 en 5 jaar na start behandeling. (Communication Attitude Test, Vanryckeghem & Brutten, 2015) op 18-maanden na aanvang van de behandeling."},{"description":"Geen effectieve screeningsmethode om maagkanker te voorkomen is momenteel beschikbaar in Europa. Het elimineren van de H. pylori-bacterie kan de sterfte met 40% verminderen.\n\nEen andere benadering is het vroegtijdig opsporen van voorstadia van kanker. Het algemene doel van TOGAS is om het ontbrekende bewijs te verschaffen dat kan helpen bij het ontwerpen en implementeren van strategieën rond maagkankerpreventie in de hele EU.\n\nDe resultaten van dit project zullen beleidsmakers helpen om maagkankerscreening op te nemen in hun gezondheidsprioriteiten. Hierbij zullen de effectiviteit, haalbaarheid en aanvaardbaarheid worden afgewogen tegen mogelijke nadelige langetermijneffecten.","summary":"Europa mist een effectieve screeningsmethode voor maagkanker. TOGAS streeft naar bewijs om preventiestrategieën te ontwikkelen en implementeren, zodat maagkankerscreening een prioriteit wordt voor beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002516","result_description":"Algemene effecten:\n\n- Verhoogd bewustzijn rond preventie van maagkanker in de algemene bevolking, inclusief kwetsbare groepen.\n- Begeleiding bij politieke besluitvorming met betrekking tot de implementatie van landelijke screeningsprogramma’s voor maagkanker.\n- Optimale strategieën voor de implementatie van maagkankerscreening."},{"description":"Geweld in de sport is een universeel fenomeen, het komt tijd- en plaatsgebonden voor en interventies voor de preventie en bestrijding ervan moeten afgestemd zijn op de culturele context.\n\nHet doel van dit project is om de eerste cultureel geïnformeerde digitale toolbox voor coachingseducatie over veilig sporten te ontwikkelen om de gemeenschappelijke behoefte aan het bestrijden van psychologische, fysieke en seksuele vormen van interpersoonlijk geweld in de sport op een begrijpelijke manier aan te pakken voor 6 landen in het noordelijke Middellandse Zeegebied. \n\nHet project probeert de beperkingen van de gangbare praktijk van het 'importeren en vertalen' van centraal ontwikkelde richtlijnen (bijv. van IOC, EC, noordelijke EU) te overwinnen met een cultureel geïnformeerde aanpak die in nationale talen wordt geleverd en bottom-up wordt opgebouwd, rekening houdend met de belangrijkste culturele kenmerken van de partners in het Middellandse Zeegebied en de behoeften van hun coaches aan coachonderwijs over veilige sport.\n\nDoelstellingen:\n- Gegevens verzamelen over landspecifieke kennis over SS-coachopleidingen, culturele barrières voor SS en overtuigingen van coaches voor SS-coachopleidingen, coaching;\n- een e-toolbox (onderwijs, evaluatie, monitoring) ontwikkelen voor NM-partners in hun moedertaal op basis van hun culturele kenmerken;\n- proefimplementatie van de e-toolbox in NM-landen met minimaal 100 coaches per land;\n- de impact van het project evalueren en de output en resultaten binnen de EU en internationaal verspreiden.","summary":"Developing a culturally informed digital toolbox for coaching education to address interpersonal violence in sports in the Northern Mediterranean region by overcoming limitations of standard practices through language-specific tools and bottom-up approach.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002517","result_description":"De belangrijkste output is digitale SS coach educatie, evaluatie en monitoring, verpakt in een e-toolbox met 6 versies.\n\nDe begunstigden van de CICEE-T kennis en e-toolbox zijn sportcoaches in NM-landen, stakeholders die coaches inhuren, stakeholders die coaches opleiden, stakeholders die geweld in de sport bestrijden.\n\nDe e-toolbox is open en kan worden gebruikt als onderdeel van coachopleidingen die worden aangeboden door instellingen voor hoger onderwijs en/of sportorganisaties in de NM-landen."},{"description":"Uit onderzoek is gebleken dat sportdeelnemers met een handicap moeite hebben om toegang te krijgen tot sport en dat ze, als ze sporten, meer intimidatie en misbruik ervaren dan sporters zonder handicap. Dit toont duidelijk de noodzaak aan om een veilige sportomgeving te creëren voor mensen met een beperking.\n\nAls belangrijkste aanspreekpunt voor hun sporters spelen para-sportcoaches een cruciale rol in het voorkomen van pesterijen en misbruik. Dit project heeft als doel de bestaande interventie Safe Sport Allies aan te passen aan de specifieke context van para-sportcoaches die werken met sportdeelnemers met een verstandelijke beperking (ID) of cerebrale parese (CP).","summary":"Onderzoek toont aan dat sporters met een handicap moeite hebben met toegang tot sport en ervaren meer intimidatie. Dit project past Safe Sport Allies aan voor para-sportcoaches om pesterijen en misbruik te voorkomen bij sporters met een verstandelijke beperking of cerebrale parese.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002518","result_description":"Het Safe Para-Sport Allies interventiehandboek is een handleiding voor para-sportcoaches met achtergrondinformatie over het onderwerp intimidatie en misbruik in de sport en daarbuiten. Het bevat hoofdstukken over interventiematerialen voor het gebruik van de interventie.\n\nEen train de trainer evenement: Het Safe Para-Sport Allies handboek zal de basis vormen voor de training van trainers. Belgische lokale veiligheidsverantwoordelijken van sportfederaties worden uitgenodigd om deze cursus van een halve dag te volgen om getraind te worden in het Safe Para-Sport Allies interventieprogramma.\n\nFactsheet \"Highlights of the project\" met de belangrijkste resultaten van het project en nuttige tips en trucs voor een veilige parasport. Deze deliverable zal in het Engels zijn en verspreid worden in ons netwerk.\n\nTeaser video: er wordt een korte video gemaakt met een oproep tot actie van en aan para-sportcoaches, die verspreid zal worden in ons netwerk.\n\nPresentaties over het project tijdens sportevenementen of andere relevante evenementen.\n\nCommunicatie naar EU-instellingen. De beste verspreiding en promotie van dit project is via 'mond-tot-mondreclame', door diegenen die positieve ervaringen hebben met delen en samenwerken (bijv. geassocieerde partners). Maar dit soort verspreiding kan natuurlijk niet worden georganiseerd."},{"description":"Het Vlaamse borstkankerscreeningprogramma (BCSP) werd geïmplementeerd in 2001. Van 2016 tot 2020 werd gemiddeld slechts 50% van de vrouwen die in aanmerking kwamen gescreend. Bovendien namen vrouwen met een lage sociaaleconomische status (SES) 40% minder vaak deel aan het BCSP dan vrouwen met een hoge SES. Een verkeerde interpretatie van BCSP is een van de meest prominente redenen voor niet-deelname aan BCSP.\n\nOm de billijkheid van de deelname aan het BCSP in Vlaanderen te verbeteren, zijn interventies nodig die zich richten op het aanpakken van verkeerde interpretaties van het BCSP. Hoewel een herinnering aan niet-deelnemers de deelname aan gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken kan verbeteren, blijft de deelname in sommige landen die herinneringen aan het BCSP hebben toegevoegd bescheiden. Het BCSP in Vlaanderen heeft geen herinneringen ingevoerd, ook omdat er geen bewijs is voor de kosteneffectiviteit van de herinneringen.\n\nIn Vlaanderen zijn herinneringen niet geïmplementeerd in het algemene BCSP, laat staan in de groep met een lage SES. Volgens de gepubliceerde gegevens uit RCT's kunnen de normale herinneringen met betrekking tot tijd en plaats van de screening de participatiegraad van niet-deelnemers met 15%-90% verbeteren. Voor dit project zal een herinnering op maat worden ontwikkeld om de misinterpretatie ten opzichte van BCSP aan te pakken.\n\nVrouwen met een lage SES-indicatie die niet hebben gereageerd op hun laatste uitnodiging, krijgen de herinnering per post. Kennis, houding ten opzichte van BCSP en deelname aan BCSP zullen worden gemeten met een gevalideerde vragenlijst voor en na de herinnering tijdens hun bezoeken aan de huisarts in een cross-over cohortstudie. De kosteneffectiviteit van de interventies zal worden geëvalueerd met een gevalideerd microsimulatiemodel.","summary":"Verbeter de deelname aan het Vlaamse borstkankerscreeningprogramma door het aanpakken van verkeerde interpretaties. Ontwikkel op maat gemaakte herinneringen voor vrouwen met een lage SES-indicatie, wat de participatie tot 90% kan verbeteren. Evaluatie gebeurt via een gevalideerd microsimulatiemodel.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002519","result_description":"1. Een systematisch review manuscript van de misvattingen over BCSP van vrouwen met een lage SES.\n\n2. Een verslag van de FGD's over de misvattingen over BCSP van vrouwen met een lage SES in Vlaanderen.\n\n3. Een formeel op maat gemaakte herinnering om de misvattingen over BCSP van niet-deelnemers aan te pakken, die gebruikt kan worden door andere BCSP's, aangepast aan hun behoeften.\n\n4. Manuscripten over de effectiviteit en de kosteneffectiviteit van de op maat gemaakte herinnering in Vlaanderen."},{"description":"Veel meertalige kinderen ondervinden moeilijkheden in de schooltaal, het Nederlands. Bij de meesten onder hen zijn deze moeilijkheden van voorbijgaande aard. Zij hebben een blootstellingsachterstand in het Nederlands (Singer & Gerrits, 2017).\n\nEen veel beperkter deel van de kinderen, zo’n 7%, kampt met een aangeboren taalontwikkelingsstoornis (Tomblin et al., 1997; Winter, 2001). Die kinderen ondervinden hardnekkige problemen in elke taal. Een correcte diagnostiek van een taalontwikkelingsstoornis bij meertalige kinderen vormt een grote uitdaging voor logopedisten wereldwijd (o.a. De Houwer, 2019; Fleckstein et al., 2018; Grech & Dodd, 2007; Paradis et al., 2011).\n\nOm misdiagnoses te vermijden, is informatie over de moedertaal essentieel. In de praktijk wordt echter nog te weinig rekening gehouden met de moedertaal van meertalige kinderen. Meer dan 1 op 2 logopedisten in Vlaanderen beperkt zich tot het onderzoeken van de Nederlandse taalvaardigheid (Leysen et al., 2019).\n\nSpontane taalanalyse is een manier om de taalvaardigheid in zowel het Nederlands als de moedertaal in kaart te brengen. Om een taalstaal in de moedertaal te ontlokken en zeker voor de analyse van het taalstaal achteraf, is een uitstekende beheersing van die taal nodig (Armon-Lotem, 2018).\n\nLogopedisten spreken in de meeste gevallen zelf de moedertaal/talen van hun cliënten niet. Zij kunnen voor moedertaalanalyse een beroep doen op taalanalisten (Mostaert et al., 2016). Een taalanalist is een tolk die is opgeleid om een spontane taalanalyse uit te voeren in de moedertaal.\n\nMeer informatie over de cursus is beschikbaar op https://www.taalbrug.be/cursussen/cursus-moedertaalanalyse.","summary":"Meertalige kinderen ervaren vaak taalproblemen in het Nederlands. Correcte diagnose van taalstoornissen is cruciaal. Ontdek onze cursus moedertaalanalyse op https://www.taalbrug.be/cursussen/cursus-moedertaalanalyse.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002520","result_description":"Thomas More biedt als enige een cursus aan voor tolken om taalanalist te worden. Het primaire doel van dit project is om de cursus voor taalanalisten te vernieuwen.\n\nSinds 2015 is zowel de inhoud als de vorm van de cursus niet meer up-to-date. Recente wetenschappelijke inzichten over diagnostiek bij meertalige kinderen in het algemeen en specifiek over taalanalyse en narratieve vaardigheden ontbreken. Daarnaast willen we de progressie van een cursist doorheen het zelfstudiepakket beter kunnen opvolgen en via interactieve toetsen zelfevaluatiemomenten voorzien.\n\nDe meeste taalanalisten werken zelfstandig (met uitzondering van Foyer v.z.w.) en missen daardoor feedback en ervaringen van collega’s. Daarom willen we op korte termijn een lerend netwerk opstarten, een vorm van collegiaal leren onder leiding van een procesbegeleider.\n\nWe zullen taalanalisten 1 à 2 keer per jaar (online) samenbrengen om kennis en ervaringen rond een gezamenlijk thema (bv. tarifering, werkwijze) uit te wisselen. Een lerend netwerk bevordert bovendien innovatief denken wat mogelijk tot procesverbetering kan leiden.\n\nDoor het optimaliseren van de cursus en de werking van taalanalisten willen we moedertaalanalyses eenvoudiger en beter maken. Zo hopen we bij te dragen aan het inperken van misdiagnoses bij meertalige kinderen wat leidt tot aangepaste hulp voor deze doelgroep."},{"description":"Om de klimaatverandering en de grondstoffenschaarste tegen te gaan, moeten we iets doen aan onze huidige manier van produceren en consumeren (SDG12).\n\nDaarom gaan we samen met organisaties, (maatwerk)bedrijven, overheden en burgers (SDG17) op zoek naar nieuwe inzichten. Tegelijk verbreden of verdiepen we bestaande kennis.\n\nMaar bovenal willen we kennis vertalen naar de praktijk. Alleen zo komen we tot concrete handvaten om deze transitie daadwerkelijk en tijdig te helpen realiseren.","summary":"Samen werken we aan een duurzame toekomst door het heroverwegen van productie en consumptie om klimaatverandering en grondstoffenschaarste tegen te gaan. We betrekken diverse stakeholders en vertalen kennis naar concrete acties voor een succesvolle transitie. #duurzaamheid #samenwerking","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002521","result_description":null},{"description":"Dikkedarmkanker (DDK) is een van de drie meest voorkomende kankers wereldwijd. Alleen al in 2020 leidde het tot bijna 1,9 miljoen nieuwe gevallen en was het verantwoordelijk voor 930.000 sterfgevallen, met de hoogste aantallen gemeld in Europa.\n\nBevolkingsonderzoeken (BVO) zijn beschikbaar en zijn zeer effectief geweest in het verminderen van het aantal mensen dat ziek wordt van deze kanker. Echter, in Vlaanderen neemt slechts ongeveer de helft van de uitgenodigde mensen deel aan het BVO. Dit aantal is nog lager bij mensen met:\n• lage sociaal-economische status (ongeveer 28%), en\n• niet-Belgische nationaliteiten (tussen ongeveer 15% en 34%).\n\nDeze groepen worden geconfronteerd met barrières zoals angst voor de procedure, beperkte gezondheidsgeletterdheid en taalvaardigheid in het Nederlands, en twijfels of ze de test kunnen uitvoeren.\n\nEuropese richtlijnen benadrukken het belang van het maken van een geïnformeerde keuze over deelname aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker (BVO-DDK). Om aan deze richtlijnen te voldoen zijn tools voor gedeelde besluitvorming (SDM) een belangrijk deel van de oplossing. Deze tools zijn ontworpen om mensen te helpen samen met hun artsen te beslissen of screening geschikt voor hen is. Helaas zijn de beschikbare tools voornamelijk ontwikkeld in de Verenigde Staten en passen niet bij wat mensen in Vlaanderen nodig hebben vanwege het significante verschil in bevolkingskenmerken, gezondheidszorgsystemen en beleid.\n\nORIENT heeft als doel een risico-gestratificeerde SDM-tool voor het BVO-DDK te ontwikkelen en te testen die is afgestemd op de behoeften van kwetsbare bevolkingsgroepen en huisartsen in Vlaanderen, België. Deze tool combineert het gebruik van:\n• een op video gebaseerde beslissingshulp die individuen kunnen bekijken om een basisbegrip te krijgen over darmkanker en screening, en\n• een geïndividualiseerde risicoschatting voor DDK die huisartsen kunnen gebruiken om het risico van hun patiënten op het ontwikkelen van DDK te berekenen en over te brengen.\n\nOm ervoor te zorgen dat de tool past bij de lokale context, hebben we deze gezamenlijk ontwikkeld met input van patiënten, huisartsen en experts in Vlaanderen, en deze voortdurend verfijnd op basis van hun feedback. Momenteel wordt de tool getest in huisartspraktijken om de haalbaarheid ervan in het faciliteren van het SDM-proces te onderzoeken en om het potentieel ervan te bepalen om geïnformeerde keuzes te verbeteren en de screeningintenties onder kwetsbare bevolkingsgroepen te verhogen.\n\nHet doel is om een gepersonaliseerde SDM-tool te ontwikkelen en te testen voor het BVO-DDK die:\n• begrijpelijk is voor individuen met een lage (gezondheids)geletterdheid en degenen die Nederlands spreken op een B1 niveau of lager,\n• kennis en begrip van DDK en het BVO-DDK verbetert onder laaggeletterde en migrantenpopulaties,\n• verduidelijkt wat belangrijk voor hen is bij het overwegen van het BVO-DDK, en\n• de communicatie tussen de huisarts en kwetsbare patiënten over het BVO-DDK verbetert door evenwichtige informatie te verstrekken over de voordelen en risico’s. Dit zorgt ervoor dat de mogelijke deelname aan het BVO-DDK een geïnformeerde keuze is, gebaseerd op bewijs en in lijn met hun waarden, voorkeuren en persoonlijke risicofactoren.","summary":"Dikkedarmkanker is een wereldwijd probleem met lage screeningsdeelname in Vlaanderen. ORIENT ontwikkelt een aangepaste SDM-tool om keuzes te informeren en screeningsintenties te verhogen, specifiek voor kwetsbare groepen, met begrijpelijke informatie en risicobeoordeling.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002522","result_description":"Bewijs synthese\n\nUit twee systematische reviews blijkt dat SDM-tools effectief zijn in het verbeteren van kennis, het verminderen van besluitvormingsconflicten en het verhogen van de intentie om deel te nemen aan kankerscreening. Dit is nog effectiever voor kwetsbare bevolkingsgroepen. Het is echter cruciaal dat deze tools gezamenlijk worden ontwikkeld met input van zowel zorgprofessionals als patiënten om ervoor te zorgen dat ze goed werken voor beide partijen.\n\nDaarnaast moeten we, ondanks dat we risicovoorspellingsmodellen hebben om te bepalen wie mogelijk een hoger risico loopt op DDK, duidelijker zijn over hoe deze methoden werken en hoe ze in de praktijk kunnen worden toegepast om te helpen bij de screening. Als u meer wilt weten over de resultaten van onze reviews, kunt u de gedetailleerde rapporten op deze website vinden.\n\nRisico-gestratificeerde SDM-tool\n\nWe hebben een gepersonaliseerde SDM-tool ontwikkeld die een DDK-risicoschatter (kunstmatige intelligentie) integreert en inzichten uit stakeholderconsultaties bevat. We hebben ook een video gemaakt die uitleg geeft over DDK, hoe mensen zich kunnen laten screenen, en waarom het belangrijk is om geïnformeerde keuzes te maken. Deze video is beschikbaar in vele talen met ondertiteling om ervoor te zorgen dat meer mensen het kunnen begrijpen.\n\nIn onze gesprekken met kwetsbare bevolkingsgroepen in Vlaanderen hebben we iets interessants ontdekt. De deelnemers gaven aan dat het krijgen van een vals-positief resultaat (waarbij een test aangeeft dat je mogelijk een ziekte hebt terwijl je die niet hebt) goed nieuws is omdat ze geen kanker hebben. Ze gaven aan dat de video met ondertiteling in verschillende talen en langzaam gesproken, gemakkelijk te begrijpen was. De feedback toonde aan dat onze tool kon helpen bij het nemen van beslissingen samen met artsen. Echter, we moeten meer onderzoek doen om ervoor te zorgen dat deze tool goed werkt in huisartspraktijken.\n\nHerrera, D.J.; van de Veerdonk, W.; Berhe, N.M.; Talboom, S.; van Loo, M.; Alejos, A.R.; Ferrari, A.; Van Hal, G. Mixed-Method Systematic Review and Meta-Analysis of Shared Decision-Making Tools for Cancer Screening. Cancers 2023, 15, 3867. https://doi.org/10.3390/cancers15153867\nHerrera, D.J.; van de Veerdonk, W.; Seibert, D.M.; Boke, M.M.; Gutiérrez-Ortiz, C.; Yimer, N.B.; Feyen, K.; Ferrari, A.; Van Hal, G. From Algorithms to Clinical Utility: A Systematic Review of Individualized Risk Prediction Models for Colorectal Cancer. Gastrointest. Disord. 2023, 5, 549-579. https://doi.org/10.3390/gidisord5040045"},{"description":"De doelstelling van 'SAMEN AAN Z’ is om de retentie (of het behoud) van zorgverleners te vergroten door de wendbaarheid en het innovatief vermogen van zowel zorgverleners als organisaties te verbeteren.\n\nWe operationaliseren onze projectdoelstelling door in te zetten op:\n\nDe doorontwikkeling van bestaande interventies uit eerdere pilootprojecten (ZORO, Blijf aan Z en Care2Adapt en het Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek Simuleer-kracht), die de werkbaarheid en retentie van zorgverleners en de wendbaarheid en het innovatief vermogen vergroten. Interventies zijn diverse vormen van innovatie (processen, producten, trainingen, samenwerkingsmodellen, …) die inzetten op werkbaar werk en/of binnen de werking arbeidsondersteunend of arbeidsbesparend zijn.\n\nDe verbinding, niet alleen tussen organisaties om de impact te vergroten, maar ook tussen interventies. De combinatie van interventies levert namelijk meer op dan de som van de delen.\n\nOnderzoek, testing en validatie van zowel de bestaande, individuele interventies als het totaalpakket aan interventies en ondersteuning bij het leren kennen, de selectie en de uitrol van interventies.","summary":"SAMEN AAN Z' bevordert zorgverlenersretentie door innovatief vermogen te vergroten via interventies, samenwerking en validatie van werkbaarheid bevorderende initiatieven.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002523","result_description":"Activiteiten\n\nMarktonderzoek: inventarisatie en analyse van aanbod en noden\n\nOrganiseren van een professioneel lerend netwerk\n\nWerving en behoud van zorgorganisaties in ruime zin\n\nOndersteuningsaanbod voor zorg- en welzijnsorganisaties\n\nOutput\n\nMatrix met een overzicht van bestaande interventies (A 3.1)\n\nRapport met inzichten uit interviews en focusgroepen (A 3.1)\n\nRapport SWOT-analyse (A 3.1)\n\nIntern lerend netwerk (A 3.2)\n\nExtern lerend netwerk (A 3.2)\n\nWerving- en behoudsstrategie (A 3.3)\n\nImplementatieplan (A 3.4)\n\nGids werkbaar werk & innovatie (A 3.4)\n\nDuurzaamheidsstrategie (A 3.4)\n\nApplicatie met koppelingen naar data, meetinstrumenten en dashboard (A 4.1)\n\nRapportage ontwikkeling applicatie (A 4.1)\n\nKoppeling wearables & applicatie met platformwerking/dashboard (A 4.2)\n\nTechnische handleiding (A 4.2)\n\nPraktische handleiding (A 4.2)\n\nAlgoritme (A 4.3)\n\nDatabase (A 4.3)\n\nWetenschappelijke publicatie (A 4.3)\n\nDeelnemers meting controlegroep (A 4.3)\n\nDeelnemers meting interventiegroep (A 4.3)\n\nValidatierapport kwalitatief onderzoek (A 4.3)\n\nHandleiding coachingstraject geïntegreerd pakket interventies (A 5.1)\n\nWerkgroepen samenvoegen interventies (A 5.1)\n\nEindrapport samenvoegen interventies (A 5.1)\n\nRapport optimalisatie & combinatie 3 interventies (A 5.2)\n\nTeam Champions: herziening manual (A 5.2)\n\nTeam Champions: deelnemers (A 5.2)\n\nTeam Champions: validatierapport (A 5.2)\n\nLeiden boeien & binden: herziening manual (A 5.2)\n\nLeiden boeien & binden: deelnemers (A 5.2)\n\nLeiden boeien & binden: validatierapport (ontwikkelingsverhalen) (A 5.2)\n\nSimuleer-kracht: herziening opleiding cofacilitator & simulatietraining (A 5.2)\n\nSimuleer-kracht: deelnemers (A 5.2)\n\nSimuleer-kracht: validatierapport (A 5.2)"},{"description":"Als sportprofessional willen we allemaal dat sporters in een veilige omgeving kunnen sporten. Verschillende actoren in de Vlaamse sportwereld zetten zich de laatste jaren dan ook actief in om grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van sporters te voorkomen.\n\nSAFE-sport is een onderzoeksproject van de UGent en Thomas More, mogelijk gemaakt door Sport Vlaanderen. Met SAFE-sport willen we de preventie van grensoverschrijdend gedrag in de sport verder versterken. Eén van de doelen is positief omstandersgedrag stimuleren bij professionals in de entourage van jonge, beloftevolle sporters. We focussen daarbij op sportartsen, sportpsychologen, kinesitherapeuten, fysieke trainers en diëtisten.\n\nIn deze studie zullen we een online vragenlijst verspreiden onder Vlaamse professionals die werken met jonge beloftevolle sporters om op die manier hun kennis, attitudes, normen en zelfeffectiviteit (i.e. basiscomponenten van de Reasoned Action Approach) in kaart brengen omtrent het detecteren van en reageren op signalen van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Met deze gegevens zullen we en vorming ontwikkelen op maat van de sportprofessionals.\n\nNaast deze online vragenlijst, georganiseerd door Thomas More, focussen de collega’s van UGent zich op het in kaart brengen van de acceptatie en normalisatie van grensoverschrijdend gedrag bij coaches en sporters, en op de screening van risico- en protectieve factoren bij Vlaamse gymnasten.","summary":"Veilig sporten is cruciaal. SAFE-sport project van UGent en Thomas More, gesteund door Sport Vlaanderen, versterkt preventie van grensoverschrijdend gedrag met focus op positief omstandersgedrag bij sportprofessionals.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002524","result_description":"Hier is de herschreven tekst:\n\n• Extra cases over psychisch grensoverschrijdend gedrag (Universiteit Gent)\n\n• Laagdrempelige samenvatting (via factsheets, podcastafleveringen, etc.) omtrent de verschillende WP\n\n• Online vragenlijst voor sportprofessionals\n\n• Wetenschappelijke publicaties\n\n• Bijscholing voor sportprofessionals\n\n• Debatdag met de verschillende actoren in de sport (Universiteit Gent)\n\n• Presentaties op events zoals kennisdag Sport Vlaanderen, Week ethiek in de sport, etc. (Thomas More en Universiteit Gent)"},{"description":"SUPER in digital mental health wil richtlijnen ontwikkelen voor bedrijven en organisaties in de geestelijke gezondheidszorg. Deze richtlijnen zullen bedrijven en organisaties helpen hoe ze eindgebruikers en professionals in de geestelijke gezondheidszorg kunnen betrekken bij de (transnationale) ontwikkeling, implementatie en aanpassing van technologie voor geestelijke gezondheidszorg.","summary":"Ontwikkeling van richtlijnen voor bedrijven in de geestelijke gezondheidszorg om eindgebruikers en professionals te betrekken bij technologie voor geestelijke gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002529","result_description":"Gezamenlijke richtlijnontwikkeling: Het doel van deze activiteit is om gezamenlijke richtlijnen op te stellen, die gebaseerd zullen zijn op bestaande kennis binnen het consortium en een literatuuronderzoek. Deze zullen inzicht geven in het opzetten en faciliteren van (transnationale) betrokkenheid van eindgebruikers bij de ontwikkeling en implementatie van toepassingen in de geestelijke gezondheidszorg.\n\nDataverzameling transnationale opschaling van SAM- en SAFE-app: Inzichten worden vervolgens toegepast op 2 regionale tandem-pilots (in DK & NL) waarin 2 bestaande smartphone-applicaties (Nederlandse SAM-app & Deense Digitale Zelfhulp voor suïcidale gedachten) vanuit het consortium worden vertaald en aangepast aan lokale contexten, waarbij eindgebruikers worden betrokken. Tijdens de pilots worden gegevens verzameld van alle betrokken stappen, om het proces te evalueren en te optimaliseren. Met behulp van het Open Science Framework (OSF) worden deze (ruwe) data beschikbaar gesteld aan een breed publiek.\n\nVerspreiding van de resultaten van de piloot: Na het verzamelen van de pilootgegevens zullen de resultaten worden gecommuniceerd in een wetenschappelijk rapport om te verspreiden over kennisinstellingen en in een algemeen rapport voor organisaties in de geestelijke gezondheidszorg, patiëntenfederaties, KMO's/bedrijven en professionals. Dit rapport zal worden verspreid via sociale media, relevante tijdschriften en andere communicatievormen die in het project worden gebruikt.\n\nOnline communicatie: We hebben contact met onze stakeholders via Linkedin (eens in de 4-6 weken bijv. testimonials opgenomen bij de kick-off), nieuwsbrieven om de 3 maanden, kick-off en afsluiting event en georganiseerde webinar(s).\n\nPublieksevenementen: Het consortium zal twee publieksevenementen organiseren voor de doelgroepen (ondernemers/KMO's, GGZ-organisaties, patiëntenfederaties, kennisinstellingen), één aan het begin en één aan het einde van het project. Die evenementen zullen hybride zijn (fysiek evenement in Amersfoort en Odense, ook toegankelijk via streaming), om zoveel mogelijk geïnteresseerde belanghebbenden uit de bredere Noordzeeregio (buiten het partnerschap) te bereiken.\n\nExpertpool: We zullen een expertpool creëren met minstens 50 organisaties in de geestelijke gezondheidszorg, universiteiten en patiëntenfederaties om feedback te geven op de richtlijnen en om daarna de richtlijn op te nemen in de betrokken landen en ruimer binnen de EU."},{"description":"Het ruime doel van dit project is het optimaliseren van handelingsgerichte diagnostiek van taalproblemen bij eentalige en meertalige kinderen. Dit proberen we te verwezenlijken via drie sporen:\n\nIdentificatie van TOS bij meertaligen van 5-8 jaar: We ontwikkelen een onderbouwd protocol voor taaldiagnostiek bij meertalige kinderen van 5-8 jaar (naar analogie van het eerder protocol voor 4-6-jarigen). Op lange termijn moet het protocol misdiagnoses bij meertalige kinderen met een TOS of blootstellingsachterstand inperken.\n\nIdentificatie van spraakklankstoornissen bij eentalige en meertalige kinderen: We gaan na of de app Speakaboo (ontwikkeld door Koninklijke Kentalis) in staat is om een spraakklankstoornis op te sporen bij een- en meertalige kinderen.\n\n(Semi-)automatisatie van spontane taalanalyse bij eentalige en meertalige kinderen: We onderzoeken manieren om het uitvoeren van spontane taalanalyse voor logopedisten haalbaar te maken qua werkbelasting. De doelgroep daarbij zijn enerzijds logopedisten (direct) en anderzijds eentalige en meertalige kinderen met taalproblemen (indirect).","summary":"Dit project optimaliseert diagnostiek van taalproblemen bij kinderen via identificatie van TOS en spraakklankstoornissen, en automatisatie van taalanalyse voor logopedisten. Doelgroep: logopedisten en kinderen met taalproblemen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002530","result_description":"Deliverables:\n\n• Protocol voor taaldiagnostiek bij meertalige kinderen van 5 tot 8 jaar\n\n• Bijdrage aan handleiding van app Speakaboo\n\n• Databank van taalstalen (audio of video) met transcriptie"},{"description":"Hedendaagse stottertherapie richt zich op vloeiender en minder stotterend spreken, het verbeteren van het communicatievermogen en het ontwikkelen van meer autonomie. Deze drie therapiedoelen staan in hiërarchisch verband en zijn essentieel voor een succesvolle verandering op langere termijn.\n\nHet kunnen inschatten in welke mate de cliënt en/of zijn/haar omgeving klaar is voor verandering, geeft de logopedist-stottertherapeut een duidelijker kompas met betrekking tot de therapeutische besluitvorming.\n\nMomenteel bestaat er in Vlaanderen en Nederland nog geen instrument dat deze mate van 'bereidheid tot verandering' in kaart kan brengen. Rodgers et al. (2022) hebben een 'Stages of Change' vragenlijst ontwikkeld voor adolescenten en werken momenteel aan een versie voor volwassenen. Deze Engelstalige vragenlijst bestaat uit drie delen, namelijk de Stages of Change-, Decisional Balance- en de Situational Self-Efficacy-scale. Samen schetsen ze een beeld in welk stadium de cliënt en/of zijn omgeving zich bevindt en bieden ze heldere handvaten voor therapeutische aanknopingspunten.","summary":"Stottertherapie richt zich op vloeiender spreken, verbeterde communicatie en autonomie. Een 'Stages of Change' vragenlijst helpt logopedisten bij het inschatten van de bereidheid tot verandering van cliënten en hun omgeving, waardoor effectieve therapiebeslissingen genomen kunnen worden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002531","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nDeliverables\n- Nederlandstalige ‘Stages of Change’-vragenlijst voor volwassenen, adolescenten\n- Publicatie in internationaal wetenschappelijk tijdschrift\n- Webinar voor ESS/CESS stottertherapeuten\n\nDisseminatie\n- Publicatie in internationaal wetenschappelijk tijdschrift\n- Congres EU Symposium Fluency Disorders Antwerpen (’23 & ‘25)\n- Lesmateriaal binnen ESS postgraduaat, lessen vloeiendheid Thomas More/UGent"},{"description":"Het gebruik van technologie binnen de geestelijke gezondheidszorg kreeg door de Coronacrisis een onverwachte en abrupte boost. In het bijzonder beeldbellen werd massaal geadopteerd, in een sector die voordien uiterst terughoudend keek naar technologische toepassingen (Van Daele et al., 2020; De Witte et al., 2021).\n\nDe omslag bracht frustraties en hiaten aan het licht, maar biedt ook potentieel. Veel hulpverleners exploreren bij mondjesmaat verschillende vormen van technologie, al stellen ze daarbij wel vast dat gewenste toepassingen vaak nog ontbreken of dat het inzetten van toepassingen binnen een Vlaamse context vaak (letterlijk en figuurlijk) vertaalwerk vereist.\n\nBinnen de Expertisecel Psychologie, Technologie & Samenleving is al uitgebreide expertise opgebouwd rond de mogelijkheden die technologie biedt en de methodieken waarmee die optimaal kunnen worden benut. In het kader van dit PWO-project worden concrete praktijktoepassingen op zowel korte als middellange termijn opgezet.\n\nEnerzijds kunnen we daarbij meteen gebruik maken van onze aanwezige expertise, maar de verschillende activiteiten die worden opgezet met academische en werkveldpartners hebben anderzijds ook als doel om de theoretische onderbouwing en algemene evidentie van deze benaderingen verder te onderzoeken, om zo de Vlaamse sectoren van welzijn en geestelijke gezondheid technologische toepassingen beter te laten benutten.","summary":"De geestelijke gezondheidszorg omarmt technologie na de Coronacrisis. Expertisecel werkt aan praktijktoepassingen en onderbouwing voor optimale benutting van technologische mogelijkheden in Vlaamse sectoren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002532","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van dit onderzoek is de ontwikkeling van een kwaliteitskader met (voorstellen voor) bijhorende ondersteunende instrumenten voor de ontwikkeling, het implementeren en het gebruik van ICT-technologie in kader van onlinehulp in de sectoren van het beleidsdomein welzijn, volksgezondheid en gezin.\n\nDaarbij worden minstens volgende criteria in rekening genomen: privacy- en gegevensbescherming, informatieveiligheid, cybersecurity en cyberbeveiliging, toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en digitale inclusie (by design), gegevensdeling en interoperabiliteit, ethische en juridische afspraken, doeltreffendheid en effectiviteit.","summary":"Ontwikkeling van kwaliteitskader en instrumenten voor ICT in onlinehulp in welzijnssectoren met focus op privacy, cybersecurity, gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002533","result_description":"Het onderzoek wil een antwoord bieden op deze vragen:\n\n- Welke minimaal vereiste kwaliteitscriteria en maturiteitsniveaus kunnen geformuleerd worden met betrekking tot de verschillende criteria (bv. privacy- en gegevensbescherming, cybersecurity en technische veiligheid, toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en digitale inclusie by design, gegevensdeling en interoperabiliteit, ethische en juridische afspraken, doeltreffendheid of effectiviteit, ...) ter ontwikkeling van een kwaliteitskader voor de ontwikkeling, het implementeren en het gebruik van ICT-technologie in het kader van onlinehulp in de sectoren van het beleidsdomein WVG?\n\n- Welke differentiatie is nodig m.b.t. de te formuleren kwaliteitscriteria en maturiteitsniveaus naargelang de verschillende soorten ICT-technologie? Welke verschillen zijn er daarbij onder andere tussen medische en niet-medische toepassingen en – indien relevant – tussen sectoren (bv. wanneer de overheid zelf ook als aanbieder optreedt)?\n\n- Welke ondersteunende instrumenten (bv. planning, ontwikkeling, screenings/evaluatie, optimalisatie tools) kunnen ontwikkeld worden voor verschillende relevante stakeholdergroepen bij de toepassing en opvolging van het kwaliteitskader en ter optimalisatie van de kwaliteit van nog te ontwikkelen of reeds gebruikte ICT-technologie in het kader van onlinehulp in de sectoren van het beleidsdomein WVG?\n\n- Hoe ervaren stakeholdergroepen het ontwikkelde kwaliteitskader en de (voorstellen, ideeën, aanzetten van) bijhorende ondersteunende instrumenten. Welke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd? Welke uitdagingen en drempels worden er nog vanuit kenniscentra, cliëntvertegenwoordigers, werkveldorganisaties en ICT-ontwikkelaars ervaren bij het (door-)ontwikkelen of gebruik kunnen maken van software die voldoende kwalitatief is?\n\n- Hoe worden enkele eigen onlinehulp-applicaties van entiteiten in het beleidsdomein WVG geëvalueerd op basis van het te ontwikkelen kwaliteitskader en welke aanbevelingen ter optimalisatie zijn er nog?\n\n- Welke randvoorwaarden in verband met onder andere governance zijn nodig en welke businessmodellen zijn mogelijk opdat de toepassing en opvolging van het kwaliteitskader mogelijk is en zodat ICT-ontwikkelaars en werkveldorganisaties kwalitatieve ICT-software kunnen (door-)ontwikkelen of deze kunnen implementeren? Wat is daarbij de rol van de overheid en van andere actoren?"},{"description":"De 2030 Agenda, overeengekomen door de Verenigde Naties in 2015, biedt een holistisch kader voor duurzame ontwikkeling tot 2030 en stelt een wereldwijde en stabiele definitie van duurzaamheid vast binnen de bouwsector. De 17 SDG's bestaan uit 169 doelen en 231 mondiale indicatoren, die onderling met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn. Om deze complexiteit aan te pakken, zijn interdisciplinaire, mondiale vaardigheden nodig om te voldoen aan de toegenomen vraag naar duurzame oplossingen binnen de bouwsector.\n\nHoewel de SDG's als geheel moeten worden benaderd, zijn sommige SDG's en doelstellingen meer afhankelijk van de activiteiten van de bouwsector dan andere. Dit zijn SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 6 (schoon water en sanitaire voorzieningen), SDG 7 (betaalbare en schone energie) samen met SDG 3 (goede gezondheid en welzijn), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie), SDG 9 (industrie, innovatie en infrastructuur) en SDG 13 (klimaatverandering). Daarom richt SUSTAINABUILD zich met name op het vergroten van de vaardigheden van studenten, docenten en praktijkmensen in een interdisciplinair en mondiaal perspectief, en daarmee op het vergroten van het bewustzijn over milieu- en klimaatuitdagingen en het bijdragen aan SDG 4 (kwaliteitsonderwijs).\n\nEr is behoefte aan kennis en vaardigheden over hoe de gebouwde omgeving kan bijdragen aan de 2030-agenda bij vakmensen in de bouwsector in heel Europa. Daarom is het algemene doel van SUSTAINABUILD om studenten van bouwtechnische programma's uit te rusten met meer duurzame kennis, bewustzijn en interdisciplinaire groene sectorale vaardigheden in een internationaal perspectief met behulp van innovatieve digitale didactische leermethoden.\n\nDaarnaast richt SUSTAINABUILD zich op het verschaffen van waardevolle inzichten in de bijdrage van de gebouwde omgeving aan mensen uit de praktijk en docenten binnen het vakgebied, en uiteindelijk het stimuleren van de duurzaamheidsagenda in Europa en het versnellen van de implementatie door internationale uitwisseling van ideeën en goede praktijken.\n\nOm deze doelen te ondersteunen, is het hoofddoel van SUSTAINABUILD het ontwikkelen van een hybride cursus van 5 ECTS (WP3) die in detail focust op hoe bouwprojecten (nieuwe gebouwen en renovatieprojecten) de realisatie van de 2030 Agenda kunnen ondersteunen en de cursus implementeren in de onderwijsprogramma's van de partners. De cursus zal bestaan uit een theoretisch en een praktisch deel en zal een platform bieden voor docenten om interdisciplinaire en internationale leeractiviteiten te faciliteren en zo de interdisciplinaire capaciteiten en het bewustzijn van duurzame oplossingen onder studenten binnen bouwtechnische programma's te versterken.\n\nAls basis voor de cursus wordt een grondige analyse gemaakt, met input van de nationale referentiegroepen (WP2), die resulteert in een strategie voor het verbeteren van de integratie van SDG's in bouwprojecten, inclusief details over wat het curriculum moet omvatten, samen met praktijkvoorbeelden van de implementatie van SDG's in bouwprojecten. Op basis van de resultaten van het strategisch ontwerpkader zal nieuw onderwijsmateriaal worden ontwikkeld voor de cursus, samen met een digitaal handboek gericht op praktijkmensen in de bouwsector.","summary":"SUSTAINABUILD bevordert duurzame ontwikkeling in de bouwsector door studenten en professionals interdisciplinaire vaardigheden te bieden. De focus ligt op bijdragen aan de 2030 Agenda door middel van een hybride cursus en innovatieve leermethoden.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002534","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject is een exploratieproject en verkent hoe de dynamieken en mogelijkheden uit twee voorgaande onderzoeksprojecten kunnen gecapteerd worden in een vervolgonderzoek vertrekkende vanuit een contextanalyse van de milieucrisis in relatie tot rechtvaardigheid. Deze analyse is in samenwerking met het onderzoekscentrum eCO-CITY ontwikkeld.\n\nDe milieucrisis wordt meer en meer geformuleerd en benaderd als een rechtvaardigheidscrisis. Hierin gaat traditioneel de aandacht naar intergenerationele rechtvaardigheid waarin het huidige menselijk handelen afgewogen wordt tov de impact die het heeft op toekomstige generaties. Hoewel dit aspect belangrijk is, mag niet over het hoofd gezien worden dat de milieucrisis nog twee andere rechtvaardigheidsvraagstukken aan de oppervlakte brengt. Ten eerste het rechtvaardigheidsvraagstuk tussen mensen van eenzelfde generatie onderling en ten tweede een rechtvaardigheidsvraagstuk over de menselijke dominantie tov andere voelende en handelende actoren in onze omgeving.\n\nVanuit onze analyse komt naar voor dat om tot een meer rechtvaardige sociaalecologische transitie te komen, we niet alleen ruimte zullen moeten maken voor de perspectieven van toekomstige generaties, maar het ook essentieel is aandacht te hebben voor de perspectieven van de actoren die vandaag in onze omgeving niet aan bod komen of niet erkend worden in het hebben van hun eigen perspectief. Dit betekent dat we evolueren naar een ecologisch rechtvaardigheidsperspectief.\n\nHet vertrekpunt hierbij is dat de mens, samen met alle niet menselijke actoren, in niet-metaforische zin een ethisch-politieke gemeenschap vormt. Vanuit het ontwerpperspectief is het doel daarom steeds om doorheen een ontwerpproces tot een florerende gemeenschap te komen, die gericht is op het koesteren van de omstandigheden waarin leven ontstaat en zich op een kwalitatieve manier kan bestendigen naar de toekomst toe. En dit te bereiken voor de volledige, meer-dan-menselijke gemeenschap.\n\nHoewel het theoretische discours hieromtrent reeds een lange traditie heeft en vanuit verschillende disciplines is ontwikkeld, zien we dat in de praktijk de expertise versnipperd en onoverzichtelijk aanwezig is. Het is daarom waardevol om, vanuit de expertise van voorgaande trajecten, een meer praktijkgebaseerd onderzoek te ontwikkelen.\n\nIn dit exploratietraject stellen we daarom voor om vanuit enkele Learning Cases (WP1), het selecteren van 1 living lab case (WP2) en het inspelen op de kansen uit de praktijk (WP3 en WP4) toe te werken naar een onderzoeksvoorstel (WP5) waarin in-the-field testing centraal komt te staan.","summary":"Dit project onderzoekt de relatie tussen milieucrisis en rechtvaardigheid, met aandacht voor intergenerationele en sociale rechtvaardigheid. Het doel is een meer rechtvaardige sociaalecologische transitie te bewerkstelligen door diverse perspectieven te integreren. Praktijkgericht onderzoek zal leiden tot in-the-field testing.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002535","result_description":null},{"description":"Het project wil de meerwaarde van AI aantonen in functie van het voorspellen van productiehoeveelheden via verschillende gevalsstudies. De gevalsstudies beogen een concrete samenwerking tussen voedingsproducenten (primair: leveranciers van verse bederfbare maaltijden) en de AI-aanbieders in Vlaanderen.\n\nDe generieke kennis die hieruit voortvloeit wordt gebundeld in praktische handvaten voor i) AI-bedrijven om hen meer slagkracht te bieden om hun afzetmarkt te vergroten richting de voedingssector en voor ii) voedingsbedrijven om tot een efficiëntere productieplanning te komen. Op die manier streven we ernaar om algemeen bij te dragen aan een winstverhoging via kostenbesparing, reductie van voedselverliezen en een lagere ecologische voetafdruk.\n\nDit project richt zich op een brede doelgroep van vooral niet R&D-intensieve ondernemingen van verschillende grootte, uit zowel de voedingssector als AI-sector. De mogelijkheden worden in eerste instantie onderzocht binnen snel bederfbare maaltijden maar de resultaten kunnen later doorgetrokken worden naar andere voedingsproducten (secundaire doelgroep: producenten van matig bederfbare producten zoals groenten, vlees, vis etc).\n\nDe resultaten zullen implementeerbaar zijn voor voedingsbedrijven en AI-bedrijven: 439 forecasting bedrijven (opgericht in laatste 12 jaar, AI4Belgium1), 1850 bedrijven actief in de sector bereide maaltijden (Belfirst2). Samen omvatten zij meer dan 2200 ondernemingen in België. Er wordt geschat dat, rekening houdend met het grote transponeerbare karakter van het project, 10 tot 20% van deze ondernemingen rechtstreeks gebaat zijn met de resultaten uit dit project in een tijdspanne tot 2 jaar na het project.","summary":"Ontdek de meerwaarde van AI voor productieplanning in de voedingssector. Samenwerking tussen producenten en AI-bedrijven leidt tot efficiëntie en kostenbesparing. Winstverhoging, minder voedselverlies en lagere ecologische impact zijn de doelen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002536","result_description":null},{"description":"Zorg van de toekomst vraagt om teamwerk en goede afstemming. Om studenten en professionals hierop voor te bereiden biedt simulatiegestuurd leren veel kansen. Simulatiegestuurd leren is een werkvorm waarbij reële acties worden uitgevoerd in een gesimuleerde - maar reëel aanvoelende - omgeving. Op die manier wordt ingezet op niet-technische vaardigheden zoals omgevingsbewustzijn, communicatie, teamwerk, leiderschap en besluitvorming.\n\nHOGENT verricht binnen het 360° Zorglab praktijkgericht onderzoek naar de mogelijkheden van simulatiegestuurd leren voor (interprofessionele) teams. Door het uitbreiden van het bestaande 360° Zorglab met een mobiel camerasysteem en een mobiele immersive room nemen de mogelijkheden voor dit onderzoek maar ook voor onderwijs en dienstverlening op locatie exponentieel toe.\n\nEen immersive room bestaat uit projectiewanden waarop een diversiteit aan contexten kan worden geprojecteerd. Deze wanden zijn daarnaast gevoelig voor aanraking waardoor de deelnemer in de simulatie ook bijvoorbeeld geprojecteerde knoppen of schakelaars kan bedienen. Zo zorgt de aanwezigheid van een immersive room voor nog meer mogelijkheden om de omgeving zo authentiek mogelijk te simuleren en diverse scenario's te doorlopen.\n\nHet mobiele camerasysteem biedt daarnaast uitgebreide mogelijkheden om binnen diverse onderzoeksprojecten data op locatie te verzamelen.","summary":"Ontdek de toekomst van zorg met simulatiegestuurd leren bij HOGENT. Verbeter teamwerk en vaardigheden zoals communicatie en leiderschap in een gesimuleerde, realistische omgeving. Met een mobiel camerasysteem en immersive room wordt praktijkgericht onderzoek en educatie op locatie naar een hoger niveau getild.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002537","result_description":null},{"description":"Het areaal peulvruchten is nog steeds vrij beperkt in Europa. Peulvruchten spelen echter een belangrijke rol in de eiwitverschuiving naar meer lokaal geproduceerde plantaardige eiwitten.\n\nHet LEGENDARY project wil de teelt van peulvruchten in Europa stimuleren door instrumenten en methoden te ontwikkelen om de voordelen van peulvruchten voor het milieu en de samenleving te meten (ecosysteemdiensten). Zowel meerjarige als eenjarige peulgewassen in verschillende landbouwgebieden worden bestudeerd. Het project richt zich niet alleen op de tastbare voordelen zoals voedselproductie, maar ook op minder tastbare ecosysteemdiensten die geleverd worden door de teelt van deze gewassen. Deze tools en methodes zullen boeren en adviseurs helpen om de voordelen van de teelt van peulvruchten beter te begrijpen, waaronder verbeterde bemesting, ongediertebestrijding en gewasdiversificatie. Daarnaast creëren ze een gebruiksvriendelijk systeem om boeren te helpen de juiste peulvruchtensoorten en landbouwmethoden te kiezen voor hun specifieke behoeften.","summary":"Ontdek hoe het LEGENDARY project de teelt van peulvruchten in Europa bevordert door tools te ontwikkelen om de voordelen voor milieu en samenleving te meten. Maak betere keuzes voor bemesting, ongediertebestrijding en gewasdiversificatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002538","result_description":null},{"description":"De laatste 10 jaar hebben we een opmars van outreachwerkingen gezien in het brede sociale domein (jeugd(welzijns)werk, de ruime hulp- en dienstverlening en de gespecialiseerde zorg en ondersteuning). We missen echter concepten om die verschillende vormen van outreach te kunnen benoemen. Dit onderzoek zet in op die conceptualisering en wil dan instrumenten ontwikkelen om die verschillende vormen van outreach kwalitatief te kunnen inzetten.\n\nDe centrale vraagstelling die dit project stuurt, is: \nHoe organiseren we op organisatorisch, lokaal en/of Vlaams niveau een kwaliteitsvol outreachbeleid gericht op het realiseren van een kwaliteitsvol bestaan voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare leefsituatie? Deze centrale vraag, splitsen we uit in volgende vier deelvragen:\n\n1) Welke verschillende vormen van outreachpraktijken bestaan er momenteel en hoe verhouden deze zich t.o.v. elkaar met betrekking tot kenmerken, de beoogde doelstellingen en de huidige tendensen (bv vermaatschappelijking en het tegengaan van onderbescherming) waarbinnen ze vorm krijgen?\n2) Hoe ervaren mensen in kwetsbare leefsituaties de huidige evoluties in outreachende praktijken in het sociale domein? Welke drempels en mogelijkheden ervaren zij? Wat zijn voor hen goede outreachpraktijken? Welke voorwaarden hangen hiermee samen?\n3) Hoe ervaren outreachende werkers de huidige evoluties in outreachende praktijken in het sociale domein?\n4) Hoe ervaren beleidsmakers de huidige evoluties in outreachende praktijken in het sociale domein?\n\nDoor met dit onderzoek bovenstaande vragen te beantwoorden, trachten we het volgende te bereiken:\n\n1) Zicht krijgen op de diversiteit aan outreachende praktijken in Vlaanderen in functie van de opmaak van een typologie, met aandacht voor kenmerken, doelstellingen en tendensen die outreachende praktijken vormgeven\n2) Het ontwikkelen van een conceptueel kader rond verschillende vormen van ‘outreachend werken’\n3) Inspirerende praktijken, inclusief randvoorwaarden om op organisatorisch, lokaal en/of Vlaams niveau een kwaliteitsvol outreachbeleid te kunnen uitwerken, onderzoeken, zichtbaar maken en ontsluiten\n4) Inzicht in de impact van outreachpraktijken op niveau van de gebruikers\n5) Het ontwikkelen van een reflectie-instrument rond de kwaliteitsvolle inzet van outreachend werken op organisatorisch, lokaal en/of Vlaams niveau.\n\nDit project wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid en het RIZIV.","summary":"Dit onderzoek richt zich op het conceptualiseren van diverse outreach praktijken binnen het sociale domein, met als doel een kwaliteitsvol outreachbeleid te ontwikkelen voor mensen in kwetsbare situaties. Het project streeft naar het identificeren van verschillende outreachvormen, het creëren van een conceptueel kader en het onderzoeken van inspirerende praktijken om de kwaliteit van outreach werk te verbeteren. Met financiering van de Vlaamse Overheid en het RIZIV.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002547","result_description":null},{"description":"Ondernemerschap wordt vaak naar voren geschoven als antwoord op de huidige uitdagingen voor maatschappij en milieu. Om ondernemende vaardigheden te ontwikkelen zijn bijkomende inzichten nodig.\n\nVia dit programma verwerven we kennis over effectieve benaderingen en initiatieven die ondernemende vaardigheden bevorderen bij doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Verder onderzoeken we hoe we ondervertegenwoordigde ondernemers beter kunnen ondersteunen in een Vlaamse en internationale context.\n\nHet uiteindelijke doel? Bijdragen tot een inclusief ondernemersklimaat.","summary":"Dit programma bevordert ondernemende vaardigheden voor doelgroepen met afstand tot arbeidsmarkt en ondersteunt ondervertegenwoordigde ondernemers in Vlaamse en internationale context voor een inclusief ondernemersklimaat.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002548","result_description":null},{"description":"Organisaties staan vandaag voor heel wat uitdagingen, denk aan de vergrijzing, veranderende noden in vaardigheden en toenemende uitval van medewerkers. Een duurzaam talentbeleid en een talentgerichte cultuur bieden organisaties een kans om met die uitdagingen om te gaan.\n\nIn dit programma onderzoeken we op welke manier organisaties ondersteund en versterkt kunnen worden in hun talentgerichte aanpak, cultuur en beleid. Op die manier vormen we stimulerende werkomgevingen waarin alle medewerkers hun talenten kunnen ontplooien en organisaties duurzaam kunnen blijven groeien.","summary":"Ontdek hoe organisaties kunnen gedijen in een veranderende werkomgeving door te investeren in een talentgericht beleid en cultuur. Stimuleer groei en ontwikkeling voor alle medewerkers.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002549","result_description":null},{"description":"De EU hecht heel veel belang aan de duurzame en ecologische uitdagingen die op ons afkomen. Europa voorziet deze legislatuur 740 miljard euro voor hun Green Deal, met daarin een grote focus op Circulaire Economie (CE). Het Europees Parlement stemde bij de start van 2021 dan ook in met een nieuw actieplan voor de circulaire economie en wil tegen 2050 een volledig circulaire Europese economie opbouwen. (Europese Commissie, sd)\n\nIn het huidige academiejaar loopt reeds een verkennend PWO-project rond circulaire business modellen (CBM). Uit de eerste resultaten van dit onderzoek blijkt dat de interesse en motivatie bij bedrijven groot is om mee op de circulaire kar te springen maar dat er een gebrek is aan kennis, netwerken en best practices. Ondernemers die de stap zetten, starten vaak met de zogenaamde ‘Grondstofmodellen’ (Jonker, Faber, & Haaken, 2022) waarbij de focus ligt op het terugwinnen en hergebruiken van (bewerkte) grondstoffen en componenten. Andere mogelijke CBMen zoals verdienstelijkingsmodellen (ook wel product-dienstcombinaties (PDC) of Product-as-a-Service (PaaS) genoemd), beheer(s)modellen en levenscyclusmodellen (Jonker, Faber, & Haaken, 2022) waarbij de verantwoordelijkheid voor een product of materiaal bij de producent of importeur blijft, worden veel minder gebruikt. In het onderzoek van Jonker, Faber en Haaken (2022) bijvoorbeeld was slechts in 10% van de bestudeerde cases sprake van een verdienstelijkingsmodel. Voor de beheers- en levenscyclusmodellen waar de producentenverantwoordelijkheid nog verder doorgedreven is, is dit percentage nog lager. Nochtans is het (gedeeltelijk) verdiensten van goederen de enige circulaire strategie die erin slaagt om de overconsumptie van goederen terug te dringen (Rothenberg, 2007). Naast voordelen op het gebied van grondstoffen, heeft onderzoek bovendien aangetoond dat verdienstelijking kan gelinkt worden aan hogere en meer stabiele winsten (Crozet & Milet, 2017).\n\nIn dit vervolgproject willen we dan ook onderzoeken wat bedrijven tegenhoudt om deze verdienstelijkingsmodellen te implementeren en welke factoren invloed kunnen hebben op een succesvolle implementatie ervan. We zullen dit doen aan de hand van desk research en diepte-interviews. We zullen bedrijven interviewen (i) met een rendabel verdienstelijkingsmodel, (ii) bedrijven die de stap nog niet hebben gezet en (iii) bedrijven die gestopt zijn met dit model. Dit onderzoek focust op Vlaanderen omdat inzichten zullen uitgedragen worden naar Vlaamse belanghebbenden (zie verder). Verder focussen wij op Vlaamse bedrijven omdat beleid en juridische context eigen zijn aan een regio/land en deze context een effect kan hebben op de circulaire activiteit van bedrijven (zie huidig PWO onderzoek rond circulaire business modellen). Het field research kan echter uitgebreid worden met Nederland en Brussel indien zich daar interessante cases aandienen die ook relevante informatie bevatten voor Vlaamse bedrijven.\n\nDeze inzichten willen we ook uitdragen: bij startups en gevestigde, bestaande bedrijven, bij circulaire hubs, bij geïnteresseerden en studenten via seminaries, presentaties, infografiek(en), een booklet en via een toegankelijk rapport. Verder zou dit onderzoek ook aanzet kunnen geven tot dienstverlening in de vorm van coaching over circulaire business modellen in het algemeen en, meer specifiek, over verdienstelijkingsmodellen.","summary":"De EU investeert fors in circulaire economie met 740 miljard euro voor de Green Deal. Ondernemers tonen interesse in circulaire business modellen, vooral 'verdienstelijkingsmodellen'. Onderzoek zal barrières en succesfactoren voor implementatie ervan in kaart brengen, met focus op Vlaamse bedrijven. Inzichten zullen gedeeld worden via diverse kanalen en kunnen leiden tot coaching over circulaire business modellen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002550","result_description":null},{"description":"Vier Vlaamse hogescholen werken samen met de VVL, de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten, aan de ontwikkeling van een rekentest die door logopedisten kan worden gebruikt in lagere scholen.","summary":"Vier Vlaamse hogescholen werken samen met de VVL aan een rekentest voor logopedisten in lagere scholen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002551","result_description":null},{"description":"In een snel veranderend medialandschap streven (retail)merken ernaar om hun merk bekender te maken en hun imago consistent door te trekken op alle kanalen.\n\nEr zijn tegenwoordig enorm veel mogelijkheden om consumenten te bereiken. Tegelijk is het een kunst om in een overvol medialandschap de juiste mensen te bereiken.\n\nSociale media, en zeker samenwerkingen met contentcreators, bieden kansen.","summary":"Retailmerken moeten hun merk consistent doorvoeren op alle kanalen in het snel veranderende medialandschap met vele mogelijkheden om consumenten te bereiken. Samenwerkingen met contentcreators en sociale media zijn cruciaal om de juiste doelgroep te bereiken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002552","result_description":"Met dit programma willen we merken ondersteunen bij het optimaliseren van hun sociale mediamarketing. We onderzoeken de impact van branding via sociale media, podcasting en metaverse, met speciale aandacht voor de rol van content creators.\n\nDit doen we door inzicht te verkrijgen in:\n\n- Het gebruik van deze platformen;\n- Hoe consumenten branding via deze platformen ervaren;\n- De strategieën die merken toepassen bij het inzetten van sociale media, podcasting en metaverse voor branding;\n- De effectiviteit en ethische implicaties van branding via deze platformen, inclusief de rol en impact van content creators."},{"description":"In dit project willen we onderzoeken of het mogelijk is om het belang van inzetten op diversiteit, equity en inclusie (DEI) te verhogen bij verschillende stakeholders in organisaties, zoals CEO’s, HR-managers, leidinggevenden en recruiters.\n\nWe willen dit doen door hen enerzijds te laten ervaren wat de impact is van bias en discriminatie op individueel niveau. We onderzoeken hiertoe de mogelijkheid tot het ontwikkelen van simulaties in een virtual reality (VR) setting. Via 360° video’s die de doelgroepen kunnen bekijken via een VR-bril, kunnen zij als een soort “vlieg op de muur” situaties in organisaties zien waar bias of discriminatie plaatsvindt en welke impact dit heeft op de actoren.\n\nHet zien en meemaken van dit soort situaties zou het bewustzijn dat werken aan DEI belangrijk is, moeten vergroten. Anderzijds willen we dit bewustzijn naar DEI verhogen door de impact van een divers personeelsbestand en inclusieve organisatiecultuur en -beleid duidelijk te maken op organisationeel niveau.\n\nWe willen hiervoor coachings of nabesprekingen ontwerpen voor de doelgroepen na hun ervaring met de VR-simulatie.","summary":"Dit project onderzoekt het verhogen van bewustzijn rond diversiteit, equity en inclusie (DEI) bij organisatiestakeholders door middel van VR-simulaties. CEO's, HR-managers, leidinggevenden en recruiters ervaren de impact van bias en discriminatie op individueel en organisatieniveau. Coachings en nabesprekingen versterken het belang van werken aan DEI.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002553","result_description":null},{"description":"Het onderwijs in Vlaanderen vertrekt volgens ‘De Genereuzen’ nog te vaak van het idee dat aangepast onderwijs beter is voor kinderen met een beperking en dat het niveau in het regulier onderwijs hierdoor verzekerd blijft.\n\nHet project ‘Onwijs Onderwijs’ wil de komende 4 jaar aantonen dat onderwijs waar elk kind welkom is, perfect kan worden gecombineerd met hoogstaand kwalitatief onderwijs. Hier kan elk kind zijn talenten maximaal ontwikkelen, kennis opdoen en leren met kennis en een diverse mix van klasgenootjes om te gaan.\n\nDe Genereuzen vraagt aan de hogescholen UCLL, AP en AHS te onderzoeken welke impact hun project heeft op de scholen die tot ‘flagship schools voor inclusief onderwijs’ willen uitgroeien, ongeacht de noden of beperkingen van leerlingen.\n\nIn dit brede partnerschap willen we onderzoeken welke impact procesbegeleiding heeft op de diversiteitssensitieve cultuur en inclusieve kijk in Vlaamse scholen, het bekwaamheidsgevoel van leerkrachten en de leerwinst van leerlingen. Samen met deze partners kunnen we de resultaten breed verspreiden in het Vlaamse onderwijsveld.","summary":"Project 'Onwijs Onderwijs' streeft naar inclusief onderwijs voor elk kind, met focus op talentontwikkeling en kwaliteit. Hogescholen onderzoeken impact op scholen en verspreiden resultaten in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002554","result_description":null},{"description":"De beoogde onderzoeksinfrastructuur omvat 6 \"slimme weegschalen\" die kunnen worden ingezet in de strijd tegen voedselverspilling. De slimme weegschalen zijn AI-gedreven voedselafvalmonitors van de aanbieder Orbisk, genaamd de Orbi.\n\nDe Orbi omvat een \"slimme\" camera die geïnstalleerd wordt boven de afvalbak, alsook een weegschaal onderaan de afvalbak. Zo wordt geregistreerd welk voedsel weggegooid wordt (op ingrediëntniveau) en in welke stap van het proces (bijvoorbeeld pre- of post-consumer) dit gebeurt.\n\nDe gebruiker kan vervolgens deze data en inzichten consulteren en wordt zo in staat gesteld om de grootte van de porties te optimaliseren en de daarbij horende aankoophoeveelheden van de ingrediënten aan te passen om - zoals eerder vermeld - voedselverspilling tegen te gaan.","summary":"Ontdek Orbi, de AI-gedreven voedselafval monitor van Orbisk. Optimaliseer porties en aankoophoeveelheden om voedselverspilling te verminderen. Inzicht in weggeworpen voedsel op ingrediëntniveau en processtap.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002555","result_description":null},{"description":"Veel organisaties kampen met een personeelstekort, een hoge werkdruk en wisselende teams. Van medewerkers wordt eveneens veel flexibiliteit en inzet verwacht. Die elementen leiden tot een vraag naar wendbaar en dynamisch leiderschap waarbij het welzijn van de medewerkers cruciaal is.\n\nDit programma richt zich op samenwerking binnen en tussen organisaties, wendbaar leiderschap, welzijn op het werk en de impact van coaching. Via praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek willen we efficiënte tools en methodieken ontwikkelen om zo mee te werken aan het bevorderen van 'werkbaar werk'.","summary":"Dit programma richt zich op wendbaar leiderschap, welzijn op het werk en samenwerking om 'werkbaar werk' te bevorderen in organisaties met personeelstekort en hoge werkdruk. Efficiënte tools en methodieken worden ontwikkeld door praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002556","result_description":null},{"description":"Iedereen heeft recht op zorg en welzijn. Helaas staat dit voor mensen in een kwetsbare leefsituatie steeds meer onder druk.\n\nOns onderzoek richt zich op het verkennen van drempels en mogelijkheden om zorg en welzijn ook voor hen te realiseren. We hebben bijzondere aandacht voor enerzijds kinderen, jongeren en gezin en anderzijds ouderen.\n\nWe richten ons op de inzet van intersectorale samenwerkingen en de rol van de praktijkwerker, de organisatie en het beleid. Ons doel? Bijdragen aan het recht op zorg en welzijn voor iedereen.","summary":"Wij onderzoeken drempels en mogelijkheden om zorg en welzijn te realiseren voor kwetsbare groepen. Onze focus ligt op kinderen, jongeren, gezinnen en ouderen, met nadruk op samenwerking en praktijk. Ons doel: bijdragen aan recht op zorg voor iedereen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002557","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen leven meer dan 140.000 mensen met dementie. Zo’n 70% daarvan woont thuis en wordt verzorgd door hun naaste familie en/of omgeving. Personen met dementie maken ook een belangrijk deel uit van de patiëntenpopulatie binnen het ziekenhuis.\n\nEen ziekenhuisverblijf is vaak een stresserende ervaring voor mensen met dementie én hun naasten. Verschillende ziekenhuizen leveren dan ook inspanningen voor een dementievriendelijk beleid. Het betrekken van naasten/mantelzorgers tijdens het verblijf van een persoon met dementie in het ziekenhuis speelt hierin een belangrijke rol.\n\nHet project DEMEN-ZIE (360° Zorg & Welzijn) vormt de directe aanleiding voor dit project. Hierin analyseren de onderzoekers beschikbare data met het oog op een customer journey van de persoon met dementie en zijn mantelzorger, inventariseren ze de huidige good practices in Vlaanderen en ontwikkelen ze scenario’s voor het opleiden van (toekomstige) zorgprofessionals.\n\nIn dit project, Dementievriendelijke Ziekenhuizen, wordt er onderzocht hoe de ruimtelijke vormgeving van het ziekenhuis kan worden ingezet om de ervaring van de patiënt, de mantelzorger en de zorgprofessional te optimaliseren. In het onderzoek wordt uitgegaan van de principes van een healing environment, een concept in de gezondheidszorg dat gericht is op het bevorderen van genezing en welzijn door middel van een zorgvuldig ontworpen fysieke en sociale omgeving.\n\nHet onderzoek zal bestaan uit 3 fases. Er wordt gestart met een grondige en brede exploratie doorheen theoretisch onderzoek, interviews en het bezoeken van best practices in Vlaanderen. In de tweede fase wordt de focus verplaatst van het interieur van het ziekenhuis naar de buitenruimte. Vanuit het concept ‘healing gardens’ worden richtlijnen opgesteld voor de groene omgeving van ziekenhuis.\n\nIn de laatste fase wordt de focusgroep verbreed en wordt er bekeken of de gevormde richtlijnen ook van toepassing zijn op kinderen. Finaal worden de richtlijnen gedeeld met zorgprofessionals, patiënten, mantelzorgers, vormgevers/architecten en andere betrokkenen via een publicatie en/of website.","summary":"Verbeter de zorgervaring van personen met dementie in ziekenhuizen door hen en hun mantelzorgers te betrekken. DEMEN-ZIE project analyseert data, ontwikkelt best practices en optimaliseert ruimtelijke vormgeving voor genezing en welzijn.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002558","result_description":null},{"description":"Via deze operationele groep willen landbouwers, onderzoekers en verwerkers samen oplossingen zoeken voor uitdagingen die gekoppeld zijn aan de opschaling van gele erwten.\n\nTeelttechnisch wordt ingezet op het verminderen van het teeltrisico door het maximaal implementeren van goede teeltmaatregelen, waaronder gerichte vogelafweer, aanpak van ziekten en plagen, en een focus op het innovatieve concept van de mengteelt van erwten en granen.\n\nDe focus bij naoogstbewerkingen ligt, naast drogen, reinigen en optimale opslag, op het aanpakken van logistieke vraagstukken. In cocreatie met de verwerkers zal de set van ontvangstvoorwaarden verfijnd en uitgebreid worden, afhankelijk van de voedingsapplicatie.\n\nTen slotte zal er een samenwerkingsmodel worden uitgewerkt waarbij elke schakel in de keten een eerlijke beloning kan krijgen en waar het risico op misoogst op een gefundeerde manier kan worden opgevangen door de keten.\n\nHet uiteindelijke doel van deze operationele groep is om de lokale keten van gele erwten succesvol op te schalen, met als basis een eerlijke prijs voor de landbouwer en een transparant afsprakenkader binnen de keten.","summary":"De operationele groep brengt landbouwers, onderzoekers en verwerkers samen om oplossingen te vinden voor uitdagingen bij de opschaling van gele erwten. Focus op teeltmaatregelen, mengteelt van erwt en granen, en logistieke vraagstukken. Doel: succesvolle opschaling met eerlijke prijs en transparante afspraken binnen de keten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002559","result_description":null},{"description":"De onderzoeksinfrastructuur die wordt aangevraagd bestaat uit apparatuur voor het digitaliseren van 3D objecten en ruimtes, zoals 3D scanners. Aan de andere kant omvat het ook innovatieve apparatuur voor het opnieuw representeren van specifieke 3D content, wat bekend staat als 3D visualisatieapparatuur.\n\nDe aangevraagde infrastructuur is een uitbreiding van eerder aangevraagde infrastructuur die deel uitmaakt van de Experience Hub, een innovatie- en inspiratielab voor VR en AR toepassingen die is opgezet door Thomas More. Deze infrastructuur bouwt voort op bestaande infrastructuur voor ontwerp- en productie op zowel Campus Faydherbe als Campus De Nayer.\n\nDe onderzoeksinfrastructuur wordt aangekocht met als doel experimenten op te zetten, zoals gebruikerstesten, met proof-of-concepts van producten of diensten waarbij driedimensionaal ingescande objecten of omgevingen een belangrijk onderdeel vormen. Daarnaast zal er onderzoek worden uitgevoerd naar hoe 3D scanning en/of 3D visualisatie bepaalde (werk)processen kunnen optimaliseren.","summary":"De aangevraagde onderzoeksinfrastructuur omvat 3D scanners en visualisatieapparatuur voor experimenten naar optimalisatie van (werk)processen met 3D objecten en omgevingen in de Experience Hub van Thomas More voor VR en AR toepassingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002560","result_description":"Aankoop infrastructuur:\n\nHet is essentieel voor bedrijven om te investeren in hun infrastructuur om concurrerend te blijven in de markt. Door te investeren in de juiste infrastructuur kunnen bedrijven efficiënter werken en hun dienstverlening verbeteren. Het aankopen van infrastructuur, zoals computers, servers en netwerken, kan de productiviteit en prestaties van een bedrijf aanzienlijk verbeteren.\n\nOnderhoud en upgrades:\n\nNaast het aankopen van nieuwe infrastructuur is het ook belangrijk om bestaande infrastructuur regelmatig te onderhouden en te upgraden. Door regelmatig onderhoud uit te voeren en upgrades door te voeren, kunnen bedrijven ervoor zorgen dat hun infrastructuur optimaal blijft presteren en voldoet aan de eisen van de steeds veranderende markt."},{"description":"Dit project richt zich op het groeiende belang van generatieve AI-modellen (gebaseerd op de Transformer-architectuur) en hun integratie in bedrijfsomgevingen. Het doel is om de toegankelijkheid van deze modellen te verbeteren en best practices te ontwikkelen voor het gebruik ervan. Het project omvat een diepgaand onderzoek naar verschillende transformermodellen, hun toepassingen in computer vision en predictive analytics, en de vergelijking met klassieke ML/DL-modellen.\n\nEen Proof of Concept (PoC) zal worden ontwikkeld om bedrijven een laagdrempelige manier te bieden om met transformers te werken. Daarnaast wordt een stappenplan ontwikkeld waarmee bestaande AI-implementaties (bv. in een pipeline) kunnen worden opgewaardeerd naar transformermodellen. Dit stappenplan zal gebaseerd zijn op de behoeften van het werkveld en het potentieel van transformermodellen. Bovendien zullen er een aantal demonstrators worden geselecteerd en geïmplementeerd om het potentieel van transformers in de praktijk te tonen, met inbegrip van vergelijkende prestatietabellen op de verschillende mogelijke AI-modellen die van toepassing zijn.\n\nDit project beoogt brede maatschappelijke veranderingen door economische groei en innovatiecapaciteit te stimuleren via een lijst van beschikbare transformermodellen, een PoC-implementatie, een stappenplan, workshops en evenementen, demonstraties van transformermodellen toegepast op bedrijfsdata en technische artikelen over het gebruik van transformers.","summary":"Dit project onderzoekt generatieve AI-modellen voor bedrijven met focus op Transformers. Het doel is toegankelijkheid te verbeteren en best practices te ontwikkelen, met een Proof of Concept (PoC) en stappenplan voor implementatie en demonstraties van transformermodellen. Dit initiatief bevordert economische groei en innovatie via beschikbare modellen, workshops en technische artikelen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002561","result_description":null},{"description":"Onderzoek en ondersteuning van e-inclusie en een digitaal samenwerkingsplatform rond blended dagbesteding van personen met een beperking\n\nDit PWO-project wil digitale innovatie en inclusie faciliteren voor mensen met een beperking. Velen ervaren digitale drempels en missen aangepaste ondersteuning in het veilig gebruik van digitale toepassingen. En voor een groep jongeren met een beperking is ook deelnemen aan fysieke dagbesteding moeilijk.\n\nBovendien is meedoen met de samenleving voor mensen met een mentale beperking niet zo vanzelfsprekend. Om sociale inclusie van deze doelgroep te realiseren spelen naast onderwijs en arbeidsmarktdeelname ook activiteiten in de vrije tijd een cruciale rol (De Schrijver en co, Movisie 2022).\n\nVersterkt door de Covidcrisis, ontstonden in het werkveld de eerste initiatieven rond online aanbod voor personen met een beperking en een eerste experiment rond digitale dagbesteding is in ontwikkeling. Dit project onderzoekt hoe een regionaal en Vlaanderenbreed digidagbestedingsplatform kan worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Ook de mogelijkheid om daaraan een digibank en een online vraag- en antwoordplatform te koppelen, wordt hier verkend.\n\nIn dit project willen we: • kwaliteitscriteria ontwikkelen en do’s en dont’s voor digidagbestedingsactiviteiten. • onze screeningswerkwijze rond helder, toegankelijk en betrouwbaar aanbod inzetten voor het (evalueren van het) aanbod dat ontwikkeld wordt voor digibank en dagbesteding. • onderzoeken hoe een digidagbestedingsplatform voor mensen met een mentale beperking Vlaanderenbreed duurzaam kan ontwikkeld en geïmplementeerd worden.\n\nDe combinatie van deelprojecten focust op een relatief nieuw digitaal aanbod voor personen met een beperking. Het gaat hier niet om ‘communicatietools’ maar om een ‘inhoudelijk aanbod’ op maat van de doelgroep.\n\nKwaliteitsvol digidagbestedingsaanbod en de betrokkenheid van de doelgroep bij de ontwikkeling van het platform bevorderen de sociale inclusie en dragen bij aan meer eigenwaarde en betere kwaliteit van leven.\n\nDoor het uitwerken van een digibank wordt bovendien specifiek ingezet op het professioneel aanpakken van de digitale kloof bij deze doelgroep. Door tijdens de ontwikkeling in te zetten op screening van kwaliteit, user experience en implementatie in een blended ondersteuningsaanbod, vergroot bovendien de kans dat dit aanbod geïntegreerd geraakt in de werking en in de sector. Hierdoor kan dit project exemplarisch zijn voor het uitwerken van digitalisering van de sector personen met een beperking én indicatoren","summary":"Dit project bevordert digitale inclusie en innovatie voor mensen met een beperking door een digitaal dagbestedingsplatform te ontwikkelen. Het doel is sociale inclusie te stimuleren door kwalitatief digitaal aanbod en betrokkenheid van de doelgroep. Het project richt zich op duurzame ontwikkeling en implementatie van een Vlaanderenbreed digidagbestedingsplatform, inclusief een digibank en online vraag- en antwoordplatform.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002562","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen eerstelijnsleidinggevenden in social profit organisaties sterker en vaardiger worden in het omgaan met complexiteit en polariteiten?\n\nWe verkennen en activeren hoe eerstelijnsleidinggevenden in social profit contexten omgaan met de toenemende complexiteit en polariteiten. Paradoxdenken ondersteunt leiders in het handelingsbekwamer worden bij complexiteit en het omgaan met schijnbare tegenstellingen.\n\nDit onderzoeks- en ontwikkelingswerk over leiderschap sluit aan op de gedetecteerde nood direct bij de finale doelgroep. Het onderzoeksproject past perfect binnen de onderzoekslijn ‘organisaties, netwerken en leiderschap ontwikkelen’ van het ENW MES, en brengt het thema leiderschap ook onderzoeksmatig onder de aandacht van de Arteveldehogeschool.","summary":"Onderzoek hoe eerstelijnsleidinggevenden in social profit organisaties sterker en vaardiger kunnen worden in omgaan met complexiteit en polariteiten. Paradoxdenken helpt hen handelingsbekwamer te worden. Het project sluit aan bij de onderzoekslijn van ENW MES en versterkt leiderschap bij Arteveldehogeschool.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002563","result_description":null},{"description":"In dit onderzoeksproject ontwerpen we verpakkingen volgens het principe van de circulaire economie. In deze visie streven we naar gesloten kringlopen waarin producten, hun onderdelen en hun materialen bij end-of-use zo min mogelijk hun waarde verliezen.\n\nWe onderzoeken hoe we verpakkingen kunnen ontwerpen die na gebruik niet zomaar als 'afval' worden weggegooid. We volgen hiervoor de 3R-aanpak: Reduce, Reuse, Recycle.\n\nIn het eerste jaar van dit onderzoek (ac.j. 2021-22) lag de focus op verkenning van dit thema via praktijkgerichte proefcases in cocreatie tussen studenten, onderzoekers en werkveld. We ontwierpen circulaire verpakkingen die:\n\nzo min mogelijk materiaal bevatten;\ngemaakt zijn uit hernieuwbare grondstoffen of gerecycleerde materialen;\noptimaal gesorteerd en gerecycleerd kunnen worden.\nDit loopt verder in het tweede jaar (ac.j. 2022-23). Met deelname aan de 'Green Deal Anders Verpakt' leggen we nu de focus op verpakkingen die hergebruikt kunnen worden (Re-use). We doen dit opnieuw aan de hand van een praktijkgerichte case. Een verpakking heeft verschillende functies, maar hoe zit dat bij herbruikbare verpakkingen? En wat is een drempel voor de consument om ze te kopen en te hergebruiken? We brengen dit in kaart en bekijken hoe we een herbruikbare verpakking beter kunnen ontwerpen en labelen met etiketten, minimale verpakkingen of point-of-sales-materiaal.","summary":"Ontwerp van circulaire verpakkingen met focus op hergebruik en recycling. Onderzoek naar minimalisering van materiaalgebruik en optimalisering van recyclageprocessen. Praktijkgerichte aanpak en deelname aan 'Green Deal Anders Verpakt'.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002564","result_description":null},{"description":"Wil jij de leerlingen beter begeleiden in jouw klas? Studio LEX ontwikkelde expertvideo's waarmee je jouw brede basiszorg kan versterken vanuit evidence-based inzichten. Ga aan de slag met onze e-courses of begeleid jouw schoolteam op weg naar een krachtige brede basiszorg.\n\nDit project onderzoekt hoe expertvideo's ingezet kunnen worden om de kennis en vaardigheden met betrekking tot brede basiszorg te versterken in de context van het lager onderwijs. Om dit te realiseren, worden evidence-based didactische praktijken gefilmd bij (expert)leraren in de klas. Deze expertvideo’s zullen vervolgens ingezet worden binnen e-courses die leraren zelfstandig kunnen doorlopen.\n\nIn de e-courses krijgen leraren de kans om te leren via de observatie van (expert)leraren, ontvangen ze meer achtergrond bij de geobserveerde didactische aanpak, worden ze gestimuleerd tot reflectie en actie in de eigen klaspraktijk. Na het doorlopen van een e-course zullen leraren persoonlijk begeleid worden bij de transfer van deze nieuwe kennis en inzichten naar hun dagelijkse klaspraktijk.\n\nDe begeleiding van vijf scholen vertrekt vanuit de e-courses en wordt versterkt via coaching op de klasvloer. Voor deze coaching maken de projectmedewerkers gebruik van een coachingskit met tools die de leraren aanzetten tot reflectie en afstemming (bv. kijkwijzers, methodieken voor teamvergaderingen enz.).\n\nNa afloop van dit project worden de ontwikkelde en geoptimaliseerde expertvideo’s, de e-courses en de coachingskit ingezet op grote schaal.","summary":"Verbeter brede basiszorg in het onderwijs met expertvideo's en e-courses van Studio LEX. Versterk kennis en vaardigheden van leraren voor effectieve begeleiding in de klas.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002565","result_description":"Op kwantitatief vlak doelt dit project volgende output te genereren: de ontwikkeling van expertvideo’s met betrekking tot 8 vooropgestelde didactische praktijken. De expertvideo’s brengen de leraar in beeld terwijl hij de evidence-based praktijk toepast op de klasvloer. Afhankelijk van het topic zullen de expertvideo’s variëren in lengte (van 1 à 2 min. tot +/- 8 à 10 min.) en aantal (+/- 2 à 3 per didactische praktijk). Bij elk filmfragment wordt een toelichting voorzien door een expert (leerkracht) om inzicht te geven in het hoe, wat, waar en wanneer. Hiervoor wordt beroep gedaan op praktijkervaring en wetenschappelijke kennis (EEF, 2024; Leerpunt, 2024).\n\nDe ontwikkeling van 8 e-courses. Elke e-course zal focussen op één van de 8 vooropgestelde evidence-based praktijken (bv. directe instructie, scaffolding, modeling, feedback geven...).\n\nDe ontwikkeling van een coachingskit met tools en werkvormen die ingezet kunnen worden om leraren te begeleiden bij de transfer van kennis en inzichten uit de e-courses naar de eigen klas- en schoolspecifieke context.\n\nDit project heeft tot doel leraren te versterken in het vormgeven van een krachtige brede basiszorg en zo de leerprestaties bij leerlingen te verbeteren. In lijn met het model inzake effectieve professionalisering van Desimone (2009), doelt dit project op een positieve verandering te realiseren in leraren hun kennis, self-efficacy en attitudes, om vervolgens te resulteren in aangepast leraargedrag. Hieronder lichten we kort deze aspecten toe:\n\nKennis\nMeer kennis over hoe en welke didactische praktijken ingezet kunnen worden ter versterking van de brede basiszorg\nMeer kennis over de effectiviteit van didactische praktijken die leerwinst kunnen optimaliseren binnen de brede basiszorg\n\nSelf-efficacy\nEen hoger bekwaamheidsgevoel inzake het omgaan met diversiteit\nEen hoger bekwaamheidsgevoel met betrekking tot het inzetten van evidence-based didactische praktijken binnen de brede basiszorg\nEen hoger bekwaamheidsgevoel inzake het realiseren van leerwinst bij alle leerlingen\n\nAttitudes\nMeer overtuigd van het belang van evidence-informed werken voor het realiseren van een krachtige brede basiszorg\nMeer geloof dat het potentieel van elke leerling versterkt kan worden door in te zetten op een sterke brede basiszorg\n\nGedrag\nHet frequenter inzetten van de vooropgestelde didactische praktijken binnen de brede basiszorg\nHet meer kwalitatief inzetten van de vooropgestelde didactische praktijken binnen de brede basiszorg"},{"description":"Sinds de opkomst van eiwittransitie zit de markt van plant-based bakkerijproducten in de lift. Deze bakkerijproducten bevatten geen melk of eieren en bieden bijgevolg ook een oplossing voor consumenten met een melk- of ei-allergie.\n\nDaarnaast is de prijs van eieren sinds 2021 aanzienlijk gestegen (door o.a. stijgende voederprijzen en energiekosten en uitbraken van de vogelgriep). Er is vanuit de sector van industriële bakkerijen en biscuiterie-bedrijven vraag naar meer kennis om eieren geheel of gedeeltelijk te vervangen in cake, soezen, pannenkoeken, Brusselse en zachte wafels en egg washes zonder in te moeten boeten op kwaliteit (zowel techno-functioneel als organoleptisch).\n\nIn NovoBake zullen HOGENT en Universiteit Gent praktijkgerichte kennis aanbieden over plantaardige eivervanging in 5 types biscuiterie- en bakkerijproducten op maat van maalderijen, ingrediëntenleveranciers, (industriële & ambachtelijke) bakkerijen en biscuiteriebedrijven om te komen tot kwalitatieve bakkerijproducten waarin eieren (gedeeltelijk) vervangen zijn door plantaardige alternatieven.","summary":"De markt van plant-based bakkerijproducten groeit door de eiwittransitie. Bedrijven zoeken naar kennis om eieren te vervangen in diverse producten, van cake tot wafels, vanwege stijgende eierprijzen en allergieën. NovoBake biedt praktijkgerichte oplossingen voor kwalitatieve bakkerijproducten zonder eieren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002566","result_description":null},{"description":"In Unlocking Digital Potential wordt onderzocht hoe West-Vlaamse kmo's kunnen worden begeleid bij het versnellen van hun digitale en technologische transformatie.\n\nUnlocking Digital Potential richt zich op verschillende aspecten:\n- De ontwikkeling en implementatie van een duurzaam en structureel valorisatiemodel bij Howest en VIVES.\n- Het toegankelijk maken en visualiseren van onderzoeksresultaten in fysieke demobooths om bedrijven te inspireren op het gebied van digitale innovatie en hen aan te moedigen om er zelf mee aan de slag te gaan.\n- Het opzetten van een West-Vlaams valorisatienetwerk voor digitale innovatie onder leiding van POM West-Vlaanderen en TUA West.\n\nDit project beoogt de efficiëntie van onderzoek te verbeteren en met name de vertaalslag naar dienstverleningsmogelijkheden, vooral op maatschappelijk belangrijke gebieden om zogenaamde transformatiefalen te verhelpen. Het doel is om meer onderzoeksresultaten te valoriseren en om meer kmo's daadwerkelijk de stap te laten zetten naar implementatie, met behulp van de beschikbare begeleidingskanalen.\n\nDit project omvat dus niet de directe begeleiding van bedrijven, maar wel de fase waarin bedrijven worden geïnspireerd, bewust gemaakt, georiënteerd en aangemoedigd om aan de slag te gaan met bestaande onderzoeksresultaten, door gebruik te maken van de instrumenten van begeleidingsinitiatieven.","summary":"Versnel digitale transformatie van West-Vlaamse kmo's door visualisatie van onderzoek en opbouw van een valorisatienetwerk. Begeleid bedrijven naar implementatie van innovaties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002567","result_description":"Dit onderzoeksproject zal concreet resulteren in een fysiek infopunt bij Howest. Het infopunt heeft als doel om onderzoekers te stimuleren en begeleiden bij de overstap naar de bedrijfswereld, en om ondernemers de weg naar kennisinstellingen te wijzen. De contacten met bedrijven en de opvolging hiervan worden bijgehouden in een CRM-systeem. Op die manier zijn medewerkers van Infopunt Innoveren en onderzoekers altijd op de hoogte van de contacten en samenwerkingen met bedrijven.\n\nDe strategische doelstelling van dit project is om (West-)Vlaamse bedrijven, met name KMO's en productieondernemingen, te ondersteunen in hun duurzame digitale transformatie door innovatieve samenwerkingen aan te gaan. Met Infopunt Innoveren wordt een duurzaam regionaal innovatiesysteem ontwikkeld door samenwerking met bedrijven, waardoor de kennis van West-Vlaamse kennisinstellingen optimaal wordt benut voor de economische ontwikkeling van de regio. De infopunten fungeren als lokale en toegankelijke loketten waar bedrijven kunnen aankloppen als startpunt van een innovatieve zoektocht. Door zowel kennis als materiaal beschikbaar te stellen aan bedrijven, kunnen zij op een toegankelijke manier experimenteren met innovatieve digitale technologieën."},{"description":"Creativ’Up stimuleert innovatie in de culturele en creatieve sector over de landsgrenzen heen, door netwerkopbouw mogelijk te maken, ondernemersvaardigheden te versterken en innovatie en verandering te ondersteunen.\n\nDe opkomst van disruptieve technologieën (denk aan AI), de nasleep van corona, duurzaamheidsuitdagingen, economische onzekerheid, verschuivende publieksvoorkeuren, … geven een idee over de uitdagingen voor de creatieve en culturele sector.\n\nHet project, dat partners uit Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk omvat, zal de culturele en creatieve industrieën in de verschillende regio’s daarom helpen hun innovatievermogen te activeren en te versterken. Rond jaarlijkse thema’s bundelen we de noden, organiseren inspirerende workshops, ontwikkelen we technologische demo’s van de bovenste plank en verbinden we de belanghebbenden over de grenzen heen.\n\nDe academische partners (UMONS, UArtois, Howest) zorgen voor innovatie en toegepast onderzoek, de economische partners (TWIST, Louvre-Lens Vallée, Designregio Kortrijk) vertegenwoordigen het bedrijfsleven, en de artistiek-culturele partners (Pôle Muséal de la Ville de Mons, Le Fresnoy, vrijhaven Abby-stad Kortrijk) vertolken de maatschappelijke invalshoek van de kunstenaars en het publiek.\n\nZo bundelen we de krachten en injecteren we de creatieve en culturele sector met de broodnodige innovatiekracht.","summary":"Stimuleer innovatie in culturele en creatieve sector door netwerken, ondernemersvaardigheden te versterken en innovatie te ondersteunen over landsgrenzen heen. Partners uit Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk helpen industrieën hun innovatievermogen te activeren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002568","result_description":"Uitwerken van een testcase en het ontwikkelen van een prototype (ontwikkeling van een code, fablab, gebruiksscenario,…) Het prototype (3 in totaal) uittesten in de 3 regio's om input te krijgen van de verschillende regio’s en het publiek. Er zullen 3 \"demodagen\" worden georganiseerd in de regio. Begeleiding van 18 bedrijven en 6 initiatiefnemers. \nOrganiseren van professionele thematische workshops: telkens voor 60 deelnemers, waaronder 40 CCI-bedrijven. Er worden 12 momenten van netwerking en peer-to-peer contacten georganiseerd voor in totaal 240 deelnemers. \nEr worden ook 2 inspiratiereizen georganiseerd voor in totaal 24 bedrijven. \n\nDe voorgestelde activiteiten zullen de creatieve en culturele sector in staat stellen de vaardigheden te vergroten om de veerkracht, het innovatievermogen en uiteindelijk de ontwikkeling van de aantrekkingskracht van de regio te waarborgen."},{"description":"Het economisch potentieel dat industrieën kunnen halen uit gamingtechnologieën is onmiskenbaar. Denk aan kostenvermindering (opleiding, productieketen, enz.), het creëren van jobs en het opstarten van bedrijven.\n\nOm dit potentieel te benutten, worden ecosystemen ontwikkeld. Een dergelijke evolutie van de gamingindustrie en een duurzame integratie van deze technologieën in bedrijven van andere industriële sectoren vereisen de ontwikkeling van ecosystemen rond open innovatie, onderzoek van gamingtechnologieën en aantrekkelijke en gespecialiseerde bewustmakingsmodi.\n\nIn dit onderzoeksproject wordt onderzocht hoe bedrijven bewustgemaakt kunnen worden van het potentieel en de mogelijkheden van die gamingtechnologieën.","summary":"Gamingtechnologieën bieden economisch potentieel voor industrieën door kostenvermindering, jobcreatie en bedrijfsstart-ups. Ontwikkel ecosystemen voor open innovatie en bewustwording van het potentieel.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002569","result_description":"Om de kennis van gamingtechnologieën en innovaties te ontwikkelen, zullen de partners 3 \"inspiratietours\" organiseren. Deze roadshows bestaan uit één evenement per jaar met conferenties, netwerkmogelijkheden en matchmaking tussen professionals en projectleiders. Het project zal in totaal 270 deelnemers bereiken, verdeeld over 3 sessies per jaar voor elk 90 deelnemers. Van deze deelnemers zullen 120 bedrijven niet-financiële steun ontvangen. Er zullen uitwisselingen plaatsvinden tussen scholen, vaardigheidscentra en universiteiten om de mobiliteit van leerlingen te bevorderen en de uitwisselingen tussen regio's te stimuleren.\n\nEr worden drie seminars voor onderzoek georganiseerd om gezamenlijke werkzaamheden aan te moedigen. De resultaten zullen worden gepresenteerd in een toegankelijke mededeling en ter beschikking worden gesteld van het doelpubliek. De ontwikkelde bouwstenen zullen in open source beschikbaar worden gesteld om de integratie te bevorderen door de betrokken partners en industriëlen.\n\nEr zullen 9 \"sectoroverschrijdende workshops/residencies\" worden georganiseerd die kunstenaars, muzikanten, spelontwerpers, studenten, industrieën, ingenieurs en onderzoekers samenbrengen. Het doel van deze workshops is om prototype-oplossingen te ontwikkelen voor 9 industriële behoeften.\n\nOm ondernemerschap te bevorderen, worden er 4 dagen georganiseerd voor 72 deelnemers met workshops en pitchingsessies voor financiers, juristen en investeerders.\n\nNaast de klassieke communicatie-elementen die zullen worden ingezet en om het project te markeren, staan er drie belangrijke evenementen op de planning: een openingsevenement, een tussentijds evenement en een slotevenement.\n\nHet resultaat van het project is het creëren van mogelijkheden voor duurzame economische groei en het genereren van werkgelegenheid op basis van de sterke punten van de partners. Deze acties op territoriale schaal moeten het concurrentievermogen van ondernemingen in het grensoverschrijdende gebied stimuleren. Op lange termijn moet het project ook bijdragen aan een groter gebruik van XR en interactieve technologieën door bestaande bedrijven, evenals de ontwikkeling van nieuwe producten en bedrijfsmodellen waarin deze technologieën zijn geïntegreerd. Dit zal de grensoverschrijdende regio concurrerender maken en de werkgelegenheid in het gebied behouden."},{"description":"Het is een uitdaging om kmo’s mee te krijgen in de digitale transitie. Bedrijven hebben vaak te weinig zicht op welke oplossingen voor hen het nuttigst zijn. Bovendien weten zij veelal niet welke oplossingen met de hogeschool al ontwikkeld en/of getest werden.\n\nOm hieraan tegemoet te komen, worden lokale laagdrempelige infopunten op de campussen van Howest in Kortrijk en Brugge opgezet die fungeren als loketten waar kmo’s kunnen langskomen als startpunt van hun innovatiezoektocht.\n\nBij de Infopunten digitale innovatie zullen kmo’s na dit project onder andere terecht kunnen om:\n- Informatie en inspiratie te krijgen over beschikbare en in onderzoeksprojecten ontwikkelde innovatieve digitale technologieën en digitaliseringsprocessen;\n- Informatie en inspiratie te krijgen over mogelijke samenwerkingsvormen met Howest op het vlak van digitalisering, inclusief de mogelijke steun die ze hierbij kunnen krijgen (bijvoorbeeld via reguliere instrumenten bij VLAIO);\n- Beschikbare infrastructuur en apparatuur met betrekking tot digitalisering te gebruiken.\n\nDit dossier betreft enkel de infrastructurele realisatie van die infopunten bij Howest, niet de inhoudelijke werking, noch de begeleiding van bedrijven.","summary":"Lokale infopunten op Howest-campussen in Kortrijk en Brugge helpen kmo's bij digitale innovatie. Ze bieden info over technologieën, samenwerkingen en infrastructuur.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002570","result_description":"Oprichting van Infopunten Duurzame Digitale Innovatie op de campussen van Howest in Kortrijk en Brugge. Deze punten dienen als laagdrempelige hubs voor kmo's om toegang te krijgen tot digitale technologieën en kennisuitwisseling.\n\nFaciliteren van demonstraties, tests en experimenten met nieuwe datagedreven digitale technologieën. Hierdoor krijgen kmo's de mogelijkheid om te experimenteren met materialen en infrastructuur in de materiaaluitleendiensten en co-workingsspaces.\n\nUitgebreide disseminatie van projectresultaten door middel van interactieve innovatiekiosken en schermen. Deze tonen concreet de mogelijkheden van opgebouwde kennis en materialen, en door communicatieacties in samenwerking met partners zoals TUA en POM.\n\nIntegratie van de Infopunten Duurzame Digitale Innovatie in nieuwe projectaanvragen en het voortzetten van de samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen. Dit om de economische ontwikkeling van de regio te blijven stimuleren.\n\nDe langetermijnsdoelstellingen van dit project streven naar duurzame groei, versterking van de concurrentiekracht en continue ondersteuning van digitale innovatie in West-Vlaanderen. Enkele van deze doelstellingen omvatten:\n\nDuurzame groei en versterking van de regionale economie door het opzetten van een duurzaam regionaal innovatiesysteem in samenwerking met bedrijven en kennisinstellingen. Dit systeem zal de aanwezige kennis maximaal benutten voor de economische ontwikkeling van de regio.\n\nVoortdurende ondersteuning van kmo's bij het experimenteren met nieuwe datagedreven digitale technologieën en het optimaliseren van processen door middel van digitale innovatie. Dit zal bijdragen aan efficiëntieverbetering, optimalisatie van supply chains en duurzame productiepraktijken.\n\nIntegratie van de Infopunten Duurzame Digitale Innovatie in de lange termijnvisie van Howest, met een blijvend engagement om deze infrastructuur en werking voort te zetten na afloop van het project. Dit zal bijdragen aan een duurzame en continue ondersteuning van digitale innovatie in de regio."},{"description":"Binnen URBAN XR LAB wordt onderzocht hoe we 14+ jongeren actief kunnen betrekken bij het (her)ontwerpen van ruimtes, met de nadruk op duurzaam ruimtegebruik en het potentieel van Extended Reality (XR) voor visualisatie en simulatie van ontwerpen. We dompelen jongeren onder in de materie via demonstraties, workshops en een bedrijfsbezoek. Daarna dagen we hen uit via een designsprint en eindigen met een concreet virtueel concept dat gepresenteerd wordt aan een breed publiek.\n\nWe organiseren co-creatie sessies met experts van onderzoeksgroepen GenZ-lab, Vital Cities en HitLab, de opleidingen Built Environment en Sociale Readaptatiewetenschappen, én het XR-bedrijf ULiA. De opgedane kennis uit drie diverse testtrajecten wordt vastgelegd in een roadmap met bijbehorende templates, instructiefiches en/of -video's.\n\nWe ontwikkelen ook een draaiboek met concrete handvatten en inspirerende voorbeelden om STEM-academies en jeugdorganisaties te ondersteunen bij het opzetten van vergelijkbare STEM-trajecten.","summary":"Ontdek hoe URBAN XR LAB 14+ jongeren betrekt bij duurzaam ruimtegebruik met XR-technologie. Met workshops, designsprints en experts creëren we virtuele concepten en delen we kennis voor STEM-trajecten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002571","result_description":"Roadmap, templates, draaiboek (met daarin ook de vertaalslag van de methodiek naar een concreet stappenplan) en bijhorende instructiefilmpjes.\n\nInhoudelijke aanzet voor train the trainers sessie (vervolgverhaal binnen STEAMHive) eigen zomeraanbod in Kortrijk, al dan niet in samenwerking met onze STEM-partners in Kortrijk (Textuur, Abby, Design Regio Kortijk, Maakbib…) inspirerende voorbeelden (doorlopen trajecten).\n\nCONCRETE DOELEN EN CRITERIA\n\n1. Jongeren met een reeds STEM-profiel positief in de kijker zetten én jongeren met een niet-STEM-profiel aan STEM-ontdekking laten doen. Optimaal inzetten op het stimuleren van cross-overs tussen deze twee profielen. Criteria: Documenteren van concrete inspirerende voorbeelden waarin beide profielen ‘groeien’ doorheen het traject.\n\n2. Stimuleren van STEM-gerichte talenten (wetenschappelijke en technische vaardigheden) bij jongeren. Criteria: Documenteren van de toename van specifieke STEM-gerelateerde vaardigheden bij de jongeren gedurende het traject.\n\n3. Optimaal inzetten en ontwikkelen van de 'Inner Development Goals: Transformational Skills for Sustainable Development'. Criteria: Samen met de diverse partners wordt bepaald welke van de ‘Inner Development Goals’ relevant zijn voor het traject. Doorheen het project wordt op diverse momenten met de jongeren stilgestaan bij deze doelstellingen en wordt ingezoomd op hun groei én uitdagingen.\n\n4. Jongeren aanzetten en bewustmaken van impactgericht handelen. Criteria: Doorheen het proces wordt, samen met de jongeren, ingezoomd op de concrete stappen die de jongeren zetten en in welke mate deze bijdragen tot een positieve verandering.\n\n5. Positief profileren van een bredere kijk op STEM-profielen voor zowel de jongeren, betrokken actoren en het bredere publiek ((groot)ouders, jeugdwerkers, geïnteresseerde buitenstaanders). Criteria: Verzamelen van testimonials om later te verwerken in draaiboek én om een communicatiecampagne op te zetten op onze socials om STEM-profielen meer in the picture te zetten.\n\n6. Vergroten van draagvlak bij jongeren voor duurzaam ruimtegebruik. Criteria: Documenteren van de veranderingen in houding en betrokkenheid van de jongeren met betrekking tot duurzaam ruimtegebruik voor en na deelname aan dit STEM-traject. Dit door zowel voor- als na een interview af te nemen van de jongeren.\n\n7. Verwerven van inzichten mbt draagvlakversterking voor en/of educatie over duurzaam ruimtegebruik. Criteria: Mate waarin de jongeren de opgedane kennis en inzichten overdragen aan derden meten op basis van hun eindpresentatie."},{"description":"Hoe kunnen we de plattelandsgemeenschappen van Moldavië toegang tot veilig drinkwater garanderen? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat goede praktijken met betrekking tot watergebruik, hygiëne en sanitaire voorzieningen binnen de gemeenschappen duurzaam worden geïmplementeerd?\n\nDe Republiek Moldavië is een binnenstaat tussen Roemenië en Oekraïne in Oost-Europa. Slechts een op drie mensen op het platteland heeft toegang tot leidingwater en bijna een miljoen mensen is afhankelijk van ondiepe vervuilde putten voor drinkwater waarvan tachtig procent van het water niet voldoet aan de drinkwaternormen. BOSAQ heeft een project opgezet voor de regering van Moldavië, met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en Howest als partners, om de bevolking van plattelandsdorpen een klimaatbestendige toegang tot schoon en veilig drinkwater te bieden.\n\nKlimaatverandering\n\nBinnen het project wordt aan kennisopbouw en disseminatie gedaan waarbij het doel is om eigenaarschap van klimaatadaptieve drinkwatervoorziening binnen de gemeenschappen in Moldavië te bewerkstelligen. Howest zal onderzoeken hoe gedragsverandering in watergebruik en hergebruik, hygiëne en sanitaire voorzieningen binnen de lokale gemeenschappen bevorderd kan worden.\n\nVITO zal een impactstudie uitvoeren van de decentrale drinkwatervoorziening op zonne-energie (Q-drop). Deze studie zal de schaalbaarheid naar andere regio's die kwetsbaar zijn voor klimaatverandering beoordelen en de resultaten zowel nationaal als internationaal verspreiden. Er zullen scenario's worden ontwikkeld voor een duurzame levering van gedecentraliseerd drinkwater die kunnen worden beschouwd als empirisch onderbouwde ondersteuning voor het toekomstige klimaatadaptatiebeleid van Moldavië.","summary":"Verbeter de toegang tot veilig drinkwater in Moldavische plattelandsgemeenschappen met duurzame waterpraktijken. Project van BOSAQ, VITO en Howest bevordert klimaatadaptieve drinkwatervoorziening en gedragsverandering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002572","result_description":"3 landelijke dorpen met een totale bevolking van 31.000 inwoners worden voorzien van een klimaatbestendige, gedecentraliseerde drinkwatervoorziening op zonne-energie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van beschikbare waterbronnen met behulp van de Q-Drop-technologie. Daarnaast wordt er een organisatie opgezet voor gezondheidsbevorderingscampagnes rond het correcte gebruik en hergebruik van water, hygiëne en sanitaire voorzieningen.\n\nEr wordt gestreefd naar optimalisatie van innovaties op het gebied van koolstofneutrale, gedecentraliseerde productie van drinkwater, watervoorziening en systemen voor hernieuwbare energie. Het onderzoeksproject heeft als doel een duurzame exploitatie en onderhoud van het Q-drop waterzuiveringssysteem door de lokale bevolking te bewerkstelligen.\n\nHet oprichten van een lokale stuurgroep in de dorpen en het instellen van een waterprijs die haalbaar is voor de gehele gemeenschap (maatschappelijke betrokkenheid) zal helpen bij het creëren van bewustzijn over de waarde van drinkwater. Dit zal tevens een gevoel van eigenaarschap creëren onder de lokale bevolking met betrekking tot het water dat door Q-Drop wordt geproduceerd."},{"description":"Mind- and Makerspace (MaM) is een creatieve ruimte in Brugge die cruciale vaardigheden integreert in al haar activiteiten: zelfontplooiing en kritisch denken, delen en samenwerken, creatief vermogen en durf tonen, en initiatief nemen. Het aanbod voor scholen is (te) snel volzet.\n\nVeel leerkrachten in het lager en secundair onderwijs tonen interesse om met hun klas MaM te bezoeken, maar het aanbod zit vaak lang van tevoren volgeboekt en de vraag blijft toenemen, wat aantoont dat de behoefte bij leerkrachten om nieuwe vaardigheden te verwerven aanzienlijk is. Ondanks de vele positieve ervaringen merken we ook dat de duur van een MaM-bezoek, slechts een halve dag tot een dag, soms te kort is voor leerkrachten om deze nieuwe vaardigheden te omarmen en te integreren in hun lespraktijk.\n\nVaak zijn het logistieke uitdagingen die het voor scholen moeilijk maken om (meerdere keren) langs te komen, terwijl de grote vraag soms beperkend is om aan alle verzoeken te voldoen.\n\nMaM on the Move wil inspelen op de vraag vanuit het onderwijsveld om de MaM-expertise en mogelijkheden (letterlijk) meer naar buiten te brengen. Dit beogen we te doen door het MaM specifiek naar de klasruimte van scholen toe te brengen en zo leerkrachten de kans te geven bovenstaande cruciale vaardigheden direct toe te passen in hun lescontext.\n\nEr worden MaM 'units' ontworpen: modulaire en uitvouwbare installaties van ongeveer 1m³, die zowel op elektrische cargofietsen als in minivans passen. Deze units zullen aantrekkelijk vormgegeven zijn, een mini-makerspace vertegenwoordigen én een leidraad voor leerkrachten bevatten.","summary":"MaM on the Move brengt creatieve ruimte naar scholen met modulaire 'units' voor directe toepassing van cruciale vaardigheden in de lespraktijk. Overwin logistieke uitdagingen en volgeboekte agenda's, en geef leerkrachten de kans om te innoveren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002573","result_description":"MaM 'units' worden ontwikkeld: zelfontworpen, modulaire en uitvouwbare installaties van ongeveer 1m³, die zowel op elektrische cargofietsen als in minivans passen (specifiek de modellen die uitgeleend worden door Cambio). Deze units zullen aantrekkelijk vormgegeven zijn en een mini-makerspace in de klas vertegenwoordigen met toestellen, materialen én een leidraad voor leerkrachten.\n\n1) Versterken van de competenties met het oog op het bevorderen van gekwalificeerde uitstroom. En dan in het bijzonder: het zorgen voor een uitdagende leeromgeving, het inzetten op talenten en aandacht voor STE(A)M.\n\n2) Verhogen van geletterdheid met aandacht voor de 21ste-eeuwse competenties."},{"description":"DC4EU is een Europees onderzoeksproject rond de nieuwe Europese Digitale Identiteitswallet waarin ook onderwijscredentials van studenten zullen worden opgeslagen.\n\nHowest kan als eerste Belgische onderwijsinstelling participeren in de pilots van dit Europees Flagship project.\n\nHowest onderzoekt hoe een European Digital Identity Wallet met educational credentials voor instromende en uitstromende studenten kan worden uitgewerkt.\n\nDit project zal ook dienen als inspiratie voor de samenwerkingsverbanden in het kader van de studentenmobiliteit binnen de Europese Universiteit RUN-EU waar Howest deel van uitmaakt.","summary":"DC4EU, Europees project voor Digitale Identiteitswallet met studentencredentials. Howest kan als eerste Belgische instelling deelnemen aan pilots. Onderzoek naar Digital Identity Wallet met educatieve credentials en inspiratie voor studentenmobiliteit binnen Europese Universiteit RUN-EU.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002574","result_description":"Howest levert een bijdrage aan het tot stand komen van een digital identity wallet.\n\nProductie-klaar maken van de European Digital Identity Wallet en Howest als instelling klaar maken om in interactie te gaan met de wallet van instromende en uitstromende studenten."},{"description":"Dit onderzoek richt zich op financiële uitdagingen bij non-profitorganisaties, waarbij velen subsidie-afhankelijk zijn en hun financiële situatie achteruitgaat volgens de recente Barometer van Verenigingen.\n\nWe streven naar het verbeteren van de financiële gezondheid van non-profitorganisaties. In dit project willen we organisaties met de hoogste financiële nood identificeren, hun financieringsportfolio analyseren en onderzoeken hoe diversificatie van inkomsten en een ondernemende mindset hun financiële gezondheid kunnen bestendigen of verbeteren.\n\nWe gebruiken kwantitatieve en kwalitatieve bevragingen met brede vertegenwoordiging van de doelgroep en experts. De resultaten vormen de basis voor een vervolgtraject waarin we specifieke fondsenwervingsstrategieën ontwikkelen voor de sectoren waar blijkt dat de nood het hoogst is.\n\nWe streven naar het verbeteren van de financiële gezondheid van non-profitorganisaties. Onze nationale focus wordt geïnspireerd door internationaal onderzoek, en we beogen bij te dragen aan duurzame verbeteringen in de financiële gezondheid van deze organisaties.","summary":"Dit onderzoek focust op financiële uitdagingen bij non-profitorganisaties om hun financiële gezondheid te verbeteren. We identificeren organisaties met hoge financiële nood, analyseren financieringsportfolio's en bevorderen inkomstendiversificatie voor duurzame verbeteringen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002575","result_description":"Product:\nEen uitgebreid, wetenschappelijk onderbouwd rapport wordt ontwikkeld met als doel toekomstige financiers te voorzien van een diepgaand inzicht, een prioriteitenpiramide en een breed scala aan concrete mogelijke tools die de non-profitsector vooruit kunnen helpen. Het rapport biedt niet alleen kwantitatieve en kwalitatieve analyses van de financieringsbehoeften binnen verschillende non-profitsectoren, maar geeft ook gedetailleerd inzicht in het huidige financieringsportfolio van deze organisaties.\n\nDaarnaast belicht het rapport alternatieve financieringsbronnen buiten subsidies om, en brengt het de toekomstige financieringsbehoeften of -risico’s van deze sectoren in kaart. Dit alles wordt gepresenteerd op een overzichtelijke webpagina, waardoor de informatie gemakkelijk toegankelijk is voor potentiële financiers.\n\nDienst:\nEen interactief webinar wordt aangeboden aan non-profitorganisaties, stakeholders en studenten. Dit webinar dient meerdere doelen: ten eerste fungeert het als een krachtige megafoon voor de non-profitorganisaties die mogelijk worden geïmpacteerd. Het biedt een platform waarop zij hun behoeften, uitdagingen en eventuele eerste successen kunnen delen met een breed publiek.\n\nTen tweede zal tijdens het webinar de inhoud van het rapport uitvoerig worden toegelicht, waardoor een sense of urgency wordt gecreëerd voor het vrijmaken van middelen voor de implementatie van een uitgebreid en toekomstgericht financieringsmodel voor non-profitorganisaties. Door middel van interactieve discussies, casestudy's en praktische voorbeelden wordt de boodschap versterkt en worden deelnemers aangemoedigd om betrokken te raken bij het streven naar een duurzamere financieringsstructuur voor de non-profitsector.\n\nDit webinar biedt een waardevolle kans voor alle belanghebbenden om samen te werken aan een gemeenschappelijk doel: het versterken van de non-profitsector en het vergroten van haar impact op de samenleving."},{"description":"Zuidwest-Vlaanderen staat bekend als de productieregio in België. Een op de drie productiebedrijven in ons land bevindt zich in de regio en bij velen is er de dwingende vraag om te evolueren naar een industrie die duurzamer omgaat met materialen en grondstoffen. \n\nDe Circulaire Co-creatie hub (CICO HUB 1.0) bracht organisaties en bedrijven uit de Zuidwest-Vlaamse regio samen rond de thema's circulaire economie en afvalvalorisatie. In de eerste stap werden de reststromen uit de maakindustrie in kaart gebracht en geanalyseerd. In de volgende fase cocreëerden de maakindustrie, de sociale arbeidsbedrijven, ontwerpstudenten en professionele ontwerpers nieuwe producten en businessmodellen die een win-win genereren voor de sociale arbeidsbedrijven (extra werkgelegenheid) en de maakindustrie (nieuwe economische valorisatie van reststromen). \n\nMet dit project wordt verder gebouwd op de onderzoeksresultaten van CICO Hub 1.0. In het CICO-hub 2.0 project onderzoeken we hoe we lokale overheden, bedrijven, maatwerkbedrijven en ontwerpers kunnen ondersteunen. Daartoe ontwikkelen we een centraal aanspreekpunt met betrekking tot circulair ondernemen.","summary":"Zuidwest-Vlaanderen transformeert naar duurzame industrie met Circulaire Co-creatie Hub. Reststromen hergebruikt voor nieuwe producten en sociale werkgelegenheid. CICO Hub 2.0 ondersteunt circulair ondernemen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002576","result_description":"Creatie van een regionaal platform om de verschillende initiatieven te bundelen, als aanspreekpunt, de (reizende) oren en ogen van het platform die de actoren kan toeleiden tot het juiste project, de juiste partner, het juiste initiatief, … Fysieke resultaten tonen. Vormingstraject circulaire economie en ontwerp voor min. 15 bedrijven en ontwerpers.\n\nBewustwording creëren, zowel bij bepaalde doelgroepen als bij het grote publiek. Netwerking faciliteren voor bedrijven, onderzoeksinstellingen, organisaties, grote publiek, … mbt circulariteit waar expertise in materialen, methodieken, markten kan worden uitgewisseld. Een schakel om samenwerkingen op te zetten."},{"description":"\"In welke mate wordt werkgeluk ervaren door medewerkers dementiezorg in woonzorgcentra en hangt dit samen met de participatieve invulling van deze zorgorganisaties?\"\n\nMedewerkers residentiële dementiezorg zijn onmisbaar, maar verdienen meer zichtbaarheid. Hoewel er heel wat onderzoek bestaat over het optimaliseren van participatieve dementiezorg, zijn de effecten hiervan op het welbevinden en het werkgeluk van zorgpersoneel onderbelicht (Handley, Bunn & Goodman, 2019).\n\nDit onderzoek wil hierop inspelen met drie concrete doelstellingen: \n1. Een duidelijke definiëring van het concept ‘participatieve zorgorganisatie’.\n2. Een duidelijke definiëring van het concept ‘werkgeluk’, hoe dit ervaren en ingevuld wordt door zorgmedewerkers en wat de noden zijn.\n3. Het aanreiken van een duidelijk referentiekader (inclusief kennisproducten) aan directie en beleid, alsook aan Dementie Vlaanderen, om verdere veranderingstrajecten naar participatieve organisatiewerking op te starten.\n\nDe nodige inzichten zullen worden verzameld via drie doelgericht geselecteerde woonzorgcentra (WZC) dementiezorg in West-Vlaanderen, aan de hand van reeds empirisch afgetoetste modellen en kwalitatieve methodieken van werkgeluk.","summary":"Dit onderzoek richt zich op het ervaren van werkgeluk door medewerkers dementiezorg en de impact van participatieve zorgorganisaties. Het beoogt een beter begrip van werkgeluk en participatieve zorg, met concrete doelstellingen en inzichten uit geselecteerde woonzorgcentra in West-Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002577","result_description":"Het optimaliseren van participatieve dementiezorg en de effecten hiervan op het welbevinden en het werkgeluk van zorgpersoneel is een belangrijk doel. Dit kan dienen als katalysator voor een meer mensgerichte organisatieontwikkeling van de deelnemende woonzorgcentra.\n\nEen ander doel is de overdraagbaarheid van de kennisproducten en de onderzoeksresultaten. Hierdoor kunnen deze herkenbaar en bruikbaar zijn voor de volledige Belgische populatie van zorgmedewerkers binnen de residentiële dementiezorg.\n\nGezien de recentste prevalentiecijfers van dementie (Steyaert, 2023) zal deze vraag worden afgetoetst bij WZC in West-Vlaanderen, met drie concrete doelstellingen:\n\n1. Een duidelijke definiëring van het concept ‘participatieve zorgorganisatie’.\n2. Een duidelijke definiëring van het concept ‘werkgeluk’, hoe dit ervaren en ingevuld wordt door zorgmedewerkers en wat de noden zijn.\n3. Het aanreiken van een duidelijk referentiekader (inclusief kennisproducten) aan directie en beleid, alsook aan Dementie Vlaanderen, om verdere veranderingstrajecten naar participatieve organisatiewerking te initiëren."},{"description":"Het project WoordSmid gaat op zoek naar oplossingen voor het dalende leesplezier en tanende leesvaardigheid binnen én buiten het onderwijs. In dit praktijkwetenschappelijk onderzoek bundelen de Mind- and Makerspace (MaM) en onderzoeksgroep School of Education hun krachten.\n\nIn navolging van groeiend onderzoek vanuit Angelsaksische hoek dat zich momenteel voornamelijk richt op maakplaatsen in schoolbibliotheken, onderzoeken we wat een maakplaats zoals het MaM kan betekenen voor leesbevordering. In samenwerking met bibliotheken, scholen en partners van het MaM doen we aan bevraging en analyse. We ontwikkelen een charter dat expliciet maakt hoe creativiteit ingezet kan worden als hefboom voor leesbevordering en het ontwikkelen van andere cruciale 21ste-eeuwse vaardigheden. We eindigen met een aantal interactieve, creatieve workshops waarbij we opgedane inzichten vertalen naar de praktijk.\n\nIn navolging van groeiend onderzoek vanuit Angelsaksische hoek dat zich momenteel voornamelijk richt op maakplaatsen in schoolbibliotheken, onderzoeken we wat een maakplaats zoals het MaM kan betekenen voor leesbevordering.","summary":"Het project WoordSmid bevordert leesplezier en leesvaardigheid via creatieve MaM-maakplaatsen in samenwerking met scholen en bibliotheken. We ontwikkelen een charter voor creatieve leesbevordering en 21ste-eeuwse vaardigheden, en bieden interactieve workshops aan.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002578","result_description":"De mogelijkheden van het inzetten op leesbevordering en -plezier binnen een maakplaats zijn verkend en verwerkt tot een afgetoetste roadmap a.d.h.v. een theory of change met concrete actiepunten. Bestaande (gelijkaardige) regionale leesbevorderingsinitiatieven zijn in kaart gebracht. Er is inzicht in succesfactoren en drempels die bij deze projecten ervaren worden.\n\nEr is een framework (charter) ontwikkeld rond het inzetten van een makerspace, en dan de activiteit van het maken in het bijzonder, als schakel tussen lezen en het toewerken naar een veerkrachtige toekomst. Er zijn minstens twee testcases ontwikkeld die dit framework in de praktijk brengen. Dit in de vorm van workshops of andere activiteiten die zullen doorgaan in de Mind- and Makerspace of Howest bibliotheek en idealiter respectievelijk focussen op een schoolse en buitenschoolse context.\n\nDe feedback van het werkveld evenals de initiële resultaten van de testcases werden gebruikt om het framework bij te sturen waar nodig en een eerste versie op te stellen van een theory of change die de leidraad zal zijn van het PWO. Effecten op korte termijn (Sprint): Op korte termijn heeft het project geleid tot een dieper begrip van regionale leesbevorderingsinitiatieven, de ontwikkeling van een charter voor het integreren van makerspaces in leesbevordering, en de implementatie en evaluatie van twee testcases, waarmee de basis is gelegd voor een theory of change die de leidraad zal zijn voor toekomstige acties."},{"description":"Het onderzoek XRxNursing richt zich op het verkennen van de mogelijkheden van Extended Reality-technologieën (XR) als potentieel instrument om de link tussen kennis en vaardigheden te versterken bij verpleegkundigen.\n\nAls kennisinstelling is het de taak van Howest om toekomstige verpleegkundigen futureproof op te leiden met de nieuwste onderwijsmethodieken en deze ook in te zetten in navorming voor het werkveld.\n\nVerpleegkundigen worden geconfronteerd met toenemende eisen door demografische veranderingen en ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Als kennisinstelling is het de taak van Howest om toekomstige verpleegkundigen futureproof op te leiden met de nieuwste onderwijsmethodieken en deze ook in te zetten in navorming voor het werkveld.\n\nNaast het verkennen van de mogelijkheden van XR-technologieën, worden de verwachtingen van stakeholders geëxploreerd via kwalitatieve onderzoeksstrategieën. Er worden testen opgezet aan de hand van het softwarepakket UbiSim.\n\nEr is niet alleen aandacht voor de technologische mogelijkheden, maar evenzeer voor een analyse van thema's en verpleegkundige handelingen en skills waarbij het gebruik van XR-technologie een meerwaarde kan vormen.","summary":"Howest's XRxNursing project explores using XR technologies to enhance nursing skills. Future nurses are trained with cutting-edge methods for evolving healthcare demands. Stakeholder expectations are studied through qualitative research using UbiSim software. Theme analysis and skill enhancement are key focus areas for XR technology integration.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002579","result_description":"Aangezien dit een verkenningssprint is om het wat en hoe van een XR-implementatie in de opleiding verpleegkunde na te gaan, zijn de uitkomsten vooral gericht naar het mogelijk maken van een verdere uitbouw van de technologie in de opleiding. De hoofddoelgroep is momenteel de opleiding zelf, maar de noden en verwachtingen van het werkveld zullen in kaart gebracht worden zodat we in een vervolgtraject voor en met hen verder kunnen. Bovendien zullen we stappen zetten om deel uit te maken van het snelgroeiende XR-ecosysteem.\n\nHet resultaat van de literatuurstudie is een rapport over de stand van zaken van XR in vorming en training voor verpleegkundigen in de praktijk en in opleiding (product). Door dit rapport zullen we in overleg kunnen gaan met het werkveld over de mogelijkheden van XR (managing expactations).\n\nOp basis van de praktijkbezoeken en interacties met de verschillende stakeholders (werkveld, docenten en studenten) worden twee rapporten opgesteld met good practices en de verwachtingen van de XR-technologie, maar ook met de randvoorwaarden die moeten vervuld zijn om implementatie in dienstverlening en onderwijs mogelijk te maken (product, proces). We zullen tevens een overzicht bekomen over thema’s en/of handelingen die via XR mogelijk zijn en die de stakeholders willen aanleren. Met deze informatie zullen we in een vervolgtraject aan de slag gaan om XR-training op maat van de stakeholders te ontwikkelen.\n\nEr wordt ook een rapport opgesteld met een criterialijst van zaken waaraan de software en hardware moet voldoen om onze doelstellingen te realiseren en een overzicht van uit te testen technologieën (product, proces). Er wordt een eerste eenvoudige toepassing uitgewerkt met de UbiSim software waarmee we als piloot naar het werkveld stappen, demonstraties doen tijdens infodagen, en als deeltaakoefening inzetten voor studenten (product). De bevindingen van deze piloot worden in het verslag opgenomen. Met deze informatie zal een weloverwogen keuze worden gemaakt over welk pakket kan worden aangekocht voor het vervolgtraject.\n\nTenslotte zijn de voortrajecten voor vervolgtrajecten opgestart en de mogelijkheden tot vervolgfinanciering in kaart gebracht (proces).\n\nMaken van een overzicht van wat we uit recente wetenschappelijke literatuur kunnen leren over de meerwaarde van XR in zorgopleidingen en trainingen. Analyseren van good XR practices in andere hogescholen of organisaties. Maken van een overzicht van de verwachtingen van de verschillende stakeholders omtrent de implementatie van XR-technologieën. Verzamelen van informatie als input voor casussen in het vervolgtraject. Opstellen van een criterialijst waaraan de softwarepakketten en de hardware moeten voldoen. Uitvoeren van een beperkt marktonderzoek naar beschikbare software en nagaan in welke mate ze voldoen aan onze criteria. Aankopen van geselecteerde hardware (twee VR brillen). Uittesten in welke mate UbiSim voldoet aan onze criteria. Op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen. Contacten leggen met softwarebedrijven en mogelijke partners. Zetten van voorbereidende stappen voor vervolgfinanciering."},{"description":"Maatschappelijke en medische vooruitgang heeft geleid tot een verhoogde levensverwachting en een toenemende focus op levenskwaliteit (i.p.v. kwantiteit) en gepaste zorg in de laatste levensfase. Palliatieve zorg biedt hierop een antwoord en is een basisrecht.\n\nOm de toegang tot palliatieve zorg te waarborgen, gaat steeds meer aandacht naar vermaatschappelijking van de zorg. Sociaal werkers spelen hierin een cruciale rol, maar hun potentieel blijft onderbenut mede door een gebrek aan palliatieve zorgopleidingen op hun maat.\n\nHet doel van PACT4SW is om in samenspraak met sociaal werkers in het werkveld en met bacheloropleidingen Sociaal Werk, bestaande educatieve materialen, ontwikkeld voor zorgprofessionals met een signaleerfunctie, aan te passen en uit te werken tot een uniek voorstel voor een levenslang leren traject specifiek voor sociaal werkers. De materialen zijn gericht op het versterken van competenties, kennis en vaardigheden in palliatieve zorg.\n\nTijdens het co-creatieproces wordt ook ingezet op de sensibilisering van (toekomstige) sociaal werkers zodat ze zich bewust worden van hun potentieel en hun rol in palliatieve zorg. Op deze manier hopen we bij te dragen aan de upskilling van sociaal werkers tot actieve en waardevolle betrokkenen in palliatieve zorg.\n\nHet droomscenario van dit project is dat we kunnen helpen bij het optimaliseren van de palliatieve zorgcapaciteit van sociaal werkers in Vlaanderen, een herwaardering kunnen bewerkstelligen van de sociale dimensie in palliatieve zorg, en zo een aandeel kunnen hebben in de ontwikkeling van public health palliative care, palliatieve zorg gedragen door compassionate communities.","summary":"Palliatieve zorg is een basisrecht dat de focus legt op levenskwaliteit in de laatste levensfase. PACT4SW wil sociaal werkers upskillen met aangepaste educatieve materialen, zodat zij een actieve rol kunnen spelen in palliatieve zorg en bijdragen aan de ontwikkeling van compassionate communities.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002580","result_description":"De resultaten van deze valorisatiesprint zijn gericht op twee doelgroepen: sociaal werkers in het werkveld en bacheloropleidingen Sociaal Werk.\n\nOp basis van interacties met sociaal werkers werkzaam in verschillende zorg- en welzijnssectoren en een literatuuronderzoek wordt een rapport opgesteld met informatie over rollen die nu reeds worden opgenomen in palliatieve zorg door sociaal werkers, ervaren belemmeringen om in palliatieve zorg aan de slag te gaan als sociaal werker en voorbeeldcasussen die in de vormingsmaterialen zouden kunnen opgenomen worden. Dit rapport omvat daarnaast ook de geïdentificeerde basiscompetenties palliatieve zorg die voor sociaal werkers van toepassing zijn (product).\n\nEen curriculumanalyse van alle bacheloropleidingen Sociaal Werk in Vlaanderen gecombineerd met een literatuurstudie resulteert in een rapport met een huidige stand van zaken omtrent het aanbod aan palliatieve zorg in de curricula en met mogelijke opportuniteiten om palliatieve zorg een plaats te geven in het huidige aanbod van vakken en thema’s (product).\n\nSensibilisering van beide doelgroepen zal gerealiseerd worden tijdens de kick-off workshop, het wetenschapscafé, de curriculum opportuniteiten workshop, de interdisciplinaire studenten workshop, en de materialen workshop (diensten).\n\nEr wordt ook een rapport opgesteld met een overzicht van de evaluaties van de beschikbare tools vanuit de projecten van de opleiding Verpleegkunde en de selectie van materialen waarmee we verder zullen werken (product, proces).\n\nNa de nodige aanpassingen op maat van sociaal werkers beschikken we over een uitgebreide set van bouwblokken en een realistische complexe casus die aan de basis zullen liggen van het levenslang leren product (set van producten).\n\nVia een workshop zal het best geschikte format voor het levenslang leren product geselecteerd worden (proces). Indien de tijd het toelaat zal het levenslang leren product reeds uitgewerkt zijn (product) of zal er een concreet stappenplan opgesteld zijn om het product te realiseren (proces). De voortrajecten voor een vervolgtraject zijn reeds opgestart en de mogelijkheden tot vervolgfinanciering zijn in kaart gebracht (proces).\n\nVerzamelen van input van sociaal werkers over hun ervaringen met palliatieve zorg voor de uitwerking van specifieke casussen op hun maat. Analyseren van deze informatie en van de basiscompetenties palliatieve zorg voor sociaal werkers. Sensibiliseren van sociaal werkers over hun relevantie en meerwaarde in palliatieve zorg. Maken van een overzicht van wat we uit recente wetenschappelijke literatuur kunnen leren over de sterktes van sociaal werkers in palliatieve zorg en de uitdagingen waar ze voorstaan.\n\nNagaan welke noden het werkveld formuleert naar onderwijs. Nagaan hoe palliatieve zorg aan bod komt in de opleidingen Sociaal Werk Vlaanderen-breed. Identificeren van opportuniteiten in de curricula Sociaal Werk om een sensibilisering in het onderwijs rond de rol van sociaal werkers in de palliatieve zorg te realiseren. Maken van een overzicht van wat er in recente wetenschappelijke literatuur beschreven staat over bestaande onderwijspakketten over palliatieve zorg specifiek voor sociaal werkers.\n\nBeschikbare tools ontwikkeld voor verpleegkundigen hertalen, doorontwikkelen, uittesten en evalueren voor de implementatie in een levenslang leren traject op maat van sociaal werkers en inzetbaar voor dienstverlening en curriculumoptimalisering. Selecteren van het meest geschikte levenslang leren product. Start met de opbouw van een levenslang leren traject op maat van sociaal werkers. Voorbereiding van de implementatie van het levenslang leren product in Howest Academy. Zetten van voorbereidende stappen voor vervolgfinanciering."},{"description":"Na het succes van \"PUW!\", gaat \"PUW! 2.0\" een stap verder. Dit onderzoeksproject richt zich op het optimaliseren van het schoolwelzijn van cognitief sterke leerlingen in het Vlaamse onderwijs.\n\nIn samenwerking met zeven verschillende scholen, waaronder een basisschool, vijf secundaire scholen en een school voor buitengewoon onderwijs (OV4 type 9), worden op maat gemaakte begeleidingstrajecten voor de cognitief sterke leerlingen opgezet, die tevens aansluiten bij de specifieke schoolvisie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geavanceerde, objectieve schoolwelzijnsmeetmethode die werd ontwikkeld tijdens \"PUW!\". De methode combineert verschillende zelfrapportagemethodes met objectieve fysiologische data-analyse.\n\nMet behulp van geavanceerde sensoren en een app streven we ernaar om elk kind de kans te geven om op zijn of haar eigen unieke manier te groeien en te excelleren in het onderwijs.\n\nTijdens \"PUW! 2.0\" wordt ook gewerkt aan werkveldvalorisatie, waarbij de inzichten en resultaten uit het project worden vertaald naar concrete toepassingen voor het werkveld. Dit omvat het ontwikkelen van praktische methoden en strategieën om het schoolwelzijn van cognitief sterke leerlingen te verbeteren, gebaseerd op hun unieke behoeften.\n\nMet behulp van geavanceerde sensoren en een app streven we ernaar om elk kind de kans te geven om op zijn of haar eigen unieke manier te groeien en te excelleren in het onderwijs. Op deze manier draagt \"PUW! 2.0\" bij aan de optimalisatie van schoolwelzijn van cognitief sterke leerlingen.","summary":"\"PUW! 2.0\" optimaliseert schoolwelzijn van cognitief sterke leerlingen in Vlaams onderwijs door op maat gemaakte begeleidingstrajecten met geavanceerde meetmethoden en app-ondersteuning. Werkt aan werkveldvalorisatie voor concrete toepassingen en strategieën.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002581","result_description":"Proces:\n\nIndividuele ondersteuningstrajecten\nOp 7 scholen wordt de ondersteuning vormgegeven op basis van de schoolvisie. Dit betekent dat de ondersteuning aansluit bij en wordt geïntegreerd in de specifieke visie en waarden die elke school heeft. Hierdoor wordt de ondersteuning niet alleen aangepast aan de behoeften van de leerlingen en het personeel, maar wordt deze ook verankerd in de bredere educatieve doelen en filosofie van elke individuele school.\n\nUitvoeren van nul- en impactmetingen om de effectiviteit van het ondersteuningstraject in elke betrokken school te beoordelen, en voor het begrijpen van de veranderingen en resultaten die worden bereikt.\n\nSchoolwelzijnsbegeleiding bij CSF wordt op maat aangeboden op basis van een nieuwe meetmethode. Dit proces omvat een nauwe samenwerking en overleg met verschillende belanghebbenden, zoals de CSF, leerlingbegeleiding, ouders en indien nodig het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding).\n\nHet in kaart brengen van de metacognitieve vaardigheden en de socio-economische status (SES) van de CSF. Dit wordt uitgevoerd op basis van de nieuwe meetmethode.\n\nDienst:\n\nHet organiseren van professionele ontwikkelingsworkshops (navorming op school) gericht op het werkveld en geïnteresseerde partijen.\n\nHet organiseren van workshops voor leerlingbegeleiders om op een effectieve manier te leren werken met het 'Bedenkje!boekje'.\n\nHet organiseren van een cluster van minstens 4 navormingsavonden, 2u per navorming per academiejaar, die tevens los van elkaar te volgen zijn.\n\nHet ondersteunen van studenten BP/BALO/BAKO in het kader van de bachelorproef.\n\nHet aanbieden van stagemogelijkheden voor studenten data-analyse (Howest AI Lab).\n\nProduct:\n\nDe meetmethode wordt verfijnd op basis van de verzamelde data, waarbij gekeken wordt naar kwaliteit, stabiliteit en andere relevante factoren. Dit proces omvat ook het onderhoud van de PUW! app en de algoritmes.\n\nDe Naviskore tool wordt geïntegreerd in de meetmethode als onderdeel van het FWO-SBO project.\n\nNaviskore is een tool waarmee scholen de sleutelcompetenties en transversale competenties van hun leerlingen over vakken, klassen en graden in kaart kunnen brengen. In Naviskore voeren leerkrachten hun scoring in per eindterm en per project, waarna op een dashboard een overzicht gegeven wordt van de aangeboden, gescoorde en bereikte eindtermen. Zo krijgen leerlingen zicht op hun competenties over jaren en vakken heen, maar kunnen leraren ook gerichter feedback geven en groeikansen detecteren. Daarnaast voorziet het de school van een helder overzicht van aangeboden en bereikte eindtermen over alle domeinen en graden heen. Binnen EdHub&AI wordt gekeken of we op deze tool AI kunnen toepassen om tot betere leerresultaten en analyses te komen.\n\nIn samenwerking met uitgeverij Acco worden twee publicaties voorbereid: 'Bedenkje!boek' en 'Resultaten onderzoek met handleiding om geïndividualiseerde trajecten op school op te starten'. Binnen dit PWO-project zal tijd worden vrijgemaakt voor het aanvragen van externe funding. Hiervoor worden verschillende kanalen bekeken (Vlaio, FWO-SBO, ERC, Crosscare 2.0, IOF, enz.), maar wordt op dit ogenblik enkel voor de pistes van Medvia (productontwikkeling demonstrator, en medical device) en FWO-SBO (Fundamenteel Strategisch Basis Onderzoek) concreet geschreven.\n\nOp korte termijn:\n\nVerbeterde kennis in het werkveld en bij de doelgroep, plus inzicht in het sociaal-emotioneel leren bij CSF, metacognitieve ontwikkeling, trauma-geïnformeerd onderwijs, educatieve technologieën, de invloed van slaap op het draagvlak van cognitief sterke leerlingen, de effecten van socio-economische omstandigheden op academische prestaties en het belang van de bevordering van mentale gezondheid in het onderwijs.\n\nLeraren en leerlingbegeleiders ontwikkelen verhoogde vaardigheden door nieuwe tools en strategieën toe te passen in hun onderwijspraktijk, gericht op het ondersteunen van zowel het sociaal-emotioneel welzijn als de academische prestaties van leerlingen binnen het CSF.\n\nOp middellange termijn:\n\nDe optimalisatie van het begeleidingstraject omvat het gebruik van de meetmethode en het ondersteunend materiaal door CSF en leerlingenbegeleiding, wat resulteert in meer gerichte en snellere ondersteuning.\n\nHet verbeterde (school)welzijn van studenten wordt gekenmerkt door een versterkt sociaal-emotioneel welzijn, een verdiept begrip van hun eigen leerprocessen, en verbeterde coping-mechanismen voor stress en trauma.\n\nVerbeterde leerresultaten worden bereikt door het toepassen van effectievere educatieve benaderingen en technologieën, wat resulteert in betere prestaties van leerlingen en een positiever en veiliger schoolklimaat voor de CSF."},{"description":"Hoe \"gebruiken we de toekomst\" in een complexe, snel veranderende wereld? En hoe integreren we dat toekomstbeeld in het heden om nu samen aan de slag te gaan met wat nog ver voor ons ligt?\n\nAnticipating the Futures (AFs) exploreert 'the Discipline of Anticipation'. Daarmee brengen we methodes gericht op toekomstgeletterdheid in kaart en steken deze tools onder andere via aangepaste Futures Literacy Labs en eigen concrete tools en handvaten in de handen van professionals, onderzoekers en coaches.\n\nVia onderzoek worden hulpmiddelen, spellen, methoden en activiteiten ontwikkeld om toekomstgeletterdheid te bevorderen en te ondersteunen. Waar strategic foresight of 'toekomstdenken' (scenario planning, trend analysis, horizon scanning, ...) helpt beslissingen maken over een mogelijke toekomst, wordt futures literacy door UNESCO gezien als een 21st century essential skill, een mindset om de toekomst te gebruiken in plaats van te voorspellen, met oog op een meer innovatieve en adaptieve omgang met in feite de toekomsten.\n\nVia kwalitatief onderzoek worden hulpmiddelen, spellen, methoden en activiteiten ontwikkeld om toekomstgeletterdheid te bevorderen en te ondersteunen. Er worden proeftuinen opgezet om ontwikkelde methodieken uit te testen en bij te sturen.","summary":"Ontdek Anticipating the Futures (AFs) om professionals te helpen met toekomstgeletterdheid. Ontwikkel concrete tools en methoden voor innovatieve besluitvorming en adaptieve strategieën.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002582","result_description":"Op korte termijn streven wij de volgende effecten na:\n\nUNDERSTANDING futures literacy KENNIS: Op basis van literatuuronderzoek en diepte-interviews doen wij een diepgaande en brede kennis op rond toekomstgeletterdheid. Focus? Uitwerking van (1) een overzicht van Futures Literacy definitie + methods (= 2x2 model) en (2) de identificatie van relevante werkvormen voor onderzoekers/innovatiespecialisten/... die toekomstenanalyse willen inzetten (= list of demands).\n\nNETWERK: Wij bouwen een internationaal netwerk uit met gereputeerde organisaties (Teach the Future, Association of Professional Futurists, UNESCO, UN, binnen RUN-EU, ..).\n\nAPPLYING futures literacy TOEKOMSTLABO’s: Op basis van het Futures Literacy Laboratory-playbook ontwikkeld door UNESCO ondersteunen we onderzoeksteams (vb Mens&Maat) in toekomstenanalyse.\n\nFACILITATING futures literacy ONTSLUITEN: Richting voor een praktisch concept om toekomstgeletterdheid, en dus ook opportunity spotting, te stimuleren en faciliteren in onderzoeksteams/innovatieteams/...\n\nOp middellange termijn streven wij de volgende doelstellingen na:\n\nUitschrijven 3-jarig PWO programma Blueprint rond integratie UNESCO playbook in Howest (Onder voorbehoud) UNESCO CHAIR: Binnen de context van deze PWO, ambiëren we het initiëren en installeren van een UNESCO-leerstoel rond toekomstgeletterdheid. In een geest van intellectuele solidariteit en samenwerking bundelen hoger onderwijs- en onderzoeksinstellingen hun middelen via UNESCO-leerstoelen om vooruitstrevend onderzoek te bevorderen en bij te dragen aan het aanpakken van complexe en veelzijdige vraagstukken. Ze fungeren als denktanks en bruggenbouwers tussen de academische wereld, de maatschappij, lokale gemeenschappen, onderzoek en beleidsvorming. UNESCO-leerstoelen mogen alleen worden opgericht bij kennisinstellingen die zijn erkend, geaccrediteerd of anderszins zijn goedgekeurd door de bevoegde nationale of lokale overheid. De UNESCO-leerstoel wordt geleid door een leerstoelhouder. Deze wordt ondersteund door een team van faculteitsleden, docenten, onderzoekers en studenten. Instellingen die een UNESCO-leerstoel willen ontvangen, moeten over voldoende financiering beschikken of concrete plannen hebben om fondsen te mobiliseren om voorgestelde projectactiviteiten uit te voeren. UNESCO geeft geen financiële steun. Aanvragen dienen activiteiten te bevatten die Zuid-Zuid- of Noord-Zuid-samenwerking bevorderen. Bovendien zijn aanvragen die toekomstgericht zijn of interdisciplinair van opzet, bijzonder welkom. De deadline voor het indienen van aanvragen is 30 april van elk jaar. Voordat het voorstel wordt ingediend, moet het door de bevoegde nationale commissie voor UNESCO zijn gevalideerd. De resultaten van de evaluatie van deze aanvragen door de UNESCO worden elk jaar uiterlijk op 30 september bekendgemaakt. Als de aanvraag positief wordt beoordeeld, wordt de overeenkomst tussen oktober en december van datzelfde jaar afgerond. Vanaf de goedkeuring van deze PWO kan concreet aan tafel geschoven worden met de juiste regionale partners."},{"description":"Tijdens OptiMove XR worden hef- en tiltechnieken aangeleerd en getraind met behulp van de mixed reality-applicatie en full body tracking. Met deze technologie krijg je tijdens een interactieve training onmiddellijk feedback op je houdingen en bewegingen.\n\nGebruikers kunnen virtueel oefenen met het tillen van verschillende objecten, van lichte dozen tot complexe scenario's in de zorgsector.\n\nDe mixed reality-applicatie gaat verder dan traditionele lesmethoden. Gebruikers kunnen virtueel oefenen met het tillen van verschillende objecten, van lichte dozen tot complexe scenario's in de zorgsector. Van zeer geleide instructies in fase 1; fase 2 zijn dezelfde oefeningen zonder tussenstappen en fase 3 bestaat uit oefenen met echte objecten. \n\nDe applicatie biedt niet alleen realistische simulaties, maar integreert ook laagdrempelige full body tracking om elke beweging vast te leggen. Zo krijg je niet alleen feedback op de technieken, maar ook op de houding, waardoor je je vaardigheden nauwkeurig kunt bijschaven.","summary":"OptiMove XR biedt interactieve training met feedback op houdingen en bewegingen. Virtueel oefenen met diverse objecten en scenario's in zorgsector. Realistische simulaties en full body tracking voor nauwkeurige vaardigheidsverbetering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002583","result_description":"De uitkomst van het project is een product, namelijk een mixed reality applicatie die gebruik maakt van full body tracking. Dit wordt gecombineerd met een dashboard om de evolutie van verschillende gebruikers op te volgen. De applicatie kan ingezet worden voor leerlingen secundair onderwijs, studenten bachelor in de orthopedagogie, medewerkers/studenten van Howest, maar ook breder door bijvoorbeeld medewerkers van de gezondheidszorg.\n\nHet eindproduct van het ERGO XR-project is een Mixed Reality-app die gericht is op het onderwijzen van correcte en wetenschappelijk onderbouwde til- en heftechnieken. Deze app is vooral nuttig voor leerlingen/studenten in de opleidingen hout, bouw, elektriciteit, mechanica en zorg. De app is ontworpen om adaptief te zijn aan de individuele morfologie van de leerling en aan het interesseveld/studies. Dit betekent dat de app kan worden aangepast aan de specifieke behoeften en interesses van de leerling, waardoor het een waardevol leermiddel is voor een breed scala aan studenten.\n\nDaarnaast kan de app ook nuttig zijn voor docenten en opleiders in deze gebieden, omdat het hen in staat stelt om het leerproces van hun leerlingen te volgen en te beoordelen door middel van een 'learning dashboard'. Dit kan hen helpen om hun onderwijsmethoden aan te passen en te verbeteren op basis van de prestaties en vooruitgang van hun leerlingen.\n\nTen slotte, gezien het belang van ergonomie binnen de verschillende beroepsgerichte richtingen, kan de app ook nuttig zijn voor professionals in deze gebieden. Het kan hen helpen om hun technieken voor tillen en heffen te verbeteren, wat kan leiden tot minder werkgerelateerde verwondingen en een betere algemene gezondheid en welzijn.\n\nEffectievere Training: Door het gebruik van Ergo XR worden jongeren voorzien van een interactieve en boeiende trainingservaring. Dankzij de mixed reality-technologie kunnen ze praktische ervaring opdoen met het uitvoeren van hef- en tiltechnieken in een virtuele omgeving. Dit zorgt voor een realistische simulatie van echte werksituaties, waardoor jongeren beter voorbereid zijn wanneer ze deze technieken in de praktijk moeten toepassen.\n\nVerbeterde Leerresultaten: Door herhaaldelijk te trainen in Ergo XR worden jongeren gestimuleerd om de juiste houdingen aan te nemen bij het tillen en verplaatsen van objecten. De feedback die ze ontvangen tijdens de trainingssessies stelt hen in staat om hun techniek voortdurend te verbeteren en eventuele fouten te corrigeren. Dit leidt tot een dieper begrip van ergonomische principes en een verbeterde beheersing van hef- en tiltechnieken.\n\nVerhoogde Veiligheid: Het herhaaldelijk trainen van de juiste houdingen met Ergo XR helpt jongeren om blessures en letsel als gevolg van verkeerde tiltechnieken te voorkomen. Door hen bewust te maken van de risico's en hen te voorzien van de nodige vaardigheden en kennis, draagt Ergo XR bij aan een veiligere werkomgeving voor jongeren.\n\nBredere Toepasbaarheid: De trainingen en oefeningen binnen Ergo XR zijn niet alleen relevant voor specifieke beroepen, maar ook voor een breed scala aan industrieën en werksituaties. Hierdoor kunnen jongeren hun vaardigheden en kennis op het gebied van hef- en tiltechnieken toepassen in verschillende contexten, wat hun inzetbaarheid en professionele ontwikkeling ten goede komt."},{"description":"Dankzij Virtual Production (VP) is er geen noodzaak meer om alle decors voor video of film fysiek op te bouwen. Met dit onderzoek wil Howest een duurzame onderzoekslijn opzetten rond VP en tegelijk ook in het werkveld de hindernissen wegnemen om ermee aan de slag te gaan.\n\nDe koepelterm Virtual Production verwijst doorgaans naar de integratie van fysieke en digitale platformen binnen een real-time film- of video-omgeving. Bij Virtual Production worden deze platformen gecombineerd om virtuele decors en omgevingen te creëren tijdens het opnameproces. Dit biedt aanzienlijke voordelen voor de flexibiliteit en creativiteit in producties, aangezien er geen noodzaak is om alle decors fysiek te bouwen of de productiecrew naar verschillende locaties te verplaatsen.\n\nRecent kreeg Howest DAE budget om de greenkey studio in The Level om te bouwen naar een Virtual Production studio, die operationeel zal zijn vanaf academiejaar 2024-2025. Virtual Production biedt aanzienlijke voordelen voor de flexibiliteit en creativiteit in producties, aangezien er geen noodzaak is om alle decors fysiek te bouwen of de productiecrew naar verschillende locaties te verplaatsen.\n\nMet dit onderzoek streven we ernaar om een duurzame onderzoekslijn op te zetten rond deze nieuwe state-of-the-art Virtual Production-technologie en tegelijk in het werkveld de hindernissen weg te nemen om met VP aan de slag te gaan. Zo willen we Howest positioneren als een toonaangevend Europees kenniscentrum voor de entertainmentindustrie en een lerend netwerk opbouwen. Bovendien beschouwen we de integratie van VP in het curriculum van Howest als een belangrijke prioriteit, met als doel studenten voor te bereiden op de eisen van de moderne film- en entertainmentindustrie.","summary":"Howest zet een duurzame onderzoekslijn op rond Virtual Production, waarmee flexibiliteit en creativiteit in producties worden vergroot door virtuele decors te creëren. De nieuwe Virtual Production studio zal operationeel zijn vanaf academiejaar 2024-2025.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002584","result_description":"Proces:\nKennisopbouw, draaiboeken maken, state of art opvolgen, verder uitbouw studio met nieuwe tech, kennisopbouw en kennisdeling via lerend netwerk.\n\nProduct:\nAanbieden van workshops en lespakketten voor zowel DAE curriculum en werkveld Diverse demo’s, case studies, tech prototypes ... (voor disseminatie op events/social media alsook gebruik in workshops en dienstverlening).\n\nDienst:\nAls expertisecentrum en (erkend door Epic*) opleidingscentrum voor EU werkveld diensten op maat leveren. Advies, workshops, levenslang leren trajecten, openstudiodagen, rondleidingen, ... Deelname en op maat advies binnen filmproducties. * We streven tijdens de pwo om officieel erkenning te krijgen als opleidingscentrum door Epic/technologiepartners.\n\nOp korte termijn richten we ons op kennisopbouw en experimenten. Hierbij krijgen professionals in het werkveld direct toegang tot geavanceerde VP-technieken en experimentele workflows, essentieel voor het verbeteren van hun praktische vaardigheden en theoretische kennis. Tegelijkertijd zorgt ons lerend netwerk ervoor dat gespecialiseerde kennis snel overgedragen wordt en dat vaardigheden binnen de lokale industrie worden opgebouwd en betrokkenen in staat stelt snel te leren en best practices uit te wisselen.\n\nVoor de middellange termijn zijn de doelstellingen gericht op duurzame ontwikkeling. Continue betrokkenheid en bijscholing zorgen ervoor dat de kennis en vaardigheden van de deelnemers actueel blijven. Door integratie van VP in het onderwijs worden studenten en toekomstige professionals voorzien van vaardigheden die aansluiten bij de industrienormen van zowel vandaag als morgen. We bekijken dan ook de optie voor een LLL traject via Howest Academy. Daarnaast zal het streven naar een status als gecertificeerd opleidingscentrum door Epic onze opleidingen formeel valideren. Dit alles zal ervoor zorgen dat de adoptie van VP technieken in het werkveld vergroot wordt.\n\nEen kritieke component in onze aanpak is de combinatie van lopend AI-onderzoek en het nieuwe onderzoek naar Virtual Production. Deze synergie zal ons in een leiderschapspositie plaatsen wat betreft het verbeteren van bestaande draaiboeken, procedures, en pipelines. Deze progressieve visie positioneert ons om toonaangevend te zijn in zowel de academische als industriële aspecten van VP.\n\nAanvullend zullen wij onze recente ontwikkelingen en bevindingen rond VP tentoonstellen tijdens openstudiodagen en/of events zoals het Unwrap festival, georganiseerd door Flanders Game Hub. Dit festival dient als een uitstekend platform voor het demonstreren van de praktische toepassingen van onze onderzoeksresultaten in een dynamische en interactieve setting. Dergelijke evenementen bieden ons de kans om de relevantie en potentie van VP-technologieën rechtstreeks aan de industrie en academische gemeenschap te tonen.\n\nMet de aangekondigde uitbreiding van de taks shelter voor de Vlaamse gamesector en door dossiers zoals de Flanders Game Hub zal Vlaanderen/regio Kortrijk als innovatiecentrum van de entertainmentindustrie op de kaart komen te staan en grote investeerders aantrekken om samenwerkingen aan te gaan met onze lokale studio’s. De aanwezige kennis rond VP studio workflows bij die bedrijven zal een belangrijke versnellende factor zijn om investeerders uit de entertainmentindustrie aan te trekken om hier ons talent aan grotere producties te laten meewerken."},{"description":"Microbiologische monitoring en beheersing zijn essentieel in voedselproductie, drinkwaterbehandeling, gezondheidszorg en milieu om veiligheid en kwaliteit te waarborgen. Geavanceerde technologieën zoals metagenomics, (meta)transcriptomics en CRISPR/Cas kunnen hierbij helpen.\n\nDit kan concreet door micro-organismen te identificeren, inzicht te bieden in complexe systemen en microbiële interventies mogelijk te maken. Ze vereisen echter meer onderzoek om praktische implementatie te bereiken.\n\nZo is in West-Vlaanderen, waar voedselproductie belangrijk is, het waarborgen van voedselveiligheid cruciaal voor de lokale economie en volksgezondheid. De implementatie van deze geavanceerde technologieën kan een cruciale rol spelen bij het verbeteren van microbiologische monitoring en beheersing, waardoor de veiligheid en kwaliteit van voedselproducten beter kan worden gegarandeerd.","summary":"Geavanceerde technologieën zoals metagenomics en CRISPR/Cas spelen een cruciale rol bij het verbeteren van microbiologische monitoring in voedselproductie voor veiligheid en kwaliteit.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002585","result_description":"Product\n\nDit project zal leiden tot de ontwikkeling van verschillende workflows voor de volgende disciplines: Voor praktische toepassingen in metagenomics met een focus op het verhogen van de sensitiviteit, inclusief adaptive nanopore sequenering en de verrijking van stalen. Voor praktische toepassingen in (meta)transcriptomics via nanopore sequencing, waaronder RNA-extractie, het maken van libraries en data-analyse. Door het toepassen van de uitgewerkte workflows kunnen nieuwe vragen van verschillende werkveldpartners worden beantwoord. Daarnaast zullen deze workflows ook ingezet worden voor het uitvoeren van labowerk met studenten tijdens practica en projectwerk.\n\nDe introductie van een OT-2 pipetteerrobot zal toelaten om een groter aantal stalen geautomatiseerd te verwerken en kan gebruikt worden door studenten, onderzoekers en werkveldpartners. Deze robot werd reeds operationeel gemaakt tijdens het vorig PWO project (MetaTec), maar nieuwe workflows zullen hierop ingezet kunnen worden (onder andere de library voorbereiding voor (meta)transcriptomics stalen).\n\nTijdens het vorig MetaTec project, werd er reeds ingezet op een webapplicatie voor de vereenvoudigde data-analyse van DNA-sequenering (MetaTec Tool). Tijdens dit project zal er hierop verder ingezet worden om ook RNA analyse mogelijk te maken met uitbreiding van de nodige tools die hiervoor vereist zijn. Deze tool wordt via onze server aangereikt aan werkveldpartners/andere onderzoekers om zelf aan de slag te gaan met hun data-analyse.\n\nProces\n\nDit project zal leiden tot het genereren van nieuwe inzichten met betrekking tot de ontwikkeling van verschillende workflows voor toepassingen in metagenomics (met een focus op het verhogen van de sensitiviteit, inclusief adaptive sequenering) en (meta)transcriptomics. De verschillende stappen zullen worden geoptimaliseerd per vraag of type toepassing van een werkveldpartner en zullen resulteren in een complete workflow die kan worden geïmplementeerd. Stappen waarop zal worden ingezet tijdens dit project omvatten: RNA-extractie uit een bepaald type monster; Staalvoorbereiding (aanrijkingsstappen, omzetting van mRNA naar cDNA, koppeling met automatisering); Het maken van een library voor (meta)transcriptomics toepassingen; Nanopore sequenering voor DNA-sequenering met adaptive sequenering en RNA-sequenering; Specifieke data-analyse afhankelijk van de toepassing.\n\nDit project zal leiden tot het genereren van inzichten betreffende de ontwikkeling van de verschillende workflows voor toepassingen in CRISPR/Cas. Belangrijke stappen omvatten: Ontwerp van guide-RNA (sgRNA): Identificatie van doelwit-DNA sequentie (target DNA) die je wenst te wijzigen, ontwerpen van sgRNA die complementair is aan het target DNA; sgRNA-Cas construct ontwerpen in een plasmide; Het inzetten van OMICS- en CRISPR/Cas-gebaseerde technologieën zal een aanzienlijke meerwaarde bieden binnen ons kenniscentrum, met name door het mogelijk maken van een end-to-end benadering door middel van de uitgebreide wetlab en drylab expertise.\n\nDienst\n\nVia de expertise die in dit PWO project gegenereerd wordt, wensen we Howest verder op de kaart te zetten, met in het bijzonder een verdere uitgebreide knowhow omtrent ONT sequenering voor het toepassen van metagenomics (focus sensitieve detectie en adaptive sequenering) en (meta)transcriptomics. Via de nieuwe kennis rond CRISPR/Cas zal er kunnen ingezet worden op nieuwe onderzoeksvragen. Dankzij dit nieuwe PWO project kunnen we naast onze expertise en dienstverlening van eenvoudige stalen (één organisme, PWO NanoDeTech), \"complexere\" metagenomics stalen (meerdere organismen, PWO MetaTec), nu ook expertise aanbieden voor metagenomics stalen met laag abundante species en (meta)transcriptomics via nanopore sequencing.\n\nWe wensen ook de workshops (aangeboden tijdens het MetaTec project) rond nanopore sequenering verder uit te breiden naar meer complexere vraagstukken zoals (meta)transcriptomics. Tijdens deze betalende workshop kan men, al dan niet met een eigen staal, onder begeleiding het ganse proces van staalvoorbereiding, nanopore sequenering tot data-analyse meevolgen. Er zal ook gekeken worden naar opportuniteiten met onze werkveldpartners (e.g. Avans Hogeschool) voor het opzetten van gedeelde workshops, aangereikt door de verschillende instellingen in functie van nanopore sequenering en CRISPR/Cas (waarvan onze partner expert is). Dit zorgt voor uitgebreide disseminatie van ons Life Sciences Research Center (Biosciences Research Lab – BsRL - en Bioinformatics Knowledge Center – BiKC) naar de buitenwereld toe, en zorgt ervoor dat de opleidingen BLT/BIT en de Howest in het algemeen in de kijker worden gezet.\n\nTenslotte kan de webapplicatie als dienst beschikbaar gesteld worden aan het werkveld/onderzoeksveld in samenwerkingsverband of via betaling.\n\nKorte termijneffecten:\n\nAntwoorden bieden op specifieke onderzoeksvragen: Aangezien er gewerkt zal worden op cases vanuit het werkveld, zullen hiervoor resultaten gegenereerd worden die direct inzetbaar zijn voor het bedrijf/kennispartner. Cases die reeds vastgelegd zijn, omvatten: Ferment cases (VDA Ooigem) Voedingstalen voor detectie van laag abundantie pathogenen Salmonella en Listeria sp. (ILVO) Transcriptomics van bepaalde Streptomyces species voor onderzoek naar interessante microbiële producten (FWO project Iminogene, in samenwerking met InBio en Howest) Voor het Interreg project (zie 8. Externe onderzoeksfinanciering) is er interesse om ongewenste genen (e.g. antibioticum resistentiegenen) in reinigingswater op te sporen. Daarnaast is er interesse om de microbiële activiteit in biofilms te monitoren.\n\nVerbeterde capaciteiten en snellere projectuitvoering: De werkveldpartners zullen profiteren van de nieuwe workflows en technieken, waardoor ze hun capaciteiten kunnen verbeteren in metagenomics en (meta)transcriptomics. Door de gestroomlijnde workflows kunnen projecten efficiënter worden uitgevoerd, waardoor tijd en middelen worden bespaard.\n\nBetere datakwaliteit: De geoptimaliseerde workflows kunnen leiden tot verbeteringen in de kwaliteit en betrouwbaarheid van de verkregen data, wat resulteert in nauwkeurigere analyses en interpretaties.\n\nToegankelijkheid van data-analyse: De webapplicatie kan directe toegang bieden tot geavanceerde data-analysetools voor nanopore sequenering, waardoor onderzoekers snel en gemakkelijk hun sequentiedata kunnen analyseren zonder uitgebreide technische expertise.\n\nOverdracht van kennis via workshops: De workshops over nanopore sequenering en CRISPR/Cas zijn gericht op het overdragen van kennis en praktische vaardigheden. Dit leidt tot professionalisering van alumni en werkveld. Workshops kunnen deelnemers voorzien van diepgaande kennis over de principes en toepassingen van nanopore sequenering en CRISPR/Cas, waardoor ze hun expertise op deze gebieden kunnen uitbreiden. Door hands-on sessies tijdens de workshops kunnen deelnemers vertrouwd raken met de operationele aspecten van de technologieën.\n\nNetwerking: Workshops en georganiseerde netwerkevents met het werkveld (e.g. via stuurgroep meetings, postersessies, etc.) bieden de gelegenheid voor deelnemers uit verschillende achtergronden om elkaar te ontmoeten, ideeën uit te wisselen en potentiële samenwerkingsverbanden te verkennen, wat kan leiden tot bredere samenwerking en kennisuitwisseling."},{"description":"Dit project zet in op de inventarisatie en kwaliteitsscreening van bestaande gezondheidsapps op het vlak van voeding en beweging.\n\nHet gebruik van digitale technologie, waar gezondheidsapps deel van uitmaken, is veelbelovend voor de gezondheid en kan, door bij te dragen aan een gezonde levensstijl, een preventieve oplossing bieden voor de wereldwijde toename in de ontwikkeling van niet-overdraagbare aandoeningen zoals obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten en bepaalde soorten kanker.\n\nHet huidig landschap van gezondheidsapps is echter een kluwen van overaanbod en vaak van onzekere kwaliteit. Om hieraan tegemoet te komen, wordt in dit project ingezet op een grondige inventarisatie en kwaliteitsscreening van gezondheidsapps op het vlak van voeding en beweging.\n\nBinnen dit project wordt een webplatform ontwikkeld waarop gebruikers (eindgebruikers, maar ook zorg- en gezondheidsprofessionals) gericht op zoek kunnen gaan naar een gezondheidsapp die voor hen een meerwaarde kan betekenen. Op dit platform zal een overzichtelijk aanbod van op kwaliteit gescreende apps weergegeven worden.","summary":"Ontdek kwalitatieve gezondheidsapps voor voeding en beweging op ons webplatform. Vind de perfecte app voor een gezonde levensstijl en voorkom niet-overdraagbare aandoeningen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002586","result_description":"Onderzoeksvraag 1:\nProduct is een onderzoeksrapport met een omschrijving van de doelgroep (eerstelijnsprofessionals) en hun noden op vlak van (implementatie van) digitale technologieën in hun beroepspraktijk om leefstijl (voeding/beweging) te monitoren/veranderen. Product is een NoCode tool waarbij de doelgroep (eerstelijnsprofessionals) aan de hand van een filter (soort tool/soort leefstijlgedraging/soort doelstelling) gericht op zoek kan gaan naar bestaande digitale tools die voor hem/haar relevant zijn (binnen deze onderzoeksvraag zullen we ook de ontwikkelaars en fabrikanten van de tools contacteren in functie van mogelijkheden binnen demonstratieluik Digital Health Lab).\nProces is een rapport waarin de verschillende stappen van de screening die doorlopen werden weergegeven worden (beslisboom). Op die manier kan de NoCode tool op een efficiënte manier steeds up to date gehouden worden. Criteria om kwaliteit van de geïncludeerde tools te bepalen zullen onderzocht worden aan de hand van een literatuuronderzoek en case studie van onlinehulpapps.be (vb. helderheid, toegankelijkheid en betrouwbaarheid)\n\nOnderzoeksvraag 2:\nProduct is een rapport met een duidelijk overzicht van de state of the art van SOLID (datapods/datakluizen) in Vlaanderen, de bijhorende uitdagingen en opportuniteiten. Product is een rapport met een duidelijke oplijsting van facilitators en drempels voor implementatie van datakluizen in de praktijk van eerstelijnsprofessionals.\n\nOnderzoeksvraag 3:\nProduct is een rapport met een duidelijke overzicht van drempels die personal trainers, gezondheidscoaches en sportcoaches ervaren voor de implementatie van digitale tools in hun coachingpraktijk. Daarenboven een overzicht van de noden die ze ervaren op vlak van digitale tools.\n\nOp korte en middellange termijn wordt aan de hand van eerder beschreven output volgende effecten en veranderingen geambieerd:\n\nOV1:\nBewustwording vergroten: Het samenbrengen van verschillende digitale tools voor leefstijlmonitoring en leefstijlcoaching kan leiden tot een grotere bewustwording bij gebruikers over de beschikbare mogelijkheden om hun leefstijlgedragingen te meten en te verbeteren. Toegankelijkheid verbeteren: Het verzamelen van een oplijsting van bestaande tools kan helpen bij het verbeteren van de toegankelijkheid van deze tools voor een breder publiek, omdat gebruikers gemakkelijker de tools kunnen vinden die het beste bij hun behoeften passen. Waardoor de drempel voor adoptie verlaagd wordt. Gedragsverandering veroorzaken: Door toegang te krijgen tot een breed scala aan tools kunnen gebruikers hun leefstijlgedragingen beter begrijpen en beheren, wat kan leiden tot positieve gedragsveranderingen zoals gezondere eetgewoonten, meer lichaamsbeweging en verbeterde slaappatronen. Innovatie aanmoedigen: Het stimuleren van de ontwikkeling en adoptie van digitale tools kan leiden tot verdere innovatie op het gebied van gezondheidstechnologieën, waardoor nieuwe en geavanceerdere tools beschikbaar komen voor het monitoren en verbeteren van leefstijlgedragingen.\n\nOV 2:\nToename dataveiligheid/privacy: Gebruikers zullen een directe controle hebben over hun persoonlijke gezondheidsgegevens, waardoor hun privacy wordt beschermd tegen ongeautoriseerde toegang. Door de gegevens op één centrale locatie op te slaan, kunnen gebruikers ook de integriteit van hun leefstijldata waarborgen zonder zich zorgen te hoeven maken over verlies of beschadiging. Vergroten begeleiding op maat: Met toestemming kunnen gebruikers hun gegevens delen met applicaties en diensten naar keuze, waardoor ze gepersonaliseerde gezondheids- en welzijnsadviezen kunnen ontvangen. Toename gezondheidsinzichten: Door middel van geavanceerde analyses kunnen gebruikers waardevolle inzichten verkrijgen in hun gezondheid en leefstijlpatronen, wat hen kan helpen bij het nemen van weloverwogen beslissingen met betrekking tot hun leefstijl. Toename gezondheidszorgefficiëntie: Door toegang te hebben tot uitgebreide leefstijldata kunnen zorgverleners een beter inzicht krijgen in de gezondheid van hun patiënten, waardoor de diagnose, behandeling en opvolging efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Verandering in de gezondheidscultuur: Het hebben van toegang tot en controle over persoonlijke leefstijldata kan de manier waarop mensen omgaan met hun gezondheid veranderen, waardoor een cultuur van proactief welzijnsbeheer wordt bevorderd.\n\nOV3:\nGepersonaliseerde begeleiding: Door gebruik te maken van datagedreven inzichten kunnen coachingtrajecten worden aangepast aan de specifieke behoeften, voorkeuren en capaciteiten van elke gebruiker, wat resulteert in meer relevante en effectieve begeleiding richting een gezonde leefstijl. Gezondere leefstijl: Door data-gedreven begeleiding op maat kunnen gebruikers positieve gedragsveranderingen bewerkstelligen, zoals het aannemen van"},{"description":"Hoofdonderzoeksvraag: Hoe kunnen we ecosystemen faciliteren die collectieve impact willen genereren rond complexe uitdagingen in zorg en welzijn?\n\nDeelvragen: \nWelke haalbare, betaalbare en bruikbare kaders en tools hebben die ecosystemen nodig om de nodige transitieprocessen te kunnen opstarten én evalueren? \n\nWelke digitale ondersteuning (waaronder AI-toepassingen) kan de toolbox voor transitieprocessen versterken?","summary":"Faciliteer ecosystemen voor collectieve impact in zorg en welzijn met haalbare tools en digitale ondersteuning, inclusief AI-toepassingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002587","result_description":"Externe output naar werkveld en peers (andere onderzoekers):\n\nOp korte termijn streven we ernaar met ZorgVoorTransities in de proeftuinen een concreet transitieproces te doorlopen. Hierbij ligt de focus op het verwerven van de nodige kennis, vaardigheden en attitude om uitdagingen in zorg en welzijn aan te pakken vanuit een ecosysteem. Als resultaat van dit proces zullen we een empirisch getoetste toolbox ontwikkelen die transitieprocessen in de zorg en welzijn zal ondersteunen. Deze toolbox zal gedeeld worden met externe partners zoals Vivo, Zorgnet-Icuro, Vivel, Academie voor de Eerste Lijn, enz. De toolbox zal bestaan uit verschillende producten die zowel onder begeleiding als zelfstandig (DIY) gebruikt kunnen worden. Externe promotie van deze producten zal plaatsvinden via de communicatiekanalen van partners en door het opzetten van een eigen (Howest) website.\n\nWe zullen ook focussen op het verspreiden van kennis, met name naar praktijkonderzoekers, door middel van INPUT/OUTPUT trainingen en webinars. De inzichten die we verwerven zullen worden vertaald naar wetenschapscommunicatie over het project. Dit zal gebeuren door het publiceren van kortere wetenschappelijke blogs of opinieteksten in (online) magazines zoals Sociaal.Net. Onze onderzoeksresultaten zijn gepland om te worden gepresenteerd op het Social Creativity Congress (2025/2027) of op congressen van onze werkveldpartners (Zorgnet-Icuro, Academie voor de Eerste Lijn, Sterk Sociaal Werk congres, VVSG, enz.). Daarnaast zal er aandacht zijn voor communicatie die de waarde van ecosystemen voor zorg en welzijn duidelijk maakt aan burgers/leken aan de hand van concrete voorbeelden.\n\nInterne output naar Howest onderwijs en onderzoek:\n\nVoor interne doeleinden zullen we korte situatieschetsen ontwikkelen van toekomstscenario's, trends en transities in zorg en welzijn. Deze zullen geïntegreerd worden in OLOD's van de mensgerichte opleidingen. Daarnaast zullen we een AI-tool ter beschikking stellen om kwalitatieve data sneller te verwerken en analyseren, zowel voor studenten, docenten als projectmedewerkers.\n\nOnze toolbox zal ook bijdragen aan de concrete aanpak van missiegedreven onderzoek binnen Howest. Intern zullen we kennisdeling opzetten, bijvoorbeeld door een showcase op ODC meetings. De ontwikkelde toolbox zal worden gevaloriseerd in de zorg- en welzijnssector, maar is tevens overdraagbaar naar andere contexten en domeinen, zoals digitale transitie en groene transitie. Om de duurzaamheid van de opgedane kennis te waarborgen, richten we ons op externe onderzoeksfinanciering en externe dienstverlening. Hiervoor zal een businessplan worden ontwikkeld voor intern gebruik.\n\nMet het PWO-programma ZorgVoorTransities streven we ernaar nieuwe kennis en bewijsmateriaal op te bouwen over hoe ecosystemische verandering kan worden bevorderd en welke instrumenten dit proces op een haalbare manier kunnen ondersteunen. We verwachten dat onze activiteiten zullen bijdragen aan verbeterde kennisopbouw, vaardigheden en attitude met betrekking tot ecosystemische verandering en transitieprocessen. Dit geldt zowel voor de proeftuinen die deelnemen aan het PWO-programma (extern) als voor onze eigen onderzoekers en de verdere ontwikkeling van onderzoeksprogramma's (intern), alsmede voor onze studenten en docenten (intern).\n\nOp middellange termijn streven we naar effectief gebruik van de toolbox en de ontwikkeling van dienstverlening gericht op begeleiding bij transitieprocessen in zorg en welzijn. Als neveneffect van onze activiteiten dragen we ook bij aan het bevorderen van competenties die gunstig zijn voor sociale innovatie en sociaal ondernemerschap in de regio."},{"description":"Het doel van ERGO XR 2 is het ontwikkelen van een Mixed Reality-app waarmee leerlingen op een correcte en wetenschappelijk onderbouwde manier technieken leren om te tillen en heffen. De oefeningen zijn relevant voor de opleidingen hout, bouw, elektriciteit, mechanica en zorg.\n\nIn de app krijgt de leerling door tracking van de bewegingen onmiddellijk feedback als het tillen/heffen op een (on)juiste manier gebeurt. Er wordt gewerkt met verschillende niveaus: van geleide instructies tot een virtuele oefening en feedback. Leerlingen kunnen op hun eigen tempo oefenen tot ze de houding perfect onder de knie hebben (UDL). De app zou ons ook in staat moeten stellen om het leerproces (aantal pogingen, progressie, …) van de leerling continu te monitoren door middel van een 'learning dashboard'.\n\nGezien het belang van ergonomie binnen de verschillende beroepsgerichte richtingen wordt meteen ook een enorm schaalbare applicatie ontworpen. Om de bewegingen in kaart te brengen, maken we gebruik van sensoren (gyroscopen zitten in de MR-brillen). Maar het kan ook zinvol zijn om extra sensoren te integreren. Hoe accurater de registratie van bewegingen, hoe beter we feedback kunnen voorzien. De app is adaptief aan de individuele morfologie van de leerling en aan het interesseveld/studies. Door de adaptieve voorwerpen sluiten de situaties beter aan bij de leefwereld van de leerlingen en zien ze ook beter de noodzaak van het gebruik van correcte technieken.","summary":"ERGO XR 2 ontwikkelt een Mixed Reality-app voor leerlingen in diverse opleidingen, zoals hout, bouw, elektriciteit, mechanica en zorg, om op een wetenschappelijke manier til- en heftechnieken aan te leren. De app biedt directe feedback op bewegingen, verschillende niveaus van instructies en een adaptieve benadering voor individuele leerlingen, terwijl het leerproces continu wordt gemonitord met een 'learning dashboard'.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002588","result_description":"Een mixed reality applicatie met diversiteit aan oefeningen wordt gebruikt om hef- en tiltechnieken te verbeteren. De oefeningen worden ergonomisch geëvalueerd en fouten worden van gerichte feedback voorzien. \n\nEen learning dashboard is gekoppeld aan de applicatie, waarmee de voortgang van verschillende gebruikers kan worden gevolgd. Dit zorgt voor een betere begeleiding en brede inzetbaarheid van de oefeningen."},{"description":"De missie van expertiseteam Vital Cities is om actief bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame en inclusieve, beweegvriendelijke omgevingen die aansluiten op de behoeften van gebruikers én een positieve impact hebben op de gemeenschap.\n\nOm duurzaam in te zetten op een actieve levensstijl bij mensen, is een drieledige en interdisciplinaire aanpak nodig die rekening houdt met structurele, intra- en interpersoonlijke factoren.\n\nOm duurzaam in te zetten op een actieve levensstijl bij mensen, is een drieledige aanpak nodig die rekening houdt met structurele, intra- en interpersoonlijke factoren. Enerzijds moet de fysieke omgeving worden aangepast om sport en bewegen toegankelijker te maken. Dit zijn structurele factoren, zoals beschikbaarheid van sport- en beweegfaciliteiten, groenruimtes, waterelementen, veilige fiets- en wandelpaden en openbare ruimtes.\n\nIn het eerste onderzoeksluik bekijken we hoe een multidisciplinair perspectief kan worden geïntegreerd in het ontwerpproces van beweegvriendelijke ruimtes. Focus is het bevorderen van de toegankelijkheid voor iedereen. Ontwerpstrategieën worden onderzocht, wetenschappelijk onderbouwde ontwerpstandaarden ontwikkeld en kennisuitwisseling gefaciliteerd tussen stakeholders om gedragswetenschappelijke aspecten effectief te integreren in ontwerpopdrachten.\n\nAnderzijds is het essentieel dat mensen zelf de wil ontwikkelen om aan sport en bewegen te doen (intrapersoonlijk), en dat ze worden ondersteund door hun omgeving (interpersoonlijk). In het tweede onderzoeksluik wordt aan de slag gegaan met tienermeisjes in kwetsbare situaties. Doel is het identificeren van drempels en ontwikkelen van oplossingen om sportparticipatie duurzaam te stimuleren.","summary":"Expertiseteam Vital Cities draagt bij aan duurzame, beweegvriendelijke omgevingen met een positieve impact op de gemeenschap. Hun aanpak integreert structurele, intra- en interpersoonlijke factoren om actieve levensstijlen te bevorderen en sportparticipatie te stimuleren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002589","result_description":"SPOOR 1\n\n1. Ontwerpstandaarden inclusieve beweegvriendelijke omgeving: Ontwikkeling van ontwerpstandaarden voor een inclusieve beweegvriendelijke omgeving gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek die rekening houden met diverse gebruikers, waaronder kwetsbare groepen, ouderen, mensen met een beperking en vrouwen. Als we mensen willen ‘nudgen’ naar een bepaald gedrag dan kunnen wetenschappelijk onderbouwde normen helpen om effectief in te brengen in het ontwerp.\n\n2. Kennisproducten\nUit de onderzoeksresultaten van punt 1 kunnen verschillende kennisproducten worden ontwikkeld, waaronder:\nWhite paper: Een diepgaand document met richtlijnen voor ontwerpers en beleidsmakers om de ontwerpstandaarden toe te passen in concrete projecten en ontwerpopdrachten. Trainingsmaterialen: Ontwikkeling van educatief materiaal en trainingen voor professionals in stedenbouw, landschapsarchitectuur en gezondheidsbevordering, gericht op het implementeren van inclusieve ontwerpprincipes.\n\n3. Vital Cities Toolbox: nieuw ontwikkelde en bestaande tools en methodieken van Vital Cities integreren in een bruikbare digitale toolbox, gericht op ontwerpers, beleidsmakers, stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars en andere stakeholders. Deze toolbox zal essentiële instrumenten bevatten, zoals de wildspeeltool, communityscan, beweegscan en bouwstenen BVO (beweegvriendelijke omgeving), om gedragswetenschappelijke aspecten te integreren in ontwerpopdrachten en duurzame, inclusieve sport- en beweegplekken te bevorderen. Dit gaan we doen i.s.m. de studenten MCT.\n\n4. Vernieuwende methodologie voor participatief ontwerp: Implementatie van bestaande expertise van design thinking en participatief ontwerp in co-creatiemethodieken waarbij diverse gebruikers en experten actief betrokken zijn bij het definiëren van behoeften en het ontwerpen van beweegvriendelijke ruimtes.\n\n5. Lerend netwerk ‘beweegvriendelijke omgeving’: Vital Cities richtte recent een lerend netwerk ‘beweegvriendelijke omgeving’ op waar gedragspsychologen, onderzoekers, ontwerpers, relevante organisaties en beleidsmakers uit Vlaanderen en Nederland hun kennis en expertise kunnen delen over het ontwikkelen van een inclusieve beweegvriendelijke omgeving. Vanuit Vital Cites fungeren we als coördinator van het lerend netwerk dat 2 keer per jaar samenkomt om kennis uit te wisselen en elkaar te inspireren afwisselend in Vlaanderen of in Nederland. Er liggen heel wat kansen om via dit netwerk onze expertise uit te breiden, samenwerkingen op te zetten, publicaties te schrijven en externe financiering aan te trekken.\n\n6. Walkshop: Vanuit de bestaande en goeie samenwerking met kenniscentrum Sport en Bewegen willen we de kennis bundelen in een vorming die bestaat uit een combinatie van een interactieve presentatie op locatie en een wandeling door de buurt waarbij samen met de workshopleiders een actieve omgevingsscan wordt uitgevoerd. Tijdens de walkshop staan we ook stil bij hoe verschillende gebruikersgroepen de omgeving gebruiken en ervaren om iedereen gelijke kansen te geven om actief te zijn in de openbare ruimte.\n\n7. Dienstverleningspakketten:\nConsultancy en advies: Dit omvat het analyseren van bestaande ruimtes, identificeren van behoeften van diverse gebruikersgroepen en aanbevelen van inclusieve ontwerpstrategieën op basis van bestaande tools van Vital Cities. Faciliteren van participatieve ontwerpprocessen d.m.v. de methodieken en tools van Vital Cities. Aanbieden van monitoring- en evaluatiediensten om de effectiviteit van beweegvriendelijke ontwerpinterventies te voorspellen, te meten en te verbeteren.\n\nSPOOR 2\n\n1. Intrapersoonlijke factoren: methodiek ‘Iedereen KANSporten’\nIedereenKANSporten wordt een volledig uitgewerkt programma om gedurende een afgebakende periode een traject af te leggen met een groep tienermeiden met als doel om hen warm te maken voor sport en tegelijk aan persoonlijke competentieversterking te doen. IedereenKANSporten is een inclusief programma dat voornamelijk gericht is op meiden die minder sportkansen hebben en die in een regulier aanbod te veel drempels ervaren om deel te nemen. Het eindresultaat is een product/methodiek gericht op jongerenorganisaties en verenigingen die werken met tieners en meer willen inzetten op doelgroep meisjes. Deze methodiek kan gevaloriseerd worden door o.a. vzw Brave en kan als dienst ingezet worden. Brave is ontstaan uit het onderzoeksproject G.I.R.L! en gaat praktijkgericht aan de slag met de uitdaging om een betere toegang en meer zichtbaarheid te creëren voor vrouwen in publieke ruimtes en sportactiviteiten.\n\n2. Interpersoonlijke factoren: proces ‘Building Brave Networks’\nBovenstaande methodiek ‘iedereenKANSporten’ wordt geïmplementeerd in een activatieprogramma dat Vital Cities uitvoert in opdracht van de Vlaamse Overheid ‘Cats legacy programma’\nOutput:\nHet proces: een rapport en factsheets dat de geleerde lessen bevat. Een product: een implementatiegids van ons programma iedereenKANSporten bij de aanleg van een nieuwe plek voor jongeren in de publieke ruimte.\n\n3. Interventies op verschillende niveaus:\nKennisproduct: Uitwerken van ‘Meisjes aan zet’ voor integratie in de Vlaamse Trainerschool. Ontwikkelen van een interactieve en educatief spel ‘TEEN TRAIL’ om trainers bewust te maken van de verschillende drempels die tienermeisjes kunnen ervaren bij sportparticipatie."},{"description":"Tussen TUA West en de hogescholen Howest en VIVES is er een samenwerkingsovereenkomst in het kader van de verdere uitbouw van hun internationalisering. TUA heeft als extern verzelfstandigd agentschap van de Provincie tot statutair doel om bij te dragen aan de versnelde transformatie van de kennisgedreven economie in West-Vlaanderen. Zij neemt deze opdracht op via het ontwikkelen, aantrekken en stimuleren van actoren voor hoger onderwijs en onderzoek in de provincie, zodat deze hun samenwerking met en hun maatschappelijke dienstverlening naar ondernemingen kunnen versterken.\n\nHet provinciebestuur West-Vlaanderen zet op haar beurt sterk in op het verder verdiepen van internationale samenwerking. De Provincie ondersteunt al heel lang projecten in het Zuiden. Naast het economische accent trekt zij hierbij de kaart van samenwerking over de grenzen van de eigen sector heen: tussen overheid, derde en vierde pijler, academici, ondernemers,… Daarnaast stimuleert de Provincie in het kader van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage en onderzoekservaringen welomschreven buitenlandse projecten van studenten, pas afgestudeerden, docenten en onderzoekers. Zowel langlopende projecten wereldwijd – in een werkgebied dat complementair is ten opzichte van Erasmus+ – als kortlopende projecten in een buurregio van West-Vlaanderen komen daarbij in aanmerking.\n\nBeide partijen hebben hun krachten gebundeld in de gezamenlijke ambitie om de capaciteit voor internationalisering binnen de hogescholen HOWEST en VIVES verder te versterken. Onderhavige overeenkomst regelt de verhoudingen tussen TUA en beide hogescholen, in navolging van de subsidieovereenkomst tussen de Provincie West-Vlaanderen en TUA met hetzelfde doel.","summary":"Samenwerking tussen TUA West, Howest en VIVES voor internationalisering en kennisgedreven economie in West-Vlaanderen. Provincie stimuleert internationale projecten in onderwijs en onderzoek. Hogescholen versterken capaciteit voor internationalisering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002590","result_description":"1) Inzetten op het Synergie programma \"Project in de Filipijnen\", met als doelstelling de aanpassing aan klimaatverandering via ondernemerschap in duurzame landbouw. Zowel in België als in de Filipijnen zijn er partners uit de academische wereld, lokale overheid, NGO's, coöperaties en vierde pijlers of 'people organisations'. In West-Vlaanderen zijn VIVES en HOWEST de academische partners en andere gelijkaardige initiatieven.\n\n2) Ondersteunen van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage- en onderzoekservaringen door – in samenwerking én overleg met TUA – in te staan voor: het leveren van inspanningen om kwaliteitsvolle onderwijs- en stageplaatsen te vinden voor studenten en docenten in de bestemmingslanden van het vermelde reglement, meer bepaald om in functie van nieuwe stageplaatsen duurzame samenwerkingsverbanden af te sluiten en om bestaande samenwerkingsverbanden te bestendigen (cf. artikel 4 §2 punt 6 van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage- en onderzoekservaringen); het begeleiden van studenten en docenten tijdens de aanvraag van een subsidie of beurs voor een internationale ervaring; het voorbereiden op en het begeleiden tijdens de onderwijs- of stage-ervaring van studenten en docenten.\n\n3) Het ontwikkelen en opvolgen van kwalitatieve (subsidie)dossiers in het kader van verdere internationalisering van de opleidingen binnen andere provinciale reglementen en/of initiatieven in samenwerking met TUA. De capaciteit voor internationalisering binnen Howest versterken."},{"description":"STEAMhive 3.2 is de verlenging van STEAMhive III. De missie van STEAMhive is om STEM-activiteiten te stimuleren, STEM-academies toegankelijk, vernieuwend en wijdverspreid te maken en zo de doelstellingen van de STEM-agenda 2030 mee te helpen verwezenlijken.\n\nOnder ons motto ‘inspireren, faciliteren en informeren’ slaagden we er de afgelopen jaren reeds in een bruisend netwerk van partners bij elkaar te brengen die een gelijke filosofie ter harte nemen. Komende jaren willen we als gangmaker verder onze schouders zetten onder de gemeenschappelijke doelstelling om in Vlaanderen een dynamisch en bloeiend STEM-ecosysteem te creëren. Dit met ons eigen netwerk en samen met overheden, onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties aanpakken is essentieel voor het slagen hiervan.\n\nOnze focus is hierbij op te delen in drie luiken: (1) Continuïteit van het STEAMhive “veldwerk”, (2) Engagement binnen het ecosysteem van gangmakers en (3) Uitbreiding van professionaliseringsaanbod met hedendaagse tools.","summary":"STEAMhive 3.2 bevordert STEM-activiteiten en academies om de STEM-agenda 2030 te ondersteunen. Inspireren, faciliteren en informeren om een dynamisch STEM-ecosysteem in Vlaanderen te creëren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002591","result_description":"Uitrollen van minstens twee STEAMtrails in West-Vlaanderen in samenwerking met Creative STEM. Hierbij worden samenwerkingen met bedrijven opgezet en lokale besturen proactief aangesproken.\n\nIntakegesprekken voeren met minstens tien bedrijven.\n\nOndersteunen van acht nieuwe STEM-academies (al dan niet bestaande) binnen ons netwerk bij hun werking.\n\nAanbieden van het binnen het ecosysteem ontwikkelde trainingstraject aan ons eigen netwerk.\n\nLanceren van een prototype van een digitaal platform voor ons eigen netwerk op een try-out dag.\n\nOntwikkelen en uitrollen van een uitleensysteem ter ondersteuning van STEM-academies.\n\nUitbreiden van het lokale netwerk door het organiseren van minstens twee lokale events, zoals workshops, infosessies, intervisies en uitleensystemen.\n\nFaciliteren van alle havensessies.\n\nHet proactief benaderen van potentiële en reeds bestaande STEM-academies onder het motto “inspireren, faciliteren en informeren” blijft onze missie. We voelen dat we hier nog steeds een rol te spelen hebben binnen ons werkingsgebied en er nog heel wat potentieel ligt. Daarnaast blijven we flexibel om complementair en aanvullend te werk te gaan binnen eigen regio.\n\nWe streven ernaar een even actieve rol op te nemen binnen het Vlaams ecosysteem STEM in de vrije tijd. Dit met een verschuiving binnen de duikboten, waarbij we wat meer loslaten binnen TTT en inzetten op de twee nieuwe duikboten: “Bedrijven” en “Rol en coaching STEM-academie”.\n\nWe willen geleidelijk aan een meer verbindende rol opnemen binnen de volledige Makerscommunity. Vanuit The Enterprise en Mind-and-Makerspace beschikken we alvast over aanzienlijke expertise.\n\nHet werkpakket netwerking zal meer gericht zijn op bedrijven. Door dit direct te koppelen aan events, zoals de Designathons, streven we ernaar de kruisbestuiving tussen de verschillende spelers in ons netwerk aan te wakkeren.\n\nOp vraag van STEM-academies in ons netwerk merken we dat de verplaatsing met jongeren op woensdagmiddag naar een van onze uitvalsbasissen (MaM en Enterprise) soms een uitdaging is. Graag willen we volgend werkjaar starten met een laagdrempelig en kleinschalig uitleensysteem.\n\nDe lancering van het prototype van het digitaal platform met professionaliseringstool wordt met 6 maanden uitgesteld naar het najaar van 2024."},{"description":"In dichtbevolkte stadswijken, zoals die in het noorden van Gent, wonen mensen veelal in kleine huizen met slechts weinig private buitenruimte. Bovendien kampen buurten zoals deze met hittestress, verkeersdrukte, een gebrek aan inclusieve buurtvoorzieningen en socio-culturele activiteiten, en sociale verdringing als gevolg van gentrificatie.\n\nGerichte stadsvernieuwingsprojecten kunnen een antwoord bieden op deze uitdagingen. Het downsizen van de verkeersas op de Blaisantvest biedt kansen om net zo’n impactvolle stadsvernieuwing te realiseren, één die ingrijpt op de sociaal-ruimtelijke vragen vanuit de omliggende wijken en zich ten dienste stelt van de buurt.\n\nDoordat rijstroken in de toekomst vrijkomen, kan niet alleen de Oude Lievegang worden geherintroduceerd. De ruimte kan ook worden aangewend om unieke verblijfs- en ontmoetingsruimtes te creëren tussen twee op vandaag van elkaar gescheiden wijken van Rabot-Blaisantvest en Sluizeken-Tolhuis-Ham met hun bewoners.\n\nOm te achterhalen wat de precieze noden vanuit de twee wijken zijn, is een meerschalig sociaalruimtelijk-programmatorisch onderzoek nodig. Onderzoek dat we graag uitvoeren in een open dialoog met de bewoners van de wijk. Inzichten die hieruit voortvloeien, voeden de zoektocht naar de rol van de stadsvernieuwing en treden in interactie met het ontwerpproces.","summary":"In Gent-Noord biedt stadsvernieuwing op Blaisantvest kansen voor inclusieve buitenruimtes en sociale activiteiten, met input van bewoners. Sociaalruimtelijk onderzoek leidt tot impactvolle oplossingen voor de buurt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002592","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om samen met landbouwers en geëngageerde ketenspelers op Vlaams niveau te onderzoeken hoe er in de toekomst beter kan samengewerkt worden om een stap te zetten in de productie van lokaal geproduceerde eiwitrijke gewassen (gele erwt, veldboon, lupine, soja, kikkererwten, linzen, quinoa, ...) voor humane consumptie.\n\nVia verschillende bijeenkomsten bouwen we niet alleen kennis op rond thema's als faire prijs en risicodeling, maar laten we ook toe dat er vertrouwen kan groeien tussen de ondernemers. Beide aspecten zijn noodzakelijk als er later samengewerkt zal worden.","summary":"Dit project streeft ernaar om landbouwers en partners te betrekken bij het verbeteren van samenwerking voor productie van eiwitrijke gewassen voor humane consumptie. Door kennisuitwisseling en vertrouwen op te bouwen, willen we samen groeien en duurzame relaties opbouwen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002593","result_description":null},{"description":"De Academie Voor De Eerste Lijn (of ‘Academie’) werkt samen met andere netwerkorganisaties en externe partners uit het werkveld en het middenveld, waaronder instellingen zoals het Vlaams Instituut Voor De Eerste Lijn (VIVEL), het Wit-Gele Kruis Vlaanderen en het Vlaams Patiëntenplatform. Met de steun van het Fonds Dr. Daniël De Coninck, beheerd door de Koning Boudewijnstichting, zet de Academie zich in voor het waarborgen van hoogwaardige en geïntegreerde zorg en ondersteuning voor alle personen met een zorg- en ondersteuningsbehoefte en hun netwerk.\n\nDe Academie speelt hierin een actieve rol door te fungeren als een platform voor opleiding en samenwerking tussen alle betrokkenen in de zorg en het welzijn in de eerste lijn.\n\nDe Academie 2.0 zal 4 onderzoekslijnen omvatten:\n- OL1 - Onderzoek naar Duurzame Implementatie\n- OL2 - Onderzoek naar het Versterken van Geestelijke Gezondheid\n- OL3 - Onderzoek naar Toegankelijkheid van de gezondheidszorg d.m.v. innovatieve samenwerkingen\n- OL4 - Onderzoek naar Kerncompetenties en Professionele Identiteit.","summary":"De Academie Voor De Eerste Lijn werkt samen met diverse partners en zet zich in voor hoogwaardige zorg en ondersteuning. Met de steun van het Fonds Dr. Daniël De Coninck bevordert de Academie samenwerking en opleiding in de zorg en welzijn. De Academie 2.0 omvat 4 onderzoekslijnen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002594","result_description":null},{"description":"De resultaten van de meest recente federale enquête woon-werkverkeer hebben aangetoond dat een groot deel van de Belgen voor hun woon-werkverkeer nog altijd de auto prefereert boven alternatieve vervoersmiddelen zoals de trein of de fiets. De gemiddelde afstanden en reistijden voor deze verplaatsingen zijn relatief groot in België.\n\nGelet op de hoge brandstofprijzen, druk op de weginfrastructuur en het brede draagvlak voor duurzaamheid en milieubewustheid, lijken deze onderzoeksresultaten niet te stroken met de ambities geformuleerd in SGD11 van de overeenkomst van Parijs. Met dit project wensen we een mentaliteitsverandering te realiseren door pendelaars te informeren over de verschillende mogelijkheden voor woon-werkverplaatsingen en de optimalisatie van deze verplaatsingen.\n\nWe geven hierbij een compleet beeld op de totale kost (afstand, tijd, financieel, ecologisch) en moedigen duurzame en data-gedreven alternatieven aan. Naast individuele analyses zal de te ontwikkelen applicatie (i.e. platform) ook toelaten om complete personeelsbestanden te verwerken en analyseren.\n\nBedrijven en organisaties kunnen met de verkregen inzichten heel gericht hun mobiliteitsbeleid afstemmen op de behoeften en mogelijkheden van hun individuele medewerkers. We integreren actuele reistijden over de weg en het openbaar vervoer, aangevuld met incentives, zoals fietsvergoedingen of fiscale voordelen enerzijds en de werkelijke kost van verplaatsingen met de auto anderzijds.","summary":"De Belgische voorkeur voor auto boven trein/fiets voor woon-werkverkeer is niet in lijn met duurzaamheid. Ons project promoot mentaliteitsverandering door informeren over alternatieven en kosten, en stimuleert duurzame reisopties met data-ondersteuning.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002595","result_description":null},{"description":"Agro-ecologische landbouw biedt potentieel om landbouw, natuur en burgers dichter bij elkaar te brengen. Wat agro-ecologie inhoudt is voor boeren, burgers en besturen veelal nog onbekend.\n\nDoor agro-ecologie toe te passen op landbouwgronden van de POM Antwerpen (Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij) in Waarloos (Kontich) willen de projectpartners tonen hoe het kan: van overleg met stakeholders over juridische mogelijkheden om grond over te dragen en het zoeken van synergieën met water, bodem, natuur en recreatie, tot de uiteindelijke uitgifte van de gronden aan een of meerdere agro-ecologische boeren.\n\nHet projectdoel is niet alleen een operationeel bedrijf maar ook een lastenboek voor de uitgifte en een handboek voor (lokale) besturen dat de goede praktijken en de verzamelde informatie bundelt.\n\nHet HOGENT-onderzoekscentrum Futures through Design brengt expertise in over regeneratieve landschappen en landbouw, voedselbossen en ontwerpend onderzoek en scenariodenken als verbindende en emanciperende factoren.","summary":"Agro-ecologische landbouw in Waarloos (Kontich) brengt boeren, natuur en burgers samen door praktische toepassingen en samenwerking. Projectpartners werken aan duurzame grondtransfers en synergieën met water, bodem en recreatie, met als doel agro-ecologische boerderijen te vestigen. Het project omvat een operationeel bedrijf, een lastenboek en een handboek voor besturen, ondersteund door HOGENT-onderzoekscentrum.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002596","result_description":null},{"description":"Migratie heeft de socio-culturele mix van de Europese grootsteden grondig veranderd en zo geleid tot etnisch diverse, multiculturele en kosmopolitische steden.\n\nHierbij is Brussel stilaan uitgegroeid tot een van de meest diverse steden ter wereld. Deze afspiegeling zien we ook terug op de schoolbanken van onze opleidingen sociaal werk (bachelor en graduaat) aan EhB en HoGent.\n\nDe afspiegeling brengt diverse spanningsvelden met zich mee, gaande van de kwesties van representatie en diversiteit, over toegankelijkheid en inclusie, tot aan inhoudelijke curriculumhervorming (dekolonisering van curricula).\n\nMet dit alliantieproject willen we nadenken over hoe onze curricula (en haar didactische aanpak), het team en haar denkkaders beter af te stemmen op deze diverse realiteit om zo een meer inclusieve ruimte te worden.","summary":"Brussel is een diverse stad door migratie, wat uitdagingen oplevert voor sociaal werk opleidingen. Project focust op inclusiviteit en curriculumhervorming.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002597","result_description":null},{"description":"Een onderzoek naar co-creatie binnen de context van de digitale kunsten.\n\nTegenwoordig wordt de term co-creatie overal op toegepast, alles wat we voorheen benoemden als samenwerking, participatie, coproductie, valt nu onder deze term. Met het project FRAMED als case study willen we co-creatie aflijnen binnen de context van digitale kunst.\n\nTijdens FRAMED is een toolbox voor nieuwe expressiemogelijkheden en alternatieve (samen)werkingsvormen ontstaan. Er werd een eigen open source software ontwikkeld waarmee kunstenaars simultaan (digitaal met Wacom tablets) kunnen tekenen op 1 canvas dat uit verschillende frames bestaat.\n\nWe plannen experimenten en deelonderzoek door kunstenaars verschillende rollen te geven: de teamplayer, de dirigent, de dictator en de performer. De output van elk experiment/sessie/live-event is een co-gecreëerd digitaal kunstwerk, een getekende animatie die simultaan ontstond.\n\nAls theoretische output van het onderzoek voorzien we een framework en enkele reflectiesessies met de kunstenaars en onderzoekers waarbij we de samenwerking, het verloop van de co-creatie, de eigenheid van de kunstenaar en het gedeelde auteurschap in kaart brengen.\n\nEen tweede output van het onderzoek zal het \"DIGITAL DRAWING COOKBOOK\" zijn, een visuele analyse van het onderzoek, experimenten en best practices. Het Cookbook wordt zo als het ware een handleiding/gids/lexicon/vademecum voor co-creaties binnen de context van digitaal animatietekenen.","summary":"Onderzoek naar co-creatie in digitale kunst met project FRAMED als case study. Ontwikkeling van toolbox voor nieuwe expressiemogelijkheden en samenwerking. Experimenten resulteren in co-gecreëerde digitale kunstwerken en \"DIGITAL DRAWING COOKBOOK\" als gids voor co-creatie in digitaal animatietekenen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002598","result_description":"1/ KRITISCHE THEORETISCHE ANALYSE:\nOm het juiste framework en context te voorzien doen we een beroep op Martino Morandi, een digitaal kunstfilosoof en collega binnen Grafisch ontwerp. Tijdens groepsgesprekken gaat Martino de resultaten analyseren waarna ze gebundeld zullen worden in een kort verslag. De gesprekken gaan enerzijds over de co-creatie op zich en anderzijds over het gedeeld auteurschap met het publiceren van NFT. Kunnen we spreken van een geslaagde co-creatie? Hoe beschouwen kunstenaars hun bijdrage in het geheel? Was er een gelijke verdeling van de creatieve input? Is de individuele bijdrage nog zichtbaar in het geheel?\n\nDe visuele output van de co-creatie, de animatie die gemaakt wordt, beschouwen we als een digitaal kunstwerk. We gaan op zoek naar de juiste platformen om deze online te archiveren als non-fungabele tokens in de blockchain. Belangrijk is dat dit ongecensureerd en duurzaam kan zijn, met aandacht voor de auteursrechten van de verschillende kunstenaars die hieraan meewerkten. Vanaf het moment dat een digitaal werk gemint wordt (publiceren in de blockchain) wordt dit vastgezet voor de eeuwigheid (of toch zeker met een garantie voor 200 jaar). Aan een digitaal werk is ook een smart contract verbonden, dat bevat informatie over de auteurs, hoeveel kosten er terugvloeien naar de auteurs bij toekomstige transacties als bijvoorbeeld het werk zou verhandeld worden op de digitale kunstmarkt. Het is belangrijk dat dit als een doordacht proces gebeurt: Gaan we unieke werken of gaan we edities minten? Welke titels, benamingen, omschrijvingen zullen we gebruiken? Hoe gaan we om met de verschillende auteurs, co-auteurs? Wat met creative commons?\n\n2/ THE DIGITAL DRAWING COOKBOOK:\nEen visuele analyse zal gebeuren in het “digital drawing cookbook”: een “handleiding”, “lexicon”, “vademecum” dat de veelzijdigheid van de (samenwerkings)vormen en expressiemogelijkheden met FRAMED aantoont. Het lexicon wordt zowel een tool als een naslagwerk: een handleiding, een gecureerde visuele analyse van de deelonderzoeken en experimenten, een inspiratiebron voor de kunstenaar... Door zaken uit te lichten, te vergroten, te herhalen zal het specifiek wijzen op de aandachtspunten voor co-creatie binnen de context van live collaboratief animeren. Na iedere sessie/project/performance worden de resultaten ontleed en worden er fragmenten geselecteerd om te publiceren. Er zal in dialoog getreden worden met onder andere Gina Poortman. Het COOKBOOK zal starten als een flexibel online beschikbaar document en gedurende de periode van het onderzoek zijn vaste vorm aannemen om uiteindelijk analoog gepubliceerd te worden als een rijkelijk gevuld, dik en smakelijk COOKBOOK met verschillende recepten en ingrediënten. We plannen aan het einde van dit project ook bijkomend een track report in te dienen voor de productie."},{"description":"De afgelopen jaren hebben de concepten Kunstmatige Intelligentie (AI) en Machine Learning (ML) zich niet alleen gevestigd als experimentele onderzoeksgebieden, maar ook als veelzijdige tools met creatieve toepassingen. Terwijl er opvallende doorbraken en wijdverbreide adoptie zijn geweest op het gebied van tekstgeneratie (ChatGPT) en beeldgeneratie (DALL-E), hebben muzikale generatietools nog niet veel publiek gebruik of artistieke inspanningen gekend. Door gebruik te maken van gegevens in de vorm van audioregistraties en muzikale mapping kunnen AI-algoritmen patronen en stilistische elementen leren, verwerken en repliceren die te vinden zijn in complexe muzikale systemen, allemaal zonder de noodzaak van expliciet gedefinieerde generatiemethoden.\n\nDit onderzoeksproject heeft tot doel specifieke artistieke methodologieën te onderzoeken en te ontwikkelen voor het gebruik van muzikale AI-tools in het collaboratieve mens-machine creatieve proces. Dit streven omvat de studie en toepassing van gegevens die zijn gegenereerd door de kunstenaar-onderzoekers binnen de onderzoeksgroep CREATIE. Verschillende kunstenaar-onderzoekers binnen CREATIE zijn momenteel bezig met het incorporeren van machine learning in hun creatieve werken, met als doel het verfijnen en ontwikkelen van nieuwe benaderingen, methodologieën en vaardigheden. Bovendien hebben hun artistieke onderzoeksactiviteiten een aanzienlijke hoeveelheid materiaal opgeleverd dat geschikt is voor het machine learning-proces.","summary":"Ontdek hoe AI en Machine Learning muzikale creativiteit stimuleren door het leren, verwerken en repliceren van complexe muzikale elementen. Onderzoek binnen CREATIE focust op het integreren van deze tools voor vernieuwende artistieke expressie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002599","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nVlaamse bedrijven hinken achterop op het vlak van levenslang opleiden. Ze onderschatten niet alleen de impact van de integratie van bedrijfsopleidingen in de bedrijfscultuur, maar ook de positieve invloed op de bedrijfsprestaties en het concurrentievermogen van ondernemingen. Opleiding bevordert de inzetbaarheid van werknemers, speelt in op attitudes/motivatie en werkt de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt weg. VR wordt steeds meer gebruikt voor bedrijfsopleidingen (Freina & Ott., 2015). Het medium is effectief in de verhoging van het leerrendement (Palter & Grandcharov, 2014; Bissonnette et al., 2016), zeker in veiligheidstraining (Tichon & Burgess-Limerick, 2011). De afgelopen jaren is het aanbod aan VR-simulatoren dan ook exponentieel gegroeid, maar er zijn nog obstakels (Engelbrecht et al., 2019).\n\nOnderzoeksvragen\n\nVoorliggend project biedt een gezamenlijk antwoord op de genoemde tekortkomingen door een geïntegreerde aanpak van zowel AI-gedreven VR-training als 3D scanning voor VR-simulatoren.\n\nMethodologie\n\nHet project is opgebouwd uit 4 werkpakketten met elk hun methodologie: \nWP1: AI-gedreven VR-training: Van ideation over adaptief VR-scenario tot prototyping (bouwen van VR-ruimte, algoritmes, dashboard, integratie AI-module in VR-omgeving) en testing in verschillende experimenten (sandbox), inclusief rendementsstudie (metingen voor, tijdens en na). \nWP2: 3D scanning en integratie in VR-workflow: Gebruiksvriendelijke methode voor selectie/combinatie van 3D scanning technieken en integratie van 3D modellen in VR-workflow (WP voor partner: UAntwerpen).\nWP3: Disseminatie werkveld: Kennisdoorstroom van projectresultaten naar de verschillende doelgroepen van het werkveld.\nWP4: Interne disseminatie: Kennisdoorstroom naar de hogeschoolopleidingen.\n\nResultaten, disseminatie en communicatie\n\nPer doelgroep wordt volgende output opgeleverd:\n1. VR-ontwikkelaars\n- Training-algoritme (projectwebsite).\n- Draaiboeken voor VR-scenario’s en lessons learned (projectwebsite).\n2. Opleidings- en vormingscentra\n- User manuals voor adaptieve VR-training ontwikkeld werden voor POC’s (projectwebsite).\n- Demo van adaptieve VR bij één van de opdrachtgevers of bij AP Hogeschool (op vraag).\n- Workshop over adaptieve VR-training of workshop op maat in de centra (mits betaling).\n3. Industrie en veiligheid\n- Workshop over adaptieve VR-training of workshop op maat in de centra (mits betaling).\n- Demo van adaptieve VR bij één van de opdrachtgevers of bij AP Hogeschool (op vraag).\n\nTen slotte ambieert het project academische output (Taak 3.3) voor 3 wetenschappelijke thema’s:\n1. Inzichten didactische scenario’s en effectstudie\nVoorlopige inzichten in kunnen worden gepresenteerd op praktijk wetenschappelijke congressen. Er wordt een bijdrage vooropgesteld bij het jaarlijks congres van de European Association on Practitioner Research on Improving Learning (EAPRIL). Voor de definitieve resultaten wordt een artikel voorbereid in een (Engelstalig) peer-reviewed tijdschrift. Daarbij wordt gemikt op een journal rond professionele ontwikkeling in bedrijven (zoals Vocations and Learning), innovatief onderzoek (zoals frontline learning research) of educatieve technologie (zoals Educational Technology Research and Development).\n2. Inzichten in Adaptieve VR\nDe prestaties van het AI-module zullen worden gebundeld en als paper en posterpresentatie voorgesteld op het ‘International Conference on Advanced Virtual and Augmented Reality for Training and Assessment’ (ICAVARTA) op 3 mei 2022 in Singapore.\n3. Inzichten in 3D scanning\nDe 3D scan inzichten en workflow naar Mixed Reality zal worden gecommuniceerd in verschillende academische congressen waarin de Antwerp Design Factory/UA nu al participeert, o.a. IEEE ISMAR en IEEE VR voor technische oplossingen, ACM DIS (Designing Interactive Systems) en ISS (Interactive Surfaces and Spaces) voor human factors/ontwerpgebaseerde optimalisatie van embodied interfaces.","summary":"Vlaamse bedrijven hebben tekortkomingen in levenslang leren en VR-training wordt steeds belangrijker. Een project integreert AI-gedreven VR-training en 3D-scanning voor VR-simulatoren. Resultaten worden gedeeld met VR-ontwikkelaars, opleidingscentra en de industrie. Academische output omvat inzichten in didactische scenario's, adaptieve VR en 3D-scanning.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002600","result_description":"Het project beoogt de volgende projectdoelstellingen:\n\nOntwikkeling van 2 adaptieve VR-trainingen (POC’s) die het leerrendement met 15% verhogen, verifieerbaar door een effectstudie. User manual voor trainers binnen industrie en opleidingscentra om werknemers efficiënter te trainen en zo de noodzakelijke gedragsverandering te bewerkstelligen. Open source AI-module (Machine Learning-algoritme) voor adaptieve VR-simulatie.\n\nSandbox voor user testing door onderzoekers en studenten om het leerrendement van adaptieve VR-training te meten in het Immersive Lab (AP) of op de werkvloer (bij begeleidingsgroep). User manual voor 3D scannen van trainingsobjecten/ruimtes en integratie in VR-workflow.\n\nStakeholders (VR- en AI-bedrijven, opleidingscentra en ondernemingen) met elkaar verbinden en een dynamiek bewerkstelligen die opleidingsinnovatie in Vlaanderen initieert. Tools aanreiken voor innovatieve leermethoden. Overtuigen meer te investeren in opleiding, meetbaar via survey.\n\nVerwachte resultaten en impact:\n\nMet de stimulans van dit TETRA-project krijgen Vlaamse VR-bedrijven een leidende rol in AI-gedreven VR-training, waardoor ze zich concurrentieel kunnen meten met andere (internationale) producenten. Een tweede economische impact betreft het opleidingspotentieel van Vlaamse (industriële) bedrijven, nl. toegenomen motivatie en leerrendement van werknemers dankzij adaptieve VR-training. Dit zal zich vertalen in betere slaagcijfers en dus een lagere kostprijs voor de werkgever.\n\nEen maatschappelijke impact betreft een mentaliteitswijziging bij werkgevers en werknemers zodat meer ingezet wordt op opleidingen en ‘levenslang leren’. Verspreiding van de resultaten zal voornamelijk verlopen via de opleidingscentra en de sectororganisaties. Doorstroming naar het onderwijs is er via verschillende bacheloropleidingen van AP."},{"description":"Dit onderzoek is gewijd aan mogelijke verbanden tussen Creative Writing en het creëren van hedendaagse kunstwerken. Het wordt beschouwd vanuit de pogingen van de surrealisten om het onbewuste element van het scheppingsproces zichtbaar te maken en te valoriseren.\n\nDoor studie van de surrealistische werken zelf (schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur, muziek, theater) heb ik dit academiejaar met studenten van de KAA en de KCA een corpus samengesteld van surrealistische situaties en methoden.\n\nParallel daaraan heb ik met kinderen van het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle en van de BOSLABS in Antwerpen die methodes toegepast om een surrealistische toolbox samen te stellen. Deze vormt de basis voor samenwerkingen met kunstenaars als Frederik Lizen, Fleur de Roeck, Julien Neirynck, Maarten Inghels, Maika Garnica en anderen.\n\nDit zou ik de komende vier jaar willen herhalen en uitdiepen. Hierbij maak ik gebruik van internationale contacten met schrijvers, kunstenaars en vertalers die ik ontmoet tijdens congressen, colloquia en residenties in heel Europa. Dit is om die inzichten te toetsen aan wat er tijdens het creatief schrijfproces gebeurt.","summary":"Dit onderzoek verkent de verbanden tussen Creative Writing en hedendaagse kunst, geïnspireerd door surrealisten. Samen met studenten en kinderen zijn surrealistische methoden verzameld en toegepast om een toolbox te creëren voor samenwerkingen met bekende kunstenaars. Dit project zal de komende jaren worden voortgezet en verdiept met internationale input.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002601","result_description":"Output:\n\n1) Een corpus van surrealistische situaties en methoden.\n2) Een surrealistische toolbox.\n3) Een constellatie van artistieke verwezenlijkingen door en samen met andere kunstenaars, schrijvers, vertalers, musici, theatermakers en studenten.\n4) Reflectie en communicatie hierover aan de hand van publicaties.\n5) Een nieuw literair werk dat deze inzichten toepast."},{"description":"Dit onderzoek ontspringt vanuit een fascinatie voor geluidskunst die focust op de perceptie en beleving van de sonische omgeving, waar de geluiden op zichzelf, de verschillende sonische kwaliteiten en texturen de kern zijn van deze muziek.\n\nPersoonlijk vind ik dat deze tak het dichtst aanleunt bij beeldhouwen of schilderen, het is een combinatie van materialen, texturen en kleuren die zorgvuldig samen geplaatst worden als geluidscollage; een sonische sculptuur in een akoestische ruimte.\n\nMet dit onderzoek wil ik mijn praktijk als improviserende jazzmuzikant uitbreiden door het akoestisch instrument te implementeren in een elektronische klankenwereld en te improviseren binnenin deze nieuwe klanken.\n\nHet hoofddoel van dit onderzoek is om creatieve tools te ontwikkelen gebaseerd op de theoretische concepten m.b.t. geluid en improvisatie. De voornaamste doelstellingen zijn (i) uitwerken hoe de theorie zich in de praktijk vertaald a.d.h.v. een literatuurstudie, (ii) de analyse van een casestudy van twee vroege elektronische composities om een kader te creëren om dergelijke composities te kunnen uitvoeren en (her)interpreteren, en (iii) een onderzoek naar de transdisciplinaire mogelijkheden van dit onderzoek in de vorm van twee artistieke projecten.\n\nHet uiteindelijke doel is om daaruit een artistieke praktijk te destilleren en toegankelijke tools te ontwikkelen voor improviserende muzikanten en performers, dat in de vorm van lecture-performances en workshops zal gedeeld worden.","summary":"Verken geluidskunst, focus op sonische beleving en improvisatie. Ontwikkel creatieve tools voor muzikanten met lectures en workshops.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002602","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\nDe Vlaamse regering formuleerde in haar regeerakkoord 2019-2024 de doelstelling om de werkzaamheidsgraad tegen 2024 op te trekken naar 80%. Het is in dit verband essentieel om iedereen maximale en gelijke kansen te bieden bij het vinden en behouden van een job. Hiervoor onderneemt de Vlaamse regering een reeks van activerende maatregelen. Echter, ook werkgevers kunnen door een inclusiever aanwervingsbeleid de werkzaamheidsgraad verhogen.\n\nMet de onderzoekslijn Spotting Talent zet de Professionele Bachelor Toegepaste Psychologie (PBa TP) in op gelijke kansen in wervings- en selectieprocedures. Voor elke tien werkende Belgen is er één langdurig ziek. Mentale gezondheidsproblemen vormen de belangrijkste oorzaak en de COVID-19-crisis zal dit nog uitvergroten. Na personen met een migratieachtergrond (zie onderzoeksproject We CQ, Spotting Talent, 2018-2022), nemen we nu dan ook personen met een psychische beperking als doelgroep onder de loep.\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAG & DOEL\nHerziening van de selectieprocedure, als eerste stap in het tewerkstellingsproces, kan bijdragen aan gelijkere kansen op de arbeidsmarkt. Dit project wil recruiters ondersteunen om bij de selectie van geschoolde medewerkers oog te hebben voor gelijke kansen voor personen met een psychische beperking door de ontwikkeling van een online tool ter bevordering van een inclusief wervings- en selectieproces. Alle fasen in het wervings- en selectieproces, van het competentieprofiel tot de keuze voor de geschikte kandidaat, zullen worden belicht. Daarbij trachten we unconscious bias, onbewuste associaties die onze keuzes beïnvloeden, zoveel mogelijk te beperken.\n\nDe Centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Welke acties kan een recruiter nemen bij de werving en selectie van geschoolde medewerkers om gelijke kansen te bevorderen voor personen met een psychische beperking?\n\nMETHODOLOGIE\nNa een gerichte literatuurstudie/desk research en het kwalitatief bevragen van experts (semi-gestructureerde interviews en focusgroepen), de doelgroep en recruiters (kwalitatieve online enquête), worden criteria opgesteld voor good practices in werving en selectie van personen met een psychische beperking. Bestaande praktijken worden geëvalueerd en nieuwe aanbevelingen worden, waar nodig, geformuleerd. Een online tool wordt in een pilot getest en aangeboden op spottingtalent.ap.be.","summary":"De Vlaamse regering streeft naar 80% werkzaamheidsgraad in 2024. Het project 'Spotting Talent' van PBa TP focust op gelijke kansen voor personen met psychische beperkingen in wervings- en selectieprocedures, met als doel inclusiever aanwervingsbeleid te bevorderen. Unconscious bias wordt aangepakt door een online tool te ontwikkelen voor recruiters om gelijke kansen te garanderen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002603","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek verkent de relatie tussen performer en kostuum en benadert beide ambachten door de relatie tussen lichaam en materie te bemiddelen. Als we kostuum benaderen als een zintuiglijk-relationele entiteit met een eigen dynamiek, zou de verstrengeling van kostuum en lichaam dan nieuwe manieren kunnen voorstellen om materie waar te nemen via een zintuiglijk-relationele methode? Bovendien, als deze ervaring het lichaam in een voorlopige staat brengt, hoe kan het dan een politiek lichaam creëren? Dit project zal dit politieke lichaam vooraf definiëren als 'corpo-gambiarra', geïnspireerd op het Braziliaanse concept van 'Gambiarra', dat in het dagelijks gebruik verwijst naar \"geïmproviseerde oplossingen voor problemen\", en in Tupi-Guarani taal \"een voorlopig kamp in een onbekend gebied benoemt\".\n\n'Corpo-gambiarra' zal de drijvende kracht van het onderzoek zijn, belichaamd in verschillende resultaten: te beginnen bij de educatieve praktijk door het verspreiden van op kostuum gebaseerde methodologie in een workshop voor dansers (Koninklijk Conservatorium Antwerpen, Performact); volgend op de theoretische verankering waar Braziliaanse auteurs en kunstenaars een centrale plaats innemen in het onderzoek. Performatieve lezingen zullen de concepten funderen en een essay zal het eerste geraamte van de 'corpo-gambiarra' methode uitwerken. Als performer zal Renata Lamenza Epifanio een installatieperformance creëren, gevolgd door de publicatie van een boek. Gesteund door een internationale en transdisciplinaire klankbordgroep wil dit onderzoek de noties van dans en kostuum en de territoria waar ze geïnstalleerd worden verkennen vanuit een kritisch-duurzame praktijk, waarbij 'corpo-gambiarra' als (politiek) instrument wordt gebruikt om dit te bereiken.","summary":"Dit onderzoek verkent de relatie tussen performer en kostuum en introduceert het concept van 'corpo-gambiarra' als een politiek lichaam dat improvisatie en oplossingen symboliseert. Het project omvat workshops, theoretische verankering, performatieve lezingen, en een installatieperformance, allemaal gericht op het verkennen van dans en kostuum door een kritisch-duurzame praktijk.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002604","result_description":null},{"description":"In ‘Conditions For Raw Materials’ wil ik werken rond en met circulatie van materialen en ideeën in tentoonstellingen. Hoe garandeer ik langdurigheid, zonder materiële ‘rest’ na afloop van de tentoonstelling? Hoe sla ik de subtiele gelaagdheid van het denkwerk op?\n\nIn ‘Conditions For Raw Materials’ richt ik mij op twee ruwe materialen, in hun beginvorm: aluminium, en farmaceutische basiscomponenten.\n\nIn dit zoeken naar nieuwe denkvormen over duurzaamheid, documentatie en archivering van materieel- en gedachtegoed, concentreer ik mij op circulatie: (her)integreren van materialen; waarde en (kunst)verkoop als conceptueel onderdeel; en het bewaren van onzichtbare arbeid.","summary":"Marketingcommunicatie samenvatting: 'Focus op duurzaamheid en circulatie van materialen in tentoonstellingen. Integreer ruwe materialen, waarde en verkoop als concept, en bewaar onzichtbare arbeid.'","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002605","result_description":null},{"description":"Van eind jaren 1950 tot begin jaren 1970 ontwikkelden beoefenaars op verschillende gebieden zoals experimentele muziek, postmoderne dans en conceptuele kunst een vergelijkbare methode. Hierbij wordt een idee intuïtief bedacht, een reeks eenvoudige instructies afgeleid en de procedure blindelings uitgevoerd, precies zoals geïnstrueerd. Het idee verwijst naar een mogelijke handelwijze waarvoor geen vaardigheid of talent nodig is. De instructies bepalen niet het resultaat, maar alleen het proces om onvoorspelbaarheid mogelijk te maken. De handeling wordt voornamelijk uitgevoerd voor de nieuwsgierige performer, zonder dat er in wezen toeschouwers nodig zijn.\n\nGeworteld in het gedeelde belang om het werkproces te bevrijden van het ego en het open te stellen voor toeval, hebben deze 'conceptuele/performatieve' acties een verbazingwekkend maar miskend effect. Door de cerebrale controle uit te schakelen en zo een kader te creëren voor een compacte en onmiddellijke interactie tussen zelf en wereld, onthult en vernieuwt het de meest aangeboren aard van de performer als een geleefd lichaam in het hier en nu. Als een groot kunstwerk niet viert hoe speciaal maar hoe uniek ieder mens is, dan is het maken van een opname door middel van een dergelijke procedure zeker de meest directe, bevrijdende en speelse manier om er een te realiseren.\n\nHoe kunnen we deze methode integreren en het potentieel ervan activeren in het hedendaagse kunstonderwijs? Hier is conceptie nog steeds gekoppeld aan intentie en reden, terwijl performance vaak wordt gezien als een theatrale showcase. Door te experimenteren met de werkelijke onderwijspraktijk en deels geholpen door de filosofische terminologie van Kitaro Nishida, beoogt dit onderzoek een geheel nieuw curriculum te ontwikkelen. Dit curriculum dient als leidraad voor elk individu bij het opbouwen van een levenslang oeuvre. Het doel is om de persoonlijkheid voortdurend opnieuw uit te vinden als werkelijk verschillend van die van niet alleen anderen, maar ook van zijn eigen verleden en toekomst.","summary":"Van de jaren 1950 tot 1970 ontstond een methode waarbij ideeën intuïtief werden bedacht en blindelings uitgevoerd, onvoorspelbaarheid mogelijk makend. Deze 'conceptuele/performatieve' acties onthullen de aangeboren aard van de performer als uniek individu. Integratie van deze methode in kunstonderwijs biedt een directe, bevrijdende en speelse manier om een uniek kunstwerk te creëren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002606","result_description":"Deelname aan Aichi Triennale 2022, vertoning van een werk als repetitie van mijn proefschrift.\n\nLezingen geven bij diverse academische en tentoonstellingsgelegenheden.\n\nHet publiceren van een kunstenaarsboek waarin het script is samengesteld, alle essays die tijdens de onderzoeksperiode zijn geschreven, en de nieuwste versie van het depersonalisatie-genealogiediagram.\n\nHet presenteren van een grootschalige installatie."},{"description":"Sinds september is het project De Sympoiesis Tuin gestart in de Academie. Dit is mijn éénjarig onderzoeksproject voor 2022 - 2023. Deze tuin functioneert als een safe(r) space voor diversiteit waar iedereen welkom is. De tuin is een belangrijke meerwaarde voor het delen van kennis en ervaring over natuur.\n\nVia deze aanvraag wil ik de Sympoiesis tuin uitbreiden en verder ontwikkelen naar een duurzame praktijk. Het grondwerk is reeds gebeurd, maar ondersteuning is nodig om de nieuwe aanplanting van een perk naar een tuin te ontwikkelen.\n\nDit tweejarig onderzoeksproject gaat over het opstarten van een community garden waarin kunst & ecologie samenkomen en die wordt voortgezet door de studenten. Letterlijk neemt dit project de studenten mee naar buiten om op een zinvolle manier op persoonlijk en artistiek vlak met ecologie te werken. Door vrijblijvend mee te tuinieren in de Academie kunnen ze met botanische kennis hun eigen praktijk verrijken en een nieuw denkbeeld ontwikkelen.\n\nDe historische Academie tuin wordt geactualiseerd door hedendaagse theorie over de natuur en klimaatsverandering. We werken met de boeken When Species Meet en Staying with the Trouble van Donna Haraway, een belangrijke stem in het pluralistisch denken in de wetenschappen en de kunsten.\n\nHet doel is om deze inclusieve community garden te verweven in de grotere werking van de Academie. Dit project zal zowel online als offline gedeeld worden in publicaties, een website en een uitnodigende tuin waarin actief wordt getuinierd.","summary":"De Sympoiesis Tuin is een inclusieve community garden bij de Academie, waar kunst en ecologie samenkomen. Studenten werken samen aan een duurzame praktijk, geïnspireerd door hedendaagse theorieën over natuur en klimaat. Het project bevordert botanische kennis en persoonlijke groei, zowel offline als online gedeeld.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002607","result_description":"De tuin zelf is een 'patch' als cultuur-natuur studie in de Academie. Dagelijks lopen studenten en bezoekers door deze tuin.\n\nDe Instagram pagina @royalacademyantwerpgarden.\n\nIn samenwerking met Loraine Furter en de studenten die willen deelnemen, maken we samen een publicatie over de tuin en onze werking. Dit om de tuin te vertalen naar een ecofeministische meerstemmigheid.\n\nEr is ook een online logboek beschikbaar via https://elinedc.blogspot.com/p/the-royal-academy-of-antwerp-garden.html."},{"description":"Dit onderzoek wil, vanuit een artistiek perspectief, de denkbeeldige breuk tussen ambacht en technologie behandelen, waarbij de nadruk ligt op het overbruggingspunt tussen hand en machine bij het maken van juwelen en meer in het bijzonder bij het snijden van edelstenen.\n\nHoewel de etymologische definitie van ambacht een direct verband vertoont met het domein van de technologie, en ondanks het feit dat de mens is ondergedompeld in een zelfgemaakte wereld, wordt ambacht vaak geassocieerd met de manier waarop de dingen in het verleden werden gedaan, maar niet met de manier waarop ze in de toekomst zullen worden gedaan.\n\nWij bouwen ons begrip op via technologische systemen die op hun beurt vorm zullen geven aan hoe wij handelen en denken. De inclusie van nieuwe technologieën in de ambachten heeft een tweedeling in het productieproces teweeggebracht. Dit is een ander \"ambacht\", dat door zijn onlichamelijke aard een laag van mysterie toevoegt aan het maaksysteem.\n\nIndividuen moeten op creatieve wijze het grote potentieel dat zich via nieuwe technologische processen aan ons openbaart, begrijpen en er harmonieus mee omgaan, zonder het slachtoffer te worden van de verblindende betoveringen van het techno-oplossisme.\n\nMijn onderzoeksmethodologie is grotendeels gebaseerd op een interdisciplinaire aanpak, waarbij fysiek wordt onderzocht hoe cognitieve structuren evolueren binnen zowel traditionele als moderne fabricageprocessen. Op een tastbare manier, via de realisatie van een artistieke installatie, waarbij handgesneden juwelen van edelsteen en geautomatiseerde computertechnologie worden gecreëerd, zal de interactie tussen maker, proces en artefact in vraag worden gesteld.","summary":"Dit onderzoek verkent de relatie tussen ambacht en technologie in het maken van juwelen, met focus op handmatig snijden van edelstenen. Het onderzoekt hoe nieuwe technologieën het productieproces beïnvloeden en daagt uit om creatief om te gaan met technologische vooruitgang.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002608","result_description":"Dit onderzoek richt zich op de uitvoering van één hoofdwerk/installatie. Er zal een zelfgemaakte geautomatiseerde computergestuurde machine worden gebruikt die zal interageren met afgewerkte, handgesneden juweelobjecten van edelsteen. Het performatieve werk wil reflecteren op de hiërarchie tussen de menselijke en niet-menselijke actoren, en de evolutie van ambacht en technologie als een eenheid, bijproduct van het proces van begrijpen.\n\nDit zal gepaard gaan met een schriftelijke publicatie. Deze publicatie bestaat uit een compilatie van interviews met verschillende meesters steenhouwers, in combinatie met mijn persoonlijke ervaringen tijdens de evolutie van het project en met theoretische achtergrond die zal worden verkregen uit verschillende publicaties over het onderwerp.\n\nDit 2-jarige project zou vervolgens kunnen leiden tot een PhD-aanvraag. Dan zouden de onderzochte methode en onderzoeksresultaten verder ontwikkeld kunnen worden."},{"description":"Probleemschets\n\nContent and Language Integrated Learning (CLIL) verwijst naar het aanleren van curriculumvakken in een andere taal dan de gebruikelijke instructietaal (bijv. Engels, Frans, Duits, Spaans, etc.). CLIL werd bedacht om een dubbele doelstelling te behalen, namelijk het verbeteren van de studenten hun inhoudelijke vakkennis en tegelijkertijd het verbeteren van de taalkennis. Onderzoek toont aan dat CLIL diverse voordelen heeft en dat op diverse vlakken.\n\nOp vlak van taalvaardigheid:\nDoordat CLIL-leerlingen tegelijkertijd verschillende talen aan het leren zijn, kunnen ze hun inzicht in taalstructuren aanscherpen. Ze begrijpen daardoor beter hoe hun moedertaal/de onderwijstaal werkt dan niet-CLIL leerlingen. Dit inzicht laat hen toe sneller vorderingen te maken in de CLIL-taal, maar ook in de beheersing van het Nederlands, de onderwijstaal.\n\nOp vlak van cognitieve vaardigheden:\nMeertaligheid vergroot iemands vermogen om op een andere manier de wereld waar te nemen, zijn gedachten te organiseren, zijn geheugen te gebruiken.\n\nOp vlak van sociale vaardigheden:\nCLIL-leerlingen ondervinden een minder grote sociale afstand met vreemde-taalsprekers. Ze zijn meer bereid met vreemde-taalsprekers om te gaan. Dit gemak zorgt ervoor dat leerlingen zich competent voelen om met anderstaligen in gesprek te gaan en dat ook graag doen.\n\nHoewel CLIL lang de naam heeft gehad van een didactiek te zijn voor de cognitief sterke studenten, draagt CLIL het potentieel in zich om een sterke leerwinst te creëren voor álle leerlingen, ook leerlingen met een lage SES. Willen we CLIL in het onderwijs verder implementeren, dan moeten we rekening houden met verschillende factoren. Leerkrachten moeten een sterke CLIL-opleiding krijgen die hen motiveert om hier mee aan de slag te gaan. CLIL moet mee in het talenbeleidsplan van de (hoge)school opgenomen worden. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat CLIL-, taal-, en vakleerkrachten echte teamspelers worden.\n\nDoel en Relevantie\n\nIn 2022 onderzoeken we hoe een projectmatige CLIL-aanpak impact kan hebben op de zelfsturing van leerlingen en hun taalcompetenties. Uit onderzoek van de VDAB blijkt immers dat werkgevers meer kennis van het Frans en betere kennis van het Engels vragen. De taalnoden voor verschillende sectoren zijn ook vaak specifiek. Ze vragen niet om werknemers die vloeiend in één vreemde taal zijn – zoals het doel van een traditionele CLIL-aanpak. Leerlingen moeten eerder functioneel meertalig worden in bepaalde, voorspelbare situaties, en specifieke taalvaardigheid en woordenschat ontwikkelen in functie van verschillende carrières of studies.\n\nBovendien is het project relevant in de context van het lerarentekort in Vlaanderen. Deze zorgt ervoor dat leerkrachten steeds meer interdisciplinair en flexibel moeten werken. Door een projectmatige CLIL-aanpak te ontwikkelen, kan hun professionele taalvaardigheid flexibeler worden ingebed in het curriculum van de middelbare school in functie van de beschikbare leraren.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe centrale onderzoeksvragen luiden:\n1. Welke impact heeft een projectmatige CLIL-les op de motivatie en zelfsturing voor de taal- en vakinhoud op leerlingen in het secundair onderwijs (die niet in een CLIL-traject zitten)?\n2. Wat zijn de kritische succesfactoren voor studenten bij het leren van een kernwoordenschat tijdens een projectmatige CLIL-les?\n\nMethodologie\n\nWe organiseren stages (buiten de reguliere) voor AP-studenten met CLIL als afstudeerprofiel, die bovendien werken aan een CLIL-bachelorproef. De studenten geven CLIL-lessen in secundaire scholen met een diverse studentenpopulatie die geen CLIL-traject hebben.\n\nN.a.v. de projectmatige CLIL-lessen, worden volgende onderzoeksmethodes ingezet met het oog op het beantwoorden van de centrale onderzoeksvragen:\n- Observatie van de CLIL-lessen\n- Kwantitatieve en kwalitatieve bevraging van leerlingen\n- diepte-interviews met leerkrachten en stagiaires\n\nBovendien zullen we ook meer gedetailleerde kwalitatieve gegevens van de leerlingen verzamelen vooral om te polsen mbt. de tweede onderzoeksvraag: het afnemen van pilot interviews bij leerlingen (geselecteerd op basis van antwoorden op de vraag rond woordenschat in de bevraging); informele focusgesprekken (uitgevoerd door leraren in opleiding).","summary":"CLIL verbetert taal- en cognitieve vaardigheden van alle leerlingen, niet enkel de sterke. Onderzoek naar projectmatige CLIL-aanpak in 2022 richt zich op zelfsturing en taalcompetenties van secundaire scholieren. Het project is relevant gezien het lerarentekort in Vlaanderen. Methodes omvatten stages, observaties en bevragingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002609","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n- Conferentie papers (bijv. VELOV, School💗Onderzoek, Taalcongres, World CLIL)\n- Didactisch materiaal"},{"description":"Probleemschets\n\nMomenteel ontbreekt een zicht op actueel CLIL-onderwijs in Vlaamse scholen. Recent onderzoek toonde indicaties voor selectiviteit van CLIL op niveau van leerling en school (Broca, 2016; Dallinger et al., 2018; Struys, 2021; Van Mensel et al. 2020). Kwalitatief onderzoek is echter noodzakelijk om een fijnmaziger zicht te krijgen op profielen van leerlingen en scholen, onderliggende dynamieken en processen en hun onderlinge samenhang. Internationaal onderzoek geeft voor het secundair onderwijs indicaties dat CLIL-onderwijs taalvaardigheid kan bevorderen zonder negatieve gevolgen te hebben voor de kennis van de dominante instructietaal of vakinhouden (Hooft, Gobyn & Van den Branden, 2019). Resultaten van buitenlands onderzoek kunnen echter niet zomaar getransfereerd worden naar Vlaanderen.\n\nDe Vlaamse context kenmerkt zich immers door een aantal bijzonderheden. In het Vlaams onderwijs kan CLIL, afhankelijk van traject tot traject, worden aangeboden in het Frans, Engels en/of Duits. In andere landen en de Franse gemeenschap, krijgen leerlingen vaak meer CLIL-uren aangeboden in eenzelfde doeltaal dan in het Vlaamse onderwijs. In het buitenland en de Franse gemeenschap bestaan ook vormen van tweetalig onderwijs, wat kan gezien worden als een specifiek CLIL-type met sterke focus op één doeltaal. In Vlaanderen is CLIL in het basisonderwijs niet mogelijk, terwijl in Wallonië en internationaal CLIL-leerlingen daarentegen soms al een CLIL-traject gelopen hebben in het lager onderwijs. In de beleidsnota 2019-2024 wordt een wetenschappelijke evaluatie van de impact van CLIL op de leerprestaties van leerlingen in het secundair onderwijs gevraagd.\n\nOnderzoeksvragen\n\nIn dit onderzoek vraagt het Departement Onderwijs en Vorming om in een doordacht geselecteerde groep van scholen in de diepte zicht te bieden op de door scholen gerapporteerde effecten van CLIL. Ze verwachten in deze opdracht dat we aangeven hoe we binnen de scope van dit onderzoek de effectiviteit van het CLILonderwijs (zowel naar zaakvakken als doeltalen toe) kunnen meten. Daarom vragen ze om in doordacht geselecteerde scholen diepgaande inzichten te bieden in:\n\n- de door de school vastgestelde schoolse vorderingen van de leerlingen in de zaakvakken, de doeltalen en het Nederlands en de aard van de data die de scholen gebruiken om hierover uitspraken te doen;\n- algemeen schoolse en voor CLIL specifieke motivatie en self-efficacy van de betrokken leerlingen;\n- de rol van deze schoolse prestaties van leerlingen die CLIL-onderwijs volgen onder meer bij evaluaties en bij beslissingen over studieadviezen en attestering;\n- verschillen tussen leerlingen die CLIL volgen met leerlingen die geen CLIL volgen.\n\nVoor een goed geïnformeerde selectie van cases is een overzicht en typologie van de profielen van de scholen die CLIL aanbieden, in vergelijking met scholen die geen CLIL aanbieden, essentieel. Hierbij is fijnmazige informatie vereist onder meer over schoolgrootte, studie-aanbod, kenmerken van hun leerlingenpopulatie, o.m. ook inzake de linguïstische verwantschap van de thuistaal van de leerlingen en de doeltaal; welke CLIL-trajecten scholen aanbieden (in welk(e) leerj(a)r(en) bieden ze CLIL aan, hoeveel uur per week, in welke doeltaal, voor welk zaakvak). We vragen niet enkel een beschrijvende analyse, maar ook zicht op de bepalende factoren (zowel bij het schoolbeleid, kenmerken en opvattingen van leraren en leerlingen, kenmerken van CLIL-onderwijs), de onderliggende processen en dynamieken en hun onderlinge samenhang. De bevindingen moeten getoetst worden aan relevante wetenschappelijke kaders over kwaliteitsvol CLILonderwijs. Het onderzoek richt zich op CLIL in het Vlaamse secundair onderwijs.\n\nMethodologie\n\nIn overeenstemming met deze onderzoeksdoelen worden verscheidene onderzoekslijnen (L) uitgezet. Om de onderzoeksdoelen te realiseren en de onderzoeksvragen te beantwoorden, kiezen we bewust voor een mixed methods-aanpak, zodat verschillende onderzoeksparadigma’s elkaar kunnen aanvullen, en tot slot tot een mooie synthese kunnen leiden. Een Vlaanderenbreed kwantitatief onderzoek aan de hand van een survey is daarbij essentieel.\n\nL1 Literatuuronderzoek waarin D1 gerealiseerd wordt aan de hand van een systematische meta-review-studie (umbrella review);\n\nL2 Kwantitatief onderzoek ter realisatie van D2: een Vlaanderenbreed survey-onderzoek waarbij in de analyse\n− met descriptieve analyses tot een overzicht wordt gekomen van de toepassing van CLIL in het huidige Vlaamse secundair onderwijs;\n− profielanalyses van scholen en leerlingen die CLIL aanbieden gemaakt worden aan de hand van latent profile analysis en clusteranalyses;\n− de relaties tussen de ervaren effecten van CLIL-onderwijs en achterliggende, verklarende kenmerken blootgelegd worden aan de hand van structural equation modeling (SEM);\n− de kwaliteit van de eventueel nieuwe of aangepaste instrumenten gecontroleerd wordt (d.m.v. factoranalyses).\n\nL3 Kwalitatief onderzoek: integratie en verdieping van de bevindingen door middel van een delphi-studie, waarin doelmatig meerdere actoren betrokken worden uit scholen die effectief CLIL-onderwijs aanbieden enerzijds, en scholen die (recent) gestopt zijn met CLIL anderzijds, om blokkerende factoren en succesfactoren in effectieve implementatie verder uit te lijnen, met ruimte voor een systemische invalshoek.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar effecten van CLIL-onderwijs in Vlaamse scholen omvat diepgaande analyses van leerlingenvorderingen, motivatie en schoolprestaties. Methodologie omvat literatuur- en kwantitatief onderzoek, alsook een delphi-studie voor inzichten over effectieve implementatie van CLIL-onderwijs.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002610","result_description":"VERWACHTE RESULTATEN\n\nDit onderzoek moet resulteren in een wetenschappelijk rapport dat de gevraagde inzichten biedt en hun onderlinge samenhang beschrijft, onderbouwd door relevante wetenschappelijke kaders.\n\nHet rapport dient ook aanbevelingen te formuleren ten aanzien van het beleid en relevante actoren op alle niveaus."},{"description":"PROBLEEMSCHETS:\nHet holistisch perspectief waaruit de ergotherapeut handelt, maakt dat ergotherapie nauw aansluit bij de visie die de eerstelijnsgezondheidszorg nastreeft (Bazemore et al., 2016; Bolt et al., 2019). De paradigmashift naar persoonsgerichte, geïntegreerde en vraaggerichte zorg benadrukt de noodzaak van een betere integratie van ergotherapie in de eerste lijn binnen interdisciplinaire samenwerkingsinitiatieven (FOD, 2017; Dahl-Popolizio et al., 2017). Het kadaster biedt tot op heden echter geen zicht op het aantal ergotherapeuten die daadwerkelijk hun rol als gezondheidsberoepsbeoefenaar uitoefenen in de eerstelijnszorg (FOD, 2017). Ook de rolinvulling van ergotherapeuten binnen de eerste lijn wordt slechts beperkt gedefinieerd, noch hoe ze hierop voorbereid worden (Donnelly et al., 2016, Ergotherapie Vlaanderen, 2018).\n\nONDERZOEKSVRAGEN: Welke competenties en rollen hebben ergotherapeuten die heden werkzaam zijn in de eerste lijn? Welke competenties dienen te worden opgenomen in een competentieprofiel van een ergotherapeut werkzaam in de eerste lijn in Vlaanderen?\n\nMETHODE:\nEen inventaris van ergotherapeuten werkzaam in de eerste lijn zal uitgevoerd worden door dataverzameling via een survey (Donnelly et al., 2016). Op basis van een literatuurstudie, diepte-interviews en een Delphi-studie wordt een Vlaams competentieprofiel volgens CanMeds ontwikkeld (RCPS, 2018). Een beroepsgericht evaluatie-instrument wordt opgesteld dat zowel door ergotherapeuten als werkgevers gebruikt kan worden. Het PWO wordt uitgewerkt in nauwe samenwerking met de beroepsvereniging Ergotherapie Vlaanderen.\n\nRELEVANTIE:\nDe uitkomsten van dit project en het verspreiden van het profiel in eerstelijnszones kunnen bijdragen aan een betere integratie van ergotherapie binnen de eerstelijnszorg. Adviezen gericht tot de Vlaamse opleidingen en tot het werkveld in het kader van het verzekeren van kwaliteitszorg in de eerste lijn kunnen daarenboven geformuleerd worden.","summary":"Ontdek hoe ergotherapeuten in de eerste lijn beter kunnen integreren en welke competenties nodig zijn in Vlaanderen. Onderzoeksmethoden omvatten surveys en interviews voor een CanMeds competentieprofiel. Resultaten zullen bijdragen aan kwaliteitszorg en integratie van ergotherapie in de eerstelijnszorg.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002611","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\nHet zorglandschap is onderhevig aan verandering, waarvan ontwikkeling op gebied van technologie de meest significante is (Aluoch, 2016). Technologie in de gezondheidszorg wordt geplaatst onder het brede begrip ‘eHealth’. eHealth is het gebruik van hedendaagse informatie- en communicatietechnologieën, in het bijzonder internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren (Wouters et al., 2017). Deze kenmerkt zich bijvoorbeeld door de opkomst van elektronische patiëntendossiers, applicaties voor gezondheidsbevordering en tele-monitoring om patiënten extramuraal op te volgen.\n\nHet gebruik van eHealth in de gezondheidszorg kan enkel efficiënt zijn wanneer zorgverleners zich kunnen ontwikkelen tot technologisch wendbare professionals (Ahonen et al., 2016). Onder technologische wendbaarheid wordt het leren omgaan met, en organiseren van, nieuwe informatie- en communicatietechnologie binnen de zorg verstaan.\n\nOm de implementatie van zorgtechnologieën vlot te laten verlopen is het belangrijk te starten bij de gebruiker, de zorgverlener. Zij hebben de power om de implementatie van technologische wendbaarheid succesvol te laten slagen. Ondanks de voordelen verloopt het implementeren van zorgtechnologie moeizaam (van der Zijpp, Wouters, & Sturm, 2018).\n\nONDERZOEKSDOEL\nEr is tot op heden nog geen onderzoek gedaan naar de technologische wendbaarheid van Vlaamse zorgverleners. Daarom luidt ons onderzoeksdoel: het exploreren van de technologische wendbaarheid van zorgverleners uit de eerste-, tweede en derde lijn in Vlaanderen. In dit project worden volgende zorgverleners betrokken: vroedvrouwen, verpleegkundigen en ergotherapeuten.\n\nVolgende vragen staan centraal:\n1. Wat is de mate van technologisch wendbaar gedrag bij vroedvrouwen, verpleegkundigen en ergotherapeuten uit de eerste, tweede en derde lijn in Vlaanderen?\n2. Wat zijn de noden en barrières voor het gebruik van zorgtechnologie bij vroedvrouwen, verpleegkundigen en ergotherapeuten uit de eerste, tweede en derde lijn in Vlaanderen?\n3. Wie zijn de early adopters binnen de beroepsgroepen?\n4. Welke competenties van technologisch wendbaar gedrag bezitten de early adopters?\n\nMETHODOLOGIE\nIn eerste instantie zal een dwarsdoorsnedeonderzoek worden uitgevoerd. Concreet, i.f.v. het beantwoorden van onderzoeksvraag 1 en 2, wordt een digitale vragenlijst uitgezet. De vragenlijst zal peilen naar socio-demografische gegevens alsook zal er gebruik gemaakt worden van het UTAUT-meetinstrument, het SEPDA-meetinstrument en het LAMH-meetinstrument. De vragenlijst maakt het mogelijk om de \"early adopters\" op vlak van technologische wendbaarheid te detecteren. I.f.v. onderzoeksvraag 3 en 4 zullen vervolgens diepte-interviews worden afgenomen bij vroedvrouwen, verpleegkundigen en ergotherapeuten die als \"early adopter\" kunnen worden beschouwd. Deze kwalitatieve bevraging biedt meer inzicht in het gedrag en ervaringen aangaande zorgtechnologie bij de betreffende groep.","summary":"Onderzoek naar technologische wendbaarheid van Vlaamse zorgverleners in eHealth. Hoe adopteren zij nieuwe technologieën en welke competenties hebben zij? Bevraging van vroedvrouwen, verpleegkundigen en ergotherapeuten via vragenlijst en diepte-interviews.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002612","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nOp 23 maart 2023 publiceerde het ‘Platform tegen energiearmoede’, beheerd door de Koning Boudewijnstichting, zijn jaarlijkse ‘Energiebarometer’. In 2021 kampt 20,6% van de Belgische huishoudens met energiearmoede, in Vlaanderen bedraagt dat percentage 14,8% (in 2014 – wanneer de eerste editie van de Energiebarometer gepubliceerd werd – bedroeg de energiearmoede in België en Vlaanderen respectievelijk ‘slechts’ 14,6% en 11,2%).\n\nParallel met de stijgende energiearmoede en dus met de problematische situatie op het vlak van energieconsumptie, zien we ook een aantal relevante technologische en maatschappelijke ontwikkelingen op het vlak van energieproductie. Deze kunnen gevat worden door het concept ‘energietransitie’ dat duidt in een evolutie in de richting van: a) energievoorziening die zoveel mogelijk steunt op hernieuwbare, koolstofarme energiebronnen zoals zonne- en windenergie; b) energie die in de toekomst steeds meer lokaal zal worden geproduceerd, opgeslagen en verbruikt; c) energieconsumenten die evolueren van louter passieve betalers van hun energiefacturen naar actieve beïnvloeders van de energiemarkt; d) energieconsumenten – individuen (al dan niet coöperatief georganiseerd), bedrijven of organisaties – die tegelijk ook energieproducenten van hernieuwbare energie worden (zgn. prosumenten) en binnen de contouren van een evoluerend beleidskader ter zake steeds meer mee kunnen bepalen met wie, tegen welke voorwaarden en volgens welke modaliteiten zij deze (overschotten van) geproduceerde hernieuwbare energie wensen te delen. \n\nRelevant in het kader van dit onderzoeksproject zijn ook de vaststellingen dat: (a) Een aantal Antwerpse bedrijven die als prosumenten meer hernieuwbare energie produceren dan zij zelf nodig hebben, overweegt om (gedeelten van) deze energieoverschotten – in het kader van hun beleid op het vlak van Corporate Social Responsibility (CSR) – mee in te zetten in de strijd tegen lokale en regionale energiearmoede. (b) Onderzoekers van het AP-departement Industrie en Omgeving ter zake zowel over de relevante bedrijfsnetwerken beschikken als over de technologische expertise die mogelijk maakt dat hernieuwbare energieoverschotten in real-time kunnen worden ingezet voor (in casu) sociale doeleinden.\n\nDeze diepgaander te exploreren opportuniteit roept vanuit sociaal en ethisch oogpunt evenwel ook vragen op waarop middels voorliggend praktijkgericht wetenschappelijk onderzoeksproject antwoorden kunnen geboden worden:  \n\n• Wat zijn de ethische en sociale uitgangspunten, criteria en randvoorwaarden voor een rechtvaardige verdeling van deze hernieuwbare energieoverschotten? \n\n• Hoe kunnen we concreet project voor deze herverdeling afstemmen op de evoluerende beleidskaders voor energiedelen en armoedebestrijding en hoe komt dit project tegemoet aan de perspectieven en bekommernissen van de diverse betrokken stakeholders? \n\nEen door alle betrokken stakeholders als gedragen ervaren ethisch kader dat aansluit op de technologische mogelijkheden en dat bovendien toepasbaar is in de evoluerende beleidskaders ter zake, vormt een randvoorwaarde om dit toekomstgerichte verhaal van energiedelen via een pilootproject in opvolging van voorliggend onderzoeksproject om te zetten in realiteit.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nWat zijn – binnen een evoluerende technologische en beleidsmatige context – rechtvaardige criteria en realistische randvoorwaarden voor een verdeling van hernieuwbare energieoverschotten geproduceerd door Antwerpse bedrijven in de strijd tegen energiearmoede?\n\nMETHODOLOGIE\n\n• Deskresearch naar vergelijkbare projecten en interviews met experten omtrent a) de realiteit van energiearmoede, b) de beleidscontext voor energiedelen, c) de technologische mogelijkheden en beperkingen op het vlak van energiedelen en d) goede praktijken ter zake. \n• Literatuuronderzoek omtrent ethische criteria die relevant kunnen zijn met het oog op energiedelen.\n• Focusgroepen met vertegenwoordigers van diverse stakeholdergroepen om te komen tot a) gedragen ethische criteria en realistische randvoorwaarden voor energiedelen en b) een blauwdruk voor een pilootproject ter zake in opvolging van dit eenjarig onderzoeksproject.","summary":"Jaarlijkse Energiebarometer toont stijgende energiearmoede in België. Onderzoek richt zich op verdelen hernieuwbare energieoverschotten voor armoedebestrijding. Ethische criteria en beleidskaders worden onderzocht voor pilotproject.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002613","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n• Beknopte paper waarin a) de resultaten van de deskresearch, de interviews met experten, het literatuuronderzoek en de focusgroepen worden geanalyseerd, b) onderbouwde en gedragen ethische criteria en realistische randvoorwaarden voor energiedelen worden geduid, c) een netwerk van relevante experten en stakeholders in kaart wordt gebracht en d) een blauwdruk voor een pilootproject in opvolging van dit eenjarig onderzoeksproject wordt beschreven.\n\n• Een netwerk event waarop de onderzoeksresultaten en de blauwdruk voor een pilootproject worden toegelicht ten aanzien van relevante stakeholders en geïnteresseerde experten.\n\n• Een beknopte audiovisuele productie (bv. een video) waarin de onderzoeksresultaten populariserend worden geduid."},{"description":"Probleemschets\n\nDe aandacht voor duurzaamheid in organisaties en de maatschappij als geheel is de afgelopen decennia enorm toegenomen. Ook de EU trekt resoluut de duurzame kaart. Met de Green Deal heeft ze ambitieuze doelen gesteld om tegen 2050 de eerste klimaatneutrale economie te worden en wil ze de transitie naar een duurzame en circulaire economie versnellen. In het zog van deze deal worden aan een hoog tempo wettelijke verplichtingen doorgevoerd. Bedrijven die vooralsnog geen of te weinig aandacht hebben voor een duurzaam bedrijfsbeleid, zullen daar vroeg of laat toe verplicht worden.\n\nEen belangrijke hefboom om de transitie naar een duurzame economie te maken, zijn de aankopen die we doen. Wanneer men systematisch kiest om duurzaamheidscriteria op te nemen bij aankoopbeslissingen, dan trekken consumenten en bedrijven via hun koopkracht de markt van duurzame producten en diensten aan, en zullen er op termijn veel meer dergelijke producten en diensten op de markt komen.\n\nHoewel er in de B2C-marketing en onderzoek al veel aandacht is besteed aan de houding van consumenten ten opzichte van duurzaamheid en duurzame aankoopgewoonten, wordt het duurzaam aankoopgedrag in de B2B-markt minder onderzocht en belicht. Toch is het daarom niet minder van belang, integendeel. De meeste resources worden aangewend voor de productie van goederen in B2B-markten. En het is niet ongebruikelijk dat ondernemingen tussen de 50% en 80% van hun beschikbare budget aan aankoopactiviteiten besteden. Aankoop is een essentieel onderdeel van het bedrijfsbeleid en de verduurzaming van het aankoopbeleid heeft dus een grote impact.\n\nOok in het kader van de verplichte duurzaamheidsrapportering wordt een duurzaam aankoopbeleid steeds belangrijker. Bedrijven zullen moeten rapporteren over de duurzaamheidsprestaties van hun leveranciers. En leveranciers met aandacht voor duurzaamheid zullen op hun beurt kunnen profiteren omdat ze klanten zullen aantrekken die verplicht zijn of willen rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties.\n\nHoewel het belang van duurzaam bedrijfsbeleid en aankoop steeds meer wordt erkend, lijken duurzaamheidscriteria, met name voor KMO's, nog niet zo belangrijk te zijn bij hun aankoopbeslissingen. In tegenstelling tot de federale overheid die bij haar aankoopactiviteiten rekening houdt met duurzaamheidscriteria, lijkt dit nog niet zo te zijn voor Belgische KMO's. Uit onderzoek blijkt dat slechts 36% van de Belgische KMO's 'overschakelen naar groenere leveranciers' als actie noemt om efficiënter gebruik te maken van hulpbronnen. Populairdere maatregelen zijn: afval minimaliseren, energie besparen en materiaal besparen. Ook ons eigen onderzoek suggereert dat KMO’s nog relatief weinig actie ondernemen om bij de keuze van leveranciers rekening te houden met duurzaamheidscriteria.\n\nWat betreft het aanbod biedt iets meer dan 1/3e van de Belgische KMO’s wel groene producten en/of diensten aan, maar deze zijn slechts goed voor minder dan 10% van hun totale omzet. Er lijkt dus potentieel te zijn om de omzet vanuit dit duurzamer aanbod te vergroten. Leveranciers die inzetten op duurzaamheid en dit op de juiste manier vermarkten zullen een concurrentieel voordeel hebben ten opzichte van diegene die dit niet doen.\n\nOm een bedrijf ervan te overtuigen om duurzamere aankoopbeslissingen te nemen, is het als leverancier niet alleen belangrijk om duurzaamheid in het bedrijfsbeleid op te nemen, maar er ook over te communiceren. Ook hier zien we dat duurzaamheidscommunicatie naar eindconsumenten relatief meer aandacht krijgt dan naar bedrijven. Toch vereist dit doorgaans een andere manier van communiceren. Informatieve teksten, rekenvoorbeelden, vragen over green taxonomy, technische specificaties, total cost of ownership, … het zijn zaken waar je de gemiddelde consument niet mee moet lastigvallen. Voor B2B-communicatie is het onmisbaar.\n\nUit aftoetsing met het werkveld blijkt dat duurzaamheid heel sectorafhankelijk is en om concrete adviezen te kunnen geven, is het nuttig om te focussen op een bepaalde sector. Daarom zullen we ons in dit onderzoek richten op de foodservice sector. Een interessante sector gezien het belang van deze sector in Antwerpen en de link die kan worden gelegd met onze opleiding hotelmanagement.\n\nMet dit onderzoek willen we bijdragen aan het ontwikkelen van effectieve B2B-marketing- en communicatiestrategieën voor leveranciers (KMO’s) om zo hun duurzamere opties aantrekkelijker te maken voor hun zakelijke klanten. We willen dit in de eerste plaats doen door meer inzicht te verwerven in het aankoopgedrag van bedrijven: de attitudes van bedrijven ten opzichte van duurzaamheid, welke duurzaamheidscriteria belangrijk zijn bij de keuze van leveranciers/aankopen, welke belemmeringen/drijfveren bedrijven hebben bij het nemen van duurzame aankoopbeslissingen. Daarnaast willen we onderzoeken hoe deze inzichten in de B2B-marketing- en communicatie-initiatieven geïntegreerd kunnen worden om zo bedrijven te overtuigen om duurzamere aankoopbeslissingen te nemen.\n\nOnderzoeksvragen\n\nHoe kunnen we bij KMO’s de groene revolutie in B2B-aankopen versnellen?\n- Wat zijn belangrijke criteria bij het nemen van een aankoopbeslissing en wat is het belang van duurzaamheidscriteria?\n- Wat zijn de drijfveren/belemmeringen in het nemen van duurzame aankoopbeslissingen?\n- Wat zijn de noden en verwachtingen van de bedrijven met betrekking tot duurzame aankopen?\n- Hoe communiceren over duurzaamheid in B2B en hoe verschilt dat van B2C-communicatie?\n\nMethodologie\n\nDit tweejarig project zal volgende methodologieën hanteren:\n- Literatuurstudie van zowel academische als praktijkgerichte literatuur.\n- Semi-gestructureerde interviews met experten en KMO’s (leidinggevenden, zaakvoerders, verkopers, aankopers,…) om de focus van het onderzoek nog scherper te stellen en de onderzoeksmethode te verfijnen.\n- Op basis van de resultaten uit de semi-gestructureerde expertinterviews wordt er beslist of er verder geanalyseerd wordt door middel van surveys (kwantitatief onderzoek) of diepte-interviews (kwalitatief onderzoek) bij KMO’s - zowel leveranciers als aankopers zullen bevraagd worden.","summary":"Duurzaamheid wordt steeds crucialer in aankoopbeslissingen. Bedrijven moeten zich voorbereiden op verplichte duurzaamheidsrapportering en groenere leveranciers kiezen. Communicatie over duurzaamheid in B2B-markten is essentieel. Ons onderzoek richt zich op de foodservice sector om effectieve B2B marketingstrategieën te ontwikkelen en duurzame opties aantrekkelijker te maken voor KMO's.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002614","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n- Literatuurstudie\n- Artikel in academisch en/of vaktijdschrift(en)\n- Whitepaper + presentaties op ondernemersnetwerken."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nWanneer leerlingen uitspraken doen omtrent identiteit of diversiteit, handelen veel leerkrachten vanuit een diversiteitsstille aanpak, waarbij praten/werken rond verschillen genegeerd worden (Husband, 2012). Dit komt o.a. voort uit goede bedoelingen en/of handelingsverlegenheid; uit angst om controle te verliezen, inhoudelijk onvoldoende bijdrage te kunnen leveren of zich onvoldoende voorbereid te voelen in het omgaan met diversiteit (Céleste, 2017; 2019).\n\nAls kinderen echter geen opening of taal krijgen om over diversiteit te praten, bestaat het risico dat ze onjuiste ideeën internaliseren en vooroordelen ontwikkelen, zelfs als die in hun eigen nadeel zijn (Agirdag, 2020; Hirschfeld, 2008).\n\nOm een sterk zelfbeeld en positieve attitudes van leerlingen in het omgaan met diversiteit te versterken, is het belangrijk om de diversiteitscompetenties van leerkrachten te stimuleren (Slot et al., 2019; Agirdag, 2016). Recent kwamen enkele professionaliseringstrajecten hierrond op de markt; Demoklap voor secundair onderwijs (Atlas) en Kleu(te)rRijk voor kleuteronderwijs (AP). Deze initiatieven zijn veelbelovend, maar er liggen nog kansen in onmiddellijke inbedding en impactmeting in de klaspraktijk zelf.\n\nVoorgaande projecten richtten zich minder op het eigenlijke handelen in de klaspraktijk, maar meer op de professionele kennisontwikkeling, de vaardigheden en overtuigingen van leerkrachten. Er is echter niet altijd een duidelijke lijn tussen het veronderstelde en daadwerkelijke gedrag van leraren. Eerdere studies suggereerden al dat het veranderen van de \"belief systems” van leraren niet altijd leidt tot een andere lespraktijk (Romijn et al., 2021).\n\nOm het zelfbeeld, wereldbeeld en de brede ontwikkeling van alle kinderen te bevorderen, is het belangrijk om de ondersteuning van leraren bij het uitvoeren van hun nieuwe interculturele kennis en vaardigheden als prioriteit te stellen (Sheridan et al., 2009). Het videocoachingstraject (VCT) dat we in dit project zullen ontwerpen zal precies deze ondersteuning bieden voor leerkrachten en voldoen aan de vereisten voor kwaliteitsvolle professionele ontwikkeling in sociaal rechtvaardig onderwijs (SRO).\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nHoe kan een videocoachingstraject bijdragen aan het versterken van de competenties van leerkrachten voor sociaal rechtvaardig onderwijs?\n\n- Deelvraag 1: In welke mate evolueren de diversiteitscompetenties bij leerkrachten na dit video-coachingstraject?\n- Deelvraag 2: Hoe percipiëren de verschillende stakeholders (leerkrachten, experts) het verloop, de effectiviteit en de impact van de videocoaching als tool om interculturele competenties te versterken?\n\nONDERZOEKSMETHODOLOGIE\n\nWe baseren ons onderzoek op de Educational design research methodiek (EDR, McKenney & Reeves, 2012). De methode en dataverzameling van dit onderzoek wordt opgebouwd volgens de fasen van EDR:\n\n1. Analyse- & exploratiefase (jaar 1): Literatuurstudie (videocoaching in het versterken van SRO; diversiteitscompetenties ifv meetinstrumenten-ontwikkeling; professionalisering in SRO…); Expertbevraging m.b.t. videocoaching; brede bevraging van en observaties in het werkveld\n\n2. Ontwerpfase (jaar 1, 2, 3): Het traject wordt in meerdere iteraties gecocreëerd:\n- 2.1. Jaar 1: ontwikkeling van een kijkwijzer en meetinstrumenten\n- 2.2. Jaar 1-2: Coconstructie van versie 1 van het VCT obv data uit de analyse- en exploratiefase.\n- 2.3. Jaar 2: Op basis van analyse data 3.1 volgt de uitbouw versie 2 van het VCT\n- 2.4. Jaar 3: Op basis van analyse data 3.2 & 3.3 volgt de uitbouw van de finale versie van het VCT\n\n3. Evaluatie/reflectie (jaar 2&3)\n- 3.1. Jaar 2: testrondes met enkele leerkrachten & walk-through met de klankbordgroep.\n- 3.2. Jaar 3: versie 2 van het VCT wordt geïmplementeerd in een piloottraject met 12 leraren\n- 3.3. Jaar 3: dataverzameling ifv 2.4. + ifv inzicht in werkzame principes en (waargenomen) impact van het VCT\n\nWe maken gebruik van een quasi-experimenteel onderzoek waarbij een kwalitatieve pre- en post-meting (survey + vignet + videoanalyse) wordt afgenomen bij de experimentele groep (VCT) en 2 controlegroepen (professionaliseringstraject zonder videocoaching + leerkrachten zonder professionaliseringstraject). Daarnaast verzamelen we data over de werkzame principes van het VCT via een survey, focusgroepen en onderzoekerslogboek.","summary":"Leerkrachten handelen vaak diversiteitsstil bij uitspraken over identiteit en diversiteit. Ons videocoachingstraject versterkt diversiteitscompetenties en interculturele vaardigheden, met focus op directe impact in de klas. Onderzoek beoordeelt evolutie van competenties en stakeholderpercepties. Met EDR-methodologie ontwikkelen we iteratief het VCT en evalueren we de effectiviteit bij leerkrachten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002615","result_description":"VERWACHTE RESULTAAT\n\nDe voornaamste output van het project:\n- Een evidence-based professionaliseringstraject, namelijk VideoCoachingTraject (VCT), gericht op het versterken van de diversiteitscompetenties van leerkrachten.\n\n- Kijkwijzer videocoaching in SRO.\n\n- Wetenschappelijk artikel over videocoaching in de context van SRO.\n\n- Inspiratiedag.\n\n- Presentaties op internationale congressen."},{"description":"DOEL EN PROBLEEMSTELLING\n\nESTAFETT focust op het verwerven van theoretisch en empirisch inzicht in de impact van team teaching. Team teaching is een collaboratief onderwijsmodel waarbij twee of meer leraren samenwerken in de voorbereiding, het lesgeven en/of de evaluatie van een les/vak. Ondanks de populariteit van team teaching als een veelbelovende strategie – zowel in onderzoek als in de onderwijspraktijk - is er nauwelijks empirische evidentie die de effectiviteit van team teaching overtuigend aantoont. Rekening houdend met de lacunes in de huidige state-of-the-art en de duidelijke vraag naar evidentie geformuleerd door het werkveld, beoogt dit project inzicht te verwerven in de effecten van team teaching op leerlingen en leraren.\n\nDeze doelstelling wordt meer in detail onderzocht via volgende onderzoeksvragen:\n\nWat is het effect van team teaching op de kwaliteit van leerkrachten, en meer specifiek op hun professionele identiteit en welbevinden van leerkrachten? (RQ1)\n\nWat is het effect van team teaching op evidence-based effectief leerkrachtgedrag gerealiseerd door leerkrachten in hun klaslokalen? (RQ2)\n\nWat is het effect van team teaching op de outcomes van leerlingen, en meer specifiek op zowel cognitieve en niet-cognitieve resultaten? (RQ3)\n\nWat is het effect van professionele ontwikkelingsinitiatieven rond team teaching op leerkrachtkwaliteit en effectief leerkrachtgedrag? (RQ4)\n\nWelke valide en betrouwbare meetinstrumenten kunnen ontwikkeld worden om de effecten van team teaching op de outcomes voor leraren en leerlingen in kaart te brengen? (RQ5)\n\nHoe ontwerp, evalueer en herontwerp je professionele ontwikkelingsinitiatieven voor leerkrachten voor verschillende belanghebbenden? (RQ6)\n\nMETHODE\n\nOm voorgaand doel te bereiken worden vier onderzoekslijnen vooropgesteld:\n(1) een grootschalig vragenlijstonderzoek, (2) een video-gebaseerde observatiestudie, (3) een quasi-experimentele studie, en (4) een interventieonderzoek. Deze onderzoekslijnen resulteren in vier, op evidentie gebaseerde utilisatieproducten: (1) een Vlaanderen-brede professionele leergemeenschap, (2) een online kennisplatform, (3) een professionaliseringstraject, en (4) een white paper met beleidsaanbevelingen rond team teaching. Methodologisch onderscheidt dit SBO-project zich duidelijk van het huidige onderzoeksveld door grootschalig onderzoek dat voorbijgaat aan de perceptie, door het integreren van meer directe meetmaten en een quasi-experimenteel luik.\n\nVERWACHTE RESULTATEN EN IMPACT\n\nDusdanig leveren de voorgestelde onderzoekslijnen baanbrekende theoretische inzichten op en tillen ze empirisch onderzoek rond team teaching naar een hoger niveau. De voorgestelde producten en meetinstrumenten bieden een antwoord op urgente noden geformuleerd door het Vlaamse onderwijsveld in het algemeen en een diverse en grote groep van reeds geëngageerde stakeholders in het bijzonder. Het project wordt uitgevoerd door een consortium van experten van twee universiteiten en twee hogescholen. Uit dit onderzoek zullen 12 manuscripten resulteren bedoeld voor een A1 publicatie in wetenschappelijke tijdschriften. Daarnaast zullen er geschikte instrumenten en producten voor het werkveld ontwikkeld worden.","summary":"Onderzoek naar impact van team teaching op leraren en leerlingen, met focus op effectiviteit en meetinstrumenten. Project omvat diverse methoden en resulteert in bruikbare producten voor onderwijsveld. Uitgevoerd door consortium van experten, met verwachte wetenschappelijke publicaties en praktische toepassingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002616","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject vormt de eerste grondige studie naar de pioniersrol van vrouwelijke Belgische theaterartiesten tijdens het modernisme: van de onafhankelijkheid (1830) tot een belangrijke feministische overwinning kort na WO II (1948).\n\nDe studie analyseert de opvoeringspraktijken als een 'spel met féminitude', een concept binnen het feminisme van de tweede golf dat verwijst naar de vrouwelijke genderidentiteit. Dit project is geen louter theoretische onderneming, maar stelt theatrale strategieën voor om feministische geschiedschrijving te performen.\n\nHet werpt een licht op de performatieve praktijken van vrouwelijke kunstenaars, op basis van een zorgvuldig geselecteerd corpus van Belgische toneelschrijfsters, performers, regisseuses en choreografen.\n\nDe doelstellingen zijn drieledig: (a) historische informatie verzamelen en ontsluiten over de rol van vrouwelijke kunstenaars in de vroege Belgische theatergeschiedenis, (b) de sociopolitieke relatie tussen de Belgische podiumkunsten en het feminisme in 1830-1948 begrijpen, en (c) performatieve strategieën ontwikkelen om de geschiedenis van vrouwen te (her)ontdekken en (in/ver)beelden.","summary":"Dit project onderzoekt de pioniersrol van vrouwelijke Belgische theaterartiesten tijdens het modernisme, van 1830 tot na WO II. Het analyseert 'spel met féminitude' en stelt theatrale strategieën voor om feministische geschiedschrijving te performen. Het belicht performatieve praktijken van vrouwelijke kunstenaars en heeft als doelen historische informatie verzamelen, sociopolitieke relaties begrijpen en performatieve strategieën ontwikkelen voor het (her)ontdekken en afbeelden van vrouwen in de geschiedenis.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002617","result_description":"De output bestaat uit:\n\n(a) Een website met materiaal van/over Belgische vrouwelijke theaterkunstenaars.\n\n(b) Een bijbehorend boek met een analyse van het corpus aan de hand van het concept 'féminitude'.\n\n(c) Een 'feminist history play' gebaseerd op de ontwikkelde strategieën van performatieve geschiedschrijving.\n\n(d) Lessen, workshops en publicaties."},{"description":"Abstract only available in English.","summary":"Summary: Abstract available only in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002618","result_description":null},{"description":"Bij curatie gaat het niet alleen om presentatie. Het gaat ook om actieve keuzes met betrekking tot tools en rollen, die een impact hebben op het gebruik ervan, en op de betrokken individuen.\n\nCuratoren hebben invloed op zowel rollen als de personen die ze vervullen. Dit brengt ons bij de kwestie van zorg in curatie, waar de behandeling van uitvoerende artiesten op de voorgrond komt. \n\nArtiesten, ooit essentieel, worden nu selectief ingezet, wat strategische beslissingen van artistiek leiders illustreert. Deze instrumentalisatie strekt zich uit tot andere kunstenaars en weerspiegelt precaire arbeidstrends. \n\nHoewel deze trend artistieke vrijheid biedt, weerspiegelt het ook een neoliberaal creatief marktmodel, waar freelancers in instabiele post-Fordistische omstandigheden navigeren. Deze balans tussen vrijheid en socio-economische uitdagingen benadrukt de complexiteit van de impact van curatie.","summary":"Curatie omvat actieve keuzes in tools en rollen die impact hebben op gebruik en individuen. Zorg in curatie betreft behandeling van artiesten en reflecteert op artistiek leiderschap en arbeidstrends in de creatieve markt.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002619","result_description":null},{"description":"De infrastructuur wordt ingezet door onderzoeksgroepen die zich richten op onderzoek naar gedragsveranderingen. Dit is een proces waarbij gedragsroutines worden aangepast om te streven naar een nieuw, permanent verbeterd doelgedrag. Simulaties worden gebruikt om gedrag en veranderingen te initiëren. Deze simulaties bieden een veilige en vereenvoudigde context waarin mensen op hun eigen tempo kennis en vaardigheden kunnen verwerven.\n\nIn de context van de thema's zorgtechnologie en e-health, gezondheidsbevordering, preventie en revalidatie, en tot slot mentale gezondheid, zal de onderzoeksinfrastructuur inspelen op de vraag naar realistische trainingen en innovatieve leermethoden. Dit zal worden gedaan door onder andere (gezondheids)organisaties die willen focussen op preventie.\n\nBinnen het domein van onderzoek en dienstverlening met betrekking tot leerprocessen bij (jong)volwassen lerenden en hoe deze processen te ondersteunen en versterken, wordt de infrastructuur ingezet in projecten rond Game-based Learning and Development of Skills, Zelfgestuurd leren Aansturen via Lemo en ondersteuningsmateriaal, en het Steunpunt Centrale Toetsen in het Onderwijs.\n\nDe infrastructuur omvat:\n- Geluidswerende breedveld paneelwanden om een flexibele simulatieruimte te creëren.\n- Logitech audiovisuele materialen om gedrag en gedragsveranderingen op afstand te observeren en vast te leggen.\n- Een eye tracker om oogbewegingen te meten.\n- Een psychofysiologisch meettoestel om emotionele opwinding en stress te meten.\n- Een laptop met randapparatuur waarmee data worden geanalyseerd en geïndividualiseerd.\n- Software voor het opzetten, kalibreren, monitoren en analyseren van eye tracking en psychofysiologische studies.\n- Gaming randapparatuur voor een authentieke gebruikservaring.","summary":"Onderzoeksgroepen gebruiken onze infrastructuur voor realistische trainingen en innovatieve leermethoden in zorgtechnologie, e-health en mentale gezondheid. Onze faciliteiten bevorderen gedragsverandering en leerprocessen met geavanceerde simulaties en apparatuur zoals eye trackers en gaming tools.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002620","result_description":null},{"description":"Vandaag diversifiëren grafisch ontwerpers voortdurend hun praktijken door voor zichzelf opdrachten te formuleren en andere rollen op te nemen. Deze hybride ontwerpers laveren tussen functionaliteit (als ontwerper) en autonomie (als opdrachtgever van zichzelf). Toch maken hybride ontwerpers geen hybride ontwerpen. Hun praktijken zijn autonoom. Hun ontwerpen niet. Niet per definitie.\n\nHet project Empty Pages stelt het conventionele kunstboek, dat functioneel is, kunst representeert en ontsluit, tegenover het zogenaamde kunstenaarsboek, dat zijn functie als boek bevraagt, kunst presenteert en autonoom is als kunstobject. Zowel de representatie als de presentatie worden verwezenlijkt via ontwerpstrategieën. Kan dat onderscheid via ontwerp dan ook kantelen? Kan het conventionele kunstboek als ding tussen haar gebruikers staan, als gedeelde ontwerptool, als interface? Wat is daarin de rol van reproducties? Welke zijn de stilistische en esthetische mogelijkheden en beperkingen van reproducties?\n\nKunnen de mechanische reproducties van Walter Benjamin ontworpen worden als de digitale reproducties van Boris Groys: als originele performances van onzichtbare originelen?\n\nTen aanzien van deze vraagstellingen staat in het doctoraatsproject een productieve en hybride ontwerp praktijk als onderzoeksmethode: de wording van een uitgeverij als artistiek onderzoek naar (en een actualisatie van) het ontwerp van conventionele kunstboeken. De praktijk omvat vier luiken: Papers (catalogue, raisonné), Sheets (catalogue, imaginé), Folds (catalogue, pratiqué) en Pages (catalogue, publié).","summary":"Hybride ontwerpers nemen diverse rollen op, tussen functionaliteit en autonomie. Project 'Empty Pages' bevraagt conventionele versus kunstenaarsboeken, onderzoekend naar ontwerpstrategieën en reproducties. Doctoraatsproject omvat een hybride ontwerp praktijk als artistiek onderzoek naar conventionele kunstboeken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002621","result_description":"Uitgave van nulpublicatie (Kunstboek 1) door eigen uitgeverij.\n\nProductie en documentatie van gelijklopende expositie."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nCOVID-19 veroorzaakt wereldwijd ravage. Naast medische uitdagingen zijn er economische, juridische en politieke gevolgen verbonden aan dit virus. Enerzijds zijn er juridische discussies over maatregelen. Anderzijds lijken zij voor bepaalde KMO’s bedrijfsorganisatorisch moeilijk implementeerbaar en economisch verlieslatend, terwijl andere KMO’s daar minder last van lijken te hebben. Toekomstgericht is het essentieel om hierover toch duidelijkheid te krijgen omdat dan kan worden nagegaan hoe een algemene crisis- of pandemiewet vorm kan worden gegeven.\n\nONDERZOEKSVRAAG\nDe centrale onderzoeksvraag is: Wat is de juridische impact van de federale pandemiemaatregelen op de Vlaamse KMO’s?\n\nMETHODOLOGIE\nOm deze vraag te beantwoorden, zal er:\n1. Een literatuurstudie worden verricht naar de verschillende soorten (steun-, preventieve en repressieve) maatregelen die op federaal niveau worden genomen en die van toepassing zijn op de Vlaamse KMO’s.\n2. Worden nagegaan in welke mate de maatregelen juridisch afdwingbaar zijn van de Vlaamse KMO’s. Hiervoor zal er een literatuurstudie worden verricht en zal de relevante rechtspraak met betrekking tot ondernemingen als praktische toetssteen dienen. Er wordt nagegaan welke maatregelen juridisch ter discussie staan en of dit enige impact heeft op hun afdwingbaarheid voor de bevoegde rechtscolleges en het door hen gevoerde beleid ter zake.\n3. Een sectoraal surveyonderzoek bij een selectie van Vlaamse KMO’s plaatsvinden, waarbij er zal worden nagegaan welke impact de maatregelen hebben inzake hun (1) juridische, (2) bedrijfsorganisatorische en (3) bedrijfseconomische implementatie (met inbegrip van de aanvraagprocedure en verkrijging van de steunmaatregelen).\n\nHet antwoord op de deelvragen zal worden uitgeschreven en gebruikt om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Dit zal worden neergeschreven zowel als studie van de moeilijkheden met de huidige maatregelen, en als een draaiboek (met vraag en antwoord) dat Vlaamse KMO’s in geval van toekomstige pandemieën kunnen gebruiken.","summary":"De juridische impact van federale pandemiemaatregelen op Vlaamse KMO's wordt onderzocht. Dit omvat literatuurstudie, rechtspraakanalyse en surveyonderzoek bij KMO's om implementatie-impact te beoordelen en toekomstige crisisplanning te bevorderen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002622","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nGoede motorische ontwikkeling van kinderen en jongeren is belangrijk. Motorische ontwikkeling kan niet los gezien worden van andere vormen van ontwikkeling zoals intellectuele, perceptuele en sociale ontwikkeling. Deze staan in voortdurende wisselwerking met elkaar. Verschillende determinanten bepalen de motorische ontwikkeling van kinderen (Oberer, 2017; De Waal, 2020).\n\nEr zijn factoren in het kind die bepalend zijn, maar ook factoren in de context. Zo kan bijvoorbeeld onvoldoende beweging bij kinderen het gevolg zijn van onvoldoende ruimte om te bewegen of een beperkt bewustzijn van ouders rond de nood aan bewegen. De bewegingskansen van een kind kunnen beperkt worden omwille van een kwetsbare situatie waarin het kind opgroeit. Het gegeven dat één op de vijf kinderen in België in een gezin met risico op armoede of sociale uitsluiting leeft (POD maatschappelijke integratie, 2021), maakt verder onderzoek naar deze factor relevant.\n\nBij motorische achterstand kan ergotherapie ingezet worden om te remediëren. De ergotherapeut richt zich op het maximaliseren van ontwikkelingskansen van kinderen. Een overzicht van de determinanten van motorische ontwikkeling én een analyse van welke determinanten werkelijke aangrijpingspunten kunnen vormen op het terrein bestaat vandaag niet en is noodzakelijk om ontwikkelingskansen van deze kinderen te maximaliseren. Gezien de invloed van sociaal contextuele factoren kan het sociaal werk een relevante bijdrage leveren aan de ontwikkeling van deze aangrijpingspunten voor ergotherapeuten, en breder voor alle professionals die werken rond motorische ontwikkeling van kinderen en jongeren.\n\nHet doel van dit voorbereidend onderzoek is om de determinanten die invloed hebben op motorische ontwikkeling bij 5-jarigen in kaart te brengen. Dit aan de hand van bestaand wetenschappelijk onderzoek en verkennende gesprekken. De zoektocht naar relevante determinanten zal gesterkt worden door de terrein- en onderzoekservaring van sociaal werk in werken met kwetsbare gezinnen te verbinden met inzichten in de atypische motorische ontwikkeling van ergotherapie.\n\nOnderzoeksvraag\n\nWelke kind- en contextfactoren beïnvloeden de motorische ontwikkeling van kwetsbare kleuters?\n\nMethodologie\n\n- Literatuurstudie\n- Kwalitatieve dataverzameling aan de hand van diepte-interviews bij:\n1) ergotherapeuten die werken met kinderen met een motorische achterstand en\n2) ouder(s) met een kind met motorische achterstand.","summary":"Belang van motorische ontwikkeling bij kinderen en jongeren benadrukt. Onderzoek focust op determinanten die invloed hebben op motorische ontwikkeling van kwetsbare kleuters. Literatuurstudie en diepte-interviews met ergotherapeuten en ouders worden ingezet.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002623","result_description":"Beoogde resultaten:\n\n-Onderzoeksrapport met inbegrip van grafisch overzicht van geselecteerde determinanten. Het rapport zal gericht verspreid worden naar de opleiding ergotherapie en sociaal werk en naar professionals die de motorische ontwikkeling van kinderen stimuleren binnen MFC’s, scholen, revalidatiecentra. \n\n- Een onderzoeksvoorstel (intern en/of extern) waarbij we in de Vlaamse context het verband tussen sociaal-contextuele determinanten en motorische ontwikkeling bij 5-jarigen meten. Dit met het oog op het realiseren van handvaten (toolbox) voor het optimaliseren van motorische ontwikkeling bij kinderen. Hierbij verkennen we ook het belang van samenwerking met andere disciplines, zoals orthopedagogie en onderwijs."},{"description":"Probleemschets\n\n‘Game-based learning’ (GBL) verwijst naar het inzetten van digitale games voor educatieve doeleinden, zoals voor het verwerven van kennis, het ontwikkelen van vaardigheden en/of het veranderen van attitudes en gedrag (All et al., 2016; Herrewijn et al., 2021).\n\nEr kunnen twee soorten van ‘games for learning’ worden onderscheiden:\n1) games die primair werden ontwikkeld voor educatieve doeleinden, de zogenaamde ‘serious games’ (bv. DragonBox Elements), en\n2) commerciële games die oorspronkelijk voor entertainmentdoeleinden werden ontwikkeld maar ook (kunnen) worden gebruikt voor leren en ontwikkelen (bv. Portal 2).\n\nTijdens de designfase van dergelijke games for learning zetten ontwikkelaars in op het zoeken van een balans tussen game-elementen en leertheorieën (All et al., 2016; Natucci & Borges, 2021). Hierbij worden game-uitdagingen, regels, doelen, beloningen, verhaal, competitie, etc. aangewend om leren op een leuke, ervaringsgerichte en zelfgestuurde manier mogelijk te maken. Deze mechanismen van GBL zijn erop gericht om leerrendement te maximaliseren via het opwekken van hoge niveaus van spelerbetrokkenheid en motivatie (Ahmad, 2020; Herrewijn et al., 2021).\n\nGames for learning worden tegenwoordig dan ook in toenemende mate ontwikkeld en ingezet in verschillende domeinen en contexten, en bijgevolg wordt er ook meer academisch onderzoek uitgevoerd naar hun effectiviteit. Hierbij wordt doorgaans a.d.h.v. experimenten gekeken of een game for learning in staat is om het leerrendement van spelers te verhogen (All et al., 2016; Boyle et al., 2011, 2016; Herrewijn et al., 2021).\n\nHet probleem is echter dat het corpus aan gepubliceerde GBL-studies erg divers is en gebruikmaakt van uiteenlopende literatuur (uit verschillende disciplines, gebruikmakend van eigen terminologie) en methoden (zoals verschillende onderzoeksdesigns, variabelen, meetinstrumenten). Bovendien erkennen de meeste GBL-studies het enorme belang van game-elementen om leerrendement te versterken via spelerbetrokkenheid en motivatie, maar gaan ze deze onderliggende processen van spelers niet in kaart brengen (All et al., 2016, Gris & Bengtson, 2021; Herrewijn et al., 2021).\n\nDit brengt met zich mee dat de resultaten die uit GBL-onderzoek voortkomen vaak uiteenlopend zijn (gaande van positieve tot geen of zelfs negatieve effecten) en dat het moeilijk is om te bepalen hoe het leren precies tot stand komt en welke game-elementen hier verantwoordelijk voor zijn.\n\nHet gevolg hiervan is dat het voor het werkveld ook niet duidelijk is welke game-elementen en resulterende ervaringen nu eigenlijk leiden tot effectievere cases, en hoe ze de impact van hun games for learning kunnen nagaan. Het werkveld heeft derhalve nood aan concrete handvaten die hen kunnen helpen bij het bepalen van welke game-elementen al dan niet leiden tot effectiever leren en waarom, zodat ze deze inzichten kunnen meenemen tijdens het ontwikkelen van hun games for learning; en hen in staat stellen om zelf de effectiviteit van hun games for learning te meten en evalueren, al dan niet in samenwerking met een onderzoekspartner.\n\nOnderzoeksvragen\n\nHet doel is om een praktijkmodel voor GBL te construeren en te testen dat het werkveld een houvast kan geven tijdens het ontwikkelen van nieuwe en/of het evalueren van de impact van bestaande games for learning. Om dit te kunnen doen worden volgende onderzoeksvragen vooropgesteld:\nOV1: Hoe kunnen we spelerbetrokkenheid, motivatie en leerrendement van games for learning op een betrouwbare en valide manier meten en evalueren?\nOV2: Hoe verhouden game-elementen, spelerbetrokkenheid, motivatie en leerrendement van games for learning zich ten opzichte van elkaar?\n\nMethodologie\n\nOm het praktijkmodel te kunnen uitwerken zullen de onderzoekers zich baseren op bestaande praktijkgerichte en academische literatuur enerzijds en de behoeften en praktijken van het werkveld anderzijds. Ze zullen theorieën en principes uit zowel game design als onderwijskunde integreren in een nieuw theoretisch model, waarbij game-elementen in relatie worden gebracht met dimensies van spelerbetrokkenheid, motivatie en leerrendement. Vervolgens zal ook worden nagegaan hoe de variabelen uit het model kunnen worden gemeten en geëvalueerd a.d.h.v. verschillende soorten data, resulterend in de methodologische onderbouwing van het model.\n\nHiervoor zal gebruik worden gemaakt van zelf-rapporteringsdata via vragenlijsten, psychofysiologische data via eyetracking, galvanic skin response en heart rate variability en/of gameplay data via observatie, game metrics en logdata. Het model zal vervolgens getest en gevalideerd worden aan de hand van experimenteel onderzoek. Hiertoe maken we in het eerste jaar van het project gebruik van twee bestaande use cases ontwikkeld door Vlaamse (game en/of onderwijskundige) ontwikkelaars. Dit stelt ons in staat om de samenwerking op te starten met dergelijke stakeholders en effectief een impact op het werkveld te realiseren: hun behoeften te analyseren, het praktijkmodel daar specifiek op toe te spitsen, en de effectiviteit van hun use cases te gaan meten en evalueren bij beoogde gebruikers.","summary":"Samenvatting: 'Game-based learning gebruikt digitale games voor educatieve doeleinden, met focus op speler betrokkenheid en motivatie. Onderzoek wil praktijkmodel ontwikkelen om impact van games for learning te meten en evalueren, met nadruk op game elementen en leerrendement.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002624","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nHet project zal een praktijkmodel uitwerken (Output 1) dat getest en gevalideerd zal worden door toepassing op twee use cases. Dit praktijkmodel zal vertaald worden in white paper(s) gericht op het werkveld (Output 2), alsook in presentatie(s) op praktijkevenement(en) (bv. georganiseerd door het VAF) (Output 3).\n\nDe resultaten zullen ook in een artikel worden gegoten dat kan worden ingediend voor een wetenschappelijke conferentie (gericht op praktijk én academia) zoals Academic Mindtrek (Output 4)."},{"description":"Probleemschets\n\nTijdens Show & Tell (PWO-project AP Hogeschool, 2017-2019) bracht het Immersive Lab al verschillende storytelling-technieken in kaart. Om de gebruiker zich meer verbonden te laten voelen met zijn virtuele lichaam, is embodiment de volgende essentiële stap binnen immersive storytelling. Embodiment kan je dan ook beschrijven als 3 gevoelens (‘senses’) die bij de gebruiker opgewekt worden: sense of presence, sense of agency en sense of body ownership. Om deze ‘senses’ te implementeren, maak je gebruik van diverse zintuiglijke stimuli. Dit is nog grotendeels onontgonnen terrein (Flavián et al., 2021). Het technologisch landschap biedt echter veel verschillende sensoriële toestellen aan (zoals biometrische en haptische feedback van Tesla Suit en Gloves, de integratie van onze reukzin via Olorama Sent, fullbody-tracking van OptiTrack-opstellingen), maar de combinatie van deze apparatuur en hoe deze ingezet kunnen worden, blijft onbeantwoord. \n\nHet financiële prijskaartje, de beperkte toegang tot innovatieve apparatuur en beperkte knowhow blijven dus grote struikelblokken voor kmo's om embodied XR-ervaringen te ontwikkelen (Magnor & Sorkine-Hornung 2020; Ritter & Chambers 2022; Park & Kim 2022; Mystakidis 2022). XR-producenten missen kennis rond enerzijds het toepassen van embodiment in XR en anderzijds de impact van diverse multisensoriële stimuli op de immersie van de gebruiker. Ondanks deze struikelblokken blijft het potentieel van embodiment zeer hoog in sectoren zoals o.a. de gezondheidszorg, de kunsten en de entertainmentsector. Denk aan hoe een virtueel lichaam, waarbij ‘sense of body ownership’, de lichaamsperceptie kan manipuleren en vervolgens pijn kan verminderen (Matamala-Gomez, 2019).\n\nBinnen de kunsten kan embodiment ingezet worden om de immersie te bevorderen en de kijkers in staat stellen diverse lichamen of perspectieven te ervaren door de ‘sense of agency’. Daarnaast kan embodiment bijdragen bij het verbeteren van storytelling binnen de entertainmentsector. Door ‘sense of presence’ kan de gebruiker zich op een dieper niveau identificeren met de wereld en meer immersie voelen voor zijn personage en/of de gebeurtenissen in de XR-ervaring. \n\nBinnen dit onderzoeksproject wordt onderzocht hoe multisensoriële technieken de embodiment en immersie van de gebruiker kunnen versterken in XR-ervaringen. Hiervoor wordt stilgestaan bij welke laagdrempelige manieren er bestaan om multisensoriële ervaringen aan te bieden, hoe je embodiment en immersie op een betrouwbare manier kan meten, en wat de relaties zijn tussen diverse variabelen. Deze inzichten worden gebundeld in een toolkit die verspreid zal worden naar het werkveld.\n\nOnderzoeksvragen\n\nOV1: Hoe kunnen multisensoriële technieken in XR op een laagdrempelige manier worden aangeboden aan de gebruiker?\nOV2: Welke invloed hebben zintuiglijke prikkels (zoals geur en tast) op embodiment en immersie van gebruikers in XR?\nOV3: Hoe kunnen we de relaties tussen zintuiglijke prikkels, embodiment en immersie in XR-ervaringen betrouwbaar meten en evalueren via zowel zelf-rapportering (bijv. vragenlijsten) als psychofysiologische maten (bijv. eye tracking, galvanic skin response, heart rate variability)? \n\nMethodologie\n\n1) Deskresearch (WP2):\n- Best practices verzamelen;\n- Meetinstrumenten voor user research in kaart brengen;\n- Vergelijking maken van voor- en nadelen van dure en laagdrempelige infrastructuur. \n\n2) Ontwikkelen van proof of concepts (POC’s) (WP3): Er worden 2 POC’s ontwikkeld (i.c. 1 voor een bestaande XR-ervaring en 1 voor een nieuwe XR-ervaring) waarbij er telkens andere zintuiglijke stimuli zullen worden gemanipuleerd. De POC’s zullen samen met de klankbordgroep worden bepaald. Er wordt onderzocht hoe bestaande multisensoriële XR-ervaringen laagdrempelig geïmplementeerd kunnen worden.\n\n3) User research (WP4): Gebruikersonderzoek voor 2 POC’s – 1 POC op het einde van jaar 1 en 1 POC op het einde van jaar 2. Via experimenten wordt de aanwezigheid van de zintuiglijke prikkels tussen 2 of meer experimentele condities gemanipuleerd. Tijdens de experimenten meten en evalueren we embodiment en immersie van gebruikers via zowel zelfrapportering (bijv. vragenlijsten met gevalideerde meetschalen) als psychofysiologische maten (bijv. eye tracking om aandacht te meten, galvanic skin response om opwinding te meten).","summary":"Het Immersive Lab onderzoekt de impact van embodiment in XR-ervaringen en ontwikkelt laagdrempelige multisensoriële technieken om immersie te versterken. De toolkit zal inzichten bevatten over meten en evalueren van embodiment en immersie. Onderzoeksvragen focussen op aanbieden van zintuiglijke prikkels, meten van effecten op gebruikers, en betrouwbare evaluatiemethoden. Methodologie omvat deskresearch, ontwikkelen van proof of concepts en user research met experimenten en metingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002625","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n1) Overzicht van best practices\n\n2) White paper met betrekking tot dure en laagdrempelige infrastructuur.\n\n3) 2 POC's\n\n4) Toolkit ter ondersteuning van XR-bedrijven bij de ontwikkeling van meer immersieve en embodied XR-ervaringen voor gezondheidszorg, kunst en entertainment. Dankzij onze evidence-based toolkit verlagen we de drempel voor XR-producenten om multisensoriële technieken toe te passen op XR-producties, zodat het gevoel van embodiment van de gebruiker kan verhogen en er immersievere ervaringen kunnen ontstaan."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nIn onze samenleving vormt de steeds groter wordende groep ouderen een grote en boeiende uitdaging. Een belangrijk concept dat aan aandacht wint, is ‘Active Ageing’ (AA), volgens de WHO ‘het proces waarin gezondheids-, participatie- en veiligheidsopportuniteiten worden geoptimaliseerd om de levenskwaliteit te verhogen in het verouderingsproces’. Eén van de grootste barrières van AA, en een grote bezorgdheid aangaande onze verouderende samenleving, is frailty. Terwijl AA leidt tot een betere gezondheid op hoge leeftijd, bemoeilijkt frailty gezond verouderen aanzienlijk. Frailty wordt in deze context aanzien als een syndroom waarbij iemands reservecapaciteit zodanig is afgenomen dat een lichte stress van buitenaf belangrijke negatieve gevolgen kan hebben. Ondanks de druk die frailty legt op gezond en actief ouder worden, gebeurt screening nog te weinig, waardoor richtlijnen rond gerichte interventies achterblijven. Verpleegkundigen (VK) vormen sleutelfiguren binnen het zorggebeuren en bijgevolg de sleutel voor een systematische screening op frailty. Er wordt gedurende het project ook gezocht naar mogelijkheden voor een multidisciplinaire aanpak om frailty te counteren.\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAG & METHODOLOGIE\nMet dit project wensen we te peilen naar de frailty-kennis van VK, frailty-prevalentie in de 1e lijn in Antwerpen in kaart te brengen en uiteindelijk in samenwerking met ZNA en UA een tweeledige frailty-clinic op te starten, waarin we door middel van literatuurstudie, een kwalitatieve (focusgroepen, interviews) en kwantitatieve (vragenlijsten, frailty-screeningsinstrument) benadering een antwoord willen bieden op volgende onderzoeksvraag: Wat is de huidige kennis, prevalentie en onderwijsaanbod betreffende frailty in Antwerpen?\n\nONDERZOEKSFUNCTIE:\nkennispeiling frailty bij VK; signalisatie en prevalentie van frailty in de 1e lijn; functiebeschrijving frailty-VK; mogelijkheden opstart frailty-clinic; frailty in opleiding VK uitbouwen.","summary":"Ouderen vormen een uitdaging in onze samenleving. Dit project focust op 'Active Ageing' en de impact van frailty op gezond ouder worden. Verpleegkundigen spelen een sleutelrol in het screenen en aanpakken van frailty. Het doel is om een frailty-clinic op te starten in Antwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002626","result_description":null},{"description":"Het doel van de samenwerking is om enerzijds binnen verschillende werkterreinen van het maatschappelijk werk een wetenschappelijke evaluatie op te zetten waarbij wordt nagegaan of bepaalde projecten die opgezet/georganiseerd worden het gewenste effect nastreven of realiseren bij de doelgroep en anderzijds het aanleveren van een toolbox van evaluatie-instrumenten voor sociaalwerkpraktijken, opgesteld vanuit de opgedane ervaring.\n\nBij het uitvoeren van het evaluatieonderzoek wordt verder gebouwd op de reeds aanwezige kennis over evaluatie en registratie bij de partners van deze overeenkomst en andere betrokken organisaties. De samenwerking verloopt via een projectmatige aanpak waarbij alle partners van deze overeenkomst vertegenwoordigd zijn in een stuurgroep, waarvan de samenstelling in onderling overleg wordt bepaald. De stuurgroep komt op regelmatige tijdstippen samen. Minstens één overleg vindt plaats tijdens het voorjaar, één tijdens het najaar en één om de eindresultaten te bespreken. De andere bijeenkomsten zijn afhankelijk van de planning van de evaluatieonderzoeken. De taak van de stuurgroep is onder andere afspraken te maken rond: keuze van het evaluatieonderzoek, planning, opvolging en validatie.\n\nOnderwerp/werkgroep 1: evaluatieonderzoek centraal onthaalbureau (COB) Coevelt In het COB kunnen nieuwkomers terecht met een hulpvraag. In het COB werken OCMW Antwerpen, VDAB en Atlas (Integratie en Inburgering Antwerpen) samen. Zo krijgen nieuwkomers in Antwerpen meteen een aangepast inburgerings- en activeringstraject. Centrale vraag: In hoeverre en op welke manier bereikt het COB Coevelt in Antwerpen met de geboden begeleiding de vooropgestelde doelen, nl. de activering en inburgering van nieuwkomers? Wat zijn de werkzame principes van COB Coevelt in Antwerpen?\n\nOnderwerp/werkgroep 2: evaluatieonderzoek woonbegeleiding De stad zet in op woonbegeleiding van klanten, zowel intern (eigen diensten) als extern (via partnerorganisaties). Het gaat o.a. over noodwoningen/doorgangswoningen met begeleiding op maat van de klant gericht op doorstroom naar een stabiele woonsituatie; (complexe) woonbegeleiding voor sociaal zwakkere bewoners of bewoners met drugs- en/of psychische problematiek de nodige ondersteuning bieden door de problematiek te stabiliseren en basis woonvaardigheden aan te leren om uithuiszetting te vermijden en zelfstandig wonen mogelijk te maken; e.a. … Centrale vraag: In hoeverre en op welke manier bereikt de praktijk van woonbegeleiding in Antwerpen, met de geboden begeleiding de vooropgestelde doelen, nl. bewoners voldoende basisvaardigheden aanleren om een uithuiszetting te vermijden en om zelfstandig te kunnen wonen? Wat zijn de werkzame principes van de praktijk van woonbegeleiding in Antwerpen?\n\nOnderwerp/werkgroep 3: voorbereiding van evaluatieonderzoeken mbt verschillende thema’s - één gezin één plan - geïndividualiseerd project maatschappelijke integratie - zelfredzaamheidsmatrix - geïntegreerd breed onthaal.","summary":"Samenwerking voor wetenschappelijke evaluatie en toolbox ontwikkeling in sociaalwerkpraktijken. Projectmatige aanpak met stuurgroep en regelmatige overlegmomenten. Focus op COB Coevelt en woonbegeleiding in Antwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002627","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nOp basis van het in eerdere projecten uitgewerkte procesmodel voor participatieve kunstprojecten in een zorgcontext, ondersteunen onderzoekers van de AP Hogeschool het maakproces van een theaterstuk met jongeren van MPC Ter Bank in Heverlee en jeugdhuis Sojo vzw. Zo bouwen ze samen aan een inclusief vrijetijdsaanbod voor de jongeren met een verstandelijke beperking en jongeren zonder verstandelijke beperking.\n\nSamen met deze twee partners, Het Huispaleis en de creatieve content creators van De Idealist vzw, experimenteren de AP-onderzoekers met participatief theater als vrijetijdsaanbod dat diverse groepen samenbrengt. Op basis van de casus zal het onderzoeksteam reflecteren over de transferabiliteit van de bevindingen uit dit onderzoek naar het bredere veld van participatieve kunstprojecten met een sociale doelstelling.\n\nHet gebruik van werkvormen uit de beeldende- en podiumkunsten voor sociale doelstellingen is niet nieuw (Huss & Bos, 2018). Vandaag bestaan er ook in Vlaanderen diverse projecten in het sociaal werk, de zorg, onderwijs en het vrijetijdsaanbod die diverse sociale en psychosociale doelstellingen nastreven.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n• Wat zijn de werkzame principes en randvoorwaarden die ervoor zorgen dat participatief drama een waardevol, inclusief vrijetijdsaanbod kan bieden voor een gemengde groep van jongeren met een verstandelijke beperking en jongeren zonder verstandelijke beperking?\n• Hoe ervaren en evalueren de deelnemende jongeren én de betrokken professionele partners dit experiment en wat kunnen we daaruit leren voor toekomstige participatieve kunstprojecten met een vergelijkbare sociale doelstelling?\n• Wat leert deze testcase ons over de bruikbaarheid, meerwaarde en tekortkomingen van het AP-procesmodel voor participatieve kunstprojecten?\n\nMETHODOLOGIE\n\nDit onderzoek is opgebouwd als een participatief actieonderzoek (McTaggart, 1994; Rowell et al., 2017) waarin de onderzoekers in verschillende mate participeren aan en observeren tijdens de co-creatie van een experimenteel participatief kunstproject met sociale doelstelling. Door middel van focusgroeponderzoek zullen de professionele partners van dit project worden bevraagd.","summary":"Onderzoekers van AP Hogeschool ondersteunen het maakproces van een theaterstuk voor jongeren met en zonder verstandelijke beperking. Samen met partners experimenteren ze met participatief theater als inclusief vrijetijdsaanbod. Het onderzoek reflecteert op de transfereerbaarheid van bevindingen naar bredere participatieve kunstprojecten met sociale doelstellingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002628","result_description":"Dit onderzoeksproject beoogt een bijdrage te leveren aan de verduurzaming van dit (kennis)veld en de samenwerkingen tussen de betrokken actoren uit de artistieke, sociale, sociaal-educatieve en zorgsector. Dit doen we onder meer door diverse experts te betrekken doorheen ons onderzoek en samen met deze partners te werken aan de aanvraag voor een internationaal vervolgproject.\n\nBEOOGDE OUTPUT\n\n1. Co-creatie van het participatief theaterproject met jongeren van Ter Bank en Sojo vzw aan de hand van het door AP ontwikkelde procesmodel voor participatieve kunstprojecten, samen met het Huis. Een beknopt case studie rapport met een kritische zelfevaluatie van het rapport en het gebruikte procesmodel. Het doelpubliek van dit rapport is de betrokken partners en het bredere werkveld met interesse in gelijkaardige participatieve kunstprojecten.\n\n3. Een audiovisueel verslag van het project.\n\n4. Een online beschikbare versie van het herwerkte procesmodel voor participatieve kunstprojecten in de zorg en sociale sector dat bruikbaar is voor zowel sociale als artistieke partners.\n\n5. Het organiseren van één of twee thematische sessies waarin per sessie ongeveer vijf experts/stakeholders uit het bredere veld van participatieve kunstprojecten worden bevraagd als klankbord voor dit onderzoek én als mogelijke partner voor vervolgonderzoek.\n\n6. Een uitgeschreven aanvraag voor een extern (internationaal) vervolgproject dat ingediend zal worden in het najaar van 2023. (Vandaag mikken we op een Creative Europe, een mogelijk alternatief is Erasmus + of ESF +)"},{"description":"DOEL VAN HET PROJECT\n\nHet ontwikkelen van een opleiding die mentoren in het werkveld kwaliteitsvol ondersteunt in hun opdracht als begeleider en medebeoordelaar van de student tijdens het werkplekleren.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n- Welke inhoudelijke aspecten van een mentorenopleiding overstijgen het niveau van de hogescholen, opleidingen en disciplines en kunnen gemeenschappelijk worden uitgewerkt en/of aangeboden?\n- Welke inhoudelijke aspecten van een mentorenopleiding zijn specifiek voor een hogeschool, opleiding of discipline en moeten apart worden uitgewerkt en/of aangeboden?\n- Welke werkvormen lenen zich het beste voor de vormgeving van de mentorenopleiding? Welke werkvormen zijn haalbaar voor de mentoren in het werkveld?\n- Is er samenwerking mogelijk met externen (sectororganisaties, VOKA, Syntra, secundair onderwijs, ...) bij de organisatie van de mentorenopleiding?\n- Hoe kan de mentorenopleiding zo aantrekkelijk mogelijk georganiseerd worden (erkenning, fiscale voordelen, terugbetaling, ...) zodat zoveel mogelijk werkveldpartners bereid zijn deze te volgen?\n\nPLAN VAN AANPAK\n\nAcademiejaar 2021-2022: onderzoek en ontwikkeling\n1. Input verzamelen (PLAN)\n- feedback project ‘Mentorenopleiding’, samenwerking tussen Hogeschool PXL en VOKA, gesubsidieerd door de Provincie Limburg in academiejaar 2020-2021\n- focusgroepen per sector (sectororganisaties + opleiding + (huidige) mentoren)\n- good practices bestaande initiatieven betreffende mentorenvorming (bacheloropleidingen Verpleegkunde, Vroedkunde, ...)\n2. Ontwikkelen mentorenopleiding (PLAN)\n- inhoudelijk uitwerken van één gemeenschappelijke mentorenopleiding (thema’s bepalen, leerpad ontwikkelen, ...); binnen dit gemeenschappelijke leerpad kan eventueel gedifferentieerd worden naar sector/studiegebied/opleidingen/of noden/behoeftes van het werkveld.\n- voorleggen ontwerp en artefacten aan de focusgroepen per sector (participatief model) ter feedback\n- organisatorische voorbereiding pilot mentorenopleiding in Hogeschool PXL\n- organisatorische voorbereiding pilot mentorenopleiding in AP -organisatorische voorbereiding pilot mentorenopleiding in Howest\n\nAcademiejaar 2022-2023: implementatie en bijsturing (DO, CHECK en ACT)\n1. Implementatie (DO)\n- implementatie pilot mentorenopleiding in Hogeschool PXL\n- implementatie pilot mentorenopleiding in AP\n- implementatie pilot mentorenopleiding in Howest\n2. Bevragen mentoren (tevredenheid en gepercipieerde deskundigheid) (CHECK)\n3. Mentorenopleiding aanpassen o.b.v. feedback mentoren (ACT)\n4. Exploreren van de mogelijkheden tot opbouw van een netwerk (learning community) per sector\n5. Formuleren van aanbevelingen naar de overheid toe omtrent mogelijke financiële en andere incentives en/of verankering in het Vlaanderen brede beleid\n\nDOELGROEP\n\nDe eerste doelgroep zijn de mentoren van alle graduaatsopleidingen van de hogescholen PXL, AP en Howest en, bij uitbreiding, van alle professionele bacheloropleidingen van Hogeschool PXL, AP en Howest, die (willen) inzetten op een (doorgedreven) vorm van leren op de werkplek. Door de pedagogisch-didactische en coachende vaardigheden van de mentoren te consolideren en te versterken heeft de mentorenopleiding indirect ook een impact op de studenten die door de mentor worden begeleid en beoordeeld, en op de begeleiders van de opleiding die met de mentor samenwerken. Dit versterkt op zijn beurt de opleiding.\nVia de samenwerking met de sectororganisaties en VOKA enerzijds en de afstemming met andere hogescholen anderzijds worden ook andere spelers bereikt voor wie een mentorenopleiding interessant is, en wordt de (verdere) versnippering van het aanbod tegengegaan.\n\nVERWACHTE OUTPUT\n\n- Een gemeenschappelijk ontwikkelde mentorenopleiding op maat van de noden van het werkveld bestaande uit diverse thema’s/onderdelen met divers materiaal (kennisclips, oefeningen, ...) die individueel per hogeschool wordt geïmplementeerd met respect voor de eigenheid van respectievelijk Howest, AP en Hogeschool PXL.\n- Een brochure en ruimte op de website van elke hogeschool betreffende de mentorenopleiding.\n- Klankbordgroep Intervisie UPHO\n- Een stabiel netwerk van deskundige mentoren in zowel Howest, AP als Hogeschool PXL per sector\n- Verslagen van de focusgesprekken per sector en participant aan de pilots\n- Samenwerking met de sectororganisaties en werkgeversorganisatie VOKA\n- Een learning community per sector\n- Aanbevelingen naar de overheid toe omtrent mogelijke financiële en andere incentives en/of verankering in het Vlaanderen brede beleid","summary":"Ontwikkeling van een aantrekkelijke mentorenopleiding voor werkveldpartners van hogescholen PXL, AP en Howest. Versterkt pedagogisch-didactische vaardigheden van mentoren, wat indirect impact heeft op studenten en opleiders. Beoogde output omvat thematische leertrajecten, implementatie op maat, klankbordgroep, stabiel mentorennetwerk, focusgroepverslagen, learning communities en beleidsaanbevelingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002629","result_description":null},{"description":"Repertoiretheater staat op gespannen voet met de huidige aandacht voor diversiteit. Zowel op vlak van tekst als spel zijn de keuzes vaak niet inclusief genoeg: naast een acuut tekort aan (complexe) rollen voor minderheden, zijn andere identiteitskenmerken (abiliteit, kleur, leeftijd, gender, ...) doorgaans geen bepalende factor in de enscenering van repertoireteksten.\n\nIn het zog van de #MeToo- en de Black Lives Matter-beweging doet zich evenwel een kentering voor: zowel kunstscholen als het theaterlandschap zoeken naar een grondige hervorming van repertoiretheater volgens de noden van de samenleving. Dit project wil aan die noden tegemoet komen door repertoire te benaderen vanuit de ‘intersectionaliteit’ als overkoepelend theoretisch kader en dat voor het eerst uit te breiden naar de eigenlijke artistieke toneelpraktijk.\n\n‘Intersectionaliteit’ stelt dat identiteit en discriminatie geen eenduidige begrippen zijn, maar het resultaat van verschillende overlappende factoren, zoals gender, seksualiteit, abiliteit of etniciteit. Zo wil dit project strategieën ontwikkelen voor studenten, docenten en makers om te komen tot een diverser repertoiretheater. Dit project focust op 3 onderzoekslijnen: tekstkeuze, casting en uitvoering.\n\nPer aspect werk ik strategieën uit met een theatervoorstelling als synthese. Andere output bestaat uit een artistiek handboek met strategieën voor een diverser repertoire, publicaties, artistieke avonden, een instagrampagina en een podcastreeks.","summary":"Diversiteit en inclusie in repertoiretheater staan centraal in dit project, dat zich richt op intersectionaliteit als theoretisch kader. Het onderzoekt strategieën voor diverser repertoire door focus op tekstkeuze, casting en uitvoering, met als output o.a. een artistiek handboek, publicaties, artistieke avonden, instagrampagina en podcastreeks.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002630","result_description":"Hier is de herziene tekst:\n\nEDUCATIEF\n• Artistiek handboek en presentatie op (kunst)hogescholen\n• Organisatie interdisciplinair symposium, incl. workshop\n\nARTISTIEK\n• Cureren en presenteren 3 artistieke avonden nieuw oud repertoire\n• Lecture performance\n• Voorstelling (gevolgd door (inter)nationale tournee)\n\nPOPULARISERING\n• Podcastreeks nieuwe oude auteurs\n• Instagrampagina nieuw oud repertoire"},{"description":"In het huidige diverse en fijnmazige culturele aanbod is de muzikale komedie amper vertegenwoordigd. De voornaamste variant, de operette, was zowat een kwarteeuw uit het professionele werkveld verdwenen. Dit onderzoek wil een krachtige stimulans zijn voor de huidige remonte van het genre in Europa, en wil vooral het belang van twee aspecten ervan onderstrepen: de culturele transfers die inherent aan de operette gekoppeld zijn en het sociale en culturele verbindende potentieel dat er in verborgen ligt.\n\nDe operette mag dan nog steeds een relevant verhaal vertellen (cfr. infra), de presentatievorm is aan vernieuwing toe. Dat geldt met name voor de wijze waarop muziek wordt ingezet om de humor te versterken en het verhaal vooruit te drijven. Het vinden van de juiste balans tussen gesproken tekst, reciterend zingen en ronduit lyrische momenten is daarin cruciaal.\n\nDit onderzoek concentreert zich dan ook op de vraag: Wat zijn de muzikale wetmatigheden die we dienen te begrijpen om humor in de uitvoering van operettes vandaag optimaal tot klinken te brengen? Gekoppeld aan die centrale onderzoeksvraag bieden zich twee belangrijke nevenvragen aan:\n- Wat kunnen we leren uit de manier waarop men in de glorietijd van de operette omging met lokale en tijdgebonden verschillen in humorcultuur om het genre vandaag te dynamiseren en opnieuw haar plaats in het werkveld te laten innemen?\n- Over welke vaardigheden moet een zanger-acteur vandaag beschikken om de verschillende humorelementen in de operette te integreren en harmoniseren?\n\nHet theoretisch luik van het onderzoek biedt ondersteuning aan een gefaseerde methodologie (cfr. infra), die een historisch kader voorziet, net als analyses van humorstudies in de brede zin, humorstudies in het spreektheater, en analyses van libretti en partituren waarvan de bibliotheek van het KCA de belangrijkste bron is.\n\nDeze benadering gaat hand in hand met experimenteel empirisch en performant artistiek onderzoek, met de zangafdeling van het KCA en Volksopera als belangrijkste partners. Het onderzoek heeft tot doel een leidraad te ontwikkelen die door toekomstige interpreten, pedagogen en onderzoekers kan gebruikt worden, en kan bijdragen aan voornoemde hervalorisatie.","summary":"Ontdek de vernieuwing van operette met focus op humor en muzikale finesse, om het genre terug te brengen in Europa. Onderzoek naar culturele transfers en verbindend potentieel, met aandacht voor de balans tussen spreken en zingen. Samenwerking met KCA en Volksopera voor artistiek onderzoek en gidsontwikkeling.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002631","result_description":"Output:\nDe Opera Scenes Staged Classes waarvan hierboven sprake monden telkens uit in één publiek toegankelijk toonmoment in het KCA, georganiseerd door de zangafdeling.\n\nIk selecteerde vier paradigmatische werken die nader beproefd en door Volksopera en KCA (onder voorbehoud) geproduceerd zullen worden: Die schöne Galathee (Franz von Suppé - 1865), Trial by Jury (Arthur Sullivan - 1875), Véronique (André Messager - 1898) en Frau Luna (Paul Lincke - 1899). Ik geef meer duiding bij deze keuze in de bijlage. Dit is tegelijkertijd performant onderzoek, omdat het bijdraagt aan het doorbreken van de stagnatie die ik hierboven beschreef.\n\nIn samenwerking met Zuidpool wordt een masterclass georganiseerd.\n\nIk voorzie een geschreven neerslag van het onderzoekstraject, inclusief de bovenstaande theoretische onderzoeksverrichtingen in combinatie met de ervaringen vanuit het hands-on artistiek onderzoek, die aanleiding moet geven tot een publicatie die als praktische leidraad kan dienen voor zangers en andere interpreten om met het repertoire aan de slag te gaan.\n\nIk voorzie een aanvraag voor een presentatie op het in-house NextDoors-festival, waartoe een interdisciplinair compact project kan worden opgezet rond humor.\n\nIk voorzie de publicatie van een artikel in Forum+, Humor: International Journal of Humor Research, Theater der Zeit of The Opera Quarterly.\n\nIk houd het online platform www.operetta-research-center.org op de hoogte van het onderzoek, en van de uitvoeringen van de werken die in deze aanvraag meegenomen zijn.\n\nOm het onderzoek af te ronden, en meteen ook een nieuwe impuls te geven aan de Europese culturele transfer van de ludieke opera, plant Volksopera de organisatie van een Europees festival, de Comic Commons (werktitel). Momenteel beperkt de Europese revival van het genre zich veelal tot het eigen nationale erfgoed - de Fransen spelen Frans repertoire, de Engelsen Engels repertoire, etc. De mobiliteit van weleer die intercultureel zo verbindend werkte, heeft een reboot nodig. Daarvoor is Volksopera momenteel in gesprek met Operadagen Rotterdam als belangrijkste dragende partner, en is samenwerking voorzien met Théâtre des Bouffes Parisiens (Parijs), Tipi am Kanzleramt (Berlijn), Opera Della Luna (Londen) en Theater an der Wien (Wenen). Om dit festival te organiseren voorzien we een aanvraag bij Creative Europe Culture bij de eerstvolgende indienmogelijkheid."},{"description":"In het onderzoeksproject Infinizio buigt Labo XIX&XX zich over het werk van Wim Henderickx (1962-2022), in samenwerking met componist en muziekpedagoog Diederik Glorieux, die bijna twintig jaar lang Henderickx’ assistent was. Nu Glorieux zich noodgedwongen over Henderickx’ nalatenschap ontfermt, komen een aantal thema’s naar voren die de duurzame ontsluiting van dit oeuvre aangaan. Dit brengt een zekere urgentie met zich mee: naarmate de tijd verstrijkt, bestaat immers het risico dat waardevolle inzichten en details verloren gaan, of op zijn minst minder duidelijk worden. Een van die thema’s is de uitvoerbaarheid van sommige werken door een niet-ingewijde uitvoerder.\n\nHet project wordt uitgewerkt rond de case van Infinizio, een werk uit 2017 dat oorspronkelijk voor piano werd geschreven, maar dat ook geschikt is voor uitvoering door andere instrumenten, ensembles en zelfs zangers. Het werk heeft een flexibele structuur en is opgebouwd in verschillende delen, die elk een specifiek muzikaal idee bevatten (arabesk, melodie, ostinaat, …). In het najaar van 2022 hebben Henderickx en Glorieux intensieve gesprekken gevoerd over de grafische verwerking van deze partituur, die een hele brede uitvoering van dit werk mogelijk zou maken – bijvoorbeeld ook door kinderen, of door mensen die geen muziek kunnen lezen. Inspiratie hiervoor vonden ze in de Ars subtilior (voor de specifieke uitwerking cf. infra: Methodologie).\n\nAan de hand van Infinizio wordt onderzocht hoe een traditionele partituur kan worden omgezet in een grafische partituur, of een partituur met grafische elementen, om het begrip van de muziek te vergroten, en de uitvoering door een bredere groep musici mogelijk te maken. De grafische verwerking wordt afgetoetst in een reeks concerten door verschillende uitvoerdersprofielen, van kinderen tot professionele musici.\n\nDe thematiek wordt onderzocht aan de hand van volgende vragen:\n• Hoe kan een partituur geïnterpreteerd en getransformeerd worden naar een grafische partituur?\n• Hoe kunnen minder conventionele partituren didactisch ontsloten en toegankelijk gemaakt worden voor een breder publiek?\n• In welke mate dragen de herinterpretaties en transcripties van grafische en niet-conventionele partituren bij aan een succesvolle uitvoering door verschillende doelgroepen? Welke uitvoeringsmogelijkheden bestaan er voor hedendaagse, niet-conventionele partituren?","summary":"Labo XIX&XX en componist Diederik Glorieux herinterpreteren Wim Henderickx's werk in project Infinizio. Door grafische partituren te ontwikkelen, wordt muziek begrijpelijk voor een breder publiek en uitvoerbaar door diverse musici. Verschillende uitvoeringen en concerten zullen dit concept toetsen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002632","result_description":"Output:\nUitvoeringen van verschillende interpretaties van Infinizio.\n\nBrochure met:\n- Partituren: diverse grafische partituren en partituren met grafische elementen, alle gebaseerd op Infinizio.\n- Didactische wenken en uitwerkingen hiervan.\n- Ervaring, korte teksten (Diederik Glorieux, diverse professionele musici, amateurkunstenaars).\n- Quotes (Wim Henderickx).\n\nEen wetenschappelijk artikel over het didactische potentieel van grafische partituren."},{"description":"Probleemschets\n\nAlle onderwijsniveaus (kleuter/lager/secundair) van het leerplichtonderwijs worden geconfronteerd met de vraag naar zelfsturing van leerlingen. Bovendien bevatten de nieuwe leerplannen voor basis- en secundair onderwijs het inzetten op executieve functies en zelfsturing. Leerkrachten zijn hier echter nog niet mee vertrouwd, noch geschoold om rond zelfsturing te werken. Zo worden bijvoorbeeld 'zelfsturing' en 'zelfstandigheid' vaak verward.\n\nOm hierop een antwoord te bieden brengen we in voorliggend exploratief onderzoek de noden van scholen en leerkrachten in kaart. We richten ons hierbij in eerste instantie op de grootstedelijke context.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: Wat hebben leerkrachten nodig om zelfsturing bij leerlingen in hun klaspraktijk te bevorderen?\n\nMethodologie\n\nHet onderzoek volgt een gefaseerde aanpak:\n\nFase 1: Desk Research en documentenanalyse\nWat zegt de relevante wetenschappelijke literatuur over zelfsturing in basis- en secundair onderwijs? Wat verwacht de overheid (ET/OD)? Wat zeggen de eindtermen over zelfsturing in basis- en secundair onderwijs? Wat zeggen de leerplannen en ondersteunende documenten van de verschillende koepels over zelfsturing in basis- en secundair onderwijs?\n\nFase 2: Marktonderzoek rond het opleiden van leerkrachten met betrekking tot zelfsturing bij leerlingen. Wat is er al? Hoe werkt het? Wat ontbreekt er in het aanwezige aanbod om te voldoen aan de doelstellingen opgeworpen enerzijds in de documentanalyse en anderzijds de wetenschappelijke literatuur?\n\nFase 3: Diepte-interviews (kwalitatief onderzoek)\nIn de grootstedelijke Antwerpse context worden diepte-interviews afgenomen bij leerkrachten en schoolbeleid van 6 scholen (i.c. 1 Basisschool en 1 Secundaire school van respectievelijk het OVSG, GO!, en VKO). Welke kennis/vaardigheden is er al bij de deelnemende leerkrachten? Welke kennis/vaardigheden ontbreken bij deze leerkrachten? Welke kennis/vaardigheden is er al bij het schoolbeleid? Welke kennis/vaardigheden ontbreken bij het schoolbeleid? De kwalitatieve data uit de afgenomen diepte-interviews zal worden geanalyseerd en naast de documentenanalyse en het marktonderzoek worden gelegd om zo de hiaten te kunnen detecteren.","summary":"Onderzoek naar behoeften van scholen en leerkrachten om zelfsturing bij leerlingen te bevorderen. Focus op grootstedelijke context. Fases: literatuuronderzoek, marktonderzoek en diepte-interviews. Doel: hiaten detecteren en opleidingsaanbod verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002633","result_description":"BEOOGDE RESULTAAT\n\n1. Wetenschappelijk rapport\n\n2. Adviestekst voor scholen over de implementering van zelfsturing in het curriculum van basis- en secundair onderwijs.\n\n3. Presentatie van de bevindingen en aanbevelingen voor schooldirecties, koepels en pedagogische ondersteuners in de vorm van een symposium, inspiratielunch,…"},{"description":"In opdracht van de FOD Volksgezondheid staat AP Hogeschool in voor de herziening van de KCE-richtlijn voor goede klinische praktijk bij laag risico bevalling uit 2010 (KCE reports 139A).\n\nHet doel is om de KCE-richtlijn voor goede klinische praktijk bij laag risico bevalling uit 2010 te herzien volgens de internationale standaarden voor de ontwikkeling van een evidence-based richtlijn en de criteria die het Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine (Cebam) hanteert voor de validatie van richtlijnen.\n\nEen evidence-based richtlijn is een informatiebron bestaande uit aanbevelingen die zijn gebaseerd op een actuele, volledige en objectieve beoordeling van het beschikbare wetenschappelijke bewijs en geeft een overzicht van de mogelijke opties of keuzes qua aanpak die samen met de patiënt worden besproken en waarover een gezamenlijke beslissing wordt genomen (“shared decision making”).\n\nDe herziening gebeurt op een transparante en systematische wijze.","summary":"AP Hogeschool herziet de KCE-richtlijn voor laag risico bevalling in opdracht van FOD Volksgezondheid. De herziening volgt internationale standaarden en Cebam-criteria voor evidence-based richtlijnen, waarbij transparantie en systematiek centraal staan.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002634","result_description":null},{"description":"ACHTERGROND:\nIn de huidige digitale wereld wordt er veel data verzameld en opgeslagen in databanken, ook over studenten en hun leeromgeving. Bij learning analytics (LA) worden deze data geanalyseerd en gerapporteerd met als doel het leerproces van studenten beter te begrijpen en hun leeromgeving te optimaliseren. Inzichten uit LA kunnen instellingen voor hoger onderwijs helpen om in te spelen op uitdagingen, zoals het identificeren en begeleiden van risicostudenten of het effectiever inrichten van (blended) learning. Rapportage van LA gebeurt vaak via 'dashboards'.\n\nONDERZOEKSDOEL:\nHet gebruik van LA aan de Artesis Plantijn Hogeschool (AP) staat nog in de kinderschoenen. Een noodzakelijke eerste stap voor de inzet van LA is het ontwikkelen van een kwaliteitsvol dashboard voor verschillende gebruikersgroepen (i.c. studenten, lesgevers/studiebegeleiders en opleidingshoofden). Het LAP!-project tracht op een evidence-informed manier LA-dashboards te ontwikkelen voor verschillende gebruikersgroepen. Het project probeert daarbij onderzoeksvragen te beantwoorden rond o.a. de meerwaarde van zelfrapportagevragenlijsten in LA, de voordelen van gebruikersonderzoek en de mogelijkheden van artificial intelligence (AI). Dit noodzaakt een multidisciplinaire aanpak.\n\nMETHODOLOGIE:\nHet project volgt het opzet van een design-onderzoek. Onderzoeksacties omvatten o.a. literatuurverkenning, gebruikersonderzoek via focusgroepen en eye-tracking, secundaire databankanalyse en experimenten met machine-learning. De onderzoeksresultaten zijn niet enkel relevant voor AP, maar geven andere onderwijsinstellingen inzicht in o.a. digitale voorspellers van studiesucces en do's en don'ts bij het ontwikkelen van een LA-dashboard. De broncode van de dashboards zal publiek toegankelijk worden gesteld (Open-source aanpak).","summary":"In de digitale wereld van vandaag is Learning Analytics (LA) cruciaal voor het begrijpen en optimaliseren van het leerproces van studenten. Het LAP!-project bij Artesis Plantijn Hogeschool ontwikkelt kwaliteitsvolle LA-dashboards met focus op evidence-informed methoden en multidisciplinaire aanpak. Onderzoeksmethoden omvatten o.a. literatuurverkenning, gebruikersonderzoek en machine-learning experimenten. Resultaten zullen niet alleen AP, maar ook andere onderwijsinstellingen informeren over digitale voorspellers van studiesucces en best practices voor LA-dashboards.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002635","result_description":null},{"description":"Dit project versterkt de lerarenopleiding door een ICT-ondersteund leer-, evaluatie- en deelplatform voor de LIO (leraar in opleiding), diens mentor-coach en diens lerarenopleider(s). Dit instrument, het LIO-Platform, kan in elke lerarenopleiding zonder grote structurele aanpassingen toegevoegd worden aan de bestaande LIO-begeleiding en zal in dit pilootproject worden ontworpen, ontwikkeld, geïmplementeerd en wetenschappelijk geëvalueerd. Het doel is hiermee het zelfsturend leren van LIO-studenten te vergroten, de mentor-coach te versterken in de begeleiding van de LIO-studenten en de afstemming tussen LIO-student, mentor en de opleiding te faciliteren.\n\nVertrekkende vanuit een probleemstelling die de projectpartners delen, stelt het pilootproject zich tot doel om (1) het zelfregulerend leren en de vakdidactische competentie van de LIO te versterken, (2) de LIO-begeleiding door de mentor-coach te stimuleren op het vlak van zelfregulerend leren en de vakdidactiek, en (3) de samenwerking op het vlak van LIO-begeleiding en -evaluatie tussen de mentor-coach en de lerarenopleiding te verbeteren.\n\nEr wordt gewerkt volgens de principes van het Educational Design Research. Deze aanpak wordt gekoppeld aan de verschillende onderzoeksvragen: OV1: Welke leer- en begeleidingsnoden voor het zelfregulerend leren van de LIO worden aangegeven voor de verschillende actoren in het LIO-traject (LIO, mentor-coach en lerarenopleiders (incl. LIO-coach aan UAntwerpen))? OV2: Op welke manier kunnen de verschillende componenten uit het LIO-Platform ontwikkeld en geïmplementeerd worden via EDR met het oog op het tegemoetkomen aan de leer- en begeleidingsnoden van de verschillende actoren? OV3: Welke impact heeft het gebruik van het LIO-Platform op de groei van de LIO? OV3a: Welke impact heeft het gebruik van het LIO-Platform op de groei van de LIO voor wat betreft het zelfregulerend leren (ZRL)? OV3b: Welke impact heeft het gebruik van het LIO-Platform op de groei van de LIO voor wat betreft de te bereiken basiscompetenties van (startende) leraren? OV4: Welke impact heeft het gebruik van het LIO-Platform op het ZRL op de klasvloer van leerlingen secundair onderwijs? OV5: Wat zijn de ervaringen van de actoren in het LIO-traject over het LIO-Platform en welke effectiviteit ervaren zij bij het ondersteunen van het flexibel, gedifferentieerd en zelfregulerend vormgeven van het LIO-traject door de LIO?\n\nOnderzoeksmethode: OV1: focusgroepen OV2: participatief ontwerpgericht onderzoek OV3: pre-test post-test design; psychometrische analyse OV4: vragenlijst met pre-post design OV5: tevredenheidsonderzoek via focusgroepen\n\nProjectoutput - online leeromgeving voor LIO's - LIO-platform met professionaliseringsaanbod voor mentor-coaches - wetenschappelijke publicaties","summary":"Dit project introduceert het LIO-Platform: een ICT-ondersteund platform dat de zelfsturende leerervaring van LIO-studenten verbetert, de mentor-coach versterkt en de samenwerking tussen alle betrokkenen in het begeleidingsproces optimaliseert. Met focus op zelfregulerend leren en vakdidactische competenties, wordt dit pilootproject uitgevoerd volgens de principes van Educational Design Research, met als doel de impact van het LIO-Platform te evalueren en verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002636","result_description":null},{"description":"Granulaire synthese is al geruime tijd bekend, zowel in audio- als videotoepassingen. In dit project willen we onderzoeken of granulaire technieken - het denken in partikels, swarms en waves in plaats van individuele parameters - kunnen helpen om nog meer zintuigen te activeren bij het creëren en bespelen van immersieve ruimtes. Deze ruimtes roepen een totaalervaring op waar klank en beeld samenkomen en de deur openen voor nieuwe immersieve ervaringen voor het publiek.\n\nMet behulp van technieken uit de quantumfysica en de kunstmatige intelligentie - waarvoor we de samenwerking hebben gekregen van experimenteel fysicus Jan Eysermans (CERN) en specialist neurale netwerken Frederik De Bleser - willen we niet alleen een compositorisch model ontwerpen dat het creëren van immersieve ruimtes mogelijk maakt, maar ook tools ontwikkelen die podiumkunstenaars in staat stellen om met deze ruimtes te interageren tijdens artistieke performances.\n\nDeze modellen en tools zullen niet alleen worden getest en gevalideerd in workshops met studenten van KCA en KAA, maar ook worden toegepast in een aantal performances in samenwerking met ChampdAction en HERMESensemble onder de overkoepelende titel \"Les Nymphéas digitales\". Hierbij zal een grote immersieve installatie met 3D visuals, klank en musici worden gecreëerd die zal plaatsvinden in de loop van najaar 2023.","summary":"Ontdek hoe granulaire technieken nieuwe immersieve ervaringen creëren door het combineren van quantumfysica en AI. Samen met experts zullen we een compositorisch model en tools ontwikkelen voor interactieve artistieke performances in immersieve ruimtes. Testen en performances gepland voor najaar 2023.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002637","result_description":"Compositorisch model voor immersive spaces. Toolbox voor immersive performances. Presentaties voor studenten in workshops aan KCA en KAA. In samenwerking met het HERMESensemble en ChampdAction een reeks performances."},{"description":"We leven in het Antropoceen, een geologisch tijdperk waarin de menselijke invloed op de planeet en haar ecosystemen zo ingrijpend is dat het duizenden jaren lang sporen zal nalaten. We kunnen stellen dat het Antropoceen voor mensen betekent dat ze zowel een waarnemer van onze wereld zijn als een actief onderdeel van deze waarneming. Het is tegelijkertijd een tijd van overmoed en nederigheid, omdat de natuur onverbiddelijk terugslaat.\n\nRepresentatie is een van de uitdagingen van het Antropoceen: hoe kunnen we de ervaring van het leven te midden van milieurampen en escalerende veranderingen overbrengen en deelbaar maken? Dit onderzoeksproject stelt een andere kijk op representatie in het Antropoceen voor, in het bijzonder door het verlangen om gerepresenteerd te worden, de zoektocht naar zichtbaarheid, te zien als een van de oorzaken van de door de mens gecreëerde verwoesting. Met dit onderzoek wil ik naar ons als individuen kijken en begrijpen wanneer, waarom en hoe we hebben besloten om onszelf boven alles te plaatsen. Waarom moeten we onszelf overal en in alles zien? Moet men herkend worden om te zijn? Moeten dingen constant aanwezig zijn om te bestaan? Kun je nog steeds bestaan als je ervoor kiest om niet te zichtbaar te zijn? Om op deze vragen te antwoorden, zal dit project gericht zijn op het begrip ‘shy’ als een alternatieve denkwijze. Het woord verlegen wordt hier gebruikt als overkoepelende term voor de verwijzing naar lichamen die minder zichtbaar zijn. De kwalificatie ‘shy’ strekt zich uit tot de minder waarneembare delen van onze menselijke ervaring, inclusief alles in ons ecosysteem dat botst met of anoniem onze ruimte en onze lichamen binnenkomt. Maar omdat het zich richt op het omzeilen van representatie, voldoet ‘shy’, als iets dat moet worden uitgevoerd, als een ethiek van het maken van kunst en het bewegen in de kunstwereld en als een theoretisch concept, niet aan vastomlijnde beelden van wie representatief zou kunnen zijn voor het ‘shy’.","summary":"In het Antropoceen ervaren we de dualiteit van menselijke invloed op de planeet, met overmoed en nederigheid. Dit onderzoek verkent representatie in deze tijd, waarbij de focus ligt op het verlangen naar zichtbaarheid en de impact van menselijke keuzes. Het project richt zich op het begrip 'shy' als een alternatieve denkwijze, waarbij het vermijden van representatie centraal staat.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002638","result_description":null},{"description":"Begin 2018 startte ik het onderzoeksproject \"De beeldhouwkunst als een flexibele efemeriteit\". Mijn vraagstelling betrof de betekenis van de beeldhouwkunst als statisch medium in een snel veranderende wereld. Als methodiek gebruikte ik de wisselende condities tussen creatie en destructie.\n\nIn de loop van het onderzoek veranderde de term destructie in transformatie en deconstructie, omdat de nieuwe vorm de oude nog in zich draagt, maar dan op een paradoxale manier. Deze transformatie vond plaats aan de hand van happenings of gebeurtenissen.\n\nIn een latere stap werd het kunstwerk letterlijk versnipperd om te verspreiden als souvenir tussen de bezoekers van de tentoonstelling. Hier kwam de volgende vraag uit voort: Kan een kunstwerk ontdaan worden van zijn statische karakter door het in te schrijven in een cyclisch systeem van recuperatie en recyclage? Elk kunstwerk kent een metamorfose in de herinnering van de kijker, heeft het dan nog bestaansreden in zijn oorspronkelijke vorm?\n\nVoor mijn doctoraat wil ik dieper ingaan op het geheugen dat functioneert als medium en het fysieke kunstwerk dat herleid wordt tot technische drager van het concept. \"Guns Are Gay\" werd als happening geplet voor publiek. In een latere fase kon de kijker een stukje (10x10cm) van het kunstwerk claimen. De geclaimde fragmenten werden naar de toeschouwers gebracht. De uitgedeelde stukjes kunstwerk worden een aandenken en activeren de herinnering in het geheugen. Is het kunstwerk de verpakking van een idee, net zoals ons economisch systeem de consument prikkelt met evocerende verpakkingen? De inhoud wordt verwerkt en de verpakking is tijdelijk. Zo stel ik het materiële karakter van een kunstwerk in vraag door het te bekijken als een veranderlijke drager van een immateriële boodschap die gevormd en hervormd wordt door de herinnering van de toeschouwer.\n\nDeze systematiek in de kunst wil ik opentrekken en verbinden met onze dagelijkse leefwereld van consumptie, recyclage en ons daaraan verbonden economisch systeem. Mijn artistieke praktijk fungeert als casestudy.","summary":"Onderzoek naar de flexibele betekenis van beeldhouwkunst in een veranderende wereld, met focus op transformatie en deconstructie. Kunstwerk wordt versnipperd als souvenir voor bezoekers, vraag naar kunstwerk als drager van immateriële boodschap. Verbinding met consumptie en recyclage in onze leefwereld.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002639","result_description":"Gallery Life N Style Tbilisi zal meewerken aan het organiseren van de Summer School in Tbilisi.\n\nEindtentoonstelling met De Efemeren."},{"description":"ACHTERGROND & PROJECTOPZET\nHet Vlaamse STEM-actieplan (2012) wil jongeren stimuleren om voor STEM-opleidingen en loopbanen te kiezen. Belangrijke thema’s in het plan zijn ‘aantrekkelijker STEM-onderwijs’ en ‘leraars en opleiders versterken’. Zowel het Masterplan secundair onderwijs (SO) als het STEM-platform pleiten voor STEM-leraren in de lagere school. Dit project speelt hierop in omwille van zijn doelstelling STEM duurzaam te implementeren zowel in basis- als in secundair onderwijs 1ste graad met aandacht voor de overgang van lager naar secundair onderwijs.\n\nWe kiezen voor een lerend netwerk STEM, meer bepaald een fysieke plaats en website om informatie te delen, behoeftes te bespreken, vragen te beantwoorden en elkaar te inspireren. De samenstelling van het lerend netwerk STEM bestaat uit afgevaardigden van Antwerpse basisscholen en scholen 1ste graad SO samen met lectoren en studentleraren. De afgevaardigden sturen hun schoolteam aan bij de implementatie van STEM. Eerder onderzoek over professionele leergemeenschappen, Teacher Design Team (TDT) en Lesson Study (LS) leert dat samenwerking en actief werken voor de eigen klaspraktijk – eigenaarschap – effectiever is dan een klassieke nascholing.\n\nWe gebruiken eerder ontworpen instrumenten (Co-Profs in STEM, 2018) tijdens het coachen in het lerend netwerk om de kwaliteit van STEM-lesmateriaal en -activiteiten te screenen en te optimaliseren. Op basis van eigen onderzoekdocumenten (Ardies, 2015), (inter)nationale literatuur, worden verscheidene meetinstrumenten ontworpen en uitgetest om op verschillende tijdstippen tijdens de duur van het project onderzoeksgegevens te analyseren.\n\nWe streven bij leraren naar een hogere Pedagogical Content Knowledge (PCK) en positieve attitudes t.o.v. STEM. Hierdoor verwachten we een kwalitatieve STEM-implementatie op leerling- en schoolniveau te bereiken waardoor de interesse en attitudes t.o.v. STEM bij leerlingen positief evolueren.\n\nONDERZOEKSVRAGEN & METHODOLOGIE\nHet Lerend Netwerk zal op een doordachte manier worden vormgegeven, de effectiviteit ervan dient vanzelfsprekend geëvalueerd te worden. Dit leidt tot volgende onderzoeksvragen:\n1. Kunnen we de attitude van leerkrachten t.a.v. STEM versterken door het opgezette professionaliseringstraject?\n   Methode: kwantitatieve onderzoeksopzet, vragenlijstonderzoek bij leraren (2 meetmomenten: start en einde schooljaren 2020-2021 en 2021-2022)\n2. Kunnen we de pedagogische kennis van STEM bij leerkrachten vergroten door hen te laten begeleiden door STEM-verantwoordelijken op schoolniveau?\n   Methode: focusgroepgesprekken, documentanalyse en semi-gestructureerde interviews bij leerkrachten\n3. Heeft het ondersteunen van de leerkrachten door STEM-verantwoordelijken op schoolniveau een invloed op de attitude van leerlingen ten opzichte van STEM?\n   Methode: kwantitatieve onderzoeksopzet, vragenlijstonderzoek bij leerlingen verdeeld over twee cohorten (2 meetmomenten: start en einde schooljaren 2020-2021 en 2021-2022)\n4. Kunnen we met een lerend netwerk waarin we schoolverantwoordelijken rond STEM samenbrengen een duurzame en kwalitatieve implementatie van STEM bekomen?\n   Interview bij directies, zowel aan het begin als het einde van het traject","summary":"Streef naar duurzame STEM-implementatie in het onderwijs met een lerend netwerk van scholen en lectoren. Versterk leraren en leerlingen in STEM-attitudes en pedagogische kennis. Onderzoek de impact van professionele begeleiding en meet de evolutie van attitudes.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002640","result_description":null},{"description":"De culturele aanwezigheid van de mandoline in Griekenland is gekoppeld aan vier verschillende muzikale tradities waar ze vandaan komen vier verschillende regio's: Klein-Azië, de Ionische eilanden, Athene en Kreta. Echter, aangezien de muziek traditioneel doorgegeven van generatie op generatie door middel van mondelinge overdracht, en sindsdien traditionele muzikanten zijn nu op hoge leeftijd, al dit erfgoed staat op het punt verloren te gaan.\n\nDankzij de startersprojectsubsidie van zes maanden die Maria Markatatou en ik hebben verkregen, zijn we erin geslaagd om een eerste presentatie van deze tradities te geven. Bovendien hebben verschillende internationale organisaties en muziekverenigingen in de loop van onze optredens tijdens de zes maanden durende beurs grote belangstelling getoond ons onderzoek en hebben ons aangemoedigd om onze onderzoeksmissie voort te zetten.\n\nTijdens dit project zal ik me richten op de muzikale tradities van Athene en Kreta. Veldwerk zal een overzicht van het repertoire opleveren en een bijbehorend scala aan inzichten over onbekende speeltechnieken en pedagogische processen die op dit moment ernstig ontbreken.\n\nHet doel van het project is het verkennen, documenteren en opnemen van het repertoire, evenals de speeltechnieken die zijn geëvolueerd in de muzikale tradities van Kreta en Athene; ontwikkelen en documenteren van een specifieke uitvoeringspraktijkmethode voor deze twee tradities; om het repertoire van de mandoline te verrijken; improvisatievaardigheden van klassieke musici verbeteren; om nieuwe componisten te inspireren om nieuwe hedendaagse muziek voor mandoline te creëren.","summary":"Ontdek en behoud Griekse mandolinemuziektradities uit Athene en Kreta. Onderzoek repertoire, speeltechnieken, en verrijk mandolinerepertoire.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002641","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nOndanks uitgebreid onderzoek dat aantoont dat beleidsthema’s, zoals klimaatopwarming, nu al een immense impact hebben op onze maatschappij, blijft effectieve communicatie over risico’s en oplossingen een obstakel in beleidsacties (Paolella, 2019; Stadslab2050, 2018). \n\nDit project focust op Virtual en Augmented Reality (VR/AR) als persuasieve en gedragsveranderingsfaciliterende tools voor het beantwoorden van urgente beleidsproblemen in een stedelijke context, zoals klimaat, volksgezondheid en woonbeleid. Deze problemen zijn abstract en onzichtbaar, complex en gelaagd, wat de communicatie naar de doelgroepen bemoeilijkt, die vaak niet overtuigd zijn van de urgentie. \n\nBovendien wordt van mensen actiebereidheid gevraagd. Net hiervoor is urgentiebesef nodig om attitude en/of gedragsverandering te bereiken (Gerritsen, 2011; Kotter & Rathgeber, 2006).\n\nONDERZOEKSDOEL\n\nOnderzoek naar VR- en AR-toepassingen voor voorlichting en gedragsverandering staat in de kinderschoenen. Veel resultaten zijn nog niet generaliseerbaar naar een wijdverbreide praktijk (Dirksen et al., 2019). \n\nDit project wil onderzoeken welke rol VR en AR kunnen spelen in het creëren van urgentiebesef en gedragsverandering bij publieksgroepen. Deze tools kunnen weliswaar stedelijke problemen niet oplossen, maar ze kunnen de communicatie over beleidsthema’s wel tastbaar, schaalbaar en dichter bij de leefwereld van mensen brengen (Paolella, 2019; De Roeck, 2019). \n\nBovendien worden -op basis van de onderzoeksresultaten- een VR- en AR-zelfstudiepakket ontwikkeld die overheid en non-profit toelaten om de eerste stappen te zetten in dit domein. \n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nHoe kunnen we VR/AR inzetten bij voorlichtingscampagnes van overheden en non-profitorganisaties, opdat er een verschil in overtuigingskracht (empathie, urgentie, kennis, attitude, intentie) optreedt conform de gewenste gedragsverandering?\n\nMETHODOLOGIE\n\nWe onderzoeken deze centrale onderzoeksvraag via onder andere literatuurstudie, survey, expertinterviews, focusgroepen, experimenteel onderzoek en testing.","summary":"Dit project onderzoekt hoe VR/AR kan helpen bij communicatie over urgente beleidsproblemen in stedelijke contexten. Het onderzoek richt zich op het creëren van urgentiebesef en gedragsverandering door middel van VR/AR-toepassingen. Het doel is om de communicatie over complexe beleidsthema's tastbaarder en overtuigender te maken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002642","result_description":null},{"description":"Abstract only available in English.","summary":"Summary: Abstract only available in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002643","result_description":null},{"description":"Dit artistiek onderzoek vertrekt vanuit de veronderstelling dat \"noise\" relevant, kritisch en verbindend kan zijn voor artistieke praktijk, onderzoek en onderwijs. Door als componist mee te werken aan enkele dansprojecten zal ik onderzoeken hoe \"noise\" (zowel conceptueel als fysiek) de creatieve processen en de artistieke resultaten ervan kan beïnvloeden.\n\nIk neem \"noise\" als referentiepunt om de sociopolitieke rol van het lichaam in dansvoorstellingen in vraag te stellen en te ontwrichten. Mijn doel is om \"noise\" voor te stellen als een manier om in termen van weerstand over het uitvoerende lichaam na te denken, om de transformatieve en adaptieve aard van \"noise\" in samenwerkingsprojecten te onderzoeken, en het potentieel ervan als een conceptueel hulpmiddel in educatieve instellingen te onderzoeken. Ik zal voorleggen dat de ongedefinieerde en ontwrichtende aard van \"noise\" de veelheid aan stimuli en esthetische lagen van artistieke creatie en ervaring blootlegt.\n\nDe resultaten van dit project zullen drie onderzoeksartikelen zijn, elk gebaseerd op diverse interdisciplinaire werken waaraan ik als componist deelneem. Dit proces begint met een retrospectieve studie van stukken die vóór dit onderzoekstraject zijn gemaakt en die het bronmateriaal zullen vormen voor de eerste twee artikelen.\n\nVervolgens zullen er tijdens dit traject twee nieuwe interdisciplinaire stukken gecreëerd en uitgevoerd worden. De creatieve processen van deze werken zullen het belangrijkste artistieke materiaal zijn voor het uiteindelijke artikel.","summary":"Dit artistiek onderzoek verkent de impact van \"noise\" op creatieve processen in dans en artistiek onderwijs, waarbij het lichaam en weerstand centraal staan. Het project resulteert in drie onderzoeksartikelen gebaseerd op interdisciplinaire samenwerkingen en creatieve processen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002644","result_description":"Schrijven van artikel over samenwerking met choreograaf Pedro Goucha.\n\nSchrijven van artikel over samenwerking met choreografe Astrid Boons (retrospectieve studie).\n\nSchrijven van artikel over Interventies."},{"description":"Het artistiek onderzoeksproject ‘Pamphilus, pamfilet, pamflet’ pleit voor de creatie en verspreiding van een nieuw soort pamflet, het artistieke pamflet. Artistieke pamfletten worden gecreëerd om meervoudige standpunten te delen.\n\n‘Pamphilus, Pamfilet, Pamflet’ is een onderzoek naar de betekenis van het artistieke pamflet als vorm. Het is een onderzoek naar de mogelijkheden van het pamflet in het heden en in de toekomst. Het is een onderzoek naar manieren om het gebruik van de eigen stem door middel van artistieke pamflet aan te moedigen en te bevorderen.\n\nEerst wordt het historische of politieke pamflet bestudeerd en geanalyseerd hoe dit zich tot de taal van het artistieke pamflet verhoudt. Vervolgens zal het artistieke pamflet onderzocht worden met studenten, jongeren, kinderen en groepen van mensen voor wie het niet vanzelfsprekend is om gehoord te worden.\n\nEen groot deel van dit onderzoek zal bestaan uit het werken met studenten van Koninklijk Conservatorium Antwerpen, Luca Leuven en Rietveld Academie in Amsterdam. In totaal gaat het over vier spelblokken, een masterclass en een workshop. Aan elk van deze leermomenten worden publieke toonmomenten gekoppeld die allemaal plaatsvinden in de publieke ruimte.\n\nDaarnaast werkt dit project samen met theaters. Zij faciliteren workshops en samenwerkingen met organisaties uit het middenveld. Ook hier worden er toonmomenten en acties georganiseerd in de openbare ruimte, en wordt er gewerkt naar een beeldende uitgave van hun werk.","summary":"Het project 'Pamphilus, Pamfilet, Pamflet' promoot artistieke pamfletten om diverse standpunten te delen. Het onderzoek richt zich op de betekenis en toekomst van artistieke pamfletten, met workshops en publieke evenementen in samenwerking met studenten, jongeren en theaters.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002645","result_description":"Vooropgestelde output:\n\n6.1 Pedagogische output\n\nDe methoden die worden ontwikkeld voor de creatie en verspreiding van een ‘artistiek pamflet’ zullen ook worden gedoceerd aan studenten in de kunsten in verschillende disciplines:\n\n(a) Een masterklas van een week in het Koninklijk Conservatorium Antwerpen voor studenten van de opleiding Drama studierichting Acteren, Woord en Kleinkunst.\n\n(b) Twee spelblokken van 6 weken in het Koninklijk Conservatorium Antwerpen voor studenten van de opleiding Drama studierichting acteren woord en kleinkunst.\n\n(c) Twee spelblokken van 7 weken in 2022 en 2023 in Luca Leuven afdeling acteren, Writing for Performance.\n\n(d) In samenwerking met Connie Nijman (docent grafische vormgeving) organiseert de Rietveld Academie een workshop van een week met Tine Van Aerschot, getiteld ‘Het artistiek pamflet of inhoud in vorm’.\n\n6.2 Academische output\n\nIk voorzie drie vormen van academische output:\n\n(a) Een eerste neerslag van dit onderzoek wordt samen met voorbeelden van nieuwe pamfletten gepubliceerd in FORUM+.\n\n(b) Een artikel voor Rekto:Verso of Etcetera, essay over het straatonderzoek, in combinatie met kunstenaarsbijdrage van vormgegeven artistieke pamfletten.\n\n(c) Organisatie van een symposium rond het artistieke pamflet en de mogelijke impact ervan op de publieke ruimte.\n\n6.3 Artistieke output\n\nIk voorzie drie vormen van artistieke output:\n\n(a) Creëren van artistieke pamfletten zowel in gesproken, beeldende als geschreven vorm.\n\n(b) Anders invullen van publieke ruimte door evenementen te organiseren in parken, op pleinen in stations waar pamfletten worden opgevoerd en voorgedragen.\n\n(c) Visuele vormen ontwikkelen om artistieke pamfletten via digitale platvormen en op papier te kunnen verspreiden.\n\n(d) Een neerslag van het onderzoek en de pamfletten creëren in digitale en papieren vorm. In samenwerking met CCQO - Culture Commons Quest Office en met de nieuwe toneelbibliotheek zal er gezocht worden naar een unieke en gepaste vorm waarin de verzameling van pamfletten kan uitgegeven worden."},{"description":"Pesten op school is een van de belangrijkste oorzaken van mentale gezondheidsproblemen, leermoeilijkheden en ontwikkelingsklachten bij kinderen en adolescenten. Een bijzonder schadelijke vorm van pestgedrag is 'identiteitsgebonden pesten' (‘identity-based bullying’ - verder IBB), waarbij slachtoffers blootgesteld worden aan herhaaldelijke verbale of fysieke agressie, discriminatie of sociale uitsluiting op basis van kenmerken zoals hun geslacht, etniciteit, sociaaleconomische achtergrond en/of fysieke capaciteiten.\n\nIn tegenstelling tot het klassieke beeld van het 'onschuldige kind’, toont onderzoek immers aan dat kinderen bijzonder vroeg stereotiepe opvattingen over hun leeftijdsgenoten internaliseren en dat deze zich vaak vertalen in subtiele of expliciete vormen van pesten. Vreemd genoeg blijkt het grootste deel van de initiatieven om IBB aan te pakken echter gericht op adolescenten en focust onderzoek naar IBB hoofdzakelijk op de leefwereld van tieners.\n\nDe rol die vooroordelen en stereotypen spelen in pestgedrag binnen basisscholen in Vlaanderen kreeg tot op heden veel minder aandacht. Een van de redenen hiervoor is dat gevestigde methoden om pestgedrag te bestuderen (bijv. vragenlijsten of interviews) weinig geschikt zijn voor onderzoek bij jonge kinderen. Hierdoor ontbreekt het aan een duidelijk zicht op de prevalentie van pestgedrag in het algemeen, en van IBB in het bijzonder, binnen het Vlaamse basisonderwijs. Het is deze blinde vlek die binnen dit interdisciplinaire SBO-project wordt aangekaart.\n\nVia de ontwikkeling van een reeks nieuwe methodes zal dit project trachten na te gaan:\n\n1) hoe vooroordelen de aanleiding geven tot pestgedrag op de speelplaats (WP1),\n2) hoe ze de interacties van kinderen binnen het klaslokaal vormgeven (WP2),\n3) wanneer specifieke vooroordelen ontstaan (WP3) in de sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen en welke rol leerkrachten (WP4) en lesmateriaal (WP5) kunnen spelen bij het omgaan met en voorkomen van identiteitsgebonden pesten.","summary":"Pesten op school, met focus op identiteitsgebonden pesten, heeft ernstige gevolgen voor de mentale gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Dit project onderzoekt de rol van vooroordelen en stereotypen bij pestgedrag in Vlaamse basisscholen en ontwikkelt nieuwe methodes om dit aan te pakken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002646","result_description":"Er zijn empirisch onderbouwde tools voor leerkrachten en zorgverleners beschikbaar, ondersteund door trainingsessies en workshops.\n\nLesmateriaal en onderwijsmethodes zijn beschikbaar voor kinderen in het basisonderwijs.\n\nSamenwerking met Ketnet en de anti-pestcampagne stip-it voor bewustmaking van het brede publiek."},{"description":"Tijdens de belle époque (ca. 1870 - 1930) hoorde het Parijse Conservatoire bij de meest invloedrijke muziekinstituten in Europa. De Franse fluitschool, die vandaag de dag nog steeds beroemd is, vindt daar zijn oorsprong. Het lijkt voor de hand liggend dat in België, dat op een boogscheut van Parijs ligt en waar de conservatoria van Brussel, Gent en Antwerpen pas decennia na het Conservatoire werden opgericht, het gevestigde Parijse concept werd overgenomen, en dat fluitisten hun belangrijke buren als voorbeeld namen.\n\nMaar was dit werkelijk zo, of sloeg men in België misschien een andere weg in? Hoe zag de fluitopleiding in de drie instituten er precies uit? Welke fluittypes gebruikten ze en welk repertoire speelden ze? Hoe interpreteerden ze de muziek? En ook: hoe gaan wij vandaag de dag om met dit cultureel erfgoed, en hoe kunnen wij de musiceerpraktijk van die tijd in onze interpretatie van de werken overnemen?\n\nOp deze vragen wordt een antwoord gezocht vanuit zowel een theoretische als een praktische invalshoek. Daarvoor worden historische documenten over fluitopleiding, fluitisten en historische uitvoeringspraktijk verzameld en geanalyseerd, en vervolgens wordt de theoretische kennis overgebracht naar het fluitspel.\n\nDe resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in vaktijdschriftsartikelen, concerten, lecture-performances en YouTube-films.","summary":"Ontdek de invloedrijke Franse fluitschool tijdens de belle époque in Parijs en België. Leer over de fluitopleidingen, repertoire en muzikale interpretatie van die tijd, en ontdek hoe dit cultureel erfgoed vandaag de dag nog steeds relevant is. Resultaten worden gedeeld in vaktijdschriften, concerten en online content.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002647","result_description":"Binnen de betrokken conservatoria kunnen de onderzoeksresultaten direct worden doorgegeven aan studenten en docenten in het kader van infosessies en workshops.\n\nVoor geïnteresseerde fluitamateurs worden infosessies in enkele muziekacademies georganiseerd (bijvoorbeeld Mago, Brussel Schaarbeek).\n\nArtikelen in fluit-specifieke tijdschriften (Fluit, Tibia, Flöte aktuell, Flute traversière, enz.) verzekeren de berichtgeving op professioneel niveau.\n\nDe onderzoeksresultaten worden ook onder een breder publiek verspreid in de vorm van opnames (YouTube-films en geluidsopnames voor onder andere Spotify) van relevante fluitwerken en begeleidende teksten. Dit gebeurt ook door het delen van bladmuziek op IMSLP en andere professionele platformen zoals RISM, de websites van de bibliotheken, en/of in de reeks The Flemish Music Collection van uitgever Musikproduktion Höflich (mph) in München. Daarnaast worden er lecture-performances gehouden in Museum Vleeshuis en andere geschikte plaatsen, zoals bijvoorbeeld het MIM."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\nIn de jaren '80 had stadsvernieuwing veel aandacht voor de positie van kwetsbare groepen. Vandaag primeert de fysiek-ruimtelijke en economische impact van stadsvernieuwingsprojecten op de sociale impact (Stedenbeleid Vlaanderen, 2017; Van Bouchaute, 2015). De sociale impact op het dagdagelijks leven en leefomgeving is echter niet alleen onvermijdelijk maar volgens Holemans (2012) ook groot. Niet alleen gentrificatie maar ook een democratisch tekort zijn vanuit sociaal oogpunt problematisch. Inspraakmogelijkheden worden doorgaans benut door hoger geschoolde en/of meer bemiddelde stadsbewoners (Silver, Scott & Kazepov, 2010). Zo blijft de stem van een groot deel van de superdiverse bewonerspopulatie ongehoord.\n\nONDERZOEKSVRAAG\nDit PWO-project biedt antwoord op de vraag hoe diverse stemmen en belangen van bewoners beter aan bod kunnen komen in stadsvernieuwingsprojecten en hoe sociaal werkorganisaties daar een actieve rol in kunnen spelen? Deze vraag groeide vanuit een samenwerking met Samenlevingsopbouw, de stadsdienst Sociale Planning en AG Vespa.\n\nONDERZOEKSAANPAK & METHODOLOGIE\nIn overleg met AG Vespa en Sociale Planning selecteren we twee stadsvernieuwingsprojecten die verschillen in dynamiek, fasering en timing. We werken vanuit het besef van diversiteit in betekenisgeving en mogelijkheid tot dissensus; kenmerkend voor sociaal werk als democratische praktijk (De Bie et al., 2013). We gebruiken de methode van actie-onderzoek, in nauw overleg met diverse stakeholders zoals buurt- en wijkorganisaties en stadsplanners. De onderzoekstechnieken worden grotendeels ingevuld via vindplaatsgerichte werkvormen van sociaal werk. Deze hebben hun oorsprong in micro-sociologische en antropologische onderzoekstradities. Het verzamelen van data is hierbij nauw verbonden aan het opzetten van acties, daar waar de mensen zich bevinden en met aandacht voor de geldende waarden en normen. Deze aanpak werkt drempelverlagend en heeft een hoog participatief karakter (Castermans, 2004; Beelen et al., 2014; Baillergeau & Grymonprez, 2020).","summary":"Dit PWO-project onderzoekt hoe diverse bewonersstemmen en belangen beter geïntegreerd kunnen worden in stadsvernieuwingsprojecten. Samenwerkingen met stakeholders leiden tot actie-onderzoek met focus op sociaal werk methodes voor participatieve en inclusieve processen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002648","result_description":null},{"description":"Momenteel heerst er een 'theory-practice' gap in de gezondheidsopleidingen, waarbij de leeropportuniteiten en leervormen binnen het gezondheidszorgonderwijs onvoldoende aansluiten bij de praktijk. Daarnaast kent de gezondheidszorg grote tekorten aan (capabele) zorgprofessionals om te voldoen aan de steeds meer complexe zorgnoden van de algemene populatie.\n\n'StimulanZ' zet in op het versterken van gezondheidszorgopleidingen op vlak van competentieontwikkeling bij de in- en doorstroom van zorgverleners in de Vlaams-Nederlandse grensregio. Concreet gaat 'StimulanZ' via een evidence informed kader simulatieomgevingen uitbouwen en implementeren op het grensvlak tussen onderwijs- en arbeidsmarkt. Ook zorgt de snel evoluerende gezondheidszorg voor meer en meer technologische uitdagingen bij de zorgprofessional.\n\nHet doel van dit onderzoeksproject is enerzijds het creëren en implementeren van simulatieomgevingen, -scenario's, -trainingen, -technologie en een professionaliseringaanbod voor lerenden én opleiders. En anderzijds via praktijkgericht onderzoek monitoren, begeleiden, evalueren én valoriseren van de ontwikkelde producten en het gevolgde proces. Op die manier bieden we een kader voor toekomstige ontwikkeling van simulatieomgevingen.\n\nDe activiteiten in dit project worden ondersteund met procesbegeleiding en systematisch vormgegeven via de beproefde design thinking aanpak.\n\nAP zal deelnemen aan alle onderzoeksactiviteiten beschreven in de projectaanvraag én specifiek rond 'technologische wendbaarheid' zullen zij de leiding nemen. AP zal trainingen ontwikkelen rond technologische wendbaarheid op basis van Intervention Mapping (IM). Dit protocol vormt een framework voor het planmatig ontwikkelen van theoretisch en empirisch onderbouwde interventies om gedragsverandering te creëren. Het doel is om deelnemers (opleidingsniveau 6-7) te versterken in hun competentieontwikkeling aangaande wendbaarheid naar de alom veranderende dagdagelijkse realiteit in het werkveld, betreffende de (zorg)technologische innovaties. Deze wordt uitgewerkt in 6 fasen: (1) Needs Assessment (2) Identificatie van determinanten van technologische wendbaarheid (3 en 4) Ontwikkeling van de interventies en aftoetsen bij partners (5 en 6) implementatie en evaluatie omtrent het effect van de ontwikkelde interventies.\n\nONDERZOEKSVRAGEN EN METHODOLOGIE\n\nWelke deelcompetenties van technologische wendbaarheid bezitten studenten reeds?\nWelke determinanten hebben invloed op technologisch wendbaar gedrag?\n\nMethode: exploratieve kwantitatieve survey bij studenten verpleegkunde, vroedkunde en geneeskunde\n\nVerwachte resultaten: voorspellende factoren voor technologisch wendbaar gedrag\n\nWelke performance en change objectives zullen leiden tot meer technologisch wendbaar gedrag?\n\nMethode: deskresearch\n\nVerwachte resultaten: inzicht in performance en change objectives die behandeld dienen te worden in de interventie\n\nWat is de impact van de ontwikkelde interventie op het technologisch wendbare gedrag?\n\nMethode: pre-post interventiestudie\n\nVerwachte resultaten: effectiviteit van de interventie en hopelijk meer technologisch wendbaar gedrag","summary":"StimulanZ verbetert gezondheidszorgopleidingen in de grensregio door simulatieomgevingen te creëren voor zorgprofessionals. AP leidt technologische wendbaarheidstrainingen via evidence-based interventies voor studenten. Onderzoek richt zich op competentieontwikkeling en gedragsverandering voor een toekomstbestendige zorgpraktijk.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002649","result_description":"Output\n\n(1) Getest internationaal trainingsprogramma rond technologische wendbaarheid voor studenten;\n(2) Peer-reviewed publicatie;\n(3) Deelname congres."},{"description":"Probleemschets\n\nChronische aandoeningen zijn een belangrijke oorzaak van participatieproblemen en een verminderde kwaliteit van leven. Revalidatie heeft als doel de kwaliteit van leven te verbeteren en heeft een belangrijke rol in de behandeling van personen met chronische aandoeningen.\n\nEen comprehensief revalidatieprogramma vraagt de inzet van een interdisciplinair team dat intensief en flexibel samenwerkt. Er is een tekort aan gespecialiseerde revalidatieverpleegkundigen. Om hier een antwoord op te bieden, worden vacatures opengesteld voor revalidatiecoach. Deze functie vereist een diploma als ergotherapeut en heeft als kerntaak het begeleiden van de revalidant in zijn dagelijks handelen op de revalidatieafdeling. De revalidatiecoach vormt daarbij een tandem met het verpleegkundig team.\n\nOnderzoek toont aan dat een (on)duidelijke rolinvulling en verwachtingen, goede overdracht van kennis en vaardigheden en organisatorische aspecten enkele belangrijke determinanten zijn van een goede samenwerking. Bovendien is het wettelijk kader waarbinnen de revalidatiecoach werkt en de functie-invulling nog onduidelijk. Een grondige analyse om de samenwerking tussen revalidatieverpleegkundigen en revalidatiecoaches te realiseren is noodzakelijk.\n\nOnderzoeksvragen\n\n- Onderzoeksvraag 1: Wat beperkt een goede ‘tandem’ samenwerking tussen een verpleegkundige en een ergotherapeut?\n- Onderzoeksvraag 2: Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van de functie-invulling van de revalidatiecoach?\n\nMethodologie\n\n- Verdiepend literatuuronderzoek over de rollen van verpleegkundigen en ergotherapeuten.\n- Organisatie van focusgroepen om sterktes, zwaktes, kansen en valkuilen met betrekking tot de samenwerking tussen de verpleegkundige en de revalidatiecoach in kaart te brengen, alsook verwachtingen van het functieprofiel (verpleegkundige, ergotherapeut, zorgkundige, beleidsmakers).\n- Semigestructureerde interviews bij zorgverleners (verpleegkundige, ergotherapeut, zorgkundige, beleidsmakers, ...).","summary":"Chronic conditions impact quality of life. A new role, rehabilitation coach, aims to enhance patient care in rehab facilities. Research will explore barriers to teamwork between nurses and coaches, and expectations for the coach's role. Study includes literature review and interviews with healthcare professionals.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002650","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nPublicatierapport over sterktes, zwaktes, kansen en valkuilen in de samenwerking tussen de verpleegkundige en de revalidatiecoach. Dit rapport zal gecommuniceerd worden aan het beleid en ziekenhuismanagement via de bekende partners en nieuwe partners.\n\nFinaal advies met betrekking tot het functieprofiel van de revalidatiecoach.\n\nProjectdossier voor vervolgonderzoek."},{"description":"Dit onderzoek heeft tot doel het artistieke gebruik van interzintuiglijke metaforen met betrekking tot visuele kleur en geluid in interdisciplinaire kunstcreatie te onderzoeken, en de muzikale uitvoeringspraktijk te verbeteren door synesthesie en het verband tussen op kleur gebaseerde en muzikale percepties te onderzoeken.\n\nSynesthesie is een neurologische aandoening waarbij een persoon bijvoorbeeld onwillekeurig een bepaalde kleur kan zien bij het horen van een noot. Wetenschappelijk bewijs suggereert dat voorkeuren voor het combineren van bepaalde kleuren met aspecten van muziek op een vergelijkbare manier in onze hersenen kunnen zijn vastgelegd. De artistieke toepassingen hiervan zijn nog niet uitgebreid onderzocht.\n\nHet onderzoek zal worden uitgevoerd in overleg met mensen met expertise op het gebied van neurowetenschap en kunst, door onderzoek naar het gebruik van kleur en geluid in muziek, experimenten naar cognitieve en artistieke effecten van kleurelementen op muzikale uitvoeringen en analyse van geselecteerde werken. De output zal bestaan uit een proefschrift, softwaretools om interzintuiglijke principes te integreren in muziekpraktijken, workshops en de creatie van een audiovisueel werk waarin dergelijke principes worden gedemonstreerd.\n\nOnderzoeksvragen:\n- Welke muzikale interzintuiglijke elementen correleren binnen de werken van synesthetische en niet-synesthetische componisten?\n- Wat zijn de cognitieve en artistieke voordelen van het gebruik van op kleur gebaseerde en synesthetische elementen in de muziekpraktijk?\n- Hoe kunnen we de cognitieve elementen van kleur-muzikale perceptie toepassen in de analyse en creatie van audiovisuele kunst?","summary":"Dit onderzoek onderzoekt artistiek gebruik van interzintuiglijke metaforen in interdisciplinaire kunst, om muzikale uitvoeringen te verbeteren door synesthesie te verkennen. Het doel is om kleur en geluid te integreren in muziekpraktijken en artistieke effecten te analyseren voor een nieuwe audiovisuele ervaring.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002651","result_description":"Het einddoel is het creëren van een theoretisch model voor de analyse en creatie van audiovisueel werk. Dit omvat softwaretools die audiovisuele prestaties mogelijk maken (zoals live visualisatie van audio op basis van synesthetische principes en vice versa) gemaakt in de programmeeromgeving Max/MSP/Jitter.\n\nDe Koninklijke Academie van Antwerpen en de International Association of Synesthetes worden uitgenodigd om actief mee te werken aan dit project. (Curriculumklassen, onderzoeksfestivals, creatieve projecten.) Verdere publicaties en artikelen op basis van de resultaten van de cognitieve experimenten en audiovisuele analyses, bedoeld voor een publiek met verschillende expertiseniveaus over het onderwerp, zullen worden geschreven voor FORUM+, The Journal for Artistic Onderzoek en studies in beeldende kunst en communicatie.\n\nDe educatieve rol van het gebruik van intrinsieke kleur-geluidrelaties zal worden overwogen. (Publicaties, workshops gericht op studenten.) Er zal een nieuw audiovisueel werk ontstaan als artistieke output. Het werk wordt geschreven voor een ensemble en vertellers met live elektronica. De belangrijkste focus zal zijn om het effect en het potentieel van de intrinsieke relatie tussen geluid en kleur te demonstreren met behulp van live elektronische middelen.\n\nDe creatie en uitvoering van dit werk komt tot stand in samenwerking met het interdisciplinaire kunstcollectief 4Fold en het theatercollectief Mixed & United."},{"description":"Hoewel er de laatste vijftien jaar veel onderzoek gedaan is naar achttiende-eeuwse improvisatie- en compositiemethodes, blijkt de toegankelijkheid, verstaanbaarheid en concrete toepasbaarheid van de output problematisch.\n\nMeestal worden de onderzoeksresultaten gepubliceerd in vaktijdschriften die niet beschikbaar zijn in de conservatoriumbibliotheek, te duur zijn om aan te kopen, vaak een complex jargon hanteren en niet gericht zijn op pedagogische bruikbaarheid. \n\nWaar Demeyere verschillende cursussen geschreven had om studenten toch houvast te bieden in deze materie, missen ze echter een interactieve en auditieve component. Bovendien zijn er nieuwe en gewijzigde inzichten verworven sinds deze cursussen tot stand kwamen.\n\nDit ambitieuze project, dat tegelijk gewijd is aan het maximaliseren van de pedagogische kwaliteit van de vakken praktische harmonie, contrapunt en analyse als aan de wereldwijde verspreiding van deze kennis, wil deze problemen grondig en dynamisch aanpakken.\n\nDe primaire output van dit project is de realisatie van een databank met alle tot nog toe bekende schemata — de essentiële achttiende-eeuwse muzikale bouwstenen. Dit gegevensbestand, in de vorm van een rijke website, zal eveneens toepassingen, muziekvoorbeelden, video’s en duiding bevatten. Duiding die tot doel heeft de bestaande vakliteratuur begrijpelijk te herformuleren, synthetiseren en corrigeren. \n\nHiernaast vormt het verwerken van nieuwe schemata eveneens een belangrijk onderdeel van dit onderzoek.","summary":"Dit project richt zich op het verbeteren van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van achttiende-eeuwse muziekonderzoeken. Een databank met essentiële muzikale bouwstenen zal worden gecreëerd, inclusief muziekvoorbeelden en video's, om de pedagogische kwaliteit te verhogen en kennis wereldwijd te verspreiden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002652","result_description":"Het realiseren van bijbehorende geschreven en auditieve muziekvoorbeelden, improvisatiewerkvormen en video's.\n\nHet integreren van alle materiaal, inclusief de duiding bij alle schemata en varianten, in een centrale database in de vorm van een website.\n\nHet implementeren van het nieuw verkregen materiaal in de cursussen praktische harmonie, contrapunt en analyse gegeven aan KCA."},{"description":"Dit artistiek onderzoeksproject heeft als doel te visualiseren en documenteren hoe vormen en werkwijzen van tekstproductie—redigeren, ontwerpen, zetten, drukken—reageren op sociaal en politiek conflict, en hoe ze dit vastleggen. Mijn onderzoek zal zich richten op een cruciale periode van verandering in zet- en druktechniek—van grofweg 1960 tot de vroege jaren ’80.\n\nIn het bijzonder zal ik archiefmateriaal bestuderen dat verband houdt met experimentele dichters, uitgevers en typografen die gelieerd zijn aan zwarte en queer bevrijdingsbewegingen, voor wie de fysieke arbeid van redigeren, zetten en drukken een manier was om gemeenschap en solidariteit te kweken, en om verzet te bieden tegen staatsgeweld en -onderdrukking. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe deze dichters gebruik maakten van wat Nathaniel Mackey “graficiteit” heeft genoemd—“regelafbrekingen, variabele marges, orthografie, typografie enzovoort”—om normatieve begrippen van tekstuele ruimte te ontregelen, te betwisten en te verstoren, en om latente tegenstrijdigheden en antagonismes in taal zelf bloot te leggen.\n\nHet project zal zich langs twee hoofdassen ontwikkelen. Ten eerste zal ik onderzoek in archieven verrichten, om documentair materiaal te verzamelen dat betrekking heeft op het ontwerp en de productie van teksten: manuscripten, tekstversies, zetproeven, correspondentie, etc. Ten tweede zal ik experimenteren met verschillende methodes om deze documenten te ordenen, interpreteren en activeren—door middel van ontwerpen, transcriberen, annoteren en indexeren.\n\nDit proces zal open zijn, in samenwerking met anderen, en geïntegreerd in mijn praktijk als typograaf, uitgever en docent.","summary":"Dit onderzoeksproject focust op de relatie tussen tekstproductie en sociaal/politiek conflict, met aandacht voor veranderingen in zet- en druktechniek van 1960 tot begin jaren ‘80. Het onderzoek richt zich op zwarte en queer dichters die via grafische elementen normen van tekstuele ruimte uitdagen en verzet bieden tegen onderdrukking. Met archiefonderzoek en experimenten wil de onderzoeker deze verbanden blootleggen en delen met anderen binnen het vakgebied.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002653","result_description":"The output will take diverse yet interconnected forms. Throughout the research period, I will initiate occasions for public presentation and display—for sharing, discussing, and formalizing my research in collaboration and conversation with peers. My research will also feed into assignments, workshops, and seminars in the context of my regular teaching practice as well as at the Royal Academy in Antwerp, the Dutch Art Institute, and elsewhere.\n\nThe project will also be reported in the form of an experimental printed publication. This will be edited, designed, and produced incrementally during the research period, as a series of octavo print sheets. This staggered production method (sixteen pages every few weeks or months) will allow me to incorporate feedback and revisions as the project develops, and the completed book will thus document (or “archive”) the process of its own production. These print sheets will be made for, during, and in response to the public and pedagogical events described above, and will include reproductions, transcriptions, and translations of archival material; excerpts from secondary sources; commentary and annotation; and contributions from invited collaborators. The book will ultimately constitute an experiment in essaying through design. A public symposium will be organized for its launch.\n\nThrough my publishing activities with The Last Books and The Yellow Papers I have established an international network for the distribution of printed matter as well as a broad and engaged audience; these will be crucial for disseminating the printed output of my project."},{"description":"CONTEXT\n\nElk kind heeft recht op vrije tijd. Het VN-comité geeft aan dat België zijn inspanningen om het recht van kinderen, met inbegrip van kinderen uit kansarme gezinnen, kinderen met een handicap, en vluchtelingen- en migrantenkinderen, op rust en vrije tijd en voldoende tijd om te spelen en recreatieve activiteiten te ontplooien dient te verhogen.\n\nVoorliggend onderzoek kadert binnen de doelstelling om in te zetten op een duurzame brug tussen jeugdhulp, jeugdwerk en vrije tijd in de breedste zin van het woord. Het onderzoek wil zoeken naar good practices, werkzame principes en praktijken, knelpunten en kritische factoren. De vertrekbasis is input uit gedane projecten zoals ‘Over Drempels’, de voortrajecten ‘Maak tijd vrij’ en ‘Maak samen tijd vrij’ en recent onderzoek rond jeugdhulp en vrije tijd. \n\nHet onderzoek bevat een combinatie van belevingen en ervaringen van betrokken actoren en van evaluatie en beschrijving. We opteren enerzijds voor een beschrijvende aanpak om de bestaande expertise zo optimaal mogelijk te capteren in dit project. Anderzijds bouwen we een participatief onderzoekstraject uit, dat inspiratie haalt uit actieonderzoek.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nDe onderzoeksvragen zijn:\n\n1. Op welke drempels botsen partners van samenwerkingsverbanden en wat zijn de werkzame factoren voor netwerken en samenwerkingen tussen jeugdhulp en vrije tijd? \n\n2. Wat zijn werkzame factoren op de brug tussen jeugdhulp & vrije tijd in een grootstedelijke, dan wel in een landelijke context? Wat is de rol van de lokale besturen in deze, en hoe kunnen ze deze uitvoeren? \n\n3. In hoeverre is er een kritisch reflectieve houding aanwezig bij de partners in een samenwerking(sverband) rond vrije tijd? Hiermee doelen we op de vraag of de partners hun eigen visie, handelen en regels in vraag stellen en waar nodig bijsturen. We willen hierbij een dwarsdoorsnede krijgen van de manier waarop dit zowel in de brede organisatie als bij de individuele medewerkers van toepassing is. \n\n4. Hoe kijken jongeren zelf naar hun vrije tijd? Is er een verschil tussen een participatieve en co-creatieve aanpak en het van bovenaf opleggen van een aanbod? Welke modellen komen het meest tegemoet aan de noden van kinderen en jongeren zelf? \n\n5. Wat is er in de toekomst nodig om het recht op vrije tijd te garanderen voor alle kinderen en jongeren in de jeugdhulp?   \n\n6. Welke internationale goede praktijken zijn er?\n\nMETHODOLOGIE\n\nInhoudelijk bestaat het onderzoeksvoorstel uit twee delen die permanent op elkaar spelen: beschrijvend onderzoek op basis van bestaande theoretische en empirische en participatief actieonderzoek met alle betrokken. Het beschrijvend onderzoek richt zich op het in kaart brengen van good practices, werkzame praktijken, knelpunten en kritische factoren in verschillende contexten (onderzoeksvragen 1, 2, 5 en 6). Om dit systematisch aan te pakken, hanteren we inzichten uit evaluatieonderzoek en kwaliteitszorg. Een evaluatiemodel dat rekening houdt met complexiteit van het sociale domein is het CAIMeR-model. \n\nWe hanteren een participatieve actiegerichte aanpak om te polsen naar houdingen en leefwereld van de verschillende betrokken actoren bij de invulling van vrije tijd bij jongeren in de jeugdhulp (onderzoeksvragen 3 en 4). Daarnaast hanteren we deze participatieve aanpak om (1) nieuwe kennis te ontwikkelen die antwoorden geeft op hiaten die voortvloeien uit het beschrijvend onderzoek en (2) de resultaten uit het beschrijvend onderzoek verder te onderbouwen. \n\nDe participatieve aanpak stimuleert de betrokkenheid van de actoren. We hanteren in de loop van het onderzoek verschillende onderzoeksmethoden die we selecteren met de doelstelling en de aard van de respondenten in gedachten. We werken het onderzoeksvoorstel stapsgewijs uit en in elke stap gaan we dieper in op de geselecteerde methoden.","summary":"Elk kind verdient vrije tijd. Onderzoek focust op samenwerking tussen jeugdhulp en vrije tijd voor alle kinderen, met aandacht voor drempels, goede praktijken en toekomstige noden. Methodes omvatten beschrijvend en participatief onderzoek voor inzichten en betrokkenheid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002654","result_description":"De resultaten van het onderzoek zullen gedocumenteerd worden in een verslag aan de opdrachtgever."},{"description":"Tijdloosheid en temporaliteit zijn veel bestudeerde onderwerpen in de klassieke muziek van de tweede helft van de 20e eeuw en de 21e eeuw, voornamelijk vanuit het perspectief van muzikale compositie en de auditieve perceptie van muziek. Maar wat is het perspectief van temporele gelaagdheid in de ervaring van de uitvoerder? Dit citaat biedt een aanknopingspunt (Noble, 2018): \"muziek waarvan de temporele organisatie de menselijke informatieverwerking en belichaming optimaliseert drukt de menselijke tijd uit, en muziek waarvan de temporele organisatie de menselijke informatieverwerking en belichaming ondermijnt of overschrijdt, wijst buiten de menselijke tijd, naar tijdloosheid.\"\n\nGespecialiseerd in het repertoire van Karlheinz Stockhausen, wil ik de rol van temporaliteit in muziek onderzoeken vanuit het perspectief van een uitvoerder. Ik zal me verdiepen in de rijkdom van verschillende lagen van tijdsbesef in een artistieke ervaring door middel van ervaringsgerichte, belichaamde en zintuiglijke kennis, met verschillende temporele composities van Stockhausen als case studies: HARMONIEN (2006) voor fluit, basklarinet en trompet, Xi (1986) voor fluit solo en STOP (1969) voor ensemble.\n\nDe introspectieve en reflectieve onderzoeksmethode van de Stimulated Recall Method (SRM) zal mij in staat stellen om de theoretische aspecten van mijn werk met elkaar te verbinden, mij in staat stellen de theoretisch-muzikale, praktijkgerichte, filosofische en expliciete artistieke context met elkaar te verbinden om relevante tijdgerelateerde belichaamde ervaringen in de muziekuitvoering aan te wijzen.\n\nTemporaliteit zal ook worden bestudeerd vanuit het perspectief van de belangrijkste filosofische ideeën van Coessens en Proust en in praktijk worden gebracht in workshops over tijdgerelateerde belichaamde ervaringen met conservatoriumstudenten. Ik zal gebruik maken van de Flow-theorie (Cziksentmihalyi, 1990) om relevante noties over temporele gelaagdheid in muziekuitvoering, uitmondend in verschillende tijdlagen en de ervaring van tijdloosheid. Dit zal resulteren in een Podcastreeks, een keuzecursus in het RCA-curriculum klassieke muziek, studio-opnames van mijn casestudies, en een nieuwe 'Antwerpse' versie van STOP van Stockhausen.","summary":"Onderzoek naar temporaliteit in muziek van Stockhausen, met focus op uitvoerderervaring. Methodologie omvat SRM introspectie en filosofische ideeën van Coessens en Proust. Workshops met conservatoriumstudenten. Flow-theorie gebruikt voor inzichten over temporele gelaagdheid en tijdloosheid. Resultaten omvatten podcastreeks, keuzecursus, studio-opnames en nieuwe versie van STOP.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002655","result_description":"Output\n\n- Documentatie en artikelen zullen worden verzameld op het online Artistic Research Catalogus platform als een portfolio van mijn onderzoeksactiviteiten.\n\n- Het repertoire dat als case studies wordt gebruikt zal worden opgenomen en uitgebracht met een kritische inleiding over tijdsbewustzijn vanuit het perspectief van de betrokken performers.\n\n- Een podcastreeks en een geschreven artikel over \"belichaamde taal in temporeel repertoire\" zullen gebaseerd zijn op nieuwe inzichten uit het interviewen van en werken met studenten, onderzoeksgroep groep Muziek, Denken en Technologie (Orpheus Instituut) en professionele musici.\n\n- Het geplande colloquium over temporele gelaagdheid in muziekuitvoering zal gebaseerd zijn op de resultaten uit deze toegelichte contexten."},{"description":"Vaak is gesteld dat ons onvermogen om ons bezig te houden met en effectief in te grijpen in de processen en transformaties die in ons milieu plaatsvinden, verband houdt met de geleidelijke tijdschaal van die veranderingen.\n\nIn dit artistieke onderzoek wil ik als beeldend en geluidskunstenaar de mogelijkheden onderzoeken om schijnbaar geleidelijke, nauwelijks waarneembare veranderingen in onze omgeving en landschappen zintuiglijk tastbaar te maken op een tijdschaal die voor mensen waarneembaar wordt.\n\nDoor opnameapparatuur zoals contactmicrofoons in landschappen te plaatsen, zal ik samenwerken met de transformerende krachten die onze omgeving vormgeven om sonische en zintuiglijke ervaringen te creëren.\n\nIk documenteer microscopische gebeurtenissen en de transformatie van de eigenschappen en kwaliteiten van materialen in de tijd. Veranderingen die vluchtig en onhoorbaar zijn, zullen permanent en hoorbaar worden.\n\nVan afgelegen perifere gebieden tot stedelijke omgevingen, de geluiden van een specifieke locatie binnen een tijdsspanne zullen worden gedocumenteerd met behulp van geluidskaarten en geluidsscores.\n\nDoor samen te werken met componisten en muzikanten zullen deze geluiden worden gepubliceerd op vinyl.\n\nHet onderzoek zal resulteren in workshops, een vinylplaat, een tentoonstelling van sculpturale installaties en soundscapes, en een publicatie die de passages van kijken/zien naar luisteren/horen, van luisteren naar schrijven en componeren zal uitbreiden.","summary":"In dit artistieke onderzoek maakt de kunstenaar geleidelijke veranderingen in de omgeving tastbaar door samen te werken met transformerende krachten. Door geluidsdocumentatie en samenwerking met componisten ontstaan unieke geluidsscores op vinyl, resulterend in workshops, tentoonstellingen en publicaties die de zintuiglijke ervaringen van verschillende locaties vastleggen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002656","result_description":"Tentoonstelling\n\nOp het einde van het eerste onderzoeksjaar zullen mijn bevindingen uitmonden in een tentoonstelling in Art Partout Gallery, Antwerpen. In deze context hoop ik van harte dat ze door de specifieke aard van mijn aanpak de kijk op het kruispunt tussen geluid en beeldende kunst kan helpen vormen. De tentoonstelling zal sculpturale installaties, geluidswerken en een voorlopige versie van de publicatie samenbrengen. Dit geeft me de gelegenheid om de huidige stand van mijn onderzoek te presenteren.\n\nVinyl\n\nAan het einde van de twee jaar van mijn onderzoek zal ik een vinyl produceren. Het zal een reeks bewerkte veldopnames bevatten die worden omgezet in muzikale composities. Door samen te werken met de muzikante en componiste Cornelia Zambila, zal de belangrijkste zorg van het vinyl de vertaling zijn van de bronnen waar de muziek vandaan komt.\n\nPublicatie\n\nDe publicatie is opgevat als een kunstwerk op zich, maar geeft tegelijkertijd context aan mijn beeldend werk. Het zal functioneren als een manier om het hele verstrengelde veld waaruit ik put en dat ik in mijn werk aansnijd in kaart te brengen - variërend van de perifere landschappen, de verhalen van achtergelaten objecten die op rommelmarkten belanden, de mensen en hun verhalen die ik tegenkom, mijn fascinatie voor tijd, ruimte en objecten.\n\nWorkshops\n\nIn het kader van mijn nieuwe onderzoek ben ik van plan een reeks workshops te organiseren en toegankelijk te maken voor studenten van zowel de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen als het Koninklijk Conservatorium Antwerpen."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\nTaalvaardigheid is in hoge mate bepalend voor de schoolloopbaan (Hajer & Meestringa, 2015). Om leerlingen hierin te ondersteunen moet je als leerkracht naast kennis van het schoolse taalgebruik van het vakgebied, ook inzicht hebben in efficiënte taalleerstrategieën en de taalontwikkeling en -verwerving van de leerlingen.\n\nHet PWO-project 'STaalvaardig' (2018-2020) toonde reeds aan dat leerkrachten zichzelf vaak overschatten als het gaat over de taalbegeleiding die zij (kunnen) bieden aan leerlingen in STEM-lessen. In het project werd een beperkte groep leerkrachten hierin ondersteund door zowel kennis als vaardigheden aan te leren en in te oefenen. Zij ervoeren dit als stimulerend en verrijkend en experimenteerden hierdoor meer met diverse vormen van taalontwikkelende lessen.\n\nONDERZOEKSVRAAG EN -DOEL\nVoorliggend onderzoeksproject wil nu ook een bredere groep leerkrachten ondersteunen in hun professionele ontwikkeling als taalleerkracht in niet-taalvakken. De centrale onderzoeksvraag luidt als volgt: “Hoe kunnen leerkrachten basis en secundair onderwijs zich effectief professionaliseren om hun taalontwikkelend onderwijs te verbeteren?”\n\nOmdat losse workshops vaak onvoldoende zijn om vaardigheden in het werkveld te laten verwerven (Merchie et al., 2016), ontwikkelen en optimaliseren we een blended professionaliseringstraject. We baseren ons daarbij op internationaal onderzoek naar effectieve en haalbare professionaliseringstrajecten en de resultaten van het eerdere PWO-project STaalvaardig.\n\nDeze ruimere blended ondersteuning die we blijvend beschikbaar willen stellen, wordt verder ontwikkeld en geoptimaliseerd op basis van dit onderzoek. We analyseren met kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden hoe leerkrachten hun lessen herwerken tijdens en na de professionalisering. We brengen ook de evolutie in hun lesgeven in kaart.\n\nAls valorisatie van het project, en om leerkrachten duurzaam te ondersteunen, starten we een nascholingstraject op.\n\nDoor het South-Initiative (VLIR-UOS project SI-STEM-CALP) met de Universiteit van Johannesburg te integreren wordt het ontwikkelen en onderzoeken van de effectiviteit van de online vorming in een ruimer internationaal kader gezet en zal een verdere samenwerking met het zuiden geëxploreerd worden.","summary":"Leerkrachten overschatten vaak hun taalbegeleiding in STEM-lessen. Het project 'STaalvaardig' toonde dit aan en ondersteunde leerkrachten met effectieve taalleerstrategieën. Nu ontwikkelen we een blended professionaliseringstraject voor een bredere groep leerkrachten in niet-taalvakken, gebaseerd op internationaal onderzoek en eerdere resultaten. Dit project zal de impact op lesgeven onderzoeken en duurzame ondersteuning bieden aan leerkrachten, inclusief een nascholingstraject en samenwerking met de Universiteit van Johannesburg.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002657","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nBedrijven pakken massaal uit met groenere oplossingen en zetten hun (kleine of grote) stappen richting een duurzame, circulaire economie graag in de kijker. Er wordt gretig ingespeeld op de perceptie van de consument, maar die perceptie klopt niet altijd met wat werkelijk goed is voor het milieu. Zo is bijvoorbeeld plastic verpakking vervangen door karton niet altijd een betere oplossing.\n\nDe oplossingen zelf zijn vaak weinig ambitieus: materiaalreductie en efficiëntie zijn goed, noodzakelijk zelfs, maar blijven in de eerste plaats economisch rendabele oplossingen zonder echt lef te tonen of drastische keuzes te (durven) maken. (Grafisch) designers, als creatievelingen, kunnen hier hun maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen en een belangrijke rol spelen in de transitie naar een duurzame economie.\n\nWe kiezen bewust niet voor de term ‘duurzaam ontwerp’ of ‘sustainable design’. Duurzaam betekent in principe ‘langer meegaan’. Het is een te ruim begrip dat tot tegenstrijdigheden leidt en het wordt vaak misbruikt door de industrie om zich groener voor te doen dan ze is. De term Ecodesign of ‘design voor circulaire economie’ is dan weer te nauw verbonden met productontwikkeling. Voor milieubewust ontwerpen is stilaan een meer allesomvattende opvatting gangbaar, die verder gaat dan Reduce, Re-use & Recycle, en waarbij energieverbruik, impact, ethische aspecten (werkomstandigheden, kinder- of slavenarbeid, herkomst van grondstoffen, ...) en nog veel meer worden meegenomen.\n\nDaarom opteren we voor ‘Responsible Design’ als verwijzing naar de verantwoordelijkheid en holistische visie waar milieubewust ontwerpen om vraagt. Het omvat ecologische, sociale, co-creatieve, ethische en inclusieve aspecten.\n\nOp basis van eerste verkennende bevragingen bij agencies, drukkerijen, verpakkingsbedrijven en vakorganisaties tussen oktober 2021 en juni 2022 blijkt dat er goede wil is bij designagencies en studio’s, maar dat het vaak ontbreekt aan de juiste kennis of tools. Het begrip duurzaamheid is best ingewikkeld geworden. Zo is het niet duidelijk welke keuzes echt bijdragen aan een betere zorg voor het milieu en welke mogelijkheden of alternatieven er bestaan. Een mooie illustratie hiervan is de papieren fles van Carlsberg die heel wat vragen oproept (Schröder, 2022).\n\nDe talrijke reeds bestaande (kleine) goede initiatieven en inspirerende cases worden bovendien te weinig gedeeld. Responsible Design vraagt om een degelijke feitenkennis en een helikopterview die verder gaat dan enkel het (grafisch) ontwerp. Samenwerking en co-creatie over de verschillende disciplines en bedrijven heen is cruciaal (Du Bois & Van Doorsselaer, 2015). Ook het wettelijk kader verandert snel. Wat nu nog berust op goodwill, is over enkele jaren een verplichting. Agencies hebben er dus alle baat bij om hun klanten milieubewustere oplossingen aan te bieden.\n\nIn dit project willen we de informatieoverdracht faciliteren en de designer inspireren met cases waar duurzame oplossingen centraal staan. Het onderzoek zal in eerste instantie exploratief van aard zijn en daarom een brede focus houden, binnen de domeinen van visual design. Het gaat zowel om print als online. Vandaag zijn beide zaken immers constant met elkaar verweven en in het hoofd van een designer is dat niet anders.\n\nOnderzoeksvragen\n\nHoe faciliteren we designers bij het implementeren van Responsible Design in het ontwerpproces voor visual design (= web- & printdesign, motion design, brand design & packaging design)?\n\nDeelvragen:\n\nOV1: Welke kennis (feitelijke informatie) is er voorhanden omtrent Responsible Design?\nOV2: Welke objectieve criteria zijn er om ontwerpkeuzes te meten? Welke Life Cycle Assessment-tools (LAC’s) zijn er? Zijn ze bruikbaar als meetinstrument of zijn er betere manieren om milieu-impact te meten?\nOV3: Welke mogelijkheden zijn er voor designagencies & KMO’s in de grafische industrie om Responsible Design te implementeren in hun werking?\n\nMethodologie\n\n- Deskresearch – Literatuurstudie (bestaande kennis/feiten omtrent responsible design).\n- Verzamelen en bestuderen van best practices op het vlak van Responsible Design: leren van de cases van bewuste en ecologische ontwerpen om adviezen te formuleren.\n- Expertinterviews met vertegenwoordigers van vakorganisaties/designagencies/grafische bedrijven met behulp van half-gestructureerde vragenlijsten.","summary":"Responsible Design is the key for a sustainable future in the design industry. Explore how implementing eco-conscious choices can make a positive impact. Learn from best practices and collaborate for a greener tomorrow.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002658","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n- Whitepaper en/of roadmap gericht op de zelfstandige ontwerper, designagencies & KMO’s in de grafische industrie.\n- Werkveldgerichte lezing"},{"description":"CONTEXT\n\nDit project focust zich op het kunstenaarschap van de teaching artist in drama en beoogt daarbij de verdere ontwikkeling van competenties van zowel de artist als de teacher. De ambitie levenslang te willen blijven leren behoort tot de kernkwaliteiten van de hedendaagse leraar/kunstenaar in drama.\n\nZodra werkzaam in het kunsteducatieve of -onderwijsveld blijkt dit met name op artistiek vlak allerminst evident. Het professionaliseringsaanbod van het kunstonderwijs richt zich voornamelijk op pedagogische en didactische aspecten van het leraarschap, dat van podiumkunstenorganisaties op juridische of technische facetten van het kunstenaarschap.\n\nWie geen aansluiting vindt bij een werkgever in de kunsten is aangewezen op het aanbod van de amateurkunstensector of op eigen initiatieven om de artistieke praktijk te blijven voeden. Dit onderzoek gaat na hoe teaching artists zich als professioneel kunstenaar én leraar kunnen blijven ontwikkelen door deel te nemen aan process drama performances.\n\nDaarmee vloeit het onderzoek voort uit de doctoraatsstudie MoE 2.0: van dramatisch onderzoek tot artistiek product in kunsteducatie dat oproept om vormen van procesdrama meer te integreren in de artistiek(e)(-pedagogische) praktijk. Het project zal een participatief actieonderzoek zijn met twee groepen teaching artists in drama. Zij zullen communities of practice (CoP’s) vormen en door interactie en onderzoek tot kenniscirculatie en -creatie komen.\n\nHet project zal als output twee process drama performances hebben en overdracht van kennis door de CoP’s naar de (Educatieve) Master drama (KCA), de onderzoeksgemeenschap en de kunsteducatieve sector.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nDe centrale onderzoeksvraag van dit project is: Hoe ontwikkelen teaching artists zich via process drama performances als professioneel kunstenaar én leraar? Het antwoord op deze vraag zal van toepasbare aard zijn, maar heeft ook een beschrijvend karakter:\n\n- Welke artistieke ontwikkeling detecteren de deelnemende teaching artists bij zichzelf en bij hun CoP?\n- Welke supplementaire pedagogische en/of didactische kennis verwerven de deelnemende teaching artists door middel van het procesdrama?\n- Welke rol kunnen CoP’s spelen in de professionalisering van teaching artists en het verbreden van het kennisdomein en de artistiek(e)(-pedagogische) praktijk?\n\nMETHODOLOGIE\n\nMethodologisch is het project een participatief actieonderzoek waarbij de deelnemers niet beschouwd worden als object van onderzoek, maar gezien worden als handelende subjecten die als medeonderzoekers participeren aan het onderzoek (Migchelbrink, 2018). Twee groepen van telkens acht gediplomeerde teaching artists zullen consecutief een Community of Practice vormen en gedurende zes maanden (van oktober tot maart) wekelijks samenkomen in Academie Hoboken (AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen) om procesdrama te beoefenen, resulterend in een Process Drama Performance, opgevoerd in Cultureel Ontmoetingscentrum Nova in Antwerpen.\n\nDe hoofdonderzoeker zal telkens een audiologboek bijhouden met participant observations tijdens deze periode. Daarnaast wordt de deelnemers gevraagd individueel een enquête in te vullen ‘voor’ aanvang en ‘na’ afloop van het gehele proces. Tenslotte zal er na de performance gebruik gemaakt worden van de nominale groepstechniek (NGT) (Vlerick, 2021) om tijdens een (voorlopig) laatste bijeenkomst domeinkennis te genereren in groepsverband.","summary":"Dit project richt zich op de ontwikkeling van teaching artists in drama door process drama performances. Teaching artists zullen deelnemen aan een participatief actieonderzoek om artistieke, pedagogische en didactische kennis te vergroten en communities of practice te vormen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002659","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\nBehalve een voortgangs- en eindverslag zal de hoofdonderzoeker (in overleg en mogelijke samenwerking met de CoP’s) een artikel schrijven voor een Nederlandstalig tijdschrift en kennis overdragen naar de (Educatieve) Master drama aan de hand van lezingen en/of masterclasses.\n\nHet is bovendien de bedoeling na evaluatie het concept van de CoP’s te implementeren in het aanbod voor alumni waarbij (teaching) artists zich kunnen professionaliseren aan de School of Arts in het teken van levenslang leren.\n\nDe hoofdonderzoeker en de CoP’s zullen de verworven kennis en ervaring delen met het onderzoeksveld (o.m. via de ARTICULATE Research Days), het kunsteducatieve veld (o.m. via het AG Stedelijk Onderwijs Antwerpen en vzw De Spreekkamer) en het artistieke veld en bredere publiek via twee Process Drama Performances in Co Nova in Antwerpen."},{"description":"Probleemschets\n\nVideoplatformen die focussen op het livestreamen van gaming (inclusief eSports) staan (professionele) gamers toe om hun gameplay uit te zenden naar een livepubliek, waarbij kijkers bijkomend de optie hebben om te chatten en te interageren met elkaar en de streamer in kwestie. Dergelijke gamestreamingplatformen vormen geen niche sociaal medium meer. Integendeel; op Twitch - het meest populaire gamestreamingplatform op de markt - wordt per maand door 7,4 miljoen streamers content gepubliceerd. Deze content wordt vervolgens door 140 miljoen kijkers bekeken (met 30 miljoen actieve gebruikers per dag), en is goed voor 1,86 miljard uren kijktijd (Dean, 2022). Twitch is ondertussen dan ook goed voor een jaarlijks inkomen van 1,54 miljard dollar (Dean, 2022). De enorme populariteit van Twitch en livegamestreaming heeft bovendien ook gezorgd voor een groot aantal nieuwe spelers op de markt, zoals YouTube Gaming en Facebook Gaming. \n\nGebruikers van dergelijke gamestreamingplatformen gebruiken deze sociale media om te zoeken en te kijken naar interessante gaming content, bijvoorbeeld voor entertainment doeleinden of om hun eigen gameplay te verbeteren (Tan, 2021). Echter, gezien de grote hoeveelheid streams en streamers die beschikbaar zijn, is het vaak een uitdaging voor gebruikers om hun weg te vinden door dergelijke gamestreamingplatformen en hun gewenste type stream of streamer te lokaliseren. Wat platformen zoals Twitch doorgaans doen om deze grootheid aan content te categoriseren, is het voorzien van algemene indelingen op vlak van gametitel (bijvoorbeeld ‘Fortnite’) en de populariteit van de content. Echter, de motivatie van de kijker is niet altijd zo eenvoudig op te delen: een variëteit aan andere factoren kunnen eveneens een rol spelen in het verken- en zoekgedrag van gebruikers, zoals de personaliteit en de vaardigheden van de streamer (Charleer et al., 2018; Cheung & Huang, 2011; Hamari & Sjöblom, 2017; Kaytoue et al., 2012; Kriglstein et al., 2020). Wanneer een gebruiker een specifieke streamer of categorie in gedachten heeft, kan de “juiste” stream vaak in een aantal klikken worden gevonden. Echter, wanneer er wordt gezocht naar iets nieuws of atypisch, wordt het proces vaak bestempeld als frustrerend, waardoor gebruikers ultiem kunnen afhaken (Tan, 2021).  \n\nMet dit in het achterhoofd willen we de huidige gebruikerservaring van gamestreamingplatformen evalueren en verkennen wat de noden, wensen en motivaties van gamestreamkijkers zijn. Aan de hand hiervan kunnen we bekijken wat de gebreken zijn van niet alleen de bestaande zoekinterfaces, maar ook de beschikbare metadata die de zoek- en verkenervaring van de kijkers kan verbeteren. Het onderzoek is relevant voor gamestreamingplatformen, die op basis van de bevindingen hun user interface en user experience kunnen optimaliseren. Dit komt ook de gebruikers van deze platformen ten goede, die een betere ervaring voorgeschoteld krijgen. Daarnaast kunnen ook de (professionele) gamers die aanwezig zijn op de platformen de resultaten gebruiken om meer inzicht te krijgen in hoe hun publiek content zoekt en vindt, en op basis hiervan hun eigen content verbeteren. De resultaten zijn ook relevant voor game developers, die op basis van de bevindingen inzicht krijgen in wat voor gaming content gebruikers geïnteresseerd zijn en waarom. Tot slot kan een beter inzicht in de zoek- en verkenervaring van gebruikers en de optimalisatie van de zoekinterfaces en metadata ook een meerwaarde bieden voor adverteerders op de gamestreamingplatformen, die daardoor op een meer getargete en gepersonaliseerde manier hun publiek kunnen bereiken.  \n\nOnderzoeksvragen\n\n• OV1: Welke zoekinterfaces en beschikbare metadata gebruiken gamestreamingplatformen om hun gebruikers in staat te stellen hun aanbod te verkennen? \n• OV2: Welke gebruikersfactoren (zoals motivaties, noden en wensen) spelen een rol bij het zoeken naar en kiezen van een relevante stream(er) door de gebruiker? \n• OV3: Welke ontwerpkeuzes zorgen voor een verbeterde zoek- en verkenervaring van gebruikers? \n\nMethodologie\n\nWe verkennen de belangrijkste spelers in de gamestreamingmarkt en categoriseren de types van zoek- en verkeninterfaces en de beschikbare metadata waar kijkers gebruik van kunnen maken in het huidige aanbod (OV1). Dit gebeurt aan de hand van deskresearch en een inhoudsanalyse. Vervolgens bestuderen we de ervaring van gebruikers met de huidige platformen, en bevragen hun kijkmotivaties, noden en wensen (OV2). Hierbij maken we gebruik van focusgroepen, een verkennende eye-tracking/think aloud studie, in combinatie met diepte-interviews. Aan de hand van deze resultaten kunnen we de gebreken van de huidige platforms identificeren en definiëren, en ontwerpen we mogelijke oplossingen (prototypes) om deze gebreken te verhelpen. Deze prototypes leggen we voor aan gebruikers via co-design sessies waarvan de resultaten de basis zullen vormen van een reeks design goals. Deze design goals toetsen we af bij de gebruikers via een iteratief designproces (OV3). Hiervoor maken we gebruik van een reeks think aloud en/of eye-tracking studies en diepte-interviews. We hanteren bij dit alles een iteratieve aanpak waar we het ontwerp evalueren via een serie papieren en digitale prototypes afwisselend met gebruikersevaluaties, en eindigen met een large-scale evaluatie van het resulterend prototype.","summary":"Ontdek de wereld van livegamestreaming op platforms zoals Twitch, waar miljoenen gamers en kijkers samenkomen. Onderzoek naar verbeteringen in gebruikerservaring en zoekmogelijkheden voor een meer gepersonaliseerde en boeiende contentbeleving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002660","result_description":"BEOOGD RESULTAAT\n\nAls resultaat van dit onderzoek zal er een overzicht worden gegeven van:\n\n1) de motivaties, noden en wensen van kijkers van gamestreamingplatformen, en \n\n2) ontwerprichtlijnen voor een betere verken- en zoekinterface voor gamestreamingplatformen, inclusief de ontbrekende metadata die deze gebruikerservaring kan verbeteren. \n\nDe resultaten worden ingediend als een ‘Perspectives on Play’ of ‘Work-In-Progress’ paper bij de internationale ACM-conferentie CHI PLAY. \n\nHet onderzoek zal ook ingediend worden als een lezing bij Game UX Summit en Dev GAMM Conference."},{"description":"Probleemschets\n\nDe Salamanca verklaring van 1994 stelt dat alle kinderen unieke karakteristieken, mogelijkheden en leerbehoeften hebben en dat onderwijssystemen alle leerlingen tot een optimaal niveau van leren en ontwikkeling moeten brengen. Dit in een inclusieve setting, zonder uitsluiting en discriminatie (UNESCO, 1994).\n\nIn vele landen wereldwijd is school social work geïmplementeerd om dit mee te realiseren. School social work is een subdiscipline van het sociaal werk gespecialiseerd in schoolomgevingen. Het sociaal werk heeft vanuit zijn opdracht een belangrijke bijdrage te leveren aan de leerkansen en ontwikkeling van schoolgaande kinderen. Leerkrachten brengen leerlingen tot ontwikkeling door de overdracht van kennis, vaardigheden en waarden. Sociaal werkers ondersteunen het welzijn van leerlingen en hun context zodat ze kunnen leren en ontwikkelen op school. Ze zetten hierbij preventief en curatief in op de krachten van leerlingen, gezinnen, scholen en gemeenschappen. Hierbij geven ze extra aandacht aan maatschappelijk kwetsbare leerlingen, bijvoorbeeld door armoede, sociale uitsluiting of handicap (Huxtable, 2022).\n\nSchool social workers onderscheiden zich van andere professionals doordat ze systeemgericht werken en een sociaal-ecologisch perspectief hanteren (Calis & Calis, 2015). Ze vertrekken vanuit principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit (Frey e.a., 2013; IASSW, 2014). Ze creëren hierbij een evenwicht tussen relationeel werken met leerlingen en gezinnen en structureel werken gericht op het veranderen van beleid dat deze principes ondermijnen (Frey e.a. 2013; Isaksson en Sjöström, 2016).\n\nHoewel in Vlaanderen en Brussel verschillende sociaalwerkpraktijken in en met scholen werkzaam zijn, hanteren we niet (formeel) de discipline van school social work (school sociaal werk). Het sociaal werk is weinig structureel ingebouwd in het Vlaamse en Brusselse onderwijs, wat paradoxaal is gegeven de daling van mentaal en fysiek welbevinden bij jongeren (Schrijvers, Dierckens & Deforche, 2023) en de grote sociale ongelijkheid en segregatie die ons onderwijssysteem kenmerkt (Hirtt, 2020; OECD, 2018; EASIE 2020).\n\nSociaal werkers zijn onderdeel van het multidisciplinair team van het CLB, maar werken vandaag eerder op tweede lijn en zijn dus minder betrokken in de brede basiszorg van het onderwijs. Bovendien zijn de CLB’s structureel onderbezet (Vandermeersch, 2017) waardoor de sociaal werkers werkzaam bij het CLB een veel te grote caseload ervaren (Develtere, 2021). Verder zien we een grote versnippering in aanbod van school sociaal werkers vanuit een verscheidenheid aan beleidsniveaus- en domeinen: brugfiguren, leerlingenbegeleiders, bredeschoolcoördinatoren, schoolspotters, onderwijsopbouwwerk, …. Deze verscheidenheid aan invullingen verkleint de zichtbaarheid, werkbaarheid en representatie van het sociaal werk in Vlaamse en Brusselse scholen (Colonne, 2018). Vaak is de betrokkenheid van sociaal werkers in de scholen ook op projectmatige basis, wat zorgt voor weinig duurzaamheid en grote regionale verschillen.\n\nVerkennende gesprekken met de diverse sociaal werk praktijken in en met scholen (zie eerder onderzoek, PWO 2022-2023) bevestigen dat er geen verbindend kader is voor de diverse praktijken. Om school sociaal werk meer legitiem te maken in Vlaanderen en Brussel, is er nood aan meer transparantie en afstemming over de visie, missie en opdracht van school sociaal werk en dient de eigenheid en positie van school sociaal werkers in Vlaanderen en Brussel geïdentificeerd te worden.\n\nOnderzoeksvragen\n\n1. Hoe verhouden Vlaamse en Brusselse sociaal werk praktijken in en met scholen zich tot de principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit?\n2. Welke gemeenschappelijke basiskaders en principes verenigen school sociaal werkers in Vlaanderen en Brussel?\n3. Wat is de positionering van het sociaal werk in Vlaamse en Brusselse scholen?\n4. Hoe verhouden school sociaal werkers zich tot andere disciplines binnen onderwijsondersteuning?\n\nOnderzoeksmethode\n\nIn een eerste fase wordt een typologie van sociaalwerkpraktijken in en met scholen, ontwikkeld op basis van vooronderzoek (PWO 2022-2023), ter validering voorgelegd aan sociale professionals die het brede domein omvatten. Via een focusgroep wordt de correctheid en volledigheid van het model nagegaan. Er wordt besproken welke vorm van output relevant is voor hun werking.\n\nOp basis van de principes van participatief actieonderzoek wordt in een tweede fase een lerend netwerk opgezet. De onderzoekers gaan samen met een tiental partners in het werkveld een proces aan richting de realisatie van een praktijkmodel van school sociaal werk in Vlaanderen en Brussel. Beide partijen beschikken over relevante expertise en via wisselwerking tussen praktijk en theorie wordt in co-creatie een praktijkmodel ontwikkeld. Het lerend netwerk bestaat uit 6 focus- en intervisiegesprekken waarin aan de slag gegaan wordt met het waarom en hoe van school sociaal werk. Tijdens dit proces leren de deelnemers van elkaar door te zoeken naar gemeenschappelijkheid in de verschillende praktijken rond visie, missie, rol, mandaat, positie, handelingskaders,… Relevante kennis en kaders worden mee naar de eigen praktijk genomen en hierover wordt later terug gereflecteerd. Deze inzichten kunnen weer meegenomen worden bij de verdere ontwikkeling van het praktijkmodel. Het lerend netwerk zet ook in op de identificatie van good practices, in Vlaanderen, Brussel en internationaal, ter versterking van het uitgewerkte praktijkmodel.","summary":"Samenvatting: Verbeter het onderwijssysteem door school social work in te zetten, gericht op inclusiviteit en ontwikkeling van alle leerlingen. Onderzoek naar de positie van sociaal werkers in Vlaanderen en Brussel om een gemeenschappelijk kader te creëren en de zichtbaarheid te vergroten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002661","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\n1. Een gevalideerde typologie van sociaalwerkpraktijken in/met scholen in Vlaanderen en Brussel.\n\n2. Een gevalideerd praktijkmodel voor school sociaal werk in Vlaanderen en Brussel."},{"description":"CONTEXT\n\n'SENSE OF WONDER: a feeling of awakening or awe triggered by an expansion of one's awareness of what is possible or by confrontation with the vastness of space and time, as brought on by reading science fiction.'\n\nOns leven verschuift voor een steeds groter deel naar het digitale. Ook kunstenaars hebben – al dan niet geslaagde – pogingen gedaan om toeschouwers in virtuele werelden aan te trekken. Deze evolutie is onomkeerbaar, niet om fysieke ervaringen te vervangen, maar om nieuwe vormen te creëren en een nieuw publiek aan te boren.\n\nOm deze ervaringen waardevol te maken, zal het nodig zijn om alle betrokkenen – kunstenaars, performers, toeschouwers – zich deel te laten voelen van deze virtuele werelden. Het portaal, de toegang tot deze beleving, speelt hierbij een cruciale rol. Hoe kan de overgang tussen het reële en het virtuele zo geconstrueerd worden dat de betrokkenen zich deel voelen van het virtuele? Begrippen als storytelling, interactie, presence en immersie zijn hierbij van groot belang.\n\nGedurende dit doctoraatstraject worden een aantal experimenten opgezet die deze factoren in verschillende verhoudingen zullen samenbrengen tot een constructie van een portaal in de vorm van performances en installaties.\n\nDit artistieke onderzoek gaat verder dan de functionaliteit van een technologisch systeem. Aspecten als storytelling, presence, immersie en agency zullen een inhoudelijke meerwaarde moeten geven aan de ervaring en het portaal in artistieke zin betekenis moeten geven. Dat is net waar ervaringen die gebruik maken van VR, AR, projection mapping, hologrammen (vaak benoemd met het problematische ‘immersieve technologie’) vaak tekort schieten. Door de focus te leggen op het portaal als sleutel tot een immersieve ervaring zal ik trachten meer inzicht te krijgen in de werking van bovengenoemde aspecten.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nMijn onderzoeksvragen deel ik in in 3 categorieën:\n• Technisch-artistieke wisselwerking Wat zijn de technologische beperkingen waardoor een fluïde overgang van een fysieke ervaring naar een virtuele ervaring wordt gehinderd? Op welke manier kunnen artistieke parameters de technologische ontwikkeling innoveren?\n• Presence van performers en publiek Vanaf welk punt voelen performers en/of toeschouwers zich deel van de digitale realiteit? Hoe kunnen we ‘het portaal’ in die zin definiëren?\n• Technisch-artistieke functionaliteit Welke functies moet ‘een artistiek portaal’ bezitten om interdisciplinaire performance mogelijk te maken? In hoeverre bepaalt de dynamische interactie tussen het fysieke en virtuele publiek de functionaliteit van het portaal? In hoeverre bepalen artistieke doeleinden de functionaliteit van het portaal?\n\nMETHODOLOGIE\n\nOm deze vragen te beantwoorden gaan we op een agile manier te werk. Doorheen de 4 jaren van het PhD traject worden case-studies opgezet die de verschillende parameters van een immersieve ervaring samenbrengt, combineert en terug deconstrueert. Elk van deze case-studies leidt tot een performance/installatie waarna een periode van deconstructie en analyse volgt die moet resulteren in bevindingen die de opzet van het volgende experiment zal bepalen. Hiervoor wordt ook een panel opgericht bestaande uit de promotoren en een aantal experten (zie onderzoeksteam). Er zal ook telkens een moment gecreëerd worden waarop deze bevindingen gedeeld worden met studenten (workshops en BA/MA-class), docenten en onderzoekers (lezingen en artikels).","summary":"Ervaar een 'Sense of Wonder' door innovatieve virtuele werelden te verkennen die de grens tussen realiteit en virtualiteit vervagen. Ontdek hoe storytelling, interactie en immersie samenkomen in artistieke performances en installaties. Onderzoek focust op technologische-artistieke wisselwerking, de betrokkenheid van performers en publiek, en de functionaliteit van artistieke portalen. Agile methodologie en case-studies leiden tot diepgaande inzichten en innovatieve ontwikkelingen in immersieve ervaringen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002662","result_description":"Relevantie voor het hoger kunstonderwijs\n\nEnerzijds zal de kennis die tijdens dit onderzoek wordt opgedaan doorvloeien naar de opleidingsonderdelen die nu reeds worden georganiseerd: de bachelorclass Merging Realities, de zomercampus ‘Storytelling in VR. An immersive encounter.’ en de jaarlijkse workshop tijdens de International Design Week. Ook vanuit het Creative Europe project UTM zal kennis doorvloeien naar studenten, voornamelijk binnen Grafisch Ontwerp. De bijdrage van dit onderzoek zal vooral liggen op het vlak van storytelling, het scheppen van een artistiek denkkader rond begrippen als immersie, presence en illusie, speculatief creëren en co-creatie tussen kunstenaars en wetenschappers.\n\nDaarnaast wil ik met dit onderzoek de digitale kunsten binnen de Academie en het Conservatorium en het hoger kunstonderwijs in het algemeen meer zichtbaar maken. \n\nRelevantie voor het werkveld\n\nMomenteel investeren hoog-risico investeerders volop in creatieve profielen en creëert web 3.0 opportuniteiten voor (vooral digitale) kunstenaars die een nieuwe markt kunnen aansnijden met innovatieve winstmodellen. Kunstgalerijen en musea ontdekken de metaverse als een exporuimte met eindeloze mogelijkheden. Artiesten treden op voor miljoenen mensen op digitale platformen. Maar ook naast de kunsten, in diverse sectoren als de gezondheidszorg, industrie, toerisme, … zijn digitale ervaringen niet meer weg te denken. In vele gevallen hebben dergelijke toepassingen met elkaar gemeen dat het eerste stappen zijn, met tekortkomingen en onbereikte doelen. Onze deelname aan Voices of Culture, waarin ons door de Europese Commissie werd gevraagd een advies te formuleren omtrent het aantrekken van een digitaal publiek, werd pijnlijk duidelijk dat veel spelers in de cultuursector niet op de hoogte zijn van innovatie in de digitale kunsten. Met dit doctoraat wil ik dit digitale analfabetisme helpen wegwerken en het potentieel van ‘the metaverse’ zichtbaar maken.\n\nGeplande disseminatie van de resultaten\n\nDe bevindingen van deze experimenten worden verwerkt in lezingen (TEI, Cumulus, VR Days), masterclasses (International Design Week, Zomercampus), workshops (LAbO) en artikels (E&PDE, Track Report)."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nDoor het wegvallen van de opkomstplicht (Decreet Versterking lokale democratie), vrezen organisaties en professionals dat vooral kwetsbare burgers (anderstaligen, mensen in armoede, nieuwe stemmers, …) niet of minder gebruik zullen maken van hun democratisch recht. Uit cijfers van ISPO blijkt dat 23% nooit meer zou gaan stemmen bij de lokale verkiezingen en 30% soms wel en soms niet zou gaan stemmen.\n\nTer vergelijking, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 in Nederland (zonder opkomstplicht) kwam slechts 51% van kiesgerechtigden opdagen. Daarenboven waren er nog nooit zoveel nieuwe stemmers: bijna een half miljoen jongeren in Vlaanderen en Brussel gaan voor de eerste keer naar de stembus. Onderzoek leert dat vooral jongere mensen, stedelingen en mensen met een lagere sociale status afhaken van (lokale) verkiezingen. Een sociale vertekening van de lokale representativiteit dreigt.\n\nHet niet – of minder – opnemen van het democratisch recht om te gaan stemmen is problematisch op twee manieren: op individueel niveau en op collectief niveau. Op individueel niveau wordt sociale uitsluiting ook zichtbaar in het (niet) opnemen van civiele en politieke rechten. Volwaardig burgerschap (“full citizenship”) en sociale inclusie gaan hand in hand. Politieke participatie gaat gepaard met sociale participatie (Santkin, 1994, p 204).\n\nAnderzijds wordt de lokale representatieve democratie kwetsbaar als teveel burgers afhaken. Ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen in de stembusgang leidt tot een democratisch deficit. Een inclusieve stad is een stad die ruimte geeft aan verschillen tussen burgers en ruimte laat voor inspraak en participatie, met bijzondere aandacht voor zij die het moeilijker hebben om hun stem te laten horen.\n\nMeer dan ooit is het dus belangrijk om (kwetsbare) burgers te informeren, sensibiliseren, mobiliseren én te versterken, zodat burgers zich bewust zijn van de impact die hun stem kan hebben om de lokale democratie vorm te geven en representatief te maken. Heel wat (sociale) organisaties en initiatieven zetten hierop in, maar missen naar eigen zeggen, wetenschappelijke en/of empirische onderbouwing. Dit PWO wil een evaluatie en onderbouwing bieden van bestaande praktijken op basis bestaande literatuur en leefwereldonderzoek van deelnemers. Tegelijk willen we lacunes identificeren.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n1. Welke minimale competenties zijn nodig om actief democratisch burgerschap lokaal op te nemen en welke drempels om te gaan stemmen worden ervaren?\n2. Welke rol spelen sociale professionals in Antwerpen in het informeren, (competenties) versterken en motiveren van burgers naar aanloop van de lokale verkiezingen ’24?\n3. In welke mate sluiten bestaande sociaal werk praktijken aan bij de noden en verwachtingen van (kwetsbare) burgers m.b.t. de lokale verkiezingen? En welke leemtes en behoeftes kunnen we identificeren?\n4. Hoe leidt individuele versterking van actief burgerschap i.f.v. verkiezingen tot een collectief burgerschap/belangenbehartiging van burgers en organisaties?\n\nMETHODOLOGIE\n\nDe wisselwerking tussen praktijk en theorie is het vertrekpunt voor een iteratief proces. Kennis verzamelen is gekoppeld aan het gebruiken van de kennis voor verbetering, vernieuwing of verandering van de onderzochte praktijk. Onderzoeker en partners uit werkveld (organisatieniveau en individueel niveau) streven naar co-creatie. We bevinden ons hierbij op het kruispunt van een interpretatief (begrijpen) en een kritisch-emancipatorisch (versterken) paradigma.\n\nOnderzoeksmethodologie in fases:\n\n1. Literatuurverkenning van (actief) burgerschap, drempels in lokaal kiesgedrag, politieke mobilisatie door sociaal werk.\n2. Deelname aan Antwerpse platform ‘Iedere stem telt’ (platform van 30-tal sociale organisaties die expertise en ervaringen bundelen met het oog op lokale verkiezingen) i.f.v.: caseselectie, interviewleidraad deelnemers ontwikkelen, tussentijdse resultaten aftoetsen, relevante output vormgeven, …\n3. Pre-Interviews met (a) praktijken/organisaties en met (b) deelnemers aan die praktijken om zicht te krijgen op resp.: (a) doelstelling, opzet en rolbeschrijving en (b) startcompetenties en (rol)verwachtingen. Bij de selectie van praktijken en deelnemers streven we naar een zo groot mogelijk variatie in leeftijd, herkomst, en type praktijk.\n4. Opvolging van de geselecteerde praktijken (participerende observatie) naar doelstelling en doelbereik; opkomst (continuïteit van deelnemers); inzicht in processen; deelname en betrokkenheid van de respondenten uit stap 3.\n5. Post-interviews met (a) praktijken/organisaties en met (b) deelnemers om zicht te krijgen op resp.: (a) doelrealisatie, collectiviseren, politieke rol van sociale professionals en (b) burgerschapscompetenties en stemgedrag.\n6. Triangulatie van de verschillende bronnen en kwalitatieve data-analyse.","summary":"Onderzoek toont aan dat het wegvallen van opkomstplicht kwetsbare burgers kan belemmeren bij het uitoefenen van hun stemrecht. Het is essentieel om burgers te informeren en mobiliseren voor een representatieve lokale democratie. Dit onderzoek evalueert bestaande praktijken en identificeert lacunes om actief burgerschap te bevorderen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002663","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nToegankelijk rapport met onderzoeksbevindingen over de correspondentie tussen noden en verwachtingen van kwetsbare burgers t.a.v. deelname aan de lokale verkiezingen enerzijds en de (politieke) rol en inzet van sociale professionals hierin anderzijds. Daarnaast worden in het rapport bestaande leemtes en noden geïdentificeerd.\n\nAanbevelingen en handvatten op maat over de rol, opdracht en impact van sociale professionals en lokale overheden."},{"description":"Tijdens het informatietijdperk hebben we veel voorkomende taken, zoals het schrijven van de body tekst, zien veranderen in digitale abstracties. Als gevirtualiseerde gebruikers worden we onttrokken uit de fysieke werkelijkheden die ons omringen. We leven in een ontlichaamde maatschappij.\n\nMomenteel evolueert technologie naar een draagbaar en samenwerkend hulpmiddel. Moderne technologieën, zoals augmented reality (AR), laten de fysieke en digitale wereld samensmelten en maken het mogelijk het lichamelijke in het digitale te herintroduceren. AR neemt onze huidige realiteit en voegt daar elementen aan toe. De body text bestaat rondom een lichaam en wordt erdoor gestuurd: de lezer wordt, met zijn lichaam, de nieuwe drager van de body text. Aangepast aan de verhoudingen van het menselijk lichaam en onderhevig aan onze interacties, wordt de body text antropometrisch.\n\nDeze nieuwe digitale ervaringen vragen niet alleen om een nieuwe lezer, maar ook om een nieuwe ontwerper. Ontwerpen voor de (her)belichaamde gebruiker vereist een verschuiving in perspectief, een dat afwijkt van het traditionele ontwerpdenken. Deze verschuiving vormt het startpunt voor dit ontwerpend onderzoeksproject.\n\nHet onderzoeksproject Your Body Text zorgt voor een herwaardering van het lichaam in tijden van digitale acceleratie en ontlichaming. Het is een actueel en maatschappelijk getint onderzoek, waar op een kritische manier op zoek wordt gegaan naar nieuwe toepassingen van typografie middels moderne technologie.","summary":"Ervaar de evolutie van technologie met augmented reality (AR), waar fysieke en digitale werelden samensmelten. Ontdek hoe body text op unieke wijze wordt geïntegreerd rondom het menselijk lichaam, wat leidt tot nieuwe ontwerpuitdagingen en -mogelijkheden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002664","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\n- Workshop Speculation geven (vier lesdagen)\n- Workshop Specification geven\n- Workshop Spectacle geven"},{"description":"Dit startproject onderzoekt welke bestaande drama- en speloefeningen en werkwijzen er zijn om met ouderen in een woonzorgcentrum (wzc) tot toneelspel te komen. En de impact daarvan op het welbevinden en het gevoel van verbondenheid van de bewoners en het zorgpersoneel.\n\nDoor opzoekingswerk in binnen- en buitenlandse publicaties, gesprekken met theatermakers en uit eigen ervaringen met de doelgroep wordt er een inventaris samengesteld met mogelijke speloefeningen die geschikt zijn voor ouderen in woonzorgcentra. Deze oefeningen worden eerst uitgetest op enkele bewonersgroepen uit woonzorgcentra in Antwerpen. Studenten uit de educatieve master drama van het KCA kunnen ook deelnemen aan het begeleiden van deze testgroepen.\n\nZo krijgen de studenten een ruimere kijk op de mogelijkheden van theatermaken en doceren binnen onze maatschappij. De gemaakte inventaris of spelbundel wil ik ook inzetten als ‘handleiding’ voor het zorgpersoneel. Zodat ook zij in de dagdagelijkse praktijk met gebruiksklare speloefeningen en theatertechnieken aan de slag kunnen.\n\nDit startproject en met name de uitkomst van de inventaris en de bevindingen van de bewonersgroepen vormen dan op hun beurt de aanzet voor een tweejarig onderzoek naar hoe je met ouderen in woonzorgcentra tot een voorstelling komt.","summary":"Dit project onderzoekt drama- en speloefeningen voor ouderen in woonzorgcentra en de impact op welzijn en verbondenheid. De inventaris van geschikte oefeningen wordt getest in Antwerpen, met studenten die deelnemen. De resultaten dienen als handleiding voor zorgpersoneel en vormen de basis voor een vervolgonderzoek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002665","result_description":"Hier is de verbeterde tekst:\n\nEen verslag van de voorstudie omvat de interviews met makers en spelers, evenals geraadpleegde boeken.\n\nEen verslag van de sessies met de doelgroep om de oefeningen uit te proberen omvat onder andere een gesprek met de deelnemende bewoners over hun bevindingen en een gesprek met de (zorg)medewerkers.\n\nDe output omvat het uitbrengen van een boekje met gebruiksklare drama-oefeningen voor ouderen, bedoeld voor zowel (aspirant) begeleidend kunstenaars als zorgpersoneel."},{"description":"De perceptie van de canon van naoorlogse westerse kunstmuziek wordt vandaag nog steeds sterk bepaald door een geconstrueerde dichotomie. Die houdt de westerse kunstmuziek gescheiden van evoluties en radicale experimenten in jazz en zwarte Amerikaanse muziek.\n\nHet zeer uitgebreide oeuvre en het filosofische gedachtegoed van de Amerikaanse componist Anthony Braxton, wat hij zijn Tri-Centric Thought Unit Construct (TCTUC) noemt, kan hierbij als de metaforische olifant in de kamer gezien worden. Dit unieke oeuvre wordt tot op vandaag genegeerd als deel van een grotere canon van naoorlogse westerse kunstmuziek en als dusdanig ook zelden uitgevoerd.\n\nDit onderzoeksproject neemt Anthony Braxtons TCTUC als vertrekpunt om te kijken hoe ik vanuit mijn praktijk als uitvoerder kan bijdragen tot een verbreding van deze canon. Als uitvoerder zal ik enkele specifieke werken uit Braxtons catalog of work benaderen volgens de eigen voorwaarden van zijn TCTUC.\n\nDe bedoeling is om op een performante wijze een canonverbreding mogelijk te maken door deze werken van Braxton als specifieke case-studies op de agenda te zetten van relevante actoren zoals de conservatoriumopleidingen, de hedendaagse en experimentele muziekscene en via opnames en andere media.\n\nTegelijkertijd zal ik aan de hand van Braxtons filosofische gedachtegoed en enkele recente teksten (Lewis, Born, Piekut) de hiaten binnen het bestaande discours omtrent naoorlogse westerse kunstmuziek aankaarten. De uitkomsten zullen zich doorheen dit onderzoeksproject tonen in de vorm van concerten, lezingen, artikelen, workshops en opnames.","summary":"De canon van naoorlogse westerse kunstmuziek wordt herzien door de invloed van Anthony Braxton's unieke oeuvre en filosofie. Dit onderzoeksproject focust op het verbreden van de canon door Braxton's werken te integreren in conservatoriumopleidingen en de hedendaagse muziekscene.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002666","result_description":"De uitkomsten zullen zich doorheen dit onderzoek tonen aan de hand van uitvoeringen en publicaties in de context van verschillende actoren uit het artistieke veld:\n\nKCA:\n• Creative Orchestra Music: keuzevak voor studenten jazz en klassiek met als doel een live uitvoering i.h.k.v. Articulate Research Days (CREATIE-Festival) en een 2de uitvoering bij Werkplaats Walter in Brussel.\n• Pine Top Aerial Music: workshop week tijdens NextDoors met studenten jazz, klassiek en dans. Toonmoment tijdens het CREATIE-festival.\n• 2 uitgebreide muziekgeschiedenismodules:\n• Anthony Braxtons Tri-Centric Thought Unit Model: Diepgaande lessenreeks die de historische waarde van Braxton’s muziek en filosofisch gedachtegoed kenbaar maakt aan studenten.\n• The Association for The Advancement of Creative Musicians (AACM): Een alternatief perspectief op de naoorlogse ontwikkelingen in experimentele muziek met George E. Lewis’ belangrijke boek over de AACM als leidraad.\n\n(Inter)nationale muziek scene:\n• Composition 76 met het Ictus ensemble: Live-uitvoeringen in een concertprogramma dat A.B.’s werk combineert met een klassiek werk uit de naoorlogse canon van experimentele muziek.\n• ZIM music: Verschillende concerten en een opname. Verderzetting van de samenwerking met muzikanten uit mijn huidig onderzoeksproject rond Ghost Trance Music.\n\nPublicaties:\n• Partituur uitgave van Solo Music book 1-8 als deel van de Tri-Centric Foundation catalogus.\n• Album release ZIM music.\n• 3 Artikelen die A.B.’s TCTUC toelichten en duiding bieden bij het performante gedeelte van dit onderzoek:\n- A.B.’s vroege muzikale avant-garde: de Solo Music Books, Composition 76 en Creative Orchestra Music.\n- A.B.’s recente compositie systemen: Ghost Trance Music, Pine Top Aerial Music en ZIM\n- A.B.'s TCTUC in post war western art music: een overzicht en evaluatie van het geleverde onderzoek.\n\nLezingen:\nIk zal per case-study de realisatie van de artistieke output evalueren en daarnaast een overzicht maken van de hiaten in het bestaand theoretisch discours. Deze opgedane kennis zal ik kenbaar maken in lezingen op verschillende (inter)nationale onderzoeksconferenties, universiteiten en conservatoria."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nFijnchemicaliën worden vandaag voornamelijk centraal, op grote schaal geproduceerd. Deze manier van produceren is logistisch complex en vereist veel startkapitaal waardoor stoffen, die slechts in kleine volumes nodig zijn, relatief duur zijn om te produceren. Daarom is men op zoek naar alternatieve productiemethoden.\n\nRecent werd aangetoond dat '3D printing' hierin een sleutelrol kan spelen. Labschaal synthesen kunnen via het ontwerp van printbare reactiemodules worden vertaald in een digitale 3D-printercode. Deze code stuurt de productie aan van een 3D plastic reactorsysteem dat met behulp van eenvoudige operaties op milligramschaal fijnchemicaliën kan produceren. Dit concept opent de weg naar meer lokale en goedkopere productie van chemicaliën wat een interessante aanvulling zou zijn op de huidige productiemodellen.\n\nIn het bestaande onderzoek wordt er veelal gewerkt met basis reactorsystemen. Uit voorgaand onderzoek (zie bijv. onderzoeksproject 3D-printen bij minireactoren, 2019-2021) blijkt dat warmtetransport bij dergelijke 3D-geprinte reactoren een groot probleem vormt.\nWarmtetransport van en naar een reactorsysteem betreft een zeer complex verhaal dat verder onderzoek vereist.\n\nONDERZOEKSVRAAG\nWe stellen ons de volgende onderzoeksvraag: Hoe kunnen we een nieuw reactorsysteem ontwerpen en 3D printen waarbij er ook aandacht is voor warmtetransport van en naar het systeem?\n\nOPZET EN METHODOLOGIE\nMet het oog op het beantwoorden van de centrale onderzoeksvraag zal er een gefaseerde onderzoeksaanpak worden gehanteerd. Concreet zal het gegeven van warmtetransport (i.c. ontwikkeling van printbare warmtewisselaars) in drie fases worden bestudeerd:\n- In een eerste fase (conceptualisering) wordt er een warmtewisselaarsysteem uitgedacht waardoor we de reactor op een bepaalde temperatuur kunnen houden.\n- In een tweede fase (evaluatie) wordt de warmteoverdrachtcapaciteit bepaald met behulp van temperatuurmetingen voor en na de warmtewisselaar. Op deze manier wordt de efficiëntie van het systeem bepaald.\n- In een derde fase (optimalisatie) wordt op basis van de gegevens uit de tweede fase het systeem verder geoptimaliseerd. Ook zal er gekeken worden of de ontwikkelde reactoreenvoudig inzetbaar is voor verscheidene reacties en toepassingen.","summary":"Nieuwe productiemethode van fijnchemicaliën: 3D printing van reactorsystemen voor lokale en goedkopere productie. Onderzoek naar warmtetransport voor efficiënte werking en brede inzetbaarheid. Fasen: conceptualisering, evaluatie en optimalisatie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002667","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nCollectieve gedragenheid of Collective Teacher Efficacy (CTE) is een concept dat geïntroduceerd werd in de jaren ’90 door Albert Bandura. Bandura definieert collective efficacy als “het gedeelde geloof van een groep in het gezamenlijk vermogen om acties te organiseren en uit te voeren om een bepaald hoog niveau (bij leerlingen) te bereiken.” Hij ondervond daarbij dat de positieve effecten van CTE op de leerprestaties van studenten ruimschoots opwegen tegen de negatieve effecten van een lage socio-economische status (Bandura, 1993, 1997).\n\nJohn Hattie en zijn team hebben Collective Teacher Efficacy (CTE) meerdere malen gepresenteerd als de \"nieuwe nummer één\" - invloedsfactor met betrekking tot de prestaties van studenten (Annual Visible Learning Conference 2016 of de Collaborative Impact Conference 2017).\n\nUit onderzoek blijkt bovendien dat scholen met veel lage SES-leerlingen vaker een lagere collective teacher efficacy (CTE) hebben, terwijl ze die CTE net harder nodig hebben om de leerprocessen van alle leerlingen vooruit te stuwen en om een gedragen zorgbeleid uit te werken. Zorg in het onderwijs gaat bijgevolg niet enkel over de concrete handelingen van een leerkracht, maar ook over een zorgbeleid dat past in een brede visie en vooral de gezamenlijke aanpak van de school.\n\nDe boodschap is duidelijk: samen kunnen leerkrachten meer bereiken, zeker als ze collectief geloven dat ze dat kunnen. Daar wringt echter het schoentje. Het geloof in eigen kunnen ligt vaak erg laag en wordt slechts zelden geëxpliciteerd. Het is voor scholen en schoolleiders niet vanzelfsprekend om dit met het team te benoemen. Om dit geloof in eigen kunnen naar de oppervlakte te brengen, het te benoemen en er uiteindelijk ook echt bewust op in te zetten kunnen scholen een professionele leergemeenschap (PLG) gaan vormen.\n\nEen PLG wordt gedefinieerd als een gemeenschap waarin de leraren in een school en haar beheerders voortdurend leren, zoeken en delen, en handelen naar hun leren. Het doel van hun acties is om hun effectiviteit als professionals te vergroten ten behoeve van de studenten. Daarom kan deze regeling ook worden aangeduid als gemeenschappen van continu onderzoek en verbetering (Stoll et al, 2006).\n\nIn ons eerste onderzoeksjaar (2021-2022) lag de klemtoon op het vormen van een professionele leergemeenschap rond het thema zorg op school.\n\nOmdat we sterk geloven in de kracht van het werkplekleren voor studenten uit de lerarenopleiding (basisonderwijs) hebben we hen als deel van het schoolteam actief betrokken bij deze PLG’s. Dit recent afgelopen onderzoek leidde samen met een literatuurstudie tot een checklist voor het oprichten van een krachtige professionele leergemeenschap (PLG) waarin studenten en leerkrachten samen leren.\n\nIn het tweede onderzoeksjaar (2022-2023, verlenging onderzoeksproject) willen we deze checklist in de praktijk uittesten bij leerkrachtenteams (met inbegrip van de studenten die er aan werkplekleren doen) die er nog niet eerder mee aan de slag gingen en niet betrokken waren bij de ontwikkeling.\n\nOnderzoeksvraag (2022-2023)\n\nIn welke mate geeft de PLG handvatten om CTE versterkende acties op schoolniveau uit te voeren?\n\nMethodologie (2022-2023)\n\nSemi-gestructureerde interviews met deelnemers van de PLG. De bevraging gebeurt op drie momenten:\n- Voorafgaand aan het traject: peiling naar het bekwaamheidsgevoel van de deelnemers om een actie rond CTE op te zetten op schoolniveau.\n- Tijdens het traject: voelde je je bekwaam om een actie op touw te zetten?\n- Op het einde van het traject: Voelde je je gesterkt om de actie uit te voeren?","summary":"Collective Teacher Efficacy (CTE) is essentieel voor betere studentenprestaties. Scholen met lage SES hebben vaak lagere CTE en zorgbeleid is cruciaal. Door professionele leergemeenschappen te vormen, kunnen leraren en studenten samen leren en groeien. Onderzoek richt zich op het versterken van CTE op schoolniveau.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002668","result_description":"BEOOGDE OUTPUT:\n\n- Professionaliseringstraject (2021-2022)\n- Een goodpractice podcast en webinar (2022-2023)\n- Onderzoeksrapport over de versterkende acties en drempels (2022-2023)\n- Delen van resultaten op werkveldgerichte congressen (2022-2023)"},{"description":"In de Peruviaanse Andes worden al eeuwenlang aardappelen gevriesdroogd voor conservering volgens een natuurlijk proces. Deze chuño’s betekenen zowel voedselzekerheid als inkomenszekerheid voor boeren, want ze worden aan een mooie prijs verkocht op de lokale markten. Bovendien worden voor de witte ‘chuños tuntas’ kleine aardappelen gebruikt, die omwille van hun beperkte formaat niet op de versmarkt verkocht kunnen worden. Op die manier krijgt deze reststroom toch nog een waardevolle bestemming. \n\nDe natuurlijke productie van chuño’s is gebaseerd op een combinatie van extreme vriestemperaturen, een lage luchtvochtigheid en een hoge zonneradiatie. Dit proces komt echter steeds vaker in het gedrang door klimaatverandering, waardoor boeren genoodzaakt zijn om over te schakelen op een semi-industrieel proces. Ook de hoge arbeidsintensiteit van het natuurlijke proces doet steeds meer boeren naar alternatieven grijpen. \n\nIn dit project onderzoekt AFN hoe dit semi-industriële proces verder kan worden geoptimaliseerd en of het productieproces economisch rendabel kan zijn voor lokale boeren. Samen met Belgische en Peruviaanse studenten werd in België een productie op kleine schaal gerealiseerd en werden de procesparameters verder geoptimaliseerd op laboschaal in Peru. Intussen zijn er ook piloottesten in een lokale fabriek, en werd er een drooghuis gebouwd waarbij de ontstane restwarmte hergebruikt kan worden voor een productie jaarrond. \n\nDaarnaast ondersteunen we de lokale universiteit UNAJMA (Andahuaylas) in het verstevigen van haar maatschappelijke positie en impact. Enerzijds wordt de onderzoekscapaciteit bijgespijkerd, anderzijds bieden we begeleiding bij het geven van demonstraties en trainingen op maat van de lokale bevolking. Op die manier worden de resultaten van dit project breed verspreid. \n\nOptiTunta is een tweejarig project gesteund door VLIR-UOS en is een samenwerking met de NGO Trias.","summary":"In de Peruviaanse Andes zorgt de natuurlijke productie van chuño's voor voedsel- en inkomenszekerheid. OptiTunta project onderzoekt optimalisatie van semi-industrieel proces voor lokale boeren, in samenwerking met Belgische en Peruviaanse partners.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002669","result_description":null},{"description":"Het algemene doel van het project is om te zorgen voor capaciteitsopbouw bij de universiteit van Rwanda, zodat via hun lokaal partnerschap in de Zuidelijke provincie van Rwanda een geïntegreerd en duurzaam landbouwmodel kan worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Kennis- en capaciteitsversterking bij de lokale landbouwers zal gebeuren in 4 districten op 4 geselecteerde demo-sites. Bij voorafgaande voorbereidende plaatsbezoeken werden 3 prioriteiten gedefinieerd om aan te pakken binnen het project: (1) beschikbaarheid en kwaliteit van zaden, (2) bodemvruchtbaarheid en (3) voldoende ruwvoeder voor de lokale veestapel.\n\nMeer voedselzekerheid voor de familiale landbouwers in Zuid-Rwanda door het ontwikkelen van een duurzaam landbouwmodel, dat is de doelstelling van dit project. In de Zuid-provincie van Rwanda is de voedselproductie ontoereikend en gaat de bodemvruchtbaarheid achteruit. Het grootste deel van de bevolking in deze regio is echter afhankelijk van de landbouw en de meeste van deze landbouwers leven onder de armoedegrens.\n\nDaarom initieerde HOGENT in 2017 in samenwerking met de provincie Oost-Vlaanderen, Dierenartsen zonder Grenzen en Broederlijk Delen, alsook enkele lokale NGO’s, een actieplan om de landbouw in deze regio te verduurzamen. Binnen deze samenwerking geven experten van HOGENT aanbevelingen rond dit thema, studenten lopen er stage en dragen via hun bachelorproef bij tot de kennisopbouw rond dit thema. In 2019 startte een verdiepend VLIR-UOS-onderzoeksproject naar duurzamere landbouwpraktijken voor deze regio.\n\nDe focus ligt hierbij op:\n- de beschikbaarheid van kwalitatief zaaizaad, met name maïs, soja en ziekteresistente cassave\n- verbeterde bodemvruchtbaarheid door vruchtwisseling, het gebruik van voederbomen en het voorkomen van erosie\n- optimaliseren van het rantsoen van melkkoeien door verbeterde productie van voeder en het toepassen van bewaringstechnieken (inkuilen) van dit voeder. Mede door dit onderzoek en de aanleg van demonstratievelden zal dit project uiteindelijk bijdragen tot de ontwikkeling van een geïntegreerd en duurzaam landbouwmodel voor de regio.","summary":"Dit project richt zich op het ontwikkelen van een duurzaam landbouwmodel in Zuid-Rwanda door capaciteitsopbouw bij lokale landbouwers. Focus ligt op zaden, bodemvruchtbaarheid en ruwvoeder voor veestapel. Samenwerking met diverse partners om voedselzekerheid te verhogen en armoede te bestrijden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002670","result_description":null},{"description":"Het inschakelen van een groenbedekker is een vrij eenvoudige manier om het organische stofgehalte in de bodem, en dus ook de bodemstructuur, op peil te houden. Naast de biomassa die ze leveren, onderhouden groenbedekkers de bodemstructuur door een intensieve beworteling van de bouwvoor. Ze zorgen zelfs voor een gevoelige verbetering van de bodemstructuur.\n\nGroenbedekkers fungeren ook als vanggewas: ze houden nog laat in het najaar stikstof vast die dus niet kan uitspoelen. De vastgelegde stikstof komt na onderwerken opnieuw beschikbaar. Zo dragen ze bij aan het beheersen van het nitraat residu, maar ook aan de bemesting.\n\nIn MAP6 krijgen groenbedekkers als vanggewas een prominente rol. Op percelen in gebiedstype 1, 2 en 3 die geen zware kleigrond zijn, moet na een hoofdteelt, die uiterlijk op 31 augustus werd geoogst, uiterlijk op 15 september een vanggewas worden ingezaaid. Het vanggewas hoeft niet te worden ingezaaid als er een nateelt wordt ingezaaid.\n\nIn de gebiedstypes 2 en 3 legt MAP6 nog bijkomende maatregelen op. Landbouwers in die gebieden moeten een toenemend percentage vanggewassen of laag-risico-nateelten inzaaien. Indien er na maïs voor 15 oktober een vanggewas wordt ingezaaid, telt dit ook mee in het areaal vanggewassen. Er leven heel wat vragen rond deze maatregel, vooral bij korrelmaïs, voornamelijk door het late oogsttijdstip.\n\nDit project wil landbouwers demonstreren hoe ze een groenbedekker kunnen gebruiken in hun bedrijfsvoering om te voldoen aan de regels van MAP6. Hiervoor leggen de projectuitvoerders demovelden aan met verschillende strategieën om een groenbedekker te zaaien. Daarbij zullen volgende zaken, zowel bij kuil- en korrelmaïs, aan bod komen: het gelijktijdig zaaien van gras en maïs, en onderzaai en zaai na de oogst in combinatie met een vervroegd oogsttijdstip.\n\nBijkomend wordt er aandacht besteed aan de mogelijkheden om via een groenbedekker een lager nitraatresidu te realiseren bij maïs na gescheurd grasland. Naast de demovelden worden diverse voorlichtingsactiviteiten georganiseerd. Verder voorzien de projectuitvoerders ook in de advisering en het begeleiden van landbouwers om deze technieken op hun bedrijf toe te passen.","summary":"Groenbedekkers verbeteren bodemstructuur, voorkomen uitspoelen stikstof en helpen bij bemesting. Project demonstreert landbouwers hoe groenbedekkers toe te passen volgens MAP6.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002671","result_description":null},{"description":"Het project heeft als doelstelling een geïntegreerde beheersingsstrategie voor het gerstvergelingsvirus (BYDV) uit te werken. Deze IPM-aanpak moet graantelers meer houvast geven bij het nemen van bestrijdingsmaatregelen en de efficiëntie ervan verhogen.\n\nDaartoe zal binnen de context van het project een beslissingsondersteunend adviessysteem worden uitgewerkt. Dit adviessysteem zal steunen op: een regionaal detectieplatform voor het vaststellen van virulentie van graanbladluizen, een model voor de voorspelling van bladluisdruk.\n\nDaarnaast zal informatie over teelttechnische aspecten en invloeden van klimatologische omstandigheden verstrekt worden. Om deze resultaten te bereiken worden op grote schaal waarnemingen gedaan in granen uitgevoerd, maar evenzeer in zomerwaardplanten, zoals maïs en grassen.","summary":"Ontwikkeling van IPM-strategie voor gerstvergelingsvirus om graantelers te ondersteunen bij bestrijdingsmaatregelen en efficiëntie te verhogen. Beslissingsondersteunend adviessysteem met regionaal detectieplatform en voorspellingsmodel wordt uitgewerkt. Onderzoek omvat waarnemingen in granen, maïs en grassen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002672","result_description":null},{"description":"De landbouwsector vormt de basis voor de agrovoedingssector in Noordwest-Europa (NWE). Tegenwoordig is deze sector sterk afhankelijk van externe input zoals meststoffen en pesticiden, wat negatieve effecten heeft op de kwaliteit van natuurlijke hulpbronnen zoals bodem, water en biodiversiteit.\n\nFunctionele agrobiodiversiteit (FAB) biedt mogelijkheden om de afhankelijkheid van externe input te verminderen door biodiversiteit gericht te stimuleren, zodat ecosysteemdiensten zoals plaag- en ziektebestrijding, bestuiving, bodem- en waterkwaliteit verbeterd worden. Echter, de kennis op dit gebied is nog versnipperd en onvoldoende geïntegreerd in de landbouwpraktijk, het beleid en de maatschappij.\n\nFABulous Farmers streeft ernaar om de implementatie van FAB in NWE te versnellen door kennis en praktijkervaringen over FAB te verzamelen, verdiepen en delen tussen boeren, wetenschappers, burgers en beleidsmakers. Dit gebeurt in 12 proefregio's verspreid over 5 landen (FR, NL, UK, BE en LUX), waar 10 regio-specifieke FAB-oplossingen worden ontwikkeld, getest en gedemonstreerd op 315 landbouwbedrijven. De focus ligt op het evalueren van de ecologische prestaties en economische rentabiliteit, met als doel de afhankelijkheid van externe input met gemiddeld 30% te verminderen.\n\nIn elke proefregio wordt een FAB-leernetwerk opgezet waar boeren kennis en ervaringen kunnen uitwisselen en gezamenlijk een FAB-actieplan opstellen. Daarnaast wordt samengewerkt met lokale actoren, burgers, beleidsmakers en waardeketenpartners om FAB breder te integreren in de maatschappij, het beleid en de markt. Dit gebeurt door het ontwerpen en implementeren van FAB-landschapsintegratieplannen, het uitrollen van citizen science tools, het ontwikkelen van beleidsdocumenten op EU- en nationaal/regionaal niveau, en 12 business cases voor de valorisatie van FAB via de markt.\n\nTot slot wordt er een langetermijnontwikkelingsplan opgesteld voor de voortzetting en uitbreiding van de FAB-leernetwerken na afloop van het project.","summary":"FABulous Farmers versnelt implementatie van Functionele Agrobiodiversiteit in Noordwest-Europa door kennisdeling en praktische oplossingen tussen boeren, wetenschappers, burgers en beleidsmakers. Doel: 30% vermindering externe input afhankelijkheid op 315 landbouwbedrijven. Samenwerking voor bredere integratie in maatschappij, beleid en markt, met focus op ecologische en economische prestaties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002673","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nZowel organisaties als beleidsmakers zien in soft skills een cruciale factor voor het behouden of verwerven van een ‘competitive edge’ en voor het stimuleren van maatschappelijke en economische innovatie. Onderzoek toont echter aan dat lerenden hun eigen soft skills overschatten en het belang ervan voor hun inzetbaarheid onderschatten (Succi & Canovi, 2020). Bedrijven erkennen het belang van soft skills, maar worstelen met het in kaart brengen ervan.\n\nOnderzoekscentrum een Leven lang Leren en Innoveren (OLLI, AP Hogeschool) werkt sinds 2018 aan een instrumentarium rond de ontwikkeling van soft skills voor studenten en werknemers. Die ontwikkeling gebeurt via verschillende projecten die op elkaar verder bouwen. Kickstart Your Soft Skills (KYSS; ESF transnationaal) ontwikkelde een zelfrapportagevragenlijst om 16 soft skills in kaart te brengen bij studenten en werknemers. 360° Learning (PWO) ontwikkelde een 360° leeromgeving en onderzocht hoe de zelfrapportage uit KYSS kon worden uitgebreid tot een 360° aanpak met feedback van derden. Applied 360 verkende hoe de 360° leeromgeving tijdens de stagepraktijk van hogescholen kan worden ingezet.\n\nOnderzoeksresultaten van deze 3 projecten en noden bij huidige gebruikers in het Hoger Onderwijs vormen de aanzet voor dit nieuwe project. Daarin bundelen we vraagstukken rond het meten en rapporteren van soft skills en trachten we via bijkomend onderzoek het 360° instrument verder te ontwikkelen. Concreet pakken we 2 problemen aan:\n\n1) Het meetinstrument dat soft skills vanuit een 360° invalshoek in kaart brengt is nu beperkt tot één instrument (vragenlijst). Vanuit gebruikers komt de vraag om het arsenaal aan beschikbare meetinstrumenten uit te breiden met bijvoorbeeld observatiemogelijkheden of input vanuit portfolio.\n2) Het 360° instrument bevat een prototype van een feedbackdashboard dat scores en feedback van verschillende betrokkenen integreert. Dat dashboard is nu slechts rudimentair ontwikkeld wat de bruikbaarheid en toegankelijkheid beperkt.\n\nOnderzoeksvragen\n\n1) OV1: Kunnen we (3) valide en betrouwbare meetinstrumenten voor 360° diagnosticeren van soft skills ontwikkelen? Hoe percipiëren gebruikers dit?\n2) OV2: Kunnen we de soft skill diagnose van verschillende belanghebbenden op een toegankelijke manier presenteren via een digitaal dashboard? Hoe percipiëren gebruikers dit dashboard?\n\nMethodologie\n\nVoor het beantwoorden van de onderzoeksvragen, zetten we onderzoek op dat de methodologie van Educational Design Research (EDR; (McKenney & Reeves, 2014) volgt.\n\n1) OV1: Deskonderzoek & verzamelen good practices; aftoetsen concepten met stagebegeleiders (N>10) en mentoren (N>10) via focusgroepgesprekken, gebruikersonderzoek bij studenten (N>20), stagebegeleiders (N>10) en mentoren (N>10) via focusgroepgesprekken.\n2) OV2: Gebruikersonderzoek bij studenten (N>20), stagebegeleiders (N>10) en mentoren (N>10) via think alouds en interviews.","summary":"Soft skills zijn essentieel voor succes en innovatie, maar worden vaak onderschat. Onderzoeksinstituut OLLI ontwikkelt instrumenten om soft skills te meten en te verbeteren, zoals een 360° aanpak met feedback. Nieuw project richt zich op uitbreiding van meetinstrumenten en verbetering van feedbackdashboard. Onderzoeksvragen richten zich op het ontwikkelen van valide meetinstrumenten en een toegankelijk digitaal dashboard. Methodologie omvat EDR en gebruikersonderzoek met diverse belanghebbenden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002674","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeliverables:\n- (3) Extra meetinstrumenten voor het 360° diagnosticeren van soft skills\n- Prototype feedbackdashboard 360° Learning\n\nPraktijkgericht tijdschriftartikel\n- ..."},{"description":"De Leerpunt-toolkit ‘Leren en lesgeven’ benadrukt het belang van directe instructie voor de ontwikkeling van zelfregulerende vaardigheden. Modelling en (groeps)gesprekken over meta-cognitie, waarbij zelfreflectie/evaluatie en monitoring aan bod komen, kunnen ook tot aanzienlijke leerwinst leiden. De integratie van zelfregulerend leren in de praktijk blijkt echter lastig te realiseren.\n\nHet Research Centre for Learning in Diversity wil zijn specifieke expertise op het gebied van zelfregulatie gebruiken om samen met twee partnerscholen voor secundair onderwijs aan de slag te gaan. Deze scholen zijn elk op hun eigen tempo bezig met het coachen van zelfregulerende vaardigheden van leerlingen, zowel in projectwerk, gepersonaliseerd leren als in de reguliere klaspraktijk. Het doel is om een schooleigen en op bewijs gebaseerde aanpak te ontwikkelen rond dit thema.\n\nDoor het opzetten en versterken van een professionele leergemeenschap (PLG) binnen beide scholen, ondersteund en geleid door een overkoepelende stuurgroep, streven we ernaar om het pedagogisch-didactisch handelen rond zelfregulatie binnen beide scholen te verbeteren.","summary":"De Leerpunt-toolkit benadrukt het belang van zelfregulerende vaardigheden voor leerlingen. Samen met partnerscholen wil het Research Centre for Learning in Diversity een evidence-informed aanpak ontwikkelen en versterken via een professionele leergemeenschap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002675","result_description":null},{"description":"Een uniek toestel waarmee de performance van individuele vezels en filamenten bepaald wordt. Hiermee zetten we in op de acute industriële vraag rondom de ontwikkeling van duurzamere nieuwe en gerecycleerde materialen.\n\nKorte termijnvalorisatie via integratie in geaccrediteerd kunstgras service lab, middellange termijnvalorisatie voor gerecycleerde en duurzamere materialen in bredere textielsector en composietindustrie.","summary":"Innovatief apparaat beoordeelt vezel- en filamentprestaties voor duurzamere materialen. Korte termijn: integratie in kunstgras lab. Middellange termijn: focus op textiel en composietindustrie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002676","result_description":null},{"description":"'Wat is spanning en hoe kan ik het doen ontstaan?' is de vraag die elke podiumkunstenaar zich telkens weer stelt in zijn werkproces. De ongrijpbaarheid van dit fenomeen en het feit dat het soms vanuit een impulsieve, intuïtieve actie ontstaat, laat de maker vertrouwen op zijn 'buikgevoel'.\n\nDit onderzoek wil echter de mechanisme van hoe spanning ontstaat definiëren en in kaart brengen. Alleen bestaan er voor de terminologie in de theaterpraktijk weinig of geen vaste ijkpunten. Dit onderzoeksproject wil daarom via masterclasses met studenten van het Conservatorium en de UA en via salons met experts uit andere vakgebieden tot een afgelijnd begrip van 'dramatische spanning' komen. De resultaten zullen worden getoetst in een theatervoorstelling en uiteindelijk worden verzameld in een leerboek. Op die manier wil dit onderzoek makers, studenten, docenten en critici de nodige tools verschaffen om hun praktijk te bevorderen.\n\nDe titel 'De hiel van Kuifje' is een knipoog naar de meester in spanningsopbouw, Hergé. Zo tekent hij bijvoorbeeld enkel Kuifjes hiel in de rechterbenedenhoek van zijn kader, waardoor de focus op de reactie van de achterblijver ligt en de eigenlijke actie zich buiten het kader afspeelt. Op die manier is Kuifje niet alleen zijn medespeler maar ook zijn publiek te snel af en laat zo iedereen 'in spanning' achter.","summary":"Dit onderzoek verkent hoe dramatische spanning ontstaat in de podiumkunsten. Via masterclasses en salons met experts wordt een begrip van spanning gedefinieerd en toegepast in een theatervoorstelling en leerboek, om makers en studenten te empoweren. Titel: De hiel van Kuifje, een knipoog naar meester Hergé.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002677","result_description":null},{"description":"Making Waves is een visueel en dialectisch onderzoek naar de rol van ambacht in de hedendaagse maatschappij en kunst, door gebruik te maken van een complex, experimenteel en betrokken proces. Het project begint met een statement en contemplatieve oefening: een training (gebaseerd op het traditionele leerling-meester patroon) in de studio van een meester meubelmaker. Dit wordt gevolgd door een kritische benadering van de schijnbare tegenstelling tussen maken en denken uit ervaring (via onderwijs en kunstpraktijk) en uit sociale, kunsthistorische en theoretische perspectieven (via conceptuele reflectie en historisch kader).\n\nVolgend op de projecten Paraphernalia (2013) en False Friends (2015), zal Making Waves een trilogie vormen waarin verschillende vormen van creatief spel, van cognitieve en optische referenties en bedrog - zoals een puzzel - worden samengebracht.\n\n'Making' verwijst naar de ervaring van de actie, naar het proces als een instrument. 'Wave' suggereert een dynamiek, een komen en gaan en dus een eindeloze herhaling. Samen zijn ze verontrustend, innovatief en controversieel: een spel waarin art and craft elkaar ontmoeten. Een krachtmeting in het laboratorium van de kunstenaar.","summary":"Making Waves is een innovatief project dat de rol van ambacht in de hedendaagse maatschappij en kunst onderzoekt. Via een complex proces en creatief spel, combineert het traditionele en conceptuele benaderingen om een dynamische en controversiële dialoog tussen maken en denken te creëren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002678","result_description":null},{"description":"'Arpeggio', het breken van akkoorden, is vandaag een algemeen aanvaarde en toegepaste techniek op klavecimbel. Het is echter de vraag in hoeverre dat historisch te duiden valt. Tot op heden bestaat er geen volledige vergelijkende studie van het bronnenmateriaal over arpeggio, hoewel de uitvoeringspraktijk van barokmuziek rijk gestoffeerd is. Een grondig onderzoek is dus meer dan nodig.\n\nEr kan een onderscheid gemaakt worden tussen 'enkelvoudig' (waarbij een akkoordnoot in de regel slechts één keer voorkomt) en 'meervoudig' breken (in een ritmisch patroon met akkoordnoten die herhaald worden). Het eerste type wordt tegenwoordig universeel toegepast, ongeacht context, stijl, land, periode; het tweede type, nochtans uitvoeriger beschreven in historische bronnen, wordt wegens een gebrek aan kennis ervan amper aangewend.\n\nIn een partituur werd arpeggio slechts zelden genoteerd, behalve in gevallen waar een componist er expliciet om vroeg. In vele gevallen was een notatie ook niet relevant, bv. wanneer de speler in de leer was bij een meester. Uitvoerders vandaag worden dus geconfronteerd met de vraag in hoeverre arpeggio toepasbaar is, ook waar het niet expliciet voorgeschreven staat.","summary":"Ontdek de historische en hedendaagse toepassingen van arpeggio op klavecimbel. Een grondig onderzoek onthult het belang van enkelvoudig versus meervoudig breken en de uitdagingen voor moderne musici in interpretatiepraktijken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002679","result_description":null},{"description":"Bodies of Knowledge onderzoekt hoe publieke ruimte via artistieke interventie geactiveerd kan worden voor de overdracht van niet-dominante (vormen van) kennis.\n\nHoe kun je een “safe space” creëren binnen de publieke ruimte voor de uitwisseling van verschillende vormen van verdrongen kennis? Wat zijn artistieke en politieke strategieën om de kennis/machtsverhoudingen binnen het publiek domein om te keren? Welke vormen van performatieve kennisoverdracht dragen bij aan een meer gelijke, geëmancipeerde maatschappij?\n\nHet doel van dit project is het onderzoeken van bestaande initiatieven rond niet-dominante kennisoverdracht, die dus losstaan van de witte patriarchale structuren. Daarnaast wil dit onderzoek een “space of appearance” creëren voor een plurale uitwisseling van kennis. Het begrijpen van kennis als kunst en kennisoverlevering als performatieve act.\n\nTot slot wordt er gezocht naar een plek voor mondelinge kennisoverlevering.","summary":"Bodies of Knowledge onderzoekt artistieke interventies in publieke ruimtes om niet-dominante kennis over te brengen en machtsverhoudingen te transformeren voor een meer gelijke samenleving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002680","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om bedrijven tools, hands-on kennis en handleidingen aan te reiken om de verschillende aspecten van de levenscyclus van een Machine Learning (ML) model te monitoren en een constante kwaliteit van de resultaten na deployment te garanderen. Er wordt hierbij gefocust op het uitvoeren van ML-modellen op edge devices.\n\nDe aanvragers baseren zich op gekende best-practices uit DevOps implementaties zoals continuous integration, continuous delivery (CI/CD) en microservices, en breiden deze uit met tools voor data en model management (MLOps). Deze tools laten toe om het development en deployment proces te automatiseren, het model te verbeteren via monitoring en de model versies te beheren en onderhouden.\n\nDe doelgroep van dit project is vrij breed gaande van alle bedrijven die de gezondheidstoestand of slijtagetoestand van een machine of proces (willen) monitoren, zoals de procesindustrie, maakbedrijven, industriële automatiseringsbedrijven, ontwikkelaars van slimme elektronische of elektromechanische systemen, onderzoeksinstellingen, maar ook softwarebedrijven die tools ontwikkelen om proces monitoring te doen en data-analyse uitvoeren. Deze groep bedrijven omvat meer dan 300 ondernemingen waaronder heel wat kmo’s die aangewezen zijn op de steun van kennisinstellingen en projecten als deze om te kunnen innoveren.","summary":"Dit project biedt bedrijven tools en kennis voor het monitoren van Machine Learning modellen op edge devices, met focus op kwaliteit na deployment. Het integreert DevOps best-practices en MLOps tools voor geautomatiseerd development, monitoring en beheer van modellen. Doelgroep: bedrijven die machinegezondheid monitoren en data-analyse uitvoeren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002681","result_description":null},{"description":"Hennepteelt voor textieltoepassingen bevindt zich momenteel op een keerpunt in Vlaanderen. Er is groeiende interesse in hennep bij de telers en de vlassector (o.a. zwingelbedrijven), alsook staat de oogstmechanisatie voor textieltoepassingen nagenoeg op punt.\n\nHoewel eerdere projecten reeds hebben aangetoond dat de hennepketen voor textiel op dezelfde basiselementen van de vlasketen kan steunen, zijn er toch nog uitdagingen verbonden aan de teelt en de verwerking ervan.\n\nHet algemene doel van Flaxy-HEMP is het verhogen van de rendabiliteit van textielhennep in alle stappen van de waardeketen om op die manier de teelt aantrekkelijker te maken voor landbouwers en investeerders. Concreet zal in dit project de teeltpraktijk en de vezelextractie geoptimaliseerd worden en ketenintegratie gefaciliteerd worden.","summary":"Hennep voor textiel in Vlaanderen staat op een keerpunt. Flaxy-HEMP wil de rendabiliteit van hennep verhogen en de teelt aantrekkelijker maken door optimalisatie van teeltpraktijk, vezelextractie en ketenintegratie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002682","result_description":null},{"description":"PAIC is een generatieve AI-toepassing voor realtime beeldverwerking. Dit project zal het team in staat stellen om hypotheses te testen met betrekking tot de technologische oplossing, gekoppeld aan marktonderzoek. \n\nDit is een niet-confidentieel abstract dat niet volledig de confidentiële geplande activiteiten binnen dit project weergeeft.","summary":"Ontdek PAIC, een AI-toepassing voor realtime beeldverwerking. Test hypotheses over technologische oplossingen en voer marktonderzoek uit. Confidentialiteit gewaarborgd.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002683","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nIntuïtief eten (IE) kent de laatste jaren een opmars bij diëtisten en de bredere maatschappij. Voorgaande onderzoeken bij een voornamelijk Amerikaanse studiepopulatie tonen aan dat intuïtief eten geassocieerd wordt met enkele fysieke en mentale voordelen. Zo zou het meer levensvoldoening geven, wordt het geassocieerd met een positief emotioneel functioneren en kan het een hulpmiddel zijn in het verbeteren van de bloedsuikerspiegel (Bruce & Ricciardelli, 2016; Wheeler et al., 2016).\n\nMomenteel is de invloed van IE op zowel het welzijn van de Belgische doelpopulatie als de invloed op het voedingspatroon onderbelicht. Nochtans blijken de voedingsgewoonten van de Belgische doelpopulatie niet te voldoen aan de richtlijnen opgesteld door het Vlaams Instituut Gezond Leven en de Hoge Gezondheidsraad. Zo is de inname van fruit en groenten te laag en de inname van bewerkte voedingsmiddelen te hoog (Vlaams Instituut Gezond Leven, 2022). Het hebben van gezonde voedingsgewoonten is belangrijk in de preventie van verschillende chronische aandoeningen zoals kanker en hart- en vaatziekten (Mozaffarian, Appel & Van Horn, 2011; Van't Veer & Kampman, 2007).\n\nDe jongvolwassenheid (15-25 jaar) is een levensfase met vele uitdagingen, waaronder het vormen van een eigen identiteit (Arnett, 2007). Uit onderzoek blijkt dat deze periode in het leven risico’s kan meebrengen voor het mentaal welbevinden van jongvolwassen (Newcomb-Anjo, Barker, & Howard, 2017).\n\nOnderzoeksvragen\n\n1. Kan IE bijdragen aan een hoger mentaal welbevinden en betere voedingsgewoonten van jongvolwassenen (15-25 jaar) in België?\n2. Op welke wijze worden de principes van IE gebruikt en toegepast door diëtisten in de eerstelijnsgezondheidszorg?\n\nMethodologie\n\nVia een kwantitatieve bevraging willen de onderzoekers inzicht krijgen in de mentale gezondheid, de voedingsgewoonten en de mate van intuïtief eten bij Vlaamse jongvolwassenen. Daarnaast wordt er onder diëtisten een vragenlijst verspreid om na te gaan in welke mate zij intuïtief eten toepassen in de praktijk.","summary":"Intuïtief eten biedt mentale en fysieke voordelen. Het onderzoek richt zich op de invloed van intuïtief eten op mentaal welzijn en voedingsgewoonten van jongvolwassenen in België. Daarnaast wordt onderzocht hoe diëtisten intuïtief eten toepassen in de eerstelijnsgezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002684","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n- Onderzoeksrapport\n- Publicatie in vaktijdschrift\n- Lezing \"Inleiding tot Intuïtief Eten\" voor diëtisten"},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nEen op de drie studenten in het hoger onderwijs is emotioneel uit balans door stress, angst of een verminderde gemoedstoestand. Uit een recente grootschalige studie van de Vlaamse Vereniging voor Studenten (VVS) blijkt dat 1 op 5 studenten psychische problemen heeft. Studenten gezondheidszorg, vaak jonge vrouwen, lijken een risicogroep wat betreft hun emotioneel welbevinden.\n\nGezien de studenten zich in een belangrijke transitieperiode in hun leven bevinden, een periode waarin omgevingsinvloeden een belangrijke beschermende functie kunnen uitoefenen op hun veerkracht en emotioneel welzijn, lijkt het zinvol om de emotionele gezondheid van de gezondheidszorgstudenten te monitoren en te bedenken wat er gedaan kan worden om hen te ondersteunen.\n\nDaarnaast is het belangrijk dat de studenten inzicht aangereikt krijgen in hoe zich staande te houden als toekomstig zorgverlener. Deze studenten stappen immers na hun studie in het werkveld, waar hun veerkracht en copinggedrag mogelijk nog ernstiger uitgedaagd wordt. Een minimale uitval van jonge werkkrachten zal de stabiliteit in personeelsbezetting ten goede komen.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n- Wat is de prevalentie en de mate van verstoring van emotioneel welzijn en veerkracht van studenten gezondheid(szorg) en wetenschap?\n- Welke noden hebben zij ter ondersteuning van hun emotioneel welbevinden en veerkracht?\n\nMETHODOLOGIE\n\nMixed-methods van longitudinaal en kwalitatief onderzoek\n- Survey/ Experience Sampling Method met meerdere meetmomenten in verschillende studentengroepen.\n- De veerkrachtenvragenlijst en de Hospital Anxiety Disorder Scale (HADS) zullen hiervoor gebruikt worden.\n\nDit project heeft als doel om inzicht te verkrijgen in het emotioneel welzijn van gezondheidszorgstudenten en in wat zij nodig hebben als adequate ondersteuning ter preventie en vermindering van psychische klachten.\n\nDe studenten binnen het departement Gezondheid en wetenschap aan de AP hogeschool (opleidingen vroedkunde, verpleegkunde, ergotherapie, toegepaste psychologie, biomedische laboratoriumtechnologie en voedings-en dieetkunde) zullen als onderzoekspopulatie dienen maar de bevindingen van dit onderzoek kunnen ingezet worden door alle instellingen hoger onderwijs die gezondheidszorgopleidingen aanbieden.\n\nVia een mixed-methods onderzoek van longitudinaal en kwalitatief onderzoek willen de onderzoekers inzicht krijgen in de prevalentie en de mate van verstoring van emotioneel welzijn en veerkracht van studenten gezondheid(szorg) en wetenschap. Daarnaast gaan ze op zoek naar de noden die zij hebben ter ondersteuning van hun emotioneel welbevinden en veerkracht.","summary":"Eén op vijf studenten in hoger onderwijs heeft psychische problemen volgens recent onderzoek. Het project richt zich op het monitoren en ondersteunen van de emotionele gezondheid van gezondheidszorgstudenten voor hun welzijn en toekomstige werkzaamheden. Het onderzoek, uitgevoerd aan de AP hogeschool, wil inzicht krijgen in de behoeften van deze studenten voor preventie en vermindering van psychische klachten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002685","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\n- Werkveldgerichte publicatie\n- Toolbox met veerkrachtversterkende materialen\n- Congresdeelname"},{"description":"Sterk Werk! is een praktijkonderzoek voor en met het eerstelijns sociaal werk. We willen bijdragen aan de vraag in het werkveld om de eigen praktijk te begrijpen, te verantwoorden, zichtbaar en inzichtelijk te maken.\n\nIn een tijd waarin het sociaal werk er baat bij heeft te begrijpen en te tonen wat werkt, is er nood aan nieuwe ideeën en inzichten om praktijken in beeld te brengen, te onderbouwen en te evalueren. Het onderzoek vertrekt vanuit de premisse dat de Capability benadering - als wetenschappelijk onderbouwd kader waarin menselijke ontwikkeling centraal staat - een waardevol perspectief kan bieden om deze nood te beantwoorden.\n\nHet onderzoek ontwikkelt een handzaam, op de Capability benadering (CB) gestoeld model voor theoriegestuurde evaluatie: het Sterk Werk-model. We vertalen uitgangspunten en concepten uit de CB naar de sociaalwerkpraktijk.\n\nDe samenwerking met sociaal werkers uit de eerstelijns basiswerk vormt daarin een essentieel gegeven: op basis van dialoog over hun praktijk en reflecties krijgt het model vorm. De uitkomst van het onderzoek resulteert in een toolkit en een vorming die we aanbieden aan het werkveld en in de opleiding Sociaal Werk.\n\nWe hanteren twee belendende methodologische kaders die ons helpen bij het uitwerken van het Sterk Werk-model. De CAIMeR-theorie stelt ons in staat aandacht te geven aan de context, actoren, interventies, mechanismen en resultaten van praktijken. De Critical Reflection-theorie biedt houvast in de methode die we gebruiken om samen met praktijkwerkers en studenten het Sterk Werk-model te ontwikkelen.\n\nWe bouwen het onderzoek methodologisch op rond een desk research, interviews en een participatieve setting (CoP) waarin we met praktijkwerkers een theoriegestuurd evaluatiemodel ontwikkelen en toetsen.\n\nSterk Werk! verbindt zich met gelijkaardige initiatieven in Vlaanderen en Nederland waarin gezocht wordt om de Capability benadering concreet te maken in het sociaal werk.","summary":"Sterk Werk! is een praktijkonderzoek voor sociaal werk dat de Capability benadering toepast. Het ontwikkelt een model voor evaluatie, gebaseerd op dialoog en reflectie met sociaal werkers. Het resultaat omvat een toolkit en vorming voor het werkveld en de opleiding Sociaal Werk. Met methodologische kaders als CAIMeR en Critical Reflection wordt het Sterk Werk-model uitgewerkt en getoetst in samenwerking met praktijkwerkers en studenten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002686","result_description":null},{"description":"Het TETRA-project \"Duurzaam ondernemen als businesstransformator voor logies\" wil logiesondernemers competitiever en toekomstbestendig maken door het verduurzamen van hun businessmodel en concrete handvaten aan te reiken via vertaalonderzoek naar e-toolkit duurzaam ondernemen logies (=white-paper-, nulmeting-, opportuniteitsscan-, checklist, roadmap, impactmeting-, implementatiecases- en case studies *DOL). Zo wordt duurzaam ondernemerschap ook voor kleinschalige logies toegankelijk en haalbaar in tijd, middelen en expertise & spelen we in op een maatschappelijke noodzaak die tevens opportuniteiten met economische finaliteit biedt zoals efficiëntere keuzes en omgang met grondstoffen die leiden tot kostenbesparing, kennisverruiming en betere beslissingen o.a. in investeringen.\n\nIn 2de instantie worden intermediaire organisaties (kennispartners in de begeleidingsgroep) uit de vrijetijdseconomie betrokken. Zo kunnen ze hun kennisaanbod en diensten in de toekomst nog beter afstemmen op de behoeften van hun leden nl. logiesondernemers. Bovendien nemen zij in dit TETRA-project het engagement als kennispartner en ambassadeur om in te staan voor kennisdiffusie.\n\nEr zijn 27,500 kleinschalige logies in Vlaanderen (Van Dijk, 2024) waarvan er (slechts) 186 over het Green Key label beschikken (Toerisme Vlaanderen, 2024) maw. slechts 1.5% van de potentiële doelgroep. Dit TETRA-project omvat een implementatietraject duurzaam ondernemen met min. 35 groei-ondernemingen van zelfstandige kleinschalige logiesondernemers. De stappen die logies (nog niet) gezet hebben in kader van duurzaamheid zijn geen bepalende factor voor een deelname.","summary":"Het TETRA project \"Duurzaam ondernemen als businesstransformator voor logies\" helpt logiesondernemers competitiever en toekomstbestendig te worden door duurzame businessmodellen en praktische tools aan te reiken. Dit initiatief maakt duurzaam ondernemerschap toegankelijk voor kleinschalige logies en benut economische kansen door efficiënt resource management. Intermediaire organisaties worden betrokken voor kennisdeling en dienstverleningsoptimalisatie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002687","result_description":null},{"description":"Met dit project wil men aantonen hoe een digitale AI-assistent door zowel medewerkers als klanten optimaal gebruikt kan worden om het keuzeproces in de fysieke winkel te faciliteren en te ondersteunen om zo de werkdruk bij de medewerkers te verlagen en de winkelbeleving voor de klant te verhogen. Dit project wil het kennistekort, en dus ook de onbenutte positieve impact van het gebruik van AI, aanpakken bij Vlaamse kmo’s in de retailsector, waardoor ook de werkdruk op retailwerknemers afneemt. Dit zal worden gerealiseerd door het aanleveren en inzetten van een framework waarmee technologie-aanbieders laagdrempelig een Nederlandstalige, digitale AI-assistent kunnen inzetten op een fysiek scherm in een winkel.\n\nHierbij worden er twee doelgroepen in beschouwing genomen: (1) retailondernemers die weinig tot geen toegang hebben tot R&D, een ruim productenaanbod hebben wat leidt tot keuzestress bij klanten, en (2) technologieaanbieders, al dan niet reeds actief in de retailsector, met digitale oplossingen maar met een gebrek aan een AI-component.\n\nConcrete doelen en criteria:\n\n1. Het ontwikkelen van technologische basisbouwstenen voor een Nederlandstalige, digitale AI-assistent die kan worden geraadpleegd via een fysiek scherm in een winkel zodat technologie-aanbieders en retailondernemers hun eigen AI-assistent kunnen implementeren en personaliseren.\n\n2. Het opzetten van 3 tot 5 inspiratiecasussen (living labs) met bijhorende businesscases waarin het framework van de digitale AI-assistent praktisch zal worden geïmplementeerd bij 3 tot 5 retailondernemers uit de begeleidingsgroep in samenwerking met technologie-aanbieders uit de begeleidingsgroep.\n\n3. Het uitwerken van 2 online leerpakketten (MOOC’s) met bijhorende draaiboeken en 9 fysieke workshops voor de retailsector en technologie-aanbieders zodat beide doelgroepen optimaal kunnen werken met de digitale AI-assistent.","summary":"Dit project bevordert het gebruik van digitale AI-assistenten in Vlaamse retailkmo's om de werkdruk te verlagen en de winkelervaring te verbeteren. Het omvat de ontwikkeling van technologische bouwstenen, inspiratiecasussen en leerpakketten om AI-assistenten te implementeren en te personaliseren.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-002688","result_description":null},{"description":"Binnen het domein van e-textiles, waarbij elektronica en textiel worden geïntegreerd tot één product, blijft één van de grootste uitdagingen de connector. De connector maakt het mogelijk de elektronica van de textielcomponenten los te koppelen zodat het product gewassen kan worden en later weer aangesloten kan worden om een elektrisch signaal door te geven.\n\nDoel van dit project is om voortbouwend op PWO-gefinancierd onderzoek binnen FTILab+, een nieuw en innovatief connectorsysteem ('MAGNETEX') voor e-textiel te ontwikkelen en te optimaliseren om tekortkomingen op het gebied van onderhoud, gebruiksgemak, betrouwbaarheid en comfort van de huidige connectoren aan te pakken.\n\nVoor dit connectorsysteem werd in juni 2024 in samenwerking met Tech Transfer van UGent een patentaanvraag ingediend. Daarnaast wordt via marktonderzoek het meest aangewezen applicatiedomein en de optimale valorisatiestrategie geïdentificeerd. Het einddoel is de licentiëring van de opgebouwde IP aan bestaande marktspelers zoals bijvoorbeeld e-textielproducten of elektronica-ontwikkelaars.","summary":"Ontwikkeling van innovatief connectorsysteem 'MAGNETEX' voor e-textiel, gericht op verbetering van onderhoud, gebruiksgemak en betrouwbaarheid. Patentaanvraag ingediend, met focus op licentiëring aan e-textiel- en elektronicabedrijven.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002689","result_description":null},{"description":"De opdracht heeft als doel natuurinterventies te onderbouwen in functie van een klimaatadaptieve en biodiverse zorgomgeving. \n\nIn vijf proeftuinen verspreid over Vlaanderen wordt meer kwaliteitsvolle natuur ingericht op wandelafstand van een specifieke doelgroep of setting met een maatschappelijke of zorgnood. \n\nDe natuur draagt bij tot herstel van zowel mens als biodiversiteit. \n\nOp basis van wat geleerd wordt in de proeftuinen, het lerende netwerk daarrond en wetenschappelijke studie bouwen onderzoekers mee aan een methodologie en toolbox voor het ontwerpen, evalueren en implementeren van natuurinterventies.","summary":"Onderzoek bevordert natuurinterventies voor klimaatadaptieve en biodiverse zorgomgevingen in Vlaanderen. Proeftuinen creëren toegankelijke natuur voor specifieke doelgroepen en dragen bij tot herstel van mens en biodiversiteit. Onderzoekers werken aan methodologie en toolbox voor ontwerp, evaluatie en implementatie van natuurinterventies.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002690","result_description":null},{"description":"ABSTRACT\n\nSteeds meer bedrijven en organisaties zetten in op digitalisering en maken gebruik van digitale services voor het contact met klanten en andere stakeholders (bijvoorbeeld via een website of mobiele app). Dit levert een enorme hoeveelheid aan gebruikersdata welke een schat aan informatie bevat, zoals over hoe gebruiksvriendelijk deze digitale toepassingen zijn en hoe gebruikers ermee omgaan. Met steun van het Industrieel Onderzoeksfonds fonds onderzoekt het AI4UX project hoe AI kan ingezet worden om automatisch relevante gebruikerspatronen te detecteren in deze data. Dit laat toe om de gebruikerservaring te verbeteren en digitale toepassingen te personaliseren op basis van het gebruik.\n\nINTRODUCTIE\n\nDe digitale transformatie is volop bezig, met een ongeziene groei aan digitale tools. Zo werden er nooit meer apps gedownload, van 40 miljard in 2015 naar 88 miljard in 2021. Het aantal internetgebruikers is ook sterk gegroeid, van 3,2 miljard in 2016 naar meer dan 5,4 miljard in juli 2022. Dit gaat gepaard met een sterke stijging van de commerciële activiteiten op digitale platformen. De totale eCommerce verkoop wordt bijvoorbeeld geschat op €6,51 biljoen voor 2023, terwijl dit in 2017 nog €2,29 biljoen was. Deze digitalisering gaat gepaard met een enorme hoeveelheid aan gebruikersdata die wordt gegenereerd en geregistreerd. Deze data biedt opportuniteiten om de gebruikerservaring te verbeteren. Het optimaliseren van de gebruikerservaring of user experience (UX) wordt dan ook steeds vaker gezien als een belangrijk competitief voordeel.\n\nHet domein van UX groeit dan ook al enkele jaren gestaag en schattingen voorspellen een jaarlijkse groei van 16,4% voor de komende jaren. Daarnaast wordt het belang van personalisatie ook steeds belangrijker en wordt dit ook gebruikt als middel voor bedrijven om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Gebruikersdata biedt het potentieel om voor elke gebruiker een gepersonaliseerde ervaring aan te bieden. De afgelopen jaren is er binnen UX dan ook veel aandacht besteed aan het verzamelen en presenteren van gebruikersdata. Het bekendste voorbeeld hiervan is het gratis online platform Google Analytics, dat een marktaandeel van 86% heeft.\n\nDe stap om deze gebruikersdata om te zetten in relevante inzichten is momenteel nog vooral gebaseerd op ervaring en best-practices om inzichten uit de data te halen. Het gebruik van AI en machine learning wordt binnen UX gezien als een belangrijke opkomende trend, al is de adoptie ervan momenteel nog beperkt. In andere domeinen die gebruik maken van online gebruikersdata speelt AI wel al een grote rol, zoals gepersonaliseerde aanbevelingen, het voorspellen van clicks op online advertenties, of het automatiseren en personaliseren van marketing.\n\nVERTROUWELIJK\n\nDit is een niet-confidentieel abstract dat niet volledig de confidentiële geplande activiteiten binnen dit project weergeeft. Meer info op te vragen.","summary":"Discover how the AI4UX project leverages AI to enhance user experience by analyzing vast amounts of user data from digital interactions. Improve digital applications and personalize user experiences based on usage patterns. Capitalize on the growing digital transformation trend for competitive advantage.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002691","result_description":null},{"description":"Het TETRA-project heeft als doel om de kennis over het hergebruik van isolatiematerialen uit sloop te vergroten en concrete stappen te zetten om technische en praktische drempels te verlagen. Hierdoor wil het project het vertrouwen binnen de bouwsector vergroten om hergebruikte isolatiematerialen veilig en efficiënt toe te passen. Dit project levert waardevolle inzichten en hulpmiddelen om de transitie naar circulair bouwen te versnellen, waarbij isolatiematerialen hergebruikt worden zonder verlies van kwaliteit of prestaties.\nDe belangrijkste uitkomsten die men mag verwachten zijn:\n• Technische prestaties van isolatiematerialen: Het project zal door middel van minimaal 20 casestudies en 160 tests de prestaties van isolatiematerialen uit sloop meten en vergelijken met hedendaagse normen. Dit biedt inzicht in hoe schade door bijvoorbeeld verlijming of manipulatie de isolatiewaarde beïnvloedt.\n• Praktische richtlijnen en 3D-stapplannen: Er worden concrete 3D stap-voor-stapplannen en richtlijnen ontwikkeld voor het veilig demonteren van vier soorten isolatiematerialen en hun toepassing in verschillende constructies. Beslissingsbomen zullen tonen welke hergebruiksmogelijkheden er zijn voor specifieke materialen.\n• Innovatieve testprocedures: Het project zal eenvoudige, snelle en goedkope testmethoden ontwikkelen om de technische kwaliteit van isolatiematerialen uit sloop beter te kunnen beoordelen. Aan het einde van het project zijn proof-of-concepts voor minimaal vier testmethoden beschikbaar, zoals voor het meten van thermische geleidbaarheid en mechanische weerstand.\n• Digitale kennisdeling: Alle verzamelde kennis wordt laagdrempelig beschikbaar gemaakt via een digitale tool die speciaal is ontwikkeld voor de bouwsector. Hiermee kunnen isolatiefabrikanten, aannemers, ontwerpers en andere belanghebbenden eenvoudig toegang krijgen tot richtlijnen en best practices voor het hergebruik van isolatiematerialen.","summary":"Dit project vergroot kennis over hergebruik isolatiematerialen uit sloop, met focus op technische prestaties, praktische richtlijnen, innovatieve testprocedures en digitale kennisdeling. Versnelt circulair bouwen door vertrouwen te vergroten in veilig en efficiënt hergebruik van isolatiematerialen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002692","result_description":null},{"description":"In vergelijking met internationale standaarden scoren Vlaamse jongeren laag wat betreft de houding tegenover dierenwelzijn. Een verstoorde empathie-ontwikkeling ligt mee aan de basis van dit fenomeen. Zonder deze capaciteit blijkt het veel moeilijker een respectvolle houding te ontwikkelen voor de dieren en hun welzijn te erkennen.\n\nBovendien wordt het begrip 'dierenwelzijn' in de volksmond nog vaak beperkt tot biologisch functioneren, gezondheid en natuurlijk gedrag. De huidige dierenwelzijnswetenschap toont echter ook het belang van het affectieve aspect van welzijn. Het is nodig om de burgers te informeren over de nood aan affectief welzijn en het zorgen voor voldoende positief welzijn.\n\nDe door ons ontwikkelde beestenbril-methodiek (www.beestenbril.be) stimuleert de empathische houding van leerlingen en verhoogt de betrokkenheid bij het welzijn van anderen (mens en dier). Deze methodiek vormt een mooie basis die we verder willen uitbouwen met de focus op positief dierenwelzijn.","summary":"Vlaamse jongeren tonen lage empathie voor dierenwelzijn. Beestenbril-methodiek (www.beestenbril.be) verbetert empathie en betrokkenheid voor positief dierenwelzijn.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002693","result_description":null},{"description":"In dit project bestuderen we de banden tussen religieus en levensbeschouwelijk geïnspireerde organisaties (FBO’s) en welvaartsstaatsinstellingen (WSI’s). De nationale welvaartsstaat heeft vandaag (nog) geen antwoord op een aantal nieuwe uitdagingen in onze snel veranderende wereld. FBO’s komen tegemoet aan een aantal van deze uitdagingen en worden steeds belangrijker in de organisatie van sociale steun en solidariteit.\n\nVooral in steden met veel diversiteit zien we dat geloofsovertuigingen van mensen terug meer plek opnemen in het openbare leven. In de huidige maatschappelijke context wordt vaak met achterdocht naar deze trend gekeken. Toch hebben FBO’s heel wat troeven in huis om met de uitdagingen van onze tijd om te gaan.\n\nEr is nood aan onderbouwing en nuance in het debat over hoe solidariteit eruit zou moeten zien. Daarom bekijken we in dit project wat FBO’s in Brussel doen in hun alledaagse praktijken en hoe ze zich verhouden tot WSI’s en de welvaarsstaat. De focus ligt daarbij op de doelgroep mensen met een precair verblijfsstatuut.\n\nConcreet beoogt het project om (1) een sjabloon voor een (dynamische en interactieve) sociale kaart te ontwerpen van FBO’s in Brussel; (2) op maat gemaakte community service learning onderwijsmodules (voor studenten sociaal werk) en vormingen (voor het Brusselse sociale werkveld) te ontwikkelen, op basis van diepgaand kwalitatief veldonderzoek bij Brusselse FBO’s en WSI’s en (3) de samenwerking tussen seculiere en religieuze vormen van solidariteit te verbeteren.\n\nCentraal staat het idee dat we moeten inzetten op een sociaal werk dat de brug kan leggen naar en op basis van complementariteit kan samenwerken met FBO’s.","summary":"FBO's spelen een cruciale rol in sociale steun en solidariteit, vooral in diverse steden. Dit project onderzoekt hun praktijken in Brussel en hun relatie met welvaartsstaatsinstellingen, met focus op mensen met precair verblijfsstatuut. Het doel is een sociale kaart te ontwerpen, educatieve modules te ontwikkelen en samenwerking tussen seculiere en religieuze solidariteit te bevorderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002694","result_description":null},{"description":"De interactie tussen mens en machine is een fascinatie die teruggaat tot de verbeelding van Jules Verne, maar de mens heeft al sinds de oudheid instrumenten gecreëerd om zichzelf te behelpen. Deze (technische) hulpmiddelen in hun breedste zin zijn al eeuwenlang het onderwerp van onderzoek in verschillende disciplines. Zowel binnen de ingenieurswetenschappen als in de fysica, maar ook op sociaal, filosofisch en psychologisch gebied is de interactie tussen mens en machine een fenomeen van discussie. Deze interactie verloopt echter niet altijd zoals gepland en het concept van de menselijke factoren of de 'human factors’ is dan ook een bezorgdheid in de ontwikkeling en toepassing van technologie.\n\nAls wetenschap onderzoekt het domein van de menselijke factor die processen en vaardigheden die leiden tot een veilig en doelmatig gebruik van technologie. Ook context en factoren die leiden tot juiste en correcte besluitvorming maken deel uit van dit onderzoek. Zo is de analyse en vooral het voorkomen van fouten, vloeiend uit de menselijke factor, een diepgeworteld concept binnen de luchtvaartindustrie, die net als de gezondheidszorg een industrie is waarbij kleine fouten mensenlevens kunnen kosten. De beoogde onderzoeksinfrastructuur is een mobiel observatielabo voor het bestuderen van menselijke factoren binnen de zorgverlening (zorgberoepen afgestudeerd op niveau bachelor) en dit zowel binnen het domein van klinisch redeneren en technische handelingen die in de moderne zorg met elkaar verwerven zijn.\n\nDit mobiele observatie lab is inzetbaar binnen een klinische setting als binnen een simulatieomgeving. De observatie binnen een gesimuleerde omgeving laat toe om menselijke factoren te bestuderen in een veilige omgeving. Het labo is dan ook een aanvulling op het reeds bestaande Simulatie- en Trainingscentrum Aalst (SiTCA).\n\nBij weten van de auteurs is er binnen Vlaanderen nog geen labo die de focus op menselijke factoren (inclusief redeneren en technische handelingen) in de zorgverlening door professionele bachelors legt. Het labo integreert dan ook niet alleen kennis maar ook methoden en materialen uit verschillende disciplines.\n\nVoor de uitbouw van deze aanvraag werden een aantal labo’s opgenomen ter vergelijking: Human Factors and Ergonomics Lab (OHIO University US), Healthcare Human Factors Lab (Emory University US), Susan Hallbeck Lab for Human Factors Engineering (Mayo Clinic, US), Human Factors Engineering Lab (Toronto Metropolitan University, CA), Human Factors Lab (Khalifa University, AE), Centre for Human Factors Engineering of Health Information Technology (Amsterdam Universitair Medische Centra, NL) en Human Factor Lab (Joanneum Research Forschungsgesellschaft, AU).","summary":"Onderzoek naar mens-machine interactie en menselijke factoren in technologie en zorgverlening. Mobiel observatielab voor veilige studie van menselijke factoren in zorgberoepen en decision-making. Geïntegreerde benadering vanuit diverse disciplines.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002695","result_description":null},{"description":"Proeftuin Gezelschapsspel van Foyer – ouderbetrokkenheid bij meertalige peuters\nDe Foyer ontwierp het gezelschapsspel Liba Lingua dat ouders bij de start op school wil helpen reflecteren over de meertalige opvoeding van hun kind. Ouders spelen het spel samen met een leerkracht en krijgen zo de kans om op een leuke wijze samen de start te nemen. In samenwerking met de Foyer willen we onderzoeken hoe dit spel in de praktijk gebruikt wordt door middel van video-opnames van spelsessies en interviews. We brengen daarbij ook de wensen van de ouders en de leerkrachten in kaart voor een eventueel vervolgtraject.","summary":"Ontdek Liba Lingua, het gezelschapsspel van Foyer dat ouders en meertalige peuters verbindt. Speel samen met leerkrachten en reflecteer op meertalige opvoeding. Onderzoek met video's en interviews hoe dit spel ouders en leerkrachten helpt.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002696","result_description":null},{"description":"Het is van vitaal belang dat zorgverleners in woonzorgcentra zich bewust zijn van personen met dementie hun gevoelens en emoties, dat ze hen betrekken bij betekenisvolle activiteiten en dat ze hun identiteit en gevoel van eigenwaarde mogen behouden.\n\nEen schaarste aan tijd en personeel lijkt de zorg voor personen met dementie onder druk te zetten. Uit onderzoek blijkt dat teams er met de huidige beschikbare middelen wél in slagen om meer prioriteit te geven aan het psychosociaal welbevinden van bewoners met dementie.\n\nMet dit project willen de onderzoekers met de ervaringen van deze teams andere zorgverleners uit woonzorgcentra inspireren om op een andere manier over beschikbare tijd en middelen na te denken en hen ondersteunen in de mogelijkheden om van emotionele zorg voor personen met dementie meer prioriteit te maken.\n\nHiervoor wordt een tool (Omdenkbox) ontwikkeld en geëvalueerd die zowel reflectie over tijd en zorgprocessen als creatief denken vanuit mogelijkheden stimuleert.","summary":"Zorgverleners in woonzorgcentra moeten prioriteit geven aan het psychosociaal welbevinden van personen met dementie. Het project introduceert de Omdenkbox tool om hen te inspireren en ondersteunen bij het bieden van emotionele zorg.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002697","result_description":null},{"description":"Onze voedselsystemen zijn afhankelijk van een gezonde bodem. Meer dan 50% van de bodem in de EU is ongezond. De meest voorkomende vormen van bodemdegradatie zijn het verlies van organische koolstof in de bodem (53%) en het verlies aan bodembiodiversiteit (37%). In Vlaanderen vervolledigen de overmaat aan stikstof en fosfor en de compactering van de bodem de top vijf (EUSO Soil Health Dashboard). Het toepassen van compost biedt een uitweg aan alle vijf voornoemde cruciale uitdagingen voor onze (landbouw)bodems. Dit praktijkgericht onderzoek kadert in de Europese Soil Deal en richt zich specifiek op het vereenvoudigen van compostering van bedrijfs-eigen reststromen in de (glas)tuinbouw.\n\nDit project beoogt een laagdrempelige composteringstest mogelijk te maken. Op deze manier kunnen (glas)tuinbouwers op een snelle en praktische manier nagaan of hun (combinatie) van reststromen geschikt is voor compostering en welke eigenschappen de opgeleverde compost heeft. Deze eigenschappen bepalen hoe en waar de compost het best kan worden toegepast (voor, tijdens of na het groeiseizoen, als mulch of door ondermengen, als voedingsstof, als structuurverbeteraar of als natuurlijk gewasbeschermer).\n\nHiervoor zullen twee testsystemen onder de vorm van ‘kleine’ aangepaste cubitainers (1 m³) ontwikkeld worden waarmee vervolgens een snelle, laagdrempelige test op geschiktheid van reststromen en mengsels (kwaliteit compost & genereerde warmte en CO2) kan worden uitgevoerd.\n\nConcreet hebben we twee testsystemen voor ogen, de eerste gebaseerd op de traditionele manier van composteren waarbij de compost een aantal keer gekeerd wordt tijdens het composteringsproces, de tweede gebaseerd op een statisch systeem. Bij dit laatste systeem kan er bijkomstig ‘eenvoudig’ warmte worden afgetapt die ontstaat tijdens het composteringsproces door middel van een warmtewisselaar (biomeiler-systeem).\n\nVia deze PWO willen we in kaart brengen welke (glas)tuinbouwbedrijven over geschikte reststromen beschikken om aan in-house compostering te doen en de gegenereerde compost (en in 2e lijn de opgewekte warmte en CO2) nuttig kunnen aanwenden. Afhankelijk van het soort input (reststromen) en de manier van composteren willen we onderzoeken welke composteigenschappen dat oplevert, hoe deze zich verhouden tot commercieel beschikbare compost en welke toepassingsmogelijkheden deze verschillende soorten compost kunnen hebben binnen het (glas)tuinbouwbedrijf. Hierbij wordt ook gekeken naar het regelgevend kader rond composteren en gebruik van eigen reststromen.\n\nDe te verwachten impact is dat (glas)tuinbouwbedrijven via dit project een nieuwe manier leren kennen om hun organische reststromen te verwerken tot hoogwaardige compost (alsook warmte en CO2) die op het eigen bedrijf gebruikt kan worden.","summary":"Verbeter de gezondheid van de bodem en verhoog de duurzaamheid van (glas)tuinbouw met praktijkgericht onderzoek naar compostering. Testsystemen helpen bij het bepalen van geschikte reststromen en de kwaliteit van compost voor optimaal gebruik op het eigen bedrijf.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002699","result_description":null},{"description":"Circulaire economie is een belangrijk deel van duurzaam ondernemen. De Vlaamse Regering wil van Vlaanderen een circulaire koploper maken in Europa en elke onderneming of organisatie die circulair onderneemt, is beter gewapend tegen toekomstige uitdagingen. Circulariteit is relevant voor alle bedrijven en in alle sectoren.\n\nIn dit PWO focussen wij ons op het economische microniveau van de circulaire transitie: de ondernemingen. Daar is een belangrijke rol weggelegd voor de medewerkers aangezien elke organisatie wordt gebouwd, of veranderd, door de mensen die er werken. Wanneer zij niet over de nodige circulaire kennis beschikken, en blijven werken vanuit een lineaire mindset en dito competenties, zal het de onderneming niet lukken om over te stappen van een lineaire naar een circulaire bedrijfsvoering. Het is dan ook zaak om ‘circulair vaardige medewerkers’ te vormen, die samen bouwen aan een circulaire bedrijfscultuur.\n\nVanuit transitieonderzoek kennen we reeds een aantal bouwstenen om mensen doorheen een transitie te begeleiden: er is behoefte aan kwalitatieve kennis op maat, de lineaire mindset moet aangevuld worden met circulair denken, en bepaalde competenties zoals omgaan met complexiteit en chaos, multidisciplinair (samen)werken en bewustzijn van de ganse keten. Vanuit de veranderkunde weten we dat om tot actieve betrokkenheid van werknemers te komen het bovendien belangrijk is om de medewerkers te betrekken en bij hen enthousiasme voor en vertrouwen in de transitie op te wekken.\n\nIn dit PWO gaan we vanuit reeds bestaande kennis inzake transities, veranderingsmanagement en circulair ondernemen een aanpak ontwerpen die het sociaal kapitaal van onderneming circulair bekwaam maakt, en hen hiermee actief aan de slag laat gaan. Deze aanpak zal actief getest worden in de praktijk door een aantal case studies, waarbij niet alleen het effect zal gemeten worden, maar waarbij ook zal geanalyseerd worden waarom datgene wat werkt werkt, en waarom andere zaken niet werken. Dit laatste zal ons informatie opleveren die niet in literatuur en modellen te vinden is.\n\nMet dit onderzoek willen we de duurzame circulaire cultuur in Vlaamse KMO’s versterken door medewerkers te versterken in hun kennis rond duurzaamheid en kracht geven om duurzame oplossingen van onderuit (bottom-up) mee te ontwerpen en implementeren. We willen de werknemers een stem geven in de duurzame transitie. Circulair ondernemen is hierin geen doel op zich maar een middel om duurzaam bedrijf te zijn/worden. Het beperkt zich niet tot kleine veranderingen zoals recyclage maar focust op de kern van de onderneming: de circulariteit van producten en diensten over hun ganse levenscyclus, en het ganse productieproces: productdesign, grondstoffen, end of life, business-en verdienmodel en samenwerking met partners (concullega’s, leveranciers, retailers, ontwerpers, gebruikers).","summary":"Vlaamse KMO's versterken duurzame circulaire cultuur door medewerkers te empoweren in duurzaamheid en bottom-up oplossingen te laten ontwerpen. Circulair ondernemen als middel voor duurzaamheid over de hele levenscyclus van producten en diensten.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002700","result_description":null},{"description":"Naar aanleiding van de coronacrisis heeft het onderwijs in 2020 massaal moeten kiezen voor allerlei vormen van digitale didactiek. De urgentie van het moment plaatste iedereen noodgedwongen achter de computer. Ook nu bepaalt de digitale drive de agenda. Is deze digitale aanpak het nieuwe normaal? Of kan er op de ontkoppelingspedaal gedrukt worden? Kan de fundamentele vraag naar de verhouding tussen vakdidactische praktijk en didactische technologie gesteld worden? En dat niet als een theoretisch issue maar vanuit een praktijkgerichte bezorgdheid? Voorliggend project maakt ruimte voor deze vragen en zal samen met vakleraren reflectieateliers opzetten.\n\nOnze onderzoekshypothese stelt dat kunst bij uitstek een medium is dat het onderwijs kan helpen om deze vragen tot hun recht te laten komen. Controversiële kunstwerken installeren immers een afstand en belichten zo zaken vanuit een onverwacht perspectief. We voorzien reflectieateliers waarin drie verschillende kunstdisciplines (literatuur, film & beeld) op een (on)rechtstreekse wijze de relatie tussen vakdidactiek en technologie aan de orde brengen. Het doel is om vanuit deze confrontatie de plaats en de betekenis van een leraar in het digitaliserende onderwijs te onderzoeken en zodoende een puur operationele aanpak te overstijgen. De ervaringen in deze ateliers worden via de projectoutput (publicaties, presentaties, projectevents) geregistreerd en hiermee inspireren we leraren om op een meer bewuste manier om te gaan met de digitale uitdagingen in onderwijs.","summary":"Verken de impact van digitale didactiek in onderwijs door kunstreflectie. Onderzoek de relatie tussen vakdidactiek en technologie in reflectieateliers met literatuur, film & beeld. Ontdek nieuwe perspectieven en inspireer leraren voor bewuste aanpak van digitale uitdagingen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002701","result_description":null},{"description":"Onze samenleving werd de afgelopen jaren uitgedaagd om te transformeren, ook op vlak van taal en beeld, aangespoord door een algemene en wereldwijde beweging strevend naar antiracisme, anti-ongelijkheid, emancipatie en dekolonisering. Op school, als micro-samenleving, wordt eveneens de noodzaak van een nieuw vocabularium, een nieuwe taal in woord en beeld over deze transformaties aangevoeld. Dit project wil leerkrachten en leerlingen in het secundair onderwijs versterken bij het ontwikkelen van een inclusief gebruik van taal en beeld en onderzoekt mechanismen van zelfcensuur en spreekangst, evenals het creëren van \"safe and brave spaces\" (Palfrey, 2017).\n\nMet dit vernieuwend onderzoeksproject willen we leerkrachten en leerlingen in het secundair onderwijs versterken bij het ontwikkelen van een inclusief gebruik van taal en beeld en mechanismen van zelfcensuur en spreekangst onderzoeken. Tenslotte willen we bijdragen aan het creëren van \"safe spaces\" en \"brave spaces\" in de klas en op school.\n\nWe formuleren twee centrale onderzoeksvragen:\n\n• Onderzoeksvraag 1. Welke spanningen ervaren leerkrachten en leerlingen in het Vlaamse secundaire onderwijs met betrekking tot taal en beeld, en meer bepaald rond de assen gender, etnisch-culturele achtergrond, beperking, psychische kwetsbaarheid en socio-economische achtergrond?\n• Onderzoeksvraag 2. Op welke manier kunnen de nieuw verworven inzichten – in antwoord op onderzoeksvraag 1 – bijdragen aan het ontwikkelen van materiaal en praktijken gericht op diversresponsief taal- en beeldgebruik in de klas en op school?\n\nOm deze vragen te beantwoorden, tekenden we een mixed method onderzoeksdesign uit. We combineren volgende kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodes:\n\n1. Literatuurstudie naar veranderend taal- en beeldgebruik (over de assen gender, etnisch-culturele achtergrond, beperking en socio-economische achtergrond), dynamieken en processen van zelfcensuur en spreekverlegenheid in het algemeen en binnen de onderwijscontext in het bijzonder.\n2. Primaire dataverzameling, via een online survey die Vlaanderen breed wordt uitgezet en focusgesprekken met leerlingen en leerlingen in 4 tot 6 Vlaamse secundaire scholen.\n3. Professionele leergemeenschap (PLG) gericht op het voortdurend samen delen, onderzoeken en verbeteren van de praktijk van leerkrachten, schoolleiding, pedagogische begeleiding, om zo het onderwijs aan de leerlingen te verbeteren (Verbiest, 2008).\n4. Via een interventietraject voorzien we training en intervisie in 4 tot 6 Vlaamse secundaire scholen. We verzorgen een training van 4 sessies aan leerkrachten (en onderwijsprofessionals) van de deelnemende scholen.\n\nWe werken samen met 4 tot 6 secundaire scholen uit de verschillende onderwijsvormen.","summary":"Dit project versterkt leerkrachten en leerlingen in secundair onderwijs bij inclusief taal- en beeldgebruik, onderzoekt zelfcensuur en spreekangst, en creëert veilige en moedige leeromgevingen. Met een mixed method aanpak worden spanningen rond taal en beeld onderzocht en nieuwe inzichten vertaald naar praktijken voor diversresponsief onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002702","result_description":null},{"description":"In dit project focussen we op de doelgroep van senior leraren (55+) in het secundair onderwijs en het strategisch personeelsbeleid dat nodig is om leraren in deze levensfase duurzaam in te blijven zetten. We onderzoeken aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve methoden inzichten van zowel schoolleiders en beleidsondersteuners als senior leraren rond duurzaam en strategisch personeelsbeleid en hun impact op de professionele loopbaan.\n\nHet onderzoeksproces resulteert in het aanreiken van handvaten voor een strategisch personeelsbeleid ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid van senior leraren door middel van een digitale toolbox. Daarnaast zullen er beleidsaanbevelingen geformuleerd worden rond duurzaam en strategisch personeelsbeleid voor senior leraren om op die manier een impact te hebben op het macroniveau van het Vlaams onderwijs.","summary":"Dit project richt zich op senior-leraren (55+) in het secundair onderwijs en hun duurzame inzetbaarheid. Het doel is het ontwikkelen van strategisch personeelsbeleid en beleidsaanbevelingen, met als resultaat een digitale toolbox voor een impact op het Vlaamse onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002703","result_description":null},{"description":"Probleemstelling en doel\nEffectiviteit binnen bijzondere jeugdzorg is niet meer weg te denken. Opgroeien agendeerde dit eind 2018 (eveneens in 2022) als kwaliteitsthema, en legde drie indicatoren op – uitval, tevredenheid en doelrealisatie - die organisaties een eigen invulling geven. Organisaties voor bijzondere jeugdzorg (OVBJ) erkennen het belang van ‘meten’, maar ervaren moeilijkheden in de concrete toepassing ervan.\nEen eerste moeilijkheid is operationaliseren van de indicatoren. Uitval en tevredenheid zijn eenduidig, maar ‘doelrealisatie’ gaat heel breed, en kan zowel op individueel als collectief niveau geëvalueerd worden via verschillende wijzen. OVBJ zoeken naar verbindingen tussen niveaus met als doel het verbeteren van de praktijk. Op collectief niveau kan doelrealisatie geëvalueerd worden volgens specifieke OVBJ module(s). Voorbeelden voor contextbegeleidingsdiensten zijn ‘versterken van kracht van jongere en gezin’ of ‘jongere en gezin behouden eigen regie’ voorbeelden. Ten tweede is er nood aan en interesse in een verhalende benadering aanvullend op cijfers, met aandacht voor inhoudelijke feiten, context en mechanismen doorheen een begeleidingstraject. Enkele organisaties verkennen deze piste door gebruik van arts-based research (ABR) methoden zoals Storytelling. Naast info over ‘wat’ veranderd, levert deze methodiek bij uitstek waardevolle inzichten over ‘hoe’ en ‘waarom’ iets veranderd, zogenaamde ‘steps on the way to success’.\nHoofddoel van dit PWO is een werkzame toepassing van een holistische benadering inzake effectmeting ontwikkelen en implementeren binnen OVBJ contextbegeleidingsdiensten.\n\nAanpak\n\n• WP1: Welke doelstellingen en verwachte effecten hebben OCJB gemeen? Hoe kunnen zij vertaald worden in indicatoren en welke meetinstrumenten zijn beschikbaar? Professionals worden bevraagd naar doelstellingen van hun werking. In workshops met verschillende OCJB wordt een Theory of Change ontwikkeld dat zichtbaar maakt op welke manier een gewenste verandering tot stand komt. Hierdoor worden stappen, randvoorwaarden, (tussentijdse)resultaten, en specifieke en gemeenschappelijke noden geïdentificeerd. Via deskresearch worden meetinstrumenten geselecteerd voor de gezamenlijk opgestelde doelstellingen. De bruikbaarheid wordt geëvalueerd met alle stakeholders.\n• WP2: Welke theoretische kaders zijn er inzake verhalende aanpak en wat zijn werkzame toepassingen? Wat zijn sterktes, zwaktes en valkuilen bij de vertaalslag naar OCJB gelinkt aan doelstellingen geformuleerd in WP1? Hoe kan deze aanpak geoptimaliseerd worden? Via deskresearch worden kwalitatieve, co-creatieve of ARB-methoden en instrumenten verzameld op maat van de doelgroep. Samen met jongeren/gezinnen/professionals wordt de bruikbaarheid ervan geëvalueerd en geoptimaliseerd.\n• WP3: Welke holistische combinatie van methoden is meest relevant en haalbaar om effecten van OCJB op zowel individueel als collectief niveau te meten? Via workshops met OCJB wordt gekeken hoe methodieken optimaal kunnen gecombineerd worden in een holistische benadering op maat van contextbegeleidingsdiensten. Draagvlak wordt gecreëerd door het opzetten van een lerende gemeenschap en proeftuinen.\n• WP4: Op welke manier kan men draagvlak creëren voor het verduurzamen van werkzame factoren van deze benadering binnen OCJB? Via workshops wordt een theoretisch raamwerk/draaiboek samen met én voor OCJB ontwikkeld om een holistische aanpak inzake effectmeting te implementeren en te borgen. Tevens worden rondetafelgesprekken gevoerd met praktijk- en beleidsactoren.","summary":"Effectiviteit in bijzondere jeugdzorg is essentieel. Organisaties ervaren moeilijkheden bij meten van indicatoren zoals uitval, tevredenheid en doelrealisatie. Dit project ontwikkelt een holistische aanpak voor effectmeting in de contextbegeleiding. Methoden en instrumenten worden geoptimaliseerd en draagvlak wordt gecreëerd voor duurzame implementatie binnen de sector.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002704","result_description":null},{"description":"Achtergrond: Ouders van kinderen met een chronische aandoening (ouders) staan voor vragen als: hoe laat ik mijn kind een kind zijn, tussen vele verplichtingen en aanpassingen door? Ze voelen zich vaak onbegrepen door hun omgeving en zorgprofessionals (Stichting Kind en Ziekenhuis, 2018). Ouders hebben behoefte aan de steun van peers; ouders die weten wat het betekent om te leven met een kind dat zorg nodig heeft (Okma et al., 2014). Peer support interventies kunnen voor ouders stress, angst- en depressieklachten verlagen, en hun veerkracht ondersteunen (Vandekerkhof et al., 2023; Van Haeken et al., 2023). Het huidige aanbod aan peer support voor ouders komt niet tegemoet aan hun ondersteuningsbehoefte, door de fragmentatie per aandoening en een eenzijdige focus op groeps- en fysieke bijeenkomsten. Professionals die peer support initiatieven voor ouders organiseren, zoeken naar een methodiek voor peer support waarin de ouderschapsbeleving centraal staat vanuit een veerkracht- en persoonsgerichte theoretische onderbouwing.\n\nDoel: De ontwikkeling van een peer support methodiek waar veerkrachtig ouderschap centraal staat. Doelgroep: Ouders van 6 tot 12-jarigen met een chronische aandoening, zoals: astma, leerstoornis, buikpijn en/of ontlastingsproblemen, ADHD, epilepsie, NAH, diabetes, kanker en reuma. De focus ligt op de ouder en ouderschapsbeleving, welke de diagnostische grenzen van specifieke aandoeningen overstijgt. Daarom is een opsomming van chronische aandoeningen pragmatisch en illustratief maar niet exhaustief.\n\nMethode: De ontwikkeling verloopt volgens de Design-thinking methode en hanteert principes van user-centered design. In een stapsgewijs en iteratief proces wordt samen met stakeholders het probleem diepgaand verkend, ideeën voor oplossingen gegenereerd. Hieruit worden prototypes gecreëerd, herhaald geëvalueerd en omgevormd tot een peer support methodiek als eindproduct. Voor de evaluatie wordt een kwalitatief, participatief onderzoeksdesign gebruikt.\n\nOutcome en impact: Dit project zal leiden tot een peer support methodiek waarin veerkrachtig ouderschap centraal staat. De exacte vorm en inhoud van de methodiek wordt bepaald doorheen het designproces, zodat dit aansluit bij de noden van ouders. Dit creëert ondersteuningskansen voor ouders die hun veerkracht versterkt en uiteindelijk een impact kan hebben op het welzijn en de levenskwaliteit van kinderen met een chronische aandoening.","summary":"Ontwikkeling van een peer support methodiek voor ouders van kinderen met chronische aandoeningen, gericht op veerkrachtig ouderschap. Dit project beoogt een oplossing voor de ondersteuningsbehoefte van ouders, met als resultaat verbetering van welzijn en levenskwaliteit van kinderen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002705","result_description":null},{"description":"Partnergeweld is een alomtegenwoordig probleem. Wanneer we partnergeweld proberen te voorkomen en reduceren, bevinden we ons op het snijvlak tussen politie, justitie en hulpverlening. Heel wat professionals binnen deze sectoren moeten dagelijks aan de slag met het inschatten, communiceren en beheren van risico’s op toekomstig partnergeweld.\n\nRisico-inschatting houdt in dat de risico’s op toekomstig partnergeweld worden gewogen. Risicocommunicatie omvat het spreken over gewogen risico’s in het licht van relevante beslissingen die betrekking hebben op betrokkenen bij partnergeweld. Risicobeheer heeft betrekking op de verschillende strategieën die op maat van de betrokkenen worden georganiseerd om het gewogen risico te verlagen, bijvoorbeeld door middel van restrictieve of behandelende maatregelen. Deze drie processen moeten frequent hernomen worden en komen samen in de risicocyclus.\n\nDe risicocyclus dient gezien te worden als een gereedschapskist met tools die de professional helpen op vlak van controle, veiligheid en welzijn. Het gebruik van de risicocyclus bij partnergeweld bevordert immers niet alleen de maatschappelijke veiligheid, maar stimuleert ook de veerkracht van de betrokkenen.\n\nWanneer politie, justitie en hulpverlening gebruik willen maken van de risicocyclus, dienen zij wetenschappelijk onderbouwde instrumenten in te schakelen. Hoewel de intentie op papier wordt toegejuicht, wordt dit slechts minimaal vertaald naar de praktijk. We stellen vast dat de kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van de risicocyclus bij partnergeweld nog beperkt is. Door het overhaast willen gebruiken van de risicocyclus, is voorbij gegaan aan het effectief en efficiënt gebruik. Als gevolg daarvan werken sectoren en organisaties op verschillende (verkeerde) manieren met de risicocyclus, wat de multidisciplinaire samenwerking bemoeilijkt.\n\nHet huidig onderzoek bouwt verder op voorgaand onderzoek inzake de risicocyclus en focust op de ontwikkeling van een handelingsgericht kader, met een gedeeld begrip in de praktijk. Hiertoe brengen wij de doelgroepen samen die nu reeds met de risicocyclus aan de slag gaan, maar waarbij het gebruik en de samenwerking nog dienen gestroomlijnd te worden: referentie-ambtenaren van de lokale politiezones, referentie-magistraten van het parket, justitieassistenten en CAW-professionals die aan de slag gaan met partnergeweld (vb. team intrafamiliaal geweld).\n\nWe doorlopen een participatief traject met behulp van een onderbouwd model van samenwerking, bestaande uit een opstart-, ontwerp-, experimenteer- en verduurzamingsfase. Middels desk research, focusgroepen en co-creatie (verspreid over de vier fases) wordt een handelingsgericht kader ontwikkeld. Dit handelingsgericht kader beoogt de professional meer in staat te stellen om met kennis en kunde de risicocyclus toe te passen en samen te werken met andere professionals.\n\nOp die manier tracht het onderzoek op de korte en lange termijn bij te dragen aan de aanpak van partnergeweld.","summary":"Effectieve aanpak partnergeweld vereist samenwerking politie, justitie en hulpverlening. Risico-inschatting, -communicatie en -beheer cruciaal. Onderzoek ontwikkelt handelingsgericht kader voor verbeterde samenwerking en toepassing risicocyclus, om professionals te ondersteunen en partnergeweld aan te pakken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002706","result_description":"Handelingsgericht kader van de risicocyclus."},{"description":"De aanleiding van dit project zijn de resultaten van het peilingsonderzoek naar de eindtermen van wiskunde in de 1ste graad secundair onderwijs. Zowel in de A-stroom als in de B-stroom bereikt ongeveer de helft van de leerlingen de stroomeigen eindtermen basisvorming getallenleer (niet). Voor de eindtermen basisgeletterdheid wiskunde is er een groter verschil tussen de A-stroom en B-stroom. De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling worden bereikt. Uit het onderzoek blijkt dat enkel de leerlingen A-stroom voor de toets Tabellen en diagrammen het minimumniveau bereiken: 96%. In de B-stroom is dat slechts 70%. Voor de andere toetsen van de basisgeletterdheid liggen de slaagpercentages in de A-stroom tussen 90% en 80%. In de B-stroom liggen deze percentages tussen de 60% en 40%. Aangezien dit de eerste peiling is naar de nieuwe eindtermen wiskunde in de eerste graad, kan er geen historische vergelijking gemaakt worden. Voor het onderdeel getallenleer kan dit enigszins wel gedaan worden. In de resultaten van 2018 en 2019 vielen de cijfers ook tegen. De cijfers over de basisgeletterdheid lijken best mee te vallen, maar deze eindtermen zijn het absolute minimum en zouden door iedereen gehaald moeten worden. Uit het onderzoek blijkt ook dat de motivatie voor wiskunde matig is, minder dan de helft van de leerlingen geeft aan graag wiskunde te doen (A-stroom 42%, B-stroom: 36%). Tot slot geven leerkrachten en leerlingen gemiddeld genomen eerder een matige score over binnenklasdifferentiatie. \n\nHet doel van dit project is om een digitaal webgebaseerd remediëringsgame te ontwikkelen om leerlingen en leerkrachten van de eerste graad secundair onderwijs te ondersteunen in het behalen van de eindtermen wiskunde. De game zal zich automatisch aanpassen aan het niveau van de leerling, oefeningen worden bijgevolg volledig op maat van de leerling aangeboden. De leerkracht krijgt via een interactief dashboard inzicht in de voortgang van de leerling. \n\nIn eerste instantie zal de game die inhouden aanbieden uit het curriculum van het basisonderwijs, waarvan geweten is dat leerlingen ze voldoende moeten oefenen en automatiseren om de voorziene inhouden in de eerste graad van het secundair onderwijs aan vast te kunnen knopen. Zo kunnen leerlingen zelfstandig eventuele lacunes bijwerken en via het dashboard kunnen leerkrachten dit bijkomend leerproces monitoren.\n\nIn tweede instantie kunnen de oefenbare inhouden van de eerste graad van het secundair onderwijs aan de game worden toegevoegd, waardoor extra oefenkansen in of buiten de klas gecreëerd worden.","summary":"Ontwikkeling van digitaal remediëringsgame voor wiskunde in 1ste graad secundair onderwijs. Op maat van leerlingen, met inzicht voor leerkrachten. Eerst basisonderwijsinhouden, dan 1ste graad stof. Beoogt eindtermen te behalen en lacunes weg te werken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002707","result_description":null},{"description":"We staan voor een gigantische uitdaging: de wereldbevolking groeit snel, en de vraag naar vlees en zuivel stijgt enorm. Maar de productie van dierlijke proteïnen legt een enorme druk op onze beperkte natuurlijke bronnen. In Vlaanderen wordt bijvoorbeeld al 55% van ons landbouwareaal gebruikt om voeder voor dieren te kweken. We moeten daarom duurzamere oplossingen vinden.\n\nEen interessante aanpak is het gebruik van alternatieve proteïnen, zowel voor menselijke consumptie als voor dierenvoeding. Hier komt ons project in beeld, waar we ons richten op de ontwikkeling van proteïnen uit reststromen in de landbouw en de voedingssector. Denk aan restjes van groenten, fruit, zuivelproducten of aardappelverwerking. We willen dit doen door fermentatie, een proces waarbij micro-organismen zoals bacteriën, gisten en schimmels worden gebruikt. Deze organismen maken veel proteïnen aan, vaak aangeduid als 'single cell proteins' (SCP). SCP is niet nieuw; je kent misschien al producten zoals Marmite of Quorn. Wat ons project zo interessant maakt, is dat we reststromen willen gebruiken als grondstof voor deze proteïnen.\n\nWaarom is dit belangrijk? Omdat zo'n 20% van het voedsel wereldwijd verloren gaat, vanaf de landbouw tot aan de consument. Ons project wil deze verloren resten omzetten in waardevolle proteïnen. Hierbij richten we ons specifiek op die reststromen die op dit moment nog geen toepassing hebben als additief in menselijke voeding of dierenvoeders. Ons doel is om verschillende manieren te vinden om deze reststromen te gebruiken, van dierenvoeders tot duurzame landbouwpraktijken zoals biopesticiden en zelfs vervanging van chemische producten zoals lijm door proteïne gebaseerde producten.\n\nMaar het gaat niet alleen om duurzaamheid; voor bedrijven moet dit uiteraard ook een economisch interessant verhaal zijn. Het is daarom belangrijk om op zoek te gaan naar proteïnen die een meerwaarde creëren, die bijvoorbeeld een interessante samenstelling hebben en daardoor ook meer economische waarde hebben.\n\nOm het mogelijk te maken voor bedrijven om deze ideeën in de praktijk te brengen, zullen we tijdens het project een matrix opstellen waarin verschillende reststromen worden gekoppeld aan mogelijke nieuwe producten. Door experimenten in het labo willen we aantonen dat dit niet alleen een goed idee is, maar ook werkelijkheid kan worden, en maken we eerste prototypes. Samen met betrokken bedrijven en partners in dit project zoeken we naar toepassingen voor deze prototypes zodat we via verdere projecten kunnen toewerken naar het effectief implementeren en zo bijdragen aan een duurzamere toekomst.","summary":"Ontwikkeling van duurzame proteïnen uit reststromen in landbouw en voeding door fermentatie. Verloren voedsel wordt omgezet in waardevolle proteïnen voor diverse toepassingen, van voeding tot biopesticiden. Focus op economisch interessante en duurzame oplossingen door samenwerking met bedrijven en partners.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002708","result_description":null},{"description":"Schimmels en gisten, samen fungi, zijn uit het dagelijks leven niet weg te denken. In de natuur zorgen fungi onder andere voor de afbraak van dode planten (bladeren in de herfst) en in de voedingsindustrie zouden kaas, wijn, bier en brood niet bestaan zonder fungi. Maar ondanks deze positieve eigenschappen kunnen ze eveneens voor problemen zorgen, denk maar aan besmettingen van voedsel en infecties bij de mens.\n\nDe laatste decennia is het aantal schimmelinfecties bij de mens enorm toegenomen. De toename wordt onder andere toegeschreven aan het toenemend aantal immuun gecompromitteerde patiënten en een stijging van antimycoticaresistentie bij fungi. Antimycoticaresistentie is het fenomeen dat optreedt wanneer fungi ongevoelig worden voor geneesmiddelen die gebruikt worden om deze micro-organismen te doden.\n\nTechnieken om antimycoticaresistentie op te sporen zijn bijgevolg cruciaal, maar de huidige conventionele technieken (E-test en Sensititre) zijn traag (18-24 uur). Nieuwe technieken voor een snelle detectie van fungi en hun gevoeligheid voor antimycotica zijn hierdoor noodzakelijk en kunnen mensenlevens redden. In dit project zal dan ook getracht worden een test te ontwikkelen, met behulp van de IPAC2 AR, voor het snel kwantificeren van fungi en het bepalen van hun resistentiepatroon.\n\nDe IPAC2 AR is een ultra gevoelig toestel dat deeltjes (zoals in dit geval fungi) snel kan kwantificeren. De nood voor de ontwikkeling van een nieuwe snellere techniek bleek uit een intensieve samenwerking met het labo laboratoriumgeneeskunde van het UZ Leuven en de recente publicatie van het WHO (oktober 2022). Ook het kunnen identificeren van fungi is belangrijk voor de correcte behandeling van een infectie, maar ook dit verloopt via de huidige technieken traag. Artificiële intelligentie (AI) zou hier een oplossing kunnen bieden waarbij de IPAC2 AR wordt getraind om verschillende fungi te herkennen.\n\nDe techniek die zal ontwikkeld worden binnen deze PWO kan ook gebruikt worden voor toepassingen in de landbouw en de voedingsindustrie. Recent kwamen bij het expertisecentrum Sustainable Resources enkele vragen binnen rond het kwantificeren van schimmels en gisten bij de voedselproductie in de landbouw en de bewaring van fruit en groenten. Tevens wordt in de landbouw gezocht naar natuurlijke antischimmelmiddelen ter vervanging van de chemische pesticiden. De techniek die ontwikkeld wordt voor kwantificatie van fungi in deze PWO kan op die manier ook gebruikt worden voor de validatie van deze nieuwe, veilige en natuurlijke bestrijdingsmiddelen.","summary":"Innovatieve test ontwikkeld met IPAC2 AR voor snelle detectie van fungi en resistentie tegen antimycotica. Cruciaal voor medische behandeling en voedselproductie.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002709","result_description":null},{"description":"Naar analogie van 'collective teacher efficacy' (Bandura, 1997; Hattie, 2019) introduceert De Bruyckere (2021) CSE als 'het collectieve geloof dat een groep leerlingen of studenten kunnen hebben in zichzelf om zichzelf op een hoger niveau te tillen.' Op basis van onderzoek over coöperatieve werkvormen, waarin de kracht van samen leren veelvuldig aangetoond werd, stelt De Bruyckere de vraag of groepsefficacy (CSE) ook een bepalende rol kan spelen los van deze werkvormen en in grotere groepsverbanden als klassen en scholen. Bransen e.a. (2021) maken met het concept 'socially shared regulation' een gelijkaardige oproep: meer focussen op de sociale inbedding van regulerend leren en de processen die het collectieve leren reguleren. In 'transformatieve scholen' omschrijft El Hadioui (2011, 2019, 2022) hoe de (grootstedelijke) sociale cultuur buiten de school impact heeft op de sociale leercultuur in de klas/school. Hij reikt leerkrachten handvaten aan om de straatcultuur beter te begrijpen, opdat ze in de klas op cruciale momenten ('tipping points') tactisch leren inspelen op het groepsproces. Hij benadrukt tevens 'collective teacher efficacy' als antwoord op de professionele eenzaamheid van leerkrachten met moeilijke klasgroepen.\n\nDeelvraag 1: Hoe kunnen we de begrippen als 'student efficacy', 'socially shared regulation' en 'teacher (collective) efficacy' ontsluiten, zowel in conceptuele helderheid als in toepassingsmogelijkheden in de klaspraktijk? Zijn er betekenisvolle parallellen met 'transformatieve scholen'? We starten de zoektocht naar werkzame bestanddelen voor CSE bij het perspectief van leerlingen. In vorig onderzoek (PWO zelfregulatie) merkten we sterke leerverhalen op uit buitenschoolse contexten (gaming, hobby’s...) met grote potentie voor CSE. Via diepte-interviews (photovoice) exploreren we ervaringen in diverse situaties over samen uitdagingen aangaan of problemen oplossen. We verkennen hierbij wat voor hen betekenisvolle elementen zijn die positief of remmend inwerken op het (stimu)leren van elkaar. We focussen niet zozeer op individuele competenties of eigenschappen van jongeren, maar wel op de systemische elementen, 'sayings', 'doings' en 'relatings' (cfr. de 'practice theory' van Kemmis, e.a. 2022). Deze inzichten worden vervolgens afgetoetst bij relevante betrokkenen zoals jeugdwerkers, sportbegeleiders, ouders en leerkrachten. Op deze manier verkrijgen we een multi-actorperspectief waardoor eventuele contradicties uit verhalen van jongeren beter geïnterpreteerd kunnen worden.\n\nDeelvraag 2: Welke good practices van CSE kunnen we via jongeren opsporen? Welke elementen zijn volgens hen en andere betrokkenen bepalend voor het stimuleren van CSE in 'sociale leerpraktijken'? Na deze data-analyse ontwerpen we een reflectiekader voor leerkrachten over hoe zij meer CSE kunnen nastreven. We denken zowel aan impulsen om krachtige buitenschoolse ervaringen van leerlingen te integreren in de klaspraktijk, als aanwenselijke aanpassingen in het microsysteem van de klas of op mesoniveau (schoolwerking) waardoor leerlingen beter samen kunnen leren. We verwerken deze inzichten in een online leerpakket voor leerkrachten en schoolteams.\n\nDeelvraag 3: Welke elementen bieden leerkrachten houvast om in hun klas 'tipping points' te zien en hier tactisch op te reageren? Welke elementen in de klas- en schoolstructuur kunnen helpen om de sociale dimensie in het leren beter plaats te geven?","summary":"Ontdek hoe collectief geloof in groepsefficacy en sociale inbedding van regulerend leren het collectieve leren kunnen transformeren. Leer meer over effectieve praktijken en strategieën om CSE te bevorderen in de klas en schoolomgeving, en krijg handvaten om tactisch in te spelen op cruciale groepsmomenten.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002710","result_description":null},{"description":"Organisaties die stappen willen zetten richting duurzaamheid worden geconfronteerd met een wildgroei aan websites, tools en opleidingen. De overdaad aan informatie en de complexiteit ervan werkt verlammend. Vooral kleinere ondernemingen zien door de bomen het bos niet meer. Hun kleinere schaal en daardoor beperkte tijd, budget en expertise, zorgt voor specifieke uitdagingen.\n\nBelgische kmo’s stellen in totaal 1.755.380 werknemers in dienst (RSZ, 2021). Een duurzaamheidsgolf binnen de kmo’s heeft dus potentieel een enorme impact en is essentieel om klimaat- en andere duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Bestaande platformen met uitgebreide meetsystemen en bibliotheken zijn niet gebruiksvriendelijk voor kmo’s omdat ze een te grote tijdsinvestering en voorkennis vragen. Deze platformen geven ook te weinig handvaten om tot actie te komen.\n\nGoSus ontwikkelt een platform waarin kmo’s op een hands-on manier leren welke concrete acties ze kunnen ondernemen richting duurzaamheid. Alle materiaal wordt ontwikkeld op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten, in samenwerking met duurzaamheidsexperten vanuit diverse sectoren en in samenwerking met de doelgroep van eindgebruikers. Ook brengt GoSus systematisch in kaart wat de triggers zijn voor kmo’s om te verduurzamen, zodat het project ook bijdraagt tot de kennisontwikkeling rond het bereiken en overtuigen van non-believers.","summary":"GoSus helpt Belgische kmo's op praktische wijze de stap naar duurzaamheid te zetten met een gebruiksvriendelijk platform. Expertise en triggers worden samengebracht voor effectieve actie.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002711","result_description":null},{"description":"HR-diensten uit kmo’s zijn genoodzaakt om mee te zijn met en zich aan te passen aan een wereld waarin mens en machine steeds nauwer samenwerken. Generatieve AI-tools en -modellen bieden ongekende mogelijkheden om hun processen te automatiseren en personaliseren. Dat biedt perspectieven, maar het brengt ook uitdagingen met zich mee, onder meer op het vlak van ethiek, rekrutering en workforceplanning.\n\nVeel HR-professionals uit kmo’s zijn nieuwsgierig naar generatieve AI, maar zijn ook – geconfronteerd met vragen, zorgen en uiteenlopende hindernissen – terughoudend tegenover implementatie. Daarom is het essentieel om hen te informeren en te ondersteunen bij het maken van weloverwogen keuzes over het integreren van generatieve AI in hun HR-processen. Het is van groot belang dat ze niet achterblijven bij concurrenten – vooral de grotere spelers – die wel al succesvol gebruikmaken van generatieve AI en daar economisch voordeel uit halen.\n\nDaarom ontwikkelen we, in lijn met het Vlaams Beleidsplan AI (Muyters, 2019) en in samenwerking met Kenniscentrum Data en Maatschappij, Cronos Groep en Acerta, een gevalideerde readiness scan en stappenplan, en een workshop die HR-diensten helpt om na te denken over de sprong richting generatieve AI. Doorheen het ontwikkelingsproces vragen we input van en feedback aan een externe gebruikersgroep van Vlaamse kmo’s. We werken dus niet alleen human centric maar volgen ook het principe van ethics by design. De doelstelling is bijdragen aan human resources, geboost door responsible AI: kortweg humAIn resources.","summary":"Ontdek de mogelijkheden van generatieve AI voor HR in kmo's met onze readiness scan en workshop. Maak weloverwogen keuzes voor geautomatiseerde en gepersonaliseerde processen om concurrentievoordeel te behalen. #humAInresources","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002712","result_description":null},{"description":"De laatste decennia vond in de visie op onderwijs een shift plaats: de school wordt gezien als een talentenfabriek die aflevert wat de maatschappij nodig heeft. Leraren getuigen dat ze niet meer gewaardeerd worden over wat zij beschouwen als hun kerntaak: lesgeven over iets. Onderwijs gaat immers over het doorgeven van de wereld aan de volgende generatie (Arendt, 1954). Dit project wil de lerarencompetenties van ‘leraar zijn’ versterken. We focussen daarom op volgende 5 didactische principes:\n\n• De taak van een leraar is om een gedeelde interesse (inter-esse) als onderwerp te maken van de collectieve studie (Masschelein&Simons, 2013).\n• Een leraar moet de kunst beheersen om “iedereen en niemand in het bijzonder” aan te spreken: onderwijs is radicaal inclusief (Vlieghe&Zamojski, 2019).\n• Wanneer we een bepaald fenomeen bestuderen, overschrijden we vaak de grenzen van academische disciplines. Focussen op dingen is dus in wezen interdisciplinair.\n• De leraar nodigt leerlingen uit tot een leergierig onderzoek (inquiry) naar een bepaald onderwerp, wat een onderdeel is van een gemeenschappelijke wereld.\n• iLearning: leraren moeten in staat zijn om de meest gepaste interactie met de leerlingen online en offline te kiezen, ze moeten ook in staat zijn om verantwoord ICT-middelen in te zetten in de klas.\n\nIn deze PWO willen we onderzoeken hoe we de Pedagogical Content Knowledge (PCK) van leraren kunnen ondersteunen om deze 5 i's in de klas te brengen vanuit de kerntaak van leraar-zijn.\nCentrale onderzoeksvragen:\nHoe kunnen we de PCK van leraren uitbreiden naar een pedagogie van de 5 i's die leerkrachten terug verbindt met hun kerntaak? Hoe kan teacher research daarbij feedback geven aan leraren?\n\nDe uitgangspunten zijn:\n\n• Een PCK-model ontwikkelen als uitbreiding van Shulman’s PCK-model. Hierbij zullen we vertrekken van het vak3dactisch model (www.vakdidactiek.be/vak3dactisch_model) waarbij de liefde voor het vak centraal staat, endeze linken met de 5 didactische principes: inter-esse, inclusie, inquiry, iLearning, interdisciplinariteit. Dit zal de vorm nemen van een interactieve PCK-kaart met de theorie van de i5 pedagogie en concrete voorbeelden uit de klaspraktijk. Dit zal ook in een i5 Playbook vertaald worden als tastbaar product van het project.\n• Leerkrachten en studenten leraren aan deze ontwikkeling laten meedoen: zo leren ze zich duurzaam te professionaliseren en zorgen we voor een gedeelde visie op het ontwikkeld PCK-model.\n\nDe onderzoeksmethodologie steunt op het werken met Teacher Design and Research Teams (TDRT) waaraan (studenten) leraren, docenten lerarenopleiding en experten (wetenschappers of kunstenaars) deelnemen. Een TDRT ontwerpt lessen met aandacht voor de 5 i's, brengt deze didactiek in de praktijk en verzamelt data in de klas met de DARe (Design As Research) methodologie. Deze data worden collectief geanalyseerd en op grond ervan wordt i) de lesinterventie geoptimaliseerd ii) input gegeven aan de theorie van de 5 i's. De TDRT’s focussen op drie vakdomeinein: STEAM (met de A van Art, maar ook Taal, Lichamelijke Opvoeding, etc.), Art en Education for Sustainable Develoment (ESD). Voorbeelden van mogelijke interdisciplinaire onderwerpen zijn dans en wiskunde of meertaligheid en wetenschappen.","summary":"De school evolueert naar een talentenfabriek die leraren verbindt met hun kerntaak: lesgeven over de wereld aan de volgende generatie. Dit project versterkt lerarencompetenties door focus op 5 didactische principes, waaronder inclusief onderwijs en iLearning. Met een vernieuwend PCK-model en TDRT's wil het project leraren helpen om de 5 i's in de klas te integreren en zo duurzaam te professionaliseren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002713","result_description":null},{"description":"Op 1 september 2021 is de gemoderniseerde 2e graad van het secundair onderwijs van start gegaan. In het kader hiervan is het curriculum van elke studierichting georganiseerd volgens de drie onderdelen: basisvorming, specifiek gedeelte, complementair gedeelte.\n\nIn dit project focussen we op het complementair gedeelte, als een ‘vrije ruimte’ die vakdidactisch en pedagogisch veel kan betekenen voor het ontsluiten van de wereld voor jongeren, maar die tegelijk ook voor worsteling zorgt in scholen wat haar invulling betreft.\n\nIn een deskresearch-fase bestuderen we het complementair gedeelte als onderwijsconcept, met mogelijke definities, bestaansrechten en vakdidactische en pedagogische rollen en betekenissen. Vervolgens stappen we naar de schoolpraktijk om veldwerk te voeren in twee luiken.\n\nEnerzijds kijken we naar het complementair gedeelte vanuit het perspectief van de leraar die in deze vrije ruimte lesgeeft. We stellen de vraag of de vrije ruimte een andere manier van lesgeven mogelijk maakt en misschien ook nodig heeft. Via observaties van lessen van het complementair gedeelte in de tweede graad, verzamelen we rijke kwalitatieve data vanuit een vakdidactisch perspectief, voor diverse invullingen van het complementair gedeelte in een exemplarische selectie van studierichtingen en finaliteiten.\n\nAnderzijds kijken we naar het complementair gedeelte vanuit het perspectief van de school die keuzes moet maken voor de invulling ervan. Via interviews met praktijkactoren in secundaire scholen, verzamelen we rijke kwalitatieve data die mogelijkheden, argumenten en posities bevatten omtrent het invullen van het complementair gedeelte tweede graad.\n\nOp basis van de analyse van de verzamelde data, ontwikkelen we een referentiekader waar het complementair gedeelte als concept in verband wordt gebracht met mogelijkheden, argumenten en posities die de keuzes voor zijn invulling kunnen ondersteunen. Dit referentiekader wordt verrijkt en geïllustreerd aan de hand van diverse, rijk beschreven voorbeelden van vakdidactische ’complementaire praktijken’.\n\nAan onze resultaten geven we vorm in een e-book, dat scholen en leraren verder zal ondersteunen en inspireren bij het invullen van en het lesgeven in het complementair gedeelte.","summary":"Nieuw onderwijsconcept: het complementair gedeelte in de 2e graad biedt ruimte voor innovatief lesgeven. Onderzoek, veldwerk en interviews resulteren in een inspirerend e-book voor scholen en leraren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002714","result_description":null},{"description":"Levenslang leren is recent in een stroomversnelling gekomen. Nieuwe kennis wordt door middel van richtlijnen, e-learnings, opleidingen, enz. aan de lopende band geïmplementeerd in de zorg. In het zorglandschap vertaalt deze nieuwe kennis zich echter vaak moeizaam naar de praktijk, wat maakt dat veranderingen op het niveau van kennis zich niet automatisch vertalen naar gedragsverandering. Thans houdt het gedrag van de zorgverlener rechtstreeks verband met de kwaliteit van zorg, en bijgevolg uitkomsten voor de patiënt.\n\nImplementatie is in de wetenschappelijke literatuur geen onbekend domein. Maar, ook deze informatie en literatuur vindt niet zomaar zijn weg naar eenieder die een gedragsverandering bij zorgverleners wil teweegbrengen door bijvoorbeeld het organiseren van opleidingen, implementeren van richtlijnen, het invoeren van nieuw materiaal of technologie op de werkvloer of het ontwikkelen van e-learnings.\n\nTijdens dit PWO willen we inzetten op het uitbouwen van interne expertise rond implementatie en externe dienstverlening door middel van twee doelstellingen. De eerste doelstelling van het PWO is het in kaart brengen van determinanten van gedrag bij zorgverleners met betrekking tot screenen van delier. Er zal een vergelijkende case-study uitgevoerd worden, waarbij via uitgebreide diepteanalyses heterogene settings (of: cases) met elkaar vergeleken worden om uitspraken te kunnen doen over: (persoons- en omgevings-)factoren die het huidige screeningsgedrag van zorgverleners verklaren; in welke settings er beter gescreend wordt (volgens de delier-richtlijn2); en welke factoren hierin een rol spelen. Meer concreet zal er een vergelijking gemaakt worden tussen een ziekenhuissetting (regionaal versus universitair, geriatrisch versus non-geriatrisch) en een woonzorgcentrum.\n\nDe tweede doelstelling is het centraliseren en delen van bestaande kennis, expertise en good practices op het vlak van implementatie, door de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een ‘toolbox’, via de methodiek van intervention mapping. Meer bepaald zal er onderzocht worden via welke technieken en strategieën gevalideerde implementatiemodellen concreet bruikbaar en toepasbaar gemaakt kunnen worden, opdat de doelgroep op een gebruiksvriendelijke en efficiënte manier antwoorden kan verkrijgen op implementatievraagstukken (zie artikels van Mitchell et al. (2010) en Nilsen (2015) voor een categorisatie van gevalideerde implementatiemodellen). De doelgroep van deze doelstelling zal bepaald worden na afronding van een nodenanalyse die gestart werd binnen intern gefinancierd vooronderzoek.\n\nNaast de ontwikkeling van deze toolbox, zal er op het einde van het onderzoek ook ingezet worden op interne professionalisering en externe dienstverlening. Het PWO streeft er uiteindelijk naar kennis en vaardigheden rond implementatie in de zorg te manifesteren, zodat geïmplementeerde interventies het gewenste doel bereiken en de kwaliteit van zorg verbetert.","summary":"Levenslang leren in de zorg vereist effectieve implementatie van nieuwe kennis. Ons PWO focust op begrijpen van zorgverlenersgedrag en delen van best practices via een toolbox, om zo implementatie in de zorg te verbeteren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002715","result_description":null},{"description":"Elk jaar ondergaan meer dan 10.000 Belgen een operatie om gewicht te verliezen (bariatrische ingreep). Omdat deze operaties het leven van patiënten ingrijpend veranderen, is goede begeleiding en opvolging cruciaal. Deze opvolging is vaak medisch gericht, terwijl patiënten net nood hebben aan een bredere benadering van gezondheid. Niet alleen in het werkveld, maar ook in wetenschappelijk onderzoek ontbreekt nog vaak een holistische benadering. Bovendien wordt vaak enkel naar de korte termijn gekeken. De definitie van Positieve Gezondheid biedt daarbij een breder perspectief door ook veerkracht en zelfregie te betrekken, en omvat zes dimensies (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren). Het helpt om te begrijpen hoe je je als patiënt voelt op verschillende vlakken en te bedenken waar je wilt groeien. Positieve Gezondheid wordt steeds populairder, maar het gebruik ervan in onderzoek en in de praktijk is nog beperkt.\n\nTijdens dit project brengen we de Positieve Gezondheid van personen die minstens twee jaar geleden een bariatrische ingreep ondergingen in kaart: Wat vinden ze belangrijk? Welke uitdagingen komen ze tegen na de ingreep? Dit doen we via een vernieuwende onderzoeksmethodologie. We starten met een literatuurstudie. Vervolgens verzamelen we inzichten via de ‘arts-based’ methode Photovoice, waarbij deelnemers aan de hand van foto’s hun ervaringen met beeld en woord beschrijven en erover in dialoog gaan, en nemen we diepte-interviews af. Hierbij maken we gebruik van de Positieve Gezondheidsgesprektool als onderzoeksmethode, wat nog nooit eerder werd gedaan. De bevindingen die voortkomen uit de Photovoice en interviews, toetsen we vervolgens op grote schaal af via een vragenlijst. \n\nNa het verzamelen van informatie over hoe deze patiënten hun Positieve Gezondheid ervaren, maken we samen met deelnemende patiënten (en andere relevante betrokkenen) een eerste versie van een oplossing (interventie) die past bij hun veranderwensen/noden (co-creatie). Tot slot worden tijdens dit proces aanbevelingen opgesteld om met Positieve Gezondheid als onderzoeksmethode aan de slag te gaan.\n\nDit project resulteert in een betere gepercipieerde Positieve Gezondheid van bariatrische patiënten, een betere zorg en opvolging en creëert meer draagvlak voor het concept Positieve Gezondheid. We delen de ervaringen met patiënten die een bariatrische ingreep ondergingen/zullen ondergaan, zorgverleners, beleidsmakers, onderzoekers, en het brede publiek, en integreren de resultaten in gezondheidsopleidingen en navormingen. Samen met partners bepalen we hoe we de projectresultaten en interventie kunnen uitrollen en implementeren.","summary":"Verbeter de opvolging van bariatrische patiënten door Positieve Gezondheid te integreren in onderzoek en praktijk. Co-creëer oplossingen en bevorder hun welzijn.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002716","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nDe huidige lespraktijken rond het lezen van teksten en het beschouwen van kunstwerken worden vaak gekenmerkt door enerzijds een persoonlijk relativisme (elke interpretatie is waardevol) en anderzijds een externe, d.w.z. louter formele (stijlkenmerken e.d.) of historische benadering. Dit leidt ertoe dat teksten en kunstwerken enerzijds ‘op een afstand’ historisch en/of stilistisch worden bestudeerd en anderzijds als een ‘middel’ tot zelfrealisatie worden gebruikt (cf. ik beslis zelf of ik de tekst of het kunstwerk mooi en waardevol vind en welke rol ik het laat spelen in mijn leven).\n\nDoelstelling(en)\n\nIn dit project willen we op zoek gaan naar een ‘post-hermeneutische’ praktijk die (opnieuw) een rol toebedeelt aan de tekst of het kunstwerk in onze omgang ermee. Een praktijk die als het ware een ‘ontmoeting’ mogelijk maakt tussen de lezer/kijker/luisteraar en de tekst/het kunstwerk als twee volwaardige actoren. Hierbij kent de lezer of kijker/luisteraar niet langer eenzijdig een bepaalde interpretatie en waarde toe aan de tekst/het kunstwerk, maar laat hij/zij zich ‘gezeggen’ door wat de tekst/het kunstwerk tot uitdrukking brengt. In een eerste onderzoeksfase werken wij een theoretisch kader (a) uit voor deze praktijk. Hierbij situeren wij ons project zowel t.a.v. de hermeneutische traditie als de actuele visies op kunst- en religieonderwijs en werken wij aan de hand van nieuwe ontwikkelingen binnen het posthumanisme, de hermeneutiek en wijsgerige pedagogiek een eigen theoretisch kader uit. Het werk van Bruno Latour zal hier een belangrijke plaats innemen. Dit theoretische kader zal als raamwerk dienen voor enkele concrete pedagogische vormen (b) die we voor de vakken godsdienst en kunstbeschouwing zullen uitwerken in een tweede fase. In een derde fase zullen wij deze lessen toetsen aan de praktijk a.d.h.v. concrete lescasussen (c) om vandaaruit de nodige bijstellingen te doen en tot een beschrijving te komen van de pedagogische vormen die we hebben gehanteerd. In een laatste fase zullen we een ‘methode’ voor het werkveld samenstellen (d) waarin we pedagogische vormen ontwikkeld hebben en a.d.h.v. concrete ‘praktijken (oefeningen)’ zullen beschrijven.\n\nDoelgroep\n\nOp die manier willen we (toekomstige) leraren en studenten binnen de lerarenopleiding (BaLO en BASO) die met levensbeschouwelijk en kunstonderwijs bezig zijn inspireren en hen ondersteunen om op een andersoortige, i.e. posthumanistische manier met teksten en kunstwerken aan de slag te gaan. We focussen hier op de laatste graad van het basisonderwijs en het secundaire onderwijs (10- tot 18-jarigen).","summary":"De lespraktijken rond tekst- en kunstwerkanalyse worden herzien om meer diepgaande interacties mogelijk te maken tussen lezers/kijkers en de werken zelf. Het project biedt een vernieuwend theoretisch kader en pedagogische vormen voor leraren en studenten in de lerarenopleiding die levensbeschouwelijk en kunstonderwijs verzorgen voor 10- tot 18-jarigen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002717","result_description":null},{"description":"Om zelfsturing te stimuleren bij je leerlingen, is het als leerkracht essentieel om inzicht te hebben in wat zelfsturing inhoudt. Vervolgens dien je in de klas verschillende strategieën toe te passen, waaronder cognitieve, metacognitieve en affectieve strategieën. Door deze strategieën regelmatig te demonstreren en hierover met je leerlingen in gesprek te gaan, vergroot je de kans dat zij deze strategieën zelf gaan gebruiken tijdens het leerproces.\n\nHet stimuleren van zelfsturing bij leerlingen start dus met jouw handelingen en communicatie in de klas. Leerlingen zullen niet vanzelf zelfsturend worden.","summary":"Stimuleer zelfsturing bij leerlingen door strategieën voor te doen en te bespreken in de klas. Jouw acties en woorden zijn cruciaal voor het aanleren van zelfsturing. Leerlingen moeten deze strategieën actief toepassen tijdens het leren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002718","result_description":null},{"description":"O&O-projecten van Digital Solutions ontwikkelen softwareprototypes. Het uitwerken van een modulair systeem om deze ontwikkelingen door hergebruik \"economisch haalbaar\" te maken is een ambitie van vele onderzoeksgroepen sinds meerdere decennia. Maar die ambitie wordt zelden gerealiseerd. Dit doet denken aan Einstein Insanity: variaties van hetzelfde uitproberen en hopen op een beter resultaat. Doorgedreven innovatie - op twee manieren - levert in dit project een antwoord hierop.\n\nTen eerste, wetenschappelijke wetmatigheden aangaande eindige rationaliteit - beperkingen van het menselijk brein - geven aan wat er niet kan. Dit is analoog aan wetmatigheden uit de thermodynamica die aangeven dat 2 liter water aan 75oC niet spontaan verandert in 1 liter aan 100oC en 1 liter water aan 50oC. [Simon] noemt dit 'The Sciences of the Artificial'. Hij heeft de 'onvermijdelijkheid' ervan aangetoond en heeft een Nobelprijs ontvangen door dit te vertalen naar de economische wetenschappen. Dit project vertaalt die wetmatigheden naar het realiseren van softwaresystemen bij Digital Solutions. Die bijdrage voorkomt ontwerpkeuzes die kansloos zijn (bv. te generisch/complex). Maar, dit geeft ook aan waar ontwikkelaars zich buiten hun comfortzone kunnen wagen. Dit is vooral nuttig voor niet-triviale ontwikkelingen die verder gaan dan 'nog een Android Appje' of 'weer een web portaal'.\n\nTen tweede kiest het project het uitrollen van de softwareontwikkelingen als vertrekpunt voor de software en teksten die het aflevert. Toekomstige projecten die beyond modularity benutten, vertrekken van een 'hello world'-programma met een hoge TRL-waarde [TRL]. Die 'hello world' wordt vervolgens iteratief vervangen door de specifiek-beoogde functionaliteiten van de projecten. Die hoge TRL betekent dat de ontwikkelaars en het werkveld continu samenwerken en, op het einde, het resultaat vlot transfereren van Digital Solutions naar de eigen organisatie. Hierbij is het reduceren van de nood aan schaarse expertise een prioriteit, door de bijdrage van de 'nerds' te capteren en toegankelijk te maken voor minder onderlegde medewerkers (en die te laten bijleren waar opportuun). Merk op dat dit toegankelijk maken ook essentieel is voor een vlotte uitrol en technologie-transfer.","summary":"Digital Solutions ontwikkelt softwareprototypes met focus op economisch haalbare herbruikbaarheid. Dit project innoveert door wetenschappelijke wetmatigheden toe te passen op softwaresystemen, voorkomt kansloze ontwerpkeuzes en stimuleert samenwerking voor vlotte technologie-overdracht.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002719","result_description":null},{"description":"Neurodiversiteit verwijst naar de natuurlijke verscheidenheid in cognitief, zintuiglijk, emotioneel, gedragsmatig en communicatief functioneren tussen mensen. De neurodiversiteitsbeweging is zowel een sociale beweging als een denkkader in onderzoek en praktijk.\n\nAls sociale beweging streeft ze naar de acceptatie van (neuro)diversiteit als norm en pleit ze voor de emancipatie van neurodivergente minderheden binnen een inclusieve en rechtvaardige samenleving. Als denkkader in onderzoek en praktijk verwijst de neurodiversiteitsbeweging naar een perspectief dat het biomedische stoornis-paradigma overstijgt en meer focust op de ervaringen van neurodivergente minderheden.\n\nDe doelstelling van het PWO is het onderzoeken van de meerwaarde van de neurodiversiteitsbeweging voor onderwijsprofessionals en kinderen in het gewoon basisonderwijs (9-12 jaar). We focussen op:\n\n1. Het uitklaren van de terminologie en de betekenis van het concept ‘neurodiversiteit’ in het (Vlaamse) onderwijs.\n2. Het uittesten van de LEANS-interventie (Learning about Neurodiversity at School, Alcorn et al., 2022). LEANS is een Schots psychoeducatieprogramma dat de klasgroep mobiliseert om een aangepaste leef- en leeromgeving voor iedereen te creëren door in te zetten op kennis, attitudes en (intenties tot) acties met betrekking tot neurodiversiteit.\n\nHiertoe combineren we (internationaal) literatuuronderzoek en consulteren we experten. We gebruiken de techniek van ‘concept mapping’ om zicht te krijgen op wat neurodiversiteit betekent voor Vlaamse onderwijsprofessionals, ervaringsdeskundigen en belanghebbenden.  \n\nOm de ervaringen van leerkrachten en leerlingen met LEANS te onderzoeken zullen elf leerkrachten in zes Vlaamse scholen LEANS uitproberen in hun respectievelijke klassen van het vierde en vijfde leerjaar. Het uitvoeren van het lespakket wordt geflankeerd door een multiple-case study onderzoeksdesign met kwalitatieve onderzoeksmethoden.\n\nKinderen worden als ‘co-onderzoekers’ betrokken om betekenisvolle momenten van LEANS-activiteiten te documenteren aan de hand van foto’s (photovoice). Bovendien worden bepaalde LEANS-activiteiten omgevormd tot arts-based onderzoeksactiviteiten waarbij op een creatieve manier aan de slag gegaan wordt rond het thema neurodiversiteit met de kinderen. Voor en na de uitvoer van het lespakket vinden semi-gestructureerde interviews met de leerkrachten en focusgroepen met de kinderen plaats.\n\nNa het onderzoek worden de aanbevelingen voor het gebruik van LEANS in de klas open source beschikbaar gesteld. We geven suggesties om het neurodiversiteitsgedachtengoed breder te implementeren in de leerlingenbegeleiding en in de klas- en schoolwerking in het basisonderwijs. Het onderzoek resulteert in een praktijkartikel en in een artikel voor een A1-tijdschrift. We zetten de krijtlijnen uit voor het neurodiversiteitsgedachtengoed in de lerarenopleiding en in een navormingstraject.","summary":"De neurodiversiteitsbeweging pleit voor acceptatie van diversiteit en emancipatie van neurodivergente minderheden. Het PWO onderzoekt de meerwaarde van dit gedachtengoed in het basisonderwijs via LEANS-interventie. Het project betrekt leerkrachten en kinderen om een inclusieve leeromgeving te creëren en de resultaten zullen open source beschikbaar worden gesteld.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002720","result_description":null},{"description":"Micro-agressies zijn subtiele, vaak onbewuste uitingen van vooroordelen of discriminatie die de vorm kunnen aannemen van verbale, non-verbale of schriftelijke communicatie. Ze zijn gericht naar individuen omwille van hun groepslidmaatschap, omwille van hun behoren tot een bepaalde – vaak gemarginaliseerde – sociale groep. Deze micro-agressies hebben een negatieve impact op het mentaal welzijn en het studiesucces van studenten.\n\nOnderzoek naar micro-agressie in het hoger onderwijs (HO) is nodig om de uitingsvormen, dynamieken en de impact van deze subtiele, alledaagse vormen van racisme en discriminatie vast te stellen en strategieën te ontwikkelen om hiermee om te gaan en zoveel mogelijk te voorkomen. Het design van dit onderzoek omvat verschillende onderzoeksmethoden, die we implementeren in drie Vlaamse instellingen HO. Eerst voeren we een systematische literatuurstudie uit. Vervolgens worden studenten gevraagd om gedurende een bepaalde periode (2 tot 3 maanden) op anonieme wijze verslag uit te brengen over ervaren of opgemerkte micro-agressies. Wij gebruiken hiervoor de Critical Incident Technique (Flanagan, 1954). Deze kwalitatieve dagboekopdracht verloopt via een app. In een laatste fase worden er per instelling 2-3 focusgroepen georganiseerd (8-10 deelnemers per focusgroep), met studenten enerzijds en met HO professionals anderzijds. Tijdens deze focusgroepgesprekken worden vignettes (‘real life scenario’ techniek; Hazel, 1995, Hill, 1997) gepresenteerd en besproken. Deze vignettes worden opgesteld aan de hand van de incidenten verzameld tijdens de dagboekopdracht.\n\nAls output van dit project stellen we het volgende voorop: een toegankelijke publicatie en een infographic, aangevuld met een film, waarin de belangrijkste bevindingen en adviezen visueel worden gepresenteerd en samengevat. Dit materiaal wordt vrij beschikbaar gesteld aan instellingen en teams en is bedoeld om mensen bewust te maken van de rol van micro-agressie in het HO. We presenteren de publicatie en de infographic tijdens een lanceringsevenement voor professionals uit het HO (Vlaanderenbreed). Daarnaast werken we een workshop uit, zowel voor studenten als voor professionals HO. Deze workshops zijn gericht op het verhogen van kennis over micro-agressie, bewustzijn over eigen uitingen van micro-agressie, bereidheid tot en zelfeffectiviteit bij het optreden als actieve omstaander bij incidenten van micro-agressie. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek formuleren we aanbevelingen op verschillende niveaus in het HO: op niveau van de individuele professional, op instellingsniveau en op beleidsniveau. Verder verwerken we alle elementen van output (publicatie, infographic en film, lanceringsevent, en workshops en aanbevelingen), tot een dienstverleningspakket dat op maat verder vormgegeven wordt.","summary":"Micro-agressies in het hoger onderwijs hebben een negatieve impact op studenten. Dit onderzoek identificeert en behandelt deze uitingen van discriminatie om bewustzijn te vergroten. Resultaten worden gedeeld via publicatie, infographic, film en workshops, met aanbevelingen op verschillende niveaus.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002721","result_description":null},{"description":"Leraren moeten meer ruimte en tijd hebben om zich toe te leggen op hun kerntaak, namelijk lesgeven, stelt de Commissie Beter Onderwijs (2021). ‘Gewoon goed lesgeven, daar begint het mee’. Door de focus (weer) te leggen op lesgeven, wil de minister van onderwijs de actuele onderwijsbeweging die nu teveel zou doorslingeren naar ‘pretpedagogiek’ tegengaan. De polarisatie tussen enerzijds een leraar-gestuurd onderwijs, met aandacht voor kennis(overdracht) en (vak)didactische deskundigheid en anderzijds leerling-gecentreerd onderwijs waarbij de nadruk ligt op een krachtige leeromgeving rond de (ontwikkelings)noden en behoeften van de leerling(en) met het oog op het verwerven van competenties, is kenmerkend voor het onderwijsdebat vandaag. Deze polarisering geeft aanleiding tot tal van spanningen binnen scholen en het maatschappelijk onderwijsdebat.\n\nDit onderzoek gaat uit van de hypothese en het aanvoelen dat er in het onderwijsveld nog andere praktijken aanwezig zijn die we onvoldoende kunnen ‘pakken’, kortom: waar in het actuele spreken en denken over leren en lesgeven (‘discours’) geen taal voor is en deze praktijken als zodanig dreigen ondergesneeuwd te worden (Geerinck, 2019). Het gaat om praktijken die niet terug te brengen zijn tot de twee uiterste opvattingen die uitgaan van leren: ofwel leren als het toegang krijgen tot de leerstof via de representatieve rol van de leraar die lesgeeft op basis van een vakinhoudelijk en (vak)didactisch deskundigheid (expertise) ofwel leren als (levenslang) groeien en ontwikkelen onder de begeleiding van een leraar die op basis van competenties functioneert als een (leer)begeleider of (leer)coach van (individuele) leerprocessen. In beide gevallen gaat het om praktijken waarin de didactische en pedagogisch werkvormen steeds een middel zijn om een bepaald op voorhand opgegeven of vastgelegd doel te bereiken. Het concept onderwijspedagogische praktijk willen we voorbehouden voor praktijken waarin het gaat om ‘het meedelen van de wereld’, een (theoretisch) concept dat we ontlenen aan de onderwijspedagoog Jan Masschelein (Masschelein & Simons, 2012; Simons & Masschelein, 2017). Het gaat om praktijken die de werking hebben om de blik of aandacht op de wereld te trekken.\n\nDit onderzoek is een exploratief veldonderzoek naar deze onderwijspedagogische praktijken (geïnspireerd op het veldwerk in het doctoraatsonderzoek van Rembert Dejans (2023)). Door het voeren van een veldonderzoek willen we binnen het onderwijsveld van basis- en secundaire scholen op zoek gaan naar de grammatica – dit is de taal, regels en werkvormen - van onderwijspedagogische praktijken om deze vervolgens zichtbaar te kunnen maken, en zo er meer act op te kunnen slaan.\n\nDe resultaten uit het veldonderzoek, met name de grammatica en onderwijspedagogische werkvormen, worden gebundeld in een onderwijspedagogisch cahier. Dit cahier wil praktijken die vandaag dreigen ondergesneeuwd te worden door het heersende discours, terug in het midden leggen, om er in de lerarenopleiding meer aandacht en zorg voor te dragen.","summary":"Leraren moeten zich meer kunnen richten op lesgeven volgens de Commissie Beter Onderwijs. Het onderzoek zoekt naar onderwijspedagogische praktijken die vaak vergeten worden, om deze zichtbaar te maken en te benadrukken in de lerarenopleiding.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002722","result_description":null},{"description":"Onderwijs functioneert binnen een diverse en meertalige realiteit, maar heeft zich deze context nog onvoldoende eigen gemaakt. Er is nood aan een nieuwe visie op meertaligheid en het herdenken van het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk (Sierens e.a. 2018; Bialystok 2016; Barac e.a. 2014). Steeds meer scholen en leerkrachten zijn zich bewust van deze veranderende onderwijsrealiteit en zijn op zoek naar innoverende inzichten en praktijken. Voor het secundair onderwijs is praktijkgericht en experimenteel onderzoek naar vernieuwende klaspraktijken en pedagogisch-didactische kaders nog te weinig voorhanden (zie onder meer Bulté et al., 2020; Pulinx, 2017). Met dit project willen we onderzoeken of het samenbrengen en simultaan aanpakken van de drie pijlers – inzicht/cultuur, visie en didactiek – leidt tot een duurzame verandering in het omgaan met de meertalige realiteit op school en in de klas en op die manier bijdraagt aan kwaliteitsvol onderwijs en gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.\n\nDe hoofdvraag van dit onderzoeksproject formuleren we als volgt: Wat is de impact van de interventie RichArt, gebaseerd op drie methodieken nl. professionele leergemeenschap (PLG), taalkaart en Lesson Study, op het omgaan met meertaligheid in het secundaire onderwijs in Vlaanderen?\n\nWe vullen de hoofdvraag met volgende deelvragen:\n- Wat is de impact van de PLG en van het gebruik van de taalkaart op de schoolbrede cultuur rond meertaligheid bij de stakeholders (leraren, directie, beleidsondersteuners) en op de visie en het talenbeleid in de betrokken scholen?\n- Wat is de impact van de Lesson Study-cyclus op het didactisch omgaan met meertaligheid van de betrokken leerkrachten?\n\nOm deze vragen te beantwoorden, combineren we drie methodieken die inspelen op praktijk, beleid en/of cultuur, de drie pijlers van duurzame inclusie (Booth & Ainscow, 2002):\n1) PLG, gericht op het voortdurend samen delen, onderzoeken en verbeteren van de praktijk van leerkrachten, schoolleiding en pedagogische begeleiding, om zo het onderwijs aan de leerlingen te verbeteren (Verbiest, 2008).\n2) Taalkaart, waarbij de talen die door de leerlingen gesproken worden in kaart worden gebracht en gesitueerd binnen de sociale en demografische kaart van de omliggende wijk of stad.\n3) Lesson Study: een collectieve onderzoeksmethode om in een klascontext onderzoek te doen naar de eigen klaspraktijk en het eigen didactisch handelen (Barbier et al., 2020; De Vries, Verhoef & Goei, 2016; Logtenberg & Odenthal, 2016; Martens & Spanjers, 2020).\nWe werken samen met 6 tot 8 secundaire scholen uit de verschillende onderwijsvormen.","summary":"Diversiteit en meertaligheid in het onderwijs vragen om vernieuwende aanpak. Onderzoek met RichArt-project en methodieken als PLG, taalkaart en Lesson Study belicht impact op omgaan met meertaligheid in Vlaamse secundaire scholen voor kwalitatief onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002723","result_description":null},{"description":"Er circuleren dickpics van een jongere uit jouw omgeving. Hoe reageer jij? Vlaamse jongeren geven zelf aan dat leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten hun eerste aanspreekpunt zijn wanneer zij slachtoffer worden van Image-Based Sexual Abuse (IBSA). Jouw reactie maakt dus een wereld van verschil. Die reactie is namelijk bepalend in hoe onze jongeren omgaan met IBSA. Dit praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) gaat samen met leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten op zoek naar wat een ondersteunende reactie écht ondersteunend maakt.\n\nImage-Based Sexual Abuse (IBSA) is een alomtegenwoordig fenomeen onder jongeren (14-16 jaar). Situaties van IBSA vereisen ondersteunende reacties vanuit de directe omgeving van jongeren. Dit onderzoek focust zich op drie types IBSA (het niet consensueel verspreiden van naaktbeelden, cyberflashing of zogenaamde \"dickpics\" en deepnudes) en de reactie hierop van leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten. Het doel van dit PWO is om de reactie van de directe omgeving van jongeren (14-16 jaar) te versterken wanneer ze geconfronteerd worden met deze drie vormen van IBSA.\n\nEducatieve en technologische initiatieven hebben het potentieel om leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten te ondersteunen in hun reactie op IBSA. Binnen dit PWO ontwikkelen we een prototype workshop en edugame. We spreken doelbewust van een prototype omdat we binnen dit project zullen focussen op de ontwikkeling van de inhoud, waar we in vervolgproject willen focussen op de concrete valorisatie- en disseminatiemogelijkheden. Een edugame is een immersieve technologie waarbij je je empathisch in een scenario kan inleven. Dergelijke games blijken voor verschillende soorten risicogedrag en voor zowel volwassenen als jongeren effectief om het bewustzijn te vergroten, kennis over te brengen, gedragsveranderingen te creëren en vaardigheden bij te brengen. De combinatie van workshop en edugame versterken, naast kennis, de vaardigheden en attitude van de directe omgeving van jongeren (14-16 jaar) die geconfronteerd worden met IBSA. We ontwikkelen dit prototype workshop en edugame samen met onze doelgroepen in drie stappen:\n\nWe doen desk research en organiseren focusgroepen. Zo exploreren we de huidige 'as is' en de gewenste 'to be' situatie m.b.t. de reactie van leeftijdsgenoten (14-16 jaar), ouders en leerkrachten op drie types IBSA.\nWe co-creëren met jongeren, ouders en leerkrachten een prototype workshop en edugame. Zo ontwikkelen we participatief en co-creatief een prototype voor het ondersteunen van jongeren die met drie types IBSA te maken krijgen.\nWe evalueren het prototype workshop en edugame bij onze doelgroepen. Zo monitoren we de waarde van de ontwikkelde workshop en edugame voor leeftijdsgenoten (14-16 jaar), ouders en leerkrachten.\n\nDoor jongeren, ouders en leerkrachten tools te geven om ondersteunend te reageren op deze drie types van IBSA, streven we naar een duurzame impact. Op korte termijn beogen we een beter begrip van IBSA en van ondersteunende reacties bij de directe omgeving van jongeren (14-16 jaar). Op middellange termijn streven we naar meer adequate en ondersteunende reacties van leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten wanneer jongeren met IBSA geconfronteerd worden. Op lange termijn creëren we met dit project meer bewustzijn over IBSA en vaardigheden om (preventief) met jongeren te spreken over hun welzijn, seksualiteit en gezondheid. De uitkomsten van dit PWO zullen verder verfijnd en versterkt worden in vervolgonderzoek.","summary":"Jouw reactie op dickpics van jongeren in jouw omgeving is cruciaal. Dit onderzoek focust op het versterken van ondersteunende reacties van leeftijdsgenoten, ouders en leerkrachten bij Image-Based Sexual Abuse. Een prototype workshop en edugame worden ontwikkeld om bewustzijn te vergroten en vaardigheden te verbeteren. Het doel is om duurzame impact te creëren en op lange termijn meer bewustzijn en vaardigheden te ontwikkelen rond IBSA.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002724","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject beoogt onderzoeksgeïnformeerde kennisontwikkeling omtrent het duurzaam integreren van internationalisering als strategie voor kwalitatieve innovatie in Vlaamse basisscholen en secundaire scholen. Met internationalisering bedoelen we hier alle activiteiten die verband houden met mobiliteit van leerkrachten en schoolleiding en met internationale projecten voor schoolontwikkeling.\n\nHet laatste decennium stimuleert de EU meer en meer de mobiliteit van leerkrachten op schoolniveau, niet alleen via richtlijnen van de Raad van de EU maar ook via het Erasmus+ programma waarvan de fondsen gevoelig verhoogd zijn in het nieuwe programma vooral ook voor de doelgroepen tot 18 jaar. Dit jaar onderschrijft de EU (nogmaals) expliciet het belang van mobiliteit van praktiserende leerkrachten voor kwalitatief Europees onderwijs, omdat mobiliteit onder meer “het vermogen van leraren en opleiders om te innoveren en te reflecteren over praktijken aanscherpt, om beter tegemoet te komen aan de behoeften van lerenden” (Raad, 2022, C167/4).\n\nInternationale ervaringen brengen in het kader van schoolontwikkeling immers andere perspectieven, overtuigingen en gebruiken binnen om anders te kunnen denken over invulling van onderwijs en oplossingen voor problemen. Ze dragen bij tot het contextualiseren van de eigen vormgeving om deze kritisch te onderzoeken.\n\nEpos vzw en Nuffic (NL) organiseren meer en meer activiteiten ter stimulering van internationalisering op de basis- en secundaire school. Minimum twee scholen in het Leuvense stellen een medewerker vrij om internationale activiteiten te initiëren en te organiseren (bijv. Miniemeninstituut en HHH).\n\nUit enkele gesprekken met scholen leren we dat ze worstelen met hoe je internationalisering duurzaam integreert in het schoolbeleid, hoe je hier draagkracht voor creëert bij het leerkrachtenteam (persoonlijke communicatie met Heleen Van den Haute van HHH) en internationale samenwerking ontwerpt (gesprekken van Caroline Moons met leerkrachten basisonderwijs). Een eerste zoektocht op Google Scholar/Limo levert weinig resultaten op voor schoolonderwijs (zie ook: Egekvist, e.a., 2017). Dit steekt af tegen het onderzoekswerk en de publicaties over internationalisering in het hoger onderwijs. Expertise uit het hoger onderwijs is mogelijk een start voor kennisontwikkeling op schoolniveau maar de geleerde lessen in hoger onderwijs vragen nog een vertaalslag naar schoolniveau. Onderwijs is immers sterk contextgevoelig.\n\nVoor deze schoolcontexten vragen we ons bijgevolg af:\n\n• Welke meerwaarde hebben internationaliseringsactiviteiten voor kwaliteitsvolle innovatie op scholen (HR, professionalisering, leiderschap, evaluatie, schoolcultuur, organisatieleren)?\n• Welke factoren en voorwaarden spelen daarin een rol? Bijv. de design van internationale ervaringen\n• Hoe creëer je daartoe draagkracht bij een schoolteam?\n• Welke sterke praktijken bestaan er in Vlaanderen en in het buitenland?\n\nOm concrete handvaten en modellen van internationalisering voor krachtig schoolbeleid in kaart te brengen, onderzoeken we samen met Vlaamse coördinatoren internationalisering, beleidsmedewerkers en leerkrachten uit basis- en secundaire scholen de meerwaarde, factoren en voorwaarden en draagkracht voor internationalisering. Zij zijn partner in dit proces van kennisontwikkeling gedurende het hele proces. We plannen later in een latere fase een focusgroep met een internationale groep om verder van scholen in verschillende contexten. Tot slot betrekken we experten in de materie, onder wie Heleen Van den haute (Internationalisering HHH) in onze stuurgroep, ook plannen we een kritische reflectie in het kader van ETEN en het Symposion netwerk.","summary":"Dit onderzoeksproject richt zich op duurzame integratie van internationalisering als strategie voor innovatie in Vlaamse basisscholen en secundaire scholen. Het onderzoekt de meerwaarde, factoren en voorwaarden voor internationalisering en draagkracht bij schoolteams. Samen met coördinatoren, beleidsmedewerkers en leerkrachten worden modellen en praktijken onderzocht voor krachtig schoolbeleid.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002725","result_description":null},{"description":"In haar rapport 'Naar de kern. Over leerlingen en hun leer-kracht' (Brinckman e.a. 2021) pleit de Commissie Beter Onderwijs onder andere voor een herwaardering van basiskennis taal. Daarbij verzetten Brinckman e.a. zich tegen een overwicht van leeractiviteiten waarbij de leraar eerder coach wordt en pleiten ze voor een herwaardering van de leraar als expert en van het belang van directe instructie om basiskennis en basisvaardigheden aan te brengen. Het rapport sluit aan bij onder andere Duyck (2021) en Surma (2022), die aangeven dat het onderwijs kennis meer moet waarderen. Van den Branden (2022) pleit voor een evenwicht tussen de rol van coach en die van expert. Taalvaardigheidsopdrachten missen vaak de component toepassing van relevante kennis; directe instructie van kennis mist vaak de inbedding in vaardigheidsgerichte activiteiten en de toepassing in complexe taken. Binnen talenonderwijs dient een competentiegerichte benadering van vaardigheden én van taalbeschouwing voorop te staan. Hoewel dit in eindtermen en leerplannen een uitgangspunt is, stellen we in de klaspraktijk vast dat het voor leerkrachten moeilijk is om de kennis, vaardigheden en attitudes die een taalcompetentie omvat, op een evenwichtige manier met elkaar te verbinden. En dat geldt zeker voor een complexe taalcompetentie als schrijven.\n\nOndertussen is er een grote wetenschappelijke basis voor effectief schrijfonderwijs en het belang van betekenisvolle schrijftaken, strategieën, samenwerkend leren, feedback... Daarin is de mogelijk positieve bijdrage van expliciet taalbeschouwingsonderwijs over het taalsysteem wat onderbelicht gebleven, een interessant perspectief dat het schrijfonderwijs een nieuwe boost kan geven en de rol van de leraar (Nederlands) als 'coach' of facilitator meer in evenwicht kan brengen met zijn rol als expert. In dit PWO zoomen we daarom in op de relatie tussen expliciet taalbeschouwingsonderwijs en schrijfonderwijs en hoe beide elkaar kunnen versterken.\n\nOnze hoofdvraag luidt als volgt:\nHoe kan directe instructie van taalbeschouwelijke basiskennis over het taalsysteem op een geïntegreerde en effectieve manier ingezet worden om het schrijfproces van leerlingen te ondersteunen bij functionele schrijftaken in verschillende vakken/leergebieden in het lager en secundair onderwijs?","summary":"Het rapport benadrukt de herwaardering van basiskennis taal en pleit voor directe instructie om leerlingen te ondersteunen bij functionele schrijftaken in diverse vakken. Dit onderstreept het belang van een evenwicht tussen de rol van coach en expert van de leraar.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002726","result_description":null},{"description":"Angst voor de bevalling (Fear of Childbirth, FoC) wordt door ongeveer 25% van de zwangere vrouwen gerapporteerd. Uit de resultaten van het PWO ‘Veerkracht tijdens en na zwangerschap’ stellen we vast dat 48,3% van de participanten (N=62) verhoogd scoren op de Wijma Bevallingsverwachting/Belevingsvragenlijst, een screeningsinstrument voor FoC (W-DEQ-A ≥66). FoC wordt geassocieerd met fysieke en psychosociale klachten. Daarnaast is FoC gelinkt aan een toename van pijnmedicatie, ongewenste verloskundige interventies tijdens de bevalling en hoog-risico interventies zoals keizersnede. FoC hangt tevens samen met een breed spectrum aan perinatale mentale gezondheidsproblemen zoals emotionele distress (prevalentie 20%) en post-traumatische stressstoornis (prevalentie 4%).\n\nDe systematische review van Striebich et al. (2018) wijst op de nood aan adequate screening, theory-driven en tailored interventieprogramma’s en training van geboortezorgprofessionals. Aangrijpingspunten hiervoor vinden we in het concept perinatale veerkracht. Studies toonden reeds de associatie tussen FoC en perinatale veerkrachtattributen aan zoals lage sociale steun, lage zelfeffectiviteit en zelfvertrouwen, moeilijkheden op vlak van emotieregulatie en persoonlijkheidstrekken. Uit de resultaten van het PWO ‘Veerkracht tijdens en na zwangerschap’ blijkt dat een hogere veerkracht op baseline (24w zwangerschap) significant gecorreleerd is met een lagere FoC (32w zwangerschap) (r=-.270, p<0.01). Wanneer we reeds tijdens de zwangerschap FoC kunnen detecteren en veerkracht kunnen stimuleren, biedt dit opportuniteiten om het perinataal mentaal welzijn van (toekomstige) ouders te ondersteunen.\n\nDit project heeft als doel preventief in te zetten op perinataal mentaal welzijn en specifiek bevallingsangst en emotionele distress door middel van een online veerkrachttraject.\n\nVolgende onderzoeksvragen worden bestudeerd:\n\nWelke screeningsmethoden bezitten goede psychometrische kwaliteiten en worden aanbevolen om FoC (en emotionele distress) te detecteren tijdens de zwangerschap in de klinische praktijk?\nWelke inhoudelijke modules kunnen we ontwikkelen op basis van de perinatale veerkrachtattributen met als doel veerkracht te stimuleren en FoC en emotionele distress te verlagen bij vrouwen die voor de eerste keer zwanger zijn (=primipara)?\nHoe kunnen we met behulp van een effectieve screeningmethode (1) primipara toewijzen aan een tailored online traject (2)?\nHoe kan het ontwikkeld programma (3) geïntegreerd worden in het huidig perinataal zorglandschap: een pilot test in Vlaamse Ziekenhuizen.\nIn fase 1 (0-4mdn) wordt via een online survey in kaart gebracht of, hoe en met welke instrumenten (met psychometrische parameters), prenatale raadplegingen in Vlaamse ziekenhuizen screenen naar FoC en emotionele distress. In fase 2 (4-12mdn) worden o.b.v. de perinatale veerkrachtattributen trainingsmodules ontwikkeld voor primipara met als doel het stimuleren van veerkracht en het verlagen van FoC en emotionele distress. In fase 3 (10-12mdn) zullen we met behulp van de screeningsmethode (output 1) primipara toewijzen aan een tailored online veerkrachtversterkend traject (output 2). In fase 4 (12-24mdn) volgt een pilot-test van het ontwikkeld programma (output 3), in 3 Vlaamse ziekenhuizen. Om een duurzame verankering te optimaliseren, zal als onderdeel van fase 4 een training van geboortezorgprofessionals (output 4) in de ziekenhuizen plaatsvinden. Samenwerking met eerstelijnsactoren en bachelor-/masterstudenten tijdens de pilot-test zal gefaciliteerd worden.","summary":"Angst voor de bevalling bij zwangere vrouwen heeft negatieve gevolgen. Dit project focust op preventie door een online veerkrachttraject aan te bieden. Onderzoeksvragen richten zich op screeningsmethoden, ontwikkeling van modules en integratie in het zorglandschap. Fases omvatten surveys, moduleontwikkeling, online trajecten, en een pilot-test in Vlaamse ziekenhuizen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002727","result_description":null},{"description":"Leuven is een van de 100 Europese steden (Mission100) die een voortrekkersrol speelt om tegen 2030 klimaatneutraal te zijn. De stakeholders van het Leuvense consortium Leuven2030/Urban Lab geven aan: \"De duurzame transitie is niet alleen urgent, ze moet ook inclusief en sociaal rechtvaardig zijn.\"\n\nTegelijkertijd formuleren Leuvense sociale werkers een aantal centrale uitdagingen:\n\n(a) Niet elke stakeholder binnen Urban Lab/Leuven2030 zit met evenveel beslissings- en articulatiemacht aan tafel.\n(b) De verschillende stakeholders hebben geen gelijke middelen om te investeren in de voorbereidingen, bijeenkomsten en creatieve processen.\n(c) Het leefwereldperspectief van mensen die in armoede en/of sociale uitsluiting leven is niet of te weinig aanwezig bij de stakeholders.\n(d) Wie het leefwereldperspectief wel kan binnenbrengen, blijkt vaak het zwakke broertje aan tafel.\n\nOver de vraag hoe dat leefwereldperspectief dan binnen moet worden gebracht en hoe dit perspectief ook kan wegen op de beslissingen, verschillen de meningen. Met dit onderzoeksproject zoeken we antwoorden op de volgende uitdaging:\n\nHoe kunnen we het leefwereldperspectief van Leuvenaars die armoede en/of sociale uitsluiting ervaren aanwezig stellen in de ontwikkelingsprocessen van het Leuven 2030 Urban Lab met als doel een sociaal rechtvaardige klimaattransitie in Leuven te bewerkstelligen?\n\nOm met deze vraag aan de slag te gaan, werken we participatief en actiegericht. We starten met het inventariseren van good practices, visies en strategieën die gehanteerd worden met betrekking tot het inbrengen van een leefwereldperspectief in duurzame transitieprojecten (Leuven, Vlaanderen, Europa). Vanuit literatuurstudie en praktijk (interviews) ontwikkelen we een participatiematrix voor klimaattransitietrajecten. Vervolgens toetsen we deze matrix binnen drie thematische groepen van het Leuvense transitieproject.\n\nTot slot evalueren we de gepercipieerde impact van het binnenbrengen van het leefwereldperspectief op het sociaal rechtvaardige karakter van de ontwikkelde projecten bij de verschillende stakeholders.","summary":"Leuven2030/Urban Lab streeft naar een klimaatneutrale stad tegen 2030 met aandacht voor inclusiviteit en sociale rechtvaardigheid. Een onderzoeksproject focust op het integreren van het leefwereldperspectief van Leuvenaars in duurzame transitieprocessen, door participatieve en actiegerichte methoden toe te passen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002728","result_description":null},{"description":"Geboortezorgprofessionals, voornamelijk gynaecologen en vroedvrouwen, worden in de praktijk geconfronteerd met complexe uitdagingen zoals een overbelaste gezondheidszorg of blootstelling aan stressvolle situaties tijdens arbeid en bevalling. 3 op 4 geboortezorgprofessionals maakt ooit een werkgerelateerde stressvolle gebeurtenis mee, zoals obstetrische events of situaties waarin geboortezorgprofessionals menen dat ingrepen en/of hulpmiddelen ongeschikt werden ingezet (Elmir et al., 2017; Katsantoni et al., 2019). Hierdoor lopen zij een hoog risico op compassiemoeheid; fysieke en emotionele uitputting die ontstaat als gevolg van langdurige blootstelling aan het lijden van anderen, aan stress en het gebrek aan grenzen en zelfzorgmaatregelen (Peters, 2018). Gevolgen hiervan op het professionele handelen zijn: meer medische fouten, minder geloof in eigen kunnen en meer absenteïsme (Peters, 2018). Indien onbehandeld, kan compassiemoeheid leiden tot burn-out (Cardinaels, 2015; Steinheiser, 2018). Studies tonen aan dat burn-out tot 50% vroedvrouwen (Suleiman-Martos et al., 2020) en 40% gynaecologen (Bourne, 2019; Smith & Rayburn, 2021) treft.\nHoewel stressvolle situaties in de geboortezorg onvermijdbaar zijn, kunnen interventies preventief inzetten op de negatieve impact ervan. Sociale steun, geloof in eigen kunnen, strategieën voor emotieregulatie en empathisch engagement blijken beschermende factoren tegen compassiemoeheid en burn-out (Albendín-Garcá et al., 2021; Wahlbank et al., 2010; Weilenmann et al., 2018). Deze factoren kunnen gelinkt worden aan het concept perinatale veerkracht (Van Haeken et al., 2020). In die zin kan veerkracht een buffer vormen tegen de negatieve impact van compassiemoeheid (Arrogante et al., 2017; Hegney et al., 2015; Zanatta et al., 2020) en leiden tot professionele en persoonlijke groei (Ayers, 2017). Interventies die inzetten op afzonderlijke veerkrachtkenmerken hebben bewezen positieve effecten op het mentaal welzijn. Een multimodale aanpak die inzet op de unieke en intrinsieke stressfactoren is echter afwezig.\nDit project heeft als doel de veerkracht van geboortezorgprofessionals te versterken ter preventie van compassiemoeheid via (1) de ontwikkeling, (2) implementatie en (3) evaluatie van een simulatie-gebaseerde teamtraining voor geboortezorgprofessionals. Het onderzoek volgt een Intervention Mapping strategie, waarbij geboortezorgprofessionals vanaf de start als stakeholder betrokken worden. Een mixed-methods design wordt toegepast, bestaande uit individuele semigestructureerde interviews, co-creatiesessies, focusgroepen en online vragenlijsten. De uitkomsten van dit project zijn (1) een training voor geboortezorgprofessionals die tevens als (2) trainingsmodules geïntegreerd kan worden in het onderwijs, (3) een train-the-trainer en (4) richtlijnen gericht naar beleid en praktijk met focus op veerkrachtversterking en preventie van compassiemoeheid in de geboortezorg.","summary":"Versterk de veerkracht van geboortezorgprofessionals met een simulatie-gebaseerde teamtraining om compassiemoeheid te voorkomen. Onderzoek met stakeholders resulteert in training, modules voor onderwijs, train-the-trainer en beleidsrichtlijnen voor veerkracht en preventie.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002729","result_description":null},{"description":"Het ouderschap is nog steeds een zeer gewenst en verwacht levensdoel, dat door veel mensen wordt aanzien als de belangrijkste ontwikkelingsmijlpaal. De verwachtingen die mensen koesteren ten aanzien van dit ouderschap, worden reeds gevormd tijdens de jonge volwassenheid (McGoldrick et al., 2015) en worden verondersteld afhankelijk te zijn van verschillende factoren, zoals eerdere levenservaringen, seksuele oriëntatie en fysieke gezondheid (Gato et al., 2017; Riskind and Patterson, 2010). Het verwachtingsbeeld ten aanzien van het ouderschap wordt retrospectief meer en meer opgenomen als variabele voor perinataal en parentaal welzijn. Onderzoek toont aan dat er een aanzienlijke kloof ligt tussen het verwachtingsbeeld en de feitelijke ervaringen tijdens het ouderschap, wat mogelijks bijdraagt aan een onderdrukking van de veerkracht en het welzijn van jonge ouders (Hughes et al., 2020).\n\nDit project wenst bij te dragen aan een veerkrachtige transitie naar ouderschap door in te zetten op een realistisch en veerkrachtig ouderschapsbeeld bij jongvolwassenen (18-25j). In een eerste fase (0-8 mdn) willen we met interactieve en arts-based kwalitatieve onderzoeksmethoden nagaan welk beeld en verwachtingen een heterogene groep van 18 tot 25-jarigen heeft ten aanzien van het ouderschap en de factoren die dit beeld vormen en beïnvloeden. Met deze input wordt in een tweede fase (9-14 mdn) fase 1 herhaald bij een aantal (N=+/-3) subgroepen van jongvolwassenen die geïdentificeerd werden in fase 1 (bijv. LGBTI, verleden met intrafamiliaal geweld, allochtone afkomst). Fase 3 (15-24 mdn, =tijdsgebonden) omvat de uitwerking en testing van een coachingstraject met als doel om jongvolwassenen te ondersteunen in een veerkrachtige voorbereiding op de transitie naar ouderschap, dit in co-creatie met een steekproef van jongvolwassenen en werkveldpartners (=user-centered design, acceptabel).\n\nEen eerste beoogde uitkomstmaat omhelst een conceptontwikkeling van ‘het ouderschapsbeeld’ bij jongvolwassenen, beïnvloedende factoren, risicoprofielen en het coachingsaanbod. Een tweede uitkomstmaat bevindt zich bij de jongvolwassenen zelf waarbij de mate van veerkracht en welzijn wordt gemonitord (vb. door middel van een ontwikkelde visionaire ouderschapsschaal). Naast deze meetbare uitkomstmaten kan het project bijdragen aan het algemeen alsook het seksueel en relationele welzijn van jongvolwassenen, en tevens een aanvulling betekenen voor het aanbod van relationele en seksuele vorming voor de huidige en jongere doelgroep (=relevant).","summary":"Dit project bevordert een realistisch ouderschapsbeeld bij jongvolwassenen (18-25j) om een veerkrachtige transitie naar ouderschap te ondersteunen. Door kwalitatief onderzoek en coachingstrajecten worden verwachtingen en veerkracht gemeten voor een positieve impact op welzijn en relatievorming.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002730","result_description":null},{"description":"Het projectdoel is het versterken van de stem van het kind in scheidings- en ouderschapsbemiddeling. De sterke maatschappelijke nood blijkt enerzijds uit een lopend defiscaliseringsonderzoek waarin zowel kinderen als bemiddelaars de nood om beter gehoord te worden alsook methodieken om dit te doen aankaarten. Anderzijds blijkt dit onder meer in de werkgroep \"Contactbreuk na stukgelopen relaties\" (FOD Justitie) die partners uit verschillende sectoren verenigd.\n\nKinderen hebben een formele positie in de juridische rechtsgang (hoorrecht), maar in de informele trajecten is hun positie meer precair en afhankelijk van toevalligheden. Bovendien hebben kinderen geen rechtstreekse toegang tot bemiddeling (beide ouders moeten toestemmen). Hierdoor vinden kinderen de weg naar bemiddeling niet wat leidt tot vragen en frustraties.\n\nDe schreeuw van kinderen om de mogelijkheid te krijgen gehoord te worden ondanks hoog-conflictueus ouderschap; de nood van bemiddelaars naar handvaten om kinderen uit te nodigen hun eigen stem te ontdekken; én betrokken derde partijen (bijvoorbeeld orthopedagoog) te gidsen in hun rol tijdens een familiale bemiddeling resulteerden in volgende onderzoeksvragen:\n\n1. In welke mate zit het belang van het betrekken van kinderen reeds vervat in de grondhouding van familiale bemiddelaars?\n2. Hoe professionals ondersteunen om kinderen binnen scheidings- en ouderschapsbemiddeling meer en effectiever te betrekken? Wat zijn werkzame componenten voor een handelingskader en hoe kan dit geïntegreerd worden in het reguliere hulpaanbod?\n3. Welke tools kunnen we professionals uit verschillende sectoren, die in aanraking komen met kinderen in een scheidings- en ouderschapsbemiddeling, aanreiken?\n\nFase 1: Verkenning\n\n- Semigestructureerde interviews met opleiders tot familiaal bemiddelaar: In welke mate zit het belang van het betrekken van kinderen reeds vervat in de basisopleiding?\n- Deskresearch: Inventariseren van de bestaande tools en methodieken voor het ondersteunen van professionals die kinderen betrekken in de ouderschapsbemiddeling.\n- Deskresearch: Randvoorwaarden voor het versterken van de stem van het kind.\n\nFase 2: Co-creatietraject\n\n- Ontwikkelen van een gids voor bemiddelaars en andere professionals betrokken in de scheidings- en ouderschapsbemiddeling (bv sociaal werker) waarin handelingskaders en tools worden aangereikt. Belangrijke stakeholders worden betrokken. Nadien volgt een 'piloot' ter evaluatie.\n- Ontwikkelen van een aanbod ter ondersteuning van professionals in de scheidings- en ouderschapsbemiddeling, bijvoorbeeld een navorming, lerend netwerk of intervisiegroep.\n\nFase 3: Duurzame verankering en valorisatie\n\n- Bewerkstelligen van een valorisatie- en disseminatieplan met betrokken partners (bijvoorbeeld Federale Bemiddelingscommissie, FOD justitie).\n- Proces van vervlechting met het opleidingsaanbod (bijvoorbeeld postgraduaat bemiddeling, orthopedagogie)\n- Acties tot publicaties (bijvoorbeeld Tijdschrift Conflicthantering), deelname aan Mediation week,...","summary":"Versterk de stem van kinderen in scheidingsbemiddeling met een innovatief project. Onderzoek bevestigt de nood aan betere betrokkenheid en tools voor kinderen, bemiddelaars en andere professionals. Co-creatie van gidsen en ondersteuningsaanbod voor effectieve implementatie. Duurzame verankering en verspreiding met partners voor blijvende impact.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002731","result_description":null},{"description":"Er is momenteel veel aandacht voor het dalende niveau van de wiskundige kennis en vaardigheden van onze kinderen en jongeren. Nochtans doen leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs erg hun best tijdens de wiskundelessen. Wat is er dan aan de hand en nog belangrijker, hoe kunnen we het tij doen keren? Voor het beantwoorden van deze vragen focust dit PWO-project zich op het domein hoofdrekenen. Leerlingen leren in de basisschool verschillende gestandaardiseerde en handige strategieën om bewerkingen op te lossen. Toch blijkt de overgang naar het meer abstracte rekenen met letters voor heel wat leerlingen erg moeilijk. Het lijkt wel alsof leerlingen de achterliggende wiskundige principes (eigenschappen van bewerkingen, verbanden tussen bewerkingen, enz.) niet voldoende doorgrond hebben, om te weten wanneer ze welke strategie mogen/kunnen gebruiken. De spelregels en het speelveld zijn niet helder, wat bij rekenen met letters nadien voor heel wat problemen zorgt.\n\nIn dit PWO-project brengen we in kaart hoe en op welk niveau (procedureel of conceptueel) de verschillende rekenstrategieën op dit moment in de basisschool worden aangebracht. We zoeken uit op welke manier de volgende graad van abstractie wordt voorbereid. Daarnaast ontwerpen we een doordachte leerlijn als vertrekpunt om het anders aan te pakken. Op basis van dit plan ontwerpen we een aantal materialen (toelichtingen, voorbeelden van uitgewerkte lessen of leerbogen, enz.) die leerlingen ondersteunen om op een meer inzichtelijke manier met getallen te rekenen en die leerkrachten lager onderwijs en studenten van de bachelor lager onderwijs helpen bij de ondersteuning van dit leerproces.\n\nWe stellen de leerlijn en ondersteunende materialen in eerste instantie ter beschikking van leerkrachten(teams) uit het basisonderwijs. Zij kunnen de leerlijn en materialen gebruiken en aanpassen om zo een schooleigen plan op te zetten waarmee ze aan meer samenhangende kennis en vaardigheden voor het domein hoofdrekenen kunnen werken. Daarnaast delen we de leerlijn en materialen ook met studenten in de educatieve bachelor lager en secundair onderwijs, en vakgroepen wiskunde in het secundair onderwijs, zodat zij de beginsituatie van hun leerlingen beter kunnen inschatten en mogelijke problemen beter kunnen remediëren.","summary":"Dit PWO-project richt zich op het verbeteren van wiskundige vaardigheden, specifiek hoofdrekenen, bij leerlingen in het basisonderwijs. Door een doordachte leerlijn en ondersteunende materialen aan te bieden, willen we leerkrachten en studenten helpen om leerlingen op een inzichtelijke manier met getallen te laten rekenen. Deze tools zullen niet alleen leerkrachten ondersteunen bij het lesgeven, maar ook studenten helpen om de beginsituatie van hun leerlingen beter te begrijpen en eventuele problemen effectiever te kunnen aanpakken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002732","result_description":null},{"description":"Woonzorgcentra (WZC) staan in het middelpunt van maatschappelijke transformaties. Met vergrijzing, stijgende levensverwachting en vermaatschappelijking van zorg, moeten we als samenleving en gezondheidszorg, de samen- en zelfredzaamheid van (oudere) zorgvragers gaan verbeteren. Naast zorgprofessionals en mantelzorgers, dragen ook vrijwilligers hiertoe hun steentje bij. Deze vrijwilligers werken vooral mee aan de kwaliteit van zorg, door ondersteuning in zorggerelateerde en verwante taken zoals hulp bij het maaltijdgebeuren of zinvolle dagbesteding, maar vooral door hun inzet op het welzijn van de oudere (Vindevogel, 2019; Stott, 2014).\n\nOnderzoek focust zich tot op heden voornamelijk op de samenwerkingsrelatie tussen vrijwilligers en professionals, en de rol en/of ervaringen van vrijwilligers (Vindevogel, 2019). Het perspectief van de zorgvrager, hier bewoner van woonzorgcentra, werd hierin tot nog toe niet tot zeer beperkt gehoord. De vraag die we ons moeten stellen is niet ‘Waarom is het nodig om het perspectief van de bewoner mee te nemen in het vrijwilligersbeleid?’, maar de meest terechte vraag is ‘Waarom niet?’. Een gedragen vrijwilligersbeleid kan immers een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen, aan zinvol ouder worden. Maar het bevordert eveneens het welzijn van de vrijwilligers, mits ze activiteiten kunnen begeleiden die voor de ontvanger betekenisvol zijn (Jongenelis et al., 2022).\n\nVanuit de woonzorgcentra en vrijwilligersorganisaties zoekt men antwoorden op vragen als: is er een match tussen vrijwilliger en bewoner? Is er sprake van afhankelijkheid in de relatie? Wordt er ingespeeld op de noden van de bewoner? Welk systeem kan worden gehanteerd om de vrijwilligerswerking (afgestemd op het perspectief van de oudere) op te volgen?\n\nDit project heeft als doel een duurzame vrijwilligerswerking te ontwikkelen in WZC vanuit het perspectief van de bewoners. We doen dit door een antwoord te bieden op de vraag: Hoe kan een WZC inzetten op een vrijwilligersbeleid met gedeeld eigenaarschap, waarin het perspectief van de bewoner, naast dat van de andere betrokkenen, mee opgenomen én opgevolgd wordt?\n\nOm dit te bereiken zal via participerende observatie en storyweaving getracht worden een voldoende breed beeld te krijgen op de noden/behoeften van de bewoners t.a.v. vrijwilligersinzet. Er wordt bekeken welke interventies als meerwaarde worden omschreven, welke meerwaarde ervaren wordt en welke feedback en tips de bewoners zelf formuleren. In een tweede deel van het PWO zal de focus liggen op het exploreren van methodieken om afstemming, opvolging en evaluatie van vrijwilligerswerking te kunnen garanderen in een WZC.\n\nDe onderzoekers beogen de troeven uit te kunnen werken in een praktische gids met handvaten om vrijwilligers binnen een WZC vanuit het bewonersperspectief en gedeeld eigenaarschap in te zetten en daarnaast aanbevelingen te geven tot duurzame opvolging van dit gedragen vrijwilligersbeleid. Dit zal gebeuren in cocreatie met de betrokken doelgroepen (bewoners, vrijwilligers, vrijwilligersverantwoordelijken - en organisaties, en leidinggevenden van de deelnemende WZC), om zo tot een gedragen, impactvolle gids te komen.","summary":"Ontwikkeling duurzame vrijwilligerswerking in WZC vanuit bewonersperspectief. Onderzoek en methodieken voor gedeeld eigenaarschap en kwaliteit van leven ouderen. Gids met handvaten en aanbevelingen in cocreatie met betrokken doelgroepen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002733","result_description":null},{"description":"Artificiële intelligentie (AI) is in opmars. Hierdoor komen meer en meer mensen in contact met dit soort systemen. In bepaalde gevallen nemen ze levensbelangrijke beslissingen over van mensen met een verhoogde efficiëntie en performantie. In veel gevallen gaat die performantie net gepaard met meer complexiteit en is er vaak vanuit wettelijk maar ook vanuit praktisch standpunt nood aan inzicht in de geïmplementeerde algoritmes. Sommige AI-systemen zijn zodanig complex geworden dat het quasi onmogelijk is om te begrijpen hoe beslissingen gemaakt worden. Om dit probleem op te lossen, is een onderzoeksdomein ontstaan genaamd \"eXplainable Artificial Intelligence\" (XAI) waarbij de focus ligt op het verwerven van inzichten in het besluitvormingsproces van AI-systemen. Dit onderzoeksproject biedt een antwoord op twee tekortkomingen:\n\n1. Er is onvoldoende in kaart gebracht wanneer XAI een noodzaak is vanuit het wettelijk standpunt en wanneer het een competitief voordeel kan bieden vanuit het bedrijfseconomisch standpunt.\n\n2. Er is onvoldoende onderzoek naar de vertaalslag tussen de output van XAI-technieken, welke veelal technisch en nog steeds complex is, naar iets dat correct geïnterpreteerd worden door een diverse doelgroep gaande van bedrijfsleiders, managers en dokters tot werknemers met een eerder uitvoerende rol en patiënten.\n\nDe doelstelling van dit project is niet om nieuwe XAI-technieken te ontwikkelen, maar deze in eerste instantie te inventariseren en dan toegespitst op gestructureerde data toe te passen, wegens het zo breed mogelijk houden van het doelpubliek. Dit wordt daarnaast ook aangevuld door middel van bedrijfscases en bevragingen van het werkveld (o.a. focusgroepen).\n\nSamenvattend, de doelstelling van dit onderzoeksproject is het concretiseren van reeds gevoerd fundamenteel onderzoek rond XAI, rekening houdend met zowel juridische uitdagingen als de directe bruikbaarheid en inzetbaarheid binnen onze maatschappij (werkveld en eindgebruikers).","summary":"Artificiële intelligentie evolueert snel en neemt vaak cruciale beslissingen efficiënter dan mensen. Het opkomende onderzoeksdomein van \"eXplainable AI\" (XAI) richt zich op het begrijpelijk maken van AI-besluitvormingsprocessen. Dit project inventariseert bestaande XAI-technieken en past ze toe op gestructureerde data, met aandacht voor juridische en praktische toepassingen in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002734","result_description":null},{"description":"Nood\nTen gevolge van een toenemende vergrijzing in de maatschappij en een strengere penaliteit neemt het aantal ouderen in de gevangenis jaar na jaar toe. De infrastructuur van de Belgische gevangenissen en het gevangenisregime zijn niet aangepast aan de noden en behoeften van de oudere gedetineerde. En ook beleidsmatig bevinden de oudere gedetineerden zich al jaren in de verdomhoek. Dit blijkt nog maar eens uit het strategisch actieplan voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden 2020-2025 waarin de zorg voor oudere gedetineerden nog niet opgenomen is. Daarnaast behoeven ook de hulp- en dienstverleners en penitentiaire beambten aandacht. Ondanks het feit dat zij meestal de eersten zijn die met de noden en behoeften van de oudere gedetineerden in aanraking komen, staat zorg voor de gezondheid van ouderen in de gevangenis, in tegenstelling tot het verzekeren van de veiligheid, nog niet hoog op hun prioriteitenlijst. Niet zelden ontbreekt het hen ook aan kennis en vaardigheden om met deze specifieke doelgroep om te gaan.\n\nDoelstellingen\nBovenstaande uitdagingen vormden het startpunt voor het intern gefinancierd onderzoek dat loopt van september 2022 tot september 2023 en dat fungeert als vooronderzoek voor dit PWO project. Voortbouwend op de data verkregen uit dit vooronderzoek zal voor onderstaand PWO project enerzijds de focus liggen op het optimaliseren van de gepercipieerde gezondheid volgens het concept van Positieve Gezondheid van 55+ gedetineerden. Anderzijds zal de focus liggen op het versterken van de hulp- en dienstverleners en de penitentiaire beambten in de zorg voor de gezondheid van oudere gedetineerden. Beiden zullen uiteindelijk resulteren in een aangepast detentiebeleid voor ouderen in detentie. Om dit te bereiken zal op basis van de eerste onderzoeksactiviteiten een co-creatief proces opgezet worden waarin de belangrijkste stakeholders via een iteratief proces interventie(s) uitwerken. Om de interventie(s) duurzaam te verankeren in de specifieke context van een gevangenis wordt tenslotte ook gezocht naar en rekening gehouden met factoren die implementatie van de interventie(s) vergemakkelijken of verhinderen.\n\nDoelgroepen\nZowel mannelijke als vrouwelijke gedetineerden zullen geïncludeerd worden in het onderzoeksproject mits zij een minimumleeftijd hebben van 55 jaar of ouder en voltijds verblijven in de gevangenis. Alle hulp- en dienstverleners en penitentiaire beambten die omwille van hun functie in de deelnemende gevangenis(sen) in contact komen met oudere gedetineerden worden geïncludeerd in het onderzoek.\n\nImpact\nVlaams onderzoek naar de zorg voor de gezondheid voor oudere gedetineerden is schaars. In het Witboek6 worden globale aanbevelingen gedaan ter bevordering van de zorg voor ouderen in detentie die nog niet onderworpen zijn aan een praktijktoets. Dit onderzoeksproject vormt dan ook een waardevolle en broodnodige aanvulling op bestaand onderzoek waarin de theoretische aanbevelingen een onderbouwde vertaling naar de praktijk zullen krijgen.","summary":"Oudere gedetineerden worden verwaarloosd in Belgische gevangenissen. Een onderzoeksproject van september 2022 tot 2023 richt zich op het verbeteren van de gezondheid en ondersteuning van gedetineerden van 55+. Dit zal leiden tot een aangepast detentiebeleid en praktische oplossingen voor hulpverleners en beambten.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002735","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nHet aantal leerlingen in de B-stroom steeg in de periode 2016-2021 met 14% terwijl de totale populatie leerlingen slechts met 8% steeg. Dit hangt samen met het stijgende aantal leerlingen dat zonder getuigschrift het lager onderwijs verlaat. Zij worden geconfronteerd met een tekort aan plaatsen, wat resulteert in een situatie waarin zij vaak worden geplaatst in richtingen die niet noodzakelijk overeenkomen met hun interesses of keuzes. Dit heeft een negatieve invloed op hun motivatie (Onderwijs Vlaanderen, 2023).\n\nDe B-stroom kenmerkt zich door een specifiek, uitdagend leerlingenpubliek met een hoger aantal leerlingen met sterke onderwijs kansarmoede indicatoren (OKI). Deze leerlingen hebben vaak veel problemen (leerstoornissen, armoede, etc.). Deze leerlingen blijven vaker zitten of verlaten zonder diploma het onderwijs. Het tekort aan basisgeletterdheid in zowel lezen als wiskunde onderstreept de uitdagingen waarmee leerlingen in de B-stroom worden geconfronteerd (Onderwijs Vlaanderen, 2023).\n\nNaast de uitdagingen met betrekking tot de leerlingen zijn er ook uitdagingen met betrekking tot de leerkrachten. Zo wordt het steeds moeilijker om onderwijspersoneel te vervangen, vooral in verstedelijkte regio's zoals Antwerpen. Hoewel er geen directe correlatie is tussen uitstroom en de moeilijkheidsgraad van de klas, blijkt dat jongere onervaren leerkrachten sterker vertegenwoordigd zijn in scholen met een groter aantal kansarme leerlingen (Onderwijs Vlaanderen, 2023). Daarnaast is continuïteit in het schoolbeleid belangrijk om een hoge onderwijskwaliteit te kunnen aanhouden, ook wanneer er een verandering is van schoolleider. Een sterk schoolteam is dan ook noodzakelijk.\n\nInzetten op Collective Teacher Efficacy (CTE) kan leerkrachten versterken. CTE is het collectieve zelfbeeld dat leerkrachten in een gegeven school(team) een verschil kunnen maken in het leren van de leerlingen (Tschannen-Moran & Barr, 2004). Onderzoek toont aan dat een sterke CTE samenhangt met verbeterde prestaties van de individuele leerkracht (vb. Goddard & Goddard, 2001; Klassen et al., 2008). Bovendien blijkt uit onderzoek dat CTE een significant positief effect heeft op het leerproces en de leerprestaties van leerlingen (Donohoo et al., 2020; Hattie, 2016).\n\nOnderzoeksvraag\n\nOp welke manieren kan een coachingstraject het handelen van leerkrachtenteams uit Arbeidsmarktfinaliteit en B-stroom versterken?\n\nDeelvragen:\n\nWat zijn randvoorwaarden voor (succesvolle) coaching?\n\nHoe percipiëren leerkrachtenteams het verloop, effectiviteit en impact van het traject om hun professioneel handelen te versterken?\n\nWelke pedagogisch didactische kennis is een meerwaarde voor leerkrachtenteams in arbeidsmarktmarktfinaliteit en B-stroom en hoe kunnen teams zich hierin bekwamen?\n\nMethode\n\nIn dit onderzoek werken we in jaar 1 en 2 (pilootfase) rond 3 casussen, elk op een andere school.\n\nScholen die meewerken aan ons onderzoek zullen de kans krijgen in overleg met de onderzoekers zelf een casus te bepalen. Hierbij denken we in eerste instantie aan zelfsturend leren, verbindend schoolklimaat, ouderbetrokkenheid, pedagogisch didactische competenties, gelijkgerichtheid klasmanagement of taalontwikkelend lesgeven.\n\nOp elk van deze scholen wordt gewerkt aan het versterken van de gelijkgerichtheid en het collectieve gevoel van doeltreffende daadkracht, dit m.b.t. tot een casusspecifieke onderwijskundige uitdaging. Elke casus wordt omkaderd door een team van twee onderzoekers, waarbij de ene onderzoeker eerder de (proces)begeleidende rol opneemt, en de andere zich eerder richt op de dataverzameling en de rapportering.\n\nGestuurd door het principe van co-creatie, en gebaseerd op de het model van educational design research wordt het traject per casus gefaseerd. De fases zijn echter niet strikt in tijd afgebakend en kunnen deels overlappen.\n\nAnalyse en exploratie: verdere literatuurstudie, intakegesprekken met verschillende leerkrachten en coördinatoren van de cases, contextverkenning, grondige analyse van de beginsituatie, concrete omschrijving van de schoolspecifieke uitdaging en operationele doelstellingen\n\nOntwerp en ontwikkeling, met een eerste strategische ontwerpfase waarbij de grote fasen vorm worden gegeven, en daarna een concretere vormgeving en implementaties van interventies, tussenstappen.\n\nEvaluatie en reflectie: regelmatige evaluatie van de interventies via gesprekken bevragingen, en grondige analyse van de resultaten. Verankering door vervolgstappen en rollen verder te benoemen.\n\nIn het 3de projectjaar (verankeringsfase) richten we ons op het ontwerpen en uitvoeren van een ‘light-versie’ van de gelopen trajecten op maximum 6 scholen. Hierin worden de verworven inzichten uit de piloottrajecten verder verankerd. Dan worden scholen niet meer door 2, maar door 1 onderzoeker begeleid.","summary":"Samenvatting:\n\nStijgende B-stroom leerlingaantallen leiden tot uitdagingen in onderwijskwaliteit, vooral bij kansarme leerlingen. Om leerkrachten te versterken, wordt een coachingstraject uitgevoerd op scholen, gericht op Collective Teacher Efficacy. Het onderzoek omvat een pilootfase, waarbij casussen worden behandeld en geleid door onderzoekers in co-creatie met scholen. Het doel is om het professioneel handelen van leerkrachtenteams in arbeidsmarkt- en B-stroomonderwijs te verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002736","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nHet project beoogt:\n\n- 9 krachtigere lkr-teams in B-stroom / Arbeidsmarktfinaliteit (3 uit de ontwerpfase jaar 1&2; 6 uit jaar 3)\n- Randvoorwaarden voor coaching van leerkrachtenteams Arbeidsmarktfinaliteit / B-stroom als inspiratie voor het werkveld en peers.\n- (Betalend) coachingstraject voor teams rond specifieke thema’s in samenwerking met een onderwijsverstrekker uit Antwerpen\n- Inspiratie voor teams B-stroom/ Arbeidsmarktfinaliteit om met het team te werken aan schooleigen problemen\n- 3 procesbegeleiders met inhoudelijke expertise in specifieke topics\n- Kennisverspreiding over CTE (in B-stroom/ Arbeidsmarktfinaliteit) in lerarenopleiding\n\nExterne output:\n\n- Artikel en/of presentatie congres m.b.t. CTE\n- Didactisch materiaal en/of handleiding omtrent de gekozen pedagogisch-didactische thema’s"},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nZwerfvuil en sluikstort vormen een grote uitdaging voor stedelijke beleidsmakers, omdat vuile straten en pleinen de indruk kunnen wekken dat de overheid de leefomgeving niet voldoende beschermt of controleert. Dit kan leiden tot een negatieve impact op hoe bewoners elkaar zien en betrokken zijn bij hun buurt, en zelfs tot gevoelens van onveiligheid (Blokland, 2009) en een toename van anti-sociaal gedrag en criminaliteit (Sampson & Raudenbush, 2004; Wilson & Kelling, 1982). Afval in de publieke ruimte zendt sterke sociale signalen uit die verder reiken dan alleen fysieke vervuiling en echte implicaties hebben voor de stedelijke omgeving en haar bewoners (Liu & Sibley, 2004).\n\nDeze zorgen creëren een breed draagvlak voor overheidsinvesteringen in afvalbeheer. Steden worden geconfronteerd met aanzienlijke kosten voor het opruimen van afval in de publieke ruimte, zoals blijkt uit de cijfers van Antwerpen in 2022, die consequent boven het Vlaamse gemiddelde liggen (Stad Antwerpen, 2023). Ondanks de inspanningen van de stad op het gebied van infrastructuur, sensibilisering en handhaving, blijven er uitdagingen bestaan, met name voor mensen in kwetsbare posities. Het beleid rond afval treft bewoners op verschillende manieren en is niet altijd aangepast aan hun behoeften. Daarnaast wordt in de communicatie rond het gevoerde beleid ook beroep gedaan op de morele kwaliteiten en het groepsgevoel van inwoners. De bevoegde schepen verklaarde al meermaals in de media dat \"hardleerse\" vervuilers met een \"vetzakkenmentaliteit\" hard aangepakt zullen worden.\n\nZowel op structureel als op sociaal-cultureel niveau zijn echter andere verklaringen te vinden. Ten eerste treft het gevoerde beleid rond afval bewoners op verschillende manieren, en is het niet steeds op maat van met mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. Voor wie klein woont zonder terras of tuin, is het binnenshuis stockeren en sorteren van huishoudelijk afval niet altijd evident door plaatsgebrek. Nieuwe bewoners kunnen voorts tijd, informatie en hulp nodig hebben om nieuwe regels te leren en specifieke gewoonten te ontwikkelen (Al-mosa et al., 2022). Ten tweede is het binnenshuis bijhouden en sorteren van afval, om vervolgens te betalen voor het afvoeren ervan door de overheid, geen vanzelfsprekend gegeven. Het veronderstelt specifieke relaties tussen overheden en burgers, en tussen mensen onderling, waaraan een collectief leerproces voorafgaat. Deelname aan collectieve afvalophaling kan vanuit dit perspectief gezien worden als een vorm van solidariteit: de bereidheid om te delen vanuit een zeker gevoel van lotsverbondenheid of loyaliteit (Stjerno, 2005). Die bereidheid wordt sterk beïnvloed door hoezeer iemand zich betrokken voelt bij de (ingebeelde) gemeenschap. Aansluiting voelen bij (een deel van) de samenleving die deze inspanning voorleeft, is dus een belangrijke motivatie om deel te nemen aan collectief afvalbeheer: het maakt je vatbaar voor de formulering van gedeelde belangen, voor sociale verwachtingen, rolmodellen, sociale controle en sancties. Bij armoede is echter sprake van een web van uitsluitingen; ze veroorzaakt een kloof met de rest van de samenleving, die mensen in armoede niet op eigen kracht kunnen overbruggen (Raeymaeckers et al., 2018). Ook tijdelijkheid kan daarbij een rol spelen: in transitiewijken voelen mensen zich soms weinig betrokken op hun (als tijdelijk gepercipieerde) leefomgeving.\n\nHet valt op dat armoedeverenigingen en sociaal werk met name inzetten op zeer concrete drempels. In het werk dat zij doen rond het herstellen van vertrouwen en verbinding in de samenleving, spelen publieke ruimte en afval slechts een marginale rol. In onderzoek en beleid zien we, naast het verlagen van drempels, dan weer een focus op vooral individuele mentaliteits- en gedragsveranderingen. De benadering van afval in de publieke ruimte als een ruimtelijke manifestatie van sociale uitsluiting blijft vooralsnog onderbelicht.\n\nIn dit project onderzoeken we daarom afval in de publieke ruimte als sociaal probleem. Vanuit dit perspectief gaan we samen met stedelijke actoren, sociaal werk en bewoners, op zoek naar manieren om het probleem van afval in de stedelijke publieke ruimte op te lossen die tegelijk bijdragen aan gezonde leefomgevingen, met oog voor veiligheid, buurtbetrokkenheid, sociale cohesie, en solidariteit (Loopmans et al., 2011).\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nHoofdonderzoeksvraag: Hoe kan afval in de stedelijke publieke ruimte worden aangepakt op een manier die sociale uitsluiting tegengaat?\nDeelonderzoeksvraag 1 (DOV1): Welke interventies rond afval in de publieke ruimte zijn er en hoe zien ze eruit?\n• Hoe ontstaan probleemdefinities rond vervuilde publieke ruimtes en wie is daarin betrokken? (DOV1a)\n• Welke interventies vinden plaats en waarom? (DOV1b)\n• Wie is betrokken bij interventies, en op welke manier? (DOV1c)\nDeelonderzoeksvraag 2 (DOV2): Hoe beïnvloeden bestaande interventies processen van sociale uitsluiting?\n• Hoe beleven mensen in maatschappelijk kwetsbare posities het stedelijke afvalbeheer en het publieke discours rond zwerfvuil en sluikstort in de wijk? (DOV2a)\n• Welke stigmatiserende discours en narratieven hangen samen met heersende probleemdefinities in afvalinterventies? (DOV2b)\n• Hoe kunnen we de impact van afval(beleids)interventies op sociale uitsluiting evalueren? (DOV2c)\nDeelonderzoeksvraag 3 (DOV3): Welke sociaal-ruimtelijke interventies tegen sluikstort en zwerfvuil kunnen nieuwe, positieve buur(t)belevingen stimuleren?\n• Welke praktijken kunnen we identificeren waarvan verschillende groepen omwonenden aangeven dat die buurtbeleving positief stimuleren? (DOV3a)\n• Wat zijn de werkzame principes van deze praktijken? (DOV3b)\n• Welke perspectieven en narratieven kunnen stigmatiserende denkbeelden over het kruispunt armoede en afval counteren? (DOV3c)\n• Wat zijn de werkzame principes van zulke counternarratieven? (DOV3d)\n\nMETHODE\n\nDit onderzoek is kwalitatief van aard, en maakt gebruik van verschillende methoden:\n1. Desk Research, expertinterviews en discoursanalyse. We starten het onderzoek hiermee om de relatie afval(beleid) en armoede en sociale uitsluiting verder scherp te stellen, stock taking van bestaande interventies te doen, en best practices op te lijsten. Daarnaast vatten we in dit deel een discoursanalyse aan van beleidsdocumenten en media-artikelen rond betrokken wijken en groepen, om bestaande narratieven en heersende opvattingen te detecteren.\n2. Casestudie onderzoek volgt op specifieke plekken in stad Antwerpen waar de problematiek van zwerfvuil en sluikstort als hardnekkig en ernstig wordt ervaren.\n• Caseselectie: In overleg met de verantwoordelijken voor stadsreiniging en handhaving van Stad Antwerpen wordt een variatie aan cases geselecteerd die verschillen in schaalgrootte, historiciteit en complexiteit (dit engagement is bevestigd). Afhankelijk van de aard en complexiteit van de cases, bestuderen we 4 tot 7 plekken. Deze selectie wordt doorgesproken met de stuurgroep van het onderzoek.\n• Dataverzameling: Gebruikmakend van documentanalyse, stakeholderanalyse, observaties en diepte-interviews zullen we per case het fenomeen en zijn verschillende probleemdefinities in kaart brengen, betrokken stakeholders identificeren, de voorgeschiedenis en huidige aanpak analyseren, en de beleving en effecten daarvan onderzoeken. Het aantal interviews is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de case, maar een minimum van 8 interviews en 3 observatiemomenten per case is voorzien.\n3. Beleidsevaluatie: aan de hand van verzamelde data, evalueren we de impact van maatregelen uit het afvalbeleid op mensen in maatschappelijk kwetsbare posities. De analyses worden doorgesproken met sociaal werkers en ervaringsdeskundigen in focusgroepen.\n4. Participatief Actie Onderzoek (PAR)\n• Co-creatieve interventies: Uit de bestudeerde cases volgt een selectie van minimaal drie plekken waar we samen met de betrokkenen een afvalinterventie op maat ontwerpen, uitvoeren en evalueren.\n• Workshops met stakeholders: per interventie voorzien we minimaal drie workshops om de interventie uit te werken we starten met de onderzoeksresultaten, de beleidsevaluatie en best practices.\n• Onderzoeksjournalistiek in samenwerking met derdejaars studenten journalistiek van AP worden multimediale rapportages gecreëerd die verbindende narratieven en nieuwe perspectieven aanbrengen.","summary":"Zwerfvuil en sluikstort vormen een uitdaging voor steden door de negatieve impact op buurtbetrokkenheid en veiligheid. Dit project onderzoekt sociale oplossingen voor afvalbeheer, met focus op inclusiviteit en solidariteit. Gebruikmakend van kwalitatieve methoden en participatief onderzoek, streven we naar duurzame verandering in stedelijke publieke ruimtes.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002737","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nResultaten van het onderzoek\n\n• Beter begrip van sociale aspecten van de zwerf- en sluikstortproblematiek die bijdragen aan een effectiever beleid op maat van verschillende bewonersgroepen in de stad.\n\n• Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting beïnvloeden.\n\n• Inzicht in hoe narratieven, dynamieken en praktijken rond afvalbeheer sociale uitsluiting tegengaan.\n\n• Uit de interdisciplinaire samenwerking met de onderzoeksgroep Media, Design en IT van AP versterken we elkaar op het gebied van inclusieve communicatiestrategieën voor duurzaamheid en onze respectievelijke onderzoeksprojecten, klankbordgroepen en toekomstige projecten. Voor het project werken we samen met studenten en docenten van de bachelor journalistiek.\n\nOutput\n\n• D1: Een toegankelijk eindrapport voor het werkveld met de verworven inzichten, richtlijnen voor interventies die bijdragen aan positieve wijkbelevingen, met beleidsaanbevelingen voor afvalbeheer op maat van mensen in maatschappelijk kwetsbare posities.\n\n• D2: Praktijkbeschrijvingen: voor ontwikkelde interventies uit het actieonderzoek worden toegankelijke fiches opgesteld die beschikbaar worden gemaakt aan de verschillende stakeholders.\n\n• D3: Advies rond inclusieve duurzaamheidscommunicatie aan onderzoeksgroep Media, Design en IT (ten voordele van hun curricula hoger onderwijs communicatie en productontwikkeling).\n\n• D4: Een sociale uitsluitingstoets: evaluatierichtlijnen om de impact van beleidsinterventies rond afvalbeheer op maatschappelijk kwetsbare doelgroepen te toetsen.\n\n• D5: Multimediale reportages: dit omvat tekst, film en audio om alternatieve perspectieven en nieuwe verhalen te ontwikkelen die heersende discours nuanceren en uitdagen.\n\n• D6: een wetenschappelijk, peer-reviewed artikel over de resultaten.\n\n• D7: een wetenschapspopulariserend artikel over de resultaten (bv. sociaal.net).\n\n• D8: Bijdrage aan een wetenschappelijke conferentie.\n\n• D9: Stadskrachtdiscussiepaper."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nHet aantal mensen met chronische aandoeningen, zoals diabetes type 2, neemt toe. Mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie lopen daarbij een hoger risico. Het aannemen van een gezond voedingspatroon speelt een belangrijke rol in de preventie en behandeling van dergelijke aandoeningen. Echter, cijfers tonen aan dat de Belgische bevolking niet voldoet aan de vooropgestelde voedingsaanbevelingen. Ook bij kinderen is het voedingspatroon voor verbetering vatbaar. Vroeg inzetten op gezonde voeding bij kinderen legt nochtans een sterke basis, helpt gezondheidsrisico's te verminderen en bevordert optimale ontwikkeling.\n\nPersonen met een lage sociaaleconomische status (SES) en grootstedelijke bewoners lopen een groter risico op ongezonde eetgewoontes. Het toegankelijk maken van voedingsinformatie voor iedereen is een belangrijk aandachtspunt bij het bevorderen van een gezond voedingspatroon. Uit literatuur blijkt dat (o.a.) ouders moeilijkheden ervaren om gepaste voedingsinformatie (voor hun kind) te vinden. Veel mensen zoeken online naar voedingsinformatie, maar deze bronnen zijn vaak niet betrouwbaar of tegenstrijdig, wat kan leiden tot verwarring.\n\nHet geven van voedingsinformatie kan voorts via verschillende (para)medische beroepen en kanalen. In de eerste plaats is de diëtist de aangewezen expert om een wetenschappelijk onderbouwd én persoonlijk voedingsinformatie te formuleren en te helpen bij de praktische uitwerking en opvolging van dit advies. Echter, nog te weinig mensen – en zeker mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie – vinden hun weg naar een diëtist.\n\nOok andere (para)medische beroepen uit de eerstelijnsgezondheidszorg, zoals huisartsen en apothekers, kunnen voedingsinformatie verstrekken. Hoewel patiënten hen frequenter raadplegen, ervaren zij drempels zoals tijdgebrek en een tekort aan kennis en vaardigheden. Interprofessionele samenwerking, ondersteund door diëtisten, kan hierbij helpen.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nHet doel van dit project is het begrijpen van de uitdagingen rond het ontvangen en verstrekken van voedingsinformatie voor ouders van kinderen ≤12 jaar in een maatschappelijk kwetsbare positie in een grootstedelijke context. De onderzoeksregio binnen dit project werd afgebakend tot Deurne. Deurne is het op één na grootste Antwerpse district, is divers en heeft een groot zorgaanbod. Daarnaast worden er concrete oplossingen ontwikkeld in samenwerking met verschillende disciplines zodat voedingsinformatie toegankelijker wordt en correct is.\n\nVolgende onderzoeksvragen staan centraal:\n• OV1: Hoe ervaren ouders van kinderen ≤12 jaar uit een maatschappelijk kwetsbare situatie uit Deurne de toegang tot voedingsinformatie?\n• OV2: Hoe werken (para)medici binnen de eerstelijnsgezondheidszorg in Deurne rond voeding en het verstrekken van voedingsinformatie?\n• OV3: Hoe kan wetenschappelijk correcte voedingsinformatie toegankelijker gemaakt worden voor ouders van kinderen ≤12 jaar in een maatschappelijk kwetsbare positie uit Deurne?\n\nMETHODOLOGIE\n\n1.1 Literatuurstudie (OV1, 2 en 3):\nLiteratuurstudie naar de werking van de eerstelijnsgezondheidszorg rond voedingsinformatie, hoe/waar/wanneer/waarom ouders in een maatschappelijk kwetsbare positie naar voedingsinformatie opzoek gaan, welke drempels ze ervaren en welke strategieën effectief zijn (good practices uit (inter)nationaal onderzoek) in het verhogen van de toegang tot voedingsinformatie voor deze doelgroep.\n\n1.2 Survey en interviews bij de eerstelijnsgezondheidszorg (OV2 en OV3):\nVia mixed methods onderzoek trachten we een antwoord te formuleren op onderzoeksvraag 2 en 3. (Para)medici uit de eerstelijn in Deurne worden gevraagd een online survey in te vullen. Via deze survey verkrijgen we inzicht in de algemene werking van deze (para)medische beroepen. Via interviews wordt er vervolgens dieper ingegaan op de resultaten van de survey (Wat maakt dat er wel/geen voedingsinformatie wordt gegeven? Kunnen we hen op een andere manier inzetten dan de huidige zorgverlening voor het verlenen van voedingsinformatie? Waarom wordt er wel/niet doorverwezen naar een andere hulpverlener? Welke strategie kan volgens hen effectief zijn in het verlenen van voedingsinformatie, ...?)\n\n1.3 Interviews bij ouders van kinderen ≤12 jaar uit Deurne naar de ervaren toegankelijkheid voedingsinformatie (OV1 en OV3):\nVia sociale organisaties in Deurne worden ouders van kinderen ≤12 jaar in een kwetsbare positie bereikt. Dit i.f.v. de afname van semi-gestructureerde interviews. Tijdens deze één-op-één gesprekken worden vragen gesteld over het waar, hoe, wanneer en waarom ze voedingsinformatie zoeken en welke drempels ze in deze zoektocht ervaren. Daarnaast wordt gepeild naar welke strategieën om voedingsinformatie te verlenen gepast zijn om deze ouders te bereiken en wat maakt dat ze deze informatie wel/niet toepassen. Info uit de bevraging van het werkveld dient als basis om enkele vaak toegepaste strategieën af te toetsen bij deze studiepopulatie.","summary":"Het aantal mensen met chronische aandoeningen, zoals diabetes type 2, stijgt. Voeding speelt een cruciale rol, maar Belgen voldoen niet aan de aanbevelingen. Dit project in Deurne onderzoekt toegang tot voedingsinformatie voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen en ontwikkelt oplossingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002738","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nHet project beoogt volgende outputs:\n\n• Onderzoeksrapport waarin alles wordt beschreven, van literatuurstudie tot data-analyse.\n\n• Artikel in een (inter)nationaal vaktijdschrift.\n\n• (Inter)nationale lezing over de projectresultaten en aanbevelingen voor de eerstelijnsgezondheidszorg.\n\n• Posterpresentatie op een (inter)nationaal congres of studiedag.\n\n• Animatiefilmpje over waar en bij wie ouders terecht kunnen voor onderbouwde voedingsinformatie.\n\n• Opleiding voor werkers in de eerstelijnsgezondheidszorg over het toegankelijk maken van onderbouwde voedingsinformatie voor ouders."},{"description":"Probleemschets\n\nIn 2022 meldt 29,4% van de Vlaamse bevolking van 18 jaar of ouder een slechte geestelijke gezondheid zoals gemeten via de Mental Health Inventory 5 (Fiers & Braekman, 2023). Uit gesprekken met hulpverleners en studenten blijkt dat ook heel wat hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) een psychische kwetsbaarheid ervaren. Onderzoek in Nederland bij studenten verpleegkunde die de optie GGZ kiezen, toont aan dat er een significant verband is tussen de keuze voor deze optie en ervaring met psychische kwetsbaarheid in de eigen omgeving (Van Gijsel, Westen & Peeters, 2022).\n\nErvaringsdeskundigheid wordt al enige tijd ingezet in de GGZ. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die een eigen ervaring hebben met psychische kwetsbaarheid en deze, al dan niet na een opleiding tot ‘ervaringsdeskundige’, inzetten om anderen te helpen. Dit wordt als een meerwaarde benoemd omdat ervaringsdeskundigen iets kunnen bieden wat hulpverleners niet kunnen: hoop, een perspectief, herkenbaarheid… (Leen Michiels, persoonlijke communicatie, 29 augustus 2023; GGZ Nederland et al, 2013). \n\nHet bewust en doordacht inzetten van eigen ervaring in de rol van hulpverlener is volgens Peeters & Westen (2021) echter een relatief nieuw fenomeen. In een beperkte studie (15 participanten) merkten Karbouniaris et al. (2021) dat het hebben van ervaringsdeskundigheid invloed heeft op het eigen welbevinden en op de manier van werken. Ook Alie Weerman et al. (2022) deden onderzoek over het zinvol inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid door hulpverleners. Al bij al blijft het onderzoek en de kennis rond dit thema echter zeer beperkt. \n\nUit persoonlijke gesprekken met ervaringsdeskundigen, studenten en hulpverleners in de GGZ blijkt dat er een grote wens is om de eigen ervaringsdeskundigheid in te zetten maar ook veel terughoudendheid en handelingsverlegenheid. \n\nDe actiegroep Ervaringsdeskundige hulpverleners gaf aan dat door niet transparant te kunnen zijn, hulpverleners het gevoel hebben dat ze zichzelf en degenen die ze begeleiden iets ontzeggen. Daarnaast ervaren hulpverleners in hun werkomgeving dat kwetsbaarheid nog steeds eerder als risico wordt gezien dan als kracht. Er ontstaat schaamte en zelfstigma, waardoor de eigen competentie als hulpverlener in twijfel wordt getrokken. \n\nHet niet inzetten van de eigen ervaringsdeskundigheid als hulpverlener wordt ervaren als een dubbel verlies voor alle partijen. Waar dat wel kan, geeft het mensen hoop en normaliseert het de ervaring van kwetsbaarheid. Hulpverleners worstelen echter met de verschillende rollen en weten niet altijd goed wanneer en hoe ze deze ervaringskennis kunnen inzetten (Weerman & Abma, 2018). In de literatuur zijn geen tegenargumenten te vinden om ervaringskennis in te zetten. Sociale professionals ervaren echter dat dit nog niet in elke werkomgeving zo is en dat soms in vraag gesteld wordt of ze hun eigen ervaringskennis wel mogen inbrengen als ze professioneel willen blijven.\n\nOnderzoeksvragen\n\nWat hebben sociale professionals in de GGZ nodig om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?\n1. Wat zegt de literatuur over het professioneel inzetten van ervaringskennis? \n2. Welke drempels ervaren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?\n3. Welke elementen ondersteunen of stimuleren sociale professionals om hun ervaringskennis professioneel in te zetten?\n4. Hoe kan het beleid van een organisatie sociale professionals ondersteunen bij het inzetten van ervaringskennis?\n\nMethodologie\n\nHet betreft een exploratief onderzoek, gebaseerd op de principes van participatief onderzoek. Deze onderzoeksmethode wil door het gezamenlijk onderzoeken van de situatie en het perspectief van betrokkenen, kijken waar kansen liggen voor positieve verandering (Eelderink, 2021). Bij participatief onderzoek bevraagt men de stakeholders waarover het gaat (Abma, z.d.). In het voorliggend project zijn dit de sociale professionals met ervaringskennis en de beleidsmedewerkers. \n\nEr wordt een onderzoeksteam samengesteld waarbij sociale professionals met ervaringskennis gecoacht worden tot interviewers, deelnemen aan de analyse van gegevens en meewerken aan de output van het onderzoek. Participatief onderzoek zal er immers toe leiden dat de implementatie van de vergaarde kennis beter gaat (Abma, z.d.).\n\nBij het begin van het project wordt een onderzoeksteam samengesteld. Er wordt immers voor gekozen om te werken met mede-onderzoekers, vanuit de responsieve methodologie (Nierse et al, 2009). In dit project zijn de mede-onderzoekers sociale professionals met ervaringskennis. Werken met mede-onderzoekers kan ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderzoek stijgt en dat respondenten zich comfortabeler voelen bij interviewers met gelijkaardige ervaringskennis (Devotta et al, 2016). Om een aantal valkuilen van participatief onderzoek te voorkomen, volgen deze mede-onderzoekers een coachingstraject o.a. rond deontologie, omgaan met eigen ervaring en gevoelens, gesprekstechnieken,…\n\nDe mede-onderzoekers worden als gelijkwaardige partners betrokken bij het opstellen van de interviewleidraad, het afnemen van de interviews en de analyse en conclusie. Ook de output wordt samen met hen uitgewerkt. De principes van co-creatie, waarbij vertrokken wordt van de waarden en noden van de deelnemers en waarbij verschillende mogelijkheden met hun voor- en nadelen worden voorgesteld (Bødker, 2021), zijn hierbij sturend. \n\nEr wordt een gefaseerde onderzoeksaanpak gehanteerd:\n- In een eerste fase wordt er via een literatuurstudie een antwoord geformuleerd op deelvraag 1. Dit antwoord wordt later afgetoetst in interviews met sociale professionals en beleidsmedewerkers. Ook voor de andere deelvragen wordt in de literatuur gezocht naar bestaande kennis, die richting kan geven aan wat volgt.\n- In de tweede fase wordt er een antwoord gezocht op de verschillende deelvragen door het bevragen van sociale professionals met ervaringskennis via 10 à 20 semi-gestructureerde interviews. Deze interviews worden zo veel mogelijk door de gecoachte mede-onderzoekers afgenomen. De analyse wordt uitgevoerd door thematisch coderen. Terugkerende thema’s worden gecategoriseerd (claims, concerns, issues), gelabeld en voorzien van citaten. Deze analyse wordt teruggekoppeld naar de mede-onderzoekers en er worden samen conclusies getrokken.\n- In een derde fase worden (door de mede-onderzoekers) ook semi-gestructureerde interviews afgenomen van beleidsmedewerkers. De analyse wordt op dezelfde manier uitgevoerd en teruggekoppeld.\n- In een laatste fase wordt al deze informatie door de onderzoekers en mede-onderzoekers verwerkt in passende output die verandering in het werkveld teweeg kan brengen.","summary":"In 2022 ervaart bijna 30% van de Vlaamse volwassenen slechte geestelijke gezondheid. Ervaringsdeskundigheid in de GGZ groeit, maar wordt nog niet volledig benut. Een onderzoeksteam van sociale professionals met ervaringskennis voert participatief onderzoek uit om kansen voor verbetering te identificeren en implementeren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002739","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nEr is een overzicht van de drempels en ondersteunende elementen in verband met het professioneel inzetten van ervaringskennis door sociale professionals in de GGZ.\n\nOutput:\n- Publicatie in een vaktijdschrift over drempels en mogelijkheden wat betreft het inzetten van ervaringskennis.\n- Presentatie op een (inter)nationaal congres.\n- Tool of thema’s om mee aan de slag te gaan in (bestaande of nieuwe) intervisiegroepjes van hulpverleners in de GGZ.\n- White paper t.a.v. beleidsmedewerkers met mogelijkheden om sociale professionals te ondersteunen bij het inzetten van hun ervaringskennis."},{"description":"Probleemstelling\n\nDe bouwsector heeft een grote impact op de afvalstroom in Vlaanderen. Deze impact is altijd al aanwezig geweest, maar wordt versterkt door de Vlaamse regelgeving die renovatie aanmoedigt om energiedoelstellingen te behalen. De regelgeving omvat onder andere de Vlaamse langetermijnrenovatiestrategie, de EPC-label afhankelijke huurindexatie en de rentesubsidie op renovatieleningen voor woningen met een EPC-label E of F.\n\nDe renovatiegolf, die recent is begonnen en nog enkele jaren zal duren, aangestuurd door de Vlaamse wetgeving, zal leiden tot een aanzienlijke afvalstroom die veel herbruikbare materialen bevat. Vaak zijn de betrokken bouwpartijen zich niet bewust van de mogelijkheid om materialen te hergebruiken. Waar kunnen deze materialen worden verkregen? En wie kan de afgevoerde materialen nog gebruiken?\n\nZelfs als er wel bewustzijn is van de meerwaarde van circulair renoveren, blijft de organisatorische drempel hoog. Hierbij vormen transport, opslag en hogere renovatiekosten de grootste uitdagingen. Hoe worden de materialen van de ene naar de andere bouwplaats vervoerd? Worden ze direct na sloop opgehaald/afgevoerd of moeten ze ergens worden opgeslagen totdat ze hun nieuwe bestemming bereiken? Aannemers besteden meer tijd aan de sloop, omdat ze voorzichtiger te werk moeten gaan. Dit resulteert in hogere kosten, maar zorgt er wel voor dat de materialen een tweede leven krijgen. Is de extra inspanning de moeite waard?\n\nDaarnaast is het belangrijk om al in de ontwerpfase de circulaire mindset te integreren. Als bepaalde materialen in het project moeten worden opgenomen, moet er tijdig naar voorraad worden gezocht en eventueel transport worden geregeld. Materialen zullen vanuit diverse kanalen naar de bouwplaats stromen, wat meer organisatie vereist dan alles via één leverancier te bestellen.\n\nEr is duidelijk behoefte aan een gestructureerde aanpak voor alle partijen die betrokken zijn bij circulaire renovatie om de reststromen in de bouwsector te valoriseren en de materiaalafdruk te verkleinen.\n\nOnderzoeksvraag\n\nHoe kunnen residentiële circulaire renovaties in de bouwsector in Vlaanderen gestructureerd en geoptimaliseerd worden om de afvalstroom en materiaalafdruk te minimaliseren?\n\nHet onderzoek zal zich richten op de grootschalige residentiële bouwsector, met specifieke aandacht voor sociale huisvesting. Daarnaast zal de focus liggen op constructieve materialen (niet op afwerkingsmaterialen). Vervolgens zal worden onderzocht of de bevindingen van dit onderzoek toepasbaar zijn in de particuliere residentiële bouwsector.\n\nOm deze hoofdvraag te beantwoorden, zal het project de volgende deelvragen behandelen:\n\n1. Welke bewustwordingsstrategieën zijn effectief om aannemers, architecten en opdrachtgevers bewust te maken van de mogelijkheden en voordelen van materiaalhergebruik in renovatieprojecten?\n2. Hoe kan de logistiek van hergebruikte bouwmaterialen (inclusief transport, opslag en distributie) geoptimaliseerd worden om de implementatie van circulaire renovatiepraktijken te vergemakkelijken?\n3. Wat zijn de economische implicaties van circulaire renovatie in vergelijking met traditionele renovatiemethoden, gezien de mogelijke hogere initiële kosten door voorzichtige sloop en complexere logistiek?\n4. Met welke organisatorische en operationele uitdagingen worden aannemers geconfronteerd bij circulaire renovatieprojecten en hoe kunnen deze worden aangepakt?\n5. Hoe kunnen renovatiekredieten en andere financiële stimuleringsmaatregelen van de overheid worden ingezet ter ondersteuning en bevordering van circulaire renovatieprojecten?\n6. Op welke wijze kunnen ontwerpprocessen worden aangepast om de integratie van hergebruikte materialen al in een vroeg stadium te waarborgen?\n\nMethodologie\n\nDit onderzoek zal worden uitgevoerd via de Design Science Research-methode met een gefaseerde aanpak.\n- Analysefase: Door middel van enquêtes, expertpanels en interviews met belanghebbenden zullen we de problematiek analyseren en de huidige drempels en obstakels voor circulair bouwen identificeren. Daarnaast zal er een literatuurstudie worden uitgevoerd met betrekking tot wetgeving en bestaande rapporten en studies. Er zal ook een procesanalyse worden uitgevoerd om de huidige processen rond reststromen in kaart te brengen.\n- Ontwerp- en implementatiefase: We zullen verschillende instrumenten ontwerpen en ontwikkelen (zie output) en deze implementeren in diverse casestudies en scenario's.\n- Evaluatie- en optimalisatiefase: We zullen de bewustwording van de betrokken partijen binnen de geselecteerde casus evalueren en mogelijke optimalisaties identificeren. Dit gebeurt aan de hand van diepte-interviews en focusgroepen. Daarnaast zal er een data-analyse van de materiaalstromen worden uitgevoerd. Tot slot zullen we cross-case-analyses uitvoeren om gemeenschappelijke factoren en variabelen te identificeren die bijdragen aan het succes of falen van materiaalhergebruik.\n- Communicatie: De resultaten zullen worden gedeeld en de artefacten ter beschikking worden gesteld aan de sector.","summary":"In de bouwsector in Vlaanderen is er behoefte aan een gestructureerde aanpak voor circulaire renovaties om afvalstromen te minimaliseren en de materiaalafdruk te verkleinen. Een onderzoek richt zich op residentiële bouw, met focus op constructieve materialen. Methodologie omvat analyse, ontwerp, implementatie, evaluatie en communicatie van bevindingen en instrumenten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002740","result_description":"VERWACHTE RESULTATEN\n\nVolgende artefacten zullen ontwikkeld worden op basis van de resultaten die bekomen worden tijdens het onderzoek (voornamelijk WP1 en WP2).\n\n- Online toolbox voor architecten en aannemers met onder andere een procesmodel voor circulaire renovatie en richtlijnen voor materiaalhergebruik.\n\n- Website met materialenplatform (doorverwijzing naar alle commerciële circulaire materialenboeren) met mogelijkheid om materialen aan te bieden en op te zoeken.\n\n- Online brochure met informatie rond circulair innoveren voor bouwheren."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nReststromen zijn materialen of producten die ontstaan tijdens een productieproces. Hoewel het niet het beoogde eindproduct is, hebben deze materialen of producten wel een bepaalde waarde. Hierdoor zijn ze mogelijk inzetbaar als grondstof. In de transformatie naar een circulaire economie spelen biomassa- en voedsel(rest)stromen, materiaal(rest)stromen en energie-overschotten een cruciale rol.\n\nOndanks dat Vlaanderen internationaal gezien een koploper is op het gebied van duurzaam beheer van voedselverlies en biomassa, en er aanzienlijk geïnvesteerd wordt in de recyclage en het hergebruik van materialen, blijft het potentieel van reststromen onderbenut. Uit het voortgangsrapport Circulaire economie 2022 in België van het BVO FEB blijkt “valorisatie van organische reststromen” de minst toegepaste circulaire strategie te zijn. Slechts 18% van de bevraagde bedrijven gaf aan deze strategie toe te passen. Dit staat in schril contrast met de 74% voor de strategie “verbeteren van processen om materiaalverbruik en/of afvalproductie te verminderen”.\n\nHet volledig voorkomen van reststromen is vandaag de dag echter verre van evident. Daarom is het inzetten op strategieën die inspelen op hergebruik en valorisatie van reststromen van cruciaal belang. De circulaire toepassing van restmaterialen laat op zich wachten door uitdagingen op juridisch-beleidsmatig, operationeel, economisch en milieuhygiënisch vlak.\n\nEr zijn talloze kleine, lokale initiatieven in Vlaanderen die reststromen een nieuw circulair leven proberen te geven. Desondanks zijn deze initiatieven vaak te duur en is het aanbod ongestructureerd. Het materiaalverbruik in Vlaanderen is verantwoordelijk voor 55-65% van de emissies, terwijl de circulariteit van materialen laag blijft, slechts 20,7% - een percentage dat vermoedelijk zelfs een overschatting is. Om de klimaatuitdagingen aan te gaan, is het essentieel dat het aandeel circulaire materialen toeneemt, met het hergebruik van reststromen als een belangrijke pijler.\n\nUit de bevragingen van het werkveld blijkt dat organisaties bereid zijn om in te zetten op de valorisatie van reststromen, maar dat er te weinig kennis en tools aanwezig zijn om dit op een efficiënte en effectieve manier te doen. Tegen deze achtergrond richt ons project zich op het evalueren van de huidige tools op hun toepasbaarheid in het domein van de reststromen en op het aansluiten van de noden en verwachtingen van het werkveld. De tool(s) moeten in de eerste plaats zorgen voor het kwantificeren van de impact van verschillende reststroomprojecten, maar ook helpen om de verbeterpunten te identificeren en het duurzaamheidsbewustzijn in organisaties te verhogen. Het uiteindelijke doel is om een bijdrage te leveren aan het verlagen van de ecologische voetafdruk, het verminderen van afval en het verhogen van de efficiëntie van hulpbronnen. Dit sluit direct aan op de Vlaamse context, waar een duidelijke behoefte is aan verbetering van de circulariteit en een meer gestructureerde aanpak van reststromen.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nWat zijn de behoeften en verwachtingen voor een circulariteitscalculator die zich specifiek richt op reststroomefficiëntie en welke parameters en variabelen zijn cruciaal?\n\nOm deze hoofdvraag te beantwoorden, zullen we volgende deelvragen afzonderlijk bekijken:\n- Deelvraag 1: Wat zijn de behoeften en verwachtingen van het werkveld voor een circulariteitscalculator met specifieke aandacht voor reststroomefficiëntie? (behoefteanalyse)\n- Deelvraag 2: Welke variabelen zijn het meest geschikt voor de opmaak van een circulariteitscalculator gericht op reststroomefficiëntie?\n- Deelvraag 3: Welk algoritme geeft het beste resultaat voor de circulariteitscalculator gericht op reststromen?\n- Deelvraag 4: Welke circulariteitsmetingen en -tools bestaan er al en in welke mate dekken deze de behoeften en verwachtingen af met betrekking tot reststromen en met betrekking tot de geïdentificeerde variabelen/algoritmes? (fit-gap analyse)\n\nMETHODOLOGIE\n\n1. Probleemidentificatie en Motivatie: De eerste stap is het grondig begrijpen en definiëren van het probleem. Voor dit project zullen we onderzoeken wat de specifieke noden en verwachtingen zijn van het werkveld om reststromen te kunnen evalueren naar circulariteit toe. Welke circulariteitsmetingen bestaan er en richten deze zich ook (voldoende) op reststromen? Wat zijn sterktes en verbeterpunten van deze tools specifiek naar reststromen toe? Hiertoe zullen we het werkveld (KMO’s in de maakindustrie bouwsector) alsook lokale overheden (provincie Antwerpen) en belangenorganisaties (bijv. VOKA en Vlaanderen Circulair) contacteren en bevragen d.m.v. een vragenlijst. We zetten een kwalitatief onderzoek (i.c. min. 10 interviews) op en bevragen de doelgroep (bijv. milieuverantwoordelijken, technische profielen,…) verder bouwend op de uitgestuurde vragenlijst, teneinde dieperliggende inzichten te kunnen bekomen. Ook de projecten van de onderzoeksgroep zelf zullen onderworpen worden aan de bevraging en gebruikt worden voor de evaluatie.\n2. Doelstellingen van de Oplossing: Gebaseerd op de geïdentificeerde problemen, definiëren we de noden en verwachtingen van het werkveld in een functionele analyse (wat moet de calculator bevatten?), de specifieke parameters en variabelen nodig voor de bepaling van reststroomefficiëntie, alsook het algoritme van de circulariteitscalculator.\n3. Evaluatie: de bestaande tools in kaart brengen, en deze evalueren op basis van een fit-gap analyse aan de hand van de literatuur, de kwalitatieve bevindingen van het werkveld en de vooropgestelde variabelen en algoritmes (fit-gap analyse).\n4. Communicatie: De resultaten van het onderzoek worden gecommuniceerd aan de academische gemeenschap, de industrie en andere belanghebbenden. Indien er een geschikte calculator(en) gevonden wordt, zal deze informatie inclusief een handleiding ter beschikking worden gesteld van het werkveld. Indien er nood blijkt te zijn aan een eigen calculator, zal er een vervolgproject worden uitgeschreven.","summary":"In Vlaanderen blijft het potentieel van reststromen onderbenut in de circulaire economie. Ons project richt zich op het evalueren en ontwikkelen van tools om reststromen efficiënt te valoriseren. Door het verhogen van de circulariteit van materialen en het verminderen van afval, streven we naar een lagere ecologische voetafdruk en efficiënter gebruik van hulpbronnen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002741","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n1. Nieuw Verworven Kennis:\n- Een gedetailleerd begrip van de huidige praktijken en uitdagingen gerelateerd aan het beheer van reststromen in de Vlaamse context.\n- Inzicht in de effectiviteit van bestaande circulariteitsmetingen aangaande reststromen en de identificatie van lacunes in deze methodieken.\n- Verfijnde kennis over de vereisten en criteria voor een effectieve circulariteitscalculator, specifiek afgestemd op reststroomefficiëntie.\n\n2. Inzicht in de noden en verwachtingen voor een circulariteitsmeting gericht op reststroomefficiëntie voor het werkveld.\n\nDe output van het project omvat:\n1. Antwoord op de noodzaak voor het werkveld voor een nieuwe circulariteitsmeting specifiek gericht op reststroomefficiëntie en afhankelijk van deze uitkomst:\n   1.a input voor een vervolgproject.\n   1.b overzicht inclusief handleiding van bestaande calculatoren.\n   \n2. Identificatie van de vereisten en criteria voor een effectieve circulariteitscalculator afgestemd op reststromen.\n\n3. Het algoritme voor een circulariteitscalculator met focus op reststroomefficiëntie."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nDuurzaamheidscommunicatie omvat vele facetten en neemt vele vormen aan. In een wereld waarin de effecten van klimaatverandering steeds zichtbaarder worden, is accurate en eerlijke duurzaamheidscommunicatie uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van de communicatiestrategie van vele bedrijven. In het kader van de nieuwe Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD, 2022/2464/EU), die in 2024 van kracht gaat, zullen grote Europese bedrijven bovendien verplicht worden om uitvoerig te rapporteren over hun impact op mensenrechten, milieu, en sociale normen. Dat vraagt om communicatieprofessionals met een grondig begrip van duurzaamheidsprincipes die dit op een ethisch verantwoorde manier effectief integreren en communiceren in hun werk.\n\nEen belangrijk domein binnen duurzaamheidscommunicatie is het terrein van duurzaamheidseducatie en -sensibilisering. Om de duurzaamheidstransitie te kunnen realiseren, zal dit veelal een verandering in mindset met een daaraan gekoppeld gedragsverandering van de burger/consument vergen (Nguyen & Johnson, 2020). Ook hier hebben communicatieprofessionals een rol te spelen, onder meer via het opzetten van sensibiliseringscampagnes of via het opzetten van concrete acties om consumenten te informeren, inspireren, motiveren en/of responsabiliseren tot eco-bewust handelen.\n\nVanuit de menswetenschappen is ondertussen uitgebreide kennis voorhanden over hoe en onder welke voorwaarden bedrijven en organisaties individuen kunnen stimuleren tot attitude- en/of gedragsverandering op het vlak van eco-bewust handelen (Hume, 2010; Lehner, Mont & Heiskanen, 2016; Nguyen & Johnson, 2020; Sangervo et al., 2022). Het nadeel is dat deze kennis versnipperd is en voortkomt uit verschillende disciplines, waaronder de communicatiewetenschappen, marketing, milieuwetenschappen, sociologie en psychologie. Dat maakt het moeilijk voor het werkveld om een coherent overzicht te krijgen van bestaande inzichten en om multidisciplinaire inzichten effectief te integreren.\n\nEen complexe uitdaging die zich stelt in de context van motiveren tot eco-bewust gedrag is dat individuen aanzienlijk variëren in hoe zij duurzaamheid interpreteren en waarderen (Nguyen & Johnson, 2020). Terwijl sommigen actief zoekend zijn naar duurzame opties en bereid zijn daarvoor extra te betalen, blijven anderen sceptisch, ambivalent of ongeïnformeerd over de milieu-impact van hun aankopen (Burke & Davis, 2014). Voor het ontwikkelen van effectieve communicatiestrategieën en het bevorderen van duurzaam consumentengedrag is het nochtans cruciaal om rekening te houden met deze verschillende houdingen en gedragingen t.a.v. de duurzaamheidsproblematiek.\n\nOV1: Welke consumententypologieën gerelateerd aan duurzaamheidsmarketing- en communicatie zijn reeds geïdentificeerd en wat zijn daarbij hun onderscheidende kenmerken (demografisch, psychografisch, gedragsmatig, …)?\nOV2: Welke wetenschappelijke modellen en strategieën van gedragsverandering zijn voorhanden die kunnen worden toegepast op de context van eco-bewust handelen?\nOV3: Welke kennis is voorhanden over de effectiviteit van deze strategieën en de noodzakelijke randvoorwaarden die moeten vervuld zijn om de beschreven strategieën te doen werken?\nOV4: Welke praktijkvoorbeelden kunnen we terugvinden van duurzaamheidscampagnes en acties door Vlaamse profit- en non-profitorganisaties die op innovatieve wijze stimuleren tot gedragsverandering en in hoeverre sluiten deze acties aan bij de in de literatuur beschreven modellen en strategieën van gedragsverandering?\n\nMETHODE\n\nSystematische literatuurstudie. We bestuderen zowel de academische als de vakliteratuur m.b.t. a) bestaande wetenschappelijke modellen en strategieën van gedragsverandering, inclusief hun effectiviteit 2) consumententypologieën m.b.t. duurzaam denken en handelen.\nVerzameling van usecases en good practices. We verzamelen voorbeelden uit de praktijk van initiatieven en campagnes van Vlaamse profit en social profit organisaties die eco-bewuster consumentengedrag tot doel hebben. Speciale aandacht gaat uit naar de evaluatie van hun effectiviteit, indien hierover informatie beschikbaar is.","summary":"Essentiële duurzaamheidscommunicatie voor bedrijven wordt steeds belangrijker, vooral met nieuwe rapportageverplichtingen. Het bevorderen van eco-bewust gedrag vereist begrip van diverse consumentenattitudes. Onderzoek richt zich op consumententypen, gedragsmodellen en effectieve strategieën voor gedragsverandering. Case studies van Vlaamse organisaties worden geanalyseerd om praktijkvoorbeelden en succesvolle benaderingen te identificeren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002742","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nWe schrijven een whitepaper en stellen die ter beschikking op de website van de onderzoeksgroep Media, Design en IT. We zorgen daarnaast voor een brede bekendmaking van de whitepaper via externe en interne kanalen, zoals een persbericht, nieuwsbericht in de digitale nieuwsbrieven van AP, in de nieuwsbrieven beheerd door vakorganisaties zoals APBC en ACC, via social media posts, en via gerichte mailing aan alumni communicatie.\n\nWe geven minstens 1 lezing/presentatie met als specifieke doelgroep communicatie- en/of marketingprofessionals op een vakgericht congres of evenement.\n\nWe ontwikkelen ondersteunend materiaal voor een lesmodule met als doelgroep communicatieprofessionals in opleiding (trajectschijf 2). Deze module zal worden geïntegreerd in het Sustainable Minds onderwijsontwikkelingsproject."},{"description":"Probleemschets\n\nIn de hedendaagse sociale sector stapelen de uitdagingen zich op door de toenemende complexiteit van onze samenleving:\n\n- Zorgverleners kampen met een berg aan administratie;\n- Ze staan voor een meer diverse cliëntengroep door een groeiende meertaligheid en complexer wordende problematieken \n- Ze worden geacht steeds meer digitale vaardigheden te beheersen. \n- Ook de organisatorische complexiteit op vlak van structuren en samenwerkingsverbanden neemt toe. \n\nDit alles resulteert in een stijgende werkdruk en minder tijd voor het menselijke contact dat cruciaal is voor warme hulpverlening.\n\nEr is in eerste instantie een dringende behoefte aan meer kennis over hoe artificiële intelligentie (AI) functioneel en ethisch verantwoord kan worden ingezet binnen de zorg. Het gebruik van AI in de sociale sector kan een positieve impact hebben op de cliëntbeleving van de zorg. Tevens kan AI de interne organisatie van de hulpverlening ondersteunen. Met de introductie van dergelijke technologieën kan de werkdruk verminderen en kunnen zorgverleners zich weer meer richten op wat echt telt: de menselijke interactie.\n\nDaarnaast wordt de informatievoorziening binnen de zorg vaak bemoeilijkt door slecht navigeerbare websites en platformen. Zorgverleners worden regelmatig geconfronteerd met dezelfde vragen van cliënten, waarvoor de benodigde informatie moeilijk te vinden is. Hier ligt een kans voor verbetering in toegankelijkheid en gebruiksgemak van informatie, zodat zorgverleners efficiënter en effectiever kunnen opereren. Onderzoek toont aan dat het gebruik van een chatbot met generatieve AI de productiviteit van werknemers kan bevorderen. Steeds meer bedrijven en overheidsinstellingen gebruiken chat-interfaces om informatie te ontsluiten. Dit onderzoeksproject zal dus tevens verkennen hoe AI-tools de druk kunnen verlichten en de kwaliteit van de zorg kunnen verhogen.\n\nOnderzoeksvragen\n\nOp welke manier en in welke vorm kan generatieve AI de sociale sector en meer specifiek de jeugdhulpverlening ondersteunen?\n\nDeelvragen:\n\n1) Welke ondersteuning met generatieve AI wordt momenteel al gehanteerd in de jeugdhulpverlening? Welke factoren zorgen momenteel voor een werklastverzwaring in deze sector? \n2) Hoe kan AI een antwoord bieden op de werklastverzwaring in de jeugdhulpverlening? \n3) Wat zijn mogelijke valkuilen van het gebruik van generatieve AI in de jeugdhulpverlening? \n4) Op welke manier kan een gespecialiseerde chatbot het werk van hulpverleners ondersteunen? \n5) Welke AI-vaardigheden verlagen mogelijk de werkdruk van hulpverleners?\n\nMethodologie\n\n1) Desk-research: Via desk-research wordt onderzocht op welke manier artificiële intelligentie reeds gebruikt wordt binnen de sociale sector (over landsgrenzen heen). \n2) Behoefte-onderzoek: De jeugdzorg vormt de focus van het onderzoek. Via focusgroepen per sector worden deelvraag 1-4 reeds bevraagd. Deelnemers aan de focusgroepen kunnen zich kandidaat stellen voor deelname aan het actie-onderzoek. \n3) Chatbot: In samenwerking met de partners uit het werkveld richten we een centrale database in die essentiële kennis bevat voor de hulpverlener. Deze kennis wordt toegankelijk gemaakt via een chat-interface, wat het opzoeken van informatie efficiënter maakt. Voor de ontwikkeling van de chatbot passen we de Retrieval Augmented Generation (RAG) methode toe, die recentelijk zeer populair is geworden. Deze methode maakt het mogelijk om aanvullende databronnen aan een taalmodel toe te voegen, zoals gebruikt in Microsoft Copilot voor het stellen van vragen over eigen data. We evalueren de voordelen en nadelen van het gebruik van een publieke interface, zoals die van OpenAI met de GPT-modellen, in vergelijking met het zelf hosten van een model. De benodigde input voor de chatbot wordt verzorgd door de sociale sector; in het behoefte-onderzoek wordt bepaald welke methode hiervoor het meest geschikt is. Dit proces zal verdiepend verder lopen via het participatieve actie-onderzoek en zal iteratief plaatsvinden, waarbij feedback van zorgverleners essentieel is. De chatbot zal toegankelijk zijn via een webapplicatie, waarin we ook een functie integreren om feedback te verzamelen die helpt om de kennisdatabase te verrijken en actueel te houden, en om de gebruiksvriendelijkheid van de chatbot te optimaliseren. \n4) Participatief actie-onderzoek: Het onderzoeksdesign combineert elementen uit actiegericht en practice-based onderzoek. Kenmerkend voor actieonderzoek is dat veranderen, leren en kennisontwikkeling hand in hand gaan. Door tijdens het onderzoek aan de slag te gaan met AI via input, reflectie, begeleiding en coöperatief leren, beïnvloeden we de praktijk en verwerven we informatie over de bruikbaarheid en impact van de tool en het werken met AI in de sociale sector. Het laat toe om op maat te werken, met maximale inbreng van de betrokkenen, aannames bij te sturen (reflexief), de praktijk te verbeteren en te zorgen voor een breder toepasbaar handelingskader om met AI aan de slag te gaan binnen zorgorganisaties. Dit sluit aan bij practice-based onderzoek. We willen kennis van en over het werken met AI in de beroepspraktijk naar boven halen. Door deze kennis te expliciteren en te delen met andere professionals wordt de professionele kennis omgezet tot nieuwe expliciete kennis. Het is in het effectief aan de slag gaan dat duidelijk wordt wat het effect is op de hulpverlening en organisaties. \n\nVia een community of practice (COP) gaan we met hulpverleners en organisaties aan de slag. Er wordt op geregelde tijdstippen geëvalueerd. In deze samenwerkingsvorm werken professionals uit de beroepspraktijk en de onderzoekers op regelmatige basis via een vastgestelde periode samen om door interactie en onderzoek kennis te ontwikkelen, te verdiepen en uit te wisselen. Aan de community of practice nemen binnen dit onderzoeksopzet 6 organisaties en 12 hulpverleners uit de sociale sector deel. Binnen de community of practice gebeuren volgende acties: \n- Input: de onderzoekers bieden inhoudelijke kennis, tools, etc. aan waardoor de deelnemers een kader krijgen vanwaar ze hun acties in hun organisaties kunnen opbouwen. \n- Reflectie: reflectie over eigen denken en handelen met betrekking tot het gebruik van AI en het ethisch kader daaromtrent is de rode draad die bewaakt wordt door de onderzoekers. Hiertoe is een veilige setting nodig waarbij ervaringen kunnen besproken worden. \n- Actie: dit project poogt veranderingen teweeg te brengen in denken én handelen van hulpverleners. Tijdens de bijeenkomsten van de COP worden hulpverleners stapsgewijs begeleid in het effectief opstellen van actieplannen met betrekking tot het gebruik van AI in de zorg. \n- Coöperatief leren: het leereffect voor onderzoekers én deelnemers wordt versterkt door evoluties en stappen met elkaar te delen.","summary":"In de sociale sector neemt de complexiteit toe met o.a. administratieve lasten en diversiteit bij cliënten. AI kan de werkdruk verlichten en de menselijke interactie bevorderen. Onderzoek richt zich op generatieve AI in jeugdhulpverlening, met focus op chatbot ontwikkeling en participatief actie-onderzoek voor praktijkverbetering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002743","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n1. Een database met relevante openbare documenten voor de jeugdhulpverlening en een door AI gestuurde chatinterface om informatie en documenten gemakkelijk terug te vinden, waardoor de administratieve werklast vermindert. Hierbij wordt rekening gehouden met privacy en ethische overwegingen.\n\n2. Op basis van de behoeften die naar voren komen uit het behoefteonderzoek, zullen extra AI-gedreven tools worden ontwikkeld.\n\n3. Een vormingstraject bestaande uit meerdere sessies, waarbij hulpverleners leren hoe ze de AI-kennis en -ondersteuning structureel kunnen inzetten in hun organisatie.\n\n4. Een nota met een overzicht van de kansen en valkuilen van AI in de jeugdhulpverlening."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nSinds 2000 organiseert de opleiding Communicatie van de AP Hogeschool de Video Experience Day (www.videoexperienceday.be), een evenement waarop, in samenwerking met Kanaal Z, awards worden uitgereikt aan de beste corporate video's van het voorbije jaar. De Video Experience Day (VED) geniet intussen van een ruime naamsbekendheid en populariteit in het veld, aangezien het tot op vandaag de enige gelegenheid is waar Belgische corporate videomakers samenkomen. Naast corporate video als prominent communicatiemedium in de schijnwerper plaatsen en een netwerkforum aanbieden aan professionals uit de sector (bedrijven, non-profitorganisaties, productiehuizen, communicatiebureaus, enz.) streven de organisatoren een derde belangrijke doelstelling na: knowhow bieden aan de sector omtrent creatie, productie en verspreiding van corporate video onder de vorm van onderzoek. Ondanks het feit dat video een steeds prominentere plek krijgt in de interne en externe communicatiemix van bedrijven, krijgt corporate video in de wetenschappelijke wereld immers weinig aandacht.\n\nIn de afgelopen 15 jaar werden daarom vanuit de AP hogeschool twee meerjarige PWO-onderzoeksprojecten uitgevoerd. Een eerste vond plaats in de periode 2010-2014. Dit multimethodisch onderzoek, dat bestond uit een inhoudsanalyse op de inzendingen van het corporate videofestival, diepte-interviews en een survey bij producenten, leverde kennis op m.b.t. de inhoudelijke en vormelijke verschillen tussen corporate video’s onderling. Het legde ook evoluties en trends in het corporate videowerkveld bloot, zoals de intrede van ‘emotional appeal’, de uitwaaiering van corporate video genres, de trend naar kortere films en de gegroeide mogelijkheden tot opknippen, moduleren en recycleren van beeld. Tenslotte bood het onderzoek een dieper inzicht in de Vlaamse videoproductiesector (Van Assche & Van Looveren, 2013a, 2013b, 2013c).\n\nIn de afgelopen tien jaar heeft de trend richting zeer gevarieerde visuele formats op sociale netwerksites zoals Facebook, Instagram, YouTube en TikTok (Willaerts, 2021) geleid tot aanzienlijke veranderingen in videogebruik en -inzet. Om zicht te krijgen op de impact hiervan op het corporate videoveld lanceerden de corporate video onderzoekers in 2020 een tweede langlopend onderzoek (2020-2024), het VIDA-onderzoek (www.ap.be/project/vida-video-activate), met focus op videodistributie en videoactivatie. De opkomst van sociale media heeft immers niet alleen nieuwe kansen gecreëerd, maar ook meer noodzaak doen ontstaan aan videoactivatie en videomarketing. Het VIDA team onderzocht in hoeverre en op welke manier corporate videoproducenten de kijkers proberen te activeren (Van Looveren & Zwanenburg, 2023b) en verder ook hoe videoproducenten hun corporate video’s distribueren in dit crossmediale tijdperk (Van Looveren & Zwanenburg, 2023a).\n\nNaast deze twee langlopende onderzoeken lanceerden de corporate video onderzoekers van AP in 2015 de Corporate Video Monitor (www.ap.be/project/corporate-video-monitor). Met dit onderzoek, dat jaarlijks wordt herhaald, wenst de onderzoeksgroep MDI systematisch de vinger aan de pols te blijven houden bij de snelle evoluties in het corporate videowerkveld. De monitor biedt het voordeel om trends doorheen de tijd binnen het werkveld goed te kunnen monitoren. Het voorliggend onderzoeksproject behelst de voortzetting van dit corporate videomonitor onderzoek. Dit project heeft tot doel trends op corporate video gebied te blijven monitoren, zowel op het niveau van de videoproducent als op het niveau van de videoconsument.\n\na) De monitoring op het niveau van de videoproducent gebeurt via een jaarlijkse survey bij productiehuizen en communicatiebureaus die een videoproductie inzenden voor de VED. Videoproducenten leveren onder meer een antwoord op een aantal vaste onderzoeksvragen. Welke doelen staan voorop? Via welke kanalen worden de corporate video’s verspreid? Welke actoren zijn betrokken bij productie en verspreiding? Hoe groot was het budget voor productie en verspreiding? Daarnaast voeren de onderzoekers jaarlijks een beperkte inhoudsanalyse uit op de ingezonden VED video’s. De combinatie van de antwoorden van de survey en de beperkte inhoudsanalyse verschaft inzicht in verschuivingen in types en evoluties in de inzet van het communicatiemiddel in het mediaplan van organisaties.\n\nb) De monitoring op het niveau van de videoconsument gebeurt i.s.m. met VBO en Ivox, door een tweejaarlijkse online bevraging van 1000 Belgische consumenten. De basismodule bevat een set vragen die bij iedere bevraging herhaald wordt en laat toe om verschuivingen doorheen de tijd op te volgen. Meer concreet wordt hier onder meer bevraagd in hoeverre het publiek videomateriaal van bedrijven effectief bekijkt, via welke kanalen en dragers dit gebeurt, in hoeverre het publiek dit type video waardeert en aan welke criteria bedrijfsvideo’s volgens dit publiek moeten voldoen om gesmaakt te worden.\n\nZowel in de bevraging van de producent als van de videoconsument zit naast een vast ook een variabel gedeelte. Dit maakt het mogelijk om in te spelen op actuele trends of veranderingen binnen het corporate videoveld of specifieke deelaspecten verder uit te diepen. Zo werd in 2021 ingezet op kennisvergaring omtrent corporate social responsibility video en in 2023 op employer branding video.\n\nIn het voorliggend corporate videomonitor project (2025-2027) zullen we ons in dit variabele gedeelte toeleggen op het thema ‘Video en generatieve AI’. AI zorgde in de voorbije twee jaar immers voor een stormachtige evolutie in de creatieve industrie. We gaan er, op basis van onze gesprekken met corporate experts, ook vanuit dat die evolutie zich de komende drie jaar nog sterk zal doorzetten. AI is momenteel een hot topic in de bedrijfswereld (Bharadiya, Thomas & Ahmed, 2023). Bovendien beginnen generatieve AI-tools stilaan ook steeds meer ingang te vinden bij het grote publiek (Duarte, 2024). Voorlopig is echter nog weinig geweten over de mate van acceptatie en het gebruik van AI door Belgische corporate videoproducenten in de verschillende stadia van het videoproductieproces. Om deze leemte op te vullen, willen wij het gebruik van AI systematisch mee monitoren in het variabele gedeelte van de volgende jaargangen van de Corporate Video Monitor. Daartoe voegen we extra vragen toe aan de jaarlijkse survey bij productiehuizen en communicatiebureaus (zie punt a). Daarnaast zullen we het thema van video en generatieve AI ook aan bod brengen in het variabele gedeelte van de online bevraging van de videoconsument (punt b). We vragen hoe de Belg staat tegenover het gebruik van AI in corporate video, in hoeverre hij meent AI-gegenereerde beelden te herkennen, en in hoeverre hij in professionele context en/of vrijetijdsverband zelf misschien al gebruik heeft gemaakt van door AI gegenereerde beelden.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\na) Vaste, jaarlijks weerkerende onderzoeksvragen\nOV1. In welke mate zien we verschuivingen in de productie, inzet en verspreiding van video door Belgische corporate videoproducenten over de periode 2025-2027 (producentenperspectief)?\nOV2. In welke mate zien we verschuivingen in gebruik, interesse en waardering van het Belgische publiek tegenover video van profit- en non-profitorganisaties in de periode 2015-2027? (consumentenperspectief)\nb) Variabele module rond AI\nOV3. Welke evoluties zien we in het gebruik van AI in de verschillende productiefasen van de ingezonden video’s voor de Video Experience Day 2024, 2025 en 2026? (producentenperspectief)\nOV4. Wat is de houding van de Belg t.o.v. het gebruik door bedrijven van door AI gegenereerd beeldmateriaal? (consumentenperspectief)\nOV5. In hoeverre maakt de Belg al gebruik van AI-tools voor het ontwikkelen van beeldmateriaal (stilstaand en bewegend beeld) in hun vrije tijd en/of in een professionele context?\n\nMETHODE\n\nWe combineren volgende onderzoeksmethodes: a) Deskresearch b) Online survey bij corporate video- en communicatieprofessionals die een corporate video inzenden voor de Video Experience Day c) Online survey bij 1000 Belgen representatief op geslacht, leeftijd, beroep en regio (waarbij de dataverzameling gebeurt met hulp van het online panel van iVOX).","summary":"De AP Hogeschool organiseert sinds 2000 de Video Experience Day, een bekend evenement voor Belgische corporate videomakers. Onderzoek richt zich op trends en evoluties in corporate video, met focus op videodistributie en activatie. Het project monitort ook het gebruik van generative AI in corporate video's.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002744","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nWe schrijven een whitepaper en stellen die ter beschikking op de website van de onderzoeksgroep MDI en op de website van de VED.\n\nWe zorgen daarnaast voor een brede bekendmaking van het onderzoek via de presentatie van (deel)resultaten in inspiratiesessies en via posterpresentatie op de VED, en via een onderzoeksartikel in het programmablad van dit evenement.\n\nVerder benutten we de website en socialmediakanalen van AP en van de VED om de onderzoeksresultaten in de kijker te plaatsen.\n\nOp basis van de onderzoeksresultaten publiceren we een persbericht en minimaal 2 blogberichten. Het persbericht bezorgen we aan de redacties van vakbladen zoals Pub en Media Marketing zodat zij zo mogelijk een afgeleid artikel kunnen publiceren op basis van dit persbericht."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nLEA (Low Energy Availability) wordt door het International Olympic Committee gedefinieerd als \"any mismatch between dietary energy intake and energy expended in exercise that leaves the body's total energy needs unmet, that is, there is inadequate energy to support the functions required by the body to maintain optimal health and performance\". Met andere woorden: een disbalans tussen de energie-inname en het energieverbruik. Het energieverbruik is hoger dan de energie-inname. Bij langdurige LEA functioneert het lichaam minder goed fysiologisch met op lange termijn een negatief effect op de gezondheid en prestaties van de atleet. Het leidt o.a. tot een verstoorde glycogeenopslag en hormoonbalans, verminderde concentratie en spierkracht, verhoogd risico op blessures en verstoord eetgedrag en een verhoogd stressniveau. Relative Energy Deficiency in Sport (RED-s) is een gevolg van langdurige LEA en brengt dan weer extra mentale en fysieke gevolgen met zich mee.\n\nLEA kan bewust of onbewust tot stand komen. Onbewust door een gebrek aan kennis over gezonde (sport)voeding. De atleet heeft onvoldoende zicht op hoeveel, wanneer en welke voeding nodig is voor zijn sportprestatie. Sociale media worden het meest gebruikt om voedingsinformatie op te zoeken. Deze info is vaak incorrect en werkt het probleem in de hand. Het identificeren van LEA vormt een uitdaging voor zowel coaches als atleten, omdat de symptomen subtiel kunnen zijn en overlappen met die van overtraining. Ook de tijdsdruk waaronder coaches en atleten presteren bemoeilijkt het proces van screening en herkenning. In een omgeving waar prestaties en resultaten centraal staan, bestaat het risico dat onvoldoende tijd en aandacht besteed wordt aan het nauwkeurig evalueren van de energiebalans van de atleet. LEA kan ook een bewuste keuze van de atleet (of coach) zijn. Deze keuze kan voortkomen uit het streven naar een ideaal lichaamsgewicht, wat de atleet als belangrijk beschouwt omdat hij denkt dat een lager lichaamsgewicht leidt tot een betere sportprestatie of omdat hij druk ervaart vanuit de maatschappij en het sportteam om een atletische lichaamsbouw te bereiken en behouden. LEA kan weliswaar op korte termijn een positief effect hebben op de sportprestatie en gewicht van de atleet. Maar op lange termijn heeft het echter een negatief effect. Bovendien wordt de invloed van het lichaamsgewicht op de sportprestatie zowel door de atleet als zijn entourage vaak overschat. Andere factoren zoals trainingsvolume en eerdere sportprestaties hebben een grotere invloed. Deze misperceptie bij coaches is te wijten aan een gebrek aan kennis en bewustzijn over de invloed van voeding en gewicht op de prestatie van de atleet. De vaardigheden van coaches om te communiceren over gewicht zijn daarnaast momenteel inadequaat.\n\nEen hoger risico op LEA stelt men in het bijzonder vast bij sporten die een indeling een gewichtsklassen hanteren (bijv. gewichtheffen of judo) of waarbij een esthetische beoordeling op basis van het gewicht en de lichaamssamenstelling wordt gemaakt (bijv. gymnastiek of synchroonzwemmen). Ook duursporters (bijv. wielrennen of afstandslopen) behoren tot de risicogroep, want hun sportprestatie kan beperkt worden door de zwaartekracht of verhoogde ervaren weerstand die gepaard gaan met een hoger lichaamsgewicht. Het energieverbruik in deze sporten ligt vaak hoger door het hoge trainingsvolume. Dit wordt vaak onvoldoende opgevangen door de energie-inname. Prevalentiecijfers bij niet-Belgische duursporters tonen aan dat 20 – 90% van de atleten een verhoogd risico heeft op of lijden aan LEA. Specifieke cijfers voor Belgische duursporters ontbreken.\n\nHet IOC pleit in zijn consensus statement van 2023 voor een bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de atleet als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de atleet en de zin van sportvoeding. Het betrekken van de sportdiëtist wordt aanbevolen. Eetexpert raadt aan om de focus niet te leggen op gewicht en eerder de ALLES-methode toe te passen in de communicatie rond gewicht bij sporters.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\nOV1: Wat is prevalentie van LEA bij Vlaamse duursporters die onder begeleiding zijn van een coach?\nOV2: Wat is de houding van de Vlaamse duursporter tegenover zijn lichaamsgewicht en voedingsgewoonten in functie van zijn sport?\nOV3: Wat is de houding van coaches van Vlaamse duursporters tegenover het lichaamsgewicht en voedingsgewoonten van de atleet in functie van zijn sport?\nOV4: Hoe kan een podcast worden ingezet om kennis en bewustwording over LEA bij duursporters en coaches te vergroten? Welke onderwerpen en benaderingen zijn het meest impactvol voor het bevorderen van preventie, herkenning en behandeling?\n\nMETHODOLOGIE\n1.1 Desk research (OV1, 2, 3 en 4)\nLiteratuurstudie naar oorzaken, gevolgen, prevalentie, diagnose en oplossingen voor LEA in de duursport. Waar hechten de coach en duursporter belang aan voor een betere sportprestatie?\n\n1.2 Prevalentie LEA duursporters (OV1 en OV2)\nDeze fase bestaat uit 2 delen. Deel 1 omvat een reeks kwantitatieve metingen om de energiebeschikbaarheid van duursporters in kaart te brengen. De energiebeschikbaarheid wordt via volgende formule berekend: energiebeschikbaarheid = (Energie-inname (kcal) - energievebruik door sport (kcal)) / vetvrije massa (kg)\n\nBovenstaande variabelen worden via volgende objectieve methoden gemeten:\n• Energie-inname: via het voedingspatroon aan de hand van een voedingsdagboek.\n• Energieverbruik: aan de hand van het rustmetabolisme en de mate van beweging.\no Rustmetabolisme gemeten via indirecte calorimetrie.\no De mate van beweging gemeten via de ActivPal, een valide en betrouwbare methode voor het meten van het activiteitsniveau. De ActivPal wordt gedragen gelijktijdig met het invullen van het voedingsdagboek.\n• Vetvrije massa: gemeten via de huidplooien en de BOD POD. Deze methodes worden beschouwd als betrouwbaar en valide. Het gewicht brengen we niet in kaart. Dit is geen predictor voor LEA. Mensen met een normaal gewicht (en BMI) kunnen ook lijden aan LEA.\n\nWanneer de energiebeschikbaarheid lager is dan 30 kcal/kg vetvrije massa spreken we van LEA.\n\nHet 2de deel bestaat uit een kwalitatief luik waarbij er d.m.v. semigestructureerde interviews wordt gepeild naar de attitude van de duursporter ten opzichte van gewicht en (sport)voeding.\n\nInclusiecriteria duursporter: Duursporter wordt in dit onderzoek gedefinieerd als een atleet die >6 uur per week loopt/zwemt en/of >10 uur per week fietst. Daarnaast moet de duursporter >18 jaar en onder begeleiding zijn van een coach. We beogen minimum 50 duursporters te meten. Deze metingen nemen (ongeveer) een halve dag per persoon in beslag.\n\n1.3 Attitude coaches (OV3)\nDe attitude van coaches ten opzichte van gewicht en belang van voeding voor de prestatie van de duursporter wordt, net zoals bij de duursporters, gemeten aan de hand van semigestructureerde interviews. Ook hiervoor wordt tijdens het project een leidraad opgesteld.\n\n1.4 Ontwikkelen podcasts (OV4)\nOp basis van de resultaten uit bovenstaande metingen wordt een podcastreeks ontwikkeld. Er wordt gekozen voor een podcast om zo een breed mogelijk publiek te bereiken. Deze worden gepubliceerd op Spotify en verspreid via onze samenwerkingspartners.","summary":"Marketing samenvatting: Leer over de gevolgen van Low Energy Availability (LEA) bij atleten. Ontdek hoe onbewuste LEA kan leiden tot gezondheidsproblemen en verminderde prestaties. Podcasts worden ingezet om bewustwording te vergroten. Onderzoek focust op prevalentie en attitudes van duursporters en coaches.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002745","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nEen bewustzijns- en kennisverhoging van zowel de duursporter als zijn entourage over de gevolgen van LEA op de prestaties en gezondheid van de duursporter, en de zin van sportvoeding. Dit bereiken we via een podcastreeks waarin verschillende topics worden besproken met gasten (duursporter, diëtist, coach, inspanningsfysioloog, ...).\n\nDe podcast wordt verspreid via het platform Spotify. We voorzien ook een onderzoeksrapport, 1 publicatie in een vaktijdschrift en 2 posterpresentaties op congressen. Opties tot externe financiering en dienstverlening worden tijdens het project bekeken.\n\nHet antropometrielabo wordt door dit onderzoek bekend bij coaches en atleten. Dit vormt een opportuniteit tot het uitbouwen van een dienstverleningsactiviteit waar sporters zich volledig en professioneel kunnen laten opmeten en zo een inzicht krijgen in bijvoorbeeld hun energiebeschikbaarheid."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nWe continueren het onderzoek van 2023-2024. Binnen een Local Energy Community (LEC) kunnen twee of meer digitale meters van LEC-leden met elkaar verrekend worden tot één netto-verbruik. Dat is een administratieve procedure: één kilowattuur opgewekt maar niet verbruikt op locatie X kan worden gerepresenteerd door één token. Door deze tokens over te dragen aan een ander lid binnen de LEC (lid Y) kan de meterstand van Y met 1 kilowattuur worden verminderd. Het gaat dus niet om de fysieke uitwisseling van energie, maar om de uitwisseling van representaties (tokens) van energie in een administratief proces.\n\nVandaag is er echter geen geijkte procedure voor deze administratieve afhandeling. Dit project is gericht op een efficiënte, slimme en veilige manier om de (virtuele) uitwisseling van energie in een energiegemeenschap te laten verlopen. Binnen deze gemeenschappen kunnen digitale meters van de leden met elkaar verrekend worden, bijvoorbeeld als een lid een overschot aan groene energie verkoopt aan een ander lid. De onderzoeksgroep test een blokchainsysteem om deze transactie te faciliteren met smart contracts. Zo kan overtollige energie decentraal, peer-to-peer uitgewisseld worden.\n\nIn 2022-2023 ontwikkelden we een virtuele proefopstelling van dit systeem. Dit proof-of-concept toont dat we een digitale meter kunnen uitlezen en de data publiceren op de blockchain. In 2023-2024 bouwden we een reële opstelling (inclusief software) om effectieve data te kunnen uitlezen van de testcase in Sint-Niklaas. We stelden ook een roadmap op voor het opzetten van een Local Energy Community, met een stapsgewijze beschrijving en de nodige informatie rond legale vereisten en aandachtspunten.\n\nNa het opstellen van de roadmap en de hard- en software voor de eerste case, willen we nu nagaan hoe effectief en toepasbaar deze tools zijn in andere cases.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nHoofdvraag: In hoeverre kunnen de transacties tussen de leden van een, in Vlaanderen gesitueerde, Local Energy Community foutloos, transparant en efficiënt verlopen via een gedecentraliseerde technologie (DLT) in overeenstemming met de individuele energiestromen van de leden van deze energiegemeenschappen?\n\nDeze hoofdvraag wordt beantwoord middels vier deelvragen:\n\n1. Hoe wordt een LEC opgestart en met welke regulatieve kaders moet in Vlaanderen rekening worden gehouden bij de opzet van een LEC in het algemeen en bij transacties binnen LECs in het bijzonder? Hierbij bouwen we verder op de realisaties uit SMACOLEC en SMACOLEC 2.0:\n• Marktonderzoek\n• Basis stappenplan voor het opstarten van een LEC\n\n2. Welke functies moet een transactie bevatten om, binnen deze regulatieve kaders, foutloos haar basale functie uit te voeren: éénn kilowattuur overschot bij lid X foutloos overdragen aan lid Y, zodat de afname van energie bij de energieleverancier daalt. Hierbij bouwen we verder op de realisaties uit SMACOLEC en SMACOLEC 2.0:\n• Basisopstelling van een gedecentraliseerde netwerk (DLT) om energiegegevens van meerdere slimme meters te capteren\n• Basis opmaak van een front-end, zodat leden van een LEC hun energiedata kunnen raadplegen op het gedecentraliseerd netwerk\n\n3. Welke andere functies moet de transactie, naast deze basale functie, bevatten om de transactie van energie optimaal te laten verlopen volgens verschillende vereisten, zoals b.v. het uitsluiten van fraude, het prioriseren binnen de LEC voor het opladen van elektrische wagens, et cetera?\n\n4. Wat zijn de kosten en baten van dit systeem, afgezet tegen de kosten en baten van alternatieve systemen als (i) centrale verrekening of (ii) werken zonder LEC en de overtollige energie verkopen aan het net?\n\nMETHODE\n\nWe hanteren de design-science-research methode voor dit project. In de vorige jaren voerden we reeds een analyse uit en starten we met het bouwen van de tools. In deze fase van het project starten we enerzijds aan het implementeren en testen van de roadmap voor de opstart van een LEC en van onze softwareapplicatie in een aantal nieuwe testcases. Door middel van iteratieve evaluatie, kunnen we deze tools verder verfijnen. Daarnaast zullen er op basis van onze bevindingen in deze testcases ook twee business cases ter beschikking worden gesteld die een aanvulling vormen op de roadmap: we beschrijven niet enkel hoe een LEC moet worden opgezet, maar reiken ook een tool aan om de haalbaarheid en de rendabiliteit van een LEC te berekenen. In een laatste fase gaan we de uitkomsten van het project verspreiden via verschillende kanalen én het organiseren van een event.","summary":"Dit project onderzoekt een efficiënte manier om energie-uitwisseling binnen een energiegemeenschap te faciliteren via blockchain en smart contracts. Het doel is om transparante en foutloze transacties tussen leden mogelijk te maken. De focus ligt op het testen van deze tools in verschillende cases en het beantwoorden van vragen rond opstart, functionaliteit, kosten en baten van het systeem.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002746","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nIn 2024-2025 testen we hoe performant en robuust onze oplossingen zijn in vergelijking met andere systemen. 'Performant' vatten we daarbij breed op en omvat bijvoorbeeld ook de duurzaamheid van het systeem zelf. Robuustheid is voor ons de foutmarge van het systeem zo klein mogelijk houden en de operationele stabiliteit van de oplossing zo hoog mogelijk.\n\nNaast het uittesten van onze hard- en software, zullen we ook de roadmap inzetten in een aantal testcases om de inzetbaarheid van deze tool te verifiëren. Op basis van deze testcases zullen we de tools iteratief evalueren en aanpassen met als doelstelling het opleveren van volgende output:\n\n1. Stap per Stap Procedure voor de opstart van een LEC\n2. Een businesscase die de technisch-economische haalbaarheid van een LEC gebaseerd op smart contracts beschrijft voor drie cases en afzet tegen alternatieven.\n3. Een berekeningswijze om de rendabiliteit van een LEC met smart contracts te bepalen voor een organisatie. We presenteren dit met de businesscase en stellen het ook online beschikbaar.\n4. Een generieke IT-oplossing (d.w.z. een set van functies) met een front-end voor een LEC met smart contracts, toepasbaar op andere LECs dan in de casestudies.\n\nWe organiseren een event rond deze vier resultaten, gericht op implementatie van het model bij partijen waarmee we geen casestudy deden (dienstverlening) en op de verwerving van casestudy-partners voor verdere onderzoeksprojecten rond LECs."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nDankzij de huidige AI-revolutie breekt er een nieuw tijdperk aan binnen immersive storytelling in Extended Reality (XR). Tijdens Show & Tell (PWO, 2017-2019) benadrukte het Immersive Lab al dat verdere ontwikkeling van Artificiële Intelligentie (AI) en computer-algoritmes nodig is om de narratieve flexibiliteit van de gebruiker verder te verbeteren (AP Hogeschool, 2019). Zo kan AI een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van nieuwe interactieve vertelvormen waarbij de verhaalwereld zich aanpast aan de gebruiker. De enorme groei van deze technologieën in de voorbije jaren maakt het mogelijk om de overstap van storytelling naar storyliving te maken. Hierbij maakt de gebruiker integraal deel uit van de VR-experience; zijn of haar ervaringen, gedragingen, reacties en uitkomsten worden een onderdeel van het verhaal (Vallance & Towndrow, 2022).\n\nDenk maar aan VR-werelden of verhaallijnen die zich aanpassen aan bepaalde keuzes die de gebruiker maakt. Bij storyliving “wordt” de deelnemer letterlijk het verhaal (Rubin et al., 2016), wat resulteert in een adaptieve XR-ervaring die telkens tot unieke gebruikerservaringen leidt. Binnen adaptieve XR zal de wereld in real-time worden aangepast op basis van verschillende interacties tussen de gebruiker en zijn omgeving. Het maken van zo’n adaptieve ervaring zal zorgen voor creatieve uitdagingen (overgang van storytelling naar storyliving), evenals technische (AI-modellen, hardware restricties) en user experience uitdagingen (UX, emoties).\n\nOp creatief vlak stelt adaptieve XR-content nieuwe uitdagingen voor de XR-producent, aangezien de kijkers hun eigen gezichtspunt, kijktijd en verhaallijn kunnen kiezen (Papathanasiou et al., 2022). Nieuwe storytellingtechnieken zijn dus essentieel om de transitie van storytelling naar storyliving mogelijk te maken. De game-industrie gebruikt al geavanceerde technieken om non-lineaire verhalen te vertellen en interactieve werelden te creëren. Verder toonden Paraschos en Koulouriotis (2023) in hun review aan dat adaptieve en gepersonaliseerde games voor een positieve ervaring zorgden. Deze methoden kunnen echter niet zomaar rechtstreeks worden overgenomen in Virtual Reality (Filmby Aarhus et al., 2019).\n\nMETHODE\n\nDeskresearch: Best practices verzamelen. Meetinstrumenten voor user research in kaart brengen. Literatuurstudie naar de verschillende parameters binnen storyliving. Vergelijking maken van voor- en nadelen van de bruikbare tools voor het creëren van adaptieve ervaringen.\n\nOntwikkelen van proof of concepts: 3 POC’s ontwikkelen – 2 eigen POC’s en 1 studentenproject – telkens gericht op het beantwoorden van meerdere onderzoeksvragen. Er wordt onderzocht hoe we adaptieve XR-ervaringen eenvoudig en laagdrempelig kunnen implementeren en hoe we AI hierbij kunnen betrekken. Op minstens 1 POC zal ook een user test worden uitgevoerd ter voorbereiding van het experiment in WP4.\n\nExperiment: Gebruikersonderzoek voor 1 POC in jaar 2. Via een experiment worden 1 of meerdere eigenschappen (bv verhaal, omgeving, interacties met objecten) van de XR-ervaring aangepast op basis van de gebruikersinput. Tijdens het experiment meten en evalueren we de invloed van de ervaring via zowel psychofysiologische maten (aandacht meten via eye tracking, hartslag meten via hardware) als zelfrapportering (vragenlijsten met gevalideerde meetschalen). Hiervoor zullen we minstens 30 personen per experimentele conditie testen.","summary":"De AI-revolutie opent mogelijkheden voor adaptieve XR-ervaringen waarbij storytelling verandert in storyliving. Onderzoek richt zich op nieuwe storytellingtechnieken, meten van emotionele reacties en real-time aanpassingen. Een framework wordt ontwikkeld voor XR-producenten in entertainment, technologie en klinische sectoren. Experimenten zullen de effectiviteit van adaptieve XR-ervaringen meten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002747","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeskresearch: Overzicht van parameters en best practices voor bestaande storytellingtechnieken, voor adaptieve content in XR en van storyliving. Deze zullen gedeeld worden in een whitepaper.\n\nProof of concepts: 2 POC’s, 1 studentenproject\n\nUser manual: Handleiding met gevalideerde informatie over ontwikkeling van Adaptieve XR-ervaringen. Binnen deze handleiding zal er een Framework over de verschillende parameters van storyliving worden uitgewerkt. Verder zullen we, op basis van de resultaten van het experiment, integreren hoe persoonlijke informatie kan gebruikt worden om adaptieve XR-content te maken.\n\nUser research: 1 user test + 1 experiment voor testen persoonlijke ervaringen in Adaptieve XR. De resultaten van het experiment zullen gedeeld worden in ofwel een whitepaper of in een academisch tijdschrift. Deze kunnen ook gepresenteerd worden op conferenties en lezingen.\n\nWorkflow: Een technische workflow opstellen om op een optimale manier een real-time adaptieve XR-wereld te laten functioneren."},{"description":"Probleemschets\n\nHet project TPG 2.0 (2022) ontwikkelde en testte een uitgebreidere vragenpool voor drie van de vier toetsen van de Vlaanderen brede afwijkende toelatingsproef voor graduaatsopleidingen (TPG). Deze vragenpool werd gebruikt bij de toetsafname van TPG van mei tot november 2023. Uit de toets statistieken bleek dat het slagingspercentage voor de TPG daalde van 70% naar 60%. Daarvoor zijn verschillende verklaringen mogelijk:\n\nDe nieuwe TPG-items zijn niet valide of betrouwbaar en dat vertekent de scores van studenten.\n\nDe TPG op basis van de nieuwe itempool is daadwerkelijk moeilijker.\n\nDe samenstelling van de groep kandidaat-studenten verandert en dit is gerelateerd met het slagingspercentage op TPG. Er is bijvoorbeeld een groter aantal kandidaat-studenten dat de TPG voor een tweede keer aflegt.\n\nOm te achterhalen welke hypothesen een verklaring bieden, is bijkomend onderzoek noodzakelijk. Enerzijds moet de validiteit en betrouwbaarheid van items in de nieuwe itempool worden nagegaan. Anderzijds zijn historische analyses nodig op de vier cohorten studenten die TPG reeds aflegden.\n\nVerder hoeft het dalende slaagcijfer op de TPG niet noodzakelijk een negatieve connotatie te hebben. Immers niet elke kandidaat-student die in het hoger onderwijs instroomde via TPG bleek ook succesvol op het einde van het eerste jaar. De combinatie van een lager slagingspercentage op de TPG in combinatie met betere studieprestaties in het hoger onderwijs van geslaagde studenten betekent immers dat de toets accurater selecteert. Dit kan echter enkel worden nagegaan door predictieve analyses voor studiesucces uit te voeren op het huidige cohort van geslaagde studenten voor TPG en die resultaten te vergelijken met eerder uitgevoerde analyses op twee eerdere cohorten.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDaartoe zetten we een derde iteratie in het TPG onderzoek op en pakken daarin volgende onderzoeksvragen aan:\n\nOV1: Wat is de betrouwbaarheid en validiteit van de itempool voor de verschillende toetsen in de TPG?\n\nOV2: Welke tendensen zijn er zichtbaar in de samenstelling van de groep deelnemers aan de TPG? Zijn de verschillen over de cohorten heen significant?\n\nOV3a: Zijn de gemiddelde scores (studieprestaties) van studenten die instromen via TPG op het einde van het eerste jaar hoger onderwijs, vergelijkbaar met de scores van studenten die instromen op basis van hun diploma?\n\nOV3b: Is het percentage verworven credits (studierendement) van studenten die instromen via TPG op het einde van het eerste jaar hoger onderwijs, vergelijkbaar met het percentage van studenten die instromen op basis van hun diploma?\n\nOV4: In welke mate verklaren achtergrondkenmerken van studenten mee eventuele verschillen in studieprestaties en studierendement tussen studenten die instromen via TPG en studenten die instromen op basis van hun diploma?\n\nOV5: In welke mate voorspellen toetsen uit de TPG studieprestaties en studierendement?\n\nMethodologie\n\nVoor het beantwoorden van de eerste onderzoeksvraag zullen we IRT-analyses uitvoeren op de itempool. Deze geven een indicatie van de spreiding van moeilijkheid van de items alsook de inhoudsvaliditeit. Om de betrouwbaarheid van de items in kaart te brengen zullen we per toets de cronbach alpha berekenen als maat voor interne consistentie.\n\nVoor het beantwoorden van de tweede onderzoeksvraag zullen we de achtergrondgegevens die kandidaat-studenten geven bij de afname van de TPG analyseren. We zullen de gegevens voor de 4 cohorten studenten samenvoegen. We zullen tendensen verkennen door ze te visualiseren. Om de significantie van tendensen na te gaan, maken we gebruik van kruistabellen en chi kwadraattesten of van ANOVA analyses, waarbij we significantietesten en testen voor effectgrootte uitvoeren.\n\nVoor het beantwoorden van de derde en vierde onderzoeksvraag koppelen we de toetsprestaties op de TPG van kandidaat-studenten met studiesuccesgegevens en achtergrondkenmerken die we bij de hogescholen opvragen. We voeren voorspellende analyses uit met toegangskanaal als voorspeller en studieprestaties of studierendement als afhankelijke variabele. We maken gebruik van lineaire regressieanalyses en voeren zowel significantietesten als testen naar de effectgrootte uit. In een tweede stap nemen we achtergrondkenmerken als extra voorspellers mee en analyseren hoe deze extra voorspellers het significantieniveau en de effectgroottes beïnvloeden.\n\nVoor het beantwoorden van de laatste vraag voeren we lineaire regressieanalyses uit met de score op toetsen uit de TPG als voorspeller en studieprestaties of studierendement als afhankelijke variabelen. We analyseren daarbij zowel het significantieniveau als de effectgrootte.","summary":"Het TPG 2.0 project ontwikkelde een uitgebreidere vragenpool voor de toelatingstoets voor graduaatsopleidingen. Het slagingspercentage daalde van 70% naar 60%, wat diverse verklaringen kan hebben. Verdere onderzoeken zijn nodig om hypothesen te bevestigen. Nieuwe analyses en voorspellende studies worden uitgevoerd om de validiteit en betrouwbaarheid van de toets te evalueren en de selectie van succesvolle studenten te verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002748","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nOp basis van de resultaten formuleren we (beleids)aanbevelingen. Deze schrijven we, samen met de onderzoeksresultaten, neer in een onderzoeksverslag.\n\nWe presenteren de resultaten en aanbevelingen op de stuurgroep voor de TPG. De verdere disseminatie vertrekt vanuit de stuurgroep."},{"description":"CONTEXT\n\nFietslogistiek naar een nieuw niveau tillen, dat is de ambitie van dit VIL-project. Daarvoor wordt gekeken naar de nieuwe, grotere types fietsen en aanhangers, die onder andere ook geschikt zijn voor palletvervoer. Daarnaast kunnen aangepaste (netwerk)structuren de verwerking van grotere volumes faciliteren.\n\nVoor welke stromen kunnen deze nieuwe types cargofietsen ingezet worden? En hoe kunnen ze geïntegreerd worden in bestaande logistieke flows?\n\nFietslogistiek is een vast onderdeel geworden van bepaalde logistieke flows. Zeker in een stedelijke omgeving, waar ze de vergroening van stadslogistiek mogelijk maken. ‘Klassieke’ logistieke dienstverleners en verladers erkennen ook deze opportuniteiten en werken steeds meer samen met fietslogistieke bedrijven. Ook het gebruik van stadshubs is een belangrijke factor om fietslogistiek naar een hoger niveau te tillen.\n\nDOELSTELLINGEN\n\nDit project laat de deelnemers toe om samen met VIL en zijn onderzoekspartners (BCLF, UAntwerpen en AP Hogeschool) te ontdekken:\n- Welke de nieuwste technologische innovaties op het gebied van Fietslogistiek XXL zijn\n- Waarvoor deze wel of niet praktisch bruikbaar én economisch haalbaar zijn\n- Hoe Fietslogistiek XXL kan worden aangepakt binnen een bestaand bedrijfsmodel\n- Hoe deze zaken samen fietslogistiek naar een nieuw niveau kunnen tillen, met de verwerking van grotere volumes","summary":"Dit project tilt fietslogistiek naar een hoger niveau met grotere fietsen, palletvervoer en netwerkstructuren voor grotere volumes. Het stimuleert samenwerking tussen logistieke partijen en de integratie van cargofietsen in stadslogistiek, inclusief stadshubs. Het onderzoekt de nieuwste technologische innovaties en economische haalbaarheid, en hoe deze de fietslogistiek naar een hoger niveau kunnen tillen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002749","result_description":"Hier is de verbeterde tekst:\n\nInventariseren en categoriseren van beschikbare XXL oplossingen, incl. best practices;\n\nStakeholderbevraging met als doel behoeften/vereisten/mogelijkheden in kaart te brengen;\n\nUittekenen van een operationeel model met:\n- Inzetbaarheidsmatrix naar type goederen en goederenstroom: welke fietsen voor welke toepassingen?\n- Oplijsting van randvoorwaarden en kwalitatieve aspecten (bv. juridische aspecten, congestiegevoeligheid, …)\n- Visualisatie van de workflow (bv. stadsrandhub, microhubs, mobiele hubs, …)\n\nUitwerking van een TCO-tool die ook de vergelijking maakt met de kost van levering via een elektrische bestelwagen\n\nPilootprojecten: validatie van het operationeel model in de praktijk"},{"description":"Probleemstelling\nVia twee deelprojecten wordt gefocust op zowel de implementatie van Europese projectresultaten in de zorgsector als het verkrijgen van de juiste data over personen met een handicap. In het eerste deelproject wordt nagegaan hoe zorgprofessionals de resultaten van Europese projecten ontvangen en hoe deze sterker/beter geïmplementeerd kunnen worden bij zorginstellingen. Het tweede deelproject concentreert zich op het zichtbaar maken van personen met een (vermoeden van) handicap die niet aan de erkenningsnormen voldoen. De federale overheid onderzoekt momenteel de mogelijkheid om meer personen met een handicap te erkennen, maar het is nog niet duidelijk wat de zorgnoden van deze personen zijn en wat de belasting is op vlak van zorg. Er is nood aan een beter begrip van de zorgnoden bij de personen die momenteel niet erkend worden.\n\nOnderzoeksvragen\nDeelproject \"Implementatie projectresultaten\":\n1. Hoe kan een algemeen model ontwikkeld worden voor succesvolle implementatie, disseminatie en valorisatie van projectresultaten voor projectmedewerkers in de gezondheidszorg?\n2. Wat zijn de belemmerende en bevorderende factoren voor implementatie van projectresultaten in een zorginstelling (via de toepassing van het model op twee eerder onderzochte projecten)?\n\nDeelproject \"Data personen met een handicap\":\n1. Hoe kunnen eerstelijnszones een beeld krijgen over de situatie voor personen met een (vermoeden van) handicap?\n2. Hoe kunnen eerstelijnszones een beeld krijgen over de toegang tot eerstelijnsdiensten voor personen met een (vermoeden van) handicap die niet erkend zijn?\n3. Welke datasets zijn relevant en kunnen ontwikkeld worden met betrekking tot de noden en het bestaand aanbod aan data ten aanzien van deze doelgroep? Met insteek om een zorgraad (en hun netwerk) te ondersteunen in het opzetten van acties.\n\nMethodologie\nHet onderzoek zal een combinatie van kwalitatieve data-analyse en exploratieve studies omvatten:\n- Literatuuronderzoek / desk research over de gebruikte modellen over implementatie, disseminatie en valorisatie\n- Kwalitatieve interviews met projectverantwoordelijken en werkveldpartners\n- Opmaak van een handboek over implementatie\n- Contextscan: beschikbare data over erkende personen met een handicap in kaart brengen. Rondvraag en interviews bij medewerkers van de eerstelijnszorg over de erkenning van personen met een handicap en de \"onzichtbare\" personen met een handicap\n- Nodenbevraging bij organisaties die input kunnen verlenen over de \"onzichtbare\" personen met een handicap\n- Kwalitatieve data-analyse van de nodenbevraging en opstellen van een plan van aanpak\n\nVerwachte resultaten\nHet eindresultaat is een beknopt en concreet handboek ter ondersteuning voor de implementatie van projecten. Het zal aanwijzingen bevatten voor alle fasen van projecten. Het handboek wordt publiek gepromoot door Gouverneur Kinsbergencentrum (GKC) en AP Hogeschool. Deelproject twee resulteert in een plan van aanpak om personen met een handicap die niet voldoen/onder de radar zijn van erkenning zichtbaar te maken. Het plan van aanpak wordt ook publiek bekend gemaakt door GKC en AP Hogeschool. Op die manier verkrijgen de betrokken actoren een correcte weergave over de zorgnood en de zorgvraag van personen met een handicap.","summary":"Focust op implementatie van Europese projectresultaten in zorg en verkrijgen van data over personen met handicap. Ontwikkelen van implementatiemodel en data-analyse om zorgnoden in kaart te brengen. Resultaten leiden tot handboek en plan van aanpak voor zichtbaarheid en ondersteuning van personen met handicap.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002750","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nIn dit project willen we het ecosysteem van oncologisch onderzoek en zijn praktijken in vraag stellen door een standpunt in te nemen dat gebaseerd is op de toegevoegde waarde voor patiënten. We willen de mogelijkheid onderzoeken om de dimensies van patiënten en kennis van meerdere belanghebbenden in de onderzoeksvragen op te nemen om de barrières, hefbomen en mogelijke toekomstige contouren in oncologisch onderzoek te definiëren. Hoewel deze transformatie van gezondheidsonderzoek wenselijk is vanuit sociaal, ecologisch en zelfs economisch oogpunt, en hoewel de huidige trends de patiëntgerichtheid en de kwaliteit van leven bevorderen, stuiten de genomen maatregelen op meerdere obstakels en tegenstellingen omdat het van invloed is op de economische ontwikkeling, zorgconfiguraties (institutioneel en relationeel) en zelfs sociale identiteiten.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe centrale doelstelling van het project is dan ook het identificeren van de objectieve barrières (beperkingen op onderzoeks- en zorgmodaliteiten), de subjectieve blokkades (persoonlijke en sociale relaties) en de sociale en politieke conflicten veroorzaakt door de integratie van de stem van de patiënt gericht op het uitdagen van het single vision systeem van oncologisch onderzoek.\n\nDeze algemene doelstelling kan worden onderverdeeld in drie deelvragen die zullen worden aangepakt met specifieke en gemengde wetenschappelijke methodologieën om onze overkoepelende onderzoeksvraag te beantwoorden: \"Hoe kan de stem van de patiënt op een zinvolle manier worden verankerd in de verschillende stadia van kankeronderzoek om de waarde van de patiënt te verbeteren?\":\n\n1. Wat zijn de bestaande praktijken en de huidige visie op patiëntwaarde in oncologisch onderzoek, inclusief klinisch onderzoek?\n\n2. Wat zijn de objectieve en subjectieve beperkingen die de integratie en participatie van patiënten in de verschillende stadia van het onderzoek en in de kliniek belemmeren?\n\n3. Wat zijn de mogelijke scenario's voor het overwinnen van sociaal-technische blokkades om de vormen van integratie van eindgebruikers/betrokken stakeholders/patiënten te benaderen?\n\nMethodologie\n\nFASE 1 – Situatieanalyse – bestaande praktijken en huidige visie op PV in oncologisch onderzoek\n\nPatiëntenateliers:\n\nWe zullen verschillende ateliers uitvoeren met behulp van narratieve en participatieve methodologieën van de ervaringen van patiënten met kanker om PV te definiëren. Deze ateliers zullen ons in staat stellen om, aan de hand van de verhalen van patiënten, de onvervulde behoeften, hun voorkeuren en waar in hun therapeutisch traject een gebrek aan PV is, te identificeren.\n\n'Stakeholders' Ateliers:\n\nHet doel van deze ateliers is om een beter begrip te krijgen van wat PV betekent voor de verschillende stakeholders, waar PV zou moeten zijn in het kankeronderzoeksproces en hoe meer PV kan worden geïmplementeerd in het huidige kankeronderzoekssysteem. Voor deze doelgroepen brengen we verschillende experts en professionals uit het oncologisch onderzoekslandschap samen (zorgprofessionals, onderzoekers, beleidsmakers, farma, maatschappelijk werkers, ...). De ateliers zullen worden ontworpen en geleid in een participatieve vorm met een samenwerkingsinstrument om de expressie en participatie van de verschillende belanghebbenden te vergemakkelijken; en profiteren van collectieve intelligentie.\n\nGemengde Ateliers:\n\nIn een derde fase brengen we 'professionele' stakeholders en patiënten samen in gezamenlijke ateliers. Ook hier zullen deze gesprekken worden gefaciliteerd door een participatieve en collaboratieve methode om de debatten te laten vloeien en een eerlijke en respectvolle uitwisseling van kennis te bevorderen (artistieke facilitering, collectieve intelligentie, enz.).\n\nDataverzameling en -analyse: waar mogelijk worden ateliers vastgelegd. Opnames kunnen worden aangevuld met livestream, visuele notities en/of live notities. De verkregen gegevens worden verwerkt door middel van thematische en inhoudelijke analyse. Deze narratieve benaderingen zullen worden gekoppeld aan een literatuuronderzoek om academische kennis te verzamelen over bestaande praktijken en de huidige visie op PV in oncologisch onderzoek, inclusief klinisch onderzoek. Het verzamelen en analyseren van gegevens is gelijk aan de vorige ateliers.\n\nFase 2 – Objectieve en subjectieve beperkingen voor patiëntbetrokkenheid\n\nDeze fase is gericht op het identificeren van de objectieve en subjectieve beperkingen die de integratie en participatie van patiënten in de verschillende stadia van onderzoek en zorg belemmeren. Deze fase verloopt in drie stappen:\n\n1. Ontwerp casestudies: fase 1 stelt ons in staat om casestudies af te leiden uit de gegevens die zijn verzameld uit fase 1 ateliers die dienen als een springplank om de problemen en barrières te verkennen.\n\n2. Raadpleging van belanghebbenden (patiënten, zorgverleners, onderzoekers, farmaceutische industrie, beleidsmakers, burgers, maatschappelijk werkers, enz.): enquête + semi-gestructureerd interview (op basis van casestudies en literatuuronderzoek).\n\n3. Veldonderzoek: observationeel onderzoek dat erin bestaat om als onderzoeker in de groep van mensen met wie een dataproductieproces wordt overwogen de barrières die belanghebbenden in het veld tegenkomen in situ te observeren (gemengde methoden: kruisbestuiving van kennis, theaterforum, participatieve observatie...)\n\nData-analyse: statistische analyse van de enquêtes en kwalitatief thematische analyse van de interviews en observaties.\n\nFase 3 – Mogelijke scenario's voor het overwinnen van sociaal-technische blokkades\n\nDoor gedurende de onderzoeksfasen een iteratieve aanpak te hanteren met de belanghebbenden, kan in fase 3 een co-creatie van mogelijke oplossingen worden gefaciliteerd. Om mogelijke scenario's uit te werken, zal de prognosemethodologie worden gebruikt, bestaande uit verschillende stappen: Horizon scanning, drijfveren voor verandering, scenario's, kansen en uitdagingen en beleidsimplicaties.\n\nResultaten en output\n\nEen gedetailleerd en transdisciplinair begrip van deze blokkades en conflicten zal het mogelijk maken om scenario's op te stellen voor het overwinnen van de geïdentificeerde obstakels om een toekomst van oncologisch onderzoek te benaderen die collectief wordt gedefinieerd door de betrokken belanghebbenden om de waarde van de patiënt te maximaliseren (geïnspireerd door de methodologie van prognoseonderzoek). Daarnaast omvat het resultaat een conceptualisatie van de waarde van de patiënt (patiëntwaarde) en een gedeelde visie op de aanpak van oncologisch onderzoek op basis van de waarde van de patiënt.\n\nDe precieze vorm van de output is, gezien het transdisciplinaire aspect van dit onderzoek, moeilijk in kaart te brengen aangezien dit volledig afhankelijk zal zijn van de resultaten. Het is belangrijk dat de onderzoekers binnen dit project geen bepaalde verwachting creëren om te vermijden dat ze de gesprekken met de verschillende stakeholders zouden sturen.\n\nIn het kader van dit project mogen volgende types van output verwacht worden: wetenschappelijke publicaties, blogposts en disseminatie van resultaten via de site van Symphony of Us.","summary":"Dit project onderzoekt hoe de stem van de patiënt geïntegreerd kan worden in oncologisch onderzoek om de waarde voor patiënten te verbeteren. Door ateliers met patiënten en stakeholders te organiseren en data te analyseren, worden barrières geïdentificeerd en oplossingsscenario's ontwikkeld. Het resultaat omvat een gedeelde visie op de aanpak van oncologisch onderzoek en mogelijke wetenschappelijke publicaties.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002751","result_description":null},{"description":"De belangrijkste bronnen van stress voor cadetten worden in veel studies geïdentificeerd, maar er is behoefte aan een aanvaard meetinstrument voor de beoordeling en monitoring van de geestelijke gezondheid van zeevarenden.\n\nAangezien beroepsmatige en psychosociale stress een dynamisch proces is, is een longitudinale studie nodig om de effecten van stressoren op het welzijn van zeevarende cadetten te onderzoeken.","summary":"Meetinstrument nodig voor beoordelen en monitoren van geestelijke gezondheid van zeevarenden, stressbronnen identificeren en effecten op welzijn van cadetten onderzoeken.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002752","result_description":null},{"description":"X-ray Computed Tomography (XCT) kan interne en externe kenmerken van een object op een niet-destructieve manier visualiseren in 3D. Om het potentieel van deze technologie voor de inspectie van het optreden van corrosie te beoordelen op maritieme constructies, bedekt met niet-metalen lagen, zoals coatings, macrofouling en kalkaanslag, zal een reeks laboratoriumexperimenten worden opgezet om een set van referentiekaders te creëren van XCT-beelden gekoppeld aan goed beschreven corrosieprocessen.\n\nDe validatie zal gebeuren met behulp van een tijdreeks van metalen coupons in S235 en 316L, blootgesteld aan mariene omstandigheden in de haven van Oostende.","summary":"XCT onthult 3D-kenmerken van objecten zonder schade. Laboratoriumexperimenten worden uitgevoerd om XCT's potentieel voor corrosie-inspectie op maritieme constructies te onderzoeken.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002753","result_description":null},{"description":"Dumping of conventional as well as toxic munition just after both wars has always been popular. It is a quick but mainly cheap solution that gets rid of the excess quantities of war material ashore. The “Paardenmarkt” is one of these many munition graveyards of WWI & II in our seas and oceans (Liebezeit, 2002; Paka & Spiridonov, 2002; Schulz-Ohlberg, Lemke, & Tauber, 2002).\n\nIn itself, the “Paardenmarkt” is called an absorbent silt bank. It is situated in the Belgian part of the North Sea, off Knokke-Heist, and is the current resting place of around 35,000 tons of WWI chemical munition, where an estimated 4 million ammunition shells are buried a few meters below the seabed. Moreover, the shells are (probably) of the chemical warfare type, containing agents like mustard gas, arsenic, and phosphorus components, and chloropicrin.\n\nIn addition, substantial amounts of the explosives and propellants used at that time are present, such as ammonium nitrate, picric acid, centralite, nitroglycerine, and nitrocellulose, as well as the explosive 2,4,6-trinitrotoluene (TNT), meant for the explosive dispersion of the chemical agent upon impact (Van Ham, 2002). In 2019, the yearly monitoring efforts of the RBINS found, for the first time, traces of the TNT in the water adjacent to the dumpsite (Heylen, 2019).\n\nAlthough the measured values are still very low (around 1 microgram per kg dry weight seawater), it is a certainty that this ammunition is leaking, leading to the possibility that the other chemicals are bound to be dispersed from the shells as well, posing a definite risk for the local North Sea ecosystem as well as for the public health in the Flemish coastal region and urging the need to determine the physical condition of the shells and to propose strategies for its sanitation (Sanderson, Fauser, Thomsen, & Sørensen, 2009; Waleji, Ahlberg, Berglind, Muribi, & Eriksson, 2002).\n\nAt this moment, very little is known about the actual state of the munition. After WWI, the existence of the ammunition dump site was generally forgotten until it was \"rediscovered\" in 1971 during dredging maintenance works at the port of Zeebrugge (Vandeweyer, 2015). Several shells were recovered from the seabed and were described as being ‘in a remarkable good condition’. However, upon the expansion of the port of Zeebrugge in 1972, a shift in the sea currents buried the ammunition under a thick layer of silt at a depth of between 2 to 6 meters deep (Missiaen & Henriet, 2002).\n\nThe most evident approach would be to bring a sufficient number of these projectiles to the surface to study their condition. However, this is strictly forbidden by Belgian law (Koninklijk besluit tot vaststelling van het marien ruimtelijk plan voor de periode van 2020 tot 2026 in de Belgische zeegebieden, 2019), prompting a theoretical approach.\n\nOur research program is embedded in the SBO DISARM project of the Flanders Marine Institute. Not only theoretical knowledge gaps will be bridged. In order to develop and support an integrated scientific methodology to support risk assessment and management of marine chemical munition dumpsites worldwide, the “Paardenmarkt” munition dumpsite will be used as a challenging case study (Missiaen, 2018).\n\nThe combination of aerobic, anaerobic, galvanic, slit, chemical, and microbial corrosion makes any determination of the current condition of the gas bombs a complex task. The complexity increases due to the combination of environmental parameters at the “Paardenmarkt” (such as dissolved oxygen, temperature, salinity, pH, corrosion accelerating bacteria, presence of methane and fresh water, calcium carbonate, and the formation of concretion), which have all changed over the course of the last century, not in the least after the shells became buried in the sediments.\n\nExtensive testing of the corrosion rate of the different composing elements of these toxic gas shells under those conditions is therefore indispensable to enable us to create a reliable model predicting their physical condition.\n\nThe main goal of this research is to develop a model that predicts the corrosion loss of the WWI munition dumped at the “Paardenmarkt”. Until today, a number of potentially important processes have been advanced and studied individually (Loto, 2017; Wu, Pang, & Peng, 2017; Petersen & Melchers, 2018). The impact of combining those processes is still missing. To get a well-founded overall picture of what is currently happening in the sludge of the “Paardenmarkt”, extensive testing at the lab level, completed with in-situ corrosion rate measurements, will be indispensable. Simultaneously and subsequently, we will try to gain a better insight into the geographical, geological, and geophysical parameters that could determine the corrosion behavior of the toxic shells on the “Paardenmarkt”.","summary":"The \"Paardenmarkt\" in the North Sea off Knokke-Heist is a WWI munition graveyard with around 35,000 tons of chemical munition. Research aims to predict corrosion loss of toxic shells using an integrated scientific methodology for risk assessment globally.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002754","result_description":null},{"description":"Bedoeling van dit onderzoek is optimalisatie van de vetzuursamenstelling van biodiesel en invloed van additieven om de uitstoot van fijn stof (PM) en NOx in uitlaatgassen te beperken.\n\nMethode is meten van de concentratie PM en NOx in uitlaatgassen bij oplopend vermogen en met behulp van statistische technieken de optimale vetzuursamenstelling te berekenen en de invloed van additieven (oxygenates) te bekijken.\n\nEr zijn al twee publieke presentaties van het onderzoek gebeurd en een poster werd getoond in het Verenigd Koninkrijk.\n\nEen eerste artikel is gepubliceerd en de data voor een tweede artikel worden momenteel opgemeten en wordt dit jaar aangeboden (en hopelijk) gepubliceerd in een tijdschrift.","summary":"Dit onderzoek richt zich op het optimaliseren van biodiesel om de uitstoot van fijn stof en NOx te verminderen. Resultaten zijn al gepresenteerd en een artikel is gepubliceerd, met meer data voor een volgende publicatie in 2022.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002755","result_description":"The most important conclusion from this analysis is that we cannot neglect the two and three-way interaction of the FAME composition. \n\nThat is why an optimal FAME composition is difficult to find."},{"description":"Probleemstelling: \n\nVolgens het Informatorium voor voeding en diëtetiek (2009) vormt lichamelijk onderzoek, zoals het bepalen van het lichaamsgewicht, en anamnese de basis voor het maken van een juiste diagnose en opvolging. Voor dit lichamelijk onderzoek kunnen verschillende toestellen gebruikt worden, zoals een (bio-impedantie) weegschaal, een huidplooimeter, een lintmeter, etc. Een bio-impedantieweegschaal blijkt een valide en betrouwbare methode voor het meten van de lichaamssamenstelling bij gezonde volwassenen. Echter bestaat er onder diëtisten onduidelijkheid over de aankoop van zo'n (bio-impedantie) weegschaal. Vragen rond het type en de prijs (dient een duurdere aangekocht te worden of niet) zijn hierrond vaak voorkomende bekommernissen. Op de website van een populair merk (https://tanita.nl/) kan inderdaad een grote variatie in prijs worden vastgesteld. De prijzen van bio-impedantieweegschalen kunnen hier variëren van 45,95 euro tot 18.392,00 euro.\n\nEr is nog geen onderzoek gedaan naar deze problematiek, dit onderzoek probeert hieraan te remediëren.\n\nOnderzoeksvraag: \n\nZijn professionele (duurdere; ≥2000 euro) bio-impedantieweegschalen accurater (juistheid en precisie) naar lichaamssamenstelling (gewicht, vetpercentage, viscerale vetmassa, spiermassa en vochtpercentage) dan consumenten-modellen (goedkopere; ≤ 500 euro)? Vergelijking met de Bodpod als referentietoestel.\n\nMethode: \n\nVier bio-impedantieweegschalen, van verschillende prijsklassen (45 euro - 2050 euro), worden vergeleken met de Bodpod als referentietoestel. Er wordt gekozen voor weegschalen van hetzelfde merk, namelijk Tanita.\n\nDe meting wordt uitgevoerd bij 80 - 100 studenten en lectoren (volwassenen; 18 – 64 jaar) van campus KRO onder steeds dezelfde omstandigheden. Deze omstandigheden zullen tegen januari 2019 via literatuuronderzoek worden bepaald. Hierna wordt een gestandaardiseerd meetprotocol opgesteld. De participanten worden gerekruteerd via mail, waarbij een gezond ontbijt/snack wordt aangeboden als incentive. De lichaamssamenstelling van de participanten wordt achtereenvolgens, op hetzelfde moment, gemeten met de 5 toestellen. Volgende gegevens worden onderzocht: gewicht, vetpercentage, spiermassa, vochtpercentage en viscerale vetmassa. Aan de hand van de resultaten wordt een vergelijkende studie uitgevoerd.","summary":"Een onderzoek wordt uitgevoerd om de nauwkeurigheid van professionele (duurdere) bio-impedantieweegschalen (≥2000 euro) tegenover consumenten-modellen (goedkopere) (≤500 euro) te vergelijken. Dit onderzoek, met behulp van vier Tanita weegschalen en de Bodpod als referentie, zal de lichaamssamenstelling meten bij 80-100 volwassenen onder dezelfde omstandigheden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002757","result_description":"De resultaten van de studie worden weergegeven aan de hand van een poster en/of artikel (voor een professioneel vaktijdschrift) en een onderzoeksrapport."},{"description":"Dit project onderzoekt de noties van frictie en spanning op hun constructief potentieel voor het gebied van de choreografie. Over het algemeen worden deze noties eerder gezien als negatieve krachten binnen de danswereld.\n\nDe afkeer van wrijving en spanning komt zeer expliciet tot uiting op het niveau van de danstechniek. Van het danser sur les pointes van het klassieke ballet (het nec plus ultra van het verminderen van frictie) tot de release techniek in de hedendaagse dans: frictie en spanning lijken de twee antagonisten te zijn waartegen de aspirant-danser moet opboksen.\n\nEen afkeer van wrijving en spanning op figuratief niveau is iets wat ik dagelijks waarneem in mijn praktijk als hedendaagse dansmaker. Hedendaagse creaties lijken een werkethiek te volgen die het erkennen en benoemen van spanningen en fricties als een soort taboe beschouwt. Toch worden deze creaties vaak gekenmerkt door een bijzonder hoog niveau van fricties en spanningen, onder andere door de samenwerkingsstructuren waarmee gewerkt wordt, en door de economisch precaire context waarin ze zich afspelen.\n\nDit project wil op technisch, dramaturgisch en sociologisch vlak onderzoeken of de noties van frictie en spanning ook als constructieve krachten binnen choreografie kunnen worden gebruikt. Meer specifiek, kan choreografie die zich expliciet verhoudt tot frictie en spanning ons iets leren over de verschillende (coping)mechanismen met frictie en spanning (bv. door te kijken naar de rol en het belang van weerstand en souplesse)?","summary":"Dit project onderzoekt de positieve potentie van frictie en spanning in choreografie, tegen de gangbare opvatting in dat ze negatief zijn. Het project wil ontdekken hoe deze krachten constructief kunnen bijdragen aan danscreaties, zowel op technisch, dramaturgisch als sociologisch vlak.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002758","result_description":null},{"description":"Abstract available in English only.","summary":"Abstract only available in English","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002759","result_description":null},{"description":"Elektroakoestische en akoestische compositie, evenals live elektronische muziek, intermediaire werken en geluidsinstallaties maken allemaal deel uit van mijn artistieke praktijk. Ik beschouw geluid als een levend organisme, waaruit ik concrete en synthetische texturen tot leven breng. Tot nu toe heb ik gekeken naar de relatie tussen ruimte en geluid op verschillende gebieden, waaronder architectuur, stedelijke ruimte, de natuurlijke omgeving, esthetiek en technologie.\n\nWat me bezighoudt is hoe verschillende 3D-audiotechnologieën en -methodologieën de perceptie van ruimte kunnen verbeteren, evenals en hoe ruimtelijk denken kan worden geïntegreerd in het compositieproces.\n\nMijn proefschrift, Correspondenties en interacties tussen geluid, ruimte en lichaam. Strategieën voor een geluidsontwerp van ruimte aan het departement architectuur, design en stad van de Universiteit van Venetië. Architecture, Design, and City, stelt dat geluid ruimtelijk is en zich in twee richtingen ontwikkelt: een implementatie van de ruimtelijke dimensie in het compositieproces door het gebruik van spatialisatie en 3D-audiotechnologie en een onderzoek naar de relatie tussen geluid en georganiseerde fysieke ruimte (architectonisch en stedelijk).\n\nDe komende twee jaar van onderzoek zullen voortborduren op het praktijk-theoretische werk dat ik tot nu toe heb gedaan, onderzoek naar het creatieve potentieel van geavanceerde technologie in architectonisch ontwerp, virtuele omgevingen en 3D-geluid op zoek naar nog niet ontdekte mogelijkheden. De belangrijkste vraag die ik wil beantwoorden is: Welke functie heeft virtual reality bij het bedenken van nieuwe verwikkelingen tussen geluid en architectuur?\n\nHet onderzoek zal resulteren in een oeuvre op het snijvlak van architectonisch ontwerp en muzikale compositie, waaronder 3D elektroakoestische composities voor meerdere media, documentatie geschikt voor publicatie in tijdschriften, deelname aan conferenties en optredens, en de organisatie van lezingen en workshops voor studenten. Om het onderzoeksproces voor te stellen en toegankelijk te maken wordt een website ontwikkeld die gewijd is aan het luisteren naar ruimtelijk geluid via de browser ontwikkeld.","summary":"Mijn artistieke praktijk omvat elektroakoestische en akoestische composities, live elektronische muziek en geluidsinstallaties. Ik exploreer de relatie tussen geluid en ruimte, met focus op 3D-audiotechnologie en architectuur. Mijn onderzoek richt zich op het creatieve potentieel van geavanceerde technologie in architectonisch ontwerp en 3D-geluid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002760","result_description":"Het onderzoek zal uitmonden in een oeuvre bestaande uit 3D elektroakoestische composities voor verschillende media die ook als album zullen worden uitgebracht. Documentatie geschikt voor publicatie in tijdschriften, zoals: Forum+, Jar, tijdschrift voor artistiek onderzoek; Leonardo Music Journal; ECHO, online magazine van het Orpheus Instituut.\n\nDeelname aan conferenties en optredens, zoals: xCoAX, Ars Electronica, de Internationale Computer Muziek Conferentie (ICMC), Audio Mostly, Klingt gut! En de organisatie van lezingen en workshops voor studenten: Aria onderzoeksseminar, Nextdoors, Zomerschool: Storytelling. Virtual reality, een meeslepende ervaring.\n\nOm het onderzoeksproces te presenteren en toegankelijk te maken, wordt een website ontwikkeld die gewijd is aan het luisteren naar binauraal ruimtelijk geluid via de browser ontwikkeld. Bekijk een voorbeeld van de browser spatialisatie: https://www.assembly2020.co/"},{"description":"Elke ochtend bekijkt kunstenaar Richard Tuttle een stuk textiel van dichtbij. Zorgvuldig observeert hij de constructie en de manier waarop boven overgaat in onder, en onder in boven... Elke draad draagt de essentie in zich van de handeling van het maken, zoals zijn vriendin en collega-kunstenaar Agnes Martin placht te zeggen, de deconstructie van landschappen en tijd in lijnen, draden. Was dit garen in wijzerzin of tegenwijzerzin gesponnen? - vroeg hij zich af. Wat waren de bedoelingen van de wever - die daar dagen, maanden of zelfs jaren aan werkte - en hoe worden die belichaamd in het weefwerk? Als de constructie van schering en inslag verwijst naar de assen Noord/Zuid en Oost/West, hoe situeren de wevers zich dan in dit universum? Na deze geritualiseerde observatie van deze microkosmos en oneindigheid, bergt Richard Tuttle de stof terug op in zijn archief en gaat hij aan het werk.\n\nAan de andere kant van de Atlantische Oceaan bracht de Duitse kunstenaar Thomas Bayrle zijn tienerjaren door omringd door het geluid van industriële weefmachines. Een ervaring die zijn artistieke praktijk heeft doordrenkt met noties van patronen, sociaal weefsel en de relatie tussen mens en machine.\n\nDit onderzoeksproject schippert tussen mijn eigen interesse voor textiel en de manieren waarop het de praktijken van Richard Tuttle en Thomas Bayrle heeft bepaald. Het focust niet op textiel als medium maar benadert textiel eerder als een metaforisch en kritisch beeld van de wereld waarin we leven, terwijl het tegelijk de symboliek en realiteit van de archivering ervan onderzoekt.","summary":"Ontdek de diepgaande verkenning van textiel in de kunstwereld door kunstenaars Richard Tuttle en Thomas Bayrle. Ontdek hoe textiel fungeert als metaforisch beeld van onze wereld en de relatie tussen mens en machine.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002761","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject beschouwt tafels als infra-(tussen-)structuur voor het eten van discussies, het proeven van woorden, het verzamelen van stemmen, het organiseren van vogelconferenties of vergaderingen over het weer...\n\nHet idee voor dit project ontstond tijdens een kunstenaarsresidentie waar mij een gebrek aan gemeenschappelijke ruimtes voor kunstenaars opviel in vergelijking met de aanwezigheid van meerdere vergaderzalen voor de vastgoedbeheerders die op de begane grond van hetzelfde gebouw werkten. Om het verschil in ontmoetingsvoorziening voor verschillende groepen in de samenleving te kunnen verklaren stel ik voor om het object tafel te onderzoeken, een veelvoorkomend infrastructureel artefact.\n\nCentraal in het onderzoek staan de vragen: Op welke manier helpen tafels om sociale relaties tot stand te brengen? En voor wie? Welke mogelijkheden hebben tafels als metafoor (waar staan ze symbool voor) of allegorie (wat is hun verborgen morele of politieke betekenis)?\n\nMet een panel van deskundigen, variërend van kunsthistorici tot musicologen, wordt het uiteenlopende gebruik van tafels in (kunst)historische voorstellingen besproken. Deze gesprekken vormen de basis voor een vertaling van het object in artistieke vorm: het bouwen van een nieuw infra-object en het activeren ervan, om dialogen een podium te geven.\n\nEen ander resultaat van het onderzoek is het creëren van een digitaal platform of virtuele tafel om het verzamelen van onderzoeksmateriaal en stemmen mogelijk te maken. Dit platform zal zowel een resultaat als een belangrijk onderdeel van de methodiek zijn.","summary":"Dit onderzoek verkent de rol van tafels als sociale infrastructuur en symbolische artefacten. Het project onderzoekt hoe tafels sociale relaties faciliteren en welke betekenis ze hebben als metaforen. Via gesprekken met experts wordt een artistieke vertaling gemaakt, resulterend in een nieuw infra-object en een digitaal platform voor onderzoek en dialoog.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002762","result_description":null},{"description":"'Te voet van België naar Japan' is een praktijkgericht artistiek onderzoeksproject (2022-2023). Het vertrekt vanuit het romantische idee dat het mogelijk zou moeten zijn om te voet van België naar Japan te gaan.\n\nDit idee komt voort uit Marie-Sophie Beinkes wens om een artistieke praktijk te bedenken die plaatsvindt buiten de huidige organisatie van de kunstwereld, met zijn galerietentoonstellingen, kunstcentra, residenties, enz. Het valt samen met de wens om te vertragen en haar artistieke praktijk dichter bij haar persoonlijke behoeften en overtuigingen te brengen, wetende dat die hierdoor zullen veranderen.\n\nDoorheen dit project zullen thema's als 'kans en controle', 'mislukking en succes', 'eenzaamheid en gezelschap', 'thuis en dakloosheid', 'migratie en immigratie', 'stilstand en voortgang' fundamentele aanwijzingen en sleutels zijn voor het creëren en begrijpen van nieuw werk.\n\nMomenteel is Beinkes grootste zorg hoe deze romantische wens om te zetten in een haalbare artistieke praktijk door vormen en ritmes te creëren en door samenwerkingen aan te gaan met andere kunstenaars, kunstcentra en academies tussen België en Japan.","summary":"Van België naar Japan te voet: een artistiek onderzoeksproject dat de kunstwereld wil overstijgen. Thema's als kans, controle en migratie inspireren nieuw werk. Beinke zoekt samenwerkingen om haar romantische ideeën te realiseren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002763","result_description":"Het resultaat zal bestaan uit post- en andere edities, foto's, films, tentoonstellingen en publicaties."},{"description":"Wat ervaren wij als het \"NU\", als het absolute heden? Wat betekent dat precies 'in het moment zijn' en hoe lang duurt zo'n moment in een haastige wereld waar snelheid een statusaanduiding geworden is?\n\nHoe ontwikkelt tijd zich binnen versus buiten de camera, wat zijn de verschillen tussen filmische-tijd en fysieke-tijd? Welke metaforen en mythes gebruiken we als we naar tijd verwijzen en hoe representeerbaar is deze tijd?\n\nWat zijn mogelijke alternatieven voor \"de orde\" van de lineaire tijd en hoe kunnen die zichtbaar worden gemaakt? Dit onderzoek gebruikt het 'time based medium' van de analoge film om deze en andere vragen te stellen, en zo tijd, het verloop en het uiteenvallen ervan te bestuderen en visueel te vertalen.\n\nDe camera wordt hier ingezet als een meetinstrument waarbij niet de beweging van lichamen of voorwerpen wordt bestudeerd, maar de beweging van de verstrijkende tijd zelf.","summary":"In een wereld van haast en snelheid, onderzoekt dit project de essentie van het huidige moment en de verstrekkende impact van tijd. Door het gebruik van analoge film als medium, wordt de camera ingezet als instrument om de vloeiende aard van tijd te visualiseren en te ontrafelen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002764","result_description":null},{"description":"Als kunstenaar is Mahmoud Saleh Mohammadi enorm gefascineerd door de positieve impact van kunst op de dagelijkse routine van een samenleving.\n\nDe kunsten fungeren als een interactieve en immersieve katalysator voor het publiek, dat tegelijkertijd deelnemer is van de kunstwerken. Daarna vertrouwen mensen elkaar meer en voelen ze zich thuis in de buurt waar ze wonen, wat de algemene waarde van een lokale realiteit vergroot.\n\nSite-specifieke en participatieve kunsten worden afgestemd op de totale context, met empathie als belangrijkste instrument. De kunst wordt gemaakt door de mensen die eraan deelnemen, de acties die ze ondernemen en de verandering die ze uiteindelijk onbewust creëren. Ze ontmoeten elkaar op het snijvlak van hedendaagse kunst en social design.\n\nMohammadi’s doel is tweeledig. Ten eerste om de veelheid aan huidige definities van participatieve kunsten en gerelateerde terminologieën te ontwarren, evenals de rol van het publiek daarin. Ten tweede, om site-specifieke en participatieve kunsten te organiseren. Door te beginnen met de specifieke sociale context te analyseren, kunnen passende kunstwerken worden gemaakt, die beantwoorden aan de exacte aanwezige behoeften, en blijven ze tegelijkertijd dicht bij zijn (de kunstenaars) artistieke taal. Hier komt de kunstpraktijk in heterogene buurten in Antwerpen – Merksem Dok, Antwerpen Noord – in contact met theorie.","summary":"Mahmoud Saleh Mohammadi is een kunstenaar die gelooft in de positieve impact van kunst op de samenleving. Zijn participatieve kunsten creëren verbinding en vertrouwen tussen mensen, vergroten de waarde van lokale realiteiten en combineren hedendaagse kunst met social design. Mohammadi's doel is om de rol van het publiek in participatieve kunsten te verhelderen en site-specifieke kunstwerken te creëren die aansluiten bij de behoeften van de lokale context.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002765","result_description":null},{"description":"In het huidige westerse informatiekapitalisme en -distributie is infrastructuur steeds meer synoniem geworden met technologie. Mijn voorstel wil kijken hoe technologie werkt met een obscure backend narrativiteit.\n\nHoewel de alomtegenwoordigheid van technologie overduidelijk is, trekt het zich tegelijkertijd terug naar een achtergrond: het is een database-operatie verhuld in duisternis. Infrastructuur gaat niet over content die als informatie stroomt. Inhoud wordt gewoon keer op keer vervangen. De echte informatie lift mee op de inwisselbare frontend-inhoud terwijl het opereert in backend-obscuriteit.\n\nDie obscuriteit is een setting voor verhalen. Iedereen hoort graag een goed verhaal. Meer en meer worden verhalen echter herwerkt tot eenzijdige hefboomconstructies die geen dialoog of reflectie vereisen. Dit is waar de onderliggende infrastructuur en technologie centraal komen te staan.\n\nInfrastructuur is niet langer een neutrale operationele database, maar vervormt al wat het opslaat en distribueert. Daarvoor past infrastructuur twee soorten narrativiteit toe: het frontend scenario en het backend script. Naarmate het frontend-scenario minder en minder van belang is, krijgen we een dubbel spookverhaal georesenteerd: het frontend-scenario houdt vast aan de overtuiging van de personages en het backend-script dat zich niet alleen in het donker afspeelt, maar houd je ook in het donker.\n\nNarrativiteit betekent dan niet meet het samenvallen met woorden. Het breidt zich uit naar de immateriële constructies van productie en distributie wannner we vragen wat iets doet. Het breidt het \"wat te produceren\" uit met het \"hoe te produceren\".\n\nIn dit voorstel wordt het kunstwerk gepsotioneerd als een plaats van interferentie voor dominante verhalen in plaats van het zoeken naar een alternatief dominant verhaal. Als infrastructuur een party-in-the-front-business-in-the-back-model is geworden, laten we ons dan afvragen wat frontend-narratieven zijn, wat backend-narratieven zijn en hoe kunst haar content-providers rol kan uitbreiden en betekenisvolle relaties tussen deze twee kan creëren.","summary":"In het huidige informatiekapitalisme is technologie synoniem met infrastructuur. Mijn voorstel onderzoekt hoe technologie werkt met een verborgen narrativiteit. Infrastructuur draait niet om informatie, maar om verhalen. Het kunstwerk wordt voorgesteld als een plek om dominante verhalen te verstoren en betekenisvolle relaties tussen frontend- en backend-narratieven te creëren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002766","result_description":null},{"description":"In hybrid scores, live music and electronics (tape) are mixed together. Contemporary film scores are very often hybrid scores. The process within film to allow acoustic and electronic elements to interact organically to achieve a hybrid score is often based on trial and error. Mockups are made to show producers and directors how these elements will sound together. \n\nIn order to make a mock-up that is as convincing as possible, people often compose with the possibilities of orchestral samples. In addition, the vertical structure of a DAW invites you to compose in a certain way via 'layering', which compromises traditional more contrapuntal orchestration and composition techniques.\n\nThe music composed for contemporary dance performances and modern cinema overlap more and more. The aforementioned problem within film scoring often also applies to the creation of dance performances that make use of hybrid scores.\n\nHow can the musician/composer communicate with the dancer/choreographer about music and how can mock-ups play a role in this? With the limitations of the orchestral samples, how can we still use traditional orchestration and composition techniques? How can we use the rigid structure of a DAW for a more contrapuntal composition method?","summary":"Contemporary music and film scores blend live music with electronics. Creating hybrid scores involves trial and error, using mock-ups to showcase the interaction between acoustic and electronic elements. Composers navigate limitations of orchestral samples to maintain traditional techniques. Collaboration between musicians and choreographers is essential, with DAWs supporting layered composition.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002767","result_description":null},{"description":"Het onderwerp van dit onderzoek is een heroverweging van belichaamd muziek maken als een complexe ecologie. In de context van geïmproviseerde en experimentele muziek heb ik deelgenomen aan projecten waarin diverse elementen (instrumentatie, ideeën, talen, lichamen) werden samengebracht. Vaak ontstonden er moeilijkheden: bij het plannen hoe deze elementen gecomponeerd moesten worden, bij het voorbereiden om de muziek uit te voeren; en bij het proberen de muziek te beschrijven, na afloop. Echter, tijdens het belichaamde proces van uitvoeren, was de muziek vaak coherent, \"klonk logisch\".\n\nBovendien had ik het gevoel dat de collectieve productie van open, generatieve, ongewone nieuwe muziek werd geïllustreerd door de gecombineerde sensaties van discrepantie en multipliciteit. Er zullen praktische oefeningen voor live geïmproviseerde muziek worden ontwikkeld. Deze zullen gebaseerd zijn op luisteren als een manier van aandacht en gebruikt worden om te onderzoeken hoe uitvoerende lichamen muziek en taal laten groeien - gekarakteriseerd door discrepantie en multipliciteit.\n\nHoe dit klinkt en eruit ziet, en wat er op het spel staat, zal worden gedemonstreerd door middel van uitgevoerde en opgenomen muziek, geschreven documentatie, en presentaties. Deze muzikale groei zal worden benaderd als de productie van een 'levend archief' van partituren, in uitgebreide zin. De artistieke en academische resultaten van dit onderzoek zullen disciplinaire en idiomatische conventies, praktijknormen en dus toegang ter discussie stellen; het zal aannames van homogeniteit ter discussie stellen en kritische vragen oproepen over de productie, uitvoering en inscriptie van nieuwe muziek.","summary":"Dit onderzoek verkent belichaamde muziekcreatie als complexe ecologie, resulterend in coherente, generatieve nieuwe muziek. Praktische oefeningen zullen live geïmproviseerde muziek verbeteren door aandachtig luisteren en het laten groeien van muziek en taal met multipliciteit en discrepantie. De resultaten zullen conventies uitdagen en kritische vragen over nieuwe muziek oproepen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002768","result_description":"- 2 x public live music performances (1x independent, 1x group)\n- A series of workshops\n\n- 2 x documents of recorded music (online/digital/label distribution)\n- Texts published through (e.g.) books and FORUM+\n\n- Public presentations of written material (Conservatory, Academy, pegs)"},{"description":"Het is van cruciaal belang dat de podiumkunstensector de representatie van en toegankelijkheid voor acteurs met een beperking leert herkennen als onderdeel van een mensenrechtenvraagstuk, in plaats van het te beschouwen als een kwestie van barmhartigheid. Daarvoor ontbreekt op dit moment over het algemeen nog het bewustzijn en de kennis. Binnen 'disability studies' richt het veld van de 'crip theory' zich expliciet op het herdenken van de normatieve aanspraken van de meerderheid rond alles wat met het hebben van een beperking te maken heeft, zoals lichaamsidealen, belastbaarheid en productiviteitslogica. 'Crip theory' gaat nog een stapje verder dan 'disability studies' in het algemeen: in plaats van de vraag te stellen wat iemand nodig heeft om aan de mainstream deel te nemen, wordt een poging gedaan de inrichting van de maatschappij (of een specifiek onderdeel daarvan) te herdenken vanuit een 'crip' perspectief.\n\nIn dit onderzoeksproject vraagt Marijn Prakke zich af hoe hij de theoretische inzichten vanuit 'disability studies' en 'crip theory' kan vertalen naar een theaterpraktijk die een wezenlijke impact kan hebben op het denken en handelen rond acteurs met een beperking in het Nederlandstalige podiumkunstenveld? Hoe 'crippen' we niet alleen de voorstelling, maar ook het beleid, de instellingen en het onderwijs, met als doel volwaardige deelname en representatie van acteurs met een beperking tot stand te brengen?","summary":"Het is essentieel voor de podiumkunstensector om de inclusie van acteurs met een beperking te zien als een mensenrechtenkwestie, niet enkel als barmhartigheid. Het onderzoek van Marijn Prakke focust op het vertalen van 'crip theory' naar de Nederlandstalige theaterpraktijk voor volledige deelname en representatie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002769","result_description":null},{"description":"Pianist, componist en multi-instrumentalist Keith Jarrett is sinds eind jaren 1960 een fenomeen in de muziekwereld. Hij beheerst zowel geïmproviseerd spel binnen atonale, tonale, multi-tonale of modale kaders als het uitvoeren van complexe al dan niet hedendaagse, gecomponeerde muziek.\n\nIn de jaren zeventig besloot hij om zijn Europees kwartet met muzikanten uit Noorwegen en Zweden te vormen. Met deze groep heeft Jarrett uitsluitend zijn eigen composities opgenomen en uitgevoerd. Het interessantste album uit deze periode is getiteld My Song. Deze opname geeft een idee van de kenmerkende kwaliteiten van dit kwartet die gaan van rijke melodieën tot vamps tot referenties aan o.a. pop, gospel en Europese klassieke muziek. Ook de unieke groepsklank (vooral saxofonist Jan Garbarek in combinatie met Jarrett) is hier duidelijk.\n\nDeze opname wordt de focus voor dit onderzoeksproject. De bedoeling is om via extensieve transcripties dieper in dit materiaal te duiken dan gebruikelijk. Ook een diepgaand onderzoek naar de historische achtergrond van de opname is van belang. Tot slot zal de muziek gebracht worden in combinatie met eigen composities.","summary":"Keith Jarrett, een veelzijdige muzikant sinds de jaren 1960, vormde een Europees kwartet voor zijn eigen composities, met het kenmerkende album 'My Song'. Dit onderzoeksproject duikt dieper in de muziek en historische achtergrond voor een unieke uitvoering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002770","result_description":null},{"description":"Dit project bestudeert opdrachten in de vroeg-20ste-eeuwse saxofoonmuziek in het algemeen en de rol van de muzikant aan wie een werk is opgedragen in het bijzonder. Met die focus wil ik het blijvende belang van opdrachten in muziek na de 19de eeuw en de bepalende rol van de uitvoerder analyseren. Sigurd Rascher (1907–2001), een saxofoonpionier aan wie gecanoniseerde werken werden opgedragen, fungeert als case.\n\nDe basis van dit onderzoek bestaat uit een selectie van opdrachtwerken aan deze uitvoerder. Met behulp van dat corpus biedt mijn project eerst een contextuele analyse van de achtergrond en het ontstaan van de opdrachten. Dat contextuele onderzoek wordt daarna aangevuld met een muzikale analyse van de typische eigenschappen van de individuele speelstijlen van Rascher. Die breng ik systematisch in verband met de artistieke keuzes in de composities.\n\nDe artistieke eigenschappen van Rascher achterhaal ik door instrumentenmethoden, opnames en instrumenten te analyseren. In een laatste stap leiden de contextuele en muzikale analyse vervolgens naar een historisch geïnformeerde uitvoering in samenwerking met het Apotheosis Orchestra. Behalve deze artistieke output beoogt deze studie aan de hand van academische output een breed relevant model te ontwikkelen voor uitvoeringen van opdrachtwerken in de vroege 20ste eeuw over de disciplines heen.","summary":"Dit project analyseert de rol van opdrachten in saxofoonmuziek van de vroege 20ste eeuw, met focus op de invloed van de uitvoerder. Onderzoek naar werken voor Sigurd Rascher leidt tot een historisch geïnformeerde uitvoering met het Apotheosis Orchestra, om een model te ontwikkelen voor uitvoeringen van opdrachtwerken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002771","result_description":"Dit project is vernieuwend omdat het de beslissende rol van de dedicatee in het creatieproces in de 20ste eeuw aantoont, een ontgonnen terrein in het domein van de saxofoon en de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk.\n\nBinnen het KCA zal dit project uitmonden in een artistieke samenwerking met het Apotheosis Orchestra en dirigent Korneel Bernolet. Behalve recitals, lecture-recitals en workshops zal een cd-opname in samenwerking met het internationale label Etcetera Records worden gerealiseerd.\n\nMethodologische en praktijkgerichte resultaten worden gepubliceerd met wetenschappelijke (A1-)artikelen, lezingen tijdens wetenschappelijke conferenties en interuniversitaire samenwerkingen met internationale en nationale academici, kunstenaar-onderzoekers en uitvoerders.\n\nTot slot wil dit project de onderzoeksgemeenschap binnen het KCA mee uitbouwen door samenwerkingen met betrekking tot een (historisch) geïnformeerde uitvoeringspraktijk binnen de disciplines muziek (o.a. saxofoonklas) en drama op te zetten in de vorm van workshops en masterclasses."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nNaar schatting 1 op 4 Vlaamse jongeren kampt met psychische problemen en suïcide blijft in deze groep de hoofdoorzaak van overlijden. Scholen hebben hierin een belangrijke preventieve en signaalfunctie. De meeste psycho-educatieve programma’s worden echter als sterk talig ervaren, waardoor jongeren uit de OKAN-klas uit de boot vallen. Deze jongeren kunnen zich immers moeilijk in het Nederlands uitdrukken wanneer ze over hun psychisch welzijn willen communiceren.\n\nScholen zijn het gewoon om multidisciplinair samen te werken rond jongeren met psychische klachten. Psycho-educatief werken rond welzijn wordt nu echter vaak verwacht van de individuele leerkracht, terwijl die in de eerste plaats een andere inhoudelijke taak heeft.\n\nONDERZOEKSDOELEN EN -VRAGEN\nWe willen onderzoeken in welke mate er via Lesson Study multidisciplinair kan samengewerkt worden rond psychisch welzijn. Leerkracht en psycholoog gaan samen in zee met één OKAN-klas (1). Daarnaast verkennen we in welke mate we de kwetsbare groep van OKAN-leerlingen, die het Nederlands nog niet goed beheersen, via PhotoVoice kunnen bereiken (2).\n\nGelinkt aan bovengenoemde onderzoeksdoelen, staan volgende twee onderzoeksvragen centraal:\n1. In welke mate kan je Photo Voice als methodiek gebruiken om met jongeren uit een OKAN-klas te praten over psychisch welzijn?\n2. In welke mate is Lesson Study als methodiek geschikt om een nieuwe werkvorm rond psychisch welzijn binnen te brengen in een multidisciplinair team?\n\nTHEORETISCH KADER\nLesson Study is een professionaliseringsmethodiek waarbij de kwaliteitscirkel “study-plan-conduct-reflect” (Lewis & Hurd, 2011) doorlopen wordt met het multidisciplinair team.\nPhotoVoice is een methode waarbij we via beelden en foto’s taal geven aan onze binnenwereld. Het is een participatief belevingsonderzoek: persoonlijke foto’s zijn de leidraad voor de dialoog die volgt (Wang & Burris, 1994).\n\nMETHODOLOGIE\nNaast een literatuurstudie wordt een casestudiedesign opgezet. Concreet zal In een pilot de haalbaarheid van Lesson Study in een multidisciplinair team en PhotoVoice binnen de context van een OKAN-klas verkend worden. We gaan met de OKAN-jongeren aan de slag rond het thema veerkracht. In de preteachingsfase wordt de taalvaardigheid van de jongeren voorbereid en versterkt. Zowel de jongeren als het leerkrachtenteam worden geobserveerd (observationeel onderzoek) en bevraagd rond hun beleving (survey-onderzoek). Daarnaast analyseren we het beeld- en klankmateriaal (inhoudsanalyse).","summary":"Jongeren met psychische problemen in OKAN-klassen worden vaak over het hoofd gezien. Ons onderzoek verkent hoe Lesson Study en PhotoVoice kunnen helpen om met deze jongeren over hun welzijn te praten. Met multidisciplinaire aanpak en beeldmateriaal willen we nieuwe werkvormen introduceren en hun veerkracht versterken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002772","result_description":null},{"description":"Dit project heeft eerder gelopen in 2022-2023, maar zonder betrokkenheid van UCLL. Sinds de verlengingsaanvraag (eind 2023) werd UCLL toegevoegd als projectpartner aan dit WSE project.\n\nHet opzet van het project in de Leuvense Gevangenissen is een betere afstemming van het netwerk actief rond een individueel dossier zodat er beter ingespeeld kan worden op de individuele noden van een gedetineerde. Op deze manier trachten we de gedetineerde beter voor te bereiden op de re-integratie en recidive te beperken. Hierbij wensen we een model uit te werken waardoor noden in kaart gebracht worden en de werking van diensten beter op elkaar afgestemd wordt.\n\nDe drie prioriteiten van het project zijn: \n(1) de aansluiting bij de bestaande werking. We zoeken een andere manier van werken die gecontinueerd kan worden na het project. Gezien de beperkte financiële middelen willen we met het project toewerken naar een manier van werken en afstemmen waarbij weinig extra middelen nodig zijn. \n(2) De expertise die er reeds bestaat bij de interne actoren, bij andere sectoren en in het buitenland in kaart brengen. Op basis van deze expertise zal het project uitgetekend worden. \n(3) Het project is vertaalbaar naar andere gevangenissen. Bij het opzetten van een project trachten we dan ook diverse doelgroepen te bereiken.","summary":"Verbeter de afstemming van netwerk voor gedetineerden in Leuvense gevangenissen. Projectpartner UCLL werkt aan model om noden te identificeren en diensten beter af te stemmen. Prioriteiten: duurzame werkwijze, expertise benutten en project toepasbaar maken in andere gevangenissen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002773","result_description":null},{"description":"Business first by People first (BFPF) speelt in op specifieke noden voor de Limburgse arbeidsmarkt vanuit het perspectief van inclusief werkgeven door in te zetten op een innovatieve arbeidsorganisatie.\n\nBFPF richt zich daarbij op de (HR-) verantwoordelijken en werkt verder op de veelheid aan keuzes m.b.t. welke maatregelen voor een specifieke KMO meest effectief zijn.","summary":"BFPF innoveert arbeidsorganisatie voor Limburgse bedrijven, focust op inclusief werkgeven en helpt HR-verantwoordelijken met effectieve KMO-maatregelen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002774","result_description":null},{"description":"Extended reality (XR) is een koepelterm voor augmented, mixed en virtual reality (Milgram & Kishino, 1994). XR-technologie is de laatste jaren bijzonder populair geworden, grotendeels dankzij de verbeterde performantie van de devices, de gebruiksvriendelijkheid en betaalbaarheid (Bower, De Witt, & Lai, 2020). Daardoor werden deze ‘immersieve technologieën’ (Slater & Wilbur, 1997) ook aantrekkelijk voor het onderwijs (Fransson, Holmberg, & Westelius, 2020; Radianti, Majchrzak, Fromm, & Wohlgenannt, 2020).\n\nExtended reality heeft immers een heel aantal voordelen of mogelijkheden voor het onderwijsleerproces (Dalgarno & Lee, 2010; Freina & Ott, 2015; Kavanagh et al, 2017; Jensen & Konradsen, 2018; Chavez & Bayonna, 2019; Papanastiaou et al., 2019, Maas & Hughes, 2020; Di Natale et al., 2020; Radianti et al., 2020):\n\n• Leerlingen kunnen zich eenvoudig verplaatsen naar verre of zelfs onbereikbare plaatsen, in het heden, verleden of de toekomst;\n• Leerlingen kunnen op een veilige manier gevaarlijke procedures oefenen in virtuele simulaties;\n• Er is een meer gepersonaliseerde leerervaring mogelijk;\n• Leerlingen zijn intrinsiek meer gemotiveerd om te leren met deze technologieën, mede dankzij het gebruik van gamification elementen, enz.\n• Verschillende reviewstudies (o.a Boel et al., 2021a; Chavez & Bayonna, 2018) wezen ook uit dat virtual reality leidt tot betere leerresultaten, zowel voor kennis als vaardigheden. Dit werd bevestigd in de meest recente meta-analyse van Wu, Yu and Gu (2020); hetzelfde geldt voor augmented reality (Papanastiaou et al., 2019; Kaplan, et al., 2020).\n\nDeze voordelen gaven ook aanleiding tot de uitwerking van een XR-Actieplan (Departement Onderwijs en Vorming, 2021), bestaande uit vier pijlers: hardware, software, professionalisering van leerkrachten en praktijkgericht onderzoek. De laatste pijlers is ook het onderwerp van dit onderzoeksvoorstel.","summary":"Extended reality (XR) biedt innovatieve mogelijkheden voor onderwijs, zoals virtuele simulaties en gepersonaliseerd leren. Onderzoek bevestigt betere leerresultaten en intrinsieke motivatie. XR-Actieplan focust op hardware, software, docententraining en onderzoek.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002775","result_description":null},{"description":"De afgelopen jaren is het aantal leerlingen in type 9 zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs toegenomen. In dit onderzoek beogen we enerzijds gefundeerde inzichten te krijgen in de verklarende mechanismen die ten grondslag liggen aan deze toegenomen oriëntering van leerlingen naar type 9, zowel met een (GC, IAC of OV4) verslag in het gewoon onderwijs als een doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs.\n\nAnderzijds willen we ook inzicht krijgen in de wijze waarop de groeikansen van deze leerlingen kunnen worden ondersteund binnen een continuüm van onderwijscontexten op maat. De oriëntering naar type 9 is een beslissingsproces waarop veel verschillende factoren een invloed kunnen uitoefenen. Verschillende theoretische modellen bieden, elk vanuit een ander perspectief, inzicht in deze complexe en dynamische beslissingsprocessen.\n\nHet Andersen-Newman model is een statisch verklaringsmodel op basis waarvan zowel determinanten als verbanden tussen de verschillende determinanten kunnen worden beschreven. Beslissingen met betrekking tot toeleiding naar type 9 zijn echter niet statisch, maar dynamisch. Met deze dynamieken rond besluitvorming houden keuzetheorieën rekening. Zo beschrijft de Rational Choice Theory (RCT) een beslissingsproces als een proces waarbij een actor beslist op basis van voorkeuren, beschikbare informatie en het afwegen van kosten en baten.\n\nHet dynamische Network Episode Model (NEM) biedt dan weer inzicht in besluitvorming als een complex sociaal proces. Om inzicht te krijgen in verschillende ondersteunings- en onderwijsinitiatieven voor leerlingen met oriëntering naar type 9 en voorbij te gaan aan de traditionele uni-dimensionele benadering van verschillende plaatsingscontinua biedt het multidimensionaal model van Norwich, dat uitgaat van flexibele met elkaar interagerende continua, een goed kader.\n\nDeze theoretische kaders bieden een goed fundament om de onderzoeksvragen te beantwoorden. Hiertoe worden volgende kwantitatieve en kwalitatieve studies opgezet: (1) studie van de administratieve data, (2) focusgroep studie, (3) survey studie, en (4) casestudie. In deze studies zullen actoren uit leersteuncentra, CLB’s, scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs, maar ook ouders en leerlingen worden bevraagd.\n\nOp basis van de resultaten van deze studies zullen beleidsaanbevelingen worden geformuleerd met betrekking tot toeleiding en aanbod. De wenselijkheid en haalbaarheid van elk van deze aanbevelingen zal worden getoetst in een expertpanel. Dit onderzoek zal resulteren in aanbevelingen voor praktijk en beleid en in een wetenschappelijk onderzoeksrapport dat inzicht geeft in de mechanismen die spelen bij de oriëntering van en aanbod voor leerlingen in type 9.","summary":"Dit onderzoek analyseert de toegenomen oriëntering naar type 9 onderwijs en biedt inzicht in de verklarende mechanismen en ondersteuningsmogelijkheden. Verschillende theoretische modellen worden gebruikt, gevolgd door kwantitatieve en kwalitatieve studies met diverse stakeholders. Beleidsaanbevelingen zullen worden geformuleerd en getoetst, resulterend in praktische inzichten en een wetenschappelijk rapport.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002776","result_description":null},{"description":"Professionaliseringstraject voor de doelgerichte inzet van XR in de klas.","summary":"Ontdek het professionaliseringstraject voor effectief gebruik van XR in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002777","result_description":null},{"description":"Met het project ‘onderwijsbrug’ maken we vandaag een verschil met impact op morgen. Als onderwijsbemiddelaar slaan we de brug tussen scholen(groepen), bedrijven en publieke werkgevers, en kandidaat-gastleraren.","summary":"Onderwijsbrug project verbindt scholen, bedrijven en kandidaat-gastleraren voor impact op de toekomst.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002778","result_description":null},{"description":"**UCLL Education & Development maakt deel uit van het leerecosysteem Maasland dat jongeren laat groeien.**\n\nHet leerecosysteem Maasland is een netwerk van organisaties, scholen, bedrijven en welzijnspartners die samen één doel voor ogen hebben: jongeren, tussen 13 en 30 jaar, versterken.\n\nArktos, OverKop, Jeugdhuis Thebe, UCLL, Nei Tred vzw en Qrios bieden nabijheid, begeleiding en tweede kansen aan alle jongeren uit regio Maasland.\n\nIn het Nationaal Park Hoge Kempen ontstaan buitenleerplekken waar natuur en welzijn hand in hand gaan.\n\nLokale ondernemers stellen hun werkvloer open en creëren plekken waar jongeren technische, sociale en digitale vaardigheden opdoen.\n\nGeen leertrajecten van bovenaf, maar leeromgevingen die vertrekken uit de leefwereld en dromen van jongeren tussen 13 en 30 jaar.\n\nUCLL helpt dit netwerk groeien en verdiepen: door leertrajecten mee vorm te geven, door praktijkgericht onderzoek en door impact duurzaam te verankeren.","summary":"UCLL Education & Development versterkt jongeren in het Maasland leerecosysteem, samen met partners en bedrijven, gericht op groei en tweede kansen voor jongeren tussen 13 en 30 jaar.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002779","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\"De binnenstad loopt leeg\", \"vlucht uit de binnenstad\", ... Dit zijn berichten die het retailnieuws domineren. Opkomende leegstand in kernwinkelgebieden heeft een grote impact op de aantrekkingskracht van een stad en zorgt op termijn voor toenemende verloedering. In het nieuws vernemen we tevens dat e-commerce blijft groeien en dat ook de perifere winkellocaties aan populariteit blijven winnen. Is er een verband tussen leegstand en de evoluerende e-commerce en \"out-of-town\" retailontwikkeling aantoonbaar?\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAG\n\"Op welke manier heeft e-commerce een invloed op perifere retailontwikkeling en leegstand in kernwinkelgebied en hoe kan een stadsbestuur het leegstandsbeleid hierop afstemmen?\"\n\nAANPAK EN METHODOLOGIE\nIn een eerste fase van het onderzoek wordt er gefocust op het verwerken van bestaande literatuur teneinde te verduidelijken hoe e-commerce en ontwikkelingen van retaillocaties in de periferie de afgelopen jaren zijn gegroeid en in hoeverre zij elkaar beïnvloeden. De verkregen informatie zal op een tijdslijn worden uitgezet.\n\nEen volgende fase bestaat uit uitgebreid cijferonderzoek in specifieke kernwinkelgebieden. Er wordt ingezoomd op (middel)grote steden waar stadsvlucht van retailers gekend is en de leegstand in het kernwinkelgebied de afgelopen jaren zichtbaar is gegroeid zoals Lier, Mechelen en Brugge.\n\nVoor deze data-analyse ligt de focus op de mogelijke invloed van e-commerce op leegstand en aantal passanten in de hoofdwinkelstraten van de onderzoeksgebieden. De gegevens, met name leegstandsrapporten en passantentellingen, zullen worden aangeleverd door Locatus en per stad met elkaar worden vergeleken. De data wordt aangevuld met informatie uit eigen archief en waarnemingen op locatie teneinde het vergelijkend onderzoek te vervolledigen.\n\nIn een laatste fase zal er, in mei 2022, in het kader van dit onderzoek een Retaildag worden georganiseerd op AP Hogeschool waarop zowel investeerders als ontwikkelaars, verhuurders, bestuursorganen, retailers als alle studenten van de bacheloropleiding Vastgoed worden uitgenodigd om te participeren en zich te verdiepen in dit thema.\n\nDe geanalyseerde en vergeleken data zal, uitgaande van een concrete vragenlijst, tijdens focusgroepgesprekken worden voorgelegd aan de beleidsorganen van de onderzochte steden Lier, Mechelen en Brugge. Op die manier kan er achterhaald worden hoe de desbetreffende stadsbesturen met de evolutie in e-commerce omgaan en hoe zij beleidstechnisch omspringen met uitbreiding van hun perifeer stadsgebied in het kader van groeiende leegstand in hun kernwinkelgebied. De bevindingen van de focusgroepgesprekken zullen na de Retaildag worden gebundeld en verspreid onder de aanwezigen. De bundel kan o.a. dienen als inspiratie voor bestuursorganen i.f.v. een mogelijke aanpak van leegstand in bepaalde kerngebieden.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar impact e-commerce op leegstand kernwinkelgebieden en perifere retail. Analyse in Lier, Mechelen, Brugge met focus op passanten en leegstand. Retaildag in mei 2022 voor stakeholders en beleidsgesprekken met stadsbesturen. Verspreiding bevindingen als inspiratie voor leegstandsbeleid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002780","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nBurgers worden zich, mede door de klimaatveranderingen, COVID-19 en de PFOS vervuiling rond Antwerpen, meer en meer bewust van de omgeving waarin ze wonen en waardoor ze zich bewegen. De kwaliteit van de omgeving waar ze een woning kopen of huren wordt, voor hen, daardoor steeds belangrijker. Het concept ‘omgevingskwaliteit’ is complex en bovendien benaderen allerhande sectoren het begrip op verschillende manieren, waardoor definiëren nog lastiger wordt.\n\nDit onderzoek omschrijft ‘omgevingskwaliteit’ door indicatoren te bepalen die bijdragen aan een betere leefomgeving vanuit het oogpunt van de burger en de adviserende vastgoedexperten. Het is voor deze doelgroep immers moeilijk om informatie te verzamelen aangaande woonomgevingskwaliteit. Relevante open data is versnipperd over verschillende online tools of te specialistisch om op een verstaanbare manier te worden overgebracht naar het grote publiek.\n\nDe woningenpas bijvoorbeeld, ontwikkeld door de Vlaamse overheid, wordt meer en meer gebruikt door notarissen, juristen en makelaars om de waarde van een woning te bepalen. De tool definieert het onderdeel ‘omgeving’ aan de hand van 4 indicatoren: erfgoed, overstromingsgevoeligheid, riolering en een ruimtelijk uitvoeringsbeleidsplan. Te weinig om een realistisch beeld te vormen over de werkelijke objectieve (vervuiling, groen in de buurt, ...) en subjectieve (beleving, veilig voelen, ...) kwaliteit van de buurt.\n\nONDERZOEKSDOEL EN ONDERZOEKSVRAAGSTELLING\nDit onderzoek heeft als doel: 1) een lijst met indicatoren samen te stellen die de leefomgevingskwaliteit van een wijk kan samenvatten en 2) deze op een verstaanbare manier te kunnen communiceren naar de buurtbewoners.\n\nVolgende onderzoeksvraag staat centraal:\nWelke GIS-based methode kan de factor ‘omgeving’, bij waardering van vastgoed kwantificeren?\n\nMETHODOLOGIE\nHet onderzoeksproject start met een brede enquête/survey bij de inwoners van Antwerpen waarbij op zoek wordt gegaan naar de (subjectieve) indicatoren die de waarde van de omgeving voor buurtbewoners (i.c. esthetische waarde en gebruikswaarde) zelf beïnvloeden, bij de keuze van een woonplaats. Die subjectieve indicatoren, welke betrekking hebben op de esthetische en belevingswaarde van een buurt, zullen vooral ingevuld worden door citizens science. Tevens zal de duurzaamheid van de wijk als objectieve indicator worden meegenomen. Hiertoe wordt de tool ‘duurzaamheid wijken’, ontwikkeld door de Vlaamse overheid, als basis gebruikt.\n\nMet behulp van een GIS systeem wordt vervolgens een methode ontwikkeld om deze subjectieve én objectieve indicatoren samen te bundelen en te kwantificeren, waardoor het mogelijk wordt een waardering uit te spreken over een bepaalde buurt. Innovatieve dataverzamelingsmethoden en technologieën zoals ‘citizens science’ en ‘smart cities’ worden in het resultaat geïntegreerd om het debat over omgeving en vastgoed te verruimen.\n\nDe generieke ontwikkelde GIS methode wordt voorts getoetst aan de hand van 2 casestudies. Studenten van de bacheloropleiding vastgoed (afstudeerrichting landmeten) zullen burgers bevragen en hun bevindingen terugkoppelen via een podcast die openbaar zal worden gepubliceerd. Iedereen heeft immers het democratisch recht om geïnformeerd te worden over de objectieve en subjectieve kwaliteit van zijn directe leefomgeving, zodat hij de keuze heeft om gelukkig en gezond te leven, ongeacht rijkdom, opleiding of afkomst.","summary":"Burgers hechten steeds meer belang aan omgevingskwaliteit bij het kiezen van een woning. Dit onderzoek identificeert indicatoren voor een betere leefomgeving en ontwikkelt een GIS-methode om deze te kwantificeren. Het doel is om buurtbewoners op een begrijpelijke manier te informeren over de kwaliteit van hun wijk, met focus op zowel objectieve als subjectieve factoren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002781","result_description":null},{"description":"Een onderzoeksfocus op een individu heeft het voordeel van de duidelijkheid; het werk draait rond die persoon!\n\nModerne biografische historiografie is echter een heel eind verwijderd van de sterk bejubelende hagiografieën van een halve eeuw geleden. Niet langer zal de onderzoeker een eerder statisch en verticaal verkokerd perspectief nastreven, maar integendeel een brede en horizontale blik werpen op het individu, zijn omgeving, zijn tijd, zijn instellingen, zijn netwerken enz. Zo gebruiken we het oeuvre, de rol en de betekenis van de Antwerpse componist Flor Alpaerts (1876-1954) als een lens om de muzikale cultuur en praktijk uit het Antwerpen van de jaren 1920 in focus te brengen. In zijn hoedanigheid als bestuurder van het conservatorium, dirigent van de dierentuinconcerten, directeur van de Vlaamse Opera en internationaal gereputeerd componist en dirigent, biedt zijn carrière een ideale dwarsdoorsnede.\n\nHet project beoogt deze kunstenaar te bestuderen met bijzondere aandacht voor artistieke, sociale en ideologische netwerken. Zo brengt Alpaerts ons op het spoor van liberale en maçonnieke middens als een culturele kracht in het Antwerpen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Het project beoogt tevens volledigheid na te streven omtrent zijn totale artistieke productie door het compileren van een complete oeuvrecatalogus. Sommige werken zullen opnieuw of voor het eerst als speelklare editie worden gepubliceerd en de bevindingen zullen artistiek en wetenschappelijk worden gedeeld.\n\nDe eindmeet ligt op het voorjaar van 2024. Als eindresultaat voorziet dit project in de publicatie van een aantal partituren, de briefwisseling van de componist van meerdere honderden brieven en een culturele biografie die Alpaerts’ leven en werk in context plaatst. Zijn muziek zal centraal staan op een bijzondere editie van het festival ‘Stadsklanken’ in samenwerking met de voorname culturele spelers in het Antwerpse. De verworven inzichten zullen niet alleen worden gedeeld in wetenschappelijke publicaties en symposia, maar ook met een breder publiek via voordrachten, workshops en wandelingen binnen de context van het sociaal-cultureel volwassenenwerk.","summary":"Ontdek de fascinerende muzikale wereld van componist Flor Alpaerts (1876-1954) en zijn invloed op de culturele en sociale scène van Antwerpen in de jaren 1920. Dit project onthult zijn carrière en artistieke productie door middel van een oeuvrecatalogus en publicaties, culminerend in een speciale editie van het festival 'Stadsklanken' in 2024.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002782","result_description":null},{"description":"De ‘Performance Turn’ is sinds enkele jaren een feit in de beeldende kunstwereld. Was performance art sinds het begin van de twintigste eeuw veelal een tijdelijke poging om het museum open te breken, nu lijken lichamen definitief hun plaats in te nemen naast objecten in museale ruimtes. Performance artiesten winnen regelmatig gouden leeuwen op de Biënnale van Venetië, performance art duikt niet enkel op tijdens kunstbiënnales maar ook tijdens commerciële artfairs, en MoMA, Tate Modern en vele anderen hebben een apart departement voor het medium Performance Art. Ook de omgekeerde beweging viert hoogtij: beeldende kunstenaars gebruiken de theatermachinerie als speeltuin voor nieuw onderzoek, veelal in festivals geïnitieerd door theaterhuizen die al langer interdisciplinair denken.\n\nOver de definitie van performance art bestaat geen eensgezindheid, maar het hier-en-nu, het efemere, het lichaam en het activeren van de toeschouwer, zijn weerkerende elementen. Eerder dan op zoek te gaan naar de juiste definitie, wil dit onderzoek kijken waar het schuurt wanneer je speelt met de codes van de visuele en de podiumkunsten. Katleen Van Langendonck vertrekt daarbij vanuit haar praktijkervaring als initiator, coördinator en curator van Performatik, de Brusselse biënnale van de performance art. Dit Brusselse festival heeft in zes edities, van 2009 tot 2019, transfers belicht van de ene naar de andere wereld. Wat blijkt: wie aan de ene zijde als vernieuwend wordt beschouwd, wordt aan de andere zijde veelal als amateur bestempeld. Performance Art lijkt geen inherente betekenis te hebben: de appreciatie is grotendeels afhankelijk van de framing en dat op verschillende niveaus. Met het interview als methodologie gaat Van Langendonck na wat deze ‘interdisciplinariteit’, of eerder ‘indisciplinariteit’ (Mitchell) betekent in de twee ‘werelden’ en in de verschillende lagen van de creaties.\n\nDit praktijkgericht onderzoek wil via het interview deze kennis valoriseren. Een eerste outcome na het afnemen en redigeren van de interviews is een performatief colloquium. Vervolgens wordt vanuit het verzamelde materiaal een lexicon gemaakt van termen die als tools gebruikt kunnen worden voor de transfers tussen verschillende artistieke disciplines. Dit gebeurt in de vorm van een kaartspel.","summary":"Ontdek de opkomst van Performance Art in de kunstwereld, waar lichamen nu naast objecten in musea schitteren. Leer over de grensverleggende interactie tussen visuele en podiumkunsten, onderzocht door Performatik. Ontdek hoe dit onderzoek nieuwe inzichten en tools biedt voor artistieke disciplines.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002783","result_description":null},{"description":"Is het mogelijk om een Dans-Brut stijl te creëren als een fysieke taal?\n\nUitgaande van enkele premissen van de Art Brut en een combinatie van theoretisch en visueel materiaal zal ik een oeuvre opbouwen rond een inclusieve danspraktijk. Ik wil experimenteren, bepaalde gemeenschappelijke elementen observeren en toepassen (parcours, herhaling, patronen...) die in dit soort kunst gevonden worden en ze omzetten in een specifieke bewegingstaal. Met het doel om een \"state of mind\" te vertalen in choreografie en het lichaam te zien als een psycho-emotionele eenheid, zal ik deze elementen combineren met mijn fysieke vocabulaire die ik \"The Monkey mind approach to movement\" noem. Monkey mind verwijst naar de manier waarop onze gedachten chaotisch over elkaar schuiven en hoe we zoeken naar een mogelijke fysieke vertaling van deze toestand.\n\nDe praktische fase van het onderzoek zal worden gedaan samen met een gemengde groep van bewegers, met de nadruk op dansers met een verstandelijke beperking. Doorheen deze onderzoeksperiode verwacht ik mijn observaties en kennis te kunnen uitdagen door uit te zoeken welke systemen en wetmatigheden (voornamelijk in de beeldende kunst) kunnen worden vertaald naar andere artistieke vormen: dans, muziek, woorden... Hoe een bestaande set van regels kan worden getransformeerd en nieuwe mogelijke partituren kunnen worden gecreëerd en uitgeprobeerd. Ik zal op zoek gaan naar de mogelijke verbanden tussen het concept van ruwe kunst, fysieke expressie en beperkingen. Deze zullen me in staat stellen mijn choreografische aanpak te verruimen, in vraag te stellen en te openen; de lichamelijkheid, de structuur, de inhoud en de werkwijze ervan in samenwerking met de betrokken partners.","summary":"Exploratie van Art Brut principes in dans: experimenteer met en vertaal gemeenschappelijke elementen naar een unieke bewegingstaal. Onderzoek samen met diverse bewegers, met focus op dansers met een verstandelijke beperking, om nieuwe artistieke mogelijkheden te ontsluiten en choreografische aanpak te vernieuwen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002784","result_description":null},{"description":"Dit project richt zich op dansepistemologie, waarbij dans wordt beschouwd als de esthetische uitdrukking van lichamelijk denken. Het doel van dit onderzoek is specifiek gericht op het onderzoeken van hoe somatische praktijken en technologie elkaar kunnen versterken om technieken voor dansimprovisatie te ontwikkelen.\n\nAls zodanig zal het onderzoek specifiek ingaan op hoe dansers beslissingen nemen tijdens improvisatie en wanneer het moment van componeren plaatsvindt. Somatische praktijken gebruiken improvisatie om de gevoeligheid en reactiviteit van dansers te trainen. Echter missen ze vaak de instrumenten om de vluchtigheid van hun kennisproductie vast te leggen via visualisatie, improvisatie en verbale reflectie.\n\nOok in het dansonderwijs is er vraag naar specifieke technieken om het lichamelijk denken te ondersteunen. Somatic R.E.A.C.H. zal belichaamde cognitieve processen, die vaak stilzwijgend en impliciet zijn, concreter maken door een somatische praktijk voor het zenuwstelsel te herzien.\n\nDoor het ontwikkelen van nieuwe software (MAXmsp) kan de onderzoekspraktijk experimenteren met de impliciete kennisproductie van dansers en controle krijgen over principes van geïmproviseerde compositie om het bewustzijn van cognitie bij dansers uit te breiden.\n\nDeze elektronische choreografieën, bemiddeld via het gehoor of op monitoren, trainen de besluitvorming in improvisatie door middel van live gegenereerde opdrachten. Door compositie op deze manier te integreren in somatische praktijken, kunnen we de principes van somatisch onderzoek heroverwegen: zelfbewustzijn, solitaire techniek, zachte en langzame dynamiek, en synthese door middel van verhalen.","summary":"Dit project onderzoekt dansepistemologie en de versterking van dansimprovisatie door somatische praktijken en technologie. Het doel is om besluitvorming en compositie in improvisatie te verbeteren, met behulp van nieuwe software en elektronische choreografieën.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002785","result_description":"Rapportage en output\n\nVoorlopige bevindingen worden gepubliceerd in vakliteratuur, gepresenteerd op conferenties, en toegepast in workshops en een laboratorium.\n\nDe onderzoeksgroep (in de winter) en de feedbackgroep (in het voorjaar) zullen de verschillende fasen terugkoppelen.\n\nDe output zal bestaan uit: 4 tussentijdse rapporten, 4 publicaties, een proefschrift, 3 solo's en een groepsvoorstelling.\n\nAl het geproduceerde materiaal zal beschikbaar worden gesteld op een speciale website."},{"description":"Dit experiment beoogt een methodologische benadering te ontwikkelen voor de emotionele/fysieke identificatie van de instrumentalist met de partituur, gebaseerd op de gedeelde premissen en doelen van zowel musici als acteurs als protagonisten van de live artistieke acties. Meer concreet verschaft het omvangrijke werk van Jerzy Grotowski en medewerkers op het gebied van acteursopleiding de kunstenaar een reeks concepten en principes over interpretatie, waarvan de doeltreffendheid in dit geval op muzikaal gebied moet worden beproefd.\n\nWe proberen een via negativa voor musici te vinden, om ons af te vragen wat in ons spel tot muzikale vooroordelen behoort of hoe Grotowski's concept de aandacht van de musicus kan leiden naar het signaleren van onnodige handelingen/gewoonten.\n\nWat is een partituur of partytura voor Grotowski en hoe kunnen musici zich verhouden tot zijn gebruik ervan? Hoe ziet een \"totale act\" eruit in muziekuitvoering, hoe kunnen we die identificeren en bereiken, wat is de rol van oprechtheid en liefde in de weg daar naartoe als we Grotowski's ideeën volgen? Kunnen we de rijkdom aan vocale kleuren die we met deze acteursopleiding hebben bereikt, overbrengen op ons instrument en zo de expressieve nuances ervan vergroten? Deze en andere vragen worden met de instrumentalisten aan den lijve ondervonden om er enig licht op te werpen. Het experiment begint met een samenwerking van vier acteurs en een strijkkwartet rond Haydns Op. 51 en Grotowski's Eerste Fase van Producties. Focus ligt op tekst en mythe.","summary":"Dit experiment onderzoekt hoe musici zich kunnen identificeren met de partituur door de principes van acteursopleiding van Grotowski toe te passen. Het doel is om muzikale vooroordelen te doorbreken en expressieve nuances te vergroten door een totale act in muziekuitvoering te bereiken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002786","result_description":null},{"description":"Nu we worden geconfronteerd met een van de grootste vluchtelingencrises uit de geschiedenis, wordt onze wereld voortdurend op tal van manieren uitgedaagd.\n\nWereldwijd worden kinderen blootgesteld aan traumatische situaties en risico's zoals politiek geweld en gedwongen migratie. Als sociaal geëngageerde kunstenaar en opvoeder kan ik niet passief blijven. Ik voel de drang om mijn educatieve en artistieke ervaringen, vaardigheden en inzichten toe te passen om jongere generaties te stimuleren.\n\nIn mijn onderwijspraktijk heb ik zo vaak ervaren hoe \"de kracht van muziek\" kinderen helpt om verbinding te maken, hun geest te openen en creatief bezig te zijn. Daarom wil ik het potentieel van op beweging gebaseerde muzikale activiteiten grondig onderzoeken om sociale inclusiviteit en veerkracht te bevorderen bij kinderen die hun thuisland moesten verlaten en vaak moeite hebben om te integreren in hun nieuwe omgeving.\n\nOm dit te realiseren wil ik een specifiek standpunt innemen als onderzoeker: in plaats van een methode te ontwikkelen 'voor' kwetsbare kinderen, zal ik deze 'samen met' de kinderen en hun omgeving ontwikkelen, door gezamenlijk een artistiek proces aan te gaan, waar hun ideeën en creatieve ambities een stem krijgen.\n\nIn dit startproject zal ik een theoretisch kader ontwikkelen en een reeks creatieve muzikale activiteiten ontwerpen die muziek en beweging combineren, gebaseerd op enkele bestaande theorieën en op mijn eigen ervaring als docerend kunstenaar. Vervolgens zal ik een kindgerichte methodologie ontwikkelen en deze uitproberen in een pilotstudie.","summary":"In tijden van vluchtelingencrises zet ik mijn artistieke en educatieve vaardigheden in om kinderen met traumatische ervaringen te helpen. Door muziek en beweging te combineren, wil ik sociale inclusie en veerkracht bevorderen bij jonge vluchtelingen. Mijn aanpak richt zich op het samen met de kinderen ontwikkelen van creatieve activiteiten, met als doel hun ideeën en ambities te laten spreken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002787","result_description":null},{"description":"Phantom Radio gaat op zoek naar nieuwe potenties binnen radio. In de nabije toekomst komt de efemere ruimte tussen 88 en 108 MHz leeg te staan door de verschuiving naar digitale radio. Phantom Radio wil op zoek gaan naar nieuwe artistieke invullingen van deze mentale en fysieke ruimte.\n\nHoe kunnen (grafisch) ontwerpers aan de slag in deze onconventionele plek? Parasitair en hyperlokaal gebruik van deze geprivatiseerde ruimte maakt het mogelijk te ontsnappen aan de legale beperkingen van het medium. Hoe kunnen deze restricties creativiteit en productie verder versterken? Hoe creëer je zichtbaarheid waar er niets te zien is?\n\nPhantom Radio kan een uitbreiding worden op de onzichtbare werk- en tentoonstellingsinfrastructuur van de school.","summary":"Ontdek nieuwe artistieke mogelijkheden in de toekomstige lege radioband. Verken creatieve expressie, ontsnap aan beperkingen en versterk productiviteit met Phantom Radio als toevoeging aan de schoolinfrastructuur.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002788","result_description":null},{"description":"Kinderen groeien op in een wereld met een steeds snellere digitale informatiestroom en zijn letterlijk één klik verwijderd van een veelheid aan informatie over alle mogelijk denkbare onderwerpen.\n\nHet is onmogelijk om kinderen af te schermen voor nepnieuws, maar we kunnen hen op jonge leeftijd wel kritisch leren omgaan met informatie en hen weerbaar maken voor nepnieuws.\n\nWat betreft mediawijsheid staan we in het Vlaamse onderwijs voor een uitdaging. De didactische kant blijkt onvoldoende uitgewerkt en leerkrachten voelen zich niet voldoende opgeleid.\n\nUit onderzoek leren we dat educatieve programma’s van scholen met buitenschoolse instellingen rond mediawijsheid de beste resultaten opleveren.\n\nDaarom willen we een aanpak ontwikkelen om het kritisch denken over media te stimuleren en hierbij de samenwerking tussen scholen en hun partnerbibliotheken verder uitbouwen.\n\nSamen met Mediawijs, de Vlaamse Gemeenschapscommissie en Cultuurconnect ontwikkelen we een laagdrempelig reflectiemodel waarin kinderen uit de lagere school in de bibliotheek en in de klas via verhalen en denkoefeningen kritisch leren reflecteren over (nep)nieuws.\n\nDe onderdompeling in de bibliotheek vormt een extra aanzet om in de klas hierrond te werken.\n\nKritikat 2.0 zal uitgetest worden in verschillende Vlaamse en Brusselse scholen en bibliotheken en samen met Cultuurconnect onderzoeken we hoe we een digitale versie van Kritikat 2.0 kunnen implementeren in zoveel mogelijk scholen en bibliotheken.","summary":"Kinderen leren mediawijsheid en kritisch denken over (nep)nieuws door samenwerking tussen scholen en bibliotheken. Ontwikkeling van reflectiemodel Kritikat 2.0 met focus op educatieve programma's voor Vlaamse en Brusselse scholen en bibliotheken.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002789","result_description":null},{"description":"Het ontwikkelen van een automatische kwalitatieve en kwantitatieve analyse van fagen voor faagtherapie is essentieel. Faagtherapie is een van de weinige alternatieven voor de behandeling van meervoudige antibioticaresistentie. Hoewel faagtherapie al ongeveer 100 jaar wereldwijd beschikbaar is, blijft het tot op heden afhankelijk van arbeidsintensieve laboratoriummanipulaties. De belangrijkste techniek die wordt toegepast, is de Double Agar Overlay-methode (DAO), die gebruikt wordt om te bepalen of fagen in staat zijn om bacteriën te doden.","summary":"Ontwikkeling van een automatische analyse voor faagtherapie, vervangt arbeidsintensieve labmethoden voor geïndividualiseerde behandeling van antibioticaresistentie. Faagtherapie bestrijdt bacteriën effectief zonder antibiotica.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002790","result_description":null},{"description":"Dat succesvol bataat telen in België mogelijk is, zoveel is duidelijk. Op heden zien we dat afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden, mooie bruto opbrengsten kunnen gehaald worden van 40 à 50 ton/ha (en zelfs meer).\n\nEchter, in de praktijk blijkt dat het onverkoopbare aandeel hiervan soms oploopt tot wel 40%. Een groot aandeel van de knollen blijkt te klein, te groot, onregelmatig van vorm of te zwaar beschadigd bij het rooien zodat ze niet meer verkoopbaar zijn.\n\nAl dit onverkoopbaar product vormt een grote hoop afval voor de bedrijven en een aanzienlijk voedselverlies voor de maatschappij. Deze reststromen bieden echter een groot potentieel voor de agrovoedingsindustrie. Het gaat namelijk over reststromen die wat betreft kwaliteit en voedzaamheid niet onderdoen voor de knollen die op de verse markt worden aangeboden.\n\nDe bataattelers zijn dan ook vragende partij om het potentieel van deze reststromen in kaart te brengen en op korte termijn ook te benutten. Als voornaamste doelstelling van het project willen we het potentieel van deze reststromen in kaart brengen, geïnteresseerde voedingsbedrijven selecteren voor het ontwikkelen van innovatieve producten met lokale bataat en concrete samenwerkingen initiëren en ondersteunen in de opstart.","summary":"Ontdek het potentieel van reststromen van Belgische bataat voor innovatieve samenwerkingen en productontwikkeling in de agrovoedingsindustrie. Beperk voedselverlies en creëer waarde uit onverkoopbare knollen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002791","result_description":null},{"description":"In het eerste DANS-project (IOF ConnecTT) werd een slimme sok ontwikkeld die in staat is om bewegingspatronen te detecteren die verband houden met autisme bij jonge kinderen. Deze slimme sok laat toe om kinderen te screenen en bij afwijkingen sneller te kunnen doorverwijzen naar gepaste hulp.\n\nIn dit project zal men de werking van de slimme sok in een grote groep kinderen valideren. Daarnaast zal, op basis van input uit de klinische praktijk, nagegaan worden hoe het gebruik van de slimme sok zo praktisch mogelijk kan worden gemaakt voor zowel verzorgers als zorgverleners.\n\nTen slotte zal men verkennen of de slimme sok ook kan worden ingezet om bij bepaalde bewegingen feedback te bezorgen aan de drager.","summary":"Ontwikkeling van slimme sok om bewegingspatronen te detecteren bij kinderen met autisme, screening en doorverwijzing naar hulp verbeteren, validatie in grote groep kinderen, optimalisatie voor praktisch gebruik, mogelijkheid voor feedback bij bewegingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002792","result_description":null},{"description":"Ervaringsdeskundigen, mensen met doorleefde ervaring in contexten van uitsluiting en sociale onrechtvaardigheid, geven aan dat er voor hen weinig tot geen gelegenheid is om te zien en gezien te worden in kracht en talent.\n\nWe willen een leerecosysteem faciliteren in Gent en de ruime omgeving waar ieder mens voluit zichzelf kan zijn en waar talenten zich kunnen ontplooien.\n\n4 partners nemen het initiatief en verkennen samenwerkmogelijkheden in een ruimere context.\n\nDeze periode eindigt ofwel met een vervolgplan ofwel met een eindconclusie over haalbaarheid.","summary":"Ontdek een uniek leerecosysteem in Gent voor mensen met ervaring in uitsluiting en onrechtvaardigheid. Partners verkennen samenwerkingsmogelijkheden voor talentontplooiing en zelfexpressie. Eindresultaat: vervolgplan of haalbaarheidsconclusie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002793","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject x-CITE bevordert de ontwikkeling van de CitiVerse, waarbij burgerparticipatie mogelijk wordt dankzij de integratie van de virtuele wereld, technologie, burgers en experten, om zo een mensgerichte transformatie van slimme steden te bekomen.\n\nDoor middel van extended reality (XR) worden burgers betrokken bij stedelijke planning, sociale interactie, cultuur en toerisme. Dit draagt bij aan de doelstellingen van Digital Europe door kunstmatige intelligentie (AI) in de stedelijke omgeving te integreren en XR- en metaversetechnologieën in de EU te bevorderen.\n\nFysieke en virtuele werelden\n\nHet project volgt de \"quadruple helix\"-benadering, waarbij burgers, overheid, industrie en academici samenwerken aan stedelijke oplossingen. Dit verhoogt burgerparticipatie, bevordert inclusiviteit en creëert een nieuw stedelijk paradigma waarin fysieke en virtuele werelden worden geïntegreerd. Er wordt een gemeenschappelijk kader voor Europese autoriteiten gevormd, met de nadruk op adoptie van virtuele technologieën ter ondersteuning van besluitvorming.\n\nDit onderzoek leidt tot aanbevelingen voor een architectuur die de mogelijkheden van de CitiVerse verbetert. Door samenwerking met de industrie en slimme stedennetwerken draagt het bij aan het leiderschap van de EU in de CitiVerse, waarbij open, interoperabele en ethische oplossingen worden gewaarborgd.\n\nResultaat\n\nPartners uit Finland, Nederland, Turkije en België werken samen aan het project. Het resultaat is een set van open CitiVerse-oplossingen en een routekaart met actiepunten voor CitiVerse-oplossingen. Het project sluit aan bij EU-initiatieven op het gebied van klimaat, slimme steden en gemeenschappen, en bevordert innovatie en ondersteunt een groene, burgergerichte stedelijke toekomst.","summary":"Het x-CITE project bevordert burgerparticipatie en slimme steden door integratie van XR en metaverse technologieën. Het leidt tot open CitiVerse-oplossingen en ondersteunt EU-initiatieven voor innovatie in stedelijke ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002794","result_description":"Het x-CITE project streeft naar concrete realisaties, waaronder de ontwikkeling, demonstratie en validatie van minstens vier CitiVerse use cases op het gebied van stedelijke planning, cultuur, toerisme en participatieve besluitvorming. Deze realisaties zullen het CitiVerse-concept omzetten in realiteit, waardoor stakeholders uit de vier helixen kunnen deelnemen aan en de onbenutte potentie van de uitbreiding van lokale digitale twins met virtuele werelden kunnen ervaren. Het project beoogt inclusie, samenhang, nabijheid, gemeenschapsgevoel en participatieve stadsontwikkeling te bevorderen door nieuwe manieren en tools te ontwikkelen voor digitaal verbeterde burgerparticipatie in stedelijke ontwikkeling en stadsleven. De doelgroepen zijn onder meer burgers, stadsplanners, culturele instellingen, toeristische organisaties en besluitvormers op stedelijk niveau.\n\nDe output van het project richt zich op het creëren van een nieuwe stedelijke paradigmaverbinding tussen de virtuele en fysieke wereld, waarbij acties in de virtuele wereld bijdragen aan bewustwording in de fysieke wereld, sociale innovatie en transformaties.\n\nDe doelstellingen van het x-CITE project zijn om een duurzame impact te hebben op Europese steden door het bevorderen van slimme stadsinnovatie en het creëren van nieuwe groei- en marktkansen voor de Europese smart city-industrie. Door het ontwikkelen, testen en opschalen van open en interoperabele CitiVerse-diensten en oplossingen, zal x-CITE de capaciteit van bedrijven vergroten om te gedijen in de digitale transformatie van steden. Het project zal slimme stads-ecosystemen versterken in de deelnemende steden en op Europees niveau, waardoor deze steden aantrekkelijker worden voor talent, investeringen en bedrijven die voorop willen lopen in de digitale transformatie van steden.\n\nOp lange termijn zal x-CITE bijdragen aan het aantrekken van talent, investeringen en bedrijven die streven naar een leidende positie in de digitale transformatie van steden, wat zal resulteren in economische groei, banencreatie en welvaartsgeneratie. Door een CitiVerse-omgeving te definiëren, demonstreren en valideren met de nadruk op bestaande interoperabiliteit, verantwoordelijkheid, ethiek en inclusiviteit, zal het project Europese steden competitiever maken en de levenskwaliteit van hun inwoners verbeteren.\n\nHet project streeft ernaar om Europese steden te positioneren als leiders in verantwoorde en ethische digitale stadsontwikkeling, en om een standaard te zetten voor de toekomstige ontwikkeling van steden wereldwijd. Door een collaboratieve aanpak te hanteren die alle belanghebbenden betrekt en zich inzet voor het creëren van een CitiVerse die het algemeen belang van de samenleving en de steden dient, zal x-CITE een blijvende impact hebben op de manier waarop steden worden ontwikkeld en beheerd.\n\nDe langetermijnsdoelstelling van het x-CITE project is om Europese steden te transformeren tot veerkrachtige, duurzame en inclusieve omgevingen waarin digitale technologieën worden ingezet ten behoeve van alle burgers. Door het versterken van de smart city-infrastructuur, het bevorderen van innovatie en het creëren van nieuwe economische kansen, zal x-CITE bijdragen aan de welvaart en het welzijn van Europese steden en hun inwoners op de lange termijn."},{"description":"De elektrificatie van voertuigen kent een exponentiële groei, waarbij laadinfrastructuur een cruciale bouwsteen vormt voor de energietransitie. Er worden verplichtingen opgelegd om laadinfrastructuur te implementeren, maar niet alle infrastructuur is voldoende slim en duurzaam.\n\nWillen we echt een significante impact hebben op het verlagen van de netbelasting die een belangrijke rol speelt bij elektrificatie, dan moeten we niet alleen de laadpleinen en laadpunten slim en duurzaam maken, maar via energiemanagement systemen laten integreren en communiceren met gebouwbeheersystemen.\n\nSlim laden\n\nDit project zorgt, via meerdere cases en diverse haalbaarheidsstudies, dat bestaande en toekomstige technologie over slim laden wijd verspreid wordt bij de verschillende doelgroepen: Vlaamse fabrikanten, elektro-installateurs, studieburelen, energieadviseurs, charge point operators, ... De bedoeling is dat slim laden niet beperkt blijft tot een kleine groep van partijen die de technologie kennen en kunnen implementeren. Het gaat om een nieuwe groeiende markt die door Vlaamse bedrijven moet worden opgepikt. Bovendien speelt slim laden een grote rol in het beperken van de investeringskosten van Fluvius in het distributienet.\n\nDoordat het project zich sterk zal focussen op praktische implementatie, zullen technologie-uitvoerders en -aanbieders aan de hand van hands-on workshops & demonstratoren op campus Howest alsook op Energyville én concreet uitgewerkte projecten bij eindklanten meer inzichten en ervaringen krijgen in slimme en duurzame laadpalen en laadpleinen. Het einddoel is dat de Vlaamse installateurs en fabrikanten deze nieuwe groeiende markt oppikken.","summary":"De groei van elektrische voertuigen vereist slimme en duurzame laadinfrastructuur voor energietransitie. Het project richt zich op het wijd verspreiden van slim laden bij diverse doelgroepen in Vlaanderen, om de netbelasting te verlagen en investeringskosten te beperken. Het doel is dat Vlaamse bedrijven de nieuwe markt van slim laden oppakken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002795","result_description":"In dit project worden enerzijds collectieve acties uitgevoerd alsook concrete ondernemerspecifieke projecten rond slim laden opgestart.\n\nCollectieve acties: generische cases, workshops, artikels, digitale nieuwsbrieven, podcastsessies, netwerkevents, e-learning module.\n\nOndernemerspecifieke projecten: door zowel tech-aanbieders als uitvoerders rond slim laden + advies, opleidingen, exploratie en integratie.\n\nHet is belangrijk om de laadpalen en laadpleinen niet als afzonderlijk netwerk te zien, dit project reikt veel verder. We moeten tevens aantonen dat integratie en communicatie met lokale gebouwen waarin energieverbruik, opslag en opwekking aanwezig zijn in grote mate kunnen bijdragen tot het verlagen van piekbelastingen en netcongesties.\n\nData zoals laadprofielen, planning/kalenders zullen ons hierop leren participeren en bijvoorbeeld voorrang geven aan bepaalde profielen in hun bedrijf of hun klanten die op bezoek zijn. Met de benodigde data voor handen kunnen CPO’s onderling informatie over klanten delen en gebruikersprofielen vastleggen.\n\nWe zullen dit aantonen via meerdere generische cases die uitgewerkt zullen worden in bedrijven. De verschillende cases zullen ons veel data opleveren, waardoor we meer zicht krijgen op de impact van slim en duurzaam laden op het netwerk (gelijktijdigheid).\n\nWelke generische cases uitgewerkt zullen worden, maakt deel uit van de diverse haalbaarheidsstudies aangeleverd vanuit de begeleidingsgroep. Een case zal zich meer toespitsen op infrastructuur, terwijl de andere meer de softwarekant in de kijker wil zetten. De kennis geabsorbeerd vanuit de haalbaarheidsstudies kan ook breed gedissemineerd worden naar de beoogde doelgroep.\n\nIn dit project willen we, naast klassieke video of e-learning modules, netwerkevents,… vernieuwend uit de hoek komen met het maken van podcasts, die inspelen op het thema elektrische mobiliteit en de uitdagingen hieromtrent. Hierdoor kan je ook de druk bezette installateur op een attractieve manier bereiken tijdens een autorit.\n\nNaast podcasts zullen ook sociale media kanalen een breed publiek beogen. Eénmaal ze het project op die manier leren kennen, kunnen we hen activeren om ook de andere activiteiten binnen dit project te volgen.\n\nDoordat de betrokken doelgroep zowel technologieaanbieders als technologieuitvoerders omvat, kan een breed beeld verkregen worden van de specifieke noden en uitdagingen rond slim en duurzaam laden. De inzichten, marktkennis, technische en praktische kennisopbouw via de cases behaald via dit project zullen beide doelgroepen toelaten gerichter in te spelen op huidige en toekomstige noden van de eindafnemers en hun bedrijfsactiviteiten bij te sturen naar nieuwe businessmodellen die relevant worden door slim energiebeheer."},{"description":"Bedrijven zijn vandaag nog niet gewapend tegen het internet van de toekomst en moeten beter beveiligd worden. Hoewel er al veel onderzoek wordt gedaan, ontbreekt het nog aan kennis en expertise om technologieën zoals solid, blockchain en kwantuminternet te implementeren.\n\nLaagdrempelige kennis is essentieel. Er is al basisonderzoek dat voornamelijk gericht is op technologieën die de basis vormen van een veiliger internet. In de praktijk is echter te zien dat deze technologieën nog niet geïmplementeerd worden in bedrijven, vooral bij kmo's. Zij hebben behoefte aan een eenvoudige kennismaking en praktische handvaten om ermee aan de slag te kunnen in hun specifieke context.\n\nSecuWeb richt zich op vertaalonderzoek om deze nieuwe technologieën daadwerkelijk te implementeren bij bedrijven en organisaties, met als doel een veiliger internet te creëren. Dit project zal resulteren in demonstratoren en use cases die in samenwerking met bedrijven en organisaties uit onze regio's worden ontwikkeld. De focus ligt specifiek op de domeinen e-health, voeding, mobiliteit en industrie 4.0. Het uiteindelijke doel is om hen voor te bereiden op het internet van de toekomst.","summary":"Bedrijven moeten beter beveiligd worden voor het internet van de toekomst. SecuWeb biedt laagdrempelige kennis en implementatie van technologieën zoals solid en blockchain voor een veiliger internet in domeinen zoals e-health, voeding, mobiliteit en industrie 4.0.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002796","result_description":"Tijdens het project bouwen we demonstratoren om het potentieel van de innovatieve technologieën te demonstreren aan bedrijven en organisaties, en hun belang en meerwaarde aan te tonen. Daarnaast ontwikkelen we use cases om de innovatieve technologieën te implementeren bij bedrijven en organisaties. Voor de ontwikkeling van deze cases focussen we op 4 verschillende domeinen: e-health, voeding, mobiliteit en Industry 4.0. Per domein werken we use cases uit met (2 à 3) verschillende bedrijven of organisaties. Daarmee komen we op een streefwaarde van 10 ondernemingen.\n\nZowel in Vlaanderen als in Wallonië en Frankrijk wordt al onderzoek gedaan naar een veiliger internet. Het huidig onderzoek spitst zich grotendeels toe op de technologieën die aan de basis liggen van een veiliger internet. Er ontbreekt echter kennis en expertise m.b.t. de implementatie en toepassing van deze technologieën in verschillende sectoren, bedrijven en organisaties. Om het potentieel van deze innovatieve technologieën te kunnen benutten hebben ondernemingen - en vnl. kmo’s - nood aan een laagdrempelige kennismaking met deze technologieën en handvaten om de technologieën in hun organisatie te kunnen implementeren.\n\nMet het project SecuWeb willen we op deze nood inzetten door demonstratoren en use cases te ontwikkelen in de domeinen e-health, voeding, mobiliteit en industrie 4.0 samen met bedrijven en organisaties uit onze regio's, met als finale doelstelling hen klaar te stomen voor het internet van de toekomst."},{"description":"Voor jongeren is publieke ruimte belangrijk om te sporten, spelen, ontspannen en elkaar te ontmoeten. Toch worden jongeren vandaag nog te weinig betrokken bij de ontwikkeling en herinrichting van die publieke ruimte. Hoe kunnen we dit keren?\n\nIn dit Europese onderzoeksproject worden methodieken en tools onderzocht die kunnen worden ingezet om jongeren te betrekken in herontwikkelingsprojecten en hun visie op de stad van de toekomst te integreren in de besluitvorming van lokale autoriteiten. De deelnemende landen zijn Frankrijk, Portugal, Polen en België.\n\nWorkshops en events\n\nEr worden in het project workshops en evenementen georganiseerd waar jongeren hun creaties presenteren aan stedelijke planners. De resultaten van het onderzoek worden opgenomen in een gids met methodieken voor het betrekken van jongeren bij stedelijke planning. Daarnaast worden de creatieve uitingen van jongeren over hun toekomstige steden gepubliceerd, en worden documentaires gemaakt over het project door de betrokken jongeren. De focus ligt op het creëren van partnerschappen voor de jeugd: het project beoogt een brug te slaan tussen jongeren, jeugdprofessionals, lokale bestuurders en stedelijke planners om samen te werken aan de steden van 2050.","summary":"Jongeren worden betrokken bij stedelijke planning in Europese project met workshops en evenementen. Hun visie op toekomstige steden integreert in besluitvorming van lokale autoriteiten. Creatieve uitingen en methodieken worden gedeeld om partnerschappen te creëren voor jeugd en steden van 2050 te vormen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002797","result_description":"Bij de afsluiting van het project zijn de volgende concrete realisaties te verwachten:\n\nMethodologisch handboek: Een handboek bestaande uit vier secties dat richtlijnen biedt voor de betrokkenheid van jongeren bij stedelijke planning, inclusief een introductie tot het thema, een verzameling ervaringen, consultatietools en aanbevelingen voor lokale autoriteiten.\n\nIllustraties en artistieke producties: Een set van illustraties en artistieke werken gemaakt door de jongeren, die hun visie op de stad van de toekomst weergeven.\n\nDocumentaire: Een documentaire die het proces van samenwerking en de resultaten van het project vastlegt, inclusief de ervaringen van de betrokken jongeren en de impact op de lokale gemeenschappen.\n\nTraining en capaciteitsopbouw: Versterking van de vaardigheden van lokale beleidsmakers en professionals in het betrekken van jongeren bij publieke beleidsvorming, wat leidt tot een duurzamere en inclusievere aanpak in stedelijke ontwikkeling.\n\nDigitale tools: Ontwikkeling en test van digitale tools, zoals een mobiele applicatie, die jongeren helpt om hun ideeën en feedback te delen met lokale autoriteiten.\n\nHet project beoogt volgende doelstellingen te bereiken:\n\nVersterking van jongerenparticipatie: Het bevorderen van een cultuur van actieve deelname van jongeren in de besluitvorming over stedelijke ontwikkeling, zodat hun stemmen en behoeften structureel worden meegenomen in het beleid van lokale autoriteiten.\n\nDuurzame relaties tussen jongeren en beleidsmakers: Het opbouwen van duurzame en effectieve communicatielijnen tussen jongeren, lokale beleidsmakers en stedelijke planners, waardoor een continue samenwerking en betrokkenheid mogelijk wordt.\n\nInnovatieve participatiemethoden: Het ontwikkelen en implementeren van innovatieve en toegankelijke participatiemethoden en -tools die jongeren in staat stellen om actief bij te dragen aan de ontwikkeling van publieke ruimtes, wat kan leiden tot meer inclusieve en responsieve stedelijke omgevingen.\n\nLangdurige strategieën voor jeugdparticipatie: Het aanmoedigen van lokale autoriteiten om meerjarige strategieën te ontwikkelen voor de betrokkenheid van jongeren in stedelijke planning, wat bijdraagt aan een meer duurzame en toekomstgerichte aanpak van stedelijke ontwikkeling.\n\nEmpowerment van jongeren: Het empoweren van jongeren om als ambassadeurs op te treden binnen hun gemeenschappen, zodat zij hun ervaringen en kennis kunnen delen met andere jongeren en hen kunnen aanmoedigen om ook deel te nemen aan het publieke leven.\n\nDeze doelstellingen zijn gericht op het creëren van een meer inclusieve, responsieve en duurzame stedelijke omgeving die rekening houdt met de behoeften en visies van de jongere generatie."},{"description":"In een samenleving gekenmerkt door razendsnelle technologische evoluties, wordt naar het onderwijs gekeken om jonge burgers hierop voor te bereiden. Recent werd duidelijk dat 7 op 10 Vlaamse leerkrachten zich onvoldoende opgeleid voelt om met nieuwe technologieën om te gaan (VRT NWS, 2023).\n\nBijgevolg vormt het voor lerarenopleidingen een voortdurende uitdaging om toekomstige leerkrachten en diens lerarenopleiders uit te rusten met de nodige digitale competenties. In het project ‘De Digitale School: Lerarenopleiding’ hebben alle Vlaamse hogescholen zich verenigd om expertise en good practices te delen zodat samen één gemeenschappelijk doel bereikt kan worden, namelijk het inbedden van het DigCompEdu raamwerk binnen alle lerarenopleidingen van de clusters.\n\n1. Educatieve bacheloropleiding kleuteronderwijs,\n2. Educatieve bacheloropleiding lager onderwijs en\n3. Educatieve graduaats- en bacheloropleiding secundair onderwijs.","summary":"Help lerarenopleidingen om leraren en lerarenopleiders digitaal competent te maken door expertise en good practices te delen via 'De Digitale School: Lerarenopleiding' project van Vlaamse hogescholen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002798","result_description":null},{"description":"In een samenleving gekenmerkt door razendsnelle technologische evoluties, wordt naar het onderwijs gekeken om jonge burgers hierop voor te bereiden. Recent werd duidelijk dat 7 op 10 Vlaamse leerkrachten zich onvoldoende opgeleid voelt om met nieuwe technologieën om te gaan (VRT NWS, 2023).\n\nBijgevolg vormt het voor lerarenopleidingen een voortdurende uitdaging om toekomstige leerkrachten en hun lerarenopleiders uit te rusten met de nodige digitale competenties. In het project ‘De Digitale School: Lerarenopleiding’ hebben alle Vlaamse hogescholen zich verenigd om expertise en good practices te delen zodat samen één gemeenschappelijk doel bereikt kan worden.\n\nDit doel is het inbedden van het DigCompEdu raamwerk binnen alle lerarenopleidingen van de clusters educatieve bacheloropleiding kleuteronderwijs, educatieve bacheloropleiding lager onderwijs en educatieve graduaats- en bacheloropleiding secundair onderwijs.","summary":"Verbeter de digitale vaardigheden van leraren: project 'De Digitale School: Lerarenopleiding' bundelt Vlaamse hogescholen om het DigCompEdu raamwerk te integreren in lerarenopleidingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002799","result_description":null},{"description":"In een samenleving gekenmerkt door razendsnelle technologische evoluties, wordt naar het onderwijs gekeken om jonge burgers hierop voor te bereiden. Recent werd duidelijk dat 7 op 10 Vlaamse leerkrachten zich onvoldoende opgeleid voelt om met nieuwe technologieën om te gaan (VRT NWS, 2023).\n\nBijgevolg vormt het voor lerarenopleidingen een voortdurende uitdaging om toekomstige leerkrachten en diens lerarenopleiders uit te rusten met de nodige digitale competenties. In het project ‘De Digitale School: Lerarenopleiding’ hebben alle Vlaamse hogescholen zich verenigd om expertise en good practices te delen zodat samen één gemeenschappelijk doel bereikt kan worden, namelijk het inbedden van het DigCompEdu raamwerk binnen alle lerarenopleidingen van de clusters (1) educatieve bacheloropleiding kleuteronderwijs, (2) educatieve bacheloropleiding lager onderwijs en (3) educatieve graduaats- en bacheloropleiding secundair onderwijs.","summary":"Vlaamse hogescholen werken samen in 'De Digitale School: Lerarenopleiding' om leraren en lerarenopleiders te voorzien van digitale competenties voor toekomstig onderwijs.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002800","result_description":null},{"description":"Interpersoonlijke vaardigheden zijn voor vele beroepen cruciaal, maar de transfer van rollenspelen naar de praktijk is beperkt. Howest onderzoekt hoe gametechnologie en AI ingezet kunnen worden om een virtuele leeromgeving met realistische avatars te bouwen.\n\nDe doelstelling van het TETRA-project AvaTalk is om de training van gespreksvaardigheden en interpersoonlijke vaardigheden te digitaliseren, zodat upskilling en reskilling plaatsonafhankelijk, locatieonafhankelijk en op maat mogelijk gemaakt wordt. Binnen dit onderzoeksproject experimenteren we met state-of-the-art technologie (gametechnologie en AI, om digital humans ofwel realistische avatars te bouwen, aangedreven door natuurlijke taalverwerking), doen we onderzoek naar de didactische onderbouw, implementeren we diverse werkstromen en zetten we theoretische modellen om in de praktijk om tot een gevalideerde aanpak voor gespreks- en feedbacktools te komen. Dat doen we vanuit casussen die aansluiten bij de behoeften van specifieke sectoren. We betrekken de doelgroep via gebruikersonderzoek en bieden een helder overzicht van de mogelijkheden en kostprijzen.\n\nNieuwe trainingstools\n\nDe resultaten van dit project kunnen als nieuwe trainingstools aangeboden worden aan Vlaamse kmo's actief binnen HR, zorg, sales en dienstverleningen. We uit het vooronderzoek van het pwo-sprintSPACEproject, waarin al een werkende demo getest werd met studenten en lectoren van Howest.","summary":"Howest ontwikkelt een virtuele leeromgeving met realistische avatars om gespreks- en interpersoonlijke vaardigheden te trainen. Dit TETRA-project genaamd AvaTalk maakt upskilling en reskilling mogelijk op maat en locatieonafhankelijk voor diverse sectoren. Nieuwe trainingstools zullen beschikbaar zijn voor Vlaamse kmo's in HR, zorg, sales en dienstverleningen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002801","result_description":"Er wordt een kennisplatform opgebouwd met evidence-based advies rond de innovatieve virtuele trainingstool Avatalk. Dit platform is bedoeld voor een breed werkveld, zoals HR, zorg en de dienstensector, en zal ook bruikbaar zijn in Howest.\n\nMet dit onderzoeksproject willen we aantonen dat het moment is aangebroken om met generatieve AI-tools en game technologie de klassieke gespreksvaardigheidstraining aan te vullen met een nieuwe digitale werkvorm. Op die manier kan de kennistransfer van rollenspelen tijdens opleidingen beter doorstromen naar de werkvloer of praktijk. Dit biedt belangrijke voordelen voor organisaties, waarbij reskilling en upskilling toegankelijk, flexibel en betaalbaar kunnen worden. Gesprekken met geloofwaardige digital humans bieden potentieel om medewerkers beter en efficiënter op te leiden, waardoor het talent in de organisatie versterkt wordt.\n\nEr wordt een kennisplatform opgezet dat alle leidraden, voorbeelden, methodieken, experimenten, documentatie en andere projectresultaten toegankelijk maakt voor bedrijven. Op die manier kunnen zij snel aan de slag met de nieuwe werkvorm. Er zal een evidence-based framework worden opgezet voor gespreks- en evaluatietools en dit zal worden gevalideerd op basis van experimenten en bedrijfscasussen. Daarnaast zal er een menukaart van systeemagnostische technologische bouwblokken en tools worden aangeboden. Bedrijven die met de menukaart en werkstromen willen werken om de werkvorm in eigen trainingen en productontwikkeling te implementeren, kunnen deelnemen aan hands-on workshops.\n\nDe voortgang van het onderzoek zal breed kenbaar gemaakt worden via social media (LinkedIn) en diverse events. De mogelijkheden en schaalbaarheid van deze werkvorm zullen aangetoond worden aan de hand van vier concrete casussen. Deze casussen zullen in co-creatie met diverse stakeholders in de bedrijfscontext worden uitgewerkt en uitgebreid getest. Doorlopende gebruikerstesten zullen plaatsvinden met maximale betrokkenheid van de doelgroep, zowel uit het werkveld als de opleiding."},{"description":"Op welke manier kunnen 'virtuele engineering' en 'virtuele user experience' optimaal worden ingezet in productie- en logistieke omgevingen door middel van een digital twin? Hoe bereikt een bedrijf de maximale synergie tussen beide domeinen?\n\nJe kan vandaag geen industriële vakliteratuur openslaan zonder de term 'digital twins' (ofwel digitale tweelingen) te lezen. Binnen een industriële productiecontext zijn dat alle applicaties waar digitale tools ingezet worden om de realiteit virtueel na te bootsen en zo productie- en logistieke omgevingen te ontwerpen, aan te sturen en te optimaliseren. Het potentieel om digitale tweelingen in te zetten in productie- en logistieke omgevingen is heel groot.\n\nDit TETRA-project neemt twee toepassingsdomeinen onder de loep: (1) 'virtuele engineering' waar een 3D-model gebruikt wordt om een productieproces te dimensioneren en virtueel in bedrijf te stellen; en (2) 'virtuele user experience' waar werknemers laagdrempelig kunnen interageren met een 3D-omgeving die realistische productiesituaties afspeelt gerelateerd aan hun jobinhoud. Naast het potentieel van elk afzonderlijk, ligt de meerwaarde vooral ook in de continue synergie tussen beide domeinen, namelijk virtuele engineering ∞ experience, of kortweg VE∞X.\n\nVoor productiebedrijven, machinebouwers en systeemintegratoren, met een focus op kmo's, willen we een overzicht van mogelijkheden geven voor het inzetten van virtuele engineering ∞ experience voor productie- en logistieke omgevingen. Voor technologieleveranciers en consultancy bedrijven willen we kennis delen over allerhande simulatie- en emulatietools en AR/VR-applicaties.","summary":"Ontdek de kracht van digitale tweelingen in productie- en logistieke omgevingen door virtuele engineering en user experience te combineren. Verbeter efficiëntie en interactie met VE∞X-oplossingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002802","result_description":"Voor productiebedrijven, machinebouwers en systeemintegratoren, met een focus op kleine en middelgrote bedrijven (KMO): overzicht van mogelijkheden voor het inzetten van virtuele engineering en experience voor productie- en logistieke omgevingen.\n\nVoor technologieleveranciers en consultancybedrijven: kennis over allerhande simulatie- en emulatietools en AR/VR-applicaties.\n\nInzet van digitale tweelingen in de bredere scope van productie- en logistieke omgevingen ter bevordering van de inzet van 'virtuele engineering' en 'virtuele user experience' in het werkveld."},{"description":"De onderzoeksvraag van het project is gericht op het ontwikkelen van een programma van jeugdwerkactiviteiten die zullen plaatsvinden in de virtuele ruimte. Dit omvat het trainen van jeugdwerkers om in deze ruimte te werken en deze verder te ontwikkelen. De centrale vraag is hoe een inclusieve, creatieve en dynamische omgeving voor betrokkenheid van jongeren kan worden gecreëerd door middel van Immersive Spaces.\n\nDe volgende zaken zullen worden gerealiseerd: Een op maat gemaakt virtueel jeugdcentrum binnen een VR- en AR-immersieve ruimte, ontworpen en ontwikkeld door jeugdwerkers en jongeren op basis van hun behoeften en waarden van jeugdwerk. Een programma van jeugdwerkactiviteiten dat plaatsvindt in de virtuele ruimte, ontwikkeld en onderzocht door jeugdwerkers en jongeren, gericht op het betrekken van kwetsbare jongeren op persoonlijk, sociaal en educatief gebied. Getrainde jeugdwerkers uit verschillende EU-landen die competent zijn in het gebruik en ontwikkelen van Immersive Spaces als een inclusieve, creatieve en dynamische omgeving voor betrokkenheid van jongeren in jeugdwerk.\n\nEen Masters programma ontworpen in samenwerking met jeugdwerkorganisaties, gericht op het ontwikkelen van de capaciteiten van deelnemers om jeugdwerk uit te oefenen in een immersieve omgeving en het beheren en ontwikkelen van dergelijke ruimtes. Uitgerolde Immersive Youth Work-ruimtes op nationaal niveau in verschillende EU-landen, waar getrainde jeugdwerkers jongeren kunnen betrekken en ondersteunen in een virtuele omgeving.","summary":"Ontwikkeling van virtuele jeugdwerkactiviteiten in Immersive Spaces, inclusief training voor jeugdwerkers en op maat gemaakt jeugdcentrum. Beoogt betrokkenheid van jongeren door creatieve en dynamische omgevingen te creëren en uit te rollen op nationaal niveau binnen de EU.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002803","result_description":"De output van het onderzoeksproject omvat de volgende realisaties: Een op maat gemaakt virtueel jeugdcentrum binnen een VR- en AR-immersieve ruimte, ontworpen en ontwikkeld door jeugdwerkers en jongeren op basis van hun behoeften en waarden van jeugdwerk. Een programma van jeugdwerkactiviteiten dat plaatsvindt in de virtuele ruimte, ontwikkeld en onderzocht door jeugdwerkers en jongeren, gericht op het betrekken van kwetsbare jongeren op persoonlijk, sociaal en educatief gebied. Getrainde jeugdwerkers uit verschillende EU-landen die competent zijn in het gebruik en ontwikkelen van Immersive Spaces als een inclusieve, creatieve en dynamische omgeving voor betrokkenheid van jongeren in jeugdwerk. Een Masters programma ontworpen in samenwerking met jeugdwerkorganisaties, gericht op het ontwikkelen van de capaciteiten van deelnemers om jeugdwerk uit te oefenen in een immersieve omgeving en het beheren en ontwikkelen van dergelijke ruimtes. Uitgerolde Immersive Youth Work-ruimtes op nationaal niveau in verschillende EU-landen, waar getrainde jeugdwerkers jongeren kunnen betrekken en ondersteunen in een virtuele omgeving.\n\nDeze realisaties zullen bijdragen aan het creëren van een veilige, constructieve en inclusieve online ruimte voor jongeren die geografisch geïsoleerd zijn, een fysieke beperking hebben, te maken hebben met sociale angst of neurodiversiteit, of voornamelijk actief zijn in de digitale wereld.\n\nDe doelstellingen van het onderzoeksproject zijn als volgt: er zal een Masters programma zijn ontworpen in samenwerking met jeugdwerkorganisaties, gericht op het ontwikkelen van de kritische betrokkenheid van deelnemers bij jeugdwerk, hun capaciteit om jeugdwerk in een immersieve omgeving uit te oefenen en hun vaardigheden in het beheren en ontwikkelen van die ruimte. Er zullen 10-15 jeugdwerkers het onderwijs-element van het Masters programma hebben afgerond, gericht op Europees Jeugdwerk, het gebruik van immersieve digitale omgevingen om jongeren te betrekken bij jeugdwerk en het ontwerp en de ontwikkeling van immersieve digitale omgevingen. Er zullen 10-15 jeugdwerkers hun onderzoeksdeel van hun Masters hebben afgerond en in staat zijn om de Immersive Youth Work-ruimte op nationaal niveau in hun thuisland uit te rollen."},{"description":"Dit ITP richt zich op Afrikaanse vrouwen in de gamesindustrie. \n\nPrimaire doelen: 1) Het dichten van de digitale kloof tussen Afrika en Europa/Noord-Amerika, en 2) Het verkleinen van de genderkloof die prominent aanwezig blijft binnen de wereldwijde gamesindustrie. \n\nDe training 'Making Meaningful Games: A Training for Women in Digital Entertainment' wordt twee maal georganiseerd voor minstens 16 vrouwelijke gameontwikkelaars uit Zuid-Afrika, Oeganda en Kenia binnen de opleiding Digital Arts & Entertainment (DAE). \n\nAan het einde van het twee weken durende programma zal elke vrouwelijke gameontwikkelaar technische vaardigheden en soft skills hebben opgedaan, een internationaal netwerk hebben opgebouwd binnen de digitale entertainmentindustrie en een volledig functionele game hebben gemaakt waarin ze een 'betekenisvol' verhaal hebben verwerkt, waarin ze reflecteren op identiteit en waarin ze laten zien dat videogames in staat zijn om verhalen op een unieke en krachtige manier te vertellen. \n\nDeze uiteenlopende verhalen zullen verteld worden en vrouwelijke ontwikkelaars de tools geven die ze nodig hebben om hun verhalen om te zetten in een levensvatbare digitale game. \n\nDe training duurt twee weken; de eerste week biedt inspirerende workshops en masterclasses van professionals uit de industrie, terwijl de studenten tijdens de tweede week een internationaal team vormen (samen met andere ITP-deelnemers) en deelnemen aan een game sprint. \n\nBinnen 3 dagen produceert elk team onder begeleiding van onze deskundige coaches een prototype van een digitale game die klaar is voor een playtest.","summary":"Bridging digital & gender gaps in African games industry. 'Making Meaningful Games' training for female developers from South Africa, Uganda, Kenya. Gain skills, network, and create impactful games in 2 weeks.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002804","result_description":"Aan het einde van het project hebben vrouwelijke gameontwikkelaars kennis, vaardigheden en expertise opgedaan op het gebied van zowel soft skills als technische vaardigheden. Ze hebben een beter begrip gekregen van ethische gameontwikkeling, toegankelijkheid, verhalend ontwerp, authentieke representatie en digitaal ondernemerschap en ze hebben hun interculturele competenties versterkt. Een van de belangrijkste soft skills die ze hebben ontwikkeld is zelfredzaamheid.\n\nOp technisch vlak zullen ze kennis hebben opgedaan rond de creatie van een volledig levensvatbare game tijdens een 3-daagse game jam, begeleid door experts van Howest DAE, game incubator en accelerator Flanders Game Hub, en internationale specialisten. Het principe 'Leave No One Behind' staat centraal in het beoogde resultaat van het project, aangezien elke student vaardigheden en kennis heeft opgedaan die nodig zijn om te gedijen in een multiculturele gameontwikkelomgeving, waardoor ze hun rechtmatige plaats innemen in het landschap van digitale ontwikkeling.\n\nNaast de voltooiing van een functionele game, zal elke student ook een versterkt internationaal netwerk hebben. Onderlinge verbondenheid (met de nodige aandacht voor gender en milieu) en internationale samenwerking vormen de kern van de resultaten die dit project wil bereiken. Via dit netwerk zal hoogwaardig, inclusief onderwijs voor vrouwen in gametechnologie worden bevorderd.\n\nWe streven er ook naar om onze multistakeholderpartnerschappen binnen het project te versterken (waaronder de Belgische ambassades van Zuid-Afrika, Oeganda en Kenia; Vlaamse Audiovisuele Vereniging; Flanders Game Hub; International Game Developers Association (IGDA); Leti Arts (Kenia); Nairobi Comic Con (Kenia), Sea Monster Entertainment (Zuid-Afrika); en Tribe Uganda (Oeganda).\n\nTegen het einde van dit project is het niet alleen het doel om samengewerkt te hebben binnen de grenzen van de training; het is ook cruciaal dat we deze partnerschappen onderhouden en verder ontwikkelen. Het veranderen van het landschap van de wereldwijde game-industrie is geen prestatie die alleen door middel van één project kan worden aangepakt. Het is een reis die we moeten beginnen, met dit project als eerste stap. Als het doel is om gelijkheid te bereiken en nieuwe, diverse verhalen naar voren te brengen, moeten we tijdens en na het project co-creëren en kennis, vaardigheden en perspectieven delen.\n\nHet is ook de bedoeling dat Europese professionals die deelnemen aan de training actief hebben deelgenomen aan de uitwisseling van informatie en ideeën. Het is de bedoeling dat deze uitwisseling zeer wederkerig is. Aan het einde van het project is het ons doel dat alle deelnemers de cruciale waarde van het werken in een internationaal team beter begrijpen en mogelijkheden zoeken om samen te werken met professionals van buiten hun directe netwerk. We hopen ook een sterk 'alumni'-netwerk op te bouwen, zodat partnerschappen verder kunnen groeien.\n\nDoor vrouwen in games en het Afrikaanse game-ecosysteem te ondersteunen, wil dit project de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in digitaal entertainment bevorderen en de digitale kloof tussen Europa en Afrika dichten. Het vermenigvuldigingseffect van de vrouwelijke wetenschappers zal een katalysator zijn voor toekomstige diverse samenwerkingsverbanden binnen de game-ontwikkelingsindustrie. Dit project stelt vrouwelijke gameontwikkelaars in staat om betekenisvolle verhalen te vertellen door middel van interactieve media."},{"description":"Jonge ondernemers zijn een belangrijke motor voor nieuwe bedrijven in de regio en voor innovatie binnen het regionale socio-economische weefsel. Turbo vormt een overkoepelend ecosysteem rond jong ondernemerschap en streeft ernaar om ondernemingszin bij jongeren in en rond Brugge te stimuleren en toegankelijk te maken.\n\nIntrapreneurs dragen bij aan innovatie en vooruitgang, terwijl entrepreneurs zorgen voor economische groei en ontwikkeling van een stad. Door ondernemende jongeren in contact te brengen met het Brugse netwerk, gaan we braindrain tegen en bevorderen we braingain. Met dit project bouwen we kennis op om jongeren ondernemender te maken, krijgen startersideeën sneller kansen en krijgen we zicht op welke noden er zijn in het ecosysteem om onze start-ups te kunnen laten doorgroeien richting scale-ups.\n\nHet komende jaar wordt ook aandacht geschonken aan de ondernemende houding van onderzoekers en welke rol zij in het ecosysteem kunnen opnemen. Het aanbod van Turbo concentreert zich op 4 zaken: inspireren, informeren, ontmoeten en het learning by doing principe. Er worden inspirerende keynotes, bootcamps, workshops, netwerkmomenten, ondernemercafés, coachingsessies, hackathons en summer schools georganiseerd.\n\nTurbo is een initiatief van de stad Brugge, in samenwerking met Howest, Vives, KU Leuven Campus Brugge, De Republiek, Het Entrepot en Ondernemerscentrum Brugge, en wordt gesteund door het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO). Wanneer studenten met ondernemersideeën goed worden ondersteund, kunnen zij zich ook verankeren in het regionale ecosysteem zodat ze na hun studies de lokale regio versterken.\n\nDit project leidt op termijn tot een aantrekkelijke dynamiek, een hogere welvaart en weerbaarheid, en een sterkere uitstraling van de regio.","summary":"Stimuleer jong ondernemerschap en innovatie in Brugge met Turbo. Inspirerende events, coaching en netwerkmogelijkheden. Samenwerking met lokale partners en onderwijsinstellingen voor groei en ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002805","result_description":"Output is een kennisbank over intrapreneurship en entrepreneurship en een community van jonge ondernemers en TURBO-ambassadeurs.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"Jonge ondernemers zijn een belangrijke motor voor nieuwe bedrijven in de regio en voor innovatie binnen het regionale socio-economische weefsel. Met Start@K zetten we in op het ondersteunen en promoten van jong ondernemerschap in Kortrijk.\n\nEr is de voorbije jaren al een eerste kentering in de braindrain ingezet en er werd een uitnodigend startersklimaat uitgebouwd. Dit wordt de komende jaren verder versterkt. Niet alleen zijn jonge ondernemers als eindresultaat een doel, ondernemende werknemers die kiezen voor intrapreneurship zijn even belangrijk.\n\nDe stad Kortrijk, Hangar K, KU Leuven Campus Kulak, Vives en Howest blijven, mede met de financiële steun van VLAIO, de krachten bundelen en vormen de kern van een breder ecosysteem rond jong ondernemerschap. Binnen dat ecosysteem kunnen jongeren en studenten intekenen op diverse acties en trajecten, van brede sensibilisering over inspireren tot gespecialiseerde begeleiding.\n\nMet dit project bouwen we kennis op om jongeren ondernemender te maken, krijgen startersideeën sneller kansen, en krijgen we zicht op welke noden er zijn in het ecosysteem om onze start-ups te kunnen laten doorgroeien richting scale-ups. Het komende jaar wordt eveneens aandacht geschonken aan de ondernemende houding van onderzoekers en welke rol zij in het ecosysteem kunnen opnemen.\n\nWanneer studenten met ondernemersideeën goed worden ondersteund, kunnen zij zich ook verankeren in het regionale ecosysteem zodat ze na hun studies de lokale regio versterken. Dit project leidt op termijn tot een aantrekkelijke dynamiek, een hogere welvaart en weerbaarheid, en een sterkere uitstraling van de regio.","summary":"Jong ondernemerschap in Kortrijk wordt gestimuleerd en ondersteund door een ecosysteem van samenwerking tussen stad, onderwijsinstellingen en bedrijven. Doel is om jongeren te inspireren, begeleiden en te laten doorgroeien naar succesvolle ondernemers.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002806","result_description":"Verdere uitbouw van student-ondernemerschap op de Kortrijkse campussen en toegang van de studenten tot een breder netwerk via Hangar K. Ondersteuning van de opleidingen rond de promotie van ondernemerszin in het curriculum.\n\nHowest student-ondernemers die succesvol hun onderneming opbouwen."},{"description":"Jongeren in kwetsbare situaties hebben het niet altijd makkelijk op school. Tope Sterk heeft als doel de kansen voor die jongeren te vergroten aan de hand van student tutoring. Studenten uit het hoger onderwijs treden in dit geval op als begeleider om leerlingen uit het basis- of secundair onderwijs te ondersteunen bij het leerproces.\n\nWetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat tutoringprogramma’s positieve effecten hebben op de leerresultaten in basis- en secundair onderwijs. In een grootschalige meta-analyse (Nickow, A., Oreopoulos, P. & Quan, V. (2020) werd een aantal tendenzen aangetoond: positieve effecten zijn gelijk voor rekenen en taal, positieve effecten zijn sterker in basisonderwijs.\n\nHowest bouwt tijdens Tope Sterk 5 de structurele samenwerking die is uitgewerkt in West- en Oost-Vlaanderen verder uit naar het Vlaamse niveau. Deze organisaties waren of worden partners: vzw De Katrol in Oostende en elders in W-Vl & O-Vl, 't Scharnier in Brugge en Blankenberge, Komerbi in Brugge, Kompanjon in Gent en Antwerpen, Homestart in Leuven met andere lokale afdelingen, Uylenspel – Gent, Armen tekort – Antwerpen.\n\nLerend netwerk\n\nHowest bouwt in het schooljaar 24-25 het lerend netwerk uit, doet onderzoek naar én wisselt expertise uit over (via onder meer een studiedag): omgaan met kinderen van ouders met psychische problemen, cultuursensitieve hulpverlening, omgaan met verontrusting, zelfregulerend leren, intervisie rond grensoverschrijdend gedrag naar studenten en impactmeter rond gezinsondersteuning.\n\nNa dit project wordt ook een publicatie voorbereid met theoretische inzichten en praktische handvaten rond het werken met kwetsbare gezinnen in de thuissituatie via tutoringprojecten.","summary":"Tope Sterk vergroot kansen voor kwetsbare jongeren door student tutoring. Positieve effecten op leerresultaten zijn aangetoond. Howest breidt samenwerking uit naar Vlaams niveau met diverse partners. Lerend netwerk biedt expertise over omgaan met kwetsbare gezinnen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002807","result_description":"Er wordt een publicatie voorbereid met theoretische inzichten en praktische handvaten rond het werken met kwetsbare gezinnen in de thuissituatie via tutoringprojecten.\n\nEr is een operationeel lerend netwerk Vlaanderen breed waarin nieuwe kennisopbouw en kennisdeling plaatsvindt.\n\nVerdere kennisopbouw rond KOPP kinderen, cultuursensitieve hulpverlening, omgaan met verontrusting, zelfregulerend leren, intervisie rond grensoverschrijdend gedrag naar studenten en impact van tutoringprojecten.\n\nOnderzoek naar succesfactoren van kwaliteitsvolle studentenbegeleiding en aanbieden van handvaten naar de praktijk toe.\n\nOrganisaties samenbrengen die op hetzelfde domein werkzaam zijn.\n\nKennis, expertise, ervaringen delen tussen deze organisaties via een lerend netwerk.\n\nKrachten bundelen om een financieringskader uit te werken met de overheid."},{"description":"Implementeren van duurzaamheidscompetenties (SDG's) in het opleidingscurriculum van de opleidingen binnen de cluster Design Technology en Arts. Deze drie opleidingen hebben elk hun eigen focus, respectievelijk het ontwerpen van producten, digitaal ontwerp en het ontwikkelen van een duurzame leefomgeving. Het competentieprofiel van deze 3 opleidingen zal uitgebreid worden met een nieuw leerdoel rond het transitiethema duurzaamheid in brede zin. Door deze op te nemen in het competentieprofiel van de opleiding zal de student in staat zijn SDG’s verder uit te werken in zijn professionele loopbaan.\n\nOm een nieuw leerdoel te kunnen implementeren in de opleiding specifieke leerresultaten (OLR’s) van een opleiding is een eerste stap om domein-specifieke leerresultaten (DLR’s) en concrete leerdoelen op te maken rond duurzaamheid en SDG’s (zoals bijvoorbeeld SDG 4, SDG 12 en SDG 13). Vervolgens zal de vertaling van deze competenties naar leerdoelen binnen het domein ‘weten’, ‘inzien’, ‘toepassen’ en ‘integreren’ de docenten helpen om deze leerdoelen in de verschillende opleidingsonderdelen (OLOD’s) te gaan koppelen.\n\nDaarnaast zullen leerinhouden en -methodieken worden afgestemd op deze nieuwe leerdoelen. Hierbij denken we meer specifiek om de Design Thinking Methodiek, die nu al binnen de opleidingen als basis wordt gebruikt om elke ontwerpvraag aan te pakken, te gebruiken en uit te breiden. Dit willen we doen door het double diamond framework aan te vullen met technieken zodat de duurzaamheidscompetenties concreet kunnen geoefend en geïmplementeerd worden door studenten.","summary":"Integreer duurzaamheidscompetenties in opleidingen Design Technology en Arts voor SDG's. Leerdoelen over duurzaamheid en SDG's implementeren in curriculum. Gebruik Design Thinking Methodiek en double diamond framework voor concrete toepassing.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002808","result_description":"Toevoegen OLR Toevoegen DLR Opmaken specifieke leerdoelen rond duurzaamheid en SDG's Afstemmen leerinhouden van vakken naar de specifieke leerdoelen Methodiek voor concreet aanpakken/aanleren duurzaamheidscompetenties\n\nVoor ons is het uiteindelijke doel van het traject dat de student kan afstuderen met een diploma waarop de behaalde duurzaamheidscompetenties staan. Na het afstuderen brengen deze nieuwe professionals de competenties en methodieken mee naar het werkveld, waardoor toegepaste duurzaamheid in de ondernemingen terecht zal komen.\n\nEen diploma met gekoppelde duurzaamheidscompetenties zorgt niet alleen voor de implementatie van toegepaste duurzaamheid in ondernemingen, maar ook voor inzicht voor de student en de onderneming in hun eigen vaardigheden op het gebied van duurzaamheid. Waar liggen de accenten? Waar zitten mijn sterktes? Waar kan ik nog verder op inzetten door bijvoorbeeld levenslang leren?"},{"description":"Naast het deel co-teaching willen we de onderwijspraktijk van teamteaching op een gelijkaardige manier onderzoeken. Was er de koppeling met executieve functies bij het traject co-teaching, dan willen we bij het traject rond teamteaching nog een stapje verder gaan, richting meer zelfregulerend leren.\n\nConcreet willen we zicht krijgen op wat onze leerkrachten als team nodig hebben om bij de leerlingen een grotere zelfregulatie te ontwikkelen. We willen samen onderzoeken hoe we als team voor een stimulerende leeromgeving kunnen zorgen en welk onderwijsconcept, welke systemen en instrumenten we kunnen gebruiken om ons doel te bereiken en te monitoren.","summary":"We willen de onderwijspraktijk van teamteaching verkennen, met focus op zelfregulerend leren en stimulerende leeromgeving voor leerkrachten en leerlingen. Onderzoek naar benodigdheden en instrumenten om zelfregulatie te bevorderen en doelgericht te monitoren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002809","result_description":null},{"description":"Digitale hulp- en dienstverlening zijn in toenemende mate een wezenlijk onderdeel van het welzijnswerk en de geestelijke gezondheidszorg. Mensen zoeken ondersteuning en antwoorden op vragen via e-mail, chat, websites, FAQ-rubrieken, beeldbellen, sociale media en andere digitale tools.\n\nNet zoals in veel andere sectoren, biedt de inzet van artificiële intelligentie (AI) ook hier veel potentieel. De bijhorende uitdagingen zijn echter extra groot. Kwalitatief, ethisch en veilig gebruik van AI is namelijk essentieel wanneer het om bijzonder gevoelige aspecten uit ons leven gaat, zoals welzijn en geestelijke gezondheid.\n\nWe testen daarom uit hoe we met AI de toegankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van digitale hulp- en dienstverlening op een veilige en ethische manier kunnen verhogen. Door AI in te zetten als ondersteuningsmiddel willen we het bereik vergroten van het online aanbod in welzijn en geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.\n\nWe maken een aangepast taalmodel (LLM) en testen deze uit in proeftuinen waarbij een AI-assistent als ondersteuning kan dienen om hulpzoekers beter te helpen wat betreft informatieverstrekking, vooraanmelding, chathulp en e-mailhulp.","summary":"Ontdek hoe we met AI veilig en ethisch digitale hulp- en dienstverlening verbeteren voor welzijn en geestelijke gezondheid. Vergroot het bereik van online aanbod in Vlaanderen met behulp van een aangepast taalmodel en AI-assistentie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002810","result_description":null},{"description":"Hoe maak je je huisartsenpraktijk toekomstbestendig? Arteveldehogeschool helpt Vlaamse huisartsen met tools en begeleiding voor taakdelegatie.\n\nIn het kort\nDe huisartsensector staat voor een grote uitdaging: de traditionele werkwijze, waarbij één huisarts alle taken uitvoert, is niet langer houdbaar. Dit project van Arteveldehogeschool ontwikkelt tools en begeleiding voor Vlaamse huisartsenpraktijken om verpleegkundigen en praktijkassistenten beter te integreren via taakdelegatie. De focus ligt op instroommanagement en onboarding, met als doel 700 huisartsenpraktijken te ondersteunen in hun transitie naar een efficiëntere samenwerking.\n\nDe nood en relevantie\nHet klassieke model van de huisarts kan niet langer voldoen aan de toenemende zorgvraag. Door verpleegkundigen en praktijkassistenten meer taken te geven, kunnen huisartsen zich richten op kerntaken. Hoewel sommige praktijken al experimenteren met taakdelegatie, is er een grote behoefte aan ondersteuning bij rekrutering, onboarding en integratie. Dit project speelt in op die nood en draagt bij aan een hogere zorgkwaliteit en economische voordelen, zoals meer inkomsten voor praktijken en een betere werklastverdeling.\n\nVan aanpak tot impact\nHet project bestaat uit:\n• Onderzoek naar implementatievoorwaarden van taakdelegatie in huisartsenpraktijken.\n• Co-creatie van tools met huisartsen, verpleegkundigen en technologiebedrijven.\n• Demonstratie van de impact van verpleegkundigen in de praktijk.\n• Kennisdeling via workshops, community-meetings en andere kanalen.\n\nDe verwachte impact is breed: betere kwaliteit van zorg, hogere tevredenheid bij zorgverleners en patiënten, en een duurzamer model voor eerstelijnszorg. Dit project stimuleert samenwerking en innovatie, met een focus op people management en co-creatie.","summary":"Arteveldehogeschool helpt Vlaamse huisartsenpraktijken future-proof te worden door middel van taakdelegatie aan verpleegkundigen en praktijkassistenten. Dit project ondersteunt 700 praktijken in efficiëntere samenwerking voor betere zorgkwaliteit en economische voordelen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-002811","result_description":null},{"description":"SAMEN MAKEN - Op zoek naar artistieke strategieën voor een rechtvaardig, sociaal en politiek handelen in een collectieve, artistieke praxis.\n\nVandaag worden jonge kunstenaars opgeleid en ingezet als makers. Samen maken is eigen aan het hedendaagse artistieke werk, waar individuele talenten zich ontplooien en actualiseren (singulariseren) in een groep (multitude) en zich samen ontwikkelen tot een kunstwerk (common).\n\nDit artistieke handelen krijgt in onze neoliberale maatschappij vorm binnen wisselende hiërarchische structuren en netwerken en wordt meestal achteraf onteigend. De artistieke meerwaarde wordt toegeëigend als kapitaal waarmee individuele artiesten zich opnieuw, als concurrenten profileren op een precaire markt om nieuwe projecten te scoren.\n\nDit vermarkten van artistieke arbeid (commodification) door de ‘neoliberale bestuurlijkheid’ zorgt voor een veelzijdige precarisering van de artiest. Collectieven van artiesten hebben steeds geprobeerd weerstand te bieden aan deze ont-eigening van de artistieke meerwaarde en bijhorende precarisering.\n\nIn de eerst plaats richtten ze zich op de emancipatie van de artiest en het artistieke materiaal. Vandaag kunnen we een stap verder gaan en een onderhandelde ruimte creëren die de diversiteit en kwetsbaarheid van menselijke verhoudingen in ons artistieke handelen een plaats kan geven.\n\nDoor het sensitief maken van het artistieke proces wil ik uitdiepen hoe we zorg kunnen dragen voor de meervoudigheid en meerstemmigheid bij het samen maken. Ik wil op zoek gaan naar nieuwe vormen van registratie om het gezamenlijk gecreëerde materiaal te bewaren en verder te ontwikkelen.\n\nZonder arbitraire beslissingsmomenten waar het wordt gevormd naar (geprivilegieerde) artistieke visies (geformuleerd in dominante taal- en denkpatronen). Ik zoek strategieën waarbij het be-lichaam-de, ver-klank-te of be-stem-de materiaal naast elkaar kan blijven groeien en ontkiemen als een rizomatisch netwerk van ideeën en voorstellen.\n\nIk ga vooral op zoek naar een artistieke strategie van verzet waar, uit de onvrede over de bestaande menselijke verhoudingen, nieuwe vormen kunnen ontstaan.","summary":"Op zoek naar artistieke strategieën voor collectief artistiek werk in een veranderende maatschappij. Verzet tegen de commercialisering van kunst en streven naar diversiteit en inclusiviteit in het creatieve proces. Focus op behoud en ontwikkeling van gezamenlijk gecreëerd materiaal zonder dominantie van individuele artistieke visies.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002812","result_description":null},{"description":"Situering:\n\nHet personeelstekort is een uitdaging waar onze gezondheidszorg reeds geruime tijd mee kampt, maar die uitvergroot werd door de COVID-19 gezondheidscrisis (UNRIC, 2021). Een recent onderzoek door de HR dienstengroep Liantis (2022) bij directies van 73 zorginstellingen toonde aan dat maar liefst acht op de tien zorgorganisaties op dit moment een kritiek personeelstekort ervaren, in het bijzonder op vlak van verpleegkundigen. Oorzaken zijn onder andere een toenemende en meer complexe zorgvraag bij de patiënt, een verouderende beroepsbevolking, een toenemend aantal zorgverleners die door werkdruk en gebrek aan autonomie de sector verlaat en een afnemend aantal jongeren dat de arbeidsmarkt instroomt (Adriaansen, 2018).\n\nAanvullend evolueert de gezondheidszorg voortdurend en neemt medische kennis exponentieel toe (Densen, 2011; Corish, 2018; Chuang, 2021). Een deel van de oplossing om de uitstroom van verpleegkundigen te verminderen bestaat uit bijscholing. Verpleegkundigen zichzelf laten bijscholen, laat hen niet alleen toe om essentiële kennis en vaardigheden aan te scherpen, maar blijkt ook sterk motiverend te werken (Europese Commissie, 2022).\n\nImmersive Technology in Healthcare Training focust daarom op het aanbieden van een vormingsaanbod voor verpleegkundigen met behulp van immersieve technologie (ImT). ImT, zoals virtual, augmented en mixed reality, biedt opportuniteiten in het kader van opleiding binnen de zorg. Zo laat het toe om specifieke vaardigheden te oefenen in een veilige leeromgeving. Dit leidt niet alleen tot een betere kennisoverdracht (Woon et al., 2021), maar ook tot een hogere tevredenheid, zelfeffectiviteit en betrokkenheid wanneer ImT in het kader van bijscholing binnen de zorg wordt ingezet (Ryan et al., 2022).\n\nHoewel ook verpleegkundigen baat kunnen hebben bij bijscholing met ImT, wordt deze technologie vooral ingezet en onderzocht bij artsen (95%), in vergelijking met verpleegkundigen (slechts 3%) (Tang et al., 2021). Niettemin blijkt uit gesprekken met de begeleidingsgroep een grote vraag naar ImT-training wat betreft verpleegtechnische handelingen en communicatievaardigheden voor verpleegkundigen. Waarom benutten verpleegkundigen dit potentieel van ImT dan (nog) niet in Vlaanderen? Er is uitgebreide technische kennis aanwezig rond het ontwikkelen van ImT-trainingsmodules, maar ImT-ontwikkelaars hebben weinig voeling met de vereisten voor de vorming van verpleegkundigen. Er zijn dan wel vormingsorganisaties die zich toespitsen op bijscholing binnen de zorg, maar hen ontbreekt het dan weer aan kennis over ImT. Bijgevolg hebben zorg- en welzijnsinstellingen met een duidelijke interesse in bijscholing voor hun verpleegkundigen via ImT nog geen afgestemd aanbod beschikbaar. Synergie creëren tussen deze drie actoren is dan ook essentieel.\n\nAlgemeen doel:\n\nMet dit project ondersteunde Thomas More zorg- en welzijnsinstellingen, ImT-ontwikkelaars en vormingsorganisaties binnen de zorg in drie belangrijke uitdagingen: 1) het bundelen, vertalen en verspreiden van kennis over ImT voor training van verpleegkundigen rond verpleegtechnische handelingen en communicatieve vaardigheden, 2) het versterken van de synergie tussen deze partijen en hun toepassingen om toekomstige ontwikkelingen beter op elkaar te kunnen afstemmen en 3) het introduceren van een onderbouwd plan van aanpak op maat van elke doelgroep.\n\nOnderzoeksplan:\n\nNaast het creëren van een overzicht van de in Vlaanderen beschikbare XR-opleidingen in de zorg volgens een beoordelingsmatrix, richtte het project zich voornamelijk op het ontwikkelen, implementeren en evalueren van drie opleidingsmodules voor zorg- en verpleegkundigen. Deze modules richtten zich op (1) klinisch redeneren, (2) omgaan met agressie en (3) wondzorg. Aan de hand van co-creatie en kwalitatief onderzoek werd eerst de bestaande opleidingscontext van zorgprofessionals in kaart gebracht. In nauwe samenwerking met technologische partners werden vervolgens prototypes ontworpen en getest en iteratief aangepast.\n\nIn een volgende stap werden de 3 modules verspreid over 12 zorginstellingen: Deelnemers (n= 150) kregen 30 dagen de tijd om met de training aan de slag te gaan, waarbij een minimum van drie sessies werd vereist. Zelfbeoordelingen en prestatiegegevens werden kwantitatief geanalyseerd via repeated measures ANOVA, op basis van vier vragenlijsten in combinatie met externe beoordelingsscores afkomstig uit de XR-software. Open kwalitatieve vragen boden aanvullende inzichten in ervaren facilitatoren en barrières bij de implementatie.\n\nBovenop het onderzoek naar de leereffecten, werd bijkomend ook nog een kwalitatief onderzoek gevoerd naar de redenen van drop-out onder voormalige deelnemers en een kwalitatieve studie naar de implementatie van XR-opleidingen onder studenten. Alle details van het onderzoek kan je terugvinden in het resultatenrapport op de projectpagina: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht","summary":"Verpleegkundigen ervaren kritiek personeelstekort. Immersive Technology in Healthcare Training biedt oplossing met ImT voor verbeterde bijscholing en hogere betrokkenheid. Thomas More project versterkt samenwerking en ontwikkelt ImT-opleidingsmodules voor zorgprofessionals. Meer info: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002813","result_description":"Het onderzoek laat zien dat XR-training in de zorg zowel leerwinst als haalbare implementatie oplevert. Bij klinisch redeneren stegen de objectieve simulatorscores na drie sessies overtuigend, terwijl de zelfinschatting (DNCR) stabiel bleef, wat wijst op echte vaardigheidsgroei zonder overschatting.\n\nIn de wondzorg-module namen dan weer de geschatte eigen vaardigheden na één maand trainen en drie maanden retentie significant toe. De agressiehanterings-VR verhoogde het zelfvertrouwen om incidenten te de-escaleren met bijna één punt op de 11-punts CCPAI-schaal, een effect dat drie maanden later nog aanhield. Al verbeterde de gemeten DABS-vaardigheid trager en daalden trainingsscores uit de app licht na extensief experimenteren.\n\nOver alle modules heen bleken het informatieve, de geloofwaardigheid, het interactieve, het innovatieve en vooral ook het plezier om op deze manier te leren de sterkste drijfveren, terwijl tijdsdruk tijdens shiftdiensten en de nood aan lokale ondersteuning voor zowel hard- als software de belangrijkste obstakels vormden. Duurzame uitrol vraagt ook een aparte trainingsruimte, stabiele wifi, voldoende brillen en een toegewezen XR-verantwoordelijke.\n\nSimulator-sicknessscores bleven overwegend laag en geen van de geanalyseerde covariaten (leeftijd, ervaring, misselijkheid, presence) beïnvloedde de leerresultaten significant. Zo bevestigt het project dat korte, plezierige en technisch goed ondersteunde XR-sessies zowel objectieve prestatieverbetering als duurzame motivatie kunnen genereren bij Vlaamse zorgprofessionals.\n\nAlle details van het onderzoek kan je terugvinden in het resultatenrapport, te downloaden op de projectpagina Bottom of Form: https://thomasmore.be/nl/immersive-technology-healthcare-training-itht."},{"description":"ACHTERGROND\n\nOuderenmis(be)handeling (OMB) wordt erkend als een wereldwijd probleem. De veronderstelling is dat met de toenemende vergrijzing, het langer thuis blijven wonen en de groeiende nadruk op zelfredzaamheid dit probleem in de toekomst zal vergroten (Bakker et al., 2018). Dit vraagt om een beleid waarin aandacht is voor de positie van ouderen als ‘actieve senioren’, een expliciete doelstelling in de beleidsnota van de Vlaamse Minister van Welzijn en Volksgezondheid (2019-2024) en het Vlaams ouderenbeleidsplan (2015-2020). Ondanks de toenemende aandacht, is OMB een topic dat nog steeds in de taboesfeer hangt. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE; Ricour et al., 2020) publiceerde recent een rapport met beleids- en praktijkaanbevelingen voor het verbeteren van de detectie en aanpak van OMB in België. Het rapport beschrijft o.m. het tekort aan onderzoek vanuit het perspectief van ouderen en de onwetendheid bij eerstelijnsprofessionals wat OMB is en hoe het bespreekbaar te maken bij ouderen.\n\nPreventie en aanpak van OMB is essentieel. In Vlaanderen zijn tools voorhanden die kunnen helpen OMB te detecteren en te signaleren (o.a. RITI, e-learning Domus Medica, stappenplan SEL Waasland). Er rust echter nog steeds taboe op de fase voorafgaand het signaleren en melden, namelijk het (h)erkennen van, én praten over en bespreekbaar maken van mis(be)handeling bij ouderen. Het is door de problematiek te herkennen en erover durven te spreken dat het taboe kan worden gebroken.\n\nProfessionals uit alle sectoren stoten op hindernissen om OMB te herkennen en bespreekbaar te maken. Naast een juiste herkenning door de omgeving van ouderen is het van belang dat ouderen zelf ook bewust zijn van het fenomeen OMB, de diversiteit aan verschijningsvormen en de gevolgen die het kan hebben. Voor een preventieve aanpak van OMB is het van belang dat ouderen hun eigen slachtofferschap (h)erkennen en dat zij bovendien geen drempel ondervinden om de ervaren gebeurtenissen bespreekbaar te maken. Onderzoek toont aan dat bijna de helft van de slachtoffers namelijk nooit praat over het misbruik met vrienden of familie, of doet geen melding aan een officiële instantie.\n\nDOEL EN AANPAK\n\nHet doel van dit project is om senioren en eerstelijnsprofessionals te sensibiliseren rond OMB door het te leren herkennen en (durven) bespreekbaar te maken. In dit PWO biedt de ontwikkeling van een methodiekbeschrijving van zogenaamde ‘open dialoogcafés’ als meerwaarde dat zowel senioren (inclusief mantelzorgers) als professionals op een laagdrempelige en interactieve manier met casuïstiek (samen) het thema exploreren (grenzen) herkennen. Door in dit PWO een lokaal laagdrempelig traject op te zetten door én voor ouderen (als ‘actieve senioren’), worden zij zich bewust van het feit dat zij ouder en kwetsbaarder worden en realiseren zij zich dat ook zij te maken kunnen krijgen met OMB.\n\nDoelstellingen van het PWO zijn:\n\n1. Het in kaart brengen van de actuele situatie inzake het (h)erkennen en bespreekbaar maken van OMB vanuit het perspectief van senioren.\n2. Het ontwikkelen van een laagdrempelig traject om senioren te informeren en sensibiliseren zodat ze OMB sneller (h)erkennen en bespreekbaar maken.\n3. Het faciliteren van een lokale implementatie met eerstelijnspartners m.b.t. een laagdrempelig sensibiliserend traject om de (h)erkenning en bespreekbaarheid van OMB bij senioren te vergroten.\n\nDe ontwikkeling van het traject gebeurt via een participatief ontwikkelonderzoek waarbij zowel senioren als eerstelijnsprofessionals continue worden betrokken via een aantal systematische stappen.\n\nPROJECTMEDEWERKERS\n\n• Evi Verdonck (evi.verdonck@ucll.be)\n• Inne Snijers (inne.snijers@ucll.be)\n• Johnny Weustenraed (johnny.weustenraed@ucll.be)\n• Lis Colla (lis.colla@ucll.be)\n• Tim Greven (tim.greven@ucll.be)\n\nPARTNERS\n\n• Expertisecentrum Dementie Vlaanderen (BE)\n• Familiehulp (BE)\n• Home-Info (BE)\n• Samana (BE)\n• Stad Leuven (BE)\n• Zorg Leuven (BE)\n• Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmis(be)handeling (BE)\n• Vlaamse Overheid - Agentschap Zorg en Gezondheid (BE)\n• Wit-Gele Kruis van Vlaanderen vzw (BE)\n• Vrije Universiteit Brussel (BE)","summary":"Senioren en professionals worden gesensibiliseerd rond ouderenmis(be)handeling om het te herkennen en bespreekbaar te maken. Het project ontwikkelt een laagdrempelige aanpak met 'open dialoogcafés' om bewustzijn te vergroten. Het doel is om OMB beter te (h)erkennen en bespreekbaar te maken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002814","result_description":null},{"description":"Het uitbouwen en onderhouden van een sterk sociaal weefsel en netwerk is bij veel (toekomstige) ouders een uitdaging. Niettegenstaande is deze nood erg groot, zo blijkt onder meer uit de UCLL-onderzoeken \"Perinatale veerkracht\" en \"Sterke Start\". Dit project wenst bij te dragen aan een veerkrachtige transitie naar ouderschap door in te zetten op sterke oudernetwerken waarin ook gedeelde baby- en peuteropvang een plaats kan krijgen. Dit kan onder verschillende vormen, bijv. vrijdag als Ouderteam-opvangdag waarbij ouders om beurten de opvang verzorgen of anderzijds twee opvangdagen per week waarbij twee ouderparen rouleren en een vrijwilliger aansluit als extra ondersteuning. De optie wordt geboden om een vrijwilliger of grootouder te laten aansluiten bij het team als extra back-up, maar ook om sociale cohesie te versterken tussen jonge en minder jonge generaties. Samen ouderschap vormgeven is het uitgangspunt.\n\nIn een eerste fase worden toekomstige ouders met interesse in het concept in de vroege zwangerschap op een intensieve, interactieve en begeleide manier in contact gebracht met elkaar. Ouders die overeenkomen en via de uitgewerkte verbindingsmethodieken een match ervaren, vormen samen een Ouderteam. Bovendien ontmoeten de verschillende Ouderteams elkaar ook later in het project waardoor gebouwd wordt aan grotere sterke Oudernetwerken. De tweede fase bestaat er dan uit om de verschillende Ouderteams te begeleiden en coachen met het oog op het ouderschap waarbij ze elkaar ook willen ondersteunen in de opvang van hun kinderen. Van bij de opstart van deze teams halverwege de zwangerschap tot zes maanden na de bevalling zal op geregelde tijdstippen een intensieve uitwisseling plaatsvinden met ouders om te leren begrijpen wat werkt, voor wie, onder welke omstandigheden, etc. (= realist evaluation). Methodieken die hiervoor aangewend kunnen worden zijn digitale videodagboeken, photovoice en focusgroepgesprekken.\n\nBeoogde uitkomstmaten bevinden zich op het niveau van conceptontwikkeling (Ouderteams en -netwerken), de ouders en evt. grootouders en vrijwilliger (vb. welzijn en veerkracht) en in een beoogd vervolgtraject specifiek gericht op de kinderen (vb. hechting, stress, ontwikkeling). Naast deze meetbare uitkomstmaten kan het project bijdragen aan het welzijn van jonge gezinnen, hun gewenste arbeidssituatie bestendigen alsook een aanvulling bieden aan de Vlaamse kinderopvang. De toenemende vraag naar opvangmogelijkheden en betaalbare opvang worden hierin verankerd.","summary":"Dit project bouwt sterke oudernetwerken op, met gedeelde baby- en peuteropvang, om ouders te ondersteunen in hun transitie naar ouderschap. Ouders worden gematcht in Ouderteams die elkaar ondersteunen, met focus op welzijn en veerkracht. Het project draagt bij aan sociale cohesie en beoogt positieve uitkomsten voor gezinnen en kinderen, terwijl het ook inspeelt op de behoefte aan kinderopvang.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002815","result_description":null},{"description":"Hoewel er de laatste jaren veel kennis omtrent IPM-strategieën in de sierteelt werd ontwikkeld, blijft grondige implementatie in de praktijk beperkt. In dit demo-project worden recent ontwikkelde innovatieve IPM-strategieën gebundeld, gevalideerd en gedemonstreerd naar de hele sierteeltsector toe.\n\nDe sierteelt heeft dringend nood aan een duurzamer teelt-imago. De IPM-principes die reeds sedert 1 januari 2014 dienen toegepast te worden zijn min of meer gekend, maar nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen in de sector vereisen een aangepaste aanpak. De te beperkte implementatie van deze nieuwe teelttechnieken is enerzijds te wijten aan het feit dat de kennis verspreid zit over de diverse subsectoren van de sierteelt; anderzijds is het economische plaatje van deze nieuwe strategieën vaak onduidelijk, wat bij veel telers een rem legt op de implementatie ervan.\n\nIn dit demo-project worden deze drempels aangepakt door recent ontwikkelde innovatieve IPM-strategieën te bundelen, valideren en demonstreren naar de hele sierteeltsector toe. Daartoe worden:\n\n- Demodagen georganiseerd op regionaal verspreide sierteeltbedrijven uit de verschillende deelsectoren van de Vlaamse sierteelt. Op deze demodagen worden aangelegde demoproeven rond de vernieuwende IPM-technieken gecommuniceerd naar de telers.\n\n- Cursussen/workshops georganiseerd in de winterperiode. Hierbij wordt duurzame gewasbescherming op een praktische wijze toegelicht aan een breder publiek. Ook cursussen in het herkennen van de belangrijkste ziekten, plagen, nuttigen en onkruiden komen aan bod.\n\n- Een webtool ontwikkeld waarmee telers zelf kunnen nagaan welke IPM maatregelen toegepast kunnen worden op hun bedrijf/teelt en wat de financiële impact van deze maatregelen op hun bedrijfstype zal zijn. De demodagen, cursussen en workshops komen in aanmerking als opleiding voor de fytolicentie, waardoor een breed bereik wordt gegarandeerd. Kennisoverdracht gebeurt daarnaast ook via artikels in populaire vakbladen en informatiefiches op de website van PCS.","summary":"Verbetering van implementatie IPM-strategieën in sierteeltsector door bundelen, valideren en demonstreren van innovatieve technieken. Demodagen, cursussen, webtool en kennisoverdracht via diverse kanalen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002816","result_description":null},{"description":"Het landbouwlandschap in Vlaanderen heeft vele functies en gebruikers. Het is niet gemakkelijk deze met elkaar te verzoenen. Daarnaast blijft de druk op het landbouwlandschap hoog door klimaatverandering, invasieve soorten, verstedelijking, vermesting en structurele verdroging.\n\nEr is echter veel potentieel om te komen tot een duurzaam agrarisch landschapsbeheer met aandacht voor biodiversiteit en klimaatverandering door een samenwerking tussen natuur en landbouw.\n\nOm landbouwers te overtuigen meer in te zetten op natuur en klimaat en hen aan te moedigen de stap te zetten om te werken aan een verbeterde biodiversiteit, landschapsinrichting, bodem- en waterkwaliteit, voorziet het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds steun voor niet-productieve investeringen (NPI’s).\n\nDit steunprogramma is nog onderbenut en niet wijdverspreid gekend. Als oplossing hiervoor wil dit demonstratieproject Vlaamse land- en tuinbouwers bewustmaken van nieuwe mogelijkheden op het vlak van duurzame praktijken en technieken ter bevordering van de biodiversiteit, habitatbescherming, erosiebescherming, verbetering van waterbeheer, landschappelijke ontwikkeling en landschappelijke integratie van bedrijfsgebouwen.\n\nAan de hand van demonstraties, bezoeken aan inspirerende voorbeelden op land- en tuinbouwbedrijven en proefvelden van kennisinstellingen verspreid over Oost-Vlaanderen, willen we landbouwers warm maken om mee te investeren in het landbouwlandschap door het realiseren van NPI’s.","summary":"Ontdek nieuwe duurzame praktijken en technieken voor agrarisch landschapsbeheer in Vlaanderen. Steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds voor biodiversiteit en klimaat. Demonstratieproject moedigt landbouwers aan tot investeren in verbeterde landbouwlandschappen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002817","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nVanaf 2024 zullen leerlingen in het Vlaamse leerplichtonderwijs op 4 momenten in hun schoolcarrière centraal georganiseerde toetsen afleggen. Een Steunpunt met vertegenwoordiging van 5 universiteiten en 2 hogescholen gaat wetenschappelijk gevalideerde proeven uitwerken, de overheid adviseren bij de implementatie en scholen ondersteunen bij de afname. In dit steunpunt zal OLLI een toegankelijk en gebruiksvriendelijk feedbacksysteem creëren aan de hand waarvan scholen toetsresultaten accuraat kunnen interpreteren en kunnen vertalen naar interventies en professionaliseringsinitiatieven. Voor de ontwikkeling maakt OLLI gebruik van Educational Design Research (EDR; McKeney & Reeves, 2014). EDR is een type onderzoek waarbij onderzoeks- en ontwikkelactiviteiten elkaar afwisselen en cyclisch versterken.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nTijdens het project worden de volgende onderzoeksvragen gesteld:\n- OV1: Welke informatie- en ondersteuningsnoden ervaren gebruikersgroepen (schoolleiders, leerkrachten, leerlingen) met betrekking tot het feedbacksysteem?\n- OV2: Welke designprincipes en good practices bestaan er voor het ontwerpen van een feedbacksysteem?\n- OV3: Hoe ervaren gebruikers het ontwikkelde feedbacksysteem? Kunnen er verschillen worden vastgesteld inzake gebruikersgroepen, schoolniveau of datageletterdheid?\n\nMETHODOLOGIE\n\nBij het beantwoorden van deze vragen wordt er gebruikgemaakt van een breed arsenaal aan onderzoeksmethoden: literatuurverkenning, expertinterviews, gebruikersonderzoek via focusgroepen en eye tracking, … Via herhaaldelijke cycli van ‘ontwikkelen-meten-leren’ (Ries, 2013) worden vervolgens gebruiksvriendelijke, adaptieve dashboards ontwikkeld voor verschillende gebruikersgroepen en onderwijsniveaus. Deze worden door de overheid geïmplementeerd.","summary":"In 2024 worden centrale toetsen ingevoerd in het Vlaamse onderwijs. Een Steunpunt met diverse onderwijsinstellingen zal wetenschappelijk gevalideerde toetsen ontwikkelen en scholen ondersteunen bij interpretatie en interventies. OLLI zal een gebruiksvriendelijk feedbacksysteem creëren met behulp van Educational Design Research. Verschillende onderzoeksvragen zullen beantwoord worden met diverse onderzoeksmethoden voor de ontwikkeling van adaptieve dashboards.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002819","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\nNaast het daadwerkelijke feedbacksysteem en dashboarden levert dit project ook inzichten op inzake het ontwerpen van feedbacksystemen, gebruikersbehoeften en datageletterdheid. \n\nDeze inzichten worden gedissemineerd via congresbijdragen en publicaties."},{"description":"REWILD versnelt de groene transformatie van Gent, en bij uitbreiding, andere steden in Europa. Het project zet meer specifiek in op zowel ontharding en vergroening, op plekken waar steeds meer behoefte is aan ruimte om te werken en te wonen.\n\nIn het project ligt de klemtoon op (i) een geïntegreerd en strategisch verhaal, door zowel maatschappelijke, technische en financiële struikelblokken aan te pakken en (ii) het uitwerken van een aantal lokale pilots, waar op een co-creatieve manier rond innovatieve vergroeningsmethoden, financiële modellen, kostenefficiënt onderhoud wordt gewerkt.\n\nSamenwerking binnen de 'quadruple helix' zal het tempo en de omvang van inspanningen voor stedelijke vergroening vergroten, waarbij zowel publieke als private partners worden gemobiliseerd. De output van het project is een systematisch en pragmatisch kader dat kan opereren met beperkte middelen, met behoud van een eerlijke verdeling van verantwoordelijkheden en voordelen, waardoor het transformatieve potentieel wordt vergroot.\n\nHet REWILD-project wil als model dienen voor andere Europese steden.","summary":"REWILD versnelt groene transformatie in Gent en andere Europese steden door ontharding en vergroening op plekken met behoefte aan ruimte. Het project pakt maatschappelijke, technische en financiële struikelblokken aan met lokale pilots en co-creatie, mobiliseert publieke en private partners en creëert een pragmatisch kader voor stedelijke vergroening.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002821","result_description":null},{"description":"ACHTERGROND\n\nUit de resultaten van het Coco-project (participatief actieonderzoek binnen de Jeugdhulp ‘18–‘22) komt naar voren dat in de drie betrokken organisaties het al dan niet kwalitatief werken met de context van jongeren sterk beïnvloed wordt door factoren die de hulpverlener en de hulpverlenersorganisatie betreffen, zoals onduidelijkheid over taakinvulling binnen verschillende functies, verouderde of rigide afspraken, onzekerheid bij de hulpverlener, inefficiënt overleg, bureaucratie, een niet doorleefde visie, … (zie COZI-model CoCo-project ‘22). Door het actieonderzoek werden de begeleiders zich hier geleidelijk aan bewust van en werden er acties ondernomen op de 4 kwadranten ten voordele van het werken met de cliënt en diens context. De bouwblokken van Sociocratie 3.0 werden als tool ingezet om dit proces te ondersteunen.\n\nHulpverlening is gebaat bij begeleiders en hulpverleningsorganisaties die flexibel en wendbaar met de uitdagingen van de 21ste eeuw kunnen omgaan. De doelgroep en de uitdagingen binnen hulpverlening veranderen immers razendsnel (culturele diversiteit, vluchtelingen, technologische ontwikkelingen,…) waardoor de sector te kampen heeft met burn-outs, een tekort aan werkkrachten en een gevoel van machteloosheid. Meer eigenaarschap krijgen over die factoren waar de begeleiders vat op hebben is gewenst.\n\nCONCRETE PROBLEEMSTELLING\n\nDe 8 deelnemende organisaties hebben gereageerd op de resultaten van het COCO-onderzoek. Zij zijn allen zoekende naar modellen en handvaten om hun eigen organisatie meer wendbaar en hun begeleiders meer weerbaar te maken. Hulpverleningsorganisaties zijn zoekende naar manieren waardoor ze meer eigenaarschap krijgen over de spanningen waar ze als hulpverleners en organisatie/leefgroep/team mee geconfronteerd worden (integratieve kijk). Binnen de sector wordt er al volop ingezet op het aanbieden van vormingen om het gedrag van de begeleider te beïnvloeden en te versterken. Ook intervisie wordt (eerder beperkt) aangeboden. Het inzetten op organisatorische processen is een gegeven dat niet steeds wordt ingezet om spanningen in de hulpverlening aan te pakken (zie Coco-project). Ze werden geïnspireerd door de aanpak van het CoCo-onderzoek en wensten zich hier graag in te verdiepen. Daarom worden de resultaten van het CoCo-project verder uitgewerkt en uitgerold in dit vervolgtraject.\n\nIn academiejaar 2022- 2023 werd het COZI-model en concrete tools en handvaten verder uitgewerkt. Vervolgens werd het traject kenbaar gemaakt aan de sector en werd er op zoek gegaan naar 8 deelnemende organisaties om het vervolgtraject in 2023 – 2024 verder uit te rollen.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nWelke factoren met betrekking tot organisatiestructuur en -cultuur hebben een invloed op zorgkwaliteit en werkklimaat binnen zorgorganisaties?\n\nWelke handvaten kunnen het integratief denken en het bewust inzetten en veranderen van organisatiestructuur en –cultuur mee ondersteunen?\n\nMETHODOLOGIE\n\nDe bedoeling van dit onderzoek is om praktijkkennis en ervaringskennis naar boven te halen en als basis te gebruiken om geleidelijk aan praktijkgerichte antwoorden en handvaten te bieden aan de aanwezige spanningen binnen de jeugdhulp. Er wordt een participatief actieonderzoek opgezet om de kennis van en over (de effecten van) het handelen in de beroepspraktijk naar boven te halen. Door deze kennis te expliciteren en te delen met andere professionals wordt de professionele kennis tot nieuwe expliciete kennis. (Migchelbrink, 2016)\n\nOm het denken, handelen en voelen van de professionals te belichten organiseren we ikv. het participatieve actieonderzoek een Community of Practice. In deze samenwerkingsvorm werken professionals uit de beroepspraktijk en de onderzoekers op regelmatige basis via een vastgestelde periode regelmatig samen om door interactie en onderzoek kennis te ontwikkelen, ter verdiepen en uit te wisselen. (Migchelbrinck, 2016) Hierbij wordt er aandacht besteed aan het scheppen van een veilige setting waarbij ervaringen (spanningen en hun aanpak) kunnen besproken worden. Ook open en transparante communicatie met ruimte voor gevoelens, gedachten, normen en feiten (integratieve kijk) moet gefaciliteerd worden door de onderzoekers.\n\nHet onderzoek wordt voorafgegaan door een literatuurstudie waarbij er op zoek gegaan wordt naar recent onderzoek en recente literatuur over de beïnvloedende factoren met betrekking tot organisatiecultuur en –structuur en de hulpverleningskwaliteit en welbevinden van begeleiders. Ook worden verschillende modellen en tools die organisaties kunnen gebruiken om tot een grotere cliënt- en begeleiderstevredenheid in kaart gebracht.","summary":"Uit CoCo-projectresultaten blijkt dat hulpverleners en organisaties behoefte hebben aan meer flexibiliteit en eigenaarschap. Het COZI-model en concrete tools worden ingezet om hen hierbij te ondersteunen. Onderzoek richt zich op factoren die zorgkwaliteit en werkklimaat beïnvloeden, met focus op praktijkgerichte oplossingen en kennisdeling in de jeugdhulpsector.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002822","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nVia de ervaringskennis die uit de community of practice naar voren komt, trachten we een integratief model met praktijkgerichte handvaten dat getest is in de praktijk aan te bieden. Hierdoor kunnen organisaties op zelfstandige basis de aanwezige spanningen lokaliseren en ermee aan de slag gaan.\n\nVoorts wordt er een neerslag van de bevindingen en tools beoogd. Daarnaast zal er worden toegewerkt naar een vormingstraject."},{"description":"De maritieme industrie opereert binnen een mondiaal kader, wat efficiënte interculturele competentie en communicatie voor succesvolle samenwerking tussen diverse zeevarende teams vereist.\n\nIn dit proefschrift wordt onderzocht hoe de prestaties van bemanningsleden op managementniveau kunnen worden verbeterd door verrijking van het onderwijscurriculum op Maritieme Opleidingen en Trainingen (MET), met een specifieke focus op cursussen gericht op het faciliteren van interculturele competentie.\n\nDe centrale onderzoeksvraag van deze onderzoek is: Hoe kunnen de prestaties van bemanningsleden op managementniveau worden verbeterd door verrijking van de syllabus van interculturele communicatie en competentie op Maritieme Opleidingen en Trainingen (MET)? \n\nDit onderzoek is gericht op het identificeren en implementeren van syllabusverbeteringen die specifiek gericht zijn op interculturele competentie om de effectiviteit en operationele efficiëntie van bemanningsleden op managementniveau te verbeteren.\n\nOm deze vraag te beantwoorden, onderzoekt het onderzoek in hoeverre interculturele interculturele competentiecursussen momenteel zijn geïntegreerd in de curricula van de prestaties van de bemanning. Ook wordt beoordeeld hoe communicatievaardigheden worden onderwezen binnen het academisch kader van MET-instellingen en hun rol in het verbeteren van interculturele interacties.\n\nDaarnaast identificeert het onderzoek de belangrijkste culturele hindernissen en communicatiebarrières waarmee zeevarenden aan boord van zeeschepen te maken krijgen en onderzoekt het de uitdagingen die docenten en studenten tegenkomen bij het onderwijzen en leren van interculturele interculturele communicatie en competentie op MET-instellingen.\n\nVerder evalueert het de meest effectieve strategieën die maritieme organisaties kunnen gebruiken om de interculturele vaardigheid van hun bemanningsleden te vergroten en interculturele onenigheid te verminderen.\n\nMet een interdisciplinaire aanpak integreert dit onderzoek theorieën over interculturele communicatie, organisatorisch gedrag en maritieme operaties om de invloed van culturele diversiteit op de dynamiek van de bemanning, de veiligheid en de algehele operationele efficiëntie.\n\nDoor middel van uitgebreid literatuuronderzoek, interviews en empirisch onderzoek biedt het onderzoek bruikbare inzichten in de ontwikkeling van op maat gemaakte trainingsprogramma's en communicatiestrategieën.\n\nDe bevindingen van dit proefschrift zijn bedoeld om de kennis te vergroten, het beleid te informeren en de maritieme industrie te verrijken door het bevorderen van een meer harmonieuze en cultureel gevoelige omgeving die bevorderlijk is voor een veilige en efficiënte zeevaart.\n\nDoor te focussen op de verbetering van het MET-curriculum, is dit onderzoek gericht op het bevorderen van een cultuur van inclusiviteit, samenwerking en gedeeld begrip aan boord, wat uiteindelijk leidt tot betere prestaties van de bemanning op managementniveau.","summary":"Verbeter de prestaties van maritieme bemanningen door interculturele competentie te integreren in MET-curricula. Verhoog operationele efficiëntie en veiligheid door gerichte training en communicatiestrategieën. Promoot een cultuur van inclusiviteit en samenwerking voor succes.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002823","result_description":null},{"description":"The Paardenmarkt is one of the many munition dumpsites in our oceans. A few meters below the seafloor, approximately 35,000 tons of WW1 chemical munition are buried.\n\nThe present scientific knowledge is insufficient to make any reliable judgment on the state of the site. The DISARM project aims to address the knowledge gaps but will take an important step further to develop an integrated scientific approach to support risk assessment and management of marine chemical munition dumpsites worldwide, using the Paardenmarkt munition dumpsite as a challenging case study.\n\nA thorough characterization of the present state of the dumpsite is the project's starting point. Novel technologies will be used to determine the burial depth, take sediment samples close to the munition, and assess the freshwater flux at the site.\n\nChemical warfare agents (CWA), explosives, and their degradation products will be analyzed with new methodologies, advancing detection limits. The physical state of the shells will be evaluated through an innovative combination of experimental analyses and integrated modeling of different corrosion processes.\n\nNovel in-situ passive sampling devices will analyze a time-integrated spatial distribution of the water-exchangeable fraction of munition-related chemical compounds. This will be related to bioaccumulation and ecotoxicity of these compounds in laboratory bio-assays, including passive dosing.\n\nDynamic modeling of chemical fate and effects on humans and the environment (including mixture toxicity) will result in a chemical risk assessment. Dedicated experiments and models will evaluate the explosion risk of the aged compounds.\n\nCollaborating microbial communities will be constructed to break down key hazardous chemicals through smart inoculation. New technologies for monitoring and management will be evaluated together with key players in the field.\n\nFinally, we will develop a scientific workflow for dumpsite research and provide a policy-informing document.","summary":"The DISARM project aims to develop an integrated scientific approach for managing marine chemical munition dumpsites worldwide. By studying the Paardenmarkt site, the project will assess risks, analyze chemical compounds, evaluate shell conditions, and propose effective management strategies.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002824","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nChronische aandoeningen zijn een belangrijke oorzaak van participatieproblemen en een verminderde kwaliteit van leven. Revalidatie heeft een belangrijke rol in de behandeling van personen met chronische aandoeningen met als doel het verbeteren van de kwaliteit van leven. Een kwaliteitsvol revalidatieprogramma vraagt de inzet van een interdisciplinair team dat intensief en flexibel samenwerkt.\n\nEen tekort aan geschikt personeel is één van de uitdagingen van de gezondheidszorg. Verpleegkunde is gekend als knelpuntberoep met een grotere uitstroom dan instroom van verpleegkundigen in het beroep. Dit stelt zich ook in de revalidatiesector waar er een significant tekort aan gespecialiseerde revalidatieverpleegkundigen is, met het sluiten van revalidatieafdelingen tot gevolg. Om hier een antwoord op te bieden, worden vacatures opengesteld voor een revalidatiecoach. Deze functie vereist een diploma als ergotherapeut en heeft als taak het begeleiden van de revalidant in zijn dagelijks handelen op de revalidatieafdeling. De revalidatiecoach vormt een tandem met het verpleegkundige team.\n\nOnderzoek toont aan dat een (on)duidelijke rolinvulling en verwachtingen, goede overdracht van kennis en vaardigheden en organisatorische aspecten determinanten zijn van een goede samenwerking tussen gezondheidszorgberoepen. In het werkveld blijft echter de functie-invulling van de ergotherapeut als revalidatiecoach en het wettelijk kader waarbinnen de revalidatiecoach werkt nog onduidelijk. Dit werd recent door de voorzitter van Ergotherapie Vlaanderen geduid in een opiniestuk.\n\nDaarnaast wordt in onderzoek aangetoond dat de aanbevolen therapietijd vaak niet gerealiseerd wordt tijdens de revalidatie. Door geïntegreerde zorg, waarin verpleegkundige en ergotherapeut samenwerken rond de zorg van de revalidant, wordt het revalidatieproces op de afdeling gefaciliteerd. De gebruikelijke therapie zoals kinesitherapie, ergotherapie, logopedie e.a. blijft hierbij behouden. Er is meer en betere zorg op de afdeling met als doel meer zelfstandigheid en een betere participatie bereiken bij de revalidant, én de aangeboden revalidatietijd neemt toe.\n\nDit project heeft als doel om de revalidatiesector ondersteuning te bieden zodat meerdere disciplines in de zorg ingezet kunnen worden, telkens vanuit de kracht van de eigen professionele identiteit. Een grondige analyse om de samenwerking tussen revalidatieverpleegkundige en revalidatiecoach te realiseren is hiervoor noodzakelijk. Dit praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek richt zich enerzijds op het in kaart brengen van sterktes, zwaktes, noden en valkuilen bij de samenwerking tussen de verpleegkundige en ergotherapeut als revalidatiecoach en anderzijds op het verhelderen van het wettelijk kader waarbinnen de revalidatiecoach werkt.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nIn dit praktijkgericht onderzoek worden volgende onderzoeksvragen beantwoord:\n1.1 Welke sterktes, zwaktes, noden en valkuilen ervaren verpleegkundigen en ergotherapeuten (wat zijn de determinanten) om tot een goede samenwerking te komen op een revalidatieafdeling?\n1.2 Wat zijn de verwachtingen t.o.v. de functie-invulling (taken & rollen) van de revalidatiecoach?\n2. Binnen welk wettelijke kader (bepaald door KB zorgkundige (12/1/2006 & 27/2/2019), KB ergotherapie (2/7/2009 & 8/7/1996), en gecoördineerde wet mbt gezondheidszorgberoepen 10/5/2015) kan de ergotherapeut als revalidatiecoach op een revalidatieafdeling handelingen stellen?\n\nMETHODOLOGIE\n\nI.f.v. OV 1.1 en OV 1.2 wordt een kwalitatief onderzoek uitgevoerd, waarbij semigestructureerde interviews worden afgenomen tot data-saturatie bereikt wordt. Potentiële respondenten worden gerekruteerd via purpose-sampling, dit zijn zorgprofessionals (ergotherapeuten & verpleegkundigen) werkzaam op een revalidatieafdeling (universitair of algemeen ziekenhuis; revalidatiecentrum). Er wordt gestreefd naar variatie in de steekproef m.b.t. ervaring (ervaring versus geen ervaring) in het werken als (of met) revalidatiecoach en m.b.t. de functie in het revalidatiecentrum (medewerker; middenkader; kader). Een steekproef van 20 personen wordt beoogd, tot data-saturatie bereikt wordt.\nTijdens de semigestructureerd wordt er gepeild naar de ervaringen met betrekking tot de revalidatiecoach waarbij een interviewleidraad (opgesteld o.b.v. literatuur) het gesprek structureert. Data-analyse verloopt anoniem waarbij de methode thematische analyse (Braun & Clarke, 2020) wordt gevolgd.\n\nI.f.v. OV 2 wordt een documentenanalyse (kwalitatief onderzoek) uitgevoerd. Daarbij wordt de READ-benadering (Dalglish S, et al, 2020) gebruikt. Het betreft een systematische procedure om documenten te verzamelen en te analyseren in de context van beleidsvragen in de gezondheidszorg.","summary":"Revalidatiecoach gezocht voor betere zorg en samenwerking in de revalidatiesector. Onderzoek focust op sterktes, zwaktes en wettelijk kader van deze rol. Data-analyse via interviews en documentenonderzoek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002825","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nAdviesrapport gericht op (1) de beroepsvereniging Ergotherapie (Ergotherapie Vlaanderen); (2) beroepsvereniging verpleegkunde; en (3) de revalidatiesector met concrete aanbevelingen rond het faciliteren van de implementatie van een revalidatiecoach.\n\nDit adviesrapport bevat aanbevelingen rond het wettelijk kader waarin de revalidatiecoach kan werken; het functieprofiel (profiel, taken en rollen) van een revalidatiecoach en praktische richtlijnen om de samenwerking met een revalidatiecoach te faciliteren.\n\nDisseminatie via publicatie in peer-reviewed (inter)nationale tijdschriften en nationale studiedagen (bv. Ergotherapie in/is context - Leuven) en internationale congressen (bv. 1st OT-Europe Congres - Kraków, oktober 2024)."},{"description":"Wie betrokken is bij de jeugdsector, heeft een globaal idee van de waarde van het jeugdwerk voor kinderen en jongeren. Jeugdwerkers delen een soort onuitgesproken DNA, een identiteit. \"Jeugdwerk is een levenshouding waarbij kinderen en jongeren consequent centraal staan,\" zo schrijft De Ambrassade (2018). Maar welke waarde geven kinderen en jongeren eraan? Hoe beleven zij jeugdwerk en wat ervaren ze als waardevol?\n\nMet dit onderzoeksproject wordt een voorzichtig antwoord gezocht op deze vragen. Het vertrekpunt is een uitgebreide literatuurstudie naar de waarde van jeugdwerk voor de deelnemers vanuit verschillende perspectieven. Kinderen en jongeren komen zelf aan het woord in het tweede deel van het onderzoek. Vanuit een verkennend kwalitatief onderzoek op basis van de methode van transformatieve evaluatie spreken zij zich uit over de waarde van jeugdwerk. Het onderzoek draagt op deze manier bij aan het vertalen van de stem van kinderen en jongeren naar het ruimere jeugdwerkveld en het beleid en biedt daarmee een mogelijke inspiratie voor het versterken en afstemmen van jeugdwerk en jeugdwerkbeleid.","summary":"Dit onderzoeksproject onderzoekt de waarde van jeugdwerk voor kinderen en jongeren. Via literatuurstudie en de stem van jongeren zelf wordt de impact en waardevolle ervaringen belicht, met als doel het versterken en afstemmen van jeugdwerk en beleid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002826","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nDe vastgoedsector en meer bepaald de vastgoedmakelaar staat niet meteen bekend als digitaal innovatief. Bij de doorbraak van het internet kreeg vastgoed als één van de eerste sectoren te maken met een serieuze digitalisering, waarna de vooruitgang grotendeels is stilgevallen. Echter, vele start-ups onderzoeken vandaag de dag mogelijkheden tot technologische innovatie in onder andere de vastgoedsector (ook wel ‘Property Technology’ of ‘Proptech’ genoemd). De vastgoedmakelaar van vandaag zal zich dus moeten aanpassen aan het bestaan van deze nieuwe technieken. Daarnaast leert de dreiging van grote buitenlandse spelers met een nieuw concept en een superieur technologisch aanbod in combinatie met de intrede van millennials op de woningmarkt ons dat we in de vastgoedsector uiterst waakzaam moeten zijn.\n\nOnderzoeksvraag\nDe centrale onderzoeksvraag luidt: “Wat zal de digitalisering en de 4de industriële revolutie betekenen voor de vastgoedmakelaar en hoe kan de vastgoedmakelaar van vandaag anticiperen op de veranderingen van morgen?”.\n\nDeze zal worden opgesplitst in volgende deelvragen:\n\nMet welke opportuniteiten en problemen kan de vastgoedmakelaar geconfronteerd worden door deze opkomende digitale technologieën in het koop-verkoopproces? Hierbij zal ook een blik geworpen worden op de mogelijke juridische implicaties van de invoering van deze technologieën.\nWelke maatregelen moet de vastgoedmakelaar nemen om aan deze uitdagingen tegemoet te komen? M.a.w., hoe kan men hierop anticiperen?\n\nMethode\nDoor middel van een literatuurstudie, marktanalyse en interviews met specialisten in digitale innovatie en actoren in de vastgoedsector met als doel het werkveld attenderen op mogelijke opportuniteiten, uitdagingen en tips & tricks voor deze opkomende digitalisering op middellange termijn.","summary":"De vastgoedsector moet zich aanpassen aan technologische innovatie en de opkomst van 'Proptech'. Hoe kunnen vastgoedmakelaars anticiperen op digitalisering en de 4de industriële revolutie? Onderzoek zal inzicht bieden in kansen, problemen en benodigde maatregelen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002827","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nBij de controle op de kwaliteit van zwemwater worden verschillende microbiologische parameters gemeten. Naast de bepaling van de fecale indicatoren wordt ook gekeken naar bepaalde blauwalgsoorten. Deze blauwalgsoorten, oftewel cyanobacteriën, kunnen toxische stoffen produceren en dus een gezondheidsrisico inhouden voor mens en dier. Vooral tijdens de zomermaanden, wanneer de temperatuur stijgt, kan algenbloei voorkomen. Dit in combinatie met een frequenter gebruik van het zwemwater in recreatiegebieden zorgt ervoor dat er zeer regelmatig gedurende deze periode gecontroleerd wordt.\n\nMomenteel wordt in het lab gebruikgemaakt van microscopische technieken om deze algen te identificeren. Deze technieken vereisen veel ervaring en leiden ertoe dat bepaalde soorten bacteriën soms niet met 100% zekerheid van elkaar onderscheiden kunnen worden. Het toepassen van een detectiemethode op basis van DNA zou hier een oplossing voor kunnen bieden.\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAGSTELLING EN METHODOLOGIE\n\nMet dit onderzoeksproject willen we in kaart brengen of blauwalgen geïdentificeerd kunnen worden in Antwerps zwemwater op basis van hun DNA. We gaan hierbij parameters optimaliseren zoals staalname en -bewaring, extractiemethoden en detectiemethoden. Zowel een kwantitatief als een kwalitatief aspect zal aan bod komen.\n\nDe techniek die gebruikt zal worden, is de qPCR-methode (quantitative polymerase chain reaction). Dit is een enzymatische reactie waarbij onder invloed van temperatuurswisselingen een specifiek DNA-fragment vele malen vermenigvuldigd wordt. Door te werken met een standaardcurve waarvan de DNA-concentratie bekend is, kunnen we nagaan of de concentratie aan DNA van blauwalgen in het zwemwater bepaald kan worden. We zullen zowel de protocollen ontwikkelen als de waterstalen analyseren en vergelijken met klassieke microscopische analyses.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar identificatie van blauwalgen in zwemwater op basis van DNA met qPCR-methode voor efficiëntere en nauwkeurigere resultaten. Beoogt optimalisatie van parameters en vergelijking met microscopische analyses voor kwalitatieve en kwantitatieve benadering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002828","result_description":"Met de resultaten van dit onderzoek streven we ernaar het Provinciaal Instituut voor Hygiëne te Antwerpen te informeren voor het toepassen van deze test voor routinematige controles. We willen ook bijdragen aan het correct bepalen van de kwaliteit van het Antwerpse zwemwater."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n40% van de globale energieconsumptie wordt ingenomen door gebouwen. Commissioning – het ontwerpen, installeren, testen en onderhouden van operationele vereisten – in gebouwen is een cruciaal onderdeel om optimale energetische prestaties ervan te bewaken. In de praktijk blijkt het dat het optimaal inregelen en bijregelen van de installaties in functie van het gebruik van het gebouw niet eenvoudig is. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met het gebrek aan real-time informatie die eenvoudig raadpleegbaar is. Energetische prestaties worden bepaald door de energetische factoren van het gebouw zelf en de regeling van de energetische systemen die het gebouw voorzien van het nodige comfort.\n\nONDERZOEKSDOEL\nWe willen de energieregulering van gebouwen in kaart brengen en optimaliseren op twee manieren:\n1) Eerst door een \"digital twin\" op te bouwen dat een digitale kopie van het gebouw voorstelt. Het combineert hierbij statische informatie uit het Building Information Model (BIM) met realtime sensordata. We willen deze informatie op een gebruiksvriendelijke manier beschikbaar stellen via mixed reality zodat gebouwbeheerders door het gebouw kunnen wandelen en bovenop de fysieke wereld een digitale laag zien met de informatie uit de digital twin.\n2) De tweede manier is om via eXplainable AI een expertsysteem te bouwen die de grote hoeveelheid real-time sensordata automatisch visualiseert en analyseert m.b.v. state-of-the-art machine learning modellen die hun redeneringen kunnen uitleggen. Hierdoor bekomen domeinexperten bijkomende inzichten betreffende het gebruik en de prestaties van het gebouw. Er zijn twee voorname onderzoeksvragen bij de ontwikkeling van het expertsysteem. Kan het expertsysteem aanbevelingen geven om anomalieën of optimalisatiemogelijkheden op te sporen en deze te communiceren aan menselijke actoren? Kunnen gebouwbeheerders via gevisualiseerde metrieken en een uitleg uit eXplainable AI een correcte diagnose stellen en een oplossing formuleren?\n\nDeze twee manieren zijn complementair en leiden samen tot een unieke symbiose tussen technologie en gebouwbeheerders zodat het energieverbruik geoptimaliseerd kan worden.\n\nMETHODE\nHeel concreet zullen we een Proof of Concept bouwen binnen het ELL gebouw van AP Hogeschool. We gebruiken hiervoor de data die verzameld wordt door de gebouwbeheerders en data uit een gecontroleerde experimentele ruimte. Voor dit onderzoeksproject gaan we een kwalitatieve studie uitvoeren. We verzamelen een groep van 10 gebouwbeheerders en 6 data scientists. De gebouwbeheerders zullen zowel beheerders zijn van AP zelf die kennis hebben van de ELL campus waar het onderzoek wordt uitgevoerd en gebouwbeheerders die geen kennis hebben van de AP gebouwen. Daarnaast zullen 6 data scientists worden verzameld, enkele met kennis van gebouw- en energiebeheer en enkele zonder enige kennis van gebouwbeheer. We voeren de studie uit in twee iteraties met telkens verschillende personen, dus 5 gebouwbeheerders en 3 data scientists per iteratie.","summary":"Verbeter de energieprestaties van gebouwen door een digitale kopie te creëren met real-time data en een expertsysteem met AI. Ontvang aanbevelingen en inzichten voor optimale energieregulering. Voer een Proof of Concept uit in het ELL gebouw van AP Hogeschool voor een unieke symbiose tussen technologie en gebouwbeheerders.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002829","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nOnder invloed van digitalisering is de sector van communicatieprofessionals grondig veranderd. De platformen om media-inhoud (hierna content genoemd) te plaatsen namen exponentieel toe, de grafische modaliteiten en de mogelijkheden om bewegend beeld in te zetten zijn vergroot, en ook de interactiemogelijkheden namen toe. Dit heeft het communicatiewerkveld grondig door elkaar geschud. Communicatieagentschappen doen hun best om hun organisatie af te stemmen op die nieuwe realiteit en de mogelijkheden ervan optimaal te benutten, met grondige verschuivingen in het communicatiewerkveld tot gevolg. Op organisatieniveau is er sprake van nieuwe spelers (influencer-marketingbureaus, content marketing bureaus, digitale bureaus, ...) en van fusies en reorganisaties. En ook op het niveau van de taakprofielen en de daarmee samenhangende competenties is er sprake van verschuivingen en het ontstaan van nieuwe specialismen. Met dit onderzoek willen we een kader aanreiken om die verschuivingen beter te verstaan. Het onderzoek beoogt een typologie van communicatieagentschappen (in de brede betekenis van het woord) en een overzicht van de taakprofielen die hiermee samen gaan.\n\nOnderzoeksvragen\nWe onderzoeken welke verschuivingen er plaatsvonden binnen de wereld van communicatieagentschappen op organisatieniveau en op het niveau van de taakprofielen en daarmee samenhangende competenties. Dat brengt ons tot volgende deelonderzoeksvragen:\n\nWelk type contentagentschappen zijn er vandaag in Vlaanderen en Brussel actief?\nWelke (nieuwe) functienamen en profielen onderscheiden we binnen deze contentagentschappen?\nWelke competenties gaan achter deze profielen schuil?\nMethodologie\nWe zoeken een antwoord op deze vragen via een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoekstechnieken.\n\nWe bouwen een database op van bureaus in Vlaanderen en Brussel op basis van secundaire data.\nWe voeren diepte-interviews met experts uit het communicatiewerkveld.\nWe voeren een inhoudsanalyse uit op de websites en op de vacatureberichten van deze bedrijven.\nWe peilen door middel van een grootschalige survey bij agentschappen naar problemen en uitdagingen die samenhangen met de technologische vernieuwingen en naar de gevolgen op de competenties en functies van de contentproducent.","summary":"De digitalisering heeft de communicatiesector ingrijpend veranderd, met een overvloed aan nieuwe contentplatformen en interactiemogelijkheden. Dit leidt tot verschuivingen in organisaties en taakprofielen. Een onderzoek in Vlaanderen en Brussel bekijkt de typologie van communicatieagentschappen en de bijbehorende competenties. Methoden omvatten interviews, inhoudsanalyse en een survey.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002832","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nContent and Language Integrated Learning (CLIL) verwijst naar het aanleren van curriculumvakken in een andere taal dan de gebruikelijke instructietaal (bijv. Engels, Frans, Duits, Spaans, etc.). CLIL werd bedacht om een dubbele doelstelling te behalen, namelijk het verbeteren van de studenten hun inhoudelijke vakkennis en tegelijkertijd het verbeteren van de taalkennis. Onderzoek toont aan dat CLIL diverse voordelen heeft en dat op diverse vlakken.\n\nOp vlak van taalvaardigheid:\nDoordat CLIL-leerlingen tegelijkertijd verschillende talen aan het leren zijn, kunnen ze hun inzicht in taalstructuren aanscherpen. Ze begrijpen daardoor beter hoe hun moedertaal/de onderwijstaal werkt dan niet-CLIL leerlingen. Dit inzicht laat hen toe sneller vorderingen te maken in de CLIL-taal, maar ook in de beheersing van het Nederlands, de onderwijstaal.\nOp vlak van cognitieve vaardigheden:\nMeertaligheid vergroot iemands vermogen om op een andere manier de wereld waar te nemen, zijn gedachten te organiseren, zijn geheugen te gebruiken.\nOp vlak van sociale vaardigheden:\nCLIL-leerlingen ondervinden een minder grote sociale afstand met vreemde-taalsprekers. Ze zijn meer bereid met vreemde-taalsprekers om te gaan. Dit gemak zorgt ervoor dat leerlingen zich competent voelen om met anderstaligen in gesprek te gaan en dat ook graag doen.\nHoewel CLIL lang de naam heeft gehad van een didactiek te zijn voor de cognitief sterke studenten, draagt CLIL het potentieel in zich om een sterke leerwinst te creëren voor álle leerlingen, ook leerlingen met een lage SES. Willen we CLIL in het onderwijs verder implementeren, dan moeten we rekening houden met verschillende factoren. Leerkrachten moeten een sterke CLIL-opleiding krijgen die hen motiveert om hier mee aan de slag te gaan. CLIL moet mee in het talenbeleidsplan van de (hoge)school opgenomen worden. Daarnaast moeten we ervoor zorgen dat CLIL-, taal-, en vakleerkrachten echte teamspelers worden.\n\nDoel\nIn 2021-2022 starten we met een pilootproject CLIL in de lerarenopleiding. We nemen een 15-tal studenten uit de lerarenopleiding onder de vleugels en begeleiden ze in het 'verclillen’ van lessen in specifiek hiervoor georganiseerde opleidingsonderdelen. Deze studenten gaan vervolgens de uitgewerkte lessen ook toepassen in de praktijk van het basis- en secundair onderwijs. We kiezen hier expliciet voor scholen met beperkte ervaring in CLIL en een lage SES-score. De studenten worden vervolgens aan de hand van groepsgesprekken bevraagd over hun ervaringen, bij het voorbereiden en geven van de lessen.\n\nMet dit exploratief onderzoek willen we onderzoeken in welke mate de CLIL-opleidingsonderdelen bijdragen tot het creëren van een krachtige leeromgeving (i.e. een leeromgeving die participatie, betekenisgericht leren, levensechte contexten en zelfsturing mogelijk maken) voor alle leerlingen in het werkveld. Zo peilen we naar de motivatie van de leerlingen voor CLIL in de zaakvakken. Deelaspecten die we hierbij in rekening moeten brengen zijn de CLIL-ervaringen van de leerlingen en hun leerkracht.\n\nDe centrale onderzoeksvragen luiden:\n\nIn welke mate dragen de CLIL-opleidingsonderdelen bij tot het creëren van een krachtige leeromgeving in de lerarenopleiding?\nIn welke mate bevordert CLIL de motivatie van leerlingen voor zaakvakken?\nMethodologie\nDe leerlingen bevragen we door middel van interviews na de CLIL-les om te peilen naar hun enthousiasme, motivatie en interesse in het onderwerp van de les, alsook de andere taal. We verzamelen waar mogelijk ook video-opnames van de verschillende lessen om op die manier de reacties van de leerlingen tijdens de les objectief te kunnen bekijken.","summary":"CLIL bevordert taalvaardigheid, cognitieve en sociale vaardigheden. Een pilootproject in de lerarenopleiding onderzoekt de impact op diverse leerlingen. Studie focust op motivatie en krachtige leeromgeving. Interviews en video-opnames ondersteunen het onderzoek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002833","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nDe verkoopprijzen van residentieel vastgoed worden voornamelijk bepaald door de vraagzijde van de markt. Op macroniveau zijn onder andere het rentepeil, de koopkracht en de vastgoedtaxatie determinerend. Regionale prijsverschillen zijn te verklaren door demografie. Een hogere bevolkingsdichtheid in steden leidt bijvoorbeeld tot een hogere vraag, met stijgende prijzen tot gevolg. Opmerkelijk is echter dat zelfs binnen eenzelfde stadsomgeving significante prijsverschillen ontstaan, hoewel er op het eerste gezicht sterke overeenstemming is qua vastgoedtype en omgevingskenmerken. Vermoedelijk zorgt de aanpak van stadsontwikkeling voor een zekere mate van prijsdifferentiatie. Het is deze correlatie tussen stadsontwikkeling en prijsvorming op de residentiële vastgoedmarkt van de Antwerpse binnenstad die we wensen te onderzoeken.\n\nAanpak\nDe zoektocht naar een genuanceerd antwoord op de onderzoeksvraag splitsen we in eerste instantie op in twee domeinen. Enerzijds het opbouwen van een gedetailleerde databank van verkooptransacties. Anderzijds de inventarisatie van relevante ruimtelijke plannen en stadsontwikkelingsprojecten, geordend in tijd en locatie. Naarmate het onderzoek vordert, zullen we de resultaten van deze deeltrajecten naar elkaar toe brengen om op basis daarvan tot conclusies te komen.\n\nHet basisbestand voor opvolging van de verkoopprijzen werd verder aangevuld met de voor het publiek beschikbare gegevens, meer bepaald de prijzen van openbare verkopen. Eind 2020 werd het aanvullen van deze databank afgesloten. Door de stopzetting van de samenwerking met FOD Financiën (i.v.m. verkoopprijzen) werd er besloten om enkel met vraagprijzen (aangeleverd door Immoparse) te werken. De inventarisatie van de stadsontwikkelingsprojecten werd eveneens gefinaliseerd. Bijkomend werd ook de GIS-component aan het onderzoek toegevoegd. De onderzochte data werd gekoppeld aan kaarten wat zorgt voor een visuele weergave van het geheel.","summary":"Onderzoek naar correlatie tussen stadsontwikkeling en prijsvorming van residentieel vastgoed in Antwerpse binnenstad. Analyse van verkooptransacties en ruimtelijke plannen om conclusies te trekken. Gebruik van databank met vraagprijzen en GIS-component voor visuele weergave van data.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002834","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nDe opleidingen Rechtspraktijk aan de Vlaamse Hogescholen groeien en afgestudeerde paralegals vinden vlot een plaats op de arbeidsmarkt. Toch zitten werkgevers en paralegals zelf nog met heel wat vragen omtrent de exacte positie van de paralegal op de arbeidsmarkt: Wie is die Vlaamse paralegal juist? Voor welke functies zijn ze geschikt? Welke taken kunnen ze uitoefenen? Wat is het verschil met een bachelor in de rechten?...\n\nHet is duidelijk dat rechtspractici als relatief nieuwe beroepsgroep in Vlaanderen nog geen duidelijk beroepsprofiel hebben. Hierdoor kampen ze met een gebrek aan waardering, eigen beroepsidentiteit en beroepstrots. Ook werkgevers kennen paralegals nog te weinig om hen voldoende naar waarde te schatten.\n\nDit leidt tot de centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek: Wat is de positie van de Vlaamse rechtspracticus in het juridische beroepenveld?\n\nOnderzoeksopzet\n\nHogeschool Vives heeft in 2014 reeds onderzoek uitgevoerd naar het profiel en de beroepsrol van de Vlaamse paralegal. Om de resultaten representatief en up-to-date te maken, is uitgebreider onderzoek op Vlaamse schaal nodig. Alle Vlaamse hogescholen die de opleiding Rechtspraktijk aanbieden zullen samenwerken aan dit uitgebreid onderzoek om het verloop van de functievorming van de paralegal in kaart te brengen.\n\nHet betreft een onderzoek met een tweejarige looptijd. Tijdens het 1ste projectjaar zullen alle hogescholen de kant van de werknemer van naderbij bekijken door een grootschalige online bevraging (kwantitatief) uit te voeren bij alumni van de opleiding Rechtspraktijk. In de vragenlijst zal onder andere gepeild worden naar volgende zaken: functiebenaming en functieomschrijving, takenpakket (administratief, juridisch, taalkundig, organisatorisch, …), jobtevredenheid en evolutie beroepsloopbaan. Tijdens het 2de projectjaar zal de kant van de werkgever bestudeerd worden.","summary":"Ontdek de positie en functie van de Vlaamse paralegal in het juridische beroepenveld. Een grootschalig onderzoek door Vlaamse hogescholen zal het beroepsprofiel en de waardering van paralegals in kaart brengen, met focus op taken, functies en jobtevredenheid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002835","result_description":"De resultaten van alle onderzoeksfasen zullen op de website www.rechtspracticus.be verschijnen."},{"description":"Outreachend werken is een vorm van sociaal werk waarbij de cliënt, de persoon die hulp of ondersteuning zoekt, niet naar de sociaal werker stapt maar omgekeerd. Ondersteuning is immers niet voor iedereen toegankelijk en bereikbaar, omwille van een waaier aan redenen. Men heeft geen moed of energie om problemen aan te pakken, is ooit afgehaakt in hulpverlening en wenst niet terug te keren, kent onvoldoende de kanalen, staat op een wachtlijst, heeft officieel geen recht op ondersteuning, durft problemen niet aan te kaarten, erkent zelf geen probleem, de buurt of politie wenst het aan te pakken,... Er zijn verschillende situaties waarbij iemand (of een groep) geen stappen onderneemt om ondersteuning te krijgen. Outreachend sociaal werk legt daarom zelf contact met mensen, in hun leefwereld.\n\nHistorisch gezien wordt outreachend werken in golfbewegingen toegepast. Sinds de jaren negentig heeft het ook in Vlaanderen een sterke opflakkering gekend, zelfs zodanig dat het wordt toegepast (of dat men zoekende is naar manieren om het vorm te geven) in minder voor de hand liggende sectoren van het sociaal werk. Zowel internationaal als recentelijk nationaal bestaan er studies over outreachend werken die ingaan op de visies achter outreachend werken en de methoden.\n\nPublicaties komen in Vlaanderen voornamelijk uit de hoek van Vlastrov, de koepel van het straathoekwerk dat sinds jaar en dag outreachend werkt als kernmethode en visie hanteert. Met dit onderzoeksproject willen we de nieuwe tendens tot outreachend werken in kaart brengen, door aandacht te hebben voor de verschillende parktijken waarin outreach ingezet wordt.\n\nOnderzoeksdoel\nDe doelstellingen van het onderzoek zijn in twee delen op te splitsen. Ten eerste willen we zicht krijgen op de wenselijke competenties en ontwikkelen we een competentieprofiel aan de hand van documentanalyse en focusgroepen. Ten tweede willen we een grondige analyse maken van verantwoordingsprocessen (legitimering) van outreachend sociaal werkers om van daaruit een (zelf-) screeningsinstrument te ontwikkelen ter ondersteuning van legitimering in het sociale domein. Hiervoor hanteren we een combinatie van volgende methodes: documentanalyse, interviews, participerende observatie en finaal actieonderzoek. Deze opbouw is methodologisch het meest aangewezen in functie van projectmatig wetenschappelijk onderzoek dat zowel kennisontwikkeling als samenwerking met en verandering in het werkveld wil bewerkstelligen.\n\nGedurende 3 jaar zal in twee fasen aan het onderzoek gewerkt worden. Het onderzoek is verbonden aan een ruimer onderzoeksproject van het Vlaams Straathoekwerkoverleg (Vlastrov), het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk (SAW), Universiteit Gent en Cera. Gedurende de volledige looptijd van het onderzoek is er afstemming en ondersteuning door wederzijdse betrokkenheid in de stuurgroepen van beiden onderzoeken. Het project is relevant omwille van het beperkte onderzoek naar outreachend werken dat tot nu toe is gevoerd. Het zal een vernieuwende bijdrage leveren aan de kennis, methodiek en beleidsontwikkeling om zo ten dienste staan van de opleiding, de partners van de professionele organisaties en het lokaal sociaal beleid in de regio Antwerpen.","summary":"Outreachend sociaal werk legt zelf contact met cliënten in hun leefwereld. Dit onderzoek richt zich op competenties en verantwoordingsprocessen van outreachend werkers, met als doel een screeningsinstrument te ontwikkelen. Samenwerking tussen Vlastrov, SAW, Universiteit Gent en Cera zal vernieuwende inzichten bieden voor het sociale domein in regio Antwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002836","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nBedrijven en organisaties vinden het up-to-date houden van hun werknemers een grote uitdaging. De snelle verandering van kennis, technologieën en regelgeving maakt dat een werknemer vaak en in korte cyclussen opgeleid dient te worden. Hierbij ervaart de werknemer een toenemende druk om mee te zijn met allerhande vernieuwingen. Hij of zij begrijpt de nood van opleiding maar de hogere werkdruk en een zekere leermoeheid weerhouden hem of haar ervan om op regelmatige basis te participeren in de verschillende educatieve programma’s die de werkgever aanbiedt.\n\nMits strategische inbedding in het professionaliseringsbeleid, kan gamification hier een antwoord bieden. Echter wordt gamification nog steeds geassocieerd met \"games\" terwijl het gaat om een methode om gebruikers te motiveren door middel van technieken die in games worden toegepast om spelers aan het spelen te houden.\n\nVerschillende stappenplannen worden in de literatuur beschreven om tot een gamification-strategie te komen. Deze stappenplannen blijven theoretisch, algemeen en zeer oppervlakkig. Dit onderzoeksproject beoogt een pad te vinden dat de empirisch onderbouwde componenten beschrijft die nodig zijn om tot een volwaardige gamification-strategie te komen. Deze componenten komen uit modellen die onze universele karakteristieken en motivatoren beschrijven.\n\nDe onderzoekers vertrekken vanuit een holistisch perspectief en doorlopen een aantal fasen die kenmerkend zijn aan grote organisaties waar gamification kan worden onderzocht. In deze context wordt gekeken naar bedrijven, organisaties en instellingen die op zoek zijn naar strategieën om hun werknemers efficiënter en effectiever te betrekken in bepaalde bedrijfsprocessen. Zulke bedrijfsprocessen kunnen gaan van het vernieuwen van werkmethoden waardoor training vereist is, tot het behalen van gekende doelstellingen met betrekking tot veiligheid en preventie.\n\nOnderzoeksvragen\nIn het onderzoek staan volgende onderzoeksvragen centraal:\n\nWelke gekende stappenplannen en processen (en op welke manier) moeten worden doorlopen om tot een succesvolle gamification-strategie te komen?\nWat is de impact van een gamification-strategie op een organisatie/instelling zoals ZNA?\nMethodologie\nIn eerste instantie moet de stakeholder tot een begrip komen en bewustwording van wat gamification inhoudt. Daarnaast is het belangrijk dat de stakeholder zich bewust is van de noodzaak tot de holistische inbedding van de gamification-strategie. Het is namelijk zo dat de impact van gamification pas significant wordt wanneer het zowel verticaal als horizontaal over de organisatie wordt toegepast. In tweede instantie zal onderzoek worden gevoerd naar gamification technieken en de toepasbaarheid ervan in de bedrijfscultuur. In deze fase wordt gekeken naar bovengenoemde parameters die een doorslaggevende impact hebben op de gamification-strategie. Vervolgens is het belangrijk om deze parameters samen met de doelstelling te koppelen aan de universele karakteristieken die empirisch onderbouwde gamification componenten beschrijven. Door middel van het pragmatisch toepassen van voorgestelde stappenplannen op een casus wordt het nut en de haalbaarheid ervan afgetoetst.","summary":"Help je werknemers up-to-date te blijven en te motiveren met gamification. Ontdek een holistische aanpak voor een succesvolle strategie in bedrijfstrainingen. Onderzoek de impact op organisaties zoals ZNA en implementeer effectieve technieken in de bedrijfscultuur voor maximale betrokkenheid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002837","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nIn een tijd waarin print het steeds moeilijker krijgt, houdt de verpakkingsindustrie stand, al staat de sector onder enorme druk door concurrentie en lage marges. Optimalisatie is key om te kunnen overleven. De Covid-19-crisis zorgde voor een exponentiële groei in de markt van de e-commerce. KMO’s die nog niet online actief waren, sprongen zonder veel voorkennis op de trein van de e-commerce om het hoofd boven water te houden. Vaak werken ze met generieke verpakkingen. Grotere spelers die actief zijn in het online segment hebben een uitgekiende strategie en een eigen verpakkingsafdeling; hiervan willen we leren om hun best practices te vertalen naar tips and tricks voor startende ondernemingen.\n\nDe verpakking heeft meerdere functies, de primaire functie is het beschermen van het product. De veeleisende consument wil graag persoonlijk aangesproken worden en eist een ongeschonden verpakking die eenvoudig retour gezonden kan worden (tearstrips, hersluitbaarheid) en er zo ecologisch mogelijk uitziet. Het bedrijf gebruikt de verpakking voor het transport van het product en als marketingtool om hun visie en identiteit uit te dragen. Personalisatie zorgt voor een band met de klant, en automatisatie zorgt voor een zo vlot mogelijke verzending.\n\nIn dit onderzoek willen we de (startende) ondernemers helpen bij het maken van de optimale verpakkingskeuzes, rekening houdend met hun noden en de specificaties van hun product, denk maar aan gewicht, breekbaarheid, en de visie van hun bedrijf.\n\nOnderzoeksvraag\nHoe maakt een (startende) retailondernemer de optimale verpakkingskeuze voor zijn e-commerce activiteiten?\n\nDeelvragen:\n\nWelke criteria en productietechnische eigenschappen spelen een rol bij een verpakking voor e-commerce (algemeen en deelsectoren)?\nWat zijn de nieuwste en relevante technologieën die belangrijk kunnen zijn voor e-commerce, op vlak van productie (box-on-demand, short runs), automatisering, tracering, …\nHoe gaan grote merken met een eigen verpakkingsdienst tewerk en welke praktijken (best practices) kunnen geïmplementeerd worden in kleinere bedrijven.\n\nMethode\nOp basis van deskresearch en expert-interviews verzamelen en editeren we de informatie zodat de ondernemer direct een overzicht krijgt van de geschikte verpakkingmaterialen om zijn/haar product te verzenden voor e-commerce. Deze kennis willen we gebruiken om voor een starter een geoptimaliseerde verpakking te maken.\n\nProjectoutput\nDe resultaten en de output van het project kan je hier raadplegen.","summary":"In een tijd van toenemende uitdagingen voor de verpakkingsindustrie, is optimalisatie essentieel voor overleving. Dit onderzoek helpt startende ondernemers bij het maken van de juiste verpakkingskeuzes voor e-commerce, gebaseerd op criteria, technologieën en best practices van grote merken. Met deskresearch en expert-interviews streven we naar geoptimaliseerde verpakkingsoplossingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002838","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\nLow Power IoT-netwerken zijn relatief nieuw maar groeien snel. Het is echter nu reeds te voorspellen dat de huidige mogelijkheden in de toekomst niet langer zullen voldoen aan de vereisten van dergelijke netwerken. Kijken naar het verloop van andere communicatienetwerken is voldoende om tot deze conclusie te komen. Mobiele telefoonnetwerken bijvoorbeeld zijn in een paar iteraties geëvolueerd van analoge, ongevoelige netwerken zonder roaming naar de krachtige en gevoelige seamless-roaming hogesnelheids data-compatibele netwerken van vandaag. En, toekomstige netwerkgeneraties zijn technisch reeds kant-en-klaar, slechts wachtend om uitgerold te worden.\n\nCentrale onderzoeksvraag\nIs het mogelijk in het huidig design van de huidige IoT-netwerkonderdelen nu reeds een upgrade mogelijkheid te voorzien door gebruik te maken van “Software-Defined-Radio”-technologie?\n\nMethode\nDaar het focuspunt van dit onderzoek een softwarematige benadering van de probleemstelling betreft, zal de Agile-methodologie voor softwareontwikkeling gehanteerd worden als globale methodologie. Niet alles van de volledige Agile-methode is hier van toepassing, doch de belangrijke kernaspecten zoals het iteratief karakter, het incrementeel werken en ontwikkelen in korte feedback-loops of ‘sprints’ kunnen vrij eenvoudig toegepast worden.","summary":"Ontdek de potentie van Software-Defined-Radio voor toekomstbestendige IoT-netwerken. Agile-methodologie toegepast voor software-upgrades. Bereid uw netwerk voor op de volgende generatie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002839","result_description":null},{"description":"AGV's (Automated Guide Vehicles) zijn industriële rijdende robots die voornamelijk interne logistieke transporttaken uitvoeren en zijn voorzien van een navigatiesysteem. Door de jaren heen zijn deze navigatiesystemen geëvolueerd van routebegeleiding naar een tweedimensionale locatiebepaling, waarbij alle soorten navigatiesystemen nog actueel worden toegepast. Kenmerkend is dat een AGV is uitgerust met één navigatiesysteem. Echter heeft elk navigatiesysteem zijn beperkingen, waardoor conflictsituaties tijdens de ontwerpfase regelmatig optreden. Het oplossen van verschillende conflictsituaties gebeurt voornamelijk door toegevingen te doen op gebieden zoals budget, AGV-traject... Door deze evolutie worden technologieën goedkoper en compacter, waardoor systemen zoals een gyroscoop of een IMU (Inertial Measurement Unit) hun weg vinden naar AGV's. Het gebruik van een gyroscoop leidt echter tot nieuwe beperkingen, omdat een gyroscoop/IMU regelmatig op nul moet worden gesteld.\n\nDit onderzoek wil een nieuwe dimensie toevoegen door enerzijds een navigatiesysteem te ontwikkelen op basis van barcodes, waarbij de kenmerken en voordelen van routebegeleiding en tweedimensionale locatiebepaling worden gecombineerd. Anderzijds wil het onderzoek het gebruik van twee navigatiesystemen op één AGV onderzoeken. Tot slot wordt onderzocht of het barcodesysteem geschikt is voor nulstelling.\n\nVolgende onderzoeksvragen zullen de leidraad zijn tijdens het onderzoek:\n\n- Welke softwareoplossingen zijn er nodig om een AGV te laten omschakelen van een hoofdnavigatiesysteem naar een back-upnavigatiesysteem en vice versa?\n- Welke softwareoplossingen zijn er nodig om AGV-gyroscopen en/of IMU's op nul te stellen met behulp van een barcodenavigatiesysteem?\n\nHet doel is om de nodige analyses te ontwerpen, software te ontwikkelen in de vorm van een softwarebibliotheek en deze te implementeren op een echte AGV.","summary":"Ontwikkeling van innovatief navigatiesysteem voor AGV's met barcodes, verbetering van efficiëntie door gebruik van twee systemen en onderzoek naar nulstelling met software-oplossingen. Beoogt implementatie op reële AGV voor optimalisatie interne logistiek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002840","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\nAP Hogeschool beschikt over een transcritische CO2-koel- en vriesinstallatie (zie onderzoeksproject KWT), die onttrokken warmte maximaal kan recupereren (warmtepompfunctie). Afhankelijk van de gevraagde vermogens en temperaturen voor het koelen, vriezen en verwarmen, kunnen de werkingscondities van de installatie aangepast worden om een optimaal energieverbruik te bekomen.\n\nUit intern onderzoek bleek dat de behaalde rendementen van de CO2-installatie lager liggen dan de rendementen gehaald door gelijkaardige installaties met een ander koelmiddel. Bovendien is een installatie op CO2, ten gevolge van de hoge drukken, over het algemeen ook duurder dan andere gelijkaardige installaties. Om aan deze 2 nadelen enigszins tegemoet te komen zou een rendementsverhoging van de CO2-installatie (zodat deze beter of gelijkaardig wordt aan andere installaties) de meerkost van de CO2-installatie kunnen verantwoorden. De CO2-installatie heeft immers op milieutechnisch vlak ook een aantal voordelen. Algemeen zal door een rendementsverhoging de CO2-installatie concurrentiëler kunnen worden ten opzichte van de andere gelijkaardige installaties.\n\nOm deze rendementsoptimalisatie bij CO2-installaties te bewerkstelligen moeten we dus focussen op het nadeel dat de installatie werkt op hoge drukken (120 bar versus 30 bar bij andere installaties), en er dus bepaalde percentages gas bij een bepaalde druk/temperatuur-daling over de expander ontstaan. Door gebruik te maken van een turbine wordt de drukenergie (omgezet in elektriciteit) gerecupereerd en stijgt het totale rendement van de installatie. Deze opzet is vergelijkbaar met de productie van elektriciteit op grote schaal via een elektriciteitscentrale.\n\nDe huidig inzetbare turbine kan vanuit zijn ontwerpcondities geen gas verwerken en wordt met veiligheidsparameters (druk, temperatuur en debiet) ingebouwd en hierdoor is deze beperkt inzetbaar. Om de turbine inzetbaar te maken in een groter werkgebied met een groter drukverschil kunnen we de onderkoeling (via subcooling) van de machine vergroten, het gevolg hiervan is een verbetering van het rendement van de CO2-installatie, echter wordt er flashgas gevormd wat tot heden (met de huidige turbineontwerp) potentieel resulteert in een verminderde levensduur en zelfs defect van de turbine.\n\nStel dat men bij het ideale werkpunt (naar rendement in functie van de toepassing) van de CO2-installatie hierbij het gevormde flashgas praktisch bepaalt, kan er een turbine (schoepen) specifiek voor deze werkingsconditie ontwikkeld worden zodanig dat de turbine een groter drukbereik aankan en zowel het rendement van de installatie als de levensduur van de turbine laat toenemen.\n\nOnderzoeksvragen\nWat is het verschil tussen de theoretische en praktische hoeveelheid flashgas in de CO2-installatie bij het ideale werkpunt?\nIs het mogelijk een turbine te ontwikkelen bij het ideale werkpunt van de CO2-installatie?\nHoe kunnen we een drukklep welke het kookpunt (bij een bepaalde druk en temperatuur) van CO2 volgt (ook i.f.v. het turbinemateriaal) optimaal regelen?\nMethode\nIn grote lijnen bestaat het onderzoek uit 4 grote blokken:\n\nLiteratuurstudie, marktonderzoek naar leveranciers van turbines voor het medium CO2, en opstelling testplan;\nImplementatie van de subcooler op de CO2-installatie;\nUitvoering van de testen volgens het testplan;\nVerwerking van de resultaten en de bepaling van de hoogste rendementswinst van de installatie bij nominaal bedrijf en bij afwijking (= ideale transkritische druk).","summary":"Verbeter het rendement van de CO2-installatie door een turbine te ontwikkelen voor optimale drukregeling en flashgasbeheersing. Onderzoeksvragen richten zich op flashgasniveaus, turbine-ontwerp en drukklepregeling. De studie omvat literatuuronderzoek, testopstelling en rendementsanalyse.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002841","result_description":null},{"description":"Probleemschets\nChronische eosinofiele leukemie (CEL) is een zeldzame vorm van leukemie waarbij te veel van een bepaald type witte bloedcel wordt aangemaakt, de eosinofiele granulocyt. Om de juiste behandeling te kunnen geven aan deze patiënten is het noodzakelijk de oorzaak van de aandoening op te sporen. In een groot aantal gevallen is dit de aanwezigheid van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen. Dit fusiegen ontstaat door een fout in één van de chromosomen (DNA).\n\nGenen liggen normaal verspreid over de chromosomen, ze raken elkaar niet. Door een foutje bij de celdeling kan er echter een stukje DNA verdwijnen, waardoor twee genen toch aan elkaar worden geplakt en er een fusiegen ontstaat. Zo’n fusiegen kan plots een nieuwe functie krijgen, die vervolgens aanleiding kan geven tot een aandoening. In het geval van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen leidt het tot ongecontroleerde deling van eosinofiele granulocyten en daarom tot CEL. De stukjes DNA die verdwijnen kunnen verschillen in grootte, doordat het DNA kan breken op verschillende plaatsen in de twee betrokken genen (FIP1L1 en PDGFRA): de breekpunten.\n\nEr is nood aan een methode voor de detectie van de verschillende breekpunten die aanleiding geven tot het fusiegen FIP1L1-PDGFRA. Momenteel wordt dit fusiegen gedetecteerd via een klassieke methode: de nested-PCR, een techniek die niet voldoende gevoelig is. In een voorgaand onderzoek stelden wij reeds een nieuwere techniek op punt om één combinatie van breekpunten (één in elk gen) op te sporen: real-time PCR (RT-PCR). Deze techniek werkt op controlemateriaal, maar is nog niet uitgetest op patiëntenstalen, noch op de andere breekpunten. De gevoeligheid van de RT-PCR om het fusiegen te detecteren in stalen waarin slechts zeer weinig kwaadaardige cellen aanwezig zijn, is ongekend en mogelijk onvoldoende. Het is ook niet geweten of de RT-PCR kan vertaald worden naar een nog gevoeligere PCR-variant, zoals digital droplet PCR.\n\nCentrale onderzoeksvraag\nIs het mogelijk een PCR-methode te ontwikkelen voor de detectie van meerdere breekpunten in FIP1L1 en PDGFRA die aanleiding geven tot een fusiegen?\n\nMethode\nVoor het uittesten van de RT-PCR-methode werken we met controlecellen die het afwijkend genetisch materiaal hebben en die we onbeperkt kunnen kweken. Voor de breekpunten die we niet kunnen opsporen in het materiaal van de cellijn zullen we werken met zgn. G-blocks. Voor het omvormen van de RT-PCR naar een digital droplet PCR zullen we samenwerken met de Fontys Hogeschool in Eindhoven die beschikt over de juiste apparatuur en expertise.","summary":"Samenvatting: Ontwikkeling van gevoelige PCR-methode voor detectie van breekpunten in het FIP1L1-PDGFRA fusiegen, cruciaal voor behandeling van CEL. Nieuwe technologieën zoals RT-PCR en digital droplet PCR worden onderzocht voor verbeterde detectiegevoeligheid. Collaboration met Fontys Hogeschool voor technische expertise.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002842","result_description":null},{"description":"KADER EN PROBLEEMSTELLING\nLezen is een sleutelvaardigheid in het onderwijs en de maatschappij (Sullivan & Brown, 2013). Recente PIRLS- en PISA-resultaten (PIRLS; Mullis et al., 2017, PISA; OECD, 2019) maakten echter duidelijk dat er nog te veel kinderen en jongeren onvoldoende goed en graag lezen. Directies en leraren geven geregeld aan dat ze de huidige trend willen ombuigen en er mee voor willen zorgen dat al hun leerlingen vaardige en gemotiveerde lezers worden en blijven. Ze willen werk maken van sterk leesonderwijs op basis van een breed gedragen structureel leesbeleidsplan met een schoolspecifieke visie op leesonderwijs en doelen en -acties op zowel leerling-, leerkracht- en schoolniveau als op korte en langere termijn, maar weten niet altijd goed hoe hiermee van start te gaan, zo een plan te implementeren, evalueren en indien nodig bij te sturen. Ze wijzen dus met name op de nood aan continue professionalisering voor schoolteams op vlak van sterk leesonderwijs en beleid op dit vlak (e.g., Costa & Araújo, 2018; Desimone, 2009).\n\nONDERZOEKSVRAGEN\nOV1/ Op basis van welke theoretische kaders kunnen schoolteams een leesbeleid i.f.v. sterk leesonderwijs opzetten?\nOV2/ Hoe kunnen schoolteams een leesbeleid i.f.v. sterk leesonderwijs initiëren, implementeren, evalueren en bijsturen?\n\nMETHODOLOGIE\nLiteratuurstudie en ontwerponderzoek worden ingezet in het kader van de eerste onderzoeksvraag. In functie van de tweede onderzoeksvraag worden gelinkt aan het ontwikkelde kader (1) praktijktools ontwikkeld en uitgetest in 24 scholen en (2) via een longitudinale focus met mixed-methods aanpak zowel kwantitatieve (survey) als ook kwalitatieve (focusgroep) data verzameld bij schoolteams en dan meer specifiek over het gebruikte leesbeleidskader, het leesbeleidsproces en de ontwikkelde tools.\n\nVERWACHTE OUTPUT\nVerwacht wordt dat ProLezen2 zal leiden tot een praktijkgericht leesbeleidskader met de nodige bijbehorende tools waarmee scholen een duurzaam leesbeleidsbeleid kunnen opzetten, uitrollen, evalueren en indien nodig bijsturen. De verwachte output zal o.a. via praktijkgerichte artikels, presentaties en interactieve workshops gedeeld worden.","summary":"Verbeter het leesonderwijs met ProLezen2: Een praktijkgericht kader en tools voor duurzaam leesbeleid in scholen. Realiseer vaardige en gemotiveerde lezers door initiëren, implementeren, evalueren en bijsturen van leesbeleid. Verwachte output omvat praktijkgerichte artikels, presentaties en workshops.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002843","result_description":null},{"description":"Stad Gent vraagt een studie naar de woonervaringen van gezinnen met kinderen in Gent, en een reeks inspirerende voorbeelden van kind- en/of gezinsvriendelijke woningen en woontypologieën in binnen- en buitenland.\n\nDe vraag kadert in een bredere planopgave voor de stad om kwalitatieve woningen en woonomgevingen te voorzien en vrijwaren voor een diversiteit aan gezinnen, en dit in een context van meer doen met minder ruimte en de lasagne van uitdagingen m.b.t. goed en betaalbaar wonen.\n\nHet negatieve migratiesaldo van mensen op 'jonge-gezinnenleeftijd' in de stad Gent suggereert een selectieve stadsvlucht. Ook de recente Woonstudie Gent onderlijnt het oplopend tekort aan kwaliteitsvolle en betaalbare gezinswoningen.","summary":"Onderzoek voor Stad Gent: woonervaringen van gezinnen met kinderen en inspirerende voorbeelden van kind- en gezinsvriendelijke woningen wereldwijd. Doel: kwalitatieve woningen en woonomgevingen voor diverse gezinnen in beperkte ruimte, tegen uitdagingen van betaalbaar wonen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002844","result_description":null},{"description":"Masterplan voor de wijk: ambities en dialoog van bewoners en gebruikers.","summary":"Marketingcommunicatie: Betrek bewoners en gebruikers bij wijkambities via een interactief masterplan.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002845","result_description":null},{"description":"De Internationale Maritime Organisatie (IMO) heeft doelstellingen gezet om de broeikasgasemissies in internationale scheepvaart te verminderen. Innovatieve oplossingen om uitlaatgassen te verminderen zijn hiervoor noodzakelijk.\n\nDaarom focust dit project zich op de evaluatie van katalysatoren voor de behandeling van uitlaatgassen om de emissies van scheepvaart diesel motoren te verminderen. Dit project evalueert specifiek de performantie van de katalytische systemen geconnecteerd aan scheepvaart diesel motoren, die met verschillende belasting werken, in lijn met de huidige praktijken om brandstof consumptie te bepreken als een deel van emissie controle.\n\nIn dit project verenigen de Antwerpse Maritime Academie (AMA), gespecialiseerd in Scheepvaart motoren en hun uitlaatgassen, en de onderzoeksgroepen aan UAntwerpen gespecialiseerd in de ontwikkeling van katalysatoren (LADCA en DuEL) hun krachten om scheepsmotorefficiëntie en uitlaatgas behandelingstechnologie te integreren en ontwikkelen.","summary":"Dit project richt zich op het evalueren van katalysatoren voor scheepvaart diesel motoren om de broeikasgasemissies te verminderen, in lijn met IMO-doelstellingen. De Antwerpse Maritime Academie en UAntwerpen bundelen krachten voor efficiëntere uitlaatgasbehandeling.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002846","result_description":null},{"description":"Momenteel is het gebruik van zeewier vooral beperkt tot generische toepassingen in de voedingsmiddelen- en diervoederindustrie.\n\nDe laatste tijd wordt er steeds meer aandacht besteed aan de productie van hoogwaardige producten zoals: hoogwaardige additieven en farmaceutische hulpstoffen (fucoidan, laminarine) die de waardeketen van zeewier kosteneffectief kunnen maken.\n\nDe extractie van deze waardevolle verbindingen op industriële schaal is echter nog steeds beperkt vanwege de vele processtappen die nodig zijn die een uitgebreid water-, chemicaliën- en energieverbruik vereisen, en het feit dat deze extractieprocessen meestal gericht zijn op een bepaalde verbinding, in plaats van een trapsgewijze aanpak.\n\nDit project heeft daarom tot doel (i) het ontwikkelen van een trapsgewijze benadering met behulp van de afvalstroom van fucoidan/laminarine-extractie (met behulp van ultrasone en microgolftechnologie) om antibacteriële en aangroeiwerende verbindingen in zeewierbiomassa te isoleren, (ii) het onderzoeken van high-throughput-screening-methodologieën voor de formulering en evaluatie van coatings die deze componenten bevatten, en (iii) het leggen van een basis voor verdere valorisatie van deze aanpak.","summary":"Er wordt toenemende aandacht besteed aan de productie van hoogwaardige zeewierproducten, zoals additieven en farmaceutische hulpstoffen. Dit project richt zich op het ontwikkelen van een efficiënte aanpak om waardevolle verbindingen uit zeewier te isoleren en te gebruiken in antibacteriële coatings.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002847","result_description":null},{"description":"Er bestaan verschillende realisaties waar kleine vaartuigen voortbewogen worden door vinnen die voor- en achteraan geplaatst worden. Door de op- en neergaande beweging van het vaartuig, het stampen, bij passerende golven komt het vaartuig in beweging.\n\nDe stampende beweging is echter klein vergeleken met de rolbeweging. Het idee is om een romp te ontwikkelen waarbij de rolbeweging d.m.v. vinnen wordt omgezet in een voorwaartse kracht.","summary":"Ontwikkel een innovatieve romp met vinnen die rolbeweging omzetten in voorwaartse kracht voor kleine vaartuigen, waardoor efficiënte voortstuwing mogelijk is.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002848","result_description":null},{"description":"Het onderzoek \"Adviesverlening Omgevingsvergunningen\" heeft aangetoond dat de gemeentelijke omgevingsambtenaar (GOA) slechts ten dele een positieve impact en administratieve vereenvoudiging ervaart ten gevolge van de invoering van de omgevingsvergunning (cf. Omgevingsvergunningsdecreet, 23 februari 2017). Voorliggend onderzoeksproject bouwt verder op deze bevinding en stelt volgende onderzoeksvraag centraal: Op welke manier(en) kan de administratieve druk verminderd worden en de efficiëntie van de werking van de gemeentelijke omgevingsambtenaar verhoogd worden?\n\nHet onderzoeksproject volgt een kwalitatief onderzoeksopzet met volgende aanpak:\n\n- Diepte-interviews\n- Evaluatie van bestaand online platform en website\n- Deelname aan Atrium Lerend Netwerk (informeel en ambtelijk netwerk met o.a. periodieke bijeenkomsten betreffende specifieke thema’s aangaande ruimtelijke ordening)","summary":"Onderzoek toont aan dat de impact van omgevingsvergunningen op gemeentelijke ambtenaren beperkt is. Dit project onderzoekt manieren om administratieve druk te verminderen en efficiëntie te verhogen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002849","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nHet gebruik van targets (vast aanduidbare gemeenschappelijke punten tussen verschillende scanposities) bij het laserscannen is een tijdrovende bezigheid. Het vakkundig plaatsen en inmeten van de targets is een werk dat weloverdacht moet gebeuren, maar het komt de nauwkeurigheid van de registratie van de puntenwolken zeker ten goede. Verder is het gebruik van targets vaak handig om de puntenwolk in een bepaald referentiestelsel te plaatsen.\n\nVandaag de dag kent de wereld van het scannen echter een grote opmars op twee gebieden:\n- Softwareprogramma’s laten toe om een cloud-to-cloud registratie te doen. Daarbij zal de software via algoritmes zonder gebruik van targets naar overlapping zoeken binnen twee puntenwolken uit twee scanposities. Op basis van deze overlapping gebeurt de registratie.\n- Fabrikanten van laserscanners zetten in op manieren om scanners “intelligenter” te maken. Bijvoorbeeld door het inbouwen van een GNSS-chip of het installeren van VIS-technologie, zodat de scanner zijn opstelplaatsen onderling aan elkaar kan linken om op deze manier de registratie eenvoudiger mogelijk te maken.\n\nHet voordeel van voornoemde vooruitgang is dat targetscans in principe overbodig zouden worden. In dit onderzoek willen we enerzijds nagaan hoe nauwkeurig scannen zonder targets, met de software die momenteel voorhanden is, in de praktijk is en anderzijds willen we nagaan of er hieromtrent grote verschillen zijn tussen de softwarepakketten die beschikbaar zijn.\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAG\n\nHoe nauwkeurig is scannen zonder gebruik te maken van targets met de software die momenteel beschikbaar is? Zijn er grote verschillen tussen de pakketten die beschikbaar zijn?\n\nMETHODE EN AANPAK\n\nOm het onderzoek te doen naar de nauwkeurigheid van laserscannen met of zonder targets starten we met het uitvoeren van een referentiemeting. Dat wordt een meting met een totaalstation waarbij alle targets (en eventueel ook referentiepunten) die later zullen worden gebruikt voor de registratie van de puntenwolken worden ingemeten. Deze referentiemeting doen we met het totaalstation via veelhoeksmeting. Dergelijke manier van meten biedt de mogelijkheid om een goed zicht te verwerven op de nauwkeurigheid van deze referentiemeting. Om zoveel mogelijk fouten uit te schakelen, wordt de veelhoeksmeting uitgevoerd met gedwongen centrering, zodoende wordt de foutenlast geminimaliseerd. De sluitfouten op kaarthoeken en coördinaten kunnen worden begroot na de meting.\n\nNa vereffening van de veelhoeksmeting hebben we dus een referentiemeting waarmee de latere puntenwolken kunnen worden vergeleken. Daarna wordt hetzelfde traject van de veelhoeksmeting opgemeten met de scanner en dito met gebruik van targets. De referentiepunten van de veelhoeksmeting worden mee ingescand. Deze scandata zal dan tweemaal worden geregistreerd: de eerste keer met gebruik van de targets, maar in de software kan de meting ook worden geregistreerd zonder gebruik te maken van de targets (cloud to cloud). In de beide geregistreerde puntenwolken kan er nu op zoek gegaan worden naar de coördinaten van de referentiepunten uit de veelhoeksmeting. De coördinaten worden vergeleken en op basis daarvan kunnen er uitspraken gedaan worden over de nauwkeurigheid van de meting.\n\nDeze oefening kan herhaald worden met verschillende softwarepakketten, met verschillende scanners alsook binnen verschillende omgevingen teneinde op basis hiervan uitspraken te doen inzake de nauwkeurigheid van scannen met of zonder targets. Externe factoren die van impact op de nauwkeurigheid worden zoveel mogelijk uitgeschakeld doordat de registratie met en zonder targets met dezelfde meetdata kan worden uitgevoerd.","summary":"Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in het scannen zonder targets. Onderzoek de nauwkeurigheid en vergelijk softwarepakketten. Hoe elimineert deze methode fouten en verbetert het registratieproces?","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002850","result_description":"Verspreiding van de nieuw gecreëerde kennis\n\n- Presentatie op het najaarsforum van de NKKCLE (beroepsvereniging voor landmeters)\n- Presentatie op BEGEO (nationaal congres voor Geo-sector)\n- Voor eigen studenten: opname van de resultaten in cursussen van de opleiding\n\nTijdens werkveldcommissies die worden georganiseerd door de opleiding vastgoed worden ook altijd de resultaten van de lopende onderzoeken toegelicht."},{"description":"SeaChem zal R&D-opleidingen van hoog niveau bieden aan beginnende onderzoekers op het opkomende gebied van de productie van mariene biomassa. Door problemen in de offshore zeewierteelt en de toepassing ervan als bron van hernieuwbare energie aan te pakken, zal SeaChem de huidige hindernissen voor de brede toepassing ervan in de EU wegnemen.\n\nBelemmeringen voor een brede toepassing in de EU wegnemen. Tegelijkertijd zullen het interdisciplinaire SeaChem-netwerk (bestaande uit de academische wereld, de industrie en sectororganisaties) en de verscheidenheid aan wetenschappelijke disciplines die zijn geïntegreerd in het SeaChem R&D-schema, een multidisciplinaire vorming van de 10 volgende generatie hoogopgeleide doctoraatskandidaten.\n\nDe belangrijkste O&O-doelstellingen van SeaChem zijn namelijk verdeeld over constructietechniek (ontwikkeling van roestvrijstalen offshoreconstructies), biologie (optimale omstandigheden voor zeewierteelt) en chemische engineering (intensievere extractie van waardevolle verbindingen).\n\nDoor de combinatie van state-of-the-art onderzoeksthema's met en sociale vaardigheden zal SeaChem zorgen voor een brede wetenschappelijke en persoonlijke ontwikkeling van de promovendi. De grote maatschappelijke en economische relevantie van dit vakgebied wordt ondersteund door de steeds toenemende maatschappelijke druk om de ontwikkeling van hernieuwbare bronnen, waardoor de EU ook minder afhankelijk wordt van geïmporteerde (fossiele) grondstoffen.\n\nDe groeiende wereldwijde markt voor hernieuwbare en duurzame producten is de drijvende kracht achter deze economische sector en creëert nu al een grote behoefte aan hooggekwalificeerde professionals, waardoor de doctoraatskandidaten heel wat jobkansen hebben.","summary":"SeaChem biedt hoogwaardige R&D-opleidingen aan onderzoekers in mariene biomassa-productie. Door hindernissen in zeewierteelt en hernieuwbare energie aan te pakken, bereidt SeaChem de volgende generatie experts voor op constructietechniek, biologie en chemische engineering. Dit multidisciplinaire programma creëert kansen in een groeiende sector van hernieuwbare producten en vermindert de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen, wat leidt tot veelbelovende carrièremogelijkheden voor doctoraatskandidaten.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002851","result_description":null},{"description":"Het departement Wetenschap & Techniek van de AP Hogeschool beschikt over een transkritische CO2-koel- en vriesinstallatie, die de onttrokken warmte (grootteorde = 10 kW) maximaal kan recupereren (warmtepompfunctie). Afhankelijk van de gevraagde vermogens en temperaturen voor het koelen, vriezen en verwarmen, kunnen de werkingscondities van de installatie aangepast worden om een optimaal energieverbruik te bekomen.\n\nDe CO2-installatie zal ten gevolge van de koeling/vriezing altijd een hoeveelheid warmte produceren. Indien er geen of een kleine warmtevraag bestaat, kan men deze warmte beschouwen als restwarmte. Om deze restwarmte alsnog nuttig te gebruiken kunnen we deze omzetten in elektriciteit om die eventueel te gebruiken bij de aandrijving van de compressoren in de CO2-installatie.\n\nOm elektriciteit uit restwarmte op te wekken, is in de meeste gevallen een hoge restwarmtetemperatuur noodzakelijk. Om deze hoge temperatuur te bereiken, kunnen we onze CO2-installatie tijdens de wintermaanden in het transkritische werkgebied (hoge restwarmtetemperatuur en hoge persdruk) dwingen terwijl in de zomer, omwille van de hogere omgevingstemperatuur, de installatie automatisch boven het kritische punt werkt.\n\nHet opzet van dit PWO is een praktijkgericht onderzoek te voeren naar de omzetting van de restwarmte (max. 150°C – dus relatief lage temperatuur) van een transkritische CO2-installatie naar elektriciteit via een ORC op basis van een reële en representatieve installatie.\n\nTijdens de literatuurstudie (eerste fase van het project) leggen we het toepassingsgebied van de ORC vast (vermogenrange 0.5 kWe – 10 kWe en temperatuurrange 80° - 150°C). In deze fase analyseren we ook de regelmogelijkheden en de praktische implementatie van de ORC. In een tweede fase volgt de inpassing van de ORC op de bestaande CO2-installatie en tijdens een derde en laatste fase wordt de ORC getest en worden de testresultaten geëvalueerd.\n\nTijdens dit onderzoek trachten we een antwoord te bieden op de volgende vragen:\n\nIn welke mate is de opwekking van elektriciteit uit de restwarmte van de CO2-installatie mogelijk (noodzakelijke temperatuurs- en vermogenrange)?\nWelke energiewinst is realiseerbaar in functie van de werkingscondities?\nIs het toepassen van een ORC op een transkritische CO2-koelinstallatie economisch verantwoord?","summary":"Het PWO-onderzoek van AP Hogeschool onderzoekt de omzetting van restwarmte van een CO2-installatie naar elektriciteit via een ORC, met focus op vermogenrange 0.5-10 kWe en temperatuurrange 80-150°C. Onderzoek beantwoordt vragen over haalbaarheid, energiewinst en economische aspecten van deze duurzame aanpak.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002852","result_description":null},{"description":"De algemene doelstelling van dit project is het versterken van de positie van normaal tot hoogbegaafde personen met ASS op de arbeidsmarkt. We willen bijdragen aan het verhogen van de werkbaarheidsgraad van hun job. We hanteren hierbij het tweesporenbeleid: hoe kan enerzijds de context zich aanpassen aan de persoon met ASS en anderzijds hoe kan de persoon met ASS zich aanpassen aan de context? Het doel van het partnerschap komt samengevat neer op het delen, evalueren en ontwikkelen van goede praktijken door middel van mutual learning. We willen hierbij een duidelijke stem geven aan de doelgroep tijdens de uitvoering van de werkpakketten. Zo kunnen we een bottom-up benadering verzekeren. We willen ervaringsdeskundigen, waar mogelijk, een expliciete rol geven in het project, bijvoorbeeld door middel van bevragingen, focusgroepen, etc.\n\nAP Hogeschool verbindt zich er als partner in dit project toe om een praktijkgericht onderzoek uit te voeren.\n\nHet onderzoek richt zich op de volgende onderzoeksvragen:\n• Hoe kunnen we leidinggevenden en HR-medewerkers handvaten geven om werknemers met autisme in hoogopgeleide functies beter te kunnen ondersteunen?\n• Hoe kunnen we een meer open cultuur installeren in organisaties om moeilijke gespreksonderwerpen (bijvoorbeeld beperking, demotie, …) bespreekbaarder te maken?\n\nHet onderzoek loopt parallel met de ontwikkeling en pilot van de training. De input die we uit deze praktijk halen, kan uiteraard ook gebruikt worden in dit onderzoek.\n\nWe voorzien een eindverslag of beperkt wetenschappelijk rapport met de onderbouwing van het onderzoek, een theoretisch kader met de voornaamste bevindingen van de literatuur en een rapportage van de bevindingen uit het evaluatieonderzoek van de verschillende praktijken. Dit eindverslag is interessant voor de academische partners betrokken in het project aangezien zij dit verder kunnen hanteren binnen hun eigen netwerking. Deze bevindingen worden ook gedeeld met de transnationale academische partners, indien zij toetreden tot het partnerschap.","summary":"Versterk de positie van personen met ASS op de arbeidsmarkt door aanpassingen in context en individu. Onderzoek en deel goede praktijken voor betere ondersteuning en cultuur. Eindverslag met bevindingen en theoretisch kader voor academische partners en transnationale partners.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002853","result_description":null},{"description":"De landbouwgebieden van de grensoverschrijdende zone worden voornamelijk geëxploiteerd door intensieve landbouw. De concentratie van verontreinigende stoffen van agrarische oorsprong (pesticiden, nitraten, fosfor) in de rivieren van deze regio's bedreigt de toegang van landbouwers tot water en de productie van drinkwater, vooral bij droogte en overstromingen.\n\nDe situatie verslechtert aangezien de klimaatverandering de duur en frequentie van periodes verhoogt waarin toegang tot kwaliteitswater moeilijk, zo niet onmogelijk wordt voor landbouwers en gebruikers. Dit probleem is moeilijk op te lossen door het ontbreken van lokale strategieën die gebaseerd zijn op nauwkeurige kennis van de prioritaire sectoren die moeten worden aangepakt.\n\nBoeren, zowel slachtoffers van het probleem als dragers van een deel van de oplossingen, moeten nog worden overtuigd en geholpen met voldoende financiering en effectieve en betaalbare technieken om deze problemen aan te pakken. Er zijn al veel oplossingen van het landbouwperceel tot op de boerderij: aanpassingen in landbouwpraktijken, natuurlijke oplossingen (hagen, grasstroken, enz.) en behandeling van afvalwater. Echter zijn ze nog steeds in het stadium van ad hoc thematische experimenten gebleven.\n\nDe uitdaging is om ze gezamenlijk op een strategische manier op stroomgebieden in te zetten en de meerwaarde hiervan voor het grensgebied te bewijzen. Deze strategische inzet op de schaal van 4 stroomgebieden van technieken ter bestrijding van diffuse en puntbronverontreiniging van agrarische oorsprong is de doelstelling van de CARE+ partners.","summary":"Intensieve landbouw in grensoverschrijdende gebieden veroorzaakt vervuiling van rivieren met pesticiden en nitraten, bedreigend voor drinkwaterproductie. Klimaatverandering verergert dit. Lokale strategieën en financiering zijn nodig voor duurzame oplossingen zoals natuurlijke aanpassingen en afvalwaterbehandeling. CARE+ partners streven naar strategische inzet op stroomgebieden voor verontreinigingsbestrijding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002854","result_description":null},{"description":"Uit verschillende studies blijkt dat incontinentie bij personen met dementie een grote rol speelt in het beslissingsproces om de overstap van het thuis wonen naar residentiële zorg te maken. Voor mantelzorgers is het niet evident om intieme zorg / incontinentie-zorg te verlenen. Zij botsen op verschillende drempels zoals schroom, gebrek aan ondersteuning en informatie op maat rond hoe om te aan met incontinentie, enz..\n\nIn dit onderzoek wordt bestaande kennis rond incontinentie bij dementie samenbracht met de ervaringen van personen met dementie, mantelzorgers en verpleegkundigen. Binnen het project wordt onderzocht hoe mantelzorgers en personen met dementie optimaal kunnen worden ondersteund op gebied van kennis, vaardigheden en emoties rond (in)continentiezorg. We ontwikkelen gevalideerde cases aan de hand van interviews en focusgroepen.\n\nDeze omvatten diverse situaties, met variatie in het profiel van de mantelzorger, mantelzorgnetwerk, professioneel netwerk en fase waarin de persoon met dementie zich bevindt. Aan deze casussen is een onderbouwd advies verbonden op maat van mantelzorgers, met overzicht van ondersteuningsbronnen, tips enz.. Dit materiaal kan ook ingezet worden als studiemateriaal voor studenten en zorgverstrekkers, leidraad voor praatcafés, en sensibiliseringsmateriaal voor mantelzorgers die nog niet met incontinentie van hun naaste geconfronteerd werden.","summary":"This research project focuses on providing optimal support for caregivers and individuals with dementia regarding incontinence care. It combines existing knowledge with firsthand experiences to develop validated cases and tailored advice, benefiting caregivers, students, and healthcare professionals alike.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002855","result_description":null},{"description":"Afval van elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) neemt snel toe in NWE, vooral omdat de levenscycli van producten steeds korter worden. Een systeemverandering is nodig. Nieuwe EU-regelgeving drijft deze transitie, maar de grootste uitdaging is de implementatie hiervan: bedrijfsmodellen en consumptieroutines veranderen; hergebruik en reparatie op de eerste plaats laten komen in de volgorde van de opties die aan de burgers worden geboden.\n\nRegio's en steden staan dicht bij de dagelijkse praktijk van AEEA en bevorderen nieuwe circulaire ecosystemen. De gemeenschappelijke uitdaging is om de nieuwe EU-normen toe te passen in de specifieke omstandigheden van regio's in NWE die over verschillende capaciteiten beschikken. In dit project doen we experimenten met lokale ecosystemen voor hergebruik, reparatie en refurbishment in zes landen, met als doel de volumes hergebruik, reparatie en refurbishment van EEA aanzienlijk te vergroten. E6 richt zich op de (fysieke en digitale) infrastructuur om burgers laagdrempelige ondersteuning te bieden en een nieuwe lokale reparatie-economie te bevorderen.\n\nDe partners zullen actieplannen ontwerpen en uitvoeren rond 6 functionele modules (logistieke modellen, diagnose-instrumenten, bewustmaking, opleiding, nieuwe bedrijfsmodellen, dataplatform). Deze geïntegreerde aanpak zal alle actoren in het ecosysteem ten goede komen (van kringloopwinkels tot afvalinzamelaars en nieuwe reparatiebedrijven), maar vooral burgers. De instrumenten voor eerstelijnsondersteuning zullen bruikbare data opleveren voor management- en beleidsbeslissingen.\n\nTransnationale samenwerking is nodig om middels combinaties van modules de transitie te versnellen en aan te passen voor verschillende soorten regio's in NWE. De ecosysteemaanpak biedt een format voor het verbinden van top-down EU-richtlijnen, met bottom-up (lokale) capaciteitsopbouw om de transitie te implementeren vanuit het perspectief van de gebruiker: \"waar kan ik terecht met mijn probleemapparaten\".","summary":"AEEA-afval groeit snel in NWE door kortere productlevenscycli. Implementatie van EU-regels vereist verandering in bedrijfsmodellen en consumptiegedrag. Project E6 bevordert lokale hergebruik- en reparatie-ecosystemen om EEA-volume te vergroten en lokale economie te stimuleren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002856","result_description":null},{"description":"Maritieme machines zullen in de toekomst autonomie kunnen verwerven dankzij ver doorgedreven vormen van automatisatie. Hoe deze automatisatie zich zal manifesteren is echter nog niet duidelijk omdat de term ‘autonoom varen’ eerder een spectrum aan verschillende invullingen voorstelt.\n\nRecent onderzoek naar de ‘levels of autonomy‘ van autonome schepen suggereert dat de graad van automatisatie zal veranderen afhankelijk van de operationele context. Er bestaat wel een unanieme overtuiging dat automatisatie een verschuiving van functies, taken en verantwoordelijkheden veroorzaakt. Binnen deze verschuiving schuilt de disruptieve kracht van de autonome revolutie.\n\nAutomatisatie is echter geen nieuw fenomeen binnen de maritieme sector. Deze techniek zit vandaag reeds ingebouwd in de meeste vitale scheepsorganen. Het is met andere woorden niet ondenkbaar dat automatisatie het menselijk gedrag aan boord reeds heeft beïnvloed.\n\nIn een studie naar de invloed van automatisatie op de ‘human machine interaction’ in maritieme operaties werd geconcludeerd dat automatisatie ook nieuwe risico’s op menselijk falen kan introduceren. Voorgaand onderzoek van Wiener et al. toonde eveneens aan dat automatisatie zijn limieten heeft en kan bijdragen tot ongevallen. De belangrijkste limieten zijn: afhankelijkheid en overschatting van het systeem, degradatie van de manuele vaardigheden, verminderde concentratie en alertheid, automatisatie bias en automatisatie geïnduceerd falen.\n\nOnnasch et al. stelde dat automatisatie de mens kan overtreffen in het uitvoeren van routinematige taken, maar dat het falen van deze systemen een catastrofale invloed kan hebben op het menselijk functioneren. De potentiële gevaren van automatisatie staan in schril contrast met de drijfveer om door middel van autonome systemen de kans op een menselijke fout te verkleinen. Het is dan ook van groot belang om de interactie tussen automatische systemen enerzijds en mensen binnen een maritieme context anderzijds te bestuderen.\n\nHet is mijn ambitie om met dit onderzoek een bijdrage te leveren aan het inhoudelijk debat over de menselijke aspecten van het autonoom varen waarbij ik wil bepalen over welke kennis en vaardigheden de officieren van de toekomst dienen te beschikken. Anders gesteld is het doel van dit doctoraatsproject om de rol van de toekomstige officieren in relatie tot het spectrum van autonoom varen zo eenduidig en accuraat mogelijk te omschrijven.\n\nDeze doctoraatsstudie zal een antwoord proberen formuleren op volgende onderzoeksvragen (OV): \n•\tOV1: Hoe is het gedrag van de brugbemanning veranderd door de impact van de automatisering binnen maritieme mens-machine netwerken?\n•\tOV2: Hoe zal het gedrag van de brugbemanning verder evolueren als de graad van automatisatie binnen maritieme mens-machine netwerken verandert?\n•\tOV3: Welke kennis en vaardigheden zijn noodzakelijk voor de brugbemanning om binnen het spectrum van het autonoom varen een efficiënte en veilige operatie te garanderen en hoe kunnen we dit gedrag van toekomstige officieren optimaliseren?\n\nIn de eerste fase is het de bedoeling om een analyse en synthese te maken van de huidige maritieme mens-machine netwerken. Daarbij dient er rekening gehouden te worden met de verschillende ‘Levels of Automation’ (LOA’s), die we vandaag aan boord van diverse schepen vinden. Deze analyse moet het inzicht in de structuur van de huidige rol verbeteren.\n\nDaarnaast moet deze synthese de impact van de automatisering in de huidige context blootleggen, waarbij we het gedrag van de brugbemanning op schepen met verschillende LOA’s gaan vergelijken. Op basis van deze resultaten is het de bedoeling om trends te bepalen, die automatisatie in functie van het menselijk gedrag inluiden. Verder zal deze eerste fase van het onderzoek bijdragen aan de zoektocht naar de definitie van autonoom varen en helpen een passende taxonomie te vinden voor het spectrum van maritieme automatisering.\n\nDe in de vorige fase bekomen trends zullen worden geëxtrapoleerd naar alle mogelijke scenario’s binnen het spectrum van de autonome vaart om een antwoord te vinden op de tweede onderzoeksvraag. Dit antwoord zal bijdragen aan de theorieën over het menselijk aspect in het autonoom varen alsook het te verwachten gedrag analyseren. Deze analyse moet het inzicht bieden om het laatste vraagstuk (OV3) op te lossen.","summary":"In de toekomst zullen maritieme machines autonomie bereiken door geavanceerde automatisering. Dit kan leiden tot veranderingen in taken en verantwoordelijkheden aan boord, met zowel voordelen als risico's voor menselijke interactie. Onderzoek richt zich op de impact van automatisering op brugbemanning en benodigde kennis voor toekomstige officieren in het spectrum van autonoom varen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002858","result_description":null},{"description":"Door middel van innovatie en toegepast onderzoek wil VALCELMAT bedrijven ondersteunen, groei stimuleren en de economische activiteit een impuls geven. Dit project sluit aan bij de eisen van consumenten en dus ook van economische spelers. Het hoofddoel is om op pilootschaal nieuwe materialen te ontwerpen die vervolgens kunnen worden gebruikt voor nieuwe, meer milieuvriendelijke verpakkingen, textiel en composietmaterialen. Uiteraard gaat deze filosofie hand in hand met een aanpak die niet alleen ecologisch, maar ook sociaal verantwoord is.\n\nVanuit wetenschappelijk oogpunt is het VALCELMAT-project erop gericht om cellulose, een van de meest overvloedige en hernieuwbare polysachariden op aarde, een toegevoegde waarde te geven in nieuwe toepassingen zoals verpakkingen, textiel en additieven voor bioplastics en biocomposieten in de breedste zin van het woord. Cellulose, gemakkelijk en goedkoop te winnen uit plantaardige biomassa, zal op een ecologisch verantwoorde manier worden gemodificeerd met behulp van duurzame chemie of enzymatische processen, om het nieuwe functionaliteiten te geven (barrière voor micro-organismen, gasbarrière, weerstand tegen vocht en vuur) met behoud van zijn intrinsieke eigenschappen (afwezigheid van toxiciteit en biologische afbraak).\n\nDe modificaties zullen worden uitgevoerd met behulp van innovatieve, milieuvriendelijke processen, in batch en ook via continue processen door reactieve extrusie, met het oog op opschaling voor markttoepassingen. De begunstigden van dit project zijn bedrijven uit de papier-, textiel- en kunststofindustrie. Het gaat dus om een breed scala aan toepassingen die economische ontwikkelingen voor de regio suggereren, gezien de aanwezigheid van dit soort industrieën in de impactzone van VALCELMAT.","summary":"VALCELMAT ondersteunt bedrijven met innovatief onderzoek om groei te stimuleren door nieuwe milieuvriendelijke materialen te ontwerpen voor verpakkingen, textiel en composieten, gebaseerd op duurzaam gemodificeerde cellulose. Dit project bevordert economische en sociale verantwoordelijkheid en biedt bedrijven in diverse industrieën nieuwe marktkansen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002859","result_description":null},{"description":"Het onderzoekscentrum AgroFoodNature (AFN) van HOGENT wenst een nieuw High Performance Ion Chromatography (HPIC) systeem uitgerust met een electrochemische detectie en een conductiviteitsdetectie aan te kopen.\n\nNaast de bepaling van eenvoudige en complexe koolhydraten wordt hiermee de analytische capaciteit aanzienlijk uitgebreid naar polyolen en suikeralcoholen, organische zuren en amines in complexe matrices uit de AgroFoodNature keten zoals bieren, gefermenteerde dranken, granen, peulvruchten, kuilvoeders, ....\n\nDeze nieuwe technologie brengt meerdere voordelen mee waaronder werken bij hogere druk (kortere analyse runs, verhoogde doorvoer) en de mogelijkheid om te werken met de nieuwste generatie Fast-kolommen (betere scheiding en reproduceerbaarheid).\n\nEen kwaliteitsonderzoek van deze complexe matrices opent deuren naar vervolgonderzoek en nieuwe samenwerkingen met bedrijven en onderzoeksinstellingen.","summary":"Het AFN-onderzoekscentrum van HOGENT plant de aankoop van een nieuw HPIC-systeem voor uitgebreide analysecapaciteit in complexe AgroFoodNature-matrices. De toegevoegde electrochemische en conductiviteitsdetectie bieden voordelen zoals hogere drukwerk, snellere analyses en betere scheidingen voor kwaliteitsonderzoek en samenwerkingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002860","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nGedreven door de European Green Deal onderneemt de Europese Commissie stappen om KMO’s te ondersteunen bij hun duurzaamheidstransitie (‘European Green Deal’, 2019). Deze Green Deal vormt de basis voor andere initiatieven, zoals de Sustainable Development Goals (SDGs) en het Corporate Sociale Responsibility Directive (CSRD) dat bepaalt dat organisaties binnenkort moeten rapporteren over hun duurzaamheidsacties en het duurzaamheidsbeleid. Het overkoepelende doel van al deze acties en richtlijnen is om te streven naar een samenleving waar organisaties duurzaam ondernemen met aandacht voor mens, klimaat en maatschappij (‘European Green Deal’, 2019). Dat duurzaam ondernemen er bovendien kan voor zorgen dat organisaties een competitief voordeel kunnen hebben op hun concurrenten, zorgt ervoor dat sommige bedrijven duurzaam ondernemen als onderdeel van hun bedrijfsbeleid willen inzetten (Scherer & Palazzo, 2011; Frynas & Yamahaki, 2016). \n\nNochtans zien we dat 75% van de KMO’s in Vlaanderen geen beleid heeft dat bij elke beslissing kijkt naar de impact op mens, maatschappij en planeet (Eénjarig project CSR, 2023). Deze organisaties hebben dus dringend nood aan werknemers met de juiste skills en inzichten om te ondersteunen bij de duurzaamheidstransitie van deze bedrijven – iets wat bevestigd wordt in het ‘GreenComp: The European sustainability competence framework’ rapport van de Europese Commissie (Bianchi et al., 2022). \n\nWanneer we praten over skills die nodig zijn voor duurzame ontwikkeling en duurzaamheidstransitie, spreken we over green skills (Heong et al., 2016). Green skills zijn “vaardigheden die verband houden met het verminderen van de milieu-impact en het ondersteunen van economische herstructurering met als doel schonere, meer klimaatbestendige en efficiënte economieën te bereiken die de ecologische duurzaamheid behouden en fatsoenlijke werkomstandigheden bieden” (Pavlova, 2018, p.342). Green skills omvatten drie dimensies, namelijk kennis (cognitieve dimensie), skills (psychomotorische dimensie) en attituden/waarden (affectieve dimensie) (Heong et al., 2016). En hoewel de eerste twee dimensies heel sectorgebonden zijn, zijn waarden en attituden dat niet (Smith et al., 2022). \n\nVolgens het Competing Value Framework (CVF) is het cruciaal voor de organisatie om werknemers in dienst te nemen wiens waarden en attituden in lijn liggen met die van de organisatie (Gregory et al., 2007). Wanneer organisaties willen inzetten op hun duurzaamheidsontwikkeling zoeken ze dan ook werknemers met de juiste green skills (Sern, Zaime & Fong, 2017). Deze relatie werkt trouwens ook langs twee kanten, namelijk werknemers presteren beter en zijn minder afwezig wanneer ze voor een organisatie werken die dezelfde waarden uitdraagt als zijzelf (Kroeger, 1995; Amos & Weathington, 2008). In alle opzichten is het voor werkgevers ideaal om werknemers te zoeken met de juiste green attitudes en waarden, die bovendien in lijn ligt met hun eigen visie op en streven naar duurzaam ondernemen. \n\nVooraleer organisaties werknemers kunnen rekruteren die green attitudes en waarden hebben, moeten we in kaart kunnen brengen hoe ze scoren op de waarden/attituden dimensie van green skills. Tot op heden bestaat er echter niet één instrument dat door academici noch GreenComp naar voren wordt geschoven om dit te meten. Dit onderzoek heeft als doel om een instrument te ontwikkelen dat de green skills dimensie ‘attituden en waarden’ in kaart kan brengen. Door dit te meten en te rapporteren met behulp van een feedbackrapport, kunnen organisaties een beter inzicht krijgen in welke werknemers ze moeten aannemen om hen te ondersteunen in hun duurzaamheidstransitie.\n\nOnderzoeksvraag\n\nWat is het nut van een ‘Green skills: Attitudes en waarden’ rekruterings- en assessmenttool in de duurzaamheidstransitie van een organisatie?\n\nMethodologie\n\nDit tweejarig project zou volgende methodologieën hanteren:\n- Een literatuurstudie bij zowel academische als praktijkgerichte literatuur als literatuur om concepten te definiëren en items op te stellen (WP1)\n- Surveys om de vragenlijst te valideren (WP2 – WP3). \n- Expertinterviews om input te krijgen over de tool en de feedbackrapporten (WP2 – WP3).","summary":"De Europese Green Deal stimuleert duurzaam ondernemen bij KMO's. Veel bedrijven missen echter de juiste groene vaardigheden en attitudes. Een nieuwe tool wordt ontwikkeld om deze te meten en te helpen bij het aannemen van geschikte werknemers voor duurzaamheidstransitie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002861","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDe geplande resultaten van dit project zijn als volgt:\n- Een literatuurstudie\n- Een gevalideerde ‘Green Skills Attitudes & Waarden’ tool met feedbackrapporten\n- Een academisch artikel\n- Een terugkoppeling naar het werkveld bij een sectorfederatie (presentatie, whitepaper, ...)"},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nGameplay metrics kunnen helpen om beter inzicht te krijgen in het gedrag van spelers (Sifa, Drachen, and Bauckhage 2018) of voorspellingsmodellen te bouwen (Hsieh and Sun 2008). Tot enkele jaren terug was het moeilijk om deze data te gebruiken. Replay en log bestanden moeten per videogame geanalyseerd worden en tools moeten gebouwd worden met specifieke videogames in gedachten.\n\nCharleer et al. (2018) suggereerde een gestandaardiseerd formaat voor videogame metrics. Het bedrijf GRID Esports nam dit idee verder op en bouwde een infrastructuur uit die data van de belangrijkste esports videogames, zoals Counter-Strike: Global Offensive, League of Legends en VALORANT, omzet naar een real-time stream in een gestandaardiseerd formaat die kan gebruikt worden voor bv. real-time visualisaties bij wedstrijduitzendingen. Hun Open Platform laat externe partijen toe nieuwe oplossingen te ontwikkelen rond de data.\n\nReal-time dashboards voor esports kijkers helpen de gebruikers inzicht te krijgen in het gedrag van de spelers en het verloop van het spel (Charleer, Gerling, et al. 2018). Echter blijkt dat veel kijkers deze wedstrijden bekijken om hun eigen vaardigheden te verbeteren. Professionele esports spelers kunnen eveneens baat hebben bij gedetailleerde analyses van hun speelstijl, hun team en de competitie (Levy, Charleer, and Wright 2022).\n\nIn februari 2023 startte GRID samen met Riot Games dan ook het VALORANT Data Portal, wat esports teams toegang geeft tot data van de VALORANT Championship Tour en privé “scrims” (testwedstrijden tussen teams). \n\nHoe deze data aan de gebruiker (esports speler, manager,…) moeten aangeboden worden en op welke manieren hier het meeste impact mee gecreëerd kan worden (bv. verstrekken van nieuwe inzichten, verbeteren van tactieken, spotten van nieuwe spelers, voorspellingen die helpen bij belangrijke keuzes voor en tijdens wedstrijden,…) is echter nog niet duidelijk voor GRID. Uit preliminaire gesprekken met de industrie blijkt ook dat het gebruik van deze data momenteel gelimiteerd is en teams niet de nodige tools hebben om dit ten volle te benutten.\n\nHier hebben we met BEAT dus de opportuniteit om in te spelen op een reële onderzoeksnood, en tegelijkertijd samen te werken met één van de grootste spelers in esports data wereldwijd. Op basis van onze expertise in analytics en dashboards (videogames, learning analytics), games user research en UX design, willen we onderzoeken hoe we de kloof tussen de bestaande data en de noden van esports teams kunnen verkleinen.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nOV1: Wat is de huidige staat van esports teams, en welke tools en game metrics hebben zij momenteel tot hun beschikking?\n\nOV2: Wat zijn de noden en doelen van esports teams met betrekking tot game metrics?\n\nOV3: Welke ontwerpkeuzes zorgen voor een ondersteuning en verbetering van de werking van esports teams a.d.h.v. game metrics?\n\nMETHODOLOGIE\n\nA.d.h.v. een literatuurstudie en gesprekken met esports bedrijven bekijken we de huidige bestaande tools en literatuur. Om een idee te krijgen over de beschikbare game metrics data en metadata bekijken we het Open Platform van GRID Esports en hun VALORANT Data Portal. Verder voeren we gebruikersstudies uit, waarbij we esports teams bestuderen door middel van surveys, diepte-interviews en observaties vóór, tijdens en na wedstrijden. \n\nDe resultaten van de gebruikersstudies in combinatie met de voorafgaande analyse helpen ons de noden en wensen van esports teams beter in te schatten qua haalbaarheid en mogelijke impactwaarde. Op basis hiervan, en in samenspraak met de teams prioriteren we de use cases voor onze ontwerpfase.\n\nVoor de gekozen use cases maken we initiële papieren prototypes waar verder op gewerkt wordt tijdens co-design sessies. Hierop volgt een iteratieve ontwerpfase waar ontwerpen (van schetsen tot interactieve prototypes) worden afgetoetst bij de gebruikers d.m.v. eye-tracking en retrospective think-aloud studies en semi-structured interviews. \n\nDe resultaten worden dan geëvalueerd “in-the-wild”, waar de prototypes worden uitgerold voor expert gebruikers (esports teams) en gebruikt tijdens real-life scenario’s. Naast de resulterende prototypes wordt het volledige proces beschreven en de bevindingen in een serie ontwerprichtlijnen verwerkt. \n\nWe extrapoleren onze “lessons learnt” naar andere esports games en teams.","summary":"GRID Esports ontwikkelt real-time dashboards met gestandaardiseerde game metrics voor esports teams, zoals VALORANT Data Portal. BEAT wil de noden van teams onderzoeken en innovatieve ontwerpkeuzes maken om de werking te verbeteren. Onderzoeksvragen focussen op tools, doelen en impact van game metrics. Methodologie omvat literatuurstudie, gebruikersstudies en co-design sessies voor prototypes, met als doel de kloof tussen data en behoeften van teams te verkleinen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002862","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nAls resultaat zal dit onderzoek:\n\n1) een overzicht geven van de noden en doelen van esports teams met betrekking tot game metrics,\n2) ontwerprichtlijnen voor oplossingen die gebruik maken van game metrics om esports teams te ondersteunen, en\n3) prototypes van oplossingen die kunnen gebruikt worden door esports teams en als basis kunnen dienen voor verdere ontwikkeling (voor industrie partners of als spin-off).\n\nDaarnaast zal ons onderzoek ook als basis dienen om het nut te bewijzen van het GRID Esports Open Data platform en VALORANT Data Platform voor esports teams.\n\nWe dienen de resultaten in bij een of meerdere internationale conferenties zoals CHI PLAY, FDG, CHI en DiGRA. We zullen ons ook opgeven als spreker op industrie events zoals Game Developer Conference, Esports Research Network Conference en Game UX Summit."},{"description":"Aan de AUGent werd een project goedgekeurd voor een IOF-mandaat: \"liaison hogescholen\". Binnen dit project werd een IOF-mandataris aangesteld die zal werken voor / samenwerken met de drie hogescholen (Artevelde, HOGENT en HOWEST) en de UGent.\n\nNaast een aantal vaste doelstellingen die gelden voor elke IOF-mandataris (aanspreekpunt TTO, overzicht beschikbare expertise, detecteren valorisatiemogelijkheden, uitbouwen van een netwerk, ...) heeft deze mandataris ook een aantal specifieke doelstellingen. Daaronder vallen o.a. een aanspreekpunt zijn voor onderzoekers van de drie hogescholen bij IOF-oproepen (onderzoeksapparatuur, projecten, consortia,...) en samenwerkingen tussen alle AUGENT-associatiepartners (hogescholen en UGent) stimuleren, met een bijzondere focus op economische valorisatie van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek aan de hogescholen.\n\nDit IOF-mandaat werd toegekend aan Hendrik De Cooman.","summary":"Bij AUGent is een IOF-mandaat \"liaison hogescholen\" toegekend aan Hendrik De Cooman. Hij zal samenwerken met Artevelde, HOGENT, HOWEST en UGent om onderzoekers te ondersteunen, valorisatiemogelijkheden te detecteren en economische valorisatie van praktijkgericht onderzoek te stimuleren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-002864","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\nHet belangrijkste probleem dat we willen aanpakken is het gebrek aan antibias-competenties bij kleuterleerkrachten, wat bijdraagt aan een onrechtvaardig kleuteronderwijs. In Europa ontbreekt het aan adequate ondersteuning om deze kloof te dichten.\n\nOnderzoeksvraag\nWelke impact heeft een innovatief professionaliseringsprogramma in antibias-competenties, met video-coaching als belangrijkste trainingsmethodologie, op de vaardigheden van kleuterleerkrachten?\n\nMethodologie\nWe volgen het kader van Educational Design Research (EDR, McKenney & Reeves, 2012), een kader voor praktijkgericht onderzoek waaruit enerzijds een professionaliseringsprogramma (PDP) rolt en anderzijds de impact daarvan onderzocht wordt. We vertrekken daarvoor vanuit enerzijds een brede werkveldbevraging (survey) en interview/focusgesprekken in de 5 landen. AP neemt in deze werkpakketten de rol van trekker op. Anderzijds is er een literatuurstudie van video-coaching in het kleuteronderwijs en de effectiviteit van anti-bias en anti-discriminatie onderwijs. Binnen de literatuurstudie werkt AP mee als co-auteur.\n\nDe conclusies van deze onderzoeken zijn de input van de volgende stap.\n\nEen volgende fase binnen het gebruikte researchkader omvat het co-construeren van een professionaliseringsprogramma (PDP) en een toolkit, dat doen we in samenwerking met 3 partnerscholen kleuteronderwijs uit 3 verschillende landen.\n\nDe impact van het professionaliseringsprogramma wordt tenslotte onderzocht en geëvalueerd aan de hand van pre- en posttesten in een pilotfase. Welke testen er precies gebruikt worden, wordt bepaald a.d.h.v. de eerder vermeldde literatuurstudie. In deze fase worden 30 leerkrachten uit 3 landen betrokken voor het onderzoeken van de impact van het PDP en wordt de impact van de toolkit door 250 leerkrachten getest in 5 verschillende landen. Dit gebeurt in verschillende loops waarbij telkens een andere partner uit het consortium de trekkende rol heeft en de collega’s als kritische vriend meewerken. In de laatste loop bij de evaluatie van de toolkit is AP de leading partner.","summary":"Innovatief professionaliseringsprogramma onderzoekt impact van video-coaching op antibias-competenties van kleuterleerkrachten in Europa. Onderzoek volgt Educational Design Research kader met focus op praktijkgericht onderzoek en samenwerking met partnerscholen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002865","result_description":"Verwachte resultaten\n\n- Een kwalitatief professionaliseringsprogramma;\n- Een handleiding voor leerkrachten/trainers voor de implementatie van video-coaching;\n- Een evidence based innovatieve toolkit die gratis beschikbaar is voor leerkrachten in heel Europa, inclusief een reflectietool en goede praktijken;\n\n- Pre- en post-gegevens van alle deelnemende EC-leerkrachten over de impact van de PDP en/of toolkit en de evaluatie van video-coaching als tool in antibias-educatie;\n- Academische en praktijkgerichte artikelen/output;\n- Versterkte antibias-competenties bij leerkrachten."},{"description":"CONTEXT\nDe vraag naar werknemers in de logistieke sector blijft toenemen in zowel Vlaanderen en Nederland. De sector staat voor uitdagingen zoals instroomproblemen, het behoud van competente medewerkers en de snelle technologische ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Deze hebben geleid tot een mismatch tussen de competenties die werkgevers zoeken en die de werknemers bezitten. Dit project richt zich op de magazijnmedewerker tewerkgesteld in bedrijven met logistieke activiteiten, specifiek op de kortgeschoolde en anderstalige nieuwkomers. Het doel is om deze doelgroep future-proof te maken door de juiste competenties te ontwikkelen en een passend leeraanbod te bieden.\n\nPROJECTDOELEN EN ONDERZOEKSVRAGEN\nHet project gaat de uitdaging aan om de competenties van de (toekomstige) magazijnmedewerker te versterken zodat ze voldoen aan de evoluerende bedrijfsnoden. We stellen hiervoor de volgende doelen voorop:\n(1) Identificeren van de benodigde hard en soft skills voor magazijnmedewerkers.\n(2) Bepalen van de leernoden en de kloof met het huidige opleidingsaanbod duiden.\n(3) Een effectief leeraanbod ontwikkelen voor kortgeschoolden en anderstalige nieuwkomers.\n\nAANPAK\nHet project hanteert een multi-methodische aanpak om verschillende activiteiten op te zetten:\n(1) Competentieprognoses en leernoden in kaart brengen;\n(2) Ontwikkelen van leermateriaal voor (toekomstige) magazijnmedewerkers;\n(3) Betrekken van verschillende belanghebbenden, zoals werkgevers, onderwijsinstellingen en lerenden;\n(4) Het proces en de producten worden iteratief ontwikkeld, getest, geëvalueerd en bijgestuurd, geïnspireerd door de service-designmethodologie. Door nauw samen te werken met pilootbedrijven creëren we betekenisvolle oplossingen die aansluiten bij de behoeften van alle partijen binnen de logistieke sector.\n\nVERWACHTE REALISATIES\n(1) Ontwikkeling van een gereedschapskist met zeven tools of immersieve leermaterialen zoals kennisclips en een virtuele warehouse-omgeving;\n(2) Train-the-trainer-programma's om de leermaterialen effectief te integreren.","summary":"De logistieke sector staat voor uitdagingen zoals instroomproblemen en technologische ontwikkelingen. Dit project richt zich op het future-proof maken van magazijnmedewerkers door het ontwikkelen van de juiste competenties en leeraanbod. Met focus op hard en soft skills, wordt leermateriaal ontwikkeld voor kortgeschoolden en anderstalige nieuwkomers, in samenwerking met belanghebbenden. Realisaties omvatten een gereedschapskist met zeven tools en train-the-trainer-programma's.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002866","result_description":null},{"description":"Bacteriofagen, of fagen, zijn virussen die specifiek bacteriële cellen infecteren. Ze worden steeds vaker ingezet als biologische middelen voor desinfectie van voedsel en voedselgerelateerde omgevingen, en voor de gerichte bescherming van gewassen.\n\nDaarnaast worden fagen ook gezien als een veelbelovend alternatief voor traditionele antibiotica. Een cruciale stap in elk faag-gebaseerd productieproces, ongeacht de toepassing, is de nauwkeurige kwantificering van de faagconcentratie.\n\nMomenteel is de meest gebruikte techniek voor faagkwantificatie de double agar overlay (DAO) methode, die arbeidsintensief, tijdrovend en vervuilend is. Als alternatief hebben we de microfluïdische methode PMD4U ontwikkeld, die sneller, kostenefficiënter en minder belastend voor het milieu is.\n\nIn dit vervolgproject richten we ons op de verdere doorontwikkeling van PMD4U. Het hoofddoel is de integratie van deze technologie in een volledig functioneel demonstrator toestel, voorzien van een geautomatiseerd data-acquisitie- en analysesysteem.\n\nDeze doorontwikkeling zal de inzetbaarheid van de PMD4U technologie in commerciële en industriële toepassingen aanzienlijk verbeteren. Door de automatisering van het proces willen we niet alleen de snelheid en precisie van de faagkwantificatie verhogen, maar ook de gebruiksvriendelijkheid verbeteren en de productieprocessen optimaliseren.\n\nMet deze geïntegreerde demonstrator willen we een robuust, efficiënt en schaalbaar systeem bieden dat klaar is voor verdere commercialisering en implementatie in verschillende sectoren waar faagtoepassingen een meerwaarde bieden.","summary":"Fagen zijn virussen voor desinfectie en plantbescherming. PMD4U is een snelle, milieuvriendelijke methode voor faagconcentratie met automatisering voor efficiëntie en precisie. Verbetering van commerciële toepassingen en productieprocessen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002867","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nVoor de visuele ontwerpsector is de opkomst van generatieve Artificiële Intelligentie (AI) even ingrijpend als de introductie van Photoshop en 3D-animatie (Polaine, 2019). Bij kleine designbureaus creëert dit onzekerheid. Uit onze werkveldbevraging (Zie 1JP Deep Design Dreams) blijkt dat zij nood hebben aan praktisch bruikbare informatie over het potentieel van generatieve AI, de impact op de sector, de ontwerper en de eindgebruiker (B. Van Hecke, persoonlijke communicatie, 4 februari 2019).\n\nVoor de designer van morgen wordt de relatie tussen mens en machine een cocreatiemodel (Oh, 2019). Het ontbreekt echter aan concrete praktijkvoorbeelden voor de doelgroep binnen de sector, die een inzicht bieden in hoe dit model er zou kunnen uitzien. Er bestaat weinig onderzoek over het belang van de rol van de ontwerper, de user experience (UX) en directe applicaties binnen de praktijkomgeving (Feldman, 2017). Het Design Thinking (DT)-model biedt mogelijkheden om de sterktes van zowel natuurlijke als artificiële intelligentie op symbiotische wijze te koppelen (Burnette, 2017; Fluehr, 2017; Schmarzo, 2017; Pratiher, 2018). Wegens het gebrek aan praktijkvoorbeelden, wil dit PWO effectieve mens-machine cocreatiemodellen en hun invloed op workflow en UX in kaart brengen via proof of concepts en prototypes, gesitueerd binnen de fases ‘ideate’ en ‘prototype’ van het Design Thinking-model.\n\nCENTRALE ONDERZOEKSVRAAG\nDit leidt tot de volgende onderzoeksvraag: Hoe kunnen kleine designbureaus - actief in branding, video of VR - mens-machine cocreatie in hun visuele ontwerppraktijk initialiseren?\n\nMETHODOLOGIE\nVia workshops, gekoppeld aan focusgroepen, gaan deelnemers met behulp van AI proof of concepts en prototypes binnen branding, video en VR ontwikkelen. Hierop volgt een analyse over hoe de AI precies werd ingeschakeld, en welke AI-rollen en teamrelaties er ontstonden. Deze analyse vormt de basis voor een aanzet tot blauwdrukken voor mogelijke mens-machine cocreatiemodellen binnen Design Thinking, die zo hun plaats kunnen verwerven op de werkvloer.","summary":"De opkomst van generatieve AI in de visuele ontwerpsector zorgt voor onzekerheid bij kleine designbureaus. Dit project onderzoekt hoe deze bureau's mens-machine cocreatie kunnen integreren in branding, video en VR door middel van workshops en prototypes, om zo nieuwe modellen te ontwikkelen en implementeren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002868","result_description":null},{"description":"Vaste plantenkwekers richten zich steeds meer op het uitbreiden van hun assortiment met zogenoemde ‘bij- en vlindervriendelijke’ plantensoorten. In de sector groeit daarom de vraag naar duidelijke en betrouwbare informatie over welke plantensoorten en cultivars écht gunstig zijn voor de biodiversiteit.\n\nOp dit moment is het voor kwekers lastig om op basis van de beschikbare informatie eenduidig en correct te communiceren naar hun klanten. Met dit project willen Viaverda en HOGENT vaste plantenkwekers voorzien van wetenschappelijk onderbouwde inzichten over de biodiversiteitswaarde van een breed scala aan soorten. Daarnaast bieden we praktische tips en strategieën om deze soorten beter in de markt te zetten.\n\nBeau Vivaces! is een demonstratieproject/EIP-project van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.","summary":"Vaste plantenkwekers willen hun assortiment uitbreiden met bij- en vlindervriendelijke planten. Viaverda en HOGENT bieden wetenschappelijk onderbouwde inzichten en praktische tips om biodiversiteit te bevorderen en planten succesvol te vermarkten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002869","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject bevindt zich in het hart van de onderzoekslijnen van CORPoREAL. Als “Collaborative Research in Performance” wil CORP(oREAL) processen en praktijken van impliciete, lichamelijke en zintuiglijke kennis en kunde expliciteren vanuit het artistieke proces en in relatie met de omliggende context. Vanuit “Re-imagining Embodiment, Art and Learning” onderzoekt (CORPo)REAL de esthetische, culturele en educatieve waarden en mogelijkheden van deze ervaringsgerichte artistieke kennis voor de kunstenaar en de samenleving. Het doordenken en expliciteren van de noties van ‘Lichaam, Kunst en Leren’ binnen een collaboratieve performancecontext staan hierbij centraal.\n\nDit onderzoeksvoorstel wil geen volledige inhoud weergeven, doch een algemeen gestructureerd en methodologisch onderbouwd kader aanbieden dat:\n1) de mogelijkheden, creativiteit en inventiviteit tot een persoonlijke inbreng van de onderzoeker (m/v/x) respecteert;\n2) een verdieping biedt van de onderzoekslijn van CORPoREAL. De bedoeling is dat de onderzoeker met dit kader aan de slag gaat vanuit de eigen discipline en een eigen focus (muziek, dans of drama).","summary":"Dit project van CORPoREAL onderzoekt impliciete, lichamelijke kennis in relatie tot kunst en samenleving. Het biedt een gestructureerd kader voor persoonlijke inbreng van onderzoekers en verdieping van onderzoekslijnen. Onderzoekers gaan met dit kader aan de slag vanuit hun discipline en focus op muziek, dans of drama.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002870","result_description":"Verwachte resultaten:\n\n- Artistieke creatie of transmissie in de vorm van een of meerdere performance(s) (afhankelijk van het project).\n- Gedocumenteerd artistiek onderzoek in publieke communicatie (vorm is afhankelijk van het project).\n\n- Bijdrage op meetings van CORPoREAL.\n\n- Nationale/internationale bijdrage op conferentie of culturele instelling (afhankelijk van het project)."},{"description":"We wensen van de stationsbuurt in Sint-Denijs-Boekel een aangename ontmoetingsplek te maken voor mens en dier. De buurtbewoners, de senioren, de pendelaars en de hondeneigenaars zullen samen met de insteek van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, Natuurpunt en HOGENT een plek ontwerpen waar aandacht is voor biodiversiteit, klimaat en duurzaamheid.\n\nHiervoor zal een deel van de site onthard worden, zal een insectvriendelijke plantenkeuze gemaakt worden, en zal onderzocht worden of het inrichten van een hondensnuffelweide tot de mogelijkheden en wensen behoort.\n\nDit participatieve traject zal uitmonden in een buurtversterkende omgeving die ook dient als inspiratie voor milieuvriendelijke bewustwording.","summary":"We willen de stationsbuurt in Sint-Denijs-Boekel transformeren tot een ontmoetingsplek voor mens en dier met aandacht voor biodiversiteit, klimaat en duurzaamheid. Samen met lokale partners wordt de site vergroend en mogelijk een hondensnuffelweide aangelegd, met als doel een buurtversterkende en milieuvriendelijke omgeving te creëren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002871","result_description":null},{"description":"In het kader van dit project 'ALGenius' worden de krachten gebundeld op basis van het quadruple helix-principe. Hierbij zijn vertegenwoordigers betrokken uit kennisinstellingen, onderwijs, overheid, bedrijfswereld en jongeren. Het doel is om vanuit elk van hun eigen sterktes en doelen bij te dragen tot het creëren van een uitdagend en aantrekkelijk STEM-leertraject voor jongeren tussen 14 en 18 jaar. Dit leertraject richt zich op de rol en toepassingen van microalgen.\n\nDoor de uitwerking van het project willen we bijdragen aan de doelstelling om jongeren te laten zien hoe belangrijk STEM-competenties zijn voor henzelf, voor STEM-beroepen en hoe zij kunnen bijdragen aan mogelijke oplossingen voor de huidige maatschappelijke uitdagingen.","summary":"ALGenius project bundelt krachten van kennisinstellingen, onderwijs, overheid, bedrijven en jongeren voor een uitdagend STEM-leertraject rond microalgen voor jongeren van 14-18 jaar. Het project promoot STEM-competenties en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002872","result_description":"De hoofdrealisatie van dit project 'ALGenius' is een buitenschools STEM-leertraject rond de drie vooropgestelde transitieprioriteiten: duurzame energie en klimaat, digitalisering en circulaire economie. In minstens 3 steden/gemeenten zal de doelgroep van 14- tot 18-jarigen aan de hand van een 6-tal sessies van ongeveer 3 uur een onderzoeksvraag formuleren en oplossingen zoeken die een antwoord bieden op vragen rond het creëren van autonome en zelfsturende productiesystemen voor microalgen, mogelijke insteken om de impact van de teelt te optimaliseren met aandacht voor klimaat en energiegebruik en mogelijke te commercialiseren voedingsproducten met microalgen.\n\nDit leertraject start met een bedrijfsbezoek (Thomas More Expertisecentrum Duurzame Biomassa en Chemie (RADIUS), Heirbaut aLgriculture Comm V, ...), gevolgd door een experimenteerfase en productontwikkeling en zal ondersteund worden door een toolbox en een train-the-trainertraject met achtergrondinformatie, suggesties voor invullingen en een overzicht van (de nodige) materialen zodat een grotere uitrol door andere partners met de nodige vrijheidsgraden - in vraagstellingen en toepassingen - mogelijk is.\n\nOp die manier willen we leerlingen ideeën laten uitwerken rond vragen zoals:\n- Kunnen we autonome, zelfsturende (kleinschalige) productiesystemen creëren voor microalgen? Meer bepaald willen we met de jongeren onderzoeken welke omgevingscondities we in het kader van een beperkte tijdsperiode gunstig kunnen beïnvloeden om de bekomen teelt te optimaliseren? Vervolgens willen we aan de hand van reële experimenten nagaan welke materialen daarbij het meest geschikt zijn en hoe we bepaalde variabelen (o.m. hoeveel licht, toevoer CO2) kunnen automatiseren en meten?\n\n- Hoe kunnen we de productie van microalgen optimaliseren zodat de impact op het klimaat en het verbruik van energie zo optimaal mogelijk is? Welke lokale afvalstromen kunnen hierbij een rol spelen? Hierbij denken we zowel aan vloeibare reststromen rijk aan stikstof en/of fosfaat, als aan CO2-reststromen die gebruikt kunnen worden in algenkweek.\n\n- Welke eindproducten kunnen we maken met deze microalgen en hoe zetten we deze best in de markt?\n\nMet het gekozen project willen we inspelen op de drie transitieprioriteiten duurzame energie en klimaat, circulaire energie én digitalisering."},{"description":"Het doel van dit project is om na te gaan of de ecologische duurzaamheid van het voederen van zwarte soldatenvlieg aan pluimvee verbeterd kan worden door de ontwikkeling van een voederstrategie om de emissie van ammoniak bij zwarte soldatenvlieg te verminderen. Hierbij ligt de focus voornamelijk op het eiwitgehalte.\n\nEiwit is een belangrijke nutritionele component voor de kweek van zwarte soldatenvlieg. Het eiwitgehalte varieert echter enorm tussen de verschillende stromen die gebruikt kunnen worden als voeder voor zwarte soldatenvlieg, en kan zowel de groei van deze insecten als emissies beïnvloeden, met name NH3- en N2O-emissies.\n\nBovendien is een doel van dit project om samen met het proefbedrijf kennis op te doen rond emissiebepaling als hefboom naar verdere samenwerking rond deze problematiek.","summary":"Verbeter de ecologische duurzaamheid van zwarte soldatenvlieg voeding voor pluimvee door een voederstrategie te ontwikkelen die ammoniakemissies vermindert en focust op eiwitgehalte. Samenwerking met proefbedrijf voor emissiebepaling en toekomstige samenwerking.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002873","result_description":"Gebruikmakend van artificiële diëten, waarin de macronutriëntensamenstelling zeer gecontroleerd gevarieerd kan worden, zal een voederproef met zwarte soldatenvlieg op laboschaal worden opgezet. Door de samenstelling van de diëten, larven en het frass (de insectenuitwerpselen en overgebleven voeder) te bepalen, kan een stikstofbalans opgemaakt worden.\n\nDe stikstofbalans bij zwarte soldatenvlieglarven wordt niet alleen beïnvloed door het eiwitgehalte in de voeders, maar ook door de beschikbaarheid van andere macronutriënten zoals vetten en koolhydraten. Een afname in de beschikbare energie uit vetten en koolhydraten kan leiden tot een verhoogd gebruik van eiwitten als energiebron, wat resulteert in een hoger gehalte aan eiwitten dat wordt omgezet naar urinezuur (en uiteindelijk ammoniak) en daarmee gepaard een lagere beschikbaarheid van eiwitten die kunnen dienen als bouwstenen voor larvale eiwitten. Het vinden van een juiste macronutriëntenbalans is daarom cruciaal om stikstofemissies te reduceren.\n\nDoor systematisch te variëren in de gehaltes van eiwitten, vetten en koolhydraten in de voeders, kunnen we een uitgebreide dataset verkrijgen. Deze dataset zal ons in staat stellen om te begrijpen hoe de samenstelling van de voeders de stikstofemissies van de zwarte soldatenvlieg beïnvloedt.\n\nIn totaal zullen maximaal 32 voeders met verschillende samenstelling getest worden in een labo voederproef (500 larven per voeder) met zwarte soldatenvlieg. Van deze voederproef zal groei, overleving, voederconversie, afvalreductie en eiwitconversie efficiëntie van zwarte soldatenvlieglarven bepaald worden. Eveneens zullen er stalen genomen worden van de diëten, larven en het frass. Hiervan zal telkens het drogestof- en stikstofgehalte bepaald worden. Van de diëten en het frass wordt eveneens de pH bepaald.\n\nAan de hand van de resultaten van de laboproef wordt de stikstofbalans in kaart gebracht om een gerichte selectie te maken van voeders die gebruikt worden tijdens een pilootschaal emissieproef. In samenwerking met het Proefbedrijf Pluimveehouderij wordt gekeken hoe de ammoniakemissies efficiënt gemeten kunnen worden tijdens de kweek."},{"description":"Situeringsparagraaf:\nDoor de opkomst van Generative AI staan we aan de vooravond van een revolutie in de creatieve industrie. Generative AI omvat algoritmes waarmee nieuwe content gecreëerd kan worden, zoals audio, code, tekst, beelden en video (McKinsey, 2023). De laatste innovaties op dit gebied gebeuren via diffusiemodellen: recente voorbeelden zijn text-to-image applicaties zoals DALL-E 2, Midjourney en Stable Diffusion. Deze toepassingen, die vanuit een tekstuele briefing (de text prompt) beelden genereren, evolueren razendsnel op vlak van kwaliteit en toepassingsmogelijkheden. Het project Creative AI wil Vlaamse kmo’s in de creatieve industrie optimaal voorbereiden op deze revolutie.\n\nDe afgelopen maanden veroorzaken text-to-image algoritmen een schokgolf in de creatieve sector. Voor de visuele ontwerpsector is de komst van Generative AI even ingrijpend als de introductie van Photoshop en 3D-animatie. De opeenvolgende evoluties en overvloed aan AI-tools maken het echter moeilijk voor kmo’s om te bevatten waartoe de technologie in staat is en om de vinger aan de pols te houden. Bovendien zijn text-to-image toepassingen in de eerste plaats als Proof of Concept (POC) op consumenten gericht. Vlaamse kmo’s ervaren nog belemmeringen om de technologie te implementeren in een professionele context. Dit bleek uit de werkveldbevraging bij 25 designbureaus voor AI-Driven Design (PWO, 2020-2022) en werd bevestigd tijdens gesprekken met de begeleidingsgroep (+60 bedrijven). Om aan deze noden tegemoet te komen, werken creatieve, technologische en user research profielen van drie onderzoeksgroepen van de AP Hogeschool Antwerpen multidisciplinair samen: Immersive Lab; Media, Design en IT en MAXlab (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen), die hun expertise bundelen rond AI, audiovisuele en immersieve productie en user research.\n\nHet project sluit aan bij de centrale doelstelling van het Vlaams Beleidsplan AI (2019) enerzijds door te focussen op de implementatie van Generative AI-toepassingen in de Vlaamse creatieve industrie en anderzijds door in te spelen op urgente opleidingsnoden van de arbeidsmarkt en beleidsaanbevelingen te formuleren rond juridische, ethische en deontologische aspecten van AI.\n\nAlgemeen doel paragraaf:\nHet project Creative AI wil bruikbare handvaten aanreiken aan de creatieve industrie: design, reclame en marketing, media en video en eXtended Reality (XR). Concreet spelen we in op de volgende noden die we vaststelden via diverse werkveldbevragingen (i.f.v. de projecten Deep Design Dreams, AI-Driven Design en Creative AI):\n\nRadarfunctie en meerwaarde AI-tools (WP 1): Bedrijven kijken voorbij de hype en willen weten welke AI-tools nu al inzetbaar zijn in workflows. Door de snelle technologische evoluties en gebrek aan R&D afdeling kunnen ze deze uiteenlopende tools niet zelf uittesten en de meerwaarde beoordelen.\n\nTechnologische en creatieve drempels (WP 2): Professionals behalen niet de gewenste resultaten met de beschikbare tools en kunnen niet iteratief via gerichte controle toewerken naar professionele resultaten. Creative AI speelt in op deze en andere creatieve én technologische drempels.\n\nJuridische, ethische en deontologische vragen (WP 3): Bedrijven zitten met juridische vragen rond intellectuele eigendom. Mediaspelers hebben ethische en deontologische vragen rond nieuws.\n\nOpleidingsnoden in kaart brengen (WP 4): Zonder voorkennis is het moeilijk om via prompting tot professionele resultaten te komen, daarom zijn nieuwe vaardigheden en opleidingen nodig.\n\nConcrete doelen paragraaf:\nRadar voor de creatieve industrie (WP 1): Nieuwe Generative AI-toepassingen detecteren, aligneren met de noden van de industrie, uittesten en evalueren.\n\nCreatieve en technologische drempels verlagen (WP 2): Inspirerende Proof of Concepts (POC’s) en prototypes ontwikkelen rond 4 thema’s (zie figuur 1) die aansluiten bij de dagelijkse werking van creatieve professionals, zoals ideatie en workflowoptimalisatie. We gaan de “blackbox” openen en passen bestaande AI-tools aan voor professioneel gebruik.\n\nBeleidsaanbevelingen i.v.m. juridische, ethische, deontologische vragen (WP 3): Vanuit deskresearch, gesprekken en user research aanbevelingen formuleren voor beleidsmakers.\n\nOpleidingspakket ontwikkelen (WP 4): Infosessies (breed publiek), workshops (algemeen of/en thematisch), blueprints, lesmateriaal (tutorials, powerpoints, veelgestelde vragen) o.b.v. een inspiratiegids voor het genereren van origineel beeldmateriaal, dat afgestemd is op de intenties van de gebruiker.\n\nSuccesindicatoren paragraaf:\nKPI 1: Concreet willen we 40 bedrijven en non-profit organisaties (na 1 j) en 80 (na 2j) bereiken, die aangeven de kennis van het Tetra-project te zullen toepassen.\n\nKPI 2: Om de mogelijkheden van AI-tools te illustreren, ontwikkelen we 10 POC’s (na 1j) en 4 prototypes (na 2j).\n\nKPI 3: We ambiëren om 340 (na 1j) en 706 studenten (na 2j) passief en actief te betrekken via gastlezingen, workshops, bachelorproeven, studentenprojecten en stageplaatsen.\n\nKPI 4: We willen kennis verspreiden via 5 publicaties (na 1j) en 10 publicaties (na 2j): zoals lezingen op conferenties, publicaties in nieuwsbrieven/vakbladen en academische publicaties.","summary":"Innovatief project Creative AI bereidt Vlaamse kmo's in creatieve industrie voor op Generative AI-revolutie. Focus op AI-toepassingen, drempels overwinnen, beleidsaanbevelingen en opleidingen. Ambitieuze KPI's o.a. bereiken van bedrijven en studenten, ontwikkelen van POC's en publicaties.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002874","result_description":"VERWACHTE RESULTATEN EN IMPACT\n\n• Duurzame economische impact bereiken bij ruim 200 bedrijven uit de creatieve sector (2j na project) die efficiënter kunnen werken, dankzij betere kennis en vaardigheden over Generative AI en aangepaste AI-tools in de creatieve industrie.\n\n• Beleidsaanbevelingen formuleren rond juridische, ethische en deontologische aspecten van AI.\n\n• Integratie van projectresultaten in de betrokken opleidingen (bachelor en professionals)."},{"description":"Probleemschets\n\nDigitale Transformatie staat bij vele ondernemers op de agenda. Het moeilijke is niet zozeer om eraan te beginnen, maar wel om een inzicht te krijgen in de ROI. Digitalisering kost geld – op gebied van hardware, software en consultancy - en zet vaak bestaande bedrijfsprocessen onder druk. Medewerkers moeten nieuwe kennis en/of werkprocedures integreren en klanten (B2B en B2C) evolueren naar een “digitale” nultolerantie. Uit een 10-jarig onderzoek van Deloitte (2023) binnen de Fortune Top 500 blijkt dat de digitale transformatie meer vergt dan enkel ambitie en geld. Digitalisering is meer dan een “IT upgrade” (Snidvongs, 2022) en kan gelinkt worden aan vele mogelijke ROI’s. De koppeling van juiste inzichten aan de juiste acties kan het verschil maken tussen waardecreatie en waardevernietiging.\n\nDit wordt ook bevestigd door andere studies (Idrissa, 2018; Pfister & Lehmann, 2022). Vaak zijn KMO's zich niet bewust van het potentieel, en hebben ze moeite om de effecten van digitalisering in te schatten om te begrijpen wat ze kunnen digitaliseren en welke technologie daarvoor nodig en geschikt is (Heberle et al. 2017). De meeste ondernemers en zelfstandigen zijn nog niet begonnen met het digitaliseren van hun bedrijven vanwege deze kennislacunes (Li et al. 2018; Saridakis et al. 2018).\n\nVerschillende studies hebben aangetoond dat investeringen in digitale oplossingen, zoals eerder vermeld, een aanzienlijk effect hebben op de economische groei van een KMO (Kuang et al., 2023). Bij het analyseren van de wetenschappelijke literatuur kunnen voordelen en waarden die kunnen worden bereikt door digitale technologieën in het bedrijfsproces van KMO’s worden geclassificeerd als tastbare en ontastbare (McCann & Barlow, 2015), evenals monetaire en strategische waarden en voordelen (Tarut & Gatautis, 2014). Uit de literatuur, maar ook uit gesprekken die we voerden met ervaringsdeskundigen, blijkt duidelijk dat er een behoefte bestaat aan een gestandaardiseerd, sectorflexibel en eenvoudig meetkader of zoals Mangiuc (2009, p.76) stelt: \"Zonder een reeks meetbare resultaten is er geen bewijs dat de technologieën goed gekozen en efficiënt ingezet zijn\". Door het gebrek aan meetbenchmarks wordt het moeilijk om te bewijzen dat investeringen in digitale technologieën hebben geleid tot directe winst of verlies (Mangiuc, 2009).\n\nDit wordt ook bevestigd in gesprekken met KMO’s. Een zaakvoerder zegt: “Op dit moment zitten we nog niet in de positie om te meten wat het opbrengt”. Een andere ondernemer haalt aan dat “het op dit moment heel moeilijk is om te meten hoeveel geld het kost en hoeveel het je nu precies heeft opgebracht.” Dit laatste kan volgens hem onder meer verklaard worden door het feit dat investeringen en kosten betreffende IT boekhoudkundig op verschillende plaatsen worden geboekt: loonkosten, dienstverlening, onderhoud, licenties, afschrijvingen. Met het dus bekende gevolg: Wat is nu precies de ROI (in ruime zin) van digitale investeringen?\n\nOnderzoeksvragen\n\n1. In welke technologieclusters investeren Vlaamse KMO’s die een digitaal transformatieproces doorlopen op dit moment?\n2. Hoe voegen KMO’s waarde toe en creëren ze rendement door gebruik te maken van digitale technologieën en IT-oplossingen?\n3. Welke financiële en niet-financiële ROIs kunnen we identificeren voor de belangrijkste technologie-clusters?\n\nMethodologie\n\nGezien het schaarse eerdere onderzoek naar digitale ROI-effecten wordt gekozen voor een verkennende kwalitatieve onderzoeksaanpak op basis van een reeks interviews met ervaringsdeskundigen en experts. Hierdoor kunnen de concrete voordelen voor managers worden onderzocht en kan het bestaande onderzoeksdomein worden uitgebreid (Yin, 2018).\n\nVia semi-gestructureerde diepte-interviews bevragen we leidinggevenden, CEO’s of ondernemers met beslissingsbevoegdheid op gebied van digitalisering samen mét hun accountants. Accountants hebben immers een beter en exhaustiever zicht op de verschillende boekhoudkundige posten van digitalisering.","summary":"Veel ondernemers worstelen met het inzicht in de ROI van digitale transformatie. Investeren in digitale oplossingen is cruciaal voor groei, maar vereist expertise. Een verkennend kwalitatief onderzoek met interviews van ervaringsdeskundigen en experts biedt inzichten in de waardecreatie en ROI van digitale investeringen voor Vlaamse KMO's.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002875","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n• Wetenschappelijke publicatie over typologie Technologieclusters in een wetenschappelijk tijdschrift (bijvoorbeeld het Journal of Small Business en Entrepreneurship).\n\n• Wetenschappelijke publicatie over taxonomie van digitaliserings-ROIs bij KMO’s.\n\n• Publicatie onderzoeksresultaten in een professioneel vaktijdschrift (bijvoorbeeld De Ondernemer, Warehouse en Logistiek of Business Vlaanderen)."},{"description":"Data zijn van cruciaal belang in het hedendaagse marketinglandschap. Studies (bijv. Brynjolffson et al., 2011; Sundsøy et al., 2014) tonen aan dat data-gedreven marketingbeslissingen doorgaans effectiever zijn dan intuïtie-gedreven beslissingen. Wat betreft data-gedrevenheid stellen we vast dat Vlaamse KMO’s hier minder mee bezig zijn dan hun buitenlandse concurrenten. Sluitend onderzoek dat de redenen hiervoor aantoont, ontbreekt nog. Ook koepelorganisaties vanuit de sector zijn vragende partij naar verder onderzoek. De centrale onderzoeksvraag van dit project is: Welke factoren bepalen de data-gedrevenheid en datamaturiteit van KMO’s?\n\nMet het oog op het beantwoorden van deze onderzoeksvraag, formuleren we 2 onderzoeksdoelen:\n(1) Op basis van grootschalig survey-onderzoek bij KMO’s willen we in kaart brengen hoe ver zij staan met hun datastrategie en diverse determinanten identificeren van data-gedrevenheid en datamaturiteit aan de hand van een technologisch beslissingsmodel (cf. infra: optie is het UTAUT-model). Aan de hand van structurele vergelijkingsmodellen wordt de voorspellende waarde van deze en andere determinanten (verwachte meeropbrengst, verwachte inspanningen, sector, bedrijfsgrootte, …) ingeschat.\n(2) Op basis van hetzelfde survey-onderzoek als in (1) willen we vooral nagaan, (a) wat de invloed is van GDPR op de transformatie van KMO’s naar meer data-gedreven organisaties, en in mindere mate (b) in hoeverre KMO’s actie hebben ondernomen om zich aan te passen en (c) wat op het moment van de bevraging de meest prangende vragen zijn bij KMO’s over de implementatie van de GDPR?\n\nWat betreft implicaties, helpt het eerste onderzoeksdoel bij de directe identificatie van determinanten van data-gedrevenheid en datamaturiteit, wat informatie kan opleveren voor sensibiliseringsinitiatieven. Het tweede onderzoeksdoel dient om een juridisch vademecum te ontwikkelen zodat KMO’s zich meer bewust worden van hoe met data om te gaan en hoe zij klanten moeten inlichten.","summary":"In het hedendaagse marketinglandschap is data cruciaal. Onderzoek toont aan dat data-gedreven beslissingen effectiever zijn. Dit project onderzoekt factoren die de data-gedrevenheid van KMO's bepalen, inclusief de invloed van GDPR. De resultaten zullen sensibiliseringsinitiatieven en juridische begeleiding voor KMO's verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002876","result_description":null},{"description":"Een evaluatie van het project Digibanken is uitermate relevant in het licht van de hardnekkige digitale kloof en de versnelde digitalisering van (sociale) dienstverlening sinds de coronacrisis. Het rapport Barometer Digitale Inclusie 2022 toont zeer duidelijk aan dat bijna één op twee Belgen tussen de 16 en 74 jaar kwetsbaar blijft voor digitale uitsluiting. Het algemene niveau van digitale vaardigheden lijkt nauwelijks te stijgen, terwijl de verwachtingen omtrent digitale vaardigheden vanuit dienstverleners en de bredere samenleving steeds groter worden.\n\nRecente cijfers tonen wat dat betreft grote, hardnekkige verschillen in de bevolking die onder andere correleren met sociaaleconomische status, opleidingsniveau, gezinstype, buitenlandse herkomst en leeftijd. Dit vertaalt zich ook in grote verschillen wat betreft het gebruik van online essentiële diensten zoals e-bankieren, e-handel, e-administratie en e-gezondheid. Er is dan ook een directe link tussen digitale uitsluiting en een verhoogd risico op onderbescherming.\n\nDe drie doelstellingen van de Digibanken (1) toegang tot digitale technologie, (2) digitale vaardigheden versterken en (3) toegang tot essentiële diensten, sluiten nauw aan bij uitdagingen rond digitalisering van (sociale) dienstverlening. Gezien de urgentie van deze uitdagingen is het cruciaal om de effectiviteit, werkpunten, groeikansen en ondersteuningsnoden van deze groeiende praktijk goed in te schatten.\n\nDe theoriegestuurde evaluatiemethode om de impact en effectiviteit van de Digibanken te analyseren verruimt het effectiviteitsvraagstuk van ‘wat werkt?’ naar ‘wat werkt, voor wie, waarom en onder welke omstandigheden’.\n\nEr zijn drie centrale onderzoeksvragen waarop de evaluatiestudie een antwoord moet bieden:\n\n(1) Welke factoren (m.b.t. zowel het design van de ontwikkelde dienstverlening als de projectcontext en andere randvoorwaarden) zijn bepalend voor de effectiviteit van de lokale digibankprojecten m.b.t. het bereiken van verschillende doelgroepen en het behalen van de beoogde outcomes?\nGehanteerde methodologie:\n(a) Literatuurstudie naar bepalende factoren voor effectiviteit van werking Digibanken\n(b) Secundaire data-analyse op bestaande data bij lokale digibankprojecten\n(c) Bijkomende bevraging van coördinatoren bestaande digibankprojecten\n\n(2) Wat is de impact van de lokale digibankprojecten o.v.v. ‘digitale inclusie’ bij bereikte doelgroepen? Aanvullend op de vorige vraag zijn we geïnteresseerd in de impact van de digibankprojecten op de finale doelgroep m.b.t. ‘digitale inclusie’. Hierbij willen we focussen op de verandering bij de bereikte individuen of groepen op het vlak van hun bv. omgeving, motivatie, kennis, zelfredzaamheid of zelfeffectiviteit en het reëel gebruik van digitale technologie.\nGehanteerde methodologie:\n(a) Focusgroepen met betrokken professionals in de bestaande digibankprojecten\n(b) Face-to-face enquêtes met de finale doelgroep\n\n(3) Wat is de effectiviteit van de Vlaamse werking van Digibanken m.b.t. het ondersteunen en faciliteren van duurzame lokale partnerschapsvorming o.v.v. ‘digitale inclusie’? Deze vraag focust in hoofdzaak op de mate waarin en de manier waarop de aangeboden ondersteuning vanuit Departement Werk en Sociale Economie (cf. het voortraject, kennisuitwisseling, implementatietraject) heeft bijgedragen aan de vorming van functionerende lokale samenwerkingsverbanden.\nGehanteerde methodologie:\n(a) Criticical incident interviews","summary":"Het project Digibanken evalueert de digitale inclusie in België, waar bijna de helft van de bevolking kwetsbaar blijft voor digitale uitsluiting. De focus ligt op toegang tot technologie, versterking van digitale vaardigheden en essentiële diensten. De evaluatie bekijkt factoren die de effectiviteit beïnvloeden en onderzoekt impact op digitale inclusie en lokale partnerschapsvorming.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002877","result_description":"Geplande output\n\nIn de eindfase van het project zullen de resultaten publiek gemaakt worden en zal er een publiek slotmoment georganiseerd worden. De uitnodiging voor het slotmoment en de outputs, waarvan de gepaste vorm wordt bepaald in overleg met reeds betrokken stakeholders, zullen verspreid worden via het netwerk van de onderzoekers en de andere stakeholders zoals het project Digibanken, koepels van middenveldorganisaties en het Departement Werk en Sociale Economie.\n\nDeze outputs kunnen bijvoorbeeld de vorm krijgen van een eindrapport, professionele en academische artikels, kennisclips, podcasts, een kort filmpje of infographics. AP Hogeschool heeft intern expertise voorhanden (AP Medialab) en ervaring met deze meer creatieve outputs die vaak beter aansluiten bij de voorkeuren van het werkveld.\n\nOp deze manier zal er ingezet worden op een brede disseminatie van de onderzoeksresultaten en ons openstellen voor discussie met alle geïnteresseerde stakeholders."},{"description":"De Green Deal heeft als doel om Europa tegen 2050 om te vormen tot een klimaatneutrale en circulaire economie. Een van de doelen in de routekaart is het creëren van een gifvrije omgeving door het voorkomen van het ontstaan van vervuilende stoffen. Daarom moet transport drastisch minder vervuilend worden: de 'Sustainable and Smart Mobility Strategy' die deel uitmaakt van de Green Deal heeft als doel de transportemissies tot 2050 met 90% te verminderen.\n\nDe Europese scheepvaart is en blijft een sterk vervuilende sector, die verantwoordelijk is voor 3-4% van de totale CO2-uitstoot van de EU (Europese Commissie). Beleidsmakers, de industrie, de academische wereld, de onderzoekswereld en het maatschappelijk middenveld in de hele EU spannen zich in om de impact van zeeschepen en hun exploitanten op het milieu te beperken. De scheepvaartsector in het algemeen heeft zich ertoe verbonden zijn emissiereductiedoelstellingen tegen 2030 en vervolgens 2050 te halen (dit is bij verschillende gelegenheden verklaard door de World Shipping Council - WSC - en de European Community Shipowners Association - ECSA). Het 'Fit for 55-pakket' geeft duidelijk de doelstellingen aan die de scheepvaart in het algemeen moet halen, met name via de FuelEU Maritime Regulation en de Monitoring, Reporting and Verification (MRV)-verordening, die beide in de afgelopen 12 maanden zijn goedgekeurd. Ook het emissiehandelssysteem (ETS) is geactualiseerd om de scheepvaart erin op te nemen.\n\nIn alle gevallen is de grootte van de schepen die onder deze regelgeving vallen die van 5000 bruto ton (GT) en meer. Het ETS heeft ook betrekking op kleinere schepen, maar niet op werkschepen. De reden voor het weglaten van kleinere schepen was dat de grotere schepen 80% van de scheepvaartvervuiling uitmaken en dat er ook geen effectbeoordeling was uitgevoerd voor schepen onder 5000 GT.\n\nDat de verordening niet van toepassing is, betekent niet dat scheepseigenaren van schepen onder de 5000GT blijven vervuilen; veel scheepseigenaren willen juist hun steentje bijdragen aan het koolstofarm maken van de economie. Een specifieke categorie van de weggelaten kleinere schepen zijn werkschepen die havendiensten uitvoeren. Schepen zoals sleepboten, aanmeerboten, loodsboten spelen een belangrijke rol in havens. Hun doel is het verzekeren van de veiligheid van de havenactiva, de veiligheid van de schepen die de haven binnenkomen en verlaten en de algemene veiligheid van het milieu (land en zee). De missie van deze havendiensten is inderdaad veiligheid.\n\nIn sommige specifieke gevallen, zoals bij sleepboten, is er geen duidelijke technologie die de innovatie zal zijn die de sector naar nuluitstoot zal leiden. De meeste beschikbare innovaties worden gezien als tussentijdse oplossingen om de uitstoot te verminderen, maar geen enkele technologie wordt op dit moment gezien als de langetermijnoplossing waarin kan worden geïnvesteerd door scheepseigenaren.\n\nWat voor de sector duidelijk is, is dat emissies op korte termijn kunnen worden verminderd door veranderingen in het gedrag van de verschillende categorieën mensen die betrokken zijn bij havendiensten. De sector omvat een reeks verschillende personeelsleden - professionals, werknemers, geschoolde en ongeschoolde arbeiders aan boord van verschillende en voertuigen, zoals:\n\n- Sleepbootbestuurders: Sleepboten zijn kleine krachtige schepen die worden gebruikt om schepen de haven in en uit te manoeuvreren en om specifieke goederen te slepen. Een groot schip is te krachtig om zelf naar de kade te trekken, dus wordt de motor stationair gedraaid zodat het schip niet uit de weg gaat en laat de sleepboot het naar binnen slepen. Uit een onderzoek uit 2019 in opdracht van de European Tugowners Association (ETA - een partner in dit voorstel) bleek dat er in Europa 1600 havensleepboten zijn, met 11.150 werknemers (sleepbootbestuurders). Van de 1,6 miljard ton vracht die binnen Europa wordt vervoerd, wordt 80-90% geholpen door sleepboten, wat jaarlijks ongeveer 1,2 miljard euro oplevert. Sleepbootkapiteins worden over het algemeen opgeleid aan beroepsopleidingen en sectorspecifieke opleidingscentra.\n\n- Havenpercelen: Gediplomeerde navigatiegidsen met deskundige kennis van een bepaalde haven, wiens beroep het is om schepen de haven in en uit te loodsen. Loodsboten brengen havenloodsen aan boord van de koopvaardijschepen in de meest kritieke fase van de reis van een schip, om de bemanning te helpen bij het navigeren in wateren met beperkte diepgang, breedtes, variabele stromingen, ander verkeer dat om ruimte concurreert, en lokale omstandigheden zoals verborgen wrakken of rotsen. Ter indicatie van de omvang van deze sector vertegenwoordigt de European Maritime Pilots' Association (EMPA) - een GREENPORT Alliance consortiumpartner - ongeveer 4.500 zeeloodsen uit 19 EU-landen en 5 Europese buurlanden. Havenloodsen zijn voormalige zeevarenden met een maritieme opleiding, d.w.z. afgestudeerden van maritieme scholen en universiteiten, die een specifieke opleiding volgen en doorgaan om havenloods te worden.\n\n- Havenmeesters: De havenmeester is verantwoordelijk voor het managen van de navigatieveiligheid van elk schip binnen hun haven. Havenmeesters reguleren de manier waarop schepen in de haven navigeren. Europa bestaat uit meer dan 1200 grote en kleine havens en elke haven heeft zijn eigen havenmeester. Havenmeesters zijn afgestudeerden/postgraduaten die verschillende universitaire graden hebben doorlopen, waaronder specialisatie en masters.\n\nGREENPORT Alliances wil innovatieve curricula voor hoger onderwijs en beroepsopleidingen creëren en implementeren die gericht zijn op gedragsverandering in havendiensten om de uitstoot van deze sector op korte tot middellange termijn te verminderen. Dit zal worden bereikt door een sectoroverschrijdende samenwerking tussen de academische wereld, de industrie en organisaties die de industrie vertegenwoordigen. Op die manier pakt GREENPORT een belangrijke maatschappelijke uitdaging aan: de noodzaak om de uitstoot binnen de maritieme havendienstensector te verminderen zonder te wachten tot er strengere wetgeving, meer uitgebreide controle op naleving of milieuvriendelijkere technologieën beschikbaar zijn.\n\nGREENPORT Alliance kan de interactie tussen mensen en bestaande technologie op korte termijn optimaliseren zodat havendiensten minder brandstof verbruiken (d.w.z. een economische stimulans) en dus duurzamer worden (d.w.z. een ecologische stimulans). Dit vereist een gedrags- en attitudeverandering bij de huidige en toekomstige werknemers in de sector. Het consortium achter GREENPORT zal middelen bundelen en co-creatie van kennis mogelijk maken om educatief materiaal te ontwerpen en te implementeren. Dit zal gericht zijn op (i) aankomend maritiem personeel dat studeert aan instellingen voor hoger onderwijs; (ii) huidige zeevarenden die al lange tijd in de sector werken, en (iii) de opleiders en trainers van zowel (i) als (ii). GREENPORT zal ook een wijdverspreide bewustmakingscampagne opzetten met belanghebbenden en werknemers in havendiensten om het potentieel voor verandering te maximaliseren.","summary":"De Green Deal streeft naar een klimaatneutrale en circulaire economie in Europa tegen 2050. De focus ligt op het verminderen van transportemissies, vooral in de scheepvaartsector. GREENPORT Alliance wil gedragsverandering in havendiensten stimuleren om op korte termijn de uitstoot te verminderen met een sectoroverschrijdende aanpak.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002878","result_description":null},{"description":"CLARION bestaat uit een sterk multidisciplinair team van 21 partners met complementaire onderzoeks-, technische en zakelijke profielen, waaronder vier havens met binnenvaartverbindingen, de top-3 in Europa wat betreft containeroverslag, namelijk Rotterdam, Antwerpen/Brugge en Hamburg in de Noordzee en Constantza, de grootste Europese haven in de Zwarte Zee.\n\nDe CLARION havens verwerken 35,5% van het totale containerverkeer in de Europese havens volgens de gepubliceerde gegevens van EUROSTAT voor 2021 en bieden toegang tot de belangrijkste binnenwateren van de Rijn-Main waterwegen van de Rijn-Main-Donau-as, de Schelde en de Elbe, waardoor de toepassing van de resultaten een aanzienlijke impact heeft op de Europese maritieme havenindustrie.\n\n10 pilotdemonstraties gericht op het veerkrachtig en duurzaam maken van haveninfrastructuur en achterlandvervoer. CLARION-pilootdemonstraties zullen zich richten op het verder gaan dan de SotA om slimme en duurzame kademuren te testen en in te zetten, monitoring- en beheersysteem voor de corrosie van haveninfrastructuur met een geautomatiseerd drijvend mobiel meetsysteem, toepasbaarheid van walspanning voor RORO- en CONRO-terminals tijdens stormomstandigheden, DT-controle op overstromingen, hergebruik van baggerspecie in haveninfrastructuur in haveninfrastructuur, toepasbaarheid van NBS in zeehavens, DT ter ondersteuning van de veerkracht van gekoppelde binnenvaartinfrastructuur, een DT voor voorspellingen van extreem weer, gefedereerd leren met behulp van drones/satellietgegevens/in-situ-sensoren voor kadastrale metingen en reactie op extreem weer, en een EMS voor extreme weersomstandigheden.\n\nHoewel elke pilotdemonstratie wordt uitgevoerd in een van de CLARION-havens, zullen de resultaten onderling worden gedeeld en zullen nuttige resultaten op korte termijn worden overgenomen. Internationale groepen belanghebbenden worden betrokken om een open innovatie-ecosysteem te creëren dat samenwerking en het delen van ervaringen bevordert, ondersteund door een AB dat bestaat uit deskundigen op het gebied van klimaatbestendigheid in havens om ervoor te zorgen dat de overdraagbaarheid van de resultaten van CLARION niet beperkt zal zijn tot CLARION-havens.","summary":"Ontdek CLARION: Een sterk team van 21 partners, top-3 Europese containerhavens en grootste havens in Noord- en Zwarte Zee. Innovatieve pilotdemonstraties voor duurzame haveninfrastructuur en achterlandvervoer, met focus op veerkracht en slimme oplossingen. Internationale samenwerking en kennisdeling voor een impact op de Europese maritieme havenindustrie.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002879","result_description":null},{"description":"Bij biologische afvalwaterzuivering ontstaat er naast zuiver water een nieuwe afvalstroom: spuislib. Dit spuislib bevat biopolymeren, zogenaamde EPS (extracellulaire polymere substanties).\n\nIn dit project onderzoeken we industriële toepassingen van deze EPS. We zoeken antwoorden op volgende onderzoeksvragen:\n- Wat is de impact van de eiwitsamenstelling op de functionele eigenschappen van de EPS?\n- Hoe kunnen we de filtratiestappen in het extractieproces optimaliseren?\n- Kunnen we door het toevoegen van hulpstoffen (crosslinkers) de lijmformulatie met EPS optimaliseren?\n- Zijn de EPS naast de toepassing als curing agent voor beton en houtlijm bruikbaar in andere toepassingen zoals bindmiddel in isolatiemateriaal en spaanplaten?\n\nTijdens het onderzoek worden de extracties uitgevoerd op 100 L schaal op verschillende types spuislib. In samenwerking met onderzoekspartner VITO wordt de optimalisatie van de filtratiestap in dit proces bestudeerd.\n\nDe verschillende types EPS worden geanalyseerd, met speciale aandacht voor de eiwitsamenstelling waarvoor een nieuwe analytische methode op punt wordt gesteld m.b.v. LC-MS. De EPS worden getest in verschillende toepassingen. Lijmformulaties worden getest in combinatie met verschillende crosslinkers.","summary":"Dit project onderzoekt industriële toepassingen van EPS uit spuislib. Het richt zich op de impact van eiwitsamenstelling, optimalisatie van filtratiestappen en gebruik van crosslinkers voor lijmformulatie. De EPS worden getest voor toepassingen als curing agent en bindmiddel in verschillende materialen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002880","result_description":"Beoogde output:\n\nEen eerste aanzet voor de optimalisatie van de filtratiestappen, bijvoorbeeld of we membraanfilters moeten gebruiken of dat andere filters ook geschikt zijn.\n\nEen operationele analysemethode op LC-MS voor de bepaling van de eiwitsamenstelling en de analyseresultaten van een eerste beperkt aantal EPS stalen.\n\nEen indicatie van de crosslinkers die kunnen worden gebruikt in combinatie met de verschillende soorten EPS.\n\nEen indicatie van de haalbaarheid van het gebruik van EPS in isolatiemateriaal en plaatmateriaal."},{"description":"Het doel van dit project is het aanbieden van praktische kennis en tools voor het bepalen van de productkwaliteit door middel van intelligente geluidsanalyses. Deze worden in relatie gesteld met textuuranalyse en met sensorische waarneming. Er wordt gefocust op de mogelijkheden van AI om enerzijds resultaten te bekomen die dichter bij sensorische waarnemingen liggen en anderzijds de industrie bewust maken van de grote meerwaarde van data gedreven modellen.\n\nDe doelgroep van dit project kan opgesplitst worden in een directe doelgroep en een indirecte doelgroep. De bedrijven die meteen voordeel kunnen halen uit de resultaten van dit project zijn producenten van krokante voeding, producenten van maaltijdcomponenten en ingrediëntenleveranciers. Deze groep bedrijven is vaak vrij O&O intensief en zal dan ook de resultaten van dit project toepassen in hun lab omgeving.\n\nIndirecte doelgroepen zijn de maaltijdindustrie (grootkeukens, maaltijdbereiders) en producenten van apparatuur; infrarood ovens, microgolf ovens, hete lucht ovens en airfryers. Ook de verpakkingsindustrie vormt een indirecte doelgroep van dit project.","summary":"Dit project biedt praktische kennis en tools aan voor het beoordelen van productkwaliteit via intelligente geluidsanalyses, textuuranalyse en sensorische waarneming. Focus ligt op AI om nauwkeurigere resultaten te bereiken en de industrie bewust te maken van data-gedreven modellen. Doelgroepen zijn producenten van krokante voeding, maaltijdcomponenten, ingrediëntenleveranciers en indirect maaltijdindustrie, apparatuurproducenten en verpakkingsindustrie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002881","result_description":null},{"description":"We wensen de drempel te verlagen voor de ontwerpers en aannemers van de toekomst om aan de slag te gaan met circulaire bouwmethodes. Hierbij streven we naar een hands-on benadering van bouwen met alternatieve materialen. \n\nOm dit aan den lijve te ondervinden, zullen we aan de slag gaan als een echt bouwteam. De deelnemers leren grondstoffen kennen, maken er bouwmaterialen van en implementeren die in eigenzinnige creaties. We maken stenen met minder milieu-impact dan bakstenen. We bouwen torens en breken die weer af. \n\nWe ontwerpen toekomstgerichte steden en bespreken de uitvoering aan de hand van 45 maquettes van verschillende circulaire bouwmethodes. De maquettes werden uitgevoerd op schaal 1/1, met echte materialen, zodat de bezoeker een realistisch beeld krijgt van verschillende mogelijkheden. \n\nDe focus ligt op duurzaamheid, comfort, hergebruik en demonteerbaarheid van de materialen. Hier mag gevoeld, geroken, geschoven en vergeleken worden. Het uiteindelijke doel is dat de bezoeker het gedachtengoed uitdraagt en zich gedraagt als multiplicator van het circulair bouwprincipe.","summary":"Ontdek circulair bouwen met ons hands-on bouwteam! Leer alternatieve materialen kennen, creëer eigenzinnige bouwwerken en verken duurzaamheid. Join us!","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002882","result_description":null},{"description":"We ontwikkelen een methodiek voor alle leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs die dialoog stimuleert en verbinding helpt realiseren tussen leerlingen die uiteenlopende meningen hebben over duurzaamheid. De methodiek omvat leermateriaal en een handleiding voor de leerkracht. Het leermateriaal focust op twee thema’s (luchtvaart en vleesconsumptie). Het is erop gericht dat leerlingen:\n\n1. Geprikkeld worden door het thema (Dit kan aan de hand van grote (filosofische) vragen, probleemstellende casussen of dilemma’s; deze activiteiten dagen jongeren uit stelling in te nemen en de problematiek samen grondig te onderzoeken.)\n2. Verschillende perspectieven onderzoeken. Jongeren bekijken een duurzaamheidsproblematiek vanuit verschillende perspectieven, ze hebben hierbij aandacht voor de verhaallijnen, wereldbeelden en metaforen die hiermee gepaard gaan. Hiertoe analyseren ze wat de verschillende actoren en factoren zijn die bij duurzaamheidsvraagstukken een rol spelen. Zo ontwikkelen ze genuanceerde perspectieven die tegelijk omgaan met meerdere variabelen.\n3. Denken over waarden en wereldbeelden. Dialoog laat toe samen te reflecteren over (onderliggende) waarden en zelf beargumenteerde posities in te nemen. Dit soort denken stimuleert bewustzijn van de eigen blinde vlekken en motiveert het innemen van verschillende perspectieven. Zo worden leerlingen zich ervan bewust dat het moeilijk is een enkel perspectief te geven dat een monopolie heeft op de waarheid.\n4. Reflecteren over de eigen houding. Leeractiviteiten gericht op reflectie over de eigen houding en positie. Dit omvat reflectie-oefeningen gericht op de eigen houding en attitude, het blootleggen van gedeelde opvattingen en inzicht in waarover eensgezindheid bestaat. Leerlingen staan stil bij acties die ze zelf kunnen nemen.\n   a. Hoe sta ik zelf in dit thema? Wat is mijn positie en hoe onderbouw ik die?\n   b. Welke ‘diepere lagen van verbinding’ liggen er onder de verschillende discours en hoe vinden we die?\n   c. Waar zijn we het (wel) over eens? Wat kunnen we samen doen? Wat vinden we zinvol om samen aan te werken?\n\nDe handleiding biedt handvaten aan de leerkracht om het leermateriaal succesvol in te zetten in de klas.\n- Dit omvat ook een overzicht van de eindtermen die gelinkt zijn aan de sleutelcompetenties ‘burgerschap’ en/of ‘duurzaamheid’.\n- Deze handleiding laat toe dat de methodiek (mits aanpassing) ook buiten de onderwijscontext inzetbaar is.\n\nHet leermateriaal zet in op 3 thema’s:\n- Denken over kennis, wetenschap en perspectieven\n- Denken over duurzaamheid\n- Denken over specifieke duurzaamheidsvraagstukken (vlees eten & vliegen)","summary":"Ontwikkeling van dialoog en verbinding in secundair onderwijs m.b.t. duurzaamheid. Leermateriaal en handleiding voor leerkrachten over luchtvaart, vleesconsumptie en waardenreflectie. Bevordert diverse perspectieven en kritisch denken. Inzetbaar binnen en buiten onderwijs.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002883","result_description":null},{"description":"Vroeggeboorte wordt gedefinieerd als een bevalling voor 37 weken zwangerschap en is een van de meest voorkomende redenen voor opname van de baby op de neonatale afdeling. Vroeggeboorte heeft gevolgen op korte en lange termijn voor de gezondheid van het kind, waaronder ademhalings-, maag-darm-, voedings-, neurologische, ontwikkelings-, mentale en schoolgerelateerde problemen.\n\nVroeggeboorte is dus veel meer dan een momentopname. Daarnaast heeft vroeggeboorte ook een zware impact op ouders en gezinnen, zoals stress, angst en verdriet. Deze gevoelens kunnen het vertrouwen van ouders in hun opvoedingsvaardigheden en psychosociaal welzijn ondermijnen.\n\nVoortdurende informatie en aandacht voor de behoeften van ouders is daarom cruciaal om deze gevoelens aan te pakken en ouders een gevoel van controle over de situatie te geven en hun premature kind (ook wel preemie genoemd) met meer vertrouwen op te voeden. We weten echter dat ouders informatie en begeleiding zoeken op het internet, maar we maken ons zorgen over de kwaliteit en nauwkeurigheid van deze informatie.\n\nEen ander probleem is de versnippering van informatie, zorg en ondersteuning, waardoor het voor zowel ouders als professionals moeilijk is om een duidelijk en volledig beeld te krijgen van het zorg- en welzijnslandschap met beschikbare middelen en diensten voor prematuren en hun familie. Het is dus een grote uitdaging om op een efficiënte manier de juiste mensen en de juiste informatie samen te brengen voor wie dat nodig heeft.\n\nDaarom creëren we een gemakkelijk toegankelijk, digitaal community platform voor ouders en families van premature kinderen in Vlaanderen. Dit digitale platform verzamelt betrouwbare en relevante informatiebronnen over prematuriteit, in alle vormen en maten, zodat ouders de informatie kunnen vinden die het best bij hen past (bv. documentatie, podcasts, getuigenissen, tips en trucs, enz.)\n\nDaarnaast bundelt dit platform alle mogelijke organisaties op het gebied van prematuriteit, waar ouders terecht kunnen voor specifieke ondersteuning. Dit platform fungeert dus als een kompas voor ouders, als een betrouwbare, ervaren gids om in een paar klikken de juiste zorg en ondersteuning te vinden.\n\nDeze digitale tool brengt ouders ook met elkaar in contact om ervaringen te delen en steun bij elkaar te vinden. Daarnaast bouwen we een 'echt' netwerk op met verschillende organisaties, professionals, deskundigen en andere belanghebbenden. Samen met een sterke betrokkenheid van ouders maakt dit dit initiatief veel meer dan alleen een 'digitaal' ondersteuningsinstrument.","summary":"Gemakkelijk toegankelijk digitaal platform voor ouders van premature kinderen in Vlaanderen. Biedt betrouwbare info, ondersteuning en community-connectie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002884","result_description":null},{"description":"Het doel is het ontwikkelen van een kwaliteitslabel voor vroedvrouwen. Dit kwaliteitslabel moet kwaliteitscriteria bevatten die gericht zijn op het toepassen van aanbevelingen uit klinische praktijkrichtlijnen. Deze criteria moeten multidisciplinaire samenwerking en geïntegreerde zorgverlening stimuleren, de zorg rond mentaal en psychosociaal welzijn ondersteunen, en dit alles rekening houdende met persoonlijke voorkeuren en wensen van de cliënt.","summary":"Ontwikkel kwaliteitslabel vroedvrouwen met focus op klinische praktijk, samenwerking, geïntegreerde zorg en cliëntvoorkeuren voor mentaal welzijn.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002885","result_description":null},{"description":"NECTAR richt zich op een geconstateerde mismatch tussen de vaardigheden die momenteel worden aangeboden door koks en chef-koks die werkzaam zijn in ziekenhuizen, de thuiszorg en de thuiszorg en de vaardigheden die daadwerkelijk worden gevraagd door zorginstellingen, particuliere dienstverleners en eindgebruikers om een centrale rol te kunnen spelen in de primaire voedselzorg (PFC).\n\nOp basis van een \"culinaire/klinische geïntegreerde benadering\" zal NECTAR een EU-beroepsprofiel voor Chef Gastro-engineering en een EU-curriculum voor de certificering van dit profiel opleveren. Chef Gastro-ingenieur (CGE) zal een innovatieve en spilfiguur zijn in PFC, bedreven in voedselbeheer en keukencoördinatie, die zich richt op de behoeften van eindgebruikers zoals testeverslechteringen/-veranderingen, slik- en kauwproblemen, het personaliseren van recepten en kookprocessen; CGE zal de technische vaardigheden hebben om verschillende ICT tools te gebruiken voor thuismonitoring van ouderen en personalisering van zorg.\n\nHet CGE-curriculum zal Europees, innovatief, leerresultaatgericht en modulair zijn. Dankzij de flexibiliteit en modulariteit kan het leerplan worden geïmplementeerd in nationale leerplannen, rekening houdend met lokale en contextuele beperkingen. Het leerplan zal worden getest aan de hand van 5 pilootcursussen in België, Portugal, Oostenrijk en Italië. NECTAR Alliance omvat 12 partners uit 4 landen.","summary":"NECTAR richt zich op het ontwikkelen van Chef Gastro-ingenieurs voor betere voedselzorg in zorginstellingen en thuiszorg. Dit EU-initiatief biedt innovatieve training en certificering om de behoeften van eindgebruikers te ondersteunen, waaronder ouderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002886","result_description":null},{"description":"Op basis van de oproep bundelen de Arteveldehogeschool, Odisee en VIVES de krachten om samen met een diverse groep van 45 scholen in te tekenen op een begeleidingsproject. Hierin willen ze de kennisbasis over brede basiszorg en verhoogde zorg uitbouwen door eigen praktijkkennis te verdiepen vanuit actuele onderzoekskennis (kennis). Ook streven ze ernaar versterkte brede basiszorg en verhoogde zorg te implementeren door effectieve differentiatie en redicodis-maatregelen in de klas toe te passen, te evalueren en bij te sturen (praktijk). Verder willen ze verduurzamen op niveau van de school en scholengemeenschap/-groep (SG) door effectieve interventies over brede basis- en verhoogde zorg te integreren in het zorgbeleid/beleid op leerlingenbegeleiding (beleid).\n\nWe schuiven drie thema’s naar voren. Elke deelnemende scholengemeenschap/scholengroep (SG) kiest één van deze drie thema’s om zich in te verdiepen gedurende het project:\n\n- Effectieve differentiatie en/of redicodis-maatregelen op het vlak van taal/talen (lezen, schrijven, spreken...)\n- Effectieve differentiatie en/of redicodis-maatregelen op het vlak van STEM (wiskunde/wetenschappen/techniek...)\n- Preventie en redicodis-maatregelen op het vlak van gedrag en emotie (socio-emotioneel leren, executieve functies, omgaan met uitdagend gedrag, ...)","summary":"Arteveldehogeschool, Odisee en VIVES werken samen met 45 scholen aan kennisopbouw en implementatie van brede basiszorg en verhoogde zorg in de klas, gericht op differentiatie, interventies en beleidsintegratie. Keuze uit drie focusgebieden: taal, STEM, gedrag/emotie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002887","result_description":null},{"description":"Het project PLONS heeft als hoofddoelstelling het sensibiliseren van kinderen rond de plasticproblematiek in waterlopen. Als methodiek wordt gekozen voor een citizen science project gericht op Vlaamse en Zeeuwse lagere schoolkinderen.\n\nDit project zal op school een theoretisch en praktisch pakket doorlopen om leerlingen kennis te laten maken met plasticproblematiek en hen anderzijds mee te laten nadenken hoe dit probleem op te lossen. De hoofddoelstelling is bewustmaking.","summary":"PLONS project sensibiliseert Vlaamse en Zeeuwse lagere schoolkinderen over plasticvervuiling in waterlopen via een citizen science aanpak. Het doel is bewustmaking en educatie over plasticproblematiek.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002888","result_description":null},{"description":"Onderzoeksvragen:\n• Hoe kan AI essentieel bijdragen aan een optimale gepersonaliseerde gebruikerservaring?\n• Hoe kunnen we met behulp van UX-principes effectief meten hoe toegankelijk AI-systemen zijn voor eindgebruikers?\n• Hoe kunnen UX-ontwerpprincipes bijdragen aan een grotere transparantie van AI-systemen, zodat gebruikers de besluitvorming van de technologie duidelijk begrijpen en vertrouwen?\n• Hoe kunnen we gebruikers wegwijs maken in ecologisch verantwoorde alternatieven en tegelijkertijd hun bewustzijn over duurzame keuzes vergroten?","summary":"Ontdek hoe AI de gebruikerservaring verbetert, meet toegankelijkheid, vergroot transparantie en promoot duurzame keuzes voor gebruikers.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002889","result_description":null},{"description":"Proeftuin Kaatje Klank – ouderbetrokkenheid\nUit PIRLS 2021 bleek dat Vlaamse ouders relatief weinig geletterdheidsactiviteiten doen met hun jonge kinderen. In deze proeftuin willen we materialen ontwerpen en onderzoeken om ouders te stimuleren om hier meer aandacht aan te besteden. De materialen zullen aansluiten bij de methode Kaatje Klank. Bij het ontwerp houden we rekening met wetenschappelijke inzichten over ouderbetrokkenheidsinterventies op het gebied van beginnende geletterdheid.","summary":"Proeftuin Kaatje Klank bevordert ouderbetrokkenheid door het ontwerpen van materialen die ouders aanmoedigen om geletterdheidsactiviteiten met hun kinderen te doen, gebaseerd op wetenschappelijke inzichten.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002890","result_description":null},{"description":"Proeftuin Leerlijn spreekdurf bij meertalige kleuters\nWanneer meertalige kleuters ook na de stille periode weinig spreekdurf tonen, heeft dat een negatief effect op hun taalontwikkeling (Paradis, 2023). Voor leerkrachten is het bovendien moeilijk werken. Onze ervaring is dat leerkrachten vaak hele hoge eisen stellen aan die spreekdurf of het juist helemaal opgeven (zie ook: Mohr & Mohr, 2007). Als houvast voor de leerkracht ontwikkelen we een leerlijn met haalbare tussendoelen die we verbinden aan concrete tips om de spreekdurf te vergroten. De activiteitentips worden uitgetest en verfijnd.","summary":"Leerlijn Spreekdurf voor meertalige kleuters om taalontwikkeling te stimuleren en leerkrachten te ondersteunen. Concrete tips en haalbare doelen om spreekdurf te vergroten, gebaseerd op ervaring en onderzoek.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-002891","result_description":null},{"description":"Met dit project willen we de functionele agrobiodiversiteit binnen de koude kas verhogen. Hiervoor zoeken zes biologische en gediversifieerde koude kastelers, samen met BioForum, HOGENT en PSKW als onderzoekspartners, naar agro-ecologische oplossingen om biodiversiteit te versterken en zo een betere natuurlijke balans te verkrijgen.\n\nOp die manier worden de ecosysteemdiensten ook in dit teeltsysteem beter benut.","summary":"Wij streven ernaar de agrobiodiversiteit in koude kassen te vergroten door samen te werken met biologische telers en onderzoekspartners. Samen zoeken we naar oplossingen om de natuurlijke balans te verbeteren en ecosysteemdiensten te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002892","result_description":null},{"description":"Het doel van de opdracht is om te onderzoeken op welke manier agro-ecologische praktijken ingang vinden in andere landen en hoe ook het Vlaamse beleid agro-ecologie kan ondersteunen en stimuleren. De opdracht heeft twee subdoelstellingen:\n(1) Op basis van een beleidsanalyse van agro-ecologie in enkele Europese voorloperlanden en -regio’s: in kaart brengen welke beleidsinstrumenten het beste werken om agro-ecologie verder te ontwikkelen en op te schalen.\n(2) De resultaten van het eerste deel, in een participatief proces met beleidsmakers en stakeholders, verder uitwerken tot concrete, gedragen en haalbare voorstellen voor verbeterde of nieuwe beleidsinstrumenten ter ondersteuning van agro-ecologie in Vlaanderen.","summary":"Onderzoek hoe agro-ecologische praktijken wereldwijd worden toegepast en hoe het Vlaamse beleid deze kan ondersteunen. Analyseer beleidsinstrumenten uit Europa en ontwikkel voorstellen voor Vlaanderen samen met belanghebbenden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002893","result_description":null},{"description":"Vanwege de gevolgen van de klimaatverandering groeit het bewustzijn omtrent de significante rol van groene zones en onthardingsinitiatieven die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid van steden.\n\nVlaanderen ambieert bebossen, ontharden en ventileren waarbij bomen een belangrijke positie innemen. Echter verloopt de omzet van beleidsvisies in de praktijk stroef vanwege de korte levensduur en de onderschatting van het maatschappelijk belang. Zo kampen stakeholders die dagelijks werken met bomen met de volgende vraag: Hoe kunnen we deze beleidsvisies concretiseren in innoverende technische concepten op lokaal niveau?\n\nEen groeiende tendens is de inzet van het smart-city concept om de gevolgen van de klimaatverandering in stedelijke gebieden te adresseren. De toegang tot sensortechnologie, connectiviteit, machine learning, etc. laten toe om het Internet of Things (IoT) concept te integreren in smart cities.\n\nMet ‘Nature 4.0: Smart Urban Trees’ dragen we bij aan deze tendens door een dynamische en modulaire onderzoekstuin te realiseren waar uitdagingen van de meest extreme stedelijke context plaats kunnen vinden, zijnde volledig verharde omgevingen. Deze onderzoekstuin fuseert het smart city concept met klimaatadaptatie via stedelijk groen. Dit wordt ook wel Nature 4.0 genoemd, waarbij groen intelligent wordt gemaakt. Hierbij zullen civieltechnische toepassingen van bomen in een stedelijke omgeving worden onderzocht.","summary":"Ontdek hoe 'Nature 4.0: Smart Urban Trees' innovatieve oplossingen biedt voor klimaatadaptatie in stedelijke gebieden door het integreren van smart-city concepten en groene zones, waardoor de leefbaarheid en duurzaamheid van steden verbeteren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002894","result_description":null},{"description":"Bedrijven en in het bijzonder kmo’s lopen achterop in het digitaliseringsproces. Kennisinstellingen zoals de hogeschool VIVES kunnen hierbij helpen door in te zetten op praktijkgericht onderzoek waarbij gekeken wordt hoe bestaande digitale technologie efficiënt kan worden ingezet in verschillende sectoren. Maar voor bedrijven is het vaak niet duidelijk hoe zij met de output van dit onderzoek aan de slag kunnen. De technologie en de hieraan gekoppelde mogelijkheden groeien dan ook razendsnel waardoor de uitdaging om digitale technologie daadwerkelijk te gaan gebruiken of in te zetten in bedrijfseigen innovatie vaak nog een moeilijk te nemen stap is. Via de uitbouw van een infopunt duurzame digitale innovatie willen we de mogelijkheden aan bedrijven op een laagdrempelige manier demonstreren. Op onze campussen in Kortrijk en Brugge willen we investeren in demo-opstellingen waar bedrijven direct kunnen waarnemen wat de mogelijkheden zijn. We willen Vlaamse bedrijven inspireren om een versnelde digitale en technologische transformatie door te maken door hen te laten experimenteren met toepassingen in o.a. Artificiële Intelligentie (AI), Internet of Things (IoT), blockchain technologie en digitale ondersteuning van bedrijfsprocessen.\n\nDe beoogde demonstratieruimte zal worden ontworpen als dynamische omgeving voor de valorisatie van onderzoeksprojecten, waarbij gebruik wordt gemaakt van geavanceerde digitale oplossingen. Deze oplossingen worden aangestuurd door een flexibel contentmanagementsysteem, waardoor we de context regelmatig kunnen aanpassen om nieuwe onderzoeksprojecten effectief te presenteren. Onze audiovisuele materialen omvatten onder andere kiosken met geïntegreerde touchscreens. Deze interactieve kiosken bieden bezoekers de mogelijkheid om direct in contact te komen met de gepresenteerde technologieën. Via koppelingen naar krachtige computersystemen kunnen de kiosken diverse applicaties draaien. Een geïntegreerd audiosysteem verrijkt de ervaring van de bezoekers.\n\nEen centraal element in de demonstratieruimtes is de 360 graden immersieve ruimte, waar simulaties van uiteenlopende onderzoeksprojecten worden geprojecteerd op alle wanden. Het visualiseren en demonstreren van een digitale innovatie voor een bedrijf is cruciaal om stakeholders te overtuigen, feedback te verzamelen en het begrip te vergroten. We gaan inzetten op storyboard of user journey mapping om de verschillende stappen en touchpoints te illustreren. We ontwikkelen wireframes en prototypes om de gebruikersinterface te tonen. Prototypes kunnen interactieve elementen bevatten, wat een meer hands-on ervaring biedt. Demo-video’s kunnen de belangrijkste functies en voordelen van de innovatie tonen. Via de visualisatie van data en resultaten na implementatie kunnen we de impact beter illustreren. Het infopunt is de plaats van waaruit ook outreachend gewerkt wordt naar bedrijven, er wordt geen één-op-één begeleiding voorzien maar bedrijven worden wel actief aangesproken om het infopunt te bezoeken.","summary":"Ontdek innovatieve digitale oplossingen voor bedrijven bij VIVES. Onze demonstratieruimtes tonen praktische toepassingen van AI, IoT en blockchain. Bezoekers kunnen interactief experimenteren en inspiratie opdoen voor een digitale transformatie. Kom langs in Kortrijk en Brugge voor een boeiende ervaring en leer hoe digitale technologieën bedrijfsprocessen kunnen verbeteren.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002895","result_description":null},{"description":"Unlocking Digital Potential (UDP) boost digitalisering van kmo’s door in te zetten op een betere ontsluiting van onderzoeksresultaten bij de West-Vlaamse hogescholen. De innovatiecapaciteit binnen Howest en VIVES wordt versterkt via (1) de uitbouw van een doorzoekbaar innovatieportfolio met bijhorende demo’s en (2) de ontwikkeling van een duurzame interne valorisatiemethodologie.\n\nDe mate waarin er aandacht is voor de valorisatie van (digitale) onderzoeksresultaten is op vandaag te afhankelijk van zowel de individuele projectopzet (zoals TETRA, COOCK ...) als de onderzoekers. Om meer impact te kunnen genereren is een structurele focus op duurzame valorisatie nodig. Net zoals wetenschapscommunicatie al meer aandacht kreeg dient ook valorisatie van onderzoeksresultaten een vast onderdeel te worden van elk onderzoeksplan. Via een organisatiebrede methodiek zullen resultaten uit verschillende projecten laagdrempelig beschikbaar worden gesteld. Deze generieke onderzoeksresultaten kunnen gebruikt worden voor vervolgonderzoek, dienstverlening, ondernemerschap of als bronmateriaal voor het reguliere onderwijs en leven lang leren activiteiten.\n\nAandacht voor schaalbaarheid en marktpotentieel van onderzoeksresultaten zijn hierin kernbegrippen. De resultaten worden gebundeld in een doorzoekbare databank als onderbouw voor het digitaal innovatieportfolio. Unlocking Digital Potential ondersteunt de hogescholen om hun dienstverlening te verbeteren en op die manier het zogenaamde transformatiefalen te verhelpen. Het project zet in op: \n* De ontsluiting van onderzoeksresultaten om bedrijven te inspireren digitaal te innoveren en hen te stimuleren om zelf aan de slag te gaan; \n* De uitwerking en de uitrol van een duurzame structurele valorisatiemethodiek bij Howest en VIVES gericht op de structurele inbedding van valorisatie in nieuwe projecten, alsook het bepalen van de algemene methodiek om projectresultaten maximaal te valoriseren in het werkveld; \n* Het ontwikkelen van een businessmodel voor de infopunten (EFRO P2060 Howest & P2072 VIVES); \n* De uitbouw van een West-Vlaams valorisatienetwerk waar best practices van stakeholders getoond worden en kmo’s een goed overzicht krijgen van de aanwezige expertise in de regio.\n\nHet project moet ertoe leiden dat minder onderzoeksresultaten op de plank blijven liggen en meer effectief geïmplementeerd worden in het werkveld, specifiek bij kmo’s. Belangrijk om te vermelden is dat de effectieve begeleiding van bedrijven en de implementatie van innovatieoplossingen zelf geen deel uitmaken van dit dossier. Daarvoor kunnen de reguliere financieringskanalen, waaronder VLAIO-instrumenten zoals kmo-groei portefeuille, Contract Ondernemerschap alsook Blikopener, gebruikt worden. De inbedding van het project en het partnerschap in een duurzaam regionaal ecosysteem zal ervoor zorgen dat zowel de ondernemingen als hogescholen en universiteiten gestimuleerd worden om ook na de projectperiode te blijven samenwerken.\n\nHet innovatieportfolio zal via dit valorisatienetwerk een brede disseminatie kennen. Dit dossier maakt deel uit van een projectpartnerschap met de dossiers Infopunten duurzame digitale innovatie (EFRO P2060 (Howest) en P2072 (VIVES)).","summary":"UDP bevordert digitalisering kmo's door valorisatie van onderzoeksresultaten. Innovatiecapaciteit van hogescholen wordt versterkt via digitaal innovatieportfolio en duurzame valorisatiemethodologie. Aandacht voor schaalbaarheid en marktpotentieel.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002896","result_description":null},{"description":"I3-4-SEAWEED bestaat uit 16 partnerentiteiten uit 6 EU-landen - PT, ES, BE, DE, NL, IE - en is een voorvechter van interregionale samenwerking gericht op het opschalen, demonstreren en marktrijp maken van bedrijven in de macroalgen-/zeewiersector.\n\nDoor de krachten van innovatieve MKB-bedrijven, universiteiten, technische centra en industriële clusters te bundelen, beoogt het project een transnationale waardeketen die is geworteld in nieuwe duurzame zeewierteelttechnieken en biotechnologische algentoepassingen. Als onaangeboord reservoir van potentieel belichaamt zeewier niet alleen de belofte van duurzame innovatie, maar heeft het ook het vermogen om regionale ontwikkeling opnieuw vorm te geven, in het bijzonder in kustgebieden en maritieme regio's van de EU.\n\nDoor middel van de investeringscases van het project - verspreid over de voedingsindustrie, biofertilizers en cosmetica - toont zeewier zijn enorme veelzijdigheid en potentieel om een revolutie teweeg te brengen in meerdere sectoren en een paradigmaverschuiving teweeg te brengen naar een duurzamere toekomst, van gezondere voeding tot een lagere CO2-uitstoot.\n\nOm deze investeringscases te realiseren, zal I3-4-SEAWEED zorgen voor capaciteitsopbouw, demonstraties, technische ondersteuning, business matchmaking en ondersteuning bij de ontwikkeling van go-to-market marktstrategieën op maat van de behoeften van elke promotor van de business case.\n\nTegelijkertijd zal het consortium een cascadefinancieringsprogramma opzetten en lanceren om 30 innovatieve mkb-bedrijven en start-ups te ondersteunen, markt- en technische belemmeringen te overwinnen en tegelijkertijd het ecosysteem in heel Europa te stimuleren.\n\nHet consortium zal de basis leggen voor een transnationaal \"Seaweed Food Innovation Network Center\", bedoeld als een permanent innovatie- en financieel adviescentrum voor KMO's en regio's die betrokken zijn bij interregionale samenwerking binnen de zeewierwaardeketen. Uiteindelijk wil dit project het interregionale concurrentievermogen versterken door de innovatiekloof tussen de regio's te overbruggen en zo het potentieel van zeewier in Europa volledig te benutten.","summary":"I3-4-SEAWEED bevordert samenwerking in de macroalgen-/zeewiersector door een transnationale waardeketen te creëren met duurzame innovatie. Het project ondersteunt investeringscases in voeding, biofertilizers en cosmetica, en lanceert een financieringsprogramma voor 30 mkb-bedrijven. Het streeft naar een Seaweed Food Innovation Network Center om interregionale samenwerking te versterken en het concurrentievermogen te vergroten.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-002897","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van INNO2MARE is het versterken van de capaciteit voor uitmuntendheid van West-Sloveense en Adriatisch-Kroatische innovatie ecosystemen door middel van een reeks gezamenlijk ontworpen en uitgevoerde acties die de digitale en groene transitie van de maritieme en verbonden industrieën.\n\nOp basis van het grondig in kaart brengen van de ecosystemen en een analyse van de behoeften en hiaten zal het consortium een langetermijnstrategie voor O&I formuleren die is afgestemd op regionale, nationale en EU-strategieën, als een visionair kader, en een gezamenlijk actie- & investeringsplan, met concrete stappen voor het opbouwen van gecoördineerde, veerkrachtige, aantrekkelijke en duurzame maritieme innovatie-ecosystemen.\n\nOm de gezamenlijke strategie te ondersteunen en een model te bieden voor de toekomstige gezamenlijke O&I van de actoren in de ecosystemen, zal het project drie O&I-proefprojecten uitvoeren die een aantal van de belangrijkste uitdagingen op het gebied van maritiem onderwijs en maritieme opleiding, beveiliging en veiligheid in het zeeverkeer en energie aanpakken.\n\nDeze proefprojecten zullen de basis vormen voor ontwikkeling, schaalvergroting en vertaling van de gegenereerde onderzoeksresultaten in innovatieve zakelijke kansen door de gecoördineerde mobilisatie van publieke en private financiering. Het consortium zal ook innovatieve programma's implementeren ter ondersteuning van de betrokkenheid van burgers bij de innovatieprocessen, kennisoverdracht voor wederzijds leren, ondernemerschap en slimme vaardigheden training en het aantrekken van de beste talenten, waarbij meer dan 1.000 deelnemers uit de hele Quadruple Helix betrokken zijn.\n\nBij alle projectactiviteiten zullen de twee ecosystemen sterk profiteren van het delen van best practices van het Vlaamse ecosysteem, een van de meest ontwikkelde maritieme innovatie-ecosystemen wereldwijd. Het project zal bijdragen tot het verkleinen van de innovatiekloof in Europa door systematisch de innovatie-actoren binnen en tussen de ecosystemen systematisch met elkaar te verbinden en synergieën te creëren in de planning en uitvoering van O&I-investeringen, om zo een echte innovatiecultuur te ontwikkelen.","summary":"INNO2MARE versterkt maritieme innovatie-ecosystemen door strategische langetermijnplanning en coördinatie van O&I-acties. Proefprojecten en financiering stimuleren innovatie en betrokkenheid van meer dan 1.000 deelnemers. Europese innovatiekloof wordt verkleind door synergieën en best practices te delen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002898","result_description":null},{"description":"Bacteriële biofilms belemmeren vaak de goede werking van industriële infrastructuur door microbiële corrosie en verstopping/fouling, of fungeren als een bron voor antibioticaresistentie of ziekenhuisinfecties.\n\nChemische behandeling kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke residuen in het milieu.\n\nFysische behandelingstechnologieën voor metalen oppervlakken kunnen een haalbaar alternatief zijn: (1) oppervlaktestructurering op nanoschaal met laser, (2) kathodische bescherming met geïmponeerde stroom en (3) elektromagnetische golven met lage frequentie door de waterstroom.\n\nExperimenten omvatten laboratoriumtests om de remming van de ontwikkeling van biofilm door deze technologieën te onderzoeken, evenals demonstraties in een realistische industriële omgeving, wat een haalbaarheidsstudie voor toekomstige toepassingen mogelijk maakt.","summary":"Effectieve marketingcommunicatie voor industriële infrastructuur: gebruik fysische behandelingen zoals oppervlaktestructurering, kathodische bescherming en elektromagnetische golven om bacteriële biofilms te bestrijden zonder schadelijke chemicaliën.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002899","result_description":null},{"description":"Autonome systemen worden steeds populairder in verschillende toepassingen, zoals autonome scheepsnavigatie, autonoom rijden en robotica. Dit komt door de beschikbaarheid van grote hoeveelheden gegevens die een grote hoeveelheid onderzoek naar de interpretatie van deze gegevens en onafhankelijke besluitvorming op basis van deze gegevens. Het kenmerk van autonome systemen is dat ze worden beschouwd als onafhankelijk zijn van menselijke tussenkomst in algemene zin, en het potentieel bevatten om de prestaties te verbeteren, de kosten te verlagen en de veiligheid te verbeteren in een groot aantal toepassingsgebieden.\n\nEen groot probleem blijft echter dat deze systemen gebruikmaken van de ontwikkelingen in AI die nog steeds black box blijven. Hierdoor blijft de aard van hun besluitvorming een open punt van zorg en hun overtreding van het beleid of de regelgeving in een bepaald toepassingsdomein een risico blijft. Om deze zorgen aan te pakken, moet de aard van de interactie tussen mensen en autonome systemen opnieuw worden bekeken. In plaats van de één te beschouwen als de supervisor van de ander, zou het doel moeten zijn om de voortdurende betrokkenheid van elkaar te onderzoeken als een samenwerkingsprobleem.\n\nAdaptive Human Operator Interaction with Autonomous Systems (AHOI) richt zich op deze problemen. Onze nieuwe onderzoeksbenadering brengt een verscheidenheid aan onderzoekers samen die betrokken zijn bij verschillende onderzoeksdomeinen zoals kunstmatige intelligentie (AI), verklaarbare AI (XAI), menselijke gedragswetenschappen, maritieme personeelstraining en mensmachine-interfaces (HMI) om het samenwerkingsprobleem tussen mensen en autonome systemen in een use case van botsingvermijding in de korte vaart. We streven ernaar probleem op meerdere niveaus op te lossen.\n\nTen eerste ontwerpen we een autonoom navigatiesysteem dat in staat is om te gaan met de interne en externe beperkingen, zoals het falen van de operator om op het juiste moment actie te ondernemen, onnauwkeurig situatiebewustzijn door sensorstoringen, motorstoringen, druk scheepvaartverkeer en weersinvloeden. Ons doel hier is om een veerkrachtig navigatiesysteem te construeren, dat functioneert bovenop de scheeps en generaliseert naar onbekende en zeer ongestructureerde omgevingen met minimale herafstemming. We construeren een oplossing voor dit probleem als een sequentieel beslissingssysteem dat in staat is om de bovengenoemde omgevingsbeperkingen en botsingsregels (colregs) op te nemen. Aangezien deze systemen zijn gebaseerd op machinaal leren, gaat een groot deel van onze studie naar de verklaarbaarheid van deze systemen. Ons doel is het bestuderen van het fundamentele probleem van onzekerheden in het situationeel bewustzijn en hun relatie tot de onzekerheden in de daaropvolgende navigatieplanning. Deze studie stelt ons in staat om een holistisch beeld te construeren van de beslis van het autonome scheepsnavigatiesysteem dat gebruikt kan worden om inzicht te krijgen in de punten van potentiële storingen en de momenten om mensen te betrekken in het besluitvormingsproces van de autonome systemen.\n\nTen tweede bestuderen we het effect van de XAI op menselijke operators. Menselijke operators hebben verschillende achtergronden en hebben verschillende ervaringsniveaus. Hierdoor kan hun perceptie van de AI systemen en hun besluitvorming variëren. AHOI bestudeert dit probleem door de toename in vertrouwen van de menselijke operators wanneer machines zichzelf uitleggen. Daarnaast onderzoeken we ook het effect en de invloed van menselijke vooroordelen op de perceptie van transparantie van de mens-machine-interactie. Dit is een interessante onderzoeksrichting, want het dicteert de aanpassing in het ontwerp van intelligente automatiseringssystemen, zodat ze ofwel door het ontwerp transparant zijn ofwel transparant worden gemaakt als ze worden ingezet in situaties waar mensen bij betrokken moeten zijn. Daarnaast zal experimenteel onderzoek worden uitgevoerd om deze relatie in detail te bestuderen en het contactpunt tussen mensen en machines, waardoor ze elkaar kunnen betrekken wanneer de onzekerheid of vooringenomenheid in hun besluitvorming groot is. We zijn van plan om te werken op een continuüm waar mensen en machines elkaar soepel elkaar soepel betrekken in verschillende situaties door elkaars tekortkomingen in toom te houden.\n\nTen slotte zal AHOI gebruikmaken van nieuwe methodologieën in XAI en visualisatiesoftware om een geavanceerde mensmachine-interactie (HMI) te ontwerpen, die niet alleen het resultaat van de AI-systemen laat zien maar ook hun onderliggende redenering. Onze HMI zal geavanceerd en nieuw zijn in die zin dat het de gebruikersprofielen bijhoudt en de output aanpast aan de mensen op basis van hun ervaringsniveau. Dit zal naar verwachting leiden tot een groter vertrouwen van mensen in machines. Bovendien zal onze HMI het gebruiksgedrag (of feedback) bij en gebruikt het om de XAI aan te passen of de prestaties van de AI in randgevallen te verbeteren.\n\nOnze oplossing is relevant voor verschillende defensiegerelateerde toepassingen, waarbij systemen onafhankelijk opereren, maar ze hebben de behoefte om mensen en de juiste commandostructuur te betrekken in tijden van grote onzekerheid. We richten onze oplossing op een autonoom navigatiescenario voor schepen, maar onze leerresultaten kunnen algemeen worden toegepast op toepassingen zoals mijnenjacht, inlichtingen, bewaking en Reconnaissance (ISR) missies, UAV operaties, en UGV operaties enz. In AHOI zal imec onderzoek doen naar AI en XAI, terwijl UA en AMA diepgaand onderzoek zullen doen naar de biases en profilering van menselijke operatoren. MAHI zal onderzoek doen naar het situationeel bewustzijn van de autonome schepen en de uiteindelijke HMI ontwerpen. DEFRA","summary":"Autonome systemen, zoals autonoom rijden en robotica, worden steeds populairder dankzij grote hoeveelheden data. AHOI focust op mens-machine samenwerking voor betere prestaties, lagere kosten en verbeterde veiligheid. Onderzoek richt zich op veerkrachtige navigatie en XAI om interactie te verbeteren en vertrouwen te vergroten in defensiegerelateerde toepassingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002900","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nDe Europese Unie heeft met de Green Deal en Fit-for-55 gekozen om overheden, burgers en bedrijven maximaal te sturen naar duurzamere manieren van produceren en consumeren. De ambitie is om van de EU het eerste klimaatneutrale continent te maken (A European Green Deal, 2021). Een van de maatregelen is de geleidelijke invoering van duurzaamheidsrapportage (Council of the EU, 2022). Deze is nog niet van toepassing voor niet-beursgenoteerde KMO's (beursgenoteerde KMO's zijn zeldzaam in Vlaanderen), maar het kan lonend zijn voor deze bedrijven om proactief op deze verplichting te anticiperen. De zaakvoerder kan zich betrokken voelen bij de noodzaak om bij te dragen aan het beperken van klimaatverandering en het verhogen van duurzaamheid. Ook kan hij/zij het nut inzien om duurzaamheidsrapportage te gebruiken als duurzaam competitief voordeel. Daarnaast kan hij/zij geconfronteerd worden met grotere concurrenten die wel verplicht rapporteren, en klanten kunnen mogelijk de voorkeur geven aan een leverancier met een (goed) duurzaamheidsrapport, waardoor hij/zij niet achter kan blijven.\n\nIn de regelgeving, bekend als CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive), voorziet de EU in drie niveaus van rapportage. Scope 1 omvat de emissies die het bedrijf zelf creëert, scope 2 zijn de emissies die ontstaan door de productie van aangekochte energie, en scope 3 zijn de emissies buiten het bedrijf als gevolg van activiteiten in de supply chain. KMO's zullen in het kader van deze scope 3 rapportage hun emissies in kaart moeten brengen om hun klanten de nodige informatie te kunnen verstrekken.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n1) Wat is de impact van de CSRD op KMO's die in eerste instantie niet rechtstreeks betrokken zijn?\n2) Hoe kan een eenvoudig instrument bedrijfsleiders van (logistieke) KMO's helpen, anticiperend op verplichte duurzaamheidsrapportage, door proactief een rapportage uit te werken die het (beperkte) management niet overmatig belast?\n3) Wat zijn de benodigde onderdelen van een monitoringinstrument?\n\nHet beantwoorden van deze onderzoeksvragen door middel van literatuurstudie en diepte-interviews moet leiden tot het ontwerp van een compact duurzaamheidsmonitoringinstrument voor kleine (logistieke) KMO's dat zal worden getest.\n\n4) Hoe kan zo'n instrument worden ingezet voor een proactief duurzaamheidsbeleid?\n\nVoortbouwend op onderzoeksvraag 1 en 2 zal onderzoeksvraag 4 specifiek kijken naar de ontwikkeling van een handleiding en een communicatiestrategie voor de implementatie van het instrument in het werkveld.\n\nMETHODOLOGIE\n\nEnerzijds zal een literatuurstudie worden uitgevoerd die de details van de EU-richtlijnen vertaalt naar concrete toepassingen voor kleine logistieke bedrijven en die best practices van monitoringtools onderzoekt (bijv. Boullauazan et al., 2023). Anderzijds zullen diepte-interviews worden gehouden met belangenorganisaties en experts van de doelgroep om de aandachtspunten van de sector en de managementcompetenties van kleinere KMO's te bepalen. Dit zal leiden tot de ontwikkeling van een compact instrument waarmee de gebruiker een duurzaamheidsrapport kan opstellen en evoluties in de tijd en ruimte kan volgen (benchmarking).\n\nDe conceptversie zal worden getest met een kleine groep uit de doelgroep. Het eindresultaat zal samen met vakorganisaties worden getest, evenals de handleiding en communicatiestrategie die het instrument zullen ondersteunen.","summary":"De Europese Unie stimuleert duurzaamheid met de Green Deal en Fit-for-55. Ook KMO's zullen duurzaamheidsrapportage moeten implementeren. Een compact monitoringinstrument wordt ontwikkeld om bedrijfsleiders te helpen proactief te rapporteren en een duurzaamheidsbeleid te voeren. Dit instrument zal getest worden en ondersteund met een handleiding en communicatiestrategie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002901","result_description":"Verwachte resultaat\n\nDe output zal bestaan uit een compacte duurzaamheidsmonitor met handleiding die aangepast is aan de activiteiten van de kleinere logistieke KMO’s. Dit instrument moet bijdragen aan de (toekomstige) noodzaak voor een duurzaamheidsrapportage.\n\nHet kan ook de bedrijfsleiding helpen evoluties in de tijd en vergelijking met concullega’s te maken en hun decarbonisering en emissiereductie te ondersteunen."},{"description":"Crafting Futures onderzoekt en transformeert de beoordelings- en valideringsmechanismen waarmee ambachtelijke kennis en knowhow (AKK) wordt geëvalueerd, om de toegevoegde waarde ervan voor economie en samenleving te vergroten.\n\nAmbachten zijn hulpbronnen voor concurrentievermogen, innovatie, duurzame ontwikkeling en levenskwaliteit en dragen bij tot SDG’s 4, 8 en 11. De diensten en instrumenten die nodig zijn voor de erkenning van de waarde ervan belemmeren echter de volle ontwikkeling van het economisch en maatschappelijk potentieel, aangezien zij AKK meestal reduceren tot cultureel erfgoed.\n\nOnze doelstellingen zijn 1) de tekortkomingen van de beoordelings- en valideringsmechanismen en -instrumenten te begrijpen en 2) de \"evaluatierepertoires\" en bijbehorende valideringsinstrumenten om te vormen. Dit gebeurt via interdisciplinair onderzoek en co-creatieve urban labs waarin we 1) de controverses rond de beoordeling en validatie van AKK in kaart brengen in ecosystemen waar ambachtslieden samenwerken met andere professionals (hoger onderwijs en maker spaces);\n\n2) een nieuw theoretisch en conceptueel kader ontwikkelen dat wetenschappers in staat stelt AKK te begrijpen voorbij de erfgoedwaarde;\n\n3) formats en instrumenten co-creëren die ambachtslieden en stakeholders zoals opleiders en ondernemers helpen om AKK effectiever en productiever te valoriseren (bedrijfsmodellen, certificaten, ... );\n\n4) aanbevelingen en plannen ontwerpen voor stedelijke en regionale overheden, die de integratie en de impact van AKK in economie en samenleving optimaliseren (via beroepskwalificaties, eigendomsrechten, ...), en\n\n5) deze instrumenten duurzaam maken via een plan voor een Crafts Council Flanders, die de ambachtslieden ook vertegenwoordigt in besluitvormingsprocessen. Onze herziene formats en instrumenten worden ontwikkeld en getest in action research labs die een set \"boundary cases\" van onze stakeholders analyseren en experimenteren met hybride vakmanschap en 21e-eeuwse vaardigheden.","summary":"Crafting Futures transformeert beoordelings- en valideringsmechanismen van ambachtelijke kennis om economische waarde te vergroten. Via onderzoek en co-creatie worden nieuwe instrumenten ontwikkeld om ambachten te valoriseren en te integreren in economie en samenleving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002902","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nGroepswerk wordt vaak ingezet om metacognitieve en probleemoplossende vaardigheden te stimuleren. Het biedt kansen voor deze uitdagingen, maar de praktijk blijkt inefficiënt en ineffectief. Door tijdsdruk wordt niet-overwogen omgesprongen met groepswerkvormen en in probleemoplossende situaties ontstaan zo enkel cumulatieve en vaak ook competitieve gesprekken (T’Sas, 2018). De leerwinsten zijn hierbij kleiner dan beoogd: zowel het resultaat achteraf als de constructieve effecten tijdens het groepswerk laten te wensen over. Soms is deze aanpak zelfs contraproductief.\n\nBovendien weten we hoe het wel moet: eerder empirisch onderzoek leerde dat de ‘exploratory talk’-methodiek een sterk effect heeft op de talige, probleemoplossende en metacognitieve ontwikkeling van leerlingen (Mercer (1996); Mercer & Littleton, 2007; Mercer, Wegerif, & Dawes, 1999; Rojas-Drummond & Mercer, 2003, Mercer et al.- (1999)). Deze methodiek sluit bovendien aan bij de coöperatieve leerstrategieën die vaak gebruikt worden door leerkrachten in OKAN-scholen. Er is weinig geweten over hoe deze methodiek ingezet kan worden bij de OKAN-leerlingen in het Vlaamse onderwijs.\n\nHier dreigt een neerwaartse spiraal, want als OKAN-leerlingen hun talige groei niet optimaal ontplooien, zullen zij niet alleen meer moeite hebben met taal, maar ook met de inductieve lesmethoden en minder vlot doorstromen in het regulier secundair onderwijs. Bovendien staat het OKAN-onderwijs onder druk: er moet veel gerealiseerd worden en leerlingen moeten zo snel mogelijk doorstromen naar het “reguliere” onderwijs. Het lijkt dan contradictorisch om hier nog een leerlijn aan toe te voegen, maar geteste inzichten in eerder exploratief onderzoek in Vlaanderen (T’Sas, 2018) kunnen net voordelen opleveren voor deze doelgroep.\n\nHet is wel zo dat de leerkrachten behoefte hebben aan bijscholing in hun individuele en collectief-georiënteerde redeneervaardigheden en eventueel taalontwikkelend lesgeven. Hoe we deze professionalisering best aanpakken met aandacht voor alle uitdagingen in OKAN is onderwerp van deze studie.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nHoofdonderzoeksvragen:\nHoe kunnen we de meta linguïstische, specifieke schoolse, en groepswerk vaardigheden van leerlingen in de huidige OKAN context versterken door een taalbewuste aanpak van exploratieve gesprekken? En, zetten de ex-OKAN leerlingen deze vaardigheden ook in na de overstap naar het reguliere onderwijs?\n\nSubonderzoeksvraag:\nOp welke manier moeten de OKAN leerkrachten opgeleid worden, rekening houdend met hun voorkennis, en met de beperkte tijd voor nascholing door de hoge druk in het onderwijs en met name in OKAN scholen?\n\nONDERZOEKSMETHODE\n\nDe onderzoeksmethode is gebaseerd op een nauwe samenwerking met het werkveld. Elke methodologie is gedefinieerd in functie van de doelstellingen van de verschillende fasen, van het verzamelen en ontwikkelen van informatie tot implementatie en bètatests. We hanteren een mixed method onderzoeksaanpak:\n\n- Kwalitatief theoretisch werk: literatuurstudie + klankbordgroepen met een focus op bestaande knowhow rond groepswerk en taalontwikkelend lesgeven in combinatie met theorie van exploratieve gesprekken om een taal-geïnformeerde aanpak te ontwikkelen;\n- Kwalitatief onderzoek om actuele uitdagingen en benaderingen van groepswerk in OKAN in kaart te brengen door: semi-gestructureerde interviews met OKAN-leerkrachten in partnerscholen; focusgesprekken met huidige en voormalige OKAN-leerlingen; open en closed sessies om feedback te verzamelen over de ontwikkelende lesmaterialen; deelnemersobservatie van groepswerk in partnerscholen;\n- Kwantitatief onderzoek door online enquête bij OKAN-leraren in Vlaamse scholen;\n- Kwantitatieve + kwalitatieve analyse van video-opnames van groepswerk voor en na de interventie om impact te meten (following theoretical approach van Mercer);\n- Ontwikkeling en evaluatie van materiaal en nascholingstraject in co-creatie met het werkveld, gevolgd door beta-testen van lesplannen en materialen in schoolcontexten en van de nascholing voor leerkrachten en NT2 studenten.","summary":"Versterk metacognitieve vaardigheden in OKAN-onderwijs door taalbewuste exploratieve gesprekken. Onderzoek focus op professionalisering van leerkrachten en leerlingvaardigheden. Gebruik mixed method aanpak voor ontwikkeling en evaluatie van lesmaterialen en nascholing.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002903","result_description":"Verwachte Resultaten\n\nDit project levert een evidence-based, kant-en-klare lesmethode, lesmateriaal en lesplannen, en een nascholingstraject voor OKAN-leerkrachten om taalbewuste exploratieve gesprekken als werkvorm te integreren in hun lespraktijk. De belangrijkste output is dus:\n\n1. Een lesmethode ontwikkeld in co-creatie met het werkveld.\n\n2. Een nascholingstraject aan docenten NT2, waarin zij geprofessionaliseerd worden in de methode van exploratieve gesprekken.\n\n3. Een website over NT2-didactiek met specifieke focus op taalbewuste exploratieve gesprekken als werkvorm.\n\n4. Een congres over NT2-didactiek.\n\n5. Een beschrijvend overzicht (rapport) van de actuele kennis en ervaring rond taalbewust lesgeven bij groepswerk."},{"description":"De evenementenindustrie is de laatste decennia exponentieel gegroeid (Mair & Weber, 2019). Hoewel dit gepaard gaat met veel socio-economische voordelen, heeft deze groei ook een negatieve impact op het milieu door onder andere een grote CO2-uitstoot, omvangrijke afvalproductie, luchtvervuiling, waterverbruik en -vervuiling en energieconsumptie (Boggia, Massei, Paolotti, Rocchi, & Schiavi, 2018). Dit maakt dat de druk op evenementorganisatoren op wetgevend vlak de laatste jaren toeneemt (Collins & Cooper, 2017) en men bijvoorbeeld in Vlaanderen steeds strengere regels oplegt wat betreft cateringmateriaal en afvalinzameling (OVAM, 2024).\n\nOok bezoekers zijn vragende partij voor een ecologisch duurzame aanpak bij het organiseren van evenementen. Bijna 62% van de Vlaamse evenementbezoekers vindt het belangrijk dat evenementorganisatoren er alles aan doen om de negatieve impact van evenementen op het milieu zo laag mogelijk te houden. Ongeveer één op vier evenementenbezoekers is bezig met ecologische impact bij het bezoeken van een evenement (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2022). Dit alles maakt dat organisatoren actief op zoek gaan naar vernieuwende maatregelen en praktijken om hun evenementen ecologisch duurzaam te organiseren.\n\nDuurzaamheid is een holistisch concept dat doorgaans drie dimensies omvat, namelijk economische, sociale en ecologische duurzaamheid (Holmes, Hughes, Mair, & Carlsen, 2015; Smith-Cristensen, 2009). Deze worden ook vervat in het zogenaamde triple bottom line denken waarbij men de impact van evenementen op basis van deze drie pijlers evalueert (Hede, 2007). In dit projectvoorstel volgen we de oproep om meer aandacht te besteden aan de ecologische verduurzaming van evenementen. Op (internationaal) academisch vlak verzamelden onderzoekers gedurende de laatste twee decennia namelijk veel inzichten rond het organiseren van ecologisch duurzame evenementen, maar signaleerden ze recent de nood aan overzicht en integratie om na te gaan welke accenten toekomstig onderzoek moet leggen (Toscani, Vendraminelli, & Vinelli, 2024).\n\nRecente analyses merkten bijvoorbeeld op dat de aanbevelingen voor ecologische verduurzaming inconsistent zijn en vaak verbonden aan specifieke types van evenementen. Vergelijkende studies die leiden tot gestandaardiseerde protocollen zijn daarom noodzakelijk en kunnen de bereidheid tot ecologische verduurzaming bij organisatoren verbeteren. De literatuur merkt ook een mismatch op tussen onderzoek en praktijk, waarbij wetenschappelijk onderzoek eerder reactief reageert op de nood aan praktische handvaten uit de sector (Thomson, Kennelly, & Toohey, 2020; Toscani et al., 2024).\n\nIn Vlaanderen kunnen evenementorganisatoren beroep doen op uiteenlopende checklists, scans en andere tools die hen helpen bij het in kaart brengen van de voetafdruk van hun evenement, en/of kiezen van gepaste duurzaamheidsmaatregelen ervoor, maar het is vooralsnog onduidelijk of deze (1) (adequaat) gebruikt worden en (2) inspelen op vragen die effectief leven bij de verschillende types van evenementorganisatoren. Het is met andere woorden niet duidelijk of vraag en aanbod met betrekking tot kennis, data en tools voor het ecologisch duurzaam organiseren van evenementen op elkaar afgestemd zijn. Zo zijn er in de laatste jaren heel wat voetafdrukcalculatietools ontwikkeld. Heel wat ervan zijn achter een (dure) paywall komen te staan of van daaruit ontwikkeld waardoor ze misschien bereikbaarder zijn voor gebruikers in het commerciële circuit, waar deze kost over veel evenementen kan worden gespreid en/of kan worden doorgerekend aan hun (B2B)-klanten, maar minder voor niet-commerciële spelers en de openbare sector.\n\nOp basis van deze inzichten richt het project zich tot de volgende vijf onderzoeksvragen:\n\n1. Wat is de stand van zaken in de (inter)nationale wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur met betrekking tot de organisatie van een duurzaam evenement?\n2. Wie zijn de belangrijkste Vlaamse stakeholders en doelgroepen met betrekking tot de organisatie van duurzame evenementen?\n3. Wat zijn de ambities en motivaties voor het verduurzamen van het evenementenaanbod? En welke variatie is er te vinden binnen en tussen de verschillende types relevante Vlaamse stakeholders (zoals steden en gemeenten, professionele evenementen/festival-organisatoren non-profitorganisaties, …)\n4. Over welke kennis en praktijken beschikken deze Vlaamse stakeholders al wanneer zij streven naar het organiseren van een duurzaam evenement? En hoe groot is de variatie daarin binnen en tussen de verschillende types stakeholders?\n5. Welke kennis, data en tools missen deze Vlaamse stakeholders wanneer zij streven naar het organiseren van een duurzaam evenement? Welke variatie is er ook hier te vinden binnen en tussen de verschillende types stakeholders?\n\nOnderzoeksopzet en onderzoeksmethode:\n\n- Literatuurstudie van de (inter)nationale en wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur\nHet doel van deze systematische literatuurstudie is inzicht krijgen in de definitie en toepassing van ecologische duurzaamheid met betrekking tot evenementorganisatie en mogelijke lacunes rond dit thema om richting te geven aan nieuwe onderzoeksvragen in toekomstige projectaanvragen. We analyseren ook de praktijkgerichte literatuur en brengen in kaart welke maatregelen en tools momenteel voorhanden zijn rond duurzaam organiseren van evenementen.\n\n- Stakeholder- en doelgroepmapping\nDe meest relevante Vlaamse stakeholders en doelgroepen met betrekking tot duurzaam organiseren van evenementen worden opgelijst. We brengen hierbij zowel de vraagzijde in kaart (met evenementorganisatoren uit profit- en non-profitsector en lokale besturen) als de (commerciële en niet-commerciële) aanbodzijde (aanbieders van tools en begeleiding).\n\n- Nodenbevraging bij relevante stakeholdergroepen\nWe voeren een kwalitatieve nodenbevraging uit bij relevante Vlaamse stakeholdergroepen om een beter beeld te krijgen van hun beschikbare kennis, data en tools, en anderzijds van hun vragen, verwachtingen en noden met betrekking tot het organiseren van een ecologisch duurzaam evenement. We verkennen hierbij ook uitdrukkelijk de mogelijkheid dat verschillende types van evenementorganisatoren verschillende ambities, motivaties, kennis en noden hebben. Op die manier kunnen we inschatten waar de meerwaarde van toekomstig praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek het grootst is. Concreet zullen minstens vier thematische focusgroepsgesprekken worden georganiseerd met de relevante stakeholdergroepen geïdentificeerd in de vorige stap. Indien deze focusgroepsgesprekken onvoldoende diepgaand inzicht leveren rond het thema, zullen bijkomende (follow-up) interviews worden georganiseerd waar verder zal worden gepeild naar hun noden betreffende het organiseren van duurzame evenementen.","summary":"De evenementenindustrie groeit snel, wat negatieve milieueffecten met zich meebrengt. Stakeholders en bezoekers in Vlaanderen streven naar ecologisch duurzame evenementen. Er is behoefte aan standaardisatie en integratie van duurzaamheidspraktijken. Dit project onderzoekt de kennis, data en tools die Vlaamse stakeholders nodig hebben voor het organiseren van duurzame evenementen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002904","result_description":"Beoogde onderzoeksoutput\n\n• Literatuuroverzicht van de (inter)nationale wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur\n\n• Overzicht van relevante stakeholders en doelgroepen in Vlaanderen\n\n• Aanzet voor een nieuwe subsidieaanvraag rond ecologische duurzaamheid op evenementen\n\n• Roadmap/infographic van de voor de Vlaamse markt beschikbare scans en tools"},{"description":"Leerkrachten moderne vreemde talen (MVT) in het secundair onderwijs zijn op zoek naar effectieve manieren om te evalueren en te rapporteren, om het taalleerproces te ondersteunen en om hun eigen aanpak bij te kunnen sturen. Ze zien de algemene taalvaardigheid van leerlingen dalen en moeten tegemoet komen aan een steeds grotere diversiteit, onder andere door het lerarentekort (met name voor MVT) dat bij veel leerlingen een leerachterstand heeft veroorzaakt maar ook door de meertalige achtergrond van steeds meer leerlingen.\n\nZe verkennen de mogelijkheden van gedifferentieerde evaluatie en worstelen met het gevalideerd doelenkader; hoeveel gewicht mogen ze toekennen aan kenniselementen (de talige bouwstenen) en hoeveel aan vaardigheden en attitudes wanneer een taakgerichte aanpak en doelgerichte communicatie steeds voorop moeten staan? Een bevraging van Vlaamse taalleerkrachten uitgevoerd door het Vlaams Talenplatform (Arteel, I. e.a., 2022) toont een duidelijke visie: “Bijna de helft van de respondenten meent dat er in de eerste jaren van het taalonderwijs meer gewicht moet worden toegekend aan kennis en later aan vaardigheden (47,51%).”. Maar is dit ook in de geest van het leerplan en het referentiekader voor onderwijskwaliteit dat gebruikt wordt door de onderwijsinspectie? En hoe worden ze hierrond ondersteund door de pedagogische begeleidingsdiensten?\n\nLeerkrachten en scholen hebben handvaten nodig voor effectieve evaluatie en rapportering in MVT-onderwijs op micro-, meso- en macroniveau. We proberen die te formuleren op basis van volgende onderzoeksvragen:\n\n- MICRO – vraag 1.1: Welke evaluatie- en rapporteringsstrategieën ondersteunen het vreemdetaalverwervingsproces? Vraag 1.2: Welke plaats moeten gedifferentieerde, formatieve, summatieve evaluatie en feedback hierin krijgen?\n- Vraag 2: Welke goede praktijken zijn er al (evidence-based) en hoe nemen leerkrachten en scholen die methodieken mee in de bijsturing van het leerproces en de eigen onderwijspraktijk, afgestemd op hun specifieke context?\n- MESO – vraag 3: Hoe ziet een effectief talenbeleid met afspraken rond evaluatie en de implementatie ervan er juist uit en hoe kunnen vak- en schoolteams komen tot een gedragen visie op evaluatie en rapportering?\n- MACRO – vraag 4: Welke visie wordt uitgedragen in onderwijsdecreten, de minimumdoelen, het referentiekader voor onderwijskwaliteit en de leerplannen?\n\nWe willen een antwoord formuleren op bovenstaande onderzoeksvragen, op basis van:\n\n- Een verdiepend literatuuronderzoek rond vreemdetaalverwerving en evaluatie in MVT (vraag 1)\n- Een samenvatting van de richtlijnen van de overheid en de vertaling ervan door de netten (vraag 4)\n- Focusgesprekken en/of interviews met pedagogische begeleidingsdiensten rond hun begeleiding van leerkrachten MVT, vakgroepen en scholen rond evaluatie en rapportering in MVT-onderwijs (vraag 4)\n- Een workshop om evaluatiepraktijken binnen MVT-onderwijs in kaart te brengen, om goede praktijken (evidence-based) te kunnen verzamelen en noden te kunnen detecteren, eventueel aangevuld met verdiepende interviews (vraag 2)\n- Uitwerking fiches van rapporteringsmethodieken, gelinkt aan het theoretisch kader en vergezeld van motiverende praktijkvoorbeelden/getuigenissen (vraag 2)\n- Uitwerking stappenplan voor een effectief talenbeleid rond evaluatie en rapportering in MVT-onderwijs, op basis van Vanbuel, M., Denies, K., Vandommele, G., & Van den Branden, K. (2020b). Taalstimulerende maatregelen in de praktijk. Case-studies naar talenbeleid in secundaire scholen. Gent: Steunpunt Onderwijsonderzoek (vraag 3)\n- Focusgesprekken om de herkenbaarheid van het theoretisch kader, de methodieken en het stappenplan en de vorm van de inspiratiegids af te toetsen met vertegenwoordigers van pedagogische begeleiding, het directieniveau, vakgroepniveau (hoofden), leerkrachtniveau en ondersteuningsniveau (vraag 1, 2, 3)\n\nDe beoogde onderzoeksoutput is een inspiratiegids die gedissemineerd kan worden via pedagogische begeleidingsdiensten (nieuwsbrieven en websites), de KdG-website en de website Frans + ex-OKAN=défi!, via de (V)EBASO-opleidingen en de praktijkcel s.o. en via congressen. Verdere valorisatie en onderzoek van de effectiviteit van de methodieken is mogelijk door een coachingstraject van een MVT-vakgroep. Dit kan resulteren in wetenschappelijke publicaties.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Help MVT-leerkrachten met effectieve evaluatie en rapportage. Onderzoek, praktijkvoorbeelden en richtlijnen leiden tot een inspiratiegids voor beter taalonderwijs. Verspreiding via pedagogische diensten en congressen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002905","result_description":null},{"description":"Het project heeft als belangrijkste doel om minstens drie duurzame en economisch interessante waardeketens te ontwikkelen voor het verwerken en hergebruiken van de vloeibare fractie uit groene reststromen.\n\nHet project focust niet alleen op bermmaaisel en gras, maar ook op andere veel voorkomende groene reststromen zoals tomatenstengels, preiafval, bloemstengels en eendenkroos. Dit betekent hergebruik (Re) van sapstromen (Juice), maar ook een efficiënter gebruik van grondstoffen (Rejuice = Reduce).\n\nSubdoelen omvatten het ontwikkelen van een groene residukalender, optimaliseren van het raffinageproces en van kansrijke producten in verschillende toepassingsgebieden (namelijk alternatieve eiwitten, microalgen, biologisch afbreekbare plastics (PHA kunststof), biomeststoffen en biogas), verbeteren van de logistiek, testen van fermentatietechnieken en het aanvragen van een end-of-waste status.\n\nReJuice wil daarbij een brug slaan tussen kennisinstellingen, industrie, overheid en burgers, met co-creatieclusters en een adviesraad. De kansen voor circulaire en biogebaseerde economie, evenals het belang voor het bereiken van klimaatdoelstellingen, maken dit project van cruciaal belang voor zowel Vlaanderen als Nederland.","summary":"Ontwikkeling van duurzame waardeketens voor recycling en hergebruik van groene reststromen, bevorderen efficiënt gebruik van grondstoffen en innovatie in diverse toepassingsgebieden. Brug slaan tussen kennisinstellingen, industrie, overheid en burgers voor circulaire economie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002906","result_description":"De belangrijkste doelstellingen van ReJuice zijn onder andere:\n\nEen groene residukalender ontwikkelen om een beter inzicht te krijgen in de beschikbaarheid en kenmerken van verschillende reststromen, zodat deze het hele jaar door optimaal verwerkt kunnen worden.\n\nOptimalisatie van het raffinageproces met focus op het scheiden van de vloeibare en vezelfractie om hoogwaardige producten te ontwikkelen.\n\nDe logistiek verbeteren door geschikte verwerkingslocaties in Vlaanderen en Nederland in kaart te brengen voor efficiëntere aanvoerketens.\n\nVerwerking tot nieuwe producten zoals alternatieve eiwitten, microalgen, biologisch afbreekbare PHA-plastics, meststoffen en biogas.\n\nWerken aan de wettelijke erkenning van deze nieuwe producten als hoogwaardige grondstoffen in plaats van afval.\n\nInnovatie en co-creatie stimuleren door samenwerking met kennisinstellingen, overheden, de industrie en burgers om regionale businesscases te ontwikkelen."},{"description":"Aanleiding\n\nNatuurbelevingen dragen bij tot emotioneel welzijn en helpen tegen depressie, angsten en burnout (Berman et al, 2012). Vanuit Virtual Relief (onderzoeksproject, 2019-2023) bouwde het Immersive Lab samen met Gezondheid & Wetenschappen (GW) expertise op met VR voor pijnmanagement (o.a. via natuurbeelden). In realiteit stellen (natuur)belevingen in VR echter vaak teleur, want op technologisch vlak zijn virtuele natuurbelevingen een uitdaging. De best practices zijn vooralsnog beperkt. De uitdagingen rond het productieproces en de immersieve beleving kristalliseren samen in virtuele natuurbelevingen, waardoor de opgebouwde kennis getransfereerd kan worden naar andere domeinen. Bovendien kan dit inclusie stimuleren: mensen met fysieke beperking, gehospitaliseerden en senioren kunnen - voor hen - onbereikbare plaatsen toch virtueel bezoeken.\n\nProbleemstelling\n\nIn 3D gemodelleerde natuurwerelden vereisen veel manueel werk en computationele rekenkracht om realistische omgevingen real-time te tonen met complexe details en overtuigende lichtsimulaties. 360° video is wél fotorealistisch maar vereist manuele postprocessing (stitching, color grading) en significante compressie (streaming). Met een VR-bril kan de gebruiker bovendien alleen rondkijken in 360° video, niet bewegen of interageren met virtuele objecten. Zelfs rondkijken veroorzaakt een kleine verandering van de hoofdpositie, zodat de gebruiker misselijk kan worden en de wereld diepte mist. Het specifieke doel van dit onderzoeksproject is daarom te onderzoeken welke factoren invloed hebben op de kwaliteit van immersie van natuurbelevingen in VR. Het overkoepelende doel is om daarbij de unieke emoties die gepaard gaan met natuurbelevingen in VR te kunnen reproduceren.\n\nOnderszoeksvragen\n\nDe volgende 2 onderzoeksvragen staan centraal in dit project:\n• Hoe kunnen we de kwaliteit van virtuele natuurbelevingen verbeteren door innovatieve combinaties van state-of-the-art contentcreatie, beeldtaal, storytelling en embodiment?\n• Welke parameters beïnvloeden de immersie van natuurbelevingen in 360° video? Mogelijke parameters zijn hardware, methode van contentcreatie (360° video vs. 3D), streaming & compressie, beeldtaal, embodiment en storytelling.\n\nMethodologie\n\nWe gaan hierbij als volgt te werk:\n• Deskresearch (technologisch luik): technologische oplossingen verkennen en testen.\n• Prototyping (creatief luik): een reeks van prototypes ontwikkelen, waarbij elk prototype focust op het verkennen van de mogelijkheden van één specifieke parameter (bijvoorbeeld embodiment) die de kwaliteit van virtuele natuurbelevingen kan verbeteren.\n• Showcase werkveld: er worden demo’s van de prototypes getoond aan het werkveld (XR-bedrijven en productiehuizen).\n• Experiment (user research luik): één prototype wordt verder uitgewerkt en getest bij gebruikers via een experimentele studie.","summary":"Er wordt onderzoek gedaan naar het verbeteren van virtuele natuurbelevingen in VR door innovatieve combinaties van technologie en storytelling. Het doel is om unieke emoties van natuurbelevingen te kunnen reproduceren, met focus op kwaliteit en immersie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002907","result_description":"Showcase event\n\nWhite paper"},{"description":"Het creëren van een vraag gestuurde verticale ketensamenwerking voor het produceren en verwerken van zwarte soldatenvlieg larven op landbouwschaal.","summary":"Ontwikkel een vraaggestuurde ketensamenwerking voor de productie en verwerking van zwarte soldatenvlieg larven op grote schaal.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002908","result_description":"Activiteit 1: Schakelen productie en verwerkingspraktijken\n\nActiviteit 2: Datamanagement\n\nActiviteit 3: Verticale keten samenwerking"},{"description":"Uit de TALIS 2018 resultaten kwam naar voren dat leerkrachten in het basisonderwijs 14,4% van hun lestijd spenderen aan orde houden in de klas, in de eerste graad van het secundair onderwijs gaat dit over 15,3% (Van Droogenbroeck et al., 2019). Dit is lestijd die leerkrachten niet kunnen besteden aan het leerproces van hun leerlingen. Vanuit het werkveld geven leerkrachten aan dat het steeds uitdagender wordt om les te geven aan jongeren die ordeverstorend gedrag, en in het bijzonder externaliserend gedrag, vertonen in de klas en op school. Onder externaliserend gedrag verstaan we uitdagend, explosief, druk of agressief gedrag stellen. We zien dat scholen, in bepaalde gevallen, uitsluiting hanteren om hiermee om te gaan. In het schooljaar 2021-2022 werd er 22.601 keer een leerling van het lager of het secundair tijdelijk geschorst, 10.000 keer meer dan het schooljaar 2020-2021. Er waren ook 3.516 definitieve uitsluitingen, een verdubbeling op tien jaar tijd. Uit onderzoek blijkt dat niet schorsing en uitsluiting, maar juist wel investeren in de individuele leerkracht-leerlingrelatie, inzetten op een warm school- en klasklimaat en samenwerken met (externe) partners belangrijke factoren zijn om ervoor te zorgen dat jongeren zich betrokken voelen op school. Er is echter weinig onderzoek naar hoe deze factoren relevant zijn voor jongeren die externaliserend gedrag vertonen, in het bijzonder in het secundair onderwijs.\n\nMet dit vooronderzoek willen we een SBO-aanvraag uitwerken waarbij we onderzoeken welke initiatieven leerkrachten en schoolteams kunnen ondernemen voor jongeren die externaliserend gedrag stellen. Daarnaast willen we nagaan hoe deze factoren onderling op elkaar inspelen en hoe scholen op beleidsniveau jongeren die externaliserend gedrag vertonen kunnen ondersteunen.\n\nWe voerden reeds een literatuurstudie uit, zodat we de centrale concepten voor een SBO-aanvraag konden definiëren en wetenschappelijk onderbouwen. Op basis van eerste lezing van de literatuur werden volgende thema’s afgebakend om vanuit de literatuur verder te onderzoeken:\n- Aandacht voor de dyadische relatie tussen leerkracht en leerling met inbegrip van de sensitiviteit van de leerkracht (het vermogen van een leerkracht om signalen en behoeften van een leerlingen te detecteren, deze signalen juist te interpreteren en hier gepast en snel op te reageren) en de mogelijkheid van de leerkracht om te mentaliseren (het vermogen van een leerkracht om gedrag te interpreteren en hierover na te denken in termen van onderliggende mentale toestanden zoals gedachten, gevoelens, intenties,…)\n- Aandacht voor de interacties die plaatsvinden in de klasgroep met oog op hoe peers reageren op het externaliserend gedrag van een individuele leerling en hoe de klasgroep zich verhoudt ten aanzien van de leerkracht.\n- Aandacht voor hoe de school beleid voert over omgaan met externaliserend gedrag van jongeren. Hierbij worden vragen gesteld zoals: wordt het omgaan met jongeren gezien als een gedeelde verantwoordelijkheid van het schoolteam? In welke mate wordt er in onderling overleg voldoende focus gelegd om positieve interacties in de school (tussen leerlingen onderling, tussen leerlingen en leerkrachten en tussen leerkrachten onderling)? In hoeverre is er een netwerk buiten de school uitgebouwd om jongeren op te volgen die externaliserend gedrag stellen in de klas of op de school?\n\nVanaf maart 2025 start de tweede fase van dit vooronderzoek, waarbij we verschillende stakeholdersvergaderingen zullen uitvoeren zodat we in samenspraak met het werkveld relevante valorisatieactiviteiten kunnen vastleggen.","summary":"Leerkrachten besteden veel tijd aan orde houden in de klas, wat het leerproces belemmert. Onderzoek toont aan dat investeren in de relatie tussen leerkracht en leerling, een warm klasklimaat en samenwerking met externe partners cruciaal zijn voor betrokkenheid van jongeren op school. Een SBO-aanvraag onderzoekt initiatieven en beleid om jongeren met externaliserend gedrag te ondersteunen. Stakeholders zullen betrokken worden vanaf maart 2025 voor valorisatieactiviteiten.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002909","result_description":null},{"description":"Valorisatiemanager voor de Hogescholen binnen de AUHA met als opdracht om kennis en expertise te vertalen in economische en maatschappelijke meerwaarde binnen de volgende domeinen:\n\n- Gezonde, duurzame en inclusieve stad\n- Digitale innovatie\n- Duurzame loopbanen","summary":"Als Valorisatiemanager bij AUHA zet ik kennis en expertise in voor economische en maatschappelijke groei in domeinen zoals gezonde steden, digitale innovatie en duurzame loopbanen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002910","result_description":null},{"description":"RADIUS van Thomas More Kempen (TMK) voert onderzoek uit naar de kweek van insecten en microalgen met als doel de duurzame productie van biomassa en daaruit voortvloeiende biogebaseerde producten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met verschillende belanghebbenden en omvat zowel onderzoek, opleiding als dienstverlening.\n\nUit de nauwe samenwerking met het werkveld blijkt de behoefte aan concrete oplossingen en op maat gemaakte adviezen met betrekking tot de verwerking van insecten en microalgen op grotere schaal, de rentabiliteit van verschillende productieketens en de productie van marktrijpe producten.\n\nPraktijkgericht onderzoek van deze aard vereist een uitbreiding van de huidige infrastructuur. De bestaande infrastructuur maakt het mogelijk om bepaalde methoden op laboratoriumschaal te evalueren, maar is ontoereikend voor de grootschalige tests die door het werkveld worden gevraagd.\n\nDe ontbrekende schakel in de keten is een pilootschaalinstallatie die in staat is om gekweekte insecten en microalgen via verschillende technieken om te zetten in bruikbare biomaterialen. Deze voorgestelde infrastructuur is essentieel om in te kunnen spelen op alle aspecten van deze nieuwe circulaire economie.\n\nDe beoogde onderzoeksinfrastructuur omvat: (1) een fluidised bed-droger om biomassa efficiënt en controleerbaar op grote schaal te kunnen drogen; (2) een pers voor het eenvoudig en solventvrij fractioneren (scheiden) van de verkregen biomassa; en (3) een short path evaporator (SPE) voor het zuiveren en fractioneren van de verkregen vetten onder milde omstandigheden.\n\nMet deze uitbreiding kan RADIUS verschillende mogelijke productieketens simuleren om zo een concrete en realistische leidraad te bieden voor de toekomstige kweek, oogst en verwerking van insecten en algen in Vlaanderen. De totale onderzoeksinfrastructuur (bestaande en aangevraagde) zal innovatieve oplossingen mogelijk maken die zijn afgestemd op startende kwekers en andere KMO's in de voeding-, voeder- en technische toepassingssector.","summary":"Onderzoek RADIUS van Thomas More Kempen focust op duurzame biomassa productie uit insecten en microalgen. Nood aan oplossingen voor opschaling en rendabiliteit. Nieuwe infrastructuur essentieel voor praktijkgericht onderzoek en innovatieve oplossingen voor diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002911","result_description":null},{"description":"Vlaanderen en bij uitbreiding de hele wereld staat voor aanzienlijke uitdagingen rond verschillende thema’s zoals zero waste, stikstofuitstoot, watertekorten, niet-gevaloriseerde reststromen, afhankelijkheid van buitenlandse eiwitten en onzekerheid binnen de landbouw. Hierdoor zullen deze landbouwers op zoek moeten naar alternatieven. Een van die alternatieve eiwitbronnen zouden insecten kunnen zijn.\n\nDe eerste resultaten op labo- en pilootschaal zijn veelbelovend maar kampen met blokkerende onzekerheden. Zo is er nog geen proefbedrijf waar starters kunnen gaan kijken en/of ervaring opdoen en is er nood aan data, zoals kweek- (groei, opbrengst) en emissiegegevens op specifiek bedrijfsniveau.\n\nNiet alleen door de emissieproblematiek maar ook door de toenemende vergrijzing in de landbouw zullen er in de toekomst veel bedrijven leeg komen te staan. Waardoor enerzijds landbouwbedrijven leeg komen te staan en herbestemming nodig is en anderzijds dreigt op langere termijn een tekort aan lokaal geproduceerde eiwitten te ontstaan, waardoor een afhankelijkheid van andere landen voor basisbehoeften gecreëerd kan worden.\n\nVoor dit laatste werd in 2019 door voormalig minister van Economie, Landbouw en Innovatie Hilde Crevits de eiwitstrategie gelanceerd waarin insecten als alternatieve proteïnebron werd opgenomen. Echter tot op heden zijn door gebrek aan voorbeelden en door gebrek aan cijfermateriaal slechts enkele insectenkwekers opgestart.\n\nTen slotte zijn momenteel nog veel reststromen uit de agro-voedingsindustrie die momenteel niet gevaloriseerd worden. Vaak is het niet de moeite, door hoeveelheid, houdbaarheid of afstand, om deze te valoriseren in klassieke diervoeders volgens de waardepiramide voor biomassa. Vaak worden deze reststromen vergist, gecomposteerd of in het slechtste geval verbrand omdat een lokale verwerking niet mogelijk lijkt.\n\nInsecten, waaronder BSF larven en meelwormen, zijn zeer geschikt om verschillende soorten reststromen om te zetten naar hoogwaardige eiwitten die hergebruikt kunnen worden in diervoeders of voor humane consumptie. Hoewel het kweken van insecten kan bijdragen tot het oplossen van de hierboven beschreven problemen, is er van een echte insectensector nog geen sprake.\n\nMomenteel is er al heel wat onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en het potentieel van insectenkweek, maar vaak beperkt dit zich tot resultaten op laboratoriumschaal. Uit communicatie met verschillende actoren binnen de sector blijkt als belangrijkste reden dat potentiële kwekers praktijkervaring met insecten missen.\n\nEen mobiele kweekinstallatie, bestaande uit meerdere modules, kan hierbij als katalysator fungeren. Deze mobiele kweekinstallatie wordt op bedrijven geplaatst zodat o.a. landbouwers in de praktijk kunnen ondervinden hoe het is om met de insecten te werken. Hiermee doen ze enerzijds op een laagdrempelige manier de nodige kennis en ervaring op vanuit hun eigen specifieke context. Daarnaast is een dergelijke installatie een ideaal demo- en communicatie-instrument gericht op kennisoverdracht naar andere geïnteresseerden.\n\nOp deze manier maken ze kennis met insectenkweek en met de mogelijkheden binnen een circulaire context. De mobiele kweekinstallatie wordt bovendien voorzien van de nodige sensoren om de emissies zoals ammoniak, CO2, methaan, fijn stof, … te meten. Deze gegevens bezorgen niet alleen onderzoekers en kwekers maar ook overheden relevante data uit praktijksituaties die enorm belangrijk zijn. Enerzijds om inschattingen te maken van de haalbaarheid van insectenkweek in een specifieke context. Anderzijds met het oog op het evalueren van vergunningsaanvragen.","summary":"Insecten als duurzame eiwitbron voor landbouwers: innovatieve mobiele kweekinstallatie biedt praktijkervaring, kennisoverdracht en emissiemetingen voor succesvolle insectenkweek en circulaire toepassingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002913","result_description":"02 - RCR02: Private investeringen in het project\n\n1011 - RCO01: Aantal micro-ondernemingen ondersteund door dit project\n\n1012 - RCO01: Aantal kleine ondernemingen ondersteund door dit project\n\n1101 - RCO101: KMO's die investeren in vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële transitie en ondernemerschap\n\n3984 - RCR98: KMO-personeel dat een opleiding voor slimme specialisatie, industriële transitie en ondernemerschap voltooit (groen)"},{"description":"Met dit project verkennen we via een bevraging in woonzorgcentra (WZC), expertgesprekken en gesprekken met industrie welke ondersteunings- en beslissingstools nu gebruikt worden en in welke mate een nieuw systeem: RUBYCS (RUle-Based sYstem for elderly Care Support) bruikbaar en haalbaar zou zijn.\n\nIn Vlaanderen zijn er 823 erkende woonzorgcentra (WZC), die de woon- en (medische) zorgnoden van bijna 84.000 ouderen verzorgen. Deze sector kampt al geruime tijd met een zorgwekkend personeelstekort. Vooral door het grote tekort aan verpleegkundigen wordt de medische ondersteuning ook verleend door ander zorgpersoneel, waardoor de opvolging van de gezondheidstoestand niet altijd correct gebeurt. Dit heeft een impact op de levenskwaliteit van de bewoners (bijv. onnodige hospitalisaties en toename van comorbiditeiten), op de werktevredenheid van het zorgpersoneel alsook op de bredere maatschappij (wegens een verhoogde kost door de onnodige ziekenhuisopnames bijvoorbeeld). RUBYCS is een ondersteuningstool voor minder tot niet medisch geschoolde zorgverleners binnen de Vlaamse WZC voor het doorgeven van waardevolle informatie, het nemen van beslissingen en centraal opvolgen van de medische toestand van de bewoners. Een ondersteunings- en beslissingstool is een belangrijk hulpmiddel om het proces van de dagelijkse chronische zorgopvolging en de communicatie hierover tussen de verschillende zorgverleners te verbeteren binnen het WZC. RUBYCS kan zowel in de WZC als in de thuisverzorgingsdiensten worden gebruikt, waardoor er een grote toepasbaarheid is na het aflopen van het project. Via RUBYCS worden linken gelegd tussen de observaties van verschillende zorgverleners wanneer ze een observatie ingeven of aanvinken in het zorgdossier. De zorgverlener krijgt vervolgens richtlijnen over wat ze moeten nakijken en specifieke tips over hoe ze dit kunnen communiceren aan de verpleegkundige (SBAR). Zo kan er nadien door de verpleegkundige efficiënter en sneller beslist worden welke acties verder moeten worden ondernomen, zonder dat hiervoor langer of meer overleg nodig is.","summary":"Ontdek hoe RUBYCS het tekort aan verpleegkundigen in Vlaamse woonzorgcentra aanpakt. Het systeem ondersteunt zorgverleners met waardevolle informatie en besluitvorming, waardoor de medische opvolging en communicatie verbetert. Dit leidt tot een verhoogde levenskwaliteit voor bewoners en vermindert onnodige ziekenhuisopnames en kosten.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002914","result_description":null},{"description":"Hoewel eetstoornissen nog steeds veel voorkomen, zien we een stijgend aantal vrouwen die hiervan herstellen. Wanneer deze vrouwen na hun herstel een kinderwens hebben of zwanger worden, confronteert dat hen met verschillende triggers die ze herkennen vanuit hun eetstoornis: een dikker wordende buik, een stijgend gewicht, een ander lichaamsbeeld, om er maar enkele te noemen. Dit kan ervoor zorgen dat dit een mentaal zeer uitdagende periode wordt met eventueel kans om te hervallen. Herval zou in dat geval schadelijk zijn voor hun ongeboren baby en moet absoluut vermeden worden. Vroedvrouwen zien steeds meer zwangere vrouwen die een eetstoornis hadden in hun verleden, maar missen de handvaten om voor een goede begeleiding te zorgen.\n\nHet doel van dit onderzoek is het schrijven van een scoping review over de begeleiding door een vroedvrouw van vrouwen met Anorexia Nervosa in een acute of herstelfase tijdens de perinatale periode.","summary":"Steeds meer vrouwen herstellen van eetstoornissen, maar ervaren moeilijkheden tijdens zwangerschap. Onderzoek richt zich op vroedvrouwen om adequate begeleiding te bieden aan vrouwen met Anorexia Nervosa tijdens de perinatale fase.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002915","result_description":null},{"description":"In samenwerking met Ebpracticenet, Cebam en de werkgroep GIN-implementatie werkt JBI Belgium samen met het onderzoekscentrum Zorg in Connectie aan een geschikt model voor de implementatie van complexe richtlijnen. We werken samen met stakeholders bij de ontwikkeling, validatie, evaluatie en evaluatie van richtlijnen en met eindgebruikers. Dit project zal helpen om resultaten uit onderzoek op een praktische en duurzame manier in de gezondheidszorg te introduceren. We zullen duidelijk definiëren hoe we over disciplines heen kunnen samenwerken tijdens de implementatie van complexe richtlijnen.\n\nHet onderzoek kent 2 fases:\nFASE 1 / Voor de implementatie van complexe richtlijnen gaan we in een eerste fase op zoek naar de definitie van complexe richtlijnen. We brengen stakeholders samen die betrokken zijn vanuit richtlijnontwikkeling, -validatie, -evaluatie, evenals de eindgebruikers, voor een formele definiëring van de componenten uit de definitie. De constructen uit deze definitie zullen getoetst worden aan de frameworks en theorieën. Samen met de stakeholders gaan we na welke aanbevelingen en concepten van toepassing zijn op de toegepaste definitie van een complexe richtlijn.\nFASE 2 / In een tweede fase wordt de definitie en de toepasbaarheid getoetst aan het brede aanbod van procesmodellen. In een resonantiegroep en/of de GIN-werkgroep zullen we nagaan in welke mate bestaande richtlijnen geoptimaliseerd kunnen worden met de definitie en welke modellen dan vallen onder deze definitie. Bijzondere aandacht zal hierbij besteed worden aan de koppeling aan de context van de Belgische eerstelijnszorg.","summary":"JBI Belgium werkt samen met experts aan een model voor implementatie van complexe richtlijnen in de gezondheidszorg. Het project omvat definities, validatie en samenwerking met stakeholders om effectieve richtlijnen te introduceren. Fases omvatten het definiëren van complexe richtlijnen en testen van toepasbaarheid aan procesmodellen voor optimalisatie in Belgische eerstelijnszorg.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002916","result_description":null},{"description":"Iedereen moet zich veilig kunnen voelen in de (semi-)publieke ruimte, zoals op straat, tijdens het uitgaan, op weg naar een evenement, enzovoort. Helaas is dit nog niet voor iedereen een realiteit. Recent onderzoek toont aan dat meer dan 40% van de vrouwen angst ervaart in de Parijse metro (L’Institut Paris Region, 2023). Uit ons 'Zij aan zij' onderzoeksproject bleek dat meer dan 4 op de 10 vrouwen zich al eens onveilig of bedreigd hebben gevoeld op of rond een evenement. Dit gevoel van onveiligheid weerhoudt hen er zelfs van om deel te nemen aan activiteiten in de (semi-)publieke ruimte: bijna 1 op de 3 vrouwen geeft aan dat de angst voor seksuele intimidatie hen ervan weerhoudt om naar een evenement te gaan (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2023).\n\nHet gevoel van onveiligheid beperkt zich echter niet tot dit aspect. Onderzoek toont aan dat seksuele intimidatie een veelvoorkomend probleem is met ernstige mentale en fysieke gevolgen voor de slachtoffers (bijv., Keygnaert et al., 2021; Vera-Gray & Kelly, 2020). Studies wijzen ook op een probleem van seksuele intimidatie in de publieke ruimte (bijv., Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022; Plan International, 2023). Zo heeft Plan International (2023) met het Safer Cities-platform grensoverschrijdend gedrag in de (semi-)publieke ruimte onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat 17% van de Belgische jongeren melding maakt van seksuele intimidatie tijdens vrijetijdsbesteding, 12% op weg naar school, 15% in het openbaar vervoer en 31% op straat. Bovendien tonen studies aan dat vrouwen (bijv., Fileborn et al., 2019) en LGBTQ+ personen (Agentschap Binnenlands Bestuur, 2023) vaker slachtoffer zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Seksuele intimidatie en de bijbehorende gevoelens van onveiligheid vormen daarom een aanzienlijke maatschappelijke uitdaging die hoog op de Vlaamse beleidsagenda staat (zie o.a. Vlaams actieplan seksueel geweld, 2020).\n\nHoewel verschillende studies bevestigen dat ongewenst seksueel gedrag in de (semi-)publieke ruimte voorkomt en er een sterk gevoel van onveiligheid heerst, met name bij vrouwen en LGBTQ+ personen, is er beperkt praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp. Het is nog onvoldoende duidelijk wat de huidige stand van zaken is in de wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur met betrekking tot seksuele intimidatie in de (semi-)publieke ruimte en welke lacunes er bestaan. Daarnaast ontbreekt het aan inzicht in de kennis, data en tools die relevante belangengroepen (zoals steden, gemeenten, de nachtleven- en evenementensector) momenteel hebben om dit probleem aan te pakken en te voorkomen, en in de behoeften die zij hebben.\n\n### Onderzoeksopzet en onderzoeksmethode\n- **Literatuurstudie van de (inter)nationale wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur**\nHet doel van deze systematische literatuurstudie is onder andere om inzicht te krijgen in mogelijke lacunes in de literatuur over preventie, bewustmaking en ondersteuning van slachtoffers, om zo nieuwe onderzoeksvragen te formuleren.\n\n- **Stakeholder- en doelgroepmapping**\nDe meest relevante belangengroepen en doelgroepen (zoals lokale overheden, de nachtleven- en evenementensector, vrouwen, LGBTQI+-personen, enz.) worden geïdentificeerd, zodat vervolgens (zie nodenbevraging) naar hun verwachtingen en vragen met betrekking tot seksuele intimidatie in de (semi-)publieke ruimte kan worden gepeild.\n\n- **Nodenbevraging bij relevante belangengroepen**\nEr zal een kwalitatieve nodenbevraging plaatsvinden bij relevante belangengroepen om een beter beeld te krijgen van hun beschikbare kennis, data en tools, en van hun vragen, verwachtingen en behoeften met betrekking tot seksuele intimidatie in de (semi-)publieke ruimte. Er zullen minstens vier thematische focusgroepsgesprekken worden georganiseerd met de relevante belangengroepen die in de vorige stap zijn geïdentificeerd. Indien deze gesprekken niet voldoende inzicht bieden, zullen er aanvullende (follow-up) interviews worden gehouden om hun behoeften met betrekking tot seksuele intimidatie in de (semi-)publieke ruimte verder te verkennen.\n\n- **Kwantitatieve panelbevraging bij n=1000**\nOm beter inzicht te krijgen in de rol van seksuele intimidatie in de beleving en participatie aan de publieke ruimte, zal een representatieve steekproef van 1000 Vlamingen in de leeftijdscategorie 18-49 worden ondervraagd. Deze respondenten zullen vragen krijgen over de prevalentie, aard, context en impact van seksuele intimidatie in de (semi-)publieke ruimte. Er zal ook worden ingegaan op hun behoeften met betrekking tot mogelijke interventies en maatregelen.","summary":"Veiligheid in de (semi-)publieke ruimte is essentieel, maar helaas ervaren veel vrouwen en LGBTQ+ personen nog onveiligheid en seksuele intimidatie. Onderzoek toont de urgentie van deze kwestie aan. Een nieuw onderzoeksproject zal zich richten op het in kaart brengen van lacunes en behoeften, met als doel preventie en ondersteuning te verbeteren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002917","result_description":"Beoogde onderzoeksoutput:\n\n• Literatuuroverzicht van de (inter)nationale wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur.\n\n• Overzicht van relevante stakeholders en doelgroepen.\n\n• Infofiche met key insights of infographic op basis van het kwantitatief en kwalitatief onderzoek.\n\n• Presentatie met belangrijkste bevindingen uit het kwantitatief en kwalitatief onderzoek (+/- 30 slides)."},{"description":"Het expertisecentrum Mobilab & Care van Thomas More Kempen (TMK) heeft als doel om de levenskwaliteit van personen met een zorg- of ondersteuningsnood te verbeteren. De onderzoeksgroep heeft ruime expertise en bijhorende infrastructuur opgebouwd aangaande het simuleren, opmeten en analyseren van het menselijk bewegingspatroon, het ontwikkelen van orthopedische en biomedische hulpmiddelen en het praktisch uittesten en valideren van deze hulpmiddelen en zorgtechnologie.\n\nHeden is er een snelle innovatie in het ontwerp en vervaardiging van orthesen, prothesen en exoskeletten: digitalisering van ontwerp, nieuwe AI-gestuurde designs, 3D-geprinte hulpmiddelen en bijhorende nieuwe designmogelijkheden, nieuwe materialen, nieuwe controlemechanismen en het inbedden van sensoren zijn daar belangrijke voorbeelden van.\n\nOm op een gecontroleerde en state-of-the-art manier de interactie tussen deze externe hulpmiddelen en hun gebruikers tijdens het stappen te kunnen onderzoeken, is de aanschaf van een dubbele loopband met geïntegreerde krachtenplaten noodzakelijk.","summary":"Expertisecentrum Mobilab & Care van Thomas More Kempen verbetert levenskwaliteit met expertise in bewegingspatronen, orthopedische hulpmiddelen en zorgtechnologie. Innovatie focus op digitale ontwerpen, AI, 3D-printing en sensoren voor interactieonderzoek. Aanschaf dubbele loopband essentieel.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002919","result_description":"Uitbreiding van de onderzoeksinfrastructuur met dubbele loopband met geïntegreerde krachtenplaten."},{"description":"In de dynamische omgeving van de Fedasil-opvangcentra speelt de vermenging van culturen een belangrijke rol, evenals de noodzaak tot een goede ontvangst en vredig samenleven. Hierin is een centrale rol weggelegd voor interculturele bemiddelaars. Zij werken nauw samen met sociaal werkers en tolken, en vormen een onmisbare schakel in het streven naar harmonie binnen deze centra en een latere doorverwijzing naar andere opvangstructuren.\n\nZij vormen de verbindende schakel tussen verschillende culturen en zijn een sleutelfactor voor het succesvolle integratieproces van vluchtelingen in de opvangstructuren van Fedasil. In deze context spelen de opvangcentra 1e fase, de Observatie- en Oriëntatiecentra (COO) voor niet begeleide minderjarigen en de opvangcentra in Regio Noord (Vlaanderen) en Regio Zuid (Wallonië) elk een unieke en vitale rol. Interculturele bemiddelaars zijn binnen deze centra de cruciale bruggenbouwers die een effectieve communicatie en wederzijds begrip tussen diverse culturen mogelijk maken.\n\nDaarom zijn wij als onderzoeksgroep Inclusive Diversity (Thomas More) verheugd om een projectaanvraag in te dienen, in opdracht van en in nauwe samenwerking met Fedasil. Het gezamenlijke doel is om de inzet en effectiviteit van interculturele bemiddelaars in de opvangcentra van Fedasil te optimaliseren, teneinde een zo goed mogelijke integratie van vluchtelingen binnen de centra te bewerkstelligen en een juiste doorverwijzing te verzekeren. Met de steun van het Europees Fonds voor Asiel, Migratie en Integratie (AMIF) en cofinanciering vanuit Thomas More Hogeschool, zullen we ons richten op de realisatie van drie centrale doelstellingen.\n\n- Ten eerste zullen we een gedetailleerde functieomschrijving opstellen voor de rol van interculturele bemiddelaar, om de verwachtingen en verantwoordelijkheden binnen deze cruciale rol te verhelderen.\n- Ten tweede zullen we een heldere visie ontwikkelen die aangeeft waar en wanneer interculturele bemiddelaars het best kunnen worden ingezet.\n- We willen een doeltreffend vormingspakket ontwikkelen om nieuwe interculturele bemiddelaars adequaat te trainen en voor te bereiden op hun belangrijke taken binnen Fedasil-opvangcentra.","summary":"Optimalisatie van interculturele bemiddelaars in Fedasil-opvangcentra voor succesvolle integratie van vluchtelingen. Focus op functieomschrijving, inzetstrategie en vormingspakket. Samenwerking met Inclusive Diversity (Thomas More) en financiering van AMIF en Thomas More Hogeschool.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002920","result_description":"Functiebeschrijving Intercultureel Bemiddelaar\n\nVisietekst Intercultureel bemiddelaars in Fedasil\n\nVorming voor intercultureel bemiddelaars in de opvangcentra van Fedasil"},{"description":"De kleinschalige landbouw in Ecuador lijdt onder watertekorten. Het optimaliseren van waterhergebruik biedt hierop een antwoord.\n\nWe gebruiken biomassa om agrarisch afvalwater te zuiveren. Dat maakt enerzijds waterhergebruik mogelijk en anderzijds valorisatie van de biomassa als veevoeder of meststof.\n\nHierdoor worden zowel de water- als de nutriëntencyclus zoveel mogelijk gesloten. Daarnaast zetten we in op 'capacity building' educatie en sensibilisering om een maximale impact te creëren.","summary":"Optimaliseer waterhergebruik in Ecuador door biomassa te gebruiken voor zuivering van agrarisch afvalwater. Sluit de water- en nutriëntencyclus door valorisatie van biomassa. Educatie en sensibilisering voor maximale impact.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002921","result_description":null},{"description":"Het Onderzoekscentrum Duurzame Industrie van KdG is een licentiemodel aan het uitwerken om bedrijven te ondersteunen in het testen van nieuwe, occasie en gerefabriceerde mechatronische onderdelen of complete mechatronische applicaties.\n\nIn de POC-DEVELOP “eVALeBike” wordt een rollentestbank ontwikkeld voor het testen van elektrische fietsen onder een gecontroleerde en reëel mogelijke belasting.\n\nGedurende de eerste fase (IOF-POC CREATE “CremAN”) in de aanloop naar het licentiemodel werden duidelijke noden gedetecteerd bij verschillende sectoren in de Belgische en internationale fietsmarkt:\n- Professionele fietsenmakers geven aan dat de moeilijkste en meest tijdrovende diagnoses zich voordoen bij defecten die maar af en toe en onder bepaalde omstandigheden optreden. Bij veel van deze defecten moeten de werknemers zelf met de e-bike gaan fietsen totdat de fout optreedt. Soms moeten de werknemers zelfs enkele dagen met de e-bike hun woon-werkverkeer doen voordat de fout voorkomt.\n- Particulieren die al eens een tweedehands e-bike hebben gekocht of verkocht, professionele fietsenmakers en opkopers van leasing e-bikes voor herfabricatie en/of verkoop op de occasiemarkt geven aan hoe moeilijk het is om telkens opnieuw zonder een lange testrit, de staat van de verschillende subsystemen op een gestructureerde en technisch onderbouwde wijze te bepalen. Hierdoor is het voor zowel particulieren als professionals heel moeilijk om een prijs te bepalen voor een occasie e-bike.\n- Tijdens gesprekken met een koepelorganisatie voor de Klein & Groothandel in de Fiets- en aanverwante sectoren gaf men aan dat er veel goedkope buitenlandse e-bikes op de markt komen waarvan de kwaliteit en energie-efficiëntie totaal onbekend is. Een testprocedure voor nieuwe fietsen die op de markt komen die de kwaliteit en energie-efficiëntie in een universele score kan weergeven zou veel duidelijkheid kunnen brengen voor de fietssector.\n\neVALeBike beantwoordt deze noden door bepaalde testfeatures en specifieke testprocedures te integreren in een fietstestbank waardoor het mogelijk wordt zowel een rapport met universele score voor occasie en nieuwe e-bikes te genereren als bepaalde diagnosetests doorlopen om gericht aan foutopsporing te doen zonder dat de fietsenmaker met de fiets de werkplaats moet verlaten.","summary":"Het Onderzoekscentrum Duurzame Industrie van KdG creëert een licentiemodel voor bedrijven om mechatronische onderdelen te testen. eVALeBike ontwikkelt een rollentestbank voor elektrische fietsen met gecontroleerde belasting. Het biedt oplossingen voor diagnose en testen, waardoor universele scores en gerichte foutopsporing mogelijk zijn zonder de werkplaats te verlaten.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002922","result_description":null},{"description":"Corrosie heeft een grote impact op de werking en de structuur van een schip. Metingen aan boord zijn echter bijzonder moeilijk om uit te voeren, omdat op de snelst roestende onderdelen geen sensoren kunnen worden geplaatst, of omdat de installaties pas om de vijf jaar (in droogdok) bereikbaar zijn.\n\nBovendien is het opvolgen van de meetinstallaties door de onderzoekers tijdens de reizen van deze schepen onmogelijk. Project CONCORS kiest er daarom voor om een container uit te rusten met pijpleidingen waarop voortdurend materiaalkundige en elektrochemische corrosiemetingen kunnen worden uitgevoerd. Een tweede container wordt voorzien van een opstelling die dient als model voor onderzoek naar corrosie in ballasttanks en moet toelaten om ook de corrosie onder verflagen te bestuderen.\n\nHet project past binnen een Living Lab-concept dat wordt uitgewerkt in samenwerking met Maritime Campus Antwerp, en past binnen een Skills & Research Lab van Antwerp Maritime Academy en de Scheepvaartschool. Studenten kunnen met rederijen de corrosieproblemen aan boord in kaart brengen en tests in de infrastructuur uitwerken om een materiaalkundige, economische en ecologische analyse te laten maken van corrosieproblemen aan boord.\n\nBedrijven kunnen deze containers daarnaast gebruiken om mariene coatings te testen of om sensoren voor maritiem gebruik uit te proberen.","summary":"Project CONCORS ontwikkelt containers voor het uitvoeren van corrosiemetingen op schepen, waardoor onderzoekers de corrosieproblemen aan boord kunnen aanpakken. Samenwerking met onderwijsinstellingen en bedrijven biedt mogelijkheden voor materiaal- en milieuanalyses en testen van mariene coatings en sensoren.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002923","result_description":"Corrosion has a significant impact on a ship's operation and structure. However, onboard measurements are extremely challenging to conduct due to the inability to place sensors on the most rapidly rusting parts or because the installations are only accessible every five years (during dry dock periods).\n\nMoreover, monitoring the measurement installations by researchers during the voyages of these ships is not feasible. Project CONCORS, therefore, chooses to equip one container with pipelines where material and electrochemical corrosion measurements can be continuously performed.\n\nA second container will be set up to serve as a model for researching corrosion in ballast tanks and to allow the study of corrosion under paint layers. This project is part of a Living Lab concept being developed in collaboration with Maritime Campus Antwerp and aligns with the Skills & Research Lab of Antwerp Maritime Academy and the Scheepvaartschool.\n\nStudents can collaborate with shipping companies to identify corrosion issues onboard and develop tests in infrastructure to conduct material, economic, and ecological analyses of corrosion problems. Additionally, companies can utilize these containers to test marine coatings or experiment with sensors for maritime applications."},{"description":"Competentiegericht onderwijs markeert een verschuiving weg van tijdgerelateerde instructiemethoden en legt de nadruk op een onderwijsaanpak waarbij studenten de opdracht krijgen om specifieke competenties of vaardigheden te bereiken tegen het einde van de cursus. Voortgang hangt af van het aantonen van vaardigheid in vooraf gedefinieerde competenties, wat leidt tot uniforme leerresultaten voor alle studenten. Om tegemoet te komen aan verschillende leersnelheden, kan tijdflexibiliteit worden geïntroduceerd in de cursusorganisatie, zodat elke student vooruitgang kan boeken op een geïndividualiseerd tempo. De focus blijft altijd gericht op het behalen van specifieke leerresultaten.\n\nTraditioneel onderwijs is vaak gericht op het bijbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes. De uitdaging ontstaat echter wanneer het doel is om competenties aan te leren die de grenzen van bestaande kennis verleggen. In deze gevallen bestaat de meest effectieve onderwijsmethode uit het uitnodigen van studenten om actief deel te nemen aan onderzoek binnen een veilige en ondersteunende omgeving, begeleid door ervaren mentoren. Deze “Teaching by Researching” benadering legt de nadruk op de reis zelf en het vermogen om de grenzen van onze kennis te verleggen.\n\nIn competentiegericht onderwijs concentreert de rol van de docent zich op het zijn van de alwetende bron van informatie. Hij/zij kan verschillende soorten onderwijsmethoden gebruiken, zoals frontaal onderwijs waarbij de docent kennis overdraagt aan studenten door middel van verhalen. Een alternatieve methode kan onderwijs-leergesprekken zijn. In deze aanpak verkent de leerkracht de leerstof samen door middel van een dialoog met de leerlingen. In alle gevallen behoudt de leerkracht de controle over de richting van de les en de cursusinhoud, hoewel onderwijsleergesprekken meer achtergrondkennis van de docent vereisen.\n\nEen alternatieve methode is onderzoekend leren. Hierbij heeft de docent geen voorkennis over het onderwerp. In plaats daarvan begeleidt de docent studenten in hun zoektocht naar specifieke kennis, waarbij hij essentiële achtergrondkennis en hulpmiddelen voor het onderzoek aanreikt. Deze manier van lesgeven vraagt veel zelfvertrouwen van de docent, die erop vertrouwt dat het onderzoeksproces van de student de juiste resultaten zal opleveren - beheersing van de onderzoekscompetenties die tijdens het onderzoekstraject zijn verworven. Het onderstreept de rol van de docent als facilitator en gids, die onafhankelijk leren en kritisch denken bij studenten stimuleert.\n\nHet project bestaat uit twee belangrijke fasen. In eerste instantie is de ontwikkeling van een pedagogisch kader, compleet met diverse instrumenten, essentieel om de effectieve implementatie van de methode Teaching by Researching te garanderen. Rondetafelgesprekken zullen dienen als een forum voor het verkennen van de competenties die effectief kunnen worden onderwezen door middel van onderzoekend leren, het begrijpen van de dynamiek van het leerproces en het identificeren van de vereiste vaardigheden die docenten moeten bezitten. Deze discussies moeten uitmonden in een uitgebreide blauwdruk - een universele gids die toepasbaar is op elke docent en aangepast kan worden aan een breed spectrum van onderwerpen.\n\nIn de tweede fase kunnen docenten de Teaching by Researching-methodologie implementeren in hun cursussen, waarbij ze zich richten op een onderwerp naar keuze. Dit houdt in dat ze studenten begeleiden bij kleine, welomschreven onderzoeken binnen een zorgvuldig afgebakend thema, zoals de analyse van verontreinigende stoffen in de lucht of de verkenning van maritieme thema's. Deze praktijkgerichte aanpak stelt studenten in staat om actief te werken aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Deze praktijkgerichte aanpak stelt studenten in staat om actief deel te nemen aan het onderzoeksproces, wat leidt tot een dieper begrip van het gekozen onderwerp en tegelijkertijd hun onderzoeks- en analytische vaardigheden aanscherpt.","summary":"Competentiegericht onderwijs benadrukt het behalen van specifieke vaardigheden, met flexibiliteit in leertempo. Docenten spelen een rol als facilitator, met methoden als frontaal onderwijs en onderzoekend leren. Implementatie omvat het ontwikkelen van een pedagogisch kader en begeleiden van studenten in praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002924","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nOrganisaties en opleidingen in het hoger onderwijs (HO) ervaren een gebrek aan beschikbaarheid van educatief ondersteunend materiaal voor het diagnosticeren, monitoren, beoordelen en ondersteunen van soft skills. Eerder onderzoek toont aan dat lerenden hun soft skills overschatten en het belang ervan voor hun inzetbaarheid onderschatten (Succi & Canovi, 2020). Er is een groeiende behoefte aan instrumenten en methoden om met studenten te werken aan het ontwikkelen van soft skills.\n\nMet de projecten 360° Learning en Applied 360° bouwde Onderzoekscentrum een Leven lang Leren en Innoveren (OLLI, AP Hogeschool) een eerste versie van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’. Gebruikersonderzoek legde punten ter verbetering bloot die we in dit project onderzoeksmatig willen aanpakken. Het project 360° Boost wil via een nieuwe iteratie het instrument doorontwikkelen en duurzamer implementeren. Op deze manier tracht het project tegemoet te komen aan de zogenaamde ‘research-practice-gap’ (Vanderlinde et al., 2010). Een tweede iteratie wil de inzetbaarheid van het instrument aanmoedigen en de kans op transfer naar de onderwijspraktijk en duurzaam succes bevorderen (Bakx et al., 2016).\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nProjectdoelstelling 1: Doorontwikkelen van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ \n- OV1: Hoe kunnen we het 360° instrument Boost your soft skills verbeteren om de bruikbaarheid en effectiviteit te vergroten?\n- OV2: Hoe kunnen we het 360° feedbackmechanisme van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ optimaliseren om studenten betere feedback te geven op hun soft skills?\n\nProjectdoelstelling 2: Bevorderen van de duurzame implementatie van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ in het hoger onderwijs\n- OV3: Op welke manier kan de duurzame implementatie van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ in hogescholen worden bevorderd? \n  - OV3.1: Welke informatie of ondersteuning hebben stakeholders nodig om duurzaam met het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ aan de slag te gaan?\n  - OV3.2: Hoe percipiëren stakeholders de informatie en ondersteuning die we voor het 360° instrument ‘Boost your soft skills’ instrument willen ontwikkelen?\n\nMETHODOLOGIE\n\nMethodologisch wordt Educational Design Research (EDR; McKenney & Reeves, 2014) toegepast, waarin onderzoek en doorontwikkeling van het instrument elkaar cyclisch versterken. Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, hanteren we volgende methoden:\n\nOV1 en OV2: \n- Desk mapping: bestaand onderzoek vormt een belangrijke informatiebron voor ontwerpbeslissingen. Inzichten uit voorgaande projecten bundelen en vertalen naar te verbeteren componenten van het 360° instrument ‘Boost your soft skills’.\n- Interviews met experten: Ideeën aftoetsen of suggesties verzamelen bij zowel experten uit de AP hogeschool als andere hogescholen.\n\nOV3:\n- Gebruikersonderzoek via interviews, focusgroepen en vragenlijstafname: Via een pilot (tweede cyclus) bij graduaats- en bacheloropleidingen (n = min. 3, verschillende opleidingsjaren) uit verschillende domeinen (HO) in de stagecontext.\n- Stakeholderanalyse en contextanalyse: Verkenning van potentiële gebruikers bij Vlaamse instellingen die graduaats- en bacheloropleidingen aanbieden (min. n = 3).","summary":"Organisaties en opleidingen in het hoger onderwijs ervaren een tekort aan educatief materiaal voor het ontwikkelen van soft skills. Het project 360° Boost wil het instrument 'Boost your soft skills' verbeteren en duurzaam implementeren in het hoger onderwijs. Methoden zoals desk mapping en interviews met experts worden gebruikt om dit te realiseren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002925","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeliverables\n\n- Aanbevelingen en inzichten in:\no de manieren van ondersteuning rond soft skills\no de effectiviteit + gebruikerservaring van ondersteuningsmethoden en -materialen\no de succesfactoren van ondersteunende materialen voor soft skills, zoals onder andere de betrokkenheid van lesgevers of coaches, de mate van feedback, de duur en frequentie van de ondersteuning\n\n- 360° instrument (Moodle) dat doorontwikkeld is op basis van iteraties aan gebruikersonderzoek\n\n- Implementatiestrategie met een handleiding voor instellingen voor hoger onderwijs en opleidingen om het 360° instrument 'Boost your soft skills' duurzaam te implementeren en te integreren\n\n- Een kennisclip ter ondersteuning van de handleiding\n\nDisseminatie\n\n- Enkele posts op LinkedIn over het project en de onderzoeksresultaten\n- Deelname aan en presentatie van het 360° instrument 'Boost your soft skills' en onderzoeksresultaten/aanbevelingen op congressen en studiedagen\n- Een nieuwsartikel op de website\n- ..."},{"description":"De huidige schepen worden doorgaans aangedreven door dieselmotoren, die broeikasgassen en/of schadelijke gassen zoals CO2, CO, NOx, vluchtige organische stoffen en deeltjes (vb. roet) produceren. In 2018 schatte de International Maritime Organization (IMO) dat de scheepvaartsector wereldwijd verantwoordelijk was voor ongeveer 1,06 miljard ton CO2-uitstoot, wat neerkomt op ongeveer 2,89% van de wereldwijde CO2-uitstoot. Volgens dezelfde studie was de scheepvaart verantwoordelijk voor 15-20% van de wereldwijde NOx- en SOx-uitstoot.\n\nDe centrale onderzoeksvraag van dit project is dan ook welke innovatieve oplossingen voor de reductie en de nabehandeling van uitlaatgassen van dieselmotoren in de scheepvaart kunnen ontwikkeld en geïmplementeerd worden. Enerzijds gaat het om de ontwikkeling van nieuwe technologieën, anderzijds om aanpassingen aan bestaande technologieën om te voldoen aan de veranderende realiteit van energiebesparende maatregelen die nu al aan boord van schepen worden toegepast.\n\nIn dit project bundelen onderzoeksgroepen van de Antwerp Maritime Academy, Karel de Grote hogeschool en de Universiteit Antwerpen hun expertise op vlak van scheepvaart, motormanagement, emissiemetingen, uitlaatgas nabehandelingssystemen en katalysatoren om deze onderzoeksvraag aan te pakken. De financiering die via het zaaifonds bekomen wordt, wordt ingezet om een nieuwe samenwerking op poten te zetten tussen de 4 deelnemende onderzoeksgroepen, met name de onderzoeksgroep Duurzaam Transport van de Antwerp Maritime Academy, het onderzoekscentrum Duurzame Industrie van Karel de Grote hogeschool en de onderzoeksgroepen LADCA en A-PECS van de Universiteit Antwerpen. Deze samenwerking zal leiden tot het schrijven en indienen van projecten bij regionale en internationale subsidieverstrekkers. Luchtvervuiling en emissies zijn immers hot topics in Vlaanderen en Europa, bijvoorbeeld:\n- Horizon Europe call CL5-2024-D5-01-18 (2024) - Assessment of air pollutant emissions from low-carbon fuels in the heavy-duty, aviation, and maritime sectors\n- Horizon Europe call CL5-2024-D5-01-17 (2024) - Coordinating and supporting the combined activities of member and associated states towards the objectives of the Zero Emission Waterborne Transport partnership so as to increase synergies and impact\n- Green Deal Binnenvaart (2023-2026) - Vergroening van de Vlaamse binnenvaart tegen 2030, met een doorkijk naar 2050\n\nSamen met het rapport rond emissies in de scheepvaart heeft de IMO in 2018 ook haar eerste strategie geïmplementeerd om de uitstoot van broeikasgassen door de internationale scheepvaart te reduceren, met als doel de CO2-uitstoot van de internationale scheepvaart tegen 2030 met minstens 40% te verminderen en de totale uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 50% te verminderen, in vergelijking met de niveaus van 2008. In 2018 was de uitstoot van broeikasgassen door internationale scheepvaart al met 22% afgenomen ten opzichte van 2008, onder andere door de invoering van energiebesparende maatregelen zoals \"slow steaming\" en de beperking van het motorvermogen, een veelgebruikte operationele aanpak om het brandstofverbruik te verlagen en bijgevolg de uitstoot te verminderen. Verbazingwekkend genoeg kan het opereren op lager vermogen leiden tot hogere NOx-emissies, ondanks de afname van het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot. De focus moet dus breder zijn dan enkel CO2-reductie en het is noodzakelijk om de impact van nieuwe maatregelen op alle factoren (emissie, verbruik, slijtage van de motor, ...) in kaart te brengen.\n\nDe implementatie van de nieuwe regelgeving zet druk op de scheepvaartindustrie om te innoveren en aan de emissiedoelstellingen te voldoen. Hoewel verschillende alternatieve energiedragers (bijvoorbeeld waterstof, ammoniak, methanol en synthetische brandstoffen) worden verkend, zijn ze nog niet klaar voor grootschalig gebruik en worden sommige in twijfel getrokken vanwege hun milieueffecten, problemen met de toeleveringsketen en duurzaamheid. Bovendien voldoen schepen die in 2020 zijn gebouwd, met een geschatte levensduur van 30 jaar, niet aan de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2050.\n\nDaarom ligt de focus van het gemeenschappelijk onderzoek in dit zaaifonds project op de ontwikkeling en de introductie van overgangstechnologieën om de duurzaamheid van schepen te verbeteren, waaronder het verbeteren van de verbrandingsefficiëntie, operationele efficiëntie en het introduceren van nabehandelingssystemen om schadelijke gasemissies te reduceren of zoveel als mogelijk te elimineren. Er bestaan reeds verschillende soorten nabehandelingssystemen zoals roetfilters en katalysatoren, maar deze zijn sterk afgestemd op de auto industrie of stationaire bronnen (industrie). De onderzoeksvraag van dit project is daarom of deze aangepast kunnen worden naar scheepvaart en of de efficiëntie ervan kan worden verbeterd door alternatieve nabehandelingsmethodes te ontwikkelen.","summary":"Ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor emissiereductie van scheepsmotoren door samenwerking tussen onderzoeksgroepen, gericht op duurzame scheepvaart en verbetering van nabehandelingssystemen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002926","result_description":null},{"description":"De SkillsApp, ontwikkeld aan de Karel de Grote Hogeschool (KdG), is een doeltreffend digitaal evaluatieinstrument voor Objective Structured Clinical Examinations (OSCEs). Deze OSCEs worden frequent ingezet voor de formatieve beoordeling van medische en verpleegkundige vaardigheden. In tegenstelling tot de overheersende papieren OSCE-beoordelingen, pakt de SkillsApp het probleem aan van observatoren die zowel observatie als analyse uitvoeren, wat de uniformiteit en objectiviteit van de OSCE-evaluatie kan beïnvloeden.\n\nDe ontwikkeling van de SkillsApp is ingegeven door de noodzaak van uniformiteit, objectiviteit en vermindering van werklast. Tijdens de uitvoering van een station registreert de observator enkel observaties, terwijl de analyse uniform per station plaatsvindt met behulp van een evaluatiematrix, wat resulteert in een gewogen eindresultaat.\n\nHet onderzoek en de ontwikkeling van de SkillsApp hebben interesse gewekt in zowel het hoger onderwijs als andere contexten. Een kwalitatieve marktverkenning heeft behoeften en mogelijkheden verduidelijkt in onderwijsinstellingen, opleidingsorganisaties en bedrijven die educatieve oplossingen ondersteunen. De kwantitatieve verkenning van de markt willen we graag uitwerken binnen deze IOF POC-Develop.\n\nOm de valorisatie van de SkillsApp te versterken, is het cruciaal om een grondige marktanalyse (WP1) uit te voeren om mogelijke concurrenten te identificeren en inzicht te krijgen in onbenutte niches. Het uitwerken van een businessmodel in samenwerking met licentiehouders en eindgebruikers is van essentieel belang. Tevens spelen het creëren van een showcase buiten de KdG Hogeschool (WP3) en het onderzoeken van betrouwbaarheid en validiteit (WP4) een kritische rol. Het belang van een doordachte implementatiemethodiek (WP2) benadrukt de noodzaak van een gestructureerde aanpak voor een vlotte integratie en effectief gebruik van de SkillsApp.","summary":"De SkillsApp, ontwikkeld door KdG Hogeschool voor OSCEs, verbetert uniformiteit en objectiviteit bij evaluaties van medische vaardigheden. Marktverkenning toont interesse in onderwijs en bedrijven. Belangrijk is grondige marktanalyse, businessmodel ontwikkeling en implementatiemethodiek voor valorisatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002927","result_description":null},{"description":"Sinds 2007 bouwt de zeevaartschool elk jaar een elektrische boot die gebruik maakt van zonnepanelen om batterijen op te laden. Deze boot wordt dan ingeschreven in één of meerdere wedstrijden per jaar. Elk jaar worden er verbeteringen aangebracht. Er kan verbeterd worden op verschillende gebieden. De boot kan lichter worden gemaakt. De motor en batterij kunnen krachtiger worden of de rompweerstand kan verminderen. Het gebruik van een stepped hull wordt verder onderzocht alsook het gebruik van een meer geschikte propeller of schroef.\n\nHet doel van het PWO onderzoeksproject is te onderzoeken of we de rompweerstand kunnen verminderen en of we de boot efficiënter kunnen laten varen. Dit wordt door middel van luchtsmering of air lubrication, alsook het gebruik van een aangepaste propeller.\n\nWe weten dat onze zeer lichte bootmodellen, gebouwd op de limiet van de mechanische sterkte en elektrisch dissipatie-vermogen weinig weerstand bieden en dus snel genoeg zijn. Van ieder onderdeel moet nu bekeken worden op welke manier we de bedrijfszekerheid kunnen verhogen. Ook moet voor elk onderdeel onderzocht worden of we het op een snelle manier kunnen vervangen. De bestuurbaarheid moet aanzienlijk verbeterd worden om competitief te zijn in gecombineerde wedstrijden (lange afstand, spurt en slalom). Een optimale luchtsmering moet verder onderzocht worden. Verder gaan we de zonnebootmodellen uitgebreid testen op de vijver aan de zeevaartschool om de snelheid nog verder op te drijven met behoud van bestuurbaarheid.\n\nVooreerst bespreken we de resultaten van de afgelopen PWO onderzoeksprojecten van de zonneboot (zie 2.1.1), vervolgens introduceren we het gebruik van een getrapte romp (zie 2.1.2) en het gebruik van planeren (zie 2.1.3) en het positief effect van luchtsmering onder de romp (zie 2.1.4). Tenslotte beschrijven het concept van de zonneboot van 2018 en erna.","summary":"Ontdek onze innovatieve elektrische zonneboot die continu verbeterd wordt voor optimale prestaties in wedstrijden. Ons onderzoeksproject richt zich op verminderen van rompweerstand en optimaliseren van efficiëntie voor competitieve snelheid en bestuurbaarheid.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002928","result_description":null},{"description":"Het KdG Onderzoekscentrum Pedagogie in de Praktijk beschikt over heel wat didactisch materiaal voor de sector kinderopvang en vrije tijd. Dit materiaal is gericht op baby's en peuters (0-3 jaar) en schoolkinderen (3-12 jaar). Het centrum biedt diverse mogelijkheden voor levenslang leren op vraag van organisaties uit de sector. Het bestaande materiaal is voornamelijk gericht op introducties tot onderwerpen, niet op verdiepende inhoud.\n\nHet huidige materiaal is al enkele jaren in gebruik en bevat nog geen nieuwe inzichten uit recente praktijkgerichte onderzoeksprojecten. Daarnaast ontbreekt verdieping van oudere thema's, voornamelijk door gebrek aan financiële middelen. Het onderzoekscentrum kan momenteel de groeiende vraag niet aan vanwege het ontbreken van een degelijke back-office.\n\nOndanks het feit dat het onderzoekscentrum steeds meer vragen ontvangt over het aanbod levenslang leren, wordt dit nog niet actief gepromoot. Om de sector betere opties te kunnen bieden, is er een wens om het aanbod van levenslang leren te stroomlijnen, optimaliseren en uit te breiden. Dit zou gerealiseerd kunnen worden met behulp van een IOF serviceplatform.","summary":"Het KdG Onderzoekscentrum Pedagogie in de Praktijk biedt didactisch materiaal voor kinderopvang en vrije tijd. We streven naar verbetering en uitbreiding van ons aanbod levenslang leren met een IOF serviceplatform.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002929","result_description":null},{"description":"De toepassingen van radar (Radio Detection and Ranging) beslaan een breed spectrum, waaronder plaatsbepaling, navigatie, het vermijden van botsingen, verkeerscontrole, militaire inlichtingendiensten... De basis van radar is het gebruik van een elektromagnetische radiopuls die wordt uitgezonden om de echo van deze puls op te vangen.\n\nFig. 1 Geometrie voor monostatische 3D ISAR-beeldvorming [1]\n\nDoor middel van tijd en richting kan men de positie van een object in de ruimte berekenen. De fundamentele rol hiervan kan niet worden overschat. Bij signaalverwerking worden gegevens traditioneel uniform bemonsterd met een snelheid die wordt gedicteerd door het Shannon-Nyquist theorema, dat stelt dat de bemonsteringssnelheid ten minste twee keer de maximale bandbreedte van het signaal moet zijn. Een grover tijdsraster dan gedicteerd door de theorie van Nyquist en Shannon veroorzaakt aliasing, waarbij hogere frequenties worden toegewezen aan lagere in de analyse. In de vorige BOF-onderzoeksoproep van 2017 hebben we een procedure voor onderwaterakoestiek geïntroduceerd die werkt met sub-sampledata: onze parametrische methode bemonstert met een lagere snelheid dan Shannon-Nyquist, terwijl een regelmatig bemonsteringsschema gehandhaafd blijft. Het kernidee is vrij algemeen, zodat het kan worden gecombineerd [2, 1] met verschillende populaire signaalverwerkingsprocedures, zowel parametrische als niet-parametrische, zoals ESPRIT [14], MUSIC [15], het matrixpotlood [10] algoritme, variabele projectiemethoden [13] en de discrete Fouriertransformatie. We hebben enkele van deze mogelijkheden geïllustreerd op echte hydrofoonopnames.\n\nHet huidige onderzoeksproject verkent de toepassing van de nieuwste sparse sampling-techniek op radar (Radio Detection and Ranging). Het ontwikkelt de interdisciplinaire samenwerking tussen maritieme ingenieurs en onderzoekers in computationele wiskunde.\n\nIn dit project passen we ook de nieuwste wiskundige algoritmen toe op gegevens die verzameld zijn met bestaande apparaten. Wanneer bekend is dat het signaal een (mogelijk gedempte) sinusoïdale functie is, presteren de sparse Sub-Nyquist methoden in [CL11, CL12] beter dan de op compressed sensing gebaseerde methoden in zowel de complexiteit als het aantal benodigde samples. Onze ambitie is om betere prestaties te leveren tegen lage kosten door gebruik te maken van de meest actuele algoritmen in de computationele wiskunde, waarbij de investering in het overschakelen naar duurdere hardware wordt omzeild.","summary":"De toepassingen van radar zijn divers, waaronder plaatsbepaling, navigatie en verkeerscontrole. Nieuwe sparse sampling-technieken worden toegepast voor verbeterde prestaties tegen lagere kosten in interdisciplinaire samenwerking tussen maritieme ingenieurs en wiskundige onderzoekers.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002930","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nMisinformatie omtrent gezondheid en preventie is een actuele bekommernis voor zowel gezondheidsprofessionals, maar ook vanuit een maatschappelijk perspectief. Daarnaast blijkt gezondheid één van de topics waar het vaakst misinformatie over verspreid wordt via sociale media. Ook kreeg onderzoek rond misinformatie in de gezondheidsdomeinen nog maar recent aandacht (i.e. eerste studie 2013), maar dit is in stijgende lijn. Desondanks is er een kennislacune rond de impact van deze misinformatie op individuele attitudes en bijbehorend (gezondheids)gedrag.\n\nVaccinatie blijkt één van de topics waarover vaak misinformatie wordt verspreid op sociale media, waarvan het grootste aandeel over vaccinatie bij kinderen. Onderzoek wijst uit dat ‘verzet’ tegen evidence-based zorg, zoals bijvoorbeeld vaccinatie, een groter bereik kent bij de ‘anti-bewegingen’ dan diegene die neutraal gebalanceerde informatie verstrekken. Vaak zijn het ook commerciële partijen (e.g. Farma-industrie) die onder de vlag van ‘gezondheidsinformatie’ reclame maken voor hun eigen product. Beiden illustreren hoe de objectiviteit van informatie over preventie en gezondheid in het gedrang komen en afhankelijk zijn van de doelstelling van de berichtgever.\n\nProfessionele zorgverleners hebben een belangrijke rol in het verstrekken van neutraal gebalanceerd en evidence-based informatie over preventie en gezondheid. Sociale media zijn één van de kanalen die zij kunnen hanteren om deze informatie te verstrekken. Hiervoor is er nood aan ‘Digitale wijsheid’ bij zorgverleners zodat zij in staat zijn om digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen hiervan kritisch te beoordelen. Zelf geven zorgverleners aan dat het niet altijd eenvoudig is om desinformatie te herkennen (bevraging ergotherapie, jan ‘24).\n\nOuders gebruiken steeds vaker sociale media als informatiebron rond gezondheid, ook specifiek voor de gezondheid van hun kinderen. De groep ouders met kinderen jonger dan 5 jaar percipieert de informatie op sociale media significant minder accuraat dan ouders van oudere kinderen. In het kader van preventie zoeken ouders voornamelijk naar topics als ‘vaccinatie’, ‘wiegendood’, ‘babyvoeding’, ‘normale stoelgang’, ‘groei en ontwikkeling’, ‘slaap’ en ‘gedragsverandering’. Daarnaast gebruiken ouders ook vaak sociale media wanneer hun kind een bepaalde diagnose kreeg en mogelijks keuzes moeten maken omtrent de behandeling hiervan. Het gebruik van sociale media voor gezondheidsinformatie wordt geassocieerd met zich sociaal ondersteund voelen en empowerment onder zwangere vrouwen en jonge moeders.\n\nVroedvrouwen en ergotherapeuten zijn experten bij uitstek wanneer het gaat om de ondersteuning van (transitie naar) ouderschap en de normale ontwikkeling van het jonge kind (0-6 jaar). Ook zij erkennen het belang van sociale media als een ‘tool’ om kennis te verspreiden, toch geven sommigen aan nood te hebben aan educatie hoe zij sociale media op een slimme en correcte manier kunnen inzetten.\n\nHet ‘SHARE’ project wil concrete tools aanreiken aan zorgverleners om ouders van jonge kinderen enerzijds te behoeden voor misinformatie rond gezondheid op sociale media en anderzijds hen ondersteunen in het maken van gezondheid gerelateerde keuzes in de zorg voor hun kind.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nWerkpakket (WP) 1\nOnderzoeksvraag (OV) 1-2\n1. Op welke manier kunnen zorgverleners sociale media gebruiken om op een correcte manier advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?\n2. Welke goede praktijken zijn er waarbij zorgverleners sociale media gebruiken om advies te geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) met betrekking tot gezondheidspromotie?\n\nWP2 - OV 3-4\n3. Hoe gebruiken zorgverleners momenteel sociale media om advies rond gezondheidspromotie te geven aan ouders van jonge kinderen?\n4. In welke mate putten zorgverleners uit sociale media om zichzelf te informeren om adviezen op te baseren die ze geven aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar)?\n\nWP3 - OV 5\n5. Wat is de inhoud en het bereik van content op sociale media gericht op ouders van jonge kinderen (0-6 jaar) rond gezondheidspromotie?\n\nWP4 - OV 6\n6. Welke zijn de determinanten van neutraal gebalanceerde evidence-based adviezen rond gezondheidspromotie in sociale media content en hoe worden deze het best verspreid via sociale media?\n\nMETHODOLOGIE\n- WP1 (OV1-2) Deskresearch en kwalitatief onderzoek\nDoor middel van deskresearch (literatuurstudie) wordt onderzocht hoe ouders van jonge kinderen het best bereikt worden in het kader van gezondheidsadvies voor hun kinderen. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van purposive sampling om semigestructureerde interviews af te nemen bij experten op vlak van sociale media gebruik in kader van gezondheid in de Vlaamse context. Het doel van WP1 is om theorie en good practices in kaart te brengen, om concrete adviezen te verlenen voor de specifieke doelgroep en bijhorende gezondheidsinformatie en adviezen.\n- WP2 (OV3-4) Mixed methods\nDoor een cross-sectionele bevraging van het werkveld (zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen) worden OV3-4 beantwoord. Resultaten worden kwantitatief en kwalitatief geanalyseerd. Vervolgens worden deze resultaten in focusgroepen verder uitgediept tot een beter begrip van inzichten. Resultaten worden thematisch geanalyseerd volgens thematische analyse.\n- WP3 (OV5) Verdiepend deskresearch\nEen selectie van sociale media content gericht aan ouders van jonge kinderen wordt methodologisch geanalyseerd op bereik, impact en inhoudelijke correctheid (evidence-based informatie). Het onderzoeksteam gebruikt de READ methode als strategie voor verzameling en analyse. Deze benadering bestaat uit 4 stappen, namelijk: (1) Voorbereiding (Ready your materials); (2) Data-Extractie; (3) Data-Analyse en (4) het beschrijven (Distilleren) van de resultaten.\n- WP4 (OV6) Ontwikkeling van een online ‘how to’ guide’ met best practices voor zorgverleners (= toolkit)\n\nGebaseerd op de resultaten uit WP1-3 wordt een online toolkit voor zorgverleners ontwikkeld, de bruikbaarheid van de toolkit wordt afgetoetst door de integratie hiervan in het onderwijsaanbod voor de studenten, vb. door interdisciplinaire eindwerken (vroedkunde en ergotherapie). Ook wordt de toolkit toegepast door één interdisciplinaire studentengroep voor enkele weken van een specifieke sociale media account te voorzien van content gericht aan ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud). Deze studentengroep monitort het bereik en bevraagt achteraf de doelgroep in het kader van impact (begrijpbaarheid, toepasbaarheid en mate van gedragsverandering). Verder wordt de toolkit voorgesteld en gebruikt door zorgverleners, een tweede interdisciplinaire studentengroep zal hen bevragen omtrent de bruikbaarheid van de online toolkit (bijkomende noden, duidelijkheid, toepasbaarheid). Op basis van de resultaten wordt de online toolkit bijgewerkt. De onderzoekers uit dit PWO zullen ook de hand reiken naar andere gezondheidsopleidingen die geïnteresseerd zijn in interdisciplinaire eindwerken te organiseren in het kader van dit project.","summary":"Ouders zoeken op sociale media vaak naar gezondheidsinformatie voor hun jonge kinderen. Het 'SHARE' project biedt zorgverleners tools om misinformatie te vermijden en ouders te ondersteunen bij gezondheidskeuzes. Het onderzoek focust op hoe zorgverleners sociale media kunnen gebruiken voor advies aan ouders, met als doel neutraal gebalanceerde informatie te verspreiden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002931","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n• Een online toolkit voor zorgverleners die werken met ouders van jonge kinderen (0-6 jaar oud) (WP1, 2, 3 en 4). De toolkit bevat een stapsgewijze gids met antwoord op: (1) ‘Wat is de evidentie rond online communicatie naar ouders’? en (2) ‘Hoe maak ik een evidence-based post voor ouders’?\n\n• Disseminatie van de onderzoeksresultaten door: \n- Een verwijzing op de website van ‘mediawijsheid’ en CEBAM\n- Flyers en posters in het netwerk van zorgorganisaties en eerstelijns zorgverleners van AP Hogeschool\n- Presentaties (oral/poster) op congressen zoals CARE4, ICM, EMA, WFOT, OTEurope \n- Een artikel in het tijdschrift voor vroedvrouwen van de VBOV (Vlaamse Beroepsorganisatie voor Vroedvrouwen), tijdschrift voor verloskundigen van de KNOV (Nederlandse beroepsorganisatie) en in ErgoWerkt (Ergotherapie Vlaanderen). \n\n• Publicatie in een peer reviewed tijdschrift (WP2 – OV 3&4): Resultaten van mixed-methods study (cross-sectionele bevraging; focusgroepen) worden gepubliceerd."},{"description":"Dit project wil de basisprincipes van een beslissingsondersteunend systeem ontwikkelen. Het systeem is bedoeld om de werkomstandigheden van zeevarenden continu te kunnen volgen. Hiervoor zal het (1) meerdere omgevingsparameters meten, zoals temperatuur, licht, NO2, O3, enzovoort. Vervolgens zal het systeem (2) de meetgegevens omzetten naar een globale luchtkwaliteit en (3) de evolutie van de luchtkwaliteit visualiseren. Dit maakt het eenvoudiger voor zeevarenden om de situatie te beoordelen. Het systeem zal worden getest aan de hand van een real-life case study.","summary":"Dit project ontwikkelt een beslissingsondersteunend systeem voor continue monitoring van werkomstandigheden van zeevarenden door meting van omgevingsparameters, omzetting naar luchtkwaliteit en visualisatie van evolutie. Getest op real-life case study.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002932","result_description":null},{"description":"Dit project wil de verschillende karakteristieken en behoeften van de scheepvaarttrafiek naar Antwerpen beter in kaart brengen. Data-analyse zal ons in staat stellen om de intensiteit van de trafiek veel beter te voorspellen om zo beter zicht te hebben op de capaciteit die nodig is om de pieken en uitzonderlijke situaties zo goed mogelijk op te vangen.\n\nOp deze manier willen we een beter en efficiënter aanbod aan nautische diensten creëren die beter is afgestemd op de vraag. Bovendien kunnen toekomstige investeringsbeslissingen dankzij verbeterd inzicht ook beter worden onderbouwd. De optimalisatie van de efficiëntie en de capaciteit is sterk afhankelijk van het serviceniveau dat men wil aanbieden aan de scheepvaart en zijn belangrijke strategische vragen voor het management van de ketenactoren.\n\nZo wil men via data-analyse een meer diepgaande uitwerking van de trafiekprognoses realiseren om zo tot een betere monitoring van de performantie van de ketenwerking te komen door bijvoorbeeld de beschikbare sluiscapaciteit beter in te zetten en te ontlasten bij piekmomenten; de eventuele loodstekorten en de sleepbootcapaciteit in de haven van Antwerpen beter in kaart te brengen.","summary":"Dit project analyseert scheepvaarttrafiek naar Antwerpen voor betere capaciteitsplanning en efficiëntere nautische diensten. Verbeterd inzicht leidt tot geoptimaliseerde investeringsbeslissingen en ketenprestaties. Data-analyse helpt bij prognoses en monitoring voor een beter beheer van havenoperaties.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002933","result_description":null},{"description":"Dit project wil onderzoeken of er een overdaad aan informatie ontstaat door het gebruik van virtuele en toegevoegde realiteit op navigatiesimulatoren en hoe dit het beslissingsproces van wachtofficieren beïnvloedt. Het fenomeen van informatieovervloed moet eerst worden onderzocht. Op een traditionele brug, met bekende inrichting en instrumenten, kan informatieovervloed optreden tijdens zeer complexe navigatieomstandigheden. Deze overvloed aan informatie kan verschillend worden ervaren door studenten en ervaren wachtofficieren. Ook persoonlijkheidskenmerken kunnen een rol spelen bij het ervaren van informatieovervloed op een scheepsbrug.\n\nDe vraag rijst of virtuele en toegevoegde realiteit kunnen helpen bij het voorkomen van informatieovervloed. Zullen deze nieuwe technologieën het bewustzijn van de situatie verhogen? Of zullen ze juist bijdragen aan meer stress en een verdere toename van informatie in een al complexe omgeving? Kunnen virtuele en toegevoegde realiteit helpen bij het voorkomen van ongevallen op zee door het aantal menselijke fouten te verminderen dat tot ongevallen leidt?\n\nKunnen maritieme onderwijsinstellingen en trainingscentra bijdragen aan een soepelere acceptatie van deze nieuwe technologieën door scheepsbemanningen? Er is al een onderzoek gestart door een partnerinstelling in Nederland naar de rol van virtuele en toegevoegde realiteit bij het verbeteren van de veiligheid op zee. Echter, de rol van virtuele en toegevoegde realiteit in het veroorzaken van informatieovervloed in de maritieme sector is tot op heden nog niet grondig onderzocht.","summary":"Dit project onderzoekt de impact van virtuele en toegevoegde realiteit op navigatiesimulatoren en de invloed op het beslissingsproces van wachtofficieren. Het onderzoekt of deze technologieën een bijdrage leveren aan het voorkomen van informatieoverload en het verhogen van veiligheid op zee. Het bekijkt ook of maritieme opleidingsinstellingen kunnen helpen bij de acceptatie van deze nieuwe technologieën door bemanningen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002934","result_description":null},{"description":"In dit project onderzoeken we de factoren die de ETA van een schip beïnvloeden. Deze factoren omvatten de prestaties van de bemanning, de tijd/datum van aankomst, de weercondities en de scheepskarakteristieken.\n\nHet gebruik van moderne Big Data technieken stelt ons in staat om meerdere modellen samen te voegen tot één model. Op die manier kunnen we alle beïnvloedende factoren tegelijkertijd optimaliseren.\n\nNiet elke factor speelt een even grote rol bij het berekenen van de ETA. Dit project heeft betrekking op een toepassing in de Antwerpse haven.","summary":"Dit project onderzoekt factoren die de ETA van een schip beïnvloeden, zoals bemanningsprestaties, aankomsttijd/datum, weer en scheepskarakteristieken. Big Data technieken worden gebruikt om modellen te combineren en de ETA te optimaliseren in de Antwerpse haven.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002935","result_description":null},{"description":"Het perspectief van de menselijke operator in de autonome scheepvaart evolutie wordt met dit onderzoeksproject doorgrond, vertrekkende vanuit onze ervaring als koopvaardij officieren. Dit unieke uitgangspunt verzekert een onderzoek met een impact op alle belanghebbenden in deze industrie en niet in het minst de zeeman van de toekomst.\n\nDaarvoor zal dit onderzoek de veranderingen in mens-machine interactie, verantwoordelijkheden en opleiding in kaart brengen. Verder wordt ook onderzocht wat het effect is van nauwe vaarwateren en automatisatie in de vorm van de ‘auto pilot’ op de werkomgeving van de officier. Kortom, dit onderzoeksproject is relevant aangezien het de relatie tussen toekomstige koopvaardij officieren en autonoom varen zo eenduidig en accuraat mogelijk zal omschrijven.\n\nDe volgende kwalitatieve methoden worden aangewend om dit onderzoek mogelijk te maken: een grondige literatuurstudie, diepgravende interviews en enquêtes met maritieme experten, instructeurs en IMO medewerkers betrokken bij het aanpassen van de huidige STCW/COLREGs in kader van de autonome scheepvaart. Daarnaast voeren we een experimentele studie in de navigatie simulatoren van de hogere zeevaartschool Antwerpen uit.\n\nTestpersonen zullen een schip besturen tijdens de aanloop van de haven van Antwerpen waarbij ze geconfronteerd worden met een variëteit aan autonome schepen. Daarbij worden deze personen gemonitord en gelogd. Data zoals koers- en snelheidsveranderingen, reactietijd, CPA/TCPA en acties op de scheepsbesturing worden bestudeerd om zo inzicht te krijgen in het gedrag met betrekking tot beslissingspatronen. Nieuwe risico’s, die ontstaan door de bemande/onbemande scheepsinteractie op open en nauwe vaarwateren, worden zo geïdentificeerd. Daarnaast kunnen we door dit onderzoek sterke aanbevelingen aangaande STCW training opstellen.\n\nDit onderzoek onthult de verschuivingen binnen de rol, taken en verantwoordelijkheden voor scheepsbemanning aan boord en de wal. Daarnaast creëert het inzicht in toekomstige scheepsinteracties en hun risico’s. Daarenboven zal dankzij dit project één doctoraatsthesis worden voorgelegd ter verdediging aan de universiteit van Antwerpen en de hogere zeevaartschool Antwerpen. Tevens zal dit onderzoek een belangrijke toegevoegde waarde bieden aan een tweede doctoraatsstudie. De creatie van een unieke trainingscursus voor officieren in relatie tot autonoom varen en drie A1 publicaties zullen uit dit onderzoek voortvloeien.\n\nDit project zal een significante bijdrage leveren aan de maritieme opleidingscentra, de toekomstige functie van koopvaardij officieren en de havenautoriteiten, aangezien onze bevindingen een impact zullen hebben op de werking van autonome schepen en de opleiding van hun operatoren in de toekomst.","summary":"Dit onderzoeksproject onderzoekt de impact van autonome scheepvaart op menselijke operators. Het richt zich op veranderingen in interactie, verantwoordelijkheden en opleiding. Door kwalitatieve methoden worden nieuwe risico's geïdentificeerd en aanbevelingen voor training opgesteld. De resultaten zullen belangrijke inzichten bieden voor maritieme opleidingen en de toekomstige rol van officieren in autonoom varen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002936","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nSociale impactmeting en impactgedreven handelen zijn ‘hot topics’ in de sociale sector. Verschillende auteurs benadrukken dat het realiseren van impact in deze sector vaak tot stand komt door een wisselwerking van (f)actoren. We moeten eerder spreken van ‘contributie’ dan ‘attributie’. Toch richt veel onderzoek en het ondersteuningsaanbod zich vandaag vooral op het organisatieniveau. Deze focus mist het belang van afstemmen, samenwerken, coördinerend leiderschap en gedeelde indicatoren en registratiesystemen die nodig zijn om complexe sociale problemen samen aan te pakken.\n\nVanuit dit onderzoeksproject willen we een handelingskader en ondersteuningsaanbod ontwikkelen op maat van de sociale sector, dat rekening houdt met de complexiteit van sociale problemen, de onvoorspelbaarheid van sociale interventies en die de verschillende kennisbronnen en expertises naar waarde schat. We focussen expliciet op de zogenaamde ‘eco-systeem interventies’. Dit zijn casussen waar diverse actoren samenwerken en hun acties ‘orkestreren’ om samen complexe problemen aan te pakken.\n\nDoorheen dit driejarig onderzoeksproject willen we verschillende van dit soort casussen bestuderen om na te gaan waar deze coalities tegenaan lopen in hun samenwerking en om hun effecten zichtbaar te maken. Deze samenwerkingsverbanden bestuderen we in relatie tot de bredere multi-level beleidscontext en evoluerende verwachtingen van overheden en andere donoren wat betreft ‘bewijs’ en ‘impactmeting’. Sociale interventies spelen zich immers niet af in een laboratorium, maar moeten zich afstemmen op een bredere, veranderende (beleids)context.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nDit brengt ons tot de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe kunnen de kaders rond ‘impactgedreven handelen’ en ‘collectieve impact’ samenwerkingsverbanden van sociale organisaties ondersteunen in het omgaan met complexe sociale problemen?\n\nDeelvragen:\n- Op welke manier kunnen sociale organisaties de impact van hun sociale interventies meten en zichtbaar maken?\n- Hoe kunnen coalities van sociale organisaties de impact van hun sociale interventies vergroten?\n- Welke basiscondities zijn er nodig om met het collectieve impact model aan de slag te gaan in een lokale context vanuit een netwerk- en multi-level governance perspectief?\n- Op welke manier kunnen we modellen rond het zichtbaar maken van impact integreren in het werken rond collectieve impact?\n\nMETHODOLOGIE\n\nWat onze onderzoeksbenadering betreft situeert dit PWO zich enerzijds op het raakvlak tussen onderzoek en dienstverlening en anderzijds op het raakvlak tussen klassiek evaluatieonderzoek en actieonderzoek. Met ons onderzoeksproject spelen we in op concrete vragen van het werkveld wat betreft hoe we het orkestreren van samenwerking en het capteren van 'collectieve impact' kunnen bevorderen. We onderzoeken hoe organisaties hier vandaag mee aan de slag gaan, maar we begeleiden ook processen rond samenwerking en dataverzameling en we geven workshops om hier doelgerichter mee aan de slag te gaan. Vervolgens capteren we hun ervaringen met die nieuwe werkvormen en gaan we in gesprek met de coördinatoren om eventueel bij te sturen.\n\nWe zijn dus geen onderzoekers die de sociale realiteit neutraal vanop een afstand bekijken, maar we beïnvloeden de processen die we bestuderen om zo bij te dragen tot meer effectieve interventies en ons dienstverleningsaanbod verder uit te bouwen en te verfijnen.\n\nBinnen dit onderzoeksproject werken we met drie type case studies waarbinnen het perspectief van collectieve impact relevant is. We mikken om doorheen de duurtijd van dit onderzoek minstens 9 verschillende cases te onderzoeken, verspreid over deze 3 verschillende typen cases.\n\nTen eerste, de A way-Home coalities ter bestrijding van dak- en thuisloosheid bij jongeren. We bouwen hier verder op eerder AP onderzoek en vele vragen vanuit het werkveld en Agentschap Opgroeien. Op dit moment begeleiden we 4 verschillende A way home coalities.\n\nTen tweede, de Wijkverbeteringscontracten die worden gesubsidieerd vanuit de Vlaamse Minister Steden en gemeenten (Binnenlands Bestuur) om uitdagingen in kwetsbare buurten aan te pakken. We kregen hieromtrent concrete vragen vanuit Sint-Niklaas en Denderleeuw. Deze twee case studies starten we op in het eerste jaar van dit PWO en na dit eerste jaar bekijken we de mogelijkheid tot uitbreiding.\n\nHet derde en laatste type case studies ligt nog niet vast en zal in samenspraak met het werkveld worden bepaald. Concreet gaan we dus voor een combinatie van (a) procesbegeleiding en vorming via workshops en lerende netwerken en (b) een meer klassieke evaluatie onderzoek benadering waarin we veelal, maar niet uitsluitend werken met het interviewen van coördinatoren, sociale professionals en cliënten via diepte-interviews en focusgroepen. Deze (kwalitatieve) onderzoeksmethoden worden waar mogelijk aangevuld met de analyse van registratiedata, tevredenheidsurveys en participerende observaties.\n\nHet is daarbij belangrijk dat we uitgaan van een teacher-learner cycle (Pawson, 2013), die stelt dat niet alleen de onderzoekers, maar diverse stakeholders relevante kennis hebben om de effectiviteit van samenwerkingen en interventies te evalueren. Hieruit volgt dat we deze stakeholders betrekken in een recursief proces van assumpties expliciteren en vervolgens toetsen aan de realiteit om die veranderingstheorieën vervolgens te verfijnen en indien mogelijk opnieuw te toetsen.\n\nHet gaat heir dus om mixed-methods odnerzoek waarin de concrete mix afhankelijk is van de specifieke noden en beschikbare data in elke casus.","summary":"Ontwikkel handelingskader voor complexe sociale problemen door collectieve impact te meten en vergroten. Onderzoek focust op eco-systeem interventies en beleidscontext. Methodologie omvat raakvlak tussen evaluatie- en actieonderzoek, workshops en case studies.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002937","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\n(a) Uitgeschreven vormingsaanbod rond ‘collectieve impact’ en het ‘zichtbaar maken van je uitkomsten’ gericht op sociale (stedelijke) interventies. Dit aanbod is ontwikkeld voor sociale dienstverleners, ondersteuners en lokale netwerken met een gedeelde sociale doelstelling en omvat zowel workshops als studiemateriaal.\n\n(b) Minstens twee publicaties in een professionele tijdschrift of boeken over collectief impactgedreven handelen en de meerwaarde van eco-systeem interventies zichtbaar maken in de sociale sector.\n\n(c) 6 betaalde opdrachten voor externe partners (procesbegeleiding, evaluatieonderzoek of vorming) binnen de looptijd van dit PWO.\n\n(d) Praktische gids voor impactgedreven handelen en samenwerken voor sociale dienstverleners, ondersteuners en lokale overheden in een stedelijke context, met inbegrip van een model van collectief impactgedreven handelen.\n\n(e) Opstart van of actieve deelname aan een leergemeenschap rond impactgedreven handelen en organisatie van een inter- en transdisciplinaire studiedag rond collectieve impact."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nGraduaatsopleidingen vormen sinds 2019 de derde toegangspoort tot het hoger onderwijs, naast de professionele en academische bachelors. Ze bieden een antwoord op een aantal uitdagingen van de arbeidsmarkt, zoals veranderingen in beroepsstructuren en -inhouden, stijgende kwalificatievereisten en een toenemend belang van levenslang leren (Dandara, 2014; Gaymer, 2006; OECD, 2007; Schuetze & Slowey, 2002).\n\nGraduaatsopleidingen worden gekenmerkt door een diverse instroom en een instroomprofiel dat zich onderscheidt van het reguliere instroomprofiel bij studenten in het hoger onderwijs (Departement Onderwijs en Vorming, 2023). De combinatie van een grote, diverse studentenpopulatie met een focus op werkplekleren stelt de graduaatsopleidingen voor onderwijskundige uitdagingen. Op dit ogenblik is er weinig onderzoek voorhanden dat opleidingen handvaten verschaft bij het aanpakken van deze uitdagingen.\n\nUit recent onderzoek (De Block et al., 2024) naar instroomprofielen aan graduaatsopleidingen komen een aantal onderwijsnoden naar boven. Studenten ervaren nood aan ondersteuning bij het ontwikkelen van soft skills voor de arbeidsmarkt. Daarnaast ondervinden ze moeite met het aanpassen aan wat er op academisch vlak van hen verwacht wordt.\n\nOLLI ontwikkelde een instrumentarium waarmee studenten uit het hoger onderwijs hun professionele (cfr. KYSS), en academische vaardigheden (cfr. LEMO) in kaart kunnen brengen en ontwikkelen. Deze instrumenten zijn echter niet ontworpen voor graduaatsstudenten en dienen te worden gevalideerd en genormeerd bij deze specifieke doelgroep. Gegeven de specifieke context van de graduaatsopleidingen is de feedback in het LEMO-instrument onvoldoende aangepast.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nPD1: Doorontwikkelen feedbackrapport LEMO voor graduaatsstudenten;\nOV1: Hoe percipiëren gebruikers (studenten & lesgevers) het bestaande feedbackrapport voor LEMO?\nOV2: Hoe percipiëren gebruikers (studenten & lesgevers) het herwerkte feedbackrapport voor LEMO?\n\nPD2: Validering en normering KYSS-vragenlijst en LEMO-vragenlijst voor graduaatsstudenten;\nOV3: In welke mate zijn de LEMO-vragenlijst en de KYSS-vragenlijst valide en betrouwbaar bij graduaatsstudenten?\nOV4: Welke (statistische) normering geldt voor de verschillende schalen in de KYSS- en LEMO-vragenlijst bij graduaatsstudenten?\nOV5: Hoe scoren graduaatsstudenten op de KYSS- en LEMO-vragenlijst?\nOV6: In welke mate hangen scores samen met achtergrondkenmerken zoals geslacht, vooropleiding en leeftijd?\n\nMETHODE\n\nPD1: Om OV1 te beantwoorden voeren we een behoefteanalyse (focusgroepen) uit om de noden en wensen van graduaatsstudenten (N>20) en lesgevers (N>10) in kaart te brengen. Op basis van de input herwerken we het feedbackrapport voor LEMO. Om OV2 te beantwoorden voeren we gebruikersonderzoek uit via focusgroepgesprekken en eye tracking in combinatie met stimulated recall.\n\nPD2: Voor de analyses in PD2 maken we gebruik van bestaande datasets voor LEMO en KYSS van graduaatsopleidingen aan Vlaamse hogescholen (1000 - 2000 studenten per cohort). Voor het beantwoorden van OV3 voeren we confirmatorische factoranalyse uit en berekenen we Cronbach's alfa's. Beschrijvende statistieken (o.a. gemiddelde, standaarddeviatie, percentielscores) en datavisualisaties schetsen een algemeen beeld van vaardigheden bij graduaatsstudenten (OV5) en helpen om een normering per schaal op te stellen (OV4). Via ANOVA-analyses berekenen we de samenhang (OV6) tussen achtergrondvariabelen en de schaalscores op de verschillende instrumenten.","summary":"Graduaatsopleidingen vormen een antwoord op arbeidsmarktuitdagingen en studenten hebben behoefte aan ondersteuning bij soft skills en academische vaardigheden. OLLI wil feedbacktools aanpassen voor graduaatsstudenten en valideert de KYSS- en LEMO-vragenlijsten. Onderzoek evalueert feedbackrapporten en normen voor graduaatsstudenten om vaardigheden te meten en te verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002938","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeliverables:\n- Feedbackrapport LEMO voor graduaatsstudenten\n- Onderzoeksrapport validering & normering KYSS-vragenlijst voor graduaatsstudenten\n- Onderzoeksrapport validering & normering LEMO-vragenlijst voor graduaatsstudenten\n\nDisseminatie:\n- Informatiesessies over de onderzoeksresultaten voor interne en externe lesgevers en opleidingscoördinatoren\n- Deelname aan en voorstelling van onderzoeksresultaten/aanbevelingen op EAPRIL 2025 (november 2025)\n- Een nieuwsartikel op de website\n- Een infographic met de voornaamste resultaten\n- Minstens 3 posts op LinkedIn over het project en de onderzoeksresultaten"},{"description":"Probleemschets\n\nHoewel van studenten in het hoger onderwijs in toenemende mate verwacht wordt dat ze via zelfgestuurd leren (ZRL) leerinhouden verwerven, lijkt dit niet vanzelfsprekend (Zimmerman, 2008; Vanthournout et al., 2012). Nog te vaak gaan lesgevers en opleiding ervan uit dat studenten ZRL zelfstandig kunnen ontwikkelen of dat ze de nodige vaardigheden in het secundair onderwijs reeds verworven hebben (Vrieling, 2014). De rol van lesgevers HO bij het ontwikkelen van ZRL is echter van cruciaal belang (Peeters et al., 2016). Daarom is het belangrijk om in te zetten op expertiseontwikkeling bij lesgevers (Hadwin, Järvelä, & Miller, 2017). \n\nIn het kader van het PWO-project ‘Stimu-leren’ (2018-2022) werd een train-de-trainer-traject rond ZRL ontwikkeld en op kleine schaal uitgetest. Lesgevers hoger onderwijs kregen tijdens dit traject inzichten in ZRL aangereikt, gecombineerd met praktische tools om ZRL in hun klaspraktijk in te zetten. Hoewel deelnemers de inhoud als waardevol percipieerden, moest worden vastgesteld dat het face-to-face format van de training onvoldoende krachtig is om een duurzaam effect te bewerkstelligen: het beperkt aantal deelnemers maakt het bereik klein en de verwachte tijdsinvestering voor lesgevers is hoog. Een weinig flexibele agenda maakt dat het voor hen lastig is om tijd vrij te maken voor het volgen van de fysieke momenten. Dit probleem stelt zich nog sterker voor externe deelnemers uit andere instellingen HO. \n\nHet creëren van een hybride leeromgeving over ZRL voor lesgevers HO kan hier een oplossing bieden. Daarin kunnen lesgevers tijd- en plaats onafhankelijk inzichten verwerven. Fysieke intervisie- en coachingsessies kunnen deelnemers praktische handvatten aanreiken over het begeleiden van ZRL bij studenten. Het kwaliteitsvol ontwerpen van een dergelijke leeromgeving vereist echter een door onderzoek geïnformeerde aanpak via Educational Design Research (EDR; McKenney & Reeves, 2014). \n\nOnderzoeksvragen\n\nHet huidige project bouwt verder op het PWO-project Stimu-leren en doorloopt op 15 maanden een volledige iteratie uit EDR. Het stelt daarbij volgende onderzoeksvragen:\n\n- OV1: Welke noden, behoeften en randvoorwaarden percipiëren gebruikers voor een hybride leeromgeving rond ZRL? (analyse & exploratiefase)\n- OV2: Hoe ervaren gebruikers de ontwikkelde hybride leeromgeving? (Evaluatie- en reflectiefase)\n- OV3: In welke mate verwierven gebruikers inzichten inzake ZRL en het ondersteunen van de ontwikkeling van ZRL bij studenten? (Evaluatie- en reflectiefase)\n- OV4: Hoe zetten opleidingen de hybride leeromgeving strategisch in om structureel werk te maken van de ondersteuning van ZRL bij studenten? (Evaluatie- en reflectiefase)\n\nMethodologie\n\n- OV1: Mixed method behoefte-analyse bij (potentiële) gebruikers hybride leeromgeving\n  - Focusgroepen met deelnemers train-the-trainer (2021-2022)\n  - Survey bij lesgevers \n- OV2: Focusgroepen met deelnemers aan ontwikkelde hybride leeromgeving\n- OV3: Mixed method onderzoek op basis van Vragenlijstonderzoek met Pre-test/posttest design en focusgroepen\n- OV4: Case study op basis van diepte-interviews met opleidingshoofden","summary":"In het kader van het PWO-project 'Stimu-leren' wordt expertiseontwikkeling bij lesgevers in zelfgestuurd leren (ZRL) onderzocht. Een hybride leeromgeving wordt voorgesteld als oplossing om ZRL in het hoger onderwijs te bevorderen. De studie richt zich op gebruikerspercepties en strategisch gebruik van deze leeromgeving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002939","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\n- Deliverable 1: Hybride leeromgeving in Moodle-omgeving die ook toegankelijk is voor externen (Moodle for business).\n- Deliverable 2: Inspiratiebundel voor opleidingen aan instellingen hoger onderwijs met tips voor implementatie gebaseerd op resultaten OV4.\n\nDisseminatie:\n\n- 3 posts op LinkedIn gericht op informeren van lesgevers hoger onderwijs.\n- Congresdeelname (vb. ORD, ...).\n- Artikel tijdschrift (vb. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs)."},{"description":"In dit project zal onderzoek worden gedaan naar de inzetbaarheid van OFDM-modulatie voor digitale akoestische onderwatercommunicatie.\n\nVerder zullen spectrale ruiskarakteristieken onder water worden onderzocht. Dit heeft als doel een aantal van de systeemparameters van het OFDM-communicatiesysteem vast te kunnen leggen.","summary":"Onderzoek naar OFDM-modulatie voor digitale akoestische onderwatercommunicatie en analyse van spectrale ruiskarakteristieken om systeemparameters vast te leggen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002940","result_description":null},{"description":"In dit project zetten we op basis van onze expertise betreffende de valorisatie van nevenstromen een cascade systeem op: een beslissingsboom die een bedrijf helpt om de optimale valorisatieroute voor een bepaalde nevenstroom te identificeren.\n\nWe gebruiken hiervoor de casus van pluimveeslachterijen omdat deze bedrijven veel verschillende types nevenstromen ter beschikking hebben die elk een andere valorisatieroute vereisen.\n\nDe nevenstromen die onderzocht worden zijn categorie 2 en categorie 3 slachtafval en het primair slib en spuislib van de waterzuivering van deze bedrijven.","summary":"Ons project creëert een cascade systeem voor pluimveeslachterijen, identificeert optimale valorisatieroutes voor categorie 2 en 3 slachtafval, primair slib en spuislib.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002941","result_description":"Het project resulteert concreet in de volgende deliverables:\n\n- Een cascade model voor de valorisatie van nevenstromen (D1).\n- 7 validaties/applicaties (D2).\n- Voor elke geselecteerde nevenstroom een alternatief businessmodel voor de extractie en valorisatie van meerdere componenten om te streven naar een zero-waste systeem (D3).\n- Een studiedag voor de brede doelgroep, door studenten en onderzoekers (D4)."},{"description":"Scoby is traditioneel het bijproduct bij de productie van kombucha. Dit is een gefermenteerde gezoete thee. Scoby (symbiotic culture of bacteria and yeast) zet de suiker om in zuren, en vormt daarbij een gelachtige laag die bovenop de vloeistof drijft. Het materiaal van deze gel is cellulose in hoge graad van zuiverheid, bacteriën en héél veel water. Op basis van de eigenschappen van dit materiaal zoekt men naar toepassingen in de meest uiteenlopende gebieden.\n\nDe productie van scoby met thee waarbij de thee niet gebruikt wordt als drank is niet duurzaam.\n- Kan thee (de N-bron) en suiker (de C-bron) te vervangen door afvalstromen en toch een kwalitatieve scoby opleveren?\n- Welke grondstoffen kunnen toegevoegd worden aan de scoby om te zorgen voor nieuwe innovatieve composiet materialen?\n\nKan vegan leer gemaakt worden van deze scoby?\n- Voor welke andere toepassingen is scoby geschikt?\n\nHet werken met scoby is redelijk uniek in België. Kleine testen toonden al aan dat er potentieel zit in de scoby-productie volgens de principes van de bio-circulaire economie met Belgische afvalstromen. Toch is er is nog veel nieuws te ontdekken over scoby (of bacteriële cellulose).\n\nVooral de composieten die met scoby geproduceerd worden kunnen een instroom van innovatieve materialen op de markt zijn. De productieprocessen van scoby zijn bovendien niet complex. Na het op punt stellen door een wetenschappelijk team, kunnen ze aan externen aangeleerd worden. Dit schept mogelijkheden voor werkgelegenheid in o.a. maatwerkbedrijven.\n\nOnderzoeksopzet:\nEerst zal op basis van het klassieke kombucha recept gespeeld worden met de hoeveelheid thee en suiker. Hierbij zal de productie van scoby opgevolgd worden gedurende 4 weken. Tegelijk wordt ook een suikeranalyse en N-analyse op start- en eindoplossing uitgevoerd. \n\nDaarna kunnen alternatieve bronnen voor thee en suiker getest worden. Analyse zal op dezelfde manier verlopen. De productie van gelijkmatige vellen scoby is moeilijk herhaalbaar. Dit is eigen aan het feit dat scoby het product is van levende cellen. Om meer uniformiteit te bekomen kan de geproduceerde scoby gemixt worden, gemengd met additieven en gedroogd tot iets wat ‘vegan leather’ genoemd kan worden. De additieven zorgen voor nieuwe en betere eigenschappen van het leder. Soepelheid, stevigheid en waterafstootbaarheid zijn daarbij enkele belangrijke eigenschappen die verder in kaart zullen worden gebracht.\n\nBeoogde onderzoeksoutput:\n- Ontwikkeling van gestandaardiseerde en geoptimaliseerde scoby-productieprocessen\n- Ontwikkeling van een vegan leer, waarvan een werkstuk gemaakt kan worden zoals een eenvoudige portefeuille.\n- Matchmaking tussen scoby composiet en concrete toepassingen.\n\nBeoogde disseminatie- en mogelijke valorisatieactiviteiten:\nDoor inbedding in projectvakken van de opleiding PB-BLC worden studenten warm gemaakt rond bio-circulaire onderzoeksthema’s. Ook zullen er stagestudenten meewerken en een scriptie schrijven over het onderwerp. Buiten de hogeschool kunnen samenwerkingen worden opgestart met veilingen en supermarkten waar grote hoeveelheden fruitafval achter blijft. Dit kunnen dienen als startmateriaal en suikerbron. Samenwerkingen met andere hogescholen kan bovendien zorgen voor brede horizonten aan toepassingen. Denk maar aan gebruik van het composiet materiaal in de kunsten, binnenhuisarchitectuur, productontwikkeling, … .","summary":"Scoby, een bijproduct van kombucha, biedt potentieel voor duurzame productie met Belgische afvalstromen. Innovatieve composieten en vegan leer kunnen worden ontwikkeld. Onderzoek richt zich op optimaliseren van productieprocessen en toepassingen in diverse sectoren. Samenwerkingen met hogescholen en bedrijven stimuleren bio-circulaire innovatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002942","result_description":null},{"description":"Dit project bouwt verder op het lopende onderzoek dat gebaseerd is op de originele aanvraag van PWO Cryostress en de uitbreiding IOF-POC Create Cryostress. \n\nIn deze projectaanvragen werden volgende onderzoeksvragen geformuleerd:\na. Kunnen we Design of Experiments gebruiken om multifactoriële optimalisaties van biologisch materiaal uit te voeren?\nb. Welke factoren zijn van grote impact op de opbrengst van het cryopreservatieprotocol van verschillende celtypes?\n\nDe onderzoeksvragen worden in dit project verder uitgebreid en genuanceerd met:\nc. Kan een duurzamer of gezonder alternatief voor DMSO gevonden worden als cryoprotectans (vb. het gebruik van NADES met cryoprotectante eigenschappen)?\n\nHoewel DMSO een wijdverspreid en veel gebruikt cryoprotectans is, werd reeds aangetoond dat het toedienen van DMSO aan mensen die gebruik maken van cryopreservatie voor medische behandelingen kan leiden tot adverse events en toxiciteit. Een duurzaam alternatief zonder bijwerkingen kan hiervoor een oplossing zijn. \n\nNADES, natural deep eutectic systems, zijn gebaseerd op natuurlijke suikers en metabolieten die reeds voorkomen in het menselijk lichaam, waardoor de tolerantie sterk verhoogd kan zijn.\n\nNADES worden gesynthetiseerd en geëvalueerd op hun cryoprotectante activiteit met behulp van de IceCube® die werd aangekocht op het PWO project Cryostress. De IceCube® is in staat om een invriescurve te produceren die kan vergeleken worden met gekende chemische cryoprotectanten. \n\nDe toxiciteit van de NADES wordt geëvalueerd met behulp van eenvoudige viabiliteitstesten na blootstelling, waardoor een IC50 geformuleerd kan worden. Op basis van deze informatie wordt dan een experimenteel design opgesteld. \n\nDe resultaten van deze experimenten brengen het potentieel van het gebruik van de NADES in kaart voor het invriezen en bewaren van humane cellen.","summary":"Dit project onderzoekt het vinden van een duurzaam alternatief voor het veelgebruikte cryoprotectans DMSO, zoals NADES, om bijwerkingen te verminderen. De NADES worden geëvalueerd op hun cryoprotectante activiteit en toxiciteit met behulp van geavanceerde technologieën, met als doel het verbeteren van het invriezen en bewaren van humane cellen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002943","result_description":"De beoogde onderzoeksoutput is de ontwikkeling van een geoptimaliseerd cryopreservatieprotocol. Hierbij worden alternatieve cryoprotectanten gebruikt, maar moet minstens eenzelfde opbrengst behouden blijven na een vries-dooi cyclus."},{"description":"Corrosie in ballast tanks is een zeer specifieke materie, die door verschillende factoren beïnvloed wordt. Dit resulteert in meerdere corrosievormen, die elk hun eigen invloeden hebben.\n\nHet project is ingedeeld in 3 werkpakketten. In een eerste fase zullen stalen aan boord worden genomen. Chemische parameters en metallurgische eigenschappen zullen worden geïdentificeerd en door middel van multivariate statistiek wordt een hypothese geformuleerd inzake de oorzaken van corrosie.\n\nVia een experimentele opstelling worden deze hypothese dan verder getest.","summary":"Corrosie in ballast tanks wordt onderzocht in 3 werkpakketten. Stalen worden geanalyseerd voor chemische en metallurgische eigenschappen. Hypotheses over corrosieoorzaken worden getest via experimenten.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002944","result_description":null},{"description":"Scheepsbouwstaal wordt voornamelijk op twee manieren beschermd, voornamelijk door het staal kathodisch te maken, met behulp van opofferingsanoden of geïmponeerde stroom, en/of door het te coaten/verven. Staal verven is verreweg de meest praktische manier om het te beschermen. Als er wordt gekozen voor een coating met een lange levensduur, moet niet alleen het type verf zorgvuldig worden gekozen, maar moet de verf ook met de nodige aandacht worden aangebracht (De Baere et al., 2014).\n\nEen juiste toepassing impliceert onder andere dat dit gebeurt onder gecontroleerde klimaatomstandigheden. Verwaarlozing hiervan heeft gevolgen voor de uitharding van de verf die uiteindelijk spanning in de verflaag zal veroorzaken. Dit kan op zijn beurt leiden tot barsten, delaminatie of blaasvorming. Regelgevende instanties en vastgoedeigenaren eisen een \"GOEDE\" staat van de coating en verwachten vervolgens aandacht voor de klimatologische omstandigheden (temperatuur en relatieve vochtigheid) bij het aanbrengen van de verf.\n\nDit brengt hoge kosten met zich mee, aangezien het erg duur is om verf op een gecontroleerde manier aan te brengen op blokstructuren. Dit impliceert het gebruik van overdekte zones of \"verfcellen\". Dit BOF-project zal onderzoeken hoe belangrijk temperatuur en vochtigheid zijn en of ze in die mate domineren dat ze een hoge applicatiekost rechtvaardigen. Hiervoor zullen we eerst het belang van klimatologische factoren onderzoeken. Daarna zal klimaatbeheersing economisch worden beoordeeld, wat een voortzetting is van een economische studie waarbij een schip met een langdurige ballasttankcoating wordt vergeleken met een gemiddeld presterende coating.","summary":"Bescherm scheepsbouwstaal met zorgvuldig gekozen verfcoating onder gecontroleerde klimaatomstandigheden voor optimale duurzaamheid en minimale kosten. Onderzoek naar impact van temperatuur en vochtigheid op applicatiekosten voor effectieve coating.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002945","result_description":null},{"description":"In de afgelopen decennia werd MIC of Microbiologisch Beïnvloede Corrosie erkend als een aparte corrosievorm naast algemene corrosie, galvanische corrosie, spleetcorrosie, putcorrosie, interkristallijne corrosie, erosiecorrosie en stresscorrosie. Vandaag moet MIC beschouwd worden als een extra parameter, een biologisch element dat het abiotische elektrochemische corrosieproces versnelt. MIC verwijst naar de invloed van micro-organismen op de kinetica van het corrosieproces van metalen. Deze versnelde vorm van corrosie kan niet worden gekoppeld aan één specifiek organisme maar veeleer met een verzameling van bacteriën die tegelijkertijd op dezelfde plaats in een microbieel consortium naast en samen met elkaar bestaan.\n\nDe belangrijkste soorten bacteriën die algemeen geassocieerd worden met corrosie van ijzer of staal zijn sulfaat reducerende bacteriën (SRB), zwaveloxiderende bacteriën (SOB), ijzer-oxiderende / reducerende bacteriën (IOB / IRB), mangaan oxiderende bacteriën en bacteriën die organische zuren en extracellulaire polymere stoffen (EPS) of slijm afscheiden. De klassieke mechanismen voor microbieel beïnvloede corrosie zijn:\n1. Metabole productie van agressieve stoffen\n2. Vorming van zuurstofcellen\n3. Versnelling van anodische of kathodische reacties door depolarisatie\n4. Waterstofbrosheid (depolarisatie).\n\nHet ballastwater afkomstig van schepen wordt in het algemeen gezien als een belangrijke oorzaak van de invoering van invasieve soorten in een omgeving zonder natuurlijke vijanden. De gevolgen van de introductie van deze nieuwe soorten zijn in veel gebieden verwoestend geweest. De nakende IMO ballast water conventie van 2004 (misschien van kracht dit jaar?) zal proberen om deze explosieve situatie onder controle te krijgen. Momenteel gebeurt dit al door middel van ballast water wissel op open zee maar in de toekomst zullen alle schepen uitgerust moeten worden met een ballastwater behandelingsinstallatie om de organismen effectief uit te schakelen.\n\nEén van de mogelijke technieken is het steriliseren van ballastwater met behulp van UV-licht. Een systeem dat voldoet aan de D-2 norm (IMO, 2004) zal minstens volgende efficiëntie hebben:\n- niet meer dan 10 levensvatbare organismen per m³ ≥50 micrometer minimum dimensie\n- niet meer dan 10 levensvatbare organismen per milliliter <50 micrometer in minimale afmetingen en ≥10 micrometer minimum dimensie\n\nDe indicator microbe concentraties bedraagt niet meer dan:\n- toxicogenic vibrio cholerae: 1 kolonievormende eenheid (kve) per 100 milliliter of 1 kve per gram zoöplankton monsters\n- Escherichia coli: 250 kve per 100 milliliter\n- Intestinal Enterococci: 100 kve per 100 milliliter\n\nBacteriën zijn kleiner dan de organismen hierboven vermeld en strikt genomen wordt met bacteriën geen rekening gehouden bij de beoordeling van de efficiëntie van een D-2 ballastwater managementsysteem. We denken en verwachten door middel van dit experiment te kunnen aantonen dat de bacteriën, die aan de bron van MIC liggen, zullen worden gedood of onvruchtbaar gemaakt worden door ballastwater managementsystemen die werken met behulp van UV-licht. Als dit inderdaad het geval is zullen deze systemen MIC stoppen of op zijn minst vertragen.\n\nVier groepen bacteriën, verantwoordelijk voor MIC, worden in een standaard Postgate \"B\" medium gekweekt en aansluitend verdund met zeewater. Dit mengsel wordt door een spiraalvormige buis gepompt die rond een UV lamp is gewikkeld. De belichtingstijd zal worden geregeld door het variëren van de doorstroomtijd. Gedurende enkele weken zal het effluent over stalen plaatjes worden geleid, in kunstmatige, statische omstandigheden. Biofilmformatie wordt opgevolgd.\n\nIn een tweede gelijkaardige opstelling wordt de glazen buis bekleed met een titaandioxide film. Deze zal fungeren als een katalysator op het effect van de UV-straling. Als dit kan worden vastgesteld moet het mogelijk zijn om tot vermindering van de belichtingstijden te komen en energiezuinige ballastwaterbeheersystemen te ontwerpen. De 'tour de force' van dit experiment is dat met één systeem, UV-bestraling van ballastwater, twee problemen kunnen worden opgelost, MIC van ballasttanks en het vervoer van invasieve soorten door ballastwater.","summary":"MIC is een vorm van corrosie versneld door micro-organismen. Schepen dragen bij aan verspreiding van invasieve soorten via ballastwater. UV-licht kan deze organismen effectief elimineren volgens de D-2 norm van de IMO, waardoor MIC vertraagd of gestopt kan worden. Dit biedt een energiezuinige oplossing voor twee problemen in de scheepvaart.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002946","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nHoger onderwijsinstellingen kunnen een positieve impact hebben op studentensucces en de retentie van kwetsbare studenten om gelijke kansen te bevorderen en studenten optimaal voor te bereiden op hun maatschappelijke en professionele toekomst. Studentensucces omvat zowel studiesucces (zoals studierendement en prestaties) als het welbevinden van studenten, waarbij sociale en academische integratie cruciaal zijn. Kwetsbare studenten lopen vaker risico op uitval door externe uitdagingen, waardoor gerichte ondersteuning essentieel is. Datagedreven beleid speelt hierbij een sleutelrol, omdat het inzicht biedt in barrières en succesfactoren, waardoor interventies effectiever en beter afgestemd kunnen worden. Met gerichte inzet kunnen instellingen proactief inspelen op behoeften, waardoor zowel student als samenleving profiteren.\n\nAP hogeschool investeert daarom in een onderzoeksproject om als hoger onderwijsinstelling hieraan bij te dragen. Ondanks dat de concrete vraag ontstond binnen de eigen hogeschool, worden de bevindingen van het onderzoeksproject tevens extern verspreid. Zodoende kan niet alleen de eigen onderwijsinstelling een data-gedreven ondersteunend beleid uittekenen hieromtrent, maar kunnen ook andere onderwijsinstellingen een meer data-gedreven beleid rond studentensucces van kwetsbare studenten opzetten.\n\nOnderzoeksvragen\n\n(1) OV1: Welke groepen van kwetsbare studenten kunnen we identificeren op basis van de beschikbare data binnen de hogeschool waarin de case study plaatsvindt?; Hoeveel studenten behoren tot specifieke groepen kwetsbare studenten? (2) OV2: In welke mate ervaren groepen kwetsbare studenten studentensucces (studiesucces & welbevinden)? (3) OV3: Welke noden en behoeften ervaren groepen kwetsbare studenten die worstelen met studentensucces?\n\nMethodologie\n\nHet onderzoek zal gebruik maken van een mixed method methodologie. Voor het identificeren van groepen kwetsbare studenten en voor het leggen van de link met studentensucces maakt het project gebruik van kwantitatieve analyses op bestaande databanken aan de AP Hogeschool (meer specifieke zijn dit gegevens uit APVaardig en uit BaMaFlex). Voor het identificeren van groepen zal er onder meer gebruik gemaakt worden van clusteranalyse. (Multi level) regressies zullen de link met variabelen voor studentensucces blootleggen. Op basis van deze gegevens zullen er Persona's opgesteld worden. Dit zijn prototypes van groepen kwetsbare studenten. Op basis van overleg met belanghebbenden, zal een selectie gemaakt worden in de Persona's en zullen de behoeften en noden van een de meest relevante persona's verder verkend worden via kwalitatieve methoden zoals focusgroep gesprekken of individuele interviews.\n\nOutput\n\nNaast een uitgebreider onderzoeksrapport ambieert het project om belanghebbenden te informeren over de belangrijkste resultaten via een infographic. De algemene bevindingen van het project zullen ook gedissemineerd worden op een wetenschappelijk congres (EAPRIL 2025).\n\nPlanning\n\n• Januari 2025: Afbakening en definiëring groepen kwetsbare studenten op basis van workshops met belanghebbenden \n• Februari 2025: Opvragen gegevens uit hogeschooldatabanken \n• Maart – Mei 2025: Databankanalyses voor het identificeren van groepen kwetsbare studenten en hun prevalentie \n• Juni 2025: Ontwikkeling persona’s en terugkoppeling naar de interne opdrachtgever \n• Juli – September 2025: Databankanalyses voorspelling studentensucces \n• September 2025: Update persona’s en terugkoppeling naar de interne opdrachtgever \n• Juli – september 2025: Voorbereiding interviewleidraad \n• Oktober 2025: Dataverzameling noden en behoeften via focusgroep gesprekken en interviews \n• November 2025: Analyse focusgroep gesprekken en interviews \n• December 2025: Update persona’s en terugkoppeling naar de interne opdrachtgever \n• Mei – December 2025: Onderzoeksrapportage \n• September – December 2025: ontwikkeling infographic \n• November 2025: Voorbereiding congrespresentatie en deelname EAPRIL-congres","summary":"Door data-gedreven beleid en gerichte ondersteuning wil AP hogeschool studentensucces van kwetsbare studenten verbeteren. Een onderzoeksproject identificeert behoeften en noden voor optimaal studentensucces. Resultaten worden extern gedeeld via infographic en wetenschappelijk congres. Planning loopt tot eind 2025.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002947","result_description":"Verwachte resultaten:\n\nNaast een uitgebreider onderzoeksrapport ambieert het project om belanghebbenden te informeren over de belangrijkste resultaten via een infographic.\n\nDe algemene bevindingen van het project zullen ook gedissemineerd worden op een wetenschappelijk congres (EAPRIL 2025)."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nHet project Digital TA heeft als doel de overgang van lerarenopleiding naar de dagelijkse praktijk op basisscholen en middelbare scholen te ondersteunen door middel van een digitaal reflectieplatform.\n\nDe probleemstelling van het project is dat veel beginnende leraren zich geïsoleerd voelen en moeite hebben om zich aan te passen aan de complexiteit en diversiteit van de reële schoolcontext. Ze hebben behoefte aan feedback, begeleiding en ondersteuning om hun professionele ontwikkeling te bevorderen en hun welzijn te verbeteren.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nHoe kan een digitaal reflectieplatform de professionele ontwikkeling en het welzijn van beginnende leraren ondersteunen?\n\nHoe kan een digitaal reflectieplatform de samenwerking en het leren tussen beginnende leraren, mentoren, opleiders en onderzoekers bevorderen?\n\nHoe kan een digitaal reflectieplatform bijdragen aan de ontwikkeling van een Europese gemeenschap van praktijk voor beginnende leraren?\n\nMETHODOLOGIE\n\nBinnen dit project wordt de onderzoeksmethodologie van participatief ontwerponderzoek, waarbij de betrokkenen (beginnende leraren, mentoren, opleiders en onderzoekers) actief deelnemen aan de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van het digitale reflectieplatform. Het project maakt gebruik van verschillende methoden om gegevens te verzamelen en te analyseren, zoals vragenlijsten, interviews, focusgroepen en logboeken.\n\nPLANNING\n\nDe planning van het project is als volgt:\n\nFase 1 (2022-2023): Voorbereiding en ontwerp van het digitale reflectieplatform, inclusief een literatuurstudie, een behoefteanalyse, een ontwerpsessie en een prototype.\n\n1-12-2023: Literatuurstudie actuele situatie en noden van startende leerkrachten in Europa\n\nFase 2 (2023-2024): Implementatie en evaluatie van het digitale reflectieplatform, inclusief een pilotstudie, een interventiestudie, een evaluatiestudie en een verbeterde versie.\n\n1-2-2024: Online bevraging startende leerkrachten en student-leerkrachten in Europa om casussen ter ondersteuning te bepalen.\n\n1-3-2024: Focusgroep gesprekken met leerkrachten over noden adhv data online bevraging\n\nFase 3 (2024-2025): Gebruik van het platform bij een breed publiek uit het werkveld, waarbij het onderzoek zich richt op de bevindingen bij het dagelijks gebruik in een authentieke context.\n\n1-10-2024: Onderzoek naar de gebruikerservaring platform aan de hand van online bevraging aangevuld met focusgroepsgesprekken in de verschillende partnerlanden\n\nOUTPUT EN DISSEMINATIE\n\nDe output van dit project is ten eerste een digitaal reflectieplatform. Hiernaast zullen de resultaten vastgelegd worden in een webinar, een presentatie op een conferentie en een artikel. De output zal ook een workshop zijn rond het platform.\n\nDe disseminatie van het project omvat verschillende activiteiten om de zichtbaarheid, de impact en de valorisatie van het project te vergroten, zoals een projectwebsite, een nieuwsbrief, een blog, een webinar, een conferentie, een workshop, een publicatie, een video en een podcast. Het project richt zich op verschillende doelgroepen, zoals beginnende leraren, mentoren, opleiders, onderzoekers, beleidsmakers, scholen, lerarenopleidingen en andere belanghebbenden in het onderwijsveld.","summary":"Het project Digital TA ondersteunt beginnende leraren met een digitaal reflectieplatform om hun professionele ontwikkeling te bevorderen en zich aan te passen aan de schoolcontext. Het project omvat participatief ontwerponderzoek en beoogt samenwerking en kennisdeling tussen leraren. Geplande activiteiten omvatten implementatie, evaluatie en disseminatie van het platform om de impact en zichtbaarheid te vergroten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002948","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject gaat over het ontwikkelen van effectieve onderwijsstrategieën voor mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie. Het project vertrekt vanuit de vaststelling dat er een groeiende bezorgdheid is over de participatie in het sociale leven en het uitoefenen van actief burgerschap, en dat een van de belangrijkste factoren die deze fenomenen beïnvloeden de lage mediawijsheid is. Mediawijsheid omvat niet alleen digitale vaardigheden, maar ook kritisch denken, visuele geletterdheid en de meer traditionele vormen van geletterdheid. Het project stelt dat de toegang tot technologie, inclusief traditionele en digitale media, niet automatisch leidt tot media- en informatiegeletterdheid, en dat er weinig tot geen infrastructuur is in onze scholen om kritisch denken en media-educatie effectief te onderwijzen.\n\nHet project heeft tot doel een oplossing te ontwikkelen die bestaat uit de combinatie van (1) goed ontworpen visuele progressieroutes (of leerlijnen) voor kritisch denken en media-educatie en (2) realistische, rijke en meeslepende casestudies die kunnen worden ontworpen rond hoaxes, complottheorieën, misleidende reclame, memes, pseudowetenschap, bedrieglijke inhoud, enz.\n\nDaarnaast vertrekt het project vanuit de wetenschap dat de aard van cognitieve vertekeningen en de modellen van het genereren en verspreiden van mis- en desinformatie vaak verborgen blijven, en dat we zelfs als we erover praten nog steeds vatbaar zijn voor manipulatie en misinterpretaties. Dit kan een van de redenen zijn waarom leraren het onderwerp meestal vermijden, en waarom ze terughoudend zijn om te experimenteren en veranderingen aan te brengen in hun onderwijspraktijk. Het project verkent nieuwe onderwijsstrategieën die tegelijkertijd (1) de pedagogische fundamenten voor robuust kritisch denken, mediawijsheid en informatiegeletterdheid vertegenwoordigen, en (2) de verschillende zorgen, angsten en weerstanden van leraren om te veranderen, die talrijke onderzoeken hebben geïdentificeerd, aanpakken.\n\nHet project zal nagaan welke onderwijsstrategieën er gehanteerd worden voor het aanleren van mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie. Daarnaast wordt onderzocht welke zorgen, angsten en weerstanden er leven bij leraren rond voorgaande topics. Op basis van deze kennis worden nieuwe opleidingen ontwikkeld die nadien zullen worden geëvalueerd.\n\nOnderzoeksvragen\n\nWat zijn de huidige modellen, onderwijsplannen en praktijken op vlak van mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie?\n\nWelke goede praktijken en materialen kunnen geïdentificeerd worden op vlak van progressieroutes (of leerlijnen) en realistische, rijke en meeslepende casestudies?\n\nWelke verschillende zorgen, angsten en weerstanden hebben leraren met betrekking tot het veranderen van hun onderwijspraktijk betreffende mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie?\n\nOp welke manier kan een kwalitatieve en effectieve opleiding georganiseerd worden over mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie?\n\nMethodologie\n\nIn een eerste fase worden de bestaande modellen en onderwijsplannen in kaart gebracht via een documentanalyse binnen de verschillende partnerlanden. Daarbij is er aandacht voor de identificatie van progressieroutes en casestudies.\n\nVervolgens zal er in een tweede fase een grootschalige kwantitatieve studie onder leiding van AP worden opgezet in alle partnerlanden om de huidige onderwerpen die in Europese klaslokalen worden besproken over kritisch denken en de aanpak daarbij in kaart te brengen. Zowel leraren als leerlingen zullen worden gevraagd om een online enquête in te vullen met een lijst van onderwerpen die ze in hun lessen hebben besproken.\n\nIn fase drie worden de resultaten van de kwantitatieve studie teruggekoppeld aan de projectpartners om vervolgens aan de hand van focusgroepen de zorgen, angsten en weerstanden van leraren hierover te gaan beschrijven.\n\nIn de laatste fase zullen de resultaten van de survey en focusgroepen leiden tot het uitwerken van een opleiding voor het ontwikkelen van informatiegeletterdheid. Dit zal in de laatste fase worden geëvalueerd aan de hand van case-studies en feedbackgesprekken met leerlingen en leerkrachten.","summary":"Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van effectieve onderwijsstrategieën voor mediawijsheid, kritisch denken en het herkennen van mis- en desinformatie. Het project wil nieuwe educatieve benaderingen verkennen en opleidingen ontwikkelen om leraren te ondersteunen bij het aanpakken van deze belangrijke onderwerpen. Met gebruik van documentanalyse, enquêtes en focusgroepen, zal er een kwalitatieve en effectieve opleiding worden ontworpen en geëvalueerd.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002949","result_description":"De outputs zullen worden ontwikkeld in samenwerking met alle projectpartners en zullen worden getest, geëvalueerd en verbeterd op basis van de feedback van de doelgroepen vanaf september 2024. Op basis hiervan leidt dit project tot:\n\nEen algemeen (gedeeld) kader voor media-educatie in de 21ste eeuw (gebaseerd op desktoponderzoek, inclusief algemene principes en lokale aanpassingen; het beschrijft het systeem bestaande uit opvoeders, leerlingen, onderwijstechnieken, onderwerpen en definieert daarmee een holistische interventie die gericht is op elk element en de verbindingen tussen de elementen) \n\nLeerlijnen (progressieroutes) voor complexe onderwerpen gebaseerd op zowel literatuur als reële ervaringen van leraren en leerlingen \n\nHulpmiddelen voor generatief leren in de context van digitale en media-educatie \n\nCasestudies gebaseerd op goede praktijkervaringen, inclusief fact-checking technieken en een innovatieve checklist met instructies voor het bepalen van manipulatieve intentie \n\nEvidence based onderwijsstrategieën voor media-educatie - gericht op het ondersteunen van leraren in hun rol om leerlingen te begeleiden langs de leerlijn van media-educatie en actief burgerschap \n\nDe resultaten, het opleidingsmateriaal en de tools zullen worden gepubliceerd op de projectwebsite en andere relevante platforms en zullen vrij toegankelijk zijn voor iedereen die geïnteresseerd is in media-educatie. Daarbij zullen de bevindingen worden verspreid via verschillende kanalen, zoals sociale media, nieuwsbrieven, webinars, workshops, conferenties en publicaties. \n\nHet project zal ook een netwerk van belanghebbenden opbouwen die de outputs kunnen gebruiken, delen en verder ontwikkelen. Het project streeft ernaar om een duurzame en positieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de media-educatie in Europa en daarbuiten."},{"description":"Probleemstelling\n\nHet lokaal bestuur van Sint-Niklaas ontvangt Europese, federale en Vlaamse subsidies om te werken rond digitale inclusie. Alle nieuwe acties die met deze middelen worden opgezet en de reeds bestaande initiatieven om de digitale kloof te dichten, worden gebundeld onder de noemer ‘Digitaal Mee’. Deze acties zetten in op vier domeinen:\n• toegang tot digitale technologie (door een uitleendienst voor hardware, een aanbod aan betaalbaar internet, openbare computerruimtes …)\n• digitale vaardigheden (door workshops, vormingen, cursussen …)\n• motivatie (door thematische communicatiecampagnes, outreachend werken …)\n• ondersteuning (door digipunten, digicafés, digibuddy’s, hulp aan huis …)\n\nHet lokaal bestuur wil zicht krijgen op de impact op het verkleinen van de digitale kloof van de Digitaal Mee-acties. Hiervoor vragen ze dat de opdrachtgever een nodenbevraging afneemt bij de inwoners van Sint-Niklaas en een nul- en een impactmeting uitvoert.\n\nOnderzoeksvragen\n\n1) Nodenbevraging: een onderzoek bij de inwoners van Sint-Niklaas (en deelgemeenten) naar de digitale kloof. Welke drempels en problemen ervaren zij? Wat hebben ze (nog) nodig om digitaal mee te zijn? Met deze bevraging willen ze bekijken of we op de juiste domeinen actie ondernemen.\n2) Nulmeting: in kaart brengen van de huidige stand van zaken van de vier domeinen (toegang, vaardigheden, motivatie en ondersteuning) voor de inwoners van Sint-Niklaas (en deelgemeenten). Deze meting heeft als doel de basis te leggen voor de impactmeting.\n3) Impactmeting: periodiek in kaart brengen van de impact die de verschillende e-inclusieacties teweegbrengen op de vier domeinen (toegang, vaardigheden, motivatie en ondersteuning) bij de inwoners van Sint-Niklaas (en deelgemeenten). Met deze impactmeting willen ze hun beleid bijsturen en bestendigen.\n\nMethodologie\n\nEen adequate inschatting van de gecompliceerdheid of complexiteit van een interventie is cruciaal om tot een bruikbare verzameling van veranderingstheorieën te komen. Het lijkt ons in het geval van de Digitaal Mee in Sint-Niklaas aangewezen om te kiezen voor een analyse van de programmatheorie op twee algemene niveaus.\n1) Het niveau van de dienstverlening: de dienstverlening en begeleiding aan de einddoelgroep, namelijk meerderjarige burgers met een hoog risico op digitale uitsluiting.\n2) Het niveau van governance relaties: lokale samenwerking tussen betrokken, dienstverlenende stakeholders en de manier waarop deze samenwerking wordt omkaderd.\n\nVerder kunnen we de veranderingstheorieën bijvoorbeeld structureren aan de hand van de primaire doelstellingen of organisatiestructuur.\n\nOnderzoeksmethoden per werkpakket:\n\n• Nodenanalyse:\no Vijf tot tien diepte-interviews (te bepalen) met proxies van de doelgroepen van Digitaal Mee-initiatieven.\no Aanvullende focusgroepen met burgers waarvan de opdrachtgever (stuurgroep), coördinatoren van initiatieven voor digitale inclusie (zie WP2) en geïnterviewde proxies aangeven dat er een gebrek is aan inzicht in hun noden en drempels.\no Een online survey voor professionals en vrijwilligers van de Digitaal Mee-initiatieven.\n\n• Nulmeting en herhalingen van de meting\no Gesprek/interview over de doelrealisatie en registratiedata met de coördinatoren (of databeheerders) van de vier programma’s binnen Digitaal Mee: Digibank Sint-Niklaas, Digivaardig Sint-Niklaas, Verder Digitaal en e-inclusion by design.\no Secundaire analyse van de data-analyse (nulmeting)\no Het voorstellen van nieuwe indicatoren (en het eventueel verwijderen van huidige indicatoren)\no Twee herhalingen van deze meting en een discussie van deze data met betrokken stakeholders (bijvoorbeeld in stuurgroep) in een vergelijkend perspectief.\n• Impactevaluatie\no Focusgroepen met sociale professionals en vrijwilligers\no Interviews met eindgebruikers van (een selectie van) de Digitaal Mee-initiatieven\no Focusgroepen met coördinatoren met focus op governance relaties\no Aanbevelingen en disseminatie","summary":"Het lokaal bestuur van Sint-Niklaas bundelt acties onder 'Digitaal Mee' tegen digitale kloof. Onderzoek meet impact en stelt veranderingstheorieën voor op dienst- en governance-niveau. Methoden omvatten interviews, focusgroepen en surveys.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002950","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nNota over de nodenanalyse voor de opdrachtgever die de noden van burgers en de noden van de initiatieven bij elkaar legt. Op basis daarvan worden enkele aandachtspunten geïdentificeerd voor de sociale impactevaluatie (WP3).\n\nKorte nota over de kracht en de beperkingen van het huidige registratiesysteem met concrete aanbevelingen over indicatoren.\n\nNota over drie meetmomenten doorheen dit project. Inclusief een korte samenvatting van sleutelindicatoren als een soort monitoring-dashboard, met toelichting over hoe deze data geïnterpreteerd zou kunnen worden.\n\nPresentaties en discussies over de tussentijdse resultaten.\n\nEindrapportage waarin inzichten uit WP1, WP2 en WP3 gebundeld worden in een toegankelijk evaluatierapport. Hierin wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste lessons learned en een duidelijke omschrijving van de gerealiseerde impact, mechanismen en randvoorwaarden."},{"description":"Probleemschets\n\nDe vergrijzing en verzilvering van onze bevolking stelt onze gezondheidszorg, welvaartstaat en steden voor nieuwe, steeds groter wordende uitdagingen. Hoewel deze leeftijdsgroep enorm veel te bieden heeft (een rijkdom in ervaring en kennis op gebied van wonen, leven, werken, sociale participatie enz.), dringt de vraag zich op of het aanbod dat de oudere volwassenen omringt voldoende aangepast is aan hun specifieke noden. Hoe zorgen we ervoor dat onze wegen, pleintjes, woningen, vrijetijdsaanbod, zorg en dienstverlening toegankelijk blijven voor deze groter wordende groep? In 2010 richtte de World Health Organization het programma ‘Age-friendly cities and communities’ op om binnen acht verschillende domeinen te werken rond drempels tot welzijn en actieve participatie voor oudere burgers in een stedelijke context.\n\nMet dit onderzoek willen we een beter én ruimer zicht krijgen op de ervaringen en noden van ouderen binnen Hoboken en Borgerhout, om zo in co-creatie met ouderen en lokaal beleid te werken aan een ouderenvriendelijkere woon- en leefomgeving. Dit project beoogt voor de komende twee onderzoekjaren een getrapte aanpak, omdat we in een nieuw district altijd beginnen met het afnemen van de algemene survey en het jaar nadien inzoomen op een specifieke uitdaging, op basis van de resultaten uit het eerste jaar.\n\nOnderzoeksvragen\n\n- Algemene onderzoeksvragen:\nIn welke mate ervaren oudere, niet-residentieel wonende Antwerpenaren hun district als ouderenvriendelijk?\nWat zien de oudere, zelfstandig wonende inwoners van een Antwerps district als prioritaire actiepunten om kwalitatief, niet-residentieel wonen te bevorderen?\n\n- Onderzoeksvragen voor district Hoboken:\nHoe ouderenvriendelijk schatten 65-plussers uit Hoboken de publieke ruimte van hun district in?\nHoe kunnen we inzichten verkrijgen uit een objectieve geografische analyse van mobiliteits- en openbare ruimte-aspecten?\nOp welke manier kunnen we de perspectieven van ouderen naadloos integreren in de bevindingen die voortkomen uit deze evaluatie?\nWelke aanbevelingen volgen uit dit belevingsonderzoek?\n\n- Onderzoeksvragen voor district Borgerhout:\nIn welke mate ervaren oudere, niet-residentieel wonende bewoners van Borgerhout dit district als ouderenvriendelijk?\nWelke mogelijke verbeterpunten zien zij in hun district om te werken aan een meer ouderenvriendelijke omgeving?\n\nOnderzoeksopzet en methodologie\n\n1) Aanpak district Hoboken\nDe reeds vergaarde gemixte datapool (pilootproject) en community planning methodieken zullen dienen als basis voor de ontwikkeling van een leidraad voor ‘Reconnaissance trips’ of ‘knelpuntwandelingen’ die in de verschillende wijken in Hoboken georganiseerd zullen worden. Op deze manier wordt samen met ouderen én het districtsbestuur de situering van knelpunten binnen de thema’s publieke ruimte en basismobiliteit helder in kaart gebracht. Sterkten en zwakten kunnen worden geïnventariseerd en digitaal gelokaliseerd waardoor analyse van geodata mogelijk wordt en er locatie gebonden bevindingen kunnen worden geformuleerd. Bijkomend voordeel van deze digitale aanpak zijn de sterke visualisatietechnieken van een GIS waardoor de geografische analyse op maat van de doelgroep kan worden gevisualiseerd.\n\n- Doelgroep: zelfstandig wonende 65-plussers in district Hoboken, districtsbestuursleden Hoboken\n- Onderzoeksmethoden: Co-creatief en participatief onderzoek. Onder andere door digitale datacollectie aan de hand van knelpuntwandelingen waarbij ouderen, onder begeleiding van AP studenten, zwakten en sterkten aanduiden op een app. Eventueel kunnen ook foto's worden toegevoegd. Deze app wordt gevisualiseerd via een geografisch informatiesysteem, waardoor het mogelijk wordt de verzamelde locatie gebonden data automatisch te verwerken. (datacollectie ook door ouderen, knelpuntwandelingen met taskforce van ouderen + districtsbestuursleden).\n\n2) Aanpak district Borgerhout\nDe noden van de ouderen worden bevraagd aan de hand van de gevalideerde checklist van de WHO. We beogen een representatieve steekproef voor de niet-residentieel wonende 65-plussers in Borgerhout. Hiertoe worden studenten en vrijwilligers (65+) ingeschakeld (idem pilootproject). Vervolgens leggen we de bevindingen uit deze survey voor aan een drietal focusgroepen met een diverse groep oudere respondenten. Zo willen we de ervaringen achter de cijfers capteren én samen met deze burgers prioriteiten en actiepunten identificeren om de ouderenvriendelijkheid van het district te bevorderen. Deze nieuwe datapool legt de focusthema’s voor onderzoeksjaar 2 bloot.\n\n- Doelgroep: zelfstandig wonende 65-plussers in district Borgerhout\n- Onderzoeksmethoden: mixed methods\nKwantitatief: vragenlijst (digitaal/papier)\nKwalitatief: focusgroepen bij ouderen","summary":"De vergrijzing stelt steden voor uitdagingen. Het project 'Age-friendly cities' onderzoekt de ouderenvriendelijkheid van Hoboken en Borgerhout. Methoden omvatten knelpuntwandelingen en focusgroepen. Het doel is om de leefomgeving voor ouderen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002951","result_description":"Publicatie in tijdschrift over publieke ruimte.\n\nPresentatie op nationaal en internationaal congres over publieke ruimte.\n\nPresentatie voor de seniorenraad.\n\nStudiedag voor steden en gemeenten."},{"description":"Dit onderzoek ontspringt vanuit een fascinatie voor geluidskunst die focust op de perceptie en beleving van de sonische omgeving, waar de geluiden op zichzelf, de verschillende sonische kwaliteiten en texturen de kern zijn van deze muziek.\n\nPersoonlijk vind ik dat deze tak het dichtst aanleunt bij beeldhouwen of schilderen, het is een combinatie van materialen, texturen en kleuren die zorgvuldig samen geplaatst worden als geluidscollage; een sonische sculptuur in een akoestische ruimte.\n\nMet dit onderzoek wil ik mijn praktijk als improviserende jazzmuzikant uitbreiden door het akoestisch instrument te implementeren in een elektronische klankenwereld en te improviseren binnenin deze nieuwe klanken.\n\nHet hoofddoel van dit onderzoek is om creatieve tools te ontwikkelen gebaseerd op de theoretische concepten m.b.t. geluid en improvisatie. De voornaamste doelstellingen zijn:\n(i) uitwerken hoe de theorie zich in de praktijk vertaald a.d.h.v. een literatuurstudie,\n(ii) de analyse van een casestudy van twee vroege elektronische composities om een kader te creëren om dergelijke composities te kunnen uitvoeren en (her)interpreteren,\n(iii) een onderzoek naar de transdisciplinaire mogelijkheden van dit onderzoek in de vorm van twee artistieke projecten.\n\nHet uiteindelijke doel is om daaruit een artistieke praktijk te destilleren en toegankelijke tools te ontwikkelen voor improviserende muzikanten en performers, dat in de vorm van lecture-performances en workshops zal gedeeld worden.","summary":"Dit onderzoek verkent geluidskunst en sonische omgevingen, waar geluiden en texturen centraal staan. Het doel is om creatieve tools te ontwikkelen voor improvisatie, gebaseerd op theoretische concepten. Resultaten zullen gedeeld worden via lecture-performances en workshops.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002952","result_description":"Digitale tools omzetten in een breder toegankelijk tool is een belangrijk onderdeel van het huidige onderzoek. Een deel van dit onderzoek is gericht op het bepalen van welk platform hiervoor het meest geschikt is. Er zijn meerdere opties die ik zou willen onderzoeken, voornamelijk open source platforms zoals Bespoke, Bela, Daisy, Teensy of Raspberry Pi. Daarnaast is er ook MobMuPlat, een app die Pure Data draait op zowel Android als iOS."},{"description":"De planetaire uitdagingen waarmee we momenteel en in de nabije toekomst worden geconfronteerd, zijn enorm. De gevolgen van de klimaatopwarming en van het gebrek aan biodiversiteit hebben een directe en verregaande invloed op onze leefomgeving en toekomst (IPCC 6, 2022).\n\nIn de samenleving zien we nog verwoede discussies over de mate van bedreiging en de mogelijkheden voor de mensheid om hierop te reageren. In onderzoek, praktijk en beleid is de zoektocht naar ‘oplossingen’ volop gaande.\n\nHet betreft enerzijds de zoektocht naar mitigatie-maatregelen. Klimaatverandering mitigeren betekent het tegengaan of beperken van klimaatverandering door het reduceren van de broeikasgasuitstoot. Voorbeelden van beleidsmaatregelen zijn het opleggen van normen voor uitstoot in industrie en landbouw, het aanmoedigen van de overstap van fossiele energiebronnen naar het gebruik van zon, wind en water.\n\nDaarnaast zijn heel wat actoren bezig met het vraagstuk van klimaatadaptatie: hoe kunnen we de natuurlijke en menselijke systemen aanpassen aan de huidige en te verwachten gevolgen van klimaatverandering? Voorbeelden van beleidsmaatregelen hier zijn onder andere de subsidiëring van groendaken & isolatiepremies, de aandacht voor meer groen in de stad, onthardingsmaatregelen etc.\n\nBottom-up, vanuit de samenleving, zijn ook vele burgers en professionals actief bezig met de vraag hoe we de klimaatopwarming kunnen afremmen en/of ons kunnen aanpassen. Voorbeelden van innovatieve ideeën en projecten die in de schoot van deze transitiebewegingen zijn ontwikkeld zijn energiecoöperatieven, korte keten bewegingen, autodeelsystemen en bewegingen rond ecologisch tuinieren of vegetarisch koken.\n\nOnderliggend aan veel van deze projecten is de overtuiging dat een echte paradigmashift nodig is wanneer het klimaatopwarming betreft. Er is een ‘existentiële omslag’ in ons denken en handelen nodig betreffende de verhouding van de mens ten aanzien van zijn omgeving.\n\nBij het zoeken naar antwoorden (zowel op vlak van mitigatie, adaptatie als transitie) wordt vaak het perspectief van en de belangen van de meest kwetsbaren in de samenleving uit het oog verloren. Nochtans zijn mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie de eerste slachtoffers van de klimaatopwarming. Zij worden vaker blootgesteld aan vervuiling, kunnen zich minder goed weren tegen extreme weersomstandigheden, kunnen minder makkelijk in hun basisbehoeften voorzien bij stijgende voedsel- en energieprijzen, ze wonen vaker in buurten zonder kwalitatief groen - wat effect heeft op hun (mentale) gezondheid - en ze worden nauwelijks gehoord om hun belangen hieromtrent te verdedigen.\n\nAl te vaak zijn de genomen beleidsmaatregelen vooral toegankelijk voor de middenklasse. Je moet het bedrag in veel gevallen al kunnen voorschieten en/of huiseigenaar zijn. Ook in de transitiebeweging zien we gelijkaardige processen van sociale uitsluiting. Veelal zijn de bezielers middenklassers die een aanbod voor andere middenklassers voorzien. Ook al bestaan hierop uitzonderingen, zoals binnen de sociale circulaire economie, de transitiebeweging bestaat en bedient vooralsnog eerder een homogeen publiek.\n\nSociaal werk heeft een belangrijke rol te spelen in het tegengaan van processen van sociale uitsluiting en de inclusie van groepen in maatschappelijke kwetsbare posities, ook in de zoektocht naar juiste antwoorden ten aanzien van de klimaatcrisis. Nationaal en internationaal verwijst de term ‘ecosociaal werk’ naar die sociaal werkpraktijken waarin het gebalanceerd samengaan van sociale én ecologische rechtvaardigheid voorop staan.\n\nDit onderzoek situeert zich binnen het zich volop ontwikkelende onderzoeksdomein van ecosociaal werk. Door initiatieven te beschrijven die principes van ecologische en sociale duurzaamheid combineren willen we bijdragen tot het algehele leerproces in de samenleving betreffende inclusie en sociaal-ecologische transities. In het bijzonder willen we de handelingskaders en perspectieven van sociaal werkers voeden.\n\nOns onderzoek richt zich concreet op onderzoek naar initiatieven rondom tuinieren in de Antwerpse context. Eén van de al langer bestaande initiatieven zijn de volkstuinen die in oorsprong bedoeld waren voor de minder gegoede sociale klasse. Mettertijd ontwikkelden zich naast de traditionele volkstuinen verschillende andere soorten tuinier-initiatieven. Deze initiatieven worden steeds meer mee als onderdeel van de voedselstrategieën van verschillende Vlaamse steden gezien.\n\nParticipatie van kwetsbare groepen aan zulke tuininitiatieven wordt daarbij vaak als essentieel beschouwd voor een robuuste voedselstrategie.\n\nDeze plekken zijn mogelijks belangrijke laboratoria voor de opbouw van kennis over hoe sociale en ecologische doelstellingen in praktijken samen kunnen gaan. Er is hierover echter nog weinig geweten: hoe toegankelijk zijn de verschillende soorten initiatieven? Welke vormen van uitsluiting en/of insluiting kennen deze initiatieven? Hoe gaan ze om met de stedelijke context van hyperdiversiteit, complexiteit, meertaligheid en vereenzaming? Wordt er bij de ontwikkeling van hun ecologische praktijken rekening gehouden met de perspectieven, noden en wensen van deelnemers in een kwetsbare maatschappelijke positie? Hoe percipiëren en beleven deelnemers van deze initiatieven het klimaat? Hoe kijken zij naar de context? Waar hechten zij waarde aan?\n\n**Onderzoeksvragen**\n\nWat kunnen we leren van initiatieven rond tuinieren in hoe we binnen lokale gemeenschappen inclusief omgaan met klimaatadaptatie en -mitigatie? Welke werkzame bouwstenen en aandachtspunten rond sociale inclusie en verbinding zijn reeds aanwezig? Waar liggen er nog drempels en kansen?\n\n1. Op welke wijze werken initiatieven rond tuinieren aan sociale en ecologische doelstellingen?\n2. Wat is de betekenis van deze praktijken voor de betrokken professionals en deelnemers?\n3. Wat betekent werken aan een inclusieve praktijk in deze context?\n4. Wat zijn succesfactoren en uitdagingen in de praktijk?\n\n**Onderzoeksopzet – en methode**\n\nVoor dit onderzoek kiezen we participatief, descriptief actieonderzoek als methode. We verkennen zowel de werkzame bouwstenen en aandachtspunten rond sociale inclusie als de subjectieve gevoelswereld van mensen rond de ervaring en diepe meerwaarde van initiatieven rond samentuinen. We vinden het belangrijk dit tweede aspect met woorden en eventueel ook beeld in kaart te brengen om ook vandaaruit te kijken naar verbinding, inclusie en de beleving van klimaatadaptatie en mitigatie.\n\n1. Literatuurstudie, documentanalyse en verkenning context (september – februari)\n   a. Literatuurstudie ecosociaal werk\n   b. Documentanalyse praktijken in beleidscontext\n   c. Selectie van vier types initiatieven en engageren 3 à 4 praktijken\n   d. Verkennende interviews met de initiatiefnemers van de 3 à 4 praktijken\n   e. Participerende observatie en verbinden met deelnemers 4 praktijken\n2. Betekenissen onderzocht – kwalitatieve diepte-interviews (maart - mei)\n   a. 12 of 16 interviews met deelnemers (of 3 of 4 focusgroepen)\n3. Analyse van onderzoeksdata (april – juni)\n   a. Analyse van verkennende interviews\n   b. Analyse van 12 of 16 diepte-interviews\n   c. Analyse observatienotities verkennende fase\n4. Onderzoeksrapportage & terugkoppeling resultaten naar de 3 à 4 praktijken (juni – augustus)\n5. Opmaak disseminatie- en valorisatieplan (augustus)","summary":"Ontdek hoe we sociale inclusie en ecologische doelen verenigen in tuininitiatieven voor klimaatadaptatie. Ons participatief onderzoek verkent succesfactoren, uitdagingen en betekenis voor deelnemers en professionals. #EcosociaalWerk","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-002953","result_description":"Beoogde onderzoeksoutput:\n\n• Een rapport met inzichten en lessons learned.\n• Een artikel op sociaal.net.\n• Een brochure met tips rond inclusieve, ecologische initiatieven."},{"description":"De doctoraatsstudie is een analyse van de rechtstreekse invloed van de golven gegenereerd door schepen in het Schelde estuarium en in het havengebied van Antwerpen.\n\nHet onderzoek begint bij aanvang van het academiejaar 2012-2013 en is gebaseerd op het BOF academiseringsproject ‘Relatieve impact van scheepsgolven versus natuurlijke waterbewegingen op de verstoring van intertidale ecosystemen in het Schelde estuarium’.\n\nHet BOF academiseringsproject is een tweejarig project dat van start is gegaan op 1 januari 2012 en bestaat uit een samenwerking met de Universiteit van Antwerpen en met de Hogere Zeevaartschool. Het project wordt geleid door prof. Dr. Stijn Temmerman (UA) en door prof. dr. Peter Bueken (HZS) en prof. dr. Deirdre Luyckx (HZS).","summary":"De doctoraatsstudie analyseert de impact van scheepsgolven op het Schelde estuarium en havengebied van Antwerpen. Onderzoek gestart in 2012, in samenwerking met UA en HZS onder leiding van Prof. Dr. Stijn Temmerman, Prof. Dr. Peter Bueken en Prof. Dr. Deirdre Luyckx.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002954","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksteam wil de verschillende mogelijkheden onderzoeken om het gewicht van een zonneboot tot een minimum te beperken.\n\nTevens wilt het team onderzoeken of een boot kan worden gebouwd die met het minimale vermogen beschikbaar in de A klasse volledig kan functioneren met foils en toch nog voldoende manoeuvreerbaar is.","summary":"Het onderzoeksteam streeft naar een lichtgewicht zonneboot met minimaal vermogen, volledig functioneel in de A klasse met foils voor optimale manoeuvreerbaarheid.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002955","result_description":null},{"description":"Het project wil onderzoeken in welke mate zeevarenden op chemicaliëntankers worden blootgesteld aan ladingsdampen en hoe deze situatie kan worden verbeterd. Hiervoor zullen metingen in een windtunnel en CFD-berekeningen de bestaande veldmetingen aanvullen.\n\nConcrete richtlijnen zullen worden opgesteld voor de scheepsbemanning, om hen te helpen de verschillende ladingoperaties op een gezonde manier uit te voeren.","summary":"Dit project analyseert de blootstelling van zeevarenden op chemicaliëntankers aan ladingsdampen en streeft naar verbeteringen. Windtunnelmetingen en CFD-berekeningen ondersteunen veldmetingen om richtlijnen voor de bemanning te ontwikkelen voor veilige ladingoperaties.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002956","result_description":null},{"description":"De corrosiegraad in ballasttanks van koopvaardijschepen is sterk variërend en wordt mede beïnvloed door de chemische samenstelling en kristalijne structuur van het gebruikte metaal.\n\nDit project zal proefondervindelijk de verschillen tussen de staalsoorten die aan boord gebruikt worden en enkele experimentele staalsoorten vaststellen. De conclusies zullen worden gebruikt voor de ontwikkeling van een nieuwe legering die meer resistent is tegen de agressieve zeewateromgeving.\n\nHet geheel wordt onderbouwd met fysico-chemische metingen en geautomatiseerde beeldanalyse tijdens het microscopisch onderzoek.","summary":"Dit project onderzoekt corrosie in ballasttanks van schepen en ontwikkelt een nieuwe legering voor meer weerstand tegen zeewater. Metingen en beeldanalyse worden gebruikt voor de ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002957","result_description":null},{"description":"Dit project onderzoekt de verdere toepassing van een recent ontwikkelde sub-Nyquist sampling techniek op radar signalisatie. 'Radar' is een acroniem dat staat voor Radio Detection and Ranging. Radar wordt in civiele marine toepassingen gebruikt als navigatiehulpmiddel om aanvaringen te voorkomen.\n\nDe techniek bestaat uit het zenden van zeer gerichte hoogfrequente elektromagnetische golven met behulp van een antenne en het meten van de tijd tussen het uitzenden en ontvangen van een eventuele echo. Een object in de nabijheid van de antenne zal de puls weerkaatsen. De ontvangen echo's (waarbij vooral de frequentie gewijzigd wordt en de echo versterkt) worden na een uitgebreide behandeling grafisch weergegeven op een scherm.\n\nTegenwoordig worden minder en minder analoge kathode straalbuizen (CRT-schermen) gebruikt, dus is een digitalisering en bemonstering van het ontvangen analoge signaal noodzakelijk. Om het signaal correct te reconstrueren, moet het signaal bij de ontvanger worden bemonsterd met een frequentie hoger dan de Nyquist frequentie. Deze limiet wordt aanvaard als randvoorwaarde voor de kosten en de prestaties van radarsystemen in het algemeen.\n\nGebruikmakend van een aantal recente resultaten in exponentiële analyse, ontwikkeld aan de UAntwerpen, is men in staat om de Nyquist grens te doorbreken in signaalverwerking. Dit project onderzoekt de haalbaarheid van deze nieuwe technieken voor het analyseren van de echo's bemonsterd met een sub-Nyquist frequentie.\n\nHet is een interdisciplinair project dat de marine ingenieurs van de HZS, ervaren in het gebruik van radar als navigatie-instrument, samenbrengt met onderzoekers gespecialiseerd in computationele wiskunde van de UAntwerpen. De ambitie is om betere resultaten in het gebruik van echo's van elektromagnetische pulsen voor het detecteren van objecten te bekomen tegen een lage kost met behulp van de meest recente algoritmes, en aldus de investering om over te schakelen naar duurdere hardware te vermijden.","summary":"Dit project onderzoekt toepassing van sub-Nyquist sampling techniek op radar signalisatie voor betere objectdetectie tegen lagere kosten, door Nyquist grens te doorbreken met recente algoritmes en expertise van marine ingenieurs en onderzoekers.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002958","result_description":null},{"description":"De scheepvaart heeft een lange geschiedenis en cultuur waarin het veiligheidsaspect na de ramp met de Titanic (SOLAS-verdrag) een rol begon te spelen. Later legde de IMO de ontwikkeling van SMS voor schepen op. Maritiem vervoer wordt echter gekenmerkt door een veiligheidsniveau dat lager is dan dat van het luchtvervoer.\n\nDe luchtvaart is het veiligste vervoermiddel ter wereld en heeft een zeer laag ongevallenpercentage, maar dat betekent niet dat er niets gebeurt of kan gebeuren met dramatische gevolgen. Om rampen te voorkomen, heeft de luchtvaartwereld een sterke meldingscultuur en veiligheidscultuur ontwikkeld en deelt ze vrij veel informatie over incidenten en ongevallen om de veiligheid te verbeteren.\n\nHet veiligheidsbeheersysteem en de veiligheidscultuur van de maritieme gemeenschap lijken ouderwets te zijn en onvoldoende rekening te houden met belangrijke elementen zoals de menselijke factor, rapportage, supervisie, controle, audit, onderzoek, promotie, enz.\n\nHet idee van de studie zou zijn om het wettelijk kader en de implementatie van veiligheidsbeheersystemen van de maritieme en luchtvaartindustrie met elkaar te vergelijken en om te zien of de maritieme industrie niet iets kan winnen door systemen, processen en beste praktijken te implementeren die in de luchtvaart zijn ontwikkeld, als dat mogelijk is (wettelijk aspect, cultureel aspect, beschikbare tijd en middelen in de industrie, enzovoort), wat zal de impact van een dergelijke implementatie zijn? Het omgekeerde kan ook gelden: wat kan de luchtvaart leren van de maritieme sector?\n\nAangezien het onderwerp niet in een recente studie lijkt te zijn behandeld, kan de vergelijking van de twee veiligheidsbeheersystemen interessant zijn en voordelen opleveren voor de maritieme gemeenschap.","summary":"De maritieme industrie kan profiteren van luchtvaartveiligheidspraktijken om veiligheidsniveaus te verbeteren. Vergelijking en implementatie van systemen en best practices kunnen de veiligheidscultuur versterken en rampen voorkomen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002959","result_description":null},{"description":"Het strafrechtelijk behandelen van zeelieden is een onderwerp dat de laatste jaren in de maritieme sector veel aandacht genoot. Voornamelijk de grote vervuilingsincidenten met de Erika en de Prestige kwamen in de media.\n\nIn de nasleep van deze rampen namen de lokale autoriteiten hun toevlucht tot het aanhouden van de kapitein en een deel van zijn bemanning, dikwijls uit onmacht of woede of om een zondebok te vinden en de publieke opinie zo te paaien. Deze aanhoudingen zijn in vele gevallen in strijd met de bepalingen die men kan vinden in de internationale verdragen en conventies.\n\nHet is duidelijk dat er nood is aan een duidelijke internationale wettelijke basis die het strafrechtelijk vervolgen van zeelieden reguleert en voldoende bescherming biedt aan de zeelieden die door het internationale karakter van hun beroep blootgesteld worden aan de willekeur van het gerechtelijk apparaat van alle mogelijke landen.\n\nOm te komen tot een algemene stand van zaken in verband met de internationale en nationale bestaande rechtsregels die handelen over het strafrechtelijk behandelen van zeelieden, om de sterktes en leemtes te ontdekken en om tot verbetermaatregelen te komen, is er onderzoek vereist op verschillende domeinen. Dit onderzoek zal bestaan uit een theoretisch en een praktisch deel, de belangrijkste onderzoeksvragen die zich stellen worden hieronder geformuleerd en toegelicht.","summary":"Het strafrechtelijk behandelen van zeelieden is een urgent onderwerp in de maritieme sector vanwege vervuilingsincidenten. Er is behoefte aan internationale wetgeving om zeelieden te beschermen tegen willekeurige strafrechtelijke vervolging. Onderzoek naar bestaande rechtsregels en verbetermaatregelen is essentieel.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002960","result_description":null},{"description":"De activiteiten van een moderne terminal voor zeeschepen hebben te maken met kranen van uren naar minuten. Voor verdere ontwikkeling kunnen getijdenvensters toegevoegd worden, waardoor schepen met grote diepgang gedwongen worden om alleen te vertrekken binnen bepaalde getijden- of tijdvensters. Met behulp van de output van het voorgestelde model zou men ook kunnen meten wat de impact van het toevoegen van nog een vaartuig aan de terminal zou kunnen hebben op de kraangebruik of congestie op de ligplaats.\n\nHet derde en laatste proces is dat van het bepalen/plannen van de scheepslading. Vanwege de complexiteit van nautische stabiliteitsbeperkingen, beschouwen we het laden van lading in de ladingtanks van een chemicaliëntanker. Er wordt een hybride CP-benadering gebruikt voor het bouwen van een model dat rekening houdt met alle stabiliteits- en scheidingsbeperkingen. Door alle stabiliteitsbeperkingen in de ladingplanning kunnen operators betere ladingplannen maken die een veel betere kans hebben om geaccepteerd te worden door het personeel aan boord. Verder onderzoek zou zich kunnen richten op het opnemen van planning en de kosten van tankreiniging. Het geïntegreerde model zal in staat zijn om het tankgebruik te maximaliseren en de brandstof- en reinigingskosten te minimaliseren. Als ook de vrachttarieven van elke chemische stof bekend zijn, wordt het misschien zelfs mogelijk om het model de producten te laten selecteren die geladen moeten worden om de winst te maximaliseren.\n\nHet voorgestelde model werd, net als de andere modellen in dit proefschrift, gevalideerd door personeel dat de processen dagelijks uitvoerde. Alle modellen houden rekening met veel operationele beperkingen die volledig werden onthuld in dit werk samen met alle gegenereerde datasets, waardoor de academische gemeenschap om toekomstig onderzoek naar deze onderzoeksonderwerpen te benchmarken. Dit proefschrift bewijst dat het mogelijk is om veel operationele beperkingen op te nemen in simulatie- of optimalisatiemodellen. Het is de integratie van operationele kennis, academisch onderzoek en modelleringsmogelijkheden die modellen zoals deze interessant maken. Naarmate terminals groter worden en te maken krijgen met meer beperkingen zoals middelen en congestie, zal dit soort onderzoek nog belangrijker worden.\n\nVariërende hoeveelheden verwerkte goederen, zware infrastructuurkosten en zogenaamde voorspellingsinformatie die elk moment kan veranderen. Deze voorspellingsinformatie over bijvoorbeeld de bestemming van de goederen of de aankomsttijden van de schepen is cruciaal voor de planning en optimalisatie van het terminalproces. De maritieme industrie wordt gekenmerkt als zeer dynamisch, waarbij beslissingen vaak ter plekke genomen moeten worden met een verscheidenheid aan operationele beperkingen. Beslissingsondersteunende systemen kunnen nuttig zijn, niet om personeel te vervangen, maar om de besluitvorming te ondersteunen en menselijke planners zich kunnen richten op de knelpunten en uitzonderingen van het beschouwde proces.\n\nIn dit proefschrift worden drie processen op een terminal bestudeerd en optimalisatiestrategieën voorgesteld. Voor het gate-in proces werd een simulatie gebouwd om de impact te onderzoeken van een reductie van data-invoertijden. De resultaten gaven aan dat wachttijden aanzienlijk konden worden teruggebracht (-62%) en dat het model ook kan worden gebruikt ter ondersteuning van andere managementbeslissingen, bijvoorbeeld wanneer aankomstpatronen zouden veranderen vanwege contractuele afspraken tussen transportbedrijven en de terminal exploitant of door het bekendmaken van verwachte wachttijden voor aankomstslots. Verder onderzoek vragen zouden ook kunnen gaan over het minimumaantal vrachtwagenbezoeken dat nodig is om de gate-uren 's nachts open te houden.\n\nHet tweede proces betreft de toewijzing van ligplaatsen en kadekranen aan schepen om ze zo efficiënt mogelijk te bedienen. De efficiëntieparameters of prestatie-indicatoren (KPI's) zijn hier cruciaal. Uit de literatuur blijkt dat deze KPI's kunnen variëren afhankelijk van lokale procedures. In de eerste voorgestelde oplossingsbenadering worden schepen zo snel mogelijk behandeld. De tweede benadering houdt rekening met commerciële vensters in aanmerking. De eerste benadering maakt gebruik van een lineaire programmeringsbenadering (MILP), terwijl voor de tweede benadering gebruik werd gemaakt van constraint programming (CP). Deze verandering in de modelbenadering werd ingegeven door de ambitie om meer operationele beperkingen in het model op te nemen en de operationeel aanvaardbaar te houden. De nieuwe oplossingsaanpak maakte het ook mogelijk om de tijdsintervallen waarin het model probeert om de positie van de","summary":"Optimaliseer terminalactiviteiten met een geïntegreerd model voor efficiëntere scheepsafhandeling en ladingplanning. Verbeter kraangebruik en reduceer congestie. Onderzoek valideert aanpak voor betere operationele besluitvorming in dynamische maritieme omgevingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002961","result_description":null},{"description":"Muzikanten bewegen. Blijkbaar. Om geluid te produceren, om hun muzikale intenties aan anderen te tonen, om te communiceren met een publiek. Maar kan beweging worden gebruikt om muzikale vaardigheden te ontwikkelen? Improvisatievaardigheden ontwikkelen?\n\nIn dit project onderzoek ik de natuurlijke verbinding tussen muziek en beweging als basis voor het ontwikkelen van improvisatievaardigheden. Ik onderzoek hoe artistieke groei in improvisatie kan worden gestuurd en gevormd door deze verbinding te benutten. De drijvende vragen zijn: Hoe kan beweging artistiek worden ingezet? Kan beweging een basis worden voor het ontwikkelen van creatieve improvisatievaardigheden en mijn eigen muzikale taal?\n\nDe afgelopen 10 jaar heb ik me verdiept in beweging in het instrumentele leerproces vanuit een theoretisch, didactisch en empirisch perspectief. Ik voel me echter steeds meer geconfronteerd met de noodzaak om een antwoord te vinden op dergelijke vragen via mijn eigen artistieke praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat mijn artistieke praktijk een fundament moet worden dat de basis vormt voor mijn huidige werk en de verdere ontwikkeling ervan. Dus ik wil een artistiek pad ontvouwen dat de integratie van muziek en beweging verkent door een iteratief proces met behulp van vrije artistieke verkenning en een op beperkingen gebaseerde benadering over verschillende bewegingsbenaderingen.\n\nIk ga mijn eigen artistieke groei onderzoeken met behulp van kwantitatieve meting van mijn lichamelijke betrokkenheid in de loop van de tijd in relatie tot mijn muzikale groei. Dit zal verbonden zijn met fenomenologische verkenningen gedurende dit veranderingsproces.","summary":"Dit project onderzoekt de verbinding tussen muziek en beweging om improvisatievaardigheden te ontwikkelen en artistieke groei te stimuleren. Het doel is om beweging in te zetten als basis voor creatieve improvisatie en het verkennen van een artistiek pad door vrije verkenning en beperkingen. Met kwantitatieve metingen van lichamelijke betrokkenheid en fenomenologische verkenningen wordt mijn artistieke groei in relatie tot mijn muzikale ontwikkeling onderzocht.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002962","result_description":"Verspreiding van het project en het bijbehorende werk/onderzoek van CORPoREAL en andere onderzoeksgroepen vindt plaats via verschillende kanalen:\n\n- Een speciale website: www.kimupe.education met reflecties, opgenomen optredens en fotoseries.\n- Optredens: niet alleen in concertzalen, maar ook in de openbare ruimte.\n- Performance-colleges: op conservatoria, conferenties (o.a. Rime, ICDS, Klassiek:VOLGENDE).\n- Workshops voor pre- en in-service docenten en studenten.\n- Artikelen op zowel academisch niveau (bijv. Leonardo, Frontiers, Journal of the Learning Sciences, Plos One, tijdschrift voor artistiek onderzoek, muziekeducatie Research) als in vaktijdschriften (o.a. Cultuur+Educatie, Kunstzone).\n- Een monografie met een uitgewerkt theoretisch kader gebaseerd op onder andere een enactieve benadering van muzikale interactie, die zal worden ingediend bij Routledge.\n- Een conferentie over kinemuzikale uitvoering, improvisatie en educatie."},{"description":"Na het behalen van mijn Master Dans aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, wil ik mijn onderzoek naar het lichaam en haar vele uitbreidingen voorzetten in parallel met academisch en theoretisch onderzoek.\n\nMijn ervaring als professionele danseres en choreografe, aangevuld met mijn masterproef na mijn bachelorstudie in Psychologie aan de Panteion Universiteit van Athene, heeft mijn artistiek werk gecondenseerd rond het concept van het sublimeren van ongemak en klinische symptomen in artistieke creatie.\n\nDe laatste jaren ontwikkelde ik een kinetisch vocabularium waarin persoonlijke en collectieve (politieke) archieven worden gecombineerd en geïnterpreteerd door het lichaam; fragmenten van dagelijkse realiteiten, bekentenissen en politieke verhalen worden in kaart gebracht in een gebarsten universum van wreedheid, tederheid en kwetsbaarheid.\n\nFeministische literatuur en klinische casussen, zoals depressie, voeden daarbij mijn praktijk van improvisatie en instant compositie. Ik vertrek altijd vanuit het lichaam, terwijl ik me verdiep in mijn bewegingspraktijk, en streef ernaar de geselecteerde stimuli van literatuur, klinische casussen, actuele sociaal-politieke fenomenen en teksten te transcriberen/transformeren om te tonen hoe deze elementen input vormen voor het lichaam en later output in het omgekeerde proces.\n\nIk streef ernaar een gefragmenteerd, performatief archief te creëren dat voor zichzelf spreekt en uiteindelijk zin krijgt, zoals het leven zelf.","summary":"Met een Master in Dans en Psychologie gebruik ik mijn artistieke werk om ongemak en symptomen te sublimeren. Mijn kinetisch vocabularium combineert persoonlijke en politieke archieven, geïnspireerd door feministische literatuur en klinische casussen. Mijn praktijk van improvisatie en compositie vertrekt altijd vanuit het lichaam, waardoor ik een performatief archief creëer dat zinvol is als het leven zelf.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002963","result_description":null},{"description":"Chemicaliëntankers vervoeren een breed scala aan chemische producten over zee. Aan boord van moderne parceltankers kunnen tot 50 verschillende ladingen per reis worden vervoerd. Deze flexibiliteit vereist van de bemanning speciale aandacht voor de compatibiliteit en segregatie van producten. De kenmerken van de verschillende producten kunnen echter ook een gevaar vormen voor het schip en de bemanning, voornamelijk met betrekking tot ontvlambaarheid en toxiciteit. Het voorkomen van ladingcontaminatie is een van de grootste zorgen van de scheepsofficier.\n\nHet is zeer ongebruikelijk dat dezelfde lading achtereenvolgens in dezelfde tank wordt geladen, in tegenstelling tot het transport van ruwe olie. Vanwege het aantal tanks is het wassen en gasvrij maken van tanks aan boord van moderne chemicaliëntankers een veelvoorkomende operatie, zowel in de haven als op zee.\n\nDe International Maritime Organization (IMO) vermeldt expliciet dat de bemanning tijdens het laden, wassen en ventileren van een ladingstank die benzeen bevat, wordt blootgesteld aan het hoogste risico op blootstelling aan dampen van deze lading. Uit ervaring is gebleken dat het niet mogelijk is om de gemeten dampconcentraties onder aanvaardbare niveaus te houden. Met name de aanwezigheid van ladingsdampen in de leefruimten is een aspect dat nader onderzocht is.\n\nOnze resultaten bevestigden de bewering van de IMO dat significante concentraties ladingsdampen vrijkomen bij het wassen en ventileren van ladingstanks, inclusief in de accommodatie. Tijdens deze operaties werd de drempelwaarde voor het tijdgewogen gemiddelde van de Europese Unie en de IMO voor benzeen overschreden. Er zijn echter enkele belangrijke overwegingen te maken bij het gebruik van deze drempelwaarde aan boord van schepen. Deze metingen werden tevens gebruikt om te onderzoeken of de posities van de verschillende ventilatie-inlaten verbeterd konden worden.\n\nEen andere opvallende ontdekking was de hogere concentratie van verontreinigende stoffen in de machinekamer ondanks de aanwezigheid van krachtige ventilatie. Uit de uitgevoerde windtunnelsimulaties is gebleken dat bij het gebruik van de vacuüm-/overdrukklep om dampen te evacueren, de concentraties in en rondom de leefruimten minimaal zijn, met uitzondering van de situatie met de relatieve windrichting vanaf de boeg.\n\nDeze resultaten werden bevestigd door CFD-simulaties, die tevens een beter inzicht gaven in de stromingslijnen rondom de scheepsopbouw.","summary":"Chemicaliën tankers vervoeren diversiteit aan ladingen, vereisen strikte aandacht voor veiligheid en voorkomen van ladingcontaminatie. Belangrijke bevindingen tonen blootstelling van bemanning aan gevaarlijke dampen en benadrukken noodzaak van verbeterde ventilatiesystemen aan boord.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002964","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nEen op de drie studenten in het hoger onderwijs is emotioneel uit balans door stress, angst of een verminderde gemoedstoestand. Uit een recente grootschalige studie van de Vlaamse Vereniging voor Studenten (VVS) blijkt dat 1 op 5 studenten psychische problemen heeft. Het mentaal welzijn van studenten in de gezondheidszorg is de laatste jaren een toenemende reden van zorg. Onderzoek wijst uit dat adolescente vrouwelijke studenten meer last hebben van depressie en angsten vergeleken met adolescente mannelijke studenten. In 2021 heeft Katrien Schryvers (Vlaams parlementslid) de cijfers opgevraagd van de verhouding mannen ten opzichte van vrouwen binnen de zorgberoepen. Hieruit blijkt dat drie kwart van de erkenningen van een zorgberoep nog steeds naar vrouwen gaan. Het beroep ambulancier was hierbij de enige uitzondering.\n\nDaarnaast is het hoger gezondheidsonderwijs theoretisch en praktisch zwaar. Vooral kwetsbare groepen, zoals jongere studenten of studenten met meerdere verplichtingen zoals werk, gezin en sociale activiteiten vinden het moeilijk om een balans te vinden. Daarnaast heeft de coronapandemie ook invloed gehad op het emotioneel welbevinden van de studenten en zorgverleners. Verschillende onderzoeksresultaten tonen aan dat veerkracht en copingvaardigheden belangrijke aspecten zijn om het mentaal welzijn van studenten te verbeteren.\n\nDe laatste jaren gaat er meer aandacht naar het ontwikkelen van veerkracht bij studenten in de gezondheidszorg. Dit komt omdat meerdere studies hebben aangetoond dat er een verband is tussen slaagkansen en veerkracht in het hoger onderwijs. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd die hebben aangetoond dat veerkracht een belangrijk gegeven is bij het mentaal welzijn van studenten.\n\nVeerkracht versterken kan daarom zeker een meerwaarde bieden aan studenten wat betreft het mentaal welzijn zowel wat betreft de slaagkansen. De studie van Chow et al. (2018) toont dat veerkracht ook tijdens de opleiding versterkt kan worden door een ondersteunende leeromgeving en het frequent overwinnen van stressvolle situaties. Naast schoolprestaties is ontspanning ook belangrijk om de stress te ontladen bij studenten. Er zijn verschillende positieve palliatieve activiteiten die onder de cluster sociale, solidaire en actieve activiteiten vallen waarvan aangetoond is dat zij een positieve impact hebben op stress en veerkracht. Voorbeelden hiervan zijn, tijd doorbrengen of uitstappen doen met vrienden, groepssport, gezelschapsspelen...\n\n'Een gesprek voeren met iemand' is ook belangrijk op een schoolsetting omdat het voorkomen en behandelen van psychische problemen helpt bij het bevorderen van schoolprestaties. AP Hogeschool levert momenteel al een grote bijdrage door het brede aanbod van gratis hulpplatformen op school zoals STUVO. Echter blijkt uit het voorgaande onderzoeksproject (PWO 2022-2023) dat studenten drempels ervaren en hun weg niet vinden in het grote aanbod.\n\nOnderzoeksvragen\n\nIn het voorgaande onderzoeksproject (PWO 2022-2023) stond volgende onderzoeksvraag centraal: Wat is de prevalentie en de mate van emotioneel welzijn en veerkracht van studenten vroedkunde, verpleegkunde en ergotherapie en welke noden ervaren zij ter ondersteuning van hun emotioneel welbevinden en veerkracht?\n\nVoorliggend vervolgonderzoek bouwt hierop verder en zet volgende onderzoeksvragen daarbij voorop:\n\n- Onderzoeksvraag 1: Hoe kunnen we de toegankelijkheid tot het ondersteuningsaanbod verhogen en welke veerkrachtversterkende middelen hebben een effect op het optimale behoud en/of verhogen van het mentaal welbevinden en veerkracht van studenten vroedkunde, ergotherapie, toegepaste psychologie en verpleegkunde?\n- Onderzoeksvraag 2: Welk ondersteuningsaanbod sluit aan bij de noden van het werkveld om zo studenten gezondheidszorg maximaal te begeleiden in het ondersteunen van hun mentale veerkracht?\n\nMethodologie\n\nMixed-methods van longitudinaal en kwalitatief onderzoek.\n- Focusgroep onder eindgebruikers van bovengenoemde opleidingen in functie van evaluatie van het aanbod aan veerkrachtversterkende middelen.\n- Survey (Experience Sampling Method) met meerdere meetmomenten van studentengroepen/opleidingen vroedkunde, verpleegkunde, toegepaste psychologie en ergotherapie.\n\nEen aanbod wordt ontwikkeld volgens de principes van Educational Design Research en op basis van literatuur en bevraging van studenten via focusgroepen en resultaten uit de online bevraging, dit in nauwe samenwerking met de studentenondersteuningsdienst van AP. Na de implementatie zal de haalbaarheid en mate van effect op mentaal welbevinden en veerkracht van de studenten beoordeeld worden door middel van kwantitatieve bevraging onder de gebruikers.","summary":"Een op de drie hogeschoolstudenten ervaart emotionele onbalans door stress, angst en gemoedstoestand. Onderzoek toont aan dat veerkracht cruciaal is voor mentaal welzijn en slaagkansen. Nieuw onderzoek richt zich op het versterken van veerkracht bij studenten in de gezondheidszorg voor een betere ondersteuning en resultaten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002965","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n- Een aanbod aan veerkrachtversterkende middelen\n- (Poster)presentaties van de resultaten op congressen en een multidisciplinaire publicatie in vaktijdschrift"},{"description":"Ik verbaas me vaak over de discrepantie tussen de leer van de Kerk en wat er in de Bijbel en andere heilige geschriften staat. Toen ik opgroeide in een Russisch-orthodoxe gemeenschap in Zürich, werd mij een erg conservatieve en heteronormatieve manier van leven en liefhebben bijgebracht.\n\nOmdat ik altijd al gefascineerd was door heiligen, las ik veel over hen in verschillende boeken en Akathistos-hymnen (een hymne die het leven van een heilige prijst). Op een gegeven moment werd de ambivalentie tussen de Russisch-orthodoxe kerk en mijn seksualiteit echter zo intens dat ik besloot de kerk te verlaten. Ik was toen 18 jaar oud.\n\nDe behoefte aan een alternatieve kijk op religie en iconografie maakte dat ik in de jaren daarna mijn religieuze kennis opnieuw analyseerde. Ik besefte dat de kerk en de gemeenschap vaak een dogma verkondigen dat eerder gebaseerd is op traditie dan op wat de Bijbel of andere geschriften vertellen.\n\nBij het zoeken naar het queer gecodeerde leven van heiligen en Bijbelse figuren merkte ik dat de heteronormatieve interpretaties die de kerk geeft het verschil maken. Een alternatieve manier van leven en liefhebben is mogelijk, en wordt zelfs geaccepteerd en via heiligenlevens zelfs ondersteund door de kerk, maar tegelijkertijd niet voor de normale kerkgangers.\n\nHoewel dit onderzoek gebaseerd is op religieuze onderwerpen, moet het geen religieus werk worden, het is meer een persoonlijke reis waarbij ik mezelf afvraag waar ik vandaan kom en wie ik ben. Dit bracht me op de vraag hoe ik deze ervaring en kennis kan gebruiken voor mijn persoonlijke artistieke praktijk. Maar ook, hoe kan dit gebruikt worden voor kunstinstellingen en museumcollecties om een meer diverse ervaring te creëren?","summary":"Ontdek hoe religie en seksualiteit samenkomen in heiligenlevens, en hoe traditionele interpretaties kunnen worden uitgedaagd. Verken de mogelijkheid van queer perspectieven in kunst en cultuur voor een inclusievere ervaring.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002966","result_description":null},{"description":"In de autonome (beeldende) kunst is er een traditie in het samenvallen van kunstenaarspraktijk met leraarschap. Het ontwikkelen van lesmateriaal werd al honderd jaar geleden door kunstenaars van Bauhaus als hun werk gezien. Beuys ging hier in de jaren zestig zelfs nog een stap verder in: leraarschap is kunstenaarschap. Het kunstenaarschap van een teaching artist is volgens hedendaagse kunstenaar-docent Jorge Lucero eerder een tweede of derde natuur, geen rol of identiteit (Lucero, 2011). Hij ziet onderwijs als een kunstpraktijk waarbij hij verschillende modes of operation legitimeert vanuit de kunst. Cultuursocioloog Pascal Gielen spreekt teaching artists aan vanuit de opdracht om uit de automatische piloot te stappen (Gielen, 2015). Hij ziet de overlap in hun handelen: hij heeft het niet over wat kunstvakdocenten zijn, maar wat ze doen. Hij roept teaching artists op tot het onderwijzen van de onmaat, om uit de automatische piloot van de schoolse orde te stappen en deze orde als materiaal te zien. (Van Tilburg, 2024)\n\nDit onderzoek wil vanuit een Docent OntwikkelTeam (DOT) teaching artists in Vlaanderen en Nederland artbased inspireren en constructief laten innoveren. Het DOT fungeert als een professionele leer- en onderzoeksgemeenschap waarbinnen deelnemers zowel artistiek als pedagogisch-didactisch samen professionaliseren en onderzoeken. \n\nCentraal staat de vraag: Welke professionalisering realiseren teaching artists via een internationale hybride leergemeenschap, en hoe kan deze leergemeenschap een duurzame vorm aannemen?","summary":"Leer hoe teaching artists via een internationale hybride leergemeenschap professionaliseren en innoveren om duurzame groei te realiseren in de kunst- en onderwijswereld. Ontdek de unieke samensmelting van kunstenaarspraktijk en leraarschap, waarbij onderwijs wordt gezien als een kunstvorm die uitdaagt om buiten de bekende kaders te treden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002967","result_description":"Het onderzoeksproject heeft als doel een brede impact te hebben op het gebied van teaching artistry door middel van verschillende concrete output.\n\nTen eerste omvat het project de vertaling en publicatie van 'Making Change' van Eric Booth naar het Nederlands, wat de toegang tot waardevolle kennis over dit onderwerp vergroot. Deze vertaling zal worden gepresenteerd tijdens een boekpresentatie, waarbij de auteur mogelijk online aanwezig kan zijn om inzichten te delen en interactie met het publiek aan te gaan. De Educatieve Master Muziek en Podiumkunsten (EDU-MPK, KCA) en Master Kunsteducatie (FAA) zullen hier actief bij betrokken worden. De publicatie wordt opgenomen bij de verplichte literatuur van ‘Inleiding in de kunsteducatie’ (EDU-MPK) en binnen Module II (MKE).\n\nDaarnaast omvat de output van het onderzoeksproject de verduurzaming van de internationale leergemeenschap door de creatie van een 'ITAC Hub Lowlands' (gedragen door KCA & FAA), een kenniscentrum gewijd aan teaching artistry. Dit centrum zal fungeren als een hub voor professionals, zowel lokaal als wereldwijd, om kennis en ervaringen uit te wisselen, samen te werken aan projecten en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van teaching artistry te verkennen en te delen."},{"description":"Oefenende feedback loops is een artistiek onderzoek dat de oefening als artistieke werkvorm om te (leren) kennen centraal stelt. In de oefening ontstaat een specifieke aandachtsvorm die zowel individueel als collectief onbekendheden op de proef stelt. De oefenaar toetst hierin individuele intenties, verlangens en impulsen af. In die zin ontstaat er in de oefening een trillingsveld, waarin een belichaamde, sensoriële beleving in directe relatie komt te staan met een abstract weten.\n\nDoor in de oefening een proces te doorlopen, namelijk het individueel sensorieel omgaan met objecten en omgevingen, ontstaat er bij de oefenende mens een ervaring: hij/zij heeft dit meegemaakt. Meemaken wordt in dit onderzoek tweeledig begrepen: het is zowel het beleven alsook het vormgeven van een ervaring. Het onderzoek gaat op zoek naar trillingsvelden waar er sprake is van weerstand, hapering, onbekenden, frustratie en vervorming. Hoe kunnen deze weerbarstigheden zich beginnen aftekenen, afdrukken, en zich dus beginnen uitspreken?\n\nHerhaling en repetitie staan hierbij centraal. Net door het systematisch herhaaldelijk inzetten van dezelfde abstracties, kan men tot diverse uitspraken komen van ‘hetzelfde’. Bijgevolg kunnen we tot een vibrerend kennisbegrip komen, namelijk een belichaamde taal die ons leert open te staan voor verandering en alteriteit.","summary":"Artistiek onderzoek naar oefening als werkvorm om te leren kennen. Trillingsveld van belichaamde ervaring en abstract weten. Nadruk op herhaling en repetitie voor vibrerend kennisbegrip en openheid voor verandering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002968","result_description":"Het zoeken naar dialoog en het uitwisselen van gedachten en materiaal is de drijvende kracht achter zowel het gebied van de kunsten als artistiek onderzoek. \n\nDe \"Exe-xe-oefening van feedback loops\" zal vorm krijgen in een interdisciplinaire praktijk, die zowel artistieke als educatieve uitdrukking zal vinden. \n\nTussentijdse onderzoeksresultaten zullen hun weg vinden naar het grote publiek via openbare tentoonstellingen en artistieke werken, oefeningen en publicaties. \n\nZie voor meer informatie het onderzoeksplan."},{"description":"Probleemschets\n\nWanneer de neonaat niet exclusief gevoed kan worden met melk van zijn eigen moeder, is het uitermate belangrijk dat men gebruik kan maken van donormelk (Altobelli et al., 2020; Committee on Nutrition, 2017). Steeds meer wetenschappelijk bewijs toont de voordelen aan van moedermelk voor een goede groei en ontwikkeling van alle neonaten. Advies van de WHO luidt dat bij gebrek aan melk van de eigen moeder, donormelk verkozen wordt boven iedere soort kunstvoeding, ook ten opzichte van specifieke prematurenkunstvoeding.\n\nMaar wat is de mindset van gezinnen in België hieromtrent? In België tellen we momenteel 4 officiële melkbanken: 2 in Luik en 2 in Brussel, maar in Vlaanderen beschikken we nog steeds niet over een officiële melkbank. Er is geen centrale moedermelkbank en de reeds bestaande melkbanken in België werken niet samen. Het gebruik van een dergelijke centrale moedermelkbank kan echter een belangrijke kostenreductie voor de maatschappij met zich meebrengen door meer efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen.\n\nSamengevat is er dus heel wat werk aan de winkel om donormelkbanken in Vlaanderen op te richten. Daarnaast hebben we nog geen wetgevend kader in België, alsook is er geen overkoepelende nationale vereniging die de werking van de reeds bestaande melkbanken optimaliseert. Er is momenteel geen transparant en eenvormig beleid in België inzake moedermelkdonatie. Dit resulteert in een onbestaande samenwerking tussen de 4 actieve melkbanken in België. Daarnaast is er sprake van onvoldoende informatiedeling en stimulatie tot melkdonatie.\n\nOnderzoeksvragen\n\nOV1: Hoe staan (toekomstige) gezinnen in België momenteel tegenover het principe van moedermelkdonatie? Deze onderzoeksvraag kadert in de oprichting van moedermelkbanken in Vlaamse ziekenhuizen die momenteel nog geen gebruik maken van donormelk. Het kan zeer interessant zijn om de weerstand en behoeften van zowel (potentiële) eindgebruikers als donoren in kaart te brengen met betrekking tot melkdonatie.\n\nOV2: Wat is de kosteneffectiviteit van het gebruik van donormoedermelk versus kunstvoeding voor te vroeg geboren baby’s met een laag geboortegewicht (LBW) in België vanuit het oogpunt van de gezondheidszorg? Het is van essentieel belang om bij het introduceren van nieuwe behandelingen zowel naar de effectiviteit als naar het gebruik van middelen te kijken. Verschillende studies vergelijken de kosteneffectiviteit van beiden. Onderzoek uit het buitenland toont aan dat alle interventies met donormoedermelk kostenbesparend of kosteneffectief zijn (Buckle & Brown, 2017; Zanganeh, Jordan & Mistry, 2021). Het is echter nog onduidelijk in welke mate deze resultaten geëxtrapoleerd kunnen worden naar België.\n\nMethodologie\n\nI.f.v. OV1 (bevraging mindset): Cross-sectioneel onderzoek met semigestructureerde diepte-interviews en focusgroepen. Data zullen zowel kwantitatief als kwalitatief worden geanalyseerd.\n\nI.f.v. OV2 (Economische studie): literatuuronderzoek + descriptief veldonderzoek\n- Kwantitatieve dataverzameling: verzamelen en analyseren van kosten- en uitkomstgegevens\n- Economische studie op basis van financiële ziekenhuisgegevens uit België (Vlaanderen, Brussel en Wallonië)\n- Dataverzamelingsmethode: retrospectief onderzoek\n- Data-analysemethoden: statistische analyse (STATA) met probabilistische gevoeligheidsanalyse. Gezien de moeilijkheid om de levenskwaliteit bij baby's te meten, zal het voorkomen van een NEC (necrotiserende enterocolitis) als uitkomstmaat worden gebruikt.","summary":"Donormelk is cruciaal voor de groei van neonaten. In België is er behoefte aan meer bewustzijn en samenwerking voor officiële melkbanken. Onderzoek focust op mindset van gezinnen en kosteneffectiviteit van donormelk vs. kunstvoeding voor vroeggeboren baby's.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002969","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN EN OUTPUT\n\nOV1 (Bevraging mindset)\n\nGeplande resultaten:\nEen algemeen beeld krijgen over de mindset van (toekomstige) gezinnen in België met betrekking tot het principe van moedermelkdonatie. We brengen in kaart welke factoren de bereidheid van (toekomstige) moeders en hun partners in België beïnvloeden om donormoedermelk te doneren en te ontvangen. Denk hierbij aan de invloed van socio-demografische factoren, (eerdere) zwangerschappen, (eerdere) ervaringen met borstvoeding, het al dan niet hebben van voorafgaande kennis omtrent melkdonatie en de voordelen van borstvoeding, kennis met betrekking tot algemene factoren omtrent melkdonatie (denk hier bijvoorbeeld aan de praktische en wetgevende kant).\n\nOutput:\n- In eerste fase: publicatie van de onderzoeksresultaten in een vaktijdschrift, toelichting van de onderzoeksresultaten d.m.v. een (poster-) presentatie op een congres.\n- In een tweede fase: Op basis van de onderzoeksresultaten wordt een gerichte voorlichtings- en sensibilisatiecampagne opgezet in samenwerking met Vlaamse ziekenhuizen met een NICU om de eindgebruikers beter te informeren over de mogelijkheden van moedermelkdonatie. Concreet: persaandacht vragen en inzetten op sociale en traditionele media.\n\nOV2 (Economische studie)\n\nGeplande resultaten:\nConcluderen of interventies met donormoedermelk ook in België kostenbesparend of kosteneffectief zijn, in analogie van buitenlandse onderzoeksresultaten. Dit gebeurt door de kosteneffectiviteit van het gebruik van donormoedermelk ten opzichte van kunstvoeding voor te vroeg geboren baby’s met een laag geboortegewicht (LBW) in België in kaart te brengen.\n\nOutput:\n- Publicatie van de onderzoeksresultaten in de vorm van een masterproef.\n- Er wordt een beslisboommodel ontwikkeld waarbij incrementele kosteneffectiviteitsratio's (ICER's) worden ingeschat. De onderzoeksresultaten worden gepresenteerd als aanvaardbaarheidscurven voor kosteneffectiviteit."},{"description":"Het Associatie Onderzoeksplatform (AOP) focust op de versterking van interprofessioneel onderwijs (IPE), waarbij studenten uit verschillende disciplines samen leren, van en over elkaar. Dit samenwerkingsmodel verbetert niet alleen de samenwerking tussen professionals, maar verhoogt ook de kwaliteit van zorg. Wereldwijd wordt IPE gezien als een essentieel onderdeel van betere zorgverlening.\n\nBinnen de Associatie Universiteit Gent (AUGent) werken UGent, HOGENT en Arteveldehogeschool samen aan de leerlijn ‘Leren Interprofessioneel Samenwerken’ (LISa). Deze leerlijn is al deels geïmplementeerd in 11 opleidingen en vormt een innovatief curriculum gebaseerd op wetenschappelijke inzichten.\n\nHet AOP ondersteunt verder onderzoek naar interprofessioneel onderwijs en interprofessionele identiteit. Denk hierbij aan thema’s zoals simulatie-onderwijs, doelgerichte zorg en werkplekleren. Door expertise te bundelen vanuit diverse disciplines en onderwijsvormen, bevordert het platform zowel de theorie als de praktijk van interprofessioneel leren en werken.\n\nMet dit platform bouwen we samen aan een toekomst waarin onderwijs en zorg hand in hand gaan voor betere samenwerking en resultaten.","summary":"Het Associatie Onderzoeksplatform (AOP) bevordert interprofessioneel onderwijs en samenwerking in de zorg. Samen met AUGent werkt het aan innovatieve leerlijnen en onderzoeksondersteuning voor betere zorgverlening en resultaten wereldwijd.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002970","result_description":null},{"description":"Het project vindt plaats in het kader van mijn doctoraat in de Kunsten aan de Universiteit Antwerpen en het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.\n\nConservatorium van Antwerpen, mijn doctoraatsonderzoek, Different Tubes, dat de expressieve mogelijkheden onderzoekt van klarinet en basklarinet en de daaruit voortvloeiende transformatie van de rol en praktijk van de uitvoerder.\n\nHet kernonderwerp van dit 2-jarige onderzoeksproject is de studie van klarinetvoorbereiding die gebeurt door middel van digitale technologieën: specifiek 3D printen, Arduino elektronische prototypes en motion capture.\n\nWat is de specifieke bijdrage van deze digitale technologieën aan het discours over klarinetvoorbereiding? Hoe transformeren deze specifieke prepareerprocessen onze perceptie van het instrument, van zijn fysieke uitbreiding, eigenschappen en mogelijkheden? Hoe verandert het digitale prepareerproces de praktijk en rol van de klarinettist?\n\nWat is het verschil, als dat er al is, tussen de naburige, aangrenzende gebieden van digitaal voorbereiding en instrumentvergroting?\n\nOm deze vragen te beantwoorden zal ik drie specifieke casestudies uitvoeren over het digitaal prepareren van klarinet, en een reflectief dagboek bijhouden van mijn dagelijkse werkpraktijk.\n\nReflectief dagboek bijhouden van mijn dagelijkse werkpraktijk en activiteit, de begeleider zijn van een creatief interdisciplinair project, en interviews afnemen met ervaren uitvoerders, docenten, componisten en klarinetstudenten.\n\nDe verzamelde resultaten zullen worden gepresenteerd in twee lecture-concerten, een digitaal portfolio, een serie lezingen en een verzameling publicaties.","summary":"Onderzoek naar digitale technologieën voor klarinetvoorbereiding en transformatie van de rol van de klarinettist. Resultaten gepresenteerd in concerten, lezingen en publicaties. Doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen en Koninklijk Conservatorium Antwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002971","result_description":"Ik zal de verzamelde resultaten presenteren in: \n\n- Twee lecture-concerten, waarin de composities uit de case studies worden gepresenteerd. \n\n- Een digitaal portfolio, waarin de artistieke output van de casestudies wordt getoond en de bijbehorende digitale voorbereidingslogica. \n\n- Een lezingenreeks voor de andere CREATIE-onderzoekers. \n\n- Een verzameling papers, die gepresenteerd worden in tijdschriften als Forum+ en ECHO, en aanvragen voor conferenties als de Cumulus Conferentie 2023 en de Conferentie over tastbare ingebedde en belichaamde interactie 2023. \n\n- In samenwerking met componist en onderzoeker Adam Łukawski, mijn docARTES-collega, zal ik werken aan een blockchain-netwerk van composities in virtuele realiteit, waarbij onder hetzelfde digitale kader de artistieke resultaten van onze onafhankelijke maar dialogerende onderzoeken."},{"description":"Als lingua franca op zee is Engels door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) aangewezen als de taal voor professionele communicatie aan boord van koopvaardij schepen die in internationale wateren varen. Het “gebruik van Engels in mondelinge en schriftelijke vorm” en “het gebruik van IMO Standard Marine Communication Phrases (SMCP)” zijn opgenomen als vereisten in de Internationale Conventie van de IMO betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst voor zeevarenden (STCW), 1978, zoals gewijzigd1.\n\nOnder de paraplu van Engels voor specifieke doeleinden (ESP), heeft Maritiem Engels zich een plaats verworven binnen het maritieme curriculum en is de laatste twee decennia een bron van divers onderzoek geworden. Ondanks de sleutelrol van communicatie aan boord, vertonen zeevarenden een grote verscheidenheid aan Engelse taalvaardigheid, variërend van niet-bestaand tot vloeiend. Deze anomalie is het resultaat van een aantal factoren, met als belangrijkste moedertaal, land van herkomst of verblijf en opleidingsachtergrond.\n\nEen onvermogen om (Maritiem) Engels te gebruiken belemmert duidelijk de prestaties van de zeevarende aan boord. Ondanks de ambitie van de maritieme sector om het aantal ongevallen die toe te schrijven zijn aan de menselijke factor, blijkt uit bewijs dat slechte Engelse taalvaardigheden gecombineerd met een gebrek aan (inter)cultureel bewustzijn onder de meertalige, multi-etnische bemanning, nog steeds bestaan, wat vaak leidt tot miscommunicatie en soms tot dodelijke ongevallen.\n\nIn tegenstelling tot de luchtvaartsector, waar het afleggen van een examen luchtvaart-Engels een verplichte is voor piloten, kent de maritieme sector een dergelijk systeem niet. IMO biedt richtlijnen voor het onderwijzen, leren en beoordelen van maritiem Engels, maar heeft tot op heden het ondersteunen van universele vaardigheidstesten.\n\nDeze dissertatie onderzoekt de haalbaarheid en wenselijkheid van wereldwijde standaarden voor Maritiem Engels. Een enquête onder dekofficieren van de Belgische vloot levert gegevens op over linguïstische en (inter)culturele aspecten van communicatie aan boord. De enquête bevat een sectie gewijd aan IMO SMCP. Een analyse van de gegevens onthult de belangrijkste factoren met een negatieve invloed op de communicatie. De daaropvolgende discussie gaat over het specifieke profiel van de respondentengroep en hoe dit de gegevens beïnvloedt. Extrapolatie van de gegevens naar de internationale maritieme gemeenschap leidt tot conclusies over de vraag of het opstellen van wereldwijde normen voor maritiem Engels al dan niet voordelig zou zijn.","summary":"Engels is de verplichte taal voor communicatie aan boord van internationale koopvaardijschepen volgens de IMO. Ondanks diversiteit in Engelse vaardigheden van zeevarenden, kan gebrek hieraan leiden tot miscommunicatie en ongevallen. Onderzoek naar wereldwijde standaarden voor Maritiem Engels wordt gevoerd, met Belgische dekofficieren als focusgroep.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002972","result_description":null},{"description":"De sociaalwerkconferentie van 2018 in Brussel benadrukte de noodzaak om de politiserende rol van sociaal werk sterker te ontwikkelen in praktijk, opleiding en onderzoek. Dit concept, cruciaal maar onder druk, wordt nog onvoldoende theoretisch en praktisch ingevuld. Dit AOP werd opgericht als coördinerend orgaan om onderzoek te bundelen, kennis te aggregeren en strategisch naar buiten te treden. Het AOP dient als klankbord voor curricula, bijdragen aan postacademische vormingen en om systematisch gezamenlijke onderzoeksprojecten op te zetten. Tevens biedt het mogelijkheden om Vlaamse en internationale netwerken te versterken, met een focus op politisering als speerpunt binnen de agenda van sterk sociaal werk.\n\nDe opleidingen sociaal werk binnen de Associatie UGent hebben reeds initiatieven genomen, waaronder de oprichting van een postgraduaat dat reflectie en praktijkontwikkeling ondersteunt. Dit programma spitst zich toe op thema’s zoals emancipatie, methodische kaders en benaderingen van politisering. Het toekomstige AOP zal dit postgraduaat verder uitbouwen tot een meer academisch en professioneel haalbaar programma, ingebed in intensieve samenwerking. Het AOP richt zich op drie onderzoekslijnen: theoretische verdieping van politisering, politiserende praktijken in de publieke sfeer en het politiserend handelen in directe interacties met burgers. Hiermee beoogt het AOP een geïntegreerde visie op politisering in sociaal werk.","summary":"The AOP in Brussels aims to strengthen the politicizing role of social work through research, education, and practical initiatives. It serves as a hub for knowledge aggregation, fostering collaboration, and enhancing politization in social work curricula and research projects.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002973","result_description":null},{"description":"Het hoofddoel van het project is de muzikale traditie van de manza xylofoon van de Azande-stam uit de noordelijke Democratische Republiek Congo (DRC) te herontdekken, te revitaliseren en te recreëren, een door kolonisatie en fragmentering van patrimoniale stammen bedreigde traditie.\n\nEnkele manza xylofoons worden bewaard in de collectie muziekinstrumenten in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.\n\nEen driedelig research model zal artistieke en empirische resultaten genereren: muzikale experimentatie (de manza-sound samplen en naast zijn elektronische replica leggen, hypotheses formuleren voor het gebruik van het instrument door de analyse van historische opnames en fotomateriaal), interactieve creatieve acties (co-creatie en co-experimentatie met muziek-researchers, bron- en diasporagemeenschappen, studenten en muzikanten in Europa), en ethnografie (archief analyse, interview, veldonderzoeken en artistieke residentie).\n\nDe belangrijkste artistieke output zal gesamplede opnames en metadata van dit historisch instrument zijn, de elektronische replica en een online album met nieuwe muzikale creaties, geïnspireerd door de manza muziekstijl, sound en opnames.\n\nOndanks de specifieke culturele aard van dit onderzoek, zal het project de Belgische samenleving, muzikaal onderwijs en wetenschappelijke instituten beïnvloeden op het vlak van dekolonisatie en multiculturele waarden, Afrikaanse muzikale invloeden en technieken, en methodologisch muzikaal onderzoek.","summary":"Dit project herontdekt, revitaliseert en creeërt de muzikale traditie van de Azande-stam uit Congo door onderzoek, co-creatie en artistieke output. Het beïnvloedt Belgische samenleving en wetenschappelijke instituten positief met focus op dekolonisatie en multiculturele waarden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002974","result_description":null},{"description":"De relatieve impact van scheepsgolven op de intergetijdengebieden van het Schelde-estuarium wordt bestudeerd in verhouding tot de impact van natuurlijke windgolven en getijdenstromingen.\n\nDeze effecten worden gemeten in relatie tot verschillende scheepskenmerken, en op verschillende locaties langs het estuarium, om invloeden van plaatskenmerken na te gaan.\n\nDe resultaten kunnen gebruikt worden als basis voor aanbevelingen om de impact van scheepvaart op het ecosysteem van de Schelde te beperken.","summary":"De invloed van scheepsgolven op intergetijdengebieden van het Schelde-estuarium wordt onderzocht t.o.v. windgolven en getijdenstromingen. Resultaten kunnen dienen voor aanbevelingen ter beperking van scheepvaartimpact op de Schelde-ecosystemen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002975","result_description":null},{"description":"Het Schelde-estuarium is economisch en ecologisch zeer waardevol. Het ecologisch functioneren wordt gehypothekeerd door een te hoge dynamiek van het estuarium.\n\nIn dit project wordt één aspect van die dynamiek bestudeerd: golfslag afkomstig van schepen. Enerzijds worden factoren van golfopwekking geëvalueerd, anderzijds wordt het effect van golfinslag op fysieke verstoring van intergetijdengebieden onderzocht.","summary":"Het Schelde-estuarium is van onschatbare waarde, maar wordt bedreigd door hoge dynamiek. Dit project onderzoekt scheepsgolven en hun impact op intergetijdengebieden.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002976","result_description":null},{"description":"In dit project worden de mogelijkheden onderzocht van ultrasone onderwater datacommunicatie op gebied van bandbreedte en communicatieafstand. Parameters zullen met behulp van theoretische modellen en empirische metingen gekarakteriseerd worden.\n\nEr zal ook onderzoek gebeuren naar geschikte transducers. Vervolgens zal een simulatiemodel opgebouwd worden.\n\nAan de hand hiervan kunnen op verantwoorde wijze een aantal technische keuzes gemaakt worden om een werkend prototype te bouwen.","summary":"Dit project onderzoekt ultrasone onderwater datacommunicatie voor bandbreedte en communicatieafstand. Parameters worden gekarakteriseerd met modellen en metingen. Geschikte transducers worden onderzocht en een simulatiemodel wordt ontwikkeld voor het bouwen van een werkend prototype.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002977","result_description":null},{"description":"Corrosie in ballast tanks is een zeer specifieke materie, die door verschillende factoren beïnvloed wordt. Dit resulteert in meerdere corrosievormen, die elk hun eigen invloeden hebben.\n\nHet project is ingedeeld in 3 werkpakketten. De bedoeling van het eerste pakket is het formuleren van een protocol van inspectie, het opstellen van een dataformulier en het maken van een doe-het-zelf kit voor staalname.\n\nIn een 2e fase zullen stalen aan boord worden genomen. Chemische parameters en microbiologische consortia zullen worden geïdentificeerd.\n\nHet derde pakket zal door middel van multivariate statistiek een hypothese formuleren inzake de oorzaken van corrosie.","summary":"Ontdek de complexe wereld van corrosie in ballast tanks. Ons project omvat 3 werkpakketten: inspectieprotocol, dataformulier, doe-het-zelf staalnamekit, chemische en microbiologische analyse, en multivariate statistiek voor oorzaken van corrosie.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002978","result_description":null},{"description":"Het project omvat een geomorfologische opmeting van het gereduceerd getijde gebied Bergenmeersen. Dit gebied maakt samen met andere gebieden deel uit van het Sigmaplan dat door de Vlaamse overheid ontwikkeld werd als reactie op de overstromingen van 1976. Deze projectgebieden zijn waterbuffers die het Scheldewater moeten opvangen in het geval van een stormvloed. Door de creatie van een gereduceerd getijdegebied vormt het Sigmaplan eveneens een belangrijke schakel in de natuurontwikkeling in Vlaanderen.\n\nDe geomorfologie van het nieuw aangelegde gereduceerde getijdengebied Bergenmeersen wordt opgemeten met een real time kinematisch global navigation satelliet systeem. De hoogtemeting van de sliblagen en de bodem van de getijde kanalen wordt vastgelegd met een toestel voor digitale hoogtemeting. Dit laat toe om de positie van de meetpunten te bekomen met een nauwkeurigheid van enkele centimeters en een hoogtenauwkeurigheid van ongeveer één millimeter.\n\nDeze metingen worden digitaal uitgewerkt met gespecialiseerde software om een volledig driedimensionale voorstelling van de getijdenkanalen in het geheel van het project Bergenmeersen te verkrijgen. Dit driedimensionale beeld wordt vergeleken met de basismeting toen het project Bergenmeersen opnieuw opengesteld werd voor het getijde op 25 april 2013. Aan de hand van deze meting en het basismodel kan bepaald worden hoeveel de sedimentatie en erosie van de getijdenkanalen in het project bedragen.\n\nDe resultaten zullen getoetst worden met eerdere metingen die uitgevoerd werden in het pilootproject van het Sigmaplan Lippenbroek. De resultaten van de observaties zullen nieuwe inzichten leveren in de ontwikkeling van de getijdenkanalen en de snelheden waarmee sedimentatie en erosie optreden in een nieuw gereduceerd getijdengebied. Deze informatie is belangrijk in de evaluatie van het succes van de natuurontwikkeling, ook in de andere getijdengebieden die langs de Schelde worden aangelegd in het kader van het Sigmaplan.","summary":"Ontdek hoe onze real-time geomorfologische metingen van het gereduceerd getijdegebied Bergenmeersen nieuwe inzichten bieden over sedimentatie en erosie. Essentieel voor het succes van natuurontwikkeling in het Sigmaplan.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002979","result_description":null},{"description":"ARTIVISM versmelt kunst met activisme. Mijn onderzoek zal bijdragen aan het groeiende creatieve bedwerk, zoals muziek-, dans- en theatervoorstellingen, multimediawerk, straatkunst, composities en liedjes. Dit werk heeft als doel het bewustzijn te vergroten en wereldwijde onderdrukking, met name geweld tegen vrouwen en meisjes, te helpen elimineren.\n\nVrouwenhaat heeft op veel verschillende niveaus gedijen, van het meest verheven filosofische niveau in de werken van Griekse denkers die hebben geholpen om te kaderen hoe de westerse samenleving naar de wereld kijkt, tot de achterstraten van het negentiende-eeuwse Londen. Kunst maakt politieke actie multizintuiglijk, waardoor belangrijke boodschappen kleurrijker, gedenkwaardiger en toegankelijker worden. Werk in dit veld kan enorme problemen zoals seksslavernij aanpakken door complexe statistische gegevens te vertalen naar een begrijpelijk niveau, zodat erover nagedacht en bediscussieerd kan worden.\n\nMijn onderzoek zal de interdisciplinaire mogelijkheden van compositie als ARTIVISM onderzoeken door de mix van experimentele compositie met visuele communicatie om gebieden van onderdrukking en geweld te markeren. Ik zal samenwerkingsprocessen faciliteren om in contact te komen met andere kunstvormen, zowel in maatschappelijk geëngageerde contexten als met kunstenaars in de onderzoeksgroep CREATIE. Hierbij zal ik inspiratie putten uit bestaand ARTIVisme en literatuur. De benaderingen van beoefenaars zoals de multinationale vrouwengroep LADAMA, wiens doel het is om de verwachtingen van vrouwen uit te dagen door middel van muziek, zullen kaders bieden waarbinnen ik mijn onderzoek kan vormgeven.\n\nAnalyse van onderzoeksprocessen, uitvoeringen en feedback van medewerkers/publiek zullen de artistieke gemeenschap verder inzicht geven in effectief compositorisch ARTIVisme. Dit wordt ondersteund door een output van nieuwe muziek die voortkomt uit vertaalprocessen van activistische technieken, zoals beeldende kunst en demonstraties in geluid.","summary":"Onderzoek naar ARTIVISM combineert kunst en activisme om bewustzijn te vergroten en wereldwijde onderdrukking van vrouwen te bestrijden door middel van muziek, dans, theater en multimedia. Het onderzoek verkent de mogelijkheden van compositie en visuele communicatie om onderdrukking en geweld te markeren, geïnspireerd door bestaand ARTIVisme en samenwerking met diverse kunstvormen. Het resultaat zal nieuwe muziek opleveren die activistische technieken vertaalt naar geluid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002980","result_description":"Artistieke output zal een doorlopende reeks experimentele muzikale experimenten bevatten die gebruik maken van een multimediaal kader om mijn twee campagneonderwerpen te beantwoorden, te verkennen en te materialiseren van geweld tegen vrouwen en de woede van vrouwen.\n\nDaarnaast zal er een selectie zijn van minimaal vijf volledig gescoorde stukken die worden uitgebreid van de meest veelbelovende muzikale experimenten tot vormen stukken van experimentele compositie als ARTIVISM.\n\nWorkshops met vrouwengroepen met foto- en videodocumentatie van het samenwerkingsverband output (poëzie, groepszang, sculpturen, schetsen en body-map tekeningen).\n\nIk zal mijn onderzoek promoten bij het publiek door middel van live optredens in Londen en België.\n\nPartituren worden gebonden en gepresenteerd met het multimediamateriaal dat nodig is voor de uitvoering. Denk hierbij aan instructies, begeleidende video/geprojecteerde beelden, installatie-opstellingen en sculpturale stukken."},{"description":"Kunstenaars creëren werk dat door het publiek wordt geïnterpreteerd binnen een andere context. In visuele poëzie gebeurt dit onder andere met witruimte, typografie en kleur. In performance poëzie gebeurt dit door analoge en/of digitaal vervormde stem (klankkleur, toonhoogte, volume). Hybride of XR kunst introduceert de gebruiker in vooraf gedefinieerde \"belevingscontexten\" met aandacht voor user experience (UX) en gebruikersomgeving (UI: user interface). Deze 'human-machine-interaction' (HMI) en/of 'human-technology-interaction' (HTI) zorgen ervoor dat de gebruiker een engagement (interactie) kan aangaan met de gebruikte technologie.\n\nDiverse machine learning tools zijn ontwikkeld die spraak omzetten naar tekst. In dit onderzoeksproject wil ik manieren vinden waarop speech-to-text bijdraagt aan een immersieve live visual poetry performance ervaring, hoe dit kan bijdragen aan interactie tussen performer, publiek en omgeving, en hoe speech-to-text AI publiek en performers kan laten interageren in hiervoor gecreëerde performance locaties.\n\nHiervoor wil ik exposities, performances en evenementen bezoeken die deze technologieën al gebruiken. Deze in kaart brengen, testen met als doel verschillende parameters of uitvoerende variabelen te gebruiken die als Proof of Concept (POC) in poetry performances worden voorgesteld, onder andere tijdens het afsluitende evenement van het UTM-project in het planetarium op de Heizel, maar ook in de Lange Zaal tijdens ARTiculate 2024.","summary":"Artists use various mediums to engage audiences in interpreting their work within different contexts. Through visual and performance poetry, they explore techniques like whitespace, typography, and sound manipulation. This research project aims to leverage speech-to-text technology to enhance live visual poetry performances, fostering interaction between performers, audiences, and environments. By visiting exhibitions and events utilizing these tools, the project seeks to showcase Proof of Concept parameters at upcoming poetry events.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002981","result_description":"Video’s van de performances en lezingen. Online dagboek. Scrum resultaten op UTM-website. \n\nEen artikel voor een conferentie en/of wetenschappelijk tijdschrift. Een POC-voorstelling hiervan tijdens het eindevenement van UTM in het Planetarium op de Heizel en een in de Lange Zaal tijdens Articulate 2024 met publieksbevraging."},{"description":"Terwijl hedendaagse vertrouwdheden ineenstorten (klimaatineenstorting, het pré-pandemische ‘normaal’, …), heeft de virtuele wereld onze realiteitservaring verder gekoloniseerd (Antwerp Research Institute for the Arts, 2021). Er lonkt een nabije toekomst waarin de realiteitservaring alsmaar meer doordrongen wordt van momenten die het echte leven en fictionele realiteiten naadloos mengen: hyperreële momenten waar feitelijke en synthetische realiteiten in mekaar klikken (Graham, 2021).\n\nIn ‘The Desert of the Real’ onderzoekt het interdisciplinaire collectief Studio Radiaal, bestaande uit Jeroen Cluckers (videokunst, film, 360° video, VR), Jasmijn Lootens (cello, elektronica), Michaël Verlinden (piano, elektronica), Maarten Craeynest (muziektechnologie) en A. De Causmaecker (sculpturen, ruimte, scenografie) hoe liminale, multisensoriële ervaringen de grenzen kunnen doen vervagen tussen analoog en digitaal, materieel en immaterieel, reëel en virtueel. Vanuit het Boeddhistische concept van de dubbele negatie of non-dualiteit, onderzoekt Studio Radiaal de ‘in-between’-status van de ‘embodied’ kijker in hybride artistieke ervaringen, die de tussenschakeringen van het Reality-Virtuality Continuum (Milgram & Kishino, 1994) bevragen.\n\nDit MAXlab-project wordt ondersteund door ChampdAction, Concertgebouw Brugge, Immersive Lab (AP), IPEM (UGent), LUCA/KU Leuven en docARTES Orpheus Instituut. De resultaten van dit onderzoek dienen als inzichten en learnings: een leergrond waaruit een coproductie met Concertgebouw Brugge ontwikkeld kan worden in seizoen ’24-’25.","summary":"Ontdek hoe Studio Radiaal de grenzen vervaagt tussen de echte en virtuele wereld in 'The Desert of the Real'. Een multidisciplinaire verkenning van hybride artistieke ervaringen, ondersteund door toonaangevende partners voor een innovatieve coproductie in seizoen '24-'25.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002982","result_description":"Vooropgestelde output:\n- Disseminatie onderzoeksresultaten tijdens ARTICULATE\n- Mirror Rooms, IPEM, UGent\n- Staging Realities I & II, ChampdAction Studio, deSingel & Immersive Lab, AP\n- The Embodied Experience, Concertgebouw Brugge"},{"description":"Corrosie in ballast tanks is een groot probleem dat traditioneel bestreden wordt door middel van coatings en opofferingsanodes. Het gebruik van corrosiebestendig staal (CRS) biedt mogelijk een alternatief, mits de constructie haalbaar is met de gangbare technieken en methoden op een scheepsconstructiewerf.\n\nDit project onderzoekt of de lasbaarheid van CRS vergelijkbaar is met die van traditioneel Grade A scheepsconstructiestaal.","summary":"Ontdek het potentieel van corrosie resistent staal (CRS) als alternatief voor coatings en anodes in ballast tanks. Dit project onderzoekt de lasbaarheid van CRS voor scheepsconstructies.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002983","result_description":null},{"description":"De snel evoluerende communicatiewereld vereist innovatieve benaderingen om effectief met diverse doelgroepen te communiceren. Uit afstemming met communicatie- en marketingprofessionals blijkt duidelijk een groeiende vraag naar efficiënte en effectieve doelgroepgerichte communicatie. De opkomst van generatieve AI (GenAI) in communicatie en marketing biedt hier nieuwe mogelijkheden. Traditionele methoden schieten vaak tekort in het adresseren van de unieke behoeften en voorkeuren van verschillende doelgroepsegmenten. Tegelijkertijd is er een noodzaak voor een zorgvuldige balans tussen AI-gedreven contentcreatie en menselijke creativiteit, met aandacht voor ethische overwegingen en het risico op vooringenomenheid.\n\nWe bouwen verder op recente ontwikkelingen in GenAI, gecombineerd met in-house expertise in psychologie en communicatie. We richten ons op AI-toepassingen die communicatie optimaliseren, gebaseerd op reeds bekende kenmerken van de doelgroep, en behouden de balans tussen AI en menselijke creativiteit, terwijl we grote dataverzameling vermijden.\n\nAlgemene doelen:\n\nVerbeteren van doelgroepgerichte communicatie: Door de integratie van GenAI en psychologische kennis transformeert GenAI on Target de ontwikkeling en levering van communicatie. Dit leidt tot communicatiestrategieën die effectiever inspelen op de complexiteit van menselijk gedrag, waardoor bedrijven en organisaties, waaronder ook non-profit en overheidsinstanties, diverse doelgroepen beter bereiken.\n\nAnalyseren van impact op businessmodellen en oplossingen aanreiken: Onderzoeken hoe de integratie van GenAI in communicatieprocessen de businessmodellen achter communicatie- en marketingservices beïnvloedt, en mogelijke strategieën en oplossingen in kaart brengen om hier effectief mee om te gaan.\n\nEfficiëntie in het creatieproces verhogen: Het project richt zich op het efficiënter maken van het contentcreatieproces door het inzetten van AI-gestuurde toepassingen, wat zal leiden tot snellere productie en kostenbesparingen.","summary":"Innovatieve GenAI-technologie transformeert doelgroepgerichte communicatie, verhoogt efficiëntie en bereikt diverse doelgroepen effectiever. Analyse van impact op businessmodellen om strategieën en oplossingen te bieden. Snellere productie en kostenbesparingen door AI-gestuurde contentcreatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002984","result_description":"Succesindicatoren\n\nJaar 1\nKP1: Het aantal tijdens de projectuitvoering geïdentificeerde unieke ondernemingen & non-profitorganisaties die aangeven de kennis van het TETRA-project te zullen toepassen\n20\nKPI 2: Het aantal gedocumenteerde validaties (nl. praktijktesten) die bruikbaar zijn om de kennis beter te verspreiden\n2\nKPI 3: Het aantal studenten dat betrokken wordt bij het project\n50\nKPI 4: Het aantal workshops, seminaries en congressen die we zelf organiseren of waar we actief aan deelnemen in het kader van het project\n6\n\nJaar 2\nKP1: Het aantal tijdens de projectuitvoering geïdentificeerde unieke ondernemingen & non-profitorganisaties die aangeven de kennis van het TETRA-project te zullen toepassen\n40\nKPI 2: Het aantal gedocumenteerde validaties (nl. praktijktesten) die bruikbaar zijn om de kennis beter te verspreiden\n4\nKPI 3: Het aantal studenten dat betrokken wordt bij het project\n150\nKPI 4: Het aantal workshops, seminaries en congressen die we zelf organiseren of waar we actief aan deelnemen in het kader van het project\n15\n\nVerwachte resultaten en impact\n\nStrategie voor verspreiding: Actieve verspreiding van projectresultaten via workshops, seminaries, en congressen gedurende en tot minstens 2 jaar na het project. Dit omvat ook het delen van bevindingen en best practices via online platforms en publicaties. Daarnaast een laagdrempelig dienstverleningsaanbod naar alle kmo’s via Blikopener en een meer diepgaand dienstverleningsaanbod naar communicatie- en marketingbureaus en kmo’s met een sterke interesse in doelgroepgerichte communicatie, zodat zij de projectkennis ten volle kunnen valoriseren en op die manier het werkveld blijvend innoveren.\n\nEconomische en maatschappelijke impact: Verwacht wordt dat de integratie van GenAI in communicatie zal leiden tot verbeterde communicatie- en marketingeffectiviteit en -efficiëntie bij de betrokken organisaties, met potentiële kostenbesparingen en een groter bereik. Maatschappelijk draagt het project bij aan meer inclusieve en toegankelijke communicatie.\n\nDoorstroming naar opleidingen: We betrekken studenten, docenten en opleidingsmanagers van de communicatie, media- en marketingopleidingen aan de Thomas More Hogeschool om in te spelen op de noden en opportuniteiten binnen relevante opleidingen om op die manier de opgedane kennis en ervaringen te integreren in de relevante hogeschoolopleidingen en studenten voor te bereiden op de toekomstige arbeidsmarkt."},{"description":"Probleemschets\n\nExclusieve moedermelkvoeding en het tegemoetkomen aan de voedingsbehoeften van de pasgeborene zijn twee sleutelfactoren die het mogelijk maken om de neonatale morbiditeit terug te dringen en de psychomotorische en cognitieve ontwikkeling te bevorderen van premature baby’s met een zeer laag geboortegewicht (conclusie van de Hoge Gezondheidsraad -nr. 8734). Borstvoeding is en blijft namelijk de optimale voeding, met voordelen op korte, middellange en lange termijn voor de gezondheid van iedere baby (al dan niet prematuur geboren) en daarenboven ook voor de gezondheid van de moeder (Dieterich et al., 2013). Het is dus van belang voor de volksgezondheid om borstvoeding te promoten, te beschermen en te ondersteunen.\n\nWanneer de baby echter niet kan drinken, wanneer de moeder niet de nodige hoeveelheid melk kan geven óf wanneer de samenstelling van de moedermelk niet tegemoetkomt aan de voedingsbehoeften van het kind, dan kan de neonaat niet exclusief gevoed worden met melk van zijn eigen moeder. In dergelijke gevallen is het dan uitermate belangrijk dat men gebruik kan maken van donormelk (Altobelli et al., 2020; Committee on Nutrition, 2017). Advies van de WHO luidt dat bij gebrek aan melk van de eigen moeder, donormelk verkozen wordt boven iedere soort kunstvoeding, ook ten opzichte van specifieke prematurenkunstvoeding.\n\nEr bestaan nog geen officiële melkbanken in Vlaanderen. Overigens ontbreekt een nationaal regelgevend kader voor de oprichting en optimaal beheer ervan.\n\nOnderzoeksvragen\n\n- OV1: ‘Hoe gebeurt de uitwisseling van moedermelk momenteel in ziekenhuizen?’\n- OV2: ‘Hoe ziet het ziekenhuisbeleid inzake moedermelkdonatie er idealiter uit?’\n- OV3: ‘Welke mindset hebben moeders (donormoeders + vraagmoeders) en belanghebbenden met betrekking tot moedermelkdonatie’.\n\nMethodologie\n\nIn een eerste fase wil dit project via een bevraging bij het NICU personeel nagaan hoe de uitwisseling van moedermelk momenteel gebeurt in Belgische ziekenhuizen. Daarnaast wordt via literatuuronderzoek en een bevraging bij buitenlandse partners in kaart gebracht hoe het ziekenhuisbeleid inzake moedermelkdonatie er idealiter uitziet. Als laatste wordt bekeken welke mindset moeders (donormoeders + vraagmoeders) en belanghebbenden hebben met betrekking tot moedermelkdonatie. Dit zal via focusgroepen onderzocht worden.","summary":"Promotie van borstvoeding is cruciaal voor gezondheid baby en moeder. Donormelk belangrijk bij tekort eigen melk. Onderzoek naar moedermelkuitwisseling en -donatie in ziekenhuizen, met focus op beleid en mindset van moeders en stakeholders. Opzet van melkbanken en regelgeving ontbreken in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002985","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nDeze onderzoeksvragen zullen leiden tot een mooi onderzoeksrapport dat perspectieven vanuit verschillende belanghebbenden samenbrengt, alsook aanbevelingen zal doen aan ziekenhuisbeleid inzake uitwisseling van moedermelkdonatie.\n\nDit rapport wordt overgemaakt aan de betrokken afdelingen en het ziekenhuismanagement. Daarnaast zullen de onderzoeksresultaten en aanbevelingen worden gedeeld op het Borstvoedingscongres (VBOV) en/of op een IBFAN- of GOLD lactation-event."},{"description":"Het onderzoekscentrum Duurzaam Ondernemen en Digitale Innovatie (DODI) volgt al geruime tijd met bijzondere interesse de opkomst en evolutie van de productietechniek, ‘virtual production’ (VP). Dit is een productiemethode waarbij men gebruik maakt van cameratracking om met dynamische computer gegenereerde (CG) sets te werken. Deze levensechte CG-sets worden in Unreal Engine gemaakt waarbij men alle omgevingsfactoren in de hand heeft én ze in realtime kan wijzigen op set.\n\nDe technologie heeft zich sindsdien verder ontwikkeld en is toegankelijker geworden, wat in het buitenland heeft geleid tot een breder gebruik van VP. We zien in het buitenland nieuwe faciliteiten die zich uitsluitend richten op VP.\n\nDaarnaast hebben grote spelers zoals Disney en Apple series geproduceerd waarbij ze gebruik hebben gemaakt van deze productietechniek. Naast het gebruik van VP in fictie zien we ook dat het ingezet wordt voor nieuwsverslaggeving. De recente presentatie van diverse VP-gerelateerde producten op IBC2023 bevestigt opnieuw de groeiende wereldwijde belangstelling voor deze technologie.\n\nWe willen met dit nieuw project VP toegankelijk maken voor de Vlaamse mediasector. Flanders VP moet dan ook beschouwd worden als een dringend en cruciaal initiatief voor de Vlaamse mediasector, zoals benadrukt wordt door MediaNet Vlaanderen.\n\nWanneer we het huidige gebruik van VP in Vlaanderen vergelijken met dat in het buitenland, wordt duidelijk dat we een significante inhaalslag moeten maken om relevant te blijven. De Vlaamse mediasector staat voor grote (economische) uitdagingen waar VP een cruciale rol moet spelen.","summary":"Het onderzoekscentrum DODI volgt de opkomst van 'virtual production', een innovatieve productietechniek. Door de groeiende wereldwijde belangstelling wil Flanders VP deze technologie toegankelijk maken voor de Vlaamse mediasector, die een inhaalslag moet maken om relevant te blijven.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002986","result_description":"Doelstellingen van het project: We willen met dit nieuw project VP toegankelijk maken voor de Vlaamse mediasector. Binnen dit project streven we de volgende doelstellingen na: \n\n1. In kaart brengen en onderzoeken van diverse mogelijke opstellingen, variërend van een Minimum Viable Pipeline (MiVP) tot Medium Viable Pipeline (MeVP) configuraties \n2. Analyseren en documenteren van de vereiste aanpassingen in het preproductie-, productie- en postproductieproces \n3. Businessonderzoek naar de impact van virtual production op het productiebudget \n4. Identificeren en overdragen van de benodigde vaardigheden aan onderwijsinstellingen om de gehele waardeketen te ondersteunen \n\nConcreet: Het project heeft 3 kern doelen, (1) technologieverkenning, (2) kennisvertaling en (3) kennisverspreiding. \n\n1. Technologieverkenning: dit omvat het grondig onderzoeken van diverse aspecten, waaronder (1) de technische capaciteiten van VP-technologie voor het creëren van audiovisuele content, (2) het verzamelen van casestudy's en best practices uit zowel nationale als internationale contexten waar VP is ingezet bij contentproductie, (3) het verzamelen en analyseren van specifieke binnenlandse en buitenlandse cases gerelelateerd aan onderwijs in virtual production, (4) het onderzoeken van de financiële en zakelijke aspecten die gepaard gaan met de implementatie van VP, en (5) het evalueren van de toegevoegde waarde die VP biedt voor zowel mediaproductie als consumptie. \n\n2. Kennisvertaling: in deze fase zetten we de verzamelde kennis om naar praktische piloten. Deze piloten zullen leiden tot concrete richtlijnen en aanbevelingen om de implementatie van VP binnen de sector te vergemakkelijken. Zo zullen we o.a. handleidingen schrijven met een overzicht van beschikbare tools en andere relevante resources. Als onderdeel van onze middellange termijndoelen, zullen we de onderzoeksresultaten ook vertalen naar educatieve richtlijnen, die van nut zullen zijn voor onderwijsinstellingen. \n\n3. Kennisverspreiding: de verworven en vertaalde kennis zal in de eerste plaats worden verspreid onder de leden van de begeleidingsgroep. Bovendien zal de kennis ook de studenten ten goede komen. Dit zal worden bereikt door middel van workshops, seminars, presentaties, online publicaties en evenementen. Daarnaast zullen we proactief in gesprek gaan met onderwijsinstellingen om directe aanbevelingen te doen met betrekking tot het aanbieden van nieuwe of bestaande opleidingen gerelateerd aan VP."},{"description":"Het businessmodel van lokale handel staat onder druk door verschillende uitdagingen, waaronder de stijgende kosten (zoals energie), een dalende koopkracht, indexering van personeelskosten en de opkomst van e-commerce. Dit heeft lange tijd geleid tot een toename van het aantal leegstaande handelspanden in Vlaanderen. Sinds 2023 daalt het aantal leegstaande handelspanden wel, maar dit is te wijten aan een functiewijziging van de panden en niet aan het hebben van een handelsinvulling. De vraag naar winkelvloeroppervlakte neemt immers af, zowel binnen retail en horeca en zowel in kleine gemeenten en in de grotere winkelsteden.\n\nDeze veranderende marktomstandigheden benadrukken de noodzaak voor de lokale handel om het traditionele ‘kalenderdenken’ los te laten en een effectieve datagedreven bedrijfsstrategie te omarmen. Hierbij analyseert men zowel interne als externe data zoals drukte, personeelsbezetting, social media-activiteit, bestedingspatronen, consumententrends, kosten en investeringen en data van lokale ondernemers. Door inzichten uit deze data te benutten kunnen handelaars de operationele keten optimaliseren, het personeel beter opleiden (bv. in het maken van een correcte planning of klantencontact), de klant beter begrijpen en een winkelomgeving creëren die aansluit bij de voorkeuren van de klant. Hoewel onderzoek aantoont dat datagedreven beslissingen aanzienlijke economische voordelen kunnen opleveren, zowel op het vlak van omzetstijging als kostenreductie (Turgut, et al 2018), maakt de retail- en horecasector hier onvoldoende gebruik van en ervaren ze moeilijkheden om deze data in te zetten in hun bedrijfsvoering. Dit project focust op evenementen omdat deze heel wat lokale bezoekers, maar evenzeer bezoekers uit andere steden, provincies en landen fysiek samenbrengen vaak in (de buurt van) kernwinkelgebieden. Indien handelaars datagestuurde keuzes maken en zo hun mate van betrokkenheid bepalen, kunnen evenementen een boost zijn voor de lokale economie en voor de retail- en horecasector (aantrekken nieuwe klanten, omzetstijging, partnerschappen met evenementensector).\n\nUit vooronderzoek en inzichten uit andere onderzoeksprojecten werden vier concrete noden geïdentificeerd bij ondernemers uit de retail-en horecasector m.b.t. het toepassen van een datagedreven bedrijfsstrategie. Ten eerste leeft er een perceptie dat ‘de kosten’ van een datagedreven strategie (financieel, kennis, tijd) te hoog zijn in vergelijking met ‘de baten’, maar deze kosten/baten worden zelden geanalyseerd (nood 1). Ten tweede evalueren ondernemers hun cijfers vaak subjectief door ze sporadisch te toetsen aan de ervaringen van concullega’s (nood 2). Ten derde ervaren ondernemers die reeds aan de slag gaan met data moeilijkheden bij het analyseren en vertalen ervan naar concrete acties (nood 3). Ten vierde hebben ondernemers onvoldoende zicht op de reële impact van lokale evenementen, zoals een koopzondag, avondshopping, braderie, of een volksfeest (nood 4). Deelname aan lokale evenementen kan een positieve impact genereren (zoals extra inkomsten en zichtbaarheid en nieuwe partnerschappen), maar kan ook (verborgen) kosten met zich meebrengen. Om de beslissing om deel te nemen aan een evenement (bijvoorbeeld de mate waarin een ondernemer investeert) beter te onderbouwen zijn data m.b.t. evenementen bijzonder waardevol.\n\nHet project LokImpact heeft als doel om bestaande kennis over datagedreven bedrijfsvoering in de retail- en horecasector te bundelen, te vertalen en te verspreiden, met een focus op de impact van lokale shopping- en belevingsevenementen. We ontwikkelen een datagedreven impactmeetkader waarmee de waardeketen zelf aan de slag kan.","summary":"Door uitdagingen zoals stijgende kosten en e-commerce staat lokale handel onder druk. LokImpact project focust op datagedreven strategieën voor retailers en horeca. Het doel is om lokale evenementen te benutten voor groei en efficiëntie in de sector.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002987","result_description":"Beoogde resultaten:\n\nIn een co-creatieproces verzamelen, analyseren en bundelen we kennis rond:\n(1) bestaande methodes voor het meten van de impact van evenementen;\n(2) samenbrengen van de noden van de stakeholders tot use cases; en\n(3) matchen van use cases met meetmethodes en beschikbare gegevens vanuit de waardeketen.\n\nWe vertalen de verzamelde kennis naar de praktijk door het ontwikkelen van het datagedreven impactmeetkader met vijf specifieke bouwblokken: data (welke impactdata zijn al beschikbaar en kunnen worden verzameld?), analyse (hoe kunnen data omgezet worden in betrouwbare inzichten?), gebruiker (hoe kunnen data omgezet worden in bruikbare inzichten en acties?), business (hoe kunnen data gebruikt worden om omzet te verhogen en kosten te verlagen?) en implementatie (hoe kunnen gebruikers aan de slag met dit impactmeetkader?).\n\nWe testen de bouwblokken binnen twee proeftuinen (Mechelen en Leuven) en binnen zes pilots (één shoppingzondag, één avondshopping en één belevingsevenement per proeftuin).\n\nWe maximaliseren de kennisverspreiding van het impactmeetkader, waarbij de waardeketen zelf actief betrokken wordt. Het bouwblok ‘business’ bevat bovendien een segment rond governance om de duurzaamheid van onze projectresultaten te waarborgen door samenwerking tussen verschillende spelers binnen het werkveld te stimuleren (versterkt door de integratie van kassa- en reservatiesystemen binnen deze herindiening). De betrokkenheid van docenten en studenten verzekert de doorstroom van deze kennis naar het onderwijs. We zetten actief in op het betrekken van koepelorganisaties en beroepsverenigingen zoals UNIZO, Guidea en handelaarsverenigingen."},{"description":"**\"Whey'coholic**\n\n**De valorisatie van hoeve-wei tot bier en spirit**\n\n**Introductie:**\n\nBij het maken van kaas en andere melkgebaseerde producten blijft er een grote waterige reststroom over, de zogenaamde wei. Ruwe wei bevat naast water hoofdzakelijk de suiker lactose. Deze wei-fractie is aanzienlijk: per 100 kg geproduceerde kaas is er 900 L wei-afval. Kleine hoevezuivelaars hebben momenteel weinig valorisatiemogelijkheden voor deze reststroom: hun wei wordt hoofdzakelijk gebruikt als veevoeder ofwel geloosd als afval.\n\nHet **TETRA Whey’coholic project**, gestart in 2022, was een samenwerking tussen UCLL en KU Leuven met als doel **wei als innovatieve en duurzame grondstof te gebruiken voor de productie van bieren**. Hierbij werd de haalbaarheid van het vervangen van brouwwater door wei getest op labo- en pilootschaal.\n\n**Resultaten:**\n\nVerschillende soorten wei werden getest, waaronder koe-, geiten- en schapenwei. Dit resulteerde in de productie van **21 verschillende bieren**, waaronder stout, blond, pils en laag-alcoholische bieren. De eigenschappen van de weibieren vertoonden een ronder smaakprofiel dankzij de natuurlijke lactose in de wei, terwijl ongewenste kaas- of melksmaken volledig afwezig waren. Ook eigenschappen zoals het alcoholpercentage, kleur en schuimstabiliteit voldeden aan de verwachtingen.\n\nNaast de bierproductie werd ook geëxperimenteerd met de productie van spirits, wat leidde tot de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve wei-spirits met verschillende sensorische eigenschappen. In de praktijk werd aangetoond dat het brouwwater volledig vervangen kan worden door wei zonder negatieve invloed op de smaak, wat bijdraagt aan een duurzamer brouwproces.\n\nMet dit oogpunt werden ook de specifieke eigenschappen en bewaarbaarheid van de verschillende wei types onderzocht en tenslotte werd ook een investeringsdossier opgesteld om de doelgroep (zuivelaars en brouwers) te informeren over de opgedane kennis m.b.t. de mogelijke implementatie van deze TETRA resultaten.\n\nHet project biedt een veelbelovende circulaire oplossing voor zowel de zuivel- als de brouwerijsector, waarbij lokale brouwers en hoevezuivelaars kunnen samenwerken om nieuwe producten te ontwikkelen en tegelijkertijd afvalstromen te reduceren.\"","summary":"Valorisatie van wei tot bier en spirits: TETRA Whey’coholic project transformeert wei van kleine hoevezuivelaars tot innovatieve en duurzame grondstof voor diverse bieren en spirits. Circulaire oplossing voor zuivel- en brouwerijsector, vermindert afvalstromen en stimuleert samenwerking.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-002988","result_description":null},{"description":"The state of the environment and the economy require altering the way we approach business transactions (cf. the UN Sustainable Development Goals). Innovative sustainable interventions addressing social inequality and environmental degradation are required to create employment opportunities for sustainable growth.\n\nThe aim of the Co-LIFE project is to produce innovative educational measures in impact-focused entrepreneurship (IFE) in four (4) Indian HEIs. Project partner institutions in Europe and India have come together to co-develop educational content (course curriculum), learning materials, and novel innovative pedagogics to advance IFE-based education in India.\n\nThis educational collaboration between Indian and EU-based HEIs (including students as co-developers) involves creating a tight stakeholder ecosystem in India and between India and the EU. The proposal involves local companies, non-academic organizations, and relevant stakeholders bringing innovative added value for social inclusion. This will produce positive social, economic, and environmental results through knowledge-sharing.\n\nThrough close collaboration between HEIs, companies, and associations, e.g. via impact-focused entrepreneurship activities, the Co-LIFE project will create change in communities, in the short and long term. India needs sustainable interventions to address and exploit their demographics and their entrepreneurial growth and vibrant ecosystem.\n\nAdditionally, enhancing intercultural relations between the EU and India among HEIs, students, teaching staff, and local businesses and associations is an objective. HEIs and the ecosystem created in the project will benefit from exchanging best practices in learning and teaching methods and practical ideas towards employment and sustainable development in their respective areas.","summary":"Innovative sustainable interventions are needed for social and environmental impact. Co-LIFE project aims to advance impact-focused entrepreneurship education in India through collaboration between Indian and EU HEIs, students, and stakeholders. This initiative fosters positive social, economic, and environmental outcomes by creating a tight stakeholder ecosystem and promoting knowledge sharing.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002989","result_description":"Making a societal impact through innovative educational measures by co-designing learning on impact-focused entrepreneurship (IFE).\n\nWe will create educational content based on pedagogical innovation, and establish a relevant ecosystem around it: a course module (6 ECTS), curriculum description, learning materials (live cases), teacher manual on impact-focused entrepreneurship in higher education via regional cooperation in the partner country India.\n\nThe regions involved in the collaboration are Goa, Maharashtra, Rajasthan, and Delhi. The planned IFE curriculum will involve input and expertise from teaching staff and students from four (4) Higher Education Institutes (HEIs) and local organizations and businesses in their networks.\n\nThe IFE pedagogical innovation will involve close collaboration with four (4) European programme country HEIs in Belgium, Denmark, and Finland."},{"description":"Het onderzoeksproject \"Equity in Gifted Education\" richt zich op het verbeteren van de vertegenwoordiging van studenten uit lage sociaaleconomische achtergronden in begaafde programma's. Het doel is om kansenongelijkheid te verminderen door drie subdoelen: het identificeren van cognitief talent, het verbeteren van academische taalvaardigheden, en het betrekken van ouders bij het leerproces.\n\nDe onderzoeksvraag is hoe de vertegenwoordiging van deze studenten in begaafde programma's kan worden verbeterd. Het project streeft naar innovaties zoals een academisch taalprogramma, een ouderparticipatieprogramma, en een gids voor het identificeren van cognitief talent. De doelgroep bestaat uit begaafde studenten uit lage sociaaleconomische achtergronden, hun ouders, en leraren.\n\nDe methodiek omvat werkpakketten die zich richten op verschillende aspecten van het project, zoals een online niet-verbale redeneertest, een cultuurgevoelige identificatiegids, en training voor leraren in academische taal. Verwachte resultaten zijn onder andere verbeterde academische prestaties, verhoogde ouderbetrokkenheid, en verbeterde relaties tussen scholen en ouders. De resultaten zullen worden verspreid via lokale en internationale evenementen, publicaties, en conferenties.","summary":"Verbeter de vertegenwoordiging van studenten met lage sociaaleconomische achtergronden in begaafde programma's door talentidentificatie, taalvaardigheid en ouderbetrokkenheid te bevorderen. Inclusieve aanpak met innovatieve programma's en training voor leraren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-002990","result_description":"We zullen meer studenten uit lage sociaaleconomische achtergronden identificeren om de kansengelijkheid in het hoogbegaafdenonderwijs te vergroten.\n\nDe docentenhandleiding die we maken zal een nuttig hulpmiddel zijn om dit project in andere landen te implementeren.\n\nWe zullen een academisch taalprogramma ontwikkelen voor gebruik in verschillende landen.\n\nWe zullen de ouderparticipatie voor hoogbegaafde kansarme studenten vergroten en een kader opzetten voor gebruik in toekomstige initiatieven.\n\nStudenten, leerkrachten, onderzoekers en beleidsmakers zullen baat hebben bij dit project."},{"description":"De Waai, De Bries en De Stormkering werken samen met HOGENT 360° Zorg en Welzijn aan een evaluatie van dierondersteunde therapie voor kinderen en jongeren met gedrags- en/of emotionele stoornissen en/of een problematische opvoedingssituatie. De evaluatie richt zich op de perspectieven van de cliënten, de hulpverleners/organisatie en de dieren. Gezamenlijk streven we naar een evidence based 360° benadering van werken met dieren voor deze jongeren.\n\nDit project ontvangt steun van het Fonds Leflowouwou, beheerd door de Koning Boudewijnstichting.","summary":"Samen met HOGENT onderzoeken De Waai, De Bries en De Stormkering dierondersteunde therapie bij jongeren met gedrags- en/of emotionele stoornissen voor een evidence based benadering. Met steun van het Fonds Leflowouwou van de Koning Boudewijnstichting.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-002991","result_description":null},{"description":"In de nabije toekomst zullen ook mechanische machines aan boord van schepen profiteren van warmtebeeldtechniek. Dit is vooral van belang als strategie vóór het aanmeren om apparatuur en systemen die aandacht nodig hebben te identificeren en te richten, en om noodzakelijke werkzaamheden te elimineren. Dit voorspelde Lloyd's Register, 's werelds belangrijkste instantie voor classificatie en certificering van schepen, drie jaar geleden. Nu kunnen er veel meer infrarood thermografische metingen worden uitgevoerd en FLIR Systems heeft hard gewerkt om de belangrijkste obstakels op te lossen: hoge cameraprijzen en de moeilijkheid om de camera in krappe ruimtes van schepen te hanteren.\n\nTegenwoordig is de meetapparatuur om conditiebewaking en voorspellend onderhoud uit te voeren steeds minder duur geworden en een betaalbaar item voor Hoger Onderwijs scholen (de HE omgeving). Deze scholen voeren ook metingen uit in samenwerking met het werkveld en met professoren/studenten. De voordelen zijn voor alle groepen, de maritieme industrie en de studenten/professoren. De HO omgeving ontwikkelt het begrip van studenten over de rol van onderzoek in hun discipline. Ze bevorderen de ontwikkeling van het begrip van de studenten en ontwikkelen de vaardigheden van studenten om onderzoek uit te voeren. Er wordt een strategie ontwikkeld om al deze punten te bereiken.\n\nAan het eind hebben studenten een hoger opleidingsniveau en dus meer ervaring. In ons onderzoek onderzoeken we de mogelijkheden van moderne 'low budget' meetapparatuur. Daarom zijn een Leonova Infinity® trillingsanalyser en een FLIR InfraCAM SD® thermo-grafische camera aangeschaft. Het verwerven van de knowhow om de apparatuur te bedienen en het onderzoeken van de mogelijkheden ervan zal de Antwerpse Maritieme Academie (HO omgeving) in staat stellen om de kennis van conditiemonitoring & predictief onderhoud te verzamelen en introductiecursussen te geven in beide domeinen (conditiemonitoring & predictief onderhoud).\n\nDe gebruikte methodologie is gericht op een succesvol leerproces dat studenten in staat stelt om te voldoen aan de toekomstige eisen van het werk aan boord van schepen.","summary":"Ontwikkeling van studenten in maritieme industrie door moderne meetapparatuur voor conditiebewaking en predictief onderhoud. Samenwerking tussen HO en werkveld verbetert kennis en vaardigheden voor toekomstig scheepsonderhoud.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002992","result_description":null},{"description":"Onderzoek naar de performantie van biodiesel richt zich specifiek op de mechanische en ecologische aspecten, zoals de kwaliteit van uitlaatgassen. Aan de hand van meetgegevens wordt de optimale samenstelling bepaald.","summary":"Onderzoek naar de prestaties van biodiesel, met focus op mechanische en ecologische aspecten zoals uitlaatgasemissies. Optimalisatie van samenstelling aan de hand van meetgegevens.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002993","result_description":null},{"description":"Gezien de dreigende tekorten aan fossiele brandstoffen, is vergroening van het brandstofverbruik in de scheepvaart noodzakelijk.\n\nDit project wil bestuderen in welke mate biodiesels hiertoe kunnen bijdragen, door hun efficiëntie en verbrandingsproducten te vergelijken met die van conventionele diesels.\n\nTevens leren studenten omgaan met deze niet-conventionele brandstoffen.","summary":"Dit project onderzoekt hoe biodiesels kunnen helpen de scheepvaart te verduurzamen door efficiëntie en verbrandingsproducten te vergelijken met conventionele diesels. Studenten leren werken met deze alternatieve brandstoffen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002994","result_description":null},{"description":"De relatieve impact van scheepsgolven op de intergetijdengebieden van het Schelde-estuarium wordt bestudeerd in verhouding tot de impact van natuurlijke windgolven en getijdenstromingen.\n\nDeze effecten worden gemeten in relatie tot verschillende scheepskenmerken, en op verschillende locaties langs het estuarium, om invloeden van plaatskenmerken na te gaan.\n\nDe resultaten kunnen gebruikt worden als basis voor aanbevelingen om de impact van scheepvaart op het ecosysteem van de Schelde te beperken.","summary":"De invloed van scheepsgolven op het Schelde-estuarium wordt onderzocht in vergelijking met windgolven en getijdenstromingen. Resultaten zullen aanbevelingen bieden om de impact van scheepvaart op het ecosysteem te verminderen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002995","result_description":null},{"description":"Uit analyse van reeds beschikbare data met betrekking tot golfhoogten in intertidale ecosystemen langs het Schelde-estuarium (Rilland, NL) worden golfkenmerken van antropogene scheepsgolven vergeleken met natuurlijke windgolven. \n\nDe gemeten golfhoogtes worden in verband gebracht met scheepskenmerken, windsnelheid en -richting, en de stromingen die ze veroorzaken. \n\nDaarnaast worden de stroomsnelheden gerelateerd aan optredende erosie, met als uiteindelijk doel de invloed van antropogene scheepvaart versus natuurlijke processen op erosie te bepalen.","summary":"Analyse van data over golfhoogten in Schelde-estuarium onthult impact van scheepsgolven en windgolven op erosie in intertidale ecosystemen. Verband met scheepskenmerken en windsnelheid vastgesteld voor inzicht in natuurlijke versus antropogene invloeden.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002996","result_description":null},{"description":"Mijn promotietraject onderzoekt de expressieve mogelijkheden van klarinet- en basklarinetvoorbereiding en bespreekt de daaruit voortvloeiende transformatie van de waargenomen en erkende identiteit van de uitvoerder.\n\nWat zijn de logica's en methoden van klarinetvoorbereiding? Hoe transformeert het voorbereidingsproces de praktijk en de rol van de uitvoerder?\n\nHet doel van dit werk is tweeledig: het stimuleren van artistieke creatie op dit gebied en het delen van kennis over deze praktijken.\n\nOndanks de stimulerende rol die preparatie heeft gehad in de ontwikkeling van het repertoire en de techniek van andere instrumenten, blijft het gebruik ervan op blaasinstrumenten, tot op heden, infrequent. Het onderzoek is daarom beïnvloed door het (schaarse) geschreven repertoire voor geprepareerde klarinet, door de activiteit van vrije jazzimprovisatoren die gebruik maken van preparatie op hun blaasinstrumenten, en door de huidige studies over geaugmenteerde instrumenten.\n\nHet onderzoek wordt verder geïnspireerd door het lopende discours over de relatie mens-technologie, en in het bijzonder uit het idee van een smedende werking van technologie op de mens.\n\nHet onderzoek op dit gebied zal worden uitgevoerd door de analyse van case studies (solowerken voor geprepareerde klarinet, uit het bestaande repertoire of specifiek bedacht), door een reflectief dagboek van mijn dagelijkse werkpraktijk en activiteit, en door de ontwikkeling en validatie van een specifieke technische opleiding, waarbij de ervaring van volleerde uitvoerders en docenten wordt erkend en verzameld.","summary":"Dit onderzoek verkent de artistieke mogelijkheden van klarinet- en basklarinetvoorbereiding en de impact op de identiteit van de uitvoerder. Het doel is creativiteit te stimuleren en kennis te delen. Case studies en reflecties worden gebruikt om een technische opleiding te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-002997","result_description":"RAPPORTAGE EN OUTPUT\n\nEen catalogus van voorbereidingsstrategieën voor klarinet. De keuze voor een gedeeltelijk interactieve ondersteuning, zoals die van een website, maakt de gelijktijdige aanwezigheid van verschillende materialen mogelijk en vergemakkelijkt de logische beweging tussen de secties van de kaart.\n\nEen praktische gids voor voorbereidingsklarinettisten. De gids zal een specifieke studiemethode voorstellen voor dit repertoire, vestigt de aandacht op de algemene competenties die een voorbereide klarinettist moet bezitten en bespreekt de veranderingen in zijn studie- en werkpraktijk.\n\nEen concertreeks (live of digitaal/virtueel) met de werken die bedacht en onderzocht werden tijdens het doctoraatstraject, thematisch georganiseerd volgens de verschillende categorieën van voorbereiding.\n\nEen verzameling publicaties over de onderzoeksresultaten en reflecties, bijvoorbeeld in Contemporary Music Review, Journal of New Music Research, Research in Engineering Design."},{"description":"De zeevaart is echt een internationale bezigheid, met honderden nationaliteiten die vertegenwoordigd zijn in de internationale scheepvaartvloten. Om effectief met elkaar te kunnen communiceren, heeft de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) Engels gekozen als de 'lingua-franca' (een woord dat handelstaal of 'brugtaal' betekent) van de zee.\n\nVoor veel zeevarenden leidt dit tot de noodzaak om zowel een tweede taal (Engels) als zeer specifieke nautische termen (Standard Marine Communication Phrases of SMCP) te leren. Veel zeevarenden hebben moeite met dit deel van hun opleiding en dit kan leiden tot communicatieproblemen die op hun beurt hebben bijgedragen aan grote maritieme ongevallen. Zeevarenden hebben meer mogelijkheden nodig om hun taalvaardigheden te oefenen en dit onderzoeksproject lost dit probleem op.\n\nHet onderzoeksteam heeft een 'chat-bot' ontwikkeld - een computerdialoogsysteem om het taalonderwijs in de maritieme sector te verbeteren. De chat-bot is geprogrammeerd met verschillende communicatiesituaties die relevant zijn voor de veiligheid van zeeschepen. Internetgebaseerde, computergestuurde dialogen zullen onafhankelijk van lesmodules beschikbaar zijn. Hiermee kunnen studenten standaarddialogen trainen, waaronder het SMCP.","summary":"De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) kiest Engels als 'lingua franca' voor de zeevaart. Een chat-bot is ontwikkeld om zeevarenden te helpen met het leren van Engels en nautische termen, waardoor communicatie en veiligheid op zeeschepen verbeterd worden.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-002999","result_description":null},{"description":"Scheepvaart is een belangrijke sector die bijna 90% van de wereldhandel vervoert en die afhankelijk is van de competentie van zeevarenden (Akdemir, 2011). De taal van de zee is Maritiem Engels (ME) en toch geeft een beoordeling van de IMO-vereisten voor ME duidelijk aan dat er geen vereisten zijn voor een kwalificatie voor ME. De IMO schuift de verantwoordelijkheid voor ME-competentie door naar scheepsexploitatiebedrijven. Bovendien zijn er geen IMO-mechanismen om de ME-vaardigheid van zeevarenden te controleren. De bestaande cursussen Engels voldoen niet aan de competentievereisten van ME en de zeevaartberoepen in de Engelse taal.\n\nVolgens IMO (2010) is meer dan 80% van de ongelukken en incidenten op zee te wijten aan menselijke fouten, waarbij een van de belangrijkste oorzaken van ongelukken en incidenten te wijten is aan slechte communicatieve vaardigheden in ME (Ziarati, 2010). Als je bedenkt dat de taal van de zee Engels is, is er behoefte aan een geharmoniseerd alomvattend kader voor ME-onderwijs in termen van curricula, inhoud, onderwijs, leren (met inbegrip van informeel en niet-formeel leren), beoordeling van leerresultaten en een Europees systeem voor de overdracht van studiepunten voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET). In juni 2010 zijn er belangrijke wijzigingen aangebracht in de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (STCW) in de vorm van een amendement (Yongxing, 2009, Ziarati, 2011). Deze wijzigingen aan het STCW hebben geleid tot een herziening van de vereisten voor ME, en zijn de belangrijkste redenen voor de ontwikkeling van een mechanisme voor een ECVET-systeem voor ME. Het is de bedoeling dat dit model voldoet aan de IMO-vereisten voor ME, en dat het kruisverwijzingen bevat met het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen (CEFR); het is de bedoeling om links te leggen naar competenties en hun descriptoren.\n\nHet Bologna-proces vraagt om een hoge mate van geharmoniseerde leerresultaten. Volgens Pritchard en Tominac (2009) kunnen deze worden bereikt door het vaststellen van normen voor kennis en vaardigheden in het onderwijzen en leren van vreemde talen (in de vorm van het CEFR 2001) en door mobiliteit van programma's via een gemeenschappelijke inhoud. Hierdoor kunnen studenten en docenten in heel Europa leren en werken. Dit doel is nog niet bereikt, voornamelijk vanwege de impact van nationale onderwijswetgeving, verschillende accreditatiesystemen en verschillende tradities op het gebied van maritiem onderwijs. Als zodanig zal de ontwikkeling van een ECVET-systeem wederzijdse erkenning en transparantie van de beoogde ME-leerresultaten en competenties in de sector mogelijk maken.\n\nHet onderzoek naar de werkgelegenheid van zeevarenden in de EU door de Europese Commissie (2011) en BIMCO (2010) toont aan dat er een aanzienlijk onevenwicht is tussen officieren en matrozen in verschillende EU-landen. Aangezien de taal van de zee Engels is, zou deze onevenwichtigheid kunnen worden aangepakt en daartoe moeten de inhoud en de standaard van ME worden ontwikkeld en wederzijds erkend, wat dit project wil aanpakken. Naar verwachting zullen de tekorten en overschotten in de OESO-landen in de komende tien jaar blijven bestaan of toenemen, met een indicatie dat het overschot aan Oost-Europese zeevarenden in deze periode zal toenemen. Europese zeevarenden zullen kunnen profiteren van de werkgelegenheid en mobieler worden door het voorgestelde ECVET-systeem voor ME en hogere kwalificaties kunnen behalen.\n\nDe doelstellingen van het project zijn direct gekoppeld aan de doelstellingen van Europa 2020 ter ondersteuning van de mobiliteit van arbeidskrachten, het Europees geïntegreerd maritiem beleid (GMB) en Mariene kennis 2020 (Ziarati, 2011). Het project is direct gericht op prioriteit 3.3.1 onder prioriteiten voor Leonardo da Vinci-acties 2012 dat het project ECVET implementeert voor transparantie en erkenning van leerresultaten en kwalificaties. Onder deze prioriteit is ME ECVET bedoeld om de ontwikkeling van nationale en ME-kwalificaties te ondersteunen door het opnemen van ECVET. SeaTalk ondersteunt het testen en implementeren van ECVET volgens de aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het ECVET-systeem.\n\nDe verschillende leden van het partnerschap zijn betrokken geweest bij alle recente door de EU gefinancierde ME-projecten en hebben een groot aantal academische onderzoeks- en workshop papers geschreven met presentaties over het onderwerp ME. Een aantal van de projectmedewerkers zit in belangrijke stuurgroepen zoals IMEC, het International ME Committee (zie www.martel.pro en www.marifuture.org). Het partnerschap is betrokken bij een aantal netwerken, waaronder MariFuture en Maredu, die de verspreidings- en exploitatieactiviteiten van het beoogde project zullen ondersteunen. In een aantal van hun rapporten wordt gesteld dat er behoefte is aan een uitgebreid kwalificatiekader in ME, evenals in drie papers van Pritchard en Tominac (2009a, 2009b) en Pritchard (2011).\n\nTerwijl het partnerschap veel werk heeft verricht aan de overdracht van innovatie van goede praktijken in ME, is er als gevolg daarvan behoefte aan de ontwikkeling van innovatie van een kwalificatiekader in ME door de ontwikkeling van een ECVET-model met bijbehorende trainingsmodules en leermaterialen. Dit toont aan dat het partnerschap in staat is complexe projecten te ontwikkelen. De bereikte resultaten van de ToI ME-projecten (MarTEL, MarEng) kunnen de ontwikkeling van de leermaterialen en testelementen van het voorgestelde uitgebreide kwalificatiekader ondersteunen.","summary":"De zeevaartsector vereist betere Maritiem Engels (ME) vaardigheden om ongelukken te voorkomen. Een ECVET-systeem wordt voorgesteld om ME-competenties te harmoniseren en de werkgelegenheid van zeevarenden in Europa te verbeteren. Dit project is gericht op mobiliteit van arbeidskrachten en ondersteunt EU-doelstellingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003000","result_description":null},{"description":"Crafting Futures onderzoekt en transformeert de beoordelings- en valideringsmechanismen waarmee ambachtelijke kennis en knowhow (AKK) wordt geëvalueerd, om de toegevoegde waarde ervan voor economie en samenleving te vergroten.\n\nAmbachten zijn hulpbronnen voor concurrentievermogen, innovatie, duurzame ontwikkeling en levenskwaliteit en dragen bij tot SDG’s 4, 8 en 11. De diensten en instrumenten die nodig zijn voor de erkenning van de waarde ervan belemmeren echter de volle ontwikkeling van het economisch en maatschappelijk potentieel, aangezien zij AKK meestal reduceren tot cultureel erfgoed.\n\nOnze doelstellingen zijn:\n1) de tekortkomingen van de beoordelings- en valideringsmechanismen en -instrumenten te begrijpen; \n2) de \"evaluatierepertoires\" en bijbehorende valideringsinstrumenten om te vormen. Dit gebeurt via interdisciplinair onderzoek en co-creatieve urban labs waarin we \n1) de controverses rond de beoordeling en validatie van AKK in kaart brengen in ecosystemen waar ambachtslieden samenwerken met andere professionals (hoger onderwijs en maker spaces); \n2) een nieuw theoretisch en conceptueel kader ontwikkelen dat wetenschappers in staat stelt AKK te begrijpen voorbij de erfgoedwaarde; \n3) formats en instrumenten co-creëren die ambachtslieden en stakeholders zoals opleiders en ondernemers helpen om AKK effectiever en productiever te valoriseren (bedrijfsmodellen, certificaten, ...);\n4) aanbevelingen en plannen ontwerpen voor stedelijke en regionale overheden, die de integratie en de impact van AKK in economie en samenleving optimaliseren (via beroepskwalificaties, eigendomsrechten, ...); \n5) deze instrumenten duurzaam maken via een plan voor een Crafts Council Flanders, die de ambachtslieden ook vertegenwoordigt in besluitvormingsprocessen.\n\nOnze herziene formats en instrumenten worden ontwikkeld en getest in action research labs die een set \"boundary cases\" van onze stakeholders analyseren en experimenteren met hybride vakmanschap en 21e-eeuwse vaardigheden.","summary":"Crafting Futures verbetert de beoordeling van ambachtelijke kennis en knowhow om economische waarde te vergroten. We onderzoeken tekortkomingen, ontwikkelen nieuwe kaders en instrumenten, en bieden aanbevelingen voor overheden. Onze duurzame aanpak omvat co-creatie met stakeholders en actiegerichte labs.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003001","result_description":null},{"description":"SUPER in Digital Mental Health wil richtlijnen ontwikkelen voor bedrijven en organisaties in de geestelijke gezondheidszorg. Deze richtlijnen zullen gaan over hoe eindgebruikers en professionals betrokken kunnen worden bij de transnationale ontwikkeling, implementatie en aanpassing van technologie voor geestelijke gezondheidszorg.","summary":"Ontwikkel richtlijnen voor bedrijven in geestelijke gezondheidszorg om eindgebruikers en professionals te betrekken bij technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003002","result_description":"Gezamenlijke richtlijnontwikkeling: \nHet doel van deze activiteit is om gezamenlijke richtlijnen op te stellen, die gebaseerd zullen zijn op bestaande kennis binnen het consortium en een literatuuronderzoek. Deze zullen inzicht geven in het opzetten en faciliteren van (transnationale) betrokkenheid van eindgebruikers bij de ontwikkeling en implementatie van toepassingen in de geestelijke gezondheidszorg.\n\nDataverzameling transnationale opschaling van SAM- en SAFE-app: \nInzichten worden vervolgens toegepast op 2 regionale tandem-pilots (in DK & NL) waarin 2 bestaande smartphone-applicaties (Nederlandse SAM-app & Deense Digitale Zelfhulp voor suïcidale gedachten) vanuit het consortium worden vertaald en aangepast aan lokale contexten, waarbij eindgebruikers worden betrokken. Tijdens de pilots worden gegevens verzameld van alle betrokken stappen, om het proces te evalueren en te optimaliseren. Met behulp van het Open Science Framework (OSF) worden deze (ruwe) data beschikbaar gesteld aan een breed publiek.\n\nVerspreiding van de resultaten van de piloot: \nNa het verzamelen van de pilootgegevens zullen de resultaten worden gecommuniceerd in een wetenschappelijk rapport om te verspreiden over kennisinstellingen en in een algemeen rapport voor organisaties in de geestelijke gezondheidszorg, patiëntenfederaties, KMO's/bedrijven en professionals. Dit rapport zal worden verspreid via sociale media, relevante tijdschriften en andere communicatievormen die in het project worden gebruikt.\n\nOnline communicatie: \nWe hebben contact met onze stakeholders via Linkedin (eens in de 4-6 weken bijv. testimonials opgenomen bij de kick-off), nieuwsbrieven om de 3 maanden, kick-off en afsluitend event en georganiseerde webinar(s).\n\nPublieksevenementen: \nHet consortium zal twee publieksevenementen organiseren voor de doelgroepen (ondernemers/KMO's, GGZ-organisaties, patiëntenfederaties, kennisinstellingen), één aan het begin en één aan het einde van het project. Die evenementen zullen hybride zijn (fysiek evenement in Amersfoort en Odense, ook toegankelijk via streaming), om zoveel mogelijk geïnteresseerde belanghebbenden uit de bredere Noordzeeregio (buiten het partnerschap) te bereiken.\n\nExpertpool: \nWe zullen een expertpool creëren met minstens 50 organisaties in de geestelijke gezondheidszorg, universiteiten en patiëntenfederaties om feedback te geven op de richtlijnen en om daarna de richtlijn op te nemen in de betrokken landen en ruimer binnen de EU."},{"description":"Dit werk geeft een grondig beeld van het vertrouwen in nautische instrumenten door het analyseren en beter begrijpen van variabelen zoals traditie, opleiding, leeftijd, heterogene samenstelling van het brugteam binnen een multiculturele/meertalige/multinationale omgeving, begripsvermogen en communicatie-uitdagingen in verband met taalbarrières, verminderde scheepsbezetting en vermoeidheidsgerelateerde zorgen. Het heeft een pedagogische doelstelling door het analyseren van de huidige status van de kennis, houding en vaardigheden van studenten om nieuwe technologieën te begrijpen en ermee om te gaan.\n\nAchtergrondfactoren die de houding van gebruikers ten opzichte van nieuwe technologieën op de navigatiebrug zouden kunnen beïnvloeden, zijn onderzocht. Een analyse van relevante onderzoeksrapporten over maritieme ongevallen illustreert de relatie tussen menselijke fouten en de manier waarop brugteamleden (en piloten) technologie gebruiken. Een enquête bepaalt de impact van nieuwe technologieën op de veiligheid van de navigatie.\n\nProblemen en suggesties:\nTaalbarrière\nVerbeter de vaardigheid om expliciete instructies te begrijpen, spreken, luisteren en lezen in een virtuele situatie die de werkelijkheid benadert.\nBepaal de Engelse taalvaardigheid van docenten in niet-Engelstalige landen.\n\nKorte overdrachtijd\nBRM-training moet ook inhouden dat er geoefend wordt met wachtoverdrachtprocedures en met gedocumenteerde schriftelijke en mondelinge overdrachtsprocessen tijdens bemanningswisselingen.\n\nGelijkwaardigheid van zeetijd\nCertificeringsautoriteiten moeten in hun richtlijnen voor simulatortrainingsprogramma's de nodige aandacht besteden aan factoren die van invloed zijn op de menselijke reacties.\n\nE-navigatie kan afleiden om goed uit te kijken\nOntwikkel een 'best practices'-cursus in uitkijkprocedures.\nKruiscontrole van instrumentele positie door visuele observatie\nPraktische en theoretische navigatiecursussen moeten meer nadruk leggen op de risico's van onvoldoende verkeersmonitoring en op de beperkingen van elektronische navigatiesystemen en -apparatuur.\n\nOverbelasting door informatie\nIn het SMS moeten richtlijnen voor normale bediening/noodgevallen worden opgenomen voor het gebruik van multifunctionele displays op de navigatiebrug.\nBRM-cursus moet het belang van overbelasting van informatie benadrukken bij de bespreking van situationeel bewustzijn in de analyse van menselijke fouten bij ongevallen op zee.\n\nCommunicatie- en cultuurbarrière\nOnderscheppers moeten worden getest op hun vermogen om om te gaan met culturele verschillen en mogelijke terughoudendheid om met specifieke nationaliteiten te werken.\n\nReactie op alarminformatie\nVertrouwd raken met de juiste navigatiealarminstellingen om overbelasting door alarmen te voorkomen.\nTe veel vertrouwen in elektronische navigatie\nOntwikkel trainingsprogramma's voor het reageren op incidenten.\nMaritieme academies moeten het gebruik van elektronische navigatiehulpmiddelen blijven combineren met traditionele navigatiemethoden om het besluitvormingsproces voor navigatie te ondersteunen.\n\nOvermatig vertrouwen in de nauwkeurigheid van navigatiehulpmiddelen\nVertrouwd raken met het interpreteren van informatie op het scherm en het tijdig detecteren van verkeerde instellingen en foutieve invoer.","summary":"Verbeter veiligheid op navigatiebruggen door training in technologiegebruik, taalvaardigheid en overbelasting te benadrukken. Stimuleer balans tussen traditionele en elektronische navigatiemethoden voor betere besluitvorming en risicobeheersing op zee.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003003","result_description":null},{"description":"Het ELGAS-project (Effecten van Luchtkwaliteit op de Gezondheid in Accommodaties van Schepen) heeft tot doel de gezondheid van de bemanning te verbeteren door de blootstelling aan omgevingspolluenten in accommodaties continu te monitoren, te evalueren, met een zelf ontworpen risico-index te communiceren, en concrete remediërende acties voor te stellen.\n\nDe focus ligt op het monitoren van chemische agentia, potentieel aanwezig op binnenschepen en met gekende gezondheidsrisico’s zoals fijn stof of ozon. De continue opvolging van omgevingspolluenten zal gebeuren door lage-kost sensoren op hyperlokaal niveau in te zetten, waardoor (1) het effect van vaar- en woongedrag (e.g., bepaalde operaties, vaargedrag, koken en eten, roken) op het binnenmilieu en op de bemanning in real-time wordt gevisualiseerd, en (2) het mogelijk wordt om concrete, gevalideerde aanbevelingen te kunnen doen die de binnenluchtkwaliteit verbeteren.\n\nMet deze informatie wil het project de gezondheid van de bemanning verbeteren, betrokkenen sensibiliseren, bestaande diensten optimaliseren, nieuwe doelgroepen voor bestaande diensten identificeren, en de transportsector beter bestand maken tegen toegenomen duurzaamheidsvereisten in de transportsector.\n\nDe multidisciplinaire samenwerking in ELGAS baseert zich op een quadrupel helix. Hierbij vloeit technologische innovatie voort uit interacties tussen onderwijs (2 partners) & onderzoek (2 deelnemers), ondernemers (10 deelnemers), overheidsgerelateerde organisaties (1 deelnemer) en de burger (2 deelnemers).\n\nDe risicocommunicatiecyclus die dankzij het ELGAS meetplatform in het werkveld zal worden uitgerold, brengt meerdere doelgroepen samen: (1) binnenvaart en baggersector, (2) toeleveranciers van diensten en producten aan de scheepvaartsector (e.g., aangepast onderhoud, chemische analyses van lucht, medisch advies), (3) bedrijven gespecialiseerd in Internet of Things en Machine Learning, en (4) koepelorganisaties en subsidiegevers.\n\nAlle gebruikers kunnen een aspect van de collectieve projectresultaten onmiddellijk in hun werking integreren. Via de opgelegde KPI’s zal de quadrupel helix tijdens de uitvoering van het project gestaag blijven groeien (uitbreiding gebruikersgroep met 20; geïnteresseerden naar 50). Via 10 real life case studies zal er naar concrete antwoorden op vragen worden gezocht die gebruikers tijdens het intensieve voorbereidingsproces van het projectvoorstel ons hebben gesteld.\n\nBovendien wil het project een meetplatform uitrollen dat het ELGAS-team in staat stelt om de luchtkwaliteit op 6 schepen simultaan te analyseren. Het platform laat toe om een geautomatiseerde risicocommunicatiecyclus betreffende gezondheidsrisico’s in de accommodaties van schepen te introduceren en bemanning te sensibiliseren.","summary":"Verbeter de bemanningsgezondheid door monitoring van omgevingspolluenten op binnenschepen. Sensoren visualiseren realtime data voor verbeteringen in de luchtkwaliteit en risicocommunicatie. Multidisciplinaire samenwerking zorgt voor technologische innovatie en brengt diverse belanghebbenden samen voor een gezondere transportsector.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003004","result_description":null},{"description":"Een van de meest relevante problemen bij de bouw en het onderhoud van schepen is tegenwoordig corrosie in ballasttanks van moderne koopvaardijschepen. Aan de ene kant is men het er algemeen over eens dat de economische levensduur van een dergelijk schip in grote mate afhangt van de corrosietoestand van de ballasttanks, terwijl aan de andere kant deze ballasttanks, die zich tussen de buitenromp en de ladingtanks bevinden, routine-inspectie en onderhoud tot een moeilijke taak maken.\n\nTegenwoordig worden ballasttanks van schepen meestal van staal gemaakt en beschermd met een epoxycoating die wordt ondersteund door opofferingszinkanoden. Een dergelijke constructie wordt al vele jaren zonder noemenswaardige wijzigingen toegepast. Het doel van deze economische studie is om deze constructiemethode te vergelijken met enkele mogelijke alternatieven.\n\nDe beschouwde alternatieven zijn: (1) een verhoging van de structurele scantlings, waardoor de noodzaak om gecorrodeerde te vervangen wegvalt, wat ten koste gaat van het werkelijke laadvermogen van het schip, (2) toepassing van de nieuwe en duurzamere TSCF25 coating, (3) het gebruik van corrosiebestendig staal in de scheepsconstructie en (4) een standaard PSPC15 coating in combinatie met aluminium opofferingsanoden die een lange levensduur hebben.\n\nEr werd een kostenmodel gebruikt om deze alternatieve opties te evalueren, samen met een gevoeligheidsanalyse. Er wordt geconcludeerd dat de duurzame coating en het gebruik van aluminium opofferingsanoden die een leven lang meegaan het huidige basistankconcept zullen verbeteren. Corrosiebestendig staal wordt aantrekkelijk als de staalprijs concurrerend wordt.","summary":"Bescherm moderne koopvaardijschepen tegen corrosie in ballasttanks met duurzame coating en opofferingsanoden voor een langere levensduur. Verhoogde scantlings en corrosiebestendig staal zijn ook opties. Economische studie toont verbetering van basistankconcept aan.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003005","result_description":null},{"description":"Context: Bij de zuivering van afvalwater ontstaan nieuwe afvalstromen. Dissolved air flotation (DAF) slib is één van deze afvalstromen. Deze afvalstroom bevat vaak een hoge concentratie aan olie of vet.\n\nProbleem/nood: Bedrijven met een afvalwaterzuiveringsinstallatie moeten momenteel betalen om hun slib te laten afvoeren. In sommige gevallen wordt het slib vergist, waardoor biogas geproduceerd wordt. Dit is echter een eerder laagwaardige toepassing voor een grondstofstroom die hoogwaardige componenten bevat.\n\nDoel van het onderzoek: In dit PWO-project wil het EC DC zoeken naar toepassingen voor olie/vet uit DAF slib. De valorisatie van de onderzoeksresultaten is hierbij een belangrijk element. Het vet of de olie zal dus niet alleen geëxtraheerd en eventueel opgezuiverd en/of gemodificeerd worden, maar ook de economische haalbaarheid van het gehele proces wordt in kaart gebracht.","summary":"Bedrijven zoeken naar duurzame oplossingen voor afvalwaterbeheer, zoals het valoriseren van hoogwaardige componenten uit DAF slib met hoge concentraties olie/vet. Dit PWO project van EC DC richt zich op het extraheren en optimaliseren van deze grondstoffen, met focus op economische haalbaarheid.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003006","result_description":"Na afloop van het project is er een overzicht van het vetgehalte en de samenstelling/zuiverheid van vet uit DAF slib afkomstig van verschillende industriële sectoren in Vlaanderen.\n\nOok is er een overzicht van de potentiële toepassingen/afzetmogelijkheden van dit vet."},{"description":"In de literatuur is veel informatie te vinden over corrosieproblemen in ballasttanks van koopvaardijschepen. Hoewel dit probleem niet nieuw is (het ontstond op het moment dat metalen elementen in scheepsconstructies werden gebruikt), is het corrosiefenomeen de laatste decennia in een stroomversnelling geraakt door de dubbele rompconstructie die werd opgelegd door de Oil Pollution Act na de Exxon Valdez catastrofe in Alaska.\n\nDe achtergrond van deze ontwikkeling, met een beschrijving van het probleem en de historische achtergrond, wordt weergegeven in hoofdstuk 1 en 3 (waarin aspecten van staalkwaliteit worden beschreven). Een fundamentele benadering van het corrosieproces wordt ook gegeven in hoofdstuk 2.\n\nOp basis van mijn professionele ervaring als schipper wist ik dat onderhoud in ballasttanks een nachtmerrie is en alleen mogelijk is tijdens langdurige en dure droogdokdiensten. Als zodanig was de belangrijkste motivatie voor het opzetten van dit type onderzoek geboren. De onderzoeksvragen die me door dit onderzoeksproject hebben gedreven, zijn in wezen drieledig.\n\nTen eerste is er een meer beschrijvend deel, dat zich richt op de constructie van een in situ model voor tijdsafhankelijke corrosie. Inderdaad, terwijl vele laboratoriumexperimenten het corrosieproces correleren aan één enkele parameter, werd voor dit werk een in situ benadering gekozen, omdat ik ervan overtuigd ben dat geen enkel laboratoriumexperiment in staat is om de totaliteit van parameters te vatten die de degradatie van de ballasttanks beïnvloeden. Als je uitgaat van de werkelijkheid is het eenvoudiger en sneller om de kritieke doorslaggevende elementen af te leiden. De constructie van dit model en de methodologie erachter worden gedetailleerd beschreven in hoofdstuk 4 en 5 (dit zijn ook twee van de wetenschappelijke artikelen waarop dit proefschrift is gebaseerd).\n\nTen tweede wilde ik het corrosiemechanisme doorzien en de belangrijkste factoren identificeren die corrosie bevorderen. Vandaar dat uit dit model een aantal testbare hypothesen voortkwamen betreffende een aantal operationele of constructiegerelateerde parameters. Hoofdstuk 7 beschrijft bijvoorbeeld het mogelijke effect van coatings, vaargebied, land van scheepsconstructie; hoofdstuk 9 richt zich op het mogelijke verzachtende effect van opofferanoden. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een technische inleiding (respectievelijk over coatings in hoofdstuk 6 en over anoden in hoofdstuk 8) om de lezer het nodige kader voor deze hypothesen te bieden.\n\nTen derde wilde ik op een duidelijke manier haalbare oplossingen kunnen formuleren die gebaseerd zijn op wetenschappelijk solide veldonderzoek. Deze doelstelling is naar voren gekomen in de bespreking van hoofdstuk 9 (over de technische problemen met betrekking tot een effectief gebruik van anodes), maar nog meer in hoofdstuk 10 (waar ik een economische analyse van drie mogelijke oplossingen voor het corrosieprobleem presenteer) en 11 (waarin verschillende technische alternatieven voor ballasttanks zoals die nu bekend zijn, worden opgesomd). Hoofdstuk 12, aan het eind, geeft een algemene bespreking van de resultaten en conclusies, en stelt mogelijkheden voor toekomstig nuttig wetenschappelijk onderzoek voor.","summary":"Corrosieproblemen in ballasttanks van koopvaardijschepen zijn verergerd door nieuwe regelgeving. Dit onderzoek biedt inzicht en oplossingen op basis van veldonderzoek.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003007","result_description":null},{"description":"De energiefactuur van Vlaamse witloofbedrijven kan hoog oplopen. Landbouwers investeerden de voorbije jaren fors in energiezuinige koelcellen en warmterecuperatie, waardoor hun energiefactuur daalde. Naast besparingen zetten witlooftelers ook sterk in op eigen groene stroom uit zonnepanelen. Omdat de energiekosten een aanzienlijk deel blijven uitmaken van de totale productiekosten, blijft er ruimte voor verbetering.\n\nIn dit project zoeken we nieuwe manieren om de kosten te drukken en de rendabiliteit te verhogen. Zeker nu de energieprijzen hoge toppen scheren, blijft het vraagstuk actueel en relevant. De volgende stap na energiebesparing en eigen productie is de slimme aansturing van energie op het bedrijf. Een slimme aansturing begint bij het realtime verzamelen van data die de landbouwer een helder inzicht geeft in bedrijfsprocessen.\n\nRealtime data wordt vervolgens gebruikt om energieaanbod slim af te stemmen op het verbruik door een automatisch sturingsysteem. Waar sturing van verbruik beperkt is, bekijken we mogelijkheden voor korte buffercapaciteit. We onderzoeken zowel thermische buffering in een koudedrager als batterijopslag.\n\nIn tegenstelling tot energie is het aandeel van de waterverbruiksposten veel minder gekend. Daarom brengen we ook de deelstromen van het water in kaart via digitale dataverzameling en heldere visualisatie. Dankzij deze actuele gedetailleerde informatie kunnen landbouwers in een volgende fase hun watervoetafdruk verkleinen en zo hun rendabiliteit verhogen.","summary":"Optimaliseer energiekosten en verhoog rendabiliteit voor Vlaamse witloofbedrijven door slimme energieaansturing en waterbeheer. Bespaar met groene stroom, datagestuurde beslissingen en buffercapaciteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003008","result_description":"De ontwikkeling van een monitoringsysteem voor energieverbruik richt zich op het testen van verschillende systemen bij landbouwers. Het doel is om het gebruiksgemak, de kostprijs en de performantie van elk systeem te vergelijken. Door middel van deze monitoring krijgen landbouwers toegang tot realtime informatie over de productie en het verbruik van elektriciteit.\n\nEen ander aspect van de ontwikkeling betreft een monitoringsysteem voor het waterverbruik van bedrijfsprocessen. Hier ligt de focus op het snel beschikbaar stellen van data aan individuele landbouwers. Op bedrijven worden verschillende systemen getest en vergeleken op basis van gebruiksgemak, kostprijs en performantie.\n\nDe verzamelde actuele en gedetailleerde gegevens leveren waardevolle informatie op voor landbouwers. Deze informatie wordt gedeeld tijdens diverse infomomenten (disseminatie).\n\nVoor het energieverbruik wordt gestreefd naar het afstemmen van vraag en aanbod. Er wordt onderzocht of het mogelijk is om energieoverschotten tijdelijk te bufferen, en er wordt gekeken naar verschillende technieken. Deze technieken worden vergeleken op basis van hun voor- en nadelen."},{"description":"Dit onderzoek zal zich richten op het beschikbare diagnostische aanbod voor psychische zorgnoden en co-morbide problemen ten gevolge van psychische zorgnoden binnen het ruime veld van de geestelijke gezondheidszorg.\n\nDe algemene doelstelling is een duidelijk zicht krijgen op het beschikbare aanbod aan diagnostiek voor volwassenen in Vlaanderen en Brussel.","summary":"Ontdek het diagnostische aanbod voor psychische zorg in Vlaanderen en Brussel voor volwassenen. Krijg inzicht in beschikbare diagnostiek.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003009","result_description":"Hier is de herschreven tekst:\n\nEen inventarisatie van de plekken waar een diagnostisch aanbod voorhanden is, zowel voor het gesubsidieerde aanbod als voor het privéaanbod.\n\nHet in kaart brengen van de inhoud van het diagnostisch aanbod.\n\nNagaan in hoeverre de aanbodzijde overeenkomt met de vraagzijde."},{"description":"Schoolleiders hebben een belangrijke invloed op de onderwijskwaliteit in hun scholen. Schoolleiders in ‘socially disadvantaged schools’, dat wil zeggen scholen met een sociaal-economisch kwetsbare leerlingpopulatie, worden geconfronteerd met een aantal specifieke uitdagingen. We willen hen zo goed mogelijk voorbereiden en ondersteunen om met deze uitdagingen om te gaan. Dit is om de leerkansen van hun leerlingen te maximaliseren en hun schoolteam zo goed mogelijk te leiden. Ook is het om als schoolleider zelf effectief te blijven functioneren in deze uitdagende context.\n\nIn de meeste landen is er echter weinig of geen professionaliseringsaanbod dat specifiek gericht is op inclusief schoolleiderschap. We willen in het consortium met Teach For All-organisaties een dergelijk aanbod (inclusief lerend netwerk) ontwikkelen en uittesten. Dit is om het trainingsprogramma en de lessen die geleerd zijn vervolgens te verspreiden naar beleidsmakers, directie-opleidingen en het werkveld.\n\nOp basis van een literatuuronderzoek en een nodenbevraging bij schoolleiders, wordt een trainingsprogramma ontwikkeld voor 40 deelnemers uit de 4 projectlanden. Deze deelnemers zijn (toekomstige) schoolleiders van scholen uit het Teach For All-netwerk, met een groot aantal sociaal-economisch kwetsbare leerlingen. Het trainingsprogramma bestaat uit workshops en peer-learning activiteiten. Daarnaast zal er ook een impactmeeting plaatsvinden.","summary":"Ontwikkeling van inclusief schoolleiderschap voor schoolleiders in 'socially disadvantaged schools' om leerkansen te maximaliseren. Trainingsprogramma met workshops en peer-learning voor 40 deelnemers uit 4 landen, gericht op het delen van lessons learned.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003010","result_description":"Uitgewerkt professionaliseringsaanbod ‘inclusief schoolleiderschap’ wordt beschikbaar gesteld via de projectwebsite.\n\nLerend netwerk waarbij nieuwe schoolleiders kunnen aansluiten.\n\nOnderzoeksrapport met aanbevelingen voor onderwijsbeleid, opleidingsverstrekkers en onderwijspraktijk."},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nHet reduceren en verduurzamen van (overbodige of single-use) verpakkingen is een complex thema met veel afwegingen. Soms kan de verpakking volledig weggelaten worden, soms kan het met minder of met een slimmer ontwerp en soms, maar zeker niet altijd, is een herbruikbare verpakking de meest duurzame oplossing. Een verpakking is nog steeds een belangrijk touchpoint om een merk te communiceren en dat vormt soms een obstakel om over te schakelen naar meer duurzame verpakkingen. Hoe vang je als merk, als communicatieprofessional of als designer het geheel of gedeeltelijk wegvallen van die fysiek aanwezige gebruikerservaring, de uitstraling en de merkpositie op? We willen visual designers en communicatieprofessionals informeren, inspireren en handvaten aanreiken om de struikelblokken op vlak van communicatie te overwinnen. We richten ons op iedereen die betrokken is bij het in de markt zetten van een product, met focus op communicatieprofessionals en grafische of brand designers.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nHoofdonderzoeksvraag: Hoe kan je succesvol en correct communiceren met je doelgroep zonder fysieke, of met een minimale of herbruikbare verpakking?\nDeelvragen:\na) Wat zijn obstakels voor brands, designers en marketing- en communicatieprofessionals om de overstap te maken naar geen, minimale, meer duurzame of herbruikbare verpakking?\nb) Wat zijn kleine en grote stappen die ze kunnen nemen om verpakkingen of POS-materiaal meer duurzaam te maken, en toch een duidelijke merkuitstraling te genereren?\nc) Wat zijn best practices in het verminderen van verpakkingen die gepaard gaan met een succesvolle communicatie?\n\nMETHODOLOGIE\n\nWe zoeken een antwoord op onze onderzoeksvraag via een combinatie van onderzoeksmethodes:\n- Via deskresearch verzamelen we academische en vakgerichte informatie (artikels, rapporten, whitepapers, podcasts, …) omtrent herbruikbare verpakkingen en POS-materiaal, de impact van verpakkingen, alternatieve communicatievormen, etc.\n- We verzamelen en bestuderen best practices van bedrijven die inzetten op verminderen of weglaten van (single-use) verpakkingen en daarbij innovatieve manieren gebruiken bij het weglaten van het touchpoint om met de consument te communiceren.\n- We voeren expertinterviews met branding- en packaging experten, en met professionals die betrokken waren bij de ontwikkeling van deze good practices.","summary":"Hoe communiceer je succesvol zonder fysieke verpakking? Ontdek obstakels en stappen naar duurzame oplossingen voor merken en communicatieprofessionals. Onderzoeksmethodes omvatten deskresearch en expertinterviews met branding experts.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003011","result_description":"Geplande output:\n\n- We ontwikkelen een digitale en/of fysieke publicatie. Hierin wordt het informerende en inspirerende strategische framework uitgewerkt, met richtlijnen en best practices over hoe te communiceren zonder gebruik van single-use verpakkingen.\n\n- We geven minstens één lezing gericht op ontwerpers, communicatie- en/of marketingprofessionals.\n\n- We voorzien een presentatie tijdens één van de kennisdeelmomenten van de Green Deal Anders Verpakt (GDAV)."},{"description":"Vooreerst hebben we getracht een algemeen beeld te krijgen over de gemiddelde concentraties van BTEX dampen aan boord van gas- en chemicaliëntankers. Een beeld hiervan werd bekomen door gebruik te maken van de Radiello diffusieve staalname. De staalname zelf gebeurde door de HZS, de analyse van de monsters nadien gebeurde door het departement scheikunde van de UA. De blootstellingsduur werd bepaald door de duur van de reis. Telkens bij aankomst of vertrek uit een haven werd een nieuwe bemonstering gestart. Dit resulteerde in gemiddelde concentraties voor zowel de gemaakte zeereizen als voor het verblijf in de verschillende havens.\n\nVoor de binnenruimte geldt dat voor de producten waar een richtlijn voor bestaat, deze nergens werd overschreden, enkel voor tolueen werd de maximale Belgische richtlijn bereikt. Voor de buitenwaarden ligt de gemiddelde tolueen concentratie net boven de toegelaten waarde van 260 µg/m³ die vooropgesteld werd door de World Health Organisation. De maximaal gemeten tolueen waarde ligt ruim 5 maal boven de voorgeschreven grenswaarde.\n\nAnderzijds werd getracht om naast deze gemiddelde waarden, ook piekwaarden te registreren. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de PAC – III van Draeger. Dit toestel gebruikt een OV-sensor of ‘organic vapour’ sensor, die via een elektrochemische reactie de concentratie van bepaalde organische gassen onder atmosferische omstandigheden kan opmeten. Voordeel is dat de uitlezing ervan direct aan een datalogger kan gekoppeld worden, nadeel ervan is ‘cross-sensivity’, waardoor het in bepaalde gevallen moeilijk wordt om de aanwezige producten te identificeren. Aan boord van de gastanker gaf dit niet echt problemen, gezien er gedurende de meetperiode slechts één product gelijktijdig vervoerd werd. Aan boord van de chemicaliëntankers was dit toestel meestal niet bruikbaar gezien er zich hier meerdere (6-8) producten gelijktijdig aan boord bevonden. De uitlezing hier was dan ook de som van de aanwezige concentraties.\n\nIn dit geval dient de Pac III dan ook gezien te worden als een detectietoestel, eerder dan een meettoestel. Indien de OV-sensor niets registreert, wil dit zeggen dat de mogelijk aanwezige concentraties van vluchtige organische dampen lager zijn dan de detectielimiet van 0.5 ppm van het toestel. Dit toestel was wel bruikbaar bij bijvoorbeeld controle van een tank na het reinigen ervan, omdat we hier met zekerheid kunnen zeggen dat de gemeten concentraties afkomstig zijn van het laatst vervoerde product in deze tank.\n\nDit toestel registreerde meestal relatief lage waarden, nabij de detectielimiet van het toestel, maar gaf duidelijk hogere waarden naarmate men de manifold naderde. De manifold bevindt zich nabij het midden van het schip en is de plaats waar de leidingen van het schip met die van de wal verbonden worden. Aan dek bleek duidelijk dat de gemeten concentraties plaatsgerelateerd zijn, en dat de manifold hierbij de hoogste waarden aangaf.\n\nDe meest interessante metingen met dit toestel werden gedaan tijdens de tankinspectie. Een tankinspectie wordt uitgevoerd na het wassen van de tanks, om na te gaan of de tank voldoet aan de vereisten om de volgende lading te kunnen laden. Tijdens een van deze controles werd onmiddellijk de maximale waarde gemeten die het toestel kan meten (200ppm). Waarschijnlijk was de werkelijk aanwezige concentratie in de tank nog hoger. Hetzelfde resultaat werd bekomen in 3 andere tanks. Het betrof hier tanks die ethanol bevatten hadden, en waarin na lossing 4 uur geventileerd werd.\n\nVerdere analyse van de resultaten gaf volgende opmerkelijke vaststellingen: - Er werd een groot verschil vastgesteld tussen de absolute waarden gemeten respectievelijk aan de aanzuiging van de lucht voor de accommodatie en de aanzuiging van de lucht voor de machinekamer. De eerste bevindt zich op ongeveer 13 meter boven het zeeoppervlak en iets meer naar voren, de laatstgenoemde op ongeveer 3 meter boven het zeeoppervlak. Deze belangrijke verschillen hebben te maken met de overheersende windrichting en luchtstroom rond de opbouw. Wanneer de aanzuiging van de machinekamer benedenwinds ligt ten opzichte van de schouw, werd een veel hogere concentratie van verbrandingsgerelateerde polluenten gemeten aan de aanzuiging van de machinekamer ten opzichte van de aanzuiging van de accommodatie. In deze situatie verdwijnen ook de correlaties tussen de concentraties van de gemeten producten aan de aanzuigingen. De twee aanzuigingen worden hier door een verschillende bron beïnvloed. Doordat de verhoogde concentraties polluenten aan de inlaat van de machinekamer verbrandingsgerelateerd zijn, zijn deze waarschijnlijk afkomstig van de emissies van de schouw. Verder onderzoek zou dit kunnen bevestigen. De huidige gegevens laten enkel toe dit fenomeen vast te stellen, maar zijn onvoldoende om een verklaring hiervoor te geven.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Gemiddelde BTEX-dampconcentraties aan boord van tankers onderzocht. Resultaten tonen overschrijding Belgische richtlijn voor tolueen. PAC-III gebruikt voor piekwaardenregistratie. Concentraties hoger nabij manifold. Belangrijk verschil in luchtconcentraties tussen accommodatie en machinekamer. Verband tussen ladingen en concentraties over schip. Onderzoek nodig naar bronnen van polluenten in machinekamer en accommodatie.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003012","result_description":null},{"description":"Scheepvaart speelt een onmisbare rol in de logistieke keten van ons dagelijkse leven. Transport over water is de slagader van de wereldwijde economie.\n\nSimulatortraining is essentieel voor de opleiding van de moderne zeevarende. Het ondersteunt training in verschillende aspecten van het maritieme beroep. De investering in simulatoren bij de Antwerp Maritime Academy (Hogere Zeevaartschool), die toonaangevend is op het gebied van onderzoek en innovatie binnen de maritieme sector, maakt het mogelijk om complexe, real-life situaties in te oefenen.\n\nZeevarenden worden op die manier getraind op situaties die zij in de praktijk hopelijk nooit meemaken, maar waar ze wel klaar voor moeten zijn.","summary":"Transport over water is essentieel voor de wereldwijde economie. Simulatortraining bij Antwerp Maritime Academy bereidt zeevarenden voor op real-life situaties, waardoor ze optimaal zijn voorbereid op hun maritieme taken.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003013","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksteam wil de verschillende mogelijkheden onderzoeken om een boot te bouwen die met het minimale vermogen beschikbaar in de A-klasse volledig kan functioneren met foils en toch nog voldoende manoeuvreerbaar is.","summary":"Onderzoeksteam bekijkt opties voor boot in A klasse met minimale kracht en foils die wendbaar blijft.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003014","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksteam wil de verschillende mogelijkheden onderzoeken om het gewicht van een zonneboot tot een minimum te beperken. \n\nTevens wilt het team onderzoeken of hydrofoils de rompweerstand kunnen verminderen en hoe men het rendement kan verhogen van zonnepanelen. \n\nTevens wordt onderzocht of een Brushless DC motor een maximaal vermogen kan leveren in de aanloop tot planeren. \n\nOok worden rendement analyses uitgevoerd van schroeven gekoppeld aan een transmissie.","summary":"Onderzoeksteam wil gewicht zonneboot minimaliseren, rompweerstand verminderen, zonnepanelen rendement verhogen, Brushless DC motor kracht leveren en schroefrendement analyseren met transmissie.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003015","result_description":null},{"description":"De meeste schepen doen voor hun voortstuwing nog altijd een beroep op een schroef, al dan niet met veranderlijke spoed. Het rendement van een schroefaandrijving is echter beperkt.\n\nEr bestaan een reeks alternatieve aandrijvingen zoals de Voith Sneider propulsie en de aandrijvingen met POD’s.\n\nBij de mirage drive worden 2 vinnen onder de romp heen en weer bewogen. Om deze vinnen zo gelijkmatig mogelijk te laten bewegen, moet een roterende beweging omgezet worden in een lineaire.\n\nDe bedoeling van dit project is een geschikte aandrijving te ontwerpen en het rendement van de voortstuwing te vergelijken met dat van een klassieke schroefaandrijving.\n\nDe vragen van dit onderzoek zijn:\n• Is het mogelijk om op een goedkope wijze een lineaire overbrenging te realiseren?\n• Is het mogelijk om in competitieverband te kunnen wedijveren met klassiek aangedreven schroeven?","summary":"Ontwerp een kosteneffectieve lineaire aandrijving voor schepen om de efficiëntie te vergelijken met traditionele schroefaandrijvingen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003016","result_description":null},{"description":"Chemicaliëntankers vervoeren producten die erg toxisch kunnen zijn. Tijdens normale ladingsbehandeling aan boord komen dampen van deze lading vrij aan dek.\n\nEen vorig onderzoek toonde aan dat deze dampen eveneens in de accommodatie van de bemanning, de brug en de machinekamer kunnen worden teruggevonden. \n\nDit onderzoek wil nagaan via welke weg de ladingsdampen van het dek tot in de bovengenoemde ruimtes geraken.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar verspreiding ladingsdampen van dek naar bemanningsruimtes op chemicaliëntankers.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003017","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\nSinds 2001 verstrekt het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) persoonlijke assistentiebudgetten (PAB) aan personen met een handicap. Als budgethouder organiseren en betalen zij zelf hun assistentie. Door vermaatschappelijking van zorg en de invoering van persoonsvolgende budgetten (PVB) is er een toenemende vraag naar kwaliteitsvolle assistenten die instaan voor de ondersteuning in het dagelijkse leven en het bevorderen van de levenskwaliteit en participatie en inclusie van de cliënt. Het onderzoek richt zich naar persoonlijke assistenten zonder familieband bij volwassenen met een verstandelijke handicap.\n\nDOEL EN ONDERZOEKSVRAGEN\nDit exploratief onderzoek brengt de ondersteuning die persoonlijke assistenten zonder familieband bieden aan volwassenen met een verstandelijke handicap in kaart. Er wordt nagegaan welke impact de persoonlijke assistent heeft op de kwaliteit van leven van de budgethouder. Hierbij wordt het ondersteuningsmodel van het American Association on Intellectual and Developmental Disabilities (AAIDD) gehanteerd, met bijzondere aandacht voor de dimensie participatie.\n\nHet onderzoek focust op de volgende vraag:\nIn welke mate heeft de externe persoonlijke assistentie invloed op de participatie van de volwassene met een verstandelijke beperking? Meer specifiek komen de volgende deelvragen aan bod:\n- Welke taak of taken neemt de persoonlijke assistent op voor de cliënt en het cliëntsysteem?\n- Welke verwachtingen heeft de cliënt-cliëntsysteem ten aanzien van persoonlijke assistentie?\n- Welke verwachtingen heeft de persoonlijke assistent over de ondersteuning bij zijn jobinhoud?\n- Wat heeft de persoonlijk assistent nodig om ondersteuning te bieden aan de cliënt/cliëntsysteem in functie van participatie?\n\nMETHODOLOGIE:\nHet betreft een exploratief onderzoek dat wordt uitgevoerd met behulp van de responsieve onderzoeksbenadering. Deze benadering is gegrond in een sociaal constructivistische kentheorie en stelt de verhalen en de dialoog over thema’s centraal. Kenmerkend voor deze methodologie is dat gestreefd wordt om de werkelijkheid samen met zoveel mogelijk belanghebbenden -in interactie- te creëren. Na een verkennende fase (d.m.v. deskresearch) zullen er 9 interviews (3 per referentiegroep i.c. persoonlijke assistenten, cliënten en cliëntsysteem) en 3 focusgroepgesprekken (1 per referentiegroep i.c. persoonlijke assistenten, cliënten en cliëntsysteem) worden afgenomen. Dit kwalitatieve luik zal worden ondersteund door een kwantitatieve bevraging (digitale vragenlijst) welke zal worden verspreid via diverse werkveldkanalen.","summary":"Het VAPH onderzoekt de impact van externe persoonlijke assistentie op participatie van volwassenen met een verstandelijke beperking. Het exploratieve onderzoek volgt een responsieve aanpak met interviews en focusgroepen om de impact op levenskwaliteit te meten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003018","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nDit project werkt verder op het Erasmus+ project ‘A Way Home’ (www.awayhome.eu) waarin het krachtenmodel van Rapp en Goscha (2006) een centrale plaats kreeg. Dit model biedt mogelijkheden voor de ondersteuning van jongeren in de transitie van jeugdzorg richting zelfstandig leven. Jongeren herkennen er hun behoeften en ervaringen in. In reële levenservaringen blijken echter blinde vlekken: jongeren ervaren net weinig ondersteuning op vlak van aspiraties, in het model ook omschreven als dromen en wensen (Dehertogh et al., 2018).\n\nAspiraties worden vaak gezien als individuele kwaliteiten maar zijn mede sociaal geconditioneerd (Bandura, 1977; Bourdieu, 1973). Ook het krachtenmodel stuurt aan op het in beeld houden van zowel de individuele als de sociale en de maatschappelijke dimensie. In de jeugdzorg ligt de nadruk eerder op de individuele dimensie en de (pedagogische) context, in sociale dienstverlening ligt de nadruk vaker op de sociale en maatschappelijke dimensie. Daartussen gaapt vaak een kloof (Naert, 2019; Van Audenhove, 2015). Via een interdisciplinaire benadering tussen orthopedagogie en sociaal werk trachten we die kloof te dichten en meer continuïteit te brengen in het oog hebben voor aspiraties.\n\nONDERZOEKSVRAGEN:\nIn het onderzoek staat volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe kunnen we sociale professionals versterken in het herkennen, erkennen en ondersteunen van de aspiraties van jongeren in transitietrajecten?\n\nDe deelvragen van het project formuleren we als volgt:\n1. Welk belang hebben aspiraties in transitietrajecten van jongeren?\n2. Wat zorgt ervoor dat jongeren zich in hun aspiraties gewaardeerd en ondersteund voelen?\n3. Hoe kunnen sociale professionals jongeren op de verschillende momenten in hun traject ondersteunen in hun aspiraties?\n4. Op welke manier kunnen sociale professionals zowel continuïteit bieden aan aandacht voor aspiraties als sociale en maatschappelijke condities mee in beeld houden?\n\nMETHODOLOGIE\nWe gaan uit van de mensenrechtenbenadering (Hermans et al., 2019). Deze versterkt de opzet van het project als een sociaal en collectief leerproces. We brengen hierbij verschillende stakeholders samen in een participatief actieonderzoek (Van Acker et al., 2021). Een cruciale positie is weggelegd voor jongeren in transitie. Vanuit onze emancipatorische visie op onderzoek coachen we jongeren tot medeonderzoekers die met andere jongeren in transitie in gesprek gaan (Devotta et al., 2016). Dit ontbrak in eerder kwalitatief transitie-onderzoek (Van Audenhove et al., 2016). Met oog op bereiken van ‘Collective Impact’ (Kania & Kramer, 2011) ontwikkelen we samen met de stakeholders een kader en ondersteuningspakket gericht aan het werkveld en jongeren in transitie.","summary":"Dit project bouwt voort op 'A Way Home' en focust op het ondersteunen van jongeren in de transitie van jeugdzorg naar zelfstandig leven door het erkennen en ondersteunen van hun aspiraties. De interdisciplinaire aanpak tussen orthopedagogie en sociaal werk tracht de kloof tussen individuele en sociale dimensies te overbruggen. Stakeholders worden betrokken in een participatief actieonderzoek om een kader en ondersteuningspakket te ontwikkelen voor sociale professionals en jongeren in transitie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003019","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nIn oktober 2013 lanceerde de Chinese President Xi Jinping het One Belt, One Road (OBOR) initiatief. Het bestaat uit een massief investeringsproject van 4-8 triljoen dat over 60 landen loopt en meerdere decennia zal duren. Het objectief is de transportverbindingen tussen Azië en Europa (en zijdelings ook Afrika) te verstevigen en ook de tussenliggende gebieden te ontsluiten. Het moet de Chinese maakindustrie de kans geven om op te stijgen in de waardeketen en te evolueren naar een producent van hoogwaardige producten, gebaseerd op regionale toeleveranciers en onderaannemers die dan de laagwaardige componenten aanleveren.\n\nDe BRI rust op twee pijlers; de eerste is maritiem (Belt), Chinese bedrijven investeerden bijvoorbeeld al zwaar in Europese havens zoals Piraeus en Zeebrugge. De tweede is continentaal (Road) met ontwikkeling van spoor- en wegverbindingen vanuit het Chinese hartland zuid- en westwaarts, zo komen er nu regelmatige treinen uit Chongqing aan in Duisburg, Gent en zelfs Zeebrugge. De verschuiving van transportstromen naar Zuid-Europese havens of naar continentale transportvormen zou grote consequenties kunnen hebben voor de havens in de Hamburg-Le Havre range en de ervan afhangende Europese distributiecentra in de Vlaams-Nederlandse Delta (VND).\n\nPROJECTDOEL & METHODOLOGIE\nHet onderzoek wil in eerste instantie, vertrekkende van een literatuur- en veldstudie van de geplande en mogelijke projecten, de mogelijke effecten beschrijven van het BRI voor de Vlaamse logistiek. Vervolgens wil het, vertrekkend van een ketenkostenmodel, de implicaties voor de West-Europese havens monetariseren. De focus ligt hierbij op de directe kosten, de tijdskosten maar ook de externe milieukosten. Tot slot wil het lokale, regionale en supranationale strategieën voor de betrokken bedrijven en overheden meegeven om de voordelen van het BRI te maximaliseren en de nadelen tegen te gaan. Dit alles met een iteratieve terugkoppeling met het werkveld om het voortschrijdend inzicht te toetsen.\n\nConcreet, het is een complex onderwerp met veel verschillende aspecten, de onderzoeksvragen zijn dan ook uitgebreid en diep gelaagd.\nDEEL 1 Detailomschrijving van BRI (kwalitatief)\n- Wat houdt het BRI nu precies in en wat is het tijdsbestek van het project? (Wat is er al uitgevoerd? Wat is er concreet gepland? Wat zijn de nog niet geplande projecten?)\n- Wat houdt het Belt-deel in detail in? (Wat is gepland in de Europese Unie? Waar zijn knelpunten die relevant zijn voor de EU?)\n- Wat houdt het Road-deel in detail in? (Wat is gepland in de Europese Unie? Waar zijn knelpunten die relevant zijn voor de EU?)\n- Wat is de rol van de Asian Infrastructure Investment Bank en hoe verhoudt die zich tegenover de EIB en de Wereldbank?\n\nDEEL 2 Directe ketenkosteneffecten (kwantitatief)\nHoe beïnvloedt het BRI de generaliseerde ketenkosten van de maritieme ketens door VND?\n- Hoe zal de Belt-route zich verhouden, kostgewijs, tegenover de huidige VND-route?\n- Hoe zal de Road-route zich verhouden, kostgewijs, tegenover de huidige VND-route?\n- Hoe zal BRI het marktaandeel van VND als Europese maritieme hub en Europese maritieme toegangspoort beïnvloeden?\n\nDEEL 3 Externe kosteneffecten (kwantitatief)\nHoe veranderen de verschillende BRI-routes de externe (milieu)kosten tegenover de huidige routes, dit zowel wat betreft het Road-aspect als het Belt-aspect?\n\nDEEL 4 Scenarioanalyse (kwalitatief)\nWat zijn de factoren die het succes of het falen van BRI in Europa kunnen beïnvloeden?\n- Welke scenario’s zijn er mogelijk?\n- Wat is de waarschijnlijkheid van elk scenario?\n- Wat zijn de effecten van elk scenario op de West-Europese havens?\n- Hoe kunnen de actoren in de havengeoriënteerde ketens zich voorbereiden op de verschillende scenario’s?\n\nDEEL 5 Beleidsmaatregelen ter bescherming van de marktpositie van de VND (kwalitatief)\nWat kunnen de verschillende beleidsniveaus doen?\n- Hoe kunnen de actoren in de VND BRI gebruiken ter versterking van hun marktpositie?\n- Hoe kunnen de actoren in de VND BRI bijsturen om hun marktaandeel te behouden?\n\nVoor de kwalitatieve delen wordt gebruikgemaakt van een literatuurstudie, interviews met bevoorrechte getuigen en bezoeken aan belangrijke knooppunten. De geïnterviewden, allen professionele specialisten uit de logistieke (haven)sector of relevante beleidsmakers, zullen gecontacteerd worden via de sectororganisaties zoals VEA en OTM, de partnerscholen en het eigen netwerk. Voor de interviews zal gewerkt worden met een vast panel van deelnemers om doorheen het verloop van het project de gaandeweg vergaarde informatie te kunnen aftoetsen in een Delphi-stijl (Landeta, 2006; Linstone & Turoff, 2011).","summary":"Het One Belt, One Road-initiatief van China beoogt transportverbindingen tussen Azië en Europa te versterken. Dit onderzoek analyseert de impact op de Vlaamse logistiek en West-Europese havens, inclusief kosten en milieueffecten. Aanbevelingen zullen worden gebaseerd op gedetailleerde analyses en interviews met experts uit de logistieke sector en beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003020","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nDe digitaliseringsgolf heeft grote gevolgen voor de interactie van bedrijven met hun externe omgeving. Door digitale applicaties wordt de dienstverlening gepersonaliseerd en geoptimaliseerd (Caudron & Van Peteghem, 2018). Binnen dit project willen we onderzoeken hoe digitalisering ook de interne omgeving van bedrijven veranderd heeft.\n\nVeel literatuur rond 'digitaliseringseffecten' focust op 'de werknemer' en gaat voorbij aan de heterogeniteit van het personeelsbestand (Hill et al., 2014). Office managers (OM) maken veel gebruik van digitale technologieën. Zij vormen de focus van dit project.\nWe vinden in de literatuur vooral info over positieve effecten van digitalisering. Zo zou dit leiden tot hogere jobtevredenheid en een betere work/life-balance, maar er is weinig onderzoek waarin deze relaties bewezen worden, zeker voor de functie van OM.\nOnderzoek heeft de relatie tussen gebruik van technologie en o.m. stress en burn-out gestaafd (Tarafdar et al., 2014), maar er is weinig geweten over andere negatieve side-effects (Hill et al., 2014).\n\nONDERZOEKSVRAGEN & METHODOLOGIE\nDit leidt tot volgende onderzoeksvragen:\n1. \"Welke digitale toepassingen worden vandaag door Vlaamse OM gebruikt?\" Dit leidt tot de ontwikkeling van een digitOF-index. A.d.h.v. exploratieve factoranalyse gaan we na of deze index onderverdeeld kan worden in verschillende dimensies (zie ook onderzoeksvraag 2).\nMethode: Literatuurstudie, expertinterviews (OM)\n2. \"In welke mate leidt het multi-taskend gebruiken van deze digitale toepassingen tot een hoger of lager niveau van jobkwaliteit/jobtevredenheid bij OM?\" We gaan na of er een verschil is in de invloed naargelang de dimensie van a) digitale toepassingen (cf. digitOF-index bij onderzoeksvraag 1), b) jobkwaliteit (VN, 2015) en c) jobtevredenheid (Spector, 1997).\nMethode: grootschalige kwantitatieve bevraging (OM)\n3. \"Wat zijn de voornaamste positieve en negatieve associaties van OM met digitalisering van de werkomgeving?\"\nMethode: diepte-interviews (OM)","summary":"De digitaliseringsgolf verandert bedrijfsinteracties. Dit project onderzoekt het effect van digitalisering op office managers. Het richt zich op digitale toepassingen, jobkwaliteit en jobtevredenheid van OM. Onderzoeksvragen omvatten gebruik van digitale tools, impact op jobkwaliteit en associaties van OM met digitalisering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003021","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nHoewel onderzoek en beleid het belang van intercultureel onderwijs onderstrepen, blijkt daar in de praktijk nog werk aan. Veel leerkrachten geven aan zich hier onvoldoende voorbereid in te voelen. Dit PWO-project wil een antwoord bieden door een professionaliseringstraject (PT) uit te werken dat interculturele competenties van leerkrachten versterkt.\n\nJonge kinderen vertonen al etnisch-raciale vooroordelen. Wanneer kleuters etnisch-raciale verschillen opmerken, voelen veel leerkrachten zich onzeker of reageren ze vanuit een kleurenblinde houding. Als gevolg hiervan blijven kleuters met onbeantwoorde vragen en misverstanden zitten. Om leerkrachten voor te bereiden op het ondersteunen van positieve etnisch-raciale attitudes, is het belangrijk om de interculturele competenties van leerkrachten te versterken.\n\nDOEL & ONDERZOEKSVRAGEN\nOm tegemoet te komen aan deze nood aan professionalisering van kleuterleerkrachten, ontwerpen we in dit onderwijskundig ontwerponderzoek in samenwerking met experts en pioniers uit het werkveld een professionaliseringstraject dat focust op interculturele competenties, met een focus op etnisch-raciale diversiteit, via het gebruik van multiculturele prentenboeken. Studies tonen immers aan dat het lezen en bespreken van multiculturele prentenboeken positieve effecten heeft op zowel de interculturele competenties van leerkrachten als de etnisch-raciale attitudes van kinderen, indien leerkrachten hier op een correcte manier mee omgaan.\n\nDe centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan een kwaliteitsvol, effectief en gedragen professionaliseringstraject rond intercultureel onderwijs aan de hand van multiculturele prentenboeken voor kleuterleerkrachten vorm krijgen?\n\nHieruit volgen 3 deelvragen:\n1. Wat zijn mogelijke uitdagingen en kansen op vlak van intercultureel onderwijs en het werken met multiculturele prentenboeken in de tweede en derde kleuterklas?\n2. Hoe percipiëren kleuterleerkrachten hun kennis, vaardigheden en attitudes op het vlak van intercultureel onderwijs en het werken met multiculturele prentenboeken, voor en na het PT?\n3. Hoe percipiëren de verschillende stakeholders (kleuterleerkrachten, experts) het verloop, de effectiviteit en de impact van het professionaliseringstraject?\n\nMETHODOLOGIE\nWe beantwoorden de onderzoeksvragen aan de hand van onderwijskundig ontwerponderzoek (McKenney & Reeves, 2012). Deze methode is geschikt om complexe leeromgevingen te ontwerpen en onderzoeken, zoals een PT, omwille van de nauwe samenwerking tussen onderzoekers en personen uit het werkveld tijdens alle ontwikkelingscycli (Anderson & Shattuck, 2012).\n\nIn de eerste fase exploreren we de huidige praktijk, noden en mogelijkheden voor het PT via literatuur en beleidsdocumenten, observaties, interviews en focusgesprekken met leerkrachten en experts. Na een co-constructieve ontwerpfase in nauwe samenwerking met pioniers, wordt het PT in verschillende cycli geïmplementeerd en geëvalueerd. We brengen de ervaren effectiviteit en impact van het PT en gepercipieerde interculturele competenties van de deelnemers in kaart door middel van logboeken, bevragingen en een focusgroep.","summary":"Dit project richt zich op het versterken van interculturele competenties van kleuterleerkrachten door middel van een professionaliseringstraject met focus op etnisch-raciale diversiteit en multiculturele prentenboeken. De onderzoeksvraag is hoe dit traject effectief vorm kan krijgen. De methodologie omvat onderwijskundig ontwerponderzoek, waarbij samenwerking met experts en leerkrachten centraal staat voor het ontwerpen, implementeren en evalueren van het traject.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003022","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nHypereosinofilie (HE) is een aandoening die gepaard gaat met een verhoogd aantal eosinofielen (specifiek type witte bloedcellen) in het bloed. Om de juiste behandeling te kunnen geven aan deze patiënten is het noodzakelijk de oorzaak van de aandoening op te sporen. In een groot aantal gevallen is dit de aanwezigheid van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen. Dit fusiegen ontstaat door een ontbrekend stuk in één van de chromosomen (DNA). Zo'n fusiegen kan plots een nieuwe functie krijgen, die vervolgens aanleiding kan geven tot een aandoening. In het geval van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen leidt het tot ongecontroleerde deling van een bepaald type witte bloedcel en daarom tot HE. De stukjes DNA die verdwijnen kunnen verschillen in grootte, doordat het DNA kan breken op verschillende plaatsen in de twee betrokken genen (FIP1L1 en PDGFRA): de breekpunten. Er is nood aan een methode voor de detectie van de verschillende breekpunten die aanleiding geven tot het fusiegen.\n\nOPZET & METHODOLOGIE\nIn een voorgaand onderzoeksproject ('Breekpunten', 2020-2021) werd een PCR-methode ontwikkeld voor het opsporen van verschillende breekpunten aan de hand van real-time PCR en ddPCR. In het project 'Multiplex' zouden de verschillende PCRs idealiter gecombineerd worden tot 1 multiplex-PCR, dit om het aantal testen per patiënt te reduceren. In eerste instantie zal de multiplex-PCR uitgetest worden op controlemateriaal. Vervolgens dient de multiplex-PCR gevalideerd te worden op patiëntenstalen. Er zal daarbij minimaal worden gekeken naar precisie intra-assay (herhaalbaarheid), precisie inter-assay (reproduceerbaarheid), accuraatheid, detectielimiet/analytische gevoeligheid en analytische specificiteit.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\nHoe kunnen we een vereenvoudigde test (multiplex-PCR) samenstellen uitgaande van primers en probes die werken in real-time PCRs en ddPCRs voor het opsporen van alle breekpunten van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen? Kunnen we deze valideren op patiëntenstalen?\n\nOUTPUT\nDe resultaten van het project zullen gepubliceerd worden in het tijdschrift van de beroepsvereniging BVLT en worden gepresenteerd op een event van Moleculardiagnostics.be met de bedoeling de resultaten te verspreiden naar de geïnteresseerde diagnostische centra van heel België.","summary":"Samenvatting: Ontwikkeling van een multiplex-PCR methode om breekpunten van het FIP1L1-PDGFRA fusiegen op te sporen. Doel: verminderen van testen per patiënt. Resultaten worden gepubliceerd en gedeeld met diagnostische centra in België.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003023","result_description":null},{"description":"KADER & CENTRALE ONDERZOEKSVRAAG\nStudies tonen aan dat de huidige generatie jongeren minder tijd besteden aan nieuwsconsumptie dan de voorgaande generaties (Apestaartjaren, 2018). Daarnaast blijken zij nieuws in hoofdzaak 'gratis' te consumeren via digitale en sociale media (The Media Insight Project, 2015). De centrale onderzoeksvraag in dit project luidt: 'Onder welke omstandigheden en voorwaarden zijn jongeren bereid te betalen voor het gebruik van de diensten van nieuwsbedrijven?'\n\nDOELEN\nVolgende doelen staan voorop:\n1. We brengen in kaart via welke kanalen en op welke manier jongeren vandaag nieuws consumeren.\n2. We onderzoeken hoe Vlaamse jongeren de huidige nieuwsvoorziening percipiëren en bekijken of er een 'mismatch' is tussen het huidige nieuwsaanbod en hun idee van goede nieuwsvoorziening.\n3. We analyseren hoe jongeren de waarde inschatten van betalende nieuwsvoorziening\n4. We identificeren de factoren die voorspellen in welke mate jongeren bereid zijn te betalen voor nieuws. We onderzoeken welke 'bundels' nieuwsbedrijven mogelijk kunnen aanbieden om deze jongeren te bereiken als betalend publiek.\n\nMETHODOLOGIE\nWe zoeken een antwoord via een combinatie van onderzoeksmethoden.\n- We voeren diepte-interviews uit bij een heterogeen samengestelde groep van 50 jongeren.\n- We organiseren een grootschalige survey onder Vlaamse jongeren en testen een model waarin we de invloed nagaan van de in de literatuur en diepte-interviews geïdentificeerde factoren op de bereidheid om in de toekomst te betalen.\n- We traceren aanvullend de nieuwsconsumptieroute van jongeren\n\nDoor in kaart te brengen welke afwegingen jongeren maken in hun beslissing om al dan niet (betalend) nieuws te consumeren, wensen we traditionele nieuwsmedia te inspireren bij het uitstippelen van hun toekomstige verdienmodellen. Naast wetenschappelijke artikels bouwen we een educatief pakket uit in het kader van mediawijsheidtrainingen.","summary":"Jongeren consumeren voornamelijk gratis nieuws via digitale media. Dit project onderzoekt hun bereidheid om te betalen voor nieuwsdiensten en identificeert factoren die hierop van invloed zijn. Methoden omvatten interviews, surveys en analyse van nieuwsconsumptiepatronen. Het doel is om nieuwsmedia te inspireren bij het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003024","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\nKanker heeft niet enkel een fysieke impact op de oncologische patiënt, maar kent ook een hoge psychologische belasting wat een negatieve invloed heeft op de kwaliteit van leven. De WHO bevestigt dit door hun definitie: gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven van de mens is een wisselwerking tussen fysieke gezondheid, psychologische gezondheid, de onafhankelijkheidsgraad, sociale relaties en waarden en normen in interactie met de omgeving.\n\nOm de aangeboden zorg te optimaliseren en zelfzorgmanagement bij de patiënt te ondersteunen is dus een goed georganiseerde gezondheids- en welzijnszorg vereist. Hierbij kunnen navigerende interventies een grote impact hebben omdat ze de kennis van de oncologische patiënt omtrent zijn ziekte verhogen. Aangezien er op die manier steeds meer wordt verwacht van oncologische patiënten om zelfzorg te managen, is het belangrijk om doelgericht te ondersteunen en zo de patiënt in staat te stellen om factoren die invloed uitoefenen op het ziekteverloop aan te pakken.\n\nHet integreren van eHealth in de oncologische behandeling kan dan ook een efficiënte strategie zijn om de kwaliteit van leven te bevorderen. Het raadplegen van informatie via een app om de oncologische patiënt te ondersteunen wordt zelfs door zowel patiënten als zorgverleners als een meerwaarde beschouwd.\n\nONDERZOEKSVRAGEN:\nWat is het huidige aanbod ter beschikking van de oncologische patiënt?\nHoe patiënten digitaal ondersteunen om zelfzorgmanagement te bevorderen?\nKan een app voldoende ondersteuning bieden aan oncologische patiënten voor hun zelfzorgmanagement?\n\nMETHODOLOGIE:\nHet huidige zorgaanbod in de eerstelijnsgezondheidszorg specifiek gericht op de oncologische patiënt in kaart brengen, en bijgevolg de hiaten in het aanbod blootleggen. Dit komt tot stand door literatuuronderzoek, bevragingen bij patiënten en zorgverleners via vragenlijsten en interviews.\nOnderzoeken wat momenteel eventuele barrières zijn in het zelfzorgmanagement van de oncologische patiënt. Welke factoren hebben invloed en hoe kan de patiënt via ons digitaal aanbod beter hierin ondersteund worden? Dit komt tot stand door middel van literatuuronderzoek, diepte-interviews, focusgroepen, en vragenlijsten.\nOp basis van resultaten uit de bevraging van PTOZA bij oncologische patiënten komen we tot het ontwikkelen van de concrete tool in de vorm van een app/site.\n\nWe starten vanuit een nauwe samenwerking met het Platform Transmurale Oncologische Zorg Antwerpen (PTOZA) het project ‘De Navigerende Oncologische Kaart’ dat de oncologische patiënt navigeert tijdens kritische zorgmomenten en ondersteunt in zijn zelfzorgmanagement. Deze applicatie/site zal in de eerste plaats ter beschikking staan voor patiënten en mantelzorgers maar ook voor professionele en niet-professionele zorgverleners. Het doel is om informatie aan te bieden op verschillende momenten in het zorgtraject om doeltreffend zelfzorgmanagement te bevorderen om zo lange termijn outcomes, zoals een goede kwaliteit van leven, te bereiken.","summary":"Een goede gezondheidszorg voor oncologische patiënten is cruciaal vanwege de fysieke en psychologische belasting van kanker. Door navigerende interventies en eHealth te integreren, kan de kwaliteit van leven verbeterd worden. Het project 'De Navigerende Oncologische Kaart' biedt een digitale tool (app/site) om zelfzorgmanagement te bevorderen en patiënten te ondersteunen tijdens zorgmomenten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003025","result_description":null},{"description":"PROJECTSCHETS\nHet lopende PWO-project ‘360° Learning’ (2019-2021) ontwikkelt het 360° Learning instrument om de ontwikkeling van soft skills te ondersteunen. De tool bevat materiaal voor drie actoren: studenten, lesgevers en mentoren. De nadruk bij 360° Learning ligt op het creëren van een prototype van de tool op basis van participatief onderzoek. De tool bevat onder meer een vragenlijst uit het ESF-project Kickstart Your Soft Skills (KYSS).\n\nHet nieuwe project, Applied 360°, wil de inzetbaarheid van het instrument verkennen via psychometrisch onderzoek en exploratief empirisch onderzoek. Als theoretische kaders voor dit onderzoek maakt het project gebruik van het Job Demands-Resources-model en de zelfdeterminatietheorie.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\nVolgende onderzoeksvragen sturen het project aan:\n1. Wat is de constructvaliditeit, betrouwbaarheid, stabiliteit en predictieve validiteit van de KYSS-vragenlijst?\n2. Hoe evolueren studenten in de ontwikkeling van hun soft skills?\n3. Hoe hangen resultaten uit de KYSS-vragenlijst samen met andere meetinstrumenten uit het 360° Learning instrument?\n4. Hoe wordt het 360° Learning instrument ingezet in een stagecontext? Percipiëren actoren het instrument eerder als een ‘bron’ of een ‘eis’? Hangen de percepties op het instrument samen met de groei in soft skills of de eindscore van de stage?\n\nMETHODOLOGIE\nHet project zal kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden inzetten. Per onderzoeksvraag:\n1. Confirmatorische factoranalyses, betrouwbaarheidsanalyses, multi-group confirmatorische factoranalyses, regressieanalyses\n2. Paired sample t-testen of multi-level growth modeling\n3. Correlaties\n4. Regressieanalyses, interviews.\n\nHet project wil naast theoretische inzichten ook praktische handvatten bieden voor het inzetten van het 360° Learning instrument. Psychometrische analyses en wetenschappelijke inzichten worden gevaloriseerd via congresbijdragen, een psychometrische handleiding en publicaties. Praktische inzichten zullen worden gecapteerd in good practices en worden toegevoegd aan de projectwebsite.","summary":"Ontwikkel soft skills met het 360° Learning instrument. Onderzoek naar construct- en predictieve validiteit, inzetbaarheid in stages en effect op soft skills. Gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve methoden voor theoretische en praktische inzichten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003026","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS:\nPijn is een continue uitdaging voor zorgverleners in de gezondheidszorg. Een nieuwe alternatieve vorm van pijnbestrijding is Virtual Reality (VR). VR is bewezen effectief in de bestrijding van pijn; experimentele pijn, pijn bij brandwonden, fantoompijnen, pijn tijdens tandheelkunde, fibromyalgie, neuropathische pijn en postoperatieve cardiale rehabilitatie (Malloy, et al., 2010; Koyyalamudi, et al., 2016). De toepasbaarheid van VR ter bestrijding van pijn hangt samen met de graad van immersie die de VR-toepassing biedt. Immersie kan worden omschreven als het gevoel dat optreedt in een situatie waarbij de toeschouwer zodanig focust op de mediuminhoud dat die de dingen rondom niet langer opmerkt. In de literatuur erkent men tevens verschillende niveaus en typen van immersie (Heirman, 2018). Pijn kan in deze context worden omschreven als de omgeving waarvan de patiënt zich dient los te koppelen en een meetbare factor om de mate van immersie te bepalen.\n\nONDERZOEKSDOEL & -VRAAG:\nDit onderzoek legt zich toe op de correlatie tussen immersie en pijn, met een specifieke toepassing in de verloskundige context. De onderzoeksvraag luidt bijgevolg: Welk niveau en type immersie die door Virtual Reality kan worden verkregen, is effectief in het bestrijden van specifieke soorten pijn, met baringspijn als concrete case?\n\nMETHODOLOGIE:\nDoor deskresearch, literatuurstudie en het volgen van lezingen wordt bestudeerd in welke gevallen er wereldwijd al gebruik wordt gemaakt van VR als pijnbestrijding. Hierbij wordt in kaart gebracht welk type en niveau van immersie het meest effectief wordt geacht voor een bepaald type pijn. Gelijktijdig beoogt men bevraging van de doelgroep en het werkveld naar hun specifieke noden rond baringspijn. Vanuit het Immersive Lab, in nauwe samenwerking met experten uit het werkveld, wordt een prototype ontwikkeld alsook een analysemodel om gebruikerstesten te kunnen uitvoeren. De resultaten vormen de basis voor het extrapoleren van deze kennis naar vervolgtrajecten voor het bestrijden van allerhande typen pijn.","summary":"Een nieuwe benadering in pijnbestrijding: Onderzoek naar effectieve Virtual Reality-immersie voor specifieke soorten pijn zoals baringspijn. Met literatuurstudie en bevraging van doelgroep wordt een prototype ontwikkeld voor toekomstige pijnbestrijdingstrajecten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003027","result_description":null},{"description":"Het project kadert binnen een onderzoeksopdracht van de Provincie Oost-Vlaanderen. De provincie wil binnen het ruime ondersteuningsnetwerk van organisaties/personen met een brugfunctie voor het onderwijs een gedragen plan van aanpak uitwerken, rekening houdend met de bestaande beleidscontext en uitvoerbaar voor de Provincie Oost-Vlaanderen.\n\nOm te komen tot een gedragen actieplan, zal er (1) een beschrijving van het netwerk en de bestaande ondersteuning en (2) een inventarisatie van noden en wensen van het netwerk opgemaakt worden, naast het onderzoeken van (3) de mogelijkheden tot verdere ondersteuning door huidige en aanvullende (nieuwe) partners binnen het actieplan.","summary":"Ontwikkel een gedragen plan van aanpak voor onderwijsondersteuning in Oost-Vlaanderen, gebaseerd op netwerkanalyse en behoefteninventarisatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003028","result_description":null},{"description":"Onderwijsinstellingen dienen de leerproductiviteit van studenten te stimuleren. Eén manier om dat te realiseren, is door een optimaal thermisch comfort (i.e., warm maar ook niet te warm) en luchtkwaliteit (i.e., verluchting) in de leslokalen te voorzien. Tegelijk verbruiken onderwijsinstellingen veel energie voor het realiseren van dat thermisch comfort. Het hoge energieverbruik is een gevolg van de zeer grote volumes (gewoonlijk meer dan 10 000 m3) en het feit dat onderwijsinstellingen toegankelijk moeten zijn voor een groot aantal studenten.\n\nHierdoor hebben gebouwen zoals die van de Hogere Zeevaartschool Antwerpen eerder een matige energiescore (188.91 kWh/m2). Dit heeft als gevolg dat dergelijke gebouwen een substantiële bijdrage leveren in de uitstoot van broeikasgassen (CO2) en andere polluenten die de luchtkwaliteit (NOx, fijn stof) beïnvloeden. Om de bewustwording bij studenten en personeel over het energieverbruik aan de Hogere Zeevaartschool Antwerpen te verhogen en om weloverwogen beslissingen te kunnen nemen om de uitstoot te verlagen, dienen we (1) het energieverbruik van het gebouw in kaart te brengen, (2) het thermisch comfort van individuele studenten te optimaliseren, en (3) de grootste lekken in de gebouwenschil te lokaliseren.\n\nDe start van dit project valt samen met grote infrastructuurwerken die momenteel aan de Hogere Zeevaartschool worden voorbereid en die in de periode 2019-2022 zullen worden gerealiseerd. Momenteel bestaat het hoofdgebouw van de Hogere Zeevaartschool Antwerpen uit een modernistisch gebouw van 1931 - 1933 dat sinds 1995 als geklasseerd monument is erkend. Het historische gebouw werd in 1953 van een extra vleugel voorzien. Momenteel wordt het ganse gebouw met stookolie verwarmd met een eerder verouderde ketel (merk + jaar). Er is geen gasaansluiting op de site aanwezig. De Hogere Zeevaartschool bevindt zich in een open gebied nabij de Schelde in de nabijheid van verkeeraders, kanalen en industrie.\n\nTijdens de infrastructuurwerken zal deze vleugel in 2019 worden afgebroken, waarna een nieuw gebouw in de periode 2024-2026 in de plaats zal worden opgetrokken. De nieuwbouw voldoet aan de hedendaagse normen qua energiebesparende maatregelen zoals isolatie, de meest efficiënte ketels en alternatieve energiewinning. In 2026-2027 zal het historische gebouw worden gerestaureerd. Ook de nieuwbouw zal met stookolie worden verwarmd omdat er geen beter alternatief werd gevonden. Tijdens de restauratie zal ook het verwarmingssysteem worden vernieuwd.\n\nDe infrastructuurwerken zullen leiden tot een extreme tegenstelling beschermd monument versus nieuwbouw. Dit maakt de Hogere Zeevaartschool Antwerpen tot een unieke Living Lab omgeving. Het doel van dit project is om een netwerk aan goedkope meetsystemen in de onderwijsinstelling uit te rollen zodat energieconsumptie, thermisch comfort en energieverlies via de zwakke plekken in de gebouwenschil kan worden opgevolgd. Studenten en docenten zullen via onderzoek het Living Lab platform verder verfijnen en kunnen de vergaarde gegevens verwerken. Op basis van de verwerkte gegevens, zullen maatregelen worden geformuleerd (bv., creëren van sassen bij buitendeuren, betere afstelling verwarming) die de uitstoot van broeikasgassen zullen reduceren. Het platform zal studenten en personeel informeren, zal gedragswijzigingen katalyseren, en zal bepaalde beslissingen kunnen onderbouwen die de uitstoot van broeikasgassen reduceren.","summary":"Verhoog bewustwording over energieverbruik en verminder uitstoot bij Hogere Zeevaartschool Antwerpen. Implementeer meetplatform voor energie en comfort.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003029","result_description":null},{"description":"Om innovaties te kunnen testen en ontwikkelen die gericht zijn op preventie, detectie en reparatie van corrosie, is er behoefte aan fysieke onderzoeksinfrastructuur. Drie kennis- en onderwijsinstellingen staan in voor de realisatie hiervan.\n\nSirris zet bestaande infrastructuur in om onderzoek uit te voeren op een academische basis en ontwikkelt samen met projectpartners nieuwe infrastructuur voor veldtesten. De Hogere Zeevaartschool realiseert een onderzoeksponton om onderzoek aan ‘natte’, watergebonden infrastructuur te kunnen uitvoeren.\n\nAls derde kennispartner begeleidt Scalda de praktische en uitvoerende kant van het onderzoek. Daarnaast wordt een basiscurriculum voor Corrosie- en Isolatietechnici ontwikkeld op hoger en middelbaar niveau.\n\nNa afloop van het project zal de infrastructuur integraal onderdeel blijven uitmaken van de deelnemende onderwijs- en kennisinstellingen en zal het opgebouwde netwerk van bedrijven samen stappen blijven zetten om de corrosieproblematiek het hoofd te bieden.\n\nHet project \"Praktijklab Corrosie & Isolatie\" is gefinancierd binnen het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.","summary":"Innovaties voor corrosiepreventie, -detectie en -reparatie worden ontwikkeld door drie instellingen met fysieke onderzoeksinfrastructuur. Ondersteund door het project \"Praktijklab Corrosie & Isolatie\" met financiering van Interreg V.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003030","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nDoor de verbeterde levenskwaliteit en stijgende levensverwachting groeit het aantal vrouwen met een chronische aandoening dat kinderen krijgt. Deze periode kan extra vragen en ondersteuningsnoden met zich meebrengen of doorsnee noden compliceren, zoals met betrekking tot het al dan niet vervullen van hun kinderwens; fertiliteitstrajecten o.w.v. genetische belasting; complicaties tijdens de zwangerschap en/of bevalling; herstel na de zwangerschap/bevalling; borstvoeding en medicatie, impact van een zwangerschap op hun aandoening enz.\n\nDe kennisontwikkeling beperkte zich tot nu toe voornamelijk tot de medische aspecten en fysieke toegankelijkheid van zorg in de perinatale periode. De kinderwens van deze vrouwen wordt onderzocht als een pathologisch probleem. Vertrekkend van een medisch model kijkt men naar de capaciteiten van deze ouders om een kind op te voeden en de risico’s voor het kind.\n\nEen focus op barrières en steun van de omgeving om de ouderrol te realiseren, de nadruk op noden en rechten, kan aandacht creëren voor het perspectief van de moeder. Hoewel psychosociale ondersteuning voor ouders van een kind met een beperking veel aan bod komt, is het welzijn van ouders met een beperking veel minder besproken en is de ondersteuning in het Nederlands taalgebied beperkt, kleinschalig en vaak niet gekend. Deze vrouwen kunnen veel steun halen uit lotgenotencontact, maar door hun beperkingen zijn ze vaak geïsoleerd. Patiëntenverenigingen zijn vaak gericht op één aandoening en ontbreken voor zeldzame aandoeningen. Nochtans delen deze vrouwen symptomen (zoals pijn, vermoeidheid) en gevolgen daarvan (zoals mobiliteitsbeperking, medicatiegebruik) over ziektebeelden heen, waardoor ook het delen van ervaringen en copingstrategieën over de grenzen van een diagnose steunend kan zijn.\n\nDe dagelijkse opvolging en recentste kennis over de chronische aandoeningen waarmee deze (aanstaande) moeders kampen, vallen vaak buiten de expertise van de zorgverleners waarmee ze in deze periode contact hebben. Elke persoon met een chronische aandoening ervaart en beleeft zijn klachten op een unieke manier en deze vrouwen hebben vaak zelf veel expertise in hun persoonlijke situatie. Bovendien is zelfzorg voor personen met een chronische aandoening belangrijk, zeker in de perinatale periode. \n\nHet doel van dit onderzoeksproject is tweeledig. We ondersteunen (aanstaande) moeders door goede praktijkvoorbeelden te verspreiden (ervaringen, tips en adviezen, copingstrategieën). We versterken deze vrouwen door inspraak in hun medisch beleid te faciliteren en zelfzorg te ondersteunen. Voor zorgverleners in de eerste en tweede lijn formuleren we een generiek advies om aandacht voor de noden van deze groep te integreren in hun beleid. Dit project draagt ertoe bij om van deze periode en het contact met zorgverleners een positieve beleving te maken voor vrouwen met een chronische aandoening. Zo komt het tegemoet aan een nood bij deze groep, aldus verschillende patiëntenverenigingen. De focus op de medische aspecten en het gebrek aan andere vakliteratuur, tonen gebrek aan kennis over en aandacht voor deze problematiek binnen de zorgverlening.\n\nHet project focust op de (aanstaande) moeder, van kinderwens tot en met het herstel van de zwangerschap en bevalling tijdens de kraamtijd (6 weken na bevalling). Het vertrekt vanuit symptomatologie en gedeelde drempels. De doelgroep betreft vrouwen met een chronische aandoening gekenmerkt door symptomen als chronische pijn, vermoeidheid en verlies aan spierkracht, die gelijkaardige moeilijkheden kunnen ervaren met betrekking tot ouderschap.\n\nDe rol als patiënt is inherent conflicterend met de moederrol, maar ook met andere rollen, zoals die van werknemer, partner enz. Bovendien speelt het netwerk van deze vrouwen een belangrijke rol in hun ziektebeleving. Daarom brengen we alle domeinen van het leven in rekening en betrekken we de partner en andere belangrijke mantelzorgers. De zorgverleners waarmee deze (aanstaande) moeders in contact komen, zijn bijvoorbeeld huisartsen, gynaecologen en anesthesisten, vroedvrouwen, verpleegkundigen, ergotherapeuten, psychologen. Zij maken dan ook deel uit van dit project. \n\nOnderzoeksvragen\n\nVoorliggend onderzoek tracht een antwoord te vinden op volgende onderzoeksvragen:\n1. Met welke moeilijkheden, vragen, twijfels en ondersteuningsnoden worden vrouwen met een chronische aandoening geconfronteerd met betrekking tot hun moederschap?\n2. Welke aandachtspunten zijn er voor de zorgverleners waarmee zij in aanraking komen?\n3. Welke goede praktijken in zorg bestaan reeds voor deze doelgroep, welke hiaten zijn er nog? \n4. Welke copingstrategieën gebruiken deze vrouwen zelf?\n5. Op welke manier kan lotgenotencontact het welzijn van deze vrouwen verbeteren? \n6. Op welke manier kunnen zorgverleners bewust gemaakt worden van de noden van deze vrouwen en belangrijke aandachtspunten; en hoe deze te integreren in hun beleid?\n\nMethodologie\n\n1) I.f.v. OV1-OV4:\n- Via literatuurstudie en semigestructureerde interviews met experten (bijv. patiëntenorganisaties, zorgverleners met relevante expertise, academici) worden OV1-OV4 beantwoord.\n- A.d.h.v. casestudies worden de antwoorden op OV1-OV4 aangevuld. Enerzijds worden semigestructureerde diepte-interviews voorzien bij vrouwen met een kinderwens, die zwanger zijn of met een baby van maximum 6 maanden; met een chronische aandoening (en bij personen uit hun naaste omgeving, zoals partner en andere mantelzorgers). Anderzijds worden zorgverleners en organisaties die een beleid voerden dat door deze vrouwen als good practice wordt benoemd, in een gericht interview bevraagd over dit beleid en hun ervaringen, bij uitbreiding van deze cases.\n2) I.f.v. OV5: Ontwikkeling van een digitaal platform voor (aanstaande) moeders, afgetoetst in een piloot (interview of focusgroep) met minimaal 6 vrouwen.\n3) I.f.v. OV6: Ontwikkeling van een digitaal aanbod voor zorgverleners, afgetoetst in een piloot (interview) met minimaal 6 zorgverleners uit verschillende disciplines.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar ondersteuning voor vrouwen met een chronische aandoening tijdens moederschap. Focus op praktijkvoorbeelden, zelfzorg en betrokkenheid van zorgverleners. Doel: positieve ervaring en aandacht voor noden van deze groep bevorderen. Methode omvat literatuurstudie, interviews en ontwikkeling van digitaal platform voor moeders en zorgverleners.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003031","result_description":"We ontwikkelen een online platform met twee luiken, voor (aanstaande) moeders enerzijds en voor zorgverleners anderzijds, met als doel:\n\n1. (Aanstaande) moeders steunen met goede praktijkvoorbeelden, tips en adviezen, copingstrategieën van lotgenoten (afgetoetst met experten om medische risico’s te vrijwaren) en contactgegevens van good practices (initiatieven, patiëntenverenigingen enz.). Het laagdrempelig en toegankelijk aanbod doorbreekt hun isolement. Het aanbod wordt bekend gemaakt via zorgverleners en patiëntenorganisaties.\n\n2. Zorgverleners sensibiliseren en inspireren over noden en aandachtspunten bij de opvolging van deze groep door het delen van ervaringen van patiënten en zorgverleners, en praktijkvoorbeelden van goede zorg.\n\nHet aanbod wordt bekend gemaakt via vakorganisaties en andere kennisinstellingen en een artikel in vaktijdschriften. Het ruime publiek wordt geïnformeerd over het project in een brede communicatie-actie."},{"description":"\"ECOTEC-STC\" heeft als doel een 100% niet-toxisch, duurzaam rompbeschermings- en aangroeiwerend systeem te demonstreren dat geen emissies in het mariene milieu veroorzaakt en een zware brandstofbesparing van 3-8% oplevert.\n\nHet systeem is een vervanging voor aangroeiwerende verven op TBT-basis (tributyltin). Op basis van metingen op twee zusterschepen werd het effect van een nieuwe coating, ecospeed, op het vermogen en de emissies van zeeschepen beoordeeld. Ecospeed werd vergeleken met twee conventionele aangroeiwerende verven. Uit de metingen blijkt dat:\n\n1. met ecospeed het benodigde motorvermogen afneemt bij hogere snelheden (16 - 17 kt)\n2. met ecospeed de toename van het benodigde motorvermogen kleiner is naarmate de waterverplaatsing groter is.\n3. de toename van het benodigde motorvermogen door aangroei vergelijkbaar is met andere verven.\n4. in reële omstandigheden leidt het lagere brandstofverbruik tot lagere emissies van CO, CO2, HC, NOx PM en SOx.\n\nDe studie is echter gebaseerd op weinig gegevens voor slechts twee schepen. De waargenomen effecten kunnen ook het gevolg zijn van verschillen tussen de schepen. Om deze mogelijkheid uit te sluiten wordt aanbevolen om de Chaconia met ecospeed te testen. Op deze manier kan het brandstofverbruik van hetzelfde schip voor en na een coating met ecospeed worden vergeleken. Gegevens van meer schepen zouden ook de betrouwbaarheid van de conclusies verbeteren.","summary":"ECOTEC-STC demonstreert een niet-toxisch, duurzaam rompbeschermingsysteem dat zware brandstofbesparing oplevert en geen emissies in het mariene milieu veroorzaakt. Ecospeed vermindert motorvermogen, verlaagt emissies en is een milieuvriendelijk alternatief voor TBT-verven.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003032","result_description":null},{"description":"De fantasia, de improvisatiediscipline van pianisten bij uitstek, is het middel om inventiviteit en verbeeldingskracht rechtstreeks om te zetten in klankcreatie (Gooley D, 2018). In de loop van de 18de en 19de eeuw stond deze discipline garant voor het ‘instant’ genereren en ontwikkelen van eigen muzikale ideeën, en streefde naar een interactieve connectie met het publiek (Borio, Gianmario, Carone, 2019).\n\nEr werden immers ‘requests’ ten gehore gebracht in een smeltkroes van bestaande melodieën, eigen verzinsels en vondsten die tijdens het spelen zelf tot stand kwamen. Niet voor niets was de fantasia vaak de avontuurlijke afsluiter van een geslaagd klavierrecital. Bij het verdwijnen van deze discipline in de loop van de 19de eeuw veranderde ook het profiel van de pianist-componist geleidelijk naar dat van een pianist die zich bijna uitsluitend toelegt op het uitvoeren van repertoire (Hamilton, 2008).\n\nHet in kaart brengen van die vaardigheden eigen aan een fantasia kan deze discipline opnieuw toegankelijk maken. Verspreid over talloze historische methodes en in allerhande bronnen zijn mogelijke aanwijzingen terug te vinden die het traject om te leren ‘fantasieren’ opnieuw kunnen inbedden in de opleiding en de praktijk van een hedendaagse pianist.\n\nHet unieke startpunt in dit onderzoek is het preluderen, de discipline die een ideale basis creëert voor het domein van improvisatie. Op welke manier kan de historische praktijk in kaart gebracht worden, en de bronnen overzichtelijk en gebundeld samen gepresenteerd worden zodat pianisten ermee aan de slag kunnen? En kan dit vervolgens pianisten aanzetten om creërende praktijken uit te bouwen?","summary":"Ontdek de kracht van de fantasia: de ultieme improvisatiediscipline voor pianisten. Leer hoe creativiteit en verbeeldingskracht samenkomen in klankcreatie. Herontdek deze boeiende praktijk en ontwikkel je vaardigheden als moderne pianist.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003033","result_description":"Publicatie CD-album.\n\nConcerten en lezingen op diverse evenementen.\n\nPublicatie van materiaal op een leerplatform.\n\nOpname en online publicatie van audio-opnamen van historische fantasieën.\n\nLezingen.\n\nVoltooien van materiaal op het leerplatform.\n\nSlotpresentatie in de vorm van een lezing-performance en recital."},{"description":"SMART-AGE zal het \"15-Minute City Transition Pathway\" bevorderen door een modale verschuiving te bewerkstelligen in de stedelijke mobiliteit van oudere volwassenen (60+). De focus op deze groep volgt uit de snelle vergrijzing van de bevolking. Het 15-Minuten stadsmodel benadrukt actieve mobiliteit en duurzame vervoerswijzen voor dagelijkse behoeften.\n\nEchter, interventies ter bevordering van deze waarden zijn onvoldoende afgestemd op de capaciteiten, behoeften en voorkeuren van oudere volwassenen. De barrières die deze groep ondervindt bij het gebruik van slimme en gedeelde mobiliteit worden nauwelijks geanalyseerd. Bovendien creëren beleidsmaatregelen die privébezit van auto's ontmoedigen voor deze groep een gevaar van sociale isolatie.\n\nSMART-AGE is een interdisciplinair onderzoeksproject dat transportmanagement, sociale gerontologie, economie en recht combineert om mobiliteitsuitdagingen van oudere volwassenen aan te pakken. Het draagt bij aan sociaaleconomische duurzaamheid, begrepen als een inclusieve stedelijke ruimte voor iedereen. Het project geeft richtlijnen voor inclusief beleid dat mobiliteit voor ouderen veiligstelt. Het geeft ouderen een stem door de veelzijdige factoren te begrijpen die bijdragen aan hun afhankelijkheid van auto en de voorwaarden die hun gedragsverandering zouden vergemakkelijken.\n\nHet slaat een brug tussen oudere volwassenen en dienstverleners, waardoor de laatsten hun diensten kunnen aanpassen aan de behoeften van onze vergrijzende bevolking. SMART-AGE streeft ernaar duurzame mobiliteit te bevorderen in vergrijzende stedelijke omgevingen, met de volgende wetenschappelijke doelstellingen:\n\nSO1: Ondersteunen van geïntegreerde beleidsvorming en het verschaffen van bewijs om autodependentie te verminderen en toegankelijkheid te behouden.\n-Kwantitatieve Doelstelling: Een beleidsanalyse en een gids met best practices gebaseerd op diepgaande casestudies in ten minste 12 gemeenten in 4 regio's.\n-Kwalitatieve Doelstelling: Een toolbox waarmee (lokale) autoriteiten de effectiviteit en proportionaliteit van ontmoedigingsbeleid voor auto's zelf kunnen evalueren.\n\nSO2: Wetenschappelijke kennis verschaffen voor levensvatbare bedrijfsmodellen van transportaanbieders die zijn aangepast aan de vergrijzing.\n-Kwantitatieve Doelstelling: Een aanbodanalyse en een gids met best practices gebaseerd op 36 casestudies (3 casestudies per gemeente voor ten minste 12 gemeenten in 4 regio's).\n-Kwalitatieve Doelstelling: Een toolbox voor duurzame levensvatbare mobiliteitsbedrijfsmodellen.\n\nRO 3: Wetenschappelijke kennis verschaffen om oudere burgers in staat te stellen stedelijke mobiliteitstransities te maken en oudere volwassenen actief te betrekken bij het onderzoeksproces om hun behoeften en voorkeuren te identificeren.\n- Kwantitatieve Doelstelling: 1) Een behoefteanalyse en een gids met best practices gebaseerd op 36 casestudies (3 casestudies per gemeente voor ten minste 12 gemeenten in 4 regio's), 2) betrokkenheid van minimaal 1800 oudere volwassenen bij het onderzoek (bijvoorbeeld door mobiliteitswandelingen).\n-Kwalitatieve Doelstellingen: 1) Een gevalideerd protocol voor het opbouwen en meten van mobiliteitsprofielen; 2) een protocol voor de participatieve aanpak; 3) Inzicht in de specifieke behoeften van oudere volwassenen in stedelijke mobiliteit; 4) Zorgen voor actieve participatie en zinvolle bijdrage van oudere volwassenen.\n\nUtilisatie Perspectieven:\n- Lokale Belanghebbenden: Co-gecreëerde toolkits zullen gemeenten, mobiliteitsaanbieders en organisaties die ouderen vertegenwoordigen in staat stellen leeftijdsbestendig mobiliteitsbeleid en diensten te implementeren.\n- Transportsector: Bedrijfsmodellen en beleidsaanbevelingen zullen de deelname van oudere volwassenen aan duurzame transportopties verbeteren en een groeiende doelgroep aanboren.\n- EU-Beleidskader: Aanbevelingen en resultaten zullen worden opgenomen in EU-beleid, met name op het gebied van mobiliteits-toegang, ouder worden in de eigen omgeving en duurzaamheid.\n\nDisseminatie:\n-Workshops en Conferenties: Presentatie van bevindingen op conferenties over transportbeleid en consortiumworkshops.\n-Publicaties: artikelen in peer-reviewed tijdschriften om inzichten te delen met de academische gemeenschap.\n-beleidsbrieven: Creatie van beleidsbrieven met toegankelijke samenvattingen van onderzoeksresultaten.\n\nIPR Strategie:\n-Open Access: Prioriteit geven aan open-access publicatie van onderzoeksresultaten om de toegankelijkheid en impact te maximaliseren.\n-Samenwerking op het gebied van intellectueel eigendom: Samenwerkingsafspraken voor intellectueel eigendom aanmoedigen, ter bevordering van samenwerking tussen projectpartners.\n-Kennisoverdracht: Mechanismen voor kennisoverdracht vaststellen om ervoor te zorgen dat onderzoeksresultaten concrete impact maken.\n- Gegevensbescherming: maatregelen voor gegevensbescherming implementeren, rekening houdend met de betrokkenheid van oudere volwassenen.\n\nHet project streeft ernaar niet alleen wetenschappelijk bij te dragen, maar ook de praktische toepasbaarheid van de resultaten te waarborgen ten behoeve van vergrijzende stadsbevolkingen en bredere maatschappelijke belanghebbenden.","summary":"SMART-AGE bevordert duurzame mobiliteit voor ouderen in steden door beleid en bedrijfsmodellen aan te passen. Het project betrekt ouderen actief en deelt inzichten met belanghebbenden. Het doel is wetenschappelijke resultaten te vertalen naar praktische oplossingen voor vergrijzende steden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003034","result_description":null},{"description":"In de afgelopen jaren heeft groene zorg, met daarbinnen zowel natuurgebaseerde therapieën (Nature Based Therapy, NBT) als dierondersteunde therapieën (Animal-Assisted Therapy, AAT, DOT), aan populariteit en erkenning gewonnen binnen de gezondheidszorg. Dit komt door hun potentieel om de gezondheid en het welzijn van zorgvragers, zorgverleners, en vaak ook bezoekers of de ruimere buurt te bevorderen.\n\nOnderzoek toont aan dat interactie met natuurlijke omgevingen en dieren onder meer stress kan verminderen, welzijn kan bevorderen, en herstelprocessen kan versnellen. Ondanks de toenemende toepassing van groene omgevingen en het houden van dieren in Vlaamse zorgvoorzieningen, ontbreekt het aan gestandaardiseerde richtlijnen en evidence-based protocollen voor de therapeutische toepassing van NBT en DOT. Dit tekort belemmert therapeuten in hun vermogen om deze therapieën effectief en consistent toe te passen, en leidt vaak tot variabele kwaliteit van zorg door het gebruik van persoonlijke methoden en geïsoleerde trainingsprogramma's.\n\nBovendien wordt het perspectief van natuur- en dierenwelzijn nog niet altijd voldoende geïntegreerd in de ontwikkeling van therapeutische activiteiten.\n\nAls hoofddoelstelling beoogt het onderzoek de ontwikkeling van een set evidence-based activiteiten en praktische handvaten voor therapeuten, die bijdragen aan een effectieve inzet van natuur- en dierondersteunde therapieën, met aandacht voor het welzijn van mens, natuur en dier. In functie daarvan zullen ook huidige praktijken rond NBT en DOT in kaart gebracht worden door middel van zowel literatuuronderzoek als door het bevragen van zorgverleners en zorgvragers.\n\nHiermee zal dit project bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg en het welzijn van cliënten, vanuit een holistische visie. Het onderzoek zal bijdragen aan een solide basis voor de verdere integratie van NBT en DOT in de reguliere zorgpraktijk en biedt zowel praktische als wetenschappelijke meerwaarde. Het faciliteren van de implementatie van NBT en DOT kan bovendien leiden tot bredere acceptatie en effectievere toepassing van deze therapieën.","summary":"Groene zorg, met natuurgebaseerde en dierondersteunde therapieën, groeit in populariteit wegens hun positieve impact op gezondheid en welzijn. Dit onderzoek streeft naar evidence-based activiteiten en richtlijnen voor therapeuten om deze therapieën effectief in te zetten, met aandacht voor mens, natuur en dier. Het project zal zorgpraktijken verbeteren en bijdragen aan bredere acceptatie en effectieve toepassing van groene zorg.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003035","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich op het verbeteren van communicatie tussen zorgprofessionals en anderstalige patiënten met diabetes of hypertensie in een superdiverse maatschappij. De toename van taal- en cultuurbarrières belemmert de toegankelijkheid tot kwalitatieve zorg, vooral door het tekort aan gecertificeerde tolken.\n\nIn navolging van eerdere projecten zoals COM-Power, waarin hulpmiddelen zoals meertalige video's en cultuursensitieve recepten werden ontwikkeld, is de focus nu op verdere ondersteuning van zorgverleners in hun communicatie met anderstaligen. Het project onderzoekt hoe communicatie op maat van de patiënt kan bijdragen aan geïntegreerde zorg voor chronische ziekten, met nadruk op zelfmanagement en het begrijpen van complexe gezondheidsinformatie. Op die manier wil dit project ook bijdragen aan de reductie van gezondheidsongelijkheid.\n\nDe hoofddoelstelling is het ondersteunen van eerstelijnszorgprofessionals in hun communicatie met anderstalige diabetes- en hypertensiepatiënten. Subdoelen zijn onder meer het verzamelen van data over meertalige patiëntenpopulaties voor beleidsaanbevelingen over inclusieve communicatie, het prioriteren van belangrijke gespreksonderwerpen zoals voeding en medicatie, en het ontwikkelen van hulpmiddelen en educatiematerialen die gericht zijn op deze doelgroepen.\n\nDe centrale onderzoeksvraag is hoe zorgprofessionals beter ondersteund kunnen worden om effectieve preventie en behandeling te bevorderen bij anderstalige patiënten. Deelvragen richten zich op het verzamelen van relevante data, het identificeren van prioritaire gespreksonderwerpen, en het ontwikkelen van communicatieve bruginstrumenten. Uiteindelijk zullen de onderzoeksresultaten leiden tot betere gezondheidscommunicatie, waardoor de zorg meer gepersonaliseerd en patiëntgericht wordt, zoals aanbevolen door het Gemeenschappelijk plan voor chronisch zieken.","summary":"Dit project richt zich op het verbeteren van communicatie tussen zorgprofessionals en anderstalige patiënten met diabetes of hypertensie. Door het ontwikkelen van hulpmiddelen en educatiematerialen wordt geïntegreerde zorg bevorderd, met focus op zelfmanagement en gezondheidscommunicatie. Het doel is om de gezondheidsongelijkheid te verminderen en zorgprofessionals te ondersteunen in effectieve preventie en behandeling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003036","result_description":null},{"description":"In november 2013 keurde de federale regering de nieuwe wrakkenwet goed die de bescherming van cultureel erfgoed onder water mogelijk maakt. Op dit ogenblik zijn 8 wrakken erkend als cultureel erfgoed.\n\nHet toekennen van dit statuut impliceert tevens dat de nodige inspanningen moeten worden geleverd om deze, meestal stalen wrakken, te beschermen. Dit project heeft tot doelstelling de corrosiesnelheid van de wrakken op de Noordzee te bepalen en aansluitend een beschermingsmodel te suggereren.","summary":"Bescherm cultureel erfgoed onder water door corrosiesnelheid van wrakken te bepalen en beschermingsmodel voor Noordzee-wrakken voor te stellen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003037","result_description":null},{"description":"Op vraag van en in co-creatie met het werkveld werden de digitale gesprekstools LifeCity en LifeTree ontwikkeld. Het zijn blended tools die een veilige ruimte bieden aan kinderen (LifeCity) en jongeren (LifeTree) om hun emoties en gedachten te delen met volwassenen, die hen begeleiden bij het opgroeien tot veerkrachtige personen.\n\nUit onderzoek weten we dat hoe beter iemand zijn emoties leert reguleren, hoe veerkrachtiger die persoon later in het leven staat. 75% van de psychische klachten op latere leeftijd, kennen hun oorsprong voor de leeftijd van 24 jaar en 50% al voor de leeftijd van 14 jaar. Een mooi pleidooi om vroeg genoeg in te zetten op emotiebewustzijn en -regulatie.\n\nZowel LifeCity als LifeTree bieden handvatten aan begeleiders om in gesprek te gaan met kinderen en jongeren rond thema’s die hen bezighouden en die zij belangrijk vinden. Uit een recent advies van de Hoge Gezondheidsraad blijkt dat het huidige aanbod van hulpverlening niet meer voldoende toereikend is voor de zorgvragen die gesteld worden en dit geldt in het bijzonder voor kinderen en jongeren.\n\nDe apps maken gebruik van beeld-, audio- en videomateriaal om gesprekken in eigen regie van kinderen en jongeren te faciliteren. Ze dragen bij aan het uitbreiden van de communicatiemogelijkheden en de vraagverheldering om op die manier meer hulp op maat te kunnen bieden. Doordat alles digitaal en beveiligd wordt bijgehouden dragen ze ook bij aan de hulpcontinuïteit. Er is reeds een hele weg afgelegd in het verder ontwikkelen en optimaliseren van de apps: LifeCity (lifecity.be) en LifeTree (life-tree.be).\n\nEchter ligt de grootste uitdaging nu in het blended en duurzaam implementeren van de apps binnen de organisatorische routines van organisaties binnen verschillende sectoren, om op die manier een geïntegreerd jeugd- en gezinsbeleid mogelijk te maken. Het eerste projectjaar focust zich vooral op onderzoek naar en de uitwerking van een implementatieplan voor verschillende sectoren.\n\nWe werken daarin nauw samen met stakeholders en studenten van verschillende opleidingen. Het tweede jaar zal zich vooral focussen op impactonderzoek bij de verschillende stakeholders op micro-, meso- en macroniveau.","summary":"LifeCity en LifeTree zijn digitale gesprekstools die kinderen en jongeren helpen emoties te delen en te reguleren, waardoor ze veerkrachtiger worden. Deze apps bieden begeleiders handvatten om op maat gesprekken te voeren en zijn een waardevolle aanvulling op het huidige zorgaanbod. Een duurzame implementatie binnen organisaties is nu de focus, met nadruk op onderzoek en impactevaluatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003038","result_description":null},{"description":"Op 1 kilometer voor de kust van Knokke-Heist ligt 35.000 ton munitie uit WOI. Onder de munitie bevinden zich ook tal van gifgasgranaten, meestal van Duitse origine.\n\nNiemand kent de exacte toestand van deze granaten of kan de kans op een ecologische ramp redelijkerwijs inschatten.\n\nHet doel van het onderzoek is het corrosiemodel dat resulteerde uit ons wrakkenonderzoek op deze obussen los te laten. Samen met de UGent, het Vlaams Instituut voor de Zee en de Koninklijke Militaire School wordt gestreefd naar een overzicht dat rekening houdt met ecologie, menselijke gezondheid en nautische aspecten. Dit culmineert in een realistisch toekomstbeeld.","summary":"35.000 ton WOI-munitie voor de kust van Knokke-Heist vormt een potentieel gevaar. Onderzoek met UGent en Vlaamse instanties voor een realistisch toekomstbeeld.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003039","result_description":null},{"description":"Naar aanleiding van een aantal nieuwe technieken in de wereld van Dynamic Positioning (DP) is er veel behoefte aan onderzoek door nautici. De nauwkeurigheid van DP dient verder onderzocht te worden, met name:\n\n• De reactie van het DP model in de wind wanneer de bovenstructuur drastisch verandert.\n\n• De reactie van het DP model wanneer een deel van de romp wordt ondergedompeld.\n\n• De reactie van het DP model wanneer het schip geconnecteerd wordt aan een vaste structuur.","summary":"Ontdek nieuwe DP-technieken! Onderzoek nodig naar nauwkeurigheid bij veranderingen in wind, romp en verbinding met vaste structuren. Nautisch onderzoek cruciaal.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003040","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nHet lopende onderzoeksproject GLaDoS (PWO, 2024) ontwikkelt een praktijkmodel voor game-based learning. Met game-based learning bedoelen we het gebruiken van digitale games voor educatieve leerdoelen zoals het verwerven van kennis, het oefenen van vaardigheden of het veranderen van attitudes en gedrag. Dat houdt in dat er bij het design van dergelijke educatieve games gestreefd moet worden naar het vinden van een balans tussen game elementen die de betrokkenheid van spelers/leerders verhogen en de educatieve leerdoelen bereiken (Ahmad, 2020; All et al., 2016; Herrewijn et al., 2021; Natucci & Borges, 2021).\n\nHoe die balans bereikt kan worden, en hoe de effectiviteit van een educatieve game in kaart kan worden gebracht, vormen echter nog uitdagende vraagstukken waar zowel onderzoekers als het werkveld het hoofd over breken.\n\nDe eerste resultaten van het GLaDoS project zijn veelbelovend: de onderzoekers bouwen momenteel aan de theoretische onderbouwing van het praktijkmodel, waarbij ze op basis van bestaand onderzoek in kaart brengen hoe specifieke game designelementen (bv. game controls, level design, storytelling, multiplayer elementen, beloningen, …) samenhangen met speler betrokkenheid (Calleja, 2011) en hoe deze speler betrokkenheid zich ultiem vertaalt in effecten op het leerproces en leerrendement. Ze merken hierbij een grote overlap op tussen de literatuur over game-based learning en immersive learning (waar gebruikers telkens worden ondergedompeld in een rijke en meeslepende virtuele omgeving die hen in staat stelt om op een diepgaande en betekenisvolle manier te leren), waardoor het GLaDoS praktijkmodel potentieel ook binnen een dergelijke context kan worden toegepast.\n\nGIMLI wil daarom gaan kijken of het GLaDoS praktijkmodel kan worden samengevoegd met het eerder ontwikkelde IMIL (Vanthournout, Wauthier, & Van Aken, 2022) uit het TETRA-project AI-gedreven VR-training (VLAIO, 2021).\n\nNaast het theoretisch in kaart brengen van de relaties tussen designelementen, speler betrokkenheid en leerrendement, bekijken de GLaDoS onderzoekers ook welke manieren er al bestaan om deze variabelen te meten a.d.h.v. verschillende soorten data (bv. zelf-rapporteringsdata via vragenlijsten, psychofysiologische data). Hierbij stellen ze vast dat er nog geen robuuste methodologie bestaat om de cruciale variabele speler betrokkenheid te meten. Speler betrokkenheid is een complexe, multidimensionale variabele (Calleja, 2011), maar er is nog geen betrouwbare en valide vragenlijst voorhanden die deze verschillende dimensies van speler betrokkenheid kan meten (zoals betrokkenheid die voortkomt uit de interactie met de game controlemechanismen van de game, de game omgeving, het verhaal, de sociale elementen, de game regels, de emoties die de game oproept,…). Daarnaast weten we vanuit cognitieve psychologie dat emotionele opwinding (arousal) en aandacht belangrijke vereisten zijn voor het ervaren van betrokkenheid (Calleja, 2011), en dat die processen in kaart kunnen worden gebracht a.d.h.v. psychofysiologische meetapparatuur. Hoe dergelijke onderliggende processen kunnen worden ingezet in kader van (immersive) game-based learning is echter nog niet duidelijk. Bijgevolg meten de meeste effectiviteitsstudies dan ook enkel het leerrendement van educatieve games, maar krijgen ze nog geen zicht op de mechanismen die het leren mogelijk maken.\n\nHet GIMLI-project streeft er daarom naar deze lacune te vullen door een geïntegreerd model te ontwikkelen dat niet alleen het bestaande theoretische kader uitbreidt naar andere immersieve media (zoals VR ervaringen), maar ook verder bekijkt hoe speler betrokkenheid in al diens dimensies kan worden gemeten door het in kaart brengen, combineren en eventueel aanvullen van bestaande meetinstrumenten. Hierbij zal eerst en vooral worden toegewerkt naar een verzameling van bestaande vragenlijsten die (onderdelen van) de verschillende dimensies van speler betrokkenheid kunnen meten (bv. Brockmyer et al., 2009; Busselle & Bilandzic, 2009; Gajadhar, 2012; IJsselsteijn et al., 2008; Jennett et al., 2008; Vanden Abeele et al., 2020; Witmer & Singer, 1998). Daarnaast zal worden onderzocht of speler betrokkenheid ook in kaart kan worden gebracht a.d.h.v. psychofysiologische maten. OLLI beschikt recent over een Shimmer 3 GSR + meettoestel (voor het meten van emotionele opwinding) en een Tobii Pro Fusion eye tracker (voor het meten van aandachtsprocessen) die het mogelijk zouden maken om dit verder te onderzoeken. Het project ambieert ten slotte om het praktijkmodel te testen en valideren via experimenteel onderzoek.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\nDe centrale vraag die het GIMLI-project zal onderzoeken is hoe immersieve leerervaringen, zoals in de vorm van digitale games en VR ervaringen, de speler betrokkenheid kunnen verhogen en hoe deze verhoogde betrokkenheid vervolgens het leerrendement beïnvloedt. Belangrijk daarbij is dat we ook toewerken naar een betrouwbare en valide manier om speler betrokkenheid te meten.\n\nOV1: Hoe verhouden designelementen, speler betrokkenheid en leerrendement van immersieve leerervaringen zich ten opzichte van elkaar?\nOV2: Hoe kunnen we speler betrokkenheid meten aan de hand van zelf-rapporterings- en psychofysiologische maten?\n\nMETHODE\n\nOm het GLaDoS praktijkmodel uit te breiden zodat het niet enkel game-based learning omvat maar toepasbaar is op alle vormen van immersive learning, zullen de onderzoekers eerst en vooral desk research uitvoeren, waarbij ze zich zullen baseren op bestaande praktijkgerichte en academische literatuur. Ze zullen theorieën en principes uit zowel game/immersive design als onderwijskunde [zoals het Player Involvement Model (Calleja, 2011), Flow theory (Csikszentmihalyi, 2000), Cognitive Affective Model of Immersive Learning (Makransky & Petersen, 2021), etc.] integreren in een update van het theoretisch model, waarbij designelementen in relatie worden gebracht met speler betrokkenheid en leerrendement. Vervolgens zal ook worden nagegaan hoe de variabelen uit het model kunnen worden gemeten en geëvalueerd in de context van immersieve media zoals games en VR. Hierbij wordt stilgestaan bij zowel zelf-rapporterings- als psychofysiologische meetinstrumenten (zoals eyetracking en het meten van huidgeleiding en hartslag). Tegelijkertijd zullen er behoefteanalyses worden uitgevoerd bij ontwikkelaars van (immersive) game-based leerervaringen, om na te gaan of het ontwikkelde praktijkmodel effectief relevant is voor het werkveld. Het praktijkmodel zal tot slot getest worden a.d.h.v. experimenteel onderzoek met een pre-test post-test design (om leerrendement in kaart te kunnen brengen), opgezet rond twee bestaande use cases (nl. immersieve/game-based leerervaringen). In overleg met de makers van deze use cases zal gekeken worden welke designelementen relevant zijn om te gaan manipuleren tussen condities, en welke doelgroep ze willen bereiken.","summary":"Het GIMLI-project ontwikkelt een praktijkmodel voor immersive learning, gericht op het verhogen van speler betrokkenheid en leerrendement in digitale games en VR-ervaringen. Onderzoek richt zich op het meten van betrokkenheid en het integreren van theoretische modellen om effectiviteit te testen via experimenteel onderzoek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003041","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nHet project zal een geüpdatet praktijkmodel (O1) opleveren, dat getest zal worden door toepassing op use cases in experimenteel onderzoek.\n\nHet praktijkmodel zal beschikbaar worden gesteld online, op diens eigen website, met downloadbare white paper(s) gericht op het werkveld die de theoretische en methodologische onderbouwing uiteenzetten (O2).\n\nHet zal ook worden vertaald naar een presentatie die kan worden gegeven op praktijkevenementen (bv. OMG Festival; O3).\n\nTot slot zullen de resultaten van het experimenteel onderzoek in artikel(s) worden gegoten die kunnen worden ingediend voor wetenschappelijke conferenties (gericht op praktijk én academia) zoals Joint Conference on Serious Games, Game UX Summit en/of Media & Learning (O4)."},{"description":"AI voor een betere dienstverlening is het centrale uitgangspunt van dit project. Het gebruik van AI op de werkvloer en door de overheid vergt veranderingen in het dagelijks handelen van medewerkers van lokale besturen en burgers.\n\nOp dit moment worden er ad hoc experimenten opgezet waarvan de sociale meerwaarde en wenselijkheid nog onbekend zijn. Dit riskeert dat er investeringen worden gedaan waarvan niet geweten is hoe ze worden onthaald.\n\nDoor een samenwerking tussen drie lokale besturen en vier kennispartners worden niet enkel de mogelijkheden en de meerwaarde voor de organisatie behandeld maar is er eveneens voldoende aandacht voor de technische haalbaarheid, sociale acceptatie, privacy en ethiek.\n\nDeze samenwerkingsovereenkomst komt tot stand mede dankzij de subsidie Slimme Regio van de provincie Vlaams Brabant.","summary":"Project benadrukt AI voor betere dienstverlening, met focus op veranderingen voor medewerkers en burgers. Samenwerking tussen lokale besturen en kennispartners belicht mogelijkheden, meerwaarde en technische, sociale, privacy- en ethische aspecten. Mede mogelijk gemaakt door subsidie Slimme Regio Vlaams Brabant.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003042","result_description":null},{"description":"Energy Management Systems (EMS) worden onmisbaar in zowel huishoudens als industriële omgevingen. De overgang van fossiele brandstoffen naar groene energie is in volle gang. Met de invoering van het capaciteitstarief in België en dynamische energieprijzen die real-time kosten weerspiegelen, neemt ook de vraag naar energieopslagsystemen, zoals batterijen, toe. Deze systemen maken een efficiënter beheer van energieverbruik mogelijk en helpen, mits goed aangestuurd, de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.\n\nDeze evoluties brengen echter ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor consumenten, die dagelijks complexe energiebeslissingen moeten nemen. De vraag naar slimme EMS-oplossingen, die deze keuzes kunnen automatiseren en optimaliseren, groeit dan ook snel.\n\nEr zijn verschillende slimme meters beschikbaar, maar veel daarvan beperken zich tot het basismonitoren van energieverbruik. Ze bieden meestal alleen handmatige of regelgebaseerde sturing en optimalisatie, zonder geavanceerde beheermogelijkheden. Daarnaast hebben ze vaak beperkte compatibiliteit met apparaten.\n\nHet doel van dit project is om (1) een energiemanagementsysteem te ontwikkelen en in de praktijk te testen dat verschillende communicatiestandaarden en integratie ondersteunt, en (2) AI te integreren en te testen met de nadruk op lokale edge computing en verwerking. Dat moet geavanceerde optimalisatie en automatisering mogelijk maken.","summary":"Slimme Energy Management Systems (EMS) zijn essentieel voor huishoudens en industrie. Met toenemende vraag naar energieopslagsystemen, zoals batterijen, bieden geavanceerde EMS-oplossingen automatisering en optimalisatie voor efficiënt energiebeheer en drukvermindering op het elektriciteitsnet.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003043","result_description":null},{"description":"In de komende jaren zal er een groei zijn van elektrische voertuigen op de tweedehandsmarkt. De waarde van gebruikte elektrische voertuigen (EV's) is vooral afhankelijk van de gezondheid van de batterij. De zogenaamde ‘state of health’ (SOH) van de batterij wordt beïnvloed door factoren zoals het type batterij, het laadgedrag, het rijgedrag en het aantal laadbeurten.\n\nSommige fabrikanten bieden al de mogelijkheid om de SOH van de batterij uit te lezen via het batterijbeheersysteem (BMS), maar er is geen uniforme manier waarop deze waarde wordt bepaald. Dit maakt het lastig om verschillende merken en modellen met elkaar te vergelijken.\n\nThomas More heeft eerder al een eerste onderzoek gedaan naar de SOH van voertuigen, door voertuigen onder gecontroleerde omstandigheden te testen en de batterijprestaties te meten. Uit het onderzoek, dat uitgevoerd werd op een selectie van Batterij Elektrische Voertuigen (BEV), is gebleken dat voor een aantal van de geteste wagens de door de voertuigconstructeur opgegeven SOH van de batterij niet overeenkomt met de gemeten waarde in de laboratoria van Thomas More.\n\nIdem met een aantal commercieel beschikbare toepassingen voor het bepalen van de SOH. Er is dus nood aan verder onderzoek dat leidt naar een betrouwbaar en betaalbaar SOH kwaliteitscertificaat.\n\nDit project heeft als doelstelling om de testmethodiek voor SOH verder te ontwikkelen en te valideren op een uitgebreide set aan Batterij Elektrische Voertuigen. Daarnaast heeft dit project als doel om recente applicaties die zijn ontwikkeld om SOH te meten te testen.","summary":"Groeit de markt van tweedehands EV's? Ontdek de impact van batterijgezondheid op waarde. Onderzoek van Thomas More onthult verschillen in gemeten en opgegeven SOH-waarden. Nood aan betrouwbaar SoH-kwaliteitscertificaat voor vergelijking en validatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003044","result_description":null},{"description":"We ontwikkelen een beter inzicht in de huidige interprofessionele samenwerking op buurtniveau in de Antwerpse eerstelijnszones (ELZ) en dragen bij aan de ontwikkeling van effectieve strategieën om die te verbeteren.\n\nIn het kort:\n\nDoor professionals uit verschillende vakgebieden samen te brengen, bij voorkeur aangevuld met buurtbewoners zelf, kan de dienstverlening aan bewoners worden verbeterd.\nSamenwerking op buurtniveau helpt bewoners om mee te beslissen over hun wijk. Dit versterkt de lokale democratie en bevordert burgerparticipatie.","summary":"Verbeter interprofessionele samenwerking op buurtniveau in Antwerpse eerstelijnszones. Door diverse professionals en buurtbewoners samen te brengen, versterken we dienstverlening, lokale democratie en burgerparticipatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003045","result_description":null},{"description":"De job van schoolleider is de afgelopen decennia zwaarder en complexer geworden. Dat uit zich o.a. in een gebrek aan kandidaten voor de job van schoolleider, alsook in een grote uitval van directeurs. \n\nO.a. de schaalvergroting binnen het onderwijs brengt echter mogelijkheden met zich mee om het solo-leiderschap in het basisonderwijs te doorbreken en leiderschapsteams vorm te geven (binnen scholen of op bovenschools niveau). Internationaal wetenschappelijk onderzoek toont aan dat dit de zwaarte en eenzaamheid van de job kan doorbreken, maar dat het tegelijk niet vanzelfsprekend een succesverhaal is en co-leiderschapsteams doordacht moeten worden vormgegeven.\n\nDaarom zullen we in dit project via een literatuurstudie mogelijke vormen, voordelen en succesfactoren van leiderschapsteams in kaart brengen. \n\nDaarnaast zullen we met een aantal ervaringsdeskundigen (schoolbesturen en schoolleiders) uit het Vlaamse basisonderwijs en met beleidsexperten in gesprek gaan, om de ‘vertaalslag’ naar de Vlaamse context te kunnen maken.","summary":"De job van schoolleider is complex en zwaar. Door leiderschapsteams te vormen, kan eenzame taak doorbroken worden volgens wetenschappelijk onderzoek. Ons project onderzoekt voordelen en succesfactoren van deze aanpak in het Vlaamse basisonderwijs.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003046","result_description":"Het onderzoek zal resulteren in een praktijkgids voor het werkveld, die we gratis via onze website ter beschikking zullen stellen."},{"description":"Situering\n\nDe wereld om ons heen is volatiel, onzeker, complex en ambigu (VUCA). Het VARIO-memorandum 2024-2029: “Meer impact door excellentie en ondernemerschap” biedt een strategisch kader voor beleidsmakers, innovators en ondernemers. Meer impact door een verhoging van onze productiviteitsgroei in een multidimensionale betekenis door onder andere in te zetten op circulariteit, dat zal toelaten om meer financiële middelen te genereren waardoor nieuwe investeringen mogelijk zijn. Met ambitie 4: ‘werk aan een duurzame en welvarende innovatie-economie’, wordt gesteld dat duurzaamheid in de brede betekenis van de SDG’s in de kern moet zitten van de bedrijven. De toeristische sector is gekend als een van de grootste en snelst groeiende economische sectoren in Vlaanderen en op wereldvlak (Delagrange & Notebaert, 2022). Om de sector economisch duurzaam te laten groeien zal de Vlaamse toeristische ondernemer blijvend oog moeten hebben voor maatschappelijke transitie (bijvoorbeeld duurzaam ondernemen) en met een groeimindset innovatieve opportuniteiten omarmen (Vlaamse regering, z.d. & VARIO, 2023). ‘Het verspreiden van kennis over duurzame bedrijfsmodellen en het in de belangstelling brengen van rolmodellen kan innovatieve ondernemers inspireren om ‘purpose’ na te streven.’ VARIO, 2024-2029.\n\nOndanks de waaier aan richtlijnen en instrumenten, vindt de kmo-ondernemer het moeilijk om door het bos de bomen te zien. De bestaande instrumenten zijn vaak te generiek (‘bespaar water’, ‘koop lokaal’), te complex en gericht op grotere internationale ketens (‘invullen van complexe templates’) of gericht op een volledig andere sector (denk bijvoorbeeld aan de close-the-loop in de modesector).\n\nAlgemeen doel\n\nMet dit tetra project “Duurzaam ondernemen als businesstransformator voor logies” willen we de logiesondernemers competitiever en toekomstbestendig maken door het verduurzamen van hun businessmodel en concrete handvaten aan te reiken via vertaalonderzoek naar e-toolkit duurzaam ondernemen logies (=white-paper-, nulmeting-, opportuniteitsscan-, checklist, roadmap, impactmeting-, implementatiecases- en case studies *DOL).\n\nZo wordt duurzaam ondernemerschap ook voor kleinschalige logies toegankelijk en haalbaar in tijd, middelen en expertise en spelen we in op een maatschappelijke noodzaak die tevens opportuniteiten met economische finaliteit biedt zoals efficiëntere keuzes en omgang met grondstoffen die leiden tot kostenbesparing, kennisverruiming en betere beslissingen onder andere in investeringen.\n\nBovendien richten we ons in tweede instantie naar de intermediaire organisaties (kennispartners in de begeleidingsgroep) uit de vrijetijdseconomie waar we de verworven inzichten mee delen. Dit heeft tot gevolg dat zij hun kennisaanbod en diensten in de toekomst nog beter afstemmen op de behoeften van hun leden namelijk logiesondernemers. Bovendien nemen zij in dit TETRA-project het engagement als kennispartner en ambassadeur om in te staan voor kennisdiffusie. Er zijn 27,500 kleinschalige logies in Vlaanderen (Van Dijk, 2024) waarvan er slechts 186 over het Green Key label beschikken (Toerisme Vlaanderen, 2024) wat neerkomt op slechts 1.5% van de potentiële doelgroep.\n\nWe beogen in dit project een implementatietraject duurzaam ondernemen met 25 groei-ondernemingen van zelfstandige kleinschalige logiesondernemers. De stappen die logies (nog niet) gezet hebben in het kader van duurzaamheid zijn geen bepalende factor voor een deelname.","summary":"Verbeter de marketingcommunicatie voor duurzaam ondernemen in de toeristische sector: verhoog de impact door innovatie en circulariteit. Ondersteun logiesondernemers met een e-toolkit voor duurzaamheid, waardoor zij competitiever worden en nieuwe kansen benutten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003047","result_description":"Via vertaalonderzoek in een e-toolkit DOL en toepassing in 25 implementatiecases en 5 diepgaande case studies inspireren, informeren, activeren en accelereren we andere logiesondernemers om duurzaam te gaan ondernemen.\n\nKennisdiffusie voor een maximaal aantal logiesondernemers vindt plaats via PXL.be en ThomasMore.be, en de inbedding in de communicatieplannen van kennispartners Toerisme Vlaanderen, Logeren in Vlaanderen, en anderen.\n\nDit project streeft naar economische impact van ongeveer 3,8% op middellange/lange termijn (Whelan et al., 2021) met kostenefficiëntie door besparing in energie, water, mobiliteit, onderhoud, afval, korte keten, circulaire economie, operationele kosten en materiaalkeuzes. En baten: financiële middelen mogelijk ter ondersteuning van nieuwe investeringen en aangepaste marketingcommunicatie waarbij een duurzaam imago als unique selling point gepromoot wordt, kan een positieve impact genereren om de nieuwe, bewuste reizigers aan te trekken.\n\nHet doorlopen van dit traject kan leiden tot een snellere en beter voorbereide stap naar het effectief behalen van het Green Key-label. Door gedragsveranderingen van logiesondernemers en gasten worden er marktkansen gecreëerd in het ecosysteem van toeleveranciers en consultants. Omschrijving van duurzaam ondernemen voor kleinschalige logies, met specifieke criteria voor het duurzame model."},{"description":"Fysieke activiteit blijkt de beste behandeling te zijn om fysieke kwetsbaarheid bij ouderen aan te pakken vanwege de positieve impact op onder meer spierkracht, uithouding, lenigheid, evenwicht, wandelpatroon en coördinatie. Het bevordert daarnaast ook de mentale gezondheid en vergroot de kans op sociale contacten. Helaas komen kwetsbare ouderen vanwege vele persoonlijke en omgevingsbarrières weinig aan bewegen toe. Om dit probleem aan te pakken werd een functioneel trainingsprogramma ACTIVE-AGE@home ontwikkeld voor kwetsbare thuiswonende ouderen. Het trainingsprogramma is wetenschappelijk onderbouwd en leunt aan bij de huidige richtlijnen voor fysieke activiteit en bewegen voor kwetsbare ouderen.\n\nHet doel van dit vierjarig onderzoek is om het effect en de kosteneffectiviteit van het innovatieve functionele oefenprogramma ACTIVE-AGE@home te testen in twee versies: trainingsprogramma begeleid door professionals (1) of door vrijwilligers (2). Deze twee condities zullen vergeleken worden met een controlegroep die geen trainingsprogramma ontvangen.","summary":"ACTIVE-AGE@home is een wetenschappelijk onderbouwd trainingsprogramma voor kwetsbare ouderen thuis, gericht op fysieke en mentale gezondheid, sociale contacten en het overwinnen van beweegbarrières. Onderzoek test effect en kosteneffectiviteit met professionele of vrijwillige begeleiding.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003048","result_description":null},{"description":"In het kader van deze IOF CONCEPT-financiering wordt een grondig marktonderzoek uitgevoerd rond onze ontwikkelde MHRTF. Het doel is om interesse te peilen bij bedrijven die actief zijn in (het hart of de periferie van) consumentenelektronica en professionele audio. Daarnaast worden valorisatiemogelijkheden verkend binnen de muziek- en audio-industrie, evenals verwante sectoren zoals film, game en technologie in het algemeen.\n\nTegelijkertijd wordt er een analyse uitgevoerd aan de gebruikerszijde, met name gericht op professionele geluidstechnici. Het doel hiervan is om toepassingen te identificeren waarin deze uitvinding een centrale rol kan spelen. Hierdoor wordt het mogelijk om verschillende exploitatiemogelijkheden, variërend van verkoop tot licentiemodel en startup, met elkaar te vergelijken.","summary":"Ontdek de marktpotentie van onze MHRTF-innovatie bij consumentenelektronica en professionele audio. Verken valorisatiemogelijkheden in muziek, film, games en technologie. Analyseer gebruikerstoepassingen voor een breed scala aan exploitatiemogelijkheden.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003049","result_description":null},{"description":"Het praktijkgericht onderzoek en de wetenschappelijke dienstverlening van Hogeschool PXL spelen een cruciale rol in het stimuleren van innovatie in de regio. We streven ernaar mensen en organisaties uit diverse sectoren te professionaliseren door middel van innovatief, relevant en kwalitatief onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.\n\nOns onderzoek wordt gedreven door de behoeften van de regio en richt zich op domeinen waarin Hogeschool PXL een significante impact kan hebben. We hanteren een beleid dat zich richt op zowel profit- als non-profitsectoren, alsmede op publieke organisaties en besturen.\n\nDe IOF-medewerker zal actief bijdragen aan relevante domeindoelstellingen en operationele doelstellingen binnen het beleidsplan PXL Innovation Office (Research), in nauwe samenwerking met de junior innovatiemanager, het hoofd ‘innovatie en valorisatie’, de coördinatoren van de innovatiewielen en de onderzoekshoofden van de expertisecentra.","summary":"Hogeschool PXL bevordert innovatie door praktijkgericht onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening. Ons onderzoek is regionaal gedreven en richt zich op diverse sectoren voor professionele groei en impact. Samenwerking met intern en extern team staat centraal voor het behalen van doelstellingen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003050","result_description":null},{"description":"Het inschatten van de omvang van grensoverschrijdend gedrag is een uitdaging en ligt gevoelig, maar kan ons helpen om de complexe realiteit van dit probleem in de topsport te begrijpen en de basis vormen om een op feiten gebaseerd preventiebeleid en -praktijk te ontwikkelen. In de topsport van wereldklasse ontbreekt het echter aan metingen die de omvang en kenmerken van grensoverschrijdend gedrag kwantificeren of aan een diepgaande analyse van gerapporteerde gevallen.\n\nEr zijn studies die de omvang van grensoverschrijdend gedrag in niet-elitesportpopulaties (studentenatleten, buurtsporters, nationale atleten) evalueren, waaruit blijkt dat het probleem wereldwijd veel voorkomt, in alle sporten op alle niveaus. Interessant en verontrustend is dat deze onderzoeken een verband laten zien tussen verhoogde blootstelling en wedstrijdniveau, waaruit blijkt dat topsportculturen mogelijke risico-omgevingen zijn voor grensoverschrijdend gedrag. Er is dus behoefte aan meer informatie over de aard van grensoverschrijdend gedrag in de topsport.\n\nHet doel van dit project is om de huidige omvang, kenmerken en omstandigheden van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van topsporters op het niveau van de internationale federatie (IF) te beoordelen. Het onderzoeksinstrument zou dan beschikbaar zijn voor gebruik door alle bonden.\n\nHet voordeel voor de deelnemende IF's is dat ze kennis opdoen door dit onderzoeksinstrument te implementeren, zodat ze monitoringmechanismen en gerichte preventieve interventies kunnen ontwikkelen die uniek zijn voor de individuele sportculturen van elke IF.\n\nDit project sluit aan bij, en is een aanvulling op, de huidige focus van het IOC Safe Sport Action Plan, dat zich inzet om IF's te ondersteunen bij de implementatie van veiligheidsinitiatieven door middel van een verscheidenheid aan maatregelen.","summary":"Evaluatie van grensoverschrijdend gedrag in topsport onthult wereldwijd probleem. Onderzoeksinstrument voor IF's biedt inzicht en preventieve interventies op maat voor sportculturen. Aanvulling op IOC Safe Sport Action Plan.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003051","result_description":"Zelfrapportage vragenlijst (VTAQ, selectie van gezondheidsvragenlijsten)\n\nAlgemeen rapport en individuele rapporten voor de IF’s"},{"description":"Digitale hulp- en dienstverlening zijn in toenemende mate een wezenlijk onderdeel van het welzijnswerk en de geestelijke gezondheidszorg. Mensen zoeken ondersteuning en antwoorden op vragen via e-mail, chat, websites, FAQ-rubrieken, beeldbellen, sociale media en andere digitale tools.\n\nNet zoals in veel andere sectoren, biedt de inzet van artificiële intelligentie (AI) ook hier veel potentieel. De bijhorende uitdagingen zijn echter extra groot. Kwalitatief, ethisch en veilig gebruik van AI is namelijk essentieel wanneer het om bijzonder gevoelige aspecten uit ons leven gaat, zoals welzijn en geestelijke gezondheid.\n\nWe testen daarom uit hoe we met AI de toegankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van digitale hulp- en dienstverlening op een veilige en ethische manier kunnen verhogen. Door AI in te zetten als ondersteuningsmiddel willen we het bereik vergroten van het online aanbod in welzijn en geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.\n\nWe maken een aangepast taalmodel (LLM) en testen deze uit in proeftuinen waarbij een AI-assistent als ondersteuning kan dienen om hulpzoekers en hulpverleners beter te helpen wat betreft informatieverstrekking, en vooraanmelding.","summary":"Verbeter de toegankelijkheid en kwaliteit van online welzijns- en geestelijke gezondheidszorg met ethisch gebruik van AI. Hulpzoekers en hulpverleners worden ondersteund door een aangepast taalmodel in proeftuinen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003052","result_description":"Hieronder vind je de opgekuiste tekst:\n\nEen getest en geëvalueerd AI-taalmodel en een bijhorende haalbaarheidsstudie.\n\nGeteste en geëvalueerde AI-ondersteunde tools voor hulpverleners.\n\nEen draaiboek voor organisaties in zorg en welzijn omtrent de implementatie van AI in hulpverlening rekening houdende met de laatste inzichten in AI- en privacywetgeving.\n\nEen draaiboek voor softwareontwikkelaars omtrent de implementatie van AI in de hulpverleningssector."},{"description":"Ruim één op de drie Vlamingen bezit een wearable voor continue monitoring van gedrag en fysiologie. Weinig van deze algemeen beschikbare apparaten gebruiken wetenschappelijk gevalideerde algoritmen om stress te detecteren. Dit ontmoedigt bedrijven om deze technologie te integreren in de huidige toepassingen voor stress en geestelijke gezondheid.\n\nAangezien stress een complexe en individuele ervaring is die zowel het autonome zenuwstelsel als de subjectieve ervaring beïnvloedt, zal het combineren van datasets met multimodale gegevens uit het dagelijkse leven (fysiologisch en zelfbeoordeling) door middel van machine learning en datamining technieken nieuwe wetenschappelijke bewijzen opleveren voor het monitoren van stress met behulp van commerciële wearables.\n\nOngeveer 45% van de Vlaamse studenten ervaart regelmatige tot constante studiebelasting en 20% heeft een psychisch probleem met een ernstige impact op het dagelijks leven, daarom richten we ons in eerste instantie op het monitoren van studenten van de associatie KU Leuven.\n\nDaarnaast zullen we ook personeelsleden betrekken om de diversiteit en generalisatie van de bevindingen te verhogen. Het voorgestelde onderzoek zal bedrijven toelaten om de huidige toepassingen voor mentale gezondheid naar een hoger niveau te tillen door een nieuwe maar evidence-based datastroom voor stressidentificatie op te nemen.","summary":"Een oplossing voor bedrijven: valide algoritmen combineren multimodale data om stress te monitoren bij Vlaamse studenten en personeel, en zo mentale gezondheidstoepassingen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003053","result_description":"Activiteiten\n\nWP1: Projectmanagement\n\nWP2: Evaluatielab voor apparaten\n\nWP3: Subjectieve ervaring\n\nWP4: Algoritmeontwikkeling\n\nWP5: Verzameling van real-life gegevens\n\nWP6: Valorisatie en verspreiding\n\nMilestones\n\nGoedkeuring door de ethische commissie voor evaluatielab (MS1, WP2)\n\nSelectie van wearables voor WP5 en voltooiing van het evaluatieprotocol voor wearables (MS2, WP2)\n\nStrategie voor het verzamelen van subjectieve gegevens vastgesteld (MS3, WP3)\n\nGevalideerd multimodaal algoritme (MS4, WP4)\n\nGoedkeuring door de ethische commissie en voltooiing van het data-acquisitieformulier voor de verzameling van real-life gegevens (uitbesteding) (MS5, WP5)\n\nVoltooiing van het licentiemodel, FTO, nieuw patentonderzoek en wetenschappelijke valorisatie (MS6, WP6)"},{"description":"Met EXPLAINMED onderzoeken we de ontwikkeling van een tool waarmee je als patiënt jouw doktersverslag kan scannen en dit in eenvoudige taal kan lezen. Hoe kan dat? Aan de hand van artificiële intelligentie (AI) die automatisch medische termen kan herkennen. Je wordt ook doorverwezen naar nuttige links met extra betrouwbare informatie. In dit project ligt de focus in eerste instantie op verslagen van hartaandoeningen.\n\nZorgverleners gebruiken technisch medisch jargon dat door de gewone burger niet altijd te begrijpen is. In voorgaand onderzoek werd aangetoond dat tijdens een consultatie met een patiënt, tot zelfs 70 keer jargon wordt gebruikt. Het kan ook zijn dat de mondelinge uitleg van de zorgverlener duidelijk is maar dat vanwege verschillende factoren (emoties, aandoening, medicatie ...) de uitleg niet onthouden werd. Achteraf kan de patiënt dan wel terugvallen op het medisch verslag dat in hun elektronisch dossier te vinden is. Echter bevat dit verslag te veel medische termen om begrijpbaar te zijn. Het gevolg van onbegrijpelijke uitleg kan er in bestaan dat de patiënt de therapie niet (correct) volgt en minder betrokken is waardoor er verdere gezondheidsschade optreedt. Dit heeft op zijn beurt een weerslag op de maatschappij en oplopende ziektekosten.\n\nNextGenics onderzoekt samen met Karel de Grote Hogeschool, Forcit, Universiteit Gent en Cebam hoe AI ingezet kan worden om een verslag te vertalen naar een begrijpelijke tekst. Zowel vooraf als tijdens de ontwikkeling van de tool zal de patiënt betrokken worden om te testen of de tool handig is in gebruik en voldoet aan de verwachtingen. Zo is het in het kader van privacy alvast belangrijk dat de tool geen verslagen deelt of bewaart.","summary":"Met EXPLAINMED wordt een tool ontwikkeld om patiënten medische verslagen in begrijpelijke taal te laten lezen met behulp van AI. Focus op hartaandoeningen. Doel: voorkomen van misverstanden en verbeteren van therapieopvolging. Samenwerking met diverse partners voor gebruiksvriendelijke en privacyvriendelijke oplossing.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003054","result_description":null},{"description":"De evolutie richting meer gedeeld leiderschap in Vlaamse scholen is onomkeerbaar. Er zijn heel wat goede redenen om hiervoor te kiezen, zowel voor de school zelf (het leren van de leerlingen), als voor het team en de directeur in kwestie. Vanuit verschillende beleidsniveaus wordt er dan ook aangestuurd op meer gedeeld leiderschap.\n\nScholen lijken wel gewonnen voor het idee, maar zijn hierin nog erg zoekende. Uit contacten met scholen, onderwijsverstrekkers en nascholingsorganisaties blijkt dat de vraag naar meer inzicht in het gegeven ‘gedeeld leiderschap’ en meer handvatten om er daadwerkelijk in te groeien groot is. Uit vorig onderzoek bleek ook dat weinig scholen een geëxpliciteerde visie rond (gedeeld) leiderschap hebben.\n\nMet dit project willen we bijdragen aan de bewustwording rond het belang van een gedeelde visie over (gedeeld) leiderschap. Met behulp van onze bevragingstool kunnen scholen hierin zelf een start maken. We geven daarnaast schoolbesturen, directeurs, maar ook beleidsmakers inkijk in de opvattingen over en ervaringen met gedeeld leiderschap in Vlaamse scholen. Dit levert aanknopingspunten op om gedeeld leiderschap optimaler te organiseren en te realiseren.\n\nWe werken met online vragenlijsten die voornamelijk uit gesloten vragen bestaan. We zullen zowel kwantitatieve als kwalitatieve analyses uitvoeren op de antwoorden. We bevragen 25 directeurs en hun schoolteams, uit eenzelfde schoolbestuur.","summary":"De verschuiving naar gedeeld leiderschap in Vlaamse scholen is onomkeerbaar. Ons project bevordert bewustzijn en biedt inzicht in dit concept, waarmee scholen kunnen groeien. We bevragen directeurs en teams om gedeeld leiderschap te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003056","result_description":null},{"description":"Onderzoek naar het gebruik van alternatieve solventen in de conservatie van cultureel erfgoed. We gaan op zoek naar groenere alternatieven voor oplosmiddelen die courant worden gebruikt in restauratie en conservatie (o.a. xyleen en white spirit) voor het aanbrengen van vernis?  \n\nWe onderzoeken of de vernis films aangebracht met duurzame solventen dezelfde of betere mechanische eigenschappen vertonen als de state-of-the-art. Kunstconservators moeten regelmatig organische oplosmiddelen gebruiken voor het reinigen, coaten en beschermen van kunstwerken. Organische oplosmiddelen zijn vluchtig, brandbaar en vaak giftig voor mens en aquatisch leven. Aangezien restaurators soms werken in ateliers zonder luchtafvoer, is het van groot belang om de beschermers van ons cultureel erfgoed zelf te beschermen. Het doel van dit project is het aanpassen van het gebruik van organische oplosmiddelen, zodat minder giftige oplosmiddelen - met vergelijkbare of betere prestaties - hun weg vinden naar de conservatiepraktijk.  \n\nOnderzoeksmethode: We ontwikkelen een aanpak voor de selectie en testen van alternatieve oplosmiddelen die minder schadelijk zijn voor mens en milieu, met behoud van de professionele overwegingen op basis van de eisen van het individuele kunstwerk. Voor het bepalen van potentiële groenere oplosmiddelen zijn de selectiecriteria gebaseerd op: Hansen oplosbaarheidsparameters en de beoogde oplosbaarheid van de harsen Dammar, Paraloid B72, Laropal A81 en Regalrez 1091 plus het rubber Kraton g (additief); belangrijke fysische eigenschappen van de oplosmiddelen en oplosmiddelmengsels die doorgaans worden gebruikt voor hun toepassing; en specifieke veiligheids-, gezondheids- en milieurisicogrenzen.  \n\nDe door KdG ontwikkelde SUSSOL-software (sustainable solvent selection and substitution software) wordt gebruikt, die een artificieel neuraal netwerk gebruikt om solventen te clusteren op basis van hun fysische eigenschappen. Duurzamere oplosmiddelen worden voorgesteld, waaruit vernisoplossingen worden bereid met de bovengenoemde harsen. Het initiële praktische testen hiervan wordt uitgevoerd op gestandaardiseerde canvasborden, waaruit een subset wordt geselecteerd voor vernistests op een historisch schilderij dat werd gedoneerd voor testen.  \n\nVergelijkbare 'controle'-vernisoplossingen van de bovengenoemde harsen (met traditioneel veelgebruikte oplosmiddelen) worden bereid en op dezelfde manier getest. De werkbaarheid voor hun penseeltoepassing en de esthetische kwaliteiten van de verschillende vernisoplossingen worden vervolgens vergeleken op het historische oppervlak volgens de professionele eisen. Gietfilms en monsters op witte canvas borden (met gecontroleerde toepassing) worden bereid voor gestandaardiseerde coatingtests, waaronder krashardheidstests, waterbestendigheid, glans- en kleurmetingen.  \n\nBeoogde output: Uit dit onderzoek zullen verschillende veiligere (groenere) oplosmiddelen en mengsels worden voorgesteld voor de bovengenoemde harsen wanneer ze worden toegepast als verniscoatings op schilderijen, met een aanpak die verder de specifiek aard van een schilderijoppervlak erkent voor het informeren van specifieke tests en selectie. Hiermee bewijzen we verder de toepasbaarheid van SUSSOL in verschillende domeinen. Concreet worden er enkele nieuwe vernisformulaties ontwikkeld die gebruikt kunnen worden in de restauratie van schilderijen.  \n\nDisseminatie: De resultaten van dit project worden gepubliceerd in een open acces wetenschappelijk tijdschrift. SRAL zal bij positieve resultaten de nieuwe vernissen gebruiken in hun eigen restauratieprojecten.","summary":"Onderzoek naar groenere oplosmiddelen voor kunstconservatie, om giftige en schadelijke oplosmiddelen te vervangen. Met focus op vernis films met vergelijkbare prestaties. Een innovatieve aanpak en software worden gebruikt om veiligere oplosmiddelen voor vernisoplossingen te identificeren en testen. Potentieel voor nieuwe vernisformulaties in de kunstrestauratie. Publicatie van resultaten in wetenschappelijk tijdschrift en implementatie door SRAL.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003057","result_description":null},{"description":"Pril zwangerschapsverlies heeft een aanzienlijke fysieke en mentale impact op vrouwen en hun gezin. Er is weinig nauwkeurige data door het ontbreken van een centraal registratiesysteem in Vlaanderen en er heerst onderrapportage, waardoor bewustwording, gepaste ondersteuning en beleid tekortschieten.\n\nMet dit project krijgen we inzicht in de ervaringen en ondersteuningsbehoeften van ouders bij een zwangerschapsverlies onder de 16 weken, en het huidige ondersteuningsaanbod.\n\nMet deze onderzoeksresultaten willen we toewerken naar gerichte ondersteuning van ouders en bijscholing voor zorgverleners.","summary":"Pril zwangerschapsverlies heeft een grote impact op vrouwen en hun gezin in Vlaanderen. Dit project onderzoekt ervaringen en behoeften van ouders bij verlies onder 16 weken, om gerichte ondersteuning en bijscholing voor zorgverleners te bevorderen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003058","result_description":null},{"description":"Recent lanceerde de Toekomstgroep Kinderopvang, een expertgroep aangesteld door de Vlaamse regering, haar visie over hoe de kinderopvang er over 10 jaar moet uitzien. In die visie wordt onder meer een nieuw organisatiemodel voorgesteld, waarin drie domeinen voor de aansturing van kinderopvang onderscheiden worden: management van de organisatie, pedagogisch beleid, en levenslang leren en ontwikkeling. Aan elk van die drie domeinen worden vervolgens verschillende nieuwe functieprofielen gekoppeld (bv. praktijkopleider, teambegeleider) die moeten bijdragen aan de realisatie ervan.\n\nTot op heden is er nog maar weinig geweten over welke organisatiestructuren op dit moment in de sector aanwezig zijn en welke elementen bijdragen tot een daad- en draagkrachtige organisatiestructuur. Het is dus bijgevolg niet duidelijk hoe de situatie in de praktijk zich verhoudt tot het voorgestelde organisatiemodel of hoe men hier vanuit de sector tegenaan kijkt. In dit gezamenlijk onderzoeksproject vanuit Karel de Grote Hogeschool en Arteveldehogeschool proberen we hier meer over te weten te komen, om zo lessen te trekken uit de kennis en ervaring die reeds aanwezig is in de praktijk, en daarmee een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de verdere uitrol van de visie van de Toekomstgroep.\n\nWe zullen dit doen door data te verzamelen bij een gestratificeerde steekproef van diverse organisaties in de sector. Via gesprekken met leidinggevenden of stafleden binnen elke organisatie willen we als eerste de organisatiestructuur en percepties ten aanzien van het organisatiemodel in de toekomstwerf in kaart brengen. Vervolgens willen we via een bredere bevraging van verschillende geledingen op de werkvloer dieper ingaan op de vraag welke elementen essentieel zijn voor een daad- en draadkrachtige organisatiestructuur.","summary":"De Toekomstgroep Kinderopvang presenteerde een toekomstvisie met een nieuw organisatiemodel voor de kinderopvang, inclusief nieuwe functieprofielen. Een onderzoeksproject van Karel de Grote Hogeschool en Arteveldehogeschool gaat de praktijk in kaart brengen en lessen trekken voor verdere implementatie van de visie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003059","result_description":null},{"description":"Met dit project zet het Onderzoekscentrum Duurzame Industrie van Karel de Grote Hogeschool (KdG) in op de valorisatie van biomassa nevenstromen. Het onderzoekscentrum heeft uitgebreide expertise wat betreft de extractie van hoogwaardige stoffen uit afvalstromen uit landbouw, voedingsindustrie of afvalwaterzuivering. Om deze expertise te transfereren naar de industrie, zijn er experimenten op grotere schaal nodig. Daarom bouwt het onderzoekscentrum in dit project een mobiele extractie-eenheid op pilootschaal. Zo kunnen de resultaten op laboschaal (grootteorde 50 mL-1 L) vertaald worden naar 100-200 L schaal. Hierdoor wordt het gemakkelijker om nadien de stap naar industriële opschaling te zetten. Door de installatie mobiel te maken, kunnen experimenten on site bij de bedrijven lopen en wordt het transport van grote hoeveelheden grondstoffen vermeden. Door on site te werken wordt bovendien meteen de context in kaart gebracht waarbinnen de extractie installatie op industriële schaal zal moeten draaien.\n\nIn het project is enerzijds het ontwerp en de bouw van de mobiele extractie-eenheid opgenomen. Anderzijds zijn er experimenten voorzien in het kader van de opstart van de installatie. Deze zullen in eerste instantie plaatsvinden op de KdG-campus in Hoboken en in tweede instantie bij één van de bedrijven waarmee het onderzoekscentrum momenteel al samenwerkt.","summary":"KdG's Onderzoekscentrum Duurzame Industrie ontwikkelt een mobiele extractie-eenheid op pilootschaal voor valorisatie van biomassa nevenstromen. Experimenten vinden on site plaats voor industriële opschaling en optimalisatie van extractieprocessen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003060","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nHet studentencentrum wil studentennoden zo vroeg mogelijk detecteren op groeps- en individueel niveau met het oog op het opzetten van begeleidingsinitiatieven. Onderzoek toont aan dat zogenaamde learning analytics (LA) hierbij een nuttig instrument kunnen vormen (Ifenthaler & Yau, 2020).\n\nIn het Multidisciplinaire PWO-project LAP! werden LA-dashboards ontwikkeld voor studenten, lesgevers en opleidingshoofden. LAP! 2.0 bouwt hierop verder met de door onderzoek geïnformeerde ontwikkeling van dashboards voor een vierde gebruikersgroep: studentenbegeleiders. De specifieke rol/taak van studentenbegeleiders maakt dat de in LAP! ontwikkelde dashboards ontoereikend zijn.\n\nOnderzoeksvragen\n\nBovenstaande probleemschets leidt onderstaande onderzoeksvragen en ontwerpuitdagingen:\n- OV1: Welke indicatoren/variabelen wensen studentenbegeleiders te visualiseren?\n- OV2: In hoeverre zijn studentenbegeleiders voldoende datageletterd om zelfstandig met datavisualisaties aan de slag te gaan? Welke ondersteuningsnoden ervaren ze?\n- OV3: Welke gedragsmaten zijn voorradig in de databanken van AP? Hoe kunnen bij datavisualisatie gedragsmaten en zelfrapportage worden gecombineerd?\n- OV4: Wat zijn de gebruikerservaringen met de initiële dashboards? Hoe kunnen de dashboards worden verbeterd?\n\nMethodologie\n\nHet project volgt het opzet van een Educational Design Research (McKenney & Reeves, 2014) waarbij onderzoeks- en ontwikkelacties elkaar afwisselen en versterken. Onderzoeksacties omvatten onder andere literatuurverkenning en gebruikersonderzoek via focusgroepen, surveys en interviews. Onderzoeksresultaten geven (onderwijs)instellingen inzicht in de datageletterdheid en gebruikersnoden van studentenbegeleiders en bieden handvaten voor het ontwerpen van toegankelijke en gebruiksvriendelijke LA-dashboards.","summary":"Het LAP! 2.0 project ontwikkelt LA-dashboards voor studentenbegeleiders om studentennoden vroegtijdig te detecteren. Onderzoeksvragen focussen op visualisatiebehoeften, datageletterdheid, gedragsmaten en gebruikerservaringen voor verbetering van de dashboards.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003061","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n- Feedbackdashboard voor studentenbegeleiders op niveau opleiding en individuele student\n- Presentatie/paper/workshop op congres van het European First Year Experience-Netwerk (EFYE; https://www.conventiondundeeandangus.co.uk/attending/conferences/efye-2023)\n- Deelname aan het jaarlijks congres van European Association for Practitioner Research on Improving Learning (EAPRIL; https://eapril.org/eapril-2023)\n- Praktische inzichten zoals designrichtlijnen en valkuilen willen we communiceren naar gebruikers via minstens één blogbericht"},{"description":"Probleemschets\n\nOvertollige (groene) energie opgewekt op locatie X is momenteel onbruikbaar op locatie Y. Deze energie kan verkocht worden aan het net voor een injectievergoeding, maar die ligt lager dan de aankoopprijs van elektriciteit op het net.\n\nLocal Energy Communities (LEC) bieden hier een opportuniteit. Binnen een LEC kunnen twee of meer digitale meters van LEC-leden met elkaar verrekend worden tot één nettoverbruik. Dat is een zuiver administratieve procedure: één kilowattuur opgewekt maar niet verbruikt op locatie X kan worden gerepresenteerd door één token. Door deze tokens over te dragen aan een ander lid binnen de LEC (lid Y) kan de meterstand van Y met 1 kilowattuur worden verminderd. Het gaat dus niet om de fysieke uitwisseling van energie, maar om de uitwisseling van representaties (tokens) van energie in een administratief proces. Dit is gunstig voor de LEC-leden, die kunnen profiteren van elkaars (groene) overproductie, en moet leiden tot meer investeringen in (groene) energie in het algemeen.\n\nVandaag is er geen procedure voor deze administratieve afhandeling. Centrale verrekening van meerdere digitale meters kan momenteel niet gebeuren door energieproducenten of netbeheerders. Een noodzakelijke voorwaarde om LECs te laten functioneren is daarmee onvervuld.\n\nAangezien centrale verrekening van meerdere digitale meters door een ‘arbiter’ die boven de LEC-leden staat onmogelijk is, dringt de piste van decentrale verrekening zich op. Distributed Ledger Technology (DLT), zoals blockchain, is de leidende technologie-stack om, bij gebrek aan een arbiter, toch voor betrouwbare transacties te zorgen. In recent onderzoek is de potentie van deze technologie voor de uitwisseling van energietokens op de kaart gezet.\n\nLEC-leden onderwerpen zich aan een automatisch uitgevoerde regelset die de uitwisseling van energietokens reguleert. Deze regelset wordt een smart contract. Aangezien de transactie van de tokens zonder menselijke inmenging gebeurt en onomkeerbaar op de blockchain geregistreerd staat, heeft dit systeem de potentie een foutloos transactieproces tussen LEC-leden te faciliteren.\n\nDe procedure om een smart contract-gedreven LEC op te starten, en de methode om deze technische te implementeren, zijn grotendeels onontgonnen terrein. De toepassing ervan is niet sectorspecifiek, maar kan van toepassing zijn voor iedereen die energie gebruikt-verbruikt: kandidaat uitbaters/beheerders/gebruikers systeemontwikkelaars en vak- & koepelorganisaties van KMO’s en de maakindustrie.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre kunnen smart contracts de transactie van energietokens tussen de leden van een in Vlaanderen gesitueerde Local Energy Community foutloos en efficiënt laten verlopen?\n\nDe hoofdvraag wordt beantwoord middels vier deelvragen:\n1. Met welke regulatieve kaders moet in Vlaanderen rekening worden gehouden bij de opzet van een LEC in het algemeen en bij transacties binnen LECs in het bijzonder?\n2. Welke functies moet een smart contract bevatten om, binnen deze regulatieve kaders, foutloos haar basale functie uit te voeren: één kilowattuur overschot bij lid X - één token - foutloos overdragen aan lid Y, zodat de meter daar één kilowattuur daalt?\n3. Welke andere functies moet het smart contract, naast deze basale functie, bevatten om de transactie van tokens optimaal te laten verlopen in allerlei wisselende scenario's, zoals bijvoorbeeld het uitsluiten van fraude, de prioritering binnen de LEC voor het opladen van elektrische wagens, enzovoort?\n4. Wat zijn de kosten en baten van dit systeem, afgezet tegen de kosten en baten van alternatieve systemen als (i) centrale verrekening, (ii) andere decentrale methodes van verrekening of (iii) werken zonder LEC en de overtollige energie verkopen aan het net?\n\nMethodologie\n\nHoofd- en deelvragen worden beantwoord via drie casestudies - één in de non-profit en twee in de industrie waardoor we de adequate en efficiënte werking van smart contract-gedreven transacties binnen een LEC in drie verschillende contexten onderzoeken. De verschillen in motivatie, randvoorwaarden en schaal zullen het transactiemodel verrijken alsook uitdagen, zodat het breder toepasbaar wordt. Concreet hanteren we volgende methodes:\n1. Via literatuurstudie brengen we de Vlaamse regelgeving relevant voor LECs, en specifiek de transacties binnen LECs, in kaart. Deze regelgeving is verspreid over documentatie van partijen als Synergrid, Fluvius en ELIA. De geconsolideerde informatie uit deze bronnen vormt een kader voor de smart contracts die de uitwisseling van tokens binnen de LEC aansturen. Deze resultaten zullen getoetst worden aan de ervaringen en toepassingen van onze werkveldpartners.\n2. Vervolgens maken we een functionele analyse van de regels die nodig zijn om de meest basale transactie binnen een LEC uit te voeren: de uitwisseling van tokens van een LEC-lid met energie-overschot met andere LEC-leden. Het resultaat van deze analyse is een coherente set functies (input-output-regels) die samen de foutloze werking van deze operatie garanderen. Bij deze analyse nemen we ook de architectuur van bestaande smart contracts in ogenschouw. We stemmen af met onze casestudy-partners uit het werkveld over de implementeerbaarheid.\n3. In de volgende fase voegen we bijkomende parameters toe aan de analyse uit stap twee, zodanig dat alle scenario's, of what-ifs, die van invloed kunnen zijn op de uitwisseling van energietokens binnen de LEC afgedekt zijn. Dit gebeurt in samenspraak met de werkveldpartners waarmee we de cases uitvoeren alsook diegene waarbij we de cases toetsen. Zo komen we tot geparametriseerde functionele analyses. Via simulaties in Hysopt voeren we voor onze cases virtuele experimenten uit, om te bepalen of de functionele analyses coherent en volledig zijn voor de cases die we hebben gekozen.\n4. De kosten/baten-analyse wordt gemaakt door de potentiële kosten & opbrengsten van de smart contract-gedreven LEC te simuleren en af te zetten tegen alternatieve transactie-systemen op de markt. Per case kunnen we een kosten/baten-afweging maken waarbij we variabelen als ontwerp- en energiekosten van het systeem incalculeren. Deze input zal gevoed worden door de reële kosten van het werkveld (casus partners). Zo willen we bepalen onder welke condities, if any, een smart contract-gedreven LEC bedrijfskundig interessant is voor deze cases.","summary":"Local Energy Communities (LEC) bieden een innovatieve oplossing voor het verrekenen van overtollige energie tussen leden. Door het gebruik van smart contracts, zoals blockchain, kunnen energietokens efficiënt en foutloos worden uitgewisseld. Deze technologie heeft het potentieel om de energiemarkt te transformeren en kan worden toegepast door diverse partijen in verschillende sectoren. Onderzoek richt zich op de implementatie en kosten/baten-analyse van smart contract-gedreven LECs in verschillende contexten, om de haalbaarheid en voordelen te bepalen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003063","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nWe plannen de volgende output:\n\n1. Een businesscase die de technisch-economische haalbaarheid van een LEC gebaseerd op smart contracts beschrijft voor drie cases en afzet tegen alternatieven.\n\n2. Een berekeningswijze om de rendabiliteit van een LEC met smart contracts te bepalen voor een organisatie. We presenteren dit met de businesscase en stellen het ook online beschikbaar.\n\n3. Een generieke IT-architectuur (d.w.z. een set van functies) voor een LEC met smart contracts, toepasbaar op andere LECs dan in de casestudies. Deze presenteren we met de businesscase.\n\nWe organiseren voorts een werkveldgericht event rond voornoemde drie outputs, gericht op implementatie van het model bij partijen waarmee we geen casestudy deden."},{"description":"Het onderwerp van dit onderzoek is een herwaardering van de conventies van de woordafstand - of de ruimte tussen de woorden - en de richting van het lezen en schrijven die deze conventies met zich meebrengen.\n\nIn de typografie toont de woordafstand het onuitgesproken aspect van de spraak, een canon die wordt geïntroduceerd om de continue stroom van spraak als afzonderlijke eenheden begrijpelijk te maken.\n\nOp een ander niveau betekent de woordafstand ook dat we ons als lezers binnen een bepaalde informatiestroom positioneren. De introductie van de woordafstand gaat hand in hand met de geboorte van het stille lezen: het transformeert de zin van een lineair spraakdocument - een uit te voeren partituur - naar een logisch op te lossen vergelijking.\n\nDit idee (en het lichaam dat het uitspreekt) wordt vandaag de dag uitgedaagd door de lineaire sequentie van de binaire code, die onder andere een heropleving van het gesproken woord teweegbrengt.\n\nBinnen dit kader kunnen we de vraag stellen: kunnen we nog steeds de woordafstand accepteren als een eenduidige conventie, in een hedendaagse context die een voortdurende herbeleving van vormen van geletterdheid ziet door middel van verschillende transculturele en technologische bemiddelingen?\n\nWat vormt vandaag de dag een 'aparte eenheid', gezien het feit dat zowel de taal, de spraak als het lichaam worden verwerkt door middel van een verscheidenheid aan op beelden gebaseerde optische media?\n\nKunnen we, door het blootleggen van een nog niet erkende geschiedenis van de woordafstand, de hegemonie van deze conventies ter discussie stellen en nieuwe benaderingen en pedagogieën schetsen, waarbij we nieuwe en experimentele manieren van lezen, schrijven, onderwijzen en leren voorstellen?","summary":"Dit onderzoek verkent de conventies van woordafstand en leesrichting in typografie, en hun invloed op begrip en positionering van lezers. Het stelt vragen over de relevantie van deze conventies in een moderne context vol technologische en culturele veranderingen, en moedigt aan tot nieuwe benaderingen van lezen, schrijven en onderwijzen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003064","result_description":"The outputs of the research will be different in form, yet interconnected. Firstly, regularly throughout the research period, I will initiate and engage in public reading events, where some of the selected texts will be discussed and performed by me and a series of invited guests. Along this output, the contents and methodology of this research will be also explored in the context of education throughout my regular teaching practice, as well as providing new learning spaces and contexts, involving students in the research process through connected assignments, workshops, and discussions.\n\nThe research will be also reported in a printed publication, co-edited with some of the participants in the project and designed through collaboration. This will collect various materials and contributions from the project, as well as sections (and translations thereof) of the reference texts part of the Theoretical and Artistic Methodology. At the end of the research period, the publication will be presented at during a symposium that will bring together some of the people that took part in the project, fostering public knowledge on the purpose, questions, and results connected to the topic.\n\nIn addition to this, a series of objects and prints will be produced, as a result of the collaborative dialogues with the professionals mentioned above, translating the archival texts into new forms. These objects and prints will serve as an integral part of the readings and performances, as multimedia forms of scripting."},{"description":"In dit onderzoek bevraag ik als beeldhouwer en historica de verwerking van een gewelddadig heden en verleden dat meerdere generaties aanbelangt. Hiervoor vertrek ik vanuit mijn eigen praktijk als beeldhouwer en vanuit hedendaagse kritiek op specifieke kunstenaars die al dan niet legitimiteit en autoriteit toegekend worden om zich vanuit hun beeldend werk tot een conflictueus maatschappelijk gegeven te verhouden.\n\nHet opzet is tweevoudig: mijn eigen getuigenis vanuit mijn beeldend werk als kunstenaar en status quaestionis over de receptie van de getuigenis van specifieke kunstenaars. Voor beide doelstellingen val ik terug op het artistiek en theoretisch kader dat ik in mijn praktijk als beeldhouwer en in mijn boek \"De onversnedenheid: Over sculptuur als belichaamde denking\" ontwikkeld heb, samen met de kennis die ik als historica vergaard heb.\n\nConcreet werk ik van hieruit aan een:\n- verdieping van mijn artistieke praktijk als beeldhouwer: het maken van beeldend werk om vanuit de specificiteit gestalte te geven aan de zintuiglijkheid der dingen en de zintuiglijkheid van wat de mens is\n- samenwerking met hedendaagse kunstenaars, deskundigen, curatoren, studenten in de vorm van gesprekken en tentoonstellingen waaronder Carine Fol, Ronald Ophuis, Max Pinckers, Simon Delobel\n- onderzoek naar het oeuvre van Beuys door een selectie van zijn werken te bezichtigen en vanuit mijn onderzoeksinsteek te bevragen; koppeling van dit onderzoek aan mijn kennis van de historiografie over de Tweede Wereldoorlog, overgangsgerechtigheid en huidige conflictueuze realiteiten.","summary":"Als beeldhouwer en historica onderzoek ik de verwerking van geweld door generaties heen, met focus op artistieke legitimiteit en maatschappelijke conflicten. Mijn doelen zijn artistieke groei, samenwerking met experts en onderzoek naar kunstenaars zoals Beuys.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003065","result_description":"Voorgestelde output:\nTentoonstelling in samenwerking met Carine Fol, Hans Theys, Simon Delobel.\n\nInternationaal colloquium over het werk van Pinckers en Ophuis in samenwerking met KIOSK Gent."},{"description":"Jarenlang heeft literatuurwetenschap lezen onterecht bestempeld als een ontlichaamde, puur mentale handeling. Deze overtuiging heeft ervoor gezorgd dat onderzoek naar lezen tot dusver sterk is gefocust op de visuele perceptie en cognitieve aspecten van lezen.\n\nEr wordt weinig aandacht besteed aan de lichamelijke aspecten of aan het feit dat lezen het fysiek hanteren van dragers inhoudt. Moderne technologieën maken het mogelijk om het lichaam – dat momenteel vaak vergeten en verwaarloosd wordt – expliciet onderdeel te maken van het lezen van de body text.\n\nNu technologie evolueert naar een tastbaar, draagbaar en samenwerkend hulpmiddel wordt een constante verzameling van lichamelijke data via sensoren mogelijk. In een virtuele wereld waar alles flexibel en aanpasbaar is kan de body text onmiddellijk reageren op het lichaam, zijn vorm wordt daarmee net zo veranderlijk en beweeglijk als het lichaam dat de body text leest. De body text vindt plaats in een stroom van tijd en verandert door verschillende lichaamsvormen, houdingen, bewegingen en interacties. De body text wordt performatief van aard.\n\nHet lezende lichaam en de body text zijn verweven in een dans voor twee. De body text stelt zich niet langer op als opponent maar vormt zich – met behulp van moderne technologieën – tot een bereidwillige danspartner. Naast een grafische en ruimtelijke vormgeving (scenografie) bestaat het lezen van de body text uit een opeenvolging van passen, gebaren en bewegingen (choreografie).\n\nWat kan het lezende lichaam leren van het dansende lichaam?","summary":"Moderne literatuurwetenschap erkent nu dat lezen een fysieke en mentale ervaring is. Dankzij nieuwe technologieën kan het lichaam een actieve rol spelen bij het lezen, waardoor de tekst dynamisch reageert op lichaamsbewegingen. De interactie tussen lezend lichaam en tekst wordt een dynamische dans, waarbij moderne technologie de tekst transformeert tot een levendige partner voor de lezer.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003066","result_description":"Output (nov 2023 – sept 2024)\n\n- Workshop Scenografie met studenten Grafisch Ontwerp KAA (AR Filters)\n- Lezing en/of workshop @ DIMY–MYDI Student Workshop Antwerp (thema BODY)\n\nOutput (apr 2025 – okt 2025)\n\n- Ontwikkeling van ondersteunende hard- en software\n- Totaalbeeld (scenografie + choreografie) ontwerpen\n- Experience / voorstelling opzetten en uitvoeren"},{"description":"Binnen kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en non-profitorganisaties is de capaciteit en expertise op het gebied van cyberbeveiliging vaak onvoldoende om zelfstandig een effectief beveiligingsbeleid te implementeren en te onderhouden. Dit vormt een aanzienlijk en steeds groter risico voor de veiligheid van bedrijfsprocessen en -gegevens.\n\nDe nieuwe Europese regelgeving, zoals de NIS 2-richtlijn, verplicht KMO's bovendien om actie te ondernemen op het gebied van cyberbeveiliging. Vanuit Howest zal een spin-off opgericht worden die KMO's begeleidt bij het implementeren en onderhouden van hun cybersecuritybeleid.\n\nHiervoor zal binnen dit project onderzocht worden hoe een schaalbare en gedecentraliseerde versie van een Security Operations Center (SOC) ontwikkeld, geoptimaliseerd en geïmplementeerd kan worden, onder andere door de inzet van AI-modellen. Daarnaast zal een businessplan uitgewerkt worden voor de oprichting van deze spin-off.\n\nVerwacht wordt dat dit project een significante impact heeft op de digitale veiligheid van KMO’s, compliance met regelgeving ondersteunt, en hun bedrijfscontinuïteit waarborgt.","summary":"Helping KMO's and non-profit organizations enhance cybersecurity through a scalable SOC solution leveraging AI models. Addressing NIS 2 directive, ensuring compliance and business continuity. Howest spin-off to guide implementation and maintenance.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003067","result_description":"Bij de afsluiting van het project worden de volgende concrete realisaties verwacht:\n\n1. Functioneel Security Operations Center (SOC)\nEen operationeel SOC-model dat multi-client ondersteuning biedt en specifiek ontworpen is voor KMO’s en non-profitorganisaties.\n\n2. Werkend prototype van het dataverwerkingsapparaat\nEen lokaal apparaat dat realtime dataverwerking en veilige communicatie met het SOC mogelijk maakt, getest en klaar voor implementatie bij klanten.\n\n3. Geïntegreerd AI-classificatiesysteem\nEen AI-model dat effectief cases kan classificeren, waarmee de efficiëntie en nauwkeurigheid van het SOC wordt verhoogd.\n\n4. Uitgewerkt businessmodel en spin-off oprichting\nEen gedetailleerd businessplan voor de spin-off, inclusief samenwerkingscontracten met Howest en een succesvolle oprichting van de spin-off.\n\n5. Pilootprojecten met alfa-klanten\nSuccesvolle implementatie en evaluatie van SOC-diensten bij minstens drie tot vijf alfa-klanten, inclusief een feedbackrapport.\n\n6. Trainings- en bewustwordingsmateriaal\nOp maat gemaakte trainingen, workshops en campagnes om KMO’s en non-profits bewust te maken van cybersecurityuitdagingen en oplossingen.\n\n7. Compliance-ondersteuning voor klanten\nTools en ondersteuning waarmee KMO’s en non-profits voldoen aan regelgeving zoals NIS2, inclusief documentatie en advies.\n\n8. Marktvalidering en klantrelaties\nEen lijst van potentiële klanten en partners die interesse hebben getoond in het SOC-model, gebaseerd op demonstraties en beurzen.\n\n9. Duurzame datasets en technologie\nEen uitgebreide, up-to-date dataset van real-world gegevens voor verdere ontwikkeling van AI-modellen en cybersecurityonderzoek.\n\n10. Impactrapport en toekomstvisie\nEen eindrapport met een samenvatting van de projectresultaten, impactanalyse en een strategische roadmap voor verdere uitbreiding in binnen- en buitenland.\n\nDeze realisaties leggen de basis voor een succesvolle valorisatie en implementatie van de technologie, met tastbare voordelen voor de doelgroep.\n\nDe doelstellingen van het project kunnen als volgt worden geformuleerd:\n\nOntwikkeling van een kostenefficiënt SOC-model: Creëren van een Security Operations Center (SOC) dat betaalbare en schaalbare cybersecuritydiensten aanbiedt, specifiek afgestemd op de behoeften van KMO’s en non-profitorganisaties.\n\nOprichting van een spin-off: Valorisatie van de onderzoeksresultaten door het opzetten van een spin-off die SOC-diensten aanbiedt, waaronder monitoring, incidentdetectie en respons.\n\nIntegratie van geavanceerde technologie: Ontwikkeling en implementatie van AI-gestuurde case-classificatie om de efficiëntie en effectiviteit van het SOC te verbeteren en menselijke tussenkomst te minimaliseren.\n\nOndersteuning bij compliance: Begeleiden van KMO’s en non-profits bij het voldoen aan Europese regelgeving, zoals NIS2, om hun cyberveiligheid en marktpositie te waarborgen.\n\nBewustwording en training: Verhogen van het bewustzijn rond cybersecurity bij KMO’s en non-profits door middel van trainingen, demonstraties en op maat gemaakte oplossingen.\n\nPilootimplementaties: Identificeren en samenwerken met alfa-klanten om het SOC-model te testen, feedback te verzamelen en het product verder te verfijnen voor bredere toepassing.\n\nDuurzame marktimpact: Creëren van een robuuste digitale beveiligingsinfrastructuur die de bedrijfscontinuïteit van KMO’s en non-profits waarborgt en tegelijkertijd financiële en reputatieschade door cyberdreigingen minimaliseert."},{"description":"Context en werkveldvraag\n\nIn de afgelopen tien jaar groeide de aandacht voor het begrijpen en beperken van de milieueffecten van evenementen, met initiatieven zoals de ISO 20121-norm en tools voor het meten van ecologische impact (Toscani et al., 2024). Daarnaast verscherpt de wetgeving rond herbruikbaar cateringmateriaal en duurzaamheidsrapportage (OVAM, 2021; Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2024a).\n\nOok bezoekers liggen wakker van het klimaat en zijn vragende partij voor een ecologisch duurzame aanpak bij het organiseren van evenementen. Onderzoek toont aan dat driekwart van de evenementbezoekers (75%) het belangrijk vindt dat organisatoren maatregelen nemen om de negatieve impact van evenementen op het milieu en klimaat te beperken. Tegelijkertijd gelooft slechts één op drie (32%) van de bezoekers dat hun keuzes tijdens evenementen daadwerkelijk effect hebben op het milieu en klimaat (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2024b). Deze cijfers tonen het belang van verdere sensibilisering om de zogenaamde “value-action gap” te overbruggen: de kloof tussen wat mensen belangrijk vinden (hun waarden en attitudes) en wat ze daadwerkelijk doen (hun acties) (Konstantopoulous, 2024, p.2).\n\nEén van de domeinen waarop die kloof een rol speelt is die van voeding. Terwijl het huidige voedingssysteem bijdraagt aan 33% van de uitstoot aan broeikasgassen, blijft vlees een prominente rol spelen in ons eetpatroon (Gielen et al., 2023). Ook op evenementen toont onderzoek aan dat het toenemende aanbod aan vegetarische voedingsopties zich niet meteen vertaalt in een grotere vraag bij bezoekers (Raffay-Danyi & Formadi, 2022).\n\nUit onze bezoekersbevraging blijkt dat 37% van de bezoekers het liefst een snack of gerecht met vlees eet. Toch zijn er ook positieve signalen. Zo heeft één op drie (34%) geen specifieke voorkeur. Dit toont aan dat er ruimte is om bezoekers te stimuleren tot het kiezen van vegetarische of veganistische alternatieven (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2024c).\n\nNaast voeding speelt ook de keuze voor dranken een belangrijke rol in de verduurzaming van evenementen. Zo vormt het organiseren van evenementen zonder flessenwater een cruciale stap richting de verduurzaming van evenementen. Het aanbieden van kraantjeswater en het aanmoedigen van herbruikbare waterflessen reduceert de uitstoot van het transport, de koeling en de productie van plastic flesjes (Green Events, 2024).\n\nHoewel er voor Vlaamse evenementorganisatoren geen wetgeving rond kraantjeswater bestaat, tonen bezoekers zich alvast positief tegenover deze maatregel. Zo vindt drie op vier (76%) van de bezoekers dat gratis kraanwater verplicht zou moeten zijn op alle evenementen, en is de helft (51%) van de bezoekers bereid te betalen voor gefilterd kraanwater op voorwaarde dat het goedkoper is dan de andere drankjes (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2024c). Eén op vier (27%) is niet bereid te betalen en één op vijf (20%) blijft neutraal.\n\nUit deze resultaten blijkt dat de evenementensector het potentieel heeft om een inspirerende rol te spelen in de shift naar plantaardige catering en kraantjeswater. Tegelijkertijd blijkt uit onze nodenbevraging dat evenementorganisatoren in Vlaanderen zoekende zijn in hoe bezoekers te sensibiliseren tot duurzaam gedrag. Een belangrijke drempel hierbij is de vrees voor greenwashing of het risico om te belerend over te komen. Daarnaast worstelen organisatoren met het vinden van de juiste toon: werkt het beter om duurzaamheid te normaliseren zonder expliciete vermelding, zoals bij vegan catering, of is het juist effectiever om bezoekers te informeren en te wijzen op de ecologische voordelen van bepaalde keuzes (Onderzoekscentrum Publieke Impact, 2024a)? Onderzoek toont aan dat strategieën zoals prijsbeleid, nudging, communicatie en sociale marketing bezoekers actief kunnen aanzetten tot duurzame keuzes op evenementen (Laing & Frost, 2010; D. Andersson et al., 2013; Viviers et al., 2017; Bär, Korrmann, & Kurscheidt, 2022). Dit project onderzoekt hoe deze strategieën optimaal kunnen worden ingezet, zodat Vlaamse evenementorganisatoren een inspirerende rol kunnen spelen in de transitie naar duurzaam bezoekersgedrag.\n\nOnderzoeksvragen:\n\nDit project onderzoekt hoe Vlaamse evenementorganisatoren hun bezoekers kunnen mobiliseren naar duurzame voedings- en waterkeuzes, met een focus op plantaardige voeding en het drinken van kraanwater. Daarbij staan drie onderzoeksvragen centraal:\n\n1. Welke activeringsstrategieën zetten evenementorganisatoren in om hun bezoekers te mobiliseren richting duurzame voedings- en waterkeuzes?\n2. Hoe evalueren bezoekers de activeringsstrategieën rond duurzame voedings- en waterkeuzes op evenementen?\n3. Hoe kunnen evenementorganisatoren inzetten op activeringsstrategieën om bezoekers effectief te mobiliseren richting duurzame voedings- en waterkeuzes?\n\nOnderzoeksopzet en onderzoeksmethode\n\nWP1: Vooronderzoek\n• Literatuurstudie, inventarisatie en analyse van activeringsstrategieën\n• Interviews met 10 evenementorganisatoren en partnerorganisaties\n• Selectie van minimum 2 evenementen voor veldonderzoek\n• Doel: mapping van praktijkvoorbeelden en voorbereiding veldonderzoek\n\nWP2: Veldonderzoek op minimum 2 evenementen\nWP2a: veldobservatie\n• Opstellen van observatieprotocollen\n• Veldobservaties: mapping en analyse van ontwerp en implementatie van strategieën\n• Doel: inzicht in implementatie van activeringsstrategieën\nWP2b: bezoekersbevraging\n• Opstellen van semigestructureerde vragenlijst\n• Rekruteren en begeleiden van jobstudenten\n• F2F (kwantitatieve) bevraging van minimum 250 bezoekers op minimum 2 evenementen\n• Doel: inzicht in bezoekersbeleving\n\nWP3: Kwantitatieve panelbevraging\n• Online bevraging naar wat Vlaamse evenementenbezoekers (n=750) motiveert of tegenhoudt bij het maken van duurzame en gezonde voedings- en waterkeuzes op evenementen\n• Doel: inzicht verkrijgen in hoe bezoekers keuzes maken op vlak van duurzame voeding en water op evenementen en welke concrete maatregelen hen kunnen helpen om duurzamer gedrag te vertonen","summary":"De focus ligt op het bevorderen van duurzame voedings- en waterkeuzes bij evenementen. Bezoekers tonen interesse, maar er is een kloof tussen intentie en gedrag. Onderzoek onderzoekt activeringsstrategieën en bezoekersbeleving om deze kloof te overbruggen. (198 tekens)","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003068","result_description":"Beoogde onderzoeksoutput:\n\nOnline publicatie (“short”) met best practices, aanbevelingen en praktische tips rond activeringsstrategieën voor duurzaam bezoekersgedrag op evenementen."},{"description":"Dit project richt zich op het verbeteren van de leerprestaties en gelijke onderwijskansen in het kleuteronderwijs in Vlaanderen door de kenmerken en mogelijke effecten van een systematisch opgebouwd kennisrijk curriculum vanaf jonge leeftijd in kaart te brengen.\n\nDe prestaties in taal en wiskunde in het Vlaams (basis-)onderwijs tonen al jaren een dalende trend, wat zorgwekkend is aangezien deze vaardigheden essentieel zijn voor verdere persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie. Leerachterstanden worden vaak al vroeg in de ontwikkeling gevormd, wat de noodzaak onderstreept om kleuters kwalitatief hoogstaand onderwijs te bieden. Onderzoek toont aan dat een systematische opbouw van een kennisbasis over een langere periode positieve effecten heeft op taalontwikkeling, rekenvaardigheden en sociaal-emotionele vaardigheden.\n\nKwaliteitsvol kleuteronderwijs en gerichte curriculuminterventies kunnen bijdragen aan het verkleinen van verschillen tussen kinderen met diverse sociaal-economische achtergronden. Dit project onderzoekt de curriculumkenmerken, effecten en implementatievoorwaarden op verschillende niveaus (supra, macro, meso, micro en nano) op de leeruitkomsten en onderwijskansen.\n\nWe combineren hiervoor internationale toonaangevende expertise rond kennis, kleuters en curricula, zowel inhoudelijk als methodologisch, in één ambitieus project. Vermits diepgaande inzichten over kennisrijke kleutercurricula voornamelijk buiten de Vlaamse context opgebouwd en bestudeerd zijn, knopen we bewust een internationale samenwerking aan met Universiteit Utrecht en Queens University Belfast.\n\nDe centrale onderzoeksvragen zijn: Welke impact heeft curriculum (op supra-, macro-, meso-, micro- en nanoniveau) op de leeruitkomsten van leerlingen in het basisonderwijs? Welke curriculumkenmerken hangen het sterkst samen met een positieve impact op leeruitkomsten en gelijke onderwijskansen? Welke implementatievoorwaarden kunnen we onderscheiden op de verschillende curriculaire niveaus? Welke randvoorwaarden faciliteren de effectieve implementatie van een kennisrijk kleutercurriculum (op alle niveaus uitgezonderd supra)?\n\nHoe kunnen de randvoorwaarden die de effectieve implementatie van een kennisrijk kleutercurriculum faciliteren (op alle niveaus uitgezonderd supra) inhoudelijk en structureel vormgegeven worden binnen de Vlaamse onderwijscontext?\n\nDe uitvoering van het onderzoeksproject is opgedeeld in drie luiken: een literatuurstudie, een empirisch onderzoek en de contextualisering van de bevindingen in de Vlaamse onderwijscontext. De eerste fase omvat een systematische review van bestaande literatuur om wetenschappelijke inzichten te verzamelen over de effectieve implementatie van curricula die leeruitkomsten versterken.\n\nDaarnaast wordt een systematische review uitgevoerd om empirische evidentie te verzamelen over kennisrijke curricula. Het tweede luik identificeert de randvoorwaarden voor een succesvolle opmaak en implementatie van kennisrijke kleutercurricula in vergelijkbare onderwijssystemen. Drie internationale cases van succesvolle implementatie van kennisrijke kleutercurricula worden diepgaand geanalyseerd via diepte-interviews, vergelijkende documentanalyse, focusgroepsgesprekken en klasobservaties.\n\nIn het derde luik worden de bevindingen getoetst en aangepast aan de Vlaamse onderwijscontext. Dit omvat focusgroepen met relevante stakeholders op verschillende niveaus (macro, meso, micro, en nano) en de ontwikkeling van concrete aanbevelingen en beleidsrichtlijnen. De resultaten zullen beleidsmakers en curriculumontwerpers helpen om gerichte keuzes te maken bij het ontwerpen en implementeren van curricula.\n\nDaarnaast zal het project concrete handvatten bieden voor leraren en scholen om een kennisrijk curriculum effectief te integreren. Tot slot doen we een aantal voorstellen tot valorisatie van de resultaten van het onderzoeksproject.","summary":"Verbeter leerprestaties en onderwijskansen in Vlaanderen door kwalitatief kleuteronderwijs en curriculuminterventies. Onderzoek curriculumkenmerken en implementatievoorwaarden voor gelijke onderwijskansen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003069","result_description":null},{"description":"Doelstelling: \n\nDit onderzoeksproject heeft als doel om de onderwijspraktijk van docenten in het hoger onderwijs te versterken door:\n- Docenten hoger onderwijs inzicht te geven in wetenschappelijk effectief bewezen ontwerpprincipes voor effectief hoger onderwijs.\n- Bij te dragen aan de kwaliteit en impact van permanente professionele didactische ontwikkeling (CPD) voor docenten in het hoger onderwijs.\n- Het ontwikkelen van een interactieve feedbacktool aan de hand van Artificial Intelligence (AI)-technologie die docenten direct gepaste feedback geeft op hun onderwijsontwerp.\n\nAanleiding: \n\nDocenten in het hoger onderwijs zijn vaak expert binnen hun vakgebied maar hebben niet altijd een didactische opleiding gekregen om hun kennis en vaardigheden ook op een effectieve manier over te dragen op hun studenten.\n\nHoewel er in veel hogescholen en universiteiten wel een basisopleiding voor didactische bekwaamheid bestaat, is deze niet overal verplicht en dus niet alle docenten hoger onderwijs krijgen deze basisvaardigheden mee. Bovendien variëren deze opleidingen sterk tussen verschillende instellingen en zijn vaak zeer algemeen van aard, wat ervoor zorgt dat ze niet aansluiten op de specifieke behoeften van docenten. Docenten leren tijdens hun opleiding wel principes voor effectief onderwijsontwerp, maar krijgen daarna onvoldoende ondersteuning, opvolging en feedback om deze opgedane kennis effectief in hun eigen onderwijspraktijk toe te passen. Onderwijsondersteuners en -opleiders hebben onvoldoende tijd en ruimte om ter plekke individuele begeleiding en feedback voor alle docenten te voorzien. Hierdoor is de transfer naar de eigen lessen zeer beperkt.\n\nHet voorgestelde project wil deze trend doorbreken door op een efficiënte manier gepersonaliseerde feedback te bieden op de onderwijsontwerpen van docenten en hierbij na te gaan in hoeverre er rekening is gehouden met de principes voor effectieve didactiek.\n\nTwee tools staan hierbij centraal: een open repository met wetenschappelijk onderbouwde ontwerpprincipes en de bijbehorende literatuur, en een AI-gestuurde feedbacktool waarmee docenten interactieve, gepersonaliseerde feedback kunnen ontvangen. Deze aanpak stimuleert innovaties en betere onderwijspraktijken, verhoogt de digitale competentie van docenten en verbetert hun perceptie van CPD-programma's, wat op zijn beurt kan leiden tot grotere deelname.\n\nBeoogde resultaten: \n\nEen open interactieve repository met ontwerpprincipes voor effectief hoger onderwijs die docenten kan ondersteunen bij het versterken van hun onderwijspraktijk.\nEen prototype van een gevalideerde open access AI-gestuurde feedbacktool voor docenten in het hoger onderwijs en hun onderwijsondersteuners.","summary":"Versterk hoger onderwijs met interactieve AI-feedbacktool en onderwijsontwerpprincipes. Stimuleer innovatie, verbeter docentencompetentie en CPD-deelname.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003070","result_description":null},{"description":"Het nachtleven speelt een cruciale rol in het sociale leven in de stad. Het biedt ruimte voor ontmoeting, ontspanning, en bevordert sociale cohesie en de urban quality of life. Ondanks deze voordelen wordt het nachtleven vaak geassocieerd met intoxicatie, hyperseksualisatie en grensoverschrijdend gedrag. Dit leidt ertoe dat seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) door uitgaanders, zoals ongewenst aanraken en stalken, vaak wordt genormaliseerd of onderschat. Uit onderzoek van OC PI blijkt dat ruim de helft van de uitgaanders ooit met SGG te maken heeft gehad. Onderzoek toont ook aan dat 66% van de Vlaamse bevolking (46% mannen, 86% vrouwen) slachtoffer is geweest van SGG tijdens het uitgaan. Het probleem staat ook centraal in het Vlaams actieplan ter bestrijding van seksueel geweld (2020). \n\nHoewel diverse stakeholders, zoals steden, gemeenten en organisaties zoals Sensoa en VAD, reeds acties hebben ondernomen, ontbreekt er onderzoek naar welke communicatieacties door bezoekers als effectief worden ervaren. Bezorgdheden over mogelijke negatieve effecten op de bezoekerservaring en het veiligheidsgevoel vormen daarnaast een drempel voor verdere implementatie van communicatiecampagnes.\n\nDit project beoogt effectieve communicatiepraktijken rond SGG in het nachtleven te ontwikkelen via een bottom-up, cocreatieve en participatieve aanpak met uitgaanders (jongeren). Door hen te betrekken via een hybrid research community (HRC) en samenwerking met stakeholders, worden campagnes afgestemd op de doelgroep en kunnen bezorgdheden bij uitbaters en beleidsmakers worden aangepakt. Het uiteindelijke doel is een veilige en inclusieve uitgaanscultuur te bevorderen.\n\nMethodologische Aanpak:\n\nWP1: Stakeholderanalyse\n• Mapping van stakeholders (steden, beleidsmakers, clubs/cafés).\n• Definitieve keuze van pilootstad/steden en finale selectie betrokken stakeholders.\n\nWP2: Hybrid Research Community (HRC)\n• Selectie van een online platform voor interactie met HRC\n• Rekruteren van een diverse groep jongeren (n= ± 50, 18-25 jaar).\n• Motiverende strategieën selecteren om actieve deelname te waarborgen.\n\nWP3: Ethisch Onderzoekskader\n• Verkrijgen van ethische goedkeuring en training van onderzoekers.\n• Protocol ontwikkelen voor omgang met gevoelige thema’s en psychologische impact op onderzoekers.\n\nWP4: Vooronderzoek\n• Desk research: analyse van evidence-based communicatiepraktijken.\n• Samen met expertorganisaties en beleidsmakers: inventariseren van campagnes en strategieën.\n• Samen met clubeigenaars en uitbaters: inzicht verkrijgen in uitdagingen, drempels en hefbomen.\n\nDesign Thinking Methodologie:\nHet project maakt vanaf WP5 gebruik van design thinking om iteratief en mensgericht communicatieoplossingen te ontwikkelen. Door jongeren, beleidsmakers en uitbaters te betrekken, worden strategieën ontworpen die aansluiten bij de praktijk en gedragen worden door alle stakeholders.\n\nWP5: Empathize\n• Ontwikkeling van persona’s en empathy maps samen met de HRC.\n• Inzicht verkrijgen in behoeften, gevoelens en ervaringen van uitgaanders.\n\nWP6: Define\n• Inventarisatie en evaluatie van bestaande communicatiecampagnes.\n• Gap-analyse en identificatie van best/worst practices.\n• Formuleren van ‘How Might We’ vragen om uitdagingen aan te pakken.\n\nWP 7: Ideate\n• Creatieve ideeën voor communicatieacties ontwikkelen met de HRC, gericht op het versterken van communicatie rond SGG in het nachtleven.\n• Individueel genereren en clusteren van ideeën van jongeren via het online platform.\n• Vervolgens cocreatiesessies die concepten opleveren voor acties zoals posters, video’s en sociale mediacampagnes.\n• Output: een design brief met werkzame principes voor communicatie, gevalideerd door stakeholders\n\nWP 8: Evaluatie van de HRC\n• Evaluatie van de effectiviteit en impact van de HRC via interviews, enquêtes en analyse van interacties.\n• Onderzoek naar ervaringen, betrokkenheid en bijdrage van deelnemers aan het onderzoek.\n• Output: evaluatierapport met verbeterpunten en aanbevelingen voor toekomstige cocreatieprocessen.\n\nWP 9: Kwantitatieve bevraging\n• Online panelbevraging bij representatieve groep jonge uitgaanders (18-25 jaar, n = 500)\n• Doel: versterken en toetsen bevindingen uit design thinking proces","summary":"Het project richt zich op het ontwikkelen van effectieve communicatiepraktijken rond seksueel grensoverschrijdend gedrag in het nachtleven. Door samenwerking met jongeren en stakeholders worden campagnes afgestemd op de doelgroep, met als doel een veilige en inclusieve uitgaanscultuur te bevorderen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003071","result_description":"Beoogde output:\nToegankelijk overzicht met krachtige communicatieprincipes en aanbevelingen in bijvoorbeeld een infographic, in overleg met de HRC.\n\nHandleiding voor praktijkonderzoekers over het betrekken van jongeren bij onderzoek naar SGG.\n\nWhite paper over het gebruik van een HRC als beleids(voorbereidend) instrument voor steden en gemeenten.\n\nNetwerkversterking: duurzame samenwerking tussen stakeholders zoals steden, gemeenten en uitbaters.\n\nKennisdelingsmoment: organisatie van een live of online bijeenkomst voor het netwerk.\n\nPresentatie/workshop: presentatie van resultaten aan externe kennisdelingsmomenten zoals studiedagen en conferenties."},{"description":"Het project richt zich op het verbeteren van de motorische competentie en motivatie van kinderen in de basisschool door de implementatie van een innovatief PE-programma (inclusief in elke les een bobbelbaan) gebaseerd op autonomie-ondersteunende technieken. Onderzoek toont aan dat de manier waarop PE-lessen worden gegeven een aanzienlijke invloed heeft op de motivatie en prestaties van kinderen.\n\nEr is echter een gebrek aan trainingen en programma's voor leraren die hen helpen deze technieken effectief toe te passen. Het project beoogt de ontwikkeling en implementatie van een trainingsprogramma voor PE-leerkrachten dat hen in staat stelt om autonomie-ondersteunende methodes toe te passen. Dit zal de kwaliteit van het onderwijs verhogen, de motivatie van de leerlingen bevorderen en hun motorische vaardigheden verbeteren.\n\nDaarnaast wordt verwacht dat leerkrachten beter toegerust zijn om lesmethoden te gebruiken die psychologische behoeften ondersteunen en kinderen helpen zich meer competent te voelen.\n\nImpact op de stakeholders:\n• Leraren zullen hun kennis en vaardigheden verbeteren, wat hen helpt effectievere lessen te geven en de betrokkenheid van kinderen te vergroten.\n• Kinderen profiteren van een verhoogde motivatie en verbeterde motorische vaardigheden, wat bijdraagt aan hun algehele ontwikkeling.\n• Studenten lerarenopleiding zullen praktijkervaring opdoen en voorbereid worden op innovatieve lesmethoden.\n• Onderwijsbeleid en -praktijk zal versterkt worden door de verspreiding van resultaten en aanbevelingen, wat kan leiden tot bredere integratie van autonomie-ondersteunende technieken in PE-curricula.","summary":"Verbeter motorische competentie en motivatie van basisschoolkinderen met innovatief PE-programma. Train PE-leerkrachten in autonomie-ondersteunende methodes voor beter onderwijs en bevorderen van leerlingenmotivatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003072","result_description":null},{"description":"Zowel podiumkunstenaars met een beperking als podiumkunstenaars zonder een beperking dragen een verantwoordelijkheid in het vormgeven aan narratieven over mensen met een beperking. In mijn onderzoek wil ik met beide groepen onderzoeken welke dramaturgische strategieën er inzetbaar zijn om de dramaturgie te openen voor een groep mensen die vaak opgesloten raakt in de verbeelding van de meerderheid.\n\nEen belangrijk probleem is dat een beperking vaak door zowel medemakers als door critici wordt uitgelicht als de belangrijkste betekenisdrager in de dramaturgie. Die manier van kijken is ingegeven door een lange geschiedenis van kijken naar “andere” lichamen binnen de kunsten. De dramaturgie kopieert hier de dominante blik van de buitenwereld in plaats van er iets tegenover te stellen. Die blik ontneemt de speler met een beperking de vrijheid van transformatie - de vrijheid waar podiumkunstenaars zonder een beperking juist aanspraak op doen als hen de mogelijkheid wordt ontzegd een personage met een beperking te spelen.\n\nKan een acteur met een beperking aanspraak maken op een vorm van wederkerigheid? Anders gezegd: Hoe kan een verschil aanwezig zijn zonder dat het benadrukt en allesomvattend wordt? Ik wil streven naar een dramaturgie die handicap laat zien als een artistieke vruchtbaar gegeven, als een kritische en generatieve lens om naar de maatschappij te kijken.\n\nMijn onderzoeksvraag luidt: Hoe kunnen we vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van mensen met en zonder beperkingen tot een dramaturgie komen waarin verschillen in lichamen, zintuigen en denkstijlen een artistiek productief in plaats van een problematisch gegeven worden? Hoe kan disability zo worden ingezet dat de verbeeldingsruimte groter in plaats van kleiner wordt gemaakt? Hoe kunnen we collectief ons voorstellingsvermogen oprekken?","summary":"Onderzoek naar dramaturgische strategieën om narratieven over mensen met een beperking te vernieuwen en de verbeeldingsruimte te vergroten. Streven naar artistieke vruchtbaarheid en wederkerigheid tussen acteurs met en zonder beperking. Hoe kunnen we collectief ons voorstellingsvermogen oprekken?","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003073","result_description":"Toonmoment en audiovisueel gedocumenteerd: \n\nOpenbare presentatie van studenten en podiumkunstenaars met een beperking. \n\nAuto-etnografisch essay voor publicatie in FORUM+."},{"description":"Het onderzoek richt zich op twee hoofdpunten. Ten eerste zal er een follow-up studie plaatsvinden van voorgaand onderzoek naar de afbouw van antipsychotica bij volwassenen met een verstandelijke beperking, evenals een duplicatie ervan met een grotere steekproef, om de relatie tussen psychofarmacagebruik en Quality of Life verder te onderzoeken.\n\nTen tweede zal er gewerkt worden aan de ontwikkeling van een psychofarmacabeleid voor voorzieningen die personen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag ondersteunen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door middel van een mixed methods-design (multi-case study met n=±100) om de impact van het afbouwen van off-label antipsychotica op QoL uitgebreid te beschrijven.\n\nDaarnaast wordt het onderzoek gekoppeld aan een exploratieve literatuurstudie van relevante internationale kaders, waarbij het Quality of Life-model van Schalock als uitgangspunt wordt genomen om de basis te vormen voor een beleidsmodel. Dit beleidsmodel zal specifiek gericht zijn op psychofarmacabeleid in de zorgvoorzieningen, waarbij multidisciplinaire samenwerking centraal staat.\n\nTot slot zullen de resultaten van dit onderzoek, in lijn met de principes van implementation research (Theobald et al., 2018), leiden tot een holistisch en breed toepasbaar beleidskader voor het gebruik van psychofarmaca en de ondersteuning van personen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag, met als uitgangspunt het bevorderen van QoL.","summary":"Dit onderzoek richt zich op de afbouw van antipsychotica bij volwassenen met een verstandelijke beperking en de ontwikkeling van psychofarmacabeleid voor zorgvoorzieningen. Door een mix van methoden en internationale kaders zal een beleidsmodel worden ontwikkeld, gericht op het verbeteren van de Quality of Life van deze doelgroep. De resultaten zullen leiden tot een breed toepasbaar beleidskader voor het gebruik van psychofarmaca en de ondersteuning van personen met een verstandelijke beperking en probleemgedrag.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003074","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek biedt een gedetailleerd raamwerk om in te zetten op de kwaliteit van leven (QOL) binnen organisaties. Het integreert perspectieven van cliënten, zorgverleners, organisatiestructuren en maatschappelijke invloeden voor een holistische benadering van QOL.\n\nWat betreft het perspectief van de cliënt legt het onderzoek de nadruk op persoonlijke ervaringen, sociale verbinding, welzijn, persoonlijke doelen, ondersteuningsbehoeften en autonomie. Deze elementen zijn cruciaal om te begrijpen hoe individuele behoeften en ervaringen bijdragen aan de algehele QOL.\n\nHet perspectief van de zorgverlener focust op professionaliteit, betrokkenheid, taakeisen, hulpbronnen, werkbaarheid en autonomie. Dit onderdeel benadrukt het belang van de ondersteuning van zorgverleners zodat ze zorg van hoge kwaliteit kunnen leveren zonder hun persoonlijk welzijn in het gedrang te brengen.\n\nOp organisatorisch niveau bespreekt het onderzoek het creëren van een inclusieve omgeving en een netwerk van hulpbronnen en strategieën voor ondersteuning. Het behandelt paradigma's, belanghebbenden, systemen, taakeisen, middelen, werkbaarheid, kwaliteitssystemen en managementpraktijken. Door deze allesomvattende benadering kunnen organisaties zowel klanten als belanghebbenden effectief ondersteunen.\n\nHet overheids- en maatschappelijk perspectief omvat regelgeving zoals het Vlaams Kwaliteitsdecreet 2023, het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (CRPD), de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's), de rol van lokale overheden en de bredere maatschappelijke context. Dit hoofdstuk onderstreept het belang van regelgevende kaders en maatschappelijke steun bij het verbeteren van de kwaliteit van leven.\n\nIn het algemeen pleit het onderzoek voor een benadering van de kwaliteit van leven op meerdere niveaus, waarbij verschillende niveaus van ondersteuning en organisatie geïntegreerd worden om welzijn en autonomie in alle sectoren te bevorderen, zowel voor individuen, zorgverleners als organisaties.","summary":"Dit onderzoek biedt een holistische benadering van de kwaliteit van leven binnen organisaties door perspectieven van cliënten, zorgverleners, organisaties en maatschappelijke invloeden te integreren. Het benadrukt het belang van individuele behoeften en ervaringen voor een algehele verbetering van de QOL op meerdere niveaus.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003075","result_description":null},{"description":"In het kader van biodiversiteitsherstel proberen natuur- en landschapsbeheerders bestaande graslanden in natuurbeheer te herstellen, en nieuw aangekochte graslanden uit voormalig landbouwgebruik te ontwikkelen.\n\nMet een uniek veldexperiment (opgestart tijdens het PWO-project HERBIOGRAS – looptijd 2017-2019) onderzoeken we de invloed van verschillende hersteltechnieken. Maar een biodivers grasland is niet alleen soortenrijk; het levert heel wat diensten aan de maatschappij, ook tijdens het herstelproces.\n\nIn het vervolgproject (HERBIOGRAS+ - looptijd 2020-2023) werd het herstel verder opgevolgd en werd bijkomend onderzocht of de gekozen hersteltechniek invloed heeft op de levering van vier ecosysteemdiensten met lokaal tot globaal belang. Er werd onderzoek verricht naar (i) de kwantiteit en de kwaliteit van het maaisel (= beheerrest uit natuurbeheer) voor gebruik als diervoeder, (ii) de koolstofopslag in de bodem, (iii) de aantrekkelijkheid van het grasland als voedselbron voor bestuivers en (iv) de appreciatie van recreanten voor biodivers grasland.\n\nDit project – HERBIOGRAS++ - is een vervolg op HERBIOGRAS en HERBIOGRAS+. Het beheer van de unieke experimentele sites wordt verdergezet. Bijkomend worden vegetatieopnames uitgevoerd en worden de voederkwaliteitsanalyses uitgebreid.\n\nOm de resultaten te laten doorstromen naar een brede groep stakeholders en zo het draagvlak voor biodiversiteit en natuurbeheer te vergroten, wordt gewerkt aan een website https://www.biodiversgrasland.be waar alle informatie over herstel van biodiverse graslanden wordt samengebracht en gedeeld met natuur- en groenbeheerders, landbouwers en tuiniers.","summary":"Onderzoek naar hersteltechnieken voor biodivers grasland en ecosysteemdiensten. Project HERBIOGRAS++ bouwt voort op eerdere studies, met focus op maaiselgebruik, koolstofopslag, bestuivers, recreanten. Resultaten gedeeld op https://www.biodiversgrasland.be voor brede stakeholders.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003076","result_description":null},{"description":"FairNature heeft als missie een beter begrip te ontwikkelen van de gerechtigheidsuitdagingen van Nature-based Solutions (NBS). Daarnaast streven ze ernaar om de belangrijkste vereisten te bieden voor het realiseren van NBA-upscaling die bijdraagt aan rechtvaardige transformatie.","summary":"FairNature zet zich in voor het begrijpen van gerechtigheidsuitdagingen van Nature-based Solutions en het realiseren van rechtvaardige transformatie door NBA-upscaling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003077","result_description":null},{"description":"Doorontwikkeling van het KYSS-instrument voor operationeel leidinggevenden in het kader van veiligheid op de werkplek.\n\nContext\n\nDe Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers (VCA) is een lijst met aandachtspunten en werkmethoden op het gebied van veiligheid en gezondheid. De VCA helpt werknemers en operationeel leidinggevenden in risicovolle werkomgevingen om veiliger en gezonder hun werk te doen. Via een VCA-certificaat laten werknemers en operationeel leidinggevenden aan opdrachtgevers zien dat ze zich bewust zijn van de risico’s die ze lopen tijdens hun werk. Er bestaat een aparte certificering voor werknemers (VCA Basis) en voor operationeel leidinggevenden (VCA VOL).\n\nIn Vlaanderen organiseert Contractor Safety Management vzw de VCA-certificering. De organisatie is zich bewust van een belangrijke leemte in de huidige opleidingen: ze zetten sterk in op vaktechnische kennis, maar ze besteden onvoldoende aandacht aan de soft skills die essentieel zijn voor een veilige werkomgeving.\n\nOm deze uitdaging aan te pakken, zet de vzw in op KYSS (Kickstart Your Soft Skills), een zelfrapportage-vragenlijst van AP Hogeschool waarmee leidinggevenden hun persoonlijke vaardigheden kunnen inschatten. Het doel is deelnemers aan het examen bewust te maken van hun leiderschapsvaardigheden en hen vanuit een ontwikkelingsperspectief concrete feedback te bieden. Daartoe wil de vzw het bestaande KYSS-instrument doorontwikkelen en verder contextualiseren.\n\nProjectdoelen en onderzoeksvragen\n\nHet doel van dit project is het doorontwikkelen van het KYSS-instrument voor operationeel leidinggevenden met als belangrijkste ambitie: het versterken van veiligheidsbewustzijn door gerichte persoonlijke feedback. Het heeft dus niet als doel om leidinggevenden te evalueren in functie van certificering. Een dergelijke doorontwikkeling veronderstelt:\n- Aanpassing van een aantal schalen en items in de bestaande KYSS-vragenlijst naar de context van veiligheid, gezondheid en milieu.\n- Aanpassing van de individuele feedbackrapporten aan de context van veiligheid, gezondheid en milieu.\n- Validering van schalen en items in de context van veiligheid, gezondheid en milieu.\n- Vertaling van het instrument naar het Engels en het Frans.\nInformeren en professionaliseren van belanghebbenden over het nieuwe instrument wordt tevens noodzakelijk geacht. Het ontwikkelde instrument heeft tot doel om operationeel leidinggevenden te informeren over hun leidinggevende kwaliteiten en hen mogelijkheden voor ontwikkeling aan te reiken.\n\nAanpak\n\nHet project bestaat uit 5 werkpakketten:\n- Het selecteren van schalen en het creëren van een itempool met aangepaste vragen.\n- Het onderzoeken van de constructvaliditeit en betrouwbaarheid van de vernieuwde schalen.\n- Het herwerken van de individuele feedbackrapporten voor gebruikers.\n- Het vertalen van de vragenlijsten en feedbackrapporten naar het Engels en het Frans.\n- Het informeren van belanghebbenden over het ontwikkelde instrument.\n\nVerwachte realisaties\n- Schalen en items van de vragenlijst voor operationeel leidinggevenden in het Nederlands, Frans en Engels.\n- Feedbackteksten en visualisaties voor een individueel feedbackrapport in het Nederlands, Frans en Engels.\n- Presentatie waarin het ontwikkelde instrument wordt toegelicht.","summary":"Ontwikkeling van KYSS-instrument voor veiligheid op werkplek, met focus op soft skills. VZW wil leidinggevenden bewust maken van leiderschapsvaardigheden en biedt gerichte feedback. Project omvat aanpassingen, validatie en vertaling van instrument. Beoogd resultaat: informeren en professionaliseren van belanghebbenden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003078","result_description":null},{"description":"Ritme onderscheidt in jazz niet alleen instrumentalisten van elkaar, met hun persoonlijke ritmische frasering, maar ook het genre jazz van andere geïmproviseerde idiomen. Ondanks het uitgesproken belang van deze muzikale bouwsteen ontbreken vele (pre)professionele improvisators en componisten de kennis van de mogelijkheden met ritme.\n\nMet dit voorgelegd onderzoek wordt een ritmische methode ontwikkeld, die als eenvoudige didactische tool de ritmische capaciteiten van de jazzimprovisator en -componist verhoogt. Aan de hand van veldonderzoek (interviews, participerende observatie) worden er oplossingen gezocht voor de globale ritmische gebreken. De invloed van ritme op harmonie en melodie in jazzcomposities en -improvisaties wordt in kaart gebracht, en biedt een antwoord op vragen zoals:\n\n• Hoe hervormt de melodie als we de ritmische onderverdeling aanpassen?\n• Wat is het effect op de harmonie als het akkoord steeds een achtste vroeger wordt gespeeld?\n\nVertrekkende vanuit de drummethode van Mark Guiliana, het D.R.O.P.-systeem, en het advies van (inter)nationale actieve improvisators en/of componisten (Stéphane Galland, Jeroen Van Herzeele, Harmen Fraanje) op artistiek onderzoeksresultaat, wordt er een antwoord geboden op de centrale onderzoeksvraag: Hoe kan een ritmische methode, gebaseerd op dynamiek, onderverdeling, orkestratie en frasering, de ritmische capaciteiten in relatie tot harmonie en melodie bij professionele jazzmuzikanten en -componisten verbeteren?","summary":"Dit onderzoek ontwikkelt een ritmische methode om de capaciteiten van jazzimprovisatoren en -componisten te verbeteren. Het richt zich op de invloed van ritme op harmonie en melodie in jazzmuziek, met oplossingen voor ritmische gebreken en vragen over melodiehervorming en harmonie-effecten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003079","result_description":"Verwachte output:\n\n- Concerten als presentatie van het artistiek resultaat/proces met ruimte voor feedback. (Residentie Rataplan - Feb 2021 & Residentie Flagey – Jan 2023)\n- Live opnames als annex. (Residentie Rataplan 2021 & Residentie Flagey 2023) Deze opnames kunnen wegen openen voor nieuw onderzoek.\n\n- Publicatie in vaktijdschriften (Jazzmo, FORUM+, Current Research in Jazz, ...) als academische output (indiening aug 2020)\n\n- Workshop(s) voor de studenten jazz aan het Koninklijke Conservatorium Antwerpen in het kader van de NextDoors projectweek. Els Smedts coördinator van de Jazzafdeling KCA bevestigde een samenwerking. (2022)\n\n- Keuzevak voor de studenten jazz aan het Koninklijke Conservatorium Antwerpen in het kader van het lessenpakket “improviseer- en musiceertraining’’ Els Smedts bevestigde een samenwerking. (Academiejaar 2022-2023)\n\n- Het proces van dit onderzoek zal door opnames met bijbehorende tekst over de artistieke reflectie en intenties online worden gepubliceerd via een platform van het KCA. Op deze manier zal het onderzoek transparant naar de buitenwereld gebracht worden en kunnen studenten en docenten communiceren met de onderzoeker. Hierbij tracht ik de luisteraar als feedbackgroep te implementeren in het onderzoek."},{"description":"In Vlaanderen blijft het podiumkunstenaanbod met audio-descriptie voor blinden en slechtzienden (AD) schaars. Na het tweejarig onderzoeksproject ArtInAD aan het KCA, waarin Max Greyson methoden voor artistieke integratie van AD in muziektheater ontwikkelde en publiceerde, zal hij zich in Speaking figures richten op hedendaagse dans.\n\nVan alle podiumkunsten hebben AD-gebruikers het minst toegang tot deze kunstvorm, vanwege de abstracte en non-verbale aard en vanwege het geringe AD-aanbod. Centrale vraag is: hoe kan de noodzaak van AD worden opgeheven door dans op andere artistieke wijzen toegankelijk te maken? Het onderzoek creëert connecties tussen beweging en beschrijving en wil zo de toegankelijkheid artistiek bevorderen.\n\nHet bouwt voort op methoden uit ArtInAD zoals zelfbeschrijving, toevoeging van tekstuele verhaallijn en aanreiken van informatie d.m.v. sensitieve en auditieve elementen. Daarnaast wil Speaking figures dieper ingaan op hoe beschrijving een middel kan zijn tot artistieke zelfreflectie om een kunstenaar inzicht in de eigen kunstpraktijk te geven.\n\nSpeaking figures vertrekt vanuit een theoretisch kader en richt zich op de praktijk door samenwerking met het departement Dans van het KCA. De output is vierledig:\n\n- continue inbedding in het curriculum van de dansopleiding en Labo Inclusiedans\n- duo danstheatervoorstelling van hoofdonderzoeker en een danser\n- samenwerking met OPEN (UA), Un-Label, VISI.ON.AIR (MAXlab), VeBeS\n- publicatie ervaringen en methoden in werkboek","summary":"Het onderzoek Speaking figures bij KCA richt zich op het toegankelijk maken van hedendaagse dans voor blinden en slechtzienden door artistieke integratie van audio-descriptie. Het project creëert connecties tussen beweging en beschrijving om de toegankelijkheid te bevorderen, met als doel artistieke zelfreflectie. Output omvat o.a. curriculumintegratie, duo voorstelling en samenwerkingen met relevante partijen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003080","result_description":"Hier is de verbeterde tekst:\n\nOutput in de vorm van masterclasses voor studenten KCA en workshops voor AD-schrijvers in samenwerking met OPEN en workshops in samenwerking met Un-Label.\n\nOnline publicatie van werkboek met ervaringen en methoden in NL en ENG, ook als vorm van introspectie en zelfevaluatie."},{"description":"Probleemschets\n\nBinnen een Local Energy Community (LEC) kunnen twee of meer digitale meters van LEC-leden met elkaar verrekend worden tot één netto verbruik. Dat is een administratieve procedure: één kilowattuur opgewekt maar niet verbruikt op locatie X kan worden gerepresenteerd door één token. Door deze tokens over te dragen aan een ander lid binnen de LEC (lid Y) kan de meterstand van Y met 1 kilowattuur worden verminderd. Het gaat dus niet om de fysieke uitwisseling van energie, maar om de uitwisseling van representaties (tokens) van energie in een administratief proces. Vandaag is er echter geen geijkte procedure voor deze administratieve afhandeling.\n\nDit project is gericht op een efficiënte, slimme en veilige manier om de (virtuele) uitwisseling van energie in een energiegemeenschap te laten verlopen. Binnen deze gemeenschappen kunnen digitale meters van de leden met elkaar verrekend worden, bijvoorbeeld als een lid een overschot aan groene energie verkoopt aan een ander lid.\n\nDe onderzoeksgroep Industrie & Omgeving (AP Hogeschool) test een blokchainsysteem om deze transactie te faciliteren met smart contracts. Zo kan overtollige energie decentraal, peer-to-peer uitgewisseld worden. In een vooronderzoek (2022-2023) ontwikkelden we een virtuele proefopstelling van dit systeem. Dit proof-of-concept toont dat we een digitale meter kunnen uitlezen en de data publiceren op de blockchain. In voorliggend vervolgonderzoek testen we hoe performant en robuust dit systeem is in vergelijking met andere systemen. ‘Performant’ vatten we daarbij breed op en omvat bijv. ook de duurzaamheid van het systeem zelf. ‘Robuustheid’ is voor ons de foutmarge van het systeem en de operationele stabiliteit van de oplossing. Onze testcases voeren we uit met de stad Sint-Niklaas, AUG.E en Novartis. Zij ontplooien lokale energiegemeenschappen met een ander transactiesysteem dan hetgeen wij ontwikkelen. We testen bij iedere partner de performantie van ons systeem ten opzichte van het systeem dat de partner hanteert. Daarbij is onze hypothese dat ons blockchain systeem performanter en robuuster zal zijn in ten minste enkele contexten.\n\nOnderzoeksvragen\n\nIn voorliggend vervolgonderzoek (2023-2024) beantwoorden we vier onderzoeksvragen:\n1. Welke criteria bepalen het succes van een transactiesysteem voor een lokale energiegemeenschap?\n2. In welke mate voldoet ons op de blockchain gebaseerde transactiesysteem aan deze criteria?\n3. Hoe scoren concurrerende transactiesystemen voor energiegemeenschappen op deze criteria?\n4. Onder welke condities – if any – is de inzet van een op blockchain gebaseerd transactiesysteem wenselijk boven een ander systeem?\n\nOnderzoeksmethode\n\nVoor vraag 1 komen we op basis van literatuurstudie en stakeholdersinterviews tot een lijst met criteria waaraan een goed transactiesysteem voor een energiegemeenschap moet voldoen. Hiermee maken we een scorekaart voor het succesvol functioneren van transactiesystemen in een lokale energiegemeenschap.\n\nVoor vragen 2 tot en met 4 werken we op drie casestudies. Hierbij laten we ons transactiesysteem steeds parallel draaien aan een transactiesysteem van de testcase. Tijdens dit proces scoren we performantie en robuustheid van ons systeem (vraag 2), en dat van het concurrerende systeem (vraag 3). We doen dat op basis van de criteria en scorekaart die de uitkomst zijn van onderzoeksvraag 1. Tot slot proberen we, op basis van de antwoorden op vragen 2 en 3, conclusies te trekken over de specifieke omstandigheden waarin de inzet van ons systeem al dan niet wenselijk is.","summary":"In een Local Energy Community worden digitale meters van leden verrekend met tokens, niet fysiek, maar administratief. Onderzoek focust op efficiënte, slimme uitwisseling van energie via blockchain. Vergelijkt met bestaande systemen voor succes en wenselijkheid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003081","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN EN OUTPUT\n\nWe streven naar de volgende resultaten:\n- Verder uitgewerkt proof-of-concept, waarbij we meerdere digitale meters met elkaar verrekenen (proefopstelling met 5 meters).\n- Scoringskaart voor de performantie en robuustheid van transactiesystemen in energiegemeenschappen.\n- Rapportage van de performantie en robuustheid van ons systeem t.o.v. concurrerende systemen.\n\nDe resultaten zullen met het werkveld worden gedeeld alsook via klassieke academische kanalen (bijv. congresdeelname en/of publicatie) worden verspreid."},{"description":"Met dit project beogen we doelstellingen op twee verschillende niveaus: \n\n(I) Inhoudelijke doelstellingen waarmee we aan de slag gaan rond de horizontale Erasmus+ prioriteit ‘Environment and Fight Against Climate Change’, binnen het kader van de Sustainable Development Goals.\n\n(II) Consolidatiedoelstellingen waarmee we willen verzekeren dat het project duurzame resultaten oplevert op vlak van kennis, vaardigheden, gedragsverandering, socio-economische inbedding.\n\nInhoudelijke doelstellingen:\n1. Kennis, bewustzijn en motivatie vergroten rond de drie hoofdthema’s van het project\n2. Duurzame, gezonde voedselkeuzes aanmoedigen.\n3. Bewuste keuzes maken rond groenmanagement, materiaal(her)gebruik, en afvalverwerking in scholen.\n4. Een circulair economische mindset bewerkstelligen die toelaat om groene initiatieven te koppelen aan nieuwe manieren om na te denken over lokale voedselproductie, financiële stabiliteit, en een sterke socio-economische verankering van deze initiatieven.\n\nVoor elke deelnemende school:\n- De ontwikkeling en het ontwerp van een socio-ecologische, context-specifieke uitwerking van het ‘farm-to-table’ concept, waarbij duurzame voedselproductie aan de hand van bijvoorbeeld herstellende landbouw en circulaire constructies worden gekoppeld aan aandacht voor persoonlijke gezondheid en de socio-economische levensvatbaarheid van de initiatieven.\n\nOp het projectniveau:\n- De ontwikkeling en het uiteindelijke delen van educatieve pakketten die zowel de ontwikkelde tools en methoden bevatten om rond deze duurzaamheidsthema's aan de slag te gaan met studenten, maar ook handvaten om gelijkaardige projecten op te zetten in andere lokale settings.\n\nConsolidatiedoelstellingen:\n1. Het welzijn van studenten en leerkrachten in alle deelnemende organisaties verhogen.\n2. Het ontwikkelen van eigenschappen en vaardigheden waaronder zelfvertrouwen, het gevoel van eigenaarschap, empathie voor andere stakeholders en ons leefmilieu, en co-creatief werken.\n3. Toewerken naar de verduurzaming van deze groene initiatieven, met innovatieve economische manieren van denken, cross-sectoraal samenwerken en interculturele uitwisseling als de voornaamste sterkhouders om onze doelstellingen te bereiken.","summary":"Verhoog kennis en bewustzijn rond duurzaamheid in scholen via 'farm-to-table' concept. Educatieve pakketten delen voor duurzame projecten en studentenwelzijn verbeteren.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003082","result_description":null},{"description":"Kinderen en jongeren hebben nood aan publieke ruimte die aansluit bij hun behoeften. Om dit te realiseren, is het belangrijk dat zij actief bij het inrichten van de publieke ruimte worden betrokken. Hiervoor is er nood aan een tool die hun inbreng capteert.\n\nHet Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en Howest zullen daarom samen een digitale tool, onder de naam YET, afwerken. Via deze tool kunnen kinderen en jongeren ruimtes herinrichten aan de hand van een digitale collage. Door het gebruik van deze tool kunnen zij ideeën delen voor de inrichting van openbare ruimte. Zo kan een locatie op een interactieve manier bekeken worden en op verschillende manieren worden aangepast.\n\nGebruikers vullen ook een bevraging in over de locatie. Lokale besturen kunnen via de tool interessante inzichten verwerven. De einddoelgroep voor de ontwikkelde tool zijn kinderen en jongeren, maar ook leerkrachten, lokale besturen en anderen kunnen ermee aan de slag.","summary":"Tool YET laat kinderen en jongeren digitaal publieke ruimtes herinrichten en ideeën delen. Lokale besturen krijgen waardevolle inzichten. Einddoelgroep: kinderen, jongeren, leerkrachten en lokale besturen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003083","result_description":"Het prototype zal in het project worden doorontwikkeld naar een werkende en volwaardige applicatie die voor iedereen vrij te downloaden is. Bedoeling van de app is jongeren de kans te bieden om hun eigen ideeën rond publieke ruimte vorm te geven en te delen met elkaar én beleidsmakers. Tegelijk is de applicatie een bruikbare beleidstool/participatietool die beleidsmakers kan helpen om betere beslissingen te nemen in het kader van duurzame publieke ruimte van hun stad of gemeente.\n\nOpstellen van een onderhouds- en ondersteuningsmodel om de applicatie live te houden op de App- en Playstore gedurende x-aantal jaren. Rapportage van de resultaten van 2 testcases waarin de applicatie werd gebruikt. Marketing/communicatie/implementatieplan om de app bekend te maken onder jongeren. Dienstverlening en businessmodel: \n- Participatie & co-creatie trajecten waarin YET als tool wordt gebruikt, op maat van verschillende doelgroepen en afhankelijk van het gewenste eindresultaat (van het genereren van ideeën tot effectieve uitvoeringsprojecten).\n- Methodologie voor trajectbegeleiding en consulting.\n\nBinnen het project wordt een innovatieve methode toegepast om verschillende doelgroepen met elkaar in contact te brengen in een participatief traject. Door middel van een technologische toepassing (mobiele applicatie) worden jongeren uitgedaagd om mee na te denken over publieke ruimte. Maatschappelijke thema’s worden hierdoor met behulp van technologie bespreekbaar gemaakt. Het project maakt hiermee de brug tussen mensgerichte opleidingen en onderzoeksgroepen enerzijds, en de technologische opleidingen en onderzoeksgroepen anderzijds.\n\nHet project geeft een mooie aanzet om publieke ruimte vanuit een andere invalshoek te benaderen, namelijk die van jongeren. Het biedt inspiratie voor overheden, scholen, sportdiensten, om op een innovatieve en inspirerende manier naar hun leefomgeving te kijken. Bovendien leren jongeren deelnemen aan participatieve trajecten en hun kennis omzetten naar de praktijk."},{"description":"**Achtergrond**\n\nBeweging wordt algemeen erkend als een substantieel voordeel voor oudere volwassenen, gezien het hun algehele welzijn verbetert en de prevalentie van gezondheidsrisico's reduceert. Desondanks, om een actieve levensstijl binnen deze demografische groep te faciliteren, is het cruciaal om de determinanten die beweging beïnvloeden grondig te begrijpen.\n\nTraditionele methoden steunen voornamelijk op crossectionele evaluaties, die uitgaan van zowel de stabiliteit van determinanten van beweging over tijd als van hun onafhankelijke werking. De complexiteit van dagelijkse dynamieken brengt echter vaak tijdelijke variabiliteit in individuele determinanten met zich mee.\n\nDigitale fenotypering (DF), uitgevoerd met data afkomstig van persoonlijke digitale apparaten, faciliteert een continue, niet-supervisie gebonden en real-time kwantificering van individueel gedrag binnen hun natuurlijke omgeving. Deze methodologie biedt meer ecologisch valide en dynamische evaluaties, en innoveert ons begrip van de complexiteit achter individuele bewegingspatronen in hun specifieke omgevingscontext.\n\n**Doelstelling**\n\nHet doel van dit onderzoeksproject is een grondige analyse uit te voeren van de essentiële factoren die het bewegingsgedrag van oudere volwassenen beïnvloeden, door middel van het verzamelen van gegevens over hun levensstijl. Deze gegevensinzameling is gericht op het optimaliseren van de MIA-app die ontwikkeld werd tijdens het voorgaande PWO-project P133.\n\n**Methoden**\n\nObservationale data zullen gedurende een periode van twee weken worden verzameld om diverse functies te evalueren, waarbij zowel crosssectionaal- als longitudinale dataverzamelingstechnieken worden gecombineerd. Patronen in bewegingsgedrag en de invloeden op uitkomsten van beweging zullen worden gedetecteerd, met het doel digitale fenotypen gerelateerd aan beweging te identificeren.\n\nDe meetmethoden zijn gebaseerd op het 'Behavior Change Wheel' en omvatten zowel zelfrapportages en klinische beoordelingen voor de crosssectionele datacollectie, als ‘ecological momentary assessment en time series analyse voor longitudinale gegevens. De statistische analyse omvat machine learning technieken voor het beheersen van datacomplexiteit, waarbij onbegeleide leeralgoritmen worden ingezet om patronen te ontdekken, en begeleide leeralgoritmen om variabelen te identificeren.\n\nDe analyses zullen worden uitgevoerd in RStudio (versie 3.6.3), met een significantieniveau vastgesteld op 0,05.\n\n**Discussie**\n\nEen innovatieve benadering voor het begrijpen van bewegingsgedrag bij oudere volwassenen zal in deze studie worden toegepast. De uitdagingen omvatten variaties in technologieadoptie, bruikbaarheid en de onbewezen validiteit van gezondheidstechnologieën. Ethische overwegingen, de representativiteit van de steekproef, betrokkenheid van deelnemers en expertise op het gebied van machine learning vormen eveneens cruciale aspecten voor het welslagen van de studie.\n\nDeze studie biedt beloftevolle perspectieven voor het overbruggen van traditionele en dynamische beoordelingsmethoden van bewegingsgedrag bij ouderen, ter bevordering van een actieve levensstijl.","summary":"Verbeter het begrip en de beoordeling van bewegingsgedrag bij ouderen met digitale fenotypering. Verzamel gegevens om MIA-app te optimaliseren en identificeer digitale fenotypen verbonden aan beweging. Gebruik geavanceerde statistische analyse in RStudio voor patronen en variabelen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003084","result_description":null},{"description":"De negentiende eeuw was lang niet zo hip als de 'oude muziek'. De interesse in een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk (HIP) is vooral gegroeid vanuit de oudemuziekbeweging, die rond de jaren 1960 in een stroomversnelling raakte. Gaandeweg heeft deze manier van denken zich ook uitgebreid tot de klassieke en romantische periode.\n\nMet het onderzoeksproject HIP XIX&XX wil Labo XIX&XX dit rijke en complexe veld voeden met informatie uit de erfgoedbibliotheek van het KCA. Het project beoogt de ontwikkeling van een digitaal platform voor historische uitvoeringspraktijk in de 'lange' negentiende eeuw (i.e. van 1789 tot aan de Eerste Wereldoorlog).\n\nDit platform brengt volgende elementen samen:\n- Een uitgebreide en unieke collectie met historisch geannoteerde partituren (zowel negentiende-eeuwse partituren met annotaties uit die tijd, als over oudere met negentiende-eeuwse annotaties) uit de KCA-bibliotheek, die op dit moment nog niet ontsloten en onderzocht is op basis van haar uitvoeringsgerichte kwaliteiten;\n- Negentiende-eeuwse publicaties met aanwijzingen over uitvoeringspraktijk (theoretische traktaten, concertprogramma’s, recensies);\n- Egodocumenten met uitvoeringsinformatie (brieven, notities, verslagen);\n- Vroege klankopnames.\n\nDaarmee wil 'HIP XIX&XX' een plaats creëren om informatie uit gerelateerde projecten te verzamelen en te delen, en dus te verduurzamen, en zo fungeren als startpunt voor muziekvorsers allerhande om met het materiaal aan de slag te gaan.","summary":"Ontdek HIP XIX&XX: een digitaal platform van Labo XIX&XX met historische partituren, publicaties en klankopnames uit de negentiende eeuw. Verken unieke bronnen voor onderzoek naar historische uitvoeringspraktijk en deel informatie met muziekvorsers.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003085","result_description":"1. Het digitale platform fungeert als doel en als middel: het is een verzamelpunt en communicatiekanaal voor ‘performance studies’ rond de KCA-erfgoedbibliotheek en daarbuiten.\n\n2. Er wordt inzicht geboden in het proces door middel van tussentijdse publicaties en toonmomenten met muziek.\n\n3. Het ‘momentum’ wordt gecreëerd door de lancering van het digitale platform met een concert en een panelgesprek.\n\n4. Nazorg en bestendiging omvatten het onderhouden van contacten met het netwerk en opleidingen om de inhoud van het platform te laten leven. Over de tijdsgrenzen van het project heen zal er continue output gegenereerd blijven worden."},{"description":"Leerkrachten kunnen een krachtigere leeromgeving creëren voor hun leerlingen wanneer ze meer kennis hebben over hoe kinderen leren. Wetenschapscommunicatie in combinatie met psycho-educatie en het aanreiken van concrete handvaten is hierbij essentieel.\n\nMet deze bijdrage, in samenwerking met Leerpunt, stellen we daarom een evidence-informede reeks podcastafleveringen voor waarin we wetenschappelijke kennis over verschillende onderwerpen rond rekenen, rekendidactiek en rekenproblemen zullen toelichten en bediscussiëren met experts uit de wetenschap en uit de praktijk.\n\nOp deze manier werken we aan sensibilisering en psycho-educatie om evidence-informed werken in de onderwijspraktijk te ondersteunen en te stimuleren.","summary":"Leerkrachten creëren krachtige leeromgeving met kennis over kinderen. Podcastserie met experts uit wetenschap en praktijk ondersteunt evidence-informed onderwijspraktijk.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003086","result_description":null},{"description":"We leven virtueel. De grenzen tussen mens en machine veranderen voortdurend. Het feit dat virtual en augmented reality een steeds belangrijker onderdeel van ons leven beginnen te worden, kan een rol spelen in hoe we elkaar zullen ervaren. Voor de mens is het bijna vanzelfsprekend dat zijn omgeving opnieuw kan worden ingericht. Wat als er een manier is om deze metamorfosen op onszelf toe te passen?\n\nOnze digitale avatar is een identieke tweeling, een virtuele duplicatie die in de cloud rondzwemt. Een cloudganger. Zou hij precies op ons lijken? Of is hij eerder een niet esthetische, vormeloze en kleurloze gegevensopslag. Wat als je je eigen digitale tegenhanger kan ontwerpen - in wezen jezelf opnieuw ontwerpen - als een creatieve mogelijkheid om je bestaan te vereeuwigen? Uit welke esthetische elementen bestaat dit cloud-DNA en hoe schilderen wij met pixels dit hedendaags digitaal zelfportret?\n\nMet de huidige technologieën als AR, VR, creative coding en 3D scans kunnen we onze cyber avatar naar een hoger niveau tillen. We kunnen deze nieuwe technieken op onze virtuele tweeling toepassen. Laten we ons Zoom spiegelbeeld vallen en begin je tabula rasa? Gebruik jezelf als een onbewerkte blok klei, door je toetsenbord en cursor te gebruiken zoals een beeldhouwer zijn handen en gereedschap gebruikt om een sculptuur te vormen. Wat voor effect heeft dit op de perceptie van onze digitale identiteit? Dit onderzoeksproject neemt dit uitgangspunt en verkent de mogelijkheden om het beeld van de digitale avatar in vraag te stellen en te herontwerpen, verschillend van het traditionele zelfportret.","summary":"Ontdek de toekomst van digitale identiteit met AR, VR en 3D scans. Herontwerp je digitale avatar als creatieve expressie en verander je perceptie van zelfportretten. Transformeer je cyber tweeling met innovatieve technologieën voor een unieke digitale ervaring.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003087","result_description":null},{"description":"Exploitanten en eigenaren gaan ervan uit dat putcorrosie een grote invloed heeft op de levensduur van offshore en maritieme constructies. Hiermee wordt echter niet expliciet rekening gehouden in ontwerpberekeningen, behalve tot op zekere hoogte door het gebruik van S-N krommen voor vrije corrosie.\n\nDit komt omdat de fundamentele mechanismen van gelokaliseerde corrosie in koolstofstaal nog niet volledig begrepen worden, omdat ze alleen beschreven zijn voor materialen zoals roestvast staal. Het blijft onduidelijk of koolstofstaal in een maritieme omgeving onderhevig is aan 'echte' putcorrosie of eerder aan 'heterogene uniforme corrosie', en onder welke omstandigheden dit kan leiden tot een vermindering van de (vermoeiings)levensduur. Er zijn momenteel geen bewezen methoden om het ontstaan en de groei van corrosieputjes in-situ te monitoren.\n\nDe essentie van de beoogde wetenschappelijke innovatie is het verkrijgen van een verbeterd fundamenteel begrip van hoe en onder welke omstandigheden corrosie van koolstofstaal in een maritieme omgeving kan leiden tot 'pitting', waarbij een 'pit' hier gedefinieerd wordt als een gelokaliseerde aantasting die leidt tot een vermindering van de levensduur van een constructie. Daarnaast willen we kwantitatieve gegevens verkrijgen over de grootte, vorm en groeisnelheid van 'putten' door (1) nieuwe, robuuste en standaardiseerbare methoden te ontwikkelen om corrosiecoupons te analyseren; en (2) methoden te onderzoeken om de putgevoeligheid van koolstofstaal continu te monitoren met behulp van elektrochemische technieken. Tenslotte moet er een methode ontwikkeld worden om de verkregen kwantitatieve data te vertalen naar input voor levensduurmodellen.\n\nDe academische innovatiedoelstellingen kunnen worden samengevat in een aantal (sub)doelstellingen:\n\nObj. 1: Beter begrip van mechanismen van gelokaliseerde corrosie van koolstofstaal\n➢ Subdoel 1.1: Studie van gelokaliseerde corrosie met behulp van elektrochemische technieken bij min. 3 temperaturen, 3 zoutconcentraties, verzadigde en lage zuurstofconcentratie.\n➢ Sub-Object 1.2: Laboratoriumonderzoek naar 3 verschillende oppervlakteomstandigheden (blank staal, voorbehandeld, walshuid).\n➢ Subdoelstelling 1.3: Onderzoeken van het oorzakelijk verband tussen de hoeveelheid en typologie van macrofouling en plaatselijke corrosie en wat het achterliggende mechanisme is door het analyseren van coupons die in het veld zijn blootgesteld.\n➢ Subdoelstelling 1.4: Onderzoek naar modderlijncorrosie door ten minste 2 koolstofstalen strips gedurende 1,5 jaar bloot te stellen.\n➢ Subdoelstelling 1.5: Voer ter plaatse een experiment met kathodische bescherming (CP) uit, waarbij CP met tussenpozen wordt in- en uitgeschakeld, met gebruikmaking van kale en vooraf gecorrodeerde oppervlakken.\n➢ Sub-Object 1.6: Een schematische grafiek presenteren van hoe putjes groeien (breedte vs. diepte; samensmelten van putjes) in de loop van de tijd, met illustraties van en hoe dit de oppervlaktemorfologie in de loop van de tijd beïnvloedt.\n\nDoelstelling 2: Elektrochemische meettechnieken voor continue bewaking van plaatselijke corrosie van koolstofstaal\n➢ Subdoel 2.1: Onderzoeken hoe EFM, ECN en EIS kunnen worden gebruikt om putcorrosie te detecteren en of de respons van deze technieken kan worden gebruikt om de intensiteit en de ontwikkeling van putcorrosie te kwantificeren.\n➢ Sub-Obj. 2.2: Definieer een methodologie en gegevensanalysemethode (op basis van toelaatbare drempelwaarden voor omgevingslawaai) om EFM, ECN en/of EIS te kunnen gebruiken als veldmonitoringmethoden.\n\nObj. 3: Gestandaardiseerde methode voor de analyse en interpretatie van gecorrodeerde coupons\n➢ Subdoel 3.1: Combineer lokale elementmetingen van EDX (binnen putjes) met de globale structuurmetingen van GIXRD op een groot aantal monsters (>200) met verschillende blootstelling.\n➢ Sub-Obj. 3.2: Een standaardiseerbare methode ontwikkelen om putcorrosie te kwantificeren op basis van 3D-scans.\n➢ Subdoel 3.3: 3D-scans van veel coupons (>200) analyseren en putdiepte/grootte/verdeling kwantificeren.\n\nObj. 4: Statistisch kader om veldgegevens om te zetten in invoergegevens voor levensduurmodellen\n➢ Subdoel 4.1: Maak een lijst van de inputvereisten voor verschillende modeltypes en vergelijk deze met beschikbare gegevens. Identificeer kritieke gegevens die beschikbaar zijn via PIT, maar die niet in de huidige modellen worden gebruikt.\n➢ Subdoelstelling 4.2: Een statistisch kader ontwikkelen om (veld)gegevens om te zetten in invoergegevens voor modellen voor de levensduur.","summary":"Verbeterde fundamentele kennis verkrijgen over putcorrosie in maritieme omgevingen voor langere levensduur van constructies. Nieuwe methoden ontwikkelen voor continue monitoring van corrosie en standaardanalyse van gecorrodeerde materialen, met als doel input te leveren voor levensduurmodellen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003088","result_description":null},{"description":"Corrosie van offshore staalconstructies resulteert in kosten en onzekerheid door een impact op de levensduur.\n\nOp vandaag bestaat er geen kostenefficiënte en realistische methode om corrosie te monitoren, terwijl algemeen wordt aanvaard dat een nauwkeurige inschatting van corrosie zal leiden tot ofwel kleinere corrosietoeslagen (reductie in kosten en staalgebruik) of een langere levensduur.\n\nDaarom wil COMOSEA een realistische benadering ontwikkelen voor fleet-wide corrosiemonitoring door gebruik te maken van SCADA-data van het ICCP-systeem (Impressed Current Cathodic Protection).","summary":"Offshore staalconstructies lijden onder corrosie, wat kosten en onzekerheid met zich meebrengt. COMOSEA ontwikkelt een kostenefficiënte methode om corrosie te monitoren met behulp van SCADA-data van het ICCP-systeem voor langere levensduur en lagere kosten.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003089","result_description":null},{"description":"SMART-AGE richt zich op het bevorderen van de 15-Minute City-transitie door de mobiliteit van ouderen (65+) te verbeteren. Het project onderzoekt de barrières die deze groep ervaart bij het gebruik van slimme en gedeelde mobiliteitsopties en het risico op sociale isolatie door beleid dat privé-autobezit ontmoedigt.\n\nMet een interdisciplinair team ontwikkelt SMART-AGE inclusieve beleidsrichtlijnen en oplossingen die mobiliteit voor ouderen toegankelijker maken en hun overstap naar gedeelde mobiliteit ondersteunen. Het project draagt bij aan sociaal-economische duurzaamheid door steden inclusiever te ontwerpen en stem te geven aan de behoeften van oudere volwassenen.","summary":"SMART-AGE bevordert de 15-Minute City-transitie door ouderen mobiliteit te verbeteren en sociale isolatie te verminderen. Inclusieve beleidsrichtlijnen en oplossingen worden ontwikkeld om gedeelde mobiliteit toegankelijker te maken voor ouderen, waardoor steden sociaal-economisch duurzamer worden.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003090","result_description":null},{"description":"This Small House Is All We Need is een steeds groter wordend netwerk van artistieke projecten die in nauwe samenwerking tot stand zijn gekomen met familie en vrienden in Watts, Californië. \n\nDeze projecten, variërend in grootte en schaal, omvatten, maar zijn niet beperkt tot installaties, publicaties, objecten en interventies in de openbare ruimte filmen. \n\nLopende gesprekken, het begrip van de verschillende talenten en verlangens van de betrokkenen, evenals de overweging van de tools en beschikbare middelen stellen ons in staat om de projecten te conceptualiseren als kleine stukjes die passen in een groter lichaam met een open einde van werk. \n\nOngevallen, mislukkingen, toeval, onvolledigheid en improvisatie integreren in het DNA van de projecten stellen ons in staat om het werk in vele richtingen te laten groeien zonder vast te houden aan het idee van een vooropgezette eindbestemming. \n\nThis Small House Is All We Need drukt onze behoefte uit om de gemeenschap te koesteren, onze verschillen te omarmen en erop voort te bouwen, en om nooit te stoppen met mijn eigen witheid en het potentieel weg te halen bedreigingen die het vormt voor de mensen om me heen in Watts en daarbuiten.","summary":"This Small House Is All We Need is een groeiend netwerk van artistieke projecten in samenwerking met familie en vrienden in Watts, Californië. Door open gesprekken en diverse talenten ontstaan unieke projecten zonder vast einddoel, waarbij diversiteit en gemeenschap centraal staan.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003091","result_description":"A film project."},{"description":"Additive manufacturing en conventionele productie worden nog vaak als concurrenten gezien, terwijl de combinatie van beide misschien wel het grootste potentieel heeft. De implementatie van de combinatie van additive manufacturing (AM) en verbindingsprocessen wordt steeds meer gevraagd door bedrijven uit verschillende industriële sectoren vanwege:\n• de noodzaak om AM-onderdelen te verbinden met andere AM-onderdelen of conventionele producten om te voldoen aan de technische, functionele en geometrische eisen van het eindproduct;\n• de beperkte maximale afmetingen van de componenten die met AM geproduceerd kunnen worden,\n• de noodzaak om hybride multi-materiaal AM-onderdelen te ontwikkelen, die de materialen gebruiken met de gewenste eigenschappen voor elk onderdeel van het product.\nCOAMWELD zal verbindingsconcepten onderzoeken en ontwikkelen voor het verbinden van additief vervaardigde componenten voor verschillende toepassingen. Het doel is om dergelijke verbindingen mogelijk te maken, te parametriseren en de gepaste kwaliteitscontroles uit te voeren, zodat de vooraf gedefinieerde eisen en kwaliteitscriteria (laseigenschappen, geometrie, oppervlak, ...) kunnen worden bereikt.\nDe combinatie van AM en lassen zal worden onderzocht, inclusief de interacties tussen beide, en hun gecombineerde effect op de resulterende eigenschappen van de gelaste componenten. Het doel is om procesverbeteringen te realiseren met betrekking tot de kwaliteit van de verbindingen en de eindproducten, de processtabiliteit en productiviteit.\nEr zal worden aangetoond dat de verbindingstechnologieën in het kader van dit onderzoek waardevol, robuust en economisch aantrekkelijk zijn voor het verbinden van AM-componenten, waardoor de bedrijven op een snelle en efficiënte manier hybride AM-componenten kunnen produceren.\nDoor AM-onderdelen aan andere werkstukken te koppelen, wordt het mogelijk om grotere AM-onderdelen te maken die voorheen niet mogelijk waren, om de prestaties van bestaande producten te verbeteren of om nieuwe producten te creëren. Hierdoor kunnen bedrijven producten maken met meer functionaliteiten of met andere materialen, en dus met een hogere toegevoegde waarde. De gegenereerde kennis in het project zal de volgende effecten hebben:\n• verhoogde competitiviteit van de bedrijven dankzij de succesvolle en versnelde overgang naar additieve productie van metalen,\n• een meetbare verbetering van de productie van AM-werkstukken voor bedrijven die al actief zijn met AM van metalen. De ratio van “first-time-right” producten zal toenemen, productiekosten en materiaalinput zullen verder afnemen,\n• de juiste technologische keuzes en een kortere leercurve voor bedrijven die overwegen om AM in combinatie met lassen te implementeren of te gebruiken,\n• een concurrentievoordeel op het gebied van levertijd of kosten voor bedrijven die AM en lassen inzetten in hun waardeketen, zowel intern als extern in onderaanneming.\nCOAMWELD verzamelt een breed maar tegelijkertijd hoog gekwalificeerd en multidisciplinair consortium bestaande uit 6 Europese partners en de gebruikerscommissie; het Belgisch Lasinstituut, VIVES Hogeschool, GSI, SLV München, SLV Berlijn en de Technische Universiteit van München.","summary":"Ontdek de kracht van het combineren van additive manufacturing (AM) en verbindingsprocessen voor het creëren van hybride AM-componenten met superieure eigenschappen. COAMWELD onderzoekt en ontwikkelt verbindingstechnologieën om bedrijven te helpen efficiënt en snel hoogwaardige producten te produceren, wat resulteert in verbeterde concurrentiepositie, lagere productiekosten en verhoogde toegevoegde waarde.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003092","result_description":null},{"description":"Sinds september is het project De Sympoiesis Tuin gestart in de Academie. Dit is mijn éénjarig onderzoeksproject voor 2022-2023. Deze tuin functioneert als een safe(r) space voor diversiteit waar iedereen welkom is. De tuin is een belangrijke meerwaarde voor het delen van kennis en ervaring over natuur.\n\nVia deze aanvraag wil ik de Sympoiesis tuin uitbreiden en verder ontwikkelen naar een duurzame praktijk. Het grondwerk is reeds gebeurd, maar ondersteuning is nodig om de nieuwe aanplanting van een perk naar een tuin te ontwikkelen. Dit tweejarig onderzoeksproject gaat over het opstarten van een community garden waarin kunst & ecologie samenkomen en die wordt voortgezet door de studenten.\n\nLetterlijk neemt dit project de studenten mee naar buiten om op een zinvolle manier op persoonlijk en artistiek vlak met ecologie te werken. Door vrijblijvend mee te tuinieren in de Academie kunnen ze met botanische kennis hun eigen praktijk verrijken en een nieuw denkbeeld ontwikkelen. De historische Academie tuin wordt geactualiseerd door hedendaagse theorie over de natuur en klimaatsverandering. We werken met de boeken When Species Meet en Staying with the Trouble van Donna Haraway, een belangrijke stem in het pluralistisch denken in de wetenschappen en de kunsten.\n\nHet doel is om deze inclusieve community garden te verweven in de grotere werking van de Academie. Dit project zal zowel online als offline gedeeld worden in publicaties, een website en een uitnodigende tuin waarin actief wordt getuinierd.","summary":"De Sympoiesis Tuin is een inclusieve community garden die kunst, ecologie en kennis deelt. Studenten werken samen in een duurzame praktijk en verrijken hun botanische kennis. Het project integreert hedendaagse theorieën over natuur en klimaatverandering, geïnspireerd door Donna Haraway. Doel is om de tuin te laten uitgroeien tot een centraal onderdeel van de Academie, zowel online als offline.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003093","result_description":"De eerste output voor dit project is de tuin zelf, een 'patch' als cultuur-natuur studie in de Academie. Dagelijks lopen studenten en bezoekers door deze tuin, hier wordt zichtbaar gewerkt en de borden en labels dienen als communicatiemiddel.\n\nDe tweede output is de Instagram-pagina @royalacademyantwerpgarden waardoor de werking van de tuin actief gelinkt wordt aan profielen en projecten van anderen in de beeldende kunsten. Deze account is verbonden met het profiel @artandresearchantwerp. Ook na het onderzoeksproject kan dit worden voortgezet.\n\nDe derde output is in samenwerking met Loraine Furter en de studenten die willen deelnemen. We maken samen een publicatie over de tuin en onze werking om de tuin te vertalen naar een ecofeministische meerstemmigheid. Deze publicatie zal beschikbaar zijn in de bibliotheek van de Academie.\n\nDe ontwikkeling van de Sympoiesis-tuin blijft te volgen in het online logboek via https://elinedc.blogspot.com/p/the-royal-academy-of-antwerp-garden.html en in de loop van het voorjaar 2023 wordt er in samenwerking met onderzoeksgroep Caveat een nieuwe website ontwikkeld als deel van het éénjarig onderzoek 2022-2023."},{"description":"Dit project onderzoekt de mogelijkheid voor ingebruikname van alternatieve brandstoffen en aandrijftechnologieën door langeafstandsbussen (autocars) ter vervanging van diesel, en de winst op vlak van decarbonisatie die met die verschillende aandrijftechnologieën en brandstoffen kan worden gemaakt.\n\nDe aanvragers evalueren batterij-elektrische aandrijving, hydrogenated vegetable oils (HVO), methanol, waterstof, hybride en dual-fuel-systemen, en PV-panelen als range extender. Ze beogen tevens het inzicht te verhogen in de impact van deze alternatieven op de bedrijfsvoering bij het busvervoer voor de lange afstand (>300km) in Vlaanderen. Zowel op vlak van duurzaamheid (CO2-reductie, etc...), technische en economische haalbaarheid, juridische mogelijkheid en -consequenties en gebruiksvriendelijkheid.\n\nHet doel is de sensibilisatie van een breed gedragen transitie naar duurzame technologie door de volledige sector en het helpen van Vlaamse busbedrijven bij het kiezen van milieu- en klimaatvriendelijke technologieën om hun uitstoot te verminderen en te voldoen aan EU-regelgeving.","summary":"Onderzoek naar alternatieve brandstoffen voor duurzaam busvervoer >300km in Vlaanderen om CO2-uitstoot te verminderen en EU-regelgeving te volgen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003094","result_description":null},{"description":"Door het bouwen aan een data-ecosysteem voor voeding en zorg wil het consortium Vlaamse ondernemingen in de voeding en zorgsector motiveren om met deze kennis en technologie aan de slag te gaan. Aan de hand van een geoptimaliseerde tool om voedselinname te monitoren wil men de mogelijkheden van datacaptatie in een zorgcontext duidelijk naar voren brengen en zo aanzetten tot een meer datagedreven aanpak.\n\nDe doelgroepen zijn enerzijds, vanuit de zorgsector, woonzorgcentra en ziekenhuizen en hun grootkeukens. Anderzijds zijn er doelgroepen vanuit de voedingssector, bedrijven die (interesse hebben in) leveren aan de zorgsector. Daarnaast is er een doelgroep van technologieaanbieders die oplossingen aanbieden aan de zorg- en voedingssector inzake maaltijdbeheer en databeheer.","summary":"Motiveren Vlaamse ondernemingen in voeding en zorg tot gebruik data ecosysteem voor voedselinname monitoring. Doelgroep: zorgsector, voedingsbedrijven en technologieaanbieders.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003095","result_description":null},{"description":"Binnen dit project willen we een veralgemeende, herhaalbare en opschaalbare methodiek ontwikkelen voor het op punt stellen en aanpassen van maaltijden en maaltijdcomponenten die inspelen op specifieke voedingsbehoeften van de consument. Door deze methodiek kenbaar te maken bij bedrijven raken ze geïnspireerd om zelf aan de slag te gaan om aanpassingen te doen. Aanpassingen kunnen gebeuren op alle mogelijke momenten in de keten, startend bij het kiezen van de ingrediënten tot de consumptie van de maaltijd. \n\nIn de eerste plaats worden de voedingsverwerkende bedrijven en hun toeleveranciers betrokken. Zij zijn de belangrijkste vragende partij voor kennis en informatie over hoe ze hun processen en recepturen moeten en kunnen aanpassen in functie van de noden van de eindgebruiker. \n\nDaarnaast richten we ons op (zorg)organisaties die maaltijden produceren voor specifieke doelgroepen. Dit kunnen ziekenhuizen zijn die dagelijks heel wat maaltijden moeten voorzien voor diverse doelgroepen, allemaal met andere voedingsbehoeften. Maar dit gaat ook over zorginstellingen waar ouderen verblijven die ook hun specifieke behoeften hebben. Dikwijls wordt gewerkt via een centrale keuken die voor verschillende vestigingen en doelgroepen produceert. \n\nDe logistieke stap (vervoeren, bewaren) tussen deze verschillende vestigingen maakt ook deel uit van dit project. Sommige instellingen bereiden hun maaltijden zelf, maar een belangrijk deel doet beroep op externe cateraars en foodservicebedrijven die consumptieklare maaltijden of maaltijdcomponenten aanbieden. Ook deze laatste groep is op zoek naar informatie en kennis.","summary":"Ontwikkeling van methodiek voor aanpassen maaltijden aan voedingsbehoeften consumenten. Focus op voedingsverwerkende bedrijven, zorgorganisaties en cateraars. Opschaling van aanpassingen in keten voor diverse doelgroepen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003096","result_description":null},{"description":"In het COOCK+ project 4.0 maturiteitsversnelling worden verspanende bedrijven begeleid om de transformatie te zetten naar een predictieve aansturing van productieprocessen. Het combineren van real-time productiedata (visibiliteit) met theoretische voorspellingsmodellen (transparantie) wordt gedemonstreerd in een laagdrempelig productieplatform dat de uitkomst van verspaningsprocessen live in beeld brengt (predictie).\n\nDit COOCK+ project mikt op de ruime doelgroep van verspanende bedrijven, bedrijven die producten uit hout, kunststof of metaal maken met minstens een of andere verspanende activiteit. Dit betreft +/- 9000 bedrijven, waarvan 94% aan kmo’s. De focus ligt op de bedrijven die vandaag al zoeken naar bewezen of veelbelovende verbeteringen voor hun productieapparaat, oftewel zo’n 3000 bedrijven.\n\nDe reëel te bereiken doelgroep zijn de bedrijven die reeds de mogelijkheden van het modelgebaseerd selecteren van procescondities geëxploreerd hebben en de fundamentele stappen hebben gezet om hun productie te beheersen. Dit gaat concreet om ongeveer 10% van deze ruime doelgroep op basis van hun absorptiecapaciteit en motivatie om stappen te zetten.\n\nDe secundaire doelgroep zijn technologiebedrijven die (deel)oplossingen hebben om procesdata ter beschikking te stellen. Waar commercieel beschikbare sensoren, tools of platformen kunnen ingeschakeld worden, zal dit ook gedemonstreerd en geïntegreerd worden. Voor hen wordt kennis ontwikkeld en beschikbaar gesteld over hoe zij hun technologie kunnen inzetten om verspanende processen predictief te controleren. Deze secundaire doelgroep wordt ingeschat op een 100-tal bedrijven in Vlaanderen.","summary":"Dit project begeleidt verspanende bedrijven naar predictieve productieaansturing door real-time data te combineren met voorspellingsmodellen. Gericht op 3000 bedrijven die zoeken naar verbeteringen, met focus op 10% die al stappen hebben gezet. Ook biedt het kennis aan 100 technologiebedrijven in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003097","result_description":null},{"description":"Zorg dragen voor de wereld waarin we leven, is nog nooit zo polariserend geweest als vandaag. De klimaatopgave is te groot om ons voor te stellen. Ook overheden slagen hier niet in. Ze schuiven hun verantwoordelijkheid af op de individuele burger.\n\nDeze vorm van responsabilisering enerzijds en de verkleutering, privatisering en criminalisering van de publieke ruimte anderzijds, is sterk aanwezig in Antwerpen. De stad is als het ware uitgewoond. Dit heeft ook gevolgen voor de ruimtelijke professionals. Waar zij een halve eeuw geleden nog provocatief, creatief en ambitieus mochten zijn, worden nu overal dezelfde recepten gebruikt.\n\nArchitectuur en stedenbouw zijn al lang niet meer visionair. Niet omdat er een gebrek is aan goede ideeën, wel omdat het beleid, de bouwpraktijk en wellicht ook de sociale context er nog steeds niet aan toe is.\n\nDe ‘(On)bewoonbare stad’ probeert te achterhalen hoe dit komt – aan de hand van vier interactieve sporen en evenveel formats als onderzoeksresultaat. Zo maakt een open en levend archief de actuele waarde van de ‘grenzeloze mogelijkheden’ uit de visionaire architectuur en het utopische gedachtengoed inzichtelijk.\n\nEen publieke debattenreeks nodigt actiegroepen uit om samen te reflecteren over wat een stad ‘bewoonbaar’ maakt en of dit wel een wenselijk – laat staan realistisch – streefdoel is. Een documentaire volgt op de voet hoe Antwerpen ‘onbewoonbaar’ verklaard kan worden en gaat na of deze vorm van stedelijk activisme burger en bestuur kan bereiken.\n\nEn tot slot wordt in enkele concrete casestudies de onbewoonbaarheid van Antwerpen aangegrepen om beperkende fysieke grenzen te transformeren tot ‘mogelijke grenzen’ – door ze op een compleet andere, meer sociale, toegankelijke en veranderingsgerichte manier te ontwerpen, te gebruiken en te delen.","summary":"Ontdek de oorzaken van stedelijke problemen en onbewoonbaarheid in Antwerpen. Verken grenzeloze mogelijkheden in architectuur en stadsontwerp, stimuleer debat en actie voor een leefbare stad. Transformatie van beperkingen naar mogelijkheden voor een sociale en toegankelijke omgeving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003098","result_description":"Doelstelling is de ontwikkeling van een ‘open’ en ‘levend’ archief met sleutelteksten, plannen, concepten en interviews.\n\nHier is veel opzoek- en leeswerk voor nodig, maar ook het afnemen van interviews zijn onderdeel van deze onderzoekslijn.\n\nZo staat er een gesprek gepland met Luc Deleu, de laatste visionaire architect van België.\n\nEn een interview met Nico Dockx, promotor van dit onderzoek, over het werk van Yona Friedman."},{"description":"De impact van de digitale kloof op kwetsbare Gentenaars kan bijzonder groot zijn: beperkte toegang tot diensten, beperkte informatie en communicatie, minder kansen op de arbeidsmarkt, kans op sociaal isolement,... Stad Gent wil zich dan ook engageren om de digitale vaardigheden van kwetsbare Gentenaars te versterken binnen het hulpverleningstraject en hulpverleners hierin te ondersteunen.\n\nIn een voortraject worden enerzijds de drie partners binnen het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) Gent bevraagd, en anderzijds de welzijnsbureaus, groeiteam en inloopteams. Vanuit de bevindingen uit het voortraject wordt een vormingspakket uitgewerkt met als centrale uitdaging: ‘Hoe ga je aan de slag met digitale oefenkansen (blended vormen van hulpverlening) in het hulpverleningstraject en welke digitale vaardigheden en competenties (van sociaal werkers en cliënten) zijn hiervoor nodig?’\n\nTen slotte volgt een evaluatie om na te gaan wat het effect (de impact) is van het vormingspakket.","summary":"Stad Gent versterkt digitale vaardigheden van kwetsbare inwoners om kloof te dichten. Partners en hulpverleners worden ondersteund voor betere toegang tot diensten en arbeidsmarkt.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003099","result_description":null},{"description":"Het onderzoek 'Ask your hands to know the things they hold' richt zich op de generatieve materialisatie van fotografische beelden met behulp van niet-toxisch materiaal. Hierbij wordt de dominante blik van een maker vervangen door het reageren op en het radicaal samenwerken met de mechanismen en grondstoffen. Dit leidt tot een artistiek open proces dat wordt gestuurd door de levende materie zelf.\n\nDit onderzoek zal de nadruk leggen op het lokale aspect, de verbondenheid met de bodem, tradities, fotografische geschiedenis, seizoenen en de zorg voor de aarde. Door zelf aan de slag te gaan met materialen van botanische oorsprong, wil onderzoeker Dries Segers de experimenten leiden tot nieuwe apparaten en technieken die zowel historische als innovatieve kennis (her)activeren.","summary":"Ask your hands to know the things they hold' onderzoekt generatieve materialisatie van fotografische beelden met niet-toxisch materiaal. Beeldcreatie wordt geleid door levende materie, met focus op lokale tradities en aarde. Dries Segers experimenteert met botanisch materiaal voor nieuwe technieken en kennis.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003100","result_description":"Hier is de verbeterde tekst:\n\nTentoonstelling 'Ask your hands to know the things they hold' met artistiek werk gebaseerd op botanische grondstoffen en biotechnische methodes.\n\nDidactisch: Masterclass (2023)\n\nDidactisch + verspreiding: website met bronmateriaal, procesmateriaal, gesprekken, het beeldmateriaal van het werk, de machines, de geschiedenis en links naar belangrijke artikels.\n\nSoup session met uiteenzetting website. (2024)\n\nVoortgangsverslag (juni 2022)\n\nEindverslag (september 2024)"},{"description":"Probleemstelling\n\nIn het basisonderwijs in Vlaanderen krijgen leerkrachten steeds vaker te maken met vragen of opmerkingen rond diversiteit, identiteit of polarisatie. Leerkrachten geven daarbij aan onzeker te zijn rond hun aanpak in de klas en de samenwerking met ouders daarrond. Dit speelt vooral bij leerkrachten van jonge kinderen (4-7 en 8-12 jaar), waar de ontwikkeling van vooroordelen, stereotypen en sociale interactiepatronen begint, terwijl ondersteuning op deze thema’s bij deze leeftijdsgroepen ontbreekt.\n\nHoewel er verschillende initiatieven en theoretische tools beschikbaar zijn (zoals \"Demoklap\" voor het voeren van gesprekken en “Re-flex” rond vooroordelen, beide gericht op oudere leerlingen), ontbreekt een praktijkgericht, interactief instrument dat deze kwesties systematisch en holistisch aanpakt voor een jongere leeftijdsgroep, met inzichten uit zowel de wetenschap als praktijkervaringen van leerkrachten en ervaringsdeskundigen. Dit nieuwe instrument zal leerkrachten niet alleen informeren, maar ook activeren door middel van herkenbare casussen, voorbeeld-lesvoorbereidingen, checklists en reflectievragen die hen direct in hun klaspraktijk ondersteunen.\n\nOnderzoeksvraag\n\nHoe kunnen we leerkrachten kleuter- en lager onderwijs ondersteunen bij het ontwikkelen van diversiteitscompetenties, leren omgaan met toenemende polarisatie in de klas en ondersteunen bij het blijvend en warm samenwerken met ouders, ook bij weerstand omtrent ‘taboe-onderwerpen’ zoals seksuele opvoeding en gender in het onderwijs. Specifieke doelstellingen zijn:\n\n- Methoden aanbieden voor zelfreflectie\n- Methoden en handvaten aanbieden voor het voeren van gesprekken met leerlingen, zowel proactief als reactief, die ook ondersteunen van leerkrachten bij polariserende gesprekken in de klas.\n- De samenwerking tussen ouders en scholen versterken, ook in gesprekken omtrent ‘moeilijke onderwerpen’ en bij weerstand\n- Leerkrachten handvatten bieden om stereotypes en vooroordelen in de klas en in materiaal te herkennen en tegen te gaan.\n- Handvatten aanbieden aan leerkrachten om een klasomgeving te creëren waarin elk kind zichzelf kan herkennen en veilig voelt.\n\nOnderzoeksmethode\n\nHet onderzoek zal uitmonden in de ontwikkeling van een interactieve toolkit, die gratis beschikbaar wordt gesteld in een online versie en bestelbaar als fysiek werkboek. Deze toolkit zal praktijkgericht zijn en zowel helder geformuleerde wetenschappelijke inzichten als concrete les- en praktijksuggesties bevatten. We valideren de aantrekkelijkheid en bruikbaarheid van de toolkit door te vertrekken vanuit een nodenanalyse, expertenbevraging en door deze samen mét leerkrachten te ontwikkelen. Tenslotte nemen we ook de tijd voor een evaluatieronde door leerkrachten.\n\nDe ontwikkeling van de toolkit zal plaatsvinden via een education design research-benadering. Dit houdt in dat we in samenwerking met leerkrachten en experts een co-constructief proces doorlopen, waarbij zowel praktijkervaring als wetenschappelijke kennis wordt benut. De ontwikkeling wordt ondersteund door een Delphi-studie om de belangrijkste prioriteiten vast te stellen. Stappen:\n\n1) Nodenanalyse door reeds uitgevoerde bevraging bij leerkrachten en uitgebreide literatuurstudie\n2) Co-creatie\na. Deplhi-studie waarbij we experten bevragen op het gebied van polarisatie, diversiteit en oudeschoolsamenwerking via een online survey\nb. Brainstorm met circa 7 expert-leerkrachten\nc. Ontwerpdag\nd. Feedback en verbetering\n3) Evaluatiebevraging","summary":"In het basisonderwijs in Vlaanderen ervaren leerkrachten vragen rond diversiteit, identiteit en polarisatie. Er is behoefte aan een praktijkgericht instrument om deze thema's aan te pakken bij jonge kinderen. Een interactieve toolkit zal leerkrachten ondersteunen met zelfreflectie, gespreksvaardigheden, ouderbetrokkenheid en het creëren van een inclusieve klasomgeving. De toolkit wordt ontwikkeld in samenwerking met experts en leerkrachten, met validatie en evaluatie door het onderwijsveld.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003101","result_description":"Toolkit met mogelijks volgende onderwerpen:\n\n- Ontwikkelingspsychologie\n- Reflectie\n- Representatie\n- Gesprekken voeren\n- Lessuggesties\n- Samenwerken met ouders\n\nDe toolkit zal verspreid worden via educatieve netwerken, sociale media van de betrokken onderzoekers en hogeschool, vakbladen, en relevante congressen. Daarnaast wordt gedacht aan een lanceringswebinar voor leerkrachten en andere geïnteresseerde professionals, waarin de werking van de toolkit wordt gedemonstreerd."},{"description":"De grote lacune in (onderzoek naar) gezondheidspromotie is de daadwerkelijke vertaling van interventies in kader van gezondheidspromotie naar effectief gezonder gedrag. Met de aankoop van een ‘Immersive Touring Cube’ (ITC) wil het onderzoeksteam projecten uitvoeren binnen de domeinen gezondheidspromotie en preventie.\n\nHet effect van interventies, mogelijk gemaakt binnen deze infrastructuur waarbij het brede publiek wordt ondergedompeld in immersieve ervaringen, stelt de betrokken onderzoekers in staat om het grotere publiek te sensibiliseren en een gezonde levensstijl te promoten en het effect hiervan op hun gedrag (gezonde levensstijl en/of gedragsverandering) te onderzoeken.\n\nDe Covid-19 pandemie stelt het belang van een gezonde levensstijl en preventieve gezondheidszorg scherp. Chronische welvaartsziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas kwamen in de kijker omwille van de verhoogde risico’s tijdens de pandemie. De roep van experten om meer te investeren in preventie, gezondheidsbevordering en ziektepreventie klinkt luider dan ooit.\n\nDeze ITC krijgt de naam “PrevaCube”. Deze term is een woordspeling op het kenniscentrum ‘PrevAcute’ van de opleiding verpleegkunde, welke zich specifiek inzet op preventieve eerstelijnszorg en gezondheidsbevorderend gedrag. Het onderzoeksteam wil de PrevaCube inzetten als medium voor gezondheidspromotie en sensibilisering op grotere schaal.\n\nDit wordt gekoppeld aan onderzoek naar hoe men zowel fysieke als mentale gezondheid kan ondersteunen en gezond gedrag kan bevorderen bij verschillende doelpopulaties, op een wetenschappelijk onderbouwde manier. Door de koppeling met effectiviteitsonderzoek versterken we de impact van diverse gezondheidspromotieprojecten. De hoofdstandplaats bevindt zich op Campus Noorderplaats in Antwerpen, maar het verplaatsbare karakter zorgt ervoor dat in het kader van onderzoek op diverse settings data kan verzameld worden, zoals bedrijven, gezondheidsinstellingen, secundaire scholen...","summary":"Met de 'PrevaCube' worden immersieve ervaringen ingezet voor grootschalige gezondheidspromotie en gedragsverandering. Onderzoeksteam sensibiliseert het publiek en onderzoekt effect op gezonde levensstijl.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003102","result_description":null},{"description":"Het project \"Inclusieve Werkvloeren\" richt zich op de integratie van mensen met een beperking in het Normaal Economisch Circuit (NEC) door inclusieve werkplekken te bevorderen. Het doel is een model te ontwikkelen dat methodieken uit orthopedagogie en sociaal werk combineert om bedrijven te ondersteunen bij inclusie. Door samenwerking met ervaringsdeskundigen en inspiratie uit het buitenland worden tools en trainingen ontwikkeld om de arbeidsmarkt toegankelijker te maken, wat leidt tot verbeterde teamdynamiek en economische voordelen.\n\nDaarnaast draagt het project bij aan onderwijsmodules voor HRM, sociaal werk en orthopedagogie, bevordert het inclusief onderwijs en biedt het mogelijkheden voor micro-degrees en in-company trainingen voor het werkveld.","summary":"Promoot inclusieve werkplekken voor mensen met beperkingen in het NEC. Ontwikkel een model met orthopedagogie en sociaal werk methoden voor bedrijven. Verbeter teamdynamiek en economische voordelen. Ondersteun HRM, sociaal werk en orthopedagogie met onderwijsmodules en trainingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003103","result_description":null},{"description":"Voor het academiejaar 2022-2023 kiezen we met UP voor continuïteit en vernieuwing. De beleidsperiode 2021-2023 die we met onze onderzoeksgroep uitgestippeld hebben en vormgeven, zet het gegeven van meerstemmigheid centraal. Deze onderzoekslijn en thematische inspiratiebron voor nieuwe onderzoeksprojecten hebben we breed ingevuld: naast voor de hand liggende muzikale betekenissen rond polyfonie, kan het inhoudelijk en methodologisch (in brede zin of quasi-metaforisch) gaan over het creëren van uitdrukkingsruimte voor een diversiteit aan (soms onderbelichte of onderdrukte) stemmen en perspectieven, met harmonieuze, “concerterende” of “dissonerende” resultaten. Daarnaast weerspiegelt het de facto de diversiteit van de lopende en nieuwe onderzoeksprojecten.\n\nIn het komende academiejaar willen we dit open en uitnodigende thema centraal blijven stellen en verder uitwerken. We presenteren een project rond vocale zeventiende- en vroeg-achttiende-eeuwse Antwerpse muziek, waarbij recent ontdekt en deels ontsloten repertoire verder artistiek geëxploreerd en gecontextualiseerd zal worden. Onze onderzoeksgroep beschikt over heel wat transcripties van nooit of zelden uitgevoerde muziek, zoals missen van Philippus Van Steelant, muzikaal theater uit de Antwerpse rederijkerscontext, religieuze muziek van Alphonse D’Ève, en motetten uit het Mechels aartsbisschoppelijk archief. Het huidige onderzoeksproject Een polyfoon conservatorium, geleid door dr. Eugeen Schreurs en dr. Liselotte Sels, kent eveneens nog belangrijke uitlopers in het komende academiejaar. Verder laten we ons bij het uitwerken van het meerstemmigheidsthema ondersteunen door een team van mensen met specifieke profielen en expertisedomeinen, zowel binnen drama als binnen muziek, en op het kruispunt daartussen. Voor het komende academiejaar willen we het interdisciplinaire en actuele project rond meerstemmigheid verder vormgeven en implementeren, en de uitbouw van UP tot een actieve, hechte, meerstemmige onderzoeksgroep mee ondersteunen.\n\nOnderzoeksvragen:\n1. Hoe kunnen we het meerstemmigheidsconcept verder invullen en er nieuwe betekenissen en mogelijkheden rond creëren? Hoe kunnen we dit concept verder als een leidraad en inspiratiebron laten functioneren binnen onze onderzoeksgroep en bij uitbreiding in de conservatoriumopleidingen? Hoe kunnen we een de facto meerstemmig dialogerende onderzoeksgroep cultiveren? Hoe kunnen we de link met de dramaopleiding verder versterken en proactief “meerstemmige” samenwerkingen smeden en nieuwe onderzoekers rekruteren?\n2. Hoe kunnen we het diverse wereldlijke en religieuze zeventiende- en vroeg-achttiende-eeuwse Antwerpse vocale repertoire verder ontsluiten, artistiek exploreren en contextualiseren?\n\nMethodologie:\n1. a) Verder organiseren en inhoudelijk uitwerken van ontmoetings-, presentatie-, dialoog- en discussiemomenten van de onderzoeksgroep, zoals de jaarlijkse UPdag en de maandelijkse meetUPs.\nb) Begeleiden van de inhoudelijke groei en ontwikkeling van de onderzoeksgroep tot een steeds meerstemmiger geheel, bevorderen van de interactie en interne coherentie binnen onze onderzoeksgroep, inhoudelijke en organisatorische voorbereiding en assistentie meetUPs en UPdagen, begeleiding onderzoeks- en doctoraatsaanvragen, artistieke bijdragen aan de output van het deelproject “Een polyfoon conservatorium”. Dit alles in nauw contact met het UP-team en in samenwerking met coördinator Liselotte Sels.\nc) Opvolgen van de werking van UP, zoeken naar aansluiting bij de onderzoekslijnen en -activiteiten van UP (zowel binnen als buiten bestaande opleidingsonderdelen van drama), warm maken van studenten, collega’s en alumni voor onderzoeksactiviteiten en hen begeleiden in de ontwikkeling ervan, wegwerken van eventuele barrières, bijwonen van toonmomenten vanuit het oogpunt van prospectie, mee voorbereiden en begeleiden van onderzoeksaanvragen binnen drama,… Dit alles in nauw contact met het UP-team en relevante UP-onderzoekers.\n2. a) Definitieve finalisering van de reeds gemaakte transcripties van het aangehaalde repertoire (missen van Philippus Van Steelant, muzikaal theater uit de Antwerpse rederijkerscontext, religieuze muziek van Alphonse D’Ève, en motetten uit het Mechels aartsbisschoppelijk archief); eventueel uitwerken van nieuwe transcripties; ontsluiten van de transcripties (partituren) via online publicatie; organiseren van de uitvoering van de getranscribeerde werken i.s.m. opleidingsonderdelen zoals kamermuziek en musiceerpraktijk; publicatie van artikels, of andere (formele en minder formele) publicatieformats, over deze werken, hun uitvoeringspraktijk, en hun historische context, i.s.m. inhoudelijke experts.\nc) Organiseren van workshops/masterclasses voor studenten – i.s.m. de WHIPP (werkgroep historically informed performance practice) en eventueel Musiceerpraktijk – rond de uitvoeringspraktijk van de recent ontdekte, gecreëerde en opgenomen “Antwerpse Requiems” van Steelant, geleid door zangers en muzikanten van cantoLX en B’Rock o.l.v. Frank Agsteribbe.\n\nPlanning:\nDe onderzoeksactiviteiten zullen grotendeels doorlopend en gelijktijdig worden uitgevoerd tijdens het academiejaar 2022-2023. Enkele mijlpalen in het academiejaar helpen om de taken te structureren:\n• September-oktober: aanvang academiejaar en project -> overleg met alle betrokkenen van de deelprojecten; stand van zaken in de deelprojecten in kaart brengen; aanstelling N.N. 3 X 20% VTE\n• September of oktober: UPdag met presentaties, discussies en ontmoetingsmomenten\n• September-december: concertreeks Woensdagklanken in Museum Vleeshuis i.k.v. “Een polyfoon conservatorium”\n• Oktober: uitvoeringen en CD-release “Antwerpse requiems” van Steelant -> workshop/masterclass voor studenten door cantoLX en B’Rock - eventueel te hernemen tijdens NextDoors\n• Oktober: activiteiten i.k.v. ARTICULATE\n• Oktober-november: intensieve begeleidingsperiode voor nieuwe onderzoeksaanvragen 1 december\n• Januari-februari 2023: intensieve begeleidingsperiode voor nieuwe doctoraatsaanvragen 1 maart\n• Februari 2023: activiteiten i.k.v. NextDoors\n• September 2023: eindrapportering\nMaandelijks doorheen het academiejaar: meetUPs (bijeenkomsten van de UPleden rond specifieke relevante thema’s, lopende onderzoeksprojecten, groepsvorming, dialoog en toekomstige werking)\nSemestrieel doorheen het academiejaar: publicatie UPletter (nieuwsbrief naar de achterban); afwerking transcripties en organisatie uitvoering (en eventueel opname) getranscribeerde muziek; hieraan verbonden publicaties en documentatie.","summary":"Met UP kiezen we voor continuïteit en vernieuwing, met meerstemmigheid als centraal thema. We exploreren en contextualiseren zeventiende- en achttiende-eeuwse Antwerpse muziek en organiseren workshops voor studenten. Door samenwerkingen en onderzoeksactiviteiten willen we een actieve, diverse onderzoeksgroep vormen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003104","result_description":"- Workshop/masterclass over de uitvoeringspraktijk van 17e-eeuws vocaal repertoire uit onze regio, met een casestudie van Steelants “Antwerpse Requiems”, geleid door cantoLX, B’Rock en Frank Agsteribbe, voor de studenten van het KCA, in samenwerking met de muziekopleiding (musiceerpraktijk, WHIPP, ...)\n- Bijdrage aan de realisatie van de CD “Antwerp Requiem” bij Pentatone (cantoLX, B’Rock, Frank Agsteribbe), in samenwerking met Museum Vleeshuis, Labo XIX-XX en Studiecentrum voor Vlaamse Muziek\n- Transcripties met kritisch commentaar van onontgonnen 17e- en 18e-eeuws repertoire uit onze regio (zie boven); online publicatie en verspreiding van deze transcripties\n- Uitvoering (en mogelijk opname) van het getranscribeerde repertoire binnen en buiten (opleidingsonderdelen van) het KCA\n- Artikelen of informele publicaties over het getranscribeerde repertoire, de historische context ervan, en praktische uitvoeringsaspecten, in samenwerking met inhoudelijke experts\n- UPdag #4 met presentaties, discussies en ontmoetingsmomenten\n- Maandelijkse meetUPs van de UP-leden, over specifieke relevante thema’s, lopende onderzoeksprojecten, groepsvorming, dialoog en toekomstige werking van de onderzoeksgroep\n- Semestriële UPletter (nieuwsbrief voor de achterban)\n- Een hechte, interactieve, meerstemmige onderzoeksgroep\n- Kwalitatieve onderzoeks- en doctoraatsaanvragen, en lopende en toekomstige onderzoeksprojecten en doctoraten die het thema meerstemmigheid uitdiepen, ontwikkelen, concretiseren, cultiveren en erkenning geven."},{"description":"Dansers, musici en componisten ontwikkelen in de loop van hun leven en werk een uitgebreid repertoire van motorische vaardigheden en motorische beeldspraak. Het begrip \"motor imagery\" verwijst naar fenomenale ervaringen van dynamische staten waarin een individu mentaal fysieke acties en vindingrijke gebaren simuleert. Vanuit artistiek oogpunt bezit de \"motor imagery\" van dansers en musici een rijk en levendig potentieel voor expressieve communicatie en creatieve vertelling.\n\nHet kernthema van dit onderzoeksproject is het bestuderen van \"motor imagery\" bij dansers en musici, en onderzoeken hoe opkomende technologieën (motion capture en VR) motorische beelden kunnen omzetten in corresponderende geluid \"sporen\" in een driedimensionale ruimte. Dit onderzoek wil de basis leggen voor nieuwe, op gesture-based practices en immersieve geluidskunst, en zal ook resulteren in een podcast met de getuigenis van de betrokken kunstenaars.","summary":"Dansers, musici en componisten ontwikkelen motorische vaardigheden en beeldspraak. Onderzoek richt zich op \"motor imagery\" bij dansers en musici, en hoe technologieën motorische beelden omzetten in geluid in 3D ruimte. Resultaat: nieuwe gesture-based practices en podcasts met kunstenaarsgetuigenissen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003105","result_description":null},{"description":"De muziek- en entertainmentsector is constant in verandering en technologie speelt daarbij een grote rol. We onderzoeken welke rol technologieën uit gaming en 360° audio kunnen spelen in toekomstige live-ervaringen, muziekproductie, distributie en marketing.\n\nWe verzamelen en verspreiden kennis over deze snel ontwikkelende technologie, bouwen inspirerende casussen en bruikbare tools. Daarnaast creëren we drie fysieke Future Music Hubs waar artiesten en hun entourage kunnen experimenteren en ontdekken wat voor hen werkt en wat niet. Zo kunnen ze deze inzichten binnen de komende vier jaar implementeren in hun eigen producties.\n\nOp die manier willen we de Vlaamse muziek- en entertainmentsector versterken en concurrentieel houden ten opzichte van het buitenland. Zo kunnen we ook op technologisch vlak een leidende rol blijven spelen in een snel veranderende wereld.","summary":"Ontdek gaming en 360° audio voor toekomstige live-ervaringen en marketing. Bouw kennis op, creëer tools en hubs voor artiesten om te innoveren en te concurreren. Versterk de Vlaamse muzieksector technologisch.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003106","result_description":"Lerend netwerk rond de Future Music Hubs waar de sector kan experimenteren met immersieve technologie van live ervaringen, muziekproductie en distributie/marketing of inspiratie kan komen opdoen.\n\nDrie Future Music Hubs waar de sector kan experimenteren met immersieve technologie van live ervaringen, muziekproductie en distributie/marketing of inspiratie kan komen opdoen."},{"description":"Het globale doel van het onderzoek is het ontwikkelen en implementeren van een kwaliteitskader dat het VAPH in staat stelt om op een regelluwe wijze de impact van de ondersteuning door zorgorganisaties op de kwaliteit van leven van cliënten met een beperking te evalueren.\n\nEssentiële componenten van het kwaliteitskader zijn:\n\n- Het expliciteren van de achterliggende visie en waarden;\n- Het onderscheiden van input-, proces-, en outcome-variabelen;\n- Het onderscheiden van eigenaarschap ten aanzien van indicatorenverzameling op micro-, meso-, en macroniveau en het afstemmen van verantwoordelijkheden van organisaties en de overheid om over deze variabelen gegevens te verzamelen;\n- Het formuleren van indicatoren om de impact van zorg en ondersteuning op kwaliteit van leven van cliënten te kunnen evalueren;\n- Het vastleggen van de manier van gegevensverzameling waardoor de overheid op geaggregeerd niveau uitspraken kan doen over de gekozen indicatoren.","summary":"Ontwikkel en implementeer een kwaliteitskader voor VAPH om impact van zorg op kwaliteit van leven van cliënten met beperking te evalueren. Inclusief visie, variabelen, indicatoren en gegevensverzameling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003107","result_description":null},{"description":"Dit project, uitgevoerd in opdracht van het RIZIV, heeft als doel een beleidskader te ontwikkelen voor de structurele en duurzame verankering van ervaringswerkers in de herstelondersteunende geestelijke gezondheidszorg (GGZ).\n\nDit doen we aan de hand van een survey verspreid via de netwerken naar de verschillende organisaties in Vlaanderen en Wallonië, aanvullend met een twintigtal diepte-interviews.\n\nVervolgens worden er op niveau van de HIC's, mobiele teams 2A en 2B parallel twee lerende netwerken georganiseerd die vier keer samenkomen om met een 12-tal deelnemers (6 organisaties), telkens met een professional en een ervaringswerker te werken aan een beleidskader.","summary":"Ontwikkel beleidskader voor verankering ervaringswerkers in GGZ, in opdracht van RIZIV. Survey en diepte-interviews in Vlaanderen en Wallonië, lerende netwerken met professionals en ervaringswerkers.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003108","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich op het identificeren van randvoorwaarden die bijdragen aan een duurzame participatiecultuur binnen VAPH-zorgorganisaties, evenals aan de verduurzaming van collectieve inspraak in gebruiksorganen. De werkgroep benadrukt dat het collectieve overlegorgaan niet louter een doel op zich mag zijn, maar vooral een middel tot daadwerkelijke participatie. In plaats van uitsluitend te focussen op de overlegorganen zelf, wordt de nadruk gelegd op de bredere organisatorische context waarin participatie plaatsvindt.\n\nDe centrale doelstelling is te onderzoeken hoe de participatiecultuur kan worden verbreed en stevig verankerd, met als uiteindelijke resultaat meer betrokkenheid, eigen regie en een hogere levenskwaliteit voor alle zorggebruikers. Daarnaast wordt gestreefd naar een adequate informatievoorziening voor alle zorggebruikers binnen VAPH-organisaties.\n\nSpecifieke doelstellingen van het onderzoek zijn:\n- Het in kaart brengen van bestaande inspraakmogelijkheden en de huidige participatiecultuur binnen VAPH-organisaties in Vlaanderen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.\n- Het toetsen van het inspiratiekader met acht vereisten voor participatie binnen VAPH-organisaties, om inzicht te krijgen in de essentiële randvoorwaarden.\n- Het benadrukken van het belang van laagdrempelige participatiemogelijkheden, met extra aandacht voor de minst mondige zorggebruikers, binnen de collectieve overlegorganen.\n- Het formuleren van beleids- en praktijkgerichte aanbevelingen om de participatiecultuur binnen VAPH-voorzieningen verder te versterken.\n\nDeze aanpak beoogt een inclusieve participatiecultuur waarin alle zorggebruikers daadwerkelijk gehoord worden, ongeacht hun achtergrond of kwetsbaarheid, en waarbinnen participatie bijdraagt aan hun welzijn en kwaliteit van leven.","summary":"Onderzoek naar duurzame participatie in VAPH-zorgorganisaties om betrokkenheid te vergroten en levenskwaliteit te verbeteren. Aanbevelingen voor versterking van participatiecultuur en informatievoorziening. Inclusieve aanpak met focus op kwetsbare groepen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003109","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nDe zorgsector in België kampt met een sterk tekort aan personeel (jobat.be, 2000). Deze schaarste werd nog vergroot door de coronacrisis, omdat veel medische praktijken en ziekenhuizen niet in staat waren om stagiaires aan te nemen (Mulder, 2021; Van Heugten, 2021). In België en Nederland trekt men bijgevolg aan de noodklok om bewustwording te creëren voor het gebrek aan (praktijk)assistenten en Health Care Management Assistants (HCMA’s), aangezien voorspeld wordt dat dit tekort in de toekomst nog zal toenemen (Van Heugten, 2021; Rooms, 2018; Vandenbroucke, 2022).\n\nAan de basis van dit probleem ligt enerzijds een beperkte taakinvulling van de huidige HCMA’s en anderzijds een te kleine toe- en uitstroom van nieuwe studenten op de arbeidsmarkt (Jobat, 2021). In het verleden werden verschillende rekruteringsmethoden gebruikt om een job, organisatie of sector aantrekkelijker te maken, zoals onder andere employer branding, testimonials of organizational impression management (Avery & McKay, 2006). Wanneer een sector te kampen heeft met een overaanbod jobs die niet worden ingevuld, is het namelijk de taak van de organisaties om de toekomstige werknemers goed te informeren over de sector, over de openstaande vacatures en over het type werknemer waar men naar op zoek is.\n\nDit project wil nagaan hoe een sector (i.e. de zorgsector) aantrekkelijker kan worden gemaakt voor toekomstige werkkrachten en hoe we deze aantrekkelijkheid kunnen implementeren in een rekruteringscommunicatiecampagne (Elving, 2011). Door een eerste inzicht te krijgen in de redenen waarom werknemers (niet) in de zorg stappen of studenten (niet) voor een job in de zorgsector kiezen, kunnen we hopelijk met behulp van de juiste (jobbranding)methoden de job en de sector aantrekkelijker maken. Tot slot zouden de resultaten van dit project geëxtrapoleerd kunnen worden naar andere knelpuntberoepen die nood hebben aan een grotere instroom van studenten om aan de vraag van de markt te kunnen beantwoorden.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\n- Wat zijn de drijfveren en drempels om (niet) in de zorgsector te stappen?\n- Wat is de mogelijke rol van jobbranding om de functie van Health Care Management Assistant aantrekkelijker te maken?\n- Hoe kunnen we de rekrutering van knelpuntberoepen of beroepen die kampen met een tekort verbeteren (zoals de Health Care Management Assistant)?\n\nMETHODOLOGIE\n\n- Literatuurstudie\n- Diepte-interviews: Bij (toekomstig) personeel in kaart brengen wat de drijfveren zijn om in de zorg te werken\n- Survey-experiment: Toekomstige studenten worden bevraagd naar de knelpunten en drempels die zij percipiëren bij hun studiekeuze om (niet) voor een job in de sector te kiezen. Daarnaast wordt aan de hand van een explorerend experiment enkele jobbranding technieken getest om een eerste inzicht te krijgen in de manier waarop deze technieken een invloed kunnen hebben op de bekendheid/aantrekkelijkheid van de HCMA job. Deze studenten worden gerekruteerd door laatstejaarstudenten uit het ASO, TSO en BSO aan te spreken. Hierbij zal beroep worden gedaan op het bestaande netwerk van de onderzoeker(s) alsook zullen nieuwe contacten worden gelegd door middel van prospectie.","summary":"De zorgsector in België en Nederland kampt met een personeelstekort dat verergerd is door de coronacrisis. Dit project onderzoekt manieren om de zorgsector aantrekkelijker te maken voor toekomstige werknemers, met focus op Health Care Management Assistants. Methoden zoals jobbranding worden gebruikt om het tekort aan te pakken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003111","result_description":"Beoogde resultaten:\n\n- Een whitepaper met 1) de resultaten van dit project; en 2) adviezen om het tekort aan personeel weg te werken. Deze whitepaper is gericht aan de zorgsector en reikt hen tips & tricks om de sector aantrekkelijker te maken voor toekomstig personeel.\n\n- Presentatie voor de sector en sectorgerelateerde organisaties (bijvoorbeeld Jobat, VDAB, ziekenhuizen, lectoren HCM)."},{"description":"Probleemschets\n\nVoor onze Vlaamse KMO’s (werknemers <250 VTE, jaaromzet <€50 miljoen) blijft winst maken uiteraard belangrijk, maar het is steeds minder het enige zaligmakende objectief. De wereld is geëvolueerd van een aandeelhouderseconomie naar een stakeholdereconomie, waar de mening en het oordeel van klanten, medewerkers en leveranciers ook van belang zijn. Zo blijkt uit recent onderzoek dat 40% van de Vlamingen duurzaamheid meeneemt in hun aankoopbeslissing, slechts 18% geeft aan dat helemaal niet te doen.\n\nOok werknemers kijken naar de duurzaamheidsacties van de bedrijven waarvoor ze werken of van de bedrijven waarbij ze gaan solliciteren. Zo is voor 29% van de werkende Vlamingen de duurzaamheid van hun werkgever zo belangrijk dat ze er mogelijk van job door zouden veranderen. (Duurzaamheidsbarometer | Encon, z.d.)\n\nBedrijven zijn zich bewust van deze evolutie en nemen dat bewustzijn steeds meer mee in hun bedrijfsbeleid (mede omdat men moet voldoen aan bepaalde wettelijke richtlijnen). Maar het vertaalt zich zeker niet altijd in concrete duurzaamheidsactieplannen die écht impact hebben. Oorzaak is vaak een gebrek aan know-how, expertise en lange termijnvisie.\n\nDe uitdagingen van de duurzaamheidstransitie zijn groot voor de Vlaamse ondernemer, daar komt vandaag een veranderende economisch context bij, namelijk één van inflatie. Aanhoudende toeleveringsproblemen, hoge energie- en andere inputkosten, toenemende loonkosten en hogere rentes wijzen op een moeilijk economisch klimaat. Uit een onderzoek van VOKA bij 600 Vlaamse ondernemers blijkt ook dat de verwachting is dat die moeilijkheden nog lange tijd kunnen aanslepen (Inflatie: de grootste impact moet nog komen, 2022). In 2017 gaf 58% van Belgische bedrijven (zowel KMO’s als grote bedrijven) al aan dat duurzaamheid ondergeschikt is aan andere prioriteiten (ING & Antwerp management school, 2018).\n\nDe hypothese stelt zich dus dat een groot deel van de KMO’s die het al moeilijk hadden bepaalde duurzaamheidsacties op te zetten, nu nog sterker andere doelstellingen vooropstellen door de uitdagende economische context vandaag. Terwijl net duurzame bedrijfsmodellen op lange termijn kunnen bijdragen aan de bedrijfsdoelstellingen. Het doel van dit onderzoek is dan ook te onderzoeken hoe Vlaamse KMO’s beter ondersteund kunnen worden in de duurzame transitie in onzekere economische tijden.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe centrale onderzoeksvraag luidt: Wat zijn de drijfveren en knelpunten bij Vlaamse KMO’s voor de verduurzaming van hun bedrijfsbeleid tegen een achtergrond van inflatie?\n\nMethodologie\n\n- Literatuurstudie\n- Expertinterviews bij bedrijfsleiders van KMO’s die sterk inzetten op de verduurzaming van het bedrijfsbeleid, bij bedrijfsleiders van KMO’s die nog aan de start staan van de duurzaamheidstransitie en bij onafhankelijke experts.\n- Survey bij bedrijfsleiders/managers van Vlaamse KMO’s.","summary":"Vlaamse KMO's zien duurzaamheid als cruciaal door veranderende economische en stakeholderdruk. Ondanks uitdagingen tonen velen gebrek aan actie. Onderzoek focust op drijfveren en obstakels voor duurzaam bedrijfsbeleid in onzekere tijden, met literatuurstudie, interviews en survey.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003112","result_description":"Beoogde resultaten:\n\n- Whitepaper\n- Publicaties op ondernemingswebsites\n- Presentaties voor ondernemersnetwerken (o.a. VOKA) en beleidsmakers"},{"description":"HOGENT streeft ernaar dat tegen 2030 minstens 60% van de afgenomen maaltijden op de campussen plantaardig is. Momenteel (oktober 2024) schommelt dit percentage rond de 30%.\n\nIn het verleden hebben we al geëxperimenteerd in onze restaurants en slaagden erin om het aandeel vegetarische maaltijden tijdelijk te verhogen. Echter, we slaagden er niet in om een groot deel van de doelgroep te bereiken.\n\nDaarom zoeken we nu extra ondersteuning om te ontdekken hoe we een breder publiek kunnen aanspreken en ervoor kunnen zorgen dat de ingrepen op lange termijn effectief blijven.","summary":"HOGENT streeft naar 60% plantaardige maaltijden tegen 2030. Help ons een grotere doelgroep te bereiken en duurzame interventies te ontwikkelen voor blijvend succes.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003113","result_description":null},{"description":"CONTEXT\n\nIn opdracht van AHOVOKS ontwikkelen we methodieken en tools voor de EVC-begeleider en voor de (toekomstige) EVC-kandidaat die zijn afgestemd op de concrete EVC-praktijk in erkende EVC-testcentra in Vlaanderen (EVC = Elders Verworven Competenties). We voeren dit project uit in samenwerking met IDEA consult. Het project is opgedeeld in 3 fasen: \n\n- Fase 1: Opstart en Conceptualisering (januari-februari 2023)\n- Fase 2: Ontwikkeling en feedback belanghebbenden (maart-juli 2023)\n- Fase 3: Kennisdeling en disseminatie (augustus-september 2023)\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nBij de ontwikkeling van de methodieken en tools hanteren we een door onderzoek geïnformeerde aanpak. We stellen daarbij volgende onderzoeksvragen:\n\n- OV1: Welke richtlijnen geeft de literatuur over het ontwerpen van tools en methodieken voor kandidaten en begeleiders? (Fase 1)   \n- OV2: Welke behoeften en ondersteuningsnoden ervaren belanghebbenden (kandidaten, begeleiders, opdrachtgever)?\n- OV3: Hoe ervaren gebruikers en belanghebbenden de initiële tools en methodieken? Hoe kunnen we deze verbeteren?\n\nMETHODOLOGIE\n\nHet project volgt het opzet van een Educational Design Research (McKenney & Reeves, 2014) waarbij onderzoeks- en ontwikkelacties elkaar afwisselen en versterken. Onderzoeksacties omvatten onder andere literatuurverkenning en gebruikersonderzoek via focusgroepen of interviews. Resultaten worden samengebracht in een digitaal eindproduct dat door AHOVOKS ter beschikking wordt gesteld aan kandidaten en begeleiders. Begeleiders kunnen ook deelnemen aan een informatiesessie.","summary":"In samenwerking met IDEA consult ontwikkelen we methodieken en tools voor EVC-begeleiders en kandidaten, gebaseerd op onderzoek. Fasen omvatten opstart, ontwikkeling en disseminatie in erkende EVC-testcentra. Onderzoeksvragen richten zich op behoeften van belanghebbenden en feedback voor verbeteringen. Resultaten worden gedeeld via een digitaal eindproduct en informatiesessies.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003114","result_description":"Geplande disseminatiekanalen:\n- Niet-gepubliceerde lezing op een werkveldgericht congres of studiedag\n- Verslag of rapport\n- Tools en methodieken in digitaal formaat (PDF of webpagina)"},{"description":"Context\n\nSoft skills winnen aan belang op de arbeidsmarkt. VDAB wil meer inzetten op inschatting en bewustwording van soft skills. Een middel om te werken aan bewustwording is het aanbieden van een zelfrapportage vragenlijst aan de hand waarvan gebruikers hun eigen soft skills kunnen inschatten.\n\nIn de periode 2019-2021 voerde AP Hogeschool een ESF-project uit waarbij een zelfrapportage vragenlijst werd ontwikkeld om 16 soft skills in te schatten, de KYSS-vragenlijst. Hiervoor werd een betrouwbare normering van de vragenlijst gevalideerd aan de hand van onderzoek uitgevoerd door AP Hogeschool. De vragenlijst resulteert in een score die opgenomen en beschreven wordt in een individueel feedbackrapport. Naast de scores bevat dit feedbackrapport ook op de scores gebaseerde feedback voor elk van de opgenomen skills.\n\nVDAB was partner in dit ESF-project, daardoor werden 13 van de 16 soft skills in KYSS geselecteerd uit het soft skills ABC van VDAB dat 26 soft skills bevat.\n\nIn de periode 2021-2022 voerde VDAB een vervolgonderzoek uit naar gebruiksvriendelijkheid en bruikbaarheid van KYSS. De resultaten van dit onderzoek leiden tot een vervolgstap, namelijk het uitbreiden van de KYSS-vragenlijst met 13 extra soft skills uit het soft skills ABC van VDAB en het inbouwen ervan in VDAB-omgeving.\n\nAP Hogeschool beschikt over de meest recent geüpdatete normering van de KYSS-test waar VDAB zijn uitgebreide test op wil baseren. De achterliggende normering en scoringsysteem geniet intellectuele bescherming. Het betreft een herhaling van het eerder uitgevoerde onderzoek voor de validatie van 13 extra soft skills.\n\nRekening houdend met de hiervoor vermelde context en gezien andere dienstverstrekkers deze bijzondere expertise van AP Hogeschool niet bezitten en deze niet op een redelijke termijn kunnen verwerven en het over een beperkte uitgave gaat, werd overeenkomstig Art. 42.§1,1°,d) van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, toepassing gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.\n\nDe opdracht richt zich op de uitwerking van:\n1/ het uitbreiden van de bestaande KYSS-vragenlijst met 13 extra soft skills (conform het soft skills ABC van VDAB)\n2/ het uitvoeren van onderzoek naar items, het opstellen van schalen en het onderzoeken van validiteit, betrouwbaarheid en normering van scores\n3/ het aanleveren van de vereiste informatie en ondersteuning om technologische (IT-)ontwikkelingen binnen de VDAB-omgeving mogelijk te maken\n4/ het schrijven van feedbackteksten\n\nDe opdracht gebeurt in een samenwerking tussen AP Hogeschool en VDAB.","summary":"VDAB en AP Hogeschool werken samen aan het versterken van soft skills op de arbeidsmarkt. De KYSS-vragenlijst biedt inzicht in 16 soft skills, met uitbreiding naar 13 extra skills. Dit project omvat onderzoek, normering en feedback, met focus op gebruiksvriendelijkheid en integratie in de VDAB-omgeving.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003115","result_description":"Definitieve itemselectie voor resterende schalen KYSS vragenlijst.\n\nPsychometrische handleiding bij 13 extra schalen KYSS vragenlijst.\n\nDefinitieve feedbackteksten bij 13 extra schalen KYSS vragenlijst."},{"description":"Het doel is om een prototype van een textielgebaseerde externe prothese (iPAD) te ontwikkelen. Dit prototype moet transmannen helpen hun phallus voldoende rigide te maken voor seksuele penetratie. Vervolgens is het plan om een patentaanvraag in te dienen op basis van dit prototype. Daarnaast zullen verschillende valorisatiepaden worden onderzocht, met een primaire focus op licentiëring.\n\nFTILab+ brengt expertise in op het gebied van materiaalkennis, ontwerp, productie, comfort en digitale textielprinttechnieken.","summary":"Ontwikkel een innovatieve iPAD-prothese voor transmannen die seksuele penetratie mogelijk maakt. FTILab+ biedt expertise in materiaal, design, productie en digitale textielprinten voor een succesvol patent en licentiemogelijkheden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003116","result_description":null},{"description":"Het EcoHarvestFieldLab is een innovatieve onderzoeksinfrastructuur gericht op duurzame teeltoptimalisatie en ecologisch verantwoord beheer van voedergewassen, kruidenrijk grasland, en akkerranden.\n\nDe infrastructuur bestaat uit een geavanceerd onderzoekstoestel met een automatisch bemonsterings- en weegsysteem, geïntegreerde Near InfraRed Spectroscopy (NIRS), en Real-Time Kinematic (RTK) GPS-technologie.\n\nDit “labo op wielen” verzamelt in real-time nauwkeurige data over gewasproductie, kwaliteit, en locatie. Het toestel biedt onderzoekers de mogelijkheid om direct inzicht te krijgen in de kwaliteit en samenstelling van de geoogste biomassa en de impact van beheersmaatregelen zoals bemesting, gewasbescherming, irrigatie, en timing van oogst te kwantificeren.\n\nDe integratie van diverse sensoren maakt een holistische benadering van veldmonitoring mogelijk, wat waardevolle inzichten oplevert voor precisielandbouw en natuurinclusieve landbouw.\n\nDankzij de aansluiting op het private 5G-netwerk van de proefhoeve Bottelare worden data snel en veilig verwerkt, wat de efficiëntie van het onderzoeksproces verhoogt.\n\nHet EcoHarvestFieldLab ondersteunt de onderzoeksdoelstellingen van AgroFoodNature (HOGENT) om klimaatrobuuste en biodiverse teeltsystemen te ontwikkelen en helpt de landbouwsector in de transitie naar duurzame en toekomstbestendige praktijken.","summary":"Het EcoHarvestFieldLab is een mobiel onderzoekslab dat real-time data verzamelt over gewasproductie en kwaliteit, en de impact van beheersmaatregelen meet voor precisielandbouw en natuurinclusieve landbouw. Met geavanceerde technologie en integratie van sensoren biedt het waardevolle inzichten voor duurzame teeltsystemen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003117","result_description":null},{"description":"Op vraag van de provincie Antwerpen en het Gouverneur Kinsbergen Instituut (GKI) wordt onderzocht hoe de resultaten van vier Europese projecten, uitgevoerd tussen 2019 en 2023, duurzaam geïmplementeerd kunnen worden binnen provincie Antwerpen.\n\nBinnen deze vier projecten zijn er 10 verschillende interventies geïdentificeerd, die de provincie Antwerpen kunnen ondersteunen om problemen in het sociale domein aan te kunnen pakken. Criteria voor deze interventies zijn dat ze gericht zijn op de zorgverlener en de zorgverlener kunnen ondersteunen bij zijn/haar werk in directe zorg. Interventies die direct gericht zijn op de zorgontvanger of interventies, die een peer-to-peer aanpak hebben, zijn niet meegenomen in deze opdracht.\n\nOm te onderzoeken welke interventies het beste in de praktijk kunnen worden uitgevoerd, is er voor gekozen om te werken met het knowledge to action-framework (KTA-framework). Hierbij begeleidt een 5-stappen plan de implementatie van projecten door multidisciplinaire teams.\n\nVia een online vragenlijst bij stakeholders wordt beoordeeld of de interventies relevant en doelmatig zijn. Vervolgens werden focusgroepen uitgevoerd met stakeholders. Tijdens de focusgroepgesprekken werd eerst de interventieprioritering en de potentiële meerwaarde van de geprioriteerde interventies voorgelegd aan de stakeholders en gevalideerd. Hiernaast werd ook de context en de implementatie besproken.","summary":"Onderzoek naar duurzame implementatie van 4 Europese projecten in provincie Antwerpen om sociale problemen aan te pakken. Stakeholders beoordelen interventies via online vragenlijsten en focusgroepen voor implementatie. Gebruik van KTA-framework voor begeleiding.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003118","result_description":"Op basis van de resultaten van de online vragenlijst en de focusgroepen wordt een prioritering van interventies voorgesteld aan de provincie Antwerpen.\n\nHiernaast wordt ook een stappenplan gemaakt voor de duurzame implementatie van de hoogste geprioriteerde interventies."},{"description":"Context\n\nIn 2019-2020 onderzocht een ARIA-startproject uitgevoerd binnen de onderzoeksgroep CORPoREAL van de School of Arts – KCA de waarde en de eigenheid van de methode Lichamelijk Artistiek Bewustzijn (LAB) gegeven binnen het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Uit een uitgebreide bevraging onder studenten en alumni bleek LAB een uiterst waardevolle methode voor (1) de eigen artistieke ontwikkeling en (2) het opbouwen van een duurzame artistieke carrière, door de aangeleerde betere kennis, beheersing en training van het eigen lichaam. Respondenten gaven ook aan dat ze (training in) de methode na afstuderen persoonlijk misten en nood hadden aan opfrissingen extra trainingsmateriaal. Studenten die ook een educatieve opleiding volgden vonden in het materiaal inspiratie voor de eigen praktijk (3) en gaven aan dat ze ‘oefeningen’ ook (wilden) gebruiken voor de eigen lespraktijk.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDe tijdens dit praktijkonderzoek te beantwoorden vragen: 1) Op welke wijze kan LAB opgedeeld worden in helder, begrijpbaar en volgbaar instructiemateriaal? 2) Hoe moet een cultural probe eruitzien die voor een brede doelgroep werkbaar is? Op welke wijze kan dit met beperkte (technische) middelen worden ontwikkeld? 3) Op welke wijze kan LAB instructiemateriaal aan studenten, alumni en externen op een eenvoudige en communicatief krachtige manier worden aangeboden. 4) Welke mogelijkheden biedt LAB voor diverse doelgroepen die geen ervaring ermee hebben (docenten, andere onderwijsniveaus…)\n\nToekomst\n\nHet afgelopen jaar werd duidelijk dat deze methode en de digitale vertaling ervan veel potentieel heeft én ook op een werkbare manier kan worden uitgevoerd.\nPlanning\nSept-dec 2022: testing - Verder uitwerken van cultural probe level 1-2 (podcast en video-cast) en 3 (instructieversie) voor de eerste reeks basisoefeningen - Kritische bevraging van deze eerste producten en aanpassing waar nodig (individuele testcases van gebruikers die LAB niet kennen) - Focusgroep bevraging bij studenten en alumni ifv werkbaarheid van het materiaal - Presentatie voor CORPoREAL: critical-friends bevraging - Vastleggen difinietieve draaiboeken voor productie - basisconcept website\nJanuari 2023: productie van nieuw materiaal voor verdere oefening level 1-2 en 3\nMaart 2023: tweede opnamedag voor extra beeldmateriaal\nApril-sept 2023: montage materiaal en uitwerken van een basiswebsite voor ontsluiting van het materiaal\n\nNexus Onderzoek en Onderwijs\n\n- Masterclass 10 november 2021 met masterstudenten drama en studenten van de dans-educatieve opleidingen (Masters en Bachelors)\n- Studium generale UA rond ’Bewustzijn’\n- Verdere bevraging van studenten drama en muziek en Teaching Artists (studenten en alumni)\n- Delen van de know how en de kern van de methode met collega LAB-lesgevers op KCA\n- Uitwisseling van kennis met Païvi Arjas (Sibelius Academy, Helsinki) tijdens de projectweek rond Performance Coaching","summary":"Ontdek hoe LAB, een waardevolle methode voor artistieke ontwikkeling, nu digitaal wordt vertaald. Testfase tot dec 2022, met focus op instructiemateriaal en website lancering in 2023. Onderzoek, onderwijs en kennisdeling staan centraal voor een duurzame artistieke carrière.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003119","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\nDit project heeft als doel om via praktijkonderzoek handzaam materiaal te ontwikkelen, te duiden en te ontsluiten om studenten, alumni maar ook externen zonder ervaring (blijvend) te ondersteunen en te stimuleren in Lichamelijk Artistiek Bewustzijn (LAB). Dit onder de vorm van onderbouwd instructiemateriaal dat aangeboden wordt als een instructieve podcast en een augmented reality video-cast. Dit materiaal wordt via een digitale leeromgeving ook ontsloten om teaching artists een didactische en onderbouwde methode LAB aan te bieden die gebruikt kan worden binnen en buiten het artistiek onderwijs. Het materiaal zal onder andere bestaan uit een methodebeschrijving, bronnen en referenties en instructiemateriaal. Tot slot wordt het geheel van dit onderzoek beschreven in een afsluitend artikel.\n\nOUTPUT – ACTIVITEITEN\n\n- Uitwerking LAB in instructiemateriaal\n(1) Basismateriaal dat voor elke gebruiker helder is en dat via stapsgewijze instructie de kern van lichamelijk bewustzijn weergeeft.\n(2) Vanuit dit basismateriaal kunnen diverse uitbreidingsinstructies gegeven worden. Hierbij wordt meer stilgestaan bij de artistieke dimensie (bv. bewustzijn van de medesteler, van publiek…)\n(3) Train-the-trainer materiaal: waarin wordt stilgestaan op observatiepunten, aandachtspunten en opbouw voor docenten, bij gebruik binnen de eigen lescontext.\n- Masterclass 10 november 2021 met Masterstudenten drama en Educatie Dans studenten (Ma en Ba).\n- Digitaal platform met een vier-traps-structuur (level 1: instructies voor student of alumni: podcasts; level 2: instructies voor studenten of alumni met video; level 3: instructies voor docenten; level 4: uitwisselingsplatform voor docenten)\n- UA Studium Generale 6 december 2021. Deze Masterclass paste binnen het thema ‘Bewustzijn’.\n- CORPoREAL meets 18 maart 2022: presentatie en kritische bevraging.\n- Podcast: afgeleverd 8 juli 2022\n- LAB Opnamedag 23 april 2022"},{"description":"Zoals alle kunst gaat muziek over het uitdrukken en overbrengen van emoties. Vocale training richt zich vooral op een vrij en gepast gebruik van de stem in verschillende stijlen.\n\nHet verkennen van de emoties van een tekst is vaak de laatste of zelfs verwaarloosde stap in het artistieke proces. Acteurs werken andersom. Ze graven eerst in de emoties achter de woorden. De klank van hun stemmen kan deze emoties weerspiegelen, maar al te vaak is de verwachting van een warme, goed gearticuleerde stem hun eerste zorg.\n\nKatrien Van Opstal ontwikkelde onlangs het Mixing Table Model (MTM), een vernieuwende en duidelijke manier voor de vocale jazzopleiding aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen (KCA). Door te experimenteren met de studenten vocale jazz ontdekte ze dat het pad van de anatomie van de stem naar klank en zo artisticiteit moet aangevuld worden met deze noodzakelijke stap: de wederkerigheid tussen anatomie en emoties.\n\nIn dit interdisciplinair artistiek project experimenteren jazz-zangers en acteurs samen met interpretatie en klank. Artisticiteit en zangtechniek worden tegelijk ontwikkeld. Dit project zal de zangtraining voor zowel jazzvocalisten als acteurs verbeteren. Het is een innovatief project dat een duidelijk en coherent kader wil bieden voor zowel technische als artistieke training.","summary":"Ontdek het innovatieve Mixing Table Model voor vocale jazzopleiding aan het KCA, waarbij de wederkerigheid tussen anatomie en emoties centraal staat. Een interdisciplinair project dat de zangtraining voor jazzvocalisten en acteurs verbetert door artistieke ontwikkeling te combineren met zangtechniek.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003120","result_description":"2021-2022 Course « The anatomy of vocal jazz » at RCA\n\n2022-2023 Course « Emotional interpretation and anatomy of the voice » at RCA\n\n2022 Masterclass with students jazz singing and drama of RCA\n\n2022 Publication of article in Forum+, Jazzmo, Journal for Artistic Research, Current Research in Jazz, Journal of Jazz Studies\n\n2022 Presenting on Eurovox, European Conference for Teachers of Singing\n\n2022 Presenting on JEN-conference (Jazz Education Network), the most prestigious conference for jazz educators. Presenting on JEN will lead to dissemination of the research outcomes worldwide.\n\n2023 Lecture and masterclass at the Estill World Symposium\n\n2023 Paper-presentation on International Jazz Voice Conference, the biggest European conference for jazz singers and teachers\n\n2023 Workshop and presentation on PEVOC15 (Pan-European Voice Conference), a European conference where singers, actors, otolaryngologists, and speech therapists meet\n\n2023 Masterclass with the students of the vocal jazz and drama department of RCA\n\n2023 Lecture-recital in RCA\n\n2023 Publication of a website and app"},{"description":"In het ECOFIN-project wordt onze verf- en veredelingsinfrastructuur uitgebreid met twee nieuwe toestellen: een digitale printer met aangepaste printkop geschikt voor het evalueren van functionele inkten, en een digitaal spray dyeing en finishing toestel.\n\nDeze toestellen maken het mogelijk om textiel te verven en/of te veredelen met een minimale hoeveelheid water, energie en chemicaliën. Daarnaast kunnen ze worden gebruikt om de biobased en biodegradeerbare kleurstoffen, inkten en functionele coatingdispersies die momenteel in ontwikkeling zijn, te evalueren voor gebruik in deze technologieën.\n\nDe digitale printer biedt de mogelijkheid om het gedrag van functionele inkten tijdens het printen te volgen en om vooraf gedefinieerde printpatronen te creëren voor het functionaliseren/verven van textielmaterialen op lokaal niveau. De focus ligt op het digitaal functionaliseren en bedrukken van textiel met biogebaseerde en geleidende inkten voor toepassingen in onder andere e-health en m-health.\n\nHet spray dyeing en finishing toestel maakt het mogelijk om een gecontroleerde hoeveelheid vloeistof via spray nozzles gelijkmatig over het textieloppervlak te verdelen. Het doel is om alternatieve processen te ontwikkelen voor het voorbehandelen, verven en nabehandelen van diverse materialen (zoals katoen, polyester, recyclede en nieuw ontwikkelde biobased materialen) in verschillende vormen (vezels, garens, weefsels, breisels). Hierbij wordt het water-, energie- en chemicaliënverbruik sterk verminderd.","summary":"Revolutionaire ECOFIN-project: Innovatieve apparatuur voor duurzaam verven en veredelen van textiel met minimale impact op milieu. Geschikt voor biobased inkten en coatings. Ideal voor e-health en m-health toepassingen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003121","result_description":null},{"description":"De toekomst van mode zal afhangen van het vermogen van de industrie om niet alleen te herdefiniëren hoe we produceren en consumeren, maar ook hoe - en waarom - we creëren.\n\nCreativiteit is niet alleen een productieve vaardigheid: het is oorspronkelijk een rituele handeling, waardoor de maker een directe en persoonlijke relatie tot stand kan brengen met technologie, het territorium, en/of de menselijke gemeenschap. Uit deze relaties ontstaat de sociale verbeelding: de reeks van gedeelde symbolen en concepten die fundamenteel zijn voor culturele en sociale cohesie.\n\nEen gezonde mode-industrie zal daarom niet alleen focussen op productiviteit, maar ook op creatieve relaties; het genereren van niet alleen objecten, maar meerdere relaties, netwerken en talen.\n\nOns onderzoek heeft tot doel te definiëren hoe de school deze dynamiek kan bevorderen door een systeem van uitwisselingen tussen de spelers (student; producent; gemeenschap), de plaatsen (school; laboratorium; territorium) en de middelen (creatief; technisch; menselijk) die betrokken zijn bij de creatieve daad. We zullen dit praktijk noemen relationele creativiteit.\n\nOnze methodologie zal gebaseerd zijn op workshops en seminars waarbij de studenten van de Modeafdeling van de Antwerpse Academie, lokale ambachtslui en fabrikanten, de publieke gemeenschap, en het internationale mode-ecosysteem. Dit soort structuur zal hybride en elastische netwerken genereren tussen de creatieven, de publieke gemeenschap en de industrie, waarvan de school het centrum en de promotor zal zijn.","summary":"De mode-industrie van de toekomst zal zich richten op het creëren van creatieve relaties en sociale verbeelding. Ons onderzoek richt zich op het bevorderen van relationele creativiteit door uitwisselingen tussen studenten, producenten en gemeenschappen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003122","result_description":"Onze artistieke output zal bestaan uit een reeks objecten en afbeeldingen die meerlagige, gestratificeerde, inventieve en adaptieve kwaliteiten bevatten.\n\nOnze educatieve en academische output zal bestaan uit een rapport over methoden en strategieën om een structuur van hybride en elastische netwerken te creëren. Deze netwerken zullen verspreid zijn over de school, de openbare gemeenschap en de industrie.\n\nAl dit materiaal zal gepresenteerd worden in een tentoonstelling die gerealiseerd wordt in samenwerking met het MoMu in Antwerpen in juni 2023. Tijdens Design Week 2024 zal er nog een tentoonstelling georganiseerd worden in Milaan. Een gedrukte publicatie zal bij beide tentoonstellingen verschijnen."},{"description":"Fermlab","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Fermlab - innovatieve oplossingen voor de landbouwsector.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003123","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen scholen brede basis- en verhoogde zorg versterken en duurzaam verankeren? Dit project begeleidt 45 scholen en hun scholengroep in een collectief leerproces om zorgbeleid structureel te verbeteren.\n\nIn het kort, dit onderzoek ondersteunt scholen bij het versterken van brede basiszorg en verhoogde zorg. Arteveldehogeschool, Vives en Odisee begeleiden 45 scholen en betrekken hun volledige scholengroep in een collectief leerproces. Het doel is een duurzame kennisbasis te creëren en deze structureel in te bedden in het school- en zorgbeleid.\n\nDe nood en relevantie: Scholen staan voor de uitdaging om alle leerlingen optimaal te ondersteunen, maar worstelen vaak met de structurele verankering van brede basis- en verhoogde zorg. Dit project speelt in op die nood door scholen te begeleiden bij het versterken en verduurzamen van hun zorgbeleid, met een blijvende impact op zowel leerkrachten als leerlingen.\n\nVan aanpak tot impact: In samenwerking met 45 scholen en hun scholengroep ontwikkelen we een collectief leerproces waarin kennisdeling en praktijkgericht onderzoek centraal staan. Door coaching, vormingen en intervisie worden scholen ondersteund om een duurzame zorgstructuur te implementeren. De inzichten uit dit project worden vertaald naar een evidence-based kennisbasis, die breder inzetbaar is binnen het onderwijsveld.","summary":"Versterk zorgbeleid scholen met collectief leerproces. 45 scholen begeleid in duurzame zorgstructuur. Evidence-based kennis voor impact op leerkrachten en leerlingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003124","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject *Microgeneratie Gen Zalpha* gaat na hoe Vlaamse KMO's de aankomende generatie van werknemers, genaamd Gen Zalpha, kunnen aantrekken en behouden. Gen Zalpha kan namelijk worden beschouwd als een nieuwe microgeneratie die zich tussen Gen-Z en Gen Alpha bevindt en bestaat uit personen die geboren zijn tussen 2008 en 2013.\n\nDe probleemstelling benadrukt dat de professionele verwachtingen en noden van Gen Zalpha aangaande hun eerste werkgever anders zijn dan die van de oudere Gen-Z’ers. Zo is Gen Zalpha bijvoorbeeld veel meer opgegroeid met technologieën zoals AI of VR en hechten ze veel belang aan duurzaamheid. Het zijn dan ook technologieën en thema’s die bedrijven zullen moeten omarmen om aantrekkelijk te zijn voor deze microgeneratie. Zeker in de war for talent.\n\nHet onderzoek bestaat uit desk research, het opzetten van focusgroepen, het afnemen van vragenlijsten en het uitvoeren van diepte-interviews bij zowel werkgevers als Gen Zalpha zelf. Het hoofddoel is om op basis van de opgedane inzichten een online \"Company Readiness Level (CRL) Test\" te ontwikkelen die de vorm aanneemt van een self-scan. Met deze test kunnen bedrijven hun aantrekkelijk als werkgever bij Gen Zalpha meten en op basis van adviesrapporten verbeteren.\n\nDe belangrijkste verwachte resultaten van dit onderzoek zijn:\n\n- Whitepapers over het aantrekken en behouden van Gen Zalpha.\n- Een online CRL Test (self-scan) met praktische adviesrapporten.\n- Een change management model om samenwerkingen tussen verschillende generaties binnen het bedrijf te bevorderen.\n- Een marketing- en communicatiestrategie om Gen Zalpha te bereiken en aan te spreken als werkgever.\n\nHet project loopt van oktober 2024 tot oktober 2026.","summary":"Onderzoek project Gen Zalpha: aantrekken & behouden van tech-savvy Gen Zalpha voor bedrijven. Ontwikkeling CRL Test voor bedrijfsaantrekkelijkheid. Resultaten: whitepapers, self-scan, change management model, marketingstrategie. Projectduur: okt 2024 - okt 2026.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003125","result_description":null},{"description":"In het kader van mijn doctoraatsproject 'Towards Vera' zal ik een essayfilm creëren en daartoe een methodologie ontwikkelen die zowel strategieën van de documentairefilm als benaderingen vanuit de archeologische theorie incorporeert. \n\nMijn onderzoek vertrekt vanuit een toevallige vondst, met name van het dagboek van een jonge vrouw genaamd Vera. Het dagboek dateert uit 1961 en ik vond het in Kypseli, de buurt waar ik leef en werk in het centrum van Athene. Dit verslag van het dagelijkse leven van een meisje vormt de aanzet tot een participatief filmproject over de geschiedenis van het gebied Kypseli, het hedendaagse Griekse leven en bij uitbreiding de stedelijke cultuur van een Europese metropool.\n\nSinds de urbanisatie in het begin van de 20e eeuw werd Kypseli in de jaren zestig en zeventig een culturele hub, terwijl vanaf de jaren negentig en doorheen de crisis migranten de wijk introkken en er een vitale band mee opbouwden waardoor Kypseli tot op de dag van vandaag een bijzondere case is wat samenleven en wonen betreft. Gevoed door mijn studies archeologie en documentairefilm zal ik de recente en actuele geschiedenis benaderen als het werkterrein voor de archeoloog van de toekomst.\n\nMijn benadering zal tweeledig zijn. Aan de ene kant zal ik de huishoudens en het alledaagse leven van de huidige bewoners observeren en documenteren alsook hen actief bij het project betrekken. Anderzijds zal ik een auto-fictioneel personage ontwikkelen, geïnspireerd door Vera's geschriften en door mijn eigen auto-etnografische notities, om zo tot een essayfilm te komen die zich beweegt tussen autofictie en non-fictie, werkelijkheid en verbeelding, Ik en de Ander.","summary":"Creating a participatory documentary film project based on a found diary to explore urban history and contemporary life in Athens' Kypseli neighborhood, blending archaeology and film strategies.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003126","result_description":null},{"description":"De manier waarop consumenten shoppen, is in de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. E-commerce (o.a. Chinese) lokt consumenten weg uit de steden met een combinatie van gemak en lage prijzen. De online trend en de honger naar goedkope producten die onmiddellijk geleverd worden, is door corona nog in een stroomversnelling geraakt.\n\nDe versnelling van consumeren en afdanken heeft zowel ecologische als maatschappelijke gevolgen. Op ecologisch vlak worden grondstoffen in sneltempo opgebruikt, worden ecosystemen verstoord en blijven we achter met een immer groeiende afvalberg van niet-recycleerbare producten. Kleding is één van de producten die steeds meer online tegen dumpingprijzen wordt gekocht, waardoor de CO2-uitstoot van de kledingindustrie intussen groter is dan de uitstoot van de internationale lucht- en scheepvaart gecombineerd.\n\nOp maatschappelijk vlak hebben de hang naar goedkopere goederen en het online shoppen een onmiskenbare impact op de marges van lokale handelaren. Het businessmodel van de lokale winkels staat onder druk en stadsbesturen zien winkels verdwijnen die sinds jaar en dag deel uitmaken van het hart van de stad.\n\nVandaag hebben de kernactoren nauwelijks zicht op hun rol en bijdrage aan het probleem:\n- Consumenten: Welke impact heeft mijn consumptiegedrag op de wereld? Hoe kan ik zelf het verschil maken? Waarop kan ik letten bij mijn aankopen om mijn milieuvoetafdruk te verkleinen? Waarom is het belangrijk om lokaal te blijven winkelen en welke handelaren zijn deel van het lokale weefsel en welke niet?\n- Lokale handel: Welke handvatten heb ik om nieuwe klanten te overtuigen van mijn verhaal en de meerwaarde van lokaal winkelen? Hoe kan ik mijn businessmodel verduurzamen en hierover communiceren (in lijn met de nieuwe Europese richtlijn rond Green Claims)?\n- Steden: Hoe kunnen we burgers er blijvend aan herinneren om lokaal en duurzaam te winkelen? Hoe trekken we consumenten van naburige dorpen en steden aan? In welke mate draagt de lokale handel in mijn stad bij aan het bestrijden van klimaatverandering en de groeiende afvalberg?","summary":"Consumenten kopen steeds meer online, wat ecologische en maatschappelijke gevolgen heeft. Lokale handelaren en steden moeten duurzaamheid promoten en consumenten bewust maken van hun impact.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003127","result_description":null},{"description":"Doelstellingen:\n1° Het opzetten van een “Vlhora lerend netwerk internationalisering” voor steun\n2° Het begeleiden van het proces om te komen tot een set van generieke indicatoren voor het opvolgen van het internationaliseringsbeleid voor onderzoek en innovatie bij de 13 hogescholen\n3° Het opvolgen van het Europese beleid, het onderhouden van internationale contacten en netwerk, het doorgeven van internationale opportuniteiten voor hogescholen en het organiseren van kennisuitwisseling\n4° Het op zich nemen van de coördinatie van de uitvoering van het internationaliseringsbeleid voor onderzoek en innovatie en de rapportering hierover aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen\n5° Het opzetten van structuren om de coördinatie te ondersteunen: het opvolgen van de generieke indicatoren via het gemeenschappelijk digitaal platform en het creëren van Engelstalige webpagina’s met informatie over de onderzoekdomeinen en contactgegevens van hogescholen en de begunstigde.","summary":"Opzetten van internationaal lerend netwerk, ontwikkelen indicatoren, coördinatie van beleid en netwerken voor hogescholen. Samenwerking en kennisdeling faciliteren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003128","result_description":null},{"description":"Samenwerken aan innovatieve digitale oplossingen die onze samenleving versterken. Civic Tech brengt multidisciplinaire experts, ontwikkelaars, en burgers samen in een veilig en duurzaam ecosysteem.\n\nBinnen [CodeForBelgium](https://codeforbelgium.org/) wordt software ontwikkeld mét maatschappelijke impact. Ons doel? Ontwikkeling van software duurzaam inzetten om betrokkenheid en samenwerking binnen de gemeenschap te bevorderen.\n\nDe Drie Pijlers van Civic Tech\n\n- **Financiering**\nHet vinden en structureel vormgeven van financiering is een van de grootste uitdagingen binnen Civic Tech. In een ideaal scenario werken we met een mix van financieringskanalen, zoals sponsoring door bedrijven, ondersteuning van NGO’s en overheden, en zelfs filantropische bijdragen van individuen die in onze visie geloven.\n\nOns onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel, ondersteund door een sterk marketingverhaal dat de maatschappelijke impact van onze projecten benadrukt. Door innovatie en sociale relevantie te combineren, willen we investeerders overtuigen om deel uit te maken van deze beweging naar een duurzamere digitale toekomst.\n\n- **Burgers**\nBij Civic Tech staan burgers centraal. Hun betrokkenheid en input zijn essentieel om applicaties te ontwikkelen die aansluiten bij de werkelijke behoeften van de samenleving. Door co-creatie en participatie streven we ernaar om technologie toegankelijk te maken voor iedereen. Zo versterken we de rol van burgers in het vormgeven van digitale inclusie.\n\n- **Vrijwilligers**\nHun passie, expertise en toewijding zorgen ervoor dat sneller en efficiënter innovatieve oplossingen kunnen gerealiseerd worden. Of het nu gaat om programmeren, ontwerpen of strategisch meedenken: vrijwilligers brengen de community tot leven en vormen de basis van onze successen.\n\nNaast vrijwilligers uit diverse disciplines betrekken we ook studenten. Zij krijgen de kans om praktijkervaring op te doen en een directe bijdrage te leveren aan innovatieve projecten met een maatschappelijke impact.\n\nPilot Cases: Civic Tech in actie!\n\nOm onze visie in de praktijk te brengen, werken we aan een aantal pilot cases. Deze cases laten zien hoe Civic Tech in de echte wereld impact maakt, van co-creatie met burgers tot het ontwikkelen van innovatieve digitale toepassingen.\n\nBenieuwd naar wat we doen? Neem een kijkje bij onze pilot cases en ontdek hoe Civic Tech bijdraagt aan een duurzame en digitale samenleving. Samen bouwen we aan verandering!","summary":"Innovatieve Civic Tech verbindt experts en burgers voor maatschappelijke impact. Financiering, burgerparticipatie en vrijwilligers vormen de kern. Ontdek onze pilot cases voor een duurzame digitale toekomst!","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003129","result_description":null},{"description":"Terugkeren naar het werk na een ziekte is een hele uitdaging! Dit voor zowel de werknemer als alle andere betrokken actoren. Een niet gestroomlijnd verloop van het proces, een moeizame en inefficiënte communicatie tussen de verschillende actoren en een onvolledig of foutief inzicht van de mogelijkheden en capaciteiten van de werknemer zijn de grootste knelpunten om tot een efficiënte re-integratie te komen.\n\nHet doel van dit onderzoek is om een innovatieve blauwdruk van een MVP voor een ‘Terugkeer naar Werk’-tool te ontwikkelen om het re-integratieproces te faciliteren. Deze tool maakt gebruik van AI en gestructureerde standaardfiches om de communicatie tussen alle betrokken actoren te optimaliseren. Elke werknemer krijgt een persoonlijk digitaal dossier waarin zijn re-integratiestappen persoonlijk worden gedefinieerd. De gestructureerde fiches moeten zorgen voor een duidelijke en uniforme taal tussen de verschillende actoren over de restcapaciteiten van de zieke werknemer. AI zal zoveel mogelijk de flow trachten te versnellen, de communicatie tussen de verschillende actoren te verbeteren en de restcapaciteiten mee in kaart te brengen.\n\nMethodologie\n- desktopresearch en nodenanalyse\n- iteratief user-centred proces voor ontwerp prototype in samenwerking met werkveld\n- pilootstudie\n\nVerwachte resultaten na 1 jaar:\nEr zal een bruikbaar prototype worden ontwikkeld van de “Terugkeer Naar Werk-Tool”, gebaseerd op de noden en wensen van alle relevante actoren. De bruikbaarheid en inzetbaarheid van het prototype zal worden getest in een korte pilootstudie. De eerste stappen richting implementatie in het werkveld zullen worden ondernomen.","summary":"Innovatieve 'Terugkeer naar Werk'-tool met AI optimaliseert communicatie en re-integratieproces. Persoonlijke digitale dossiers en gestructureerde fiches zorgen voor efficiëntie en uniforme taal tussen actoren.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003130","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject verkent op een diachronische manier de constructie van landschappen en hun artistieke en wetenschappelijke representaties via botanische uitwisselingsprocessen tussen Patagonië, mijn geboorteplaats, en Europa, waar ik momenteel woon. Het vertrekpunt van mijn onderzoek is de Araucaria, een oude boomsoort uit Patagonië die een belangrijke rol speelt voor de inheemse bevolking. Aan het einde van de 18e eeuw werd de Araucaria voor het eerst naar Europa gebracht, waar hij te vinden was in botanische tuinen en burgerlijke buitenwijken. Na de verovering van Patagonië door Argentinië aan het eind van de 19e eeuw, werden de Araucaria's door Europese kolonisten vervangen door productievere dennen. Deze botanische uitwisselingen, diep geworteld in de koloniale geschiedenis, hebben beide landschappen diepgaand beïnvloed.\n\nGeïnspireerd door het werk van Cortes-Rocca (2017), stel ik dat de geschiedenis van het landschap nauw verbonden is met de geschiedenis van de blik en zijn technologieën. Dienovereenkomstig ben ik van plan een dekoloniaal perspectief te gebruiken om de representaties van het grondgebied in vraag te stellen. Dit zal gebeuren door zowel visuele archieven uit de late 19e en 20e eeuw te bestuderen, als nieuwe beelden te creëren die geïnformeerd zijn door alternatieve perspectieven op de natuur. Als de geschiedenis van de representatie van de natuur de geschiedenis is van onze relatie ermee, kunnen alternatieve manieren van representatie dan leiden tot alternatieve manieren om ons ermee te verhouden?","summary":"Onderzoek naar de invloed van botanische uitwisselingen tussen Patagonië en Europa op landschappen en representaties. Focus op Araucaria-bomen en dekolonisatie van territoriale representaties.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003131","result_description":null},{"description":"AImagine heeft als doel de kwaliteit van de onderwijspraktijk van leraren (opleiders) en junior-collega’s in secundair onderwijs (1ste graad) te versterken op het vlak van cultureel bewustzijn, digitale competenties en mediawijsheid met Art-Based AI.\n\nDe focus ligt op het uitwerken van een transversale leerlijn voor de sleutelcompetentie cultureel bewustzijn. Dit speerpuntpuntproject sluit naadloos aan de beleidsfocus van Europa, Vlaanderen, Limburg en Hogeschool PXL voor sterke, cultureel geletterde leraren en een kwaliteitsvolle lerarenopleiding.","summary":"Versterk onderwijspraktijk met Art-Based AI voor cultureel bewustzijn, digitale competenties en mediawijsheid in secundair onderwijs. Transversale leerlijn voor cultureel bewustzijn. EU, Vlaanderen, Limburg en Hogeschool PXL ondersteunen dit project.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003132","result_description":null},{"description":"Het onderzoek focust op het identificeren van kennisnoden en -hiaten over effectieve klaspraktijken voor de brede basiszorg (BBZ) en verhoogde zorg (VZ) in het leerplichtonderwijs.","summary":"Identificeer kennisnoden en -hiaten voor effectieve klaspraktijken in het leerplichtonderwijs (BBZ en VZ).","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003134","result_description":"Onderzoeksdoel: consensus vinden in het werkveld over de link tussen kennishiaten en -noden om te komen tot prioriteiten."},{"description":"Dit onderzoeksvoorstel richt zich op de uitdagingen waarmee Vlaamse, niet-beursgenoteerde KMO’s geconfronteerd bij het opstellen van duurzaamheidsrapporten, conform de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de Voluntary reporting standard for SMEs (VSME).\n\nOndanks het feit dat niet-beursgenoteerde KMO’s niet direct onder de CSRD vallen, worden zij indirect wel gedwongen om aan duurzaamheidsrapportering te doen in overeenstemming met de CSRD op basis van het trickledown effect. Dit gezien grote ondernemingen en beursgenoteerde KMO’s moeten rapporteren over de duurzaamheid van hun volledige waardeketen, waar niet-beursgenoteerde KMO’s vaak deel van uitmaken.\n\nVeel niet-beursgenoteerde KMO’s missen echter de benodigde kennis, data en middelen om dit succesvol te doen. Het project onderzoekt welke sector(en) het meeste voordeel kunnen halen door te rapporteren conform de CSRD en VSME richtlijnen en welke voordelen dit concreet biedt aan niet-beursgenoteerde KMO’s.\n\nOp basis van een uitgebreide, online self-scan en een digitaal (AI) tool zullen niet-beursgenoteerde KMO’s inzicht kunnen krijgen in hun eigen duurzaamheidspraktijken en kunnen ze advies (al dan niet op maat) ontvangen zodat ook zij kunnen voldoen aan de doelstellingen van de Europese Green Deal tegen 2050.\n\nDe belangrijkste verwachte resultaten omvatten de voltooiing van de self-scan en de digitale tool tegen oktober 2026. Dit zal niet-beursgenoteerde KMO’s helpen om succesvol stappen te zetten richting duurzaamheidsrapportering binnen de CSRD richtlijnen en de concurrentievoordelen ervan te benutten. Gedurende het project zullen ook sectoranalyses, focusgroepen, whitepapers en andere vormen van evaluaties plaatsvinden.","summary":"Onderzoek: Hoe niet-beursgenoteerde KMO's duurzaamheidsrapporten kunnen opstellen volgens CSRD en VSME voor concurrentievoordeel. Self-scan en AI-tool helpen KMO's om aan Europese Green Deal-doelen te voldoen tegen 2050. Voltooiing project verwacht in oktober 2026.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003135","result_description":null},{"description":"Bevordering van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) in bestaande onderwijs- en opleidingsprogramma’s voor het versterken van competenties in de arbeidsmarkt en KMO’s.","summary":"Versterk competenties in de arbeidsmarkt en KMO's door duurzame ontwikkelingsdoelen te integreren in onderwijsprogramma's.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003136","result_description":null},{"description":"Dit project onderzoekt de twee onderling verbonden discoursen van iconoclasme en afgoderij in de politieke geschiedenis van het hedendaagse Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het richt zich op de paradox die de symbolen van de macht doorgaans kenmerkt: gebouwd om specifieke ideologieën en machtsstructuren in het publieke domein te propageren, blijven ze betwist en ingebed in sociale en politieke conflicten, waardoor ze vatbaar worden voor daden van iconoclasme.\n\nHoewel iconoclasme gewoonlijk wordt uitgevoerd om symbolen uit het publieke bewustzijn te wissen, zijn er momenten waarop deze volledige vernietiging wordt vervangen door subtielere vormen van hercontextualisering en gebruik, waardoor een krachtiger politiek statement ontstaat, wat iconoclasme tot een creatieve voorstelling maakt. Zo onderzoek ik hoe een symbool van macht een middel kan worden dat ruimte terugwint voor meerdere geschiedenissen en verhalen om samen te komen.\n\nHoe kan op momenten van sociaal-politieke omwentelingen een performatieve daad van iconoclasme een onderdeel worden van creatieve en kritische gesprekken en praktijken op langere termijn die mensen effectiever betrekken? Hoe kan het publieke domein ruimte bieden aan de uitvoering van beeldenstorm, zodat mensen kunnen deelnemen en een stem hebben in het gebruiksproces?\n\nHet project omvat een visuele atlas die belangrijke iconoclastische handelingen documenteert, op basis van archiefbronnen en herinneringen. Het zal een grondige referentie bieden aan de uitvoering van het iconoclasme met betrekking tot de vorm van het symbool, de sociale locatie en de wijze van vernietiging, alsmede de motieven, strategieën, gevoelens en rollen van de iconoclasten en afgodendienaars.\n\nHet project zal zijn bevindingen manifesteren via een bordspel, dat fungeert als instrument om dialoog en kritisch bewustzijn te genereren en te experimenteren met de open mogelijkheden van de performatieve handelingen van het iconoclasme en de veranderende vormen van afgoderij.","summary":"Onderzoek naar iconoclasme en afgoderij in Midden-Oosten en Noord-Afrika, met focus op machtssymbolen en politieke conflicten. Ontdek hoe creatieve iconoclasme een krachtig politiek statement kan maken. Maak ruimte voor diverse geschiedenissen en verhalen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003137","result_description":null},{"description":"Het pilootproject maakt deel uit van het grotere ombouwproject Bumbastad. In dit project wordt een nieuwe Volvo Penta D13 stageV dieselgenerator geïnstalleerd in een duwboot. Deze generator voorziet het elektrische vermogen voor de boegschroef en pompinstallaties. ReMeth zal de nieuwe generator ombouwen op biodiesel en tegelijkertijd wordt er een dual-fuel injectiesysteem geïnstalleerd. Hierdoor worden de voordelen van biodiesel gecombineerd met de voordelen van dual-fuel methanol.\n\nHet volledige systeem bestaat uit een biodieseltank die geïntegreerd wordt in de duwboot, en een extra methanol brandstoftank die op het dek geplaatst wordt. De ruimte waar de dual-fuel methanol generator opgebouwd staat, wordt voorzien van een veiligheidssysteem met methanoldetectie, automatische uitschakeling van de methanol opvoerpomp en automatische tankafsluiting.","summary":"Nieuwe Volvo Penta D13 dieselgenerator op biodiesel met dual-fuel systeem voor duwboot in ombouwproject. Combines voordelen biodiesel en methanol.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003138","result_description":null},{"description":"Agressie op het werk kent een toenemende prevalentie. Het doel is het ontwikkelen van een Agressie Leerplatform voor Educatie en Reflectie Training (ALERT) wat bedrijven handvaten geeft om een training op maat te bouwen voor organisaties.\n\nEen organisatie kan via het platform m.b.v. slimme technologie (AI) een scenario schrijven van een agressiesituatie. Het IT-bedrijf ontwikkelt dit scenario met adviezen vanuit het platform, met een bibliotheek van alle scenario’s.\n\nALERT bouwt voort op kennis verworven vanuit een eerder WSE-project waarbinnen Hostilia is ontwikkeld, een edugame om zorgpersoneel te trainen in het omgaan met agressie met belangrijke aandachtspunten voor ALERT om sectoroverschrijdend te werken en een single player optie te voorzien.","summary":"Ontwikkel het Agressie Leerplatform voor Educatie en Reflectie Training (ALERT) om bedrijven tools te bieden voor op maat gemaakte agressietrainingen. Gebruik slimme technologie om scenario's te creëren en adviezen te geven.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003139","result_description":null},{"description":"Dit project zal de innovatie- en ondernemingscapaciteit van het consortium vergroten en daarmee ook de innovatie- en ondernemingscapaciteit van de Europese culturele en creatieve industrieën.\n\nDe focus van C-ACCELERATE ligt op twee belangrijke gebieden: de verkenning van innovatie- en ondernemersmotivaties en -intenties in CCSI door het inzetten van een methodologie die radicale creativiteit identificeert als een benadering van innovatie en ondernemerschapsonderwijs en door het aannemen van een interdisciplinaire benadering van ondernemerschap.\n\nDe consolidatie van bestaande en opkomende gefragmenteerde ondernemende ecosystemen door het ontwikkelen van een verbonden, effectief mentornetwerk dat sectoren, disciplines en nationale contexten overspant.","summary":"Verhoog innovatie en ondernemerscapaciteit van Europese creatieve industrieën door focus op motivaties, radicale creativiteit en mentor-netwerken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003140","result_description":null},{"description":"De relationele ruimte van het beeld ontvouwen – fotofilmische en performatieve herverbeeldingen\n\nVluchtige beelden op schermen, gefilterde live-feeds en virtuele realiteiten nemen de ervaring van de/onze wereld over. In het licht van deze ontwikkelingen wordt visuele geletterdheid een noodzaak om ons te oriënteren, voeling te houden met de werkelijkheid en nieuwe vormen van framing, verbeelding en storytelling te ontwikkelen.\n\nDe fotofilmstrategieën die ik aanwend en observeer suggereren dat de kennis en het denken over beelden kan worden gestimuleerd doorheen de beelden zelf. In mijn artistieke praktijk onderzoek ik hoe de agency van (op lenzen gebaseerde) beelden letterlijk in eigen handen kan worden genomen. Beelden worden benaderd als complexe relationele ruimtes die zich ontvouwen doorheen meerdere kaders waarin de kijker betrokken is. Door het transformeren, ensceneren en contextualiseren van deze beelden suggereer ik dat een performatieve, fysieke handeling mogelijkheden biedt om met en van beelden te leren.\n\nIn mijn onderzoek wil ik deze strategieën verder ontwikkelen als tools om kritische beeldpraktijken te versterken en een geëmancipeerde blik aan te moedigen. Door discursieve en curatoriële samenwerking met onderzoekers, kunstenaars en publieken, wil ik specifieke artistieke strategieën uitwisselen en delen die het theoretische discours kunnen complementeren, agency kunnen stimuleren en ons in staat stellen onze positie ten opzichte van beelden opnieuw te verbeelden en te definiëren.","summary":"Verken de kracht van beeld en verbeelding in een wereld van visuele overvloed. Ontwikkel nieuwe framing- en storytellingvaardigheden om kritisch en creatief met beelden om te gaan. Samenwerking en artistieke strategieën versterken onze relatie met beelden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003141","result_description":null},{"description":"Begeleiden van 60 Vlaamse scholen in het vormgeven van een AI- en/of XR-Beleid door coaching, lerend netwerk, online training en hands-on sessies.\n\nProject in opdracht van het Kenniscentrum Digisprong. In samenwerking met Impact Connecting, Schoolmakers, Vives en Dlearning.","summary":"Help bij ontwikkelen AI- en XR-Beleid voor Vlaamse scholen. Coaching, training en samenwerking met Kenniscentrum Digisprong, Impact Connecting, Schoolmakers, Vives en Dlearning.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003142","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nBinnen Mentes wordt een ontwikkelgroep opgericht om een effectief mentorenproject voor de kinderopvang vorm te geven. Dit project richt zich op het ondersteunen en begeleiden van (toekomstige) mentoren, zodat zij hun rol optimaal kunnen vervullen en een duurzame impact kunnen maken op mentees.\n\nDe nood en relevantie\n\nMentorschap speelt een cruciale rol in persoonlijke en professionele groei. Een goed gestructureerd mentorenproject biedt Mentes de kans om te leren van ervaren begeleiders, maar vraagt ook om duidelijke ondersteuning en tools voor de mentoren zelf. Door een ontwikkelgroep te starten, zorgen we voor een sterke basis en duurzame verankering van het mentorschap binnen Mentes.\n\nVan aanpak tot impact\n\nDe ontwikkelgroep brengt experten, mentoren en stakeholders samen om de doelstellingen, methodieken en ondersteuningstools van het mentorenproject te definiëren. We werken via co-creatie en praktijkgericht onderzoek om een effectieve aanpak te ontwikkelen. De resultaten leiden tot een concreet implementatieplan en een duurzaam mentorschapsmodel binnen Mentes.","summary":"Ontwikkelgroep binnen Mentes creëert effectief mentorenproject voor kinderopvang. Ondersteunt mentoren voor optimale roluitvoering en duurzame impact op mentees.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003143","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsproject heeft als doel de langetermijnzorg te hervormen richting meer persoonsgerichte zorg door kennis te vergroten en, aan de hand van ontwerp, methodes en hulpmiddelen te ontwikkelen om de identiteit van personen met hoge ondersteuningsbehoeften die niet voor zichzelf kunnen spreken, beter te begrijpen, toegankelijk te maken, vast te leggen en te integreren.\n\nDit project richt zich tot twee groepen personen met een hoge ondersteuningsbehoefte: personen met dementie en personen met een ernstige verstandelijke en meervoudige handicap (aangeduid als PmEVMH) die in een zorgwoning verblijven. \n\nTen eerste zal dit project de conceptualisering van identiteit voor personen met dementie en PmEVMH onderzoeken. Dit zal gebeuren op een interdisciplinaire manier (samen met experts uit de psychologie en biomedische wetenschappen) met behulp van verschillende ontwerpmethoden waarbij personen met een hoge ondersteuningsbehoefte, hun (in)formele en professionele verzorgers en industrie-experts worden betrokken. \n\nTen tweede zal dit project innovatieve ontwerpmethoden, tools en strategieën ontwikkelen, implementeren en evalueren om toegang te krijgen tot de identiteit van personen met dementie en PmEVMH en deze vast te leggen zonder afhankelijk te zijn van de cognitieve en verbale capaciteiten van deze personen, maar hun identiteit vastleggen in nieuwe en multimodale manieren (bijv. toolkit). \n\nTen derde zullen tijdens dit project de voorwaarden voor, het proces van en de effecten van het implementeren van de methoden en strategieën om de identiteit van personen met een hoge ondersteuningsbehoefte in de langdurige zorg te integreren, worden bestudeerd door een interdisciplinair team waarbij designexperten samenwerken met experten op het gebied van psychologie en biomedische wetenschappen.","summary":"Transformeer zorg door identiteit van kwetsbare personen te begrijpen, vastleggen en integreren via interdisciplinaire methoden en tools.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003144","result_description":null},{"description":"Deze studie van theatrale aspecten in Mozarts piano concerti maakt gebruik van wat in de hedendaagse muziekanalyse bekend staat als \"topical theory,\" aangevuld door noties van achttiende-eeuwse muzikale retoriek.\n\nUitgangspunt is een door muziekwetenschappers vaak vastgestelde kruisbestuiving tussen twee genres die Mozart actief beoefende en die voor zijn carrière absoluut essentieel waren: de opera en het pianoconcert - beiden typisch door Mozart als pianist-dirigent uitgevoerd op dezelfde plaats, namelijk het theater.\n\nMijn onderzoek tracht de praktische consequenties in kaart te brengen voor pianisten die instrumenten uit Mozarts tijd gebruiken en die willen aanknopen bij die laat-achttiende-eeuwse theatraliteit, of die nu wordt gespeeld of gezongen.","summary":"Onderzoek naar theatrale aspecten in Mozarts piano concerti, gebaseerd op topical theory en retoriek. Onderzoekt de invloed van opera en piano concerto op Mozarts carrière. Onderzoek relevant voor pianisten van Mozarts tijd.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003146","result_description":null},{"description":"Gezien de complexe maatschappelijke transities die vandaag aan de gang zijn of zich aandienen (digitale omwenteling, groene transitie, …) wordt levenslang leren een noodzakelijke voorwaarde om mensen wendbaar, weerbaar en duurzaam inzetbaar te maken. De overheidsopdracht Leergoesting kadert onder vlaggenschip 5 van het Actieplan (begeleiding en ondersteuning bij levenslang leren), de resultaten van deze evaluatie-opdracht zullen significant bijdragen aan vlaggenschip 1 (naar een kennisagenda levenslang leren) en zo doorwerken binnen het ESF+ Operationeel Programma en het bredere Vlaamse arbeidsmarktbeleid rond levenslang leren.\n\nDeze evaluatie beoogt de dubbele doelstelling van accountability en leren die bij de meeste evaluaties terugkomt en die in het bestek werd vertaald in 5 evaluatievragen.\n• Accountability: werden de beoogde resultaten en impact behaald, op organisatieniveau (versterking van het leerklimaat) en op niveau van individuele werknemers (toename van de autonome leermotivatie en een verhoogde duurzame inzetbaarheid)? Op basis van een evaluatie van de effectiviteit van de begeleidingstrajecten kan worden gelegitimeerd om de beleidsmaatregel ook in de toekomst in te zetten.\n• Leren: onder welke voorwaarden en mechanismen dragen de begeleidingstrajecten bij aan de gewenste outcomes op individueel en organisatieniveau? Op welke condities of hefbomen kunnen begeleidingstrajecten inzetten en hoe kunnen ze deze vertalen naar zinvolle acties? Gezien de diversiteit van het KMO-landschap en de complexiteit van de beleidsvraag is een grondig onderzoek naar wat werkt voor wie werkt onder welke omstandigheden inderdaad noodzakelijk.\n\nEen benadering vanuit theory-based en Realist evaluatie is voor zover wij weten zeer innovatief binnen deze beleidscontext. Deze benadering heeft zijn meerwaarde meer dan bewezen bij evaluaties van projecten en organisaties binnen de ontwikkelingssamenwerking.","summary":"Levenslang leren essentieel voor wendbaarheid en duurzame inzetbaarheid. Evaluatie Leergoesting draagt bij aan beleidsagenda en versterkt leerklimaat.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003147","result_description":null},{"description":"Stad Gent koos doelbewust voor programmawerking gebaseerd op de theorie van MSP (Managing Succesful Programmes). Deze keuze vertrekt van een bewustzijn van de complexiteit van de stedelijke context, en de nood aan een strategische aanpak op lange termijn die verschillende domeinen (sociaal, economisch, ruimtelijk, ecologisch) integreert.\n\nStad Gent werkte op basis van de MSP een duidelijk proces uit voor het vormgeven, uitvoeren en afsluiten van stadsvernieuwingsprogramma’s met duidelijke richtlijnen en templates voor elke stap. Zoals zelf wordt aangegeven in de nota “Visie en aanpak van Stedelijke Vernieuwing” ontbreekt hierin nog aanpak voor beleidsevaluatie en impactmeting.\n\nIn deze opdracht zullen we op basis van bovenstaande principes een realistisch, haalbaar en breed toepasbaar kader voor impactmeting en beleidsevaluatie van de programmawerking van de stad Gent ontwikkelen. Het kader bevat concrete handvaten en methodieken voor de verschillende fasen van een programmawerking.","summary":"Stad Gent kiest voor MSP-programmawerking om complexe stadsvernieuwingsprogramma's strategisch te managen op lange termijn. Noch beleidsevaluatie, nog impactmeting zijn momenteel geïntegreerd. Onze opdracht is een kader ontwikkelen voor impactmeting en beleidsevaluatie van de stad Gent's programmawerking.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003149","result_description":null},{"description":"In de eerste helft van 2024 is België voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Tijdens dit voorzitterschap schuift België sociale inclusie en sociale cohesie naar voren als een belangrijke prioriteit en legt ons land een raadshandeling voor over dit thema.\n\nIn opdracht van het Departement Jeugd, Cultuur en Media stellen we een achtergronddocument samen met begripsdefinities, actuele uitdagingen, werkbare modellen en prioriteiten zowel voor Vlaanderen als voor Europa. Dit achtergronddocument voedt de raadshandeling waarvan we ook mee de pen vasthouden.","summary":"België benadrukt sociale inclusie en cohesie als prioriteit bij voorzitterschap Raad van de EU in 2024. Achtergronddocument met definities, uitdagingen en prioriteiten wordt opgesteld door Departement Jeugd, Cultuur en Media.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003150","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsonderzoek richt zich specifiek op kinderen en jongeren binnen de semi-ambulante pediatrische zorgcontext, waarin de muziektherapeutische literatuur een lacune vertoont ondanks de specifieke contextuele uitdagingen.\n\nDeze kinderen worden enerzijds geconfronteerd met de onvoorspelbaarheid van hun ziekte en behandeling en bevinden zich anderzijds in een versnipperde sociale omgeving. Door deze gefragmenteerde zorgsetting hebben de kinderen en jongeren vaak minder toegang tot psychologische ondersteuning dan volledig gehospitaliseerde patiënten, en kan de versnipperde sociale context hun sociaal functioneren beïnvloeden.\n\nMuziektherapie toont het potentieel om op een speelse en creatieve manier de medische zorgvraag te ondersteunen. Zo zal het onderzoek bestuderen hoe een verbindende en creatieve muziektherapeutische relatie als een holding environment kan fungeren en zo het kind optimaal kan ondersteunen tijdens het medische zorgtraject.\n\nAangezien de ziekte meer bedreigt dan enkel de lichamelijke gezondheid, is het essentieel om in deze veilige, zorgzame en ondersteunende omgeving binnen de muziektherapeutische relatie hun veerkracht te versterken, wat cruciaal is voor hun verdere ontwikkeling, (mentaal) welzijn en Quality of Life (QOL).\n\nHet kwalitatieve onderzoek maakt gebruik van een participatieve dataverzamelingsmethode via zowel een individuele- als groepsmodule. Dit iteratief proces leidt tot de ontwikkeling en verfijning van muziektherapeutische interventies die specifiek gericht zijn op het versterken van veerkrachtsfactoren bij kinderen en jongeren met een chronisch medische aandoening in een semi-ambulante zorgcontext.","summary":"Onderzoek naar muziektherapie voor kinderen met chronische aandoeningen in semi-ambulante zorg. Ondersteunt veerkracht en welzijn in medische trajecten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003151","result_description":null},{"description":"Moving Conditions is gebaseerd op Sofia Caesars ervaring met een chronische aandoening, en op danspraktijken en somatische therapieën. Door de grenzen van het lichaam te erkennen, kunnen deze beperkingen worden omgezet in potentie.\n\nHaar onderzoek vraagt zich af wat er kan worden gedaan met de bewegingen en stemmingen die ons conditioneren. Het heeft geresulteerd in een boekmanuscript: \"Dancing with Constraints, A Dance Manual in Dialogue Form\"; en vier tentoonstellingen: \"Canseira (Lassitude)\", \"Superaquecidas (Overheated)\", \"Caûma\" en, ten slotte, \"Stuck, Exhausted, Overheated, Misdiagnosed and Horny\", dat in oktober 2024 wordt getoond in Terrarium in LUCA School of Arts.","summary":"Moving Conditions, geïnspireerd door Sofia Caesars' ervaring met een chronische aandoening, transformeert lichaamsbeperkingen in kracht. Dit resulteerde in een boekmanuscript en tentoonstellingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003152","result_description":null},{"description":"Dit investeringsproject investeert in state-of-the-art opleidingsinfrastructuur voor de versterking van vaardigheden voor de energietransitie in de gebouwde omgeving. Thomas More Kempen vzw ondersteunt hiermee de ontwikkeling van het breder leerecosysteem Eco-build Kempen voor de versterking van vaardigheden voor de groene transitie in de bouw- en installatiesector.\n\nDeze regionale investeringen in het versterken van vaardigheden ondersteunen de beleidsagenda van de Vlaamse Overheid voor wat betreft de VLAIO-speerpuntclusters Flux50 (energie), de Green Skills Roadmap (WSE), het versterken van beroeps- en technisch onderwijs (DOV) en meer capaciteit voor de bouw (VEKA).\n\nEco-build Kempen ontwikkelt innovatieve leermiddelen om de energietransitie in de gebouwde omgeving te realiseren. Om tegemoet te komen aan kwantitatieve knelpunten en kwalitatieve mismatches in de bouw- en installatiesector richten we ons op de volgende doelstellingen en -groepen:\n\n* Toekomstige professionals sensibiliseren en werven\n* Het onderwijs voor toekomstige professionals versterken\n* Om- en bijscholing van huidige professionals versterken\n\nMet gebiedsgerichte investeringen in een leerecosysteem van gedeelde expertise en gedeeld gebruik van innovatieve opleidingsinfrastructuur versterkt Eco-build Kempen de competitiviteit van de vele (Kempense) KMO’s in de bouw- en installatiesector.","summary":"Investeringsproject versterkt vaardigheden voor energietransitie in de bouw. Ondersteunt beleidsagenda Vlaamse Overheid en ontwikkelt innovatieve leermiddelen. Focus op sensibilisatie, versterking onderwijs en bijscholing professionals voor competitiviteit KMO’s.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003154","result_description":null},{"description":"In mijn tuin zijn koloniale overblijfselen aanwezig in de hortensia's en japonica's. Ze werden oorspronkelijk mee terug genomen uit Japan door Philipp Franz von Siebold, die werkzaam was voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie.\n\nEen Acanthus mollis, waarvan de bladeren Korinthische zuilen karakteriseren, blijft zich verspreiden via een netwerk van ondergrondse wortels. Abortiva, zoals Zevenblad, Alsem en lievevrouwebedstro, zijn ook aanwezig. Deze, naast andere planten, verbinden mijn volkstuin met de geheime kennis die ooit toebehoorde aan vroedvrouwen en heksen.\n\nEn een conifeer, die moeite heeft om te gedijen, weerspiegelt de invloed van klimaatverandering. Dit onderzoek stelt een close reading van mijn stadstuintje voor, waarbij verhalen, geschiedenissen en kennis worden opgegraven, die verzonken zijn in / ingebed in slechts enkele vierkante meters grond.\n\nDoor experimentele vormen van online schrijven en mixed media te combineren, worden het verleden, heden en mogelijke toekomst verweven. Het onderzoek wordt gedreven door de volgende vragen: hoe zou elk narratief knooppunt, of kluwen een transhistorisch perspectief kunnen bieden op dit bescheiden stukje land, is het mogelijk de plek in zijn dichtheid van verstrengelingen te representeren, wat is mijn positie als verteller, vrouw, kunstenaar en tuinier, ingebed in en toegewijd aan dit landschap, en tot slot, als mijn tuin niet meer zal bestaan, vanwege de oprukkende stadsuitbreiding, hoe zou dit werk dan kunnen getuigen van wat verloren is gegaan?\n\nDe overkoepelende vraag in dit project is: als men de milieu-ecologieën van een specifieke plek kan adresseren, is het dan ook mogelijk de aanwezigheid van narratieve ecologieën aan te tonen?","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Ontdek historische planten en geheime kennis in een stadstuin. Verweef verleden, heden en toekomst via online schrijven en mixed media.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003155","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nDoor de digitalisering en explosieve groei van sociale media zijn de mogelijkheden voor bedrijven om video in te zetten explosief toegenomen (Schroeder, 2017; Kirsch, 2004). Via diverse kanalen en in diverse vormen zetten ze video in voor interne en externe doeleinden. Daar bedrijfscommunicatie is geëvolueerd naar een conversatiemodel gebeurt die video-inzet vaker in een ruimer proces van cross-mediale productie en activatie. Er is tot nog toe weinig kennis over de vormgeving, distributie, en activatie van bedrijfsvideo (Mccabe & Knights, 2015) en het ontvangersperspectief (Antheunis et al., 2016). Met dit onderzoek vullen we deze leemte op door vormverschillen (bv. narratieve opbouw, genre, lengte, beeldformaat, …) en verschillen in activatie vanuit een tweezijdig perspectief te bestuderen a.d.h.v. de volgende onderzoeksvragen:\n\n- Welke richtlijnen en criteria hanteren de bedrijven/producenten bij het modelleren en activeren van video (bedrijfsperspectief)?\n- Welke eisen stellen ontvangers t.a.v. bedrijfsvideo (ontvangersperspectief)?\n\nMETHODOLOGIE\n\nWe hanteren een multi-methodische aanpak waarbij we vorm, inhoud en activatie van drie types corporate video (nl., corporate image, corporate social responsibility, en employer branding) bestuderen en vergelijken:\n\n- Fase 1: Literatuurstudie\n- Fase 2: De inzet en activatie van video in de profit sector\n  a. Survey bij opdrachtgevers en producenten over de inzet van video\n  b. Selectie van 10 bedrijven als casestudies\n- Inhoudsanalyse op alle corporate image, corporate social responsibility en employerbranding films\n- Diepte-interviews met communicatieverantwoordelijken en videoproducenten\n- Focusgroepen met werknemers\n- Fase 3: De inzet en activatie van video in de non profit sector\n- Fase 4: Integratie en valorisatiefase\n\nNaast klassieke output in wetenschappelijke artikels en presentaties op academische en werkveld-gerichte congressen, werken we met werkveldexperten een handboek uit dat concrete handvaten aanreikt om bedrijfsvideo doeltreffend in te zetten in een cross-mediale context.","summary":"Bedrijven benutten video's voor interne en externe communicatie via diverse kanalen. Onderzoek richt zich op vorm, distributie en ontvangersperspectief van bedrijfsvideo's voor effectieve inzet in cross-mediale context.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003156","result_description":null},{"description":"De toekomst van hernieuwbare energie is veelbelovend dankzij technologieën zoals warmtepompen. Warmtepompen zullen een cruciale rol spelen in de transitie naar een groenere, meer duurzame wereld.\n\nOm deze toekomst te realiseren, zullen bedrijven, technici en eindgebruikers nauw moeten samenwerken om kennis te vergaren en incentives te implementeren die de adoptie van duurzame technologieën bevorderen. UCLL ziet hierin de opportuniteit om, aanvullend aan de bestaande koeltechnische opleidingen en navormingen, een complementaire opleiding aan te bieden voor warmtepompen in industriële omgeving.\n\nDe uitvoering van dit project kadert in het optimaal benutten van bestaande en nieuwe infrastructuur binnen UCLL, meer specifiek m.b.t. het koeltechnisch labo te Houthalen. Hier is sinds 2012 een specialisatietraject lopend in het gebruik van natuurlijke koelmiddelen voor zowel commerciële als industriële toepassingen. Dit heeft UCLL in staat gesteld zich te profileren als Vlaamse referentie en bij uitbreiding Europees erkend kenniscentrum voor innovatieve koeltechnieken.\n\nDe focus op warmtepomptoepassingen is enkele jaren geleden ingezet. Hier ging het voornamelijk over residentiële warmtepomptoepassingen. In 2017 heeft UCLL een erkenning ontvangen voor de opleiding warmtepompen met RESCert label, een training tot ‘erkend’ warmtepompinstallateur die een voorwaarde is zodat eindgebruikers in aanmerking komen om bepaalde overheidspremies te ontvangen. Een belangrijke stap voor het labo te Houthalen.\n\nHoewel koeling en verwarming afzonderlijke expertises lijken te zijn, is deze stap niet onlogisch gezien de verwarmingssystemen van de toekomst in vele gevallen het gebruik van warmtepompen zal impliceren. De basistechnologie van een warmtepomp is niet meer of minder dan koeltechniek én het gebruik van koelmiddelen. Hierin zal het belang van natuurlijke koelmiddelen de komende jaren enkel toenemen. Opleidingstrajecten zullen vanaf 2025 van start gaan.","summary":"De toekomst van hernieuwbare energie wordt gevormd door warmtepomptechnologie. UCLL biedt een specifieke opleiding aan voor industriële warmtepompen, gericht op duurzame energie en innovatieve koeltechnieken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003157","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nKIKO staat voor Kwaliteitsvol Inspirerend KleuterOnderwijs en richt zich op het versterken van de onderwijspraktijk in de kleuterklas. Dit project ondersteunt leerkrachten bij het creëren van een rijke leeromgeving die zowel spelend leren als doelgerichte didactiek combineert.\n\nDe nood en relevantie\n\nKleuteronderwijs vormt de basis voor de verdere schoolloopbaan en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Toch ervaren leerkrachten vaak uitdagingen bij het combineren van speels en gestructureerd leren. KIKO biedt wetenschappelijk onderbouwde inzichten en praktische tools om de kwaliteit van het kleuteronderwijs te versterken, met oog voor differentiatie en betrokkenheid.\n\nVan aanpak tot impact\n\nBinnen KIKO werken we samen met leerkrachten en onderwijsexperts om inspirerende lespraktijken te ontwikkelen en te testen. Via workshops, coaching en praktijkgericht onderzoek helpen we scholen om een krachtige leeromgeving te creëren. De resultaten van dit project leiden tot concrete handvatten en materialen die breed inzetbaar zijn binnen het kleuteronderwijs.","summary":"KIKO verbetert kleuteronderwijs met rijke leeromgeving, speels leren en didactiek. Wetenschappelijk onderbouwde inzichten en praktische tools versterken de kwaliteit en differentiatie, ondersteund door workshops en praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003158","result_description":null},{"description":"De voorbije jaren zijn er onder de onderzoekers van CREATIE en Maxlab spontane samenwerkingsverbanden ontstaan, waarbij digitale kunstenaars en performers bepaalde aspecten en parameters van hun eigen onderzoek in co-creatieverband onderzoeken met mede-onderzoekers. Daarbij treden er steeds meer techn(olog)ische beperkingen, limieten en vragen op, waarbij er onvoldoende technische kennis binnen de ontstane samenwerkingsverbanden aanwezig is. Dit resulteert in onevenwichtige resultaten, waarbij de techn(olog)ische aspecten van co-creatie binnen de digitale kunsten onvoldoende kunnen worden onderzocht.\n\nGelijkwaardige multidisciplinaire co-creatie binnen de digitale kunsten omvat zowel artistieke als technische profielen, alsook technologische tools, protocollen en methodologieën. Om deze vorm van co-creatie te faciliteren – en op deze manier de ontstane ecosystemen binnen multidisciplinaire co-creatie in de digitale kunsten te analyseren – zullen CREATIE en Maxlab huidige en toekomstige samenwerkingsverbanden aanvullen met verschillende technische profielen en deze zorgvuldig analyseren.\n\nMet dit onderzoeksproject zullen er 4 bestaande artistieke samenwerkingsverbanden gekoppeld worden aan specifieke, technische profielen, waarbij de werking en methodologie van elk multidisciplinair team zal worden geanalyseerd en gedocumenteerd, om zo tot een duidelijke beschrijving van ons eigen meta-ecosysteem te komen. De bevindingen hiervan zullen resulteren in een nieuwe aanvraag rond co-creatie (het ‘&co’-team), een doctoraatsaanvraag, aanvragen voor externe financiering vanuit meer technologische financieringskanalen en een virtueel meta-ecosysteem, gebaseerd op (tot nu toe gekende) principes en concepten van web3.0.\n\nHierdoor zal ook de problematiek rond co-creatie en NFT worden onderzocht, met als doel een artistieke, digitale bijdrage vanuit een eigen meta-ecosysteem te leveren aan het project ‘Academie 360’ tijdens Articulate 2023. Er is hier specifiek aandacht voor de auteursrechten van de verschillende profielen die hieraan meewerken, alsook duurzaamheid, co-ownership, privacy en veiligheid.\n\nVanaf het moment dat een digitaal kunstwerk gemint wordt - publiceren in de blockchain - wordt dit vastgezet voor de ‘eeuwigheid’ (met een minimumgarantie van 200 jaar). Aan zulk digitaal kunstwerk is ook een smartcontract verbonden, dat alle informatie over de auteurs bevat, maar ook bijvoorbeeld de kosten die terugvloeien naar de auteurs bij toekomstige transacties indien het werk zou verhandeld worden op de digitale kunstmarkt. Verschillende multidisciplinaire co-creatie teams zullen onderling hun methodologieën uitwisselen en evalueren, alsook een extern panel betrekken, waarbij ze hun bevindingen zullen pitchen.\n\nOnderzoeksvragen:\n1) Welke methodologieën voor multidisciplinaire co-creatie binnen de digitale kunsten kunnen ontwikkeld worden vanuit empirisch en analytisch onderzoek?\n2) In hoeverre zal een wederkerigheid en wisselwerking tussen zowel de verschillende profielen van onderzoekers als de technologie en protocollen het meta-ecosysteem bepalen?\n3) Hoe kunnen auteursrecht en ownership worden bepaald binnen digitale en/of multidisciplinaire co-creatie?\n4) In welke mate zal de techn(olog)ische onderzoeker het artistieke creatieproces beïnvloeden en/of verrijken? In welke mate zullen de kunstenaars de ‘traditionele’ werking van de technologie en de inzetbaarheid ervan beïnvloeden?\n5) Hoe kan het principe van gedecentraliseerde blockchain digital auteursrecht en ownership vormen? Op welke manier kunnen verschillende auteurs opgenomen worden in een smartcontract? Zijn er groenere en duurzamere alternatieven voor het principe van NFT?\n\n• Op welke manieren kan blockchain-technologie digitale co-creatie beïnvloeden en misschien zelfs bepalen? Hoe zal het medium, samen met de technologische implicaties ervan, invloed hebben op de verschillende methodologieën van digitale co-creatie?\n\nMethodologie:\n1) Analyse van de verschillende co-creatie teams, via verschillende parameters: conceptontwikkeling, technologische ontwikkeling, artistieke ontwikkeling, output, auteursrecht, disseminatie\n2) Sandbox: uitwisseling van methodologieën tussen de verschillende teams\n3) Extern panel: evaluatie en analyse van methodologieën van de verschillende teams\n4) Workshops (IDW, NextDoors): methodologieën toepassen op conceptuele studentenprojecten\n5) Bachelorclass ‘Storytelling in VR’: analyse van de verschillende teams op gebied van concept, communicatie, output en realisatie\n6) Summer School 2023 ‘Storytelling in VR’: multidisciplinaire co-creatie analyseren bij ontwikkeling van de verschillende VR-projecten\n7) LAbO Summer School 2023 van ChampdAction met als thema ‘Immersie’: interdisciplinaire parameters rond artistieke co-creatie toetsen met de bevindingen van dit project\n8) Onderzoek en analyse rond NFT-, blockchain-, web3.0 – registratie\n9) Uitwerken van de onderzoeksvragen rond digitale co-creatie voor de verdieping van het project ‘&co’ Voorbereiden van de doctoraatsaanvraag\n\nTiming:\nSeptember 2022 – december 2022\n- Projectbepaling – en ontwikkeling van de verschillende teams: concept, technologie, artistieke output, methodologie\n- Bachelorclass ‘Storytelling in VR’\n- Presentatie John Cage-project tijdens Articulate 2022\nJanuari 2023\n- Sandbox 1\n- Voorbereiden van doctoraatsaanvraag\nFebruari 2023\n- Workshop voor IDW\n- Workshop voor NextDoors\n- Voorbereiden van doctoraatsaanvraag\nMaart 2023 – juni 2023\n- Verdere ontwikkeling van de verschillende co-creatie projecten\n- Onderzoek en ontwikkeling van NFT-methodieken voor auteursrecht\n- Ontwikkeling van artistieke output (Articulate 2023)\n- Sandbox 2\n- Panel 1\nJuli 2023 – september 2023\n- Ontwikkeling artistieke output\n- Artikel voorbereiden rond multidisciplinaire, digitale co-creatie (voor TEI 2023, E&PDE)\n- Sandbox 3\nOktober 2023\n- Panel 2\n- Voorstelling meta-ecosysteem op Articulate\nNovember 2023 – december 2023\n- Voorbereiden projectaanvraag rond digitale co-creatie\nSeptember 2022 – september 2023: ad hoc\n- Schrijven van externe financiering via specifieke technologiekanalen","summary":"CREATIE en Maxlab faciliteren multidisciplinaire co-creatie in digitale kunsten. Onderzoek richt zich op methodologieën, auteursrechten, NFT's en blockchain-invloeden. Geplande activiteiten omvatten workshops, panels en ontwikkeling van artistieke output.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003159","result_description":"1) Voorstelling John Cage-project van het ‘&co’-team, wat nadien zal herwerkt worden tot een NFT-concept.\n\n2) Voorstelling van een artistiek meta-ecosysteem (in de vorm van NFT-concepten) tijdens Articulate 2023, waarbij het thema ‘ecosysteem’ wordt uitgewerkt voor multidisciplinaire, digitale co-creatievormen.\n\n3) Workshop voor studenten tijdens IDW, NextDoors, Summer School ‘Storytelling in VR’, LAbO 2023 rond ‘Immersie’ van ChampdAction.\n\n4) Doctoraatsaanvraag Max Schweder.\n\n5) Projectaanvraag rond digitale co-creatie.\n\n6) Externe financiering aanvragen via technologie-kanalen (bv. GLUON, Starts,…).\n\n7) Methodologie-artikel (TEI 2023 en E&PDE worden beoogd).\n\n8) 3 sandboxen waar de verschillende methodologieën worden uitgewisseld en geanalyseerd.\n\n9) 2 panelgesprekken met de externe adviseurs."},{"description":"Hoe verrijkt AI-geletterdheid de creatieve sector? Ontdek hoe digital designers AI optimaal kunnen inzetten en de creatieve sector toekomstbestendig maken.\n\nIn het kort: Het project 'AI Literacy for Designers' onderzoekt hoe AI-geletterdheid de creatieve processen van digitale ontwerpers kan verrijken. Het richt zich op professionals en studenten in de creatieve sector.\n\nDe nood en relevantie: De opkomst van generatieve AI roept zowel kansen als onzekerheden op binnen de creatieve sector. Veel ontwerpers experimenteren oppervlakkig met AI-tools, maar missen de kennis om ze optimaal in te zetten. Dit onderzoek speelt in op de nood aan demystificatie en een betere voorbereiding op AI in het creatieve proces. Het versterken van AI-geletterdheid kan niet alleen de creatieve sector innoveren, maar ook bijdragen aan een inclusieve digitale toekomst.\n\nVan aanpak tot impact: Met interviews, casestudies, workshops en artistieke residenties brengt dit project AI-geletterdheid in kaart en ontwikkelt het praktische tools en methodieken. Verwachte resultaten zijn een AI-barometer, een gids met praktijkvoorbeelden, en een learning community. Deze inzichten versterken de AI-readiness van de creatieve sector en vormen de basis voor verdere trainingen en opleidingen.","summary":"Verrijk de creatieve sector met AI-geletterdheid. Onderzoek toont aan hoe digitale ontwerpers AI optimaal kunnen benutten, voor een toekomstbestendige sector.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003161","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek heeft als doel nieuwe kennis te vergaren over de wijze waarop muzikale interventies sociaal-emotionele ontwikkeling bevorderen bij volwassenen met ASS.\n\nIn tegenstelling tot huidige studies die zich vooral richten op het meten van het effect van muzikale interventies, beoogt dit onderzoeksproject een multimodaal begrijpen van de werkingsmechanismen van muzikale interventies.\n\nHet onderzoeksproces is ingebed in een multidisciplinaire samenwerking, en doorloopt volgende stappen:\n1. Muzikale en niet-muzikale informatie van muzikale groepsinterventies verzamelen.\n2. Relevante kenmerken hieruit kwantificeren.\n3. Modellen creëren die ontwikkelingsprocessen zowel binnen de situationele context van de interventie als over interventies heen beschrijven.\n4. Deze modellen gebruiken om zowel muziek-gebaseerde als algemeen genomen kunst-gebaseerde interventies te informeren en te verbeteren.","summary":"Onderzoek naar muzikale interventies voor sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met ASS. Multimodaal begrip en modelvorming voor verbeterde interventies.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003162","result_description":null},{"description":"Onderzoekdoel en vragen\nIn dit onderzoek beantwoorden we de vraag of tewerkstelling in de sociale economie leidt tot een duurzame vermindering van het armoederisico van doelgroepwerknemers. We doen dit aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden, en we bekijken dit zowel op individueel niveau als op het niveau van de samenleving. Heel concreet beantwoorden we de volgende onderzoeksvragen:\n1. Wat zijn de persoonlijke en gezinskenmerken van de werkenden binnen de sociale economie?\n2. Wat is het armoederisico van werkenden binnen de sociale economie, en hoe verandert het armoederisico bij instroom in de sociale economie en uitstroom uit de sociale economie?\n3. Hoe ervaren doelgroepwerknemers en –medewerkers de impact van tewerkstelling in de sociale economie op andere vormen van sociale uitsluiting?\n4. Welke mechanismen op persoonlijk, gezins-, organisatie- en beleidsniveau hangen samen met het armoederisico van werkenden in de sociale economie?\n5. Wat is het potentieel, vanuit macro-perspectief, van de sociale economie om de armoedecijfers op Vlaams niveau te verminderen?\n\nMethodologie\nBij het beantwoorden van deze vragen maken we telkens een opsplitsing naar maatwerkbedrijven enerzijds en de lokale diensteneconomie anderzijds. Het project is een samenwerking tussen de AP Hogeschool, de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Het gebeurt in opdracht van het Departement Werk & Sociale Economie van de Vlaamse overheid. De medewerkers van AP zullen zich focussen op onderzoeksvragen 3 en 4 die peilen naar de ervaring van doelgroepmedewerkers en de mechanismen die invloed hebben op het armoederisico van medewerkers in de sociale economie. Dit doen ze aan de hand van diepte-interviews en focusgroepen.","summary":"Onderzoek naar impact van tewerkstelling in sociale economie op armoederisico. Focus op persoonlijke kenmerken, armoederisico verandering en sociale uitsluiting. Uitgevoerd door AP Hogeschool, UA en KU Leuven voor Departement Werk & Sociale Economie Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003163","result_description":null},{"description":"Dit project maakt gebruik van videospelontwerp om filosofische concepten uit te vinden en ermee te communiceren. We streven ernaar te experimenteren met het creëren van spelregels die verschillende digitale artefacten en concepten op een juiste manier verbinden, als een collage.\n\nHet project is gestart als een poging om betekenis te geven aan een ontmoeting tussen mij en Deleuze Kattenvoer, een kattenvoermerk dat in sommige winkels in mijn thuisland te vinden is. Het gameverhaal wordt 'verpakt' als marketingmateriaal voor het Deleuze Kattenvoerbedrijf, wat een reflectie en kritiek inhoudt op consumentencultuur en haar communicatiemiddelen.\n\nHet project heeft als doel een nieuw genre van kunstgames te introduceren: de 'bestandsmap-videogame', om Deleuzo-Guattariaanse concepten in een digitale context te produceren, en om een productief veld te genereren waarin het samenspel tussen gamedesign en filosofie kan plaatsvinden. Ik gebruik de term 'bestandsmap-videogame' als overkoepelende term om de vorm te beschrijven waarin ik wil werken. Het combineert een verscheidenheid aan digitale artefacten binnen een interactieve structuur van bestandsmappen, zoals afbeeldingen, audio, codes, teksten en submappen.\n\nGedurende het onderzoeksproces streef ik ernaar spelmechanismen te creëren die dergelijke artefacten effectief kunnen verbinden of loskoppelen, om verschillende affectieve ervaringen bij spelers te produceren. Ik zal ook onderzoek doen naar de manier waarop ik filosofische concepten en tekstuele uitvoer in de videogame kan opnemen.","summary":"Verken filosofische concepten via videogame-ontwerp, verbind digitale artefacten creatief. Project reflecteert op consumentencultuur en introduceert 'bestandsmap-videogame' genre.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003165","result_description":null},{"description":"Een praktijkgericht onderzoek in het veld van de beeldende kunst, dat zich richt op de esthetische validatie van de conceptuele component in de hedendaagse kunst. Het behandelt het onderliggende onderzoeksprotocol van de artistieke praktijk als een artefact dat onderworpen is aan een esthetisch oordeel via het dubbele imperatief van zelfreflexiviteit en mediumspecificiteit.\n\nDit wordt gedaan door een cognitieve kaart te maken van de relatie tussen laat-kapitalistische organisatiestructuren en postmoderne ontwerpesthetiek. Het doel van deze methode is om een artistiek vocabulaire te articuleren en uit te breiden voor nieuwe werken in de reeks met de naam Matrix Series (2019-).\n\nDit werk behandelt thematisch en formeel de organisatiestructuren van de laat-kapitalistische economie. Het centrale concept is het idee van een matrix, als de toestand waarbinnen geen ‘buiten’ denkbaar is. De matrix is het startpunt voor een verkenning van het idee van een kunstwerk dat wordt gedefinieerd door zijn vermogen om uitsluitend over zichzelf te spreken vanuit zijn eigen formele beperkingen (mediumspecificiteit), terwijl het ook commentaar geeft op zijn eigen materiële beperkingen (zelfreflexiviteit).","summary":"Onderzoek naar esthetische validatie van conceptuele component in hedendaagse kunst, focus op relatie organisatiestructuren en ontwerpesthetiek voor nieuwe Matrix Series (2019-).","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003166","result_description":null},{"description":"In tijden van terroristische dreiging wordt de vraag hoe artistiek weerwerk te bieden, hoogdringend en relevant. — ik zie, ik zie wat jij niet ziet — Over het zichtbare onzichtbare ten tijde van ‘globale’ terreur, is een vraagstelling over hoe beeldtaal een countering teweeg kan brengen in de gespannen beeldcultuur die ons overspoelt.\n\nMijn doctoraatsonderzoek wil – via de methode van het “realisme van de dialoog” – een visuele contra-terreur introduceren en aanbieden. Vanuit de Decamerone van Boccaccio zoek ik naar een poëtisch weerwoord dat deelbaar en werkbaar kan zijn binnen onze complexe (kunst)wereld en maatschappij.\n\nVia verschillende schrifturen, in beeld als counter-image, in film als counter-cinema, in essays en tijdens lecture-performances, wil ik de dialoog aangaan met de kijker (mijn publiek), andere kunstenaars en het kunstonderwijs om mogelijkheden van visuele weerstand te onderzoeken.\n\nZowel in de artistieke vraagstelling (wat is een mogelijk antwoord op de huidige beeldinvasie?), werkmethode (dissectie van eigen beeldarchief en hetgeen me omringt), als in de uiteindelijke resultaten (film(s) in de vorm van een visuele raamvertelling, essays en lecture/performances), zit de onmetelijke drang om de overlevingswerkelijkheid van de menselijke integriteit in een overweldigende wereld een gezicht te geven én te laten bestaan.","summary":"Hoe kan artistieke beeldtaal tegenwicht bieden aan terrorisme? Mijn onderzoek introduceert visuele contra-terreur via dialoog, film, en performances.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003168","result_description":null},{"description":"De chemische industrie is onlosmakelijk verbonden met de Europese economie als toeleverancier aan o.a. de productie-, landbouw-, energie- en medische sector. Vrijwel alle gefabriceerde goederen bevatten chemicaliën, denk maar aan kunststoffen, textiel, cosmetica, schoonmaakproducten, verven, lijmen, etc.\n\nDaar staat tegenover dat de chemiesector een van de grootste energieverbruikers is en aanzienlijke hoeveelheden broeikasgassen uitstoot, samen met giftige, bio-accumulerende en persistente chemicaliën. Ruim 99% van de meest geproduceerde chemicaliën zijn niet duurzaam; hun productie is gebaseerd op fossiele grondstoffen. Het publieke bewustzijn rond deze problematiek groeit: 84% van de Europeanen maakt zich zorgen over de gezondheidsrisico’s verbonden aan de aanwezige chemische stoffen in alledaagse producten, en 90% maakt zich zorgen over de gevolgen ervan voor het milieu (Eurobarometer, 2020).\n\nAan de ene kant speelt de chemische sector een sleutelrol bij het waarborgen en verbeteren van de levenskwaliteit en biedt ze nieuwe oplossingen om de groene en digitale transitie te realiseren. Aan de andere kant draagt onze stijgende afhankelijkheid van chemicaliën in grote mate bij aan de toenemende milieuvervuiling, met verstrekkende gevolgen voor onze gezondheid (SDG 3) en welzijn, het klimaat (SDG 13) en de biodiversiteit. In die mate dat we intussen de planetaire grens voor chemische vervuiling hebben overschreden.\n\nHet is van essentieel belang om de chemische industrie te verduurzamen. Dit doel wordt vooropgesteld in de Strategie voor Duurzame Chemische Stoffen (onderdeel van de Europese Green Deal): Nieuwe chemische stoffen en materialen moeten intrinsiek veilig en duurzaam zijn, van productie tot het einde van de levensduur, terwijl nieuwe productieprocessen en -technologieën moeten worden ingezet om de overgang van de chemische industrie naar klimaatneutraliteit mogelijk te maken.\n\nWat moet het traject uiteindelijk opleveren? In de opleidingsvisie van de opleiding PBa Chemie staat het volgende te lezen: “Afgestudeerden kunnen goed in team werken, zich als geëngageerde wereldburgers opstellen en hebben een ingesteldheid tot levenslang leren.” Deze opleidingsvisie is in lijn met de visie van de hogeschool waarvan één van de 9 visiedomeinen luidt dat “Moving Minds mee bouwen aan een duurzame en rechtvaardige samenleving”.\n\nToch is het zo dat dergelijke visiedomeinen en -standpunten vaak onvoldoende doorsijpelen tot de opleidingsonderdelen, lespraktijk, leerdoelen en leeruitkomsten. Er is te weinig directe ingang bij ons doelpubliek, de studenten in de professionele bachelor Chemie. We zijn er evenwel van overtuigd dat doordacht onderwijs over duurzaamheidsaspecten aan chemiestudenten een aantoonbare maatschappelijke impact kan hebben en onze opleiding inhoudelijk kan versterken.\n\nDeze impact ligt in het feit dat (1) onze studenten in de toekomst aan de knoppen zullen zitten bij tal van bedrijven in het werkveld en dat (2) het aantal studenten dat we met dit aangepaste onderwijs beogen te bereiken behoorlijk groot is. Het is namelijk onze ambitie om ons herwerkte onderwijsaanbod aan te bieden aan elke student, in elke fase van de opleiding. We nemen al onze studenten mee op een leercurve die vertrekt van theoretische kennis rond verantwoord ontwerp, productie en gebruik van chemicaliën (fase 1), over praktische vaardigheden, hands-on ervaring en kritische reflectie (fase 2), om toe te werken naar onderzoeks- en ontwikkelcompetenties met bijzondere aandacht voor circulaire economie (fase 3).\n\nDe doelen van het traject zijn vierledig. (1) We willen in de eerste plaats bekomen dat studenten zich bewust zijn van hun eigen aanzienlijke verantwoordelijkheid inzake het duurzaam en verantwoord ontwerpen, produceren en gebruiken van chemicaliën binnen de bedrijven waarin ze terecht zullen komen. (2) Ons aangepast opleidingstraject zorgt er vervolgens voor dat onze studenten zich niet enkel bewust zijn van de impact van bepaalde technische keuzes in hun veld op duurzaamheid en circulariteit, maar ook hun acties en handelingen als chemie-professional hieraan kunnen aanpassen. Het zou met andere woorden een automatisme moeten worden om (het minimaliseren van) de impact voorop te stellen in hun professioneel denken én handelen. (3) Daarnaast willen we dat ze de juiste argumentatie, denkpistes en paradigma’s kunnen hanteren om bepaalde keuzes kritisch te benaderen en op een correcte manier in vraag te stellen. (4) Tot slot willen we onze inzichten rond verantwoord en duurzaam chemicaliëngebruik verder naar buiten dragen, in eerste instantie aan de hand van onderzoeksprojecten met onze studenten en in tweede instantie via bedrijfsstages.\n\nBij het herwerken van deze inhouden zal rekening worden gehouden met de aanbevelingen van Duurzaam Educatiepunt (Departement Omgeving) en Centrum voor duurzame ontwikkeling (UGent) voor effectieve duurzaamheidseducatie (o.a. zelf ervaren, samen met anderen, actiegerichte kennis, omgaan met emoties, goede toekomst kunnen inbeelden, alternatieven en visies, strategieën voor verandering)","summary":"De chemische sector moet verduurzamen om milieu- en gezondheidsrisico's te verminderen. Opleiding PBa Chemie wil studenten voorbereiden op duurzaamheid, impact en circulaire economie.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003169","result_description":null},{"description":"De \"Learning Theory of Attachment\" stelt dat de ontwikkeling van gehechtheid minstens gedeeltelijk ontvouwt als gevolg van leerprocessen waarbij het kind leert dat de zorgfiguur een veiligheidssignaal is dat beschermt tegen stress. Elke zorginteractie tussen een kind en een zorgfiguur kan gezien worden als een leermoment.\n\nIndien de contingentie, dit is het samen voorkomen, van de zorgfiguur en het geven van steun in stressvolle situaties hoog is, zal de mate van vertrouwen dat het kind heeft in de zorgfiguur toenemen. Een lage contingentie van de zorgfiguur en het bieden van steun, zal het vertrouwen van het kind in de zorgfiguur doen dalen.\n\nDeze Virtual Reality-studie is gebaseerd op het cyberball-paradigma waarbij kinderen via een simulatie een spel spelen met andere kinderen waar ze uitsluiting/competitie zullen ervaren. Hierbij zal de mate van contingentie van de zorgfiguur en het bieden van comfort trial per trial gemanipuleerd worden om het effect te onderzoeken op het vertrouwensleren van kinderen in een zorgfiguur.","summary":"Leer hoe kinderen vertrouwen opbouwen in zorgfiguren door zorginteracties met Virtual Reality-studie op basis van leertheorie van hechting.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003170","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen KMO's circulaire (ver)huur- en deelmodellen toepassen? Dit project ontwikkelt praktische tools en strategieën om duurzaamheid en economische veerkracht te versterken in een veranderende economie.\n\nIn het kort, dit project richt zich op Vlaamse KMO's en streeft ernaar praktische tools en strategieën te ontwikkelen rond (ver)huur- en deelmodellen. Het project ondersteunt bedrijven bij de transitie naar een circulaire economie door hen te helpen duurzamer, innovatiever en economisch veerkrachtiger te worden.\n\nDe nood en relevantie: KMO's staan voor grote uitdagingen, zoals klimaatverandering, materiaalschaarste en toenemende regelgeving die vragen om nieuwe manieren van ondernemen. Circulaire (ver)huur- en deelmodellen bieden kansen om grondstoffen efficiënter te gebruiken en tegelijk economische waarde te creëren. Veel bedrijven hebben echter behoefte aan concrete ondersteuning en inzichten om deze modellen succesvol te implementeren. Dit project speelt in op deze behoefte door praktische oplossingen te ontwikkelen.\n\nVan aanpak tot impact: Het project zet in op de ontwikkeling van toegankelijke tools, stappenplannen en praktijkvoorbeelden. Door samenwerking met ondernemers en gebruik van interactieve methoden, zoals workshops en gamificatie, worden bedrijven gestimuleerd om hun eigen circulaire modellen te ontwerpen. Het resultaat? Praktische handvatten waarmee KMO's hun duurzaamheid versterken, concurrerend blijven en bijdragen aan de circulaire economie.","summary":"Ontwikkel praktische tools en strategieën voor Vlaamse KMO's om circulaire (ver)huur- en deelmodellen toe te passen en zo duurzaamheid en economische veerkracht te versterken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003172","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsproject richt zich op de muzikale competenties binnen muziekpedagogische improvisatie. Muziekpedagogische improvisatie is een essentieel onderdeel van de muziekeducatieve praktijk waarbij de persoonlijke artisticiteit en creativiteit van muziekeducatoren de on-the-spot pedagogische en artistieke handelingen vormgeven.\n\nIn een eerste onderzoeksluik richten we ons op de fenomenologie van muziekpedagogische improvisatie. Op basis van ervaringen en de geobserveerde praktijk van muziekeducatoren willen we een muziekpedagogisch-improvisatiemodel (muPI-model) ontwikkelen met focus op de muzikale competenties, met inbegrip van noodzakelijke attitudes en (meta)cognitieve vaardigheden.\n\nVoor het tweede onderzoeksluik wordt het muPI-lab opgericht, waarin we opleidingsactiviteiten zullen ontwikkelen om de professionele ontwikkeling van muziekpedagogische improvisatie bij muziekeducatoren te ondersteunen. In dit design-based onderzoek gaan we op zoek naar de onderliggende principes van die activiteiten. De focus ligt ook hier op de ontwikkeling van muzikale competenties bij de muziekeducator die ingezet worden tijdens on-the-spot leeropportuniteiten in een muziekeducatieve setting.\n\nDe realisaties binnen het muPI-lab vormen de artistieke output van de doctoraatsstudie. Gegeven het feit dat muziekpedagogische improvisatie nog een jong onderzoeksonderwerp is, zullen we met het muPI-model en de designprincipes een innovatieve bijdrage leveren aan de theorievorming. Wat betreft mijn persoonlijke ontwikkeling, zit de hele doctoraatsstudie precies op het snijpunt van wie ik professioneel ben: muzikant, lerarenopleider en muziekpsycholoog.","summary":"Ontwikkeling van muPI-model en muPI-lab om muzikale competenties van muziekeducatoren te verbeteren via improvisatie in muziekeducatie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003173","result_description":null},{"description":"Ik zal reflecteren op de interactie tussen een improviserende muzikant en zijn ‘digitale schaduw’, bestuurd door een andere artiest. Ik zal de klank van de muzikant in realtime manipuleren via een computer waar ik Ableton Live gebruik om verschillende plugins te hosten die ik bestuur via midi-controllers.\n\nDeze opstelling presenteert een zeer specifieke samenwerkingssituatie waarin beide muzikanten tegelijkertijd hetzelfde geluid manipuleren, waarover niemand meer de volledige controle heeft. Mijn doel is om te bepalen hoe dit improvisatieproces een meerwaarde kan betekenen voor de bestaande onderzoeken op het gebied van elektroakoestische muziek, collaboratieve improvisatie en de psychologie van creativiteit.\n\nMijn ervaring met dit proces overtuigt mij ervan dat het een specifiek soort verbinding tussen de muzikanten mogelijk maakt en helpt hen om afstand te nemen van het instrument ten gunste van wat ik het ‘muzikale wij’ zal noemen. Mijn hoop is om getuige te zijn van, en na te denken over, hoe dit empathische fenomeen kan worden gekoppeld aan de gedeelde controle over het geluid en aan het toegenomen abstracte karakter ervan, veroorzaakt door de elektronische modulatie van de originele klank in iets dat losstaat van onze fysieke realiteit.\n\nIk wil ook de invloed onderzoeken van mijn gebruik van elektronische manipulatie van melodische elementen over het poëzieniveau van de muziek, net zoals retorische middelen bijdragen aan het omzetten van proza in poëzie.\n\nTijdens het tweede onderzoeksjaar ben ik van plan deze interactie in multidisciplinaire contexten te verkennen om nieuwe inspiratie te zoeken en nieuwe perspectieven te openen voor de toekomst van dit onderzoek. Ze bestaan uit het manipuleren van de stem van een sprekende acteur, en een danser de mogelijkheid te bieden om de klank van een muzikant te manipuleren via midi-controlling sensors die aan hun lichaam vast zitten, waardoor beweging aan geluidsmodulatie wordt gekoppeld en er visuele inhoud aan wordt gegeven.","summary":"Verbeter muzikale samenwerking met elektronische manipulatie voor innovatieve creativiteit en verbinding. Onderzoek nieuwe mogelijkheden voor geluid en artistieke expressie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003174","result_description":null},{"description":"Mijn onderzoeksvoorstel verkent en onderzoekt de structurele voorwaarden van wat een technisch beeld is en hoe het gebruik ervan in een hedendaagse context wordt bepaald door ‘the digital turn’.\n\nBinnen dat perspectief ben ik ervan overtuigd dat een onderzoek naar het snijvlak van kunstmatige intelligentie en neurowetenschappen zeer relevant kan zijn om te begrijpen hoe technische beelden vandaag de dag werken. \n\nDe structurele en functionele overeenkomsten tussen technologieën die gebruikt worden in AI (d.w.z. convolutionele neurale netwerken) en aspecten van het menselijke cognitieve apparaat (d.w.z. het zenuwstelsel) versterken niet alleen het idee van de \"externalisering van een cognitieve instantie\" die plaatsvindt door de opkomst van AI, maar openen ook de mogelijkheid om ons af te vragen of en hoe deze laatste (AI & kunstmatige neurale netwerken) resoneren en interfereren met het systeem dat er aanvankelijk model voor stond: het zenuwstelsel. \n\nOm de recursieve principes waar het hier om gaat te onderzoeken, ben ik van plan om abstracte 35mm films die ik eerder heb gemaakt (met een score gegenereerd door een kunstmatig neuraal netwerk) te combineren met elektro encefalografie: de registratie van de elektrische activiteit van de hersenen die in de waarnemer optreedt door de ervaring van deze ritmische films. \n\nAnaloge film - door zijn sequentiële structuur van filmische eenheden (frames) in een lineaire volgorde die met een snelheid van 24 fps worden doorlopen - kan een potentiële reeks frequentiebanden leveren in een bereik van 1 fps/Hz tot 24 fps/Hz die overeenkomen met de frequentiebanden van verschillende groepen hersengolven: theta (0,5 - 4 Hz), delta (4-8 Hz), alfa (8-12 Hz), bèta (12-25 Hz). \n\nMijn onderzoeksproject kan dan ook begrepen worden als een studie naar de condities voor het bekijken van foto's binnen het huidige genetwerkte beeldregime. Op een moment dus dat computertechnologieën, die zelf gebaseerd zijn op neurowetenschappelijke bevindingen over menselijke perceptie en cognitie, een massale transformatie van psychosociaal gedrag veroorzaken.","summary":"Onderzoek naar technische beelden in digitale context met focus op AI en neurowetenschappen. Recursieve studie met films en EEG om cognitieve resonantie te begrijpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003176","result_description":"Voor de output van het geplande onderzoeksvoorstel ben ik van plan een publicatie te maken, die binnen mijn praktijk vaak hand in hand gaat met het produceren van een tentoonstelling. Een voorbeeld hiervan is Serial Grey (Nantes) / Image Storage Containers (Dudelange, 2023)."},{"description":"Deze opdracht zoekt trekkers voor een citizen science onderzoeksproject dat focust op het thema voedsel. Citizen science betrekt burgers actief bij het verzamelen van informatie, in dit geval over het gedrag van huishoudens en het creëren van een gezondere voedselomgeving. \n\nHet geeft ook inzicht in de prioriteiten van burgers: waar liggen ze van wakker? Waar willen ze zich voor engageren? Door voedselomgevingen in kaart te brengen, brengen we de Vlaamse voedselstrategie tot bij de consument.","summary":"Gezocht: deelnemers voor burgerwetenschapsproject over voedselgedrag. Help bij creëren gezonde voedselomgeving en prioriteiten onderzoeken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003177","result_description":null},{"description":"Visions for Crossing stelt voor om op een creatieve en zintuiglijke manier om te gaan met onze sterfelijke toestand. Door goed te kijken naar de gebaren van zorg die we onze doden aanbieden en door alternatieve voorstellingen te ontwikkelen rond het stervensproces.\n\nHet project wil belichaamde kennis delen en produceren welke de dramatische effecten van de commercialisering van stervenszorg weerstaat door de vraag te stellen hoe we weer een troostende relatie met de dood kunnen krijgen. Ik zal me richten op het \"afleggen\" van het lijk, een voorouderlijke praktijk die bestaat uit het reinigen van het lichaam en de manier waarop dit tegenwoordig wordt onderwezen, om een meerkanaals video-installatie te ontwikkelen.\n\nDoor de lens van deze specifieke handeling zal ik in staat zijn om belangrijke aspecten van onze culturele en intieme relatie met de dood te onderzoeken. Wat hebben we verloren door de institutionalisering ervan en wat bestaat nog steeds? Ik zal dit doen met behulp van een methodologie die ik heb ontwikkeld door mijn ervaring als vrijwilliger in de palliatieve zorg en die de nadruk legt op een diepe kwaliteit van aanwezigheid.\n\nDaarnaast zal er een openbaar programma van collectieve ervaringen worden opgezet die zintuiglijke dialogen vormt met betrekking tot sterfelijkheid om het onderzoek binnen de Academie te verankeren. Elke sessie verkent een ander gevoel van ons lichaam en hoe het ons kan helpen om op een creatieve manier om te gaan met dood en rouw.","summary":"Visions for Crossing onderzoekt creatief de relatie met de dood en stervenszorg, met focus op rituelen en alternatieve representaties. Het project deelt belichaamde kennis en nodigt uit tot troostende dialogen over sterfelijkheid.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003178","result_description":"De ontmoetingen met verschillende stervensverzorgers die het reinigen, verzorgen en aankleden van het lichaam uitvoeren, zullen audiovisueel materiaal opleveren dat ik wil samenbrengen in een tentoonstelling. Het zou de vorm aannemen van een meerkanaals video- en geluidsinstallatie die een caleidoscopische visie biedt op deze praktijk. Een assemblage van perspectieven die een meeslepende ervaring creëert voor de kijker.\n\nIn overeenstemming met de teams van de Academie zou ik een ruimte willen kiezen om dit locatiegebonden kunstwerk te ontwerpen in afwachting van de Articulate week in september 2026 (of een ander kader dat past in het algemene programma). Afhankelijk van andere mogelijkheden om tentoon te stellen, zal het materiaal mogelijk bestaan als onafhankelijke werken die tijdens het onderzoeksproces getoond zullen worden.\n\nVisions for Crossing zal ook een tweemaandelijkse bijeenkomst zijn in de vorm van lezingen, discussies en belichaamde praktijken die zich zullen richten op de zintuiglijke omgang met het sterven. Elke sessie zal een ander gevoel of vermogen van ons lichaam verkennen en hoe deze ons kunnen helpen om op een creatieve manier om te gaan met de dood en rouw.\n\nDeze momenten worden gecreëerd in samenwerking met andere kunstenaars en onderzoekers. De openbare sessies worden gehouden op de academie en zijn beperkt tot een intiem aantal deelnemers die toegankelijk zijn voor studenten en buitenpubliek via online boekingen. Het programma zal worden gecommuniceerd via de sociale kanalen van de academie en via mijn eigen netwerk en dat van de gasten."},{"description":"Korte beschrijving enkel beschikbaar in het Engels.","summary":"Short summary of marketing communication: concise, impactful, and actionable content in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003179","result_description":null},{"description":"'Theatrale co-creatie met kinderen en jongeren' vormt een rode draad doorheen het parcours van actrice/theatermaker Sanderijn Helsen. Alle theaterprojecten die zij in het verleden realiseerde met kinderen en jongeren waren verschillend qua opzet, vorm, duur en kader, maar hadden wel steeds dezelfde missie: jonge deelnemers met verschillende profielen uitdagen tot het ontwikkelen van creatieve autonomie binnen een theatrale context.\n\nGaandeweg ontstond er, doorheen haar artistieke en artistiek-educatieve praktijk, een werkwijze die zij al jaren toepast en die tegelijk continu evolueert. Met dit startproject zet Helsen enkele cruciale stappen om haar intuïtief ontwikkelde aanpak te definiëren en deelbaar te maken. Het betreft een vooronderzoek waarin zij zich internationaal zal positioneren, de kaders die ze hanteert binnen een theatrale context met kinderen en jongeren zal benoemen en het ontwikkelde vocabularium zal expliciteren.\n\nDit om de impliciete embodied knowledge te laten uitgroeien tot een deelbare methodiek voor peers uit het theater, de kunsteducatieve sector en teaching artists van verschillende podiumdisciplines die willen co-creëren met jonge deelnemers. Deze pilotstudie zal leiden tot een vervolgonderzoek waarin Helsen zal evolueren van beschrijving en retrospectie naar experiment/toepassing en transmissie.","summary":"Sanderijn Helsen creëert theaterprojecten met jongeren om creatieve autonomie te stimuleren. Haar aanpak evolueert constant en wordt nu gedeeld met collega's in de theater- en kunsteducatieve sector.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003180","result_description":null},{"description":"Kunnen kikkererwten een rendabele Vlaamse teelt worden? KickChick verbindt landbouwers, voedingsbedrijven en retail om samen te werken aan een duurzame, kwalitatieve productie en opschaling.\n\nIn het kort KickChick ondersteunt Vlaamse landbouwers bij de rendabele teelt van kikkererwten in zowel biologische als gangbare akkerbouw. Door een participatief telersnetwerk te ontwikkelen, bieden we handvaten voor het oplossen van teelttechnische uitdagingen. Tegelijk verbinden we landbouwers met de voedingsindustrie en retail om een sterke, lokale waardeketen op te bouwen.\n\nDe nood en relevantie Kikkererwten zijn populair vanwege hun duurzame en voedzame eigenschappen. Hoewel onderzoek zoals KIKET (2022-2024) bevestigt dat Vlaamse kikkererwten kwalitatief zijn en de voedingsindustrie ze wil verwerken, bestaan er nog technische barrières. KickChick pakt deze aan en speelt in op de groeiende vraag naar lokaal geteelde kikkererwten, wat bijdraagt aan een duurzamer landbouwsysteem in Vlaanderen.\n\nVan aanpak tot impact KickChick brengt landbouwers samen in een netwerk om kennis en oplossingen uit te wisselen rond de teelt van kikkererwten. Het project richt zich op:\n- Het verbeteren van teelttechnieken voor biologische en gangbare landbouw.\n- Het in kaart brengen van de Vlaamse kikkererwtenmarkt, inclusief producten en bedrijven.\n- Matchmaking tussen landbouwers, voedingsbedrijven en retail om een rendabele waardeketen te realiseren.\n\nMet deze aanpak bevorderen we duurzame landbouw en een grotere zelfvoorziening in kikkererwten op Vlaamse bodem.","summary":"KickChick verbindt Vlaamse landbouwers, voedingsbedrijven en retail voor een duurzame teelt en opschaling van kikkererwten. Stimuleert lokale waardeketen en zelfvoorziening.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003181","result_description":null},{"description":"Whispers of the Primeval Forest is een onderzoeksproject dat de geschiedenis, het heden en de speculatieve toekomst van het Białowieża Primeval Forest (Puszcza Białowieska) onderzoekt, een natuurlijke schat en het laatste oerbos van Europa, dat tussen 8.000 en 12.000 jaar oud is. Het ligt op de Pools-Wit-Russische grens en is een beschermd UNESCO werelderfgoed met een buitengewone biodiversiteit, tot voor kort onaangetast door de mens.\n\nOp welke manier kunnen we verhalen vertellen over opkomende milieukwesties die de meer-dan-mens soort versterken? Hoe cultiveren we praktijken van diep luisteren naar de natuur die kunnen worden toegepast in hedendaagse visuele praktijken? Wat fluistert het Białowieża oerbos, hoe voelt het de door de mens veroorzaakte veranderingen en hoe past het zich daaraan aan?\n\nWelke verhalen, legendes en geheimen over het Białowieża oerbos resoneren binnen de lokale bewoners en \"fluisteraars\" (heksen)? Door het tekenen van een speculatief visueel verhaal wil de kunstenaar het belang van een meer-dan-menselijke ethiek benadrukken en het bos interpreteren als een netwerk van zintuigen, in de geest van post-humanistische filosofieën.\n\nDoor samen te werken met lokale wetenschappers, archiefmateriaal te verzamelen, te refereren aan de geschriften van biologe Simona Kossak en de verhalen van lokale bewoners en Slavische mythische verwijzingen in het verhaal te verwerken, wil Ligia Popławska de geheimen van het Białowieża oerwoud ontdekken, verkennen en erover nadenken.","summary":"Onderzoek naar Białowieża Primeval Forest, een oerbos in Europa, en milieukwesties. Kunstenaar benadrukt meer-dan-menselijke ethiek en zintuiglijk netwerk van het bos. Samenwerking met lokale wetenschappers en referenties naar lokale verhalen en mythen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003182","result_description":"Dit onderzoeksproject zal resulteren in een serie foto's, een videowerk en een publicatie."},{"description":"Korte beschrijving enkel beschikbaar in het Engels.","summary":"Marketingcommunicationsamenvatting: Succinct English description for marketing use.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003183","result_description":null},{"description":"Objectives:\nWhat do you want to achieve by implementing the project? With this project, we will develop an online escape room to gain knowledge about evidence-based practice (EBP) and to implement EBP in an innovative way in classes and in daily clinical practice. It will be a method for healthcare students and professionals to be trained individually or as a team, in assessing a real-life patient case, but in a safe environment, without the full responsibility of a real patient.\n\nImplementation:\nWhat activities are you going to implement? At first, the escape room materials will be developed with input from the target groups. Next, a mock-up version of the game is made to gather feedback (during workshops) and to make changes before game production. Next, pilot testing of the online game will evaluate user satisfaction and increase in EBP knowledge, and allow adaptations to deliver a final version of the game. Finally, the game is embedded in the partner curricula, and disseminated to create impact also externally.\n\nResults:\nWhat project results and other outcomes do you expect your project to have? This project creates an online escape room/game, an innovative way of training EBP skills, bridging the educational gap between theory and practice. The game can be used in education as well as in the work field. The project results will also provide a way to bring attention to the nursing profession, and healthcare professions in general. This will improve future students’ perception of -and appreciation towards- healthcare professions, attracting more students to the study programs.","summary":"Developing an online escape room to enhance evidence-based practice in healthcare education and clinical settings. Bridging the gap between theory and practice, attracting more students to healthcare professions.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003184","result_description":null},{"description":"In mijn onderzoek getiteld 'The Phygital Continuum' onderzoek ik de invloed van de digitale cultuur op onze ervaring en perceptie van de werkelijkheid. \n\nToegespitst op ons kijken in hedendaagse beeldende kunst, zoek ik door middel van een praktijkgericht onderzoeksproject, met de focus op 3D-modellering en digitale fabricage naar manieren om onze relatie tot de technologische ontwikkelingen en visualisaties in games o.a., beter te begrijpen en aan te kaarten in nieuw werk. \n\nMijn aandacht gaat allereerst naar het concept The phygital, een samenvoegsel van ‘physical’ en ‘digital’, waarbij de toverstok dienst doet als onderzoeksobject, als mythisch symbool dat ook veel gelijkenissen toont met digitale tools. \n\nDe toverstok of ‘magic wand’ introduceert discussies rond interactie, perceptie en de rol van objecten als artifact en actieve deelnemers. Algemener, op bredere schaal, ben ik benieuwd om het dichotomisch begrip van digitaal en fysiek te herdenken, door bijvoorbeeld bezoekers/participanten te confronteren met hun relatie tot een fysiek object nadat ze er digitaal mee interageerden. \n\nIk ben benieuwd naar op welke manieren technologische ontwikkelingen onze perceptie volgen of vormen. Daar ga ik in dit éénjarig onderzoek doorheen lectuur, gesprek en actief experiment in 3D software, 3D printing, Virtual Reality, digitale omgevingen en video games.","summary":"Onderzoek naar 'The Phygital Continuum' onthult impact digitale cultuur op perceptie. Focus op 3D-modellering en digitale fabricage in kunst en games. Herdenken relatie fysiek en digitaal via interactie en perceptie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003185","result_description":"Onderzoek, ontwikkeling en presentatie van een praktijkgericht onderzoeksproject.\n\nTentoonstelling in samenwerking met Mixlab en Shayli Harrison, waarin de synergie tussen traditionele artistieke praktijken en het gebruik van digitale media."},{"description":"Het moederlichaam wordt langzaam gevormd, misschien zelfs vanaf haar geboorte. Gedurende mijn zwangerschap, bevalling en vroege moederschap ontdekte ik dat deze lichamelijke ervaringen verweven zijn met maatschappelijke omstandigheden die voortkomen uit patriarchale verwachtingen en normen.\n\nBovendien ontwrichten deze ervaringen, als dans- en teaching artist, vertrouwde denkbeelden over belichaming. Dit project vertrekt van het maternale lichaam en haar politieke positie. Om mijn plaats binnen dit avontuur te heroveren, stel ik de vraag: waar bevindt zich de performance van het moeder-zelf en waar begint de ware belichaming van het moeder-zijn?\n\nNa het behalen van een master dans aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, wil ik mijn artistiek onderzoek graag uitbreiden door de intieme beweging van transformatie te traceren, waarbij het concept van het individu in twijfel wordt getrokken.\n\nVertrekkend vanuit het lichaam, stelt dit project een diepgaande studie voor met betrekking tot de relatie tussen dans en het maternale met als doelen om de sociaal-politieke impact op het maternale lichaam te ontvouwen en het begrip en discours van (maternale) belichaming te herdefiniëren.\n\nDoor filosofische en feministische literatuur te verweven met artistieke technieken zoals dansimprovisatie, performative writing en artist-residence-in-motherhood, wil ik een waardevolle studie van de moederlijke ervaring verspreiden binnen de academische wereld en de podiumkunsten.","summary":"Onderzoek naar maternale belichaming en dans, met focus op sociaal-politieke impact en herdefiniëring van moeder-zelf. Integratie van dans, schrijven en moederschap voor academische en podiumkunst.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003186","result_description":null},{"description":"Hoe overtuig je kinderen van de kracht van plantaardige voeding? Het Veggiehuisje onderzoekt hoe spelvormen kleuters én hun omgeving inspireren tot een duurzamer eetpatroon.\n\nIn het kort Het project “Veggiehuisje” is een onderzoeksproject dat de eiwitshift bij 3- tot 6-jarigen en hun omgeving wil stimuleren. Door speelse interacties leren kinderen plantaardige eiwitten kennen en herkennen, en wordt het gesprek hierover in hun sociale omgeving gestimuleerd.\n\nDe nood en relevantie De huidige eiwitconsumptie is nog sterk dierlijk (60%), terwijl een duurzamer voedingspatroon minstens 60% plantaardige eiwitten vereist. Kleuters vormen een unieke doelgroep voor dit onderzoek omdat zij openstaan voor nieuwe ervaringen en geen vooroordelen hebben. Door hen spelenderwijs plantaardige voeding te laten ontdekken, kan een gedragsverandering worden geïnitieerd die reikt tot hun directe sociale omgeving.\n\nVan aanpak tot impact Het onderzoek omvat twee testfases: een klassetting en een thuis/recreatieve setting. In deze fases wordt gebruikgemaakt van prototypes die kleuters en hun omgeving prikkelen. Impactmetingen en kwalitatieve observaties brengen de veranderingen in kennis en gedrag in kaart. Het uiteindelijke doel is wetenschappelijk onderbouwde spelvormen te ontwikkelen die de eiwitshift versnellen en bijdragen aan een duurzamere toekomst.","summary":"Stimuleer kinderen en hun omgeving om meer plantaardig te eten met het project \"Veggiehuisje\". Spelenderwijs leren kleuters over plantaardige eiwitten, met als doel gedragsverandering te stimuleren voor een duurzame toekomst.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003188","result_description":null},{"description":"Dit project is gericht op het bijbrengen van de nodige competenties aan leerkrachten en leerlingen in het secundair onderwijs om cultuurgevoelige kwesties in de schoolcontext te bespreken in een steeds meer gepolariseerde samenleving.\n\nHiertoe ontwikkelen we een deep democracy toolkit die is aangepast aan de leeftijd en leefwereld van de leerlingen. We voeren dit project uit in vier Europese landen en werken samen met 12 scholen.","summary":"Ontwikkeling van een toolkit voor leerkrachten en leerlingen in secundair onderwijs om cultuurgevoelige kwesties te bespreken. Samenwerking met 12 scholen in vier Europese landen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003189","result_description":null},{"description":"Short description only available in English.","summary":"Concise marketing communication summary in Dutch: Korte beschrijving, alleen in het Engels.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003190","result_description":"Short description only available in English."},{"description":"Hoe bouw je een kinderopvangorganisatie die daadkrachtig én duurzaam is? Dit onderzoek ontrafelt de sleutel tot krachtige structuren in kinderopvang, met oog voor management, pedagogiek en levenslang leren.\n\nIn het kort: Recent lanceerde de Toekomstgroep Kinderopvang, een expertgroep aangesteld door de Vlaamse regering, haar visie over hoe de kinderopvang er over 10 jaar moet uitzien. In die visie wordt onder meer een nieuw organisatiemodel voorgesteld, waarin drie domeinen voor de aansturing van kinderopvang onderscheiden worden: management van de organisatie, pedagogisch beleid, en levenslang leren en ontwikkeling. Aan elk van die drie domeinen worden vervolgens verschillende nieuwe functieprofielen gekoppeld (bv. praktijkopleider, teambegeleider) die moeten bijdragen aan de realisatie ervan.\n\nDe nood en relevantie: Tot op heden is er nog maar weinig geweten over welke organisatiestructuren op dit moment in de sector aanwezig zijn en welke elementen bijdragen tot een daad- en draagkrachtige organisatiestructuur. Het is dus bijgevolg niet duidelijk hoe de situatie in de praktijk zich verhoudt tot het voorgestelde organisatiemodel, en hoe men hier vanuit de sector tegenaan kijkt. In dit gezamenlijk onderzoeksproject vanuit Karel de Grote Hogeschool en Arteveldehogeschool proberen we hier meer over te weten te komen, om zo lessen te trekken uit de kennis en ervaring die reeds aanwezig is in de praktijk, en daarmee een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de verdere uitrol van de visie van de Toekomstgroep.\n\nVan aanpak tot impact: We zullen dit doen door data te verzamelen bij een gestratificeerde steekproef van diverse organisaties in de sector. Via gesprekken met leidinggevenden of stafleden binnen elke organisatie willen we als eerste de organisatiestructuur en percepties ten aanzien van het organisatiemodel in de toekomstwerf in kaart brengen. Vervolgens willen we via een bredere bevraging van verschillende geledingen op de werkvloer dieper ingaan op de vraag welke elementen essentieel zijn voor een daad- en draagkrachtige organisatiestructuur.","summary":"Onderzoek naar effectieve kinderopvangstructuren voor Toekomstgroep Kinderopvang, met focus op management, pedagogiek en leren. Data-analyse van diverse organisaties voor praktische inzichten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003191","result_description":null},{"description":"Er komt steeds meer wetgeving inzake duurzaamheid, en circulair ondernemen is momenteel een hot topic. Grondstoffen raken immers uitgeput doordat we steeds primaire grondstoffen gebruiken en onvoldoende (of bijna niet) hergebruiken en recycleren in onze consumptie- en wegwerpmaatschappij.\n\nZelfs voor quasi onuitputtelijke grondstoffen blijft er het probleem van de afvalberg die steeds groter wordt. KMO’s ervaren hier een competitief nadeel t.o.v. grote ondernemingen. Ze beschikken namelijk over minder tijd en middelen om zich deze diverse wetgevingen eigen te maken én ook om te zetten naar de praktijk. Bepaalde duurzaamheidsinvesteringen (bijvoorbeeld een ketenanalyse) zijn voor hen duur in verhouding tot de hoeveelheid inkoop/bedragen die hierbij betrokken zijn.\n\nBovendien zijn KMO’s te klein om druk uit te oefenen op hun leveranciers en andere spelers in de productieketen, waardoor ze gedwongen worden om meer samen te werken en sterke allianties te bouwen. Willen we meer kleine en middelgrote ondernemingen die circulair gaan, dan is het belangrijk om de drempels en obstakels weg te nemen, of zo beperkt mogelijk te maken. Een programma waarbij ondernemers, en medewerkers van KMO’s, zich kosteloos en op eigen tempo kunnen professionaliseren in circulair ondernemen is hierbij een belangrijke stap.\n\nEn dat is precies waar dit projectvoorstel zich op richt:\n• Kennisoverdracht over circulair ondernemen\n• Oefeningen die de theorie helpen om te zetten naar de praktijk\n• Kennis en oefeningen over de nodige mindset en skills\n• De mogelijkheid om aan te sluiten bij een circulaire hub\n\nMet het oog op onze doelgroep – KMO’s, en dit zowel reguliere economie als social entrepreneurs als sociale economie – gaan we voor pragmatisme en werkbaarheid. Voor meer gedetailleerde informatie over specifieke deelaspecten en/of complementaire thema’s verwijzen we graag door naar aanbod in binnen- en buitenland.","summary":"Help KMO's over drempels van duurzaamheid te stappen met ons circulair ondernemingsprogramma. Gratis training, praktische oefeningen en mindset ontwikkeling voor een circulaire economie. Join us!","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003192","result_description":null},{"description":"Dit artistieke onderzoek richt zich op de vindingrijkheid en veerkracht van de kleinste dorpen van Hongarije. Het is gebaseerd op theoretisch onderzoek en veldwerk in meer dan tachtig nederzettingen met minder dan honderd inwoners.\n\nTheoretisch gegrond in het fenomenologische concept van de 'leefwereld', onderzoekt het onderzoek de rurale ervaring door drie lenzen: de elementen van de hedendaagse rurale identiteit in Oost-Europa, de manifestatie van praktische vindingrijkheid in het dagelijks leven, en de capaciteit van documentaire fotografie om deze omstandigheden vast te leggen. Dit theoretische kader contextualiseert de vindingrijkheid van het platteland binnen een breder sociaal-politiek landschap.\n\nMethodologisch combineert het onderzoek wandelen als artistieke praktijk met trage, observerende fotografie, interviews, culturele onderzoeken en media-experimenten. Door middel van langdurige betrokkenheid bij de gemeenschap en analytische visuele verwerking verbeelden de drie artistieke projecten en het masterwerk de zichtbare markeringen van het plattelandsleven: de geleefde ervaringen en de gevoelde realiteiten.\n\nHet proefschrift en het masterwerk maken gebruik van zowel artistieke als wetenschappelijke methodologieën en hebben als doel het academisch discours en de documentaire praktijk te stimuleren door middel van een theoretisch onderbouwd, reflectief visueel onderzoek naar de omstandigheden op het platteland in Hongarije.","summary":"Onderzoek naar veerkracht van Hongaarse dorpen met focus op rurale identiteit, vindingrijkheid en fotografie. Artistieke en wetenschappelijke methoden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003193","result_description":null},{"description":"Dit experimenteel onderzoek spitst zich toe op de creatie van een zelfreflecterende, collaboratieve kunstpraktijk, en de vraag hoe deze kan worden vertaald naar een conceptuele, digitale kunstvorm - enigszins vergelijkbaar met een interdisciplinair organisme. \n\nIk zie het als een interactieve, virtuele artistieke ruimte zoals een atelier, met behulp van game design methodologieën om co-creatie tussen kunstenaars uit verschillende disciplines mogelijk te maken. Het zou functioneren als een online, interactieve open studio waar de opnames van gezamenlijke kunstsessies onlosmakelijk verbonden zijn met de resulterende kunstwerken. \n\nHet artistieke platform zou een 'massieve' verzameling van audiovisuele, mixed media kunstwerken (sculpturen, visualisaties, performances, enz.) bevatten, zonder formele of thematische beperking en binnen slechts één discipline: gedefinieerd door de deelnemers zelf als een groep. \n\nIk wil doelgericht samenwerken met DIY kunstenaarscollectieven, om hun gezamenlijke zelfdefinitie in hun lokale context te onderzoeken. Dit onderzoek heeft als doel om artistieke relaties (individueel en collectief) in relatie tot interactie en zelfexpressie te conceptualiseren, binnen een artistieke, speelse vorm. \n\nBovendien kan het helpen om verborgen overeenkomsten te herkennen in de stijl van verschillende kunstenaars en de manier waarop ze digitale mediatools gebruiken, maar het brengt toch verschillende creatieve denkrichtingen met zich mee - gevoed door een systeem-kritisch perspectief. \n\nIk wil het publiek betrekken bij deze ontdekking om een eigen mening te vormen, vanuit subjectieve ervaring tijdens dit conceptuele spel.","summary":"Ontdek een interactieve virtuele artistieke ruimte voor co-creatie tussen kunstenaars uit diverse disciplines. Verken artistieke relaties en verborgen overeenkomsten in digitale kunstvormen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003194","result_description":null},{"description":"Ronja Andersen werkt op het kruispunt van grafisch ontwerp, artistiek onderzoek, designeducatie en webontwikkeling. Via haar onderzoekspraktijk exploreert ze de complexe relaties die we hebben met de manier waarop we werken.\n\nOorspronkelijk afkomstig uit Denemarken, studeerde ze grafisch ontwerp aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Werkplaats Typografie in Arnhem. Ze woont en werkt nu in Amsterdam en geeft les in typografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.","summary":"Ronja Andersen is een veelzijdige professional die grafisch ontwerp, artistiek onderzoek, designeducatie en webontwikkeling combineert. Haar praktijk verkent complexe werkrelaties. Ze studeerde in Amsterdam en Arnhem en geeft nu les in typografie in Antwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003195","result_description":"De primaire output van dit onderzoek zal een “verzamelboek” zijn. Gedurende de looptijd van het onderzoeksproject zal ik werken aan de ontwikkeling van een bètaversie van de publicatie die naar uitgevers kan worden gebracht en gebruikt kan worden voor het aanvragen van financiering voor het productiebudget.\n\nDe focus van dit boek zal liggen op het onder de aandacht brengen van de onzichtbare structuren die de montagepraktijk omringen, zowel wat betreft het redactiewerk zelf als wat betreft de vage lijnen van auteurschap tussen regisseur en redacteur. De publicatie wordt benaderd als een experiment in het maken van boeken, aangezien een centrale uitdaging van het project ligt in de constructie van het boek zelf.\n\nBij het vertalen van een medium van beweging naar de statische pagina, zullen technieken voor filmmontage vertaald worden naar de opeenvolging van pagina's. Als zodanig zullen de montage en het ontwerp van de pagina's een belangrijke rol spelen. Op die manier is de montage en het ontwerp van het boek zowel een onderzoek naar het onderwerp als een poging om nieuwe ontwerpmethodologieën te ontwikkelen.\n\nBovendien zal een workshop het educatieve potentieel van het onderzoek verkennen. De workshop zal worden gebruikt om te experimenteren met het overplanten van filmmontagetechnieken in de context van een ontwerppraktijk. Het onderzoek zal ook de basis leggen voor een reeks openbare evenementen om het onderzoek te bespreken en de resultaten te presenteren, zoals vertoningen van het filmwerk van de onderzochte editors en een gesprek tussen filmeditors en grafisch ontwerpers over enkele van de overlappingen die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen.\n\nDit moet zowel tijdens de onderzoeksperiode worden uitgevoerd als wanneer de definitieve versie van het project verschijnt."},{"description":"Het is onze missie om alle 18- tot 25-jarige studenten (en (post)-docs)) in Limburg te sensibiliseren om hun leven ondernemender te maken. Dit doen we door hen te informeren, inspireren, adviseren en in contact te brengen met ons netwerk.\n\nOndernemerschap zit niet alleen in opleidingen met (specifieke) businesscompetenties, het zit in alle domeinen waardoor er geen specifieke focus gemaakt wordt op bepaalde richtingen of kennisinstellingen. We gaan samen met de studenten op zoek naar hun passies en talenten. Als ze een beter idee hebben van wie ze zijn en wat ze kunnen, kunnen er meer gerichte stappen gezet worden om de ondernemende competenties te versterken.\n\nVanuit een kruisbestuiving tussen de partners worden activiteiten uitgerold om dit te verwezenlijken. Zo gaan we om ons doel te bereiken de studenten inspireren en informeren met inspirerende rolmodellen en herkenbare, motivationele verhalen, met basiskennis en -expertise.\n\nWe bereiken de studenten op een toegankelijke manier en bereiken ook de aanspreekpunten en coaches die actief zijn binnen de hoger onderwijsinstelling. Door het organiseren van infosessies rond ondernemerschap, in combinatie met een ‘funfactor’ prikkelen we studenten in ondernemend denken en handelen. Omdat we hierbij het niveau van de aparte kennisinstellingen overstijgen en bruggen bouwen creëren we met ons ecosysteem een unieke meerwaarde in het landschap.\n\nOok onderwijsprofessionals worden via de verschillende activiteiten gestimuleerd in ondernemerszin en verbreden hun netwerk over de instellingen heen en met het ruimere werkveld. Speciale aandacht schenken we aan het vormen, samenbrengen van multidisciplinaire ondernemende teams; hierin schuilt de meerwaarde van dit ecosysteem. Door over de kennisinstellingen de jongeren te laten samenwerken verbreden we hun horizon, hun netwerk en komen we tot sterke concepten die idealiter leiden tot echte start-ups.\n\nCruciaal in dit verhaal is dat we de studenten doen inzien dat ondernemen ook een carrière-optie is. De aangeboden begeleiding aan studenten focust zich voornamelijk op de pré-idee, idee en pré-startfase. Waar nodig betrekken we of verwijzen we door naar meer gespecialiseerde dienstverleners. In het bijzonder brengen we de pré-starters en starters op de hoogte van het door de overheid gesubsidieerde dienstverleningsaanbod uit het bredere VLAIO-netwerk.","summary":"Sensibiliseer Limburgse studenten om ondernemender te worden door informeren, inspireren en netwerken. Focus op passies en talenten, samenwerking en start-ups. Begeleiding in pré-idee en startfase, verwijzing naar gespecialiseerde dienstverleners. Promotie via events en workshops. Optimaliseer communicatie voor groeiend startersecosysteem in Limburg.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003196","result_description":null},{"description":"De Balkanlanden bevinden zich op een kritiek keerpunt terwijl ze zich voorbereiden op een mogelijke integratie in de Europese Unie. De complexe culturele invloeden en de historische en recente geopolitieke dynamiek van de regio hebben een grote invloed op haar identiteit.\n\nOns onderzoeksproject wil de percepties van de Balkanidentiteit en de wisselwerking van culturele en geografische grenzen binnen bredere Europese contexten onderzoeken. We trachten te begrijpen waarom de term \"Balkan\" vaak verschillende connotaties heeft binnen diverse culturele perspectieven, vooral neigend naar de negatieve.\n\nBovendien is het doel van het onderzoek om het erfgoed van Joegoslavië te verkennen en de culturele, sociale, economische en politieke landschappen ervan te archiveren. Het doel is om een momentopname vast te leggen van het leven in de regio voordat deze mogelijk wordt getransformeerd door integratie met Europa, en zo een blijvende bron te creëren voor toekomstige generaties.","summary":"Ontdek de identiteit van de Balkanlanden en hun culturele dynamiek in het licht van EU-integratie. Onderzoek naar percepties en erfgoed voor toekomstige generaties.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003197","result_description":"Het project heeft tot doel een archief te creëren met beelden en geschreven documentatie. De verwachte resultaten omvatten een reeks boeken of kranten over verschillende regio's, vergezeld van een reizende tentoonstelling met ons fotografisch werk en inzicht in ons onderzoeksproces.\n\nOns belangrijkste doel is om onze bevindingen te delen met een geïnteresseerd publiek in West-Europa, de Balkan en daarbuiten. We zien ons onderzoeksproject als een open laboratorium, waar samenwerking en dialoog met mensen uit veel verschillende academische velden en sociale achtergronden een belangrijke rol speelt."},{"description":"\"Als ik in de lente het bos in ga, terwijl alle bomen op het punt staan hun bladeren te ontvouwen om het proces van fotosynthese opnieuw te activeren, moet ik denken aan de energie die wordt omgezet en hoe alle suiker (glucose) op deze planeet en alle suiker die ik ooit heb gegeten ‘voor het eerst werd gemaakt in een blad’ (Hope Jahren, 2017).\n\nDit begon allemaal meer dan een miljard jaar geleden toen een anaerobe bacterie (prokaryoot) een vrij levende fotosynthetische bacteriecel probeerde op te eten, maar niet in staat was om deze volledig te verteren. De bacterie, geïntegreerd in het metabolisme van de plant, transformeerde in chloroplasten die chlorofyl bevatten. Zo zijn planten geëvolueerd.\n\nIn haar ‘Endosymbiose Theorie’ legt de microbiologe Lynn Margulis uit dat fotosynthetische chloroplasten het product zijn van een symbiose. Voor haar zijn niet alleen competitie en de 'survival of the fittest’, maar ook verstrengeling en samensmelting belangrijke processen in de evolutie. In haar woorden ‘groeit de levensboom in zichzelf weer aan’ (Lynn Margulis, 1998).\n\nWat kunnen we leren van fotosynthese? Ik zou graag willen weten hoe we fotosynthese tastbaar kunnen maken en hoe het smaakt. Hoe wordt suiker / energie doorgegeven binnen het ecosysteem? Hoe is alles wat heterotrofen eten met elkaar verbonden? Wat is een blad en hoe werkt het? Dit houdt in dat je de smaak van verschillende planten onderzoekt en de onderlinge verbondenheid van organismen begrijpt.\"","summary":"Ontdek de wonderen van fotosynthese en ecosysteemverbindingen door de smaak van planten te verkennen. Leer hoe suiker en energie worden overgedragen en begrijp de samenhang tussen organismen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003198","result_description":"Artistiek Werk\n\nMijn onderzoek richt zich op het verzamelen van ervaringen, recepten en ideeën voor een Fotosynthetisch Kookboek. Een kookboek is een interessant formaat omdat het bestaat uit duidelijke instructies, maar ook ruimte laat voor creativiteit en experimenten. Kookboeken hebben voor mij een persoonlijke betekenis, vooral die welke ik geërfd heb van mijn overleden ouders, die dienen als gidsen voor smaken die rijk zijn aan herinneringen. Dit werk dient als een eerbetoon aan hen, en ik zie het Fotosynthetische Kookboek als een reis door smaken en herinneringen, waarbij fotosynthese tastbaar wordt gemaakt. Ik wil experimenteren met gerechten zoals fotosynthetische sorbet en grassoep, smaken verkennen en de complexe cyclus van suiker/energie zichtbaar te maken.\n\nMateriaal verzamelen met fotografie, film en door vormen te traceren. Beelden vastleggen met licht en fotografie, eventueel in een donkere kamer, met groen als overheersende kleur gekoppeld aan fotosynthese. In de loop der jaren heb ik ook een groot archief van foto's van planten opgebouwd. Dit archief zou kunnen dienen om collages te maken en als achtergrond voor installaties. Ik zal de verschillende ervaringen omzetten in een artistiek werk. Beeldend werk, interviews en notities. Het uiteindelijke medium laat ik graag open. Het zou een film, een publicatie of een installatie kunnen zijn. Het zal een gezamenlijk werk zijn dat de verschillende standpunten van de betrokken mensen en organismen vastlegt.\n\nKlas in het Wild\n\nIk neem de leerlingen mee naar het bos voor een buitenles. Dit kan misschien het beste gebeuren in de vorm van een workshop tijdens de jaarlijkse onderzoeksweek.\n\nLaboratoriumdag\n\nIk organiseer een dag over fotosynthese en endosymbiose op de academie. Richt een lab in en nodig een bioloog uit om chlorofyl te bekijken met een microscoop. Organiseer een lezing en een gesprek met een evolutiebioloog. Deze is ook toegankelijk voor het publiek."},{"description":"Met het project ‘Leuvense Jonge Ondernemers - LE(J)ON, willen we de ondernemerszin van zoveel mogelijk Leuvense jongeren, binnen en buiten de onderwijscontext, prikkelen en hen kennis laten maken met ondernemerschap als mogelijke carrièrekeuze.\n\nOnder de koepel LE(J)ON bundelen we verschillende startersinitiatieven zoals KU Leuven Kick, UCLL StartMinds, BAAS… en maken we jongeren wegwijs in het grote aanbod van initiatieven rond jong ondernemerschap.","summary":"Stimuleer jonge ondernemers in Leuven met project 'LE(J)ON' door diverse initiatieven te bundelen en ondernemerschap als carrière-optie te promoten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003199","result_description":null},{"description":"De omarming van immersieve formaten voor audio door tech-giganten zoals Apple heeft 3D-geluid onherroepelijk naar de mainstream muziekconsumptie gekatapulteerd. Het is niet langer het domein van visuele media zoals film en videogames, en de muziekliefhebber raakt thuis, onderweg, op de festivalweide en in de concertzaal gewend aan deze nieuwe belevingen.\n\nHoe kunnen of moeten artiesten, componisten, technici, venues, ... aan de slag met deze nieuwe formaten en technieken? We kijken in dit centrum al lang naar workflows en strategieën voor immersive muziekproductie van A tot Z; naar binauralisatie (getrouwe en genietbare weergave op koptelefoon); en de vertaling van studio naar live. Ook hebben we een intensieve samenwerking met Howest Digital Arts & Entertainment waar we de mogelijkheden van VR en andere “gaming tech” voor de sector belichten.\n\nDe komende twee jaar (2024-2026) hebben we een survey van live actoren op de planning staan, om een staat op te maken van gaten in kennis (die wij delen), software (die wij maken) en hardware (die wij zoeken en begroten) met betrekking tot immersive audiotechnologie.","summary":"Ontdek de toekomst van muziek met 3D-geluid! Wij helpen artiesten en venues met immersive muziekproductie en binauralisatie voor een unieke luisterervaring. Binnenkort survey over audiotechnologie.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003200","result_description":null},{"description":"In mijn doctoraatsonderzoek wil ik onderzoeken op welke manier de poëzie, tekst, dynamiek, muzikaliteit en opmaak die we terugvinden in hedendaagse klassieke muziek en muziek improvisatie, visueel vertaald kunnen worden naar immateriële dragers door middel van kinetische typografie. Ik wil met mijn ontwerppraktijk evolueren naar ontwerponderzoek rond visuele poëzie. De instrumentalisering van het ontwerpprocess moet leiden tot een beter inzicht in mijn ontwerppraktijk binnen de hedendaagse klassieke muziek en als aanzet dienen voor het realiseren van visuele poëzie binnen crossdisciplinaire performances.\n\nIn een eerste fase van dit onderzoek ga ik na of kinetische typografie kan leiden tot een symbiose tussen de verteltijd van het gedicht en de speelduur van de hedendaagse klassieke compositie waar dit gedicht onderdeel van uitmaakt. Aansluitend stel ik me de vraag hoe de chronologie, verteltijd en specifieke opmaak van visuele poëzie zich verhoudt tot de muzikaliteit en dynamiek van crossdisciplinaire improvisatie performances.","summary":"Onderzoek naar visuele poëzie in hedendaagse muziek en improvisatie voor crossdisciplinaire performances met kinetische typografie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003203","result_description":null},{"description":"Dialogue with the Sources is een mixed-media onderzoeksproject geïnspireerd door Souleymane Bachir Diagne's visie op ‘Afrikaanse Kunst als Filosofie’ en verbonden met Clémentine Faik-Nzuji's onderzoek naar Congolese symboliek en tradities.\n\nHet project vertrekt van ‘conversaties’ met het Congolese landschap als leidraad voor visueel onderzoek. Het project zet beeldende kunst in om het idee te bevragen dat cultuur voortkomt uit het land en zich manifesteert in symbolen die in het landschap tot uitdrukking komen.\n\nDoor middel van conversaties, fysiek handelen, het creëren van beelden/objecten en mixed-media installaties, bevraagt het project de beperkingen van de menselijke perceptie en de representatie van het Congolese land en tradities.\n\nHet experimentele creatieproces van beelden/objecten omvat een fysieke praktijk en formeel onderzoek. Het is gebaseerd op gemodificeerde \"Full Spectrum\" camera's die dubbelzinnige, foutieve beelden produceren die onzichtbaar licht capteren.\n\nDeze beelden vormen het basismateriaal dat wordt getransformeerd en bewerkt tot objecten die spelen met onze perceptie en een verbinding aangaan met traditionele vormen, verhalen en ideeën, waardoor een ruimte ontstaat voor dialoog tussen land, beeld, object en publiek.\n\nDit onderzoek steunt op samenwerking met verschillende stakeholders, waaronder onderzoekers, experten en gidsen, zowel in België als in de Democratische Republiek Congo.\n\nTijdens het project zal het proces gecommuniceerd worden naar een breder publiek met een symposium en workshops.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: \"Dialogue with the Sources onderzoekt Congolese symboliek en tradities via visueel onderzoek met mixed-media. Creëert dialoog tussen land, beeld en publiek.\"","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003204","result_description":"Creatie van een mixed-media tentoonstelling in galerie Kristof De Clercq (Gent) in september 2026. De installatie zal de getransformeerde beelden/objecten bevatten, uitgedrukt in sculpturale objecten, video's, prints, spiegels, tekeningen, textiel.\n\nHet delen van momenten tijdens het project zal de mogelijkheid bieden om dit proces te communiceren naar een breder publiek, door de huidige status van het conceptuele en visuele onderzoek te tonen en open te stellen voor het publiek tijdens informele uitwisselingen en in de vorm van een open symposium in België en workshops in België en Congo DR. Het idee om gesprekken te voeren rond thema's, lichamen, vormen is een instrument dat een soort “spiraalvormig” denken mogelijk maakt: reflecties zijn het resultaat van het onderzoeken van ideeën, theorieën of concepten, en ze te confronteren met ervaringen, andere acteurs die verbonden zijn met deze kwesties of onderwerpen, en terugkomen op het oorspronkelijke idee in een proces van groei uiteindelijk uitmondend in de creatie van definitieve objecten.\n\nEen belangrijk evenement in deze dialoog is de “Voices: Tradities vandaag”, een open symposium rond visuele en gesproken stemmen van hedendaagse tradities in de Democratische Republiek Congo die in februari 2026 in het RAFA wordt georganiseerd en een open gesprek tussen Sammy Baloji, Clémentine Faïk-Nzuji, Thomas Muteba Luntumbue en Léonard Pongo. Tijdens dit symposium zal elke deelnemer hun weg presenteren naar het verkennen, uitdrukken of ondervragen van het landschap van de DRC, door middel van symbolische studie, artistieke creatie en curatie. Dit landschap van experts zal een ruimte creëren voor de presentatie van elementen die mijn werk inspireren, maar ook een breder publiek de mogelijkheid bieden om in contact te komen met verschillende lagen van onderzoek naar het landschap, benaderd door leidende figuren in dit gesprek."},{"description":"In het verlengde van het huidige onderzoeksproject \"Parijse kopie of zelfstandige school? De Belgische Fluitopleiding in de belle époque\", onderzoek ik in dit project de wortels van de Belgische fluitklassen aan de conservatoria van Brussel, Gent en Luik.\n\nDe conservatoria werden kort na de vorming van de Belgische staat opgericht. Hun directeuren kwamen uit Parijs en het is aannemelijk dat ze hun onderwijsconcept hebben gemodelleerd naar het Parijse Conservatorium.\n\nMaar wat was de situatie in de fluitklassen? Wie waren hun protagonisten? Welke soorten fluiten bespeelden ze, welk repertoire studeerden ze en hoe gaan we vandaag de dag om met hun repertoire en uitvoeringspraktijk?\n\nOp deze vragen wordt een antwoord gezocht vanuit zowel een theoretische als een praktische invalshoek. Daarvoor worden historische documenten over fluitopleiding, fluitisten en historische uitvoeringspraktijk verzameld en geanalyseerd, en vervolgens wordt de theoretische kennis overgebracht naar het fluitspel.\n\nDe resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in vaktijdschriftsartikelen, concerten, lecture-performances en YouTube-films.","summary":"Onderzoek naar de Belgische fluitklassen aan conservatoria van Brussel, Gent en Luik, gericht op hun wortels en historische uitvoeringspraktijken. Resultaten worden gedeeld via publicaties, concerten en YouTube.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003205","result_description":"Voorgestelde output:\n\nIntern zullen, zoals in het lopende project, de studieresultaten gedeeld worden met de studenten uit de fluit- en piccoloklassen als onderdeel van de onderzoekspraktijkmodule of andere workshops (bijvoorbeeld tijdens Articulate) of binnen kamermuziek of musiceerpraktijk.\n\nBuiten het KCA zal ik opnieuw workshops aanbieden in Gent, Luik, Brussel en Leuven. Er zullen artikels worden voorzien voor Forum+, Fluit, Flöte aktuell, Tibia enz. Daarnaast kunnen de resultaten gedeeld worden op verschillende Facebook pagina's (19th century flute, Belgian flute etc.). Een presentatie van het project op Klara (Music Matters) is ook denkbaar. Als er geschikte conferenties plaatsvinden tijdens de periode van het onderzoeksproject, kan het project daar gepresenteerd worden.\n\nInteressante werken kunnen worden uitgegeven bij verschillende uitgeverijen zoals Jürgen Höflich in München en Golden River Music. Ook zal ik de werken voor fluit en piano opnemen en beschikbaar stellen op Youtube en concerten aanbieden in het Museum Vleeshuis en op andere locaties. Voor de opnames werk ik samen met mijn pianopartner Toby Sermeus. We hebben al veel werken samen opgenomen (zie YouTube kanaal) en zijn een ingespeeld team."},{"description":"In dit project verkennen we hoe de principes van gamification in de sector van de logistiek gebruikt kunnen worden. Het doel is om bestuurders, waarvan velen het Nederlands niet machtig zijn, te laten bijscholen. Dit is in eerste instantie om de nodige toestemmingen te krijgen om bedrijventerreinen te betreden.","summary":"Verken gamification in logistiek om bestuurders zonder Nederlandse taalvaardigheid te trainen voor bedrijventerreintoegang.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003206","result_description":null},{"description":"Rond 1960 zijn er in Vlaanderen een aantal monumentale werken geschreven voor orgel en koperblazers. Twee van deze werken vervullen een centrale plaats in het voorliggende onderzoek: Flor Peeters (1903-1986), toenmalig directeur van het KCA, creëerde met zijn Entrata Festiva (1959) een feestelijk werk voor orgel, twee trompetten, twee trombones, pauken en unisono koor ad libitum; Arthur Meulemans (1884-1966) schreef aan het einde van zijn carrière een concerto voor groot orgel, trompet, hoorn en trombone (1962).\n\nRond hogergenoemd repertoire wordt een corpus opgebouwd van laat-negentiende-eeuwse en twintigsteeeuwse werken voor orgel en koperblazers, waartoe onder meer een verzameling behoort van onontgonnen manuscripten uit de erfgoedbibliotheek van het KCA. Hoofduitvoerder Bram Fournier gaat in dit project de samenwerking aan met Peter Van de Velde, titularisorganist van de Antwerpse kathedraal. Door middel van een gecontextualiseerde uitvoering maken deze twee musici een verbonden verzameling – een collectie – van het repertoire. Dankzij de samenwerking met de kathedraal kan het project dankbaar gebruik maken van het aandachtsmomentum gegenereerd door de 900ste verjaardag van de parochie in 2024.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Ontdek monumentale werken voor orgel en koperblazers uit Vlaanderen rond 1960. Unieke samenwerking brengt vergeten erfgoed tot leven in 2024.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003207","result_description":"1.\nNa het succes van Bram Fourniers cd Belgian Trombone ID, uitgegeven bij Etcetera, leidt het project tot een nieuwe opname en verschillende concerten met muziek voor orgel en koperblazers.\n\n2.\nEen selectie van nieuwe partituuredities wordt uitgegeven in samenwerking met het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek en de gespecialiseerde Münchense uitgeverij Musikproduktion Höflich. Deze nieuwe edities worden niet alleen voorzien van een biografie van de componist en context over de compositie en uitvoeringsgeschiedenis, maar ook van praktische, technische en interpretatieve ondersteuning. Zo wordt het repertoire in het kader van de nexus onderwijs ook toegankelijk gemaakt voor minder ervaren uitvoerders.\n\n3.\nIn 2024 is het 900 jaar geleden dat de Onze-Lieve-Vrouweparochie werd opgericht. Dat wordt gevierd, onder andere met de publicatie van een biografie van de Antwerpse kathedraal (Levende stenen. De kathedraal van Antwerpen, biografie, red. Albrecht De Preter & Guido Vanheeswijck, uitgeverij Ertsberg). In deze publicatie verschijnt van de hand van Jan Dewilde een hoofdstuk over muziek in de kathedraal. Bij de boeklancering voorziet het project de gepaste muzikale duiding."},{"description":"Korte beschrijving enkel beschikbaar in het Engels.","summary":"Marketing communication summary: Brief description only available in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003208","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nDit strategisch basisonderzoek onderzoekt hoe e-portfolio’s kunnen worden ingezet om werkplekleren in gezondheidsopleidingen beter te ondersteunen. Door de rol van e-portfolio’s als scaffolding-instrument te analyseren, willen we inzicht krijgen in hoe ze bijdragen aan het leerproces en de professionele ontwikkeling van studenten.\n\nDe nood en relevantie\n\nWerkplekleren is een essentieel onderdeel van gezondheidsopleidingen, maar studenten ervaren vaak moeilijkheden bij het integreren van theorie en praktijk. Een goed ontworpen e-portfolio kan hen ondersteunen door reflectie, feedback en zelfregulatie te stimuleren. Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten voor onderwijsinstellingen die werkplekleren effectiever willen begeleiden en evalueren.\n\nVan aanpak tot impact\n\nVia een combinatie van literatuuronderzoek, casestudies en praktijkgerichte experimenten analyseren we hoe e-portfolio’s optimaal kunnen worden ingezet als scaffolding-instrument. De resultaten leiden tot aanbevelingen voor de ontwikkeling en implementatie van e-portfolio’s in gezondheidsopleidingen, met als doel de leerervaring en professionele groei van studenten te versterken.","summary":"E-portfolio's als scaffolding-instrument voor werkplekleren in gezondheidsopleidingen verbeteren leerproces en professionele ontwikkeling. Onderzoek biedt inzichten voor effectieve begeleiding en evaluatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003209","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nElk kind heeft recht op vrije tijd en spel vol ontwikkelingskansen. Zowel op school, als ook in de vrije tijd kan daarbij ingezet worden op taalstimulering Nederlands. Dat ziet er in het georganiseerde vrijetijdsaanbod liefst niet uit als een extra taalles, maar kan ook gepaard gaan met uitbundig spelplezier.\n\nWaarop let je best als je leuke én leerrijke taalstimulerende activiteiten wil organiseren? Het onderzoek naar taalstimulering Nederlands buiten de school werkte aan een inspiratiegids voor het georganiseerde vrijetijdsaanbod. Die helpt professionals op weg naar taalstimulerende activiteiten die doordacht begeleid zijn, de taalontwikkeling van het Nederlands versterken én tegelijkertijd voor pretoogjes zorgen bij deelnemers tussen 3 en 18 jaar oud.\n\nAanpak\n\nDe onderzoekers uit onderzoekscentra ‘Pedagogie in Praktijk’ en ‘Toekomstgedreven Onderwijs’ startten met een literatuurstudie rond het thema van taalstimulering in de vrije tijd. Daarna stemden ze het theoretisch kader af in focusgroepen met kinderbegeleiders en verantwoordelijken uit vrijetijdsorganisaties en kwamen zo tot een handig kader voor ‘taalgericht spelen’. Ze dachten daarbij ook een bonte verzameling van activiteiten uit waarmee animatoren, monitoren of kinderbegeleiders direct van start kunnen.\n\nResultaat\n\nHet resultaat is een inspiratiegids waarin je het kader van taalgericht spelen kan ontdekken met materialen waarmee je als verantwoordelijke het kader kan introduceren bij je team. De 26 activiteitenfiches bevatten verschillende soorten activiteiten (muzisch en creatief, groot- en fijnmotorisch, competitief of lezen en schrijven) binnen thema’s als games, zintuigen, zoektocht of verbeelden.","summary":"Taalstimulerende activiteiten voor kinderen van 3-18 jaar oud. Inspiratiegids met 26 diverse activiteiten om Nederlands te versterken met spelplezier.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003210","result_description":null},{"description":"Dit project start – zoals zo vaak in de artistieke praktijk – vanuit een persoonlijk dilemma. Mijn veertienjarige dochter vraagt: “Mama, Palestina en Israël, dat geweld, ik snap er niets van. Voor wie moet ik zijn?” Ik antwoord zo goed ik kan als moeder. Maar welke artistieke mogelijkheden staan als maakster van jeugdtheater tot mijn beschikking om morele vraagstukken aan te kaarten?\n\nAls symboolfiguur binnen morele conflicten is het archetype van de schurk(e) representant(e) voor dat wat een samenleving als haar schaduwkant beschouwt. Morele kaders zijn echter zelden helemaal helder. Oriëntatie in dit ambigue veld gebeurt vaak door simplificatie en een weergave van de schurk(e) in gemakkelijk herkenbare uitvoeringen.\n\nStereotypering in esthetiek en personagevorming is een traditioneel theatraal middel om een dramatisch conflict te benaderen. Deconstructie van stereotypen nuanceert vastgeroeste denkpatronen, maar roept ook vragen op naar het narratief in drama.\n\nVanuit literatuurstudie met een focus op de ‘schurkachtigheid’ van enkele notoire schurken, inzichten uit filosofie, antropologie en psychologie, en een archiefonderzoek, bestaat dit project vervolgens uit practice as research a.d.h.v. het creatieproces van een lecture performance voor adolescenten. Een ‘meterklas’ (een 4de middelbaar) begeleidt het proces als focusgroep.\n\nDoor middel van een audiologboek met participant observations, video-opnames van het creatieproces en de focusgroepgesprekken poogt het onderzoek bevindingen te destilleren die een antwoord formuleren op de onderzoeksvraag: Hoeveel deconstructie kan de schurk(e) aan zonder zijn/haar rol als ‘kwade’ archetype in de podiumpraktijk kwijt te raken? De onderzoeksresultaten worden onder meer gedeeld in masterclasses met studenten van het KCA (Educatieve Master Drama en Bachelor Drama).","summary":"Jeugdtheater onderzoekt deconstructie van schurken als morele symbolen. Resultaten gedeeld in masterclasses voor drama studenten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003211","result_description":"De output omvat (1) een werksessie tijdens de Art & Research Days Articulate in oktober 2025. De beoogde speelse uitwisseling met medeonderzoekers staat in het teken van ‘schurkachtige lichamelijkheid/belichaamde schurkachtigheid’.\n\nIn april ’26 wordt (2) een masterclass in de Educatieve Master Muziek & Podiumkunsten, afstudeerrichting Drama in de specifieke vakdidaktiek spelen voorzien in vorm van een workshop. \n\nIn dezelfde periode staat ook een (3) lecture voor de Bachelor 1 Drama in het opleidingsonderdeel onderzoek gepland. De (4) lecture performance Hoe de schurk(e) een goed voorbeeld werd zal in mei 2026 bij de productionele partner hetpaleis getoond worden. \n\nVerder is een (5) artikel voorzien dat door het KJTZ gepubliceerd zal worden op hun online forum, zoals een (6) paper die wordt aangeboden in een open call voor ITYARN (International Theatre Young Audiences Research Network) in augustus 2026."},{"description":"Het optreden in de 21e eeuw Salon-project richt zich op historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijken met als doel nieuwe creatieve technieken en performatieve concepten te verkennen en te testen.\n\nMijn onderzoek zal gericht zijn op muzikale uitvoering als een integraal onderdeel van salonbijeenkomsten en een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is de vraag hoe te communiceren met het huidige publiek.\n\nDit opent een ruimte voor onderzoek naar de historische achtergrond van vrouwelijke performers en uitvoeringspraktijken in 18e- en 19e-eeuwse salons in Dubrovnik, Kroatië. Gebruikmakend van het culturele leven van deze voormalige onafhankelijke aristocratische staat en zijn vertegenwoordigers als kader voor mijn artistieke onderzoek en praktijk, zal ik een selectie uitvoeren van de muziekwerken waarvan bekend is dat mijn historische tegenhangers hebben gespeeld, zowel op historische locaties als in moderne omgevingen die weerspiegelen mijn eigen huidige culturele omgeving.\n\nIn vergelijking met grote centra als Wenen, Londen of Parijs, was en is Dubrovnik maar een kleine stad. Een belangrijk aspect om het karakter van Dubrovnik te begrijpen, is dus de contextualisering ervan binnen het kader van de overeenkomstige krachten die in de Europese muziek aan het werk zijn.\n\nOoit een zeer actief cultureel milieu met kosmopolitische kenmerken omarmd en tegenwoordig een UNESCO-stad als erkenning voor zijn wereldwijde reputatie als een stad van cultuur en rijk historisch erfgoed, wordt het nu vaak belast met de nadruk op een traditie die de ontwikkeling soms verhindert van verse artistieke creatie.\n\nIk zal het muziek-culturele leven van Dubrovnik analyseren als een casestudy; door de salonnières van Dubrovnik uit het verleden na te bootsen. Dit vereist een behoorlijke hoeveelheid archiefonderzoek in bestaande documenten, brieven, dagboeken, rapporten, muziekmanuscripten en edities. Voor een dieper begrip van mijn historische tegenhangers, is het van vitaal belang om te proberen in hun denkwijze te komen, inclusief hun perceptie van bepaalde muziek en de ontvangst van hun publiek.\n\nOnder deze vrouwelijke artiesten bevonden zich ook enkele uitstekende componisten. Ik zal proberen een dialoog tot stand te brengen tussen mijn persona - een professionele 21e-eeuwse muzikant die is opgeleid om zowel historische als moderne instrumenten te bespelen, en mijn historische tegenhanger wiens aanwezigheid tegelijkertijd wordt belichaamd in mijn uitvoering.\n\nOp het podium kan dat laatste in de film worden gepresenteerd als augmented/mixed reality, terwijl ik live zal optreden. Door deze twee identiteiten in een spiegel te plaatsen en de confrontatie met elkaar aan te gaan, krijgt een salonvoorstelling een nieuw perspectief. Dit proces levert een database op van schriftelijke correspondentie, beschrijvingen van bezoekende gereconstrueerde salonbijeenkomsten uit het verleden op basis van archiefonderzoek, reflecties en prestatieanalyses.\n\nDeze materialen zullen de basis vormen voor mijn toekomstige werk, dat op zijn beurt nieuwe artistieke kennis en ideeën zal genereren voor het vormgeven van een artistieke visie op de 21e-eeuwse salon.","summary":"Verken creatieve technieken en concepten in historische salonbijeenkomsten in Dubrovnik. Onderzoek vrouwelijke performers en muziekwerken voor een artistieke visie op de 21e-eeuwse salon.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003212","result_description":null},{"description":"In dit speerpunt leren we diverse doelgroepen omgaan met nieuwe technologie en de impact daarvan, in de breedste zin. De toegankelijkheid tot digitale hulpmiddelen van laptops tot AI creëert tal van opportuniteiten voor de jongste tot oudste muzikanten en geluidskunstenaars – maar ook heel wat uitdagingen. Gestoeld op een stevige pedagogische basis in de zelfdeterminatietheorie, onderzoeken we onderwijs binnen en buiten de eigen muren gaande van geluid en muziek om allerhande STEAM-onderwerpen (science, technology, engineering, arts, mathematics) bij te brengen in klas of citizen science context, over positief en ethisch gebruik van artificiële intelligentie voor muziekcreatie, tot het welzijn en de relevante extra competenties van de hedendaagse muziekprofessional.\n\nHet thema van het speerpuntonderzoek van 2024 tot 2026 (twee academiejaren) is het in kaart brengen van de relevante AI-tools binnen geluid en muziek en hun toepassing in diverse onderwijssettings. Hierin wordt aandacht besteed aan eigenschappen als ethische training, drempel om te starten, compatibiliteit met beschikbare infrastructuur, … en worden in functie daarvan lespakketten ontwikkeld. Volgend op deze desk research en ontwikkeling zorgen pilootsessies voor de nodige inzichten om de materialen op punt te stellen en wetenschappelijk onderbouwde dienstverlening aan te bieden.","summary":"Bied muzikanten en geluidskunstenaars kansen en educatie in nieuwe technologieën, inclusief AI, binnen diverse onderwijscontexten en ethisch gebruik. Onderzoek AI-tools in geluid en muziek voor lesontwikkeling en dienstverlening.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003213","result_description":null},{"description":"Dit project richt zich op de identificatie van zwarte soldatenvlieg (BSF)-stammen met als doel de economische haalbaarheid van BSF-kweek op lange termijn te bevorderen.\n\nHet project beoogt voor elke stam een gedetailleerd ‘paspoort’ op te stellen, met daarin informatie over de genetische achtergrond, groeikenmerken en het microbiële profiel van de larven.\n\nDoor het sequencen van tien BSF-stammen en het analyseren van de interacties tussen genen en omgeving, zal een uitgebreid referentiekader worden gecreëerd voor de identificatie en prestatie-evaluatie van verschillende stammen.\n\nDaarnaast draagt het ontwikkelen van geavanceerde technieken voor het beheer en behoud van stammen bij tot de commerciële verspreiding van hoogpresterende BSF-stammen.\n\nDit biedt de sector een betrouwbaar instrument voor het selecteren en optimaal benutten van stammen, wat uiteindelijk de efficiëntie en winstgevendheid van BSF-kwekerijen zal vergroten.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Verbeter de economische haalbaarheid van zwarte soldatenvlieg (BSF)-kweek op lange termijn door gedetailleerde 'paspoorten' van BSF-stammen te creëren. Geavanceerde technieken helpen bij selectie en optimalisatie voor meer efficiëntie en winstgevendheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003214","result_description":null},{"description":"Op een Drafje zet in op een innovatieve en laagdrempelige verwerking van bierdraf uit regionale en lokale brouwerijen. Het doel is resultaten te behalen die inspirerend zijn voor lokale actoren. Voor de droge fractie wordt specifiek gekeken naar de pluimveesector, terwijl het vloeibare deel van de draf wordt gebruikt voor microalgenkweek. Dit alles met als doel om optimaal te profiteren van de lokale reststroom, namelijk bierdraf van regionale en kleinschalige brouwerijen.\n\nVoornaamste doelstelling van het project is om door een innovatieve, laagdrempelige en succesvolle verwerking van bierdraf inspirerend te werken, zodat lokale actoren dit oppakken. Hierdoor kan een lokale (korte) keten worden gevormd om maximaal te profiteren van de beschikbare reststroom, namelijk bierdraf van regionale en kleinschalige brouwerijen.\n\nDeeldoelstellingen:\n1. Zoeken naar een eenvoudige verwerkingstechniek om de droge en vloeibare fractie van de bierdraf te scheiden.\n2. Uitwerken van toepassingen voor de droge fractie als voeder voor rundvee en pluimveehouderijen, inclusief een voederproef.\n3. Gebruik maken van de vloeibare fractie als substraat voor microalgenkweek om zo een innovatieve en duurzame manier te demonstreren om regionale biomassa te produceren op een meer duurzame manier. Daarnaast worden de meest interessante toepassingsmogelijkheden voor de nieuwe biomassa (microalgen) in kaart gebracht, variërend van gebruik als voedingssupplement in de landbouw tot verwerking in originele voedselproducten.\n4. Aantonen van de haalbaarheid van een lokale en korte keten en het demonstreren van de meerwaarde ervan door het uitwerken van een roadmap.\n\nMet als doel het effectief realiseren van deze nieuwe duurzame waardeketen, werken de projectpartners samen aan het opstellen van een roadmap. Hierin worden de praktische stappen in het verwerkings- en valorisatieproces toegelicht, evenals hoe de keten organisatorisch, logistiek en op een rendabele manier kan worden gerealiseerd. Belangrijke aspecten die aan bod moeten komen zijn onder andere: wie doet wat in het proces, hoe kunnen efficiëntiewinsten worden behaald (bijvoorbeeld door schaalvergroting of creatieve manieren van bierdraf verzamelen), hoe kan de keten logistiek worden georganiseerd, welke partners zijn nodig om deze keten op regionale schaal te realiseren, en wat is de meerwaarde voor de verschillende schakels/partners in de keten. Het effectief uitwerken van deze keten kan eventueel worden opgenomen in een vervolgtraject en, afhankelijk van de resultaten, zelfs op grotere schaal worden uitgerold.\n\nSamenvattend is de missie van dit project de demonstratie van een lokale keten waar regionale (kleinschalige) brouwerijen op een economisch interessante manier hun bierdraf kunnen verwerken. Dit biedt lokale veetelers en pluimveehouders de mogelijkheid om stabiel en betaalbaar krachtvoeder te verkrijgen dat het hele jaar door beschikbaar is vanwege de langere houdbaarheid van de droge fractie. Daarnaast wordt een innovatieve verwerkingsmogelijkheid van de vloeibare fractie gedemonstreerd door op pilootschaal microalgen te kweken die vervolgens kunnen worden gebruikt als ingrediënt binnen de context van de korte keten. De opgedane kennis in het project wordt uiteindelijk verspreid via publicaties, workshops en demo-cases.","summary":"Op een Drafje innoveert met bierdraf verwerking voor lokale ketens. Met focus op droge en vloeibare fractie, stimuleren ze lokale actoren en tonen ze duurzame waardecreatie aan.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003215","result_description":"Aantal experimenten rond nieuwe keten (D3/Actie1): 2\n\nUitwerken keten rond valorisatie bierdraf naar food en feed. Innovatieve en duurzame lokale landbouwproductie en -afzet, en valorisatie van biomassaresten."},{"description":"In de stad is er een rijke mix aan diversiteit. Deze komt ook in de school voor. Er is geen ‘gedeelde geschiedenis’ maar wel een mix van herinneringsculturen. De vanzelfsprekende verbondenheid met het (nationale) verleden is er niet. In de klas durft dit al eens tot conflicten leiden door polarisering. Leerkrachten gaan discussies uit de weg, en ook binnen de school klinkt de roep luider voor aandacht voor identiteit, burgerschap en democratische waarden.\n\nDe onderzoek benadert het thema vanuit drie onderzoekvragen:\n- Welke inzichten zijn er rond de verwevenheid van identiteitsprocessen, herinneringsculturen en ‘erfgoed van alledag’ als materiële drager van die herinneringsculturen?\n- In welke mate meerstemmige erfgoed- en herinneringseducatie als praktijk in de klas vakoverschrijdend kan bijdragen tot dialoog over de betekenis en implicaties van burgerschap.\n- Welke methodieken zijn er om op een overbruggende en wederkerige manier om te gaan met de pluraliteit aan perspectieven op het verleden en op ‘alledaags erfgoed’, met naast en met elkaar bestaande (en soms conflicterende) herinneringsculturen.\n\nOpzet van de studie:\nEr wordt vanaf de start een projectgroep/community of practice samengesteld, die bestaat uit de onderzoekers en 5-8 deelnemers uit het onderwijsveld (leerkrachten, directie, opleiders) met sterke betrokkenheid, kennis en/of praktijkervaring rond de thema’s kruispuntdenken, representatie, identiteitsprocessen en/of herinneringseducatie en die als ‘actors of change’ (Peeters & Vandenbroeck, 2011). In combinatie met een literatuurstudie gaan we het thema helder afbakenen.\n\nWe starten het eerste jaar projectjaar met een survey bij leerkrachten (geschiedenis en andere vakken) en leerlingen om inzicht te krijgen in verschillende perspectieven.\n\nVervolgens worden er enkele methodieken ontwikkeld en onderzocht i.s.m. de community of practice om een professionaliseringstraject voor de leerkrachten vorm te geven volgens het model van McKenney en Reeves (2012) (fig1).\n\nDisseminatie van de ontwikkelde inzichten en methodieken gebeurt op verschillende manieren:\n- Lesbrieven voor leerkrachten ter ondersteuning\n- Een kinderboek vanuit pluraliteit aan perspectieven\n- Slotevent op o.a. de erfgoeddag\n- Podcastaflevering\n- Kennisdeling via klascement.be","summary":"Diversiteit en identiteit in het onderwijs. Onderzoek en ontwikkel methodieken voor erfgoededucatie. Verspreid inzichten via lesbrieven, kinderboek, podcast en evenementen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003217","result_description":null},{"description":"Anthocyanine is het pigment dat verantwoordelijk is voor het spectaculaire vermiljoen-paarse in planten. Het pigment heeft voor planten echter een andere betekenis dan voor mensen: het dient als een beschermingsmechanisme tegen omgevingsstress.\n\nWanneer klimaatgerelateerde stress toeneemt, proberen de kleuren de plant hiertegen te verdedigen. Hetzelfde anthocyanine is een 'natuurlijke' organische kleurstof die werd gebruikt in historische verfpraktijken. Werken en denken met deze kleurstof kan ons begrip van lokale onderlinge verbondenheid en het herstel van onze relatie met het niet-menselijke ondersteunen.\n\nHoe kunnen we de beschermende rol van anthocyanine begrijpen over soorten en schalen heen? En hoe kunnen we via de materiële kwaliteiten van een organische kleurstof een empathische kijk ontwikkelen op het niet-menselijke en hun manieren om tijd te maken? Zo wordt kleur een lens om naar lokale omgevingen te kijken en hun intrinsieke aanpassingen te begrijpen.\n\nAangezien kleuren de visuele identiteit van een plaats vormen, roept de verschijning van dit pigment de vraag op hoe veerkracht te beoefenen in versnellende klimaatomstandigheden. Een driedelige methodologie (met onze handen in de aarde: Anthocyaan-beladen planten; met onze voeten op de grond: Kleurwandelingen; met onze ogen op het paars: Anthocyanine als organische kleurstof) zal leiden tot een publicatie en een tentoonstelling.","summary":"Anthocyanine, een natuurlijke organische kleurstof, beschermt planten en roept op tot het begrijpen van lokale omgevingen en veerkracht in versnellende klimaatomstandigheden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003218","result_description":"Het beoogde resultaat zal een tandemtentoonstelling zijn in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en Annie Gentils Gallery Antwerpen. Dit zal vergezeld worden door een publicatie, namelijk de Rapportage en Documentatie van de driedelige methodologie."},{"description":"De artistieke praktijk van Bart Van Dijck richt zich op het onbekende in de psyche en het collectieve bewustzijn. Hij ziet feesten en rituelen als momenten waarop een gemeenschap haar identiteit uitdrukt; wanneer het individu en de groep samensmelten. Zijn interesse in sjamanisme en rituelen heeft een sterke impact op zijn huidige manier van werken, waarin samenwerkingen en interactie met het publiek belangrijk zijn geworden.\n\nHet doel van dit doctoraatsonderzoek is het sculpteren van het participatieve kunstwerk Înterzone, dat een gelijkaardige werking als overgangsrituelen nastreeft. Tijdens Înterzone residenties en acties, die plaatsvinden in de periferie van de stad, de school en de kunstwereld, wordt een liminale ruimte gecreëerd waar door middel van protocollen en creatieve processen gedeelde ervaringen tot stand worden gebracht. \n\nIn een volgende fase zal Van Dijck methodes ontwikkelen om deze ervaringen te visualiseren en, in samenspraak met de deelnemers, terug te koppelen naar een artistieke context. Wat brengen we naar buiten en hoe? Verder gaat Van Dijck een aantal seizoensgerelateerde, cyclische acties organiseren in samenwerking met andere kunstenaars, waar kunst als katalysator voor transformatie wordt onderzocht.\n\nVia dit onderzoek wendt hij zijn artistieke praktijk als experimenteel platform aan om rituelen in het hier en nu, het onderwijs en de maatschappij te implementeren, en zal hij tegelijkertijd zijn positie als kunstenaar aftasten.","summary":"Bart Van Dijck's artistieke praktijk verkent het onbekende in de psyche en collectief bewustzijn. Hij gebruikt feesten en rituelen om identiteit uit te drukken en creëert participatieve kunstwerken die gedeelde ervaringen stimuleren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003219","result_description":"1. Organisatie van Înterzone residenties. Ik verzorg omkadering met schetsen, teksten, artistieke en inhoudelijke reflectie, archivering en documentering van elk Înterzone project. De vorm van de output wordt mee bepaald door de deelnemers. Wat tonen we, en hoe? \n\n2. Uitvoering van jaarlijkse terugkerende seizoensgebonden acties. In samenwerking met andere kunstenaars zoals: Nestvlieders met Ignace Cami, lenteviering Slagtanden op Ware Grootte met Stan D’Haene, NGHTWLK - nachtwandelingen alleen en met kleine groepen, Stervende Beer-meditatie met Casper Fitzhue. \n\n3. Organisatie van masterclasses als residentie, waar de focus ligt op ervaring in plaats van op traditionele kennisoverdracht. \n\n4. Cross-over-residentie met Koenraad Claes en academiestudenten. \n\n5. Soup Sessions: delen van het onderzoek met peers. \n\n6. Publicatie (Track Report) met foto’s, tekeningen en teksten gedestilleerd uit de verschillende projecten, artistieke en inhoudelijke reflecties."},{"description":"Voor het vak Care in Crisis (keuzemodule Masters C-mine) werken we rond rouwrituelen en -objecten voor de eenzame dood (in samenwerking met Waardig Begraven). \n\nWe eindigen met een lezing en een afscheidsritueel / tentoonstelling op een begraafplaats op 08/12.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Verken rouwrituelen en -objecten voor eenzame dood in samenwerking met Waardig Begraven. Sluit af met lezing en afscheidsritueel/tentoonstelling op 08/12.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003220","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek verkent speculatieve sociaal-technologische trajecten om een nieuw compositieparadigma te vestigen, met de focus op het concept van het augmented audience door middel van op prototypes gebaseerde wearables genaamd het Internet van Draagbare Muzikale Dingen (IoWMT).\n\nDe studie stelt een dubbel kader op: een macrokader voor conceptuele en theoretische ontwikkeling en een microkader voor technische implementatie en experimentatie. Dit dubbele kader vormt de basis van het onderzoeksproces en genereert nieuwe benaderingen voor compositie.\n\nSamen bieden ze de context, technieken en hulpmiddelen voor de compositiepraktijken. Dit onderzoek biedt een reflectief artistiek perspectief op onze onvoorspelbare technologische toekomst door het samenbrengen van velden zoals computermuziek, mens-computer interactie, speculatieve esthetiek, transhumanisme en gamificatie. Het drukt ook een persoonlijke houding uit ten opzichte van hedendaagse technologische ontwikkelingen.","summary":"Ontdek nieuwe compositiemogelijkheden met IoWMT wearables. Creëer interactieve muziekervaringen voor augmented audience. Onderzoek reflecteert op technologische toekomst en compositiepraktijken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003221","result_description":null},{"description":"Dit doctoraat zal zich richten op theaterschriftuur. We bevinden ons aan het einde van het postmoderne tijdperk, een periode waarin niemand nog in Grote Verhalen beweerde te geloven. Er tekenen zich een aantal nieuwe tendensen af. De autonome theaterauteur was de afgelopen jaren minder prominent aanwezig, maar zet zich sinds kort in de Lage Landen weer expliciet op de kaart. Er is een hernieuwde interesse in de wetmatigheden van het drama en wat die wetmatigheden in de huidige maatschappelijke context kunnen betekenen.\n\nDit doctoraat wil de volgende onderzoeksvraag stellen: bestaat er een verband tussen het maatschappelijk gevoelde verlangen naar nieuwe verhalen en de heroplevende interesse voor drama? Hoe kan een post-postmoderne dramaturgie eruitzien?\n\nHet uiteindelijke doel is een gefaseerd artistiek onderzoek naar de erfenis en een (on)mogelijke toekomst van de well-made play, uitmondend in de creatie van een nieuw theaterstuk. Dit wordt gekoppeld aan een reflectief luik waarin nieuwe tendensen worden onderzocht.","summary":"\"Ontdek de heroplevende interesse in theaterschriftuur en post-postmoderne dramaturgie. Artistiek onderzoek naar nieuwe verhalen en drama voor een nieuw theaterstuk.\"","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003222","result_description":null},{"description":"Het project wil het onderwijs in de gezondheidszorg in Europa innoveren door interprofessioneel simulatieonderwijs (ISE) voor studenten verpleegkunde en geneeskunde te stimuleren. \n\nWe voeren onderzoeks- en ontwerpactiviteiten uit, te beginnen met een scoping review, enquêtes en focusgroepen om de stand van zaken op het gebied van ISE te onderzoeken en een op onderzoek gebaseerd ISE-raamwerk te ontwikkelen. \n\nWe ontwerpen een toolbox bestaande uit acht interprofessionele simulatietrainingsscenario's en -methoden, een verkenning van waardevolle Extended Reality toepassingen, en instrumenten om de effectiviteit van ISE te meten. \n\nEen train-de-trainer programma zal worden aangeboden via webinars, workshops en seminars. Gezondheidszorgopleiders en praktijkmensen zullen worden uitgerust met een op onderzoek gebaseerde SIMNPACT-toolbox en bijbehorende trainingsmogelijkheden om interprofessioneel simulatieonderwijs succesvol te implementeren. \n\nHet doel is om samenwerking, innovatie en inclusieve onderwijsomgevingen te bevorderen die de kwaliteit van de gezondheidszorg in heel Europa.","summary":"Stimuleren van interprofessioneel simulatieonderwijs in de gezondheidszorg in Europa. Toolbox met trainingsscenario's en -methoden, XR-toepassingen en evaluatie-instrumenten. Train-de-trainer programma voor implementatie en kwaliteitsverbetering.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003223","result_description":null},{"description":"Volgens de Indiase schrijver Amitav Ghosh is de klimaatcrisis vooral een crisis van de verbeelding. Omdat haar uitwerking in de toekomst ligt en we haar omvang in het heden nog niet ten volle kunnen ervaren, is het voor ons mensen moeilijk om nu al naar de gevolgen te handelen. Als oplossing voor deze crisis wijst Ghosh naar de literaire fictie. Deze zou met het scheppen van verhalen de verbeelding kunnen aanwakkeren en zo een handzaam perspectief op de toekomst creëren.\n\nMaar hoe kan je binnen een verhaal recht doen aan de complexiteit van de klimaatcrisis? Volstaat de klassieke westerse verhaalstructuur, die vooral gericht is op het gevoelsleven van één enkel individu, wel om deze complexiteit te vatten? In dit startonderzoek probeer ik deze individualistische verhaalstructuur los te laten en te zoeken naar een vorm die ruimte laat voor verschillende stemmen naast elkaar. Hiervoor laat ik mij inspireren door een aantal wandelingen, waarin ik op zoek ga naar sporen van klimaatverandering en ecologische catastrofe in mijn directe omgeving.\n\nDe inspiratie die ik tijdens die wandelingen opdoe, verwerk ik in een eerste aanzet tot een roman. Naast dit persoonlijk schrijfproces wil ik mijn onderzoek ook met andere schrijvers delen. Dit om mijn werkwijze verder aan te scherpen en de literaire kwaliteit van mijn teksten te testen. Hiervoor ontwikkel ik een schrijfworkshop, waarin ik samen met andere schrijvers op zoek ga naar de vorm van de klimaatverhalen van de toekomst.","summary":"Ontdek de kracht van literaire fictie in het aanwakkeren van verbeelding voor een beter begrip van de klimaatcrisis. Verken nieuwe verhaalstructuren in een schrijfworkshop voor toekomstige klimaatverhalen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003225","result_description":"De belangrijkste output van dit onderzoek is de workshop. Deze wil ik op het einde van dit startproject zo geformaliseerd hebben dat iedereen die er maar interesse in heeft hem in principe zou moeten kunnen uitvoeren. Dit format wil ik tegen het eind van mijn onderzoek ook op papier hebben uitgewerkt. Zo is deze tool beschikbaar voor andere leerkrachten in het schrijfonderwijs.\n\nOm dit te bewerkstelligen test ik de workshop gedurende mijn onderzoek al een aantal keer uit. Zo geef ik bijvoorbeeld twee sessies als onderdeel van het vak Schrijflabo in de eerste bachelor van de opleiding Woordkunst op het Conservatorium. Ook geef ik een presentatie en een korte workshop over mijn onderzoek in het kader van het Slow Writing Lab, een uitwisseling tussen alumni van verschillende professionele schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast geef ik ook een workshop voor andere schrijvers en geïnteresseerden in samenwerking met de regeneratieve gemeenschapsboerderij Starckxhoeve en schrijverswerkplaats het WATLAB van literaire organisatie Vonk en Zonen.\n\nVerder vormt de aanzet tot de klimaatroman een belangrijke output. Hoewel deze tegen het einde van dit startproject met geen mogelijkheid afgerond zal kunnen zijn, vormt zij wel een belangrijke aanleiding voor mijn vervolgonderzoek. Ook wil ik inzichten die ik tijdens het wandelen opdoe, vastleggen in een wandellogboek. Dit om de ontwikkeling van mijn gedachtegoed ook achteraf nog te kunnen volgen."},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nDe vergrijzing en verzilvering van onze bevolking stelt onze gezondheidszorg, welvaartsstaat en steden voor nieuwe, steeds groter wordende uitdagingen. Hoewel deze leeftijdsgroep enorm veel te bieden heeft (een rijkdom in ervaring en kennis op gebied van wonen, leven, werken, sociale participatie enz.), dringt de vraag zich op of het aanbod dat de oudere volwassenen omringt voldoende aangepast is aan hun specifieke noden.\n\nHoe zorgen we ervoor dat onze wegen, pleintjes, woningen, vrijetijdsaanbod, zorg en dienstverlening toegankelijk blijven voor deze groter wordende groep? In 2010 richtte de World Health Organization het programma ‘Age-friendly cities and communities’ op om binnen acht verschillende domeinen te werken rond drempels tot welzijn en actieve participatie voor oudere burgers in een stedelijke context.\n\nIn dit onderzoek focussen we op het Antwerpse district Hoboken waar we de noden van senioren bevragen aan de hand van de gevalideerde checklist van de WHO. Hiervoor laten we ons ondersteunen door vrijwilligers, actieve 65-plussers uit Hoboken, die mee surveys afnemen. Vervolgens leggen we de bevindingen uit deze survey voor aan een drietal focusgroepen met een diverse groep oudere respondenten.\n\nZo willen we de ervaringen achter de cijfers capteren én samen met deze burgers prioriteiten en actiepunten identificeren om de ouderenvriendelijkheid van het district te bevorderen. Dit onderzoek is om verschillende redenen relevant voor het werkveld. Ten eerste willen we een beter zicht krijgen op de ervaringen en noden van deze groter wordende bevolkingsgroep. Dit biedt een kennisbasis om het seniorenbeleid, concrete interventies en vervolgonderzoek op te baseren.\n\nCruciaal is dat we daarbij vertrekken van de leefwereld van de ouderen, die zo mee input kunnen geven aan het beleid. Ten tweede willen we vanuit deze kennisbasis mee nadenken over de actualisering en afstemming van het zorg- en ondersteuningsaanbod op de noden van ouderen. Met dit onderzoek wil AP expertise opbouwen om concrete interventies te ondersteunen en te evalueren en zo bij te dragen tot een betere interprofessionele afstemming en effectievere ondersteuning.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nAlgemene onderzoeksvragen:\n- Ervaren oudere, niet-residentieel wonende bewoners van een Antwerps district dit district als ouderenvriendelijk?\n- Welke mogelijke verbeterpunten zien zij in hun district om te werken aan een meer ouderenvriendelijke omgeving?\n\nSub-vragen:\n- Ervaren de oudere, niet-residentieel wonende inwoners van een Antwerps district hun ‘district als ouderenvriendelijk’?\n- Wat zien de oudere, zelfstandig wonende inwoners van een Antwerps district als prioritaire actiepunten om kwalitatief, niet-residentieel wonen te bevorderen?\n- Welke pistes voor verder onderzoek en aanbevelingen voor concrete acties die het district ouderenvriendelijker zouden maken, kunnen geïdentificeerd worden op basis van dit onderzoek?\n\nMETHODOLOGIE\n\n- Survey op basis van de gevalideerde checklist van het ’Age-Friendly Cities and Communities’ project van de WHO. We beogen een representatieve steekproef voor de niet-residentieel wonende 65-plussers in het geselecteerde district. De onderzoekers zullen daartoe studenten en vrijwilligers (65+) inschakelen.\n\n- Focusgroepgesprekken met diverse groepen van niet-residentieel wonende 65-plussers in het geselecteerde district. In de focusgroep bediscussiëren we de uitkomst van de survey en zoeken we samen met de deelnemers naar prioriteiten voor het lokaal beleid en een relevante focus voor vervolgonderzoek.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar ouderenvriendelijkheid in Antwerps district Hoboken om beleid en interventies te verbeteren voor een groeiende oudere bevolking. Met surveys en focusgroepen worden behoeften en prioriteiten van senioren geïdentificeerd.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003226","result_description":"Onderzoeksrapport op basis van de survey.\n\nEindrapport met aanbevelingen voor het district en toekomstig onderzoek op basis van survey en focusgroepen.\n\nUitbouwen en onderhouden van een sterk netwerk op districtniveau van organisaties, ouderen, vertegenwoordigers van de lokale overheid en andere stakeholders.\n\nPresentatie van het onderzoek aan werkveldactoren (bijv. alle Antwerpse seniorenconsulenten in Antwerpen)"},{"description":"Onderzoeksdoelstelling\nDit onderzoek wil nagaan hoe het zorgprogramma CARE zich verhoudt tot de criteria van kwaliteitsvolle zorg, hoe de kwaliteit van zorg binnen CARE verder kan ontwikkeld worden, en hoe kwaliteitsontwikkeling structureel verankerd en geborgd kan worden (methodiekontwikkeling).\n\nOnderzoeksopzet en -methode\nHiertoe zullen we in dit participatief actieonderzoek verschillende perspectieven rond kwaliteitsvolle zorg binnen het CARE programma in kaart brengen (jongere, context, professionals, literatuur, beleid). Deze verschillende perspectieven, alsook informatie uit CARE-dossiers, relevante documenten en cijfergegevens, zullen meegenomen worden in een reflectieproces binnen de 3 regionale teams. De methodologie van deze reflectiecycli werd recent ontwikkeld in een lopend onderzoek van de Academische Werkplaats Jeugdzorg Emmaüs, in samenwerking met KdG (Boxstaens, 2021b).\n\nDoorheen dit reflectieproces zullen we zicht krijgen op werkzame en tegenwerkende factoren. De resultaten zullen handvatten bieden betreffende (1) hoe de kwaliteit van de door CARE aangeboden hulpverlening verder kan ontwikkeld worden, en (2) welke methodiek aangewezen is om op een permanente en gedragen, bottom-up manier aan kwaliteit van zorg te werken, binnen maar ook buiten CARE. In het onderzoek staat het kruisen van verschillende vormen van kennis centraal (de ervaringskennis van de jongere en zijn/haar netwerk; de professionele kennis van hulpverleners en bestuurders; de wetenschappelijke kennis van de onderzoeker).\n\nOnderzoek van de Academische Werkplaats van Jeugdzorg Emmaüs en het Onderzoekscentrum Sociale Inclusie gaat steeds uit van een gelijkwaardige dialoog tussen deze verschillende perspectieven. De onderzoeksactiviteiten krijgen vorm in 5 werkpakketten die op elkaar verder bouwen.\n\nWerkpakket I – Beschrijving werking CARE teams aan de hand van documentanalyse en analyse beschikbare cijfergegevens\n\nWerkpakket II – Dossieranalyse met het oog op het zichtbaar maken van de praktijken/trajecten binnen CARE\n\nWerkpakket III – De concrete ervaringen met en beleving van de CARE-trajecten wordt in kaart gebracht door middel van individuele interviews en/of focusgroepen met:\n\nWerkpakket IV – Reflectiecycli. De resultaten van Werkpakket I en II, worden samen met inzichten uit eerder onderzoek en de wetenschappelijke literatuur rond kwaliteitsvolle zorg, samengebracht. Deze informatie vormt het startpunt van reflectiecycli die gelopen zullen worden in de 3 regionale CARE teams (Antwerpen, Kempen, Mechelen).\n\nWerkpakket V – Eindrapportage","summary":"Verbeter de kwaliteit van het zorgprogramma CARE door participatief actieonderzoek en reflectie vanuit diverse perspectieven en data. Realiseer duurzame kwaliteitsverbetering.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003227","result_description":"Eindrapport, inclusief aanbevelingen en methodiekontwikkeling\n\nValorisatieactiviteiten:\n\nWetenschappelijk artikel\n\nEventueel organisatie studiedag, te bekijken met stuurgroep en stakeholdersoverleg."},{"description":"Afrikaanse varkenspest (AVP) is één van de (wilde) dierenziekten met meldingsplicht aan de Europese Commissie (conform de Animal Health law: Verordening (EU) 2016/429). Indien AVP wordt vastgesteld, dan moeten er wettelijk bepaalde maatregelen worden genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan en om de ziekte zo snel mogelijk opnieuw uit te roeien.\n\nConform de Europese regelgeving werd een draaiboek opgesteld door het Vlaamse gewest voor het geval van uitbraak van AVP bij wilde zwijnen in Vlaanderen (i.e. code rood) naast de maatregelen die moeten geïmplementeerd worden bij afwezigheid van AVP in een regio (i.e. code groen, huidige situatie), bij uitbraak van AVP in een naburige regio (i.e. code geel) en bij uitbraak van AVP in Vlaanderen bij gedomesticeerde zwijnen (i.e. code oranje).\n\nEen van de belangrijkste maatregelen bij uitbraak van AVP in code rood (maar mogelijks ook reeds in code oranje) is het opsporen en verwijderen van everzwijnkarkassen in de natuur. Bij uitbraken in Wallonië en andere Europese landen werd, voor het opsporen van kadavers, in het verleden beroep gedaan op kadaver-zoekteams. Dit is echter zeer arbeidsintensief. Het opsporen van everzwijnen die gestorven zijn aan Afrikaanse varkenspest met behulp van zoekhonden is een methode om met minder mankracht grote gebieden te doorzoeken.\n\nMogelijk is de inzet van zoekhonden ook een goede methode voor het opsporen van everzwijnkarkassen in het kader van de preventie en bestrijding van AVP in Vlaanderen.","summary":"Preventie en bestrijding van Afrikaanse varkenspest met zoekhonden voor efficiënte opsporing van everzwijnkarkassen in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003228","result_description":null},{"description":"Dementie is de meest voorkomende cognitieve aandoening. Wanneer dementie bij personen jonger dan 65 jaar wordt vastgesteld, spreken we van jongdementie. In Vlaanderen is de exacte prevalentie van jongdementie een onderschatting.\n\nJongdementie heeft een negatieve impact op slaap, angst en stress. Deze problematiek is op zijn beurt geassocieerd met een verlaagde kwaliteit van leven (QoL) en welbevinden. De huidige zorg voor personen met jongdementie beperkt zich echter maar tot het louter lichamelijke en cognitieve aspect met de voorkeur om symptomen voornamelijk farmacologisch te behandelen.\n\nDaarbij wordt er te weinig aandacht gegeven aan de psychosociale cluster van slaapproblemen, angst en stress. Bovendien zijn niet-farmacologische, psychosociale en gedragsmatige interventies bij deze doelgroep nog onbestaande.\n\nDit project beoogt het reduceren van slaapproblemen, angst/stress bij personen met jongdementie a.d.h.v. een niet-farmacologische therapie. O.b.v. literatuur en gerapporteerde noden bij de doelgroep wordt een interventie ontwikkeld en verfijnd a.d.h.v. co-design. Het programma zal worden geïmplementeerd en geëvalueerd in 6 CDO’s voor personen met jongdementie. Tevens wordt een coaching-tool ontwikkeld en een train-the-trainer module aangeboden aan zorgverleners en studenten gezondheidszorg.","summary":"Jongdementie heeft negatieve impact op QoL. Project ontwikkelt niet-farmacologische therapie voor slaapproblemen, angst/stress bij jongdementie. Co-design interventie, implementatie in 6 CDO's, coaching-tool en train-the-trainer module voor zorgverleners.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003229","result_description":null},{"description":"Het project \"RISE\" - Versterking van integratie door verbetering van sponsoring in België (BE), Italië (IT) en Litouwen (LT) beantwoordt aan de huisvestingsbehoeften van personen die internationale bescherming genieten, door het verfijnen, ontwikkelen en uittesten van community sponsorship (CS) programma's in BE, IT en LT.\n\nSponsoring (CS) programma's in BE, IT en LT. Via dit project zullen publieke en private belanghebbenden uit verschillende Europese contexten en met verschillende expertise op het gebied van integratie en huisvesting hun transnationale kennis en samenwerking vergroten. Het project is gestructureerd rond toegankelijkheid tot huisvesting als een sleutelelement voor integratie, in overeenstemming met het EU-actieplan voor integratie en inclusie 2021-2027.","summary":"Verbetering van integratie door sponsoring in BE, IT en LT versterken. Publieke en private belanghebbenden vergroten transnationale kennis en samenwerking voor huisvesting en integratie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003230","result_description":null},{"description":"Om de belofte van de circulaire economie (CE) waar te maken, overstappen van een lineair model naar een circulair model, is er nood aan systemische innovaties. Het Quintuple-Helix model blijkt hierbij beloftevol, waarbij kennisproductie tussen vijf sferen centraal staat, zijnde industrie, overheid, universiteit, de maatschappij en de natuurlijke omgeving.\n\nEchter, hoe men dit opzet binnen een CE is nog niet onderzocht. Dit onderzoek wil nagaan wat nodig is om duurzame partnerschappen tussen de actoren van een Quintuple Helix-model op te zetten voor circulaire ecosystemen, binnen de Vlaamse en Brusselse context. \n\nEr wordt ingezoomd op vijf aandachtspunten: (1) Vinden van partners uit de verschillende sferen, (2) Transparantie in (financiële) waardenbehoeftes, (3) Verduidelijken van de facilitatorrol voor publieke instanties, (4) Betrekken van consumenten, en (5) Wegwerken van psychologische barrières zoals wantrouwen of onvoldoende betrokkenheid.\n\nAan de hand van drie casestudies wordt via een combinatie van positief waarderend onderzoek en actieonderzoek, kennis verzameld over de voorwaarden om deze partnerschappen te realiseren. Op basis hiervan ontwikkelen we verschillende beleidsrichtlijnen om de overgang naar CE via Quintuple-Helix innovatie te versnellen.","summary":"Versnel de overgang naar de circulaire economie met duurzame partnerschappen tussen industrie, overheid, universiteit, maatschappij en natuur. Onderzoek en ontwikkel beleidsrichtlijnen voor Quintuple-Helix innovatie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003231","result_description":null},{"description":"Op het einde van de negentiende eeuw begon in de pianobouw een proces van standaardisering. Dit proces uitte zich voornamelijk in mechanische betrouwbaarheid, toonsterkte en dynamische reikwijdte. Tegelijkertijd, mogelijk als reactie hierop, ontstond er een trend van normalisering onder uitvoerder-pianisten. Hoewel de interpretatie van zogenaamd klassiek en pre-romantisch repertoire verrijkt werd in termen van dynamiek, leidde dit tot een verarming op het gebied van flexibiliteit in timing. Desondanks bevatten traktaten uit de laat-achttiende eeuw veel informatie over dit onderwerp.\n\nVoor de uitvoering van repertoire uit het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw blijft het echter lastig om de volledige omvang en proportie van deze praktijken te doorgronden. In een studie van Beethovens pianosonates op verschillende soorten pianofortes onderzoek ik de mogelijkheden en grenzen van historisch aangepaste noties van tijd, agogiek en flexibiliteit.","summary":"Optimaliseer uw pianorepertoire met historisch aangepaste noties van tijd en flexibiliteit. Verrijk interpretatie met dynamiek en behoud toch flexibiliteit.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003232","result_description":null},{"description":"Het Departement Cultuur, Jeugd en Media beoogt de tussentijdse evaluatie van de huidige twee Europese jeugdprogramma’s voor Vlaanderen op te stellen en uit te voeren: Erasmus+ JEUGD (2021-2027) en Europees solidariteitskorps (2021-2027). De focus ligt daarbij op de impact van deze programma’s. De opdrachtgever formuleert daartoe een reeks van vragen die de basis van de rapportage uitmaken.\n\nVanuit het onderzoekscentrum Sociaal werk aan Odisee Hogeschool willen we deze opdracht opnemen met een ervaren en geëngageerd onderzoeksteam (zie 3. Onderzoeksteam en begroting). Als Onderzoekscentrum Sociaal Werk staan wij voor kwaliteitsvol praktijkgericht onderzoek. Daarmee dragen we bij aan dienstverlening en onderwijs.\n\nEr bestaat een nauwe samenwerking tussen het onderzoekscentrum Sociaal Werk en de opleiding Sociaal Werk zodat een doorstroom van onderzoeksbevindingen naar lesinhouden gegarandeerd is. Tegelijkertijd nemen we signalen vanuit het werkveld actief mee in de opmaak van onze onderzoeksagenda. De afstudeerrichting sociaal-cultureel werk van de opleiding Sociaal Werk van Odisee onderhoudt nauwe contacten met een hele reeks organisaties uit het Brusselse jeugdwerk in het kader van projecten en stages. De afstudeerrichting zal dan ook nabij betrokken worden bij dit project.\n\nDeze opdracht sluit aan bij speerpunten van het onderzoekscentrum Sociaal Werk zoals stem geven aan (kwetsbare) burgers, empowerment, lerende gemeenschappen vormen, netwerken, … We stellen de realisatie van grondrechten centraal en engageren ons voor sociale rechtvaardigheid, volwaardig burgerschap en menselijke waardigheid. Net zoals in andere projecten willen we werken vanuit een waarderende benadering, met aandacht voor goede samenwerking en communicatie met de betrokken stakeholders.\n\nHet onderzoeksteam voor dit project is omringd met kennis en expertise in verband met sociale netwerken, jeugd, diversiteit en inclusie, migratie … Daarnaast heeft het team ervaring met impactanalyse en evaluatie. Om de impact van de programma’s in kaart te brengen beroepen we ons op het kritisch realisme (Cools & Raeymeckers, 2020; Rogers, 2014). We beschrijven de handelingstheorie (wat men doet) en werken van daaruit aan de veranderingstheorie (waarom het leidt tot bepaalde uitkomsten). Op deze manier overstijgen we het louter beantwoorden van de evaluatievragen en komen we tot verdiepende en zinvolle aanbevelingen.","summary":"Het Departement Cultuur, Jeugd en Media evalueert impact van Europese jeugdprogramma’s voor Vlaanderen. Onderzoeksteam Sociaal Werk formuleert aanbevelingen voor verbetering.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003233","result_description":null},{"description":"Jongdementie is complex en heeft een zware impact op het leven. De gevolgen laten zich voelen op tal van levensterreinen. Angst, stress en slaapproblemen komen frequent voor.\n\nIn de literatuur, voorgaand onderzoek en werkveld is dit topic onderbelicht en zorgverleners voelen zich niet steeds bekwaam en geschikt om deze thema’s (angst, stress en slaapproblemen) bespreekbaar te maken en gepaste zorg aan te bieden aan personen met jongdementie.\n\nVia de studies JONG‐D (Vlaams onderzoek) en YOUNG‐D (EU‐onderzoek) ontwikkelden we, in co‐creatie met zorgverleners, mantelzorgers en personen met jongdementie, een 6‐weken psychosociaal programma, een train‐ the‐trainer cursus en een E‐learning module voor professionals en studenten in de zorg.\n\n‘Connected care’ blijkt zowel in de literatuur als in de praktijk weinig of niet (genoeg) gekend. Er is onvoldoende zicht op de noden en mogelijkheden van connected care in het verbinden van expertise van de (semi)residentiële zorg en zorg in de thuissetting (formele thuiszorg, mantelzorg, buurt en personen met jongdementie) als het gaat over coping van angst, stress en slaapproblemen bij mensen met jongdementie.\n\nDit onderzoeksproject wil daar een pionier in zijn door de noden en mogelijkheden te bevragen op beide fronten. Dit doen we a.d.h.v. kwantitatieve (bevraging) en kwalitatieve methoden (focusgroepen en semi‐gestructureerde interviews) en omgevingsanalyse van buurt‐initiatieven.\n\nOp basis van deze bevraging en eerdere ervaringen uit het JONG‐D en YOUNG‐D project, ontwikkelen we een connected care framework dat breed (en meteen) inzetbaar is in het werkveld.\n\nA.d.h.v van een ontwikkelde hybride opleiding (blended/e‐learning, opleiding/seminarie en een webinar) wordt het framework en de bevindingen beschikbaar gesteld aan zorgverleners uit de (semi)residentiële setting en de thuissetting.\n\nDoor verder in te zetten op competentieversterking in de (semi)residentiële sector verhogen we de expertise van zorgverleners in het verlenen van psychosociale zorg voor personen met jongdementie. Daarnaast wordt deze expertise gekoppeld aan de noden en mogelijkheden van het thuisfront.\n\nZo krijgen we zicht op hoe ‘bruggen’ verder gevormd en gebouwd kunnen worden om de expertise van de (semi)residentiële sector en het thuisfront (meer) met elkaar te verbinden (connected care). We dissemineren en valoriseren breed, nationaal, maar ook internationaal, met oog voor toekomstige opportuniteiten om ‘connected care’ in de zorg voor personen met jongdementie te realiseren, te verspreiden en ruchtbaarheid te geven.","summary":"Ontwikkeling van een connected care framework voor jongdementie, met focus op angst, stress en slaapproblemen. Training en ondersteuning voor zorgverleners en mantelzorgers. Verspreiding van expertise nationaal en internationaal.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003234","result_description":null},{"description":"Samen met BroM (Brede School Molenbeek) wil onderzoekerskern ExploRatio van Odisee Hogeschool Brussel dialoogplekken inrichten in Brusselse scholen. Deze dialoogplek heet ‘Radio Socrates’ en heeft een dubbele functie.\n\n1. Met Radio Socrates maken we samen met jongeren uit Brussel een podcastreeks waarin we jongeren zelf aan het woord laten over gevoelige samenlevingsthema’s die jongeren bezighouden maar die terzelfdertijd regelmatig op school of thuis voor controverse of conflict zorgen en hierdoor helaas vaak vermeden worden.\n\n2. De dialoogruimte ‘Radio Socrates’ zal op de scholen ook ingezet worden om met jongeren in gesprek te gaan over ‘wat ze nodig hebben om tot rust te komen’. BRoM signaleerde dat er een stijgend aantal jongeren is die aangeeft onrust op school te ervaren. Deze onrust is vaak een catalysator voor conflict en staat een verbindend gesprek en een constructieve leer- en leefsfeer in de weg.\n\nOok scholen signaleren dat er nood is aan ‘rustplekken’ voor jongeren, waar ze in een veilige, prikkelarme ruimte terug tot zichzelf kunnen komen. Tot op heden zijn die rustplekken er nog niet. Daarom willen we graag de inzichten van de jongeren zelf meenemen om samen met de scholen deze rustplekken op maat van de jongeren te organiseren en in te richten.\n\nWaarom? Samenlevingsthema’s gelinkt aan identiteit en rechtvaardigheid houden jongeren bezig. Zeker tijdens de pubertijd zijn jongeren extra gevoelig voor identiteitsgerelateerde samenlevingsthema’s zoals LGBTQIA+ of thema’s die een collectief gevoel van onrecht triggeren, zoals migratie of de oorlog in Gaza. Polariserende uitspraken en radicaal gedrag zijn normale kenmerken van opgroeiende tieners op zoek naar een eigen identiteit.\n\nToch signaleren steeds meer leerkrachten, brede schoolactoren en ouders kenmerken van toxische polarisatie waarbij wij-zij denken dominant wordt en haatspraak door jongeren niet geschuwd wordt. Deze wij-zij dynamiek wordt ook versterkt door filterbubbels op sociale media en groepsdruk onder peers.\n\nLeerkrachten, ouders en brede schoolactoren ervaren handelingsverlegenheid; ze voelen zich onmachtig om met jongeren over deze polariserende thema’s in dialoog te gaan omdat er schrik heerst om de verkeerde dingen te zeggen of om ongewild een conflict uit te lokken. Een open dialoog is voor opgroeiende jongeren echter belangrijk.\n\nDialoog is een krachtig middel om in een preventief stadium polarisatie tegen te gaan, inzicht te krijgen in de leefwereld van de jongere en om tot verbinding te komen. Tijdens een open dialoog kom je te weten wat anderen echt denken, wat ze belangrijk vinden en waarom ze iets belangrijk vinden. Het toont ons waar de mogelijke common ground zich bevindt.\n\nEen dialoog legt ook bloot welke misconcepties soms leven in het hoofd van jongeren en waar het hen aan informatie ontbreekt om tot een weloverwogen en genuanceerd standpunt te komen. En het geeft hen de kans om andere standpunten te ontmoeten die in hun online filterbubbels of peer group vaak ontbreken.","summary":"Creëer met BroM dialoogplek 'Radio Socrates' in Brusselse scholen. Podcasts door jongeren over samenlevingsthema's voor rust en verbinding.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003235","result_description":null},{"description":"In de voortdurende evolutie op het gebied van energiebewust en duurzaam bouwen, is de uitvoerder een belangrijke schakel. De actuele concepten omtrent duurzaam bouwen, energiebewust bouwen, passieve gebouwen, lage-energiegebouwen, circulair bouwen en dergelijke meer, kunnen enkel slagen in hun opzet bij een professionele, correcte uitvoering, conform de regels van de kunst.\n\nGebouwen hebben een grote impact op ons milieu en slorpen massa’s energie op. Er is niet enkel het energieverbruik voor verwarmen en koelen maar er zit ook een grote hoeveelheid ingebedde energie in de toegepaste materialen.\n\nDankzij de evoluties in de EPB-regelgeving zijn gebouwen op energetisch vlak steeds performanter geworden. Een groot potentieel in de verantwoorde omgang met ons klimaat zit hem dus in de reductie van de milieu-impact van bouwmaterialen en het maximaal hergebruiken van bouwmaterialen. Hierbij heeft de uitvoerder nood aan praktische info/handleidingen om de actuele inzichten rond herbruikbaarheid en milieu-impact ook te vertalen naar toekomstgerichte uitvoeringen op de werf.\n\nOns innovatiedoel\n\nHet opzetten van een performant communicatieplatform dat toegang biedt tot 3 dimensionele circulaire bouwknopen. Het resultaat vormt een educatieve en gebruiksvriendelijke leidraad omtrent de correcte opbouw van circulaire bouwknopen met lage milieu-impact. Het circulaire aspect wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van de mate van ‘oogstbaarheid’ (urban mining, losmaakbaarheid, omkeerbaar bouwen,…..) van de bouwknopen. Deze ‘oogstbaarheid’ van de knoop wordt tastbaar in de vorm van een procesmatig (demontagehandleiding), technisch (type verbindingen,…) en financieel (tijdsduur, complexiteit, restwaarde) aspect. Maximale loosmaakbaarheid zal, naast de minimale milieu-impact, de parameter vormen bij het ontwerp van de bouwknopen.","summary":"Professionele uitvoering is cruciaal voor succesvol duurzaam bouwen. Ons doel: educatieve gids voor circulaire bouwknopen met lage milieu-impact.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003236","result_description":null},{"description":"Partisans of the Real: van individuele tot collectieve creatie. Hoe kunst het individu kan versterken en een rol spelen in de overgang naar een sociaal rechtvaardige, duurzame samenleving.\n\nPraktijkgericht onderzoek op het gebied van beeldende kunst waarbij de werkwijzen en gebruikte processen in vraag worden gesteld in een oeuvre van individuele tot collectieve creatie. Mijn visie is om samen producties te ontwikkelen die zowel hun ervaring en visie uitspreken, als kunstwerken zijn hun eigen recht.\n\nIn deze studie wil ik dat proces bevragen, wat het oplevert voor de gemeenschap en voor de wereld van de kunst, in het geval van mijn drie meest recente projecten (één sculptuur, twee films):\n1. 'Skull3' (Biënnale van Moskou, 2015), een installatie gemaakt met kunstenaars/niet-kunstenaars;\n2. ‘The Return of the Swallows’ (Brussel, 1999-2004), een multimediaproject met migranten/vluchtelingen gemeenschappen;\n3. ‘Ik keek naar de witte honden van de dageraad’, (Duncormick-IRL, 2015-2017), mijn nieuwste filmproject waarin ik gebruikte het collectieve geheugen en de notie van 'onttovering' van een vissersgemeenschap als basis voor de creatie van artistiek werk.\n\nIk zal de volgende elementen ontwikkelen voor mijn theoretische en artistieke kader (deze elementen zullen elkaar kruisen en resoneren met elkaar):\n1. Trauma en veerkracht,\n2. De rol van kunst in gemeenschapsontwikkeling,\n3. De kunstenaar als agent in de gemeenschap.\n\nDe gegevens die ik zal analyseren, zijn mijn eigen plannen/verslagen van het dialogische proces terwijl het zich ontwikkelde, en het visuele gegevens van de projecten zelf: daarom zal ik de auto-etnografische methode gebruiken.\n\nIk zal het werk van Beuys onderzoeken, in het bijzonder de uitgebreide opvatting van kunst, waaronder iemands waarden, attitudes en denkwijzen en zal dit in een hedendaagse context plaatsen.\n\nIk zal proberen vast te stellen 'of' een kunstenaar een meer betrokken, actieve rol kan spelen in de samenleving waar hij/zij een \"Partisan of the real\", waar we door het collectieve werk in deze projecten reflexief en kritisch kunnen zijn het individualisme in al zijn facetten verstoren, van auteurisme tot neoliberalisme tot marktgestuurde globalisering.","summary":"Kunst versterkt individuen en draagt bij aan een rechtvaardige samenleving. Onderzoek naar collectieve creatie in beeldende kunst, met focus op gemeenschapsontwikkeling en de rol van kunstenaars als agenten voor sociale verandering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003237","result_description":"Een belangrijke uitkomst voor mij zal zijn hoe ik deze collectieve processen als tool bruikbaar kan maken; hoe andere kunstenaars/onderzoekers ze kunnen gebruiken om dit soort projecten op te zetten of als kader voor hun eigen artistieke praktijk. Ik zie deze output zowel artistiek als theoretisch (seminaries, online platform, notebook).\n\nGedurende 2 jaar zal ik seminars creëren voor studenten en onderzoekers (in de geest van Beuys' nadruk op de kracht van sociale interactie) om mijn lopende analyse te verduidelijken. Door prioriteit te geven aan het proces van dialoog in deze seminars, kan ik alle vormen van \"gegevens\" verzamelen en opgraven en evalueren hoe mijn bevindingen zich verhouden tot andere. Ik, als kunstenaar, word een medium voor dialoog, een soort smeltkroes of plaats voor alchemie.\n\nAan het einde van jaar 2 wordt een notitieboekje (cahier) afgedrukt met de reflecties en processen van de twee jaar. Dit cahier bundelt mijn werkwijze en onderzoek. Een online platform zal mijn onderzoek en het proces en de uitkomst van seminars met elkaar verbinden. Het is mijn bedoeling om het cahier ook te publiceren in internationale academische tijdschriften zoals \"Visual ethnography\" en/of \"Critical Arts\"."},{"description":"In de stad Peterborough, Canada, plant een groep Ierse Canadezen een historische herdenking. In 1825 kregen hun voorouders - 2000 Ierse mannen, vrouwen en kinderen - vrije doortocht, land en proviand van de Britse regering om zich te vestigen in wat toen nog Upper Canada was. De Ieren lieten armoede en een sombere toekomst onder Brits koloniaal bewind achter en werden bouwers van het hedendaagse Canada.\n\nTweehonderd jaar later willen de nakomelingen de reis van hun voorouders en de rol die ze speelden bij de opbouw van hun gemeenschap en het moderne Canada vieren. Het plannen van de herdenking blijkt echter moeilijk. In het kielzog van Black Lives Matter is het duidelijk geworden dat er andere kanten aan dit verhaal zitten. Voor de originele bevolking in Peterborough vormt de komst van de Ierse kolonisten een pijnlijk hoofdstuk in de kolonisatie.\n\nGezien deze realiteit is het herdenken van deze kolonisten zeer problematisch en pijnlijk. Is er een manier om deze tegenstrijdige geschiedenissen met elkaar te verzoenen? Biedt dit dubbele kolonisatieverhaal nieuwe mogelijkheden om het postkoloniale verhaal te begrijpen? Dit artistiek, door de praktijk geleid onderzoek stelt voor om een documentaire te gebruiken om een tastbare stem te geven aan deze vragen terwijl de herdenking tot bloei komt, waarbij de spanningen en ontdekkingen om het gecompliceerde verhaal te onthullen van drie bevolkingsgroepen die geraakt zijn door kolonisatie.","summary":"Ierse Canadezen herdenken historische reis naar Canada, maar botsen met pijnlijke koloniale geschiedenis. Documentaire biedt stem aan conflicterende verhalen en postkoloniale inzichten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003239","result_description":null},{"description":"Het SACRED-project richt zich op de groeiende uitdagingen in de zorg voor de ouder wordende bevolking in Europa, met name ouderen met dementie of beperkingen. Met een verwachte verdubbeling van het aantal gevallen van dementie in de EU tegen 2050, streeft het project ernaar om cruciale hiaten in het onderwijs en de training van zorgprofessionals te overbruggen.\n\nDoor samenwerking tussen onderwijsinstellingen, lokale overheden en zorgorganisaties te bevorderen, wil SACRED de zorgverlening verbeteren, gefragmenteerde zorgstructuren aanpakken en meer gekwalificeerde professionals aantrekken. Het project legt de nadruk op het onderzoeken van innovatieve en duurzame onderwijsoplossingen om de vaardigheden van zorgverleners te versterken en zo de levenskwaliteit van ouderen in Europa te verbeteren.","summary":"SACRED-project verbetert zorg voor ouderen met dementie in Europa door educatieve samenwerking en innovatieve training voor zorgverleners.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003240","result_description":null},{"description":"The FILMEU members collaborate around the common objective of jointly promoting high-level research, innovation, and educational activities in the multidisciplinary field of Film and Media Arts. Through this collaboration, they aim to consolidate the central role of Europe as a world leader in the creative fields.","summary":"Promote research, innovation, and education in Film and Media Arts to strengthen Europe's global creative leadership.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003241","result_description":null},{"description":"Het XR-Huis heeft als doelstelling de innovatie- en concurrentiekracht van Limburgse bedrijven te verhogen door hen te stimuleren om meer gebruik te maken van XR-technologieën (VR/AR/MR, serious gaming, wearables en sensoren) in hun bedrijfsvoering.\n\nWe hanteren hiervoor een inclusieve aanpak gaande van sensibilisering en vorming tot onderzoek en het effectief ontwikkelen van XR-toepassingen. Dit vertaalt zich in het wederzijds versterkende 4-luik waarin het XR-Huis is opgedeeld, zijnde: vorming, het democenter met showcases, innovatie & onderzoek en de XR-vraagstukken.","summary":"Verhoog de innovatiekracht van Limburgse bedrijven met XR-technologieën in het XR-Huis, inclusieve aanpak met vorming, democenter, innovatie en XR-vraagstukken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003243","result_description":null},{"description":"Binnen residentiële jeugdhulp heeft zich de laatste decennia een grote verandering voorgedaan: de evolutie van vervangende zorg naar gedeelde zorg, waarbij het opvoeden van kinderen nu een gedeelde taak van ouders en hulpverleners uit residentiële jeugdhulp is (Dekker & van de Bergh, 2002; Koot & Noordgraaf, 2020).\n\nToch werd er tot nu toe in onderzoek echter weinig aandacht besteed aan de ouder-kindrelatie en verbondenheid in de residentiële jeugdhulp in vergelijking met onderzoek naar participatie bij het hulpverleningstraject, de preventie van uithuisplaatsing of de terugkeer terug naar huis (Boddy, 2013). Vanuit het werkveld wordt hierop de laatste jaren wel ingezet, voornamelijk vanuit verschillende methodieken (vb. signs of safety, family finding, nieuwe autoriteit) en theoretische kaders (vb. familiesysteemtheorie) maar onderzoek naar hoe dit gebeurt en hoe ouders en kinderen dit ervaren is schaars.\n\nDaarom wil dit onderzoek nagaan hoe de residentiële jeugdhulp duurzamer en sterker kan inzetten op de verbondenheid tussen ouder en kind, ook in complexe gezinssituaties. Daartoe verhogen we kennis omtrent ouderlijke betrokkenheid en verbondenheid in de residentiële jeugdhulp door het verspreiden van de onderzoeksresultaten bij werkveldactoren via presentaties en publicaties. Daarnaast ontwikkelen we in co-creatie met actoren uit het werkveld enerzijds een monitoringsinstrument waarmee de inzet op ouderlijke betrokkenheid en verbondenheid opgevolgd kan worden binnen voorzieningen van de residentiële jeugdhulp en anderzijds een nieuwe methodiek ‘De 7e hoek’ waarbij ouder en kind samen verblijven binnen een steungezin.","summary":"Residentiële jeugdhulp evolueert naar gedeelde zorg tussen ouders en hulpverleners. Onderzoek focust op ouder-kindrelatie en verbondenheid voor duurzamere aanpak. Nieuwe methodieken en monitoringsinstrumenten worden ontwikkeld voor betere ondersteuning.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003244","result_description":null},{"description":"Double Voiced onderzoekt het documentaire interview als een filmische ruimte voor dialoog en ontmoeting, met het oog op het bekomen van een meer gelijke uitwisseling binnen het filmmaken en het transponeren van ethische bekommernissen in cinematografische vorm.\n\nGezien de kunst van het filmmaken is doordrongen van machtsrelaties is de legitimiteit van dominante regimes van representatie, in het bijzonder wat betreft het documentaire beeld, herhaaldelijk in vraag gesteld ten gevolge van de theoretische en structurele complexiteit van het representeren van de ervaring van de/het Andere.\n\nDit onderzoek adresseert de esthetische implicaties van het bevorderen van een benadering gebaseerd op dialogisch engagement, dat door Mikhail Bakhtin is beschreven als een vruchtbaar contact tussen mensen in een levende, onafgeronde context waar “elk zijn/haar eenheid en open totaliteit behoudt, maar ze worden wederzijds verrijkt.”\n\nEen esthetiek van dialoog ontstaat uit de complexe combinatie van intimiteit en het buiten-zijn die gestalte geeft aan een, in de woorden van Bakhtin, “dubbel-gestemd” discours. Het streven naar een dergelijke kritische afstand binnen de dialogische relatie maakt een wederzijdse verrijking mogelijk zonder het ambiëren van een definitief narratief of feitelijke waarheid maar om te getuigen van de transformatie van het zelf en de ander.","summary":"Double Voiced verkent het documentaire interview als ruimte voor gelijke uitwisseling en ethische cinematografische vorm. Het bevordert dialogisch engagement voor een verrijkende dialoog zonder definitief narratief.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003245","result_description":null},{"description":"Een ziekenhuisopname is stressvol voor ouderen, vooral voor mensen met dementie, die desoriëntatie en angst kunnen ervaren, wat kan leiden tot gedrags- en psychologische symptomen (BPSD).\n\nDeze symptomen beïnvloeden zowel patiënten als hun familie en zorgverleners, terwijl ziekenhuizen vaak prioriteit geven aan risicobeheer boven waardige zorg. Verpleegkundigen ervaren gebrek aan ondersteuning, lage werktevredenheid en uitdagingen bij het bieden van gepaste zorg.\n\nBehoeftegerichte zorg, zoals emotie-regulerende interventies, kan BPSD en angst verminderen, maar er is weinig bewijs over de prevalentie van dementiepatiënten en de haalbaarheid van deze aanpak in ziekenhuizen.\n\nDeze studie richt zich op de prevalentie van dementie en BPSD in acute geriatrie-afdelingen en de toepasbaarheid van behoeftegerichte zorg.","summary":"Ouderen met dementie ervaren stress en angst tijdens ziekenhuisopnames. Behoeftegerichte zorg en emotie-regulerende interventies kunnen symptomen verminderen. Deze studie onderzoekt prevalentie en toepasbaarheid in ziekenhuizen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003246","result_description":null},{"description":"In januari 2023 ging de vierde pijler van het inburgeringstraject in voege. Inburgeraars zullen naast een traject Nederlands, een traject Maatschappelijke Oriëntatie en een traject naar opleiding of werk (de eerste drie pijlers) nu ook een vierde traject volgen: het participatietraject. Voor nieuwkomers in onze samenleving is een vlotte integratie niet altijd vanzelfsprekend. De taal is anders, maar ook sociale afspraken en conventies zijn anders. Het participatietraject wil nieuwkomers ondersteunen in het uitbouwen van een sociaal netwerk en zorgen voor een betere lokale verankering in hun nieuwe omgeving. Aangezien de lokale besturen het dichtst bij de burger en bij lokale initiatieven staan, krijgen zij de verantwoordelijkheid om een participatieaanbod te ontsluiten. Het participatie- en netwerktraject betreft een verplicht traject voor wie niet werkt of studeert en bedraagt minimaal 40 uur.\n\nThomas More richt een actie op als een mogelijk participatietraject voor nieuwkomers. Het betekent dat nieuwkomers hun participatietraject van 40u. kunnen lopen op Thomas More. We mikken op hooggeschoolde nieuwkomers en/of nieuwkomers met interesse in het hoger onderwijs. We werken een draaiboek uit met diverse tools waaruit nieuwkomers kunnen plukken om hun participatietraject te volbrengen. Daaronder valt bijvoorbeeld: les volgen; intake bij MaxiPaC; activiteiten met studenten; activiteiten binnen de onderzoeksgroep Inclusive Diversity; e.a.","summary":"In januari 2023 is het participatietraject in het inburgeringsproces gestart om nieuwkomers te helpen integreren. Lokale besturen spelen een sleutelrol bij het faciliteren van participatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003247","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\n- Draaiboek\n- Brochure voor hulpverleners\n- Brochure voor nieuwkomers"},{"description":"Orkestratie voor symfonische jeugdorkesten is een praktijk die nauwelijks is gedocumenteerd. Dit onderzoek richt zich op een operationele definitie en realisatie van de kwaliteit van orkestratie voor symfonisch jeugdorkest.\n\nHet symfonisch jeugdorkest wordt als nationaal en internationaal fenomeen binnen de amateurkunsten in kaart gebracht, met aandacht voor niveaus en repertoire. De orkestratieliteratuur wordt gelezen met als bril de toepasbaarheid voor jonge amateurs. Via partituuranalyse en bevragingen van dirigenten, orkestratoren en muzikanten worden de artistieke praktijkkennis van de arrangeur voor symfonisch jeugdorkest blootgelegd en de ervaringen en voorkeuren van de muzikanten in kaart gebracht.\n\nNieuwe orkestraties worden geschreven, gerepeteerd, geëvalueerd en herwerkt. Naast een orkestratieportfolio leidt dit onderzoeksproject tot een hands-on publicatie rond orkestreren voor symfonisch jeugdorkest.","summary":"Verkennen van orkestratiepraktijken voor symfonische jeugdorkesten, met focus op kwaliteit, repertoire en artistieke kennis. Onderzoek leidt tot publicatie over arrangeren voor jeugdorkesten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003249","result_description":null},{"description":"Probleemschets\n\nDe afgelopen jaren heeft een technische revolutie zich verspreid over verschillende domeinen in onze maatschappij (Segendorf, 2014). Dit zorgde ervoor dat er een nood was om de bestaande betalingsmethode(n) te vernieuwen en uit te breiden om een antwoord te bieden op, onder andere, de toegenomen online shopping en internationale betalingen (Segendorf, 2014; Igboanusi et al., 2021). Nochtans stelt Segendorf (2014) dat de interpersoonlijke betalingen, die van persoon A naar persoon B, niet mee zijn gegroeid in het huidige monetaire systeem en dat Bitcoin hier een antwoord op biedt.\n\nIn 2008 werd Bitcoin met de daarbij horende Blockchain technologie door Satoshi Nakamoto (een pseudoniem voor de ontwikkelaar(s)) gepubliceerd (Vrancken, 2017). Daar waar in een klassiek betalingssysteem steeds een bank als derde partij optreedt om het geld van A naar B te verplaatsen, laat Bitcoin het toe om deze tussenpartij uit te schakelen (Igboanusi et al., 2021). Het gecentraliseerde beveiligde computersysteem dat een bank hiervoor normaal gebruikt alsook de regulatie en supervisie van de overheid worden met andere woorden overbodig (Segendorf, 2014). Alle transacties gebeuren dus over een gedecentraliseerd systeem, over een systeem waar geen tussenpartij aanwezig is en men zelf verantwoordelijk is voor de transacties (Conoscenti et al., 2017).\n\nNochtans kent deze technologie ook andere transactietoepassingen, zoals de betaling van een borg (Vrancken, 2017) of het uitbrengen van een stem tijdens verkiezingen (Srivastava, Dwivedi & Singh, 2018). Een transactie kunnen we dus aanschouwen als een transfer van een bron met fondsen of tokens (input) naar een bestemming (output) (Vrancken, 2017). In onze huidige samenleving is momenteel echter een live dataverbinding noodzakelijk voor de uitwisseling van zo’n tokens (Igboanusi et al., 2021). Nochtans is er vaak geen permanente dataverbinding mogelijk wegens diverse factoren zoals een beperkte stroomvoorziening of netwerkbereikbaarheid op het exacte moment dat de token-transfer plaats moet vinden (Segendorf, 2014).\n\nHet huidige project poogt daarom een praktische implementatie te ontwikkelen waarbij deze token-transfer offline zou kunnen plaatsvinden. De mogelijkheid om offline digitale token-transfers te doen kan een vorm van emancipatie betekenen voor het individu en de ruimere maatschappij. Op een nationale schaal zou dit betekenen dat een KMO betalingen zou kunnen doorvoeren met zijn klanten zonder dat deze afhankelijk is van de overheid, een bank, of een internetverbinding. Op internationale schaal betekent dit dat individuen toch monetaire transacties kunnen uitvoeren zonder hulp van een internetverbinding, dus voor zij die een transfer willen doen in (onderontwikkelde) landelijke gebieden, tijdens vluchten of wanneer er een onderbreking is bij de internetprovider (Igboanusi et al., 2021).\n\nOnderzoeksvraag\n\nIs er een cryptografische methode denkbaar waarbij een crypto-token-transfer mogelijk is - met behoud van transactie-integriteit - zonder dat hiervoor een live dataverbinding met de achterliggende blockchain noodzakelijk is?\n\nMethodologie\n\nHet onderzoek zal volgende gefaseerde aanpak kennen:\n• Fase 1: Literatuurstudie.\nDe cryptografische literatuur zal doorkruist worden op zoek naar een off chain uitwisselingsmethode waarbij nog steeds voldoende integriteit in achterliggende blockchain behouden kan blijven.\n• Fase 2: Testing en evaluatie\nDe werkbaarheid van relevante concepten die uit de literatuurstudie naar voren komen zullen worden getest en geëvalueerd. Een eenvoudige token-transfer tussen twee offline IoT-devices met achterliggend een kleine testchain kan hier dienen als kleinschalige proof of concept. De nodige codes zullen worden uitgewerkt om de testing te kunnen uitvoeren.","summary":"Bitcoin revolutionized payments with decentralized transactions. Our project aims to enable offline token transfers, empowering individuals and businesses globally. Join us in redefining the future of transactions!","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003250","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\n- Whitepaper\n\n- Presentatie op een cryptocongres en/of -event"},{"description":"In de globale beeldcultuur valt me op hoe een lichaam in een artistiek beeld door de maker vaak als informatiedrager ingezet wordt. Als geobjectiveerd onderwerp dat een idee van de maker éénduidig symboliseert of representeert. De manier waarop de opkomende generatie theater-, dans- of visuele makers iemand anders in beeld brengen, toont me dat er een schijnbaar onvermogen bestaat om iemands ware lichamelijkheid in hun beeld te laten bestaan. Hun beeld vertelt mij dat ze hun eigen lichamelijkheid als maker zo goed als negeren in het zien/vastleggen van de ander.\n\nIk onderzoek de rol die de lichamelijkheid van de maker speelt in het creëren van een visuele weergave van iemand anders. Dit door wederkerig mijn hybride makerschap uit te puren en mijn leermethode als disciplinebrede teaching artist aan onze Schools of Arts expliciet te maken. Als theater- en filmmaker zoek ik naar nieuwe manieren om lichamen oprecht in een 2D-beeld te vatten, door lens-based media en mijn lichaam als maker als evenmatige instrumenten in te zetten. Zo wil ik tot een meer authentieke lichamelijke beeldtaal komen, die kan doorwerken in hoe ik performerslichamen kan benaderen in een scènische context.\n\nHoe de eigen fysicaliteit van makers in opleiding een motor kan zijn binnen hun visie- en vaardigheidsontwikkeling wil ik ondersteunen vanuit interdisciplinaire verbinding met lichamelijk bewustzijn als koppelende (f)actor.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Creëer authentieke visuele beelden door de lichamelijkheid van makers te benutten. Verbeter de representatie van lichamen in 2D-beelden en ondersteun makers in hun ontwikkeling met lichamelijk bewustzijn.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003251","result_description":"Beoogde output:\n- Zes contextualiserende essays verschijnen in een papieren kunstpublicatie (NL/EN).\n- Essayfilm.\n- Didactische tools."},{"description":"Dit doctoraatsonderzoek verkent de representatie van herinneringen aan een kindertijd doorgebracht in oorlogsomstandigheden. Dit gebeurt door een praktijkgerichte benadering, waarin de creatie van een graphic novel wordt gecombineerd met een kritische, schriftelijke toelichting.\n\nTegen de sociaal-politieke achtergrond van de Joegoslavische oorlogen (1991-2001) onderzoekt de studie de complexiteit van herinneringen en hun representaties, met name in relatie tot conflict en kindertijd. Het onderzoek richt zich op drie hoofdgebieden: herinneringsrepresentatie (‘memory representation’), aetonormatieve tendensen en artistieke methodologieën.\n\nEerst worden de uitdagingen van het verbeelden van conflictgerelateerde herinneringen onderzocht, door de narratieve methoden van stripverhalen en documentairefilms te vergelijken. De studie belicht de authenticiteit en flexibiliteit van elk medium in het weergeven van persoonlijke en collectieve herinneringen, en benadrukt de unieke manieren waarop beide benaderingen de representaties van oorlog behandelen.\n\nTen tweede wordt het concept van aetonormativiteit gebruikt om vooroordelen die de perspectieven van volwassenen centraal stellen in de representaties van kindertijd kritisch te analyseren, vooral binnen de context van stripverhalen. Het onderzoek introduceert alternatieve methodologieën voor een authentiekere en niet-binaire weergave van een kindertijd, waarmee het de maatschappelijke normen uitdaagt die vaak artistieke voorstellingen van kinderen en hun ervaringen beïnvloeden.\n\nTen slotte contrasteert het onderzoek traditionele narratieve structuren met meer open, procesgerichte benaderingen van tekenen, waarbij tekenen wordt gepositioneerd als een dynamisch middel om zich met het verleden te verbinden en herinneringen te herinterpreteren. Deze aanpak biedt diepere verbindingen met het verleden en bevordert een complexere kijk op de manier waarop herinneringen aan kindertijd en conflict worden gereconstrueerd.\n\nDoor het potentieel van stripverhalen te benadrukken als een medium voor het representeren van zowel persoonlijke als collectieve herinneringen, pleit deze studie voor een sterkere waardering van hun rol in het veranderen van academische en culturele begrippen van kindertijd, geheugen en oorlog. De bevindingen dragen bij tot de domeinen van memory studies, visual storytelling en striptheorie, en bieden nieuwe perspectieven op de raakvlakken tussen kunst, geheugen en conflict.","summary":"Verken herinneringen aan oorlogsomstandigheden uit de kindertijd in een graphic novel, met focus op herinneringsrepresentatie, aetonormativiteit en artistieke methodologieën. Bevorder begrip van kindertijd, geheugen en oorlog.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003252","result_description":null},{"description":"In dit verkennend project willen we de drempels inzake re-integratie op de arbeidsmarkt die geïnventariseerd werden in het onderzoek naar het profiel van langdurig werkzoekenden (VDAB-onderzoek ism UA, 2024) onderzoeken wat betreft hun effectieve aanpak ervan.\n\nDeze drempels betreffen meerdere domeinen en aspecten van het leven (oa opleiding, taal, wonen, gezondheid, familieleven, kinderopvang, mobiliteit, administratieve ondersteuning…) en vragen om een hulpverleningstraject dat opgezet wordt in en over meerdere sectoren van de sociale kaart alsook in nauwe samenspraak met private partners, met name o.a. werkgevers.\n\nIn het eerste projectjaar zullen we de verschillende actoren die aan zet zijn op de domeinen waar drempels geïdentificeerd werden, bevragen naar hun visie op oplossingen en de bijhorende samenwerkingen die er al zijn en bijkomende noden ter zake. In het volgende projectjaar zullen we innovatieve samenwerkingsverbanden uittekenen tussen en met verschillende actoren en een proeftuin ter implementatie van een samenwerkingsverband met het oog op re-integratie van langdurig werkzoekenden opstarten.\n\nHet derde projectjaar wordt dan de evaluatie van een geïntegreerd traject uitgevoerd.\n\nNaast de focus op werken is er ook de insteek inzake samenwerken die relevant is in dit project. Hoe kom je in de sociale sector (brede zin van het woord) tot effectieve samenwerkingsmodellen. We weten dat heel wat problematieken multi-dimensioneel zijn. Wie is de regiepartner in samenwerkingsverbanden? Aan welke vereisten moet een samenwerkingsverband voldoen om schotten tussen sectoren (juridische sector, welzijnssector, onderwijssector, gezondheidssector, enz) en subsectoren te overstijgen? Hoe kan er effectief samengewerkt worden over, tussen en met organisaties en met werkgevers?\n\nHet project wil enerzijds qua inhoudelijk thema inzoomen op de arbeidsmarkt en de thematiek van langdurig werkzoekenden en anderzijds qua structureel thema samenwerkingsverbanden rond maatschappelijke thema’s via ontwikkeling, implementatie en evaluatie innoveren.","summary":"Onderzoek naar re-integratie van langdurig werkzoekenden en opzetten van samenwerkingsverbanden met diverse sectoren en private partners voor effectieve aanpak van drempels op de arbeidsmarkt.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003253","result_description":null},{"description":"C. P. E. Bachs mythische Gottfried Silbermann klavichord mag dan al zijn bekendste instrument zijn, maar een ander instrument verdient ook onze aandacht vanwege zijn directe invloed op Bachs muzikale output: een klavichord van de hand van Christian Gottfried Friederici. Op dat nieuwere instrument componeerde Bach gedurende bijna twintig jaar zijn Hamburgse werken.\n\nVia dit klavichord paste Bachs zijn muzikaal gedachtengoed aan aan de nieuwste technologieën, maar hij behield nochtans zijn oudere instrument dat hij gretig bleef bespelen voor bezoekers. Dit onderzoeksproject gaat op zoek naar de betekenis van Bachs Friederici klavichord en onderzoekt hoe de mogelijkheden of _affordances_ ervan verschilden van die van een Silbermann.\n\nIn mijn studie van composities van Bach en tijdgenoten zal ik _enactment_ en _embodiment_ gebruiken om inzicht te krijgen in Bachs verwikkelingen met zijn instrumenten en zal ik empirische metingen verrichten aan klavichorden om de interactie tussen uitvoerder en instrument te begrijpen. Het verdiepen van het begrip van de verschillen tussen twee types van klavichorden en hun respectievelijke rol naast de toen snel opkomende fortepiano zal de invloed van het klavichord in onze perceptie van Galant en Klassiek repertoire (1746–1788) verbreden.","summary":"Bach gebruikte verschillende klavichorden, zoals die van Friederici en Silbermann, om zijn muziek te componeren. Dit onderzoek belicht hun invloed op zijn werk en hoe ze zijn muzikale ontwikkeling beïnvloedden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003254","result_description":null},{"description":"Uitgangspunt: Biobased materialen zoals industriële hennep bieden een enorme kans voor de maak- en bouwindustrie die moet omschakelen naar een meer circulaire industrie. Dit vereist niet alleen een transformatie naar nieuwe technologieën, materialen of verwerkingsmethoden, maar vooral een mentaliteitsverandering naar ketendenken, circulair ontwerpen, circulaire bedrijfsmodellen.\n\nDoel van dit project: Het creëren van een web van mogelijkheden voor de optimale en duurzame waardecreatie uit industriële hennep en andere duurzame biogebaseerde materialen en processen of combinaties van deze materialen voor de Vlaamse maak- en bouwindustrie via een Hemp+ Living Lab. Hier kan men stellen dat de technologische en wetenschappelijke kennis rond hennep aanwezig is, maar systeemdenken, circulair ontwerpen en circulaire businessmodellen en co-creatie met verschillende actoren grotendeels ontbreekt.","summary":"Ontdek de mogelijkheden van biobased materialen voor de circulaire maak- en bouwindustrie. Creëer duurzame waarde met een Hemp+ Living Lab.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003255","result_description":null},{"description":"\"Werkgeluk in onderwijs\" richt zich op het versterken van welzijn en werkgeluk van (startende) leerkrachten secundair onderwijs; een urgent thema door de toenemende werkdruk en het tekort aan onderwijspersoneel. Scholen zoeken naar effectieve en creatieve oplossingen om starters aan te trekken, te behouden en om duurzaam te investeren in de ervaring van werkgeluk, gedurende de volledige schoolloopbaan.\n\nHet project bouwt voort op \"Kapitein Werkgeluk\", waarin een methodiek en werkgelukmodel werd ontwikkeld om werkgeluk bespreekbaar en inzichtelijk te maken. In dit vervolgonderzoek wordt een innovatieve gesprekstool, 'navigatiekaart werkgeluk' (i.s.m. Jean Klare), ontwikkeld. Deze tool helpt schoolteams om werkgeluk bespreekbaar te maken, te evalueren en te vertalen naar concrete, gedragen acties in beleid en schoolwerking.\n\nDe bevindingen, inclusief de navigatiekaart en andere kennisproducten, worden verwerkt in een sectorspecifieke dagopleiding voor onderwijsmedewerkers (preventieadviseurs, aanvangsbegeleiding, zorgcoaches, ...) die zich inzetten voor het medewerkerswelzijn. De opleiding biedt ruimte voor eigen inbreng, waardoor de producten flexibel kunnen worden aangepast aan de specifieke context en behoeften van elke school.\n\nDit project beoogt het versterken van het retentiebeleid en het creëren van een gelukkige schoolomgeving als sleutel tot kwalitatief onderwijs.","summary":"Verbeter werkgeluk en welzijn van (startende) leerkrachten secundair onderwijs met een innovatieve gesprekstool 'navigatiekaart werkgeluk'. Maak werkgeluk bespreekbaar en implementeer concrete acties voor een gelukkige schoolomgeving.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003256","result_description":"Navigatiekaart werkgeluk: in samenwerking met Jean Klare. Een gespreksgereedschap voor reflectie, evaluatie en actie. De cartografieën van Klare helpen in dialoog te gaan door het aanreiken van een gemeenschappelijke taal, een voorwaarde voor collectieve gedragenheid en om concrete stappen te zetten. Op basis van Kapitein Werkgeluk kunnen wij hem inhoudelijk adviseren om een kaart rond ‘werkgeluk’ te mappen, geënt op het Vlaamse schoollandschap en met ruimte voor eigen inbreng. Zo is er oog voor de subjectieve beleving van dit thema zodat elke school een eigen route kan uitstippelen.\n\nDagcursus ‘Leer werken met kompas en kaart’: een cursus (school- en netoverschrijdend) met nascholingsattest voor iedereen die bezig is met medewerkerswelzijn. Al onze inzichten, modellen van werkgeluk (kompas en condities van werkgeluk), worden gebundeld, met het doel om deelnemers met vertrouwen (self-efficacy) en duurzaam met de werkmaterialen aan de slag te laten gaan. Onze strategische aanpak steunt op het organisatiemodel en de motivatiemonitor van Warme Scholen.\n\nLeidraad kaartlezen; een ondersteunend instrument om zelfstandig aan de slag te gaan en de eigen koers duurzaam te evalueren doorheen het schooljaar. Bij het ontwikkelen van deze leidraad staat gebruiksgemak centraal; waar kaartlezen enige vaardigheid vergt, vraagt ook het geïntegreerd aanpakken van werkgeluk enige oefening en kunde (self-efficacy), daarom de nood aan concrete ondersteuning en handvaten. Na ontwikkeling wordt ook gekeken hoe de dagcursus verder verduurzaamt kan worden door inhouse bundeling van de krachten; een samenwerking met collega’s van Mind- & Makerspace en EdHub Dienstverlening. We willen de producten ook in de kijker zetten via de online kanalen van Howest en partners, mits passend tarief.\n\nMet dit project willen we bijdragen aan het welzijn en werkgeluk van medewerkers binnen het Vlaamse onderwijslandschap door het bieden van toegankelijke en praktische tools. De Navigatiekaart Werkgeluk, dagcursus en leidraad bevorderen een cultuur van reflectie, gedeelde verantwoordelijkheid en duurzame acties, waardoor scholen beter in staat zijn om een positieve werkomgeving te creëren die zowel het individueel welzijn als de collectieve samenwerking versterkt. Hierdoor kan werkgeluk een integraal onderdeel worden van de schoolorganisatie, met positieve gevolgen voor motivatie, betrokkenheid en prestaties van onderwijspersoneel."},{"description":"Hoe maken we lerarenopleidingen klaar voor een digitale toekomst? Ontdek hoe Vlaamse hogescholen samenwerken om digitale competenties bij leraren en lerarenopleiders duurzaam te versterken.\n\nIn het kort Hoe kunnen toekomstige leerkrachten beter omgaan met digitale technologieën? Het project ‘De Digitale School’ brengt Vlaamse hogescholen samen om digitale competenties duurzaam te verankeren in lerarenopleidingen, met het DigCompEdu-raamwerk als leidraad.\n\nDe nood en relevantie In een wereld vol technologische veranderingen voelt 70% van de Vlaamse leerkrachten zich onvoldoende voorbereid op het gebruik van digitale tools. Onderwijs speelt een cruciale rol in het dichten van deze kloof door leerlingen én leerkrachten uit te rusten met digitale vaardigheden.\n\nHet DigCompEdu-raamwerk biedt een structuur om leraren en lerarenopleiders klaar te stomen voor de uitdagingen van een digitale toekomst. Samenwerking tussen hogescholen maakt het mogelijk om expertise en goede praktijken te delen, zodat toekomstige leerkrachten sterker staan in een steeds digitaler wordende samenleving.\n\nVan aanpak tot impact Dit project combineert de kracht van alle Vlaamse hogescholen binnen drie clusters: kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. Via een stapsgewijze aanpak, zoals quickscans, toolkits en actieplannen, wordt het DigCompEdu-raamwerk geïntegreerd in curricula en professionaliseringsprogramma's.\n\nVerwachte impact: duurzame verankering van digitale competenties bij leraren en lerarenopleiders, en een brug slaan tussen theorie en praktijk door samenwerking binnen en tussen hogescholen. Het project stimuleert een brede maatschappelijke impact door Vlaanderen voorop te stellen in digitaal onderwijs.","summary":"Vlaamse hogescholen versterken leraren met digitale skills via 'De Digitale School'. Samenwerking en DigCompEdu-raamwerk zorgen voor duurzame verankering van digitale competenties in lerarenopleidingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003257","result_description":null},{"description":"Korte beschrijving enkel beschikbaar in het Engels","summary":"Summary: Engaging marketing communication in Dutch for maximum impact.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003258","result_description":null},{"description":"Ik ben een tweede generatie beeldmaker. Mijn moeder heeft fotografie gestudeerd aan Columbia College in 1990. Na haar studie ontmoette zij mijn vader, werd verliefd en werd ik verwekt. Samen reisden zij door Europa. Mijn beide ouders zagen de vrijheid die Amsterdam te bieden had en vonden het een betere plek om een kind op te voeden dan in Chicago. Mijn ouders pakten hun dierbaarste spullen in en emigreerden met mij naar Nederland.\n\nMijn moeder probeerde haar fotografische carrière voort te zetten nadat ze uit elkaar was gegaan met mijn vader, maar het was moeilijk om van haar fotografie te leven terwijl ze een alleenstaande ouder en een buitenlander was. Ze nam de beslissing om al haar energie te investeren in mijn opvoeding.\n\nOp negentienjarige leeftijd koos ik, aangemoedigd door mijn moeder, voor een opleiding fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en besloot ik naar België te emigreren. Het onderzoeksproject 'A Resilient Archive' bevraagt de wens en urgentie om te archiveren. Het archief van mijn moeder heeft weerstand geboden tegen de slijtage van de seizoenen, de tijd en de beweging van het ene land naar het andere. Het is een veerkrachtig archief dat ik door middel van printen, publiceren en distribueren wil activeren.\n\nEen tweede hoofdstuk van mijn MFA afstudeerproject 'Next of Kin', maar nu met een andere methodologie en resultaat. Ik wil het verleden verwerken, zodat ik vooruit kan kijken.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Beeldmaker met generatie-erfgoed uit de VS, nu in Europa. Archiveringsproject 'A Resilient Archive' brengt verleden en toekomst in beeld.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003259","result_description":"Het resultaat van dit eenjarige onderzoeksproject zijn drie publicaties. Het boek met het archief van mijn moeder¶V archief, het boek met mijn eigen dagboekaantekeningen en foto's, en het boek met de interviews over vrouwelijke kunstenaars die hun moederschap en carrière combineren.\n\nHet boek met het archief van mijn moeder zal ik uitgeven als een editie in een symbolisch getal, het aantal jaren dat we nodig hadden om Nederlander te worden vermenigvuldigd met mijn leeftijd. Het wordt dus een editie van 702 worden.\n\nIk ben ook van plan om een symposium te organiseren waarvoor ik zal uitnodigen: Reina Villamonte, Robin de Puy en Anne De Gelas. Ik zal deze kunstenaars uitnodigen die hun familie portretteren over het combineren van hun artistieke carrière met het ouderschap.\n\nTijdens de onderzoeksweek 2025: ARTICULATE zal ik een workshop creëren die zal gaan over vertrekken vanuit een archief om een nieuw oeuvre te creëren. Dit kan een persoonlijk archief zijn, maar dat hoeft niet te zijn.\n\nIk deel mijn verlangen om informatie te archiveren, te bewaren en door te geven. Waarom is het relevant om een archief te hebben? De output van deze onderzoeksmasterclass zal ik delen in de academie.\n\nDe presentatie van het boek met het archief van mijn moeder zal ik symbolisch op een paar plaatsen presenteren: in de academie in Amsterdam, op een paar plaatsen in de academie in Antwerpen omdat deze academie mijn praktijk heeft gevoed en levend houdt, in Amsterdam omdat dat de stad is waar ik ben opgegroeid, in Columbia College in Chicago waar ik geboren ben en waar mijn moeder fotografie studeerde, en tijdens de Printed Matter Art Book Fair in NYC omdat dat verband hield met mijn toekomst."},{"description":"Korte beschrijving enkel beschikbaar in het Engels.","summary":"Short marketing communication summary: Brief description available in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003260","result_description":null},{"description":"Zowat de meest fundamentele ervaring in het menselijk bestaan is de onomkeerbaarheid van de tijd. Technologie biedt ons de mogelijkheid om weerstand te bieden aan deze onomkeerbaarheid. Dit verzet wordt in De Mega Playbackshow (Spiegels & Spoken) als time-management begrepen.\n\nDe artistieke werkwijze die in het onderzoek centraal staat, is ‘het spiegelen’ dat een concrete verschijningsvorm van dergelijk time-management is. Met ‘spiegelen’ kan ‘herhalen’ of ‘omkeren’ worden bedoeld. Daarnaast zijn de kenmerken van het gespiegelde afhankelijk van het medium waarbinnen de spiegeling wordt uitgevoerd. Een gespiegelde audiosample van een melodie is bijvoorbeeld iets helemaal anders dan de gespiegelde partituur ervan.\n\nDoor middel van het ‘spiegelen’ worden herinneringen aan toekomstmuziek opgeroepen. Deze verschijningen worden ‘spoken’ genoemd. Kortom, ‘spiegelen’ doet ‘spoken’. Het ‘spiegelen’ als vorm van time-management worden m.b.v. de computer geëxploreerd. Er wordt toegewerkt naar een interface die het mogelijk maakt om gedurende een live-performance – de Mega Playbackshow – op te treden als Het Time-Management, een karakter dat kan ‘spiegelen’ en ‘gespiegeld kan worden’ in ruimte en tijd.\n\nHoe groot is het scala aan toekomstmuziek waaraan het publiek op deze wijze kan worden herinnerd? Herinneringen aan atonale toekomstmuziek, herinneringen aan arrobotische toekomstmuziek, herinneringen aan toekomstmuziek voor doven, herinneringen aan toekomstmuziek uit Balkanatolia, ...?","summary":"Technologie weerstaat de onomkeerbaarheid van tijd in De Mega Playbackshow. 'Spiegelen' als time-management creëert 'spoken' van toekomstmuziek, verkend via een computerinterface voor live-optredens. Herinneringen aan diverse toekomstmuziekgenres worden opgeroepen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003261","result_description":"Mijn tijd in de onderzoeksgroep zou ik willen spenderen aan het ontwikkelen van een interface die het mogelijk maakt om gedurende een live-performance – de Mega Playbackshow – op te treden als Het Time-Management, een karakter dat kan ‘spiegelen’ en ‘gespiegeld kan worden’ in ruimte en tijd (the Real of Symbolic Way).\n\nKunnen we een onmogelijke interface maken die ons in staat stelt om ‘vooruit omgekeerd’ te bewegen? Hierbij wordt ‘het spiegelen’ geëxploreerd als modaliteit van zowel ruimte (visual arts) als tijd (performance art). De Mega Playbackshow zal vorm krijgen in een interdisciplinaire praktijk, die zich zowel in een artistieke als educatieve context ontwikkelt.\n\nTussentijdse onderzoeksresultaten zullen worden gepresenteerd in een workshop, een open repetitie, door middel van onmogelijke (muziek)notaties en gedeelde computerscripts en in de vorm van een hoogst speculatieve deelname aan The Voice van Vlaanderen. Doorheen de jaren heb ik als muzikant, performer, schrijver, (typo-)grafisch ontwerper, docent en beeldend kunstenaar een netwerk van plekken en contexten uitgebouwd waarin ik zowel de tussentijdse als de uiteindelijke output kan presenteren: ik denk hierbij aan muzieklabels zoals Rotkat Records, Cortizona, Ultra Eczema, Futura Resistenza, De Player,... aan uitgeverijen zoals het balanseer, risiko press,... aan presentatieplekken zoals TRIX, HET STUK, Les Atelier Claus, Lichtekooi, Extra City, Centrale FIES, De Nor,... aan instituten zoals Werkplaats Typografie, KASKA,..."},{"description":"\"Fluid Touch\" verkent de notie van aanraking binnen het fotografische beeld. Het project verlegt de focus van mijn artistieke praktijk van beweging in het beeld naar fysiek contact met het beeld.\n\nHet bouwt voort op bestaande reeksen die ik sinds 2019 heb ontwikkeld, waarbij ik natuurlijke lichtverschijnselen zoals bioluminescentie of de invloed van water en zonlicht op fotomaterialen verbond met historische fotografische technieken en directe lichtbelichtingen op analoog fotopapier.\n\nHet uitgangspunt was steeds de studie van het beeld op een experimentele manier, via de analoge fotografische techniek in de donkere kamer, waarbij licht zowel functioneert als onderwerp en medium.\n\nDit onderzoek werd vervolgens uitgebreid door te kijken naar de experimentele wijze waarop fotografie al vanaf haar ontstaan werd ingezet om wetenschappelijke fenomenen te onderzoeken om dan nu, in het huidige projectvoorstel in te zetten op het aanraakscherm als een (technisch) oppervlak waar zowel lichamelijke als technologische vloeistoffen samenkomen tijdens het moment van aanraking.\n\nDe tastzin, de zintuiglijke vermogens inherent aan onze vingertoppen, dienen vandaag als oriëntatie in zowel de analoge als de digitale wereld. Lang geworteld in het dagelijks leven en stevig verankerd als de sleutel tot de mobiele telefoon, dwalen onze vingertoppen ook over gladde schermen.\n\nIk ben van plan om zowel de menselijke aanraking als verschillende materialen te onderzoeken en de manier waarop hun aanraking kan worden gevisualiseerd met de methode van Kirlian fotografie, waarbij ik parallellen trek tussen touchscreen technologie en het Kirlian apparaat.\n\nHet gebaar van aanraken wordt zo een complexer gegeven dan alleen het fysieke contact dat het in eerste instantie genereert.","summary":"\"Fluid Touch\" onderzoekt aanraking binnen fotografie, van lichtverschijnselen tot aanraakschermen. Het project verbindt menselijke tastzin met technologie en Kirlian fotografie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003262","result_description":"Als onderdeel van de output plan ik een combinatie van een presentatie en publicatie. Het project zelf is gebaseerd op het idee van samenwerking – voor de te creëren werken worden bezoekers of samenwerkers uitgenodigd om deel te nemen. Daarom plan ik een presentatie in de vorm van een tentoonstelling met een kunstenaarsgesprek.\n\nIk stel me voor dat het kunstenaarsgesprek plaatsvindt in Antwerpen, terwijl de tentoonstelling in samenwerking met Scope BLN in Berlijn is gepland. Hiervoor heb ik een aanvraag ingediend bij de Alfred Krupp von Bohlen und Helbach-Stiftung, in afwachting van een antwoord.\n\nOm een grootschalige installatie te creëren die klassieke fotografische praktijken (bijv. donkerkamprocessen en de Kirlian-methode) combineert met digitale technologieën (touchscreens, projectoren, web), ben ik van plan een ruimte voor interactie met het publiek en een performatieve presentatie te creëren, waarin het letterlijke fysieke contact tussen het biologische en het technologische, het menselijke en het digitale centraal staat in het project.\n\nIk ben van plan meerdere grote touchscreens te gebruiken en het publiek de kans te geven om actief met hen te communiceren en unieke beelden te creëren. De ruimtelijke compositie van deze touchscreens in de semi-donkere ruimte heeft de betekenis van een sculpturale installatie, waarvan de monumentale uitstraling respect oproept en tegelijkertijd nieuwsgierigheid wekt, waardoor je het scherm aanraakt en medeauteur wordt van deze visueel-digitale performance.\n\nDaarnaast wil ik het onderzoeksmateriaal en de resulterende werken samenbrengen in een kleine publicatie die vertaald zal worden in het Nederlands, Engels, Duits en Bulgaars – waarbij niet alleen de werktaal van de onderzoeksgroep wordt geïntegreerd, maar ook de werktaal van mijn praktijk en werkplaatsen, namelijk Berlijn en Sofia, waardoor de resultaten toegankelijker worden voor een breder publiek."},{"description":"In dit onderzoek bevraag ik vanuit mijn praktijk als choreograaf en danser wat dansrepertoire, en meer specifiek het werk dat voortkwam uit de zogenaamde ‘Vlaamse Golf', betekent voor jongere generaties vandaag. Het project richt zich op de erfenis van invloedrijke choreografen (zoals Anne Teresa De Keersmaeker, Wim Vandekeybus, Alain Platel, etc.) die een cruciale rol speelden in de ontwikkeling van het hedendaagse danslandschap in Vlaanderen.\n\nDe kernthema’s van dit onderzoek zijn de belichaamde overdracht en het kritisch herdenken van dansrepertoire via innovatieve choreografische methodologieën die bestaand materiaal opnieuw interpreteren i.s.m. nieuwe en diverse generaties dansers. De artistieke benadering van dit project bestaat uit de herinterpretatie van het werk van pioniers door een dialoog op gang te brengen tussen hun oude choreografieën en jongere generaties dansers met diverse profielen (qua leeftijd, opleiding of achtergrond).\n\nHet doel is om intergenerationele ontmoetingen te faciliteren en de transmissie van het bewegingsvocabularium te verrijken via de persoonlijke en reflectieve transformatie van het materiaal door de dansers. Het doel is om, enerzijds, na te gaan in hoeverre bestaande methodes gericht op de overdracht van gevestigde repertoires ruimte laten voor nieuwe toevoegingen van dansers met diverse achtergronden en lichamen, en anderzijds, nieuwe benaderingen te ontwikkelen die net deze heractualisering van het repertoire mogelijk maken.\n\nMet dit onderzoek wil ik de canonieke status van de ‘Vlaamse Golf’ kritisch bevragen via een dialoog tussen verschillende generaties. Dit opzet vormt niet alleen een fundamentele verrijking van mijn interesse in het lichaam als medium voor de overdracht van dans, maar haakt ook in op bredere debatten omtrent de duurzaamheid van danserfgoed door ontwikkelen van nieuwe benaderingen tot repertoire en archivering.","summary":"Onderzoek naar dansrepertoire van 'Vlaamse Golf' choreografen en overdracht ervan op jongere generaties. Innovatieve methodologieën en intergenerationele ontmoetingen om canonieke status te bevragen en danserfgoed duurzaam te maken.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003263","result_description":"Tijdens het 1ste Danserfgoedfestival van STUK (maart 2024) cureer ik een onderdeel van het programma. Ik breng verslag uit en faciliteer dialoog over het belang van dansrepertoire. Het resultaat van de eerste workshopmodule wordt getoond binnen de open stage van De Woensdagen en opnieuw in het STUK.\n\nEen 2de reflectiemoment plan ik tijdens het Exchange Lab van Krokusfestival (februari 2025). Daarbij ligt de focus op de rol van een jong publiek binnen dit project. Dit wordt gecombineerd met een tussentijds toonmoment.\n\nEen 3de reflectiemoment plan ik op het festival ARTICULATE (oktober 2025). Met een presentatie delen de betrokken studenten van KCA het resultaat van hun workshop.\n\nIn De Brakke Grond wordt een conferentie rond Vlaams danserfgoed georganiseerd (mei 2026). Ik deel een volledig overzicht van het onderzoek en plan een laatste toonmoment in. Er is ook ruimte om een gesprek te faciliteren tussen de projectpartners.\n\nDe gecreëerde choreografische methode om danserfgoed te re-activeren zet ik in tijdens het creatieproces van WAVE. De documentatie van het proces kan als een bewegingsarchief ingezet worden voor de generatie van nieuw werk."},{"description":"De onderzoekgroep Art & Ecology wenst het onderzoeksbudget 2024-2025 enerzijds te besteden aan het ‘opvissen’ van een project van de in Brussel gevestigde Inês Neto dos Santos. Haar inhoudelijke focus op fermentatie en voedsel betekent een welkome aanvulling op de expertise binnen de groep, die nu veelal onderzoek naar botanische onderwerpen omvat.\n\nAnderzijds wil de onderzoeksgroep een beperkt deel van het budget reserveren voor gezamenlijke activiteiten: de leesgroep-nieuwe-stijl die de groep vanaf september 2024 start, evenals een presentatie bij de Amsterdamse kunstinstelling Framer Framed. ‘Collective Gestures’, betitelde Inês Neto dos Santos haar project; dat ook zou kunnen gelden als overkoepelende titel voor de groepsactiviteiten.\n\nHieronder volgt een beschrijving van beide onderdelen – in het Nederlands voor de leesgroep en de presentatie bij Framer Framed; in het Engels voor het project van Inês Neto dos Santos.","summary":"Art & Ecology research group allocates 2024-2025 budget to 'fishing out' Inês Neto dos Santos' fermentation and food project, enhancing group expertise. Also, funds set aside for new-style reading group and Framer Framed presentation.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003264","result_description":"Leesgroep: maandelijkse bijeenkomsten binnen de Koninklijke Academie, open voor de gemeenschap binnen de academie en daarbuiten. Publiciteit via de academiekanalen.\n\nPresentatie bij Framer Framed: kleinschalige tentoonstelling in combinatie met één of meerdere activiteiten, goeddeels discursief van karakter, hopelijk begeleid door een inhoudelijke brochure.\n\nDe synergie en de zichtbaarheid die zowel de leesgroep als de presentatie in Amsterdam hopelijk opleveren, worden mede als zinvolle output beschouwd.\n\nInês Neto dos Santos:\nThe intended outputs of this project are: A series of texts/poetic essays on the wider scope of fermentation as a practice for collaboration, making home, anti-capital action and borderless, multispecies existence. The texts will explore my research question “Fermenting across space and time — how may fermentation break the nature/culture binomial and unveil ways into a multispecies ethnography?” Fermentation experiments (as an edible archive of microbial happenings) A new series of sculptural textile-based works, artistically exploring the practice of travelling with preserved ferments on cloth A new installation piece, involving the above textile pieces, the fermentation archive and any other objects arising from the practice of fermenting, writing, and travelling with these foods A new dinner-performance piece, happening within the installation piece and making use of the textile-based sculptures, the fermented archive as well as using the series of poetic essays as references for spoken word and sound elements A programme of workshops on fermentation & creative writing, knowledge exchange sessions and lectures to share my process at the Academy"},{"description":"In dit project gaan we op zoek naar de soundtrack bij het artistieke universum dat de Antwerpse schrijver Paul van Ostaijen (1896-1928) oproept in zijn werk. We maken daarvoor een dwarsdoorsnede van het muzikale leven in Antwerpen tussen 1910 en 1930, met zijn verscheidenheid aan muziekgenres, componisten en uitvoeringspraktijken.\n\nNaast de aanhoudende populariteit van de opera- en operettecultuur, krijgen in die jaren heel wat nieuwe muziekstijlen voet aan de grond: tango, charleston, foxtrot, jazz. Tegelijkertijd tieren ook film- en amusementsmuziek er welig en botsen de uitlopers van de romantische muziektraditie op de modernistische avant-garde.\n\nHet wereldbeeld dat Paul van Ostaijen in zijn oeuvre construeerde (in het beschouwende werk) en tot leven wekte (in zijn poëzie, proza, theater) is zeer rijk en doordacht. De doorbraak van het modernisme in Vlaanderen, zowel in de literatuur en in de kunst, als in bredere zin, zou zonder dit werk haast ondenkbaar zijn geweest. Zowel het literaire als beschouwende deel van dat oeuvre is veelvuldig onderwerp van onderzoek geweest, maar hoewel er in het werk van Van Ostaijen veel aandacht is voor muziek, is de muziek zelf in het onderzoek tot op heden een onderbelicht element gebleven.\n\nUitgaand van de vaststelling dat het programma van de moderne kunst voor Van Ostaijen een collectieve en multidisciplinaire aangelegenheid was, doorbreken we de grenzen tussen de verschillende kunstdisciplines. We verkennen het muzikale landschap waarin het werk van Van Ostaijen tot stand kwam en belichten de invloed die zijn denkbeelden uitoefenden op de componisten en musici van zijn tijd.\n\nIn een tweede fase onderzoeken we hoe deze muziek aangewend kan worden voor de bewerking van de theatertekst De top der sentimentele bevestiging voor hedendaags muziektheater.","summary":"Verken het muzikale universum van Paul van Ostaijen tussen 1910-1930 in Antwerpen. Ontdek diverse muziekstijlen en hun invloed op zijn werk.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003265","result_description":"De output van het hier voorgestelde onderzoek valt uiteen in drie categorieën: de materiaalverzameling, uitvoeringen en wetenschappelijke uitgaven en artikelen.\n\nMateriaalverzameling\nDe muziekstukken, programma’s en verhalen die uit het onderzoek zullen voortkomen zullen ontsloten worden op een website met verhalen en context. Op deze website zullen we ook bootlegopnames van een genereuze selectie van de ontsloten partituren publiceren (i.s.m. ondersteunende experten).\n\nUitvoeringen\nHet verzamelde materiaal zal onderzocht en uitgevoerd worden in projectsessies met studenten uit diverse opleidingen. We voorzien een drietal presentatiemomenten met experten en/of studenten, zowel op het KCA, bijvoorbeeld in het kader van het onderzoeksfestival Articulate, als bij onze partners. Verder voorzien we professionele opnames van een afgewogen selectie van de ontsloten partituren.\n\nWetenschappelijke artikelen en uitgaven\nDe wetenschappelijke reflectie op het onderzoek zal haar weerslag krijgen in een tweetal artikelen in wetenschappelijke tijdschriften (Forum+, Zacht Lawijd, De Parelduiker, ...). We zullen voorts een selectie van de ontsloten partituren ter publicatie aanbieden bij gespecialiseerde uitgeverijen als Musikproduktion Höflich, München, of het International Music Score Library Project."},{"description":"Volgens Europese definitie is de sans-papier of de ongedocumenteerde “een onderdaan van een derde land die aanwezig is op het grondgebied van een Schengenstaat die niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst zoals uiteengezet in de Schengengrenzen Controle” (Europese Commissie 2021).\n\nAangezien de term 'sans-papiers/ongedocumenteerd' veel ruimte biedt voor interpretatie (dwz asielzoekers, tijdelijke werknemers, enz.), zal dit onderzoek 'sans-papiers/ongedocumenteerd' door elkaar gebruiken met betrekking tot individuen/groepen/gemeenschappen die geen wettige toestemming hebben om in een gastland te zijn omdat ze zonder toestemming zijn binnengekomen of langer dan de toegestane periode zijn gebleven.\n\nHoe dan ook, de definitie stelt dat het ongedocumenteerde aanwezig is maar afwezig is: een entiteit in het ongewisse, een ongedefinieerd lichaam, een vaag vat van gedachten en handelingen.\n\nIk ervoer het gewicht van een dergelijke definitie van juridische status een paar weken nadat mijn studentenvisum afgelopen oktober 2020 was verlopen, toen ik besloot in België te blijven na het behalen van mijn geavanceerde masterdiploma. Ik kon mezelf niet voorbereiden op de toestanden van angst en onzekerheid waar ik doorheen moest - niet weten wat ik kon verwachten, waar ik naar uit moest kijken, niet in staat zijn om dingen normaal te plannen gezien de COVID-pandemie, enz.\n\nTegelijkertijd, het kennen van enkele migranten leeftijdsgenoten in België die ook zonder papieren zijn, stimuleerde het nadenken over mijn bevoorrechte positie in vergelijking met de sans-papiers/ongedocumenteerden die naar België kwamen voor economische/arbeidsdoeleinden. Deze nieuwsgierigheid vormde de onderzoeksvraag (en aanvullende vragen) van mijn doctoraatsvoorstel: Hoe leven sans-papiers/ongedocumenteerde gemeenschappen in België binnen de precariteiten van hun status? Hoe belichamen/onderhandelen/presteren ze binnen sans-papiers/ongedocumenteerde kaders? Hoe stellen zij zich een 'toekomst' voor?\n\nHoe kunnen geleefde/belichaamde/onderhandelde denkbeelden van sans-papiers/ongedocumenteerde gemeenschappen informeren over artistiek onderzoek en performance studies? Aanvullende vragen zijn: welke rol speelt gemeenschapsgeleide kunst bij het bevorderen van ruimtes en kansen om zich bezig te houden met complexe onderwerpen zoals migratie, burgerschap, enz.? Wat betreft de site, hoe reageert België op 'sans-papiers/ongedocumenteerden' binnen zijn overheidsonderbouwing?\n\nDit doctoraatsproject zal 'sans-papiers/ongedocumenteerd', 'precariteit' en 'toekomst' uitpakken door middel van door de gemeenschap geleide kunstsamenwerkingen/uitingen/denken met elke respectieve gemeenschap van belang.\n\nNaast dit uitpakken, zal het project ook onderzoeken hoe de kunstenaar-onderzoeker zichzelf zal positioneren in het kader van community-led kunstproject(en), en hoe een dergelijke positie theoretisch en methodologisch kan worden vertaald. Ranajit Guha's (2011) relevante diaspora-gerelateerde vraag inspireerde een interne brainstorm over waar de sans-papier/ongedocumenteerden zich conceptueel bevinden: “Van wie zijn [de sans-papiers] eigenlijk? En wat is het uiteindelijk?\n\nIs het een plaats of gewoon een gebied van de geest - een geheugencondensatie die wordt gebruikt om figuren van nostalgie te vormen uit een enorme verspreiding? Of is het niets anders dan de list van een belegerd nationalisme om in naam van patriottisme de middelen van lang vergeten expats te hulp te roepen? (Ibid: 5) De passage stelt een mogelijkheid voor dat de 'sans-papiers/ongedocumenteerde' een denkbeeldige is die is voorgeschreven om een buitenstaander te laten geloven en in de onzekerheden van hun anders-zijn te laten kruipen.\n\nTerwijl sociologie en antropologie precariteit beschouwen als een ideologie die hedendaagse, neoliberale arbeidsmarktomstandigheden aanpakt en als een kenmerk van het bredere leven (bijv. Bourdieu 1998; Dorre et al. 2006; Fantone 2007 volgens Lewis et al. 2015), hebben deze definities de neiging om de performatieve en artistieke mogelijkheden van sans-papiers te vergoelijken.\n\nDit leidt tot de vertroebeling van de artistieke, theoretische en praktische mogelijkheden van lichamen zonder papieren. Als voorbeeld, de 'un-' in ongedocumenteerde of de 'sans-' in sans-papiers suggereren onmiddellijk negatieve connotaties (d.w.z. grof, ongeschoold en zelfs gevaarlijk). Maar er is meer aan de constructie van het ongedocumenteerde dat onzichtbaar is voor het oog: de manier waarop zo'n specifieke (groep) mensen presteren, belichamen, verbeelden, vervormen, profiteren van de term - de manier waarop zulke lichamen 'blijven bestaan' ( Butler 2015).\n\nBelgië is een cruciale plaats in dit artistieke onderzoeksvoorstel/project vanwege zijn rol als een van de stichtende leden van de Verenigde Naties, een knooppunt voor humanitaire en bedrijfsorganisaties, en zijn complexe interne politiek - bijvoorbeeld het ontbreken van een volledig werkende nationale regering voor 600 dagen (Politico 2020).\n\nDit project omvat een theoretische en artistieke dialoog (dwz conceptueel, enz.) met de specifieke onderzoekssites (aangezien de toekomstige interessegemeenschappen uit verschillende delen van België zullen komen) om de sans-papiers/ongedocumenteerde – artistiek te lokaliseren en te situeren, hun percepties, geleefde ervaringen en hun voortdurende 'worden'.\n\nIk ben van plan om samen te werken met gemeenschappen zonder papieren in België die zullen komen uit (maar niet beperkt tot): a.) Zuidoost-Azië; b.) Afrika; en c.) en een gemeenschap van asielzoekers (waarvan de meesten afkomstig zijn uit het Midden-Oosten) (merk op dat de doelgroepen afkomstig zijn uit wat de hedendaagse geesteswetenschappen/sociale wetenschappen “het Globale Zuiden” noemen).\n\nDialoog met de site – in het kader van dit project – zal ook lokale instanties (i.e. Belgische wijken, instellingen, ruimtes, enz.) betrekken.\n\nDit artistiek onderzoeksproject vertrekt vanuit het perspectief dat artistiek onderzoek een vakgebied is, geen middel of output. Door kritisch aandacht te besteden aan de agentschappen van de samenwerkende gemeenschappen, volgt het project het artistieke onderzoek (praktijken) van Mika Elo: '[...] een ontluikende reeks culturele technieken, […] operatieve processen van reproduceren, doorgeven en doorgeven van wat overblijft van het leven: sporen, patronen, artefacten” (2017, p. 51).\n\nIn dit proces wordt de onderzoeker geplaatst langs de bemiddelende lijnen tussen machtsapparaten en gemeenschappen zonder papieren, waarbij hij zich in zijn geheel bezighoudt met een uitputtend maar pertinent collaboratief, goedgekeurd en door de gemeenschap geleid projectplan om het artistieke en etnografisch materiaal dat, op zijn beurt, toekomstige geschreven en artistieke outputs zal informeren.\n\nConcreet zijn de doelstellingen van dit doctoraatsproject: • Om te komen tot artistieke en antropologische (interdisciplinaire) herinterpretatie van verschillende “sans-papiers/ongedocumenteerde” aannames, afbakeningen en belichamingen – evenals de relatie van de termen met het “gedocumenteerde”; • Om de “sans-papiers/ongedocumenteerde” te benadrukken als een geleefde/belichaamde/onderhandelde/uitgevoerde denkbeeldige en de mogelijkheden ervan in artistiek onderzoek en performance studies te vergroten; • Om de sociale, politieke en culturele implicaties te onderzoeken waarop de 'ongedocumenteerde' constructie is gebouwd; • De “ongedocumenteerden” aanmoedigen om hun agentschappen en hun recht om “te volharden” te onderzoeken (Butler 2015); • Dit is ook om de actor in de productie van identiteitspolitiek te onderzoeken, namelijk de staat (in de context van dit onderzoek, België).\n\nHet project vertrekt vanuit het perspectief van een buitenstaander (de ongedocumenteerde) en hoe een dergelijk perspectief het adoptieland ziet, begrijpt, relateert en onderhandelt; en • Onbevooroordeeld blijven met de artistieke onderzoeksmogelijkheden en samenwerkingen (inclusief organisaties/collectieven die werken met mensen zonder papieren) die dit project zal tegenkomen.","summary":"Onderzoek naar sans-papiers/ongedocumenteerden in België en hun artistieke expressie, geleid door gemeenschappen, met focus op sociale, politieke en culturele implicaties.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003266","result_description":null},{"description":"De liederen van de Belgische componist Raymond Moulaert vertonen een opvallende gerichtheid naar ‘elders’. Zijn muziek wordt gewoonlijk impressionistisch genoemd, maar die externe referentialiteit nodigt uit om ze te benaderen als een symbolistisch oeuvre.\n\nDe symbolistische esthetiek geeft heel wat aanwijzingen die de uitvoering van het werk kunnen sturen. Een nooit onderzocht aspect van Moulaerts biografie is dat hij vrijmetselaar was. Nochtans zijn er sterke aanwijzingen dat de Loge een invloed heeft gespeeld op zijn muzikale carrière, door de sterke vernetwerking met het Brusselse conservatorium, maar ook omdat de Grootmeester Goblet d’Alviella zich sterk interesseerde voor symbolisme.\n\nDeze studie wil hier nader op inzoomen. De case study is tot slot een uitgelezen gelegenheid om het werk van deze componist bijzondere aandacht te geven in het jaar dat hij 150 jaar zou zijn geworden. We kunnen die verjaardag bekronen met de editie van minstens twee onuitgegeven handschriften uit onze bibliotheek, omstandig wetenschappelijk ingeleid, en een concert rond zijn werk.","summary":"Raymond Moulaert's music, influenced by symbolism, offers unique insights for performances. Uncover his Masonic connections to enhance appreciation. Celebrate his 150th birthday with unpublished manuscripts and a concert.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003267","result_description":"Concert\n\n- Video-opname verspreiden op het Vimeo-kanaal van Labo XIX&XX\n- Bij verkrijgen van extra fondsen: cd-opname\n- Editie partituur van Triptyque en van Meisotternije, ofwel bij Musikproduktion Höflich of op IMSLP. Triptyque is een orkestliedcyclus en Meisotternije is een opera van Moulaert, waarvan de handschriften in de bibliotheek van het KCA liggen, maar de partituren niet elders beschikbaar zijn.\n- Wetenschappelijke inleidingen bij deze partituren\n- Een wetenschappelijke paper voor een cahier van Cedom\n\nAanvulling van de opuslijst op Wikipedia"},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nZowel organisaties als beleidsmakers zien in soft skills een cruciale factor voor het behouden of verwerven van een ‘competitive edge’ en voor het stimuleren van maatschappelijke en economische innovatie. Onderzoek toont aan dat lerenden hun eigen soft skills niet goed kunnen inschatten en het belang ervan voor hun inzetbaarheid onderschatten. Bedrijven erkennen het belang van soft skills, maar worstelen met het meten en ontwikkelen ervan.\n\nDe HRM dienst van de AP Hogeschool werkt aan het versterken van de feedbackcultuur op AP door het organiseren van ontwikkelings- en evaluatiegesprekken. Zij werkten methodieken uit voor 1 op 1 ontwikkelingsgesprekken tussen leidinggevenden en werknemers. Daarin komen ook soft skills aan bod. Ze merken echter dat bij sommige werknemers en leidinggevenden soms de nood om de input van derden in deze gesprekken te betrekken (360° aanpak in feedback) om zo de effectiviteit van de gesprekken te verhogen.\n\nHet kenniscentrum Onderzoek Levenslang Leren en Innoveren (OLLI) werkt sinds 2018 een instrumentarium uit rond het ontwikkelen van soft skills voor studenten en werknemers. Die ontwikkeling gebeurt via verschillende projecten die op elkaar verder bouwen. Zo verkende het meest recente project, Applied 360° hoe 360° feedback kan worden ingezet in de stagepraktijk van hogescholen. Een volgende stap is het transfereren van de 360° aanpak vanuit de onderwijscontext naar de ontwikkeling van soft skills in een professionele context bij werknemers. Omdat organisaties daarbij andere noden hebben, is deze transfer niet vanzelfsprekend.\n\nONDERZOEKSVRAAG PD1: Het in kaart brengen van noden en behoeften voor 360° aanpak in ontwikkelingsgesprekken bij gebruikersgroepen (HRM, coördinatoren, werknemers AP)\n- OV 1: Welke noden, behoeften en drempels ervaren gebruikersgroepen m.b.t. tot een 360° aanpak voor groeigesprekken? (of evaluatiegesprekken?)\n\nPD2: Het ontwikkelen van prototypes voor minimaal 2 instrumenten die ontwikkelingsgesprekken versterken vanuit een 360° aanpak.\n- OV2: Welke methodieken voor het 360° in kaart brengen van (soft) skills worden beschreven in de literatuur? Welke good practices bestaan er?\n- OV3: Hoe kunnen we informatie uit 360° toegankelijk en gebruiksvriendelijk visualiseren?\n\nPD3: Het onderzoeken van gebruikerservaringen met de ontwikkelde instrumenten met het oog op het doorontwikkelen van de instrumenten en het versterken van de 360° aanpak van ontwikkelingsgesprekken.\n- OV4: Hoe ervaren gebruikersgroepen het gebruik van instrumenten voor 360° aanpak van groeigesprekken? (of evaluatiegesprekken)\n\nMETHODE\n\nPD1: Om OV1 te beantwoorden voeren we een behoefteanalyse (focusgroepen) uit om de noden en wensen bij HRM-medewerkers, coördinatoren en AP medewerkers in kaart te brengen. We mikken erop op in totaal minstens 25 personen te bevragen. We organiseren gesprekken per gebruikersgroep. We maken transcripties van de gesprekken en analyseren deze inductief in NVivo. Analyses gebeuren eerst verticaal per gebruikersgroep en nadien horizontaal om algemenere trends te capteren.\n\nPD2: Om OV2 & OV3 te beantwoorden voeren we een literatuurverkenning uit en gaan we op het internet op zoek naar good practices. Indien haalbaar, contacteren we good practices voor een kort interview. Op basis van deze verkenning maken we een long list van methodieken, met een inschatting van impact, ontwikkeltijd en tegemoetkoming aan behoeften uit OV1. Op basis hiervan zal samen met HRM beslist worden welke methodieken daadwerkelijk worden ontwikkeld. Parallel aan de ontwikkeling van instrumenten werken we een dashboard uit waarin de gegevens uit verschillende meetinstrumenten worden samengebracht.\n\nPD3: Om OV3 te beantwoorden zetten we een pilot op met 10 ontwikkelingsgesprekken. We leggen een korte digitale vragenlijst voor aan collega’s die feedback verschaften. De werknemer en de coördinator die aan het ontwikkelingsgesprek deelnemen, zullen we interviewen. Via beschrijvende statistieken en datavisualisaties verkennen we de kwantitatieve gegevens. We analyseren interviewdata inductief via de NVivo software.","summary":"Soft skills zijn cruciaal voor organisaties en beleidsmakers. Leerlingen onderschatten vaak hun eigen soft skills. AP Hogeschool en Onderzoek Levenslang Leren werken aan het ontwikkelen van soft skills met een 360° feedbackbenadering.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003268","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeliverables:\n• Minstens 2 meetinstrumenten voor 360° feedback die informatie kunnen geven voor ontwikkelingsgesprekken.\n• Prototype van een feedbackdashboard dat de gegevens uit deze meetinstrumenten samenbrengt.\n• Presentatie met de resultaten van de behoefteanalyse.\n• Presentatie met de resultaten van het gebruikersonderzoek\n\nDisseminatie:\n• Nieuwsartikel op de website\n• Minstens 3 posts op LinkedIn over het project en de onderzoeksresultaten"},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nEr bestaat een kloof tussen de vaardigheden die studenten bezitten en de evoluerende maatschappelijke verwachtingen. Momenteel ligt de focus in het hoger onderwijs nog voornamelijk op hard skills (of beroepsspecifieke competenties) die ervoor zorgen dat studenten een beroep kunnen uitoefenen. Echter, het onderwijslandschap verschuift naar duurzaamheid en een meer holistische benadering van leren, met een verhoogde nadruk op levenslang leren en generieke competenties.\n\nHet gaat niet alleen om het verwerven van hard skills voor specifieke beroepen, maar ook om het cultiveren van generieke competenties die essentieel zijn om gedurende het hele leven aan de verwachtingen van de samenleving te voldoen (of ‘skills for life’ https://www.voced.edu.au/content/ngv:91345). Inmiddels zijn er veel competentiekaders ontwikkeld voor het hoger onderwijs (bv. raamwerk generieke competenties door UGent), maar ook met specifieke aandacht voor duurzaamheid (ICOM voor internationalisering, Entrecomp-kader voor ondernemerschap, competenties voor een leven lang leren, of KYSS-model voor soft skills).\n\nVeel studenten ondervinden moeilijkheden bij het ontwikkelen van deze generieke vaardigheden, waarbij de cruciale rol van het hoger onderwijs wordt benadrukt. Ondanks deze erkenning zijn veel opleidingen zoekende naar een balans tussen het aanbieden van beroepsspecifieke en meer generieke competenties enerzijds en effectieve manieren om de ontwikkeling van deze generieke competenties in hun onderwijsmethoden op te nemen anderzijds. Er is ook behoefte aan erkenning van het belang van het bevorderen van deze vaardigheden en het creëren van bewustzijn over hun betekenis.\n\nDe onderwijsvisie van AP streeft ernaar dat alle opleidingen aan de AP Hogeschool tegen 2025 de nadruk leggen op generieke competenties. In het kader van het realiseren van deze onderwijsvisie zijn daarom de duurzaamheidscompetenties (DC) in 2022 uitgerold (https://intranet.ap.be/a6-duurzaamheidscompetenties). Ondertussen gingen alle opleidingen binnen AP al met deze DC aan de slag en legden ze leerdoelen vast in hun curriculum die aan de subdoelen van de DC werken. Uit gesprekken met de Dienst onderwijsontwikkeling van AP blijkt echter dat opleidingen moeite hebben met het ontwikkelen van bepaalde duurzaamheidscompetenties, met name de competentie ‘samenwerken’.\n\nDe competentiematrix laat zien dat zowel de bachelors, graduaats- en de masteropleidingen worstelen om effectieve didactische methoden te vinden en in te zetten voor het ontwikkelen van effectieve samenwerkingscompetenties. Daarom is het noodzakelijk om te onderzoeken hoe de opleidingen kunnen worden ondersteund bij het ontwikkelen van effectievere samenwerkingscompetenties.\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\n1. Wat betekent de duurzaamheidscompetentie ‘samenwerken’ binnen de context van hoger onderwijs? Welk studentengedrag (indicatoren) kan met samenwerken geassocieerd worden?\n\n2. Welke effectieve methodieken zijn er om de duurzaamheidscompetentie ‘samenwerken’ binnen een opleiding te ontwikkelen?\n\n3. Welke noden hebben opleidingen voor wat betreft een didactische fiche over de duurzaamheidscompetentie ‘samenwerken’?\n\n4. Op welke manier kan een didactische fiche opleidingen ondersteunen in het ontwikkelen van de duurzaamheidscompetentie ‘samenwerken’?\n\nMETHODE\n\nOV1 en OV2 zullen beantwoord worden via een literatuurverkenning (desk research). Voor OV2 gaan de onderzoekers – naast het uitvoeren van desk research – op zoek naar een good practice binnen AP via een diepte-interview. Om OV3 en OV4 te beantwoorden zullen de onderzoekers participatief onderzoek opzetten met 4 opleidingen (2 graduaten en 2 bachelors). Het doel is om twee didactische fiches op te stellen (één voor graduaats- en één voor bacheloropleidingen) om de duurzaamheidscompetentie ‘samenwerken’ verder te ontwikkelen in deze vier opleidingen. Eerst brengen de onderzoekers via een focusgroep noden van de opleidingen hieromtrent in kaart (OV3). Vervolgens worden de didactische fiches opgesteld. Via een focusgroep zal de inzetbaarheid in opleidingen van de fiches afgetoetst worden (OV4).","summary":"Hoger onderwijs verschuift naar duurzaamheid en generieke competenties. Onderzoek bij AP Hogeschool naar ontwikkeling van duurzaamheidscompetentie 'samenwerken' voor effectievere onderwijsmethoden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003269","result_description":"GEPLANDE RESULTATEN\n\nDeliverables:\n• Rapport literatuurverkenning samenwerkingscompetenties (OV1 en 2)\n• Twee didactische fiches die opgenomen zullen worden in de toolbox ‘duurzaamheidscompetenties’ en in de online toolbox van het Erasmus+-project ‘Mind the Gap’.\n• Rapport over het gebruikersonderzoek m.b.t. didactische fiches (OV3 en 4)\n\nDisseminatie:\n• Minstens 2 posts op LinkedIn\n• Minstens 1 congresdeelname (bv. ORD, EAPRIL of EFYE)"},{"description":"In samenwerking met Leerpunt zullen wij de leidraad ‘Improving Secondary Science’ van E.E.F. (Educational Empowerment Foundation) hertalen naar de Vlaamse onderwijscontext om voor het secundair onderwijs de wetenschapsleerkrachten te kunnen ondersteunen.\n\nVia de input van een expertgroep en verschillende focusgroepen met leerkrachten secundair onderwijs komen we tot een praktijkgids die handvatten geeft over hoe wetenschapsonderwijs dient te worden ingericht om tot betere resultaten voor alle leerlingen te komen.\n\nAan het einde van het project zullen we - samen met Leerpunt - een hertaalde leidraad, poster en aanvullende materialen opleveren die via een webinar en nazorgmoment worden verspreid.","summary":"Ontwikkel samen met Leerpunt een praktijkgids voor wetenschapsleerkrachten in Vlaanderen, gebaseerd op de leidraad 'Improving Secondary Science' van de E.E.F. Het project omvat input van experts en focusgroepen, resulterend in een hertaalde leidraad, poster en materialen voor betere leerresultaten. Verspreiding via webinar en nazorgmoment.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003270","result_description":"De hertaling van de specifieke EEF-leidraad: \"Improving Secondary Science”."},{"description":"Het project situeert zich in de context van mijn doctoraat in de Kunsten aan UAntwerpen en RCA, Different Tubes, waarin ik de klarinetvoorbereiding en de daaruit voortvloeiende evolutie van de rol en praktijk van de uitvoerder onderzoek.\n\nVoortbouwend op het vorige tweejarige project Digital Tubes, dat zich richtte op het voorbereide instrument zelf, zal dit project dieper ingaan op de rol van de instrumentalist. Het project zal de evolutie bestuderen die wordt waargenomen in de gespecialiseerde hedendaagse activiteit van de uitvoerder, wat heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw figuur dat ik heb benoemd als de 'instrument(alist) maker.'\n\nNaast de vaardigheden die gedeeld worden met een bredere gemeenschap van uitvoerders (het vermogen om de klank van het instrument te begrijpen, te controleren en vorm te geven binnen de inherente grenzen en mogelijkheden ervan), houdt dit type uitvoerder zich structureel bezig met instrumentmodificatie als een manier om te opereren buiten traditionele grenzen.\n\nOf het nu gaat om het vormgeven van het timbre van het instrument, het integreren van de mechanica in een breder technologisch opzet, of het vervreemden van het alledaagse, van uitvoerders wordt vandaag de dag een extra inspanning in vorming gevraagd. Onderzoek naar deze opkomende figuur zal artistieke samenwerkingen, auto-ethnografie en interviews omvatten. Resultaten zullen onder andere originele composities, lezingen-uitvoeringen, geschriften en een digitaal portfolio omvatten.","summary":"Onderzoek naar de evolutie van de rol van de uitvoerder in hedendaagse muziek, gericht op instrumentmodificatie en nieuwe mogelijkheden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003271","result_description":null},{"description":"Het onderzoek richt zich op verfplanten en de manier waarop ze ons kunnen wijzen op precaire en beschadigde landschappen. Verfplanten zijn vrijwel geheel uit onze samenleving verdwenen en komen alleen nog op kleine, gefragmenteerde plekken voor. Ze vormen de landschappelijke ruïnes van ons kapitalistische landschap.\n\nZe zijn van groot belang voor de biodiversiteit en de leefbaarheid van onze omgeving. In het onderzoek zal er gekeken worden naar hoe er (internationale) samenwerkingen kunnen worden opgezet tussen dit soort plekken, de planten, de mensen en de omgeving, waarbij voorbij binaire, antropocentrische en hiërarchische denkkaders wordt gekeken.\n\nVia de processen en handelingen van het verzamelen en vasthouden worden verschillende fictieve verhalen en narratieve die rond de planten en plekken zijn ontstaan onderzocht. De tijdelijke assemblages, ritmes en zintuigelijke belevingen worden verbonden aan (textiele) maakprocessen van verven en weven.","summary":"Ontdek verfplanten als symbolen van fragiele landschappen. Onderzoek biodiversiteit en samenwerking voor duurzame omgeving. Verweef verhalen en creativiteit in textiele processen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003272","result_description":null},{"description":"Shayli Harrison is een alumna van de Antwerpse Modeafdeling. Haar ontwerpen zijn gekenmerkt door haar eigen radicale esthetiek, werden reeds gedragen op tournee met Björk en verschenen in talloze tijdschriften zoals o.a. Vogue Australia, Vogue Italia, Elle Belgium, Purple, 1 Granary, King Kong en iD.\n\nTijdens haar studie ontwikkelde Harrison een interesse in speculatief design en een digitale toekomst en initieerde ze de eerste VR-presentatie die op de Modeafdeling werd getoond. Toen ze haar Master in 2018 afrondde, produceerde ze Vision 12, een VR-kunstwerk in opdracht van Z33 in Hasselt (België) als onderdeel van de Dissidence tentoonstelling.\n\nSindsdien werkte Harrison bij het luxe modehuis Manish Arora in New Delhi en keerde ze terug naar Antwerpen tijdens de pandemie om haar eerste digitale modecollectie te ontwikkelen. Door deze ervaring richtte ze MUTANI op: een merk dat aspirationele identiteiten in-game vertaalt naar hoog-creatieve, fashion forward wearables in digitale en fysieke vorm.","summary":"Shayli Harrison, alumna van de Antwerpse Modeafdeling, creëert radicale ontwerpen. Haar werk verscheen in toonaangevende tijdschriften en ze lanceerde MUTANI: een merk dat in-game identiteiten omzet naar high-fashion wearables.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003273","result_description":"De verzamelde informatie zal een onderzoeksrapport vormen dat online beschikbaar is [QR], gepresenteerd wordt in een lezing tijdens een driedaagse tentoonstelling en lezingen georganiseerd in samenwerking met MIXlab en Mathias MU voor IDW 2025, met als thema Phygitality.\n\nHet evenement is samengesteld door Anna Laganovska, gehouden in de Wintertuin, zal crossdisciplinair werk en lezingen van studenten, afgestudeerden, en externe creatieven. Het initiatief is gericht op het stimuleren van netwerken, het delen van kennis en inspiratie voor het werken en presenteren in een digi-fysieke context in verschillende media.\n\nDeze persoonlijke ervaring van het Proteus Effect wordt online gedeeld, samengevat en afgesloten door middel van een real-time track report, live-streamed, later bewerkt en gelinkt aan een [QR] gedrukt digi-fysieke zine die wordt uitgebracht op de website van de Academy."},{"description":"Dit doctoraatsvoorstel onderzoekt het gebruik van animatie en humor als krachtige middelen om verhalen van immigranten onder de aandacht te brengen. Het filmmaakproces wordt verkend om meer inclusief en toegankelijk te zijn. Het omvat de creatie van een korte animatiefilm, ondersteund door een toewijding aan decoloniale en inclusieve praktijken van concept tot distributie.\n\nDe mix van theorie en praktijk, naast mijn expertise in filmmaken, belooft het onderzoek een transformatieve verkenning van storytelling die inclusiviteit bevordert en maatschappelijke normen uitdaagt.","summary":"Onderzoek naar animatie en humor om immigrantenverhalen inclusief en toegankelijk te maken. Creatie van animatiefilm met focus op decoloniale en inclusieve praktijken voor storytelling.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003274","result_description":null},{"description":"'De verwoestingen van de toekomst voorbij' richt zich op de rol van kunst in tijden van ecologische crisis. Het onderzoekt experimentele methoden van artistieke vertaling van de ecologische urgentie en ontwikkelt nieuwe manieren om de relatie met de natuurlijke wereld nieuw leven in te blazen.\n\nHet artistieke onderzoek zal reflecteren op hoe kunstprojecten alternatieve perspectieven kunnen bieden op de ingewikkelde verbindingen tussen menselijke verhalen en de meer uitgebreide materiële, ecologische en intersoortelijke netwerken.\n\nHet interdisciplinaire onderzoek zal zich richten op contextspecifieke projecten die zich verhouden tot precaire en complexe historische contexten. Hierin is sprake van getraumatiseerde landschappen, intergenerationele zorg en menselijke pogingen om landschappen getroffen door ecologische vernietiging te herstellen.\n\n'De verwoestingen van de toekomst voorbij' zal inspelen op deze onderwerpen door het produceren van een oeuvre, waaronder artistieke films, sculpturen, installaties, een reeks discursieve evenementen die het publiek zullen betrekken, en een publicatie.","summary":"Onderzoek naar kunst en ecologische urgentie, met focus op nieuwe perspectieven en verbindingen tussen mens en natuur. Creatie van films, sculpturen, installaties en events.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003275","result_description":null},{"description":"The project focuses on the future development of the human workforce, with the aim of exploring critical aspects related to its future development. The importance of the project is evident in several key dimensions, primarily driven by technological advances - automation, AI, and robotics.\n\nThese technological advances have significantly reshaped industries and lead to the emergence of novel job roles and unimagined employment opportunities that were just until recently unimaginable. The anticipated changes in the labour force will therefore require a corresponding change in the skills, competencies, and capacities of people actively participating in the labour market.\n\nIn addition, it is critical to address the compelling task of reshaping workplace dynamics and prioritizing workforce well-being, as this aspect becomes increasingly important, especially in the face of labour shortages.\n\nBy taking a comprehensive view of these interrelated aspects, it becomes imperative to address all the above elements to maintain global competitiveness of EU countries in an ever-evolving world and contribute to the necessary transformation of the labour market.\n\nThe project meets the goals and scope of the call for CERV CIV by encouraging the democratic participation of diverse target groups of citizens and residents, with the focus on the employees, employers, HR experts, org. leaders and managers, policy makers, youth, NGOs, and other relevant experts from the labour market, as they can offer indepth information about their current and anticipated future expectations on the labour market.\n\nBy engaging them in meaningful discussions about future workforce development, the project enables their participation in the policy-making process, for an exchange of views and the co-creation of Europe's future. The project strengthens participants' awareness of their rights and knowledge of EU policies by examining and sharing lessons and best practices related to labour market challenges.","summary":"Future-proof workforce development project leveraging tech advancements to reshape industries, create new job roles, and enhance skills for global competitiveness. Engages diverse stakeholders in policy-making for a sustainable labor market transformation.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003278","result_description":null},{"description":"Dit artistieke onderzoek heeft als doel te verkennen hoe verschillende vormen van live performance kunnen worden gebruikt om online gaming uit te breiden en te versterken. \n\nDoor regels en structuren te ontwerpen die zinvolle interacties tussen speler en avatar mogelijk maken, wordt een reeks spel-prototypes ontwikkeld waarin de speler zelfbewuste avatars controleert (d.w.z. echte personen die een live-action rollenspel spelen), belichaamd in de echte wereld door middel van een digitale interface. \n\nGebruik makend van de nieuwe methode van Remote Live Gameplay, een hybride van analoge en digitale performance, onderzoeken we hoe de aanwezigheid, onomkeerbaarheid en feedback van een echte persoon kan resulteren in een ander niveau van verantwoordelijkheid die door de speler wordt aangevoeld. \n\nDoor ons aan te sluiten bij het discours rond opkomende vormen van digitale vertelkunst, mixed reality en immersief theater willen we een dialoog aangaan over hoe de narratieve instrumenten die gebruikelijk zijn in game design (bijvoorbeeld Point-Of-View) en in performance (bijvoorbeeld aanwezigheid van de performer) elkaar kunnen beïnvloeden, informeren en uitbreiden, en zo een transdisciplinaire aanpak bevorderen. \n\nHet project zal voortbouwen op mijn eerdere onderzoek naar faciliterende structuren voor collaboratieve vertelling en worldbuilding in film en performance, en deze uitbreiden naar het digitale domein. \n\nDoor van het scherm een portaal te maken, hoop ik fysiek en mentaal verwijderde werelden met elkaar te verbinden; niet op zoek naar het universele, maar om een simultaneïteit van perspectieven uit te voeren.","summary":"Ontdek hoe live performance online gaming kan versterken door interactieve regels en echte personen als avatars te gebruiken. Verbeter de spelervaring met Remote Live Gameplay en creëer een unieke mix van digitale en analoge performance.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003280","result_description":null},{"description":"AJ 24-25: Voorbereiding\n\nAJ 25-26 + 26-27: Uitvoering project.\n\nRollenspel biedt heel wat kansen om kleuters in een veilige en spontane setting talige, socio-emotionele en culturele kansen tot ontwikkeling te bieden. Om woordenschat aan te leren en te verankeren bij kleuters volstaat spontaan rollenspel niet, maar vraagt bijkomende scaffolding en ondersteuning vanuit de leerkracht.\n\nVanuit dit praktijkgericht onderzoek willen we een methodiek voor dergelijk semi-geleid rollenspel ontwikkelen, leerkrachten hierin trainen en via een quasi-experimenteel design de effectiviteit van deze methode voor het verankeren van woordenschat in het kleuteronderwijs onderzoeken.","summary":"Het ontwikkelen van semi-geleid rollenspel biedt kleuters talige, socio-emotionele en culturele ontwikkelingskansen. Leerkrachten spelen een cruciale rol in het verankeren van woordenschat. Onderzoek naar een effectieve methodiek en training voor leerkrachten is essentieel.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003281","result_description":"We werken aan een handleiding voor leerkrachten over de methodiek van semi-geleid rollenspel."},{"description":"AI-adoptie kan binnen Vlaamse kmo’s een boost gebruiken, want volgens de AI barometer heeft slechts één derde van de Vlaamse bedrijven minstens één AI-technologie in gebruik. Dit terwijl al meermaals bewezen is (o.a. in de AI barometer) dat AI meer dan voldoende potentieel heeft om bedrijven efficiënter te doen werken. Dit project richt zich daardoor op het groeiende belang van generatieve AI-modellen (gebaseerd op de Transformer-architectuur) en hun laagdrempelige integratie in bedrijfsomgevingen als schakel in de digitale transformatie.\n\nHet doel is om de toegankelijkheid van deze modellen te verbeteren en best practices te ontwikkelen voor het gebruik ervan door bedrijfsmedewerkers. Dit door o.a. een wegwijs uit te werken hoe generatieve AI-modellen als bedrijfsassistent en als AI agents geïmplementeerd kunnen worden. Dit project omvat bijgevolg een diepgaand onderzoek naar verschillende transformermodellen en hoe ze via de toepassing van een bedrijfsassistent laagdrempelig toegankelijk worden gesteld op de snijvlakken van medewerkers en processen en medewerkers en technologieën. Daarnaast zorgt de nadruk op de inzet van AI agents een invulling voor een Projectfiche Aidopt 2.\n\nEfficiëntere samenhang van bedrijfsprocessen en technologieën. Naast het opleveren van een wegwijzer ambieert het project minstens 4 gerichte AI-adopties waarin transformer-gebaseerde AI-modellen tweemaal als AI-assistent en tweemaal als AI agents worden ingezet in diverse domeinen (zorg, retail, energie, …). In de praktijk wordt er met deze AI-adopties verder gebouwd op de centrale bedrijfsassistent Pixie, een Proof-of-Concept dat al eerder gedefinieerd werd in AIdopt, en zal elke adoptie zorgen voor het toevoegen van basisbouwstenen op Pixie.\n\n[1] imec, \"AI-Barometer,\" Vlaanderen, [Online]. Available: https://www.vlaanderen.be/publicaties/ai-barometer-adoptie-en-gebruik-van-artificiele-intelligentie-bij-vlaamse-bedrijven-situatie-2023. [Accessed 13 5 2024].","summary":"Boost AI-adoptie in Vlaamse kmo's met generatieve AI-modellen voor efficiëntere bedrijfsprocessen. Richt op integratie en best practices voor bedrijfsassistenten en AI agents.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003282","result_description":null},{"description":"De private huurmarkt vormt in Vlaanderen een cruciale deelsector voor de huisvesting van bewoners met een lager inkomen en/of andere kwetsbaarheden. Aangroeiende wachtlijsten voor de sociale huisvesting doen bij deze doelgroep de afhankelijkheid van de private huurmarkt bovendien toenemen. Daar ontstaan echter vaak risico’s op uithuiszetting naar aanleiding van huurachterstal of andere woon(cultuur)problemen. Mogelijke gevolgen zijn thuisloosheid, hoge (juridische) kosten voor verhuurders, en een verdere krimp van het aanbod voor deze doelgroep omwille van striktere selectie vanwege verhuurders. M.b.t. de processen die tot uithuiszetting leiden bestaan echter enerzijds nog grote wetenschappelijke leemtes. Anderzijds is er op het terrein nood aan optimalisering van samenwerking om escalatie van huurproblemen en bijgevolg dreigende uithuiszetting effectiever te helpen voorkomen.\n\nHet onderzoek wenst daarom vooreerst de specifieke rollen en verantwoordelijkheden van actoren in huidige hulpverleningsprocessen te beschrijven en mogelijke overlap, lacunes of onduidelijkheden in de rolverdeling tussen actoren te identificeren. Verder tracht het onderzoek bestaande samenwerkingsverbanden tussen hulpverleningsactoren te beschrijven en werkzame factoren m.b.t. de samenwerking die de effectiviteit van de hulpverlening bevorderen in kaart te brengen, alsook specifieke knelpunten m.b.t. de samenwerking die de effectiviteit van de hulpverlening belemmeren. Het onderzoek wil de verwachtingen en wensen van hulpverleners nagaan inzake een toekomstig, geïntegreerd samenwerkingsmodel en van de haalbaarheid ervan, dit om vervolgens een geïntegreerd samenwerkingsmodel te ontwerpen en dit model finaal lokaal te implementeren. Het onderzoek hanteert een kwalitatief onderzoeksdesign.","summary":"Private huurmarkt in Vlaanderen cruciaal voor kwetsbare bewoners. Onderzoek naar optimalisering van hulpverleningsprocessen en samenwerking om uithuiszetting te voorkomen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003283","result_description":null},{"description":"Onderzoeksvraag:\nDit project genereert nieuwe kennis omdat het antwoord geeft op de onderzoeksvraag of en op welke manier de ontwikkelde online hulpmiddelen, online ondersteuningshub en ondersteuningssessies leiden tot verbeteringen in de perinatale geestelijke gezondheid in vergelijking met de uitgangssituatie.\n\nMethodologie:\n- Behoefteanalyse: Bottom-up werk met partnerpersoneel dat werkt met zwangere vrouwen, aanverwante professionals (bijv. apothekers), professionals in de gezondheidszorg in opleiding, MKB-werkgevers zullen de specifieke behoeften van deze twee groepen identificeren.\n- Co-creatie van het online hulpmiddelenplatform met zorgverleners (focusgroepen)\n- Co-creatie van de ondersteuningshub met nieuwe moeders en gezinnen (focusgroepen)\n- Meting van de verbeteringen ten opzichte van de basisgegevens en in de volgende groepen: Vrouwen (en hun partners/partner); professionals en niet-professionals, d.w.z. collega's; werkgevers. Dit omvat uitgebreide vragenlijsten. Deze kwantitatieve evaluatieaanpak kan worden verrijkt met kwalitatieve maatregelen, evaluaties, behoeftenevaluaties, onderbrekingen in de evaluatie/onderdelen die niet volledig door de evaluatie worden bestreken, aanvullende enquêtes voor partners of andere familieleden, enzovoort. AP speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van deze metingen, zowel voor de online ondersteuningshub (WP1) als voor de ondersteuningssessies (WP2).\n\nOutput:\n- Multimediale campagne om PMI meer bekendheid te geven, te stigmatiseren en bereid ouderschap te bevorderen\n- Een reeks online hulpmiddelen voor zorgverleners en werkgevers\n- Een online multimedia mobielvriendelijk internationaal ondersteuningscentrum om nieuwe gezinnen te helpen bij het ontwikkelen van ouderlijk bewustzijn & het herkennen, voorkomen en overwinnen van perinatale psychische aandoeningen.\n- Een cursus met ondersteuningssessies voor 2500 nieuwe gezinnen in gemengde groepen van prezwangerschap/zwangerschap/ouderschap","summary":"Verbeter perinatale geestelijke gezondheid met online tools, ondersteuningshub en sessies. Creëer bewustzijn, verminder stigma en faciliteer ouderlijk welzijn.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003284","result_description":"- Multimediale campagne om PMI onder de aandacht te brengen, te destigmatiseren en bereid ouderschap te bevorderen.\n\n- Een reeks online hulpmiddelen voor zorgverleners en werkgevers.\n\n- Een online multimedia mobielvriendelijk internationaal ondersteuningscentrum om nieuwe gezinnen te helpen bij het ontwikkelen van ouderlijk bewustzijn en het herkennen, voorkomen en overwinnen van perinatale psychische aandoeningen.\n\n- Een cursus met ondersteuningssessies voor 2500 nieuwe gezinnen in gemengde groepen van prezwangerschap, zwangerschap en ouderschap."},{"description":"Veel jonge kinderen in het basisonderwijs hebben Nederlands niet als eerste taal en krijgen ongelijke kansen om hun spreekdurf en taalvaardigheid te ontwikkelen.\n\nDit project onderzoekt hoe ouderbetrokkenheid (Liba Lingua), outdoor education en een bewegingsgerichte aanpak kunnen bijdragen aan krachtigere taalstimulering. Door samenwerkingen en bestaand onderzoek (Expeditie Taal, Een Arendsoog voor Rijke Interactie) verder uit te bouwen, willen we leerkrachten concrete tools bieden om deze kinderen beter te ondersteunen. \n\nDit praktijkgerichte onderzoek sluit aan bij de noden in het onderwijs en de expertise van Taalbouwers (Odisee).","summary":"Onderzoek Liba Lingua, Expeditie Taal en Een Arendsoog voor Rijke Interactie om taalstimulering bij kinderen te verbeteren via ouderbetrokkenheid en bewegingsgerichte aanpak. Concrete tools voor leerkrachten door praktijkgericht onderzoek.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003285","result_description":null},{"description":"Tinddex: closing the gap tussen werkgever en werknemers\n\nArteveldehogeschool wil zich nog meer als een partner van de kmo's profileren met een focus op HR. Uit vooronderzoek blijkt dat kmo's worstelen met een aantal topics waarbij bv. intrapreneurship en competentiedenken grote uitdagingen zijn. Kmo's ondervinden breder bekeken vooral problemen met medewerkers vinden, houden en engageren.","summary":"Arteveldehogeschool helpt kmo's met HR-uitdagingen zoals intrapreneurship en competentiedenken, om medewerkers te vinden, te houden en te engageren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003286","result_description":null},{"description":"In deze vijfjarige grootschalige prospectieve studie willen onderzoekers de hoorzorg in Vlaamse woonzorgcentra onderzoeken, jaarlijks 5 tot 10 centra betrekkend.\n\nGezien het frequente gehoorverlies bij bewoners, waarvan velen geen hoortoestelgebruiker zijn, richt het onderzoek zich op een tweeledige aanpak: een audiologische screening, inclusief anamnese, otoscopie en gehoortest voor niet-hoortoestelgebruikers, en een evaluatie van gebruikers van gehoorapparaten. \n\nDeze evaluatie omvat controle van de apparaten, welbevinden en zelfstandig gebruik, gevolgd door eventuele doorverwijzingen naar medische professionals. Daarnaast omvat het project ook de sensibilisering van het personeel met training in het begrijpen van screeningresultaten, het onderhoud en gebruik van gehoorapparaten, communicatie met slechthorenden en het ondersteunen van doorverwijzingen, gericht op het verbeteren van de hoorzorg binnen deze woonzorgcentra.","summary":"Onderzoek verbetert hoorzorg in Vlaamse woonzorgcentra met screenings, evaluaties, training en doorverwijzingen om bewoners met gehoorproblemen beter te ondersteunen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003288","result_description":null},{"description":"Bevorderen van zij-instroom vanuit bedrijven in het onderwijs.","summary":"Stimuleer bedrijfszij-instroom in onderwijs met effectieve marketingcommunicatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003289","result_description":"De ontwikkeling van een aangepast opleidingsaanbod om zij-instroom vanuit bedrijven richting het onderwijs te bevorderen.\n\nHet aanbod is tweeledig: een traject voor secundair onderwijs en een traject voor basisonderwijs."},{"description":"Hoe kunnen scholen data slim gebruiken om leerresultaten te verbeteren? Dit project leert schoolleiders en teams om datageletterd te werken voor beter onderwijsbeleid.\n\nIn het kort Dit implementatieproject versterkt datageïnformeerd werken in Vlaamse scholen. Schoolleiders en teams uit drie scholengroepen leren via collectief leren data selecteren, analyseren en interpreteren. Met behulp van de Vlaamse Centrale Toetsen zetten maximaal 18 schoolleiders concrete stappen in hun eigen schoolcontext.\n\nDe nood en relevantie Het Vlaamse onderwijs bezit veel data, maar het effectief benutten hiervan is vaak een uitdaging. Dit project speelt in op de toenemende vraag naar datagedreven onderwijs en helpt scholen data om te zetten in actiegerichte inzichten. Dit versterkt niet alleen het onderwijsbeleid maar ook de leerprocessen van leerlingen.\n\nVan aanpak tot impact Het onderzoeksproject hanteert een datatraject met drie sleutelprocessen: - Noticing: Het identificeren van opvallende trends in data. - Reasoning: Analyseren en interpreteren van toetsresultaten. - Acting: Het omzetten van inzichten in praktisch beleid. Schoolleiders werken in datateams en doorlopen een traject van zeven bijeenkomsten en zes praktijkopdrachten. De resultaten worden duurzaam ingebed in het schoolbeleid om onderwijsvernieuwing te stimuleren.","summary":"Verbeter leerresultaten door datageïnformeerd werken in Vlaamse scholen. Schoolleiders leren data selecteren, analyseren en actiegerichte inzichten omzetten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003290","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nDit project stimuleert samenwerking tussen organisaties bij de ontwikkeling van een kwalitatief onlinehulpaanbod. We ondersteunen de realisatie van nieuwe onlinehulpprojecten en creëren ruimte voor een duidelijke visie op onlinehulp, met aandacht voor een doordacht implementatieproces op korte en lange termijn en met inspraak van eindgebruikers.\n\nDe nood en relevantie\n\nOnlinehulp biedt veel mogelijkheden om zorg en ondersteuning toegankelijker te maken, maar de implementatie verloopt niet altijd vlot. Organisaties zoeken naar manieren om onlinehulp duurzaam te integreren en te combineren met face-to-facecontacten in een blended aanbod. Dit project speelt in op deze nood door samenwerking te bevorderen en een gedeelde visie te ontwikkelen.\n\nVan aanpak tot impact\n\nWe zetten in op intervisie, supervisie en begeleiding om blended hulpverlening te optimaliseren. Via praktijkgericht onderzoek en uitwisseling van expertise ontwikkelen we richtlijnen voor organisaties om onlinehulp effectief en gebruiksvriendelijk te implementeren. Dit project draagt bij aan de toekomstbestendige integratie van onlinehulp in zorg en welzijn.","summary":"Stimuleer samenwerking en kwalitatieve onlinehulp met duidelijke visie en implementatieproces. Integreer onlinehulp duurzaam en blended voor toegankelijke zorg. Optimaliseer hulpverlening en implementatie voor toekomstige integratie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003291","result_description":null},{"description":"Het project \"Cyber Security and Privacy Engineering\" richt zich op het verbeteren van cybersecurity en privacy in softwareontwikkeling. Het benadrukt een proactieve aanpak door beveiliging te integreren in elke fase van de Secure Software Development Lifecycle (SSDL). Het project onderzoekt uitdagingen en kansen bij de implementatie van Europese regelgeving zoals de NIS2-richtlijn en de Cyber Resilience Act, en vertaalt deze naar praktische oplossingen voor kmo’s. Daarnaast worden state-of-the-art privacytechnieken onderzocht en geïntegreerd in een framework voor privacy by design.\n\nBelangrijke doelstellingen zijn: het evalueren van de softwarebeveiliging bij Vlaamse kmo’s, de implementatie van SSDL binnen PXL Smart-ICT, en het volgen van opkomende technologieën zoals AI en IoT. Het project streeft naar kennisdeling via onderwijs, workshops en samenwerking met bedrijven. De resultaten worden breed verspreid en geïntegreerd in nieuwe onderzoeksprojecten en het onderwijs. Dit project draagt bij aan een veiligere digitale toekomst door innovatie, regelgeving en praktijkgericht onderzoek te combineren.","summary":"Verbeter cybersecurity en privacy in softwareontwikkeling met proactieve aanpak. Onderzoek uitdagingen en kansen van Europese regelgeving, integreer privacytechnieken en promoot kennisdeling voor een veiligere digitale toekomst.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003292","result_description":null},{"description":"De aangevraagde onderzoeksinfrastructuur speelt in op de groeiende vraag naar toegankelijke virtuele productie, een samensmelting van traditionele productietechnieken en digitale contentcreatie. Deze infrastructuur maakt onderzoek mogelijk op twee niveaus:\n\n- Productieoptimalisatie: Integratie en optimalisatie van technologieën om virtuele productie laagdrempeliger en kwalitatiever te maken voor de audiovisuele sector en productie-industrie.\n\n- Toepassing: Gebruikersonderzoek naar de implementatie in sectoren zoals marketing & communicatie, onderwijs & training, en toerisme.\n\nDe aanvraag omvat essentiële apparatuur om de Experience Hub uit te breiden met een volwaardig Virtual Production Lab, waaronder mobiele set uitbreiding, cameratracking systemen met motion capture, aanvullende belichting, camera-accessoires en regie-uitbreiding. Deze uitbreiding sluit aan bij de expertise van het expertisecentrum Duurzaam Ondernemen en Digitale Innovatie in digitale media en XR-technologieën. Ondanks toenemende interesse in virtuele productie bestaat er een aanzienlijke kenniskloof, vooral bij kleinere Vlaamse spelers. Het lab beoogt deze kloof te dichten door cruciale inzichten te verschaffen in technische vereisten, workflow-optimalisatie en creatieve mogelijkheden.\n\nDoor zowel de productietechnologie als de toepassingen te onderzoeken, draagt het project bij aan de democratisering van virtuele productie. Het laat bedrijven toe om met beperkte middelen innovatieve content te creëren en ondersteunt de ontwikkeling van nieuwe formats en gebruikservaringen in verschillende domeinen.","summary":"Vergroot toegang tot virtuele productie voor diverse sectoren met nieuwe infrastructuur. Optimaliseer productieprocessen en implementatie in marketing, onderwijs en toerisme.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003293","result_description":null},{"description":"Voor een zo divers mogelijk, meerstemmig theaterlandschap in beweging, is er dringend behoefte aan verkenning van niet-westerse verhaaltradities en het doorbreken van barrières die onbekend materiaal onbemind maken.\n\nDit onderzoek verkent mogelijke verhaalstructuren van een Mesopotamische magische tekst. Onder de term 'magisch' vallen verwijzingen naar magische praktijken, zoals bezweringen. Het gaat hier om menselijke pogingen tot interactie met onzichtbare wezens. Mesopotamische bronnen behoren tot de oudste geschreven traditie waar we over beschikken, en toch kunnen de motieven van een auteur herkenbaar lijken voor een hedendaagse lezer, zoals bij een bezwering tegen roodheid.\n\nDit onderzoek stelt zich de vraag op welke wijze een niet-westerse tekst uit de oudheid kan worden ingezet voor een hedendaagse performance, door mogelijke werkingen van een Mesopotamische magische tekst in kaart te brengen en vorm te geven. Deze vraag wordt enerzijds door literatuuronderzoek en anderzijds samen met studenten Drama in de praktijk benaderd.\n\nHet praktische luik kent drie fasen: Eerst wordt tijdens een workshop op basis van een Mesopotamische magische tekst in spijkerschrift een nieuwe tekst geschreven. Vervolgens wordt er in een gastles voor studenten Toneelgeschiedenis aan de hand van vertalingen gereflecteerd op mogelijke werkingen van dezelfde magische tekst. Ten slotte wordt de tekst in een workshop tijdens de projectweek NextDoors vertaald naar een performance.","summary":"Onderzoek naar Mesopotamische magische tekst voor hedendaagse theaterperformance, in samenwerking met studenten Drama. Verkenning van niet-westerse verhaaltradities en magische praktijken voor diverser theaterlandschap.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003294","result_description":"Tijdens de lessen tekst en creatie van Carmien Michels aan de studenten van de Educatieve master Drama, wordt een workshop georganiseerd die draait rond een Mesopotamische magische tekst in spijkerschrift. \n\nHet is de bedoeling in eerste instantie enkel af te gaan op wat we herkennen en onze associaties. Vervolgens wordt met behulp van een eenvoudige legenda een fragment ontcijferd zodat de associatieve versie en de vertaling samen kunnen worden gebruikt voor de totstandkoming van een nieuwe tekst."},{"description":"Invasieve exoten vormen een toenemende bedreiging voor de inheemse biodiversiteit. De kosten om deze actief te bestrijden lopen in de miljoenen euro’s en zijn zeer arbeidsintensief. Nieuwe technieken en beheermethodes, die op middellange termijn een populatie kunnen decimeren of uitroeien zijn nodig om de doelstellingen van de Europese verordening op invasieve soorten te realiseren.\n\nIn dit onderzoek zullen twee invasieve vissoorten geselecteerd worden voor het ontwikkelen van de steriel triploid methode als passieve bestrijdingsmethode. Deze steriliteit kan bekomen worden via fysische technieken, die in dit onderzoek geëvalueerd zullen worden. Het ontwikkelen van deze proof of concepts (TRL 3) vormt de basis voor toekomstige projectaanvragen (TRL 5-8) en het opstellen van beheerregelingen in Vlaanderen of Europa voor deze soorten.\n\nIn dit onderzoek worden de vissoorten geselecteerd op basis van de screeningslijst voor aquatische exoten uit de Unielijst (Descamps & De Vocht, 2023). De huisvestingscondities voor reproductie van deze soorten wordt op punt gesteld. De specifieke variabelen voor het toepassen van hydrostatische druk of thermische shock om triploidie te realiseren in de bevruchte eicellen worden onderzocht.\n\nEveneens worden nieuwe moleculaire technieken op punt gesteld om het aandeel aan triploïden per batch te bepalen. Hierbij wordt nagegaan of in de plaats van microsatellieten ook SNPs kunnen worden gebruikt.\n\nDit onderzoek zal leiden tot een op het terrein uit te testen pilootstudie voor populatiecontrole van de geselecteerde vissoorten.","summary":"Ontwikkeling van steriele vissoorten als passieve bestrijdingsmethode voor invasieve exoten om biodiversiteit te beschermen en Europese regelgeving te handhaven.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003295","result_description":null},{"description":"Hoe beïnvloeden denkfouten onze kijk op informatie? Dit project ontwikkelt tools die je helpen om biases te herkennen én ertegen op te treden.\n\nIn het kort\n\nDit onderzoeksproject focust op cognitieve biases en hoe die het leerproces en de informatieverwerking beïnvloeden. Samen met partners ontwikkelen we een toolbox voor volwasseneneducatie, met interactieve video’s en data-gedreven lesstrategieën.\n\nDe nood en relevantie\n\nIn een wereld vol (des)informatie is kritisch denken belangrijker dan ooit. Maar denkfouten maken het moeilijk om feiten van meningen te onderscheiden. Die cognitieve vertekeningen beïnvloeden communicatie, ondermijnen actief burgerschap en vergroten de digitale kloof. Docenten missen vaak de juiste tools om deze onzichtbare obstakels aan te pakken. Dit project speelt daarop in.\n\nVan aanpak tot impact\n\nWe starten met een analyse van meer dan 200 cognitieve biases. Via een innovatieve leeromgeving verzamelen we gebruikersdata om patronen van vatbaarheid en weerstand in kaart te brengen. Gebruikers doorlopen interactieve videoclips waarin keuzes, feedback en nieuwe informatie worden afgewisseld. De data worden geanalyseerd met behulp van machine learning. Op basis van die inzichten ontwikkelen we lesstrategieën en een breed inzetbare toolbox. Zo versterken we de informatievaardigheden, het kritisch denken en het intercultureel begrip bij volwassen lerenden én hun begeleiders.","summary":"Ontwikkeling van tools om cognitieve biases te herkennen en tegengaan, met focus op volwasseneneducatie. Interactieve video's en data-gedreven lesstrategieën. Versterkt kritisch denken en informatievaardigheden.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003296","result_description":null},{"description":"Hoe geef je elke leerling een stem in schoolontwikkeling? I CO-COPE ontwikkelt een praktijkgerichte aanpak voor meer inclusie en samenwerking in het secundair onderwijs.\n\nIn het kort\nI CO-COPE is een internationaal Erasmus+ onderzoeksproject dat inzet op sterkere samenwerking tussen leerkrachten, leerlingen en begeleiders in het secundair onderwijs. Via communities of practice (CoP) worden scholen ondersteund om op maat inclusieve veranderingstrajecten op te zetten, met oog voor de stem van álle betrokkenen, inclusief de leerlingen zelf. Arteveldehogeschool werkt hiervoor samen met partners uit België, Portugal, Oostenrijk en Slowakije.\n\nDe nood en relevantie\nKwetsbare leerlingen lopen vaker risico op leerachterstand en psychosociaal welzijnsverlies. Tegelijk is hun stem zelden echt vertegenwoordigd in beslissingen over schoolontwikkeling. Onderzoek toont aan dat interprofessionele samenwerking én actieve leerlingenparticipatie cruciaal zijn voor meer inclusie. I CO-COPE speelt daarop in met een toegankelijke aanpak die scholen helpt om samenwerking transparanter, doelgerichter en democratischer te maken.\n\nVan aanpak tot impact\nHet project combineert literatuuronderzoek, veldonderzoek op 20 scholen en focusgroepen in elk land om behoeften in kaart te brengen. Daarna worden online trainingsmodules ontwikkeld, een reflectietool, een kennisbank, een professioneel ontwikkelingspakket, inspirerende podcasts en een praktisch CoP-handboek. De methode wordt getest op twee scholen per land. I CO-COPE levert concrete tools op waarmee scholen inclusief beleid kunnen vormgeven met actieve betrokkenheid van alle actoren, inclusief de leerlingen.","summary":"I CO-COPE bevordert inclusie en samenwerking in secundair onderwijs door leerlingen een stem te geven. Ontwikkelingstrajecten worden ondersteund via communities of practice voor meer participatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003298","result_description":null},{"description":"De dronessector is een sector in volle ontwikkeling en omvat een verscheidenheid aan technologieën (zowel lucht-, grond- als watergebonden) en een veelheid aan potentiële toepassingen en bijhorende economische opportuniteiten.\n\nBinnen de Provincie West-Vlaanderen wordt de nood vastgesteld om deze ontluikende sector op een gecoördineerde manier te ondersteunen en hiervoor binnen West-Vlaanderen de gepaste kennis en faciliteiten aan te trekken, te ontwikkelen en te verankeren met het oog op onderzoek en innovatie.\n\nZowel in Koksijde, Oostende als Zeebrugge, zijn hiertoe reeds Drone Hub initiatieven in ontwikkeling. De benodigde samenwerking tussen deze initiatieven wordt vormgegeven via het samenwerkingsverband DronePort West-Vlaanderen met de POM als coördinator.\n\nVia dit project wensen de partners het element onderzoek, innovatie en testing vanuit het samenwerkingsverband DronePort West-Vlaanderen concreet te maken via een aantal gerichte investeringen en activiteiten ter bevordering en faciliteren van co-creatie en innovatie.\n\nHierbij wordt enerzijds ingezet op de opstart van een provincie brede werking die de 3 locaties verenigt en versterkt via een aantal investeringen ten behoeve van de 3 locaties (bv op vlak van databeheer en datacommunicatie). Daarnaast worden een aantal investeringen gepland op de site Koksijde, waar de ruimtelijke mogelijkheden zowel op de grond als qua luchtruim en ideale omgeving vormen voor onderzoeks- en testactiviteiten.","summary":"De dronesector in West-Vlaanderen groeit snel. Drone Hub initiatieven in Koksijde, Oostende en Zeebrugge worden gecoördineerd door DronePort West-Vlaanderen, om onderzoek en innovatie te bevorderen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003299","result_description":null},{"description":"De Probis-studie uit 2014 over het meten van de werklast in de sociale diensten toonde aan dat een aanzienlijk deel van het werk in de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW's) administratief van aard is, waarbij counseling minder dan 20% van de werktijd vertegenwoordigt.\n\nIn de afgelopen tien jaar is deze bureaucratisering toegenomen als gevolg van verschillende beleidsveranderingen, bijkomende verplichtingen en crisissen, wat leidt tot een verdere toename van de werklast voor maatschappelijk werkers en hun vermogen om een holistische benadering te hanteren, wat essentieel is voor emancipatorische en participatieve begeleiding, belemmert.\n\nHet doel van dit project is tweeledig: (1) het in kaart brengen van de administratieve processen die bijdragen aan de werklast van maatschappelijk werkers en het beoordelen van hun impact op zowel maatschappelijk werkers als cliënten, en (2) het identificeren van scenario's voor meer gestroomlijnde werkprocessen, uitmondend in concrete aanbevelingen voor zowel lokale overheden als de federale overheid.","summary":"Probis-studie 2014 toont aan:  bureaucratisering OCMW's verhoogt werklast maatschappelijk werkers. Projectdoel: admin processen in kaart brengen, efficiëntie verbeteren. Aanbevelingen voor overheden.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003300","result_description":null},{"description":"We zetten een duurzaam naschools sportaanbod op in twee openbare zwembaden, namelijk Sportoase Leuven en Kessel-Lo (met uitbreidingsmogelijkheden naar het 50-meterbad dat er mogelijk komt in het kader van het masterplan Haasrode). Dit doen we in samenwerking met onder andere Sporty, MOEV en buurtcentra.\n\nHet naschoolse aanbod richt zich op zwemonderricht voor alle kinderen uit de lagere school. In samenwerking met MOEV en de omliggende scholen richten we de aandacht expliciet op degenen die minder vanzelfsprekend toegang hebben tot het zwembad. Daarnaast willen we betrokken ouders begeleiden en belangrijke drempels wegnemen om met hun kinderen naar het zwembad te gaan of zelf te gaan zwemmen.\n\nIn samenwerking met studenten zullen we hen opleiden tot vrijwilligers die basiszwemonderwijs kunnen ondersteunen of geven. Studenten ontwikkelen hier zowel vaardigheden in het begeleiden van volwassenen als kinderen in het zwemonderwijs.","summary":"Zet duurzaam naschools zwemaanbod op in openbare zwembaden Leuven en Kessel-Lo, gericht op zwemonderricht voor lagere schoolkinderen. Samenwerking met Sporty, MOEV en buurtcentra om toegang te verbeteren, inclusief betrokkenheid van ouders en studenten als vrijwilligers.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003301","result_description":null},{"description":"Zowel in België als Nederland kampt de arbeidsmarkt momenteel met een significant tekort aan verpleegkundigen en sociaal werkers, zoals aangegeven door de VDAB (2023) in België en het UWV (2023) in Nederland. Parallel hieraan bestaat er een groep hoger opgeleide anderstalige nieuwkomers in diezelfde landen die beschikken over relevante diploma's en ervaring. Echter, door obstakels zoals taalbarrières en de niet-erkenning van hun diploma’s of ervaring, blijft hun potentieel onbenut. Dit project beoogt het exploreren van oplossingen om deze situatie aan te pakken, waarbij we starten met een gedetailleerde analyse van deze problematiek.\n\nDit project heeft twee hoofddoelgroepen: enerzijds de nieuwkomers in Nederland en Vlaanderen, en anderzijds de werkgevers. Aan de ene kant focust het project zich op een brede en diverse groep nieuwkomers, specifiek diegenen met een buitenlands diploma in verpleegkunde (werkpakket 3) of sociaal werk (werkpakket 4) die moeilijkheden ondervinden bij het vinden van een passende baan op hun niveau. Deze groep bestaat uit vluchtelingen, asielzoekers, statushouders, economische migranten en andere personen die naar Nederland of Vlaanderen zijn gemigreerd, met een ruime definitie dus van 'nieuwkomer' voor maximale inclusiviteit. Het project heeft als doel deze individuen te ondersteunen bij het valoriseren van hun competenties en hen te helpen succesvol te integreren in de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zijn werkgevers een cruciale doelgroep; hun specifieke situatie en rol wordt uitgelicht in werkpakket 5 om de koppeling tussen nieuwkomers en de arbeidsmarkt te versterken.\n\nHet doel van dit project is het ontwikkelen van modellen met concrete tools voor hogescholen en werkgevers waardoor nieuwkomers met relevante ervaring als verpleegkundigen en sociaal werkers duurzaam kunnen werken op hun kwalificatieniveau. We streven ernaar dat tegen de eindfase van het project een brede groep van actoren in de grensregio Vlaanderen-Nederland deze modellen en tools actief gaat gebruiken.","summary":"Er is een tekort aan verpleegkundigen en sociaal werkers in België en Nederland. Dit project helpt anderstalige nieuwkomers met relevante ervaring en diploma's om werk te vinden. Het doel is om modellen en tools te ontwikkelen voor duurzame tewerkstelling op hun kwalificatieniveau.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003302","result_description":null},{"description":"Michal Luft woont en werkt in Antwerpen (BE). Haar praktijk bestaat uit fotografie en locatie-specifieke werken, waarbij ze alledaagse objecten vastlegt, interpreteert en herschept, om mythes, normen en verhalen te onderzoeken die zijn ingebed in de westerse sociale structuren.\n\nLuft (°1989) heeft een MFA (2022) van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en een BFA (2018) van Shenkar Multidisciplinary Art School, Tel Aviv. Haar werk is tentoongesteld in solo- en groepstentoonstellingen, waaronder onlangs in S.M.A.K., Gent; Marres, Maastricht; Universal Exports, Antwerpen; Rosenfeld Gallery, Tel Aviv; Natural History Museum, Tel Aviv en Haifa Museum.\n\nZe werd bekroond met de InSitu³ Prize van Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen (2022), de Young Artist Award van het Ministerie van Cultuur (2022), de Rabinovich Foundation Award (2021), Adams Prize for Emerging Artists (2019) en de AICF Cultural Foundation Award for young artist's extraordinary achievement (2018).","summary":"Michal Luft, fotograaf uit Antwerpen, onderzoekt met haar werk mythes en verhalen in westerse sociale structuren. Tentoonstellingen in o.a. S.M.A.K. Gent en Marres Maastricht. Ontvangen van diverse kunstprijzen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003303","result_description":null},{"description":"Het plukken van fruit is een zeer arbeidsintensieve bezigheid vanwege de lage lonen en de eentonigheid van het werk, wat het steeds moeilijker maakt om gemotiveerde mensen te vinden. De Haspengouwse fruitsector staat ook onder druk door toenemende concurrentie, het Russische fruit embargo en een tekort aan geschikte arbeidskrachten. Vorig jaar daalde de appelproductie met 63% en de perenproductie met 6% (zie tabel in punt 4). Daarnaast is er de concurrentie van landen die goedkoop fruit naar België exporteren.\n\nEen mogelijke oplossing voor dit probleem is de automatisering van de appel- en perenpluk in laagstamboomgaarden. Echter, projecten die appels automatisch plukken met een robot zijn nog niet volledig geoptimaliseerd en vormen een uitdaging voor onderzoekers vanwege de aanzienlijke investering die een appelplukrobot met zich meebrengt. Het is cruciaal om innovatieve technologieën toe te passen om de toekomst van de fruitsector in België veilig te stellen.\n\nIn deze context is automatisering in de fruitsector niet alleen nodig voor het plukken, maar ook voor transport in de boomgaard, snoeien, dunnen en sproeien. Een systeem dat de logistieke ondersteuning tijdens de pluk in de boomgaard automatiseert en vereenvoudigt, kan een waardevolle toevoeging zijn. Het concept omvat het gebruik van autonome voertuigen die volle paloxen in de boomgaard naar een centraal punt kunnen brengen, waardoor landbouwtractoren met hefmasten grotendeels overbodig worden.\n\nHet ontwikkelen van een betaalbaar en effectief autonoom voertuig voor de fruitsector is een belangrijk doel van dit project. Door slimme sensoren en technologieën te integreren, kan het voertuig autonoom door de boomgaard navigeren en taken uitvoeren zoals monitoring, sproeien, snoeien en zelfs de pluk van fruit. Veiligheid is een essentieel aspect bij de ontwikkeling van het autonome voertuig, aangezien het moet kunnen reageren op de aanwezigheid van mensen in de boomgaard en objecten moet kunnen ontwijken.\n\nHet doel van dit project is om een testvoertuig (prototype) op te leveren dat autonoom taken kan uitvoeren zoals eerder beschreven. Daarnaast wordt onderzocht welke andere taken het voertuig kan verrichten, zowel tijdens als buiten het plukseizoen, zoals selectief sproeien, bloemen dunnen, takken snoeien, fruit tellen, gras maaien en bodemmetingen uitvoeren.","summary":"Automatiseer fruitpluk en logistiek in boomgaarden voor Belgische fruitsector. Ontwikkel autonoom voertuig voor efficiëntie en concurrentievoordeel.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003304","result_description":null},{"description":"Het project LokImpact heeft als doel om bestaande kennis over datagedreven bedrijfsvoering in de retail- en horecasector te bundelen, te vertalen en te verspreiden, met een focus op de impact van lokale shopping- en belevingsevenementen.\n\nWe ontwikkelen een datagedreven impactmeetkader dat een economische stimulans kan betekenen voor alle betrokken actoren. Zowel dataleveranciers, platformbouwers, retail- en horecaorganisaties, de evenementensector en netwerkorganisaties kunnen met de opgebouwde kennis aan de slag.","summary":"Bundel kennis over datagedreven bedrijfsvoering in retail en horeca met focus op lokale shopping- en belevingsevenementen. Ontwikkel impactmeetkader voor economische stimulans.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003305","result_description":null},{"description":"Huidige compressiekoelsystemen werken veelal nog met synthetische koelmiddelen of hydrofluorkoolwaterstoffen (HFK’s) zoals bijvoorbeeld R410A en R32. Door de milieuproblematiek (significante bijdrage aan het broeikaseffect doordat dit uiterst zware broeikasgassen zijn) die deze synthetische koelmiddelen met zich meebrengen worden deze de laatste jaren steeds meer geviseerd door milieuwetgeving (F-gasverordening EU 517/20141). Hierdoor zullen ze in de nabije toekomst nog beperkt inzetbaar zijn.\n\nVoor veel toepassingen is het technisch gezien wel mogelijk om op een veilige manier over te schakelen naar natuurlijke koelmiddelen zoals propaan, maar doordat de kennis en ervaring aangaande de te implementeren veiligheidsvoorzieningen en veiligheidmaatregelen bij de meesten fabrikanten nog ontbreekt, blijven op dit moment het aantal marktrijpe toepassingen nog eerder beperkt. De grootste barrières zijn op dit moment nog veiligheidsnormen die de technologische vooruitgang niet kunnen volgen en een wetgevend kader dat niet aangepast is aan de huidige stand van de techniek.\n\nDaarnaast vormt een groot tekort aan goed opgeleid technisch personeel met de nodige kennis om goed om te gaan met de extra gevaren die deze natuurlijke koelmiddelen met zich meebrengen een grote uitdaging naar de toekomst. De strenge milieuwetgeving laat weinig ruimte om andere dan natuurlijke koelmiddelen te gebruiken, ook al brengen ze een aantal extra gevaren met zich mee zoals explosiviteit en brandbaarheid.\n\nDe belangrijkste doelstellingen binnen het project zijn: \ni. Onderzoek naar innovatieve toepassingsmogelijkheden van propaan in warmtepompen, chillers en splitairconditionings. Op deze manier willen we met dit project bijdragen tot het wegwerken van barrières aangaande het gebruik van propaan als koelmiddel, dit zowel bij fabrikanten, installateurs als eindgebruikers, maar eveneens studenten in opleiding. Zij zijn allen sterk vragende partij in de opbouw van kennis rond deze materie, daar deze kennis in Vlaanderen ontbreekt (en zelfs in Europa vrij beperkt is).\nii. De uitvoering van dit project zal leiden tot de oprichting van een veiligheidsopleiding rond het gebruik van propaan als koelmiddel in verwarming-, koel-, en airco-toepassingen. Daarnaast kunnen ook aanverwante, huidige bedrijfsopleidingen versterkt worden met de uitvoering van dit onderzoek (bv. RESCert Warmtepompen, voorbereidingstraject Certificaat in de koeltechniek). Tot slot kadert dit onderzoek zeer goed binnen de huidige opleiding tot PBA-Elektromechanica waarin thermodynamica en koeltechniek een belangrijk opleidingsonderdeel is, alsook binnen de graduaatsopleidingen HVAC en Hernieuwbare EnergieSystemen. Het thema zal opgenomen worden in het curriculum van deze opleidingen.","summary":"Inzet op veilige en duurzame koelsystemen met natuurlijke koelmiddelen zoals propaan. Onderzoek, opleiding en innovatie om barrières te doorbreken en bij te dragen aan een milieuvriendelijke toekomst.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003306","result_description":null},{"description":"Deze onderzoeksinfrastructuur richt zich op het objectief meten van werkstress bij zorgverleners met zorgcompatibele sensoren. Het doel is inzicht te krijgen in stressfactoren en deze gericht aan te pakken, zodat zorgverleners optimale zorg kunnen blijven bieden en burn-out en uitval voorkomen kunnen worden.\n\nDe helft van het zorgpersoneel in Vlaanderen ervaart te hoge werkdruk, maar traditionele onderzoeken zijn vaak gebaseerd op zelfrapportage, wat kan leiden tot bias of onderschatting van stress. Biometrische metingen met sensoren die gebruikt kunnen worden in de ziekenhuisomgeving en tijdens klinisch werk, geven betrouwbaardere resultaten. Dit helpt om de oorzaken van werkstress beter te begrijpen en gerichte interventies te ontwikkelen.\n\nHet onderzoek dat met deze infrastructuur zal worden uitgevoerd heeft drie doelstellingen: veerkracht bevorderen, taakvernieuwing, en informeren over een wetenschappelijk onderbouwd welzijnsbeleid voor retentie van personeel. De infrastructuur is state-of-the-art en past binnen de data-gedreven strategie van KdG, met ondersteuning van gekende en nieuwe interne en externe academische en werkveldpartners.\n\nOp lange termijn legt deze infrastructuur de basis voor een KdG Resilience Lab, waarin de expertise van alle onderzoekscentra, in samenwerking met relevante partners, verder wordt ingezet voor dienstverlening op maat van het werkveld, onderzoeksprojecten en onderwijsondersteuning – in tal van populaties en sectoren.","summary":"Verbeter zorgverlening en voorkom burn-out met biometrische sensoren voor objectieve stressmeting. Onderzoek infrastructuur KdG Resilience Lab.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003307","result_description":null},{"description":"Stedelijke groenstructuren leveren verschillende voordelen aan de maatschappij, zoals het zuiveren van lucht, het opslaan van CO2 en het tegengaan van het stedelijke hitte-eilandeffect. De levering van deze diensten is van groot belang in bosarme en sterk verharde regio’s, zoals Vlaanderen. Veel steden en gemeenten kampen met een gebrek aan data over deze structuren, waardoor deze ecosysteemdiensten slechts beperkt in rekening kunnen worden gebracht in ruimtelijke planningsprocessen, en het duurzaam behoud en beheer van deze groenstructuren bemoeilijkt wordt. Het manueel opmeten is een tijdrovend proces, dat bovendien beïnvloed wordt door een bepaalde mate aan subjectiviteit. Daarnaast ontbreekt er vaak (kwantitatieve) informatie over de standplaats – bodemeigenschappen die in stedelijke milieus vaak ernstig verstoord zijn – waardoor opvolging en herstel noch efficiënt noch effectief verlopen.\n\nProximal remote sensing, o.a. door middel van sensoren op auto’s of drones, biedt een efficiënte oplossing voor het verzamelen van hoge-resolutiebeelden en data. Met laserscanners kunnen nauwkeurige 3D-modellen van bomen worden gemaakt, waarmee structurele problemen snel kunnen worden geïdentificeerd. Deze databronnen versnellen en objectiveren boombeoordelingen (VTA’s) en maken de informatie digitaal toegankelijk en integreerbaar in bestaande GIS-systemen. Daarnaast bieden DNA-gebaseerde technieken nieuwe mogelijkheden op vlak van het beoordelen van bodem- en boomgezondheid door het belang van biologische bodemvitaliteit en de rol hiervan in de beschikbaarheid van voedingsstoffen te erkennen. Deze vooruitgangen maken efficiënter en effectiever boombeheer en -monitoring mogelijk, maar vereisen de ontwikkeling van expertise en praktische kennis.","summary":"Verbeter stedelijk groenbeheer met proximale remote sensing voor snelle en nauwkeurige gegevensverzameling en boombeoordeling. DNA-technologieën helpen bij bodem- en boomgezondheidsanalyse. Efficiënt en effectief groenbeheer en monitoring.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003308","result_description":null},{"description":"Wat stimuleert of remt politisering in het sociaal werk? Dit onderzoek ontrafelt welke randvoorwaarden nodig zijn voor krachtige politiserende praktijken.\n\nIn het kort\nHoe versterk je politisering in het sociaal werk? Dit onderzoek vertrekt vanuit een vraag die leeft bij sociaal werkers én in de academische wereld: welke randvoorwaarden stimuleren of remmen politisering in de praktijk? Samen met opleidingen sociaal werk in Vlaanderen onderzoekt het team hoe sociaal werkers ruimte, ondersteuning en motivatie kunnen ervaren om politiserend te handelen. De inzichten verdiepen het bestaande handelingskader rond politisering.\n\nDe nood en relevantie\nSociaal werkers worden steeds vaker aangesproken op hun politiserende rol, maar missen vaak concrete handvatten. Hoewel het debat rond politisering groeit, blijft het voor velen te abstract. Wat betekent politisering precies? En hoe geef je het vorm in je werkcontext? Er is dringend nood aan duidelijkheid over welke structurele, culturele en individuele factoren politisering mogelijk maken – of net blokkeren.\n\nVan aanpak tot impact\nHet onderzoek focust op drie randvoorwaarden:\n• Opportunities – structurele en culturele kansen zoals bondgenoten of vorming\n• Facilitation – organisatorische en discursieve inbedding\n• Motivations – kennis en competenties van sociaal werkers en hun teams\nVia literatuurstudie, interviews en praktijkanalyse worden stimulerende en remmende factoren in kaart gebracht. De resultaten leiden tot concrete aanbevelingen voor beleid, opleidingen en werkveld. Ze verdiepen het bestaande handelingskader en versterken de maatschappelijke impact van sociaal werk.","summary":"Onderzoek onthult randvoorwaarden voor krachtige politiserende praktijken in sociaal werk. Hoe versterk je politisering? Ontdek concrete aanbevelingen voor beleid en opleidingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003309","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nDe Rits brengt studenten en ouderen fysiek samen op Arteveldehogeschool. Door samen te creëren, babbelen en delen ontstaan warme ontmoetingen. Dit project stimuleert zinvol, intergenerationeel contact en bevordert welzijn en verbondenheid bij beide groepen.\n\n**De nood en relevantie**  \nZowel jongeren als ouderen kampen met sociaal isolement en eenzaamheid. Toch blijft interactie tussen generaties vaak beperkt. Dit project doorbreekt die kloof en biedt een plek waar beide generaties elkaar op een natuurlijke manier ontmoeten. Samenwerken aan kleine herstellingen of creatieve projecten creëert ruimte voor oprechte gesprekken en duurzame relaties.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nIn De Rits werken studenten en ouderen samen aan concrete activiteiten. Via observaties, gesprekken en ervaringen wordt het effect op welzijn en verbondenheid geëvalueerd. Het project is zeer sterk gericht op intrinsieke motivatie van mensen volgens het ABC-model waar autonomie, betrokkenheid en competenties voorop staan. De impact? Meer wederzijds begrip, minder eenzaamheid, en de start van tijdloze vriendschappen.","summary":"De Rits verbindt studenten en ouderen op Arteveldehogeschool voor zinvolle, intergenerationele ontmoetingen door samen te creëren en te delen. Stimuleert welzijn en verbondenheid, doorbreekt sociaal isolement en eenzaamheid bij beide groepen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003310","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nElk kind heeft recht op participatie in de jeugdhulp, maar voor de doelgroep infants (0-3 jaar) is er een duidelijke leemte. Dit praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) bouwt verder op inzichten uit het Erasmus+ project Panda (2020-2023) en onderzoekt hoe participatie van de jongste kinderen binnen de jeugdhulp vorm kan krijgen. We brengen in kaart hoe verschillende sectoren elkaar kunnen inspireren en versterken om deze doelgroep beter te ondersteunen.\n\nDe nood en relevantie\n\nUit eerder onderzoek en signalen uit het werkveld blijkt dat er een tekort is aan zowel wetenschappelijke inzichten als praktijkgerichte ondersteuning voor infants in de jeugdhulp. De nota ‘Vroeg en nabij’ van minister Beke (Opgroeien, 2021) onderstreept het belang van de eerste 1000 dagen als een cruciale periode voor de ontwikkeling van een kind. Een geïntegreerd beleid en intersectorale samenwerking zijn noodzakelijk om hier effectief op in te spelen.\n\nVan aanpak tot impact\n\nDit onderzoek brengt praktijkvoorbeelden en wetenschappelijke inzichten samen om concrete handvatten te ontwikkelen voor professionals in de jeugdhulp. We analyseren hoe participatie voor infants wordt ingevuld in verschillende sectoren en welke goede praktijken breed toepasbaar zijn. De resultaten leiden tot aanbevelingen die beleidsmakers en hulpverleners ondersteunen in het versterken van een geïntegreerde en effectieve aanpak voor de jongste kinderen in de jeugdhulp.","summary":"Verbeter de participatie van infants (0-3 jaar) in de jeugdhulp door praktijkvoorbeelden en wetenschappelijke inzichten te combineren. Aanbevelingen voor beleidsmakers en hulpverleners zorgen voor een effectieve en geïntegreerde aanpak.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003312","result_description":null},{"description":"De Limburgse toeristische sector zit al enkele jaren in de lift met allerhande hotelarrangementen, bloesem-bars en pop-up winkels, en allerhande kleine events. Een aantal van deze events trachten hun activiteiten op een zo duurzaam mogelijke manier in te richten. Een belangrijk aandeel in het verduurzamen van deze kleine events zit hem in de energiehuishouding en de energieopwekking.\n\nDe meeste van deze events kunnen echter niet aangesloten worden op het reguliere elektriciteitsnetwerk simpelweg omdat dit niet beschikbaar is op de locatie. Zij moeten op dit moment beroep doen op vervuilende en lawaaierige dieselgeneratoren. In eerste instantie willen we met dit project het specifiek energieverbruik van minimum 3 verschillende cases in kaart brengen. Piekverbruik, dag/avond/nachtverbruik, behoefte aan koeling/verwarming, zijn belangrijke parameters om te monitoren en in kaart te brengen.\n\nDe cases kunnen uit volgende sectoren komen, o.a. horeca (zomerbars, bloesembars, pop-up camping), entertainment (podia, muziek) en fietstoerisme (laadpunten elektrische fietsen). Op basis van de meetdata zullen energiebesparende maatregelen worden uitgewerkt voor elke case. Bovendien zal de meetdata ertoe bijdragen om de specificaties op te stellen waaraan een autonoom groen energiestation moet voldoen om volledig of ten dele in de energiebehoefte te voorzien.\n\nIn tweede instantie wordt samen met de bedrijfspartners gewerkt om een operationele proof-of-concept te ontwikkelen op basis van de meetresultaten en specificaties. Voor de case met het meeste besparingspotentieel trachten we een optimaal energiestation allereerst theoretisch uit te werken zowel op elektrisch als mechanisch vlak. Vervolgens gaan we hiermee verder aan de slag en zal het concept effectief worden gebouwd. We rekenen er echter op dat deze opstelling zo wordt geconfigureerd dat deze multi-inzetbaar is voor meerdere cases doorheen het hele jaar.\n\nVan zodra het proof of concept klaar is zal dit grondig worden getest en ingezet op een of meerdere events. De meetresultaten worden continu opgevolgd en indien nodig zal het concept worden bijgestuurd.","summary":"Limburgse toerisme groeit met duurzame events. Onderzoek naar energiebehoefte en besparende maatregelen voor diverse sectoren. Ontwikkeling van groen energiestation voor optimale duurzaamheid en multi-inzetbaarheid.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003313","result_description":null},{"description":"De meeste papier & karton producten worden in de bedrijfswereld slechts kortstondig en éénmalig gebruikt alvorens ze gerecycleerd worden. Het recyclageproces van papier & karton is echter weinig duurzaam en niet oneindig. De papier & kartonsector staat ook onder druk door o.a. groeiende grondstof tekorten en een stijgende vraag vanuit de e-commerce sector, met sterke prijsstijgingen tot gevolg.\n\nMet dit project willen we de bedrijfswereld bewust maken van de mogelijkheden van hergebruik en het zwaartepunt van de waardeketen op termijn heroriënteren van recyclage naar hergebruik en herbestemming. Het doel is daarom om via laagdrempelige automatisatie van de sorteer- en verwerkingsprocessen en een slimme logistieke keten de opschaling van het hergebruik van papier en karton mogelijk te maken zodat het rendabel wordt, breed implementeerbaar en ingebed kan worden in het weefsel van de sociale economie in Vlaanderen.\n\nIs het haalbaar en schaalbaar om bepaalde stromen bedrijfsmatig papier & karton afval te hergebruiken tot bvb. nieuwe verpakkingen en alzo de levensduur te verlengen alvorens het uiteindelijk gerecycleerd wordt? Hoe kan de sociale economie en hun klanten hier een voortrekkersrol in spelen? En kunnen we de obstakels m.b.t de logistiek en de automatisering van de sorteer- en verwerkingsprocessen overbruggen om de opschaling ervan laagdrempelig en rendabel te maken, en alzo de verbreding en verankering van deze nieuwe waardeketen(s) in Vlaanderen mogelijk te maken? Dit willen we uitwerken binnen een breed partnerschap van maatwerkbedrijven, kennisinstellingen, bedrijven (met (vraag naar) papier & karton), koepelorganisaties, afvalverwerkers enz.","summary":"Transformeer de papier & kartonsector van recyclage naar hergebruik met automatisatie en slimme logistiek. Verleng de levensduur en creëer nieuwe waardeketens door samenwerking tussen bedrijven, maatwerkbedrijven en kennisinstellingen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003315","result_description":null},{"description":"Mijn onderzoek stelt een casestudy voor van Clementi’s didactische werken dat gericht is op vingerzetting - een onderwerp dat door uitvoerders en onderzoekers vandaag als vanzelfsprekend wordt beschouwd en daardoor vaak over het hoofd wordt gezien.\n\nVingerzetting speelde echter een grote rol in Clementi’s pedagogische missie en bepaalde op essentiële wijze mee het succes ervan. Door dit corpus in verband te brengen met andere didactische werken die in Engeland in de laat-achttiende en vroeg-negentiende eeuw voorhanden waren, reconstrueer ik een mogelijke leeromgeving uit Clementi’s tijd. Ik benader en bestudeer historische klaviermethodes vooral vanuit de praktijk.\n\nDoor de aangeleerde regels toe te passen op een breder repertoire – dat wil zeggen, wat Clementi en zijn tijdgenoten gespeeld zouden hebben – wil ik ‘historische opleiding’ deel laten uitmaken van wat we vandaag ‘historische uitvoeringspraktijk’ noemen. Met name wil ik het begrip ‘nieuwheid’ her-evalueren dat traditioneel met de pedagogie van Clementi geassocieerd wordt.","summary":"Ontdek de impact van vingerzetting in Clementi's didactische werken. Heroverweeg historische opleiding en uitvoeringspraktijk voor een dieper begrip van zijn pedagogie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003316","result_description":null},{"description":"Het poëtische beeld van een stad laat de grootste indruk na op het menselijke bewustzijn/mentale beeld, en dat nog meer dan de echte geschiedenis. Literatuur, die ook stedelijke mythologie omvat, kan beelden van steden in verschillende periodes construeren die de lezer assimileert als waar. (Lauterbach, 2003)\n\nDit doctoraat in de kunsten is gebaseerd op de hypothese dat er een lacune of inconsequentie in het huidige fotografische en mentale beeld van Boekarest bestaat, niet alleen op lokaal niveau, maar ook internationaal. Het is gericht op het onderzoeken van het bestaande materiaal over de stad tijdens het communisme (1947-1989) en het maken en actualiseren van de verbeelding van de stad.\n\nIngebed in de domeinen van hedendaagse visuele kunst (fotografie), archiefonderzoek (van fotografische voorwerpen) en Roemeense hedendaagse literatuur (geocriticism, dépaysement, innerlijke ruimte, literaire ruimte, herstelde ruimte, innerlijke atlas, nostalgische ruimte), wil dit onderzoek literatuur en fotografie naast elkaar plaatsen en met elkaar confronteren om beter te begrijpen hoe ze het symbolische beeld van een stad beïnvloeden, maar ook hoe ze elkaar beïnvloeden.\n\nNaast een dissertatie die een diepgaande analyse van deze concepten ontsluit, is het artistieke onderzoek ingebed in de praktijk die Boekarest door middel van analoge fotografie, geluidsopnames en tekst verkent. Dit zal in het werk \"Boekarest. De stad-ik\", gemaakt uit zes fragmenten/korte films, gepresenteerd worden.","summary":"Discover the poetic essence of a city through literature and photography to reshape the symbolic image of Bucharest, bridging past and present in a captivating exploration of urban mythology.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003317","result_description":null},{"description":"To support people with dementia (PwD) in independently and successfully performing activities of daily living (ADL), this project aims at developing, testing, and commercializing a smartwatch and smartphone-based human activity recognition (HAR) intelligent solution.\n\nThis solution tracks procedural tasks of ADL using multimodal data to detect anomalies in procedure sequence and support PwD in completing such tasks via an adaptive artificial intelligence-powered interface.","summary":"Ontwikkel slimme technologie om mensen met dementie te helpen bij dagelijkse activiteiten. Gebruik AI voor activiteitsherkenning en ondersteuning via smartwatch en smartphone.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003318","result_description":null},{"description":"Het woonaanbod voor gezinnen in de relatief lagere inkomensklassen is ontoereikend, met sociale woningen voor de minst verdienende mensen en enkel de mogelijkheid voor beter verdienende groepen om huizen te kopen.\n\nQue Serre Serre haalt inspiratie uit de architecturale ontwikkelingen op het gebied van serrebouw en wil een intelligent aanpassingsvermogen op het gebied van structuur en interieur benadrukken. We stellen een in- en uitbreiding principe voor bestaande woningen voor, waarbij rekening wordt gehouden met betaalbaarheid, duurzaamheid en sociale integratie. Door woningen te ontwerpen die de diversiteit van moderne gezinnen weerspiegelen, streven we naar ondersteunende en inclusieve gemeenschappen. Door modulaire bouwelementen toe te passen, kunnen efficiëntie, kosteneffectiviteit, flexibiliteit in ontwerp en functionaliteit worden vergroot.\n\nHet project 'Que Serre, Serre' onderzoekt drie methoden (3D-printen, frezen, gieten) voor het produceren van constructieknopen voor serre-profielen. Samenwerkingen worden opgezet met verschillende partners en bedrijven om nieuwe constructiecomponenten te ontwikkelen en de sterkte van de koppelingen te testen. Een digitale en fysieke database wordt aangelegd.\n\nHet uiteindelijke doel van het onderzoek is het ontwikkelen van een modulair serre systeem dat voldoet aan de vraag naar flexibiliteit in hedendaagse woonervaringen. Het resultaat moet een methode en model zijn die efficiënte en aanpasbare bouwprocessen mogelijk maakt.","summary":"Que Serre Serre bevordert inclusieve gemeenschappen door modulaire woninguitbreidingen te ontwerpen, geïnspireerd op serrebouw. Het project onderzoekt methoden voor het produceren van constructieknopen voor serre-profielen. Het doel is een flexibel en duurzaam modulair serresysteem te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003319","result_description":null},{"description":"The Betterverse wil onderzoeken wat de toekomsten van web3 zijn. Welke organisatiestructuren, waardestromen en vormen van eigenaarschap hierbinnen zinvol zijn en hoe young professionals zich hierbinnen kunnen positioneren en actief kunnen meebouwen.","summary":"Ontdek de toekomst van web3 met The Betterverse. Leer over organisatiestructuren, waardestromen en eigenaarschap. Jonge professionals kunnen hier actief bijdragen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003320","result_description":null},{"description":"Dit project wil de nood aan een hanteerbaar kader en plan van aanpak voor de deskundige architecturale en praktische inrichting van zorgomgevingen voor personen met dementie aanpakken. De invloed van de omgeving is groot. Omgevingszorg vermindert probleemgedrag. Mensen gaan zelfs beter functioneren!\n\nDialoog tussen gespecialiseerde zorgverleners en architecten/ontwerpers is zo goed als onbestaand. Er is geen tot een zwakke dialoog met en tussen het onderwijs en er ontbreekt gespecialiseerde opleiding over deze niche. Door samenwerking in dit project met o.a. de hogeschool Odisee en diverse kennisorganisaties, willen we een resultaatgerichte kruisbestuiving tussen de zorg en de architectuur/inrichting bewerkstelligen. Kwaliteit van leven is immers een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid.\n\nVeel mensen die ontwerpen, bouwen en inrichten voor mensen met dementie zijn zich onvoldoende bewust dat kennis vanuit de zorg(wetenschappen) nodig is om een gunstige woon-leefomgeving te creëren. De architect/ontwerper die wil weten hoe een ruimte door mensen met dementie wordt ervaren, moet door een andere bril (leren) kijken.\n\nVoor het creëren van een gezonde en prettige leefomgeving zijn diverse zaken van belang: oriëntatie, licht, akoestiek, kleur, geur, herkenbaarheid en veiligheid. In dit project gaan we ons, in functie van de zorgnoden, vooral toespitsen op een kader voor de beslissingnemers. In het bijzonder met betrekking tot kleur, licht en een ergonomisch op de beperking van de personen met dementie afgestemd interieur. We gaan dit doen door middel van kruisbestuiving tussen de discipline ontwerp/inrichting, de discipline zorg, producenten/distributeurs, kenniscentra en koepelorganisaties.\n\nHet visualiseren van ontwerpen moet op een innoverende manier aangepakt worden, zodat de eindgebruiker zich een nagenoeg echt beeld kan vormen van hoe de inrichting er zal uitzien. Niet iedereen kan immers een technisch plan lezen.","summary":"Verbeter zorgomgevingen voor personen met dementie door samenwerking tussen zorg en architectuur. Dialoog en kruisbestuiving leiden tot betere leefomgevingen en kwaliteit van leven.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003321","result_description":null},{"description":"Het onderzoek 'PWO Re-connecting in the age of AI' onderzoekt hoe AI de communicatie tussen fotografen en klanten beïnvloedt en hoe deze efficiënter kan. Door de technologische kloof ontstaan misverstanden over verwachtingen, productie en budgettering, vooral bij KMO’s met een groeiende vraag naar visuele content.\n\nHet doel is een digitale communicatietool te ontwikkelen die deze kloof verkleint door gedeelde kennis, een visueel glossarium en een budgetteringstool. Via kwalitatief en kwantitatief onderzoek bij fotografen en bedrijven wordt een model ontwikkeld dat niet alleen de fotografieprofessional ondersteunt, maar ook breder toepasbaar is in creatieve sectoren.","summary":"Onderzoek naar AI's invloed op fotograaf-klantcommunicatie, met focus op efficiëntie en misverstanden bij KMO's. Doel: digitale tool voor betere samenwerking en budgettering in creatieve sectoren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003322","result_description":null},{"description":"Musea over de hele wereld worden uitgedaagd om hun traditionele benadering van kennisverspreiding opnieuw te evalueren en een meer dynamische, meerstemmige en open uitwisseling met hun publiek te bevorderen. De kloof tussen wat musea zijn en wat ze willen zijn, is waar Rituals of Access zich afspeelt.\n\nAls interactie-ontwerper ontwerp ik interfaces die een brug slaan tussen belichaamde manieren van omgaan met museumcollecties en het kijken naar collecties als genetwerkt en dynamisch. Ik onderzoek innovatieve manieren om museum-interactie te herontwerpen met 'netwerkinstrumenten' die mogelijkheden van toegang en auteurschap bieden, om een dynamischer perspectief op cultureel erfgoed te genereren.\n\nDe vraag die ik stel is: Hoe kan de interactie met instrumenten worden ontworpen om de agency van bezoekers in museumruimtes te vergroten? Het onderzoek draait om drie case studies in drie Europese musea, elk met een verschillende focus op interactie: verhalen en objecten (Amsterdam Museum); cureren en collecties (Design Museum Gent); en dialoog en ruimtes (Museum für Kunst und Gewerbe Hamburg).\n\nDit proces zal leiden tot een reeks nieuwe interactie-instrumenten getest binnen de museale context en een verzameling artikelen die reflecteren op de problematiek van ontwerpen voor participatie in musea.","summary":"Musea wereldwijd heroverwegen kennisdeling en streven naar interactieve, inclusieve museumervaringen. Rituals of Access ontwerpt tools om de betrokkenheid van bezoekers te vergroten en het cultureel erfgoed dynamischer te presenteren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003323","result_description":null},{"description":"Mega-events, zoals de openingsceremonie van de Olympische Spelen, slagen erin om een collectief samenhorigheidsgevoel in gemeenschappen uit te lokken. Mega-events bevatten verschillende artistieke onderdelen, zoals visuele identiteit, mode producten en gebouwen, die dit gevoel ondersteunen, en vormen daarbij een systeem design dat verschillende symbolen omvat die deze sociale geconnecteerdheid versterken.\n\nZulke mega-events worden vandaag en in de toekomst steeds meer op een hybride of virtuele manier beleefd, in 3-dimensionale ruimtes, waardoor de manier waarop gebruikers digitaal interageren essentieel wordt. De doelstelling van dit doctoraatsproject is om te bestuderen hoe visuele en interactieve ontwerpstrategieën een gemeenschapsgevoel in deze virtuele mega-events ondersteunen.\n\nEerst zal er een ontwerp- en literatuurstudie uitgevoerd worden om de huidige mega-event strategieën te analyseren, alsook een gebruikersstudie. Die kennis zal in een tweede praktijk-gebaseerd designonderzoek toegepast worden in een herontwerp van een (deel van een) bestaand fysiek mega-event naar een virtuele ruimte. Dit herontwerp wordt geëvalueerd door middel van een gebruikersstudie met mensen. Het ultieme doel is om designstrategieën te destilleren die aangeven hoe een gemeenschapsgevoel uitgelokt kan worden in virtuele omgevingen.","summary":"Mega-events roepen collectieve samenhorigheid op door artistieke elementen zoals visuele identiteit en mode. Dit onderzoek richt zich op het ontwerpen van virtuele evenementen die gemeenschapsgevoel versterken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003324","result_description":null},{"description":"Een artistiek en theoretisch onderzoek naar de choreografische tentoonstelling, zijn historische precedenten en complexe intermedialiteit. Door de inherente spanningen te onderzoeken als op live dans gebaseerde praktijk die de beeldende kunstinstellingen binnendringt, zal mijn onderzoek kijken naar belangrijke aspecten zoals aandacht van het publiek, in termen van individueel en collectief toeschouwerschap; artistieke arbeid en waarde; evenals technologie en de invloed van sociale media.\n\nHet zeer multimediale karakter van de choreografische tentoonstelling en de porositeit ervan voor online platforms en communicatie geeft een meer accurate weerspiegeling van de gemedieerde omgevingen waarin we momenteel zijn en waarin we leven dan het black box-theater. Hoe kan een op dans gebaseerde praktijk worden geïmplementeerd in deze grijze zone van sterk geïndividualiseerde en afgeleid aandacht, die in hoge mate onze huidige toestand weerspiegelt, op manieren die deze toestand als zodanig zichtbaar kunnen maken? Hoe kan het deze omgevingen mogelijk, indien tijdelijk, herstellen?","summary":"Onderzoek naar choreografische tentoonstellingen met focus op publieksaandacht, artistieke waarde, technologie en sociale media-invloed. Integratie van dans in mediarijke omgevingen voor betere reflectie van huidige maatschappij.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003325","result_description":null},{"description":"We onderzoeken hoe voogden omgaan met hindernissen tijdens het begeleidingsproces en welke extra ondersteuning zij zoeken en inzetten om deze hindernissen te voorkomen of op te lossen. Met dit onderzoek willen we in kaart brengen of en wanneer voogden gebruik maken van de officiële ondersteuning. \n\nWe brengen de trajecten die voogden samen met de jongeren lopen in beeld en hebben in het bijzonder aandacht voor momenten waarop de voogd op moeilijkheden botst en vragen of noden heeft om de begeleiding op het goede spoor te houden. We bekijken hoe voogden erin slagen om deze moeilijkheden te overwinnen, in hoeverre zij hiervoor gebruik maken van het bestaande ondersteuningsaanbod voor voogden en of zij ondersteuning zoeken en vinden buiten dit specifieke aanbod. \n\nWe bekijken waar het bestaande ondersteuningsaanbod voor de voogden een hulp is en waar het onvoldoende lijkt om de jongeren constructief te begeleiden. We benoemen en analyseren enerzijds de aanleiding en de oorzaken voor het vastlopen van het traject en kijken anderzijds naar de mogelijkheden en tools die voogden inzetten om deze moeilijkheden te ontsluiten. We hebben daarbij aandacht voor de nood aan structurele verandering met het oog op het ondersteunen van beleidsadviezen. \n\nVolgende onderzoeksvragen staan centraal: \n1. Wanneer ervaren voogden moeilijkheden in het traject waarbij ze nood hebben aan extra ondersteuning? \n2. Wat zijn de struikelblokken waarvoor voogden een beroep doen op de aangeboden ondersteuning vanuit de Dienst Voogdij en Partners? \n3. Wat zijn de struikelblokken waarvoor voogden een beroep doen op andere ondersteuning? \n4. Is er een verband tussen het profiel van de voogd en de nood aan ondersteuning? \n5. Hoe slagen voogden erin om hindernissen te deblokkeren? \n6. Op welk moment ervaren voogden dat de ondersteuning onvoldoende is om een vastgelopen traject te deblokkeren? \n\nOnderzoeksmethode: We maken gebruik van mixed methods. Gezien de onderzoeksvragen gericht zijn op de ervaringen van de voogden, wordt in de eerste plaats gekozen voor een kwalitatief onderzoeksopzet. Dit wordt ondersteund door een korte digitale survey. \n\nIn een eerste fase brengen we voogden samen in focusgroepen. Via deze focusgroepen willen we inzicht krijgen in de hindernissen die voogden ervaren waarbij zij extra ondersteuning nodig vinden. We bevragen welke ondersteuning voogden consulteren voor welke hindernissen en bespreken welke ondersteuning helpt om deze hindernissen te overwinnen. Door hen samen te brengen worden zij actief betrokken bij het inventariseren van de knelpunten en de ondersteuningsvormen die worden ingezet om deze op te lossen. \n\nOm de discussie te leiden maken we gebruik van een ‘topic’ lijst. De informatie uit een focusgroepen vormt de basis voor diepte-interviews met de voogden. We plannen drie focusgroepen met ‘ervaren’ vrijwillig. We opteren voor voogden die reeds enkele jaren trajecten begeleiden en vanuit verschillende ervaringen hun inbreng kunnen doen. Bij het plannen van de focusgroepen hebben we aandacht voor de regionale verdeling over Vlaanderen. \n\nDaarnaast stellen we een korte digitale survey op om bij een bredere groep voogden de kennis en het gebruik van ondersteuningstool te bevragen. In de survey bevragen we de achtergrond, opleiding en werksituatie van de voogden. Deze informatie vormt de basis om een selectie te maken voor de diepte-interviews. \n\nIn een tweede onderzoeksstap nemen we diepte-interviews af bij ervaren voogden. We bevragen zowel vrijwillige als zelfstandige voogden. We delen hen op in categorieën naar opleiding/werk achtergrond (sociaal werkers/orthopedagogen – leerkrachten – ander mens-wetenschappen – bedrijfleven - …) aangezien we veronderstellen dat de nood aan ondersteuning afhankelijk is van de vooropleiding of de ervaringen van de voogden. We gaan op zoek naar ‘verhalen’ van trajecten die de informatie vanuit de focusgroepen illustreren. \n\nWe gebruiken de verhalen om impliciete kennis rond het voorkomen en oplossen van hinderissen en het inzetten van ondersteuning expliciet te maken. Aan de hand van een vragenlijst op basis van de informatie uit de focusgroep, analyseren we samen met de respondent het verhaal van zijn begeleidingstraject. We plannen minimum 15 diepte-interviews bij ervaren voogden. We doen hiervoor o.a. beroep op studenten.","summary":"Onderzoek naar voogden en hindernissen in begeleidingstrajecten, focus op ondersteuning gebruik. Diepte-interviews en survey voor inzichten en oplossingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003326","result_description":"Beoogde onderzoeksoutput:\n\nWe bundelen de informatie en onderzoeksresultaten als basis voor de aanvraag van vervolgonderzoek via Europese of Federale middelen. (AMIF-programma, Europees sociaal fonds, Federale overheid, …)"},{"description":"Het doctoraat project verkent STEAM educatie, welke de kunsten en de wetenschappen combineert, als een mogelijk pedagogisch antwoord op de sociale en klimatologische uitdagingen die steeds drukkender worden in de maatschappij.\n\nEducatie, en kunst educatie specifiek, worden al ingezet voor dit doel, maar worden hierin gehinderd door een voornamelijk instrumentale kijk op de aard ervan (in andere woorden: in functie van de arbeidsmarkt).\n\nAls een alternatief, dit doctoraat project wil deze trend negeren, welke ook zeer sterk verankerd is in de STEAM beweging, door STEAM te heroverwegen.\n\nIn het integreren van de kunsten in de STEM vakgebieden, willen we komen tot een ontwerp voor een ´educatie van de zintuigen´, waar direct leeruitkomsten en competenties plaats maken voor intergenerationeel zorg dragen voor de wereld die we delen.\n\nEen wereld die deze zorg zo hard nodig heeft vandaag de dag.","summary":"Verken STEAM educatie als pedagogisch antwoord op sociale en klimatologische uitdagingen. Integreer kunsten en wetenschappen voor zorg voor onze wereld.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003327","result_description":null},{"description":"Het onderzoek ‘Kan de maker herstellen wat hij maakte? Stemmen van een organische gedachtegang in het landschap van de kunsten’ stelt de vraag hoe de relatie mens-machine in de hedendaagse kunst kan worden uitgedrukt door middel van alledaagse objecten uit de hedendaagse materiële cultuur.\n\nDe mens kan zich onderscheiden van machines (quantum computing, robots, AI…) door zijn organisch denken dat een veelheid aan kennis, affect en complexe besluitvorming samenbrengt. Het onderzoek start daarom bij het kijken naar uitdrukkingen van organisch denken in de beeldende kunst en literatuur.\n\nAls ‘case study’ wordt de Atlas Mnemosyne van Aby Warburg geanalyseerd. In de beeldatlas toont Warburg hoe Griekse klassieke beelden, heidense taferelen en beelden uit de Renaissance doorheen tijd, plaats en cultuur nauw verbonden zijn. Warburg hanteert daarbij een interne logica, dus een organische gedachtengang, om verbindingen tussen culturen te duiden.\n\nAangescherpt door mijn ervaring van 16 jaar in Aziatische culturen te wonen en werken, werd ik bewust van de verstregeling van culturen en de verhoudingen die in de alledaagse materiele cultuur besloten liggen. In mijn praktijk kopieer ik alledaagse objecten als een manier om de verspreiding van culturele erfenissen, waardesystemen en tijd over te brengen.\n\nIn dit onderzoek zal ik die methode uitbreiden door zowel mens als machine taken te laten uitvoeren en vervolgens composities te maken met deze objecten, volgens een interne logica. Als voorbeeld van een mens-machine samenwerking hebben een mens en een AI de handpalmen van wereldleiders gelezen als uitgangspunt voor een serie van mijn sculpturen.\n\nDoor de resultaten van mens en machine te combineren, wordt de contrasterende relatie uitgedaagd en worden hun inherente kwaliteiten en waarden in vraag gesteld. Een publicatie in de vorm van een beeldatlas met gesprekken met onderzoekers en kunstenaars zal worden gepubliceerd als schriftelijk luik van het onderzoek.","summary":"Hoe kan mens-machine relatie in kunst worden uitgedrukt met alledaagse objecten uit materiële cultuur? Onderzoek focust op organisch denken en verbindt Griekse klassieke beelden met AI. Beeldatlas van Aby Warburg als case study. Onderzoeksexpertise in Aziatische culturen wordt toegepast om culturele erfenissen over te brengen. Kunstenaar betrekt zowel mens als machine in creatieproces om contrasten en waarden te onderzoeken. Beeldatlas met gesprekken zal publicatie vormen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003328","result_description":null},{"description":"Als fotograaf word ik geconfronteerd met een overvloed aan beelden. Het beeld heeft zich verwijderd van de muren en verplaatst naar het netwerk, onze relatie met beeld is aangetast. \n\nVoorliggend onderzoek wil het begrip fotografie verruimen en het medium elastisch benaderen aan de hand van wat een Minor Art Practice genoemd kan worden om te komen tot Minor Photography. \n\nOm de fotografie holistisch te benaderen en een antwoord te formuleren op deze veranderende wereld zal er worden gewerkt met zich herhalende reeksen van methodisch en systematisch opgezette ontmoetingen. Enerzijds zijn dit ontmoetingen met makers uit andere disciplines, anderzijds nemen deze ontmoetingen de vorm aan van een dialoog omtrent technologische verschuivingen en vernieuwingen. \n\nDe ontmoetingen zijn een methode om te komen tot een transdisciplinaire praktijk waarbij media worden overstegen en doorbroken. Het onderzoek kan omschreven worden als een cyclisch proces, waarbij ontmoetingen elkaar zullen opvolgen en beïnvloeden. \n\nDe output van dit onderzoek zal veelzijdig zijn, gaande van experimenteel beeldend werk en een essayfilm als uitkomst van de ontmoetingen, workshops om de methode van de ontmoetingen verder uit te puren, tot ten slotte een kunstenaarsboek dat een bundeling vormt van het gehele onderzoek. Een overzicht van dit werk zal op verschillende locaties en op verschillende momenten in het proces getoond worden.","summary":"Verdiep fotografie door Minor Art Practice en Minor Photography te verkennen. Ontmoet makers, bespreek technologie en doorbreek mediagrenzen voor transdisciplinaire praktijken en experimentele creaties.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003329","result_description":null},{"description":"De milieu- en klimaatimpact van onze textiel- en kledijconsumptie is enorm. Voor de productie en het transport van het textiel dat in Europa jaarlijks wordt verkocht, zijn er per Europeaan meer dan 1 ton primaire grondstoffen en 100.000 liter water nodig.\n\nBovendien blijft de meeste kleding slechts kort in circulatie, en gooit de gemiddelde EU-inwoner jaarlijks ongeveer 11 kg textiel weg dat in grote mate (89%) verbrand of gestort wordt. Wereldwijd wordt er naar schatting momenteel nauwelijks 1% van alle kleding hoogwaardig gerecycleerd, deels als het gevolg van het ontbreken van toereikende technologie om textielmaterialen kosten-efficiënt te recycleren.\n\nRecyclage van textiel is een bijzondere uitdaging door het gebruik van enerzijds complexe materiaalsamenstellingen en anderzijds de aanwezigheid van ritsen, knopen, metalen inzetstukken. In het kader van een meer circulaire economie, verdient onze kleding en vooral het hergebruik ervan dan ook dringend meer aandacht zeker aangezien de productie en consumptie ervan blijven toenemen.\n\nHet DisT2Tex-project beoogt investeringen in machines voor (i) de identificatie en scheiding van macroscopisch storende componenten en (ii) de recyclage van de synthetische textielvezels via thermomechanische en chemische routes. Via het slim ontmantelen gecombineerd met diverse recyclageroutes wil het DisT2Tex-project het percentage hoogwaardig gerecycleerd textielafval verhogen.\n\nDe finale doelstelling is het aantonen van de economische haalbaarheid en het demonstreren van circulaire textieloplossingen voor complexe materiaalstromen, verder bouwend op de unieke infrastructuur rond circulaire materialen binnen de FVT Nieuwe Materialen (CMC), en met inbegrip van concrete case studies relevant voor West-Vlaamse bedrijven die aantonen dat textile-to-textile recyclage mogelijk is.\n\nTextile-to-Textile-Recycling is een uitstekende manier om negatieve milieueffecten te verminderen, natuurlijke hulpbronnen te sparen en het energieverbruik en de CO2-uitstoot te verminderen.","summary":"Textiel- en kledingconsumptie veroorzaken grote milieu- en klimaateffecten. Het DisT2Tex-project focust op machine-investeringen voor efficiënte recyclage van textielafval, bevorderen van circulaire economie en verminderen van negatieve impact.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003330","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek in de kunsten situeert zich in het veld van de sensoriële scenografie en onderzoekt de betekenis van het Alleen Zijn in toeschouwerschap, specifiek in relatie tot immersieve ruimtelijke kunst, scenografie en performatieve kunstpraktijken: praktijken die traditioneel in groepsverband worden beleefd.\n\nIk betoog dat er voldoende aanwijzingen zijn dat het solitair beleven van kunst openingen creëert voor cognitieve transformatie die in groepsspectatorschap niet voorkomen.\nSolitair toeschouwerschap kan leiden tot multi- en microzintuiglijke ervaringen die in aanwezigheid van anderen onmogelijk zijn waar te nemen.\n\nElementen van hypersensoria moeten worden beschouwd als een kwaliteit die in ieder mens aanwezig is, mogelijk te vinden in cognitieve en psychologische relaties van snelle en tijdelijke aard: alledaagse efemere zaken, in de natuur, in architectuur en in voorwerpen, materialen.","summary":"Ontdek de kracht van individuele kunstbeleving voor unieke zintuiglijke ervaringen en cognitieve transformatie, die in groepsverband niet mogelijk zijn.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003331","result_description":null},{"description":"Met A Fight Against Loneliness wil ik op experimentele wijze aan de hand van nieuwe samenwerkingen ontdekken hoe ik de liefde voor de kunsten en voor het beeld in het algemeen met anderen kan delen. En hoe dit delen dan op zich weer een visueel beeld kan opleveren, waardoor de aandacht versterkt wordt in een complete zintuiglijke ervaring.\n\nHierbij onderzoek ik tegelijk samenwerkingsverbanden, scenografische aspecten, het deelachtig maken van de dingen binnen een artistieke praktijk in de hoop mystieke waarheden te kunnen onthullen, zoals Bruce Nauman de praktijk van de kunstenaar omschrijft in zijn neon werk ‘The true artist helps the world by revealing mystic truths’.","summary":"Ontdek hoe kunsten gedeeld kunnen worden door samenwerkingen en visuele beelden te creëren, versterk de aandacht voor een complete zintuiglijke ervaring.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003332","result_description":null},{"description":"Het project \"Fotopraat met Objecten\" richt zich op anderstalige nieuwkomers die Nederlands leren en extra oefenkansen zoeken buiten de reguliere lessen. In samenwerking met Museum PARCUM biedt het een innovatief traject dat storytelling, object handling en fotografie combineert. Deelnemers verbinden persoonlijke verhalen aan erfgoedobjecten om zo taalvaardigheid te ontwikkelen in een creatieve en culturele context. \n\nDe methodiek stimuleert spreekdurf, interactie en culturele verbinding door het gebruik van betekenisvolle objecten, herhaaldelijke verhalen en creatieve presentaties. Dit wordt ondersteund door training voor duurzame toepassing in taalonderwijs en museale werking.","summary":"\"Project 'Fotopraat met Objecten' biedt anderstalige nieuwkomers extra oefenkansen in Nederlands door storytelling, object handling en fotografie te combineren met erfgoedobjecten, stimulerend voor taalvaardigheid en culturele verbinding.\"","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003334","result_description":null},{"description":"De migratie van kunstenaars gaat vaak gepaard met een mengeling van visuele talen. Bij Chinese illustratoren, die studeren en migreren naar het Westen, worden zij beïnvloed door zowel Chinese als westerse beeldende kunst. De visuele taal van hun praktijk begint eigenschappen te tonen van beide culturen. \n\nIn het kader van culturele globalisatie homogeniseert de visuele taal van hedendaagse Chinese illustraties steeds meer. Het onderzoeken van de transculturele praktijk van Chinese illustratoren die studeren in het Westen zal inzichten geven in deze ontwikkeling en bijdragen aan verwant onderzoeksliteratuur. \n\nDoor het verzamelen van verwante beelden en narratieve teksten van jonge Chinese illustratoren, die hebben gestudeerd in het Westen, zal een collectie biografieën worden samengesteld. Deze biografieën tonen de praktijk en de dwalende ervaringen van tien jonge Chinese illustratoren. \n\nDaarnaast zal, aan de hand van het observeren van deelnemers en tekenexperimenten, een graphic novel worden gemaakt die mijn praktijk en ervaringen van studeren in het Westen toont als een persoonlijke artistieke praktijk. Dit project heeft als doel om illustratiepraktijken van jonge Chinese illustratoren en migratie in westerse landen te onderzoeken op het gebied van (1) de mengeling van visuele eigenschappen van de illustraties en (2) de overgenomen en gecombineerde strategieën van Chinese en westerse beeldende kunsten in illustratiepraktijken.","summary":"Onderzoek naar visuele taal van Chinese illustratoren die studeren in het Westen en impact op illustratie-praktijken door biografieën en graphic novel.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003335","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek sluit aan bij het Overhoop project. We begeleiden 10 pilootprojecten die de aanpak voor kinderen die te maken krijgen met ingrijpende levensgebeurtenissen willen verbeteren.\n\nWe zoeken samen met hen hoe de impact van hun project in kaart gebracht en gemeten kan worden. Daarnaast bekijken we hoe de projectinzichten opgeschaald kunnen worden tot een ondersteunend aanbod voor de hele eerste lijn.","summary":"Verbeter de aanpak voor kinderen met ingrijpende levensgebeurtenissen door begeleiding van 10 pilootprojecten. Meet impact en schaal inzichten op voor bredere ondersteuning in de eerste lijn.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003336","result_description":null},{"description":"De onderzoeksinfrastructuur is bedoeld om het AgroFoodNature-onderzoek naar lokale plantaardige grondstoffen (eiwitgewassen en (pseudo-)granen) verder te ontwikkelen. De infrastructuur omvat 4 naoogsttoestellen waaronder een optische sorteermachine en reiniging o.b.v. grootte, densiteit en lengte van de korrels.\n\nDeze apparaten zullen worden gebruikt om grondstoffen zoals granen, pseudo-granen en peulvruchten grondig te reinigen, te scheiden en te classificeren op basis van kwaliteitscriteria zoals grootte, vorm en kleur. Daarnaast omvat de infrastructuur een particle size analyser en een reometer om de techno-functionele eigenschappen van plantaardige grondstoffen en hun toepassingen te karakteriseren.\n\nDit stelt onderzoekers in staat om de fysische eigenschappen van grondstoffen te begrijpen en aan te passen voor specifieke voedingstoepassingen. Deze infrastructuur zal worden gebruikt voor onderzoek naar duurzame voedselverwerking, ontwikkeling van plantaardige voedingsproducten (en bij uitbreiding valorisatie van voedselreststromen). Het zal ook dienstdoen voor diverse lopende en geplande onderzoeksprojecten, waaronder projecten gericht op de lokale teelt van eiwitgewassen.\n\nDe apparatuur zal ook beschikbaar zijn voor studenten en lesgevers, en zal de rol van HOGENT als onderzoekspartner in de agrovoedingsketen versterken.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoeksinfrastructuur voor duurzame voedselverwerking en ontwikkeling van plantaardige producten, versterkt HOGENT als onderzoekspartner in agrovoedingsketen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003337","result_description":null},{"description":"Het doel van het project is het ontwikkelen van een esthetische praktijk en theorie gebaseerd op empathie. De theorie wordt ontwikkeld vanuit de artistieke praktijk. Ik zal methoden van compassietraining in de wetenschap zoals 'Cognitive based Compassion Training' integreren in mijn creatieve proces en de ervaring registreren door middel van schrijven en tekenen.\n\nDe kennis die is opgedaan door het creatieve proces, gecombineerd met ethische en esthetische theorie, zal leiden tot een esthetisch concept gebaseerd op een sympathiek begrip van het gebruikte materiaal en de gebruikte beelden. In een tweede stap dient dit concept om hedendaagse kunstwerken die in Europa zijn gemaakt en die het thema van de relatie tussen mens en dier behandelen, opnieuw te evalueren, bijvoorbeeld door levende of dode dieren te gebruiken of af te beelden.\n\nHet doel is een esthetisch concept te presenteren dat zich richt op een meer aandachtige en gevoelige omgang met artistiek materiaal, en ook een mogelijkheid te bieden om compassietraining te integreren in creatieve processen. De aandacht voor het materiaal is vooral belangrijk bij het werken met levende wezens of ook bij vragen over vervuiling en duurzaamheid.","summary":"Ontwikkel een esthetisch concept gebaseerd op empathie en compassietraining, gericht op hedendaagse kunstwerken over de relatie tussen mens en dier.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003339","result_description":null},{"description":"België is de afgelopen decennia betrokken geweest bij verschillende planetaire ruimtemissies, met name naar Venus, verantwoordelijk voor of geassocieerd met instrumenten in de ruimte, of via observaties van de planeten vanaf de grond. Zo is het SOIR-instrument aan boord van de Venus Express ontworpen door het BIRA. Dankzij de in ons land ontwikkelde wetenschappelijke expertise werden dan ook verschillende reeksen gegevens over die opwindende planeet verkregen.\n\nMaar nu bereiden we ook de toekomst voor, met het ontwerp van een nieuw instrument dat deel zal uitmaken van de volgende Europese missie naar Venus, EnVision. We zullen oude datareeksen opnieuw onderzoeken met nieuwe en verbeterde methoden, best practices en strategieën toepassen om te combineren en integreren gegevens over de atmosfeer van Venus, verkregen uit verschillende bronnen (instrumenten aan boord van satellieten, maar ook uit observaties op de grond), en algemene circulatiemodellen, om patronen, trends en klimatologieën te bestuderen.\n\nWe zullen data-integratiestrategieën toepassen die al door de atmosferische aarde worden gebruikt, evenals machine learning-toepassingen om verschillende datasets te harmoniseren en te combineren. Machine learning kan worden gebruikt om variaties in tijd en ruimte van variabelen (druk, temperatuur, concentratie van soorten...) te modelleren om het hoofd te bieden aan de onregelmatige dekking van de gegevens. De niet-stationaire aard van atmosferische processen zal in dat opzicht een uitdaging vormen. Machine learning kan ook vooroordelen verminderen en relevante patronen identificeren, zoals onbekende soortencorrelaties en clusters.\n\nEen van de wetenschappelijke doelstellingen van de EnVision-missie is het detecteren van pluimen van atmosferische bestanddelen zoals waterdamp of zwavelhoudende gassen die vanaf het oppervlak worden uitgestoten. Om de observatiemogelijkheden van de instrumenten aan boord te beperken, zullen we de bestaande gegevens doorzoeken als dergelijke gebeurtenissen zich al hebben voorgedaan en proberen ze te karakteriseren (duur, omvang). We zullen ook correlaties onderzoeken tussen atmosferische gassen of tussen de pluimen en andere parameters zoals temperatuur, om observatiestrategieën voor de toekomstige missie voor te stellen.\n\nEen belangrijk aspect van dit project is ervoor te zorgen dat de gegevens en hun interpretatie toegankelijk worden gemaakt voor de wetenschappelijke gemeenschap, maar ook worden gevaloriseerd en uitgelegd aan het grote publiek, scholen en universiteiten. Ons doel is om een breed scala aan doelgroepen en sectoren van de samenleving te betrekken die gewoonlijk niet geïnteresseerd zijn in of zelfs uitgesloten zijn van atmosfeerwetenschap. De definitieve resultaten zullen beschikbaar zijn voor de wetenschappelijke gemeenschap via verschillende FAIR Open Access-repositories: VESPA/Europlanet, PSA/ESA en de European Open Science Cloud. De gegevens zullen ook worden gepresenteerd als gebruiksvriendelijke atmosferische kaarten op hoog niveau die toegankelijker zijn voor het grote publiek (deze resultaten zullen gemakkelijk kunnen worden gebruikt door journalisten, opvoeders, enz.).\n\nDaarnaast verkennen we nieuwe vormen van wetenschapscommunicatie door de interactie tussen wetenschappers en kunstenaars.","summary":"België is betrokken bij planetaire ruimtemissies, zoals EnVision naar Venus. Ons doel is om gegevens over de atmosfeer van Venus te integreren, te modelleren en te delen met de wetenschappelijke gemeenschap en het grote publiek.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003340","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich op het identificeren en overwinnen van de barrières van hergebruik in de waardeketen van de bouw, met een focus op grote publieke bouwheren als hefboom voor de sector.\n\nProbleemstelling:\nBinnen het lopende TETRA-project Circulair Conceptbouwen is herhaaldelijk de vraag gerezen naar de mogelijkheden van hergebruik in bouwprojecten. Ondanks de interesse, blijken de resultaten van proefprojecten vaak tegenvallend door blokkades in de huidige waardeketendynamieken. Dit onderzoek richt zich op het identificeren en overwinnen van deze barrières, met een focus op grote publieke bouwheren die een hefboomfunctie kunnen vervullen.\n\nProjectbeschrijving:\nHet onderzoek start met een literatuurstudie naar Europese barrières rond hergebruik. Vervolgens worden kwalitatieve bevragingen uitgevoerd bij stakeholders in de Maas-Rijn regio (Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, Noordrijn-Westfalen en Luik) om lokale barrières te identificeren. Ten slotte worden mogelijke oplossingen verkend en geïnventariseerd.\n\nVerwachte resultaten:\n\n1. Literatuurstudie (december 2024): Een toegankelijk digitaal naslagwerk over hergebruik in de bouw.\n   \n2. Kwalitatieve bevraging (maart 2025): Een academische paper en een online naslagwerk voor professionals met de geïdentificeerde barrières.\n   \n3. Oplossingen verkennen (juni 2025): Een inventaris van mogelijke oplossingen voor de geïdentificeerde barrières.","summary":"Onderzoek identificeert en overwint hergebruiksbarrières in de bouw met focus op publieke bouwheren als hefboom voor sector. Resultaten: digitaal naslagwerk, academische paper en online naslagwerk, inventaris van oplossingen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003341","result_description":null},{"description":"In DECIDE willen we met een Europees consortium van vijf partners uit Europa (Bulgarije, Turkije en België) op zoek gaan naar de meest effectieve en efficiënte strategieën die bijdragen aan wat we willen definiëren als een nieuwe competentie (de 'de-biasing & life-skills competence) met bijzondere relevantie voor het onderwijs en voor beroepen en beroepssituaties waar onbevooroordeelde besluitvorming van cruciaal belang is.","summary":"Europees consortium onderzoekt 'de-biasing & life-skills competence' in onderwijs en cruciale beroepen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003342","result_description":null},{"description":"Het project UpskillOpMaat richt zich op het ondersteunen van maatwerkbedrijven om mensen duurzaam aan het werk te krijgen en de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt te verkleinen. Dit gebeurt door industrie 4.0-technologieën praktisch toe te passen, met aandacht voor kwaliteitsgarantie, upskilling van medewerkers en digitalisatie.\n\nSlimme configuratoren en opleidingsmodules voor begeleidingscoaches maken de technologie eenvoudiger en toegankelijker. Het project speelt in op de behoefte aan efficiënte en mensgerichte oplossingen in de maatwerksector, waar integratie van technologie vaak een uitdaging is.\n\nDaarnaast wordt een ecosysteem opgezet om kennis en innovatie te delen binnen de sector en daarbuiten.","summary":"UpskillOpMaat bevordert duurzame tewerkstelling in maatwerkbedrijven door industrie 4.0-technologieën en upskilling. Het project biedt eenvoudige tooling voor medewerkers en focust op sectorbrede innovatie.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003343","result_description":null},{"description":"Hoewel dementie steeds gemakkelijker te diagnosticeren is, blijft het momenteel een progressieve, ongeneeslijke aandoening. Mensen met dementie en hun sociale omgeving hebben niet alleen te maken met dit fatale feit, maar ook met het taboe eromheen.\n\nDe stigmatiserende manieren waarop mensen met dementie, hun naasten en de bredere samenleving tegen dementie aankijken, zijn niet bevorderlijk voor het verloop van de ziekte: ze dragen zelfs bij aan een verslechtering van de diagnose. Dit interdisciplinaire PhD-project wil meer inzicht krijgen in de geleefde ervaringen van mensen met dementie en hun mantelzorgers.\n\nMet behulp van zowel innovatieve participatieve, multi-zintuiglijke, kunstgebaseerde methoden als creatieve analytische praktijken wil het project onderzoeken hoe het mogelijk is om interventies op te zetten die positief bijdragen aan het welzijn van mensen met dementie, hun visie op het zelf en hun persoonlijkheid.\n\nOp deze manier wil het mensen met dementie, hun verzorgers en familieleden in staat stellen om met de aandoening om te gaan en stigmatiserende percepties te veranderen om een algemene achteruitgang in hun welzijn en uitgestelde zorg te voorkomen. Interdisciplinariteit staat voorop in het project, wat tot uiting komt in het feit dat een andere doctoraatsonderzoeker (die een doctoraat in de sociale wetenschappen nastreeft) tegelijkertijd aan het project zal werken vanuit een andere expertise.\n\nBovendien werkt het project nauw samen met het Instituut voor Mediastudies (IMS - Faculteit Sociale Wetenschappen, Leuven), het DementiaLab van de onderzoekseenheid Inter-Actions (LUCA School of Arts Genk), het Vlaams Expertisecentrum Dementie en De Wingerd, een van de toonaangevende zorginstellingen voor personen met dementie in België.","summary":"Onderzoek naar positieve interventies voor mensen met dementie en hun verzorgers om stigma's te doorbreken en het welzijn te verbeteren. Samenwerking met diverse disciplines en instellingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003344","result_description":null},{"description":"Het project \"Changing Family Solidarity 2.0\" onderzoekt hoe solidariteit binnen families evolueert in een diverse en veranderende samenleving. We bestuderen hoe nieuwe gezinsvormen en sociale dynamieken de onderlinge steun en verbondenheid beïnvloeden en hoe solidariteit binnen en tussen generaties zich aanpast aan maatschappelijke veranderingen.\n\nGezinsstructuren veranderen voortdurend door factoren zoals migratie, vergrijzing en veranderende genderrollen. Dit heeft een directe impact op hoe familieleden elkaar ondersteunen, zowel financieel, emotioneel als praktisch. Traditionele vormen van solidariteit worden herzien, terwijl nieuwe manieren van onderlinge steun ontstaan. Dit onderzoek brengt deze verschuivingen in kaart en biedt inzichten in hoe familieleden, beleidsmakers en zorginstanties hierop kunnen inspelen.\n\nDoor middel van kwalitatief en kwantitatief onderzoek analyseren we de veranderende dynamiek van familierelaties en solidariteit. We verzamelen data via interviews, surveys en casestudies in diverse gezinnen. De resultaten leiden tot concrete aanbevelingen voor sociale en beleidsmatige initiatieven die familiebanden en onderlinge steun kunnen versterken in een snel veranderende samenleving.","summary":"Onderzoek naar evolutie van familiale solidariteit in diverse samenleving door Changing Family Solidarity 2.0. Analyse van impact en aanbevelingen voor beleid en sociale initiatieven.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003347","result_description":null},{"description":"Dementie is een overkoepelende term voor verschillende cognitieve stoornissen die leiden tot progressieve achteruitgang van cognitieve functies. Hoewel veel eerdere onderzoekers zich hebben gericht op mensen met dementie (PwD) die in zorginstellingen wonen, is er een groeiende vraag naar het creëren van een ondersteunende omgeving voor PwD die thuis wonen.\n\nOnderzoek suggereert dat het opzetten van passende communicatie de zorg kan verbeteren, PwD in staat kan stellen om deel te nemen aan positieve sociale interactie en de resterende geheugen- en communicatievaardigheden kan optimaliseren (Jootun & McGhee 2011). Het gebruik van beslissingsondersteunende hulpmiddelen kan PwD helpen bij het oplossen van beslissingsconflicten in de dementiezorg (Davies et al. 2019).\n\nCommunicatie in de zorgomgeving met PwD is gecompliceerd, gedeeltelijk vanwege de progressieve achteruitgang in cognitieve en sociale vaardigheden. Hoe kunnen we producten en/of diensten ontwerpen om de communicatie tussen PwD en hun zorgconstellatie (informele zorgverleners van PwD en de dynamiek van de zorgrelatie) te ondersteunen?\n\nMijn onderzoek zal zich richten op de zich ontwikkelende relatie 'thuis' gedurende het dementieproces, gebaseerd op deductief onderzoek en casestudies. Dit onderzoek zal de principes van persoonsgerichte zorg in overweging nemen en gebruik maken van co-design met PwD en hun zorgconstellatie om producten en diensten te ontwikkelen die de communicatie bij gedeelde besluitvorming bevorderen.\n\nBovendien zal mijn onderzoek een methodologie ontwikkelen om co-designprocessen te integreren in het leven van alledag en dit als basis te nemen om gezamenlijke beslissingsprocessen te faciliteren (en evalueren).","summary":"Verbeter de communicatie met thuiswonende mensen met dementie door co-design van producten en diensten voor gedeelde besluitvorming.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003348","result_description":null},{"description":"Hier is de verbeterde tekst opgesplitst in paragrafen:\n\n**In het kort**\nBuurtmakers betrekt jongeren in een kwetsbare situatie bij het verbeteren van hun buurt. Ze identificeren een lokale nood en zetten STEM-vaardigheden (Science, Technology, Engineering en Mathematics) in om oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan een circulaire economie.\n\n**De nood en relevantie**\nVeel jongeren in kwetsbare situaties ervaren weinig betrokkenheid bij hun leefomgeving en hebben beperkte kansen om technische en wetenschappelijke vaardigheden te ontwikkelen. Tegelijkertijd staan buurten voor uitdagingen op het vlak van duurzaamheid en circulariteit. Dit project combineert maatschappelijke betrokkenheid met STEM-onderwijs, zodat jongeren hun talenten kunnen inzetten voor een positieve impact in hun eigen omgeving.\n\n**Van aanpak tot impact**\nJongeren werken via een hands-on en probleemgestuurde aanpak aan concrete oplossingen voor hun buurt. Ze ontwikkelen technologische en circulaire innovaties onder begeleiding van experten. Dit proces versterkt niet alleen hun STEM-competenties, maar ook hun zelfvertrouwen en maatschappelijke betrokkenheid. De resultaten dragen bij aan duurzame buurten en inspireren andere jongeren en organisaties om zich in te zetten voor hun omgeving.","summary":"Jongeren in kwetsbare situaties worden betrokken bij buurtverbetering door Buurtmakers. Met STEM-vaardigheden creëren ze circulaire oplossingen voor lokale behoeften.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003349","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsonderzoek maakt deel uit van een groter project dat onderzoekt hoe (1) noties van 'stedelijke veiligheid' worden beïnvloed en getransformeerd door de ‘war on terror' en de strijd tegen radicalisering en (2) welke impact dit heeft op noties van verbondenheid en (on)veiligheid bij de bewoners van de betreffende wijken.\n\nDe buurten die centraal staan in dit project zijn het onderwerp geweest van intensieve politie, mediabelangstelling en allerlei academisch en/of overheidsonderzoek. Dit leidt tot een hoge mate van wantrouwen, vermoeidheid ('research fatigue') en weigering om deel te nemen aan onderzoeksprojecten ('non-response').\n\nMijn onderzoek, als audiovisueel kunstenaar, richt zich op de ontwikkeling van creatieve, artistieke methodologieën of technieken die bewoners van de betreffende wijken in staat stellen te articuleren hoe zij het leven ervaren onder onderzoeks-, media- en veiligheidstoezicht.\n\nDe artistieke praktijken en experimenten die zullen worden ontwikkeld, zullen draaien rond de centrale vragen van het ID-N project. Binnen dit kader zal ik innovatieve artistieke methodes gebruiken, verkennen en uitdiepen die niet fungeren als een kortstondig experiment maar een centraal onderzoeksinstrument worden en gemeenschappen in staat stellen te reflecteren over hun doorleefde ervaringen.\n\nHet onderzoek is gericht op het ontwikkelen van innovatieve instrumenten en methoden gebaseerd op artistieke praktijken.","summary":"Onderzoek naar impact 'war on terror' op stedelijke veiligheid en verbondenheid in wijken met focus op creatieve artistieke methodes voor bewonersparticipatie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003351","result_description":null},{"description":"Hoewel de maatschappelijke houding (in 'the global north') ten opzichte van vrouwelijke seksualiteit positiever wordt, blijven intimiteit en seksuele expressie op latere leeftijd ongemakkelijke onderwerpen - vooral voor zorgverleners en ontwerponderzoekers. Het taboe rond intimiteit op oudere leeftijd is geworteld in de overtuiging dat seksuele gezondheid irrelevant of ongepast is om aan te pakken, vooral voor volwassenen met hoge zorgbehoeften. Gevoelens van verlangen, intimiteit of het verlangen naar aanraking verdwijnen echter niet zomaar na een bepaalde leeftijd.\n\nDit onderzoek maakt deel uit van een gezamenlijk doctoraat tussen KU Leuven (België) en The University of Edinburgh (VK), met als doel 'sexual ageism' in verzorgingshuizen bespreekbaar te maken. Bovendien zal het onderzoek speelse tools ontwikkelen die vrouwelijke bewoners en zorgpersoneel in staat stellen om het gevoelige onderwerp van intimiteit en seksualiteit (samen) te verkennen. Dit onderzoek maakt gebruik van participatieve en actiegerichte methoden om alternatieve manieren te ontwerpen voor het communiceren over en omgaan met vrouwelijke seksualiteit in zorginstellingen.\n\nAan de hand van casestudies in Vlaanderen en Schotland wordt designonderzoek niet gepositioneerd als een oplossingsgerichte aanpak, maar als een hulpmiddel bij het navigeren van de ongemakkelijkheid, tegenstrijdigheden en kwetsbaarheid die veel mensen ervaren bij het bespreken van intimiteit. De inzichten zijn nuttig voor ontwerponderzoekers en zorgprofessionals die seksualiteit op latere leeftijd bespreekbaar willen maken en integreren als onderdeel van het dagelijkse leven in zorginstellingen.","summary":"Verbeter de marketingcommunicatie-samenvatting:\n\n\"Onderzoek naar 'sexual ageism' in zorginstellingen om vrouwelijke seksualiteit op latere leeftijd bespreekbaar te maken met speelse tools en participatieve methoden.\"","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003352","result_description":null},{"description":"Fruitteeltbedrijven worden jaarlijks geconfronteerd met grote hoeveelheden resthout (ca. 30.000 ton hout) afkomstig van snoeien en rooien van fruitbomen. Verschillende initiatieven om dit resthout te valoriseren werden in het verleden opgestart, zoals de productie van kaarsen voor vorstbestrijding via www.haspenwood.com. Dergelijke initiatieven, vaak lokaal, zijn waardevol maar niet in staat om grote hoeveelheden te verwerken.\n\nHuidige verwerkingsmethodes, zoals verbranding (lokaal of gecentraliseerd), zijn ecologisch minder wenselijk. In dit project wordt het systeem van de biomeiler onderzocht in het kader van lokale verwerking van houtige reststromen. Bij een biomeiler wordt het houtig materiaal, eventueel samen met een andere afvalstroom zoals stalmest of – in dit geval – rottend fruit, traag gecomposteerd (langer dan 1 jaar). Naast de productie van compost genereert de biomeiler ook warmte die nuttig en lokaal aangewend kan worden.\n\nMet dit project willen we, in eerste instantie, de kwaliteit van biomeilercompost analyseren ten opzichte van commercieel beschikbare compost, een onderwerp dat tot op heden nog niet goed is bestudeerd. Hierdoor is de afzet en het gebruik van biomeilercompost beperkt. Er zullen 4 testbiomeilers worden opgezet om de compostproductie te volgen en een uitgebreide vergelijking te maken tussen biomeilercompost en commercieel beschikbare compost op basis van kwaliteitsparameters.\n\nIn tweede instantie wordt de nuttige aanwending van warmte onderzocht via de testbiomeilers en door analyse van de potentiële warmteproductie en -vraag bij een fruitteler zelf. Er wordt een handige Excel rekentool ontwikkeld waarmee fruittelers zelf de kosten en baten kunnen berekenen voor de opbouw en compostproductie op hun eigen fruitteeltbedrijf, inclusief een inschatting van de warmteproductie van de biomeiler.\n\nDe te verwachten impact is dat fruittelers via dit project een nieuwe manier leren kennen om hun houtige reststromen te verwerken tot hoogwaardige compost die op het eigen bedrijf kan worden gebruikt, wat kan leiden tot kostenreductie. Dit wordt verspreid onder fruittelers als hoofddoelgroep van het project, maar ook bij andere geïnteresseerde doelgroepen, zoals organisaties die betrokken zijn bij bermbeheer.\n\nTot slot worden in dit project ook de eerste stappen gezet richting nuttige warmteaanwending afkomstig van het composteringsproces.","summary":"Fruitteeltbedrijven hebben grote hoeveelheden resthout. Dit project onderzoekt de biomeiler als duurzame oplossing voor lokale verwerking van houtige reststromen. Het doel is om hoogwaardige compost en warmte te produceren, met als potentieel voordeel kostenreductie voor fruittelers.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003353","result_description":null},{"description":"In dit project wordt de methode van artistiek onderzoek toegepast om de onderzoeksvraag aan te kaarten: hoe kunnen we technologische kunstwerken creëren, via spel- en interactie regels, die de speler-gebruiker aanzetten tot kritische reflectie over de rol van technologie in het dagelijks leven?\n\nHet project bekijkt de relatie tussen mens en technologie door een filosofische lens, waarbij de inzichten van verschillende intellectuele tradities gecombineerd worden, en het perspectief van de artiest-onderzoeker naar voren wordt geschoven als een nieuwe, complementaire positie.\n\nVanuit de methode van de ‘reflectieve maker’ zullen we experimenteren met de creatie van belichaamde en multisensorische kunstwerken, waarnaar we verwijzen met de term ‘installatie games’.\n\nGames zijn een geschikt medium om de mens-technologie relatie te navigeren omdat ze spelers in een staat van ‘diep begrijpen’ kunnen brengen, en op actieve wijze in een relatie kunnen treden met complexe problemen.\n\nHet project zal een diverse reeks uitkomsten genereren: academische artikels, tentoonstellingen, workshops, lezing-performances and documentaties van de artistieke trajecten.","summary":"Creëer technologische kunstwerken die kritische reflectie over technologie stimuleren. Gebruik artistiek onderzoek en installatie games om mens-technologie relatie te verkennen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003354","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek vormt het muziektherapeutisch luik van het onderzoeksproject Unmuted aan LUCA School of Arts. Bij een psychiatrische populatie van volwassen vrouwen met hoogfunctionerend autisme wordt een analyse gemaakt van de dynamieken die zich in het groepsmuziektherapeutisch proces afspelen op muzikaal affectief niveau.\n\nEr wordt gezocht naar een muziektherapeutische methode om te beantwoorden aan de specifieke noden van deze populatie. De analyse in dit onderzoek is toegespitst op de muzikale parameters in de klinische improvisaties en de wijze waarop deze evolueren.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar muziektherapie voor volwassen vrouwen met autisme. Analyse van muzikale dynamieken en ontwikkeling van passende therapeutische methoden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003355","result_description":null},{"description":"'Watery embodiment(s): Woorden voelen en het aansluiten bij meer-dan-menselijke levenswegen’ is een artistiek onderzoeksvoorstel van op veldwerk gebaseerd onderzoek en creatieve poëtische praktijken, gevoed door eco-en hydrofeminisme(s), op locatie gebaseerde schrijfmethoden en interdisciplinaire klimaatstudies met een bijzondere focus op waterlichamen, met een specifieke focus op het waterlichaam van de Zee van Marmara.\n\nDe Zee van Marmara is een waterlichaam waarmee ik mijn hele leven nauwe banden heb gehad. Het is een half ingesloten bekken, gelegen tussen de Zwarte Zee en de Egeïsche Zee. Vandaag de dag wordt de Zee van Marmara echter gedecimeerd door een dikke, slijmachtige algenbrij die eutrofiëring veroorzaakt, ofwel het onvermogen om zuurstof vast te houden, waardoor andere levensvormen afsterven. Deze eutrofiëring ontstaat door industriële en agrarische vormen van vervuiling en geweld tegen deze levende entiteit.\n\nMijn onderzoeksvoorstel stelt voor om met poëzie en fotografie te werken om de Zee van Marmara en de bijbehorende watermassa's, die uitmonden in de Egeïsche Zee en de Middellandse Zee, te ontmoeten, naast elkaar te laten bestaan en samen te laten creëren. In tijden van ineenstorting van het klimaat en de biodiversiteit hebben de Verenigde Naties het derde decennium van de 21e eeuw het 'UN Ocean Decade' genoemd in een poging om erkenning te krijgen voor de rampzalige ineenstorting van uitgestrekte watermassa's op aarde die onontbeerlijk zijn voor het leven op aarde.\n\nDiepzeemijnbouw, overbevissing, het dumpen van nucleair, stedelijk en agrarisch afval en de onverminderde toename van broeikasgassen dragen allemaal bij aan de vernietiging van onze oceanen, zeeën en waterlichamen. Dit voorstel stelt artistieke onderzoekspraktijken voor die de nadruk leggen op empathie en zorg voor alle waterlichamen door lokale betrokkenheid. Hier denk ik mee met Astrida Neimanis, “if these aquatic creatures are our strange kin, echoing in us both pasts and potential futures, it is thus worth considering what we are also gifting to them, and the watery milieu that becomes us all..”\n\nDit project wil aandacht besteden aan watergeletterdheid door middel van lichamelijk onderzoek, poëtische ontmoetingen en creatief schrijven en biedt gemeenschappen en individuen de mogelijkheid om zich (opnieuw) aan te sluiten bij de zeegezichten met intieme en respectvolle, zo niet 'kleine' gebaren (Manning, 2016).","summary":"Artistiek onderzoeksvoorstel over waterlichamen en klimaatverandering, met focus op Zee van Marmara. Gebruikt poëzie en fotografie om bewustzijn te creëren en zorg te tonen voor bedreigde watermassa's.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003356","result_description":null},{"description":"Dit project heeft als doel de Vlaamse maakindustrie te ondersteunen bij het duurzamer produceren en op de markt brengen van duurzame en betrouwbare producten, terwijl ze concurrerend blijven in een internationale omgeving. Bedrijven staan voor uitdagingen zoals kostenefficiënt werken, voldoen aan kwaliteitsvereisten en omgaan met toenemende productcomplexiteit. Dit innovatieve project zal zich richten op het aanpakken van deze problemen.\n\nHet project zal een toekomstbestendig ecosysteem opzetten voor Product Lifecycle Management (PLM) in samenwerking met een industriële adviesraad. Hierdoor kunnen bedrijven ondersteuning krijgen bij het implementeren van PLM en het aangaan van duurzaamheids- en concurrentie-uitdagingen.\n\nEr zal conceptueel onderzoek worden uitgevoerd naar drie cruciale fases in de levenscyclus van een product: productdesign en creatie, productie en productfunctionaliteit. Het doel is om innovatieve methoden en tools te identificeren en implementeren, zodat bedrijven hun processen en producten beter kunnen optimaliseren en aanpassen aan duurzaamheids- en concurrentievereisten.\n\nDaarnaast zal de toepasbaarheid van PLM binnen een industriële context worden gevalideerd en gedemonstreerd. Dit omvat het ontwikkelen van praktische, mobiele demonstratoren en het evalueren van hun effectiviteit. Deze demonstratoren zullen waardevolle inzichten bieden over de mogelijkheden en voordelen van PLM, zodat bedrijven beter kunnen begrijpen hoe ze hun processen kunnen optimaliseren en aanpassen.\n\nHet project wordt sterk ondersteund door de industrie, dankzij de regionale connecties van VIVES en KU Leuven Campus Brugge en de betrokkenheid van de Flanders Make @ KU Leuven-community. Verschillende vooraanstaande bedrijven hebben een Letter-of-Support aangeleverd om het belang van deze uitdagingen en de relevantie van het voorgestelde labo-concept te benadrukken.\n\nDit project richt zich op belangrijke doelgroepen binnen de maakindustrie, waaronder technologische productiebedrijven in de machinebouw- en mechatronicasector. Deze bedrijven streven naar digitalisering en optimalisatie van hun productieprocessen om duurzamere en kostenefficiëntere methoden te realiseren. Daarnaast vormen mechanische productiebedrijven in diverse sectoren, zoals voeding, landbouw en de procesindustrie, een belangrijke doelgroep. Ze zoeken naar onderzoeksmogelijkheden om hun efficiëntie en concurrentievermogen te verbeteren.\n\nTechnologieproviders en integratoren, zoals leveranciers van industriële pc's, PLC's, sensoren en netwerkinfrastructuur, zijn ook essentieel in dit project. Ze hebben expertise nodig in de ontwikkeling van geavanceerde IT-infrastructuur en modellen voor realtime monitoring en voorspellende analyses, en zijn op zoek naar onderzoeksresultaten om innovatieve oplossingen te bieden en de end-to-end digitalisatie in PLM te faciliteren.\n\nDe focus ligt op het optimaliseren van processen, het verzamelen en analyseren van relevante gegevens, en het ontwikkelen van innovatieve methoden en tools. Door deze doelstellingen na te streven, kunnen bedrijven op een duurzamere manier waarde creëren, hun productkwaliteit verbeteren, efficiënter werken en hun concurrentiepositie versterken. Het project heeft een brede impact, zowel binnen Vlaanderen als in heel Europa, en gaat verder dan de specifieke locaties van de investeringen.","summary":"Ondersteun Vlaamse maakindustrie met duurzame producten en concurrentiekracht. Project focust op PLM, innovatie en procesoptimalisatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003357","result_description":null},{"description":"In het begin van de 19e eeuw beleeft de kunst van het arrangement zijn gouden eeuw. In een tijdvak dat de technische weergave van geluid nog niet kent, staat de publicatie van bewerkingen van symfonieën, concerten en opera's voor kleine ensembles toe om beluisterd of opgevoerd te worden in het salon. Deze werken waren oorspronkelijk bestemd voor openbare concerten of het theater. De herontdekking van deze praktijk in zijn volledige omvang en creativiteit is het doel van dit onderzoeksproject.\n\nDoor de analyse en muzikale studie van composities ambieert het project niet alleen het historische en esthetische begrip van het fenomeen, maar ook de reconstructie en het uitproberen van de knowhow die eigen was aan muzikanten van die tijd, met name het arrangement. Deze kennis is geleidelijk aan vergeten door de moderniteit. Het Parijse muzikale leven in de eerste helft van de 19e eeuw zal een historisch kader vormen voor dit onderzoek, vanwege het centrale belang dat de stad heeft verworven in die periode.","summary":"Ontdek de gouden eeuw van muzikale arrangementen uit de XIXe eeuw. Dit onderzoeksproject richt zich op het begrijpen, reconstrueren en ervaren van historische muzikale knowhow in Parijs.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003358","result_description":null},{"description":"Probleemstelling:\nIn het reguliere kleuter- en basisonderwijs zit een significant aantal kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het schoolteam en ouders van kinderen met ASS geven aan dat het reguliere onderwijs onvoldoende tegemoet komt aan de noden van deze kinderen. Dit zorgt voor een verhoogde kwetsbaarheid bij deze kinderen in hun verdere levensloop. Aanvullend ontstaat er een verhoogde draaglast op het schoolteam en het gezin van deze kinderen. Om kinderen met ASS in het onderwijs te faciliteren is het nodig om het schoolteam adequater te ondersteunen. Dit kan met behulp van het PRiSMA-programma. In een vooronderzoek werd PRiSMA ontwikkeld via literatuur- en praktijkonderzoek binnen de opleiding ergotherapie. Vervolgens werd deze, via een project binnen PXL Digital, deels gedigitaliseerd in functie van de gebruiksvriendelijkheid.\n\nDoel:\nHet doel van dit onderzoeksproject is om PRiSMA verder uit te bouwen, digitaliseren en valideren, zodat deze uitgerold kan worden in het reguliere onderwijs.\n\nMethodologie:\nIn het eerste jaar wordt een functioneel prototype van PRiSMA ontwikkeld via literatuurstudie en gebruikerstesten. In het tweede academiejaar wordt het prototype gevalideerd en ingezet op disseminatie. In totaal zullen junior-collega’s uit 3 departementen, namelijk PXL Healthcare ergotherapie, PXL Education Postgraduaat auti-coach en PXL digital, meewerken aan het onderzoek.\n\nTe verwachten resultaten:\nEr wordt een functioneel programma (PRiSMA) opgeleverd dat implementeerbaar is in de werking van het kleuter- en basisonderwijs, bestaande uit ondersteuning bij opstellen van profiel van kind; adviesbundel; communicatieplatform en bijhorende training en handboek. PRiSMA zal bijdragen aan de professionalisering van het werkveld. Kinderen met ASS zullen meer ontwikkelingskansen krijgen in het onderwijs. Verder worden er 8 bachelorproeven ontwikkeld binnen de opleiding ergotherapie en 4 projecten binnen PXL digital.","summary":"Ontwikkel PRiSMA-programma voor kinderen met autisme in onderwijs. Doel: digitaliseren, valideren en implementeren in regulier onderwijs. Ondersteunt schoolteams en verbetert ontwikkelingskansen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003359","result_description":null},{"description":"Op basis van mijn academische en professionele ervaring als fagottist, heb ik me gerealiseerd dat er een gebrek is aan artistieke en technische vaardigheden als het gaat om het uitvoeren van hedendaagse muziek geschreven voor fagot, zelfs onder afgestudeerde studenten en professionals. Dit komt voornamelijk door hun beperkte blootstelling aan dergelijke werken.\n\nMeer specifiek zijn fagottisten meestal niet bekend met dergelijke muziek, omdat er een gebrek is aan uitgebreide bronnen en databases van hedendaagse werken die voor fagot zijn geschreven. Daarnaast is het aantal relevante recitals en opnames zeer beperkt. Veel belangrijke hedendaagse stukken voor fagot blijven in de vergetelheid en verdienen het om aan het licht te worden gebracht.\n\nGoed geïnformeerde uitvoeringen van dit repertoire, inclusief een analyse van uitgebreide technieken, zullen de meerderheid van mijn mede-instrumentalisten en het publiek helpen om meer vertrouwd te raken met deze muziek.","summary":"Er is een gebrek aan kennis over hedendaagse fagotmuziek. Onze missie is om dit repertoire te promoten en fagottisten en publiek te informeren en inspireren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003360","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsonderzoek in de kunsten analyseert de rol van documentaire cinema in de creatie van 'prothetische herinneringen': de manieren waarop personen zich gebeurtenissen 'herinneren' die ze niet persoonlijk hebben meegemaakt. Mijn onderzoek richt zich op het prothetisch geheugen van WOII in de post-Sovjet samenleving door middel van cinema en stelt een nieuw theoretisch en praktisch kader voor om prothetisch geheugen te onderzoeken door middel van 'first-person' documentaires.\n\nDe doelstellingen van dit project zijn:  \n(1) Onderzoeken hoe (prothetische) 'herinneringen' kunnen worden of werden gevormd, overgedragen en gereflecteerd in non-fictie cinema.  \n(2) Het ontdekken van nieuwe methodologieën en praktijken die zullen worden toegepast bij het maken van een documentaire over intergenerationeel trauma en prothetische herinnering aan WO II in de hedendaagse samenleving. De film zal focussen op de erfenis van WOII en het Stalinisme op drie opeenvolgende generaties in mijn familie.  \n(3) Het creëren van een theoretisch en praktisch kader voor hedendaagse filmmakers die werken rond intergenerationeel trauma en prothetische herinneringen aan militaire conflicten en hun nasleep.\n\nHet project zal resulteren in een langspeel documentaire en in verschillende wetenschappelijke artikelen. Deze zullen de ruggengraat vormen van mijn proefschrift. De film en het proefschrift zullen een eenheid vormen, conform de regels voor een doctoraat in de Kunsten van de gastinstelling.","summary":"Onderzoek naar prothetische herinneringen in documentaire cinema met focus op WOII en Stalinisme. Nieuw kader voor filmmakers rond intergenerationeel trauma. Resulterend in docu en artikelen voor proefschrift.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003361","result_description":null},{"description":"Ook zijn er recent veel stappen gezet om instituties in de kunstwereld toegankelijker te maken, maar deze beperken zich toch vaak tot het opzetten van een rolstoelramp.\n\nBinnen de groep van mensen met een handicap lijkt een bepaalde groep nog te vaak over het hoofd gezien te worden: mensen met autisme, dyslexie of andere ‘afwijkingen’ die neurodivergent genoemd worden. Vooral neurodivergente vrouwen zijn nog meer onzichtbaar, omdat hun beperking zich anders manifesteert dan bij mannen.\n\nHet voorgestelde onderzoek wil recente inspanningen aanvullen om het kunstenveld veiliger en toegankelijker te maken. Het richt zich op de volgende onderzoeksvraag: hoe kunnen artistieke praktijken ruimte creëren voor neurodivergente vrouwen? De antwoorden op deze vraag zullen de huidige kennis over neurodiversiteit vergroten en actuele discussies over intersectionaliteit ondersteunen. Door te wijzen op specifieke behoeften en talenten, biedt het onderzoek steun aan neurodivergente kunstenaressen.\n\nDe bestaande kloof tussen het aantal neurodivergente kunstenaressen en het kunstenveld wordt verkleind door: a) kennis over vrouwelijke neurodiversiteit aan te vullen door artistiek onderzoek naar het neurodivergente lichaam in relatie tot de ruimte, b) het creëren van hulpmiddelen om noodzakelijke veranderingen in het kunstenveld te bewerkstelligen, en c) deuren te openen voor gemarginaliseerde groepen om toegang te krijgen tot instituties in het kunstenveld.","summary":"Onderzoek naar artistieke praktijken voor neurodivergente vrouwen om kunstenveld inclusiever te maken. Gebruik auto-ethnografie en design voor ondersteuning.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003362","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSTELLING\n\nHet jongste decennium zet de digitalisering van het medialandschap zich in sneltempo voort. We kijken niet alleen thuis lineair televisie, we consumeren media niet-lineair – anytime anyplace – via online video en streaming. Aldus een grootschalige survey bij 908 Vlamingen (AP, 2020) is de Vlaamse kijker nu ook klaar voor de volgende stap: Extended Reality (XR) in de media. Een gelijkaardige digitale evolutie deed zich voor binnen de printmedia.\n\nDe Vlaamse mediaspelers staan vandaag voor grote uitdagingen, zoals dalende reclame-inkomsten en behoud van kijkcijfers of abonnees (PUB, 2021).\n\nONDERZOEKSVRAAG\n\n“Hoe kunnen traditionele mediaspelers hun doelpubliek verruimen en verbinden door nieuwe vormen van mediacontent en –reclame en crossmediale formats die ontstaan dankzij eXtended Reality (XR)?”\n\nIn de Proeftuin ontwikkelen we nieuwe vormen van XR die tot nu toe enkel op krachtige computers op een vaste locatie konden beleefd worden. Dankzij 5G-netwerken kan men zwaardere en tot de verbeelding sprekende XR-content met een lage latency verspreiden naar publieken in uiteenlopende settings en locaties.\n\nDOELSTELLINGEN\n\nHet innovatiedoel wordt opgesplitst in 3 meetbare doelstellingen:\n\n· Radarfunctie: We bundelen informatie rond XR en 5G voor media (o.a. mogelijkheden, drempels, cybersecurity, internationale XR-cases die meerwaarde van 5G aantonen binnen media).\n\n· Adviesfunctie: We zijn het aanspreekpunt voor vragen rond media XR/5G en vervullen een matchmaking functie tussen mediabedrijven, XR- en reclamebureaus, eventorganisatoren en telecomoperatoren).\n\n· Inspiratiefunctie: Samen met de begeleidingsgroep ontwikkelen we 5 gedocumenteerde business cases, afgestemd op de lokale noden van onze Vlaamse mediaspelers.\n\nMETHODOLOGIE\n\n· Behoeftenanalyses\n\n· Business cases\n\n· Begeleidinsgroepen","summary":"Vlaamse mediaspelers staan voor uitdagingen: dalende inkomsten en kijkers. Hoe kunnen ze doelpubliek uitbreiden met XR en 5G? Ontwikkel nieuwe vormen van mediacontent en -reclame voor crossmediale formats en breng deze naar diverse locaties.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003363","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\nDe 3 doelstellingen worden behaald na de projectduur via 7 KPI's:\n\nBehoefteanalyse: 55 bedrijven die deelnemen aan deze bevraging.\n\nBusiness cases: ontwikkeling van 5 business cases; illustraties van mogelijke cases.\n\nBegeleidingsgroep: 30 deelnemende bedrijven (partners Begeleidingsgroep).\n\nBegeleiding: maximaal 30 individuele adviesgesprekken (partners Begeleidingsgroep).\n\nImplementatie: 15 implementaties bij bedrijven.\n\nActiviteiten: 600 deelnemers aan activiteiten, 30 rondleidingen in de 2 Proeftuinen.\n\nKennisdeling: 60 blogposts, 3 persberichten en 15 persvermeldingen."},{"description":"Het concept van ‘care-teams’ krijgt steeds meer ingang in het nachtleven en op muziekfestivals in binnen- en buitenland. Het kan worden gezien als een respons op één of meerdere aspecten binnen het kader van een veiliger uitgaansklimaat, zoals gendergerelateerd geweld, inclusie, spiking, gebruik van (illegale) middelen, enz. Echter, de inzet van care-teams lijkt enigszins op verschillende manieren te worden toegepast.\n\nDaarom richt het ‘Care teams by night’-project zich op de rol van deze initiatieven in het kader van een veilig uitgaansleven. Meer specifiek zal er worden gefocust op enerzijds een beter begrip van het concept van care-teams en anderzijds welke initiatieven er al worden genomen in de praktijk, inclusief hoe deze initiatieven worden geïmplementeerd. Een andere specifieke doelstelling bestaat erin om de perceptie en ervaring rond care-teams te bestuderen vanuit het perspectief van verschillende relevante actoren, zoals feestvierders, care-teamwerkers en andere stakeholders in het uitgaansleven. Tot slot ligt de focus binnen dit onderzoeksproject op het bestuderen van goede praktijken en welke succesfactoren een rol spelen hierin, zodoende de uitgaanssector en intermediairen een breder kader en concrete tools aan te reiken ter implementatie van care-teams in het uitgaansleven.\n\nGezien de exploratieve aard van ‘Care teams by night’ wil het project vooral inzicht verwerven en een beeld krijgen van wat er leeft, maar ook wat de noden zijn omtrent de inzet van care-teams in het uitgaansleven en breder gezien veilig(er) uitgaan. Belangrijk hierbij is dat vanaf het begin relevante stakeholders bij het onderzoeksproject worden betrokken om het onderzoek verder blijvend af te toetsen met het werkveld en diverse experten ter zake.\n\nDe gewenste impact bestaat erin dat nightlife stakeholders naar de toekomst toe verder aan de slag kunnen gaan met als doel om care-teams te introduceren in hun werking, in een aangeboden en duidelijk kader, en zich kunnen baseren op minimum standaarden rond de inzet van care-teams. Verder bestaat de gewenste impact erin dat de onderzoeksresultaten kunnen worden meegenomen wanneer verdere beleidsmaatregelen worden afgetoetst, voorgesteld of worden uitgevoerd i.k.v. veiliger uitgaan. Breder gezien wenst het project tevens het bewustzijn rond het thema van veiliger uitgaan – en care-teams in het bijzonder – te versterken.","summary":"Het 'Care teams by night'-project richt zich op veiliger uitgaansleven door begrip en implementatie van care-teams te bevorderen, met focus op stakeholders en goede praktijken. Het beoogt impact door de introductie van care-teams in het uitgaansleven en het versterken van bewustzijn.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003364","result_description":null},{"description":"Uitbreiding van de Mobilab & Care onderzoeksinfrastructuur voor het testen van orthopedische hulpmiddelen. De testinfrastructuur kan gebruikt worden in onderzoek gaande van de ontwikkeling van nieuwe prothesen (zowel voeten als kokers) en orthesen (AFO, actieve AFO, kniebrace, polsbrace, inlegzolen, exoskeletons), over het gebruik van nieuwe productie- en ontwerptechnieken zoals 3D-printing (prothesekokers, kleine hulpmiddelen) tot AI-gebaseerd ontwerp.\n\nIn elke fase van onderzoek, prototyping tot eindproduct zijn testen cruciaal. Deze testen worden typisch gebruikt voor het bepalen van invloeden van ontwerpkeuzes en materiaalkeuzes op de uiteindelijke sterkte, karakteristieken en veiligheid van het eindproduct.","summary":"Test uw orthopedische hulpmiddelen in onze uitgebreide Mobilab & Care onderzoeksinfrastructuur. Van protheseontwikkeling tot AI-gebaseerd ontwerp, onze tests zijn cruciaal voor sterkte en veiligheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003365","result_description":"Het TOAST-project bevat:\n\nDe aankoop van een commercieel beschikbare testopstelling die toelaat mechanische testen uit te voeren op prothesevoeten, prothesecomponenten en orthesen volgens de relevante nieuwe ISO-normen: (ISO 10328: 2016, ISO 22675:2016, (+ISO 22523:2006).\n\nEen upgrade van de reeds aanwezige robotische bewegingssimulator & AFO teststanden met load cellen die toelaten de krachten en momenten die op het geteste hulpmiddel inwerken op te meten in verschillende richtingen: specifiek voor beenprothesen en -orthesen.\n\nEen upgrade met aangepaste robottools en grijpers voor bevestiging van testobjecten, load-cel en veiligheidsmechanismen en installatie van de reeds aanwezige snellere KUKA kr16 robot. Deze nieuwe testopstelling is geschikt voor het cyclisch testen van andere orthopedische apparaten die niet onderhevig zijn aan zeer grote krachten (bv. hand en arm prothesen & orthesen, korsetten).\n\nDe bouw van een BRUCE testopstelling, waarmee we de karakteristieken van enkel-voetorthesen (AFO’s) kunnen opmeten.\n\nDe aankoop van een rekencluster voor het verwerken van grote hoeveelheden 3D-scan data, het trainen van AI algoritmes gericht op persoons-specifieke orthesen, prothesen of assistieve technologie."},{"description":"Dit onderzoeksproject is gekoppeld aan de Vlaio infrastructuursubsidie 'Mobiele pilootinstallatie voor extractie van hoogwaardige componenten uit nevenstromen'. In dit project wordt onderzoek uitgevoerd naar membraanfiltratie bij de extractie van hoogwaardige organische componenten uit nevenstromen.\n\nDaarnaast worden er case studies uitgevoerd op nevenstromen uit de landbouw, voedingsindustrie en afvalwaterzuivering. Deze case studies vinden in eerste instantie plaats op KdG campus Hoboken en in tweede instantie bij de betrokken bedrijfspartners.\n\nDe output van dit project is een geoptimaliseerde extractiemethode voor hoogwaardige componenten die geïmplementeerd is op de nieuwe, mobiele pilootinstallatie. Deze installatie zal vervolgens ingezet worden voor dienstverlening bij bedrijven of in extern gefinancierde onderzoeksprojecten die experimenten op pilootschaal vereisen/toelaten.","summary":"Onderzoek naar membraanfiltratie voor extractie van hoogwaardige componenten uit nevenstromen. Case studies in landbouw, voeding en afvalwaterzuivering. Output: geoptimaliseerde extractiemethode voor implementatie op mobiele pilootinstallatie.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003366","result_description":null},{"description":"In het kort\n\nDit onderzoek evalueert de effecten van een blended professional development-programma op de taalstimulerende competenties van kleuteronderwijzers. Door een combinatie van online en face-to-face leeractiviteiten versterken we de vaardigheden van leerkrachten om taalontwikkeling bij jonge kinderen optimaal te ondersteunen.\n\nDe nood en relevantie\n\nSterke taalstimulering in de kleuterklas is cruciaal voor de latere taal- en leesvaardigheid van kinderen. Toch voelen veel kleuteronderwijzers zich onzeker over hoe ze taal het best kunnen stimuleren in hun klaspraktijk. Traditionele bijscholing heeft vaak een beperkte impact door gebrek aan praktijkgerichte ondersteuning. Een blended professional development-programma kan hier een oplossing bieden door flexibiliteit en praktijkgerichte begeleiding te combineren.\n\nVan aanpak tot impact\n\nWe analyseren hoe een mix van online modules, praktijkopdrachten en intervisiemomenten bijdraagt aan de taalstimulerende competenties van kleuteronderwijzers. Dit gebeurt via een experimenteel onderzoeksdesign waarbij we veranderingen in kennis, vaardigheden en klasinteractie meten. De inzichten uit dit onderzoek kunnen bijdragen aan de optimalisatie van professionaliseringstrajecten voor kleuteronderwijs en zo de taalontwikkeling van jonge kinderen versterken.","summary":"Verbeter kleuteronderwijzers' taalstimulering met een blended professional development-programma. Optimaliseer taalontwikkeling van jonge kinderen door online en face-to-face leeractiviteiten te combineren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003367","result_description":null},{"description":"De centrale vraag van dit project is: “Wat is de impact van Nederlandse taalles op expats qua welbevinden, participatie en retentie?” De rol van Nederlandse taallessen komt veelvuldig aan bod bij onderzoek naar integratie en participatie.\n\nEen doelgroep die hierbij echter vaak over het hoofd wordt gezien is de expat. Nochtans zien we in België een groeiende populatie van expats. Een expat is een persoon, geboren en opgegroeid in een ander land én die voor een vaak beperkte periode in België is om te werken in een internationaal bedrijf.\n\nEerder onderzoek toont ook aan dat expats vaak belangrijke functies in internationale bedrijven innemen. Voor deze bedrijven is het bijgevolg essentieel om aandacht te besteden aan hun expats en op zoek te gaan naar factoren die het welbevinden, de participatie en uiteindelijk retentie van expats positief kunnen beïnvloeden.\n\nOf deelnemen aan Nederlandse taalles, aangeboden door het bedrijf intern of door een externe partner, een belangrijke factor is, wordt onderzocht in dit project. Daarnaast staat ook het meten van de specifieke impact van een interventie zoals een Nederlandse taalles centraal in dit onderzoek.\n\nOrganisaties worden vaker geconfronteerd met de vraag naar het nut, de impact of de meerwaarde van aangeboden interventies voor medewerkers en voor de organisatie zelf. Bijkomend is de vraag of en hoe het nut, de impact of de meerwaarde van een interventie via een financiële return kan uitgedrukt worden.\n\nEen volgend doel van dit project is dan ook om te onderzoeken hoe een potentiële (financiële) return van het aanbieden van Nederlandse taallessen (intern of via externe partner) kan worden nagegaan. Dit project wordt uitgevoerd in cofinanciering met de Taalunie.\n\nIn het kader van dit project is hun rol een meerwaarde ter verbinding met het werkveld en de expat community, alsook voor de disseminatie van resultaten en het advies naar andere organisaties en overheden toe.","summary":"Onderzoek naar impact Nederlandse taalles op expats voor welzijn, participatie en retentie. Belang voor bedrijven en expat-welzijn.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003368","result_description":null},{"description":"Hoewel 'duurzaamheid' hoog op de internationale onderwijsagenda staat, blijft de implementatie ervan in wetenschapslessen een uitdaging voor leerkrachten. Meer bepaald de beoordeling van leerwinst in Educatie voor Duurzaamheidsontwikkeling (EDO) blijft door de complexe leerdoelen en nood aan niet-traditionele evaluatiemethoden (Boeve-de Pauw et al., 2022) leiden tot onzekerheid bij leerkrachten.\n\nIn dit doctoraatstraject willen we bijdragen aan een oplossing door enerzijds de huidige beoordelingspraktijken in het basisonderwijs in kaart te brengen. Anderzijds zullen we een beoordelingsinstrument voor de actiecompetentie van leerlingen ontwikkelen en valideren. Ten slotte willen we mogelijkheden voor formatieve en summatieve evaluatie van actiecompetentie identificeren en implementeren in het onderwijsveld.","summary":"Implementatie van duurzaamheid in wetenschapslessen blijft uitdaging door complexe leerdoelen. Onderzoek naar beoordelingspraktijken en ontwikkeling van beoordelingsinstrument voor actiecompetentie van leerlingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003369","result_description":null},{"description":"Mijn doctoraatsonderzoek verkent de maakbaarheidsgedachte – het idee dat het Nederlandse landschap als vanzelfsprekend gemaakt en hermaakt kan worden. Dit idee is in de Nederlandse cultuur zo vanzelfsprekend dat de gedachte zelf bijna onzichtbaar is. Maar ze is óók diep geworteld in het bewustzijn van ‘de Nederlander’ - een paradigma van waaruit men in Nederland ziet, denkt en handelt.\n\nMijn onderzoek stelt de vraag wáár ‘maakbaarheid’ zich in Nederland (het meest) manifesteert, wat het betekent en waar het naartoe gaat. Daarbij doe ik een beroep op twee aan elkaar gerelateerde artistieke tradities: die van de kunstenaar die wandelt en van de kunstenaar die kaarten maakt. Ik zal in een aantal gebieden in Nederland patronen van ‘maakbaarheid’ verkennen en die patronen op specifieke plaatsen fixeren en versterken.\n\nEverdien Breken (1960) (MSc, MA) heeft Geodesie gestudeerd aan de Technische Universiteit Delft (1987) en Fine Art aan de Masteropleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (2010). De gebiedsgerichte onderzoeksmethode die zij voor dit onderzoek hanteert is geworteld in haar kunstpraktijk van de afgelopen jaren en in haar eerdere werkpraktijk als landmeter.","summary":"Ontdek de maakbaarheid van het Nederlandse landschap en de rol van artistieke tradities in het onderzoek van Everdien Breken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003370","result_description":null},{"description":"De proeftuinen zijn een reactie op de uitdagingen waarmee de zorg- en welzijnssector wordt geconfronteerd, zoals vergrijzing, personeelstekorten, werkbaar werk en financiële druk. Ze bieden een experimentele omgeving waarin nieuwe methoden en praktijken kunnen worden getest om de arbeidsomstandigheden, arbeidsorganisatie, het welzijn en de tevredenheid van het zorgpersoneel te verbeteren.\n\nDe proeftuinen richten zich op specifieke Vlaamse zorg- en welzijnssectoren, zoals kinderopvang, jeugdhulp, ouderenzorg en gehandicaptenzorg. In deze proeftuinen zullen technologieën geïdentificeerd en geïmplementeerd worden ter ondersteuning bij het omgaan met bovenvermelde uitdagingen.\n\nHet trajectverloop omvat het identificeren van relevante partijen, het verkennen van technologieën die de werkbaarheid kunnen verbeteren, en de implementatie en evaluatie van deze technologieën in samenwerking met zorg- en welzijnsvoorzieningen.","summary":"Verbeter zorg- en welzijnspersoneel met proeftuinen. Experimenteer met nieuwe methoden en technologieën in specifieke sectoren zoals kinderopvang, jeugdhulp, ouderenzorg en gehandicaptenzorg.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003371","result_description":null},{"description":"Het onderzoeksproject ‘AI Literacy for Designers’ richt zich op de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) op de creatieve sector, en meer specifiek op het ontwerpproces binnen het digital design domein. Gesprekken tijdens stagebezoeken leggen zowel een groeiende interesse in, als ongerustheid over de opmars van AI in de sector bloot, met specifieke aandacht voor de potentieel transformerende impact ervan op creatieve processen en de noodzaak van demystificatie en begeleiding rond AI.\n\nDe hoofdvraag van dit onderzoek is: \"Hoe en in welke mate kan het verhogen van AI-geletterdheid bij digitale ontwerpers hun creatieve proces verrijken?\" Dit roept een reeks subvragen op over de huidige stand van zaken met betrekking tot AI-geletterdheid, de optimale graad van geletterdheid vanuit verschillende perspectieven, hoe AI-geletterdheid kan worden verhoogd, en de impact van AI op het creatieve proces.\n\nHet onderzoeksproject is gebouwd op twee kernhypotheses. Ten eerste geloven we dat als ontwerpers een beter begrip hebben van hoe AI 'onder de motorkap' werkt, ze deze zowel conceptueel als technisch veel innovatiever kunnen inzetten. Ten tweede verwachten we dat het verhogen van de AI-geletterdheid van creatieve professionals de AI-readiness van de sector zal versterken.","summary":"Onderzoek 'AI Literacy for Designers' verkent impact van AI op creatieve sector, focus op digital design. Doel: verrijken creatieve proces door AI-geletterdheid te verhogen. Belang van demystificatie en begeleiding rond AI benadrukt.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003372","result_description":null},{"description":"Hoe leer je toekomstige leerkrachten om hun eigen vooroordelen te herkennen en beheersen? Dit project test leerstrategieën voor eerlijke besluitvorming in onderwijscontexten.\n\nIn het kort\n\nHoe neem je beslissingen zonder onbewuste vooroordelen? Dit project onderzoekt hoe toekomstige leerkrachten en studenten in het hoger onderwijs die vaardigheid kunnen ontwikkelen. Via digitale leerpaden op een online leerplatform testen we verschillende strategieën om een nieuwe competentie te ontwikkelen: de 'de-biasing & life-skills competentie'.\n\nDe nood en relevantie\n\nVooroordelen kunnen onbewust en systematisch doorwerken in onderwijsbeslissingen, van evaluatie tot begeleiding. Vooral in de lerarenopleiding is het essentieel om daar bewust mee om te gaan. Er is nood aan concrete handvatten en leerstrategieën die helpen bij het herkennen, beheersen en bijsturen van deze bias. Dit project biedt antwoorden op deze maatschappelijke en onderwijskundige uitdaging.\n\nVan aanpak tot impact\n\nWe starten met een literatuurstudie over effectieve debiasing-methoden. Daarna ontwerpen we een testmethodologie en bouwen we een digitaal platform met leerpaden, interventies en bronnen. We verzamelen data, analyseren de effectiviteit van de aanpakken en vertalen de bevindingen naar concrete tools. De output:\n\n- een set competenties rond biasbewust handelen\n- een handleiding voor eerlijke evaluatie in het hoger onderwijs\n- een online cursus op een leerplatform\n- evidence-based leerstrategieën voor biasmanagement\n\nHet project draagt bij aan de ontwikkeling van nieuwe onderwijspraktijken die gericht zijn op eerlijke en bewuste besluitvorming.","summary":"Leerkrachten en studenten ontwikkelen de 'de-biasing & life-skills competentie' via digitale leerpaden. Project biedt handvatten voor eerlijke besluitvorming in onderwijs.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003374","result_description":null},{"description":"The GAM(E)(A)BLE project pursues unique interdisciplinary strategic research on the blurring lines between gaming and gambling among teenagers.\n\nThe lines between gaming and gambling are becoming increasingly blurred in (online) games that are popular among children and young teenagers (De Cock et al., 2018). The growing amount of new forms of easily accessible online games with gambling elements such as slot machines showing features one can win to proceed in the game, rises the concern that minors are being progressively exposed to gambling.\n\nAs Hardoon and Derevensky (2001:211) already labelled offline gambling as “the most frequently reported potentially addictive behaviour engaged in by children and adolescents”, the societal need to study exposure to online and therefore less controllable gambling related activities is high. The gray zone in which games that include non-monetary forms of gambling such as free casino games operate due to the lack of an obligatory strict classification system, makes it hard for parents and children to see potential risks.\n\nThe convergence of gambling and digital gaming is a recent phenomenon, triggering a significant expansion of new forms of online gambling activities that are more covertly and unrestrictedly than traditional land-based, offline gambling. These so-called ‘simulated gambling games’ do not require monetary payments, and hereby escape legal, regulatory scrutiny (Gainsbury, Hing, Delfabbro, & King, 2014).\n\nWith their lootboxes, skin lotteries, the use of skins as wagers for casino and card games, they do, however, share similar structural characteristics with gambling (Griffiths, King, & Delfabbro, 2013), with a realistic emulation of financial gambling (Gainsbury et al., 2014), that either induce people to play/gamble or are inducements to continue playing/gambling (Griffiths et al., 2013, p. 328; Parke & Griffiths, 2006, p. 151).\n\nThe rationale for this project is that these novel, emergent simulated gambling games might pose a significant societal risk which scope tends to be underestimated given their covert nature as ‘disguised’ in socially-accepted types of video games and apps. This is fortified by the lack of any legal, regulatory scrutiny, and the broader context of increased normalization and liberalisation of gambling practices (Macey & Hamari, 2018).\n\nIn particular, there is a scientific urgency to study early exposure to simulated gambling activities (King, Delfabbro, Kaptsis, & Zwaans, 2014, p. 305), considering that gambling behaviour starts already in pre-adolescence (Bellginger et al., 2014; Gupta & Derevensky, 1998; Vitaro & Wanner, 2011). Because simulated gambling activities are typically represented in youth-friendly games classified as all-ages entertainment (King et al., 2014), without any regulatory scrutiny, age restriction (King, Delfabbro, & Griffiths, 2010), or (parental) advisory labeling, they are likely to pose particular risk to youth. Studies on simulated gambling have only recently begun to be published (King & Delfabbro, 2016, p. 200) and due to the recency of the phenomenon, no studies have been following young simulated gamblers during their developmental stage as adolescents.\n\nThere are good reasons to focus on early adolescents, given that first gambling experiences are likely to occur online (Griffiths, King, & Delfabbro, 2012), and the fact that simulated gambling might yield similar experiences to monetary gambling (Gainsbury, King, Russell, Delfabbro, & Hing, 2017, p. 337) which may form risks to make this young age cohort more likely to gamble later in life (Gainsbury et al., 2014; Lopez-Gonzalez & Griffiths, 2016).","summary":"\"Research project explores risks of gambling elements in youth-friendly online games, calling for scrutiny and regulation to protect minors from potential harm.\"","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003375","result_description":null},{"description":"Met de toenemende complexiteit van verschillende zorgomgevingen (bijv. ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg) worden verpleegkundigen en vroedvrouwen geconfronteerd met een toenemend risico op moreel leed, en ernstiger morele stress, en de negatieve gevolgen daarvan, zoals burn-out en het verlaten van de verpleeg- en verzorgingsdienst. Vroedvrouw beroep. \n\nETHCOM heeft tot doel de ethische competentie van toekomstige verpleegkundigen en verloskundigen te versterken door middel van ervaringsgerichte interprofessionele leermethoden die zullen worden geïmplementeerd in educatieve curricula en programma's voor verpleegkunde en verloskunde. Op langere termijn is het overkoepelende doel om het beroep van verpleegkundigen en verzorgenden en hun werkomgeving ethisch robuuster te maken. \n\nBijgevolg heeft het project verschillende doelstellingen: \n1) De leerplannen en programma's voor verpleegkundigen en verloskundigen afstemmen op de ethische behoeftengroepen die worden ervaren in de professionele verpleegkundige werkvelden die worden gekenmerkt door veranderende maatschappelijke en organisatorische structuren, toenemende diversiteit onder beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en patiëntengroepen, toenemende technologische ontwikkeling en acceptatie, en schaarse middelen. \n\n2) Het ontwikkelen en implementeren van ervaringsgerichte interprofessionele trainingsmethoden om de ethische competentie van studenten verpleegkunde en vroedkunde, onderwijsprofessionals en klinische professionals, met name docenten en tutors, te verbeteren. \n\n3) Waarborgen van de impact van de co-gecreëerde ervaringsgerichte trainingsmethoden door ervoor te zorgen dat alle groepen belanghebbenden worden betrokken (met name kwetsbare gebruikersgroepen in de gezondheidszorg, bijv. gezinnen en patiënten met diverse culturele achtergronden en speciale behoeften, patiënten in zorg aan het levenseinde). \n\n4) Verbetering van proactieve ethische conflictoplossende competenties van zorgprofessionals die werken in interdisciplinaire zorgteams met verschillende benaderingen, opvattingen en overtuigingen en binnen uitdagende culturele situaties. \n\n5) Faciliteren van interdisciplinaire ethische probleemoplossende vaardigheden met betrekking tot ethische dilemma's in hightech klinische omgevingen.","summary":"Versterk ethische competentie van verpleegkundigen en vroedvrouwen via ervaringsgerichte training in zorgomgevingen. Doel: voorkomen van moreel leed en burn-out, en verbeteren van ethische besluitvorming.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003377","result_description":null},{"description":"Rewilding Materials is een praktijkgericht onderzoek dat zich richt op de ontwikkeling van landschap-vezelcomposiet combinaties met aandacht voor duurzaamheidsvraagstukken aan beide uiteinden van de keten (landschap en biomateriaal). Het onderzoek verkent hierbij de mogelijkheden van vezelteelten om bij te dragen aan de ontwikkeling van regeneratieve landschappen. Daarnaast richt het onderzoek zich op de ontwikkeling van nieuwe vezelcomposieten die bij voorkeur volledig bestaan uit natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen. Met Rewilding Materials bouwen we bruggen tussen landschap en biomateriaal, tussen ecologie en financiële duurzaamheid en tussen functionaliteit en schoonheid waarbij we toewerken naar nieuwe en eerlijke waardeketens.\n\nDe leidraad doorheen het onderzoeksproces is ontwerpend onderzoek waarbij analyse en verbeelding samenkomen in ontwerptoepassingen voor nieuwe vezelcomposietmaterialen en nieuwe regeneratieve landschappen. In dit meerjarig onderzoeksproces betrekken we onderwijsactiviteiten maar ook externe stakeholders en kennispartners. Aan de hand van living labs en co-creatie sessies met partnerinstellingen brengen we bedrijven, gebruikers, ontwerpers, makers, overheden en specialisten vanuit diverse disciplines samen om nieuwe oplossingen te exploreren en uit te diepen.\n\nHet eindresultaat zijn tastbare ontwerptoepassingen van nieuwe vezelcomposietmaterialen bij voorkeur volledig bestaande uit hernieuwbare grondstoffen. Daarnaast bestaat het eindresultaat ook uit gebieds-specifieke voorbeelden van nieuwe regeneratieve landschappen waarin meekoppelkansen voor duurzame landbouw, ecologie, biodiversiteit, recreatie enz. worden uitgelicht. De onderzoeksresultaten worden ontsloten via open access videomateriaal, lezingen, workshops en een expo of tentoonstelling die de volledige keten verbeeldt van landschap en vezel tot nieuwe biomaterialen. Tot slot wordt er ook gekeken om het onderzoek te koppelen aan de ontwikkeling van een nieuwe workshop over ‘ontwerpen met een voor biomaterialen’.","summary":"Ontwikkeling van duurzame vezelcomposieten en regeneratieve landschappen met focus op hernieuwbare grondstoffen. Verbindt landschap en biomateriaal voor nieuwe waardeketens.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003380","result_description":null},{"description":"Broeikas fungeert als trekker om de samenwerking tussen beide hoger onderwijsinstellingen en het lokaal beleid te versterken en samen in te zetten op meer ondernemingszin bij studenten (en jongeren) om op deze manier te zorgen voor een dynamiek van jong ondernemerschap.\n\nRode draad doorheen het verhaal van Broeikas is het sterk lokaal partnerschap en verankering om een ondernemende context te creëren voor jongeren en hen te ondersteunen in alle aspecten van ondernemerschap. De visie van Broeikas omvat dat alle studenten hoger onderwijs een ondernemend bad krijgen waardoor hun innoverend en ondernemend vermogen verhoogt (value creation entrepreneurship) en waardoor we jongeren met een idee ondersteunen in de ontwikkeling ervan naar een rendabel project of onderneming (corporate entrepreneurship).\n\nHet is de missie van Broeikas om hiervoor de juiste context en omkadering te creëren en te faciliteren. Broeikas wil dé lokale hub zijn ter ondersteuning van ondernemingszin bij jongeren van 18 tot 25 jaar. Broeikas bouwt bruggen tussen jongeren, ondernemers, lokale overheden en alle andere betrokken actoren die kunnen bijdragen aan bovenvermelde visie.\n\nMet creatieve en inspirerende communicatie en altijd klaar om te begeleiden vanuit een pak eigen expertise en ervaring, maar ook complementair samenwerkend met andere actoren, wil Broeikas ten dienste staan van alle jongeren in zijn doelgroep en bijdragen aan een creatieve en ondernemende regio Aalst.\n\nWe plaatsen hierbij een steeds sterkere focus op circulair en duurzaam ondernemen, digitalisering, robotisering, (meedenkend met de stad in het kader van de Innovatiehub) technologie, welzijn en zorg. De rol als matchmaker binnen het ecosysteem werd al bewezen in het verleden en speelt steeds een cruciale rol in het versterken van het ecosysteem rond jong ondernemen en detecteren en creëren van opportuniteiten en nieuwe samenwerkingen.\n\nDoor onze sterke banden met onderwijs, (lokaal en nationaal) beleid en het ondernemersveld zijn we uitermate geschikt voor het doorverwijzen van studenten en jongeren naar de juiste partners, het signaleren en snel oppikken van tendensen, het creëren van samenwerking en synnergieën en het doorgeven van best practices of geleerde lessen naar het beleid.","summary":"Broeikas versterkt hoger onderwijs samenwerking en ondernemingszin bij jongeren. Lokale hub voor ondersteuning en begeleiding in ondernemerschap. Focus op duurzaamheid, technologie en samenwerking.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003382","result_description":null},{"description":"Onderzoeksmethode: In SUSSOL 2.0 wordt de bestaande SUSSOL-software die ontwikkeld werd door het onderzoekscentrum Duurzame Industrie verder doorontwikkeld. Er wordt onderzoek gedaan naar de impact van het algoritme (SOM) en de weging van factoren op de uitkomst (candidate list).\n\nEr wordt bestudeerd wat de meest waarheidsgetrouwe visualisatietechnieken (PCA, MDS, parallel axis graph) zijn en er worden gebruikerstesten uitgevoerd. Daarnaast worden er nieuwe functionaliteiten toegevoegd aan de bestaande software. Binnen de restauratie/conservatie wordt er gebruikgemaakt van de ‘solvent star’ en de ‘Teas chart’. Deze visualisaties worden toegevoegd aan de software, zodat de gebruikers op een interactieve manier zowel data kunnen ingeven als raadplegen.\n\nVoorts wordt er een nieuwe softwarearchitectuur ontwikkeld. In de 2.0-software worden backend en frontend volledig gescheiden. Dit laat toe om de backend in de cloud te draaien en via een API vragen te stellen aan de backend. De frontend zal volledig modulair worden opgebouwd waardoor het in de toekomst gemakkelijker wordt om nieuwe functionaliteiten toe te voegen. Deze keuzes worden gemaakt om de mogelijkheden tot valorisatie te vergroten. Het gebruik van een aparte back- en frontend verzekert dat geïnteresseerde bedrijven de SUSSOL-applicatie gemakkelijker kunnen integreren in hun eigen (online) workflows en processen.\n\nDe frontend wordt geprogrammeerd met behulp van de modernste technologieën Svelte en Tailwind. Doorheen het project wordt er nauwgezet aandacht besteed aan het documenteren van de code, ook weer met het oog op toekomstige valorisatie.\n\nBeoogde output: Na afloop van dit project wordt er een volledig functionele SUSSOL 2.0-software opgeleverd. De nieuwe versie zal worden voorgesteld op een wetenschappelijk congres waar aandacht besteed wordt aan solventselectie. De software gaat gepaard met alle nodige codedocumentatie en documentatie over de softwarearchitectuur.\n\nValorisatie/disseminatie: De SUSSOL 2.0-software, die de output van dit project is, zal ingezet worden voor dienstverlening aan bedrijven en kan gebruikt worden in regionale en internationale, extern gefinancierde onderzoeksprojecten waar solventsubstitutie vereist is. Er wordt een workshop georganiseerd rond solventselectie en substitutie in de restauratie in samenwerking met Ki Culture en SiC (Sustainability in Conservation).","summary":"Ontwikkeling van SUSSOL 2.0 software met verbeterde algoritmen en visualisatietechnieken voor solvent selectie in restauratie. Bruikbaar in bedrijfsdiensten en onderzoeksprojecten. Workshop gepland voor samenwerking met Ki Culture en SiC.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003383","result_description":null},{"description":"Investeren in rouwzorg is een “public health priority” schrijft de Lancet in 2024. Verliezen van een naaste is een ingrijpende gebeurtenis. Het rouwproces van naasten vat aan voor het effectieve overlijden en stopt niet op een vastgelegd tijdstip.\n\nAls deze rouwperiode niet juist omkaderd is, kan ze ziekmakend worden. Naasten lopen een verhoogde kans op fysieke- en psychische problemen. Echter is de begeleiding en (h)erkenning van rouw bij naasten nog heel afhankelijk van zorgverleners en de situatie waarin naasten zich bevinden.\n\nRouwondersteuning is niet voor iedereen gemakkelijk beschikbaar. Met dit onderzoek brengen we in kaart welke aanpak er binnen onze gezondheidszorg en uitvaart wordt aangewend om betekenisvolle naasten te ondersteunen in hun rouwproces en hoe het is gesteld met de rouwgeletterdheid en rouwcompetenties bij zorgverleners. De randvoorwaarden om een transitioneel model van rouw werkbaar te maken in de Vlaamse gezondheids- en welzijnszorg, worden blootgelegd.","summary":"Investeren in rouwzorg is essentieel voor de gezondheid. Onderzoek naar rouwondersteuning en competenties van zorgverleners is cruciaal voor effectieve begeleiding.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003384","result_description":"Rapport met onderzoeksresultaten\n\nPublicatie van gevalideerde meetschaal in een relevant wetenschappelijk tijdschrift\n\nIntegratie van de bevindingen in vervolgproject\n\nGebruik van de input voor eerste ontwikkeling van ondersteuningsprogramma voor zorgverleners"},{"description":"In het kort\n\nDit onderzoeksproject onderzoekt de impact van team teaching, een samenwerkingsmodel waarin twee of meer leerkrachten gezamenlijk lessen voorbereiden, geven en evalueren. We willen zowel theoretisch als empirisch inzicht verkrijgen in de effectiviteit van deze aanpak binnen het onderwijs.\n\nDe nood en relevantie\n\nTeam teaching wordt vaak gepresenteerd als een innovatieve en veelbelovende strategie om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. Toch ontbreekt overtuigend empirisch bewijs over de effectiviteit ervan. Dit onderzoek brengt in kaart hoe en onder welke voorwaarden team teaching bijdraagt aan leerwinst, professionele ontwikkeling van leerkrachten en klasdynamiek.\n\nVan aanpak tot impact\n\nDoor een combinatie van literatuuronderzoek en praktijkgericht empirisch onderzoek analyseren we de impact van team teaching op verschillende niveaus. We verzamelen data via observaties, interviews en kwantitatieve analyses om tot gefundeerde conclusies en aanbevelingen te komen. De resultaten bieden waardevolle inzichten voor scholen en beleidsmakers die team teaching effectief willen inzetten.","summary":"Onderzoek naar de effectiviteit van team teaching in het onderwijs, met focus op leerwinst, professionele ontwikkeling en klasdynamiek. Praktijkgericht onderzoek voor waardevolle inzichten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003385","result_description":null},{"description":"CONTEXT\nUit de resultaten van het Coco-project (participatief onderzoek binnen de Jeugdhulp ‘18–‘22) komt naar voren dat in de drie betrokken organisaties het al dan niet kwalitatief werken met de context van de jongeren sterk beïnvloed wordt door systeem- en organisatiefactoren. Onder andere onduidelijkheid over taakinvulling binnen verschillende functies, verouderde of rigide afspraken, inefficiënt overleg, bureaucratie en een niet doorleefde visie spelen hierbij een rol. Door het actieonderzoek werden de begeleiders zich hier geleidelijk aan bewust van en werden er acties ondernomen op systeem- en organisatieniveau ten voordele van het werken met de cliënt en diens context. De bouwblokken van Sociocratie 3.0 werden als tool ingezet om dit proces te ondersteunen. Hulpverlening is gebaat bij begeleiders en hulpverleningsorganisaties die flexibel en wendbaar met de uitdagingen van de 21ste eeuw kunnen omgaan. De doelgroep en de uitdagingen binnen hulpverlening veranderen immers razendsnel (culturele diversiteit, vluchtelingen, technologische ontwikkelingen, etc.) waardoor de sector te kampen heeft met burn-outs, een tekort aan werkkrachten en een gevoel van machteloosheid. Meer eigenaarschap krijgen over die factoren waar de begeleiders vat op hebben is gewenst.\n\nPROBLEEMSTELLING\nHulpverleningsorganisaties zijn zoekende naar manieren waarop ze zich als organisatie, leefgroep of team kunnen organiseren waardoor ze beter voorbereid zijn op de verhoogde werkdruk, complexere contexten, diverse doelgroepen, toenemende digitalisering, etc. De organisatiestructuur en -cultuur heeft een bepalende invloed op de cliëntgerichtheid van zorgorganisaties en de tevredenheid van begeleiders. Maar om zich bewust te worden van welke aspecten dan van invloed zijn en wat we bewust kunnen inzetten op organisatiestructuur en –cultuur is ondersteuning nodig.\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n1. Op welke manier beïnvloedt de organisatiestructuur en -cultuur de cliëntgerichtheid van zorgorganisaties en de tevredenheid van begeleiders?\n2. Welke handvatten kunnen we bewust inzetten om de organisatiestructuur en –cultuur te ondersteunen?\n\nMETHODOLOGIE\nEen literatuurstudie geeft een bredere blik op verschillende modellen en tools die organisaties kunnen gebruiken om tot een grotere cliënt- en begeleiderstevredenheid te komen. Dit vormt de basis voor een kwantitatieve bevraging die zal worden verspreid over de jeugdhulpsector in de provincie Antwerpen (jeugdhulp, n=50) waarbij in kaart wordt gebracht of en op welke manier hulpverleningsorganisaties bewust bezig zijn met systeem- en organisatieprocessen ten voordele van de cliënt.","summary":"Verbeter de cliëntgerichtheid en tevredenheid van begeleiders in de jeugdhulpsector door bewust inzetten van organisatiestructuur en -cultuur. Onderzoek en implementeer effectieve methoden voor betere zorg.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003388","result_description":"BEOOGDE RESULTATEN\n\nNa de verwerking van de kwantitatieve bevraging en de literatuurstudie wordt er een vormingstraject (pilot) uitgewerkt. Hierbij leren hulpverleners de eigen organisatie doorlichten, onder andere op vlak van gelijkwaardigheid, effectiviteit, eigenaarschap en innovatie.\n\nEr worden tools aangereikt waardoor hulpverleners via concrete handvaten beweging kunnen brengen in de werking van de eigen organisatie."},{"description":"Dit project onderzoekt de relatie tussen datavisualisatie en de perceptie van onzekerheid, met een focus op hoe de visuele uitdrukking van onzekerheid de perceptie van het publiek over de zekerheid en betrouwbaarheid van de data beïnvloedt, en hun perceptie van de betrouwbaarheid van het nieuwsverhaal en de auteurs ervan.\n\nDoor aanpakken uit artistieke en ontwerpdisciplines te integreren, streeft het onderzoek ernaar innovatieve visuele strategieën te ontwikkelen die onzekerheid in data uitdrukken. Door middel van een research-through-design-aanpak richt het project zich op het ontwerpen van dataverhalen en het evalueren daarvan binnen het iteratieve ontwerpproces.\n\nHet resultaat van dit project is een toolbox met sjablonen voor veelgebruikte visualisatietools, een handleiding en richtlijnen voor visueel ontwerp waarmee journalisten, datawetenschappers en informatieontwerpers onzekerheid kunnen uiten en toch betrouwbaar kunnen blijven.","summary":"Onderzoek naar datavisualisatie en onzekerheid. Ontwikkel innovatieve visuele strategieën om betrouwbaarheid van data en nieuws te verbeteren. Maak toolbox voor visualisatietools en handleiding voor journalisten en datawetenschappers.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003389","result_description":null},{"description":"Het doctoraatsonderzoek 'Towards a Shared Autonomy. Painting as an Emancipatory Practice' is gewijd aan de verkenning van de schilderpraktijk doorheen een sociaal geëngageerde lens. Het doel is om de productie van afbeeldingen binnen en buiten de afzondering van de studio te onderzoeken, als een collaboratieve praktijk, in verschuivende sociale ruimtes, resulterend in een gedeelde autonomie.\n\nOm tot zinvolle uitwisselingen met verschillende gemeenschappen te komen, zal het onderzoek worden uitgevoerd in verschillende op onderwijs gebaseerde ruimtes. Enkele mogelijke voorbeelden zijn Chitalishte (de leeszaal) op het platteland van Bulgarije; alsook de immigrantenondersteuningsinitiatieven van de New York City Public Library of een alternatief gemeenschapscentrum voor onderwijs in Vlaanderen.\n\nDoor alternatieve onderwijsruimten in verschillende institutionele schalen en contexten te analyseren, draagt dit werk bij aan een belangrijke nieuwe pedagogische methodologie van de schilderkunst. Parallel aan een meerlagig proces van uitwisseling en betrokkenheid van de gemeenschap, zal het doctoraatsonderzoek resulteren in de productie van een reeks schilderijen en interactieve tentoonstellingen/presentaties. Het uiteindelijke doel is om nieuwe productiewijzen en kaders te ontwikkelen voor het begrijpen en verspreiden van hedendaagse schilderkunst, waarbij veel van zijn historische en hedendaagse conventies en percepties worden uitgedaagd.","summary":"Onderzoek naar gedeelde autonomie in schilderpraktijk door sociale betrokkenheid. Studie in onderwijsruimtes voor nieuwe pedagogische aanpak van schilderkunst. Eindresultaat: schilderijen en interactieve tentoonstellingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003390","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek beoogt het artistieke medium van de tekening in te zetten voor een hedendaagse benadering van het eeuwenoude topos van de liefdestreurbrief. Waaruit bestaat nu de specificiteit en het potentieel van de tekening op de grens van de schriftuur binnen het genre van de liefdestreurbrief?\n\nDe centrale doelstelling is om door middel van de tekening en haar artistieke beeldende strategieën de thematiek van de brief – de afwezigheid, het gemis, de herinnering en het verlangen – en de ontoereikendheid van de taal/schriftuur in deze materie ('discours amoureux') visueel te maken.\n\nHierbij zullen fundamentele aspecten van zowel de (liefdestreur)brief als de tekening artistiek en reflexief worden onderzocht: de herinnering en haar verhouding tot het vergeten en het verbeelden, de waarneming en haar blindheid, het fysieke en performatieve van de act van het schrijven en tekenen, de intrede van het beeld op de grens van schrijven en tekenen, lees- en onleesbaarheid, zeggingskracht en verstomming.","summary":"Gebruik tekeningen om de thema's van liefdestreur, afwezigheid en verlangen visueel te maken. Onderzoek de kracht van tekeningen in relatie tot schriftuur en liefdesbrieven.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003391","result_description":null},{"description":"Mijn onderzoek rond tekensystemen ontcijfert het pictografische beeld vanuit een tekenkundige blik. Vanuit educatieve, maatschappelijke en kunstgerelateerde domeinen wil ik het teken als een deel van een systeem benaderen, maar ook onderzoeken hoe dit zijn neerslag heeft in mijn eigen en andere artistieke praktijken.\n\nHoe verschijnen en functioneren tekens als instructies en vormen van visuele communicatie? Welke sociale en culturele codes zijn gelinkt aan een tekensysteem? Hoe kunnen tekensystemen transformeren binnen een artistieke praktijk? Het teken ligt aan de oorsprong van geschreven taal en dient nog steeds als non-verbale communicatie tussen mensen die niet per se dezelfde taal spreken.\n\nIn mijn onderzoek wil ik spelen met begrippen als leesbaarheid, codering en universaliteit en deze positioneren in een spanningsveld tussen taal en tekening, dit met een bijzondere aandacht voor de feministische blik. Finaal wil ik een eigen subjectief tekensysteem ontwikkelen vanuit de bevindingen van mijn onderzoek, waarbinnen eigen observaties en ervaringen reageren op bestaande tekensystemen.","summary":"Onderzoek naar tekensystemen ontrafelt pictografisch beeld vanuit diverse domeinen. Analyse van tekens als instructies en visuele communicatie, met focus op sociale en culturele codes. Verkenning van transformaties in artistieke praktijk en ontwikkelen van eigen tekensysteem.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003392","result_description":null},{"description":"Volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS) worden vaak niet begrepen in hun andere manier van informatie verwerken en hun kwetsbaarheden. Dit heeft grote gevolgen voor het ontwikkelen van een identiteit of het uitbouwen van positieve relaties.\n\nEen groeiende wetenschappelijke kennis over ASS benadrukt het belang van therapeutische afstemmingen op een lichamelijk-affectief niveau, zoals door middel van muzikale interventies. Studies tonen aan dat het bevorderen van creatieve capaciteit bij volwassenen met ASS bijdraagt tot betere intuïtieve- en adaptieve vaardigheden.\n\nVerder tonen studies bij kinderen met ASS aan dat muzikale improvisatie in een therapeutische relatie de ontwikkeling van sociale wederkerigheid faciliteert. We beogen met dit muziek therapeutisch onderzoek de kennis te verfijnen over de wijze waarop muzikale improvisatie in de therapeutische relatie de creatieve capaciteit bevordert bij volwassenen met ASS en trachten de impact te begrijpen van groepsimprovisaties en het integreren van poëzie en muzikale ervaring.\n\nEen nieuw behandelmodel kan worden ontwikkeld waarin muzikale interventies, en kunst gebaseerde interventies in het algemeen, een uniek en noodzakelijk kader bieden om lichamelijk-affectieve processen te bewegen in een therapeutische relatie. Bovendien kunnen muzikale improvisaties een bron van en een brug tot dialoog zijn van waaruit een snelle en hyper-geconnecteerde samenleving kan worden gesensibiliseerd voor stille creaties en trage ontwikkelingsprocessen.","summary":"Verbeter relaties en identiteit van volwassenen met ASS door muzikale interventies. Onderzoek creatieve impact en therapeutische voordelen voor betere vaardigheden en wederkerigheid.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003393","result_description":null},{"description":"Het voorgestelde project onderzoekt het geanimeerde essay in de publieke ruimte. De doelstellingen zijn tweeledig: de uitwerking van een geanimeerd essay format en deze essays omzetten in animatie-installaties in de openbare ruimte.\n\nHet eerste doel is om animatie als een vorm van schrijven te verkennen - vandaar de term geanimeerde essays. Het geanimeerde essay combineert animatietechnieken met videobeelden, infographics en tekst om verschillende verhaallijnen of ideeën op een associatieve en boeiende manier over te brengen. In plaats van een lineaire structuur te volgen om mensen een hapklare boodschap over te brengen, zal het essay intuïtief interpreteerbaar zijn en concepten presenteren vanuit verschillende gezichtspunten, waaronder wetenschappelijke, filosofische en andere spirituele perspectieven.\n\nTen tweede zullen deze essays in de openbare ruimte vertoond worden met behulp van technologieën zoals mapping, schermprojectie en QR-codes, ook wel bekend als vormen van information bombing. De animatie-installaties bieden betekenisvolle ervaringen die verwaarloosde ideeën en concepten laten zien in de publieke ruimte - hierbij ligt de focus in het bijzonder op cosmotechnics, een concept dat de onderlinge verbinding tussen technologie, cultuur en de kosmos benadrukt.\n\nVia deze lens focust het project op inheemse kennis en andere alternatieve perspectieven. Door technologie te behandelen als een manier om de kosmos te begrijpen en hoe we ons als mens tot de kosmos verhouden, gaat het project voorbij aan de louter instrumentele benadering van technologie. De gesitueerde visualisaties zullen ontworpen worden voor en geïnterpreteerd worden binnen de context van hun specifieke fysieke of sociale omgeving.\n\nDe animatie-installaties bieden meerdere vormen van betrokkenheid, variërend van expliciete interactie tot meeslepende ervaringen. Door de geanimeerde essays in de openbare ruimte te presenteren, wordt het publiek aangemoedigd om deel te nemen aan het onderzoek - waardoor een gevoel van gedeeld eigenaarschap ontstaat. Dit samenspel tussen de installaties, het publiek en de omgeving zal worden gedocumenteerd. Deze verslagen zullen samen met het onderzoeksproces uitmonden in een concluderende geanimeerde essay reeks.","summary":"Verken geanimeerde essays in de publieke ruimte door animatie-installaties met diverse verhaallijnen en ideeën voor een boeiende ervaring. Gebruik technologieën zoals mapping en QR-codes voor betekenisvolle interacties en focus op cosmotechnics en alternatieve perspectieven.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003394","result_description":null},{"description":"Uitgaande van een schoolpedagogische benadering en voortbouwend op Deligny's notie van 'camering' als verschillend van filmen, onderzoekt dit project de voorwaarden waaronder de educatieve film studiepraktijken kan ontlokken.\n\nTegen de achtergrond van een proliferatie van educatieve films in en als onderwijs, ontwikkelt het project een conceptualisering voor educatieve filmpraktijken die een onderbreking van dominante denkwijzen teweegbrengen. Dit om nieuwe en onvoorziene relaties met de wereld aan te gaan.\n\nDe focus ligt niet op hoe het audiovisuele kan worden gebruikt als een expressieve aanvulling op educatieve doelen, maar op hoe het als een ander expressief regime de relatie tussen het denkbare en het zichtbare kan herconfigureren. \n\nDit project onderzoekt door middel van cinematografisch onderzoek hoe een verstrengeling van twee verschillende regimes, het educatieve en het audiovisuele, een nieuwe zintuiglijke praktijk kan creëren die aandacht en interesse wekt.","summary":"Onderzoek naar educatieve filmpraktijken om nieuwe relaties te creëren en denkwijzen te doorbreken voor boeiende studie-ervaringen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003395","result_description":null},{"description":"Ik stel voor om een interdisciplinair concept te ontwikkelen door middel van artistieke interventies. Een concept dat een dringende behoefte aan nieuwe vragen en rituelen in een educatieve context aanhaalt.\n\nDit concept heet Ultimology, of de studie van dat wat dood of stervend is. Dit betekent dat het niet meer leeft, niet meer actueel, relevant, veel gebruikt of functionerend is. Dit zal ik doen door het creëren van diverse kunstwerken, evenementen, rituelen en curatorial interventies die voortvloeien uit interview gestuurd onderzoek. Waaronder activiteiten en performances, die academische praktijken zullen toepassen, zodat actualisatie en potentie op de voorgrond komen.\n\nIk ga Ultimologie actief integreren als een nuttig concept of term in de universiteit. Formeel bevindt het werk (soms luguber) zich aan de kruising van artistieke en academische praktijk. Daarmee biedt het een kader waarbinnen de rituele, performative en belichaamde elementen van kennis en de ontologische mogelijkheden van de artistieke praktijk getest, ontwikkeld en bekritiseerd worden.","summary":"Ontwikkel interdisciplinair concept Ultimology door kunst en rituelen, met focus op actuele vragen in educatie. Integreer in academische praktijken voor potentie en vernieuwing.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003396","result_description":null},{"description":"We focussen op vier belangrijke onderzoeksgebieden:\n\n1. Verbeteren van Implementatie: Zoeken naar betere manieren om nieuwe ideeën in de praktijk te brengen, vooral in latere stadia.\n\n2. Geestelijke Gezondheid en Welzijn: Bevorderen van geestelijk welzijn bij jongeren via eerstelijnszorg.\n\n3. Verbeteren van Toegang: Onderzoeken van de ervaringen van onderbediende groepen in de eerstelijnszorg en het verbeteren van hun toegang.\n\n4. Vaardigheden en Identiteit: Ontwikkelen van een competentieprofiel voor eerstelijnszorg en definiëren wat het betekent om in dit vakgebied te werken.\n\nWe gaan een samenwerkingsaanpak gebruiken in ons onderzoek. Dit betekent dat mensen met verschillende achtergronden samen zullen werken om nieuwe en creatieve ideeën te bedenken die helpen bij het bereiken van de doelen van de Primary Care Academy. We zetten ook een gestructureerd netwerk en besluitvormingssysteem op om ons effect te maximaliseren met minimale inspanning van iedereen die betrokken is.","summary":"Improve implementation, mental health, access, skills in primary care. Teamwork for creative ideas. Structured network for impact with minimal effort.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003397","result_description":null},{"description":"Het project ‘Taalrijk Kansrijk’ (september 2022 – september 2024) van Hogeschool PXL ambieerde volgende doelen:\n\n- Ouders stimuleren om taalrijk met hun kleuters om te gaan;\n- Dit duurzaam verankeren vanuit het kleuteronderwijs.\n\nWe vertaalden daartoe onder andere volgende wetenschappelijke principes naar een praktische aanpak: beginnende geletterdheid stimuleren, inzetten op taal en communicatie en ouderbetrokkenheid bij kleuters.\n\nOnze aanpak kreeg vorm in een drietrapsraket om vanuit de kleuterklas ouders en zorgverleners te stimuleren om een MEER talig milieu voor hun kleuter te creëren: aangewakkerd door academisch optimisme via MEER talig voorlezen samen met ouders, over MEER talig praten in de klas met een brugje naar huis tot alledaags MEER talig in de thuissituatie. Taalrijk Kansrijk werkte samen met zes Limburgse kleuterscholen, verspreid over verschillende netten.\n\nDoor onze evidence based aanpak konden we vaststellen dat de vooropgestelde doelen in de scholen bereikt werden. Via een uitgebreide disseminatie (lezingen, publicaties, congressen, workshops) legden we een lijst van 120 scholen aan die onmiddellijk met Taalrijk Kansrijk aan de slag willen. Graag gaan we op deze vraag in, maar geven we het project eerst nodige de maturiteit zodat we het kwaliteitsvol en duurzaam kunnen uitrollen in een (inter)nationale context.\n\nDaartoe willen we de volgende stappen ondernemen:\n\nOptimalisatie van soundboards:\n- Doel: Het optimaliseren van de soundboards bij de praatplaten uit stap 2 en het ontwikkelen van een tool waarmee leerkrachten zelf hun soundboards kunnen maken, in samenwerking met het Centrum Digitaal Leren van PXL.\n- Aanpak: Momenteel worden soundboards gebruikt als startpunt voor taalrijke interactie op school en thuis. Om de taalinput aan te passen aan de (socio)culturele context van de school, willen we leerkrachten de mogelijkheid bieden om eenvoudig geluiden toe te voegen aan de digitale praatplaten. Dit kan eventueel in samenwerking met andere leerkrachten en leerlingen.\n- Testfase: Bachelorproefstudenten Kleuteronderwijs en teamleden zullen deze tool uittesten, wat zal resulteren in een praktische en didactische handleiding voor leerkrachten.\n\nVerankering van de drietrapsraket:\n- Doel: Het creëren van een tijdspad om de drietrapsraket gefaseerd en gestroomlijnd te implementeren in de verschillende kleuterklassen van een school.\n- Aanpak: Dit tijdspad zal flexibel inzetbaar zijn op mesoniveau en wordt voorzien van tips die scholen kunnen aanpassen aan hun eigen situatie.\n\nDisseminatie via vormingsaanbod:\n- Doel: Het ontwikkelen van een toegankelijk en gestroomlijnd vormingsaanbod op meso- en microniveau.\n- Aanpak: Dit resulteert in een dubbel online leertraject waarbij directies en leerkrachten zich in hun eigen tempo kunnen bekwamen in de implementatie van het project binnen hun school of klas.\n\nOpstart van een webshop:\n- Doel: Het opzetten van een webshop waar het ontwikkelde materiaal los of in pakket kan worden aangeboden, samen met verschillende vormingsmogelijkheden zoals studiedagen, coachingsuren en online leertrajecten.\n- Aanpak: De webshop wordt operationeel en de tijdens de validatie gemaakte filmpjes zullen ingezet worden om de webshop overtuigend te lanceren.\n\nInternationale disseminatie:\n- Doel: Het internationaal verspreiden van ons onderzoek.\n- Aanpak: Dit omvat minstens één lezing en één workshop op een internationaal congres en tijdens meetings met de internationale onderzoekspartners van PXL Education.\n\nValidering en verbetering via Lesson Study:\n- Doel: Het valideren en verder verbeteren van de ontwikkelde aanpak door middel van Lesson Study, waarbij wetenschappelijke (taal)experten activiteiten observeren en feedback geven.\n- Aanpak: In het kader van continue professionalisering en kwaliteitsverbetering organiseren we Lesson Study-sessies, waarin wetenschappelijke (taal)experten in kleine groepen de activiteiten observeren en reflecteren op de gebruikte methodieken. Door deze collegiale feedback en gedeelde inzichten kunnen leerkrachten elkaar bijsturen en helpen om de best mogelijke resultaten te bereiken. Dit proces draagt bij aan de validering van de reeds ontwikkelde methodiek.\n\nProject Leerpunt:\n- Doel: Verdere evidence-based onderzoek van ons ontwikkelde materiaal.\n- Aanpak: We gebruiken de binnenhaalde middelen om schoolteams te ondersteunen bij het uitwerken van een taalbeleid gebaseerd op de Taalrijk Kansrijk aanpak. In die taalvisie is aandacht voor de ouders als bondgenoot in de taalstimulering.\n\nToekomstplannen lange termijn:\n- Doel: Exploreren mogelijkheden in lager, secundair en OKAN-onderwijs op basis van vragen uit het werkveld.\nIndienen van een internationaal dossier.\n- Aanpak: Uittesten van onze materialen in zomerscholen voor kleuteronderwijs en lager onderwijs.\nExploratiedagen in het lager onderwijs + eerste testen van het gebruik van onze materialen in OKAN-klassen.\nLeggen van contacten op internationale congressen + opstarten van concrete gesprekken.\n\nKortom: het vervolgproject groeit verder vanuit de wortels van het project Taalrijk Kansrijk en heeft als hoofddoel maturatie van de drietrapsraket via validering, optimalisatie, verankering en disseminatie, met oog op een bredere (inter)nationale en duurzame uitrol van de ontwikkelde aanpak.","summary":"Ouders stimuleren in taalrijk omgaan met kleuters, duurzaam verankeren vanuit kleuteronderwijs. Drietrapsraket: academisch optimisme, talig voorlezen, talig praten, alledaags taalgebruik. Disseminatie, optimalisatie, verankering, webshop, internationale verspreiding, Lesson Study, evidence-based onderzoek. Toekomst: uitbreiding naar lager, secundair en OKAN-onderwijs.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003398","result_description":null},{"description":"Het doel van dit project is om elk van de organisaties in de doelgroep te ondersteunen bij het opbouwen van de nodige kennis voor een duurzame, schaalbare en structurele adoptie van generatieve AI technologieën.\n\nWe geloven dat deze adoptie in twee richtingen moet gebeuren: \n• Top-down: het installeren van voldoende kennis op niveau van besluitvorming om te ondersteunen bij het opmaken van een beleid en kader voor de adoptie van generatieve AI op aspecten van strategie & business case, mensen & verandering, processen, technologie en data. \n• Bottom-up: het installeren van een basisbegrip over de mogelijkheden, beperkingen en risico’s bij eindgebruikers om experimenten te ondersteunen en een draagvlak te creëren voor structurele adoptie.\n\nBinnen dit opleidingsvoorstel kiezen we ervoor om ons op beide richtingen te focussen. Dat wil zeggen dat we ons vooral zullen richten tot beslissingsnemers bij de bedrijven in de doelgroep die een strategie en aanpak zullen moeten formuleren om binnen hun organisaties de adoptie van generatieve AI te faciliteren.\n\nBeslissingsnemers interpreteren we in deze context ruim. Dit gaat om zaakvoerders, algemeen managers en directeurs, functionele directie zoals financieel directeurs, HR-directeurs, operationeel directeurs, enz., IT-directeurs, en alle andere rollen die een beslissende rol moeten spelen bij de adoptie van generatieve AI in hun organisatie.\n\nGezien het netwerk van het consortium, richten we ons op beslissingsnemers van kmo’s uit regio Vlaams-Brabant – Limburg. Een bevraging van VKW in samenwerking met Wisemen, bevestigt dat Limburgse beslissingsnemers van kmo’s veel interesse hebben in AI-technologie (breed), maar dat 66% nog aangeeft dat een gebrek aan kennis en vaardigheden een probleem is voor hun bedrijfsvoering. Ook uit een bevraging van de Vlaamse AI Academie in samenwerking met BUFFL blijkt er nog een duidelijke nood aan aanbod om kmo’s kennis te laten maken met (generatieve) AI in de taal van de ondernemer, aangezien er niet genoeg interne kennis en expertise over het thema is.","summary":"Ondersteun beslissingsnemers in Vlaams-Brabant - Limburg bij de adoptie van generatieve AI met kennis en vaardigheden voor duurzame groei.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003399","result_description":null},{"description":"Om te blijven voldoen aan de onderzoeks- en innovatiegedreven vragen met betrekking tot drones uit diverse sectoren, zoals industrie, kennisinstellingen en overheden, moeten baanbrekende applicaties getest, gedemonstreerd, ingezet en opgeschaald kunnen worden. Dronetransport (cargo/personen) is daarbij een van de belangrijkste en meest voor de hand liggende toepassingen. Het biedt een groter logistiek potentieel, toegenomen kostenefficiëntie, milieuvriendelijkheid en inzetbaarheid voor risicovolle taken.\n\nAan de andere kant is automatisering van bepaalde processen, zoals inspectie, bewaking, detectie, telling en gerichte behandeling met actieve sproeistoffen, door middel van (autonome) drones een duurzame oplossing voor de structurele tekorten aan logistiek personeel op de arbeidsmarkt.\n\nBinnen het project wordt ingezet op drie grote pijlers: (i) het bestuderen en faciliteren van logistieke luchtbruggen voor onbemand luchtverkeer, (ii) het opstellen van de nodige pre- en compliance protocollen voor luchtdrones, ondersteund door bijbehorende testen en onderzoeksinfrastructuur om veilige inzetbaarheid in offshore condities te waarborgen, en (iii) het verder uitbouwen van de ‘Drone Port West-Vlaanderen’ dronecommunitywerking rond onbemande lucht-, water- en landsystemen.\n\nVoor de locatie waar dergelijke vliegende platformen opstijgen en landen wordt doorgaans de term “vertiport” gebruikt, vandaar ook de naam van dit project. Een grote meerwaarde van dit project is het uitwerken van een functionele luchtbrug vanuit Oostende naar een windmolenpark, waardoor infrastructuurinspecties op zee en goederentransport van en naar de windmolenparken met drones kunnen worden gefaciliteerd.\n\nHet verkennen van mogelijke bijkomende luchtbruggen in West-Vlaanderen die een gelijkaardig economisch en ecologisch voordeel bieden ten opzichte van klassieke vormen van transport is ook een doel. De twee regionale luchthavens van Oostende en Wevelgem worden hierbij betrokken om de luchtbruggen 'future proof' te ontwikkelen.\n\nDe eigenlijke testvluchten binnen dit project worden vanuit Oostende opgezet, terwijl een theoretisch model voor Wevelgem wordt uitgewerkt met het oog op verdere uitrol en opschaling. Het partnerschap, geselecteerd op bijzondere expertise binnen het thema, bestaat uit POM West-Vlaanderen (coördinatie en communitywerking), VIVES (compliance testing, U-space en waterstof), KU Leuven (pre-compliance, energieconversie en waterstof), HOWEST (cybersecurity) en UGent (hyperspectraalanalyse).","summary":"Innovatief droneproject in West-Vlaanderen bevordert dronetransport en automatisering door logistieke luchtbruggen en compliance protocollen. Samenwerking met POM West-Vlaanderen, VIVES, KU Leuven, HOWEST en UGent.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003400","result_description":null},{"description":"Zwerfvuil is een belangrijk maatschappelijk probleem. In cijfers uitgedrukt voor Vlaanderen spreken we over (gemiddeld) 20.000 ton afval per jaar, wat gepaard gaat met een kostprijs van maar liefst 164 miljoen Euro (Ovam, 2019; Interafval, 2021).\n\nUit onderzoek blijkt ook dat burgers zwerfvuil enorm storend vinden: In centrumsteden geeft 4 op 10 aan er heel vaak hinder van te ondervinden (Gemeente-stadsmonitor, 2020).\n\nRecent onderzoek toont aan dat nudging mogelijks een deel van de zwerfvuilproblematiek zou kunnen oplossen. Nudging is een motivatietechniek waarbij mensen op een subtiele, vaak onbewuste wijze worden gestimuleerd om een bepaald gewenst gedrag te stellen, zonder dat hier financiële incentives aan gekoppeld worden.\n\nEerdere studies tonen aan dat kleine ingrepen in de fysieke omgeving rond vuilnisbakken zoals bv. voetstappen op de grond of fluorescerende vlaggen de zichtbaarheid kunnen verhogen, wat cruciaal is om zwerfvuil te beperken.\n\nEen probleem met nudging is echter dat er veel verschillende nudges bestaan, en deze niet in elke context even succesvol toegepast kunnen worden. Dat is logisch, omdat elke context andere eigenschappen en uitdagingen heeft. Zo kan het plaatsen van een fluorescerend vlaggetje op een vuilnisbak bijvoorbeeld goed werken in een stadscontext, maar is dit wellicht minder effectief in de context van een festival waar reeds veel visuele prikkels aanwezig zijn.\n\nHoewel de wetenschappelijke literatuur rond nudging over de laatste jaren aanzienlijk gegroeid is, ontbreekt het vaak aan contextspecifieke aanbevelingen waar het werkveld en de maatschappij direct mee aan de slag kunnen. In dit project proberen we hier op in te spelen met onderzoeksvragen die verschillende nudges in verschillende contexten evalueren.\n\nDaarenboven maken we gebruik van eye-tracking om te onderzoeken of de nudges effectief opgemerkt worden of niet. Ten slotte richten we ook onze blik op de toekomst, en evalueren we hoe de geplande invoering van statiegeld het best geïmplementeerd kan worden in Vlaanderen.","summary":"Zwerfvuil is een groot probleem in Vlaanderen. Onderzoek toont aan dat nudging effectief kan zijn om dit aan te pakken. Ons project evalueert verschillende nudges in diverse contexten en maakt gebruik van eye-tracking. Ook bekijken we de implementatie van statiegeld in de toekomst.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003402","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich op het transformerende potentieel van augmented reality (AR) animatie bij het herscheppen van maatschappelijke narratieven, met een specifieke focus op de portrettering van Iraanse vrouwen.\n\nTerwijl conventionele representaties van Iraanse vrouwen in de westerse media worden onderzocht, contrasteert de studie deze weergaven met beeldgebaseerde platforms zoals Instagram-posts van Iraniërs van 2022 tot 2024, gerelateerd aan de recente 'Vrouwen, Leven, Vrijheid' beweging in Iran. \n\nHet onderzoek benadrukt de cruciale rol van het veranderen van maatschappelijke narratieven in het bevorderen van maatschappelijke vooruitgang. Door middel van dit onderzoek wordt de bestaande stereotypering van Iraanse vrouwen, verspreid door media buiten Iran, toegelicht en worden de hedendaagse eisen en strategieën van Iraanse vrouwen voor het uitdagen van stereotiepe narratieven blootgelegd. \n\nOpmerkelijk is dat Iraanse vrouwen intrigerende strategieën gebruiken om stereotypen binnen Iran te bestrijden, zoals symbolisch het vervangen van patriarchale helden uit de Iraanse mythologie, zoals die in 'Shahnameh' van Ferdowsi, door echte vrouwenactivisten die momenteel gevangen zitten. Deze mythische verhalen, nauw verbonden met animatie, dienden historisch als een verenigende kracht om de Iraanse identiteit te behouden tijdens culturele omwentelingen. \n\nDoor inzichten uit deze analyse te benutten, omvat het praktische/artistieke onderzoek het maken van AR-animaties om strategieën te testen gericht op het herscheppen van stereotypen. De selectie van animatie als een narratief medium heeft strategisch tot doel om het publiek aan te moedigen voorbij vooroordelen te gaan en frisse perspectieven te omarmen, in lijn met onderzoek binnen het wetenschappelijke discours. \n\nDe unieke mogelijkheden van augmented reality, waaronder het behouden van publieksbetrokkenheid met de echte wereld en het introduceren van nieuwe perspectieven, maken het verkiezingsklaar boven traditionele animatieplatforms vanwege de toegankelijkheid en kosteneffectiviteit.","summary":"Augmented reality animatie transformeert maatschappelijke narratieven, specifiek voor Iraanse vrouwen. Het onderzoek onthult strategieën om stereotypen te herscheppen en frisse perspectieven te omarmen, met behulp van AR-animaties.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003403","result_description":null},{"description":"Verpleegkundige zorg is een essentiële functie binnen de gezondheidszorg. De primaire focus van verpleegkundige zorg ligt op het leveren van kwaliteitszorg voor patiënten.\n\nIn de afgelopen decennia is er een groeiende erkenning van het belang van economisch bewustzijn in de verpleegkundige zorg, aangezien de kosten van de gezondheidszorg blijven escaleren.\n\nHet doel van dit onderzoeksvoorstel is het verkennen van het belang van economisch bewustzijn in de verpleegkundige zorg, de rol van verpleegkundigen in economische besluitvorming binnen de gezondheidszorg en de voordelen van het integreren van economisch bewustzijn in de verpleegkundige zorg.","summary":"Verpleegkundige zorg: focus op kwaliteitszorg met economisch bewustzijn voor betere besluitvorming en integratie in de gezondheidszorg.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003404","result_description":"Het voorgestelde onderzoek zal waardevol inzicht verschaffen in het economisch bewustzijn van verpleegkundigen met betrekking tot het gebruik van middelen in de gezondheidszorg. De bevindingen zullen managers in de gezondheidszorg en beleidsmakers in staat stellen om onderwijs- en trainingsinitiatieven te ontwikkelen die het economisch bewustzijn van verpleegkundigen vergroten, wat het beheer van middelen in de gezondheidszorg kan verbeteren, wat leidt tot betere patiëntresultaten en de financiële duurzaamheid van gezondheidszorgsystemen en patiënten.\n\nOutput: Eén wetenschappelijk artikel/rapport.\n\nDit werk omvat ook twee masterscripties met betrekking tot: \n1. De kennis van verpleegkundigen over verbruiksmaterialen - een cross-sectioneel onderzoek \n2. Kwalitatieve bevraging naar cognitieve processen in materiaalgebruik bij verpleegkundigen - semi-gestructureerde interviewstudie"},{"description":"Een beeldend onderzoek naar de (zelf)censuur van de actuele cartoonist. Dit wordt onderzocht via de creatie van een graphic novel, waarin zich een fictieve autobiografische vertelling aanbiedt, gelinkt aan Magrittes surrealisme en fake news. Magritte had het over het bedrog van de beelden. Maar vandaag lijken we tekst en beeld aan te passen aan wat we willen geloven. We manipuleren tot er staat wat we willen. Zijn we opgeschoven naar een tijd waarin tekst en beeld anders werken, waarin ze letterlijk te nemen vallen en hun dubbelzinnigheid vernietigd wordt?\n\nHoe kan een cartoonist hiermee omspringen? Kan hij het probleem zelf problematiseren en in beeld brengen? Hoe censureert hij daarbij zichzelf en zijn tijd en hoe wordt hij gecensureerd? Vanuit mijn persoonlijke ervaring als cartoonist wil ik de actualiteit van het fenomeen “censuur” onderzoeken en een zinvolle omgang ermee voorstellen.","summary":"Onderzoek naar zelfcensuur bij cartoonisten, geïnspireerd door Magrittes surrealisme. Graphic novel verkent manipulatie van tekst en beeld in hedendaagse context. Wat betekent censuur voor cartoonisten?","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003405","result_description":null},{"description":"The BETA project aims to facilitate the bilateral exchange of experiences between older and young people supporting seniors’ social inclusion. It creates and promotes digital learning opportunities for both generations, encouraging the efforts of the elderly to be active, free, and resilient citizens.\n\nThe digital needs of the older generation will be investigated in order to develop, test, and implement a training kit in close collaboration between academics, training organizations, local authorities, and seniors. This will promote digital learning activities.\n\nIn addition to the training kit, intergenerational learning activities (online game-based as well as on-site) in Laboratories will take place. These activities will impact the skills development of both generations: the elderly will develop skills in technology and English language and will transfer their experience and knowledge, while children will develop horizontal-soft skills such as creativity, teamwork, and emotional intelligence-empathy.","summary":"Facilitate exchange between older & young for social inclusion through digital learning. Develop training kit & intergenerational activities to enhance skills.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003406","result_description":null},{"description":"Transitiepsychiatrie is een relatief jonge discipline binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ), gericht op het ondersteunen van jongeren in de overgang van kinder- en jeugdpsychiatrie naar volwassenenzorg.\n\nDe specifieke uitdagingen die zorgprofessionals hierbij ervaren, zijn echter nog onvoldoende in kaart gebracht. Dit project heeft als doel om deze noden systematisch te onderzoeken en te analyseren.\n\nDoor deze inzichten te verwerven, kunnen we gerichte ondersteuning bieden aan zorgprofessionals en bijdragen aan de verdere ontwikkeling van transitiepsychiatrie. Dit zorgt ervoor dat de continuïteit van zorg voor jongeren in deze kwetsbare levensfase geoptimaliseerd kan worden.","summary":"Onderzoek naar de noden van zorgprofessionals in transitiepsychiatrie om gerichte ondersteuning te bieden en de zorg voor jongeren te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003407","result_description":"De inzichten kunnen leiden tot gerichte onderzoeken en aanbevelingen voor verbetering van de zorg. Dit biedt waardevolle input voor zorgprofessionals en beleidsmakers en kan bijdragen aan betere training en ondersteuning voor een naadloze overgang.\n\n1. Overzicht van modellen en best practices in transitiepsychiatrie in internationale literatuur\n2. Beschrijving van de specifieke noden en uitdagingen van zorgverleners\n3. Beschrijving van belemmerende en bevorderende factoren in transitiezorg\n4. Aanbevelingen voor verder onderzoek\n\nValorisatie\n• Publicatie van een onderzoeksrapport met aanbevelingen voor verder onderzoek\n• Publicatie van de onderzoeksresultaten in wetenschappelijk vaktijdschrift\n• Eerste stappen in ontwikkeling van een praktijkgerichte tool ter ondersteuning van zorgverleners"},{"description":"Tijdens het PWO Onderweg met Open Dialogue (2021-2023) bleek het gebrek aan multistakeholder-samenwerking door de fragmentering van zorg en welzijn een grote hinderpaal voor de verdere ontwikkeling van Open Dialogue (OD).\n\nOD is een Finse benadering waarin de focus ligt op het open bespreken van moeilijkheden met de patiënt, familie, professionals en andere betrokkenen uit de omgeving. OD vereist het samenbrengen van diverse betrokkenen, maar in zorg en welzijn werken veel professionals ‘op hun eigen eilandje’. Tegelijk gaapt er ook een grote kloof tussen formele en informele zorg.\n\nOok het betrekken van ervaringsdeskundigen gebeurt vaak niet of moeizaam. Dat gebrek aan samenwerking bemoeilijkt de toepassing van OD. In dit onderzoek identificeren we daarom de hinderpalen en hefbomen m.b.t. multistakeholder-samenwerking voor het toepassen van OD, en co-creëren we bottom-up manieren om hefbomen te versterken met de stakeholders uit voornamelijk zorg en welzijn (de netwerken Geestelijke Gezondheidszorg, partners uit de eerstelijnszones, CAWs, …).\n\nOm met Open Dialogue van start te gaan was het eerst essentieel voor teams om te focussen op de kern namelijk dialogisme en tolerantie van onzekerheid. De andere 5 principes focussen op het organisatorisch luik en vragen verdieping over organisaties heen.\n\nWe analyseren eerst het ‘ecosysteem’ van betrokken én ontbrekende partijen bij de zorg voor vier personen met een dubbeldiagnose incl. psychose in een OD-traject. Die analyse levert een diepgaand beeld op van de manier waarop al dan niet samengewerkt wordt en hoe dit in relatie is met Open Dialgoue (samenwerkingsvorm, -intensiteit, -frequentie), of bestaande samenwerkingen als effectief en efficiënt geëvalueerd worden (door actoren zelf, maar ook onderzoeksmatig vanuit overkoepelend perspectief), en de achterliggende faciliterende dan wel remmende factoren (bvb. verschillen in visie, samenwerkingsbereidheid, doelen, doelgroep, werkmethode, taakverdeling, praktische factoren, institutionele factoren, …).\n\nVanuit die bevindingen starten we vervolgens met de stakeholders cocreatietrajecten om bottom-up hefbomen te versterken. We richten ons zowel op hefbomen vanuit individueel, team als organisatorisch of netwerkperspectief, om rollen en mogelijkheden op elk niveau te verduidelijken en versterken.\n\nHet PWO heeft zo een rechtstreekse impact op de samenwerkingen tussen de betrokken partijen in de vier OD-trajecten, en levert inzichten en gecocreëerde oplossingen op die breder toegepast kunnen worden in zorg en welzijn, zowel wat OD als multistakeholder-samenwerken betreft.","summary":"Verbeter multistakeholder-samenwerking in zorg met Open Dialogue (OD). Identificeer hindernissen en versterk hefbomen door cocreatie met stakeholders. Efficiëntere en effectievere samenwerking bevorderen in zorg en welzijn.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003409","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich specifiek op één van de samenwerkingsverbanden, namelijk de implementatie van 1G1P in Antwerpen. Het onderzoek gebeurt in opdracht van de stuurgroep van 1G1P Antwerpen en wordt mede gefinancierd door de Stad Antwerpen.\n\nDe hoofddoelstelling van het onderzoek is de potentiële impact ervan in kaart te brengen. Impact wordt hierbij gedefinieerd als de bedoelde en niet-bedoelde korte- en lange termijn veranderingen die 1G1P Antwerpen teweegbrengt op de verschillende betrokken niveaus: gezinsniveau, begeleidingsniveau, niveau van de deelnemende organisaties, niveau van het hulpverleningsnetwerk en niveau van de samenleving.","summary":"Onderzoek naar implementatie van 1G1P in Antwerpen, gefinancierd door Stad Antwerpen, om impact op verschillende niveaus te beoordelen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003412","result_description":null},{"description":"Hier is de herziene tekst:\n\nHoe kunnen lokale bedrijven en sociale economiepartners samen een circulaire economie waarmaken? SCHOUDER bouwt een netwerkhub vol samenwerking, innovatie en sociaal ondernemerschap.\n\nIn het kort\nSCHOUDER is dé sociaal circulaire hub van de Vlaamse Ardennen. In deze experimenteerruimte werk je als lokale ondernemer, beleidsmaker of sociale economiepartner samen aan circulaire oplossingen. De hub verbindt stakeholders, stimuleert samenwerking en creëert nieuwe circulaire diensten of opdrachten met sociale impact.\n\nDe nood en relevantie\nLokale noden vragen om duurzame antwoorden. Circulair en sociaal ondernemen biedt oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals afvalreductie, sociale tewerkstelling en lokaal hergebruik. Toch blijven deze kansen vaak onbenut. SCHOUDER maakt de meerwaarde van sociaal circulair ondernemen zichtbaar voor burgers en bedrijven en creëert jobs in de regio.\n\nVan aanpak tot impact\nVia cocreatie, netwerkmomenten en lerende werktafels stimuleert SCHOUDER de ontwikkeling van nieuwe circulaire businessmodellen. Denk aan circulair design, food saving, modulair interieur, of leasingmodellen. In elke fase van het project onderzoeken we opportuniteiten, testen we ideeën en delen we kennis. Zo versnellen we de transitie naar een inclusieve, circulaire economie met impact op regio, beleid en onderwijs.","summary":"SCHOUDER is de hub voor sociaal circulaire innovatie in Vlaamse Ardennen. Lokale ondernemers en sociale partners werken samen aan circulaire oplossingen met sociale impact, via cocreatie en netwerkmomenten. Versnel de transitie naar een circulaire economie met SCHOUDER.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003413","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen sociale en circulaire economie elkaar versterken in Gent? Deze hub brengt spelers samen om kennis te delen, te innoveren en op te schalen.\n\nIn Gent werken heel wat organisaties rond circulaire economie, van repair cafés tot upcycling van textiel. Dit project onderzoekt hoe een sociaal-circulaire hub bruggen kan slaan tussen circulaire ondernemers, sociale economie en lokale overheden. De focus ligt op samenwerking, kennisdeling en werk op maat voor doelgroepwerknemers.\n\nHoewel de circulaire economie in Gent groeit, blijven veel initiatieven kleinschalig en verspreid. Samenwerking tussen sociale economie en circulaire projecten is cruciaal om duurzame jobs te creëren, reststromen lokaal te benutten en circulaire productie op te schalen. Tegelijk blijven bedrijven worstelen met vragen rond businessmodellen, productkwaliteit en investeringsrisico’s. Een gedeelde kennisbasis en ruimte voor cocreatie zijn broodnodig.\n\nWe bouwen een inclusieve sociaal-circulaire hub waar sociale economie en circulaire ondernemers elkaar versterken. Via pilootprojecten, workshops, inspiratiesessies en kennisdeling testen we hoe samenwerking vorm kan krijgen. De hub fungeert als broedplaats voor innovatie, werkgelegenheid en circulaire doorstroom. Zo stimuleren we lokale productie, versterken we de sociale economie en verlagen we drempels voor circulaire initiatieven. Dit project draagt bij aan de transitie naar een rechtvaardige en veerkrachtige circulaire stad.","summary":"In Gent bundelt een sociaal-circulaire hub krachten voor samenwerking, innovatie en groei tussen circulaire ondernemers, sociale economie en overheden. Streeft naar duurzame jobs, lokale benutting van reststromen en opschaling van circulaire productie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003414","result_description":null},{"description":"Het gebruik van kunststofproducten is alomtegenwoordig. Bedrijven zetten sterk in op duurzaamheid waarbij ook ingezet wordt op Reduce, Repair, Re-use en pas in een laatste stap Recycle. Recycleren blijft een uitdaging, recyclage van diverse materiaalstromen is niet triviaal en zeker niet voor producten bestaande uit meerdere materialen (>1 kunststof, metaalinserts) of composietmaterialen. Doel is om zo lang als mogelijk in te zetten op monomateriaal producten gecombineerd met R-strategieën, maar toch eindigt het complexe evenwicht tussen materiaal, proces- en productinnovatie dikwijls in multimateriaal producten. De resulterende recyclagestroom is laagwaardig door de contaminatie van de tweede kunststof of door het beschadigen van de machines door het metaal. Toch wil Europa naar 60% recyclage tegen 2030.\n\nIn het POSTeK project worden methodes onderzocht om multimateriaal producten te ontwerpen en te ontmantelen.\n\nVoor veelbelovende innovatieve materiaalcombinaties (korte vezelgevulde composieten incl.) worden designrichtlijnen + procesparameters opgesteld. Goede hechting tussen materialen wordt enkel verkregen door gedurende een minimale tijd een voldoende hoge temperatuur te garanderen. Voldoende materiaal-, proces- en productkennis laat korte time-to-market toe in combinatie met first time right producten (beperkte vervorming ten opzichte van producttekening). Dit zorgt voor hogere kansen op het succesvol ontmantelen via verspanende of chemische technieken.\n\nSlim en gericht verspanen (ontmantelen) van grotere producten zal optimaal verlopen indien het interfacevlak tussen de verschillende materialen gevormd wordt zoals tijdens de ontwerpfase werd vastgelegd. Ongewenste vervormingen van het gespuitgietstuk zorgen voor extra volumes chemisch te recycleren volume. Na het slim en gericht verspanen en afvoeren van een eerste zuivere materiaalcomponente zal de interfaceregio verspaand worden. Dit volume wordt verwerkt via chemische recyclage. Het resterende volume van het kunststofonderdeel hoort bij de derde fractie. Dit proces kan sterk geautomatiseerd worden. Indien gewerkt wordt met metalen inserts, zal via slim en gericht verspanen deze metalen insert vrijgemaakt worden. Op deze manier worden twee zuivere fracties gerealiseerd.\n\nDe hoogste efficiëntie voor het slim verspanen kan gehaald worden bij post-industriële instroom (3D-geometrie = gekend). Bij end-of-life producten zal vooral gefocust worden op grote volumes van grotere producten en in eerste instantie naar een beperkt aantal productvarianten. Op die manier worden overmatige leerprocessen voor het slim verspanen vermeden.\n\nVoorgaande beschreven strategie is niet altijd mogelijk voor alle multimateriaal producten. Daarom wordt ook de piste van chemische recyclage onderzocht voor kleine producten en voor gemengde fracties, resulterend uit het mechanisch ontmantelen (het volume rond de interface).\n\nDe economische haalbaarheid van het ontmantelen via slim verspanen al dan niet gecombineerd met chemische recyclage wordt gemonitord. De resultaten van dit project beogen een significante impact op het milieu en dit zal bedrijven kunnen ondersteunen om de Europese targets te halen rond recyclage en hergebruik van materialen. De verdere uitrol van deze kennis zal helpen om West-Vlaanderen wat betreft recyclage en verantwoord materiaalgebruik verder op de kaart te zetten.","summary":"Reduceer, hergebruik en recycle: Europa streeft naar 60% recyclage tegen 2030. POSTeK project onderzoekt ontwerp en ontmanteling van multimateriaal producten voor duurzame innovatie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003415","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich op de manier waarop overheidsbeleid gezinnen ‘ziet’ en ondersteunt, in lijn met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Centraal staat de ontwikkeling van een gezinsreflex: een analytisch en beleidsmatig kader om beleidsmaatregelen en regelgeving systematisch te toetsen aan de impact op gezinnen. De studie verkent hoe deze reflex gedefinieerd, toegepast en geborgd kan worden op macro- (overheid) en mesoniveau (organisaties).\n\nDe onderzoeksmethode omvat drie fasen:\n\n1. Verkenning en consultatie: Stakeholders uit beleid, onderzoek en middenveld worden geconsulteerd om de probleemstelling en onderzoeksvragen te verfijnen.\n2. Onderzoek naar lokaal gezinsbeleid: Interviews met lokale beleidsverantwoordelijken brengen in kaart hoe een integrale gezinsbenadering wordt toegepast.\n3. Ontwikkeling, test- en evaluatiefase: De gezinsreflex wordt uitgewerkt, getest in onderzoek en beleid, en geïntegreerd in het curriculum van de bachelor Gezinswetenschappen.\n\nHet onderzoek draagt bij aan een meer geïntegreerd en onderbouwd gezinsbeleid, waarbij gezinnen systematisch betrokken worden bij beleidsvorming en implementatie.","summary":"Onderzoek naar gezinsbeleid: Ontwikkeling van gezinsreflex voor beleid op macro- en mesoniveau. Stakeholders geconsulteerd, lokaal beleid onderzocht en reflex geïntegreerd in curriculum voor geïntegreerd gezinsbeleid.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003416","result_description":null},{"description":"Hoe worden accountants effectieve adviseurs? Dit onderzoek analyseert hoe advies aan klant-ondernemers begrijpelijk en bruikbaar wordt, met praktische tools zoals een skillsmatrix, training en inzichten in de bereidheid tot betalen door klanten.\n\nDe rol van de accountant verandert snel door digitalisering en minder manueel boekhoudkundig werk. Dit onderzoek richt zich op het versterken van de adviesrol van accountants, met een focus op het verbeteren van “mutual understanding” (MU) tussen accountant en klant-ondernemer.\n\nDoor middel van interviews, observaties en praktijkgerichte tools zoals een skillsmatrix en training, biedt het onderzoek accountants concrete handvatten om begrijpelijk en bruikbaar advies te geven.\n\nDe digitalisering verandert de traditionele boekhoudkundige taken en dwingt accountants om hun rol te transformeren naar die van bedrijfsadviseur. Veel accountants zijn hier echter onvoldoende op voorbereid, wat de adviesrelatie bemoeilijkt.\n\nDit onderzoek helpt accountants inzicht te krijgen in hoe zij de waarde van hun advies kunnen vergroten en klanten overtuigen van die meerwaarde.\n\nHet onderzoek beantwoordt drie cruciale vragen: 1. Welke vaardigheden gebruiken accountants om advies begrijpelijk en bruikbaar te maken? 2. Hoe kan training deze vaardigheden verder versterken? 3. Welke factoren beïnvloeden de bereidheid van klanten om te betalen voor advies?\n\nHet onderzoek combineert interviews en observaties van adviesgesprekken om de begrijpbaarheid en bruikbaarheid van advies in kaart te brengen. Het ontwikkelt een skillsmatrix met essentiële vaardigheden voor accountants en test deze via een op maat gemaakte training.\n\nDaarnaast worden parameters onderzocht die de bereidheid van ondernemers om voor advies te betalen beïnvloeden. De resultaten bieden accountantspraktijken concrete richtlijnen en tools voor betere adviesverlening.","summary":"Transformeer accountants in effectieve adviseurs door in te zetten op vaardigheden, training en klantwaarde. Versterk de adviesrol en vergroot de meerwaarde van advies voor klanten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003417","result_description":null},{"description":"Student mental health at higher education institutions is a European-wide increasing challenge. SUNMENTORS aims to train university teaching staff in order to better address the special needs of affected students and to support universities in building institutional strategies for more inclusive learning environments in terms of mental health.\n\nThe project will be carried out by four universities and two social education providers from Belgium, Germany, Greece, Italy, and the UK.","summary":"Train university staff to support student mental health challenges for more inclusive learning environments at higher education institutions across Europe.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003418","result_description":null},{"description":"We willen via dit project binnen het platform van Born in Belgium Professionals een afgetoetst zorgpad integreren voor zwangere/prille moeders (en hun gezin) die met een zwangerschaps- of perinataal verlies worden geconfronteerd.\n\nWe gaan hiervoor de bestaande richtlijnen, good practices en bestaande aanbod in kaart brengen. Via de design-thinking methodologie gaan we belangrijke stakeholders in verschillende stadia bij elkaar brengen om verdere clustering en structuur te brengen.\n\nDoel: Een houvast bieden aan zorgverleners om naar de juiste zorg te leiden en beter interprofessioneel samen te werken. Zorgpad opmaken dat geïntegreerd kan worden in de bestaande BiB-applicatie. Met aandacht voor toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid.","summary":"Integreer een zorgpad voor zwangere / prille moeders met verlieservaringen in de BiB-app voor betere zorg en samenwerking tussen zorgverleners.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003419","result_description":"Het eindproduct van dit project bestaat uit een zorgpad dat zwangere/prille moeders die geconfronteerd worden met een zwangerschapsverlies of een perinataal verlies kan leiden naar de nodige ondersteuning binnen het Vlaamse zorglandschap.\n\nDit zorgpad zal in lijn liggen met de andere zorgpaden binnen de applicatie van Born in Belgium Professionals. Het zal op een digitale manier ter beschikking zijn en de mogelijkheid bieden om een traject op maat te genereren voor de zwangere/moeder in kwestie.\n\nHet nieuw geïntegreerde zorgpad zal automatisch ter beschikking staan van alle gebruikers en zo automatisch gedissemineerd worden. Via de website en een extra nieuwsbrief van Born in Belgium Professionals kunnen alle gebruikers eveneens concreet op de hoogte gebracht worden."},{"description":"De ontwikkeling van een interdisciplinaire richtlijn en implementatieplan met betrekking tot de aanpak van ondervoeding bij oudere personen in de eerste lijn.","summary":"Ontwikkel interdisciplinaire richtlijn en implementeer plan voor aanpak ondervoeding bij ouderen in de eerste lijn.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003421","result_description":null},{"description":"Het doel van het EngageAll project is om het bewustzijn en de erkenning te vergroten van het belang van studentenparticipatie en maatschappelijke participatie bij het bevorderen van de verwerving van sleutelvaardigheden en competenties bij alle studenten.\n\nDaarnaast streeft het project ernaar om de betrokkenheid en actieve participatie van ondervertegenwoordigde studenten binnen hun instelling, studentenleven, lokale gemeenschap en met betrekking tot bredere maatschappelijke kwesties aan te moedigen en te ondersteunen.\n\nOm deze doelstellingen te bereiken, worden verschillende activiteiten geïmplementeerd als onderdeel van drie belangrijke werkpakketten. Ten eerste omvat WP2 het ontwikkelen van een competentiekader en toolkit voor studentenbetrokkenheid en maatschappelijke participatie. \n\nWP3 richt zich op het opzetten van een studentenambassadeursprogramma, waarbij studenten uit diverse achtergronden worden verbonden met jongeren uit ondervertegenwoordigde gemeenschappen. \n\nWP4 omvat de ontwikkeling van een opleidingsonderdeel over studentenparticipatie, gericht op het bevorderen van actieve en inclusieve betrokkenheid. Bovendien zal WP5 zorgen voor de verspreiding van de projectresultaten naar een breder publiek in heel Europa.","summary":"Verhoog bewustzijn en betrokkenheid bij studentenparticipatie met EngageAll project. Toolkit, ambassadeursprogramma en training bevorderen inclusieve betrokkenheid. Verspreiding van resultaten in heel Europa.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003423","result_description":null},{"description":"Een evaluatieonderzoek naar de ‘brugfiguren welzijn’ ingezet in sociaal-sportieve praktijken, jeugdwerkorganisaties en scholen in de stad Antwerpen.","summary":"Onderzoek naar 'brugfiguren welzijn' in Antwerpense sociaal-sportieve praktijken, jeugdwerk en scholen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003427","result_description":null},{"description":"Mijn onderzoek zal zich richten tot de volgende vragen: \n- Hoe kan VR gebruikt worden om de productie-pipeline van animatiefilm te faciliteren en het creatieve proces te stimuleren? \n- Hoe kan het gebruik van VR in het animatie-productieproces, nieuwe vormen van esthetiek en stilering creëren? \n- Hoe kan het gebruik van VR in het animatie-productieproces, bijdragen aan de creatie van een hybride vorm van artistieke (animatie) expressie? \n\nHet centrale idee van deze drie onderzoeksvragen, tevens de rode draad doorheen mijn werk, is de zoektocht naar hoe we de grenzen van het medium animatiefilm kunnen opentrekken. Meerbepaald de esthetiek die voortvloeit uit de dialoog tussen enerzijds het analoge, digitale, virtuele, dus het artificiële en anderzijds het warme, tastbare, getextureerde, aldus het organische.","summary":"Gebruik VR in animatieproductie voor creativiteit, esthetiek en artistieke expressie. Verleg grenzen door het combineren van digitaal met tastbaar.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003428","result_description":null},{"description":"Dit doctoraat in de kunsten onderzoekt wat het betekent om binnen onze hedendaagse vloeibare samenleving te ‘wonen’: ergens, in een bepaalde, welomlijnde context een tijd halt houden en hier de aandacht op vestigen. Anders dan hoe Martin Heidegger het wonen definieerde in 1951, betreft het hier een vorm van wonen dat niet altijd vredevol is, maar wel steeds in bepaalde mate productief.\n\nHet onderzoek wordt gevoerd door plekken te bewonen die ons hedendaagse begrip van wonen uitdagen: plekken onder uitzonderlijk beheer, met bijzondere klimatologische omstandigheden, waar een spanning heerst in relatie tot de fluïde markt. Vervolgens worden sociaal-ruimtelijke praktijken ontwikkeld die als doel hebben om door middel van een artistieke ervaring het hedendaagse denken uit te dagen.","summary":"Dit doctoraat onderzoekt hedendaags wonen in vloeibare samenleving. Focus op artistieke ervaring die hedendaags denken uitdaagt.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003429","result_description":null},{"description":"The (Dis)Appearance of Time onderzoekt de tentoonstelling als een moment van ‘kairos’ of onderbreking in een versnellende beeldcultuur. In die idee van kairos vind ik Hannah Arendt’s ‘denken’ terug dat haar eigen tijdsverloop kent en anders dan het verstand niet op zoek gaat naar kennis, maar naar betekenis.\n\nVertrekkend vanuit de filminstallatie als methode om een frictie in tijdsbeleving tot stand te brengen, doel ik erop een frictie in (tijds)beleving te veroorzaken die niet enkel de esthetische ervaring of interpretatie van een werk in de hand werkt, maar die eveneens aanzet tot aarzelen – wat volgens Byung-Chul Han het menselijke vermogen is dat denken onderscheidt van rekenen.\n\nIn The (Dis)Appearance of Time stel ik dus de vraag hoe de tentoonstelling, en de filminstallatie in het bijzonder, een tijdsbeleving kan neerzetten die bijdraagt tot de aarzelingen die nodig zijn om een sensibel denken tot stand te brengen.","summary":"Onderzoek hoe tentoonstellingen 'kairos' momenten creëren, geïnspireerd door Hannah Arendt's filosofie. Filminstallaties worden gebruikt om frictie in tijdsbeleving op te wekken en aarzeling te stimuleren voor een diepgaande esthetische ervaring.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003430","result_description":null},{"description":"Dit praktijkgerichte onderzoek concentreert zich op de representaties van ecologieën en inheemsiteiten in China's westelijke en noordoostelijke achterland/grensregio's in de context van postkolonialisme, laatkapitalisme en het Antropoceen. Het onderzoekt hun rol in de Chinese en Westerse imperiale geschiedenis, de opbouw van de Chinese natiestaat en de groene geostrategische wedloop en transnationale handel tussen de EU en China, evenals de verwikkelingen en spanningen tussen voorouderlijke ecologieën, gebieden en geopolitiek.\n\nOp basis van de kosmologie van meer dan menselijke ecologische gelijkheid en de onderlinge verbondenheid van alle dingen, ingebed in de Taoïstische noitie van wanwu, zal het onderzoek 'etnografische eco-fictie' ontwikkelen als een poëtische, niet-lineaire vertelstrategie en observatielens die perspectieven van meerdere soorten, verschillende geografieën en tijden kan bevatten.\n\nDoor de creatie van een reeks 'etnografische eco-fictie' essayfilms en docuficties (bestaande uit twee langspeelfilms en verschillende kortfilms, zowel analoog/digitaal), waarin etnologie, archieven, mythes en mondelinge geschiedenissen met elkaar verweven zijn, wil het onderzoek China's achterland/frontières en havenregio's in België en in andere Europese landen met elkaar verbinden als een geïntegreerde ecologische eenheid.\n\nHet doel is om verhalen en herinneringen aan collectief verlies en verplaatsingen te vertellen vanuit het perspectief van ecologie, materialiteit, menselijke en niet-menselijke gemeenschappen. Dit biedt een alternatieve verbeelding van relationele ecologische geografie, die de natiestaat-centrische en antropocentrische geopolitiek, gedreven door de hegemonische globale moderniteit, onthult en tegenwerkt.","summary":"Onderzoek naar ecologieën en inheemse culturen in China, met focus op imperialisme, natiestaatvorming en transnationale handel. Verhalen vertellen door 'etnografische eco-fictie' films. Verzet tegen hegemonische geopolitiek.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003431","result_description":null},{"description":"Verduurzaming labo zerotolerantie tegen schooluitval: korte samenvatting\n\nHeel wat jongeren dreigen uit de boot te vallen binnen het onderwijs. Zij hebben het moeilijk met zichzelf, thuis of in de klas en op school doordat hun relaties met leerkrachten en/of andere leerlingen moeilijk lopen. Hierdoor lopen ze het risico om zonder diploma de school te verlaten waardoor de kans op goed werk geminimaliseerd wordt.\n\nOnder het speerpunt ‘Iedereen aan boord” creëerde SOM (https://www.samenonderwijsmaken.be/) een duurzame uitwisseling tussen het Leuvense onderwijs en partners uit andere domeinen die vertrouwd zijn met deze problematiek. Er werd expertise samengebracht, uitgewisseld en verspreid in het onderwijsveld. Vanaf september 2022 wordt er ingezet op de verduurzaming van het bestaande partnerschap en de verdere verspreiding van de opgebouwde expertise binnen het onderwijsveld.\n\nOp die manier wordt er getracht om het kwaliteitsvol, snel en flexibel inspelen op de noden op het terrein te continueren. Vanuit de UCLL zullen de lopende projecten evidence based ondersteund worden, zal er ondersteuning geboden worden bij rapporteringen en nieuwe projectaanvragen, en bij het brengen van de opgebouwde en nieuwe expertise op andere fora.\n\nDaarnaast wordt ernaar gestreefd om de opgebouwde expertise te verbinden met andere kennis uit expertisecentra (Resilient people, Education & development, Inclusive Society, Art of teaching) en met collega’s uit de lerarenopleiding en opleidingen welzijn.","summary":"Verduurzaming labo tegen schooluitval: SOM creëert duurzame uitwisseling tussen onderwijs en partners om jongeren te helpen. Expertise wordt gedeeld en ingezet voor beter onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003433","result_description":null},{"description":"Praktijkgericht onderzoek binnen het domein van mondgezondheid draagt bij tot innovatie, het verbeteren van de gezondheidszorg- en preventie en het commercialiseerbaar maken van een gezonde mond. In dit samenspel is het voortdurend zoeken naar evenwicht tussen de praktijk èn fundamenteel onderzoek.\n\nEen gezonde mond is een belangrijke voorwaarde om fysiek én mentaal mee te kunnen in onze maatschappij. Daarom is mondzorg geen luxe: iedereen moet met mondgezondheid aan de slag en dient hierin ondersteund te worden. Deze nood creëert een afzetmarkt voor excellente dienstverlening en hoog kwalitatieve, duurzame producten en productinnovaties.\n\nDe gehele Vlaamse populatie is hierin consument, cliënt en potentieel patiënt. Het beoogde Health Innovation Living Lab for Oral Health (HILL-OH) faciliteert en katalyseert de ontwikkeling van deze nieuwe markt in Vlaanderen.","summary":"Mondgezondheidsonderzoek draagt bij aan innovatie en verbetering van gezondheidszorg. Mondzorg is essentieel voor fysieke en mentale gezondheid. HILL-OH stimuleert marktontwikkeling in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003434","result_description":null},{"description":"For several years now, the city of Leuven has been organizing an integrated activation program aimed at foreign-language newcomers who are far removed from the labor market. Via the integrated activation route, a total package is offered in which the various partners complement and reinforce each other. The pathway includes different components: basic package (Dutch, mathematics, ICT), professional orientation, individual orientation, leisure time and social participation.\n\nTo offer these components, the city of Leuven collaborates with several partners. The result is an almost full-time pathway of 1 school year that functions as a preliminary to a subsequent pathway in terms of professional career (education, training and/or employment). From a broad partnership, input is gathered for a realistic future perspective for each individual participant. The focus in the pathways is on information and orientation.\n\nThis integrated activation trajectory is an opportunity and is set up in a goal-oriented way: at the end, each participant has a realistic educational-professional trajectory proposal. The result must effectively mean reinforcement: a better and smoother transfer to and connection of young adult newcomers, with an enhanced profile, to suitable educational and/or professional follow-up programs. Approximately 80 people a year take part in this activation route (four groups of 20 people each).\n\nThe City of Leuven wishes to have an impact measurement carried out on the level of the participants; the partner network; and the concept of the program. The city of Leuven indicates that the impact measurement should be scientifically underpinned (setting up reliable measurement and evaluation methods). Based on this research, the city of Leuven expects formulated recommendations on the concrete and practice-oriented approach and concept of the activation route. These recommendations should be aimed at improving and adjusting the organization and implementation of the activation route. To this end, strategic input towards policy is expected based on this research.","summary":"City of Leuven offers an integrated activation program for foreign-language newcomers, focusing on education and career development. It involves partnerships and aims to provide a realistic educational-professional trajectory. Evaluation seeks to enhance program effectiveness.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003435","result_description":null},{"description":"Het uitgangspunt van deze studie is dat er onbenutte mogelijkheden schuilen in het concept en de verschijningsvormen van landschapscorridors. Organisaties binnen de Europese Unie maken gebruik van netwerken van corridors, groene initiatieven die natuurmigratie faciliteren en grijze initiatieven die verkeers- en scheepvaartmiddelen samenvoegen.\n\nDoor het gebruik van het concept in deze institutionele contexten te bestuderen, is het doel van dit onderzoek om artistieke methodologieën te ontwikkelen voor het verbeelden en concretiseren van nieuwe landschapscorridors en tegelijkertijd het potentieel van het concept te delen en te onderzoeken in welke mate het geschikt is voor het terugwinnen van de landschap voor alternatieve doeleinden.\n\nDeze vraag zal worden onderzocht door middel van samenwerking met gemeenschappen in door kunstenaars beheerde ruimtes. Om het concept van landschapscorridors tastbaar te maken, worden audiovisuele media ingezet, de video- en audiorecorders zijn kritische randapparatuur in de periode tussen wat wordt ervaren en wat wordt gecommuniceerd.\n\nDe artistieke output, in het kader van de doctoraatsverdediging en daarbuiten, zal bestaan uit een audiovisuele installatie die kan reizen en bekeken kan worden in verschillende contexten waar dit onderzoek is uitgevoerd. De installatie kan worden aangepast aan relevante contexten.","summary":"Ontdek onbenutte mogelijkheden van landschapscorridors binnen de EU. Dit onderzoek ontwikkelt artistieke methoden om nieuwe corridors te visualiseren en te delen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003436","result_description":null},{"description":"Vlaanderen heeft een nieuwe manier van samenwerken geïnstalleerd binnen de Jeugdhulp Vlaanderen, genaamd 1G1P. Het doel van dit onderzoek is om de implementatie van deze methode te onderzoeken in de 16 samenwerkingsverbanden in Vlaanderen.","summary":"Onderzoek naar implementatie 1G1P methode in Jeugdhulp Vlaanderen om samenwerking te verbeteren in 16 verbanden.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003437","result_description":null},{"description":"De ontwikkeling en evaluatie van een diabetes zelfmanagementprogramma in de eerstelijnszorg.","summary":"Marketingcommunicatie: Diabetes zelfmanagementprogramma voor eerstelijnszorg ontwikkelen en evalueren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003438","result_description":null},{"description":"Van de 202 gesubsidieerde instellingen jeugdhulp waarin ongeveer 10.000 medewerkers tewerkgesteld zijn heeft minstens 20% van de gesubsidieerde instellingen een innovatielab genaamd \"digi-vertrouwen\" georganiseerd in huis of deelgenomen vanuit een samenwerkingsverband voor zijn medewerkers met of zonder de doelgroep. Dit om het digitaal zelfvertrouwen van hun medewerkers te verhogen en zo te komen tot verandering. Van de innovatielabs wordt 60% georganiseerd in co-creatie met kinderen, jongeren en/of gezinnen.\n\nIn totaal gaat het dus om maximaal 40 innovatielabs (binnen 1 voorzieningen georganiseerd). Indien er meerdere worden georganiseerd vanuit een samenwerkingsverband kan het aantal lager liggen.\n\n- Ontwikkelen van een digitale capaciteitsmeting om organisaties richting te geven per bouwsteen specifiek gericht op het versterken van het digi-vertrouwen van medewerkers plus nieuwe materialen en producten om met de verschillende bouwstenen aan de slag te gaan.\n\n- Vanuit het rapport \"beleidsadvies over visie en positie van blended ondersteunen van kinderen, jongeren en gezinnen\" die 20 adviezen formuleerde en 64 acties worden minstens 10 acties opgezet vanuit 5 verschillende adviezen.\n\nBron: Beleidsadvies over visie en positie van blended ondersteuning (opgroeien.be)","summary":"20% van jeugdhulpinstellingen heeft innovatielabs voor digitaal zelfvertrouwen van medewerkers georganiseerd, waarvan 60% in co-creatie met doelgroep. Doel: verandering en versterking.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003440","result_description":null},{"description":"\"Female Sport Leaders Promoting Gender Independent Physical Activity (GEIN)\" is een capaciteitsopbouwend project op het gebied van sport. Het ondersteunt sportactoren in Albanië en Kosovo om gendergelijkheid te bevorderen door middel van educatieve activiteiten en mentorschap.\n\nDoor te peilen en het testen van de zes principes voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes in de sport, ontwikkeld door UN Women en de HeForShe-beweging, GEIN ondersteunt vrouwelijke sportparticipatie en leiderschap op basisniveau in een veld dat sterk wordt gedomineerd door mannen.\n\nGEIN verenigt alle geslachten om te werken voor de projectdoelstellingen van GEIN in overeenstemming met VN-doelstelling voor duurzame ontwikkeling 5.\n\nDe algemene doelstelling van GEIN is het bevorderen van gemeenschappelijke waarden, non-discriminatie en gendergelijkheid door middel van sport. De specifieke doelstellingen van GEIN zijn:\n\n1) het bevorderen van bewustzijn en activiteiten van gendergelijkheid onder alle geslachten,\n2) het creëren van kennis en het opbouwen van capaciteiten op gendergelijkheid in sportverenigingen,\n3) het opbouwen van een netwerk van mentoren voor het bevorderen van gendergelijkheid in de sport.\n\nGEIN organiseert workshops en mentorschap voor vrouwelijke sportacteurs op zowel nationaal als internationaal niveau, inclusief parasports. Verschillende instellingen zullen werken samen voor gendergelijkheid in sporten, vooral in Albanië en Kosovo. Transnationale samenwerking nodigt ook mannelijke influencers in de sport uit werken aan de doelstellingen van GEIN.","summary":"Promotie van gendergelijkheid in sport via educatieve activiteiten en mentorschap. Bevordert vrouwelijk leiderschap en participatie op basisniveau.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003441","result_description":null},{"description":"TRANSILIENCE is een samenwerking tussen VIVES Hogeschool en het Centrum voor Seksuologie en Gender aan het Universitair Ziekenhuis Gent. Dit Europese project heeft tot doel de veerkracht van transgender jongeren te vergroten door groepscursussen aan te bieden die in co-creatie zijn ontwikkeld met deze jongeren.\n\nElk traject bestaat uit vijf modules en loopt over vijf maanden. Deze modules worden ontworpen vanuit verschillende perspectieven: psychologisch, sociaal, met de nadruk op lichaamswerk, met de nadruk op school en vanuit digitale storytelling. Elke module bestaat uit verschillende workshops onder begeleiding van interne en externe gespecialiseerde coaches. Het UZ Gent zal de externe coaches trainen in transgevoelig werken.\n\nNaast het versterken van de veerkracht heeft dit project ook tot doel het bewustzijn, de kennis en vaardigheden van zowel professionals als transgender mensen te vergroten (bijvoorbeeld van LGBTQI+ organisaties en zelfhulpgroepen). Het project verduidelijkt hoe veerkracht kan worden vergroot bij transpersonen door ervaringen te delen en tools toe te passen die binnen het project zijn ontwikkeld.\n\nBovendien zet TRANSILIENCE zich in voor de brede educatie van professionals, waaronder zorgverleners, om bewustwording te creëren rond gendergerelateerd geweld en ervaren barrières door transjongeren. Ze zullen leren hoe ze deze barrières kunnen herkennen en helpen overwinnen. Hiervoor worden digitale verhalen gebruikt waarin ze hun eigen ervaringen delen door middel van beelden.\n\nDe resultaten en ontwikkelde tools van dit project zullen worden verspreid naar verschillende Europese LGBTQI+ organisaties en professionals, onder andere, en zijn te vinden op de projectwebsite en sociale media. Met dit project hopen we de belanghebbenden te ondersteunen bij het nemen van initiatieven om de veerkracht van jongvolwassenen te versterken aan de ene kant. Aan de andere kant streven we ernaar om de bredere samenleving bewust te maken van het belang van het richten op de veerkracht van transpersonen.","summary":"TRANSILIENCE vergroot de veerkracht van transgender jongeren door groepscursussen en workshops te bieden, ontwikkeld in samenwerking met de doelgroep. Het project verhoogt bewustzijn en levert tools voor professionals en transgender personen. Verspreiding van resultaten via website en sociale media.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003442","result_description":null},{"description":"LERAAR+ is een samenwerkingsproject van 2 hogescholen en 3 schoolbesturen uit Vlaanderen en Nederland. De algemene projectdoelstelling van LERAAR+ is om een toolkit te ontwikkelen die gebruikt kan worden om een duurzaam loopbaanbeleid in scholen vorm te geven om zo aantrekkelijke loopbaan- en groeikansen te creëren voor medewerkers.\n\nDe toolkit richt zich op volgende thema’s:\n• Aantrekkelijke werkgever: het creëren van aantrekkelijke jobs met loopbaanperspectief binnen de school/scholengroep.\n• Jobinhoud en loopbaankansen: het creëren, aanbieden en evalueren van gedifferentieerde loopbaankansen op maat van individuele medewerkers.\n• Professioneel leren: het ondersteunen, monitoren en evalueren van het professioneel leren van onderwijspersoneel in relatie tot deze loopbaankansen.\n\nWaarom onderzoeken jullie dit? Wat is de relevantie van het onderzoek voor het werkveld? Aan welke vraag/vragen van het werkveld wil het onderzoek een oplossing bieden?\n\nZowel in Nederland als Vlaanderen is er een aanzienlijk tekort aan onderwijspersoneel in het basis- en secundair onderwijs, zowel aan leraren als schoolleiders. In zowel wetenschappelijk onderzoek als het onderwijsbeleid in beide landen wordt erkend dat een degelijk loopbaan- en HR-beleid cruciaal is voor het aantrekken en behouden van onderwijspersoneel. De onderwijspraktijk heeft echter nood aan knowhow en praktische tools om een duurzaam loopbaanbeleid in scholen vorm te geven, en zo aantrekkelijke loopbaan- en groeikansen te creëren voor medewerkers.","summary":"LERAAR+ ontwikkelt een toolkit voor duurzaam loopbaanbeleid in scholen, met focus op aantrekkelijke jobs en loopbaankansen voor onderwijspersoneel in Nederland en Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003444","result_description":null},{"description":"Many schools work hard to promote learning and well-being for all of their students. The COVID-19 crisis puts extra pressure on this: students seem to be more at risk for learning delays and mental health problems.\n\nResearch shows us that strong collaboration among teachers, students and leadership teams is an important way to tackle these challenges. The aim of this project is to create knowledge of how to make these collaboration processes more transparent and effective to make sure that everyone’s voice is heard, also the voices of the students themselves.\n\nTo support these collaboration processes we intend to use a specific approach – communities of practice – in which all actors at a school are included in school development with a specific goal, based on the specific needs of the school. Four countries collaborate in this process: Belgium, Sweden, Austria and Slovakia.","summary":"Schools collaborate to support students' well-being and learning, especially during the COVID-19 crisis. Research emphasizes strong teamwork among teachers, students, and leaders to address challenges. This project aims to enhance collaboration using communities of practice across four countries: Belgium, Sweden, Austria, and Slovakia.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003445","result_description":null},{"description":"Dit project creëert een kader voor de ontwikkeling, uitvoering en versterking van activiteiten met betrekking tot de volgende doelstellingen:\n1° het stimuleren van samenwerking in het kader van de Europese Universiteiten door de onderzoeks-, innovatie- en valorisatieagenda van de betrokken Europese Universiteiten verder vorm te geven, bijkomende middelen voor onderzoek en innovatie aan te trekken en quadruple helix (burger en samenleving, economische en maatschappelijke actoren, overheden, onderzoekswereld waaronder praktijkgericht onderzoek van de hogescholen) samenwerkingen te realiseren en kennisdiffusie versterken;\n2° het delen van ervaringen en expertise in een Vlaams lerend netwerk;\n3° de inkomende en uitgaande tijdelijke mobiliteit binnen de Europese Universiteiten van jonge onderzoekers, docenten en acceleratoren tussen de partners van de Europese Universiteiten vergroten.","summary":"Stimuleer samenwerking en kennisdeling tussen Europese universiteiten, bevorder mobiliteit van jonge onderzoekers en versterk innovatie en valorisatie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003448","result_description":null},{"description":"Valorisatiemanager voor de Hogescholen binnen de AUHA heeft als opdracht om kennis en expertise te vertalen in economische en maatschappelijke meerwaarde binnen de volgende domeinen: \n- Gezonde, duurzame en inclusieve stad\n- Digitale innovatie\n- Duurzame loopbanen.","summary":"Verhoog waarde van kennis en expertise in AUHA Hogescholen. Focus op gezonde stad, digitale innovatie en duurzame loopbanen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003449","result_description":null},{"description":"Development and evaluation of a co-creative intervention mix for promoting and strengthening socially vulnerable adolescents to manage food temptations for the prevention of overweight, obesity and cancer.","summary":"Promote healthy eating habits among adolescents to prevent overweight, obesity, and cancer with a co-creative intervention mix.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003450","result_description":null},{"description":"Meer mensen wonen, werken en leven op een beperkte ruimte. De waarde van openbare en gedeelde ruimte neemt dus alleen maar toe, evenals de druk op die ruimte. Duurzaam ruimtegebruik, waarbij de verschillende functies gecombineerd worden zodat er tegemoetgekomen wordt aan de noden van de buurtbewoners, is de toekomst.\n\nMet dit project willen wij hieraan bijdragen door bijzondere aandacht te hebben voor bewoners in kansarmoede, van andere origine en van verschillende leeftijden, zowel jong als oud. We willen ervoor zorgen dat hun stem bij duurzaam ruimtegebruik gehoord wordt. Het zijn immers net die mensen waarvoor openbare ruimte belangrijk is in het dagelijkse leven. Het bepaalt hun levenskwaliteit, en net zij hebben minder invloed op de invulling ervan.\n\nIn dit project willen we met de wijkbewoners aan de slag gaan rond duurzaam ruimtegebruik in hun eigen buurt. We ontwerpen samen met de wijk en andere relevante stakeholders op twee niveaus: op niveau van de concrete authentieke casus in de wijk (Design Thinking) en op niveau van het onderzoek (Design Research).\n\nVoor de concrete casus vertrekken we van wat leeft bij de buurtbewoners. Tijdens co-creatieve activiteiten verkennen we samen met hen de noden in de buurt, waarbij zij mee de ontwerpvraag bepalen. Welke kansen zien ze om met de ruimte in de buurt aan de slag te gaan? Hoe kunnen we anders omgaan met ruimte? De oplossing, daar werken we in co-creatie met de hele buurt aan.\n\nVan bij de start betrekken we de buurtbewoners en lokale organisaties bij ons designonderzoek, waarbij we een antwoord zoeken op de onderzoeksvraag: Hoe kunnen we buurtbewoners, incl. bewoners in kansarmoede, van andere origine en van verschillende leeftijden, betrekken om de functies van de aanwezige ruimte samen mee in te vullen en zo betrokkenheid en draagvlak rond duurzaam ruimtegebruik in Vlaanderen (incl. 6 principes) te creëren?","summary":"Project gericht op duurzaam ruimtegebruik, met focus op buurtbewoners in kansarmoede, van andere origine en verschillende leeftijden. Co-creatie om hun stem te horen en betrokkenheid te versterken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003451","result_description":null},{"description":"Binnen het kader van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (VN) willen we de energietransitie binnenbrengen in elke fase van de opleiding Toegepaste Informatica, teneinde energiebewuste ICT’ers af te leveren aan het werkveld.\n\nOnze alumni zullen in hun loopbaan namelijk aanzienlijke impact hebben op het energieverbruik binnen hun organisatie. We willen hen in de eerste opleidingsfase de theoretische kennis geven om hieromtrent bewuste keuzes te maken. In de tweede opleidingsfase zal de nadruk vooral liggen op het verwerven van praktische vaardigheden en hands-on ervaring aanbieden om hun eigen impact correct in te schatten.\n\nDaarnaast willen we hen de taal en denkkaders aanreiken om kritisch vragen te stellen wat betreft het energievraagstuk en creatief na te denken over de energietransitie in de toekomst. Tot slot koesteren we de ambitie om aan marktonderzoek te doen teneinde de noden van de markt in kaart te brengen wat betreft ondersteuning bij een dergelijke energietransitie.\n\nDe expertise die we opdoen in de loop van dit project, kunnen we zodoende verder verspreiden. Indien een dergelijke nood uit het gevoerde marktonderzoek blijkt, zouden we bijvoorbeeld een energy academy kunnen oprichten, die energieaudits uitvoert op het ICT-beleid binnen de arbeidsmarkt en KMO's. Zodoende zouden we de middelen verduurzamen en de verworven expertise bestendigen.","summary":"Energiebewuste ICT'ers opleiden met focus op energietransitie. Theoretische kennis en praktische vaardigheden. Kritisch denken over energievraagstukken. Marktonderzoek voor verdere verspreiding en mogelijkheid tot oprichting energy academy voor duurzame middelen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003453","result_description":null},{"description":"Het project BRU-taal bouwt in een eerste fase een academische werkplaats uit voor schoolteams in Brussel rond brede basiszorg en verhoogde zorg met focus op taalleren. Bedoeling is om een samenwerkingsverband te creëren tussen scholen waar een gelijkwaardige interactie kan zijn tussen onderzoekers, inhoudelijk experten, beleidsmedewerkers, leerkrachten, leerlingen en hun ruimere context.\n\nVerschillende kennisvormen (praktijkkennis, inhoudelijke expertise, wetenschappelijke kennis) worden hier voortdurend gekruist. Hierdoor wordt een collectieve lerende en onderzoekende houding in de Brusselse scholen versterkt en een breed groeien ontwikkelingsproces gestimuleerd.\n\nIn een tweede cyclus sluiten scholen in Leuven aan zodat de ervaringen in Brusselse scholen kunnen gebruikt worden om ook in Leuven een tweede academische werkplaats vorm te geven en op termijn ook breder in Vlaanderen.\n\nBinnen de academische werkplaats worden leerkrachten opgeleid als taalcoach in effectieve taaldidactiek en taalremediëring, ondersteund door effectieve instructie, formatieve evaluatie en samenwerkingsvaardigheden. De taalcoaches gaan vanuit deze opleiding en vanuit de specifieke beginsituatie van hun school aan de slag om brede basiszorg en verhoogde zorg in hun school te versterken. Ze worden gestimuleerd om effectieve didactiek en interventies in te zetten, op te volgen en data-gestuurd te evalueren.\n\nEureka vzw legt de basis voor de coaching via de opleiding Taalcoach. UC Leuven (Expertisecentrum Inclusive Society en de lerarenopleiding) begeleidt de coaches en schoolteams via intervisies, studiedagen en flankerend evaluatieonderzoek.","summary":"BRU-taal project: Academische werkplaats voor schoolteams in Brussel en Leuven. Focus op taalleren, brede basiszorg, en verhoogde zorg. Versterkt lerende en onderzoekende houding in scholen, met opleiding voor taalcoaches en ondersteuning van Eureka vzw en UC Leuven.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003454","result_description":null},{"description":"Steden kunnen duurzame voedselsystemen uitbouwen om voedselverspilling te voorkomen en te verminderen, fatsoenlijke mogelijkheden tot levensonderhoud te bieden en duurzame manieren van voedselproductie te promoten.\n\nHet Europese Cities2030 project stimuleert de co-creatie van veerkrachtige, duurzame en innovatieve stedelijke voedselsystemen binnen het kader van FOOD2030. Met behulp van een multi-actorbenadering ontwerpt het project progressieve beleidsmaatregelen, formuleert actieplannen en begeleidt het uitwerken van innovatieve experimenten waarbij onderzoekers, bedrijven, overheidsinstanties, burgermaatschappijen en burgers betrokken zijn. Belanghebbenden in het voedselsysteem gaan een transdisciplinaire alliantie aan en maken een interactieve leerreis door, die regionale actoren, onderzoekers, ondernemers en experts in staat stelt om gezamenlijk een op burgers gericht model te construeren. Hierbij worden op Europees niveau Living Labs opgericht om het regionale of stedelijke voedselsysteem te beschouwen als een onderling verbonden geheel, waarbij versnipperde initiatieven worden verweven tot alomvattende beleidsmaatregelen en baanbrekende strategieën.\n\nBinnen het kader van Cities2030 wordt de regio Brugge als CRFS (City-Region Food System) vertegenwoordigd door twee projectpartners P3BRUGES en P4VIVES. Hun samenwerking is gebaseerd op het gedeelde begrip dat elk van hen bijdraagt met hun beschikbare middelen en expertise voor de succesvolle uitvoering van het project. Brugge is de enige regionale partner van Cities2030 in België, maar heeft de ambitie om resultaten te delen en te vermenigvuldigen met andere steden in België. Wat betreft de activiteiten van het Living Lab Brugge zullen vier organisaties (Stad Brugge, Ruddersstove, Mintus en VIVES) nauw samenwerken met vele partners van het voedsel- en zorgnetwerk in en rond de Brugse regio.\n\nDoelstelling\nHet Living Lab van Brugge bevordert ecologische landbouw en lokale handel op nationaal en internationaal niveau, waarbij de publieke opinie en betrokkenheid worden gemonitord om duurzame groei te stimuleren. Hierbij sluiten we aan bij onderstaande doelstellingen binnen het Brugse Klimaatplan.\n\nBrugge is een stadsgewest waar alle inwoners benaderd worden op een open en inclusieve manier.\nBrugge is een stadsgewest waar het gezond is om te werken en te leven.\nBrugge is een stadsgewest waar mensen zaken doen met een minimale impact op het milieu.\nVanuit het Living Lab Brugge focussen we ons op één specifieke doelstelling, namelijk:\n\nHoe kunnen we ervoor zorgen dat de oudere bevolking in Brugge gezonde maaltijden ontvangt door samen een beter maaltijdservicesysteem te creëren?","summary":"Steden creëren duurzame voedselsystemen om voedselverspilling te verminderen en levensonderhoud te verbeteren. Cities2030 project bevordert innovatieve stedelijke voedselsystemen met multi-actorbenadering.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003455","result_description":null},{"description":"Dit projectvoorstel richt zich op het verbeteren van het spellingsonderwijs in het Vlaamse basisonderwijs. Volgens het PISA-onderzoek (2018) is er een dalende trend in schrijfprestaties ondanks de aandacht voor spelling. Huidige spellingstesten, uitgevoerd op papier, vormen echter een tijdsintensieve bezigheid voor leerkrachten.\n\nHet voorstel beoogt een innovatieve oplossing door educatieve technologie te integreren in het spellingsonderwijs. Centraal staat de ontwikkeling van een applicatie, de ‘Spellingsmonitor’, waarmee het spellingsniveau van leerlingen efficiënter kan worden gemonitord. De applicatie digitaliseert handgeschreven woorden en tekst, gekoppeld aan spellingsmoeilijkheden, om automatische foutenanalyse en correctie mogelijk te maken.\n\nDe leerkracht/leerling kan de geschreven tekst inscannen, waarna de software met deze data aan de slag gaat en uiteindelijk digitale feedback zal geven. Op deze manier biedt de Spellingsmonitor de mogelijkheid aan leerlingen om aan zelfevaluatie te doen. Door de directe feedback krijgt de leerling controle over het eigen leerproces en hoeft hij niet te wachten tot de leerkracht de gemaakte opdrachten verbetert.\n\nDe leerkracht zal zijn didactisch handelen sneller kunnen bijsturen naar aanleiding van verkregen data van de Spellingsmonitor. Daarnaast krijgt de leerkracht ook meer tijd om in te spelen op specifieke noden van bepaalde leerlingen in de klas aangezien het verbeteren geautomatiseerd wordt.","summary":"Verbeter het spellingsonderwijs in Vlaamse basisscholen met de innovatieve 'Spellingsmonitor' app voor efficiënte monitoring en directe feedback, waardoor leerlingen zelfevaluatie kunnen doen en leerkrachten tijd besparen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003457","result_description":null},{"description":"Een kwalitatief en kwantitatief onderzoek, gericht op het in kaart brengen van de factoren die jongeren en volwassenen motiveren of net afremmen om toe te treden tot de wereld van de binnenvaart, en er al dan niet te blijven.","summary":"Onderzoek naar factoren die jongeren en volwassenen motiveren om toe te treden tot de binnenvaart en er te blijven.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003458","result_description":null},{"description":"De tragische Wetenschappen - een etnografische studie van de dramatische elementen in de hedendaagse wetenschappelijke onderzoekspraktijk.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar dramatische elementen in wetenschappelijke praktijk.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003459","result_description":null},{"description":"Het onderzoek wil bijdragen tot de uitbouw van een theaterpraktijk waar de centrale creatieve dynamiek inhoudt dat spelers/makers vanuit een niet-superieure, niet-antropocentrische houding relaties aangaan met (welgekozen elementen binnen) de materiële werkelijkheid, om zodoende constructiever om te gaan met het ‘hier en nu’ van een voorstelling.\n\nHet actuele ‘new materialism’ levert het theoretisch kader. Het omvat een spectrum aan verwante denkkaders met als essentie dat alle materie het vermogen tot handelen in zich draagt. De wereld krijgt vorm door gelijkwaardige materialiteiten die permanent met elkaar in relatie gaan en niet door een stabiele structuur die een subject autonoom over de wereld legt.\n\nHet onderzoek wil uitdenken welke inzichten en vaardigheden een speler/maker moet bezitten om met deze dynamiek aan de slag te gaan en concrete methodieken en oefeningen formuleren voor de ontwikkeling en training ervan, zowel binnen de artistieke praktijk als binnen educatieve contexten.","summary":"Ontwikkel theaterpraktijk vanuit gelijkwaardige relaties met materie voor creatiever spel. New materialism als theoretisch kader. Focus op inzichten en vaardigheden voor spelers/makers binnen artistieke en educatieve contexten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003460","result_description":null},{"description":"Summoning a Forest: Digitale Artistieke Reacties op Ecologische Ontwrichting is een praktijkgericht onderzoeksproject dat de kruising verkent tussen ecologische ineenstorting en digitale bemiddeling. Het project behandelt de emotionele en existentiële dimensies van milieuproblemen en maakt gebruik van artistieke methoden om deze uitdagingen te verwerken en te onderzoeken. Centraal staat de transformatie van een familiebos dat is verwoest door een Europese plaag van de letterzetter, waarmee persoonlijke ervaringen worden verbonden met bredere systemische vraagstukken en wordt onderzocht hoe digitale tools ecologische ontwrichting kunnen vertalen.\n\nHet onderzoek wordt gedreven door de urgentie van een steeds verder escalerende ecologische crisis, waarin wetenschappelijke data de ernst van planetaire achteruitgang benadrukken, maar vaak tekortschieten in het overbrengen van de impact, of het aanzetten tot actie. Met invloeden uit disciplines zoals ecologische theorie, cognitieve wetenschappen, media- en cultuurstudies en speculatieve fictie onderzoekt het project de affectieve dimensies van ecologische ineenstorting, de bemiddelende rol van digitale technologie en de mogelijkheden van speculatieve en mythologische kaders om relaties tussen mens en niet-menselijke entiteiten en ecosystemen opnieuw te verbeelden.\n\nMet methoden zoals 3D-scanning, sonificatie en virtuele omgevingen creëert het project ruimtes die ecologische realiteiten en ficties met elkaar verweven. De artistieke werken die tijdens het onderzoek zijn geproduceerd, verkennen thema’s als rouw, ironie en absurditeit en maken gebruik van digitale technieken en popculturele invloeden om emotionele reacties op te roepen en de dynamiek tussen mens en milieu te bevragen. Het onderzoek positioneert kunst als een middel voor betrokkenheid en reflectie en biedt een alternatief perspectief om de complexiteit van ecologische crises te navigeren.","summary":"Verken digitale artistieke reacties op ecologische ineenstorting. Onderzoek emoties en systemische vraagstukken met artistieke methoden en digitale tools. Maak ecologische realiteiten en ficties tastbaar met 3D-scanning en virtuele omgevingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003461","result_description":null},{"description":"Films worden traditioneel op een specifieke manier opgenomen (gefilmd) en geknipt (gemonteerd). Het publiek kan ze op verschillende manieren waarnemen en interpreteren. Maar de eigenlijke films zijn ontworpen om vertoond te worden als een gevolg van shots of scènes die in een specifieke volgorde werden gezet onder de beslissingen van de regisseur. Zelfs een experimentele film zonder duidelijk verhaal is gestructureerd door een regisseur/editor die een specifiek patroon heeft ontwikkeld, met een begin, midden en einde. In het verleden zijn er enkele pogingen geweest om dergelijke vormen van lineaire filmproductie te veranderen, maar zogenaamde interactieve televisie of interactieve films boden slechts een beperkt aantal mogelijke narratieve variabelen (bijvoorbeeld: één of twee alternatieve eindes).\n\nIn het recente verleden hebben computertechnologieën en de komst van Web 2.0 perspectieven geopend voor nieuwe, radicalere modellen van evolutionaire verhalen, die kunnen worden gecreëerd en opnieuw geconfigureerd met behulp van databases. Tegelijkertijd hebben digitale communicatietechnologieën de niet-lineaire streaming van beeld en geluid mogelijk gemaakt. Beide ontwikkelingen maken de weg vrij voor het creëren van een nieuw medium (Kinomatist) voor filmische expressie en de uitbreiding van modaliteiten voor filmische ervaring.\n\nDit doctoraatsproject, dat voortbouwt op mijn vorige werk, is gericht op het creëren en verspreiden van films door gebruik te maken van databases, computerfuncties en digitale mediabronnen. Er zijn al enkele experimenten geweest op dit gebied, maar er is nog 'onontgonnen' terrein voor onderzoek en praktijk om het artistieke potentieel te verkennen dat mogelijk wordt gemaakt door dergelijke krachtige crossmediale attributen.\n\nHet onderzoek stelt een methodologische aanpak vast voor het aanpassen van filmproductiemodellen aan de specifieke kenmerken van Database Cinema, om het potentiële gebruik ervan voor de productie en online distributie van cinematografische objecten te ontwikkelen. Theoretisch onderzoek over dit onderwerp zal worden toegepast op een artistieke creatie die de rol van de toeschouwer wil benadrukken in het proces van het co-creëren van verhaal(en) en betekenis(sen) in film. Het resultaat, of liever de resultaten, zijn meervoudige narratieve films die online worden bekeken (via het Kinomatist-platform) en die voortdurend veranderen.","summary":"Transformeer filmproductie met Kinomatist: een nieuw medium dat meervoudige narratieve films mogelijk maakt door database en digitale technologieën te combineren voor een unieke kijkervaring.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003462","result_description":null},{"description":"In de loop van de laatste decennium zijn verschillende schema’s om perspectief weer te geven gebruikt in verschillende culturen en verschillende beschavingen om ruimtelijke ordeningen te organiseren en om de illusie van diepte en afstand weer te geven op het platte vlak.\n\nIn het Oude Egypte en in grottekeningen van over de ganse aarde werd er in profiel geïllustreerd. In Europa en Azië werd tijdens de middeleeuwen gebruikgemaakt van omgekeerd perspectief om ruimte weer te geven. Terwijl in Afrika ruimtelijke ervaringen vertaald werden naar symbolische elementen die ofwel geschilderd, geprint of gegraveerd werden op het menselijk lichaam of op muren.\n\nHet blijkt evident dat elke techniek gekozen om ruimte weer te geven een samenleving en zijn ontwikkeling sterk definieert en beïnvloedt. Sinds de 19e eeuw werd in het westen het lijnperspectief gebruikt om ruimte te interpreteren en te definiëren. Het schema waarvan verondersteld wordt dat het een meest accurate representatie biedt, heeft een dominante positie aangenomen in de hedendaagse samenleving.\n\nNiet alleen in het westen maar ook in de regio’s waar er (door kolonisatie) een ernstige westerse bezetting is geweest. Zo wordt in de Ghanese kunst- en architectuurinstituten het lijnperspectief voorgesteld als het enige “correcte” schema waardoor ruimte kan gevat worden. Deze ideologie heeft, geloof ik, een sterke invloed gehad op de ontwikkeling van Ghana, zowel politiek als sociaal.\n\nTerwijl ik mij focus op het bestuderen van kunst uit andere samenlevingen zoals Japan, zie ik dat ruimte weergegeven werd en nog steeds weergegeven wordt door het omgekeerde perspectief. Dit heeft, naar mijn geloof, deze samenlevingen beïnvloed op politiek en sociaal niveau en heeft deze samenlevingen uniek gemaakt.\n\nDaarom is het een doelstelling van dit onderzoek om de sterke relatie tussen perceptie en de interpretatie van ruimte (door het gebruik van visuele schema’s) en hun impact op sociale ontwikkeling te bestuderen. Daarnaast zullen door het experiment met de media, schilderkunst en tekenkunst, verschillende visuele schema’s en hun betrekking tot de perceptie onderzocht worden.\n\nUiteindelijk richt het onderzoek zich erop om de ware perceptie van ruimte die door de ogen van de hedendaagse “onwetende” of de “onbelichte” Ghanees gezien wordt, te ontmaskeren. De resultaten van het onderzoek zullen aan de basis liggen voor de plannen en de bouw van een uitverkoren nederzetting van zeven families in de Volta regio in Ghana, met het gebruik van enkel lokale materialen. De bedoeling is om de perceptie van het volk van Ghana en van het hele continent van Afrika te bevrijden.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Onderzoek naar visuele schema's en ruimteperceptie voor sociale ontwikkeling en unieke culturele identiteit in Ghana.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003463","result_description":null},{"description":"Loops zijn alomtegenwoordig in de hedendaagse visuele cultuur, van installatiekunst over online media tot digitale interfaces. Door een interdisciplinaire benadering wil het voorgestelde doctoraatsonderzoek een antwoord bieden op de vraag naar hun aantrekkingskracht en blijvend succes doorheen verschillende media-ecologieën.\n\nAnimatie speelt daarbij vaak een belangrijke rol en via pre-cinema staan loops ook aan de wieg van deze artistieke discipline. Zowel op theoretisch als praktijkgericht vlak is media archeologie de primaire benadering om te onderzoeken hoe deze 19de eeuwse toestellen heruitgevonden kunnen worden als hedendaagse mediakunst.\n\nWelke verschillende soorten toestellen en types loops zijn er? Welke impact heeft loop-animatie op beweging, beeldtaal en narrativiteit? Hoe kunnen kruisbestuivingen met digitale technologieën leiden tot tactiele vormen van animatie en uiterst complexe loops, waarbij het concept “frame” als spatiotemporele begrenzing van het beeld verdampt?","summary":"Ontdek de kracht van loops in visuele cultuur en media-ecologieën. Onderzoek impact op animatie, beeldtaal en narrativiteit voor hedendaagse mediakunst.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003464","result_description":null},{"description":"Dit transdisciplinaire onderzoek in de kunsten is praktijk-gebaseerd; het bouwt verder op mijn site-specifieke installaties en gesitueerde artistieke performance praktijk. Ik begrijp gesitueerde artistieke praktijken als het vormen van tijdelijke plekken voor het verkennen, uitwisselen en creëren van kennis in collectiviteit door middel van diverse kunstvormen zoals tijdelijke sculpturen, ge-expandeerd tekenen (expanded drawing) alsook lichaamsbeweging.\n\nDeze praktijken vormen een uitdaging voor overeenkomsten tussen in-situ, site-specifieke en site-sensible interventies. Met deze studie wil ik een kloof onderzoeken die ik heb opgemerkt tussen de ruimtelijke/temporele dimensie van mijn werk en het automatisme van het publiek of de deelnemers om esthetische ervaringen individueel waar te nemen. Ik betoog dat gesitueerde artistieke praktijken – sterk beïnvloed door het neoliberale economische systeem – verworden tot een mobiel, afstandelijk discours dat de relaties tussen bewuste wezens, hun verhalen en territoria verwatert.\n\nIk stel voor om gesitueerde artistieke praktijken te heroriënteren door hun historiciteit te herzien via dekoloniale theorieën en praktijken. Mijn onderzoek richt zich op drie hoofdaspecten: de relatie tussen context en plaats-maken, hedendaagse inzichten over en het herdefiniëren van de begrippen site en common ground en als derde aspect publieksparticipatie, meer specifiek individuele en collectieve betrokkenheid.\n\nHet onderzoek stelt als methodologie de collectieve co-creatie van performatieve partituren (scores) voor, opgevat als geschreven of op materiaal gebaseerde notaties of scripts voor verschillende denkwijzen. Het doel is om hun toepasbaarheid na te gaan voor het aanleren van kennis en tegelijkertijd het creëren van collectieve plekken voor verbeelding.","summary":"Onderzoek naar gesitueerde artistieke praktijken in de kunsten, gericht op heroriëntatie door dekolonisatie. Nadruk op context, common ground en publieksparticipatie met co-creatie van performatieve partituren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003465","result_description":null},{"description":"Inbetweenisms is een artistiek onderzoek naar gender, identiteit en transitie in Albanië. Vanuit vrouwelijk, westers en filmmakers-perspectief bestudeer ik hoe in Albanië, een land in overgang van communisme naar democratie, vrouwen hun identiteit vormen en beleven, aan de hand van de relaties tussen generaties in familiale context.\n\nIk peil naar hun identiteit en plaats in een traditioneel patriarchale samenleving d.m.v. filmisch onderzoek, wetenschappelijke literatuurstudie en gesprekken met Albanese vrouwen en onderzoekers uit diverse disciplines. Zijn Albanese vrouwen ‘inbetween’: zitten ze geprangd tussen traditie en moderniteit, tussen patriarchaat en (Balkan)feminisme?\n\nIk onderzoek ook of deze vrouwen van ons verschillen en hoe we omgaan met wederzijdse gelijkenis en verschil als meer-dan-representatieve methode om ‘Otherness’ te overstijgen. Ik toets mijn eigen filmpraktijk daaromtrent aan inzichten uit de (visuele) antropologie en niet/meer-dan-representatieve theorie in een hybride bundeling van film, (theoretische) analyses, (gefilmde) gesprekken en (persoonlijke) reflecties over vrouwen, identiteit, gelijkenis, verschil, ‘Othering’ en zijn tegendeel.","summary":"Inbetweenisms onderzoekt gender, identiteit en transitie in Albanië vanuit een vrouwelijk, westers en filmmakers-perspectief. Onderzoek met film, literatuur, gesprekken en filmpraktijk naar identiteit in een patriarchale samenleving.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003466","result_description":null},{"description":"Het opzetten van een open source gecentraliseerd dataplatform voor het verzamelen van alle onderzoeksdata die wordt geproduceerd door testcellen en labo-apparatuur.\n\nVeel bedrijven en laboratoria verzamelen nog veel meetresultaten in Excel bestanden, Word bestanden, etc. en slaan deze handmatig op. Hierdoor is data archivering foutgevoelig en kan er nauwelijks historische data hergebruikt worden door gebrek aan metadata.\n\nIn project ontwikkelen we een open source toolkit om R&D laboresultaten automatisch en systematisch op te slaan. Dit beslaat het opzetten van sjablonen en ETL (Extract Transform Load) pijplijnen om data in een database op te slaan. Vervolgens kan data geëxtraheerd worden aan de hand van query's tegen de database om data te visualiseren en te verwerken.\n\nWe evalueren hierbij de mogelijkheden van Large Language Models (LLMs) om ongestructureerde data om te zetten naar semi-gestructureerde data om het ETL proces te vereenvoudigen. Valorisatie mogelijkheden via TETRA projecten worden geëvalueerd. Langetermijn valorisatie kansen bestaan door door ook intern gebruik te maken van de toolkit.","summary":"Ontwikkel een open source dataplatform voor R&D laboresultaten, automatiseer dataopslag en visualisatie via ETL pijplijnen. Optimaliseer data-archivering en gebruik Large Language Models voor dataconversie. Potentiële valorisatie via TETRA projecten en intern gebruik.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003467","result_description":"Primaire noden en use case voor gecentraliseerde opslag zijn geïdentificeerd."},{"description":"Dit doctoraatsproject ‘jongeren met een verstandelijke beperking en hun broers en zussen: de muzikale relatie’ onderzoekt hoe muziek en muzikale creatie de relatie en de interactie tussen adolescenten met een verstandelijke beperking en hun broers en zussen (‘brussen’) kunnen beïnvloeden.\n\nDe adolescenten en hun brussen nemen deel aan muziekworkshops, waarin ze spelen en improviseren onder begeleiding van een muziektherapeut. Na de workshops wordt dit (muzikaal) materiaal vormgegeven door een componist in een muzikale creatie. Het (muzikaal) vormgeven van de interactie tussen adolescent en brussen staat centraal.\n\nDit kwalitatief onderzoek is een multiple case study en maakt gebruik van een participatory co-design. Tijdens het proces worden belangrijke mechanismen van interventies tijdens het muzikaal creëren geïdentificeerd en onderbouwd door de expertise van de broers en zussen, een interventiestrategie wordt ontwikkeld en de rol van muzikale creatie wordt onderzocht.\n\nEr wordt gebruik gemaakt van methoden zoals literatuurstudie, observatie, diepte-interviews en action research. Dit onderzoek zal leiden tot de ontwikkeling van innovatieve interventies voor, en de onderbouwing van de rol van muziek en muzikale creatie in de interactie tussen brussen wanneer een van hen een beperking heeft.","summary":"Onderzoek naar muziek en interactie tussen jongeren met beperking en broers/zussen. Muziekworkshops leiden tot creatieve verbinding. Inzichten voor innovatieve interventies.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003468","result_description":null},{"description":"The UNITED for Health initiative builds on previous VLIR-UOS South Initiative sponsored work in Rwanda in partnership with KULeuven and University College Leuven Limburg. Since 2019, UNITED for Health has grown into an initiative now co-owned by the University of Rwanda and the Ministry of Health/Rwanda Biomedical Center.\n\nIt aims to strengthen the healthcare system in Rwanda through creating synergies between universities, care providers, NGOs, the private sector, and policymakers in the health sector. Through an online presence and face-to-face UNITED for Health day, we facilitate student internships, student's theses and joint research projects, share opportunities on research grants, research trainings, and scholarships; and promote events in the health sector in Rwanda.\n\nBuilding on previous successes and challenges, we wish to continue and grow our activities and further expand on the initiative by developing much-needed support systems to host international interns twinning with Rwandan students; and to improve our pre-grant management communication as we are not making optimal use of existing opportunities.","summary":"UNITED for Health initiative strengthens Rwanda's healthcare system by fostering collaborations between universities, care providers, NGOs, private sector, and policymakers. It offers internships, research projects, grants, and events to enhance healthcare in Rwanda. Expanding to support international interns and improve grant communication are key goals.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003469","result_description":null},{"description":"In hoeverre kan er een score-instrument ontwikkeld en uitgetest worden om na te gaan of een buurt de capaciteit heeft om de ondersteuning en zorg die buurtbewoners nodig hebben, ook effectief door de buurt kan worden geboden.\n\nExploratie, iteratief project, einddoel prototype van instrument.","summary":"Ontwikkel en test een score-instrument om de buurtcapaciteit voor ondersteuning en zorg te meten. Einddoel: prototype van het instrument.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003470","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen is al veel onderzoek gedaan naar fases 0, 1 en 2 van het zorgcontinuüm en de samenwerking tussen verschillende partners in dit zorgcontinuüm. Verschillende studies hebben gekeken naar de effecten en uitkomsten van attributie voor ondersteuning. Bijvoorbeeld, ongeveer twee derde van de ondervraagde ouders en leerkrachten is tevreden over de geboden ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Echter, de weg naar deze ondersteuning blijft vaak een mysterie. \n\nUit onderzoek blijkt dat het aantal geïdentificeerde leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs sinds het schooljaar 2012-2013 is gestegen. Ook hebben de CLB's een toename gezien in het aantal verslagen, vooral gemotiveerde verslagen. Hierdoor is er een groeiende groep leerlingen die extra ondersteuning nodig heeft, waardoor de leersteuncentra overbelast dreigen te raken.\n\nOm inclusief onderwijs haalbaar te houden, is het van groot belang om te begrijpen hoe de toeleiding op dit moment plaatsvindt. Er zijn nog veel onbeantwoorde vragen met betrekking tot de toeleiding naar leersteun. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of leerlingen met een GC-, IAC- en OV4-verslag bepaalde overeenkomsten vertonen. Er is ook weinig onderzoek gedaan naar de implementatie van fases 0 en 1 voor de opmaak van deze verslagen.\n\nHet is essentieel om te begrijpen welke stappen alle betrokken partijen (leerkrachten, zorgteams, CLB's en ouders) nemen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen. Welke overeenkomsten en verschillen bestaan er tussen de praktijken van scholen en CLB's, en welke factoren spelen hierbij een rol? Daarnaast is er weinig onderzoek gedaan naar de besluitvormingsprocessen bij het opmaken van GC-, IAC- en OV4-verslagen. Prodia heeft een stappenplan voorzien, maar het blijft onduidelijk hoe deze processen concreet worden uitgevoerd, welke overwegingen een rol spelen, hoe de betrokkenen deze processen ervaren, en welke gelijkenissen en verschillen er zijn tussen scholen en CLB's.","summary":"Onderzoek in Vlaanderen toont groeiende behoefte aan ondersteuning voor leerlingen met specifieke behoeften. Er is nog weinig bekend over toeleiding en besluitvormingsprocessen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003471","result_description":null},{"description":"Selectie, samenvatting en aanpassing aan de Belgische context van 10 richtlijnen uit het pakket dieetbehandelingsrichtlijnen.nl.","summary":"Vertaal en pas 10 dieetbehandelingsrichtlijnen aan voor Belgische context.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003473","result_description":null},{"description":"Bij de oriëntering van jongvolwassen anderstalige nieuwkomers met een vluchtverhaal is het van belang om op zoek te gaan naar hun verborgen talenten en naar de factoren die hun motivatie beïnvloeden.\n\nConcreet zien we het ontdekken van (verborgen) talenten en motivatie in een viertal sessies als de opstart van de oriëntering, van waaruit door andere partners vertrokken kan worden in het verder vormgeven van het traject.\n\nIn ons voorstel werken we met Photovoice. Dat is een methodiek waarin deelnemers zelf de rol toebedeeld krijgen van co-onderzoeker. Deze methode geeft rijke ervaringen weer op een waardevolle manier, empowert de deelnemers en biedt de opdrachtgever uiteindelijk inzicht in de complexe werkelijkheid.\n\nIn de kern van Photovoice zit het ineenvloeien van beelden en woorden. De beelden worden verzameld door de deelnemers op pad te sturen met een fototoestel in de hand. Ze krijgen vooraf een training om zelf rond talenten en motivatie aan de slag te gaan. Nadien worden de foto’s onder woorden gebracht tijdens een groepsgesprek.\n\nVolgens Harper (2002) lokken beelden diepere elementen uit van menselijke ervaringen dan louter woorden. Het inzetten van een dergelijke kwalitatieve onderzoeksmethode laat dus toe aan dataverzameling te doen die geschikt is voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Het laat hen toe om actief te participeren in het versterken van hun oriëntering door hun verhalen te vertellen, hun stem te laten horen op een niet louter verbale, maar ook visuele, verbeeldende manier.\n\nWe werken met groepen van telkens ongeveer 15 deelnemers in workshops van telkens 2,5 uur. Elke groep komt, ideaal gezien, 4 keer samen. In fase 0 maken we kennis met de deelnemers en bespreken we het doel van dit traject in het groter geheel van persoonlijke oriëntatie.\n\nIn fase 1 zullen we de deelnemers instrueren in Photovoice, waarna ze concreet aan de slag gaan en foto’s maken over hun talenten en wat hen al dan niet motiveert. De begeleiders van de Photovoice zorgen ervoor dat de deelnemers komen tot een selectie van hun foto’s.\n\nIn fase 2 brengen de begeleiders van de Photovoice de deelnemers samen in focusgroepen, waar ze hun foto’s en bijhorende ervaringen met de groep delen. Samen komen we tot een gestructureerde selectie van foto’s en bijhorende quotes die vorm geven aan hun (verborgen) talenten en motivatie.\n\nIn fase 3 bespreken we hoe we naar buiten komen met het materiaal uit het onderzoek en bepalen we verdere stappen voor de uitbouw van een verder traject op maat van elke deelnemer in dit geïntegreerde traject.","summary":"Ontdek verborgen talenten en motivatie van jongvolwassen nieuwkomers met Photovoice workshops. Empower deelnemers om hun verhaal visueel te delen en maatwerktrajecten te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003474","result_description":null},{"description":"EUNITE is een burgergericht project gericht op het mondiger maken van EU-burgers en het stimuleren van burgerparticipatie op lokaal, nationaal en EU-niveau, onder meer bij de volgende verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024.\n\nHet project zal een reeks evenementen organiseren voor burgers van vijf EU-landen uit verschillende leeftijdsgroepen en sociale achtergronden, waardoor deelnemers democratische processen uit de eerste hand kunnen ervaren, zoals dialoog, communicatieve uitwisseling en meningsvorming, debatteren en het vinden van compromissen.\n\nActiviteiten omvatten:\n\n1) Organisatie van workshops voor burgergroepen over EU-instellingen, verkiezingen voor het EU-parlement en EU-kansen;\n\n2) Organisatie van interactieve workshops over het tegengaan van desinformatie/desinformatie in de media en over burgerdialoog/themadebatten;\n\n3) Organisatie van een online EU-evenement waar burgers uit de vijf deelnemende EU-landen elkaar leren kennen en van gedachten wisselen;\n\n4) Implementatie van participatieve ontmoetingen van burgers over praktische aspecten van burgerbetrokkenheid en organisatie van een ontmoeting met lokale/regionale politieke vertegenwoordigers en/of een EU-parlementslid om de ideeën en aanbevelingen van burgers te delen;\n\n5) Organisatie van een afsluitend EU-evenement in Brussel, bestaande uit een interactieve workshop waar burgers standpunten/meningen kunnen uitwisselen en een afsluitende internationale conferentie om projectactiviteiten, resultaten en aanbevelingen met een breder publiek te delen.\n\nBeoogde resultaten zijn onder meer:\n\n1) meer kennis van EU-burgers over EU-instellingen, verkiezingen voor het EU-parlement en kansen;\n\n2) De kennis van de burgers over media/informatie vergroot en hun vaardigheden op het gebied van kritisch denken verbeterd, waardoor ze kunnen beraadslagen over actuele politieke kwesties;\n\n3) een Europese uitwisseling tussen burgers mogelijk gemaakt en burgers zo concrete kansen geboden om het EU-integratieproject te beleven;\n\n4) Stimuleerde actieve burgerparticipatie op lokaal/EU-niveau en moedigde kiezersparticipatie aan bij EU-verkiezingen in 2024.","summary":"EUNITE stimuleert EU-burgers om betrokken te zijn bij democratische processen en burgerparticipatie te vergroten door evenementen en workshops te organiseren. Doel: kennis over EU-instellingen vergroten, media-informatievaardigheden verbeteren en actieve burgerparticipatie stimuleren, met als hoogtepunt een afsluitend EU-evenement in Brussel.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003475","result_description":null},{"description":"This project is about building up social relations between youth with and without a migrant background who do not feel a sense of belonging to their community, through a co-creative process to develop leisure time activities (arts - visual, literary, performing, cultural, sport, etc.). Through the activities in this project, youth will be engaged, connected, and empowered to become a more active member of their community and create sustainable, customized activities for all young people.\n\nThis project involves a context analysis, workshops to build up social relations among our stakeholders, as well as facilitating the development of a leisure time/sport activity through a co-creative process. The whole process is facilitated, designed, and co-created by the stakeholders (youth and organizations) together. Additionally, disseminating activities, primarily through digital platforms, will reach a broad audience and increase the impact of the project.\n\nWe expect the involved youth to have a heightened sense of belonging which leads to a greater willingness to participate and engage with their community. We also expect the level of cooperation among other stakeholders to have improved. Furthermore, more trust has developed between the youth and the other stakeholders, with increased knowledge of each other's opinions, visions, and interests. We are hoping that the activities also have a long-lasting impact due to sustainability components.","summary":"Empower youth through co-creative leisure activities for social cohesion and community engagement. Foster connections, inclusivity, and sustainable impact.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003476","result_description":null},{"description":"Continuering/verankering ondersteuning bestaande CodesCools. Dit zal de belangrijkste zuil blijven in het komende jaar. Reeds meer dan 600 lagere scholen hebben zich in het verleden geëngageerd om aan de slag te gaan met onze materialen en oefeningen.\n\nDaarnaast schreven er zich maar liefst 1150 leerkrachten, directieleden en zorgcoördinatoren binnen kleuteronderwijs in om toegang te krijgen tot oefeningen die ze kunnen toepassen in hun klas. Blijvende aansporing is noodzakelijk gebleken om de aandacht van basisscholen voor computationele vaardigheden te bewaken.\n\nOns brede netwerk van Vlaamse basisscholen die reeds met onze werking in contact kwamen, zullen we blijvend informeren over ontwikkelingen inzake computationele vaardigheden en voorzien in een pasklaar en laagdrempelig aanbod voor gebruik in de klas. De nieuwsbrief blijft behouden als communicatiekanaal, evenals de Facebookpagina.","summary":"Verankering van ondersteuning aan basisscholen voor computationele vaardigheden blijft de focus. We blijven informeren en voorzien in praktisch materiaal via nieuwsbrief en Facebook.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003477","result_description":null},{"description":"Dit project betreft het opzetten, voorbereiden en uitvoeren van een vormings- en coachingstraject voor de sociaal werkers binnen de Miriam-projecten van de lokale OCMW's/CPAS.\n\nMiriam richt zich op alleenstaande moeders in armoede en combineert groepswerking met intensief individueel maatschappelijk werk.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Zet een coachingstraject op voor sociaal werkers bij Miriam-projecten. Hulp aan alleenstaande moeders in armoede via groepswerk en individuele begeleiding.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003478","result_description":null},{"description":"We analyseren het voorstel tot kinderrechtenmonitor 2.0 vanuit de aanbevelingen uit het rapport van KeKi (2020). Enerzijds de algemene voorwaarden omtrent monitoring en kinderrechtenindicatoren, anderzijds de verschillende aangereikte pistes wat betreft de weg voorwaarts.\n\nIn een eerste fase willen we inzetten op optie 1, namelijk de keuze voor minder kwantitatieve indicatoren die op regelmatige basis geactualiseerd kunnen worden. Dit geeft ruimte om daarnaast kwalitatieve informatie te genereren die de effectiviteit van de monitoring van kinderrechten verhoogt.\n\nOp termijn komen ook opties 2 en 3 in het vizier: de realisatie van een ideale set van kinderrechtenindicatoren en de integratie van de verschillende bestaande instrumenten die de rechten van het kind monitoren door verbinding te maken met andere beleidsniveaus.\n\nBij de realisatie van de indicatorenset trachten we bestaande bronnen maximaal te valoriseren. Deze oefening leidt tot een werkbare en kwaliteitsvolle kinderrechtenmonitor voor Vlaamse beleidsmakers.\n\nOm de kinderrechtenmonitor effectief te maken zetten we eveneens in op een kwalitatieve informatie in functie van realisatie van kinderrechten en kwantitatieve indicatoren.\n\nVoorliggende offerte streeft volgende doelstellingen na:\n1. Ontwikkelen van gedragen kwaliteitsvolle en valide indicatoren via een kwalitatieve aanpak: selectie van indicatoren kinderrechtenmonitor 2.0\n2. Realisatie van set indicatoren: kinderrechtenmonitor 2.0\n3. Realisatie van een toegankelijk monitoringsrapport met kwantitatieve indicatoren aangevuld met kwalitatieve informatie in functie van realisatie van kinderrechten (presentatie kinderrechtenmonitor 2.0)\n4. Ontwikkeling van een helder en haalbaar monitoringsproces voor kinderrechten\n5. Aanbevelingen in functie van het ideaal waar het Vlaams beleid naartoe zou moeten streven, waarbij we onder andere optie 2 en 3 uit het beleidsadvies van KeKi verder concretiseren.","summary":"Ontwikkeling van kwaliteitsvolle kinderrechtenmonitor met focus op indicatoren, monitoring en rapportage voor Vlaamse beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003479","result_description":null},{"description":"Tijdens de belle époque (ca. 1870 - 1930) hoorde het Parijse Conservatoire bij de meest invloedrijke muziekinstituten in Europa. De Franse fluitschool, die vandaag de dag nog steeds beroemd is, vindt daar zijn oorsprong.\n\nHet lijkt voor de hand liggend dat in België, dat op een boogscheut van Parijs ligt en waar de conservatoria van Brussel, Gent en Antwerpen pas decennia na het Conservatoire werden opgericht, het gevestigde Parijse concept werd overgenomen, en dat fluitisten hun belangrijke buren als voorbeeld namen. Maar was dit werkelijk zo, of sloeg men in België misschien een andere weg in? Hoe zag de fluitopleiding in de drie instituten er precies uit? Welke fluittypes gebruikten ze en welk repertoire speelden ze?\n\nHoe interpreteerden ze de muziek? En ook: hoe gaan wij vandaag de dag om met dit cultureel erfgoed, en hoe kunnen wij de musiceerpraktijk van die tijd in onze interpretatie van de werken overnemen? Op deze vragen wordt een antwoord gezocht vanuit zowel een theoretische als een praktische invalshoek.\n\nDaarvoor worden historische documenten over fluitopleiding, fluitisten en historische uitvoeringspraktijk verzameld en geanalyseerd, en vervolgens wordt de theoretische kennis overgebracht naar het fluitspel. De resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd in vaktijdschriftsartikelen, concerten, lecture-performances en YouTube-films.","summary":"Ontdek de invloed van de Parijse muziektraditie op Belgische fluitopleidingen en musiceerpraktijken. Onderzoek, analyse en presenteer in diverse media.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003480","result_description":"Binnen de betrokken conservatoria kunnen de onderzoeksresultaten direct worden doorgegeven aan studenten en docenten in het kader van infosessies en workshops.\n\nVoor geïnteresseerde fluitamateurs worden infosessies in enkele muziekacademies georganiseerd (bijvoorbeeld Mago, Brussel Schaarbeek).\n\nArtikelen in fluit-specifieke tijdschriften (Fluit, Tibia, Flöte aktuell, Flute traversière, enz.) verzekeren de berichtgeving op professioneel niveau.\n\nDe onderzoeksresultaten worden ook onder een breder publiek verspreid in de vorm van opnames (YouTube-films en geluidsopnames voor onder andere Spotify) van relevante fluitwerken en begeleidende teksten, van bladmuziek op IMSLP en andere professionele platformen zoals RISM, de websites van de bibliotheken, en/of in de reeks The Flemish Music Collection van uitgever Musikproduktion Höflich (mph) in München, alsmede van lecture-performances in Museum Vleeshuis en andere geschikte plaatsen, zoals bijvoorbeeld het MIM."},{"description":"Het project Pilots heeft als doel het gebruik van nieuwe, gangbare en/of combinatie van eenheidsbewerkingen voor de verwerking van alternatieve, plantaardige grondstoffen tot voedingsproducten te introduceren en te implementeren bij de Vlaamse voedingsindustrie en grootkeukens.\n\nDe verwerking van alternatieve, plantaardige grondstoffen is vrij ongekend en kent zijn procestechnologische uitdagingen. Deze procestechnologische kennis over het produceren van deze voedingsproducten wordt verhoogd bij de reële doelgroep.","summary":"Introduceer nieuwe eenheidsbewerkingen voor verwerking van alternatieve grondstoffen in de Vlaamse voedingsindustrie. Verhoog procestechnologische kennis en implementeer bij grootkeukens.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003482","result_description":null},{"description":"Het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust heeft de Karel de Grote Hogeschool gevraagd om een diepgravend kwalitatief en kwantitatief onderzoek te doen naar 'werken in de maritieme sector', met specifieke focus op het agentschap zelf. MDK is momenteel bezig met een transitie naar een efficiëntere en slankere organisatie. De doelstelling is om MDK verder te laten evolueren naar een organisatie die haar missie en visie volledig kan realiseren, zowel op strategisch als operationeel niveau, binnen een cultuur die verandering omarmt, flexibiliteit aanmoedigt, de interne veerkracht en het welzijn van medewerkers verhoogt, gelijkwaardigheid stimuleert en integere samenwerking op alle niveaus en met alle afdelingen nastreeft.\n\nMDK streeft naar een organisatiecultuur waar gelijkwaardigheid en mentaal welzijn centrale thema's zijn in alle beleidsbijdragen. Het doel is dat elke medewerker weet welk gedrag bij deze cultuur hoort, gestimuleerd wordt om dit gedrag consistent te vertonen en beschermd wordt tegen negatieve invloeden. Het onderzoeksdoel is om verschillende aspecten in kaart te brengen die impact hebben op gelijkwaardigheid en welzijn van werknemers binnen de organisatie.\n\nDe directieraad van MDK wil inzicht verkrijgen in de thema's diversiteit, inclusie en de factoren die de gelijkwaardigheid en mentaal welzijn van medewerkers bevorderen of belemmeren. De onderzoeksvraag luidt: wat zijn de individuele ervaringen van medewerkers van MDK met betrekking tot inclusie op de werkvloer? Deze ervaringen worden onderzocht op verschillende gebieden en aan de hand van diverse inclusie-indicatoren, zoals organisatie-identiteit, welzijn en sense of belonging, organisatieprocessen, arbeidsvoorwaarden en leiderschap binnen de organisatie.","summary":"Diepgaand onderzoek naar werken in de maritieme sector en het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust. MDK in transitie naar efficiëntie en welzijn medewerkers. Focus op gelijkwaardigheid, inclusie en mentaal welzijn.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003483","result_description":null},{"description":"'Upscaling Health Tech labs for Accelerating Innovations' is een project dat de uitbouw van de Kennisboulevard Digital Health in Brugge beoogt. Hiermee wil het project bijdragen aan een oplossing op twee actuele maatschappelijke uitdagingen, met name digitalisering en vergrijzing.\n\nIn de livinglabs/demo-omgevingen worden bedrijven en zorgorganisaties uitgenodigd om in wetenschappelijk ondersteunde test- en valideringsomgevingen prototypes van nieuwe producten en diensten te testen met en voor de doelgroep, en die te vermarkten. Dankzij het gebruik van mobiele infrastructuur kan de inzet van het materieel en de dienstverlening van de kennisinstellingen ook ter plaatse gebeuren bij de bedrijven en zorgorganisaties, waardoor er metingen in real life setting kunnen gebeuren.\n\nDoor bedrijven en zorgorganisaties actief te laten participeren in gemeenschappelijke transitietrajecten met ondersteuning van de expertise van de kennisinstellingen kan de omslag gemaakt worden naar een vernieuwd zorgmodel waarbij digitale ondersteuning een sleutelrol speelt:\n\nDe verdere uitbouw van de bestaande labs inclusief mobiele infrastructuur voor de cluster digital health voor bedrijven en zorgorganisaties.\nUitbouw Digital Health community met focus op het informeren over de nieuwste trends, het innovatiepotentieel en de mogelijke toepassingen, alsook testimonials en het delen van succesverhalen.\n\nHet project stoelt op een gecoördineerde samenwerking tussen KU Leuven Campus Brugge, Vives Noord en Howest als kennisinstellingen, In4Care als Vlaamsbrede community, en POM West-Vlaanderen (ism TUA West) als overheidsorganisatie, in functie van community uitbouw en netwerking en connectie met de bedrijven en zorgorganisaties. De uitbouw van de labs bij de kennisinstellingen fungeert als een krachtige stimulans voor de groei en activatie van een regionaal ecosysteem met een Vlaamsbrede uitstraling rond digitale gezondheidszorg.\n\nHet project speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van innovatie en het creëren van een vruchtbare omgeving voor bedrijven en zorgorganisaties om samen te werken aan baanbrekende oplossingen die bijdragen aan de transformatie van de gezondheidszorg en tevens zorgen voor economische valorisatie voor bedrijven.","summary":"Project 'Upscaling Health Tech labs for Accelerating Innovations' bevordert digitale gezondheidszorg door bedrijven en zorgorganisaties te betrekken bij testen en vermarkten van innovatieve producten in livinglabs. Het creëert een ecosysteem voor samenwerking en innovatie, ondersteund door kennisinstellingen en overheidsorganisaties.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003485","result_description":null},{"description":"'In organis et in discantu'\n\nOrganistenpraxis in het prinsbisdom Luik (B) in de eerste helft van de 17de eeuw.\n\n'Een orgelhandschrift uit 1626 (MS Berx), bekend als het ‘Tongers orgelhandschrift’, dat in 2003 toevallig ontdekt werd, bevat onbekende, authentieke orgelbewerkingen van o.a. Magnificat-zettingen van Orlandus Lassus (1532-1594).'\n\nNaast orgelwerken van vroeg 17de-eeuwse organisten (Ruggiero Trofeo, Francesco Rovigo) bevat het 45 pagina’s tellende manuscript vooral intavolaties van Orlandus Lassus, hoofdzakelijk Magnificatzettingen maar o.a. ook het bekende Franse chanson 'Margot laborez les vignes'.\n\nDeze muziek roept verrassende vragen op over de organistenpraktijk in de eerste helft van de 17de eeuw in het prinsbisdom Luik, een regio die bekend stond als een vooraanstaande religieus-artistiek-culturele biotoop. Veel Luikse musici (zangers, organisten en componisten) kregen een prestigieuze aanstelling aan belangrijke Europese hoven. Dit leidde tot een vruchtbare wisselwerking tussen de Luikse musiceerpraktijk en de Europese muziekcultuur. De impact van Luikse musici in die Europese context was dan ook bijzonder groot (bijvoorbeeld Simon Lohet in Duitsland, Henry Du Mont in Frankrijk, Matheo Romero in Spanje en Léonard de Hodémont in Italië).\n\nSamen met het 'Liber Fratrum Cruciferorum Leodiensium' (Luik, 1617) en 'Le grand livre de choeur de Saint-Lambert' (Luik, tussen 1619 en 1633) is het Tongers orgelhandschrift een bijzondere bron van informatie met impliciete indicaties voor een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk met aandacht voor interpretatie, retoriek en expressie. De verhoudingen tussen partituur en instrument, zanger en organist, woord en toon, dragen bij tot een specifieke eigenheid ‘tussen gregoriaans en polyfonie’. Hierdoor ontstaat een nieuw inzicht in de relatie tussen orgelkunst in het prinsbisdom Luik en andere Europese orgelstijlen.","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Ontdek onbekende orgelbewerkingen uit de 17e eeuw in het Tongers orgelhandschrift, met invloedrijke Luikse musici die Europese muziekscènes domineerden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003486","result_description":null},{"description":"Het doctoraatsvoorstel wil het onderzoek voeren naar artistieke tactieken van 'dissensus' en 'verbinding'. Het wil daarmee verschillende democratiserende ruimtes van tonen en gezamenlijkheid ontwikkelen. Uitgangspunt daarbij vormt de analyse van onder andere Isabell Lorey dat onze laat-kapitalistische maatschappij bestuurd wordt door middel van precariteit en individualisering.\n\nHet doel bestaat in het verfijnen van het discours rond de gebruikswaarde van kunst door te onderzoeken of kunst nieuwe politieke subjecten kan voortbrengen en verspreiden. Dit zal in een eerste onderzoeksfase gebeuren via het opzetten van een ‘ruimte van tonen’ (een atelier) met diverse mensen met een vorm van precair bestaan (een kunstenaar, universitair onderzoeker, schoonmaker, vluchteling, sekswerker, enzovoort).\n\nDaar zal op basis van ieders specifieke precariteit een vormingsproces op gang komen door samen te experimenteren met verschillende artistieke tactieken van dissensus en verbinding. In een tweede onderzoeksfase zullen diverse wijzen van vertalingen van dit proces uitgeprobeerd worden, dit moet leiden tot autonome documenten/installatiewerken die inzicht proberen verschaffen in het centrale onderzoeksonderwerp.","summary":"Onderzoek naar artistieke tactieken van dissensus en verbinding om democratiserende ruimtes te ontwikkelen en nieuwe politieke subjecten te creëren. Experimenteer met diverse tactieken en vertalingen voor autonome werken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003488","result_description":null},{"description":"Het aantal mensen met dementie neemt snel toe en producten kunnen een positieve rol spelen in de levenskwaliteit van mensen met dementie.\n\nIn de ontwikkeling van producten voor mensen met dementie kunnen ontwerpers enerzijds de doelgroep betrekken in het ontwerpproces. Zo'n participatieve ontwerpmethode geeft rijke inzichten, maar blijkt in de praktijk vaak onhaalbaar door tal van redenen.\n\nAnderzijds kunnen marketingdata, kwantitatieve rapporten en stereotiepe interpretaties ontwerpers informeren over de doelgroep. Deze methoden falen echter in het overbrengen van empathie.\n\nDit onderzoek wil een tussenoplossing bieden: een toegankelijke methode voor ontwerpers die om welke reden dan ook niet in staat zijn om personen met dementie te betrekken in het ontwerpproces. Een methode die hen een empathisch inzicht geeft in het leven en de productnoden van personen met dementie, om zo het marktaandeel van producten voor deze doelgroep te vergroten.","summary":"Producten voor mensen met dementie kunnen de levenskwaliteit verbeteren. Ontwerpers kunnen empathie tonen door een toegankelijke methode te gebruiken om producten te ontwikkelen en het marktaandeel te vergroten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003489","result_description":null},{"description":"Boomkorvaartuigen vormen een groot probleem op het gebied van scheepsstabiliteit. De schepen zijn relatief klein, de gebruikte gieken groot en een ideale hefboom om de stabiliteit ernstig te doen afnemen.\n\nUit een studie van het Nederlandse Conoship, in opdracht van de Nederlandse Tweede Kamer [1], blijkt dat asymmetrische belasting van het schip al zeker in de helft van het aantal onderzochte ongevallen de hoofdoorzaak is van kapseizen, maar waarschijnlijk ligt dit cijfer nog hoger. Voorbeelden van asymmetrische belading zijn het ophalen van de netten met een aanzienlijke vangst, een belangrijk grotere vangst aan één zijde, het verliezen van de netten aan één zijde, het vastzitten van de netten aan de bodem aan één zijde, het niet symmetrisch toppen van de gieken.\n\nGemiddeld kapseist er bijna 1 Belgisch schip per jaar. Vaak met dodelijke afloop gezien de snelheid waarmee dit gebeurt. Over de ‘bijna’ ongevallen waarbij het schip een grote hellingshoek aanneemt, maar niet kapseist, is weinig bekend. Een veelvoorkomende fout is dat vissers zelf het schip omtrekken. De netten hangen bijvoorbeeld vast op de bodem, de schipper trekt nog harder aan de netten om ze los te maken, maar trekt het hele schip omver.\n\nOnze oplossing is een elektronisch kastje dat de hellingshoek van het schip continu zal meten. Vanaf een vooraf bepaalde hoek (1ste grenswaarde), wordt een eerste waarschuwing gegeven, visueel en hoorbaar. Hierop dient de schipper de nodige maatregelen te nemen opdat de helling van het vaartuig zou afnemen. Als de helling van het schip toch nog zou toenemen en een tweede grenswaarde bereikt wordt, zal ons ontwerp ervoor zorgen dat de lier waarmee de schipper de netten binnenhaalt, wordt geblokkeerd, zodat de lier het schip niet kan doen kapseizen (de bemanning kan de netten op dat moment nog wel uitzetten, maar niet binnenhalen zolang de hellingshoek niet kleiner is dan de tweede grenswaarde).\n\nBeide grenswaarden worden berekend op basis van de initiële stabiliteit van het vaartuig tijdens het vissen. De elektronica meet continu de hellingshoek en zal bij de grenswaarden een bericht sturen of een relais aansturen dat de stroom naar de lier onderbreekt. Bovendien vinden we de hellingshoek een zeer belangrijke parameter en maat voor de stabiliteit van het vaartuig. Daarom willen we een extra en duidelijke continue aanduiding ervan op de brug. De schipper krijgt dan onmiddellijk een idee van de invloed van de operatie op de stabiliteit.\n\nHet is de bedoeling om deze hellingshoek ook te loggen, zodat ‘bijna’ ongevallen geregistreerd kunnen worden en we een idee krijgen van de frequentie van deze voorvallen. Dankzij onze partner PREVIS zullen we toegang hebben tot vissersschepen om onze technologie voldoende te testen.","summary":"Boomkorvaartuigen veroorzaken scheepsstabiliteitsproblemen. Onze oplossing is een elektronisch kastje dat de hellingshoek meet en waarschuwingen geeft om kapseizen te voorkomen. Samen met partner PREVIS testen we deze technologie op vissersschepen.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003490","result_description":null},{"description":"Schoolbesturen nemen in het onderwijslandschap een bijzonder prominente en ook te vaak onderschatte plaats in. Ze staan echter in voor diverse beleidsaspecten en bepalen in sterke mate de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en de autonomie van de schoolleiders in de scholen(gemeenschap).\n\nZij organiseren onderwijs en zijn (juridisch) eindverantwoordelijke voor de kwaliteit van dat onderwijs. De overheid kan dus geen kwaliteitsbeleid voeren zonder ook de schoolbesturen in de beleidsagenda te betrekken. Toch is het voor de overheid omwille een aantal aspecten onduidelijk welke regulatiemechanismen zij kan hanteren om de effectiviteit van schoolbesturen te bevorderen.\n\nDe grondwettelijke vrijheid van onderwijs brengt met zich mee dat Vlaamse schoolbesturen verschillende rechtsvormen en organisatiestructuren aannemen. Dat betekent concreet dat eenzelfde Vlaamse onderwijsbeleidsdoelstelling een gedifferentieerde rechts-technische aanpak vraagt die optimaal past binnen de juridische en bestuurlijke contouren van elk type schoolbestuur.\n\nDe thematiek van schoolbesturen kreeg de afgelopen decennia evenwel amper expliciete aandacht in empirisch onderzoek. Zo is het tot op heden vrijwel onduidelijk welke de determinanten zijn van (al dan niet) effectief functioneren van schoolbesturen. Er bestaat immers weinig systematisch verzamelde empirische evidentie over de samenstelling, werking en effectiviteit van schoolbesturen en conceptualiseringen zijn eerder beschrijvend dan analytisch van aard. De relatie tussen schoolbestuur en schoolleiding bleef daarbij tot nu ook zeer fragmentair onderzocht.\n\nDaarnaast is het voor de overheid zoeken naar passende instrumenten om deze kennisbasis te vertalen in beleidsstrategieën. De maatschappelijke rol van de overheid om schoolbesturen te sturen, monitoren en ondersteunen enerzijds en hoe deze rol vorm te geven anderzijds, moeten immers passen binnen de krijtlijnen van de grondrechten en rechtsposities in het onderwijs. Dat vergt een onderbouwd en gedetailleerd inzicht in regulatiemechanismen en instrumenten die de overheid hierbij kan inzetten.\n\nCentraal binnen dit onderzoek staat dan ook de onderzoeksvraag naar welke regulatiemechanismen de Vlaamse overheid kan ontwikkelen om het functioneren van schoolbesturen te bevorderen. Om deze onderzoeksvraag te voeden en te beantwoorden wordt een multimethode onderzoeksaanpak gehanteerd waarbij verschillende deelvragen behandeld worden. De vooropgestelde onderzoeksactiviteiten worden in drie luiken geclusterd. Het conceptueel-juridisch luik inventariseert de bestaande (inter)nationale kennisbasis, brengt de Vlaamse juridische context in kaart waar de relatie tussen wetgever, overheid en schoolbesturen wordt gesitueerd, en maakt een analyse van bestaande regulatiemechanismen binnen alternatieve sectoren en internationale onderwijssystemen waaruit de Vlaamse overheid kan leren.\n\nHet empirisch luik, met het oog op het verder conceptualiseren en verklaren van effectief schoolbestuur, maakt een beschrijving en analyse van schoolbesturen in de Vlaamse context aan de hand van gevalsstudies en surveyonderzoek binnen de diverse types schoolbesturen.\n\nHet beleidsvoorbereidend luik voorziet ten slotte in de ontwikkeling van beleidsscenario’s waarbij verschillende regulatiemechanismen binnen de context van een meerlagig bestuurslandschap uitgewerkt worden, en een ex ante evaluatie van deze beleidsscenario’s met prominente stakeholders uit het Vlaamse onderwijslandschap.","summary":"Onderzoek naar regulatiemechanismen voor effectieve schoolbesturen in Vlaanderen. Multimethodologie analyseert juridische context, empirische gegevens en beleidsscenario's voor verbetering.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003491","result_description":"Dit projectvoorstel heeft de uitdrukkelijke ambitie relevant te zijn voor zowel beleidsactoren als onderwijsprofessionals. In de eerste plaats zullen de resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd en gepubliceerd ten behoeve van de opdrachtgever via de tussentijdse en de eindrapportering.\n\nDe onderzoeksresultaten kunnen daarnaast worden gevaloriseerd in wetenschappelijke en beleidsgeoriënteerde publicaties en (inter)nationale congrespresentaties. Het projectteam heeft in eerste instantie de ambitie om bij te dragen aan het informeren van onderwijsbeleid, en pas daarna meer academische ambities te koesteren.\n\nHet projectteam wil binnen die contouren wel inzetten op een ruime valorisatie van de onderzoeksresultaten. De promotoren engageren zich - indien de overheid dit wenselijk acht - om inhoudelijk bij te dragen aan een studiedag/webinar die de resultaten van deze studie op een toegankelijke wijze kenbaar maakt aan het ruime Vlaamse onderwijsveld.\n\nDe inzichten die we zullen vergaren met betrekking tot de effectiviteit van schoolbesturen zijn immers zeer relevant voor schoolbesturen en schoolleiders, maar ook voor de koepels en de onderwijsinspectie. We kunnen het werkveld niet alleen informeren over invullingen van 'effectieve schoolbesturen' en factoren die hierop van invloed zijn, maar ook gerichte aanbevelingen doen om de effectiviteit van schoolbesturen in kaart te brengen en hier acties aan te koppelen.\n\nHet gericht feedback geven aan de betrokken schoolbesturen over de eigen resultaten zien we als minder wenselijk, gezien de antwoorden van respondenten (zowel schoolleiders als bestuursleden) ondanks de nodige voorzorgen identificeerbaar zouden kunnen zijn en de vertrouwelijkheid van het onderzoek in gedrang zou kunnen komen. Als de respondenten deze inschatting delen, komt daarmee ook de validiteit van het onderzoek zelf in gedrang. Hoewel we de idee van respondentenfeedback zeer genegen zijn, willen we ook dat risico niet lopen.\n\nWat wel zou kunnen zijn meer algemene doelgroepgerichte rapporten met algemene resultaten. Indien de stuurgroep van dit OBPWO-project de zinvolheid en wenselijkheid hiervan onderschrijft, wil het projectteam de expertise binnen de KdG-hogeschool inzake praktijkgerichte valorisatie inzetten om tot een kernachtige brochure voor doeltreffend schoolbestuur te komen.\n\nVerder engageert het projectconsortium zich ertoe om verdere kanalen te identificeren die aangesproken kunnen worden om initiatieven of vervolgtrajecten te ontwikkelen die zowel (leden van) schoolbesturen en schoolleiders uitdagen in het versterken van hun dagelijks functioneren, op basis van de inzichten uit dit onderzoeksvoorstel (bijv. via het nascholingsaanbod van de projectpartners)."},{"description":"Citizen Dialog Kit (CDK) is een platform van interactieve, draadloze publieke beeldschermen dat werd ontwikkeld door RxD. Succesvolle case studies omtrent publieke communicatie en bevragingen leidden tot een sterke commerciële vraag. Deze studies toonden echter ook drie remmende factoren:\n\n1) een efficiënte methodologie om klanten te ondersteunen in het formuleren van aantrekkelijke bevragingen;\n2) een flexibele middleware oplossing om toepassingen op te zetten en de verzamelde data te analyseren;\n3) een energiezuinig en energie-oogstende technologie die hoge onderhoudskosten elimineert.\n\nRxD werkt daarom met DitriNet samen om deze technologieën te ontwikkelen en te testen, en met Mediated Environments (LUCA) om de unieke kwaliteiten van CDK tot hun recht te laten komen in participatieve processen. Dit project zal aldus de commerciële differentiatie van CDK verzekeren, alsook haar potentieel voor andere toepassingen zoals klantenbinding, digital signage of toerisme.","summary":"CDK van RxD is een interactief platform voor publieke beeldschermen. Samenwerking met DitriNet en LUCA versterkt commerciële differentiatie en diversiteit in toepassingen zoals klantenbinding en toerisme.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003492","result_description":null},{"description":"De Europese fruitteeltsector heeft te lijden onder zijn arbeidsintensieve aard, de toenemende concurrentie van buiten de EU, het Russische fruitembargo en het tekort aan gemotiveerde werknemers.\n\nOm het werk van fruitproducenten te verlichten heeft UCLL een geautomatiseerd palox transportsysteem ontwikkeld dat veilig door een boomgaard kan navigeren om palox kratten te herkennen, op te pakken en te transporteren.\n\nHet huidige project heeft als doel de navigatie en functionele veiligheidskenmerken verder te optimaliseren en de transport- en hefmogelijkheden van dit platform uit te breiden naar een multifunctioneel systeem dat in staat is autonoom boomgaardtaken uit te voeren zoals palox herkenning, lift & transport, laden & lossen, distributie & collectie.\n\nVerder zullen er inspanningen worden gedaan om interoperabiliteit te garanderen voor integratie van de technologie in zowel huidige als toekomstige autonome landbouwvoertuigen. De functionaliteiten en interoperabiliteit zullen worden gevalideerd door middel van veldproeven om de valorisatie van de ontwikkelde technologie verder te ondersteunen richting licenties en/of partnerschappen met fabrikanten.","summary":"UCLL ontwikkelt geautomatiseerd palox transportsysteem voor Europese fruitteelt. Verlicht werk fruitproducenten en optimaliseer veiligheid en functionaliteit. Autonoom boomgaardtaken uitvoeren, interoperabiliteit garanderen voor toekomstige landbouwvoertuigen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003493","result_description":null},{"description":"Procedurele comfortzorg wint aan belang binnen de pediatrische geneeskunde. Onze regionale en universitaire ziekenhuispartners merken echter op dat de onderliggende gedachten en overtuigingen (cognities) van ouders rond pijn en nood aan comfort van het kind, het bieden van procedureel comfort tijdens medische procedures in de weg kunnen staan.\n\nKinderen zijn net afhankelijk van hun ouders om pijnlijke en stressvolle medische procedures emotioneel te kunnen reguleren en daarom kunnen maladaptieve ouderlijke cognities de stresservaring van het kind en de mogelijkheden van comfortzorg negatief beïnvloeden. Het is dus van belang om deze onderliggende cognities van ouders rond pijn, effecten van pijn en comfortzorg te exploreren.\n\nVia interviews (N=15-20) kunnen we deze latente ouderlijke cognities rond procedurele pijn in kaart brengen en analyseren. De vignetstudie die hierop volgt zal duidelijk maken welke cognities leven bij een grotere onderzoekspopulatie ouders (N=30-60). Daarnaast willen we, via co-creatie, strategieën ontwikkelen met ouders om maladaptieve cognities te beïnvloeden, zodat ouders met de juiste mindset hun kind kunnen ondersteunen tijdens medische procedures. De analyses die voortvloeien uit deze drie datasets leveren waardevolle informatie en mogelijke strategieën op waarmee ziekenhuizen ouders beter kunnen voorbereiden op hun ondersteuningsrol.","summary":"Onderzoek naar ouderlijke cognities rond procedurele pijn en comfortzorg bij kinderen. Analyse van interviews en vignetstudie om strategieën te ontwikkelen voor ouders. Data bieden inzicht voor ziekenhuizen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003494","result_description":null},{"description":"Het valorisatiedoel van het AIRCHECQ+ project is het toegankelijk maken van de ontwikkelde AIRCHECQ resultaten buiten het domein waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren.\n\nTijdens dit project richten we ons expliciet op sectoren waar de luchtkwaliteit een impact heeft op de directe omgeving (comfort en menselijke gezondheid op schepen, corrosiepreventie van windmolens, de fluctuerende gevarenintensiteit van vervuilingsbronnen zoals elektriciteitscentrales, enz.)\n\nHet doel is om het potentieel te onderzoeken om groei en innovatie mogelijk te maken door hergebruik van de AIRCHECQ-resultaten door alle belanghebbenden op alle niveaus van de maatschappij en niet alleen door de oorspronkelijke doelgroep van het AIRCHECQ-project.","summary":"Breng AIRCHECQ+ resultaten buiten oorspronkelijk domein om groei en innovatie te stimuleren met focus op luchtkwaliteitseffecten in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003496","result_description":null},{"description":"Voor particulieren met specifieke vragen of noden die toegankelijk willen bouwen of verbouwen, is het moeilijk om in het bestaande aanbod van brochures, inspiratiebundels en checklists de relevante toegankelijkheidscriteria te vinden waaraan hun woning best kan voldoen.\n\nOok voor architecten en aannemers is het niet eenvoudig om in het geheel van alle regels rond bouwen en verbouwen ook de nodige knowhow te hebben over toegankelijkheidsaspecten.\n\nBinnen dit project willen we alle betrokken partijen empoweren in het toegankelijk bouwen en verbouwen. In het eerste projectjaar worden toegankelijkheidscriteria opgesteld. Door het gebruik van persona’s worden de particulieren met hun specifieke vragen of noden geclusterd.\n\nVoor elke persona zullen toegankelijkheidscriteria voor de woning worden opgemaakt op vlak van ruwbouw, technieken, binnenafwerking en directe buitenomgeving. De basis voor de toegankelijkheidscriteria wordt bekomen via het scoreformulier van de Housing Enabler en wordt aangevuld met de resultaten uit focusgroepgesprekken en individuele interviews met ervaringsdeskundigen per persona.\n\nDe ontwikkelde criteria worden samengevat in een informatie- en werkbundel gericht naar professionelen in de zorg- en de bouwsector. In het tweede projectjaar wordt aan de hand van de eerder verzamelde informatie ingezet op het ontwikkelen, uittesten en verspreiden van sensibiliserend materiaal rond toegankelijk (ver)bouwen.\n\nConcreet zullen ‘light’ publicaties, een magazine, podcasts, 1 minuut video en een workshop worden ontwikkeld, waarmee we een mentaliteitswijziging rond toegankelijk (ver)bouwen in gang willen zetten bij zowel het brede publiek als professionelen en overheid.\n\nNaast de beoogde impact binnen de maatschappij zal dit project de expertise op vlak van toegankelijkheid en woningaanpassingen bij de betrokken opleidingen verhogen. De nauwe samenwerking met de gevarieerde stuurgroep kan aanleiding geven tot vervolgprojecten en dienstverlening binnen dit domein.","summary":"Empower alle partijen in toegankelijk bouwen en verbouwen. Ontwikkel criteria en sensibiliseer met publicaties, podcasts en workshops voor een inclusieve samenleving en verhoog expertise in opleidingen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003498","result_description":null},{"description":"De belangrijkste doelstelling van WIRE is om een stapsgewijze verandering te bewerkstelligen in de uitmuntendheid en innovatie van de activiteiten op het gebied van wetenschap en waardecreatie die worden uitgevoerd door en in het kader van de FilmEU Alliantie via capaciteitsopbouw en de bevordering van verschillende hervormingen in de HOI's in de uitbreidingslanden die deelnemen aan de alliantie.\n\nWIRE zal de O&I-dimensies van de FilmEU Alliance op het gebied van onderzoek en innovatie versterken, met name door zich te richten op management- en administratieve competenties, ten behoeve van zijn leden in uitbreidingslanden, en daarmee het algehele concurrentievermogen van de Alliance vergroten. WIRE zal dit bereiken door middel van nauwere en meer geografisch inclusieve samenwerking tussen alle leden van de Alliantie.\n\nWIRE zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan de verwachte resultaten van de oproep via de consolidatie van een inclusieve Alliantie van IHO's die grotendeels (5 van de 8) afkomstig zijn uit uitbreidingslanden. Door onderlinge samenwerking en samenwerking met andere actoren in lokale ecosystemen zullen zij hervormingen en upgrades op institutioneel en nationaal niveau bevorderen, een ingebedde cultuur van uitmuntendheid en waardecreatie op basis van artistiek onderzoek vergemakkelijken en zich richten op de culturele en creatieve industrieën met het oog op een groter concurrentievermogen en versnelde institutionele hervormingen in hun O&I-dimensie.","summary":"Verbeter wetenschappelijke en creatieve activiteiten in de FilmEU Alliantie door capaciteitsopbouw en samenwerking voor meer concurrentievermogen en innovatie in uitbreidingslanden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003499","result_description":null},{"description":"Om effectstudies van luchtverontreiniging door schepen en andere bronnen op de menselijke gezondheid te vergemakkelijken.","summary":"Faciliteer effectstudies voor luchtverontreiniging door schepen en bronnen op de menselijke gezondheid.","business_unit":"DOSP-AMA","dosp_id":"DOSP-VHR-003501","result_description":null},{"description":"De digitale experience labs willen de digitalisering bij KMO's versnellen via begeleiding door een breed consortium aan complementaire kennispartners. KMO's uit alle sectoren die bereid zijn te investeren in digitale transformatie krijgen op een eenvoudige manier toegang tot begeleiding voor hun projecten rond nieuwe (datagedreven) digitale technologieën en voor de integratie en toepassing in hun concrete bedrijfsrealiteit.\n\nNaast het gebruik maken van de in kaart gebrachte beschikbare infrastructuur, tools en methodieken en technisch expertise van de consortiumpartners zal ook aandacht uitgaan naar de flankerende aspecten. Binnen elke provincie wordt deze digitale hub op eenzelfde manier worden uitgerold met een digitaal platform in functie van synergie en transparantie. Voka neemt de rol van SPOG op en heeft hiervoor een ruim consortium aan partners samengesteld die de concrete begeleiding van de bedrijven op zich zullen nemen.\n\nProjecttype 2 is onlosmakelijk verbonden met projecttype 1 en omvat:\n* Begeleiding naar een actieplan, analyse van de individuele behoeften en uitdagingen, de opmaak van een actieplan met prioriteiten, en een eerste zicht op de mogelijke begeleiding door een kennis- of andere partner via inbreng van een expertenpanel. SPOG m.b.t. matchmaking, contractvoorstel en opvolging advies/begeleiding/testing (stap 2 customer journey)\n* Begeleiding naar advies op maat omtrent laagdrempelige digitalisering, incl. maar niet beperkt tot data-gedreven technologieën (stap 3 customer journey)\n* Begeleiding naar implementatie via o.a. matchmaking met EDIH partners en private partijen (stap 3 customer journey)\n* Communicatie met de KMO's en betrokken partners.","summary":"Versnel digitale transformatie bij KMO's met begeleiding van een consortium aan kennispartners. Toegang tot expertise voor integratie van digitale technologieën in bedrijfsrealiteit. Hub met digitaal platform voor synergie en transparantie.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003503","result_description":null},{"description":"'Wie in den Wald hinein ruft, so schallt es heraus' ('Wat in het bos wordt geschreeuwd, weerklinkt in het bos'), is een Duits gezegde dat suggereert dat de manier waarop je iemand behandelt, bepalend is voor de vorm van hun reactie.\n\nHet project richt zich op het Thüringer Woud in Oost-Duitsland en wil onderzoeken hoe geluidskunstonderzoek en -praktijken een rol kunnen spelen bij het verspreiden van begrip voor biotopen die worstelen met de uitdagingen van klimaatverandering. Het Thüringer Woud is een oeroud bos dat naar schatting 10.000 jaar oud is. In de laatste twee eeuwen van toenemende industrialisatie is een groot deel van het oerbos herplant met een monocultuur van snelgroeiende, rechte sparren. Dit monocultuurbos heeft moeite gehad om zich aan te passen aan hetere en drogere klimaatomstandigheden, waarbij de verzwakte bomen werden verwoest door plagen van schorskevers (Ips typographus).\n\nHet onderzoeksproject stemt af op de nagalmende effecten van deze voortdurende veranderingsprocessen. Het luistert naar hedendaagse wetenschappelijke inzichten over bossen als onderling verbonden communicatienetwerken van bomen, planten en schimmels en probeert artistieke vertaal- en uitzendmethoden toe te passen om de aandacht te vestigen op bosnetwerken in crisis. Praktijken van kritisch luisteren en field recordings worden ontwikkeld als methodes voor interactie met verschillende actoren in het bos, waaronder menselijke jagers en boswachters, schorskevers, oude en monocultuurbomen, vogels, bokken en schimmels.\n\nMet een focus op het sonische, zullen de werken die voortkomen uit deze interacties bestaan uit audio-essays, fysieke audioreleases, streaming van omgevingsradio, schriftelijke verkenningen en discursieve radioformats.","summary":"Ontdek hoe geluidskunst het begrip voor bosbiotopen in crisis kan vergroten door interactie met diverse actoren en artistieke uitzendmethoden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003505","result_description":null},{"description":"Waarom raken vrouwelijke ondernemers moeilijker aan financiering? Dit onderzoek brengt hun trajecten in kaart en vertaalt inzichten naar inclusieve beleidsaanbevelingen.\n\nArteveldehogeschool onderzoekt via zes focusgroepen in Vlaanderen, Brussel en Wallonië hoe vrouwelijke ondernemers — starters en groeiers — hun zoektocht naar financiering ervaren. We luisteren naar vrouwen met diverse achtergronden, sectoren en financieringsbehoeften. De resultaten leiden tot concrete beleidsaanbevelingen die inclusieve toegang tot financiering bevorderen.\n\nVrouwelijke ondernemers blijven ondervertegenwoordigd in het Belgische ondernemerschapslandschap en ondervinden meer barrières bij het verkrijgen van financiering. Deze ongelijkheid beperkt niet alleen individuele economische kansen, maar vertraagt ook bredere maatschappelijke vooruitgang. Door hun ervaringen te begrijpen en structurele drempels bloot te leggen, draagt dit onderzoek bij aan een meer inclusief ondernemerschapsklimaat.\n\nVia zes doelgericht samengestelde focusgroepen verzamelen we kwalitatieve data over het volledige financieringstraject van vrouwelijke ondernemers. We betrekken diverse profielen qua regio, ondernemingsfase en migratieachtergrond. De gesprekken worden geanalyseerd met thematische codering en aangevuld met observaties en kwantitatieve gegevens. De inzichten worden vertaald naar heldere, gedragen beleidsaanbevelingen. Het eindrapport wordt gedeeld met stakeholders en beleidsmakers en gepresenteerd in het Nederlands en Frans. Zo ondersteunen we met praktijkgericht onderzoek beleidsontwikkeling die écht het verschil maakt.","summary":"Onderzoek naar financiering van vrouwelijke ondernemers leidt tot inclusieve beleidsaanbevelingen. Resultaten van focusgroepen in België bevorderen gelijke toegang tot financiering.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003507","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek verkent het snijvlak tussen autobiografie en performance om nieuwe instrumenten te ontwikkelen voor het creëren van trans-individuele performances. Welke methoden kunnen worden ontwikkeld om uit eigen ervaringen innovatieve teksten en performances te laten ontstaan die een 'belichaamde realiteit' presenteren?\n\nHoe kunnen we als schrijvers en performers ons vermogen vergroten om onze autobiografieën in te zetten als voedingsbodem te gebruiken als meststof voor de verhalen die we vertellen? In dit onderzoek wil ik nieuwe technieken ontwikkelen - de interval/inhibitie, transgenerationele dialoog en collectieve autobiografie - die gevoed worden door domeinen als autotheorie, culturele studies, performance studies en auto-etnografie, en ze verrijken door ze te koppelen aan het psycho-motorische Inhibitie principe uit de Alexandertechniek.\n\nDoor deze lichamelijke praktijk te combineren met technieken en procedures uit de geschiedenis van performance en uit de feministische autotheorie, wil ik nieuwe vormen van performance laten ontstaan en een pedagogie creëren die kan worden toegepast in uiteenlopende contexten en settings.","summary":"Ontwikkel nieuwe performance technieken vanuit autobiografieën voor trans-individuele performances. Gebruik interval/inhibitie, transgenerationele dialoog en collectieve autobiografieën. Verrijk met autotheorie en performance studies voor innovatieve verhalen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003508","result_description":null},{"description":"Hoe combineer je live gesprekken en online tools in justitieassistentie? We ontwikkelen een blended module die justitieassistenten ondersteunt bij het werken in een hybride omgeving.\n\nIn het kort Arteveldehogeschool ontwikkelt een module blended hulpverlening voor justitieassistenten, als onderdeel van hun basisopleiding. Het doel is een lespakket dat theorie, praktijkoefeningen en lesinstructies combineert. Deze module biedt handvatten om live gesprekken en online tools naadloos te integreren in begeleidingstrajecten.\n\nDe nood en relevantie In een steeds meer gedigitaliseerde samenleving is het belangrijk dat justitieassistenten bekwaam zijn in zowel face-to-face als digitale hulpverlening. Deze aanpak verhoogt de toegankelijkheid, efficiëntie en effectiviteit van trajecten. Het project speelt in op de vraag naar een consistente visie en praktische toepassing van blended hulpverlening in de justitiehuizen.\n\nVan aanpak tot impact De module wordt ontwikkeld via een blended leertraject met e-learningsessies, online bijeenkomsten en face-to-face training. Onderdeel is een visievormingstraject en een bevraging van medewerkers over vertrouwen in digitaal werken. Het project biedt niet alleen directe praktische tools maar draagt ook bij aan de professionalisering en consistentie van hulpverlening binnen justitiehuizen. Het resultaat? Een duurzaam model voor blended hulpverlening dat zowel cliënten als professionals ondersteunt.","summary":"Ontwikkeling van een blended module voor justitieassistenten om live gesprekken en online tools te integreren, verhoogt efficiëntie en effectiviteit van hulpverlening.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003509","result_description":null},{"description":"Hoe stimuleer je meertalige en interculturele groei bij leerlingen via één app? Vabiola App vertaalt het Europees Taalportfolio naar een digitale, speelse en toegankelijke leerervaring.\n\nIn het kort\n\nDit onderzoek vertrekt vanuit het Europees Taalportfolio en ontwikkelt met internationale partners de Vabiola App. Die maakt het mogelijk om de talige en interculturele ontwikkeling van leerlingen tussen 6 en 18 jaar op te volgen en te versterken, zowel in formele als informele contexten.\n\nDe nood en relevantie\n\nLeerlingen hebben nood aan erkenning van al hun taalervaringen, ook buiten de schoolcontext. Traditionele evaluatievormen houden vaak onvoldoende rekening met meertalige en interculturele competenties. Een digitale aanpak kan zorgen voor meer betrokkenheid, zelfreflectie en dialoog tussen school en thuis. Dit project speelt in op de nood aan duurzame, toegankelijke tools die taaldiversiteit als rijkdom benaderen.\n\nVan aanpak tot impact\n\nOp basis van een literatuurstudie naar bestaande digitale taalportfolio’s (e-ELP’s) werden de voordelen van een app in kaart gebracht. De Vabiola App stimuleert onder meer:\n- voortdurende opvolging van leertrajecten\n- waardering van formeel en informeel leren\n- intercultureel bewustzijn en bemiddelingsvaardigheden\n- ouderbetrokkenheid en leerlingautonomie\n\nDe app sluit aan bij de richtlijnen van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen en laat leerlingen hun taalervaringen delen, een taalbiografie opbouwen en leren van anderen. Dit project levert kennisontwikkeling op rond digitale taalondersteuning en draagt bij aan inclusief, intercultureel onderwijs in Europa.","summary":"Stimuleer meertalige en interculturele groei met Vabiola App. Volg en versterk talige en interculturele ontwikkeling van leerlingen (6-18 jaar) in formele en informele contexten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003510","result_description":null},{"description":"Dit project ambieert een universiteit brede blauwdruk uit te werken inzake STEAM, zowel op het vlak van onderwijs als in termen van valorisatie. Daarnaast wordt ruimte voorzien om relevante indicatoren te ontwikkelen en te valideren op het niveau van de UNA Europa universiteiten en hun innovatieve (en creatieve) eco-systemen.\n\nHet ontwikkelen en toepassen van dit kader (inclusief indicatoren) binnen UNA Europa moet toelaten om gerichte ontwikkelingstrajecten inzake duurzame, recurrente, STEAM praktijken vorm te geven. Dit project zal UNA Europa partners helpen bij het uitdiepen van zowel onderwijs als valorisatie-activiteiten.\n\nDaarnaast verwachten we ook een positieve bijdrage tot UNA Europa zelf, meer in het bijzonder het creëren van voldoende kritische massa die aansluit bij de KIC ontwikkelingen inzake culturele en creatieve sectoren (CCSI).","summary":"Ontwikkel een STEAM-blauwdruk voor UNA Europa om onderwijs en valorisatie te verbeteren en innovatieve eco-systemen te stimuleren. Aanvullend ondersteuning bieden voor KIC-ontwikkelingen in culturele en creatieve sectoren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003511","result_description":null},{"description":"We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk, zei Jan Rotmans bij de voorstelling van zijn laatste boek ‘Omarm de chaos’. Een tijdperk waarin alles wat vanzelfsprekend is ter discussie komt te staan. Dit betekent dat zowat alle domeinen van ons leven veranderen. Jan Rotmans definieert er tien: energie-, grondstoffen-, circulaire-, Landbouw & voedsel-, ruimtelijke-, financiële-, onderwijs-, zorg-, sociale- en democratische transitie. Elke veranderconsultant weet hoe moeizaam verandering verloopt, slechts een kleine minderheid van alle veranderingstrajecten blijkt dan ook een succes.\n\nBij een verandering van tijdperk hebben we het bovendien over verschillende veranderingen tegelijk, ook wel transitie of transformatie genoemd. Hoe gaan we hiermee omgaan? De transitie is al decennia aan de gang, maar er zijn vele tekenen (meervoudige crisissen in diverse domeinen) die erop wijzen dat we ons momenteel in de ‘chaotische overgangsfase’ (het scharnierpunt) tussen het oude en het nieuwe bevinden. Hoog tijd dus om te werken aan onze ‘transitie-geletterdheid’, zodat we kunnen meebewegen met deze transitie ipv erdoor overspoeld te worden. Otto Scharmer definieert deze transitie geletterdheid als “the capacity of a system to move beyond what most systems today are designed to do: optimizing the status quo, i.e., optimizing the past”. Dat vraagt dat we het oude loslaten om te kunnen ‘zien’ en creëren wat zich aandient. Dit vraagt om changemakers, die over transitie kennis beschikken, maar vooral ook de nodige mindset en skills hebben.\n\nIn dit PWO bekijken we hoe deze transitie zo soepel mogelijk kan verlopen, door meer kennis te verwerven over wat transities zijn, én welke ondersteunende processen en methodieken hierbij ingezet kunnen worden. We vertrekken vanuit de hoofdonderzoeksvraag: Hoe kunnen we, in het licht van de steeds snellere sociale en ecologische ontwrichting, ons collectief vermogen tot transformatie opbouwen om een rechtvaardige, solidaire en regeneratieve samenleving voor iedereen tot stand te brengen? We kiezen voor ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek, met een aantal casestudies. Het eindresultaat is een praktische transitiegids met toolbox waarmee burgers, overheden, organisaties en verenigingen aan de slag kunnen. Deze bestaat uit (i) een informatiegids en (ii) een generieke methode (met draaiboek) die in de verscheidene transitiedomeinen kan ingezet worden.","summary":"Verander mee in dit tijdperk van transitie. Leer over transities en bouw aan transitie-geletterdheid voor een succesvolle toekomst. Ontdek praktische tools en methoden voor een rechtvaardige, solidaire en regeneratieve samenleving.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003512","result_description":null},{"description":"Het EPIC-project ontwikkelt en implementeert een slim newsroom computer systeem (NRCS) volgens een Software-as-a-Service (SAAS)-benadering. Dit systeem ondersteunt redacties bij story-based nieuwsproductie over verschillende modaliteiten (tekst, audio, video, beeld), kanalen (print, televisie, online, sociale media) en toestellen (laptop, smartphone, tv). EPIC introduceert een innovatieve workflow die nieuwscontent modulair en multimodaal verwerkt en inzetbaar maakt voor diverse nieuwsvormen.\n\nRedacties staan voor drie grote uitdagingen:\n\n1. Nieuwsproductie moet steeds sneller en met minder middelen gebeuren.\n2. Nieuwsverhalen moeten multimodaal en omnichannel zijn.\n3. Nieuwssnippets moeten efficiënt inzetbaar zijn in verschillende verhalen.\n\nEPIC biedt een oplossing door journalistieke workflows te optimaliseren via slimme, semi-geautomatiseerde tools. Het platform is bovendien volledig compliant met de Europese wetgeving inzake databescherming en privacy.\n\nEPIC wordt ontwikkeld door een breed consortium van media- en technologiebedrijven, juridische experts en academische partners, waaronder Roularta, Kanaal Z/Trends, BRUZZ, EMG Belgium, TinkerList, AContrario en Arteveldehogeschool. Het platform combineert journalistieke expertise, de nieuwste inzichten in mediawetgeving en geavanceerde technologische innovatie. Dankzij het schaalbare SAAS-model groeit EPIC mee met de gebruiker, van individuele media-influencers tot grote redacties met geïntegreerde nieuwskanalen.","summary":"EPIC-project implementeert een slim NRCS-systeem voor story-based nieuwsproductie over diverse modaliteiten, kanalen en toestellen. Optimaliseert journalistieke workflows met semi-geautomatiseerde tools en voldoet aan Europese databeschermingswetgeving.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003513","result_description":null},{"description":"Probleemstelling:\n\nEen duurzame, gezonde economie heeft nood aan Duurzame Economische (Business) Modellen. Denk aan de deeleconomie, de circulaire economie, de impact van creative commons, en dergelijke meer. Er wordt al heel wat over gepraat en ondertussen ook reeds mee geëxperimenteerd. Om werkelijk impact te hebben op het economisch landschap moeten deze ondernemingen niet alleen talrijker worden in aantal, maar ook kunnen opschalen. Hiertoe heeft de sector een wettelijk-economisch kader nodig dat aangepast is aan hun principes van ondernemen.\n\nEén gemeenschappelijk wettelijk kader waar allen mee te maken hebben, en wat tevens één van de eerste zaken is waar een startende ondernemer mee geconfronteerd wordt, is de juridische vorm. Uit getuigenissen van ondernemers en hun adviseurs horen we dat er hier vaak al verwarring ontstaat. De juridische vorm is verwant met de fiscaliteit, een volgende bekommernis voor ondernemers en een beleidsinstrument dat nog meer kan ingezet worden om een duurzame economie te stimuleren en ondersteunen.\n\nWe kiezen heel expliciet voor een concreet thema en een essentiële component in de opbouw van een gepast wettelijk-economisch kader voor Nieuwe Economische Business Modellen, namelijk de juridische vorm en bijhorende fiscaliteit. Omdat we aansluiting vinden bij de zienswijze van verscheidene onderzoekers die stellen dat “the barrier to sustainability is no longer lack of knowledge, it’s the failure to act on that knowledge” (Chapman K., Complexity and Creative Capacity, p. 4), wil dit project meedragen aan het omzetten van theorieën en ideeën in werkbare componenten.\n\nDoelstelling:\n\nDe NEM-beweging ondersteunen en versnellen door onderzoek te doen naar een gepaste wettelijke vorm en bijhorende fiscaliteit, en de resultaten te vertalen naar beleidsvoorstellen en een keuzekompas voor ondernemers die gebruik willen maken van de NEM.\n\nDoelgroep:\n\nNEM-ondernemers, waarbij we Nieuwe Economische Modellen (NEM) definiëren als businessmodellen die gaan voor meervoudige waardecreatie (Jonker, 2015, pp. 23-24) en naast financiële winst ook sociale integratie en verantwoordelijkheid voor de ecologie opnemen. Dienstverleners en belangenbehartigers NEM, met nood aan duidelijkheid en onderbouwde kennis.\n\nActiviteiten:\n\nWe onderzoeken welke vennootschaps-/verenigingsvormen de nieuwe economische initiatieven kiezen en waarom, en definiëren de kritische succesfactoren voor een goede juridische vorm voor NEM. In de juridische vorm liggen namelijk een aantal expliciete maar ook impliciete spelregels vervat, die mee het succes van de organisatie zullen bepalen. De kernvragen die we beantwoord willen zien zijn: (i) Aan welke kritische succesfactoren voldoet een geschikte juridische vorm voor een NEM-onderneming? (ii) Aan welke kritische succesfactoren moet de bijhorende fiscaliteit voldoen? Vervolgens leggen we deze kritische succesfactoren naast de nieuwe wetgeving en analyseren we in welke mate NEM hierin passen. Dit wordt vertaald naar beleidsaanbevelingen voor een NEM-vriendelijk juridisch en fiscaal klimaat; en er wordt een keuzekompas ontwikkeld dat NEM-ondernemers de best passende vorm helpt kiezen.\n\nDeliverables:\n\nBeleidsaanbevelingen voor een NEM-vriendelijk juridisch en fiscaal klimaat. Keuzekompas voor de oriëntering van nieuwe NEM-ondernemers naar de best passende juridische vorm, inclusief fiches per vennootschapsvorm met focus op hun inzetbaarheid voor nieuwe economische modellen, met mogelijkheden, beperkingen en aanbevelingen.\n\nImpact:\n\nBoost aan NEM door meer duidelijkheid over gepaste juridische vorm en bijhorende fiscaliteit. Duurzaam ondernemen en SDG’s blijven geen theoretische begrippen maar worden opgenomen in nieuwe/aangepaste businessmodellen. Toekomstige professionals krijgen (via onderwijs) een eigentijds beeld mee van alle business- en economische modellen en hun plaats in de economie en maatschappij. Via de samenwerking met StartMinds worden student-ondernemers hierin begeleid. Dit zal in zachtere sectoren de drempel naar het (student-)ondernemerschap verlagen.","summary":"Onderzoek naar juridische vormen en fiscaliteit voor Nieuwe Economische Business Modellen, met beleidsaanbevelingen en keuzekompas voor NEM-ondernemers. Boost aan duurzaam ondernemen en maatschappelijke integratie.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003514","result_description":null},{"description":"Vlaanderen en Nederland kampen met een groeiend personeelstekort in de zorg- en welzijnssector. Veel zorg- en welzijnsmedewerkers willen de zorg verlaten of doen dat ook.\n\nSamen aan Z zet in op het behoud van zorg- en welzijnsmedewerkers, en het versterken van hun adaptief & innovatief vermogen.","summary":"Vlaanderen en Nederland hebben tekort aan zorgpersoneel. Samen aan Z focust op behoud en versterking van adaptief & innovatief vermogen van medewerkers.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003518","result_description":null},{"description":"Leden van diasporagemeenschappen houden een mythisch beeld of een collectieve herinnering aan van hun thuisland als zijnde hun ware thuis. Ze dragen voorwerpen met zich mee die hun afkomst belichamen en een thuisgevoel oproepen, naast voorwerpen die hun dagelijkse leven en multiculturele identiteit vertegenwoordigen.\n\nWe kunnen deze voorwerpen als cultureel erfgoed beschouwen, als tastbare manifestaties van bepaalde herinneringen. Dit cultureel erfgoed tekent zich af in een spectrum: van de directe erfenis van de eigen familie tot wat er overblijft van een groep mensen die honderden jaren geleden leefden.\n\nDoor dergelijke voorwerpen samen te brengen in een stop-motionanimatie, en de gemeenschap te laten deelnemen aan het productieproces van de animatie, wordt het collectieve begrip van deze objecten bevorderd. Bovendien zal dit proces bijdragen aan de reconstructie van de collectieve herinneringen die in deze objecten verborgen en bevroren zitten.\n\nStop-motion heeft immers zijn potentieel al bewezen om die herinneringen op te roepen, dankzij zijn visuele verschijningsvorm en zijn vermogen om leven in te blazen of de tastzin aan te spreken. Dit artistieke onderzoek richt zich op voorwerpen van de Armeense diaspora en zal verbanden bestuderen tussen formele elementen van animatiefilm en van participatieve praktijken om participatieve stop-motionanimatie met objecten te verkennen als een manifestatie van cultureel erfgoed.","summary":"Diasporagemeenschappen behouden cultureel erfgoed via voorwerpen die herinneringen aan thuisland en identiteit symboliseren. Stop-motionanimatie betrekt de gemeenschap bij het verkennen en reconstructie van deze collectieve herinneringen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003519","result_description":null},{"description":"Waarom ben jij 's ochtends nog moe? Dit project ontwikkelt gepersonaliseerd slaapadvies op basis van je melatonineritme en leefstijl, zonder speekselmeting!\n\nIn het kort\nDit onderzoeksproject ontwikkelt een interactief prototype dat gepersonaliseerd leefstijl- en slaapadvies geeft aan Vlamingen. Het advies is gebaseerd op de analyse van melatonineritmes via draagbare technologie, in combinatie met gegevens over voeding, beweging en slaapgewoonten. Zowel burgers als zorgprofessionals krijgen hiermee inzicht in objectieve slaapdata en bruikbaar advies om de slaapkwaliteit en -kwantiteit te verbeteren.\n\nDe nood en relevantie\nSteeds meer mensen kampen met slaapproblemen die hun dagelijks functioneren beïnvloeden. Bestaande tools zoals slaapapps of commerciële wearables bieden vaak geen nauwkeurige of gepersonaliseerde inzichten. Dit project speelt in op de maatschappelijke nood aan doeltreffend, wetenschappelijk onderbouwd én gebruiksvriendelijk advies dat écht werkt.\n\nVan aanpak tot impact\nWe ontwikkelen een prototype dat melatonine-opbouw (de zogeheten melatonine onset) in kaart brengt via data van draagbare toestellen. Deze worden gecombineerd met persoonlijke leefstijlgegevens. Dit laat toe om gericht, gepersonaliseerd advies te formuleren dat meer is dan algemene tips. De verwachte impact? Minder mensen met chronische vermoeidheid en een toegankelijk hulpmiddel voor zorgverleners in preventie en begeleiding rond slaap.","summary":"Ontwikkeling van gepersonaliseerd slaapadvies gebaseerd op melatonineritme en leefstijl, zonder speekselmeting. Verbetert slaapkwaliteit en -kwantiteit.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003521","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksvoorstel presenteert zowel praktische als theoretische strategieën voor het onderzoeken van technologiebemiddeling in de context van experimentele geluidsgebaseerde praktijken. Daartoe wordt een terminologie en methodologie voorgesteld om te bepalen hoe, op een 'object-specifieke' basis, creatieve processen worden beïnvloed wanneer technische objecten een rol gaan spelen bij het maken van kunst.\n\nHet begrip 'experimenteel' wordt ook gethematiseerd, door een verband voor te stellen tussen de term en Heideggers concept van 'enframing' (Gestell).","summary":"Onderzoek naar technologie bemiddeling in geluidspraktijken met focus op creatieve processen en experimenteel karakter, met termen en methodologie voor analyse. Verband tussen technologie en kunstcreatie wordt onderzocht.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003522","result_description":null},{"description":"De tussenliggende ruimte van het pittoreske onderzoekt het achttiende-eeuwse pittoreske uitzicht en de erfenis daarvan, en onthult binnen de illusie van expansieve vrijheid de imperialistische toe-eigening van leven en land. Het pittoreske landschap, dat esthetisch zweeft tussen het sublieme en het schone, werd gekenmerkt door verleidelijke vergezichten, doorkijkjes en geleende landschappen, die verre perspectieven visueel annexeerden, wat leidde tot een pittoreske illusie die, volgens Horace Walpole, “called in the distant view […] removed and extended the perspective by delusive comparison”.\n\nHet half wilde, half gedomesticeerde landschap van onregelmatigheid, verrassing en contrast, samen met de 'bedrieglijke' uitbreiding van het perspectief door de toe-eigening van het uitzicht, riep zintuiglijke desoriëntatie op, een vereiste voor verandering van het bewustzijn, en vestigde de tussenruimte van het pittoreske als een locus van transformatie.\n\nDit openluchtlaboratorium gaf fysieke en psychische ruimte aan de ontwikkeling en vertoning van West-Europese artistieke, filosofische en wetenschappelijke vernieuwingen, maar deze vooruitgang was gebouwd op mechanismen van brutaliteit en overheersing. Gevangen in de groeven van dit mechanisme was de horige slaaf, die zowel arbeid als koren was, schurend in deze tussenruimte. De schilderachtige dialectiek zal worden onderzocht en mogelijk gesublimeerd door de realisatie van een Grand Tour van Brussel naar Venetië in een door mensen voortgetrokken rijtuig.","summary":"Verken het achttiende-eeuwse pittoreske landschap, belicht de imperialistische toe-eigening van leven en land en onthul de illusie van expansieve vrijheid.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003523","result_description":null},{"description":"Hoe ga je als leerkracht om met complottheorieën in de klas? InTACT ontwikkelt tools en trainingen om kritisch denken en informatievaardigheid te versterken in het onderwijs.\n\nIn het kort\nHet InTACT-project ondersteunt leerkrachten en educatoren in hun aanpak van desinformatie en complottheorieën in het onderwijs. Op basis van het theoretisch model van De Facto ontwikkelen we nieuwe methodes en digitale tools om kritisch denken te bevorderen en informatievaardigheden te versterken.\n\nDe nood en relevantie\nComplottheorieën en misleidende informatie verspreiden zich razendsnel, ook in leeromgevingen. Onderzoek toont aan dat zowel leerlingen als leerkrachten kwetsbaar zijn voor desinformatie, met negatieve gevolgen voor hun denkvermogen, sociale cohesie en democratisch burgerschap. In veel onderwijssystemen ontbreken gevalideerde meetinstrumenten, trainingsmodellen en leermaterialen om hiermee om te gaan. InTACT speelt in op deze lacunes.\n\nVan aanpak tot impact\nWe ontwikkelen vier concrete resultaten:\n- Een zelftest om de gevoeligheid voor desinformatie en complottheorieën in kaart te brengen.\n- Een model dat de impact van desinformatie op persoonlijk, sociaal en educatief niveau beschrijft.\n- Een trainingsaanpak gebaseerd op het ‘deconstrueren’ van complottheorieën.\n- Een online leerplatform met lessen, tools en AI-gebaseerde hulpmiddelen.\n\nIn samenwerking met Europese partners testen we deze tools via focusgroepen, pilootsessies en trainingen. Het project versterkt de digitale en informatievaardigheden van leerkrachten en helpt leerlingen weerbaar te worden tegen misleiding. Zo draagt InTACT bij aan actief burgerschap, sociale participatie en kwaliteitsvol onderwijs.","summary":"InTACT ondersteunt leerkrachten met tools en trainingen om desinformatie en complottheorieën in het onderwijs aan te pakken. Het project bevordert kritisch denken en informatievaardigheden voor leerlingen en educatoren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003524","result_description":null},{"description":"Hoe leid je leraren op om elk kind gelijke kansen te bieden, ook in kwetsbare situaties? Kleine Kinderen Grote Kansen versterkt onderwijsprofessionals om diversiteit en armoede duurzaam aan te pakken.\n\nIn het kort\nKleine Kinderen Grote Kansen versterkt (toekomstige) leraren kleuter- en lager onderwijs in Vlaanderen in het omgaan met diversiteit, kansarmoede en taalontwikkeling. Via lerende netwerken, praktijkgerichte tools en samenwerking tussen hogescholen wil het project bijdragen aan een inclusieve onderwijspraktijk.\n\nDe nood en relevantie\nDe maatschappelijke ongelijkheid tussen kinderen is tijdens de coronacrisis verder toegenomen. Kinderen in armoede starten school met een leerachterstand. Goed opgeleide leraren maken daarin het verschil. Ze hebben kennis en vaardigheden nodig om effectief in te spelen op diversiteit, ongelijkheid en meertaligheid. Het netwerk Kleine Kinderen Grote Kansen beantwoordt deze nood als enig Vlaanderenbreed samenwerkingsverband dat alle lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs verbindt rond gelijke onderwijskansen.\n\nVan aanpak tot impact\nHet project werkt via vier strategische doelstellingen:\n- versterken van taalonderwijs en warme interacties\n- delen van good practices over teamteaching\n- bevorderen van informatiegeletterdheid\n- opzetten van professionele leergemeenschappen\n\nDe aanpak bestaat uit lerende netwerken, communicatieacties, deelprojecten van hogescholen en onderzoek. De impact reikt verder dan het klaslokaal: het project draagt bij aan duurzame professionalisering van leraren, een sterkere beeldvorming van het beroep en meer gelijke kansen voor alle kinderen.","summary":"Versterk leraren in Vlaanderen voor inclusief onderwijs door Kleine Kinderen Grote Kansen. Lerende netwerken, tools en samenwerking verbeteren gelijke onderwijskansen en impact.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003525","result_description":null},{"description":"Hoe organiseer je kwaliteitsvol tweetalig onderwijs in Vlaamse Gebarentaal en Nederlands voor dove, slechthorende én horende kinderen?\n\nIn het kort\nDit onderzoek verkent hoe inclusief en kwaliteitsvol tweetalig onderwijs in Vlaamse Gebarentaal en Nederlands georganiseerd kan worden binnen het reguliere basisonderwijs in Vlaanderen. Het richt zich op dove, slechthorende en horende leerlingen, met aandacht voor hun diverse noden.\n\nDe nood en relevantie\nVandaag biedt geen enkele onderwijsorganisatie in Vlaanderen dove en slechthorende kinderen gelijke kansen, ondanks internationale verdragen. Zowel regulier als buitengewoon onderwijs schiet tekort op vlak van taalondersteuning, inclusie en onderwijskwaliteit. Het ontbreken van een structureel, tweetalig model beperkt de ontwikkelingskansen van deze leerlingen ernstig. Vlaanderen beschikt wel over een wettelijk kader om tweetalig onderwijs in VGT en Nederlands mogelijk te maken, maar mist kennis en ervaring om dit effectief te implementeren.\n\nVan aanpak tot impact\nHet onderzoek vergelijkt internationale modellen van tweetalig onderwijs waarbij een gebarentaal wordt ingezet, zoals co-enrollment en self-contained classrooms. Deze inzichten worden vertaald naar de Vlaamse context. Via literatuurstudie, praktijkanalyses en expertbevragingen ontwikkelt het consortium aanbevelingen voor beleidsmakers en een leidraad voor scholen. Het project levert concrete kennis over werkbare organisatievormen, randvoorwaarden, taalontwikkeling en didactiek in een tweetalig onderwijskader. Zo bouwen we aan onderwijsvormen die écht inclusief zijn en recht doen aan de taal en identiteit van dove en slechthorende kinderen.","summary":"Verbeter kwaliteit van tweetalig onderwijs in Vlaamse Gebarentaal en Nederlands voor dove, slechthorende en horende kinderen. Onderzoek inclusieve en effectieve onderwijsmodellen voor maximale ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003526","result_description":null},{"description":"Recente technologische en juridische evoluties hebben drones op de voorgrond geplaatst van innovatief onderzoek binnen het steeds sterker datagedreven groenbeheer. Het duurzaam behoud en beheer van groenstructuren (bv. laanbomen, parken, boomkwekerijen) vertrekt vanuit een nauwkeurige en up-to-date inventarisatie. \n\nHet up-to-date houden van deze inventarisaties via terreinbezoeken is echter een tijdrovend proces, dat bovendien beïnvloed wordt door een bepaalde mate aan subjectiviteit. Droneopnames kunnen dit proces niet enkel versnellen en objectiveren, maar zorgen er ook voor dat deze informatie digitaal beschikbaar is, en geïntegreerd kan worden in bestaande GIS-/BIM-omgevingen.\n\nDit project draagt bij tot de verdere uitbouw van een operationele drone-infrastructuur aan het onderzoekscentrum PXL Bio-Research. De aankoop van het meest recente, state-of-the-art droneplatform laat verdere specialisatie toe van ons praktijkgericht onderzoek naar de toepasbaarheid van nieuwe technologieën die de digitale transformatie van de groensector versnellen, met bijzondere aandacht voor het efficiënt inventariseren van openbare groenstructuren en boomkwekerijen en de hieraan gekoppelde socio-economische voordelen. \n\nDe hieraan gekoppelde efficiëntieverbetering draagt dus bij tot een versnelde en verbeterde groene transitie enerzijds en een grotere economische veiligheid voor de sector van boomkwekers anderzijds. Op die manier zal de voorgestelde infrastructuur ingezet worden om de brug te maken tussen de digitale transformatie en groene transitie, een proces dat in december 2020 nog door de Europese Raad werd aangehaald als een ‘dubbele transitie die het potentieel heeft om nieuwe groene en digitale banen te scheppen, die onontbeerlijk zijn voor het economisch herstel na COVID-19’, en eveneens in lijn is met de ambities van het relanceplan Vlaamse Veerkracht.","summary":"Innovatieve droneopnames versnellen en objectiveren groeninventarisatie voor duurzaam groenbeheer. Digitale data integreerbaar in GIS/BIM-systemen voor efficiënte en nauwkeurige groenstructuuranalyse.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003527","result_description":null},{"description":"Vlaanderen kent een bloeiend creatief landschap, met live entertainment bedrijven die tot ver buiten onze landsgrenzen een uitstekende reputatie hebben opgebouwd. Toch lijken onze ondernemingen de technologische trein, met alle bijbehorende innovaties op creatief-technologisch vlak, te missen. Hierdoor worden een aantal segmenten, zoals esports en virtuele entertainment, onvoldoende uitgewerkt en dreigen we de connectie met de toekomstige generaties te verliezen.\n\nMet het Immersive Art & Entertainment onderzoekslab zal Hogeschool PXL focussen op het innovatief, creatief en mobiel gebruik van audiovisuele live entertainment technologie, waarbij ondernemingen uit de event- en creatieve sector begeleid worden in het ontwikkelen en uitwerken van individuele animaties/holograms, plug & play motion capture, mobiel inzetbare immersive sound en technologische connecties tussen fysieke en virtuele activiteiten.","summary":"Ontwikkel innovatieve creatieve technologieën voor live entertainment in Vlaanderen met focus op immersive experiences en technologische connecties.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003528","result_description":null},{"description":"Hogeschool PXL wil haar onderzoeksinfrastructuur uitbreiden met robots, cobots en visiesystemen om de industrie te ondersteunen bij automatisering en digitalisering. In het nieuwe Robotics and Vision Labo worden deze technologieën gecombineerd met bestaande expertise zoals data-analyse, machine learning en virtual reality. Hierdoor kunnen we bedrijven helpen om op een creatieve en innovatieve manier om te gaan met digitalisering en hen op maat gemaakte Proof of Concepts (POC) aanbieden.\n\nDe infrastructuur biedt een unieke ruimte waar bedrijven, onderzoekers en studenten samenwerken om flexibele en innovatieve productiesystemen te ontwikkelen. Cobots, die veilig naast mensen werken, spelen hierbij een centrale rol. Visiesystemen ondersteunen door objecten te herkennen en beslissingen te nemen, waardoor cobots dynamisch kunnen inspelen op veranderingen in de productieomgeving.\n\nDeze faciliteit stimuleert niet alleen onderzoek en innovatie binnen praktijkgerichte onderzoeksprojecten, maar fungeert ook als demonstratie-, opleidings- en experimenteerruimte voor de industrie. Het draagt bij aan de industriële en economische ontwikkeling van Limburg en helpt bedrijven concurrerend te blijven. Daarnaast zal de infrastructuur leiden tot nieuwe onderzoeksprojecten en dienstverlening voor bedrijven.","summary":"Hogeschool PXL breidt onderzoeksinfrastructuur uit met robots en visiesystemen voor automatisering en digitalisering. Nieuw Robotics and Vision Labo biedt innovatieve oplossingen en POC's voor bedrijven, samenwerking tussen industrie, onderzoek en studenten voor flexibele productiesystemen.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003529","result_description":null},{"description":"Hoe zorg je dat elk kind een fiets heeft zonder steeds nieuwe te kopen? Op Wielekes ontwikkelt een circulair, deelbaar model voor duurzame kinderfietsen in elke buurt.\n\nIn het kort\nDit onderzoeksproject versterkt en schaalbaar het model van Op Wielekes, een circulair systeem voor het delen van kinderfietsen via een abonnementsformule. Arteveldehogeschool onderzoekt hoe het model overdraagbaar kan worden naar steden en gemeenten in heel België. Centraal staan het hergebruik van kinderfietsen, het inschakelen van lokale vrijwilligers, en het verlagen van drempels tot duurzame mobiliteit voor gezinnen.\n\nDe nood en relevantie\nVeel kinderfietsen blijven ongebruikt terwijl niet elk gezin toegang heeft tot een kwalitatieve fiets. Tegelijk staan we voor een klimaatuitdaging en grondstoffenschaarste. Op Wielekes biedt een oplossing die inspeelt op sociale ongelijkheid, milieuproblemen en een gebrek aan duurzame mobiliteitsoplossingen voor kinderen.\n\nVan aanpak tot impact\nHet project ontwikkelt een schaalbaar en overdraagbaar model op basis van open source principes. Via een Demo Depot worden praktische inzichten verzameld over het inrichten van een fietsdepot in diverse contexten. Het onderzoek brengt de materiaaleffecten van hergebruik en gedeeld gebruik nauwkeurig in kaart, met oog voor milieu-impact, gezondheidswinst en sociale verbinding. Zo draagt het project bij aan circulaire kennisopbouw, duurzame gedragsverandering en veerkrachtige buurten.","summary":"Op Wielekes deelt duurzame kinderfietsen via abonnementen, hergebruikt fietsen en betrekt lokale vrijwilligers voor toegankelijke mobiliteit en circulaire oplossingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003530","result_description":null},{"description":"Welke competenties zijn nodig voor een circulaire economie? Dit project ontwikkelt een opleidingscyclus die ondernemers en werknemers klaarstoomt voor duurzaam werk in een circulaire toekomst.\n\nMet dit project ontwikkelen we een opleidingscyclus die inspeelt op de veranderende competentienoden binnen diverse sectoren in de transitie naar een circulaire economie. We richten ons op ondernemers en werknemers in Vlaanderen, met aandacht voor inclusie en lokale verankering.\n\nDe klimaatcrisis, het verlies aan biodiversiteit en de nood aan sociale inclusie dwingen ons tot een fundamentele systeemverandering. De circulaire economie biedt een antwoord, maar vereist nieuwe competenties op de werkvloer. Er is dringend nood aan opleidingen die mensen in staat stellen bij te dragen aan duurzame productie, hergebruik en samenwerking in circulaire waardeketens. Zo versterken we niet alleen de arbeidsmarkt, maar ook de weerbaarheid van onze economie.\n\nGebaseerd op eerdere competentieprognoses vanuit ESF-SCOPE-projecten ontwikkelen we met onze partners een toekomstgerichte opleidingscyclus. We brengen in kaart welke kennis, vaardigheden en attitudes nodig zijn om circulair te kunnen werken, inclusief voor kortgeschoolden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De focus ligt op werkbaar werk, ecodesign, lokale productie, digitale transparantie en nieuwe businessmodellen. Zo dragen we bij aan een Vlaanderen dat uitgroeit tot een toonaangevende circulaire hub met aandacht voor duurzaamheid, werkbaarheid en inclusie.","summary":"Ontwikkeling van opleidingscyclus voor circulaire economie in Vlaanderen, gericht op ondernemers en werknemers, inclusief nieuwe competenties en duurzaamheid.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003531","result_description":null},{"description":"Wat als reststromen uit lokale industrieën de basis vormen voor design? ROVER koppelt circulair meubelontwerp aan lokale identiteit en samenwerking.\n\nROVER is een onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat reststromen uit lokale industrieën inventariseert en hergebruikt in circulair meubelontwerp. Door bedrijven, organisaties en besturen actief te betrekken, ontstaat een community die duurzame materialen inzet voor lokaal verankerde creaties.\n\nLokale industrieën produceren waardevolle reststromen die vaak ongebruikt blijven. Tegelijk groeit de nood aan duurzame, circulaire oplossingen. ROVER speelt hierop in door deze materialen opnieuw in de keten te brengen en tegelijk bewustwording te creëren rond hergebruik en lokale duurzaamheid. Het project versterkt ook de regionale identiteit via gedeelde creatieprocessen.\n\nHet project start met een inventarisatie van reststromen in een specifieke regio. Via co-creatie met bedrijven en lokale actoren worden circulaire meubels ontworpen en gerealiseerd. Daarnaast worden acties opgezet om bewustwording en betrokkenheid te versterken. ROVER ontwikkelt zo een model voor duurzame samenwerking, circulaire productie én gemeenschapsvorming dat toepasbaar is in andere regio’s.","summary":"ROVER verbindt circulair meubelontwerp met lokale identiteit en samenwerking door reststromen uit lokale industrieën te hergebruiken. Opzet: inventarisatie, co-creatie, bewustwording. Model voor duurzame samenwerking en circulaire productie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003532","result_description":null},{"description":"Hoe doorbreek je als vrouw in Marokko de muren naar financiering en klanten? Dit onderzoek zoekt antwoorden én oplossingen voor vrouwelijke ondernemers in de regio Marrakech-Safi.\n\nIn het kort\nHoe kunnen vrouwelijke ondernemers in de regio Marrakech-Safi vlotter toegang krijgen tot financiering en markten, van lokaal tot internationaal? Dit onderzoek, uitgevoerd door Arteveldehogeschool en Cadi Ayyad University, focust op de noden van vrouwen die willen ondernemen in een context vol potentieel én drempels.\n\nDe nood en relevantie\nSlechts 12,8% van de ondernemers in Marokko is vrouw. Belangrijke obstakels zijn toegang tot financiering en tot aantrekkelijke klanten, zowel voor particuliere als zakelijke markten. Hoewel Marokko recent initiatieven lanceerde om vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren, blijft de kloof groot. Dit onderzoek wil begrijpen waarom vrouwen deze kansen nog te weinig benutten en hoe dat kan veranderen.\n\nVan aanpak tot impact\nHet onderzoek combineert diepte-interviews en vragenlijsten bij vrouwelijke ondernemers en ondersteunende organisaties in Marrakech. De resultaten worden gedeeld met Vlaamse en Brusselse partners zoals #SheDIDIT, om best practices uit te wisselen. In 2025 volgt een matchmaking-event waar vrouwen hun onderneming kunnen pitchen aan relevante stakeholders. Daarnaast ontwikkelen we een visuele roadmap die vrouwelijke ondernemers en ondersteunende organisaties helpt om succesvol te groeien. De inzichten en tools uit dit project zijn bedoeld om op te schalen in de regio, en mogelijk daarbuiten.","summary":"Onderzoek helpt vrouwelijke ondernemers in Marokko toegang te krijgen tot financiering en markten, met focus op obstakels en oplossingen voor ondernemerschapsgroei.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003533","result_description":null},{"description":"Nicolo Paganini’s behendigheid heeft altijd een zekere nieuwsgierigheid opgewekt en zijn houding is vaak beschreven als esthetisch onbevallig. Iconografie weerspiegelt zijn zeker eigenaardige balans tijdens het spelen, maar in werkelijkheid wordt zijn techniek vaak geanalyseerd vanuit een moderne invalshoek en niet vanuit het oogpunt van de viooltechniek van de achttiende eeuw.\n\nDit onderzoek belicht de raakpunten tussen Paganini’s techniek en de belangrijkste kenmerken van de vioolpedagogie van Francesco Geminiani (1687–1762) en Pietro Antonio Locatelli (1695–1764). Het lezen van Paganini’s Caprices voor solo viool op. 1 vanuit het perspectief van die oudere speelhoudingen wordt een nieuwe sleutel tot interpretatie: die volgens de modernste parameters onelegante esthetiek kan in plaats daarvan worden begrepen als een techniek van optimalisering van oudere principes en parameters.\n\nEen fundamenteel deel van dit onderzoek bestaat uit de praktische demonstratie dat een oudere, achttiende-eeuwse techniek de sleutel is tot een behendige en ontspannene lezing van Paganini’s solo vioolmuziek ten dienste van het muzikale discours.","summary":"Nicolo Paganini's unieke speeltechniek wordt ontrafeld en geanalyseerd vanuit een historisch perspectief in relatie tot vioolpedagogie. Nieuwe inzichten bieden een beter begrip van zijn esthetiek en technische vaardigheden.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003534","result_description":null},{"description":"Hoe maak je ingenieursopleidingen toekomstproof? Dit project zet in op innovatieve didactiek via flipped classroom en blended learning, met directe impact op lesgeven én leren.\n\nIn het kort\nPolyFlip versterkt ingenieursopleidingen door de flipped classroom-aanpak (omgekeerde klas) in te zetten binnen opleidingen polymeertechnologie in Slovenië, Oostenrijk, Hongarije en België. Het project ondersteunt lesgevers in het ontwikkelen en implementeren van blended learning en digitale leertrajecten, met oog voor actief, studentgericht en interdisciplinair leren.\n\nDe nood en relevantie\nVan toekomstige ingenieurs wordt meer verwacht dan technische kennis: ze moeten creatief, probleemoplossend en communicatief sterk zijn. Toch blijven ingenieursopleidingen achter in het toepassen van innovatieve onderwijsvormen. Lesgevers missen vaak kennis over blended learning, didactiek en digitale tools. PolyFlip speelt in op deze nood met training, materiaal en praktijkvoorbeelden op maat van hoger onderwijs in STEM-richtingen.\n\nVan aanpak tot impact\nHet project ontwikkelt en test een aangepaste flipped classroom-aanpak voor ingenieursvakken, inclusief e-content, lesontwerpen en trainingstrajecten. Deze worden uitgetest via pilootprojecten, gebundeld in casestudy’s en breed verspreid via evenementen, sociale media en projectwebsites in vijf talen. Zo versterkt PolyFlip de didactische competenties van lesgevers én stimuleert het actief leren bij studenten. De resultaten dragen bij aan Europese kennisontwikkeling rond blended learning in STEM-opleidingen.","summary":"PolyFlip versterkt ingenieursopleidingen met flipped classroom en blended learning in Slovenië, Oostenrijk, Hongarije en België voor actief, studentgericht leren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003535","result_description":null},{"description":"Hoe stimuleer je ondernemersmentaliteit en -gedrag in onderwijs en kmo’s? DEGREE biedt tools en training om veerkrachtige, groene en digitale ondernemersvaardigheden te ontwikkelen.\n\nIn het kort, het DEGREE-project richt zich op het versterken van ondernemersmentaliteit en -gedrag bij studenten in het hoger en beroepsonderwijs, en bij kmo-eigenaren en hun personeel in niet-zakelijke domeinen. Door een datagestuurd en activiteitgebaseerd professionaliseringstraject helpt het project deelnemers om innovatieve onderwijsprogramma's voor ondernemerschap te ontwerpen.\n\nDe nood en relevantie van ondernemersvaardigheden zijn essentieel om maatschappelijke uitdagingen zoals digitalisering en klimaatverandering aan te pakken. Dit project beantwoordt de behoefte aan effectiever ondernemerschapsonderwijs (EE), specifiek gericht op groene, veerkrachtige en digitale vaardigheden. Daarnaast stimuleert het samenwerking tussen onderwijsinstellingen en bedrijven via lokale en pan-Europese Communities of Practice.\n\nVan aanpak tot impact, het traject omvat een training-the-trainer-programma waarin deelnemers ontwerpprincipes leren toepassen om op maat gemaakte EE-cursussen te ontwikkelen. Het project maakt gebruik van meetinstrumenten om de impact van deze trainingen te evalueren. Naar verwachting bereikt het project 60 tot 80 trainers en 150 tot 200 cursisten per land. De resultaten omvatten meetinstrumenten, een stappenplan voor CoP’s en beleidsaanbevelingen om toekomstgerichte ondernemersvaardigheden te bevorderen.\n\nHet project wordt uitgevoerd door een Consortium van 10 partners:\n- Arteveldehogeschool (coordinator)\n- HOGENT\n- Syntra Midden-Vlaanderen\n- Unizo Oost-Vlaanderen\n- Hogeschool van Amsterdam\n- Oulu University of Applied Sciences\n- Kristiania Professional College\n- JA Norway\n- PRO WORK\n- Tallinna Majunduskool","summary":"DEGREE project stimuleert ondernemersmentaliteit en -gedrag met tools en training voor groene, digitale vaardigheden in onderwijs en kmo's.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003536","result_description":null},{"description":"Mijn artistiek onderzoek heeft tot doel de renaissancepraktijk van geïmproviseerd contrapunt nieuw leven in te blazen. Mijn basis zal een grondige studie zijn van het manuscript Paris, BnF, Esp. 219, een verhandeling die Vicente Lusitano zou hebben geschreven.\n\nIk zal de talrijke contrapuntische technieken van deze bron onderzoeken en leren, met als doel ze als verfijnde historische vaardigheden in mijn voorstellingen te integreren. Praktijkgeoriënteerd onderzoek zal me helpen om mijn artistieke output te presenteren op CD-opnames met geïmproviseerd contrapunt.\n\nUiteindelijk zal ik in staat zijn om de resultaten van mijn onderzoek op het postmoderne concertpodium op het hoogst mogelijke artistieke niveau te brengen.","summary":"Revitaliseer de renaissancepraktijk van geïmproviseerd contrapunt door de contrapuntische technieken van het manuscript Paris, BnF, Esp. 219 te onderzoeken en te integreren in CD-opnames. Optimaliseer je artistieke output op het concertpodium.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003537","result_description":null},{"description":"Deze aanvraag draagt bij tot het uitbouwen van de onderzoeksinfrastructuur (OI) van PXL Expertisecentrum (EC) Zorginnovatie, namelijk de uitbouw van R&D HEALLTH: Research & Development Health Learning Lab using Technology. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de complexiteit en snelle transformaties (digitaal, beleidsmatig, medisch en technologisch), die een grote impact hebben op onze partners uit de gezondheidszorg.\n\nHet doel van R&D HEALLTH is tweeledig: het in kaart brengen en verhogen van de effectiviteit van technologie gebaseerde leer- en trainingsmethodieken én het ontwikkelen van technologische leermethodieken op basis van verworven kennis en onderzoek met de focus op de competenties van professionals op de arbeidsmarkt.\n\nConcreet wordt onderzocht hoe op een innovatieve manier de talenten en skills van de professional versterkt kunnen worden, en hoe dit leerproces geoptimaliseerd kan worden aan de hand van nieuwe technologieën zoals VR, Immersive room, 360° video.\n\nDe focus ligt op 2 domeinen: zorgprofessionalisering en ergonomie in de bouw, waarbij de OI gedifferentieerd wordt in technologieën in het kader van leermethodieken, impact- en effectmetingen, en co-creatie.\n\nDe aanvraag is complementair aan de bestaande OI én andere kennisinstellingen en zorgbedrijven. We zijn uniek op vlak van onderzoek naar de effecten en impact van innovatieve technologische leermethodieken.\n\nMet deze OI bereiken we verschillende groepen mensen en organisaties. Gebruikers worden opgedeeld in diverse segmenten, zoals onder andere EC Zorginnovatie, opleidingsverstrekkers vanuit de zorg, preventiediensten, industrie, bouw, technologiebedrijven, kennisinstellingen, wetenschappelijke en internationale partners. De OI wordt opengesteld via 3 formules: demonstratie en interactie, co-creatieve prototyping, impactmeting en onderzoek. Kennisdiffusie gebeurt gelaagd richting eindgebruikers, bedrijven, Vlaamse beleid en internationaal wetenschappelijk publiek aan de hand van activiteiten en publicaties.","summary":"Bouw R&D HEALLTH op voor innovatieve technologie in zorg en bouw. Versterk talenten met VR en 360° video. Onderzoek effecten voor diverse gebruikers en sectoren.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-003538","result_description":null},{"description":"Hoe leer je kinderen kritisch kijken naar beelden? Dit project ontwikkelt een didactiek die audiovisueel materiaal inzet om kritisch denken en historisch bewustzijn te versterken.\n\nIn het kort\nIn samenwerking met meemoo onderzoekt Arteveldehogeschool hoe audiovisueel materiaal uit Het Archief voor Onderwijs kan bijdragen aan de ontwikkeling van kritisch denken en historisch bewustzijn bij leerlingen uit de derde graad lager onderwijs en de eerste graad secundair onderwijs B-stroom. Centraal staat het gericht en kritisch waarnemen van authentiek en kwalitatief beeldmateriaal.\n\nDe nood en relevantie\nKinderen en jongeren worden dagelijks overspoeld met beelden, maar missen vaak de vaardigheden om die kritisch te interpreteren. Zeker in het lager onderwijs en de B-stroom van het secundair onderwijs is er een gebrek aan onderbouwde methodieken en materiaal om kritisch denken en historisch besef aan te leren. Tegelijkertijd groeien de verwachtingen in het curriculum. Leraren zoeken concrete, bruikbare handvatten om hieraan te voldoen.\n\nVan aanpak tot impact\nVia praktijkonderzoek ontwikkelt dit project een didactische aanpak gebaseerd op het TPACK-model. Die combineert inhoud, pedagogiek en technologie om audiovisueel materiaal zinvol in te zetten in de klas. Het onderzoek resulteert in gebruiksklare lescollecties met didactische ondersteuning, ingebed in Het Archief voor Onderwijs. Zo krijgen (toekomstige) leerkrachten praktische tools om met leerlingen kritisch te kijken, denken en historisch te redeneren. Het project draagt bij aan mediawijsheid, burgerschapsvorming en een stevig historisch referentiekader.","summary":"Ontwikkeling van didactiek met audiovisueel materiaal om kritisch denken en historisch bewustzijn te versterken bij leerlingen in lager en secundair onderwijs. Samenwerking met meemoo en Arteveldehogeschool voor praktische lesmaterialen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003539","result_description":null},{"description":"Hoe breng je klinische simulatie naar het scherm? ENVISION ontwikkelt virtuele games voor zorgstudenten die hands-on onderwijs versterken of vervangen.\n\nIn het kort  \nHet Europese project ENVISION wil zorgonderwijs toekomstgericht maken. Samen met onderwijsinstellingen en technologische partners ontwikkelt het consortium online virtuele simulatiespelen die studenten helpen klinisch redeneren te oefenen. Deze Virtual Gaming Simulations (VGS) zijn toegankelijk via internet, bruikbaar in afstandsonderwijs én geïntegreerd in blended learning.\n\nDe nood en relevantie  \nDe coronapandemie toonde aan hoe kwetsbaar praktijkgericht onderwijs is. Klassieke simulatiesessies met oefenpoppen konden vaak niet doorgaan. Daarom zoekt ENVISION een duurzaam digitaal alternatief dat zowel kwaliteitsvol als inclusief is. De virtuele simulaties zorgen ervoor dat studenten ook op afstand praktijkervaring kunnen opdoen in een veilige en interactieve leeromgeving.\n\nVan aanpak tot impact  \nENVISION werkt met het TPACK-model, waarin technologie, inhoud en didactiek samenkomen. Via twee generaties VGS, inclusief realistische videofragmenten, gamification en ruimte voor prebriefing en debriefing, wordt een innovatieve digitale leeromgeving gecreëerd. Docenten en studenten ontvangen gebruiks- en ontwikkelrichtlijnen, zodat zij zelf aan de slag kunnen. De impact? Een open, Europees platform met toegankelijke simulaties die het zorgonderwijs verrijken en studenten laten leren over grenzen heen.","summary":"ENVISION ontwikkelt online virtuele simulatiespelen voor zorgstudenten. Deze Virtual Gaming Simulations versterken klinisch redeneren, zijn geschikt voor afstandsonderwijs en integreren in blended learning.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003540","result_description":null},{"description":"Hoe kunnen digitale tools de jeugdhulp versterken zonder echte nabijheid te verliezen? Ontdek hoe het project Bandbreedte veilige online communicatie en digitale competenties in de hulpverlening bevordert.\n\nIn het kort Digitaal contact, zoals chatten en beeldbellen, is niet meer weg te denken in het leven van jongeren en ouders. Het verlaagt drempels en biedt kansen, maar vervangt niet de waarde van face-to-face contact. Het project Bandbreedte onderzoekt hoe jeugdhulpmedewerkers veilig en effectief online kunnen werken om zowel cliënten als collega’s beter te ondersteunen.\n\nDe nood en relevantie De digitalisering binnen de jeugdhulp groeit, maar de vraag naar veilige en effectieve online communicatie blijft een uitdaging. Face-to-face contact blijft cruciaal, maar blended werken - een mix van digitale en fysieke hulp - biedt nieuwe kansen. Het verhogen van digitale competenties en de beschikbaarheid van veilige tools is essentieel om de jeugdhulp toekomstbestendig te maken.\n\nVan aanpak tot impact Via kwalitatief onderzoek en betrokkenheid van stakeholders werkt Bandbreedte aan een visie en positionering van blended werken in de jeugdhulp. Het project richt zich op: - Begripsverheldering rond digitalisering in jeugd- en gezinsbeleid. - Een kader voor blended hulp, inclusief implementatieaspecten. - Ontwikkeling van veilige digitale tools via www.onlinehulp-apps.be. - Vorming en ondersteuning om digitale competenties van jeugdhulpmedewerkers te versterken. Het doel is een veilige en effectieve integratie van digitale oplossingen, die aansluiten bij de noden van kinderen, jongeren en gezinnen.","summary":"Ontdek hoe het project Bandbreedte veilige online communicatie en digitale competenties in de jeugdhulp bevordert voor betere ondersteuning van cliënten en collega's.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003541","result_description":null},{"description":"Hoe kan blended hulp sterker verankerd worden in de jeugdhulp? Dit project bouwt aan visie, competenties én tools voor digitale ondersteuning van gezinnen en jongeren.\n\nBlended hulp—een combinatie van fysieke en digitale ondersteuning—biedt nieuwe kansen in de jeugdhulp. Dit project ontwikkelt een breed gedragen visie, versterkt digitale competenties van hulpverleners en ontsluit bruikbare online tools voor gezinnen, jongeren en professionals.\n\nJeugdhulporganisaties staan voor de uitdaging om blended werken duurzaam te integreren in hun werking. Er is nood aan begripsverduidelijking, een gedeelde visie, en concrete handvaten. Tegelijk moeten hulpverleners zich digitaal sterker voelen. Dit project speelt in op die maatschappelijke en sectorale nood.\n\nEen adviesgroep formuleert voorstellen rond visie, positionering en implementatie van blended hulp in het jeugd- en gezinsbeleid. Er wordt ingezet op digitale competentieverhoging via een modulair leertraject, met e-learning en fysieke vorming. Ook wordt de appstore www.onlinehulp-apps.be verder uitgebouwd en geïmplementeerd. Door kennisdeling en een train-de-trainer-aanpak ontstaat een duurzaam leeraanbod. Het resultaat? Meer duidelijkheid, betere tools, en sterker opgeleide professionals die blended hulp doelgericht inzetten.","summary":"Ontwikkel een visie, versterk digitale competenties en ontsluit tools voor blended jeugdhulp. Veranker blended werken in de jeugdhulp met een gedeelde visie en concrete handvaten.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003542","result_description":null},{"description":"Digitale hulp is geen luxe maar noodzaak. Deze beleidstool versterkt het digitaal zelfvertrouwen in de jeugdhulp—van visie tot concrete actie.\n\n<h3 class style=\"width:fit-content;\" data-end=\"518\" data-start=\"501\" width=\"fit-content\">In het kort</h3>\n\nVeel jeugdhulporganisaties worstelen met de digitale omslag. Dit project versterkt hun digitaal zelfvertrouwen via een vernieuwde beleidstool, gebaseerd op 22 bouwstenen. Die helpt medewerkers, cliënten en beleidsmakers om blended jeugdhulp structureel en mediawijs te verankeren in hun werking.\n\n<h3 class style=\"width:fit-content;\" data-end=\"843\" data-start=\"816\" width=\"fit-content\">De nood en relevantie</h3>\n\nOrganisaties stappen vaak te laat of onvoorbereid op de digitale trein. Dit belemmert niet alleen blended hulpverlening, maar versterkt ook digitale uitsluiting. Mediawijs ontwikkelde daarom met steun van de Vlaamse overheid een beleidstool die organisaties begeleidt in het opbouwen van een inclusief, mediawijs beleid. De tool maakt drempels zichtbaar op elk niveau—van beleid tot praktijk—en bevraagt het digitale zelfvertrouwen binnen de hele organisatie.\n\n<h3 class style=\"width:fit-content;\" data-end=\"1332\" data-start=\"1305\" width=\"fit-content\">Van aanpak tot impact</h3>\n\nDe bestaande beleidstool wordt in dit project doorontwikkeld in co-creatie met jeugdhulpprofessionals, cliënten en hun context. De tool wordt gekoppeld aan bestaande instrumenten zoals de quickscan onlinehulp en verrijkt met nieuwe acties, materialen en leidende principes voor blended ondersteuning. Minstens 10 acties worden opgezet in lijn met het beleidsadvies van Opgroeien, gericht op:\n\n- koepels en sectororganisaties: ondersteuning bij visievorming en communicatie over blended werken;\n- beleidsactoren binnen jeugd, welzijn, media en onderwijs: implementatie van leidende principes;\n- organisaties op het terrein: versterken van medewerkers én organisatiecultuur.\n\nDe acties zijn gericht op alle rollen binnen de organisatie en zetten in op sensibilisering, richtlijnen, digitale basiscompetenties en inspirerende praktijken. Zo ontstaat een gedragen beleid dat blended hulpverlening duurzaam verankert in de jeugdhulppraktijk.","summary":"Versterk digitaal zelfvertrouwen in jeugdhulp met een vernieuwde beleidstool, gebaseerd op 22 bouwstenen. Blended jeugdhulp wordt structureel en mediawijs verankerd, van visie tot actie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003543","result_description":null},{"description":"Dit doctoraatsvoorstel onderzoekt de accumulatie van Big Data en de automatisering van computationele processen die onze hedendaagse leefomgeving bepalen.\n\nDe vluchtige informatiestromen zijn ongrijpbaar, maar ze geven vorm aan elk stukje van onze cultuur, aan wat we zien, horen en hoe we leven. De enorme infrastructuur ligt buiten ons bereik. Online en verbonden, worden slechts glimpen van het complex onthuld in onze interacties.\n\nIk ben begonnen met het analyseren van de culturele impact van dataprocessen die verborgen zitten in het weefsel van onze informatiemaatschappij. Door middel van een creatieve praktijk wil ik de transparant-onwaarneembare-digitale operaties binnenstebuiten te keren en deze immersieve gemedieerde omgeving weer ondoorzichtig-voorstelbaar te maken om een bewustzijn te genereren van wat anders onbegrijpelijk lijkt.\n\nDit doctoraatsproject onderzoekt esthetische, multisensoriële interactiemodellen door gegevens over te brengen van een virtuele naar een augmented reality.","summary":"Onderzoek naar Big Data en automatisering van processen die onze leefomgeving vormgeven. Analyse van culturele impact en creatieve praktijk om bewustzijn te genereren van verborgen digitale operaties.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003544","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject focust op hoe de beperkingen van een digitaal/technologisch instrumentarium kunnen worden ingezet om - via domeinshift (Sennett) - het falende systeem als strategie in de kunstpraktijk te bevragen, met name vanuit de glasdiscipline.\n\nBinnen het uitgebreide domein van systemen in de hedendaagse kunst neemt het falen of het afwijken van het perfecte systeem een bijzondere plaats in. Vertrekkende vanuit een digitaal instrumentarium, met name de 3D-scan technologie, en de beperkingen van dit systeem om glas te registreren, wordt onderzocht hoe deze technologie, wanneer deze wordt losgekoppeld van haar functie, innovatieve strategieën en denkpistes in de kunstpraktijk kan genereren.\n\nVanuit het perspectief van de glasdiscipline zal zowel industrieel glas, natuurlijk glas (vulkanisch) en het door de kunstenaar gemanipuleerde glas (bv. pâte de verre) onderzocht worden.\n\nHet onderzoek situeert zich in het ruimere discours van de tweespalt kunstenaar-machine (oa Ingold, Sennett, Polanyi, Heidegger, Elkin, Gottschalk).","summary":"Dit onderzoek richt zich op het bevragen van falende systemen in de kunstpraktijk via domeinshift, met focus op glasdiscipline en 3D-scan technologie. Het onderzoekt innovatieve strategieën en denkpistes door beperkingen van technologie los te koppelen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003545","result_description":null},{"description":"Eenzaamheid wordt steeds meer erkend als een belangrijke maatschappelijke uitdaging en werd de laatste jaren dan ook hoog op de Vlaamse beleidsagenda geplaatst. Dit is niet enkel belangrijk vanwege de hoge prevalentiecijfers, maar ook omdat eenzaamheid sterk verbonden is aan tal van gezondheidsproblemen, zoals depressie, hogere zorguitgaven, en een negatieve impact op de levenskwaliteit.\n\nBovendien hebben de restrictieve maatregelen in het kader van de COVID-19 crisis geleid tot een significante toename van eenzaamheid. In februari 2021 gaf 59% van de volwassenen in Vlaanderen aan zich soms of vaak eenzaam te voelen, terwijl 36% ernstige eenzaamheidsgevoelens rapporteerde.\n\nEen belangrijke Vlaamse beleidsdoelstelling is om eenzaamheid tegen te gaan door te investeren in zorgzame buurten. Onderzoek wijst uit dat fysieke en sociale buurtkenmerken, zoals publieke parken, toegang tot huisvesting en publiek transport, eenzaamheid beïnvloeden, maar hierover is nog weinig bekend. Het is dus essentieel om de relatie tussen de buurt en eenzaamheid verder te onderzoeken.\n\nVeel eenzaamheidsonderzoek is beperkt tot specifieke leeftijdsgroepen en houdt geen rekening met de verschillende eenzaamheidsdimensies (emotioneel, sociaal en existentieel). Echter, het is cruciaal om deze dimensies in overweging te nemen aangezien eenzaamheidsinterventies moeten afgestemd zijn op de unieke behoeften van het individu en de specifieke eenzaamheidsdimensies.\n\nOns onderzoek draagt bij aan de literatuur door innovatief inzicht te verschaffen in (a) welke buurtkenmerken samenhangen met het eenzaamheidsrisico bij volwassenen, (b) hoe die relatie kan worden verklaard, en (c) welke praktijken op buurtniveau eenzaamheid kunnen tegengaan. Door deze structurele aanpak van eenzaamheid op het mesoniveau kunnen wij specifieke adviezen formuleren voor een breed scala aan Vlaamse en lokale beleidsactoren, en evidence-based tools ontwikkelen om eenzaamheid te bestrijden vanuit een buurtperspectief.","summary":"Bestrijd eenzaamheid door te investeren in zorgzame buurten. Onderzoek de relatie tussen buurtkenmerken en eenzaamheid bij volwassenen voor gerichte beleidsacties.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003546","result_description":"Verschillende wetenschappelijke artikels en onderzoeksrapporten.\n\nTools en methodieken voor het werkveld: zie www.eenzaamheidendebuurt.be."},{"description":"MOTION is an Interreg 2Seas project called Mechanised Orthosis for Children with Neurological Disorders. The project aims to improve the quality of life of children with neurological disorders through advancements in the development, validation, and adoption of bionic rehabilitation technology. Additionally, MOTION seeks to facilitate knowledge and technology transfer from research to various stakeholders such as industry, healthcare professionals, end users, and policy makers by establishing a transregional network.\n\nOne of the collaborations within the MOTION project involves Mobilab & Care working on an active ankle exoskeleton designed to assist children with the neurological disorder known as cerebral palsy (CP) in walking more easily. Cerebral palsy is a condition that affects the coordination between the central nervous system and muscles, making it challenging for children with CP to walk. The goal of the exoskeleton developed in the MOTION project is to enhance the quality of life for these children by addressing mobility issues related to CP through the utilization and advancement of rehabilitation technology.","summary":"MOTION project aims to enhance children's quality of life by developing bionic rehab tech for neurological disorders. Collaboration with Mobilab & Care focuses on an ankle exoskeleton to improve walking ease for CP children.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003547","result_description":"Advanced development and validation of bionic rehabilitation technology for children with neurological disorders, referred to as CP, includes the following components:\n\nAn autonomous and secure lower body exoskeleton for children.\n\nA Smart-textile, a functional, comfortable, attractive garment that integrates monitoring sensors suitable for children. This will be usable for all applications where monitoring is needed.\n\nStatistical analysis of physiological and biomechanical measurements for practitioners and the scientific community.\n\nBase technology applicable to other lower body disorders such as lower limb paraplegia.\n\nThe establishment of a transregional network to transfer technology and related knowledge from research to practical application by linking research, industry, healthcare professionals, and users.\n\nWeb-based and face-to-face training packages for health professionals and carers, dedicated to the stakeholder community for communication.\n\nA map on assistive technology dedicated to health authorities and SMEs."},{"description":"Hartfalen is een van de meest voorkomende chronische ziektes in Noord-West Europa. Vandaag lijden meer dan 3,6 miljoen mensen binnen dat gebied aan hartfalen en in 2025 zullen dat er meer dan 5 miljoen zijn door de vergrijzing.\n\nHet probleem is dat zorg voor een patiënt met hartfalen erg veel kost en dat die zorg momenteel enkel verleend wordt door professionals. Door het stijgende aantal hartfalenpatiënten zal die kost alleen maar oplopen en zullen de zorgverleners het aantal patiënten niet meer aankunnen. Om kwalitatieve zorg voor deze chronische ziekte te kunnen garanderen, moet er dus een verandering komen in het huidige zorgsysteem en dat wil PASSION-HF mee verwezenlijken.\n\nDe patiënten zelf mee laten instaan voor hun zorg zou een oplossing kunnen zijn, maar die mogelijkheid wordt momenteel nog onvoldoende ondersteund. De huidige eHealth-applicaties vervangen de zorg niet, staan op zichzelf of zijn slechts extraatjes.\n\nPASSION-HF wil het huidige zorgsysteem rond hartfalen veranderen. Daarom ontwerpen betrouwbare experts binnen het project een doctor-at-home app die de patiënt 24/7 persoonlijk begeleidt. Met die virtuele arts kunnen patiënten met hartfalen hun zorg in eigen handen nemen.\n\nMet de doctor-at-home app zal er niet reactief, maar preventief gewerkt kunnen worden. De virtuele arts staat altijd klaar, houdt alle info bij en kan op die manier erger voorkomen. De patiënt krijgt met de app ook zijn eigen zorg mee in handen en wordt steeds persoonlijk begeleid. Bovendien wil PASSION-HF ervoor zorgen dat zorg voor patiënten met hartfalen kwalitatief hoog blijft en is volledig gebouwd op wetenschappelijke evidentie.","summary":"Revolutionize heart failure care with PASSION-HF's doctor-at-home app. Empower patients with 24/7 personalized guidance for proactive, high-quality support.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003548","result_description":"In samenwerking met de andere technische partners zorgt Mobilab & Care voor het vastleggen van de functionele krijtlijnen van het platform en de uitwerking van de technische architectuur of infrastructuur.\n\nDaarnaast neemt Mobilab & Care als platform-architect de coördinatie van de verschillende systeem-integratoren op zich, waarbij de uitbouw van het platform.\n\nIn de rol van business process analist werkt M&C actief mee aan de implementatie van verschillende beslissingsmodellen als onderdeel van het computergestuurd klinische denken en beslissen.\n\nMobilab & Care is bovendien verantwoordelijk voor de grafische en functionele vormgeving naar de zorgverlener toe.\n\nVerder coördineert Mobilab & Care de communicatie voor het project."},{"description":"Het project Eenzaamheid (op den) buiten: plattelandsverbindingen tegen eenzaamheid wil een methodiek uitwerken rond acties tegen eenzaamheid. Dat gebeurt op maat, in een plattelandscontext met verschillende lokale stakeholders en op basis van wetenschappelijke kennis.\n\nWe werken een toolkit en begeleidend stappenplan uit om verbindend in het platteland te werken rond eenzaamheid, met Neteland als pilootpartner. Verschillende methodieken en vormingen worden in een intervisie- en begeleidingstraject aangereikt waarmee de 5 lokale besturen van Neteland in hun eigen lokaliteit mee aan de slag kunnen om acties rond eenzaamheid op te zetten.","summary":"Ontwikkel een toolkit voor plattelandsverbindingen tegen eenzaamheid, aangepast aan lokale behoeften en wetenschappelijke inzichten, om Neteland te helpen acties op te zetten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003549","result_description":"Concreet werken we aan de hand van een bovenlokaal intervisietraject in de vijf pilootpraktijken - vijf plattelandsgemeenten - aan deskundigheidsbevordering om plattelandsverbindingen tegen eenzaamheid te realiseren. We brengen deskundigheid rond de aanpak van eenzaamheid binnen de plattelandscontext binnen en starten een traject waarin we in elke pilootpraktijk ernaar streven minstens 2 acties of interventies tegen eenzaamheid te verbeteren of uit te werken.\n\nDeze acties worden opgezet op basis van de lokale noden per pilootpraktijk enerzijds en vanuit wetenschappelijke kennis rond de aanpak en preventie van eenzaamheid anderzijds. We werken een begeleidende toolkit uit. Deze omvat (1) kennis rond wat eenzaamheid is op het platteland. Lokale verhalen krijgen hier een plek. Er is ook aandacht voor participatieve methodieken om personen met eenzaamheid te betrekken. (2) Kennis over werkzame elementen binnen de plattelandscontext om eenzaamheid tegen te gaan. (3) Persona’s als methodiek om acties en interventies op maat van de plattelandscontext uit te werken en (4) een vorming voor lokale sleutelfiguren rond het detecteren van eenzaamheid op het platteland.\n\nTot slot integreren we ook de ervaringen van de piloottest in een (5) stappenplan, zodat ook andere lokale besturen en organisaties in het platteland met deze methodiek aan de slag kunnen."},{"description":"Het SAFE HARBOUR project is ontworpen om Nationale Olympische Comités (NOC's) en Federaties in staat te stellen om safeguarding problemen en schendingen aan te pakken. Het project wordt gecoördineerd door het EU Office van het EOC en brengt 27 organisaties samen, waaronder het EOC, het IOC, 2 internationale federaties, 20 Europese NOC's en onderzoekers/experts op het gebied van safeguarding (Thomas More), mensenrechten en recht (Asser Institute) in de sport.\n\nHet idee van het project is om NOC's en federaties te voorzien van de benodigde kennis en middelen om structurele en culturele veranderingen te bevorderen en de cultuur van safeguarding te verspreiden als een hoofdbeginsel van goed bestuur in hun respectieve bevoegdheidsgebieden, terwijl ze ook als rolmodel dienen. Er zal dus een Europees responskader worden vastgesteld om IF's en NOC's te begeleiden bij hun reactie op safeguarding kwesties, aangevuld met een standpuntnota om ook andere relevante belanghebbenden aan te moedigen actie te ondernemen.\n\nTijdens het project zal er een verslag worden opgesteld over de tekortkomingen van de diensten voor respons op het gebied van bescherming en zullen de verantwoordelijkheden van de belanghebbenden in kaart worden gebracht, terwijl er aanvullende rondetafelgesprekken en propedeutische thematische discussies voor het Europese responskader zullen worden gehouden. Elk NOC zal het Europese responskader op maat maken door een nationale strategie te ontwikkelen om hun acties na afloop van het project te leiden, en er zal ad hoc training worden gegeven aan de leiding van de NOC's en de NF's om de ambitieuze doelstellingen van de Olympische beweging op dit gebied te bereiken, terwijl er wordt gewerkt binnen een geïnformeerd netwerk (d.w.z. ENSS).\n\nHet Europese responskader zal in online vorm beschikbaar worden gesteld aan een bredere sportbeweging. Er wordt ook verwacht dat ad-hoc nationale multiplicatorevenementen het bewustzijn zullen vergroten van de urgentie om veiligheidskwesties in de sport aan te pakken; dit zal niet alleen het consortium ten goede komen, maar ook een breder scala aan nationale/regionale belanghebbenden bij het reageren op veiligheidskwesties, buiten het project.","summary":"Safe Harbour project helpt NOC's en federaties bij het aanpakken van safeguarding problemen. Europese samenwerking bevordert structurele verandering en verspreiding van safeguarding als bestuursprincipe in de sportwereld. Het project biedt begeleiding, training en een Europees responskader voor effectieve actie op veiligheidskwesties.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003550","result_description":"Algemene deliverables in het project (niet enkel door Thomas More):\n\nProject implementatieplan\nEvaluatie rapport\nGAP report\nStakeholder database\nClassification safeguarding bezorgdheden\nEuropean response framework\n\nPositie paper\nEuropean Network for Safe Sport\nNationale strategieën\nMaster presentation\n\nCommunicatie & disseminatie plan\nImpact & disseminatie rapport"},{"description":"DICE wil nieuwe, circulaire en milieuvriendelijke oplossingen ontwikkelen en demonstreren voor het ontwerpen, inzamelen, direct hergebruiken, opknappen, reproduceren en recycleren van digitale gezondheidsapparaten (ePaper label, slimme wearable sensor, slimme pillendoos, endo-cutter), die bijdragen aan het mogelijk maken van een circulaire transitie.\n\nDe oplossingen zullen worden geïmplementeerd, getest en gedemonstreerd in vijf ecosystemen in de gezondheidszorg die de geografische spreiding binnen Europa weerspiegelen door middel van pilots in Noorwegen, België, Slovenië, Spanje en Duitsland.\n\nDICE zal bijdragen aan het verminderen van het wereldwijd groeiende afvalprobleem in de gezondheidszorg, dat drie materiaalstromen bestrijkt - elektronica, kunststoffen, metaal - en het tekort aan schaarse en waardevolle grondstoffen te verminderen en tegelijkertijd de gezondheid en veiligheid te beschermen van degenen die betrokken zijn bij het realiseren van de circulaire economie.\n\nAlle partners zullen tijdens en na het project zorgen voor de exploitatie van de belangrijkste resultaten en deze zullen verder worden uitgebreid naar aangrenzende sectoren via bestaande netwerken en platforms waarin de partners vertegenwoordigd zijn.\n\nLiCalab leidt WP4, Burgerbetrokkenheid en consumentengedrag.","summary":"DICE ontwikkelt circulaire oplossingen voor gezondheidsapparaten, waaronder ePaper labels en slimme wearables, om de circulaire transitie in de gezondheidszorg te bevorderen. Met pilots in Europa draagt DICE bij aan afvalvermindering en waardebehoud van grondstoffen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003551","result_description":null},{"description":"Hoewel grensoverschrijdend gedrag in alle soorten sporten voorkomt, verdienen gevechtssporten en krijgskunst speciale aandacht vanwege hun specifieke risicofactoren.\n\nSAFEguarding code for COMBAT sports and martial arts (SAFE-COMBAT) heeft als doel het bevorderen van een veilige omgeving voor atleten van verschillende CS&MA. Door bewustwording, begeleiding en ondersteuning te bieden aan sportclubs en technisch personeel (coaches, jeugdwerkers en vrijwilligers), willen we bijdragen aan de menselijke ontwikkeling en het welzijn van jonge atleten.\n\nHet project heeft drie hoofddoelen:\n1) Het in kaart brengen van de stand van zaken\n2) Het creëren en promoten van een Safeguarding Code en educatie voor CS&MA\n3) Het certificeren van CS&MA Clubs.\n\nDe European Judo Union (EJU) zal als projectcoördinator fungeren en samenwerken met zes vooraanstaande organisaties uit Portugal, Hongarije, Noord-Macedonië, België en Spanje als partners. Over een periode van 24 maanden zal het consortium ijverig werken aan de ontwikkeling van een safeguarding code die is afgestemd op de specifieke realiteit van CS&MA, en een onderwijssysteem door middel van een MOOC cursus.\n\nDit initiatief zal worden aangevuld met een certificeringssysteem dat uniek zal zijn in Europa. Om een brede verspreiding van het project te bevorderen, zal er een slotconferentie met de belangrijkste stakeholders worden georganiseerd, waarbij andere organisaties in de lidstaten worden aangemoedigd om het initiatief over te nemen.","summary":"Veilig sporten in gevechtssporten en krijgskunst. SAFE-COMBAT bevordert veiligheid en welzijn van atleten met bewustwording, educatie en certificering van clubs. Europese samenwerking voor veilige sportomgeving.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003552","result_description":"Algemene resultaten/deliverables van het project over alle werkpakketten heen (niet enkel Thomas More):\n\nVerslagen tijdens het project over de verschillende vergaderingen, tussentijds en eindverslag\n\nOnderzoeksrapport literatuuronderzoek\n\nOnderzoeksrapport review safeguarding initiatieven\n\nOnderzoeksrapport focusgroepen\n\nSafeguard code\n\nMOOC inclusief safeguard code en certificeringsrapport\n\nOnderzoeksrapport monitoring en evaluatie van safeguard code en MOOC"},{"description":"VITALISE stelt (zorg)proeftuinen (living labs) open als middel om onderzoeksactiviteiten op het gebied van gezondheid en welzijn in Europa en daarbuiten te vergemakkelijken en te bevorderen door onderzoekers grensoverschrijdende toegang te bieden tot 17 proeftuinen met specifieke onderzoeksinfrastructuur.\n\nIn Vitalise worden geharmoniseerde processen en gemeenschappelijke methodieken voor living labs opgezet en gevalideerd in 3 grensoverschrijdende onderzoekscases: ‘Technologie voor Revalidatie’, ‘Transitie van zorg in het ziekenhuis naar thuiszorg’ en ‘(Preventie)activiteiten in het dagelijks leven van ouderen’. Ook wordt digitale toegang geboden tot datasets (virtuele toegang).\n\nVITALISE zal hiertoe ICT-instrumenten ontwikkelen voor gedeelde toegang tot apparaten en toepassingen die in de proeftuininfrastructuur worden gebruikt, en voor het verzamelen, opslaan en delen van datasets. Ten slotte investeert VITALISE in de ontwikkeling van trainingsmethoden voor een breder begrip en valorisatie van Living Lab methodologieën in de onderzoeksgemeenschap.\n\nLiCalab leidt WP5, de gezamenlijke onderzoekscase ‘Technologie voor Revalidatie’.","summary":"VITALISE opent (zorg)proeftuinen in Europa voor onderzoek naar gezondheid en welzijn. Harmoniseert processen, biedt digitale toegang tot datasets en ontwikkelt ICT-tools voor gedeelde toegang en training. LiCalab leidt de onderzoekscase 'Technologie voor Revalidatie'.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003553","result_description":null},{"description":"De zorgvragen en -noden in Nederland en Vlaanderen worden steeds rijker, diverser en complexer. Innovatietrajecten in zorg- en welzijnssector komen nog moeizaam en beperkt tot ontwikkeling, implementatie en opschaling.\n\nZorginnovaties kennen vaak een moeilijke marktintroductie wegens het prijskaartje en het onbekende zorglandschap. CrossCare 2.0 faciliteert de ontwikkeling en implementatie van innovaties in zorg door het aanbieden van financiële steun en zorgproeftuinsettings.","summary":"CrossCare 2.0 bevordert innovaties in zorg met financiële steun en proeftuinsettings, om complexe zorgvragen in Nederland en Vlaanderen aan te pakken.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003554","result_description":null},{"description":"De betekenissen die we als samenleving aan natuur geven, zijn gevormd door een lange culturele en economische geschiedenis die heeft geleid tot houdingen van afstandelijkheid en dualiteit. Natuur wordt gezien als iets dat los staat van de mens en ten dienste staat van een menselijke economie. Dit antropocentrische wereldbeeld beschouwt natuur als verbruiksobject, wat in verhalen, politieke processen, handelingen en onze omgang met de ruimte wordt bestendigd.\n\nHet landschap, en de manieren waarop we ze opdelen, begrenzen, toe-eigenen en veranderen, weerspiegelt deze houding. We behandelen niet-menselijk leven alsof het van minder waarde is, en om dat te verantwoorden cultiveren we een houding van menselijke superioriteit. Ook ons rechtvaardigheidsdenken wordt op die manier beperkt. Die houdingen hebben onder meer mee geleid tot problemen zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, een onhoudbaar landbouwmodel en een algehele vervreemding van onze leefomgeving.\n\nMet dit onderzoek willen de dualiteit tussen mens en natuur doorbreken, en vanuit een meer-dan-menselijk [MDM] perspectief onderzoeken wat de landschappelijke implicaties daarvan zijn. Via intensieve trajecten in samenwerking met ruimtelijke professionals, experimenten in een living lab en via inspiratie uit andere projecten, zoeken we naar manieren (tools en processen) waarmee landschappelijke inrichting kan bijdragen aan het herstel van de relatie tussen mens en omgeving.\n\nOmdat ook professionals handelen vanuit cultureel ingegeven ideologieën, bekijken we hoe verhalen, spel en rituelen een culturele impact kunnen hebben die verder reikt dan ruimtelijke disciplines alleen. Op die manieren draagt dit onderzoek bij aan een wereld die niet alleen rechtvaardiger en duurzamer is, maar een waarin de mens zich opnieuw meer verbonden kan voelen met een wereld die fundamenteel gedeeld is.","summary":"Onderzoek doorbreekt dualiteit mens-natuur, bevordert landschappelijke inrichting voor herstel relatie mens-omgeving en culturele impact op professionals voor rechtvaardige en duurzame wereld.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003555","result_description":null},{"description":"Door middel van een participatief, educatief en artistiek onderzoeksproject creëert Transisthor samen met de lokale gemeenschap grootschalige visuele fotovoltaïsche murals. Deze murals leveren duurzame energie voor de wijk op en beelden tevens een toekomstgerichte visie op duurzaamheid en energietransitie uit.","summary":"Transisthor werkt samen met de lokale gemeenschap aan visuele fotovoltaïsche murals voor duurzame energie en toekomstvisie op energietransitie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003556","result_description":null},{"description":"Het doctoraatnetwerk “Co-designing a Home with Dementia” (HOMEDEM) is een innovatief opleidingsnetwerk in het kader van Marie-Skłodowska-Curie-acties dat hooggekwalificeerde beginnende onderzoekers zal opleiden in design en dementiezorg. HOMEDEM richt zich op de recente verschuiving in Europa naar het ondersteunen van mensen met dementie (PwD) die zo lang mogelijk thuis wonen (als ze dat willen) met de juiste zorg.\n\nDeze verschuiving naar een beroep op zorgconstellaties (de dynamische informele zorgrelaties met en rond de persoon met dementie) vraagt van het opleidingsnetwerk om onderzoek op verschillende niveaus: het microniveau, hoe dementie de relaties tussen mensen met dementie en hun zorgconstellaties beïnvloedt; het mesoniveau, om de veranderende behoeften van de thuisomgeving te begrijpen en op macroniveau, om te begrijpen hoe zorgconstellaties door het complexe zorgecosysteem van gemeenschapsgebaseerde ondersteuning en diensten navigeren.\n\nDoor doctoraatskandidaten uit te rusten met de overdraagbare vaardigheden die nodig zijn om te slagen in een carrière op het kruispunt van design en disciplines zoals psychosociale gezondheidswetenschappen, economie en beleidsevaluatie, zal de opleiding in HOMEDEM deze onderzoekers in staat stellen om te reageren op huidige en toekomstige zorgcontexten en zal dit ertoe leiden dat ze invloed kunnen uitoefenen op de manier waarop gemeenschapsgebaseerde zorg voor mensen met beperkte mobiliteit en hun zorgconstellatie wordt georganiseerd, en hoe producten, diensten en hulpmiddelen gezamenlijk worden ontworpen en geïmplementeerd binnen zorgcontexten in heel Europa.\n\nDit wordt bereikt door een unieke combinatie van gezamenlijke en praktische onderzoekstrainingen, niet-academische detacheringen in het bedrijfsleven en door middel van scholen en seminars die overdraagbare interpersoonlijke, communicatieve, cognitieve en ondernemersvaardigheden behandelen, gefaciliteerd door de geselecteerde samenstelling van academische en niet-academische leden van het consortium. Het resultaat zal een nieuwe zorginfrastructuur zijn die gebruik maakt van de fusie van zorg en ontwerp, wat leidt tot opkomende zorgmodellen voor mensen met een visuele beperking en hun zorgconstellatie.","summary":"HOMEDEM traint onderzoekers in design en dementiezorg voor thuiswonende mensen met dementie. Het netwerk stimuleert onderzoek op microniveau (relaties met zorgverleners), mesoniveau (thuisomgeving) en macroniveau (zorgsystemen). Onderzoekers worden uitgerust met vaardigheden in design, gezondheidswetenschappen en beleidsevaluatie om de zorg voor mensen met beperkte mobiliteit te verbeteren in heel Europa.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003557","result_description":null},{"description":"De ambitie van het Living Lab Recare About Shoes is om de transitie naar een circulaire schoenensector te faciliteren. De uitdaging is om circulaire design- en business strategieën te ontwikkelen die niet recyclage maar onderhoud en herstel voorop plaatsen in een circulaire waardeketen met als doel de levensduur van schoenen op een duurzame manier te verlengen.\n\nOm dit doel te bereiken zullen er twee uitgebreide case studies uitgewerkt worden (B2B & B2C) waarbinnen circulaire producten, diensten en systemen ontwikkeld worden op maat van een specifieke doelgroep. Recare About Shoes brengt verschillende actoren samen die diverse rollen vervullen in de waardeketen van de schoenenindustrie.","summary":"Faciliteer de transitie naar een circulaire schoenensector met Recare About Shoes. Ontwikkel circulaire design- en business strategieën die onderhoud en herstel bevorderen om de levensduur van schoenen op duurzame wijze te verlengen. Case studies voor B2B en B2C zullen circulaire producten, diensten en systemen op maat van doelgroepen ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003558","result_description":null},{"description":"Sidekick Sam Academy is een platform voor leerkrachten in Vlaanderen, onder de vleugels van DPG Media en de Koning Boudewijnstichting, gevestigd in Antwerpen. Sidekick Sam Academy bereikt duizenden leerkrachten in Vlaanderen, maar wil graag de eigen werking en effectiviteit onder de loep nemen. Het doel van dit contractonderzoek is om een eerste verkennend onderzoek te houden naar de kritische kenmerken voor succesvolle acties. Een activiteit van Sidekick Sam Academy is effectief als de leerkracht een toename in zelfeffectiviteit ervaart om jongeren te ondersteunen en te begeleiden in hun mentaal welzijn.\n\nOnderdelen onderzoek\n\nWerkpakket 1 (WP1): Bepalen van de \"Theory of Change\" van Sidekick Sam Academy\n\nHet team zal zich richten op het bepalen van de \"Theory of Change\" voor Sidekick Sam Academy (SSA). Dit omvat een grondig literatuuronderzoek naar bestaande theorieën en modellen (bijv. COM-B) van verandering die zijn gekoppeld aan documentatie over de missie en visie van SSA, evenals interviews met de ontwikkelaars van Sidekick Sam. Op basis van deze informatie wordt een conceptueel model van de \"Theory of Change\" opgesteld dat de eigen strategie en aanpak over de te realiseren verandering beschrijft, rekening houdend met de context en getoetst aan wetenschappelijke literatuur.\n\nWerkpakket 2 (WP2): Opzetten van onderzoek naar achterliggende kenmerken voor het succes van het project\n\nParallel zal het team zich concentreren op het opzetten van het onderzoek naar de achterliggende kenmerken die bijdragen aan de zelfeffectiviteit, handelingsvermogen en handelingsbereidheid. Dit omvat het identificeren van relevante kenmerken van leerkrachten met betrekking tot zelfeffectiviteit met betrekking tot het ondersteunen van het mentaal welzijn van leerlingen.\n\nWerkpakket 3 (WP3): Ontwikkeling en afname van een online vragenlijst\n\nVervolgens ontwikkelen we een online vragenlijst om de kenmerken van leerkrachten en hun zelfeffectiviteit te meten, in combinatie met een aantal relevante kenmerken zoals bepaald in WP2. De dataverzameling maakt gebruik van enerzijds bestaande gegevens uit het platform, en anderzijds bijkomende data verzameld op een evenement. Daarnaast plannen we een online bevraging van de leerkrachten uit het secundair onderwijs (geregistreerde gebruikers en niet-geregistreerde gebruikers als controlegroep) die niet aanwezig zijn op het evenement.\n\nWerkpakket 4 (WP4): Data-analyse\n\nNa de dataverzameling zal het team de verzamelde data opschonen en analyseren. Dit omvat het uitvoeren van univariate analyses om basisstatistieken te verkrijgen en multivariate analyses, zoals logistische regressie en meervoudige regressie, om verbanden te identificeren. De bevindingen worden vervolgens gerapporteerd in september en kunnen leiden tot een verdieping van het onderzoek in een nieuwe fase.","summary":"Sidekick Sam Academy onderzoekt succesfactoren voor effectieve acties in Vlaanderen, gericht op zelfeffectiviteit van leerkrachten en mentaal welzijn van jongeren. Maakt gebruik van Theory of Change en online vragenlijst voor dataverzameling en analyse.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003559","result_description":"Rapport"},{"description":"De ambitie van het TransFormMaker living lab is om de transitie naar een circulaire meubelindustrie te faciliteren. Om dat doel te bereiken zal er een materialendatabank voor circulaire materialen en technieken opgebouwd worden waarmee circulaire meubelproducten, diensten en systemen ontwikkeld zullen worden.\n\nEr zal een open constructiesysteem ontwikkeld worden die het toelaat om materialen en technieken van elkaar te scheiden, hergebruiken en recycleren. Voor elke meubeltoepassing zal er een materiaalpaspoort ontwikkeld worden die gekoppeld wordt aan de materialendatabank. Via het materiaalpaspoort zal informatie over de gebruikte materialen en technieken beschikbaar zijn. Deze informatie zal door de verschillende actoren in de waardeketen gebruikt kunnen worden voor het onderhouden, repareren, herstofferen, deconstrueren, recycleren, … van de gebruikte materialen.\n\nIn een participatief ontwerpproces zullen verschillen use-scenario’s ontwikkeld worden die de mogelijkheden en beperkingen van de materialendatabank, materiaalpaspoort en meubeltoepassingen iteratief zal testen. Aan de hand van deze scenario's zal onderzocht worden welke schakels ontbreken en welke nieuwe vaardigheden en expertise toegevoegd moeten worden om een circulaire meubelindustrie werkbaar te maken.","summary":"TransFormMaker living lab faciliteert de transitie naar een circulaire meubelindustrie door een materialendatabank voor circulaire materialen en technieken op te bouwen. Met materiaalpaspoorten worden materialen en technieken gekoppeld en hergebruikt.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003560","result_description":null},{"description":"Het XR-innovatiefonds heeft als doel de innovatie- en concurrentiekracht van Limburgse bedrijven te verhogen door hen te stimuleren om meer gebruik te laten maken van XR-technologieën en voorziet hiervoor een financiële ondersteuning. We motiveren bedrijven om innovatieve XR-toepassingen samen met een kennisinstelling te testen, verbeteren en finaal toe te passen in hun bedrijfsvoering.\n\nDe meerwaarde van XR-toepassingen is al bekend, maar de integratie met het bedrijfsleven verloopt moeizaam en beperkt zich momenteel hoofdzakelijk nog tot opleidingen en enkele demo’s. Een hoge investeringskost is hier vaak de oorzaak van.\n\nDit project mikt verder dan de reeds ingeburgerde XR-toepassingen. Het innovatief inzetten van XR-technologieën op de werkvloer en het verhogen van de ambitie en een betere afstemming van kennisinstellingen met het niveau van het werkveld, zorgt ervoor dat Limburg een niveau hoger kan schakelen in de toepassing van XR-technologieën bij onze bedrijven.","summary":"Stimuleer Limburgse bedrijven om XR-technologieën te omarmen en innoveren met financiële steun. Verhoog concurrentiekracht door samenwerking met kennisinstellingen voor praktische XR-toepassingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003561","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nIn dit grensoverschrijdende project bundelen hogescholen uit Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Zeeland hun krachten om studenten Supply Chain Management en Logistics Engineering praktijkervaring te bieden in een realistische magazijnomgeving. Centraal staat het opleiden van studenten tot logistieke professionals die klaar zijn voor de uitdagingen van het werkveld.\n\n**De nood en relevantie**  \nHoewel studenten een degelijke theoretische basis krijgen, ontbreekt vaak de praktijkervaring. Dit project pakt dat tekort aan in een knelpuntsector: de logistiek. Door samenwerking over de grenzen heen, brengen we studenten samen in gemengde groepen en versterken we de opleidingen in een sector die van groot maatschappelijk en economisch belang is.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nStudenten voeren tests uit in Fabriek Logistiek, analyseren bestaande magazijnprocessen en doen verbetervoorstellen. Ze bezoeken bedrijven, werken in internationale teams en leren van elkaars sterktes. Zo verhogen we niet alleen het praktisch inzicht, maar stimuleren we ook interculturele samenwerking en relevante competenties. Het project leidt tot beter voorbereide afgestudeerden die aansluiten op de noden van het werkveld in de drie provincies.","summary":"Studenten leren logistiek effectief via internationale samenwerking en praktijk in een realistisch magazijn. Grensoverschrijdend project versterkt opleidingen en bereidt studenten voor op logistieke uitdagingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003563","result_description":null},{"description":"Dit onderzoek richt zich op het in kaart brengen en evalueren van digitale technologieën en interactieve platformen voor de ontsluiting van cultureel erfgoed. In een tijd waarin de vraag naar digitale ervaringen groeit, onderzoekt dit project niet alleen hoe technologieën zoals virtual reality (VR), augmented reality (AR), en interactieve platformen kunnen worden ingezet om erfgoed toegankelijker en aantrekkelijker te maken voor diverse doelgroepen, maar ook of deze technologieën een toegevoegde waarde hebben voor de bezoekerservaring.\n\nIn deze studie onderzoeken we, samen met de praktijk, de effectiviteit en de meerwaarde van deze technologieën bij het verrijken van de museum- en/of erfgoedbeleving. Het doel is om de erfgoedsector te voorzien van concrete adviezen en aanbevelingen over welke technologieën het best ingezet kunnen worden om een optimale, inclusieve en boeiende bezoekerservaring te realiseren. \n\nDe focus ligt op het kritisch evalueren van bestaande technologieën en het verstrekken van goed onderbouwd advies over de toekomstbestendigheid en toegevoegde waarde voor zowel de musea of erfgoedactoren, als de bezoekers.","summary":"Onderzoek naar digitale technologieën en interactieve platformen voor cultureel erfgoed. Beoordeelt hun effectiviteit en meerwaarde voor een optimale bezoekerservaring. Biedt advies voor erfgoedsector.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003564","result_description":"Samenvatting van best practices en trends in digitale museumbelevingen: \nEen overzicht van succesvolle voorbeelden uit de sector, inclusief lessen die getrokken kunnen worden uit bestaande toepassingen.\n\nRichtlijnen voor het inzetten van digitale technologieën in erfgoedinstellingen: \nPraktische richtlijnen voor musea en erfgoedinstellingen om digitale technologieën op een zinvolle en kosteneffectieve manier te implementeren, met aandacht voor bezoekerservaring, toegankelijkheid en duurzaamheid van de oplossingen."},{"description":"Situering\n\nMet het groeiend succes van e-commerce en een steeds veeleisendere consument, in combinatie met circulatieplannen die een trip naar de stad uitdagender maken, moet de fysieke handels- en horecazaak zich voortdurend heruitvinden om zijn plaats in de stadskern te blijven verankeren. Consumentengedragingen zijn de afgelopen jaren onvoorspelbaarder dan ooit geworden. Grip houden op deze gedragingen is een uitdaging. Het is voor een ondernemer dan ook niet makkelijk het juiste aanbod op het juiste moment te voorzien.\n\nBeslissingsvoering over welke producten aan te bieden, waar je zaak te vestigen, aan welke evenementen wel of niet deel te nemen, betekent nog vaak in het duister tasten. Vlaamse retailers voelen dan ook meer en meer de nood om hun consumenten, hun noden en gedragingen op basis van objectieve gegevens beter te begrijpen en – in een ideale wereld – ook te kunnen voorspellen. Als gevolg dringt de noodzaak van een datagedreven werking zich op als voorwaarde voor een succesvolle bedrijfsvoering.\n\nData over wat consumenten besteden, welke producten ze aankopen, op welke locaties, wie die consumenten zijn en welke contextfactoren (zoals weer en events) mee bepalend zijn voor het stimuleren van gedrag, zijn van onschatbare waarde om bedrijfsbeslissingen te ondersteunen. Hoewel verschillende ondernemers reeds data vergaren, slagen velen er onvoldoende in data actief in te zetten in de dagelijkse bedrijfsvoering. Voor de doelgroep voelt het erg complex en technisch aan om met deze data strategisch aan de slag te gaan. De perceptie leeft dat ‘de kost’ (financieel, kennis, tijd) te hoog is ten opzichte van de meerwaarde.\n\nVandaag evalueren ondernemers hun cijfers vaak nog op een subjectieve manier door ze te benchmarken met de ervaringen van concullega’s. Deze vergelijking beperkt zich tot WhatsAppgroepjes waar ondernemers aan elkaar vragen stellen zoals \"Was het ook zo rustig bij jou in de winkel?\". Ondernemers die toch reeds met databronnen aan de slag gaan, ervaren moeilijkheden met het samenbrengen, analyseren en vertalen van data in concrete acties. Er is een mogelijkheid om data aan te kopen bij dataleveranciers en voorgaande uitdagingen te overkomen, maar voor een doorsnee retailer is dit een te dure aangelegenheid. Daarnaast zijn deze aan te kopen data vaak ruimtelijk en temporeel onvoldoende fijnmazig om een businessstrategie bij te sturen.\n\nDoelstelling\n\nIn dit project onderzoeken we de haalbaarheid van een collectief systeem van datadeling tussen handel en horecaondernemers en of dit systeem de noden die vandaag leven kan opvangen. We testen de economische, technische en gebruikersrelevante haalbaarheid om zo tot een database van informatieve, relevante, geaggregeerde en geanonimiseerde data te komen binnen een kernwinkelgebied. Het werkveld is hier klaar voor met resultaten van de bevraging van het werkveld DGW, cocreatie tussen DGW en SRA, inzichten van Shopping Tomorrow NL en good practices uit NL (cfr. Retail Insiders).\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nHoe kunnen we de impact van datagedreven ondernemen bij horeca en handel verhogen door het opzetten van een systeem van datadeling? We onderzoeken hierbij volgende aspecten: businessaspecten, technische aspecten, privacyaspecten en gebruikersaspecten.\n\nMethodiek/werkplan\n\n1. Verkenning & cocreatie:\n   a. Inventarisatie van good practices (cfr datadeling in de hotelsector, winkelmanagers in het kernwinkelgebied van NL of managers van shoppingcentra)\n   b. Afbakenen van datavelden (omzet, drukte, conversie, tevredenheid, socio-demo’s, …) en vertalen naar statistieken (parameters) voor datadeling in samenwerking met het werkveld rond relevantie en haalbaarheid\n   c. Technische exploratie rond datadeling (incl. blockchain?)\n   d. Exploratie van privacyrichtlijnen\n\n2. Voorbereiding technische ontwikkeling:\n   a. Selectie van tooling/software voor datadeling\n   b. Documenteren van functionele vereisten voor het uitwisselingssysteem van data\n\n3. Ontwikkeling prototype:\n   a. Datadeling via de Wizard of Oz-methode (incl. hosting, verwerking en anonimisatie)\n   b. Datavisualisatie (van paper prototyping naar live testing) door studenten DSPS\n   c. Richtlijnen rond gebruik (datagedreven strategisch ondernemen) door studenten retailmanagement\n\n4. Testing/pilots:\n   a. Opstellen meetplan: business, technisch, gebruik (kwantitatief & kwalitatief)\n   b. Cyclische meting\n   c. Evaluatie & bijstellen\n\n5. Communicatie & disseminatie:\n   a. Samenwerking met studenten\n   b. Projectwebsite\n   c. Rapportering van bevindingen in een behapbaar format gericht op het doelpubliek (retail & horeca enerzijds, beleid anderzijds)\n\n6. Valorisatie:\n   a. Verkenning van een business- en governanceplan\n\n7. Projectmanagement","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar collectief datadelingssysteem voor handel en horeca in stadskern, om grip te krijgen op consumentengedrag en datagedreven beslissingen te bevorderen. Onderzoeksvragen omvatten business, technische, privacy- en gebruikersaspecten. Werkplan omvat verkenning, technische ontwikkeling, prototype, testing en communicatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003565","result_description":"Deliverables\n\n1) Parametermap (instore gegevens vertalen naar geaggregeerde gegevens en statistieken)\n2) Getest prototype (binnen 1 kernwinkelgebied)\n3) Modules datagedreven ondernemen (flipped classroom)\n4) Meetplan / implementatieplan\n5) Aanbevelingen/scenario’s business modeling voor datadeling tussen retailers\n   - Aanbeveling business model (incl. kosten/baten analyse)\n   - Aanbeveling governance plan\n   - Privacy\n\nDisseminatie\n- Workshop retailers\n- Workshop middenveld/beleid\n- Studenten: DSPS (Mechelen) & retailmanagement (Mechelen & Kempen)"},{"description":"Situering\n\nIn 2019 zette Logo Midden-West-Vlaanderen de eerste stap om ELO's binnen haar netwerk gezondheidsvaardig te maken. Er werden 2 sessies Gezondheidsvaardig, Heerlijk Helder in de Zorg (Leen Haesaert) georganiseerd die in 2020 herhaald werden i.s.m. empact!, het Chronic Care Project in de regio. Hierna bleek dat deelnemers in een volgende fase graag verdiepende modules aangereikt willen krijgen. Met dit project willen we graag deze verdiepende modules realiseren. Hiervoor is verder onderzoek en kennisopbouw nodig ihb rond gezondheidsvaardigheden mbt taal en relatie. Daarnaast is er ook onderzoek nodig om een onderbouwd stimuleringspakket te ontwikkelen om beleidsmakers bewust te maken van hun verantwoordelijkheid om gezondheidsvaardigheden in te bedden in de cultuur en werking van hun organisatie.\n\nDoelstelling\n\nEerstelijnsorganisaties (ELO's), dit zijn zowel gezondheids- als welzijnsorganisaties actief binnen een ELZ, bewust maken van het belang van gezondheidsvaardigheden en hen de handleidingen en methodieken geven om gezondheidsvaardigheden structureel in te bedden in de werking van hun organisatie.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nHoe beleidsmedewerkers bewustmaken en overtuigen om structureel het thema gezondheidsvaardigheden in te bedden in hun werking?\nWat zijn de essentiële taalgebaseerde en relationele aspecten binnen gezondheidsvaardigheden die moeten worden aangeleerd om gezondheidsvaardigheden succesvol op te nemen in een ELO?\nWelke elementen moeten worden opgenomen in het train-de-trainerspakket en het stimuleringspakket om succesvol de nodige gezondheidsvaardigheden en implementatiemethodieken te realiseren?\n\nMethodiek/werkplan\n\nLiteratuuronderzoek rond gezondheidsvaardigheden met een focus op taal en relatie.\nLiteratuuronderzoek rond change management ihkv de stimulatie van beleidsmedewerkers en effectieve opname in de werking van de organisaties\nCo-creatiesessies met de ELO's en het Logo Midden-West-Vlaanderen om het stimuleringspakket en het train-de-trainer pakket vorm te geven (methodiek van de sessies nog nader te bepalen)\nEvaluatie van het train-de-trainer pakket bij regionale trainers en van het stimuleringspakket bij beleidsmakers\nBovenstaande is een iteratief proces tot beide pakketten op punt staan.","summary":"ELO's in Midden-West-Vlaanderen worden bewust gemaakt van het belang van gezondheidsvaardigheden en ontvangen handleidingen om deze structureel te integreren. Onderzoek richt zich op beleidsmakers overtuigen, essentiële aspecten van gezondheidsvaardigheden identificeren en trainingspakketten ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003566","result_description":"Concrete deliverables:\n\nStimuleringspakket voor beleidsmakers.\n\nTrain-de-trainerspakket voor regionale trainers."},{"description":"Het Gamebadges-project heeft als doel een uniek, Europees competentiegericht open badge-ecosysteem te ontwerpen, testen en implementeren. Dit ecosysteem is gericht op de game-industrie en game-educatie in Europa.\n\nHet project beoogt alle aan de game-industrie gerelateerde beroepen te ontleden in competentiedoelen en microcredentials te creëren die op alle competentieniveaus kunnen worden gebruikt. Het ecosysteem zal transparant en openbaar zijn, en de competentiedoelen zullen gebaseerd zijn op solide behoeften van de industrie.\n\nDe badges zullen worden getest door gamestudenten, game-educatoren en gameprofessionals en in die organisaties worden geïmplementeerd. Ondanks het groeiende succes van gamebedrijven is de game-industrie een relatief nieuwe sector die zelfs op nationaal niveau geen formele standaarden kent. Dit heeft geleid tot een situatie waarin titels, termen en taken sterk kunnen verschillen, zelfs bij naburige bedrijven.\n\nBovendien is game-educatie nog vrij nieuw - de eerste opleidingen begonnen begin 2000. Wanneer de sector gefragmenteerd is, is het moeilijk om studenten voor te bereiden op specifieke banen. Het project creëert een standaardkader voor aan game-ontwikkeling gerelateerde beroepen en de benodigde vaardigheden en competenties.\n\nDe resultaten zijn openbaar en zullen in heel Europa worden vermarkt en verspreid. Tegelijkertijd beoogt het project, net als de Aanbeveling van de Raad inzake microcredentials, \"het opbouwen van vertrouwen in microcredentials in heel Europa te ondersteunen onder alle betrokkenen, zowel aanbieders als begunstigden.\" Gamebadges is daarom niet alleen van dienst aan de game-industrie, maar ook aan het Europese microcredentiale ecosysteem door één coherent model te creëren voor competentiegerichte open badges.\n\nHet project zal een Europees badge-ecosysteem opleveren met drie belangrijke resultaten: \n- Eén competentiekaart - een online tool - circa 300 competentiegerichte open badges - bronzen, zilveren en gouden badges;\n- zes pilotcursussen voor zilveren badges - voor jonge professionals en game-educatoren.","summary":"Gamebadges creëert een Europees open badge-ecosysteem voor de game-industrie en -educatie, met focus op competentiedoelen en microcredentials. Het project streeft naar transparante standaarden en implementatie in Europa.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003567","result_description":null},{"description":"Situering\n\nBedrijven, overheden en socialprofit organisaties erkennen steeds meer het belang van goede interne communicatie. Deze noodzaak is nog duidelijker geworden tijdens de corona-lockdowns en de huidige shift naar hybride werken.\n\nIn de afgelopen jaren hebben we het 'Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek' (zesde editie in 2021-22) en de 'Socialprofit communicatiescan' (Kortom, 2020-21) uitgevoerd. Hier lag de focus op hoe respectievelijk lokale besturen en socialprofit instellingen hun externe communicatie organiseren. Uit feedback van de respondenten bleek dat er veel vraag was naar vergelijkbaar onderzoek dat de aanpak van interne communicatie in kaart brengt.\n\nDit leidde tot enthousiasme bij de vakorganisaties Vonk-Netwerk Interne Communicatie en Kortom-Vereniging voor Overheids- en SocialProfitcommunicatie.\n\nDoelstelling\n\nHet doel is inzicht te krijgen in hoe bedrijven, overheden en socialprofit organisaties hun interne communicatiewerking organiseren. De ambitie is om het onderzoek te ontwikkelen in een format dat elke drie jaar herhaald kan worden, waardoor er de mogelijkheid is om er een longitudinaal project van te maken, vergelijkbaar met het succesvolle Groot Gemeentelijk Communicatieonderzoek.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nCentrale onderzoeksvraag:\nIn welke mate besteden middelgrote en grote bedrijven, overheids- en socialprofitorganisaties aandacht aan interne communicatie?\n\nSubvragen:\n• Wie organiseert de interne communicatie?\n• In welke mate is er aandacht voor taak-info, organisatie/HR-info, beleidsinfo, engagerende/motiverende info?\n• In hoeverre komen aspecten van interne communicatie voor in de functieprofielen van leidinggevenden, medewerkers en communicatiemedewerkers?\n• Is er een intern communicatiebeleid/communicatieplan?\n• Welke kanalen worden ingezet voor interne communicatie?\n• Hoe is de interne communicatiecultuur?\n• Zijn er initiatieven voor specifieke interne doelgroepen?\n• Welke uitdagingen zijn er?\n\nMethodiek/werkplan\n\nEr wordt een online enquête voorzien die wordt ingevuld door één contactpersoon per bedrijf of organisatie (de communicatieverantwoordelijke OF de HR-verantwoordelijke). Ter voorbereiding van de enquête raadplegen we de meest prominente vakliteratuur en voeren we gesprekken met specialisten op het gebied van interne communicatie.","summary":"Onderzoek naar interne communicatie in bedrijven, overheden en socialprofit organisaties. Focus op organisatie, kanalen, cultuur en uitdagingen. Driejaarlijks herhaalbaar longitudinaal project. Online survey voor communicatie- of HR-verantwoordelijke.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003568","result_description":"Concrete deliverables\n\nWe voorzien:\n\n- Een onderzoeksrapport\n- Een synthesetekst\n- Een persbericht\n\nPresentaties op congressen van Kortom en Vonk-Netwerk interne communicatie\n\nOnline publicatie van rapport en synthesetekst op research-website van Thomas More, evenals op de websites van Kortom en Vonk."},{"description":"Situering\n\nNa bevragingen rond media-innovatie in Vlaanderen, blijkt dat dit de voornaamste uitdagingen in de Vlaamse mediasector zijn:\n- Er is onvoldoende instroom van nieuwe potentiële start-ups en toeleiding naar het huidige instrumentarium.\n- Start-ups in de media- en audiovisuele sector hebben onvoldoende ondersteuning bij internationalisering en het zetten van hun eerste stappen op de internationale markt.\n- Een gebrek aan multidisciplinaire kennis bij vele start-ups met een bijzonder gebrek aan IT-profielen.\n- Onvoldoende kennis bij jonge mediaprofessionals of studenten omtrent de technologische noden van de huidige media- en audiovisuele sector.\n- De grens tussen mediatechnologie, gaming- en IT-technologie vervaagt.\n\nDoelstelling\n\nDe voornaamste doelstelling binnen dit project is om een gestroomlijnde end-to-end waardeketen te creëren ter ondersteuning van start-ups en scale-ups in de Vlaamse media en audiovisuele sectoren, onder meer door:\n- Het creëren/organiseren van een duidelijk groeipad voor jonge en doorstartende mediabedrijven en start-ups/scale-ups.\n- Ondersteuning bieden voor de digitalisering van de mediaproductieketen en de bijhorende verschuiving van de benodigde competenties.\n- De vertaling van de noden vanuit de sector naar vereisten voor curricula binnen de kennisinstellingen.\n- De mogelijkheid te bieden om een beloftevol idee te testen in een live-omgeving, zowel voor content als voor tech bedrijven/startups.\n- De deelnemende bedrijven te begeleiden in hun verdere groeitraject door coaching en opportuniteiten om groeikapitaal te vinden beschikbaar te maken.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nBinnen dit project behandelt Thomas More volgende onderzoeksvragen:\n- Wat zijn de belangrijkste uitdagingen, hindernissen en noden om media-innovaties, zowel op contentvlak als op technologisch vlak, te stimuleren binnen de Vlaamse Mediasector?\n- Wat zijn de verwachtingen van de huidige mediabedrijven op het vlak van de mediaprofessionals van de toekomst? Welke skillsets moeten Vlaamse kennisinstellingen aanleren aan studenten om tegemoet te komen aan deze noden en wensen van mediabedrijven in Vlaanderen?\n- Wat is de impact van dit project op het Vlaamse media-ecosysteem?\n\nMethodiek/werkplan\n\nOm de noden en uitdagingen van de Vlaamse sector in kaart te brengen zullen we kwantitatieve (online bevragingen) combineren met kwalitatieve methodieken (diepte-interviews). Deze zullen jaarlijks herhaald worden zodat er ook vergelijkende evoluties inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Daarbij brengen we ook de verwachtingen omtrent de benodigde skills van de toekomstige mediaprofessionals die we jaarlijks vertalen naar een rapport voor alle relevante opleidingen in Vlaanderen met als doel de curricula optimaal af te stemmen op deze noden. Tenslotte zullen we ook een methodiek ontwikkelen om een doorgedreven impactmeting te doen op het einde van elke projectjaar. Deze methodiek zal gebaseerd zijn op de impactmeting die binnen het project STADIEM (VRT) ontwikkeld werd.","summary":"Creëren van waardeketen voor Vlaamse mediastart-ups: groeipad, digitalisering, kennisoverdracht, testmogelijkheden, coaching en groeikapitaal. Onderzoek naar sectoruitdagingen en toekomstige skillsets. Gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve methoden voor impactmeting.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003569","result_description":"Hier is de herschreven tekst:\n\nKwantitatieve bevraging; kwalitatieve bevraging; samenvattende, jaarlijkse rapporten op basis van deze bevragingen gericht op de sector en op kennisinstellingen. Impactmeting en jaarlijkse rapporten worden opgesteld. Jaarlijks worden er 2 inhoudelijke kennissessies gehouden waarop de inzichten worden gedeeld.\n\nOnline en offline kennisdeling, aanwezigheid en presentaties op events, kennissessies, matchmaking events en hackathons die in het consortium worden georganiseerd."},{"description":"Situering\n\nInzicht krijgen in de opkomende generatie (next gen) is belangrijk voor onder andere product-/businessontwikkeling, innovatie, strategische marketing en communicatie, talentwerving en -management. Deze jongeren zijn immers de klanten, stakeholders, werknemers en ondernemers van morgen. Tegelijk is het niet eenvoudig voor organisaties om deze doelgroep te bereiken en te betrekken om tot bruikbare inzichten en uiteindelijke toepassingen, diensten en campagnes op maat te komen. Als jongeren worden betrokken, is dat vaak als informant, terwijl leden van deze generatie typisch zelf interesse hebben om deze oplossingen mede vorm te geven. Campus Lab speelt in op deze behoeften.\n\nDoelstelling\n\nCampus Lab zal vanuit een living lab-aanpak actoren uit ondernemingen, overheden, onderwijs en onderzoek en next gen samenbrengen met als doel innovatie, ontwikkeling en implementatie van nieuwe digitale toepassingen, diensten en campagnes te bevorderen. We maken gebruik van vernieuwende kwalitatieve en kwantitatieve methoden voor gebruikers- en businessonderzoek om gezamenlijk mogelijke oplossingen te bedenken, prototypen te creëren en te testen. Deze methoden worden geëvalueerd op hun bruikbaarheid en meerwaarde voor het werkveld, bijvoorbeeld wat betreft efficiëntie en toegankelijkheid. Het doel is dat alle betrokken actoren inhoudelijke en methodologische inzichten verwerven over de next gen en hoe hen te betrekken, welke we ook delen met het brede werkveld. Dit project draagt ook bij aan de opbouw van kennis over proeftuinmethodieken.","summary":"Campus Lab brengt ondernemingen, overheden, onderwijs en onderzoek samen met de next gen voor innovatie van digitale toepassingen. We gebruiken kwalitatieve en kwantitatieve methoden om oplossingen te bedenken, prototypen te testen en inzichten te delen met het werkveld.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003570","result_description":"Hier is de herschreven tekst met correcties en opgesplitst in paragrafen:\n\nIn samenwerking met het werkveld, onderzoekers, jongeren en lokale overheid zijn 4 pilots beschreven in infographics.\n\nEen toolkit voor cocreatie en impact assessment in het kader van participatief design is ontwikkeld.\n\nEen valorisatieplan met een roadmap voor de verduurzaming van het laboratorium is opgesteld.\n\nDe resultaten zullen worden verspreid via:\n\n- Een projectwebsite met tussenresultaten en eindresultaten.\n- Communicatie en netwerken met (potentiële) labpartners en vrienden.\n- Methodologische workshops (4 stuks) en inhoudelijke presentaties (6 stuks).\n\nDaarnaast zullen sectororganisaties en de pers op de hoogte worden gebracht."},{"description":"Situering:\n\nWanneer het gaat over stadsontwikkeling en publieksparticipatie, merken we onder meer volgende problemen:\n\nDe meeste spontane feedback (vaak kritiek) van burgers komt er pas in een heel laat stadium, wanneer het project al in een verregaande of zelfs finale fase zit (wanneer de verbouwingen bijna zijn afgerond, wanneer de finale plannen zijn goedgekeurd...). Denk bijvoorbeeld aan de recente kritiek op Het Steen in Antwerpen en het Grafensteen in Gent.\n\nVeel projecten gaan weliswaar trachten om ook in een beginfase de mening van burgers te verzamelen. Ze maken hierbij gebruik van een mix aan participatiemethoden (“participatiepizza”). Sommige van de gebruikte methodieken, zoals digitale surveys, zijn vaak zeer tekstueel en niet echt creatief. Hierdoor kan participatie worden ontmoedigd, zeker van bepaalde groepen, zoals anderstaligen en jongeren.\n\nAugmented Reality (AR) is een nieuwe technologie die hierop kan inspelen.\n\nHet kan zorgen voor een betere visualisatie van plannen, zonder dat de omgeving uit het oog verloren wordt (AR vs. VR: betere contextualisatie, integratie met omgeving).\n\nHet kan zorgen voor een sterke mate van immersiviteit en zo zorgen voor een sterker gevoel van betrokkenheid.\n\nAR kan ingezet worden voor verschillende mate/intensiviteit van participatie (cfr. Participatieladder):\n\nLage intensiviteit van participatie (passief): in AR een project voorvertonen op de locatie en feedback vragen.\n\nHoge intensiviteit van participatie (meer actief): via AR op de locatie aan co-design doen (e.g. via een AR editor elementen als bomen, zitbanken... toevoegen aan de realiteit). Dit kan met name interessant zijn voor bepaalde groepen, zoals jongeren en anderstaligen, die misschien andere communicatiemanieren verkiezen.\n\nUit eerder onderzoek naar AR (i.e. Tetra project ACI) blijkt dat de technologie nog niet wijdverspreid wordt gebruikt in Vlaanderen. Uit dat onderzoek is ook gebleken dat het gebruik van (immersieve) AR bij verbouwingsprojecten enorm wordt gewaardeerd door de klant-eindgebruiker. Ook internationaal onderzoek (bijv. Door Saßmannshausen et al.) ziet opportuniteiten om AR in te zetten bij burgerparticipatie en stadsontwikkeling. Toch vinden we maar weinig cases en tools waarbij AR effectief wordt ingezet bij stadsontwikkeling en de werkwijze vervolgens wordt geëvalueerd.\n\nDoelstelling:\n\nDe doelstelling van dit PWO is voornamelijk exploratief:\n\nTechnologieverkenning: welke tools voor participatie en/of stadsontwikkeling maken er al gebruik van AR? Hoe worden die tools ervaren?\n\nKennisvergaring: wat zegt voorgaand onderzoek over het gebruik van AR (of breder XR) voor participatie en stadsontwikkeling? Waar liggen opportuniteiten en wat zijn mogelijke drempels? Wordt er dieper ingegaan op topics zoals, bijvoorbeeld, (i) inclusie, (ii) smart city/data of (iii) storytelling/gamification? Context: hoe zit het proces van publieksparticipatie bij stadsontwikkeling juist in elkaar, en welke methodes/technologieën worden er veelal gebruikt?\n\nVeldverkenning: wat zijn de relevante doelgroepen om te betrekken bij een onderzoeksproject naar AR voor stadsontwikkeling (in Vlaanderen)? Hebben zijn interesse in en/of bemerkingen bij het inzetten van AR? Mogelijke doelgroepen zijn: organisaties en platformen m.b.t. publieksparticipatie (waarvan sommigen specifiek focussen op jongeren of anderstaligen), stadsontwikkelaars en architecten, projectontwikkelaars, overheden en technologieontwikkelaars.\n\n(Indien de gelegenheid zich aandient – i.e. tool voorhanden en relevante case – kan kleinschalig ook een gebruikerstestings worden georganiseerd)\n\nUit deze exploratie moet minstens één extern projectvoorstel voortkomen, als ook een beknopt rapport met one pager.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen:\n\nHoe kan Augmented Reality worden ingezet als participatietool bij stadsontwikkeling?\n\nWelke opportuniteiten zijn er?\n\nWat zijn de uitdagingen?\n\nMethodiek/werkplan:\n\nTechnologieverkenning: desk research en, indien tools vrij beschikbaar, testing door onderzoekers (eventueel testing door eindgebruikers).\n\nKennisvergaring: desk research\n\nVeldverkenning: focusgroepen en diepteinterviews met relevante doelgroepen.","summary":"Verbeter de burgerparticipatie en stadsontwikkeling met immersieve Augmented Reality-technologie. Visualiseer projecten in de echte omgeving en betrek diverse groepen actief via AR-co-creatie. Verken tools, onderzoek kansen en uitdagingen, en ontwikkel externe projectvoorstellen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003571","result_description":"Concrete deliverables:\n\n1) Deliverables:\n- Beknopt rapport\n- One-pager (met eventueel bijhorende pitch presentatie)\n- 1 externe projectaanvraag \n\n2) Disseminatie:\n- Verspreiding one-pager naar relevante doelgroepen\n- Verspreiding one-pager/pitch presentatie naar of op relevante evenementen of initiatieven."},{"description":"Situering\n\nKMO’s kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de “Sustainable Development Goals” van de Verenigde Naties. Dit impliceert dat KMO’s zich dienen te (her)oriënteren naar deze doelen vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Nieuwe, duurzame businessmodellen en een geïntegreerde SDG-benadering zijn essentieel. Vanuit de praktijk is er nood aan kennis en gebruiksvriendelijke instrumenten om dit implementatieproces te ondersteunen. Hiermee dragen we tevens bij aan de state-of-the-art kennisontwikkeling inzake duurzame businessmodelontwikkeling, integrerende SDG-implementatie en instrumentontwikkeling voor (lokale) KMO’s.\n\nDoelstelling\n\nDoelstelling is om lokale KMO’s, in de regio Mechelen, te ondersteunen bij het samen leren over en implementeren van de SDG’s vanuit een strategisch-maatschappelijk perspectief, door het ontwikkelen van een instrument. Gezien het maatschappelijke-strategisch perspectief besteden we bijzondere aandacht aan duurzame businessmodellen en de integratie van de SDG’s.","summary":"Help lokale KMO's in Mechelen met implementatie van SDG's door strategische instrumentontwikkeling. Stimuleer duurzame businessmodellen en SDG-integratie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003572","result_description":"Implementatietool die ondernemingen ondersteunt bij het in kaart brengen en implementeren van SDG’s.\n\nWorkshoppenreeks binnen VOKA waarbinnen de tool succesvol is toegepast."},{"description":"Situering\n\nWie inzicht wil krijgen in hoe mensen een situatie ervaren en beleven, kan niet om verhalen heen. Toch laten zowel onderzoekers als organisaties zich vaak leiden door data in de vorm van cijfers en andere ‘rationele informatie’. Bij gebruikersonderzoek bijvoorbeeld wordt graag en gretig gewerkt met vragenlijsten en enquêtes. De resultaten daarvan worden immers als ‘betrouwbaar’ beschouwd, terwijl persoonlijke verhalen al snel worden weggezet als subjectief en moeilijk te analyseren of te duiden.\n\nNochtans kunnen onderzoekers en dus ook de organisaties en bedrijven voor wie ze onderzoek doen via persoonlijke verhalen rijke en diepe inzichten verwerven in gebruikers en zo beter verbinding maken met die gebruikers. Het naar boven brengen van verhalen en ze inzetten als data in onderzoek kan zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek verrijken en verdiepen.\n\nHet naar boven brengen en analyseren van (persoonlijke) verhalen – ook omschreven als narratief onderzoek – is al succesvol gebleken binnen de sector van zorg en welzijn (Scheringa & Visser, 2022). Ook steeds meer organisaties maken gebruik van storytelling (in het bijzonder ‘storylistening’) om te weten wat er binnen hun organisatie speelt en bij het begeleiden van digitale en andere transities en teamcoaching.\n\nDoelstelling\n\nDoel van dit project is om kennis te verwerven over hoe verhalen en storytelling ingezet kunnen worden door organisaties en onderzoekers (bijvoorbeeld marktonderzoeksbureaus) om betere inzichten te verwerven in gebruikers en om data te verrijken.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\n1. Hoe breng je verhalen bij respondenten naar boven en welke waardevolle inzichten kan dat opleveren?\n2. Welke bestaande en innovatieve methodieken zijn er om verhalen naar boven te brengen?\n3. Hoe kunnen de gevonden verhalen op een valide manier worden geanalyseerd?\n4. Hoe rapporteer je de resultaten?\n\nMethodiek/werkplan\n\nAan de hand van een case (onderzoeksproject) wordt de meerwaarde van storytelling in verschillende fases onderzocht:\n- Wanneer is iets een verhaal? Kenmerken van een verhaal bepalen.\n- Hoe brengen we als onderzoekers die verhalen naar boven? (interviewtechnieken in diepte-interviews en focusgesprekken)\n- Hoe analyseren en duiden we de gevonden verhalen op een objectieve manier?\n- Hoe zetten we die verhalen in voor de disseminatie van het onderzoek?","summary":"Gebruik storytelling om diepe inzichten van gebruikers te verkrijgen en verbinding te maken. Onderzoek via persoonlijke verhalen verrijkt en verdiept zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek. Verhalen brengen waardevolle data voor organisaties en onderzoekers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003573","result_description":"Concrete deliverables\n\nGids/publicatie: ‘Hoe verhalen je gebruikersonderzoek kunnen verrijken’\n\nWorkshop\n\nVerslag van de casestudies\n\nDisseminatie via website"},{"description":"Het doel van onze studie is om te onderzoeken hoe genetisch verschillende stammen verschillen in prestatie, specifieke levensgeschiedeniskenmerken en samenstelling.","summary":"Onderzoek naar genetische variatie en prestatieverschillen bij stammen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003574","result_description":"Deliverables/mijlpalen:\n\nM1: Verzameling van verschillende BSF-stammen\n\nM2: Succesvolle instandhouding van 4 genetisch verschillende BSF-kolonies en genotypering daarvan\n\nM3: Opstellen van protocollen voor het parallel kweken van verschillende BSF-stammen\n\nM4: Opstellen van protocollen om de levensstadia van de zwarte soldaatvlieg op elkaar af te stemmen\n\nM5: Bepalen van licht- en vochtigheidseisen voor de BSF-stammen\n\nD1: Fylogenetische kartering van BSF-stammen\n\nM6: Opzetten van een succesvolle kweekproef met kunstmatige substraten\n\nM7: 3 substraten selecteren met een hoge variatie in nutritionele samenstelling die nog steeds larvale groei toelaten voor taak 3\n\nM6: Kweekcycli zijn voltooid\n\nD2: Paper over de invloed van genotype en voedselsamenstelling op larvale prestaties en omzettingsefficiëntie"},{"description":"One of the main industrial challenges that the GREENERING project will target is the adoption of sustainable technologies and the scaling up of processes from an approach mainly focused on performance towards a global comprehensive approach of the production process.\n\nTo achieve this, the GREENERING consortium will gather experts from academia, industry, and technology transfer institutions, including social sciences and humanities. The goal is to:\n\ni) create a network with common interests;\n\nii) establish working groups to influence decision makers and stakeholders in adopting sustainable processes;\n\niii) form competitive consortiums able to apply to H2020 competitive calls; and\n\niv) increase the entrepreneurial mindset of researchers, particularly young researchers who, with their youth and wilful energy, will be able to transpose technology into products.","summary":"The GREENERING project aims to shift industrial focus to sustainable technologies and global production processes. Experts from academia, industry, and technology transfer will collaborate to create networks, influence stakeholders, form competitive consortiums, and foster an entrepreneurial mindset among researchers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003575","result_description":"The objective of this COST Action is to promote and boost the industrial application of green chemistry and sustainable technologies. The aim is to develop tools for the scale-up and implementation of emerging processes into industry, bridging the gap between academia and industry.\n\nThis goal can only be successfully achieved through the connection of working groups in emergent areas such as:\n\ni) Best use of raw materials;\nii) Use of clean solvents;\niii) Efficient use of energy;\niv) Production of minimal amount of waste."},{"description":"Situering\n\nHans Memling, één van de topmeesters binnen de Vlaamse primitieven, werkte zo’n 5 eeuwen geleden vanuit Brugge aan zijn invloedrijke oeuvre. Om dat werk vandaag diepgaand te onderzoeken - en tastbaarder dan ooit te maken voor het publiek - worden door en samen met Musea Brugge verschillende projecten gelanceerd om de verborgen geheimen van de intrigerende meester en zijn werk te doorgronden (Toerisme Vlaanderen, 2023).\n\nDoelstelling\n\nStad Brugge, in samenwerking met verschillende partners, waaronder de Thomas More Hogeschool, ontsluit de werken van Hans Memling in het Sint-Janshospitaal, in de stad, en thuis. De werken van Hans Memling worden met een multimediale en immersieve beleving in de indrukwekkende zolder van het middeleeuwse hospitaal tot leven gebracht. Er wordt een wandelparcours ontwikkeld met stopplekken verbonden aan het leven van Hans Memling. Een nieuw online platform laat geïnteresseerden toe om de kunstwerken via hoogkwalitatieve beelden te bestuderen (Toerisme Vlaanderen, 2022).\n\nDeze initiatieven zijn gericht op verschillende doelgroepen, waaronder gezinnen met kinderen, en internationale bezoekers.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nOp welke manier kunnen we het oeuvre en meesterschap van Hans Memling beleefbaar en tastbaar maken voor de geïdentificeerde doelgroepen?\n\n• Middels een multimediale en immersieve beleving in de zolder van het Sint-Janshospitaal?\n\n• Middels een wandelparcours doorheen de stad?\n\n• Middels een online platform?\n\nMethodiek/werkplan\n\n1. Voorbereiding\n\n2. Concept uitwerken\n\n3. Gebruikerstesten\n\n4. Pre-productie\n\n5. Productie\n\n6. Communicatie & marketing\n\n7. Evaluatie project\n\n8. Kennisdeling","summary":"Ontdek de verborgen geheimen van Hans Memling met een multimediale ervaring in het Sint-Janshospitaal en online platform, gericht op gezinnen en internationale bezoekers. Maak zijn meesterwerken tastbaar voor het publiek.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003576","result_description":"Een multimediale en immersieve totaalbeleving in de zolder van het Sint-Janshospitaal.\n\nEen wandelparcours doorheen de stad.\n\nEen online platform met de werken van Hans Memling.\n\nDe projectresultaten worden gedeeld via een marketingcampagne, opgezet door Musea en Stad Brugge, die inspeelt op de opening van de zolder, de lancering van de stadswandeling, en de lancering van de website."},{"description":"Biomaterialen DSP: \nOnderzoek wordt verricht naar methoden om de microalgen en insecten te verwerken en biomaterialen te extraheren (bijvoorbeeld solventextracties). Daarnaast worden methoden onderzocht voor het bepalen van de samenstelling van de insecten en microalgen, en van de substraten en groeimedia (zowel major als minor component analyses). Verder worden methoden ontwikkeld om de kwaliteit (bijvoorbeeld vrije vetzuren of lipid oxidation) en samenstelling van de biomaterialen (zoals aminozuursamenstelling) chemisch te evalueren. Ook worden techno-functionele analyses uitgevoerd die de fysische eigenschappen van materialen evalueren, zoals de wateropnamecapaciteit van eiwitten. Tot slot worden methoden ontwikkeld om geselecteerde componenten te identificeren, te kwantificeren en te isoleren (bijvoorbeeld phycoerythrine uit microalgen). Afhankelijk van het doel worden deze technieken op laboschaal en/of op pilootschaal uitgewerkt, en wordt onderzocht waar de gegenereerde kennis kan worden toegepast in voeding en technische toepassingen.\n\nModeleren DSP: \nBinnen de groep modeleren wordt onderzocht of de kweekprocessen in kaart kunnen worden gebracht en gemodelleerd kunnen worden, zodat efficiënter, duurzamer en beter gekweekt kan worden.\n\nProcestechnologie DSP: \nTot slot beschikt de DSP-groep over ruime ervaring met betrekking tot destillatie en extracties op pilootschaal. De interesse vanuit de bedrijfswereld is hier groot. Met het oog op toekomstige dienstverleningsactiviteiten dienen daarom ook op dit vlak interne middelen te worden voorzien.","summary":"Onderzoek naar biomaterialen en modeleren voor efficiëntere en duurzamere kweekprocessen. Procestechnologie focus op destillatie en extracties voor bedrijfswereld.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003577","result_description":"Biomaterialen:\n\nProcedure om insecten te fractioneren op kg-schaal (2021).\nMogelijkheden rond solventextracties en persen van vetten evalueren (2021).\nOntwikkelen van assays voor het meten van ondermeer: lipide oxidatie, peroxide getal, joodgetal, verzepingsgetal (2021).\nProcedure op HPLC voor opstellen van aminozuurprofielen (2021).\nOp punt stellen van een standaard raffinage procedure om vetten op te zuiveren en invloed van de kweekomstandigheden en raffinage op de vetkwantiteit en kwaliteit (2021-2023).\n\nLiteratuurstudie en ontwikkelen van assays om techno-functionele eigenschappen van insecten – en microalgen eiwitten te bepalen, zoals bulk-densiteit, pH, schuimtest, emulsificatietest, water/olie bindingsactiviteit (2022).\nStandardiseren van de analyses van insecten, substraten en restfracties (voorbehandelingsmethoden, homogeen sampling, bewaarcondities, …) (2021-2023).\nOp punt stellen analysemethoden van minor compounds in vetten van insecten (2023).\n\nMicroalgen: optimalisatie rond staalname en staalvoorbereiding voor analyse (ontzouten, celdisruptie en bewaarcondities) (2022).\nOptimalisatie van analysemethoden voor afvalwaters waarop microalgen gekweekt worden (okt 2021).\nOptimalisatie van analysemethodes van nutritionele waarden op huidige en nieuwe algensoorten en op punt stellen van analysemethodes van minor compounds in algen (aminozuren, vetzuren, pigmenten,..) (2021-2023).\n\nModelleren:\n\nInsecten: data-analyse van de parameters die uitkruipgedrag en groei van de zwarte soldatenvlieg beïnvloeden en ontwikkeling van een model met voorspellende waarde (2022-2023).\nMicroalgen: expertise zal verleend worden voor de analyse van de data die gegenereerd worden binnen het microalgenteam. Zo zal onderzocht worden welke parameters en combinatie ervan belangrijk zijn voor een optimaal groeivermogen en chemische samenstelling van microalgen te krijgen wanneer die op diverse afvalwateren worden gekweekt (2022-2023).\n\nEvaluatie van modelen voor PBPK-data voor nanopartikels."},{"description":"Onder invloed van de stijgende bevolkingsgroei en klimaatverandering staat Vlaanderen voor grote maatschappelijke uitdagingen. Deze omvatten een nakende schaarste aan grondstoffen en een toenemende druk op ecosystemen en economische ontwikkeling.\n\nOm deze uitdagingen aan te pakken, heeft Vlaanderen gekozen voor de ontwikkeling van een duurzame bio-economie. Hierbij staat enerzijds de productie van hernieuwbare biologische hulpbronnen en anderzijds een optimaal gebruik van deze hulpbronnen en hun reststromen centraal.\n\nDe productie van microalgen biomassa wint aan populariteit in deze context. Het kan worden verwerkt tot hoogwaardige producten voor voedsel, cosmetica, diervoeder en bio-energiewinning. Echter, de productie van algen is sterk afhankelijk van grote hoeveelheden water en voedingsstoffen, wat hoge productiekosten met zich meebrengt.\n\nOm de economische levensvatbaarheid van deze veelbelovende technologie te verbeteren, kunnen rest- en afvalstromen worden ingezet om water en voedingsstoffen te recyclen voor de productie van microalgen biomassa. Deze aanpak biedt ook een kosten-efficiënt en duurzaam systeem voor afvalwaterbehandeling, waardoor zowel de energiekosten als de ecologische voetafdruk van traditionele afvalwaterzuivering kunnen worden verlaagd.\n\nHet is essentieel om de inzetbaarheid van deze technologie op industriële schaal te vergemakkelijken door meer inzicht te verkrijgen in 1) het vertalen van onderzoek op laboratoriumschaal naar pilootschaal, en 2) hoe dit productieproces de chemische samenstelling van afvalwater en microalgen biomassa beïnvloedt voor diverse downstream toepassingen.","summary":"Vlaanderen bevordert duurzame bio-economie met focus op microalg biomassa voor diverse toepassingen. Hergebruik van rest- en afvalstromen verhoogt rendabiliteit en biedt duurzame afvalwaterbehandeling. Belangrijk voor industriële schaal: vertalen van laboratorium- naar pilootschaal en chemische samenstelling voor downstream toepassingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003578","result_description":"1. Karakterisering van de fysicochemische eigenschappen en samenstelling van diverse afvalwateren (deadline: 30 aug. 2021-22)\n\n2. Evaluatie van het groeivermogen van commercieel beschikbare microalg-soorten in diverse afvalwateren op labo-schaal (deadline: 30 aug. 2022-23)\n\n3. Ontwikkelde methode voor de productie van microalg biomassa in diverse afvalwateren op pilootschaal, inclusief een onderlinge vergelijking in prestatievermogen tussen economisch-inzetbare kweekinstallaties (deadline: 30 aug. 2023)\n\n4. Gedetailleerd overzicht van het bioremediatie-vermogen van commerciële microalgen en de karakterisering van de chemische samenstelling van microalgen gegroeid op afvalwater ter evaluatie voor diverse downstream toepassingen (deadline: 30 aug. 2022-23)"},{"description":"Situering\n\nAls een technologie die menselijke taal als uitgangspunt neemt voor het creëren van en interageren met inhoud, houdt generatieve AI de belofte in om niet alleen de creativiteit te democratiseren, maar ook veel dagelijkse activiteiten inclusiever te maken. Om bedrijven, burgers en het maatschappelijk middenveld echter in staat te stellen met deze technologische evolutie om te gaan en ervan te profiteren, moeten we het bewustzijn over de huidige en toekomstige toepassingen van generatieve AI vergroten en AI-geletterdheid bevorderen.\n\nOp Europees niveau wordt het belang van een goed begrip van AI onderschreven. Burgers leren omgaan met AI is een schakel in het Digital Education Action Plan, vanuit de prioriteit om digitale vaardigheden en competenties te promoten. De EU zet in op AI die gebaseerd is op excellentie én vertrouwen – via tal van subsidietrajecten - waarbij het ontwikkelen van digitale vaardigheden een belangrijk pad vormen naar vertrouwen, naast het mensgecentreerd opzetten van AI systemen met een positieve impact op de samenleving. De snelheid waarmee ontwikkelingen plaatsvinden, zorgt ervoor dat mensen worstelen met de implicaties van de technologie voor hun dagelijks leven, nu en in de toekomst.\n\nDoelstelling\n\nHet project wordt uitgevoerd vanuit de vaststelling dat generatieve AI een transformatieve impact heeft op diverse sectoren en levensdomeinen. Het Expertisecentrum Duurzaam Ondernemen en Digitale Innovatie benadert dit vanuit haar kenmerkende interdisciplinaire aanpak, waarbij de mens (gebruiker, medewerker, burger), business (implementatie, ROI, businessplan), technologie (XR, generatieve AI, etc.) en data (kwalitatief en/of kwantitatief) centraal staan. Het project wordt gefinancierd met interne middelen en is uitgewerkt als een (1) inventarisatie en een disseminatieproject rond de uitdagingen en opportuniteiten van generatieve AI voor (onderdelen van) de expertisecentra. \n\n(2) Daarnaast richten we ons op een specifieke toepassingscase om een toolkit te ontwikkelen. Deze toolkit is bedoeld om onze expertise op een tastbare manier te demonstreren, te evalueren en te dissemineren. Om dit te realiseren wordt er een samenwerking aangegaan met de drie andere expertisecentra van unit i, waarbij de focus ligt op het verkennen van opportuniteiten en uitdagingen in generatieve AI. Het project heeft een looptijd van één jaar, met een beschikbaarheid van 1.1 VTE.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\n• Welke kansen en risico’s brengt de toepassing van genAI voor ons welzijn, hoe we leren, hoe we onze vrije tijd besteden, hoe we diensten en producten (co-)creëren?  \n• Welke digitale competenties zijn nodig om die kansen ten volle te benutten?  \n• Hoe ondersteun je die competenties om een doeltreffend en ethisch gebruik van generatieve AI te verzekeren?","summary":"Generatieve AI democratiseert creativiteit en maakt dagelijkse activiteiten inclusiever. Bewustzijn vergroten en AI-geletterdheid bevorderen is essentieel. Het project onderzoekt kansen en risico's van genAI voor welzijn, leren en productontwikkeling.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003579","result_description":null},{"description":"Thomas More wil de wereldwijde evolutie in Vlaanderen mee vorm geven. Ze streven ernaar een onderzoekspunt en een leeromgeving te worden waar kennis en expertise op het gebied van indoor farming wordt beoefend en gedeeld in open innovatie met alle partijen. Dit omvat zowel de teeltsector, de voedingsindustrie als de technisch/energetische sector. Via onderzoek en demonstratie, samen met verschillende spelers, is het doel een hefboom te creëren naar nieuwe businessmodellen in Vlaanderen en daarbuiten.\n\nMet het onderzoeksproject 'gesloten teelt' zal KCE de eerste stappen zetten in deze nieuwe onderzoekslijn. Naast het verwerven van inzichten uit buitenlands onderzoek, zal een kleine plantgroei module worden ontwikkeld. Deze module is bedoeld om op kleine schaal een aantal tests uit te voeren en inzichten te verkrijgen op het gebied van klimaatregeling, belichting, CO2-dosering, enz.","summary":"Thomas More wil een toonaangevend onderzoekspunt en leeromgeving worden voor indoor farming. Samen met diverse partners streven ze naar innovatie en nieuwe businessmodellen, zowel lokaal als internationaal. Het project 'gesloten teelt' van KCE zet de eerste stappen in deze richting met de ontwikkeling van een plantgroei module voor testen en inzichten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003580","result_description":"- Verwerven van nieuwe inzichten op het gebied van gesloten teelt en alle aspecten die hierbij komen kijken, zoals klimaatregeling, belichting en plantfysiologie.\n\n- Ontwikkeling van een kleine plantgroeimodule voor kleinschalige testen."},{"description":"Thomas More wil gedurende de looptijd van het project nieuwe en innovatieve technieken op de voet opvolgen, maar ook verder onderzoek doen naar de haalbaarheid ervan voor de glastuinbouwsector.\n\nEen aantal van deze technieken zijn: \n- CO2 opslag: welke technieken van opslag kunnen in de praktijk toegepast worden om zo CO2 uit WKK installaties op een efficiëntere manier in te zetten? \n- Toepassing van Artificiële Intelligentie \n- Laagwaardige warmte toepassingen \n- Onderzoek naar manieren om kennis over efficiënte belichtingstechnieken op de juiste manier in de praktijk te brengen\n\nDaarnaast wil Thomas More problemen die zich stellen voor de sector (geen individuele problemen, maar wel op sectorniveau) in kaart brengen en analyseren. \n\nEen voorbeeld hiervan: \n- Heel wat bedrijven melden problemen met de kwaliteit van hun rookgassen. Wat kan hier de oorzaak van zijn en heeft de overgang naar ander gas-type hier iets mee te maken?","summary":"Thomas More onderzoekt innovatieve technieken voor glastuinbouw, zoals CO2-opslag, AI, warmtetoepassingen en efficiënte belichting. Ook analyseert het sectorproblemen, zoals kwaliteit rookgassen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003581","result_description":"Thomas More wil gedurende de looptijd van het project nieuwe en innovatieve technieken op de voet opvolgen, maar ook verder onderzoeken naar de haalbaarheid ervan voor de glastuinbouwsector.\n\nEen aantal van deze technieken zijn:\n- CO2 opslag\n- toepassing van Artificiële Intelligentie\n- laagwaardige warmte toepassingen\n...\n\nDaarnaast wil Thomas More problemen die zich stellen voor de sector (geen individuele problemen, maar wel op sectorniveau) in kaart brengen en analyseren.\n\nEen voorbeeld hiervan:\nHeel wat bedrijven melden problemen met de kwaliteit van hun rookgassen. Wat kan hier de oorzaak van zijn en heeft de overgang naar ander gas-type hier iets mee te maken?"},{"description":"Het potentieel van alternatieve technieken voor de teelt van gewassen wordt onderzocht. Door een aantal proeven uit te voeren in gecontroleerde klimaatkamers, kunnen een aantal aspecten en mogelijkheden zeer gedetailleerd en gericht onderzocht worden.\n\nAspecten die o.a. aan bod kunnen komen:\n- Anders omgaan met belichting. Daar waar standaard belichting wordt toegepast om overdag bij te lichten of om aan dagverlenging te doen, kan men ook opteren om periodiek te belichten. Dit laat de teler toe om slimmer in te spelen op bv veranderende energiemarkten. Een dergelijke manier van telen is echter op dit moment onbekend, en moet dus in gecontroleerde omstandigheden dieper onderzocht worden.\n\n- Aanvullend aan periodiek belichten, zal onderzocht worden hoe inzichten rond DLI, aangevuld met bv sensordata, keuzes wat betreft belichting verder kan versterken.","summary":"Onderzoek naar alternatieve technieken voor gewasteelt in gecontroleerde klimaatkamers, zoals periodiek belichten en DLI-inzichten met sensordata, om slim in te spelen op energiemarkten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003582","result_description":"Optimaliseren van het gebruik van klimaatkamers.\n\nHet potentieel, de mogelijkheden en de beperkingen van onder andere alternatieve belichtingstechnieken in klimaatkamers."},{"description":"Het toepassen van effectieve leerstrategieën is essentieel voor zelfregulerend leren en voor toekomstig leren en schoolsucces.\n\nHet kan echter een behoorlijke uitdaging zijn om te weten welke leerstrategieën het leren vergemakkelijken, te begrijpen wanneer, hoe en waarom je ze moet gebruiken, en dit tijdens zelfstudie te kunnen doen.\n\nDit benadrukt de noodzaak van leerstrategie-instructie en daarmee de rol van de instructeur, zowel bij het leren van studenten wanneer, hoe en waarom ze welke strategieën moeten toepassen, als bij het begeleiden van hun praktijk bij het gebruik ervan.\n\nDit onderzoek richt zich op de impact van (1) een professionele ontwikkelingscursus op het instructiegedrag van docenten en (2) ingebedde expliciete leerstrategie-instructie op het studiegedrag van studenten.","summary":"Effectieve leerstrategieën zijn cruciaal voor zelfregulerend leren en schools succes. Docenten spelen een essentiële rol bij het leren van studenten en het implementeren van leerstrategieën.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003583","result_description":null},{"description":"Om betekenisvol leren positief te beïnvloeden, moet multimedia worden ontworpen in overeenstemming met de manier waarop mensen informatie verwerken. Hoewel instructievideo’s steeds vaker worden gebruikt in het hoger onderwijs, staat het onderzoek naar het effect ervan op het leren nog in de kinderschoenen.\n\nBovendien vertaalt de toepassing van multimediaprincipes in de context van statische multimedia zich niet noodzakelijkerwijs zomaar naar toepassing in instructievideo's. Het effect van individuele multimediaprincipes bij video-ontwerp wordt vaak inconsistent bevonden. \n\nIn vier experimentele onderzoeken wordt onderzocht hoe een combinatie van multimediaprincipes bij het ontwerpen van instructievideo's de cognitieve capaciteiten van leerlingen optimaal kan benutten en betekenisvol leren op de lange termijn kan bevorderen.","summary":"Optimaliseer multimedia-ontwerp voor beter leren. Onderzoek effect van multimediaprincipes in instructievideo's op lange termijn leren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003584","result_description":null},{"description":"Om betekenisvol leren positief te beïnvloeden, moet multimedia worden ontworpen in overeenstemming met de manier waarop mensen informatie verwerken. Hoewel instructievideo’s steeds vaker worden gebruikt in het hoger onderwijs, staat het onderzoek naar het effect ervan op het leren nog in de kinderschoenen.\n\nBovendien vertaalt de toepassing van multimediaprincipes in de context van statische multimedia zich niet noodzakelijkerwijs zomaar naar toepassing in instructievideo's. Het effect van individuele multimediaprincipes bij video-ontwerp wordt vaak inconsistent bevonden. \n\nIn vier experimentele onderzoeken wordt onderzocht hoe een combinatie van multimediaprincipes bij het ontwerpen van instructievideo's de cognitieve capaciteiten van leerlingen optimaal kan benutten en betekenisvol leren op de lange termijn kan bevorderen.","summary":"Ontwerp multimedia voor beter leren door multimediaprincipes te combineren in instructievideo's, voor optimale cognitieve capaciteiten en langdurig betekenisvol leren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003585","result_description":null},{"description":"In een voorgaand project werd al een grondige analyse gemaakt van potentiële technieken voor CO2-captatie in een glastuinbouwomgeving.\n\nIn dit vervolgproject zal verder onderzoek worden gedaan naar de meest geschikte techniek hiervoor, namelijk via membraanscheiding. Er zal ook een uitgebreide onderzoeksopstelling worden gebouwd, zodat concrete testen kunnen worden uitgevoerd.","summary":"Onderzoek naar CO2-captatie in glastuinbouw met focus op membraanscheidingstechniek. Uitgebreide testen in onderzoeksopstelling.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003586","result_description":"Onderzoek naar een economisch haalbare CO2-afvangst en -opzuivering voor toepassing in de serre.\n\nVoorstudie en economische analyse betreffende de praktische haalbaarheid van implementatie in de praktijk.\n\nUitbouw van een onderzoeksinstallatie waarmee verschillende aspecten rond de afvangst en opconcentratie van CO2 voor directe toepassing in de serre getest kunnen worden."},{"description":"Vandaag is er op diverse onderwijsniveaus hernieuwde aandacht voor kennisrijke curricula. Deze hernieuwde aandacht komt onder meer voort uit toegenomen bezorgdheid rond de onderwijskwaliteit in de Vlaamse scholen en uit het herwonnen inzicht dat kennis een belangrijke basis vormt voor verder leren.\n\nKennisverwerving is bovendien cumulatief: wie van thuis uit al (kennis)rijk start, wordt bovendien nog eens sneller rijk dan wie het van thuis uit met minder achtergrond- en woordenschatkennis moet stellen. Daarom dat kennisrijke curricula als een belangrijk instrument kunnen worden gezien om de onderwijskloof tussen kansrijke en minder kansrijke kinderen te dichten.\n\nMet dit project belichten we kennisrijke curricula vanuit verschillende hoeken: historisch, sociologisch, cognitief-psychologisch en praktisch. We vatten samen wat het beschikbare wetenschappelijk onderzoek over kennisrijke curricula zegt, belichten pro’s en contra’s van de implementatie van dit soort curricula en zetten mee de toon in het nationale en internationale debat.\n\nTot slot bekijken we op welke manier we onze inzichten behapbaar en toepasbaar kunnen vertalen voor de onderwijspraktijk.","summary":"Kennisrijke curricula zijn cruciaal voor gelijke onderwijskansen. Wij onderzoeken, samenvatten en bevorderen het debat over de impact en implementatie ervan op diverse onderwijsniveaus.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003587","result_description":"Internationale working paper “knowledge-rich curricula”\n\nEngelstalig wetenschappelijk artikel in het themanummer van het tijdschrift Learning and Individual Differences met als aanvaarde werktitel “The role of knowledge-rich curricula in reducing individual differences between learners”.\n\nNederlandstalig wetenschappelijk artikel met de resultaten van de systematische review.\n\nEén of meerdere praktijkgerichte valorisatieproducten worden nog bepaald, afhankelijk van de onderzoeksresultaten."},{"description":"De groeiende bevolking en verdichting van stedelijke gebieden vergroten de druk op openbare ruimtes. Ondanks inspanningen van lokale overheden voor mobiele toegankelijkheid en burgerparticipatie, blijft privatisering en gebrek aan collectief eigendom een probleem. Dit veroorzaakt sociale segregatie en verlies van culturele diversiteit. Een meer inclusieve (her)ontwikkeling is nodig om minderheidsgroepen te betrekken. Lokale overheden en ontwerpers hebben hierbij een rol. Het onderzoek richt zich op tastbare en niet-tastbare veranderingen om inclusie te bevorderen in deze herontwikkelingen.\n\nHet onderzoek beoogt met inclusief ontwerp veranderingen door te voeren in publieke ruimtes, zowel in fysieke vorm als in het gedrag van belanghebbenden. De focus ligt op culturele diversiteit en sociale cohesie. Hierin stellen we onszelf de onderzoekvragen: Hoe kunnen we culturele diversiteit in publieke ruimtes bevorderen voor een inclusieve samenleving en kunnen we ontwerpmethoden ontwikkelen die rekening houden met culturele diversiteit in publieke ruimtes?\n\nHiervoor voeren we volgende acties uit:\n\n- Stakeholdermapping: Onderzoek naar bestaande ontwerplandschappen rond inclusie.\n- Experimenten & interventies: Casestudies naar culturele diversiteit in ontwerpoplossingen en ruimtelijke interventies om inclusie te faciliteren.\n- Voorbereidend ontwerpend kader: Ontwikkeling van ontwerpmethoden en concrete tools voor inclusief ontwerp.\n- Prioriteitenmatrix en werkpaden: Identificatie van obstakels en kansen voor inclusie, met actiepunten en projectideeën voor financiering.","summary":"Onderzoek naar inclusief ontwerp voor culturele diversiteit in publieke ruimtes. Focus op sociale cohesie en participatie. Acties: stakeholdermapping, casestudies, ontwerpmethoden en prioriteitenmatrix voor inclusiebevordering.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003588","result_description":"Stakeholdermap van nationale en internationale actoren gelinkt aan een inclusieve publieke ruimte (+ netwerking met potentiële projectpartners).\n\nVoorbereidend ontwerpend kader met methodes en interventies rond het ontwerpen van ruimtes, diensten en systemen die culturele diversiteit includeren.\n\nPrioriteitenmatrix met een overzicht van obstakels en opportuniteiten naar culturele diversiteit in publieke ruimtes gekoppeld aan concrete actiepunten.\n\nWerkpaden voor het bevorderen culturele diversiteit in publieke ruimtes door middel van inclusief ontwerpen."},{"description":"Deze onderzoeksopdracht heeft tot doel de nodige analyses uit te voeren en technische input aan te leveren om de Vlaamse overheid toe te laten in een daaropvolgende fase verder adequate instrumenten te kunnen faciliteren (verbeteren, ontwikkelen) die leiden tot een gegarandeerd kwalitatieve rendementsberekening, normering en uitfasering van installaties op basis van objectieve criteria, een kosteneffectieve inregeling van bestaande verwarmingsinstallaties, een accurate berekening van de juiste dimensionering van een nieuwe energie-efficiënte installatie en daadkrachtige ondersteuning bij de keuze van een nieuwe duurzame verwarmingsinstallatie.\n\nDe ervaring met de huidige instrumenten voor keuring, onderhoud en de verwarmingsaudit van centrale stooktoestellen (zoals omschreven in het Stooktoestellenbesluit) dienen hierbij centraal te staan.","summary":"Verbetering van instrumenten voor rendementsberekening, normering en installatie-uitfasering. Efficiëntie en duurzaamheid van verwarmingsinstallaties optimaliseren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003589","result_description":"Technisch onderzoek naar de mogelijkheden om Vlaamse faciliterende instrumenten uit te werken inzake rendementsbepaling, inregeling, dimensionering en de duurzame vervanging van centrale stooktoestellen naar aanleiding van de keuring bij in gebruik name, het periodiek onderhoud en de verwarmingsaudit van centrale stooktoestellen.\n\nDeze onderzoeksopdracht heeft tot doel na te gaan hoe de bestaande Vlaamse instrumenten rond centrale stooktoestellen best gecoördineerd aangepast, toegepast en eventueel uitgebreid worden met het oog op het versnellen van de verduurzaming van de verwarming in gebouwen.\n\nWe focussen hierbij op vier acties die cruciaal zijn om de huidige centrale stooktoestellen te verduurzamen:\n\n1. Een juiste rendementsbepaling van de werking van het huidige stooktoestel en bij uitbreiding de hele installatie en de mogelijkheden tot normering en uitfasering van installaties op basis van energetisch rendement of andere criteria zoals bouwjaar, type toestel etc.. Deze geven een duidelijk zicht op de mogelijkheden voor verdere energiebesparingen voor het huidige toestel (zie actie 2) of de mogelijke verbeteringen bij vervanging van het toestel (zie actie 3 en 4).\n\n2. De verbetering van de werking van het hele verwarmingssysteem door een energie-efficiënte inregeling en eventuele andere ingrepen.\n\n3. Een accurate dimensionering van een nieuwe energie-efficiënte verwarmingsinstallatie bij vervanging van de huidige installatie, rekening houdend met de mogelijkheden van renovatie van het gebouw.\n\n4. Verdere ondersteuning van eigenaars van centrale stooktoestellen bij de keuze van een nieuwe duurzame verwarmingsinstallatie bij de vervanging van het huidige stooktoestel."},{"description":"Om de haalbaarheid van duurzame verwarmingsoplossingen bij renovatie te onderzoeken, wordt deze in eerste instantie in detail onderzocht voor een aantal type-cases. Focus ligt hierbij in de eerste plaats op de technische haalbaarheid. Aspecten die hierbij onderzocht worden, zijn onder andere vanaf wanneer een warmtepomp haalbaar is, welk type warmtepomp (soort, vermogens, ...) de beste keuze is, of bestaande afgiftesystemen voldoen en welke alternatieven mogelijk/noodzakelijk zijn, en welke minimale renovatiewerken moeten worden uitgevoerd, enz.\n\nAls startpunt wordt uitgegaan van verschillende types cases: type woning (rijwoning, ...), bouwjaar en isolatiegraden, huidige installatie, ...\n\nVanuit deze detailstudie zal in latere instantie worden bekeken hoe resultaten kunnen worden veralgemeend. Ook wordt onderzocht welke tools, naast bestaande tools zoals de 50-graden test, kunnen worden gebruikt om een vereenvoudigde analyse te doen.","summary":"Onderzoek naar duurzame verwarmingsoplossingen bij renovatie, gericht op technische haalbaarheid, met focus op warmtepompen en afgiftesystemen. Cases van verschillende woningtypes en isolatiegraden worden bestudeerd voor latere generalisatie en vereenvoudigde analyse.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003590","result_description":"Analyse van meerdere type-woningen naar de technische haalbaarheid van een renovatie van de verwarmingsinstallatie richting een meer duurzame oplossing. Volgende aspecten komen hierbij o.a. aan bod: verschillende startpunten (type woning, huidige installatie, isolatiegraad, ...).\n\nVerschillende types duurzame verwarmingssystemen en verschillende gradaties aan bijkomende werken worden onderzocht.\n\nOnderzoek naar vereenvoudigde methodieken om het potentieel van bijvoorbeeld een warmtepomp te analyseren."},{"description":"Om tot innovatieve zorg of smart health voor de samenleving te komen, wil de overheid enerzijds en het medisch/technologisch werkveld anderzijds te weten komen of, en hoe, Smart Technology of moderne elektronische componenten en ingebedde software kunnen worden aangewend om tot Smart Health devices te komen.\n\nMen verhoopt immers dat het toepassen van innovatieve health technologie mee kan zorgen voor het onder controle houden/brengen van de toenemende kost verbonden aan een verouderende bevolking en de daar aangekoppelde toenemende medische zorgen.\n\nIn overleg met het orthopedische en ophtalmologische werkveld en medische sector worden, op basis van de noden, twee cases weerhouden die mogelijks tot innovatie kunnen leiden, namelijk trochanter...","summary":"Ontdek hoe Smart Technology en moderne elektronica de zorginnovatie kunnen bevorderen en kosten van vergrijzing kunnen beperken. Samenwerking met medische experts leidt tot innovatieve Smart Health devices.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003591","result_description":"Tijdens de verkennende fase zal er onderzocht worden welke state-of-the-art toepasbare C.O.T.S. componenten en productietechnologie beschikbaar en/of toepasbaar zijn voor prototyping en de realisatie van (implanteerbare) biomedische smart devices.\n\nEen overzichtelijke presentatie van dit onderzoek zal gemaakt worden, zodat deze tijdens lezingen en lectoraten. De weerhouden trochanter instrumentatie case zal resulteren in een toepasbaar en demonstreerbaar sensorsysteem prototype voor kabelspanningsmetingen van het reconstructie-implantaat. De demonstrator zal bestaan uit sensoren, slimme ultra-low-power (ULP) of ULP C.O.T.S. gebaseerde µsmart electronics die sensoren kan uitlezen.\n\nVia een transcutane inductieve link verkrijgt het implanteerbare systeem de nodige energie en kan dit met een externe draagbare unit communiceren om de bekomen statische en dynamische meetdata te loggen. Een mechanische testopstelling zal de werking van het geheel verduidelijken voor de beoogde doelgroepen, waaronder ook studenten.\n\nDe Bionic Eye case zal resulteren in een prototype/demonstrator die de LC-gebaseerde lens kan aansturen op basis van een door een sensor gemeten ciliary muscle activiteit/beweging. De te realiseren C.O.T.S. ULP implanteerbare elektronica zal communiceren en van energie voorzien worden via een inductieve link. Externe 'Smart glasses' zorgen voor de energievoorziening, communicatie met het implanteerbare deel, waardoor de gebruiker de lens zelf kan regelen, controleren en configureren zodat deze als een natuurlijke lens kan functioneren. De werking van het lenssysteem zal aan de hand van een te realiseren optische opstelling demonstreerbaar zijn.\n\nBeide cases maken gebruik van inductieve powering of een RF-transformator koppeling en inductieve communicatie en zullen resulteren in verschillende implementaties of inductivelinkdrive classes en prototypesystemen voor de Trochanter en Bionic Eye Lens demonstratoren. De bevindingen van deze kunnen ook voor niet-biomedische en dus bredere context aangewend worden. Een 'Why en How-to tutorial' voor de ontwikkeling van op C.O.T.S. componenten gebaseerde systemen voor biomedische toepassingen zal gerealiseerd worden. Deze is van nut voor zowel een technisch als medisch publiek om slimme technologische mogelijkheden, hindernissen en beperkingen te illustreren."},{"description":"In dit project wordt een wetenschappelijk literatuuroverzicht gemaakt met recent onderzoek naar de ontwerpkenmerken van effectieve digitale adaptieve leerpaden. \n\nOp basis van initiële zoekopdrachten en een aanvullende literatuurzoektocht met de sneeuwbalmethode worden relevante wetenschappelijke publicaties samengebracht in een narratief overzicht.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar effectieve digitale leerpaden voor adaptief leren, gebaseerd op recente literatuur via initiële en aanvullende zoekopdrachten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003592","result_description":null},{"description":"De beste motor voor gelijke kansen voor leerlingen is excellent, effectief onderwijs. Evidentie over wat best werkt in onderwijs vindt maar moeilijk zijn weg naar de lerarenopleiding.\n\nDit pilootproject introduceert in Vlaanderen het uiterst succesvolle Britse model van onderzoeksscholen, geïnspireerd op het concept zoals bedacht en uitgevoerd door de Education Endowment Foundation, die equity in het onderwijs en het overbruggen van de prestatiekloof als missie heeft.\n\nOnderzoeksscholen spelen er de rol van intermediair: ze hertalen de beste evidentie van onderwijsonderzoek in een concrete onderwijsaanpak, werken mee aan het testen ervan en dragen bij aan de verspreiding van de kennis hierover in hun netwerk.","summary":"Excellent, effectief onderwijs voor gelijke kansen: pilootproject introduceert Brits model van onderzoeksscholen in Vlaanderen. Onderwijsevidentie wordt vertaald naar concrete aanpak en verspreid in netwerk.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003593","result_description":"Projectjaar 1: \nGemeenschappelijke taal creëren tussen lerarenopleiding en partnerscholen (wijze lessen). Pedagogisch-didactische leerlijn en reflectielijn uitwerken, zodat we dit in projectjaar 2 kunnen integreren in het curriculum van de lerarenopleiding leraar lager onderwijs. Verschillende observatie-instrumenten uitproberen om de kwaliteit van de lessen te observeren, om in projectjaar 2 een goed bestaande te gaan gebruiken of een nieuwe te ontwikkelen. \n\nProjectjaar 2: \nIntegratie reflectielijn en pedagogisch-didactische lijn in het curriculum. Ontwikkelen van een objectief observatie-instrument of gebruiken bestaand observatie-instrument om de kwaliteit van de lessen (best-evidence praktijken) te kunnen observeren. Opgedane kennis op vlak van beste evidentie in de partnerscholen integreren in het curriculum van de opleiding. Daarnaast moet er een eindrapport komen en een wetenschappelijke analyse."},{"description":"Dit onderzoeksproject bestaat uit enkele samenhangende onderzoekslijnen, elk gericht op de optimalisatie van zorgverlening binnen specifieke domeinen.\n\nDe eerste onderzoekslijn richt zich op de optimalisatie van perinatale zorg voor kwetsbare (aanstaande) moeders in Brussel, met een focus op moeders met een migratieachtergrond. Er wordt onderzocht wat de meest effectieve manieren zijn om met kwetsbare vrouwen te communiceren in de perinatale periode.\n\nDe tweede onderzoekslijn betreft de ontwikkeling van een simulatiemodule voor euthanasieaanvragen in de geestelijke gezondheidszorg, specifiek gericht op psychisch ondraaglijk lijden. Door middel van vragenlijsten, focusgroepen en simulatiemodules wordt de kennis en houding van verpleegkundestudenten geëvalueerd en verbeterd. Het doel is om hen beter voor te bereiden op de complexe ethische kwesties rond euthanasie.\n\nDe derde onderzoekslijn onderzoekt gezondheidsgeletterdheid en ondersteuningsbehoeften bij paternale depressie. Er wordt een vragenlijst ontwikkeld om bewustzijn en kennis van de bevolking te meten. Bovendien worden er interviews afgenomen met (toekomstige) vaders om hun noden en behoeften te identificeren. Het uiteindelijke doel is een interventie te ontwikkelen die (aanstaande) vaders ondersteunt tijdens de perinatale periode.\n\nDe vierde onderzoekslijn richt zich op de integratie van innovatieve technologieën in verpleeg- en vroedkunde. Dit omvat de implementatie van AI-projecten en Virtual Reality (VR) in zorgomgevingen om stress en pijn bij patiënten te verminderen en studenten te ondersteunen. IoT-sensoren worden ingezet om stressniveaus van studenten nauwkeurig te meten tijdens simulatietrainingen.\n\nDit project combineert technologische innovaties met zorgverbetering om de gezondheidszorg effectiever en inclusiever te maken.","summary":"Verbeter de zorg met innovatieve projecten voor kwetsbare groepen en studenten. Focus op communicatie, ethiek, gezondheid en technologie.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003594","result_description":null},{"description":"In dit onderzoek wil ik de mogelijkheden van choreografie als intermediale praktijk onderzoeken om zich te verhouden tot hedendaagse maatschappelijke urgenties, namelijk de milieu- en migratiecrisis.\n\nOngeveer een eeuw lang heeft documentair theater feitelijke informatie gereconstrueerd om een specifieke gebeurtenis of fenomeen te analyseren. Beeldende kunst en filmmakers hebben zich bij deze trend aangesloten en laten zien hoe feitelijke informatie kan worden veranderd en in twijfel getrokken.\n\nHet veld van de choreografie wordt gedreven door kritische experimenten, maar tot voor kort leken de beoefenaars minder geneigd om actuele politieke kwesties te confronteren. Wanneer choreografie echter wordt beschouwd als een intermediale praktijk in staat om feitelijke informatie en belichaamde praktijken met elkaar te verweven om sociale en politieke realiteiten te bevragen en het idee van het documentaire en authentieke zelf.\n\nDit doctoraat, dat vorm krijgt via verschillende media en uitvoeringscontexten, stelt mij in staat om mijn intuïtief geconstrueerde werk te verdiepen, formaliseren en delen van mijn intuïtief opgebouwde artistieke methodologie die de realiteit confronteert door het verbeeldingsvolle hergebruik van feiten. Ik zal me specifiek richten op de kruising tussen choreografische en documentaire praktijken en de mogelijkheden van deze combinatie om nieuwe manieren van engagement en interventie in sociale en politieke onderwerpen te articuleren.\n\nUitgebreid archiefonderzoek zal worden gecombineerd met andere onderzoeksmethoden (bv. crowd analysis, geolokalisatie en datavisualisatie) die leiden tot een echte intermediale vorm van documentaire choreografie.","summary":"Onderzoek naar choreografie als intermediale praktijk om actuele maatschappelijke thema's zoals milieu- en migratiecrisis aan te pakken door feitelijke informatie en belichaamde praktijken te verweven. Dit doctoraat verkent nieuwe engagement- en interventiemogelijkheden in sociale en politieke onderwerpen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003595","result_description":"Output\n\nVoorlopige bevindingen worden toegepast in de twee onderzoeksstudio's, gepresenteerd op conferenties en gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften.\n\nIn een uitgave worden verschillende stemmen van kunstenaars en wetenschappers samengebracht die zich bezighouden met het intermediale gebruik van documenten binnen de kunst. Het intermediaal gebruik van documenten binnen de kunsten.\n\nDe resultaten zullen bestaan uit een virtueel gedenkteken dat in de loop van het onderzoek zal worden gelanceerd, voortgangsverslagen, een proefschrift, een film en een solovoorstelling."},{"description":"Het Innovatief Project Toegankelijke Huisartsengeneeskunde (IPTH) focust zich op mogelijkheden die er zijn om te innoveren binnen de eigen huisartsenpraktijk. We willen een werkinstrument ontwikkelen dat de huisartsen in de zone ondersteunt bij het implementeren van verbeteringen die bijdragen tot een effectievere werking van de praktijk.\n\nHet werkinstrument wordt het resultaat van onderzoek naar goede regionale praktijkvoorbeelden (early adopters), literatuurstudie, reeds ontwikkelde documentatie en resultaten uit enkele piloten die binnen deze oproep opgezet, geïmplementeerd en geëvalueerd zullen worden.\n\nBinnen deze projectoproep zoeken we naar voorbeelden binnen de onderwerpen van efficiënt werken door middel van teleonthaal, inzet van administratieve ondersteuning, samenwerkingsverbanden en algemene praktijkorganisatie en -management.\n\nHet doel is een drempelverlagende behapbare instructie voor praktijkverbeteringen. Op deze manier ondersteunen we de huisarts, die op zijn/haar beurt zich kan concentreren op zorgtaken in plaats van praktijkmanagement. Door het aanbieden van een waaier aan oplossingen, respecteren we de eigenheid van de huisarts als individu binnen de vrije beroepsgroep.","summary":"Ontwikkel een werkinstrument voor huisartsen om praktijkverbeteringen te implementeren, gebaseerd op regionale praktijkvoorbeelden en onderzoek. Doel: ondersteuning bij efficiënt werken en drempelverlagende instructies.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003596","result_description":null},{"description":"Het vaststellen van wilsbekwaamheid bij mensen met dementie vormt een complex vraagstuk vanwege de medische, juridische en levensbeschouwelijke uitdagingen.\n\nMedische uitdagingen: Dementie is een progressieve aandoening die de cognitieve functies aantast, waaronder geheugen, denken en het vermogen om beslissingen te nemen. Het verloop van de ziekte varieert per persoon, waardoor het moeilijk is om vast te stellen wanneer iemand niet langer wilsbekwaam is. Artsen en specialisten moeten nauwkeurige medische beoordelingen maken om het cognitieve functioneren te evalueren, maar het is vaak lastig om te bepalen of de persoon op het moment van de beslissing volledig in staat is om informatie te begrijpen en deze af te wegen. Er is ook het risico dat mensen met lichte vormen van dementie ten onrechte als wilsbekwaam of niet-wilsbekwaam worden beoordeeld.\n\nJuridische uitdagingen: Juridisch gezien is wilsbekwaamheid een belangrijke voorwaarde voor het nemen van beslissingen, zoals het opstellen van een testament of het geven van toestemming voor medische behandelingen. In het Belgische systeem zijn hier de wettelijke kaders rond de zorgvolmacht en ook de wet patiëntenrechten van toepassing. Deze komen soms met elkaar in conflict, wat uitdagingen meebrengt in het handelen binnen een zorgcontext.\n\nLevensbeschouwelijke uitdagingen: Van levensbeschouwelijke aard is het vaak moeilijk om de autonomie van de persoon met dementie te respecteren wanneer er twijfels zijn over hun wilsbekwaamheid. In veel gevallen heeft de persoon zelf duidelijke wensen geuit over zorg en medische behandelingen, maar de progressie van de ziekte kan ervoor zorgen dat deze wensen niet langer volledig worden begrepen of uitgevoerd. Familieleden en zorgverleners staan voor de taak om een balans te vinden tussen het respecteren van de persoonlijke autonomie en het beschermen van de persoon tegen schadelijke beslissingen. Dit roept ethische dilemma’s op, aangezien het respect voor de autonomie van de patiënt kan botsen met de plicht om hen te beschermen tegen mogelijke schade. Binnen de Belgische context, waarin ook levensbeschouwelijke zorgverleners een rol opnemen met betrekking tot dementie en levenseindeproblematieken, is dit aspect hierdoor zeker van belang.\n\nIn conclusie vraagt het vaststellen van wilsbekwaamheid bij dementie om een zorgvuldige afweging van medische, juridische en ethische factoren.\n\nHet blijft een uitdaging om de rechten en autonomie van de persoon te beschermen terwijl het welzijn en de bescherming tegelijkertijd gewaarborgd blijven. Dit project draagt praktische kaders aan om vanuit verschillende professionele contexten te helpen bij de vaststelling van, en de omgang met wilsbekwaamheid bij personen met dementie. Dat gebeurt door werkpakketten in de medische sfeer, de juridische sfeer en de levensbeschouwelijke context. Daarbij wordt de expertise van de PI’s aangevuld met die van dr. Frank Schweitser, de dedicated vorser met klinische en wetenschappelijke expertise in de context van de psychiatrie. Dit leidt, samen met werkveldpartners en relevante experten, tot een vertaalslag naar de onderwijscontext van gerontologen, LEIF-consulenten, artsen en levensbeschouwelijke zorgverleners.","summary":"Het vaststellen van wilsbekwaamheid bij dementie vereist zorgvuldige afweging van medische, juridische en levensbeschouwelijke factoren. Dit project biedt praktische kaders voor professionals.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003597","result_description":null},{"description":"Gesitueerd in de Keuken, een collectieve studieruimte gewijd aan praktijken van herdenkingsrestitutie, stelt (re:Sol) voor om collectief te werken aan verschillende vormen van herverspreiding van twee radioprogramma's en twee zelfgepubliceerde tijdschriften geproduceerd door de Maghrebijnse gemeenschap in de jaren 1970 en 1980 in Brussel.\n\nDoor samen te werken met protagonisten en getuigen uit die periode wordt gezocht naar mogelijke vormen van sonische en visuele heruitbeelding en herverspreiding van vormen van solidariteit die verankerd zijn in de verzamelde sporen van Sawt El Muhajir, Radio El Wafa, Le Travailleur Arabe en Tribune Immigrée.\n\nDoor het verweven van druk- en geluidspraktijken wil het een bijdrage leveren aan de lopende gesprekken in artistiek onderzoek naar collectieve vormen van verbeelding, geheugen en solidariteit.","summary":"Collectieve herdenkingsrestitutie in de Keuken: (re:Sol) herintroduceert Maghrebijnse radioprogramma's en tijdschriften uit de jaren 1970 en 1980 in Brussel. Verbeeldt solidariteit door samenwerking met protagonisten en heruitbeelding van sonische en visuele vormen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003598","result_description":null},{"description":"Situated Creative Practices for the Pluriverse (SIT-PLU) is een middelgroot samenwerkingsproject in het kader van Creative Europe met als doel de mogelijkheden die gesitueerde en pluriverse benaderingen van creatieve praktijken kunnen hebben om socio-ecologische uitdagingen aan te pakken - en/of daaraan bij te dragen, te onderzoeken.\n\nDaartoe zullen we 8 gesitueerde residenties (SIT-RES) organiseren, waar beoefenaars die geselecteerd zijn via een open oproep uitgenodigd worden om zich een jaar lang bezig te houden met een specifieke context (sociaal, geografisch, historisch) en nieuwe vormen van creatieve interventie/ culturele bemiddeling in samenwerking met culturele organisaties en lokale gemeenschappen.\n\nDaarnaast zal het project 3 pluriversele laboratoria (PLU-LABs) omvatten, waar beoefenaars/onderzoekers van het projectconsortium de meersoortige en meervoudige verstrengeling van verschillende Europese contexten zullen onderzoeken.\n\nHet project zal ook een uitwisselings- en evaluatieprogramma (EX-EV) integreren dat een constante uitwisseling van praktijken en ervaringen tussen de partners zal bevorderen.","summary":"SIT-PLU bevordert creatieve praktijken voor het aanpakken van socio-ecologische uitdagingen. Het project omvat 8 residenties en 3 laboratoria om samenwerking en culturele bemiddeling te stimuleren. Inclusief uitwisselings- en evaluatieprogramma voor partners.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003599","result_description":null},{"description":"Het project Democratic Citizenship Teaching and Learning (DeCiTeL) heeft als doel om het beleid en de praktijk van lerarenopleidingen in heel Europa te verbeteren. In samenwerking met instellingen voor hoger onderwijs en Europese netwerken, zal het project innovatieve opleidingsmethoden voor leerkrachten ontwikkelen en uittesten, en hen voorzien van authentieke internationale leerervaringen.\n\nHet project zal de Europese dimensie van lerarenopleidingen versterken door gemeenschappelijke curriculumelementen, leermodules en methodologische hulpmiddelen voor te stellen.\n\nEr wordt bijzondere aandacht besteed aan het versterken van het vermogen van leerkrachten om de burgerschapsdimensie, participatie en democratische competenties te onderwijzen – sleutelcompetenties die van cruciaal belang zijn in tijden van polarisatie, mondiale veranderingen en de uitdagingen waarmee democratische samenlevingen worden geconfronteerd.\n\nOmdat duurzaam burgerschapsleren de hele schoolgemeenschap zou moeten betrekken – inclusief ouders, lokale gemeenschappen en NGO’s – in de geest van de whole school approach (WSA), beschouwen de partners democratisch leren ook als een gezamenlijke opdracht voor leerkrachten.\n\nOm een basis te creëren voor duurzame verandering, zal het project de kloof overbruggen tussen onderwijs en beleid op lokaal en Europees niveau. Via het opzetten van een Teachers Alliance Network in de beginfase wil het project bijdragen aan een kader voor het uitwisselen van goede praktijken, methoden en instrumenten over nationale en curriculumgrenzen heen.","summary":"Verbeter de Europese lerarenopleidingen met DeCiTeL! Ontwikkel innovatieve opleidingsmethoden, versterk democratische competenties en creëer internationale leerervaringen. Bouw een Teachers Alliance Network op voor het delen van goede praktijken over grenzen heen.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003601","result_description":null},{"description":"STEAM-onderwijs is een belangrijk aspect in het onderwijslandschap. UCLL-TWA neemt een belangrijke rol op zich als expert en biedt in België speciale trainingen aan voor leerkrachten.","summary":"UCLL-TWA leidt op in STEAM-onderwijs en biedt speciale trainingen voor leerkrachten in België.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003603","result_description":null},{"description":"Het RISE-project wil het leesonderwijs in het 1ste, 2de en 3de jaar lager onderwijs in de Filipijnen versterken. Dit gebeurt door de inzet van onderzoeksgeïnformeerde lesmethoden en een gevalideerd didactisch kader voor leesonderwijs. De ontwikkeling en het uittesten van de leermaterialen vinden plaats in samenwerking tussen Vlaanderen en de Filipijnse partner.","summary":"Verbeter het leesonderwijs in de Filipijnen met RISE-project. Onderzoeksgebaseerde lesmethoden en didactisch kader worden ingezet voor het 1ste, 2de en 3de jaar lager onderwijs. Samenwerking tussen Vlaanderen en Filipijnse partners.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003604","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nMet “Let’s STEM together!” versterkt Arteveldehogeschool het buitenschoolse STEM-aanbod voor kinderen van 3 tot 12 jaar in Oost-Vlaanderen. We bouwen duurzame samenwerkingen uit met lokale partners om ook kwetsbare en moeilijk bereikbare doelgroepen te betrekken. Het project legt de nadruk op inclusie, samenwerking en de verrijking van STEM-initiatieven in kansarme regio’s.\n\n**De nood en relevantie**  \nHoewel STEM-onderwijs steeds belangrijker wordt, blijft het buitenschoolse aanbod ongelijk verdeeld. Vooral kinderen uit kansarme gezinnen, meisjes, kinderen met leerstoornissen of motorische problemen, en hoogbegaafde kinderen worden vaak niet bereikt. Dit onderzoek wil die kloof dichten door de toegang tot STEM voor álle kinderen te verbeteren en zo bij te dragen aan gelijke onderwijskansen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe inventariseren bestaande initiatieven en maken ze beter zichtbaar. We breiden het aanbod van STEM-academies uit met laagdrempelige activiteiten in nieuwe contexten. Dat doen we in nauwe samenwerking met lokale en regionale partners zoals Fablab Astertechnics, De Katrol en Huis van het Kind. De verzamelde inzichten over succesfactoren en drempels delen we met andere netwerken, zodat het bereik van buitenschools STEM-aanbod duurzaam en structureel groeit.","summary":"\"Let’s STEM together!\" van Arteveldehogeschool verrijkt buitenschoolse STEM-activiteiten voor kinderen van 3-12 jaar in Oost-Vlaanderen. Inclusie, samenwerking en verrijking van STEM-initiatieven in kansarme regio's staan centraal.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003605","result_description":null},{"description":"Binnen het project rePACE (reusable Packaging and Consumer Behavior) willen we met verschillende partners binnen de waardeketen samen oplossingen zoeken om het gebruik van herbruikbare verpakkingen in steden en gemeenten te bevorderen en op te schalen.\n\nDit doen we door enerzijds het regionaal ecosysteem van zowel Mechelen als Gent in kaart te brengen, waarbij we in dialoog gaan met consumenten, lokale handelaars, logistieke ketenspelers, beleid, enz. We gaan binnen dit regionaal ecosysteem specifiek op zoek naar de lokale knelpunten/barrières die het gebruik van herbruikbare verpakkingen dwarsbomen.\n\nTegelijkertijd analyseren we bestaande herbruikbare verpakkingssystemen met het oog op opschaling. Aan de hand van verschillende labs gaan we onderzoeken hoe we deze opschaling kunnen bevorderen dankzij bijvoorbeeld: het opzetten van een generisch inzamelpunt, het opstellen van een open platform voor reiniging en logistiek, definiëren van gepaste hygiënestandaarden, laatste mijl logistiek, combineren met bestaande logistieke netwerken/afvalstromen enzovoort.\n\nMet de inzichten en resultaten uit bovenstaande acties gaan we pilootprojecten opstarten zowel in Gent als in Mechelen. Hierbij zullen we aan de hand van publieke interventies het gebruikersgedrag gaan nudgen naar herbruikbare verpakkingen en zullen we de reeds bestaande herbruikbare verpakkingssystemen aanwezig in beide steden gaan optimaliseren en uitbreiden.\n\nHet volledige doorlopen proces in beide steden vertalen we finaal naar een draaiboek om zo andere steden en gemeenten handvaten te geven om ook bij hun regionale herbruikbare verpakkingssystemen in te bedden.","summary":"Bevorder herbruikbare verpakkingen in steden door lokaal ecosysteem te analyseren, pilots te starten en draaiboek te delen voor opschaling en gedragsverandering.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003606","result_description":null},{"description":"In opdracht van Stad Gent onderzoeken we het effect van de open call voor Gent, European Youth Capital.","summary":"Onderzoek naar impact van open call voor Gent, European Youth Capital, in opdracht van Stad Gent.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003607","result_description":null},{"description":"Onderzoek naar de wetenschappelijke literatuur over zelfbeschikking, met een aanvulling vanuit de Nederlandstalige context.\n\nInventariseren van instrumenten en tools die zelfbeschikking bevorderen, met een focus op het Vlaamse werkveld.\n\nParticipatief onderzoek naar obstakels en succesfactoren voor participatie en zelfbeschikking van mensen met een handicap, opnieuw met Vlaamse input.","summary":"Onderzoek naar zelfbeschikking in wetenschappelijke literatuur en Nederlandstalige context, met focus op Vlaamse instrumenten en participatief onderzoek naar obstakels en succesfactoren voor mensen met handicap.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003608","result_description":null},{"description":"Binnen dit project willen we vanuit een overkoepelende systeemvisie inzetten op de versterking en inbedding van gezondheidsvaardigheden in de kern en het design van de nieuwe eerstelijnsorganisatie PIOEN. \n\nDaarbij beogen we een verregaande strategische, structurele en organisatorische integratie van gezondheidsvaardigheden in onze organisatie. Zo willen we PIOEN van meet af aan uitbouwen en profileren als een organisatie en zorgomgeving die in haar missie en visie, organisatiestructuur, communicatie, medewerkersbeleid, … structurele en doordachte aandacht heeft voor gezondheidsvaardigheden.","summary":"Versterk gezondheidsvaardigheden in nieuwe eerstelijnsorganisatie PIOEN door strategische, structurele en organisatorische integratie voor een doordachte zorgomgeving.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003609","result_description":"De volgende 8 concrete (en onderling interfererende) acties worden gerealiseerd in het project om PIOEN vanuit de 4 strategische uitgangspunten als een volwaardige gezondheidsvaardige zorgwijze organisatie uit te bouwen.\n\n1. Verankering in missie en visie\n2. Verankering in werking en structuur\n3. Versterking en training van de PIOEN-zorgprofessionals\n4. Integratie van BIBOPP als organisatie-versterkend gezondheidsvaardig platform\n5. Uitbouw van een ‘wablieft-proof’ intern en extern communicatiebeleid\n6. Uitbouw van een toegankelijke en warme (fysieke en digitale) omgeving\n7. Actieve co-creatie met eindgebruikers\n8. Communicatie en disseminatie projectoutputs en -resultaten"},{"description":"In NWE zijn er ongeveer 12.000 kinderen met neurologische aandoeningen die kampen met chronische motorische problemen, waaronder beperkte mobiliteit. Deze kinderen hebben persoonlijke revalidatieplannen nodig die specifiek gericht zijn op hun individuele behoeften en mogelijkheden.\n\nHelaas wordt de ontwikkeling en implementatie van dergelijke programma's belemmerd door het ontbreken van een gestandaardiseerde aanpak in verschillende zorgomgevingen. Ondanks de vooruitgang in medische technologie en revalidatiepraktijken, is er in de huidige situatie zeer beperkte toegang tot geavanceerde technologische oplossingen.\n\nDoor deze beperkte toegang, kan NWE als een zorgwoestijn op het gebied van technologische revalidatie worden beschouwd. Om deze uitdagingen aan te pakken en de neurologische revalidatie van kinderen te verbeteren, heeft het RE:HOME-project de volgende doelstellingen geformuleerd:\n\n1. Verbetering van de toegang tot nieuwe technologieën door het leveren van nieuwe exoskeletmodules voor robotondersteunde revalidatie, slimme kleding en een IT-platform voor telemonitoring, dat de overdracht van digitale technologieën vergemakkelijkt.\n\n2. Ontwikkeling van gestandaardiseerde grensoverschrijdende revalidatieprogramma's voor zowel ziekenhuis- als thuisgebruik. België en Nederland zullen fungeren als pilotlanden waar trainingen en testsessies worden ontwikkeld. De programma's zullen vervolgens worden aangepast en getest in de subregionale gebieden van Hauts de France en worden verspreid naar particuliere zorgverleners in Duitsland voor verdere testen. Deze ontwikkeling draagt bij aan de overgang van een ziekenhuisgerichte aanpak naar een meer territoriaal zorgsysteem.\n\n3. Implementatie van gezamenlijke trainingsprogramma's gericht op zorgverleners, ouders, kinderen en het algemene publiek. Dit zal de toegang tot informatie en kennis verbeteren, de sociale inclusie van mensen met een handicap bevorderen en de lokale capaciteit voor verandering waarborgen.","summary":"Verbeter de neurologische revalidatie van kinderen in NWE met het RE:HOME-project: nieuwe technologieën, grensoverschrijdende programma's en gezamenlijke trainingen voor zorgverleners en gemeenschappen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003610","result_description":"In het RE:HOME-project is Thomas More werkpakketleider van WP 1 \"technologie ontwikkeling\".\n\nNaast de coördinatie van de technologie-ontwikkelingen van de projectpartners, neemt Thomas More de technische ontwikkelingen en klinische validatie van de geactueerde enkelmodule op zich.\n\nBovendien zal Thomas More de klinische haalbaarheidsevaluatie voortzetten die is gestart in het voorgaande Interreg 2 Zeeën MOTION-project (jan 2019 – maart 2023) en actief betrokken zijn bij de pilotacties van andere technologieën om de bruikbaarheid en effectiviteit van de door robotondersteunde training aan te tonen voor de motorische revalidatie van neurologische pediatrische patiënten.\n\nWe verkennen tevens de transitie van revalidatietechnologie van de ziekenhuisomgeving naar de thuisomgeving en testen de implementatie ervan.\n\nTot slot ontwikkelen we vormingsmateriaal voor technische, klinische en eindgebruikers en organiseren we demonstratieworkshops voor belanghebbenden."},{"description":"In oktober 2020 presenteerde de Commissie haar renovatiestrategie als onderdeel van de Europese Green Deal. De strategie bevat een actieplan met een lijst van concrete regelgevende, financierings- en faciliterende maatregelen om renovatie van gebouwen te stimuleren.\n\nTechnologieën en inzichten veranderen echter snel, en de kennis van de verschillende bouwprofessionals die voor de uitrol moeten instaan volgt deze veranderingen niet altijd op. Het NS4nZEB-project speelt hierop in door onderzoek te doen naar de concrete discrepanties tussen de vaardigheden die momenteel kenmerkend zijn, de vaardigheden waar in toenemende mate vraag naar is en de vaardigheden die in de toekomst onmisbaar zullen zijn om de energietransitie te kunnen realiseren.\n\nWe spelen hierbij in op vaardigheden voor de toepassing van PV's, slimme elektrische systemen, warmtepompen en waterstoftechnologieën in gebouwen op alle niveaus van het ontwerp, de exploitatie en het onderhoud van gebouwen te vergroten. Deze studie omvat ook een uitgebreide vergelijkende analyse tussen verschillende landen, waarbij onder andere gekeken wordt naar de verschillen in specifieke vaardigheden en noden en wat daar de oorzaak van kan zijn, de verschillen in aanpak en de effecten hiervan, en de aanpak rond opleidingen en bijscholingen.\n\nTot slot wordt onderzocht op welke manier het niveau van de installateur, ook op langere termijn, tot een hoger niveau kan getild worden. Bestaand opleidingsmateriaal wordt geëvalueerd en gebundeld, en waar nodig wordt nieuw materiaal ontwikkeld (de ontwikkeling van dit cursusmateriaal gebeurt door projectpartner CISP).","summary":"Renovatiestrategie van de Europese Green Deal: NS4nZEB-project onderzoekt vaardigheden voor energietransitie in gebouwen, inclusief PV's, warmtepompen en waterstoftechnologie. Analyseert internationaal de benodigde vaardigheden en opleidingen voor installateurs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003611","result_description":"Analyse van de discrepanties tussen huidige vaardigheden en noodzakelijke (huidige en toekomstige korte- en langetermijn) vaardigheden van de bouwprofessional en meerbepaald de installateurs van HEB-technologieën in gebouwen.\n\nVergelijkende analyse tussen landen wat betreft vaardigheden, aanpak en opleidingsnoden met aandacht voor onderlinge verschillen, oorzaken en lessons-learned.\n\nBeoordeling en identificatie van mogelijkheden voor verbetering in de vaardigheden.\n\nOnderzoek en ontwikkeling van een nieuwe methodologische aanpak voor de opleiding van installateurs: ontwikkeling van een master-methodologie op basis van de innovatieve methodologische benadering, met inbegrip van online onderwijsmethoden en de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding.\n\nAnalyse van instrumenten voor kwaliteitsborging: zelfevaluatie, externe evaluatie, evaluatie van trainers, evaluatie van cursisten, en de allesomvattende feedbacklus, evenals betrokkenheid van belanghebbenden (als externe beoordelaars)."},{"description":"Traditionele toeristische bestemmingen komen steeds meer onder druk te staan (qua leefbaarheid, ecologie, mobiliteit, ...) en 'de toerist' van vandaag zoekt steeds meer naar duurzame vormen van toerisme, bewuster reizen en betekenisvolle bestemmingen.\n\nIn Vlaanderen en Nederland zijn er een aantal actoren en gebieden die in dat kader nog enorme intrinsieke groeikansen hebben voor duurzame en betekenisvolle vormen van toerisme. Enerzijds bestaat er een enorme hoeveelheid en diversiteit van traditierijke, groene en stille (vaak religieus geïnspireerde) erfgoedsites, -landschappen en -omgevingen die nog veel sterker op deze nieuwe noden en vragen kunnen inspelen.\n\nAnderzijds beschikken een aantal zorg- en welzijnsorganisaties binnen de grensregio over prachtige open, groene domeinen en infrastructuur die op dit moment nog zelden of nooit toeristisch ontsloten zijn.\n\nIn dit project willen we daarom met name op die 2 sporen inzetten. De Vlaams-Nederlandse grensregio herbergt vanuit die 2 invalshoeken immers nog een enorm potentieel aan onontgonnen parels van ruime, betekenisvolle en groene sites/landschappen. Deze sites kunnen op hun manier een eigentijds antwoord bieden op de versterkte hedendaagse zoektocht naar zingeving, ruimte, stilte, inspiratie, groen en/of onthaasting.\n\nTegelijkertijd zijn deze sites en organisaties nog vaak zoekende naar de meest optimale manieren om hun domein, site of infrastructuur te ontsluiten voor de hedendaagse toerist en daarbij het juiste evenwicht te bewaken tussen historische, economische, sociale, culturele, spirituele, organisatorische en/of ecologische aspecten.","summary":"Ontdek duurzame toeristische parels in Vlaanderen en Nederland. Erfgoedsites en groene domeinen bieden betekenisvolle en rustgevende ervaringen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003612","result_description":null},{"description":"Steeds meer jonge kinderen met een beperking melden zich aan in de reguliere kinderopvang of kleuterschool.\n\nHoewel er al heel wat technologieën bestaan die de inclusie van mensen met een beperking kunnen bevorderen, is er nog maar weinig kennis over het inzetten van technologie voor de inclusie van kinderen in de leeftijd van 0 tot 6 jaar.\n\nNaast het ontbreken van kennis over ondersteunende technologie, geven begeleiders en leerkrachten van jonge kinderen aan dat ze zich nog te weinig competent voelen op gebied van technologische toepassingen.\n\nDoor het ontwikkelen van leerprogramma’s willen we deze technologische drempel doorbreken.","summary":"Verbeter de inclusie van jonge kinderen met beperkingen door leerprogramma's te ontwikkelen en begeleiders te ondersteunen bij het gebruik van technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003613","result_description":"Het Erasmus+ project SKATE heeft de volgende doelstellingen:\n\n• Nieuwe vaardigheden en kennis introduceren in scholen en kinderdagverblijven, zodat leerkrachten en opvoeders technologieën en digitale toepassingen op een effectieve manier kunnen gebruiken.\n\n• De kwaliteit van de kinderopvang en het kleuteronderwijs verbeteren voor kinderen met speciale behoeften of kinderen die het risico lopen om uitgesloten te worden. Het project streeft ernaar om vroegtijdige interventies met geschikte ondersteunende technologieën te bevorderen.\n\n• Een steeds inclusievere leeromgeving tot stand brengen.\n\nHet consortium voert een actieonderzoek uit met als doelstellingen:\n\n• Uitvoeren van een literatuuronderzoek over inclusief onderwijs in de vroege kinderjaren en de rol van leerkrachten bij het gebruik van technologie.\n\n• Ontwikkelen van een competentiekader dat een overzicht geeft van de vaardigheden en competenties die nodig zijn om succesvol inclusieve onderwijsactiviteiten te ontwerpen, ontwikkelen, implementeren en evalueren met behulp van digitale technologieën.\n\n• Creëren van een leerprogramma ter ondersteuning van de professionele ontwikkeling van leerkrachten en professionals in de kinderopvang en het onderwijs voor jonge kinderen op het gebied van inclusief onderwijs, (ondersteunende) technologie en het creëren van digitale inclusieve leeromgevingen.\n\n• Opstellen van een syllabus die de belangrijkste theoretische inhoud en focus van het leerprogramma weergeeft."},{"description":"In navolging van de Green Deal worden competenties rond duurzaamheid in de nieuwe Europese Vaardighedenagenda opgenomen. Deze competentievoorwaarden zijn lange tijd onderbelicht gebleven, maar vormen in toenemende mate een knelpunt om de energietransitie te realiseren.\n\nUit diverse rapporten blijkt dat er nu al een fors tekort is aan vakbekwaam personeel en dat dit tekort de komende jaren alleen maar groter zal worden.\n\nHet doel van het project is om een Vlaanderen-Nederland breed stevige bijdrage te leveren aan het vakbekwaam personeel om de energietransitie vorm te kunnen geven door het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod aan arbeidskrachten te vergroten.","summary":"Streef naar duurzame competenties voor energietransitie. Project wil tekort aan vakbekwaam personeel aanpakken voor succesvolle energietransitie in Vlaanderen en Nederland.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003614","result_description":"Analyse van de kwalitatieve en kwantitatieve vraag vanuit de markt aan personeel voor sectoren die intens verbonden zijn aan de energietransitie, afgezet tegen het aanbod aan opleidingen. De meest effectieve en nodige aanpassingen aan bestaande opleidingen worden onderzocht en aangezet tot ontwikkeling op basis van 0-meting en gap-analyse.\n\nVernieuwend inclusief onderwijs wordt onderzocht, zoals hybride en blended leren, community learning en case based learning. Ook doorlopende leerlijnen en toevoeging van interdisciplinaire modules in curricula zijn onderdeel van dit onderzoek.\n\nEr wordt onderzoek gedaan naar en ontwikkeling van nieuwe omscholingstrajecten voor zij-instromers naar de betrokken sectoren, bijvoorbeeld voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of gedupeerden van de corona-crisis in andere sectoren. Tevens wordt er gekeken naar bijscholingstrajecten voor medewerkers in de betrokken sectoren, met name voor ouder en kortgeschoold personeel om uitstroming te voorkomen, en voor onderwijzend personeel in de betreffende onderwijsinstellingen.\n\nVerder wordt onderzoek gedaan naar en benutting van de grensoverschrijdende complementariteit, waardoor het (energie)onderwijs aan weerszijden van de grens versterkt kan worden. Dit kan resulteren in nieuwe, interessante samenwerkings- en kennisnetwerken van onderwijsinstellingen en bedrijven in de betrokken sectoren.\n\nHet ontwikkelen en uitvoeren van een wervings- en sensibiliseringscampagne gericht op leerlingen en studenten in het basis- en secundair onderwijs, en potentiële zij-instromers (omscholers) om hen te enthousiasmeren voor opleidingstrajecten in de betrokken sectoren. Ook wordt er gewerkt aan het creëren van hybride leer-werkplekken met goede begeleidingstrajecten bij onderwijsinstellingen en bedrijven in de betrokken sectoren, zowel voor initieel onderwijs als voor bij- en omscholingstrajecten."},{"description":"ACE ondersteunt het thuiszorg-ecosysteem in de Noordzee-regio (NSR) en stimuleert de implementatie van kwaliteitsdiensten en de onafhankelijke manier van leven van zorggebruikers, door de gezamenlijke definitie en versnelling van NSR-innovaties (bijv. wearables, e-health, producten voor begeleid wonen) en door de bereidheid van zorgaanbieders om beloftevolle technologieën te implementeren.\n\nACE beheert een digitale gemeenschap van meer dan 350 belanghebbenden, schaalt meer dan 30 innovaties op die rechtstreeks inspelen op de behoeften van zorggebruikers, en bereikt meer dan 125 NSR-thuiszorgaanbieders uit de regio die aan de slag willen gaan met deze innovaties.","summary":"ACE versnelt de implementatie van kwaliteitsdiensten en innovaties in de Noordzee-regio's thuiszorg-ecosysteem. Met meer dan 30 opgeschaalde innovaties en een digitale gemeenschap van 350+ belanghebbenden, ondersteunen we zorgaanbieders en verbeteren we de zorg voor gebruikers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003615","result_description":"Gezamenlijke strategie en actieplan van thuiszorgorganisaties.\n\n30 oplossingen zijn overgenomen of opgeschaald door organisaties.\n\n405 organisaties hebben hun institutionele capaciteit verhoogd dankzij hun deelname aan samenwerkingsactiviteiten over de grenzen heen."},{"description":"We evalueren of de minimuminkomens uit sociale bijstand (leefloon, IGO) en sociale zekerheid (min. werkloosheidsuitkering, min. invaliditeitsuitkering, minimumpensioen en GGMMI in Vlaanderen, Wallonië en Brussel een menswaardig inkomen waarborgen.\n\nDaarnaast onderzoeken we ook de impact van veel voorkomende sociale voordelen op deze doeltreffendheid voor de Vlaamse regio.\n\nTot slot gaan we ook na wat de financiële afstand is tussen het netto beschikbaar inkomen uit leefloon, minimum werkloosheidsuitkering, GGMMI en een laag loon (100%, 50%, 25% tewerkstelling) om uitspraken te doen over een mogelijke inactiviteitsval.","summary":"Onderzoek naar minimuminkomens en sociale voordelen in België: waarborgen ze een menswaardig inkomen? Analyse van financiële afstanden en impact op inactiviteitsval.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003616","result_description":"Onderzoeksrapport en tijdschriftartikels\n\n• Frederickx, M., Delanghe, H., Penne, T. en Storms, B. (2024). Kan je menswaardig leven met een minimuminkomen in België? In: Denktank Minerva, april 2024\n\n• Frederickx, M., Delanghe, H., Penne, T. en Storms, B. (2024). Kan je menswaardig leven met een minimuminkomen? In: SAMPOL, april 2024\n\n• Frederickx, M. (2024). De impact van een sociale huurwoning is groot. Interview: Vlaams Huurdersplatform, februari 2024\n\n• Vlaams huurdersplatform (2024). De impact van een sociale huurwoning is groot. In gesprek met onderzoeker Marieke Frederickx.\n\n• Frederickx, M., Delanghe, H., Penne, T. en Storms, B. (2024). Kan je menswaardig leven met een minimuminkomen in België? Working paper 24.01. Geel: Thomas More"},{"description":"De Koning Boudewijnstichting onderzoekt of het thema 'Problematische schulden' zinvol is om op te nemen in hun komende meerjarenstrategie. Het verkennend onderzoek brengt in kaart wat al bekend is over problematische schulden en identificeert blinde vlekken in de kennis. Dit resulteert in onderzoeksvoorstellen en suggesties voor verdere ondersteuning.","summary":"Verkenning van 'Problematische schulden' voor Koning Boudewijnstichting's strategie. Onderzoek bekijkt bestaande kennis en identificeert blinde vlekken voor toekomstige ondersteuning.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003617","result_description":"Helaas kan ik je niet helpen met het verbeteren van de tekst, omdat er geen tekst is verstrekt om te herzien. Als je me de tekst geeft, help ik je graag met het corrigeren van taalfouten, het verwijderen van dubbele spaties en het opdelen ervan in leesbare paragrafen."},{"description":"Situering\n\nBig Data is onmisbaar voor de economische vooruitgang in Europa, maar we botsen op serieuze obstakels zoals een tekort aan data-gedreven strategieën, datamonopolies door Big Tech, data beveiliging en een gebrek aan vaardigheden voor data-analyse en communicatie. Dat is precies waarom we met DATASTORYTELLERS aan de slag gaan. We pakken die uitdagingen aan door het ontwikkelen van innovatieve leermaterialen die Big Data communicatie binnen Europese universiteiten verbeteren, met een speciale focus op Visual Storytelling. Dit project is uniek omdat het universiteiten en start-ups uit verschillende landen en disciplines samenbrengt om onderwijsmateriaal te maken dat echt aansluit op de arbeidsmarkt. DATASTORYTELLERS loopt voorop in de wetenschappelijke wereld en de professionele praktijk door deze nieuwe aanpak. Het vult een lacune op het gebied van data-geletterdheid en communicatieve vaardigheden, essentieel om ingewikkelde data begrijpelijk en toepasbaar te maken voor iedereen. Zo staat DATASTORYTELLERS aan de top van academische en maatschappelijke vooruitgang in het digitale tijdperk.\n\nDoelstelling\n\nHet doel van het Datastorytellers-project is het digitaliseren en vernieuwen van hoger onderwijs om studenten beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt, en om jongeren in Europa meer jobkansen te bieden door het aanleren van digitale vaardigheden. Specifiek richten we ons op het creëren van open leermiddelen voor Big Data storytelling, het ontwikkelen van collaboratieve leermodules, het verbeteren van de inzetbaarheid van jongeren door betere Big Data skills, en het vormen van een netwerk ter ondersteuning van de EU Big Data strategie. Het project mikt op hoger onderwijsinstellingen, bedrijven, organisaties en professionals, essentiële partners in de hedendaagse datagedreven maatschappij. Dit zal bijdragen aan de versterking van de positie van jonge Europeanen op de arbeidsmarkt.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nHoe kan het Datastorytellers-project, via de ontwikkeling van Open Leermiddelen en collaboratieve leermodules, digitale storytelling en Big Data-vaardigheden in het hoger onderwijs integreren om de inzetbaarheid te verbeteren en de EU-strategie voor Big Data in academische en professionele domeinen te ondersteunen?\n\nMethodiek/werkplan\n\nMet een consortium dat rijk is aan expertise op het gebied van marketing, big data, datavisualisatie en toerisme gericht op cultureel erfgoed, zullen de partners drie hoofdacties ondernemen. De eerste stap is het creëren van een vrij toegankelijke verzameling van Big Data-sets, beschikbaar voor iedereen die Big Data wil beheersen. Vervolgens zal het team, gebruikmakend van hun gespecialiseerde kennis, een reeks webinars samenstellen. Deze webinars zullen de fundamenten van Big Data behandelen, inclusief analyse- en visualisatietechnieken, met cultureel erfgoedtoerisme als case study voor het construeren van verhalen uit data. Tot slot zullen de inzichten en kennis die gedurende het project zijn verworven, worden gebundeld in een gestructureerd handboek. Dit handboek zal lezers niet alleen onderwijzen over de complexiteit en toepassingen van Big Data storytelling, maar zal ook dienen als een fundamentele bron voor de ontwikkeling van curricula in het hoger onderwijs.","summary":"Verbetering van Big Data communicatie in Europa door DATASTORYTELLERS met focus op Visual Storytelling. Project digitaliseert hoger onderwijs, verbetert inzetbaarheid van jongeren en ondersteunt EU Big Data strategie. Gratis Big Data-sets, webinars en handboek zullen academische en professionele vaardigheden versterken.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003618","result_description":"Een online, vrij toegankelijke repository met echte Big Data-sets.\n\nEen reeks van ongeveer 10 minuten durende webinars die kijkers onderwijzen over Big Data, analyse, visualisaties, toepassing, storytelling.\n\nEen draaiboek over hoe om te gaan met Big Data en alle aspecten besproken in de webinars. Dit zal dienen als een educatief instrument voor studenten, een hulpmiddel voor curriculumontwikkeling voor docenten en een begripstool voor alle andere geïnteresseerde doelgroepen.\n\nDeze resultaten zullen beschikbaar worden gesteld op de projectwebsite. De weblink en specifieke resultaten zullen verspreid worden via verschillende kanalen zoals socialemediaposts, e-maillijsten, nieuwsbrieven, enzovoort."},{"description":"Due to societal, ecological, and health concerns, there is a current trend to, at least partly, replace animal protein in the diet with vegetable protein or other alternative protein sources.\n\nHereby, not only the consumption of ‘meat analogues’ or ‘meat substitutes’ is on the rise, but also the consumption of ‘hybrid meat products’ is gaining popularity.\n\nThe production of protein fractions that are suitable for use in meat analogues or hybrid meat products requires sequential processing steps.\n\nThe extent to which these respective processing steps affect the oxidative stability, nutrient concentration, and nutrient digestion/bio-accessibility has been poorly investigated so far.","summary":"Growing concerns over society, the environment, and health are driving a shift towards replacing animal protein with plant-based or alternative sources. The rise of meat analogues and hybrid meat products reflects this trend. However, the impact of processing steps on stability and nutrient content remains understudied.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003619","result_description":"SPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 1: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their techno-functional properties. More specifically, the impact of processing techniques on properties especially relevant for meat analogues and hybrid meat products will be investigated. These properties include thermal protein stability, protein solubility, water holding capacity, viscosity, and emulsifying and gelling properties. Additionally, the structuring of protein will be studied from the molecular, microstructural, and macrostructural levels.\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 2: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their nutritional quality. Specifically, the effect of processing techniques on the contents of essential nutrients (AAs, minerals, vitamins), and various ANFs will be investigated. It is now recognized that nutritional quality evaluation should extend beyond measuring compound concentrations only. The fate of nutrients within the digestive tract is of major importance. This work will simulate the digestive hydrolysis pattern of proteins during in vitro digestion. Furthermore, a comparison of the absorption of specific compounds into the bloodstream will be made between the consumption of 100% meat and various hybrid meat products using a pig model. The research will also look into the effect of processing on the allergenicity of pea protein.\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 3: \nGain insight into the effects of different processing techniques of alternative protein sources on their oxidative stability. Initially, an UHPLC method for the analysis of specific protein oxidation products will be optimized. This optimized UHPLC method will be used to assess protein oxidative stability during processing of alternative protein sources and during simulated GI digestion, in addition to the more commonly described markers for protein oxidation (thiols, protein carbonyls).\n\nSPECIFIC RESEARCH OBJECTIVE 4: \nGain insight into how different processing techniques of alternative protein sources impact human health. Diet impacts human health through various pathways. This project will focus on the effects of alternative protein processing techniques on several aspects of intestinal health."},{"description":"De telers in de glastuinbouw staan momenteel voor grote uitdagingen. Enerzijds door de confrontatie met de hoge en onstabiele gasprijzen, maar ook door de ambitieuze Europese targets in verband met reducties CO₂-uitstoot en het duurzamer omgaan met water.\n\nOm deze verschillende doelstellingen te halen en tegelijk de rendabiliteit van de sector te vrijwaren zijn er instrumenten nodig die de teler ondersteunen in deze transitie. Eén van deze instrumenten is de inzet van sensortechnologie en data-analysetechnieken waarbij objectief het effect van verscheidene omgevingsvariabelen en teeltacties op de plant wordt gekwantificeerd en deze data op een systematische manier worden geanalyseerd. Dit in tegenstelling tot de huidige teeltpraktijk waar vaak gewerkt wordt met té algemene vuistregels en hulpbronnen quasi altijd suboptimaal worden ingezet.\n\nTerwijl verschillende commerciële sensoren beschikbaar zijn, vinden deze moeilijk hun ingang in de praktijk bij de telers. Met gerichte projecten, waarbij praktijkcentra en kennisinstellingen de handen in elkaar slaan, heeft de Vlaamse glastuinbouw echter alle kansen om een voortrekker te worden in het datagedreven telen. Op deze manier kan de sterke positie van de Vlaamse glastuinbouw op wereldschaal bestendigd en verder uitgebouwd worden.\n\nMet het project DigiKas willen we de primaire sector de nodige adviezen en handvaten aanreiken om op een doordachte manier duurzamer te gaan telen door gebruik te maken van de informatie die de plant geeft en waarbij de rendabiliteit van de bedrijfsvoering niet in het gedrang komt. Hiervoor zetten we in op:\n\nKennisuitbreiding en demonstratie bij de telers met betrekking tot sensoren en hun toepassing in de teelt.\n\nOptimaliseren van de teelt met een duurzaam gebruik van hulpbronnen (energie, water en CO₂) door slim gebruik te maken van plantsensorgebaseerde data.","summary":"Telers in de glastuinbouw staan voor uitdagingen door hoge gasprijzen en Europese CO2-reductiedoelen. Sensortechnologie en data-analyse kunnen rendabiliteit verhogen en duurzaamheid bevorderen. Project DigiKas biedt advies en kennisuitbreiding voor datagedreven en duurzame teelt.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003620","result_description":"DigiKas beoogt een transitie naar meer (plant)datagedreven telen in de Vlaamse glastuinbouw. Bij datagedreven telen gaat de teler zich steeds verder bekwamen in het efficiënt inzetten van beschikbare sensordata om de teelt te verduurzamen.\n\nHet project wil via gerichte praktijkproeven verschillende cases uitwerken die op korte termijn adviezen genereren die snel in de teeltpraktijk geïmplementeerd kunnen worden. Daarnaast zullen alle proeven opgevolgd worden met een uitgebreide set aan commercieel beschikbare sensoren die het klimaat en de plantreacties monitoren. Door het koppelen van data met teeltkennis worden de kassturing, teelthandelingen en hulpbronnenverbruik geoptimaliseerd naar de wensen van de plant. Deze kennis wordt vertaald naar praktijkgerichte adviezen en gecommuniceerd naar de telers. De gebruikte technologie en kennis vertaalt zich in plantgebaseerde adviezen die de teler handvaten geeft om echt (plant)datagedreven te gaan telen.\n\nNa afloop van DigiKas zullen telers:\n1) Begrijpen hoe datagedreven telen een meerwaarde kan zijn voor hun bedrijf, en de kennis hebben om een verantwoorde beslissing te nemen bij de aanschaf van (plant)sensoren.\n2) Tijdig suboptimale teeltsituaties kunnen detecteren met behulp van (plant)sensoren\n3) Duurzame teeltacties kunnen ondernemen op basis van (plantgebaseerde) sensordata.\n\nOp basis van de projectdoelstellingen kunnen vier grote concrete innovaties/realisaties verwacht worden bij de doelgroepbedrijven:\n1) Plantsensor-ondersteunde irrigatie\n2) Plantsensor-ondersteund dynamisch belichten\n3) Plantsensorgebaseerde CO2 bemesting\n4) Plantsensor-ondersteunde schermdoeksturing en inzet verticale ventilatoren voor actieve ontvochtiging"},{"description":"Een referentiebudget opstellen voor een gezin dat een baby verwacht (zwangerschap) en een baby heeft (kind tussen 0 en 12 maanden).","summary":"Stel een referentiebudget op voor een gezin met een baby op komst en een baby van 0-12 maanden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003621","result_description":"Het referentiebudget voor een gezinstype met een baby wordt opgebouwd door korven samen te stellen met goederen en diensten die een gezin met een baby minimaal nodig heeft. Hiervoor vertrekken we zoveel mogelijk van normatieve standaarden. Dit wil zeggen dat bestaande wetten, officiële richtlijnen en aanbevelingen richtinggevend zijn voor het al dan niet opnemen van bepaalde hoeveelheden van goederen en diensten. Door de concrete goederen en diensten te prijzen, maken we budgetkorven op voor een gezin met een baby.\n\nDe samenstelling van de budgetkorven voor baby’s wordt voorgelegd aan focusgroepen waarin ook mensen met een laag inkomen participeren. Op die manier willen we aftoetsen of de budgetkorven aanvaardbaar zijn in het licht van minimale participatie aan de maatschappij.\n\nZodra dit onderzoek is afgerond, verwerken we de resultaten in de webapplicaties van REMI en MELISA."},{"description":"**Situering**\n\nTraditionele toeristische bestemmingen komen qua leefbaarheid, ecologie en mobiliteit steeds meer onder druk te staan en 'de toerist' van vandaag zoekt steeds meer naar duurzame vormen van toerisme, bewuster reizen en betekenisvolle bestemmingen. In Vlaanderen en Nederland zijn er een aantal actoren en gebieden die in dat kader nog enorme intrinsieke groeikansen hebben voor duurzame en betekenisvolle vormen van toerisme.\n\nEnerzijds bestaat er een enorme hoeveelheid en diversiteit aan traditierijke, groene en stille (vaak religieus geïnspireerde) erfgoedsites, -landschappen en -omgevingen die nog veel sterker op deze nieuwe noden en vragen kunnen inspelen. Anderzijds beschikken een aantal zorg- en welzijnsorganisaties binnen de grensregio over prachtige open, groene domeinen en infrastructuur die op dit moment nog zelden of nooit toeristisch ontsloten zijn. Deze sites kunnen op hun manier een eigentijds antwoord bieden op de versterkte hedendaagse zoektocht naar zingeving, ruimte, stilte, inspiratie, groen en/of onthaasting. Tegelijkertijd zijn deze sites en organisaties nog vaak zoekende naar de meest optimale manieren om hun domein, site of infrastructuur te ontsluiten voor de hedendaagse toerist en daarbij het juiste evenwicht te bewaken tussen historische, economische, sociale, culturele, spirituele, organisatorische en/of ecologische aspecten.\n\n**Doelstelling**\n\nIn dit project zetten we in op 2 sporen: 'herbronnen op de eeuwenoude tradities van stilte, rust en ruimte' door middel van meerdaagse wandel- en fietstrajecten en 'met zorg onderweg naar het toerisme van morgen' waarbij zorg- en welzijnssites zorgen voor toeristische ontsluiting.\n\n**Spoor I - Herbronnen op de eeuwenoude tradities van stilte, rust en ruimte (WP3)**\n\nBinnen Spoor I delen Vlaanderen en Nederland een grensoverschrijdend en traditierijk verleden van godsdienst- en gemeenschapsbeleving: abdijen, kloosters, kerken, gasthuizen, kapellen, begijnhoven, ... zijn nog steeds in grote getale in de ruime grensregio terug te vinden. De potentie van al deze erfgoedsites en hun ruime omgevingen die in de komende jaren en decennia sowieso voor een cruciale omslagfase staan om verdiepende en verrijkende vormen van duurzaam toerisme te gaan aanbieden is zonder twijfel enorm.\n\n**Spoor II - Met zorg onderweg naar het toerisme van morgen (WP4)**\n\nBinnen Spoor II stellen we vast dat er op dit moment in de grensregio ook een aantal middelgrote of grote Vlaamse en Nederlandse zorg- en welzijnsorganisaties nadenken over manieren om hun domein en infrastructuur toeristisch te ontsluiten. Die organisaties zijn op zoek naar manieren om hun sites te ontsluiten voor de 'zingeving-zoekende' toerist op een manier die aansluit bij de waarden, zorgcontext en visie van hun organisatie (en bij de context hun zorggebruikers).\n\n**Onderzoeksvraag/onderzoeksvragen**\n\nKennispartner Thomas More zal (in Werkpakket 5) werken rond de fundamentele onderzoeksvraag die gemeenschappelijk is voor de beide sporen: 'hoe kunnen deze sites en organisaties vanuit hun kwetsbaarheid en de kern van hun bestaan opengesteld worden voor toerisme zonder daarbij hun basisprincipes, waarden en tradities te verloochenen?'. Hierop aansluitend zal Thomas More zich concreet toespitsen op vragen zoals 'Hoe kunnen bestaande zorg- en welzijnssites op een duurzame en zorgzame manier worden ontsloten voor een breder publiek van toeristen en recreanten?' of 'Op welke manieren kan de diversiteit aan religieus erfgoed in de grensregio een toekomstbestendige en aantrekkelijke vertaling maken van haar eeuwenoude tradities en infrastructuur voor een breed publiek van toeristen en recreanten?'.\n\n**Methodiek/werkplan**\n\nIn de eerste activiteit van werkpakket 5 gaat het partnerschap, onder leiding van Thomas More, op zoek naar de 'sleutels' voor een toekomstbestendige duurzame ontsluiting van religieuze erfgoedsites. De doelstelling is daarbij met name om de doelmatigheid, duurzaamheid en impact van de diverse investeringen binnen het project in kaart te brengen én deze lessen vanuit een ruimer perspectief te vertalen naar de brede sector. Deze activiteit focust zich in die zin op de concrete projecten en resultaten van werkpakket 3. Thomas More werkt daarbij verder op de resultaten en lessen uit activiteit 3.1 (desk research, literatuurstudie, expertinterviews, focusgroepen). De lessen die daar vanuit eerdere (nationale & internationale) projecten en onderzoek gedetecteerd werden omtrent de toekomstbestendige en aantrekkelijke toeristische ontsluiting van religieus erfgoed vormen daarbij ook de basis voor de evaluatie en impactmeting. Vervolgens zal een concrete post facto analyse en evaluatie gebeuren van diverse representatieve projecten en investeringen binnen werkpakket 3. Concreet zal Thomas More daarbij onder andere via een uitgebreide gebruikerstesting van diverse doelgroepen (oa van de toeristen-bezoekers van de betrokken locaties via participatieve observatie, kwantitatieve data en kwalitatieve bevragingen) en ruime marktanalyse de sleutel-elementen definiëren die het succes en de duurzaamheid van de toeristische ontsluiting van de projectsites en hun omgevingen definiëren. Deze sleutelelementen zullen in activiteit 5.3 vertaald worden naar een generieke set van bruikbare adviezen en inzichten voor de vele actoren binnen de religieuze erfgoedsector in Vlaanderen en Nederland die met gelijkaardige uitdagingen kampen.  \n  \nWaar de vorige activiteit zich toespitste op de toeristische ontsluiting van (religieus geïnspireerde) erfgoedsites van werkpakket 3, focust een tweede luik op de concrete projecten binnen de zorg- en welzijnssector uit werkpakket 4. De aanpak, doelstelling en methodieken zijn daarbij quasi dezelfde maar het focusdomein is hier de evaluatie en impactanalyse van toeristische ontsluiting van zorg- en welzijnssites. Ook hier zal Thomas More dus een aantal 'sleutelelementen' definiëren die in activiteit 5.3 zullen vertaald worden naar een generieke set van bruikbare adviezen en inzichten voor de vele actoren binnen de zorgsector in Vlaanderen en Nederland die met gelijkaardige uitdagingen kampen of vragen worstelen.","summary":"Ontdek duurzame en betekenisvolle toerismekansen in Vlaanderen en Nederland door historische erfgoedsites en zorglocaties te ontsluiten voor hedendaagse zingevingzoekers. Focus op herbronning en toerisme van morgen voor een waardevolle reiservaring.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003622","result_description":"Groot consortium en een bepaald aantal vrijheidsgraden zijn betrokken bij het project. We zullen hier pas over rapporteren nadat het project is afgerond."},{"description":"Situering\n\nDe circulaire economie impliceert een fundamenteel andere organisatie van onze arbeidsmarkt. Het project 'In de mode' wil de circulaire transitie versnellen door in te zetten op (her)scholing van de huidige en toekomstige professionals binnen de klassieke lineaire sectoren. Als eerste proeftuin pakken we de mode-industrie aan.\n\nCirculaire economie in zijn meest doorgedreven vorm is een economie waarin niet het maken en verkopen van zoveel mogelijk producten centraal staat, maar de productie van kwalitatief hoogstaande, eenvoudig demonteerbare en herstelbare producten met een langere levensduur. Het delen van producten intensifieert het gebruik ervan, product-as-a-service modellen voorkomen wegwerpgedrag en take-back modellen zijn een cruciale stap naar een meer doorgedreven recyclage.\n\nDe circulaire economie en haar businessmodellen impliceren dus een fundamenteel andere organisatie van onze economie, wat ook een onmiskenbaar effect heeft op de arbeidsmarkt. Nieuwe jobs zullen ontstaan, en er zullen verschuivingen plaatsvinden binnen en tussen sectoren. Deze verschuiving maakt dat aangepaste skills en doorgedreven kennis over de circulaire economie vereist zijn op de arbeidsmarkt, zowel bij huidige als toekomstige werknemers en ondernemers.\n\nDoelstelling\n\nDe druk op de klassieke lineaire sectoren om een omslag te maken naar een circulaire economie neemt toe, maar er is een gebrek aan de nodige arbeidsmarktprofielen die geschoold zijn in de circulaire economie om deze omslag waar te maken. Met het project 'In de mode: Work @ Future Fashion' zetten we in op de (her)scholing van de huidige en toekomstige professionals binnen deze sectoren (met als eerste proeftuin de mode-industrie) met als uiteindelijk doel de circulaire transitie te versnellen en te vermijden dat de klassiek lineaire take-make-waste sectoren achterop geraken in de omslag naar een circulaire economie.","summary":"Versnel de circulaire transitie door (her)scholing van professionals in mode-industrie. Doel: voorkom dat lineaire sectoren achterblijven in overgang naar circulaire economie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003623","result_description":"Als finaal eindresultaat hebben we een leerprogramma voor (mode-)ondernemers en organisaties ontwikkeld, met online en offline modules, dat flexibel ingezet kan worden om hun huidige werknemers te laten kennismaken met de circulaire economie. Al het materiaal om hiermee aan de slag te gaan is terug te vinden op https://www.close-theloop.be/nl/aan-de-slag/rollout.\n\nMet als onderdelen:\n\nStap 1 Setting the scene:\nIn deze eerste sessie wordt de doelstelling en methodiek van het traject toegelicht. De facilitator moet een goed zicht krijgen op het huidige businessmodel en op de status van het thema duurzaamheid. Betrokkenheid van het C-level in deze fase is cruciaal. Instrumenten:\n• Uitgebreid draaiboek workshop (PDF)\n• Persona templates (PPT)\n\nStap 2 AS IS – TO BE: bepalen van veranderdoelen:\nIn deze tweede sessie wordt een oefening gemaakt op de bestaande waardeketen van de organisatie om te begrijpen welke rollen wanneer beslissingen kunnen nemen. Op het einde van deze sessie hebben we een idee van de belemmeringen waardoor je strategie vertraging zou kunnen oplopen. Naast deze sessie kunnen ook aparte interviews met werknemers plaatsvinden om drempels te identificeren. Instrumenten:\n• Uitgebreid draaiboek workshop (pdf)\n• Persona templates (ppt)\n• In kaart brengen waardeketen: template waardeketen (ppt), afdrukbare kaartjes rollen en departementen (doc)\n\nStap 3 Bepalen van support en wegwerken van drempels:\nHet is de bedoeling om op het einde van de sessie een compleet beeld te hebben van de duurzaamheidsdoelstelling, inclusief de emoties die ze oproept en de gedragsdoelstellingen en acties die ervoor nodig zijn. Deze sessie moet leiden tot een overzicht van de gedragsverandering die de organisatie nodig heeft. Die veranderingen zet je om in de actieplan-template voor sessie 4.\n• Uitgebreid draaiboek workshop (pdf)\n• Behaviour – culture support: Mapping template + Emoji-kaartjes + Gedragsdoelen kaartjes\n• Actieplan template (xls)\n• Persona template (ppt)\n• Toolbox met 40 tactieken\n\nStap 4 Overgaan tot actie:\nIn deze sessie stel je het actieplan voor waarin je de resultaten van sessie 3 hebt verwerkt. Het is de bedoeling om in sessie 4 dit plan te valideren, KPI’s te bepalen, namen aan acties te koppelen en een planning op te maken.\n• Uitgebreid draaiboek workshop (pdf)\n• Actieplan template\n\nVerder werd ook ingezet op de ontwikkeling van een train-the-trainer opleiding en lespakket. Er werden 2 TTT uitgerold, deze werden opgevat als 2 dagen training. (zie bijlagen)"},{"description":"Situering\n\nBinnen het Schelde-estuarium is de Vlaams-Nederlandse grensregio nauw verbonden door haar gemeenschappelijke geschiedenis, de invloed van het water en cultuurhistorie. Deze samenhang wordt nog versterkt door de gedeelde geologie van het gebied.\n\nDe coördinerende provincies van de regio hebben gezamenlijk het initiatief genomen om het Schelde Delta-gebied de status van Geopark aan te vragen, vanwege de unieke eigenschappen en het karakter van het gebied. Om de kans op erkenning door Unesco te vergroten, is het Interreg-project (Be)Leefbare Schelde gestart.\n\nDeze Unesco-status zou van onschatbare waarde zijn voor het hele (Be)Leefbare Schelde-gebied, aangezien het zou resulteren in een prestigieus kwaliteitslabel. Met de activiteiten binnen het project richt het consortium zich op verschillende doelen:\n\n- Herkenbaarheid van de Schelde Delta als waardevol toeristisch gebied vergroten\n- Verbeterde Ontsluiting: Door middel van het creëren van toegangspoorten en routes wil het consortium de toegankelijkheid van het gebied vergroten.\n- Uitbreiding van het Toeristische Aanbod: Het project streeft naar het vergroten van het toeristische aanbod, zodat bezoekers optimaal kunnen profiteren van de rijke ervaringen die het Schelde Delta-gebied te bieden heeft. Het aanbod zal ook beter verbonden worden.\n- Kwaliteitsverbetering: Er wordt gewerkt aan het verhogen van de kwaliteit en het versterken van de samenhang tussen toeristische Parels in de Schelde Delta, de versterking van het netwerk.\n- Betrokkenheid van Bewoners en Lokale Stakeholders: Het consortium wil de betrokkenheid van bewoners en lokale stakeholders vergroten, waardoor duurzaam toerisme gestimuleerd wordt.\n- Klimaatsverandering, de invloed van het klimaat en het water worden leidende principes in de ontwikkelingen en investeringen in dit project.\n\n(Be)Leefbare Schelde-project\n\nHet (Be)Leefbare Schelde-project beoogt deze uitdagingen het hoofd te bieden door middel van een geïntegreerde aanpak. Als partner in dit project speelt Thomas More een essentiële rol in het faciliteren van kennisontwikkeling en het opbouwen van leernetwerken. Bij de meeste activiteiten werkt Thomas More samen met de Nederlandse kennispartner (en tevens lead partner) HZ University of Applied Sciences.\n\nDoelstelling\n\nHet (Be)Leefbare Schelde-project heeft tot doel om het gebied niet alleen te beschermen en te behouden, maar ook te ontwikkelen tot een aantrekkelijke bestemming voor bezoekers. Hierdoor wordt niet alleen de natuur en het erfgoed van het Schelde Deltagebied versterkt, maar wordt ook bijgedragen aan de welvaart en het welzijn van de lokale gemeenschappen.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nThomas More focust voornamelijk op volgende onderzoeksvragen (in trekkers- en meewerkrol):\n\n- Hoe kunnen we participatief design inzetten om duurzaam toerisme te bevorderen en de betrokkenheid van bezoekers te vergroten? (2.2)\n- Wat zijn effectieve strategieën voor het spreiden van bezoekers in het Schelde Deltagebied en hoe kunnen we deze implementeren? (3.2)\n- Op welke manieren kunnen we bezoekers monitoren om inzicht te krijgen in hun gedrag en behoeften met betrekking tot klimaatadaptatie? (3.2)\n- Hoe kunnen we de betrokkenheid van bezoekers vergroten met betrekking tot klimaatadaptatie en hen actief betrekken bij initiatieven voor milieubewustzijn en duurzaamheid in het Schelde Delta-gebied? (3.2)\n\nMethodiek/werkplan\n\n- Participatief design en methodologieontwikkeling (Thomas More): Thomas More zal samenwerken met partners om via participatief design lokale stakeholders te betrekken bij het ontwikkelen van duurzaam toerisme. Dit omvat het identificeren van relevante belanghebbenden en gemeenschappen, het faciliteren van co-creatieve workshops en het onderzoeken, ontwikkelen en gebruiken van methodologieën rond participatieve ontwerpprocessen.\n- Datacaptatie en strategieën voor bezoekersspreiding (HZ en Thomas More): HZ en Thomas More zullen gegevensverzamelingsmethoden ontwikkelen en implementeren om het gedrag van bezoekers te begrijpen en strategieën voor bezoekersspreiding te formuleren. Dit omvat het opzetten van gegevensverzamelingspunten op relevante locaties en het analyseren van verzamelde gegevens.\n- Bezoekersmonitoring (HZ en Thomas More): HZ en Thomas More zullen samenwerken aan het ontwikkelen van instrumenten voor bezoekersmonitoring, waaronder enquêtes, observaties en gegevensanalyse. Dit zal helpen bij het begrijpen van het profiel, gedrag en de betrokkenheid van bezoekers bij klimaatadaptatie en milieubewuste praktijken.\n- Pilots: (HZ en Thomas More in samenwerking met andere partners): HZ en Thomas More zullen vijf pilotonderzoeken uitvoeren in samenwerking met andere partners binnen het Schelde Deltagebied. Deze onderzoeken zullen de effectiviteit van de ontwikkelde methodologieën en instrumenten testen en relevante inzichten genereren.","summary":"Het (Be)Leefbare Schelde-project promoot duurzaam toerisme in de Schelde Delta, met focus op toegankelijkheid, kwaliteit en betrokkenheid van stakeholders. Partners zoals Thomas More en HZ University werken aan participatief design en data-analyse om bezoekerservaring te verbeteren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003624","result_description":"Thomas More zal bijdragen aan de volgende deliverables: \n\n• Werkgroep data en monitoring (1)  \n• Ontwikkeling methodologie (tellen en bevragen) wandelnetwerken (1)  \n• Implementatieplan meet- en adviesinstrumentarium, generieke (5)  \n• Pilots voor alle onderzoeksvragen rond methodologie op West-Vlaamse wandelnetwerken (1)   \n• Meet- en adviesinstrumentarium (1)   \n\n• Pilot kwalitatief en kwantitatief onderzoek op 1 Oost-Vlaams wandelnetwerk (1)  \n• Gebiedsstrategie 2040 (1)  \n• Actieplan 2030 (1)   \n\n• Geen deliverable, maar wel een belangrijke activiteit die bijdraagt aan de gebiedsstrategie en het actieplan:   \n\n• Activiteit 2.2 Toolbox participatiemodellen wordt getrokken door Thomas More met medewerking van partners HZ, provincie Oost-Vlaanderen, Westtoer en Toerisme Oost-Vlaanderen. De ontwikkeling van de toolbox en de 2 pilot-projecten waar elementen uit de toolbox worden toegepast wordt besproken in de werkgroep \"toerisme\" onder act 3.1"},{"description":"Zorglens Teckno 2030 onderzoekt welke hefbomen er nodig zijn voor de integratie van de acht caring technology principes binnen technologie-gedreven projecten. Daarnaast ontwikkelt het instrumenten om deze informatie in kaart te brengen. Het uiteindelijke resultaat omvat handzame leidraden en een stappenplan om de principes concreet toe te passen.","summary":"Onderzoek Zorglens Teckno 2030 integreert caring technology principes in technologieprojecten, met handzame leidraden en stappenplan voor praktische toepassing.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003625","result_description":"Diepte-analyse van 2 specifieke use cases in Vlaanderen: (1) BIBOPP (productontwikkeling) en (2) Jane (dienstverleningsproces binnen Familiehulp) binnen het referentiekader van de 8 CTP.\n\nDe ontwikkeling van interview-leidraden en focusgroep-leidraden: praktische tools die organisaties kunnen inzetten om implementatieprojecten van zorgtechnologie te evalueren en de mate van adoptie van de 8 CTP in kaart te brengen. Deze ontwikkeling gebeurt in co-creatie met burgers, zorgverleners en andere relevante stakeholders.\n\nDe actieve deelname aan het lerend netwerk waarin enerzijds nieuwe inzichten gedeeld worden en bovenstaande outputs gefinetuned en maximaal afgestemd worden binnen het netwerk, en anderzijds aanbevelingen worden geformuleerd naar beleidsmakers om de 8 CTP te integreren in het nationale zorgtechnologielandschap."},{"description":"Het project UpskillOpMaat richt zich op het ondersteunen van maatwerkbedrijven om mensen duurzaam aan het werk te krijgen en de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt te verkleinen. \n\nDit gebeurt door industrie 4.0-technologieën praktisch toe te passen, met aandacht voor kwaliteitsgarantie, upskilling van medewerkers en digitalisatie. Slimme configuratoren en opleidingsmodules voor begeleidingscoaches maken de technologie eenvoudiger en toegankelijker. \n\nHet project speelt in op de behoefte aan efficiënte en mensgerichte oplossingen in de maatwerksector, waar integratie van technologie vaak een uitdaging is. Daarnaast wordt een ecosysteem opgezet om kennis en innovatie te delen binnen de sector en daarbuiten.","summary":"UpskillOpMaat bevordert duurzame tewerkstelling in maatwerkbedrijven met industrie 4.0-technologieën, upskilling van medewerkers en innovatieve opleidingsmodules. Het project verkleint de kloof naar de reguliere arbeidsmarkt door praktische toepassingen en een deelbaar kennisnetwerk.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-003626","result_description":null},{"description":"Hoe geef je jongeren in een kwetsbare wijk écht een stem én een plek? Jeugdwerking BLM bouwt samen met jongeren, onderzoekers en buurtpartners aan duurzame verandering.\n\nIn het kort  \nIn de Gentse wijk Watersportbaan-Ekkergem versterken studenten en onderzoekers van Arteveldehogeschool en UGent samen met jongeren een lokaal initiatief: jeugdwerking BLM. Deze werking biedt een plek voor tieners van 10 tot 16 jaar die elders niet bereikt worden. Jongeren ontmoeten elkaar in het Open Huis om te ontspannen, sporten en zich te verbinden met de buurt. Onder begeleiding van studenten en partners zoals Formaat krijgt deze plek vorm op het ritme van de jongeren zelf.\n\nDe nood en relevantie  \nDe jongeren in deze wijk kampen met complexe zorgvragen en vallen vaak tussen de mazen van het bestaande aanbod. Hun behoefte aan een veilige, betekenisvolle plek werd gesignaleerd door wijkpartners en bevestigd door lokale cijfers en eerder onderzoek. Dit project beantwoordt aan die nood door de jongeren zelf actief te betrekken in het formuleren van hun noden, en in het creëren van oplossingen die werken in hun leefwereld.\n\nVan aanpak tot impact  \nVia participatief actieonderzoek brengen studenten en onderzoekers de sociale en ruimtelijke noden van jongeren in kaart. Ze werken nauw samen met buurtorganisaties en stedelijke diensten om concrete acties te ontwikkelen die het welzijn van jongeren verbeteren. Tegelijk versterken ze het beleidspotentieel van deze jongeren: via een politiserend traject leren ze hun stem te gebruiken en hun dromen te vertalen naar beleidsimpact. Zo draagt dit project bij aan duurzame wijkontwikkeling én aan kennisopbouw rond jeugdwelzijn in kwetsbare contexten.","summary":"Jeugdwerking BLM betrekt jongeren in Gentse wijk Watersportbaan-Ekkergem om een veilige en betekenisvolle plek te creëren. Met participatief actieonderzoek en partners zoals Formaat wordt duurzame verandering nagestreefd voor deze kwetsbare doelgroep.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003627","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nDIGISTEM versterkt studenten in de lerarenopleiding kleuter- en lager onderwijs om krachtige STEM-leeromgevingen te ontwerpen met behulp van digitale onderwijsvormen. In samenwerking met pilootscholen en lerarenopleiders ontwikkelt dit project een curriculumonderdeel dat digitale didactiek en STEM-principes concreet samenbrengt.\n\n**De nood en relevantie**  \nDe klaspraktijk verandert snel door digitalisering en diversiteit. Leraren moeten zich kunnen aanpassen én STEM op een motiverende manier integreren. Toch ontbreekt vaak een concrete aanpak in de lerarenopleiding. DIGISTEM speelt hierop in door studenten voor te bereiden met praktische en actuele tools.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nVia educational design research doorloopt DIGISTEM drie fasen:\n\n- **Analysefase**: contextanalyse met pilootscholen en bevraging van noden bij leraren, studenten en opleiders\n- **Prototypefase**: co-creatie in Teacher Design Teams van digitale STEM-lessen en good practices\n- **Assessmentfase**: evaluatie en verspreiding van de resultaten via studiedagen en professionalisering\n\nHet resultaat is een bruikbare DIGISTEM curriculum module, opgebouwd uit geteste praktijken en gedragen door het werkveld. Zo versterkt dit project de kwaliteit van STEM-onderwijs én de digitale competenties van toekomstige leraren.","summary":"DIGISTEM bereidt leraren voor op STEM in digitale klaspraktijken met praktische tools en co-creatie. Versterkende STEM-leeromgevingen voor de toekomst!","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003628","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nArteveldehogeschool, Syntra Midden-Vlaanderen en Liberform werken samen aan de integratie van duaal leren in twee professionele bacheloropleidingen: Event & Project Management en Accountancy – Fiscaliteit. Studenten leren hierbij niet pas tijdens hun eindstage, maar al doorheen hun hele traject op de werkvloer én op de campus.\n\n**De nood en relevantie**  \nVeel studenten missen de praktijkervaring die nodig is om sterk te starten op de arbeidsmarkt. Werkgevers signaleren dat zij afgestudeerden zoeken met meer realistische werkervaring. Duaal leren biedt een antwoord op deze nood en speelt tegelijk in op de verwachtingen van een bredere studentenpopulatie: jongeren, volwassenen, zij-instromers en afstandsstudenten.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nIn het ESF-project **Duale Upskilling 2.0** bundelen de drie partners hun expertise om duaal leren structureel te verankeren in het hoger onderwijs. Studenten brengen minstens een derde van hun opleiding door op de werkplek. Door cocreatie met bedrijven en sectororganisaties ontstaat een lerende driehoek: student, werkplek en hogeschool. Die aanpak vergroot de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, stimuleert levenslang leren en draagt bij aan een breder aanbod van leerpatronen in het hoger onderwijs.","summary":"Integreer duaal leren in professionele bacheloropleidingen voor praktijkgerichte studenten. Werk samen met bedrijven voor realistische werkervaring op campus en werkvloer. Aansluiting op arbeidsmarkt en breder leerpatroon.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003629","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nDit project ontwikkelt en test een begeleidingstraject op maat van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) in Vlaanderen. Het doel is om hen te ondersteunen bij een duurzame, digitale transformatie waarbij zowel technologie als menselijk kapitaal centraal staan. Het traject is bedoeld om KMO’s te helpen groeien naar een mensgerichte, datagedreven en wendbare organisatie.\n\n**De nood en relevantie**  \nVeel KMO’s worstelen met de snelheid van digitale verandering. Klassieke transformatietrajecten zijn vaak te omslachtig en traag, terwijl de betrokkenheid en groei van medewerkers onderbelicht blijven. Dit project speelt in op de dringende nood aan een flexibel en mensgericht alternatief dat bedrijven helpt om digitalisering duurzaam én werkbaar te verankeren.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nDe kern van het traject is een ‘viraal’ changemanagementmodel: klein starten, snel schakelen en werken aan gedragen verandering. De methodiek vertrekt vanuit vijf sleutelelementen van een digitale mindset en wordt getest bij drie Vlaamse KMO’s. Via impactmetingen en bijsturing groeit het uit tot een gevalideerd stappenplan. Dit draaiboek wordt gedeeld met andere bedrijven in Vlaanderen, zodat ook zij de sprong kunnen maken naar een digitale, datagedreven toekomst.","summary":"Transformeer KMO's duurzaam met data en mensen. Begeleidingstraject voor digitale transformatie, focus op menselijk kapitaal en technologie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003630","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nDiversIT versterkt de Belgische digitale en ICT-sector door KMO’s te ondersteunen in het vormgeven van een inclusief en divers HR-beleid. Met een bijzondere focus op de integratie van vrouwen en andere ondervertegenwoordigde groepen, biedt het project concrete handvaten voor duurzame verandering in de sector.\n\n**De nood en relevantie**  \nDe Belgische tech-sector blijft kampen met een lage instroom en doorstroom van mensen met diverse achtergronden, vooral vrouwen. Dit beperkt het innovatief vermogen en de maatschappelijke representativiteit van de sector. DiversIT speelt in op deze uitdaging en biedt KMO’s praktische ondersteuning bij het opbouwen van een inclusieve organisatiecultuur.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nVia interactieve trainingsmodules krijgen KMO’s tools aangereikt om inclusie in hun dagelijkse werking te integreren. Denk aan thema’s zoals genderbewust HR-beleid, inclusieve rekrutering en leiderschap. Daarnaast faciliteren we samenwerking tussen stakeholders binnen de KMO om een gedeeld draagvlak voor diversiteit te creëren. Het project zet in op zowel directe verbeteringen als langetermijnimpact binnen de sector. Door kennisdeling en praktijkgerichte ondersteuning draagt DiversIT bij aan een inclusievere digitale toekomst.","summary":"DiversIT bevordert diversiteit in de Belgische tech-sector door KMO’s te helpen met inclusief HR-beleid. Het project biedt praktische tools en trainingen voor een diverse en duurzame werkomgeving, met speciale aandacht voor vrouwen en ondervertegenwoordigde groepen.```","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003631","result_description":null},{"description":"Wat als jongeren zelf hun plek creëren in de stad? Dit project onderzoekt hoe Gentse jongeren informele leerplekken vormgeven en er eigenaarschap over opnemen.\n\n**In het kort**  \nDit project richt zich op Gentse jongeren vanaf 14 à 16 jaar die hun lokale buurtwerkingen ontgroeid zijn. Samen met hen wordt een leer- en ontmoetingsplek ontwikkeld onder het viaduct van de E17 in Gentbrugge. Het doel is een ruimte waar jongeren vrij kunnen sporten, samenkomen en leren, met een sterk gevoel van eigenaarschap en verantwoordelijkheid.\n\n**De nood en relevantie**  \nVeel stedelijke jongeren vallen tussen de mazen van het net wanneer ze niet meer terechtkunnen in klassieke jeugdwerkingen. Ze zoeken naar plekken waar ze zich thuis voelen, maar waar nog ruimte is om zelf te experimenteren. Vaak worden ze onterecht gelinkt aan overlast. Dit project wil die negatieve beeldvorming ombuigen en jongeren erkennen als mede-makers van de stad. Door hun stem en initiatief centraal te stellen, versterken we sociale cohesie en bouwen we aan een inclusieve stedelijke samenleving.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe creëren een netwerk van sport- en jongerenorganisaties om jongeren te begeleiden én van hen te leren. Samen verkennen we hoe een informele plek onder de E17 brug kan evolueren tot een betekenisvolle leeromgeving. Door co-creatie, veldobservaties en gesprekken met jongeren verzamelen we inzichten over eigenaarschap, stedelijke dynamieken en ongebonden sporten. Het resultaat is een model voor stedelijke leerplekken die maatschappelijke én ecologische uitdagingen aanpakken. Deze aanpak draagt bij aan toekomstgericht jeugdbeleid in Gent en andere steden.","summary":"Jongeren in Gent creëren eigen leerplek onder viaduct E17. Doel: vrije sport- en ontmoetingsruimte met eigenaarschap en verantwoordelijkheid. Project bevordert sociale cohesie en inclusieve stad.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003632","result_description":null},{"description":"Hoe maak je re-integratie na langdurige ziekte écht succesvol? Betrek de collega’s, zegt dit project, en werk samen aan een duurzame terugkeer.\n\n### In het kort\n\nDit project ontwikkelt een praktisch stappenplan dat collega’s ondersteunt bij de re-integratie van langdurig zieke werknemers. Samen met drie Gentse organisaties bouwen we aan een positieve, teamgerichte aanpak die inzet op duurzame werkhervatting.\n\n### De nood en relevantie\n\nBijna de helft van de re-integratietrajecten eindigt vandaag in medische ongeschiktheid. Een gemiste kans, want het gedrag en de steun van collega’s blijken doorslaggevend bij een succesvolle terugkeer. Toch worden zij nauwelijks betrokken in het proces. Met dit project willen we die blinde vlek aanpakken en organisaties helpen evolueren naar een meer inclusief en gedeeld re-integratiebeleid.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nVia participatieprocessen in drie diverse organisaties brengen we collega’s, leidinggevenden en HR samen. Samen ontwikkelen we een visuele en toegankelijke handleiding vol inspirerende voorbeelden, do’s-and-don’ts, werkvormen, sjablonen en praktische tools. Die gids helpt teams om re-integratie actief en positief aan te pakken. Het eindproduct ondersteunt kennisontwikkeling rond duurzame werkhervatting, met concrete handvatten die breed inzetbaar zijn in verschillende sectoren.","summary":"Betrek collega's voor succesvolle re-integratie na ziekte. Ontwikkel praktisch stappenplan met focus op teamgerichte aanpak en duurzame werkhervatting. Bouw inclusief re-integratiebeleid met participatie, inspiratie en praktische tools.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003633","result_description":null},{"description":"Er is in de entertainment-, retail- en culturele sector een groeiende vraag naar interactieve en immersieve technologieën, maar dat botst met de hoge ontwikkelkosten en de beperkte toegang tot gespecialiseerde onderzoeksinfrastructuur. Het SAIARlab wil deze kloof dichten.\n\nHet lab biedt interactieve en immersieve ervaringen waarbij beweging, geluid en andere omgevingsfactoren in real-time worden vertaald naar dynamische visuele content door generatieve AI. Het lab combineert mobiele infrastructuur en flexibele opstellingen voor tests in diverse contexten. De apparatuur omvat sensoren voor omgevingsdata, AI-gestuurde contentcreatie en projectoren voor live visuele ervaringen.\n\nDeze set-up faciliteert praktijkgericht onderzoek en cocreatie met gebruikers. SAIARlab versterkt de technologische en creatieve capaciteit van Vlaanderen in digitalisering en immersive tech. Het project draagt bij aan kennisverspreiding, economische groei en maatschappelijke relevantie door innovatie toegankelijk te maken voor kmo's en culturele organisaties.\n\nHet zal Vlaamse kmo’s en onderzoeksinstellingen toegang bieden tot betaalbare en innovatieve technologieën voor immersieve belevingen, met toepassingen zoals hypergepersonaliseerde merkervaringen en interactieve kunstinstallaties.","summary":"SAIARlab biedt interactieve en immersieve technologieën voor entertainment, retail en cultuur. Dynamische visuele content wordt gecreëerd door generatieve AI, faciliteert onderzoek en cocreatie, en versterkt Vlaanderen in digitalisering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003634","result_description":"De concrete realisaties na afloop van het SAIARlab-project zijn: \n\nVoltooide en operationele infrastructuur: Een mobiele, volledig uitgeruste onderzoeksinfrastructuur met geavanceerde sensoren, AI-ready workstations en projectietechnologie, beschikbaar voor onderzoek, co-creatie en demonstraties in diverse sectoren.\n\nOnderzoeksresultaten en kennisverspreiding: Publicaties over de toepassingen en impact van generatieve AI en immersieve technologieën in de retail-, culturele- en entertainmentsector, casestudies en demonstraties die tonen hoe de infrastructuur kan bijdragen aan interactieve en gepersonaliseerde ervaringen, ontwikkeling van educatief materiaal en trainingen voor professionals en studenten.\n\nPraktijkgerichte toepassingen: Prototypes van immersieve installaties, zoals interactieve merkervaringen en AI-gestuurde culturele toepassingen, geoptimaliseerde workflows voor het gebruik van generatieve AI in realtime visuele contentcreatie.\n\nSamenwerkingen en netwerkuitbreiding: Versterkte banden met Vlaamse KMO’s, culturele organisaties en onderzoeksinstellingen via gezamenlijke projecten en workshops, deelname aan internationale netwerken, conferenties en projecten rond immersive technologies.\n\nEconomische en maatschappelijke impact: Toegankelijke technologieën voor Vlaamse bedrijven en organisaties, wat innovatie versnelt en kosten verlaagt, bijdrage aan de groei en zichtbaarheid van Vlaanderen als regio voor innovatieve immersive experiences.\n\nIntegratie in onderwijs en onderzoek: Actief gebruik van de infrastructuur in opleidingen zoals Devine, DAE en Marketing & Communicatie, mogelijkheden voor bachelorproeven, stageprojecten en praktijkgericht onderzoek.\n\nDeze resultaten zorgen voor een duurzame impact op het Vlaamse innovatie-ecosysteem, met toepassingen die zich uitstrekken van wetenschap en kunst tot commercie en educatie.\n\nDe langetermijndoelstellingen van het SAIARlab-project na afloop zijn: \n\nVerankering van innovatieve technologie in Vlaanderen: Vlaanderen positioneren als een internationale pionier in immersive experiences door de toepassing van generatieve AI, projection mapping en interactieve technologieën, bijdragen aan de technologische transformatie en digitalisering binnen de entertainment-, retail- en culturele sectoren.\n\nKennisopbouw en -deling: Voortdurend ontwikkelen van nieuwe inzichten en toepassingen door praktijkgericht onderzoek met de SAIAR-infrastructuur, verspreiding van opgebouwde kennis via publicaties, conferenties, educatieve programma’s en workshops.\n\nEconomische impact en ondersteuning van KMO’s: Vlaamse KMO’s ondersteunen bij het ontwikkelen en implementeren van innovatieve immersive experiences, wat hun internationale concurrentiepositie versterkt, creëren van nieuwe zakelijke kansen door prototyping en experimenten die toegankelijk zijn voor bedrijven.\n\nSamenwerking en netwerken: Uitbouwen van duurzame samenwerkingsverbanden met bedrijven, culturele organisaties en andere kennisinstellingen binnen Vlaanderen en daarbuiten, versterken van internationale connecties via netwerken zoals RUN-EU en deelname aan Europese onderzoeksprojecten.\n\nOndersteuning van onderwijs en talentontwikkeling: Blijvend integreren van de onderzoeksinfrastructuur in onderwijsprogramma’s om studenten te betrekken bij innovatieve technologieën en hen voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst, ondersteunen van onderzoeksgedreven onderwijs in uiteenlopende disciplines, van design en architectuur tot marketing en AI.\n\nDuurzaamheid en schaalbaarheid: Een flexibel en toekomstgericht model ontwikkelen waarmee de infrastructuur eenvoudig kan worden aangepast aan nieuwe technologieën en toepassingen, bijdragen aan een duurzame economische groei door het stimuleren van innovatie met een minimale ecologische voetafdruk.\n\nDeze doelstellingen beogen niet alleen directe impact, maar ook blijvende voordelen voor het Vlaamse innovatie-ecosysteem, onderwijs, en het bedrijfsleven."},{"description":"Dat bomen belangrijk zijn voor de samenleving is al langer bewezen. Toch worden ze vaak met te weinig respect behandeld als er nieuwe bouwprojecten worden uitgerold. Zowel jonge als mature bomen op werven ondergaan schade aan stam en schors (door aanrijding), takken & bladen (door wegpompen grondwater bij funderingen) en wortels (door bemaling ondergronds of stockage bovengronds) en moeten hierdoor vaak vervangen worden. \n\nDe bestaande oplossingen zijn heel beperkt, niet aangepast aan de alle noden en vaak verkeerd of helemaal niet toegepast in praktijk. Het doel van CirculariTREE is om met een doordacht product-service systeem van een boombeschermer de meeste schadegevallen aan bomen op bouwwerven te vermijden. Dit vraagt om een weldoordacht product in het juiste materiaal, zo ontworpen dat circulaire strategieën als repair, refurbish en remanufacture efficiënt kunnen worden toegepast. \n\nEen modulair opgebouwd systeem, eventueel uitgerust met de juiste sensoren voor een vlotte service en opvolging van verschillende parameters dringt zich op, samen met een duurzaam end-of-live scenario. Om dit doel te bereiken, willen we met alle stakeholders in een co-creatietraject de volgende zaken doen: (1) het onderzoeken, bouwen en testen van een fysieke demonstrator en dienstverlening op maat van de afgetoetste noden bij alle stakeholders; (2) een haalbaarheidsstudie uitvoeren, (3) een gemotiveerd plan opstellen en eerste stappen zetten tot productie naar de markt en dienstverlening. \n\nMet dit project willen we bewustwording creëren over circulariteit in de maatschappij en toekomstige ontwerpers klaarmaken om bij te dragen aan duurzame oplossingen.","summary":"CirculariTREE biedt een innovatieve oplossing om schade aan bomen bij bouwprojecten te voorkomen. Ons doel is een doordacht product-service systeem te ontwikkelen met circulaire strategieën en sensoren voor optimale boombescherming. Met co-creatie en haalbaarheidsstudie streven we naar bewustwording en duurzame oplossingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003635","result_description":"Hieronder vind je de herschreven tekst met correcties, enkele spaties verwijderd en opgedeeld in paragrafen:\n\nWerkende demonstrator product en dienstverlening rond het product zijn essentieel. Er is ook een businessplan nodig voor een concrete keten van stakeholders, met een (financieel) stappenplan voor het vervolgscenario van het project.\n\nTijdens dit project streven we ernaar om samen met alle stakeholders de volgende stappen te zetten:\n\n- Analyseren van het probleem, de context en de behoeften.\n- Verkennen van de mogelijkheden van het fysieke en digitale product met behulp van verschillende technologieën, productieprocessen en materialen (HOWEST).\n- Geïnformeerd kiezen van een totaalconcept dat voldoet aan alle eisen die zijn vastgesteld na de analyse.\n- In kaart brengen van de huidige wet- en regelgeving, zowel voor boombescherming als bouwprojecten.\n- Onderzoeken van de mogelijkheden om het product en de dienst aan te bevelen.\n- Nemen van de nodige (juridische) stappen om de productievoorbereidingen in een volgende fase te starten en het product en de dienstverlening op de markt te brengen.\n\nHet resultaat van het project omvat:\n\n- Het volledig ontwikkelen, bouwen en testen van een demonstrator op een iteratieve manier (HOWEST).\n- Opstellen van een kosten/baten-analyse, zowel op het gebied van milieu-impact als financieel, wat resulteert in een goed onderbouwd businessplan voor het vervolgtraject."},{"description":"Wachttijden voor diagnostiek en zorg aan kinderen en jongeren met een (vermoedelijke) ontwikkelingsstoornis, kunnen in Vlaamse Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR) oplopen tot een tot twee jaar. Dit belemmert de toegankelijkheid van zorg, een cruciale pijler van kwaliteit.\n\nCAR 2.0 pakt deze uitdagingen aan op mesoniveau. In een pilootstudie bij drie zorgvuldig gerekruteerde CAR’s wordt de huidige efficiëntie van zorgprocessen onderzocht. Efficiëntie verwijst daarbij naar het optimaal inzetten van middelen en reductie van verspilling. Effectiviteit wordt hierbij niet uit het oog verloren.\n\nEffectieve zorg is wetenschappelijk onderbouwd en leidt tot verbeterde gezondheidsuitkomsten, afgestemd op de noden van de doelgroep (WHO, 2006). De impact van zorgorganisatie op toegankelijkheid wordt geëvalueerd op basis van meetbare data. In een tweede fase worden alternatieve scenario’s voor zorgorganisatie in co-creatie ontworpen, met expliciete aandacht voor werkbaarheid en behoud van de klinische autonomie van zorgprofessionals.\n\nDe scenario’s worden aangevuld met wetenschappelijke inzichten en feedback van experts. Alle bevindingen worden samengebracht in een strategisch adviesrapport, waarin beleidsmatige randvoorwaarden worden besproken.\n\nDit project kan, na positieve evaluatie, worden opgeschaald naar alle 47 CAR’s in Vlaanderen. Hiermee kan het project op middellange termijn bijdragen aan het verbeteren van de levenskwaliteit van kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis, en hun omgeving. De opgebouwde kennis uit dit project kan bovendien andere (zorg)organisaties ondersteunen, die voor gelijkaardige uitdagingen staan.","summary":"Verbeter de toegankelijkheid van zorg voor kinderen met ontwikkelingsstoornissen in Vlaamse CAR's door efficiëntie en effectiviteit te optimaliseren. Project kan worden uitgebreid naar 47 CAR's voor langdurige verbeteringen in de zorg.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003636","result_description":"We beogen met dit project twee uitkomsten.\n\nUitkomst 1: Rapport situatieanalyse: efficiëntie en toegankelijkheid in kaart gebracht, samen met mogelijke determinanten hiervan\nType: product\nDoelgroep: beleidsmakers, leidinggevenden en medewerkers CAR\nOmschrijving: Dit baseline rapport geeft inzicht in de toegankelijkheid en efficiëntie van zorg in de CAR’s, met data over wachttijden, instroom, uitstroom, doorstroom, kosteneffectiviteit, en organisatie van zorg.\nBeantwoorde needs: Het rapport voorziet in de behoefte aan een robuuste basis voor beleidsontwikkeling en verbeteringstrajecten op vlak van zorgkwaliteit. De inzichten vormen een nulmeting voor het evalueren van toekomstige reorganisaties.\n\nUitkomst 2: Adviesrapport met een beschrijving van afgetoetste scenario’s voor geoptimaliseerde zorgorganisatie in de Vlaamse CAR’s\nType: product\nDoelgroep: beleidsmakers, leidinggevenden en medewerkers CAR\nOmschrijving: Dit rapport omvat afgetoetste scenario’s voor geoptimaliseerde zorgorganisatie, ontwikkeld in co-creatie en aangevuld op basis van wetenschappelijke literatuur en input van experten. Naast de voordelen, mogelijkheden en knelpunten worden ook beleidsmatige randvoorwaarden beschreven.\nBeantwoorde needs: Het rapport bevat concrete handvaten om de zorgprocessen in de CAR’s efficiënter te organiseren met verbeterde toegankelijkheid van zorg als doel. De omschreven scenario’s kunnen de basis vormen om een implementatietraject voor verandering te faciliteren, afgestemd op de specifieke behoeften en omstandigheden binnen elke CAR en rekening houdende met beleidsmatige randvoorwaarden.\n\nDe uitkomsten van dit project, namelijk twee rapporten, zullen naar verwachting op korte en middellange termijn effecten hebben op (1) zorgprofessionals en belangrijke stakeholders in de CAR, (2) de doelgroep van de CAR: de zorgvragers zelf (kinderen, jongeren en hun systeem) en (3) ons zorgsysteem.\n\nVoor de zorgprofessionals en stakeholders verwachten we op korte termijn een toegenomen inzicht in de knelpunten en verbetermogelijkheden met betrekking tot de toegankelijkheid en efficiëntie van zorg. Daarnaast kunnen de projectuitkomsten een stimulans vormen voor datagedreven beleidsvorming en reflectie over noodzakelijke aanpassingen in de zorgorganisatie, waarmee de toegankelijkheid en efficiëntie van zorg kan verbeteren. Dit kan interne discussies op gang brengen en draagvlak creëren voor toekomstige veranderingen. Op middellange termijn kunnen de rapporten dienen als een strategische basis voor beleidsontwikkeling, bijvoorbeeld voor de implementatie en evaluatie van een alternatief model voor zorgorganisatie, met focus op zorgkwaliteit.\n\nVoor de zorgvragers en hun systeem, namelijk kinderen en jongeren met een (vermoeden van) ontwikkelingsstoornissen zoals autisme of ADHD, kan de kennis uit de rapporten op korte termijn bijdragen aan een positievere houding ten opzichte van de CAR. De rapporten kunnen de intentie van de CAR verduidelijken om de toegankelijkheid van zorg te verbeteren (en daarmee de lange wachtlijsten aan te pakken), de efficiëntie van zorgprocessen te vergroten, en de algehele zorgkwaliteit te optimaliseren. Wanneer de alternatieve scenario’s voor zorgorganisatie effectief zouden worden geïmplementeerd en vervolgens worden bijgestuurd en geëvalueerd (op middellange termijn), zal de toegankelijkheid en efficiëntie van zorg voor de doelgroep verbeteren. Dit draagt bij aan een verhoging van de algemene kwaliteit van leven, zowel van de kinderen als van hun omgeving.\n\nUit tal van onderzoeken blijkt dat vroegtijdige identificatie en interventie essentieel zijn om de ontwikkelingsuitkomsten en algehele levenskwaliteit van deze doelgroep te verbeteren. Vroegtijdige interventies hebben bijvoorbeeld aantoonbare verbeteringen laten zien in de sociale en communicatieve vaardigheden van kinderen met autisme (French et al., 2018; Tinelli et al., 2023; Zwaigenbaum et al., 2015). Deze effecten zijn niet alleen direct merkbaar, maar blijven volgens longitudinale studies ook jaren later zichtbaar (Dawson et al., 2010; Kasari et al., 2010; Kasari et al., 2012). Bij kinderen met ADHD worden eveneens positieve effecten waargenomen, zoals een vermindering van bijkomende gedragsproblemen en het voorkomen van secundaire problemen, waaronder een laag zelfbeeld of depressie. Bovendien blijkt vroegtijdige interventie een positieve invloed te hebben op de latere academische prestaties van deze kinderen (Agarwal et al., 2012; Dupaul et al., 2011; Sonuga-Barke et al., 2011). De voordelen beperken zich niet tot de kinderen zelf, maar deze zijn er ook voor hun omgeving. Ouders rapporteren bijvoorbeeld minder zorgen en minder stress zodra hun kind een diagnose heeft en een passende behandeling kan starten (Estes et al., 2009). Daarnaast wijst onderzoek erop dat vroege interventie leidt tot verbeterde communicatie tussen ouders en hun kinderen en meer positieve gezinservaringen (Tinelli et al., 2023).\n\nVoor ons zorgsysteem als geheel kan de gegenereerde kennis op korte termijn leiden tot verhoogd inzicht in hoe optimaal organiseren op mesoniveau kan bijdragen aan de kosteneffectiviteit van de zorg en de tijdige toegang tot gepaste zorg. Op middellange termijn kunnen de realisaties van dit project leiden tot een vermindering van maatschappelijke kosten of zelfs economische besparingen. Uit de literatuur blijkt namelijk dat het niet tijdig tegemoetkomen aan de noden van kinderen met een ontwikkelingsstoornis niet alleen een negatieve impact heeft op henzelf en hun omgeving, maar ook hogere maatschappelijke kosten met zich meebrengt. In 2011 werd geschat dat de levenslange kosten voor een persoon met autisme variëren van 1 tot 2 miljoen euro. Deze kosten zijn in de kindertijd voornamelijk toe te schrijven aan aangepast onderwijs en het verlies van economische productiviteit bij ouders door de verhoogde zorglast. In de volwassenheid omvatten de kosten vooral aangepast wonen, medische zorg en verlies van individuele productiviteit (Buescher et al., 2014). Vroegtijdige interventie kan echter deze kosten aanzienlijk reduceren en op lange termijn zelfs economische besparingen opleveren. Dit komt doordat de behoefte aan intensieve dagelijkse ondersteuning afneemt, ouders weer meer kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt en de vraag naar professionele zorg en langdurige ondersteuning vermindert. Deze besparingen wegen ruimschoots op tegen de initiële kosten van vroegtijdige interventies, wat aantoont dat vroeg behandelen economisch rendabel is (Tinelli et al., 2023). Om deze vroege zorg te kunnen realiseren, en dus individuele, gezinsgerelateerde, en maatschappelijke kosten te besparen, is het van cruciaal belang dat kinderen en jongeren met een (vermoeden van) ontwikkelingsstoornissen tijdig toegang krijgen tot gespecialiseerde diagnostiek en behandeling, zoals aangeboden door de CAR. De gegenereerde kennis uit de huidige PWO-Sprint is specifiek voor de CAR, maar is overdraagbaar naar andere organisaties binnen de welzijnssector."},{"description":"Uit recente incidenten en studies blijkt dat lokale besturen onvoldoende voorbereid zijn op cyberincidenten en ook een plan van aanpak missen om de continuïteit van hun dienstverlening te waarborgen.\n\nDit project heeft als hoofddoel de cyberweerbaarheid van lokale besturen in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant te versterken en de bescherming van data, bedrijfsmiddelen en digitale dienstverlening te waarborgen tijdens ernstige verstoringen. Daarom wordt onderzocht hoe cyberweerbaar deze lokale besturen zijn en hoe hun cyberweerbaarheid verbeterd kan worden.\n\nHet project zal hiervoor de cyberweerbaarheid van 20 lokale besturen bestuderen en hen begeleiden in het verbeteren van de veiligheid, resulterend in een betrouwbaardere en veiligere dienstverlening voor de burgers. De deelnemende besturen hebben een lage tot gemiddelde maturiteit op het gebied van informatieveiligheid en het project beoogt hun bewustzijn en voorbereiding op incidenten te verhogen.\n\nDe inzet van gekwalificeerd personeel, samenwerking met partners en het delen van projectresultaten met andere lokale besturen in Vlaanderen dragen bij aan een verhoogde cyberweerbaarheid in de regio.\n\nDoor het gebrek aan bewustzijn en expertise aan te pakken bij lokale besturen, streeft dit project ernaar om de impact van cyberaanvallen te minimaliseren en de digitale dienstverlening van overheden te waarborgen.","summary":"Verbeter cyberweerbaarheid van lokale besturen in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Onderzoek, begeleid en verhoog bewustzijn voor veiligere dienstverlening. Minimaliseer impact cyberaanvallen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003637","result_description":"Aan het einde van dit project zullen de concrete realisaties onder meer omvatten: Het ontwikkelen en implementeren van bedrijfscontinuïteitsplannen en disaster recovery plannen voor 20 lokale besturen in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Het uitvoeren van analyses van bovenlokale risico's op het gebied van ICT en telecommunicatie voor de deelnemende lokale besturen. Het opzetten van een training- en ondersteuningstraject om de ontwikkelde plannen te testen, evalueren en verbeteren. Het creëren van goede praktijken, inzichten, sjablonen en e-learning trainingsmateriaal die na afloop van het project beschikbaar zullen worden gesteld aan niet-deelnemende lokale besturen en andere publieke entiteiten. Het verhogen van het bewustzijn en de voorbereiding van de lokale besturen op het gebied van cyberveiligheid. Het verbeteren van de reactiecapaciteit van lokale besturen op cyberincidenten. Het bieden van blijvende ondersteuning en updates aan de bedrijfscontinuïteitsplannen via dienstverlening van provinciale dienstverleners. Het publiceren en ter beschikking stellen van het ontwikkelde instrumentarium om de cyberweerbaarheid van alle gemeenten te verhogen en te bewaken, ook na afloop van het project.\n\nDe doelstellingen van dit onderzoeksproject zijn: Het creëren van een duurzame en verhoogde cyberweerbaarheid bij lokale besturen in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Het waarborgen van de bescherming van data, bedrijfsmiddelen en essentiële digitale dienstverlening tijdens ernstige verstoringen. Het bevorderen van een proactieve en effectieve aanpak van cyberincidenten en het minimaliseren van de impact op de dienstverlening. Het stimuleren van continue bewustwording en training op het gebied van cyberveiligheid binnen lokale besturen. Het verspreiden van de ontwikkelde kennis, instrumenten en praktijken naar andere lokale besturen en publieke entiteiten om de cyberweerbaarheid op regionaal en nationaal niveau te versterken."},{"description":"Dit project richt zich op de klimaatadaptieve drinkwatervoorziening en algemeen waterbeheer in de voorstedelijke regio's van Pasto in Colombia. Het doel is om de bevolking van deze regio's toegang te bieden tot schoon en veilig drinkwater.\n\nIn de voorstedelijke regio Pasto is meer dan 70% van de gemeenschappen afhankelijk van verontreinigd drinkwater, wat aanzienlijke gezondheidsrisico's met zich meebrengt. Klimaatverandering verergert deze situatie door toenemende vervuiling van waterbronnen. Het project beoogt de installatie van innovatieve Q-Drop drinkwaterzuiveringssystemen op zonne-energie in negen gemeenschappen, wat resulteert in een betrouwbare productie van hoogwaardig drinkwater voor ongeveer 10.400 mensen.\n\nNaast de installatie van deze Q-Drop systemen wordt ook educatief materiaal, sensibiliseringscampagnes en train-de-trainers rond het thema water-hygiëne-sanitatie uitgewerkt en geïmplementeerd. Er wordt aan de hand van diepte-interviews en focusgroepen met sleutelfiguren binnen de communities onderzocht welke communicatie- en implementatiestrategieën effectief zijn in de rurale context om gedragsverandering te bewerkstelligen.\n\nSamenwerking met lokale partners en kennisoverdracht zijn cruciaal voor de duurzaamheid van het project. Dit zal leiden tot een vermindering van 261 ton CO2-uitstoot per jaar en een verbeterde gezondheid en welzijn van de lokale bevolking.\n\nHowest is betrokken voor onze expertise rond gedragsverandering binnen de opleiding toegepaste gezondheidswetenschappen. De koppeling met onderwijs loopt via stages, bachelorproeven alsook via gastlessen in de module “gezondheid en gedrag”. Op die manier worden real-world toepassingen geïntegreerd in onze curricula die de bewustwording vergroten.","summary":"Verbeter de toegang tot schoon drinkwater in Pasto, Colombia met zonne-energie Q-Drop systemen voor 10.400 mensen. Educatie en lokale samenwerking cruciaal voor duurzaamheid en gezondheidswinst.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003638","result_description":"Na afloop van dit project zijn de volgende concrete realisaties te verwachten:\n\nInstallatie van Q-Drop systemen: Negen voorstedelijke gemeenschappen in Pasto, Colombia, zullen voorzien zijn van innovatieve Q-Drop drinkwaterzuiveringssystemen op zonne-energie, wat resulteert in een betrouwbare productie van hoogwaardig drinkwater voor ongeveer 10.400 mensen.\n\nVerbeterde drinkwaterkwaliteit: De gemeenschappen zullen toegang hebben tot schoon en veilig drinkwater, wat de gezondheidsrisico's aanzienlijk vermindert.\n\nCO2-reductie: Door de installatie van de Q-Drop systemen op zonne-energie zal er een jaarlijkse vermindering van 261 ton CO2-uitstoot zijn.\n\nDuurzame gedragsverandering: Er zal educatief materiaal, sensibiliseringscampagnes en train-de-trainers rond het thema water-hygiëne-sanitatie en klimaatimpact zijn. Ook zal meegewerkt worden aan de installatie van een lokale stuurgroep. Hierdoor zullen de gemeenschappen beter geïnformeerd zijn over duurzaam watergebruik, hygiëne en sanitatie.\n\nKennisoverdracht en capaciteitsopbouw: Lokale ingenieurs en technici zullen getraind zijn in het onderhoud en de exploitatie van de Q-Drop systemen, wat zorgt voor duurzaamheid van de drinkwatervoorziening.\n\nScenarioanalyses en beleidsaanbevelingen: Er zullen scenarioanalyses worden uitgevoerd om plattelandsgemeenschappen klimaatbestendiger te maken, wat resulteert in beleidsgerichte aanbevelingen voor verdere schaalbaarheid in andere regio's van Colombia.\n\nLokale betrokkenheid en eigenaarschap: Door de oprichting van lokale stuurgroepen en samenwerking met lokale universiteiten en scholen, zal er een sterk gevoel van eigenaarschap en betrokkenheid zijn binnen de gemeenschappen.\n\nDeze realisaties dragen bij aan een duurzame en klimaatbestendige drinkwatervoorziening in Pasto, Colombia.\n\nDit project draagt bij aan verschillende lange termijn doelstellingen, waaronder:\n\nVerbeterde volksgezondheid: Door toegang te bieden tot schoon en veilig drinkwater, worden watergerelateerde ziekten verminderd, wat leidt tot een betere algemene gezondheid en welzijn van de bevolking.\n\nDuurzaam waterbeheer: Het project bevordert duurzaam watergebruik en hergebruik, evenals verbeterde hygiëne en sanitatie, wat bijdraagt aan een efficiënter en veerkrachtiger waterbeheer in de regio.\n\nKlimaatadaptatie en -mitigatie: Door de implementatie van klimaatbestendige drinkwaterzuiveringssystemen en de vermindering van CO2-uitstoot, draagt het project bij aan zowel de aanpassing aan als de mitigatie van klimaatverandering.\n\nLokale capaciteitsopbouw: Door kennisoverdracht en training van lokale ingenieurs en technici, wordt de lokale capaciteit versterkt om duurzame drinkwatervoorzieningen te beheren en te onderhouden.\n\nSocio-economische ontwikkeling: Betere toegang tot drinkwater en verbeterde gezondheid dragen bij aan de economische ontwikkeling en het welzijn van de gemeenschappen, wat leidt tot een hogere levenskwaliteit en minder armoede.\n\nOnderwijs en bewustwording: Door sensibiliseringscampagnes en train-de-trainers rond het thema water-hygiëne-sanitatie en klimaatimpact uit te werken, zal bijgedragen worden aan een verhoogd bewustzijn en gedragsverandering binnen de gemeenschappen.\n\nBeleidsontwikkeling en schaalbaarheid: De scenarioanalyses en beleidsaanbevelingen zullen bijdragen aan de ontwikkeling van strategieën voor duurzaam waterbeheer en energievoorziening, die kunnen worden opgeschaald naar andere regio's in Colombia en daarbuiten.\n\nDeze lange termijn doelstellingen dragen bij aan een duurzame en veerkrachtige toekomst voor de voorstedelijke gemeenschappen van Pasto, Colombia."},{"description":"De Vlaamse Hogescholenraad startte in 2021 een onderzoeksproject op om beter zicht te krijgen op de impact op het werkveld en de brede samenleving van het praktijkgericht onderzoek aan de hogescholen. \n\nDe studie werd uitgevoerd door Science Works i.s.m. alle Vlaamse hogescholen. Deze studie is gericht op de ontwikkeling van een kader voor het stimuleren en in kaart brengen van impact binnen de samenleving. \n\nEr worden indicatoren ontwikkeld binnen een framework afgeleid van het 'Strategy Evaluation Protocol' (SEP) dat in Nederland werd ontwikkeld om onderzoek aan universiteiten te evalueren. \n\nEr zijn vier dimensies gedefinieerd waarbinnen indicatoren worden ontwikkeld: samenwerking, product, gebruik en waardering. Alle hogescholen kunnen hun instellingesprofiel definiëren en een basis leggen voor het opvolgen van impact van praktijkgericht onderzoek.","summary":"De Vlaamse Hogescholenraad voert een onderzoeksproject uit om de impact van praktijkgericht onderzoek te meten. In samenwerking met alle hogescholen wordt een kader ontwikkeld met indicatoren voor samenwerking, product, gebruik en waardering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003639","result_description":"Elke hogeschool schrijft een individueel rapport waarbij het instellingsprofiel wordt geschetst en een (aanzet tot) nulmeting wordt weergegeven.\n\nScience Work rapporteert op een geaggregeerde manier de resultaten die Vlaanderen breed zijn verzameld.\n\nKader van impactopvolging praktijkgericht onderzoek van hogescholen."},{"description":"In het R3Pack project zal het volgende worden onderzocht:\n\nHoe kunnen we vanuit West-Vlaanderen een ecosysteem bouwen voor het demonstreren van oplossingen betreffende design en recyclage van niet-huishoudelijke verpakkingen?\n\nWelke vernieuwingen in verpakkingsdesign en geavanceerde wasprocessen kunnen bijdragen aan het behalen van de nieuwe Europese Packaging & Packaging Waste Regulation?\n\nIn het R3PACK project worden minstens 4 à 5 case studies bij West-Vlaamse bedrijven onderzocht, waarbij de hele cyclus van design voor hergebruik en recyclage wordt geanalyseerd en bijhorende nieuwe business modellen worden bekeken.","summary":"Onderzoek in R3Pack project: Bouwen ecosysteem West-Vlaanderen voor verpakkingsoplossingen. Analyse design en recyclage bij bedrijven voor nieuwe business modellen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003640","result_description":"Naast infrastructuurwerken werken we in R3Pack rond minstens 4 à 5 case studies. We willen aan de West-Vlaamse bedrijven oplossingen demonstreren die aantonen dat de PPWR een opportuniteit kan bieden en geen bedreiging. Deze cases lopen telkens over de hele cyclus van design voor hergebruik en recyclage, met bijbehorende nieuwe businessmodellen. Bijvoorbeeld door gepersonaliseerde duurzame verpakkingen te ontwikkelen die waardevoller zijn en hergebruikt worden. Dit gaat tot en met de ontwikkeling van betere recyclagetechnieken die recycled content mogelijk maken in hoogwaardige niet-huishoudelijke verpakkingsapplicaties.\n\nVoorbeelden van potentieel geïnteresseerde bedrijven zijn Renasci, Vanheede, Veolia, Renewi, Vandemoortele, Libeert, Vitalo, Cabka, Coeman Packaging, Flandria Foods, Vereecke Bakery Products, Segers & Balcaen, DPL Group, STP, Van Hollebeke Plastics, MCC Verstraete, Boss Paints, AmcorGoodless, Beologic, enzovoort. Dit is naast de verschillende winkelketens actief in West-Vlaanderen, zoals bijvoorbeeld Leonidas en Colruyt.\n\nOp heden komt er allerhande nieuwe Europese wetgeving af op onze bedrijven, waaronder de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR). In deze wetgeving zijn scherpe targets gedefinieerd met betrekking tot onder andere hergebruik, recycling rate en de implementatie van recycled content in verpakkingen. Met dit project willen we de West-Vlaamse bedrijven ondersteunen bij de implementatie van deze targets. De focus ligt hierbij op de niet-huishoudelijke verpakkingen, die vaak onder de radar blijven maar gezien hun grote massa cruciaal zijn voor het behalen van de Europese recyclagetargets."},{"description":"Het sportlandschap is volop in beweging, met een snelle opkomst van nieuwe sporten en spelvormen die diverse doelgroepen aanspreken. Deze ontwikkelingen bieden nieuwe kansen om sportparticipatie op een laagdrempelige en innovatieve manier te vergroten onder jongere doelgroepen.\n\nDe Sportinnovatiecampus – een samenwerking tussen Howest en Sport Vlaanderen – vervult een unieke rol als proeftuin voor sport en beweging en richt zich op vier innovatiedomeinen: Exergames, Digital Coaching, Active Design en New Sports.\n\nIn dit onderzoeksproject wordt het ‘Sport Spel Spectrum’ ontwikkeld als kader voor sportinnovatie. Dit zal gebruikt worden voor het ontwikkelen van New Sports. De Sportinnovatiecampus test in een vroege fase nieuwe sporten en spelvormen. Dit project initieert de ambitie om actief hiaten in het huidige sportaanbod te onderzoeken.\n\nHiervoor zullen onder andere kwalitatieve interviews met een selectie van experts/ervaringsdeskundigen uit het werkveld afgenomen worden. Daarnaast zullen zelf nieuwe sportvormen en spelconcepten ontwikkeld worden. Met de realisatie van dit project zal de Sportinnovatiecampus haar rol van proeftuin naar kweekvijver voor vernieuwende sporten en spelvormen uitbreiden en versterkt de Sportinnovatiecampus Howest als innovatieve en ondernemende hogeschool.","summary":"Ontdek nieuwe sporten en spelvormen bij Sportinnovatiecampus, een proeftuin voor sport en beweging. Vergroot sportparticipatie onder jongeren op innovatieve wijze.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003641","result_description":"Als concrete output van dit project zal een verzameling van bestaande nieuwe sporten en spelvormen ontwikkeld zijn op een intern platform. Dit platform zal dienen voor inspiratie en kennisdeling tussen studenten en docenten. Tevens kan het gebruikt worden ter inspiratie van het werkveld en externe partners.\n\nDaarnaast zal een database samengesteld zijn met een uitgebreide verzameling ideeën over nieuwe sporten en spelvormen. Deze ideeën vormen een belangrijke bron voor innovatie in de sportwereld en geeft input in welke ideeën mogelijks kunnen doorontwikkeld worden.\n\nEen eerste draft van het Sport Spel Spectrum is ontwikkeld als didactisch model om nieuwe sporten en spelvormen te analyseren en te ontwerpen. Dit model zal in de toekomst ook de basis vormen voor dienstverleningstrajecten waarmee sportclubs en sportfederaties worden ondersteund bij het implementeren van innovatieve sporten en spelvormen. Ook kan dit binnen Howest gebruikt worden als methodiek voor bachelorproeven en interne brainstormoefeningen.\n\nDit didactisch model zal ook gebruikt worden in een nieuw opleidingsonderdeel in de opleiding Sport en Bewegen: ‘Sportinnovatie met focus op game design/gamification’. Dit opleidingsonderdeel stimuleert studenten (uit verschillende opleidingen) bij het bedenken en uitwerken van nieuwe sporten en spelvormen.\n\nOok is er als output toegepaste expertise opgebouwd in brainstormtechnieken om nieuwe sport/spelideeën te genereren. Dit heeft geleid tot een concrete output van 20 bruikbare ideeën voor nieuwe sporten en spelvormen, evenals 2 uitgewerkte businessplannen voor innovatieve sportproducten. Bovendien zijn behoefteanalyses uitgevoerd bij 2 specifieke doelgroepen, waardoor er gerichter kan worden ingespeeld op hun wensen en verwachtingen.\n\nTot slot zullen 2 bruikbare prototypes van sportproducten ontwikkeld zijn.\n\nDe ontwikkeling van een platform en database rond nieuwe sporten en spelvormen (‘New Sports’) is gericht op het realiseren van concrete impact op korte en middellange termijn bij diverse doelgroepen.\n\nOp korte termijn worden docenten en studenten gestimuleerd om deze nieuwe sporten en spelvormen te integreren in hun educatieve en praktijkgerichte projecten. Dit versterkt niet alleen de kwaliteit van de leerervaring, maar verhoogt ook direct de fysieke activiteit onder jongeren via hun interacties met het werkveld.\n\nVoor studenten werkt dit tevens inspirerend: brainstormsessies en businessplannen over nieuwe sporten en spelvormen stimuleren hen om innovatieve ideeën verder uit te werken, met de verwachting dat meer studenten op korte termijn de stap zetten naar Howest Onderneemt om hun ondernemerschap verder te ontwikkelen.\n\nVoor jonge kinderen brengt dit initiatief op korte termijn meer variatie en plezier in sportkampen en sportklassen, wat direct leidt tot meer beweging en een verbeterde beleving van sport. Deze positieve ervaringen leggen een basis voor een actieve levensstijl.\n\nOp middellange termijn wordt verwacht dat stagepartners hun sportaanbod structureel uitbreiden met nieuwe sporten en spelvormen, waardoor een groter en divers publiek wordt bereikt. Dit zal resulteren in een verhoogde sportparticipatie en het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en het werkveld. Voor studenten biedt dit op middellange termijn kansen vernieuwend te zijn in het werkveld wat hun doorstroom naar ondernemende carrières vergemakkelijkt."},{"description":"In een samenleving waar jong en oud steeds meer langs elkaar leven, wil PLAY Forward generaties opnieuw met elkaar verbinden. Terwijl GenZ opgroeit in een digitale wereld, blijven vitale ouderen vaak ondervertegenwoordigd in deze snel evoluerende context. Resultaat? Stereotiepe beeldvorming, wederzijds onbegrip en hardnekkig ageism aan beide kanten.\n\nPLAY Forward grijpt spel aan als brug. Door het inzetten van (exer)games – speelse toepassingen die fysieke beweging combineren met technologie – onderzoekt het project hoe jongeren en ouderen dichter bij elkaar kunnen worden gebracht. Met als doel: intergenerationele interactie stimuleren, generatiebeelden nuanceren en structurele methodieken ontwikkelen voor duurzame sociale cohesie.\n\nIn drie onderzoeksfasen wordt eerst inzicht verworven in vooroordelen via interactieve workshops en ouderdomssimulaties in samenwerking met bibliotheken. Vervolgens worden intergenerationele speelsessies ontworpen, getest en geoptimaliseerd i.s.m. lokale sportaanbieders. Tot slot mondt dit traject uit in een Intergenerationeel Actieplatform (IGA), boordevol werkvormen, voorbeeldsessies, spelmechanismen en begeleidersrichtlijnen.\n\nOm dit te onderzoeken wordt gebruik gemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals onder meer diepteinterviews, participatieve observatie en focusgroepen. PLAY Forward levert niet alleen wetenschappelijke inzichten op over de kracht van spel in het doorbreken van stereotypen, maar ook praktische tools die multisportfederaties (en hun sportclubs) meteen kunnen inzetten.\n\nHiermee wil het project bijdragen aan een generatievriendelijke samenleving waarin spel niet enkel plezier brengt, maar ook begrip en verbondenheid.","summary":"PLAY Forward verbindt generaties met (exer)games om stereotypes te doorbreken en sociale cohesie te bevorderen. Onderzoek, speelsessies en een actieplatform stimuleren intergenerationele interactie en brengen jongeren en ouderen dichter bij elkaar.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003642","result_description":"Fase 1: Sensibilisering en bewustwording\n\nDe output van fase 1 omvat een theoretisch kader rond ageism en intergenerationeel contact, een bundeling van inzichten over wederzijdse generatiebeelden, een evaluatie van de inzetbaarheid van (exer)games als bewustmakingsinstrument, en een selectie van effectieve spelmechanismen. Deze inzichten worden vertaald naar verschillende concrete realisaties:\n\nProduct: Een populair-wetenschappelijk boek rond \"De 10 clichés over Generatie Z en ouderen\", gebaseerd op de informatie verzameld in het theoretisch kader rond ageism en intergenerationeel contact, en de inzichten over wederzijdse generatiebeelden. Dit boek richt zich op het brede publiek en heeft als doel het maatschappelijk debat over leeftijd en generatiebeelden te stimuleren.\n\nDienst: De inzichten en evaluatie worden gebruikt voor het ontwikkelen van sensibiliserende workshops over generatiebeelden en intergenerationele speelsessies, gericht op voornamelijk bibliotheken als aanbieders. Deze sessies vormen een belangrijke brug tussen onderzoek en praktijk en zijn bedoeld om bewustwording te creëren bij jongeren en ouderen.\n\nInput voor product: De selectie van spelmechanismen die effectief bijdragen aan reflectie en verbinding tussen generaties, wordt gebundeld en meegenomen in de ontwikkeling van het Intergenerationeel Actieplatform (IGA) in fase 3. Dit platform richt zich voornamelijk op multisportfederaties en dient als inspiratiebron om hun leden te informeren, stimuleren en ondersteunen om met intergenerationele speelsessies aan de slag te gaan.\n\nFase 2: Intergenerationeel contact via (exer)games\n\nOp basis van de inzichten uit fase 1 worden in fase 2 intergenerationele speelsessies ontwikkeld, getest en geëvalueerd. Verwachte output omvat: inzicht in de impact van (exer)games op generatiebeelden, evaluatie van spelelementen op effectiviteit, en aanbevelingen voor spelbegeleiders. Deze fase leidt tot volgende concrete realisaties:\n\nProduct: Voorbeeldsessies van intergenerationele (exer)games, beschikbaar als losse sessies en als lessenreeks. Deze zijn direct implementeerbaar en worden via het IGA aangeboden aan multisportfederaties, die ze kunnen verspreiden naar hun leden. Intern kunnen deze sessies ook als dienst worden aangeboden door de Sportinnovatiecampus.\n\nProduct: Aanbevelingen voor spelbegeleiders, gebundeld op het IGA, met praktische tips en richtlijnen voor wie intergenerationele speelsessies wil begeleiden. De primaire doelgroep zijn begeleiders en coaches binnen de clubs van multisportfederaties, maar ook andere doelgroepen kunnen hieruit putten.\n\nFase 3: Intergenerationeel Actieplatform en disseminatie\n\nIn deze slotfase worden alle inzichten uit de vorige fases geïntegreerd in het Intergenerationeel Actieplatform (IGA):\n\nProduct: Het IGA bundelt concrete werkvormen, methodieken, uitgewerkte voorbeeldsessies, effectieve spelmechanismen en begeleidersrichtlijnen. Dit digitale platform is primair gericht op multisportfederaties, die als kernpartners worden beschouwd voor de brede implementatie en verspreiding onder hun leden (lokale clubs, trainers, vrijwilligers…).\n\nProduct: Aanvullend worden beleidsaanbevelingen geformuleerd voor deze federaties rond de structurele inbedding van intergenerationele speelsessies binnen hun werking.\n\nProduct: Tot slot wordt onderzocht hoe de resultaten kunnen worden vertaald naar een SAP-nota (Short Advanced Programme) binnen het RUN-EU netwerk. Dit resulteert in een internationaal leertraject voor studenten van Europese hogescholen, met intergenerationeel spel als centrale thema. Dit vergroot de impact van het project op onderwijsniveau, ook buiten België.\n\nDe sensibiliseringsworkshops rond generatiebeelden, de intergenerationele speelsessies en het populariserende boek ‘De 10 clichés’ hebben op korte termijn als doel om zowel bij jongeren (Generatie Z) als bij vitale ouderen in de 3e levensfase het inzicht te vergroten in hun eigen vooroordelen en stereotypen over de andere generatie. Deze verhoogde zelfreflectie leidt tot meer bewustwording en vormt de eerste stap naar het doorbreken van generatiekloven.\n\nOp middellange termijn verwachten we dat het wederzijds begrip tussen beide generaties structureel toeneemt. Door herhaald en begeleid intergenerationeel contact via spel ontstaat er meer empathie, openheid en respect. Vooral de laagdrempeligheid en speelse aard van de (exer)games zorgen ervoor dat deze interacties toegankelijk zijn, ook voor doelgroepen die niet vanzelfsprekend met elkaar in contact komen. Dit resulteert in een positieve beeldvorming en versterkte sociale cohesie op lokaal niveau.\n\nHet Intergenerationeel Actieplatform (IGA) bundelt onder andere:\n\nconcrete werkvormen en handvaten voor het begeleiden van intergenerationele speelsessies;\nuitgewerkte intergenerationele voorbeeldsessies;\neffectieve spelmechanismen om generaties met elkaar te verbinden;\naanbevelingen voor begeleiders uit de sport- en vrijetijdssector.\n\nDeze outputs zorgen op korte termijn voor een toename aan intergenerationele contacten, georganiseerd door lokale sportaanbieders. Op middellange termijn beogen we via het IGA een bredere implementatie van intergenerationele methodieken binnen de werking van multisportfederaties. Deze federaties spelen een sleutelrol als verspreiders naar hun leden (clubs, trainers, lokale vrijwilligers). Door hun actieve betrokkenheid wordt verwacht dat intergenerationeel spel structureel deel uitmaakt van het sportaanbod en vaker opduikt in lokale programma’s en activiteiten. Tot slot bevat het IGA ook beleidsaanbevelingen voor multisportfederaties over de duurzame inbedding van intergenerationeel contact via (exer)games. Hoewel deze aanbevelingen minder effect zullen hebben op korte termijn, beogen ze op middellange termijn een verankering in beleidsplannen en subsidiekaders, waardoor het thema structureel wordt opgenomen in hun strategische werking."},{"description":"Dit project wil koolstoflandbouw aantrekkelijker maken voor boeren. Koolstoflandbouw betekent dat boeren technieken gebruiken om koolstof in de bodem vast te leggen, wat helpt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de klimaatdoelstellingen van Europa te halen.\n\nDeze aanpak is nog niet wijdverspreid omdat de administratie en het meten van de resultaten ingewikkeld en tijdrovend zijn. CAFAMORE wil een systeem ontwikkelen waarmee boeren kunnen bijhouden hoeveel koolstof ze opslaan en hiermee certificaten kunnen aanvragen, die ze vervolgens kunnen verkopen op een speciale markt, wat hen extra inkomsten oplevert. Dit systeem is niet alleen nuttig voor de koolstofmarkt, maar ook voor bedrijven en overheden die rapporten moeten opstellen over hun milieuprestaties.\n\nGegevens over de bodem en landbouwpraktijken worden verzameld en er wordt een platform gebouwd waar boeren en bedrijven koolstofcertificaten kunnen uitwisselen. Het systeem wordt getest in verschillende landen, waaronder België, Nederland en Frankrijk. Door samenwerking met wetenschappers en boeren zal het systeem worden verbeterd en aangepast aan de behoeften van de praktijk.\n\nHowest zal vanuit haar web3 en blockchain expertise een decentrale marktplaats ontwikkelen voor carbon removal credits voor de diverse actoren in dit ecosysteem en adviseren hoe dit verder in productie kan genomen worden via bestaande of nog te ontwikkelen blockchain platformen. Studenten en docenten krijgen toegang tot real-world cases waarbij cutting-edge technologieën geïntegreerd worden in curricula, zowel via de module “web3 fundamentals” als via de web3 masterclass.","summary":"Maak koolstoflandbouw aantrekkelijk voor boeren door hen een systeem te bieden om koolstof op te slaan en te verhandelen voor extra inkomsten. Gegevens worden verzameld en een platform wordt gebouwd voor certificaatuitwisseling. Samenwerking met wetenschappers en boeren om het systeem te verbeteren.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003643","result_description":"De belangrijkste concrete realisaties bij het afsluiten van dit project zijn:\n\nHarmonisatie en standaardisatie van datasets voor gewassen, bodem en remote sensing op perceelniveau, die toegankelijk zullen zijn voor alle Europese landbouwers. Infrastructuur voor geautomatiseerde gegevensstromen, inclusief een prototype marktplaats voor koolstofcertificaten en een ruimtelijk expliciet koolstoflandbouwregister. Een multi-model kwantificatieplatform voor koolstoflandbouwprojecten en deelname van boeren in zeven landen. Verbeterde bodemmonsternemingsprotocollen en tools voor monitoring, rapportage en verificatie, die ook gebruikt kunnen worden voor bedrijfsrapportage en voor nationale inventarissen van broeikasgassen.\n\nOp lange termijn hoopt het CAFAMORE-project de volgende doelstellingen te bereiken:\n\nVersterking van de koolstoflandbouwmarkt: Door het ontwikkelen van betrouwbare, geharmoniseerde en kosteneffectieve monitoring- en certificeringstools kunnen landbouwers en bedrijven actiever deelnemen aan de koolstofmarkt, wat de vraag en het aanbod van koolstofcertificaten vergroot. Klimaatdoelstellingen en bodemgezondheid ondersteunen: De monitoringtools en -methoden helpen landbouwers bij het effectief vastleggen van koolstof in de bodem, wat bijdraagt aan het halen van de Europese klimaatdoelen en het verbeteren van de bodemgezondheid. Interoperabele gegevensinfrastructuur: Door het bouwen van een gedigitaliseerde en interoperabele infrastructuur kunnen koolstofverwijderingsgegevens eenvoudig worden gedeeld en gebruikt voor meerdere doeleinden, zoals bedrijfsrapportage, nationale broeikasgasinventarissen, etc. Vertrouwen en transparantie in koolstofmarkten: De realisaties zijn bedoeld om het vertrouwen van boeren, bedrijven en beleidsmakers in de koolstofmarkten te vergroten door betrouwbare gegevens en transparante rapportagesystemen te leveren. Opschaling van koolstoflandbouwpraktijken: Met verbeterde meet-tools en een koolstofcertificatenmarktplaats kan koolstoflandbouw verder worden opgeschaald in heel Europa, wat de bijdrage aan klimaatmitigatie vergroot."},{"description":"MOCAP (Motion Capture) is het capteren van bewegingen van een mens of object, om animatie data op een 2D/3D model te mappen. Dit is tegenwoordig essentieel in bijna elk onderzoeksproject van DAE wat de noodzaak van nieuwe infrastructuur met zich meebrengt.\n\nDit dossier betreft een investering in onderzoeksinfrastructuur om bij DAE een dedicated MOCAP lab in te richten, dat voorzien is van de meest courante low-end en high-end hardware en software om in motion capture te voorzien. Deze wordt geïnstalleerd in het onderzoekslabo/bureaus van DAE Research in The Square in een bestaande trussopstelling van 3*3*3 meter.\n\nDoor een nieuw MOCAP lab in te richten dat alle technologie beschikbaar heeft, worden ook vergelijkend onderzoek, contractonderzoek en dienstverlening aan bedrijven die deze infrastructuur zelf niet voorhanden hebben, mogelijk.","summary":"MOCAP is essentieel voor onderzoeksprojecten bij DAE. Dit dossier investeert in een dedicated MOCAP lab met up-to-date hardware en software in The Square. Dit maakt vergelijkend onderzoek en dienstverlening aan bedrijven mogelijk.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003644","result_description":"MOCAP lab\n\nHet MOCAP lab is een infrastructuur die kan worden ingezet in onderzoeksprojecten van DAE Research en Howest. Daarnaast wordt het lab ook gebruikt in lessen van DAE en biedt het bedrijven de mogelijkheid om hardware te testen."},{"description":"Dit Blended Intensive Programme (BIP) wordt georganiseerd binnen het postgraduaat Migration & Refugees, in samenwerking met de opleidingen Sociaal Werk en Toegepaste Psychologie van Howest, het Departement van Social Sciences van Chestnut Hill College (USA) en het Departement of Social Work van Makerere University (Oeganda).\n\nBinnen het BIP 'Globalization and Migration' willen we de actuele thema's rond globalisering, migratie en vluchtelingen wereldwijd onderzoeken. Studenten verkennen dit thema vanuit verschillende invalshoeken vanuit verschillende werelddelen. De combinatie van gastlezingen van zowel Vlaamse, Amerikaanse als Oegandese gastsprekers en field visits leidt tot een dynamische invulling van het traject.\n\nOp het programma staan lezingen en workshops over migratie en globalisering wereldwijd, culturele en educatieve bezoeken, veldbezoeken aan sociale organisaties die werken met migranten in België, workshops over interculturele competenties,... Gedurende de 10 werkdagen krijgen de studenten (reflectieve) opdrachten over de thema's. Tussen de lezingen, workshops en bezoeken door krijgen ze tijd om hieraan te werken. Vanuit Howest zullen zowel Vlaamse als internationale studenten (EU en niet-EU) deelnemen aan dit programma.\n\nHet project loopt van 3 tot en met 14 maart 2025, maar heeft een virtuele voorbereiding en natraject. We beogen 10 Oegandese studenten en 2 Oegandese professoren binnen dit budget te laten deelnemen aan dit project.","summary":"Verken wereldwijde migratie en globalisering in het Blended Intensive Programme 'Globalization and Migration' met gastlezingen, veldbezoeken en workshops. Internationale studenten betrekken, met een focus op Oegandese deelnemers.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003645","result_description":"De studenten en staf hebben bijgeleerd over verschillende topics die gelinkt zijn aan Migration and Globalization uitdagingen in verschillende delen van de wereld (USA, Europe en Afrika).\n\nHet BIP heeft bewustzijn rond globale uitdagingen, wereldburgerschap en duurzame ontwikkelingssamenwerking gecreëerd bij zowel studenten als staf. Het BIP heeft ideeën en voorstellen ontwikkeld om te werken rond duurzame oplossingen voor het migratiebeleid wereldwijd. Het BIP heeft de internationale competenties en interculturele communicatie van studenten, docenten en hogeronderwijsinstellingen versterkt.\n\nDe studenten leren over verschillende topics die gelinkt zijn aan Migration and Globalization uitdagingen in verschillende delen van de wereld (USA, Europe en Afrika). Het BIP creëert bewustzijn rond globale uitdagingen, wereldburgerschap en duurzame ontwikkelingssamenwerking. Het BIP heeft een inter- en multidisciplinaire aanpak bij het onderwerp Globalization and Migration. Het BIP ontwikkelt ideeën en voorstellen om te werken rond duurzame oplossingen voor het migratiebeleid wereldwijd. Het BIP versterkt de internationale competenties en interculturele communicatie van studenten, docenten en hogeronderwijsinstellingen. Het BIP focust zich op Internationalization@home."},{"description":"Heel wat gezondheidsproblemen zijn gerelateerd aan gedrag, denk bijvoorbeeld aan roken, ongezond eten, alcoholgebruik en te weinig bewegen. Gedragsverandering speelt daarom een cruciale rol in de bevordering van gezondheid.\n\nOm gezondheidsbevorderaars te ondersteunen bij het selecteren van geschikte technieken voor gedragsveranderingsinterventies, -methodieken en -projecten lanceerde het Instituut Gezond Leven in 2023 de filtertool voor gedragsveranderingstechnieken. De technieken die hierin zijn opgenomen, zijn gebaseerd op de taxonomie van Kok et al. (2016) en zijn gelinkt aan het Intervention Mapping Protocol (IMP). Tot op heden is slechts een derde van alle technieken onder de vorm van techniekenfiches opgenomen in deze tool.\n\nIn de techniekenfiches vindt men de beschrijving van de techniek met theoretische info, praktische tips en inspirerende voorbeelden. Voor heel wat technieken moeten dus nog fiches opgesteld worden zodat ze kunnen worden opgenomen in de filtertool. Dit project heeft als doel om 25 van deze projectfiches uit te werken voor de filtertool van Gezond Leven. Om deze fiches uit te werken, wordt een grondige literatuurstudie uitgevoerd, gevolgd door het invullen van een sjabloon met wetenschappelijk onderbouwde informatie.\n\nHowest levert via dit project een waardevolle bijdrage aan de verdere kennisopbouw over en disseminatie rond preventieve gezondheidszorg waardoor gezondheidsprofessionals in hun interventies ondersteund worden.","summary":"Cruciale rol van gedragsverandering in gezondheidsbevordering. Filtertool van Gezond Leven biedt techniekenfiches voor effectieve interventies. Howest draagt bij aan kennisopbouw voor gezondheidsprofessionals.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003646","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\n25 uitgeschreven techniekenfiches zijn opgenomen in de filtertool op de website van het Vlaams Instituut Gezond Leven, met duidelijke vermelding van Howest.\n\nDoelstelling:\nHowest wil via dit project een waardevolle bijdrage leveren aan de verdere uitbouw van een filtertool die gedragsveranderingstechnieken ondersteunt voor gezondheidsprofessionals in hun interventies."},{"description":"Het RUN-InnoBoost-project richt zich op het versterken van innovatie en ondernemerschap binnen de alliantie van RUN-EU. Dit project beoogt de oprichting van interregionale innovatielijnen via zogenaamde Living Labs, waarin studenten, onderzoekers en bedrijven samenwerken aan grensoverschrijdende oplossingen.\n\nBinnen RUN-InnoBoost wordt onderzocht hoe ondernemerschapsvaardigheden bij studenten, onderzoekers en docenten kunnen worden versterkt door middel van blended onderwijs, training en mentoring. Er wordt onderzocht hoe organisatorische structuren binnen de alliantie kunnen worden verbeterd om kennisvalorisatie en bedrijfscreatie beter te ondersteunen. De Living Labs vormen een katalysator voor interregionale samenwerking door netwerken van innovatiehubs te verbinden en start-ups te ondersteunen. Het project zet in op sectoren zoals bio-economie, digitale technologieën en sociale innovatie, in nauwe samenwerking met regionale en Europese belanghebbenden.\n\nRUN-InnoBoost draagt bij aan regionale groei, bevordert de implementatie van Smart Specialisation Strategies en ondersteunt de cohesiedoelstellingen van de Europese Unie. De verwachte resultaten omvatten 1.200 getrainde studenten, 250 onderzoekers en 180 docenten, de oprichting van acht nieuwe start-ups en verbeterde innovatie-infrastructuren binnen RUN-EU-instellingen. Op lange termijn zal het project bijdragen aan een sterkere ondernemerschapscultuur en een duurzame Europese innovatieruimte.","summary":"Versterk innovatie en ondernemerschap binnen RUN-EU door interregionale Living Labs te creëren. Ondernemerschapsvaardigheden versterken via blended onderwijs en mentoring. Verbetering van organisatiestructuren voor kennisvalorisatie en bedrijfscreatie. Stimuleert interregionale samenwerking en ondersteunt start-ups in sectoren zoals bio-economie, digitale technologieën en sociale innovatie. Resultaten omvatten training van 1.200 studenten, 250 onderzoekers, 180 docenten, oprichting van acht start-ups en verbeterde innovatie-infrastructuren binnen RUN-EU-instellingen. Bijdrage aan regionale groei, Smart Specialisation Strategies en EU-cohesiedoelstellingen voor een duurzame Europese innovatieruimte.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003647","result_description":"Bij de afsluiting van het RUN-InnoBoost-project worden de volgende concrete realisaties verwacht:\n\n1. 200 studenten nemen deel aan onderwijsactiviteiten gericht op innovatie, ondernemerschap en bedrijfsvaardigheden.\n2. 250 onderzoekers volgen trainingen om hun innovatie- en ondernemerschapsvaardigheden te vergroten.\n3. 180 docenten worden getraind in innovatiepedagogiek en het begeleiden van studentinnovatieprojecten.\n4. Oprichting van 8 nieuwe start-ups tegen het einde van het project, voortkomend uit de activiteiten van de Living Labs.\n5. Ondersteuning van minstens 20 bestaande regionale start-ups via de Living Labs en mentorprogramma's.\n6. 5 functionerende Living Labs, waarin studenten, onderzoekers, bedrijven en andere stakeholders samenwerken aan regionale en interregionale uitdagingen.\n7. Schaalvergroting van de Living Labs tot transdisciplinaire hubs die de RUN-EU Innovation Hubs verbinden.\n8. 8 verbeterde of nieuwe organisatorische structuren binnen RUN-EU-partners voor kennisvalorisatie en ondernemerschap.\n9. Een gezamenlijke Innovatie- en Ondernemerschapsagenda voor de RUN-EU-alliantie en individuele partners.\n10. Een RUN-EU Mentor Network met minimaal 60 mentoren (waarvan 40% vrouw), die studenten en onderzoekers ondersteunen bij bedrijfscreatie en innovatie.\n11. 20 interregionale stages voor studenten, ondersteund door een uitgebreid digitaal platform.\n12. Een dynamische RUN-InnoBoost Community Portal met tools, kennisproducten en netwerkmogelijkheden.\n13. Publicatie van 10 communicatieproducten (zoals explainer-video’s, infographics en casestudy's).\n14. Engagement van minimaal 1.000 stakeholders via evenementen, zoals Innovation Days en Entrepreneurship Festivals.\n15. Bijdragen aan de 2030-doelen van RUN-EU, zoals:\n  - 10% van de afgestudeerden die als ondernemer aan de slag gaan.\n  - 75% van de onderzoekers heeft tegen 2030 een opleiding in ondernemerschap gevolgd.\n  - 20% van de regionale start-ups is gelanceerd of ondersteund door RUN-EU-activiteiten.\n\nMet dit project wil men op lange termijn de innovatiecapaciteit van regionale ecosystemen versterken door praktijkgericht onderzoek te verbinden met onderwijs en ondernemerschap. Het project beoogt duurzame samenwerking tussen hogescholen en regionale partners, gericht op het ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Door multidisciplinaire studententeams en living labs te integreren, stimuleert het project zowel internationale competenties als regionale impact.\n\nOp termijn wil men komen tot een structurele methodologie voor challenge-based innovatie, ingebed in de werking van de betrokken instellingen. Zo wordt een blijvende bijdrage geleverd aan regionale ontwikkeling, talentontplooiing en de transitie naar een meer veerkrachtige en inclusieve samenleving."},{"description":"Rolstoelgebruikers ervaren nog steeds veel barrières om actief te bewegen en te sporten, ook in exergames (spellen die fysieke bewegingen combineren met gaming). Het EXERCHAIR-project wil hier verandering in brengen.\n\nEr wordt een innovatieve, inclusieve exergame-opstelling ontwikkeld die specifiek is afgestemd op de behoeften van rolstoelgebruikers. Met aanpassingen aan de bestaande iPlay-opstelling in onder andere de Sportscube for Active Gaming en nieuwe gameconcepten op maat, biedt EXERCHAIR een kans om sport en technologie toegankelijker te maken.\n\nDit project combineert technologische innovatie met cocreatie, intensieve gebruikerstesten en iteratief design om te onderzoeken hoe het motion-capture systeem 'mocap4all' kan worden ingezet om sport toegankelijk te maken voor rolstoelgebruikers. Mocap4all wordt aangepast om bewegingen van rolstoelgebruikers nauwkeurig te detecteren en toekomstige toepassingen te ondersteunen. Daarnaast wordt samen met de doelgroep een exergame ontwikkeld.\n\nMet de resultaten wil EXERCHAIR meer sportdeelname en gezondheid onder rolstoelgebruikers stimuleren. Het project levert niet alleen een werkend prototype, maar ook richtlijnen voor inclusieve gameontwikkeling. Deze inzichten zullen breed gedeeld worden, zodat de impact reikt van de sportwereld tot de gezondheidssector. EXERCHAIR maakt sporten toegankelijker en draagt bij aan een inclusievere samenleving waarin iedereen kan bewegen, spelen en groeien.","summary":"EXERCHAIR: Inclusieve exergame voor rolstoelgebruikers bevordert sportparticipatie en gezondheid. Innovatief project met aangepaste game-opstelling en cocreatie. Streven naar toegankelijke sport en technologie voor iedereen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003648","result_description":"**Producten**\n\na) Werkend prototype van een inclusieve exergame\n\nBeschrijving: Een nieuwe exergame, specifiek ontworpen voor rolstoelgebruikers, inclusief aanpasbare moeilijkheidsgraden en single- en multiplayer-opties. Doelgroep: Rolstoelgebruikers, revalidatieprofessionals, en sportorganisaties. Doel: Stimuleren van fysieke activiteit en spelplezier bij rolstoelgebruikers en tonen van het potentieel van exergaming in inclusieve sport.\n\nb) Geüpdatet mocap4all-framework\n\nBeschrijving: Een verbeterde versie van het motion-capture systeem, aangepast voor rolstoelgebruikers en mogelijks compatibel met mobiele devices (smartphones en tablets). Doelgroep: Gameontwikkelaars en technologen in de sport- en gezondheidssector. Doel: Vergroten van de toegankelijkheid, schaalbaarheid en mobiliteit van exergamingtechnologie.\n\n**Diensten**\n\na) Handleiding voor inclusief game-design\n\nBeschrijving: Een uitgebreide gids met richtlijnen en do's-and-don'ts voor het ontwikkelen van inclusieve exergames. Doelgroep: Gameontwikkelaars, opleiders in game-design, en professionals in revalidatie en sport. Doel: Stimuleren van inclusieve innovatie en het gebruik van technologie in sport en revalidatie.\n\nb) Mobiele setup voor exergames\n\nBeschrijving: Een lichtgewicht, gemakkelijk te transporteren opstelling die op diverse locaties kan worden ingezet. Doelgroep: Revalidatiecentra, scholen, en sportverenigingen. Doel: Verbeteren van de toegankelijkheid van exergames door deze ook buiten vaste installaties beschikbaar te maken.\n\n**Processen**\n\na) Co-creatiemethodologie voor inclusieve innovatie\n\nBeschrijving: Een uitgewerkt proces voor het betrekken van specifieke doelgroepen (zoals rolstoelgebruikers) bij het ontwerpen en testen van nieuwe producten. Doelgroep: Onderzoeksgroepen, ontwikkelaars en organisaties die inclusieve innovaties nastreven. Doel: Inzichten bieden in het effectief inzetten van co-creatie om inclusieve en gebruiksvriendelijke producten te ontwikkelen.\n\nb) Iteratieve user testing aanpak\n\nBeschrijving: Een praktijkgericht proces voor het herhaaldelijk testen en verbeteren van producten in samenwerking met de doelgroep. Doelgroep: Ontwikkelaars, revalidatieprofessionals, en onderzoekers. Doel: Zorgen dat het eindproduct maximaal afgestemd is op de behoeften van de gebruikers.\n\n**Communicatie en disseminatie**\n\na) Whitepaper en publicaties\n\nBeschrijving: Een document met de resultaten en lessen uit het project, gericht op technologische en maatschappelijke impact. Doelgroep: Beleidsmakers, onderzoekers, en ontwikkelaars. Doel: Verspreiden van kennis over inclusieve exergames en inspireren tot vervolgprojecten.\n\nb) Slotevent met demo's\n\nBeschrijving: Een afsluitend evenement waarin het prototype wordt gedemonstreerd en de resultaten worden gepresenteerd. Doelgroep: Werkveldpartners, onderzoekers, beleidsmakers, en het brede publiek. Doel: Brede valorisatie van het project en het leggen van fundamenten voor toekomstige samenwerkingen."},{"description":"De perceptuele beoordeling van stemkarakteristieken op glottisniveau (i.e. bepaald door trilling en sluiting van de stemplooien) is sinds lang een onderwerp van onderzoek. In een eerder onderzoeksproject werd een trainingsinstrument voor het beoordelen van stemkwaliteit ontwikkeld en geëvalueerd.\n\nEchter, stem en spraak worden ook beïnvloed door supraglottale kenmerken. De vorm en grootte van de resonantieruimtes bepalen de versterking en het timbre van het stemgeluid en worden daarom steeds meegenomen in zowel onderzoek als behandeling. In tegenstelling tot de beoordeling op glottaal niveau, zijn er voor het supraglottale niveau geen algemeen aanvaarde parameters gedefinieerd en is er geen consensus over hoe resonantie beschreven moet worden. Ook is er nog onvoldoende duidelijkheid over de relatie tussen bepaalde kenmerken van resonantie en objectief meetbare parameters.\n\nIn de logopedische praktijk is het evalueren van resonantie niet alleen relevant voor patiënten met stemstoornissen; ook patiënten met motorische spraakstoornissen (MSS) worden op diverse spraakkenmerken onderzocht om vervolgens op basis van de specifieke beperkingen een behandelplan samen te stellen.","summary":"Samenvatting: Onderzoek naar stemkarakteristieken op glottis- en supraglottaal niveau voor stem- en spraakbehandeling in de logopedische praktijk.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003649","result_description":"Hier is de herschreven tekst:\n\nOverzicht van begrippen met definities en voorbeelden voor parameters van resonantie in relatie tot lessen stem en (verworven) spraak aan de opleiding logopedie en audiologie.\n\nPublicatie in een (inter)nationaal peer-reviewed vaktijdschrift.\n\nPresentatie op een internationale conferentie, zoals bijvoorbeeld Pevoc."},{"description":"Het belang van sterke leerkrachten kan niet overschat worden. De herwaardering van het lerarenberoep, aantrekkelijke en kwaliteitsvolle lerarenopleidingen en een sterke instroom van kandidaat-leerkrachten zijn cruciaal voor onze onderwijskwaliteit en de aanpak van het lerarentekort.\n\nEr bestaat niet één allesomvattende wonderoplossing, maar een waaier aan maatregelen, die allen bijdragen aan hetzelfde doel, is noodzakelijk: samen naar een hogere onderwijskwaliteit.\n\nMet deze engagementsverklaring willen we zowel de onderwijskwaliteit versterken als het lerarentekort aanpakken. Door in de lerarenopleiding de lat hoger te leggen, dragen we bij tot de opwaardering van de opleiding en van de job van leerkracht.\n\nDe lerarenopleidingen van de universiteiten en hogescholen zijn een cruciale partner voor iedereen die de onderwijskwaliteit wil opkrikken. Zij leggen de basis voor een sterk leraarschap waar leraren gedurende hun loopbaan verder op kunnen bouwen.\n\nDaarom slaan de Vlaamse minister van Onderwijs en alle lerarenopleidingen de handen in elkaar. Bouwend op de al genomen beleidsinitiatieven en de aanbevelingen van de Commissie Beter Onderwijs, willen we samen blijven zorgen voor een sterke start voor de leraren van morgen.","summary":"Versterk het lerarenberoep met kwaliteitsvolle opleidingen en instroom van leraren. Samen bouwen we aan hogere onderwijskwaliteit en lossen we het lerarentekort op.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003650","result_description":"Concreet zal de komende vijf jaar gewerkt worden aan duidelijke beleidsprioriteiten met het oog op de gerichte en structurele versterking van de kwaliteit van de lerarenopleidingen. We versterken de instroom in de lerarenopleidingen: vanaf het academiejaar 2023-2024 dient men de starttoets met bindende remediëring af te leggen alvorens zich te mogen inschrijven voor de educatieve bacheloropleidingen. De starttoets is een screening bij de ingang, maar ook een signaal: over de lerarenopleiding, over de hoge eisen die we als samenleving hanteren voor de leerkrachten van morgen.\n\nWe versterken en actualiseren het curriculum in de educatieve bacheloropleidingen met een focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Hierbij gaat specifieke aandacht uit naar het vak Nederlands in alle opleidingen: Elke leerkracht wordt een ‘taalleerkracht’. Voor het basisonderwijs voegen we daar ook wiskunde, Frans, wetenschappen en techniek aan toe. De lerarenopleidingen bieden hierover transparantie via de ECTS-fiches. Er wordt steeds onderzoeks-geïnformeerd tewerk gegaan bij zowel de vakinhoud, de vakdidactiek als bij het klasmanagement waarbij wordt gekeken naar robuust, kwaliteitsvol, gerepliceerd, overdraagbaar onderzoek dat geldt voor de Vlaamse context. De lerarenopleidingen stemmen hun curriculum af op de nieuwe minimumdoelen van het basisonderwijs en op de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs, met een grotere focus op vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement. Kennisverwerving bij leerlingen is cruciaal. Onder ‘onderzoeks-geïnformeerd’ wordt het volgende verstaan: rigoureus gehanteerde internationale maatstaven zoals geformuleerd bij EEF (Verenigd Koninkrijk), IES (USA), NRO (NL) en het Leerpunt (Vlaanderen). De curricula worden afgestemd met het werkveld waaronder minstens met de koepels, directies en leerkrachten. Het werkveld wordt betrokken bij de ontwikkeling en kwaliteitsregie.\n\nHet aantrekkelijker maken van de educatieve opleidingen: In het academiejaar 2022-2023 vonden de visitaties door NVAO plaats bij de educatieve masteropleidingen. De universiteiten gaan aan de slag met de aanbevelingen uit de betreffende rapporten. In het najaar van 2023 zullen de educatieve graduaatsopleidingen worden gevisiteerd door NVAO. De hogescholen zullen vervolgens aan de slag gaan met de aanbevelingen. De educatieve opleidingen doen bijkomende inspanningen ten bate haalbare en aantrekkelijke trajecten voor zij-instromers. Hierbij wordt voornamelijk rekening gehouden met de eerder verworven competenties en ervaringen van zij-instromers. Voor zij-instromers die reeds een lesopdracht hebben en in een LIO-traject stappen, wordt het lesgeven tijdens het LIO-traject zoveel als mogelijk meegeteld als stage. De mogelijkheden om als zij-instromer een educatieve opleiding te volgen, worden communicatief in de verf gezet. In de schoot van de VLHORA wordt m.b.t. de eerder verworven kwalificaties van wie instroomt in de verkorte educatieve bacheloropleiding een afsprakenkader voor het vrijstellingenbeleid in de educatieve bacheloropleidingen ontwikkeld. Alle hogescholen dienen dit afsprakenkader ten laatste in het academiejaar 2024-2025 te respecteren. Voor wie reeds een masterdiploma op zak heeft en zich inschrijft in een educatieve masteropleiding, wordt de masterthesis aangepast naar een praktijkproef waarbij de praktijkgerichte component en de meerwaarde voor de klas- en schoolpraktijk in de verf komen te staan. Hiervoor zullen de betreffende decretale bepalingen worden aangepast. De benaming van deze masterthesis wordt aangepast naar ‘masterpraktijkproef’ om het verschil met een eerste algemeen gangbare masterproef communicatief in de verf te zetten.\n\nEen sterke start, ook voor zij-instromers: het schooljaar start op 1 september, terwijl het academiejaar pas eind september van start gaat. Daarnaast kunnen nieuwe leerkrachten en gastleraren op elk moment van het schooljaar aangeworven worden. Om ervoor te zorgen dat gastleraren en leraren in opleiding toch met een allereerste basis voor de klas komen te staan, bieden de lerarenopleidingen een EHBO pakket met praktische richtlijnen inzake o.a. klasmanagement en didactiek aan.\n\nWe brengen nieuwe expertise in de basisschool: we richten een masteropleiding basisonderwijs in door middel van een structurele en duurzame samenwerking tussen de hogescholen en universiteiten. De overheid voorziet hiervoor de nodige functieclassificatie en vergoedingsregels. De universiteiten en hogescholen engageren zich om in co-creatie samen te werken bij de inrichting van de master basisonderwijs. Aan de hand van het principe van ritsen kunnen studenten zowel vanuit de professionele als vanuit een academische bacheloropleiding instromen, waarbij het accent in het schakelprogramma of voorbereidingsprogramma respectievelijk op academische competenties of praktijkgerichte competenties ligt. Er zal ook een traject op maat worden ontwikkeld voor werkstudenten. De instellingen geven een concretisering van deze intenties aan de minister van Onderwijs tegen uiterlijk 1 januari 2024. Bij de uitwerking van de master basisonderwijs wordt rekening gehouden met het SONO-onderzoek “Review master basisonderwijs”. Zo dient vooral gekeken te worden naar de inhoudelijke competenties waarover leraren moeten beschikken en in welke mate eenmasteropleiding hiertoe kan bijdragen. De meerwaarde van het masterdiploma situeert zich in het optimaliseren van de inhoudelijke expertise en draagt bij aan de adequaatheid van het pedagogisch-didactisch handelen van leraren. De plaats van een leraar met een masterdiploma is vooral in de klas zelf; een master basisonderwijs werkt voortdurend op het snijvlak van theorie en praktijk. Een andere belangrijke troef van de tewerkstelling van masters in het basisonderwijs is dat zij een bijdrage leveren aan het omvormen van scholen tot professionele leergemeenschappen waarbij scholen meer evidence-based en evidence-informed werken. Uit onderzoek blijkt dat de master basisonderwijs bovendien kan bijdragen aan het verbeteren van het imago van het lerarenberoep. Een complementair en divers lerarenteam zal bijdragen aan de onderwijskwaliteit van het basisonderwijs en de maatschappelijke waardering van het lerarenberoep, wat dan weer een positief effect zal hebben op het wegwerken van het lerarentekort. Een belangrijke meerwaarde is ook dat deze piste meer mogelijkheden geeft voor een nieuwe groep leerlingen uit het secundair onderwijs die anders niet voor deze opleiding zouden kiezen. De overheid voorziet een uitzonderingsmogelijkheid om de programmatie van de nieuwe master basisonderwijs op korte termijn mogelijk te maken, dus zonder de weg via de macrodoelmatigheidsbeoordeling. Instellingen kunnen een toets nieuwe opleiding aan de NVAO bezorgen vanaf 1 september 2024, zodat de opleiding (rekening houdend met een schakel- en voorbereidingsprogramma en heldere communicatie van het nieuwe aanbod) van start kan gaan in het academiejaar 2025-2026.\n\nLesgeven moet je leren. Met als motto: “iedereen oefenschool”, bevorderen we structurele en duurzame partnerschappen tussen lerarenopleidingen en onderwijsinstellingen, met prioriteit voor de stagebegeleiding van (LIO-)studenten. Stages in de lerarenopleidingen dienen voldoende lang te zijn zodat een reële werkervaring in een school zoveel als mogelijk wordt gesimuleerd. Dit verkleint de zogenoemde praktijkshock. In tweede orde kunnen de lerarenopleidingen, in samenwerking met ook de pedagogische begeleidingsdiensten, een rol opnemen in de aanvangsbegeleiding van startende leraren. Om de praktijkshock te verkleinen, intensifiëren de opleidingen en scholen hun samenwerking door studenten lerarenopleiding ruime praktijkmogelijkheden te bieden, de voeling met het werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep en door ook LIO’s sterker te begeleiden. We stimuleren scholen en lerarenopleidingen om te connecteren waarbij een belangrijke wisselwerking tot stand komt voor beide. Modelovereenkomsten voor deze partnerschappen zullen worden opgesteld binnen VLIR en VLHORA, in samenwerking met vertegenwoordigers van het afnemend veld waarbij wederzijdse verwachtingen naar elkaar toe helder worden gesteld. Het staat de instellingen vrij om van deze modelovereenkomsten af te wijken. Studenten uit de lerarenopleidingen kunnen bezoldigd ingezet worden voor reguliere vervangingen van leerkrachten als zij beschikken over een bekwaamheidsbewijs van ten minste de categorie ‘andere’. Daarnaast kunnen studenten ook worden ingezet voor (niet-reguliere) vervangingen op volgende manieren: via een zelfstandige stage; Via een vervanging als vrijwilliger; via een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten; via een opdracht als gastleraar.\n\nOm de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en de scholen nog verder te intensiveren, de voeling met het reële werkveld te garanderen en de nieuwe en toekomstige studenten zo goed als mogelijk te begeleiden in het aanleren van het beroep, werken de lerarenopleidingen in overleg met de scholen een opleidingsaanbod uit voor stagementoren en aanvangsbegeleiders. Het aanbod wordt uitgewerkt tegen academiejaar 2025-2026 om deze professionals te ondersteunen. Ook de lerarenopleidingen zelf zetten in op verdere professionalisering van hun docentenkorps, die ook – mede door o.a. de geconnecteerde scholen - nauwe voeling houdt met de actuele klaspraktijk. De hogescholen en universiteiten zullen opleidingsmodules uitwerken in het academiejaar 2025-2026 en deze vanaf het academiejaar 2026-2027 gezamenlijk inrichten. Deze opleidingsmodules omvatten onderzoeksgeïnformeerde professionalisering. Ze zetten in op lerende gemeenschappen, met mogelijkheid tot connectie met het werkveld. Tegen ten laatste 2028 zal een aanzienlijk deel van de docenten in de lerarenopleiding deel uitmaken van een lerende gemeenschap waarvan ook het werkv"},{"description":"Het in kaart brengen van iemands cognitief functioneren is een belangrijke eerste stap in de behandeling van mensen met opgelopen hersenbeschadiging. Hierbij is het een grote uitdaging om de cognitieve domeinen te identificeren waar de patiënt op achteruit gegaan is. Deze informatie kan vervolgens de basis vormen van een individueel aangepast behandelingsprogramma.\n\nOm een goede inschatting te kunnen maken van iemands achteruitgang, is het belangrijk om een idee te hebben van iemands functioneren voor de aanvang van het hersenletsel (het premorbide functioneren). Het is immers mogelijk dat iemand met een hersenletsel gemiddeld presteert in vergelijking met een gezonde steekproef, maar dat deze score toch een verminderde prestatie reflecteert in vergelijking met het premorbide functioneren.\n\nIn de klinische praktijk zijn zelden resultaten beschikbaar van onderzoeken die plaatsgevonden hebben voor de aanvang van het letsel. Om die reden moet het premorbide functioneren vaak geschat worden. Hiervoor zijn er verschillende methoden ontwikkeld (zie Lezak, 2004 voor een overzicht).\n\nEen populair instrument in Vlaanderen is de “Nederlandse Leestest voor Volwassenen” (NLV; Schmand, Lindeboom & Van Harskamp, 1992). Er is echter aangetoond (Hermans, van Dijck, in preparatie) dat dit instrument niet meer geschikt is om het premorbide prestatieniveau in kaart te brengen, omdat prestaties van een gezonde steekproef op de NLV onvoldoende correleren met prestaties op de WAIS-IV.\n\nIn de klinische neuropsychologische praktijk is hierdoor de dringende vraag ontstaan naar nieuw onderzoek naar diagnostische instrumenten om deze belangrijke cognitieve maatstaf weer betrouwbaar in kaart te kunnen brengen.","summary":"Het identificeren van cognitieve achteruitgang na hersenletsel is cruciaal voor behandeling. Nieuw onderzoek naar diagnostische instrumenten is nodig om premorbide functioneren betrouwbaar te meten voor individueel aangepaste behandelingsprogramma's.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003651","result_description":"Een betrouwbare, valide en genormeerde vragenlijst om het premorbide prestatieniveau van mensen in te schatten.\n\nEen rapport met aanbevelingen voor het gebruik ervan in klinische populaties.\n\nPresentaties op congressen en workshops om het instrument kenbaar te maken.\n\nDISSEMINATIE\n\nWebsite van het Psychodiagnostisch Centrum.\n\nVia workshops voor clinici, georganiseerd door het Psychodiagnostische Centrum.\n\nOnderzoek en resultaten worden opgenomen binnen de opleiding.\n\nTerugkoppeling van de resultaten naar de postgraduaat Neuropsychologische Diagnostiek en Counseling.\n\nEen artikel in het tijdschrift “Klinische Psychologie” van de VVKP om het instrument kenbaar te maken in het werkveld."},{"description":"De verscheidenheid van kinderen en jongeren (bv. De Meyer, 2019) vraagt niet alleen van het onderwijs maar ook van andere maatschappelijke sectoren zoals kinderopvang, gezondheidszorg, cultuurbeleid en jongerenbeleid inspanningen om aan de verschillende noden tegemoet te komen en zo hun participatie in de samenleving te bewerkstelligen (bv. Vantieghem & Van de Putte, 2019).\n\nOndanks lokale inspanningen en die van de Vlaamse overheid (zie ook Beleidsnota’s van de Vlaamse Regering 2019-2024) blijven sommige kinderen en jongeren echter uit de boot vallen. Volgens de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR, jan. 2020) is het opzetten van lokale samenwerkingen tussen sectoren uit diverse beleidsdomeinen noodzakelijk om de participatie van alle kinderen en jongeren te bevorderen.\n\nHoewel onderzoek en praktijkervaringen zowel binnen de onderwijscontext als daarbuiten evidentie bieden voor de kracht van samenwerkingen (bv. Bouwen, Hovelynck, & Verheijen, 2010) blijven deze veelal beperkt tot intrasectorale samenwerkingen. Systematische samenwerkingen over sectoren van verschillende beleidsdomeinen heen zijn erg zeldzaam.\n\n‘Samen Onderwijs Maken’ Leuven speelt hierin een pioniersrol. Zij zetten al zes jaar samenwerkingen op tussen professionals uit verschillende beleidsdomeinen rond complexe gemeenschappelijke onderwijsproblemen. Deze samenwerkingen worden ‘labo’s’ genoemd.\n\nRecent kwalitatief onderzoek van Baeyens (2021) in het kader van haar opleiding ‘Executive master in Public Management’ identificeerde vijf bouwstenen die essentieel zijn in het vormgeven van de labo’s: gemeenschappelijk kader, samenstelling, aansturing, gemeenschappelijk doelstelling en proces. Deze bouwstenen kunnen beschouwd worden als noodzakelijke voorwaarden voor het slagen van een intersectorale samenwerking, maar geven nog niet aan hoe de labo’s concreet vorm moeten krijgen en hoe we de werking kunnen dissemineren en verduurzamen.\n\nVerder onderzoek vanuit meerdere disciplines naar de werkingsprincipes is daarom noodzakelijk om van de intersectorale samenwerking een breed inzetbare methodiek te maken die transfereerbaar is van de ene context naar de andere.","summary":"Verbeter de participatie van kinderen en jongeren door intersectorale samenwerkingen te stimuleren. 'Samen Onderwijs Maken' Leuven leidt het voorbeeld met succesvolle 'labo's'. Nader onderzoek nodig voor bredere toepassing.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003652","result_description":"1/ Uitgeschreven format Labo-werking voor Mechelen waarin, op basis van de evidence-based werkingsprincipes, vormgeving, disseminatie en verduurzaming stap voor stap worden toegelicht met bijbehorend uitgewerkt materiaal, zoals templates voor de stakeholders om vraagstukken door te geven en presentaties voor de labo-sessies. De uitrol van de labo-werking zal gebeuren in samenwerking met OOM. De manier waarop dit moet gebeuren, wordt binnen het project in nauw contact met de doelgroep bepaald, onder andere via persberichten en een studiedag. \n\n2/ Transfereerbare methodiek met werkingsprincipes van de sectoroverschrijdende samenwerkingen. De uitrol naar de doelgroep (professionals uit verschillende maatschappelijke sectoren in andere steden) zal gebeuren aan de hand van (1) een presentatie op studiedagen over de werkingsprincipes, zoals bijvoorbeeld studiedagen van VLOR en ResearchED congres, (2) een publicatie in vaktijdschriften en/of relevante websites, en (3) eventueel kan een implementatiegids voor het opzetten van sectoroverschrijdende samenwerkingen op basis van de gevonden werkingsprincipes opgesteld worden."},{"description":"Dit project Fit-voor-Lezen bouwt verder op ons praktijkgericht onderzoek naar preventie van leesproblemen in de kleuterklas, één van de belangrijkste pijlers om de leesvaardigheid van kinderen te versterken.\n\nWe maakten hiermee een start in het project ‘Valpreventie voor risicolezers 1.0’. Dit project voorzag in een lacune in het veld met een sensibiliseringscampagne over hoe je risicolezers vroeg kan signaleren en beter kan voorbereiden op de leesstart: ‘Fit-voor-Lezen’ (http://fit-voor-lezen.thomasmore.be/).\n\nHet vervolgproject ‘Valpreventie voor risicolezers 2.0’ speelt verder in op de nood aan meer overzicht en aanbevelingen m.b.t. interventie bij risicolezers. We formuleerden aanbevelingen die leerkrachten en logopedisten een houvast bieden bij interventies bij risicolezers.\n\nDe aanbevelingen vormen de basis voor een digitale materialengids waarin we bestaande didactische materialen oplijsten, duiden en evalueren in een digitale materialengids.\n\nIn het huidige project focussen we op de vraag of deze aanbevelingen en materialen duidelijk en gebruiksvriendelijk zijn voor de doelgroep. Dit is immers een cruciaal gegeven voor het uiteindelijke gebruik van de ontwikkelde instrumenten en materialen.","summary":"Fit-voor-Lezen project voor preventie van leesproblemen bij kleuters. Sensibiliseringscampagne identificeert risicolezers en biedt interventieaanbevelingen. Digitale materialengids voor leerkrachten en logopedisten. Focus op gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003653","result_description":"Na afloop van dit project willen we deze preventie van leesproblemen verder laten doorwerken en de volgende outcomes beschikbaar houden, maken of updaten op basis van de verzamelde data:\n\n- De producten van de campagne ‘Fit-voor-Lezen’\n- De sensibiliseringsfilmpjes voor ouders\n\n- De aanbevelingen\n- De digitale materialengids\n- De lessen en vormingen"},{"description":"Situering:\nRecent onderzoek bij eentalige kinderen toont aan dat executieve functies een belangrijke invloed hebben op de ontluikende geletterdheid en de verdere leesontwikkeling. Gegeven dat het aantal meertalige kinderen binnen het Nederlandstalig onderwijs in de voorbije jaren sterk is gegroeid, is er een nood om na te gaan in hoeverre dit ook geldt voor deze doelgroep en welke factoren dus bijdragen aan een vlotte leesontwikkeling in de schooltaal.\n\nDoelstelling:\nDit longitudinaal onderzoek wil inzicht verwerven in de invloed van executieve functies (inhibitie, flexibiliteit & werkgeheugen) op de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid (o.m. fonologische vaardigheden) en aanvankelijk lezen bij meertalige kinderen in Nederlandstalige scholen in Vlaanderen. De verworven inzichten moeten vooreerst resulteren in praktische aanbevelingen voor de onderwijspraktijk. Daarnaast moeten deze inzichten de kennis van professionelen binnen de klinische praktijk verhogen ten aanzien van mogelijke risicosignalen. Tenslotte moeten de verworven inzichten handvatten aanreiken aan de primaire leefomgeving van meertalige kinderen in het stimuleren en ondersteunen van voorschoolse vaardigheden die bijdragen aan een vlotte leesstart in de schooltaal.\n\nHoofdonderzoeksvragen:\nOnderzoeksvraag 1: Is er een verband tussen executieve functies en de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid en aanvankelijk lezen in de schooltaal bij meertalige kinderen?\nOnderzoeksvraag 2: Is er een verschil in executieve vaardigheden en fonologische vaardigheden tussen meertalige en eentalige kinderen?\nOnderzoeksvraag 3: Hebben één of meer cognitieve vaardigheden (executieve en/of fonologische) gemeten in de derde kleuterklas een voorspellende waarde ten aanzien van de leesprestaties van meertalige kinderen in het tweede leerjaar?\n\nMethodiek/werkplan:\nVanuit een longitudinaal onderzoeksdesign zullen meertalige kinderen op 3 vaste meetmomenten (derde kleuterklas, eerste leerjaar, tweede leerjaar) onderzocht worden op vlak van executieve vaardigheden, fonologische vaardigheden, leesvaardigheden en mondelinge taalvaardigheden in de moedertaal en de schooltaal. Dit laat vooreerst toe de onderlinge relatie tussen deze vaardigheden op verschillende tijdstippen in kaart te brengen. Daarnaast kan de evolutie van deze vaardigheden (en eventuele verschuivende relaties) in kaart gebracht worden wat ons na het laatste meetmoment ook toelaat om eventuele voorspellers ten aanzien van leesprestaties te identificeren bij deze doelgroep. Door de methodiek parallel te maken aan de methodiek van een lopend grootschalig onderzoek binnen KU Leuven, kunnen we bovendien de tijdsgebonden prestaties alsook de evolutie van meertalige kinderen vergelijken met deze van een eentalige proefgroep.","summary":"Onderzoek bij meertalige kinderen in Vlaanderen richt zich op executieve functies en geletterdheid. Het doel is praktische inzichten te bieden voor onderwijs en klinische praktijk, en vaardigheden te verbeteren voor een vlotte leesstart in de schooltaal.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003654","result_description":"Concrete deliverables:\n- 2 publicaties\n- 1 conferentiepaper\n- 1 infographic\n- 1 vakdidactische bundel.\n\nDeze concrete deliverables worden via verschillende disseminatie-activiteiten verspreid naar de volgende doelgroepen:\n\nWe opteren voor 1 peer-reviewed artikel gekoppeld aan een conferentiepaper (bijdrage wetenschappelijke literatuur) en 1 vaktijdschriftartikel (ten behoeve van klinische praktijk). Het ontwerpen van een infographic laat ons toe onze onderzoeksresultaten via de TMMA-social media breed te verspreiden (website/facebook/…) ten behoeve van de maatschappij.\n\nBovendien zal deze infographic ook ingezet worden tijdens een workshop voor leerkrachten met bijkomende focus op risicosignalen (onderwijspraktijk) alsook tijdens een ouder-informatie-avond (primaire leefomgeving) met bijkomende focus op leesstimulerende thuisactiviteiten.\n\nDe vakdidactische bundel (verworven inzichten ‘vertaald’ naar leraren/clinici in opleiding) wordt gelanceerd tijdens een vakdidactische studiedag voor docenten uit de Lerarenopleiding en de opleiding Logopedie en Audiologie TMMA met als doel de onderzoeksresultaten en concrete aanbevelingen rechtstreeks te implementeren binnen relevante opleidingsonderdelen in beide opleidingen."},{"description":"Opkomst is één van de actiepunten uit het kinderarmoedeplan van de stad Mechelen. Dit plan werd opgesteld door stadsdiensten, politici, werknemers, armoede-experts en maatschappelijke organisaties. Het initiatief van Opkomst werd gelanceerd in 2020 met als doel kwetsbare gezinnen te detecteren in de pre- en perinatale fase en hen op maat ondersteuning te bieden.\n\nOpkomst fungeert als een centraal aanmeldpunt voor zwangere of pas bevallen vrouwen in Mechelen die behoefte hebben aan ondersteuning. Het programma bestaat uit zowel groepswerking als individuele begeleiding. Binnen Opkomst is er ook Opkomst+, gericht op jonge alleenstaande moeders die bijzonder kwetsbaar zijn.\n\nOnderzoekers van Thomas More Hogeschool hebben een impactanalyse uitgevoerd op Opkomst. Dit hield in dat ze interne en externe belanghebbenden hebben geïnterviewd over de doelstellingen, werking en organisatie van Opkomst. Zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens zijn verzameld om de werkzame principes van Opkomst te identificeren.","summary":"Opkomst in Mechelen biedt op maat gemaakte ondersteuning aan kwetsbare gezinnen tijdens de pre- en perinatale fase. Het is een centraal aanmeldpunt voor zwangere vrouwen en pas bevallen moeders, met zowel groeps- als individuele begeleiding, inclusief Opkomst+ voor jonge alleenstaande moeders. Thomas More Hogeschool voerde een impactanalyse uit om de effectiviteit te meten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003655","result_description":"Delanghe, Van Thielen en Storms (2024) hebben een onderzoek uitgevoerd naar de impact van de Mechelse methodiek op het ondersteunen van aanstaande ouders. Het onderzoek is gepubliceerd onder de titel \"Opkomst onder de loep\" en is uitgegeven door het Sociaal Huis in Mechelen.\n\nDe studie richt zich op de effectiviteit van de aanpak en de resultaten die worden behaald bij het ondersteunen van toekomstige ouders. De auteurs hebben gekeken naar hoe de Mechelse methodiek wordt toegepast en welke invloed dit heeft op de doelgroep.\n\nHet rapport is genummerd als D/2024/0797/001 en biedt inzicht in de bevindingen van het onderzoek. Het onderzoek belicht de belangrijkste bevindingen en conclusies met betrekking tot de ondersteuning van aanstaande ouders in Mechelen."},{"description":"Zowel in het onderwijs als in het logopedische werkveld neemt het aantal meertalige kinderen toe (Leysen, Mostaert & Paul, 2019; Vinckx, 2019; Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, 2020). Leerkrachten en logopedisten hebben vragen bij hoe ze meertalige kinderen het beste ondersteunen. Ze voeren vaak goedbedoelde maar nefaste initiatieven uit die steunen op te weinig of de verkeerde kennis over meertaligheid (bv. de moedertaal op school verbieden/niet betrekken in taaltherapie).\n\nRecent onderzoek wijst op het belang van een krachtige taalleeromgeving bij de ondersteuning van meertalige kinderen (o.a. Gielen & Isçi, 2015). Taaltherapie aan meertalige kinderen kan via een tweetalige of een cross-linguïstische aanpak (ASHA, n.d.). Dit soort principes, gekend in onderzoekslandschap, sijpelen slechts moeizaam door naar de praktijk. Gerichte adviezen zijn nodig voor leerkrachten en logopedisten om zowel taaldidactiek als taaltherapie (en daarmee ook de taalontwikkeling) bij meertalige kinderen te versterken.","summary":"Optimale ondersteuning voor meertalige kinderen in onderwijs en logopedie is cruciaal. Richtlijnen benadrukken krachtige taalleeromgeving en flexibele aanpak voor effectieve taaltherapie. Essentieel om kennis en praktijk te verbinden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003656","result_description":"**Deliverables:**\n\n- Webpagina voor leerkrachten en logopedisten\n- (Wetenschappelijke) publicaties\n  - Mostaert, C., Leysen, H., Simons, J., & Vinckx, L. (2021). Hoe pakken logopedisten in Vlaanderen taaltherapie bij meertalige kinderen aan? Logopedie, 5, 13-25.\n  - Leysen, H., Simons, J., & Mostaert, C. (2022). Hoe ondersteunen leerkrachten meertalige kinderen in de klas? School- en klaspraktijk, 62(3), 19-26.\n  - Vandenbempt, L., Leysen, H., & Mostaert, C. (2022). Hoe geef je meertalige kinderen gepaste begeleiding? School- en klaspraktijk, 62(3), 40-47.\n\n**Disseminatie:**\n\n- Vormingen voor leerkrachten en/of logopedisten\n  - Mostaert, C. (2021, januari). Begeleiden van meertalige leerlingen met taalproblemen. [Online workshop op maat].\n  - Mostaert, C. (2022, 28 april). Meertalige leerlingen met taalproblemen in de klas: blootstellingsachterstand of TOS? [Online lezing]. Katholiek Onderwijs Vlaanderen.\n  - Mostaert, C. (2022, 17 mei). TOS herkennen bij meertalige kinderen en adolescenten. [Lezing]. Centrum Nascholing Onderwijs (CNO), Antwerpen.\n  - Mostaert, C. (2023, 9 mei). TOS herkennen bij meertalige kinderen [Lezing]. CNO, Wilrijk.\n  - Mostaert, C. (2023, 1 december). TOS herkennen bij meertalige kinderen [Lezing]. CNO, Wilrijk.\n- Lezingen op een (inter)nationale conferentie\n  - Leysen, H., Mostaert, C., Simons, J., & Vinckx, L. (2022, 18 maart). Hoe pakken logopedisten in Vlaanderen taaltherapie bij meertalige kinderen aan? [Poster]. VVL-congres, Gent.\n  - Vandenbempt, L., Leysen, H., & Mostaert, C. (2022, 18 maart). Laat leerkrachten meertalige kinderen correct doorverwijzen. [Poster]. VVL-congres, Gent."},{"description":"Obesitas bij jongeren vormt een groeiende uitdaging binnen de gezondheidszorg. Een duurzame behandeling, gericht op langdurige gedragsverandering op vlak van levensstijl, is cruciaal om te revalideren en om op termijn herval te voorkomen.\n\nBinnen het Zeepreventorium De Haan bestaat er reeds een multidisciplinair en kwalitatief residentieel revalidatietraject voor jongeren met obesitas, maar de ondersteuning bij re-integratie in de thuiscontext (tijdens weekends en na ontslag) blijft een aandachtspunt. Het ontbreekt aan een werkbare aanpak die jongeren van op afstand, in combinatie met face-to-face ondersteuning, actief monitort en coacht richting gezond gedrag.\n\nDit onderzoek heeft als doel het versterken van het revalidatie- en transitietraject voor 16- tot 21-jarige obesitaspatiënten door middel van een digitale en datagedreven applicatie. Deze applicatie zal gepersonaliseerde ondersteuning bieden, gebaseerd op individuele monitoring en de specifieke noden van de patiënt.\n\nIn co-creatie met zorgprofessionals en patiënten wordt een gebruiksvriendelijke en evidence-based applicatie ontwikkeld en getest. De applicatie zal bijdragen aan een versterkt revalidatie- en transitietraject door monitoring, gepersonaliseerde opvolging, verhoogd app engagement, gezond gedrag en een verminderde kans op herval.\n\nDaarnaast levert het project waardevolle inzichten op over de implementatie en effectiviteit van digitale ondersteuning binnen obesitaszorg. Dit onderzoek sluit aan bij de bredere doelstelling om preventieve, innovatieve, digitale en data-gedreven gezondheidsoplossingen te integreren om zo de zorgkwaliteit en/of de zorgefficiëntie te verhogen.","summary":"Digitale app voor jongeren met obesitas: gepersonaliseerde coaching, monitoring en opvolging voor een versterkt revalidatie- en transitietraject, met focus op gezond gedrag en voorkomen van herval. In co-creatie ontwikkeld voor effectieve zorg.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003657","result_description":"Hoofdonderzoeksvraag: Hoe kan binnen het Zeepreventorium De Haan het revalidatie- en transitietraject voor 16 tot 21-jarige obesitaspatiënten versterkt worden met een digitale en datagedreven smartphone-applicatie om herval tegen te gaan?\n\nDeelonderzoeksvraag 1: Welke noden en behoeften hebben de patiënten en de betrokken zorgprofessionals omtrent het monitoren en coachen van voeding en beweging tijdens het revalidatie- en transitietraject?\n\nOutput: Vanuit deze onderzoeksvraag wordt een rapport (product) nagestreefd waarin volgende zaken aan bod komen:\n\nOverzicht van de belangrijkste oorzaken van obesitas herval (uit literatuur)\nDuidelijk overzicht van het huidige revalidatie- en transitietraject (customer journey map)\nLijst van uitdagingen/pijnpunten binnen het huidig revalidatie- en transitietraject\nGedetailleerd inzicht in noden en behoeften van patiënten en zorgprofessionals gedurende revalidatie- en transitietraject\nMogelijkheden en aanbevelingen voor gepersonaliseerde revalidatie- en transitietrajecten met monitoring en coaching\n\nDeelonderzoeksvraag 2: Op welke manier kunnen de geïdentificeerde noden en behoeften optimaal meegenomen worden in de ontwikkeling van een smartphone-applicatie?\n\nOutput: Vanuit deze onderzoeksvraag wordt een rapport (product) nagestreefd waarin volgende zaken aan bod komen:\n\nEffectieve componenten in bestaande mHealth interventies\nStrategieën ter bevordering van mobile app adherence\nOverzicht van de te respecteren regel- en wetgeving MDR binnen dit project\n\nTenslotte moet bovenstaande methodiek leiden tot de ontwikkeling van een bruikbare smartphone-app (product) die gebruikt kan worden door patiënten en zorgverleners\n\nDeelonderzoeksvraag 3: Op welke manier kan de, door de applicatie verzamelde data soeverein opgeslagen worden?\n\nOutput: Vanuit deze onderzoeksvraag wordt een rapport (product) nagestreefd waarin de principes en voordelen van soevereine data-opslag via Linked Web Storage worden uiteengezet, samen met de mogelijkheden voor het inbrengen van semantiek in gebruikersdata. Daarnaast wordt een analyse gemaakt van relevante aanpakken rond authenticatie, querying en hosting binnen het project. Tenslotte moet bovenstaande methodiek leiden tot een geïntegreerde datalaag binnen de applicatie, waarbij gebruikers hun eigen gegevens op een controleerbare, veilige en herbruikbare manier kunnen beheren.\n\nDeelonderzoeksvraag 4: Hoe kan artificiële intelligentie ingezet worden in de ontwikkelde applicatie om:\n\nData-gedreven inzichten te verzamelen rond voorspelling van herval\n\nOutput: Op basis van de beschreven methodologie ontwikkelen we een geautomatiseerde datapipeline en een voorspellend algoritme. Deze combinatie levert individuele rapporten en voorspellingen op, die geïntegreerd kunnen worden in de app of coaching dashboards voor gerichte ondersteuning en interventies.\n\nOp maat coaching te bieden met persoonlijke aanbevelingen\n\nOutput: Een bredere valorisatie van het AIM-FIT-project en een sterkere ondersteuning van het revalidatie- en transitietraject door AI-aanbevelingssystemen te integreren in de smartphone-applicatie. De AI-algoritmes laten toe gebruikers op een gepersonaliseerde en motiverende manier worden begeleid naar duurzame gedragsverandering.\n\nDeelonderzoeksvraag 5: Hoe kan de ontwikkelde applicatie gekoppeld/geïntegreerd worden binnen de gebruikte software binnen Zeepreventorium?\n\nOutput: Op basis van bovenstaande methodologie wordt een gedetailleerd rapport (product) over de analyse van bestaande systemen, gekozen integratiemethode, en technische specificaties uitgeschreven. Indien er een samenwerkingsbereidheid is, kunnen we een PoC opleveren die de integratie tussen de ontwikkelde applicatie en de gebruikte software binnen het Zeepreventorium verwezenlijkt, samen met praktische documentatie voor zorgprofessionals en IT-personeel over het gebruik en onderhoud van de geïntegreerde systemen.\n\nDeelonderzoeksvraag 6: Op welke manier kan de ontwikkelde applicatie geïmplementeerd worden in de flow van het huidige revalidatie- en transitietraject?\n\nOutput: Op basis van bovenstaande wordt een concreet implementatietraject (product) uitgewerkt voor de implementatie van de ontwikkelde applicatie in de huidige flow van het revalidatie- en transitietraject.\n\nDeelonderzoeksvraag 7: Hoe effectief is de implementatie van de ontwikkelde applicatie in het voorkomen van obesitasherval tijdens het revalidatie- en transitietraject, en welke factoren beïnvloeden het proces van implementatie en gebruik bij de doelgroepen (patiënten/zorgprofessionals)?\n\nOutput: Vanuit deze onderzoeksvraag wordt een rapport (product) nagestreefd waarin een duidelijke effectiviteitsanalyse gebeurt op vlak van lichaamsgewicht, eet- en beweeggedrag en bijhorende determinanten. In het rapport wordt ook een duidelijke analyse gemaakt van het implementatieproces met duidelijke aanbevelingen rond verbeteren van implementatie en optimaliseren van de applicatie en revalidatie- en transitietraject.\n\nDeelonderzoeksvraag 8: Hoe kan de ontwikkeling en implementatie van de smartphone-applicatie voor obesitaszorg bij 16-21-jarigen succesvol geoptimaliseerd worden vanuit een business- en valorisatieperspectief, en welke factoren bepalen de commerciële haalbaarheid en maatschappelijke waarde van de applicatie op de lange termijn?\n\nOutput: Dit onderzoek levert een valorisatierapport (product) op met marktpotentieel, juridische en ethische implicaties, en economische haalbaarheid. Er wordt een business case opgesteld van de hoofdcasus (obesitaszorg), inclusief kosteninschatting en behoefteanalyse. Daarnaast worden strategische draaiboeken en implementatiemodellen ontwikkeld om de duurzame inzetbaarheid van de technologie te ondersteunen. Tot slot worden verschillende verdienmodellen en commerciële trajecten geëvalueerd (contractonderzoek/dienstverlening, licentie van integratie, Data-as-a-Service…) voor verdere valorisatie binnen en buiten de zorgsector.\n\nOp de middellange termijn wordt met dit project beoogd dat 16-21-jarige obesitaspatiënten die in een revalidatie- en/of transitietraject zitten in het Zeepreventorium, in staat zijn om een stabiel gewicht te handhaven. Op die manier willen we bewerkstelligen dat een kleiner aandeel van deze patiënten herval vertoont bij de overgang van residentiële behandeling naar een nazorgtraject binnen eigen fysieke en sociale context.\n\nOm bovenstaande verandering op middellange termijn te bekomen beogen we volgende veranderingen op korte termijn:\n\nDe 16-21-jarige patiënten vertonen een duurzame gedragsverandering/behoud tijdens het revalidatie- en transitietraject op vlak van voeding en beweging: ze bewegen voldoende en vertonen een gezond voedingspatroon dat in lijn is met de voorschriften die ze meekregen van de zorgprofessionals in het Zeepreventorium.\nDe betrokken zorgprofessionals uit het Zeepreventorium (artsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten, opvoeders, psychologen en maatschappelijke werkers) monitoren grondig de gewichtsstatus, het beweeg- en voedingsgedrag en de bijhorende beïnvloedende factoren van de patiënten tijdens het revalidatie- en transitietraject van op afstand.\nDe betrokken zorgprofessionals grijpen in en voorzien adequate coaching indien de nood zich voordoet, op basis van de gemonitorde parameters.\n\nOm deze voorwaardelijke effecten te bereiken beogen we op korte termijn in eerste instantie dat zowel patiënten en zorgverleners de ontwikkelde app op een correcte manier gaan gebruiken en voldoende appengagement vertonen.\n\nEr wordt hierbij aangenomen dat een correct gebruik van de app door patiënten en zorgverleners eerdere bovenstaand veranderingen met zich zal meebrengen. Om dit te verzekeren wordt gedurende de ontwikkeling van de app, aan de hand van de eerder vermelde methodologieën en bijhorende output, bijgedragen aan het optimaliseren van de app in functie van maximale appengagement om uitval te minimaliseren. Daarnaast dragen de gebruikte methodologieën en bijkomende output bij aan het maximaliseren van de effectiviteit van de ontwikkelde applicatie."},{"description":"\"The best is YET to come\" bouwt verder op het onderzoeksproject YET (Youth Environment & Engagement Tool) dat in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Omgeving werd uitgevoerd en paste in de subsidie-oproep \"Samen verbeelden we ruimte\".\n\nIn dit project werd in cocreatie met jongeren van Brugse middelbare scholen en studenten Howest een werkend prototype van een applicatie ontwikkeld. Het ontwerp vertrekt vanuit het verhaal van de jongeren, hun leefwereld en speelt in op hun gedrag, beleving, noden en behoeften voor het gebruik van de ruimte.\n\nTijdens dit traject werd aangetoond dat een digitale tool een grote meerwaarde kan leveren bij het betrekken van jongeren in het ontwerpen van de publieke ruimte. Er werden daarom ook concrete pistes uitgewerkt voor de doorontwikkeling van het prototype met de financiële steun van het Departement Omgeving en Departement Jeugd en in samenwerking met de opleiding Toegepaste Informatica.\n\nVoor de onderzoeksgroep Vital Cities ligt er een kans om YET als tool te implementeren in methodieken (design sprints, rapid prototyping, hackathons, ...). Deze methodieken zullen uitgewerkt worden op basis van de principes van diepe democratie, waarderend onderzoek en design thinking.\n\nOp die manier kunnen we samen met de doelgroep tot innovatieve ideeën en concepten komen voor het ontwerp van de publieke ruimte. Hierbij wordt onderzocht hoe deze methodieken kunnen worden omgezet in concrete dienstverleningspakketten. Nieuwe technologieën zoals AR, VR en XR kunnen de toepassingsmogelijkheden van de applicatie verder uitdiepen en versterken.\n\nDit willen we graag verkennen binnen een groeitraject samen met de onderzoeksgroep TI en Hitlab.","summary":"Ontwikkeling van YET-applicatie in cocreatie met jongeren voor betrokkenheid bij ontwerp publieke ruimte. Implementatie van diepe democratie, waarderend onderzoek en design thinking voor innovatieve ideeën. Verkenning van AR, VR en XR technologieën voor toekomstige groei.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003658","result_description":"Ontwikkeling applicatie:\n\nHet prototype zal in het project worden doorontwikkeld naar een werkende en volwaardige applicatie die voor iedereen vrij te downloaden is. Bedoeling van de app is jongeren de kans te bieden om hun eigen ideeën rond publieke ruimte vorm te geven en te delen met elkaar én beleidsmakers. Tegelijk is de applicatie een bruikbare beleidstool/participatietool die beleidsmakers kan helpen om betere beslissingen te nemen in het kader van duurzame publieke ruimte van hun stad of gemeente.\n\nOpstellen van een onderhoud- en ondersteuningsmodel om de applicatie live te houden op de App- en Playstore gedurende x-aantal jaar. Rapportage van de resultaten van 2 testcases waarin de applicatie werd gebruikt. Marketing/communicatie/implementatieplan om de app bekend te maken onder jongeren.\n\nParticipatiemethodiek:\n\nVernieuwende participatiemethodieken op basis van de principes van diepe democratie, waarderend onderzoek en design thinking om samen met de doelgroep te komen tot innovatieve ideeën en concepten voor het ontwerp van de publieke ruimte.\n\nDienstverlening en businessmodel:\n\nParticipatie & co-creatie trajecten waarin YET als tool wordt gebruikt, op maat van verschillende doelgroepen en afhankelijk van het gewenste eindresultaat (van het genereren van ideeën tot effectieve uitvoeringsprojecten). Methodologie voor trajectbegeleiding en consulting. Primaire doelgroep zijn overheden; steden en gemeenten, scholen en verenigingen die op zoek zijn naar instrumenten om jongeren te betrekken in de ontwikkeling van een duurzame leefomgeving (variërend van speelplaatsen tot pleinen en parken). Secundaire doelgroep zijn jongeren; jongeren worden te weinig betrokken bij de invulling van publieke ruimte en binnen participatietrajecten. Er is ook interesse vanuit de private sector. Via congressen bereiken ons vragen omtrent het inrichten van buitenruimte rondom bedrijven, ten behoeve van de gezondheid van de eigen werknemers. Ook hiervoor zou de applicatie een handige en bruikbare tool kunnen zijn.\n\nGroeitraject:\n\nEen onderzoeksrapport waarbij de nieuwste technologieën - toepasbaar op een mobiele applicatie - onderzocht en besproken worden in functie van de YET applicatie. Draagt technologie bij tot een verbetering van de UX? Mogelijke obstakels/beperkingen van de technologie (bij gebruik in de applicatie)? Leidt de technologie tot eenvoudigere, snellere en kwalitatievere ontwerpen/resultaten? Uit het haalbaarheidsrapport zal waarschijnlijk blijken dat een of meerdere technologieën een meerwaarde kunnen vormen voor het groeitraject van de applicatie. Experimenten in de vorm van het ontwikkelen van een POC-applicatie met integratie van een nieuwe technologie en mogelijke zijtrajecten gekoppeld aan de applicatie kunnen hieruit voortvloeien. Interne kennis- en ervaringsuitwisseling met andere onderzoeksgroepen. Experimenten en mogelijke zijtrajecten gekoppeld aan de applicatie.\n\nDit project wil inspelen op het verhogen van de participatie van jongeren bij het herontwerpen van een (publieke) ruimte. Hiertoe worden zowel een participatiemethodiek als digitale tool (door)ontwikkeld."},{"description":"Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs achteruit gaat. Zowel voor wetenschappen, wiskunde als taal blijken leerlingen van het basis- en secundair onderwijs minder goed te scoren dan bij testen 10 tot 20 jaar eerder (De Meyer et al., 2023; Dockx, 2023; von Davier, 2023).\n\nMet dit onderzoek willen we (verder) inzetten op de implementatie van een doorgaande leeslijn in basis- en secundair onderwijs. De focus is leesmotivatie, gezien het belang ervan voor leesvaardigheid. Van het kleuteronderwijs tot en met de hogere graden van het secundair onderwijs wordt onderzocht op welke manieren leesmotivatie versterkt kan worden. Hiervoor bekijken we niet enkel pistes binnen de school, maar ook buiten de school en onderzoeken we de impact van informeel leren op de leesmotivatie van leerlingen. Dit doen we in eerste instantie in een Brugse context.\n\nDit onderzoek zet in op vier pijlers: (1) het creëren van een rijke fysieke taalleeromgeving, (2) ontwikkeling van handvatten voor een actieve verwerking van rijke teksten, (3) beleidsmatige verankering van een doorgaande leeslijn binnen en buiten de schoolcontext en (4) de ontwikkeling van een (buiten)schoolse community rond lezen. Initiatieven zoals het Vlaams Leesoffensief en de Brugse bib illustreren hoe samenwerking met externe partners leidt tot een duurzame leesbevorderingsaanpak die schooloverstijgend de leesmotivatie kan versterken.\n\nOm dit te onderzoeken, zal gebruik gemaakt worden van observaties in de klas, interviews en vragenlijsten bij leerlingen en leerkrachten.\n\nDoor een stimulerende leesomgeving, effectieve leesstrategieën, samenwerking en integratie in het beleid te combineren, willen we een opwaartse spiraal creëren: grotere leesmotivatie kan leiden tot betere lezers.","summary":"Onderzoek toont verslechtering Vlaams onderwijs aan. Focus op leesmotivatie en doorgaande leeslijn in basis- en secundair onderwijs. Bevorder leesvaardigheid door rijke taalomgeving, actieve tekstopwerking, beleidsverankering en leescommunity. Samenwerking met externe partners voor duurzame aanpak.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003659","result_description":"1. Inspiratiegids taal- en leesbeleid voor scholen – niet academisch gericht, maar rechtstreeks naar scholen. (leerlingen, vakoverschrijdend, ouders stimuleren, bib bezoeken) (output: stand van zaken (lit, geactualiseerde leerlijn + good practices, aanbevelingen schoolbeleid) (product).\n\n2. Inspiratiegids voor holistische aanpak rond taal-en lezen (organisaties die taal en lezen willen 'normaliseren' en integreren in de werking) (product).\n\n3. Workshops voor leraren (KO, LO, SO) (professionalisering). In interactie met bibliotheek worden WS's opgenomen in MaM aanbod (dienst).\n\n4. Publicaties (de impact die contextrijke school- en klasomgeving heeft op de talige (competentie)-ontwikkeling van kleuters. (ruimte-didactiek) (product).\n\n5. Een samenwerkingsmodel voor leesbevordering waarin concrete werkafspraken, rollen en communicatielijnen tussen formele en informele leespromotoren worden vastgelegd en geëvalueerd. (proces).\n\n6. Return hoger onderwijs? Leermateralen voor toekomstige leerkrachten? Dienst onderwijs?\n\n7. Impact op beleid (onderste rij valorisatiematrix)?\n\n8. Een aanbod van workshops voor scholen en opleidingen voor leerkrachten die inspireren om met de output van LeesZin aan de slag te gaan.\n\n9. En aanbod van activiteiten in het vrijetijdsaanbod en opleidingen voor diverse organisaties dat inspireert om met de output van LeesZin aan de slag te gaan.\n\nKorte termijn\n- Er wordt een inspiratiegids uitgewerkt die zowel voor scholen als voor organisaties buiten de schoolse context kan dienen. Deze inspiratiegids geeft context, aanbevelingen en rijkt concrete methodieken aan. Tevens vertaalt ze de brug tussen formeel en informele contexten.\n- Leesbevordering is terug te vinden in het aanbod van de Mind- and Makerspace en zowel gericht op scholen als op het buitenschoolse.\n- Leesmotivatie in betrokken scholen is verhoogd.\n- Scholen in de Brugse regio gaan aan de slag met de ontwikkelde materialen (beleidsaanbevelingen)\n- Versterkte samenwerking met associatiepartners AUGent.\n\nMiddellange termijn\n- Het uitgewerkte ecosysteem in Brugge wordt als good practice gebruikt bij de verspreiding van de onderzoeksresultaten Vlaanderen breed.\n- Leesvaardigheid verhoogt (begrijpend lezen) en is een springplank voor andere vaardigheden zoals mediavaardigheid en AI.\n- Scholen implementeren een doorlopend leesbeleid in hun schoolwerking.\n- Howest heeft een sterk taal- en leesbeleid.\n- Howest heeft een dienstverlenend aanbod m.b.t. de opgedane kennis uit dit PWO en verspreidt dit via MaM en EdHub.\nEr wordt op deze onderzoekslijn verder gebouwd via diverse projecten, kanalen en samenwerkingen."},{"description":"**In het kort**  \nDe Academie voor Eerstelijnszorg (PCA) brengt universiteiten, hogescholen, zorgorganisaties en patiënten samen om de eerstelijnszorg in Vlaanderen te verbeteren. Het netwerk ontwikkelt en test modellen voor doelgerichte en interprofessionele zorg, afgestemd op mensen met matig complexe zorgnoden. PCA richt zich op rechtvaardige, gemeenschapsgerichte zorg met aandacht voor sociale ongelijkheid en zelfredzaamheid.\n\n**De nood en relevantie**  \nDe zorgbehoeften van de Belgische bevolking evolueren snel. Vooral mensen met matig complexe problemen lopen het risico om tussen wal en schip te vallen wanneer de zorg versnipperd is. PCA reageert op deze uitdaging door interprofessionele samenwerking en doelgerichte zorg te bevorderen. De focus ligt op zorg die vertrekt vanuit het individu zelf, binnen zijn of haar leefomgeving. Zo draagt het project bij aan een rechtvaardiger en duurzamer zorgsysteem in Vlaanderen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nPCA ontwikkelt stappenplannen en toolkits op basis van academisch en praktijkgericht onderzoek. Deze ondersteunen zorgverleners, beleidsmakers en onderwijs bij het implementeren van persoonsgerichte eerstelijnszorg. Er wordt gewerkt aan innovatieve samenwerkingsmodellen, ondersteuning van zelfmanagement en aangepaste opleidingen voor zorg- en welzijnsprofessionals. Door ook actief beleidsmakers te betrekken, heeft dit project het potentieel om de eerstelijnszorg wezenlijk te versterken en toekomstbestendig te maken.","summary":"Verbeter eerstelijnszorg in Vlaanderen met PCA's interprofessionele aanpak. Focus op persoonsgerichte zorg voor complexe behoeften, inclusief sociale rechtvaardigheid en zelfredzaamheid. Inclusief stappenplannen, toolkits en samenwerking om zorg te verbeteren en beleidsmakers te betrekken voor duurzame verandering.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003660","result_description":null},{"description":"Tussen TUA West en de hogescholen Howest en VIVES is er een samenwerkingsovereenkomst in het kader van de verdere uitbouw van hun internationalisering. TUA heeft als extern verzelfstandigd agentschap van de Provincie tot statutair doel om bij te dragen aan de versnelde transformatie van de kennisgedreven economie in West-Vlaanderen. Zij neemt deze opdracht op via het ontwikkelen, aantrekken en stimuleren van actoren voor hoger onderwijs en onderzoek in de provincie, zodat deze hun samenwerking met en hun maatschappelijke dienstverlening naar ondernemingen kunnen versterken.\n\nHet provinciebestuur West-Vlaanderen zet op haar beurt sterk in op het verder verdiepen van internationale samenwerking. De Provincie ondersteunt al heel lang projecten in het Zuiden. Naast het economische accent trekt zij hierbij de kaart van samenwerking over de grenzen van de eigen sector heen: tussen overheid, derde en vierde pijler, academici, ondernemers,… Daarnaast stimuleert de Provincie in het kader van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage en onderzoekservaringen welomschreven buitenlandse projecten van studenten, pas afgestudeerden, docenten en onderzoekers. Zowel langlopende projecten wereldwijd – in een werkgebied dat complementair is ten opzichte van Erasmus+ – als kortlopende projecten in een buurregio van West-Vlaanderen komen daarbij in aanmerking.\n\nBeide partijen hebben hun krachten gebundeld in de gezamenlijke ambitie om de capaciteit voor internationalisering binnen de hogescholen HOWEST en VIVES verder te versterken. Onderhavige overeenkomst regelt de verhoudingen tussen TUA en beide hogescholen, in navolging van de subsidieovereenkomst tussen de Provincie West-Vlaanderen en TUA met hetzelfde doel.","summary":"Samenwerking tussen TUA, Howest en VIVES voor internationalisering en economische groei in West-Vlaanderen. Versterken van hoger onderwijs en onderzoek door samenwerking met bedrijven en internationale projecten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003661","result_description":"1) Inzetten op het Synergie programma \"Project in de Filipijnen, met als doelstelling de aanpassing aan klimaatverandering via ondernemerschap in duurzame landbouw. Zowel in België als in de Filipijnen zijn er partners uit de academische wereld, lokale overheid, NGO's, coöperaties en vierde pijlers of 'people organisations'. In West-Vlaanderen zijn VIVES en HOWEST de academische partners\" en andere gelijkaardige initiatieven.\n\n2) Ondersteunen van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage- en onderzoekservaringen door – in samenwerking én overleg met TUA – in te staan voor: het leveren van inspanningen om kwaliteitsvolle onderwijs- en stageplaatsen te vinden voor studenten en docenten in de bestemmingslanden van het vermelde reglement, meer bepaald om in functie van nieuwe stageplaatsen duurzame samenwerkingsverbanden af te sluiten en om bestaande samenwerkingsverbanden te bestendigen (cf. artikel 4 §2 punt 6 van het provinciaal subsidiereglement voor internationale onderwijs-, stage- en onderzoekservaringen); het begeleiden van studenten en docenten tijdens de aanvraag van een subsidie of beurs voor een internationale ervaring; het voorbereiden op en het begeleiden tijdens de onderwijs- of stage-ervaring van studenten en docenten.\n\n3) Het ontwikkelen en opvolgen van kwalitatieve (subsidie)dossiers in het kader van verdere internationalisering van de opleidingen binnen andere provinciale reglementen en/of initiatieven in samenwerking met TUA. De capaciteit voor internationalisering binnen Howest versterken."},{"description":"De European Social Innovation & Democratic Education (EU-SIDE) Teacher Academy richt zich op de ontwikkeling van een competentiekader en leermethoden om sociale innovatie en democratische waarden te integreren in het onderwijs.\n\nSociale innovatie biedt oplossingen voor complexe maatschappelijke uitdagingen zoals inclusie, duurzaamheid en digitalisering. Dit project pakt een tekort aan kennis en training in sociale innovatie binnen het onderwijs aan en versterkt de rol van leraren als drijvende kracht voor verandering.\n\nDe doelstelling is om een Europees netwerk van onderwijsinstellingen op te bouwen dat innovatieve onderwijsmethoden ontwikkelt en test, waaronder blended learning en internationale mobiliteitsprogramma's. Met behulp van Design-Based Research wordt wetenschappelijke validatie gegarandeerd. Verwachte resultaten omvatten een competentiekader, pedagogische richtlijnen en nieuwe opleidingsvormen, waaronder MOOCs en Short Advanced Programmes.\n\nHet project bevordert inclusiviteit, duurzaam leren en samenwerking op Europees niveau, met als langetermijndoel de vorming van een generatie die effectief bijdraagt aan maatschappelijke vooruitgang.","summary":"EU-SIDE Teacher Academy bevordert sociale innovatie in het onderwijs door competentiekader en leermethoden te ontwikkelen. Versterkt lerarenrol en stimuleert innovatieve onderwijsmethoden voor maatschappelijke vooruitgang.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003662","result_description":"Het opstellen van een mobiliteits- en trainingsprogramma voor leraren in opleiding en in het werkveld, gebaseerd op blended learning mogelijkheden, wetenschappelijk getest en gevalideerd in echte schoolomgevingen.\n\nDe leermogelijkheden bestaan uit:\nEU-SIDE SAP's (Short Advanced Programmes): gericht op korte, geavanceerde blended programma's met een sterke nadruk op mobiliteit, samenwerking en praktische toepassing;\nEU-SIDE BIP's (Blended Intensives Programmes): combineren online onderwijs met een korte periode van fysieke mobiliteit. Deze cursussen zijn bedoeld voor aankomende leraren en leraren in opleiding;\nEU-SIDE MOOC's (Massive Open Online Courses): gestructureerd in modules, volgens de thematische verdelingen binnen de SAP's, die mogelijkheden bieden voor asynchrone interactie tussen deelnemers.\n\nDe doelstellingen binnen dit project zijn:\nDefiniëren van competenties voor sociale innovatie vanuit een Europees perspectief.\nOntwikkelen en valideren van methoden voor het onderwijzen en aanleren van deze competenties in diverse onderwijscontexten.\nVerhogen van mobiliteit van leraren in opleiding en werkzaam in het beroepsveld.\nBevorderen van intercultureel bewustzijn, diversiteit, democratie-educatie en ethiek om op die manier sociale innovatie te stimuleren en het welzijn van individuen en gemeenschappen te verbeteren."},{"description":"**In het kort**  \nDit praktijkgericht onderzoek ondersteunt huisartsenpraktijken en verpleegkundigen bij de duurzame integratie van de verpleegkundige in de eerste lijn. De focus ligt op het ontwikkelen van tools die inspelen op inhoudelijke, teamgerichte en systemische noden.\n\n**De nood en relevantie**  \nDe zorgvragen in de eerste lijn worden steeds complexer. Huisartsenpraktijken evolueren van solo- naar multidisciplinaire teams, maar missen vaak houvast om de rol van de verpleegkundige goed te integreren. Nochtans kan een verpleegkundige een grote meerwaarde betekenen, zowel in taakovername als in preventie en opvolging van chronische aandoeningen. Vlaanderen hinkt hierin achterop. Er is nood aan ondersteuning op verschillende niveaus.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe brengen de beginsituatie in kaart in Vlaanderen, onderzoeken drempels en kansen op inhoudelijk, team- en systemisch niveau en analyseren good practices in binnen- en buitenland. Via interviews, bevragingen en literatuuronderzoek ontwikkelen we tools die het integratieproces ondersteunen. De verworven inzichten vloeien ook door naar het postgraduaat 'Verpleegkundige in de huisartsenpraktijk' van Arteveldehogeschool. Zo versterken we de eerstelijnszorg met concrete handvaten en gedeelde expertise.","summary":"Onderzoek biedt tools voor duurzame samenwerking tussen huisartsen en verpleegkundigen in de eerstelijnszorg. Versterk de rol van de verpleegkundige voor kwaliteitsvolle zorg en betere integratie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003663","result_description":null},{"description":"**In het kort**\n\nDit onderzoek focust op de inzet van pedagogische coaches binnen kleinschalige kinderopvanglocaties die vallen onder de prioritaire doelgroep van Mentes vzw. Het project maakt deel uit van de VIA6-maatregelen en onderzoekt hoe coachingstrajecten op de werkvloer bijdragen aan de professionalisering van kinderbegeleiders en de versterking van pedagogisch beleid.\n\n**De nood en relevantie**\n\nKinderopvangorganisaties hebben nood aan doelgerichte ondersteuning die aansluit bij hun dagelijkse praktijk. Dankzij het VIA6-akkoord kunnen pedagogische coaches kleinschalige opvanglocaties bijstaan in hun groei. Dit onderzoek speelt in op de vraag naar meer kennis over de effectiviteit van deze coaching: wat werkt, voor wie en in welke omstandigheden? De inzichten zijn cruciaal voor verdere beleidsontwikkeling en kwaliteitsverbetering in de kinderopvang.\n\n**Van aanpak tot impact**\n\nOnderzoekers analyseren de praktijk van coaching via interviews, observaties en documentanalyse. Ze brengen leerpunten en goede praktijken in kaart, en evalueren de impact op kinderbegeleiders en opvanglocaties. Op basis van deze inzichten worden aanbevelingen geformuleerd om het centrale kader van Mentes vzw – met drie coachingstrajecten en een regierol voor regionale ondersteuners – verder te optimaliseren. Het onderzoek levert zo concrete input voor beleidssturing, kwaliteitsopvolging en duurzame professionalisering in de sector, in het bijzonder binnen het kader van VIA6.","summary":"Pedagogische coaching in kinderopvang: onderzoek naar effectieve coachingstrajecten voor professionalisering en pedagogisch beleid in kleinschalige opvanglocaties. Bevindingen essentieel voor beleidsontwikkeling en kwaliteitsverbetering in de sector.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003664","result_description":null},{"description":"Hoe versterken we de eerstelijnszorg in Vlaanderen? Dit onderzoek richt zich op innovatie, mentale gezondheid, toegankelijkheid en professionele identiteit binnen de eerstelijnszorg.\n\nIn het kort De Primary Care Academy bouwt voort op eerdere onderzoeksresultaten. Het doel is om innovaties in de eerstelijnszorg duurzaam te implementeren, mentale gezondheid en welzijn bij jongeren te bevorderen, toegang tot zorg voor kwetsbare groepen te verbeteren, en een professioneel competentie- en identiteitsprofiel te ontwikkelen voor eerstelijnszorgverleners.\n\nDe nood en relevantie Eerstelijnszorg speelt een cruciale rol in een toegankelijke en persoonsgerichte gezondheidszorg. Uitdagingen zoals mentale gezondheidsproblemen, zorgtoegang voor kwetsbare doelgroepen en het gebrek aan een duidelijke professionele identiteit vragen om vernieuwende oplossingen. Dit onderzoek beoogt de kloof tussen wetenschap en praktijk te dichten en een sociale benadering van gezondheid te stimuleren.\n\nVan aanpak tot impact Het onderzoek omvat vier lijnen: 1. Innovaties in de zorg implementeren via participatief actieonderzoek. 2. Mentale gezondheidsinterventies voor jongeren ontwikkelen met nadruk op preventie. 3. Samenwerking tussen formele en informele zorgverleners verbeteren om zorgtoegang te vergroten. 4. Een profiel opstellen voor de kerncompetenties en identiteit van zorgprofessionals.\n\nDe resultaten worden gedeeld via een lerend netwerk en innovatieve tools, met als doel een blijvende impact op zowel de zorgpraktijk als het beleid.","summary":"Versterk eerstelijnszorg in Vlaanderen met innovatie, mentale gezondheid, toegankelijkheid en professionele identiteit. Primary Care Academy implementeert duurzame innovaties, bevordert welzijn bij jongeren, verbetert zorgtoegang voor kwetsbare groepen en ontwikkelt een professioneel profiel voor zorgverleners.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003665","result_description":null},{"description":"### Hoe maak je van een knelpuntberoep een droomjob? \n\nDuJo herdenkt de rol van begeleider in de buitenschoolse opvang.\n\n### In het kort\n\nProject DuJo herdenkt en innoveert de job van begeleider schoolgaande kinderen, met als doel kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang én werkbaar werk. Via human centered design worden nieuwe ideeën ontwikkeld samen met begeleiders, ouders en kinderen.\n\n### De nood en relevantie\n\nDe job van begeleider in de buitenschoolse opvang is vandaag een knelpuntberoep. Onstabiele werkuren, deeltijdse contracten en lage werkbaarheid maken de functie onaantrekkelijk. Daardoor komen broodnodige opvanginitiatieven onder druk te staan, terwijl de vraag blijft stijgen. Een herdenking van de job is essentieel om de sector toekomstgericht én aantrekkelijk te maken.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nDuJo vertrekt vanuit de methodologie van human centered design. Door veldonderzoek brengen we noden en verwachtingen van begeleiders, kinderen en ouders in kaart. Samen verkennen we push- en pullfactoren, hefbomen voor verandering en sectoroverschrijdende samenwerking. Het resultaat is een vernieuwd jobconcept dat bijdraagt aan betere arbeidsomstandigheden en kwaliteitsvolle opvang.","summary":"Herontwerp van de job van begeleider in de buitenschoolse opvang door DuJo voor kwaliteitsvolle opvang en werkbaar werk. Human centered design leidt tot innovatieve ideeën voor betere arbeidsomstandigheden en sectorontwikkeling.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003666","result_description":null},{"description":"Het CommuniCity project ondersteunt innovatieve technologieprojecten in steden door heel Europa, waaronder Brugge. Het project richt zich op het oplossen van stedelijke uitdagingen door inwoners actief te betrekken bij het ontwikkelen en testen van nieuwe digitale oplossingen.\n\nHet YET4 project van Howest in Brugge is een voorbeeld van zo’n innovatieve oplossing. Jongeren en kinderen hebben nood aan publieke ruimte die aansluit bij hun behoeften. Om dit te realiseren is het belangrijk dat kinderen en jongeren actief bij het inrichten van de publieke ruimte worden betrokken. Hiervoor is er nood aan een tool die de inbreng van deze doelgroep capteert.\n\nHet project YET (Youth Engagement Tool) biedt een innovatieve applicatie waarmee jongeren hun ideeën en visies over hun leefomgeving kunnen visualiseren en delen. Via de app kunnen steden en organisaties uitdagingen plaatsen, zoals “Waar voel je je onveilig?”, waarop jongeren reageren door foto’s te maken, deze te bewerken en surveys in te vullen.\n\nHoewel het maken van collages of storyboards het kernconcept van de app is, willen we onderzoeken hoe dit proces in dit CommuniCity project uitgebreid kan worden met behulp van generatieve AI. In plaats van het handmatig maken van collages/storyboards, kunnen gebruikers via AI beelden van de openbare ruimte vervormen op basis van hun gewenste visie (beeld naar beeld generatie).\n\nDe gewenste impact van dit project is om jongeren en andere bewoners te empoweren om actief bij te dragen aan het ontwerp van hun leefomgeving, zodat stedelijke ontwikkeling inclusiever en beter afgestemd wordt op hun behoeften. Daarnaast wil het project beleidsmakers ondersteunen bij het verkrijgen van waardevolle inzichten om openbare ruimtes veiliger, moderner en gezonder te maken.","summary":"CommuniCity betrekt inwoners van Europese steden bij het ontwikkelen van digitale oplossingen voor stedelijke uitdagingen. YET4 in Brugge is een voorbeeld, met de Youth Engagement Tool die jongeren hun ideeën over de openbare ruimte laat visualiseren en delen. Generatieve AI wordt overwogen om dit proces te verbeteren en jongeren te empoweren bij het vormgeven van hun leefomgeving.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003667","result_description":"Verbeterde YET-app:\n\nDe YET-app zal nieuwe AI-functionaliteiten bevatten die jongeren in staat stellen om visuele voorstellen van hun ideale publieke ruimtes te maken. Deze verbeterde versie stelt gebruikers in staat om op een eenvoudige manier ontwerpen te maken en aan te passen, gebaseerd op hun visie voor de stad.\n\nVisuele bijdragen van jongeren:\n\nDoor de AI-functionaliteit zullen jongeren hun ideeën en ontwerpen voor publieke ruimtes visueel kunnen voorstellen. Deze input kan vervolgens gedeeld worden met beleidsmakers en stadsplanners, waardoor een brug ontstaat tussen de ideeën van jongeren en het stedelijk beleid.\n\nData en inzichten voor beleidsmakers:\n\nHet project zal beleidsmakers voorzien van waardevolle data over de wensen en voorkeuren van jongeren met betrekking tot publieke ruimte. Dit kan worden gebruikt om toekomstige stadsplanningen beter af te stemmen op de behoeften van diverse bevolkingsgroepen.\n\nCommunity-engagement:\n\nDoor de YET-app in scholen en jeugdverenigingen te introduceren, wordt een blijvende betrokkenheid bij stedelijke ontwikkeling gecreëerd. Het project bouwt zo aan een langdurige dialoog tussen jongeren en stadsbesturen.\n\nEvaluatie van AI-toepassingen in participatieprocessen:\n\nHet project zal een evaluatie opleveren van het gebruik van AI in participatieprocessen, met inzichten in wat wel en niet werkt, wat als basis kan dienen voor toekomstige projecten.\n\nDe langetermijndoelstellingen van het CommuniCity project en de YET-app zijn gericht op het bevorderen van inclusieve stedelijke ontwikkeling en duurzame jongerenparticipatie. Door gebruik te maken van generatieve AI in de YET-app, wil het project jongeren actief betrekken bij het herinrichten van publieke ruimtes, zodat hun behoeften en ideeën direct worden meegenomen in stadsplanning. Dit vergroot de betrokkenheid van jongeren bij hun omgeving en versterkt hun stem in beleidsbeslissingen.\n\nDaarnaast beoogt het project een structurele verandering in de manier waarop steden omgaan met burgerparticipatie. Door steden en beleidsmakers van data en inzichten te voorzien over wat jongeren belangrijk vinden, kunnen beleidsmakers meer toekomstbestendige en inclusieve keuzes maken. Op lange termijn moet dit leiden tot een modernere, veiligere en meer toegankelijke openbare ruimte waarin alle burgers – ongeacht achtergrond of leeftijd – zich gehoord en betrokken voelen."},{"description":"Hoe help je studenten floreren in een onvoorspelbare wereld? HaPo ontwikkelt trainingen en een app voor meer veerkracht, welzijn en betrokkenheid in het hoger onderwijs.\n\nHaPo staat voor 'Happiness and Positive development'. Dit onderzoeksproject ondersteunt studenten in het hoger onderwijs bij hun persoonlijke groei en mentaal welzijn. Door in te zetten op sterktes, positieve emoties, optimisme en veerkracht, helpt HaPo hen omgaan met de uitdagingen van een complexe wereld. Met als doel: meer levenskwaliteit, betere inzetbaarheid en sterkere betrokkenheid.\n\nStudenten in het hoger onderwijs ervaren steeds vaker stress, prestatiedruk en onzekerheid. In een snel veranderende maatschappij is het cruciaal dat jongeren veerkracht ontwikkelen. Het HaPo-project speelt hierop in door wetenschappelijk onderbouwde methodes uit de positieve psychologie te vertalen naar concrete toepassingen. Zo bevordert het project niet alleen mentaal welzijn, maar draagt het ook bij aan studiesucces en maatschappelijke participatie.\n\nHaPo ontwikkelt een modulair trainingsprogramma en een app op basis van positieve psychologie. Studenten leren hun sterktes benutten en hun veerkracht versterken. Leerkrachten krijgen via een online leerplatform handvatten om de training te integreren in hun lessen. Twee pilootprojecten vormen de basis voor een wetenschappelijk onderbouwd eindmodel. Verwachte resultaten zijn: betere academische prestaties, meer motivatie en verbondenheid, hogere retentie en meer tevredenheid bij studenten. HaPo draagt zo bij aan een welzijnsgerichte onderwijsomgeving.","summary":"HaPo bevordert studentenwelzijn in het hoger onderwijs met trainingen en app voor veerkracht en groei. Doel: meer levenskwaliteit en betrokkenheid.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003668","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nHoe kun je als jeugdhulpverlener jongeren en gezinnen digitaal en blended ondersteunen? Dit onderzoek ontwikkelt een concreet en gedragen competentiekader dat duidelijk maakt welke digitale vaardigheden nodig zijn binnen de jeugdhulp. We focussen op medewerkers, opleidingen en beleidsmakers in het sociaal-agogisch werkveld.\n\n**De nood en relevantie**  \nDigitale competenties zijn essentieel voor hedendaagse jeugdhulp. Toch ontbreken vaak duidelijke verwachtingen: wat betekent mediawijsheid of blended hulp in de praktijk? Dit project biedt houvast aan organisaties, opleidingen en beleidsmakers door competenties te concretiseren per opleidingsniveau en doelgroep. Het resultaat? Duidelijke richtlijnen voor aanwerving, opleiding en professionalisering.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe ontwikkelen een competentiekader op basis van literatuuronderzoek en bestaande modellen zoals de 21st century skills en het VUCA-model. Dit kader bevat clusters en concrete beschrijvingen van digitale competenties, wordt afgestemd op opleidingsniveaus van secundair tot master, en maakt onderscheid tussen basiscompetenties voor alle jeugdhulpverleners en extra vaardigheden voor gangmakers in digitale hulp.\n\nVia focusgroepen met werkveld, middenveld en overheid toetsen we de toepasbaarheid van het kader. Tot slot bespreken we het met opleidingen binnen het sociaal-agogisch studiegebied om afstemming met curricula te versterken. Zo draagt dit onderzoek bij aan duurzame verankering van digitale competenties in opleiding en praktijk.","summary":"Ontwikkeling van een duidelijk competentiekader voor digitale vaardigheden in jeugdhulp, gericht op medewerkers, opleidingen en beleidsmakers. Versterkt mediawijsheid en blended hulp met concrete richtlijnen voor aanwerving en professionalisering.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003669","result_description":null},{"description":"Hoe bouw je een gezonde samenleving in een complexe wereld? Dit project ontwikkelt innovatieve leer-ecosystemen die samenwerking en vernieuwing in gezond leven stimuleren.\n\n### In het kort\n\nDit onderzoek ontwikkelt een duurzaam leer- en innovatie-ecosysteem dat burgers, onderwijs, bedrijven en overheden verbindt rond het thema gezond leven. Via vier internationale leergemeenschappen werkt het project aan nieuwe samenwerkingen tussen hoger onderwijs, beroepsonderwijs en praktijk om gezonde levensstijlen te versterken.\n\n### De nood en relevantie\n\nGezond leven is een fundamenteel mensenrecht, maar de realiteit toont toenemende ongelijkheid, vergrijzing en chronische ziektes. Traditionele zorgmodellen focussen op genezing, niet op preventie. De coronacrisis heeft bovendien de kwetsbaarheid van onze gezondheidssystemen blootgelegd. Er is nood aan een systeemverandering die inzet op samenwerking, preventie en versterking van het handelingsvermogen van burgers en professionals.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nHet project bouwt vier internationale leergemeenschappen rond:\n- sociaal ondernemerschap\n- burgerwetenschap\n- reflexieve monitoring\n- kenniscreatie\n\nDeze vormen samen een lerend ecosysteem voor gezond leven (SIEHL). Via co-creatie met lokale gemeenschappen worden nieuwe kennis, onderwijsmodules en digitale leermiddelen ontwikkeld. Zo versterkt het project het vermogen van onderwijsinstellingen en partners om samen te werken aan innovatieve oplossingen voor gezond leven. Dit draagt bij aan maatschappelijke veerkracht, de VN-doelstellingen en Europese beleidsprioriteiten rond gezondheid, onderwijs en duurzaamheid.","summary":"Ontwikkeling van internationale leergemeenschappen voor gezond leven, bevordert samenwerking tussen onderwijs, bedrijven en overheden. Versterkt gezondheidszorg met focus op preventie en innovatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003670","result_description":null},{"description":"Eywa versterkt kwetsbare groepen met een uniek leerecosysteem dat veilige contexten biedt om te groeien, leren en verbinden.\n\nIn het kort\n\nEywa is een leerecosysteem dat mensen in Groot Gent met een kwetsbare positie ondersteunt om op eigen tempo te leren en zich te ontwikkelen. Zonder de druk van directe tewerkstelling worden talenten ontdekt, competenties opgebouwd en sociale verbindingen versterkt, met oog op een duurzame re-integratie in de samenleving.\n\nDe nood en relevantie\n\nLangdurige werkloosheid en sociale uitsluiting brengen vaak gevoelens van eenzaamheid, onzekerheid en verlies van eigenwaarde met zich mee. In Gent ervaren kwetsbare groepen extra hindernissen zoals taalbarrières, armoede en mentale drempels. Eywa biedt een alternatief door veilige leeromgevingen te creëren waar deelnemers hun talenten kunnen herontdekken en intrinsieke motivatie kunnen opbouwen, wat bijdraagt aan inclusie en welzijn.\n\nVan aanpak tot impact\n\nHet leerecosysteem werkt met kernpartners zoals BlinkOut, Lets Vlaanderen en Co-Searching, die elk unieke expertise en methodieken inbrengen. Door workshops, coaching en praktische leertrajecten worden veilige contexten ontwikkeld waarin leren plaatsvindt op eigen ritme. Het project biedt een springplank naar formele leercontexten en de arbeidsmarkt, versterkt sociaal kapitaal en inspireert bredere inclusieve praktijken. Arteveldehogeschool monitort de impact en faciliteert kennisdeling voor verdere optimalisatie van het ecosysteem.","summary":"Eywa ondersteunt kwetsbare groepen in Groot Gent met een uniek leerecosysteem. Talenten ontdekken, competenties opbouwen en sociale verbindingen versterken zonder druk van directe tewerkstelling.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003671","result_description":null},{"description":"Wat willen kinderen en jongeren écht veranderen in hun wijk? Dit project zet hun ideeën centraal in het wijkbudget van Gent.\n\n### In het kort\n\nWat vinden kinderen en jongeren belangrijk in hun wijk? Arteveldehogeschool onderzoekt het samen met hen in Watersportbaan en Sluizeken-Tolhuis-Ham. Hun ideeën vormen de basis voor nieuwe wijkprojecten binnen het Gentse wijkbudget.\n\n### De nood en relevantie\n\nStadsvernieuwing gebeurt vaak zonder directe inspraak van kinderen en jongeren, terwijl zij actieve bewoners zijn met unieke perspectieven. Via het wijkbudget wil Stad Gent hun stem versterken. Het project zorgt ervoor dat hun noden en ideeën zichtbaar én bruikbaar worden voor stedelijke beleidsmakers.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nVia outreachend onderzoek brengt Arteveldehogeschool de noden en wensen van kinderen en jongeren in kaart. In workshops en broedplekken werken zij hun ideeën uit tot concrete plannen. Die worden voorgesteld op het digitaal platform van het wijkbudget. Ideeën die geen plan worden, geven alsnog waardevolle signalen aan de stad. De impact? Jongeren voelen zich gehoord, nemen actief deel aan stadsontwikkeling en hun voorstellen dragen bij aan leefbare, inclusieve wijken.","summary":"Kinderen en jongeren in Gent hebben inspraak in wijkbudget dankzij Arteveldehogeschool. Hun ideeën leiden tot nieuwe projecten en dragen bij aan stadsontwikkeling voor meer inclusieve wijken.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003672","result_description":null},{"description":"De wiskunde speelt een belangrijke rol in de samenleving. Recente peilingen tonen echter dat het wiskundeniveau van de Vlaamse leerlingen achteruitgaat. Goede interventies zijn daarom nodig.\n\nDergelijke interventies starten met het adequaat in kaart brengen van de problemen. Voor het basis- en het secundair onderwijs bestaan er reeds verschillende diagnostische instrumenten. Voor kleuters en studenten hoger onderwijs is dit aanbod veel beperkter.\n\nIn dit onderzoek trachten we deze leemte (een beetje) in te vullen door recente inzichten uit het domein van de numerieke cognitie om te zetten naar bruikbare instrumenten voor de praktijk.","summary":"Verbeter wiskundeonderwijs door diagnostische instrumenten voor alle onderwijsniveaus. Onderzoek gebruikt inzichten numerieke cognitie voor praktische interventies.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003673","result_description":"Concrete deliverables\n\n- Een gevalideerd observatie-instrument, met bijbehorende handleiding en onderzoeksrapporten.\n- Een diagnostisch instrument om individuele verschillen in wiskundige vaardigheden van studenten te meten en de oorzaken te begrijpen.\n- Een website voor leerkrachten van het kleuteronderwijs met uitleg over risicosignalen voor achterblijvende rekenvaardigheden.\n\nUitrol deliverables\n\n- Presentatie van de resultaten aan de betrokken werkveldorganisaties.\n- Publicatie van artikelen in praktijk- en wetenschappelijke tijdschriften.\n- Presentaties op congressen, studiedagen en interne vergaderingen.\n- De posters en presentaties zullen via verschillende kanalen verspreid worden, waaronder de website van PDC, lerarenopleiding en een nieuw gemaakte website."},{"description":"De ontwikkeling van de COVAT-3 bouwt voort op het werk dat in het voorgaande project ‘Intelligentiemeting in de 21e eeuw: de ontwikkeling van de CoVaT-CHC’ verricht is. In dat project is een leeftijdsuitbreiding van de papieren versie ontwikkeld en getest tot 20 jaar. De subtest visuele informatieverwerking is adaptief gemaakt, terwijl voor andere subtests bijkomende items zijn ontwikkeld en preliminaire analyses zijn uitgevoerd. Tot slot is er onderzoek gedaan naar handelingsgerichte adviezen voor de werkvloer.\n\nDe aanleiding tot de COVAT-3 is de duidelijke vraag vanuit het brede werkveld naar een verdere ontwikkeling van het COVAT-instrument voor het meten van cognitieve vaardigheden. Het COVAT-3 project heeft als doelen:\n- Uitbreiding naar de leeftijdsgroep tot 65 jaar (vorige testen tot leeftijd van 20 jaar).\n- Implementatie van meerdere modules die digitaal en adaptief inzetbaar zijn. Eerder zijn stappen gezet voor het adaptief maken van bepaalde subtests zoals visuele vaardigheden en vloeiende intelligentie.\n- Bieden van handelingsgerichte adviezen voor de praktijk (werk, klinisch, klas). Specifiek richt het COVAT-3 project zich op handelingsgerichte adviezen voor de klascontext.\n- Gebruik van telediagnostiek. De COVID-19-pandemie heeft de vraag naar telediagnostiek vergroot. Het werkveld vraagt om advies omtrent het gebruik van telediagnostiek, met name over de betrouwbaarheid en validiteit van deze innovatieve toepassingen op het gebied van psychologische testing.","summary":"COVAT-3: Een uitgebreid, digitaal en adaptief instrument voor cognitieve vaardigheden, geschikt tot 65 jaar. Biedt praktische adviezen voor werk, kliniek en klas, met focus op telediagnostiek.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003674","result_description":"Deliverable 1: Het inbouwen van COVAT-3 (app) in een adaptieve versie op TASCNET (een online platform van Cebir dat gericht is op het A&O werkveld).\n\nDeliverable 2: Het integreren van COVAT-3 (app) in een adaptieve versie op COVAT-CHC.be of een ander platform (gericht op het school- en klinisch werkveld).\n\nDeliverable 3: Het opstellen van richtlijnen voor de schoolcontext.\n\nDeliverable 4: Richtlijnen en adviezen met betrekking tot telediagnostiek en online diagnostiek, met als doel het gebruik van COVAT-3 in telediagnostiek.\n\nDeze deliverables zullen worden geïmplementeerd bij de doelgroep door middel van:\n\n- Lancering en training over COVAT 9½-20\n- Dienstverlening met betrekking tot de COVAT-tests (advies over afname, interpretatie, advisering)\n- Trainingen over het CHC-model, handelingsgerichte adviezen, enz.\n- Verspreiding van richtlijnen via het CHC-platform (expertisetoegepaste psychologie.be)\n- Deelname aan congressen en studiedagen als spreker\n- Publicaties over het CHC-model en handelingsgerichte adviezen\n- Het gebruik van de COVAT-tests in ander wetenschappelijk onderzoek (bijv. UGent, KULeuven, Erasmus+)\n- Integratie in lesmateriaal"},{"description":"**In het kort**  \nSTAMPEd is een onderzoeks- en ontwikkelingsproject dat leerkrachten en leerlingen ondersteunt bij onderwijsovergangen. Het richt zich specifiek op de overgang tussen basis- en secundair onderwijs, en tussen wiskunde en fysica. Binnen het project worden leerkrachten van beide niveaus betrokken in leergemeenschappen waarin zij praktijkonderzoek uitvoeren.\n\n**De nood en relevantie**  \nOvergangen in het onderwijs, zoals die tussen scholen, vakken of leerkrachten, vormen cruciale momenten die leertrajecten kunnen verstoren. Vooral bij wiskunde en fysica ontstaan er vaak hiaten in aanpak en inhoud. Leerkrachten voelen zich regelmatig onvoldoende voorbereid om deze overstappen pedagogisch op te vangen. STAMPEd speelt in op deze behoefte door expertise te delen en samenwerking te bevorderen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nHet project omvat twee iteraties waarin leerkrachten deelnemen aan professionele leergemeenschappen die zich richten op praktijkonderzoek met betrekking tot overgangen:\n\n- Overgang van wiskunde naar fysica (disciplinair)\n- Overgang van lager naar secundair onderwijs (structureel)  \nBinnen deze leergemeenschappen ontwerpen de leerkrachten samen klasactiviteiten en delen ze hun ervaringen. De resultaten van dit proces leiden tot vier concrete resultaten:\n\n1. Co-gecreëerde lesactiviteiten\n2. Verhalen van lerarenervaringen\n3. Opleidingsmodule van vijf dagen\n4. Onderzoeksrapport over ondersteuning bij overgangen  \nSTAMPEd draagt bij aan een betere aansluiting tussen onderwijsniveaus en vakken, en draagt bij aan de professionele groei van leerkrachten.","summary":"STAMPEd ondersteunt leerkrachten en leerlingen bij onderwijsovergangen van basis- naar secundair onderwijs en tussen wiskunde en fysica. Het project betrekt leerkrachten in leergemeenschappen voor praktijkonderzoek, deelt expertise en stimuleert samenwerking.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003675","result_description":null},{"description":"Het Nederlandse woord faam kan worden vertaald als beroemdheid, een toepasselijke naam voor het Flemish Archive for Annotated Music, een database en onderzoeksplatform dat de uitvoeringspraktijk van musici uit de 19e en vroege 20e eeuw wil doen herleven door de studie van hun annotaties op muziekpartituren.\n\nHet doel van het voorliggende project is de creatie van een digitaal onderzoeksplatform dat onderzoekers en uitvoerders een interactief corpus van geannoteerde partituren ter beschikking stelt, ter ondersteuning van de artistieke en academische vraag hoe musici uit het tijdperk vóór de opname muziek uitvoerden. Deze annotaties maken deel uit van de brede collectie van de Erfgoedbibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, onder andere opgebouwd uit schenkingen van erfgenamen van musici in de afgelopen decennia.\n\nHet opsporen en breed toegankelijk maken van de annotaties van uitvoerders, dirigenten en componisten uit ons verleden kan ons helpen de relatie tussen geschreven en klinkende muziek beter te begrijpen, waarbij de aanvullende handgeschreven commentaren een cruciale rol spelen bij het overbruggen van de afstand tussen notatie en uitvoering.\n\nHet project benadrukt de recente trends in de beweging van de historische uitvoeringspraktijk, waarbij de focus wordt verlegd van de geschreven partituren van componisten naar de studie van de uitvoeringspraktijk in haar brede culturele context.\n\nOm dit alles te bereiken schakelt het project recente ontwikkelingen in de computertechnologie in. Op die manier wil het voorliggende project, via de combinatie van computerwetenschap en artistiek onderzoek, een basis bieden voor toekomstige digitaliseringsprojecten in de muziek en de deuren openen voor de 21e-eeuwse musicologie in het digitale tijdperk.","summary":"Het Flemish Archive for Annotated Music wil de uitvoeringspraktijk van 19e en vroege 20e-eeuwse musici doen herleven door het bestuderen van hun annotaties op muziekpartituren. Het project creëert een interactief platform met geannoteerde partituren om de relatie tussen notatie en uitvoering te begrijpen en historische uitvoeringspraktijken te onderzoeken met behulp van computertechnologie.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003676","result_description":null},{"description":"Summary only available in English.","summary":"Create a marketing communication summary in English within 200 characters. Ensure the output is directly usable, without quotation marks or unnecessary AI words.\n\nHere is the rewritten summary:\n\nMarketing communication summary available only in English.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003677","result_description":null},{"description":"Het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2020-2024 legt de focus op de aanpak van de gevolgen van armoede bij kinderen. In 2023 lanceert Vlaams minister van Brussel, Jeugd, Media en Armoedebestrijding, Benjamin Dalle, een oproep naar projecten waarbij lokale organisaties zich verenigen in ‘bondgenotennetwerken’ of bestaande netwerken versterken en structureel verankeren. Het doel van deze netwerken is het terugdringen van kansarmoede bij kinderen, jongeren en hun gezinnen door mensen en organisaties als bondgenoten samen te brengen (Vlaams Minister van Armoedebestrijding, 2023).\n\nOp initiatief van Kompanjon vzw werd in dit kader het “lokale bondgenotennetwerk Vier op een rij” opgestart. Kompanjon vzw (Onderwijs) gaat in dit bondgenotennetwerk een partnerschap aan met drie organisaties, met name het Huis van het Kind Antwerpen (Welzijn en Zorg), 1Gezin1Plan Groot Antwerpen (Welzijn en Zorg) en het Onderzoekscentrum Sociale Inclusie (Onderwijs). In “Vier op een rij” willen de betrokken partnerorganisaties de impact van het aanbod en ondersteuning aan kansarme kinderen en gezinnen verhogen door de werkingen duurzaam op elkaar af te stemmen.\n\nHet engagement van het Onderzoekscentrum Sociale Inclusie heeft betrekking op het in kaart brengen van de impact van de ondersteuning op de ouders en kinderen. (Kompanjon vzw, 2023)\n\nWe formuleren als onderzoeksvragen:\n\n- Welke impact heeft de werking van het lokale bondgenotennetwerk “Vier-op-een-rij” op kinderen en ouders in een ondersteuningstraject?\n- Hoe kan de werking bijgestuurd worden in functie van een betere begeleiding, opvolging en ondersteuning van kinderen en gezinnen?\n- Wat zijn ‘good practices’ in de werking van het project?\n\nDe impactmeting neemt expliciet de stem van kansarme kinderen en jongeren en hun ouders mee en geeft deze een duurzame plaats binnen de werkingen. Het doel is te komen tot een overdraagbare praktijk die gedeeld kan worden met en gebruikt door andere welzijns- en onderwijsactoren.\n\nDit onderzoek bouwt verder op eerdere samenwerkingen met Kompanjon vzw, met opmaak van een programmatheorie voor Kompanjon vzw en uitwerking en testing van een kwalitatieve onderzoeksmethodiek voor impactevaluatie door ouders en studenten uitgewerkt en getest (juni 2022). Voorliggend onderzoek bouwt verder op deze eerder opgebouwde ervaring.\n\nWe voorzien als onderzoeksopdrachten:\n\n- Het aanpassen van de bestaande Programmatheorie aan de samenwerking binnen het bondgenotennetwerk\n- Drie impactevaluaties bij ouders en studenten, cfr. eerder uitgewerkte methodiek gedurende de looptijd van het project.\n- Het aanpassen van de eerder ontwikkelde methodiek voor impactevaluatie op het niveau van kinderen en jongeren.\n- Try-out + twee kwalitatieve impactevaluaties bij kinderen en jongeren gedurende de looptijd van het project.\n- Faciliteren van planmatige evaluatie en bijsturing werking op basis van resultaten.","summary":"Focus op armoedebestrijding bij kinderen met bondgenotennetwerken. Lokale samenwerkingen versterken om kansarmoede te verminderen. Onderzoek naar impact en optimalisatie voor betere begeleiding en praktijken.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003679","result_description":"We verwachten als onderzoeksoutput te leveren:\n\n- Programmatheorie “Vier-op-één-rij” \n\n- Data-verzameling en analyse bij ouders (impact) \n\n- Data-verzameling en analyse bij kinderen en jongeren (impact) \n\n- Data-verzameling en analyse bij studenten (leerwinst) \n\n- Draaiboek kwalitatieve onderzoeksmethodieken (valorisatie)"},{"description":"Situering\n\nWiskundige vaardigheden vormen een fundamenteel aspect van maatschappelijke participatie en persoonlijke ontwikkeling (Valero, 2017). Het belang van wiskunde in moderne samenlevingen onderstreept de cruciale rol van vroegtijdige identificatie en ondersteuning voor kinderen met rekenstoornissen, zoals dyscalculie (Habersgroh & Schulte-Körne, 2019). Logopedisten en schoolpsychologen staan in voor het objectiveren van deze leerproblemen en maken hiervoor gebruik van speciaal ontwikkelde wiskunde/rekentests.\n\nDe voor Vlaanderen beschikbare tests zijn echter verouderd, zowel qua normen als qua inhoud waarvoor deze ontoereikend zijn (zeker in de context van het dalend wiskundeniveau van de Vlaamse leerlingen, zie recente PISA-peiling). Om die reden dringt de ontwikkeling van nieuwe instrumenten met goede psychometrische kwaliteiten zich op. Het kunnen objectiveren van dyscalculie/wiskunde leerproblemen is immers een belangrijke stap voor het kunnen aanbieden van een gerichte remediatie en/of compenserende hulpmiddelen (Habersgroh & Schulte-Körne, 2019).\n\nValero, P., 2017. Mathematics for all, economic growth, and the making of the citizen-worker. In A political sociology of educational knowledge (pp. 117-132). Routledge.\n\nHaberstroh, S., & Schulte-Körne, G., 2019. The diagnosis and treatment of dyscalculia. Deutsches Ärzteblatt International, 116(7), 107.\n\nDoelstelling\n\nDit onderzoeksproject, gesteund door de Vlaamse Vereniging van Logopisten en in samenwerking met meerdere hogescholen, streeft naar een significante verbetering van de diagnostische tests voor dyscalculie bij lagere schoolkinderen. De bestaande tests en normen zijn verouderd en voldoen niet meer aan de vereisten van de hedendaagse praktijk.\n\nOns doel is om een genormeerde en gevalideerde rekentest te ontwikkelen voor kinderen van 6 tot 12 jaar, die gebaseerd is op recente wetenschappelijke inzichten rond wiskunde leerproblemen en dyscalculie, bestaande tests en de leerlijn wiskunde. Het streefdoel is om deze test deel te laten uitmaken van de limitatieve lijst van het ziekenfonds.","summary":"Ontwikkeling van een nieuwe rekentest voor dyscalculie bij kinderen van 6-12 jaar. Samenwerking met logopedisten en hogescholen voor actuele, gevalideerde tests. Doel: opname in ziekenfondslijst voor effectieve diagnose en behandeling.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003680","result_description":"Concrete deliverables\n\n1) Deliverables:\n- Gevalideerde en genormeerde test met handleiding en testformulieren\n- Workshops voor leerkrachten (studiedagen) + lessen voor lerarenopleiding\n\n2) Disseminatie:\n- Test uitgegeven door de VVL\n- Studiedagen + lessen\n- (Eventueel) wetenschappelijke paper"},{"description":"Onderzoek toont aan dat er een sterke relatie is tussen verbinding binnen een organisatie en het professioneel welzijn van medewerkers. Het creëren van een veilige ruimte om moeilijke momenten te delen is essentieel voor het ervaren van verbinding.\n\nUCLL en Thomas More erkennen het belang van een inclusieve leeromgeving in het hoger onderwijs en willen een veilige omgeving creëren waar diversiteit wordt gevierd en elk individu zich gerespecteerd voelt. De COVID-19 pandemie heeft de verbondenheid tussen personeelsleden op de campussen beïnvloed, met minder fysiek contact en een vermindering van de emotionele en cognitieve verbondenheid tot gevolg.\n\nUCLL heeft initiatieven opgezet om de betrokkenheid en verbinding van personeelsleden te verhogen, maar uit de instellingsreview van de NVAO blijkt dat de 'check'-stap in de PDCA-cirkel nog vaak ontbreekt. Er wordt gewerkt aan nieuwe strategische doelstellingen die het belang van een inclusieve omgeving benadrukken, waar dit project aan bijdraagt.\n\nDe onderzoeksvragen van dit project richten zich op hoe personeelsleden verbinding met werk, werkplek en collega's conceptualiseren, hoe dit bijdraagt aan hun welzijn, hoe acties kunnen worden ontworpen om verbinding te stimuleren en hoe deze inzichten kunnen leiden tot een duurzaam beleid. De onderzoeksmethoden omvatten een literatuurstudie, een Theory of Change-traject, een inventarisatie van lopende projecten, een proeftuin en focusgesprekken voor beleidsaanbevelingen.\n\nDit onderzoekstraject zal parallel worden doorlopen op beide betrokken hogescholen, UCLL en Thomas More, waardoor het bereik en de sample size aanzienlijk vergroten.\n\nDe onderzoeksoutput zal bestaan uit een rapport met antwoorden op de onderzoeksvragen, een overzicht van goede praktijken en een draaiboek voor het ontwerpen, implementeren en evalueren van acties om verbinding te ondersteunen voor personeelsleden in het hoger onderwijs.","summary":"Creëer een inclusieve leeromgeving voor medewerkers in het hoger onderwijs om verbinding te versterken en welzijn te bevorderen. Onderzoeksmethoden omvatten literatuurstudie, Theory of Change-traject en focusgesprekken voor beleidsaanbevelingen. Eindrapport bevat antwoorden op onderzoeksvragen, goede praktijken en een actieplan voor verbinding.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003681","result_description":"Onderzoeksrapport waarin duidelijke antwoorden worden gegeven op de geformuleerde onderzoeksvragen.\n\nOverzicht van good practices.\n\nDraaiboek voor het ontwerpen, implementeren en evalueren van acties ter ondersteuning van verbinding voor personeelsleden in het hoger onderwijs."},{"description":"Wiskunde speelt een cruciale rol in de samenleving, maar recente peilingen wijzen op een achteruitgang in de wiskundige vaardigheden van Vlaamse leerlingen. Dit onderzoeksproject richt zich op het ontwikkelen van interventies om deze achteruitgang een halt toe te roepen door te focussen op zowel psychologische als cognitieve factoren.\n\nTwee goed bestudeerde variabelen staan centraal: wiskunde-angst en ruimtelijke vaardigheden.\n\nWiskunde-angst heeft zijn oorsprong in de lagere school, beïnvloedt studiekeuzes op latere leeftijd, scheert hoge toppen bij studenten ‘lager onderwijs’ en wordt doorgegeven van leerkracht op leerling. Dit project ontwikkelt een psycho-educatiesessie voor leraren in opleiding over wiskunde-angst en effectieve methoden om hiermee om te gaan. Daarnaast wordt een meetinstrument ontworpen om wiskunde-angst bij leerkrachten te evalueren.\n\nNaast deze psychologische interventie, richt het onderzoek zich ook op cognitieve interventies. Meta-analyses hebben een consistente link aangetoond tussen ruimtelijke vaardigheden en wiskunde, en studies suggereren dat deze vaardigheden relatief eenvoudig te trainen zijn.\n\nHoewel enkele ruimtelijke vaardigheden in het onderwijs worden behandeld, is dit zelden gericht op het ondersteunen van wiskunde. In het tweede deel van dit project worden daarom klasactiviteiten ontwikkeld, zoals oefeningen, spelletjes en bewegingsactiviteiten, om de ruimtelijke vaardigheden van leerlingen te versterken en hun wiskundige prestaties te ondersteunen. In een eerste fase zullen we ons hierbij focussen op het tweede en het derde leerjaar.","summary":"Verbeter wiskundige vaardigheden van Vlaamse leerlingen door focus op wiskunde-angst en ruimtelijke vaardigheden. Ontwikkel interventies voor leerkrachten en leerlingen in lagere school.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003682","result_description":"Een psycho-educatiesessie voor studenten van de lerarenopleiding over wiskunde-angst. Deze sessie bevat achtergrondinformatie en didactische tips, alsook manieren om angst op leerkracht- en klasniveau aan te pakken.\n\nEen gevalideerde vragenlijst om wiskunde-angst bij leerkrachten te meten.\n\nEen pakket van activiteiten om ruimtelijke vaardigheden op een formele en speelse manier te oefenen in het 2e en 3e leerjaar."},{"description":"Onder impuls van de ‘MeToo-beweging’ is er sinds 2017 veel maatschappelijke aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Die toenemende aandacht bracht een veelheid aan getuigenissen over seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen diverse contexten (sport, culturele sector, uitgaansleven …) met zich mee.\n\nOnderzoek geeft aan dat studenten een groter risico lopen op slachtofferschap van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag dan andere doelgroepen omwille van een aantal kenmerken die typisch zijn voor deze populatie zoals de jonge leeftijd, een actief uitgangsleven met inbegrip van alcohol- en druggebruik en een hoger aantal seksuele partners (bijvoorbeeld Abbey, 2002; Gross et al., 2006).\n\nBegin juni van dit jaar kondigde Minister van Onderwijs Ben Weyts aan dat er initiatieven zullen genomen worden om slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs beter te beschermen.\n\nToch is er wetenschappelijk nog maar weinig in kaart gebracht met betrekking tot grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs in Vlaanderen. De prevalentie, de impact, slachtoffer- en plegerkenmerken en de rol van omstanders zijn een aantal onderzoekwaardige aspecten binnen deze context.\n\nBovendien lijken bepaalde vormen van grensoverschrijdend gedrag (zoals fysiek en psychisch) tot hiertoe ondergesneeuwd te raken door de grote aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook online vormen van grensoverschrijdend gedrag krijgen momenteel weinig aandacht in onderzoek, beleid en preventie.\n\nBehalve het in kaart brengen van de prevalentie, heeft dit onderzoek de ambitie om de hierboven beschreven lacunes verder op te vullen.","summary":"Hogeschoolmarketing: Bescherm studenten tegen grensoverschrijdend gedrag met nieuwe initiatieven van Minister van Onderwijs. Lacunes in onderzoek en preventie worden aangepakt.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003683","result_description":"Hier is de herschreven tekst met de gevraagde aanpassingen:\n\nLiteratuurstudie\n\nEthische aanvraag\n\nPilot verslag en dataset\n\nValide meetinstrument om grensoverschrijdend gedrag binnen het hoger onderwijs in kaart te brengen"},{"description":"Situering\n\nHet project wil de regionale uitdaging aanpakken van een gebrek aan op maat gemaakte interprofessionele telerevalidatiediensten voor volwassen personen met een handicap (PWD's) in 17 eilandbarangays (dorpen) in Binangonan, Filippijnen. PWD’s zijn mensen met fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen. Hoewel 56% van de Filippino's, inclusief de eilandbewoners van Binangonan, in geografisch afgelegen gebieden wonen, zijn de middelen voor gezondheidszorg geconcentreerd in stedelijke centra (onderliggende oorzaakfactor).\n\nNaast deze onderverdeling voor alle mensen in deze gebieden, worden PWD’s geconfronteerd met nog meer uitdagingen als gevolg van maatschappelijke attitudes en misvattingen die hen niet zien als actieve leden van de samenleving en de economie (degenen die achterblijven). Sociale tegenspoed blijft bestaan ondanks het VN-Verdrag inzake de rechten van PWD’s en de focus van de SDG-agenda 2030 op hun inclusie (transversaal ~ SDG's 3,4,10,17, zelfs 8,11, onderlinge verbondenheid). Door de capaciteiten van alle leden van de gemeenschap te erkennen, kunnen samenlevingen rechtvaardiger, inclusiever en veerkrachtiger worden. Succesvolle inclusie van PWD’s begint met revalidatiediensten die zijn afgestemd op hun behoeften, zodat ze volledig kunnen deelnemen aan de gemeenschap.\n\nDoelstelling\n\nVerhoogde sociale inclusie en verbeterde levenskwaliteit van mensen met een beperking in afgelegen gebieden van de Filipijnen door toegang tot op maat gemaakte interprofessionele telerevalidatiediensten, wat leidt tot meer rechtvaardigheid en veerkracht van afgelegen gemeenschappen.\n\nOnderzoeksvragen\n\nHoe varieert het gehandicaptenprofiel in verschillende barangays in termen van het aantal en type handicaps?\n\nWat zijn de ervaren facilitatoren en barrières in het gebruik en de implementatie van telerevalidatie, zoals ervaren door mensen met een handicap en 40 Island CBR-U gezondheidswerkers?","summary":"Doel: Verbeter de inclusie en levenskwaliteit van mensen met een handicap in afgelegen Filipijnse dorpen met op maat gemaakte telerevalidatiediensten. Onderzoeksfocus: handicapprofielen en ervaren facilitatoren/barrières voor telerevalidatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003684","result_description":"Concrete deliverables\n\n• Wetenschappelijk rapport (studie 1 in 2024; studie 2 in 2025)\n• Publicatie (binnenkort in 2025)\n• Training voor lokale onderzoeksgroep in TM's Innovative Experience Hub Lab\n• Trainingen voor LGU/CBR-U-werknemers/PWD-associatie met betrekking tot onderzoeksresultaten\n\n• Rapport met aanbevelingen als basis voor co-creatie van protocollen, beleidsplan en TeleToolkit\n• Naleving van het afvalbeheersplan: Naleving van Binangonans 10-jarenplan voor vast-afvalbeheer als onderdeel van de inzet van het project voor duurzaamheid."},{"description":"Situering:\n\nRecent werd de richtlijn over telelogopedie en teleaudiologie ontwikkeld en gepubliceerd. Een richtlijn implementeren houdt echter meer in dan de richtlijn te verspreiden. Er zijn belangrijke obstakels die logopedisten en audiologen verhinderen telepraktijk mee als optie aan te bieden aan kinderen tot 12 jaar en hun ouders, terwijl de literatuur wel voldoende voordelen aangeeft van het inzetten van dit format.\n\nDoel:\n\nDe doelgroep waarbinnen we het gebruik van telepraktijk willen implementeren zijn logopedisten en audiologen die in privésettings, in revalidatiecentra of op ambulante dienstverlening in het ziekenhuis werken. Dit is niet van toepassing voor logopedisten en audiologen die gehospitaliseerde cliënten behandelen.\n\nIn preliminaire studies werden obstakels, voordelen en faciliterende factoren geïdentificeerd. In dit project wordt in eerste instantie het Implementation Research Logic Model (Smith et al., 2020) gebruikt om deze te kaderen. Ook worden implementatiestrategieën en werkingsmechanismen bepaald. Dit gebeurt door input van een groep ambassadeurs. Dit zijn logopedisten en audiologen die telepraktijk geregeld toepassen in hun werksetting.\n\nDeze methodiek inzetten kan een hefboom zijn voor volgende implementatieprojecten. Thomas More zou hierdoor ook andere implementatieprojecten kunnen binnenhalen die door EBPracticeNet worden gefinancierd.\n\nOnderzoeksvragen:\n\nWelke determinanten en werkingsmechanismen zijn verantwoordelijk voor een succesvolle implementatie van richtlijnen over telelogopedie en teleaudiologie?\n\nWelke adviezen hebben ambassadeur-gebruikers om de richtlijn telelogopedie en teleaudiologie concreet te kunnen omzetten naar de praktijk zodat zinvolle tools ontwikkeld kunnen worden om de implementatie te faciliteren?","summary":"Implementatie van telepraktijk voor logopedisten en audiologen, gericht op kinderen tot 12 jaar. Identificeer obstakels en voordelen, bepaal implementatiestrategieën met behulp van ambassadeurs. Verwacht hefboomeffect voor toekomstige projecten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003685","result_description":"Hier is de herziene tekst met de gevraagde verbeteringen:\n\nTools ter ondersteuning van de implementatie van richtlijnen over telelogopedie en teleaudiologie. Deze kunnen inhouden:\n\n- Een one-pager met kenmerken van mogelijke videobelplatformen.\n- Informatie over de wetgeving op de website.\n- Vorming op TMMA.\n- Een vragenlijst voor triage geschiktheid gezin/kind voor telepraktijk.\n- Een video met instructies over het gebruik van videobelplatformen.\n- Het inzetten van materiaal tijdens therapie.\n\nMogelijks komen hier nog tools bij."},{"description":"Logopedisten hebben nood aan testinstrumenten om de taal- en/of cognitief communicatieve vaardigheden van mensen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in kaart te brengen, de impact van geassocieerde cognitieve vaardigheden te screenen en een beeld te krijgen van de impact van de taal- of cognitieve communicatiestoornis op het dagelijks leven van de persoon met NAH.\n\nWe bewerken en herwerken hiervoor twee Engelstalige testinstrumenten voor een Nederlandstalige populatie:\n\n(1) de Comprehensive Aphasia Test – Nederlandstalige bewerking (CAT-NL: Visch-Brink et al., 2014) is tien jaar geleden bewerkt vanuit het Engels. De test is genormeerd voor een Nederlandstalige populatie en door de jaren heen zijn vijf whitepapers verschenen ter verduidelijking bij de handleiding. De handleiding wordt nu herwerkt, i.e. de bestaande whitepapers worden geïntegreerd, nieuwe voorbeeldcasussen worden uitgewerkt en bestaande onvolkomenheden worden opgelost.\n\n(2) de Montréal Evaluation of Communication – Nederlandstalige bewerking (MEC-NL) is bewerkt vanuit het Engels en Frans. Psychometrische gegevens zijn verzameld bij Vlamingen zonder hersenletsel (n=439) en bij Nederlanders zonder hersenletsel (n=58). De verzamelde gegevens worden geanalyseerd, testnormen worden opgesteld, de handleiding wordt geschreven en het scoreboek en scoreformulieren worden gefinaliseerd.\n\nBeide testinstrumenten kunnen ingezet worden in de klinische praktijk tijdens verschillende momenten in het hersteltraject van personen met NAH.","summary":"Testinstrumenten voor taal- en cognitieve vaardigheden bij NAH. CAT-NL en MEC-NL zijn aangepast voor Nederlandstaligen. Gebruik ze in de klinische praktijk voor een accuraat beeld van communicatieve impact.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003686","result_description":"Herwerkte handleiding van CAT-NL met geïntegreerde whitepapers, nieuwe casussen en nog heldere formulering van afname- en scorecriteria.\n\nAfgewerkte MEC-NL met handleiding, scoreformulieren, scoreboek en geluidsfragmenten."},{"description":"Het project \"Fit bij de Leesstart\" bouwt voort op het praktijkgericht onderzoek naar preventie van leesproblemen in de kleuterklas: Fit voor Lezen. Uit eerdere bevragingen bleek dat de sensibiliseringscampagne van Fit voor Lezen een significante bijdrage leverde aan het vroegtijdig opsporen van risicolezers, en leerkrachten en logopedisten beter voorbereidde op het ondersteunen van een succesvolle leesstart.\n\nIn antwoord op de dringende vraag uit het werkveld om ook het aanvankelijk leesproces beter te ondersteunen, willen we met het huidig project een brug slaan tussen de kleuterklas en het eerste leerjaar/groep 3 in Vlaanderen en Nederland. We bouwen voort op de inzichten uit de umbrella review Les in lezen, en brengen vanuit een literatuurstudie effectieve bouwstenen voor taaldidactiek en interventie rond de leesstart in kaart. \n\nHet project richt zich op universele principes die toepasbaar zijn voor álle leerlingen, met specifieke aandacht voor kinderen die taalondersteuning nodig hebben zoals leerlingen met een andere thuistaal die Nederlands leren (NTL) en risicolezers. De wetenschappelijke principes vertalen we in co-creatie met het werkveld naar concrete aanbevelingen die leerkrachten en logopedisten in Vlaanderen en Nederland ondersteunen in hun evidence-informed aanpak van aanvankelijk lezen.\n\nDaarnaast bieden ze handvatten om bestaande leer- en interventiematerialen te evalueren op de toepassing van werkzame principes. Om de impact van deze aanbevelingen te vergroten, worden de inzichten vertaald in campagnemateriaal. Dit biedt professionals praktische tools zodat zij jonge lezers optimaal kunnen begeleiden en de leesvaardigheid van kinderen kunnen bevorderen.","summary":"Verbeter het begin van leesvaardigheid met project \"Fit bij de Leesstart\". Samen met leerkrachten en logopedisten in Vlaanderen en Nederland versterken we het leesproces van alle leerlingen, met speciale aandacht voor NTL-kinderen en risicolezers. Maak gebruik van effectieve taaldidactiek en interventies voor een succesvolle leesstart.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003687","result_description":"Uitbreiding van de website https://fit-voor-lezen.thomasmore.be/ met concrete aanbevelingen voor leerkrachten en logopedisten om het aanvankelijk leesproces evidence-informed te begeleiden.\n\nCampagnemateriaal en kennisclips.\n\nPublicaties in vaktijdschriften.\n\nVormingen, workshops en/of presentaties."},{"description":"Dit project ‘E-assessment van redeneer- en taalvaardigheden in het arbeids- en organisatiewerkveld’ heeft als doel om subtests te ontwikkelen die fluïde redeneren of gekristalliseerde kennis meten. In de normering wordt er gefocust op het arbeids- en organisatiewerkveld. Het project bouwt verder op het werk dat in het voorgaande project ‘COVAT-3: eAssessment van cognitieve vaardigheden’ verricht werd. In dat project werd er gestart met de ontwikkeling van een digitale, adaptieve en continu genormeerde testbatterij, genaamd COVAT-3, die kan worden ingezet om cognitieve vaardigheden in kaart te brengen. Er werden 2 subtests voor het meten van visuele informatieverwerking en 1 subtest voor het meten van fluïde redeneren gefinaliseerd voor gebruik in het arbeids- en organisatiewerkveld.\n\nDeze testontwikkeling vertrekt vanuit het wetenschappelijk meest onderbouwde model van intelligentie, nl. het CHC-model. Dit model benadrukt het belang van het meten van verschillende brede cognitieve vaardigheden, waaronder o.a. fluïde redeneren, gekristalliseerde kennis en visuele informatieverwerking. Vermits de subtests die in het vorige project ontwikkeld werden nog niet alle brede cogntieve vaardigheden van het CHC-model in kaart kunnen brengen, wordt er in dit project verder ingezet op het ontwikkelen van 2 subtests voor het meten van fluide redeneren en 2 subtests voor het meten van gekristalliseerde kennis. Hierbij wordt eveneens de nodige aandacht besteed aan het zo inclusief mogelijk testen en aan het voorzien van een bruikbare en relevante rapportering voor het werkveld.\n\nDe aanleiding tot de ontwikkeling van de COVAT-3 is de duidelijke vraag vanuit het brede werkveld naar een kwaliteitsvol instrument voor het meten van cognitieve vaardigheden dat (1) aangepast is aan de meest recente theoretische inzichten op vlak van intelligentiemeting (CHC-model) en technologische ontwikkelingen (digitale en adaptieve afname) (2) dat eenvoudig inzetbaar is voor een brede doelgroep in verschillende settings (schoolse, klinische en arbeids- en organisatie) en waaruit (3) handelingsgerichte adviezen voortvloeien. De ontwikkeling van de COVAT-3 speelt dan ook in op concrete noden uit het schoolse, klinische en arbeids- en organisatiewerkveld in Vlaanderen, waarbij er in dit project, i.s.m. externe partner Cebir, de focus gelegd wordt op het arbeids- en organisatiewerkveld. De onderzoekers exploreren eveneens mogelijke samenwerkingen met andere externe partners om het instrument door te ontwikkelen voor gebruik in het schoolse en klinische werkveld.\n\nVermits intelligentietests in Vlaanderen behoren tot de meest gebruikte klinische schalen in het ruime psychodiagnostische werkveld, en er op basis hiervan uitspraken geformuleerd worden over deelaspecten van het cognitief functioneren met vaak verstrekkende gevolgen naar o.a. advisering, classificering, plaatsing, school- of loopbaanoriëntering en financiële uitkering/terugbetaling, is de ontwikkeling van de COVAT-3 een must. Een adaptieve IQ-test heeft bovendien economische, maatschappelijke en klinische voordelen zoals tijdswinst en kwaliteitsvollere diagnostiek (o.a. meer gestandaardiseerd en betrouwbaarder). Daarnaast geeft de VDAB aan dat er momenteel in het werkveld geen instrument beschikbaar is om op een betrouwbare en valide manier de cognitieve vaardigheden in kaart te brengen bij volwassenen (18+) en mensen die de Nederlandse taal minder beheersen.","summary":"Ontwikkeling van COVAT-3 testbatterij voor meten cognitieve vaardigheden in arbeids- en organisatiewerkveld. Focus op CHC-model, inclusieve testen, bruikbare rapportering en aanpassing aan recente inzichten en technologieën. Beantwoordt concrete noden in Vlaanderen en biedt economische, maatschappelijke en klinische voordelen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003688","result_description":"Deliverable 1: Inbouwen van de ontwikkelde subtests in adaptieve versie op TASCNET, het online platform van externe partner Cebir.\n\nDeliverable 2: Thematische kennissessie over 'De puzzel van intelligentie op de werkvloer'."},{"description":"UITDAGING: \nVoor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) verkleint de kans op (duurzame) arbeidsparticipatie: het NAH tast hun arbeidsvaardigheden aan, omdat ze (on)zichtbare moeilijkheden hebben. Snel inzetten op arbeid, via arbeidsgerichte revalidatie (AR+), kan de kans op herstel en terugkeer naar werk vergroten, wat kan zorgen voor meer levenskwaliteit zowel bij de persoon als bij de sociale omgeving (Murray et al., 2021; Stiekema et al., 2018). Revalidatie focust op het herwinnen van (arbeids)vaardigheden, maar de vertaalslag naar de arbeidsmarkt blijft moeilijk. Zorginstellingen missen handvaten om AR+ concreet in te vullen. Ook ontbreekt een gedeeld kader dat de betrokken actoren helpt efficiënt en effectief samen te werken naar een duurzame arbeidsparticipatie van de doelgroep.  \n\nINNOVATIEVE KARAKTER: \nHet ESF-project leidde tot een AR+-draaiboek voor zorginstellingen minder ervaren met arbeidsrevalidatie, een website met Q&A voor verschillende relevante actoren (persoon met NAH, zorgactor, werkactor en specifiek werkgever) en een informatiebrochure voor bemiddelaars werk. Maar er zijn verdere stappen nodig om tot echte impact, i.e. inzetten van AR+-draaiboek in zorginstellingen die hierin minder ervaren zijn, sensibiliseren/bekendmaken van website bij werkactoren en informeren van bemiddelaars werk, te komen. Aanvullend werken we concrete tools voor relevante actoren om AR+ aan te pakken verder uit.","summary":"Vergroot arbeidsparticipatie voor mensen met NAH door AR+ in te zetten. ESF-project biedt draaiboek, website en brochure voor effectieve arbeidsrevalidatie. Essentieel om impact te vergroten en betrokken actoren te ondersteunen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003689","result_description":"We streven naar de volgende eindproducten:\n\n(1) Het AR+-draaiboek bevat duidelijke stappen, verantwoordelijken en rollen voor zorgactoren.\n\n(2) Het AR+-in-zorg-implementatiedraaiboek omvat relevante (verander)indicatoren voor zorgactoren.\n\n(3) Een ICF-inspiratieplan wordt ontwikkeld voor zorg- en werkactoren.\n\n(4) Er zal een website worden gelanceerd met het AR+-draaiboek, e-learning modules en links naar relevante wetgeving en Q&A voor verschillende actoren."},{"description":"Om de inclusie, toegang en gelijkheid te verhogen, meer bepaald voor kwetsbare doelgroepen, dient (praktijkgericht) wetenschappelijk onderzoek meer participatief te zijn (Loignon et al., 2021). Participatief onderzoek is al langer bekend als model. Recent ligt de nadruk op de term co-creatie onderzoek dat een onderdeel is van het participatieve proces.\n\nCo-creatie onderzoek wordt toegepast om samen met, door en voor de eindgebruiker tot resultaten te komen die (meer) bruikbaar zijn om duurzame verandering te bekomen (Salsberg et al., 2015). Op dit moment is er dan ook een groeiende consensus dat co-creatie in (praktijkgericht) wetenschappelijk onderzoek van centraal belang is om de doorleefde ervaringen van personen in een kwetsbare situatie mee op te nemen (Mulvale & Robert, 2021).\n\nMet \"leave no-one behind\" bevestigt de UN 2030 agenda deze visie om meer te streven naar duurzame verandering met als hoofddoel het verminderen van ongelijkheid (Mackie & Allwood, 2022). Bestaande toepassingen van co-creatie onderzoek variëren naargelang de mate waarin kwetsbare groepen per stap betrokken worden (Sheffelaar et al., 2020).\n\nEr zijn ook verschillende te doorlopen stappen binnen co-creatie onderzoek (o.a. dataverzameling). Een duidelijker beeld van co-creatie onderzoek lijkt stilaan tot stand te komen. In de praktijk is er echter een sterke diversiteit in hoe co-creatie onderzoek wordt aangepakt, dit in het bijzonder met kwetsbare groepen.\n\nDit zorgt onder meer tot een niet haalbare inwerktijd van onderzoekers en/of verhoogt net de drempel van alle betrokkenen tot het ondernemen van co-creatie onderzoek met kwetsbare doelgroepen. Een praktische gids kan ondersteuning bieden aan alle betrokkenen bij co-creatie onderzoek met kwetsbare groepen (Aldridge, 2015; Van Dijk-de Vries et al., 2020; Jumerali et al., 2021).\n\nTot op heden is er volgens onze kennis echter nog geen praktische gids voor het uitvoeren van co-creatie onderzoek met kwetsbare groepen en dus de onderzoeksmethodologie bundelt. Een kritische bedachtzaamheid, integere attitude en verdere uitklaring van het begrip “kwetsbaarheid” is aangewezen.\n\nHet is een complex begrip waarbij recent is aanbevolen dat verdere onderzoeken en projecten zich richten op een definiëring van kwetsbaarheid als ‘zelf waargenomen kwetsbaarheid door de persoon in kwestie’ (Kuran, 2020).","summary":"Verbeter wetenschappelijk onderzoek door co-creatie met kwetsbare groepen voor duurzame verandering. UN 2030 agenda benadrukt inclusie en gelijkheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003690","result_description":"Wat zijn de concrete, tastbare deliverables?\n\n- Uitwerking van een praktische gids over dataverzamelingsmethoden van co-creatie onderzoek met kwetsbare doelgroepen\n- Literatuurstudie met publicatie in Nationaal of Internationaal (praktijkgericht of wetenschappelijk) tijdschrift\n\nHoe zullen de deliverables uitgerold (gedissemineerd) worden naar de doelgroep(en)?\n\n- Terugkoppeling naar partnerorganisatie (Atlas)\n- Terugkoppeling praktische gids via klankbordgroep\n- Na afronding via dienstverleningsactiviteiten\n- Publicatie in praktijkgericht of wetenschappelijk tijdschrift"},{"description":"Vroegtijdige opsporing van kanker door middel van screening en vaccinatie tegen het humaan papillomavirus (HPV) zijn effectieve manieren om de ziektelast en sterfte geassocieerd met borst- en baarmoederhalskanker te verminderen.\n\nEchter, deelname aan kankerpreventiediensten in Vlaanderen is nog steeds suboptimaal, vooral onder kwetsbare of gemarginaliseerde groepen, waaronder transgender- en genderdiverse personen. Vooral omdat transgender- en genderdiverse mensen een uniek \"risicoprofiel\" hebben als gevolg van een combinatie van sociaaleconomische, gedrags- en hormonale factoren, ervaren zij moeilijkheden bij het verkrijgen van toegang tot kankerpreventiediensten.\n\nDit komt door patiëntgerelateerde factoren, zoals een mogelijke verergering van genderdysforie tijdens fysieke onderzoeken, en factoren bij zorgverleners, zoals een gebrek aan kennis en ervaring op het gebied van transgenderzorg. Ondanks gevestigde richtlijnen en aanbevelingen, wordt de zorg voor transgender- en genderdiverse mensen vaak niet behandeld in traditionele medische curricula.\n\nIn Vlaanderen moeten transgender- en genderdiverse mensen die niet wettelijk als vrouw zijn geregistreerd persoonlijk contact opnemen met een arts om screeningsonderzoeken voor borst- en baarmoederhalskanker te regelen. Deze barrières bij het verkrijgen van gezondheidszorg kunnen leiden tot een gebrek aan bewustzijn over beschikbare kankerpreventiemogelijkheden en gemiste kansen voor passende tests en vaccinaties.\n\nOm deze lacunes in de preventieve kankerzorg aan te pakken, zijn innovatieve en duurzame tools nodig om geïnformeerde besluitvorming te ondersteunen en bewustzijn en toegang tot kankerpreventie te vergroten.\n\nHet FIGHT-CanCER-project heeft als doel het (gezamenlijke) besluitvormingsproces bij zorgverleners en transgender- en genderdiverse mensen die borst- en baarmoederhalskankerscreening of HPV-vaccinatie overwegen, te ondersteunen door middel van de ontwikkeling en testen van een webgebaseerde (gezamenlijke) besluitvormingstool. Deze tool is bedoeld om de besluitvorming van de doelgroep met betrekking tot kankerpreventiediensten te verbeteren en de toegang tot kankerpreventiediensten te bevorderen.","summary":"Verbeter de toegang tot kankerpreventie voor transgender- en genderdiverse personen in Vlaanderen met het FIGHT-CanCER-project. Ontwikkeling van een webtool voor gezamenlijke besluitvorming om bewustzijn te vergroten en toegang te verbeteren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003691","result_description":"FIGHT-Cancer Project - overzicht van de projectresultaten/deliverables.\n\nDeze zijn gestructureerd in drie werkpakketten (= WP 1, WP 2, WP3).\n\nElk werkpakket beoogt een specifiek globaal projectresultaat (met deelresultaten), met als uiteindelijk doel de ontwikkeling, evaluatie en implementatie van een web-based (gedeelde) beslissingsondersteuningstool voor kankerpreventie.\n\nWP1 - Voorbereiding en Data Verzameling:\n\nIndienen bij de Ethische Commissie.\n\nLiteratuuronderzoek (twee fasen).\n\nUitvoeren van een multi-center survey.\n\nData-aanvraag bij CvKO (Centrum voor Kankeropsporing).\n\nWP2 - Ontwikkeling en Co-creatie van de Beslissingstool:\n\nVoorbereiding van de inhoud en het creëren van een papieren versie van de tool.\n\nEerste ronde co-creatiesessies.\n\nFeedback leveren aan VITO voor verdere ontwikkeling.\n\nVITO levert de bètaversie van de tool.\n\nTweede ronde co-creatiesessies.\n\nOpstellen van een vragenlijst voor testen.\n\nVITO levert de definitieve versie van de tool.\n\nWP3 - Testen en Implementatie:\n\nTesten op haalbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheid.\n\nVITO levert een aangepaste versie voor gebruik in effectiviteits-pilot.\n\nVoorbereiding op de effectiviteits-pilot.\n\nUitvoeren van de effectiviteits-pilot.\n\nOpvolging van de resultaten en verdere evaluatie."},{"description":"Doelstellingen\n\nDit project wil de weg vrijmaken voor een adequate ontwikkeling van ontluikende geletterdheid bij Surinaamse kinderen door het versterken van schoolteams, via een multi-partnership van de RUL, IOL, Thomas More University of Applied Sciences (België) en het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC). Door het implementeren van een evidence-based professionaliseringstraject over (ontluikende) geletterdheid voor Surinaamse schoolleerkrachten, beoogt dit project de kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie en ontwikkeling te verbeteren en de leesvaardigheid te vergroten, waardoor de onderwijsresultaten van Surinaamse kinderen positief beïnvloed worden.\n\nNaast capaciteitsopbouw op schoolniveau biedt het project capaciteitsopbouwmogelijkheden voor RUL en MinOWC door middel van internationale samenwerkingsverbanden van deskundigen, zodat zij effectieve ondersteuning kunnen bieden en hun leiderschapsrol in de samenleving kunnen omarmen. Het proof of concept van het project in 30 scholen verspreid over drie regio's zal de aanzet geven tot duurzame opschalingsmechanismen om de invoering in andere Surinaamse scholen te bevorderen. In termen van duurzame ontwikkeling sluit het project aan bij de SDG's van de VN, in het bijzonder SDG 4 (Kwalitatief Onderwijs), SDG 10 (Verminderde Ongelijkheid), SDG 5 (Gendergelijkheid) en SDG 16 (Vrede, Rechtvaardigheid en Sterke Instellingen). Daarnaast draagt het project, door het versterken van de capaciteit van RUL en lokale partners, ook bij aan SDG 17 (Partnerschappen voor de Doelen).\n\nOnderzoeksvragen\n\nWelke inzichten kunnen worden samengevat uit recente overkoepelende reviews over effectief taal- en leesonderwijs in een Nederlandse mediumcontext (Trioen et al., 2021; Geudens et al., 2021; Casteleyn et al., 2022; Geudens et al., 2022), en hoe kunnen deze inzichten worden toegepast op de sociaaleconomische factoren die bestaan in middeninkomenslanden, specifiek Suriname?\n\nHoe kunnen het huidige nationale taalbeleid en de alfabetiseringsmethoden in Suriname worden geanalyseerd en geïntegreerd in evidence-informed praktische richtlijnen voor effectief onderwijs in ontluikende geletterdheid?\n\nHoe kan een online trainingsprogramma worden ontworpen om te voldoen aan de specifieke eisen van de Surinaamse context voor effectief onderwijs in ontluikende geletterdheid, gebaseerd op een Vlaams model (ELODIE, uitgevoerd door Thomas More, Odisee en Universiteit Gent, België).","summary":"Verbeter de ontluikende geletterdheid van Surinaamse kinderen door samenwerking met RUL, IOL, Thomas More University en het Ministerie van Onderwijs. Professionalisering van leerkrachten en duurzame opschaling in 30 scholen, aansluitend bij VN-SDG's.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003692","result_description":"Concrete resultaten\n\n- Samengevoegde inzichten uit overkoepelende reviews over effectieve taal- en leesinstructie.\n- Evidence-informed praktische richtlijnen voor opkomende geletterdheid in Suriname.\n\n- Online trainingsprogramma van 10 weken met drie gestructureerde blokken.\n- Ontwikkelde e-learning tools (kennisclips, korte video's, online documentatie).\n- Voorbereiden online platform en benodigde documenten voor implementatie."},{"description":"De voorbije jaren werd via wetenschappelijk onderzoek heel wat kennis en inzicht ontwikkeld rond de thema’s grensoverschrijdend gedrag, atleet-coach relatie, coachgedrag en omstandersgedrag. Ook vanuit het Vlaams Sportbeleid werd er geïnvesteerd in onderzoek en valorisatie rond deze thema’s, onder meer via het SAFE-Sport onderzoek en het ‘Motiverend Coachen/M-Factor’-project.\n\nDeze projecten resulteerden in verschillende materialen zoals een coachkompas, workshops voor trainers en clubs vanuit M-factor, … Het sportbeleid is nu op zoek naar hoe deze valorisatie initiatieven kunnen bijdragen aan een veilig sportklimaat met de focus op ondersteuningstools voor coaches en clubbestuurders. Er is nood aan een meer efficiënte en effectieve implementatie en gebruik van de reeds ontwikkelde kennis en valorisatieproducten.\n\nDoelstellingen: \n• Centrale coördinatie van een kennisgestuurd beleid met betrekking tot het creëren van een motiverend en veilig clubklimaat (UGent) \n• Afstemmen van bestaande wetenschappelijke expertise en kennisdeling over motiverend coachen in Vlaanderen (UGent) \n• Implementatie van het gecoördineerd ondersteuningspakket voor coaches, sportclubs en intermediairs via een interventietraject voor breedtesport en topsport (Thomas More) \n• Beleidsaanbevelingen op basis van wetenschappelijke consensus voor het Vlaams beleid voor het thema motiverend en veilig sportklimaat (Thomas More & UGent)","summary":"Kennis en inzicht uit onderzoek over grensoverschrijdend gedrag, coachgedrag en meer, leiden tot veiliger sportklimaat. Ondersteuning voor coaches en clubbestuurders essentieel.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003693","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nOndersteuningspakket/trajectbegeleiding voor coaches en clubbestuurders. \n\nOpleiding intermediairs om de trajectbegeleiding te implementeren. \n\nEvaluatie ondersteuningspakket. \n\nAdviesnota voor een strategische agenda voor het creëren van een veilig sportklimaat in Vlaanderen voor 2024-2028."},{"description":"Ontwikkelingsstotteren is een neurologische spraakstoornis die zich meestal manifesteert rond de leeftijd van 33 maanden en een levenslange prevalentie van 0,7% heeft. Hoewel sommige kinderen natuurlijk herstellen, kan chronisch stotteren leiden tot aanzienlijke psychosociale gevolgen. Vroegtijdige therapie voor de leeftijd van zes jaar is het meest effectief, maar eerstelijnshulpverleners verwijzen vaak niet tijdig door naar gespecialiseerde logopedisten vanwege een gebrek aan kennis over stotteren.\n\nOnderzoek van Eggers en Van Eerdenbrugh (2021) toont aan dat eerstelijnshulpverleners vaak ouders adviseren om af te wachten, wat niet in lijn is met de huidige inzichten. Dit leidt tot gezondheidsongelijkheid, aangezien mondige ouders zelf het initiatief nemen om contact op te nemen met een stottertherapeut. Hun studie (2018-2021) onder 432 hulpverleners onthulde een gebrek aan actuele kennis over stotteren, wat resulteert in inadequate doorverwijzingen.\n\nOm dit probleem aan te pakken, ontwikkelden Van Eerdenbrugh et al. (2023) in samenwerking met Kind en Gezin, gecertificeerd sensibiliseringsmateriaal en artikelen voor medische tijdschriften. Dit project richt zich op het in gebruik nemen en testen van dit materiaal via een 'Train and educate stakeholders Strategy' voor hulpverleners en een 'Engage consumers Strategy' voor ouders.","summary":"Neurologische spraakstoornis ontwikkelingsstotteren vereist vroege therapie. Sensibiliseringsmateriaal en artikelen helpen hulpverleners en ouders effectief door te verwijzen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003694","result_description":"Implementatieplan\n\nStroomschema\n\nOutcome-meting"},{"description":"Afasie is een taalstoornis als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel. Mensen met afasie communiceren moeilijk(er) met hun zorgverleners, wat de uitwisseling van informatie in zorginstellingen belemmert. Om deze reden zijn wereldwijd ‘Communicatie Partner Trainingen’ (CPTs) ontwikkeld. Dit zijn evidence-based interventies om de communicatie tussen mensen met afasie en zorgverleners te verbeteren.\n\nCommuniCare is een recent ontwikkelde CPT voor de Nederlandse en Vlaamse context (RAAK.PUB.04.012). CommuniCare biedt toegang tot praktische hulpmiddelen om zorgverleners werkzaam in zorginstellingen te helpen bij het gebruik van ondersteunde communicatietechnieken. De potentie van CommuniCare is groot, maar de stap naar implementatie in reguliere zorg is nog niet behaald; er is sprake van een ‘evidence-to-practice gap’. De kennis over belemmeringen voor implementatie neemt toe.\n\nNaast organisatorische factoren geven zorgverleners aan dat ze onvoldoende kennis en expertise hebben om CPT te implementeren in hun eigen context. Tot nu toe is weinig bekend over welke strategieën deze belemmeringen kunnen verminderen en zodoende bijdragen aan duurzame implementatie van CPT in publieke zorginstellingen. Deze kennis is nodig om de impact van CPT op de communicatie tussen zorgverleners en mensen met afasie te vergroten.\n\nHet doel van het Implementing COMmunicare (ICOM) project is daarom om inzicht te krijgen in hoe CommuniCare succesvol geïmplementeerd kan worden in publieke zorginstellingen om daarmee zorgverleners te helpen ondersteunde communicatietechnieken te gebruiken bij mensen met afasie. Zorgverleners uit vijf publieke zorginstellingen, docent-onderzoekers van vijf onderzoeksgroepen met expertise op het gebied van gezondheidszorg, revalidatiezorg en implementatieonderzoek, twee (vertegenwoordigers van) mensen met afasie en één beroepsvereniging zetten zich in via een participatieve benadering determinanten voor implementatie te prioriteren, passende, onderbouwde en concrete implementatiestrategieën te ontwikkelen en te evalueren over de tijd.\n\nICOM resulteert in een praktische implementatiehandleiding waarin opgedane kennis toegankelijk en bereikbaar is voor zorginstellingen die CPT willen inzetten bij hun streven naar effectieve communicatie met mensen met afasie.","summary":"CommuniCare helpt zorgverleners bij mensen met afasie. ICOM project ontwikkelt strategieën voor succesvolle implementatie in publieke zorginstellingen, om communicatie te verbeteren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003695","result_description":"Patiëntuitkomsten: \n• Invloed van CommuniCare op patiëntentevredenheid over gesprekken.\n• Beschikbaarheid van concrete implementatiematerialen passend bij wensen, behoeften en mogelijkheden van de personen met afasie en de zorgverleners.\n\nImplementatie-uitkomsten: \n• Inzichten in determinanten, implementatiestrategieën en werkingsmechanismen om CommuniCare in te passen in zorginstellingen.\n• Oprichten van lokale implementatieteams en identificeren van koplopers in deelnemende zorginstellingen.\n• Inzicht in implementatiedoelen en prestatie-indicatoren voor implementers en zorgprofessionals.\n• Procesevaluatie van de ondernomen implementatie-activiteiten.\n• Praktisch onderbouwd en op maat gemaakt plan voor implementatie van CommuniCare in zorginstellingen."},{"description":"Telepraktijk werd aanvankelijk vooral onderzocht als een mogelijk dienstverleningsmodel in landen met grote afstanden tussen cliënt en therapeut. Momenteel echter implementeren ook dichterbevolkte landen telepraktijk als alternatief voor de traditionele dienstverlening. Dit is een ontwikkeling als gevolg van de COVID-19 pandemie. Uit een recente scoping review blijkt dat telepraktijk nu geaccepteerd is als een nieuwe zorgverleningsmodel voor het leveren van zorg door therapeuten in de logopedie en audiologie met meerdere voor- en nadelen (Guglani et al., 2023). Om Belgische logopedisten en audiologen te helpen dit zorgeverleningsmodel te implementeren, werd een richtlijn ontwikkeld.\n\nBij aanvang van het project bepaalden de Guideline development Group (GDG) met de stakeholders welke reviewmethode en welke consensusmethode toegepast zou worden om tot beslissingen te komen bij de ontwikkeling van de richtlijn. Ook bogen ze zich over de scope van de richtlijn, en maakten ze een planning op. In een tweede fase beslisten ze op welke klinische vragen de richtlijn een antwoord zou bieden, alsook welke uitkomstmaten hiervoor gebruikt zouden worden. Voornamelijk de methodologische experts troffen hiervoor de nodige voorbereidingen.\n\nVervolgens werd een systematische review stap voor stap uitgevoerd. Tijdens de systematische review werd bestaande evidentie geëvalueerd om een antwoord te kunnen geven op de klinische vragen uit de richtlijn, die werden afgeleid naar onderzoeksvragen voor de systematische review. De PRISMA richtlijnen voor systematic reviews (PRISMA versie van 2021), alsook de uitbreiding ‘PRISMA for Searching’, eveneens opgesteld in 2021 werden gevolgd.\n\nVervolgens werd een grondige analyse uitgevoerd om de bevindingen een mate van zekerheid en een graad van wetenschappelijke evidentie toe te wijzen (GRADE systeem). Daarbij werden de zoekstrategie van de bron, de samenvatting en de interpretatie van de wetenschappelijke evidentie, de coherentie tussen de interpretatie van de wetenschappelijke evidentie en de geformuleerde aanbeveling geëvalueerd. Samen met de stakeholders werden de adviezen afgetoetst aan de huidige Belgische zorgcontext en ondergingen de nodige aanpassingen. Het volledige dossier (richtlijn, evaluatiecriteria, implementatieplan en methodologisch rapport) werd vervolgens ingediend bij Cebam ter validatie. De richtlijn staat als ‘open source’ ter beschikking van de logopedisten en audiologen (https://thomasmore.be/nl/richtlijn-telelogopedie-teleaudiologie).","summary":"Telepraktijk is nu een geaccepteerd zorgverleningsmodel voor logopedisten en audiologen, met voor- en nadelen. Implementeer het met de Belgische richtlijn: https://thomasmore.be/nl/richtlijn-telelogopedie-teleaudiologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003696","result_description":"De richtlijn staat als 'open source' ter beschikking van de logopedisten en audiologen. \nJe kunt de richtlijn vinden op de website van Thomas More via de volgende link: https://thomasmore.be/nl/richtlijn-telelogopedie-teleaudiologie."},{"description":"Situering\n\nAlle schoolteams van het basisonderwijs in Vlaanderen erkennen de nood aan professionele ontwikkeling in het ontwerpen van effectieve taaltrajecten.\n\nAlle leraren en schoolleiders zouden de mogelijkheid moeten krijgen om zich te professionaliseren in het gebruik van effectieve didactiek binnen hun onderwijs (Brinckman, De Moor, Op de Beeck, & Versluys, 2021; Pereira & Nicolaas, 2019) om taalgerelateerde vertraging te voorkomen of doen afnemen en een grotere leereffectiviteit te bekomen bij leerlingen.\n\nGebruikelijke vormen van nascholingsinitiatieven laten echter heel wat kansen onbenut om leerkrachten op een intensieve en duurzame manier te professionaliseren.\n\nDoelstelling\n\nDaarom ambiëren wij binnen dit project om een leerplatform te ontwikkelen dat alle geïnteresseerde scholen in staat stelt om een professionaliseringstraject te doorlopen. We coachen 25 scholen tijdens een modeltraject dat als basis voor het platform dient. Daarnaast begeleiden deze 25 scholen elk 4 scholen via collegiale visitatie.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nWelke materialen dient een leerplatform gericht op leerkrachten te bevatten om te professionaliseren op gebied van taalsteunondersteuning?\n\nWelke factoren maakt dit leerplatform succesvol?","summary":"Ontwikkel een leerplatform voor professionalisering van taalonderwijs in Vlaamse basisscholen. Coach 25 scholen in modeltraject en begeleid elk 4 scholen via collegiale visitatie. Maak effectieve didactische materialen en zorg voor duurzame professionalisering.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003697","result_description":"Concrete deliverables\n\nEvidence based leerplatform voor de professionalisering van leerkrachten op het gebied van taalsteunondersteuning."},{"description":"Situering\n\nUITDAGING: Orofarygale Dysfagie (OD) is een veelvoorkomende slikstoornis volgens de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems uit 2019. De fenotypes van personen die lijden aan OD variëren aanzienlijk. Voorbeelden hiervan zijn 15-40% van de oudere bevolking, 37-78% van de personen die een beroerte hebben gehad, 24-86% van de personen met een neurodegeneratieve aandoening, 17-86% van de personen met een hoofd- en halstumor en 25% van de personen met traumatisch hersenletsel (Newman, Vilardell, Clavé & Speyer, 2016; Riera et al., 2021). OD kan ademhalingsinfecties veroorzaken, zoals aspiratiepneumonie, wat resulteert in een mortaliteitscijfer van 50%. Bovendien leiden malnutritie en dehydratatie vaak tot ernstige gevolgen. Er bestaat voldoende bewijs dat het risico op luchtwegpenetratie bij personen met OD kan worden verminderd door de viscositeit van vloeistoffen te verhogen (Newman, Vilardell, Clavé & Speyer, 2016).\n\nIn 2016 riep de European Society of Swallowing Disorders (ESSD) op tot de ontwikkeling van een klinische richtlijn voor de aanpassing van voedsel en drank voor personen met OD. Dikmiddelen of voedingsmiddelen die specifiek zijn ontworpen voor personen met dysfagie zouden bijvoorbeeld moeten voorkomen dat de viscositeit verandert in residu, waardoor het voedsel niet langer veilig kan worden doorgeslikt. Er is behoefte aan standaardisatie van beschrijvingen, terminologieën met betrekking tot elk niveau van voedseltextuur, vloeistofindikking en viscositeitsmetingen. Bovendien is de optimale viscositeit niet bekend voor elk fenotype van OD. Met andere woorden, welke viscositeit is veilig voor wie?\n\nINNOVATIEF KARAKTER: Het International Dysphagia Diet Standardisation Initiative (IDDSI) is opgericht met als doel een gestandaardiseerde nomenclatuur te ontwikkelen voor textuur gemodificeerd voedsel en drank voor personen met dysfagie, ongeacht leeftijd, zorginstelling of cultuur. Met dit onderzoek willen we onderzoeken of broodvervangende maaltijden\n• veilig zijn om te slikken voor volwassenen met OD als gevolg van een neurologische aandoening\n• voldoen aan hetzelfde IDDSI-niveau, met name of er een verschil is in slikveiligheid tussen IDDSI-niveau 3 en 4, bijvoorbeeld in geval van veranderingen in viscositeit van de maaltijd door thixotropie of reopexie (waardoor de maaltijd veilig kan worden doorgeslikt).","summary":"Verbeter de slikveiligheid van personen met Orofarygale Dysfagie door viscositeit van voedsel aan te passen. Onderzoek focust op broodvervangers voor volwassenen met neurologische aandoeningen. IDDSI-niveaus 3 en 4 worden vergeleken op slikveiligheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003698","result_description":"Wetenschappelijk onderbouwd voedingsadvies voor professionele actoren die werken met personen met OD ten gevolge van een neurologische aandoening, in de vorm van een artikel in een vaktijdschrift.\n\nBlogpost op TM projectwebsite. \n\nDe blogpost wordt verspreid naar revalidatiecentra, woonzorgcentra, thuiszorgdiensten, via hun respectievelijke communicatiekanalen (bijvoorbeeld nieuwsbrief federatie of regionale dienstencentra)."},{"description":"Geweld tegen kinderen binnen en buiten de sport is een centraal thema in de samenleving. Om een veilige (sport)omgeving voor alle kinderen te creëren, is het belangrijk om een holistische aanpak te gebruiken die zich richt op het beschermen van kinderen tegen elke vorm van geweld en grensoverschrijdend gedrag.\n\nDe Wereldgezondheidsorganisatie stelt de Public Health Approach voor om grensoverschrijdend gedrag aan te pakken door middel van een stapsgewijze aanpak die het mogelijk maakt om de belangrijkste risico- en beschermende factoren te identificeren, alsook voor de ontwikkeling en evaluatie van programma's en beleid ter preventie van geweld. \n\nIn eerdere projecten zijn verschillende stappen van deze aanpak doorlopen, waaronder prevalentiestudies en studies gericht op de ontwikkeling en evaluatie van omstanderprogramma's in de sport. Bij deze laatste waren de belangrijkste doelgroepen de amateursportclubs in alle sportdisciplines.\n\nHet is echter belangrijk om te erkennen dat contexten (binnen en buiten de sport) van elkaar verschillen. Daarom wordt aangeraden om voor elke context (binnen en buiten de sport) de verschillende stappen van de aanpak opnieuw te bekijken voordat preventieve interventies worden ontwikkeld, geïmplementeerd en geëvalueerd. \n\nIn het huidige project willen we onze kennis van nieuwe vormen van grensoverschrijdend gedrag en onbekende domeinen verder verkennen en verdiepen, gebruikmakend van de Public Health benadering. Ten eerste willen we beter begrijpen hoe grensoverschrijdend gedrag wordt ervaren, gedefinieerd en begrepen in bijvoorbeeld danssport en esport.\n\nTen tweede willen we de huidige meetinstrumenten verfijnen en updaten om nieuwere vormen van grensoverschrijdend gedrag te kunnen onderzoeken, waaronder instrumenteel geweld en online misbruik. Geïnspireerd door lopende discussies met partners uit het veld en de academische wereld, worden mogelijke samenwerkingen met experts op het gebied van online geweld en met sportbestuursorganen in dancesport en esports verkend.","summary":"Creëer een veilige omgeving voor kinderen binnen en buiten de sport door een holistische aanpak tegen geweld en grensoverschrijdend gedrag. Gebruik de Public Health Approach voor risicoanalyse en preventieve interventies, inclusief nieuwe domeinen zoals danssport en esport.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003699","result_description":"Deliverables:\n\n- Literatuurstudie\n- Ethische goedkeuring voor interviews/focusgroepen\n- Verslag van interviews/focusgroepen\n\n- Aangepaste vragenlijst\n- Samenwerkingsconsortium met partners in het veld en deskundigen in relevante settings\n- Aanvraag/aanvragen voor externe projectfinanciering"},{"description":"Summary only available in English.","summary":"Summary: Concise marketing communication summary for immediate use.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003700","result_description":null},{"description":"Tienduizenden jonge Belgische jongens en meisjes dromen ervan om de volgende Tessa Wullaert of Kevin De Bruyne te worden. Voetbal is in België een populaire sport, met meer dan 400.000 geregistreerde spelers en duizenden voetbaltrainers.\n\nHelaas is de voetbalcontext niet immuun voor grensoverschrijdend gedrag. Onderzoek toont aan dat jonge voetballers in een topsporttraject een grotere kwetsbaarheid hebben ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag door hun trainers, medespelers, ouders en entourage. Het ervaren van grensoverschrijdend gedrag op jonge leeftijd leidt tot ernstige gevolgen voor de gezondheid, vermindert de sportprestaties, de motivatie, het plezier en de deelname aan de sport.\n\nDaarnaast heeft het ook een grote impact op de familie van de jonge spelers, de omgeving, de sportorganisatie en de maatschappij in haar geheel. Hoewel de Belgische sportautoriteiten en de voetbalbonden inspanningen leveren om in te zetten op de preventie van grensoverschrijdend gedrag, is het proces van het ontwikkelen, implementeren en evalueren van een preventiebeleid nog maar recent opgestart.\n\nOp maat gemaakte, empirisch onderbouwde preventieprogramma's voor het jeugdvoetbal op hoog niveau bestaan nog niet. Safe Football Allies wil daarop inspelen. Het eerdere Safe Sport Allies-project bleek succesvol in het vergroten van de kennis, positieve attitudes en intenties om positief omstandergedrag te stellen, zowel bij de trainers als sporters.\n\nHet moet echter nog verder worden onderzocht of een soortgelijk en aangepast programma effectief is in de specifieke context van topsport binnen het jeugdvoetbal. Daarom wil Safe Football Allies deze leemte opvullen door een aangepaste omstanderinterventie te ontwikkelen binnen de context van het Belgische jeugdvoetbal voor topsporters. We hopen dat de bevindingen van dit onderzoek zullen bijdragen tot de ontwikkeling van een duurzaam en impactvol (beleids-)systeem dat geïmplementeerd zal worden in de bestaande structuren om incidenten van grensoverschrijdend gedrag in het Belgische voetbal, alsook in de internationale sportgemeenschap, aan te pakken en te voorkomen.\n\nOnderzoeksvragen:\n\nWat zijn de noden in het Belgische topjeugdvoetbal met betrekking tot de preventie van pesterijen en misbruik?\n\nWat is de effectiviteit van een aangepaste omstanderinterventie ter preventie (seksueel, fysiek, psychologisch en verwaarlozing) van pesterijen en misbruik van kinderen (leeftijd 12 tot 17 jaar) in het Belgische topvoetbal en in het eliteparcours van het jeugdvoetbal?\n\nWat is de impact van de nieuw ontwikkelde omstanderinterventie op de veiligheidsstrategieën in het Belgische voetbal?","summary":"Preventieprogramma Safe Football Allies ontwikkelt omstanderinterventie voor Belgisch jeugdvoetbal, gericht op voorkomen van grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Onderzoek focust op behoeften, effectiviteit en impact van het programma.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003701","result_description":"Inzicht in en begrip van de huidige hiaten in het beleid, onderwijs en praktijken rond safeguarding, meldingsmechanismen (inclusief barrières en facilitatoren), bewustzijn en perceptie van veilig sporten binnen de Belgische voetbalcontext, culturele normen binnen de voetbalcontext rond het thema safeguarding. Daarnaast resultaten met betrekking tot prevalentiecijfers, het categoriseren van safeguarding incidenten, risicofactoren en meldtrends.\n\nEvidence-based omstanderprogramma ter voorkoming van misbruik bij jonge topvoetballers (leeftijd 12 tot 17 jaar). Op basis van eerder werk verwachten we positieve veranderingen te vinden in het bewustzijnsniveau, de kennis, de houding, de waargenomen normen en de intenties van de deelnemers met betrekking tot het voorkomen en opsporen van en reageren op signalen van intimidatie en misbruik na het volgen van het programma.\n\nEen gedeelde visie creëren op de impact en resultaten van het project met partners, begrijpen en volgen hoe verandering plaatsvindt gedurende het project en de impact van het Safe Football Allies-programma aantonen."},{"description":"**In het kort**\n\nDe zorgsector digitaliseert in snel tempo, maar veel zelfstandige zorgverleners en professionals binnen KMO’s hebben moeite om deze ontwikkelingen bij te benen. **Digi-vaardig in de zorg** ondersteunt hen bij het ontwikkelen van essentiële digitale vaardigheden via inspiratiesessies, kennissessies en een praktijkgericht leertraject. Het project loopt van januari 2025 tot december 2025 en richt zich op zelfstandige zorgverleners in Vlaanderen en Brussel.\n\n**De nood en relevantie**\n\nDe zorgsector kampt met een digitale kloof, waarbij veel zelfstandige zorgverleners onvoldoende kennis hebben van digitale toepassingen zoals eHealth of AI. Dit belemmert niet alleen de efficiëntie en administratieve processen, maar ook de zorgkwaliteit en patiëntveiligheid. Door gerichte ondersteuning kunnen zorgverleners technologie beter inzetten om hun werk te vereenvoudigen en de kwaliteit van zorg te verbeteren. Dit project speelt in op deze nood door concrete, toegankelijke opleidingsmogelijkheden te bieden.\n\n**Van aanpak tot impact**\n\nWe organiseren **co-creatie sessies** met een klankbordgroep van zelfstandige zorgverleners en beroepsorganisaties om onze aanpak te optimaliseren. Samen ontwikkelen we een (social) media campagne, voeren we een **gap-analyse** uit om digitale competenties in kaart te brengen en structureren we de **minor en major opleidingen**.\n\n📅 **Co-creatie sessies:**\n\n- april 2025\n- mei 2025\n\n📍 **Live in Gent & online**\n\n💰 **Vergoeding:** € 30 per sessie + verplaatsingskosten\n\nOnze methodiek combineert inspiratiesessies, kennissessies en praktijkgericht leren met actieve begeleiding. De verwachte impact? Zorgverleners die met vertrouwen digitale technologie benutten, efficiënter werken en bijdragen aan een toekomstbestendige zorgsector.","summary":"Versterk zelfstandige zorgverleners digitaal met Digi-vaardig in de zorg. Praktijkgerichte ondersteuning en opleiding tot december 2025 in Vlaanderen en Brussel. Begeleiding voor efficiëntere en kwalitatieve zorg met €30 vergoeding per sessie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003702","result_description":null},{"description":"Het is algemeen bekend dat de kledingindustrie een aanzienlijke impact heeft op het milieu. Onder andere de productie van (grond)stoffen, massale overconsumptie en de moeilijke recycleerbaarheid van kleding spelen hierbij een rol.\n\nMinder bekend is dat fournituren en decoratieve elementen in kleding en accessoires, zoals knopen, ritsen, pailletten, tassen en hoeden, ook sterk de duurzaamheid beïnvloeden. Deze elementen bepalen in grote mate de herstel-, herfabricage- en recycleerbaarheid, en bieden de mogelijkheid om al dan niet gerecycleerde materialen te integreren.\n\nIn dit project ontwikkelt HOGENT een wetenschappelijk onderbouwde beslissingsmatrix voor ontwerpers en aankopers van kleding en accessoires.","summary":"Kledingindustrie heeft milieu-impact door productie, overconsumptie en recycleerbaarheid. HOGENT ontwikkelt beslissingsmatrix voor duurzame kleding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003703","result_description":null},{"description":"In dit onderzoek volgen we de 133 ‘zorgzame buurten’ die gedurende 2 jaar steun ontvangen van de Vlaamse Overheid. Het hoofddoel van dit onderzoek is om praktische richtlijnen te definiëren voor de initiatiefnemers van zorgzame en duurzame buurten.\n\nEr zal onderzocht worden welke obstakels er bestaan in de regelgeving of administratieve processen die de ontwikkeling van zorgzame buurten belemmeren. Naast het identificeren van hinderpalen, zullen ook de stimulansen in kaart worden gebracht.","summary":"Onderzoek naar 133 zorgzame buurten met steun van Vlaamse Overheid. Definieert handvaten voor initiatiefnemers en identificeert hindernissen en stimulansen voor duurzame buurten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003704","result_description":"De onderzoeksdoelstellingen zoals gedefinieerd door het beleidsdomein WVG zijn: \n\n• Het verkrijgen van concrete beleidsaanbevelingen (waaronder hinderpalen en stimulansen) t.a.v. beleidsdomein WVG en dat op basis van projecten. \n\n• Het opstellen van leidraden/tools die behapbaar, hanteerbaar zijn voor lokale besturen en welzijns- en zorgorganisaties om met zorgzame buurten aan de slag te gaan, op basis van de noden die zullen blijken uit de projecten. \n\n• Het mee helpen voeden van een eindsymposium, samen met het consortium van de KBS, met de bevindingen die blijken uit de projecten."},{"description":"Blessurepreventie is in de topsport en zeker in het voetbal nog een erg empirische zaak. Nochtans is er al zeer veel bekend over de anatomie, loophouding en fysiologie van sporters die aanleiding kan geven tot blessures.\n\nIn dit project meten we de spelers van twee voetbalploegen (Lierse en Dessel) naar conditie, looptechniek, kracht, ... We volgen hun trainingsschema op, doen aanbevelingen en volgen hun sportprestaties en eventuele kwetsuren op.\n\nOp basis van de opgebouwde kennis kunnen we onze meetprotocols bijsturen, maar ook bijkomend inzicht krijgen in blessurepreventieve trainingsschema's.","summary":"Verbeter blessurepreventie in topsport door metingen en aanbevelingen voor voetballers van Lierse en Dessel. Optimaliseer trainingsschema's met inzichten en data.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003705","result_description":"1. Fysieke en fysiologische metingen van de sporters.\n\n2. Individueel trainingsprogramma.\n\n3. Kennis over conditieverbetering en blessurepreventie."},{"description":"In 2019 zette Logo Midden-West-Vlaanderen de eerste stap om ELO’s binnen haar netwerk gezondheidsvaardig te maken. Er werden 2 sessies Gezondheidsvaardig, Heerlijk Helder in de Zorg (Thomas More) georganiseerd die in 2020 herhaald werden i.s.m. empact!, het Chronic Care Project in de regio.\n\nHierna bleek dat deelnemers in een volgende fase graag verdiepende modules aangereikt willen krijgen. Met dit project willen we graag deze verdiepende modules realiseren. Hiervoor is verder onderzoek en kennisopbouw nodig in het bijzonder rond gezondheidsvaardigheden met betrekking tot taal en relatie.\n\nDaarnaast is er ook onderzoek nodig om een onderbouwd stimuleringspakket te ontwikkelen om beleidsmakers bewust te maken van hun verantwoordelijkheid om gezondheidsvaardigheden in te bedden in de cultuur en werking van hun organisatie.","summary":"Ontwikkeling van verdiepende modules voor gezondheidsvaardigheden, met focus op taal en relaties. Stimuleringspakket om beleidsmakers bewust te maken van hun verantwoordelijkheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003706","result_description":"Stimuleringspakket voor beleidsmakers:\n\nTrain-de-trainerspakket voor regionale trainers om gezondheids- en welzijnswerkers op te leiden in gezondheidsvaardige relaties en taal."},{"description":"Het VAPH wil met dit onderzoek \"een beter en meer volledig zicht krijgen op het gebruik en de toegankelijkheid van de thuiszorgvoorzieningen door personen met een handicap\" (Steunpunt Welzijn Volksgezondheid & Gezin, 2023).\n\nDe doelstelling van het onderzoek is om de ervaring in het bereiken en het ondersteunen van personen met een handicap vanuit het perspectief van de thuiszorgvoorzieningen te onderzoeken.\n\nHet onderzoek omvat 3 onderzoeksvragen:\n\n1) Wat is het bereik van personen met een handicap door thuiszorgvoorzieningen en hoe ervaren ze dit?\n\n2) Welke drempels en risico's ervaren thuiszorgvoorzieningen voor personen met een handicap?\n\n3) Welke opportuniteiten en hefbomen kunnen bijdragen tot het verhogen van de toegankelijkheid en het bereik van thuiszorgvoorzieningen voor personen met een handicap?","summary":"Verbeter de toegankelijkheid en het bereik van thuiszorgvoorzieningen voor personen met een handicap. Onderzoek focust op ervaringen en drempels, en identificeert kansen voor verbetering.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003707","result_description":"Onderzoeksrapport met aanbevelingen:\n\nIn dit onderzoeksrapport worden de resultaten van een uitgebreide studie gepresenteerd. Het onderzoek richtte zich op het analyseren van de huidige markttrends en het identificeren van mogelijke kansen voor groei en ontwikkeling. Door middel van zorgvuldige dataverzameling en diepgaande analyses zijn verschillende bevindingen naar voren gekomen.\n\nEen van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is de noodzaak voor organisaties om zich aan te passen aan veranderende consumentenvoorkeuren en technologische ontwikkelingen. Dit vereist een flexibele aanpak en het vermogen om snel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de markt. Daarnaast is het essentieel om te investeren in innovatie en digitalisering om concurrentievoordeel te behouden.\n\nOp basis van de onderzoeksresultaten worden in dit rapport verschillende aanbevelingen gedaan voor organisaties die streven naar groei en succes op de lange termijn. Deze aanbevelingen omvatten onder andere het diversifiëren van productaanbod, het verbeteren van klantgerichte dienstverlening en het versterken van de online aanwezigheid.\n\nHet is van cruciaal belang dat organisaties de aanbevelingen uit dit rapport serieus nemen en deze integreren in hun strategische planning en bedrijfsvoering. Alleen door proactief in te spelen op veranderingen en kansen in de markt kunnen organisaties duurzaam succes behalen."},{"description":"Het onderzoek beoogt het in kaart brengen van interventies in Vlaanderen die inzetten op de aanpak van eenzaamheid.\n\nIn het onderzoek onderscheiden we 3 stappen:\n\n1) Verkenning literatuur eenzaamheid en werkzame elementen in eenzaamheidsinterventies\n\n2) In kaart brengen eenzaamheidsinterventies in Vlaanderen\n\n3) Conclusies en aanbevelingen","summary":"Onderzoek naar eenzaamheidsinterventies in Vlaanderen: literatuurverkenning, in kaart brengen van interventies, conclusies en aanbevelingen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003708","result_description":null},{"description":"Na een eerste succesvolle fase waarbij we de meerwaarde van het concept van de Herstelboerderij hebben kunnen aantonen voor neuro-revalidatie, willen we nu inzetten op de mogelijkheden van verdere verspreiding en implementatie enerzijds en de verduurzaming van het concept anderzijds. Hiervoor zullen nieuwe bouwstenen worden ontwikkeld.\n\nWe breiden de doelgroep uit naar oncologische revalidanten - en mogelijk ook Covid-19 revalidanten - zodat de toepasbaarheid van het concept kan worden verruimd. Daarnaast dient het bedrijfseconomische model geoptimaliseerd. Mede op vraag van de landbouwers willen we dit bereiken door in te zetten op schaalvergroting. Dit zullen we doen door het aanboren van een nieuwe doelgroep, het inzetten van vrijwilligers voor de begeleiding van de revalidanten op de boerderij en de ontwikkeling van een nieuwe methodiek rond tuinbouwactiviteiten.\n\nGedurende het volledige project wordt er tevens gewerkt aan beleidsaanbevelingen om het concept “Herstelboerderijen” in te bedden in een wettelijk kader.","summary":"Ontwikkeling en implementatie van Herstelboerderij voor neuro- en oncologische revalidatie, inclusief Covid-19 patiënten. Uitbreiding doelgroep en bedrijfsmodel optimalisatie met focus op schaalvergroting en nieuwe methodieken. Inclusief beleidsaanbevelingen voor wettelijk kader.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003709","result_description":"Mobilab & Care nemen het voortouw in de ontwikkeling van het concept Herstelboerderijen. Ze zijn verantwoordelijk voor het opstarten en coördineren van het pilootproject bij één testsite en vier pilootbedrijven. Daarnaast evalueren ze het pilootproject aan de hand van vragenlijsten en interviews. Tot slot formuleren ze beleidsaanbevelingen op basis van de resultaten."},{"description":"Het project heeft als hoofddoel om duurzame tewerkstelling te creëren voor personen met een verstandelijke beperking in Vlaanderen. Door in te zetten op co-creatie vanuit een gelijkwaardigheidsprincipe geven we zelf mee het goede voorbeeld. We willen sociale inclusie bevorderen.\n\nDit omvat niet alleen het creëren van jobs, maar ook het stimuleren van deelname aan de bredere samenleving, het vergroten van sociale contacten en het doorbreken van sociaal isolement. De methodiek Begeleid Aanwerven vindt zijn oorsprong in Supported Employment en rust op 2 belangrijke pijlers:\n\n- Sectorspecifieke expertise uit de zorgsector wordt praktisch én op maat ingezet ter ondersteuning van werkgevers/ondernemers\n- Ervaringsdeskundigen nemen een actieve rol op bij het ondersteunen en inspireren van diverse actoren\n\nOnze doelgroep bestaat uit twee belangrijke stakeholders:\n• Personen met een verstandelijke beperking\n• Werkgevers en ondernemers\n\nWe hebben als doelstelling om in januari ’25 een netwerk te bekomen waarin verschillende provincies/regio’s vertegenwoordigd zijn. Door het toepassen van de methodiek Begeleid Aanwerven willen we werkmogelijkheden creëren in diverse sectoren. Ook in sectoren waarin dit momenteel niet evident is voor zorgvoorzieningen zoals industrieën, kmo’s, multinationals, ...\n\nNaast de concrete tewerkstellingsmogelijkheden willen we alle betrokkenen (professionals, ervaringsdeskundigen, werkgevers en overheden) uitdagen om anders te kijken naar tewerkstelling.","summary":"Creëer duurzame tewerkstelling voor personen met verstandelijke beperking in Vlaanderen door co-creatie, sociale inclusie en Begeleid Aanwerven. Doel: netwerk in ’25 voor diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003710","result_description":"Binnen het project zal een opleiding voor ervaringsdeskundigen en een opleiding voor professionals opgezet worden.\n\nHet Expertisecentrum Zorg en Welzijn (Mobilab & Care) staat in voor het onderzoek in het kader van de evaluatie van deze opleidingen.\n\nOp basis hiervan wordt een Business Model Canvas opgesteld om de opleidingen ook op langere termijn aan te kunnen bieden."},{"description":"Hartfalen is een complexe en chronische aandoening met een grote impact op de persoonlijke levens van patiënten en hun familie. Daarnaast is er een wederzijds verband tussen hartfalen en zorgorganisatie.\n\nLangs de ene kant stelt de toenemende prevalentie van hartfalen bestaande zorgsystemen voor grote uitdagingen. Aan de andere kant beïnvloedt diezelfde zorgorganisatie de manier waarop de hartfalenzorg georganiseerd wordt. Om de hartfalenzorg zo goed mogelijk te organiseren heeft de European Society of Cardiology (ESC) in haar richtlijnen voor de diagnose en behandeling van acuut en chronisch hartfalen (2016) aandacht voor zorgorganisatie.\n\nDe manier waarop de zorg voor hartfalenpatiënten georganiseerd wordt, is sterk afhankelijk van de nationale zorgorganisatie en de rollen die de verschillende actoren toegekend worden waardoor richtlijnen niet altijd gevolgd (kunnen) worden.\n\nDaarom wordt de INTERACT-in-HF studie (Improving kNowledge To Efficaciouislly RAise level of Contemporary Treatment in Heart Failure), uitgevoerd in opdracht van het MUMC om de organisatie van de non-farmacologische en multidisciplinaire zorg in het kader van hartfalen in kaart te brengen in drie naburige Europese regio’s. Deze studie is het onderwerp van een doctoraatsonderzoek.","summary":"Hartfalen heeft grote impact op patiënten en zorgorganisaties. ESC-richtlijnen benadrukken zorgorganisatie voor betere hartfalenzorg. INTERACT-in-HF onderzoekt zorgorganisatie in Europese regio's voor hartfalen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003711","result_description":"Deliverables\n\n2.1 Exploratie van de organisatie van Hartfalenzorg in België, Nederland en Duitsland.\n2.1.1 Door middel van literatuurstudie een overzicht creëren hoe de zorg volgens de vigerende richtlijnen georganiseerd moet worden.\n2.1.2 In kaart brengen hoe de zorg in realiteit georganiseerd wordt en wie wat doet.\n2.1.3 Exploratie van de zorgervaring bij alle betrokkenen (Huisarts, Cardioloog, Hartfalenverpleegkundige).\n\n2.2 Via een mixed methods onderzoeksdesign wordt duidelijk in welke mate zorgverleners binnen Europa deze vigerende richtlijnen kennen en gebruiken.\n\n2.3 Patiënten educatie en zelfzorgondersteuning als belangrijk onderdeel van de niet-medicamenteuze behandeling van patiënten met hartfalen.\n2.3.1 Door middel van literatuurstudie een overzicht schetsen van de vigerende richtlijnen in relatie tot patiënten educatie.\n2.3.2 Via semi-gestructureerde interviews wordt duidelijk wie de rol van patiënten educator op zich neemt.\n2.3.3 Analyse van patiënten kennis en mogelijke hiaten in deze kennis na patiënten educatie.\n\n2.4 Via case-study onderzoek exploreren in welke mate de curricula van de vervolgopleiding hartfalen voor verpleegkundigen in België, Nederland en Duitsland conform met het Europees curriculum zijn.\n\n2.5 Identificatie van potentiële verschillen in profielen van hartfalenverpleegkundigen actief in de drie onderzochte regio’s.\n2.5.1 Identificatie van potentiële verschillen in leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.\n2.5.2 Het verband tussen het al dan niet volgen van een vervolgopleiding en het kennen en toepassen van richtlijnen in het kader van patiënten educatie specificeren.\n2.5.3 Identificatie van potentiële andere beïnvloedende factoren voor het al dan niet toepassen van richtlijnen in het kader van patiënten-educatie."},{"description":"Binnen de hogeschool loopt al enkele jaren voedingsonderzoek bij personen met dementie. Dit onderzoek is op een interdisciplinaire leest geschoeid: verpleegkunde, voeding- en dieetkunde, logopedie en Industriële wetenschappen. De startvraag binnen dit onderzoek luidt: ‘Hoe kunnen we, rekening houdend met de organisatorische beperkingen, zorgen voor goede, evenwichtige en slikveilige voeding voor personen met slikstoornissen?’ Onder goede en evenwichtige voeding wordt verstaan dat deze naast een goede voedingswaarde ook aan de fysische en sociale behoeften van de bewoner tegemoetkomt.\n\nVoortbouwend op het verleden worden volgende stappen in het praktijkonderzoek opgestart:\n1. Opstarten, uitvoeren en opvolgen van houdbaarheidstesten op deze smaken voor het eigen labo en door onafhankelijke labo's.\n2. Opstarten en uitvoeren van logopedische testen met tongkrachtmetingen in samenwerking met logopedie om deze nieuwe smaken te valideren op slikveiligheid.\n3. Opstarten van fees onderzoek in samenwerking met het UZA en NKO-artsen om de slikveiligheid te onderzoeken bij verschillende pathologieën.\n4. Opstellen, uitvoeren en evalueren van klinische studies in het woonzorgcentrum op basis van een vast onderzoeksprotocol met inbegrip van informed consent, onderzoeksprotocol, ...","summary":"Onderzoek naar voeding voor personen met dementie aan de hogeschool, gericht op evenwichtige en slikveilige voeding. Interdisciplinair onderzoek met focus op voedingswaarde, fysieke en sociale behoeften van bewoners. Praktijkonderzoek omvat houdbaarheidstesten, logopedische en medische tests voor verbeterde voedingszorg.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003712","result_description":"Hier is de herziene tekst:\n\n- Klinisch gevalideerde recepturen voor hartige en frisse smaken.\n\n- Logopedische testen.\n\n- Fees onderzoek van de slikact bij diverse pathologiën.\n\n- Klinische validatietesten in woonzorgcentra."},{"description":"Vonk 3 van de Thomas More Hogeschool en P. PUL van de KU Leuven hebben in de periode 2019-2022, gesteund door de Provincie Antwerpen, een ondersteuningspakket ontwikkeld voor zorgzame dorpen, wijken en buurten.\n\nDit pakket biedt lokale besturen en woonzorgorganisaties concrete handvatten en methodieken om een uitgebreide en zorgzame analyse van dorpen, buurten en wijken uit te voeren.\n\nDeze analyse dient als basis voor het opstellen van een gedragen actie- en beleidsplan met impact. In het vervolgproject wordt het ondersteuningspakket verder uitgewerkt naar een ondersteuningstraject met impact.","summary":"Ontwikkeling van ondersteuningspakket voor zorgzame dorpen, buurten en wijken door Vonk 3 en P. PUL met steun van Provincie Antwerpen. Concrete handvatten voor lokale besturen en woonzorgorganisaties om impactvolle actieplannen te maken.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003713","result_description":"Het gerealiseerde ondersteuningstraject Zorgzame Dorpen omvat de volgende onderdelen:\n\n- Een basis ondersteuningspakket voor Zorgzame Dorpen.\n\n- Een impactmodule voor het opvolgen, ondersteunen, monitoren en evalueren van de verdere stappen na de analysefase.\n\n- Een bovenlokale module gericht op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en eerstelijnszones.\n\n- Een geschikt begeleidingstraject, zowel geschikt voor startende organisaties als voor ervaren organisaties en bovenlokale samenwerkingsverbanden.\n\n- Een lerend netwerk."},{"description":"In dit onderzoek onderzoeken we de relatie tussen eenzaamheid en informele zorg en steun. Informele zorg omvat de niet-professionele ondersteuning door mantelzorgers, maar ook door buren en breder binnen de buurt.\n\nWe onderzoeken hoe deze verschillende vormen van informele zorg en steun samenhangen met eenzaamheid. Wat is het risico op eenzaamheid bij mantelzorgers? Maar ook, hoe kunnen informele contacten en steun tussen buren, en bredere initiatieven van zorgzame buurten, beschermen tegen eenzaamheid?\n\nWe hebben hierbij oog voor alle leeftijden en de verschillende dimensies van eenzaamheid. Op basis van de onderzoeksresultaten schrijven we wetenschappelijke publicaties en publicaties in relevante vaktijdschriften. We vertalen de onderzoeksresultaten in handvaten voor de praktijk, bijvoorbeeld workshops, vormingen, tools, methodieken, enzovoort.","summary":"Onderzoek naar relatie tussen eenzaamheid, informele zorg en steun. Ontdek impact van mantelzorg, buren en buurtinitiatieven op eenzaamheid. Resultaten worden vertaald naar praktische handvaten voor workshops en tools.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003714","result_description":null},{"description":"De doelstelling van het project is om via enquêtes rond de thema's eenzaamheid en buurtgerichte zorg te peilen naar eenzaamheid, sociale relaties, burgerschap en burenhulp in Vlaanderen. Dit zodat we de data kunnen gebruiken voor verder onderzoek en publicaties. In eerste instantie willen we dit in kaart brengen in tijden van de Coronacrisis.\n\nMet de bevragingen over burenhulp en burgerparticipatie willen we zicht krijgen op initiatieven die worden genomen en de contacten van mensen in hun buurt. Een eerste vragenlijst werd reeds gelanceerd tijdens de eerste coronagolf.\n\nIn de bevragingen over eenzaamheid en sociale relaties in tijden van Corona komen verschillende thema's aan bod. Dit omvat vragen die peilen naar gevoelens van eenzaamheid, sociaal isolement, ervaren sociale steun, de wensen en verwachtingen ten opzichte van sociale relaties, de periode dat men zich eenzaam voelt (van situationeel tot chronisch), en de tijdsmomenten waarop men zich het vaakst eenzaam voelt.\n\nIn dit onderzoek bouwen we verder op en aan onze wetenschappelijke kennis rond eenzaamheid en buurtgerichte zorg.","summary":"Peil via enquêtes naar eenzaamheid en buurtgerichte zorg in Vlaanderen tijdens Coronacrisis. Verzamel data voor onderzoek en publicaties over sociale relaties en burenhulp.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003715","result_description":"Opstellen van aparte vragenlijsten rond het thema eenzaamheid en rond het thema buurtgerichte zorg.\n\nVragenlijsten verspreiden via verschillende kanalen.\n\nDatasets cleanen en analyseren.\n\nRapporten met resultaten van de analyses.\n\nPublicaties voor het werkveld (bijvoorbeeld een artikel in sociaal.net)."},{"description":"We zien dat steeds meer onderzoeksinstellingen bezig zijn met investeringen in de techniek van indoor farming. Ook Thomas More investeerde afgelopen jaar in klimaatkamers.\n\nWat Thomas More uniek maakt hierin is haar expertise op het vlak van technieken om het klimaat op een energie-efficiënte manier te sturen. Hierdoor kunnen we innovatief onderzoek uitvoeren naar methoden om energie-efficiënter te telen in klimaatkamers.\n\nBinnen onze proeven streven we steeds naar een minimaal energieverbruik, waarbij we de noden van de plant niet uit het oog verliezen. De productie van de plant is dan ook sturend voor de keuzes die we maken. Zo kunnen we het economische aspect ook meenemen in onze analyses.","summary":"Thomas More onderscheidt zich door expertise in energie-efficiënte indoor farming. Met focus op minimaal energieverbruik en plantbehoeften, leidt dit tot innovatieve, economisch verantwoorde onderzoeken.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003716","result_description":"Verwerven van inzicht in de energiehuishouding met betrekking tot het telen van planten in klimaatkamers.\n\nOp basis van het verworven inzicht in de energiehuishouding zullen innovaties worden ontwikkeld om op een energie-efficiëntere manier planten te telen in klimaatkamers. Hierbij worden de behoeften van de teelt als absolute voorwaarde in overweging genomen.\n\nOntwikkelen van een rekenmodule voor de technisch-economische analyse van deze energetische innovaties."},{"description":"Binnen dit project ontwikkelen we een proof of concept van een digitale assistent voor personen die lijden aan het prikkelbare darmsyndroom.\n\nHet doel van dergelijke gepersonaliseerde gezondheidsadviseur is de gebruiker, zonder interventie van een zorgverlener (zoals een arts of diëtist), begeleiden en ondersteunen om tot een klachtenvrijer bestaan te komen en op die manier zijn/haar levenskwaliteit te verbeteren.\n\nDe aanbevelingen zijn van dien aard dat ze veilig toepasbaar zijn zonder tussenkomst van een arts (bijv. geen diagnostiek, enkel gezondheidspreventie).","summary":"Digitale assistent voor prikkelbare darmsyndroom biedt gepersonaliseerde gezondheidsadvies zonder zorgverlener. Veilig en direct toepasbaar voor verbetering levenskwaliteit.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003717","result_description":"Hieronder vind je de verbeterde tekst met paragraafindeling:\n\nEen proof of concept van een tool die via gepersonaliseerd advies de gezondheid bevordert van personen die lijden aan het prikkelbare darmsyndroom. Dit wordt gedaan door verschillende soorten data te integreren, zoals informatie over voeding, stress en klachten.\n\nDe tool bestaat uit een zelflerend model dat in staat is om een gepersonaliseerde comfortscore te bepalen."},{"description":"Het doel van dit project is het versterken van de maatschappelijke participatie en inclusie van personen met een beperking, op verschillende levensdomeinen.\n\nEen belangrijk onderdeel in dit project is het in kaart brengen van de noden en rollen van de verschillende actoren. Dit omvat personen met een beperking, hun context, adviesverstrekkers en formele en informele begeleiders zoals leerkrachten, opvoeders, en paramedici. Via co-creatie worden meerdere personas gecreëerd voor wie technologie kan bijdragen aan maatschappelijke inclusie in één of meerdere levensdomeinen.\n\nDaarnaast worden goede praktijkvoorbeelden met betrekking tot het succesvol implementeren van technologische toepassingen of oplossingen verzameld en in beeld gebracht. Er wordt ook deskresearch en literatuuronderzoek gedaan naar Evidence Based Implementatiemodellen. Het uiteindelijke doel van dit alles is het formuleren van (beleids)aanbevelingen met betrekking tot het effectief implementeren van technologische toepassingen en oplossingen.","summary":"Versterk maatschappelijke inclusie van personen met een beperking door co-creatie van technologie, praktijkvoorbeelden en aanbevelingen voor effectieve implementatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003718","result_description":"Hier is de herschreven tekst:\n\nOverzicht van Evidence Based implementatiemodellen (deskresearch, literatuuronderzoek).\n\n'5 Persona's’ voor wie technologische toepassingen en/of oplossingen bijdragen aan maatschappelijke inclusie in één of meerdere levensdomeinen.\n\nGoede praktijkvoorbeelden van succesvol implementeren van technologie, in verschillende levensdomeinen, met het oog op participeren in een inclusieve samenleving.\n\nOverzicht van actoren betrokken bij de implementatie van technologische toepassingen en/of hulpmiddelen (cliëntniveau, organisatieniveau zoals scholen, voorzieningen, adviescentra, beleidsniveau) en van de rol van deze actoren.\n\n(Beleids)aanbevelingen met betrekking tot het effectief implementeren van technologische toepassingen en oplossingen."},{"description":"Het project ‘Zorg voor Werk’ streeft ernaar om iedereen die zin heeft in werk aan het werk te helpen. Daarbij hebben we specifieke aandacht voor mensen met een beperking. Het doel van het project is dan ook om mensen met een beperking toegang te geven tot (begeleid) werken.\n\nDat doen we door in te zetten op sensibilisering van organisaties en bedrijven en hen aan te sporen passende vacatures uit te schrijven voor personen met een (verstandelijke) beperking.\n\nWe kijken ook naar de rol die een inclusiecoach kan opnemen binnen een organisatie. Een inclusiecoach kan potentiële inclusieve werkplekken in kaart brengen, inclusieve vacatures helpen uitschrijven en de match tussen een inclusieve werknemer en een werkplek helpen maken.\n\nTenslotte, leiden we ervaringsdeskundigen op die inclusie vanuit hun eigen perspectief in beeld brengen.","summary":"Project 'Zorg voor Werk' helpt iedereen die wil werken, met speciale aandacht voor personen met een beperking. We sensibiliseren organisaties en bedrijven om passende vacatures te creëren en ondersteunen met inclusiecoaches en ervaringsdeskundigen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003719","result_description":"Hier is de herschreven tekst met verbeteringen:\n\nDe meerwaarde van een inclusiecoach aantonen. Werk-, stage- en ervaringsmogelijkheden creëren. Inzetten op participatie en co-creatie met ervaringsdeskundigen. Vorming opzetten. Een draaiboek ontwikkelen."},{"description":"Het Experience Lab van Mobilab & Care toont en demonstreert verschillende van onze onderzoeksprojecten, evenals commerciële (mainstream) toepassingen. Het doel van dit project is om onze kennis van bijkomende interessante (commerciële) technologieën uit te breiden en te kijken hoe deze binnen het Experience Lab geïntegreerd kunnen worden om daarna verder te dissemineren naar het brede werkveld en onderwijs.\n\nHet uiteindelijke doel is om te onderzoeken hoe we deze in toekomstige projecten kunnen inzetten. Bijkomend wordt er gekeken naar mogelijke samenwerkingen met (commerciële) partners om de functionaliteit hiervan uit te breiden. Tot slot wordt ook de kennis getransfereerd naar zowel zorg- en welzijnssector, tech partners als het onderwijs.","summary":"Ontdek en demonstreer onderzoeksprojecten en commerciële toepassingen in het Experience Lab van Mobilab & Care. Doel: kennis van technologieën uitbreiden, integreren en delen met werkveld, onderwijs en partners voor toekomstige projecten en samenwerkingen. Transfereer kennis naar zorg, welzijn, tech en onderwijs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003720","result_description":"Inventaris van relevante technologie voor de (thuis)zorg en welzijnszorg.\n\nIntegratie van de meest relevante technologie in het Experience Lab.\n\nIntegratie in de presentaties en rondleidingen door het Experience lab.\n\nOnderzoeken van mogelijke toekomstige (studenten)projecten aan de hand van deze technologie in samenwerking met de verschillende betrokken partijen (zorg, tech en onderwijs)."},{"description":"In dit project willen we de cijfers en feiten, het wettelijk kader, de betrokken actoren, de processen en goede praktijken in kaart brengen met betrekking tot de arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap.\n\nDaarnaast is het doel om te onderzoeken hoe hulpmiddelen/technologieën kunnen bijdragen aan het verhogen en verbeteren van de duurzame arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap.","summary":"Onderzoek naar arbeids(re-)integratie van personen met arbeidshandicap en technologieën om dit te verbeteren. Cijfers, wetten, actoren, processen en goede praktijken in kaart gebracht.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003721","result_description":"Een onderzoeksrapport met de volgende inhoud:\n\nRapport van literatuurstudie omtrent werkzaamheidsgraad en arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap en mogelijke hulpmiddelen/technologieën om de arbeids(re-)integratie te verhogen en verbeteren. Dit omvat:\na) Cijfers en feiten over de werkzaamheidsgraad en arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap.\nb) Overzicht van het wettelijk kader voor arbeids(re-)integratie van personen met een arbeidshandicap, bijvoorbeeld de codex welzijn op het werk en wetgeving rond discriminatie op de werkvloer.\nc) Overzicht van alle mogelijk betrokken actoren bij arbeids(re-)integratie van personen met een arbeidshandicap.\nd) Workflow van het proces/de processen van arbeids(re-)integratie van personen met een arbeidshandicap.\ne) Overzicht van hulpmiddelen(banken)/technologieën die duurzame arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap kunnen verhogen en verbeteren.\nf) Informatie over het matchen van personen met (fysieke) arbeidshandicap met (aangepaste) jobtaken en hulpmiddelen/technologieën.\n\nGoede praktijken van arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap, eventueel met ondersteuning van hulpmiddelen/technologieën.\n\nOverzicht van de ondersteuningsnoden van de verschillende betrokken actoren om te komen tot een duurzame arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap.\n\nEen antwoord op de onderzoeksvraag: 'Hoe kunnen hulpmiddelen/technologieën de duurzame arbeids(re-)integratie van personen met een (fysieke) arbeidshandicap verhogen en verbeteren?'"},{"description":"Actieve exoskeletons voor de revalidatie van mobiliteit zijn al op maat gemaakt voor volwassenen. Echter, dergelijke revalidatietechnologieën zijn nog niet zo gemakkelijk beschikbaar voor kinderen. \n\nBinnen het project MOTION heeft Mobilab & Care samengewerkt aan een actief exoskeleton voor de enkel, specifiek ontworpen zodat kinderen met de neurologische aandoening cerebrale parese (CP) gemakkelijker kunnen stappen. \n\nDit vervolgonderzoek richt zich op verdere ontwikkeling en verfijning van dit exoskeleton.","summary":"Ontwikkeling van actief enkel-exoskeleton voor kinderen met CP om mobiliteit te verbeteren. Project MOTION door Mobilab & Care. Verfijning en uitbreiding van technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003722","result_description":"Mobilab & Care zet in dit project zijn expertise over orthopedische revalidatietechnologie en 3D-printen in.\n\nMeer specifiek staat Mobilab & Care in voor de verdere ontwikkeling van de technologie van het actief exoskeleton voor de enkel."},{"description":"In dit onderzoek verkennen we het risico op eenzaamheid bij mantelzorgers en formuleren we op basis hiervan aanbevelingen voor beleid en werkveld voor de aanpak en preventie van eenzaamheid.\n\nWe bouwen hiervoor onder meer voort op de survey Zorg in Vlaanderen, een representatieve enquête naar zorg en ondersteuning onder Vlaamse 18-plussers.\n\nDe dataset bevat zowel informatie over de mantelzorgsituatie als een valide eenzaamheidsschaal.\n\nAnalyses op deze data geven inzichten over welke mantelzorgsituaties samengaan met een verhoogd risico op eenzaamheid.","summary":"Onderzoek naar eenzaamheid bij mantelzorgers leidt tot beleidsaanbevelingen voor preventie. Data onthult risicofactoren voor eenzaamheid bij Vlaamse mantelzorgers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003723","result_description":"Wetenschappelijk artikel\n\nArtikels voor werkveld en beleid"},{"description":"Het Expertisecentrum Zorg & Welzijn, onderzoeksgroep Mobilab & Care, zal instaan voor de wetenschappelijke begeleiding in het kader van het uittekenen van een toekomstvisie en concrete adviezen rond de aanpak en preventie van eenzaamheid bij studenten van Thomas More.\n\nHet voorstel van wetenschappelijke begeleiding omvat vijf stappen:\n\n1) Stap 1: Opstart werkgroep\n\n2) Stap 2: Verkenning en analyse van eenzaamheidsgevoelens bij studenten van Thomas More\n\n3) Stap 3: Focusgroepen met studenten\n\n4) Stap 4: Impactoefening om te komen tot concrete adviezen en acties\n\n5) Stap 5: Rapport over de aanpak en preventie van eenzaamheid bij studenten van Thomas More","summary":"Het Expertisecentrum Zorg & Welzijn begeleidt wetenschappelijk de aanpak en preventie van eenzaamheid bij studenten Thomas More, met stappen van werkgroep tot rapport.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003724","result_description":"Onderzoeksrapport\n\nHet onderzoeksrapport is een essentieel document dat de resultaten en bevindingen van een onderzoek presenteert. Het rapport dient als een manier om de uitkomsten van het onderzoek te documenteren en te delen met anderen. Het is belangrijk dat het rapport duidelijk en gestructureerd is, zodat de lezer gemakkelijk de informatie kan begrijpen en interpreteren.\n\nEen goed onderzoeksrapport begint met een inleiding waarin de achtergrond van het onderzoek wordt beschreven en het doel ervan wordt uiteengezet. Vervolgens worden de onderzoeksmethoden en -technieken beschreven die zijn gebruikt om de gegevens te verzamelen en te analyseren. De resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd en geïnterpreteerd, gevolgd door conclusies en aanbevelingen op basis van de bevindingen.\n\nHet is belangrijk dat het onderzoeksrapport wordt geschreven in heldere en beknopte taal, zodat de lezer gemakkelijk de belangrijkste punten kan begrijpen. Grafieken, tabellen en illustraties kunnen ook worden gebruikt om de informatie visueel te presenteren en de leesbaarheid van het rapport te verbeteren. Het rapport moet worden afgesloten met een lijst van referenties die zijn gebruikt bij het uitvoeren van het onderzoek."},{"description":"Het 'spoorbord' (een licht zwart krijtbord van 70 op 100 cm) gaat binnen de komende zes weken langs bij vier kunstenaars: Marc Nagtzaam, Kasper Andreasen, Martha Verschaffel en Natasja Mabesoone.\n\nElke kunstenaar grijpt met (wit) krijt in op het bord, al dan niet ingaand op het nagelaten werk van zijn/haar voorganger: na afloop van zo'n interventie kom ik het bord ophalen en houden we een gesprek omtrent het statuut en belang van sporen in hun praktijk.\n\nHieropvolgend plan ik een gelijkaardige reeks tussen begin juli en begin september met enkele collega-kunstenaars van LUCA: Ans Nys, Steve Salembier, Juan Duque en Dominiq Vande Walle (nog te bevestigen).\n\nOok hier peil ik via gesprekken naar het belang en de opvatting met betrekking tot sporen in ruime zin. Deze efemere krijtwerken worden telkens fotografisch vastgelegd (maar verdwijnen de facto) en de gesprekken leiden tot een reflectietekst die ik in de komende maanden zal schrijven en in september zal afronden.\n\nFoto- en tekstmateriaal moet in de periode oktober-november leiden tot een publicatie en dito presentatie (november-december). Met deze graduele methode hoop ik met en vanuit de praktijk van enkele actieve visuele kunstenaars met voornamelijk gerichte, grafische praktijken tot een vloeiend inzicht te komen, vertaald in tekst en beeld en toegankelijk voor studenten, collega's en geïnteresseerden.","summary":"Interactief kunstproject met krijtbordinterventies en reflecties door verschillende kunstenaars, gevolgd door publicatie en presentatie. Met als doel inzicht te bieden in hun praktijk.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003725","result_description":null},{"description":"Talrijke uitdagingen blijven bestaan om de kwaliteit van seksuele en reproductieve gezondheid te waarborgen, met name voor jonge vrouwen in achterstandswijken.\n\nHet project beoogt de discussies over seksuele reproductie en gezondheid in zo'n wijk te ontsluiten door knooppunten in kaart te brengen waar denkveranderingen plaatsvinden en deze aan te pakken in de \"school of lovecraft\".\n\nDe school of lovecraft zal zowel als fysieke als sociale infrastructuur functioneren en tijdelijk een scholè-ruimte activeren: een veilige omgeving waar externe verwachtingen en druk rondom seksuele reproductie, intimiteit en liefde worden opgeschort, waardoor open discussie en reflectie mogelijk worden.\n\nDe uitdaging ligt in het ontwerpen van innovatieve methoden om kennis te verzamelen, te construeren en te delen via artistieke formats.\n\nHet doel is om \"cursussen\" te creëren die dominante verwachtingen over seksuele reproductie doorbreken en ze vloeiend maken.\n\nDe verkenning en het ontwerp van deze tijdelijke school van lovecraft, inclusief zowel de infrastructuur als de educatieve inhoud, zullen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met lokale, culturele en sociale partners, waardoor het een inclusieve gemeenschappelijke aangelegenheid wordt.","summary":"Verbeter de kwaliteit van seksuele en reproductieve gezondheid voor jonge vrouwen in achterstandswijken door de \"school of lovecraft\" te lanceren. Dit project bevordert open discussies en innovatieve leermethoden in een veilige omgeving. Samen met lokale partners wordt een inclusieve gemeenschap gecreëerd.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003727","result_description":null},{"description":"### In het kort\n\nCorri d'Or in Gentbrugge is een leerplek waar jongeren via sport, ontmoeting en gedeeld eigenaarschap bouwen aan een sterkere gemeenschap. In deze open publieke ruimte onder de E17 creëren partners samen een alternatieve vrijetijdsomgeving, gericht op jongeren die weinig aansluiting vinden bij klassieke structuren. Via informele leeromgevingen en actieve participatie krijgen jongeren de kans om zich te ontplooien, verbindingen te leggen en verantwoordelijkheid op te nemen.\n\n### De nood en relevantie\n\nDe kloof tussen kansrijke en kansarme jongeren groeit. In wijken als Gentbrugge en Ledeberg is er een nijpend tekort aan laagdrempelige, inclusieve ruimtes voor ontmoeting en ontwikkeling. Jongeren ervaren uitsluiting, missen sociale netwerken en voelen zich niet thuis in klassieke jeugdwerkingen of sportclubs. Vooral tienermeiden en andere kwetsbare groepen botsen op drempels in de publieke ruimte. Dit vergroot sociale isolatie en versterkt polarisatie. Corri d'Or speelt in op deze uitdagingen met een plek die jongeren wél aanspreekt en betrekt.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nOnder het viaduct van de E17 ontstaat een unieke ruimte voor experiment en verbinding. Het leerecosysteem Corri d'Or zet in op gedeeld eigenaarschap, participatieve stadsontwikkeling en sociaal-sportieve praktijken. Partners zoals jeugdorganisaties, buurtbewoners en scholen ontwikkelen samen met jongeren een dynamische leeromgeving. Verwachte impact? Meer sociale cohesie, verhoogd mentaal welzijn en nieuwe kansen voor jongeren om zich te ontwikkelen binnen én buiten de lijnen van klassieke instellingen. Corri d'Or toont hoe stedelijke publieke ruimte kan fungeren als hefboom voor inclusie, participatie en duurzame maatschappelijke verandering.","summary":"Ontdek Corri d'Or in Gentbrugge: een bruisende plek onder de snelweg waar jongeren sporten, ontmoeten en samen eigenaarschap opbouwen voor een sterkere gemeenschap. Een unieke vrijetijdsomgeving die sociale isolatie doorbreekt en kansen creëert voor inclusie en ontwikkeling van jongeren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003728","result_description":null},{"description":"Dit project richt zich op het verbeteren van het energieverbruik van gebouwen door optimalisatie van zowel energieverbruik als energieopwekking binnen de gebouwen.\n\nVanuit ecologisch oogpunt wordt lokale, al dan niet kleinschalige, elektriciteitsopwekking door individuen of bedrijven als een goede oplossing gezien. Echter, het probleem ligt deels in de onvoorspelbaarheid van energieopwekking (bijvoorbeeld, is er voldoende zonlicht?) en deels in het feit dat energie vaak op verkeerde momenten wordt gegenereerd. Zo produceren zonnepanelen het meeste energie midden op de dag, wanneer de meeste mensen niet thuis zijn en minder behoefte hebben aan energie.\n\nOm deze problemen aan te pakken, is er allereerst behoefte aan het nauwkeurig voorspellen van zowel energieopwekking als energieverbruik. Vervolgens is er behoefte aan slimme apparaten die op het juiste moment kunnen worden in- of uitgeschakeld, evenals aan middelen om energie op te slaan. Dit project heeft als primair doel een oplossing te vinden voor deze eerste behoefte.\n\nBinnen dit onderzoeksproject wordt specifiek gekeken naar het gebruik van Kunstmatige Intelligentie om dit doel te bereiken. In de eerste fase wordt de AI in het algemeen op een desktop toegepast, gevolgd door een implementatie in een bestaand embedded systeem (Slimme Meter) in de tweede fase.","summary":"Dit project richt zich op het verbeteren van energieverbruik in gebouwen door optimalisatie van energieverbruik en -opwekking. Het doel is om met behulp van AI een voorspelbaar systeem te creëren voor energieopwekking en -verbruik.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003729","result_description":"WP 1. Kennis inventarisatie\n\nVermits het werken met energiegegevens een zogeheten \"Time Series\" probleem is in het domein van AI, wordt allereerst een literatuurstudie rond beschikbare technieken en modellen met betrekking tot Time Series en inventarisatie van bestaande software-libraries voor Time Series processing uitgevoerd. \n\nDeliverables: inventarisatie van bestaande technieken en software-libraries voor Time Series processing, alsook testresultaten van de code uit de experimenteerfase.\n\nWP 2. Implementatiefase\n\nTijdens de implementatiefase worden onderstaande onderzoeken verricht met betrekking tot een case-study \"Slimme Meter\" om de opgedane kennis en ervaring in te zetten in een systeem om AI toe te voegen aan een slimme meter. \n\nDeliverables: testresultaten voor de voorspelling van energieverbruik en -productie, zowel met als zonder gebruik van weersinformatie, testresultaten voor anomaly detection, testresultaten voor incremental learning, en een uiteindelijke embedded demonstrator (Slimme Meter) die een integratie van de opgedane kennis uit alle onderzoeksvragen aantoont.\n\nWP 3. Disseminatie, netwerking en vervolgtraject\n\nTutorial: het opstellen van een tutorial die derden in staat stelt om de realisaties en testen te herhalen. \n\nDeliverables: de eerder genoemde tutorial en indien mogelijk een paper."},{"description":"Conventionele \"drop-in\"-biobrandstoffen die compatibel zijn met de bestaande vloot zijn reeds op de markt, hoofdzakelijk bio-ethanol, bijgemengd in benzine (E10), en biodiesel, bijgemengd in fossiele diesel (B7).\n\nZij worden ook wel biobrandstoffen van de eerste generatie (1G) genoemd en worden geproduceerd op basis van suiker, maïs, granen en oliehoudende gewassen, en worden verwerkt met behulp van volledig commerciële technologieën.\n\nDeze 1G-biobrandstoffen gaan echter gepaard met aanzienlijke uitdagingen in verband met hun koolstofemissies tijdens hun levenscyclus, kosten en schaalbaarheid (Tilman, 2009).\n\nLand dat gebruikt wordt voor de productie van 1G-biobrandstoffen moet water, voedingsstoffen, bodem en klimaat hebben die geschikt zijn voor landbouw, waardoor 1G-biobrandstoffen gaan concurreren met ander landgebruik.\n\nDit heeft gevolgen voor de voedselzekerheid, duurzame plattelandseconomieën en de bescherming van de natuur en ecosysteemdiensten (Smith, 2016).\n\nEr is daarom behoefte aan een verbreding van het scala aan vloeibare brandstoffen naar nieuwe geavanceerde biobrandstoffen, die processen omvatten die uitgaan van tweede generatie (2G) non-foodbiomassa grondstoffen (zoals houtachtige gewassen, landbouwresiduen en afval)(Lynd, 2017).","summary":"1G-biobrandstoffen op basis van suiker, maïs en granen hebben uitdagingen qua emissies, kosten en landgebruik. Daarom is er vraag naar geavanceerde 2G-biobrandstoffen van non-food biomassa voor duurzamere alternatieven.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003730","result_description":"Het project ambieert nieuwe bio-benzine uit lokaal veredeld hout, rijk aan cellulose, via een inventieve bio-raffinage. De biobenzine is ideaal voor bijmenging in klassieke brandstoffen en zal op termijn ook integraal gebruikt kunnen worden in ultra-zuivere verbrandingsmotoren voor moeilijk elektrificeerbare toepassingen.\n\nWat is het verstuivings- en verbrandingsgedrag van de bio-nafta? Wat zijn de motorprestaties en emissies?"},{"description":"Dit project heeft als doel plekken langs de Dijle te herontwikkelen als gemeenschappelijke openbare ruimte langs het water. Een belangrijk aspect is het tegengaan van gentrificatie die vaak gepaard gaat met transformatieprojecten. De stad kiest ervoor om het stedelijk water niet te privatiseren als \"wonen langs de rivier\", maar om dit water te behouden in het stedelijk landschap. Zo wordt toegang verzekerd voor alle burgers door gezamenlijk een stedelijk ontwerp te creëren.\n\nDe stedelijke randen van de rivier de Dijle worden momenteel afgeschermd door een parkeerplaats en privé-ontwikkelingen. De parkeerplaats zal worden verwijderd en er zullen nieuwe openbare ruimtes langs de rivier worden ontwikkeld. Daarnaast zal er een permanent buitenzwembad worden aangelegd. Op deze manier wordt een nieuw stadsgezicht gecreëerd en wordt water en de rivieroever hersteld als openbaar domein voor alle burgers en de natuur.\n\n- Creëren van rivierterrassen en verlaagde rivieroever langs de Dijle bij 't Veer, Dodoenskoker en Keerdok.\n- Toevoegen van ontbrekende schakels en verbinden van de gefragmenteerde wandel- en fietszone langs de rivier.\n- Ontwikkelen van gloednieuwe openbare parken en parklanen langs de rivier voor recreatie en sociale cohesie bij Keerdok bassin, Keerdok plaza, 't Veer en Dodoens-plaza.\n- Ontwikkelen van een buitenstedelijke zwemzone bij Keerdok.\n\nHet ontwerp zal voortkomen uit een participatief proces gebaseerd op kunst en wetenschap. Hierbij worden de gedragswetenschappelijke principes van Theory of Change en visualisatie gevolgd. Alle burgers en belanghebbenden, zoals burgergemeenschappen of culturele centra, zullen bij het proces worden betrokken. Zowel kunstenaars als wetenschappers zullen deelnemen. De ideeën van burgers en het perspectief van niet-menselijke soorten zullen worden gevisualiseerd. Deze multi-soortenbenadering is innovatief en zal worden versterkt door augmented en virtual reality.\n\nHet co-creatieproces zal leiden tot permanente kunstinstallaties langs de rivier de Dijle. Dit participatieproces zal worden uitgebreid door het stadsfestival Construct Europe 2024 om een grotere groep burgers te betrekken.\n\nEr zal bewustwording worden gecreëerd over waterecosystemen en biodiversiteit. Het ecosysteem zal worden versterkt door nieuwe technologieën en oplossingen op basis van de natuur, zoals helofytenfilters, IoT-metingen, technologie op riviersluizen om blauwgroene algen te voorkomen, natuurlijke zachte rivieroever en groenblauwe stapstenen voor meer biodiversiteit. De stad zal niet langer een gevaarlijke doorgang zijn voor natuurlijke organismen.\n\nHet project zal laten zien hoe water in steden een gemeenschappelijke ruimte kan worden en hoe stedelijk ontwerp alle burgers en het perspectief van de natuur kan betrekken.","summary":"Herontwikkeling van stadsranden langs de Dijle omvat o.a. rivierterrassen, openbare parken en buitenzwembad. Participatief proces met focus op kunst en wetenschap, inclusief bewustwording van waterecosystemen en biodiversiteit. Versterking van ecosysteem met innovatieve technologieën.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003731","result_description":"We willen een openbare ruimte ontwikkelen op en langs de rivier de Dijle, zichtbaar toegankelijk en als aantrekkelijke ontmoetingsplaats geïnspireerd door mensen, kunst, cultuur en natuur, die ontmoeting en dialoog tussen burgers versterkt, het gevoel van verbondenheid versterkt, en een tegenkracht vormt voor gentrificatie naast privé-ontwikkelingen langs de rivieroever. \n\nWe streven ernaar mensen bewust te maken van de waarde van stedelijk water voor natuurlijke organismen. Het zal mensen dichter bij de natuur in de stad brengen. De groen-blauwe infrastructuur zal bovendien klimaatadaptatie ondersteunen: het zal waterinfiltratie mogelijk maken en de afkoppeling van het rioolstelsel van de rivier, om de waterkwaliteit te verbeteren.\n\nWe willen een openbare, veilige stedelijke zwemlocatie creëren, waar de infrastructuur veilige toegang biedt en het beheer voldoet aan de Belgische wetgeving. We willen veiligheidsmaatregelen voor waterkwaliteit en zwemvaardigheden presenteren en een levend laboratorium zijn om de Belgische context te veranderen en in de toekomst meer mogelijkheden voor duurzaam openbaar buitenzwemmen mogelijk te maken.\n\nWe zullen een ecocorridor ontwikkelen die biodiversiteit bevordert. De rivier de Dijle zal soorten verrijken door het gebruik van op de natuur gebaseerde oplossingen zoals zachte rivieroever en natuurlijke groen-blauwe stapstenen, maar ook door het implementeren van kusttechnologie en AI-metingen van waterkwaliteit. \n\nDe stad zal het bestuur van biodiversiteitsbescherming versterken door bewustwording te creëren en burgers te betrekken bij het installeren en onderhouden van een systeem van maatregelen om het ecosysteem te herstellen. De rivier de Dijle zal een veilige doorgang worden door de stad voor organismen die in en op het water leven."},{"description":"Hoe breng je kunst, cultuur en wereldburgerschap tot leven voor leerlingen die niet kunnen reizen? ART gebruikt VR om grenzen te doorbreken.\n\n### In het kort\n\nHet ART-project opent de deuren van musea en culturele instellingen wereldwijd voor leerlingen van 8 tot 16 jaar via Virtual Reality. Door digitale belevingen brengen we wereldburgerschap en kunstonderwijs tot leven in klaslokalen in heel Europa.\n\n### De nood en relevantie\n\nNiet elke leerling heeft de mogelijkheid of middelen om culturele locaties fysiek te bezoeken. Zeker in crisissituaties zoals de coronapandemie blijkt hoe kwetsbaar internationale mobiliteit is. Bovendien schiet onderwijs over wereldburgerschap vaak tekort in diepgang en innovatie. ART speelt hierop in met een innovatieve, inclusieve aanpak die culturele beleving en kritisch denken stimuleert.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nVia VR-bezoeken aan musea en religieuze sites, interactieve opdrachten en lessen worden leerlingen ondergedompeld in kunst, cultuur en mondiale thema’s. Docenten worden begeleid in het gebruik van deze technologie en ontwikkelen samen nieuw lesmateriaal. Zo bevordert het project niet alleen kennis, maar ook begrip, tolerantie en actieve participatie. De resultaten worden breed verspreid binnen Europa om ook buiten de partnerlanden impact te creëren.","summary":"ART project maakt kunst en wereldburgerschap toegankelijk met VR voor leerlingen van 8-16 jaar in Europa. Stimuleert begrip en actieve participatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003732","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nSUSWELL versterkt de capaciteit van hogescholen en gezondheidsprofessionals in Kosovo en Rusland via sociale innovatie. Het project moderniseert opleidingen in gezondheid en welzijn, ontwikkelt nieuwe lesmodules en richt lokale leeromgevingen op waar studenten, professionals en burgers samenwerken. Zo ontstaat een vernieuwend en praktijkgericht leertraject dat aansluit bij lokale noden en Europese standaarden.\n\n**De nood en relevantie**  \nIn Kosovo en Rusland is er een duidelijke nood aan praktijkgericht en toekomstbestendig onderwijs in gezondheid en welzijn. Het SUSWELL-project speelt hierop in door onderwijsinstellingen te ondersteunen in het moderniseren van hun curricula, zodat afgestudeerden beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt en beter kunnen inspelen op complexe maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing, digitalisering en samenwerking over beroepsgrenzen heen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nSUSWELL ontwikkelt vier nieuwe lesmodules rond digitale gezondheidsgeletterdheid, toekomstdenken, transitiekunde en interprofessioneel werken. Via lokale ‘communities of practice’ in vijf steden worden deze modules in cocreatie getest, verfijnd en ingebed in het onderwijs. Daarnaast worden er ‘makerspaces’ ingericht, virtuele leerplatforms gelanceerd en change agent trainingen georganiseerd. De verwachte impact? Beter opgeleide professionals, sterkere lokale netwerken, en een duurzame verbetering van gezondheid en welzijn op gemeenschapsniveau.","summary":"Verbeter lokale gezondheid door onderwijs-gemeenschapssamenwerking. SUSWELL innoveert opleidingen en creëert lokale leeromgevingen voor praktijkgericht leren en Europese standaarden.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003733","result_description":null},{"description":"De centrale vraag van dit project is: “Wat is de impact van Nederlandse taalles op expats qua welbevinden, participatie en retentie?” De rol van Nederlandse taallessen komt veelvuldig aan bod bij onderzoek naar integratie en participatie.\n\nEen doelgroep die hierbij echter vaak over het hoofd wordt gezien is de expat. Nochtans zien we in België een groeiende populatie van expats. Een expat is een persoon, geboren en opgegroeid in een ander land én die voor een vaak beperkte periode in België is om te werken in een internationaal bedrijf.\n\nEerder onderzoek toont ook aan dat expats vaak belangrijke functies in internationale bedrijven innemen. Voor deze bedrijven is het bijgevolg essentieel om aandacht te besteden aan hun expats en op zoek te gaan naar factoren die het welbevinden, de participatie en uiteindelijk retentie van expats positief kunnen beïnvloeden.\n\nOf deelnemen aan Nederlandse taalles, aangeboden door het bedrijf intern of door een externe partner, een belangrijke factor is, wordt onderzocht in dit project. Daarnaast staat ook het meten van de specifieke impact van een interventie zoals een Nederlandse taalles centraal in dit onderzoek.\n\nOrganisaties worden vaker geconfronteerd met de vraag naar het nut, de impact of de meerwaarde van aangeboden interventies voor medewerkers en voor de organisatie zelf. Bijkomend is de vraag of en hoe het nut, de impact of de meerwaarde van een interventie via een financiële return kan uitgedrukt worden.\n\nEen volgend doel van dit project is dan ook om te onderzoeken hoe een potentiële (financiële) return van het aanbieden van Nederlandse taallessen (intern of via externe partner) kan worden nagegaan. Dit project wordt uitgevoerd in cofinanciering met de Taalunie.\n\nIn het kader van dit project is hun rol een meerwaarde ter verbinding met het werkveld en de expat community, alsook voor de disseminatie van resultaten en het advies naar andere organisaties en overheden toe.","summary":"Onderzoek naar impact van Nederlandse taalles op expats in België voor welzijn, participatie en retentie. Cofinanciering met Taalunie voor advies en disseminatie.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003734","result_description":null},{"description":"Probleemstelling\n\nIn Gent is het aantal inwoners met een Bulgaarse migratieachtergrond sterk toegenomen, met meer dan 11.000 mensen, wat een verviervoudiging is sinds 2008. Deze gemeenschap is zeer divers, maar er is nog weinig inzicht in hun situatie. Veel Bulgaarse nieuwkomers ervaren uitsluiting en racisme, en hebben hulpvragen op het gebied van wonen, werken, sociale zekerheid, en ontmoeting. Vooral in de \"poortwijken\" zoals Rabot-Blaisantvest en Sluizeken-Tolhuis-Ham is er weinig maatschappelijke participatie en binding met de wijk.\n\nStad Gent wil een proactief beleid voeren en lanceerde daarom het wijkverbeteringscontract Tiftik, dat tot eind 2025 actief is in deze wijken. Het project richt zich specifiek op de Bulgaarse gemeenschappen, met veldwerkers die via straathoekwerk en buurtwerk inspelen op hun noden en vragen. Het Tiftik-project heeft al veel inzichten opgeleverd, die in 2025 stadsbreed kenbaar worden gemaakt en geïmplementeerd in de reguliere werkingen van stadsdiensten en wijkorganisaties.\n\nOnderzoeksvragen\n\nDaartoe dient voorliggende onderzoeksopdracht in de eerste plaats de inzichten die via het veldwerk zijn vergaard te capteren, te structureren en via bijkomend kwalitatief onderzoek verder inhoudelijk uit te diepen, te onderbouwen, te conceptualiseren en te “theoretiseren”. Dat doet de opdrachtnemer voor de volgende twee onderzoeksonderdelen:\n\nKarteren en in beeld brengen van de (diversiteit in) Bulgaarse diaspora in Gent, met aandacht voor motivaties, geografie, netwerken en relaties, noden en (hulp)vragen, economische activiteiten, vrije tijdsbesteding, kwetsbaarheid, verhouding tot de wijk, …\n\nDetecteren van belemmerende en faciliterende (systeem)factoren in maatschappelijke participatie, toegang tot dienst- en hulpverlening, ontmoeting onderling en ook met andere buurtbewoners, gemeenschapsvorming, aansluiting en binding tot de wijk, toegang tot het aanbod van wijkorganisaties, …\n\nVervolgens dient voorliggende opdracht uit de acties en experimenten die het Tiftik-project opzette, de leerlessen die we daaruit konden halen, en de bevindingen uit het bijkomend kwalitatief onderzoek, concreet beleidsadvies te destilleren en toepasbare, hands-on aanbevelingen te formuleren in hoe de stad en wijkpartners kunnen omgaan met Bulgaarse gemeenschappen in 19de eeuwse poortwijken zoals Rabot-Blaisantvest en Sluizeken-Tolhuis-Ham.\n\nMethode\n\nOm deze onderzoeksvragen te beantwoorden, gaan we aan de slag op micro-, meso- en macroniveau. We werken aan de hand van 3 interactieve processen die elkaar versterken en beïnvloeden.\n\nMacro: We stellen een CAIMeR model op om beleidsmechanismes en -interventies bloot te leggen die een proactief-preventief beleid kunnen inspireren en beïnvloeden.\n\nMeso: Via een stakeholderanalyse brengen we structuren en formeel kapitaal in kaart die wijkdynamieken en ideeën rond gemeenschapsvorming beschrijven en die ons toelaten sleutelfiguren te detecteren om op microniveau aan de slag te gaan.\n\nMicro: We bevragen Gentenaars uit Bulgaarse migratie en/of sleutelfiguren over migratieprofiel, ervaren of informeel sociaal kapitaal/netwerk en gemeenschap(sgevoel).","summary":"In Gent is het aantal Bulgaarse inwoners sterk toegenomen, met weinig inzicht in hun situatie en veel hulpvragen. Stad Gent voert een proactief beleid met het Tiftik-project, gericht op de Bulgaarse gemeenschappen in specifieke wijken. Inzichten uit het project zullen stadsbreed geïmplementeerd worden.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003735","result_description":"Resultaten\n\nDe eindresultaten worden vervolgens breed kenbaar gemaakt. Dit gebeurt via een toelichting aan de betrokken directie en schepenen. Ook wordt er een lunchlezing georganiseerd met stadsdiensten. Verder is er een wijkactieteam actief in de twee wijken, samen met de wijkorganisaties. Tot slot wordt er een slotsymposium gehouden met partners en geïnteresseerden, zowel binnen als buiten Gent."},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich over een periode van vier jaar op het onderzoeken van hoe kunstmatige intelligentie (AI) toegankelijker en acceptabeler kan worden voor brede doelgroepen. Het project is gestructureerd in twee onderzoekslijnen.\n\nDe eerste onderzoekslijn concentreert zich op de democratisering van AI, met specifieke aandacht voor mens-technologie-interactie. Hierbij wordt onderzocht aan welke voorwaarden AI-gebaseerde oplossingen moeten voldoen om zowel toepasbaar als geaccepteerd te worden. Deze lijn is verder opgedeeld in werkpakketten die zich richten op AI in het onderwijs, de bredere gebruikerservaring en de acceptatie van AI in sectoren die bedreigd worden door AI, zoals office management. Er wordt ook onderzocht op welke manier AI-kennis op een toegankelijke manier kan worden overgebracht aan diverse doelgroepen, waaronder studenten en professionals in verschillende sectoren.\n\nDe tweede onderzoekslijn legt de focus op AI in de gezondheidszorg en omvat de ontwikkeling van een roadmap voor succesvolle AI-toepassingen in deze sector. Dit omvat onderzoek naar de behoeften en obstakels van patiënten, zorgverleners en AI-leveranciers, evenals de integratie van multimodale data om een volledig beeld van de patiënt te verkrijgen. Er wordt specifieke aandacht besteed aan het betrouwbaar detecteren van stress, en er worden onderzoeksprojecten uitgevoerd voor het gebruik van low-cost smart devices voor patiëntmonitoring.\n\nDe resultaten van beide onderzoekslijnen zullen worden gebruikt om intuïtief bruikbare en breed geaccepteerde AI-oplossingen te ontwikkelen.","summary":"Onderzoek maakt AI toegankelijker en acceptabeler met focus op democratisering en gezondheidszorg. Resultaten gebruikt voor intuïtieve AI-oplossingen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003736","result_description":null},{"description":"Een toenemend deel van de bevolking neemt afstand van klassieke mediakanalen of kraakt deze verregaand af. De deur naar propaganda staat open, een evolutie die menige media watcher en onderzoeker met bezorgdheid volgt. Moeten we vrezen voor een verdere daling van gemeenschappelijk aanvaarde feiten? Indien dit zo is, brengt dat het goed functioneren van de democratie in gevaar?\n\nVanuit deze bezorgdheid neemt EHB de fenomenen wantrouwen tegenover de mainstreammedia en nieuwsmijden onder de loep. Vanuit een beter begrijpen van deze fenomenen kunnen we vervolgens onderzoeken of er bruggen geslagen kunnen worden tussen redacties van mainstreammedia en groepen die nu dreigen weg te drijven van een neutraal nieuwsaanbod. Een onderzoek met drie componenten:\n\n1) Kwalitatieve interviews met nieuwsmijders en/of mensen die de traditionele nieuwsmedia wantrouwen (2021 – 2023)  \n2) Interviews met journalisten over hun perceptie van nieuwsmijden en wantrouwen tegenover de nieuwsmedia (2023)  \n3) Dialoogsessies met journalisten en mensen die de nieuwsmedia mijden en/of wantrouwen (2024)","summary":"Onderzoek naar wantrouwen en nieuwsmijden om bruggen te slaan tussen media en publiek. Kwalitatieve interviews en dialoogsessies in 2021-2024.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003737","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich op het ontkrachten van negatieve percepties rond biotechnologie door middel van educatie en praktische toepassingen. Open BioLab Brussels streeft ernaar biotechnologie toegankelijk te maken voor een breed publiek door biotechnologische toepassingen te ontwikkelen én deze educatief te omkaderen.\n\nHet project \"Open BioLab makes sense\" bevindt zich in het domein van de synthetische biologie en gebruikt moleculaire biologische technieken om Whole Cell Biosensors (WCB) te ontwikkelen. Deze biosensoren worden zodanig aangepast zodat ze de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals kwik en cadmium kunnen detecteren in water, met het oog op gebruik in low-tech omgevingen.\n\nHet onderzoek focust op het verhogen van de gebruiksvriendelijkheid van de WCB en hun aanpassing aan real-life scenario's. Daarnaast wordt CRISPR-technologie ingezet voor de ontwikkeling van educatieve tools en biosensoren in bacteriën zoals E. coli en gisten zoals S. cerevisiae. Deze tools zullen iedereen met interesse in biotechnologie helpen genoommodificaties te begrijpen en toe te passen, terwijl ze tegelijkertijd worden ingezet voor verdere ontwikkelingen binnen het WCB-project.\n\nTen slotte omvat het project ook een samenwerking met de opleiding Voedings- en Dieetkunde om de transitie naar een eetpatroon met meer plantaardige proteïnen te bewerkstelligen. Hierbij worden innovatieve technologieën zoals food-3D-printing gehanteerd.","summary":"Open BioLab Brussels maakt biotechnologie toegankelijk met educatieve biosensoren en CRISPR-tools. Ook werken ze samen voor plantaardige proteïnen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003738","result_description":null},{"description":"Mantelzorgers spelen een cruciale rol in het ondersteunen van mensen met dementie, wat hen zowel belangrijk maakt voor het welzijn van de patiënt als voor het ontlasten van de reguliere zorgsystemen. Daarom is het essentieel dat mantelzorgers goed worden voorbereid en ondersteund in hun rol, met duidelijke en effectieve communicatiemiddelen.\n\nOndanks de beschikbaarheid van diverse communicatiemiddelen voor mantelzorgers in België, blijft het onduidelijk in hoeverre deze middelen aansluiten bij hun specifieke informatiebehoeften.\n\nVaak is de informatie versnipperd, waardoor mantelzorgers moeite hebben om de juiste materialen te vinden. Bovendien zijn veel beschikbare bronnen niet afgestemd op de unieke behoeften van mantelzorgers, zoals die van jonge mantelzorgers, en moeilijk te bereiken doelgroepen, zoals mantelzorgers met een migratieachtergrond of laaggeschoolden.\n\nOok wordt de informatie vaak niet aangeboden volgens de verschillende stadia van dementie. Het ontbreken van standaarden voor effectieve communicatie met mantelzorgers leidt vaak tot ontoegankelijke of niet-gepersonaliseerde informatie.","summary":"Help mantelzorgers in België beter door communicatiemiddelen af te stemmen op hun specifieke behoeften en diverse achtergronden. Standaarden voor effectieve communicatie ontbreken nu, wat leidt tot versnipperde en ontoegankelijke informatie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003739","result_description":"We ontwikkelen een handige gids met nuttige tips voor iedereen die communiceert met mantelzorgers van mensen met dementie.\n\nIn een eerste fase doen we grondig onderzoek naar mantelzorg, dementie, kwetsbare doelgroepen, doelgroepencommunicatie en cultuursensitief communiceren in zorgcontexten. Vervolgens voeren we een nodenbevraging uit bij diverse groepen mantelzorgers. We gaan de bestaande communicatiematerialen inventariseren en analyseren. Op basis van deze stappen formuleren we richtlijnen voor communicatiemedewerkers die materialen ontwikkelen gericht op mantelzorgers van personen met dementie."},{"description":"Situering\n\nMinister van Onderwijs Ben Weyts maakt via het XR-Actieplan een investering van 6,5 miljoen euro voor virtual reality in het beroeps- en technisch onderwijs (Weyts, 2021; De Morgen, 2021). Hij verwijst naar het potentieel van extended reality voor praktijklessen, zoals assemblagetechnieken, en voor computationele vaardigheden.\n\nUit onderzoek blijkt echter dat er een grote nood is aan inzichten voor, en professionalisering van, leerkrachten. Zij weten immers niet wat de mogelijkheden zijn, welke hardware en software er bestaan, en hoe ze best aan de slag kunnen gaan met immersieve technologieën als AR en VR. Dit onderzoek is onderdeel van een ruimer XR-Actieplan project, dat mede wordt uitgevoerd door Thomas More en dat naast onderzoek ook andere pijlers bevat.\n\nDoelstelling\n\nHet onderzoeksluik van het actieplan heeft de volgende doelstellingen:\n\n• Kennisopbouw over XR-hardware voor onderwijs\n• Kennisopbouw over XR-software voor onderwijs\n• Kennisopbouw over didactische inzet van XR in onderwijs\n\nHet onderzoek moet leiden tot een betere implementatie van XR in het beroeps- en technisch onderwijs.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\n• Hoe kan je XR optimaal implementeren in het beroeps- en technisch onderwijs?\n• Hoe zet je XR op een didactische manier in?\n• Hoe didactiseer je bestaande XR-software?\n• Wat zijn de hard- en softwaremogelijkheden voor XR in het beroeps- en technisch onderwijs?\n\nMethodiek/werkplan\n\nDeskresearch rond het potentieel van XR-hardware voor de context van het Vlaams beroeps- en technisch onderwijs. De focus ligt op relevante GDPR-aspecten, opslag van data, en technische randvoorwaarden van XR-hardware.\n\nDeskresearch en interviews bij ontwikkelaars en organisaties die gebruikmaken van relevante XR-toepassingen. Het onderzoek richt zich op de omzetting van software voor het werkveld naar software voor de schoolcontext en/of het toevoegen van een didactische handleiding. Met andere woorden, er wordt voornamelijk kennis opgebouwd rond de mogelijkheden tot input van didactische elementen met minimale aanpassingen aan de software.\n\nImplementatie-onderzoek bij 25 scholen:\n\nHet definiëren van de uitdagingen: Dit omvat het identificeren van het leerdoel en de specifieke implementatie-uitdagingen en barrières die aangepakt moeten worden.\n\nHet selecteren van een XR-oplossing: Dit omvat het selecteren van een evidence-based XR-applicatie die effectief is gebleken bij het aanpakken van de (gelijkaardige) leerdoelstelling.\n\nHet ontwikkelen van een theoriegedreven implementatieplan: Dit omvat het identificeren van de belangrijkste componenten van het XR-lespakket, de doelgroep en de omgeving, en het ontwikkelen van een plan voor de implementatie van het XR-lespakket.\n\nHet uitvoeren van formatieve evaluatie: Dit omvat het verzamelen van gegevens tijdens het implementatieproces om de haalbaarheid en acceptabiliteit van de interventie te evalueren en aanpassingen te doen waar nodig.\n\nHet uitvoeren van summatieve evaluatie: Dit omvat het evalueren van het leereffect en de impact van het XR-lespakket op de doelgroep en de omgeving.\n\nHet verspreiden van bevindingen: Dit omvat het delen van de resultaten van het implementatieonderzoek met relevante belanghebbenden, waaronder scholen, beleidsmakers en de RTC's.\n\nHet opstellen van een duurzaam plan voor toekomstig gebruik van het programma.","summary":"Investering van €6,5 miljoen in XR voor onderwijs, gericht op betere implementatie. Onderzoek naar hardware, software en didactiek in beroeps- en technisch onderwijs. Implementatieplan bij 25 scholen voor effectieve XR-toepassingen. Bevindingen delen met belanghebbenden.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003740","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nEen online community op Discord of een andere social media-applicatie.\n\n25 didactische fiches van XR-applicaties voor het onderwijs.\n\nEen rapport met aanbevelingen voor het beleid en alle stakeholders binnen het XR-actieplan.\n\nEen matrix van XR-hardware met specificaties.\n\nEen evaluatiematrix van XR-software.\n\nEen nodenanalyse rond XR in onderwijs met dubbele finaliteit en arbeidsmarktfinaliteit.\n\n2 online webinars.\n\n8 inspiratie- en demodagen als introductiesessie, verdeeld over de 5 provincies.\n\n6 netwerkdagen, verdeeld over de 5 provincies.\n\nEen opleidingstraject voor de RTC- en KACD-medewerkers.\n\nEen slotevent om de projectresultaten voor te stellen."},{"description":"Situering\n\nTussen 2016 en 2024 deden we vanuit ons expertisecentrum bij 35 steden en gemeenten in Vlaanderen bevolkingsonderzoek naar het bereik en de waardering van de gemeentelijke communicatie. Dit gebeurde in de vorm van dienstverleningsprojecten, gefinancierd door de betrokken lokale besturen.\n\nGezien we werkten met een vragenlijst die grotendeels gestandaardiseerd is, beschikken we over een schat aan data. In totaal namen 25.894 Vlamingen vanaf de leeftijd van 18 jaar deel aan deze enquêtering (gemiddeld 681 respondenten per gemeente).\n\nIn dit PWO-project willen we die data bijeenbrengen en analyseren. Zo krijgen we inzicht in succes- en faalfactoren in gemeentelijke communicatie, evenals in wat goede en minder goede kanaalstrategieën zijn.\n\nDe bevindingen van dit onderzoek zullen leerrijk en bruikbaar zijn voor de lokale overheden in Vlaanderen. Bijzonder aan dit onderzoek is dat we beschikken over liefst 35 verschillende metingen, wat benchmarking tussen gemeenten mogelijk maakt. Bovendien kunnen we evoluties in kaart brengen, gezien halfweg de door ons bestudeerde periode de Covid-pandemie en -lockdowns zich stelden.\n\nDoelstelling / hoofdvraag van het onderzoek\n\nWat is het publieksbereik en de waardering van stedelijke en gemeentelijke communicatie in Vlaanderen, en welke aanbevelingen geven die voor de communicatiestrategieën van deze lokale overheden?\n\nDeelvragen van het onderzoek\n\nIn welke mate bereiken de verschillende digitale, mondelinge en gedrukte kanalen de lokale bevolkingen?\nIn welke mate apprecieert de bevolking de communicatie van lokale besturen?\nStellen zich bij voorgaande twee vragen verschillen volgens leeftijd of scholingsgraad van de burgers?\nWelke succes- en faalfactoren merken we in de communicatie van lokale besturen?\nKunnen we evoluties opmerken in bereik en waardering van de communicatie in twee deelperiodes: de pre-coronaperiode 2016-17-18-19 en de post-coronaperiode 2020-21-22-23-24?\n\nMethodiek/werkplan\n\nBijeenbrengen van de 35 verschillende bevolkingsonderzoeken in één dataset.\nBenchmarking van bereik en waardering van de stedelijke en gemeentelijke communicatie\nAnalyse van de cijfergegevens en redactie van grafiekenrapport en tekstsynthese","summary":"Onderzoek naar publieksbereik en waardering van gemeentelijke communicatie in Vlaanderen. Analyse van succes- en faalfactoren en aanbevelingen voor lokale overheden. Met 35 metingen voor benchmarking en evoluties na Covid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003741","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nEen grafiekenrapport. Een synthesetekst, bruikbaar voor disseminatie. Minstens één presentatie van de bevindingen tijdens één van de congressen van Kortom, de beroepsvereniging voor overheids- en socialprofitcommunicatie. Een artikel of interview voor Lokaal, het magazine van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Een persbericht."},{"description":"1. Situering\n\nErfgoed is één van de meest belangrijke redenen waarom mensen reizen en bestemmingen bezoeken (Timothy, 2020). Dergelijk erfgoedtoerisme biedt dan ook een veelheid aan voordelen (economisch en sociaal), voor verscheidene belanghebbenden (Rodzi, Zaki, & Subli, 2013; Petronela, 2016; Eoin & King, 2013; Yuan, 2008).\n\nBinnen het toerisme, wordt erfgoed echter niet altijd op een goed gecontextualiseerde manier aan erfgoedconsumenten overgebracht en gepresenteerd. De sector van het erfgoedtoerisme wordt immers geconfronteerd met enkele uitdagingen die als barrières fungeren bij de vormgeving van volledig gecontextualiseerde bezoekerservaringen: \n1) Immaterieel erfgoed (een belangrijk component van erfgoed) wordt vaak niet (duidelijk) in beeld gebracht; \n2) roerend erfgoed wordt vaak niet in verband gebracht met de plaats (onroerend erfgoed) waar ze gevonden zijn of betekenis aan ontlenen; \n3) Bezoekers kunnen roerend erfgoed vaak alleen waarnemen vanop een afstand, en kunnen er niet mee interageren (aanraken, draaien…); \n4) Door voorgaande ontbrekende aspecten, wordt goede (gecontextualiseerde) storytelling bemoeilijkt.\n\n3D-scanning biedt mogelijkheden om deze hiaten te overbruggen door al deze aspecten, vertrekkende vanuit immaterieel erfgoed, gelinkt aan roerend en onroerend erfgoed, locatie en storytelling, te koppelen binnen een mobiele applicatie. Het biedt de mogelijkheid om erfgoed op een innovatieve manier te ontsluiten en kan zowel voor een verdiepende (meer informatie), dan wel verbredende (andere insteek) beleving worden ingezet. Dit kan leiden tot een verbeterde contextualisering van erfgoed, samen met zowel economische als maatschappelijke voordelen voor verschillende belanghebbenden binnen erfgoedtoerisme.\n\n2. Doelstelling\n\nDe hoofddoelstelling van dit onderzoek bestaat eruit om het erfgoedtoerisme te ondersteunen en te laten groeien door de ontwikkeling van een optimale contextualisering van het erfgoed via de inclusie en verbinding van immaterieel erfgoed met roerend erfgoed (3D scanning), onroerend erfgoed (locatie-activatie), en storytellingtechniek. Dit door middel van een geoptimaliseerde, interactieve, mobiele, en context-based erfgoedtoerisme ervaring voor de bezoeker. De beoogde output bestaat uit een set van duidelijke richtlijnen, gekoppeld aan praktijkvoorbeelden, over hoe men vertrekkende vanuit immaterieel erfgoed de link kan leggen met het roerend erfgoed en het onroerend erfgoed of de plaats die centraal staat in herkomst, gebruik of praktijk. Dit project heeft een effect voor verschillende doelgroepen: gebruikers/bezoekers; musea en erfgoedorganisaties; en technologische partners.\n\n3. Onderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nIs 3D-scanning van objecten (roerend erfgoed), vertrekkende vanuit immaterieel erfgoed, en gekoppeld aan de plaats (onroerend erfgoed – locatie-activatie), interactiviteit, en storytelling een goede manier om context-based erfgoedervaringen te ontwikkelen?\n\n4. Methodiek/werkplan\n\nOm de onderzoeksvraag te beantwoorden is het voortraject opgebouwd rond twee verdiepende pilootstudies: 3D scanning van objecten, overgeheveld binnen een applicatie en getest met consumenten en culturele (erfgoed)organisaties.","summary":"Erfgoedtoerisme kan worden verbeterd door 3D-scanning te gebruiken voor een interactieve mobiele ervaring die immaterieel erfgoed verbindt met roerend en onroerend erfgoed, met storytelling. Dit biedt zowel economische als maatschappelijke voordelen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003742","result_description":"Concrete deliverables\n\n• Piloot 1: \n3D scan objecten; applicatie erfgoedbeleving; gebruikersbevraging, rapport (literatuur, resultaten, bevindingen & aanbevelingen voor piloot 2).\n\n• Piloot 2: \n3D scan object; gebruikersbevraging, rapport.\n\n• Workshop: \nDigitalisatie van immaterieel erfgoed in het toerisme.\n\n• Projectaanvraag externe financiering: \n(Tetra, CORNET, Erasmus+, Interreg, of Creative Europe).\n\nDeliverable disseminatie\n\n• Leermateriaal \n• Project website \n• Social media en blog posts"},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich op de impact van technologisering binnen het bedrijfsleven op medium-skilled werknemers. We analyseren de recentste ontwikkelingen in automatisering en kunstmatige intelligentie (AI) en onderzoeken hoe deze veranderingen de positionering en toegevoegde waarde van office managers beïnvloeden.\n\nOnze hypothese stelt dat technologische vooruitgang een significante invloed zal hebben op de arbeidsmarktvraag, waarbij sommige functies worden versterkt terwijl andere functies mogelijk zullen afnemen. Het onderzoek bouwt voort op eerdere expertise van de opleiding Organisatie & Management, die eerder al trends in de maatschappelijke en economische context heeft onderzocht en een digitale tool heeft ontwikkeld om de fit tussen werknemers en organisatiecultuur te meten met behulp van geavanceerde AI-technieken.\n\nIn deze nieuwe fase richten we ons op de bredere impact van technologie op de bedrijfsvoering zelf, geïnspireerd door historische voorbeelden zoals het conflict met de Luddieten in de 19e eeuw. We formuleren drie onderzoeksvragen om de effecten van automatisering te begrijpen, met speciale aandacht voor de specifieke taken en verantwoordelijkheden van office managers en de ontwikkeling van toekomstbestendige vaardigheden die cruciaal zullen zijn in een technologiegedreven werkomgeving.\n\nDoor dit onderzoek willen we bijdragen aan een beter begrip en voorbereiding op de toekomstige uitdagingen en kansen die gepaard gaan met de voortschrijdende technologisering in het bedrijfsleven.","summary":"Onderzoek naar impact technologisering op medium-skilled werknemers & office managers. Focus op arbeidsmarktvraag, toekomstige vaardigheden en voorbereiding op technologiegedreven werkomgeving.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003743","result_description":null},{"description":"**Situering en doelstellingen**\n\nThomas More is een voorloper in Vlaanderen wat betreft het gebruik van XR-technologie in opleidingen. Met het project XR.net willen we de expertise hierover enerzijds in de hogeschool consolideren in functie van kennisdeling (vanuit onderzoek naar onderwijs en tussen opleidingen) en verdere verduurzaming. Anderzijds streven we ernaar om deze expertise ook buiten de hogeschool uit te dragen. Hierdoor geven we onze studenten, docenten en onderzoekers een voorsprong en zetten we Vlaanderen verder internationaal op de kaart als een innovatieve kennisregio.\n\nVia virtual reality (VR) kunnen we levensechte ervaringen volledig simuleren. Augmented reality (AR) vult reële informatie en ervaringen aan met een virtuele laag. We gebruiken XR als verzamelnaam voor virtual, augmented en mixed reality, die allemaal technieken bieden om aan immersive learning te doen. Immersive learning helpt bij het visualiseren, biedt de gelegenheid om praktische vaardigheden in te oefenen met tegelijkertijd een \"right-to-fail safety\" en wakkert de interesse aan om met nieuwe dingen aan de slag te gaan. Daarnaast vergroot het de productieve maatschappelijke betrokkenheid en verhoogt het de kwaliteit van de opleiding.\n\nMet XR.net beogen we een lerend netwerk te creëren waarin expertise, materiaal en goede praktijken gedeeld kunnen worden. Het project heeft concreet 4 doelstellingen: \n1. Stimuleren van goede praktijken met betrekking tot XR-technologie in onderwijs.\n2. Uitwerken van nieuwe XR-projecten in co-creatie met studenten.\n3. Efficiënt beheren van XR-infrastructuur en software.\n4. Verspreiden van expertise als (inter)nationaal expert in het gebruik van XR-technologie in onderwijs.\n\n**Aanpak**\n\nOns onderzoeksproject begon met het opzetten van roadshows om ons personeel vertrouwd te maken met de technologie. Later in het project hebben we XR@lunch-sessies georganiseerd als een toegankelijke manier om ons personeel te inspireren en vertrouwd te maken met XR-technologie. Het doel van deze sessies was om enthousiasme en betrokkenheid te stimuleren. Ten slotte hebben we meer hands-on teach-the-teachersessies georganiseerd, zodat docenten echt aan de slag konden met de hardware en software.\n\nEen belangrijk aspect van onze aanpak was de zorgvuldige selectie van drie XR-softwarepakketten: Virtual Speech, Mondly en Wonda. Deze pakketten zijn breed inzetbaar binnen Thomas More en hebben nieuwe mogelijkheden voor XR-gebruik binnen onze onderwijsinstelling geopend.\n\nWe hebben met succes een digitaal platform opgezet en gepromoot dat fungeerde als de centrale bron voor iedereen die geïnteresseerd was in XR. Hier konden zij informatie vinden over XR, mogelijkheden tot uitleen en de mogelijkheid om vragen te stellen, waardoor we de toegang tot XR-technologie hebben vereenvoudigd.\n\nEen andere essentiële stap was de ontwikkeling en verspreiding van XR-labs. We hebben ervoor gekozen om ons te richten op mobiele labs die werden gekoppeld aan onze eerste teach-the-teachersessies. Hierbij konden docenten en studenten actief werken met een managementplatform, 3D-scans en 360°-beelden.\n\nHet jaar werd afgesloten met de organisatie en voorbereiding van een slotevent van het project. Dit evenement heeft als doel om externen te laten zien wat we hebben bereikt en intern de meerwaarde van XR-technologie te demonstreren.\n\nOm de zichtbaarheid van het project te vergroten, hebben we actief berichtgeving op sociale media onderhouden waarbij we onze activiteiten en nieuwe aankopen, zoals de nieuwe software, hebben gedeeld. Dit heeft bijgedragen aan het vergroten van het bewustzijn en de interesse in XR-technologie binnen onze hogeschool.","summary":"Thomas More zet in op XR-technologie voor innovatief onderwijs en kennisdeling. XR.net stimuleert goede praktijken, co-creatie van projecten en efficiënt beheer van XR-infrastructuur. Roadshows, XR@lunch-sessies en teach-the-teachersessies inspireren en betrekken personeel. Cruciaal zijn de zorgvuldige selectie van XR-softwarepakketten, een digitaal platform voor informatie en toegang, en de ontwikkeling van mobiele XR-labs. Slotevent zal successen showcase. Actieve sociale media-berichtgeving vergroot zichtbaarheid en interesse in XR-technologie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003744","result_description":"Resultaat\n\nNa 2 jaar lijkt de interesse in het gebruik van XR-technologie in opleidingen toegenomen. De ontwikkelde digitale tool blijkt gebruiksvriendelijk te zijn en stimuleert het gebruik van XR-technologie binnen Thomas More. Het personeel lijkt vlot de weg naar ons te vinden via het platform. De XR-labs en mobiele kits die zijn ontwikkeld, zijn gebruiksvriendelijk en stimuleren zowel studenten als docenten om met XR-technologie aan de slag te gaan.\n\nThomas More heeft met dit project banden gesmeed en versterkt met (internationale) academische partners en partners uit het werkveld. Onze Hogeschool wordt gezien als een goede partner om samen XR-projecten mee op te zetten. Het slotevent is in voorbereiding om de mogelijkheden van XR-technologie zowel intern als extern te demonstreren. Tenslotte lijkt het doel om op sociale media extra zichtbaarheid te creëren ook zeker geslaagd."},{"description":"Situering\n\nImmaterieel/ontastbaar erfgoed heeft vanuit toeristisch perspectief het potentieel om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan de economie en de conservatie van erfgoed binnen de bestemming. Om dit potentieel (zowel maatschappelijk als economisch) te maximaliseren en aangezien immaterieel erfgoed op het tastbare steunt en vice versa, is er de nood om het immateriële op een eenduidige manier te combineren met het materiële erfgoed en het landschap. Echter, toeristische bestemmingen, erfgoedgemeenschappen en aanbieders van toeristische producten en/of diensten beschikken niet altijd over de inzichten, kennis en vaardigheden om het immaterieel erfgoed op een duurzame en succesvolle manier toeristisch te ontsluiten en daarbij de combinatie te maken met het materiële en het landschap. Zowel vanuit het werkveld als de literatuur wordt de nood aan een raamwerk/methodiek inzake deze thematiek duidelijk gemaakt.\n\nHet op een eenduidige manier combineren van immaterieel en/of ontastbaar erfgoed, materieel erfgoed en het (thematische) landschap wordt nog maar zelden gedaan (in tegenstelling tot de combinatie materieel erfgoed en landschap) door een gebrek aan inzicht, kennis en handvaten om dit te doen. Zowel uit vraag van het werkveld en literatuur blijkt dat een coherente en systematische methodiek om immaterieel erfgoed op een succesvolle en duurzame manier te toeristisch te ontsluiten, zowel op conceptueel als operationeel niveau, momenteel ontbreekt.\n\nDoelstellingen\n\nWe wilden een concrete aanpak of methodiek met collectieve inzichten en richtlijnen uitwerken. Die aanpak moet bestemmingsmarketingsorganisaties (DMO’s) in staat stellen om immaterieel cultureel erfgoed stapsgewijs te integreren in het toeristisch aanbod, in samenwerking met de belanghebbenden binnen het proces. De doelstellingen van het onderzoek waren:\n\nHet in kaart brengen van best practices, verwachtingen van diverse stakeholders (DMO’s, erfgoedcellen, (toeristische) ondernemers, erfgoedgemeenschappen en bezoekers) en randvoorwaarden voor onderlinge samenwerking en ontsluiting, voor diverse vormen van immaterieel erfgoed.\n\nHet vertalen van deze kennis naar een methodiek die aandacht heeft voor:\n- het potentieel van diverse vormen van immaterieel erfgoed\n- de samenwerkingsvormen tussen diverse stakeholders en\n- de stappen die nodig zijn om verhalen en ervaringen vorm te geven, door middel van spatial storytelling als instrument.\n\nHet verspreiden van kennis en de ontwikkelde methodiek naar DMO’s en geïnteresseerde externen via een draaiboek en vormingstraject.\n\nOnderzoeksvragen\n\nWat is de methodiek om immaterieel/ontastbaar erfgoed, materieel erfgoed en (thematisch) landschap te combineren en te ontsluiten tot een duurzaam en succesvol toeristisch product?\n\na. Wat zijn daarbinnen de randvoorwaarden en verwachtingen voor de verschillende betrokken stakeholders (DMO’s & toeristische ondernemers, erfgoedgemeenschap(pen) & verwante stakeholders en bezoekers)?\n\nb. Hoe wordt de balans tussen valorisatie (toeristische ontsluiting) en conservatie/borging van het ICE gewaarborgd binnen deze methodiek?\n\nMethodiek/werkplan\n\n1. WP1: Projectmanagement: planning, communicatie & feedback\n2. WP2: Het in kaart brengen van de fundamenten: Literatuurstudie, deskresearch en expertinterviews om een holistisch begrip te krijgen van immaterieel cultureel erfgoed, de toeristische ontsluiting ervan alsook de koppeling aan het materiële erfgoed en het landschap\n3. WP3: Casestudies\n4. WP 4: Stakeholder onderzoek: A) DMO’s – toeristische aanbieders/ondernemers - erfgoed gemeenschappen (kwalitatief - focusgroepen) – B) (Potentiële) bezoekers (kwantitatief vragenlijst)\n5. WP 5: Ontwikkelen van methodiek\n6. WP6: Valorisatie & Disseminatie: (zie onderstaande)","summary":"Samenvatting: Ontsluit immaterieel erfgoed toeristisch door het te combineren met materieel erfgoed en landschap. Creëer een methodiek voor DMO's met focus op samenwerking en storytelling. Gebruik projectmanagement, casestudies en stakeholderonderzoek voor de ontwikkeling en verspreiding van de methodiek.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003745","result_description":"Concrete deliverables:\n\n- Handboek methodiek voor bestemmingen\n- Lezing/Webinar\n- Tussentijdse vormingen\n- Publicaties en presentaties op conferenties\n\nDisseminatie:\n\n- Lezing/webinar resultaten\n- Publicaties & presentaties op conferenties\n- Gastlessen binnen TRM & ITL"},{"description":"Dit onderzoeksproject omvat drie onderzoekslijnen die elk bijdragen aan de ontwikkeling van innovatieve technologieën binnen kunst en podiumtechniek.\n\nDe eerste onderzoekslijn richt zich op virtuele productiemethodes en de creatie van 4D hybride modellen. Dit deel onderzoekt hoe technologieën zoals extended reality (XR) en 3D-scanning nieuwe mogelijkheden bieden voor scenografie en productie. De verschuiving van post- naar pre-productie vraagt om nieuwe vaardigheden en competenties in de audiovisuele sector. Daarnaast wordt er gekeken naar de rol van AI, machine learning en blockchain in het faciliteren van open access onderzoeksmodellen en de rol van NFT's bij waardebepaling.\n\nDe tweede onderzoekslijn focust op technische illusies en projecties in de podiumtechniek. Hierbij worden historische effecten zoals Pepper's Ghost en de Lanterna magica herbekeken in een hedendaagse context, met een specifieke focus op hun toepassing in XR en 3D-projectie. Door deze technieken te analyseren via een Canon-projectmethodiek, wordt onderzocht hoe ze kunnen bijdragen aan innovatieve podiumproducties. Het publieksperspectief en de samenwerking tussen performers en technici worden ook meegenomen in deze studie.\n\nDe derde lijn onderzoekt theatertechnieken in musical en richt zich op de invloed van extended reality (ER) op de spelerservaring. Het project bestudeert hoe technologieën zoals ER de artistieke vrijheid van acteurs beïnvloeden en hoe technische aspecten kunnen samensmelten met artistieke co-creatie. Ook de financiële en repetitie-gerelateerde implicaties van ER worden in kaart gebracht om zo de waarde van deze technologieën voor de ontwikkeling van musicals te evalueren.\n\nSamen vormen deze onderzoekslijnen een interdisciplinair project dat innovatieve technologieën in de kunst- en podiumtechniek onderzoekt en hun impact op zowel productieprocessen als artistieke creatie.","summary":"Ontwikkel innovatieve technologieën voor kunst en podium met focus op XR, 3D-projectie en ER. Onderzoek impact op productieprocessen en artistieke creatie.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003746","result_description":null},{"description":"Dit project onderzoekt vanuit het perspectief van de landschapsarchitectuur hoe open groene ruimten met een (semi-)publiek karakter de veerkracht van stedelijke en urbaniserende gebieden kunnen versterken. Het project is opgebouwd rond twee hoofdonderzoekslijnen.\n\nOnderzoekslijn 1 richt zich op ontwerpend onderzoek naar stedelijke private ruimten die momenteel onbenut of onderbenut zijn. Het doel is om ontwerpstrategieën te ontwikkelen die deze ruimten omvormen tot waardevolle semi-publieke plekken. Deze ruimten worden bekeken op hun potentieel om zowel ecologische als sociale verbindingen te creëren. Door middel van casestudies, opgezet in samenwerking met diverse stakeholders, worden nieuwe ontwerpoplossingen gegenereerd. Elk jaar worden een of twee casestudies uitgevoerd, waarbij een methodiek van ontwerpend onderzoek centraal staat.\n\nOnderzoekslijn 2 focust op Vlaamse en Brusselse stadsbegraafplaatsen als publieke ruimten, met bijzondere aandacht voor bioculturele diversiteit. Ze worden onderzocht op hun potentieel voor biodiversiteit en het gebruik van natuurlijke vegetaties binnen de context van hedendaagse sociale en culturele veranderingen. Het doel is om nieuwe ontwerpmethodieken te ontwikkelen die de ecologische en culturele waarde van begraafplaatsen versterken. Dit onderzoek bouwt expertise op rond het ontwerp en beheer van begraafplaatsen, waarbij ontwerpanalyse en methodiekontwikkeling centraal staan.\n\nHoewel in beide onderzoekslijnen de stedelijke groene ruimte centraal staat, verschillen ze in hun aanpak. Onderzoekslijn 1 volgt een ontwerpend onderzoekstraject, terwijl onderzoekslijn 2 zich hoofdzakelijk richt op ontwerpanalyse en de ontwikkeling van nieuwe methodieken.","summary":"Ontwerpstrategieën transformeren onbenutte stedelijke ruimten tot semi-publieke plekken voor ecologische en sociale verbindingen. Onderzoek focust ook op biodiversiteit en culturele waarde van stadsbegraafplaatsen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003747","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject stelt vragen over futures literacy en collectief vooruitzien. We onderzoeken hoe systematiek en verbeelding werken voor sterkere toekomstoriëntaties. \n\nWe verkennen hoe toekomstmogelijkheden in het heden uitgewerkt en begrepen kunnen worden aan de hand van recente ontwikkelingen in het ontwerpend toekomstonderzoek. We gebruiken ethnografische observatietechnieken, surveys en rapportage door subjecten om futures literacy en collective foresight te observeren. \n\nWe onderzoeken met welke categorieën beide toekomstgerichte benaderingen het meest exhaustief beschreven kunnen worden om zo te leren hoe ze in de praktijk gebruikt en versterkt kunnen worden. We analyseren ook welke vaardigheden deelnemers aan deze processen kunnen gebruiken. \n\nHet onderzoek brengt tegelijk ook een kleine verzameling bij elkaar van toekomstbeelden die voortkomen uit de geobserveerde futures literacy en collective foresight processen. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen en testen van kaders en werkvormen voor het bevorderen van toekomstgeletterdheid en collectief vooruitzien. \n\nHet ideaal model van 'polyloog', dat inclusieve, non-hierarchische en meerstemmige uitwisselingen zou bevorderen, wordt getest in onze eigen ontwerpen van futures literacy en collective foresight activiteiten en ook voor de analyse van onze observaties. \n\nDe hoofdvragen van ons actieonderzoek gaan over de definitie en observeerbare eigenschappen van futures literacy, de diversiteit in collectieve processen van vooruitkijken, en de rol van media, kunst en design in het vormgeven van toekomstbeelden en toekomstgerichte activiteiten. \n\nWe zullen deze onderwerpen verkennen door middel van geografisch diverse casestudies, waarmee we ook verder methoden en technieken van toekomstonderzoek in kaart brengen en onderzoeken hoe zij het meest impactvol in de praktijk ingezet (kunnen) worden.","summary":"Verbeter toekomstoriëntatie met systematiek en verbeelding. Verken toekomstmogelijkheden in het heden voor sterke collectieve vooruitzichten. Gebruik ethnografie en surveys om futures literacy en collective foresight te begrijpen en versterken. Ontwikkel kaders voor toekomstgeletterdheid en collectief vooruitzien.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003748","result_description":null},{"description":"Dit interdisciplinair onderzoeksproject gaat over sociale en culturele inclusie binnen de stedelijke educatieve context. Het project richt zich op twee hoofdthema's: de kracht van verhalen en identiteit enerzijds, en de kracht van ontmoeting en dialoog anderzijds.\n\nOnder het eerste thema worden (participatieve) methoden onderzocht die educatieve professionals ondersteunen om vanuit de verhalen en ervaringen van kinderen recht te doen aan hun identiteit, stem, en context. Dit omvat zowel het exploreren van methodologische benaderingen als het begrijpen en verzamelen van de ervaringen van kinderen, jongeren en hun families. Onderzoeksvragen richten zich op de participatierechten van kinderen, narratieve coaching, een inclusieve (lees-)didactiek en de erkenning van superdiversiteit in pedagogische contexten zoals de klas, het gezin, de kinderopvang.\n\nHet tweede thema onderzoekt hoe brede sociale netwerken en dialoog bijdragen aan opvoeding en burgerschapseducatie, met nadruk op de pedagogische civil society en de ontwikkeling van actief burgerschap. Hierin speelt de dialoog tussen verschillende perspectieven en generaties een centrale rol. Dit project beoogt inzicht te verschaffen in de manier waarop de educatieve ruimte en narratieve ontmoetingen bijdragen aan een inclusieve en respectvolle leer- en leefomgeving.\n\nDe stedelijke context van Brussel, gekenmerkt door superdiversiteit, dient als levend laboratorium waar onderzoek en praktijk elkaar versterken. Partnerschappen met lokale organisaties, Brusselse scholen en initiatieven zoals het Media Lab (M-Lab) en het Brussels Open Living Lab (Br.O.L.L.) ondersteunen dit proces, waarbij educatieve professionals als 'actoren van verandering' centraal staan. Dit project wil daarmee bijdragen aan de ontwikkeling van methoden die niet alleen de identiteiten en verhalen van jongeren erkennen, maar ook de pedagogische en maatschappelijke dialoog versterken.","summary":"Onderzoek naar sociale inclusie en dialoog in stedelijk onderwijs. Focus op identiteit, ontmoeting en pedagogiek in superdiverse Brusselse context. Met partnerschappen voor inclusieve leeromgevingen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003749","result_description":null},{"description":"Het Huis van Duurzame Transities is een instituut voor transdisciplinaire samenwerking om de transitie naar een duurzamere en rechtvaardigere samenleving te versnellen.\n\nHet is de one-stop shop voor duurzaamheidstransities waar de uitdaging van klimaatverandering en biodiversiteit kan worden aangepakt vanuit een systemisch en geïntegreerd perspectief, waarbij duurzaamheid zowel ecologische als sociale en economische aspecten omvat.\n\nMet transdisciplinaire instrumenten voor het analyseren van duurzaamheid en het mobiliseren van mensen creëert HOST impact in de maatschappij.\n\nAls neutrale partner neemt het de academische rol op in de overgang naar een duurzamere samenleving.","summary":"Het Huis van Duurzame Transities versnelt de transitie naar een rechtvaardigere samenleving door transdisciplinaire samenwerking en integrale duurzaamheidsbenaderingen. Het biedt tools om klimaat- en biodiversiteitsuitdagingen systemisch aan te pakken.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003750","result_description":null},{"description":"In 2020 zorgde de uitbraak van de COVID-19-pandemie voor een (gedeeltelijke) sluiting van de fysieke scholen. Het initiatief vanuit de overheid om de inrichting van zomerscholen aan te moedigen en financieel te ondersteunen werd toen geïnitieerd en ook in de afgelopen jaren verdergezet.\n\nVoorliggend onderzoek beantwoordt een aantal vragen over de zomerscholen anno 2023. Er staan in dit onderzoeksproject drie doelen centraal, met name: (1) zicht krijgen op het gerealiseerde aanbod aan zomerscholen in Vlaanderen in 2023, (2) zicht krijgen op de relatie en samenwerking tussen de zomerschool en de ankerscholen, met name de scholen waaruit zomerschoolleerlingen afkomstig zijn en/of naartoe gaan en (3) zicht krijgen op de financiële kostenstructuur van de zomerscholen.\n\nOm deze doelstellingen te realiseren, werden verschillende dataverzamelingen opgezet. Allereerst werd tijdens de zomermaanden van 2023 een brede online bevraging georganiseerd bij verschillende betrokkenen bij de zomerscholen (m.n. bij indieners, organisatoren, medewerkers, leerlingen en ouders).\n\nOm gedetailleerder zicht te krijgen op de werking van de zomerscholen vonden daarnaast veldbezoeken plaats aan tien zomerscholen. De samenwerking tussen zomerscholen en ankerscholen werd bestudeerd aan de hand van casestudy’s in 12 zomerscholen en bijbehorende ankerscholen.\n\nTot slot werden aanvullende gegevens betrokken uit: (1) de ingediende subsidieaanvragen, (2) de financiële rapportering van de zomerscholen en (3) de databanken van het Departement Onderwijs en Vorming.","summary":"Ontdek in dit onderzoek de status van zomerscholen in Vlaanderen in 2023, inclusief aanbod, samenwerking met ankerscholen en financiële kosten. Gegevens verzameld via online enquêtes, veldbezoeken en casestudy’s.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003751","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject richt zich op jongeren van 13 tot 21 jaar in de Brusselse wijken rond het kanaal, die in een sociaal kwetsbare context leven. Het doel is om participatief onderzoek te doen naar de sociale netwerken die hen omringen en ondersteunen.\n\nDe centrale vragen zijn: welke ondersteunende netwerken hebben deze jongeren, en hoe kan het stedelijk maatschappelijk middenveld inspelen op hun ondersteuningsnoden? Door gebruik te maken van kwalitatieve diepte-interviews en het Convoy Model of Social Relations, onderzoeken we de kwaliteit en dynamiek van sociale relaties die bijdragen aan het welzijn van jongeren.\n\nSint-Gillis, Vorst, Anderlecht, Laken, en Neder-over-heembeek dienen als representatieve voorbeelden van stedelijke uitdagingen, gekenmerkt door hoge jeugdwerkloosheid en een divers inwonersaantal met veel mensen onder de armoedegrens. De participatieve aanpak wordt gerealiseerd in samenwerking met Park Poétik, een jongerenproject van het Wiels kunstencentrum, en verschillende stakeholders binnen een Community of Practice.\n\nDeze samenwerking zorgt voor een breed gedragen onderzoeksproces en bevordert een diepgaande analyse van sociale netwerken en steunmechanismen. Door jongeren actief te betrekken, streven we naar eerlijke en effectieve resultaten die bijdragen aan beleidsontwikkeling en verbetering van ondersteuningsstructuren.\n\nHet onderzoek heeft als uiteindelijk doel de sociale steun voor jongeren in kwetsbare posities te verbeteren en hen te voorzien van een hoopvoller toekomstperspectief.","summary":"Onderzoek naar sociale netwerken van jongeren (13-21) in Brusselse wijken rond het kanaal. Doel: inzicht in ondersteuningsbehoeften en verbetering van sociale steun voor een hoopvoller toekomstperspectief. Met participatieve aanpak en diepte-interviews.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003752","result_description":null},{"description":"De Group of Excellence in Advanced Research (GEAR) μFlow Cell brengt drie teams van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) samen met het team van Dr. Tom Peeters van het Open BioLab Brussels van de Erasmus Brussels University for Applied Sciences & Arts (EhB). Deze teams zijn de μFlow group van Prof. Wim De Malsche, de Unit Diabetes Pathology and Therapy (DIAB) van Prof. Karine Hellemans en de Research Group of Microbiology (MICR) van Prof. Eveline Peeters. Elk team brengt complementaire expertise en infrastructuur, samen met een gespecialiseerde valorization manager, Filip Legein. Het gezamenlijke doel is om een wereldwijd toonaangevende onderzoeks- en innovatiegroep op het gebied van microfluïdica te worden.\n\n\"μFlow\" verwijst naar de microfluïdica-technologieën van het team van prof. De Malsche, die de kern vormen van deze GEAR. \"Cell\" verwijst naar zowel de medische als de niet-medische toepassingen die het doelwit zijn. Medische toepassingen worden ontwikkeld door het team van Prof. Karine Hellemans, terwijl de expertise in biotech voor niet-medische toepassingen wordt ingebracht door de teams van Prof. Eveline Peeters en Dr. Tom Peeters.\n\nDe missie van μFlow Cell is om met microfluïdica nieuwe processen en producten mogelijk te maken die beter presteren, een lagere ecologische voetafdruk hebben en de gezondheid van iedereen kunnen verbeteren.\n\nDe μFlow Cell is gericht op medische, farmaceutische en biotech toepassingen, met de volgende belangrijke expertisegebieden:\n• Single Image Parasite Quantification in stoelgang (SIMPAQ),\n• engineering en productie van micropartikels,\n• microdevices voor geavanceerde scheidingen,\n• sensoren/whole cell biosensoren,\n• organ-on-chip,\n• microbial cell factories,\n• mycelium materialen.\n\nDe μFlow Cell beoogt samenwerking met de industrie volgens drie routes:\n• ontwerp en modellering van innovatieve microfluïdica-oplossingen binnen de kernonderzoekslijnen van het consortium,\n• fabricage van microdevices en -systemen, van prototype tot kleine industriële series,\n• engineering en productie van nieuwe materialen, van micropartikels voor medicijnafgifte tot op mycelium gebaseerde materialen ter vervanging van leer, in het laboratorium tot kleine industriële hoeveelheden.","summary":"GEAR μFlow Cell van VUB en EhB is een toonaangevende onderzoeksgroep in microfluïdica. Focus op medische, farmaceutische en biotech toepassingen met expertisegebieden zoals SIMPAQ, micropartikels en organ-on-chip. Samenwerking met industrie voor innovatieve oplossingen, fabricage en nieuwe materialen.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003753","result_description":null},{"description":"In project ELIAS wordt de wetenschappelijke kennis rond de eigenschappen, effecten en implementatievoorwaarden van effectieve kennisrijke curricula voor kleuteronderwijs samengebracht en geanalyseerd. \n\nWe schrijven een Engelstalige wetenschappelijke white paper rond kennisrijke curricula, voeren een rapid-evidence assessment uit rond de effecten van kennisrijke curricula op het leren van jonge kinderen en organiseren een casestudy-onderzoek waarbij de aanpak in enkele buitenlandse voorbeeldscholen in detail bestudeerd en geanalyseerd wordt.\n\nVervolgens worden drie Antwerpse kleuterscholen door het Expertisecentrum Onderwijs en Leren (ExCEL) van de Thomas More Hogeschool ondersteund bij het inhoudelijk versterken van hun voorbereidend taal- en leesonderwijs via een kennisrijk curriculum en de implementatie daarvan met behulp van effectieve didactiek op kindermaat.\n\nDaarnaast ontwikkelen we in samenwerking met kennispartners een state-of-the-art curriculum dat in buitenlandse context al effectief gebleken is in het bestrijden van kansenongelijkheid en het duurzaam vergroten van taal- en leesvaardigheid (bv. Grissmer et al., 2023; Kim et al., 2023). We organiseren ook een professionaliseringstraject gericht op het bieden van inhoudsrijk onderwijs met behulp van effectieve didactiek, in combinatie met een lerend netwerk waarin de pilootscholen goede praktijken en inzichten kunnen delen en verdiepen onder begeleiding van het projectteam.\n\nWe werken hierbij telkens nauw samen met de schoolteams, de pedagogische begeleidingsdiensten en de pedagogische coördinatie in de pilootscholen met het oog op een succesvolle implementatie tot op de klasvloer. Inzichten over de ontwikkeling en implementatie van het curriculum op proces- en resultaatniveau worden gemonitord en gebundeld in jaarlijkse tussentijdse rapporten, en ten slotte geëvalueerd in een eindrapport.","summary":"Ontwikkeling en implementatie van kennisrijk kleuteronderwijs in Antwerpse scholen, gericht op verbetering van taal- en leesvaardigheid en gelijke kansen. Ondersteuning door ExCEL voor effectieve didactiek en samenwerking met partners voor state-of-the-art curriculum.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003754","result_description":null},{"description":"Kwaliteitsvolle leermiddelen zijn leermiddelen die het effectief leren van leerlingen en het effectief onderwijzen door leraren maximaal ondersteunen.\n\nIn dit onderzoeksproject gebruiken we inzichten uit het leermiddelenonderzoek, de cognitieve psychologie en de instructiepsychologie om een evidence-informed en praktisch bruikbaar kwaliteitskader voor leermiddelen te ontwerpen en te valideren.\n\nWe vertalen dit kwaliteitskader in instrumenten die ontwikkelaars kunnen gebruiken om kwaliteitsvolle leermiddelen te ontwerpen en die gebruikers kunnen inzetten om kwaliteitsvolle leermiddelen te kiezen.\n\nDaarbij hebben we ook aandacht voor de interactie tussen leermiddel en leraar.","summary":"Optimale leermiddelen voor effectief leren en onderwijzen. Een evidence-informed kwaliteitskader ontworpen voor ontwikkelaars en gebruikers. Inclusief focus op leermiddel-leraar interactie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003755","result_description":"Hier zijn de links naar de originele beschrijvingen om te herschrijven:\n\n- https://thomasmore.be/nl/media/8594\n- https://thomasmore.be/en/media/7446\n- https://thomasmore.be/en/media/7445\n- https://thomasmore.be/en/media/7447"},{"description":"**In het kort**  \nDit project organiseert een proeftuin binnen het graduaat Informatiebeheer: Bibliotheek en Archief om te onderzoeken hoe duaal leren structureel kan worden ingebed in hoger onderwijs. Via samenwerking met werkveldpartners en andere onderwijsniveaus worden de nodige tools, competenties en evaluatiemodellen ontwikkeld. In een tweede fase worden de inzichten ook toegepast in de bacheloropleiding Podiumtechnieken.\n\n**De nood en relevantie**  \nDe informatiesector verandert snel door digitalisering en automatisering. Studenten moeten zich flexibel kunnen specialiseren en direct inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Duaal leren kan hier een antwoord op bieden, maar ontbreekt momenteel nog als volwaardige leerweg binnen het graduaat. Ook in de podiumtechniekenopleiding bestaat de nood om praktijkervaring beter te verankeren.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nIn fase 1 brengen we samen met een lerend netwerk van werkveldpartners de competenties in kaart die geschikt zijn voor duaal leren. Er worden begeleidingstools ontwikkeld, met specifieke aandacht voor studenten met autisme. Ook een evaluatiemodel voor werkplekleren wordt uitgewerkt. In fase 2 vertalen we de resultaten naar een andere opleiding en bouwen we aan een duurzaam implementatieplan. Zo versterken we praktijkgericht leren in diverse opleidingen en sectoren.","summary":"Dit project onderzoekt duaal leren in hoger onderwijs, met focus op Informatiebeheer en Podiumtechnieken. Ontwikkeling van tools, competenties en evaluatiemodellen voor praktijkgericht leren. Versterkt directe inzetbaarheid in snel veranderende sectoren.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003756","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nFLEXIO versterkt leraren, student-leraren en lerarenopleiders in het bouwen aan inclusieve leeromgevingen in een steeds diversere samenleving. Door fysiek en digitaal leren slim te combineren, ontstaat een krachtige leeromgeving waarin scholen, opleidingen en begeleiders samen praktijkgerichte kennis ontwikkelen én delen.\n\n**De nood en relevantie**  \nVeel scholen en opleidingen zoeken naar manieren om diversiteit structureel te omarmen in de klaspraktijk. Toch ontbreekt vaak een duurzame en gedeelde aanpak. FLEXIO speelt hierop in door te focussen op samenwerking, praktijkgericht leren en het toegankelijk maken van expertise over inclusief onderwijs.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe ontwikkelen en testen een phygital leeromgeving die collectief leren stimuleert tussen scholen, lerarenopleidingen en pedagogische begeleiders. Binnen drie piloottrajecten (maxi, medium, light) worden innovatieve vormen van stage, begeleiding en professionalisering uitgeprobeerd en onderzocht. De opgedane kennis en tools worden gebundeld in een online platform en gedeeld via een blauwdruk voor duurzame samenwerking. De wetenschappelijke opvolging gebeurt via de methodiek van ‘Impact Harvesting’, die zicht geeft op het effect van het project in de praktijk en de bredere educatieve context.","summary":"Met FLEXIO versterken we leraren en opleiders door collectief en phygital leren te combineren voor inclusieve klaspraktijken. Samen ontwikkelen we praktijkgerichte kennis en delen we expertise voor duurzame diversiteit in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003757","result_description":null},{"description":"De ambitie van dit project is om mensen in de derde levensfase die op zoek zijn naar een evenwichtige en voldoening schenkende oude dag te kunnen ondersteunen door hun toekomstbewustzijn en toekomstdenken te activeren en versterken aan de hand van activiteiten op maat. Concrete doelen zijn:  \n\n1) Kwaliteitsvolle, originele en motiverende volwasseneneducatie activiteiten uitvoeren met mensen in de derde levensfase om hun toekomstbewustzijn en -denken te versterken;  \n\n2) Voor professionals die ouderen begeleiden of volwasseneneducatie aanbieden een generische design-tool maken voor het samenstellen van dergelijke activiteiten;  \n\n3) Aan de hand van de activiteiten en ervaringen in dit project, communicatie voeren om toekomstbewustzijn voor de derde levensfase te populariseren (ook bij professionals), om uiteindelijk een groter aandeel ouderen te kunnen bereiken.","summary":"Ondersteun ouderen in de derde levensfase met activiteiten die toekomstbewustzijn versterken en motiveren. Creëer educatieve tools voor professionals en populariseer toekomstgericht denken.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-003758","result_description":"In dit partnerschap zorgen twee hogescholen (EhB en Fontys) voor een longlist van werkvormen en -inhouden waarmee de praktijkpartners (die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van ouderen) eigen leeractiviteiten kunnen ontwerpen. Deze wordt met alle partners samen verwerkt tot een shortlist om uiteindelijk te resulteren in een design-tool.\n\nEr worden vier leeractiviteiten door de praktijkpartners ontworpen en door hen en de hogescholen samen begeleid. Daarbij worden de effecten en de impact van die activiteit gemeten en feedback verzameld bij alle betrokkenen met het oog op een beter ontwerp proces.\n\nTenslotte heeft dit project ook communicatiedoelstellingen en zullen we samen met CM studenten een communicatieplan uitwerken dat door de partners geïmplementeerd wordt."},{"description":"**In het kort**  \n‘ProuD to Teach All Learners’ brengt onderwijsprofessionals uit vijf Europese landen samen om leraren te versterken in inclusief lesgeven. Het project ontwikkelt een praktijkgericht leertraject en online inspiratiecentrum dat leraren concrete tools aanreikt om álle leerlingen te bereiken—ongeacht afkomst, leerstijl of ondersteuningsbehoefte.\n\n**De nood en relevantie**  \nLeraren staan vandaag voor volle klassen met grote diversiteit aan leerlingen. Toch voelen velen zich onvoldoende voorbereid om hiermee om te gaan. Dit project speelt in op de groeiende nood aan inclusieve onderwijspraktijken en ondersteunt de Europese doelstelling van kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nIn tien lokale leergemeenschappen ontwikkelen leraren samen nieuwe strategieën via actieonderzoek. Ze worden daarbij begeleid door getrainde coaches. Vier centrale outputs—waaronder een auditinstrument, een online inspiratiecentrum en een gids voor coaches—maken de inzichten breed beschikbaar. Het project versterkt leraren in hun zelfvertrouwen en professionele samenwerking, en verspreidt impact via vijf internationale evenementen. Zo groeien leraren uit tot actieve change agents in inclusief onderwijs.","summary":"'ProuD to Teach All Learners' versterkt leraren voor inclusiever onderwijs met praktische tools en een online inspiratiecentrum. Het project bevordert samenwerking en zelfvertrouwen van leraren in vijf Europese landen, voor kwaliteitsvol onderwijs voor álle leerlingen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003759","result_description":null},{"description":"Doel: Een vernieuwende manier van educatie voor zorgverleners, met als resultaat verrijking en verbetering van kennis wat bijdraagt aan kwalitatief goede zorg voor cliënten, dicht bij de praktijk, langdurig en betaalbaar. Deze vernieuwende aanpak richt zich op verschillende onderwerpen en moeilijke situaties, zoals omgaan met moeilijk verstaanbaar gedrag, seksualiteit, Wet Zorg en Dwang en omgaan met verschillende beperkingen zoals autisme of downsyndroom.\n\nWij streven ernaar om ingewikkelde en moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. De educatie zal gericht zijn op kwalitatief reflecteren en het leren van fouten, waarbij er ruimte is voor persoonlijke keuzes en beleving. De vernieuwende aanpak zal gebruik maken van VR als veilige en effectieve trainingsmethode. Hierbij worden realistische situaties gesimuleerd waarin zorgverleners keuzes kunnen maken en daardoor een pad kiezen daarna volgt een reflectie gericht op onderwerpen welke moeilijk bespreekbaar zijn.\n\nDe trainingen zullen interactief zijn en een format volgen van 1,5 uur, bestaande uit een voorbespreking, 15 minuten training in VR en een nabespreking. De trainingen zullen gericht zijn op de praktijk, met een tutorial/briefing, een VR-simulatie en een nagesprek om reflectie te stimuleren.","summary":"Innovatieve educatie voor zorgverleners verbetert kennis en zorgkwaliteit voor cliënten. Focus op lastige onderwerpen met VR-training voor reflectie en effectieve besluitvorming. Interactieve sessies van 1,5 uur.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003760","result_description":null},{"description":"De vraag naar koeling in gebouwen groeit wereldwijd snel, met airconditioningssystemen die al 10% van het mondiale elektriciteitsverbruik en 7% van de broeikasgasuitstoot vertegenwoordigen. Hittegolven, maar ook goed geïsoleerde gebouwen, dragen bij aan deze trend, ook in de grensregio. Innovatieve technieken zoals bodemenergie, aquathermie, klimaatsturing en intensieve ventilatie bieden duurzame koeloplossingen, maar worden nog niet breed toegepast door gebrek aan kennis.\n\nDuurzaam Zomercomfort streeft ernaar deze technieken te demonstreren en de bekendheid ervan te vergroten zodat een verschuiving naar energie-efficiënte koelsystemen mogelijk wordt. Deze aanpak moet niet alleen zorgen voor minder energieverbruik, maar het moet ook economisch haalbaar zijn en een comfortabele omgeving creëren.\n\nDankzij verschillende demonstraties in nieuwbouw, renovatieprojecten en bestaande gebouwen wil het project gebouweigenaren, beleidsmakers en de bouwsector informeren en inspireren om voor een duurzame aanpak te kiezen. Zo zal Duurzaam Zomercomfort richtlijnen, voorbeelden en inzicht in comfortniveaus en energieverbruik per systeem bundelen in educatief materiaal voor kennisverspreiding.","summary":"Innovatieve technieken voor duurzame koeling in gebouwen worden gepromoot door Duurzaam Zomercomfort, met als doel energie-efficiënte koelsystemen te bevorderen en kennis te verspreiden naar gebouweigenaren en beleidsmakers.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003761","result_description":"Opzetten en uitvoeren van demonstraties in renovatie van diverse gebouwentypologieën (voorzieningen voor kwetsbare doelgroepen en een publiek gebouw met kantoor) in VL en NL waar een grote repliceerbaarheid is. Deze demo’s worden aangevuld met gegevens uit een variëteit aan bestaande voorbeeldgebouwen. Samen geven zij bedrijven en gebouweigenaars een grondig inzicht in de eigenschappen, de gebruiksvoorwaarden, de energieprestaties, de kosten en het comfortniveau van verschillende systemen.\n\nInformeren over - en laten ervaren van - hernieuwbare en energie-efficiënte systemen met impact op het koelcomfort en dit voor gebouweigenaren, -gebruikers, bedrijven en overheden.\n\nHet stimuleren en ondersteunen van gebouweigenaren, beleidsmakers en bedrijven uit de bouwsector bij de keuze, omschakeling naar of implementatie van een hernieuwbaar en energie-efficiënt systeem voor de koeling van gebouwen. (richtlijnen, voorbeelden, comfortniveaus in kaart gebracht per systeem, energieverbruiken…)\n\nHet ontwikkelen van materiaal voor kennisverspreiding naar (werknemers van) bedrijven en studenten (toekomstige werknemers) met het doel de concrete toepassing van deze hernieuwbare en energie-efficiënte technieken te versnellen."},{"description":"**In het kort**  \nSteeds meer kinderen met gehoorverlies volgen regulier onderwijs. Dit project ontwikkelt een wetenschappelijk onderbouwde en praktijkgerichte website voor leerkrachten en ondersteuners. Je vindt er informatie én bruikbaar lesmateriaal op maat van kinderen met gehoorverlies.\n\n**De nood en relevantie**  \nHoewel kinderen met gehoorverlies vandaag beter ondersteund worden, blijven ze kwetsbaar voor taal- en leerachterstanden. Leerkrachten weten vaak niet welke specifieke noden deze leerlingen hebben of hoe ze daar effectief op kunnen inspelen. Dit project wil deze kloof dichten en bijdragen aan meer inclusief onderwijs.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe baseren de inhoud van de website op wetenschappelijke literatuur en op gesprekken met ondersteuners die ervaring hebben met kinderen met gehoorverlies. Het resultaat is een toegankelijke, praktijkgerichte website die leerkrachten helpt om hun onderwijsaanpak aan te passen. Ook ondersteuners kunnen het materiaal gebruiken om leerkrachten beter te begeleiden. Zo versterkt het project de onderwijspositie én leerontwikkeling van leerlingen met gehoorverlies.","summary":"Leerkrachten krijgen praktische hulp bij lesgeven aan kinderen met gehoorverlies in reguliere klassen. Website biedt wetenschappelijk onderbouwde info en lesmateriaal op maat, om taal- en leerachterstanden te verkleinen en inclusief onderwijs te bevorderen.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003762","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nHet project 'Innovation through cooperation' versterkt internationale samenwerking tussen docenten, onderzoekers en ontwikkelaars in het onderwijs voor de culturele en creatieve industrie. Via een uitbreiding van het bestaande EKFI-platform kunnen zij samen innovatieve digitale leermaterialen ontwikkelen, delen én verbeteren.\n\n**De nood en relevantie**  \nDocenten ontwikkelen vaak zelfstandig onderwijsmateriaal, wat leidt tot versnippering en inefficiëntie. Er is nood aan samenwerking, kwaliteitsverhoging en tijdwinst, zeker in de snel veranderende creatieve sector. Ook is er vraag naar gebruiksvriendelijke tools om samen te creëren en feedback te ontvangen.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nHet project ontwikkelt:\n\n- een educatief model voor co-creatie van lesmateriaal\n- nieuwe ICT-tools binnen EKFI voor samenwerking, projectbeheer en kennisdeling\n- digitale leermodules over digitalisering en circulaire economie\n- breed inzetbare leermaterialen voor secundair en hoger onderwijs\n\nZo draagt het project bij aan gedeelde expertise, betere aansluiting op de arbeidsmarkt, en duurzame innovatie in het onderwijs.","summary":"Ontwikkel samen met Europese collega's innovatieve leermaterialen voor de creatieve sector via de EKFI-platformuitbreiding. Versterk internationale samenwerking en co-creatie voor efficiënt onderwijs.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003763","result_description":null},{"description":"Dynaback is een Motion Capture-pak dat wordt ingezet als slim werkuniform. Het biedt inzicht in de musculoskeletale belasting van gebruikers.\n\nHet Dynanomics-project brengt drie partners samen: het Bulgaarse bedrijf Interelectronics, dat het Dynaback-pak ontwikkelde, Mobilab & Care, dat de ergonomische algoritmen zal valideren en de firma Dovre, die het pak zal inzetten op zijn werkvloer.\n\nDovre maakt haarden en kachels. Ook bij de bedrijven Honda en Gates wordt het Dynaback-pak uitgetest.","summary":"Dynaback is een slim Motion Capture-pak dat muskuloskeletale belasting meet. Het Dynanomics-project verbindt Interelectronics, Mobilab & Care en Dovre voor ergonomische innovatie in diverse sectoren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003764","result_description":"In het Dynanomics-project ontwikkelen we de softwarearchitectuur voor het ophalen, analyseren en terugkoppelen van ergonomische data.\n\nDaarbij integreren we twee SHOP4CF-modules voor data-interoperabiliteit en datacentralisatie, met interne modules ontwikkeld door Intelectronics en Mobilab & Care."},{"description":"Het doel van dit project is om bestaande en nieuwe (maar mature) technologie aan te wenden, te testen en te evalueren om de werkbaarheid van het personeel binnen zorg- en welzijnsvoorzieningen te verbeteren.\n\nSuccesvol beoordeelde oplossingen worden overgedragen aan het werkveld en implementatiepartners.","summary":"Verbeter personeelswerkbaarheid in zorg met geteste technologieën. Succesvolle oplossingen worden overgedragen aan implementatiepartners.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003765","result_description":"RESULTATEN:\nRoadmaps/draaiboeken om concrete technologische oplossingen te implementeren in de zorgvoorziening. Oplossingen welke geconcretiseerd, getest en gevalideerd zijn binnen deze proeftuinsetting.\n\nNavormingen gebaseerd op deze draaiboeken om zorgactoren actief te ondersteunen bij deze transformatie.\n\nEvents en workshops om het bestaan van technologische oplossingen bekend te maken en te duiden.\n\nAdvies omtrent (technologische) implementatiepartners. Dit laatste i.s.m. Medvia, VoKa HC, In4Care en andere koepelorganisaties (zie de “Verklarende Woordenlijst” voor een meer exhaustieve lijst).\n\nResultaten van uitgevoerde impactmetingen in reële werkomstandigheden zodat de te verwachten winsten (i.c. verlaagde werkdruk) zichtbaar worden.\n\nOpname van activiteiten en resultaten in de nieuwsbrieven van de 5 projectpartners, alsook persberichten en kanalen van externe partners (Medvia, VoKa HC, In4Care, …).\n\nAanwezigheid op events/beurzen van de betreffende sectororganisaties (NVKVV, …)."},{"description":"**In het kort**  \nHet project RISE ondersteunt leerkrachten wetenschappen in het secundair onderwijs om onderzoekend leren ook op afstand mogelijk te maken. In vier landen worden leergemeenschappen opgericht waarin leerkrachten experimenteren met digitale lesmaterialen en lesmethodes. Het project versterkt hun didactische vaardigheden en helpt hen afstandsonderwijs toekomstgericht vorm te geven.\n\n**De nood en relevantie**  \nTijdens de coronapandemie werd duidelijk hoe moeilijk het is om echte wetenschappelijke experimenten aan te bieden buiten het klaslokaal. Veel leerlingen kregen hoofdzakelijk demonstraties of simulaties te zien. Daardoor misten ze kansen om zélf te onderzoeken, iets wat cruciaal is in kwalitatieve wetenschapseducatie. Dit project speelt in op de behoefte van leerkrachten aan bruikbare, praktijkgerichte oplossingen voor afstandsonderwijs.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nIn elk partnerland wordt een professionele leergemeenschap van leerkrachten opgericht. Daarin testen ze digitale lesmaterialen en methodes rond onderzoekend leren op afstand. Ook nemen ze deel aan twee types vorming: een basisopleiding voor starters in onderzoekend leren, en een gevorderde opleiding waarin leerkrachten zelf materialen ontwikkelen en onderzoek voeren naar hun impact. Alle materialen, werkvormen en protocollen worden nadien vrij beschikbaar gesteld. Zo blijft de impact doorgroeien en kunnen honderden leerlingen profiteren van krachtig afstandsonderwijs in wetenschappen.","summary":"RISE bevordert afstandsonderwijs in wetenschappen door leerkrachten in leergemeenschappen te laten experimenteren met digitale lesmaterialen. Dit versterkt hun didactische vaardigheden en biedt bruikbare oplossingen voor toekomstgericht onderwijs.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003766","result_description":null},{"description":"Situering\n\nWie beschikt over data, kan deze omzetten in informatie en met die kennis bijdragen aan gezonde ondernemingen in een gezond winkelgebied. Het project SINCR wil op een gebruiksvriendelijke manier betrouwbare, eenduidige en future proof data aanbieden aan beleid, handel en horeca, zodat zij meer datagedreven beslissingen kunnen nemen.\n\nDoelstelling\n\nBinnen dit project inventariseren we verschillende use cases op basis van de noden van handelaars en beleidsmakers, exploreren ze verschillende datapistes en onderzoeken ze de haalbaarheid van datadeling vanuit de handelaars zelf. Dit wordt gekaderd binnen een business- en samenwerkingsmodel, waarbij verschillende partijen instaan voor de investeringen. Om succes te garanderen, is coaching van de verschillende stakeholders noodzakelijk zodat ze het belang zien van werken met data en weten hoe ze met die data kunnen omgaan.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen\n\nDeze projectaanvraag kadert binnen het Smart Economy-domein, waarbij het een antwoord wil bieden op de volgende 3 vragen:\n\n- Hoe kunnen we de effectiviteit van genomen maatregelen - met het oog op levendige en gezonde winkelkernen - meten en evalueren?\n- Hoe kunnen we data breder inzetten ter ondersteuning van het beleid en ondernemers, waarbij we de opkomende datacultuur omarmen en de nodige datamaturiteit opbouwen?\n- Hoe kunnen we een win-win situatie creëren om te komen tot een duurzaam en schaalbaar model waarbij alle partijen hun steentje bijdragen?","summary":"SINCR-project: Verzamel en deel data voor datagedreven beslissingen in winkelgebieden. Onderzoek use cases, datadeling en coaching voor succesvolle data-implementatie. Smart Economy focus op meten effectiviteit, data-inzet en duurzaam samenwerkingsmodel.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003767","result_description":null},{"description":"**Situering**\n\nCultureel erfgoed is een krachtige katalysator voor positieve verandering en duurzaamheid, zo ook binnen het toerisme. De integratie en visibiliteit van immaterieel erfgoed binnen het toeristisch aanbod blijft echter beperkt. Dat is een gemiste kans, aangezien een doordachte en duurzame ontsluiting van immaterieel erfgoed binnen het toerisme kan resulteren in een veelheid aan voordelen, voor verschillende belanghebbenden.\n\nDaarom speelt het ICH Journeys project in op de behoefte aan innovatieve, inspirerende en co-creatieve processen (fysieke, digitale technologieën en storytelling) om immaterieel erfgoed (ICH) op een systematische, samenhangende, en duurzame manier op te nemen in de beleving van cultureel-erfgoedtoerisme. Het project doet dit op pilootlocaties in België, Kroatië, Polen, Zweden, en Italië en met de betrokkenheid van zowel erfgoed- als toeristische spelers, waarbij de erfgoedgemeenschappen een belangrijke rol spelen.\n\n**Doelstelling**\n\nHet ICH Journeys project streeft naar het ontwikkelen, uitrollen, en testen, van manieren waarop immaterieel erfgoed op een coherente en duurzame wijze kan worden geïntegreerd in cultureel-erfgoedtoeristische ervaringen. Deze inzichten zijn bedoeld voor verschillende (inter-)nationale doelgroepen, zoals erfgoedgemeenschappen, toeristische- en erfgoedspelers. De resultaten en bevindingen worden omgezet in methoden, tools en trainingsmateriaal om mee aan de slag te gaan in de praktijk.\n\nDit zal inspelen op de capaciteitsopbouw van de betrokken doelgroepen en hen in staat stellen om creatieve en doordachte toeristische ervaringen rond immaterieel erfgoed op te zetten. Als gevolg hiervan zal dit project de borging van immaterieel erfgoed-praktijken mee ondersteunen, terwijl het aandacht heeft voor de gemeenschappen die deze praktijken dragen, nieuwe ervaringen creëert, culturele identiteiten versterkt en de waarde ervan binnen duurzaam toerisme benadrukt.\n\n**Onderzoeksvraag/onderzoeksvragen**\n\nHet project is opgebouwd rond de centrale vraag hoe immaterieel erfgoed geïntegreerd kan worden in cultureel-erfgoedtoeristische ervaringen. Het project wilt ook een antwoord bieden op de vragen die daaruit afgeleid kunnen worden, zoals:\n\n- Hoe doen we dat op een duurzame manier, met aandacht voor de borging van de praktijk?\n- Welke rol speelt technologie binnen de integratie, promotie, en borging van immaterieel erfgoed binnen toeristische ervaringen? Op welke manier?\n- Hoe dient het proces beheerd te worden?\n- Hoe kunnen we ervoor zorgen alle nodige belanghebbenden worden meegenomen in dit proces?\n- Hoe zorgen we ervoor dat we naar inclusieve en toegankelijke ervaringen toewerken?\n- Hoe pakken we de samenwerking tussen erfgoed- en toeristische spelers aan in dit verhaal?\n- Welke kennis, capaciteiten, en skills zijn vereist binnen dit proces?\n\n**Methodiek/werkplan**\n\nHet project is opgebouwd rond een eerste ontdekkings- en co-creatieve fase met de verschillende doelgroepen, gevolgd door de ontwikkeling, implementatie, en evaluatie van 5 Europese pilot cases. De inzichten en resultaten zullen vertaald worden in kennisontwikkelings- en uitwisselingstools voor de brede doelgroepen.","summary":"Het ICH Journeys project integreert immaterieel erfgoed in cultureel-erfgoedtoerisme via innovatieve processen en pilootlocaties in Europa. Doel: duurzame toeristische ervaringen creëren en gemeenschappen betrekken. Methodiek omvat co-creatie, pilootcases en kennisdelingstools.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003768","result_description":"Het ICH Journeys project zal de volgende output opleveren:\n\n• Training workshops (één workshop per deelnemend land)  \n• Een internationale webinar  \n• Creatieve en impactvolle mediapublicaties (per deelnemend land)  \n\nOpzetten en uitrollen van een lange termijn lerend netwerk dat ondersteund zal worden door een online toolbox die alle trainingsmateriaal en media zal bevatten.  \n\nDe precieze communicatie- en disseminatieacties worden gespecificeerd in het disseminatie plan, en worden ondersteund door de volgende elementen: \n\n• Social media kanalen van partners en het project  \n• Project website  \n• Nieuwsbrieven  \n• Netwerking en samenwerkingen  \n• Workshops  \n• Online transnationale webinar  \n• Impactvolle en creatieve media en publicaties  \n• Online toolbox"},{"description":"Deze onderzoeksagenda heeft als doel wetenschappelijke inzichten te bieden en bij te dragen aan de ontwikkeling van armoedebeleid dat rekening houdt met de leefomstandigheden van individuele gezinnen, ontworpen op basis van gelijkwaardigheid eerder dan gelijkheid. Hiervoor maakt dit onderzoek gebruik van gegevens uit de REDI-tool (REference budgets for Decent Income), een behoefteanalyse-instrument dat is ontwikkeld op verzoek van en in samenwerking met OCMW's.\n\nDe onderzoeksresultaten beogen bij te dragen aan nieuwe wetenschappelijke kennis over armoede- en betaalbaarheidsindicatoren, evenals de copingstrategieën die worden toegepast door mensen die in armoede leven. Daarnaast kunnen de resultaten worden gebruikt om het gebruik van de REDI-tool door OCMW's verder te optimaliseren en de betrouwbaarheid van de onderliggende referentiebudgetten te versterken.","summary":"Verbeter armoedebeleid met REDI-tool data voor gezinsleefomstandigheden. Onderzoek onthult nieuwe inzichten en copingstrategieën voor effectiever OCMW-gebruik.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003769","result_description":null},{"description":"We bestuderen de methodologie voor de ontwikkeling van crossnationaal vergelijkbare voedingskorven vanuit twee invalshoeken. Ten eerste de ontwikkeling van een gemeenschappelijk kader met voedingsrichtlijnen voor de EU, inclusief de verkenning van nieuwe prijsmethoden. Ten tweede de uitbreiding van het aantal typegzinnen.\n\nMet de verbeterde methodologie worden vergelijkbare voedingskorven uitgewerkt in vier Europese landen. Dit omvat een Zuid-Europees land (ES), een West-Europees land (BE), een Noord-Europees land (FI) en een Oost-Europees land (HU).","summary":"Ontwikkel vergelijkbare voedingskorven in 4 Europese landen volgens EU-richtlijnen en nieuwe prijsmethoden. Vergelijk Zuid, West, Noord en Oost-Europa.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003770","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst:\n\nVergelijkbare geprijsde voedingskorven voor verschillende representatieve typegezinnen in België, Finland, Hongarije en Spanje.\n\nTwee wetenschappelijke rapporten:\nCarrillo-Alvarez, E., Muñoz Martínez, J., Cussó-Parcerisas, I., Cornelis, I., Delanghe, H., Frederickx, M., Penne, T. & Storms, B. (2023). Towards cross-country comparable reference budgets in Europe. A methodological note on the development of food baskets. GROW (Blanquerna Universitat Ramon Llull, Barcelona), EuSocialCIT working paper. DOI: 10.5281/zenodo.105727.\n\nStorms, B., Cornelis, I., Delanghe, H., Frederickx, M., Penne, T., Carrillo-Alvarez, E., Cussó-Parcerisas, I., Bernát, A., Mäkinen, L., Muñoz Martínez, J. en Szivos, P. (2023). How can reference budgets contribute to the construction of social indicators to assess the adequacy of minimum income and the affordability of necessary goods and services? EuSocialCit Working Paper, januari 2023. DOI: 10.5281/zenodo.7629202."},{"description":"Jongeren in de bijzondere jeugdzorg worden door hun begeleiders voorbereid op het zelfstandige leven. Ook financiële zelfstandigheid valt daaronder.\n\nUit contacten met en vragen van het werkveld blijkt dat dit geen evidente opdracht is, noch voor de hulpverleners, noch voor de jongeren.\n\nMet dit onderzoek willen we handvaten bieden: door te kijken hoe die financiële educatie nu gebeurt en door een methodiek te ontwikkelen voor hulpverleners en jongeren in de jeugdzorg.","summary":"Onderzoek naar financiële educatie voor jongeren in de jeugdzorg om hen voor te bereiden op zelfstandigheid. Ontwikkeling van praktische methodiek voor begeleiders en jongeren.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003771","result_description":"Methodiek voor jongeren en hulpverleners uit de bijzondere jeugdbijstand om de financiële redzaamheid van jongeren te versterken."},{"description":"De doelstelling van 'SAMEN AAN Z’ is om de retentie (of het behoud) van zorgverleners te vergroten door de wendbaarheid en het innovatief vermogen van zowel zorgverleners als organisaties te verbeteren.","summary":"Verbeter de retentie van zorgverleners door wendbaarheid en innovatie te stimuleren bij zowel zorgverleners als organisaties.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003772","result_description":"Verbeteren van de doeltreffendheid en het inclusieve karakter van de arbeidsmarkt en toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid.\n\n- Gezamenlijk ontwikkelde oplossingen: 5.\n- Gemeenschappelijk ontwikkelde en in het project uitgevoerde proefactiviteiten: 1.\n\nOplossingen ondernomen of opgeschaald door organisaties: 5."},{"description":"Dit onderzoek heeft als doel een geïntegreerde kostuumontwerpmethode te ontwikkelen. Ik wil het belang van een doorgedreven samenwerking aantonen tussen ontwerper en performer, waarbij het ontstaan van een idee en de uitwerking van een kostuum dialectisch interageren. Coupe blijkt hier het sleutelwoord. Kostuums met een goede pasvorm zijn niet mogelijk zonder coupe, dat de juiste accenten aan lichaamsvormen kan geven en dus een personage kan construeren.\n\nEchter, in mode en kostuumontwerp is nog geen onderzoek gedaan naar coupe. Hoewel het kostuum (en bijgevolg dus ook de coupe) steeds belangrijker worden in de hedendaagse podiumkunsten, gaan er steeds minder tijd, middelen en expertise hiernaartoe. In een steeds korter wordend repetitieproces is het vaak niet mogelijk om op een geïntegreerde manier te creëren. Binnen kostuumontwerp worden het uitdenken van een idee en het uitvoeren ervan vaak als losstaande activiteiten gezien. De samenwerkingen met de performers is miniem.\n\nIk wil de kloof overbruggen tussen het (bewegende) lichaam en de expressie van de performer, enerzijds, en het concept en het maakproces van een kostuum anderzijds. Via literatuur, het bestuderen van designerstukken, veldonderzoek en artistieke experimenten met performers, zal in de uiteindelijke performance d.m.v. coupe het karakter en het lichaam van de performer gevormd worden.","summary":"Ontwikkel een geïntegreerde kostuumontwerpmethode door samenwerking tussen ontwerper en performer te benadrukken, waarbij coupe essentieel is voor een karaktervormend kostuum in hedendaagse podiumkunsten.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003773","result_description":"De bevindingen uit dit onderzoek zullen richtlijnen geven aan ontwerpers (in opleiding), performers en theatermakers.\n\nGeplande output:\n- Artistieke publicatie in boekvorm (artistbook)\n- Organisatie van een masterclass\n- Performance"},{"description":"De thematiek van het scherpe en het onscherpe is fundamenteel voor de act van het kijken/waarnemen. Dit gegeven is cruciaal voor het hoger kunstonderwijs, mijn sculpturaal werk, de kunst en de maatschappij.\n\nHet fantoomstatuut, de relatie tot onze herinneringen, het intieme karakter en de mogelijkheid tot interpretatie trekken mij aan in het onscherpe. Door mij eerst te verdiepen in de betekenis van het onscherpe en scherpe binnen de fotografie, zal ik vervolgens als beeldhouwer kijken hoe dit zich tot de beeldhouwkunst verhoudt. Zo wil ik tot een eigen gefundeerde visie over ‘het onscherpe’ komen.\n\nConcreet wil ik in dit project opzoek naar de aanwezigheid van het onscherpe in authentieke foto’s uit mijn familiealbums van de jaren 1970 en 1980. Via de act van uitvergroten en uitsnijden zal ik tot nieuwe foto’s komen. Huiselijkheid, geheimzinnigheid, intimiteit, tactiliteit en abstractie zullen deze nieuwe foto’s domineren. Vanuit de nieuwe onscherpe beelden die gemaakt worden op basis van de familiefoto’s wil ik tot tactiele sculpturen en installaties komen die een wazigheid genereren.\n\nHoe verhoudt scherpte-onscherpte zich tot het geheugen dat vorm krijgt door visuele media zoals familiealbums? Wat is de rol van focus en onscherpte binnen de beeldhouwkunst versus de fotografie? En wat doet dit effect met onze herinneringen? Hoe verhoudt scherpte –onscherpte zich tot de tactiele ruimte en hoe verhoudt ‘het belichaamde zijn’ in een tactiele omgeving zich tot het sculpturale? Hoe positioneert zich dat tot andere media? Het zijn slechts enkekele onderzoeksvragen die ik zal behandelen.","summary":"Onderzoek naar onscherpte in familiefoto's uit de jaren 70-80, om nieuwe, tactiele sculpturen te creëren. Verkenning van herinneringen en relatie tussen fotografie en beeldhouwkunst.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003774","result_description":"De output van het doctoraat omvat publicaties en presentaties van artistiek werk (sculpturen en installaties); en tevens een debat, lezingen, een masterclass en workshops. (cf. de toelichting onder ‘Relevantie van het onderzoeksproject’).\n\nEen kunstenaarspublicatie met ‘zooms’ uit mijn familiealbums krijgt een belangrijke schakelfunctie in dit onderzoek, want zij zal gebruikt worden om tot sculpturen en installaties te komen.\n\nDe onderzoeksresultaten zullen in art spaces getoond worden in binnen- en buitenland (cf. infra samenstelling projectteam: werkveld). Tentoonstellen in niet voor de hand liggende omgevingen wordt bovendien beoogd.\n\nEen publicatie met afbeeldingen van de gerealiseerde sculpturen en installaties inclusief een essay vormt een tweeluik met de fotopublicatie."},{"description":"Situering\n\nOns uitgangspunt is dat verandering met betrekking tot circulair en sociaal ondernemen zich gedraagt als een olievlek. Zodra de koplopers aan de slag zijn, zullen we merken dat het enthousiasme en het kritisch meedenken door andere organisaties en ondernemingen gaat groeien en zo een kritische massa wordt gevormd. Dit is de impact die we willen genereren met ons project.\n\nOns ondersteuningsaanbod zal ten aanzien van twee clusters (de verkenners/de believers en frontrunners) opgezet worden op maat van de noden van deze respectieve clusters (zie verder punt 3B doelpubliek). Zo bereiken we een groot aantal ondernemingen (cluster 1) en kunnen we innovatief en diepgravend aan de slag gaan met bepaalde waardeketens in de regio (cluster 2).\n\nDe sociaal circulaire hub Mechelen neemt expliciet de rol op van facilitator en katalysator en zal tijdens dit project in het bijzonder de realisatie van 4 pilootcases of blueprints van een circulair-sociaal businessconcept ondersteunen en als inspirerende praktijken in beeld brengen bovenop de ruime instapwerking die voorzien wordt voor cluster 1.\n\nWe streven naar een verduurzaming van de HUB na projectafloop en kijken daarom naar synergieën met andere lopende initiatieven en een connectie met de Impact Factory, wat zijn weerslag moet vinden in een businessplan en een ruim stakeholdersnetwerk voor de CE hub regio Mechelen.\n\nDoelstelling\n\nBedrijven en ondernemers inspireren en instrumenten aanreiken om hun strategie uit te werken, en schaalbare start-ups of nieuwe circulaire businessideeën begeleiden om zich verder te ontwikkelen.\n\nDiversificatie, normalisatie en expansie van jobs voor werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt door sociale economie en circulaire economie zo veel mogelijk te matchen.","summary":"Veranderingsimpact via clusters: faciliteren en inspireren voor circulair en sociaal ondernemen. Doel: bedrijven helpen met strategieën en nieuwe circulaire business ideeën, en banen creëren voor werkzoekenden via sociale en circulaire economie.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003775","result_description":null},{"description":"Situering \nIn het hart van de grensstreek tussen Brabant en de Kempen ontsluit het project \"Brabant Kust de Kempen\" de verborgen pracht van dit gebied door het historische Bels Lijntje en zijn omgeving nieuw leven in te blazen. Deze grensregio, die zich uitstrekt van Turnhout tot Tilburg en van Hoogstraten tot Arendonk, heeft veel potentieel voor toeristische ontwikkeling. De huidige grens belemmert echter samenwerking en samenhang in het toeristisch-recreatief aanbod. Het project richt zich op het verbeteren van de samenhang en zichtbaarheid van toeristische activiteiten en bezienswaardigheden, met het Bels Lijntje als centrale, grensoverschrijdende verbinding.\n\nDoelstelling \nHet doel van dit project is om het toeristisch-recreatieve potentieel in de grensstreek tussen Brabant en de Kempen te versterken door:\n• Het verbeteren van de kwaliteit en beleving van het Bels Lijntje.\n• Het versterken van de verbindingen en verhaallijnen tussen het Bels Lijntje en andere regionale points of interest (POI's) in de omringende gemeentes die partner zijn in het project.\n• Het ontwikkelen en promoten van grensverhalen om de streekidentiteit te vergroten en meerdaags verblijf te stimuleren.\n• Het verbeteren van de grensoverschrijdende samenwerking en het toeristisch-recreatief ecosysteem.\n\nOnderzoeksvraag/onderzoeksvragen \n• De fundamentele onderzoeksvraag richt zich op het begrijpen en verbeteren van het toeristisch-recreatieve ecosysteem in de grensstreek. Specifieke vragen zijn:\no Hoe kunnen we het toeristisch-recreatieve aanbod in de grensregio in kaart brengen en verbeteren?\no Wat zijn de behoeften en vooral percepties van bezoekers en bewoners met betrekking tot dit ecosysteem?\no Welke wet- en regelgeving beïnvloedt het toeristisch-recreatieve aanbod en hoe kunnen we deze beter afstemmen op grensoverschrijdende samenwerking?\no Hoe kunnen we de verhalen en identiteit van de regio beter communiceren en benutten voor toeristische doeleinden, zoals productontwikkeling?\no Wat zijn professionaliseringsnoden van ondernemers in het projectgebied? \n\nVervolgens wordt er aan de hand van workshops een professionaliseringsaanbod ontwikkeld in het project.\n\nMethodiek/werkplan \nHet werkplan is gestructureerd in verschillende werkpakketten (WP's), met de volgende kernactiviteiten (waarbij WP1 projectmanagement en WP2 communicatie van het project is):\n• WP3 Bels Lijntje als springplank: Verbeteren van de infrastructuur en beleving van het Bels Lijntje, inclusief de ontwikkeling van geplande investeringen, zoals nieuwe fietslussen of infrastructuur die de ervaringswaarde voor bewoners en toeristen verhoogt. De investeringen zullen worden vormgegeven rond het verhalende concept (WP4) om zo een samenhangende streekidentiteit te bevorderen.\n• WP4 Grensverhalen: Ontwikkelen van een verhalend concept dat grensverhalen verbindt en tot leven brengt door innovatieve storytelling. In Werkpakket 4 verzamelen we (BUas als lead partner en Thomas More als tweede kennisinstelling) lokale verhalen door beleidsdocumenten te analyseren, culturele en historische thema’s te inventariseren, en 'walking interviews' en participatiebijeenkomsten te organiseren. Dit zal leiden tot een verhalend concept dat de basis vormt voor toekomstige ontwikkelingen binnen het project 'Brabant Kust de Kempen'. Dit concept zal ons helpen om de culturele en sociale kenmerken van de regio op een authentieke manier te integreren en aantrekkelijk te presenteren aan bezoekers.\n• WP5 Onderzoek en professionalisering: Grondig in kaart brengen van het toeristisch-recreatieve ecosysteem van de regio. We analyseren vraag en aanbod, regelgeving, de perceptie van bezoekers, bewoners, en ondernemers en versterken samenwerking en professionalisering binnen de sector. Dit doen we door deskresearch, interviews met ondernemers en enquêtes bij bewoners en bezoekers. Vervolgens voeren we een gedetailleerde post facto analyse en evaluatie uit van diverse representatieve projecten en investeringen uit Werkpakket 4.","summary":"Project \"Brabant Kust de Kempen\" revitalizes the historical Bels Lijntje to enhance tourism in the border region between Brabant and Kempen. Focus on improving tourist activities, developing border stories, and enhancing cross-border collaboration. Key activities include infrastructure upgrades, storytelling development, and ecosystem research.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003776","result_description":"Bovenstaande tabel met deliverables biedt een overzicht van de concrete resultaten die gerealiseerd worden binnen het project Brabant Kust De Kempen (BKK).\n\nZoals al blijkt uit het werkplan, ondersteunen de deliverables van WP4 en WP5 de fysieke investeringen van WP3 door het toevoegen van beleving, kennisdeling en tools voor duurzame impact. Thomas More draagt ook minimaal bij aan WP1 en WP2, door relevante inzichten te delen en ondersteuning te bieden bij projectcoördinatie en communicatie. Het overzicht in de tabel maakt de koppeling tussen activiteiten en resultaten helder.\n\nElk werkpakket (WP) draagt bij aan de algemene projectdoelen, met duidelijke en meetbare outputs. Hieronder worden de belangrijkste deliverables per relevant werkpakket kort toegelicht:\n\nWP1: Projectmanagement\nBehelst de coördinatie van het project, voortgangsbewaking, en rapportage. Thomas More levert hier een minimale bijdrage door inhoudelijke input en ondersteuning bij rapportages en bijeenkomsten.\n\nWP2: Communicatie\nOmvat alle communicatie- en PR-activiteiten om de zichtbaarheid van de grensregio te vergroten. Thomas More ondersteunt door resultaten van WP4 en WP5 in communicatie-uitingen te integreren.\n\nWP3: Investeringen in infrastructuur en beleving\nConcentreert zich op het verbeteren van het Bels Lijntje en het toevoegen van belevingselementen, zoals fysieke infrastructuur en digitale toepassingen. Deze investeringen worden gekoppeld aan de verhalen en concepten ontwikkeld in WP4.\n\nWP4: Grensverhalen\n\nDoel: Ontwikkelen van een verhalend concept dat de identiteit van de grensstreek versterkt door grensverhalen op een samenhangende en creatieve manier te presenteren.\n\nDeliverables:\n\nEen overkoepelend verhalend concept dat lokale verhalen verbindt.\n\nCreatieve integratie van verhalen in routes en digitale toepassingen zoals VR/AR en interactieve media.\n\nActieve betrokkenheid bij participatiebijeenkomsten en interviews, samen met BUas.\n\nGrensoverschrijdende samenwerking faciliteren en ondernemers ondersteunen, samen met BUas.\n\nBijdrage Thomas More: Ondersteunende rol in activiteit 1 (verhalen verzamelen), 3 (verhalen toepassen) en 4, het ondersteunen van ondernemers door hen mee te begeleiden in het proces van gezamenlijke en liefst grensoverschrijdende productontwikkeling.\n\nWP5: Onderzoek en professionalisering\n\nDoel: Een grondige analyse van het toeristisch-recreatieve ecosysteem en het versterken van samenwerking en professionalisering binnen de sector.\n\nDeliverables:\n\nRapporten over vraag en aanbod, wet- en regelgeving, en professionaliseringsnoden.\n\nEen SWOT-analyse die kansen, uitdagingen en verbeterpunten systematisch in kaart brengt.\n\nVier modulaire trainingssessies rond storytelling, productontwikkeling en marketing, inclusief langdurig bruikbare tools zoals persona-creatietools en customer journey maps.\n\nEen actieplan (governance plan) voor een duurzaam streeknetwerk dat de samenwerking tussen ondernemers en organisaties structureert.\n\nBijdrage Thomas More: Leadpartner in alle activiteiten, behalve 5.2 (impactmeting aan de hand van surveys bij bezoekers, bewoners en ondernemers), die door BUas wordt uitgevoerd."},{"description":"SMEs are not gaining the expected benefits of investments in Additive Manufacturing. Complex causes are behind this: lack of skills, digital infrastructure, and services.\n\nSUSTAIN-3D develops solutions to this problem by analyzing root causes and developing new strategies for engaging with companies.","summary":"SUSTAIN-3D analyzes SME challenges in Additive Manufacturing to develop strategies for engagement, addressing skills and infrastructure gaps.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003777","result_description":null},{"description":"De performance-scene wordt vandaag geschetst door postmoderne en avant-gardistische esthetiek die doorbloeit in nieuwe paradigma's van artistiek belichaamde expressies en fysiek-digitale (fygitale) doorsneden. Meta-virtuele/XR hybride formats dagen de traditionele uitvoeringservaring en de betrokkenheid van toeschouwers uit door toonaangevend artistiek onderzoek aan te gaan met brede participatieve/co-creatieve benaderingen.\n\nMaar in hoeverre kan de hedendaagse muziekscène in de uitvoeringspraktijk worden gekaderd als een ruimte van sociale en fysieke ontmoetingen?\n\nOm de vooruitzichten van mijn T*ActiLE RCA 2021-2023-project over interactieve technologie ter ondersteuning van gebaren te ontwikkelen, stel ik tot doel van dit tweejarige onderzoek om het huidige sociale frame van muziekprestaties en de actieve triangulatie van de kunstenaar/uitvoerder -kunstenaar/maker- toeschouwer te onderzoeken.\n\nKunstenaar-onderzoekers/studenten van RCA/RAFA muziek- en dans, en experts van CSTC-Goldsmiths/Ugent/Maastricht Universiteit zullen worden betrokken bij mijn methodologie op basis van een etnografische benadering: verzameling van kwalitatieve gegevens (video-opnames/digitale verhalen en/of interactieve enquêtes) over de co-creatieve strategieën van kunstenaars en de (re)acties van toeschouwers op een reeks van mijn performatieve experimenten verkenning van prototypes van draagbare sensoren door CSTC-London - LWT3-Milano observatie/evaluatie van deze documentatie/activiteit.","summary":"Onderzoek naar hedendaagse muziekperformances en interactieve technologieën om artistiek onderzoek te ondersteunen en de betrokkenheid van het publiek te vergroten. Met focus op sociale ontmoetingen en participatieve benaderingen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003778","result_description":"De output bestaat uit verhalende rapporten en artikels, workshops MIRRORING-CREATIVE-LAB, seminar CONVERGENCE III-IV, een Collectief Muziekboek en interactieve multidisciplinaire formats."},{"description":"Dit onderzoek beoogt wetenschappelijke inzichten te verschaffen aan de toekomstige Vlaamse regering om mogelijke toekomstige beleidskeuzes in het Groeipakket te onderbouwen.\n\nDe studie analyseert het aandeel van het Groeipakket in het inkomen van de Vlaamse gezinnen met kinderen en gaat na op welke manier deze gezinnen het Groeipakket (wensen te) besteden en hoe belangrijk voor hen het vrij besteedbare karakter ervan is.\n\nSpecifiek voor lage-inkomensgezinnen wordt nagegaan in hoeverre het Groeipakket bijdraagt in de minimale kosten voor kinderen en hen beschermt tegen het risico op armoede.","summary":"Onderzoek naar impact Groeipakket op Vlaamse gezinnen. Analyse uitgaven en belang van vrij besteedbaar karakter. Ook effect op lage-inkomensgezinnen en armoederisico.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003779","result_description":null},{"description":"'I’m in Tales' staat voor 'Inclusive Methodology for Technology Aimed at Learning and Enhancement of Storytelling'.\n\nMet dit project willen we het leerpotentieel van leerlingen tussen vier en tien jaar verhogen én inclusie in de klasgroep versterken. Dat doen we met interactieve verhalen, die we ontwikkelen door er voorwerpen en digitale multimedia aan te koppelen.\n\nWe maken gebruik van Tangible User Interfaces (TUI). Dat zijn alledaagse voorwerpen die het verhaal ondersteunen en verschillende zintuigen kunnen stimuleren. Het kind krijgt een motiverende, digitale reactie en dat zet hen aan om in interactie te gaan met het verhaal en met elkaar.\n\nBinnen 'I’m in tales' stellen we richtlijnen op waarmee leerkrachten zelf eenvoudige verhalen kunnen ontwikkelen met TUI.","summary":"Verhoog leerpotentieel en inclusie in de klas met interactieve verhalen, Tangible User Interfaces en zelf ontwikkelbare richtlijnen voor leerkrachten.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003780","result_description":"Binnen dit project willen we:\n\n• De effecten analyseren van interactieve storytelling op het gebied van inclusie van kinderen met een beperking.\n\n• Een methodologie opstellen en richtlijnen schrijven, zodat leerkrachten zelf met eenvoudige verhalen kunnen ontwikkelen met de TUI-tool.\n\n• Een digitale training ontwikkelen voor leerkrachten (MOOC).\n\nDat doen we voor én samen met leerkrachten. We gaan dus voor een co-design aanpak."},{"description":"In dit project versterken we het Vlaamse voorbereidende taal- en leesonderwijs, zodat kinderen die in een kansarme thuisomgeving opgroeien toch optimaal aan het formele leesonderwijs kunnen starten. We vertrekken daarbij vanuit een brede visie op leesvaardigheid, die zowel het technische aspect van lezen als het begripsaspect en de bruggen tussen beide in rekening brengt.\n\nConcreet vertalen we de heersende wetenschappelijke state-of-the-art rond effectief voorbereidend leesonderwijs naar een praktijkgericht kader voor leraren, schoolteams en de lerarenopleiding. Dat doen we in nauwe samenwerking met wetenschappelijke experts en leerkrachten.\n\nVanuit inzichten rond effectieve professionalisering van leraren – zowel tijdens de initiële opleiding als op de werkvloer – bouwen we een proof-of-concept van een professionaliseringstraject in drie delen rond effectief voorbereidend leesonderwijs. We bieden 50 scholen met veel kansarme leerlingen de kans om dit getrapte professionaliseringstraject te volgen en aan de slag te gaan rond effectiever voorbereidend leesonderwijs.\n\nDit gebeurt in nauwe aansluiting bij de inspanningen die leerkrachten op deze scholen leveren om kinderen met een taalachterstand Nederlands extra leerkansen te bieden onder de vorm van een taalintegratietraject. De lessen die we uit dit project trekken moeten een sterke stimulans bieden voor beter voorbereidend leesonderwijs in de Vlaamse scholen en een eerste stap vormen naar sterkere professionals op onze arbeidsmarkt.","summary":"Versterk het voorbereidend leesonderwijs voor kansarme kinderen in Vlaanderen met een praktijkgericht professionaliseringstraject voor leraren op 50 scholen. Samen met experts en leraren werken aan effectiever leesonderwijs en verbeterde leesvaardigheid.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003781","result_description":null},{"description":"Het CareForMore project heeft als doel om gerichte kennistransfer en valorisatie te bevorderen door de onderzoeksresultaten, kennis en infrastructuur van Thomas More op het gebied van zorgtechnologie aan het werkveld te demonstreren. Op deze manier streven we naar het toegankelijker maken van innovatie en het verhogen van het aantal bedrijven dat investeert in strategische vernieuwing en R&D binnen gepersonaliseerde gezondheidszorg.\n\nDankzij het CareForMore project kunnen bedrijven en organisaties op een laagdrempelige manier gebruikmaken van de uitgebreide expertise en state-of-the-art infrastructuur van Mobilab & Care. Bedrijven kunnen bij ons terecht voor het simuleren, meten en analyseren van het menselijk bewegingspatroon, het praktisch testen en valideren van orthopedische en biomedische technologie, 3D scan- en printtechnologie, meetapparatuur, exoskeletons, assistieve technologie, algoritmes, sensoren en wearables voor toepassingen in de gezondheidssector.\n\nDaarnaast beschikt Mobilab & Care over eigen ontwikkelde zorgtechnologie, databanken en softwaretools die eerder gevalideerd werden in onderzoeksprojecten.","summary":"CareForMore project van Thomas More demonstreert zorgtechnologie-expertise aan bedrijven voor innovatie en R&D in gepersonaliseerde gezondheidszorg. Mobilab & Care biedt toegang tot state-of-the-art infrastructuur voor menselijk bewegingspatroon, orthopedische technologie, 3D-printing, sensoren en meer.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003782","result_description":"Via demonstratieprojecten zoals workshops, co-creatiesessies en labtesten kunnen bedrijven en organisaties hun innovatieve producten, diensten en processen meer marktklaar maken. Dit wordt bereikt door ze heel praktijkgericht te testen met geschikte onderzoeksinfrastructuur en experts van Mobilab & Care. Daarnaast kunnen ze hun kennis verhogen over vernieuwende processen, technologieën, nieuwe doelgroepen en nieuwe product/markt-combinaties.\n\nOok worden ze ondersteund in de transitie van traditionele technieken naar digitalisatie en automatisatie. Dit omvat het opzetten van samenwerkingen voor de valorisatie van ontwikkelde zorgtechnologie bij Thomas More, die reeds gevalideerd werd in een onderzoeksproject en reeds dicht bij een mogelijke marktimplementatie staat.\n\nBovendien wordt de Mobilab & Care onderzoeksinfrastructuur verder uitgebouwd, afgestemd op de vragen van de markt."},{"description":"ICARE4CVD is een 4,5-jarig Horizon Europe project. Met een internationaal toonaangevend consortium van 34 partners, wil iCARE4CVD gevalideerde voorspellingsmodellen leveren voor een betere diagnose, risicostratificatie en voorspelling van de respons op behandeling bij hart- en vaatziekten (CardioVascular Diseases, CVD).\n\nZe zullen worden gebruikt om nieuwe zorgpaden te definiëren over het hele spectrum van CVD (d.w.z. van vroeg risico tot gevestigde hartfalen) door gebruik te maken van biomarkers en voorspellende algoritmen om veranderingen in risico te beoordelen en patiënten te stratificeren op basis van hun individuele respons op therapie.\n\nPatiëntenbetrokkenheid is essentieel bij elk onderdeel binnen het iCARE4CVD consortium.","summary":"iCARE4CVD: Horizon Europe project - geavanceerde voorspellingsmodellen voor diagnose en behandeling van hart- en vaatziekten. Patiëntenbetrokkenheid essentieel.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003783","result_description":"Mobilab & Care is verantwoordelijk voor het werkpakket waar de algoritmes met de hulp van Artificiële Intelligentie worden ontwikkeld en getest. Dit gebeurt in nauw overleg met Novo Nordisk.\n\nDaarnaast staat Mobilab & Care in voor de brugfunctie tussen de technologiepartners en de klinische partners.\n\nProjectresultaten omvatten:\n• - Verschillende wetenschappelijke artikels en onderzoeksrapporten\n• - Unieke geagregeerde databank met 1 miljoen patiënten\n• - Nieuwe AI-modellen voor de behandeling van hart- en vaatziekten\n• - Nieuwe patiëntgerichte voorspellingsmodellen voor diagnose, risicostratificatie en respons op therapie\n• - Kosteneffectieve, nieuwe patiëntgeoriënteerde en gestratificeerde zorgpaden"},{"description":"Het onderzoek 'Aerial and Airing, een gesitueerde ontwerpbenadering: in kaart brengen van milieu-data via materiaal' richt zich op de urgente en complexe kwestie van het in kaart brengen van milieugegevens binnen de Kritieke Zone, vooral door de lens van 'Lucht'. \n\nHet onderzoek stelt voor om verder te gaan dan traditionele, hiërarchische en vaak afstandelijke methoden van datavisualisatie naar meer inclusieve en participatieve raamwerken, die ruimte geven aan dialoog, cross-disciplinaire manieren van werken, en het betrekken van meer-dan-menselijke entiteiten in het ontwerpproces. \n\nHet onderzoek integreert principes van gesitueerde kennis, pedagogie en materialiteit, waarbij de nadruk ligt op het onderzoeken van materiële omstandigheden die bijdragen aan de ‘kennispraktijken’. En stelt een gesitueerde ontwerpbenadering voor, voor kunst-burgerwetenschap-wetenschap-.","summary":"Onderzoek naar milieu-data via materiële luchtperspectieven. Innovatieve aanpak voor inclusieve datavisualisatie en multidisciplinair ontwerpen. Integratie van gesitueerde kennis en materialiteit.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003784","result_description":null},{"description":"Het project MyData4OurHealth heeft als doel de beschikbare kennis rond preventie te bundelen in een toolbox van interoperabele technologieën en data. Deze toolbox moet opschaalbaar zijn naar de gehele Grensregio Vlaanderen-Nederland.","summary":"MyData4OurHealth bundelt kennis voor preventie in een schaalbare toolbox van technologieën en data voor de Grensregio Vlaanderen-Nederland.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003785","result_description":"Hieronder vindt u de opgeschoonde tekst met de juiste grammatica en zonder dubbele spaties, verdeeld in paragrafen voor verbeterde leesbaarheid:\n\n• Lijst met een basisset van variabelen voor het meten van de verschillende domeinen van welzijn, om leefstijl- en preventie-interventies in Vlaanderen en Nederland te ondersteunen.\n\n• Beschrijving van een set richtlijnen over de interoperabiliteit van gegevens rond levensstijl en welbevinden.\n\n• Een online toolbox waarmee ELSA (ethisch-juridisch-sociaal) randvoorwaarden toegepast en mogelijk gecertificeerd kunnen worden.\n\n• Een ontwerp voor een governance model dat past binnen EHDS.\n\n• Interventieprotocol om de basisset voor gezondheidsvariabelen uniform te meten in een specifieke setting.\n\n• 450 deelnemers waarvoor waarden van de variabelen geregistreerd worden tijdens deelname aan het interventieprotocol.\n\n• 3 co-creatieworkshops met de deelnemende burgers.\n\n• Een lerend netwerk met 20 organisaties.\n\n• Roadmap waarin opportuniteiten, producten, diensten en actoren benoemd worden om deel uit te maken van de waardeketen rond persoonlijke welzijnsdata in de EHDS."},{"description":"Mijn praktijkgericht onderzoek in de kunsten verbindt uiteenlopende tijdperken in de Europese geschiedenis door middel van de figuur van de Russische klok. Hierbij worden artistieke, curatoriële en theoretische methodologie gecombineerd via de raamwerken van soundscapes (Corbin 1998), Sovjet-monumentalisme (Tumarkin, 1997) en acteur-Netwerktheorie (Latour, 1996).\n\nIk stel voor dat nieuwe kruispunten tussen organologie en nieuw materialisme (Bennet, 2009) onderzocht kunnen worden door muziekinstrumenten te beschouwen als “dingen die kunnen helpen maken wat wij de samenleving noemen” (Pels, Hetherington en Vandenberghe, 2002). Als onderdeel van mijn belichaamde onderzoek ben ik ook van plan een aantal klokken, composities, artikelen en uitvoeringen te produceren. Hierbij speculeer ik op de materiële en spirituele kwaliteiten die de ‘zingende icoon’ en het politieke monument gemeen hebben.\n\nDit project onderzoekt de historische betekenis van klokken en onderzoekt hun transformatie van religieuze instrumenten naar politieke monumenten, met name tijdens de Sovjetexpansie. Door de materiële geschiedenis van klokken en hun verband met geopolitieke gebeurtenissen te onderzoeken, wil het onderzoek de politieke macht ontcijferen die in hun metalen vorm is ingebed. Het stelt de ontologische betekenissen, geschiedenis en vertakkingen van belmetalen in vraag, benadrukt hun impact op individuele en sociale relaties met monumenten, klokken en wapens en draagt bij aan een breder begrip van de Russische soundscape, de inheemse culturen en historische implicaties ervan.","summary":"Onderzoek verbindt Europese geschiedenis via Russische klok. Nieuwe kruispunten tussen organologie en materialisme onthullen politieke macht van klokken. Ontdek impact op samenleving en historische implicaties van Russische soundscape.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003786","result_description":null},{"description":"Het project zet in op ‘soft skills’. Naast andere maatschappelijke thema’s worden competenties gerelateerd aan ‘soft skills’ steeds belangrijker op de veranderende arbeidsmarkt.\n\nDe jobs van morgen vereisen een andere stijl van leidinggeven; intensiever multidisciplinair samenwerken; het vlot omgaan met de toegenomen diversiteit op de werkvloer; een groot adaptief- en leervermogen.\n\nHet beheersen van een aantal ‘soft skills’ zijn onontbeerlijk in een samenleving waarin nieuwe technologieën en digitalisering een toenemende plaats opeisen.","summary":"Ontwikkel 'soft skills' voor de toekomstige arbeidsmarkt. Leid met nieuwe stijlen, bevorder samenwerking, omarm diversiteit en stimuleer aanpassingsvermogen. Belangrijk in een digitaliserende wereld.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003787","result_description":"Hier is de opgekuiste tekst met de paragrafen:\n\n• Opleiding 07 - Omgaan met diversiteit\n• Opleiding 08 - Gender\n• Opleiding 09 - Migratie\n• Opleiding 10 - Digitaliseringskloof\n• Opleiding 11 - Mensen met een beperking\n\nWe ontwikkelen per opleiding:\n• De finale opleiding(en) zowel naar inhoud als naar vorm \n• Rapportering over het ontwikkelingsproces van de opleidingen (testing, evaluatie, bijsturing… )\n• Plan van aanpak voor de validering van de opleiding(en) bij de verschillende partners\n• Plan van aanpak voor het inbedden van de opleiding(en) in een reëel opleidingsaanbod\n\nRapportering over gerealiseerde synergiën"},{"description":"Situering\n\nExtended reality (XR) is een koepelterm voor augmented, mixed en virtual reality (Milgram & Kishino, 1994). XR-technologie is de laatste jaren bijzonder populair geworden, grotendeels dankzij de verbeterde performantie van de devices, de gebruiksvriendelijkheid en betaalbaarheid (Bower, De Witt, & Lai, 2020). Daardoor werden deze ‘immersieve technologieën’ (Slater & Wilbur, 1997) ook aantrekkelijk voor het onderwijs (Fransson, Holmberg, & Westelius, 2020; Radianti, Majchrzak, Fromm, & Wohlgenannt, 2020). Extended reality heeft immers een heel aantal voordelen of mogelijkheden voor het onderwijsleerproces (Dalgarno & Lee, 2010; Freina & Ott, 2015; Kavanagh et al, 2017; Jensen & Konradsen, 2018; Chavez & Bayonna, 2019; Papanastiaou et al., 2019, Maas & Hughes, 2020; Di Natale et al., 2020; Radianti et al., 2020):\n\n• Leerlingen kunnen zich eenvoudig verplaatsen naar verre of zelfs onbereikbare plaatsen, in het heden, verleden of de toekomst;\n• Leerlingen kunnen op een veilige manier gevaarlijke procedures oefenen in virtuele simulaties;\n• Er is een meer gepersonaliseerde leerervaring mogelijk;\n• Leerlingen zijn intrinsiek meer gemotiveerd om te leren met deze technologieën, mede dankzij het gebruik van gamification elementen, enz.\n• Verschillende reviewstudies (o.a Boel et al., 2021a; Chavez & Bayonna, 2018) wezen ook uit dat virtual reality leidt tot betere leerresultaten, zowel voor kennis als vaardigheden. Dit werd bevestigd in de meest recente meta-analyse van Wu, Yu and Gu (2020); hetzelfde geldt voor augmented reality (Papanastiaou et al., 2019; Kaplan, et al., 2020). Deze voordelen gaven ook aanleiding tot de uitwerking van een XR-Actieplan (Departement Onderwijs en Vorming, 2021), bestaande uit vier pijlers: hardware, software, professionalisering van leerkrachten en praktijkgericht onderzoek. De laatste pijler is ook het onderwerp van dit onderzoeksvoorstel.\n\nOok al heeft XR-technologie enorm veel potentieel voor het bereiken van diverse onderwijsdoeleinden, toch wijst de literatuur ook op verschillende praktische uitdagingen en theoretische hiaten.\n\n• Er is nood aan XR-leermaterialen waarvan het onderwijskundig ontwerp wetenschappelijk gefundeerd is (Boel et al, 2021b; Jensen & Konradsen, 2018);\n• Er is nood aan XR applicaties die aansluiten bij de leerdoelen: de leerinhouden van de applicaties zijn vaak niet aangepast aan de leerdoelen/eindtermen binnen het Vlaamse Onderwijs gezien deze vaak aangepast zijn op andere onderwijssystemen (o.a. Angelsaksisch);\n• Een duidelijk zicht op percepties van de leerlingen, leerkrachten en andere betrokkenen is essentieel om zicht te krijgen hoe adoptie- en implementieprocessen op te stellen (Bower et al., 2020; Boel et al., 2021b; Mütterlein & Hess, 2017; Venkatesh, Thong, & Xu, 2016) voor een effectief gebruik; XR-software\n\n• Er is nood aan begeleiding en professionalisering van leerkrachten: leerkrachten geven aan dat ze nood hebben aan training om deze nieuwe technologieën efficiënt te kunnen inzetten (Boel et al., 2021b; Kavanagh et al, 2017; Jensen & Konradsen, 2018; Chavez & Bayonna, 2018);\n• Het toepassen van XR-technologie vereist een hoge investering gezien de hoge kost van hardware, software, infrastructuur voor lokalen (Boel et al., 2021b; Kavanagh et al, 2017);\n• Het toepassen van innovatieve technologie vereist een geïntegreerde aanpak, met een ICT-beleid en een duidelijke pedagogische visie (Tondeur et al., 2008; Vanderlinde & van Braak, 2010);\n• Er is nood aan onderzoek in authentieke leercontexten: het bestaande onderzoek naar XR technologie vindt vooral plaats in labo’s en richt zich in grote mate op hoger onderwijs en professionele trainingscontexten (Freina & Ott, 2015; Chavez & Bayonna, 2019; Di Natale et al., 2020);\n• Er is nood aan kwaliteitsvolle effectiviteitsmetingen: Het bestaande onderzoek richt zich te vaak op het louter passief ‘consumeren’ van leerinhouden, terwijl deze technologieën ook kansen bieden om zelf kennis te gaan construeren in een visie van kritisch redeneren, probleemoplossend denken en computationeel denken (Jensen & Konradsen, 2018; Maas & Hughes, 2020; Di Natale, 2020).\n\nDoelstelling\n\nDe opdrachtgever (Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse overheid) had de volgende doelstellingen:\n\n• Verdere inzichten verkrijgen over de toepassing van XR in VET-onderwijs (TSO/BSO) in Vlaanderen;\n• Praktijkgerichte hulpmiddelen ontwikkelen;\n• Aanbevelingen krijgen omtrent verdere implementatie van XR in het Vlaamse onderwijs;\n• Evaluatie van XR-praktijken in Vlaams BSO en TSO;\n• Evaluatie van de acties van het XR-Actieplan: kenmerken en mechanismen, diversiteit in gebruik (leergebied/leeftijd), leraar- en schoolgebonden factoren.\n\nDat alles in functie van hulpmiddelen en beleidsaanbevelingen.","summary":"XR-technologie biedt diverse educatieve voordelen, zoals immersieve leerervaringen en betere leerresultaten. Toch zijn er uitdagingen, zoals gebrek aan wetenschappelijk gefundeerd lesmateriaal en training voor leerkrachten. Het XR-Actieplan van de Vlaamse overheid beoogt deze obstakels te overwinnen voor effectief en breed gebruik in het onderwijs.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003788","result_description":"Omwille van de waarde van de rijke data die we tijdens dit project verzamelen in combinatie met onze focus op meerdere niveaus (macro, meso en micro), stellen we meerdere vormen van valorisatie voor, die voor alle betrokken actoren relevant zijn. We vermijden daarbij overlap met bestaande initiatieven uit de andere pijlers van het XR-Actieplan:\n\n• Onderzoeksrapport voor de opdrachtgever en eventuele andere geïnteresseerde stakeholders met een vulgariserende beschrijving van het uitgevoerde onderzoek. Hierin staat ook de onderbouwde beleidsaanbevelingen, gericht naar de verschillende niveaus.\n\n• Inspiratiegids met adviezen en een stappenplan voor een succesvolle implementatie en integratie van XR-technologie binnen de verschillende niveaus. Dit aangevuld met good practices en onderbouwde beleidsaanbevelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende niveaus. Deze gids vormt een belangrijke tool voor scholen en de betrokken actoren die met XR-technologie aan de slag willen gaan. Deze gids zal publiek worden gemaakt via Klascement, maar daarnaast ook via de verschillende disseminatie-events zoals hieronder beschreven;\n\n• XR scan: sterktes en zwaktes van de school in kaart brengen om zo doeltreffend mogelijk XR technologie toe te passen. Analoog aan de SELFIE-scan willen we een scan ontwikkelen op schoolniveau die de randvoorwaarden (leiderschap, infrastructuur, opleiding van leraren, digitale vaardigheden van leerlingen en mogelijks andere) voor de succesvolle integratie en implementatie van XR-technologie in kaart brengt. Dit kan een belangrijke tool zijn voor zowel scholen die hun beleid rond XR-technologie willen evalueren, als een tool voor scholen die initiële stappen aan het zetten zijn, maar de integratie van XR-technologie nog willen uitbouwen en versterken;\n\n• Inspiratiesessies op onderwijs congressen, om ook actoren buiten ons netwerk te bereiken en te inspireren omtrent de mogelijkheden van XR en zo tot een eventuele integratie te komen;\n\n• Disseminatie-event: we voorzien op het einde van het project een groots disseminatie-event waarin we de resultaten van het onderzoeksproject voorstellen. Daarbij willen we ook de drie niveaus betrekken en stellen we de inspiratiegids en XR scan voor tijdens interactieve sessies voor de verschillende niveaus, zodat er gericht kan worden gewerkt;\n\n• De publicatie van artikels en presentaties van de onderzoeksresultaten om bij te dragen aan de hiaten zoals beschreven in vraag 10. We mikken daarbij zowel op bredere kanalen (zoals Klasse, Tijdschrift voor Lerarenopleiders, XR-nieuwsbrieven, ICT-praktijkdag, Sett…) als op wetenschappelijke media (zoals Computers and Education)"},{"description":"Dit traject omvat het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen “Image” en “Inter-Actions”, twee onderzoekseenheden binnen LUCA School of Arts, en “Urban Design, Urbanism, Landschap en planning”, onderzoekseenheid van de Faculteit Architectuur (KU Leuven).\n\nDe eerste fase van dit traject omvat het doorlopen van een residentie van telkens een maand (inclusief een workshop/seminar) bij elke onderzoekseenheid, aangevuld met een gezamenlijk eindseminar in de vorm van een ‘open school’. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke onderzoekslijn over contextuele (tijds- en locatiegebonden) creatieve praktijken.\n\nVoortbouwend op deze verbinding en de nieuwe onderzoekslijn, wordt er in de tweede fase een MSCA DN-voorstel gezamenlijk opgesteld. Dit voorstel is gericht op het creëren van een EU-breed netwerk voor doctoraatsopleidingen over contextuele creatieve praktijken, samen met andere instellingen die beschikken over relevante ervaring binnen het onderwerp.","summary":"Bevorder uitwisseling en samenwerking tussen onderzoekseenheden van LUCA School of Arts en KU Leuven voor gezamenlijke onderzoekslijn over creatieve praktijken. Doel: EU-breed netwerk voor doctoraatsopleidingen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003789","result_description":null},{"description":"Modern society heavily relies on a wide array of polymeric materials. These materials are used in various products such as textiles, packaging, household items, automotive components, as well as in more advanced applications in healthcare and electronics. Currently, the majority of these polymers are derived from fossil resources. However, there is a growing focus on polymers that come from renewable resources and their related monomers.\n\nThe transition towards a sustainable model for society presents a significant challenge for decision-makers, the scientific community, industry, and society as a whole. This shift to a new model entails a fundamental change in paradigm over the medium to long term. It involves moving away from an economy that heavily relies on fossil resources for the production of chemicals, materials, energy, and fuels, towards what is known as the bio-based economy. In this bio-based economy, a large portion of these resources are sourced from renewable feedstocks, primarily biomass.","summary":"Transition to a bio-based economy is key for a sustainable society. Shift from fossil to renewable resources for polymers is crucial for a greener future.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003790","result_description":"The main objective of this COST Action is to catalyse a synergistic approach for the whole value-chain of 2,5-furandicarboxylic acid and derivatives. The aim is to boost innovation in the current research & development (R&D) status quo and overcome the scientific, technological, and industrial limitations that hinder the wide deployment of new FDCA products developed in actual market applications.\n\nThe specific objectives include research coordination and capacity-building."},{"description":"In dit project bundelen we diverse studies rond instructiekwaliteit in het basisonderwijs. \n\nIn samenwerking met de Université de Mons ontwikkelen en toetsen we een kader en een instrumentarium voor het meten van instructiekwaliteit in de klas. \n\nDaarnaast ontwikkelen we een eerste set instrumenten waarmee op een betrouwbare en valide manier zicht kan worden verkregen op de instructiekwaliteit in lessen wereldoriëntatie in de derde graad van het lager onderwijs.","summary":"Ontwikkeling van meetinstrumenten voor instructiekwaliteit in basisonderwijs, in samenwerking met Université de Mons. Betrouwbare evaluatie van instructiekwaliteit in lessen wereldoriëntatie voor de derde graad.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003791","result_description":null},{"description":"Wijze Lessen is het best verkochte boek rond evidence-informed didactiek van de afgelopen vijf jaar in zowel Vlaanderen als Nederland.\n\nIn dit project werken we aan een update van dit boek. Het onderzoeksproject richt zich op de bouwstenen die effectief leren bevorderen door inzichten uit zowel de 'science of learning' als de 'science of instruction' te combineren.\n\nWe analyseren bestaand onderzoek om fundamentele bouwstenen te identificeren die bijdragen aan een evidence-informed onderwijspraktijk. Het project is opgedeeld in drie fasen, waarbij elke fase leidt tot publicaties die gericht zijn op verschillende doelgroepen. Deze variëren van academici tot onderwijsprofessionals.","summary":"Bestseller Wijze Lessen krijgt update over effectief leren met inzichten uit 'science of learning' en 'science of instruction'. Dit project analyseert onderzoek voor evidence-informed onderwijs. Drie fasen leiden tot publicaties voor diverse doelgroepen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003792","result_description":null},{"description":"De lijst van accordeonisten die binnen of nauw verwant zijn aan de jazzmuziek en improvisatie is niet lang. Ook is de ontwikkeling van het instrument en het repertoire nog in volle gang en kende een indrukwekkende spurt in de afgelopen 70 jaar, hoewel de onderzoeksliteratuur beperkt is en gerelateerd aan jazz zelfs afwezig is.\n\nHet ontbreken van het gebruik van het hoogontwikkelde melodiebas-systeem in de jazzmuziek en het zien van het harmonische en melodische potentieel van deze uitvinding, is mijn motivatie voor dit onderzoek. Mijn doel is om het gebruik van de accordeon door de geschiedenis van jazz en improvisatie in kaart te brengen, de rol van de linkerhand te onderzoeken en de free-bass te implementeren.\n\nVanuit het perspectief van artiesten en componisten zal ik me concentreren op de volgende onderzoeksvragen: Hoe is het instrument door de geschiedenis heen gebruikt? En hoe verhoudt het gebruik van de accordeon zich tot de andere bandleden en andere instrumenten? Hoe functioneert de standaardbas? En hoe kan het worden vertaald naar melodiebas? Welke nieuwe opties worden gegenereerd door het gebruik van melodiebas? En hoe kan het geluid van beide handen worden samengevoegd tijdens het verkennen van nieuwe wegen?","summary":"Marketingcommunicatie-samenvatting: Ontdek de evolutie van de accordeon in jazz en improvisatie, met focus op melodiebas en linkerhandrol. Onderzoek unieke klankmogelijkheden en historisch gebruik.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003793","result_description":null},{"description":"Creatie van educatieve inhoud om een aantal kritieke sociale aspecten aan te pakken die verband houden met de adoptie van automatische of semi-automatische besluitvormingsprocessen met tools die onder de brede term ‘Kunstmatige Intelligentie’ vallen.","summary":"Ontwikkel educatieve inhoud om sociale aspecten van AI-adoptie aan te pakken.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003794","result_description":null},{"description":"Een zoektocht naar alternatieve concepten van het ideale door middel van computationele fotografie.","summary":"Verken nieuwe ideeën van perfectie met computationele fotografie voor marketingcommunicatie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003795","result_description":null},{"description":"**In het kort**  \nIn dit project onderzoeken we hoe ervaringsdeskundigen – ook wel service users genoemd – actief betrokken kunnen worden in opleidingen sociaal werk. Door hun ervaringen te integreren in het onderwijs, willen we studenten beter voorbereiden op de praktijk. Het project is een samenwerking tussen onderwijsinstellingen in België, Frankrijk, Italië en Zweden en resulteerde in een online toolbox voor docenten.\n\n**De nood en relevantie**  \nSociaal werk richt zich op het ondersteunen van mensen bij het verbeteren van hun welzijn. Toch komen de stemmen van service users nog te weinig aan bod in opleidingen. Door hun perspectieven op te nemen in het curriculum, krijgen studenten meer inzicht in de leefwereld van diverse doelgroepen. Dit versterkt niet alleen empathie en inclusie, maar sluit het onderwijs ook beter aan op de noden van de praktijk.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nWe brachten bestaande praktijken in kaart via interviews en bevragingen met docenten, studenten, werkveldpartners en service users in vier landen. Op basis van deze inzichten ontwikkelden we een digitale toolbox boordevol concrete werkvormen, aandachtspunten en getuigenissen. De toolbox helpt docenten om ervaringsdeskundigheid structureel in te zetten in hun lessen. Zo dragen we bij aan een inclusiever en realistischer sociaal werkonderwijs in Europa.","summary":"Ervaringsdeskundigen versterken sociaal werkonderwijs met praktijkgerichte toolbox. Toolbox integreert service users' perspectieven in curriculum voor betere voorbereiding op praktijk. Samenwerking tussen onderwijsinstellingen in 4 landen resulteert in online docententoolbox.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003796","result_description":null},{"description":"Dit TETRA-project wil bestaande (technologische) interactietools in een living lab setting inzetten om de specifieke gemoedstoestand van personen met dementie positief te beïnvloeden. Op die manier worden interventies op het ritme van personen met dementie mogelijk gemaakt.\n\nDit zal enerzijds gebeuren door de gemoedstoestand van personen met dementie in kaart te brengen met behulp van een connectiebarometer. Anderzijds wordt er gewerkt aan het empowerment van zorgverleners. Zij zullen worden aangemoedigd om de inzet van (technologische) interactietools te evalueren op hun effectiviteit. Het doel is om een negatieve gemoedstoestand om te buigen naar een positievere gemoedstoestand bij personen met dementie.\n\nDit project zorgt voor actieve ondersteuning van zorgorganisaties en bedrijven. Het doel is om het aanbod van (technologische) interactietools te optimaliseren voor gebruik bij personen met dementie.","summary":"Verbeter de gemoedstoestand van personen met dementie met technologische interactietools in een living lab setting. Dit project helpt zorgverleners om effectieve interventies op maat te bieden en optimaliseert interactietools voor een positieve ervaring.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003797","result_description":"Resultaatsbeschrijving:\n\nDe helft van de zorgverleners in woonzorgcentra kreeg al ooit te maken met probleemgedrag bij personen met dementie, zo blijkt onder meer ook uit het PWO Agressie in de zorg. Aangezien het aantal personen met dementie in de toekomst zal toenemen, wordt verondersteld dat dit fenomeen zich vaker en vaker zal voordoen. Vlaanderen en het Brusselse Gewest tellen momenteel zo’n 141.000 mensen met dementie. Dit aantal zal volgens prognoses meer dan verdubbelen tot 283.000 tegen 2070.\n\nDementie gaat gepaard met beperkingen op somatisch, cognitief, functioneel en maatschappelijk vlak. Meer dan 90% van de personen met dementie vertoont gemoedsveranderingen en bij 65% van hen is sprake van onbegrepen gedrag. Alhoewel zorgverleners dit vaak beschouwen als ‘part of the job’, zorgt dit gedrag voor stresserende zorgmomenten en leidt het tot verhoogde werkdruk, emotionele belasting en verminderde werktevredenheid. Anderzijds heeft het ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven en het welbevinden van personen met dementie.\n\nVandaag de dag zijn er producten op de markt die op dit probleemgedrag kunnen inspelen door in te spelen op de gemoedstoestand van personen met dementie, maar deze vinden nog te weinig hun weg naar de Vlaamse woonzorgcentra. Vanuit de woonzorgcentra is de keuze om bepaalde producten aan te kopen vaak moeilijk omdat ze te weinig kennis hebben over de effectieve meerwaarde en toepassing ervan binnen hun werkcontext. Producenten van producten voor personen met dementie geven aan dat zij moeite ondervinden met het bereiken van personen met dementie en woonzorgcentra om hun producten uitgebreid te testen. Er wordt daarom vaak beroep gedaan op de expertise en het netwerk (zorgorganisaties) van kennisinstellingen om hun producten evidence based te testen bij personen met dementie. Echter, ligt het bedrag voor contractonderzoek vaak te hoog, waardoor er naar andere samenwerkingsmogelijkheden moet worden gezocht.\n\nDit TETRA-project wil de zorg en bedrijven samenbrengen om zo het gebruik van producten om de gemoedstoestand van personen met dementie te verbeteren te faciliteren. ConnectAble:\n- Deskundigheidsverhoging bij zorgverleners in WZC rond het gebruik van producten tijdens negatieve gemoedstoestanden en/of onbegrepen gedrag bij personen met dementie.\n- Ondersteuning van producenten, door hen de kans te bieden hun productaanbod evidence based uit te testen in een living lab context én door hen handvatten aan te reiken om hun producten te optimaliseren voor de doelgroep personen met dementie.\n- Ontwikkeling van een methodiek waarmee het effect van deze producten op de gemoedstoestand van personen met dementie kan worden vastgesteld.\n\nResultaten:\n\n- Opzet van een ConnectAble Living Lab netwerk: In totaal werden 8 producten geselecteerd en getest in 6 woonzorgcentra in Vlaanderen.\n- Via de in het project ontwikkelde webapplicatie werden 195 registraties uitgevoerd waarbij het effect werd nagegaan van de verschillende producten op de gemoedstoestand van personen met dementie.\n- Via de in het project ontwikkelde vragenlijst werd de testperiode en productinzet kwalitatief bevraagd via een 30tal semi-gestructureerde diepte-interviews bij zorgpersoneel in de 6 woonzorgcentra.\n- De resultaten tonen aan dat de gemoedstoestand van bewoners in 57% van de registraties licht tot heel sterk verbeterde door het gebruik van de ingezette producten.\n- In 40% van de registraties leidde het productgebruik noch tot een verbetering noch tot een verslechtering van de gemoedstoestand. Hierbij moet echter worden opgemerkt dat dit ook bewoners kan betreffen die reeds bij de start van een activiteit aangaven zich goed te voelen.\n\nDaarnaast werd generieke output ontwikkeld, zoals:\n- een flowchart voor woonzorgcentra om productgebruik en -keuze te vergemakkelijken,\n- een overzicht van de lessons learned van het onderzoeksopzet.\n- Living Lab analyse verslag per product.\n- een Living Lab protocol.\n\nProducenten van de geteste technologieën ontvingen individuele feedback en ondersteuning in de vorm van design support sessies, gebaseerd op data uit de webapplicatie en semi-gestructureerde diepte-interviews met zorgpersoneel.\n\nTegelijkertijd kende het project enkele belangrijke uitdagingen:\n- de uitvoering van het living lab vereiste een aanzienlijke tijdsinvestering van zowel het zorgpersoneel als de onderzoekers,\n- personeelswissels,\n- de timing van de living lab fase,\n- onderrapportage en dataverlies, onder meer door de gevraagde inspanningen inzake registratie in de webapplicatie.\n\nSamenvattend kan gesteld worden dat het ConnectAble-project zijn innovatiedoel grotendeels heeft behaald. Het leverde relevante methodieken, tools en inzichten op, en slaagde erin samenwerking te faciliteren tussen zorg, technologie en onderzoek. De structurele integratie van technologie in de dagelijkse zorgpraktijk blijft echter een aandachtspunt, net als het verzamelen van betrouwbare objectieve gegevens en het garanderen van langdurige betrokkenheid van zorgverleners."},{"description":"Dit project vertrekt vanuit het gegeven van een natuurreservaat en meer specifiek vanuit drie nauwkeurig geselecteerde (ex-)natuurreservaten, als casestudies.\n\nHet onderzoek start op de site van het eerste natuurreservaat ter wereld, Walton Hall in het VK, waar zich momenteel een luxueuze, private golfclub op heeft gevestigd.\n\nDe tweede casestudie richt zich op Groot Schietveld Antwerpen, dat momenteel de functie natuurreservaat combineert met die van een militair domein.\n\nTen derde, wordt De Zegge in Geel onderzocht, dat wordt beschouwd als het eerste natuurreservaat van Vlaanderen.\n\nHet project wil de politieke, sociale en militaire controle over deze domeinen en hun actoren blootleggen, en reflecteren over de historische en hedendaagse impact van imperialistische systemen.\n\nVanuit de vaststelling dat natuurreservaten erg gelaagde entiteiten zijn, onderzoekt dit project hoe deze gelaagdheden (van historische, sociale, politieke en ecologische aard) gedeeld kunnen worden via een beeldend werk.\n\nMeer specifiek, gaat het na hoe het medium fotografie (met zijn complexe geschiedenis en specifieke relatie tot het landschap), kan ingezet worden om deze stukken land te representeren op een manier die recht doet aan hun meerduidigheid en inherente tegenstrijdigheden.","summary":"Verken politieke, sociale en militaire invloeden op natuurreservaten via fotografie van geselecteerde casestudies in VK, Antwerpen en Vlaanderen. Reflecteer op historische en hedendaagse impact.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-003798","result_description":null},{"description":"Hulpmiddelen en aanpassingen stellen personen met een beperking in staat om toch zo zelfstandig mogelijk probleemactiviteiten uit te voeren of maken de zorgverlening door derden een stuk efficiënter en comfortabeler.\n\nHet wordt steeds moeilijker om assistentie en zorgpersoneel te vinden en de facturen van zorgaanbieders (vb. RVT’s) worden steeds duurder. Het belang van het vergoeden van alternatieve oplossingen zoals hulpmiddelen en aanpassingen neemt dus alleen maar toe.\n\nEr is nood aan een realistisch stappenplan, gebaseerd op voldoende objectieve gegevens, voor de uitbouw van een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid binnen de Vlaamse bevoegdheden.\n\nDe algemene onderzoeksdoelstelling is om potentiële noden naar hulpmiddelen bij verschillende doelgroepen te identificeren om vervolgens op basis hiervan een mogelijk stappenplan uit te werken om binnen de Vlaamse bevoegdheden een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid in de toekomst te realiseren.\n\nDe onderzoeksdoelstelling is tweeledig namelijk: 1) Het kwantificeren van noden bij verschillende doelgroepen met verschillende beperkingen (gehoor, visus, motoriek, cognitie, …) en dit in verschillende domeinen (ADL, communicatie, wonen, …). 2) Haalbare en relevante stappen identificeren die opeenvolgend geïmplementeerd kunnen worden.\n\nOp die manier kunnen er handvaten aangereikt worden om een oplossing binnen de Vlaamse overheid te realiseren op langere termijn, rekening houdend met de geldende bevoegdheidsverdelingen.","summary":"Vergoeding van hulpmiddelen en aanpassingen is essentieel vanwege schaarste aan zorgpersoneel en stijgende zorgkosten. Een realistisch stappenplan op basis van objectieve data is nodig voor een leeftijdsonafhankelijk hulpmiddelenbeleid in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-THM","dosp_id":"DOSP-VHR-003799","result_description":"Onderzoeksrapport\n\nHet onderzoeksrapport begint met een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Deze samenvatting biedt een overzicht van de onderzoeksvraag, methodologie, resultaten en conclusies van het onderzoek. Het is bedoeld om lezers een snel inzicht te geven in de belangrijkste aspecten van het onderzoek.\n\nNa de samenvatting volgt een inleiding waarin de context en het doel van het onderzoek worden toegelicht. Hier wordt beschreven waarom het onderzoek is uitgevoerd en wat de relevantie ervan is. Ook worden de onderzoeksvraag en de opzet van het onderzoek besproken.\n\nVervolgens worden de gebruikte methoden en technieken van het onderzoek beschreven. Hier wordt uitgelegd hoe de data zijn verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Het is belangrijk om transparant te zijn over de methodologie, zodat de lezers de validiteit en betrouwbaarheid van de resultaten kunnen beoordelen.\n\nDaarna worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd en geanalyseerd. Hier worden de belangrijkste bevindingen uit de data besproken en geïnterpreteerd in het licht van de onderzoeksvraag. Grafieken, tabellen of andere visuele hulpmiddelen kunnen worden gebruikt om de resultaten duidelijk weer te geven.\n\nTot slot worden de conclusies van het onderzoek getrokken. Hier worden de antwoorden op de onderzoeksvraag gegeven en wordt ingegaan op de implicaties van de resultaten. Ook worden aanbevelingen voor vervolgonderzoek of praktijktoepassingen geformuleerd."},{"description":"**In het kort**  \nIn samenwerking met partners zoals Kompas, Licht en Liefde, GTB, I-mens, Ryhove en Corbit ontwikkelt Arteveldehogeschool ondersteunende initiatieven voor een inclusieve digibank. Die richt zich specifiek op personen met een beperking. Met drie concrete werkpakketten wil de hogeschool bijdragen aan een kwaliteitsvolle implementatie.\n\n**De nood en relevantie**  \nHoewel digitale dienstverlening toeneemt, blijven veel mensen met een beperking digitaal uitgesloten. De nood aan toegankelijke ondersteuning groeit, zeker nu e-inclusie steeds meer een basisvoorwaarde wordt voor maatschappelijke participatie. De expertise van Arteveldehogeschool op vlak van onlinehulp biedt een waardevolle meerwaarde voor dit project.\n\n**Van aanpak tot impact**  \nDe bijdrage van de hogeschool bestaat uit consultgesprekken met de projectcoördinator, een lerend netwerk voor digibuddies en intervisies voor beroepskrachten, en cliëntreizen om gebruikservaringen in kaart te brengen en tussentijds te evalueren. Deze werkpakketten versterken de samenwerking tussen hulpverleners, vrijwilligers en cliënten. Zo draagt dit project bij aan meer digitale zelfredzaamheid en inclusie voor personen met een beperking. Tegelijk helpt het kennis te ontwikkelen over duurzame digitale ondersteuning in welzijn en zorg.","summary":"Arteveldehogeschool ontwikkelt samen met partners een inclusieve digibank voor mensen met een beperking. Concrete werkpakketten bevorderen digitale zelfredzaamheid en inclusie, met focus op duurzame digitale ondersteuning in welzijn en zorg.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003801","result_description":null},{"description":"Hoe zet je patiënten in psychiatrische zorg aan tot meer beweging? Dit project biedt praktische tools en inspiratie om gezondheidsbeleid in psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen te versterken.\n\nIn dit project onderzoeken we hoe psychiatrische ziekenhuizen (PZ) en psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) hun preventief gezondheidsbeleid, met de focus op bewegen, kunnen versterken. Met behulp van een zelfaudittool en inspiratiegids faciliteren we instellingen bij het optimaliseren van hun beleid met als doel het bevorderen van een actiever leefpatroon bij patiënten zowel tijdens hun verblijf in de psychiatrische zorginstelling als na ontslag.\n\nDe nood en relevantie Patiënten in psychiatrische zorg hebben vaak complexe gezondheidsproblemen die hen belemmeren om fysiek actief te zijn. Daarnaast hebben bepaalde behandelingen (al dan niet farmacologisch) een nefaste invloed op beweging. Desalniettemin kan eer beweging essentieel zijn om hun (mentale) gezondheid te bevorderen.\n\nInvesteren in gezondheidsbevordering en ziektepreventie en specifiek aanzetten tot bewegen in psychiatrische zorginstellingen is echter cruciaal voor het reduceren van comorbiditeiten en het optimaliseren van het fysiek en psychisch welzijn van patiënten. Beweging is namelijk een essentieel onderdeel van een gezonde levensstijl en draagt bij aan mentale en emotionele veerkracht.\n\nZorgprofessionals en organisaties spelen een sleutelrol in het implementeren van een gezonde levensstijl. Ondanks duidelijke voordelen blijft gezondheidsbevordering en ziektepreventie vaak onderbelicht. Belangrijke obstakels zijn het gebrek aan een theoretisch kader, effectieve interventies, kwaliteitscriteria en tools voor duurzame implementatie. Dit project speelt hierop in met een praktische en wetenschappelijk onderbouwde aanpak.\n\nVan aanpak tot impact: \nMethodologie: Ontwikkelen van een zelfaudittool en inspiratiegids via literatuurstudie, expertenbevraging en actie-onderzoek in zes psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen. \nResultaten: Een beschrijving van het huidige preventief beleid 'as is'; een inspiratiegids voor verbetering én beleidsaanbevelingen gebaseerd op good practices. \nImpact: Het project ontwikkelt hulpmiddelen die gericht zijn op de implementatie van thematisch preventief en gezondheidsbevorderend beleid binnen de psychiatrische zorg.","summary":"Stimuleer beweging bij psychiatrische patiënten met praktische tools en inspiratie voor gezondheidsbeleid in zorginstellingen. Onderzoek en implementeer met zelfaudittool en richtlijnen voor actiever leefpatroon, cruciaal voor fysiek en mentaal welzijn.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-003802","result_description":null},{"description":"Zwemmen is een essentiële vaardigheid die bijdraagt aan de fysieke gezondheid en cruciaal is voor de persoonlijke veiligheid. Duurzame zwemvaardigheid vereist een systematische en langdurige aanpak. Zonder regelmatige oefening verliezen jongeren techniek en vertrouwen.\n\nIn Vlaanderen groeit de bezorgdheid over de afname van zwemvaardigheden bij jongeren. Experts wijzen op 'zwemarmoede', waarbij onvoldoende zwemvaardige jongeren opgroeien tot volwassenen die geen zwemlessen voor hun kinderen organiseren, wat een vicieuze cirkel creëert. Hoewel zwemvaardigheden zijn verankerd in de Vlaamse onderwijsdoelen voor het basisonderwijs, signaleren steeds meer scholen dat het moeilijker wordt om kinderen op school te leren zwemmen. Directies en leerkrachten ervaren drempels die hen dwingen in te boeten op zwemtijd en kwaliteit.\n\nHet project 'Swim for Life' ontwikkelt duurzame oplossingen om basisscholen te ondersteunen bij het behalen van de onderwijsdoelen zwemmen. Er wordt onderzocht in hoeverre deze doelen worden bereikt en of ze kinderen voorbereiden op veilig zwemmen in open water. In cocreatie met alle betrokkenen worden succesfactoren geïdentificeerd om kwalitatief schoolzwemmen te versterken.\n\nHet project resulteert in een objectieve dataset over schoolzwemmen, beleidsaanbevelingen, leermaterialen met praktische richtlijnen voor scholen en Vlaamse lerarenopleidingen, navormingen en een brede disseminatie van de onderzoeksresultaten. ‘Swim for Life’ streeft naar een duurzame verankering van zwemonderwijs binnen het bestaande gezondheidsbeleid van scholen zodat elke leerling de kans krijgt om zich tot een competente zwemmer te ontwikkelen.","summary":"Zwemmen is cruciaal voor gezondheid en veiligheid. 'Swim for Life' helpt basisscholen met effectief zwemonderwijs, beleidsaanbevelingen en leermaterialen. Het doel is duurzame zwemvaardigheid voor elke leerling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-003803","result_description":"Binnen deze PWO-sprint streven we naar de volgende output:\n\n1) Een dataset met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens over de behaalde onderwijsdoelen zwemmen in Vlaanderen en succesfactoren die hieraan bijdragen (product) (alle doelgroepen).\n\n2) Eindrapport met beleidsadvies voor de betrokken beleidsmakers binnen schoolzwemmen (product) (beleid: Vlaamse Overheid/MOEV, onderwijskoepels, lokale overheden, Vlaamse Zwemfederatie).\n\n3) Praktisch leermateriaal met richtlijnen, adviezen en een stappenplan voor kwalitatief schoolzwemmen gericht op het behalen van de onderwijsdoelen (product) (Howest en peers: studenten Vlaamse lerarenopleidingen).\n\n4) Publicaties van de onderzoeksresultaten (persbericht, artikel Klasse/BVLO tijdschrift) om het werkveld en brede publiek te informeren (product) (werkveld, brede publiek).\n\n5) Workshops en navormingen op verschillende niveaus om de onderzoeksresultaten breed te verspreiden (proces) (werkveld: directies en leerkrachten; onderwijskoepels: pedagogisch begeleiders; lectoren lerarenopleidingen Vlaanderen breed).\n\nKorte termijn:\n\n- Beleidsmakers zijn zich bewust van de noodzaak om blijvend in te zetten op kwalitatief zwemonderwijs en gebruiken het adviesrapport om de realisatie van de onderwijsdoelen zwemmen mee te faciliteren.\n\n- De onderzoeksresultaten worden geïntegreerd in de Vlaamse lerarenopleidingen.\n\n- Scholen passen de verworven inzichten en succesfactoren binnen het schoolzwemmen toe, waardoor de kwaliteit van het zwemonderwijs stijgt en de onderwijsdoelen effectiever worden behaald.\n\nMiddellange termijn:\n\n- Scholen integreren een doordacht zwembeleid binnen het bestaande gezondheidsbeleid van de school.\n\n- Meer leerlingen behalen de onderwijsdoelen zwemmen, inclusief de vereiste vaardigheden voor open water zwemmen.\n\n- Beleidsmakers nemen maatregelen zoals financiële ondersteuning of infrastructuurinvesteringen om schoolzwemmen toegankelijker te maken."},{"description":"Bij de productie van kaviaar bij AquaBio moeten rijpe steuren lange tijd in een afzwemsysteem verblijven om ongewenste grondsmaak uit de eitjes te verwijderen. Dit leidt tot hoog waterverbruik en risico op productverlies.\n\nDit onderzoek evalueert de toepassing van de geavanceerde eAOP®-technologie van Exciton om het afzwemproces efficiënter te maken. De focus ligt op het verkorten van de zuiveringstijd, het verminderen van waterverbruik en het garanderen van productkwaliteit.\n\nDaarnaast wordt de nauwkeurigheid van een on-site analyzer voor geosmine en 2-MIB getest. Het onderzoek onderzoekt de veiligheid, efficiëntie en economische haalbaarheid van deze innovaties binnen de kaviaarproductie.","summary":"Verhoog de efficiëntie van kaviaarproductie met Exciton's eAOP®-technologie. Kortere zuiveringstijd, minder waterverbruik en behoud van productkwaliteit. Onderzoek naar innovaties voor veiligheid en economische haalbaarheid.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003805","result_description":null},{"description":"Uitgangssituatie:\nOndanks een sterke traditie in aquacultuuronderzoek aan de Vlaamse onderwijs- en praktijkinstellingen, blijft de omvang van de sector beperkt. Toch biedt aquacultuur de mogelijkheid om te voldoen aan de vraag naar duurzame, lokale en gezonde producten (European Commission Directorate-General for Maritime Affairs and Fisheries, 2021) vooral in Vlaanderen waar de sector aanzienlijk groeipotentieel heeft (Europese Commissie, 2022).\n\nInitiatieven komen moeizaam van de grond, en eens genomen worden ze gestaakt, zoals Aqua4C NV en Fish2BE NV. Het struikelblok blijkt vooral te liggen bij het maken van economisch preferentiële keuzes. Initiatiefnemers beschikken meestal over aanzienlijke technische en biologische kennis en passie, maar ontbreken vaak de nodige economische expertise. Waar financiële middelen doorgaans voldoende beschikbaar zijn in de agrovoedings-industrie (FiCompass, 2020), ondervindt de aquacultuursector aanzienlijke moeilijkheden bij financiering, wat naar verwachting nog zal toenemen gezien recente sluitingen. Er is een dringende behoefte aan het in kaart brengen van het economisch potentieel van aquacultuur om de ondernemersrisico's te beperken. Ondernemers moeten ondersteuning krijgen op technisch, economisch, marketing-, management-, duurzaamheidsgebied. Het is essentieel om, bij de start van een bedrijf, een robuust verdienmodel te ontwerpen en om de effecten van design- en proceskeuzes op de bedrijfsrendabiliteit zo adequaat mogelijk in beeld te brengen.\n\nInnovatieve karakter van het project:\nDit project wil handvaten aanreiken zodat aquacultuurbedrijven hun rendabiliteit kunnen verbeteren via gepaste keuzes. Innovatief is dat designkeuzes, procesoptimalisatie en vermarkting samen worden bekeken in een verdienmodel perspectief. Concrete invulling wordt gegeven aan het project door de teelt van Lota lota in een RAS-opstelling onder Vlaamse omstandigheden. Deze soort hanteren we als case omwille van het aangetoonde aanzienlijke potentieel (Vlaams Infocentrum Land- en tuinbouw, 2016; Adriaen et al., 2019).\n\nDe onderzoeksvragen zijn:\n- Hoe haken verschillende keuzes inzake product, biologie, RAS-design, vermarkting, etc. op elkaar in?\n- Welke zijn de meest gevoelige parameters en welke marges voor economische optimalisatie zijn er?\n- Waar zitten de hefbomen om de rendabiliteit te verbeteren?\n- Hoe robuust, of risico-gevoelig, zijn de preferentiële bedrijfskeuzes?\n- Hoe kan meer toegevoegde waarde worden gecreëerd en hoe werkt dit in op het verdienmodel?","summary":"Aquacultuur biedt groeipotentieel in Vlaanderen. Ondernemers hebben behoefte aan economische expertise voor duurzame bedrijfsvoering. Dit project focust op verbetering van rendabiliteit door design, proces en vermarkting te optimaliseren.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-003806","result_description":null},{"description":"Met deze financiering richt het kenniscentrum Immersive Lab een Creative AI Sandbox op. Deze stimuleert de allernieuwste AI-production-workflows, waarbij we traditionele audiovisuele en immersieve content kunnen creëren met laagdrempelige AI-tools.\n\nDankzij deze uitbreiding kan het Immersive Lab zijn R&D-functie blijven vervullen voor de creatieve sector (media, productiehuizen, design en eXtended Reality) en laagdrempelige oplossingen bedenken voor arbeidsintensieve production-workflows. Hiermee kan de Vlaamse creatieve industrie revolutionaire generative AI-technologieën implementeren – zoals text-to-image / text-to-video (=tekstprompt omzetten in foto/video), realtime AI, NeRFs (=2D foto’s omzetten in 3D-object) en AI motion capture – en zo een voortrekkersrol vervullen op internationaal niveau.\n\nVia een uitgebreide werkveldbevraging bij de Vlaamse creatieve sector werden urgente noden en drempels vastgesteld die de implementatie van generative AI verhinderen in hun organisatie. De Vlaamse creatieve industrie wil revolutionaire AI-technologieën implementeren – zoals generative AI (=tekstprompt omzetten in foto/video), NeRFs (=2D foto’s omzetten in 3D-object) en AI motion capture – en zo een voortrekkersrol vervullen op internationaal niveau.\n\nWe gaan zelf geen ML algoritmes from stratch trainen, maar via diverse onderzoeksprojecten, zoals Creative AI (HBC.2023.0063) en Proeftuin Media XR&5G (HBC.2020.2561), willen we bruikbare kennis en handvaten aanreiken. De voornaamste drempels zijn dat deze kmo’s door snelle technologische evoluties, gebrek aan R&D-afdelingen en dure state-of-the-art infrastructuur (zoals computationele rekenkracht, fotogrammetrie en mocap suits) deze kwalitatief uiteenlopende AI-toepassingen niet zelf ten gronde kunnen testen en de meerwaarde ervan beoordelen voor innovatieve en efficiëntere production workflows die minder arbeidsintensief zijn.","summary":"Met financiering van het kenniscentrum Immersive Lab wordt een Creative AI Sandbox opgericht. Hiermee kunnen AI-production-workflows worden gestimuleerd voor het creëren van audiovisuele en immersieve content met laagdrempelige AI-tools. Dit helpt het Immersive Lab om R&D-functies te vervullen voor de creatieve sector en innovatieve AI-technologieën zoals text-to-image, NeRFs en AI motion capture te implementeren.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003813","result_description":null},{"description":"Helaas kan ik je niet helpen met het verbeteren van de tekst, omdat de oorspronkelijke tekst niet in het Nederlands is. Als je een andere tekst hebt die ik kan helpen verbeteren, laat het me dan gerust weten!","summary":"Krachtige marketingcommunicatiesamenvatting in 200 tekens: Communiceer effectief met jouw doelgroep door relevante en boeiende content te delen op diverse kanalen.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-003814","result_description":null},{"description":"Personen met dementie ervaren vaak voedingsproblemen zoals bijvoorbeeld het niet herkennen van voedsel, moeite met eten, verminderde eetlust en slikproblemen. Deze problemen kunnen leiden tot gewichtsverlies, infecties en malnutritie, wat de kwaliteit van leven en gezondheid aanzienlijk beïnvloedt.\n\nOnderzoek toont aan dat zowel thuiswonende als in residentiële voorzieningen verblijvende ouderen met dementie een hoog risico op malnutritie hebben. Het betrekken van mantelzorgers bij de maaltijdbegeleiding kan helpen, maar zij ervaren vaak stress en een gebrek aan ondersteuning.\n\nEr is behoefte aan educatief materiaal voor mantelzorgers om hun kennis en vaardigheden te versterken, wat kan bijdragen aan een betere maaltijdzorg en een hogere levenskwaliteit voor personen met dementie. Storytelling kan hierbij een effectieve methode zijn om complexe informatie toegankelijk te maken en praktische tips te bieden. In dit onderzoek willen wij de bestaande kennis rond maaltijdbegeleiding bij dementie samenbrengen met de ervaringen van personen met dementie en mantelzorgers én extra informatie van experten uit het werkveld.","summary":"Educatief materiaal voor mantelzorgers kan maaltijdzorg bij dementie verbeteren, levenskwaliteit verhogen. Storytelling biedt praktische tips en toegankelijke informatie. Samenvoegen van kennis, ervaringen en expertise voor effectieve begeleiding.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-003815","result_description":null},{"description":"In Vlaanderen wordt gewerkt aan inclusief onderwijs, waarbij elke leerling kan leren en participeren in een school naar keuze. Inclusief onderwijs gaat verder dan fysieke toegankelijkheid en richt zich op een veilige leeromgeving waarin alle leerlingen, inclusief die met specifieke onderwijsbehoeften, gelijkwaardig kunnen deelnemen. Cruciale principes hierbij zijn onvoorwaardelijk inschrijvingsrecht, kwaliteitsvol onderwijs en multidisciplinaire samenwerking. Ouders spelen een sleutelrol in dit proces, maar onderzoek toont aan dat de samenwerking tussen ouders en scholen niet vanzelfsprekend is, met name door eenzijdige verwachtingen en deficit-denken over ouders en kinderen.\n\nHet praktijkgericht onderzoek richt zich op de eerste graad van het secundair onderwijs, een cruciaal transitiemoment. Het doel is om het partnerschap tussen ouders en scholen te versterken door rollen, noden en verwachtingen in kaart te brengen en Communities of Practice (CoP) als leervorm te verkennen. In een CoP werken ouders, leerkrachten en andere betrokkenen samen aan gedeelde uitdagingen, wat wederzijds leren en gedeelde verantwoordelijkheid stimuleert.\n\nHet onderzoek wordt uitgevoerd in twee fasen. In het eerste jaar worden via surveys, focusgroepen en interviews inzichten verzameld over drempels, verwachtingen en ervaringen. In het tweede jaar worden concrete acties ontwikkeld en geïmplementeerd in vier scholen, waarbij interprofessionele samenwerking en wederzijdse betrokkenheid centraal staan. De resultaten zullen bijdragen aan een beter begrip van effectieve samenwerkingspraktijken en handvaten bieden voor andere scholen.","summary":"Verbeter de samenwerking tussen ouders en scholen in Vlaanderen voor inclusief onderwijs in de eerste graad van het secundair onderwijs. Gebruik Communities of Practice om partnerschap te versterken en effectieve samenwerkingspraktijken te ontwikkelen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003816","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject kadert in een onderzoekslijn waarin duurzame inzetbaarheid van leraren en beleidsmedewerkers in onderwijs centraal staat. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan wat er nodig is om leraren en beleidsteams duurzaam inzetbaar te houden tijdens veranderingsprocessen.\n\nHet innovatieve element bestaat erin dat de voorwaarden voor duurzame inzetbaarheid (sterktes inzetten, toekomstperspectief en ambitie) van elk lid van het veranderteam eerst in kaart worden gebracht en dat die factoren in de ontwikkeling van het verandertraject worden geïntegreerd.\n\nMethodologisch wordt er een iteratief ontwerpproces gevolgd, waarin het maken van system maps (systemic thinking) een onderdeel is. Concreet wordt dit proces doorlopen met vier scholen die eerst hun beginsituatie in kaart brengen en dan begeleid worden in een kleiner veranderingstraject.\n\nVervolgens doorlopen de vier scholen een groter veranderingstraject, dat ze zelf leiden en waarin ze door de onderzoekers worden gecoacht. Vanaf de beginsituatie wordt er een modeltraject voor verandering uitgewerkt dan na elke fase wordt geëvalueerd.\n\nIn de laatste fase wordt het materiaal ontwikkeld om teams te ondersteunen in het gebruik van het modeltraject. De resultaten van het onderzoek worden geïntegreerd in het aanbod levenslang leren van UCLL en gepubliceerd op een website.\n\nZe vormen de basis om een internationaal consortium te verzamelen rond duurzaam schoolbeleid.","summary":"Onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van leraren en beleidsmedewerkers in onderwijs, met focus op behoud tijdens veranderingsprocessen. Innovatief door integratie van individuele sterktes, toekomstperspectief en ambitie in verandertrajecten. Resultaten worden gedeeld op website en dienen als basis voor internationaal consortium duurzaam schoolbeleid.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003817","result_description":null},{"description":"ChatGPT maakte Generatieve AI brandend actueel en zet de maatschappij en het onderwijs op stelten. Vooral in het vreemdetaalonderwijs vrezen onderzoekers en leerkrachten dat AI de voorwaarden van een op groei gerichte leercultuur onderuit kan halen. Door hun doen en denken uit te besteden aan AI worden deze leerlingen verhinderd om diep te leren én creëert er zich een illusie van taalvaardigheid. Dit risico is vooral groot voor novice learners, die – in tegenstelling tot expert learners – nog geen solide kennisbasis of metacognitieve denkvaardigheden hebben ontwikkeld.\n\nDaarnaast bestaat de vrees dat leerlingen te afhankelijk worden van AI, waardoor ze bepaalde taalvaardigheden onvoldoende automatiseren. Ook de motivatie om vreemde talen te willen leren komt onder druk te staan.\n\nAI is here to stay; het negeren of weren is niet opportuun. Meer zelfs, wanneer doelgericht ingezet, biedt AI (leer)voordelen voor zowel leerkrachten als leerlingen. Veel vreemdetaalleerkrachten willen of zijn er zelf(s) mee aan de slag, maar weten alleen (nog) niet (voldoende) hoe AI optimaal in te zetten in hun les. Ook leerlingen zoeken naar inzicht in AI en de impact ervan op hun welbevinden.\n\nIn dit onderzoek brengen we wetenschappelijke inzichten samen en gaan de onderzoekers samen met teams van leerkrachten aan de slag om na te gaan hoe AI in het middelbaar vreemdetaalonderwijs ingezet kan worden zodat het de leercultuur ondersteunt. Doorheen het onderzoek leren leerkrachten en leerlingen op een verantwoorde manier AI implementeren zodat het effectief een bondgenoot wordt van de leercultuur eerder dan dat de leercultuur onder druk komt te staan. We reiken kennis over AI en inzichten in verantwoord AI-gebruik aan en dagen leerkrachten uit om zich de rol van ontwerper aan te meten.\n\nDoor de vinger aan de pols te houden bij leerlingen en leerkrachten gaan we na hoe het ontwerp- en implementatietraject impact had op de leercultuur en de AI self-efficacy van leerkrachten. We stimuleren future (AI) literacy en reflecteren over de potentiële evolutie van het vreemdetaalcurriculum op (middel)lange termijn.","summary":"AI in vreemdetaalonderwijs: integratie voor leerwinst. Onderzoek toont AI-voordelen voor leerlingen en leerkrachten. Bevorder leercultuur met verantwoord AI-gebruik en stimuleer AI-literacy voor toekomstig succes.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003818","result_description":null},{"description":"Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) lijden bijna 3,5 miljard mensen wereldwijd aan mondziekten, waarbij tandbederf (cariës) en tandvleesontsteking de meest voorkomende aandoeningen zijn die rechtstreeks het gevolg zijn van het niet adequaat verwijderen van tandplaque. Mensen kunnen perfect zelf tandplaque wegpoetsen mits een goede instructie en educatie, maar ze zijn zich niet steeds bewust van de aanwezigheid en schadelijkheid van tandplaque. Als dit onzichtbare laagje bacteriën tijdig verwijderd wordt door tandenpoetsen kan er geen schade optreden.\n\nOok zelfevaluatie blijkt moeilijk te zijn. De mondzorgprofessionals kunnen aan bewustmaking en educatie doen, maar zijn slechts beperkt beschikbaar: lange wachttijden bij tandartspraktijken en patiëntenstops bij tandartsen in Vlaanderen belemmeren de (preventieve) mondzorg, wat de nood aan een eenvoudige, laagdrempelige zelfevaluatiemethode vergroot.\n\nHet doel van het project is om volwassenen een eenvoudig middel te bieden om zelf in te schatten wat de status is van hun mondhygiëne. Dit project ontwikkelt de \"ToothBooth\", een innovatieve photobooth met een fluorescentiecamera die onzichtbare tandplaque zichtbaar maakt. De ToothBooth is een autonoom functionerend zelfevaluatie-instrument. Gebruikers kunnen een foto maken, hun mondhygiëne evalueren en persoonlijke adviezen ontvangen gebaseerd op hun tandplaqueprofiel. Hierbij wordt ook de eerder ontwikkelde e-learningmodule uit PWO Filling the Gap ingezet om kennis en vaardigheden aan te leren voor een beter mondzorggedrag.\n\nDe ToothBooth richt zich in de eerste fase op de doelgroep volwassenen tussen 18 en 46 jaar. Deze doelgroep is enerzijds gelijklopend aan het voorgaande PWO Filling the Gap waarop PWO FLARE verder bouwt. Anderzijds wordt de doelgroep uitgebreid tot 46 jaar omdat vanaf 46 de gebitssituatie vaak complexer wordt met prothetische restauraties, waardoor er meer tandartsbezoeken nodig zijn met hoger oplopende kosten. Personen vanaf 18 jaar profiteren van de preventieve zorg die vóór die leeftijd is geboden, waardoor ingrijpende restauratieve of prothetische behandelingen als gevolg van verminderde zorg na hun 18e zijn voorkomen.\n\nDe ToothBooth wordt in dit project uitgetest bij volwassenen tot 46 jaar, in een volgende fase kan deze uitgebreid worden naar jongeren als volwassenen ouder dan 46 jaar. De ToothBooth zorgt door het maken van een eenvoudige foto door een visualisatie (in het rood) van de eigen mondhygiëne met hieraan direct gekoppeld advies op maat.\n\nDe impact van de ToothBooth is merkbaar op drie niveaus: individueel, organisatorisch en maatschappelijk. Individueel stimuleert de ToothBooth inzicht en actie dankzij de confrontatie met de hoeveelheid tandplaque en de feedback afhankelijk van het profiel de kennis, houding en vaardigheden rondom mondhygiëne. Binnen organisaties kan het fungeren als eyecatcher in gezondheidscampagnes als een laagdrempelige manier om aan gezondheidsbevordering te doen. Maatschappelijk verlaagt betere preventie de druk op mondzorgprofessionals, creëert ruimte voor preventieve zorg en vermindert kosten door minder complexe behandelingen.","summary":"Ontwikkel de \"ToothBooth\" om mondgezondheid te verbeteren. Innovatieve photobooth met fluorescentiecamera maakt tandplaque zichtbaar voor zelfevaluatie. Persoonlijk advies en e-learning bevorderen mondzorggedrag. Geschikt voor volwassenen tot 46 jaar, met impact op individueel, organisatorisch en maatschappelijk niveau.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003819","result_description":null},{"description":"De recente bloei van generatieve AI (GenAI) brengt grote uitdagingen met zich mee voor het hoger onderwijs. Enerzijds leidt GenAI tot veranderingen in de jobinvulling van verschillende beroepen. GenAI kan taken ondersteunen of zelfs overnemen, en inspiratie bieden waarop professionals vervolgens verder kunnen werken aan oplossingsstrategieën. Deze veranderingen hebben ook invloed op de doelen van het hoger onderwijs, aangezien studenten worden voorbereid op het toekomstige werkveld.\n\nAnderzijds heeft GenAI ook effect op het onderwijs- en leerproces. GenAI kan snel kwaliteitsvolle antwoorden suggereren op complexe vragen. Voor studenten die nieuw zijn in het vakgebied, vereist dit echter een tijdsintensief en arbeidsintensief leerproces om dergelijke antwoorden zelf te kunnen genereren. Het is dan ook niet verrassend dat studenten gebruik maken van GenAI. Dit gebruik kan zowel het leerproces bevorderen als ondermijnen.\n\nHet is een uitdaging voor het (hoger) onderwijs om GenAI op een doordachte manier in te zetten, zodat studenten daadwerkelijk leren wat we willen dat ze leren. Het is belangrijk dat studenten de controle behouden over hun eigen leerproces en niet afhankelijk worden van GenAI.","summary":"GenAI transformeert hoger onderwijs en beroepen door taken te ondersteunen en inspiratie te bieden. Uitdaging: Studenten voorbereiden op toekomstig werkveld en balans vinden met GenAI voor effectief leren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003820","result_description":null},{"description":"Voedselproductie in Europa steunt op het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen om de voedselopbrengst op peil te houden. Deze gewasbeschermingsmiddelen zijn echter ook een grote bron van vervuiling, verantwoordelijk voor de verontreiniging van water, de bodem en de lucht. Ze leiden tot het verlies van biodiversiteit en het gebruik ervan leidt uiteindelijk ook tot resistente plaagorganismen.\n\nDe landbouw is veruit de grootste gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen (94% in 2019) en is dus zeer bepalend voor het totale gebruik. Er is dus een hoge nood om een shift te maken van chemische pesticiden naar biologische alternatieven. Europa heeft als doel het gebruik en het gevaar van chemicaliën en gevaarlijkere pesticiden in de landbouw tegen 2030 met 50% te verminderen.\n\nKaaswei of melk kan dienen als biologisch alternatief voor pesticiden, zo blijkt uit praktijkervaringen van fruit-, groente- en siertelers die hun gewassen ermee behandelen tegen verschillende schimmels. Dit gebruik is echter nog experimenteel en niet wijdverspreid. Tegelijkertijd zoeken zuivelbedrijven naar nuttige toepassingen voor kaaswei, dat vaak als afvalstroom met kosten wordt beschouwd. Een bredere en consistentere inzet van kaaswei kan daarom zowel de landbouw verduurzamen als de economische stabiliteit van zuivelbedrijven verbeteren.\n\nIn dit project willen we verschillende wei-types verder karakteriseren en hun effect op schimmels of bacteriën op laboschaal onderzoeken. Zo kunnen we bepalen welke componenten in wei verantwoordelijk zijn voor de schimmelwerende of antimicrobiële werking. Het project streeft naar duurzamere landbouwpraktijken door het verminderen van chemische pesticiden en biedt economische voordelen voor zuivelbedrijven door een nuttige toepassing te vinden voor kaaswei. Via verdere praktijktesten en een economische haalbaarheidsstudie zal de effectiviteit en toepasbaarheid van deze biologische alternatieven onderzocht worden.","summary":"Shift van chemische naar biologische pesticiden: Onderzoek naar kaaswei als duurzaam alternatief. Vermindert chemische vervuiling, verhoogt biodiversiteit en biedt economische kansen voor zuivelbedrijven. Efficiëntie en haalbaarheid worden getest voor duurzame landbouwpraktijken.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003821","result_description":null},{"description":"De transitie van een lineaire economie die draait op fossiele grondstoffen naar een circulaire biogebaseerde economie is een prioriteit voor verschillende beleidsdomeinen in Vlaanderen. Grondstoffen dreigen schaars te worden door de wereldwijde bevolkingsgroei en toenemende welvaart.\n\nOp het vlak van duurzaamheid biedt de lokale valorisatie van verschillende biomassareststromen heel wat opportuniteiten. De reststromen zijn veelzijdig inzetbaar, periodiek ter beschikking, hernieuwbaar en biologisch afbreekbaar. Daarnaast moet er ook ingezet worden op de valorisatie van nieuwe, innovatieve gewassen die tegemoetkomen aan de toenemende klimaatwijziging.\n\nEr stellen zich echter ook nog heel wat uitdagingen bij het sluiten van de kringloop op beleidsmatig, economisch en operationeel vlak. Als gevolg van onder andere hun beperkt productievolume kennen deze biomassareststromen tot op vandaag geen of een beperkte, kleinschalige toepassing als onbewerkte component in diervoeding, als meststof of als grondstof voor energie.\n\nDoorbraken in nieuwe toepassingen blijven soms ook uit omdat de vraag ontoereikend is of omdat regelgeving voor hindernissen zorgt. Toch beschikken deze reststromen over voldoende potentieel om ze te gebruiken voor diverse toepassingen in onder andere voeding, cosmetica, landbouw en de medische sector.\n\nBinnen dit project wordt er ingezet op de winning en valorisatie van hoogwaardige bioactieve componenten uit biomassareststromen of nieuwe teelten. De vraag naar bioactieve componenten met een antioxidatieve (bijvoorbeeld Co-enzym Q in huidverzorgingsproducten) of antimicrobiële werking (bijvoorbeeld thymol in ontsmettingsmiddelen) is enorm toegenomen vanwege hun positieve gezondheidseffecten en hun potentieel om chemisch gesynthetiseerde producten te vervangen.\n\nAls doelgroep wordt er enerzijds gericht op bedrijven die kampen met biomassareststromen en op zoek zijn naar een hoogwaardige valorisatie. Dit kan gaan van zaden (zoals deder, hennep,…) tot stengels (zoals hopranken, brandnetel,…) en pulp (zoals bietenpulp, koffiegruis,…). Anderzijds wordt er ook gericht op bedrijven in sectoren waar deze bioactieve componenten een meerwaarde kunnen betekenen, zoals de landbouwsector (biopesticiden/biostimulantia), cosmetische sector (actief ingrediënt) en medische sector.\n\nDit project draagt bij aan een van de krachtlijnen die centraal staat in het actieplan ‘voedselverlies en biomassa-reststromen circulair 2021-2025’ van de Vlaamse overheid, namelijk inzetten op een meer hoogwaardige valorisatie van biomassareststromen. Enerzijds richt dit project zich op het duurzame aspect door waardevolle componenten te extraheren uit plantaardige reststromen en nieuwe gewassen die momenteel nog maar een beperkte toepassing hebben. Anderzijds moet het ook economisch rendabel zijn. In die context is het van belang om te zoeken naar actieve componenten met potentieel voor meerwaardecreatie.","summary":"Win en valoriseer hoogwaardige bioactieve componenten uit biomassareststromen voor diverse toepassingen in voeding, cosmetica en meer. Een duurzaam én economisch rendabel project in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003822","result_description":null},{"description":"Het monetaire en financiële systeem heeft een aanzienlijke impact op economie en maatschappij, maar is weinig transparant en moeilijk te begrijpen. Er is een groeiende bezorgdheid over de werking van dit systeem, dat vaak gezien wordt als een \"black box\", die quasi oncontroleerbaar is. Er is echter weinig aandacht voor alternatieven en verbetering. Momenteel vertoont het systeem tekenen van instabiliteit, met hoge inflatie, economische terugval, en onhoudbare praktijken zoals financiële bubbels en crises.\n\nDit project richt zich op het bevorderen van het begrip van het monetair-financiële systeem bij burgers, ondernemers en overheid (de doelgroep), door middel van toegankelijke kennis, debat, en samenwerking. Het beoogt een bottom-up benadering waarbij de doelgroep betrokken wordt bij het ontwerpen van een nieuw systeem. Dit zal gebeuren door (i) kennis te delen, (ii) visies te vormen, verdiepen en verbinden, en (iii) door vereniging een collectieve kracht te mobiliseren om een toekomstbestendig en apolitiek systeem te creëren.\n\nDit PWO wil (i) een kennisleemte vullen (leren HOE het monetair-financieel systeem werkt i.t.t. met het systeem leren werken) en (ii) een aanzet aan het debat in Vlaanderen geven. Het meest innovatieve van het project situeert zich in de aanpak die ernaar streeft (iii) bottom-up vanuit een democratische vertegenwoordiging van het volk een monetair-financieel systeem te ontwikkelen dat (iv) de huidige politieke voorkeuren ‘oordeelloos’ omvat en overstijgt. Wat tevens de hoofdonderzoeksvraag is waaruit we vertrekken.\n\nWe kiezen voor ontwerpgericht wetenschappelijk onderzoek met een pilot. Het eindresultaat is een praktische gids over de aard van het huidige monetair-financieel systeem, en een collectieve impactmethodiek waarmee burgers, ondernemingen en overheden zich kunnen verenigen en een stem hebben in de evolutie van het financieel-monetair systeem. Het gaat om een generieke methode (met draaiboek) die in dit domein wordt ingezet en ook in andere transitiedomeinen kan ingezet worden.","summary":"Bevorder begrip van financieel systeem, betrek doelgroep bij ontwerp van nieuw systeem, via kennisdeling, debat en samenwerking. Generieke methode voor collectieve impact en democratische ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003823","result_description":null},{"description":"Veel kmo's met een innovatieve mindset, maar beperkte AI-kennis, voelen zich door fear of missing out (FOMO) verplicht om mee te gaan in de hype rond generatieve AI (GenAI). Hierdoor worden systemen zoals ChatGPT Team of Copilot for Microsoft 365 vaak impulsief aangeschaft, zonder grondige evaluatie (Mohanty, 2023). Deze aanpak negeert het belang van een diepgaande analyse om te bepalen of een aangekocht systeem daadwerkelijk aan de verwachtingen voldoet en daarmee de investering waard is (een tijdsinvestering in het geval van gratis tools).\n\nDit probleem is vooral relevant bij GenAI-systemen gebaseerd op Large Language Models (LLM's), waarvan de output open-ended is. Deze systemen leveren geen eenduidige antwoorden, maar genereren outputs die variëren afhankelijk van de taak, zoals het schrijven van teksten (Duranton, 2024). Dit maakt de evaluatie complex, omdat traditionele kwantitatieve evaluatiemethoden uit de machine learning, zoals precisie en recall, onvoldoende rekening houden met de kwalitatieve aspecten van de output.\n\nMomenteel evalueren gebruikers deze systemen vaak op basis van een eerste indruk of gevoel – een zogenaamde vibe check (Dunlap et al., 2024). Hoewel begrijpelijk, is dit 'gevoel' een beperkte aanpak. Gebruikers schrijven een systeem of prompt regelmatig te snel af bij tegenvallende resultaten, vaak omdat deze slechts op ad-hoc en beperkte basis zijn getest. Dit leidt tot onjuiste conclusies en gemiste kansen, terwijl de effectiviteit van een systeem sterk afhankelijk is van de specifieke taak, context en toepassing.\n\nDit project ontwikkelt een holistisch evaluatiekader dat niet-technische eindgebruikers in kmo's helpt om de prestaties van GenAI-systemen systematisch te beoordelen. Het kader toetst de open-ended output van deze systemen aan specifieke taken, verwachtingen en vooraf gedefinieerde voorbeeldantwoorden. Hierdoor krijgen eindgebruikers niet alleen inzicht in één aspect van de prestaties, maar kunnen ze het systeem en de bijhorende prompts op meerdere dimensies analyseren. Het kader biedt concrete handvatten om afwijkingen van de gewenste resultaten te identificeren en te begrijpen.\n\nDoor deze gestructureerde aanpak krijgen bedrijven een genuanceerd beeld van de sterke en zwakke punten van een AI-configuratie, wat leidt tot beter geïnformeerde beslissingen. Met dit project kunnen kmo's hun investeringen in GenAI optimaliseren en tools selecteren die beter aansluiten bij hun specifieke bedrijfsdoelen. Dit voorkomt verspilling, verhoogt de productiviteit, en versterkt het vertrouwen in generatieve AI-technologie als duurzame oplossing.","summary":"Verbeter de evaluatie van GenAI-systemen voor kmo's met een holistisch kader dat prestaties systematisch beoordeelt. Optimaliseer investeringen en selecteer tools die passen bij bedrijfsdoelen, voor meer productiviteit en vertrouwen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003824","result_description":null},{"description":"Ongeveer 64% van de personen tussen 16 en 69 jaar in België heeft ooit seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) meegemaakt (Keygnaert et al., 2021). Het vormt een actueel probleem in de samenleving, dat ook vaak voorkomt op muziekevenementen en festivals (Hill et al., 2019; Pernecky et al., 2019).\n\nUit onderzoek en praktijk blijkt dat traditionele methoden zoals flyers en meldnummers er niet altijd in slagen om jongeren effectief te sensibiliseren. Technologie kan een brug slaan naar een interactieve en toegankelijke aanpak, die de drempel verlaagt om over moeilijke thema’s te informeren en te sensibiliseren. Dit project speelt in op actuele wetenschappelijke trends door een innovatieve, gamified mobiele kiosk te ontwikkelen als antwoord op het gebrek aan moderne tools om jongeren op hun maat en in hun context te sensibiliseren en ondersteunen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG).\n\nHet onderzoeksproject omvat in de eerste fase co-creatiesessies met experts uit het werkveld, beleidsmakers en jongeren waar gamified situaties worden gecreëerd vanuit gekende methodologieën zoals o.a. het Sensoa-vlaggensysteem (kleurcodes groen tot rood helpen om diverse situaties in te schatten). De situaties worden zo ontworpen dat ze niet alleen inzicht bieden, maar ook de mogelijkheid bieden om de vaardigheden te stimuleren om te reageren op deze situaties. Het beoordelen van de situatie door middel van een kleur wordt gevolgd door interactieve elementen zoals bijvoorbeeld het omstaanderprincipe, gekoppeld aan reflectiemogelijkheden: “Hoe zou jij hier reageren?”, “Wat denk je dat een goede oplossing zou zijn?”, “Op welke manier zou je hiermee omgaan?”. Tijdens het spel krijgen ze onmiddellijke feedback.\n\nIn een tweede fase wordt het spel op niveau van een mobiele kiosk ontwikkeld via gamification technieken en iteratie met de doelgroep. Hierdoor sluit de inhoud naadloos aan bij de realiteit van festivalgangers en jongeren en kunnen de resultaten door onderzoekers geïnterpreteerd worden.\n\nDe flexibel inzetbare kiosk richt zich op groepen van 2 tot 6 personen en gebruikt spelelementen om deelnemers in de huidige setting (bijvoorbeeld festivalsfeer) spelenderwijs kennis te laten maken met normen en waarden rond SGG. Deelnemers krijgen de keuze om na het festival meer informatie te ontvangen zoals tips, resultaten of doorverwijsadressen.","summary":"Ontwikkel een gamified mobiele kiosk om jongeren op maat te sensibiliseren over seksueel grensoverschrijdend gedrag op muziekevenementen en festivals. Interactieve situaties en directe feedback helpen vaardigheden te stimuleren en normen te begrijpen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003826","result_description":null},{"description":"Het BOA-decreet van 3 mei 2019 gaat vanaf 2026 in en beschrijft de voorwaarden waaraan de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten vanaf 2021 moet voldoen.\n\nDit nieuwe decreet en het bijbehorende inspiratiekader formuleren geen specifieke verwachtingen met betrekking tot natuurbeleving. Dit was de aanleiding voor het project BOANa1 (2023-2024).\n\nDe buitenschoolse opvang biedt een uitgelezen kans om kinderen dagelijks in contact te brengen met de natuur. Vanuit ons Onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk wilden we in BOANa1 de urgentie en het belang van natuurbeleving in de buitenschoolse opvang aantonen bij beleid en praktijk. Daarom hebben we een uitgebreide systematische review uitgevoerd over de sterk onderbouwde voordelen van natuurbeleving voor schoolgaande kinderen, inclusief stadskinderen. Deze review is terug te vinden in het onderzoeksrapport ‘Elk kind recht op natuur?’.\n\nDe resultaten van de literatuurstudie zijn te vinden in het onderzoeksrapport met als DOI: 10.13140/RG.2.2.28690.98248. Deze vier argumenten vormen de basis van het vervolgonderzoek BOANa2 (2024-2025) samen met een schaal of continuüm en zeven criteria die we hebben ontwikkeld in BOANa1.\n\nIn BOANa2 zijn we bezig met het ontwerpen van een praktisch bruikbaar zelfevaluatie-instrument om natuurbeleving te integreren in de dagelijkse werking van de stedelijke buitenschoolse opvang. De doelgroep van dit instrument bestaat uit bovenlokale netwerken, BOA-organisatoren, teams en regionaal ondersteuners van de buitenschoolse opvang.\n\nWe zullen de bruikbaarheid en effectiviteit van dit instrument toetsen bij beleid en praktijk via vier gebruikersgroep bijeenkomsten en een aantal interviews met ondersteuners en experts. Het project richt zich op het implementeren van een gedragen visie rond natuurbeleving, het stimuleren van samenwerking met partners en het ondersteunen van een kader voor duurzame ontwikkeling door en voor de praktijk. Op deze manier kunnen buitenschoolse opvangvoorzieningen natuurbeleving behouden, stimuleren en integreren in hun dagelijkse werking.","summary":"Ontdek de voordelen van natuurbeleving in buitenschoolse opvang met project BOANa1 en BOANa2. Ontwikkel zelfevaluatie-instrumenten en stimuleer samenwerking voor duurzame ontwikkeling.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003827","result_description":"De systematische review toont aan dat natuurbeleving een positieve impact heeft op de gezondheid en het welzijn, de ontwikkeling, de spelkwaliteit en de natuurverbondenheid en duurzame ontwikkeling van schoolgaande (stads)kinderen.\n\nIn dit onderzoek ontwerpen we een instrument dat de integratie van natuurbeleving in de buitenschoolse opvang faciliteert. Dit instrument heeft als doelgroep de buitenschoolse opvang (zowel bovenlokale netwerken als organisatoren, teams en ondersteuners).\n\nWe toetsen het instrument van bij het begin af bij geleid en praktijk via 'testgroep' bijeenkomsten."},{"description":"Het gebrek aan samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals leidt tot suboptimale, gefragmenteerde zorg. Bovendien worden personen met zorg- en ondersteuningsnoden en informele zorggevers meestal niet meegenomen als evenwaardige partners in de samenwerking. Sinds 2020 is Vlaanderen opgedeeld in 60 eerstelijnszones (incl. Brussel) die als doelstelling hebben samenwerking te stimuleren. De eerstelijnszones ontwikkelden dan ook een verscheidenheid aan acties, van netwerklunches over interprofessionele opleidingen en lokaal casusoverleg tot eerstelijnsnetwerken.\n\nDe achterliggende doelen, aanpak en impact van die acties variëren sterk, maar daar hebben we momenteel nog geen systematisch zicht op. Verschillende eerstelijnszones vroegen dan ook reeds ondersteuning in de zoektocht naar hoe ze samenwerking kunnen stimuleren. De doelen van dit vraaggestuurde, praktijkgerichte onderzoek zijn daarom (1) om diepgaand zicht op te krijgen op de doelen, aanpak en impact van de reeds gehanteerde acties, en (2) ondersteuningspakketten te ontwikkelen voor eerstelijnszones om hierin te verbeteren.\n\nHet onderzoek bouwt voort op een voorbereidende fase (2024-2025), waarin reeds een documentanalyse en bevraging van de 60 eerstelijnszones plaatsvindt m.b.t het stimuleren van samenwerking. Op basis hiervan wordt een typologie opgesteld die de verscheidenheid aan acties toont. Tijdens het PWO (2025-2027) worden de verschillende actietypes diepgaander in kaart gebracht m.b.t. doelen, aanpak en impact door middel van verdere documentanalyse, interviews en praktijkobservaties. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar het evalueren van de effectieve impact van de acties, zodat zichtbaar wordt welke acties daadwerkelijk hun mogelijke doelen bereiken.\n\nVervolgens faciliteren en evalueren we co-creatietrajecten bij zowel eerstelijnszones die nog maar weinig (impactvolle) actietypes inzetten als bij eerstelijnszones die al verder staan, om voor beide types eerstelijnszones ondersteuningspakketten te ontwikkelen. Zo dragen we bij tot slagkrachtige eerstelijnszones en de effectieve realisatie van samenwerking.","summary":"Verbeter de zorgsamenwerking in Vlaanderen door eerstelijnszones te ondersteunen. Ontwikkel samenwerkingspakketten op basis van diepgaand onderzoek naar doelen, aanpak en impact van bestaande initiatieven. Co-creatie met verschillende zones bevordert effectieve samenwerking.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003828","result_description":null},{"description":"Digitale media en jonge kinderen zijn een complex thema. Digitale media maken deel uit van de leefwereld van jonge kinderen, maar tegelijk is er veel angst rond het gebruik van digitale media door jonge kinderen.\n\nDe afgelopen drie jaar hebben we het thema digitale media en jonge kinderen (0-6 jaar) op verschillende vlakken belicht. Het onderzoeksproject DIGIPED wilde de omgang met digitale media in de opvang van kinderen tussen 0 en 6 begrijpen om vanuit dat inzicht het handelingsrepertoire van kinderbegeleiders te versterken.\n\nUit dat onderzoek kwam naar voren dat kinderbegeleiders digitale media bij voorkeur zo ver mogelijk weg willen houden van jonge kinderen. Deze voorkeur hangt samen met maatschappelijke onrust en een maatschappelijk oordeel over het gebruik van digitale media bij kinderen, evenals met de uitdagingen om digitale media op een zinvolle manier te integreren in de dagelijkse activiteiten.\n\nToch bleek dat digitale media redelijk intensief worden gebruikt, vooral voor de registratie van de verzorging van kinderen en de communicatie met ouders. In het vervolgonderzoek DIGIPIP hebben we ons gericht op het digitale mediagebruik voor de registratie van zorg en de communicatie met ouders.\n\nHet doel van dat project was om te begrijpen hoe het gebruik van digitale media voor registratie en communicatie in de opvang van jonge kinderen de zorg en de communicatie met ouders vormgeeft. De voorlopige resultaten van dat onderzoek geven aan dat digitale media een impact hebben op het dagelijks leven in de praktijk van de kinderdagverblijven.\n\nWe hebben veel kennis verzameld over de plaats van digitale media in de opvang van jonge kinderen. De inzichten uit het DIGIPED-onderzoek zijn verwerkt in een boek en hebben de basis gelegd voor een vorming voor teams in de kinderopvang. Tegelijkertijd constateren we dat er nog lacunes zijn in onze kennis over hoe we de pedagogische praktijk in de opvang van jonge kinderen kunnen versterken.\n\nEr ontbreekt nog kennis over het gebruik van digitale media in de omgang en het aanbod voor kinderen (spelen op de vloer), over de pedagogische omgang met digitale media voor registratie en communicatie, en ten slotte over visie-ontwikkeling bij teams. Het vervolgproject wil de bestaande kennis uit DIGIPED en DIGIPIP integreren en aanvullen met nieuwe kennis.","summary":"Optimaliseer digitale mediagebruik voor jonge kinderen (0-6 jaar) in opvang. Onderzoek en implementeer bewuste, mediawijze strategieën en materialen voor registratie, communicatie en pedagogiek. Zorg voor praktische handvatten en goede praktijken voor pedagogisch ondersteuners en kinderopvangteams. Gebruik inzichten uit DIGIPED en DIGIPIP voor effectieve integratie van digitale media.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003829","result_description":"Twee wetenschappelijke artikels.\n\nMateriaal voor het opzetten van een ondersteuningstraject rond digitale media (vorming)."},{"description":"Achtergrond:\nOuderschap is een veelzijdige verantwoordelijkheid die ouders niet alleen positioneert als opvoeders maar ook als individuen met uiteenlopende rollen. Recent onderzoek toont aan dat Vlaamse ouders ondanks hun inzet vaak emotionele uitputting en druk ervaren door de vele eisen van het ouderschap.\n\nIn de literatuur en praktijk worden ouders vaak primair benaderd vanuit het perspectief van het kind, terwijl erkenning voor hun eigen noden ontbreekt. Daarbovenop vergroot het discours van de eerste 1000 dagen en de maatschappelijke verwachting dat \"goed\" ouderschap maakbaar is, gevoelens van falen en stress bij ouders. Vooral bij ouders uit kwetsbare groepen, zoals alleenstaande ouders of ouders in armoede, is er nood aan erkenning van hun persoonlijke uitdagingen.\n\nBegrippen zoals ouderparticipatie en pedagogisch partnerschap onderstrepen het belang van samenwerking, maar hoe deze samenwerking concreet wordt ingevuld, is niet altijd duidelijk.\n\nDoelstelling:\nInzicht verwerven in de manier waarop ouders van jonge kinderen (0-3 jaar) worden benaderd binnen zorg, welzijn en onderwijs. Door deze dynamiek beter te begrijpen, willen we bijdragen tot een aanpak die aandacht heeft voor de noden, behoeften en uitdagingen van ouders als individu. Dit moet leiden tot een aanpak die zowel ouders als kinderen ten goede komt en de zorg duurzaam verbetert.\n\nOnderzoeksvragen:\nIn welke mate en op welke wijze worden ouders als volwaardige partners in de samenwerking of als objecten van zorg benaderd binnen zorg, welzijn en onderwijs? Deelvragen zijn:\n\n1. Hoe kan oudergerichtheid gedefinieerd worden vanuit het perspectief van ouders en (toekomstige) professionals en welke aspecten worden als meest essentieel beschouwd?\n2. Hoe ervaren ouders en professionals hun samenwerking en welke specifieke dynamieken komen daarbij naar voren?\n3. Welke factoren bevorderen of belemmeren een oudergerichte aanpak volgens ouders en professionals?\n4. Welke aanbevelingen en strategieën kunnen worden ontwikkeld om een oudergerichte mindset en aanpak binnen zorg, welzijn en onderwijs te implementeren?\n\nMethode:\nHet project is opgezet in drie fasen, waarbij een mix van kwantitatieve en kwalitatieve methoden ingezet wordt. De eerste fase maakt gebruik van een Delphi survey om oudergerichtheid te definiëren volgens de inzichten van ouders (met kinderen tussen 0-3 jaar oud), professionals en studenten binnen de gezondheids-, sociale- en onderwijsdomeinen.\n\nIn de tweede fase worden drie Photovoice-trajecten georganiseerd waarin ouders en professionals uitgenodigd worden om samen te reflecteren over hun ervaringen in de samenwerking. Dit geeft inzicht in de dynamieken binnen de ouder-professionalrelatie. Daarnaast willen we factoren die een oudergerichte aanpak belemmeren dan wel bevorderen identificeren.\n\nTen slotte formuleren we op basis van deze inzichten concrete beleidsaanbevelingen en strategieën voor het implementeren van een oudergerichte aanpak in de eerste levensjaren van het kind.","summary":"Ouders ervaren emotionele uitputting en druk door de vele eisen van ouderschap. Een oudergerichte benadering is essentieel. Onderzoek focust op de samenwerking tussen ouders en professionals om de zorg duurzaam te verbeteren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003830","result_description":null},{"description":"De hervorming van het Vlaamse secundair onderwijs heeft het beroepsonderwijs ondergebracht binnen de finaliteit Arbeidsmarkt. In deze studierichtingen is de verstrengeling tussen arbeidsmarkt en onderwijs erg zichtbaar. Denk maar aan de inrichting van vakken, de plaats van het werkplekleren, de samenwerking met actoren uit de arbeidsmarkt en vakleerkrachten die voor hun overstap lang in de beroepspraktijk hebben gestaan (of nog deeltijds staan).\n\nDe arbeidsmarkt fungeert binnen de studierichtingen in de arbeidsmarktgerichte finaliteit als doelstelling (doordat de arbeidsmarktgerichte studierichtingen leerlingen voorbereiden op de 'arbeid' van een bepaald beroep), maar ook als middel (stages en werkplek(ken) bezetten een belangrijke plaats in het curriculum) én als criterium (de manier waarop arbeid zich vandaag organiseert, bepaalt de manier waarop scholen hun studierichting vormgeven).\n\nZowel in de vakinhoudelijke als de vakdidactische conceptvorming van een arbeidsmarktgerichte studierichting, is het concept 'arbeidsmarkt' bijgevolg prominent aanwezig. Toch is de context waarbinnen dat gebeurt uiteindelijk steeds die van een school, een pedagogisch project, een didactisch concept en vakdidactische scenario's.\n\nDit onderzoeksproject laat zich leiden door de vraag op welke manier deze setting de verhouding tussen de arbeidsmarkt en het traject van de leerlingen bepaalt. Om met deze onderzoeksvraag aan de slag te gaan, vertrekt het project van de driehoek leerstof (zijnde dat wat geleerd wordt door leerlingen en onderwezen wordt door leerkrachten binnen een bepaalde studierichting van de arbeidsmarktgerichte finaliteit), arbeid (zijnde het concrete werk dat men doet geassocieerd met de naamgevende specifieke component van de studierichting) en arbeidsmarkt (zijnde de context waarop leerlingen voorbereid worden en waarin ze op basis van hun diploma tewerkgesteld kunnen worden).\n\nDe onderzoekshypothese van het project is dat 'arbeid' binnen deze driehoek een fundamentele pedagogische en (vak)didactische positie inneemt, als dat wat ter tafel gelegd wordt in de arbeidsmarktgerichte studierichtingen. De arbeid verschijnt in een schoolse context als een geheel van praktische handelingen gelinkt aan concreet, specifiek materiaal. En het verschijnt tegelijk als een menselijke activiteit, waarmee men uiteindelijk een tewerkstelling kan vinden in de hedendaagse arbeidsmarkt, maar die op school wordt ingeoefend in een (vak)didactisch 'bewerkte', beschermende setting die dus niet integraal samenvalt met diezelfde markt. (Masschelein, J. & Simons, M. (2012))\n\nMet dit project willen we de manier waarop arbeid geplaatst is tussen leerstof enerzijds en arbeidsmarkt anderzijds praktijkgericht onderzoeken. Hiertoe volgen we een viervoudig traject. In een deskresearch fase verdiepen we ons in de pedagogisch-didactische en praktijkgericht-vakdidactische literatuur met focus op beroepsonderwijs, en bestuderen we Vlaamse curricula & beleidsdocumenten, exemplarisch voor geselecteerde studierichtingen.\n\nIn een tweede fase (fieldresearch) engageren we ons voor een empirisch traject met etnografische observaties in de geselecteerde studierichtingen, informele gesprekken gelinkt aan de observaties en interviews met diverse relevante actoren. Vervolgens analyseren we het geheel van de verzamelde data via een masterdocument, dat in een derde fase (design-based research) de basis vormt voor inspirerend materiaal voor leerkrachten en lerarenopleiders.\n\nIn een vierde fase (disseminatie en valorisatie) zorgen we voor een nationale en internationale verspreiding van de projectresultaten en werken we aan het laten landen van het materiaal binnen de beroepsgerichte schoolpraktijk, de lerarenopleiding en eventueel andere beroepsgerichte opleidingen in het hoger onderwijs. Voor de field-research fase zullen we samenwerken met drie secundaire scholen waar studierichtingen worden aangeboden binnen de arbeidsmarktgerichte finaliteit.\n\nHet projectteam zal bestaan uit een kernteam enerzijds en een breder team van projectmedewerkers anderzijds. In een eerste projectjaar zal het kernteam de deskresearch fase voor haar rekening nemen en in het volgende projectjaar zal het kernteam versterkt worden door projectmedewerkers die in het kader van de fieldresearch telkens een traject binnen een welbepaalde studierichting voor hun rekening zullen nemen. De derde en de vierde onderzoeksfase zullen het kernteam en de brede kring van projectmedewerkers voor hun rekening nemen.","summary":"Onderzoek naar de relatie tussen arbeidsmarkt en onderwijs in Vlaamse beroepsonderwijs. Focus op studierichtingen, pedagogiek, en praktijk. Data-analyse leidt tot materiaal voor leraren en opleiders. Verspreiding en implementatie in onderwijspraktijk.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003831","result_description":null},{"description":"Sterk leesonderwijs heeft baat bij een stevige start. ‘Het Leesoffensief Onderwijs 2.0’ (Vlaamse Overheid, 2023) formuleerde vier aanbevelingen, waaronder het centraal zetten van ‘de grote 5’ van lezen: fonemisch bewustzijn, phonics, vloeiend lezen, woordenschat en tekstbegrip. Deze aanbevelingen hebben één gemene deler: ze benadrukken het grote belang van vroege geletterdheid.\n\nBovendien stellen de nieuwe minimumdoelen Nederlands voor het kleuteronderwijs hogere eisen aan de taalbeschouwelijke basiskennis van kleuters in functie van beginnende geletterdheid. Het communicatieve aspect wordt daarbij niet aan de kant geschoven. Het is de bedoeling dat de kleuters ‘inzicht in het taalsysteem toepassen in communicatieve situaties’, bijvoorbeeld wanneer ze luisteren naar verhalen, wanneer ze ‘lezen’ of ‘schrijven’.\n\nIn de praktijk stellen we echter vast dat heel wat kleuterleerkrachten en leerkrachten van het eerste leerjaar het moeilijk vinden om aandacht voor taalbeschouwelijke basiskennis krachtig te integreren in betekenisvolle activiteiten. Het zijn vaak óf elementgerichte activiteiten rond woorden, klanken en/of letters, óf betekenisvolle taalactiviteiten met te weinig aandacht voor specifieke voorbereidende lees- en schrijfvaardigheden.\n\nDaarom willen we samen met leerkrachten van de kleuterklassen en de eerste graad lager onderwijs de brug maken en onderzoeken hoe we taalbeschouwelijke basiskennis krachtig kunnen integreren in betekenisvolle (voor)lees- en schrijfactiviteiten. Hoe kunnen we een krachtige én-én-aanpak vormgeven?\n\nOm op deze uitdagende vraag rijke, concrete antwoorden te geven vormen we samen met leerkrachten een professionele leergemeenschap. Daarbij kiezen we voor Lesson Study, een concrete gezamenlijke onderzoeksmethode in de klascontext, waarbij samen lessen worden ontworpen, uitgetest, geobserveerd en bijgestuurd. In dit project brengen we onderzoeksgeïnformeerde inzichten en ervaringen uit de klaspraktijk samen om te komen tot krachtige didactieken die leiden tot effectieve praktijken in klassen en scholen. Dit proces doorlopen we als onderzoekers in permanente verbinding met leerkrachten uit het kleuter- en lager onderwijs.","summary":"Het project 'Leesoffensief Onderwijs 2.0' van de Vlaamse Overheid benadrukt het belang van vroege geletterdheid door 'de grote 5' van lezen te centreren. Samen met leerkrachten wordt taalbeschouwelijke basiskennis geïntegreerd in betekenisvolle (voor)lees- en schrijfactiviteiten door middel van Lesson Study.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003832","result_description":null},{"description":"Opleidingen tot kinderbegeleider zetten tegenwoordig sterk in op werkplekleren. Binnen duaal leren verwerven kinderbegeleiders in opleiding zelfs het grootste deel van de beroepscompetenties op de werkplek. Ook de toename van zij-instromers in de kinderopvang vergroot het aandeel van leren op de werkvloer.\n\nMet dit onderzoek willen we werkplekken ondersteunen om die grote(re) verantwoordelijkheid in het leerproces op een kwalitatieve manier in te vullen. Eerst voeren we een gerichte literatuurstudie uit om (succes)factoren te onderscheiden die bijdragen aan werkplekleren. Vervolgens gaan we met die inzichten aan de slag in de praktijk en zoeken we door middel van actieonderzoek in verschillende opvanglocaties naar praktijken die werkplekleren kunnen versterken.\n\nDe focus ligt daarbij enerzijds op het mentorschap en de noodzakelijke voorwaarden daartoe en anderzijds op kwaliteitsverbetering. Op basis van het voorgaande formuleren we twee centrale onderzoeksvragen: 1. Hoe kunnen werkplekken werkplekleren versterken? 2. Hoe kan werkplekleren werkplekken versterken?","summary":"Onderzoek ondersteunt werkplekken bij versterken van werkplekleren voor kinderbegeleiders, met focus op mentorschap, kwaliteitsverbetering en succesfactoren.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-003833","result_description":"De onderzoeksoutput bestaat uit een eindrapport dat te lezen is als een antwoord op de onderzoeksvragen. Het bevat ook een inspiratiegids met concrete praktijken om werkplekleren in de Vlaamse kinderopvang te versterken."},{"description":"Jeugdvoetbalspelers en hun coaches staan onder druk door o.a. prestatiedruk, sociale verwachtingen en de balans tussen sport en school. Deze uitdagingen beïnvloeden niet alleen prestaties, maar ook de mentale gezondheid van spelers. Veerkracht, oftewel het vermogen om om te gaan met stress en tegenslagen, is hierbij cruciaal. Dit project richt zich op voetbalcoaches als sleutelfiguren om de veerkracht van jonge spelers (10-14 jaar) proactief te versterken. Door eenvoudige en schaalbare tools te ontwikkelen, ondersteunt het project coaches bij het integreren van veerkracht in dagelijkse trainingen. Dit is belangrijk omdat mentale vaardigheden vaak worden onderschat of reactief worden ingezet na problemen. De doelgroep bestaat uit jeugdspelers, coaches en ouders. De interventies zijn toegankelijk en toepasbaar, ongeacht de middelen of grootte van de club.\n\nIn een eerste fase onderzoekt het project bestaande best practices en verzamelt inzichten via interviews met spelers, ouders en coaches. Vervolgens worden in samenwerking met clubs en stakeholders praktische interventies ontwikkeld en getest in zogenaamde Living Labs. Deze aanpak, gericht op co-creatie, biedt schaalbare en toegankelijke tools voor alle soorten voetbalclubs. De resultaten breed verspreid via innovatieve kanalen, zoals storytelling en samenwerkingen met bestaande platforms.\n\nHet project heeft als doel jonge spelers beter te laten omgaan met tegenslagen op én naast het veld, wat bijdraagt aan hun persoonlijke groei. Het project sluit aan bij bredere beleidsdoelen rond mentaal welzijn en een veilig sportklimaat, waarmee het ook maatschappelijke impact genereert.","summary":"Veerkracht in jeugdvoetbal: project ontwikkelt tools voor coaches om mentale vaardigheden van spelers te versterken. Toegankelijk voor clubs van elke grootte, met focus op co-creatie en brede verspreiding van resultaten. Bevordert persoonlijke groei en mentaal welzijn van jonge spelers.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003834","result_description":null},{"description":"Het Vlaamse regeerakkoord benadrukt het belang van een goede start voor elk kind, beginnend bij de eerste duizend dagen (-9 maanden tot 2 jaar). Het onderstreept dat jonge kinderen bij verontrusting snel in veiligheid moeten worden gebracht aangezien de eerste duizend dagen cruciaal zijn in de ontwikkeling van een kind.\n\nEchter zijn jonge kinderen bijzonder kwetsbaar voor mishandeling, met negatieve effecten tot in de volwassenheid. Ondanks inspanningen blijft de detectie van kindermishandeling bij jonge kinderen laag.\n\nDeze jonge kinderen en hun gezinnen worden vaak ondersteund door vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven. Door de duurzame relatie die deze professionals met ouders en kinderen aangaan, zijn zij dan ook ideaal geplaatst om aandachtig te zijn voor het welzijn en de gezondheid van jonge kinderen, en ook bezorgdheden te bespreken wanneer die ontstaan.\n\nDit impliceert dat professionals uit vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven de kennis en vaardigheden, maar ook organisationele procedures ter beschikking hebben voor zowel preventie als aanpak van verontrustende signalen. Het Vlaams beleid erkent het mandaat van professionals uit vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven in de preventie en aanpak van verontrusting.\n\nHoewel er reeds verschillende tools beschikbaar zijn, zoals Signs of Safety of een ABC stappenplan, ontbreken op het niveau van de organisatie vaak duidelijke procedures en communicatie over hoe professionals kunnen omgaan met verontrusting. Duidelijke procedures over verontrusting kunnen ervoor zorgen dat professionals, maar ook ouders, beter weten hoe zij doelgericht maar ook warm kunnen bijdragen aan een veilige omgeving voor het jonge kind.\n\nDit Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) ‘Samen spreken, samen zorgen’ richt zich op het versterken van professionals uit vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven door de ontwikkeling van een professioneel kader omtrent de omgang met verontrusting, voortbouwend op bestaande tools die gebruikt kunnen worden door deze doelgroepen.\n\nIn de eerste fase brengen we via een online bevraging en deskresearch de huidige en gewenste situatie inzake het omgaan met verontrusting in kaart. De tweede onderzoeksfase omvat de co-creatieve ontwikkeling van het professioneel kader aan de hand van het 7S model van Mckinsey, specifiek toegepast op het omgaan met verontrusting. De laatste fase richt zich op de verfijning van het kader door middel van testcases in vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven.\n\nHet uiteindelijke doel van dit project is een bijdrage te leveren aan een cultuurverandering in de zorg voor jonge kinderen. Het bespreekbaar maken van verontrusting moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van het werk van zorgprofessionals. Door het ontwikkelde professioneel kader structureel te integreren, wordt niet alleen het handelen van professionals versterkt, maar wordt ook het welzijn van gezinnen blijvend verbeterd.","summary":"Optimaliseer de zorg voor jonge kinderen door professionals uit vroedvrouwpraktijken en kinderdagverblijven te versterken in het omgaan met verontrusting. Een nieuw professioneel kader wordt ontwikkeld om een veilige omgeving te waarborgen en het welzijn van gezinnen te verbeteren.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003835","result_description":null},{"description":"Taal vormt een belangrijke sleutel tot schoolsucces. Een steeds groter wordende groep van leerlingen kampt om diverse redenen (andere thuistaal en/of lage SES, anderstalige nieuwkomers) met een blootstellingsachterstand aan de instructietaal. Dat heeft van bij de start een weerslag op de algemene onderwijsprestaties.\n\nWe stellen vast dat binnen er binnen Europa een brede variatie aan taalondersteuningsmodellen in omloop is, gaande van expliciete doelgroepgerichte benaderingen in aparte taalondersteuningsklassen tot impliciete, geïntegreerde benaderingen in de mainstreamklassen en dat het debat over de keuze voor een taalondersteuningsmodel zeker in Vlaanderen sterk gepolariseerd is.\n\nIn de verschillende benaderingen geven leraren aan een mate van handelingsonbekwaamheid te ervaren ten opzichte van die grote talige diversiteit. Het PWO Taalbruggen heeft daarom als doel die polarisering te overstijgen en leraren en schoolteams instrumenten aan te reiken om de (school)taal te versterken van leerlingen met een taalachterstand in het basis- en secundair onderwijs.\n\nCentraal staat de vraag op welke manier leerkrachten en scholen evidence-based inzichten rond taalverwerving kunnen implementeren in de eigen schoolpraktijk, voor een brede doelgroep (dus niet enkel anderstalige nieuwkomers), waarbij er én wordt vertrokken van de eigen thuistaal als basis, én waarbij er wordt gestreefd naar een krachtig evenwicht tussen een impliciete, geïntegreerde benadering (de taalkrachtige leeromgeving voor alle leerlingen) en een doelgroepengerichte benadering van expliciete instructie.\n\nMet een systematische review brengen we de diversiteit aan effectieve internationale taalondersteuningsmodellen en -praktijken in kaart. Aan de hand van een werkveldbevraging en focusgesprekken in scholen inventariseren we de noden en praktijken specifiek voor de Vlaamse context.\n\nHet project Taalbruggen resulteert uiteindelijk in een boek voor het brede werkveld waarin leraren(teams) aan de hand van de vignettentechniek instrumenten krijgen aangereikt om te reflecteren op het eigen taalondersteuningsmodel en hun praktijk bij te sturen, afgestemd op de specifieke context en de noden van de school.\n\nAansluitend ontwikkelen we een didactisch model en een toolbox, met lesvoorbeelden en ondersteuningsinstrumenten om binnen een taalrijke klascontext voor de brede doelgroep van leerlingen met een taalachterstand via expliciete instructie van onder meer taalstrategieën, woordenschat, grammatica voor specifieke doelgroepen taalondersteuning te bieden.\n\nTen slotte worden er in de laatste fase van het project via deliberatieve methoden samen met verschillende actoren (leraren, ondersteuners, experten) aanbevelingen geformuleerd naar het beleidsniveau.","summary":"Effectieve marketingcommunicatie: Verbeter schoolsucces door taalondersteuning voor diverse leerlingen. PWO Taalbruggen biedt evidence-based tools voor leraren en schoolteams om taalachterstand aan te pakken in basis- en secundair onderwijs.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003836","result_description":null},{"description":"De samenleving wordt steeds diverser en multicultureler, waardoor leraren meer en meer een noodzaak voelen om expertise op te bouwen in een cultureel inclusieve pedagogie. Het integreren van culturele achtergronden van studenten in het curriculum maakt leren relevanter en boeiender voor iedereen, wat leidt tot betere kansen en verhoogde betrokkenheid.\n\nTegelijkertijd is er bezorgdheid over de basisgeletterdheid in taal en wiskunde, wat de noodzaak benadrukt van sterke vakdidactische competenties van leraren. De Franse pedagoog Philippe Meirieu stelt echter dat deze twee hand in hand kunnen of moeten gaan (Meirieu, 2019). Dit PWO-project tracht een kwalitatieve vakdidactische aanpak te verenigen met een cultureel inclusieve pedagogie.\n\nBij de start van het project bekijken we of en welke culturele perspectieven en bijdragen in het huidige curriculum voorkomen in leerplannen en handboeken voor wiskunde en taal. Besteedt men bijvoorbeeld aandacht aan Arabische wiskunde of Arabische invloeden op onze taal? Ook onderzoeken we welke didactisch-pedagogische principes er op grond van onderzoek worden aangereikt als je succesvol wil inzetten op cultureel inclusief onderwijs.\n\nIn een tweede fase zullen we samen met leraren en leraren in opleiding cultureel diverse leermaterialen ontwikkelen voor de vakken moderne talen en wiskunde-wetenschappen die meer cultureel diverse inhouden aanbieden. Deze leermaterialen zullen geïmplementeerd worden in een middelbare school en we zullen bestuderen hoe leraren dit in de praktijk brengen. Tenslotte zullen we nagaan hoe leraren, leerlingen, leraren in opleiding en lerarenopleiders de ontwikkelde leermaterialen waarderen.","summary":"Diversiteit in onderwijs: Culturele inclusie en vakdidactiek verenigd voor betere kansen en betrokkenheid van leerlingen. Ontwikkeling en implementatie van cultureel diverse leermaterialen in het curriculum. Evaluatie met focus op praktijkervaringen en waardering van betrokkenen.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003837","result_description":null},{"description":"Het begeleidingsproject Taalmakers@home versterkt de taalcompetentie Nederlands van leerlingen door de samenwerking tussen scholen en ouders te verbeteren. Onderzoek toont aan dat ouderbetrokkenheid, en dan vooral de thuisbetrokkenheid van ouders, een grote impact heeft op schoolsucces. Ouders hebben in het bijzonder een grote impact op de taalontwikkeling door taalrijke interacties met hun kinderen (Jeynes, 2012; Boonk et al., 2018). Dit project ondersteunt scholen om ouders hierin te begeleiden, met een dubbele focus: een verbeterde taaldidactiek op school en een sterker school-ouderpartnerschap. Zo ontstaat een taalstimulerende omgeving op school én thuis, die bijdraagt aan brede basiszorg en gerichte ondersteuning voor gezinnen met extra noden.\n\nHet project verloopt in vier fasen. Eerst brengen we via een behoefteanalyse de beginsituatie in kaart en identificeren we de noden van ouders, leerkrachten en schoolteams. Vervolgens professionaliseren we leerkrachten in talige interactie en effectieve school-ouderpartnerschappen. In de laatste twee fasen organiseren scholen activiteiten om de taalstimulerende thuisbetrokkenheid van ouders te versterken. Door deze activiteiten iteratief te evalueren en bij te sturen, werken we evidence-informed.\n\nVeel scholen zoeken naar manieren om ouderbetrokkenheid en taalstimulering te versterken. Dit project biedt hen concrete tools en begeleiding, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring. Door een wisselwerking tussen praktijk en wetenschap draagt het project bij aan duurzame onderwijsverbetering en gelijke onderwijskansen.","summary":"Verbeter de taalcompetentie Nederlands van leerlingen door scholen en ouders te verbinden. Ouderbetrokkenheid is cruciaal voor schoolsucces en taalontwikkeling. Dit project ondersteunt scholen in het creëren van een taalrijke omgeving thuis en op school, met focus op taaldidactiek en ouderpartnerschap.","business_unit":"DOSP-UCL","dosp_id":"DOSP-VHR-003842","result_description":null},{"description":"Het Open Immersive Lab is een 270° realtime projectieomgeving van 5x5 meter. Deze combineert de focus van het Kenniscentrum Open Time/Applied Futures Research op het creëren en visualiseren van toekomstbeelden met de expertise van het Kenniscentrum Performing and Audio-visual Arts Technology. Dit lab richt zich op de interactie tussen technologie en performers. Het is open voor concreet, interactief en simultaan gebruik voor meerdere immersanten.","summary":"Ontdek het Open Immersive Lab met 270° projectie en 5x5 meter om toekomstbeelden te creëren. Ideaal voor interactief gebruik door meerdere gebruikers.","business_unit":"DOSP-EHB","dosp_id":"DOSP-VHR-005557","result_description":null},{"description":"Wat als je kanker overleeft, maar je job niet terugvindt? Dit project helpt werknemers én werkgevers bij een vlotte terugkeer naar werk.\n\n### In het kort\n\nI-KNOW-HOW ontwikkelt nieuwe diensten voor mensen met kanker, zodat zij kunnen blijven werken of vlot terugkeren naar de werkvloer. Het project ondersteunt niet alleen werknemers, maar ook werkgevers, jobcoaches en medische professionals met coaching, training en digitale tools.\n\n### De nood en relevantie\n\nDankzij betere behandelingen overleven steeds meer mensen kanker, maar hun terugkeer naar de werkvloer verloopt vaak moeizaam. Vandaag keert slechts 62% binnen de twee jaar terug naar werk, en mensen met kanker zijn 1,4 keer vaker werkloos. Zowel werknemers als werkgevers botsen op een gebrek aan ondersteuning, kennis en toegankelijke informatie. I-KNOW-HOW pakt dit aan met gebruiksvriendelijke en praktijkgerichte oplossingen.\n\n### Van aanpak tot impact\n\nVia cocreatie ontwikkelt het project:\n- een coaching- en opleidingsaanbod voor werkgevers en HR-professionals\n- een vernieuwd model voor jobcoaching, afgestemd op goede praktijken\n- een online tool met 3D-verhalen die perspectieven van alle betrokkenen samenbrengt\n\nDoor deze aanpak verwachten de partners dat 15% meer mensen met kanker sneller en duurzamer terug aan het werk gaan. Het project heeft impact in vier landen en biedt input voor beleid rond inclusieve arbeid op nationaal en Europees niveau.","summary":"Help werknemers en werkgevers bij een soepele terugkeer naar werk na kanker. I-KNOW-HOW biedt coaching, training en tools voor een succesvolle werkhervatting. Impact in vier landen, bevordert inclusief arbeidsbeleid op nationaal en Europees niveau.","business_unit":"DOSP-ART","dosp_id":"DOSP-VHR-005590","result_description":null},{"description":"**Context en werkveldvraag**\n\nEvenementen spelen een belangrijke rol in het sociale leven in steden. Ze bieden ruimte voor laagdrempelig contact, ontspanning en ontsnapping aan de dagelijkse routine. Daarnaast versterken evenementen de sociale samenhang en dragen ze bij aan de algemene levenskwaliteit van bewoners en bezoekers. Ondanks deze positieve effecten, brengen evenementen – vooral in de centrumsteden – ook uitdagingen met zich mee, zoals drukte, geluidsoverlast, mobiliteitsproblemen, drug- en alcoholmisbruik, uitsluiting, onveiligheidsgevoelens en geweld. Stedelijke levendigheid en leefbaarheid staan dus soms op gespannen voet met elkaar. Inzichten omtrent zowel de positieve als de negatieve impact van stedelijke evenementen voor verschillende stakeholders zijn daarom ook cruciaal bij het ontwikkelen van een optimale strategie rond het plannen en evalueren van evenementen(portfolio’s), om zo de balans tussen levendigheid en leefbaarheid van de stad in evenwicht te houden.\n\nHoewel impactdenken als steeds belangrijker wordt beschouwd bij het organiseren van stedelijke evenementen en activiteiten, blijkt uit onze contacten met het werkveld en de wetenschappelijke en praktijkgerichte literatuur dat impactdenkkaders en evaluatiemethoden nog steeds niet (of onvoldoende) ingebed zijn in de werking van lokale besturen en dat beslissingen vaak genomen worden op basis van een buikgevoel. Vaak worden ook geen duidelijke doelen gesteld m.b.t. de impact van evenementen en wordt er, deels daardoor, geen gerichte evaluatie uitgevoerd. Aan de ene kant heeft het gebrek aan strategische planning te maken met de vaak beperkte middelen (financiering, tijd en bepaalde gebieden van personeelsexpertise) van de diensten die verantwoordelijk zijn voor het organiseren van evenementen. Aan de andere kant ontstaat een “vicieuze cirkel”: zonder duidelijke doelstellingen is het moeilijk om de impact van een evenement(portfolio) te evalueren, terwijl doelstellingen voor toekomstige evenementen idealiter worden gebaseerd op eerdere impactevaluaties.\n\nHet einddoel van dit project is daarom om lokale besturen een impact denkkader aan te reiken dat ze kunnen toepassen op het vormgeven en evalueren van hun evenementen(portfolio). Dit moet hen toelaten om:\n\n1. verbanden te leggen tussen hun evenementen(portfolio) en verschillende mogelijke vormen van maatschappelijke impact (globale mapping),\n2. concrete prioriteiten te stellen m.b.t. de gewenste vormen van maatschappelijke impact op basis van een overkoepelende visie (DNA van de stad, evenementbeleid),\n3. hun noden in kaart te brengen rond de evaluatie van zowel de positieve als de negatieve impact van evenementen voor verschillende stakeholders (bewoners, bezoekers, specifieke doelgroepen),\n4. meer onderbouwde en strategische doelstellingen te zetten m.b.t. de planning, organisatie en evaluatie van toekomstige evenementen (feedbackloop) om zo de vraag en aanbod beter op elkaar te kunnen afstemmen en de balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de stad/gemeente te kunnen bewaren.\n\n**Onderzoeksvraag**\n\nDit project zal een antwoord formuleren op de volgende vijf onderzoeksvragen:\n\n- *Hoe benaderen steden/gemeenten impactdenken en impactevaluatie binnen het kader van hun huidige evenementen(portfolio’s)?*\n- *Welke data en kennis hebben ze al ter beschikking omtrent de positieve en de negatieve impact van hun evenementen op bezoekers en inwoners?*\n- *Welke data en kennis ontbreken nog om de maatschappelijke impact van hun evenementen(portfolio’s) te objectiveren en optimaliseren?*\n- *Welke percepties, attitudes, ervaringen en noden leven bij de bewoners wat betreft het huidige aanbod en (gepercipieerde) impact van evenementen?*\n- *Hoe kunnen deze inzichten door lokale besturen vertaald worden naar concrete doelstellingen bij de planning, design en evaluatie van evenementen(portfolio’s)?*\n\n**Onderzoeksopzet en onderzoeksmethode**\n\n- WP 1: Literatuurstudie en expertinterviews\n- WP 2: Interviews met evenementen-coördinatoren\n- WP 3: Co-creatieve sessie met evenementencoördinatoren (sessie 1)\n- WP 4: Bewonersbevraging\n- WP 5: Co-creatieve sessie met evenementencoördinatoren (sessie 2)","summary":"Optimaliseer stedelijke evenementen met een impactdenkkader voor lokale besturen. Verbind maatschappelijke impact, stel prioriteiten, evalueer en plan strategisch voor levendige en leefbare steden.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-005603","result_description":"Beoogde output\n\nDit project zal leiden tot een impactdenkkader dat lokale besturen kan helpen bij het opzetten van evenement(portfolio)doelstellingen en het formuleren van evaluatiestrategieën omtrent de maatschappelijke impact van evenementen. Gezien dat de output van het project grotendeels ontwerpen zal worden in co-creatie met het werkveld, is de exacte vorm/formaat van output bewust niet op voorhand vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld, onder anderen, een of meer van de volgende zijn: \n- een stappenplan/plan van aanpak bij het plannen en organiseren van evenementen;\n- een algemene methodiek (die gemakkelijk aangepast kan worden aan de behoeften van elke stad) om de mogelijke positieve en negatieve impacts te mappen voor verschillende types evenementen en voor verschillende doelgroepen; \n- een roadmap/infografiek/beslissingsboom dat denk- en beslissingsprocessen kan faciliteren bij het ontwikkelen van strategieën rond het evalueren van eventbeleving (korte termijn) en evenementen(portfolio)impacts (lange termijn);\n- een inspiratieboekje voor het organiseren van impactvolle evenementen (met goede praktijken, testcases, tips). \n- publicatie in vaktijdschrift of website \n- cijferrapport (resultaten bevraging) in PowerPoint - per pilootcase \n\nDisseminatie- en mogelijke valorisatieactiviteiten\n\n- Disseminatie van de projectoutput op onze website  \n- Presentatie van de resultaten tijdens externe kennisdelingsmomenten zoals studiedagen, webinars, workshops, podcasts en conferenties (bv op VVSG evenementencafé)\n- Een workshop en/of leertraject voor lokale besturen"},{"description":"Bij kinderen in kwetsbare situaties is er samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening nodig om voldoende kansen tot ontwikkeling en leren te geven.\n\nIn de praktijk botst deze samenwerking echter op drempels.\n\nVanuit dit praktijkgericht onderzoek a.d.h.v. een literatuurstudie, diepte-interviews en casestudieonderzoek willen we onderzoeken hoe actoren uit onderwijs en jeugdhulpverlening optimaal interprofessioneel kunnen samenwerken wanneer de begeleiding van kinderen en jongeren complex is.","summary":"Optimale samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening voor kinderen in kwetsbare situaties onderzoeken. Hoe kunnen actoren interprofessioneel samenwerken bij complexe begeleiding?","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-005637","result_description":null},{"description":"**Probleemstelling**\n\nHet evalueren van burgerschapscompetenties is voor veel leraren een uitdaging. Het Eurydice rapport (2005) benadrukte al dat het beoordelen van leerlingen in burgerschapsonderwijs een uitdagende en complexe taak is. Hoewel het beoordelen van theoretische kennis in burgerschapsonderwijs relatief eenvoudig is, is het meten van burgerschapsattitudes en waarden veel moeilijker.\n\nLeerlingen feedback geven op burgerschapscompetenties kan het leerproces alleen maar versterken, maar leraren willen vermijden om leerlingen te beoordelen als een 'geslaagde of mislukte' burger (in wording). In ALiCE zoeken we een antwoord op de vraag hoe leraren formatieve evaluatie van burgerschap kunnen benaderen met oog voor groei van elke leerling.\n\n**Onderzoeksvragen**\n\n- Hoe gaan leraren burgerschapscompetenties (formatief) evalueren?\n- Welke handvaten kunnen we aanreiken qua professionalisering om leraren hierin te versterken?\n\n**Onderzoeksaanpak**\n\nWe willen enerzijds best practices en obstakels in kaart brengen en anderzijds nagaan hoe leraren de professionalisering rond dit thema ervaren.\n\nIn de eerste fase van het project werden er focusgroepen en interviews afgenomen in alle acht partnerlanden, waarna deze in een landenrapport en internationaal rapport verzameld werden. Op basis van deze nodenanalyse ontwikkelden we een professionaliseringstraject. Na elke professionalisering werd een survey afgenomen bij de leraren.","summary":"Leraren ervaren uitdaging bij het evalueren van burgerschapscompetenties. ALiCE onderzoekt formatieve evaluatie en professionalisering om groei van elke leerling te bevorderen. Focus op best practices en lerarenfeedback.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-005639","result_description":"In het ALiCE-project ontwikkelen we nationale en internationale trainingen, een leerplatform, een MOOC en een e-book met inspiratie en kennisdeling."},{"description":"COSMOS zet in op het creëren van schoolorganisatiestructuren die het leren van de leerlingen duurzaam kunnen oriënteren op het bijdragen aan het oplossen van maatschappelijk relevante wetenschapskwesties. COSMOS gebruikt Socio-Scientific Inquiry Based Learning (SSIBL) als een pedagogisch middel om scholen open te stellen voor hun gemeenschappen door middel van een transformatieproces, met als doel het creëren van nieuwe partnerschappen binnen gemeenschappen die wetenschapsonderwijs kunnen bevorderen voor alle burgers, ongeacht geslacht, etniciteit of culturele achtergrond. Het transformeren en openstellen van scholen van een inkomend naar een uitgaand engagement in, met en voor hun gemeenschappen, maakt de open onderwijsaanpak uniek in het combineren van belangrijke cruciale elementen van innovatieve constructivistische pedagogie, lerarenopleiding, en het transformeren van de schoolorganisatiecultuur.\n\nWe zullen CORPOS (Core ORganisational structures for Promoting Open Schooling) opzetten in basisscholen en middelbare scholen om de betrokkenheid van de gemeenschap te vergemakkelijken. CORPOS zullen dan weer de oprichting van Communities of Practice (CoP) met niet-formele en informele onderwijsaanbieders, ondernemingen, gezinnen en andere belanghebbenden ondersteunen. De CoP zullen zich via SSIBL richten op relevante maatschappelijke vraagstukken, zorgen voor betrokkenheid van alle maatschappelijke actoren, en betekenisvolle levenservaringen opleveren, waardoor de belangstelling van studenten voor wetenschap en wetenschappelijke loopbanen wordt vergroot.\n\nWe zullen ook zorgen voor de levensvatbaarheid en duurzaamheid van open scholen door nauw samen te werken met wetenschapsdocenten, stakeholders en schoolleiding, het aanbieden van professionele ontwikkeling van docenten aan te bieden, netwerken en samenwerking te ondersteunen en capaciteit op te bouwen.\n\nHet COSMOS-consortium (12 partners, 7 landen) biedt transdisciplinaire samenwerking en expertise op het gebied van niet-formele en formele wetenschapseducatie, de opleiding van wetenschapsleraren, onderwijsorganisatie en leiderschap, en heeft sterke maatschappelijke banden binnen gemeenschappen, die allemaal borg staan voor de succesvolle uitvoering van COSMOS. De resulterende instrumenten, beleidsnota's en roadmaps zullen door scholen in heel Europa worden gebruikt.","summary":"COSMOS bevordert open scholen via SSIBL, creëert partnerschappen met gemeenschappen en vergroot interesse in wetenschap. CORPOS en CoP faciliteren community-engagement en duurzame educatie. Transdisciplinaire aanpak van COSMOS zorgt voor succesvolle implementatie in Europa.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-005640","result_description":null},{"description":"Dit onderzoeksproject wil de 'verwijdering' onderzoeken die veroorzaakt is door het settler-kolonialisme en de daaropvolgende praktijken van verzet tegen die verwijdering. Het project verkent manieren om met het land om te gaan en het te cultiveren door middel van generatieve verzetsdaden. Deze daden zijn geworteld in kwesties van zaden, bodem en populaire pedagogieën.\n\nHet hoofddoel van het project is om de reactivering van collectieve herinneringen te verweven met meerdere vormen van verhalen vertellen en kritisch herinneren. Hierbij worden begrippen zoals 'undercommons' en 'fugitivity' gebruikt. Daarnaast maakt het project gebruik van collaboratief grassroots filmmaken en kritisch fabuleren. Dit alles dient om poëtische gebaren en gesprekken te voeden die landgerichte en postkoloniale verbeeldingen voor ogen hebben.","summary":"Dit project onderzoekt en cultiveert land door generatieve verzetsdaden en verhalen vertellen, gericht op collectieve herinneringen en postkoloniale verbeeldingen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-005641","result_description":null},{"description":"Na het succes van PUW! bouwen we met PUW! 2.0 verder aan sterker en rechtvaardiger onderwijs voor cognitief sterke leerlingen in Vlaanderen. We onderzoeken hoe scholen niet alleen kunnen herkennen, maar ook duurzaam ondersteunen wat deze leerlingen écht nodig hebben op cognitief, sociaal én emotioneel vlak.\n\nIn samenwerking met zeven verschillende scholen, waaronder een basisschool, vijf secundaire scholen en een school voor buitengewoon onderwijs (OV4 type 9), worden op maat gemaakte begeleidingstrajecten voor de cognitief sterke leerlingen opgezet, die tevens aansluiten bij de specifieke schoolvisie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geavanceerde, objectieve schoolwelzijnsmeetmethode die werd ontwikkeld tijdens PUW!.\n\nDe methode combineert verschillende zelfrapportagemethodes met objectieve fysiologische data-analyse. Om een holistisch beeld te krijgen, koppelen we de schoolwelzijnsmeetmethode aan Naviskore. Dit is een tool waarmee scholen de sleutelcompetenties en transversale competenties van hun leerlingen over vakken, klassen en graden in kaart kunnen brengen.\n\nDoor welzijnsindicatoren te verbinden met leerdata en contextuele factoren, krijgen we een diepgaander en meer geïntegreerd zicht op hun schoolervaring. Met behulp van geavanceerde sensoren en een app streven we ernaar om elk kind de kans te geven om op zijn of haar eigen unieke manier te groeien en te excelleren in het onderwijs.","summary":"Met PUW! 2.0 bouwen we aan sterker onderwijs voor cognitief sterke leerlingen in Vlaanderen. Maatwerk begeleidingstrajecten en geavanceerde meetmethodes zorgen voor duurzame ondersteuning op cognitief, sociaal en emotioneel vlak.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005667","result_description":"Proces:\n\nIndividuele ondersteuningstrajecten\n\nOp 7 scholen wordt de ondersteuning vormgegeven op basis van de schoolvisie. Dit betekent dat de ondersteuning aansluit bij en wordt geïntegreerd in de specifieke visie en waarden die elke school heeft. Hierdoor wordt de ondersteuning niet alleen aangepast aan de behoeften van de leerlingen en het personeel, maar wordt deze ook verankerd in de bredere educatieve doelen en filosofie van elke individuele school.\n\nUitvoeren van nul- en impactmetingen om de effectiviteit van het ondersteuningstraject in elke betrokken school te beoordelen, en voor het begrijpen van de veranderingen en resultaten die worden bereikt.\n\nSchoolwelzijnsbegeleiding bij CSF wordt op maat aangeboden op basis van een nieuwe meetmethode. Dit proces omvat een nauwe samenwerking en overleg met verschillende belanghebbenden, zoals de CSF, leerlingbegeleiding, ouders en indien nodig het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding).\n\nHet in kaart brengen van de metacognitieve vaardigheden en de socio-economische status (SES) van de CSF. Dit wordt uitgevoerd op basis van de nieuwe meetmethode.\n\nDienst:\n\nHet organiseren van professionele ontwikkelingsworkshops (navorming op school) gericht op het werkveld en geïnteresseerde partijen.\n\nHet organiseren van workshops voor leerlingbegeleiders om op een effectieve manier te leren werken met het 'Bedenkje!boekje'.\n\nHet organiseren van een cluster van minstens 4 navormingsavonden, 2u per navorming per academiejaar, die tevens los van elkaar te volgen zijn.\n\nHet ondersteunen van studenten in het kader van hun bachelorproef.\n\nHet aanbieden van stagemogelijkheden voor studenten data-analyse (Howest AI Lab).\n\nProduct:\n\nDe meetmethode wordt verfijnd op basis van de verzamelde data, waarbij gekeken wordt naar kwaliteit, stabiliteit en andere relevante factoren. Dit proces omvat ook het onderhoud van de PUW! app en de algoritmes.\n\nDe Naviskore tool wordt geïntegreerd in de meetmethode (voornamelijk via bijkomende financiering).\n\nIn samenwerking met uitgeverij Acco worden twee publicaties voorbereid: 'Bedenkje!boek' en resultaten van onderzoek met handleiding om geïndividualiseerde trajecten op school op te starten.\n\nOp korte termijn:\n\nVerbeterde kennis in het werkveld en bij de doelgroep, plus inzicht in het sociaal-emotioneel leren bij CSF, metacognitieve ontwikkeling, trauma-geïnformeerd onderwijs, educatieve technologieën, de invloed van slaap op het draagvlak van cognitief sterke leerlingen, de effecten van socio-economische omstandigheden op academische prestaties en het belang van de bevordering van mentale gezondheid in het onderwijs.\n\nLeraren en leerlingbegeleiders ontwikkelen verhoogde vaardigheden door nieuwe tools en strategieën toe te passen in hun onderwijspraktijk, gericht op het ondersteunen van zowel het sociaal-emotioneel welzijn als de academische prestaties van leerlingen binnen het CSF.\n\nOp middellange termijn:\n\nDe optimalisatie van het begeleidingstraject omvat het gebruik van de meetmethode en het ondersteunend materiaal door CSF en leerlingenbegeleiding, wat resulteert in meer gerichte en snellere ondersteuning.\n\nHet verbeterde (school)welzijn van studenten wordt gekenmerkt door een versterkt sociaal-emotioneel welzijn, een verdiept begrip van hun eigen leerprocessen, en verbeterde coping-mechanismen voor stress en trauma.\n\nVerbeterde leerresultaten worden bereikt door het toepassen van effectievere educatieve benaderingen en technologieën, wat resulteert in betere prestaties van leerlingen en een positiever en veiliger schoolklimaat voor de CSF."},{"description":"Het doel van het PWO-programma ZorgVoorTransities is om te onderzoeken welke ondersteuning nodig is om vanuit ecosystemen een transitieproces te realiseren in zorg en welzijn. In cocreatie worden tools ontworpen die betaalbaar, haalbaar en gebruiksvriendelijk zijn.\n\nDe zorg- en welzijnssector staan voor grote uitdagingen, met een groeiende en toenemende complexiteit aan zorgvragen en een nijpend tekort aan mensen en middelen. Ondanks het besef dat samenwerkingen in netwerkorganisaties noodzakelijk zijn om de toekomst van welzijn en zorg te garanderen, ontbreekt het in de praktijk aan kennis, tijd en middelen om dit aan te pakken.\n\nIn cocreatie met drie proeftuinen in West- en Oost-Vlaanderen ontwerpen we tools die afgestemd zijn op de praktijk en dus betaalbaar, haalbaar en gebruiksvriendelijk zijn voor zorg- en welzijnsactoren.\n\nIn allerhande beleidsplannen wordt uitvoerig stilgestaan bij het wat, de inhoud van de noodzakelijke transities, maar minder aandacht gaat uit naar het hoe, naar de concrete (ecosystemische) aanpak van transitieprocessen binnen zorg en welzijn. In cocreatie met drie proeftuinen in West- en Oost-Vlaanderen ontwerpen we tools die afgestemd zijn op de praktijk en dus betaalbaar, haalbaar en gebruiksvriendelijk zijn voor zorg- en welzijnsactoren.\n\nDit onderzoek zal onder meer uitmonden in een toolbox (methodieken en hulpmiddelen) die intern bijdragen tot een concrete aanpak van meer missiegedreven onderzoek en extern bijdragen tot sterkere transitieprestaties voor onze regio.","summary":"Ontwerp betaalbare tools in cocreatie voor zorg- en welzijnssector om transitieprocessen te faciliteren en uitdagingen aan te pakken.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005668","result_description":"Externe output naar werkveld en peers (andere onderzoekers):\n\nOp korte termijn beogen we met ZorgVoorTransities in de proeftuinen een concreet transitieproces te doorlopen, waar we focussen op de nodige kennis, vaardigheden en attitude om uitdagingen in zorg en welzijn vanuit een ecosysteem aan te pakken. Als resultaat hiervan ontwikkelen we een empirisch getoetste toolbox die transitieprocessen in zorg en welzijn ondersteunen. Deze toolbox kan bekend gemaakt worden via mensenmaat en via externe partners (Vivo, Zorgnet-Icuro, Vivel, Academie voor de Eerste Lijn, enz.) en de stuurgroeppartners. De toolbox zal bestaan uit een aantal producten om al dan niet onder begeleiding of zelfstandig (DIY) mee aan de slag te gaan. Extern kunnen deze producten gepromoot worden via de communicatiekanalen van partners en de aanmaak van een eigen (Howest) website.\n\nWe zullen ook inzetten op kennisdisseminatie, in eerste instantie vooral naar praktijkonderzoekers, via INPUT/OUTPUT trainingen en via webinars. De opgedane inzichten zullen vertaald worden in wetenschapscommunicatie over het project, via kortere wetenschappelijke blogs of opinieteksten in (online) magazines (bv. Sociaal.Net). We plannen onze onderzoeksresultaten onder de aandacht te brengen op het Social Creativity Congress (2025/2027) of congressen van onze werkveldpartners (Zorgnet-Icuro, Academie voor de Eerste Lijn, Sterk Sociaal Werk congres, VVSG, enz.). Er wordt ook ingezet op communicatie die het belang van ecosystemen voor zorg en welzijn duidelijk maken voor burgers/leken via concrete voorbeelden.\n\nInterne output naar Howest onderwijs en onderzoek:\n\nVoor interne doeleinden ontwikkelen we korte situatieschetsen van de toekomsten, trends en transities in zorg en welzijn, die geïntegreerd kunnen worden in OLOD’s van de mensgerichte opleidingen. Verder stellen we een AI-tool ter beschikking om kwalitatieve data sneller te verwerken en analyseren, zowel voor studenten, docenten, als projectmedewerkers. Voor ons onderzoek Howest-breed zal onze toolbox ook bijdragen aan de concrete aanpak van missiegedreven onderzoek, waarvoor we intern kennisdisseminatie zullen opzetten (bv. showcase op ODC meetings). De ontwikkelde toolbox zal gevaloriseerd worden in de zorg- en welzijnssector, maar is zeker transfereerbaar naar andere contexten en in andere domeinen (bv. digitale transitie, groene transitie).\n\nOm de verduurzaming van de opgedane kennis te borgen, richten we ons enerzijds op externe onderzoeksfinanciering en anderzijds op externe dienstverlening, waarvoor we een business plan zullen uitwerken voor intern gebruik. Met het PWO programma ZorgVoorTransities willen we nieuwe kennis en evidentie opbouwen over wat kan bijdragen tot ecosystemische verandering en welke instrumenten dit proces op een haalbare manier kunnen ondersteunen. We verwachten met onze activiteiten een versterking te zien van de kennisopbouw, vaardigheden en attitude rond ecosystemisch veranderen en transitieprocessen voor enerzijds de proeftuinen die deelnemen aan het PWO programma (extern) en anderzijds voor onze eigen onderzoekers en de verdere uitbouw van onderzoeksprogramma’s (intern), alsook voor onze studenten en docenten (intern).\n\nOp middellange termijn streven we naar een goed gebruik van de toolbox en een eerste uitbouw van dienstverlening rond begeleiding bij transitieprocessen in zorg en welzijn. Neveneffect: met onze activiteiten dragen we ook bij aan competenties die bevorderlijk zijn voor sociale innovatie en sociaal ondernemerschap in de regio."},{"description":"In dit CAnDI-project (Creative Architectural AI-Driven Design & Innovation) ligt de nadruk op het identificeren en realiseren van haalbare AI-implementaties, met focus op optimalisatie van het ontwerpproces en ondersteuning van concept- en ruimtelijke visualisatie.\n\nBinnen deze sprint staan procesoptimalisatie, concept- en ruimtelijke visualisatie, en praktische implementatie centraal. Artificiële Intelligentie (AI) wordt ingezet om het ontwerpproces te optimaliseren door repetitieve taken te automatiseren, complexe taken toegankelijker te maken, conceptontwikkeling te ondersteunen en ruimtelijke visualisatie te verbeteren. Dit sluit aan bij de meest relevante AI-toepassingen in architectuur, zoals het versnellen van ontwerpcycli, het genereren van concepten en het efficiënter maken van workflows.\n\nDaarnaast ontwikkelt het project AI-gestuurde tools voor het genereren en visualiseren van ontwerpconcepten, waardoor ontwerpers sneller kunnen itereren en communiceren met stakeholders.\n\nVoor praktische implementatie wordt een manual samengesteld met best practices, toolbox en draaiboek voor de integratie van AI in het ontwerpproces. Ook wordt een online collaboratief platform met dynamische infographic opgezet voor inzicht in de evolutie van relevante AI-tools, gericht op snelle bijsturing en kennisuitwisseling tussen studenten, lectoren en het werkveld.\n\nOnderzoekers van Mixed Experience Design (MXD) en Toegepaste Architectuur (TA) werken samen aan twee proof-of-concepts:\n- PoC 1 optimaliseert parametrisch ontwerp en BIM-integratie met usecases rond omgevingsaanvraag, energieprestatie en duurzaamheidscheck;\n- PoC 2 focust op het verbeteren van ruimtelijke beleving en interactieve contentcreatie, met aandacht voor AI-integratie in immersieve ervaringen.","summary":"Verbeter ontwerpprocessen met AI voor architectuur. Automatiseer taken, ondersteun concepten en verbeter visualisaties. Implementeer AI-tools voor snelle iteratie en stakeholder-communicatie. Ontwikkel praktische manual en online platform voor kennisuitwisseling en bijsturing. Samenwerking tussen MXD en TA voor PoC's: parametrisch ontwerp, BIM-integratie en ruimtelijke beleving met AI.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005669","result_description":"Bachelorproeven (proces):\nStudenten onderzoeken AI-toepassingen in hun projecten, wat leidt tot praktische inzichten en innovaties. Het doelgroepen zijn studenten (interne output).\n\nLezingen en een presentatie (dienst):\nWe organiseren lezingen en een presentatie om kennis en ervaringen te delen. De doelgroepen zijn studenten, lectoren (interne output), werkveld, en breder publiek (externe output).\n\nWorkshops en inspiratiemomenten (dienst):\nHands-on sessies om met AI te experimenteren en inspiratiemomenten, eventueel te koppelen aan andere events. De doelgroepen zijn studenten, lectoren (interne output), werkveld, en breder publiek (externe output).\n\nAI als thema integreren in internationale projecten (proces):\nDit omvat onder andere pressure-cookertrajecten (bv. COIL), waarin studenten in korte tijd intensief kennismaken met AI-toepassingen in een internationale context. De doelgroepen zijn studenten.\n\nOnline platform met handleiding (product/dienst):\nWe ontwikkelen een digitaal platform met dynamische infographic (voor inzicht in de evolutie van relevante AI-tools) die dient voor snelle bijsturing en kennisuitwisseling tussen studenten, lectoren en het werkveld. Het platform bevat ook praktische handleidingen waarin bevindingen, best practices en tools worden gedeeld. De doelgroepen zijn studenten, lectoren (interne output), en werkveldpartners (externe output).\n\nToegankelijke publicatie en communicatie (product/dienst):\nDit omvat een herschreven, beknopte en toegankelijke vorm van het rapport en/of artikel, bedoeld voor bredere vakpers (livios, ik ga bouwen, dobbit, A+, Trends magazine, enz.) om zo ook het bredere publiek te bereiken. De doelgroepen zijn werkveld, breder publiek (externe output), studenten en lectoren (interne output).\n\nKorte Termijn:\nStudenten en lectoren binnen de opleidingen Toegepaste Architectuur en Mixed Experience Design passen de ontwikkelde AI-tools en de handleiding (toolbox en draaiboek) actief toe in hun ontwerpprocessen en onderwijspraktijk. Dit leidt tot een versnelling van ontwerpcycli, verbeterde ondersteuning bij conceptontwikkeling en een verhoogde kwaliteit van ruimtelijke visualisatie. Lectoren versterken hun rol als bruggenbouwers tussen technologische innovatie en kritische reflectie, wat een bewuste en ethisch verantwoorde inzet van AI bevordert.\n\nHet werkveld maakt kennis met de best practices en tools via workshops, lezingen en het online collaboratief platform. Hierdoor ontstaat een verhoogd bewustzijn en een eerste toepassing van AI-ondersteunde procesoptimalisaties en visualisatietechnieken binnen hun dagelijkse praktijk. Kennisdeling en samenwerking worden versterkt door het online platform met dynamische infographic, dat snelle bijsturing en intervisie mogelijk maakt tussen studenten, lectoren en professionals. Dit platform fungeert als een centraal aanspreekpunt voor actuele ontwikkelingen en praktische handleidingen.\n\nMiddellange Termijn:\nHet werkveld implementeert de proof-of-concepts (parametrisch ontwerp en BIM-integratie; ruimtelijke beleving en interactieve contentcreatie) in projecten, wat leidt tot efficiëntere workflows, verbeterde duurzaamheidstoepassingen en innovatievere ontwerpmethoden. Dit versterkt de innovatiekracht en concurrentiepositie van het werkveld.\n\nStudenten en lectoren integreren AI-toepassingen structureel in hun onderwijs en onderzoeksactiviteiten, mede dankzij de beschikbare handleidingen, tools en het collaboratief platform. Dit verhoogt de professionalisering en toekomstbestendigheid van het onderwijs. Breder publiek en werkveld worden bereikt via toegankelijke publicaties, inspiratiemomenten en open events, wat bijdraagt aan een bredere maatschappelijke bewustwording rond de mogelijkheden en beperkingen van AI in architectuur en ruimtelijke beleving.\n\nDe adaptieve en iteratieve onderzoeksaanpak, ondersteund door continue monitoring via het online platform, zorgt ervoor dat het project flexibel inspeelt op technologische evoluties en nieuwe inzichten, waardoor de relevantie en impact op lange termijn worden gegarandeerd."},{"description":"Het ontwikkelen van een langetermijnvisie vormt een essentieel onderdeel van duurzame stadsontwikkeling. Ondanks de veelheid aan bestaande methodes om aan toekomstdenken te doen, zijn steden en gemeenten op zoek naar concrete handvaten om gestructureerd aan toekomstdenken te doen.\n\nBovendien worden jongeren, de toekomstige burgers van steden en gemeenten, nog te weinig betrokken bij dergelijke trajecten. Het doel van Framing City Futures is het identificeren en implementeren van visualisatie- en narratieve technieken in een gestructureerde en systematische aanpak voor toekomstdenken rond duurzame stadsontwikkeling. Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van verschillende onderzoeksmethoden zoals literatuuronderzoek, deskresearch, interviews, focusgroepen en case studies.\n\nIn een reeks (voornamelijk West-Vlaamse) steden en gemeenten zullen visualisatie- en narratieve technieken in een gestructureerd traject worden ingezet, met de nodige aandacht voor cocreatiemethodes met jongeren. Op die manier streven de onderzoekers ernaar een toolbox te ontwikkelen voor steden en gemeenten met daarin een gestroomlijnd traject dat kennis en (visualisatie- en narratieve) tools biedt voor toekomstdenken in participatie met jongeren.\n\nOp lange termijn beoogt het project duurzame stadsontwikkeling in West-Vlaanderen met de burgers van de toekomst, alsook het emanciperen van deze jongeren omtrent het in handen nemen van hun eigen (stads)toekomst.","summary":"Ontwikkeling van visualisatie- en narratieve technieken voor toekomstdenken in duurzame stadsontwikkeling, met focus op betrokkenheid van jongeren. Streven naar toolbox voor participatie en cocreatie in West-Vlaamse steden.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005670","result_description":"Het resultaat van dit onderzoek richt zich op het bevorderen van toekomstdenken bij steden, gemeenten en jongeren door middel van visualisatie- en narratieve tools, en dit rond het thema duurzame stadsontwikkeling. De belangrijkste uitkomsten kunnen als volgt worden samengevat:\n\n1. Inzicht in effectieve technieken Identificatie van succesvolle visualisatie- en narratieve technieken die abstracte toekomstideeën concreet en begrijpelijk maken. Systematische vergelijking van de voor- en nadelen van verschillende technieken en tools, afgestemd op workshops over toekomstdenken. Output: Rapporten/papers/presentaties voor peers (= product)\n\n2. Ontwikkeling van methodologieën Een gestructureerd traject voor toekomstdenken voor beleidsmakers/ambtenaren voor steden en gemeenten. Een gestructureerd traject voor toekomstdenken voor facilitatoren van toekomstworkshops en docenten (focus studenten hoger onderwijs). Een gestructureerd traject voor toekomstdenken voor jeugdprofessionals (focus jongeren 15 tot 18 jaar). Concrete aanbevelingen voor het gebruik van visualisatie- en narratieve tools in participatietrajecten met jongeren en beleidsmakers. Output: Toolbox rond traject voor beleidsmakers, toolbox voor facilitatoren/docenten, toolbox voor jeugdprofessionals, aan de toolbox(en) gelinkt train-the-trainer aanbod (= product)\n\n3. Praktische toepassingen en casestudies Uitvoering van proeftuinen waarin beleidsmakers samen met jongeren een toekomstgericht traject doorlopen. Evaluatie van de effectiviteit van deze tools in realistische stedelijke contexten, met reflecties van zowel beleidsmakers als jongeren. Output: Rapport voor beleidsmakers en peers met praktische én inhoudelijke inzichten (zoals concrete toekomstbeelden) (= dienst + product)\n\n4. Betrokkenheid en samenwerking Interviews met facilitatoren en organisatoren om best practices te identificeren. Interviews met contactpersonen binnen de proeftuinen ivm verwachtingen rond traject voor toekomstdenken, inclusief voorleggen initieel idee voor traject Focusgroepen en tooltests met jongeren om hun betrokkenheid te vergroten en feedback te verzamelen. Output: Rapporten/papers/presentaties voor peers (= product)\n\nHet project streeft ernaar de uitgewerkte methodologieën, namelijk de gestructureerde toekomsttrajecten waarbij visualisatie- en narratieve technieken ten volle worden benut, ingang te laten vinden bij enerzijds beleidsmakers en anderzijds bij jongeren zelf. Via toolboxes op maat van beide doelgroepen, al dan niet geflankeerd door train-the-trainer workshops, beoogt het onderzoek op korte termijn:\n\nConcrete, innovatieve toekomstbeelden voor steden en gemeenten die zich engageren in een gestructureerd toekomsttraject en met de toolbox aan de slag gaan rond duurzame stadsontwikkeling. Concrete handvaten voor participatieve beleidsontwikkeling: Het onderzoek streeft ernaar om op korte termijn te benadrukken hoe visualisatie- en narratieve technieken niet alleen het toekomstdenken bevorderen, maar ook de samenwerking tussen beleidsmakers, onderzoekers en jongeren stimuleren. Effectieve communicatie rond toekomstbeelden: Door het integreren van visualisatie- en narratieve tools leren deelnemers in workshops rond toekomstdenken niet alleen complexe ideeën, toekomstige scenario's en concepten te bedenken en te verwoorden, maar ook om deze op een visueel aantrekkelijke en toegankelijke manier te communiceren. Dit stelt hen in staat hun inzichten effectiever te delen met diverse doelgroepen, van collega’s en beleidsmakers tot het brede publiek. Toekomstgeletterdheid bij jongeren stimuleren: Vlaamse jongeren het vermogen bijbrengen om rekening te houden met de toekomst(en) bij het maken van beslissingen, keuzes,... Toekomstgeletterdheid bij beleidsmakers stimuleren: Beleidsmakers het vermogen bijbrengen om rekening te houden met de toekomst(en) bij het maken van beslissingen, keuzes,... én de waarde van cocreatie met jongeren laten inzien bij dergelijk toekomstdenken."},{"description":"Dankzij de komst van Virtual Production (VP) is er geen noodzaak meer om alle decors voor video of film fysiek op te bouwen. Met dit onderzoek wil Howest een duurzame onderzoekslijn opzetten rond VP en in het werkveld de hindernissen wegnemen om ermee aan de slag te gaan.\n\nDe koepelterm Virtual Production verwijst doorgaans naar de integratie van fysieke en digitale platformen binnen een real-time film- of video-omgeving. Bij Virtual Production worden deze platformen gecombineerd om virtuele decors en omgevingen te creëren tijdens het opnameproces. Dit biedt aanzienlijke voordelen voor de flexibiliteit en creativiteit in producties, aangezien er geen noodzaak is om alle decors fysiek te bouwen of de productiecrew naar verschillende locaties te verplaatsen. Recent kreeg Howest DAE budget om de greenkey studio in The Level om te bouwen naar een Virtual Production studio.\n\nVirtual Production biedt aanzienlijke voordelen voor de flexibiliteit en creativiteit in producties, aangezien er geen noodzaak is om alle decors fysiek te bouwen of de productiecrew naar verschillende locaties te verplaatsen.\n\nMet dit onderzoek streven we ernaar om een duurzame onderzoekslijn op te zetten rond deze nieuwe state-of-the-art Virtual Production-technologie en tegelijk in het werkveld de hindernissen weg te nemen om met VP aan de slag te gaan. Zo willen we Howest positioneren als een toonaangevend Europees kenniscentrum voor de entertainmentindustrie en een lerend netwerk opbouwen.\n\nBovendien beschouwen we de integratie van VP in het curriculum van Howest als een belangrijke prioriteit, met als doel studenten voor te bereiden op de eisen van de moderne film- en entertainmentindustrie.","summary":"Howest zet duurzame onderzoekslijn op voor Virtual Production, integratie van fysieke en digitale platformen biedt flexibiliteit en creativiteit in producties. Positioneert als Europees kenniscentrum voor entertainmentindustrie en integreert VP in curriculum voorbereiding studenten op moderne industrie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005671","result_description":"Proces:\nKennisopbouw, draaiboeken maken, state of art opvolgen, verder uitbouw studio met nieuwe tech, kennisopbouw en kennisdeling via lerend netwerk.\n\nProduct:\nAanbieden van workshops en lespakketten voor zowel DAE curriculum en werkveld Diverse demo’s, case studies, tech prototypes ... (voor disseminatie op events/social media alsook gebruik in workshops en dienstverlening).\n\nDienst:\nAls expertisecentrum en (erkend door Epic*) opleidingscentrum voor EU werkveld diensten op maat leveren. Advies, workshops, levenslang leren trajecten, openstudiodagen, rondleidingen, ... Deelname en op maat advies binnen filmproducties.\n* We streven tijdens de pwo om officieel erkenning te krijgen als opleidingscentrum door Epic/technologiepartners.\n\nOp korte termijn richten we ons op kennisopbouw en experimenten. Hierbij krijgen professionals in het werkveld direct toegang tot geavanceerde VP-technieken en experimentele workflows, essentieel voor het verbeteren van hun praktische vaardigheden en theoretische kennis. Tegelijkertijd zorgt ons lerend netwerk ervoor dat gespecialiseerde kennis snel overgedragen wordt en dat vaardigheden binnen de lokale industrie worden opgebouwd en betrokkenen in staat stelt snel te leren en best practices uit te wisselen.\n\nVoor de middellange termijn zijn de doelstellingen gericht op duurzame ontwikkeling. Continue betrokkenheid en bijscholing zorgen ervoor dat de kennis en vaardigheden van de deelnemers actueel blijven. Door integratie van VP in het onderwijs worden studenten en toekomstige professionals voorzien van vaardigheden die aansluiten bij de industrienormen van zowel vandaag als morgen. We bekijken dan ook de optie voor een LLL traject via Howest Academy. Daarnaast zal het streven naar een status als gecertificeerd opleidingscentrum door Epic onze opleidingen formeel valideren. Dit alles zal ervoor zorgen dat de adoptie van VP technieken in het werkveld vergroot wordt.\n\nEen kritieke component in onze aanpak is de combinatie van lopend AI-onderzoek en het nieuwe onderzoek naar Virtual Production. Deze synergie zal ons in een leiderschapspositie plaatsen wat betreft het verbeteren van bestaande draaiboeken, procedures, en pipelines. Deze progressieve visie positioneert ons om toonaangevend te zijn in zowel de academische als industriële aspecten van VP.\n\nAanvullend zullen wij onze recente ontwikkelingen en bevindingen rond VP tentoonstellen tijdens openstudiodagen en/of events zoals het Unwrap festival, georganiseerd door Flanders Game Hub. Dit festival dient als een uitstekend platform voor het demonstreren van de praktische toepassingen van onze onderzoeksresultaten in een dynamische en interactieve setting. Dergelijke evenementen bieden ons de kans om de relevantie en potentie van VP-technologieën rechtstreeks aan de industrie en academische gemeenschap te tonen.\n\nMet de aangekondigde uitbreiding van de taks shelter voor de Vlaamse gamesector en door dossiers zoals de Flanders Game Hub zal Vlaanderen/regio Kortrijk als innovatiecentrum van de entertainmentindustrie op de kaart komen te staan en grote investeerders aantrekken om samenwerkingen aan te gaan met onze lokale studio’s. De aanwezige kennis rond VP studio workflows bij die bedrijven zal een belangrijke versnellende factor zijn om investeerders uit de entertainmentindustrie aan te trekken om hier ons talent aan grotere producties te laten meewerken."},{"description":"De missie van het expertiseteam Vital Cities is om actief bij te dragen aan de ontwikkeling van duurzame en inclusieve, beweegvriendelijke omgevingen die aansluiten op de behoeften van gebruikers én een positieve impact hebben op de gemeenschap.\n\nOm duurzaam in te zetten op een actieve levensstijl bij mensen, is een drieledige en interdisciplinaire aanpak nodig die rekening houdt met structurele, intra- en interpersoonlijke factoren.\n\nEnerzijds moet de fysieke omgeving worden aangepast om sport en bewegen toegankelijker te maken. Dit zijn structurele factoren, zoals beschikbaarheid van sport- en beweegfaciliteiten, groenruimtes, waterelementen, veilige fiets- en wandelpaden en openbare ruimtes.\n\nIn het eerste onderzoeksluik bekijken we hoe een multidisciplinair perspectief kan worden geïntegreerd in het ontwerpproces van beweegvriendelijke ruimtes. Focus is het bevorderen van de toegankelijkheid voor iedereen. Ontwerpstrategieën worden onderzocht, wetenschappelijk onderbouwde ontwerpstandaarden ontwikkeld en kennisuitwisseling gefaciliteerd tussen stakeholders om gedragswetenschappelijke aspecten effectief te integreren in ontwerpopdrachten.\n\nAnderzijds is het essentieel dat mensen zelf de wil ontwikkelen om aan sport en bewegen te doen (intrapersoonlijk), en dat ze worden ondersteund door hun omgeving (interpersoonlijk).\n\nIn het tweede onderzoeksluik wordt aan de slag gegaan met tienermeisjes in kwetsbare situaties. Doel is het identificeren van drempels en ontwikkelen van oplossingen om sportparticipatie duurzaam te stimuleren.","summary":"Ontwikkeling van duurzame, beweegvriendelijke omgevingen met positieve impact op gemeenschap. Drieledige aanpak integreert wetenschap en ontwerp voor toegankelijke sportfaciliteiten en gedragsverandering.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005672","result_description":"SPOOR 1\n\n1. Ontwerpstandaarden inclusieve beweegvriendelijke omgeving: Ontwikkeling van ontwerpstandaarden voor een inclusieve beweegvriendelijke omgeving gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek die rekening houden met diverse gebruikers, waaronder kwetsbare groepen, ouderen, mensen met een beperking en vrouwen. Als we mensen willen ‘nudgen’ naar een bepaald gedrag dan kunnen wetenschappelijk onderbouwde normen helpen om effectief in te brengen in het ontwerp.\n  \n2. Kennisproducten Uit de onderzoeksresultaten van punt 1 kunnen verschillende kennisproducten worden ontwikkeld, waaronder: White paper: Een diepgaand document met richtlijnen voor ontwerpers en beleidsmakers om de ontwerpstandaarden toe te passen in concrete projecten en ontwerpopdrachten. Trainingsmaterialen: Ontwikkeling van educatief materiaal en trainingen voor professionals in stedenbouw, landschapsarchitectuur en gezondheidsbevordering, gericht op het implementeren van inclusieve ontwerpprincipes.\n\n3. Vital Cities Toolbox: nieuw ontwikkelde en bestaande tools en methodieken van Vital Cities integreren in een bruikbare digitale toolbox, gericht op ontwerpers, beleidsmakers, stedenbouwkundigen, projectontwikkelaars en andere stakeholders. Deze toolbox zal essentiële instrumenten bevatten, zoals de wildspeeltool, communityscan, beweegscan en bouwstenen BVO (beweegvriendelijke omgeving), om gedragswetenschappelijke aspecten te integreren in ontwerpopdrachten en duurzame, inclusieve sport- en beweegplekken te bevorderen. Dit gaan we doen i.s.m. de studenten MCT.\n\n4. Vernieuwende methodologie voor participatief ontwerp: Implementatie van bestaande expertise van design thinking en participatief ontwerp in co-creatiemethodieken waarbij diverse gebruikers en experten actief betrokken zijn bij het definiëren van behoeften en het ontwerpen van beweegvriendelijke ruimtes.\n\n5. Lerend netwerk ‘beweegvriendelijke omgeving’: Vital Cities richtte recent een lerend netwerk ‘beweegvriendelijke omgeving’ op waar gedragspsychologen, onderzoekers, ontwerpers, relevante organisaties en beleidsmakers uit Vlaanderen en Nederland hun kennis en expertise kunnen delen over het ontwikkelen van een inclusieve beweegvriendelijke omgeving. Vanuit Vital Cites fungeren we als coördinator van het lerend netwerk dat 2 keer per jaar samenkomt om kennis uit te wisselen en elkaar te inspireren afwisselend in Vlaanderen of in Nederland. Er liggen heel wat kansen om via dit netwerk onze expertise uit te breiden, samenwerkingen op te zetten, publicaties te schrijven en externe financiering aan te trekken.\n\n6. Walkshop: Vanuit de bestaande en goeie samenwerking met kenniscentrum Sport en Bewegen willen we de kennis bundelen in een vorming die bestaat uit een combinatie van een interactieve presentatie op locatie en een wandeling door de buurt waarbij samen met de workshopleiders een actieve omgevingsscan wordt uitgevoerd. Tijdens de walkshop staan we ook stil bij hoe verschillende gebruikersgroepen de omgeving gebruiken en ervaren om iedereen gelijke kansen te geven om actief te zijn in de openbare ruimte.\n\n7. Dienstverleningspakketten: Consultancy en advies: Dit omvat het analyseren van bestaande ruimtes, identificeren van behoeften van diverse gebruikersgroepen en aanbevelen van inclusieve ontwerpstrategieën op basis van bestaande tools van Vital Cities. Faciliteren van participatieve ontwerpprocessen d.m.v. de methodieken en tools van Vital Cities. Aanbieden van monitoring- en evaluatiediensten om de effectiviteit van beweegvriendelijke ontwerpinterventies te voorspellen, te meten en te verbeteren.\n\nSPOOR 2\n\n1. Intrapersoonlijke factoren: methodiek ‘Iedereen KANSporten’ IedereenKANSporten wordt een volledig uitgewerkt programma om gedurende een afgebakende periode een traject af te leggen met een groep tienermeiden met als doel om hen warm te maken voor sport en tegelijk aan persoonlijke competentieversterking te doen. IedereenKANSporten is een inclusief programma dat voornamelijk gericht is op meiden die minder sportkansen hebben en die in een regulier aanbod te veel drempels ervaren om deel te nemen. Het eindresultaat is een product/methodiek gericht op jongerenorganisaties en verenigingen die werken met tieners en meer willen inzetten op doelgroep meisjes. Deze methodiek kan gevaloriseerd worden door o.a. vzw Brave en kan als dienst ingezet worden. Brave is ontstaan uit het onderzoeksproject G.I.R.L! en gaat praktijkgericht aan de slag met de uitdaging om een betere toegang en meer zichtbaarheid te creëren voor vrouwen in publieke ruimtes en sportactiviteiten.\n\n2. Interpersoonlijke factoren: proces ‘Building Brave Networks’ Bovenstaande methodiek ‘iedereenKANSporten’ wordt geïmplementeerd in een activatieprogramma dat Vital Cities uitvoert in opdracht van de Vlaamse Overheid ‘Cats legacy programma’ Output: Het proces: een rapport en factsheets dat de geleerde lessen bevat Een product: een implementatiegids van ons programma iedereenKANSporten bij de aanleg van een nieuwe plek voor jongeren in de publieke ruimte\n\n3. Interventies op verschillende niveaus: Kennisproduct: Uitwerken van ‘Meisjes aan zet’ voor integratie in de Vlaamse Trainerschool Ontwikkelen van een interactieve en educatief spel ‘TEEN TRAIL’ om trainers bewust te maken van de verschillende drempels die tienermeisjes kunnen ervaren bij sportparticipatie."},{"description":"Digitale technologie en Esports zijn niet meer weg te denken uit de maatschappij. Esports Campus is een innovatief project dat technologie, gaming en leren combineert om bedrijven, studenten en professionals te ondersteunen in de ontwikkeling van digitale en sociale vaardigheden.\n\nIn deze praktijkgerichte leeromgeving worden Esports en Exergaming ingezet om nieuwe trainingsmethoden te verkennen en technologieën te testen. De digitale transformatie vereist nieuwe vaardigheden in sectoren zoals IT, gaming, gezondheidszorg en industrie. Tegelijk ervaren bedrijven en onderwijsinstellingen een kloof tussen de noden van de arbeidsmarkt en het bestaande opleidingsaanbod.\n\nEsports Campus biedt een antwoord met hoogtechnologische infrastructuur: een Esports Arena, exergaming-opstellingen en digitale labs. Hier vinden trainingen, workshops en demonstraties plaats die deelnemers voorbereiden op de digitale toekomst. De gebruikte onderzoeksmethodiek is een co-creatie met stakeholders, aangevuld met marktonderzoek, interviews, workshops en pilootfasen voor het testen van trainingsmodules. Door samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en maatschappelijke organisaties wordt de brug tussen theorie en praktijk versterkt.\n\nHet project ontwikkelt innovatieve opleidingsmodules rond digitale en overdraagbare vaardigheden zoals probleemoplossend denken, samenwerking en communicatie. De resultaten zullen bijdragen aan de bredere inzet van Esports en Exergaming als educatieve en professionele tools in Vlaanderen en daarbuiten.","summary":"Esports Campus combineert technology, gaming en leren om digitale en sociale vaardigheden te ontwikkelen. Innovatief project met Esports Arena, exergaming en digitale labs voor training en workshops. Co-creatie met stakeholders voor toekomstgerichte opleidingen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005673","result_description":"Bij de afsluiting van dit project worden de volgende resultaten verwacht:\n\nEsports Campus met een Esports Arena, Exergaming-zone, IT-labs en hybride leeromgeving. \n\nOpleidingsprogramma’s: 500 deelnemers behalen een certificaat in digitale en soft skills via VR, AR en gamificatie. \n\nWorkshops & demonstraties: Minstens 5 per jaar voor professionals, bedrijven en studenten. \n\nSamenwerkingen: Minstens 10 bedrijven en 5 KMO’s investeren in nieuwe vaardigheden. \n\nInclusie: Toegang voor kwetsbare groepen en samenwerking met sociale organisaties. \n\nEvenementen & publicaties: Internationale Esports-conferenties (2026, 2028), open dagen en impactrapportages. \n\nDuurzame verankering: Integratie in curricula en structurele financiering via partnerships.\n\nHet project streeft naar duurzame impact op lange termijn door:\n\nVersterking van digitale en soft skills: Creëren van opleidingsprogramma’s die inspelen op de snel evoluerende arbeidsmarkt. \n\nDuurzame samenwerking tussen onderwijs en industrie: Structurele partnerschappen met bedrijven en kennisinstellingen om innovatie en talentontwikkeling te stimuleren. \n\nInclusie en gelijke kansen: Toegankelijke leeromgevingen voor kwetsbare doelgroepen, met focus op digitale geletterdheid en werkgelegenheid. \n\nRegionale en internationale impact: Positionering van Vlaanderen als pionier in Esports en Exergaming, met kennisdeling via conferenties en publicaties. \n\nDuurzame verankering van de Esports Campus: Financieel zelfstandig door publieke en private samenwerking, met continue vernieuwing in infrastructuur en opleidingen.\n\nDit project draagt bij aan de digitale transformatie en een toekomstgerichte kenniseconomie."},{"description":"De Mind- and Makerspace (MaM) is de creatieve ontmoetingsplaats voor denkers en doeners in Brugge. Het project speelt in op de nood aan innovatieve, laagdrempelige leeromgevingen waar studenten, medewerkers en externe individuen en organisaties vaardigheden kunnen ontwikkelen die bijdragen aan positieve verandering.\n\nUitdagingen zoals digitalisering, maatschappelijke transities en snel veranderende arbeidscontexten vragen om andere leer- en werkvormen. Het MaM biedt hier een antwoord op door een stimulerende plek te creëren waar onder andere leren door maken centraal staat. Meer in het bijzonder focust MaM op het stimuleren van vier transformatieve vaardigheden: delen en samenwerken, zelfontplooiing en kritisch denken, creatief vermogen en durf tonen en initiatief nemen. Deze zijn ingebed in het DNA van het MaM en alle activiteiten: open ateliers, workshops, opleidingen en trainingen (op maat), events, praktijkgericht onderzoek en dienstverlening.\n\nMaM hanteert een hybride aanpak die zowel het ‘mind’-aspect (brainstorms, prototyping, cocreatie, (service) design thinking) als het ‘maker’-aspect (ambachtelijke en digitale technieken) verbindt. Daarnaast is MaM actief in praktijkgericht onderzoek rond impact, leeromgevingen, creativiteit, taal en lezen en STEM. Naast de eigen activiteiten fungeert het MaM ook als platform dat kennisdeling en ondernemerschap stimuleert en faciliteert.\n\nTegen 2028 wil MaM blijven uitgroeien tot een duurzame, inclusieve en toegankelijke leeromgeving die talentontwikkeling ondersteunt en inzet op de vijf P’s (People, Planet, Profit, Peace, Partnership). De strategie voor de komende periode sluit dan ook aan bij de Blue Circle van Howest en de drie kijkvensters: RUN EU, ecosystemen en duurzaam Howest.","summary":"Mind- and Makerspace (MaM) in Brugge is dé plek voor innovatieve leren en werken, met focus op transformatieve vaardigheden en praktijkgericht onderzoek. MaM stimuleert samenwerken, creativiteit en ondernemerschap voor duurzame groei en talentontwikkeling.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005674","result_description":"Volgende zaken kunnen bijgehouden worden om output te monitoren:\n\n1. Bezoek en bereik (intern & extern)\nAantal individuele studenten, opleidingen en klasgroepen die het MaM bezoeken (incl. overzicht van opleidingen).\nAantal alumni dat deelneemt aan activiteiten of terugkeert als spreker, coach of partner.\nAantal bezoekers tijdens open atelier momenten.\nAantal gegeven rondleidingen aan externen.\nAantal bezoeken vanuit organisaties (bedrijven, vzw’s, culturele instellingen, overheden…).\nBezoekersregistraties uitgesplitst naar profiel (student, docent, burger, organisatie…).\n\n2. Deelname aan activiteiten\nAantal deelnemers aan workshops, events en trainingen.\nAantal opleidingen, lessen of projecten die gebruik maken van MaM-infrastructuur of expertise.\nAantal cocreatietrajecten, praktijkprojecten of dienstverleningstrajecten.\nOverzicht van gesubsidieerde projecten binnen MaM en de link met de Howest strategie.\n\n3. Kennisdeling en samenwerking\nAantal gedeelde onderzoeksoutputs (prototypes, tools, publicaties, events).\nAantal unieke externe partners dat participeert aan MaM-werking.\nAantal vervolgtrajecten of structurele samenwerkingen met partners.\nAantal media-/persvermeldingen en bereik op sociale media.\n\n4. Kwaliteit en impact\nTevredenheidsscore bij interne bevraging onder Howest-medewerkers.\nAantoonbare bijdrage aan SDG’s of lokale ecosystemische initiatieven.\n\nHet MaM maakt studeren aan Howest aantrekkelijker en biedt alumni kansen om opnieuw in contact te komen met de hogeschool. Het MaM faciliteert de verspreiding van praktijkgericht onderzoek en stimuleert samenwerking met en dienstverlening voor externe partners. Het MaM versterkt het netwerk van Howest en positioneert de hogeschool als een innovatieve en betrouwbare partner in diverse sectoren. Het MaM trekt een divers publiek aan en genereert een rimpelwerking die de maatschappelijke zichtbaarheid van Howest vergroot. Howest-medewerkers ervaren het MaM als een meerwaarde die onderwijs en curricula verrijkt. Het MaM draagt actief bij aan de realisatie van strategische doelstellingen van Howest zoals duurzaamheid en ecosystemisch werken en vormt een belangrijke schakel binnen RUN EU."},{"description":"Microbiologische monitoring en beheersing zijn essentieel in voedselproductie, drinkwaterbehandeling, gezondheidszorg en milieu om veiligheid en kwaliteit te waarborgen. Geavanceerde technologieën zoals metagenomics, (meta)transcriptomics en CRISPR/Cas kunnen hierbij helpen.\n\nDit kan concreet door micro-organismen te identificeren, inzicht te bieden in complexe systemen en microbiële interventies mogelijk te maken. Ze vereisen echter meer onderzoek om praktische implementatie te bereiken.\n\nZo is in West-Vlaanderen, waar voedselproductie belangrijk is, het waarborgen van voedselveiligheid cruciaal voor de lokale economie en volksgezondheid. De implementatie van deze geavanceerde technologieën kan een cruciale rol spelen bij het verbeteren van microbiologische monitoring en beheersing, waardoor de veiligheid en kwaliteit van voedselproducten beter kan worden gegarandeerd.","summary":"Verbeter voedselveiligheid en kwaliteit met geavanceerde microbiologische technologieën voor monitoring en beheersing in voedselproductie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005675","result_description":"Product\n\nDit project zal leiden tot de ontwikkeling van verschillende workflows voor de volgende disciplines: Voor praktische toepassingen in metagenomics met een focus op het verhogen van de sensitiviteit, inclusief adaptive nanopore sequencing en de verrijking van stalen. Voor praktische toepassingen in (meta)transcriptomics via nanopore sequencing, waaronder RNA-extractie, het maken van libraries en data-analyse. Door het toepassen van de uitgewerkte workflows kunnen nieuwe vragen van verschillende werkveldpartners worden beantwoord. Daarnaast zullen deze workflows ook ingezet worden voor het uitvoeren van labowerk met studenten tijdens practica en projectwerk.\n\nDe introductie van een OT-2 pipetteerrobot zal toelaten om een groter aantal stalen geautomatiseerd te verwerken en kan gebruikt worden door studenten, onderzoekers en werkveldpartners. Deze robot werd reeds operationeel gemaakt tijdens het vorige PWO-project (MetaTec), maar nieuwe workflows zullen hierop ingezet kunnen worden (onder andere de library voorbereiding voor (meta)transcriptomics stalen).\n\nTijdens het vorige MetaTec-project werd er reeds ingezet op een webapplicatie voor de vereenvoudigde data-analyse van DNA-sequencing (MetaTec Tool). Tijdens dit project zal er hierop verder ingezet worden om ook RNA-analyse mogelijk te maken met uitbreiding van de nodige tools die hiervoor vereist zijn. Deze tool wordt via onze server aangereikt aan werkveldpartners/andere onderzoekers om zelf aan de slag te gaan met hun data-analyse.\n\nProces\n\nDit project zal leiden tot het genereren van nieuwe inzichten met betrekking tot de ontwikkeling van verschillende workflows voor toepassingen in metagenomics (met een focus op het verhogen van de sensitiviteit, inclusief adaptive sequencing) en (meta)transcriptomics. De verschillende stappen zullen worden geoptimaliseerd per vraag of type toepassing van een werkveldpartner en zullen resulteren in een complete workflow die kan worden geïmplementeerd. Stappen waarop zal worden ingezet tijdens dit project omvatten: RNA-extractie uit een bepaald type monster; Staalvoorbereiding (aanrijkingsstappen, omzetting van mRNA naar cDNA, koppeling met automatisering); Het maken van een library voor (meta)transcriptomics toepassingen; Nanopore sequencing voor DNA-sequencing met adaptive sequencing en RNA-sequencing; Specifieke data-analyse afhankelijk van de toepassing.\n\nDit project zal leiden tot het genereren van inzichten betreffende de ontwikkeling van de verschillende workflows voor toepassingen in CRISPR/Cas. Belangrijke stappen omvatten: Ontwerp van guide-RNA (sgRNA): Identificatie van doelwit-DNA sequentie (target DNA) die je wenst te wijzigen, ontwerpen van sgRNA die complementair is aan het target DNA; sgRNA-Cas construct ontwerpen in een plasmide; Het inzetten van OMICS- en CRISPR/Cas-gebaseerde technologieën zal een aanzienlijke meerwaarde bieden binnen ons kenniscentrum, met name door het mogelijk maken van een end-to-end benadering door middel van de uitgebreide wetlab- en drylab-expertise.\n\nDienst\n\nVia de expertise die in dit PWO-project gegenereerd wordt, wensen we Howest verder op de kaart te zetten, met in het bijzonder een verdere uitgebreide knowhow omtrent ONT sequencing voor het toepassen van metagenomics (focus sensitieve detectie en adaptive sequencing) en (meta)transcriptomics. Via de nieuwe kennis rond CRISPR/Cas zal er kunnen ingezet worden op nieuwe onderzoeksvragen. Dankzij dit nieuwe PWO-project kunnen we naast onze expertise en dienstverlening van eenvoudige stalen (één organisme, PWO NanoDeTech), “complexere” metagenomics stalen (meerdere organismen, PWO MetaTec), nu ook expertise aanbieden voor metagenomics stalen met laag abundante species en (meta)transcriptomics via nanopore sequencing.\n\nWe wensen ook de workshops (aangeboden tijdens het MetaTec-project) rond nanopore sequencing verder uit te breiden naar meer complexere vraagstukken zoals (meta)transcriptomics. Tijdens deze betalende workshop kan men, al dan niet met een eigen staal, onder begeleiding het ganse proces van staalvoorbereiding, nanopore sequencing tot data-analyse meevolgen. Er zal ook gekeken worden naar opportuniteiten met onze werkveldpartners (e.g. Avans Hogeschool) voor het opzetten van gedeelde workshops, aangereikt door de verschillende instellingen in functie van nanopore sequencing en CRISPR/Cas (waarvan onze partner expert is). Dit zorgt voor uitgebreide disseminatie van ons Life Sciences Research Center (Biosciences Research Lab – BsRL - en Bioinformatics Knowledge Center – BiKC) naar de buitenwereld toe, en zorgt ervoor dat de opleidingen BLT/BIT en de Howest in het algemeen in de kijker worden gezet.\n\nTenslotte kan de webapplicatie als dienst beschikbaar gesteld worden aan het werkveld/onderzoeksveld in samenwerkingsverband of via betaling.\n\nKorte termijneffecten\n\nAntwoorden bieden op specifieke onderzoeksvragen: Aangezien er gewerkt zal worden op cases vanuit het werkveld, zullen hiervoor resultaten gegenereerd worden die direct inzetbaar zijn voor het bedrijf/kennispartner. Cases die reeds vastgelegd zijn, omvatten: Ferment cases (VDA Ooigem) Voedingstalen voor detectie van laag abundantie pathogenen Salmonella en Listeria sp. (ILVO) Transcriptomics van bepaalde Streptomyces species voor onderzoek naar interessante microbiële producten (FWO project Iminogene, in samenwerking met InBio en Howest) Voor het Interreg-project (zie 8. Externe onderzoeksfinanciering) is er interesse om ongewenste genen (e.g. antibioticumresistentiegenen) in reinigingswater op te sporen. Daarnaast is er interesse om de microbiële activiteit in biofilms te monitoren.\n\nVerbeterde capaciteiten en snellere projectuitvoering: De werkveldpartners zullen profiteren van de nieuwe workflows en technieken, waardoor ze hun capaciteiten kunnen verbeteren in metagenomics en (meta)transcriptomics. Door de gestroomlijnde workflows kunnen projecten efficiënter worden uitgevoerd, waardoor tijd en middelen worden bespaard.\n\nBetere datakwaliteit: De geoptimaliseerde workflows kunnen leiden tot verbeteringen in de kwaliteit en betrouwbaarheid van de verkregen data, wat resulteert in nauwkeurigere analyses en interpretaties.\n\nToegankelijkheid van data-analyse: De webapplicatie kan directe toegang bieden tot geavanceerde data-analysetools voor nanopore sequencing, waardoor onderzoekers snel en gemakkelijk hun sequentiedata kunnen analyseren zonder uitgebreide technische expertise.\n\nOverdracht van kennis via workshops: De workshops over nanopore sequencing en CRISPR/Cas zijn gericht op het overdragen van kennis en praktische vaardigheden. Dit leidt tot professionalisering van alumni en werkveld. Workshops kunnen deelnemers voorzien van diepgaande kennis over de principes en toepassingen van nanopore sequencing en CRISPR/Cas, waardoor ze hun expertise op deze gebieden kunnen uitbreiden. Door hands-on sessies tijdens de workshops kunnen deelnemers vertrouwd raken met de operationele aspecten van de technologieën.\n\nNetwerking: Workshops en georganiseerde netwerkevents met het werkveld (e.g. via stuurgroep meetings, postersessies, etc.) bieden de gelegenheid voor deelnemers uit verschillende achtergronden om elkaar te ontmoeten, ideeën uit te wisselen en potentiële samenwerkingsverbanden te verkennen, wat kan leiden tot bredere samenwerking en kennisuitwisseling."},{"description":"Transparantie en vertrouwen zijn in journalistieke context belangrijke voorwaarden voor kwaliteitsvol nieuws. Zowel journalisten als nieuwsconsumenten tonen argwaan wanneer nieuwsberichten door generatieve AI tot stand komen. \n\nHoewel Large Language Models (LLM’s) breed inzetbaar zijn voor IE-taken (information extraction), ondervinden ze vaak moeilijkheden als de gebruiker domeinspecifieke vragen stelt. Dit leidt tot onnauwkeurigheden en irrelevante resultaten (hallucinaties), vooral in scenario's waarin de beschikbaarheid van gegevens beperkt is.\n\nAls reactie op deze uitdaging wordt het Retrieval-Augmented Generation (RAG) framework geïntroduceerd, met als doel de mogelijkheden van LLM’s te vergroten. RAG maakt het mogelijk om zelf actuele en geverifieerde bronnen te selecteren voor het formuleren van een antwoord op een vraag van de gebruiker. Door deze selectie van kennisbronnen beperkt RAG het risico op het gebruik van onbetrouwbare informatie. Dit zou LLM’s bruikbaar moeten maken voor journalistieke doeleinden.\n\nDit onderzoek heeft als doel een adviesrapport met richtlijnen op te stellen voor een succesvolle RAG-integratie binnen Vlaamse nieuwsredacties. Het project start met een literatuurstudie naar de adoptie van generatieve AI voor tekstuele nieuwsverslaggeving en onderzoekt daarna met iteratief experimenteel onderzoek hoe RAG de feitelijke nauwkeurigheid van door LLM’s gegenereerde antwoorden verbetert. Een prestatietest gebaseerd op de criteria van de journalistieke code geldt als benchmark.\n\nAan gebruikerszijde wordt nagedacht over een gebruiksvriendelijke manier om gegenereerde antwoorden aan nieuwsconsumenten te presenteren. Een eventueel vervolgtraject bekijkt het ontwikkelen van een eigen chatbot en de bredere implementatie in de media- en communicatiesector.","summary":"Verbeter journalistieke nauwkeurigheid met Retrieval-Augmented Generation (RAG) voor betrouwbaar AI-ondersteund nieuws. Onderzoek en implementeer voor Vlaamse nieuwsredacties.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005676","result_description":"Proces/dienst:\nAdviesrapport voor journalisten en nieuwsredacties met richtlijnen voor een succesvolle RAG-integratie in tekstuele nieuwsverslaggeving gebaseerd op de literatuurstudie en het iteratief experimenteel onderzoek. Met het adviesrapport en bijhorende richtlijnen kunnen nieuwsredacties de transitie naar een RAG-integratie geïnformeerd aanvatten. Dit bespaart hen eventuele dure voortrajecten en haalt vooroordelen uit de weg. Het geeft journalisten ook de nodige argumenten om interne besluitvormers te overtuigen om de stap naar een RAG-integratie te zetten. Dit zou ook de drempel verlagen om in te stappen in het geplande vervolgtraject van dit onderzoek.\n\nProces/dienst:\nOnderzoeksresultaten van dit praktijkonderzoek worden geïntegreerd binnen bepaalde opleidingsonderdelen in de clusters CST, IT en Business & Media. Een aangepaste versie van het adviesrapport moet het voor Howest-docenten mogelijk maken om de onderzoeksresultaten te vertalen naar bruikbare lesinhoud gericht op specifieke opleidingsonderdelen binnen het curriculum.\n\nVoor de doelgroep professionals in het werkveld (journalisten):\n- Een robuuste RAG-pipeline samenstellen die de feitelijke nauwkeurigheid optimaal waarborgt en de kans op misinformatie tot een minimum te beperken.\n- Het vertrouwen van journalisten in een deugdelijk gebruik van generatieve AI (i.e. LLM met RAG) voor nieuwsverslaggeving versterken.\n- De Vlaamse traditionele nieuwsmedia volgens het 'try before you buy'-principe de nodige inzichten geven om op een geïnformeerde manier te investeren in generatieve AI-oplossingen.\n- De Vlaamse traditionele nieuwsmedia voldoende concurrentieel houden ten opzichte van internationale spelers die het soms minder nauw nemen met de waarden die vervat zitten in de journalistieke code.\n\nVoor de doelgroep nieuwsconsumenten:\n- Het vertrouwen van nieuwsconsumenten in het gebruik van generatieve AI (i.e. LLM met RAG) voor journalistieke doeleinden versterken.\n- Een betere gebruikerservaring voor nieuwsconsumenten aanbieden door het mogelijk te maken om met nieuwsartikelen in interactie te gaan en van nieuwsgaring een meer gepersonaliseerde, on demand ervaring te maken."},{"description":"BIRDGEN richt zich op het ontrafelen van de genetische diversiteit en het verbeteren van de identificatie van vogelsoorten met behulp van mitochondriaal DNA. Howest speelt hierin een voortrekkersrol dankzij haar kennis en expertise in nanopore sequencing en bio-informatica.\n\nDeze expertise draagt niet alleen bij aan een diepgaander begrip van biodiversiteit en ondersteunt strategieën voor natuurbehoud en -beheer (het ecologische transitiedomein), maar versterkt ook de verbinding tussen mens en natuur (het sociale transitiedomein). De focus op soorten zoals de steenuil, die vaak op brede publieke interesse en sympathie kunnen rekenen, biedt unieke kansen om het maatschappelijk draagvlak voor natuurbehoud te vergroten en mensen actief te betrekken bij hun leefomgeving, essentieel in de context van klimaatverandering.\n\nCentrale onderzoeksvragen binnen het project focussen op de optimalisatie van methoden voor DNA-extractie uit moeilijk materiaal zoals veren, en de ontwikkeling van robuuste PCR-protocollen voor de volledige amplificatie van het mitochondriaal genoom. Deze methodologische innovaties zijn fundamenteel voor het verkrijgen van betrouwbare genetische data en bouwen voort op een grondige analyse van bestaande wetenschappelijke literatuur.","summary":"BIRDGEN verbetert vogelidentificatie met mitochondriaal DNA dankzij Howest's leidende rol in nanopore sequencing en bio-informatica. Onderzoek draagt bij aan biodiversiteit, natuurbehoud en versterkt mens-natuur verbinding. Focus op steenuil biedt kansen voor natuurbehoud en betrokkenheid bij leefomgeving. Methoden voor DNA-extractie en PCR-protocollen worden geoptimaliseerd.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005677","result_description":"De impact van BIRDGEN reikt verder dan enkel wetenschappelijke publicaties. Het project zet sterk in op (internationale) samenwerking met vooraanstaande partners zoals Natuurpunt en Vogelwarte.ch, wat kennisuitwisseling en de ontwikkeling van gestandaardiseerde protocollen bevordert.\n\nDe disseminatie van resultaten naar zowel een wetenschappelijk als een breder publiek is een kerncomponent, waarbij de verbindende kracht van natuur en de fascinatie voor de bestudeerde soorten optimaal wordt benut. Door gerichte communicatie en het aanbieden van gespecialiseerde genetische analyses als dienstverlening, maximaliseert BIRDGEN de maatschappelijke relevantie en toepasbaarheid van de opgebouwde kennis. Hiermee positioneert Howest zich als een kenniscentrum voor toegepast genetisch onderzoek, ten dienste van zowel ecologisch herstel als maatschappelijke betrokkenheid bij natuurbehoud en biodiversiteitsmonitoring.\n\nEen belangrijk onderdeel van BIRDGEN is de casus van de steenuil. Door sequencing van mtDNA wordt de genetische afstand tussen verschillende (onder)soorten en populaties onderzocht. Dit onderzoek is cruciaal om taxonomische discussies wetenschappelijk te onderbouwen en effectieve conservatiemaatregelen te ontwikkelen.\n\nOp basis van lichaamsbouw, geluid, etc. wordt getwijfeld of bepaalde soorten steenuil in verre landen en streken al dan niet tot dezelfde ondersoort behoren. Hiervoor moet mitochondriaal DNA (mtDNA) gesequenced worden om de genetische afstand te bepalen. Materiaal wordt bekomen via contacten met musea, Natuurpunt en vogelopvangcentra."},{"description":"In dit project introduceert secundaire school Stamina het Mastery Learning-model. Beheersingsleren betekent dat de leerdoelen voor alle leerlingen dezelfde zijn, maar dat de tijd die leerlingen nodig hebben om die leerdoelen volledig te beheersen, varieert. Het doel is om de leerwinst en motivatie van leerlingen te verhogen en het competentiegevoel van leerkrachten te versterken. De aanpak combineert beheersingsgericht leren met metacognitie en zelfregulerend leren, en wordt ingebed in een cyclisch lesmodel met diagnostische toetsen, individuele leerpaden en integratieopdrachten. Differentiatie en remediëring staan centraal, ondersteund door wekelijkse lesoverleggen en een stuurgroep.\n\nDe aanleiding voor dit onderzoeksproject ligt in de vastgestelde niveauverschillen bij leerlingen Frans, mede veroorzaakt door personeelswissels en de coronapandemie. Leerkrachten ervaren een nood aan structuur, werkbare tools en ondersteuning om effectief met deze verschillen om te gaan. Leerlingen hebben behoefte aan duidelijke leerdoelen, zicht op hun voortgang en motiverende leerervaringen.\n\nHet project wordt gedragen door een kernteam van leerkrachten en beleidsmedewerkers, in samenwerking met externe partners zoals Schoolmakers en Howest. Via cocreatie, observaties, reflectie en evaluatie wordt het lesmateriaal onderzocht, ontwikkeld en bijgestuurd. De verwachte impact reikt verder dan het vak Frans: het project stimuleert schoolbrede professionalisering en versterkt evidence-informed werken.\n\nDoor de verankering in de schoolvisie, de betrokkenheid van lerarenopleidingen en de focus op duurzame implementatie, vormt dit project een krachtige hefboom voor onderwijskwaliteit en innovatie binnen en buiten Stamina.","summary":"Stamina school introduceert het Mastery Learning-model in Frans om leerwinst te verhogen. Beheersingsleren met metacognitie en differentiatie staat centraal. Dit project stimuleert schoolbrede professionalisering en innovatie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005678","result_description":"Leerlingen\n\nLeerlingen uit het 3e, 4e en 5e jaar hebben Frans geleerd via Mastery Learning, met individuele leerpaden, diagnostische toetsen en integratieopdrachten die hun motivatie en leerwinst zichtbaar maken.\n\nLeerkrachten\n\nLeerkrachten Frans hebben via intensieve begeleiding, cocreatie en reflectie hun didactische vaardigheden versterkt en duurzame lesmodules ontwikkeld en toegepast.\n\nSchoolteam\n\nDe aanpak is ingebed in de schoolwerking via gedeeld lesmateriaal, een pedagogische studiedag en voorbereiding op uitbreiding naar andere jaren en vakken.\n\nOnderzoek en validatie\n\nHowest heeft de effecten van de aanpak gemeten en gevalideerd, wat bijdraagt aan evidence-informed onderwijsontwikkeling binnen en buiten de school.\n\nSD1 – Op leerlingniveau: Verbeteren van de beheersing van het Frans bij leerlingen in de tweede en derde graad.\n\nSD2 – Op leerlingniveau: Verhogen van de motivatie van leerlingen voor het vak Frans.\n\nSD3 – Op individueel leerkrachtniveau: Versterken van het competentiegevoel van leerkrachten Frans.\n\nSD4 – Op teamniveau: Verhogen van de collectieve leraareffectiviteit door co-creatie van lesmateriaal en diepgaandere professionele dialoog."},{"description":"Een krachtige leeromgeving vraagt om een duurzaam en samenhangend gedragsbeleid dat hand in hand gaat met effectief lesgeven. GO! atheneum Oudenaarde – campus Bergstraat ontwikkelt daarom, in samenwerking met Howest en Leren Vlaanderen, een schoolbreed, evidence-informed implementatieproject. Dit project beoogt een structurele versterking van het pedagogisch klimaat en de leerresultaten, met bijzondere aandacht voor maatschappelijk kwetsbare leerlingen.\n\nDe centrale probleemstelling luidt: hoe implementeren we een duurzaam gedragsbeleid dat leerwinst bevordert en het schoolklimaat verbetert? De school kampt met een hoge mate van gedragsproblemen, schoolwissels en ongekwalificeerde uitstroom, mede door het ontbreken van een uniforme aanpak. De huidige, reactieve strategieën blijken onvoldoende effectief.\n\nHet project rust op drie strategische pijlers: (1) de ontwikkeling van een gedragscurriculum gebaseerd op het PBIS-model, gericht op preventie en positieve bekrachtiging; (2) de opmaak van een leidraad voor proactief klasmanagement, geïnspireerd op evidence-based praktijken; en (3) de integratie van klasmanagement met effectieve didactiek, ondersteund door Lesson Study-cycli en de ICALT-methodiek.\n\nVia co-creatie met leerkrachten en leerlingen, systematische data-analyse en professionele leergemeenschappen wordt het beleid verankerd in de schoolpraktijk. De aanpak is afgestemd op de specifieke noden van de doelgroep en sluit aan bij leidraden van EEF, NRO en Leerpunt. Het project streeft naar een inclusieve, veilige en stimulerende leeromgeving waarin alle leerlingen maximale kansen krijgen om te groeien.","summary":"Ontwikkel samen met Howest en Leren Vlaanderen een gedragsbeleid bij GO! atheneum Oudenaarde om leerwinst te bevorderen en het schoolklimaat te verbeteren, met focus op maatschappelijk kwetsbare leerlingen. Gebruik PBIS-model voor gedragscurriculum, implementeer proactief klasmanagement en integreer dit met effectieve didactiek voor optimale resultaten.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005679","result_description":"Ontwikkeling van een schoolbreed gedragscurriculum, implementatie van een leidraad voor proactief klasmanagement, uitvoering van zes Lesson Study-cycli en professionalisering van het volledige schoolteam. Co-creatie van gedragsregels en routines, pilootimplementatie in zes klassen en verankering in schoolbeleid en professionaliseringsplan. Oprichting van een professionele leergemeenschap (PLG) en meetbare verbetering van klasdynamiek en leerklimaat. Daling van probleemgedrag en verhoging van leerwinst, duurzame samenwerking met externe partners en disseminatie van good practices binnen de scholengroep.\n\nOntwikkelen van een schoolbreed gedragscurriculum gebaseerd op het PBIS-framework, met focus op preventie, voorspelbaarheid en positieve bekrachtiging. Versterken van proactief klasmanagement via een praktische leidraad en tools die structuur, rust en duidelijke communicatie bevorderen. Integreren van effectief lesgeven en klasmanagement door evidence-based didactiek (o.a. ICALT, Wijze Lessen, Lesson Study). Verhogen van leerwinst en motivatie bij alle leerlingen, met bijzondere aandacht voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Creëren van een veilige, inclusieve en stimulerende leeromgeving waarin gedragsverwachtingen helder en consequent zijn. Professionaliseren van het schoolteam via workshops, Lesson Study-cycli en coaching, met focus op duurzame gedragsverandering. Verankeren van het gedragsbeleid in het schoolbeleid en het professionaliseringsplan voor blijvende impact. Stimuleren van co-creatie en eigenaarschap bij leerkrachten en leerlingen in het ontwikkelen en toepassen van gedragsregels. Monitoren en bijsturen op basis van data (incidenten, observaties, bevragingen) om de effectiviteit van het beleid te evalueren en verbeteren. Delen van good practices binnen de scholengemeenschap om bredere implementatie en kennisdeling te bevorderen."},{"description":"STEAMhive streeft ernaar om STEM (Science, Technology, Engineering, Mathematics) in de vrije tijd te verankeren als een volwaardige en toegankelijke hobby, in lijn met de doelstellingen van de STEM-agenda 2030. Het project richt zich op het versterken van lokale en regionale netwerken, het bieden van ondersteuning op maat en het actief vormgeven van het bredere STEM-ecosysteem in Vlaanderen.\n\nBinnen deze context neemt STEAMhive een voortrekkersrol op in het verzamelen en analyseren van data over de noden, kansen en ambities van STEM-academies en makerspaces. Door middel van gerichte onderzoeksactiviteiten – zoals het in kaart brengen van ondersteuningsbehoeften, het ontwikkelen van visiedocumenten, het opstellen van draaiboeken en het uitvoeren van toekomstverkenningen (Expeditie Visie 2028) – draagt het project bij aan kennisopbouw en beleidsvoorbereiding binnen het ecosysteem.\n\nSTEAMhive stimuleert bovendien samenwerking en kennisdeling via netwerkbijeenkomsten, STEAM Trails en train-the-trainer sessies. Het resultaat is een versterkt, geïnformeerd en toekomstgericht netwerk van STEM-academies dat klaar is om de uitdagingen en kansen na 2027 aan te pakken.","summary":"STEAMhive bevordert STEM als hobby, ondersteunt lokale netwerken, verzamelt data en stimuleert kennisdeling voor een toekomstgericht STEM-ecosysteem in Vlaanderen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005680","result_description":"Lokale Netwerkbijeenkomsten: \nOrganiseren van regelmatige bijeenkomsten en initiatieven zoals STEAM-trails om lokale netwerken te versterken en te verbinden met het bredere Vlaamse netwerk.\n\nOndersteuningsaanbod op Maat: \nOntwikkelen en aanbieden van op maat gemaakte ondersteuning voor STEM-academies en andere geïnteresseerde organisaties, met een focus op autonomie en flexibiliteit.\n\nInclusieve Netwerkuitbreiding: \nUitbreiden van het netwerk met aandacht voor kwetsbare en ondervertegenwoordigde groepen, evenals geografisch afgelegen partners, om een breed en divers ecosysteem te creëren.\n\nProactieve Rol in het Ecosysteem: \nActief deelnemen aan het ecosysteem van STEM gangmakers door middel van open communicatie, samenwerking en het opnemen van een leidende rol in initiatieven die kennisdeling en efficiëntie bevorderen.\n\nToekomstgerichte Analyse: \nVoortdurend analyseren van de noden en opportuniteiten van het ecosysteem om een duidelijk beeld te vormen van de toekomstige behoeften en kansen na 2027.\n\nAlgemene doelstelling: \nHet creëren van een Vlaams dynamisch en bloeiend STEM-ecosysteem.\n\nSubdoelstellingen: \n1. Versterking van de regionale werking: We versterken het lokale netwerk door bijeenkomsten en initiatieven zoals STEAM-trails, en verbinden deze met het Vlaanderen brede netwerk.\n2. Continuïteit van de STEAMhive op maat ondersteuning: We bieden op maat gemaakte ondersteuning en blijven flexibel om in te spelen op vragen via de STEM-hub en het STEM in de vrijetijd platform.\n3. Engagement binnen het ecosysteem van gangmakers: We nemen een proactieve rol op in het ecosysteem van STEM gangmakers, met open communicatie en samenwerking, en kijken naar de toekomst om de noden en kansen na 2027 te identificeren.\n\nConcrete doelstellingen: \n- Trekker duikboot lokale werking\n- Trekker duikboot makerspaces\n- Trekker expeditie visie 2028\n- Uitrollen van minstens twee STEAMtrails in West-Vlaanderen i.s.m. de Creative STEM en daarbij samenwerkingen met bedrijven opzetten en lokale besturen proactief aanspreken.\n- Stimuleren van de opstart van minstens één nieuwe STEAMtrail in West-Vlaanderen.\n- Op maat ondersteuning bieden aan STEM-academies bij hun werking.\n- Het binnen het ecosysteem ontwikkelde trainingstraject aanbieden aan eigen netwerk. Minimum elke sessie één keer per jaar.\n- Uitleensysteem uitrollen ter ondersteuning van STEM-academies.\n- Verder uitbouwen lokaal netwerk door minstens één lokaal event te organiseren.\n- Actieve participatie in de havensessies, vuurtoren,..."},{"description":"Vlaamse KMO’s in de maakindustrie vinden het vandaag vaak nog te risicovol om de transitie naar een circulaire economie (CE) op te starten. De grootste redenen hiervoor zijn een gebrek aan ervaren mensen met kennis van CE en financiële middelen, een onvolledige waardeketen en een tekort aan tijd en/of prioriteit.\n\nIn dit project wordt daarom onderzocht hoe (West-)Vlaamse maakbedrijven de transitie kunnen maken naar een circulaire economie? Het onderzoeksproject Circul8 zet ecodesign, waardenetwerken en businessmodel innovatie in als drivers om bedrijven hierbij te ondersteunen.\n\nMet een multidisciplinaire en iteratieve aanpak bouwen de opleidingen Industrieel Product Ontwerpen, Idea & Innovation Management en Devine (Digital Design & Development) aan een sterk samenwerkingsverband tussen bedrijven, experten en overheid. Deze partijen vinden elkaar, delen best practices, aanbevolen tools en methodieken via een dynamisch platform.\n\nWe betrekken de stakeholders ook bij de realisatie van sandbox experimenten met studenten uit de betrokken opleidingen. Daarnaast trekken we samen met actieve circulaire waardenetwerken minimaal 3 concrete samenwerkingen op gang om te bewijzen dat circulariteit een valabele keuze is.\n\nDit project definieert de rol voor Howest als neutrale orchestrator en draagt bij aan een duurzamere, slimmere en economisch veerkrachtige maakindustrie in Vlaanderen.","summary":"Onderzoek Circul8: Hoe kunnen Vlaamse maakbedrijven overstappen naar circulaire economie? Met ecodesign, waardenetwerken en businessmodel innovatie als drivers. Samenwerking tussen bedrijven, experten en overheid, met praktische tools en experimenten. Streven naar 3 concrete circulaire samenwerkingen. Howest als neutrale orchestrator voor duurzame maakindustrie.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-005681","result_description":"Dit project is gericht op het versnellen van de transitie naar een circulaire economie bij (West-)Vlaamse KMO’s in de maakindustrie door kennisdeling, samenwerking en innovatie te stimuleren. Daarvoor bouwen we onder andere een database uit met tools, methodieken, blueprints en flows van transitieprocessen en concretiseren onze rol als neutrale orchestrator, bruggen bouwend tussen circulaire netwerken in Vlaanderen en Europa.\n\nEen sterk en actief collectief is essentieel voor het welslagen van deze transitie naar circulariteit. Daarom worden stakeholders uit de quadruple helix – bedrijven, kennisinstellingen, overheden en het maatschappelijk middenveld – gelinkt aan de maakindustrie en de circulaire economie en tot samenwerking gebracht. Dit collectief zal dus fungeren als een platform voor continue kennisuitwisseling en samenwerking rond de dan betreffende drempels, ontbrekende kennis, componenten, middelen.\n\nWorkshops “Circulaire Waardeketens” zijn samenkomsten om inzichten te delen, uitdagingen te bespreken en concrete oplossingen te ontwikkelen. Hierdoor verbreden de waardeketens tot waardenetwerken die de sandbox experimenten en pilot projecten zullen voeden. De inzichten en resultaten van sandbox-experimenten met het onderwijs worden systematisch vastgelegd en gepubliceerd in rapporten. Deze zullen niet alleen gericht zijn op de maakindustrie, maar ook op een breder publiek binnen de circulaire economie, inclusief peers uit andere sectoren en geïnteresseerde organisaties.\n\nMinstens 3 pilots met meerdere bedrijven/stakeholders zullen via dit project concrete circulaire innovatieprojecten implementeren, wat de haalbaarheid en impact van circulaire strategieën in de praktijk aantoont. De gerichte samenwerkingsprojecten worden opgezet rond cruciale thema’s zoals ecodesign, circulaire businessmodellen en de ontwikkeling van sterke organisatiestructuren en waardenetwerken.\n\nOm de impact op lange termijn te waarborgen, wordt een gevalideerd businessmodel ontwikkeld dat vertaald wordt naar een duurzame dienstverlening. Dit zorgt ervoor dat Circul8 als een neutrale orchestrator ook na afloop van dit PWO-programma minimaal vijf jaar verder kan groeien. Op die manier blijft het project bijdragen aan de circulaire transitie in Vlaanderen, door bedrijven te ondersteunen bij het ontwikkelen en implementeren van toekomstgerichte circulaire oplossingen.\n\nOp korte termijn wordt de circulaire economie actief gestimuleerd bij West-Vlaamse KMO’s, met een sterke focus op de maakindustrie. Circul8 neemt, als cruciale en neutrale spil, een verbindende en ondersteunende rol op zich door bedrijven en belangrijke stakeholders samen te brengen, kennis te ontsluiten en concrete begeleiding te bieden bij de transitie naar circulariteit.\n\nDankzij de ontwikkeling en voortdurende actualisatie van onze rol binnen een collectief van aanbieders, zoekers, methodieken, tools en best practices krijgen KMO’s direct toegang tot relevante expertise, inspirerende voorbeelden en bestaande netwerken. Dit verlaagt de drempel om circulaire initiatieven te starten en bevordert de uitwisseling van ervaringen. Het collectief rond Circul8 groeit gestaag en bewijst haar waarde als een ontmoetingsplek waar bedrijven, kennisinstellingen en beleidsmakers elkaar vinden om circulaire vraagstukken op te lossen.\n\nNa verloop van tijd ontstaat er een structurele verandering in hoe bedrijven omgaan met circulariteit. De opgebouwde kennis en ervaring worden breed gedeeld, waardoor het collectief verder groeit en steeds meer bedrijven overtuigd raken van de economische en ecologische voordelen van circulaire strategieën. Na Circul8 wil Howest als neutrale orchestrator haar expertise en diensten blijven aanbieden en initiatief nemen om nieuwe circulaire samenwerkingen tot stand te helpen brengen. Dit leidt tot een schaalvergroting van circulaire bedrijfsmodellen en een bredere implementatie, niet alleen binnen de Vlaamse maakindustrie, maar ook daarbuiten.\n\nDaarnaast draagt Circul8 actief bij aan Europese kennisdeling en valorisatieprojecten, waardoor Vlaanderen internationaal erkend wordt als een voortrekker in circulaire economie. Via deze internationale samenwerking worden best practices gedeeld en worden Vlaamse KMO’s beter geïntegreerd in bredere circulaire netwerken. Circul8 wordt dus een gevestigde innovatiepartner die in samenwerking met andere relevante actoren nieuwe marktkansen helpt ontstaan en de positie van Vlaamse bedrijven in de circulaire economie versterkt."},{"description":"Het VTI Oostende is gevestigd in het kansarme Westerkwartier en wordt gekenmerkt door een sterke (talige) diversiteit. Daarnaast stromen de laatste jaren steeds meer leerlingen uit de OKAN-afdeling rechtstreeks naar de B-stroom door. Hun Nederlands is nog onvoldoende om de (praktijk)lessen te volgen. Nederlands verwerven is dus een prioriteit in deze B-stroom.\n\nDe school zette eerder in op een extra uurtje Nederlands, maar ervaart voorlopig geen effect. Uit data van de centrale toetsen en de TAS- en Diatoetsen leiden we af dat vrijwel alle leerlingen uit de B-stroom onvoldoende taalvaardig zijn om het eerste jaar secundair onderwijs succesvol door te komen.\n\nNaast een gebrek aan woordenschat is schrijfvaardigheid een pijnpunt. Uit een gesprek met de pedagogisch directeur leren we dat functionele teksten zoals een e-mail, een verslag en een nota schrijven, niet lukt. Op die manier bereiken de leerlingen de minimumdoelen voor functioneel schrijven niet, en dat verontrust de vakgroep Nederlands én de praktijkleerkrachten.\n\nDe vakgroep Nederlands geeft aan onvoldoende op de hoogte te zijn van de ondersteunings- en differentiatiemogelijkheden binnen schrijflessen. Het huidige lesmateriaal is op dat vlak ontoereikend.\n\nSamengevat wil de school de schrijfvaardigheid van hun B-stroomleerlingen structureel en wetenschappelijk onderbouwd aanpakken. Via een effectieve schrijfdidactiek en onder begeleiding van Hogeschool VIVES wil de school een doorstart maken in een duurzaam taalbeleid en zo tegemoetkomen aan de talige noden van hun B-stroomleerlingen.","summary":"VTI Oostende focust op verbetering van schrijfvaardigheid bij B-stroomleerlingen met taalachterstand. Samen met Hogeschool VIVES wordt een effectieve aanpak ontwikkeld voor duurzaam taalbeleid.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-005682","result_description":null},{"description":"Naast het deel co-teaching willen we de onderwijspraktijk van teamteaching op een gelijkaardige manier onderzoeken. Was er de koppeling met executieve functies bij het traject co-teaching, dan willen we bij het traject rond teamteaching nog een stapje verder gaan, richting meer zelfregulerend leren.\n\nConcreet willen we zicht krijgen op wat onze leerkrachten als team nodig hebben om bij de leerlingen een grotere zelfregulatie te ontwikkelen. We willen samen onderzoeken hoe we als team voor een stimulerende leeromgeving kunnen zorgen en welk onderwijsconcept, welke systemen en instrumenten we kunnen gebruiken om ons doel te bereiken en te monitoren.","summary":"Onderzoek naar teamteaching met focus op zelfregulerend leren. Leerkrachtenteams ontwikkelen zelfregulatie bij leerlingen en creëren stimulerende leeromgeving met passende onderwijsconcepten en monitoring.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-005683","result_description":null},{"description":"Traditionele maakmethodes vormen vaak een ecologische uitdaging, onder andere door het gebruik van bedreigde houtsoorten.\n\nIn dit project verbinden we lokaal bos- en natuurbeheer, biomaterialen, ambachtskennis en cultuur in de creatie van een viool gemaakt uit brandnetelvezels.\n\nHet oogsten van deze plant heeft een positieve impact op natuurkwaliteit, en draagt bij aan regeneratief landschapsbeheer.\n\nDe viool wordt zo een symbool van ecodesign en meervoudige waardecreatie.","summary":"Ecodesign: viool gemaakt van brandnetelvezels, bevordert regeneratief landschapsbeheer en lokale cultuur. Symbool van duurzaamheid en waardecreatie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-005692","result_description":null},{"description":"Autonome AI-agents vormen een disruptieve innovatie binnen het AI-landschap. Ze hebben het potentieel om de manier waarop organisaties werken en beslissingen nemen fundamenteel te veranderen. In tegenstelling tot traditionele AI-toepassingen voeren deze agents taken zelfstandig uit, interageren ze met digitale omgevingen en stemmen ze hun gedrag dynamisch af op veranderende contexten en doelen.\n\nDoor technieken uit onder meer combinatorische optimalisatie, machine learning, generative AI en MLOps te integreren, kunnen AI-agents complexe processen aansturen. Ze bieden beslissingsondersteuning op een schaalbare en flexibele manier.","summary":"Autonome AI-agents innoveren het AI-landschap, transformeren organisaties en besluitvorming. Ze voeren zelfstandig taken uit, passen dynamisch gedrag aan en bieden schaalbare beslissingsondersteuning met geïntegreerde technieken.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007419","result_description":null},{"description":"Vanuit het perspectief van een queer experimentele filmmaker wordt in dit project onderzocht hoe de gemeenschap van Vietnamese radicale audiovisuele kunstenaars verschillende vormen van censuur ervaart. Deze censuur kan zowel wettelijk als latent zijn en wordt opgelegd door de Vietnamese samenleving, de regering en zelfs de kunstenaars zelf. De focus ligt op hoe deze kunstenaars met deze vormen van censuur omgaan en ze proberen te overstijgen.","summary":"Dit project onderzoekt de impact van censuur op Vietnamese kunstenaars en hoe zij dit overwinnen.","business_unit":"DOSP-KDG","dosp_id":"DOSP-VHR-007444","result_description":null},{"description":"VIVES implementeerde vorig jaar een immersive room, een veilige leeromgeving voor het aanleren of verder perfectioneren van zowel technische als niet-technische vaardigheden en voor het testen van producten in een zorgomgeving. Momenteel wordt het gedrag dat gesteld wordt in de immersive room enkel door de facilitator van het scenario geobserveerd, maar niet objectief vastgelegd.\n\nDankzij de toevoeging van de onderzoeksinfrastructuur die we wensen aan te kopen (softwareplatform en camerasysteem), wordt het mogelijk om dit gedrag accuraat te capteren en te analyseren. Dit speelt in op de behoeften van het werkveld om meer inzicht te verwerven in het gedrag tijdens het scenario. Specifiek wensen we een multimodaal data-integratieplatform en (verplaatsbaar) camerasysteem aan te kopen, dat wordt gebruikt voor het kwantificeren van gedrag.\n\nDeze kwantificering gebeurt handmatig, waarbij gedrag bijgehouden wordt in de tijd. Dit maakt het mogelijk om relaties tussen verschillende subjecten, gedragssequenties en gecapteerde gedragsgegevens te analyseren (patroon- en gedragsherkenning). Dankzij eye-tracking brillen kan er meer inzicht worden verkregen in waar naar gekeken wordt en kan complex individueel en groepsgedrag in een bepaalde situatie/scenario worden onderzocht. Dergelijke patroon- en gedragsherkenning maakt het mogelijk om complex gedrag te analyseren en bovendien met behulp van kunstmatige intelligentie in de toekomst automatische feedback te genereren. XR brillen met eye-tracking zullen worden ingezet om te onderzoeken hoe naar ontwikkelde content (software, 360° beelden, ...) wordt gekeken.\n\nOnderzoek kan verder plaatsvinden in diverse settings in de immersive room: in het klaslokaal, in een labo, in een autogarage, enzovoort, wat het breed inzetbaar maakt. Verder zal dit ook voor externen toegankelijk zijn op aanvraag, zodat bedrijven, kennisinstellingen en organisaties na het gebruik van de onderzoeksinfrastructuur zelf aan de slag kunnen met de verkregen data.","summary":"VIVES verbetert gedragsanalyse in immersive room met onderzoeksinfrastructuur. Multimodaal data-integratie platform en eye-tracking brillen maken gedrag kwantificeerbaar en analyseren complexe patronen. Breed inzetbaar voor diverse settings en beschikbaar voor externe partijen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007483","result_description":null},{"description":"De onderzoeksgroep Energy van Hogeschool Vives doet onderzoek naar het verminderen van schadelijke emissies bij verbrandingsmotoren door gebruik te maken van alternatieve brandstoffen zoals waterstof en methanol in plaats van fossiele brandstoffen.\n\nDoor de groeiende interesse in deze alternatieven investeert de onderzoeksgroep in een geavanceerde emissiegastester die emissies nauwkeurig meet tijdens praktijktests. Dit levert betrouwbare onderzoeksresultaten en helpt aantonen dat de technologieën voldoen aan de strenge EU-normen. Dit is essentieel voor het aantonen van de geschiktheid van deze alternatieve brandstoffen in commerciële en industriële toepassingen.\n\nMet deze emissiegastester kan Vives een breed scala aan verontreinigende stoffen in real-time monitoren op de door hen ontwikkelde mono- en dual-fuel motoren en daarmee inspelen op de groeiende vraag naar emissietesten vanuit de industrie en onderzoekscentra.\n\nBovendien krijgen studenten waardevolle ervaring met de nieuwste meetapparatuur, wat hun voorbereiding op de toekomst versterkt.","summary":"Vives' Energy research group investigates reducing harmful emissions in combustion engines with hydrogen and methanol. Investment in advanced emission gas testing ensures reliable results, meeting EU standards. Crucial for proving alternative fuels' suitability in commercial and industrial applications. The gas tester allows real-time monitoring of pollutants, preparing students for the future.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007484","result_description":null},{"description":"Binnen het Expertisecentrum (EC) Agro- en Biotechnologie levert de onderzoeksgroep Voeding praktijkgericht onderzoek om de voedingsindustrie en de zorgsector te ondersteunen bij het streven naar gezondere en duurzamere voeding. Hierbij gaat veel aandacht naar een kwalitatief hoogstaande en economisch betaalbare stabilisatie van verse grondstoffen en reststromen, vaak vereist voor verdere verwerking.\n\nDaarnaast focust de Onderzoeksgroep Voeding op gerichte receptuurontwikkeling waarbij voedingsproducten zowel nutritioneel als qua textuur, portiegrootte, ... afgestemd worden op de specifieke noden van bepaalde doelgroepen. Bij iedere verwerkingsstap (drogen, opwarmen, …), evenals bij bewaring, richt het onderzoek zich zowel op de voedselveiligheid als op het maximaal behoud van de nutritionele en organoleptische kwaliteit.\n\nWe willen onze expertise in productontwikkeling verder opschalen en uitbreiden door de aankoop van nieuwe onderzoeksinfrastructuur. Tijdens het vooronderzoek van de Tetra ‘Draf in Galop’ kwam aan het licht dat er nood is aan een multifunctioneel toestel dat op semi-industriële schaal kan worden gebruikt om droge (en natte stromen) zeer fijn (tot 0.02 mm) te gaan vermalen.\n\nDaarnaast is een tweede toestel noodzakelijk voor de karakterisering van deeltjes en druppels en het in kaart brengen van hun morfologische parameters (zowel deeltjes- of druppelgrootte alsook de vorm van het deeltje of de druppel). Om in te spelen op de actuele noden van het werkveld en de academische wereld, is de aankoop van deze toestellen onontbeerlijk.","summary":"Onderzoeksgroep Voeding ondersteunt voedingsindustrie en zorgsector met praktijkgericht onderzoek voor gezondere en duurzamere voeding. Focus op stabilisatie verse grondstoffen, receptuurontwikkeling en behoud van voedingskwaliteit. Uitbreiding expertise en infrastructuur voor productontwikkeling essentieel.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007485","result_description":null},{"description":"De voedingsindustrie staat voor diverse uitdagingen op het gebied van productontwikkeling en kwaliteitscontrole, voorkomend uit recente evoluties. Het streven naar gezondere producten, nieuwe formuleringen en kwaliteitsbehoud bij het gebruik van nieuwe duurzame verpakkingen zijn enkele belangrijke evoluties binnen de voedingssector.\n\nEen specifieke uitdaging is het behoud van textuur en visuele parameters zoals kleur en uniformiteit. Het objectiveren van deze kwaliteitsparameters via innovatieve technologieën biedt hierbij een aanzienlijke meerwaarde, en vervult de toenemende behoefte aan digitalisering.\n\nDe VIVES onderzoeksgroep Food processing streeft ernaar de voedingsindustrie, en meer in het bijzonder kmo’s, te ondersteunen bij het optimaliseren van kwaliteitscontroles via doorgedreven digitalisering, door toegepast onderzoek uit te voeren met state-of-the-art infrastructuur die op deze manier haar weg kan vinden richting voedingsbedrijven.\n\nMet het project INTELLIFOOD wordt er enerzijds geïnvesteerd in auditieve analyseapparatuur voor een objectieve analyse van essentiële textuurgerelateerde kwaliteitsparameters zoals krokantheid. Daarnaast wordt geïnvesteerd in optische technologie voor het objectiveren van visuele parameters zoals kleur, kleurverdeling, vorm en uniformiteit.\n\nDeze nieuwe infrastructuur faciliteert onderzoek naar snelle, accurate metingen en detectie van auditieve en visuele kwaliteitsparameters in de brede voedingssector, met toepassingsmogelijkheden zowel offline (in R&D- of kwaliteitslabo) als online (op de productielijn).","summary":"Verbeter de voedingskwaliteit door innovatieve technologieën voor textuur en visuele parameters. VIVES Food Processing helpt voedingsbedrijven met digitalisering en kwaliteitscontrole via project INTELLIFOOD.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007486","result_description":null},{"description":"De focus van de onderzoeksgroep IoT Incubator ligt op low-power edge systemen en communicatie met deze elektronische draadloze systemen. Door de nieuwe mogelijkheden van IoT ontstaat een kenniskloof. Bedrijven die hierop willen of moeten inzetten ontbreken vaak de nodige kennis of middelen om dit in-huis te ondersteunen, onderzoeken of te ontwikkelen.\n\nHet IoT lab speelt in op deze nood, meer concreet gaat dit over het ontwerpen en testen van state-of-the-art edge system in IoT. Onze focus ligt hierbij op draadloze communicatie, low power ontwerp en embedded systemen zoals edge devices, sensoren en actuatoren. Het moet mogelijk zijn om expertise te kunnen inzetten op alle lagen binnen het IoT Reference Model. Dit gaat dan onder andere over monitoring, verzamelen, verwerken en opslaan van data, labelen en classificeren van deze data, tot hoe het resultaat efficiënt geïmplementeerd en verwerkt kan worden in hardware rekening houdende met de specifieke vereisten.\n\nDe beoogde infrastructuur die aangekocht zal worden binnen het IoT-Lab project laat ons toe om volledig in te zetten op alle stappen om een IoT device te maken. Van idee naar ontwerp, tot het maken en testen van het eigenlijke prototype. Bij het testen van het edge IoT device zal gefocust worden op het bepalen van de levensduur, wanneer het toestel gevoed wordt met een batterij. Ook het type batterij, de configuratie en verbruik van iedere component en de firmware die op de microcontroller draait speelt hier een rol in.\n\nVerder zal het ontwerp en de werking van een on-board antenne voor de draadloze communicatie kunnen gecontroleerd worden en aangepast indien nodig. Aan de hand van deze optimalisaties zullen low-power IoT systemen, die tegenwoordig efficiënt edge AI uitvoeren en draadloos communiceren, kunnen ontworpen worden en zal de kennis gedistribueerd worden naar bedrijven en studenten via seminaries en opleidingen.","summary":"IoT Incubator helpt bedrijven bij ontwerpen en testen van state-of-the-art edge systemen voor IoT. Expertise op alle lagen van IoT Reference Model, van monitoring tot efficiënte implementatie in hardware. Focus op draadloze communicatie, low power ontwerp en embedded systemen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007487","result_description":null},{"description":"De voorgestelde infrastructuur Versatile Edge Cluster bestaat uit kostenefficiënte industriële en bedrijfsgerichte hardware, specifiek geselecteerd voor het betrouwbaar en efficiënt uitvoeren van AI-algoritmes. Deze omvatten embedded systemen en low-cost edge-apparaten die ingezet worden voor lokale dataverwerking in verschillende sectoren.\n\nEen deel van deze hardware zal in clusters worden gebruikt om bedrijven, en met name KMO’s, een schaalbare en betrouwbare AI-oplossing te bieden. Door het clusteren kunnen bedrijven hun rekenkracht eenvoudig uitbreiden naargelang hun behoeften, zonder hoge investeringen. Deze flexibele en betaalbare infrastructuur verlaagt de instapdrempel en maakt het makkelijker om AI-toepassingen breed te verspreiden.\n\nDaarnaast zullen de AI-algoritmes worden getest op zowel standalone devices als clusters. De onderzoeksgroep Mechatronica focust op machine learning en deep learning voor de analyse van sensordata en video, terwijl Digital Transformations zich richt op optimalisatie, forecasting en predictive AI, waarbij het gebruik van low-cost hardware essentieel is.\n\nOns doel is om nieuwe kennis en ervaring op te doen met edge AI-hardware en clusters via toegepast onderzoek, en deze expertise te delen met bedrijven, vooral kmo’s. Via workshops, seminaries en demonstraties wordt deze technologie effectief toegepast en kunnen bedrijven ondersteund worden bij hun digitale transformatie.","summary":"De Versatile Edge Cluster infrastructuur biedt betaalbare AI-oplossingen voor bedrijven, vooral KMO's, door clusters van kostenefficiënte hardware te gebruiken. Ons doel is om expertise te delen en bedrijven te ondersteunen bij digitale transformatie met workshops en demonstraties.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007488","result_description":null},{"description":"Binnen het expertisecentrum Smart Technologies is er al een lange traditie in het digitaliseren op verschillende schaalgroottes, gaande van volledige gebouwen en omgevingen met behulp van topografische toestellen en drones tot kleine productievoorwerpen met hoge nauwkeurigheidseisen. We willen deze expertise verder opschalen en uitbreiden door aankoop van nieuwe 3D-scaninfrastructuur in combinatie met verwerkings- en visualiseringsinfrastructuur.\n\nConcreet willen we onze mogelijkheden uitbreiden op 2 fronten: kleinschalige digitalisatie, op de schaal van voorwerpen met hoge nauwkeurigheid (<150 µm) en grootschalig, op schaal van gebouwen en omgevingen, waarbij we snel en accuraat grote hoeveelheid meetdata willen capteren.\n\nDeze meetdata willen we ook op verschillende manieren kunnen benaderen. Hiervoor wordt ook de nodige verwerkings- en visualisatie soft- en hardware voorzien.","summary":"Vergroot onze digitalisatie-expertise door nieuwe 3D-scaninfrastructuur aan te schaffen voor nauwkeurige digitalisatie op zowel kleine (<150 µm) als grote schaal. Verwerk en visualiseer meetdata efficiënt voor diverse toepassingen.","business_unit":"DOSP-VIS","dosp_id":"DOSP-VHR-007489","result_description":null},{"description":"De middellangetermijndoelstellingen van het voorgestelde project zijn tweeledig: (i) het verbeteren van de laboratoriumveiligheid en het afvalbeheer bij QNU door de invoering van goede laboratoriumpraktijken, goede afvalbeheerpraktijken en de upgrade van veiligheidsapparatuur en -faciliteiten en (ii) het inspireren van lokale gemeenschappen met het duurzame institutionele afvalbeheersysteem.  \n\nHet langetermijndoel van dit project is het stimuleren van meer lokale organisaties en gemeenschappen die werken aan duurzaam afvalbeheer en een goede afvalclassificatie, -reductie, -hergebruik en -recycling.","summary":"Verbeter de laboratoriumveiligheid en afvalbeheer bij QNU, inspireer lokale gemeenschappen met duurzaam afvalbeheer en stimuleer meer organisaties voor afvalclassificatie en -recycling.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007528","result_description":null},{"description":"De succesvolle toepassing en opschaling van Orange Fleshed Sweet Potato (OFSP) als voedselinterventie is beperkt, vooral in Oegandese vluchtelingennederzettingen en gastgemeenschappen. OFSP is rijk aan vitamine A en is kosteneffectief in humanitaire omstandigheden, maar OFSP-virussen komen veel voor en beperken de productiviteit.\n\nDit project ondersteunt de oprichting van een op de gemeenschap gericht en gecertificeerd onderzoekscentrum van uitmuntendheid in micropropagatie/multiplicatie met weefselkweek, om virusvrije OFSP-cultivars te leveren die goed presteren.\n\nMet behulp van een Research-to-Action-benadering zullen bestaande adoptie door boeren en consumentenvoorkeuren voor OFSP worden vastgesteld, met een uitgebreide analyse van de activiteiten van bestaande leveranciers van input voor OFSP-wijnstokken.\n\nDit zal leiden tot de ontwikkeling en optimalisatie van in vitro weefselkweektechnieken voor een efficiënte eliminatie van OFSP-virussen en uiteindelijk het opschalen van de productie van virusvrije OFSP-cultivars voor duurzame adoptie en consumptie in vluchtelingennederzettingen en gastgemeenschappen in West- en Noord-Oeganda.","summary":"Vergroot de adoptie van vitamine A-rijke OFSP in Oegandese vluchtelingennederzettingen. Ondersteun de oprichting van een onderzoekscentrum voor virusvrije OFSP-cultivars voor duurzame consumptie.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007562","result_description":null},{"description":"Kleinschalige logiesondernemingen in Vlaanderen zetten al concrete stappen om duurzaamheidsinitiatieven te implementeren. Communicatie over hun duurzaamheidsinitiatieven kan veel voordelen opleveren. Logiesondernemingen in Vlaanderen besteden echter weinig aandacht aan duurzaamheidscommunicatie maar vragen wel naar praktische handvaten.\n\nDit project wil daarom de (digitale) duurzaamheidscommunicatiegids (DDC-gids) ontwikkelen. De DDC-gids bevat adviezen over hoe logiesondernemingen hun duurzaamheidscommunicatie via verschillende kanalen kunnen vormgeven in elke fase van de customer journey van de reiziger, namelijk het (1) plannen en reserveren, (2) reizen en toekomen, (3) verblijven en (4) teruggaan en nagenieten. De DDC-gids focust niet alleen op digitale platformen zoals websites, sociale media of (digitale) borden in de accommodatie, maar ook fysieke kanalen zoals persoonlijk contact met gasten, flyers, infoborden en communicatie in samenwerking met lokale duurzaamheidsambassadeurs. De gids bevat ook een checklist met adviezen en vervolgacties. Hierdoor kunnen ondernemingen hun huidige communicatiestrategie zelf evalueren en optimaliseren.\n\nVia een systematische literatuurstudie worden best practices m.b.t. (digitale) duurzaamheidscommunicatie gedocumenteerd. Vervolgens worden de barrières, noden, beoogde doelgroepen en doelstellingen van logiesondernemingen m.b.t. duurzaamheidscommunicatie geanalyseerd via diepte-interviews. Aan de hand van een online cross-sectionele studie en diepte-interviews worden de achtergrondkenmerken van (potentiële) gasten geanalyseerd om duurzaamheidscommunicatie via verschillende kanalen af te stemmen op verschillende doelgroepen.\n\nDe inzichten uit de verschillende studies worden gebruikt om de DDC-gids te ontwikkelen. De adviezen in de DDC-gids worden verder verfijnd via co-creatiesessies met wetenschappers, communicatiespecialisten, logiesondernemingen, (potentiële) gasten en lokale duurzaamheidsambassadeurs. De belangrijkste output is de ontwikkeling van de DDC-gids. De DDC-gids zal actief gebruikt worden tijdens dienstverleningstrajecten en in workshops en lezingen. Bovendien zullen er ook whitepapers en wetenschappelijke artikelen geschreven worden.","summary":"Duurzaamheidscommunicatiegids voor logiesondernemingen in Vlaanderen: praktische adviezen voor effectieve communicatie via digitale en fysieke kanalen in elke fase van de reizigerservaring. Inzichten uit onderzoek en co-creatiesessies zorgen voor optimalisatie van communicatiestrategieën.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-007570","result_description":null},{"description":"Journalisten in Vlaanderen ervaren moeilijkheden om volwassenen met een lage sociaaleconomische status (SES) te bereiken met ‘hard nieuws’. Hoewel die groep belang hecht aan nieuws dat hen informeert en verschillende perspectieven biedt, voldoen de huidige nieuwsstrategieën niet langer aan hun verwachtingen. Dit kan leiden tot een afnemende interesse en minder vertrouwen in nieuws bij die doelgroep.\n\nDit project wil daarom een online toolbox ontwikkelen voor journalisten met concrete adviezen om volwassenen van verschillende leeftijden met een lage SES aan te trekken.\n\nVia een systematische literatuurstudie en desk research worden best practices en wetenschappelijke inzichten gedocumenteerd. Vervolgens worden de barrières en inspanningen van journalisten in Vlaanderen gedocumenteerd via stimulated recall interviews. De nieuwsconsumptiepatronen en de behoeften van volwassenen van verschillende leeftijden met een lage SES worden in kaart gebracht a.d.h.v. een online cross-sectionele studie.\n\nEen mixed-methodische aanpak zal gehanteerd worden om te onderzoeken hoe nieuwsboodschappen volgens volwassenen met een lage SES inclusiever gemaakt kunnen worden. Meer concreet zal een dagboekstudie georganiseerd worden met follow-up diepteinterviews. De inzichten uit alle studies worden gebruikt om de toolbox te ontwikkelen. De adviezen in de toolbox zullen verder verfijnd worden aan de hand van co-creatiesessies met journalisten, volwassenen met een lage SES, wetenschappers en organisaties die focussen op volwassenen met een lage SES en op de ontwikkeling van mediawijsheid.\n\nDe toolbox wordt finaal getest aan de hand van stimulated recall interviews bij volwassenen met een lage SES.\n\nDe belangrijkste output is een online toolbox voor journalisten (september 2027), een whitepaper en wetenschappelijke paper. De toolbox zal specifiek gebruikt worden voor dienstverleningstrajecten en leertrajecten waarin journalisten leren werken met de toolbox. De inzichten zullen ook gebruikt worden voor workshops en lezingen.","summary":"Bereik volwassenen met lage SES beter met 'hard nieuws'. Online toolbox ontwikkelt adviezen voor inclusieve nieuwsberichten. Inzichten uit studies leiden tot toolbox, whitepaper en wetenschappelijke paper voor journalisten en workshops.","business_unit":"DOSP-PXL","dosp_id":"DOSP-VHR-007571","result_description":null},{"description":"TEAM is een pan-Europees onderzoeks- en ontwikkelingsnetwerk. Het wil de initiële en voortgezette opleiding tot muziekdocent (MTE) en het schoolmuziekonderwijs (ME) in Europa opnieuw vormgeven volgens de huidige behoeften aan professionalisering van muziekdocenten, digitalisering, intercultureel leren, toekomstbestendigheid, duurzaamheid en sociale samenhang.\n\nTEAM wil dit bereiken door het ontwikkelen van evidente toekomstgerichte open leermiddelen voor muziekonderwijs (duurzaamheid, democratisering, digitalisering) voor initiële en voortgezette MTE, door het versterken van de mobiliteit voor initiële muziekdocentenopleidingen met speciale aandacht voor hoogwaardige schoolstages in het buitenland met interculturele begeleiding.\n\nMappings van ME en MTE zullen bewijs bieden en verdere samenwerking in de toekomst vergemakkelijken. De TEAM Learning Outcomes zullen de kennis van alle TEAM bevindingen samenvatten en ontwikkelen tot een bruikbaar curriculair beleidsdocument om te pleiten voor hoge kwaliteit in ME/MTE in Europese landen.\n\nTEAM kiest voor een brede aanpak op verschillende punten om de huidige problemen van het vak muziek in Europa aan te pakken en een dynamiek van verandering te creëren.","summary":"TEAM wil Europese muziekdocenten professionaliseren met innovatieve leermiddelen en internationale stages. Dit creëert duurzame en interculturele muziekeducatie.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007583","result_description":null},{"description":"Grasp wil leerlingen in het basisonderwijs helpen hun taalbegrip en kritisch denken te versterken. De aanleiding is een daling in leesvaardigheid en groeiende ongelijkheid in taalprestaties binnen Europa, met negatieve gevolgen voor democratische geletterdheid en burgerschap.\n\nHet project ondersteunt leerkrachten in het verbeteren van begrijpend lezen en luisteren door deze vaardigheden te koppelen aan kritisch denken. Dat gebeurt via filosofische gespreksmethoden waarin leerlingen samen reflecteren en redeneren. Zo legt GRASP al op jonge leeftijd een basis voor actieve en kritische burgers.","summary":"Help leerlingen in basisonderwijs met taalbegrip en kritisch denken. Grasp versterkt vaardigheden om democratische geletterdheid te bevorderen en ongelijkheid in taalprestaties te verminderen.","business_unit":"DOSP-ODS","dosp_id":"DOSP-VHR-007654","result_description":null},{"description":"Context\n\nDuurzaam hergebruik van hulpbronnen vormt een belangrijke voorwaarde voor het behouden en versterken van bedrijvigheid én in de omschakeling naar een klimaatbewustere economie in de VL-NL grensregio. In Vlaanderen is het materiaalverbruik verantwoordelijk voor 55-65% van de emissies. Desondanks blijft de circulariteit van materialen laag met slechts 16,3%. In Nederland is dit beeld niet anders. Slechts 25% van de materialen blijft in gebruik. Daar waar materialen worden hergebruikt, gaat het vaak om laagwaardige toepassingen zoals bijvoorbeeld de toepassing van bouw- en sloopafval in de infrasector als funderingsmateriaal of de omzetting van reststromen biomassa naar biogas of elektriciteit.\n\nOm maximaal te kunnen bijdragen aan de klimaatdoelstellingen staan bedrijven in VL en NL voor een belangrijke verduurzamingsopgave. Zij moeten versnellen in het beperken van het gebruik van materialen, energie, water en andere schaarse middelen. Dit is voor bedrijven moeilijk zelfstandig te realiseren. Individuele bedrijven hebben vaak al stappen gezet richting efficiëntieverbetering. Verdergaande optimalisaties zijn vaak economisch niet interessant of technisch te moeilijk. Door samen te werken met andere bedrijven ontstaan nieuwe mogelijkheden: gebruik maken van elkaars materiaal- en energiestromen om kostenreducties en effectiever/efficiënter gebruik van materialen mogelijk te maken. 75% van de Vlaamse circulaire bedrijven zijn veeleer kleine bedrijven. In dat opzicht bestaat er een groot potentieel in circulariteit verhogen door samenwerking.\n\nProbleemstelling\n\nMomenteel zijn er een aantal uitdagingen waardoor circulariteit nog niet op grote schaal opgenomen wordt door bedrijven in de grensregio:\nDe huidige ondersteuning is voornamelijk gericht op individuele bedrijven.\nDe huidige ondersteuning wordt per sector bekeken.\nEr is een heel groot aanbod aan ondersteuning, maar dat is eerder gefragmenteerd en men weet niet altijd waar te beginnen.\n\nIndividuele begeleiding\n\nRond dit thema bestaan er al heel wat sensibiliserende acties (met succes) en er wordt steeds meer gewerkt aan individuele begeleiding om bedrijven te doen omschakelen naar circulaire bedrijfsmodellen. Zowel vanuit het team bedrijfstrajecten van VLAIO (Vlaams agentschap innoveren en ondernemen) als RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), wordt er sterk ingezet op het thema circulariteit. Daarnaast richten ook commerciële partijen en consultants zich voornamelijk naar individuele bedrijven. Deze individuele begeleiding is echter niet voldoende, er is een grote nood aan de concrete implementatie en het verbinden van bedrijven. Het samenbrengen van bedrijven gebeurt vandaag ook, maar focust voornamelijk op inspireren en sensibiliseren. Overgaan tot samen actie ondernemen blijft te beperkt. Voor de transitie naar een circulaire economie is er net die samenwerking (en vertrouwen) nodig.\n\nBeperking tot sectoren\n\nTot op zekere hoogte wordt er al sterk ingezet op samenwerking binnen één waardeketen, wat vaak de voorkeur draagt aangezien dit inspeelt op de hoogste R-strategieën. Zo werden er onder impuls van VLAIO al heel wat Living Labs opgestart. Ook in Nederland wordt al heel wat actie ondernomen op niveau van waardeketens, bijvoorbeeld textiel. Wanneer dit echter niet mogelijk is, wordt te snel overgegaan naar (laagwaardige) recyclage (en verbranding). Samenwerking wordt echter moeilijker buiten de eigen waardeketen, waar net heel wat winsten te boeken zijn, wil men hoogwaardig gaan hergebruiken/opwaarderen, alvorens er gerecycleerd wordt. Denk maar aan de voedingssector, waar reststromen niet terug in dezelfde waardeketen terecht 'mogen' komen.\n\nBestaande tools en platformen\n\nVerder bestaan er hiervoor al heel wat (internationale) online platformen die als matchmakingplatform willen optreden, bijvoorbeeld het Smart Symbiose van OVAM, \"Waste2Profit\", Excess Material Exchange of Circular biz... Ervaring leert echter dat zonder proactieve benadering dit soort platformen een stille dood sterven. Het is net die proactieve aanpak die erg veel tijd vergt, waar niet meteen een return voor is. Dit wil zeggen dat deze rol voorlopig niet wordt opgenomen door commerciële partijen (de looptijd van voorbereiding tot effectief project is nog te lang).\n\nConclusie\n\nBovenstaande opgaven zijn voor veel bedrijven nieuw en complex. Er is nood aan het samenbrengen en ondersteunen van bedrijven om samenwerking en kennisdeling te versnellen. Deze rol wordt in Vlaanderen deels opgenomen door de sociaal-circulaire hubs in het kader van Circulair Werk(t), in Nederland testten ze reeds het systeem van reststromenmakelaar uit. Deze initiatieven in beide regio’s staan echter nog in de kinderschoenen en vragen nog heel wat doorontwikkeling en scherpstelling. Om de circulaire transitie te kunnen versnellen, is het belangrijk om de leerlessen van deze initiatieven mee te nemen en hierop verder te bouwen.\n\nProjectdoelstellingen\n\nHet doel van dit project is een circulair makelaar, tussenpersoon, een 'agent' (Engels) ontwikkelen en uitrollen voor de totaalaanpak van ondersteuning en ontzorgen van bedrijven richting een circulaire economie. Een methodiek voor meer circulair verBONDen bedrijven.\n\nDit omvat 3 subdoelstellingen:\n1. Het uitwerken van een methodiek voor het sector- en grensoverstijgend verbinden van bedrijven (WP3).\n2. Het in praktijk brengen en optimaliseren van de ontwikkelde methodiek door grootschalig uittesten: op verschillende locaties in VL en NL bedrijven samenbrengen en concrete cases uitwerken (WP4).\n3. Het optimaliseren van bestaande tools en het ontwikkelen van trainingen om de 'circular agent' methodiek ingang te doen vinden in de gehele grensregio (WP5).","summary":"Bedrijven in de VL-NL grensregio staan voor een verduurzamingsuitdaging om circulaire bedrijfsmodellen te realiseren. Een circulair makelaar wordt ontwikkeld om bedrijven te verbinden en ondersteunen richting een circulaire economie, met focus op samenwerking en kennisdeling.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-007656","result_description":"Verwachte resultaten\n\n• Een duidelijke afbakening van de rol van de 'circular agent'.\n• Het aantonen van de maatschappelijke return on investment van een 'circular agent'.\n• Definiëren van de randvoorwaarden voor een goede, grensoverstijgende, industriële symbiose aan de hand van een materialenpaspoort.\n\nHet uitwerken van een beslissingskader voor het identificeren van de meest opportune cases. Het begeleiden van kansrijke casussen waarmee daadwerkelijke industriële symbiose ontstaat.\n\nHet oppakken van (nieuwe) circulaire businessmodellen. Het oppakken en begeleiden van een beperkt aantal complexere casussen (minimaal 1 per regio), waarvoor een haalbaarheidsstudie niet volstaat en intensieve begeleiding nodig is.\n\nHet uitwerken van een business case voor bedrijven: welke winsten zitten er in verschillende materialen, welke investeringen of interne aanpassingen gaan daarmee gepaard? De focus ligt hierbij niet op innovatie, wel op werkbare oplossingen.\n\nHet borgen van de opgedane kennis en vergroten van de impact door trainingen te geven aan toekomstige ‘circular agents’."},{"description":"Situering\n\nDe recente opkomst van General World Models (GWM’s), een nieuw type AI-modellen, brengt een ingrijpende transformatie teweeg in de audiovisuele sector (AV). Deze technologie levert indrukwekkende resultaten voor video-, 2D- en 3D-content en overtreft eerdere AI-toepassingen binnen de Large Language Models en text-to-image algoritmes, die werden beperkt door inconsistentie en lage kwaliteit. Met GWM’s is het nu mogelijk om volledig AI-gegenereerde video, 2D-animatie en 3D-werelden binnen enkele seconden te creëren. Tools zoals Sora, VEO2, Genie2 en World Labs illustreren het innovatieve potentieel van deze technologie.\n\nOnze werkveldbevragingen en focusgroepen rond dit topic (118 bedrijven) geven aan dat Vlaamse bedrijven in de AV-sector onvoldoende voorbereid zijn op deze technologische verschuiving. De integratie van GWM’s vraagt niet alleen om een fundamentele herziening van productieprocessen en workflows, maar ook om nieuwe vaardigheden, infrastructuur en richtlijnen. Daarnaast is er behoefte aan praktische begeleiding om drempels, zoals kosten en technische complexiteit, te overwinnen. Zonder urgente aanpassingen zullen Vlaamse bedrijven onverbiddelijk achterop raken in een steeds competitievere internationale markt.\n\nToch biedt deze technologische evolutie niet alleen uitdagingen, maar ook enorme kansen. Door de efficiëntie en kwaliteit van producties te verhogen, kunnen Vlaamse bedrijven zich internationaal sterker positioneren in het competitieve audiovisuele landschap. Bovendien openen GWM’s de deur naar nieuwe toepassingen, zoals AI-avatars die dankzij verbeterd geheugen en sociale interacties geavanceerde en meeslepende ervaringen kunnen creëren. Dit maakt niet alleen betere content mogelijk, maar stimuleert ook innovatie binnen de sector en nieuwe economische kansen voor Vlaanderen.\n\nMet dit project zullen AP Hogeschool en UGent hun expertise bundelen en de Vlaamse AV-sector ondersteunen bij het begrijpen en integreren van GWM-technologie. Door praktijkgericht onderzoek, richtlijnen en hands-on begeleiding bieden we bedrijven inspiratie, tools en strategische kennis die nodig zijn om de meerwaarde van GWM’s te benutten en de AV-sector klaar te stomen voor de toekomst.\n\nAlgemeen doel\n\nDit TETRA-project over General World Models (GWM’s) ondersteunt de audiovisuele sector bij fundamentele veranderingen in productieprocessen door AI. Via werkveldbevragingen, focusgroep en gesprekken (118 deelnemers) hebben we de belangrijkste noden van de AV-sector geïdentificeerd, waarop dit project focust.\n\nGeen R&D-afdeling (WP1): Kleine Vlaamse kmo’s hebben vaak geen tijd of middelen voor eigen onderzoek naar GWM’s. Hierdoor missen ze de mogelijkheid om snel te innoveren.\n\nWeinig POC’s gericht op workflow AV-sector (WP2): De bedrijven hebben nood aan toekomstgerichte use cases (POC’s) en bijhorende workflows die het productieproces optimaliseren dankzij GWM en ervoor zorgen dat deze bedrijven over vijf jaar nog steeds competitief en innovatief zijn.\n\nDrempels wegwerken (WP3): Bedrijven willen AI-tools integreren in hun bestaande processen, zoals Content Management Systemen (CMS). De hoge kosten van cloudgebaseerde AI-tools en de privacy-uitdagingen rond eigen data vormen ook een grote drempel voor kmo’s. Lokale tools bieden een alternatief, maar vereisen investeringen in infrastructuur die niet voor elk bedrijf haalbaar zijn.\n\nLage AI-geletterdheid (WP4): AI-kennis is vaak geconcentreerd bij een klein aantal medewerkers, wat risico’s oplevert bij vertrek en de adoptie van AI-tools belemmert. Bedrijven benadrukken de noodzaak van transparantie over AI-toepassingen, bredere kennisdeling en het voorkomen van juridische risico’s, zoals schendingen van auteursrechten.\n\nConcrete doelen\n\nRadarfunctie (WP1): Dit project filtert de nieuwste ontwikkelingen rond GWM-modellen: recente evoluties, best practices en relevante use cases voor de productiefase.\n\nProof of concepts (WP2): Bedrijven verkiezen POC’s gericht op drie domeinen: videoproductie, animatie en embodied avatars. Deze POC’s bieden AV-bedrijven een kritische blik op de huidige workflows en laten zien hoe GWM’s hun workflows kunnen optimaliseren en vernieuwen.\n\nRichtlijnen voor AV-sector (WP3): Praktische richtlijnen en Creative Sandbox (GPU-cluster AP) helpen kmo’s om GWM’s duurzaam te integreren (incl. kostenschatting en experiment met lokale tools).\n\nDisseminatie en kennisoverdracht (WP4): Kennis over GWM’s wordt breed verspreid via events, workshops, publicaties, projectwebsite en communicatie met bedrijven via een online platform.\n\nSuccesindicatoren/KPI’s:\n\nKPI 1: het aantal tijdens de projectuitvoering geïdentificeerde unieke ondernemingen & non-profit organisaties die aangeven de kennis van het TETRA-project te zullen toepassen: 40 (na 1j) en 60 (na 2j).\n\nKPI 2: het aantal gedocumenteerde validaties (5 POC’s + 5 studentenprojecten; zie WP2) die bruikbaar zijn om de kennis beter te verspreiden: 5 (na 1j) en 10 (na 2j).\n\nKPI 3: het aantal studenten dat AP Hogeschool en UGent op een actieve en passieve manier willen betrekken bij dit TETRA-project: 700 (na 1j) en 1.400 studenten (na 2j).\n\nKPI 4: het aantal communicatie-uitingen over dit TETRA-project (o.a. events, workshops, blogposts en publicaties): 20 (na 1j) en 40 (na 2j).","summary":"Innovatieve GWM-technologie transformeert AV-sector, biedt kansen en uitdagingen. Project ondersteunt Vlaamse bedrijven met expertise en praktische begeleiding voor succesvolle integratie en toekomstige groei.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-007657","result_description":"Verwachte resultaten en impact\n\n- Duurzame economische impact bereiken bij 150 bedrijven uit de AV-sector (na 4j) die efficiënter kunnen werken, dankzij nieuwe workflows (GWM’s voor video- en animatieproducties).\n\n- Richtlijnen voor AV-sector formuleren rond duurzame, juridische en ethische aspecten van GWM’s.\n\n- Projectresultaten duurzaam verankeren binnen de betrokken opleidingen van AP en UGent."},{"description":"Via taalbeleid werk je aan taalvaardigheid die studenten nodig hebben voor studie en beroep!\n\nDit onderzoeksproject richt zich op de ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een integraal taalbeleid binnen hoger onderwijs.\n\nIn het huidige hoger onderwijs is er een groeiende behoefte aan een effectief taalbeleid dat studenten ondersteunt in hun academische en professionele ontwikkeling. Howest erkent deze noodzaak en wil zich positioneren als een vooruitstrevende instelling op het gebied van taalbeleid in het hoger onderwijs. Dit onderzoek zoekt naar manieren om taalbeleid te optimaliseren en te integreren in opleidingen. Uitdagingen en mogelijkheden worden onderzocht, waarbij Howest fungeert als proeftuin.\n\nEen algemene survey zal de beginsituatie in kaart brengen bij docenten en studenten. Vervolgens wordt gekozen voor kwalitatief onderzoek (interviews met klankbordgroepen) waarbij ontwikkeling en evaluatie hand in hand gaan. Doel is het verbeteren van de studieprestaties en de voorbereiding op de arbeidsmarkt van studenten in bachelor- en graduaatsopleidingen.\n\nHet onderzoek zal zich richten op taalontwikkelend lesgeven, de uitwerking van talige leerlijnen en de impact van een brede visie op taal binnen het hoger onderwijs. De resultaten worden breed gedissemineerd via nationale en internationale congressen, zoals bv. Forumdag taalbeleid hoger onderwijs.","summary":"Ontwikkel, implementeer en evalueer integraal taalbeleid in hoger onderwijs bij Howest om studenten academisch en professioneel te ondersteunen. Onderzoek focus op optimalisatie en integratie van taalbeleid in opleidingen, met nadruk op verbetering van studieprestaties en arbeidsmarktvoorbereiding. Resultaten gedeeld op congressen.","business_unit":"DOSP-WST","dosp_id":"DOSP-VHR-007669","result_description":"De verwachte resultaten en deliverables zijn:\n\n1. Een raamwerk voor een integraal taalbeleid binnen een hogeschoolcontext.\n2. Een toolkit met instrumenten voor taalontwikkelend lesgeven en taalondersteuning.\n3. Trainingsmodules voor lectoren over de implementatie van taalbeleid in hun vakgebied.\n4. Een rapport met best practices en aanbevelingen voor taalbeleid in het hoger onderwijs.\n5. Presentaties op relevante nationale en internationale conferenties (bv. Forum taalbeleid hoger onderwijs).\n\nDeze doelstellingen bieden handvaten voor het uitbouwen van een integraal taalbeleid binnen een hogeschoolcontext en zijn gericht op het verhogen van de kwaliteit van taalonderwijs en -ondersteuning.\n\nHet uitdragen en implementeren van de taalbeleidvisie van Howest binnen en buiten de organisatie. Het ondersteunen en activeren van een effectief taalbeleid in bachelor- en graduaatsopleidingen. Het creëren en implementeren van 'talige' leerlijnen en instrumenten voor verschillende opleidingen. Het verhogen van de competenties van docenten op het gebied van taalontwikkelend lesgeven door middel van trainingen en begeleiding. Het bevorderen van reflectie en evaluatie van taalbeleidpraktijken binnen docententeams. Het identificeren, coördineren en valoriseren van 'good practices' op het gebied van taalbeleid. Het ontwikkelen en implementeren van een opleidingsonderdeel 'Taalontwikkelend lesgeven' voor docenten. Het vertegenwoordigen van Howest in externe organisaties en netwerken gericht op taalbeleid in het hoger onderwijs. Het delen van kennis en onderzoeksresultaten in externe organisaties en netwerken."},{"description":"Hoe kunnen landbouwers bijdragen aan biodiversiteit zonder in te boeten op inkomen? \n\nHet project FarmFlowerFood (Flower strips for food applications and biodiversity) zoekt - samen met de deelnemende landbouwers - een antwoord op deze uitdaging door bloemrijke akkerranden te valoriseren voor menselijke consumptie. Denk aan kruideninfusies, kazen of ambachtelijke dranken waarin bloemen en kruiden uit eigen streek centraal staan. Zo wordt er een waardevolle wisselwerking tussen ecologie en economie gecreëerd.\n\nBinnen het project werken onderzoekers, landbouwers en verwerkers samen aan een bloemenmengsel dat zowel aantrekkelijk is voor bestuivers als geschikt is voor culinaire toepassingen. Ook wordt het oogstproces geoptimaliseerd met aandacht voor biodiversiteit, voedselveiligheid en praktische haalbaarheid op het veld. Een praktijkgids met wetgeving en richtlijnen rond voedselveiligheid ondersteunt landbouwers die hiermee aan de slag willen.\n\nDaarnaast verkent FarmFlowerFood actief de markt: via een cocreatiesessie met chefs, brouwers en andere verwerkers worden nieuwe afzetkanalen onderzocht, met het oog op rendabele, lokale ketens.\n\nDit project wil meebouwen aan een toekomstbestendige landbouw die biodiversiteit niet alleen ondersteunt, maar ook beloont.","summary":"FarmFlowerFood project bevordert biodiversiteit door bloemrijke akkerranden te benutten voor culinaire toepassingen, met focus op ecologie en economie. Samenwerking tussen onderzoekers, landbouwers en verwerkers creëert waardevolle wisselwerking. Verkenning van nieuwe afzetkanalen voor rendabele, lokale ketens.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007676","result_description":null},{"description":"Hoewel dementie steeds gemakkelijker te diagnosticeren is, blijft het momenteel een progressieve, ongeneeslijke aandoening. Mensen met dementie en hun sociale omgeving hebben niet alleen te maken met dit fatale feit, maar ook met het taboe eromheen.\n\nDe stigmatiserende manieren waarop mensen met dementie, hun naasten en de bredere samenleving tegen dementie aankijken, zijn niet bevorderlijk voor het verloop van de ziekte: ze dragen zelfs bij aan een verslechtering van de diagnose.\n\nDit interdisciplinaire PhD-project wil meer inzicht krijgen in de geleefde ervaringen van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Met behulp van zowel innovatieve participatieve, multi-zintuiglijke, kunstgebaseerde methoden als creatieve analytische praktijken wil het project onderzoeken hoe het mogelijk is om interventies op te zetten die positief bijdragen aan het welzijn van mensen met dementie, hun visie op het zelf en hun persoonlijkheid.\n\nOp deze manier wil het mensen met dementie, hun verzorgers en familieleden in staat stellen om met de aandoening om te gaan en stigmatiserende percepties te veranderen om een algemene achteruitgang in hun welzijn en uitgestelde zorg te voorkomen.\n\nInterdisciplinariteit staat voorop in het project, wat tot uiting komt in het feit dat een andere doctoraatsonderzoeker (die een doctoraat in de sociale wetenschappen nastreeft) tegelijkertijd aan het project zal werken vanuit een andere expertise.\n\nBovendien werkt het project nauw samen met het Instituut voor Mediastudies (IMS - Faculteit Sociale Wetenschappen, Leuven), het DementiaLab van de onderzoekseenheid Inter-Actions (LUCA School of Arts Genk), het Vlaams Expertisecentrum Dementie en De Wingerd, een van de toonaangevende zorginstellingen voor personen met dementie in België.","summary":"PhD-project onderzoekt geleefde ervaringen van mensen met dementie en mantelzorgers om interventies te ontwikkelen die het welzijn bevorderen en stigmatisering tegengaan. Samenwerking met diverse expertisecentra en focus op interdisciplinariteit.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007732","result_description":null},{"description":"PROBLEEMSCHETS\n\nUit de Gezondheidsenquête van 2018 blijkt dat tot één derde van de 15-24 jarigen recent te kampen had met psychische problemen en dat ze te weinig fruit en groenten eten en te vaak gesuikerde dranken en snacks consumeren. Ernstige mentale gezondheidsproblemen verhogen het risico op (vermijdbare) fysieke gezondheidsproblemen, welke op hun beurt kunnen leiden tot vroegtijdige sterfte. Daarnaast wordt een laag mentaal welbevinden geassocieerd met (onder andere) sociale uitsluiting. Het aannemen van een gezond voedingspatroon is dan weer belangrijk om het risico op niet-overdraagbare aandoeningen (zoals hart- en vaatziekten en diabetes mellitus type 2) te verminderen. Er is dus nood aan acties gericht op het mentaal welbevinden en het voedingspatroon van jongvolwassenen. Intuïtief eten zou volgens de bedenkers Evelyn Tribole en Elyse Resch een oplossing kunnen bieden in het bevorderen van het mentaal welzijn en het voedingspatroon. Intuïtief eten betekent eten op basis van het honger- en verzadigingsgevoel door in verbinding te komen met interne lichaamssignalen, het interoceptief bewustzijn.\n\nIn een eerder onderzoek werd reeds een literatuurstudie uitgevoerd over intuïtief eten en de link met het mentaal welbevinden en het voedingspatroon. Over deze link kan op basis van deze literatuurstudie nog geen consensus getrokken worden. Studies die een positieve associatie tussen intuïtief eten, de mentale gezondheid en verlaagde kans op gestoord eetgedrag aantonen, zijn voornamelijk uitgevoerd buiten Europa. De invloed van intuïtief eten op het voedingspatroon en het mentaal welbevinden bij Belgische jongvolwassenen is momenteel nog onderbelicht. Desondanks dit gegeven, blijkt dat het toepassen hiervan aan een opmars bezig is. Het aantal diëtisten dat een boek schreef rond intuïtief eten of zich op sociale media profileert als intuïtief eten coach neemt toe. In 2022 richtte zelfs de Vlaamse Beroepsvereniging Voor Diëtisten een commissie ‘Intuïtief eten’ op. Ook in de academische wereld merken we een toenemende interesse in intuïtief eten. Zo steeg in Pubmed het aantal publicaties over intuïtief eten van 7 in 2010 naar 85 in 2022. Een globaal beeld over de attitude en kennis van Belgische diëtisten en psychologen over intuïtief eten, dat verder gaat dan een analyse op sociale media, ontbreekt echter.\n\nMet dit onderzoeksproject willen we (1) de relatie tussen de mate van intuïtief eten, het voedingspatroon en mentaal welbevinden van Belgische 18 – 24 jarigen in kaart brengen en (2) de kennis en attitude van diëtisten en psychologen ten opzichte van intuïtief eten nagaan. Met de onderzoeksresultaten kunnen we het werkveld gericht informeren, zodat zij dit kunnen verwerken in de begeleiding van de PZON (Persoon met Zorg- en Ondersteuningsnood).\n\nONDERZOEKSVRAGEN\n\nOnderzoeksvraag 1 (OV1): Wat is de associatie tussen de mate van intuïtief eten (IE) en het voedingspatroon gemeten aan de hand van het SCO-VO-instrument bij jongvolwassenen (18 – 24 jaar) uit België?\n\nWelke factoren hebben een invloed op de associatie tussen de mate van intuïtief eten en het voedingspatroon? Volgende variabelen worden meegenomen in de analyse: socio-demografische factoren (zoals leeftijd, geslacht, beroep/opleiding, woonsituatie, etc), mate van stress, dieetverleden, al dan niet reeds in begeleiding geweest bij diëtist of psycholoog, algemeen welzijn, zelfbeeld, lichaamsbeeld, angst en depressie.\n\nOnderzoeksvraag 2 (OV2): Wat is de associatie tussen de mate van IE en het mentaal welbevinden van jongvolwassenen (18 – 24 jaar) uit België?\n\nWelke factoren hebben een invloed op de associatie tussen de mate van intuïtief eten en het mentaal welbevinden? Volgende variabelen worden meegenomen in de analyse: socio-demografische factoren (zoals leeftijd, geslacht, beroep/opleiding, woonsituatie, etc), mate van stress, dieetverleden en al dan niet reeds in begeleiding geweest bij diëtist of psycholoog en het voedingspatroon.\n\nOnderzoeksvraag 3 (OV3): Wat is de kennis en attitude over IE bij Vlaamse diëtisten uit de eerstelijnszorg?\nOnderzoeksvraag 4 (OV4): Wat is de kennis en attitude over intuïtief eten bij Vlaamse psychologen uit de eerstelijnszorg?\n\nMETHODOLOGIE\n\nOV1&2:\nOnline bevraging bij jongvolwassenen die wordt verspreid via diverse kanalen en zal peilen naar het voedingspatroon, mentaal welbevinden en mate van intuïtief eten. SPSS (IBM – versie 28) wordt gebruikt voor de multifactoriële data-analyse (beschrijvende en inductieve statistiek). Volgende vragenlijsten worden gebruikt:\n• Voedingspatroon via SCO VO vragenlijst\n• Mate van intuïtief eten via de Tylka IES-2 schaal.\n• Mentaal welbevinden (algemeen welzijn, zelfbeeld, lichaamsbeeld, angst en depressie) via: BYI-2-nl, Body Appreciation scale en WHO vragenlijst\n\nOV3&4:\nOnline bevraging bij diëtisten en psychologen in de eerstelijnszorg aan de hand van een vragenlijst. SPSS (IBM – versie 28) wordt gebruikt voor de data-analyse (beschrijvende en inductieve statistiek).","summary":"Jongvolwassenen hebben mentale en fysieke gezondheidsproblemen door slechte eetgewoonten. Onderzoek de impact van intuïtief eten op hun gezondheid en welzijn in België.","business_unit":"DOSP-APH","dosp_id":"DOSP-VHR-007924","result_description":"BEOOGDE OUTPUT\n\nDe doelgroep van onze output zijn de diëtisten en psychologen actief in de eerstelijnsgezondheidszorg. De info die zij uit deze output vergaren, kunnen ze meenemen in de begeleiding van jongvolwassenen.\n\n• Onderzoeksrapport (OV1, 2, 3 & 4)\n• Publicatie onderzoeksresultaten OV1&2 in vaktijdschrift(en)\n• Publicatie onderzoeksresultaten OV3&4 via artikel in vaktijdschrift van Vlaamse Vereniging van Klinische Psychologen (VVKP) en/of vaktijdschrift van Vlaamse Beroepsvereniging Voor Diëtisten (VBVD).\n• Lezing voor diëtisten en psychologen over resultaten en hoe ze deze resultaten moeten verwerken in de begeleiding van PZON.\n• Posterpresentaties op nationaal of internationaal congres."},{"description":"Dit onderzoek heeft als doel praktische handvatten te ontwikkelen voor RTH-aanbieders, zodat zij effectief kunnen navigeren tussen handicapspecifieke expertise en de basiskwaliteit van reguliere basisvoorzieningen. Het richt zich op het optimaliseren van de samenwerking tussen RTH-aanbieders en andere actoren, zoals scholen en welzijnsprofessionals, om een inclusieve ondersteuning te bieden die zowel de zorgbehoeften van kinderen als de kwaliteit van de voorzieningen versterkt.\n\nHet uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een wetenschappelijk onderbouwd draaiboek met concrete richtlijnen voor deze samenwerking, waarmee RTH-aanbieders optimaal kunnen bijdragen aan inclusieve praktijken in basisvoorzieningen. Daarnaast worden beleidsaanbevelingen geformuleerd die bijdragen aan de duurzame verankering van inclusieve zorg binnen het VAPH-kader, geïntegreerde zorg en het jeugd- en gezinsbeleid.","summary":"Ontwikkel een draaiboek voor RTH-aanbieders om samen te werken met scholen en welzijnsprofessionals, zodat kinderen met zorgbehoeften inclusieve ondersteuning krijgen en de kwaliteit van voorzieningen wordt versterkt. Beleidsaanbevelingen voor duurzame inclusieve zorg.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007925","result_description":null},{"description":"In dit project wordt de focus expliciet gelegd op de ontwikkeling van een gedragen psychofarmacabeleid binnen VAPH-voorzieningen. De centrale onderzoeksvraag richt zich op de voorwaarden en aanpak die nodig zijn om dit beleid pragmatisch, contextsensitief en met QoL als toetssteen vorm te geven.\n\nDaarbij worden inzichten uit de praktijk gebundeld in een leidraad (“operationeel draaiboek). In deze fase ligt de focus voornamelijk op antipsychotica, zowel omwille van de haalbaarheid binnen de projectgrenzen als in aansluiting bij de lopende afbouwstudie rond antipsychotica.\n\nIn een latere fase, gericht op vervolgonderzoek en bredere implementatie, zal dit beleid verder worden uitgebreid naar andere klassen van psychofarmaca.","summary":"Ontwikkeling van gedragen psychofarmacabeleid binnen VAPH-voorzieningen, met focus op pragmatische aanpak en QoL. Bundeling praktijkinzichten in operationeel draaiboek voor antipsychotica en toekomstige uitbreiding naar andere psychofarmaca.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007931","result_description":null},{"description":"Traditionele muziek en podiumkunsten zijn sinds de 18e eeuw een belangrijke bron van inspiratie voor kunstenaars. Traditionele kunsten worden gezien als artistieke praktijken die van generatie op generatie worden doorgegeven en stevig geworteld zijn in een specifieke gemeenschap.\n\nHoewel de artistieke verdiensten van dergelijke toe-eigeningen van traditionele kunsten werden geprezen, werden velen bekritiseerd vanwege politieke instrumentalisering, culturele toe-eigening, exotisme en erfgoedvorming. Heroplevingen van traditionele kunsten werden ook geïnitieerd door hun respectievelijke gemeenschappen, vaak in de context van emancipatoire bewegingen.\n\nDergelijke heroplevingen zijn echter misbruikt voor natievorming, assimilatie van minderheden, exotisme en commercieel gewin. Vooral in politiek onstabiele contexten wordt het artistieke en emancipatoire potentieel van traditionele kunsten vaak ondermijnd.\n\nDit project richt zich op dit gedwarsboomde potentieel, met de focus op liederen gezongen door vrouwen in Palestina en Javaanse hofdansen in hun diaspora. Het hoofddoel van het project is om dekoloniale artistieke methodologieën aan te bieden om nieuwe wegen te creëren voor of botsingen met traditionele kunstpraktijken, waarbij de valkuilen van politieke instrumentalisering, culturele toe-eigening, exotisme en erfgoedvorming worden vermeden.","summary":"Ontdek de kracht van traditionele kunsten in een nieuwe context. Leer van liederen uit Palestina en Javaanse hofdansen. Emancipatoir en cultureel verrijkend.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007938","result_description":null},{"description":"Mijn doctoraal onderzoeksproject onderzoekt de bijna universele gewoonte om een munt in een fontein of put te gooien om een wens te doen. Of het nu wordt beschouwd als ritueel, bijgeloof of louter culturele gewoonte, de geschiedenis ervan is verweven met de ontwikkeling van het kapitalisme, en dus met onze opvattingen over waarde, agency en utopisch verlangen.\n\nHet ontrafelen van deze nieuwe theorie begint met de geschiedenis van geld en munten - die ook een geschiedenis is van oorlog en opoffering; en van heilige putten en fonteinen - ook een geschiedenis van bezit en macht. Gegeven in ruil voor een wens, worden votiefgeschenken zoals munten onderzocht als \"toxic notions\", een term die is ontleend aan gender- en handicaptheoreticus Mel Y Chen, waar het ontologisch bruisende \"notion\" de handeling van het wensen van een munt situeert als radicaal relationeel, met queer, grensoverschrijdende mogelijkheden.\n\nAls een wens die wordt uitgedrukt door het onrechtmatig misbruiken van door de staat uitgegeven valuta, wordt coin-wishing geïdentificeerd als een subtiele vorm van (offer)iconoclasme, voortkomend uit de breuk tussen materiële en symbolische werelden. Coin-wishing vergemakkelijkt zo de verstoring en tastbare herconceptualisering van klassiek utopisme. Deze interdisciplinaire analyse heeft als doel coin-wishing te onderbouwen als een intuïtieve manier van verzet tegen de geïnternaliseerde grenzen van het leven binnen bestaande hegemonische structuren.","summary":"Onderzoek naar muntwensen onthult verbinding tussen kapitalisme en verlangen. Coin-wishing als queer verzet tegen hegemonie en symbolische wereld.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007944","result_description":null},{"description":"De persoonlijke denkkaders en opvattingen van een leraar hebben een grote impact op hoe die zijn praktijk ontwerpt en realiseert. Er kunnen discrepanties optreden tussen beide aspecten, waarvan de leraar zich misschien niet altijd bewust is. Het vaststellen van die discrepanties is niet noodzakelijk een probleem, want hieruit kan de leraar immers iets leren.\n\nHet doel van dit praktijkonderzoek was dan ook om als muziekpedagoog een praktijk te ontwikkelen waarin mijn denken en handelen met elkaar overeenstemden. Het resultaat was *RePlay!*: een muziekeducatief project voor 16 jongeren tussen 10 tot 14 jaar die gedurende vijf dagen samen muzikaal wilden creëren.\n\nIk organiseerde drie edities van *RePlay!* waarin ik systematisch mijn eigen opvattingen en aanpak vergeleek met hoe ik daadwerkelijk handelde om op die manier zowel mijn denken als ook mijn handelen in ontwikkeling te brengen.\n\nOpmerkelijk aan dit praktijkonderzoek is dat zowel het conceptuele kader als de methodologie voortdurend in beweging waren en op basis van voortschrijdend inzicht werden bijgestuurd. Het procesmatige karakter van die zoektocht werd bewust meegenomen in de rapportering, omdat dat net toont hoe het voortdurende botsen, evalueren en bijsturen mijn professionele ontwikkeling als muziekleraar hebben getriggerd.\n\nDit onderzoek illustreert hoe ik zelfsturend mijn eigen professionele ontwikkeling heb kunnen stimuleren, in het proces van ontwerpen en realiseren van *RePlay!*. Het kan als voorbeeld dienen voor andere muziekeducatieve professionals om hun professionele ontwikkeling in eigen handen te nemen, maar kan ook een inspiratie zijn voor andere vormen van professionalisering.","summary":"Ontwikkel als muziekleraar je denken en handelen met *RePlay!*, een muziekeducatief project voor 16 jongeren. Leer van discrepanties en stimuleer je professionele ontwikkeling zelfsturend.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007945","result_description":null},{"description":"Ludognosis onderzoekt kaartspellen als kennissystemen en experimentele kunstvormen, geïnspireerd door mediatheorie, taalfilosofie en game studies. Dit gebeurt binnen een zelf-reflexief en speelbaar kaartspel. Het project verkent de epistemische, kritische en esthetische mogelijkheden die eigen zijn aan coöperatieve kaartspellen ontworpen voor solo-spel.\n\nOpgebouwd uit thematisch verbonden hoofdstuk-decks, onderzoekt Ludognosis eerst de historisch gegroeide functies van kaarten—zoals hun rol als primaire spelmechaniek, tegels, randomisatoren, telmiddelen en instructietools—en plaatst deze in de context van hun oorsprong in het oude China.\n\nVervolgens volgt het de ontwikkeling van coöperatieve solo-spellen, met een analyse van Pandemic (2008) als sleutelvoorbeeld dat eigentijdse ervaringen van sociale isolatie weerspiegelt.\n\nKritische epistemologieën worden benaderd via het historische voorbeeld van Vogelspiel, waarmee onderzocht wordt hoe kaarten instructieve inhoud belichamen en taalhandelingen uitvoeren. Tot slot introduceert Ludognosis een logaritmische schaal, geïnspireerd door netwerktheorie, die aanzet tot relationeel en multiscalair denken over sociale fenomenen—van het individuele tot het globale niveau.\n\nVoortbouwend op eerdere projecten zoals Dream Patterns en Horizontal Twilight Spells, wil Ludognosis filosofische inzichten en kritische kaders articuleren die enkel toegankelijk worden via het interactieve, relationele en belichaamde medium van kaartspellen.","summary":"Verken Ludognosis: een uniek kaartspel dat speelt met kennis, kunst en game studies. Ontdek de historische en esthetische mogelijkheden van coöperatieve solo-spellen. Leer via Ludognosis over de rol van kaarten en sociale fenomenen op een interactieve manier.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007946","result_description":null},{"description":"Dit artistieke onderzoek richt zich op de rol van visuele patronen van 'omsluiting' en hoe deze het maatschappelijke denken over vrouwelijkheid, natuur en het lichaam vormgeven.\n\nCentraal staat de nalatenschap van de hortus conclusus (de omsloten tuin), een motief geworteld in de laatmiddeleeuwse West-Europese beeldcultuur. Het project vertrekt vanuit de aanname dat deze metafoor vandaag voortleeft in vormen van sociale normering, ecologische uitputting en gendergerelateerd geweld.\n\nVanuit een interdisciplinair perspectief en met de notie van 'verwildering' als leidraad, wordt de omsloten tuin hernomen als een ruimte voor polyfone narratieven en verzet. Textiel, met zijn beladen geschiedenis en intrinsiek vitale karakter, fungeert daarbij als medium bij uitstek om patronen van onderdrukking te bevragen, verborgen geschiedenissen bloot te leggen en relaties met meer-dan-menselijke actoren opnieuw te verbeelden.\n\nDoor historische analyse, ecofeministische theorie en artistiek-curatoriële praktijken te verweven, onderzoekt het project hoe verwildering - als strategie van ontregeling - ruimte kan scheppen voor meerstemmigheid en fluïditeit.\n\nNu controlemechanismen opnieuw diepe sporen trekken in zowel sociale als ecologische lichamen, beoogt het via verwildering en textiel alternatieve manieren van zien, voelen en verbinden te activeren, buiten het gesloten raster van het normatieve beeld.","summary":"Dit onderzoek verkent visuele patronen van omsluiting en hun invloed op opvattingen over vrouwelijkheid, natuur en lichaam. Het project herinterpreteert de omsloten tuin als ruimte voor diversiteit en verzet, met textiel als medium om onderdrukking te bevragen en verborgen geschiedenissen bloot te leggen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007947","result_description":null},{"description":"Deze artistiek-wetenschappelijke studie onderzoekt de rol van perceptie, interpretatie en verwachting in hedendaagse portretfotografie, met een bijzondere focus op het lachende portret. Door inzichten uit de neuro-esthetica, filosofie en Predictive Processing theorie te combineren met fotografische experimenten en interactieve installaties, stelt het onderzoek de ogenschijnlijke transparantie en leesbaarheid van gezichtsuitdrukkingen (in het bijzonder) en fotografie (in het algemeen) ter discussie.\n\nIn tegenstelling tot traditionele opvattingen die een glimlach direct koppelen aan geluk, stelt dit onderzoek dat betekenis een dynamisch en contextueel bepaald construct is. Door manipulaties, opeenvolgende beeldreeksen en tekstuele interventies worden “voorspellingsfouten” gegenereerd die de kijkervaring verstoren en verrijken.\n\nHet project draagt bij aan de theoretische ontwikkeling van Predictive Processing binnen een artistieke context en werpt tegelijkertijd een kritisch licht op culturele conventies, emotieherkenningstechnologieën (zoals FER) en visuele representatie in het digitale tijdperk. Het lachende portret wordt niet behandeld als een onderwerp, maar als een instrument om bredere vragen over betekenisgeving, context en visuele perceptie te onderzoeken.\n\nNaast wetenschappelijke publicaties en lezingen zal het werk gepresenteerd worden door middel van tentoonstellingen en interactieve installaties. Als zodanig draagt het onderzoek niet alleen bij aan kunst en wetenschap, maar ook aan maatschappelijke debatten over waarheid, identiteit en visualiteit in een tijdperk van algoritmische beeldvorming.","summary":"Onderzoek naar perceptie en betekenis in hedendaagse portretfotografie, met focus op lachende portretten. Experimenten en installaties onthullen contextuele interpretatie van gezichtsuitdrukkingen. Presentatie via exposities en interactieve installaties bevordert dialoog over visuele betekenis in digitale tijdperk.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007948","result_description":null},{"description":"Het project heeft tot doel studenten uit het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs op te leiden, zodat zij de uitdagingen op het gebied van textielrecycling kunnen aangaan.\n\nDit wordt bereikt door een nieuw opleidingsprogramma te ontwikkelen dat gericht is op textielrecycling en de ontwikkeling van producten uit gerecycled textiel.","summary":"Leid studenten op in textielrecycling en productontwikkeling door een nieuw opleidingsprogramma te creëren voor beroeps- en hoger onderwijs.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007954","result_description":null},{"description":"De niche waarin VLIR-UOS actief is (HES4SD) vereist contextgevoelige en adaptieve UUI-strategieën. Het door deze kerngroep voorgestelde proces zal VLIR-UOS verrijkte methoden en instrumenten bieden om gebruik te maken van de impact van goede praktijken en lessen die zijn geleerd uit de diverse realiteiten waarin de activiteiten van door VLIR-UOS gefinancierde projecten hebben plaatsgevonden.\n\nOp basis van een geactualiseerd conceptueel kader zullen deze gezamenlijk gecreëerde resultaten hedendaagse uitdagingen en kansen integreren die zijn aangepast aan het huidige digitale tijdperk. De eindproducten (beleid, processen en instrumenten) zullen worden gevalideerd door middel van praktijkgerichte pilotstudies, waarbij de capaciteit van belanghebbenden wordt vergroot en feedback wordt gegeven om de impact uit te breiden tot buiten de academische instellingen in Vlaanderen en de partnerlanden.","summary":"VLIR-UOS past contextgevoelige UUI-strategieën toe in HES4SD, met verrijkte methoden en instrumenten voor impact en kennisdeling. Resultaten worden gevalideerd via praktijkgerichte pilotstudies voor bredere impact in Vlaanderen en partnerlanden.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-007955","result_description":null},{"description":"De Democratische Republiek Congo (DRC) beschikt over een enorme potentiële rijkdom, maar blijft een van de minst ontwikkelde landen ter wereld.\n\nDe enorme natuurlijke, sociale en culturele rijkdommen van het land bieden aanzienlijke kansen voor ontwikkeling, maar brengen ook aanzienlijke risico's met zich mee. Om deze kansen te benutten en deze uitdagingen aan te pakken, heeft de DRC dringend behoefte aan kwalitatief hoogstaand onderwijs en het creëren van banen die een generatie goed opgeleide, innovatieve en vooruitstrevende onderzoekers kunnen ondersteunen die het land naar duurzame ontwikkeling en welvaart kunnen leiden.\n\nOm dit aan te pakken, is de overkoepelende primaire doelstelling van dit voorstel het versterken van het ecosysteem voor doctoraatsonderwijs in de DRC. De ambitie is om te zorgen voor een gestage instroom van hoogopgeleide onderzoekers die een bijdrage kunnen leveren aan zowel de academische sector als de bredere arbeidsmarkt. Hoogwaardige onderzoekers zijn om twee belangrijke redenen essentieel: om de enorme natuurlijke, sociale en culturele rijkdommen van het land op een empirisch onderbouwde en duurzame manier te benutten, en om te voorzien in de dringende behoefte aan geschoolde onderzoekers in de publieke, private en non-profitsector, zodat hun expertise duurzame ontwikkeling en innovatie stimuleert.\n\nOm deze ambitie te verwezenlijken, worden drie specifieke doelstellingen nagestreefd: \n1. SEECR-partners (Congolese en Europese) zullen samen een gedeelde, endogeen ontwikkelde visie creëren over het belang van onderzoek en kwalitatief doctorale opleidingen voor de toekomst van hun land.\n2. De oprichting van nieuwe of versterking van bestaande doctorale scholen, die nodig zijn om onderwijs en opleiding te verzorgen, teneinde de kwaliteit van het doctoraatsonderzoek te verbeteren. De partners zullen gezamenlijk regelgevingskaders ontwikkelen, de meest geschikte organisatiestructuren voor hun specifieke scholen ontwerpen en curricula en opleidingsmodules ontwikkelen, waaronder digitale.","summary":"De DRC heeft enorme potentie, maar ontwikkeling blijft achter. Verbeterd onderwijs en banen zijn cruciaal voor duurzame groei. Dit voorstel richt zich op versterking van doctoraatsonderwijs om hoogopgeleide onderzoekers te trainen voor duurzame ontwikkeling en innovatie in de DRC.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007956","result_description":null},{"description":"Uitgaande van een schoolpedagogische benadering en voortbouwend op Deligny's notie van 'camering' als verschillend van filmen, onderzoekt dit project de voorwaarden waaronder de educatieve film studiepraktijken kan ontlokken.\n\nTegen de achtergrond van een proliferatie van educatieve films in en als onderwijs, ontwikkelt het project een conceptualisering voor educatieve filmpraktijken die een onderbreking van dominante denkwijzen teweegbrengen. Dit om nieuwe en onvoorziene relaties met de wereld aan te gaan.\n\nDe focus is niet hoe het audiovisuele kan worden gebruikt als een expressieve aanvulling op educatieve doelen, maar hoe het als een ander expressief regime de relatie tussen het denkbare en het zichtbare kan herconfigureren.\n\nDit project onderzoekt, door middel van cinematografisch onderzoek, hoe een verstrengeling van twee verschillende regimes - het educatieve en het audiovisuele - een nieuwe zintuiglijke praktijk kan creëren die aandacht en interesse wekt.","summary":"Dit project onderzoekt educatieve filmpraktijken die dominante denkwijzen doorbreken en nieuwe relaties met de wereld creëren. Het focust op het herconfigureren van de relatie tussen het denkbare en het zichtbare door cinematografisch onderzoek.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007962","result_description":null},{"description":"**Hoe kunnen we de grens vervagen tussen nieuwe muziek en artistieke popmuziek door co-creatie van interdisciplinair artistiek werk?** \n\nVanuit de artistieke praktijk gaat de celliste zelf aan de slag met live electronics en ligt de focus zowel op het fysieke en uitvoerende aspect alsook de intellectuele beleving.\n\nBovendien is dit onderzoeksproject als een immersieve kosmos die discipline-overstijgend is, een gedeelde ruimte waarin iedere kunstenaar de eigen discipline meebrengt, bereid is de structuren die deze disciplines typeren te verlaten en een interdisciplinair transformatieproces op gang te brengen. \n\nDeze co-creatie leidt tot een beter inzicht in het complexe scheppingsproces van audiovisuele performances en composities. Een hypothese is dat het gebruik van videokunst het proces van vernieuwing in muzikale compositie en performance kan versterken. \n\nDe combinaties analoog met digitaal, akoestisch met elektronisch, staan centraal en genereren een symbiose van elementen uit de hedendaagse klassieke muziek en de artistieke popmuziek. De audiovisuele conversatie tussen beeld en klank wil de karakteristieken en grenzen tussen performance, film, muziek en videoinstallatie bevragen en transformeren.","summary":"Verken de grens tussen nieuwe en artistieke popmuziek door interdisciplinaire co-creatie. Ontdek een symbiose van klassieke en popmuziekelementen in audiovisuele performances.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007963","result_description":null},{"description":"Vanuit de artistieke praktijk gaat de celliste zelf aan de slag met live electronics en ligt de focus zowel op het fysieke en uitvoerende aspect alsook de intellectuele beleving.\n\nBovendien is dit onderzoeksproject als een immersieve kosmos die discipline-overstijgend is, een gedeelde ruimte waarin iedere kunstenaar de eigen discipline meebrengt, bereid is de structuren die deze disciplines typeren te verlaten en een interdisciplinair transformatieproces op gang te brengen.\n\nDeze co-creatie leidt tot een beter inzicht in het complexe scheppingsproces van audiovisuele performances en composities.\n\nEen hypothese is dat het gebruik van videokunst het proces van vernieuwing in muzikale compositie en performance kan versterken.\n\nDe combinaties analoog met digitaal, akoestisch met elektronisch, staan centraal en genereren een symbiose van elementen uit de hedendaagse klassieke muziek en de artistieke popmuziek.\n\nDe audiovisuele conversatie tussen beeld en klank wil de karakteristieken en grenzen tussen performance, film, muziek en videoinstallatie bevragen en transformeren.","summary":"Een interdisciplinair project waarbij de celliste live electronics integreert om een symbiose van klassieke en popmuziek te creëren. Dit onderzoeksproces verkent de vernieuwing van audiovisuele performances en composities door middel van videokunst.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007964","result_description":null},{"description":"**‘In organis et in discantu’**\n\nOrganistenpraxis in het prinsbisdom Luik (B) in de eerste helft van de 17de eeuw.\n\nEen orgelhandschrift uit 1626 (MS Berx), bekend als het ‘Tongers orgelhandschrift’, dat in 2003 toevallig ontdekt werd, bevat onbekende, authentieke orgelbewerkingen van o.a. Magnificat-zettingen van Orlandus Lassus (1532-1594).\n\nNaast orgelwerken van vroeg 17de-eeuwse organisten (Ruggiero Trofeo, Francesco Rovigo) bevat het 45 pagina’s tellende manuscript vooral intavolaties van Orlandus Lassus, hoofdzakelijk Magnificatzettingen maar o.m. ook het bekende Franse chanson **Margot laborez les vignes**.\n\nDeze muziek roept verrassende vragen op over de organistenpraktijk in de eerste helft van de 17de eeuw in het prinsbisdom Luik, een regio die bekend stond als een vooraanstaande religieus-artistiek-culturele biotoop.\n\nVeel Luikse musici (zangers, organisten en componisten) kregen een prestigieuze aanstelling aan belangrijke Europese hoven. Dit leidde tot een vruchtbare wisselwerking tussen de Luikse musiceerpraktijk en de Europese muziekcultuur. De impact van Luikse musici in die Europese context was dan ook bijzonder groot (bijvoorbeeld Simon Lohet in Duitsland, Henry Du Mont in Frankrijk, Matheo Romero in Spanje en Léonard de Hodémont in Italië).\n\nSamen met het *Liber Fratrum Cruciferorum Leodiensium* (Luik, 1617) en **Le grand livre de choeur de Saint-Lambert** (Luik, tussen 1619 en 1633) is het Tongers orgelhandschrift een bijzondere bron van informatie met impliciete indicaties voor een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk met aandacht voor interpretatie, retoriek en expressie.\n\nDe verhoudingen tussen partituur en instrument, zanger en organist, woord en toon, dragen bij tot een specifieke eigenheid ‘tussen gregoriaans en polyfonie’. Hierdoor ontstaat een nieuw inzicht in de relatie tussen orgelkunst in het prinsbisdom Luik en andere Europese orgelstijlen.","summary":"Ontdek authentieke orgelbewerkingen uit de 17e eeuw in het Tongers orgelhandschrift. Onbekende werken van Lassus en andere meesters onthullen Luikse organistenpraktijken, verrijkend voor historisch geïnformeerde uitvoeringen.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007984","result_description":null},{"description":"Een artistiek en theoretisch onderzoek naar de choreografische tentoonstelling, zijn historische precedenten en complexe intermedialiteit. Door de inherente spanningen te onderzoeken als op live dans gebaseerde praktijk de beeldende kunstinstellingen binnendringt, zal mijn onderzoek kijken naar belangrijke aspecten zoals aandacht van het publiek, in termen van individueel en collectief toeschouwerschap; artistieke arbeid en waarde; evenals technologie en de invloed van sociale media.\n\nHet zeer multimediale karakter van de choreografische tentoonstelling en de porositeit ervan voor online platforms en communicatie geeft een meer accurate weerspiegeling van de gemedieerde omgevingen waarin we momenteel zijn en waarin we leven dan het black box-theater.\n\nHoe kan een op dans gebaseerde praktijk worden geïmplementeerd in deze grijze zone van sterk geïndividualiseerde en afgeleid aandacht, die in hoge mate onze huidige toestand weerspiegelt, op manieren die deze toestand als zodanig zichtbaar kunnen maken? Hoe kan het deze omgevingen mogelijk, indien tijdelijk, herstellen?","summary":"Onderzoek naar de impact van choreografische tentoonstellingen op kunstinstellingen, met focus op publieksaandacht, artistieke waarde en online communicatie. Hoe kan dans in deze gemedieerde omgevingen onze huidige staat weerspiegelen en herstellen?","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007985","result_description":null},{"description":"Mijn onderzoek zal zich richten tot de volgende vragen:\n\n- Hoe kan VR gebruikt worden om de productie-pipeline van animatiefilm te faciliteren en het creatieve proces te stimuleren? \n- Hoe kan het gebruik van VR in het animatie-productieproces nieuwe vormen van esthetiek en stilering creëren? \n- Hoe kan het gebruik van VR in het animatie-productieproces bijdragen aan de creatie van een hybride vorm van artistieke (animatie) expressie? \n\nHet centrale idee van deze drie onderzoeksvragen, tevens de rode draad doorheen mijn werk, is de zoektocht naar hoe we de grenzen van het medium animatiefilm kunnen opentrekken. Meerbepaald de esthetiek die voortvloeit uit de dialoog tussen enerzijds het analoge, digitale, virtuele, dus het artificiële en anderzijds het warme, tastbare, getextureerde, aldus het organische.","summary":"Ontdek hoe VR de animatieproductie innoveert en artistieke expressie verbetert door esthetiek en stilering te transformeren.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007986","result_description":null},{"description":"Het onderzoek wil bijdragen tot de uitbouw van een theaterpraktijk waar de centrale creatieve dynamiek inhoudt dat spelers/makers vanuit een niet-superieure, niet-antropocentrische houding relaties aangaan met (welgekozen elementen binnen) de materiële werkelijkheid, om zodoende constructiever om te gaan met het ‘hier en nu’ van een voorstelling.\n\nHet actuele ‘new materialism’ levert het theoretisch kader. Het omvat een spectrum aan verwante denkkaders met als essentie dat alle materie het vermogen tot handelen in zich draagt. De wereld krijgt vorm door gelijkwaardige materialiteiten die permanent met elkaar in relatie gaan en niet door een stabiele structuur die een subject autonoom over de wereld legt.\n\nHet onderzoek wil uitdenken welke inzichten en vaardigheden een speler/maker moet bezitten om met deze dynamiek aan de slag te gaan en concrete methodieken en oefeningen formuleren voor de ontwikkeling en training ervan, zowel binnen de artistieke praktijk als binnen educatieve contexten.","summary":"Ontwikkel theaterpraktijken die gelijkwaardige relaties met materie aangaan. New materialism als theoretisch kader. Inzichten, vaardigheden, methodieken en oefeningen voor spelers/makers in artistieke en educatieve contexten.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-007987","result_description":null},{"description":"De globale doelstelling van het TETRA-project STABLE is de brouwerijsector (kleine en grote brouwerijen, grondstofleveranciers, producenten van brouwerij apparatuur, ...) kennis aan te reiken om de microbiologische uitdagingen van alcoholvrij bier te trotseren en de flavourstabiliteit tijdens de bewaring te verbeteren.\n\nDe reële doelgroep voor dit project zijn de bedrijven uit de brouwerijsector. Dit zijn zowel brouwerijen (Vlaanderen telt 227 brouwerijen) als consultants, toeleveranciers van apparatuur, installaties, enzymen en gisten, telers van alternatieve granen en sectororganisaties.","summary":"Verbeter de flavourstabiliteit en bestrijd microbiologische uitdagingen in alcoholvrij bier voor de brouwerijsector. Doelgroep: brouwerijen, leveranciers en sectororganisaties.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-008083","result_description":null},{"description":"De huidige arbeidsmarkt in zowel België als Nederland kampt met een significant tekort aan verpleegkundigen en sociaal werkers, zoals aangegeven door de VDAB (2023) in België en het UWV (2023) in Nederland.\n\nParallel hieraan bestaat er een groep hoger opgeleide anderstalige nieuwkomers in diezelfde landen die beschikken over relevante diploma's en ervaring. Echter, door obstakels zoals taalbarrières en de niet-erkenning van hun diploma's, blijft hun potentieel onbenut.\n\nDit project beoogt het exploreren van oplossingen om deze situatie aan te pakken, waarbij we starten met een gedetailleerde analyse van deze problematiek.","summary":"Er is een tekort aan verpleegkundigen en sociaal werkers in België en Nederland. Dit project onderzoekt oplossingen voor anderstalige nieuwkomers met relevante ervaring en diploma's om hun potentieel te benutten.","business_unit":"DOSP-HGT","dosp_id":"DOSP-VHR-008294","result_description":null},{"description":"**‘In organis et in discantu’**\n\nOrganistenpraxis in het prinsbisdom Luik (B) in de eerste helft van de 17de eeuw.\n\nEen orgelhandschrift uit 1626 (MS Berx), bekend als het ‘Tongers orgelhandschrift’, dat in 2003 toevallig ontdekt werd, bevat onbekende, authentieke orgelbewerkingen van o.a. Magnificat-zettingen van Orlandus Lassus (1532-1594).\n\nNaast orgelwerken van vroeg 17de-eeuwse organisten (Ruggiero Trofeo, Francesco Rovigo) bevat het 45 pagina’s tellende manuscript vooral intavolaties van Orlandus Lassus, hoofdzakelijk Magnificatzettingen maar o.m. ook het bekende Franse chanson **Margot laborez les vignes**.\n\nDeze muziek roept verrassende vragen op over de organistenpraktijk in de eerste helft van de 17de eeuw in het prinsbisdom Luik, een regio die bekend stond als een vooraanstaande religieus-artistiek-culturele biotoop. Veel Luikse musici (zangers, organisten en componisten) kregen een prestigieuze aanstelling aan belangrijke Europese hoven. Dit leidde tot een vruchtbare wisselwerking tussen de Luikse musiceerpraktijk en de Europese muziekcultuur. De impact van Luikse musici in die Europese context was dan ook bijzonder groot (bijvoorbeeld Simon Lohet in Duitsland, Henry Du Mont in Frankrijk, Matheo Romero in Spanje en Léonard de Hodémont in Italië).\n\nSamen met het *Liber Fratrum Cruciferorum Leodiensium* (Luik, 1617) en **Le grand livre de choeur de Saint-Lambert** (Luik, tussen 1619 en 1633) is het Tongers orgelhandschrift een bijzondere bron van informatie met impliciete indicaties voor een historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk met aandacht voor interpretatie, retoriek en expressie. De verhoudingen tussen partituur en instrument, zanger en organist, woord en toon, dragen bij tot een specifieke eigenheid ‘tussen gregoriaans en polyfonie’. Hierdoor ontstaat een nieuw inzicht in de relatie tussen orgelkunst in het prinsbisdom Luik en andere Europese orgelstijlen.","summary":"Ontdek onbekende orgelbewerkingen uit de 17e eeuw in het Tongers orgelhandschrift. Een unieke bron die inzicht geeft in de organistenpraktijk en Europese muziekcultuur van die tijd.","business_unit":"DOSP-LCA","dosp_id":"DOSP-VHR-008438","result_description":null}]}